nº 17 / ste jaargang / 2 september 2011 TIJDSCHRIFT VOOR WATERVOORZIENING EN WATERBEHEER thema grondwater

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "nº 17 / 2011 44ste jaargang / 2 september 2011 TIJDSCHRIFT VOOR WATERVOORZIENING EN WATERBEHEER thema grondwater"

Transcriptie

1 nº 17 / ste jaargang / 2 september 2011 TIJDSCHRIFT VOOR WATERVOORZIENING EN WATERBEHEER thema grondwater INTERVIEW MET DE DIJKGRAAF VAN RIVIERENLAND GEVOLGEN OPEN MIJNBOUW VOOR HET GRONDWATER IN ROEMENIË HET BELANG VAN LYSIMETERS VOOR INZICHT IN GRONDWATER

2 Part of The world s leading trade event for process, drinking and waste water 1-4 NOVEMBER 2011 Meer dan 800 exposanten uit 40 landen Bijzondere waterprojecten uitgelicht op IAS Netwerkmogelijkheden met duizenden collega s Speciale aandacht voor industrieel gebruik van water Registreer als bezoeker op Organised by: Co-located with:

3 Over de grens De directie van Vitens heeft onlangs in het Financieele Dagblad opnieuw gepleit voor meer activiteiten van drinkwaterbedrijven in het buitenland. Rik Terwisga denkt aan het beheren van drinkwaternetten in het buitenland of de bouw van een waterinstallatie. Het is een al eerder gehoord pleidooi, voornamelijk van Vitens. De andere drinkwaterbedrijven in Nederland hebben al genoeg aan hun werkzaamheden in Nederland. Het is de bekende discussie: hoort een Nederlands drinkwaterbedrijf wel activiteiten in het buitenland te beginnen? Het gaat dan namelijk om commerciële nevenactiviteiten, met een daarbij behorend risico dat het ook wel eens verkeerd kan aflopen en een hoop geld kan kosten, wat weer gevolgen zou kunnen hebben voor de afnemers in Nederland. Volgens de huidige regel- en wetgeving mogen Nederlandse drinkwaterbedrijven geen commerciële avonturen in het buitenland beginnen. Nu is een meerderheid in de Tweede Kamer er ook niet voor om die regelgeving te veranderen. Het verzoek van Terwisga zal dus niet ingewilligd worden. De enige mogelijkheid is een aparte BV beginnen los van het drinkwaterbedrijf. Dan kan de grote hoeveelheid kennis in de Nederlandse waterbedrijven ook buiten de eigen landsgrenzen benut worden en veel goed werk opleveren (en geld). Maar dat moet duidelijk gescheiden zijn van de kerntaak in Nederland: schoon drinkwater leveren aan Nederlandse huishoudens. Peter Bielars H 2O tijdschrift voor watervoorziening en waterbeheer verschijnt ééns per 14 dagen Officieel orgaan van Stichting tot uitgave van het tijdschrift H 2O en haar participanten: - Koninklijk Nederlands Waternetwerk - Vewin - Kiwa Water Holding BV Uitgever Rinus Vissers Redactie Peter Bielars (hoofdredacteur) Michiel van Zaane Jacques Geluk Postbus 122, 3100 AC Schiedam telefoon (010) fax (010) Bezoekadres: Stationsplein 2, Schiedam Redactiesecretariaat Dora Pompe Redactieadviesraad Jos Peters (voorzitter) (DHV) Jan Hofman (KWR Watercycle Research Institute) Daphne de Koeijer (gemeente Rotterdam) Johan van Mourik (SKIW) Joris Schaap (Aequator) Advertentieverkoop Roelien Voshol (010) Brigitte Laban (010) Mediaorder Carola Sjoukes (010) fax (010) Abonnementenservice (010) (van 9.00 tot uur) fax (010) Abonnementsprijs 106,- per jaar excl. 6% BTW 140,- per jaar voor buitenland 8,50 losse exemplaren excl. 6% BTW Abonnementen gelden voor één jaar en worden zonder tegenbericht automatisch verlengd. Opzeggingen dienen schriftelijk uiterlijk 6 weken voor het aflopen van de abonnementsperiode te geschieden aan bovenstaand postadres. Druk en lay-out DeltaHage grafische dienstverlening, Den Haag Copyright Nijgh Periodieken B.V., 2011 Het auteursrecht op de inhoud van dit tijdschrift wordt uitdrukkelijk voorbehouden. Overname van artikelen alleen na schriftelijke toestemming van de uitgever. 4 / Energiewinning uit slibvergisting op grote schaal Har Coenen en Ad de Man 6 / Interview met dijkgraaf Rivierenland Roelof Bleker Maarten Gast 8 / De waarde van een gemeentelijk grondwatermeetnet* Arjan van t Zelfde 10 / Het ontsluiten van databanken met GIS* Wisse Beets en Dirk Jan Oostwoud Wijdenes 12 / Gevolgen open mijnbouw en energieproductie voor grondwater in Roemenië* Remco van Ek, Ebel Smidt, Frank Vliegenthart en Ton Manders 15 / Natuurvriendelijke oevers krijgen meer waarde met standplaatsbenadering Pim de Kwaadsteniet, Emiel Brouwer en Bas van der Wal 18 / Het koloniegetal als alternatief voor celtellingen van cyanobacteriën Ernst Lo, Jo Klaessens, Wim Bolkenbaas en Daan van Grinsven 22 / Waternetwerken 27 / Buienradar voor de waterbeheerder Hanneke Schuurman en Jeroen de Koning 30 / Inzicht in kwaliteit en kwantiteit grondwateraanvulling dankzij 59 jaar Castricumse lysimeterwaarnemingen* Pieter Stuyfzand, Femke Rambags, Sander de Haas en Piet van der Hoeven 34 / BGT als nieuwe vlakkenkaart: hulpmiddel voor hydrologen? Pieter Buijs en Rob Tijsen 37 / Geen hoofdrol nutriënten in de afname van witvis in Nederlandse binnenwateren Ellen Besseling en Lars Hein inhoud nº 17 / 2011 / *thema / Vergelijking WKO-instrumenten 42 / Agenda Bij de omslagfoto: Een grondwaterpeilbuis.

4 Energiewinning uit slibvergisting op grote schaal Waterschapsbedrijf Limburg, dochteronderneming van de waterschappen Roer en Overmaas en Peel en Maasvallei, gaat een duurzame slibvergistingsinstallatie bouwen bij de rwzi in Venlo. De installatie zal energie terugwinnen uit het slib van drie rwzi s. Dit levert ten minste 30 procent meer energie op in de vorm van elektriciteit én de installatie halveert de hoeveelheid af te voeren zuiveringsslib. De Limburgse waterschappen hebben hiermee een Nederlandse primeur: het is voor het eerst dat een installatie met een flinke schaalgrootte (verwerkingscapaciteit ton slib per jaar) wordt gebouwd. De slibvergistingsinstallatie komt in 2012 in bedrijf. De Europese aanbesteding is binnen het door de waterschappen beschikbaar gestelde budget van 5,5 miljoen euro gebleven. De terugverdientijd bedraagt acht jaar. De exploitatiekosten gaan met euro per jaar omlaag. De installatie combineert thermische hydrolyse, slibvergisting en warmtekrachtkoppeling. Behalve de terugwinning van energie in de vorm van elektriciteit, halveert de hoeveelheid af te voeren zuiveringsslib in volume. Dit resulteert in zowel energie- als CO 2 -besparing. Een belangrijke stap voor de Limburgse waterschappen, die willen voldoen aan de energiebesparingsdoelstelling van twee procent per jaar, die voor de sector is afgesproken. Innovaties De uitvoeringsvorm van de hydrolysetechniek van de slibvergistingsinstallatie is nieuw. Dat geldt ook voor de schaalgrootte waarop de hydrolyse wordt toegepast en de keuze voor goedkope vergistingsystemen binnen de afvalwatersector. Ook de aanbesteding op basis van een business case en uitbesteding van meerjarig onderhoud en beheer zijn vernieuwend te noemen. Andere Nederlandse waterschappen volgen de aanpak en de voortgang van dit project en zijn benieuwd naar de praktijkresultaten. Pilot Van 2008 tot en met vorig jaar is door het Waterschapsbedrijf Limburg een vooronderzoek uitgevoerd naar kleinschalige toepassing van thermische drukhydrolyse van zuiveringsslib. Aanleidingen hiervoor waren (en zijn) het streven naar energieneutraliteit, kostenreductie en de meerjarenafspraken met betrekking tot energie-efficiëntie. Thermische drukhydrolyse kwam daarbij als kansrijke techniek naar voren. Dit principe wordt al toegepast op rwzi s in het buitenland, maar dan op veel grotere schaal (zoals in Dublin en Brussel). Tot nu toe was deze techniek financieel niet haalbaar voor kleinere rioolwaterzuiveringsinstallaties. Op de rwzi in Venlo is een variant van deze techniek uitgetest, waarbij het slib op een continue wijze in één stap is te hydrolyseren. Op basis van de positieve uitkomsten van de pilot die op rioolwaterzuivering in Venlo plaatsvond, is een business case opgesteld om de financiële haalbaarheid van een veel kleinere full scale-installatie voor de locatie Venlo aan te tonen. Dit heeft ertoe geleid dat door de waterschapsbesturen is besloten een krediet van 5,5 miljoen euro beschikbaar te stellen en de aanbesteding op te starten. Aanbesteding Er heeft een Europese aanbesteding plaatsgevonden voor de bouw en meerjarige exploitatie van een installatie voor hydrolyse en vergisting van het slib van Venlo, Gennep Grafische impressie van de toekomstige slibvergistingsinstallatie op de rwzi in Venlo. 4 H 2 O /

5 actualiteit De toekomstige indeling van de slibvergistingsinstallatie. en Venray. De totale capaciteit bedraagt ton slib (droge stof) per jaar. De opdracht is verleend aan het bedrijf Groep Midden Betuwe (GMB) uit Opheusden. De aannemer is verantwoordelijk voor het ontwerp. De op de aanbesteding gebaseerde terugverdientijd bedraagt ongeveer acht jaar. Vanwege het innovatieve karakter van het project is door Agentschap NL een tweetal subsidies toegekend: de EOS-demosubsidie is bedoeld om opschaling van pilot naar full scale-installatie te ondersteunen. Het garantiefonds is beschikbaar voor het geval dat de installatie niet aan de verwachtingen kan voldoen en aanpassingen noodzakelijk zijn. De EOS-demosubsidie bedraagt maximaal euro. Het garantiefonds is toegekend aan de leverancier van de installatie: maximaal euro. Van deze laatste subsidie hoopt de leverancier/ aannemer geen gebruik te maken. Techniek De nieuwe installatie dikt het slib dat over blijft na zuivering van rioolwater in tot een drogestofgehalte van 10 tot 12 procent. Dit wordt vervolgens gehydrolyseerd en vergist. De hydrolyse vindt plaats in het continue proces dat door Sustec uit Wageningen is ontwikkeld. Bij die hydrolyse wordt het slib in een soort drukpan op een temperatuur gebracht van 150 C; de druk bedraagt daarbij 5 bar. De celstructuren van het slib worden opengebroken, waardoor in de gisting meer organische stof wordt omgezet in biogas. De hydrolysestap verhoogt het rendement van de vergisting, waardoor de productie van biogas met ongeveer 30 procent toeneemt. Daarnaast wordt het slib minder stroperig. Energie uit afvalwater Waterschap Hunze en Aa s zal vanaf deze maand energie en fosfaat winnen uit afvalwater op de zuivering in Scheemda (Oost-Groningen). Dan begint een praktijkproef waarbij het afvalwater van bijna Groningers wordt gebruikt om met magnesium struviet te maken. Die wordt gebruikt voor het opwekken van energie en het produceren van fosfaat. Op de zuivering in Scheemda staat al een vergistingsinstallatie die rioolslib omzet in biogas. In de restanten van het vergistingsproces zit veel fosfaat en ammonium. Door magnesium toe te voegen ontstaat struviet. Uit het struviet wordt gasvormig ammoniak gewonnen, dat in een nieuwe brandstofcel wordt gebruikt om stroom en warmte op te wekken: duurzame gele stroom uit urine en huishoudelijk afvalwater. De zuiveringstechnologie wint ook het fosfaat zodanig terug dat het geschikt is als hoogwaardige grondstof voor onder andere de productie van voedingsmiddelen en kunstmest. Het gaat om een pilotproef van een half jaar die Hunze en Aa s uitvoert samen met DHV, STOWA, LeAF, HITC, NedMag, Waterschap Noorderzijlvest en de TU Delft. Hoeveel energie precies wordt opgewekt, moet nog in de praktijk blijken, maar het waterschap verwacht minimaal energieneutraal te kunnen werken. De gisting vindt plaats in installaties, die ook in de agro-industrie worden toegepast. Die zijn aanzienlijk goedkoper dan installaties die gewoonlijk in de waterzuivering worden gebruikt. Een warmtekrachtkoppeling zet de energie-inhoud van het vrijkomende biogas om in elektriciteit en warmte. De warmte wordt gebruikt voor de opwarming van het slib en voorziet daarmee in 45 procent van de huidige totale energievraag van de rioolwaterzuivering in Venlo. Het vergiste slib wordt met centrifuges ontwaterd en via een slibsilo verladen naar de eindverwerking. Het water dat bij de ontwatering vrijkomt, bevat hoge gehalten aan stikstof en fosfaat. Deze nutriënten kunnen op termijn worden teruggewonnen. Voorlopig wordt deze waterstroom naar de rioolwaterzuivering teruggevoerd. Een ander voordeel is de verbetering van de ontwaterbaarheid van het uitgegiste slib. Samen met de extra afbraak resulteert dit in een volumereductie van meer dan 50 procent ten opzichte van de huidige situatie, waarbij geen gisting plaatsvindt. Dankzij de nieuwe technologie halen de waterschappen veel meer energie uit het slib dan voorheen mogelijk was. Bovendien wordt aanzienlijk bespaard op de totale verwerkingskosten van slib. Daarmee is een grote stap gezet naar een energieneutrale waterzuivering. Har Coenen en Ad de Man (Waterschapsbedrijf Limburg) H 2 O /

6 ROELOF BLEKER, DIJKGRAAF WATERSCHAP RIVIERENLAND: Met meer samenwerken nog veel te winnen In H 2 O nummer 14/15 van dit jaar gaf Albert Vermuë, directeur van de Unie van Waterschappen, aan hoe de waterschappen eraan werken het imago van een ouderwetse organisatievorm kwijt te raken en te vervangen door een moderne en slagvaardige uitstraling. En dat uiteraard ook te zijn. In een tijd waarin beelden meer door personen dan door programma s gevormd en bepaald worden, gaan de dijkgraven en voorzitters van de waterschappen hierin voorop. Het afgelopen jaar heeft een aantal nieuwe dijkgraven zijn entree in de watersector gedaan. Hierbij het verslag van een gesprek met één van deze nieuwkomers, ir. Roelof Bleker, sinds 1 oktober 2010 dijkgraaf van Waterschap Rivierenland in Tiel, gelegen tussen Rijn en Maas van Lobith tot aan Ridderkerk, het enige waterschap dat vier provincies bestrijkt. Wat voor beeld heeft u in dit eerste jaar gekregen? Toen ik bijna een jaar geleden Gerrit Kok opvolgde als dijkgraaf, was ik negen jaar wethouder in Enschede geweest. Hoofdtaak daar was voor mij de wederopbouw van Roombeek, de wijk die in 2001 door de vuurwerkramp is verwoest. Mijn kennis van het waterbeheer was beperkt. Ik heb het waterschap inmiddels beter leren kennen, ook de hele wereld er omheen. Het is interessant werk, leuk om te doen. Peilen, waterkwaliteit, dijken zijn heel verschillende aandachtsgebieden. Ik heb inmiddels zowel hoogwater als een periode van droogte achter de rug, viel dus met mijn neus in de boter, of in het water. Het beeld dat ik gekregen heb, is sterk op beheer gericht, op een goede uitvoering en op het maatschappelijke belang. Bij de uitvoering van projecten moet nog wel een professionaliseringsslag gemaakt worden. Ik heb ook gemerkt dat in de gemeenten in het rivierengebied water veel meer leeft dan in Twente. De evacuatie van 1995 is een levende herinnering, water is hier een dominerende factor, zowel voor de inwoners als voor de bestuurders. Als wethouder had ik vooral met inwoners te maken, als dijkgraaf vooral met bestuurders. Wat speelt er in het rivierengebied? Het belangrijkste zijn de vele dijkverbeteringen. Negen projecten in het kader van Ruimte voor de Rivier en honderden kilometers reguliere dijkversterking. Hoe we de uitvoering daarvan gaan organiseren, samen met andere waterschappen en Rijkswaterstaat, is een belangrijke vraag. In heel Nederland gaat het om vele projecten die gelijktijdig uitgevoerd moeten worden. Brengen wij die ongecoördineerd op de markt? Wat doen we met de personele piek die dit vraagt? Er was altijd veel sturing vanuit Rijkswaterstaat op het werk van de waterschappen. Moet dat zo blijven? Rivierenland heeft inmiddels besloten tot een structurele samenwerking met Roelof Bleker Hollandse Delta, die voor de dijkverbetering wellicht uitgebreid wordt met Schieland en Krimpenerwaard. Waar richt die samenwerking zich op? We gaan in de dijkverbetering afspraken maken over coördinatie en afstemming van aanbestedingen, het benutten van ons personeel en specialisten. Provincie Zuid- Holland voerde tot dusverre de muskusrattenbestrijding in eigen beheer uit. We gaan die overnemen voor een deel van de provincie. Daarnaast voert Rivierenland de bestrijding uit voor de waterschappen Vallei & Eem, Veluwe en voor Rijn en IJssel. Dat wordt een werkpakket voor zo n honderd medewerkers, een veel efficiëntere manier van organiseren. Ons laboratorium hebben wij ingebracht bij Aquon: de nieuwe laboratoriumorganisatie die voor negen waterschappen dit werk gaat doen (zie ook pagina 18, red.). We werken aan de omzetting van de traditionele rwzi naar een energiefabriek. We stemmen landelijk af wie welke experimenten in dit verband uitvoert. Maar de 25 waterschappen die er nu zijn, hebben ook structurele verschillen. Regge en Dinkel heeft bijvoorbeeld veel minder dijken en is sterk gericht op ecologiseren. In het rivierengebied staat de veiligheid voorop. Ik ben verhuisd van Enschede naar Culemborg en merk daar de eigen geschiedenis van deze streek, met zijn dijken, forten en de Diefdijk als onderdeel van de Hollandse Waterlinie. Wat zijn hier de grote projecten voor Ruimte voor de Rivier? Belangrijk is het project Munnikenland bij slot Loevestein. Daar wordt als alternatief van dijkverhoging een rivierkom hersteld, met een behoorlijke waterstandsverlaging tot gevolg. We combineren dat met natuurontwikkeling en herstel van de recreatieve en cultuurhistorische waarde van Loevestein, met bezoekers per jaar een belangrijke trekpleister. Een ander belangrijk project is de dijkverlegging bij Lent, bij Nijmegen: een nieuwe 6 H 2 O /

7 interview kade in Nijmegen die een nieuwe uitstraling en beleving moet krijgen, een nieuwe brug over de Waal en bij Lent een eiland in de rivier. Lukt het om daar woningbouw te ontwikkelen, om de mensen voldoende gevoel van veiligheid te geven? De dijkverlegging leidt daar tot meer veiligheid in Nederland, maar onder aanvoering van de gemeente ook tot een gebiedsontwikkeling met mogelijkheden op meerdere terreinen. Vindt u bij een grotere gemeente als Nijmegen voldoende weerklank voor het waterschapswerk? Een gemeentebestuur heeft natuurlijk een veel breder takenpakket, waarvan water maar een deel uitmaakt. Contact waar nodig, is geen punt. Maar soms nemen ze het waterschap te laat mee in het proces en maken daardoor missers in de ontwikkeling. De burgemeester van Nijmegen komt binnenkort als voorzitter van de veiligheidsregio op bezoek. De autoriteit van het waterschap in de dijken en dus de veiligheid bij hoogwater staan als een huis. Als dijkgraaf heb ik te maken met 38 gemeenten en vier provincies. Met Utrecht betreft het contact alleen Vianen. Met de drie andere provincies hebben we afzonderlijk overleg over onder meer natuur- en plattelandsontwikkeling en de rol die het waterschap daarbij kan spelen. Onder druk van de bezuinigingen is een belangrijke vraag: Hoe gaan wij verder met de ecologische hoofdstructuur? Kunnen we beter aanscherpen wat in verband met de biodiversiteit een noodzakelijke ecologische hoofdstructuur is en wat niet, zodat minder hectares nodig zijn? Wie gaat deze gebieden straks beheren en blijft dit beheer betaalbaar? Samen met natuurbeheerders en LTO bieden we de provincie een manifest aan om antwoord op die vragen te krijgen. Verwacht u dat Rivierenland met een ander waterschap gaat fuseren? Rivierenland ontstond uit een fusie van zeven waterschappen en is inmiddels robuust qua omvang van het gebied en organisatie. Samenvoegen met andere waterschappen zie ik de komende jaren niet gebeuren, samenwerken wel. Primair dus met een krachtige collega: Hollandse Delta dat in het stroomgebied langs onze rivieren ligt. Naast wat ik al vertelde, gaan we naar één afdeling handhaving toe. We kijken nog naar andere mogelijkheden om samen slimmer en efficiënter te werken. Als je kijkt naar andere waterschappen, dan zie je dat plannen tot fusie vooral gebaseerd zijn op verhoging van de efficiëntie en op het verlagen van de kwetsbaarheid van de organisatie, bijvoorbeeld ten aanzien van specialismen. Hier speelt dat niet. Zijn er ontwikkelingen op het gebied van de afvalwaterzuivering? Al langer kijken we met de gemeenten één op één naar mogelijkheden tot samenwerking. Dat doen we nu in regioverband. Mogelijk kunnen we taken overnemen of kunnen gemeenten taken samenvoegen. Ik denk aan het beheer van rioolgemalen en peilbuizen. Rivierenland heeft relatief veel kleine rwzi s. We willen graag naar minder rwzi s toe, maar de vele grote wateren zijn barrières die verdere samenvoeging vaak kostbaar maken. De rwzi Nijmegen draait inmiddels energieneutraal. Op dat vlak zijn we één van de koplopers in Nederland. Kunt u wat over uw levensloop vertellen? Ik ben in 1967 geboren in Appingedam en daar ook opgegroeid. Van 1985 tot 1993 studeerde ik aan de Universiteit Twente technische bedrijfskunde. Naast mijn studie deed ik veel andere dingen. Ik zat bijvoorbeeld in het bestuur van de Campusuniversiteit. En ik heb in die tijd mijn vrouw leren kennen. Van 1993 tot 1996 werkte ik aan de Universiteit Twente als docent HRM en als projectleider. Bijvoorbeeld voor de invoering bij bedrijven van het werken met zelfsturende teams, een vorm van participatie van medewerkers die verder gaat dan de standaard. Was dat geen hype in die jaren? Je ziet dat de naam van zo n manier van werken telkens verandert, maar een hype was het zeker niet. Ook nu lees je berichten over het werken met professionele teams, die vergaande bevoegdheden hebben, tot en met het vaststellen van de beloningshoogte van de medewerkers toe. Over het Slotervaart Ziekenhuis in Amsterdam las ik dat dezer dagen. In 1996 stapte ik over naar een adviesbureau in de zorg, dat opdrachten verrichtte voor koepels van instellingen voor ouderen-, gehandicapten-, verslavingszorg, etc en voor het ministerie. Maar ook onderzoeken voor de Ziekenfondsraad, bijvoorbeeld naar de eigen bijdrage die instellingen voor chronisch zieken hanteren. Allemaal overheidsgesubsidieerde sectoren, maar toch verschillend qua rechten en kosten voor de cliënten. De mogelijkheid van het inzetten van zelfsturende teams in de ouderenzorg was mijn vroegere onderzoeksproject. Vanaf 1994 nam ik zitting in de gemeenteraad van Enschede, voor de PvdA. In 1998 werd ik fractievoorzitter en in 2001 ben ik na de vuurwerkramp een aftredende wethouder opgevolgd. Wat voor portefeuille had u? Mijn portefeuille betrof de stedelijke ontwikkeling, inclusief woningbouw, beheer openbare ruimte en herstructurering. Later is daar Cultuur bijgekomen. Hoofdproject was de wederopbouw van Roombeek: 60 hectare stedelijk gebied. De gemeente heeft daar veel ruimte gecreëerd voor particulier initiatief. Honderden mensen hebben hun eigen huis kunnen ontwerpen. Enschede heeft de rivier de Roombeek zelfs weer bovengronds gebracht over een afstand van elf kilometer, een idee van een oude inwoner (zie H 2 O nr. 22 uit 2008). Ik was ook landelijk actief, ik zat in het Bestuur van de VNG, toen voorgezeten door Wim Deetman. Ik was voorzitter van de Commissie Ruimte en Wonen. Onze zorg was vooral dat het Rijk niet te veel onuitvoerbare regelgeving bedenkt. Zo hebben we meegedacht over de nieuwe Wet Ruimtelijke ordening, de WABO en de rol van de corporaties, etc. Toen ik negen jaar wethouder was geweest, heb ik op deze vacature gesolliciteerd en ben ik benoemd. Mist u de gemeentelijke hectiek? Bij een gemeente is je aandachtsveld breder, hier is het gebied groter. Een gemeentebestuur staat erg onder druk van incidenten en de media. Hier gaat het om lange termijn en beheer. Het vertrouwen van het Rijk nu waarmaken Ik heb ook enkele nevenfuncties die inhoudelijk een relatie hebben met mijn wethoudersperiode. Voor minister Donner ben ik ambassadeur particulier opdrachtgeverschap. Dat is iemand die wethouders motiveert om ruimte voor particuliere woningbouw toe te laten. Men is bang voor Belgische toestanden, een rommelig eindbeeld dus, maar er is een omslag gaande. Samen met ons expertteam beginnen gemeenten in te zien dat er uit zelfbouw ook iets moois kan ontstaan. Huizen waar de energie vanaf straalt en een gevarieerde prettige wijk. Verder ben ik bijvoorbeeld lid van de Raad van Toezicht van een woningbouwcorporatie in Nijmegen. Wat is uw ambitie in het rivierengebied? De waterschappen moeten de komende jaren voor miljarden de dijken versterken. Vroeger deed het Rijk dat zelf, nu laat het dit aan ons over. Die taakstelling moeten we waarmaken en Rivierenland wil daarin vooroplopen. We moeten samen ervaring uitbouwen, anders met de markt omgaan. De wijze van aanbesteden kan moderner, de risicobeheersing, het inschakelen van aannemers en het inzetten van specialisten. Laatst hebben we alle landelijke hoofdrolspelers van de verschillende overheden en de markt hier uitgenodigd. Dat bleek uniek te zijn: de sector was nog nooit zo bij elkaar geweest. We kunnen leren van elkaar en van alle ervaring die Rijkswaterstaat opdeed in de droge sector, bijvoorbeeld bij de verbreding van de A2. Over vijf jaar wil ik kunnen zeggen dat we het vertrouwen dat het Rijk nu in ons stelt, hebben waargemaakt zonder dat er financieel een tweede Betuwelijn is ontstaan... Maarten Gast H 2 O /

8 De waarde van een gemeentelijk grondwatermeetnet Door verandering in wetgeving is nu ook grondwaterzorgplicht een taak van de gemeente. Dat betekent nogal wat. Bovendien neemt de drukte in de ondergrond toe door de groei van het aantal grondwatergebruikers, vooral in grote steden. Ondergrondse belangen hebben steeds meer invloed op de ruimtelijke ordening bovengronds. De grondwaterstand kan ook een randvoorwaarde zijn voor functieveranderingen of uitbreiding van het stedelijk gebied. Dit alles vraagt om inzicht en kennis en expertise van grondwater binnen een gemeente. Een grondwatermeetnet kan daarbij helpen. Zo n grondwatermeetnet is een gereedschap om inzicht te krijgen in het grondwatersysteem. Door metingen van grondwaterstanden begrijpen we wat er gebeurt in de bodem. Waar een thermometer een indicatie geeft van de gezondheid van een mens, geeft een peilbuis inzicht in de toestand van het grondwater. Een enkele meting op één locatie zegt weinig. Meerdere metingen op meerdere locaties zijn nodig. Het gaat om de ruimtelijke verschillen en de veranderingen in de tijd. Het doel van een meetnet en de feiten die je wilt waarnemen, hangen af van de lokale thema s: wat speelt er, hoeveel inzicht is er al, zijn er al meetdata beschikbaar? Als grondwateroverlast dreigt, is het nodig freatische grondwaterstanden te bepalen. De aanwezigheid van bodemverontreinigingen vraagt inzicht in de kwaliteit van het grondwater. Als het druk is in de ondergrond (door verschillende onttrekkingen ten behoeve van drink- of proceswater of energie-opslag) is het zaak veranderingen in grondwaterstanden te volgen. Dit geldt ook voor het monitoren van de effectiviteit van maatregelen in het watersysteem, zoals infiltratievoorzieningen of drainage. Een grondwatermeetnet kan ook gegevens leveren om de voorspelling van een grondwatermodel te verbeteren. Het modelleren van stedelijk grondwater is zeer complex, want er gelden andere randvoorwaarden dan in landelijk gebied. Belangrijk is de gegevens eerst te valideren, vooraleer het model hiermee te ijken. Verschillen tussen berekeningen en metingen geven een indicatie van de kwaliteit van het model. Ook al geeft een modelstudie meer inzicht, bijvoorbeeld door vlakdekkende grondwaterbeelden, het is cruciaal om over meetdata te beschikken. Daarentegen vergt het opstellen van een grondwatermodel grote inspanningen en is dit niet altijd nodig. Eerst denken, dan doen, is ook nu het devies. Meet alleen daar de grondwaterstand waar het nodig en nuttig is, afhankelijk van de aanwezige belangen, thema s en maatregelen (sanering, beperken grondwateroverlast, enzovoorts). Het verzamelen van grondwaterdata kan op verschillende manieren: frequent handmatig meten of gebruik maken van apparatuur die grondwaterstanden automatisch meet. Een combinatie van Afb. 1: Grondwater in het stedelijk gebied. 8 H 2 O /

9 *thema achtergrond Afb. 2: Overzichtskaart van een grondwatermeetnet. beide is ook mogelijk, ter controle of ijking van apparatuur. Welke methode de voorkeur verdient, hangt af van doel, omvang en dichtheid van het meetnet en van de grootte van de gemeente. Wat wijsheid is, is te bepalen met een analyse van de kosten en baten van beide opties. De kosten van automatische grondwatermetingen zijn veelal lager dan van frequente handmetingen door een veldwerkploeg. Grafieken van meetdata geven snel inzicht in het verloop van de grondwaterstand. Ook is het een optie dat gemeenten via internet data beschikbaar stellen voor burgers of andere belanghebbende partijen, bijvoorbeeld als onderdeel van een digitaal waterof omgevingsloket. Het belangrijkste is dat het grondwatermeetnet inzicht geeft, beslissingen onderbouwt en voorts noodzaak en effect van maatregelen laat zien. Arjan van t Zelfde (DHV) Afb. 3: Weergave in grafiekvorm van grondwatermeetdata. H 2 O /

10 Het ontsluiten van databanken met GIS We zijn er inmiddels aan gewend dat eindeloos veel gegevens over de wereld beschikbaar komen via het internet. Niet iedereen beseft echter wat allemaal mogelijk is met deze gegevens. In dit artikel wordt ingegaan op het combineren van en rekenen met ruimtelijke datasets, in het bijzonder in de wereld van het water, via GIS-modellen. Op deze wijze kunnen zeer interessante en nuttige inzichten worden verkregen op vele uiteenlopende werkgebieden. Een voorbeeld is de risicokaart grondwateroverlast. De tendens is dat steeds meer gegevens openbaar worden gemaakt en ruimtelijk gepresenteerd op kaarten. Voorbeelden hiervan zijn satellietbeelden via Google Maps en ESA, neerslagdata via Buienradar, bodem en grondwatergegevens via het BRO (opvolger te bewerken om een gerichte vraag te beantwoorden. Zowel vector- als rastergegevens zijn in GIS-modellen te gebruiken. Een krachtige toepassing hierbij is het rekenen met kaarten. Zoals met getallen kan worden gerekend, kan dit ook met kaarten. In afbeelding 2 is schematisch een rasterbere- om de meest waarschijnlijke stroombanen van hemelwater in kaart te brengen. In GIS kan dit via een aantal stappen gedaan worden. Eerst moet voor elke cel in een raster bepaald worden welke van de omringende cellen de laagste is. Dit resulteert in een stroomrichtingenkaart, waarin de waarde van elke cel de Google Maps ESA satellietbeelden Buienradar Kadaster Afb. 1: Voorbeelden van ruimtelijke informatie op verschillende schalen. DINOloket), hoogtegegevens via het AHN, enqûeteresultaten, sociaal geografische gegevens via het kadaster en nog veel meer data welke via allerlei openbare online portals worden ontsloten (zie afbeelding 1). De data worden op verschillende manieren en in uiteenlopende formaten aangeboden. Rekenen met kaarten Een geografisch informatiesysteem (GIS) biedt de mogelijkheid deze data te combineren en kening weergegeven die in een GIS-model kan worden uitgevoerd. Een rasterkaart is in feite in grote matrix met getalwaarden. Een voorbeeld van een complexere berekening met kaarten is het bepalen van oppervlakkige afstroming in gemeentelijk gebied (zie afbeelding 2). Een digitaal hoogtebestand (AHN) kan de basis vormen voor het bepalen van gebieden met potentiële wateroverlast bij extreme neerslag of slecht functionerende riolen. Hierbij is de uitdaging richting aangeeft van de laagste naburige cel. Dit raster kan vervolgens gebruikt worden om voor elke cel te bepalen hoeveel bovenliggende cellen op een cel afwateren. Het resultaat is een nieuw raster, waaruit zowel stroomgebieden als stroombanen afgeleid kunnen worden. Combinatie met een topografische-, kadastrale- of landgebruikskaart kan voor belanghebbenden de basis vormen voor het treffen van (preventieve) maatregelen (zie afbeelding 3). Afb. 2: Een rasterberekening werkt net als een matrixberekening. 10 H 2 O /

11 *thema achtergrond Risicokaart grondwateroverlast Volgens de Waterwet dienen gemeenten toe te zien op het beperken van nadelige effecten van structureel hoge en lage grondwaterstanden. Hiertoe wordt in veel gemeenten een grondwatermeetnet aangelegd. Zo n meetnet bestaat uit een netwerk van peilbuizen waarin met meetapparatuur een beeld wordt gevormd van de grondwaterstanden en -stromingen. Een dergelijk meetnet is een belangrijke stap om globale aandachtsgebieden in kaart te kunnen brengen. Het risico op grondwateroverlast of -onderlast is echter nog afhankelijk van veel meer locatiespecifieke factoren over de kwetsbaarheid van bebouwing, de bodemopbouw en het hydrologische systeem in het gebied. Het risico op overlast en onderlast wordt bepaald door de kans op een hoge/lage grondwaterstand te vergelijken met de gevolgen daarvan voor de (bebouwde) omgeving. Door middel van een GIS-analyse kan worden bepaald in welke gebieden sprake is van een hoge/lage grondwaterstand (kans) en in welke gebieden dit tot overlast dan wel onderlast kan leiden (gevolg). Zoals beschreven zijn er meerdere factoren die de kans op grondwateroverlast bepalen. Tevens bestaan verschillende factoren die de gevolgen van dergelijk overlast bepalen. Aan elke factor kan door een expert een bepaald gewicht worden toebedeeld, zodat uiteindelijk het risico op grondwateroverlast kan worden uitgerekend. Afbeelding 4 illustreert hoe de risicoberekening in een GIS-model kan worden ingevuld. Afb. 3: Oppervlakkige afstroming en de gevolgen daarvan. Alle gebruikte GIS-data moet onderworpen worden aan een grondige validatie. Op dit moment zijn veel data vrij verkrijgbaar. Het is belangrijk niet zomaar data te gebruiken, maar eerst te controleren of deze betrouwbaar zijn. Overheden eisen bijvoorbeeld van opdrachtnemers dat geo-informatie uit Basisregistraties (zoals BRO en binnenkort BGT (zie de rubriek Platform) wordt gebruikt. Ook op Europees niveau moet geo-informatie voldoen aan de richtlijnen van Inspire. In wateronderzoeken via een GIS-model wordt gebruik gemaakt van veel soorten data. Door gegevens te combineren van bijvoorbeeld de ondergrond, neerslag, waterstanden in verschillende waterlichamen en gegevens over gebruiksfuncties kunnen sterke beslissingondersteunende gebiedsanalyses worden uitgevoerd via GIS-modellen. Op deze wijze zijn deze modellen voor een groot scala aan onderzoeken te gebruiken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het bepalen van het risico op opbarsting door de kwelsituatie en de bodemopbouw te vergelijken (zie afbeelding 5), het bepalen van de meest geschikte locatie voor nieuwe meetpunten (zie afbeelding 6) en het afkoppelen van hemelwater op basis van de eigenschappen van grondgebruik en bebouwing (plat of schuin dak) en de nabijheid van oppervlaktewater. Met het oog op de beschikbaar komende basisadministraties, zoals de BRO (Basisadministratie Ondergrond) en de BGT (Basisadministratie Grootschalige Basiskaart), wordt het aantal mogelijke toepassingen alleen maar groter. De watersector zal hier zeker zijn voordeel mee kunnen doen. Afb. 5: Risico op opbarsten, gemodelleerd via GIS. Afb. 6: De beste meetpuntlocaties bepaald via GIS voor een gebiedsdekkend meetnet. Wisse Beets en Dirk Jan Oostwoud Wijdenes (Wareco Ingenieurs) Afb. 4: De risicofunctie ingevuld. Kans Hier worden beschikbare gegevens verzameld en geindexeerd welke invloed hebben op de kans op een hoge grondwaterstand. Dit is onder andere informatie uit het meetnet en over de bodemopbouw van het onderzoeksgebied. Gevolg Hier worden beschikbare gegevens verzameld en geindexeerd die invloed hebben op de gevolgen op een hoge grondwaterstand. Dit is voornamelijk informatie over kwetsbaarheid en gevoeligheid van het onderzoeksgebied. Risico Er wordt een GIS-model gebouwd om alle beschikbare informatie te vertalen naar een risicokaart. Op deze kaart valt af te lezen waar het risico op grondwateroverlast het grootst is. Dit is een krachtige kaart met een sterke beslissingondersteunende functie. H 2 O /

12 Gevolgen open mijnbouw en energieproductie voor grondwater in Roemenië Een consortium van Nederlandse en Roemeense partijen heeft in een verkenning uitgevoerd naar de gevolgen van bruinkoolwinning via open mijnbouw en energieproductie op het bodem- en grondwatersysteem in het zuidwesten van Roemenië. Bruinkool wordt gebruikt voor de energieproductie. Bij de verbranding blijven grote hoeveelheden assen en slakken over die worden opgeslagen in bovengrondse opslagbekkens. In totaal gaat het om meer dan 100 miljoen kubieke meter. De winning van de bruinkool en de opslag van het restmateriaal kosten veel water en zorgen voor een grote milieubelasting. Aan de andere kant leveren de mijnen en centrales werkgelegenheid op. Door het consortium zijn diverse mogelijke oplossingen aangedragen om de transitie naar een geringere milieubelasting en uiteindelijk een duurzame gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. Net als andere EU-lidstaten is Roemenië verplicht invulling te geven aan de Kaderrichtlijn Water en de Grondwaterrichtlijn. Roemenië heeft zijn grondgebied ten behoeve van het waterbeheer ingedeeld in elf deelstroomgebieden. In het zuidwesten ligt het stroomgebied van de Jiu dat circa km 2 beslaat en 1,64 miljoen inwoners telt. De Jiu ontspringt in de zuidwestelijke Karpaten met brongebieden tot boven 2000 meter en komt uiteindelijk uit in de Donau. In het stroomgebied liggen enkele stedelijke agglomeraties zoals Craiova, Drobeta-Turnu Severin en Târgu Jiu, naast vele kleinere agglomeraties (zie kaart). De regio staat bekend om de grootschalige mijnbouw, die omstreeks 1957 begon, en energieproductie. In de omgeving van Rovinari domineert de winning van bruinkool. In circa 80 procent van de gevallen betreft het open mijnbouw. De Roemeense overheid beseft dat de huidige vorm van mijnbouw en energieproductie op de lange termijn niet duurzaam is en is voorzichtig bezig deze sectoren te herstructureren. Het uiteindelijke doel is een transitie naar duurzamer landgebruik, maar men worstelt met de grote erfenis van milieuvervuiling uit het verleden. In 2008 is Bodem+ gevraagd een verkenning uit te voeren naar de milieuproblemen in de regio. Het Roemeense ministerie van Milieu was vooral bezorgd over de aanwezigheid van asdepots met verhoogde radioactiviteit (inclusief uitlogend grondwater met verhoogde radioactiviteit). Naast een inventarisatie is aan het consortium ook gevraagd met mogelijke oplossingen te komen voor de regio. Aanpak In 2009 is in opdracht van Agentschap NL- Bodem+ begonnen met het G2G-project Geïntegreerde oplossingen voor bodem- en waterproblemen. Hiervoor is een consortium gevormd, bestaande uit Deltares, Grontmij, SG Consultancy and Mediation en BDG uit Roemenië. Van Roemeense zijde waren Apele Romane (district Jiu) en het Roemeense Afb. 1: Ligging van het stroomgebied Jiu binnen Roemenië en de belangrijkste mijngebieden en energiecentrales. ministerie van Milieu bij het project betrokken. In 2009 en 2010 zijn missies uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in de problemen in het stroomgebied. Tijdens die missies is informatie verzameld middels veldbezoeken en overleg met relevante partijen. Quick scan en dataverzameling Voor het ontgraven van de bruinkoollagen (één tot acht meter dik) worden open putten gegraven, waarvan sommige 100 meter diep zijn. Om bij de bruinkool te komen, wordt veel zand afgegraven en bijeengebracht in steriele depots. De totale omvang aan steriele depots bedraagt 3,1 miljoen kubieke meter en beslaat een oppervlakte van hectare. Om de mijnbouwputten voldoende te ontwateren, wordt veel grondwater onttrokken (per mijn variërend van tientallen tot honderd miljoen kubieke meter per jaar). De bruinkool wordt per trein naar de energiecentrales getransporteerd, alwaar het wordt verbrand. Voor het transport wordt het materiaal vermengd met water en vervolgens verpompt naar een depot. Hierbij worden grote hoeveelheden water gebruikt, dat daarbij vervuild raakt. Daarnaast veroorzaken de asdepots landschappelijke schade (kades zijn 30 tot 50 meter hoog) en kunnen kades doorbreken (zoals bij Turceni in de jaren 80). Bevindingen De vliegasdepots veroorzaken lucht- en watervervuiling door fijnstof en uitspoeling van sulfaat. De situatie rond zware metalen is onvoldoende bekend; er mag verwacht worden dat deze gebonden blijven aan de vliegas. Volgens onderzoeken door Roemeniërs, die tijdens het project door de autoriteiten voor het eerst gepubliceerd zijn, is geen sprake van risico s door verhoogde radioactiviteit. Deze openheid is te beschouwen als een bijzonder resultaat van het project. Voor het ontgraven van de bruinkool zijn forse grondwateronttrekkingen nodig. Dit leidt tot grondwaterstandsdalingen in de omgeving (tot wel 15 km afstand) van een open mijn. De effecten hiervan op mens en natuur zijn nog nauwelijks in kaart gebracht; 12 H 2 O /

13 *thema achtergrond structurele compensatieprogramma s zijn dan ook niet aanwezig. Wel worden dorpen - wanneer drinkwaterputten zijn drooggevallen - gecompenseerd door deze aan te sluiten op het drinkwaternet. Een mogelijke vervuiling van de bodem als gevolg van emissies uit de bruinkoolcentrales is nog onvoldoende in kaart gebracht. Samenwerking tussen Roemeense en Nederlandse onderzoeksinstellingen op dit gebied is een aanbeveling van het project. Uitgangspunt ten aanzien van mogelijke oplossingen was het hanteren van principes die vergelijkbaar zijn met het Nederlandse bodem- en afvalbeleid (preventie, beheer en remediatie). Gelet op de kosten is remediatie 100 maal en beheer tien keer duurder dan preventie. Het zo snel mogelijk voorkomen van verdere vervuiling is dus een eerste belangrijke stap (en verplicht vanuit de Grondwaterrichtlijn: voorkom en beperk ). Aanbevelingen Op basis van deze principes zijn de volgende aanbevelingen opgesteld: Preventie Ter voorkoming van verontreinigingen is preventie een belangrijke oplossing/ maatregel. Hierbij kan gedacht worden aan het hergebruik van afvalstromen (afval = grondstof). Innovatieve technieken zoals slibversterking zijn wellicht mogelijk na opwaardering. Deze techniek is nieuw en nog onvoldoende uitgetest, maar kan een interessante vorm van hergebruik zijn (aanleg en versterking wegen en dijken met behulp van vliegas). Milieutechnische maatregelen (droge in plaats van natte slurrymethode) zullen leiden tot een aanzienlijke reductie van waterverbruik en daardoor ook van vervuiling van grondwater. Beheer Het is wenselijk dat er een databank komt van de opslagdepots, waarin kenmerken (eigenaar, oppervlak en volume) en de Vliegasdepots naast de energiecentrale ROMAG-Termo. Grondwateronttrekking bij de energiecentrale Rovinari. milieurelevante informatie (aard vervuiling, monitoring, effecten op gebruiksfuncties, mogelijkheden voor hergebruik, kosten) worden verzameld en ingevuld. Momenteel zijn mijnbouwbedrijven verplicht om te investeren in een ecologisch rehabilitatieprogramma om open mijngebieden weer zodanig in te richten dat land- of bosbouw mogelijk is. Onvoldoende in beeld is de mogelijkheid voor een andere inrichting te kiezen of andere economische functies toe te staan. Veel mijnbouwgebieden liggen in de nabijheid van een rivierdal, dergelijke gebieden kunnen ook omgevormd worden tot wetlands. Belangrijke voordelen daarvan zijn onder andere: habitatvorming als bijdrage aan het behalen van Natura 2000-doelen, natuurlijke zuiverende werking en landschappelijke kwaliteitsverbetering. Aanbevolen wordt de mogelijkheden hiertoe te verkennen met belanghebbenden in de regio. Remediatie Sediment uit de bezinkingsbassins (aangelegd om de belasting op de rivier de Jiu te verminderen) is te gebruiken als basis voor een leeflaag op de vliegasdepots. Deze kan vervolgens worden herbeplant. De droge slibmethode leidt tot een compacte laag, waardoor minder water infiltreert en grondwatervervuiling vermindert. Op bepaalde locaties leidt grondwatervervuiling vanuit de depots tot vervuiling van drinkwaterputten in de dorpen. Hier kan actieve onttrekking worden toegepast om de vervuiling af te vangen. Actieve schermen zijn daarbij wellicht ook een alternatief. Conclusie Ondanks de beperkte middelen is veel bereikt voor de Roemeense partijen. Ook is de samenwerking tussen Nederland en Roemenië op relevante beleidsterreinen versterkt. Een kant-en-klare oplosssing voor de ingewikkelde problemen is nog niet beschikbaar. Richting de Roemeense overheid en het bedrijfsleven is echter aangetoond dat Nederland over voldoende expertise beschikt voor dergelijke projecten. Enkele Nederlandse partijen zijn inmiddels betrokken geraakt bij concrete vervolgtrajecten. Remco van Ek (Deltares) Ebel Smidt (SG Consultancy and mediation) Frank Vliegenthart (Grontmij) Ton Honders (Agentschap NL-Bodem+) NOOT * Agentschap NL-Bodem+ en ISSWAP-consortium (2010). The pathways to solutions. Final workshop and report. H 2 O /

14 A.Hak en Tjaden: sterk duo in watervoorziening en waterbeheer Sinds kort opereert Tjaden onder de vleugels van A.Hak. Door deze stap heeft A.Hak haar specialisme in de bouw en inrichting van waterpompstations uitgebreid met onder meer boringen en bemalingen. Tjaden boort naar grondwater tot een diepte van 450 meter. Bemalingen worden toegepast bij de bouw van civiele kunstwerken, kelders en andere diepe bouwputten, alsook bij het graven van sleuven voor leidingen en kabels. Ook houdt Tjaden zich bezig met retourbemalingen. Daarvoor hebben we een geheel eigen adviesafdeling. 14 H 2 O /

15 actualiteit Natuurvriendelijke oevers krijgen meer waarde met standplaatsbenadering De aanleg van natuurvriendelijke oevers wordt in de KRW-stroomgebiedsbeheerplannen veel genoemd als maatregel om de waterkwaliteit te verbeteren. Dit was voor STOWA de aanleiding voor het uitbrengen van een handreiking voor de aanleg van deze oevers. In het boekje staat de ecologische omgeving van de oever centraal. De verwachting is dat met de aangereikte methode meer vitale oevers kunnen worden aangelegd die zorgen voor hogere natuurwaarden en een betere waterkwaliteit. STOWA presenteert de handreiking op 19 september tijdens de themadag Natuurvriendelijke oevers; ecologisch succes en uitvoering in Driebergen. In de komende jaren gaan de waterschappen vele honderden kilometers natuurvriendelijke oevers aanleggen. De Kaderrichtlijn Water vormt hierbij een enorme impuls. De aanleg van natuurvriendelijke oevers wordt gezien als een effectieve maatregel om het ecologisch functioneren van wateren te verbeteren. Andere motieven zijn landschappelijke versterking, verbetering van de (chemische) waterkwaliteit en verdediging van de oever. Natuurvriendelijke oevers worden echter vaak uniform aangelegd met weinig concrete doelstellingen en soms een erg laag natuurrendement. Het rendement voor de KRW kan hoger en ook andere natuurwaarden kunnen meeliften. Om de beschikbare ruimte van een natuurvriendelijke oever optimaal in te richten en te beheren ten behoeve van flora en fauna, is kennis nodig over vegetatieontwikkeling in relatie tot waterkwaliteit, bodem en hydrologie, oftewel kennis over de standplaats van de oever. Deze kennis is in de nieuwe handreiking over natuurvriendelijke oevers met behulp van enkele praktische instrumenten toegankelijk gemaakt. De handreiking is gericht op de oevers van regionale wateren en vooral de stagnante typen (M-typen in KRW-jargon). Het overgrote deel van natuurvriendelijke oevers wordt in dit type wateren aangelegd. Voor de stromende wateren is de natuurvriendelijke oever met name voor de bovenlopen toepasbaar. Midden- en benedenlopen van stromende wateren, en ook getijdenwateren, komen niet in de handreiking voor; daar spelen specifieke processen in de oever. In de handreiking staan drie doelen centraal: verhoging van aquatische natuurwaarden, versterking van de overige natuurwaarden in de oever (terrestrische vegetatie, vogels, amfibieën, zoogdieren, insecten) en verbetering van de chemische waterkwaliteit. aquatische zone amfibische zone terrestrische zone geschiktheid bodem (toxines, slib) buffering doorzicht / vertroebeling kwel / wegzijging saliniteit bodem peilbeheer bodemtype saliniteit oppervlaktewater vermesting kwel / wegzijging stroming Vermesting bodem buffering oppervlaktewater in drie zones: een aquatische, amfibische en terrestrische zone. Dit zijn respectievelijk de zone onder de laagwaterlijn, de droogvallende of permanent zeer ondiepe zone en de zone boven de hoogwaterlijn die nog onder invloed van grondwater staat (zie afbeelding 1). De meest belangrijke factoren die de omgeving van deze zones typeren, zijn in de tabel weergegeven. De toegevoegde waarde van een oever voor het aangrenzende water ligt vooral in de aquatische en amfibische zone. In de handleiding is echter bewust even veel aandacht besteed aan de terrestrische zone. Hier liggen vaak mogelijkheden voor bijzondere natuurwaarden; ontwikkeling van deze zone sluit beter aan op de natuur in de omgeving, iets wat tot nu toe nog te weinig gebeurt. Afb. 1. Overzicht van de meest bepalende omgevingsfactoren per oeverzone. Hoogwaterlijn Laagwaterlijn De locatiesleutel Voor wie een natuurvriendelijke oever wil aanleggen en op zoek is naar de meest geschikte locatie(s) voor het verhogen van natuurwaarden of voor de aanleg van een zuiverende oever (verbetering chemische waterkwaliteit), is de locatiesleutel een nuttig instrument. Aan de hand van een reeks standplaatsfactoren (waaronder bodemtype, de toestand van de waterbodem, doorzicht en buffercapaciteit) en omgevingsfactoren (zoals schaduw, de aanwezigheid van watervogels, gebruik van de aangrenzende grond en gebruiksfuncties van het water) krijgt een oeverlocatie een score toegekend. Hoe hoger de score des te hoger de kansrijkdom voor natuur en/of effectieve zuivering in de oever. Uiteraard maakt elke ecoloog een eigen afweging bij de selectie van oeverlocaties en spelen ook andere Zicht op de omgeving De nat-drooggradiënt is de sterkste gradiënt van de oever. Daarom is de oever ingedeeld Aquatische zone Amfibische zone Terrestrische zone H 2 O /

16 OEVER 1 Bodem ongeschikt 1 Bodem geschikt 2 Beperkt zicht 2 Voldoende zicht 3 Algen/kroos 3 Fysische vertoebeling aspecten, zoals de mogelijkheid tot grondverwerving een rol. De locatiesleutel maakt de ecologische overwegingen voor selectie van oevers expliciet. Standplaatssleutel De standplaatssleutel vormt het hart van de handreiking. Voor elk van de drie zones kan een determinatiesleutel worden doorlopen. Voor de aquatische zone zijn elf en voor de amfibische en de terrestrische zone zijn beide zeven verschillende standplaatstypen onderscheiden. De 25 verschillende standplaatsen omvatten een groot deel van alle lage vegetaties die in Nederland voorkomen; in de beschrijvingen is er vanuit gegaan dat successie naar bos en struweel wordt tegengegaan. De factoren die de standplaats typeren van de aquatische zone, zijn in de tabel weergegeven. Om de standplaats vast te kunnen stellen en een gericht beheer te kunnen voeren, dient een reeks van standplaatsfactoren in beeld te zijn. In de handleiding zijn de factoren aangeduid die in ieder geval in beeld moeten worden gebracht en is aangegeven van welke andere factoren dit wenselijk is. Aan ieder standplaatstype is een ontwikkelingstraject gekoppeld. Hierin is de standplaats gedetailleerd beschreven evenals de bijbehorende sturende processen. Op basis van deze typering is aangegeven welke vegetatietypen ontwikkeld kunnen worden en welke niet. Hierbij komen de taludvorm, hydrologie, onderhoud en zuivering (alleen in de amfibische ontwikkelingstrajecten) aan bod. Ten slotte worden mogelijkheden aangegeven om de standplaats te ontwikkelen tot een ander type (zie kader hiernaast). Beheerwijzer Bij de aanleg van vrijwel alle natuurvriendelijke oevers wordt het oeverprofiel aangepast. Aanpassing kan nodig zijn, maar vaker dan gedacht vormt niet het oeverprofiel maar het beheer en onderhoud de meest beperkende factor voor de ontwikkeling van natuur. Het bespaart veel geld en moeite wanneer een 4 Brak 4 Zoet 5 Sterk brak 5 Zwak brak 6 Stromend 6 Stilstaand 7 Zuur/zwak gebufferd 7 Matig tot sterk gebufferd 8 Zuur/zwak gebufferd 8 Matig tot sterk gebufferd Afb. 2: Stroomdiagram voor het bepalen van het standplaatstype in de aquatische zone. Aqua. 1 Water met ongeschikte bodem Aqua. 2 Groen water Aqua. 3 Bruin of grijs water Aqua. 4 Sterk brak water Aqua. 5 Zwak brak water Aqua. 6 Zuur tot zacht stromend water Aqua. 7 Gebufferd stromend water Aqua. 8 Zuur water Aqua. 9 Zacht water Aqua. 10 Matig gebufferd water Aqua. 11 Sterk gebufferd water oever met aanpast beheer gaat functioneren volgens de wensen van de waterbeheerder. In de beheerwijzer wordt een reeks tips aangereikt hoe met beheer en onderhoud een waardevolle oever te ontwikkelen is. Een voorbeeld: Vaak geven ontwikkelingen in de vegetatie al aan of potenties aanwezig zijn 9 Zuur 9 Zwak gebufferd 10 Matig gebufferd 10 Sterk gebufferd voor de ontwikkeling van een gevarieerde oevervegetatie. In troebele wateren zijn dat vaak nymphaeide waterplanten, in heldere wateren ook ondergedoken waterplanten. Langs de oevers geven diep groeiende oeverplanten kansrijke plekken aan. Soms zijn er tekenen van beginnende drijftilvorming, zoals opdrijvend veen of plantenmateriaal, of oevergewassen die ver het water in groeien. Op de terrestrische oever kan vooral gelet worden op kwelindicatoren en plantensoorten die wijzen op een minder voedselrijke bodem. Bekijk of juist op deze locaties mogelijkheden bestaan om met (een ander) beheer de gewenste vegetatie te ontwikkelen. Zuivering De zuiverende werking van de natuurvriendelijke oever wordt vaak genoemd, maar zelden concreet ingezet om de (fysisch-chemische) waterkwaliteit een impuls te geven. Want wanneer is verbetering van de waterkwaliteit met behulp van natuurvriendelijke oevers kansrijk? En welke bijdrage aan de waterkwaliteit kan hiermee worden geleverd? Aan de hand van onder meer de verblijftijden van het water in de oever, het peilregime en de eventuele nalevering of binding van fosfaat wordt de kansrijkdom voor een zuiverende oever in beeld gebracht. In de handleiding worden kentallen voor het rendement van Factsheet ontwikkelingstraject aquatische zone 10: MATIG GEBUFFERD WATER AQUA. 10 Typering standplaats Matig gebufferde, stilstaande wateren met een hoge beschikbaarheid van kooldioxide in de waterlaag en een organische bodem. Vooral laagveenwateren en in mindere mate geïsoleerde wateren in kleigebieden, rivierdalen en beekdalen. Sturende processen De bodem is rijk aan organisch materiaal, maar ook ijzerrijk. Er wordt wel kooldioxide nageleverd aan de waterlaag, maar geen fosfaat. De waterlaag is voedselarm en de bodem vrij voedselrijk. Hierdoor ontstaat een welige, waterlaag vullende vegetatie Kenmerkende plantensoorten Krabbenscheer, platte fonteinkruiden, Kransvederkruid, Naaldwaterbies, Waterviolier, kranswieren, Brede waterpest, Groot blaasjeskruid, verlandingsvegetaties Inrichting en beheer Een goede waterkwaliteit is essentieel om versnelde bodemafbraak en nalevering van voedingsstoffen door de waterbodem te voorkomen. Slibophoping moet worden voorkomen, maar organische bodem met een gunstige samenstelling moet niet worden verwijderd. De productieve vegetatie moet jaarlijks geschoond worden, tenzij verlandingsvegetaties het doel zijn Verbeteren standplaats/kansrijke omstandigheden Deze standplaats is gebaat bij zo laag mogelijke sulfaatconcentraties in de waterlaag en vrij lage gehalten bic 16 H 2 O /

17 actualiteit Vitaal water Behandeld water is, ondanks alle daaraan bestede zorg, niet hetzelfde als water uit een natuurlijke bron. Ook al heeft het dezelfde chemische samenstelling, nog steeds is er waarneembaar verschil tussen de natuurlijke toestand en de toestand van water na bewerkingen als zuivering, transport of productieprocessen. Naast de chemische en bacteriologische samenstelling van water is ook de vitale toestand van water relevant voor mens en natuur, volgens advies- en ingenieursbureau DHV. Vitaal water is een extra kwaliteitsdimensie, die DHV in water ziet en in het advieswerk wil onderzoeken en toepassen. DHV kiest ervoor een zuiverende oever en de theorie van de zuiverende werking behandeld. In ontwikkeling De auteurs zijn zich er van bewust dat het tot in zulk detail toepassen van kennis uit zowel de aquatische als de terrestrische oecologie een ambitieuze stap is in het beheer van natuurvriendelijke oevers. Enerzijds biedt dit de mogelijkheid om het oeverbeheer naar een wezenlijk hoger niveau te tillen. Anderzijds zal toepassing van deze nieuwe om anders naar water te kijken en ook de meerwaarde die aandacht voor de toestand van water kan opleveren, te onderzoeken en praktisch te benutten. Omdat er nog veel onderzoek nodig is om de waargenomen verschijnselen te verklaren en toepassingen succesvol te implementeren, worden nauwe contacten onderhouden met onderzoekers en (internationale) instituten die al langer op dit gebied werkzaam zijn. In verschillende projecten zijn op deze manier al inzichten uit dit nieuwe veld vertaald naar concrete toepassingen. Resultaten hiervan zijn onder andere een betere ecologische kwaliteit van rwzieffluent, vermindering van struvietvorming benadering ook de onvolkomenheden in de handleiding blootleggen en leiden tot nieuwe ideeën en inzichten. Voor meer informatie over de genoemde themadag kunt u contact opnemen met Bas van der Wal: (033) Pim de Kwaadsteniet en Susan Sollie (Tauw) Emiel Brouwer (Bware) Bas van der Wal (STOWA) in slibverwerkingsinstallaties en een hogere belevingswaarde van water voor gebruikers en recreanten. Effecten kunnen zowel van ecologische, technische als sociaal-culturele aard zijn. Deze brede uitstraling biedt bijvoorbeeld veel mogelijkheden voor waterschappen en gemeenten om acceptatie en multifunctioneel gebruik van rwzi s te bevorderen. Op 22, 23 en 24 september houdt DHV op het hoofdkantoor in Amersfoort de eerste nationale conferentie voor de watersector over Vitaal Water. Meer informatie via of (033) zie ook pagina 20 advertentie Duurzaam beheer van grondwater Schlumberger is één van s werelds grootste dienstverleners voor de olieen gasindustrie. In de watersector opereren wij onder de naam Schlumberger Water Services (SWS). SWS biedt een compleet scala aan technologie en advies op het gebied van grondwater management. Deze geintegreerde oplossingen hebben we succesvol toegepast in de volgende werkvelden: Interpretatie van de ondergrond (seismiek, geofysische logging) Exploratie en optimalisatie grondwateronttrekkingen Ondergrondse opslag van water (Aquifer storage en recovery) Monitoring grondwaterkwantiteit en -kwaliteit Data management Grondwatermodelstudies H 2 O /

18 Het koloniegetal als alternatief voor celtellingen van cyanobacteriën Op basis van het koloniegetal kan een statistisch gemotiveerde uitspraak worden gedaan over het celgetal op grenswaarden. Tot een niveau van cellen per ml kan het aantal celtellingen c.q. biovolumebepalingen daardoor sterk worden beperkt en blijft van het totale monsteraanbod nog slechts 22 procent over voor de bewerkelijke celtelling. Aldus Jo Klaessens van StatAlike en Ernst Lo, Wim Bolkenbaas en Daan van Grinsven van Aquon: het nieuwe instituut voor wateronderzoek en advies, dat sinds afgelopen zomer het Gemeenschappelijk Waterschaps Laboratiorium, Delta Waterlab en de laboratoria van het Hoogheemraadschap van Rijnland en Waterschap Rivierenland omvat. In Nederland wordt de EU-Zwemwaterrichtlijn uitgevoerd middels het blauwalgenprotocol. Dit protocol is een voorzorgsmaatregel om recreanten te beschermen tegen intoxicatie van blauwalgen en is gebaseerd op risicogrenzen die door de VN-wereldgezondheidsorganisatie WHO zijn vastgesteld. De blauwalganalyse bestaat uit een biovolumebepaling, waarbij het celgetal wordt vermenigvuldigd met een gemiddelde waarde voor het volume. Dit is zeer arbeidsintensief en dus kostbaar. Daarbij neemt de onzekerheid van de telresultaten toe met afnemende concentratie van blauwalgen, terwijl de analysetijd toeneemt en onnodige analyses plaatsvinden. Het protocol schrijft voor dat voorafgaande aan de celtelling op vers monstermateriaal eerst het aantal toxische blauwalgsoorten in het monster moet worden bepaald. Wij hebben deze kwalitatieve bepaling uitgebreid door behalve het aantal soorten ook het aantal kolonies te tellen en deze te vergelijken met de daaropvolgende celtelling. Methode Gedurende 2010 zijn monsters van zowel zwem- als stadswater uit Limburg, Noord- Brabant en Zuid-Holland geanalyseerd op blauwalgen. Screening De eerste stap bestaat uit een kolonietelling van toxische blauwalgen op soort, waarbij een gehomogeniseerd submonster van 80 μl met behulp van een variabele volumepipet op een objectglas is gepipetteerd en afgedekt met een dekglas (24 x 55 mm). Met behulp van een conventionele microscoop is bij een vergroting van tien maal het hele submonster gescreend op het voorkomen van blauwalg, waarbij de kolonies per genus zijn geteld. Celtelling Het celgetal is vervolgens bepaald volgens NEN Hiervoor is een monster gedurende twaalf uur bij 20 C geacclimatiseerd in een klimaatkast. Uit het gehomogeniseerde monster is een submonster van μl gepipetteerd in een bezinkcuvet met behulp van een variabele volumepipet en afgedekt met een dekglas (22 x 22 mm). Het bezinkcuvet is vervolgens gedurende vier uur in de klimaatkast geplaatst bij 20 C, voor het bezinken van de blauwalgkolonies. De celtelling vond plaats op een omkeermicroscoop. Uit elk bezinkcuvet is het celgetal bepaald door een celtelling van minimaal 100 kolonies. Data-analyse Het statistische model is gebaseerd op de observatie dat het aantal cellen gedeeld door het aantal getelde kolonies van een monster een log-normale verdeling volgt. Indien deze variabele een bepaalde verdeling volgt, biedt dat de mogelijkheid tot het berekenen van betrouwbaarheidsintervallen. Het wordt mogelijk om, op basis van het vastgestelde aantal kolonies van een monster, het 95% betrouwbaarheidsinterval van het aantal cellen in het monster te bepalen. Dit wordt bepaald in de vorm van een eenzijdige grenswaarde, zodat met 95% zekerheid het aantal cellen kleiner is dan de grenswaarde. Alvorens het log-normale model te kunnen gebruiken, dient te worden aangetoond dat dit inderdaad opgaat. Dit gebeurt door eerst Afb. 2. een log-transformatie uit te voeren op de waarnemingen en vervolgens te onderzoeken of de variabele normaal verdeeld is. Hiervoor is de Kolmogorov-Smirnovtoets gebruikt. Met deze toets onderzoekt men de hypothese of de waarden een normale verdeling volgen. Dat gebeurt door de feitelijke cumulatieve verdeling van de waarnemingen te vergelijken met de theoretische verdeling. Als het verschil niet groter wordt dan een bepaalde kritieke waarde, kan de hypothese worden geaccepteerd. Voor de afzonderlijke genera is vastgesteld of de log-normale verdeling opgaat. Daarna is het celgetal per ml uit het koloniegetal voorspeld aan de hand van de éénzijdige betrouwbaarheidsinterval. Validatie Het model is gevalideerd door toetsing van de originele dataset met een tolerantie van vijf foute voorspellingen op 100 waarne- Afb. 1: Validatie per genus van gemeten (rode stip) en voorspelde waarden (groene lijn). 18 H 2 O /

19 opinie Driedimensionaal beeld van Anabaena sp. mingen. Er wordt uitgegaan van log-getransformeerde meetwaarden. Uit de validatie van het gemeten celgetal versus de voorspelde waarde blijkt een zeer goede overeenkomst met de theorie (zie afbeelding 1). De waargenomen overschrijdingspercentages variëren van 2,1 tot 5,9 procent (zie afbeelding 2). De lakmoesproef bestond uit een validatie op de monsters die gedurende 2010 geteld zijn. In de monsters kunnen meerdere genera voorkomen. De celaantallen per genus zijn volgens het voorspelde model op de totale dataset toegepast op monsterniveau, waarbij getoetst is of overschrijdingen zouden hebben plaatsgevonden. Op de totale dataset bleek dat in drie procent van de gevallen een overschrijding werd waargenomen, hetgeen ruim onder de norm van vijf procent lag. Indien men toetste op een grenswaarde van cellen per ml, werd geen enkele overschrijding geconstateerd. Discussie Het totale monsteraanbod in 2010 bestond uit 1533 monsters. Indien een interventiegrens van cellen per ml zou zijn gehanteerd, zouden hier slechts 368 (22%) celtellingen overblijven. Deze uitsluitingsmethode duurt slechts 15 minuten inclusief rapportage en levert een aanzienlijke besparing op ten opzichte van de bewerkelijke celtelling die één tot anderhalf uur duurt en kan gemiddeld binnen vier uur na binnenkomst op het laboratorium worden gerapporteerd. Dit jaar is het gebruik van fluorescentie toegestaan. Hierbij worden in situ blauwalgen gemeten, maar heeft het nadeel dat dit vals positieven kan opleveren, doordat deze methode geen onderscheid kan maken tussen toxische en niet-toxische genera. Dit probleem doet zich niet voor bij de hier beschreven alternatieve methode. Gedurende dit jaar zal deze analyse worden herhaald en vergeleken met fluorescentiemetingen. Het is verleidelijk om op basis van de uitkomsten van dit onderzoek hogere grenzen te hanteren dan cellen ml en zo een nog grotere besparing op analysekosten te bereiken. Dit wordt met klem afgeraden, omdat dan een onterecht signaal voor een volksgezondheidsrisico wordt afgegeven. Afbeelding 2 toont weliswaar aan dat met statistische zekerheid bovengrenzen kunnen worden aangegeven, maar dit impliceert ook dat 95 procent van de waarden onder deze grens liggen. Tot de interventiegrens van cellen per ml is niemand geïnteresseerd in de werkelijke waarde zolang deze maar niet hoger is. Bij waarden hoger dan cellen per ml is het statistisch model te ruw om op basis hiervan waarschuwingen te geven dan wel zwemwater te sluiten. Ernst Lo, Wim Bolkenbaas en Daan van Grinsven (Aquon) Jo Klaessens (StatAlike) Voor meer informatie: (0411) of H 2 O /

20 opinie *thema Klimaatverandering en nucleaire incidenten vragen om reanimatie lysimeters in Castricum De lysimetermetingen in Castricum zijn in 1999 gestopt en de vier lysimeters zijn in 2001 deels ontmanteld. Een recent geproduceerd overzicht van de resultaten van 59 jaar meten 1) (zie pagina 30) laat zien dat de lysimeters veel inzicht hebben opgeleverd in de hoeveelheid en kwaliteit van de grondwateraanvulling. Diverse onderzoekers dringen aan op reanimatie van de lysimeters ter voortzetting van de meetreeksen. Dat kan waardevolle inzichten opleveren in effecten van bijvoorbeeld klimaatverandering en atmosferische depositie na nucleaire incidenten. Laatstgenoemd aspect is helaas door de ramp met de kerncentrales van Fukushima weer bijzonder actueel. Ondergetekenden doen dan ook een dringend beroep op belanghebbenden - waterbedrijven, waterschappen, overheden en wetenschappelijke instituten - om een manier te vinden om de lysimeters te repareren en de waarnemingen voort te zetten. De vier lysimeters te Castricum van PWN zijn uniek in hun soort wereldwijd, qua grootte (25 bij 25 meter, met een diepte van 2,5 meter), plaatsing in kustduinen en aanwezigheid van vier verschillende begroeiingstypen. Zij kennen wel enkele structurele handicaps en recente tekortkomingen als gevolg van gebrekkig onderhoud en sloop van verzamel- en meetput (leidend tot verruiging van de begroeiing en anaerobie door te hoge grondwaterstanden). Desalniettemin achten wij de reanimatie van het in maart 2001 gesloten lysimeterstation Castricum zeer gewenst en technisch haalbaar. Het belang van de lysimeters is, in het licht van klimaatverandering en nucleaire incidenten, breder dan dat van één waterleidingbedrijf (PWN) alleen. De vier Castricumse lysimeters anno 1983, nog in topconditie verkerend (foto s: Pieter Stuyfzand). De onderzoekers hebben berekend dat reanimatie van de lysimeters eenmalig om ingrijpende werkzaamheden vraagt, die naar schatting euro zullen kosten. Daarnaast is jaarlijks circa euro nodig voor het onderhoud van de vier lysimeters en euro voor standaardmetingen, waaronder kwaliteitsmetingen van het drainagewater voor elke lysimeter (vierwekelijks) en kwaliteitsmetingen van het regenwater (tweewekelijks). Inmiddels hebben de duinwaterbedrijven PWN, Waternet en Dunea hun bereidheid uitgesproken om een bijdrage te leveren aan de onderhoudskosten en standaardmetingen. Een goed begin, maar er is meer nodig voor een herstart. Wij vragen derhalve uw suggesties, steun of bijdrage kenbaar te maken aan ondergetekenden en Dit om zeker te stellen dat de vier unieke lysimeters in Castricum ook in de toekomst een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan onderzoek naar onder andere de effecten van klimaatverandering en atmosferische depositie op de grondwatervoeding. Pieter Stuyfzand (KWR Watercycle Research Institute / VU Amsterdam) Sander de Haas (PWN) NOTEN * Stuyfzand P. en F. Rambags (2011). Hydrologie en hydrochemie van de 4 lysimeters te Castricum. Overzicht van resultaten met uitzicht op haalbaarheid van reanimatie van het lysimeterstation. KWR Watercycle Research Institute. Rapport BTO Vitaal water (2) Al vele jaren worden apparaten op de markt gebracht waarvan de fabrikanten stellen dat zij het water uit de kraan of uit een andere bron vitaliseren, zijn levensondersteunende kracht teruggeven of deze vergroten. Een gebied waar de één heilig in gelooft, dat de ander als onzin beschouwt en waar velen met een boog omheen lopen. Een gebied waarover weinig wetenschappelijke informatie bekend is. De Stichting WATER, Drager van Leven, doet een poging meer helderheid over dit (vermeende) fenomeen te verschaffen. De stichting verzorgt op zaterdag 24 september hierover een conferentie bij DHV in Amersfoort. Een dag met lezingen, demonstraties en praktijkervaringen. In de ochtend worden voordrachten gehouden door Manfred Schleyer van het Institut für Strömungswissenschaften in Herrischried (D) over life forces and water, Cees Kamp van Wetsus over Applied water physics en Iain Tronsdell van het Healing Water Institute in Nieuw-Zeeland en Engeland over het werken met flowforms. Tijdens de lunchpauze demonstreert Wolfgang Böttcher (D) waterfenomenen en toont Paul van Dijk zijn ontwerpen van flowforms. s Middags worden de resultaten getoond van een enquête onder gebruikers van vitaliseringapparatuur. Daarna vertelt een aantal gebruikers over hun ervaringen. Daarvoor hebben zich in ieder geval aangemeld: een amazone, een marathonloper, een cementmaker, een verffabrikant, een fruitteler en een veehouder. De kosten voor deelname bedragen 50 euro p.p. inclusief lunch. Aanmelden via of bij Peter Schukking (030) H 2 O /

Natuurvriendelijke oevers: mogelijkheden per standplaats. Emiel Brouwer en Pim de Kwaadsteniet

Natuurvriendelijke oevers: mogelijkheden per standplaats. Emiel Brouwer en Pim de Kwaadsteniet Natuurvriendelijke oevers: mogelijkheden per standplaats Emiel Brouwer en Pim de Kwaadsteniet Aanleiding Aanleg natuurvriendelijke oevers belangrijk in waterbeheer Bij aanleg mist vaak de relatie met de

Nadere informatie

Energie uit afvalwater

Energie uit afvalwater Energie uit afvalwater 15 november 2011 Giel Geraeds en Ad de Man Waterschapsbedrijf Limburg is een samenwerkingsverband van Waterschap Peel en Maasvallei en Waterschap Roer en Overmaas Onderwerpen Introductie

Nadere informatie

Inleiding KNAG 7 december 2012. Dijkgraaf Herman Dijk

Inleiding KNAG 7 december 2012. Dijkgraaf Herman Dijk Inleiding KNAG 7 december 2012 Dijkgraaf Herman Dijk WATERSCHAPPEN IN NEDERLAND 25 GEBIED GROOT SALLAND oppervlakte: 120.000 ha, inwoners: 360.000 26% onder zeeniveau Wanneer geen dijken/duinen: 66% regelmatig

Nadere informatie

Afvalwaterplan DAL/W 2 In vogelvlucht. Gemeente Delfzijl Gemeente Appingedam Gemeente Loppersum Waterschap Noorderzijlvest Waterschap Hunze en Aa s

Afvalwaterplan DAL/W 2 In vogelvlucht. Gemeente Delfzijl Gemeente Appingedam Gemeente Loppersum Waterschap Noorderzijlvest Waterschap Hunze en Aa s In vogelvlucht Gemeente Delfzijl Gemeente Appingedam Gemeente Loppersum Waterschap Noorderzijlvest Waterschap Hunze en Aa s watersysteem De afvalwaterketen Wij beschouwen de afvalwaterketen als één geheel,

Nadere informatie

Naar een energieneutrale waterkringloop. Een stip op de horizon

Naar een energieneutrale waterkringloop. Een stip op de horizon Naar een energieneutrale waterkringloop Een stip op de horizon Een stip op de horizon Energie in de kringloop waterschap Regge en Dinkel en waterschap Groot Salland werken aan initiatieven op het gebied

Nadere informatie

LIMBURG WATERSCHAPSBEDRI-JF. Waterschapsbedrijf Limburg is een samenwerkingsverband van Waterschap Peel en Maasvallei en Waterschap Roer en Overmaas

LIMBURG WATERSCHAPSBEDRI-JF. Waterschapsbedrijf Limburg is een samenwerkingsverband van Waterschap Peel en Maasvallei en Waterschap Roer en Overmaas WATERSCHAPSBEDRI-JF donderdag 1 maart12 Waterschapsbedrijf Limburg is een samenwerkingsverband van Waterschap Peel en Maasvallei en Waterschap Roer en Overmaas Onderwerpen Huidige situatie Ontwikkelingen

Nadere informatie

DEMONSTRATIEPROJECT D ECENTRALE AFVALWATERZUIVERING

DEMONSTRATIEPROJECT D ECENTRALE AFVALWATERZUIVERING DEMONSTRATIEPROJECT D ECENTRALE AFVALWATERZUIVERING D ECENTRALE AFVALWATERZUIVERING INLEIDING Landustrie Sneek BV bezit een ruime hoeveelheid kennis en ervaring in het transporteren en behandelen van riool-

Nadere informatie

Natuurlijk comfortabel -Visie op de afvalwaterketen in de regio Vallei en Veluwe-

Natuurlijk comfortabel -Visie op de afvalwaterketen in de regio Vallei en Veluwe- Vallei & Eem Veluwe Oost Veluwe Noord WELL DRA Natuurlijk comfortabel -Visie op de afvalwaterketen in de regio Vallei en Veluwe- februari 2015 concept De aanpak handelingsperspectieven Ontwikkelingen maatschappij

Nadere informatie

Opbouw. Het belang van natuurvriendelijke oevers. EU Kaderrichtlijn Water (KRW) Waterbeleid. Doel KRW voor oevers. EU Kaderrichtlijn Water Maatregelen

Opbouw. Het belang van natuurvriendelijke oevers. EU Kaderrichtlijn Water (KRW) Waterbeleid. Doel KRW voor oevers. EU Kaderrichtlijn Water Maatregelen Het belang van natuurvriendelijke oevers Christa Groshart Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard Opbouw Beleid en Maatregelen Verwachtingen Knelpunten KRW innovatie-onderzoek Waterbeleid Europese

Nadere informatie

Voortgang KRW: maatregelen, doelbereik en innovatie. 13 december 2012; Frank van Gaalen

Voortgang KRW: maatregelen, doelbereik en innovatie. 13 december 2012; Frank van Gaalen Voortgang KRW: maatregelen, doelbereik en innovatie 1 Rapport Evaluatie waterkwaliteit Op 21 december beschikbaar (www.pbl.nl) Samenvatting opgenomen in KRW-rapport Belangrijke waterbeheerkwesties Bijdragen

Nadere informatie

GREEN DEAL DUURZAME ENERGIE

GREEN DEAL DUURZAME ENERGIE GREEN DEAL DUURZAME ENERGIE In kort bestek Rafael Lazaroms INHOUDSOPGAVE 1. Wat houdt het in? 2. Motieven, doelstellingen en ambities 3. Organisatiestructuur GELOOFWAARDIGE BOODSCHAP Waterschappen hebben

Nadere informatie

algemeen Deze bijlage is een detaillering van de beschrijving actuele waterkwaliteit die in paragraaf 2.9. is opgenomen

algemeen Deze bijlage is een detaillering van de beschrijving actuele waterkwaliteit die in paragraaf 2.9. is opgenomen algemeen Deze bijlage is een detaillering van de beschrijving actuele waterkwaliteit die in paragraaf 2.9. is opgenomen 2. Waterkwaliteit De zomergemiddelden voor 2008 van drie waterkwaliteitsparameters

Nadere informatie

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE WATER- SCHAPPEN & ENERGIE Resultaten Klimaatmonitor Waterschappen 2014 Waterschappen willen een bijdrage leveren aan een duurzame economie en samenleving. Hiervoor hebben zij zichzelf hoge ambities gesteld

Nadere informatie

Natuurvriendelijke oevers. Droge voeten, schoon water

Natuurvriendelijke oevers. Droge voeten, schoon water Natuurvriendelijke oevers Droge voeten, schoon water VOOR WIE IS DEZE FOLDER BESTEMD? Deze folder is bestemd voor eigenaren van oevers die in aanmerking komen om hun oever natuurvriendelijk in te richten.

Nadere informatie

Bijlage 1. Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek

Bijlage 1. Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bijlage 1 Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bijlagel Geohydrologische beschrijving zoekgebied RBT rond Bornerbroek Bodemopbouw en Geohydrologie Inleiding In deze bijlage wordt

Nadere informatie

Verslag bijeenkomst medicijnresten uit water 10 maart 2016

Verslag bijeenkomst medicijnresten uit water 10 maart 2016 We starten de dag met het teruggeven van de resultaten uit de interviews Vitens en Vallei en Veluwe hebben gesproken met deskundigen, beleidsmakers en bestuurders om meer zicht te krijgen op het probleem,

Nadere informatie

Zandwinputten. Baggernet Thema-ochtend over Zandwinputten. Een overzicht. Afdelingsoverleg Bodem & Water 22 juni John Maaskant.

Zandwinputten. Baggernet Thema-ochtend over Zandwinputten. Een overzicht. Afdelingsoverleg Bodem & Water 22 juni John Maaskant. Zandwinputten Een overzicht Afdelingsoverleg Bodem & Water 22 juni 2009 Baggernet Thema-ochtend over Zandwinputten John Maaskant Ministerie van Verkeer & Waterstaat Marc Pruijn Ministerie van Volkshuisvesting,

Nadere informatie

Pilot Vergelijking Waternood & KRW-Verkenner

Pilot Vergelijking Waternood & KRW-Verkenner Pilot Vergelijking Waternood & KRW-Verkenner iov STOWA Ws Brabantse Delta Peter de Koning Kees Peerdeman Frans Jorna Piet van Iersel Roel Knoben Waternoodmiddag, Amersfoort, 2 maart 2010 Vraagstelling

Nadere informatie

In de beslisnota wordt aan u gevraagd in te stemmen met de vastgestelde doelen en maatregelen.

In de beslisnota wordt aan u gevraagd in te stemmen met de vastgestelde doelen en maatregelen. Nummer Onderwerp : B-3.11.2008 : Beslisnota Kaderrichtlijn Water Korte inhoud : Water Beheer 21 e eeuw, 2008, Schoon en gezond water in Noord-Nederland 1. Implementatie Europese Kaderrichtlijn Water in

Nadere informatie

Synergie energie hergebruik overheden, agrarische sector en industrie

Synergie energie hergebruik overheden, agrarische sector en industrie Synergie energie hergebruik overheden, agrarische sector en industrie Doelstelling thema bijeenkomst: Inzicht in ontwikkelingen bij overheid, industrie en agrarische sector Inzicht in kansen voor synergie

Nadere informatie

FOSFAATFABRIEK. Coert Petri (Waterschap Rijn en IJssel) Green Deal en Ketenakkoord Fosfaat

FOSFAATFABRIEK. Coert Petri (Waterschap Rijn en IJssel) Green Deal en Ketenakkoord Fosfaat FOSFAATFABRIEK Green Deal en Ketenakkoord Fosfaat Coert Petri (Waterschap Rijn en IJssel) (Rafaël Lazaroms, coördinator klimaat en energie Unie van Waterschappen) 1 mei 2012 1 Inhoud presentatie Green

Nadere informatie

Kansen voor duurzame opwekking van energie bij Waterschap De Dommel

Kansen voor duurzame opwekking van energie bij Waterschap De Dommel Page 1 of 5 Kansen voor duurzame opwekking van energie bij Waterschap De Dommel Auteur: Anne Bosma, Tony Flameling, Toine van Dartel, Ruud Holtzer Bedrijfsnaam: Tauw, Waterschap De Dommel Rioolwaterzuiveringen

Nadere informatie

Verdroging: tegen gaan van verdroging in het algemeen door beperken van verharding, ruimte voor infiltratie, hydrologisch neutraal ontwikkelen etc.

Verdroging: tegen gaan van verdroging in het algemeen door beperken van verharding, ruimte voor infiltratie, hydrologisch neutraal ontwikkelen etc. WATERTOETSPROCES Globale checklist waterbelangen in de ruimtelijke ordening Bij het watertoetsproces let het waterschap op alle wateraspecten. Doorgaans krijgen het voorkomen van wateroverlast en de zorg

Nadere informatie

Roelof J. Stuurman. 11 juli 2011

Roelof J. Stuurman. 11 juli 2011 Roelof J. Stuurman Een Proeftuin waarin toegepast innovatief onderzoek wordt gedaan om een gezonde energie- en waterneutrale Uithof te bereiken die geen nadelige invloed heeft op zijn omgeving en waar

Nadere informatie

Watertoets De Cuyp, Enkhuizen

Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Definitief Bouwfonds Ontwikkeling Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 6 april 2009 Verantwoording Titel : Watertoets De Cuyp, Enkhuizen Subtitel : Projectnummer : 275039 Referentienummer

Nadere informatie

The Freshmaker. 1. Inleiding. 2. Beschrijving van de maatregel. 3. Hydrologische haalbaarheid Methoden Metingen Modellen. 4.

The Freshmaker. 1. Inleiding. 2. Beschrijving van de maatregel. 3. Hydrologische haalbaarheid Methoden Metingen Modellen. 4. The Freshmaker 1. Inleiding 2. Beschrijving van de maatregel 3. Hydrologische haalbaarheid Methoden Metingen Modellen 4. Resultaten 1 1 Inleiding The Freshmaker Zoetwateroverschotten inzetbaar bij droogte

Nadere informatie

Water nu en... KRW De Europese. Kaderrichtlijn water. Een grote kans voor. de verbetering van de. waterkwaliteit. en daarmee ook voor de

Water nu en... KRW De Europese. Kaderrichtlijn water. Een grote kans voor. de verbetering van de. waterkwaliteit. en daarmee ook voor de KRW De Europese Kaderrichtlijn water Een grote kans voor de verbetering van de waterkwaliteit en daarmee ook voor de drinkwatervoorziening. Water nu en... Vereniging van Waterbedrijven in Nederand KRW

Nadere informatie

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale procedure.

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale procedure. datum 31-3-2014 dossiercode 20140331-63-8729 Geachte heer/mevrouw Jeroen Overbeek, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale

Nadere informatie

sterke dijken schoon water Kijk op de dijk

sterke dijken schoon water Kijk op de dijk sterke dijken schoon water Kijk op de dijk Een andere kijk op de dijk De dijk. Er valt zo op het eerste gezicht weinig aan te zien. Een aarden wal die ons beschermt tegen het water. Een vanzelfsprekend

Nadere informatie

KLIMAAT, ENERGIE EN GRONDSTOFFEN

KLIMAAT, ENERGIE EN GRONDSTOFFEN KLIMAAT, ENERGIE EN GRONDSTOFFEN AKKOORDEN EN GREEN DEALS Rafaël Lazaroms Coördinator Energie en duurzaamheid Unie van Waterschappen 1. Duurzaamheid en taken waterschappen 2. Duurzame ambities in akkoorden

Nadere informatie

Klimaatadaptatie in Zwolle (IJsselvechtdelta)

Klimaatadaptatie in Zwolle (IJsselvechtdelta) Agenda Stad Concernstaf CSADV Stadhuis Grote Kerkplein 15 Postbus 538 8000 AM Zwolle Telefoon (038) 498 2092 www.zwolle.nl Klimaatadaptatie in Zwolle (IJsselvechtdelta) Hoe houden we onze delta leefbaar

Nadere informatie

Notitie. 1. Beleidskader Water

Notitie. 1. Beleidskader Water Notitie Ingenieursbureau Bezoekadres: Galvanistraat 15 Postadres: Postbus 6633 3002 AP Rotterdam Website: www.gw.rotterdam.nl Van: ir. A.H. Markus Kamer: 06.40 Europoint III Telefoon: (010) 4893361 Fax:

Nadere informatie

Een slimme oplossing voor ecologisch watermanagement.

Een slimme oplossing voor ecologisch watermanagement. Een slimme oplossing voor ecologisch watermanagement. OVERHEID & PUBLIEKE DIENSTEN www.hydrorock.com Overheden en watermanagement Watermanagement in stedelijke gebieden is zeer actueel. Klimaatverandering

Nadere informatie

Bouwlokalen INFRA. Het riool in Veghel. Veghel in cijfers en beeld (1) Veghel in cijfers en beeld (2) Veghel in cijfers en beeld (3)

Bouwlokalen INFRA. Het riool in Veghel. Veghel in cijfers en beeld (1) Veghel in cijfers en beeld (2) Veghel in cijfers en beeld (3) Bouwlokalen INFRA Innovatie onder het maaiveld / renovatie van rioolstelsels Het riool in Veghel Jos Bongers Beleidsmedewerker water- en riolering Gemeente Veghel 21 juni 2006 Veghel in cijfers en beeld

Nadere informatie

IBRAHYM: de digitale waterpartner in Limburg

IBRAHYM: de digitale waterpartner in Limburg IBRAHYM: de digitale waterpartner in Limburg Samenwerken in de waterketen 17 juni 2015 Nila Taminiau Senior hydroloog Waterschap Peel en Maasvallei IBRAHYM (concreet) Statisch: Afmetingen beek Locatie

Nadere informatie

Factsheet Vertex - Pilot Slim Waterbeheer ten behoeve van de Waterinfodag.

Factsheet Vertex - Pilot Slim Waterbeheer ten behoeve van de Waterinfodag. Factsheet Vertex - Pilot Slim Waterbeheer ten behoeve van de Waterinfodag. Tijdens de bijeenkomst voor de Fysieke Digitale Delta bij onze samenwerkingspartner het Hoogheemraadschap van Delfland zijn de

Nadere informatie

De uitkomsten van het onderzoek van TAUW en de toetsing aan het huidige beleid, zijn in deze memo samengevat.

De uitkomsten van het onderzoek van TAUW en de toetsing aan het huidige beleid, zijn in deze memo samengevat. MEMO Datum : 24 mei 2016 Aan Van : Stadsdeelcommissie Noord : Hans van Agteren Onderwerp : Grondwateroverlast Enschede Noord Inleiding In het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) zijn zeven gebieden benoemd

Nadere informatie

Middelburg Polder Tempelpolder. Polder Reeuwijk. Reeuwijk. Polder Bloemendaal. Reeuwijksche Plassen. Gouda

Middelburg Polder Tempelpolder. Polder Reeuwijk. Reeuwijk. Polder Bloemendaal. Reeuwijksche Plassen. Gouda TNO Kennis voor zaken : Oplossing of overlast? Kunnen we zomaar een polder onder water zetten? Deze vraag stelden zich waterbeheerders, agrariërs en bewoners in de Middelburg-Tempelpolder. De aanleg van

Nadere informatie

BESTUURLIJKE SAMENVATTING AFSTEMMEN INVESTERINGEN

BESTUURLIJKE SAMENVATTING AFSTEMMEN INVESTERINGEN BESTUURLIJKE SAMENVATTING AFSTEMMEN INVESTERINGEN Aanpak De opdracht Afstemmen investeringen is voortvarend opgepakt door de werkgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de Gelderse waterschappen en

Nadere informatie

datum 2 februari 2012

datum 2 februari 2012 WAT Cr,. NO. 2012.03543,NGEK - 9 - FEB 2012 ij Ê Stichting RIONED Postbus 133, 6710 BC Ede Galvanistraat 1, 6716 AE Ede Waterschap Peel en Maasvallei het Algemeen Bestuur Postbus 3390 5902 RJ VENLO t 0318

Nadere informatie

Bodemsanering. 45 humane spoedlocaties zijn niet volledig gesaneerd. De bodem en het (grond)water zijn schoon MILIEU MARKT. Staat van Utrecht 2014

Bodemsanering. 45 humane spoedlocaties zijn niet volledig gesaneerd. De bodem en het (grond)water zijn schoon MILIEU MARKT. Staat van Utrecht 2014 MENS Staat van Utrecht 204 Bodemsanering Hoeveel humane spoedlocaties zijn nog niet volledig gesaneerd? 45 humane spoedlocaties zijn niet volledig gesaneerd Kaart (Humane spoedlocaties bodemverontreiniging

Nadere informatie

Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water

Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water Samen werken aan waterkwaliteit Voor schoon, voldoende en veilig water D D Maatregelenkaart KRW E E N Z D E Leeuwarden Groningen E E W A IJSSELMEER Z Alkmaar KETELMEER ZWARTE WATER MARKER MEER NOORDZEEKANAAL

Nadere informatie

TOPSURFLAND. 1. Waterschappen

TOPSURFLAND. 1. Waterschappen TOPSURFLAND Hieronder wordt beschreven wat de toegevoegde waarde is van Topsurf voor de samenleving en wat de effecten zijn van het gebruik van Topsurfland voor alle belanghebbenden. 1. Waterschappen De

Nadere informatie

Compact Plus biogasinstallatie, Lierop, 600 kw

Compact Plus biogasinstallatie, Lierop, 600 kw Hoe maak je biogas? Inhoud presentatie Wie en wat is Biogas Plus? Hoe werkt een biogasinstallatie? Voor wie is een biogasinstallatie interessant? Is een biogasinstallatie duurzaam? Zijn subsidies nodig?

Nadere informatie

Waterschappen en Energieakkoord

Waterschappen en Energieakkoord Waterschappen en Energieakkoord Energiekansen in het Waterbeheer Hennie Roorda/Rafaël Lazaroms Unie van Waterschappen mei 5, 2014 1 Waar staan de waterschappen voor? Waterveiligheid (veilig wonen en werken

Nadere informatie

III IIIIIIIIII III IINil 15IN015993-08/05/2015

III IIIIIIIIII III IINil 15IN015993-08/05/2015 III IIIIIIIIII III IINil 15IN015993-08/05/2015 Ministerie van Infrastructuur en Milieu Waterschap Brabantse Delta T.a.v. Algemeen bestuur Postbus 5520 4801 DZ BREDA Datum 6 mei 2015 Betreft De BGT: ligt

Nadere informatie

Presentatie tekst Velddag. Verdrogingsbestrijding Groote Peel. Peilopzet in combinatie met peilgesturde drainage

Presentatie tekst Velddag. Verdrogingsbestrijding Groote Peel. Peilopzet in combinatie met peilgesturde drainage Presentatie 20-06 - 2007 1 tekst Velddag Verdrogingsbestrijding Groote Peel Peilopzet in combinatie met peilgesturde drainage Programma 2 Welkomstwoord door DB-lid Peter van Dijk Presentatie film Peilgestuurde

Nadere informatie

SAMENVATTING. www.woerden.nl/onderwerpen/wonen-en-leefomgeving/grondwaterstand en funderingen

SAMENVATTING. www.woerden.nl/onderwerpen/wonen-en-leefomgeving/grondwaterstand en funderingen SAMENVATTING Aanleiding In het westelijke deel van het Schilderskwartier zijn de woningen gefundeerd op houten palen met betonopzetters. Uit onderzoeken in de jaren 90 is gebleken dat de grondwaterstand

Nadere informatie

Bestuurlijke samenvatting. Laatste onderzoeksresultaten De Groote Meer op de Brabantse Wal

Bestuurlijke samenvatting. Laatste onderzoeksresultaten De Groote Meer op de Brabantse Wal Bestuurlijke samenvatting Laatste onderzoeksresultaten De Groote Meer op de Brabantse Wal De Groote Meer, deels gevuld met water De Brabantse Wal: een afwisselend natuurgebied met een grote variatie aan

Nadere informatie

Highlights Meer met Bodemenergie

Highlights Meer met Bodemenergie Highlights Meer met Bodemenergie Diep onder Drenthe Bijeenkomst over Warmte Koude Opslag 12 juni 2012, Provinciehuis te Assen Maurice Henssen, Bioclear b.v. Inhoud Bodemenergie anno 2012 Waarom Meer met

Nadere informatie

Verslag bewonersavond 24 november 2016

Verslag bewonersavond 24 november 2016 Verslag bewonersavond 24 november 2016 Datum: 28 november 2016 Betreft: Aanpak grondwateroverlast Villapark Eindhoven Kenmerk: BY11, NOT20161128 Bestemd voor: Gemeente Eindhoven Opgesteld door: Wareco

Nadere informatie

RWZI Tilburg Energie- en grondstoffenfabriek

RWZI Tilburg Energie- en grondstoffenfabriek RWZI Tilburg Energie- en grondstoffenfabriek Waterschap De Dommel Het idee + Afvalwater zuiveringsslib = Waarom RWZI Tilburg? RWZI Tilburg (cap. 350.000 i.e.; 8.000 ton d.s.) alleen aanpassingen in de

Nadere informatie

Code: 20101103-39-2671 Datum: 2010-11-03

Code: 20101103-39-2671 Datum: 2010-11-03 Bijlage 1: Digitale Watertoets Waterschap Hollandse Delta, d.d. 3 november 2010 Code: 20101103-39-2671 Datum: 2010-11-03 Deze uitgangspuntennotitie bevat de waterhuishoudkundige streefbeelden, strategieen

Nadere informatie

2. Afkoppelen en vasthouden van regenwater Van regenton naar tuinbeek naar vijver of poel 11

2. Afkoppelen en vasthouden van regenwater Van regenton naar tuinbeek naar vijver of poel 11 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1 Bergen van water in de buurt 3 1.2 Schoon oppervlaktewater in de wijk 4 1.3 Wat u kunt doen 5 2. Afkoppelen en vasthouden van regenwater 7 2.1 Van regenton 8 2.2 naar tuinbeek

Nadere informatie

Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken

Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken Grondwater beïnvloedt kwaliteit Limburgse beken Resultaten WAHYD Hoe zit het in elkaar: afkijken bij Noord-Brabant In het onderzoeksproject WAHYD (Waterkwaliteit op basis van Afkomst en HYDrologische systeemanalyse)

Nadere informatie

Water in Tiel. 1 Naast regionale wateren die in beheer zijn bij de waterschappen, zijn er rijkswateren (de hoofdwateren

Water in Tiel. 1 Naast regionale wateren die in beheer zijn bij de waterschappen, zijn er rijkswateren (de hoofdwateren Water in Tiel Waterbeleid Tiel en Waterschap Rivierenland Water en Nederland zijn onafscheidelijk. Eigenlijk geldt hetzelfde voor water en Tiel, met de ligging langs de Waal, het Amsterdam Rijnkanaal en

Nadere informatie

Waterkwaliteit verbeteren!

Waterkwaliteit verbeteren! Waterkwaliteit verbeteren! Erwin Rebergen Beheerder grond- en oppervlaktewater 6 juni 2013 1 Onderwerpen Waarom spant zich in om de waterkwaliteit te verbeteren? Wat willen we bereiken? Hoe willen we een

Nadere informatie

Water, energie en grondstoffen. We kunnen geen dag zonder. Ze zijn een bron van leven en welzijn. Een bron van nijverheid en welvaart.

Water, energie en grondstoffen. We kunnen geen dag zonder. Ze zijn een bron van leven en welzijn. Een bron van nijverheid en welvaart. 3 Water, energie en grondstoffen. We kunnen geen dag zonder. Ze zijn een bron van leven en welzijn. Een bron van nijverheid en welvaart. Een bron van inspiratie voor iedereen die wil bouwen aan een betere

Nadere informatie

grondstof? Afvalwater als Energie winnen uit afvalwater Verwijderen van medicijnen en hergebruik van meststoffen Veel mogelijkheden

grondstof? Afvalwater als Energie winnen uit afvalwater Verwijderen van medicijnen en hergebruik van meststoffen Veel mogelijkheden Afvalwater als grondstof? Energie winnen uit afvalwater Om energie uit afvalwater te winnen wordt het water van het toilet, eventueel gemengd met groente en fruitafval, vergist. Daarvoor worden een vacuümsysteem,

Nadere informatie

Achtergrondartikel grondwatermeetnetten

Achtergrondartikel grondwatermeetnetten Achtergrondartikel grondwatermeetnetten Wat is grondwater Grondwater is water dat zich in de ondergrond bevindt in de ruimte tussen vaste deeltjes, zoals zandkorrels. Indien deze poriën geheel met water

Nadere informatie

: SAB Prinses Margrietlaan Best Betreft : Watertoets ontwikkeling Prinses Margrietlaan nabij nr. 24

: SAB Prinses Margrietlaan Best Betreft : Watertoets ontwikkeling Prinses Margrietlaan nabij nr. 24 Logo MEMO Aan : Henrike Francken Van : Michiel Krutwagen Kopie : Dossier : BA1914-112-100 Project : SAB Prinses Margrietlaan Best Betreft : Watertoets ontwikkeling Prinses Margrietlaan nabij nr. 24 Ons

Nadere informatie

Ruimte voor water. in het rivierengebied

Ruimte voor water. in het rivierengebied Ruimte voor water in het rivierengebied Het rivierengebied bestaat bij de gratie van de grote rivieren met daarlangs de zich eindeloos voortslingerende dijken. Daartussen vruchtbare klei, groene weilanden

Nadere informatie

leeft......met water Regenwater gescheiden afvoeren

leeft......met water Regenwater gescheiden afvoeren Schijndel leeft......met water Regenwater gescheiden afvoeren Schijndel leeft met water Door veranderende weersomstandigheden en toekomstige ontwikkelingen in de waterwetgeving, moet iedere gemeente een

Nadere informatie

Bodem & Klimaat. Op weg naar een klimaatbestendig bodembeheer

Bodem & Klimaat. Op weg naar een klimaatbestendig bodembeheer Bodem & Klimaat Op weg naar een klimaatbestendig bodembeheer Jaartemperaturen en warmterecords in De Bilt sinds het begin van de metingen in 1706 Klimaatverandering KNMI scenarios Zomerse dagen Co de Naam

Nadere informatie

Extraheren, combineren, confronteren en extrapoleren

Extraheren, combineren, confronteren en extrapoleren Extraheren, combineren, confronteren en extrapoleren het volg en stuursysteem; een in ICT verpakte werkwijze Het Kosten maatregelenpakket: tot 2015: 2,2 miljard euro tot 2027: 4,2 miljard euro Werkwijze

Nadere informatie

In de directe omgeving van de Ir. Molsweg is geen oppervlaktewater aanwezig.

In de directe omgeving van de Ir. Molsweg is geen oppervlaktewater aanwezig. Waterparagraaf Algemeen Huidige situatie De Ir. Molsweg tussen de Pleijweg en de Nieland bestaat uit een enkele rijbaan met twee rijstroken. Via een rotonde sluit de Ir. Molsweg aan op de Nieland. De rijbaan

Nadere informatie

ADVIES KLANKBORDGROEP RIJN- WEST AAN REGIONAAL BESTUURLIJK OVERLEG inzake opzet en inhoud gebiedsprocessen, op weg naar 2e Stroomgebiedbeheerplan

ADVIES KLANKBORDGROEP RIJN- WEST AAN REGIONAAL BESTUURLIJK OVERLEG inzake opzet en inhoud gebiedsprocessen, op weg naar 2e Stroomgebiedbeheerplan ADVIES KLANKBORDGROEP RIJN- WEST AAN REGIONAAL BESTUURLIJK OVERLEG inzake opzet en inhoud gebiedsprocessen, op weg naar 2e Stroomgebiedbeheerplan Inleiding Het RBO Rijn- West heeft procesafspraken gemaakt

Nadere informatie

1 Samenwerkingsovereenkomst Rotterdamse afvalwaterketen. Samenwerking in de Rotterdamse afvalwaterketen

1 Samenwerkingsovereenkomst Rotterdamse afvalwaterketen. Samenwerking in de Rotterdamse afvalwaterketen 1 Samenwerkingsovereenkomst Rotterdamse afvalwaterketen Samenwerking in de Rotterdamse afvalwaterketen 2 Samenwerkingsovereenkomst Rotterdamse afvalwaterketen Bestuurlijke overeenkomst voor Samenwerking

Nadere informatie

Integraal waterbeheer

Integraal waterbeheer lesdag onderwerp docent(en) Ochtend module 1: Waterkwantiteit & Middag module 2: Waterkwaliteit Lesdag 1 Ochtend - Integraal waterbeheer - Historisch perspectief - Modern waterbeheer, WB21 en KRW - Integrale

Nadere informatie

Bodemenergie: Anno nu en kansen in de toekomst

Bodemenergie: Anno nu en kansen in de toekomst Bodemenergie: Anno nu en kansen in de toekomst Eindsymposium Meer met Bodemenergie 24 april 2012 Wageningen Maurice Henssen Bioclear b.v. Inhoud Bodemenergie anno 2012 Waarom MMB? Het proces van MMB Highlights

Nadere informatie

stedenbouwkundige / landschappelijke ontwikkeling met een gesaneerde vuilstort VERKEER PLANKAART WENSBEELD structuurschets d.d.

stedenbouwkundige / landschappelijke ontwikkeling met een gesaneerde vuilstort VERKEER PLANKAART WENSBEELD structuurschets d.d. PLANKAART WENSBEELD diverse opties auto entrees fiets- en wandelnetwerk informele landelijke wegen (karrespoor van asfalt) eenvoudige smalle fietspaden (zoals parallel aan Zuidereinde) - nb omwille van

Nadere informatie

Grondwater onder de Oude en de Nieuwe Delf. Jelle Buma

Grondwater onder de Oude en de Nieuwe Delf. Jelle Buma Grondwater onder de Oude en de Nieuwe Delf Jelle Buma Inhoud - Voorstellen - Grondwatersysteem - Wetgeving - Maatregelen Waterschade Binnenhof (1998) Oorzaak: te diep gebaggerd Inhoud - Voorstellen - Grondwatersysteem

Nadere informatie

Nascheiding kunststoffen. Het heldere alternatief van Attero

Nascheiding kunststoffen. Het heldere alternatief van Attero Nascheiding kunststoffen Het heldere alternatief van Attero Sinds 1 januari 2010 moet elke gemeente in Nederland een fors deel van het kunststof verpakkingsafval scheiden van de rest van het huishoudelijk

Nadere informatie

Meer waarde creëren. Assetmanagement op maat

Meer waarde creëren. Assetmanagement op maat Meer waarde creëren Assetmanagement op maat Zo maken wij assetmanagement toepasbaar Met de toolbox Zeven bouwstenen van professioneel assetmanagement maken we de ISO55000 toepasbaar voor u. Belanghebbenden

Nadere informatie

in Flevoland Heeft u er last van of wilt u het gebruiken?

in Flevoland Heeft u er last van of wilt u het gebruiken? Grondwater in Flevoland Heeft u er last van of wilt u het gebruiken? 1. Wat is grondwater? Grondwater is de naam zegt het al water onder het grondoppervlak. Normaal gesproken is dit water dus niet zichtbaar.

Nadere informatie

25-3-2015. Sturen op Nutriënten. Sturen op Nutriënten. Doel. Sturen met Water. Sturen op Nutriënten. Waar kijken we naar. Bijeenkomst 19 februari 2015

25-3-2015. Sturen op Nutriënten. Sturen op Nutriënten. Doel. Sturen met Water. Sturen op Nutriënten. Waar kijken we naar. Bijeenkomst 19 februari 2015 Bijeenkomst 19 februari 2015 Jouke Velstra (Acacia Water) 4 Sturen met Water De basisgedachte is dat per perceel de grondwaterstand actief wordt geregeld. Onderwater drainage (OWD) geeft een directe relatie

Nadere informatie

STUREN MET WATER. over draagvlak en draagkracht in de westelijke veenweiden

STUREN MET WATER. over draagvlak en draagkracht in de westelijke veenweiden STUREN MET WATER over draagvlak en draagkracht in de westelijke veenweiden STUREN MET WATER Het ontwerp Sturen met water van het Veenweide Innovatiecentrum Zegveld (VIC) zet in op actief, dynamisch grondwaterbeheer

Nadere informatie

Datum 14 januari 2011 Opgemaakt door afdeling Planvorming. Huidige samenwerking in de Veluwse afvalwaterketen

Datum 14 januari 2011 Opgemaakt door afdeling Planvorming. Huidige samenwerking in de Veluwse afvalwaterketen Datum 14 januari 2011 Opgemaakt door afdeling Planvorming Huidige samenwerking in de Veluwse afvalwaterketen Blad 2 van 6 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Huidige situatie; wat is er al bereikt?... 4

Nadere informatie

Uitbesteding van onderhoud: Het onderhouden van de uitbesteding

Uitbesteding van onderhoud: Het onderhouden van de uitbesteding Uitbesteding van onderhoud: Het onderhouden van de uitbesteding Johan Gerritsen, Frank Verkuijlen (WBL); Marc Bennenbroek (GMB) Wendy van der Valk (UvT) Voorbeelden van prestatiecontracten Prestatieafspraken

Nadere informatie

Raadsvergadering : 20 juni 2011 Agendanr. 13

Raadsvergadering : 20 juni 2011 Agendanr. 13 Raadsvergadering : 20 juni 2011 Agendanr. 13 Voorstelnr. : R 6837 Onderwerp : Gemeentelijk Rioleringsplan 2010-2015 Stadskanaal, 1 juni 2011 Beslispunten 1. Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2010-2015

Nadere informatie

Erläuterung Maßnahmen pro Teilgebiet

Erläuterung Maßnahmen pro Teilgebiet Anlage P Erläuterung Maßnahmen pro Teilgebiet Rijn-Noord Tijdvak 2010-2015 Art. 11-3g aanpakken riooloverstorten m3 30 30 verminderen belasting RWZI stuks 6 6 afkoppelen verhard oppervlak ha 61 28 89 saneren

Nadere informatie

Triple-O aanpak: leren van het Bioscience Park. Julian Starink Directie Duurzaamheid Ministerie van Infrastructuur en Milieu

Triple-O aanpak: leren van het Bioscience Park. Julian Starink Directie Duurzaamheid Ministerie van Infrastructuur en Milieu Triple-O aanpak: leren van het Bioscience Park Julian Starink Directie Duurzaamheid Ministerie van Infrastructuur en Milieu 12 januari 2011 Maatschappelijke opgaven: Bodemambities 2040 in Innovatie- en

Nadere informatie

Sjoerd van de Venne. De Digitale Watertoets Verzonden: dinsdag 23 juni 201512:55

Sjoerd van de Venne. De Digitale Watertoets <noreply@dewatertoets.nl> Verzonden: dinsdag 23 juni 201512:55 Sjoerd van de Venne Van: De Digitale Watertoets Verzonden: dinsdag 23 juni 201512:55 Aan: Sjoerd van de Venne Onderwerp: Bevestiging van de Watertoets : 20150623-58-11153 Bijlagen:

Nadere informatie

Sjoerd van de Venne. De Digitale Watertoets [noreply@dewatertoets.nl] Verzonden: maandag 30 juni 2014 13:51 Aan: Van:

Sjoerd van de Venne. De Digitale Watertoets [noreply@dewatertoets.nl] Verzonden: maandag 30 juni 2014 13:51 Aan: Van: Sjoerd van de Venne Van: De Digitale Watertoets [noreply@dewatertoets.nl] Verzonden: maandag 30 juni 2014 13:51 Aan: Sjoerd van de Venne Onderwerp: Bevestiging van de Watertoets : 20140630-58-9228 Bijlagen:

Nadere informatie

Riothermie en WKO voor duurzame warmte en koude

Riothermie en WKO voor duurzame warmte en koude Riothermie en WKO voor duurzame warmte en koude Door Arné Boswinkel, Bert Palsma en Rada Sukkar Een aanzienlijk deel van de warmte uit huishoudens en industrie wordt via het afvalwater geloosd. Het potentieel

Nadere informatie

Dakbedekking en waterhuishouding - Hoe blauw zijn groene daken?

Dakbedekking en waterhuishouding - Hoe blauw zijn groene daken? Dakbedekking en waterhuishouding - Hoe blauw zijn groene daken? Kees Broks (STOWA), Harry van Luijtelaar (Stichting RIONED) Groene daken zijn hot, ook vanuit het oogpunt van stedelijk waterbeheer. Ze vangen

Nadere informatie

Energie uit afvalwater

Energie uit afvalwater Energie uit afvalwater Energie uit afvalwater Warm afvalwater verliest een groot deel van zijn warmte in de afvoer en het riool. Als we deze warmte weten terug te winnen, biedt dat grote mogelijkheden

Nadere informatie

Ons kenmerk 1220039-005-VEB-0007. Aantal pagina's 5

Ons kenmerk 1220039-005-VEB-0007. Aantal pagina's 5 Verslag Datum verslag Project 1220039-005 Opgemaakt door Eric Huijskes Datum bespreking 16 juni 2015 Aantal pagina's 5 Vergadering Bijeenkomst "Noodmaatregelen bij hoogwater" - 16 juni 2015 Aanwezig Zie

Nadere informatie

Watersysteem van de Toekomst: vervolg debat-diner

Watersysteem van de Toekomst: vervolg debat-diner Memo Aan deelnemers diner-debat Eye Kopie aan Contactpersoon Rik van Terwisga Datum 8 januari 2015 Onderwerp Vervolg Debat-diner "Watersysteem van de Toekomst" Watersysteem van de Toekomst: vervolg

Nadere informatie

Samen voor een goede waterkwaliteit in de Utrechtse gemeenten

Samen voor een goede waterkwaliteit in de Utrechtse gemeenten Samen voor een goede waterkwaliteit in de Utrechtse gemeenten Bas Spanjers (hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden), Erwin Rebergen (gemeente Utrecht), Laurens van Miltenburg (gemeente Nieuwegein), Pim

Nadere informatie

Projectnummer: C01012.100139.0400/LB. Opgesteld door: Tristan Bergsma. Ons kenmerk: 078572453:0.2. Kopieën aan: Cees-Jan de Rooi (gd)

Projectnummer: C01012.100139.0400/LB. Opgesteld door: Tristan Bergsma. Ons kenmerk: 078572453:0.2. Kopieën aan: Cees-Jan de Rooi (gd) MEMO ARCADIS NEDERLAND BV Beaulieustraat 22 Postbus 264 6800 AG Arnhem Tel 026 3778 911 Fax 026 4457 549 www.arcadis.nl Onderwerp: Beknopte watersysteemanalyse de Knoop, Doetinchem Arnhem, 29 juli 2015

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR DE WATERKWALITEIT

ONDERZOEK NAAR DE WATERKWALITEIT ONDERZOEK NAAR DE WATERKWALITEIT Naam: Klas: Datum: 1 Situering van het biotoop Plaats: Type water: vijver / meer / ven / moeras/ rivier / kanaal / poel / beek / sloot / bron Omgeving: woonkern / landbouwgebied

Nadere informatie

Module C2500 Grondwateronderzoek. Inhoud

Module C2500 Grondwateronderzoek. Inhoud Module C2500 Grondwateronderzoek Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Verantwoording 3 1.2 Aanleiding en afbakening 3 1.3 Opstellers en begeleidingscommissie 4 1.4 Leeswijzer 5 2 Waarom en wanneer een grondwateronderzoek?

Nadere informatie

Waterparagraaf. Opdrachtgever. Groenstraat 2, Sprundel. De heer C.J.M. Lazeroms Groenstraat 2 4714 SK Sprundel

Waterparagraaf. Opdrachtgever. Groenstraat 2, Sprundel. De heer C.J.M. Lazeroms Groenstraat 2 4714 SK Sprundel Waterparagraaf Groenstraat 2, Sprundel projectnr. 166718 revisie 00 20 oktober 2006 Opdrachtgever De heer C.J.M. Lazeroms Groenstraat 2 4714 SK Sprundel datum vrijgave beschrijving revisie 00 goedkeuring

Nadere informatie

Versie 28 februari 2014. Tijd voor een grondige aanpak, Fundering voor een nationale strategie.

Versie 28 februari 2014. Tijd voor een grondige aanpak, Fundering voor een nationale strategie. Versie 28 februari 2014 Tijd voor een grondige aanpak, Fundering voor een nationale strategie. 250 miljoen euro per jaar wordt geraamd als extra onderhoudskosten voor infrastructuur (wegen en rioleringen)

Nadere informatie

AQUATISCHE LANDBOUW. haal meer uit land én water

AQUATISCHE LANDBOUW. haal meer uit land én water AQUATISCHE LANDBOUW haal meer uit land én water AQUATISCHE LANDBOUW Waarom wel het land, maar niet de sloot benutten in de veenweiden? Dat is de vraag waar het om draait in het icoon Aquatische landbouw

Nadere informatie

KRW- doelen voor de overige wateren in Noord- Brabant: een pragma:sche uitwerking

KRW- doelen voor de overige wateren in Noord- Brabant: een pragma:sche uitwerking KRWdoelen voor de overige wateren in NoordBrabant: een pragma:sche uitwerking Frank van Herpen (Royal HaskoningDHV), Marco Beers (waterschap Brabantse Delta), Ma>hijs ten Harkel en Doesjka Ertsen (provincie

Nadere informatie

Grootschalige energie-opslag

Grootschalige energie-opslag Er komt steeds meer duurzame energie uit wind Dit stelt extra eisen aan flexibiliteit van het systeem Grootschalige opslag is één van de opties om in die flexibiliteit te voorzien TenneT participeert in

Nadere informatie

Grootschalige energie-opslag

Grootschalige energie-opslag Er komt steeds meer duurzame energie uit wind Dit stelt extra eisen aan flexibiliteit van het systeem Grootschalige opslag is één van de opties om in die flexibiliteit te voorzien Uitgebreid onderzoek

Nadere informatie

Stromingsbeeld Rotterdam

Stromingsbeeld Rotterdam Rotterdam centraal en Provenierswijk Bert de Doelder 17-4-2014 Stromingsbeeld Rotterdam Z Maas Freatische grondwaterstand N diepe polders NAP 6,2 m holocene deklaag NAP -5 m 1e watervoerend pakket 1e

Nadere informatie