Eerste bijdrage: 24 november 2008, meest recente bijdrage: maart Paragrafen:

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Eerste bijdrage: 24 november 2008, meest recente bijdrage: maart 2015. Paragrafen:"

Transcriptie

1 Ik schrijf een pretentieus boek. Het boek-in-wording staat hieronder. Het is nog lang niet klaar. Vele paragrafen zijn niet af of nog niet geschreven. Er moet nog veel worden toegevoegd. Ordening en titels zullen nog veranderen. Tenslotte zal het product waarschijnlijk Het Lidmaatschap heten. Eerste bijdrage: 24 november 2008, meest recente bijdrage: maart 2015 Paragrafen: Bronnen Inleiding De tijd Prehistorie Ayn Rand Desmond Morris Frans de Waal Historie Tomasello S.Blaffer Hrdy Tajfel Fukuyama Michael Cook Pinker Springer Spiegelneuronen Oerdriften Taal Gommer Cosmides en Tooby Jonathan Haidt John Gray Appadurai Abram de Swaan B. Anderson De bodem Het individuele brein Groepen Lidmaatschap Taxonomie van lidmaatschappen Ordening van lidmaatschappen Kracht van lidmaatschappen Voor en na Woorden Centripetaal en centrifugaal Bevolkingsontwikkeling Reiskosten De grote godsdiensten De gevolgen De regels Moraal De waarheid Cultuur en natuur Het gezin Het land Etniciteit Oorlog De verwoesting van ecosystemen Voetbal Handel Werk De onverbondenen De onderneming Het individu tegenover de groep The tragedy of the commons Mentaal eigendom Geld Klein goed Gebouwen Milgram en De Voorlezer Hans, over moraal Recepties De schoolklas Amerika Begroetingen Kleding Tinkebell Gezondheid en lidmaatschap Bacteriën De Abilene paradox Mensenrechten Terloopse opmerkingen Fiches Bronnen Inleiding Dit is het begin van een boek waaraan al lang wordt geschreven en dat nog niet af is. Dit boek is geen verhaal, maar de weergave van een idee, een gedachte, een hypothese. Een andere omschrijving een filosofisch-antropologisch essay. Het bevat een simpele gedachte, een gedachte van toepassing op alle tijden en plaatsen waar mensen leefden, leven en zullen leven. De gedachte heeft op alle niveaus van het menselijk bestaan betrekking. De gedachte komt uit mijzelf maar is zeker niet nieuw. Veel anderen zijn me voorgegaan. Wat ik doe is de gedachte uit laten waaieren op vele levensgebieden daarmee aantonend dat de gedachte veel belangrijker is dan dikwijls wordt aangenomen. Het probleem hierbij is de veelzijdigheid, de omvang, de diepgang, de pretentie. Eigenlijk is een tientallen jaren durende studie noodzakelijk. Dat lezen zou opleveren: een betere onderbouwing, meer bewijs en grotere wetenschappelijkheid. Maar ik heb genoeg nagedacht om iets te schrijven dat relevantie heeft. Waar nodig zal ik duidelijk maken dat er geen zekerheid is of dat ik over het betreffende onderwerp niet voldoende kennis heb. Tijd en plaats zijn de belangrijkste variabelen in het menselijk bestaan. Ik schrijf sinds 2008 in een woonhuis in Vlijmen, een kleine plaats in Noord-Brabant, Nederland. De titel van het boek is Het Lidmaatschap. Dat is meteen de kortste samenvatting van het hele boek. Ieder mens streeft ernaar, beter gezegd kan niet leven zonder lid te zijn van groepen 1

2 mensen. Dit streven naar lidmaatschappen is van alles bepalende invloed op ieders persoonlijk leven en op de maatschappij. Als ik hier het woord groepen gebruik, dan moet de lezer denken aan groepen van 2 tot milliarden personen, groepen met een levensduur van minuten tot de eeuwigheid. Het boek gaat niet slechts over het heden, maar verwijst naar de prehistorie, naar tijden miljoenen jaar geleden. Het boek gaat niet alleen over Nederland, maar over de hele planeet. Het gaat over alle mensen. Hier is een citaat uit Een voorpost van de vooruitgang van Joseph Conrad dat haast als een samenvatting van dit boek kan worden beschouwd: Weinig mensen beseffen dat hun leven, het wezen van hun karakter, wat ze kunnen en wat ze durven, slechts uitdrukking zijn van hun geloof in de veiligheid van hun omgeving. Hun moed, hun kalmte, hun zelfvertrouwen, hun emoties en principes, de meest verheven als zowel de meest banale gedachten het zijn allemaal geen producten van het individu, maar van de massa van de massa die blindelings gelooft in de onoverwinnelijke macht van zijn instanties en zijn zeden, in de sterkte van zijn politie en zijn overtuiging. De hypotheses die ik ga presenteren zijn behoorlijk voor de hand liggend. Ik voel me als iemand die roept: Kijk eens, alle planten zijn groen! Ik denk al lang. Het begon met een boekje dat ik als kind las en voor altijd mijn wereldbeeld heeft beïnvloed: "Patava de holenjongen" van C. Wilkeshuis. Mijn leven lang ben ik bestookt door de altijd weer terugkerende vraag: waartoe zijn wij op aarde. En het zoeken naar een antwoord op die vraag droeg ook bij aan dit boek. In dit boek wil ik uitleggen dat denken en gedrag van het individu in zo sterke mate bepaald wordt door zijn omgeving, dat van individuele keuzes nauwelijks sprake is. Het gedrag van de moderne mens wordt voor een groot deel bepaald door wetmatigheden die stammen uit de prehistorie. De mens van nu is een jager/verzamelaar, die leeft in een omgeving die door eigen handelen razendsnel is veranderd. De veranderingen zijn van culturele aard, veranderingen die niet uit genetische veranderingen zijn voortgekomen. Het zou bizar zijn als ik als eerste het concept "lidmaatschap" zo breed uitwaaierend introduceer. Als het concept valide blijkt te zijn en ik ook nog origineel zou zijn, hoe is deze absurditeit dan te verklaren? Ik bedacht het volgende. Schrijvers van non-fictie met enige wetenschappelijke en/of filosofische pretentie (dus niet de vele adviesboeken voor de eenvoudige burger) zijn meestal oorspronkelijk denkende, wetenschappelijk gevormde lezers die zelf hun leven beleven als één met een grote individuele component. Het zijn waarschijnlijk geen groepsmensen. Zij zijn gaan schrijven niet dankzij maar ondanks hun omgeving. Zij hebben dus relatief weinig oog voor het conformisme, voor het groepsgedrag, voor de behoefte aan lidmaatschap van vele anderen. En dus is de kans dat zij het opmerken geringer. 2

3 Het lidmaatschap, dit geschrift, gebruikt als uitgangspunt het inmiddels door de wetenschap geaccepteerde beeld dat Tomasello kort en krachtig zó formuleert: The changes we see in human societies beginning with the advent of agriculture and cities are not due, on anyone's account, to any kind of biological adaptation. The changes would seem to be sociological only, given their recency and the fact that by this time modern humans were already spread out all over the globe (so that a species-wide biological change was higly unlikely). What this means is that most, if not all, of the highly complex forms of cooperation in modern industrial societies - from the United Nations to credit card purchases over the Internet - are built primarily on cooperative skills and motivations biologically evolved for small-group interactions. Deze jonge vrouw, een soldaat in het Israëlische leger, illustreert het lidmaatschap op overduidelijke wijze. Ze is soldaat, dus lid van het leger. Dat betekent dat zij zich onderwerpt aan de regels van deze groep. Zij maakt haar lidmaatschap kenbaar door het dragen van een uniform. Uniform = één vorm: alle leden van de groep dragen dezelfde kleren en maken zich zo identiek aan elkaar. De individualiteit wordt ondergeschikt aan het lidmaatschap. De groep, het leger, heeft een sterke leiderschaps-structuur, waardoor loyaliteit afgedwongen kan worden. De groep heeft als specifieke taak de belangen te verdedigen van een grotere groep, het eigen volk, en dat door middel van geweld. Het geweld richt zich op de vijand, andere mensen die niet individueel maar alleen als groep vijand zijn. (Voor gevaarlijke individuen is er 3

4 een ander instituut: de politie.) Dat geweld de grondslag is van het groepslidmaatschap wordt duidelijk door het wapen dat zij draagt en de pose die zij aanneemt. Er is het anachronisme dat het een vrouwelijke soldaat is. Dat klopt niet met oude culturen, misschien zelfs niet met onze genen. De soldaat is altijd een man. De natuurlijke drager van de voortplanting legt die taak naast zich neer om die van de strijd, typisch een mannelijke bezigheid, op zich te nemen. Deze vrouw draagt een speelgoedbeest. Ieder mens weet dat dit voornamelijk van textiel vervaardigde voorwerp een (niet bestaand) beest verbeeldt en begrijpt ook dat dit denkbeeldige beest voor de soldaat de wellicht belangrijke rol van gezelschap, kameraad, groepsgenoot vervult. De vrouw creëert haar eigen kleine groep, een extra veiligheid. Uit de begeleidende tekst (in de weekendbijlage van NRC/Handelsblad) blijkt dat de vrouw haar wapen WEL en het speelgoedbeest GEEN naam heeft gegeven. De personificatie van het wapen is dus sterker als die van het speelgoedbeest. Het benadrukt de gewelddadigheid van de vrouw. De tijd Denk aan de zee. Op het oppervlak van de huizenhoge golven zijn rimpelingen te onderscheiden, rimpelingen van minder dan een centimeter hoogte. Zelfs een regendruppel veroorzaakt kringen. Ook dat zijn golven. Tussen de rimpelingen en de grootste golven zijn alle maten te onderscheiden. Op iedere plek van de zee is de waterhoogte afhankelijk van grote en kleine golven tegelijkertijd. Iedere seconde verandert op iedere plek de waterhoogte. De veranderingen door de passerende rimpelingen vinden het snelst plaats. De grote golven zorgen voor de grootste verplaatsing. De voortdurende veranderende waterhoogte op ieder plekje van de zee is een metafoor voor de veranderingen die de mens ondergaat. Zijn leven wordt bepaald door de tijd en de plaats. Omdat onze levensduur beperkt is neigen we ertoe vooral te kijken naar de kleine rimpelingen. De kleine rimpelingen zullen sneller voorbijtrekken en dus op de korte termijn meer invloed hebben. Enkele banale voorbeelden: op de schaal van 24 uur weten we dat het 's avonds donker wordt. Op de schaal van een jaar weten we dat het op veel plaatsen in januari kouder is dan in juli. De Duitse Middeleeuwer tijdens een pestepidemie leed meer dan de burger van het nu armste land op aarde in Burundi. Tijd en plaats zijn beslissende elementen. Als tijd en plaats vastliggen, ligt daarmee vast wat de mensen daar en dan denken, vinden, doen, streven, hoe zij lijden, hopen, leven. Wat is de invloed van het verre verleden op alle mensen die nadien leefden en leven. Ik stap door het verleden in stappen van grootteordes. (Gebeurtenissen die in de grootteorde van 100 jaar geleden hebben plaatsgevonden, zijn gebeurtenissen die tussen de 500 en 50 jaar geleden hebben plaatsgevonden.) 106 = grootteorde jaar. Mensachtigen ontstaan. De mensachtigen ontwikkelen 4

5 eigenschappen die een aanloop zijn naar onze samenleving: rechtop lopen, gebruik van gereedschap, vroeggeboorte en dus collectieve broedzorg, misschien aanzetten tot gebruik van taal. 105 = grootteorde jaar De mens, Homo Sapiens, ontwikkelt zich uit mensachtigen in Oost-Afrika. De populatie is eerst klein. De mens verspreidt zich vanuit Oost-Afrika over de rest van Afrika en Eurazië en het Amerikaanse continent. Andere mensachtigen sterven uit, worden misschien uitgeroeid. Maar er is ook menging. Menselijke rassen ontwikkelen zich. Voor het eerst wordt voor het individu de cultuur meer dan de evolutie bepalend voor zijn leven. Het belangrijkste is daarbij de ontwikkeling van de taal, de cultuurdrager bij uitstek. 104 = grootteorde jaar. De mens krijgt zo'n grote greep op de natuur dat zijn leven volledig verandert, het begin van de landbouw. Het leidt tot een overvloed aan voedsel, tot een vaste verblijfplaats van de landbouwer en tot een bevolkingsexplosie. Culturele verworvenheden nemen explosief toe: wiel, schrift, domesticeren van steeds meer dieren. Oude structuren voortvloeiend uit het bestaan van de rondzwervende clan functioneren niet meer naar behoren. Veel geweld. 103 = grootteorde 1000 jaar. De toenemende bevolkingsdichtheid, de vorming van steden, leiden tot verdergaande cultuurwijzigingen: schrift en dus de mogelijkheid culturele ontwikkelingen vast te leggen en te behouden; toenemende machtsconcentratie en de noodzaak van moraliserende kaders voor grote groepen: de grote godsdiensten. 102 = grootteorde 100 jaar. De Verlichting in de westelijke wereld leidend tot ontwikkeling van wetenschap en techniek met als gevolg enorme economische groei. Het leven van velen verschilt sterk van dat van vorige generaties. Afnemende invloed van de godsdienst. 101 = grootteorde 10 jaar. Daling van kosten van verplaatsing en toename van welvaartsverschillen leiden tot enorme migratiestromen; ontwikkeling van informatietechnologie; verdergaande deconfessionalisering; verminderde betekenis van het het kerngezin. Ons denken lijkt met betrekking tot tijd en afstand een logaritmische structuur te hebben. We springen in gedachten makkelijk van een plaats op 10 kilometer naar één op 100 kilometer. Het verschil bevatten tussen plekken op 100 en 110 kilometer is veel lastiger. Prehistorie Het proces van de menselijke evolutie is uiterst belangrijk voor de ideeën geformuleerd in dit boek. Maar veel details zijn niet van heel groot belang. Ik geef daarom een oppervlakkige en 5

6 incomplete schets van de kennis over de prehistorie op dit moment. Aan deze kennis is misschien wel meer gewerkt, meer over nagedacht en geschreven dan over het bezoek aan de maan door de mens. Daarbij veranderen de inzichten voortdurend, de laatste tijd versneld door de kennis voortgebracht door DNA-onderzoek van zowel fossiel materiaal als van levende mensen. Het DNA-onderzoek is een nieuw window of opportunity om de kennis over de prehistorie van de mens te vergroten. Ongeveer 7 miljoen jaar geleden splitsten de protomensen of hominiden zich af van de homonoïden stamboom. De hominiden zijn de mensachtigen. De groep hominoïden omvat naast de mensachtigen ook de mensapen. (Definities van hominiden en hominoïden zijn niet overal hetzelfde.) De vroege mens was circa 1,20 meter groot, woog 30 à 40 kg en had dezelfde herseninhoud als de huidige chimpansee. Deze vroege mens kon rechtop lopen. Van deze vroege mens ontstonden vele varianten die alle zijn uitgestorven. De stamboom wordt door groeiende kennis over de vroege mens steeds ingewikkelder en uitgebreider. Er zijn vele vondsten van min of meer van elkaar afwijkende soorten die op verschillende manieren aan elkaar gerelateerd kunnen worden. Wat konden de voorlopers van de mens al? Er is veel speculatie en er zijn weinig bronnen. Homo Erectus bijvoorbeeld leefde van 2 miljoen tot circa jaar geleden. Hij liep rechtop. Hij leefde in kleine groepen als jager/verzamelaar in Afrika, Europa en Azië, een groot verspreidingsgebied. Waarschijnlijk is per slot van rekening de mens afstammeling van Homo Erectus. Homo Erectus gebruikte vuur en stenen werktuigen. De vuistbijl is dus een al miljoenen jaren oude uitvinding. Homo Erectus kookte het vlees en dat betekende waarschijnlijk een belangrijke impuls voor een verandering in levensstijl. Misschien gebruikte Homo Erectus een proto-taal en kon hij dus praten. In The rational optimist beschrijft Matt Ridley Homo Heidelbergensis ( jaar oud) This creature has a much bigger brain than, possibly 25 % bigger than late Homo Erectus.... They had a way of getting food and shelter in their preferred habitat, of seducing mates and rearing babies, they walked on two feet, had huge brains, made spears and hand axes, taught each other traditions, perhaps spoke or signalled to each other grammatically, almost certainly lit fire, sand cooked their food, and undoubtedly killed big animals...they could not change their way much; it was not in their natures. Once they had spread all over Africa and Eurasia, their populations never really grew... Crucially they did not shift their niche. They remained trapped within it. Nobody woke up one day and said I'm going to make a living a different way.. Making a teardrop shaped sharp-edged stone tool takes no more skill than making a bird's nest and probably was just as instinctive: it was a natural expression of human development. De mensensoort homo sapiëns, dus onze voorouders, bestaat sinds ongeveer jaar. Sinds die tijd zijn onze hersenen niet meer in omvang toegenomen. De homo sapiëns is ontstaan in Oost-Afrika. Mogelijk is de populatie op zeker moment heel klein geweest, Sarah Blaffer Hrdy spreekt van individuen. Uit een artikel van Hendrik Spiering (NRC/Handelsblad) citeer ik: Rond jaar geleden, toen het klimaat veranderde door de komst van een nieuwe ijstijd, trokken groepen naar het noorden. Aanwijzingen daarvoor zijn de resten van de strandcultuur aan de Eritrese kust ca jaar geleden. Uit de periode rond jaar geleden zijn de skeletresten van Homo sapiens in Israël gevonden. Deze trek uit Afrika zette echter niet door, daarna verdween de moderne mens er weer. Pas circa jaar geleden begon de definitieve trek uit Afrika en de kolonisatie van de rest van de wereld. In Europa leefden toen al een paar honderdduizend jaar Neanderthalers, en in Azië; nog altijd Homo Erectus, maar die mensensoorten zijn uitgestorven. 6

7 De mens leefde in familiegroepen. De grootte van de groep waarbinnen de mens functioneerde, werd gedicteerd door enkele uiterst zakelijke factoren, de voedselvoorziening en de veiligheid. Om ieder lid van de clan regelmatig van voedsel te kunnen voorzien, moest de clan niet al te groot en niet al te klein zijn. Werd de clan te groot, dan dreigde te snel uitputting van de voedselbronnen. Was de clan te klein, dan waren te weinig clanleden beschikbaar voor de verschillende taken, dan waren de bedreigingen door dieren moeilijk te keren en kwam de reproductie in gevaar. Over deze clangrootte zegt de Engelse Wikipedia en laat ik voor het gemak aannemen dat deze de op dit moment aanvaarde kennis weergeeft: Individual band societies tend to be small in number (10-30 individuals), but these may gather together seasonally to temporarily form a larger group (100 or more) when resources are abundant. Natuurlijk zal dit getal gevarieerd hebben met de klimaten en de diverse ontwikkelingsstadia van de jager/verzamelaar. De geschiedkundige site zegt het zo: The ancient hunter gatherers lived in small groups, normally of about ten or twelve adults plus children. They were regularly on the move, searching for nuts, berries and other plants (which usually provided most of their nutrition) and following the wild animals which the males hunted for meat. Each group had a large territory over which it roamed large, because only a small proportion of the plants in any given environment were suitable for people to eat, and these came into fruit at different times of the year meaning a large area of land was needed to meet the food needs of a small number of people. The group s territory had regular places where it stopped for a while. These might be caves or areas of high or level ground giving them a good all-round vision of approaching animals (and hostile neighbours), and where they would build a temporary encampment. These family groups belonged to larger clans of 50 to 100 adults, spread over a wide area and whose members regarded themselves as a people, descended from a common ancestor. Inmiddels is de discussie over het aantal mensen dat een individu in de prehistorie ontmoette nog niet afgesloten. We moeten ons erbij bedenken dat we spreken over een periode van enkele honderden millenia, over mensen in verschillende stadia van ontwikkeling levend in gebieden sterk verschillend in klimaat, begaanbaarheid, bedreigingen en voedsel. Het is dus naïef om te spreken van het leven van de jagers/verzamelaars. Matt Ridley legt nadruk op de culturele ontwikkelingen die zo kenmerkend waren voor Homo Sapiens in tegenstelling tot de Neanderthalers. Hij schrijft ze toe aan het bouwen van een 7

8 collective intelligence. They had started for the very first time to exchange things between unrelated, unmarried individuals: to share, swap, barter and trade... Reciprocity means giving each other the same thing (ususally) at different times. Exchange.. means giving each other different things (usually) at the same time: simultaneously swapping two different objects... Trade is often unequal but still benefits both sides. Dit proces begon zo'n jaar geleden. Uitwisseling begon als een proces tussen de sexen waarbij het gebruik van vuur en het koken van voedsel de motor achter dit proces waren. Vuur en koken leidde tot de verdeling van arbeidstaken tussen man en vrouw. Ridley: In terms of nutrition, women generally collect dependable, staple carbohydrates whereas men fetch precious protein. Combine the two predictable calories from women and occasional protein from men and you get the best of both worlds. At the cost of some extra work, women get to eat some good protein without having to chase it; men get to know where the next meal is coming from if they fail to kill a deer... Everybody gains gains from trade. It is as if the species now has two brains and two stores of knowledge instead of one, a brain that learns about hunting and a brain that learns about gathering. Sarah Blaffer Hrdy heeft een analyse over de ontwikkeling van de hominiden die sterk afwijkt van die van Matt Ridley. Zij beargumenteert dat Homo erectus (1,8 millioen jaar geleden) door klimaat-veranderingen gedwongen werd knollen te gaan eten om te voorzien in de grotere energie behoefte van een lichaam met meer hersenen. Homo erectus kon waarschijnlijk vanaf jaar geleden vuur gebruiken voor voedselbereiding. Dit kan hebben geleid tot een langere levensduur, decennia na de menopauze, van vrouwen. Dit kan de aanloop zijn geweest naar cooperative breeding, gezamenlijke zorg voor baby en kind, van langzaam volwassen wordende babys. Dit leverde de grondslag voor een nieuw hoog niveau van empathie en samenwerking. In het Natural History Magazine van september 2009 schrijft zij: Behaviorally modern humans, capable of symbolic thought and language, emerged more recently still, within the last years. Most evolutionists have assumed that our unusually sophisticated capacities for attributing mental states and feelings to others coincided with those late-pleistocene ( tot jaar geleden) behavioral transformations, and correspond with the need for members of one group to get along so as to outcompete and defend themselves against other groups. But there are difficulties with that scenario. There is abundant archaeological evidence for ealy warfare, but none dates back much before years ago, when people began to settle down and live in more complex societies with property to protect. Consider however an alternative explanation, the possibility that our empathetic impulses grew out of the peculiar way that children in the genus Homo were reared. I believe that at an early stage in human evolution, our bipedal ape ancestors were increasingly cared for and provisioned not just by parents but also by ther group members, known as alloparents. In my view cooperative breeding... came before big brains. I believe it first emerged among upright apes that only were beginning to look like us, and further evolved during the Pleistoce in African H. Erectus (also called H. ergaster) - creatures that did not think or use language to communicate the way we do. Alloparental care and provisioning set the stage for children to grow up slowly and remain dependent on others for many years, paving the way for the evolution of anatomically modern people with even bigger brains. It was not the other way around: bigger brains required care more than caring required big brains.... a growing body of evidence from traditional societies makes clear wherever rates of child mortality were high, children with alloparental provisioning were more likely to survive.... Among our Pleistocene ancestors, infants with multiple caretakers would have been challenged in ways that no ape had ever been before. The needy youngster would have had to decipher not only its mother commitment but also the moods and intentions of others who might be seduced in helping.... The youngster best at mind reading would be best cared for and best fed. Such novel (for an ape) selection pressures favored a very different type of ape - one that we might call emotionally modern. In een TED presentatie vertelt Zeresenay Alemseged van de vondst van een 3,3 millioen jaar oud meisje van drie. Het is een Australopithecus Afarensis, een voorloper van de mens. 8

9 Alemseged maakt hierbij een belangrijke opmerking, mogelijk ontleend aan Blaffer Hrdy. Uit de vondst van deze dreumes kan afgeleid worden dat op deze leeftijd nog steeds hersengroei plaatsvindt bij deze mensachtige. Dat betekent dat ook deze mensachtige als kind sterk afhankelijk was van haar opvoeders. En dat betekent weer dat toen al een hoog georganiseerde samenwerking nodig was om de kinderen te laten opgroeien. Toen al was er dus menselijk lidmaatschapsgedrag. Overigens blijkt uit het tongbeen (hyoid bone) dat het meisje qua stem op een chimpansee leek. De aanwezigheid van Neanderthalers van circa een half millioen jaar geleden tot enkele tienduizenden jaren geleden en dus gedurende vele tienduizenden jaren in hetzelfde gebied als homo sapiëns is een fascinerende gedachte. De Neanderthaler had meer hersens dan de mens en verschilde in bouw ook van de mens maar was nauw verwant. De twee soorten, mensen en de Neanderthalers, moeten elkaar ontmoet hebben, hebben wellicht gevochten of naast elkaar geleefd. Is het voorstelbaar dat de mens Neanderthalers als slaaf of huisdier heeft gehouden? Of omgekeerd? En waarom ontwikkelde de Neanderthaler minder cultuur dan homo sapiens? Ondertussen is uit DNA-onderzoek gebleken dat menselijk, niet-afrikaans DNA voor 1 tot 4 % deel uit Neanderthal bron komt. Te vergelijken met de invloed van één over-overovergrootouder. Er is waarschijnlijk sexueel contact geweest tussen de twee soorten in de periode, tot jaar geleden, dat mensen uit Afrika migreerden. DNA-onderzoek onthult veel van wat er gebeurde in de prehistorie. Het is alsof een oud schrift is gevonden, maar dan een schrift vastgelegd in het DNA. Onderzoek aan palaeontologisch DNA door Svante Paäbo leverde naast het genoom van de Neanderthaler sensationele resultaten. Zo resulteerde onderzoek aan een jaar oud pinkbotje, dat in Siberië werd gevonden, in de ontdekking van een nieuwe mensachtige, de Denisova. Het Denisova DNA verschilt weinig van dat van de mens maar meer dan Neanderthal DNA. Homo sapiëns had sexueel contact met de Denisova-mens, waardoor volken in de Stille Oceaan voor enkele procenten Denisova-DNA met zich dragen. Denisova DNA wijst op sexueel contact tussen de Denisova-mens en de Neanderthaler. Van homo sapiëns is nu door DNA onderzoek vastgesteld wanneer en in welke richting migraties vanuit Oost-Afrika hebben plaatsgevonden. De mens die uit Oost-Afrika migreerde zal een zwarte zijn geweest. Uit de gemigreerde groepen zijn in de laatste jaar genetisch iets afwijkende menstypen ontstaan. Ten gevolge van de aanpassing aan een omgeving met minder zonlicht en dus verminderde vitamine D-produktie, is de huid van de mensen in gematigde streken lichter geworden. Over de prehistorie, onderzoeksgebied van de archeologie, zijn inmiddels vele boeken geschreven. Gedurende deze periode, dat is dus eigenlijk gedurende bijna het gehele bestaan van de mens, was de mens jager/verzamelaar. Uit het vele onderzoek naar het leven van nu nog levende jagers/verzamelaars blijkt dat ook dat leven vele vormen aan kan nemen. Denk aan de verschillen in het leven tussen de Inuit (Eskimo's) en de!kung (Bosjesmannen). Van het sociale leven in de prehistorie, en daarvan juist zou ik graag meer willen weten, is het meeste giswerk. Hier nog een citaat van Matt Ridley: Take a snapshot of the life of hunter gathering human beings in their heyday, say at years ago well after the taming of the dog... People had spear throwers, bows and arrows, boats, needles, adzes, nets. They painted exquisite art on rocks,decorated their bodies, traded foods, shells, raw materials and ideas.they sang songs, danced rituals, told stories, prepared herbal remedies for illnesses. They lived into old age far more frequently than their ancestors had done. Voor het juiste perspectief hier een citaat van evolutionair psychologen Tooby en Cosmides: Natural selection, the process that designed our brain, takes a long time to design a circuit of any complexity. The time it takes to build circuits that are suited to a given environment is so slow it is hard to even imagine -- it's like a stone being sculpted by wind-blown sand. Even relatively simple changes can take tens of thousands of years. The environment that humans -- and, therefore, human minds -- evolved in was very different from our modern environment. Our ancestors spent well over 99% of our species' evolutionary 9

10 history living in hunter-gatherer societies. That means that our forebearers lived in small, nomadic bands of a few dozen individuals who got all of their food each day by gathering plants or by hunting animals. Each of our ancestors was, in effect, on a camping trip that lasted an entire lifetime, and this way of life endured for most of the last 10 million years. Generation after generation, for 10 million years, natural selection slowly sculpted the human brain, favoring circuitry that was good at solving the day-to-day problems of our huntergatherer ancestors -- problems like finding mates, hunting animals, gathering plant foods, negotiating with friends, defending ourselves against aggression, raising children, choosing a good habitat, and so on. Those whose circuits were better designed for solving these problems left more children, and we are descended from them. Our species lived as hunter-gatherers 1000 times longer than as anything else. The world that seems so familiar to you and me, a world with roads, schools, grocery stores, factories, farms, and nation-states, has lasted for only an eyeblink of time when compared to our entire evolutionary history. The computer age is only a little older than the typical college student, and the industrial revolution is a mere 200 years old. Agriculture first appeared on earth only 10,000 years ago, and it wasn't until about 5,000 years ago that as many as half of the human population engaged in farming rather than hunting and gathering. Natural selection is a slow process, and there just haven't been enough generations for it to design circuits that are well-adapted to our post-industrial life. In other words, our modern skulls house a stone age mind. The key to understanding how the modern mind works is to realize that its circuits were not designed to solve the day-to-day problems of a modern American -- they were designed to solve the day-to-day problems of our hunter-gatherer ancestors. These stone age priorities produced a brain far better at solving some problems than others. For example, it is easier for us to deal with small, huntergatherer-band sized groups of people than with crowds of thousands; it is easier for us to learn to fear snakes than electric sockets, even though electric sockets pose a larger threat than snakes do in most American communities. In many cases, our brains are better at solving the kinds of problems our ancestors faced on the African savannahs than they are at solving the more familiar tasks we face in a college classroom or a modern city. In saying that our modern skulls house a stone age mind, we do not mean to imply that our minds are unsophisticated. Quite the contrary: they are very sophisticated computers, whose circuits are elegantly designed to solve the kinds of problems our ancestors routinely faced. Heel lang, vele duizenden generaties lang, leefden mensen en hun voorgangers op een manier die drastisch afweek van de onze en die enkele doorslaggevende karakteristieken had ondanks de vele variëteiten afhankelijk van tijd en plaats. De prehistorische mens leefde in familieverband, bezat zo goed als niets en had geen vaste woon- of verblijfplaats. Hij leefde van wat de natuur hem leverde. De bevolkingsdichtheid was heel klein, maximaal 1 millioen mensen wereldwijd. Hij ontmoette zelden verwante en bevriende groepen andere mensen en heel zelden groepen onbekenden die hij ervoer als gevaarlijk en bedreigend. Deze mens was eerst en vooral lid van zijn familie. Dat bepaalde zijn gedrag. Net als in het ons bekende kerngezin deelde hij zijn eten en zijn gevoelens. Hij droeg dezelfde verantwoordelijkheden als in ons kerngezin, volgde regels die ook in ons kerngezin gelden. Nee: we moeten aannemen dat de regels die wij volgen voor een groot deel afgeleid zijn van wat de prehistorische mens ontwikkelde. En ook dat is niethelemaal waar. Ons kerngezin is een gereduceerde extended family, die we nog herkennen in de reclames van Italiaanse families aan een lange tafel in een boomgaard. De reductie van de extended familytot een kerngezin, vroeger met vier of meer kinderen en nu soms niet meer dan een moeder met haar enige kind leidt natuurlijk tot ander gedrag. De essentie van onze prehistorie is in ieder geval dat onze relatie met andere mensen voor 99 % van de tijd bestond uit de omgang met familieleden. Deze omgang werd gestuurd door regels voor een groot deel genetisch van aard met culturele (dus slechts via opvoeding overdraagbare) aanpassingen. We weten nu onder andere door onderzoekers als de Waal, Tomasello en Blaffer Hrdy dat de prehistorische mens zich in de moeilijke omgeving handhaafde middels veel empathie voor zijn familieleden. Vanwege het belang van hun onderzoek schenk ik hieronder aan het gedachtengoed van ieder van hen en aan dat van Desmond Morris, een voorloper in het nadenken over de prehistorie. Maar om te beginnen het schadelijke gedachtengoed van Ayn Rand. 10

11 Antropoceen Ayn Rand Ayn Rand was schrijfster. Ze vluchtte in 1926, 21 jaar oud, uit de voormalige USSR. Ze ontwikkelde een filosofische stroming, het 'Objectivisme', die grote invloed had op de politieke opvattingen in de USA en daarbuiten. Hier een kenmerkend citaat: I am not primarily an advocate of capitalism, but of egoism; and I am not primarily an advocate of egoism, but of reason. If one recognizes the supremacy of reason and applies it consistently, all the rest follows. Hier is een interview, zie opgenomen in Interviewer Mike Wallace vraagt hier onder andere naar Ayn Rand's mening over gradual growth of protective legislation based on the principle that we are our brother's keepers. Haar reactie:. You see destruction all around you and that you are moving towards disaster until and unless all those welfare state conceptions have been reversed and rejected. It is precisely this trend which is bringing the world to disaster because now we are moving towards complete collectivism or socialism a system under which everybody is enslaved to everybody and we are moving this way because of our altruist moral. Zij pleit voor een rationele moraal gebaseerd op het streven naar het eigenbelang van de mens. Iedereen heeft het recht op geluk en moet het zelf bereiken. Liefde voor anderen is gebaseerd op hun bijzondere eigenschappen. Altruïsme bestaat niet. Ze is volstrekt areligieus. Het is een vreselijke maar heldere en consequente levensbeschouwing. Het is nuttig om er kennis van te nemen omdat het zo verhelderend werkt. Met de areligieuziteit heb ik geen enkele moeite. Maar zeker wel met de verheerlijking van de rede. Nee, de rede is niet het alleen geldige of alleen ware. Maar de belangrijkste vergissing is het ontkennen van de mens als onderdeel van een gemeenschap, het ontkennen van de onderlinge afhankelijkheid, de onmogelijkheid van een mens om zonder anderen te functioneren. Die onderlinge afhankelijkheid uit zich natuurlijk onder andere in het in ons ingebakken en inmiddels aangetoonde altruïsme, zie verder. Ongebreideld kapitalisme gebaseerd op het idee dat iedereen naar beste vermogen eigenbelang nastreeft met zo weinig mogelijk ingrijpen door de overheid, is een logische consequentie van Rand's filosofie. "Links" kapitalisme, het Rijnlands model, heeft oog voor de rechten van de factor arbeid maar is een vis-noch-vlees opvatting, waarbij medemenselijkheid mondjesmaat wordt erkend. Men zegt dat Rand's ideeën Milton Friedman inspireerden tot zijn economische opvattingen die in Chicago School of Economics tot bloei kwamen. Dit zegt Friedman in een interview met Reason (zie het artikel hier Ayn Rand had no use for the past. She was going to invent the world anew. She was an utterly intolerant and dogmatic person who did a great deal of good. Alan Greenspan, gedurende vele jaren voorzitter van de Fed, Federal Reserve System, de centrale bank van de USA, was bevriend en aanhanger van haar ideeën. Via dit soort mensen was Ayn Rand misschien wel de belangrijkste bron van de Reaganomics met als gevolg deregulering van het bankwezen en later de Krach van Voor Mark Rutte schijnt Ayn Rand één van de favoriete liberale denkers te zijn. Met nadruk moeten we vaststellen dat afgezien van de invloed van Ayn Rand in de Westerse wereld gedurende een aantal decennia het eigenbelang als allesbeheersnd mechanisme voor de economie werd beschouwd. Maar grondlegger van het liberalisme Adam Smith opent The theory of moral sentiments met de zin: Hoe zelfzuchtig de mens ook mag zijn, toch blijken er in zijn natuur principes te bestaan, die hem belang doen stellen in het welzijn van anderen en die maken dat het voor hem noodzakelijk wordt dat zij gelukkig zijn ook al ervaart hij van hun geluk niets anders dan zijn genoegen er getuige van te zijn. Desmond Morris Ik las van Morris De mensentuin en De naakte aap. De Mensentuin is brilliant en zijn tijd ver vooruit, geschreven in 1969, een jaar na De Naakte Aap. Morris studeerde bij Niko Tinbergen, 11

12 maar werkte ook als schilder en als televisieprogramma maker. Het moet een geniale man zijn. Hoewel zijn boeken heel succesvol zijn, wordt weinig naar hem verwezen. Ik vermoed dat veel van wat hij schreef ietwat speculatief was, waarbij hij niet alles wetenschappelijk volledig verantwoordde. Een man naar mijn hart dus. Zo illustreert Morris het verschil tussen de jager/verzamelaar en de moderne mens: Stel u een stuk land voor van dertig kilometer lang en even breed, woest, bewoond door grote en kleine dieren. Nu moet u zich in het midden van dit terrein een groep van zestig menselijke wezens voorstellen, die daar hun tenten hebben opgeslagen. Probeer uzelf daar te zien zitten als van die kleine stam middenin het landschap uw landschap dat zich verder uitstrekt dan u kunt zien. Afgezien van uw stam wordt deze grote vlakte door niemand anders gebruikt. Het is uw eigen kroondomein, het jachtterrein van uw eigen stam. De mannen van uw groep gaan regelmatig op jacht. De vrouwen zoeken bessen en andere vruchten. De kinderen spelen luidruchtig op en om het kampeerterrein; in hun spel imiteren zij de jachttechniek van hun vaders. Wanneer het de stam goed gaat en het ledental toeneemt, zal zich een groep afscheiden en een nieuw gebied gaan koloniseren. Heel geleidelijk aan zal de soort zich verspreiden. Stel u een stuk land voor van dertig kilometer lang en even breed, geciviliseerd, bewoond door machines en gebouwen. Nu moet u zich in het midden van dit terrein een groep van zes millioen menselijke wezens voorstellen, die daar hun tenten hebben opgeslagen. Zie uzelf daar zitten met overal om u heen de complexiteit van die geweldige stad, waar u ook kijkt. Morris heeft het over de eerste steden 6000 jaar geleden in het Midden-Oosten en introduceert de begrippen super-stam en subgroepen of pseudo-stammen. Onze eenvoudige stamverwant had het al een heel eind gebracht. Hij was een burger geworden, lid van een super-stam en het voornaamste verschil was dat hij in een super-stam niet meer persoonlijk elk lid van zijn gemeenschap kende... Als soort zijn we biologisch niet geschikt om met een massa vreemdelingen, die zich als leden van onze stam hebben vermomd, samen te leven.... De kunstmatige schaalvergroting tot het super-stamniveau had tot gevolg dat ingewikkelde controlesystemen moesten worden ingevoerd om de uit haar voegen barstende gemeenschap in bedwang te houden. De geweldige materiële voordelen van het super-stamleven moesten met discipline worden betaald. In de civilisatiekernen van de oudheid die rond de de Middellandse Zee, in Egypte, Griekenland en Rome, groeiden met de kunst en de technologie ook de administratie en de wet... Elk individu van het oude biologische type knoopte persoonlijke betrekkingen aan met een kleine groep maatschappelijk of beroepsmatig gelijkgezinden. Binnen die groep kon hij zijn basisbehoefte van wederzijdse hulp en steun voldoen. Andere subgroepen de slavenklasse bijvoorbeeld kon hij dan rustig als buitenstaanders beschouwen waarvoor hij niet verantwoordelijk was. De maatschappelijke dubbele moraal was geboren... Hoewel de meester zijn ondergeschikte slaaf, bediende of lijfeigene persoonlijk kende, betekende het feit dat deze keurig in een andere sociale categorie was ingedeeld, dat hij even slecht behandeld kon worden als iemand uit een onpersoonlijke menigte. De erfzonde is uitgevonden om ons menselijk tekort tegenover de superstam te compenseren, legt Morris uit. Het wonder van de geciviliseerde maatschappij is dat de ingeboren menselijke drang tot coöperatie zich telkens weer opnieuw en zo sterk doet gelden.... Als we in ons niet de biologische drang tot samenwerken met onze medemensen hadden, waren we als soort reeds lang uitgestorven... De kunstmatige omstandigheden van de super-stamdruisen tegen ons biologisch altruïsme in en dit altruïsme moet worden opgepept. Dit is de enige reden waarom ons altijd de doctrine van de erfzonde in een of andere vorm is ingeprent.... Medelijden, vriendelijkheid, wederzijdse hulp, een fundamentele bereidheid tot samenwerking binnen stamverband moet bestaan hebben in de eerste groepen mensen wilden zij enige overlevingskans hebben in hun precaire situatie. Pas toen de stammen tot onpersoonlijke super-stammen uitgroeiden, kwam het oude gedragspatroon onder druk te staan en begon te wankelen. Toen pas moesten kunstmatig wetten en reglementen worden opgelegd om het evenwicht te herstellen.... Diefstal, misschien de meest voorkomende misdaad, is een goed voorbeeld. Een lid van een super-stam staat voortdurend onder druk door zijn kunstmatig sociale omgeving. Het merendeel van zijn super-stamgenoten zijn vreemdelingen voor hem; hij heeft geen 12

13 persoonlijke band met hen. De typische dief steelt niet van zijn metgezellen; hij breekt niet met de oude biologische stamcode. In zijn geest plaatst hij zijn slachtoffer eenvoudigweg buiten zijn eigen stamverband. Om dit tegen te gaan moet een super-stamwet worden uitgevaardigd.... Zo gesteld kunnen we inzien dat de wet een tegenwicht is, die tracht de ontsporingen van een super-stambestaan te verijdelen en de vormen van het natuurlijke sociale gedrag voor de menselijke soort te bewaren onder onnatuurlijke omstandigheden... Morris noemt hier zowel de religie als de staat als handhaver van de regels. Dit komt verderop uitgebreider aan de orde. Uit Child, in het Nederlands: Kind, de ontwikkleing van het kind van 2 tot 5 jaar (opvolger van Baby- het grote wonder van de eerste twee jaar) Het is pas sinds we in huizen wonen en van elkaar gescheiden zijn door dichte deuren, muren en hekken, dat de peuters geïsoleerd zijn geraakt. Het kinderdagverblijf is dus eigenlijk een natuurlijker aspect van de menselijke samenleving dan het huis. Het is inmiddels duidelijk dat de ontwikkeling van kinderen zich in hun eerste jaar voor een groot deel zonder invloed van buitenaf voltrekt. Frans de Waal Frans de Waal is een uitzonderlijk invloedrijk apengedragsonderzoeker. Hij wist op het juiste moment op heel toegenakelijke manier nieuwe inzichten over apengedrag en hun relatie met menselijk gedrag te publiceren. Het was de tijd dat getwijfeld ging worden aan de Ayn Randachtige opvattingen. Frans de Waal biedt een alternatief. Zijn vele boeken cirkelen alleen rond dezelfde thema's. De Waal onderzoekt het gedrag van gevangen (meestal?) in groepsverband opgesloten chimpansees en bonobo's. De laatsten zijn lang opgevat als chimpansees. De Waal beschrijft belangrijke fysieke verschillen tussen bonobo's en chimpansees, zoals borsten bij bonobo vrouwtjes, roze lippen, lang zwart haar en een meer intellectueel voorkomen bij bonobo's. Hoewel vrouwtjes bonobo's net als bij de mens kleiner zijn De vernistheorie bepaalde de gangbare opvoedingsgedachten in dan mannetjes (85%) zijn vrouwtjes dominant, mogelijk mijn jeugd. Kinderen waren kleine door hun solidariteit. In de natuur zijn het de vrouwtjes bonobo's die in de puberteit de groep verlaten, anders dan wilden die met strenge hand tot redelijk gedrag konden worden bij de andere mensapen. Deze twee soorten zijn de gebracht. De merkwaardige rol van diersoorten die genetisch het dichtst bij ons staan. de religie hier moet ik verderop nog Chimpansees en bonobo's vormen één genus Pan. Het bespreken. Strengheid was dus menselijk geslacht heeft zich ongeveer 5,5 millioen jaar wenselijk. Middels deze strengheid geleden van die Pan-voorouder afgesplitst. Ongeveer 2,5 konden kinderen geconditioneerd millioen jaar terug splitsten bonobo's en chimpansees zich worden tot het juiste gedrag. Dat verklaart ook waarom het slaan van van elkaar af. kinderen als een nuttig onderdeel van In het begin van deze eeuw was de Waal de meest de opvoeding kon worden beschouwd. vooraanstaande prediker geweest voor een mensbeeld Hier doemt opeens een tegengesteld aan dat van Ayn Rand. Apen tonen vergaande ontzagwekkende andere gedachte op. empathie en dus is de mening dat de mensen van nature Slechts intuïtief en niet gebaseerd op empathisch zijn een vanzelfsprekende en biologisch enige redenering heeft de (Westerse verklaarbare conclusie. Hij bestrijdt wat hij noemt de of in ieder geval Nederlandse) wereld vernistheorie. Ons empathisch en ander moreel zich afgewend van deze opvatting. Dat betekent dat men tegenwoordig verantwoord gedrag is door velen vroeger verklaard als niet meer nodig vindt om beschaafd een door de beschaving aangebracht vernisje over het in principe slechte en gewelddadige "natuurlijke" gedrag van gedrag erin te slaan. Maar zou de opvoeders gevraagd kunnen worden, de mens. Een citaat uit De aap in ons:het is niet waarom denkt u dat uw kind zich dan ongebruikelijk dat mensapen zorgen voor een gewonde fatsoenlijk gedraagt? Is uw kind van metgezel, dat ze hun vaart inhouden als een ander nature goed? achterop raakt, dat ze elkaars wonden schoonmaken of En nog een gedachte. In het woord vruchten uit een boom naar beneden brengen voor een beschaving zit het woord schaven. De oudere aap die niet meer kan klimmen. Maar het gedrag beschaving is dus de bewerking die de ruwe mens ondergaat om tot van chimpansees verschilt sterk van dat van ons en dat 13

14 van de bonobo's. Eigenlijk vertonen beide soorten sociaal gedrag dat verwant is aan het onze. Sterk gesimplificeerd zou men kunnen zeggen dat de chimpansees agressiever en de bonobo's vriendelijker zijn dan wij. Bij chimpansees fatsoenlijk gedrag te komen. Beschaving is etymologisch glad is alles doordrongen van hiërarchisch denken. De Waal maken, hetzelfde effect als het trekt een parallel met de hiërarchie bij de mens in de onderneming en het leger. Apen zijn machiavellistisch. Van aanbrengen van vernis. het misverstand zit dus in de taal politieke moord bij chimpansees geeft de Waal een ingebakken. gruwelijk voorbeeld. Daartegenover staat het uitgebreide Steven Pinker beargumenteert dat seksleven van de bonobo's. Bonobo's hebben niet alleen nog nooit zo weinig mensen door seks in allerlei positie, maar ook in nagenoeg elke geweld (oorlog, misdaad) zijn combinatie van partners. Bij de bonobo in tegenstelling tot omgekomen als in de laatste eeuw. de chimpansee en de mens zijn de vrouwtjes dominant. De Het is een argument vóór de Waal bespreekt het groepsgedrag van de chimpansees. Bij vernistheorie: de wilde wordt steeds minder wild. Ik twijfel aan de ideeën ontmoeting van groepen wordt er gewelddadig en moedwillig gedood. Wij-tegen-zij is bij chimpansees... een van Pinker en denk dat de vernistheorie onjuist is. Maar dat de sociaal geconstrueerd onderscheid waarbij zelfs bekende vernistheorie foutief is heeft zijn dieren vijanden kunnen worden als ze toevallig bij de schaduwzijden. Dat is terug te vinden verkeerde groep belanden of in het verkeerde gebied in het gelijk van John Gray. Het leven. Bonobo's tonen dit gedrag niet. Bonobo's gedrag van de mens is op de lange illustreren... de voorwaarden waaronder vreedzame termijn niet te verbeteren. relaties tussen groepen kunnen ontstaan. Uit experimenten bleek De Waal dat het sluiten van vrede eerder een verworven sociale vaardigheid is dan een instinct. De Waal wijdt een belangrijke paragraaf aan de zondebok, een instituut dat bij primaten ook bekend is. Hij omschrijft het als afreageren van in een groep ontstane frustratie. De gemeenschappelijke agressie naar de zwakke verbindt de sterken. De Waal ziet een overeenkomst met de holocaust, de heksenjacht, vandalisme van teleurgestelde voetbalfans en partnermishandeling na conflicten op werk. De Waal heeft het over een van de meest basale, krachtigste, minst bewuste psychologische reflexen van de mens, die hij met zoveel andere dieren gemeen heeft dat hij wellicht aangeboren is. En dan breidt hij het terrein nog verder uit: Oedipus die de shuld kreeg van de droogte, Marie-Antoinette, illegale immigranten die verantwoordelijk voor werkeloosheid heten te zijn, en Sadam Hussein. Het boek De bonobo en de tien geboden handelt over het bijna menselijke gedrag van bonobo's, chimpansees en andere beesten, de religie tegenover de wetenschap als verklaringsmodel waarbij de Waal de opvattingen van moderne atheïsten bekritiseert. Regelmatig verwijst hij naar de schilderijen van Jeroen Bosch. Tenslotte trekt hij conclusies over de oorsprong van onze moraliteit. De beschouwingen over het werk van Jeroen Bosch zijn weinig zinvol. Het tegenover elkaar stellen van religie en wetenschap is mijns inziens zinloos. Maar verder bevat het boek een grote verzameling voorbeelden van bijzonder diergedrag waar de Waal tenslotte belangrijke conclusies uit trekt. De Waal geeft vele voorbeelden van diergedrag, dikwijls chimpansees en bonobo's, dat bijna menselijk lijkt. Een opsomming: jarenlange vriendschappen met en tussen chimpansees, hun jaloezie, het verbergen van kwetsbaarheid, rouw, empathie, affectie Bij de vergelijking tussen wetenschap en religie zegt hij mijns inziens een groot aantal onbenulligheden. Beide zijn toch mentale gebieden die niet vergelijkbaar zijn, net zo min als wetenschap en kunst. Aan het eind van het boek schrijft de Waal een aantal beweringen die een groot waarheidsgehalte lijken te hebben. Een bovennatuurlijke toezichthouder is misschien een recent verschijnsel, want in de prehistorie hadden we er niet echt behoefte aan. In kleine groepen, vergelijkbaar met groepen primaten, kent iedereen iedereen. Omringd door verwanten, vrienden en andere leden van de gemeenschap hadden we uitstekende redenen om ons aan de regels te houden en goed met elkaar te kunnen opschieten. We hadden een reputatie op te houden. Pas toen onze voorouders zich tot steeds grotere samenlevingen aaneensloten, eerst met duizenden mensen, later met miljoenen, brokkelde dergelijke rechtstreekse controle af. Daarom gelooft Ara (Ara Noranzayan, schrijver van Big Gods) dat grotere groepen mensen grotere goden nodig 14

15 hebben, die alles wat we doen nauwlettend in de peiling houden. Dat komt aardig overeen met mijn eigen idee dat moraliteit ouder is dan religie, en al helemaal dan de huidige dominante godsdiensten. Wij mensen waren al volop moreel toen we nog in groepjes over de savanne zwierven. Pas toen samenlevingen steeds groter werden en regels op het gebied van wederkerigheid en reputatie minder goed begonnen te functioneren ontstond de behoefte aan een moraliserende god. Zo bezien was het niet God die de moraal bij ons introduceerde, maar eerder andersom... Burgerlijke instituties hebben veel taken overgenomen die vroeger aan de Kerk waren voorbehouden, zoals de zorg voor zieken, armen en ouderen. Waarom repareert een spin zijn web? Omdat hij een ideaal bouwsel in gedachten heeft en zijn best doet het in zijn oorspronkelijke vorm terug te brengen zodra het van dat ideaal afwijkt. Hoe zorgt een 'mama grizzly' ervoor dat haar jong veilig is? Iedereen die zich tussen een moeder en haar jong begeeft komt erachter dat ze een ideale opstelling in gedachten heeft, waaraan niet getornd kan worden. De dierenwereld zit vol gerepareer en gecorrigeer, van vernielde beverdammen en mierenhopen tot de verdediging van territoria en het handhaven van de rangorde. Een ondergeschikte app die de hiërarchie niet repecteert vertsoort de bestaande orde, waarna de hel losbarst. Correcties zijn per definitie normatief: ze laten zien hoe dieren vinden dat de dingen moeten zijn. Het meest relevant in verband met moraliteit, die ook normatief is, is dat sociale zoogdieren streven naar harmonieuze betrekkingen... De moraal dient om iedereen te laten delen in de voordelen van het groepsleven en uitbuiting door een machtige elite te voorkomen. Hier volg ik de traditioele opvatting in de biologie - die teruggaat tot Darwin - dat de moraal een verschijnsel van de in-group. Christopher Boehm vat die als volgt samen: Onze morele codes zijn alleen binnen de goep volledig van toepassing, hetzij een groep met dezelfde taal, een ongeletterde samenlevinf die een stuk grond of een etnische identiteit deelt, dan wel een natie. Er lijkt sprake van een speciale, pejoratieve morele 'afwaardering' van hen die buiten onze cultuur vallen. Die worden vaak niet eens als volledige mensen gezien Bronnen Historie Met kennis van het verleden is het heden beter te begrijpen. Maar wat in de prehistorie gebeurde is belangrijker voor het heden dan de historie. Dat wordt tot dusverre nog niet algemeen onderscheiden. In onvoldoende mate wordt ingezien hoe belangrijk de prehistorie is voor de fundamenten van ons gedrag, in het bijzonder tegenover anderen. De prehistorie is de periode waarin die fundamenten zich ontwikkelden. Met die aanleg is de mens als het ware de historie begonnen. Maar toch waren er in de historie, laat ik zeggen de laatste tienduizend jaar, ook ontwikkelingen die mede kunnen verklaren waarom de maatschappij werkt zoals hij werkt. De vraag die hier beantwoord moet worden is: welke ontwikkelingen hebben zich de laatste tienduizend jaar voorgedaan die het groepsgedrag van de mens hebben beïnvloed? Een goed onderbouwd antwoord hierop vergt een levenslange studie van de geschiedenis van de mensheid. Niet meer dan een privé notie heb ik te bieden. Er zijn twee ontwikkelingen die meer dan andere hier van belang zijn: de invoering van de landbouw beginnend rond tienduizend jaar geleden en de tot dusverre naamloze geschiedkundige periode die begint rond 1800 en waar wij zelf deel van uitmaken. Zeker de laatste is een discontinuïteit in de menselijke ontwikkeling maar die voor ons moeilijk als discontinuïteit is te ervaren. De uitgangssituatie voor de eerste discontinuïteit, tienduizend jaar geleden, was de rondzwervende groep zoals hierboven omschreven. En toen gebeurde er iets vreemds: de versnelde ontwikkeling van cultuur. De overgang naar landbouw BEGON circa tienduizend jaar geleden en vond plaats op een aantal plaatsen in de wereld. Het meest bekend zijn Mesopotamië en Midden-Amerika. De ontwikkeling op één plaats was er niet voor alle daar levende mensen in één keer - er zijn beschrijvingen van naast elkaar levende jager/verzamelaars en landbouwers - en verspreidde zich geleidelijk van de oorsprong. Dat 15

16 was dus een proces van duizenden jaren. De landbouw veroorzaakte veranderingen. De belangrijkste zijn: permanente locatie minder voedseltekorten begin van substantieel bezit, oogst snellere bevolkingsgroei en plaatselijk grotere bevolkingsdichtheid (mogelijk dat de grotere bevolkingsconcentratie VOORAF ging aan de ontwikkeling van de landbouw) In de daaropvolgende tienduizend jaar is zoveel gebeurd dat geen bibliotheek de verslaggeving ervan kan bevatten. Vele koninkrijken, keizerrijken, oorlogen, uitvindingen, verandering in levensstijl, toenemende uitwisseling, groei van de wereldbevolking, emigraties, ziektegolven, klimaatveranderingen. Maar ik wil alleen nadenken over de manier waarop mensen zich tot elkaar verhielden, hoe zij met elkaar omgingen. Zonder snelle en goedkope middelen van transport, boekdrukkunst en electronische communicatie bleef informatie over en het contact met anderen beperkt tot de mensen in de directe omgeving. Het aantal mensen waarmee ieder individu contact had werd toch veel groter dan in de jager/verzamelaarstjd en de relatie met die anderen was niet langer alleen de familieband. De regels die het gedrag in de extended family bepaalden waren zo helder en duidelijk (niet hetzelfde) als die in een roedel honden. Maar dat voldeed niet langer. De combinatie van permanente woonplaats en grotere bevolkingsdichtheid betekende voor de individuele mens dat hij omringd werd door of in ontmoeting kwam met niet alleen band- en clangenoten maar ook relatieve vreemdelingen. Dit vereiste aanpassingen aan het gedrag. Tot op welke hoogte zijn gevoelens van empathie van toepassing, moet bezit gedeeld worden met de vreemdeling of is hij juist een bedreiging? De "natuurlijke" regelgeving van de prehistorie voldeed niet. De regels werden en worden geleerd van de ouders, die ze weer van hun ouders hadden overgenomen. Omdat de regels zo essentieel zijn voor een ordelijke samenleving lijkt me dat voorouderverering een goede manier is om de regels een sacrale en dus meer permanent karakter te geven. Ik verwijs naar de foto in de paragraaf De Wat is een discontinuïteit? Het is een begrip veel tijd Een mensenleven is kort vergeleken gebruikt in de wiskunde. In een grafiek is de met het langdurige bestaan van de discontinuïteit te zien als een plotselinge mensheid. Ik denk dat over duizend jaar de richtingsverandering of onderbreking van de lijn. Als ik periode die in circa 1800 startte als een tijdens een fietstocht moet stoppen voor een rood nieuwe periode van omwenteling zal stoplicht, dan is er een discontinuïteit. Een tweede worden beschouwd. Een discontinuïteit. Ik voorbeeld. Ik schuif met mijn vinger tegen de kijk naar deze tijd, waar de onze onderdeel onderkant van een beker koffie zodat deze heel langzaam dichter naar de rand van de tafel schuift, heel van uitmaakt als door een omgekeerde geleidelijk en heel zachtjes. Millimeter voor millimeter verrekijker. In moderne historische opvattingen wordt schuift de beker naar en op de rand. Op zeker moment de Verlichting beschouwd als het eindpunt staat de beker voor zowat de helft over de rand. Ik duw zachtjes door en dan plotseling valt de beker over de van de Middeleeuwen. De Renaissance zou rand naar beneden. beschouwd kunnen worden als aanzet tot De periode waar we ons nu in bevinden en die startte de Verlichting. De Verlichting kan denk ik met de Verlichting rond 1800 heeft alle kenmerken van van grotere afstand bezien niet los worden een discontinuïteit, zie voor uitleg hiernaast, maar we gezien van andere ontwikkelingen die rond ervaren dat niet zo. Om dat te begrijpen ga ik terug naar de beker koffie. Laten we aannemen dat in de deze tijd, de achttiende eeuw, of in de koffie microben zijn met een heel korte levensduur, een eeuwen daarna optraden. We zouden levensduur van enkele duizenden van een seconde. Als kunnen zeggen dat de huidige tijd de beker begint te vallen worden microben geboren onderdeel is van een versnelling in de maar voor de beker met koffie de grond bereikt zijn al menselijke ontwikkeling die zich de laatste enkele microben generaties geboren en gestorven. De 2, 3 eeuwen voordoet. Het is een microben zien de discontinuïteit niet. Op soortgelijke versnelling die alle mensen op aarde, en wijze is één mensenleven te kort om de discontinuïteit dat zijn er meer dan ooit, treft. Laat ik het te ervaren. maar de Technologische Tijd noemen. De Technologische Tijd is nog niet afgerond, waarschijnlijk. Het opwindende en angstaanjagende van deze tijd is, dat ik geen notie heb van wat hierna zal komen en van de 16

17 kansen dat de wereld ooit in rustiger vaarwater terecht zal komen. Enkele belangrijke aspecten van de ontwikkelingen in de Technologische Tijd noem ik hieronder: ontwikkeling van de wetenschappen ontwikkeling van de techniek de industriële revolutie de verbreiding van de boekdrukkunst onderwijs voor iedereen verminderde reiskosten: auto, vliegtuig de vorming van de natie-staat ontstaan van gewone communicatie middelen: telefoon, radio, tv ontwikkleing van informatie technologie ontstaan van internet en mobiele telefonie Natuurlijk is duidelijk dat deze processen niet overal op dezelfde manier en tegelijkertijd plaatsvonden en -vinden. Er zijn zelfs op dit moment nog jager/verzamelaars die zelfs het stadium van de landbouw nog niet zijn ingetreden. Er zijn nog steeds wellicht miljarden zelfvoorzienende boeren (subsistence farmers) met een leefwijze tot op zekere hoogte vergelijkbaar met die van landbouwers in Nederland van twee eeuwen terug. Maar onmiskenbaar kan geen bevolkingsgroep zich onttrekken aan de invloed van deze omwenteling. Dat betekent dat de stormachtige ontwikkeling in het Westen traag is vergeleken met wat mensen elders, Azië, Afrika, doormaken. Een goed voorbeeld ervan is de verspreiding van de mobiele telefoon in ontwikkelingslanden. Wat ik met bovenstaande omschrijvingen eigenlijk wil zeggen is het volgende. Vergelijk de levens van jager/verzamelaar A jaar geleden de jager/verzamelaar B jaar geleden landbouwer C 9000 jaar geleden landbouwer D 200 jaar geleden stadsmens E nu Het leven van B verschilt meer van het leven van C dan met dat van A. Het leven van D verschilt meer van het leven van E dan met dat van C. De processen veroorzaakten dus een versnelde verandering. Tomasello Michael Tomasello, ontwikkelingspsycholoog, schreef een prachtig klein boekje: Why we cooperate(2009). Later las ik A natural history of human thinking (2014) Zoals Frans de Waal zoekt Tomasello de verbanden tussen het gedrag van mensapen en de mens. Maar er is een groot verschil. Frans de Waal beargumenteert hoe menselijk de mensaap is. Tomasello legt veel meer nadruk op de fundamentele verschillen tussen mensapen en de mens: It is an empirical fact that the social interaction and organization of great apes and humans are hugely different, with humans being much more cooperative in every way. Tomasello onderzoekt onder andere het gedrag van babies en jonge kinderen, nog haast niet blootgesteld aan cultuur en soms nog geen taal beheersend, en vergelijkt dit gedrag met mensapen. Vanaf de leeftijd van één jaar hebben kinderen de aangeboren neiging samen te werken en te helpen. Ouder wordend laten zij wederkerigheid en het oordeel van andere groepsleden meewegen. De hulpvaardigheid is bij de mens genetisch toegevoegd aan het gevoel voor eigenbelang dat voor alle organismen van levensbelang is. Het altruïsme heeft betrekking op (1) goederen, (2) diensten en (3) informatie. Over het delen van goederen zegt Tomasello dat kleine kinderen meer neiging tonen (voedsel) te delen dan apen. Dat het verlenen van diensten een aangeboren eigenschap is, concludeert Tomasello op grond van vijf redenen: al heel jong wordt dit gedrag getoond beloning heeft weinig invloed chimpansees tonen hetzelfde gedrag kinderen in primitieve culturen tonen hetzelfde gedrag het gedrag is gebaseerd op empathie (zoals bleek uit houding t.o.v. slachtoffers in experimenten) 17

18 Over informatie zegt Tomasello, dat kinderen vanaf 1 jaar informatief gedrag tonen in tegenstelling tot mensapen. Apen blijken nooit aan te wijzen om informatie te verstrekken maar alleen als opdracht. Het ontbreekt apen aan de neiging tot samenwerking. If people did not have a tendency to trust one another's helpfulness, lying could never get off the ground. Jonge kinderen vertonen altruïsme dat niet is aangeleerd. Vanaf ongeveer de leeftijd van drie jaar blijkt hun altruïsme mede bepaald te worden door de ontvanger. Het is van belang of ze deze aardig vinden. Een andere sociale invloed is die van de waarden en normen van de culturele groep. Kinderen leren dat zij doelwit zijn van andermans oordeel. In een poging deze oordelen te beïnvloeden, creeëren zij het "public self" waar we allen zoveel tijd aan besteden. Tomasello beargumenteert op basis van experimenten dat de mens wel, maar de chimpansee geen begrip van "fairness" ofwel eerlijk delen heeft. Hij onderscheidt twee soorten sociale normen, samenwerkingsnormen en conformeringsnormen. Bij de laatste horen kledingvoorschriften. Jonge kinderen blijken dit soort regels al actief te handhaven: "zo moet het spel niet gespeeld worden". In tegenstelling tot wat Piaget beweerde hebben regels los van consequenties een sociale macht, zelfs al voor 3-jarigen. Tomasello spreekt van een "we-identity". What is needed is a recognition that even young children already have some sense of shared intentionality, that is to say, that they are part of some larger "we" intentionality. Alleen dat kan verklaren dat in het bijzonder jonge kinderen arbitraire normen handhaven. Autoriteit en wederkerigheid (Piaget) alleen kunnen het gedrag niet verklaren. Verwijzend naar Thomas Nagel spreekt hij van de "hij is ik"-identificatie. Bij gezamenlijke activiteiten zijn we in staat een "wij" te creëren. Eerst is er de identificatie met andere individuen, op latere leeftijd die met een culturele groep (verwijzend naar Mead). Met deze sociale normen gaan bepaalde emoties samen: schuld en schaamte, waarmee we onszelf in het gareel van de normen houden en anderen bewijzen dat we dat willen. Hij spreekt van co-evolutie van de menselijke biologie en cultuur, verwijzend naar W. Durham. As children transform themselves into public persons with their own identities in early childhood, they become concerned with their public reputations and they are eager to follow and even enforce social norms, including upon themselves in the forms of guilt and shame. Children do not only respect social norms as is typically argued due to the benefits of reciprocity and threat of punishment. Instead, they are sensitive from a young age to their own interdependence with others in collaborative activities - a kind of social rationality endemic to shared intentionality - and they value conformity to the group as a marker of group identity. These different forms of "we-ness" are important sources of both their own respect for social norms and their enforcement of social norms on others. Altruïsme moet evolutionair voordelen bezitten maar altruïsme is niet de oorzaak van menselijke samenwerking. Belangrijker is "mutualism" (gezamenlijkheid). Mutualism zou de oorzaak, de bron van altruïsme kunnen zijn. Apen (Tomasello bedoelt waarschijnlijk chimpansees) functioneren op basis van familiebanden, nepotisme en dominantie. Bij de mens is dat anders. Bij het verzamelen van eten in de supermarkt zijn we ons bewust van instituten zoals geld, diefstal, veiligheidsnormen. Er is een wij-gevoel, van samen iets doen. We creeëren een culturele wereld. Tomasello en zijn groep onderzocht dit bij chimpansees en jonge kinderen. Bij de jacht op kleinere apen hebben chimpansees een gezamenlijk doel. Er is coördinatie en dus communicatie. Maar de chimpansees zijn in I-mode - ik-instelling. Een vergelijkende studie van 14 tot 24 maanden oude kinderen en jeugdige chimpansees toont dat alleen de eersten de we-mode - wij-instelling vertonen. De chimps zijn niet geïnteresseerd in sociale spelletjes en trachten in tegenstelling tot kinderen afhakende speelpartners er niet opnieuw bij te betrekken. Tomasello beschrijft vervolgens diverse onderzoeken waaruit blijkt hoe kleine kinderen en apen niet in staat zijn tot gemeenschappelijke aandacht en samenwerking. Samenvattend: de unieke structuur van samenwerking tussen mensen is gebaseerd op een gemeenschappelijk doel met individuele rollen, gecoördineerd door gemeenschappelijke aandacht met individueel perspectief. Tomasello vermeldt (ook) het oogwit van de mens wat het voor de medemens mogelijk maakt de kijkrichting vast te stellen. Tomasello geeft een prachtige definitie van cultuur: When individuals socially learn to the degree that different populations of a species develop different ways of doing things, biologists now speak of culture.. De menselijke cultuur heeft twee bijzondere aspecten: 18

19 de accumulatie in de loop van de tijd de vorming van sociale instituties, gedrag geregeld door regels die worden gerespecteerd door de groepsleden, zoals bijvoorbeeld die bij het huwelijk. Zo ontstaan er "status functions", sociale rollen zoals echtgenoten, en voorwerpen met specifieke rollen, zoals geld. Dit soort cultuur is alleen mogelijk dank zij vaardigheden en motivatie voor samenwerking. Shared intentionality, te vertalen als gezamenlijke intentie, maakt samenwerking mogelijk. Gemeenschappelijke aandacht en gedeelde kennis leiden tot deze gezamenlijke intentie. Tomasello gebruikt het woord intentionality veel. Het begrip wordt veel in de filosofie gebruikt. De Nederlandse Wikipedia heeft enkele verhelderende voorbeelden: Ik geloof (dat het morgen gaat regenen), Ik verlang naar (het einde van de wedstrijd), ik hoop op (een spoedige vrede), ik ga (naar mijn werk), ik doe (de auto in de derde versnelling), ik weet (hoe laat het is), etc. De mensaapachtige voorouders van de mens waren groepsdieren maar leefden individualistisch en competitief. In een eerste stap van de ontwikkeling ontstond de joint intentionality, in een volgende stap is er samenwerking van de hele groep en spreekt Tomasello van collective intentionality. Tomasello spreekt van een cultural ratchet, waarbij een ratchet een rad is dat door een pal slechts één kant uit kan draaien. (Ik moet denken aan de uitdrukking 'op de schouders van de voorgangers staan'.) Deze culturele ontwikkeling is mogelijk door de menselijke neiging anderen actief iets te willen leren, een vorm van altruïsme de neiging tot imiteren met als doel conformeren, om 'erbij te horen'. Het conformeren borgt de innovaties. To an unprecedented degree homo sapiens are adapted for acting and thinking cooperatively in cultural groups and indeed all of humans' most impressive cognitive achievements...are the products...of individuals interacting...one of the great debates of Western civilization is whether humans are born cooperative and helpful and society later corrupts them (e.g. Rousseau) or whether they are born selfish and unhelpful and society teaches them better (e.g. Hobbes). Uit Tomasello's onderzoek blijkt dat van de twee Rousseau in ieder geval meer gelijk had. In A natural history of human thinking probeert Tomasello in detail te analiseren hoe de samenwerking bij mensen verloopt en hoe deze verschilt bij die van mensapen. Zijn Engels is vol neologismen en daarom moeilijk te begrijpen. Het boek geeft de indruk van een niet geslaagde worsteling om de geestelijke en sociale ontwikkeling van mensaap tot mens te begrijpen. Mensapen communiceren uitsluitend directive, sturend. Bij de vroege mens ontstond het motief van de informatie. Babies van 12 maanden helpen door te wijzen waar (door de onderzoeker met opzet verkeerd geplaatste) voorwerpen zijn te vinden. Dit betekent een ontwikkeling in drie delen: Het betekent dat de mens bereid is een ander eerlijk zonder dat eigen belang wordt nagestreefd, te informeren. Het begin van het onderscheid tussen waarheid en - ook mogelijk - bedrog. De ontvanger van de informatie doet de gevolgtrekking dat iemand hem wil helpen. Apen begrijpen het wijzen van mensen naar voedsel en zullen het pakken. Wijzen naar één van twee emmers, waarvan één voedsel bevat, wordt door een aap niet begrepen. Zij trekken niet de gevolgtrekking dat zij geholpen worden. Zij begrijpen het wijzen wel in een competetive, concurrentie-situatie. Bij de mens is de wederzijdse samenwerking zo vanzelfsprekend dat de mens communicatiesignalen ontwikkelde waaruit conclusies getrokken kunnen worden. Iemand wijst de struik met onzichtbare bessen aan en wil zien dat de andere het ziet, en wil dat de ander in de gaten heeft dat hij wil dat de ander dit weet - "je zult dit willen weten". Door intonatie gaf de vroege mens aan dat hij naar de bessen wees om er zelf te willen hebben, dan wel dat de ander daar bessen kon vinden. Het betekent een onderscheid 19

20 tussen de communicatie middelen en de communicatie inhoud, de inhoud : de bessen, de middelen: ofwel verzoek ofwel informatie. Dit alles is slechts mogelijk als zender en ontvanger van de informatie zich bewust zijn van common ground, gemeenschappelijke grond, en zich bewust zijn van de relevantie van die gemeenschappelijke grond voor beiden. Tomasello beschrijft een experiment. Een kind van één jaar ruimt samen met een volwassene op. Als deze een stuk speelgoed aanwijst, ruimt het kind dat op. Komt een andere volwssene binnen die vervolgens een stuk speelgoed aanwijst, dan reageert het kind niet. Het kind kan de gemeenschappelijke grond met de eerste volwassene vaststellen, met de tweede is deze er niet. De common ground is duidelijk grondslag voor menselijk lidmaatschap. Langdurig staat Tomasello stil bij de ontwikkeling van de joint intentionality een stap in de ontwikkeling van de mens waarbij er inzicht is in "ik" en "jij". This dual-level structure simultaneous jointnes and individuality - is the defining structure of what we are calling joint intentionality and it is foundational for all subsequent manifestations of human shared intentionality. Dit is slechts een stap naar collective intentionality, dat optreedt wanneer samenwerken overgaat naar het gevoel van een groepsidentiteit. Deze sociale verandering schrijft Tomasello toe aan (1) de concurrentie met andere mensen waardoor bestaande losse verbanden zich wijzigden in hechtere groepen, en (2) bevolkingsgroei waardoor groepen zich gingen splitsen en een meer tribale structuur ontstond, kleine groepen gezamenlijk een supergroep vormend. De verklaring wijkt nadrukkelijk af van wat Sarah Blaffer Hrdy: Mothers and others beweert. Voor dit proces was herkenning van groot belang. De vaardigheid om te imiteren leidde tot conformisme zodat een ieder herkenbaar werd voor andere groepsleden. Groepsgdrag kon worden bevorderd door kinderen de groepsregels te leren. De groepsregels imply an objective standard against which an individual's behavior is evaluated and judged... Thus, when an individual enforces a social norm, she is doing so, in effect, as an emissary(afgezant)of the group as a whole. Maar de groepsregels, Tomasello gebruikt social norms, worden niet opgelegd aan jonge kinderen en verstandelijk beperkte mensen. Schuldgevoel en schaamte zijn er tegenover de groep, zelfs als ik het niet eens ben met de norm. Het gevolg is normative self-monitoring ter voorkoming van reputatieschade. De evolutionaire stappen die zijn gemaakt formuleert Tomasello tenslotte als volgt: 1 Competition with groupmates led to sophisticated forms of non-humans primate social cognition and thinking without human-like forms of sociality or communication. 2 Early human collaborative activities and cooperative communication - employing new forms of social coordination - led to new forms of human thinking without either culture or language... joint goals with individual roles, along with joint attention with individual perspectives 3 Modern human processes of conventionalized culture and language led to all of the unique complexities of modern human thinking and reasoning. Modern humans faced some new social challenges due to increases in group sizes accompanied by competition among groups. For survival, modern human groups had to begin operating as relatively cohesive collaborative units with various division-of-labor roles. (Ik vertaal en vat samen:) Dus moest worden samengewerkt met onbekende in-group leden met wie er geen persoonlijke gemeenschappelijke grond had. Dit leidde tot conventionalisering, het voor iedereen gebruikelijk worden van culturele praktijken, iedereen conformeerde zich aan wat anderen deden en verwachtte hetzelfde van anderen. This groupminded structuring of modern humans' activities and interactions, along with their conventional means of communication, meant that modern humans came to construct a kind of transpersonal, "objective" perspective on the world...those modern cultures that have created active communities of scientists, mathematicians, linguists and othe scholars are pretty much unthinkable without written language... and other forms of visually based and semipermanent symbols. 4 Cumulative cultural evolution led to a plethora (overvloed) of culturally specific cognitive skills and types of thinking. Most likely the first step of joint intentionality evolved in Africa before the split between 20

21 Neanderthals and modern humans and so characterized both species. the second step of collective intentionality likely evolved in Africa before they migrated out into other parts of the world after years ago. But once they started migrating out and settling in highly variable local ecologies, differences in cutural practices became pronounced. Tomasello zegt tenslotte, dat hij meent een missing link te hebben vastgesteld in de ontwikkeling van de mens waardoor deze zoveel verschilt van de mensaap. Als ik het goed begrijp doelt hij op het ontstaan van we-ness en op de daarmee gepaard gaande joint and shared goals and attention, het gezamenlijke en gedeelde doel en aandacht, ontwikkelingen die zich miljoenen jaren geleden dus vóór het ontstaan van de taal al hebben voorgedaan. Alleen daardoor was het mogelijk dat veel later onze complexe cultuur kon ontstaan. Ik denk dat hij gelijk heeft. Toch is A natural history of human thinking een beetje mislukt door lelijk Engels en moeizame niet altijd overtuigende redeneringen, een worsteling met een ingewikkeld probleem die onbeslist is geëindigd. In een 50 minuten durend interview op Youtube legt Tomasello zijn ideeën uit. De belangrijkste zinnen in dit interview, te vinden na het tijdstip 43 minuten: One of the central things about human evolution that explains a lot of things that happen in the world is that our abilities and our motivations for cooperation evolved in small groups. They evolved to interact with people that you knew well and everything you did was observed by people that you had to interact with tomorrow. You hardly ever encountered anyone who was a stranger When you encountered strangers they were from another group and you basically kept your distance. The cooperation is for others in the group that look like me and talk like me. Since agriculture we have cities with people from all different groups and background interacting together and we have to learn to live together. Obviously all you have to do is to read the news anyday we have struggles doing that. It is difficult to do that. We don't trust people from other groups as much as we do people from our own group. The optimist says that we are making some progress at learning to live together with one another and with others from other groups and with having many setbacks along the way... One of the central facts about human evolution that explains many things is that biological evolution is relatively slow and cultural evolution is relatively fast. That explains why we are in cities and on television whereas some of our cognitive abilities are stil the same ones that we had when we lived in small groups. Sarah Blaffer Hrdy: Mothers and others Sarah Blaffer Hrdy (SBH) schreef een boek dat in het Nederlands Een kind heeft vele moeders heet. Het is een studie die onderzoekt op welke wijze mensen voor de sprong naar de moderne tijd voor hun kinderen zorgden in vergelijking met apen en andere beesten. Sleutelbegrip voor het hele boek is coöperatief broedgedrag. Een zin die mij zeer bevalt: Bij mensen die leefden in kleine, wijd verspreide groepen van onderling verbonden families die elkaar regelmatig tegenkwamen, was er een grote kans dat 'prosociaal gedrag' - vrijwillige handelingen waar anderen baat bij hebben - tot wederdienst of beloning leidde. Het welzijn van vrijgevige individuen en hun familie berustte eerder op de instandhouding van een netwerk van sociale verbanden dat hen in goede en slechte tijden steunde dan op het onmiddellijke resultaat van een individuele transactie. Verwijzend naar Tomasello's Max Planck Instituut heeft ze het over een curieus pakket van hypersociale kenmerken dat ons toestaat een beeld te vormen van de geestesgesteldheid en gevoelens van anderen en dat ons onderscheidt van de andere mensapen. En nog een citaat van Tomasello Wij suggereren dat het cruciale verschil tussen het menselijk kenvermogen en dat van andere soorten ligt in ons vermogen om in samenwerking met anderen gezamenlijk doelen na te streven. Natuurlijk is het vreemd om onderzoeker A te citeren die zelf verwijst naar onderzoeker B. Maar de citaten geven wel de grondslag van hoe nu in de wetenschap gedacht wordt over het typisch menselijke. En dat is ook de grondslag van dit boek. (Jagers-verzamelaars) zijn vrijwel altijd fel egalitair en doen er alles aan om rivaliteit te beperken en scheuringen te voorkomen en ze reageren op gierigheid, eigendunk en asociaal gedrag haast automatisch met afkeuring, vernedering en uitsluiting. (p 30) Dit gedrag versterkt de groepsvorming natuurlijk aanzienlijk. 21

22 Volgens SBH telde de eerste populatie van de anatomisch moderne mens die tot jaar geleden Afrika verliet, nog geen reproductieve volwassenen. In dit deel van het boek schetst ze het dilemma: Houden we echt vast aan vijandigheid tussen groepen en wederzijds genocidale neigingen als voorkeursverklaring voor het ontstaan van een zo op de gemeenschap gerichte aard...? Daar staat tegenover het vermogen veel meer belang te stellen in en rekening te houden met de mentale toestand van anderen... waarvan het ontstaan de voorouders van de mens onderscheidde van andere, niet-menselijke mensapen. Het is de aanloop naar het boek. De kern ervan is dat de hypersociale mens is ontstaan als gevolg van de noodzaak van coöperatieve broedzorg. In mijn model is vijandigheid tussen groepen geen tegenstelling met het hypersociale gedrag. Dat hypersociale gedrag was immers bestemd voor de leden van de eigen clan. Heel lang heeft de hypersociale mens, denk ik dan, alleen de mensen van zijn eigen clan als mensen gezien en beschouwde hij vreemdelingen niet als mensen. Misschien zijn trouwens veel vreemdelingen wel mensachtigen maar geen homo sapiens geweest, denk aan de Neanderthalers. De eerste sociale banden die ooit ontstonden waren die tussen een moeder en haar kind. Betekent dit dat het "lidmaatschapsgen" zich ontwikkelde uit deze moeder-kind band? Het derde hoofdstuk van Mothers and Others heeft de titel Waarom het een dorp vereist. En de aap komt meteen uit de mouw: In dit hoofdstuk en het hoofdstuk hierna werk ik de hypothese uit dat de kleintjes van de vroege mensachtigen door gewijzigde omstandigheden aangewezen raakten op meer verzorgers dan hun moeder alleen en dat die afhankelijkheid leidde tot een selectiedruk ten gunste van individuen die er goed in waren de geestesgesteldheid van anderen aan te voelen en in te schatten van wie ze hulp konden verwachten en van wie niet. Van ongelofelijk veel bestaande jagers/verzamelaars-volken beschrijft SBH het gedrag ten opzichte van baby's en kinderen. Vervolgens beschrijft ze dit gedrag bij diverse apensoorten. Hoewel de mensapen altijd genetisch dichter bij de mens staan, blijkt er een groot verschil te bestaan tussen de moederzorg bij de mensapen en bij de mens. Moeder en kind bij de mensaap zijn in veel hogere mate onafscheidelijk van elkaar dan de mensenmoeder en haar kind. Het duurt heel lang voor de mensaap-moeder anderen toestaat haar baby's vast te houden. Er blijkt één apenfamilie, geen mensaap, te zijn die gedrag vertoont dat veel overeenkomsten vertoont met dat van de mens: de Callitrichidae waartoe onder andere de zijde-aapjes behoren. Bij deze apen zorgt niet alleen de moeder voor de kinderen maar zorgen ook anderen, hulp-ouders noemt de schrijfster deze, voor de baby's en kleintjes. Het is een organisatie die veel lijkt op die van de mens. SBH eindigt hoofdstuk vier met Het besef dat het overleven van een kind niet alleen afhing van voortdurend contact met de moeder of voedselverschaffing door de vader mar ook van de beschikbaarheid, de vaarigheid en de welwillendheid van andere verzorgenden, leidt tot een nieuwe manier van denken over het gezinsleven van onze verre voorouders. Antropologen en politici doen er beslist goed aan ons eraan te herinneren dat het tegen woordig 'een dorp vereist'om een kind groot te brengen... Zonder hulpouders was er nooit een menselijke soort geweest. In het eerste deel geeft SBH gedetailleerd weer wat bekend is over de manier waarop apen met hun kinderen omgaan. Veel andere dieren vertonen één of andere vorm van coöperatieve broedzorg. Verderop in het boek beschrijft ze een bonte verzameling met sterk uiteenlopende gedragsvormen: mieren, bijen, vogels: 9% van de de vogelsoorten, 3% van de zoogdieren. Uit het Natural History Magazine van september 2009: Behaviorally modern humans, capable of symbolic thought and language, emerged more recently still, within the last years. Most evolutionists have assumed that our unusually sophisticated capacities for attributing mental states and feelings to others coincided with those late-pleistocene ( tot jaar geleden) behavioral transformations, and correspond with the need for members of one group to get along so as to outcompete and defend themselves against other groups. But there are difficulties with that scenario. There is abundant archaeological evidence for ealy warfare, but none dates back much before years ago, when people began to settle down and live in more complex societies with property to protect. 22

23 Consider however an alternative explanation, the possibility that our empathetic impulses grew out of the peculiar way that children in the genus Homo were reared. I believe that at an early stage in human evolution, our bipedal ape ancestors were increasingly cared for and provisioned not just by parents but also by ther group members, known as alloparents. In my view cooperative breeding... came before big brains. I believe it first emerged among upright apes that only were beginning to look like us, and further evolved during the Pleistoce in African H. Erectus (also called H. ergaster) - creatures that did not think or use language to communicate the way we do. Alloparental care and provisioning set the stage for children to grow up slowly and remain dependent on others for many years, paving the way for the evolution of anatomically modern people with even bigger brains. It was not the other way around: bigger brains required care more than caring required big brains.... a growing body of evidence from traditional societies makes clear wherever rates of child mortality were high, children with alloparental provisioning were more likely to survive.... Among our Pleistocene ancestors, infants with multiple caretakers would have been challenged in ways that no ape had ever been before. The needy youngster would have had to decipher not only its mother commitment but also the moods and intentions of others who might be seduced in helping.... The youngster best at mind reading would be best cared for and best fed. Such novel (for an ape) selection pressures favored a very different type of ape one that we might call emotionally modern. S.B.H. vervolgt met een niet erg overtuigend betoog om aan te tonen dat moeders bloedverwanten zoals grootmoeders in de buurt hebben. S.B.H. beargumenteert dat H. erectus (1,8 millioen jaar geleden) door klimaat-veranderingen gedwongen werd knollen te gaan eten om te voorzien in de grotere energie behoefte van een lichaam met meer hersenen. H. erectus kon waarschijnlijk vanaf jaar geleden vuur gebruiken voor voedselbereiding. Dit kan hebben geleid tot een langere levensduur, decennia na de menopauze, van vrouwen. Dit kan de aanloop zijn geweest naar cooperative breeding van langzaam volwassen wordende babys. Dit leverde de grondslag voor een nieuw hoog niveau van empathie en samenwerking. In een TED presentatie vertelt Zeresenay Alemseged van de vondst van een 3,3 millioen jaar oud meisje van drie. Het is een Australopithecus afarensis, een voorloper van de mens. Alemseged maakt hierbij een belangrijke opmerking, mogelijk ontleend aan Blaffer Hrdy. Uit de vondst van deze dreumes kan afgeleid worden dat op deze leeftijd nog steeds hersengroei plaatsvindt bij deze mensachtige. Dat betekent dat ook deze mensachtige als kind sterk afhankelijk was van haar opvoeders. En dat betekent weer dat toen al een hoog georganiseerde samenwerking nodig was om de kinderen te laten opgroeien. Toen al was er dus menselijk lidmaatschapsgedrag. Overigens blijkt uit het tongbeen (hyoid bone) dat het meisje qua stem op een chimpansee leek. Tajfel In het tv-krant-boek project "Dus ik ben" schreef Rob Wijnberg een artikel "Gelukkig hoor ik bij de goede groep", waarin ik op de naam van Tajfel stuitte. Zo kom ik dan tenslotte bij de bronnen (denk ik) van de theorievorming die in de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw heeft plaatsgevonden over groepen. Zo vond ik het volgende stuk op de site van de universiteit van Twente. Social Identity Theory History and Orientation Social Identity Theory was developed by Tajfel and Turner in The theory was originally developed to understand the psychological basis of intergroup discrimination. Tajfel et al (1971) attempted to identify the minimal conditions that would lead members of one group to discriminate in favor of the ingroup to which they belonged and against another outgroup. Core Assumptions and Statements In the Social Identity Theory, a person has not one, personal self, but rather several selves that correspond to widening circles of group membership. Different social contexts may trigger 23

24 an individual to think, feel and act on basis of his personal, family or national level of self (Turner et al, 1987). Apart from the level of self, an individual has multiple social identities. Social identity is the individual s self-concept derived from perceived membership of social groups (Hogg & Vaughan, 2002). In other words, it is an individual-based perception of what defines the us associated with any internalized group membership. This can be distinguished from the notion of personal identity which refers to self-knowledge that derives from the individual s unique attributes. Social Identity Theory asserts that group membership creates ingroup/ self-categorization and enhancement in ways that favor the in-group at the expense of the out-group. The examples (minimal group studies) of Turner and Tajfel (1986) showed that the mere act of individuals categorizing themselves as group members was sufficient to lead them to display ingroup favoritism. After being categorized of a group membership, individuals seek to achieve positive self-esteem by positively differentiating their ingroup from a comparison outgroup on some valued dimension. This quest for positive distinctiveness means that people s sense of who they are is defined in terms of we rather than I. Op deze wikipedia site vond ik de volgende tekst. Social identity theory As formulated by Tajfel, social identity theory is a diffuse but interrelated group of social psychological theories concerned with when and why individuals identify with, and behave as part of, social groups, adopting shared attitudes. It is also concerned with what difference it makes when encounters between individuals are perceived as encounters between group members. Social identity theory is thus concerned both with the psychological and sociological aspects of group behaviour. For instance, in a situation like a war, group identity could be very salient, and could therefore become the dominant way of perceiving people, for individuals themselves, and in their views of others. Identities Tajfel and his colleagues directly challenged the concept that group behaviour could be explained by looking at the psychology of individuals. Their alternative theory suggested a distinctive level of collective psychological processes. This meant that people acted as group members as well as individuals. Their central idea was that behaviour and identity operated on a continuum based on situation, ranging from the highly individual and unique at one end (purely interpersonal), to the collective and common at the other (purely intergroup). Within social identity theory each individual is seen to have a repertoire of identities open to them (social and personal), each identity informing the individual of who they are and what this identity entails. Which of these many identities is most salient for an individual at any time will vary according to the social context. Where personal identity is salient, the individual will relate to others in an interpersonal manner, dependent on their character traits and any personal relationship existing between the individuals. However, under certain conditions a group identity might take precedence. Group distinctiveness Within social identity theory, a large influence on people s behaviour is attributed to the value in having an identity and having a sense of being in a group which is distinct from other groups (positive group distinctiveness). The theory suggests that people distinguishing between ingroups and outgroups allows people to discover the value of their own group. This allows group members to gain positive value from membership of their group. Although this can provide a boost in positive esteem if we can make positive comparisons to other groups, the distinct identity we get from being in a group which is different to other groups is valuable in itself. This has been demonstrated, for instance in one example where school boys were placed in groups based on preference for abstract painters such as Klee or Kandinsky. Even using this trivial basis for grouping, and despite the fact that the school boys didn t know who was in the groups, the boys allocated more resources towards ingroup members than outgroup members. In addition, the resources were given to other individuals in a group instead of the group as a whole, so the boys were not just giving resources to themselves out of self-interest. This experiment was especially interesting because it challenged other models of intergroup interaction which are based on the idea that discrimination between groups happens because 24

25 there is a clear reason for it, such as a competition for resources or a conflict of interests between the groups. In the above experiment there aren t any obvious reasons for the discrimination in resource allocation, aside from the group designation of those who are assigning resources. Different social situations also compel people to attach themselves to different self-identities which may cause some to feel marginalized, thus traveling between different groups and selfidentifications. These different selves lead to constructed images dichotomized between what people want to be (the ideal self) and how others see them (the limited self). Educational background and Occupational status and roles significantly influence identity formation in this regard. Low-status groups However, people are not always members of groups which give them a positive social identity, and sometimes it isn t possible for them to just move to another group which will. Tajfel and Turner suggest a range of possible strategies for such groups and their members. Moving to another group is one possible strategy, but requires social mobility to be practicable. For instance, this may be viable in the case of social class or a job, but not so much in groups based on race or gender for example. Social mobility is at the individualistic end of the social behaviour continuum suggested by social identity theory. At the other end of the continuum, group level strategies focus on direct competition. But for this to be possible, there needs to be a belief that change is genuinely possible as well as desirable. In addition, group members need to perceive the current relationships with other groups to be unjustified. Finally, if neither of the above two options are viable, members of groups wishing to change their status may decide to compare themselves using different criteria where they compare more favourably, or focus on comparisons with a different group compared to whom they fare better. People can also choose to redefine the negative elements of their group identity, or even redefine the group identity itself. These actions are not as effective as the others described above, but do allow group members to contend in a small way with the undesirable current perception of their group. Self-categorization theory Self-categorization theory grew from Tajfel and Turner's early work on social identity. It is a development of social identity theory, specifically in the part of the relationship between group behaviour and self-concept that describes the social cognitive processes that create social identity effects. The theory describes how people define themselves at a group level but also at an individual level. It considers group and individual identities to be at different levels of self-categorization, and more distinct from each other than social identity theory does. For instance, individuals can have several different group identities (e.g. gender, occupation, or nationality) and also several different individual identities depending on context (e.g. how someone considers themself as a male or how they consider themselves compared to their colleagues at work). This concept of a hierarchy of different identities replaced the continuum in social identity theory, and allowed an individual an unlimited range of identities based on context. The salience of a particular group identity is based on how accessible a categorization is to an individual, and how well it fits the social context (e.g. bearing in mind what the individual wants to achieve with their behaviour, or what they did last time they were in the situation). For instance, when discussing political issues in a conversation, nationality may become more salient (= in het oog vallend). Social identity model of deindividuation effects The social identity model of deindividuation effects was developed to explain the influence of anonymity and related elements within computer-mediated communication. Research showed that even people who were anonymous in discussions were being influenced by group identity, even though they were not physically present in any group.it was also found that when individual identity was salient people would differentiate themselves from the group. The theory recognizes that contextual factors such as anonymity or how identifiable a person is to a particular audience will affect their behaviour due to strategic considerations. For instance, individuals are unlikely to make negative comments about a more powerful outgroup that can identify them (for fear of reprisal), but if the individual is anonymous or supported by others, they might be more willing. 25

26 Elaborated social identity model The elaborated social identity model describes how group actions can influence and change the identities of individuals involved in them. Research in the area has found three ways group actions can influence individuals. Firstly, if there are other people acting with an individual, the support and increased feeling of efficacy the other people are providing will make the individual more aware of the shared identity involved in being part of the situation. It will also make them more aware of the power of being a part of that shared identity. Secondly, how an outgroup treats the ingroup involved in a collective action will influence the members of the ingroup. If an outgroup treats those taking part in a collective action in a particular way (for instance assuming that all members of a group are criminals and treating them like criminals) then it will serve to unify members of that ingroup and make the behaviour they are displaying more extreme. This also influences members of the ingroup who did not display extreme behaviour initially. Finally, the experiences of being part of a group and taking part in group actions reinforce a sense of group identity. Intergroup emotion theory The intergroup emotion theory describes how ingroup perceptions of outgroups can affect their reactions to them, and how this can affect behaviour.[9] For instance, a study showed that members of a group with a legitimate but unstable advantage would show 'pride' because they have earned their advantage, while a group with an illegitimate but stable advantage would show 'gloating' instead. Those demonstrating pride had a moderate level of ingroup favoritism, but those who gloated showed high levels of ingroup favoritism. Analysis like this using intergroup emotion theory can explain forms of discrimination or prejudice like sexism or homophobia in a more nuanced way than is possible using only the concept of ingroup bias. Social identity and economics In the sphere of economics, two separate papers and a book by Akerlof and Kranton incorporate social identity factor to principal-agent model. The main conclusion is that when the agents consider themselves insiders, they will maximize their identity utility by exerting the high effort level comparing with the prescription behavior. On the other hand, if they consider themselves outsiders, they will require a higher wage to compensate their lose for behavior difference with prescription behaviors. In subsequent papers, they use Identity Economics to study such issues as education and workplace organization. While this macro-economic theory deals exclusively with already well established categories of social identity, Laszlo Garai when applied the concept of social identity in the economic psychology takes into consideration identities in statu nascendi. A further special feature of Garai's theory on social identity is that he presented a complementary theory on an interindividual mechanism the inter-individual phenomena studied by the social psychology may be accorded to. The theory that is referred to the macro-processes based on a large-scale production later has been applied by L. Garai to the individual creativity's psychology. Chen and Li test the social identity effect in the lab using strategic method and find that when people are matched with ingroup members, they will be more likely to have charity concern and less likely to have envy concern. Another experiment conducted by Oxoby Knoby has the same results with Chen and Li in the aspect of positive reciprocity, but in the negative reciprocity, evidences from Oxoby show that people will be more likely to take revenge when they get negative reciprocity from in-group members in sequential games, which leaves it as an open question in both experimental economics and social identity theory. Fukuyama: The origin of political order Dit boek lezend wil ik er uit halen wat relevant is voor mijn eigen gedachten. Dit is dus geen bespreking en geen samenvatting. Daar waar ik hem citeer, denk ik dat zijn opvattingen correct zijn, tenzij ik anders vermeld. In het begin van The origin of political order geeft Fukuyama een soort samenvatting die ik hier integraal citeer: The Celtic peoples who first settled the British Isles, as well as the Romans who conquered them, and the Germanic barbarians who displaced the Romans, were all originally organized into tribes much like those that still exist in Afghanistan, central Iraq and Papua New Guinea. So were the Chinese, Indians, Arabs, Africans, and virtually all other peoples on earth. They 26

27 owed primary obligation not to a state but to kinfolk, they settled disputes not through courts but through a system of retributive justice, and they buried their dead on property held collectively by groups of kin. Over the course of time, however, these tribal societies developed political institutions. First and foremost was the centralized source of authority that held an effective monopoly of military power over a defined piece territory - what we call a state. Peace was kept not by a rough balance of power between groups of kin but by the state's army and police, now a standing force that could also defend the community against neigboring tribes and states. Property came to be owned not by groups of kinfolk but by individuals, who increasingly won the right to buy and sell it at will. Their rights to that property were enforced not by kin but by courts and legal systems that had the power to settle disputes and compensate wrongs. In time, moreover, social rules were formalized as written laws rather than customs of informal traditions. These formal rules were used to organize the way that power was distributed in the system, regardles of the individuals who exercised power at any given time. Institutions, in other words, replaced individual leaders. Those legal systems were eventually accorded supreme authority over society, an authority that was seen to be superior to that of rulers who temporarily happened to command the state's armed forces and bureaucracy. This came to beknown as the rule of law. Finally, certain societies not only limited the power of their states by forcing rulers to comply with written law; they also held them accountable to parliaments, assemblies, and other bodies representing a broader proportion of the population. Some degree of accountability was present in many traditional monarchies, but it was usually the product of informal consultation with a small body of elite advisers. Modern democracy was born when rulers acceded to formal rules limiting their power and subordinating their sovereignty to the will of the larger population as expressed through elections. Direct vallen me twee aspecten op aan de redeneringen van Fukuyama. (1) De grote verheldering door het formuleren van het drietal elementen van de moderne staat: de machtsconcentratie, de superioriteit van de wet over de machthebbers en de verplichte verantwoording. (2) Het citaat is uit een paragraaf met de titel Getting to Denmark en dat verwijst naar de ideale staat waar andere staten naar (zouden kunnen) streven. Zoals die uitdrukking getting to Denmark duidelijk maakt is Fukuyama een Verlichtingsdenker: het wordt steeds beter Denemarken is het lichtende voorbeeld. Fukuyama lijkt de gezonde staat van dit moment als eindstation te zien, alsof geheel onbekende ontwikkelingen in de toekomst zich niet zullen voordoen, alsof dan sprake is van the end of history. Rousseau, Hobbes en Locke hadden het bij het verkeerde eind, betoogt Fukuyama, door aan te nemen dat de mens van nature individualist is. Hun ideëen waren fout in dit opzicht maar invloedrijk en hebben hun invloed gehad op de Amerikaanse Verklaring van Onafhankelijkheid en moderne economische opvattingen. The recovery of human nature by modern biology, in any case, is extremely important as a foundation for any theory of political development. In de paragraaf Chimpanzee politics and its relevance to human political development (31) haalt Fukuyama Wrangham (1996) aan die beschrijft hoe groepen mannelijke chimpanzees alle mannetjes bij een naburige groep uitmoorden en zo grote overeenkomsten met het gedrag van Papoea's op Nieuw Guinea vertonen. LeBlanc (2003) bevestigt de overeenkomst tussen de agressiviteit van de chimpansee en de mens. Als dit de uitgangspunten bij gedachtenvorming over statenvorming zijn, bevindt Fukuyama zich op glad ijs. (1) Dit extreme gedrag heb ik tot dusverre niet beschreven gezien en (2) we weten nog niet precies of ons sociale gedrag wellicht meer overeenkomt met dat van bonobo's, welk gedrag Fukuyama niet vermeld evenmin als de onderzoeken van Sarah Blaffer Hrdy zie daar. Verwijzend naar Frans de Waal beschrijft Fukuyama onder andere het doden binnen de eigen groep. Hij noemt de autoriteit die sommige chimpansees binnen hun groep bezitten. Wegens de overeenkomsten in sociaal gedrag tussen chimpansees en mensen hebben Hobbes, Locke en Rousseau met hun ideeën ongelijk, concludeert Fukuyama. Human sociability is not a historical or cultural acquisition but something hardwired into human nature. 27

28 De groei van het menselijke brein is niet zozeer om beter te kunnen jagen en verzamelen maar vooral om beter te kunnen samenwerken.(34) The Golden Rule mandating that you treat others as you want them to treat you is simply a variation on tit-fot-tat, one that emphasizes the benefit rather than the harm side. (The Christian principle of returning a favor for a harm in this respect is highly unusual and, one might note, more often than not unimplemented in Christian societies...)(37) Fukuyama's observatie is zo belangrijk dat hij meinetwegen de haakjes weg had kunnen laten. Over godsdienst en normen: But as the economist Mancur Olson has shown, collective action begins to break down as the size of the cooperating group increases... Religion solves this collective action problem by presenting rewards and punishments that greatly reinforce the gains from the cooperation in the here and now. If I believe that my tribe's chief is just another fellow like me following his own self-interests, I may or may not decide to obey his authority. But if I believe that the chief can command the spirits of dead ancestors to reward or punish me, I will be much more likely to respect his word...any given religious belief can be described as a kind of mental model of reality, in which causality is attributed to invisible forces that exist in a metaphysical realm beyond the phenomenal world of everyday experience.... rule following for human beings is not primarily a rational process but one that is grounded in the emotions... While the specific content of norms is culturally determined the faculties for norm following are genetically based, just as languages vary across cultures while being rooted in a universal human faculty for language... Human beings are able to put themselves in the position of other people and to observe their own behavior through the eyes of others. A child who is unable to see himself or herself in this fashion is today as diagnosed as having the pathological condition of autism. Norm following is embedded in human nature via the specific emotions of anger, shame, guilt and pride... The grounding of normative behavior in the emotions promotes social cooperation...the fact that we become attached to certain rules not as means to short-term goals but as ends in themselves greatly enhances stability of social life. Religion simply reinforces that stability and widens the circle of potential cooperators.( ) Over de erkenning van de mening van anderen: If politics is a struggle over leadership, it is also a story about the followership and the willingness of the great mass of human beings to accord leaders higher states than themselves and subordinate themselves to them...as political systems develop, recognition is transferred from individuals to institutions - that is to rules or patterns of behavior that persist over time, like the Britisch monarchy or the U.S. Constitution. (42) In its early stages human political organization is similar to the band-level society observed in higher primates like chimpanzees...the higher level institutions are in some sense quite unnatural and when they break down humans revert to the earlier form of sociability. (43,44) Dan gaat Fukuyama uit de bocht, dat wil zeggen dat ik zijn hypotheses niet juist acht. Volgens hem maken godsdiensten de vorming van grote organisaties mogelijk. Maar hij heeft gelijk met: The conservatism of societies with regard to rules is... a source of political decay. Rules or institutions created in response to one set of environmental circumstances become disfunctional under later conditions but they cannot be changed due to people's heavy emotional investments in them. (44) met als gevolg veel geweld. Politiek moet de boel redden. Human beings make constant judgments about the intrinsic values, worth, or dignity of other people or institutions, and they organize themselves into hierarchies based on those valuations. (45) en daarom, vindt Fukuyama, zal nooit alleen economisch eigenbelang bepalend zijn. Virtually every society was at one time organized on the basis of kinship. (45) en dus is de clan uitgangspunt geweest bij de vorming van politieke eenheden. Virtually all modern human beings outside of Africa are believed by one current theory to be descended from a single small group of behaviorally modern humans perhaps as few in number as 150 individuals who left Africa and cosse dwhat is now the Straits of Hormuz into the Arabian peninsula approximately fifty thousand years ago. Het blijft interesaant te weten in hoeverre dit een inmiddels geaccepteerde dan wel verworpen theorie is. China made a transition from kinship-based forms of organization to state level organizations 28

29 more than three thousandyears ago and yet complex kinship organizations still characterize parts of Chinese society today.(51) Fukuyama bespreekt de mogelijkheid de ontwikkeling van menselijke samenleving al of niet te beschouwen als een Darwiniaans evolutionair proces. Elman Service geeft de volgende taxonomie: bands, tribes, beide gebaseerd op familiebanden en egalitair, chiefdoms, states, beide hierarchisch en gebaseerd op grondbezit. Organisatie op basis van de stam ontstond pas met landbouw. In de clan verbanden van de jager/verzamelaars was nauwelijks sprake van privé bezit. Within a band-level local group there is nothing resembling modern economic exchange and ondeed nothing resembling modern individualism.... "tyranny of cousins", that is your social world was limited to the circles of relatives surrounding you, who determined what you did, whom you married, how you worshipped and just about everything else in life. (54) Er is alleen gezag en geen macht, wel "if this is done, it will be good" maar geen "do this" Exogame huwelijken, huwelijken buiten de groep, waren standaard. Exogamie levert een bijdrage aan goede relaties tussen groepen. (55) Volgens Fukuyama is landbouw op meerdere plaatsen ontstaan, hij noemt Mesopotamië, Oceanië, China en Midden-Amerika, meer dus dan Cook. Bevolkingsdichtheid kon stijgen van 0,1-1 tot persoon per km². (55) "tribes","clans", "kindreds" and "lineages" zijn de organisatievormen die volgen op de "bands". Deze vormen hebben als kenmerken segmentatie, eenheden zonder centraal bestuur en gemeenschappelijke afkomst. In a segmented society... each segment is a self-sufficient unit able to feed, clothe, and defend itself, and thus is characterized by what Durkheim called "mechanical" solidarity. Samenwerking van segmenten voor bijvoorbeeld zelfverdediging is mogelijk. "Agnation", verwantschap via gemeenschappelijke vaders komt het meest voor. Ook matrilineaire gemeenschappen, berustend op afstamming van moeder, bestaan maar zijn daarom niet matriarchaal. Er zijn geen matriarchale geenschappen bekend. (56-57) Evans-Pritchard: "Nuer tribes (Zuid Soedan) are split into segments. The largest segments we call primary tribal sections and these are further segmented into secondary tribal sections which are further segmented into tertiary tribal sections... a number of village communities"... Arab saying: "Me against my brother, me and my brother against my cousin, me and my cousin against the stranger." Er is geen hierarchie. De gemeenschappelijke afkomst is slechts een middel tot organisatie, er bestaat zoiets als fictive kinship (58-59) De vorming van grote stammen kan alleen verklaard worden door voorouderverering. Fukuyama geeft diverse voorbeelden van de voorouderverering waaronder in China het vuur dat de voorouders vertegenwoordigde en niet uit mocht gaan. Doodgaan zonder kinderen betekent dood van voorouders. (a rope representing the continuum of descent that stretches from Infinity to Infinity passing over a razor which is the Present) - Hugh Baker (60-61) Heel nadrukkelijk lijkt de religieuze voorouderverering mogelijk te maken dat grote groepen mensen zich verbonden voelen, met als gevolg de mogelijkheid van bijvoorbeeld oorlogsvoering. Maar omgekeerd kunnen material interests de religie beïnvloeden (denkbeeldige gemeenschappelijke voorouder om steun te claimen). (63) In hoofdstuk 4 bespreekt Fukuyama de fundamentele discussie betreffende eigendomsrechten met als extremen communistisch USSR en China en anderzijds de privatiseringsgolf ten gevolge van de Reaganomics. Hier verwijst Fukuyama naar The tragedy of the commons, een artikel van Garrett Hardin. (65) Eerste privé bezit was dat door kin groups waarbij het bezit niet is gebaseerd op economische maar op religieuze gronden, het is grond mede in bezit van de voorouders. De grond kan dus niet verhandeld worden. F. verwijst naar varianten bij Grieken, Romeinen, pre=koloniaal Afrika en Melanesië. Er is verdeling in door individuen geëxploiteerde stukken grond.(67) In Afrika gind veel mis door de botsing van traditionele eigendomsregels en de invloed van kolonisatoren die privé eigendomsrechten en landbezit probeerden te forceren. (68) Fukuyama, verwijzend naar Evans-Pritchard die de Nuer in Soedan en Ethiopië bestudeerde, komt met een interessante visie op bloedwraak. Het is als een conflict tussen staten, in de zin dat er geen wettelijk (third party)systeem is, en als een conflict tussen individuen, waarbij alle leden van een groep in conflict zijn met alle leden van een andere groep. Bijna alle tribale gemeenschappen in heden en verleden hebben alle mogelijke soorten maatregelen om escalatie te voorkomen of te beperken. Hierbij spelen derden een belangrijke rol zonder dat deze de macht hebben een oordeel op te leggen. Uitvoering van de uitspraak ligt bij de 29

30 rechtzoekende.(69-70) The propensity (neiging) for violence would seem to be one of the important points of continuity between ancestral apes and human beings. Hobbes is famous for his assertion thta the state of nature was a state of was of "every man against every man". Rousseau by contrast argued explicitly that Hobbes was wrong, that human beings were peaceful and isolated... Hobbes is far closer to the truth albeit with the the important qualification that violence took place not between isolated individuals but between social groups. Hier is tegen in te brengen dat we te weinig weten van de langste periode van het menselijk bestaan, die voorafgaand aan de landbouw. Maar Fukuyama citeert ook studies onder de Bosjesmannen en Eskimo's, jager/verzamelaars, waar doodslag viermaal zo vaak als in de USA zou plaatsvinden. (73) Pas bij tribale samenlevingen ontstaat een aparte kaste van krijgslieden, een leider gevolgd door bewapende retainers. In navolging van Leblanc en register verklaart Fukuyama het ontstaan van deze krijgers uit de jacht. De krijgsgroepen bestaan op economische gronden maar andere motieven spelen ook een rol. Een krijgsman zal zijn beroep niet inruilen voor een handelaar of boer. En dan is er exogame sex. In dit soort samenlevingen is er geen centraal gezag. Veroveringen, zoals bijvoorbeeld bij de Mongolen houden daarom geen stand. Fukuyama noemt Mongolen, Duitse stammen (Tacitus), Berbers (12e eeuw), Comanche (Indianen in 19e eeuw) maar ook Sadam Hussein (Irak) en Charles Taylor (Liberia). Tribale structuren bleven bestaan ook bij de vorming van staten. The only part of the world where tribalism was fully superseded by more voluntary and individualistic forms of social relationship was Europe where Christianity played a decisive role in undermining kinship as a basis for social cohesion... Hence much of its subsequent two-thousand-year political history revolved around attempts to block the reassertion of kinship structures into state administration. (74-78) Stamverbanden hebben zich ontwikkeld van agnatic lineage (afstamming in alleen de mannelijke lijn) tot cognatic lineage (afstamming van mannelijke en vrouwelijke lijn) tot verbanden met niet-bloedverwanten. In die vorm bestaan dit soort verbanden nog steeds. (7879) Staatkundige samenlevingen onserscheiden zich van tribale samenlevingen door: 1 Centrale autoriteit (bijvoorbeeld koning of president) met daaronder een hierarchie van ondergeschikten, die hun macht ontlenen aan de soevereine heerser. 2 Wettige ondersteuning door leger en/of politie 3 Het gezag is plaats- en niet verwantschapsgebonden. 4 Meer gelaagde samenleving, dus minder gelijkheid dan in een tribale samenleving 5 Legitimering door religie. Melanesië en de helft van zwart Afrika bestonden tot de kolonisatie uit tribale samenlevingen zonder centraal gezag met als gevolg vertraagde ontwikkeling na het bereiken van onafhankelijkheid. (80-81) Hoe zijn de eerste staten tot stand gekomen? Hoe staten ontstaan nadat de eerste staten waren gevormd, is geen moeilijk probleem. We kennen voldoende voorbeelden. Maar de eerste staat? The transition from tribe to state involves huge losses in freedom and equality. (85) Volgens Fukuyama een aantal factoren moeten tegelijkertijd worden vervuld om de Leviathan (Hobbes) te bewerkstelligen: voedseloverschotten door bijvoorbeeld landbouw; voldoende bevolking, waardoor verdeling tussen arbeid en elite, in een niet zo klein afgesloten gebied die ontsnappen verhindert; motivatie voor stamgroepen hun vrijheid op te geven door ofwel dreiging uitgeroeid te worden ofwel religieus charisma (bijvoorbeeld Mohamed).(89) Maar: Human beings cooperate to compete and they compete to cooperate. the birth of the Leviathan did not permanently solve the problem of the violence, it simply moved it to a higher level. (90) Dit is een discutabele visie op de mens gebaseerd toch, denk ik, op niet geldige analogiën met chimpansee gedrag. De staat als constructie levert 'brandstof' voor geweld, denk ik. Omdat niet aan de noodzakelijke voorwaarden, zie boven, werd voldaan, bleef de statenvorming in Afrika, Australië en sommige andere plekken achterwege. China is het andere uiterste. Hier ontstond heel vroeg een uiterst krachtige, grote staat: sterk gecentraliseerd, bureaucratisch met vele nivaus, despotisch die 2000 jaar bleef bestaan. War made the state and the state made war. (94) Fukuyama gebruikt veel het begrip lineage, wat ik maar vertaal 30

31 als afstammingslijn. Over China: tot 3500 jaar geleden waren staten beter gekarakteriseerd als chiefdoms or tribes. Daarbij was kinship - verwantschap de belangrijkste vorm van organisatie. Een militaire eenheid bestond uit mannen van zo'n honderd verwante huishoudens (making up a lineage). De koning was het hoofd van alle lineages in een gebied. Wetgeving, gehandhaafd door koning en clanhoofden, handelde over voorouderverering in tempels. Het familieverband was dus de bepalende factor in de sociale organisatie. (99,100) Meer hierarchische niveaus werden afgedwongen met straffen, slavernij en mensoffers. Tot op de dag van vandaag is de Chinese familie via de vaderlijke lijn belangrijk en bron van gezag.(100, 101) Vrouwen trouwen buiten de clan en krijgt pas status na de geboorte van een zoon. De lineage verbonden met gemeenschappelijk grondbezit is een bepalende factor in de Chinese geschiedenis, die duizend jaar voorliep op die in Europa. (105) Feudalisme is een organisatiestructuur waarbij de heerser land + bewoners erop ("fief") uitleent aan een vazal in ruil voor militaire hulp. De vazal heeft politieke rechten over de grond en de mensen erop en kan sub-vazallen creëren. In China was de heerser altijd onderdeel en afhankelijk van zijn kinship. (107) Confucianism can in many ways be seen as an ideology that builds a broad moral doctrine of the state outward from a model based on the family. Verplichtingen ten opzichte van de ouders wegen zwaarder dan die ten opzichte van de staat.(119) Zo was de familie-structuur de motor achter het economische herstel onder Deng Xao-Ping in de tachtiger jaren. Mao, een Legalist, was een anti-confucianist. (121) Een merkwaardige zin: Social modernization is the breakdown of kin-based relationships and their replacement with more voluntary, individualistic forms of association. (127) India Circa vijf eeuwen vc ontstond in India het begin van het kastensysteem, de varnas: priesters, krijgslieden, handelaren en de rest (vooral boeren). (151) De priesters waren niet ondergeschikt aan het politieke gezag, waren hoeders van de wetgeving zodat er sprake was van een begin van rule of law. De kasten (jatis) waren belangrijker dan de lineage (sacralization of the occupational order), buiten de eigen kaste mocht niet worden getrouwd. Dit kastensysteem verhinderde de ontwikkeling van een centrale macht, zoals in China. (153) (Henry Maine)... showed through his vast learning how different civilizations had evolved similar solutions to problems of social organization... As in China kinship never disappeared in India the way it did in the West as a basic structuring principle of society. Meeste afstammingslijnen zijn patrilineal maar in Zuid-India zijn er enekel matrilineal. Het kastensysteem beperkt de vrijheid in partnerkeuze. Southern Indian tribes like many Arab ones tend to keep marriages (and hence inheritances) within a very narrow circle of kin... Like Chinese and other societies making the transition from tribalism to a state-level society the power of the tribal chief was greatly enhanced by his growing legitimation by a distinct and permanent set of priests, the Brahmins. ( ) Over religie: State religion in China never developed beyond the level of ancestor worship. Priesters hadden daarom weinig politieke macht. Religion took a very different turn in India...The new Brahmanic religion shifted the emphasis from one's genetic ancestors and descendants to a cosmological system encompassing the whole of nature. In tegenstelling ontstond tot China wetgeving in India uit de religie. In China kwam het uit de politieke autoriteit voort. In India was de macht verdeeld tussen de krijgslieden en priesters, met als gevolg minder oorlog en geen centralisatie van de macht zoals in China. ( ) One of the oldest controversies among social theorists concern the relative priority of economic interests versus ideas as sources of social change... Ideas are held to be endogeneous, that is, they are created after the fact to justify material interests rather than being independent causes of social behavior. Weber en Durkheim daartegenover zien religie als motivators of human action and as sources of social identity, Weber beargumenteert dat de economische belangen-theoriën eigenlijk een reformatorisch religieuze bron hebben (wat aansluit bij John Gray) De Indische maatschappij met zijn kastensysteem is er het bewijs voor dat de economische belangen GEEN doorslaggevende rol speelden bij de inrichting van de maatschappij. ( ) Over de profeet Mohamed: The Prophet's teachings were in a certain sense deliberately antitribal, insofar as they proclaimed the existence of a universal umma or community of believers whose first loyalty was to God and God's word and not to their tribe. This ideological 31

32 development was critical in creating the basis for a much wider scope for collective action and a hugely enhanced radius of trust among what had been a segmented and internally quarrelsome society. Dit is een prachtige beschrijving van de groepsvergroting die door het ontstaan (of scheppen) van de wereldgodsdiensten mogelijk werd. (192) De Politeia van Plato besprekend, schrijft Fukuyama: The purpose of the discussion (met Socrates) was to highlight the permanent tensions that exist between people'd private kinship ties and their obligations to a broader public political order. The implication is that any succesful order needs to suppress the power of kinship through some mechanism that makes the guardians value their ties to the state over their love for their families. (200) Het enige wat van deze tweestrijd is overgebleven, is het gesteun en gekreun rond het vertrek van soldaten die huis en haard verlaten. Dit wordt altijd omschreven als een opoffering waarvoor de gemeenschap dankbaar moet zijn evenals het offer van de achterblijvende familie. Die stijgen ook in achting wegens hun onzelfzuchtigheid tegenover het land. Fukuyama heeft het over states as organized criminals en noemt in onze tijd Zaïre onder Mobutu en Liberia onder Charles Taylor. En zegt over deze predatory states: there is no question that some states are higly predatory and that all states are predatory to some degree. (210) Het is een aardige omschrijving om onze staat zoals het zich in deze eeuw ontwikkelt als predatory state te omschrijven, waarbij de leidinggevende predator het bankwezen is. Christianity undermines the family In the three regions of the world (China, India en Midden-Oosten) I have covered so far, state institutions were formed directly out of tribal societies... The state was created to overcome the limitations imposed by tribal-level societies. In each case, state builders had to figure out how to make individuals loyal to the state rather to their local kin group. Institutions based on territory and centralized legal authority had to be layered on top of strongly segmentary societies. Fukuyama noemt pogingen van familiegroepen de politiek weer binnen te dringen repatrimonialization. (229) European society was... individualistic at a very earl point, in the sense that individuals and not their families or kin groups could make important decisions about marriage, property, and other personal issues...in Europe, social development preceded political development...the nineteenth-century historical anthropologists all believed that kinship structures evolved over time, and that there was a general pattern of social development in human societies from large corporate kin groups to smaller families based on voluntary unions by individual men and women. In Henry Maine's famous concept, modernization involved the shift from "status to contract". Early societies ascribed social status to individuals, specifying everything from marriage partners to occupations to religious beliefs. In modern societies by contrast, individuals could freely contract with one another to eneter different kinds of social relationships, the most central of which was the marriage contract.( ) Vele bladzijden ( ) legt Fukuyama uit dat in Europa veel eerder dan elders de maatchappelijke organisatie op basis van de extended family gebaseerd op de vaderlijke afstamming verloren ging. Putting one's parents out to pasture in a nursing home has very deep historical roots in Western Europe. This suggests that contrary to Marx, capitalism was the consequence rather than the cause of a change in social relationships and custom... Feudalism arose as an alternative to kinship... Feudalism was the voluntary submission of one individual to another, unrelated, individual, based on the exchange of protection for service. Fukuyama verwijst naar sociaal anthropoloog Jack Goody die de overgang (out of kinship) in de 6e eeuw plaatst en toeschrijft aan de Katholieke kerk. De kerk verbood huwelijk met familie, levirate is huwelijk met broer na overlijden van echtgenoot, veelwijverij em scheiding. Dit betekende minder kans op erfgenamen en dus op mogelijkheden om bezit binnen de familie te houden. De kerk bevorderde het domeren van bezit aan de kerk. Een bijproduct was de hogere status van de vrouw die het recht van bezit verwierf en zo goederen kon nalaten aan de kerk.... it provided a large source of donations from childless widows and spinsters (238) Zo werd de kerk rijk, eind 7e eeuw was éénderde van productief land in Frankrijk in bezit van de kerk. In de Middeleeuwen was er dus al een meer individualistische maatschappij die de introductie 32

33 van een kapitalistische economie niet in de weg stond zoals de kinship groups in India en China. Deze economie took root in societies that already had traditions of individualized ownership where property routinely changed hands between strangers. (239) Maar er was wel de grote invloed van de feodale organisatie structuur, waarbij de feodale heerser meer macht had dan het stamhoofd. Deel 3 The origins of the rule of law Wetten waren (in Europa) oorspronkelijk niet vastgelegd door de staat maar door kerk en stam. Fukuyama onderscheidt law = wet van legislation = wetgeving. De wet kwam van een bovenmenselijke autoriteit, uit gewoonte of de natuur en stijgt uit boven de wetgeving, regels gemaakt door de regeerder van dat moment. Rule of law can be said to exist only where the preexisting body of law is sovereign over legislation, meaning that the individual holding political power feels bound by the law. (246) Tegenwoordig is het onderscheid wet en wetgeving die tussen nieuwe wetten en de Grondwet. Militaire macht en het heffen van belastingen is relatief makkelijk. In ontwikkelingslanden vooral (maar ook Latijns Amerika, huidig Rusland en China) is het ontbreken van de rule of law het grote probleem, ook al zijn er democratische verkiezingen. Fukuyama bespreekt de theoriën van Hayek (Oostenrijk). Het idee van wetten bedenken op grond van rationele overwegingen, zoals constructivisten dachten, is onzin, denk aan het communisme. Social order was not according to Hayek, the result of top-down rational planning; rather, it occurred spontaneously through the interactions of hundreds or thousands of dispersed individuals... The process by which social order was generated was incremental, evolutionary, and decentralized... there can be nodoubt that law existed for ages before it occurred to man that he could make or alter it... the idea that all law is, can be, and ought to be, the product of the free invention of a legislateor... is actually false, an erronuous product of... constructivist rationalism. Daarom juist was de Engelse common law zo'n succes.... the essence of the rule of law: there is a preexisting body of law representing the will of the whole community that is higher than the will of the current government and that limits the scope of that government's legislative acts. ( ) Hier gaat wat mij betreft dus aan vooraf de ontwikkeling van de moraliteit in de groep, welke op den duur uitgroeit tot een natuurlijk stelsel van wetten, de common law. The rule of law in Europe was rooted in Cristianity. (262) Wetten betreffende huwelijk en erfrecht werden als eerste vastgesteld door een paus en niet door een vorst. in geval van caesaropapism is de kerk volledig ondergeschikt aan de staat. Dat was het geval in China, in het Oostelijke Romeinse rijk en in het Westen tot het begin van de elfde eeuw. Dat betekende dat politieke autoriteiten de macht van kerkelijke benoemingen hadden. 21 van de 25 pausen voor 1059 waren benoemd door keizers - en 5 ontsloegen hen (de keizers presumably). In de elfde eeuw werd de kerk onafhankelijk van de staat en werd huwelijk van kerkofficials verboden om loyaliteit aan de kerk te garanderen. De Katholieke kerk (in het Westen, dit geldt niet voor de Oosterse Grieks-katholieke kerk) groeide uit tot een staat met eigen wetgeving, belastingen, leger en zelfs met eigen grondbezit. Dit maakte ook de seculiere staat mogelijk. (267) De Justinian Code geschreven in de 6e eeuw in Constantinopel en een samenvatting van het Romeinse recht werd ontdekt in de elfde eeuw en leverde de rgondslag van wetgeving in Europa en alle koloniën later. Het instituut office ofwel bureau waarin gesalariëerde officeholders (ambtenaren?) ontstond in de twaalfde eeuw in de kerkelijke hierarchie, en kwamen overeen met de bureaucratie in de Chinese Qin periode (200 vc) Michael Cook: De mens, jaar geschiedenis Men dient geen impuls aankopen bij De Slegte te verrichten. Maar ik deed het wel blij en lees daardoor de Nederlandse vertaling Michael Cook's "A brief history of the human race". Hij is onder andere hoogleraar in Princeton geweest. Het is een meesterwerk en getuigt van een originele geest. H. 1 De Paleolithische voorgeschiedenis De jaar heeft Cook gekozen omdat toen, jaar geleden de landbouw begon. Waarom toen? Volgens Cook kenmerkte deze periode ook bekend als het Holoceen, zich door 33

34 een stabiel relatief klimaat, zie grafiek hieronder. De grafiek is gebaseerd op onderzoek aan een boorkern van eeuwig ijs op Groenland. Horizontaal is de tijdas, niet linear omdat bij toenemende diepte en ouderdom de sneeuwlagen meer zijn samengeperst, lopend van nu tot jaar geleden. Het is een geweldig idee dat de klimatologische omstandigheden (mede) de noodzakelijke voorwaarde waren voor het ontstaan van de landbouw, de gigantische sprong die per slot onze cultuur mogelijk maakte. De grafiek is bijna te mooi om waar te zijn. Tot dusverre heb ik nog geen bevestiging van deze theorie gezien jaar geleden Vroeg - Paleolithicum Midden - Paleolithicum = Oude Steentijd jaar geleden Laat - Paleolithicum jaar geleden Neolithicum = Nieuwe Steentijd Cook schat de mens niet meer anatomisch veranderd te zijn sinds jaar geleden maar er is ook een sprong in de ontwikkeling jaar geleden. Vóór dat tijdstip is er weinig variatie in de stenen werktuigen. Daarna wordt deze veel groter. Gebruik van bewerkte stenen is beperkt tot het geslacht Homo. Dit bewerken wordt geleerd, wordt cultureel overgedragen en ligt niet genetisch vast. Waarom ontstond de landbouw daar, in het Nabije Oosten, in de Vruchtbare Halvemaan van Palestina tot Mesopotamië? Omdat er daar een grote rijkdom aan grootkorrelige granen was. Vanuit dat gebied heeft de landbouw zich verspreid, maar het is ook onafhankelijk van het ontstaan in het Nabije Oosten ontstaan in Noord-Amerika, weliswaar 5000 jaar later. De oudste stad is de neolithische nederzetting van Jericho in Palestina van 8000 v.chr. met een bevolking van tenmisnste enige duizenden inwoners. Koper werd gebruikt vanaf 5000 v.chr., brons is bekend vanaf 3000 v.chr., ijzer vanaf 1200 v.chr. DNA onderzoek toont aan dat eenkoren slechts eenmaal is gedomesticeerd en wel in zuidoost Turkije circa 9000 v.chr. Cook spreekt van de aanpassing van gedomesticeerde planten en dieren aan de mens, welke genetisch is, en omgekeerd de aanpassing van de mens aan de gedomesticeerde planten en dieren. Dit is een culturele aanpassing. Indien het anders was geweest dan waren er nu twee soorten mensen: mensen die genetisch an de landbouw waren aangepast en mensen bij wie dat niet zo was. Toch is er ook sprake van genetische aanpassingen bij de mens: de aanleg om melk te verteren door volwassenen komt niet overal evenveel voor. Tweede voorbeeld: mensen in de Nieuwe Wereld waren niet bestand tegen ziektekiemen horend bij vee in de Oude Wereld. H. 3 De opkomst van de beschaving 34

35 De huidige geschiedenis was kennelijk een van de mogelijke resultaten die voortvloeide uit de combinatie van ongebruikelijke klimatologische omstandigheden en de gedragsmogelijkheden van de moderne mens. Maar was deze uitkomst de enig mogelijke? En dan wenst Cook dat er een experiment beschikbaar zou zijn om vast te stellen of meerdere beschavingsmodellen zouden kunnen ontstaan. Het is er! Ergens in het Laat-Pleistoceen - wanneer precies is omstreden - hebben mensen van de Oude Wereld zich in de Nieuwe Wereld gevestigd door de huidige Beringstraat over te steken, die toen een landbrug was. Cook bespreekt de waarnemingen van een conquistador, een Spaanse ontdekkingsreiziger die het nieuwe land beschrijft. Deze ziet overeenkomsten tussen zijn eigen wereld en die in Zuid-Amerika: een samenleving gebaseerd op landbouw, graan (maïs), straten en pleinen, markten, betaalmiddel, edelen, georganiseerde politieke macht, een heerser, legers bestaande uit compagniën onder leiding van officieren, bogen, speren, zwaarden en slingers, tempels, bisschoppen, goden en rituelen. De belangrijkste verschillen zijn: in de Nieuwe Wereld afwezigheid van veeteelt en het wiel, weinig metaalbewerking. Onze conclusie uit dit natuurlijke experiment is derhalve tamelijk duidelijk. Gedurende de millenia waarin de Oude en de Nieuwe Wereld van elkaar waren gescheiden, hebben op beide continenten twee belangrijke processen plaatsgevonden: het ontstaan van landbouw gevolgd door beschaving... (Ondanks verschillen) ontstonden zowel in de Oude als in de Nieuwe Wereld landbouwsamenlevingen en niet twee volkomen verschillende manieren van leven (met als gevolg) beschavingen die niet zulke grote verschillen vertoonden dat we op zoek hoeven te gaan naar een nieuw concept. Dan gaat Cook op zoek naar een behoorlijke omschrijving van het begrip 'beschaving' (zou dit in deze Nederlandse uitgave de vertaling van 'culture' zijn?) Ik zal een aantal kenmerken van zulke opkomende samenlevingen behandelen die ervoor zorgen dat wij ze als beschavingen karakteriseren. En dan noemt hij: Mesopotamië: Soemeriërs ~3000 vc Egypte ~3000 vc Noordwest India ~2500 vc China ~2000 vc Kreta ~2000 vc Midden Amerika: Olmeken ~1000vC Er zou volgens Cook een quantumsprong in complexiteit optreden tijdens de ontwikkeling van een beschaving. Deze zou veroorzaakt kunnen worden door (1) de ontwikkeling van het schrift of (2) het sterk ontwikkeld koningschap. [Hier kiest Cook zo te zien een ander pad dan Fukuyama] Het schrift Waarom konden vroege landbouwsamenlevingen of jager-verzamelaars geen schrift ontwikkelen? Voor schrift is hardware, iets om op en mee te schrijven, en software. Zo zijn er in het begin klei, papyrus, bamboe en schors gebruikt om op te schrijven. Hardware was voor gebruik eerder in de geschiedenis geen probleem. De software is een systeem om de taal weer te geven. De vele alfabetten hebben een gemeenschappelijke afkomst: de Feniciërs. Vóór het gebruik van een alfabet werd gedurende duizend of meer jaar andere schrijfsystemen gebruikt, zoals het oudste schrift, het spijkerschrift in Mesopotamië 4000 vc. Dit schrift werd voorafgegaan kleitekens voor dieren, producten en aantallen. In het volgende stadiumworden de tekens aan bepaalde woorden met bepaalde klanken verbonden Op zeker moment is het niet genoeg de tekens te begrijpen maar moet echt gelezen worden. Welke zijn de noodzakelijke voorwaarden voor zo'n ontwikkeling waarbij het schrijven een beroep was. Cook spreekt over de noodzakelijke sociale structuur. Er moest iemand zijn die een sterke behoefte had aan een dergelijke informatie-technologie en er moest een bereidheid ontstaan om een gemeenschap van verder niet productieve schrijvers te ondehouden. Deze behoefte en bereidheid zijn kenmerken van een complexe samenleving.... Vroege geschriften veronderstellen een machtige staat wat gedurende het grootste deel van de menselijke geschiedenis een soort koningschap inhield... Met de opkomst van het alfabet was het schrijven niet meer gebonden aan professionele schrijvers en complexe samenlevingen. Het koningschap Uit oude afbeeldingen concludeert Cook blijkt dat de koning de onbetwiste overwinnaar is, een dodelijk gevaar voor vijanden, maar veiligheid en gezondheid voor volgers en onderdanen 35

36 biedt. Sociale ongelijkheid is oud: twee kinderen in Rusland jaar geleden waren rijk versierd met kralen waarin duizenden arbeidsuren zaten. Het ver ontwikkelde koningschap kan dus beschouwd worden als een produkt van toegenomen sociale complexiteit. En het koningschap bleef tot aan de Franse revolutie de meest voorkomende regeringsvorm in complexe maatschappijen. [Commentaar: In hoeverre komt dit overeen met Fukuyama? Een wat zwakke paragraaf.] H.4 Australië Tot in de 18e eeuw was dit een continent van jager-verzamelaars omdat (1) steeds door water gescheiden was van Eurazië en (2) het erg onvruchtbaar is. Volgens Cook is Australië jaar bewoond (Evans, recenter dus meer betrouwbaar, spreekt van jaar). Er zijn boemerangs jaar oud en bijlen jaar oud gevonden. Cook bespreekt de Aranda, een volk van 2000 leden rond Alice Springs. De Aranda hebben haast niets: graafstok, houten trog, maalstenen, speer, schilden, bijlen, messen, boemerangs. Er zijn geen stamhoofden. Men kent een tweetallig stelsel tot 5. Er blijken ingewikkelde huwelijksregels te zijn, onwaarschijnlijk ingewikkeld. Cook zegt erover: Dit toont aan dat samenlevingen van jager-verzamelaars in staat waren tot schijnbaar overbodige culturele vernieuwingenen verscheidenheid die we onmogelijk alleen uit materiële vondsten kunnen afleiden... Het schijnt dat mensen een opmerkelijk vermogen hebben om relaties vorm te gevendoor middel van ingewikkelde maar uiteindelijk arbitraire regels... Het samengaan van culturele complexiteit en materiële eenvoud laat ons overduidelijk een van de basisbestandelen van de menselijke samenleving zien. [Dit lijkt me veel te maken te hebben met de gevoels van lidmaatschap. Ik denk dat de ingewikkelde regels een sterk samenbindend effect hebben: men is gelijkgestemd over ingewikkelde arrangementen en daardoor in sterke mate lid van dezelfde groep. Dit betekent dat dergelijke arrangementen een evolutionair voordeel bieden.] Cook gaat in op de talenrijkdom en heeft het over de talenfamilie Pama-Nyungan. Stammen de talen hiertoe behorend uit één moedertaal of zijn ze naar elkaar toegegroeid? [Het laatste zou ik zeggen op basis van wat Evans zegt.] Uit de Australische culturele ontwikkeling blijkt dat het leven van de jager-verzamelaar geen materiële en culturele veranderingen uitsluit die verdacht veel op vooruitgang lijken en... dat zonder de aanwezigheid van de landbouw deze veranderingen niet tot steden, koninkrijken en dergelijke zullen leiden. Pinker over geweld vroeger en nu Pinker in een TED lezing Steven Pinker (1954) is een taalkundige en psycholoog die onder andere het populair wetenschappelijke boek A brief history of violence schreef. Ik heb het boek niet gelezen maar beluisterde wel de TED presentatie, zie hierboven. Pinker betoogt dat op meerdere tijdschalen - millenia, eeuwen, decaden, jaren - het geweld op de wereld is afgenomen. We leven nu in de meest vredige tijd die er ooit is geweest. Ik vraag me af of en zo ja, in hoeverre, zijn bevindingen in strijd zijn met mijn hypotheses. Dat in het jager/verzamelaar tijdperk veel meer geweld wordt gepleegd toont hij aan met het gedrag van nog levende jager/verzamelaars volken. Dit lijkt me gevaarlijk. Ik wil nog gaan opschrijven dat conflicten tussen clans juist zullen ontstaan bij toenemende bevolkingsdichtheid. Ik vermoed dat bestaande jager/verzamelaars volken te maken hebben met relatief hoge bevolkingsdichtheid, ofwel met een grote kans dat clans concurerende clans ontmoeten. Change in standards outpaces change in behaviour. Met andere woorden: gedragsverandering loopt achter op verandering van normen. Waar. Pinker noemt vier verklaringen voor afnemend geweld: Aan Hobbes ontleent Pinker het beeld van de eenzame wilde die preventief aanvalt. P noemt het voorbeeld van de (Amerikaanse) huiseigenaar die met getrokken geweer naar de kelder gaat waar hij wat hoort en waar de bewapende inbreker staat. Preventieve agressie noet hij het. Afschrikking is een goede oplossing voor dit probleem. Geloofwaardigheid is vereist en dat betekent een vendetta (oog om oog, 36

37 tand om tand). Hobbes gaf als oplossing de staat met geweldsmonopolie. Commentaar: Er wordt geen onderscheid gemaakt (weer) tussen de agressie binnen en die buiten de groep. Voor zover de agressie betreft, is het hele verhaal zeer aannemelijk. Daarbij is de vrede een culturele verworvenheid. Vroeger werd minder waarde aan het leven gehecht en werd er dus ook makkelijker gedood. Commentaar: geweld hangt dus samen met de mate waarin de maatschappij is geklommen in de piramide van Maslov. Er is sprake van non-zero sum games. Beide partijen hebben voordeel bij vrede. Technologie bevordert de vrede omdat zo meer groepen (over grotere afstanden) profijt hebben van uitwisselen van goederen in plaats van oorlog. Commentaar: Nogal wiedes. De kring van mensen voor wie we empatische gevoelens hebben, breidt zich uit, betoogt Peter Singer in The expanding circle. Helaas (?) kom ik weer een artikel van dezelfde Singer tegen dat ik nog niet heb gelezen waarin dit wordt uitgelegd. P voert een drietal oorzaken aan voor dit proces. Commentaar: Dit had ik dus ook bedacht, alleen hebben we hier helaas waarschijnlijk met slechts een culturele en niet een genetische verworvenheid te maken. Springer: The biological basis of ethics. The Biological Basis of Ethics is een bijna woorden lang uitreksel van het boek The Expanding Circle: Ethics and Sociobiology. Peter Singer (1946) is een Australisch filosoof bekend van zijn pleidooi voor dierenrechten. Ik kopieer hier grote delen van dit stuk en voorzie het van commentaar. Singer begint met het verwerpen van de ideeën van Hobbes, die hij citeert: During the time men live without a common Power to keep them all in awe they are in that condition called War; and such a war, as is of every man against every other man... To this war of every man against every man, this also is consequent; that nothing can be Unjust. The notions of Right and Wrong, Justice and Injustice have there no place. Hij vervolgt met een voorbeeld dat overeenkomt met de opvattingen van Hobbes. Occasionally there are claims that a group of human beings totally lacking any ethical code has been discovered. The Ik, a northern Uganda tribe described by Colin Turnbull in The Mountain People, is the most recent example. The biologist Garrett Hardin has even claimed that the Ik are an incarnation of Hobbes's natural man, living in a state of war of every Ik against every other Ik. The Ik certainly were, at the time of Turnbull's visit, a most unfortunate people. Originally nomadic hunters and gatherers, their hunting ground was turned into a national park. They were forced to become farmers in an arid mountain area in which they had difficulty supporting themselves; a prolonged drought and consequent famine was the final blow. As a result, according to Turnbull, Ik society collapsed. Parents turned their three-yearold children out to fend for themselves, the strong took food from the mouths of the weak, the sufferings of the old and sick were a source of laughter, and anyone who helped another was considered a fool. The Ik, Turnbull says, abandoned family, cooperation, social life, love, religion, and everything else except the pursuit of self-interest. They teach us that our much vaunted human values are, in Turnbull's words, "luxuries that can be dispensed with." The idea of a people without human values holds a certain repugnant fascination. The Mountain People achieved a rare degree of fame for a work of anthropology. It was reviewed Life, in talked about over cocktails, and turned into a stage play by the noted director Peter Brook. It was also severely criticized by some anthropologists. They pointed out the subjective nature of many of Turnbull's observations, the vagueness of his data, contradictions between The Mountain Peopleand an earlier report Turnbull had published (in which he described the Ik as fun-loving, helpful, and "great family people"), and contradictions withinthe Mountain Peopleitself. In reply Turnbull admitted that "the data in the book are inadequate for anything approaching proof" and recognized the existence of evidence pointing toward a different picture of Ik life. Even if we take the picture of Ik life in The Mountain People at face value, there is still ample evidence that Ik society has an ethical code. Turnbull refers to disputes 37

38 over the theft of berries which reveal that, although stealing takes place, the Ik retain notions of private property and the wrongness of theft. Turnbull mentions the Ik's attachment to the mountains and the reverence with which they speak of Mount Morungole, which seems to be a sacred place for them. He observes that the Ik like to sit together in groups and insist on living together in villages. He describes a code that has to be followed by an Ik husband who intends to beat his wife, a code that gives the wife a chance to leave first. He reports that the obligations of a pact of mutual assistance known as nyot are invariably carried out. He tells us that there is a strict prohibition on Ik killing each other or even drawing blood. The Ik may let each other starve, but they apparently do not think of other Ik as they think of any nonhuman animals they find--that is, as potential food. A normal well-fed reader will take the prohibition of cannibalism for granted, but under the circumstances in which the Ik were living human flesh would have been a great boost to the diets of stronger Ik; that they refrain from this source of food is an example of the continuing strength of their ethical code despite the crumbling of almost everything that had made their lives worth living. Springer verwijst naar Colin Turnbull's Volk in de bergen, de Nederlandse titel van The Mountain People. Turnbull leefde met de Ik's gedurende enkele perioden in de jaren Het boek staat al meer dan dertig jaar in mijn boekenkast. Ik was en ben er nog steeds ontdaan van. Waarschijnlijk ongeveer in juli 1966 reed ik met mijn gezin, inclusief mijn moeder, in konvooi met drie andere auto's vanuit Soroti, Uganda, waar wij toen woonden voor een korte vakantie in Noordelijke richting. We reden in konvooi omdat in het district waardoor wij reden, Karamoja, de bewoners, de Karamajongs, gevaarlijk konden zijn. Alle vier auto's kregen in de loop van de tocht een lekke band, de automobilist die twee reserve banden bij zich had kreeg twee lekke banden. Nee, geen garages in de buurt. Onze bestemming was Kidepo National Parc. We bereikten het na een overnachting in een simpel guest house in Moroto, de hoofdstad van Karamoja. Karamoja is een gebied ongeveer half zo groot als Nederland, een prachtig savannelandschap met oude vulkanen hier en daar. Het park was mooi maar stelde ook teleur. Het bestond nog maar net dus de grootste bezienswaardigheid, het Afrikaanse wild, was nergens te bekennen. 's Nachts huilde onze jongste, net een half jaar oud, voortdurend erbarmelijk. Nee, wij wisten niet, dat om het park te kunnen oprichten de Ik waren verdreven, dat de Ik nu stierven door hongersnood daar op de heuvels in de verte en dat daar een blanke rondliep om van dit proces verslag te doen. The core of ethics runs deep in our species and is common to human beings everywhere. It 38

39 survives the most appalling hardships and the most ruthless attempts to deprive human beings of their humanity. Nevertheless, some people resist the idea that this core has a biological basis which we have inherited from our pre-human ancestors...as Darwin wrote in The Descent of Man: "The difference in mind between man and the higher animals, great as it is, certainly is one of degree and not of kind."...another ground for resisting the idea that ethics has a biological basis is that ethics is widely regarded as a cultural phenomenon, taking radically different forms in different societies. Springer legt dan uit dat de verschillen in ethische opvattingen over de aardbol zo groot zijn, dat een culturele basis wel aangenomen moet worden. Edward O. Wilson has conceded: "The evidence is strong that almost all differences between human societies are based on learning and social conditioning, rather than heredity." So it may seem that if we want to discuss human ethics we must shift our attention from biological theories of human nature to particular cultures and the factors that have led them to develop their own particular ethical codes. Yet while the diversity of ethics is indisputable, there are common elements underlying this diversity. Moreover, some of these common elements are so closely parallel to the forms of altruism observable in other social animals that they render implausible attempts to deny that human ethics has its origin in evolved patterns of behavior among social animals. Grote verschillen in ethische codes maar onderliggende overeenstemming. Het klopt met mijn ideeën. Het lidmaatschap is het cement dat de jager/verzamelaarsgroepen bijeenhield. Gegeven dat lidmaatschap zijn de daarop gebouwde samenlevingsvoorschriften in huidige samenlevingen heel verschillend en van culturele aard ofwel aangeleerd. MAAR nu kan ik in de problemen komen. Tot dusverre heb ik aangenomen dat er bij de jager/verzamelaars een grote uniformiteit in ethiek was. Dat idee staat onder enige druk. Mijn idee is nog steeds dat de jager/verzamelaars binnen de clan weliswaar zich verschillend konden ontwikkelen maar dat hun relatie van dezelfde aard was als die in het kerngezin nu. Binnen de vele kerngezinnen (ouders + jonge kinderen) kan het gedrag aardig verschillen maar altijd geldt het vrijwel vanzelfsprekende delen. Spiegelneuronen Ik sta bij de kassa van de supermarkt en kijk naar de man die voor me zijn koopwaar op de band legt. Hij is gehaast en maakt er een berg van waar een stokbrood vanaf dreigt te rollen. Ik ben volledig verzonken in zijn bezigheid. Ik ben de ander, of de ander heeft van mij bezit genomen. Dat komt door de werking van mijn spiegelneuronen. Marco Iacoboni schreef een boek over spiegelneuronen: Het spiegelende brein, in het engels Mirroring people. Het is geen pretje om te lezen. Mogelijk dat de vertaling tot de onleesbaarheid heeft bijgedragen. Het is irritant dat het een opsomming van onderzoeken is, die hij steeds weer presenteert door te starten met de hypothese die dan onafwendbaar in het daarna beschreven onderzoek wordt bevestigd. Dikwijls is moeilijk te volgen wat de verschillen zijn tussen de vele hypotheses. Maar ondanks dat is het een sensationeel boek. Spiegelneuronen zijn hersencellen die als eerste zijn ontdekt door Giacomo Rizzolatti en mensen in zijn lab in Parma, Italië, onder andere Vittorio Gallese. De ontdekking van de spiegelneuronen en hun eigenschappen, zou verstrekkende maatschappelijke gevolgen kunnen hebben. Wat spiegelneuronen doen is te illustreren met het volgende voorbeeld. Bij hersenonderzoek aan makaken bleek dat bepaalde individuele neuronen "vuren" bij zowel (1) grijpen, (2) zien grijpen en (3) zien wat te grijpen is. Deze neuronen worden spiegelneuronen genoemd. Mens en dier worden geboren met spiegelneuronen. De jongste baby die imitatiegedrag berustend op de aanwezigheid van spiegelneuronen vertoonde, was 41 minuten oud. Al lerend ontstaan meer spiegelneuronen in het brein. In het laatste hoofdstuk geeft Iacobini zelf een soort samenvatting: We hebben gezien dat spiegelneuronen in apenhersenen zich bezighouden met de verwerking van bepaalde fundamentele handelingen uit het 'motorische repertoire' van het dier, zoals het 39

40 vastpakken van voorwerpen, het eten van voedsel en het produceren van communicatieve gelaatsuitdrukkingen. Ze hebben ook de verrassende eigenschap dat ze vuren wannneer apen helemaal niets zitten te doen en alleen maar zitten te kijken naar iemand anders die deze handelingen uitvoert. Spiegelneuronen reageren ook op geluiden die met handelingen verbonden zijn, zoals het openbreken van een pinda, ook al is die handeling niet zichtbaar. Spiegelneuronen vuren zelfs wanneer de handeling slechts gedeeltelijk zichtbaar is en ze kunnen onderscheid maken tussen twee identieke grijphandelingen die met verschillende intenties worden uitgevoerd. Deze cellen lijken kortom de handelingen en de intenties van andere individuen in de hersenen van de waarnemende aap 'na te bootsen'. Voortbouwend op en parallel aan het onderzoek bij apen hebben experimenten... bij mensen een spiegelneuronsysteem onthuld dat dezelfde functies vervuld als dat van apen. Bij mensen is hun rol bij imitatie zelfs nog wezenlijker omdat imitatie zo fundamenteel is voor ons exponentieel grotere vermogen tot leren en de overdracht van cultuur. Menselijke spiegelneuronengebieden lijken ook belangrijk voor empathie, zelfbewustzijn en taal. We werken amper vijftien jaar met spiegelneuronen maar we weten inmiddels al dat deze cellen hoogstwaarschijnlijk van vitaal belang zijn voor ons algehele begrip van de menselijke hersenen, de menselijke psyche en daarmee van onszelf. Al deze mechanismen vloeien voort uit het 'eenvoudige' mechanisme waarmee spiegelneuronen niet alleen vuren tijdens onze handelingen, maar ook tijdens het waarnemen van dezelfde handeling bij anderen. Het lijkt alsof het spiegelneuronsysteem deze andere mensen inwendig in onze hersenen projecteert. Een aantal conclusies: Spiegelneuronen geven ons inzicht in de intenties van andere mensen. "Het is of de ander een ander zelf wordt.""het is alsof de intentie van de ander in mijn lichaam huist." Spiegelneuronen hebben de ontwikkeling van taal mogelijk gemaakt. Spiegelneuronen maken imitatie mogelijk en zijn daarom van groot belang bij het leren. Het leren heeft de ontwikkeling van een complexe cultuur mogelijk gemaakt. Het bestaan van spiegelneuronen ondergraaft het idee van de vrije wil. Spiegelneuronen spelen een rol bij het begrijpen en invoelen van de emoties van anderen. Mensen imiteren onbewust andermans uitdrukkingen van emoties en ondergaan vervolgens die emoties. Een van de belangrijkste doelen van imitatie zou kunnen zijn dat we daardoor bij sociale interactie een lichamelijke 'intimiteit' tussen het zelf en de ander bewerkstelligen en dat leidt weer tot empathie = invoelingsvermogen. De motorische imitatie van (bijvoorbeeld) een glimlach gaat vooraf aan het meevoelen, maar de luisteraar wordt dus door de gesprekspartner opgewekt gemaakt. Vervolgens vindt degeen die geïmiteerd wordt de imitator aardiger. Het voeren van een gesprek is makkelijker dan het voeren van een monoloog. Dat is in strijd met wat logischerwijs is te verwachten. Het is wel iets dat iedereen intuïtief bevestigen kan. De verkaring is gelegen in spiegelneuronen en imitatie. "Elk gesprek is een gecoörineerde activiteit met een gezamenlijk doel." Er blijkt 'motorische resonantie' te zijn. Bij luisteren naar spraak worden spraakmotorische hersengebieden op dezelfde manier geactiveerd als bij het spreken. Wordt die mogelijkheid uitgeschakeld dan kunnen we niet goed meer luisteren. Volgens Iacobini bezitten we bij geboorte al spiegelneuronen - dat volgt uit de experimenten met pasgeborenen - maar spiegelneuronen worden (vooral?) in de hersenen van een kind gevormd door interacties tussen het zelf en de ander. Rijke interactie tussen moeder en kind bij de mens en sommige diersoorten (primaten, dolfijnen, olifanten) leidt tot convergente evolutie, vorming van veel spiegelneuronen met als gevolg zelfbesef en dus herkenning van de eigen persoon voor de spiegel. Dat lukt bij (mensen)kinderen pas aan het eind van het tweede levensjaar. Een hoge activiteit in spiegelneuronengebieden (tijdens experimenten waarbij proefpersonen kijken naar reclamefilmpjes) weerspiegelt volgens mij (Iacoboni, RK) bepaalde vormen van identificatie en verbondenheid... Deze spiegelneuronen lijken een soort 'intimiteit'te scheppen tussen hetzelf en de ander, en het is dan ook een logische veronderstelling dat activiteit in het spiegelneuronsysteem ook relevant kan zijn voor het gevoel dat we behoren tot of verbonden zijn met een specifieke sociale groep waarvan de leden voor ons gevoel meer op ons lijken dan andere mensen. En dan legt Iacobini uit hoe hij zich lid van diverse 40

41 gemeenschappen voelt: tennisfans, sushiliefhebbers, ouders van pubers, waarbij hij vaststelt dat de verbondenheid met leden van de ene groepe groter kan zijn dan met die van een andere. Politieke experts, mensen met veel politieke belangstelling en kennis, blijken spiegelneuronenactiviteit te vertonen bij het zien van bekende politici die erop duidt dat zij het gevoel hebben tot een specifieke gemeenschap te behoren. Onderzoek naar politieke groeperingen Negatieve beeldvorming over de (politieke) tegenstander werkt en negatieve beeldvorming kan een gevaarlijke emotionele afstand scheppen tussen kiezers en leiders die hen zouden moeten vertegenwoordigen..... Het boek van Iacobini leidt tot veel vragen. Hier zijn er een paar: Hoe is het mogelijk om één neuron te onderzoeken en waaruit bestaat het 'vuren' van een neuron? Hebben mensen meer spiegelneuronen dan dieren? Zo ja, welke evolutionaire druk leidde tot deze verandering? Als spiegelneuronen al bij de geboorte aanwezig zijn maar ook later in het leven gemaakt worden, hoe verhouden zich dan de aantallen? Verkrijgt de één meer spiegelneuronen dan de ander en tot wat voor persoonskenmerken leidt dit: intelligentie, conformisme, empatisch vermogen? Is er een correlatie tussen de leeftijd van zelfherkenning en de mate van interacties tussen moeder en kind? Iacobini schrijft: Eén van mijn hypothesen met betrekking tot spiegelneuronen en sociaal gedrag stelt dat activiteit in het spiegelneuronsysteem een aanwijzing is voor ons gevoel van verbondenheid met andere mensen. We hebben gezien dat deze hersencellen ons de handelingen van anderen helpen begrijpen door precies die handelingen, samen met de activering van onze eigen motorische plannen, in onze hersenen te simuleren. Op die manier helpen spiegelneuronen ons ook te voelen wat andere mensen voelen. Bovendien... houden spiegelneuronen zich ook bezig met ons eigen proces van zelfherkenning. Kortom, deze cellen lijken een soort 'intimiteit' te scheppen tussen het zelf en de ander en het is dan ook een logische veronderstelling dat activiteit in het spiegelneuronsysteem ook relevant kan zijn voor het gevoel dat we behoren tot of verbonden zijn met een specifieke sociale groep waarvan de leden voor ons gevoel meer op ons lijken dan andere mensen. We kunnen op allerlei terreinen van het leven verbondenheid voelen bijvoorbeeld wat betreft huidskleur en nationaliteit... Er zijn ook vormen van verbondenheid die meer cultureel bepaald zijn. Zo voel ik me lid van de wereldwijde gemeenschap van neurowetenschappers en ik heb een vergelijkbaar (hoewel wat zwakker) gevoel bij andere sociale groepen die op allerlei andere manieren worden gedefiniëerd, van Mac-gebruikers tot Ipod-luisteraars, van tennisfans tot operakenners, van wijnconnaisseurs tot sushiliefhebbers. Binnen enkele van deze spontaan gevormde groepen is het gevoel van verbondenheid - of op zijn minst het gevoel van een gedeelde ervaring - waarschijnlijk dieper en betekenisvoller dan binnen andere. Zo heeft bijvoorbeeld het gevoel 'een ouder van een puber' te zijn voor de meeste leden van deze groep meer betekenis dan het gevoel tot de gemeenschap van sushiliefhebbers te behoren. Ik denk dat dit verschijnsel zich nog krachtiger manifesteert wanneer het om belangrijke sociale kwesties gaat, zoals progressief versus conservatief, voor abortus versus tegen abortus. Voor veel mensen gaan dit soort identificaties diep. Buunk: Oerdriften Het boek "Oerdriften op de werkvloer" is typisch zo'n boek voor de leek, prettig dus als samenvatting maar ook warrig, oppervlakkig en incompleet. Hij lihttp://open.spotify.com/track/3zsnwkcnpextvdekgibzzrjkt een behoorlijk hollands, traditioneel wereldbeeld te hebben. Een belangrijke term die hij introduceert (bij mij) is O.C.B. = Organizational Citizen Behaviour, een term geformuleerd door Dennis Organ. Buunk: O.C.B. (is) positief gedrag van werknemers dat hun formele taken te boven gaat. Hoewel Wikipedia veel discussie over dit begrip meldt, 41

42 lijkt het me één van de belangsrijkste mechanismen die tot grotere innovatie, efficiency, produktiviteit en dus welvaart heeft geleid. Buunk heeft het uitgebreid over altruïsme maar benadrukt voortdurend de wederkerigheid, tit for tat dus. Zo schrijft hij: Een sterke gemeenschapsoriëntatie lijkt vooral een strategie gericht op wederkerigheid op de lange termijn. Vooral het onderzoek van Tomasello bevestigt daarentegen mijn vermoeden dat altruïsme helemaal niet alleen op wederkerigheid is gestoeld. Bij Buunk's verklaringen over altruïsme lijkt hij twee zaken te vergeten of niet in de gaten te hebben. (1) Hij veronderstelt dat het individu in ieder geval voordeel moet hebben van het altruïsme. Hier stapt hij in de valkuil die hij eerder beschreven heeft: Sinds het verschijnen van het klassieke werk "Leviathan" van de achttiendeeeuwse filosoof Thomas Hobbes zouden sociale wetenschappen er alles aan gedaan hebben de samenleving geheel te doordrenken van de norm van het eigenbelang. Het is aardig om na te denken over de mogelijkheid dat mensen dingen doen die NIET stroken met hun eigenbelang. Zo is niet-bewegen schadelijk en op de lange duur onprettig. Toch zijn er mensen met dergelijk gedrag. Er is het probleem van het conflict tussen korte termijn en lange termijn doelen. De roker rookt wetend dat het slecht voor zijn gezondheid is. De norm van het eigenbelang is dus een onduidelijke norm. (2) Buunk maakt geen duidelijk onderscheid tussen overerfd en cultureel bepaald dus aangeleerd gedrag. Hij vergelijkt zonder enige aarzeling menselijk gedrag met dierlijk gedrag. Zijn opmerkingen betreffende de wederkerigheid van altruïstisch gedrag zijn misschien relevant voor het gedrag van de gemiddelde werknemer anno 2011 in Nederland maar dat betekent niet dat dergelijk gedrag altijd en overal optreedt. Buunk gebruikt een aantal begrippen die een gevoelige snaar bij me raken: self esteem = zelfwaardering; sociaal zelfbeeld; competentiegerelateerd zelfbeeld; statushiërarchie; erbij horen; afgunst. Ik weet onmiddellijk waar dit over gaat en heb alle bladzijden met uitleg van Buunk niet nodig. Hier zit iets heel diep, evolutionair diep. Maar waarom is dat in de groep, want het is evident een ingroup verschijnsel, nodig? Vooral het tweede deel van "Oerdriften" vervult een mens van droefheid. menselijk gedrag wordt voortdurend beschreven als een verzameling negatieve impulsen. Daarbij is de tekst met niet onderbouwde algemeenheden van een flink leutergehalte: Doordat de groep altijd zo essentiëel is geweest voor het overleven van mensen, willen we er altijd nog onbewust bijhoren, ook al kunnen we veel dingen in de maatschappij tegenwoordig prima alleen af. Buunk wijst op het verschijnsel van het gepeste kind, uitgestoten uit de groep. Waarom doet zich dit voor? Ik weet het (nog) niet. Parallel met de afwijzing door de groep is de behoefte van het individu om bij de groep te horen en zijn er sterke negatieve gevoelens die door uitsluiting worden opgeroepen. Tot dusverre is me niet duidelijk op welke wijze zo'n situatie doorbroken kan worden. Welk mechanisme is werkzaam, wat is de oorzaak van het pestgedrag? Het argument dat de aard of het gedrag van de gepeste tot dit pestgedrag, liever uitstootgedrag, leidt, lijkt me onhoudbaar omdat deze mensen later in een andere situatie geen slachtoffer zijn. Welk mechanisme leidt tot dit gedrag??? De gepeste wordt niet beschouwd als een bedreiging van het groepsproces. De uitgestotene wordt bijvoorbeeld (meestal *)!) niet beschouwd als lid van een andere groep. Het lijkt of de gepeste, de uitgestotene, als uitgetotene onderdeel van de groep is. Is het mechanisme misschien dat de het uitstoten, het pesten, een signaal is voor de wel geaccepteerde groepsleden? Dan is de betekenis: wij pesten, wij stoten uit, om elkaar te tonen dat voldoende conformisme is vereist om lid te mogen blijven van de groep. De gepeste, de uitgestotene, is zo een levend teken voor de groepsleden: "Pas op, gedraag je anders loop jij hetzelfde risico." Het is immers riskant voor individuele groepsleden om een goede relatie met de gepeste, de uitgestotene, aan te gaan. Dat kan immers leiden tot groepslidmaatschapsverlies. Het pesten levert dus een onweerstaanbaar leerproces aan de groepsleden (bijvoorbeeld de klasgenoten): denk eraan, houd je aan de groepsnorm anders verlies je je lidmaatschap. Het blijft de kinderen het hele leven bij. Het lidmaatschapsgen, de groepsdrift drijft mensen met ongelofelijke kracht naar elkaar toe. Volwassenen onderdrukken de neiging anderen uit te sluiten. Zolang de ander aan zekere minimale eisen van collegialiteit, verbondenheid, aanvaardbaar gedrag voldoet, zal niet de 42

43 wreedheid worden bedreven zoals jonge mensen dat doen. In de wereld van de volwassenen zijn culturele verworvenheden die dit soort mechanismen toedekken. Maar soms is toch iets merkbaar. De werkloze alcoholist nodigt de buurman uit om bij hem te komen drinken. Ik verwacht van de buurman dat hij duidelijk maakt dat hij bij mij hoort, dat hij geen werkloze alcoholist-neigingen heeft. *) Soms wordt de uitgestotene wel beschouwd als niet tot de groep behorend. Voorbeelden: de gehandicapte of de zwarte. Buunk triggert slechts een gedachtengang maar draagt er niet aan bij. Taal Rik Smits heeft als hypothese in zijn boek "Dageraad, hoe taal de mens maakte" dat taal pas laat in de ontwikkeling van de mens ontstond: jaar geleden. John Evans, een taalkundige uit Australië, stelt als mogelijkheid dat taal al bestond vóórdat Homo Sapiens was geboren, dus meer dan jaar geleden. Ik hoorde één van de vier lezingen van Evans in Nederland en las een interview in NRC/Handelsblad. Evans bestudeert talen op het Australisch continent en Nieuw Guinea. Het is het beste gebied voor de bestudering van oude talen omdat in dit gebied tot heel recent uitluitend jager/verzamelaars leefden die niet of nauwelijks contact hadden met "hoger" ontwikkelde culturen. Het aantal mensen die dezelfde taal spreken is onder jager/verzamelaars meestal enkele honderden! Een absurd laag getal. Het betekent dat iedere clan/groep/stam zijn eigen taal uitvindt. Dit is dus een enorm verschil met de manier waarop landbouw is ontstaan. Er zijn immers slechts enkele kernen van eerste landbouw van waaruit zich die vaardigheid verspreid heeft, zie Michael Cook: "De mens, jaar geschiedenis". Wat me verbaasd is dat men praat in termen van wel taal of geen taal. Ik stel me voor dat er vele stadia van ontwikkeling zijn tussen het uitwisselen van kreten, zoals bij sommige diersoorten gebruikelijk, en Shakespeare. Zeker zullen de jager/verzamelaarstalen die Evans bestudeert minder woord- en beeldrijk zijn dan de taal van Shakespeare. Wij klassificeren mensen, kinderen en volwassen, toch onder andere op de taalvaardigheid die zij ten toon spreiden? Ik kan me voorstellen dat gedurende vele duizenden jaren voorouders primmitief communiceerden met een zich langzaam uitbreidend repertoire van klanken, kreten, woorden, bijvoorbeeld: "kijk, nee, au, bang, hoera, bah, rotzak, jij, hij, zij, eten, vrucht" met zinnen van drie woorden, bijvoorbeeld "jij kijken vrucht". ik moet dus eigenlijk ook nog taalkunde gaan studeren. Gommer: A biologocal theory of law Gommer is een wetenschapper aan de Universiteit van Tilburg. Hij schreef een merkwaardig boekje. Het lijkt op wat ik schrijf, maar hij claimt meer wetenschappelijkheid en het is enerzijds dieper, anderzijds smaller. Wij proberen beiden maatschappelijke activiteiten te begrijpen vanuit evolutionaire processen, maar Gommer beperkt zich tot het recht. Gommer haalt hierbij echter de wiskundige theorie van de fractals bij en legt via zeven stappen een verband tussen genetische processen en recht. Hij leunt daarbij zwaar op Richard Dawkins' The Selfish Gene. Deze diepgang is vegezocht, te vergezocht. Uit het eerste hoofdstuk een citaat: Hart describes why members of a society cooperate. Without cooperation people cannot survive. People are vulnerable and approximately equal; they have a limited capacity for altuism, their resources are limited and they have limited understanding and strength of will. Obedience to group rules make cooperation possible, and this cooperation helpds group members to survive, despite their frailty and limitations. En dan schrijft hij heel verbazingwekkend: Harts'sociological truisms have proven to be untrue. niet af "Instincts" are often thought of as the polar opposite of "reasoning" and "learning". Homo sapiens are thought of as the "rational animal", a species whose instincts, obviated by culture, were erased by evolution. But the reasoning circuits and learning circuits discussed above have the following five properties: (1) they are complexly structured for solving a specific type of 43

44 adaptive problem, (2) they reliably develop in all normal human beings, (3) they develop without any conscious effort and in the absence of any formal instruction, (4) they are applied without any conscious awareness of their underlying logic, and (5) they are distinct from more general abilities to process information or behave intelligently. In other words, they have all the hallmarks of what one usually thinks of as an "instinct" (Pinker, 1994). In fact, one can think of these special purpose computational systems as reasoning instincts and learning instincts. They make certain kinds of inferences just as easy, effortless, and "natural" to us as humans, as spinning a web is to a spider or dead-reckoning is to a desert ant. Cosmides en Tooby: Evolutionaire psychologie Van het echtpaar Cosmides en Tooby vond ik dit artikel op internet. Zij beschrijven in dit stuk van 1997 de grondslagen van de evolutionaire psychologie. Ik citeer enkele stukken uit dit artikel. Natural selection, the process that designed our brain, takes a long time to design a circuit of any complexity. The time it takes to build circuits that are suited to a given environment is so slow it is hard to even imagine -- it's like a stone being sculpted by wind-blown sand. Even relatively simple changes can take tens of thousands of years. The environment that humans -- and, therefore, human minds -- evolved in was very different from our modern environment. Our ancestors spent well over 99% of our species' evolutionary history living in hunter-gatherer societies. That means that our forebearers lived in small, nomadic bands of a few dozen individuals who got all of their food each day by gathering plants or by hunting animals. Each of our ancestors was, in effect, on a camping trip that lasted an entire lifetime, and this way of life endured for most of the last 10 million years. Generation after generation, for 10 million years, natural selection slowly sculpted the human brain, favoring circuitry that was good at solving the day-to-day problems of our huntergatherer ancestors -- problems like finding mates, hunting animals, gathering plant foods, negotiating with friends, defending ourselves against aggression, raising children, choosing a good habitat, and so on. Those whose circuits were better designed for solving these problems left more children, and we are descended from them. Our species lived as hunter-gatherers 1000 times longer than as anything else. The world that seems so familiar to you and me, a world with roads, schools, grocery stores, factories, farms, and nation-states, has lasted for only an eyeblink of time when compared to our entire evolutionary history. The computer age is only a little older than the typical college student, and the industrial revolution is a mere 200 years old. Agriculture first appeared on earth only 10,000 years ago, and it wasn't until about 5,000 years ago that as many as half of the human population engaged in farming rather than hunting and gathering. Natural selection is a slow process, and there just haven't been enough generations for it to design circuits that are well-adapted to our post-industrial life. In other words, our modern skulls house a stone age mind. The key to understanding how the modern mind works is to realize that its circuits were not designed to solve the day-to-day problems of a modern American -- they were designed to solve the day-to-day problems of our hunter-gatherer ancestors. These stone age priorities produced a brain far better at solving some problems than others. For example, it is easier for us to deal with small, huntergatherer-band sized groups of people than with crowds of thousands; it is easier for us to learn to fear snakes than electric sockets, even though electric sockets pose a larger threat than snakes do in most American communities. In many cases, our brains are better at solving the kinds of problems our ancestors faced on the African savannahs than they are at solving the more familiar tasks we face in a college classroom or a modern city. In saying that our modern skulls house a stone age mind, we do not mean to imply that our minds are unsophisticated. Quite the contrary: they are very sophisticated computers, whose circuits are elegantly designed to solve the kinds of problems our ancestors routinely faced. Hierboven staat één van de sleutels naar een beter begrip van onze samenleving. Ons brein is ontwikkeld met als doel de problemen van de jager/verzamelaar op te lossen en niet voor de problemen van de moderne maatschappij. Maar als dat zo is, dan blijken we dit jagers/verzamelaars brein te gebruiken voor alle mogelijke zaken waarvoor het niet is geconstrueerd, zie punt 3 van het citaat hier onder. For any given behavior you observe, there are three possibilities: 44

45 1. It is the product of general purpose programs (if such exist); 2. It is the product of cognitive programs that are specialized for producing that behavior; or 3. It is a by-product of specialized cognitive programs that evolved to solve a different problem. (Writing, which is a recent cultural invention, is an example of the latter.)... Obviously, we are able to solve problems that no hunter-gatherer ever had to solve -- we can learn math, drive cars, use computers. Our ability to solve other kinds of problems is a side-effect or by-product of circuits that were designed to solve adaptive problems. For example, when our ancestors became bipedal -- when they started walking on two legs instead of four -- they had to develop a very good sense of balance. And we have very intricate mechanisms in our inner ear that allow us to achieve our excellent sense of balance. Now the fact that we can balance well on two legs while moving means that we can do other things besides walk -- it means we can skateboard or ride the waves on a surfboard. But our hunter-gatherer ancestors were not tunneling through curls in the primordial soup. The fact that we can surf and skateboard are mere by-products of adaptations designed for balancing while walking on two legs. De vaardigheid om te kunnen schrijven kan dus beschouwd worden als een bijproduct van de evolutie. Er zit in onze hersenen geen evolutionair ontwikkelde "schrijf-bedrading". Maar dat geldt natuurlijk voor zoveel vaardigheden: lezen, fietsen, autorijden, wetenschappelijk onderzoek, archiveren. Al deze zaken leren wij met behulp van "specialized cognitive programs" die voor andere jager/verzamelaars-vaardigheden zijn ontwikkeld. Als we aan volgende generaties deze vaardigheden niet zouden doorgeven, zouden deze vaardigheden verdwijnen. In feite kan alles wat onder het begrip cultuur valt, worden beschouwd als bijproduct van de evolutie. Omdat deze bijproducten niet middels evolutie zijn vastgelegd in ons brein, zijn er twee bijzondere kwetsbaarheden. (1) Als de culturele vaardigheid of kennis niet wordt doorgegeven aan volgende generaties, gaat deze na één generatie verloren. (2) de culturele verworvenheid wordt niet blootgesteld aan evolutionaire druk (????) Jonathan Haidt Jonathan Haidt is een psycholoog die zich met moraliteit bezig houdt. Van de Jonathan Haidt pagina in Wikipedia kopieer ik het volgende: Moral Foundations Theory Haidt is best known for what he dubs "Moral Foundations Theory"... Moral Foundations Theory considers the way morality varies between cultures and identifies five (later revised to six)"foundations" that underlie morality in all societies and individuals. He names them using pairs of opposites to indicate that they provide continua along which judgments can be measured. These are: 1. Care/harm for others, protecting them from harm. 2. Fairness/cheating, Justice, treating others in proportion to their actions, "just deserts".(he also referred to this dimension as Proportionality.) 3. Loyalty/betrayal to your group, family, nation. (He also referred to this dimension as Ingroup.) 4. Authority/subversion for tradition and legitimate authority. 5. Sanctity/degradation, avoiding disgusting things, foods, actions. (He also referred to this as Purity.) 6. Liberty/oppression, characterizes judgments in terms of whether subjects are tyrannized. Haidt found that the more politically liberal or left-wing people are, the more they tend to value care and the less they tend to value fairness (proportionality), loyalty, respect for authority and purity. Conversely, the more conservative or right-wing people are, the more they tend to value the latter four. Similar results were found across the political spectrum in other countries. Haidt describes the liberal emphasis on care and disregard for all other possible areas of morality as "one foundation morality", contrasting with the conservative moral balance. 45

46 In a review of The Righteous Mind( zie de site van truthdig.com) author and activist Chris Hedges writes of Haidt: His transformation from a liberal to a conservative, he writes, took place on 9/11 when the attacks turned me into a team player, with a powerful and unexpected urge to display my team s flag and then do things to support the team, such as giving blood, donating money, and yes, supporting the leader. In short, Haidt became a lover of conservatism and nationalism when he became afraid. He embraced an irrational, not to mention illegal, preemptive war against a country, Iraq, that had nothing to do with 9/11. And if there was ever a case for reason to conquer fear and the emotionalism of the crowd, the Iraq War was it. But Haidt, rather than acknowledge that fear had turned him into a member of an unthinking, frightened herd, holds this experience up as a form of enlightenment. Er zijn andere bezwaren tegen Haidt zijn schema van zes grondslagen van moraliteit aan te voeren. Ze zijn interdependent, onderling afhankelijk. Dat maakt ze onbruikbaar. Als X anderen bescherming wil bieden is dat natuurlijk afhankelijk van de groepstatus van die anderen en dus mede afhankelijk van het gewicht dat X aan loyaliteit hecht. Is dat groot dat zal hij ingroup veel en outgroup relatief weinig bescherming bieden. Haidt, het is een soort niet zo mooie George Clooney die dezelfde charme probeert te presenteren, lijkt thuis te horen in een steeds maar groeiende rij vooral Amerikaanse hoogleraren die zich bezighouden met moreel gedrag, daarover zeer gelauwerd worden, maar wetenschappelijk pretenderen te zijn en tegelijk alle mogelijke wetenschapsregels overtreden. Bovendien lijkt hij zeer opgesloten te zitten in het Amerikaanse referentiekader zonder veel sjoege van de variatie in menselijk gedrag. In een TED - presentatie, voor welke ik hier geen link geef, breit hij religie en ingroup gevoelens als een dominee aan elkaar. Eén observatie blijft hangen. De individuen in de menigte die het volkslied zingt, streven op dat moment geen eigenbelang na. In de volgende TED presentatie presenteert hij de discutabele moral foundations en betoogt met "wetenschappelijke" grafieken de inferioriteit van het morele standpunt van "liberals". Toch zijn er enkele belangwekkende uitspraken die bevestigen wat anderen beweren. Haidt legt het verband tussen groepsgedrag bij dieren, de "tribal psychology" en groepsgedrag in leger en sport. Met enige walging hoor ik hem vervolgens religie verheerlijken als prachtig groepsgedrag. Jonathan Haidt in een TED talk John Gray: Strohonden; Zwarte Mis In Zwarte Mis betoogt John Gray hartstochtelijk dat de politieke ideeën van de laatste tweehonderd jaar niets anders zijn dan een religieuze voortzetting van het Christendom in schijnbaar niet-religieuze vorm. Zowel in het Christendom als de moderne politieke stromingen, van communisme tot neo-liberalisme, leidt aan utopisme. Alleen belooft de moderne politiek Utopia op aarde. Volgens Norman Cohn is het typerende van millenialistische (met millenialistisch verwijst Gray naar bewegingen in de periode voor het jaar 1000 die hoopten op de terugkeer van Christus) sekten en bewegingen dat ze beschikken over een idee van verlossing met vijf opvallende kenmerken: de verlossing is collectief, in die zin dat ze bestemd is voor alle leden van de gemeenschap der gelovigen; de verlossing is aards, in die zin dat ze op aarde plaatsvindt, en niet in de hemel of in een leven na de dood; de verlossing is imminent, in die zin dat ze snel en plotseling zal komen; de verlossing is totaal, in die zin dat ze niet alleen het leven op aarde zal verbeteren maar ook dat volkomen zal veranderen en vervolmaken; en de verlossing is wonderbaarlijk in die zin dat ze bereikt zal worden door of met behulp van goddelijk ingrijpen. Alle moderne revolutionairen sinds de jakobijnen delen deze overtuigingen, maar terwijl de millenialisten geloofden dat alleen God de wereld kan herscheppen, stelden moderne revolutionairen zich voor dat die door de mensheid zelf herschapen kon worden. Gray verwijst hier dus naar de "normale politiek". Gray citeert: "De vijand heeft een gezicht. Hij heet Satan. En we gaan hem vernietigen." Luitenant-kolonel Gareth Brandl van de Amerikaanse mariniers vlak voordat hij met zijn troepen de aanval zou inzetten op de Iraakse stad Falluja. 46

47 Gray gaat helder maar verschrikkelijk en onweerstaanbaar tekeer. Tot nu toe is de eenentwintigste eeuw een tijdperk van terreur geweest, en het is makkelijk onszelf wijs te maken dat ze daarin verschilt van de eeuw die zojuist is geëinigd. In werkelijkheid is er in de vorige eeuw echter terreur uitgeoefend op een schaal die zich in geen enkele andere tijd ooit heeft voorgedaan. Anders dan de terreur dan de terreur die tegenwoordig het meest gevreesd wordt, vond veel daarvan echter plaats in dienst van seculiere heilsverwachtingen. Gray besteedt dan uitgebreid aandacht aan onder andere de millioenen doden ten gevolge van het communisme in Rusland en China en Nazi-Duitsland onder andere. Hij citeert Bertrand Russell: Het bolsjewisme als sociaal verschijnsel dient als een religie beschouwd te worden, en niet als een gewone politieke beweging. Hier nog een aantal citaten van Gray: Het nazisme en het communisme zijn producten van het moderne Westen. En dat geldt ook voor de radicale islam, al wordt dat laatste ontkend door zowel de aanhangers daarvan als de westerse publieke opinie... Het christendom en de islam maken allebei integraal deel uit van het westerse monotheïsme, en als zodanig delen ze een geschiedbeschouwing die hen van de rest van de wereld onderscheidt... Het neoliberale wereldbeeld dat Thatcher aan het eind van de jaren tachtig had aanvaard, was een ideologische opvolger van het marxisme... Het rechtse optimisme is begonnen als een seculiere beweging. De neoliberalen die in de jaren negentig van de twintigste eeuw het westerse beleid hebben gevormd, waren over het algemeen weldenkende economen met een naïef geloof in hun versie van de rede. De vrije markt had zo nu en dan misschien een zetje nodig - met behulp van de structurele aanpassingsprogramma's die vele ontwikkelingslanden door het Internationaal Monetair Fonds opgelegd kregen bijvoorbeeld - maar vanwege de groeiende welvaart die de vrije markt met zich meebracht, zou deze in steeds bredere kring aanvaard worden... Neoconservatieven begrepen dat de vrije markten zich niet op vredige wijze over de hele wereld zouden verbreiden. Ze zouden daarbij moeten worden gesteund door een intensief gebruik van militair geweld... Hij (Tony Blair) is een Amerikaanse neoconservatief... Net als het geval is met George W. Bush is er echter geen goede reden om te twijfelen aan de oprechtheid van Blairs geloof. Net als Bush denkt Blair over internationale betrekkingen in termen die ontleend zijn aan de theologie... Het samenspel van ideeën en bewegingen dat leidde tot de rampzalige betrokkenheid van Amerika in Irak omvatte meer dan de mengelmoes van neoconservatieve utopisten, in een armageddon gelovende fundamentalisten en straussiaanse zieners... Dit exotische en uiterst toxische melange van geloofsovertuigingen, waarvan geen enkele wordt geschraagd door een waarneembare of zelfs maar aannemeleijke werkelijkheid, bestond uit nog een zeer gevaarlijk ingrediënt: een soort "liberalisme-imperialisme" op basis van de mensenrechten. Gray legt uit dat op grond van liberale idealen een regering die die idealen niet uitdraagt omvergeworpen mag worden. Wie durft te ontkennen dat tirannie slecht is, of twijfelt aan het ideaal van een wereld die is gegrond op de mensenrechten? Is het liberalisme niet altijd een universalistische overtuiging geweest? De stellingname dat de normen en waarden van het liberalisme voor alle mensen gelden, is per slot van rekening een hoofdbeginsel van de liberale filosofie. Volgt daar dan niet uit dat de liberale staten het recht hebben - zelfs de plicht hebben - om hun normen en waarden aan de hele wereld op te leggen, zelfs als daarvoor het gebruik van geweld noodzakelijk is?...net als de Koude Oorlog kan de "oorlog tegen terrorisme" worden gezien als een universele kruistocht, een grote progressieve onderneming waarin vrijwel iedere goede zaak op aarde kan worden opgenomen Enkele uitspraken uit dit interview: Gray geïnterviewd door Weinberg in Tegenlicht In wetenschap en techniek is sprake van vooruitgang, maar dat geldt niet voor ethiek, politiek en de kunsten. Wat toegevoegd wordt aan wetenschap en techniek, gaat niet verloren. Dat is wel zo in ethiek en politiek. Iedereen denkt en verwacht nu dat er zoiets als vooruitgang is. Dat is een nieuwe gedachte gekomen dank zij de Verlichting. Voor 1750 dacht niemand zo. Romeinen dachten dat de geschiedenis cyclisch is. Christenen geloven in een eind van de 47

48 geschiedenis en zo denken niet-christelijke stromingen van de laatste 200 jaar ook. Utopisme is niet uit te roeien. Appadurai: Fear of small numbers Van Appadurai leer ik het woord ethnos: een ethnos is een etnische groep. Appadurai wijst op een zo voor de hand liggende constatering, dat het verbazingwekkend is dat ik deze niet eerder zag. Hij spreekt over het gevaar voor de moderne natie-staat: het idee van een nationale ethnos. Het is de gedachte dat een natie-staat samenvalt met een etnische groepering, met één etnische groepering. Dit werpt opeens licht op de discussie een aantal jaren terug opvlammend, over de Nederlandse identiteit. Bestaat deze? Nee, zei de buitenlandse prinses. Een heftige discussie brak uit. De vraag naar de identiteit is de vraag naar die ene ethnos. De ene ethnos wordt snel gekoppeld aan het ontstaan, een verworvenheid verkregen bij het bestrijden van vijanden, als resultaat van bevrijdingsoorlogen. In Nederland wordt dan al gauw verwezen naar "de strijd tegen het water". De vraag naar één ethnos is gevaarlijk. Op het moment dat iemand zegt dat die identiteit, die ene ethnos, niet bestaat worden anderen bang. Die angst, is de angst voor kleine aantallen, Appaudarai's fear of small numbers, voor de minderheden. Als iemand verwacht dat de bewoners van een land behoren tot één ethnos is iedere afwijking een bedreiging. Dan is een klein aantal mensen behorend tot een andere ethnos een bedreiging. Appadurai: State propaganda, economic fear, and migratory turbulence feed directly into this shift, and it frequently moves along the road to ethnocide. Omdat de PVV van Wilders in feite propaganda door de staat wenst, is deze politieke beweging zo gevaarlijk. Eigenlijk, en dat zegt Appadurai niet, is de behoefte aan een nationale ethnos begrijpelijk. Met een onvoorstelbare flexibiliteit heeft de mens de jager/verzamelaars-identificatie met de eigen kleine groep (band) overgeheveld naar de de staat, de verzameling landgenoten. Dat is nu de eigen groep die verdedigd moet worden en die alleen maar "eigen" kan zijn als dit een ethnos is. Voortdurend is er het conflict tussen het verlangen naar die ethnos en de werkelijkheid van een natie die nooit homogeen één etniciteit omvat maar zeker in de tijd van globalisering zoveel vogels van verschillende pluimage, ofwel verschillende etniciteiten, bevat. Appadurai noemt het cliché dat de moderne natie-staat de enige eigenaar van grootschalige besluiten over oorlog en vrede is (een cliché dat tegenwoordig niet meer opgaat, denk aan Al Qaida). Maar oorlog is slechts mogelijk als de soldaten een merkwaardige diepgezetelde identificatie met de eigen groep, de eigen ethnos, hebben. (Het verklaart dat weinig zwarte soldaten in de Tweede Wereldoorlog deelnamen aan directe oorlogshandelingen, Een staat kan alleen oorlog voeren als de bevolking zich op zijn minst tot op zekere hoogte één ethnos voelt. Appadurai draagt vele argumenten aan om aan te tonen dat de natie-staat in feite nauwelijks meer bestaat. Staten geven gezag over aan regionale coalities, moeten de grenzen openstellen voor kapitaal- en goederenstromen waardoor er geen sprake meer is van een nationale economie, gemeenschappen in diaspora vragen loyaliteit aan het land van herkomst. Hij omschrijft de maatschappelijke veranderingen als die van een maatschappij met een vertebrate structure (gewervelde structuur) naar die met een cellular structure (cellulaire structuur). Appaduarai's "gewervelde structuur" doet me denken aan het schema van de Nuer. Het is het stelsel van getrapte lidmaatschappen: gezin - familie - dorp - streek - land - "ras", zoals we dat zelf (nog) hanteren. Daartegenover staat de cellulaire structuur waarbij de ordening van de verschillende lidmaatschappen volstrekt onduidelijk is. Wereldwijde terreur zoals we die kennen van 9/11, van Al Qaeda is een voorbeeld van die cellulaire structuur maar dat is ook zo voor NGO's, voor orgnisaties als Green Peace en andere actiegroepen. Het lidmaatschap levert hier (weer) een veel duidelijker toegang tot begrip. Gourevich over Rwanda: genocide, after all, is an exercise in community-building Abram de Swaan: Compartimenten van vernietiging De ondertitel van het boek van de Swaan is Over genocidale regimes en hun daders. Hij schrijft: 'Befehl ist Befehl' was het ironische 'mot d'ordre' van de jaren zestig (van de vorige eeuw, de hippie-tijd) dat het tegenovergestelde impliceerde: dat mensen zich nooit 48

49 meer mochten verschuilen achter de bevelen van hun meerderen en dat zij moesten leren zelf te oordelen en hun eigen geweten te volgen. ('Befehl ist Befehl' is de uitdrukking waarmee veel oorlogsmisdadigers na de Tweede Wereldoorlog hun daden vergoelijkten.) In deze zinsnede verschuilen zich een aantal heel belangrijke misverstanden. Opvoeden betekent vooral kinderen leren dat 'Befehl ist Befehl'. In de schoolklas gebruikte ik na een opdracht en de daaropvolgende vraag om het waarom het gezegde: 'omdat ik het zeg'. In zijn algemeenheid is de moraliteit een set regels die men van anderen heeft geleerd. Onderdeel van de moraliteit is dat de eruit voortvloeiende regels zonder discussie opgevolgd moeten worden: 'Befehl ist Befehl'. De prehistorische mens had het relatief makkelijk. Er was één moraliteit, die van de clan waar hij deel van uitmaakte. Nu is de moraliteit gecentraliseerd voor vele mensen, eerst door de religies en nu zelfs door de UNIVERSELE Rechten van de Mens. Als we die overtreden, zijn we (een beetje) slecht. Befehl ist Befehl. Als ergens een onverlaat homosexualiteit veroordeelt als een psychische afwijking, dan is die mens zeer te veroordelen. We vergeten dan dat die persoon nog geen mentaal of virtueel lid is van de Verenigde Naties. De Universele Rechten zijn nog niet universeel opgemerkt. Maar hoe zit dat bij Eichmann, de grootste oorlogsmisdadiger in de Tweede Wereldoorlog onder wiens leiding zoveel Joden zijn vermoord? Hij vereenzelvigde zich met de moraliteit gepredikt in Nazi-Duitsland en werd niet gecorrigeerd door de moraliteit die hij eerder als kind had geleerd. De moraliteit die hij als kind leerde was gestoeld op genetisch vastgelegde empatie voor de medemens. Op het moment dat hij zijn opinies afstemde op die van de maatschappelijke autoriteit van dat moment, schoof hij de oude wezenlijke moraliteit van het gezin terzijde. Zoiets. Hij geeft onder andere een uitgebreide samenvatting van het Milgram experiment Benedict Anderson: Verbeelde gemeenschappen. Benedict Anderson vliegt hoog, duizelingwekkend hoog. Hij hakt al vliegend onverbiddelijk het beeld "nationalisme" in hapklare brokken. Nationalisme is moeilijk te definiëren maar is volgens Anderson meer verwant met begrippen als verwantschap en godsdienst dan met begrippen als liberalisme en fascisme. Anderson definiëert natie als een verbeelde gemeenschap, beperkt en souverein. Het is een verbeelde gemeenschap omdat leden van zelfs de kleinste naties hun meeste medeleden nooit zullen kennen, ontmoeten of zelfs maar van hen zullen horen, en toch zal er in de geest van ieder lid het beeld van hun gemeenschappelijkheid bestaan... De waarheid gebiedt te zeggen dat alle gemeenschappen die groter zijn dan dorpen in hun oervorm, die door persoonlijke contacten worden gekenmerkt (en misschien zelfs ook deze wel) verbeelde gemeenschappen zijn. Anderson gaat niet terug naar de prehistorie, de tijd dat echte gemeenschappen bestonden. Naties zijn beperkt omdat zij begrensd zijn, waarbij achter de grenzen andere naties zijn. Er is sprake van een soevereine staat omdat de staat vrij is en sinds de Verlichting niet meer overschaduwd wordt door een soevereine God. Er is sprake van een gemeenschap omdat de natie wordt opgevat als een horizontale, diepgaande kameraadschap. En dan schrijft Anderson de aangrijpende zin: In laatste instantie heeft dit gevoel van broederschap het de laatste twee eeuwen mogelijk gemaakt dat zoveel miljoenen mensen elkaar niet zozeer hebben gedood alswel bereid zijn geweest zich ten behoeve van een dergelijk beperkt beeld te laten doden. Anderson vliegt zo hoog, dat het hoogtevrees veroorzaakt. Wat is in de buurt van de waarheid van wat hij schrijft? Het nationalisme is ontstaan rond de Verlichting als reactie op culturele structuren van voor die tijd: de godsdienstige gemeenschap en het dynastieke rijk. Met de godsdienstige gemeenschappen bedoelt hij de grote godsdiensten christendom, islam, boeddhisme. Al deze godsdiensten hadden als verbindend element een heilige taal die door slechts weinigen werd beheerst. De talen die ze in leven hielden... hadden iets van de opzettelijke duisterheid van het koeterwaals van juristen of economen... De geletterden waren adepten strategisch gelaagd in een kosmische hierarchie waarvan de top goddelijk was. Het verval van de godsdiensten wijt Anderson aan (1) de contacten met andere werelden vooral door de reizen van de Europeanen en (2) de geleidelijke onttroning van de sacrale taal door de boekdrukkunst. De dynastieke rijken zijn de rijken waarin sprake is van onderdanen in plaats van burgers rond een centrale zetel van de macht door koningshuizen zoals het Huis 49

50 Habsburg, die onder andere via huwelijken vele gebieden verenigden. Tot 1914, volgens Anderson, vormden de dynastieke staten het grootste deel van de wereld. Anderson verklaart de verschuiving naar naties daarnaast aan een veranderde opvatting van de tijd. Pas recent is het individu vertrouwd met het idee van de gelijktijdigheid: vele andere onbekenden die elders hun eigen leven leiden. Hij verwijst naar de moderne literatuur en de krant. Hegel heeft eens opgemerkt dat kranten voor de moderne mens een vervanging van het ochtendgebed zijn. Toch is iedere kerkganger (hij bedoelt de krantenlezer) dat de plechtigheid die hij volvoert tegelijkertijd door duizenden of miljoenen anderen wordt nagevolgd van wier bestaan hij wel doordrongen is maar van wier identiteit hij niet het geringste idee heeft... het merkwaardige besef van gemeenschappelijkheid in anonimiteit wordt gecrëerd dat het kenmerk van moderne naties is. Samengevat: verminderde invloed van de heilige taal die aan enkelen de toegang gaf tot de goddelijkheid, afbraak van de dynastiën en een andere opvatting van de tijd leidde tot een zoektocht naar een nieuwe manier om broederschap, macht en tijd betekenisvol met elkaar in verband te brengen. Daarbij heeft het drukwerkkapitalisme een doorslaggevende rol gespeeld. Anderson noemt de getallen van 20 miljoen boeken gedrukt voor 1500 en 200 miljoen tot Boekuitgever was één van de eerste vormen van kapitalistisch ondernemen. Het leidde tot meer gebruik van de landstaal. Belangrijk was de verspreiding van de protestantse bijbelvertaling. De gebieden waar de natiestaat als eerste werd gevormd waren Noord- en Zuid-Amerika. Het drukwerkkapitalisme heeft vooral een belangrijke rol gehad bij het zelfstandig worden van de Amerikaanse naties. De creolen, de in de overzeese gebieden geboren landgenoten van de Europese kolonisatoren, waren degeen die de zelfstandigheid bewerkstelligden. Zo was Benjamin Franklin drukker/uitgever. De kranten creëerden verbeelde gemeenschappen met hun berichgeving over handelsprijzen, politieke benoemingen en huwelijken. Zuid-Amerika was te groot om één natie te kunnen vormen. Anderson besteedt aandacht aan de reis om te begrijpen hoe bestuurlijke eenheden met het verstrijken van de tijd langzaam aan als vaderlanden kunnen worden opgevat. Hij beschrijft drie typen reis. Bij de pelgrimstocht (naar Mekka en Rome) Ik wil er als vierde reis die mede een wordt een band gecreëerd tussen mensen die bestuurlijke eenheid creëert nog één uit mijn elkaar niet eens kunnen verstaan. De Berber jonge jaren beschrijven. De Shell-ingenieur die de Maleisiër voor de Kaaba ontmoet, moet moet gedurende vele jaren op diverse posten zich als het ware afvragen: Waarom doet in het buitenland werken in vestigingen van deze man hetzelfde als ik, waarom spreekt hij zijn maatschappij om tenslotte op de dezelfde woorden als ik, ook al kunnen we hoofdzetel terug te keren als volledig Shellniet met elkaar praten?.omdat we allen mens. Moslims zijn, is het enige antwoord. Bij de Privé leerde ik een jonge Belgisch ingenieur feodale reis stijgt de erfgenaam van edelman kennen die een aantal jaren in Nederland zijn A bij de dood van zijn vader een tree op de management kwaliteiten moest tonen, ten ladder als hij diens plaats inneemt. Maar koste onder andere van mij, om later een daarvoor moet hij naar het centrum van het hogere positie te krijgen in het Belgische imperialistische rijk waar de opvolging wordt concern Glaverbel. bekrachtigd. Nu wordt in het neoliberale bedrijfsleven dat Een derde type reis is de reis van de nieuwe is gestoeld op het meest zuivere streven naar functionaris benoemd wegens zijn talent en eigenbelang, is het scheppen van dit soort niet zijn afkomst. Nadat hij met rang V naar verbondenheid afgeschaft. Aan loyaliteit wordt stad A is gestuurd keert hij misschien met geen waarde meer gehecht. Die zou het einde rang W naar de hoofdstad terug; vandaar kunnen betekenen van de inmiddels gaat hij met rang X naar provincie B, ouderwetse multinational. Zie De enzovoorts. onderneming... Op zijn omhoogspiralende weg ontmoet hij als gretige mede-pelgrims zijn collegafunctionarissen. doordat hij hen als reisgezellen ervaart, komt er, vooral als allen dezelfde staatstaal hanteren, bij hem een bewustzijn van verbondenheid op. Na de natie-vorming in de Amerika's ontstonden tussen 1820 en 1920 vele moderne naties in Europa. Belangrijke oorzaken waren de rol van nationale gedrukte talen en plagiëring, dus het 50

51 nabootsen van nationale structuren elders. Door de ontdekking in voorgaande eeuwen van andere culturen zoals die in China en India verloren Latijn, Grieks en Hebreeuws hun status als gewijde taal. Anderson geeft een groot aantal voorbeelden van de ontdekking van nieuwe geschreven talen: Hongaars, Sloweens, Servokroatisch, Bulgaars, Oekraiens, Zweeds, Noors, Zuid-Afrikaans, klassiek Arabisch, Turks. De Europese dynastieke rijken waren in wezen veeltalig. Analfabetisme was nog halverwege de 19e eeuw wijdverbreid, van 50% in Engeland en Frankrijk tot 98 % in Rusland, dus alleen bevoorrechte klasse kon de talen lezen. De nieuwe naties verschilden van de oude dynastieke rijken: republikeinse instellingen, burgerschap voor iedereen, volkssoevereiniteit, nationale vlaggen, volksliederen en de liquidatie van hun begripsmatige tegengestelden: monarchale instellingen, absolutisme, onderdaanschap, overerfde adel, lijfeigendom, getto's, enzovoorts... Als 'Hongaren' een nationale staat verdienden, ging het ook over Hongaren en wel allemaal; het ging over een staat waarin de soevereiniteit in laatste instantie diende te berusten bij het collectief van Hongaars sprekenden en lezenden... Anderson bespreekt de pogingen het Engelse rijk de karakteristieken van een natie te geven door bijvoorbeeld de schepping van een klasse van personen die van bloed en kleur Indiaas zijn, maar Engels waar het gaat om smaak, mening, moraal en intellect. Naast andere voorbeelden bespreekt hij de omvorming van het Japanse keizerrijk tot een natiestaat. Het is ingewikkeld wat op veel plaatsen gebeurt. De heersende klasse startte een soort nationalisme maar in bijna alle gevallen verhulde het officiële nationalisme een discrepantie tussen natie en dynastiek rijk. Vandaar een wereldwijde contradictie., Indiërs verengelst en Koreanen gejapaniseerd maar ze zouden geen van allen toestemming krijgen deel te nemen aan de pelgrimstochten die hen in staat zouden stellen over... Engelsen of Japanners te regeren... De imperialistische ideologie van de tijd na 1850 werd dan ook gekenmerkt door een goocheltrucachtig karakter. Hoezeer het een goocheltruc was, wordt gesuggereerd door de gelijkmoedigheid waarmee de volksklassen in de moederlanden uiteindelijk hun schouders ophaalden over het 'verlies' van de koloniën... De dekolonisatie, de overgang van die subtiele stap voor stap plaatsvindende halfverborgen gedaante verwisseling van de koloniale staat in de nationale staat kwam tot stand door de vele pelgrimstochten waardoor de functionarissen hun eigen staat leerden kennen. Die pelgrimstochten waren mogelijk omdat het reizen door de ontwikkleing van trein en boot zoveel makkelijker was geworden. De functionarissen waren steeds meer tweetalige mensen uit de koloniën zelf. Een absurde consequentie van de goocheltruc bespreekt Anderson. In 1913 wilde Nederland dat in Indië de honderdste verjaardag van de nationale bevrijding van Nederland van het Frans inperialisme zou vieren. Daartegen schreef Soewardi Soerjaningrat het krantenartikel Als ik een Nederlander was met onder andere de zin: Als ik Nederlander was, zou ik dan ook geen onafhankelijkheidsfeest vieren in een land, waar wij het volk zijn onafhankelijkheid onthouden. Voorafgaand aan een bespreking van het ontstaan van Zwitserland schrijft Anderson: In een wereld waarin de nationale staat de allesoverheersende vorm is, betekent dit alles bij elkaar dat naties nu zonder linguïstische gemeenschappelijkheid kunnen worden verbeeld, en dan bespreekt hij dat Zwitserland bestaat sinds (volgens Hughes). Dat moment verschilt van het officiële moment: De officiële geschiedsschrijving is dus niet altijd te vertrouwen. Merkwaardig dat eerst per gebied de godsdienst is voorgeschreven (en dus protestantisme of katholicisme verboden) en de taal eigen keuze, later draaide dit volledig om: taal verplicht, godsdienst vrij. Anderson vat samen: De 'laatste golf' nationalismen, waarvan de meeste in koloniale gebieden in Azië en Afrika, was in oorsprong een reactie op het wereldimperialisme nieuwe stijl, dat op zijn beurt mogelijk was gemaakt door de prestaties van het industriële kapitalisme.. Het kapitalisme had er echter ook, niet in de laatste plaats door de verspreiding van de drukkunst, toe bijgedragen dat er in Europa een op de landstaal gebaseerd volksnationalisme ontstond.en iedere dynastie. langzaam aan dwong zich te naturaliseren. Anderson onderscheidt zo het creools nationalisme (in de Amerika's), het volkstaal nationalisme (in Europa) en het officiële nationalisme. Het laatste is het van boven opgelegde nationalisme. Daarbij hoort de russificatie, het invoeren van één taal voor het hele 51

52 dysnastieke rijk, Russisch in Rusland, de steeds grotere invloed van de tweetalige functionarissen zoals in de koloniën. Hier probeert het grote rijk zich tot één natie te vormen, die per slot mede dankzij dit proces juist uiteen valt. Misschien de belangrijkste zin in Anderson's Vreemd blijft Anderson's gebruik van het boek: Het is echter twijfelachtig of woord kapitalisme, onder andere in het woord maatschappelijke verandering of een drukwerkkapitalisme. Het is toch de techniek veranderd bewustzijn op zichzelf een goede die het drukwerk mogelijk maakte. En is de verklaring vormt voor de binding die volken ondernemingsgewijze produktie een met de produkten van hun verbeelding noodzakelijke voorwaarde. Is een vormen,of.waarom mensen bereid voor onderneming een natuurlijker groep dan de deze bedenksels te sterven. natiestaat??? In het aansluitende hoofdstuk probeert Anderson deze vraag te beantwoorden maar het lukt niet. Daarvoor zou hij groepsprocessen als verklarend element moeten gebruiken maar dat valt buiten het denkraam van deze historicus. De invloed van de taal bij de nationalisering in de koloniën ziet Anderson op drie gebieden: de volkstelling, kaarten en musea. Over volkstellingen schrijft hij verwijzend naar werk van Hirschmann (Hirschmann-effect) naarmate de koloniale periode voortduurde (kregen) de volkstellingscategoriën zichtbaarder en exclusiever een raciaal karakter. Godsdienstige identiteit verdween daarentegen geleidelijk aan als een belangrijke classificatie... De fictie die aan de volkstelling ten grondslag ligt is dat iedereen eronder valt en dat iedereen één en slechts één uiterst duidelijke plaats inneemt. Anderson beschrijft de invloed van de kaart Hier is Anderson vlakbij een cruciaal punt: de onder andere met het voorbeeld Thailand. deelname van een individu aan meerdere Van Thailand dat nooit een kolonie is geweest, groepen dat hij echter niet goed weet te was er tot 1851 geen fatsoenlijke definiëren. In de jager/verzamelaars was de geografische kaart en pas in 1900 werd een identificatie van het individu met de groep er goede kaart gepubliceerd. Voor die tijd was er één die alle aspecten van het leven omvatte: niet het besef van een land dat door lijnen is plaats, genen, godsdienst, gebruiken, taal, afgegrensd van een ander land. De kaart van voedsel met andere woorden alle aspecten een land zonder steden, rivieren, bergen van het leven had het individu enzovoorts werd een beeldmerk. gemeenschappelijk met de andere leden van Zo was de kaart van het Westelijke, zijn groep. (Voor alle zekerheid: zijn Nederlandse deel van Nieuw Guinea met als belangrijkste groep. Want hij maakte Oostgrens de 141ste lengtegraad vooral een waarschijnlijk op zeker moment van de symbool. Dit gebied werd in 1901 ingelijfd bij menselijke ontwikkeling onderscheid tussen Nederlands-Indië, waarmee een nieuw de clan en het gezin) Voor een groot deel beeldmerk ontstond dat later Indonesië werd. bleef deze structuur ook de laatste Het idee dat westelijk Nieuw-Guinea bij tienduizend jaar in stand. In grotere Indonesië hoorde was dus slechts door dit agglomeraties, de steden in de wereldrijken, beeldmerk mogelijk terwijl geen enkele waren er wel meerdere (etnische) groepen nationalist tot de jaren zestig Nieuw Guinea maar de scheidslijnen waren scherp en ooit met eigen ogen had gezien. Indonesiërs betroffen dikwijls nog steeds de meeste zagen de Papoea's als landgenoten maar de aspecten van het leven. Met de Verlichting, Papoea's dachten er anders over en dat is met het daarmee gepaard gaande reizen en terug te voeren tot de volkstelling en de de trekken, loopt alles geleidelijk in de soep. kaart. Aan het eind van zijn boek herhaalt hij zijn beschouwing over 'lege tijd' in andere woorden. Deze synchroniciteit.. toen omvangrijke groepen mensen. hun eigen leven konden opvatten als parallel lopend aan die van omvangrijke andere groepen mensen. Tussen 1500 en 1800 werd dit type verbeelding mogelijk gemaakt door.technische vernieuwingen op het gebied van scheepsbouw, navigatie, chronometrie, en cartografie... je kon je volledig bewust zijn van het feit dat je. een taal en een godsdienst, gewoonten en tradities deelde zonder grote verwachtingen te koesteren dat je je lotgenoten ooit zou lern kennen. Dit kan grote politieke gevolgen hebben als het grote groepen mensen betreft zoals in Noord- en ZuidAmerika. En Anderson bedoelt waarschijnlijk dat dat het mechanisme is waardoor een 52

53 wereldmacht kan ontstaan: heel veel mensen verbonden door het lidmaatschap 'nationaliteit'. De bodem Het individuele brein Hoe is een mens? Om beter te begrijpen wat het belang van het lidmaatschap is, geef ik een beschrijving van het denken van het individuele brein, met het ik. Ik ga voorbij aan de duizenden of meer analyses, studies, gedachten in meerdere wetenschappen die zijn besteed aan dit onderwerp. Het volgende berust vooral op introspectie. Tijdens de perioden dat we waken is er de inner voice die voortdurend zijn gang gaat. Als we iets de "ik" kunnen noemen is het de beschrijving van wat wij denken. Deze inner voice, onze gedachtenstroom, is dikwijls bezet. Met bezet bedoel ik: in beslag genomen door de de externe wereld. Het gaat me er niet om te bedenken hoe de inner voice reageert, wat de inhoud van de gedachtenstroom is, maar dat de gedachtenstroom zich niet kan onttrekken aan invloeden van buiten. Een enkel voorbeeld: het gesprek. Maar ik bouw meteen een complicatie in. Ook tijdens een gesprek kunnen we afgeleid zijn dan wel zo onze eigen gedachten hebben: "ik moet niet vergeten straks Jan te bellen". De buitenwereld houdt ons brein voortdurend bezig: het gesprek, lezen, tv kijken, een auto besturen, werk, muziek luisteren. Maar natuurlijk reageren we voortdurend zelf op de prikkels van buiten. We geven tijdens het gesprek antwoorden, we remmen tijdens het auto rijden, we beantwoorden de die we op het werk lezen, we neuriën mee met de muziek. Dit laatste, het meeneuriën, maakt duidelijk hoe ingewikkeld en uitgebreid onze interactie met de wereld is. We kunnen de melodie volgen, we kunnen de tekst meezingen, we kunnen de melodie meezingen met een eigen tekst, we kunnen improviserend zingen, naast de sax spelende solist een tweede partij verzinnen. In het laaste geval is onze bijdrage in hogere mate onze schepping. Maar toch zullen we in de traditionele opvatting van muziek, wat we voortbrengen aan geluid passend maken bij dat wat we horen. We creeëren in gezamenlijkheid met de andere musici muziek. (De 17 bladzijden literatuurverwijzingen achterin het wetenschappelijke boek dienen als informatie maar ook of vooral als garantie dat de gedachten van de auteur in voldoende overeenstemming is met de denkwereld van anderen.) Bij het participeren in muziek, zie boven, was er een toenemende eigen inbreng maar was deze inbreng steeds onderworpen aan zekere regels. De vrouw die een octaaf hoger met de mannenstem meezingt, doet voortdurend haar best om tonen voort te brengen die precies een trillingsgetal hebben tweemaal zo hoog als dat van de stem die zij hoort. Tonen die een octaaf hoger zijn hebben immers een tweemaal zo hoog trillingsgetal. "Dezelfde melodie" zingen betekent dus datde zanger zich houdt aan in dit geval een simpele natuurkundig te formuleren regel. Maar ook onze antwoorden in het gesprek zijn onderworpen aan dikwijls een complex stelsel van regels. Onze gezichtuitdrukking past zich aan aan die van de gesprekspartner of aan wat deze vertelt. We zullen ervoor waken niet te kort en niet te lang te reageren. We zullen commentaar leveren op wat de gesprekspartner zegt ("wat vervelend" bij het verlies van baggage, "wat vreselijk" de beschrijving van het verkeersongeluk van de gesprekspartner) En komt er ook enige ruimte voor persoonlijke inbreng: "vorig jaar raakte ik ook mijn koffer kwijt" maar we zullen niet antwoorden zeggen "ik voelde me gisteren enorm verdrietig". Er zijn dus regels die onze mogelijkheid tot reageren beperken. Zoals hierboven voor het gesprek zou ik kunnen beschrijven hoe het brein zich bezighoudt tijdens autorijden of het beantwoorden van een . Zo zal ik besluiten te remmen voor een rood stoplicht. Soms wordt het brein niet in beslag genomen door de buitenwereld, dat wil zeggen de buitenwereld van het betreffende moment. Als ik opsta, vergt de buitenwereld van dat moment nauwelijks aandacht, maar de buitenwereld kan zich toch opdringen denkend aan verleden of toekomst: ergernis over het optreden van een kollega de dag ervoor, zich verheugen op de ontmoeting van een vriend, bezorgdheid te laat te komen voor een afspraak. kan besluiten onafhankelijk van de buitenwereld tot actie te komen. Iemand zingt alleen een hem of haar bekende melodie. 53

54 Groepen Veel diersoorten leven in groepsverband: bijen, mieren, sardientjes, dolfijnen, kraaien, gnoes, olifanten, bavianen, chimpansees en zelfs bacteriën. Ieder individu van deze sociale diersoorten heeft de onstuitbare drang zich bij de groep aan te sluiten. Die drang is net zo groot als de voortplantingsdrang en de drang om zich te voeden en te laven, beweer ik. Die drang laat zich verklaren: het individu kan slechts overleven dankzij de groep, wegens de veiligheid, wegens de voedselvoorziening of wegens andere redenen. Die drang leidt tot lidmaatschap van de groep. Ieder individu van deze sociale diersoorten heeft in de groep een voorgeschreven rol, een rol die genetisch vast ligt. De structuur, de omvang en werkwijze van de groep is voor iedere diersoort anders. De hierarchie in een school haringen is waarschijnlijk kleiner dan bij een groep gorilla's. Bij de chimpansees hebben de mannetjes veel meer in te brengen dan bij de nauw verwante bonobo's. In iedere groep volgt het individu dus zekere regels die verschillen per diersoort. De mannetjes leeuw die zich aansluit bij een nieuwe groep vrouwtjes leeuwen, doodt de welpen om zijn eigen kinderen te kunnen maken. De spreeuw volgt de zwenkingen van zijn buren om zo binnen de zwerm veiligheid te vinden. Ik zou kunnen schrijven: ieder individu GEHOORZAAMT zekere regels maar dat zou suggereren dat het individu de regels zou kunnen overtreden, maar het individu is zich nauwelijks bewust van zijn gehoorzaamheid aan de regels. De mannetjes leeuw zal moment en methode mogelijkerwijs kunnen kiezen maar de drang om de welpen te doden is onweerstaanbaar neem ik aan. Er zijn inmiddels ontelbare vele beschrijvingen van individuele dieren die kennelijk een kenmerkend eigen gedragspatroon, een eigen persoonlijkheid lijken te hebben. Zij maken keuzes in hun gedrag kenmerkend voor dat individu. Zij lijken dus een vrije wil te hebben maar die is hoe dan ook ingeperkt door de rol in de groep die zij genetisch gestuurd dienen te volgen. De silverback is leider van de groep gorilla's. Hij kan keuzes maken in de wijze waarop hij zijn gezag uitoefent, hij kan de rol van gezagsdrager door anderen verliezen maar hij zal niet besluiten zomaar, zonder externe impulsen, die rol van gezagsdrager neer te leggen. Bij de foto: Een kleinere mier brengt een veel grotere soortgenoot die haar tot slaaf wilde maken, de genadeslag toe. Mieren van de soort Protomognathus americanus aan de oostkust van de VS hebben maar één doel voor ogen: de poppen uit het nest van de buren roven en de miertjes tot slaaf maken. Het instinct weegt zwaarder dan de afkomst de slaven werken waar ze zijn ontpopt. Ze foerageren en verzorgen het nieuwe broedsel van de overweldigers die ze ook voeden. Zelf kunnen de rovers dat niet, gespecialiseerd als ze zijn om op strooptocht te gaan. Soms komen de gevangen mieren in opstand, waarbij ze hun overmeesteraars onthoofden en hun eieren uit het nest gooien. "In theorie is er maar één opstandige mier nodig: jongen doden is simpel", zegt evolutiebioloog Thomas Pamminger. Toch lijkt de vicieuze cirkel in het voordeel te werken van de slavenhouders. Zeker 30 procent oveleeft de slachting, genoeg voor een nieuwe strooppartij. (National Geographic Nederland - Belgié, 8/2013) De kleine mier heeft de keuze gemaakt zijn slavernij niet te accepteren. (Voor degenen die twijfelen aan de vrije wil van de mens moet deze antropocentrische redenering een gruwel zijn.) Ook de mens is een sociaal dier en ook menselijk gedrag is onderworpen aan de lidmaatschapsregels van zijn soort. Homo sapiëns "bestaat" jaar zo wordt aangenomen. Dat wil zeggen dat in die periode onze soort zonder bijzonder grote genetische wijzigingen heeft geleefd. De oorspronkelijke populatie bevond zich in Oost-Afrika en was een fractie, enkele duizenden of tienduizenden individuen, van de wereldbevolking van nu. 54

55 Mensapen vertonen rudimentair cultureel gedrag. Zo worden harde noten bij sommige groepen met stenen gekraakt, andere groepen doen dit niet. We moeten aannemen dat de eerste mensen ook op kleine schaal cultureel gedrag vertoonden. Maar zij leefden vooral in NATUURLIJKE vorm. Dat wil zeggen dat hun gedrag vooral gedicteerd werd door in het brein 'voorgeprogrammeerde' impulsen. Een goed voorbeeld hiervan en mogelijk de beste verklaring voor het groepsgedrag van homo sapiëns is de manier waarop baby's en kinderen werden en worden begeleid door ouderen. In tegenstelling tot mensapen en andere apensoorten maar overeenkomstig bijvoorbeeld zijde-apen blijkt de zorg voor een baby of een kind bij veel jagers/verzamelaars van deze tijd uitgevoerd te worden door een groep mensen, met de moeder natuurlijk als centrale persoon. Sarah Blaffer Hrdy beschrijft dit uitgebreid in Mothers and others. Ze noemt dit coöperatief broedgedrag. (Dit wordt in recente tijden mooi geïllustreerd tijdens de kraamvisite. Het bezoek van het vrouwelijke geslacht krijgt al heel snel de pasgeborene van de kraamvrouw ter inspectie overhandigd.) Coöperatief broedgedrag was er mogelijk ook al bij mensachtige voorlopers van homo sapiëns. De noodzaak hiervoor was het toenemende hersenvolume. Het grote babyhoofd maakte een vroege geboorte noodzakelijk. Pasgeboren mensenbaby's zijn daarom veel minder ver ontwikkeld dan baby's van andere diersoorten en hebben dus veel meer en langer zorg nodig dan andere baby's. Dat vereist coöperatief broedgedrag....de hypothese dat de kleintjes van de vroege mensachtigen door gewijzigde omstandigheden aangewezen raakten op meer verzorgers dan hun moeder alleen en dat die afhankelijkheid leidde tot een selectiedruk ten gunste van individuen die er goed in waren de geestesgesteldheid van anderen aan te voelen en in te schatten van wie ze hulp konden verwachten en van wie niet. En zo ontstond de moderne mens, een intelligente diersoort die gericht was op samenwerking, een sociale diersoort. De mens trok als lid van kleine groepen jagers/verzamelaars rond en... trok verder. Omdat zo weinig informatie beschikbaar is, is er slechts een rudimentair beeld van de geschiedenis van de mens tijden de zo lange prehistorie. Er moet bijvoorbeeld een verschil in ontwikkeling zijn tussen de mens en jaar geleden. Maar dat is in ieder geval tot dusverre een niet te beantwoorden vraag. Over de verschillen tussen het jaar 1900 en het jaar 2000 op een willekeurige locatie op aarde weten we oneindig meer. Wat toch waarschijnlijk een constante is geweest al die jaren is de sociale structuur. We moeten aannemen dat ieder individu tijdens zijn leven intensief contact had met een beperkte groep andere mensen en heel weinig contact met anderen. De structuur van groepen was sterk afwijkend van die van nu: een grote extended family en verder bijna niets. Algemeen wordt aangenomen dat in die prehistorische tijden de mens alleen geen overlevingskansen had. De rondtrekkende groep moet een minimale grootte gehad hebben voor de veiligheid en om tot een redelijke taakverdeling te kunnen komen. De rondtrekkende groep is beperkt geweest in grootte. Een te grote concentratie van mensen zou de voedselvoorziening in gevaar hebben gebracht. De bevolkingsdichtheid moet beperkt zijn geweest ook weer ten behoeve van de voedselvoorziening. Omdat de snelheid waarmee een individu zich kon verplaatsen beperkt was, kan alleen maar geconcludeerd worden dat gedurende het grootste deel van de afgelopen tweehonderdduizend jaar de gemiddelde mens met weinig anderen een intensief contact had. Vele ontwikkelingen hebben zich in die lange periode voorgedaan: (verdere) ontwikkeling van taal, (verdere) beheersing van vuur, steeds meer gebruik van gereedschappen, kunstzinnige uitingen en veel meer. Zo weten we nu dat de jagers/verzamelaars zich vanuit Oost-Afrika verspreidden in de periode tot jaar geleden. Natuurlijk leidde dit tot aanpassingen: de blanke huid in gebieden met weinig zon, korte vingers om bevriezing te voorkomen bij Eskimo's. Maar tegelijk ontwikkelde zich cultuur. Hier nog eens de definitie van Tomasello: When individuals socially learn to the degree that different populations of a species develop different ways of doing things, biologists now speak of culture. Al deze ontwikkelingen hebben tot circa tienduizend jaar geleden geen fundamentele veranderingen tot stand gebracht in de sociale structuur waarbij het individu intensief contact had met een beperkt aantal personen en nauwelijks of geen contact met anderen. "Ik" was altijd onderdeel van "wij" en zo is het in onze genen opgeslagen. Een discontinuïteit, een sprong, in de culturele ontwikkeling deed zich voor bij het begin van de landbouw, ongeveer tienduizend jaar geleden startend in Mesopotamië. Landbouw betekende 55

56 een vaste verblijfplaats en plaatselijk grotere bevolkingsdichtheid. Dat betekende dat de samenleving een andere structuur kreeg: vreemden werden minder vreemd. De vele millenia bestaande "natuurlijke" sociale verhoudingen verloren hun doelmatigheid en andere sociale structuren moesten ervoor in de plaats komen. Voordat deze transformatie plaatsvond gedroeg de mens zich als een groepsdier. Maar het is noodzakelijk te bedenken dat het een lidmaatschap van meerdere groepen of subgroepen was. Dat kunnen geweest zijn de rondtrekkende extended family, de clan waartoe deze groep behoorde, de moeder-met-kind groep, het kerngezin dat wil zeggen de speciale relatie met de vader van de kinderen, de groep van de eigen sexe, de vriendengroep, de jachtgroep. In al deze groepen werden de individuele eigenschappen om zich als lid te manifesteren ingezet, maar natuurlijk niet in ieder van die groepen op dezelfde manier. Evolutionair psychologen Cosmides en Tooby omschrijven drie typen gedrag. De derde en laatste is een bijproduct van specialized cognitive programs (een begrip dat ik vertaal als denksoftware) dat zich ontwikkelde om een ander probleem op te lossen. Als voorbeeld geven zij het schrift. De mens heeft geen 'schriftgenen' maar kan met de hem ter beschikking gestelde hersengereedschappen wel schrift leren. Ditzelfde mechanisme functioneerde en functioneert bij de deelname aan moderne groepen. De moderne cultuur heeft de groepsvormingsdrift op duizelingwekkend veel manieren gebruikt. De moderne maatschappij zou nooit de ons bekende vorm hebben gekregen zonder groepsvormingdrift. Ik ga nog een stap verder: zonder groepsvormingsdrift zou nooit een moderne maatschappij mogelijk zijn. Het individu in onze tijd is lid van een groot aantal groepen. De groepen worden (door hem) gekend en als zodanig onderscheiden door de leden maar ook door de regels die in de groep gelden. We kunnen zeggen dat de mens in eerste instantie een groepslid is en daarnaast of daaronder een individu. In zijn gedrag strijden de twee kanten van zijn persoon, de groepskant en de individuele kant, om de voorrang. (Misschien is deze fundamentele structuur wel de verklaring voor de twee Chinese filosofiën, die van het confucianisme en het taoïsme.) Als groepslid zal hij overwegingen van individuele aard terzijde schuiven, niet benadrukken, negeren. Het is niet een onderscheid tussen het goede en het slechte, het positieve en het negatieve. De groepsstructuur is een onverbiddelijke noodzaak voor de omgang met anderen, voor de instandhouding van de samenleving en dus voor de instandhouding van de beschaving. De individuele kant van de mens is de bron van de bijdragen van het individu aan de groep en dus aan samenleving en beschaving. Misschien kan dit onderscheid groep/individu goed uitgelegd worden met voedselvoorkeuren. Het individu zal een voorkeur hebben voor het voedsel dat hij als kind eet. Maar toch zullen zijn voorkeuren op onderdelen verschillen van die van broers en zussen. Iets dergelijks geldt zijn voorkeuren voor muziek. Ook daar zal het muziekidioom van zijn jeugd bepalend zijn voor zijn voorkeur de rest van zijn leven. Maar daarbinnen heeft hij zijn individuele voorkeuren voor melodiën en muzikanten. Hij is ook in staat zijn smaak zo te ontwikkelen dat hij muziek van andere volkeren kan waarderen. Hier ligt genoeg terrein voor een compleet boek. De muziek van alle mensen, van de wereldbevolking, heeft enkele kenmerken die uitstijgen boven het criterium dat er geluid is. Ik bedoel: wil iemand iets muziek noemen dan zal er sprake moeten zijn van geluid maar bovendien is er ritme en klanken met specifieke intervallen. Door onze fysiologie zal ieder mens het octaaf herkennen en waarderen. (Bij opeenvolgende octaven verdubbelt de frequentie en wordt de golflengte gehalveerd.) Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor de pentatonische toonladder. Muziek op basis van deze tonen zal voor iedereen tot op zekere hoogte als harmonieus worden ervaren. Het akkoordenschema waarop de blues is gebaseerd geeft een sensatie van esthetisch genot voor alleen degenen die deze vorm bij voorkeur in hun jeugd hebben leren kennen. Je zou dat de groep van blueskenners kunnen noemen. De individuele smaak gaat een rol spelen als geluisterd wordt naar muzikanten die op verschillende manieren op dit schema improviseren. Het is ook het individu dat de improvisatie maakt. Lidmaatschap "Dit is een volk met deeltijdloyaliteit aan werk, school, buurt, partij, omroep en publieke zaak." Chavannes, NRC/H - 1/5/

57 Het begrip lidmaatschap is de tegenhanger van het begrip groep. De groep bestaat omdat de leden van de groep lid van de groep willen zijn. Zij denken dat er een groep is. Zij denken dat zij lid zijn. Groepen bestaan tot op het niveau van de eenvoudigste organismen. Het lidmaatschap als mentale toestand is natuurlijk alleen mogelijk bij hogere dieren. Het concept lidmaatschap is natuurlijk ontwikkeld en tenslotte bewust geworden bij hoger ontwikkelde dieren. Voor zover een wolf denkt, zal een flink deel van zijn gedachten gewijd zijn aan zijn lidmaatschap van de roedel. Evenzo zal de jager/verzamelaar zich bezighouden met zijn lidmaatschap van de groep, de clan, waarvan hij deel uitmaakt. Daarbij gebruikt hij het vele geslachten, vele millioenen jaren eerder ontwikkelde lidmaatschapsgevoel. Nu is een grote denksprong te maken. Waarschijnlijk voelde de jager/verzamelaar zich lid van slechts een klein aantal groepen: de clan, zijn eerstegraads familieleden (voor zover bekend), zijn leeftijdsgenoten, zijn sexe-genoten. Het benauwende, het fantastische, het onvermijdelijke, het onthullende is dat in de j/v-tijd, in de prehistorie, het aantal groepen heel klein was en in de moderne tijd is geëxplodeerd en nog aan het exploderen is. De moderne mens kan met het prehistorisch lidmaatschapsgevoel het aantal lidmaatschappen uitbreiden tot een bizar groot aantal. Het zich lid kunnen en willen voelen ligt genetisch vast. Het gebruik ervan, het toepassen, is vrij ofwel cultureel bepaald. Hier zijn er enkele: gezinslid, famileilid, lid van de kerk, van de sportvereniging, van Natuurmonumenten, van een politieke partij, van de natie. Maar ook de zinsnede "ik ben" duidt dikwijls op lidmaatschap: ik ben socialist, ik ben voetballer, ik ben Brabander, Nederlander, autochtoon, gepensioeneerde, werknemer bij Philips, loodgieter. De essentie van het lidmaatschap is dat het lid opvattingen en/of gedragingen deelt met de andere leden van de groep waarvan het lid deelt uitmaakt of deel uit denkt te maken. Dat betekent dat het lid bepaalde normen, gedragsvoorschriften met anderen deelt of denkt te delen. Het is noodzakelijk een verband te leggen tussen het persoonlijke en de groep, tussen de psychologie en de antropologie. Daarbij wil ik analiseren wat de persoon ervaart als groepslid, wat de persoon denkt, beslist en handelt als groepslid, wat de rol is van het individu als groepslid. Zo ontstaat een taxonomie van lidmaatschappen, zie hieronder. Door de lidmaatschappen voelt een mens zich verbonden met grotere of kleinere groepen. Er is sprake van een verbinding, de verbinding kan meer of minder sterk zijn. De mens is altijd op meerdere manieren lid. In de paragraaf "taxonomie van lidmaatschappen" noem ik een aantal variabelen die van toepassing zijn op lidmaatschappen. Hout ordenend in de kachel in Le Magnoux, uur 's ochtends juist voor de koffie, 24 februari 2015: Een sensationele gedachte, een hypothese, dringt zich op. De drang tot lidmaatschap is een genetisch vastgelegde mannelijke eigenschap. Met andere woorden: de behoefte zich te verenigen in groepen van gelijkgestemden is bij het mannelijke geslacht groter dan bij het 57

58 vrouwelijke geslacht. De mate waarin variëert. Ik neem tegelijk aan dat deze mannelijke behoefte echt behoorlijk lang geleden genetisch is vastgelegd. Maar toch wel na de afsplitsing van de bonobo's omdat deze bessten hun wereld beduidend anders dan de mens structureren. (Veel primitiever natuurlijk maar de mannelijke dominantie van de mens lijkt meer overeen te stemmen bij die van de chimpansee.) Ik moet niet vervallen in de regelmatig voorkomende denkfout genetische aanleg als binair, als aan/uit op te vatten. Laat ik het vergelijken met het verschil in lengte van mannen en vrouwen. Mannen zijn gemiddeld langer dan vrouwen, maar ze zijn zeker niet allemaal even lang en vele mannen zijn korter dan vrouwen. (Hier doen zich meteen aardige complicaties voor. Enkele honderden kilometers in Europa reizend komt men in streken waar de gemiddelde lichaamslengte aanzienlijk kleiner is, maar overal is die van mannen groter dan die van vrouwen. Genetische componenten zijn van belang maar evident heeft de leefwijze (inclusief voeding) invloed op de lichaamslengte. Als ik deze variaties loslaat op de neiging tot lidmaatschap, dan wordt duidelijk hoe ingewikkeld het kan worden. Waar komt mijn hypothese uit voort? Het is me duidelijk dat ikzelf overdrachtelijk bij de "korte mannetjes" hoor: weinig neiging me in groepsverband te manifesteren met een afkeer van groepsverschijselen. Als ik dan met dit perspectief naar de maatschappij kijk, zie ik dat zowat alle belangrijke groepsverschijnselen of ofwel door mannen geleid dan wel beheerst zijn of geheel uit mannen bestaan: gezin, band (prehistorisch), leger - en in moderne tijden regering, onderneming, vereniging. Mogelijk is deze mannelijke aanvechting in zijn meest zuivere vorm optredend bij hooligans en de zogenaamde motorclubs. Het gaat niet aan om de mannelijke rol te verheerlijken dan wel als zo belangrijk te beschouwen. Maar de menselijke samenleving draait nu meer dan ooit op samenwerkingsvormen waarbij de "we-ness" (Tomasello) van essentieel belang is. En de neiging tot "we-ness" lijkt nu eenmaal bij mannen sterker vertegenwoordigd te zijn. (Misschien is het gebruik van we-ness als bepalende factor niet correct.) Ik kan er nog aan toevoegen dat deze eigenschap pas verschijnt met de puberteit en dus op de één of andere manier verbonden is met de voortplanting. Als de hypothese juist is, komen begrippen als emancipatie van de vrouw, feminisme, het glazen plafond, enzovoorts in een compleet ander daglicht te staan. De dominerende rol van de man in talloze maatschappijleke organisaties is volgens mijn hypothese een "natuurlijke", besloten in zijn "nature" rol. Dat betekent niet dat dat de natuurlijke rol van IEDERE man is. Als vooral mannen "gemaakt" zijn om leiding te geven, dan gaat het over een kleine minderheid van de mannen. Alle anderen zijn immers niet leidinggevend maar volgers, soldaten zou je kunnen zeggen. Ondertussen worden de belangrijkste maatschappelijke structuren geleid door een kleine groep, een selectie van mannen. Feminisme is dan slechts een cultureel verschijnsel dat niets te maken heeft met de "natuurlijke ordening", met de ordening ten gevolge van onze "nature". Dat vrouwen toch in verzet komen tegen de bestaande maatschappelijke ordening is begrijpelijk. De samenwerkingsverbanden zijn tegenwoordig zo complex en en vooral omvangrijk (Ridley) dat de invloed ervan veel groter dan in de prehistorie. De vrouwen zijn niet minder belangrijk. De rol van in ieder geval een deelverzameling, de moeders, is middels de opvoeding van toekomstige generaties belangrijker dan die van de mannen. Maar deze macht is gespreid over een veel grotere deelverzameling (van vrouwen) dan die van de de deelverzameling (van mannen) van leiders. iets eenvoudiger gezegd: er zijn veel meer moeders dan leiders. Hun invloed is van veel langere adem, hun individuele bijdrage blijkt pas tientallen jaren nadat zij hun invloed hebben uitgeoefend, en is dus veel minder evident. Taxonomie van lidmaatschappen De mensen om je heen Een mens maakt zichzelf lid van de gemeenschappen tot welke de mensen om hem heen behoren. Het zijn deze lidmaatschappen die essentiëel zijn voor het welbevinden. Intensiteit van het lidmaatschap In het (kern)gezin deelt de ouder zijn bezit met de andere leden van het gezin. De verbinding is van het grootste belang. Het lidmaatschap van een supportersvereniging van een sportclub kan voor sommige 58

59 leden van heel grote betekenis zijn. Het werk, de bezigheden die iemand verricht om aan de kost te komen, veroorzaken dikwijls veel en regelmatig contact met grote groepen mensen. Deze verbindingen zijn niet altijd persé prettig maar zijn van groot belang. Daarom juist gaat van werkeloosheid zo een grote dreiging uit. De duur van het lidmaatschap. Lidmaatschap door geboorte De sexe ligt bij geboorte vast en daarmee ook het lidmaatschap. Het lidmaatschap van de sexe vindt zijn weg onder andere in sport, in de beroepen, in de wijze van sociaal verkeer opplaatsen waar beide groepen gemengd aanwezig zijn. Door geboorte wordt iemand lid van "zijn" kerngezin, familie, stam. Het zal bepalen welke taal de mens gaat spreken, de moraliteit die de mens gaat belijden, een groot deel van zijn voorkeuren, de wijze waarop hij zich kleedt, misschien ook zijn beroep, enzovoorts. In de Indiase maatschappij is dit lidmaatschap geformaliseerd in de kastenstructuur. Groepskeuzevrijheid Van welke groep een persoon zich lid maakt of lid gemaakt wordt varieert. Voor de dienstplichtige militair is er geen enkele vrijheid, voor... Vrijheid voor individuele keuzen Van de kunstschilder lid van een schilderscollectief, denk aan De Stijl of aan Cobra, wordt verwacht dat hij zijn vrijheid benut om individuele bijdragen te leveren aan hetoverigens gelijkgestemde collectief. De piloot moet voor zover hij lid is van de groep, in werktijd, zich heel precies aan centraal gestelde regels houden. Formeel lidmaatschap Bij een formeel lidmaatschap is er een materiëel bewijs voor het lidmaatschap. Hier zijn voorbeelden. nationaliteit - inschrijving bij gemeente, paspoort lidmaatschap van een vereniging - inschrijvingsbewijs, pasje werknemer - arbeidscontract soldaat - uniform, ardeidscontract (bij dienstplichtigen is er de wet en een identiteitsbewijs?) cursist - inschrijving leerling - inschrijving inwoner van een gemeente - inschrijving bewoner van een tehuis - inschrijving Bij formeel lidmaatschap is meestal vastgelegd welke rechten en plichten ieder lid heeft. Enkele voorbeelden: bewoners van Nederland: Burgerlijk Wetboek vereniging: statuten en huishoudelijk reglement werknemers: (collectieve) arbeidsovereenkomst De positie van de werknemer vertoont grote overeenkomsten met die van een jager/verzamelaar ten opzichte van zijn groep. Op de achtergrond is er zeker de beloning en dat betekent veiligheid, de mogelijkheid te leven, maar in de dagelijkse praktijk beschouwt de werknemer zich onderdeel van een gemeenschap waarvan hij dikwijls slechts een klein deel kent. Binnen de gemeenschap gelden regels, een moraliteit, waarbij de belangrijkste is dat de werknemer een prestatie levert, werk verricht. De machtsstructuur is zeker verschillend van die bij de jager/verzamelaar. Overeenkomstig is de vanzelfsprekendheid waarmee de werknemer zich voegt in de gezamenlijke activiteit. Sturend voor zijn activiteiten is de joint intentionality (Tomasello). Secundair is de dreiging van de (opinie van de) meerdere en misschien nog wel belangrijker het oordeel van de anderen, de kollega's. De formalisatie in het volgende voorbeeld is absurd maar kenmerkend voor Nederlandse opvattingen: het golfvaardigheidsbewijs. Natuurlijk gelden overal ter wereld al een aantal regels die bij het golfspel worden gehanteerd, regels niet alleen om de strijd tussen elkaar 59

60 bekampende golfers te regelen. In Nederland moet een examen worden afgelegd om aan te tonen dat men deze regels kent. Dat examen levert dan het golfvaardigheidsbewijs. Zou het niet aardig zijn om daar ook het afleggen van een golfeed aan te verbinden? Nationaliteit Vanwege de enorme consequenties moet het hier apart vermeld worden. Dat is tenslotte de bron van vele oorlogen. Zichtbaar lidmaatschap militair - Jood - katholiek priester - hippie - heer - voetballer - homo - volwassen vrouw (Afghanistan) De zichtbaarheid kan tijdelijk zijn, zoals bij de voetballer. De zichtbaarheid kan het gevolg zijn van een meer of minder expliciet voorgeschreven regel, zoals bij de militair. De zichtbaarheid kan het gevolg zijn van een nadrukkelijke individuele keus, zoals bij de homo en de heer. De zichtbaarheid kan ook het gevolg zijn van het volgen van de mode: korte rok - kunstnagels - boerka - tattoo - kaalgeschoren - polsbandje Exclusief lidmaatschap Het lidmaatschap wordt verleend door de groep of vertegenwoordigers ervan of op grond van opleiding werknemer - business club (Rotary, enzovoorts) - gekozen afgevaardigde (gemeenteraad, Tweede Kamer, enzovoorts) - sportteam (voetbalelftal, enzovoorts) dokter, loodgieter Hier doet zich een merkwaardig maar ongelofelijk belangrijk verschijnsel voor. Op welke gronden behoort iemand tot een bepaalde beroepsgroep? Het antwoord is eenvoudig: wanneer hij/zij het beroep beoefent. Eigenlijk altijd zal enige opleiding nodig zijn, om het beroep te kunnen uitoefenen. En dus moet examen worden gedaan. Dit levert de mogelijkheid toelating tot de (beroeps)groep moeilijk te maken. Een voorbeeld is de numerus clausus bij de medicijnen-opleiding. Ongewenst lidmaatschap Dit is natuurlijk een merkwaardige categorie die opgedeeld kan worden in twee delen: Het lid heeft een hekel aan de groep. Het is, denk ik, een situatie die zeker in de jeugd veel voorkomt. Zoals bij leerlingen die worden gepest door klasgenoten. Het is een normaal gevoel voor de adolescent die zich losmaakt van het ouderlijk gezin. Maar het overkomt me persoonlijk veel in alle mogelijke gezelschappen en groepen. Zo had ik een ongenuanceerde hekel aan mijn medestudenten van mijn faculteit. Het lid behoort tot een gediscrimineerde groep. Er zijn zwarte mensen die een hekel hebben aan de kleur van hun huid. Google geeft een groot aantal klachten. Vereerd lidmaatschap De Nobelprijswinnaar Gelaagd lidmaatschap De soldaat is tegelijk lid van het peloton, de compagnie, het leger en alle mogelijke organisatie vormen daartussen. Hetzelfde geldt voor de werknemer van een bedrijf. Zijn verbondenheid met die lagen is des te groter naarmate de groep dichterbij is. De arbeider in ploegendienst ervaart afnemende verbondenheid van ploeg, naar afdeling, naar fabriek, naar bedrijf, naar multinational. Denkbeeldig lidmaatschap Ik bedoel hier (1) lidmaatschap waarvan het lid zich bewust is maar dat niemand, ook niet de andere groepsleden, bekend is en (2) lidmaatschap dat het lid ZELF niet onderscheid. Betreffende (1): de politieke overtuiging meer dan wat dan ook illustreert de betekenis van het lidmaatschap. Een persoon die op grond van zijn politieke overtuiging zijn stem uitbrengt, zal nadrukkelijk de neiging hebben het eens te zijn met de opvattingen van de (politiek) leider van de partij waarop hij heeft gestemd. Hij zal zelfs meestal zijn eigen meningen ondergeschikt maken aan die van de partij. In feite is de enige rechtvaardiging voor het bestaan van een politieke partij dat mensen bereid zijn de doelstellingen van de groepen ten koste van eigen doelstellingen over te nemen. 60

61 Groepsleiders Ik rangschik een aantal groepen in groepen met en zonder groepsleider: voetbalelftal gezin sportvereniging politieke partij staat familie orkest buurt koor politieke overtuiging rotary vriendenkring vergadering ziekenzaal congres zaal met publiek bus vakantiegangers vakgenoten klas mensheid militair peloton leger bedrijf fabriek maffia Zonder formele regels gezinsleden bus vakantiegangers buurt Dat zonder formele regels het lid zich toch gedwongen kan voelen aan bepaalde verplichtingen te voldoen kan ook duizendvoduig geïllustreerd worden. Als de andere buurtbewoners na sneeuwval de stoep schoonvegen bepaalt zijn sensibiliteit of iemand ook de sneeuw wegveegt. Ken je door een buurtvereniging de buurtbewonders, dan is de maatschappelijke druk, eigenlijk het gevoel van verplichting in het hoofd van ieder lid, groter. Houden leden zich niet aan de formele dan wel informele regels, dan zijn de straffen groot: reputatieschade versterkt door roddel, minachting, uitsluiting dus verlies van lidmaatschap bijvoorbeeld middels royeren of ontslag bij wangedrag, bestraffing bijvoorbeeld celstraf of boete. Nu volgt een opsomming van verschijnselen die begrepen kunnen worden uit onder andere de neiging groepen te vormen: mode industrie socialisme kunststromingen conformisme roem merken stadsvorming racisme grenscontròle materialisme nationalisme Ordening van lidmaatschappen Het kind schrijft op: de straat, de stad, de provincie, het land, het continent, aarde, zonnestelsel, Melkweg, heelal. Op soortgelijke wijze zijn lidmaatschappen, SOMMIGE lidmaatschappen, te ordenen. Dit is de structuur die Appadurai (Fear of small numbers) de vertebrate of gewervelde structuur noemt. Dit is de structuur bij de Nuer zoals beschreven 61

62 door.... Abram de Swaan (Compartimenten van vernietiging) heeft het over uitdijende kringen van identificatie. Hieraan ten grondslag ligt het gevoel van het individu die zijn lidmaatschappen onbewust een gewicht toekent waardoor hij zijn verbindingen verschil in prioriteit kan geven en op basis daarvan een groot deel van zijn handelingen stuurt. Een voorbeeld: als een moeder zegt ik wil meer tijd aan de kinderen besteden en stop daarom met werken, dan geeft ze prioriteit aan het lidmaatschap van het (kern)gezin en als zij zegt ik ga werken zodat er meer geld is voor leuke dingen zoals vakanties dan heeft het gezin ook prioriteit. In de prehistorie was het schema waarschijnlijk heel eenvoudig. Alle verbindingen met de mensen Tot voor de Verlichting, tot voor 1800 en op veel plaatsen tot recent kon een individu lidmaatschappen ordenen van, in deze volgorde: (kern)gezin familie buurt dorp streek land mensheid Met deze groepen kon hij/zij zich verbonden voelen, waarbij de verbinding met de grotere groep kleiner is dan met de kleinere. Op vele wijzen kan deze rij gecompliceerd zijn. Er is het lidmaatschap van de kerkgemeente, het lidmaatschap als werknemer bij een bedrijf, van de sportvereniging, van een politieke partij. En nu daagt een nieuwe duidelijkheid. Het is nog maar zo heel kort terug dat zeker in Nederland al deze lidmaatschappen nadrukkelijk onderdeel van de gewervelde structuur. Ik haal me het 19e eeuwse dorp voor de geest, de plek waar de mee ste mensen woonden. De kerk was dezelfde voor iedereen. De meeste werkenden waren boer, zelfstandigen. De sportvereniging droeg het keurmerk van de kerk, net als alle mogelijke andere organisaties. Men kende in het dorp van elkaar precies de lidmaatschappen, lidmaatschappen die inderdaad in elkaar passen als de wervels. Op dit moment in deze maatschappij is al geruime tijd deze structuur aan het verbrokkelen: de cellulaire structuur van Appadurai wordt steeds meer gemeengoed. Kracht van Lidmaatschappen Met de kracht van lidmaatschappen bedoel ik de sterkte van de band tussen het individu en de groep. De sterkte van deze kracht heeft te maken met culturele informele afspraken, de groep en het individu. Voor en na Bezigheden, objecten, verschijnselen, cultuuruitingen, processen en wat al niet kunnen in twee categoriën worden ingedeeld. De eerste is die van de jager/verzamelaarstijd, de tweede van daarna. Als wij nu gaan bramen plukken op een mooie zomerdag, dan bedrijven we een bezigheid die de jager/verzamelaar ook heeft bedreven. Het eerste huis is (waarschijnlijk) gemaakt na het ontstaan van de landbouw, een hut kan door een jager/verzamelaar zijn gemaakt. Natuurlijk is de "na"-lijst veel langer te maken dan hier. Voor vergaderen oorlog leiderschap conformisme geloof Na tuinieren geld kerken individualisme loon 62

63 kleding gereedschap hut pijl en boog huwelijk mode leger huis schop, hak vereniging Hoe moeilijk het is om te bedenken in welke kolom sommige begrippen thuis horen, is te illustreren met het "leger". Ik vermoed dat in een jager/verzamelaars groep sommige mannen in het bijzonder belast zullen zijn om het voortouw te nemen bij conflicten met andere groepen. Maar ik denk, ik denk!!, dat ze daarom niet vrijgesteld waren van andere taken, niet continu speciaal gekleed waren en wapens voortdurend bij zich droegen. Woorden Er zijn vele persoonsbeschrijvingen: postbode, metselaar, idioot, luiaard, broer, nicht, biljarter, snorkelaar, gepensioeneerde, huisjesmelker, bisschop, diaken. De tweetallen persoonsbeschrijvingen hierboven zeggen achtereenvolgens iets over het beroep, de mentale gesteldheid, de familierelatie, de tak van sport die wordt beoefend, de economische status en de positie in de kerk. Sommige persoonsbeschrijvingen vertellen ons iets over de groepsstatus, of iemand een groepsgenoot is of juist niet. Eerst een lijst van groepsgenoten. echtgenoot oom lid vriend kind moeder kollega vriend zoon partner chef relatie familielid ondergeschikte buurman autochtoon Het is interessant deze woorden vooraf te laten gaan door een bezittelijk voornaamwoord. Bijvoorbeeld: 'mijn dochter' of 'mijn chef'. De combinatie is veel logischer, vanzelfsprekender dan de combinatie van bezittelijk voornaamwoord en een persoonsbeschrijving zonder groepsstatus, bijvoorbeeld 'mijn gepensioeneerde' of 'mijn chirurg'. In deze gevallen is extra uitleg noodzakelijk. Het bezittelijk voornaamwoord heeft kennelijk als betekenis: 'de betreffende persoon en de bezitter (mijn, zijn, haar) zijn groepsleden'. In het geval de persoonsaanduiding zelf geen groepslid-eigenschappen heeft, geeft het gebruik van het bezittelijk voornaamwoord een merkwaardig gevoel. Het gebruik lijkt NIET OP ZIJN PLAATS te zijn! Daarom de noodzaak van extra uitleg. 'Mijn chirurg' zal gebruikt worden als iemand vertelt over de operatie die hij heeft ondergaan, waardoor met de chirurg een relatie in aangegaan, die de chirurg groepslid maakt. (Autochtoon is natuurlijk alleen een groepsgenoot van de andere autochtonen - in dit land ben ik autochtoon - integenstelling tot echtgenote en één kind) Hier een lijst van niet-groepsgenoten. Het bijzondere van deze woorden is dat deze juist WEL een groepsstatus hebben, namelijk dat het aanduidingen zijn van personen die nadrukkelijk GEEN lid van de eigen groep zijn. vijand zonderling tegenstander allochtoon concurrent vreemdeling Het gebruik van een bezittelijk voornaamwoord is hier soms weer wel logisch: 'onze vijand', omdat dan verwezen wordt naar de confrontatie van twee groepen! De bezittelijke voornaamwoorden blijken een belangrijke indicatie van de groepsstatus te geven. Dat geldt ook voor de persoonlijke voornaamwoorden. Ik - het gebruik van het woord "ik" maakt meer dan welk woord dan ook duidelijk dat wij een 63

64 "theory of mind" hebben, een besef dat we onszelf als een persoon kennen Jij - diegeen die als "jij" wordt aangesproken is een groepslid. Dat kan een volledig nieuw groepslid zijn, de vreemdeling die we zojuist hebben ontmoet en met wie we een relatie proberen te scheppen. Hij - deze persoon maakt geen deel uit van de groep van minstens twee personen die met elkaar communiceren, geen groepslid dus. Wij - vormen samen een groep Jullie - een collectief waarvan de spreker op dit moment geen deel uitmaakt (De pianist zegt tegen de andere bandleden: "jullie spelen vals") Zij - Anderen, personen die geen groepsgenoot van de spreker zijn. Centripetaal en centrifugaal Centripetaal is middelpuntzoekend; centrifugaal is middelpuntvliedend. Met deze twee begrippen zou de neiging kunnen worden onderscheiden van meer individualisme, centrifugaal, dan wel meer geneigd naar groepsvorming, centripetaal. Laat ik dit illustreren met een voorbeeld. Bij koorzang verenigen mensen zich in een groep die gezamenlijk en tegelijkertijd eenzelfde activiteit bedrijven. Het is een centripetale activiteit. Bij muzikale improvisatie schept de muzikant meestal alleen, muziek los van voorschriften. Het is een centrifugale activiteit. Hieronder staat een lijst van centrifugale en centripetale activiteiten, structuren, verschijnselen, enzovoorts, gerangschikt naar de twee begrippen centripetaal en centrifugaal. CENTRIPETAAL koorzang socialisme religie vereniging voetbal design CENTRIFUGAAL (muzikale) improvisatie liberalisme filosofie?? tennis kunst Bevolkingsontwikkeling 64

65 bron: De grafiek is dubbellogaritmisch. Dit is verneukeratief. Daarom haal ik er enkele getallen uit. In de periode vc tot 1000 nc, een periode van 9000 jaar groeide de wereldbevolking van 5 millioen tot 300 millioen. Dat betekent dat (afgerond) de wereldbevolking iedere 1500 jaar verdubbelde. In de afgelopen 1000 jaar (dus tot het jaar 2000) groeide de wereldbevolking van 300 millioen tot 6 milliard. Dat betekent dat de wereldbevolking iedere circa 200 jaar verdubbelde. Van een krankzinnig incident in de prehistorie, dat mogelijk van doorslaggevend belang was voor de ontwikkeling van de menselijke populatie is hier een beschrijving. A Late Pleistocene Population Bottleneck Stanley Ambrose (1998) has proposed an intriguing hypothesis to explain Late Pleistocene population bottlenecks and releases. Approximately 70,000 years ago, world temperature fell dramatically, possibly as a result of the massive eruption of the supervolcano Toba, in Sumatra. The Toba eruption was the largest known eruption of the Quaternary the second largest known in 454 million years. It displaced 800 km3 of rock as volcanic ash. By comparison, Tambora 5, the largest known historic eruption, displaced 20 km3 (Mount St. Helens, in Washington State, displaced 0.2 km3) in 1816, causing a year without summer. Toba created a volcanic winter that may have lasted six years. Several data sources, including ice cores and prehistoric vegetation movements, indicate the thousand years after the Toba eruption were among the coldest of the Late Quaternary. Ambrose (1998) argues that Toba's volcanic winter could have decimated human populations outside of isolated tropical refugia. The largest tropical refugia would have been found in equatorial Africa. Based on Ambrose's scenario, the high genetic diversity observed in modern African populations would be the result of higher population survival through the Toba bottleneck than found in other parts of the world. At the same time, Ambrose's scenario indicates that contemporary populations grew from a very small founding population of survivors of the Toba nuclear winter just seventy thousand years ago. Ambrose also argues that world populations at the end of Toba's volcanic winter may have been small enough for founder effects, genetic drift, and local adaptation to have caused very rapid population differentiation. Thus, he argues, contemporary human races would have differentiated only in the last seventy thousand years. 65

66 Richard Paine Hier is meer over de uitbarsting van Toba De volgende grafiek, ontleend aan een Science artikel uit 2014, toont dat in 2100 de wereldbevolking ongeveer 11 miljard mensen bedraagt. Vooral de doorgaande groei in Afrika is de oorzaak van de toename. Volgens Sarah Hrdy is de bevolkingsdichtheid bij jager/verzamelaars in de grootteorde van 0,5 persoon per vierkante kilometer. (p.26) Met een landoppervlak van 144,5 millioen vierkante kilometer zou de aarde nooit meer dan rond 50 millioen jager/verzamelaars kunnen tellen (rekening houdend met ontoegankelijke en onvruchtbare gebieden) Reiskosten Mensen verplaatsen zich makkelijker dan ooit over de aardbol. Verplaatsing te voet was een eeuw geleden nog een gebruikelijke manier van vervoer. Om zich 25 km te verplaatsen kostte iemand een reistijd van een dag. Er was geen vervoermiddel. Laten we het uurloon stellen op 50. Dan kostte de voettocht 400, dat is 16 per kilometer. Met de auto nu kost 25 km ongeveer 5 vervoermiddelskosten en ½ uur in reistijd. De toale kosten zijn 30. De prijs per kilometer is 1,20. Met het vliegtuig kan in de grootteorde van 6000 km gevlogen worden voor 1000 vervoermiddelkosten (de ticketprijs) bij een reistijd van 12 uur. De kosten zijn De prijs per kilometer is dan 0,27. In honderd jaar tijd zijn reiskosten dus circa 10 tot 100 maal (grootteordes) zo goedkoop geworden. Door de combinatie van goedkoop transport en grote verschillen in welvaart is er wereldwijd een onweerstaanbaar menggedrag ontstaan, een voortdurende volksverhuizing. Een groeiend deel van de bevolking in Nederland is afkomstig uit andere, vreemde, culturen. Dit was ook in het verleden al zo. Indische Nederlanders die in veertiger en vijftiger jaren terugkeerden uit Indonesië verschilden in cultuur weinig en pasten zich snel in in het Nederlandse leven. De groep Ambonezen was te klein om van grote invloed te zijn op de maatschappij. De Turkse en Marokkaanse gastarbeiders die hier in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw werk vonden, leefden zo geïsoleerd van de maatschappij dat hun aanwezigheid nauwelijks invloed had op de samenleving. Toen hun gezinnen zich hier vestigden, verminderde dit isolement. Door de meer intensieve deelname aan de maatschappij van hun kinderen werden, heel paradoxaal, de culturele verschillen duidelijker merkbaar. De 66

67 stroom immigranten uit Suriname en de Nederlandse Antillen werd zo groot dat ook deze groep zich ging manifesteren als een van de rest van de maatschappij ietwat gescheiden en anders levende groep. Steeds duidelijker ontstonden er van de hoofdstroom geïsoleerd levende groepen. Natuurlijk was dat de reden dat er een zo fel verzet groeide tegen het in de samenleving opnemen van vluchtelingen uit andere delen van de wereld, de groep van asielzoekers. De onmiddellijke nabijheid van groepen mensen met een afwijkende cultuur heeft duidelijk gemaakt dat de eigen cultuur veranderbaar, kwetsbaar is. Kennelijk gaat hier een grote dreiging van uit. Het heeft een politieke zwaai naar rechts veroorzaakt. Het kan begrepen worden als een poging tot conserveren, tot behoud van de eigen cultuur, de cultuur die vroeger zo vanzelfsprekend en onaantastbaar leek. De gevolgen De regels Hier zijn enkele regels: Gij zult niet doden. De maximumsnelheid is 100 km/uur Fruitbomen moeten in de winter gesnoeid worden. Op een brief moet een postzegel van 47 cent. Bij kennismaken geeft men elkaar een hand. Als regel eet ik om 6 uur. Aankomend op het werk moet je inklokken. Rozen moeten schuin worden afgesneden en het water in de vaas moet lauw zijn. Een heel groot deel van het leven wordt bepaald door regels. Ik bedoel met een regel een aanwijzing die leidt tot een bepaalde reactie op informatie. De aanwijzing staat niet opgeschreven of geformuleerd. Ook dieren en dingen houden zich aan aanwijzingen. Enkele voorbeelden: De thermostaat regelt dat de verwarming aan gaat als de temperatuur in de kamer te laag wordt. Dieren in het wild eten het juiste voedsel en eten daar niet teveel en niet te weinig van. Vogels fluiten op het juiste moment de goede melodie. Een automobilist remt als hij een rood verkeerslicht nadert. Bepaalde geuren en beelden brengen beesten en mensen tot sexueel verkeer. De regel komt voort uit het ding of het organisme. Waarom zijn er deze regels voor organismen? Waarom is er sprake van een regel? De regel stuurt het gedrag zo dat het individu blijft leven. Ik veronderstel dat er twee gronden zijn die het individu de regels doen uitvoeren: een onplezierig gevoel voorafgaand aan de actie die de regels voorschrijft, of/en een plezierig gevoel na de actie. Het eenvoudigste en misschien belangrijkste voorbeeld is het eten. Een beest gaat eten zoeken en vervolgens eten als hij honger heeft. De honger is de informatie, het eten de reactie. De regel is soms aangeboren, soms aangeleerd, soms beide. Veel regels worden aangeleerd maar dat is alleen mogelijk als genetisch de mogelijkheid tot leren is vastgelegd. Het is niet mogelijk een hert te leren op jacht te gaan. Dat geldt niet voor een leeuwin. In het brein van een jonge leeuwin is iets dat het mogelijk maakt dat zij leert met zusters een prooi te vangen. In dit geval worden de regels aangeleerd. Zoals mooie documentaires laten zien, kost het jaren menselijke zorg om jonge verweesde olifanten zover te krijgen dat zij als volwassen olifant in een kudde olifanten kunnen functioneren. Het leerproces is dikwijls essentieel. Maar de jonge schildpad die naar zee kruipt volgt een drang die niet is aangeleerd maar die is aangeboren, dus genetisch vastgelegd. Groepsdieren leven bij elkaar. Dat betekent dat ieder individu zich aan regels houdt om bij de groep te kunnen blijven. Groepsdieren hebben extra regels, regels die tot groepsgedrag leiden. We zouden kunnen spreken van een subset groepsregels. Bij zwermende spreeuwen die zich in het najaar voorbereiden op de nachtrust, blijkt: 1 de spreeuwen vliegen allen voortdurend met dezelfde snelheid, 67

68 2 ze handhaven onderling een afstand van circa een meter, 3 ze houden zeven buren in de gaten. Dit zijn enkele van een beperkt aantal regels die het mogelijk maakt dat spreeuwen zwermen, zo leert onderzoek gedaan door de groep van professor Hemelrijk aan de universiteit van Groningen. Natuurlijk zijn de regels die een groep leeuwen bij elkaar houden volslagen anders. Maar ook daar geldt, dat ieder individu zich aan regels houdt die het groepsbestaan garanderen. Veel diersoorten kunnen niet leven zonder groepsgedrag, denk aan sardines, leeuwen, olifanten, bijen, mieren. De samenwerking in de groep levert veiligheid en voedsel, is gunstig voor de levenskansen van het individu en dus voor het behoud van de soort. Bij sommige diersoorten is het leerproces zover ontwikkeld dat het gedrag binnen de ene groep afwijkt van dat van een andere groep. Niet alle chimpansees kraken noten met behulp van stenen. We kunnen spreken van cultuur, gedrag dat aangeleerd is en dat is aangepast aan de specifieke omgeving van de groep. De mens is niet anders dan een uit andere dieren geëvolueerd wezen, dat net als alle leven gehoorzaamt aan fundamentele beginselen. De mens is heel nadrukkelijk een groepsdier en dus houdt de mens zich aan regels om te waarborgen dat hij tot de groep blijft behoren. Het groepsgedrag van de mens gaat verder dan dat van de naaste verwanten, de mensapen. Met andere woorden: de mens beschikt over een groter repertoire aan regels ten behoeve van het groepsgedrag dan andere dieren. Enkele van de meest overtuigende argumenten hiervoor zijn het onderzoek van Tomasello en de observaties van Blaffer Hrdy. Tomasello heeft aangetoond dat jonge kinderen met empathie worden geboren, een empathie die groter is dan die van jonge apen. Empathie ofwel het vermogen het gevoel van anderen aan te voelen maakt de grote band tussen mensen mogelijk. Blaffer Hrdy beargumenteert overtuigend dat de groepsstructuur vereist is voor de verzorging van het jonge kind. De mensenbaby is volledig afhankelijk van zorg, en wel in zo een mate dat de moeder hierbij hulp nodig heeft. Dat dwingt meer dan bij apen tot groepsgedrag. De voorlopers van de mens (de hominiden) en homo sapiëns zelf hebben zich ontwikkeld over een periode van een aantal miljoenen jaren. In die periode is gedrag geëvolueerd zo dat de mens in relatief kleine groepen onder wat wij primitieve omstandigheden noemen kon voortbestaan. Het is van belang de dimensies goed in de gaten te houden. De tijd: de mens heeft onvoorstelbaar lang als jager/verzamelaar geleefd. Dat betekent dat zich in die tijd voor ons onvoorstelbare wijzigingen hebben voorgedaan in levensomstandigheden en gedrag. De aantallen: het aantal mensen op aarde is in al die jaren heel klein geweest. Het aantal mensen dat één individu in zijn leven ontmoette is ook heel klein geweest. Ook de groep mensen waarmee één individu in regelmatig contact kwam was klein vergeleken bij onze tijd. Hier enkele citaten die illustreren hoe wij ons het leven van de prehistorische mens voorstellen: Jared Diamond: To venture out of one's territory to meet (other) humans even if they lived only a few miles away was equivalent to suicide. Margaret Mead: Most primitive tribes feel that if you run across one of these subhumans from a rival group in the forest the best thing to do is to bludgeon them to death. Als gevolg van zijn intelligentie werd bij de mensachtige het conformisme leidend tot groepsgedrag complexer dan bij zijn voorlopers. Wilde dit gedrag effectief zijn dan moesten alle groepsleden wel het gewenste gedrag vertonen. Er was een mechanisme nodig om iedereen in het gelid te dwingen. Misschien zijn er evolutionaire experimenten geweest waarbij een krachtige en gewelddadige leider de dwingende kracht leverde. De gorilla toont een sociaal model waarbij voor de mannelijke groepsleider een belangrijke rol is weggelegd. Misschien is dit een voorbeeld van een sociaal model dat ooit ook door mensachtigen is uitgeprobeerd maar dat niet goed functioneerde. De mensachtige ontwikkelde zich in een andere richting. De groepsnorm werd de dwingende kracht en dat bleek heel effectief te zijn. Bonobo en chimpansee zijn mensapen die beiden genetisch dichter bij de mens staan dan andere diersoorten en onderling genetisch ook nauw verwant zijn. Lichamelijk verschillen de twee mensaapsoorten niet veel. Verschillen zijn er vooral in het gedrag, en dan vooral het sociale gedrag, zie Frans de Waal. De chimpansee wordt als agressiever beschouwd als de 68

69 mens, de bonobo, de "hippie mensaap", is zachtaardiger dan de mens. Natuurlijk zijn beide minder intelligent dan de mens. Het is fantastisch dat we deze voorbeelden hebben. We kunnen concluderen dat ons gedrag voor een deel gedicteerd wordt door onze genen, door aangeboren eigenschappen. En bovendien lijkt het erop dat tot op zekere hoogte ons aangeboren gedrag ligt tussen dat van de chimpansee en de bonobo. Welke omstandigheden tot deze ontwikkeling hebben geleid is giswerk. Zeker lijken de hypotheses van Sarah Blaffer Hrdy: Mothers and others heel aannemelijk. We moeten inzien dat iedere culturele ontwikkeling begrensd wordt door deze aanleg. We kunnen BEDENKEN hoe we de maatschappij moeten inrichten, maar deze bedenksels moeten in lijn zijn met de menselijke aard. Is dat niet zo dan ontstaan maatschappij-vormen die op enig moment zullen mislukken, instorten. Ik denk dat het gedachtengoed van Ayn Rand een voorbeeld is van een bedenksel over de menselijke aard die op gespannen voet staan met de werkelijke aard. Ayn Rand beschouwde de mens als een wezen dat uitsluitend individueel eigenbelang nastreeft. Er is inmiddels voldoende onderzoek om aan te tonen dat dat niet zo is. En normaal denkende mensen wisten het toch wel. In de mens is een mechanisme ingebouwd om zich zo te gedragen dat de gemeenschap waarin hij zich bevindt ermee akkoord gaat. Hij is er altijd beducht voor te zorgen dat zijn gedrag door zijn omgeving als acceptabel wordt beschouwd. Het mechanisme wordt gestuurd door zowel schuldgevoel en/of angst voor straf en beloning door middel van waardering of zelfs het ontvangen van materiële zaken. Als we ons niet conformeren, voelen we ons schuldig en zijn bang voor boete, uitsluiting of een andere straf. Een tweede mechanisme veroorzaakt dat hij een sterk negatief oordeel ontwikkelt over mensen in zijn groep die ongewenst gedrag vertonen. Het negatieve oordeel over afwijkend gedrag kan leiden tot uitsluiting. Als iemand zich niet gedraagt volgens onze regels, vinden we hem om te beginnen niet aardig en bij te grote of te frequente overtreding van onze regels accepteren we die persoon niet meer als groepslid. Zo iemand heeft voor ons afgedaan. De combinatie van de twee mechanismen zorgt voor stabiel, voorspelbaar gedrag van de individuen en geeft de mogelijkheid om in een groep gezamenlijke activiteit te verrichten die alle groepsleden voordeel biedt. Om het gedrag van de ander te kunnen beoordelen, moet iemand zich het gedrag kunnen voorstellen. De spiegelneuronen leveren precies het instrument die dit mogelijk maakt. Moraal Wkipedia definieert het begrip moraal als volgt: Het begrip moraal (of zeden) geeft de handelingen en gedragingen aan die in een maatschappelijke context als correct en wenselijk worden gezien. Het filosofisch vakgebied van de ethiek richt zich op de vraag 'wat is een goede moraal?' Ethiek (Grieks: èthos, gewoonte of zedelijke handeling) of moraalwetenschap is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de kritische bezinning over het juiste handelen. 69

70 Naast het woord moraal zijn er de termen zeden, ethiek, normen en waarden en moraliteit. Het laatste is overgenomen uit het Engels en wordt steeds meer gebruikt in het Nederlands. De woorden "normen en waarden" zijn op afschuwelijke wijze verbonden aan de voormalige minister-president Balkenende. In modern Nederlands wordt moraal gebruikt als de omschrijving van de gemoedstoestand: Zijn moraal voor de wedstrijd is goed. Er is geen goed woord voor een begrip dat slecht is gedefinieerd en dat voor velen een verschillende betekenis heeft. Toch weet de lezer waarover deze paragraaf handelt. Ik snuffel rond om te zien of ik ergens iets verstandigs zie dat mijn gedachten kan ontkrachten. Ik volg colleges op internet van Paul Bloom, psycholoog, en Ian Shapiro, politieke wetenschappen, beide van Yale en beide verstandige mensen, en van Herman Philipse via cd. Snuffel en lees. Word wijzer maar schrik ook van de beperktheid van het denken van Plato via Hobbes en Hume tot nu toe. Wat een arrogantie! Hobbes: The condition of man... is a condition of war of everyone against everyone... During the time men live without a common power to keep them all in awe, they are in that conditions called war; and such a war, as if of every man, against every man. Nee, dat schiet niet op. Ik ga terug naar mijn eigen gedachten. De moraal is een subset van de regels die het menselijk gedrag sturen, hierboven besproken. De regels komen voort uit een innige samenwerking tussen nature en nurture. Deze subset bevat regels voor het maatschappelijk verkeer. Morele regels zijn de regels volgens welke anderen verwachten dat ik mij gedraag. De moraal, deze subset van regels, levert misschien wel het belangrijkste mechanisme om de groepsstructuur te bewaken. Maar het morele stelsel van een persoon is altijd incompleet, chaotisch en inconsequent. Het rammelt aan alle kanten. Hier volgen een aantal uitspraken. Het is oefenmateriaal. Zijn dit morele uitspraken? Welke zijn dit niet? Welke uitspraken zouden niet gemaakt mogen worden? Met welke uitspraken ben ik het niet eens? 1. Gij zult niet doden 2. Soldaten moeten in oorlogstijd doden 3. In het verkeer moet men rechts houden. 4. Bumperkleven is vervelend. 5. Mijn buurman is een pedofiel. 6. Roddelen is slecht. 7. Een echte heer houdt de deur voor een dame open. 8. Boeren aan tafel is een slechte gewoonte. 9. Politici liegen dat ze barsten. 10. We moeten meer vluchtelingen in ons land toelaten. 11. We moeten minder vluchtelingen in ons land toelaten. 12. Mijn neef is een aardige man. 13. Mijn neef is een echte sportvisser. 14. Mijn neef is zo'n sportvisser. 15. Ik moet altijd in net pak naar mijn werk. 16. De arbeidsvoorwaarden op mijn werk zijn prima. 17. De directie op mijn werk zorgt goed voor zichzelf. 18. Wat aardig van jou. 19. Negers zijn dom. 20. Wat zie je er leuk uit. 21. Ik ben socialist. 22. Hij is socialist. 23. Wat vervelend voor jou. 24. Wat heerlijk, die taart van jou. 25. Ik wil het er niet over hebben want het wordt toch maar ruzie. Het wordt duidelijk dat het terrein van de moraal erg groot is. 70

71 Hier is een alternatieve definitie van moraal: De moraal omvat de regels waaraan wij ons houden om een veroordeling door de mensen om ons heen te voorkomen. De moraal van onze tijden zou op de volgende wijze ontwikkeld kunnen zijn. Het scenario is een gedachtenexperiment. Het scenario heeft zich, neem ik aan, op vele plaatsen in vele varianten voltrokken. In de prehistorie was de moraal, veronderstel ik, een duidelijk te begrijpen stelsel van regels, duidelijker dan op dit moment. De moraal dicteerde het gedrag van de leden van een groep, een clan of een stam of een extended family. De moraal gold voor de mensen binnen de groep. Of de hominiden en de jager/verzamelaars in groepen van circa 100 personen rondtrokken dan wel kleinere groepen die verwante groepen (familie dus) met regelmaat ontmoetten, is van weinig belang. De moraal was één van de waarborgen, misschien wel de belangrijkste, voor de bestaanszekerheid van de groep. Ontmoetingen met vreemdelingen, met leden van andere groepen, vonden zelden plaats. Mensen buiten de groep golden in meer of mindere mate niet als mensen. Het waren op zijn best onbegrijpelijke wezens, zie de citaten hierboven. Als we bij apen ook al morele oordelen zien, zie S. Blaffer Hrdy en Frand de Waal, zullen ook de hominiden van millioenen jaren geleden zoiets als een moraal hebben gehad. De morele regels leerde een ieder van de ouders, die de regels weer van hun ouders leerden. De regels waren van levensbelang. Een goed mechanisme om de status van de regels te versterken was de (religieuze) verering van de bron van de regels: de voorouders. De overgang van het zwervende bestaan van de jager/verzamelaar naar de vaste vestigingsplaats van de landbouwer en de daarmee gepaard gaande (lokaal) grotere bevolkingsdichtheid heeft het leven van de mens drastisch veranderd. Het betekende dat er een behoefte ontstond aan nieuwe regels bij de nieuwe interacties tussen mensen, behoefte aan een nieuwe moraal. De nieuwe interacties bestonden uit veel intensievere contacten, intensiever dan voorheen, met leden van andere groepen, met niet-familieleden. Binnen de jager/verzamelaars groepen waren de doelstellingen van alle leden parallel: het gezamenlijk iedereen voorzien van voedsel en veiligheid. Nu opeens kreeg de mens te maken met anderen. Deze "anderen" konden een bedreiging vormen in de voedselvoorziening. De landbouw leek deze dreiging van een voedseltekort te verminderen maar er ontstond een nieuwe dreiging: voedseltekort door de concurrentie van andere groepen. Het lijkt me aannemelijk dat strijd werd gevoerd om voedsel en goede landbouwgrond. De uitdaging deze belangentegenstelling te overwinnen, de uitdaging om zonder conflicten samen te leven, was een grotere opgave dan het leren een eetbaar gewas te kweken. De uitdaging lijkt er nog steeds te bestaan. Ik stel me voor dat vele landbouw experimenten door mensachtigen faalden door het ontbreken van spelregels die belangentegenstellingen hanteerbaar maakten. Op zeker moment is bij sommige groepen het kwartje gevallen, een kwartje dat van levensbelang was. De al bestaande religieuze opvattingen bij de jager/verzamelaars boden een kapstok voor nieuwe regels. Belangrijk onderdeel van deze bestaande religies is de voorouderverering. Het is een nuttig concept. De gedragsregels die een kind leert, leert hij van de ouderen. Deze gedragsregels waarborgen de voedselvoorziening en veiligeid. De ouderen leerden de gedragsregels van de generatie voor hen. Terecht kunnen de voorouders dus beschouwd worden als de bron van ieders zekerheden in het jagers/verzamelaars bestaan. Met het begin van de landbouw werd op een aantal plaatsen een grote emotionele stap gemaakt. De term "wijzen" voor degenen die de nieuwe mensvisie naar voren brachten is een understatement. De mens koos hier en daar in plaats van strijd voor de mogelijkheid de "anderen" als medemensen, als gelijkwaardigen te beschouwen. Dan rest het probleem de voorouderverering van verschillende jager/verzamelaars groepen te verbinden? Dit kan door zich een godheid voor te stellen, een voorouder van "alle mensen", dus ook van die van concurrerende groepen. Deze godheid vertegenwoordigde het idee van de medemens als gelijkwaardige. Ik citeer Karen Armstrong uit een TED-lezing: 71

72 En toen ik serieus andere tradities begon te bestuderen, begon ik me tot mijn verbazing te realiseren, dat geloof -- waar we ons vandaag de dag zo over opwinden -- slechts een zeer recentelijk religieus enthousiasme is, dat alleen in het Westen rondom de 17de eeuw kwam..."ik geloof" -- betekende niet "Ik aanvaard bepaalde geloofsartikelen." Het betekende: "Ik wil mij inzetten, ik verplicht mijzelf."... Wat ik heb ontdekt is dat religie over het algemeen gaat over ander gedrag.... In elk van de vooraanstaande wereldgeloven, (is) compassie -- het vermogen met de ander mee te voelen op de wijze waarop wij dit deze avond bespreken -- niet alleen de test voor elke ware religiositeit, het is ook wat ons in de tegenwoordigheid brengt van wat joden, christenen en moslims "God" of de "Verhevene" noemen. Het is compassie wat je tot het Nirwana voert, zegt de Boeddha.... Iedere grote wereldtraditie heeft dit speciaal benadrukt en als kern van die traditie dat genomen wat bekend werd als de Gouden Regel, voor het eerst verkondigd door Confucius, 5 eeuwen voor Christus: "Doe een ander niet aan, wat jij niet zou willen dat een ander jou aandeed." Het ontstaan van de grote godsdiensten was zo bezien noodzakelijk voor de ontwikkeling van de mens als landbouwer in een wereld waarvan geleidelijk de bevolkingsdichtheid toenam. Om iets zinnigs te kunnen zeggen over de moraal van de mens, moeten we helicopteren. We moeten ons eigen morele systeem loslaten en de diverse systemen als logische en verstandige keuzes van mensen op andere plaatsen en/of in andere tijden zien. We moeten ons bedenken dat de morele stelsels van groep tot groep verschillen en dat mensen die lid zijn van meerdere groepen dus meerdere morele stelsels kunnen hanteren. Het betekent dat we ons eigen morele stelsel of stelsels niet al te serieus kunnen nemen. Waar de moderne mens beslissingen over zijn gedrag aan kan ontlenen, is dus (op dit moment) niet duidelijk. Bestaande jager/verzamelaars groepen verschillen sterk in de regels die binnen de groep worden gehanteerd. Dat zal vroeger zeker ook zo geweest zijn. Bij moraal is er dus sprake van cultuur: een stelsel van regels dat van geslacht op geslacht wordt overgebracht, regels die formeel of niet formeel worden geleerd. Dat betekent dat in de loop van de tijd de moraal binnen een groep verandert. Op grotere schaal in de moderne maatschappij geldt hetzelfde. Grote gemeenschappen verschillen sterk in leefregels die voor een deel morele regels betreffen. Als voorbeeld: opvattingen over de rol van de vrouw in de Arabische wereld vergeleken met die in de Westerse wereld. Een ander: verplichtingen tegenover familieleden, ook tweedegraads familieleden, in sub-sahara Afrika vergeleken met die in het Westen. Op grotere schaal treden ook veranderingen op, veranderingen binnen een gemeenschap in de loop van de tijd. Een enkel voorbeeld: kinderen slaan wordt nu sterk veroordeeld maar was 50 tot 100 jaar geleden normaal. Opvattingen over sexualiteit zijn voortdurend aan het schuiven. Moraal en lidmaatschap De moraal van een persoon hangt af van waar de moraal moet worden toegepast. Het is beter te spreken van de meerdere morele stelsels die een persoon hanteert. Ieder stelsel is gererveerd voor een lidmaatschap. Het morele stelsel dat gehanteerd wordt verschilt van het morele stelsel dat een dezelfde persoon op zijn werk hanteert. Thuis zal hij wellicht makkelijker zijn negatieve emoties uiten als op het werk. Hij is daar "een ander mens". Verschillen in moraal naar afstand, fysiek van groep en naar mate van identificatie met groep Moraal en andere regels Bronnen van de moraliteit Eigen moraliteit en die van de ander Veranderingen van de moraliteit in de tijd Moraal en gekte Moraliteitscreatie zoals in milieu verenigingen. Trudy Dehue (NRC 14/6/14): DSM-5 is een hedendaags etiquetteboek De norm definieert de groep. De beste manier om vast te stellen of mensen tot een groep behoren is door vast te stellen welke normen zij gemeenschappelijk hebben, tegelijkertijd van 72

73 elkaar wetend dat zij de normen gemeenschappelijk hebben. De norm als middel om gedrag van individuen te beheersen is de grondslag van de samenleving. Dit mechanisme functioneert op alle niveaux, van de groep zo klein als het echtpaar, zo groot als de geloofsgemeenschap van de Islam of de bewoners van de Verenigde Staten. De Moslim bidt volgens voorschrift vijfmaal per dag richting Mekka. De echtgenote bereidt volgens de regels van het huis zesmaal per week een warme maaltijd. De voetballer meldt zich op de voorgeschreven tijdstippen voor de training. De leerling kleedt zich overeenkomstig de gebruiken van de school. De bankklerk zit op zijn plek als de bank open gaat. Al heel jong was en is het jonge mensenkind zich bewust van normen. Tomasello in Why we cooperate : Children at some point (Tomasello bedoelt op de leeftijd van een jaar of drie, begrijp ik uit de context) become aware that they are targets of the judgments of others who are using social norms as standards. So children attempt to influence these judgments... Through this kind of vigilance (waakzaamheid) is born the public self whose reputation we all spend so much time and energy cultivating and defending... Humans. operate with two general types of social norms. : norms of cooperation (including moral norms) and norms of conformity. De neiging van de mens zich te conformeren aan dat van de medemens is zoals gezegd gedrag dat veel diersoorten ook vertonen. Wegens de intelligentie van de mens waren en zijn extra mechanismen ter beheersing van het gedrag nodig. Dat werd en wordt geleverd door het oordeel van de medemens en het bewustzijn van het oordeel van de medemens. Daar is ook de oorsprong van de kwalificatie goed en slecht voor gedrag. Daar is de oorsprong van het zondebesef. Zondig is dat gedrag dat door de medemens wordt veroordeeld omdat het de veiligheid en effectiviteit van de groep schaadt. Het zondebesef maakt onderdeel uit van godsdienst. In de godsdienst worden de normen vastgelegd. De godsdienst stelt ook beloningen en bestraffingen in het vooruitzicht. Dat versterkt het normbesef en dus de cohesie van de groep. Wetgeving doet PRECIES hetzelfde: het vastleggen van gewenst (denk aan de Grondwet) en ongewenst gedrag. Ook hier is er een koppeling met straf (en niet met beloning). Daarnaast zijn er vele andere vormen van schriftelijk vastgelegde normen: spelregels, huisdoudelijke reglementen, veiligheidsregels, contractuele verplichtingen bij dienstverband, enzovoorts. De aard van de straffen bij overtreding van de wetten door de (Nederlandse) overheid bestaat uit boetes, werkstraffen en gevangenisstraf. Elders zijn er lijfstraffen, zoals zweepslagen en doodsstraf. Nu de overheid de taak heeft gekregen voor het handhaven van de normen, is de kerk minder actief op dit gebied. De straffen zijn er bij echt moderne religies helemaal niet meer, en voor meer traditionele religies zijn het straffen na het overlijden: de hel en hiernamaals. Ook claimen religies regelmatig dat ziekte en ander onverklaarbaar ongeluk toe te schrijven zijn aan zondig gedrag ofwel het overtreden van normen. Vroeger, toen de kerk een veel belangrijker rol had in het handhaven van de cohesie, bestonden er wel degelijk straffen hier op aarde: doodstraf (heksenverbranding), boetedoening in de vorm van bidden en pelgtimages, excommunicatie = uitstoting uit de geloofsgemeenschap. Deze straf, uitstoting uit de groep, is ongeveer de enige die niet-religieuze en niet-overheidsorganisatievormen overblijft. Daar hoort ontslag bij (natuurlijk is er voor ontslag meestal een andere reden) en verlies van lidmaatschap bij sportverenigingen. Het enorme belang van de grote godsdiensten is dat deze het gedrag van zeer grote groepen mensen kan conformeren. De doelstellingen van hele volkeren worden zo als het ware gelijkgericht. Hoe krachtiger het zondebesef des te effectiever de groep. Misschien dat daarom het christendom leidde tot de meest succesvolle maatschappijvormen. De staat is op dezelfde manier van belang. Ook de staat zorgt voor het richten van gedrag zodanig dat de staat levensvatbaar is en op die manier de belangen van de individuele burgers worden gediend. De schriftelijk vastgelegde door godsdienst of wetgeving voorgeschreven normen hebben een 73

74 hogere status dan de ongeschreven regels en oefenen daarom een grotere invloed uit op individueel gedrag dan ongeschreven regels. Hoewel iemand het niet eens kan zijn met bepaalde belastingtarieven, kan hij toch een negatief oordeel hebben over anderen die hun belasting niet "eerlijk" opgeven. Het is echt niet het eigenbelang dat hier een rol speelt. Een persoon die meent dat de voorgeschreven maximumsnelheid te laag is, kan zich toch ergeren aan iemand die met meer dan die snelheid voorbijstuift. Hij houdt zich aan de regels en die ander is "asociaal" ofwel plaatst zich buiten de samenleving = de groep. De religieuze regels lijken op velen een nog dwingender invloed te hebben dan wetgeving. De bekendste voor Christenen zijn natuurlijk De 10 Geboden. Een Christen kan in grote (gewetens)nood komen als hij zo'n gebod overtreedt. Neem het gebod "Toon eerbied voor uw vader en uw moeder". De Christen die op goede gronden een grote hekel aan zijn vader of moeder heeft, kan zich heel schuldig voelen. Nu komen we tot de kern. Nadenkend over zondebesef, blijkt de dwaasheid ervan. Een mens, ook de mens die zich individualist of zelfs vrijdenker noemt, laat een deel van zijn gedrag dicteren door de geschreven en ongeschreven regels van de groepen van welke hij lid is. Zijn lidmaatschap stuurt zijn gedrag niet op één of andere mythische manier. De lezer kan op het moment dat hij van deze regels kennisneemt zonder enige moeite bedenken (1) van welke gedragingen hij de afgelopen dagen of uren heeft afgezien op grond van het oordeel van zijn omgeving. Hij kan zonder enige moeite bedenken (2) welke personen in zijn omgeving, op straat, op de televisie zijn ergernis hebben opgewekt wegens gedrag dat hij onoirbaar of ongepast vindt. Deze emoties worden veroorzaakt door het verschil tussen de groepseis en (1) wat hij zou willen doen en (2) wat hij bij anderen waarneemt. Inmiddels weten velen dat de normen aan welke zij zich conformeren een heel relatieve geldigheid hebben, namelijk uitsluitend binnen de groep waartoe de regels behoren. Dit kan tot grote verwarring leiden, waarover ik later meer wil schrijven. "Asocialen" binnen de groep worden negatief beoordeeld omdat zij zich niet aan zekere groepsnormen houden en riskeren verlies van lidmaatschap. Nee, zij die zich niet aan zekere groepsnormen houden worden bestempeld als "asocialen". Leden van andere groepen worden veroordeeld omdat zij andere kenmerken hebben, waaronder andere normen of verondersteld andere normen. Alle maar dan ook werkelijk alle conflicten tussen groepen, van rassendiscriminatie tot oorlogen, zijn per slot van rekening terug te voeren op dit ene mechanisme: het individu stelt vast of andere individuen wel of niet tot zijn groep (of één van zijn groepen) gerekend kan worden. In jager/verzamelaars groepen zullen morele stelsels gehanteerd worden die onderling sterk kunnen verschillen. In deze jager/verzamelaarsgroepen is de omvang, de complexiteit, van het stelsel beperkt. Het zal voor het overgrote deel betrekking hebben op gedrag van de individuen binnen de groep. Religie levert de kapstok waar de moraliteit aan opgehangen kan worden. Fukuyama suggereert dat de start van deze religie gelegen is in voorouderverering. Dat is ook logisch. Kinderen leren gedragsregels van hun ouders. Ouders en in het verlengde daarvan voorouders zijn dus voor ieder individu de bron van de eigen moraal. Voor een goed functioneren van de groep is enige onderlinge overeenstemming over de morele oordelen van groot belang. Een al bestaand door velen gedeeld moreel stelsel is daarom een groot goed. Het is een goed gevormd door de voorouders. Dus zij worden vereerd, uit dankbaarheid maar zeker ook voor de continuïteit. In de moderne tijd wordt de moraal gewaarborgd door de religie, door de staat middels wetgeving, door de regels van organisaties (scholen, bedrijven, verenigingen, enzovoorts) en door gebruiken, niet vastgelegde regels waar groepsleden zich aan houden. De regels kunnen gelijkluidend zijn, overlappend, betrekking hebbend op afwijkende terreinen of met elkaar in strijd. Dat betekent dat een modern mens, lid van diverse groepen met ingewikkelde stelsels van moraliteitsregels te maken heeft. De soldaat moet in oorlogstijd de vijand doden, maar in het normale leven niet. Van winkelpersoneel wordt vriendelijkheid tegenover vreemden verwacht tijdens werktijd meer dan daarbuiten. Godsdienstige politici die in het publieke bedrijf consequent de regels van hun geloof willen 74

75 toepassen riskeren niet serieus genomen te worden. De voetballer mag in de strijd tegenstanders lichamelijke schade toebrengen, dat mag niet buiten het speelveld en het mag ook niet tegenover teamgenoten, zelfs niet als er sprake is van vrienden die onderling een potje voetballen. De regels voortvloeiend uit de moraliteit zijn in principe niet verschillend van welke regels dan ook. Het woorden morele regels omdat we er een ander gewicht aan toekennen dan aan andere minder zwaar wegende regels. Enkele opmerkingen bij moraliteit: * afscheiding van andere regels * verschillende regels door 1persoon voor verschillende lidmaatschappen Barrett (p18): A century of two ago (Barrett heeft misschien niet eens in de gaten dat hij spreekt van wat ik noem de moderne tijd) when people lived more isolated lives in pockets around the globe, it may have made more sense to evoke culture als THE explanatory tool. In today's world however THE pace of geographical mobility and the impact of mass communications have eroded the integrity of individual cultures and thrown people of various ethnic backgrounds together as never before... (20) social systems are older than cultural systems... There does seem to be one essential difference between belief systems and social systems. Belief systems tend to be neat and orderly, gevingerd the impression that life is purposeful and predictable. Social systems or behaviour systems ( how people actualiteit live their lives, their actions) are inclined to be Messi, semi-chaotic. One of the important functions of belief systems appears to be to conceal the degree of disorder in our lives. Belief systems in other words may constitute a monumental deception, à basic lie, but without them we might all go crazy. De waarheid Voor de waarheid wenden we ons tot de mensen die we vertrouwen. Die mensen bevinden zich in de groepen waartoe wij behoren: gezin, familie, kerk, staat, politieke partij, krant. Of we krijgen de waarheid ongevraagd toegediend. Maar de waarheden verschillen. De waarheid verschilt met de leverancier van de waarheid. De moderne mens is een individualist die de ECHTE waarheid wil en zich hiervoor tot meerdere bronnen wendt. De moderne mens zoekt ook de waarheid bij bronnen die niet aan één van zijn lidmaatschappen zijn geliëerd. Hij leest vreemde boeken, gaat te rade bij de wetenschap, kijkt naar andere websites en tv-zenders van verre. En dan blijkt, helaas, dat er geen waarheid is. De duidelijkste voorbeelden zijn te vinden in religie en politiek. De verwarring slaat toe. Zekerheden blijken vals te zijn. Cultuur en natuur Cultuur is de (veranderende) verzameling van tradities, kennis en gebruiken die de ideeën en het gedrag van mensen vormgeven. Deze tradities, kennis en gebruiken kunnen worden geleerd en aldus worden doorgegeven. (Martijn Oosterbaan, eerstejaarscolleges culturele antropologie UvU) Ook de mens is een sociaal dier en ook menselijk gedrag is onderworpen aan de lidmaatschapsregels van zijn soort. Homo sapiëns "bestaat" jaar zo wordt aangenomen. Dat wil zeggen dat in die periode onze soort zonder bijzonder grote genetische wijzigingen heeft geleefd. De oorspronkelijke populatie bevond zich in Oost-Afrika en was een fractie van de wereldbevolking van nu: enkele duizenden of tienduizenden? Hier nog eens de definitie van Tomasello: When individuals socially learn to the degree that different populations of a species develop different ways of doing things, biologists now speak of culture. Mensapen vertonen rudimentair cultureel gedrag. Zo worden harde noten bij sommige groepen met stenen gekraakt. We moeten aannemen dat de eerste mensen ook op kleine schaal cultureel gedrag vertoonden. Maar zij leefden vooral in NATUURLIJKE vorm. Dat wil zeggen dat Cosmides en Tooby: For any given behavior you observe, there are three possibilities: 1. It is the product of general purpose programs (if such exist); 2. It is the product of cognitive programs that are specialized for producing that behavior; or 3. It is a by-product of specialized cognitive programs that evolved to solve a different 75

76 problem. (Writing, which is a recent cultural invention, is an example of the latter.)... Obviously, we are able to solve problems that no hunter-gatherer ever had to solve -- we can learn math, drive cars, use computers. Our ability to solve other kinds of problems is a side-effect or by-product of circuits that were designed to solve adaptive problems. For example, when our ancestors became bipedal -- when they started walking on two legs instead of four -- they had to develop a very good sense of balance. And we have very intricate mechanisms in our inner ear that allow us to achieve our excellent sense of balance. Now the fact that we can balance well on two legs while moving means that we can do other things besides walk -- it means we can skateboard or ride the waves on a surfboard. But our hunter-gatherer ancestors were not tunneling through curls in the primordial soup. The fact that we can surf and skateboard are mere by-products of adaptations designed for balancing while walking on two legs. (uit historie geknipt) Evolutionair psychologen Cosmides en Tooby verklaren deze processen met als mooiste voorbeeld de ontwikkeling van schrift. Er is geen evolutionaire druk geweest die de ontwikkeling van schrift heeft veroorzaakt. Schrift is een culturele ontwikkeling, die mogelijk is door genetische aanpassingen met een ANDER doel. Schrift is a by-product of specialized cognitive programs that evolved to solve a different problem. Met andere woorden: cultuur kan opgevat worden als een ontwikkeling mogelijk door genen niet ontwikkeld met het doel dat zij op deze wijze zouden worden ingezet. Men zou kunnen spreken van veranderingen waarbij "oneigenlijk" gebruik wordt gemaakt van genetisch vastgelegde faciliteiten. Het gaat dus over aangeleerd gedrag, dat van generatie op generatie wordt doorgegeven en ondertussen voortdurend aangepast. Het gezin Het gezin, dat is pa en ma en de kinderen. Maar de oorspronkelijke betekenis (van het gezin) reisgezelschap had betrekking op het gezelschap dat hooggeplaatste personen begeleidde; hieruit ontstond, zonder gedachte aan een reis, de betekenis hofhouding. Ten slotte werd het begrip algemener en was het ook te gebruiken voor de verzameling personen die tot de huishouding van een minder hoog geplaatste persoon behoorden. Tot in de 20e eeuw kon dat nog inhouden: inwonende familieleden en dienstboden e.d. ; met het ongebruikelijk worden van huispersoneel vernauwde gezin zich tot de huidige betekenis, die uitsluitend betrekking heeft op (inwonenende) familieleden., zo staat het in het Etymologisch woordenboek van het Nederlands. Maar pa, ma en de kinderen klopt ook steeds minder. De gezinnen worden steeds kleiner. Het gezin, nog niet zolang door christelijke partijen de hoeksteen van de samenleving genoemd, is al zoveel culturele verschijnselen een verschijnsel dat slechts een beperkte levensduur heeft, al is die levensduur meer dan een leven lang. Vroeger hier en nog steeds op veel plaatsen in de wereld leven drie generaties bij elkaar met behalve het echtpaar van de middelste generatie broers en zussen of nog een echtpaar, de extended family. Deze eenheid, het gezin en in sterkere mate de bij elkaar wonende extended family is meer dan welke groepsstructuur dan ook sterk verwant aan de prehistorische groep van jagers/verzamelaars. In de prehistorie was dit de groep die de cultuur droeg, de plek waar de cultuur werd 76

77 doorgegeven, de plaats waar de moraal werd geleerd, waar de regels van empathie, samen delen, samenwerken, bezitloosheid, enzovoorts golden. Wij zijn er op gebouwd om onze tijd in juist dergelijk groepsverband door te brengen. Het gezin is nog steeds de plaats waar deze prehistorische moraal wordt beoefend en ook de plaats waar deze regels worden aangeleerd. Maar in 2004 is de gezinsgrootte gedaald tot Een bijzondere situatie doet zich voort van het gezin wonend in gebied met een afwijkende minder dan 2,4 personen. Dat betekent dat veel kinderen opgroeien als enig kind en/of als kind in cultuur. Het gaat hier bijvoorbeeld over arbeidsmigranten uit Marokko en Turkije. Het een één-ouder gezin. De maatschappelijke situatie is dan dramatisch verschillend van die van kind leert de moraal van de ouders maar ontmoet buitenshuis een afwijkende moraal. In de jager/verzamelaar maar ook van die van deze onzekere situatie is nauwelijks de keuze opgroeiende kinderen vóór de Verlichting. Het voor een goede middenweg. Dus is er, juist bij moderne kind heeft weinig intimi en weinig goede de slimmen, assimilatie met de buitenshuis bekenden, weinig naasten zou men kunnen cultuur en een breuk met de ouders, of juist zeggen. Dat kan niet anders dan a priori radicaal conservatisme. Zo is te begrijpen dat er jihadisten ontstaan. gevoelens van onveiligheid met zich brengen. Alain de Botton schrijft in Meer denken over seks Het feit dat onze romantische, seksuele en op een gezinsleven gerichte kanten los van elkaar bestaan of zelfs onverenigbaar zijn, werd altijd beschouwd als iets onontkoombaars, waar we ons niet al te druk over hoeven te maken, totdat halverwege de achttiende eeuw in de welvarender landen van Europa bij een bepaald deel van de samenleving een opmerkelijk nieuw ideaal ontstond: voortaan kon het niet meer zo zijn dat echtelieden elkaar slechts verdroegen vanwege de kinderen, maar moesten ze het in plaats daarvan als hun plicht zien hevige liefde en begeerte voor elkaar te koesteren. Het was de bedoeling dat hun relatie de romantische energie van de troubadours paarde aan de onstuimigheid van de libertijnen. En zo raakte de wereld vertrouwd met de onweerstaanbare opvatting dat onze dringendste behoeften allemaal tegelijk kunnen worden bevredigd, met de hulp van slechts één ander... Door het burgerlijke ideaal kwam er een taboe op allerlei gebreken en vormen van gedrag die voorheen misschien niet heleaal waren genegeerd, maar in elk geval niet automatisch een reden vormden om een huwelijk te beëindigen of een gezin uit elkaar te doen vallen. Een minder dan lauwe vriendschap tussen echtelieden, overspel, impotentie: het woog nu opeens allemaal veel zwaarder... Emma en Anna (de hoofdpersonen in Madame Bovary en Anna Karenina) zitten opgesloten in financieel comfortabele maar liefdeloze huwelijken die in vroeger tijden reden tot afgunst en vreugde zouden zijn geweest, maar nu onverdraaglijk lijken. Ondertussen leven ze in een burgerlijke wereld die geen begriop kan opbrengen voor hun poging een buitenechtelijke affaire te beginnen. Hun uiteindelijke zelfmoord illustreert hoe onverenigbaar de verschillende aspecten van dit nieuwe liefdesmodel zijn. Het burgerlijke ideaal is niet alleen maar een illusie. Een enkel huwelijk weet de drie ideale bestanddelen voor de ultieme levensvervulling - de romantische, erotische en op het gezinsleven gerichte behoeften - perfect te combineren en zal daardoor nooit te maken krijgen met overspel. We kunnen niet beweren, zoals cynici soms wel doen, dat een gelukkig huwelijk een mythe is. De werkelijkheid is oneindig veel aanlokkelijker: een gelukkig huwelijk is een mogelijkheid, zij het een bijzonder onwaarschijnlijke.... Zo werkt het dus. Daar zitten de lezers van dit stukje, precies de mensen waar dit op van toepassing is, te kijken. Ze zijn onderdeel van de cultuur die dit huwelijksmodel heeft geconstrueerd. Die cultuur is bijna letterlijk met de paplepel ingegoten en dus kunnen zij er niet aan ontkomen zich aan de regels te onderwerpen. En doen zij dat niet, proberen zij niet alle aspecten, de romantiek, de seks en het gezinsleven, met één persoon te beleven, dan is er schuldgevoel. De groep, de cultuurgenoten, belast het individu met het geweten dat hem vertelt hoe hij zich dient te gedragen. De plek waar de cultuur wordt aangeleerd is die van het gezin, de ouders zijn de leermeester. En daarom is het gezin de hoeksteen van de samenleving. Nee, het gezin is de hoeksteen van die samenleving die dit huwelijksmodel als het enig juiste aanvaardt. Het is interessant enkele variaties op de huwelijksmoraal te noemen. 1 De Engelse moraal wijkt iets af van de Nederlandse. De plicht van de man om aandacht en tijd aan het gezin te schenken is in Engeland minder groot. Een Engelsman ondervindt minder 77

78 schuld of verwijt als hij te laat van het café thuis komt dan de Nederlander. 2 De groten en machtigen der aarde, de kunstenaars en de rijken mogen de regels overtreden. Mitterand, Prins Bernard, Picasso en Berlusconi kunnen zich gedrag permiteren wat we van de buurman onacceptabel zouden vinden. 3 In de traditionele Turkse samenleving (en daar niet alleen) is het huwelijk behalve een verbintenis tussen personen er ook één tussen families. Andere familieleden dragen bij aan het handhaven van de regels. Eerwraak is een logisch uitvloeisel van de daar bestaande moraal. 4 In de traditionele moslim Sarah Blaffer Hrdy schrijft in Het Kind heeft vele moeders Het verdwijnen van vaders is niet zomaar een recent gevolg van kapitalisme, globalisering of kolonialisme. Toen Frank Marlowe vraaggesprekken voerde met de Hadza die nog altijd als jager-verzamelaars leven, ontdekte hij dat maar 36% van de kinderen hun vader als groepsgenoot had. Een halfrond verderop, bij de Yanomamö in verre uithoeken van Venezuela en Brazilië, was de kans dat een tienjarige met zowel vader als moeder in de zelfde groep leefde, eenderde, terwijl de kans dat een Centraal-Afrikaanse Aka tussen elf en vijftien jaar nog beide biologische ouders om zich heen had zo'n 58 procent was. En wee de Ongeverzamelaars van de Andamanen: de elf- tot vijftienjarigen in het betrokken onderzoek waren allemaal beide biologische ouders kwijt. Het land Sinds wanneer en waar zijn mensen zich bewust van het wonen in een land? En wat bedoelen ze daarmee? Ik vermoed dat in deze 21ste eeuw bijna iedereen op de wereld de overtuiging heeft in een land te wonen maar dat dat idee voor grote delen van de wereld niet ouder is dan een eeuw. Vele landen zijn nog niet ouder dan een eeuw. Zo leidde het Wiener Kongress in 1814 en 1815 tot de vorming van nieuwe landen of landen met Ergebnisse des Kongresses: Frankreich musste alle eroberten Gebiete nieuwe grenzen. De landen in het Midden-Oosten abtreten. en Afrika ontstonden pas in de 20ste eeuw. Preußen erhielt etliche neue Landesteile, Vervolgens heeft het zeker nog vele jaren sodass es sich stark vergrößern konnte. geduurd voor de bewoners zich bewust waren van Russland bekam Finnland und Polen de omtrekken van hun land. Voor velen is dat Die Neutralität der Schweiz wurde proces nog niet voltooid. Voor de rest van de anerkannt. wereld geldt ongeveer hetzelfde. Der deutsche Bund, ein Zusammenschluss aus 41 souveränen Benedict Anderson spreekt in Imagined Staaten wurde gegründet. communities van the objective modernity of Herstellung der Pentarchie: das nations to the historian's eye vs. their subjective europäische Gleichgewicht wurde antiquity in the eyes of nationalists hergestellt mit einer Dominanz von fünf Wat bedoelen we met een land? Hoe ervaart een Großmächten Gründung der Heiligen eenvoudig mens 'zijn' land? Hij veronderstelt een Allianz: Freundschaftsvertrag zwischen of andere vorm van centraal bestuur die ook voor Russland, Österreich und Preußen zur hem consequenties heeft. Hij voelt zich onderdeel Erhaltung der Monarchie van het land, hij is 'lid', landgenoot van het land. Bij voldoende onderwijs herkent hij de vorm van het oppervlak dat 'zijn land' heet en weet hij ongeveer waar in dit oppervlak hij zich bevindt. Het betekent dikwijls een zeker gevoel van 'horen bij', van geborgenheid, van veiligheid. Natuurlijk zijn er landen met een regime dat een bewoner juist als gevaarlijk, als een bedreiging, ervaart. In een normaal land verwacht de bewoner dat zijn belangen verdedigd worden door het land middels leger (tegen buitenlanders) en middels politie + rechtspraak ter bescherming van zijn rechten binnen het land. Des te beter ontwikkeld en rijker het land, des te meer centrale voorzieningen heeft de bewoner ter beschikking, dikwijls ook in landen met een bedreigend regime: stromend water, electriciteit, geld, kadaster dus beschermd landeigendom, wegen, onderwijs, gezondheidszorg, beschikbaarheid van goederen zoals voedsel en meer. Een populaire omschrijving van een modern land is de natiestaat. Daar zijn bovenstaande voorzieningen beschikbaar. Van de vele lidmaatschappen van de moderne mens is die van de nationaliteit, het lidmaatschap van een natiestaat, wel een van de belangrijkste. Nationale gevoelens kunnen 78

79 zich pas ontwikkelen als er sprake van een land is en zijn, omdat landen nog maar zo kort bestaan, dus nieuw. Des te merkwaardiger is de kracht en invloed van het nationalisme. Voor een vluchteling is het krijgen van een pas, dus van burgerschap, van het land waar hij naartoe is gevlucht van groot belang. Sport wedstrijden tussen landen wekken heftige emoties op. Voor bewoners van de USA is de natiestaat zo groot dat hij deze als de wereld beschouwt, zoals in Amerikaanse tv-programma's vaak is te horen. Maar de nationale gevoelens hebben nog veel belangrijker consequenties. Mannen, vooral jonge mannen, worden geacht hun vaderland te verdedigen, en soms andere landen aan te vallen. Voor strijd tussen landen is zelfs een pseciaal woord: oorlog. (Oorlog wordt meestal als verdediging - de aanval is de beste verdediging - aangeprezen.) Miljoenen jonge mannen lieten zich vrijwillig de Eerste Wereldoorlog injagen. Terwijl "gij zult niet doden" één van de belangrijkste moraalregels is, wordt deze regel in oorlogen terzijde geschoven. Etniciteit In de antropologie lijkt het woord ras een verboden woord te zijn. Er zijn geen rassen, er zijn alleen etniciteiten. Kottak schrijft in Cultural Anthropology: appreciating cultural diversity (2008)... members of an ethnic group share certain beliefs, values, habits, customs, and norms because of their common background. They define themselves as different and special because of cultural features... This distinction may arise from language, religion, historical experience, geographic placement, kinship, or "race"... Markers of an ethnic group may include a collective name, belief in common descent, a sense of solidarity and an association with a specific territory, which the group mayor may not hold. Zijn er geen rassen? Ik denk: nee en ja. Op de website van het US Census Bureau staat: The Census Bureau collects race data according to U.S. Office of Management and Budget guidelines, and these data are based on self-identification. People may choose to report more than one race group. People of any race may be of any ethnic origin. Het bureau onderscheidt in classifying written responses to the race question... White, Black or African American, American Indian or Alaska Native, Asian, Native Hawaiian or Other Pacific Islander. Ik denk dat de overheid wil zeggen: Als je denkt dat je van een bepaald ras bent, dan vinden wij dat ok. Natuurlijk wekt het woord ras afschuwelijke associaties, zoals de Holocaust in de Tweede Wereldoorlog, eugenetica en de discriminatie op basis van (vermeend) ras onder andere in de Verenigde Staten. Maar het lijkt me toch beter niet rond de hete brei heen te lopen. Er zijn meer dan 300 hondenrassen. Wanneer is er sprake van een ras? Over de Neanderthaler wordt getwijfeld of deze een andere soort is. Is dat niet het geval, dan zou dit een ander ras kunnen zijn? Bij de imkers lees ik (over bijen dus): Een ras is een ondersoort die is ontstaan als gevolg van selectie door de mens. Dat criterium selectie door de mens kom ik ook elders tegen. Toch zou het woord ras gebruikt kunnen worden bij een fatsoenlijke definitie: 'Twee individuen zijn van verschillend ras als het onderling verschil in hun DNA minimaal voldoet aan de volgende normen:..' Op die manier gedefinieerd zou het gebruikt kunnen worden voor plant en dier, inclusief de mens. De antropologen hebben waarschijnlijk gelijk als zij zeggen dat er, ook op basis van bovenstaande definitie, bij de mens geen sprake is van verschillende rassen. De grote populatie veroorzaakt over de hele wereld al eeuwen gen-uitwisseling. Dat is niet altijd zo geweest. De Neanderthalers waren tienduizenden jaren eerder in Europa dan homo sapiëns. Er is discussie of Neanderthalers een ander soort is dan de mens. Nu blijkt dat Neanderthaler sporen in het DNA van de mens terug te vinden zijn, is zeker te beargumenteren dat er niet sprake is vantwee soorten hominide. Maar als dat niet zo is dan zou toch echt wel van twee mensrassen gesproken kunnen worden. Er is inmiddels discussie over de kwaliteiten van de Neanderthaler vergeleken met die van de mens: minder intelligent of misschien toch juist niet? Een virulent onderwerp. 79

80 Bijvoorbeeld. Obama is de eerste zwarte president van de Verenigde Staten. Alleen zijn kleur al heeft heel veel emoties in beweging gezet. De 'Afro-Americans' identificeren zich met hem. Hij is het kind van een blanke vrouw en een Luo, een Oost-Afrikaanse stam of etnische groep. De meest 'Afro-Americans' stammen van West-Afrikaanse volkeren en, meestal genegeerd, van blanken. De genetische verwantschap tussen Obama en de gemiddelde 'Afro-American' is daarom waarschijnlijk kleiner dan die tussen 'Afro-Americans' en blanke Amerikanen. Het is dus slechts de huidskleur die Obama met zwart Amerika verbindt.. Uit een artikel in Nature van maart 2015 dat is besproken in The Daily Telegraph haal ik het volgende. Britons are still living in the same 'tribes' that they did in the 7th Century, Oxford University has found after an astonishing study into our genetic make-up. Archaeologists and geneticists were amazed to find that genetically similar individuals inhabit the same areas they did following the Anglo-Saxon invasion, following the fall of the Roman Empire. In fact, a map showing tribes of Britain in 600AD is almost identical to a new chart showing genetic variability throughout the UK, suggesting that local communities have stayed put for the past 1415 years. Many people in Britain claim to feel a strong sense of regional identity and scientists say they the new study proves that the link to birthplace is DNA deep. The most striking genetic split can be seen between people living in Cornwall and Devon, where the division lies exactly along the county border. It means that people living on either side of the River Tamar, which separates the two counties, have different DNA... Van zo'n 2000 personen in Engeland is het DNA ge-analiseerd, personen waarvan de grootouders afkomstig waren op een onderlinge afstand van niet meer dan 80 km. Vervolgens werden de overeenkomsten en verschillen geanaliseerd. Het blijkt dat de overeenkomsten binnen bepaalde regio's groter is dan elders en dat deze regio's overeenstemmen met de gebieden van stammen in 600 na Christus. Zo blijken de verschillen tussen het DNA van mensen in Cornwall en Devon, aangrenzende graafschappen, precies de grens tussen deze graafschappen te volgen. 80

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g

S e v e n P h o t o s f o r O A S E. K r i j n d e K o n i n g S e v e n P h o t o s f o r O A S E K r i j n d e K o n i n g Even with the most fundamental of truths, we can have big questions. And especially truths that at first sight are concrete, tangible and proven

Nadere informatie

Eerste bijdrage: 24 november 2008, meest recente bijdrage: 28 oktober 2015

Eerste bijdrage: 24 november 2008, meest recente bijdrage: 28 oktober 2015 Ik schrijf een pretentieus boek. Het boek-in-wording staat hieronder. Het is nog lang niet klaar. Vele paragrafen zijn niet af of nog niet geschreven. Er moet nog veel worden toegevoegd. Ordening en titels

Nadere informatie

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 167 Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 Task clarity 1. I understand exactly what the task is 2. I understand exactly what is required of

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Grammatica uitleg voor de toets van Hoofdstuk 1

Grammatica uitleg voor de toets van Hoofdstuk 1 Grammatica uitleg voor de toets van Hoofdstuk 1 Vraagzinnen: Je kunt in het Engels vraagzinnen maken door vaak het werkwoord vooraan de zin te zetten. Bijv. She is nice. Bijv. I am late. Bijv. They are

Nadere informatie

1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 2. Wat betekent Nederland?

1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 2. Wat betekent Nederland? First part of the Inburgering examination - the KNS-test Of course, the questions in this exam you will hear in Dutch and you have to answer in Dutch. Solutions and English version on last page 1. In welk

Nadere informatie

Voor/na het bezoek. Museum voor Natuurwetenschappen.be Vautierstraat, 29 1000 Brussel info@natuurwetenschappen.be

Voor/na het bezoek. Museum voor Natuurwetenschappen.be Vautierstraat, 29 1000 Brussel info@natuurwetenschappen.be Voor/na het bezoek Museum voor Natuurwetenschappen.be Vautierstraat, 29 1000 Brussel info@natuurwetenschappen.be Wat is de prehistorie? Prehistorie betekent letterlijk voorgeschiedenis, het tijdperk voor

Nadere informatie

04/11/2013. Sluitersnelheid: 1/50 sec = 0.02 sec. Frameduur= 2 x sluitersnelheid= 2/50 = 1/25 = 0.04 sec. Framerate= 1/0.

04/11/2013. Sluitersnelheid: 1/50 sec = 0.02 sec. Frameduur= 2 x sluitersnelheid= 2/50 = 1/25 = 0.04 sec. Framerate= 1/0. Onderwerpen: Scherpstelling - Focusering Sluitersnelheid en framerate Sluitersnelheid en belichting Driedimensionale Arthrokinematische Mobilisatie Cursus Klinische Video/Foto-Analyse Avond 3: Scherpte

Nadere informatie

Buy Me! FILE 5 BUY ME KGT 2

Buy Me! FILE 5 BUY ME KGT 2 Buy Me! FILE 5 BUY ME KGT 2 Every day we see them during the commercial break: the best products in the world. Whether they are a pair of sneakers, new mascara or the latest smartphone, they all seem to

Nadere informatie

Comics FILE 4 COMICS BK 2

Comics FILE 4 COMICS BK 2 Comics FILE 4 COMICS BK 2 The funny characters in comic books or animation films can put smiles on people s faces all over the world. Wouldn t it be great to create your own funny character that will give

Nadere informatie

Dutch survival kit. Vragen hoe het gaat en reactie Asking how it s going and reaction. Met elkaar kennismaken Getting to know each other

Dutch survival kit. Vragen hoe het gaat en reactie Asking how it s going and reaction. Met elkaar kennismaken Getting to know each other Dutch survival kit This Dutch survival kit contains phrases that can be helpful when living and working in the Netherlands. There is an overview of useful sentences and phrases in Dutch with an English

Nadere informatie

EU keurt nieuw Programma veiliger internet goed: 55 miljoen euro om het internet veiliger te maken voor kinderen

EU keurt nieuw Programma veiliger internet goed: 55 miljoen euro om het internet veiliger te maken voor kinderen IP/8/899 Brussel, 9 december 8 EU keurt nieuw Programma veiliger internet goed: miljoen euro om het internet veiliger te maken voor kinderen Vanaf januari 9 zal de EU een nieuw programma voor een veiliger

Nadere informatie

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum

Ontpopping. ORGACOM Thuis in het Museum Ontpopping Veel deelnemende bezoekers zijn dit jaar nog maar één keer in het Van Abbemuseum geweest. De vragenlijst van deze mensen hangt Orgacom in een honingraatpatroon. Bezoekers die vaker komen worden

Nadere informatie

Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs

Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs Elena Cavagnaro, lector in service studies MLI & SEN 2013 09 06 1 9/6/2013 Agenda Even voorstellen Wereldbeelden Welk beeld hebben we van de wereld

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Interaction Design for the Semantic Web

Interaction Design for the Semantic Web Interaction Design for the Semantic Web Lynda Hardman http://www.cwi.nl/~lynda/courses/usi08/ CWI, Semantic Media Interfaces Presentation of Google results: text 2 1 Presentation of Google results: image

Nadere informatie

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland 1. Londen In Londen kunnen gebruikers van een scootmobiel contact opnemen met een dienst

Nadere informatie

Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder?

Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder? Next Generation Poultry Health Redt Innovatie de Vleeskuikenhouder? Paul Louis Iske Professor Open Innovation & Business Venturing, Maastricht University De wereld wordt steeds complexer Dit vraagt om

Nadere informatie

Group 2a 1. How many children do you have in your class?

Group 2a 1. How many children do you have in your class? Drop Out Center Questions March 12&13 Group 2a 1. How many children do you have in your class? Ik heet Vinayagamoorthy, ik ben 13 jaar oud en ik zit in groep 6 hier. Ik zit op een openbare school met alleen

Nadere informatie

Deze tekst gaat over Engelse en Amerikaanse feesten. Ken je deze feesten?

Deze tekst gaat over Engelse en Amerikaanse feesten. Ken je deze feesten? 1 Let s celebrate! read Deze tekst gaat over Engelse en Amerikaanse feesten. Ken je deze feesten? Let s celebrate! Guy Fawkes Night People in Britain celebrate Guy Fawkes Night. It s on the 5th of November.

Nadere informatie

Meet your mentor and coach

Meet your mentor and coach Young Professional Program The importance of having a mentor in business Meet your mentor and coach What do Larry Page, and Steve Jobs have in common? They ve all received guidance from mentors. Yes even

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Taco Schallenberg Acorel

Taco Schallenberg Acorel Taco Schallenberg Acorel Inhoudsopgave Introductie Kies een Platform Get to Know the Jargon Strategie Bedrijfsproces Concurrenten User Experience Marketing Over Acorel Introductie THE JARGON THE JARGON

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Synergia - Individueel rapport

Synergia - Individueel rapport DOELSTELLING : Ensuring sufficient funding for projects in cost-generating departments of 16.04.2014 16.04.2014 13:53 1. Inleiding Deze inleiding is vrij te bepalen bij de aanmaak van het rapport. 16.04.2014

Nadere informatie

Roemenië Romania - Rumänien

Roemenië Romania - Rumänien Roemenië Romania - Rumänien Oktober 2013 - October 2013 In oktober 2013 zijn wij voor het eerst, op eigen kosten en gelegenheid, afgereisd naar Roemenië. In October 2013, we travelled for the first time,

Nadere informatie

Empowerment project. Driejarig project van Rotaryclub Rhenen-Veenendaal

Empowerment project. Driejarig project van Rotaryclub Rhenen-Veenendaal Empowerment project Awasi Kenya Driejarig project van Rotaryclub Rhenen-Veenendaal Empowerment*van* kinderen*in*kenia De#afgelopen#drie#jaren# hebben#we#met#steun#van#de# Rotaryclub##Rhenen: Veenendaal#een#

Nadere informatie

9 daagse Mindful-leSs 3 stappen plan training

9 daagse Mindful-leSs 3 stappen plan training 9 daagse Mindful-leSs 3 stappen plan training In 9 dagen jezelf volledig op de kaart zetten Je energie aangevuld en in staat om die batterij op peil te houden. Aan het eind heb jij Een goed gevoel in je

Nadere informatie

CHROMA STANDAARDREEKS

CHROMA STANDAARDREEKS CHROMA STANDAARDREEKS Chroma-onderzoeken Een chroma geeft een beeld over de kwaliteit van bijvoorbeeld een bodem of compost. Een chroma bestaat uit 4 zones. Uit elke zone is een bepaald kwaliteitsaspect

Nadere informatie

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7 Media en creativiteit Winter jaar vier Werkcollege 7 Kwartaaloverzicht winter Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Opbouw scriptie Keuze onderwerp Onderzoeksvraag en deelvragen Bespreken onderzoeksvragen

Nadere informatie

Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan.

Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan. Interactive Grammar Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan. Doelgroep Interactive Grammar Het programma is bedoeld voor leerlingen in de brugklas van

Nadere informatie

De Levende Gevel. Een richting voor innovatie en de ontwikkeling van de toekomst

De Levende Gevel. Een richting voor innovatie en de ontwikkeling van de toekomst De Levende Gevel Een richting voor innovatie en de ontwikkeling van de toekomst A letter from nature Dear., Our life knows no boundaries, we live together. You live in me and I live in you! I not only

Nadere informatie

Scourge of Ethar The Game

Scourge of Ethar The Game Scourge of Ethar The Game IG 101/102 Team 1, Firstblood teamleden: Daniel Bijlsma, Peter Martens, Sievajet Rahimbaksh, Mick Tozer, Dennis Balk en Joey Rommers docent: Casper van Est type game: Platform,

Nadere informatie

IDENTITEIT IN DE METHODE?

IDENTITEIT IN DE METHODE? 74 IDENTITEIT IN DE METHODE? ONDERZOEK DOOR EEN LERAAR IN OPLEIDING Bram de Muynck en Esther Langerak 75 Van lectoraten wordt gevraagd om ook studenten te betrekken bij onderzoek. Dit gebeurt bij het lectoraat

Nadere informatie

Malala Ken je Malala? Wat weet je al van haar?

Malala Ken je Malala? Wat weet je al van haar? 1 Malala Ken je Malala? Wat weet je al van haar? About Malala Malala Yousafzai comes from Pakistan. She was born on the 12th of July in 1997. When she was 14 years old she started a blog on the Internet.

Nadere informatie

creativiteit bevorderen Dick van der Wateren

creativiteit bevorderen Dick van der Wateren creativiteit bevorderen Dick van der Wateren bio leraar aardrijkskunde geoloog Spitsbergen, Antarctica, Afrika, Europa leraar natuurkunde, nl&t, maker+klas digitaal lesmateriaal edublogger auteur onderwijsbladen,

Nadere informatie

TALENTINFO. Belangrijke data. Reist u mee met unit wit?

TALENTINFO. Belangrijke data. Reist u mee met unit wit? TALENTINFO Belangrijke data Maart/april Reist u mee met unit wit? Reis door je lichaam samen met unit wit Reis door je lichaam dat was het onderwerp van afgelopen weken in unit wit. En nog steeds zijn

Nadere informatie

Main language Dit is de basiswoordenschat. Deze woorden moeten de leerlingen zowel passief als actief kennen.

Main language Dit is de basiswoordenschat. Deze woorden moeten de leerlingen zowel passief als actief kennen. Lesbrief Les 1.1: On my way Main language Dit is de basiswoordenschat. Deze woorden moeten de leerlingen zowel passief als actief kennen. Nouns: train, tram, bus, car, bike, plane, boat, underground, stop,

Nadere informatie

Healthy people want everything, sick people want only one thing. would love to see a Hospital Teacher

Healthy people want everything, sick people want only one thing. would love to see a Hospital Teacher Healthy people want everything, sick people want only one thing. would love to see a Hospital Teacher Consultant Education Sick Pupils Educational Service Centre University Medical Centre The Netherlands

Nadere informatie

DE VERLEDEN TOEKOMENDE TIJD

DE VERLEDEN TOEKOMENDE TIJD 1 Grammatica les 12 THE FUTURE PAST TENSE DE VERLEDEN TOEKOMENDE TIJD 12.1 FUTURE PAST Als je over het verleden praat, maar iets wilt vertellen over wat toen in de toekomst was, gebruik je ook de Future,

Nadere informatie

- werkwoord + ed ( bij regelmatige werkwoorden ) - bij onregelmatige werkwoorden de 2 e rij ( deze moet je dus uit je hoofd leren )

- werkwoord + ed ( bij regelmatige werkwoorden ) - bij onregelmatige werkwoorden de 2 e rij ( deze moet je dus uit je hoofd leren ) PAST SIMPLE TENSE ( onvoltooid verleden tijd ) Hoe? vervoeging - werkwoord + ed ( bij regelmatige werkwoorden ) - bij onregelmatige werkwoorden de 2 e rij ( deze moet je dus uit je hoofd leren ) van bijv,

Nadere informatie

Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult)

Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult) Mag ik thuiswerken? Een onderzoek naar de attitudes van managers t.a.v. telewerkverzoeken Pascale Peters (Radboud Universiteit) Laura den Dulk (Universiteit Utrecht) Judith de Ruijter (A&O Consult) Nederland

Nadere informatie

ECHTE MANNEN ETEN GEEN KAAS PDF

ECHTE MANNEN ETEN GEEN KAAS PDF ECHTE MANNEN ETEN GEEN KAAS PDF ==> Download: ECHTE MANNEN ETEN GEEN KAAS PDF ECHTE MANNEN ETEN GEEN KAAS PDF - Are you searching for Echte Mannen Eten Geen Kaas Books? Now, you will be happy that at this

Nadere informatie

Socio-economic situation of long-term flexworkers

Socio-economic situation of long-term flexworkers Socio-economic situation of long-term flexworkers CBS Microdatagebruikersmiddag The Hague, 16 May 2013 Siemen van der Werff www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 Discussion topics and conclusions

Nadere informatie

Next-Generation Youth Care If we knew what we are doing, we wouldn t call it innovation!

Next-Generation Youth Care If we knew what we are doing, we wouldn t call it innovation! Next-Generation Youth Care If we knew what we are doing, we wouldn t call it innovation! Paul Louis Iske Professor Open Innovation & Business Venturing, Maastricht University Internationaal Instituut voor

Nadere informatie

Things to do before you re 11 3/4

Things to do before you re 11 3/4 Counting Crows 1 Things to do before you re 11 3/4 Lees de tekst en beantwoord de vragen. - Maak deze zin af: De schrijver van de tekst vindt dat kinderen - Welke dingen heb jij wel eens gedaan? Kruis

Nadere informatie

Maagdenhuisbezetting 2015

Maagdenhuisbezetting 2015 Maagdenhuisbezetting 2015 Genoeg van de marktwerking en bureaucratisering in de publieke sector Tegen het universitaire rendementsdenken, dwz. eenzijdige focus op kwantiteit (veel publicaties, veel studenten,

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

The Official Newsletter of Projects Abroad Bolivia

The Official Newsletter of Projects Abroad Bolivia The Official Newsletter of Projects Abroad Bolivia www.projects-abroad.net May 2013 1 Hi all, Carmen Herbas Country Director Welcome to the May edition of our Newsletter for Projects Abroad Bolivia. This

Nadere informatie

De wasstraat. Why? FONK James Wattstraat 100, 8ste verdieping 1097 DM Amsterdam +31 (0)

De wasstraat. Why? FONK James Wattstraat 100, 8ste verdieping 1097 DM Amsterdam +31 (0) De wasstraat Why? FONK James Wattstraat 100, 8ste verdieping 1097 DM Amsterdam +31 (0) 20 370 51 42 hello@fonk-amsterdam.com Why? Een van de belangrijkste vragen die je jezelf moet vragen als startup is

Nadere informatie

Fans talking about Martin

Fans talking about Martin Fans about Martin Wat vind jij van Martin Garrix? 1 read Fans talking about Martin Martin Garrix is a world famous DJ from Holland. Yesterday we interviewed two of Martin s fans. This is what they said.

Nadere informatie

k ga naar school go to school

k ga naar school go to school Nederlandstalig onderwijs k ga naar school go to school Nederlands English k ga naar school go to school Wat heb ik goed geslapen. Mama helpt me bij het wassen en aankleden. Ze vertelt me dat ik mijn knuffel

Nadere informatie

1 LOGO SCHOOL. Gecomprimeerd Schoolondersteuningsprofiel. Naam School

1 LOGO SCHOOL. Gecomprimeerd Schoolondersteuningsprofiel. Naam School 1 LOGO SCHOOL Gecomprimeerd Schoolondersteuningsprofiel Naam School Algemene gegevens School De Blijberg International Department BRIN 14 HB Directeur Mrs L. Boyle Adres Graaf Florisstraat 56 3021CJ ROTTERDAM

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant

een kopie van je paspoort, een kopie van je diploma voortgezet onderwijs (hoogst genoten opleiding), twee pasfoto s, naam op de achterkant Vragenlijst in te vullen en op te sturen voor de meeloopochtend, KABK afdeling fotografie Questionnaire to be filled in and send in before the introduction morning, KABK department of Photography Stuur

Nadere informatie

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability The role of mobility in higher education for future employability Jim Allen Overview Results of REFLEX/HEGESCO surveys, supplemented by Dutch HBO-Monitor Study migration Mobility during and after HE Effects

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016 www.iuscommune.eu Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to attend the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers, which will take place on Thursday 16 June 2016. During this

Nadere informatie

ETS 4.1 Beveiliging & ETS app concept

ETS 4.1 Beveiliging & ETS app concept ETS 4.1 Beveiliging & ETS app concept 7 juni 2012 KNX Professionals bijeenkomst Nieuwegein Annemieke van Dorland KNX trainingscentrum ABB Ede (in collaboration with KNX Association) 12/06/12 Folie 1 ETS

Nadere informatie

UNIT 2 Begeleiding. Coaching proces, Instrumenten and vaardigheden voor Coacing en mobiliteit for Coaching and Mobility

UNIT 2 Begeleiding. Coaching proces, Instrumenten and vaardigheden voor Coacing en mobiliteit for Coaching and Mobility UNIT 2 Begeleiding Coaching proces, Instrumenten and vaardigheden voor Coacing en mobiliteit for Coaching and Mobility 1 2 Wat is coaching? Coaching is een methode voor het ontwikkelen van potentieel

Nadere informatie

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 QUICK GUIDE C Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 Version 0.9 (June 2014) Per May 2014 OB10 has changed its name to Tungsten Network

Nadere informatie

Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet.

Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet. Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet. General: Please use the latest firmware for the router. The firmware is available on http://www.conceptronic.net! Use Firmware version

Nadere informatie

Mentale voorkeur. Facts. onderbouwde informatie uitkomsten onderzoek technische analyse plannen maken. Logisch denken

Mentale voorkeur. Facts. onderbouwde informatie uitkomsten onderzoek technische analyse plannen maken. Logisch denken Whole Brain team Mentale voorkeur Facts onderbouwde informatie uitkomsten onderzoek technische analyse plannen maken Logisch denken Mentale voorkeur Form praktijkvoorbeelden grondige planning samenhangende

Nadere informatie

Screen Design. Deliverable 3 - Visual Design. Pepijn Gieles 0877217 19-12-2014. Docent: Jasper Schelling

Screen Design. Deliverable 3 - Visual Design. Pepijn Gieles 0877217 19-12-2014. Docent: Jasper Schelling Screen Design Deliverable 3 - Visual Design Pepijn Gieles 0877217 19-12-2014 Docent: Jasper Schelling Hulp bij het inloggen Inloggen Particulier Personal Banking Private Banking Zakelijk Zoeken in Particulier

Nadere informatie

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond.

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond. Opgaven in Nederlands. Alle opgaven hebben gelijk gewicht. Opgave 1 Gegeven is een kasstroom x = (x 0, x 1,, x n ). Veronderstel dat de contante waarde van deze kasstroom gegeven wordt door P. De bijbehorende

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Houdt u er alstublieft rekening mee dat het 5 werkdagen kan duren voordat uw taalniveau beoordeeld is.

Houdt u er alstublieft rekening mee dat het 5 werkdagen kan duren voordat uw taalniveau beoordeeld is. - Instructie Deze toets heeft als doel uw taalniveau te bepalen. Om een realistisch beeld te krijgen van uw niveau,vragen we u niet langer dan één uur te besteden aan de toets. De toets bestaat uit twee

Nadere informatie

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008

OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 OVERGANGSREGELS / TRANSITION RULES 2007/2008 Instructie Met als doel het studiecurriculum te verbeteren of verduidelijken heeft de faculteit FEB besloten tot aanpassingen in enkele programma s die nu van

Nadere informatie

Exploitant. CM-Bureau

Exploitant. CM-Bureau Van Exploitant Naar CM-Bureau You do not lead by hitting people over the head that s assault, not leadership MT MediaGroep BV 2014, Berend Jan Veldkamp Dwight D. Eisenhouwer Over MT MediaGroep boeit en

Nadere informatie

LES 10. Naar onze buurt verhuisd. Sabbat Doe Lees Johannes 1 en Hebreeën 2.

LES 10. Naar onze buurt verhuisd. Sabbat Doe Lees Johannes 1 en Hebreeën 2. LES Naar onze buurt verhuisd Ben je ooit verhuisd naar eenn nieuw huis? Vroeg je je af of je in de nieuwe buurt zou passen? Misschien is er een nieuw persoon in jouw buurt komen wonen. Wat heb je gedaan

Nadere informatie

Ik houd mijn spreekbeurt over de eerste mensen en mensachtigen op aarde, zoals de Neanderthalers.

Ik houd mijn spreekbeurt over de eerste mensen en mensachtigen op aarde, zoals de Neanderthalers. Ik houd mijn spreekbeurt over de eerste mensen en mensachtigen op aarde, zoals de Neanderthalers. Ik vind het zelf erg leuk om hier meer over te weten, heb hier veel over opgezocht en wil jullie daar nu

Nadere informatie

Look ahead. Find out. Worksheet. BLT Sandwich

Look ahead. Find out. Worksheet. BLT Sandwich 1 Look ahead Bekijk de tekst hieronder. Wat voor een tekst is dit? boodschappenlijst voor een feest menu voor een feestmaaltijd recept voor een bijzondere lunch BLT Sandwich Most people eat this sandwich

Nadere informatie

Script. The consumption of animal and fish protein is essential for the well-being of billions of people worldwide.

Script. The consumption of animal and fish protein is essential for the well-being of billions of people worldwide. Script The consumption of animal and fish protein is essential for the well-being of billions of people worldwide. The downside? It s also responsible for a large proportion of greenhouse gas and other

Nadere informatie

POKHARA : FEBRUARI 2012 JAARGANG 1, NR. 2

POKHARA : FEBRUARI 2012 JAARGANG 1, NR. 2 Stichting Wij helpen Nepal Nieuwsbrief POKHARA : FEBRUARI 2012 JAARGANG 1, NR. 2 Nieuws van ons. Glimlach van een kind Hallo allemaal, Wij zijn op 1 januari 2012 begonnen aan onze reis naar Nepal. Nu zijn

Nadere informatie

Discover FILE 6 DISCOVER BK 2

Discover FILE 6 DISCOVER BK 2 Discover FILE 6 DISCOVER BK 2 Your favourite pizza, a Rolls Royce, your favourite movie... All these things have to be made before we can eat or enjoy them! In this file you will discover how things are

Nadere informatie

Handleiding The very hungry caterpillar. Eric Carle

Handleiding The very hungry caterpillar. Eric Carle Handleiding The very hungry caterpillar Eric Carle In the light of the moon a little egg lay on a leaf. One Sunday morning the warm sun came up and pop! - out of the egg came a tiny and very hungry caterpillar.

Nadere informatie

Stonesvertalingen VMBO-TL klas 3. Chapter 1. Stone 1. Zo toon je interesse in iemand. Zo vertel je wat er aan de hand is. Zo leef je met iemand mee

Stonesvertalingen VMBO-TL klas 3. Chapter 1. Stone 1. Zo toon je interesse in iemand. Zo vertel je wat er aan de hand is. Zo leef je met iemand mee Stonesvertalingen VMBO-TL klas 3 Chapter 1 Stone 1 Zo toon je interesse in iemand How do you feel? How is life? What's wrong with you? What's bothering them? You look happy. You seem worried. Hoe voel

Nadere informatie

Intercultureel Management (2.4) Intercultural Manager

Intercultureel Management (2.4) Intercultural Manager Intercultureel Management (2.4) Intercultural Manager Vorige les De invloed van de (nationale) cultuur op de managementpraktijk (Hofstede) Management benadering; taakgericht vs. mensgericht Cultuur en

Nadere informatie

CHRISTELIJKE SCHOLENGEMEENSCHAP VINCENT VAN GOGH TTO. Tweetalig onderwijs Havo VWO

CHRISTELIJKE SCHOLENGEMEENSCHAP VINCENT VAN GOGH TTO. Tweetalig onderwijs Havo VWO CHRISTELIJKE SCHOLENGEMEENSCHAP VINCENT VAN GOGH TTO Tweetalig onderwijs Havo VWO Open dag 8 februari 2014 Inhoud Tweetalig onderwijs: ontdek de wereld! Wat is tto? Toelatingseisen Informatie voor ouders

Nadere informatie

Downloaded from UvA-DARE, the institutional repository of the University of Amsterdam (UvA) http://dare.uva.nl/document/446446

Downloaded from UvA-DARE, the institutional repository of the University of Amsterdam (UvA) http://dare.uva.nl/document/446446 Downloaded from UvA-DARE, the institutional repository of the University of Amsterdam (UvA) http://dare.uva.nl/document/446446 File ID 446446 Filename Titlepage SOURCE (OR PART OF THE FOLLOWING SOURCE):

Nadere informatie

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care Annemiek T. Harder Studies presented in this thesis and the printing of this

Nadere informatie

studeerkamer open haard bad douche https://www.homeswapinternational.com/greatbritain-cheltenham garage car exchange / use of car study

studeerkamer open haard bad douche https://www.homeswapinternational.com/greatbritain-cheltenham garage car exchange / use of car study Madness 1 Home swap Flash info read Bekijk de website en lees de tekst. Wat is het Nederlandse woord voor home swap? studeerkamer open haard bad douche https://www.homeswapinternational.com/greatbritain-cheltenham

Nadere informatie

Quick scan method to evaluate your applied (educational) game. Validated scales from comprehensive GEM (Game based learning Evaluation Model)

Quick scan method to evaluate your applied (educational) game. Validated scales from comprehensive GEM (Game based learning Evaluation Model) WHAT IS LITTLE GEM? Quick scan method to evaluate your applied (educational) game (light validation) 1. Standardized questionnaires Validated scales from comprehensive GEM (Game based learning Evaluation

Nadere informatie

Relationele Databases 2002/2003

Relationele Databases 2002/2003 1 Relationele Databases 2002/2003 Hoorcollege 4 8 mei 2003 Jaap Kamps & Maarten de Rijke April Juli 2003 Plan voor Vandaag Praktische dingen 3.1, 3.2, 3.3, 3.4, 3.5. SQL Aantekeningen 2 Tabellen. Theorie

Nadere informatie

Night news. Fact sheets. Worksheet

Night news. Fact sheets. Worksheet 1 Night news read Het liedje van Caro Emerald speelt zich s nachts af. Lees twee nieuwsberichten die met nacht te maken hebben. Nieuwsbericht 1 Nieuwsbericht 2 Clouds block view for meteor watchers Do

Nadere informatie

Relationele Databases 2002/2003

Relationele Databases 2002/2003 Relationele Databases 2002/2003 Hoorcollege 4 8 mei 2003 Jaap Kamps & Maarten de Rijke April Juli 2003 1 Plan voor Vandaag Praktische dingen Huiswerk 3.1, 3.2, 3.3, 3.4, 3.5. SQL Aantekeningen 2 Tabellen.

Nadere informatie

INFANT BREASTFEEDING ASSESSMENT TOOL

INFANT BREASTFEEDING ASSESSMENT TOOL INFANT BREASTFEEDING ASSESSMENT TOOL Matthews M.K. (1988) Developing an instrument to assess infant breastfeeding behavior in early neonatal period. Midwifery, 4, 154-165. Check the answer that best describes

Nadere informatie

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE. Toets Inleiding Kansrekening 1 22 februari 2013

FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE. Toets Inleiding Kansrekening 1 22 februari 2013 FOR DUTCH STUDENTS! ENGLISH VERSION NEXT PAGE Toets Inleiding Kansrekening 1 22 februari 2013 Voeg aan het antwoord van een opgave altijd het bewijs, de berekening of de argumentatie toe. Als je een onderdeel

Nadere informatie

Nederlands programma in de PYP! Maandag 2 september 2013

Nederlands programma in de PYP! Maandag 2 september 2013 Nederlands programma in de PYP! Maandag 2 september 2013 Rode Leeuw missie!!de Rode Leeuw biedt een moedertaalprogramma aan voor kinderen vanaf 4 tot 16 jaar bestaande uit kwalitatief goed NTC-onderwijs

Nadere informatie

In touch with the Dutch. Ghislaine Giezenaar

In touch with the Dutch. Ghislaine Giezenaar In touch with the Dutch Ghislaine Giezenaar The Dutch language What is Dutch? Some facts and figures Language and culture test Dutch = Nederlands Nederlands (Dutch) = the native language for the people

Nadere informatie

Mondeling tentamen Havo - ERK niveau B1 / B1 +

Mondeling tentamen Havo - ERK niveau B1 / B1 + Mondeling tentamen Havo - ERK niveau B / B + Het mondeling voor Engels Havo duurt 5 minuten en bestaat uit een gesprek met je docent waarin de volgende onderdelen aan de orde komen: *Je moet een stukje

Nadere informatie

Drijfveren voor natuurbeheer in het licht van veranderende wereldbeelden in de samenleving

Drijfveren voor natuurbeheer in het licht van veranderende wereldbeelden in de samenleving Drijfveren voor natuurbeheer in het licht van veranderende wereldbeelden in de samenleving Annick Hedlund-de Witt a.dewitt@tudelft.nl Post-doctoral researcher Biotechnology and Society 2 40 Yoga is not

Nadere informatie

Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing

Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing Date 7-12-2011 1 Multi-disciplinary workshop on Ageing and Wellbeing Prof. Dr. Inge Hutter Demographer, anthropologist Coordinator Healthy Ageing Alpha Gamma RUG Dean Faculty Spatial Sciences Date 7-12-2011

Nadere informatie

Identity & Access Management & Cloud Computing

Identity & Access Management & Cloud Computing Identity & Access Management & Cloud Computing Emanuël van der Hulst Edwin Sturrus KPMG IT Advisory 11 juni 2015 Cloud Architect Alliance Introductie Emanuël van der Hulst RE CRISC KPMG IT Advisory Information

Nadere informatie

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages 22/03/2013 Housing market in crisis House prices down Number of transactions

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

How to install and use dictionaries on the ICARUS Illumina HD (E652BK)

How to install and use dictionaries on the ICARUS Illumina HD (E652BK) (for Dutch go to page 4) How to install and use dictionaries on the ICARUS Illumina HD (E652BK) The Illumina HD offers dictionary support for StarDict dictionaries.this is a (free) open source dictionary

Nadere informatie

Leading in Learning -> studiesucces. Ellen Bastiaens Programmamanager Leading in Learning 13 juni 2012

Leading in Learning -> studiesucces. Ellen Bastiaens Programmamanager Leading in Learning 13 juni 2012 Leading in Learning -> studiesucces Ellen Bastiaens Programmamanager Leading in Learning 13 juni 2012 Implementatie van matchingsinstrument Matching na de poort wordt aan de poort Vooropleiding Bachelor

Nadere informatie

Update Empowermentproject Awasi Kenia september 2013

Update Empowermentproject Awasi Kenia september 2013 Update Empowermentproject Kenia september 2013 Het Empowerment-project in Kenia van de Rotaryclub Rhenen-Veendaal begint aan de derde fase: een derde en laatste bezoek, met een Empowerment workshop voor

Nadere informatie