Richtlijnen voor de behandeling van hemangiomen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Richtlijnen voor de behandeling van hemangiomen"

Transcriptie

1 Richtlijnen voor de behandeling van hemangiomen Vastgesteld door de Werkgroep Hemangiomen op 1 december 2008; Herziening vastgesteld op 14 januari C.C. Breugem (1); C.J.M. van der Vleuten (2); L.J. Schultze Kool (2); C.M.A.M. van der Horst (3); A.P. Oranje (4); P.C.J. de Laat (4); M.F. Raphaël (1); H. Sillevis Smitt (3); S.G.M.A. Pasmans (1); G.C. Madern (4) Wilhelmina Kinderziekenhuis, Universitair Medisch Centrum Utrecht (1); Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen (2); Academisch Medisch Centrum Amsterdam (3); Erasmus Medisch Centrum-Sophia Kinderziekenhuis, Rotterdam (4) Kijk voor meer informatie op:

2

3 Inhoud I. Definitie II. Waarom is een richtlijn nodig? A. Voorkomen B. Beloop III. Diagnostische criteria A. Klinisch Voorgeschiedenis / anamnese Lichamelijk onderzoek Structurele afwijkingen Differentiële diagnose Follow-up B. Diagnostische testen 1. Echografie 2. MRI 3. MRA 4. CT 5. Bepalen van het aantal trombocyten 6. Biopsie IV. Aanbevelingen A. Algemene indicaties voor behandeling B. Keuze voor een bepaalde behandelingsmethodiek C. Behandelingsmogelijkheden Sinds 2008 zijn bètablokkers eerste keus van behandeling Werkingsmechanisme van bètablokkers Bijwerkingen van bètablokkers Behandeling met bètablokkers in de dagelijkse praktijk Het gebruik van andere bètablokker? Gebruik van andere niet-chirurgische behandeling? Lokale behandeling Chirurgische behandeling D. Patiëntenvoorlichting V. Referenties Richtlijnen VOOR de BEHANDELING van HEMANGIOMEN 3

4 I. Definitie Aangeboren vaatafwijkingen worden verdeeld in vaattumoren en vaatmalformaties. De meest voorkomende vaattumoren bij kinderen zijn infantiele hemangiomen (hemangiomas of infancy, HOI). Infantiele hemangiomen (noemen we verder alleen hemangiomen), zijn goedaardige tumoren van vasculair endothelium die bij 10% van alle kinderen voorkomen. In ongeveer een kwart van de gevallen is er bij de geboorte een precursor (voorloper) van het hemangioom aanwezig. Zelden is de tumor al volledig ontwikkeld bij de geboorte. In de meeste gevallen worden de plekken zichtbaar na de geboorte, normaal gesproken binnen twee tot zes weken. Ze worden gekenmerkt door een proliferatiefase in de vroege babytijd, gevolgd door een langzame involutie/regressie in de daarop volgende jaren. Vijftien tot dertig procent van de baby s heeft meerdere hemangiomen. Ondanks de verschillen in klinische verschijningsvorm hebben hemangiomen allemaal dezelfde fundamentele karakteristieken. Klinisch onderscheiden we verschillende typen hemangiomen op basis van de ligging in de huid (oppervlakkig en diep) en op basis van de vorm en rangschikking (nodulair, segmentaal of diffuus): Oppervlakkige hemangiomen (ook wel aardbeienvlekken genoemd). Deze komen het meest voor. Ze maken 50 tot 60 procent van de tumoren uit. Diepe hemangiomen (voorheen aangeduid als caverneuze hemangiomen). Deze maken ongeveer 15 procent van de hemangiomen uit. Ze tonen meestal een blauwig doorschemerende weke zwelling zonder een eroverheen liggende oppervlakkige vaatcomponent. Hemangiomen met zowel een oppervlakkige als een diepe component (voorheen aangeduid als gecombineerd capillaire en caverneuze hemangiomen of gemengde hemangiomen). Zij maken ongeveer 25 tot 35 procent van de laesies uit. Ze omvatten zowel een rode huidtumor als een onderliggende blauwe of huidkleurige zwelling, of een zwelling met alleen een normale huid. De nodulaire hemangiomen zijn duidelijk afgebakende (solitaire) tumoren. Zij komen het meest voor. De segmentale hemangiomen lijken op een landkaart en bedekken meestal een goed afgegrensd deel (segment) van het lichaam. Ze komen minder vaak voor, maar geven proportioneel vaker complicaties, zoals ulceraties. Hemangiomen die als meerdere kleine laesies tegelijkertijd verspreid over het hele lichaam ontstaan vormen een aparte subgroep. De plekken variëren in omvang van enkele millimeters tot 1 à 2 centimeter. Kinderen met deze vorm van hemangiomen hebben een groter risico op inwendige hemangiomen, vooral in de lever (diffuse neonatale hemangiomatosis). Indien het alleen cutane afwijkingen betreft wordt gesproken over benigne cutane hemangiomatosis. De vooruitzichten voor de plekken op de huid zijn goed, omdat ze meestal verdwenen zijn binnen enkele jaren. In het algemeen is het advies dat verdere analyse (in ieder geval echografie van lever) nodig is bij 4 of meer cutane hemangiomen. 4 Richtlijnen VOOR de BEHANDELING van HEMANGIOMEN

5 II. Waarom is een richtlijn nodig? Hemangiomen komen veel voor, zijn benigne tumoren en hoeven lang niet altijd behandeld te worden. In enkele gevallen kunnen andere (vaat)tumoren op een hemangioom lijken en is het cruciaal een onderscheid te maken tussen benigne en mogelijke maligne (niet hemangioom) tumoren. Ook kunnen hemangiomen vroege en late complicaties geven, maar deze zijn niet altijd voorspelbaar. Behandeling is de laatste jaren - door de komst van nieuwe behandelmethoden in veranderd en vereenvoudigd waardoor sneller tot een actieve aanpak wordt besloten. Hierdoor is over het beleid de afgelopen jaren veel discussie geweest en bestaat er dus geen eenduidigheid. Deze herziene richtlijnen hemangiomen - opgesteld door specialisten van de vier expertisecentra in academische kinderklinieken op het gebied van aangeboren vaatafwijkingen - beogen meer duidelijkheid te bieden over de vraag wanneer behandeling en doorverwijzing nodig is. A. Voorkomen Hemangiomen zijn de meest voorkomende goedaardige tumoren op de kinderleeftijd, aanwezig bij naar schatting 1 tot 2 procent van de pasgeboren baby s. Het voorkomen op de leeftijd van 1 jaar wordt geschat op wel 10 à 12 procent; meer bij meisjes dan bij jongens. De verhouding is 5:1 tot 2:1. Te vroeg geboren kinderen die minder wegen dan 1500 gram zijn ook vaker aangedaan. Vijftig procent van de hemangiomen verschijnt op het hoofd en de nek. B. Beloop Na een periode van groei (proliferatie) ondergaan nagenoeg alle hemangiomen spontane involutie. Deze unieke ontwikkeling speelt een belangrijke rol in elke beslissing over al dan niet behandelen. Sommige hemangiomen verdwijnen zonder een spoor achter te laten, maar een significant aantal laat huidverandering achter, waaronder: atrofie teleangiëctasiën cutis laxa (losse huid) fibrofatty tissue pigmentatie veranderingen littekens. Hemangiomen hebben veel verschillende klinische verschijningsvormen, van enkele millimeters in omvang tot hemangiomen die grote delen van het lichaam bedekken. Ook de locatie kan een groot effect hebben op: de kansen op complicaties, resultaten na spontane involutie en de psychosociale impact. De uiteindelijke omvang, de snelheid van involutie en de resultaten na natuurlijke involutie zijn vooral in de eerste maanden/jaren moeilijk te voorspellen, zelfs voor de meest ervaren artsen. Welke methode van behandeling ook wordt gekozen: regelmatige controles zijn noodzakelijk, vooral in de proliferatiefase en in de late fase van involutie. Richtlijnen VOOR de BEHANDELING van HEMANGIOMEN 5

6 Enkele niet-controversiële indicaties voor behandeling zijn: hemangiomen die het zicht beïnvloeden betrokkenheid van de luchtwegen occlusie van neus- en oorkanaal hepatische hemangiomatose hartfalen ulceraties Kinderen met hemangiomen die een aanzienlijke kans op complicaties hebben dienen ook behandeld te worden in verband met: latere permanente misvormingen nadelige psychologische gevolgen op de lange termijn Het gaat om hemangiomen op neus, lippen, oor en erg grote hemangiomen met een opvallende oppervlakkige huidcomponent met of zonder diepere component. De keuze voor een bepaalde behandeling is afhankelijk van: een beoordeling van de hierboven genoemde factoren een zorgvuldige afweging van de risico s en voordelen van de behandeling. Een multidisciplinaire benadering bij de behandeling van hemangiomen in een expertisecentrum waarbij dermatologen, chirurgen en andere medisch specialisten betrokken zijn, kan zijn aanbevolen vooral in de meer ernstige gevallen. III. Diagnostische criteria A. Klinisch In 95% van de gevallen kan de diagnose vastgesteld worden op basis van de voorgeschiedenis/anamnese en lichamelijk onderzoek. Relevante voorgeschiedenis/ anamnese Algemene medische voorgeschiedenis Voorgeschiedenis van de zwangerschap bij de moeder Vroeggeboorte, neonatale complicaties Voorloper ( precursor ) plekken zoals bleke vlekken lijkende op nevus anemicus, draadachtige teleangiëctasiën, gebieden van erythema die gelijkenis vertonen met wijnvlekken, huidontsteking, of gekneusde plekken Buitenproportionele groei van de plek of plekken in vergelijking met de groei van het kind, de snelheid van proliferatie en/of de waarneming dat de groei lijkt voort te duren Ontstoken of bloedende plekken Voorafgaande behandeling(en) Plotselinge groei, gespannen aanvoelen van de plek, gevoeligheid en paars aanzien in een groot hemangioom (wat kan duiden op de aanwezigheid van het Kasabach-Merritt fenomeen. Dit syndroom komt niet bij gewone hemangiomen voor maar bij andere vaattumoren nl. kaposiforme hemangioendothelioma of een tufted angioma ) Ademhalingsmoeilijkheden of stridor. Hemangiomen in het baardgebied hebben een hoger risico op daarmee samenhangende luchtweghemangiomen 6 Richtlijnen VOOR de BEHANDELING van HEMANGIOMEN

7 Lichamelijk onderzoek Huid- en slijmvliesonderzoek voor aanwijzingen op aanwezigheid van andere hemangiomen In de middenlijn gelegen hemangiomen (hoofd en rug) Meten van het hemangioom (mm.) van oppervlakkige component Het onderzoeken van de lever kan een aanduiding geven over de aanwezigheid van hepatische hemangiomen (meestal in samenhang met meerdere hemangiomen van de huid) of tekenen van congestief hartfalen (af en toe optredend bij zeer grote hemangiomen) Oogheelkundig onderzoek indien het periorbitale gebied is aangedaan Structurele afwijkingen bij hemangiomen In enkele gevallen hebben kinderen met hemangiomen ook structurele afwijkingen en moet de arts zich realiseren dat er beeldvorming nodig is. Wanneer een segmenteel hemangioom in het gelaat of in het perianale/genitale gebied aanwezig is, moet er gedacht worden aan twee syndromen: PHACE(S) syndroom en LUMBAR syndroom. PHACE(S) syndroom Dit acroniem staat voor afwijkingen in: Posterior fossa malformatie (achterste deel van de hersenen), Hemangiomen, Arteriën, Cardiale afwijkingen, Eye en eventueel Sternum afwijkingen. Er is een consensusbespreking geweest in 2009 waarbij besloten is dat er minimaal een segmenteel hemangioom in het gelaat moet zijn (of een hemangioom van > 5 cm) en dat er bepaalde criteria aanwezig moeten zijn. Bij kinderen met een segmenteel hemangioom adviseren wij doorverwijzing naar een centrum gespecialiseerd in vaatafwijkingen voor verdere analyse. LUMBAR syndroom Een soortgelijk syndroom kan gevonden worden bij hemangiomen die perianaal/genitaal gelegen zijn. Het acroniem LUMBAR staat voor Lower body hemangioma and other cutaneous defects, Urogenital anomalies, Ulceration, Myelopathy, Bony deformities, Anorectal malformations, Arterial anomalies, and Renal anomalies. Bij kinderen met een hemangioom in het genitaal/perianaal gebied adviseren wij doorverwijzing naar een centrum gespecialiseerd in vaatafwijkingen voor verdere analyse. Er zijn verschillende benamingen voor dit laatste syndroom zoals ook PELVIS of SACRAL syndrome. Differentiële diagnose Diverse neoplasmata en afwijkingen van de huid kunnen lijken op hemangiomen. Dit kunnen onder meer zijn: a. capillaire malformaties b. granuloma telangiectaticum c. veneuze malformatie d. lymfatische malformatie e. spindle ¹ en epithelioïde cel (Spitz) naevus f. dermoïdcyste g. congenitaal hemangioom (RICH of NICH) h. kaposiforme hemangioendothelioma i. arterioveneuze malformatie j. dermatofibrosarcoma protuberans k. tufted angioma l. neusglioom m. myofibromatosis n. rhabdoid tumor/ rhabdomyosarcoom o. andere zeldzame tumoren Richtlijnen VOOR de BEHANDELING van HEMANGIOMEN 7

8 Follow-up Fotografie speelt een belangrijke rol in het volgen van het proces van proliferatie en involutie van hemangiomen. B. Diagnostische testen De diagnose wordt meestal gesteld op basis van klinische gronden. De diagnose wordt bevestigd door de aanwezigheid van één of meer kenmerkende vasculaire tumoren, in combinatie met: het aanwezig zijn van de plek bij geboorte of de ontwikkeling ervan kort daarna (eerste 2-6 weken) en de karakteristieke proliferatie in de eerste weken tot maanden. De volgende diagnostische testen kunnen bruikbaar zijn bij klinisch atypische gevallen. Maar ook als toevoeging om potentiële complicaties te kunnen inschatten. 1. Echografie Geschikt: voor het vaststellen van de aard van de laesie voor het in eerste instantie inschatten van de diepte, omvang en de uitgebreidheid van de laesie. Indien relevant is er indicatie voor een MRI/MRA onder narcose. voor het vaststellen van de aanwezigheid van leverhemangiomen voor sommige (ook dieper gelegen) huidafwijkingen om het resultaat op behandeling te volgen om kinderen met grote hemangiomen in het gelaat te evalueren op mogelijke structurele hersenafwijkingen is alleen echografisch onderzoek geschikt als fontanel open is bij perioculaire hemangiomen om intraorbitale uitbreiding te diagnosticeren (voor een accurate uitbreiding is een MRI met een narcose) Geschikt om bij echografie de bloeddoorstroom te evalueren. Bij dieper gelegen hemangiomen kan een onderscheid gemaakt worden met een veneuze malformatie. 2. Magnetic resonance imaging (MRI) Op indicatie en dan in gespecialiseerde centra. MRI helpt bij het bepalen van de omvang en uitgebreidheid van de aandoening en bij het vaststellen van structurele hersenafwijkingen bij kinderen met grote hemangiomen in het gezicht. Meestal is een narcose nodig. 3. MRA (MRI met contrast in de bloedvaten) Op indicatie en dan in gespecialiseerde centra. Soms is het nodig om de bloedvaten in kaart te brengen wanneer ook een MRI gemaakt wordt (bijv. bij een mogelijk PHACE syndroom). In gevallen van grote, segmentele hemangiomen, kan een MRA worden geadviseerd. 4. ct-scan Vergelijkbaar met de MRI, maar niet zo specifiek als de MRI met betrekking tot het onderscheiden van hemangiomen en vasculaire malformaties. 5. Bepalen van het aantal trombocyten Is er sprake van grote, snel groeiende, gespannen en/of paarse vasculaire tumoren in combinatie met een beeld van petechiën én is het trombocyten-aantal verlaagd, dan kan dat wijzen op het Kasabach-Merritt fenomeen (komt voor bij tufted angioma of kaposiforme hemangioendothelioma). Onderzoek en analyse vindt plaats op indicatie en dan in gespecialiseerde centra. Dit gaat dus niet om een infantiel hemangioom maar een andere tumor. 8 Richtlijnen VOOR de BEHANDELING van HEMANGIOMEN

9 6. Biopsie (zelden noodzakelijk) Soms is een biopsie noodzakelijk in een gespecialiseerd centrum om atypische gevallen te kunnen onderscheiden van andere tumoren van het zachte weefsel, zoals kaposiforme hemangioendothelioma, myofibromatosis en rhabdomyosarcoom. Glut-1 kleuring is alleen positief bij hemangiomen en niet bij andere (vasculaire) tumoren of vasculaire malformaties. Glut-1 is eveneens negatief bij R(N)ICH (congenitale hemangiomen). Bij meer dieper gelegen laesies kan een MRI voorafgaand aan het biopteren zinvol zijn voor het bepalen van de aard en de uitgebreidheid van de laesie en om te beoordelen welk gebied van de laesie het beste gebiopteerd kan worden voor representatief materiaal. Indien na histologie nog twijfel bestaat over de diagnose is een MRI onder narcose geïndiceerd. Ook als de diagnose niet een hemangioom is, is follow-up in een gespecialiseerd centrum noodzakelijk om te evalueren of dit inderdaad overeenkomt met de gestelde diagnose. IV. Aanbevelingen Vanwege het unieke natuurlijke ontwikkelingspatroon roept de behandeling van hemangiomen veel unieke behandelvraagstukken op. De meeste hemangiomen zullen zonder behandeling involueren. Soms kunnen hemangiomen functiestoornissen en psychosociaal leed veroorzaken. Na involutie laten hemangiomen bij een minderheid littekens, vetweefsel (fibrofatty tissue), teleangiëctasiën en andere huiddeformaties achter. Hemangiomen met een ulceratie laten bijna altijd een litteken achter. Dit maakt de overweging tot een chirurgische interventie gemakkelijker. Het behandelen van hemangiomen is daarom van geval tot geval verschillend. De behandeling is afhankelijk van: de grootte van het hemangioom de locatie de aanwezigheid van complicaties de leeftijd van de patiënt de snelheid van proliferatie of involutie ten tijde van de evaluatie Deze factoren in acht genomen, wordt het potentiële risico van behandeling afgewogen tegen de potentiële voordelen. Veel hemangiomen hebben helemaal geen behandeling nodig. Als voor een behandeling gekozen wordt, moet de patiënt vooral tijdens de proliferatieperiode regelmatig gecontroleerd worden. A. Algemene indicaties voor behandeling Levens- en functiebedreigende hemangiomen: (bijv. hemangiomen die gezichtsverlies kunnen veroorzaken, ademhalingsmoeilijkheden geven t.g.v. lokalisatie in de luchtweg, congestief hartfalen veroorzaken, of wanneer de lever is aangedaan). Hemangiomen in bepaalde anatomische locaties die vaak permanente littekens of deformaties achterlaten, speciaal bij de neus, lippen, oor en in het gebied tussen de wenkbrauwen. Grote hemangiomen in het gezicht, vooral die met een prominente huidcomponent. Die hebben vaak later teveel vetweefsel (fibro-fatty tissue) en/of onelastische slappe huid en/of vlekken. Bij kleinere en oppervlakkige hemangiomen in zichtbare gebieden, bijvoorbeeld in het gezicht en op handen, kan topicale behandeling overwogen worden. Ulceraties. Gesteelde (pedunculated) hemangiomen, want die laten vaak veel vetweefsel achter na involutie. Perianale/genitale hemangiomen (hebben vaak ulceraties). Richtlijnen VOOR de BEHANDELING van HEMANGIOMEN 9

10 B. Keuze voor een bepaalde behandelingsmethodiek hangt af van de volgende FActoren: Anatomische locatie Locatie in de huid (bijvoorbeeld op de huid, onder de huid of beide) Afmeting en dimensie van de plek of plekken Fase waarin het hemangioom zich bevindt: proliferatiefase, plateaufase of involutiefase Functionele stoornis Ervaring van de arts met bepaalde behandelmethodes (bijvoorbeeld laser) Beschikbaarheid van bepaalde behandelmethodes (bijvoorbeeld laser) Mate van betrokkenheid/wens van de ouders. Elke behandeling heeft z n eigen bijwerkingen C. Behandelingsmogelijkheden Behandelingsmogelijkheden tot 2008 In de literatuur (en de vorige richtlijn) staat een aantal behandelingen beschreven: Tot 2008 was prednison het middel van eerste keus. De effectiviteit was wisselend, deels door dosisafhankelijkheid. Verder werden er mede door het langdurig gebruik geregeld bijwerkingen gezien: hypertensie, infecties, groeiachterstand, intracraniële hypertensie (bij daling van de dosering), type II diabetes mellitus, osteoporose, verdunning van de huid, slechtere wondgenezing, vochtretentie, (syndroom van Cushing), maagulcera Verder werden hemangiomen soms behandeld met cytostatica, zoals vincristine en cyclophosphamide Ook chirurgische behandeling was een optie: lasertherapie, chirurgische debulking of complete chirurgische resectie. Bètablokkers Sinds 2008 zijn bètablokkers eerste keus van behandeling. Bij toeval is in 2008 ontdekt dat propranolol, een niet-selectieve bètablokker effectief is bij de behandeling van hemangiomen. Wegens cardiale complicaties door de prednison werd bij 2 kinderen behandeling met propranolol gestart. Vervolgens werd waargenomen dat de groei stopte en er een versnelde involutie plaatsvond. Deze waarneming is door anderen ook beschreven ook bij hemangiomen in de involutiefase en bij ulceratieve hemangiomen. Propranolol wordt nu gezien als eerste keus voor behandeling bij hemangiomen. Een medisch team met zowel expertise met de behandeling van hemangiomen als ook met het gebruik van orale propranolol bij kinderen is momenteel het meest optimaal voor kinderen die deze behandeling nodig hebben. Werkingsmechanisme van bètablokkers Propranolol is een lipofiele, niet-selectieve bètablokker, die sinds 1964 wordt voorgeschreven binnen de kindercardiologie. Het werkingsmechanisme van propranolol bij hemangiomen is nog niet geheel duidelijk. Aanvankelijk werd gedacht door blokkade van beta 2-receptoren, maar mogelijk ook door blokkade van beta 1-receptoren of misschien nog wel door een heel ander mechanisme. Effect via de beta 2-receptoren zou dan verklaard kunnen worden door: Vasoconstrictie van de capillairen, waardoor de kleur en de consistentie van de vaattumor verandert. Afgenomen expressie van vascular endothelial growth factor (VEGF) en fibroblast growth factor (FGF) leidend tot een afname van proliferatie van de endotheelcellen. 10 Richtlijnen VOOR de BEHANDELING van HEMANGIOMEN

11 Inductie van apoptosis in de capillaire endotheelcellen door blokkering van GLUT-1 receptoren. Inhibitie van de expressie van angiogeen en extra-cellulair proteinase (MMP-9) en in humaan hersenendotheelcellen dat kan leiden tot een anti-angiogenetisch effect. Verminderde renine activiteit, waarmee een verminderde Angiotensine II en VEGF leidt tot involutie. Bijwerkingen van bètablokkers De volgende bijwerkingen (gerangschikt in volgorde van afnemende ernst) van bètablokkers zijn in de literatuur beschreven: hypoglycaemie, bronchiale hyperreactiviteit, hypotensie, hyperkaliemie, diarree, koude extremiteiten en onrustig slapen. Hypoglycaemie: Bij vasten lopen patiënten een verhoogd risico op een hypoglycaemie (tachycardie, zweten en angst hoeven niet altijd aanwezig te zijn). Vooral jonge kinderen hebben meer risico op een hypoglycaemie bij vasten, laag geboortegewicht, ziekte, verminderde voedselinname en in combinatie met prednison gebruik. Wanneer hiermee rekening wordt gehouden is het risico klein. Bijwerkingen van bètablokkers kunnen leiden tot het (tijdelijk) stoppen van de behandeling. Er lijken weinig langetermijngevolgen bij kinderen die om cardiologische redenen bètablokkers gebruiken te zijn, maar bij kinderen met hemangiomen die bètablokkers gebruiken zijn de langetermijngevolgen nog onbekend. Het is duidelijk geworden dat bètablokkers effect hebben tijdens de proliferatiefase van het hemangioom. Er zijn studies die laten zien dat bètablokkers ook in de involutiefase nog effect kunnen hebben. Behandeling met bètablokkers in de dagelijkse praktijk. Op dit moment worden er internationaal een aantal prospectieve studies verricht. Nu is er nog onduidelijkheid over op welke leeftijd het beste gestart kan worden met behandeling, de optimale dosering, de duur van de behandeling en de criteria om te stoppen. Ook zijn er nog geen klinische onderzoeken die de veiligheid garanderen bij kinderen met PHACE, in het bijzonder de groep kinderen met een verhoogde kans op een beroerte. Ook is nog onbekend of er bijwerkingen blijken te bestaan op de lange termijn. Aangezien dit middel bij hemangiomen bij verder gezonde kinderen wordt voorgeschreven, zullen toekomstige studies dit moeten uitwijzen. Tevens zal moeten worden onderzocht of er minder restverschijnselen (bijv. fibro-fatty tissue ) overblijven ná behandeling met bètablokkers. Op dit moment lijkt het advies te worden: zo snel mogelijk starten met behandeling, liefst in de proliferatiefase zodat complicaties van het hemangioom (deels) kunnen worden voorkomen. Echter propranolol is ook effectief bij kinderen die ouder zijn dan 1 jaar, maar indicaties voor het starten op latere leeftijd zijn nog niet duidelijk omschreven. De patiënt dient vóór start van de behandeling te worden onderzocht in verband met risico s op bijwerkingen. Of een baby wordt opgenomen bij de start van de behandeling wisselt per gespecialiseerd centrum. Het verdient aanbeveling om de propranolol langzaam op te hogen. Tijdens de behandeling vinden controles plaats, op effectiviteit van de medicatie en op bovengenoemde bijwerkingen (anamnese, bloeddruk en hartslag). Aanvankelijk elke 2 weken daarna maandelijks (controleschema s wisselen per gespecialiseerd centrum). De behandeling blijkt vaak te worden gecontinueerd tot de leeftijd tussen de 9-18 maanden. Na te vroeg stoppen met propranololbehandeling kan een zogenaamd rebound fenomeen optreden, dat wil zeggen hernieuwde groei na aanvankelijke regressie van het hemangioom. Abrupt stoppen kan hartritmestoornissen veroorzaken. Bètablokkers moeten dus worden afgebouwd. Er is momenteel onderzoek gaande naar meer selectieve bètablokkers zoals atenolol en acebutolol die mogelijk minder bijwerkingen hebben en hopelijk eenzelfde effect hebben. Richtlijnen VOOR de BEHANDELING van HEMANGIOMEN 11

12 Gebruik van andere niet-chirurgische behandelingen? Systemische corticosteroïden. Sinds 2008 wordt dit steeds minder voorgeschreven. Zou aan enkele patiënten die niet goed reageren op bètablokkers gegeven kunnen worden. Intralesionale corticosteroïden Sinds invoering van bètablokkers wordt dit steeds minder gebruikt maar in enkele gevallen (bijv. om het oog) zou dit bij hemangiomen die niet op de bètablokker reageren een behandel optie zijn. Flash lamp pumped pulsed dye laser Komt in aanmerking vooral in late fase bij onvoldoende regressie van oppervlakkige capillairen. Behandeling met de flash lamp pumped pulsed dye laser is veilig en heeft weinig kans op littekens. Ook andere lasers en lichtbronnen zouden werkzaam kunnen zijn in bepaalde gevallen, maar deze lasers hebben een groter risico op permanente hypopigmentatie en littekenvorming. In de medische literatuur is relatief weinig informatie te vinden over het gebruik van andere lasers (met uitzondering van de argon laser) bij de behandeling van hemangiomen. Camouflage kan bij enkele patiënten een optie zijn. Lokale behandeling Lokale behandeling van hemangiomen kan overwogen worden in die gevallen waarin cosmetische bezwaren zijn; het gaat dan vooral om kleine, oppervlakkige hemangiomen. Ook kan lokale behandeling overwogen worden bij precursor laesies. Ook lokale behandeling wordt bij voorkeur geïndiceerd door artsen met ervaring met hemangiomen. De risico s op bijwerkingen bij het gebruik van lokale behandeling zijn nog onduidelijk. Goede follow-up voor het evalueren van het effect van de therapie is noodzakelijk zodat eventueel tijdig kan worden overgegaan op systemische behandeling. In aanmerking komen: Corticosteroïd crème Imiquimod crème Timolol 0.5% oogdruppels 2 dd Propranolol 1% crème Chirurgische behandeling Vroege chirurgie Zelden geïndiceerd. In enkele gevallen bij hemangiomen die niet voldoende reageren op bètablokkers (bij ulceratie, voor het oog etc.) is dit wel een optie. In gevallen waarbij later complicaties kunnen ontstaan (bijv. geulcereerd hemangioom op een behaard hoofd geeft vaak verminderde haargroei / alopecia op latere leeftijd. Vroege excisie kan dan geïnduceerd zijn). Late chirurgie In enkele gevallen zijn er restverschijnselen (bijv. fibrofatty-tissue en littekenweefsel) die chirurgisch gecorrigeerd kunnen worden. D. patiëntenvoorlichting Voorlichting aan ouders kan het volgende omvatten: Het verwachte natuurlijke verloop zonder behandeling. Indien mogelijk het tonen van voor en na foto s van zowel natuurlijke involutie als van de resultaten van de behandeling die overwogen wordt. De risico s, mogelijke voordelen en alternatieven voor de behandeling die overwogen wordt. In die gevallen waarbij het hemangioom op een zichtbare locatie zit, bijvoorbeeld in het gezicht, een voorbereiding op de manier waarop ouders om kunnen gaan met commentaar en vragen van familie en anderen. Doorverwijzen naar ouder- en patiëntenvereniging Hevas voor hemangiomen en vasculaire malformaties (www.hevas.eu). 12 Richtlijnen VOOR de BEHANDELING van HEMANGIOMEN

13 V. Referenties 1. Achauer BM, Vander Kam VM. Capillary hemangioma (strawberry mark) of infancy: comparison of argon and Nd:YAG laser treatment. Plast Reconstr Surg 1989;84: Amir J, Metzker A, Krikler R, et al. Strawberry hemangioma in preterm infants. Pediatr Dermatol 1986;3: Apfelberg DB, Lane B, Marx MP. Combined (team) approach to hemangioma management: arteriography with superselective embolization plus YAG laser/ sapphire-tip resection. Plast Reconstr Surg 1991; 88: Ashinoff R, Geronemus RG. Capillary hemangiomas and treatment with the flash lamp-pumped pulsed dye laser. Arch Dermatol 1991;127: Ashinoff R, Geronemus RG. Failure of the flashlamppumped pulsed dye laser to prevent progression to deep hemangioma. Pediatr Dermatol 1993;10: Blei F, Orlow SJ, Geronemus RG. Supraumbilical midabdominal raphe, sternal atresia, and hemangioma in an infant: response of hemangioma to laser and interferon alfa-2a. Pediatr Dermatol 1993;10: Bowers RE, Graham EA, Tomlinson KM. The natural history of the strawberry nevus. Arch Dermatol 1960;82: Breur JM, de Graaf M, Breugem CC, Pasmans SG. Hypoglycemia as a Result of Propranolol During Treatment of Infantile Hemangioma: A Case Report. Pediatr Dermatol 2011 Mar;28(2): Burton BK, Schulz CJ, Angle B, et al. An increased incidence of haemangiomas in infants born following chorionic villus sampling. Prenat Diagn 1995;15: Byard RW, Burrows PE, Izakawa T, et al. Diffuse infantile haemangiomatosis: clinicopathological features and management problems in five fatal cases. Eur J Pediatr 1991;150: Castro-Ron G. Cryosurgery of angiomas and birth defects. In: Zacarian SA, ed. Cryosurgery for skin cancer and cutaneous disorders. St. Louis: Mosby, 1985: Chang LC, Haggstrom AN, Drolet BA et al. Growth characteristics and hemangiomas: implications for management. Pediatrics 2008, 122 (2): Chamlin S, Haggstrom AN, Drolet BA et al. Multixcenter prospective study on hemangiomas. J Pediatr 2007, 151 (6): Cremer HJ, Djawari D. Fruhtherapie der kutanen hamangiome mit der kontaktkryochirurgie. Chir Praxis 1995; 49: Deans RM, Harris GJ, Kivlin JD. Surgical dissection of capillary hemangiomas: An alternative to intralesional corticosteroids. Arch Ophthalmol 1992;110: deterlizzi M, Bonifazi E, Toma MG, et al. Kasabach- Merritt syndrome: successful management of coagulopathy with heparin and cryoprecipitate. Pediatr Hematol Oncol 1988;5: de Graaf M, Breur JM, Raphael MF, Vos M, Breugem CC, Pasmans SG. Adverse effects of propranolol when used in the treatment of hemangiomas: A case series of 28 infants. J Am Acad Dermatol 2011 Aug;65(2): Elsas FJ, Lewis AR. Topical treatment of periocular capillary hemangioma. J Pediatr Ophthalmol Strabismus 1994;31: Enjolras O, Mulliken JB. The current management of vascular birthmarks. Pediatr Dermatol 1993;10: Enjolras O, Riche MC, Merland JJ, et al. Management of alarming hemangiomas in infancy: a review of 25 cases. Pediatrics 1990;85: Enjolras O, Wassef M, Mazoyer E, et al. Infants with Kasabach-Merritt syndrome do not have true hemangiomas. J Pediatr. 21. Esterly NB. Cutaneous hemangiomas, vascular stains and malformations, and associated syndromes. Curr Probl Dermatol 1995;7: Ezekowitz RA, Mulliken JB, Folkman J. Interferon alfa-2a therapy for life-threatening hemangiomas of infancy. N Engl J Med 1992;326: Garden JM, Bakus AD, Paller AS. Treatment of cutaneous hemangiomas by the flashlamppumped pulsed dye laser: prospective analysis. J Pediatr 1992;120: Garzon MC. Lucky AW, Hawrot A, Frieden IJ. Ultrapotent topical corticosteroid treatment of hemangiomas. J Am Acad Dermatol 2005;52: Goette DK, Detlefs RL. Postirradiation angiosarcoma. J Am Acad Dermatol 1985;12: Goldberg NS, Hebert AA, Esterly NB. Sacral hemangiomas and multiple congenital anomalies. Arch Dermatol 1986;122: Golitz LE, Rudikoff J, O Meara OP. Diffuse neonatal hemangiomatosis. Pediatr Dermatol 1986;3: Gozal D, Saad N, Bader D, et al. Diffuse neonatal hemangiomatosis: successful management with high dose corticosteroids. Eur J Pediatr 1990;149: Haik BG, Jakobiec FA, Ellsworth RM, et al. Capillary hemangioma of the lids and orbit: an analysis of the clinical features and therapeutic results in 101 Cases. Ophthalmology 1979;86: Haggstrom AN, Drolet BA, Baselga GA, Prospective study of infantile hemangiomas: clinical characteristics predicting complications and treatment. Pediatrics Sep;118(3): Hoornweg MJ, Smeulders MJC, vander Horst CMAM. Prevalentie en kenmerken van hemangiomen bij jonge kinderen. Ned Tijdsch Geneeskd 2005:149: Hemangioma Investigators group: Prospective study of infantile hemangiomas: demographic, prenatal, and perinatal characteristics. J Pediatr Mar;150(3): Hobby LW. Further evaluation of the potential of the argon laser in the treatment of strawberry hemangiomas. Plast Reconstr Surg 1983;71: Richtlijnen VOOR de BEHANDELING van HEMANGIOMEN 13

14 34. Hermans DJJ, Ottenhof M J Wijnen MHWA et al. Behandeling van hemangiomen met propranolol. Ned Tijdschr Geneesk 2011;155:A Hermans DJ, van Beynum IM, Schultze Kool LJ, van de Kerkhof PC, Wijnen MH, van der Vleuten CJ.Propranolol, a very promising treatment or ulceration in infantile J Am Acad Dermatol May;64(5): Hurvitz CH, Alkalay AL, Sloninsky L, et al. Cyclophosphamide therapy in life-threatening vascular tumors. J Pediatr 1986;109: Huston J 3d, Forbes GS, Ruefenacht DA et al. Magnetic resonance imaging of facial vascular anomalies. Mayo Clin Proc 1992;67: Iacobas I, Burrows P, Frieden I et al. Lumbar association between cutaneous infantile hemangiomas of the lower body and regional congenital anomalies. J Pediatr 2010: 157(5): Janmohamed SR, Madern GC, Nieuwenhuis K, de Laat PC, Oranje AP. Evaluation of intra-lesional corticosteroids in the treatment of periocular haemangioma of infancy: still an alternative besides propranolol. Pediatr Surg Int Dec Janmohamed SR, de Waard-van der Spek FB, Madern GC, de Laat PC, Hop WC, Oranj AP. Scoring the proliferative activity of haemangioma of infancy: the Haemangioma Activity Score (HAS). Clin Exp Dermatol Oct;36(7): Janmohamed SR, de Laat PC, Madern GC, Oranje AP. Do we have to check glucose in patients with haemangioma of infancy treated with beta-blockers? J Eur Acad Dermatol Venereol Dec;25(12): Johnson DH, Vinson AM, Wirth FH, et al. Management of hepatic hemangioendotheliomas of infancy by transarterial embolization: a report of two cases. Pediatrics 1984;73: Kaplan M, Paller AS. Clinical pearl: use of selfadhesive, compressive wraps in the treatment of limb hemangiomas. J Am Acad Dermatol 1995;32: Klein C, Hauser M, Hadorn HB. Interferon alpha-2a therapy of consumptive coagulopathy in Kasabach- Merritt syndrome [letter]. Eur J Pediatr 1992;151: Kushner BJ. Infantile orbital hemangiomas. Int Pediatr 1990;5: Larsen EC, Zinkham WH, Eggleston JC, et al. Kasabach- Merritt syndrome: therapeutic considerations. Pediatrics 1987;79: Leaute-Labreze C, Dumas de la Roque E, Hubiche T. Propanolol for severe hemangiomas. N Engl J Med 2008, 358 (24): van der Meulen JC, Gilbert M, Roddi R. Early excision of nasal hemangiomas: the L-approach. Plast Reconstr Surg 1994;94: Meyer JS, Hoffer FA, Barnes PD, et al. Biological classification of soft-tissue vascular anomalies: MR correlation. Am J Roentgenol 1991;157: Meeuwis J, Bos CE, Hoeve LJ, et al. Subglottic hemangiomas in infants: treatment with intralesional corticosteroid injection and intubation. Int J Pediatr Otorhinolaryngol 1990;19: Metry D, Heyer G, Hess C et al. Consensus statement omn diagonsotic criteria for PHACE syndrome. Pediatrics 2009;124(5): Morelli JG. Management of hemangiomas. Adv Dermatol 1993;8: Morelli JG, Tan OT, Weston WI. Treatment of ulcerated hemangiomas with the pulsed tunable dye laser. Am J Dis Child 1991;145: Morelli JG, Tan OT, Yohn JJ, et al. Treatment of ulcerated hemangiomas in infancy. Arch Pediatr Adolesc Med 1994;148: Moroz B. The course of haemangiomas in children. In: Ryan TJ, Cherry GIO, eds. Vascular birthmarks: pathogenesis and management. Oxford: Oxford Medical Publications, 1987: Mulliken JB. A plea for a biologic approach to hemangiomas of infancy. Arch Dermatol 1991;127: Mulliken JB, Glowacki J. Hemangiomas and vascular malformations in infants and children: a classification based on endothelial characteristics. Plast Reconstr Surg 1982;69: Mulliken JB, Young AE. Vascular birthmarks: hemangiomas and malformations. Philadelphia: Saunders, Nakayama H. Clinical and histological studies of the classification and the natural course of the strawberry mark. J Dermatol 1981;8: Nelson LB, Melick JE, Harley RD. Intralesional corticosteroid injections for infantile hemangiomas of the eyelid. Pediatrics 1984;74: Ozsoylu S, Irken G, Gurgey A. High dose intravenous methylprednisolone for Kasabach-Merritt syndrome. Eur J Pediatr 1989;148: Oranje AP, Janmohamed SR, Madern GC, de Laat PC. Treatment of Small Superficial Haemangioma with Timolol 0.5% Ophthalmic Solution: A Series of 20 Cases. Dermatology Dec Raphael MF, de Graaf M, Breugem CC, Pasmans SG, Breur JM. Atenolol: A promising alternative to propranolol for the treatment of hemangiomas. J Am Acad Dermatol 2011 Aug;65(2): Reese V, Frieden IJ, Paller AS, et al. Association of facial hemangiomas with Dandy-Walker and other posterior fossa malformations. J Pediatr 1993;122: Rekant SI, Katz R. Perianal hemangioma appearing as an ulcer. Arch Dermatol 1972;106: Reyes BA, Vazquez-Botet M, Capo H. Intralesional steroids in cutaneous hemangioma. J Dermatol Surg Oncol 1989;15: Shikhani AH, Jones MM, Marsh BR, et al. Infantile subglottic hemangiomas. An update. Ann Otol Rhinol Laryngol 1986;95: Simpson JR. Natural history of cavernous haemangiomata. Lancet 1959;2: Sloan GM, Reinisch JF, Nichter LS, et al. Intralesional corticosteroid therapy for infantile hemangiomas. Plast Reconstr Surg 1989;83: Stern JK, Wolf JE Jr, Jarrett M. Benign neonatal hemangiomatosis. J Am Acad Dermatol 1981;4: Takahashi K, Mulliken JB, Kozakewich HP, et al. Cellular markers that distinguish the phases of hemangioma during infancy and childhood. J Clin Invest 1994;93: White CW, Sondheimer HM, Crouch EC, et al. Treatment of pulmonary hemangiomatosis with recombinant interferon alfa-2a. N Engl J Med 1989;320: Zak TA, Morin JD. Early local steroid therapy of infantile eyelid hemangiomas (local steroid therapy of lid hemangiomas). J Pediatric Ophthalmol Strabismus 1981;18: Richtlijnen VOOR de BEHANDELING van HEMANGIOMEN

15

16 Kijk voor meer informatie op:

Richtlijnen voor de behandeling van hemangiomen

Richtlijnen voor de behandeling van hemangiomen Richtlijnen voor de behandeling van hemangiomen Vastgesteld door de Werkgroep Hemangiomen op 1 december 2008 C.C. Breugem (1); P.N.M.A. Rieu (2); C.M.A.M. van der Horst (3), A.P. Oranje (4); C.J.M. van

Nadere informatie

Richtlijnen voor de behandeling van hemangiomen

Richtlijnen voor de behandeling van hemangiomen Richtlijnen voor de behandeling van hemangiomen Vastgesteld door de Werkgroep Hemangiomen op 1 december 2008; Herziening vastgesteld op 14 januari 2013. C.C. Breugem (1); C.J.M. van der Vleuten (2); L.J.

Nadere informatie

Hemangiomen zijn de meest voorkomende tumoren op babyleeftijd www.hevas.eu

Hemangiomen zijn de meest voorkomende tumoren op babyleeftijd www.hevas.eu Hemangiomen zijn de meest voorkomende tumoren op babyleeftijd www.hevas.eu Ouder- en patiëntenvereniging voor hemangiomen en vasculaire malformaties Inhoudsopgave 1. Over HEVAS 2. Hemangiomen 3. Verschillende

Nadere informatie

Hemangiomen en vasculaire malformaties

Hemangiomen en vasculaire malformaties Hemangiomen en vasculaire malformaties het belang van vroege diagnose bij geboortevlekken www.hevas.eu een uitgave van: Ouder- en patiëntenvereniging voor hemangiomen en vasculaire malformaties (HEVAS)

Nadere informatie

Vasculaire tumoren & malformaties Dr. Carine van der Vleuten. Dermatoloog

Vasculaire tumoren & malformaties Dr. Carine van der Vleuten. Dermatoloog Vasculaire tumoren & malformaties Dr. Carine van der Vleuten Dermatoloog Klinische en biologische classificatie volgens Mulliken (1982): Hemangiomen - Benigne, vasculaire tumoren - Snelle, disproportionele

Nadere informatie

Aangeboren Vaatafwijkingen

Aangeboren Vaatafwijkingen Aangeboren Vaatafwijkingen...meer dan geboortevlekken een uitgave van het samenwerkingsverband aangeboren vaatafwijkingen: hevas/sktn/nsvw/cmtc handreikingen voor een juiste diagnose Inhoud 2 4 6 8 9 10

Nadere informatie

Behandeling van hemangiomen met bètablokkers (propranolol en timolol) bij uw kind

Behandeling van hemangiomen met bètablokkers (propranolol en timolol) bij uw kind UMC St Radboud Behandeling van hemangiomen met bètablokkers (propranolol en timolol) bij uw kind Patiënteninformatie Bij uw kind is besloten of wordt overwogen om te starten met propranolol als behandeling

Nadere informatie

Klinische Dag. 3 oktober 2013 Disclosure belangen spreker. (potentiële) belangenverstrengeling

Klinische Dag. 3 oktober 2013 Disclosure belangen spreker. (potentiële) belangenverstrengeling Klinische Dag 3 oktober 2013 Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Geen Papiloedeem als eerste presentatie van het POEMS syndroom Dieneke Breukink, ANIOS Interne Geneeskunde R.

Nadere informatie

Hemangiomen en congenitale vasculaire malformaties; classificatie en diagnostiek

Hemangiomen en congenitale vasculaire malformaties; classificatie en diagnostiek Capita selecta Hemangiomen en congenitale vasculaire malformaties; classificatie en diagnostiek h.p.zweep, p.n.m.a.rieu, c.e.van die, a.p.m.boll, p.m.steijlen en p.h.m.spauwen Perifere bloed- en lymfevatafwijkingen

Nadere informatie

B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K. Inhoudsopgave 01 B 02 B 03 B 04 B 05 B 06 B 07 B 08 B 09 B 10 B 11 B 12 B 13 B

B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K. Inhoudsopgave 01 B 02 B 03 B 04 B 05 B 06 B 07 B 08 B 09 B 10 B 11 B 12 B 13 B B. Hals (weke delen) Voor cervicale wervelkolom, zie rubrieken C en K Inhoudsopgave 1 B 2 B 3 B 4 B 5 B 6 B 7 B 8 B 9 B 1 B 11 B 12 B 13 B Palpabele schildkliernoduli en euthyreotische struma... 1 Lange

Nadere informatie

Hoofdstuk 8. Orale leukoplakie een klinische, histopathologische en moleculaire studie. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Hoofdstuk 8. Orale leukoplakie een klinische, histopathologische en moleculaire studie. Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Hoofdstuk 8 Orale leukoplakie een klinische, histopathologische en moleculaire studie Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Nadere informatie

Behandeling van hemangiomen met bètablokkers (propranolol en timolol) bij uw kind

Behandeling van hemangiomen met bètablokkers (propranolol en timolol) bij uw kind Behandeling van hemangiomen met bètablokkers (propranolol en timolol) bij uw kind Bij uw kind is besloten of wordt overwogen om te starten met propranolol als behandeling voor het hemangioom. Deze behandeling

Nadere informatie

Wat is een vena van Galeni malformatie? Een vena van Galeni malformatie is een ernstige aangeboren vaatafwijking in het hoofd.

Wat is een vena van Galeni malformatie? Een vena van Galeni malformatie is een ernstige aangeboren vaatafwijking in het hoofd. Vena van Galeni malformatie Wat is een vena van Galeni malformatie? Een vena van Galeni malformatie is een ernstige aangeboren vaatafwijking in het hoofd. Hoe wordt een vena van Galeni malformatie ook

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 137 138 Het ontrafelen van de klinische fenotypen van dementie op jonge leeftijd In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, komt dementie ook op jonge leeftijd voor. De diagnose

Nadere informatie

Darmkanker. darmkanker nederland. lotgenotencontact voorlichting belangenbehartiging

Darmkanker. darmkanker nederland. lotgenotencontact voorlichting belangenbehartiging Darmkanker en uw DNA darmkanker nederland lotgenotencontact voorlichting belangenbehartiging Darmkanker Nederland Darmkanker Nederland wordt gesteund door een Raad van Advies. Deze bestaat uit specialisten

Nadere informatie

Dr. E.J. van Zuuren, drs. M.M.D. van der Linden, drs. R.J. Borgonjen, drs. M.F.E. Leenarts

Dr. E.J. van Zuuren, drs. M.M.D. van der Linden, drs. R.J. Borgonjen, drs. M.F.E. Leenarts Rosacea 22 223 Rosacea Dr. E.J. van Zuuren, drs. M.M.D. van der Linden, drs. R.J. Borgonjen, drs. M.F.E. Leenarts De richtlijn dateert uit 2010 en is geherformuleerd in 2012. Onderstaande samenvatting

Nadere informatie

Osteonecrosis of the jaw (ONJ)

Osteonecrosis of the jaw (ONJ) INLEIDING Welkom 1 2 Osteonecrosis of the jaw (ONJ) Hoe kunnen we dit voorkomen en als het toch optreedt, hoe kunnen we het managen? 3 Complication of bisphosphonate and denosumab use 1 Dit ga je echter

Nadere informatie

NVOG Voorlichtingsbrochure BENZODIAZEPINEN BIJ DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED

NVOG Voorlichtingsbrochure BENZODIAZEPINEN BIJ DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED NVOG Voorlichtingsbrochure BENZODIAZEPINEN BIJ DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED 1 BENZODIAZEPINEN BIJ DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED 1. In het kort 2. Wat zijn benzodiazepinen? 3. Als u zwanger wilt

Nadere informatie

Syringomyelie. Wat is syringomyelie? Syringomyelie is een verwijding van de centrale holte die normaal door het ruggenmerg loopt.

Syringomyelie. Wat is syringomyelie? Syringomyelie is een verwijding van de centrale holte die normaal door het ruggenmerg loopt. Syringomyelie Wat is syringomyelie? Syringomyelie is een verwijding van de centrale holte die normaal door het ruggenmerg loopt. Hoe wordt syringomyelie ook wel genoemd? De term syringomyelie is samengesteld

Nadere informatie

TEMPERATUURMETINGEN BIJ DIABETISCHE VOET A.M. WIJLENS

TEMPERATUURMETINGEN BIJ DIABETISCHE VOET A.M. WIJLENS TEMPERATUURMETINGEN BIJ DIABETISCHE VOET A.M. WIJLENS DISCLOSURE Geen belangenverstrengeling INTRODUCTIE LICHAAMSTEMPERATUUR Constante lichaamstemperatuur wenselijk voor verloop fysiologische processen

Nadere informatie

BASAALCELCARCINOOM 303

BASAALCELCARCINOOM 303 BASAALCELCARCINOOM 303 Inleiding De dermatoloog heeft bij u een basaalcelcarcinoom (basalioom) geconstateerd. In deze folder staat meer informatie over een basaalcelcarcinoom en de behandelmogelijkheden.

Nadere informatie

Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG

Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG > Retouradres Postbus 320, 1110 AH Diemen Zorginstituut Nederland Pakket Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG 0530.2015120629 Eekholt 4 1112 XH Diemen Postbus

Nadere informatie

Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm

Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm Inleiding Zwanger worden als je een chronische ontstekingsziekte van de darm (IBD = inflammatory Bowel disease) hebt zoals de ziekte van Crohn

Nadere informatie

Cutane oncologie. What s new? 13 juni 2013 Bauco van der Wal, Dermatoloog

Cutane oncologie. What s new? 13 juni 2013 Bauco van der Wal, Dermatoloog Cutane oncologie What s new? 13 juni 2013 Bauco van der Wal, Dermatoloog Actinische keratose What s old? What s new? Wat is een actinische keratose? NVDV patiënteninformatie folder 2012 Actinische keratosen

Nadere informatie

Het bi-allelisch Lynch syndroom

Het bi-allelisch Lynch syndroom Het bi-allelisch Lynch syndroom Wat is het bi-allelisch Lynch syndroom? Het biallelisch Lynch syndroom is een erfelijke ziekte veroorzaakt door twee foutjes in het erfelijk materiaal waardoor kinderen

Nadere informatie

Medische begeleiding van mensen met Sotos syndroom

Medische begeleiding van mensen met Sotos syndroom Medische begeleiding van mensen met Sotos syndroom Informatie en advies voor (huis)arts en tandartsen D. Tanir AVG i.o Juni 2014 1 Algemeen Sotos syndroom is genetisch bepaalde overgroei en ontwikkeling

Nadere informatie

Inwendige oogontsteking. Uveïtis

Inwendige oogontsteking. Uveïtis Inwendige oogontsteking Uveïtis 2 Tijdens uw bezoek aan de oogkliniek heeft uw behandelend oogarts met u besproken dat bij u een inwendige oogontsteking (uveïtis) is vastgesteld. In deze folder kunt u

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu. Ross-syndroom

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu. Ross-syndroom Ross-syndroom Wat is het Ross-syndroom? Het Ross syndroom is een aandoening waarbij kinderen aan een oog een kleinere pupil hebben in combinatie met een rode verkleuring en verminderd zweten van dezelfde

Nadere informatie

Echogeleide chirurgie voor mammacarcinoom

Echogeleide chirurgie voor mammacarcinoom Echogeleide chirurgie voor mammacarcinoom Een prospectief gerandomiseerd onderzoek N.M.A. Krekel M.H. Haloua M.P. van den Tol S. Meijer Chirurgische oncologie VU Universitair Medisch Centrum Incidentie

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. Sprengel schouder. www.kinderneurologie.eu

Kinderneurologie.eu. Sprengel schouder. www.kinderneurologie.eu Sprengel schouder Wat is een Sprengel schouder? Een Sprengel schouder is een aanlegstoornis van het schouderblad die te klein is en anders tegen het lichaam ligt dan gebruikelijk waardoor problemen met

Nadere informatie

Biopteren in de eerste lijn. Christiane Hebeda mmv Enny Beverdam dermatologen, locatie Hengelo en Almelo

Biopteren in de eerste lijn. Christiane Hebeda mmv Enny Beverdam dermatologen, locatie Hengelo en Almelo Biopteren in de eerste lijn. Christiane Hebeda mmv Enny Beverdam dermatologen, locatie Hengelo en Almelo Wat gaan we doen? -techniek van het biopteren -plaats van het biopt in het stappenplan werkwijze

Nadere informatie

Vitiligo Wat is vitiligo? Hoe ontstaat vitiligo? - De auto-immuuntheorie

Vitiligo Wat is vitiligo? Hoe ontstaat vitiligo? - De auto-immuuntheorie Vitiligo Wat is vitiligo? Vitiligo is een aandoening waarbij de huid en het haar pigment verliezen en waarbij melkwitte plekken van verschillende grootte en vorm ontstaan. Minstens 0,5% van de wereldbevolking

Nadere informatie

Het nefrotisch syndroom Oorzaken en gevolgen. prof. J. Wetzels Radboud UMC Nijmegen

Het nefrotisch syndroom Oorzaken en gevolgen. prof. J. Wetzels Radboud UMC Nijmegen Het Oorzaken en gevolgen prof. J. Wetzels Radboud UMC Nijmegen Opbouw presentatie 1. Hoe werken de nieren? 2. Het klachten en verschijnselen oorzaken behandeling bij volwassenen 3. Dr. Bouts: kinderen

Nadere informatie

Huidkanker. Melanoom. Plaveiselcelcarcinoom Basaalcelcarcinoom. Diagnostiek en behandeling

Huidkanker. Melanoom. Plaveiselcelcarcinoom Basaalcelcarcinoom. Diagnostiek en behandeling Huidkanker Melanoom Plaveiselcelcarcinoom Basaalcelcarcinoom Diagnostiek en behandeling Is het huidkanker? Welke huidkanker? Hoe wordt de diagnose gesteld? Verhaal Hoe lang bestaat de afwijking? Verandering?

Nadere informatie

Inclusief levendgeboren kinderen, doodgeboren kinderen en afgebroken zwangerschappen.

Inclusief levendgeboren kinderen, doodgeboren kinderen en afgebroken zwangerschappen. Factsheet Aangeboren hartafwijkingen bij kinderen Cijfers en feiten Prevalentie Aangeboren hartafwijkingen betreffen aanlegstoornissen in de structuur van het hart en/of de grote vaten. De gemiddelde totale

Nadere informatie

Claudicatio intermittens

Claudicatio intermittens V-III Claudicatio intermittens Inleiding Deze richtlijnen betreffen alleen de arteriële claudicatio intermittens en niet de veneuze en neurogene claudicatio intermittens. Ze zijn gebaseerd op de consensus

Nadere informatie

Chemotherapie en stolling

Chemotherapie en stolling Chemotherapie en stolling Therapie, preventie en risicofactoren Karen Geboes UZ Gent 4 december 2015 Avastin en longembolen: hoe behandelen en Avastin al dan niet verder? Chemotherapie en stolling: Therapie,

Nadere informatie

Behandeling van een trigger finger. Loes van Boxmeer & Emma Wassenaar

Behandeling van een trigger finger. Loes van Boxmeer & Emma Wassenaar Behandeling van een trigger finger Loes van Boxmeer & Emma Wassenaar Overzicht Inleiding PICO Zoekstrategie & Flowchart Artikelen Chirurgie Anatomie Open vs percutaan Conclusie Inleiding Klinische symptomen

Nadere informatie

Hoe vaak komt SUNCT voor bij kinderen? SUNCT komt zelden voor op kinderleeftijd, het komt vaker voor bij volwassenen.

Hoe vaak komt SUNCT voor bij kinderen? SUNCT komt zelden voor op kinderleeftijd, het komt vaker voor bij volwassenen. SUNCT Wat is SUNCT? SUNCT is een vorm van hoofdpijn waarbij kinderen en volwassenen last hebben van een kortdurende felle hoofdpijn aan een kant van gezicht in combinatie met een rood en tranend oog aan

Nadere informatie

Zwangerschap en een Her2/Neu positief Mammacarcinoom. 4 e Nascholingsdag Targeted Therapy, 8 april 2010. Casus

Zwangerschap en een Her2/Neu positief Mammacarcinoom. 4 e Nascholingsdag Targeted Therapy, 8 april 2010. Casus Zwangerschap en een Her2/Neu positief Mammacarcinoom Jan Willem de Groot Carolien Schröder 4 e Nascholingsdag Targeted Therapy, 8 april 200 Casus 33-jarige vrouw 7 weken gemelli-zwangerschap Palpabele

Nadere informatie

Disseminatiediagnostiek bij locoregionaal recidief van mammacarcinoom: klinische praktijk en perspectief voor PET

Disseminatiediagnostiek bij locoregionaal recidief van mammacarcinoom: klinische praktijk en perspectief voor PET Disseminatiediagnostiek bij locoregionaal recidief van mammacarcinoom: klinische praktijk en perspectief voor PET F.J. van Oost 1, J.J.M. van der Hoeven 2,3, O.S. Hoekstra 3, A.C. Voogd 1,4, J.W.W. Coebergh

Nadere informatie

Prenatale behandeling met dexamethason bij AGS

Prenatale behandeling met dexamethason bij AGS Prenatale behandeling met dexamethason bij AGS Bij meisjes met een ernstige vorm van het adrenogenitaal syndroom (AGS) treedt vermannelijking van de uitwendige geslachtsdelen op voor de geboorte. In deze

Nadere informatie

Uveïtis. Afdeling Oogheelkunde

Uveïtis. Afdeling Oogheelkunde Uveïtis Afdeling Oogheelkunde Algemeen Uveïtis is een verzamelnaam voor alle inwendige oogontstekingen. Deze uitleg is daarom algemeen. Niet alle opmerkingen gelden voor alle uveïtispatiënten. In deze

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting In het promotieonderzoek dat wordt beschreven in dit proefschrift staat schade aan de bloedvaten bij dementie centraal. Voordat ik een samenvatting van de resultaten geef zal ik

Nadere informatie

IN ZWANG PROTOCOL: Preventie recidief spontane vroeggeboorte

IN ZWANG PROTOCOL: Preventie recidief spontane vroeggeboorte IN ZWANG PROTOCOL: Preventie recidief spontane vroeggeboorte DEFINITIE: Vroeggeboorte: bevalling bij amenorroeduur < 37 weken Bij een zwangerschapsduur van meer dan 35 weken wordt het risico van belangrijke

Nadere informatie

Uveïtis Radboud universitair medisch centrum

Uveïtis Radboud universitair medisch centrum Uveïtis De oogarts heeft bij u uveïtis vastgesteld. In deze folder leest u meer over deze ziekte en de behandeling ervan. Uveïtis is een ontsteking van het vaatvlies in het oog. Het wordt gebruikt als

Nadere informatie

Behandeling van het acute herseninfarct

Behandeling van het acute herseninfarct Behandeling van het acute herseninfarct VPL symposium 14-03-2014 Puck Fransen, onderzoeker neurologie, Erasmus MC Inhoud Achtergrond (epidemiologie/etiologie) Behandeling endovasculaire behandeling Huidige

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING 188 Type 1 Diabetes and the Brain Het is bekend dat diabetes mellitus type 1 als gevolg van hyperglykemie (hoge bloedsuikers) kan leiden tot microangiopathie (schade aan de kleine

Nadere informatie

MRI van de hersenen bij congenitale cytomegalovirus infectie

MRI van de hersenen bij congenitale cytomegalovirus infectie MRI van de hersenen bij congenitale cytomegalovirus infectie Department of Pediatrics / Child Neurology Center for Childhood White Matter Disorders VU University Medical Center Amsterdam, NL Hersenen en

Nadere informatie

Is de behandeling van lage rugklachten door middel van tractie evidence based? Dr Peter Verspeelt Fysische geneeskunde en revalidatie 24 oktober 2015

Is de behandeling van lage rugklachten door middel van tractie evidence based? Dr Peter Verspeelt Fysische geneeskunde en revalidatie 24 oktober 2015 Is de behandeling van lage rugklachten door middel van tractie evidence based? Dr Peter Verspeelt Fysische geneeskunde en revalidatie 24 oktober 2015 Wat is de invloed van tractie op een lumbale

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord 13 ALGEMENE ASPECTEN DEEL II SECUNDAIRE HYPERTENSIE

Inhoud. Voorwoord 13 ALGEMENE ASPECTEN DEEL II SECUNDAIRE HYPERTENSIE Inhoud Voorwoord 13 DEEL I ALGEMENE ASPECTEN Hoofdstuk 1 Ambachtelijke en geautomatiseerde methoden van bloeddrukmeting 17 Inleiding 17 1 Conventionele sfygmomanometrie 18 2 Ambulante niet-invasieve automatische

Nadere informatie

Zwangerschap bij een chronische darmziekte

Zwangerschap bij een chronische darmziekte Maag-, Darm- en Leverziekten Zwangerschap bij een chronische darmziekte www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Vruchtbaarheid... 3 Erfelijkheid... 4 Medicijnen... 4 Invloed chronische darmziekte op de zwangerschap...

Nadere informatie

Welke behandeling voor obese type 2 patiënten? Gewoon insuline?

Welke behandeling voor obese type 2 patiënten? Gewoon insuline? Welke behandeling voor obese type 2 patiënten? Gewoon insuline? Joost Hoekstra, internist, AMC Potentiële belangenverstrengeling Klinische Diabetologie AMC ontvangt sponsoring van cq doet projecten met

Nadere informatie

Myelofibrose, PV en ET. Harry C Schouten Department of Hematology Maastricht University Medical Center Maastricht, Netherlands

Myelofibrose, PV en ET. Harry C Schouten Department of Hematology Maastricht University Medical Center Maastricht, Netherlands Myelofibrose, PV en ET Harry C Schouten Department of Hematology Maastricht University Medical Center Maastricht, Netherlands plt ery MSC PSC mono neutro eo baso Blympho LSC T lympho MyeloProliferatieve

Nadere informatie

Dermatologie. Patiënteninformatie. Vitiligo. Slingeland Ziekenhuis

Dermatologie. Patiënteninformatie. Vitiligo. Slingeland Ziekenhuis Dermatologie Vitiligo i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Wat is vitiligo? Vitiligo is een aandoening waarbij de huid en het haar pigment verliezen en waarbij melkwitte plekken van verschillende

Nadere informatie

Hemochromatose (ijzerstapeling) in de familie

Hemochromatose (ijzerstapeling) in de familie Hemochromatose (ijzerstapeling) in de familie Deze brochure is bedoeld als aanvulling op de gesprekken op bij de genetisch consulent en kan hier dus niet voor in de plaats komen. Algemene informatie wordt

Nadere informatie

3.1. DIAGNOSTIEK BIJ EEN NEONAAT MET AMBIGUE GENITALIA

3.1. DIAGNOSTIEK BIJ EEN NEONAAT MET AMBIGUE GENITALIA 3. DIAGNOSTIEK BIJ VERDENKING OP AGS Indicatie Diagnostiek naar AGS kan geindiceerd zijn in 3 situaties: 1. Een neonaat met ambigue genitalia 2. Afwijkende neonatale screeningsuitslag voor AGS 3. Potentiële

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu. Reuzenmoedervlek

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu. Reuzenmoedervlek Reuzenmoedervlek Wat is een reuzenmoedervlek? Een reuzenmoedervlek is een aangeboren huidafwijking waarbij er een of meerdere grote bruine vaak behaarde vlekken voorkomen op de huid. Een van deze vlekken

Nadere informatie

Inleiding Wat is een melanoom? Hoe vaak komt het voor? Hoe ontstaat een melanoom?

Inleiding Wat is een melanoom? Hoe vaak komt het voor? Hoe ontstaat een melanoom? MELANOOM 1179 Inleiding De dermatoloog heeft bij u een melanoom geconstateerd. Deze folder geeft u informatie over een melanoom en de behandelmogelijkheden. Daarnaast krijgt u meer informatie over zelfonderzoek

Nadere informatie

Chronische niet-bacteriële osteomyelitis/osteitis (CNO) en chronisch recidiverende multifocale osteomeyelitis/osteitis (CRMO)

Chronische niet-bacteriële osteomyelitis/osteitis (CNO) en chronisch recidiverende multifocale osteomeyelitis/osteitis (CRMO) www.printo.it/pediatric-rheumatology/nl/intro Chronische niet-bacteriële osteomyelitis/osteitis (CNO) en chronisch recidiverende multifocale osteomeyelitis/osteitis (CRMO) Versie 2016 1. WAT IS CNO/CRMO?

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu. Afgeplat hoofdje

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu. Afgeplat hoofdje Afgeplat hoofdje Wat is een afgeplat hoofdje? Een afgeplat hoofdje is een vorm van een kinderhoofd waarbij deze niet rond is maar aan een kant duidelijk afgeplat is ten opzichte van de rest van het kinderhoofdje.

Nadere informatie

Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm?

Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Sneldiagnostiek bij verdenking op kanker: de nieuwe norm? Prof. dr. Paul J van Diest Hoofd afdeling Pathologie, UMC Utrecht p.j.vandiest@umcutrecht.nl De diagnostische keten in de oncologie Anamnese/lichamelijk

Nadere informatie

Wat zijn de verschijnselen

Wat zijn de verschijnselen Lichen sclerosus Wat is lichen sclerosus Lichen sclerosus is een (goedaardige) huidaandoening, waarbij de huid langzaam zijn elasticiteit verliest. Hierdoor voelt deze vast en strak aan en wordt wit van

Nadere informatie

Kennislacunes NHG-Standaard Depressie

Kennislacunes NHG-Standaard Depressie Kennislacunes Kennislacunes 1. Het nut van screening naar depressie bij mensen met een chronische somatische aandoening in de (noot 15-16). 2. De 4DKL als instrument om het verloop van de (ernst van de)

Nadere informatie

Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed

Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed Auteur: dr. J.J. Duvekot namens de werkgroep SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed. 2012 NVOG Het

Nadere informatie

Programma RIOG reumatologie d.d. 23 november 2005

Programma RIOG reumatologie d.d. 23 november 2005 Programma RIOG reumatologie d.d. 23 november 2005 Programmacommissie: Organisatie: B.A.C. Dijkmans en A.E. Voskuyl P.W.B. Nanayakkara Voordrachten Doel: onderwijs en state of the art Voorzitter B.A.C.

Nadere informatie

Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed

Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed Bron: Nederlandse vereniging van Obstetrie en Gynaecologie Inhoud 1. Achtergrond 2. Als u zwanger wilt worden 3. Als u zwanger

Nadere informatie

Dermatologie. Vitiligo. Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep

Dermatologie. Vitiligo. Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep Dermatologie Vitiligo Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep Wat is vitiligo? Vitiligo is een aandoening waarbij de huid en het haar pigment verliezen

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Pien de Haas en John de Klerk nucleair geneeskundigen Meander Medisch Centrum Amersfoort. 2e Mammacongres 28 januari 2011 Harderwijk

Pien de Haas en John de Klerk nucleair geneeskundigen Meander Medisch Centrum Amersfoort. 2e Mammacongres 28 januari 2011 Harderwijk Pien de Haas en John de Klerk nucleair geneeskundigen Meander Medisch Centrum Amersfoort 2e Mammacongres 28 januari 2011 Harderwijk Siemens Biograph true point PET/CT 40 slice Sinds 21 januari 2011 Sinds

Nadere informatie

Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial

Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial dr. T. Verbeek arts-epidemioloog Afd. Huisartsgeneeskunde en Epidemiologie 22 januari

Nadere informatie

Wat is de oorzaak van het ontstaan van een meningeoom? Niet bekend Het is niet goed bekend waarom bij een kind een meningeoom ontstaat.

Wat is de oorzaak van het ontstaan van een meningeoom? Niet bekend Het is niet goed bekend waarom bij een kind een meningeoom ontstaat. Meningeoom Wat is een meningeoom? Een meningeoom is een bepaald type hersentumor die ontstaat vanuit de vliezen die rondom de hersenen en het ruggenmerg zitten. Hoe wordt een meningeoom ook wel genoemd?

Nadere informatie

Polycysteuze leverziekte

Polycysteuze leverziekte Polycysteuze leverziekte Polycysteuze leverziekte is een erfelijke aandoening waarbij in de lever meerdere cysten aanwezig zijn. Deze folder is bedoeld om u meer informatie te geven over dit ziektebeeld.

Nadere informatie

Door dwang gegijzeld. (Laat-begin) obsessieve-compulsieve stoornis bij Ouderen. Roos C. van der Mast

Door dwang gegijzeld. (Laat-begin) obsessieve-compulsieve stoornis bij Ouderen. Roos C. van der Mast Door dwang gegijzeld (Laat-begin) obsessieve-compulsieve stoornis bij Ouderen Roos C. van der Mast OCS bij ouderen De obsessieve-compulsieve stoornis is een persisterende en stabiele diagnose die zelden

Nadere informatie

Klinisch geriater AMC 22-11-11

Klinisch geriater AMC 22-11-11 N. Brendel Klinisch geriater AMC 22-11-11 Inleiding Casus Risicofactoren Ziekten Medicatie Behandeling Casus 82-jarige vrouw Voorgeschiedenis: Myocardinfarct PMR wv prednison Hartfalen Diabetes door prednison

Nadere informatie

Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Claudia Ootjers

Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Claudia Ootjers Dhr O., 60 jaar Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Claudia Ootjers Klinische Dag NVvH 2 oktober 2014 Disclosure belangen Claudia Ootjers Geen (potentiële) belangenverstrengeling Klinische Dag NVvH 2 Relevante

Nadere informatie

NVOG Voorlichtingsbrochure GEBRUIK VAN SSRI-MEDICATIE VOOR EN TIJDENS DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED

NVOG Voorlichtingsbrochure GEBRUIK VAN SSRI-MEDICATIE VOOR EN TIJDENS DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED NVOG Voorlichtingsbrochure GEBRUIK VAN SSRI-MEDICATIE VOOR EN TIJDENS DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED 1 GEBRUIK VAN SSRI-MEDICATIE VOOR EN TIJDENS DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED 1. Achtergrond 2.

Nadere informatie

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities in Early Childhood Health The Generation R Study Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Sociaal-economische gezondheidsverschillen vormen een groot maatschappelijk

Nadere informatie

WORKSHOP. Naevi & Traumatische wonden

WORKSHOP. Naevi & Traumatische wonden EduStitch 2015 Gelicenseerd aan Huisartsenpraktijk Mangard WORKSHOP 2 februari 2015 Naevi & Traumatische wonden Annette Mangard Inhoud ACHTERGROND INFO KLINISCHE SITUATIES INSTRUCTIEVIDEO S Naevus ANAMNESE/LICHAMELIJK

Nadere informatie

Chapter Protocollen voor de behandeling van supraventriculaire tachycardieën bij de foetus

Chapter Protocollen voor de behandeling van supraventriculaire tachycardieën bij de foetus Chapter 8 Protocollen voor de behandeling van supraventriculaire tachycardieën bij de foetus Martijn A. Oudijk Barbara Ambachtsheer Philip Stoutenbeek Erik J. Meijboom 140 141 Chapter 8 Abstract Protocols

Nadere informatie

Hartafwijkingen bij het Marfan syndroom. Lieke Rozendaal kindercardioloog LUMC

Hartafwijkingen bij het Marfan syndroom. Lieke Rozendaal kindercardioloog LUMC Hartafwijkingen bij het Marfan syndroom Lieke Rozendaal kindercardioloog LUMC 20 januari 2015 Marfan syndroom 28 Fevrier 1896 Autosomaal dominant overervende bindweefselziekte Incidentie 1/5000, 25-30%

Nadere informatie

Wetenschappelijke conclusies en redenen voor de conclusies

Wetenschappelijke conclusies en redenen voor de conclusies Bijlage IV Wetenschappelijke conclusies en redenen voor de wijziging van de voorwaarden van de vergunningen voor het in de handel brengen, en nadere uitleg over het onderscheid in de aanbeveling van het

Nadere informatie

Hoe ontstaan moedervlekken. Hoe zien moedervlekken eruit

Hoe ontstaan moedervlekken. Hoe zien moedervlekken eruit Moedervlekken Hoe ontstaan moedervlekken Iedereen heeft moedervlekken, soms wel veertig of meer. Een moedervlek is een onschuldige opeenhoping van pigmentvormende cellen in de huid. Moedervlekken zijn

Nadere informatie

Screening Diabetische Retinopathie bij Diabetes mellitus type 2. Daniel Tavenier, kaderhuisarts diabetes 17 mei 2011

Screening Diabetische Retinopathie bij Diabetes mellitus type 2. Daniel Tavenier, kaderhuisarts diabetes 17 mei 2011 Screening Diabetische Retinopathie bij Diabetes mellitus type 2 Daniel Tavenier, kaderhuisarts diabetes 17 mei 2011 Diabetische retinopathie Microvasculaire pathologie van de retina. Teken van andere microvasculaire

Nadere informatie

SAMEN ME VAT A T T I T N I G

SAMEN ME VAT A T T I T N I G SAMENVATTING 186 Inleiding Het renine-angiotensine-aldosteron-systeem (RAAS) is een hormonaal systeem dat in belangrijke mate betrokken is bij de regulatie van bloeddruk en nierfunctie. Het RAAS is een

Nadere informatie

Protocol Obesitas. 1.0 Definitie obesitas

Protocol Obesitas. 1.0 Definitie obesitas Protocol Obesitas 1.0 Definitie obesitas Obesitas is een abnormale gezondheidstoestand waarbij er een overschot aan vetweefsel is. De meest gebruikte definitie is gebaseerd op de Quetelet-index of Body

Nadere informatie

Dermatologie. Wratten

Dermatologie. Wratten Dermatologie Wratten Wat zijn wratten Wratten zijn verheven, bloemkoolachtige en vast aanvoelende uitgroeisels van de huid. De officiële benaming is verruca. Meestal zijn er meerdere wratten gelijktijdig

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu. Colloidcyste

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu. Colloidcyste Colloidcyste Wat is een colloidcyste? Een colloidcyste is een holte gevuld met een geleiachtig vocht in de zogenaamde derde hersenholte. Hoe wordt een colloidcyste ook wel genoemd? Vroeger werd een colloidcyste

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu. Arterioveneuze malformatie

Kinderneurologie.eu. www.kinderneurologie.eu. Arterioveneuze malformatie Arterioveneuze malformatie Wat is een arterioveneuze malformatie? Een arterioveneuze malformatie is een aangeboren afwijking van de bloedvaten waarbij er een directe verbinding ontstaat tussen kleine slagaders

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. Durale sinus malformatie. www.kinderneurologie.eu

Kinderneurologie.eu. Durale sinus malformatie. www.kinderneurologie.eu Durale sinus malformatie Wat is een durale sinus malformatie? Een durale sinus malformatie is een aanlegstoornis waarbij de afvoeren de bloedvaten (aderen) van de hersenen veel wijder zijn dan gebruikelijk

Nadere informatie

Plastische Chirurgie. Patiënteninformatie. Basaalcelcarcinoom. Behandeling door de plastisch chirurg. Slingeland Ziekenhuis

Plastische Chirurgie. Patiënteninformatie. Basaalcelcarcinoom. Behandeling door de plastisch chirurg. Slingeland Ziekenhuis Plastische Chirurgie Basaalcelcarcinoom i Patiënteninformatie Behandeling door de plastisch chirurg Slingeland Ziekenhuis Algemeen Uw arts heeft bij u een basaalcelcarcinoom geconstateerd. In deze folder

Nadere informatie

Medicalisering van de partus:

Medicalisering van de partus: Medicalisering van de partus: Gevolgen voor de borstvoeding Rob Hardeman Klinisch verloskundige Ziekenhuis Rivierenland Tiel "Borstvoeding loont" 7-10-2008 Medicaliseren van de partus Actief ingrijpen

Nadere informatie

Voorstellen. Winnie van El Verpleegkundig Specialist Diabeteszorg Universitair Medisch Centrum Groningen

Voorstellen. Winnie van El Verpleegkundig Specialist Diabeteszorg Universitair Medisch Centrum Groningen Voorstellen Winnie van El Verpleegkundig Specialist Diabeteszorg Universitair Medisch Centrum Groningen Niertransplantatie UMCG Niertransplantatie 8 centra NL * UMC 1 e jaar UMC vervolg 2 e lijn, periferie

Nadere informatie