GENETISCHE RELATIE TUSSEN SCHISIS EN TANDAGENESIE?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "GENETISCHE RELATIE TUSSEN SCHISIS EN TANDAGENESIE?"

Transcriptie

1 FACULTEIT GENEESKUNDE SCHOOL VOOR TANDHEELKUNDE, MONDZIEKTEN EN KAAKCHIRURGIE KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN GENETISCHE RELATIE TUSSEN SCHISIS EN TANDAGENESIE? Annelies Kellens Verhandeling aangeboden tot het behalen van het diploma van Tandarts Promotor: Prof. C. Carels

2 FACULTEIT GENEESKUNDE SCHOOL VOOR TANDHEELKUNDE, MONDZIEKTEN EN KAAKCHIRURGIE KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN ANNELIES KELLENS Genetische relatie tussen schisis en tandagenesie? Promotor: Prof. C. Carels

3 I Dankwoord Dank aan Prof C. Carels voor de steun en begeleiding bij het schrijven van mijn capita. Dank aan mama en papa voor jullie steun en geloof in alles wat ik doe, dank u voor alle kansen die jullie mij gegeven hebben. Dank u mama voor alle goede zorgen tijdens de blok- en examenperiodes. Dank u voor de steun bij het tot stand komen van mijn capita. Dank aan broers en zus voor alle fijne momenten en voor de steun van de afgelopen jaren. Dank aan Kristof voor al zijn steun, vriendschap en liefde. Bedankt om er altijd voor mij te zijn.

4 II Inhoudsopgave Algemene Inleiding... 1 Hoofdstuk 1 : Schisis Definitie Prevalentie en incidentie Normale ontwikkeling van de kaken Etiologie Erfelijkheid Exogene factoren Herhalingsrisico Hoofdstuk 2 : Agenesie Defintie Prevalentie Normale tandontwikkeling Etiologie van agenesie Erfelijkheid Exogene factoren Hoofdstuk 3 : Onderzoek naar de erfelijkheid van schisis en agenesie Tweelingenonderzoek Waarom tweelingenonderzoek? Zygositeit van de tweeling Soorten tweelingenonderzoek Resultaten van tweelingenonderzoek in verband met schisis Resultaten van tweelingenonderzoek in verband met agenesie Hoofdstuk 4 : Zijn schisis en agenesie genetisch gerelateerd? Studies naar een genetische link tussen niet-syndromale schisis en agenesie Studies met muizen Familie-onderzoek... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.2 Chromosomale afwijkingen en single gene disorders Van der Woude syndroom... 33

5 1 Algemene inleiding Schisis en tandagenesie zijn frequent voorkomende congenitale afwijkingen. Het is dan ook logisch dat veel onderzoek gebeurt naar de etiologie van beide afwijkingen. Voornamelijk genetische maar ook omgevingsfactoren worden onderzocht. Tweelingenonderzoek is één methode om de relatieve bijdrage van genetische en omgevingsfactoren te ontrafelen, vooral bij multifactorieel bepaalde afwijkingen. Ook zijn deze onderzoeken van grote waarde voor de analyse van de discordantie tussen een tweelingenpaar voor een bepaalde afwijking. Doel van dit werk is om de huidige stand van zaken over de kennis omtrent de etiologie van schisis en agenesie te beschrijven. Tevens zoek ik in de wetenschappelijke literatuur naar evidentie over een eventuele genetische link tussen beide kenmerken. Ik start met een overzicht van de etiologie van schisis. Vervolgens ga ik dieper in op de pathogenese van tandagenesie en behandel ik tweelingenonderzoek om te eindigen met een bespreking van studies die een genetische link tussen beide afwijkingen suggereren.

6 2 Hoofdstuk 1 : Schisis 1.1 Definitie Schisis is een Grieks woord en betekent spleet/splijting (Stegenga. 2000). Een spleet wijst op een stoornis in de ontwikkeling van het embryo (Devriendt et al. 2008). In medische zin gebruikt men deze term voor een groep aangeboren afwijkingen waarbij de lip, kaak en/of gehemelte gespleten kunnen zijn (Stegenga. 2000). Orofaciale spleten worden ingedeeld in syndromaal of niet-syndromaal (geïsoleerd), afhankelijk van de aanwezigheid van nog andere congenitale defecten of ontwikkelingsstoornissen (Lidral et al. 2004). De spleten kunnen uni- of bilateraal voorkomen en kennen meerdere verschijningsvormen (Stegenga. 2000): Lipspleet (cheiloschisis) Lip en kaakspleet (cheilognathoschisis) Lip, kaak en gehemeltespleet (cheilognatopalatoschisis) Geïsoleerde gehemeltespleet (palatoschisis) Figuur 1. Schematische voorbeelden van enkele vormen van schisis (Stegenga. 2000, p 383) A. Unilaterale cheilognathoschisis B. Unilaterale cheilognathopalatoschisis C. Cheilognathopalatoschisis duplex D. Geïsoleerde palatoschisis

7 3 1.2 Prevalentie en incidentie Lip, kaak en/of gehemeltespleten behoren tot de meest frequente geboortedefecten. De incidentie van lip, lipkaak en lipkaakgehemelte spleet bij pasgeborenen is ongeveer 1 op 1000 per jaar en doet zich 2 keer zoveel voor bij jongens dan bij meisjes (Stegenga. 2000). Geïsoleerde gehemeltespleet is minder voorkomend, volgens Lidral et al. (2004) ongeveer 1 op 5000 volgens Stegenga. (2000) ongeveer 1 op 2000 geboortes. Het komt meer voor bij het vrouwelijk geslacht (Lidral et al. 2004, Stegenga. 2000). In 50% van de gevallen gaat het om een gecombineerde vorm van schisis (lipkaak of lipkaakgehemelte spleet (CL/P)). Een geïsoleerde gehemeltespleet (CP) of lipspleet (CL) doet zich voor in 25% van de gevallen (Stegenga. 2000). De prevalentie van orofaciale schisis is afhankelijk van de etnische achtergrond, geografische origine (hoogste incidentie bij de Aziatische bevolking) en socio economische status (Lidral et al. 2004, Van den Boogaard et al. 2000, Warrington et al. 2006). Syndromale schisis zien we voor lip, lipkaak en lipkaakgehemelte spleet in 1% en voor gehemeltespleet in 8% van de gevallen. In de andere 99% en 92% doet schisis zich voor als een niet-syndromale afwijking (Stegenga. 2000). Bij deze individuen zien we bepaalde dentale karateristieken, waaronder hypodontie, frequenter dan bij gewone individuen (Eerens et al. 2001). Uitzonderlijke gevallen zoals mediane lipspleet komen maar zelden voor (Van Esch et al. 2008).

8 4 1.3 Normale ontwikkeling van de kaken Het basisprincipe van de normale processen die betrokken zijn bij de vorming van gehemelte en gelaat, is het met elkaar versmelten van uitgroeiende mesenchymale processi (Stegenga. 2000). In het gelaat ontstaan deze zwellingen in de loop van de 5 de en 6 de week van de embryonale ontwikkeling. De processus nasalis lateralis, processus nasalis medialis, processus maxillaris en processus mandibularis fusioneren zowel mediaan als paramediaan waaruit de structuren van neus, filtrum, bovenlip, bovenkaak en onderkaak worden gevormd (Van Esch et al. 2008, Stegenga. 2000). Rond de 12 de week ontstaat het gehemelte op gelijke wijze. Het primaire deel van het palatum wordt gevormd uit dezelfde processi die zorgen voor de vorming van neus en filtrum. Het secundaire palatum ontstaat door de fusie van de processi palatini (Van Esch et al. 2008, Stegenga. 2000). Het verhemelte, de bovenste processus alveolaris en de bovenlip worden dus deels uit dezelfde structuren gevormd. Dit verklaart waarom een lipspleet samen kan voorkomen met een kaakspleet en/of met een verhemeltespleet (Devriendt et al. 2008). 1.4 Etiologie De sluiting van lip, kaak en gehemelte is één van de meest complexe morfogenetische processen. Een spleet ter hoogte van deze structuren is het resultaat van een onvolledige of afwezige fusie van processi. Deze onvolledige fusie vindt meestal niet plaats op de middenlijn maar lateraal ervan, zowel links en rechts waar deze twee structuren met elkaar versmelten (Devriendt et al. 2008). Schisis ontstaat reeds vroeg in de zwangerschap aangezien het gelaat en gehemelte zich in de vroeg embryonale periode ontwikkelen (tussen de drieëneenhalf en twaalf weken) (Stegenga. 2000). Naar oorzaak van niet syndromale orofaciale schisis onderscheiden we twee aparte aandoeningen. Enerzijds bestaat er een verhemeltespleet (CP), anderzijds is er een aandoening waarbij er steeds een lipspleet is, al of niet gecomplexeerd met een kaak-

9 5 en/of verhemeltespleet (CL/P) (Devriendt et al. 2008). Het foramen incisivum vormt in feite het scheidingspunt tussen de lipkaakspleten en de gehemeltespleten. Spleten die zowel voor als achter dit foramen liggen noemt men de lipkaakgehemeltespleten (Devriendt et al. 2008, Stegenga. 2000) Er wordt dus een onderscheid gemaakt tussen syndromale en niet-syndromale schisis. Men neemt aan dat beide een verschil hebben in de etiologie (Lidral et al. 2004). Syndromale schisis heeft een Mendeliaanse wijze van overerving en is dus makkelijk te linken aan ziektegenen (Lidral et al. 2004). De niet-syndromale schisis daarentegen wordt algemeen verondersteld familiaal te zijn maar er is geen eenvoudig patroon van overerving gekend. Bij CL/P is de oorsprong meer complex en verloopt de genetische overdracht niet volgens de klassieke regels van Mendel. Niet syndromale schisis wordt gekarakteriseerd door een genetische heterogeniciteit, ongetwijfeld veroorzaakt door verschillende factoren, waaronder zowel genetische- als omgevingsfactoren (Karsten et al. 2005, Mitchell et al. 2002). Meerdere epidemiologische studies hebben de invloed van beide op het risico van geboortedefecten, waaronder schisis, aangetoond (Christensen et al. 1992, Devriendt et al. 2008, Modesto et al. 2006, Van den Boogaard et al. 2000). De genetische invloed op schisis is reeds geruime tijd gekend. Hoewel duidelijk is dat deze factoren een belangrijke oorzakelijke rol hebben, is de bepaling van de invloed van de genetica versus die van de externe factoren in de etiologie van schisis moeilijk (Nordstrom et al. 1996) Erfelijkheid Eén van de belangrijkste oorzaken van schisis is een afwijking in het genetisch materiaal. Bij de overerving kan sprake zijn van multifactoriële, monofactoriële en chromosomale storingen/afwijkingen (Stegenga. 2000). Multifactoriële erfelijkheid De sluiting van lip,kaak en gehemelte is een ingewikkeld proces en mogelijks zijn hierbij honderden genen betrokken. De optelsom van de verschillende bijdrage van deze genen bepaalt het ontwikkelingsproces van de bovengenoemde structuren. Men spreekt van een additief multifactorieel bepaald ontwikkelingsproces (Stegenga. 2000).

10 6 Hoewel er geen specifieke oorzakelijke gen mutaties geïdentificeerd zijn bij niet syndromale schisis, zijn er wel een aantal kandidaat genen (Karsten et al. 2005). Recent onderzoek suggereert dat 3 tot 14 interagerende genen een goed model voorzien voor de genetische effecten in schisis (Vieira et al. 2005, Van den Boogaard et al. 2000, Modesto et al. 2006). In veel van deze genen kunnen varianten voorkomen. Deze resulteren niet zonder meer in pathologische gevolgen omdat de overige normale genen dit kunnen opvangen. Het compensatiemechanisme is echter niet gelimiteerd. Wanneer de bijdrage van de gezonde genen in de groep afneemt tot beneden een bepaalde drempel, wordt het genetische defect klinisch zichtbaar. Dit wil dus zeggen dat elke variant maar in beperkte mate bijdraagt tot het ontstaan van schisis en dat deze kleine defecten vaak moeilijk op te sporen zijn. Het voorkomen van een CL/P en CP is afhankelijk van de additieve effecten van verschillende genen, elk met een minor effect samen met één of meerdere omgevingsfactoren (Nordstrom et al. 1996). Onderzoek naar al deze varianten is noodzakelijk maar dan nog is de aanwezigheid van een genetische variant op zich onvoldoende om de oorzaak te bepalen (Devriendt et al. 2008). Monogenetische overerving Er zijn ook een aantal individueel functionerende genen betrokken bij de morfogenese van de bovenlip, kaak en gehemelte. Omdat deze genen ook op andere plaatsen in het organisme van specifieke betekenis zijn, zal een mutatie van deze genen zich klinisch manifesteren als een erfelijke aandoening met een karakteristiek patroon en afwijkingen. Men noemt dit een pleiotroop gendefect. Dit verklaart het optreden van schisis als onderdeel van een groot aantal syndromen en aangeboren afwijkingen. De overdrachtspatronen van dit soort mutaties volgen de klassieke Mendeliaanse modellen van autosomale of geslachtsgekoppelde dominante of recessiviteive overerving. Bij familiaal aanwezige afwijkingen zijn de herhalingsrisico s in de orde van grootte van 25-50% en, anders dan bij de multifactoriële erfelijkheid, bovendien constant (Stegenga. 2000). Vb: IRF 6 (Van der Woude syndroom) (Lidral et al. 2004).

11 7 Chromosomale afwijkingen Uit het voorgaande blijkt dat één genmutatie mogelijk ingrijpende pathologische gevolgen kan hebben. Ook kwantitatieve afwijkingen van één chromosoom, zoals vb trisomie, zonder verandering van de op dit chromosoom aanwezige genen, kunnen uitgebreide aangeboren afwijkingen veroorzaken. Hoe complexer een ontwikkelingsproces is, hoe groter de kans dat genen, die dit proces mee sturen, op vele van de 23 chromosomenparen aanwezig zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat schisis bij een groot aantal chromosomale syndromen wordt aangetroffen. Palatoschisis komt in samenhang met deze syndromen vaker voor dan lip, kaak en lipkaakgehemelte schisis (Stegenga. 2000). Syndromale schisis is dus het gevolg van monogenetische overerving of chromosomale afwijkingen. Vele auteurs zijn echter geïnteresseerd in de etiologie van niet-syndromale schisis. Dat verschillende genen en omgevingsfactoren aan de basis liggen van deze afwijking is reeds geweten. Verschillende studies toonden reeds een aantal genen aan die geassocieerd kunnen worden met het voorkomen van niet-syndromale orofaciale schisis. Van den Boogaard et al. (2000) screende verschillende kandidaat genen voor orofaciale schisis, onder andere TGFA, BCL3, DLX2, MSX1 en TGFB3. Associatie werd gevonden tussen CL/P met MSX1 en TGFB3, ook tussen CP en MSX1. Vieira et al. (2005) vond bij het screenen van 20 mogelijk oorzakelijke genen resultaten die dit bevestigde. Verder werden SPRY2 en TBX10 ook geassocieerd met schisis en werd er daarenboven een link aangetoond tussen FGFR1 met zowel de syndromale als de geïsoleerde vorm van schisis. Ook in de studie van Etheredge et al. (2005) kwamen mutaties in MSX1, TGF en RARA in de cases met CL/P aan bod. Warrington et al. (2006) vond mutaties in de genen TGFA, MSX1, TGFB3, RARA, CLPTM1, BCL3 die geassocieerd kunnen worden met schisis. MSX1 is een non-clustered homeobox gen en afwijkingen van dit gen zijn mogelijk één van de belanrijkste oorzaken voor niet-syndromale CL/P bij mensen (Modesto et al. 2006). Doorheen de jaren zijn er zowel studies op mensen als dieren die een associatie aantoonden tussen schisis en MSX1 (Modesto et al. 2006, Lidral et al. 2004). Zowel vormen van familiale schisis (Vastardis et al. 1996) als geïsoleerde schisis (Jezewski et al. 2003) werden gelinkt met dit gen.

12 8 Verder tonen data van genetische studies een bijdrage van het MSX1 gen aan bij CL/P in combinatie met agenesie (Slatyton et al. 2003) en bij geïsoleerde agenesie (Viera et al. 2004). Vieira et al. (2005) vond bij het screenen van kandidaat genen bij cases verschillende mutaties van MSX1 die niet gevonden werden bij de meer dan 1000 controles. Afwijkingen van de genen SPRY2 en TBX10 zijn ook reeds geassocieerd met schisis. Viera et al. (2005) vond mutaties van beide genen bij een aantal van de cases maar ook bij een aantal controles waar geen orofaciale schisis aanwezig was. Dit kan er op wijzen dat deze mutatie een toegevoegde functie heeft in de etiologie van CL/P. Warrington et al. (2006) daarentegen vond dezelfde mutaties ook terug bij een aantal cases en bij geen enkele van de controles. De associatie van het TGFA gen met CL/P is zeer variabel. Vieira et al. (2005) steunde deze associatie, zij het als een kleiner risico. Etheredge et al. (2005) vond verschillende varianten van dit gen in cases met CL/P. Vergeleken met eerdere studies (Chenevix- Trench et al. 1992, Ardinger et al. 1989) zijn er bepaalde varianten die vaker voorkomen in associatie met schisis dan andere. Van IRF6 is bewezen is dat het een sterk oorzakelijke kandidaat is voor een vorm van syndromale schisis, namelijk het Van der Woude syndroom (VWS). Het leidt ertoe om te kijken op genetisch niveau of IRF6 ook direct kan betrokken zijn bij niet-syndromale schisis of dat het kan dienen als modifier, een gen dat niet uit zichzelf de oorzaak is van de spleet maar wel de graad van ernstigheid bepaalt. Aangezien er zoveel klinische overlap is tussen beide, verwachten we dat gelijkaardige genen en zelfs dezelfde genen een rol kunnen spelen bij zowel de syndromale als de niet syndromale orofaciale spleten (Kondo et al. 2002). Het gen behoort tot een familie van genen die betrokken zijn bij de immuunrespons aan virale infecties. Murray et al. (2002) is op zoek naar virale infecties tijdens de vroege zwangerschap die een rol zouden kunnen spelen in de oorzaak van CL/P en CP. Maar daar is tot op heden nog geen enkel sterk bewijs voor. Vieira et al. (2005) had eerder al aangehaald dat IRF6 een mogelijke veroorzaker was voor het VWS, maar volgens een andere studie van Vieria et al. (2005) kon het ook een modificerende functie uitoefenen bij geïsoleerde schisis.

13 9 Verder zouden volgens verschillende studies één of meerdere genen op 19q13 een oorzakelijke rol kunnen spelen (Modesto et al. 2006). PVR is een menselijk poliovirus receptor waarvan gezegd wordt dat het een rol zou kunnen spelen in de etiologie van niet syndromale CL/P (Warrington et al. 2006). PVRL1 is een poliovirus receptor related 1 en wordt vaak gelinkt aan het ontstaan van ectodermale dysplasie en syndromale schisis. Data suggereren dat wanneer men heterozygoot zou zijn voor een mutatie, men dan een verhoogd risico is voor nietsyndromische schisis (Warrington et al. 2006). PVRL2 is een poliovirus receptor related 2 die oorspronkelijk gevonden werd bij knaagdieren, homoloog aan het menselijk PVR. Het is een kandidaat gen die mogelijk een rol speelt in de etiologie van CL/P waarvan de functie niet gekend is (Warrington et al. 2006). Andere genen op 19q13 die mogelijk verband houden met de pathogenese van orofaciale schisis zijn CLPTM, BCL3 en APOC2 (Warrington et al. 2006). Er zijn heel wat verschillen in de resultaten van de onderzoeken, meestal is dit een reflectie van het verschil in de studiepopulatie. Ook zijn er verschillende methodes voor een genetische benadering tot identificatie van de ziektegenen (Lidral et al. 2004, Mitchell et al. 2002) Exogene factoren Tot de exogene factoren die een invloed kunnen hebben op de etiologie van schisis behoren onder andere de periconceptale gezondheid van beide ouders, inname van medicatie, voedingsgewoonte van de moeder en alles wat doorgaat als risicogedrag (roken, alcoholmisbruik ) van zowel de vader als moeder tijdens de periconceptieperiode (Karpels et al. 2006). Omgevingsfactoren op zich zijn niet schadelijk, enkel in combinatie met genetische factoren kunnen zij tot een afwijking leiden. Het zijn stoffen waaraan we allemaal bloot gesteld worden tijdens de prenatale periode. Enkel bij genetisch gevoelige embryo s

14 10 zullen deze schadelijk stoffen mogelijks bijdragen tot een aangeboren afwijking (Devriendt et al. 2008). Toch zijn er een aantal gevallen waar zuivere milieu-effecten een rol spelen bij het ontstaan van schisis, dit is echter uitzonderlijk (Devriendt et al. 2008). Meerdere door exogene effecten veroorzaakte syndromen en andere aangeboren afwijkingen, waarvan schisis een onderdeel vormt, zijn beschreven. Vb foetale methotrexaat, foetaal alcoholsyndromen. Reeds 25 jaar staat de invloed van foliumzuur (in het bijzonder de foliumzuurdeficiëntie) op het ontstaan van schisis sterk in de belangstelling (Stegenga. 2000). De studie van Etheredge et al. (2005) wou de invloeden van gen omgevingsinteractie op schisis aantonen. Dit is niet zo simpel omdat er voor zo een case control studie een groot aantal patiënten noodzakelijk is en het vaak moeilijk is om individuele factoren te achterhalen die van invloed kunnen zijn op de afwijking. Hoewel Etheredge et al. (2005) geen duidelijk bewijs kon leveren dat een bepaald genotype als oorzaak moest aangehaald worden of dat het risico voor CL/P beïnvloedt werd door de gen-omgeving interacties, stelde hij toch de volgende zaken vast: het risico op CL/P steeg bij nakomelingen van vrouwen die rookten in vergelijking met vrouwen die niet rookten (Christensen et al. 1999, Wyszynski et al. 1997) en het daalde bij de nakomelingen van vrouwen die alcohol gebruikten in vergelijking met de nakomelingen van vrouwen die geen alcohol gebruikten (Mitchell et al. 2003). Dit is tegenstrijdig met een studie van Munger et al. (1996) waar een hoger risico was voor geïsoleerde orofaciale spleten bij vrouwen die alcohol gebruikten tijdens de zwangerschap. Ook zo de nakomelingen van vrouwen die dagelijks multivitaminen namen in vergelijking met vrouwen die dit niet dagelijks namen (Mitchell et al. 2003). Veel vrouwen veranderen wel hun gedrag zodra ze weten dat ze zwanger zijn. Daarom moet men een goed onderscheid maken tussen de eerste maanden van de zwangerschap en de daarop volgende periode (Ehteredge et al. 2005, Christensen et al. 1999). De volgende tabel toont ons de waardes die Etheredge et al. (2005) vond bij het screenen van cases en controls voor verschillende kandidaat genen van schisis in combinatie met roken, alcohol en gebruik van vitaminen.

15 11 Tabel 1. Genotype verdeling van cases en controles bij blootstelling aan bepaalde omgevingsfactoren (Etheredge et al. 2005) 1.5 Herhalingsrisico De grote genetische heterogeniciteit van schisis heeft duidelijke implicaties voor het herhalingsrisico. Dit risico is ook groter wanneer schisis onderdeel is van een aangeboren afwijking (Stegenga. 2000). Schisis wordt meestal niet veroorzaakt door één erfelijke factor, afkomstig van één of beide ouders maar ontstaat zoals reeds aangehaald door een samenloop van omstandigheden (Devriendt et al. 2008). Bij multifactoriële erfelijkheid met drempel is het berekenen van herhalingsrisico s zeer moeilijk. Hier wordt het risico gekoppeld aan het aantal verwanten met schisis (Stegenga. 2000). Dit verklaart dan ook dat de kans op een volgend kindje met schisis eigenlijk relatief klein is. De kans dat dit kindje opnieuw dezelfde combinatie van meerdere genen overerft en opnieuw bepaalde omgevingsinvloeden ondergaat is in de grootorde van 3 à 5%. In het verleden zijn er verschillende studies gebeurd waarbij men de kansen onderzocht op een volgend kind met schisis. Men kwam tot de volgende vaststellingen: (Devriendt et al. 2008) 1) Het herhalingsrisico op schisis is groter naarmate een familielid meer verwant is. Familieleden hebben namelijk een hogere graad van gemeenschappelijke genen dan niet verwante personen (Devriendt et al. 2008). Wanneer de ouders normaal zijn en één kind met schisis hebben, is de kans op herhaling slechts enkele procenten. Dergelijke berekeningen vereisen de nodige deskundigheid en worden door een geneticus uitgevoerd (Stegenga. 2000).

16 12 2) Het herhalingsrisico is afhankelijk van het aantal aangedane personen in de familie (meerdere personen wijst op een grotere vatbaarheid in de familie) (Devriendt et al. 2008). Als twee eerstegraads verwanten van een kind schisis hebben dan verdubbelt het herhalingsrisico (Stegenga. 2000). 3) Het herhalingsrisico is groter naarmate het defect meer uitgesproken is (Stegenga. 2000) 4) Het herhalingsrisico is afhankelijk van het geslacht van de persoon met de aandoening. CP komt vaker voor bij meisjes en CL/P zien we meer bij jongens (Stegenga. 2000).

17 13 Hoofdstuk 2 : Agenesie 2.1 Defintie Agenesie of hypodontie is de congenitale afwezigheid van één of meerdere gebitselementen. Zijn er zes tanden of meer niet aangelegd (met uitzondering van de wijsheidstanden) dan spreekt men van oligodontie (Adeboye et al. 2006). Wanneer het gaat om de totale afwezigheid van tanden noemen we dit anodontie. Dit komt maar zelden voor en is vaak geassocieerd met hypohydrotische ectodermale dysplasie of een andere X-gebonden recessieve aandoening (Adeboye et al. 2006). Agenesie kan voorkomen als een geïsoleerde familiale of sporadische vorm of in associatie met andere afwijkingen (Adeboye et al. 2006). Ongeveer 10% van de gevallen tonen nog andere tandabnormaliteiten zoals hypoplastisch glazuur, peg-shaped laterale snijtanden van de bovenkaak, microdontie etc. (Vieira et al. 2004). 2.2 Prevalentie Hypodontie komt vaker voor in het definitieve gebit dan in het melkgebit. Bij de melktanden ontbreken het vaakst de snijtanden van de onderkaak. Bij de definitieve elementen vooral de 3 de molaren, 2 de premolaren, en laterale snijtanden (afwezigheid van de 1 ste en 2 de molaren is zeldzaam) (Adeboye et al. 2006, Stegenga. 2000). Townsend et al. (2005) haalde aan dat deze tanden het vaakst ontbreken omdat de ontwikkeling over een langere periode gebeurt, wat een grotere kans kan geven tot agenesie. De verschillen in prevalentie hangen nauw samen met de diagnostische criteria, de wijze waarop de steekproef bepaald wordt, de raciale variatie en het populatietype. Uit eerdere studies is ook gebleken dat dergelijke afwijkingen meer voorkomen bij meisjes dan bij jongens ( 3 op 2) (Adeboye et al. 2006, Stegenga. 2000).

18 14 Bij de prevalentie van hypodontie zien we dat deze groter is binnen familiale kring dan bij de gewone populatie, wat wijst op een erfelijk verband van hypodontie (de proportie van verwanten hangt af van de graad van de hypodontie) (Adeboye et al. 2006). 2.3 Normale tandontwikkeling De eerste tekenen van de tandontwikkeling doen zich voor tussen de zesde en zevende week van de ontwikkeling na de bevruchting (Gartner. 2001), nadat de neurale lijstcellen gemigreerd zijn naar de plaats waar het dentofaciale complex zich gaat ontwikkelen (Carels ). De aanzet tot de tandformatie vormen de lokale celvermenigvuldigingen ter hoogte van het orale epitheel. Door interacties met het onderliggende mesenchyme wordt een signaalcentrum gevormd die tot de verschillende weefselcomponenten leiden en uiteindelijk tot de formatie van zowel de melk als definitieve elementen (Carels ). Het resultaat van deze mitotische activiteit is de vorming van een hoefijzervormige band van epitheel cellen, de dentale lamina genoemd (Garnter. 2001). Deze lokale veranderingen worden geïnduceerd door cellen van de neurale lijst die naar het orale mesenchym zijn gemigreerd en die daar de plaats bepalen waar de gebitselementen zich al dan niet zullen ontwikkelen. Het onderzoek naar de erfelijke factoren bij muizen heeft aangetoond dat de tandontwikkeling gereguleerd wordt door interacties tussen epitheliale en mesenchymale cellen en dat deze afhankelijk zijn van een aantal genen. Deze genen coderen voor transcriptiefactoren en signaalmoleculen (Adeboye et al. 2006) wat leidt tot de initiatie, morfogenese en differentiatie van de ontwikkeling van de tanden (Towsend et al. 2005). Vorming van de kroon De knopfase Kort na het verschijnen van de dentale lamina, stijgt de mitotische activiteit in het onderste deel van de epitheliale band van elke tandboog. Deze activiteit is verantwoordelijk voor de vorming van 10 epitheliale structuren, de knoppen. Zij leiden tot de vorming van de melktanden van zowel de boven- als onderkaak.

19 15 Verdere ontwikkeling is gelijkaardig voor elke tand, maar deze zijn wel asynchroon (Gartner. 2001). De kapfase Zodra de cellen van de knop gaan prolifereren, veranderen deze niet alleen van grootte maar ook van vorm. We krijgen zo een drielagige configuratie, de kap. Er volgt vervolgens een ingewikkeld moleculair biologisch proces waarbij multipele interacties optreden tussen het epitheel en het mesenchym; de eerste noodzakelijke cellulaire signalen zijn afkomstig van het epitheel, met name de vrijzetting van Sonic Hedgehoc (SHH), Bone Morphogenetic Protein 4 (BMP-4), BPM-2, BMP-7 en Fibroblastic Growth Factor 8 (FGF-8) naar de dentale mesenchymcellen (Carels ). Om het proces van de tandontwikkeling verder normaal te laten verlopen is een respons noodzakelijk vanuit het dentale mesenchym, waarbij onder andere MSX1 en PAX9 een rol spelen. De mesenchymcellen vuren dus op hun beurt terug signalen af naar de epitheelcellen, die dan wederom een ander expressiepatroon gaan vertonen. Tijdens de kapfase van de tandontwikkeling ontstaat een stevige streng van epitheliale cellen uit de dentale lamina. Deze cellen gaan prolifereren en groeien in de diepte (Allan. 1997). De klokfase Deze laatste fase van de kroonvorming wordt ook wel de fase van de morfo- en histodifferentiatie genoemd. Verschillende cellen differentiëren tot ameloblasten of odontoblasten die zorgen voor de productie van glazuur en dentine (Gartner. 2001). Wanneer het glazuur en het coronale dentine gevormd is, gaan de tandkiemen naar een volgende fase van tandvorming, nl de wortelvorming (Gartner. 2001).

20 Etiologie van agenesie Meer dan honderden genen spelen een rol bij de tandontwikkeling en elk van deze zou een oorzakelijke rol kunnen spelen bij het ontstaan van tandagenesie (Viera. 2003, Nieminen et al. 1998). Hoewel tandagenesie occasioneel veroorzaakt wordt door omgevingsfactoren (vb trauma), chemo of radiotherapie, is de meerderheid echter te wijten aan genetische factoren (Näsman et al. 1997). Brook et al. (1984) kwam tot de conclusie dat de prevalentie van hypodontie hoger is in familiale kring dan in de algemene populatie, wat de hypothese over het bestaan van erfelijke factoren bij agenesie ondersteunt. Townsend et al. (2005) heeft aan de hand van stambomen aangetoond dat familiale tandagenesie autosomaal dominant, recessief of X gebonden kan zijn Erfelijkheid Onderzoeken zijn gedaan naar het verband tussen hypodontie en de verschillende kandidaat genen die betrokken zijn bij de odontogenese (Townsend et al. 2005). Hoewel nog niet alle moleculen gekend zijn, werden de laatste jaren vooral mutaties van de genen PAX9, MSX1 en AXIN2 geassocieerd met tandagenesie (Viera. 2003). Het zijn transcriptiefactoren die actief zijn in de vroeg epitheliaal mesenchymale interacties (Carels ). PAX 9 Dit gen is actief tijdens de embryogenese. Het speelt onder andere een belangrijke rol bij de epitheliale en mesenchymale celcascades tijdens de odontogenese (Swinnen et al. 2008, Peters et al. 1999). Mutaties in PAX9 kunnen als gevolg hebben dat er een fout optreedt in de tandontwikkeling (Mensah et al. 2003). Tot nu zijn er reeds vijftien heterozygote mutaties van PAX9 (Nieminen et al. 2001, Frazier-Bowers et al. 2002, Das et al. 2003, Mensah et al. 2003, Stockton et al. 2000) geïdentificeerd die geassocieerd kunnen worden met een familiale niet syndromale vorm van tandagenesie (Swinnen et al. 2008).

Genetische relatie tussen schisis en tandagenesie? Annelies Kellens 3 e jaar tandarts 2007 2008 Promotor: Prof C. Carels

Genetische relatie tussen schisis en tandagenesie? Annelies Kellens 3 e jaar tandarts 2007 2008 Promotor: Prof C. Carels Genetische relatie tussen schisis en tandagenesie? Annelies Kellens 3 e jaar tandarts 2007 2008 Promotor: Prof C. Carels Genetische relatie tussen schisis en tandagenesie? Schisis Tandagenesie Tweelingenonderzoek

Nadere informatie

Tandafwijkingen van de laterale snijtand bij de

Tandafwijkingen van de laterale snijtand bij de Tandafwijkingen van de laterale snijtand bij de schisispatiënt i t Liesbeth Mannaerts 15 mei 2008 Tandafwijkingen van de laterale l snijtand bij de schisispatiënt I. Schisis II. Relatie schisis en tandvorming

Nadere informatie

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren

Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren alcohol. Dit proefschrift laat zien dat de meerderheid van

Nadere informatie

ERFELIJKHEID VAN LIPSPLEET EN VERHEMELTESPLEET

ERFELIJKHEID VAN LIPSPLEET EN VERHEMELTESPLEET ERFELIJKHEID VAN LIPSPLEET EN VERHEMELTESPLEET Koenraad Devriendt Centrum voor Menselijke Erfelijkheid, Leuven 1. SCHISIS : EEN VERSTOORDE ONTWIKKELING VAN HET EMBRYO. Een lipspleet en verhemeltespleet

Nadere informatie

1. Mendeliaanse overerving - koppelingsanalyse

1. Mendeliaanse overerving - koppelingsanalyse 1. Mendeliaanse overerving - koppelingsanalyse 1.1 Inleiding Genetische kenmerken die afhangen van één enkel gen (meer precies : locus) noemen wij mendeliaans. Mendeliaanse kenmerken segregeren in families

Nadere informatie

2. Erfelijkheid en de ziekte van Huntington

2. Erfelijkheid en de ziekte van Huntington 2. Erfelijkheid en de ziekte van Huntington Erfelijkheid Erfelijk materiaal in de 46 chromosomen De mens heeft in de kern van elke lichaamscel 46 chromosomen: het gaat om 22 paar lichaamsbepalende chromosomen

Nadere informatie

Tabel3.1.1 Voorkomen van schisis lip/kaak spleet met of zonder

Tabel3.1.1 Voorkomen van schisis lip/kaak spleet met of zonder 3.1 Schisis Schisis is één van de meest voorkomende aangeboren aandoeningen. Wereldwijd loopt de prevalentie uiteen van 4,8 tot 28,6 per 10.000 geboortes. Er bestaan grote verschillen in het voorkomen

Nadere informatie

A c. Dutch Summary 257

A c. Dutch Summary 257 Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag

Nadere informatie

4 HAVO thema 4 Erfelijkheid EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN

4 HAVO thema 4 Erfelijkheid EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN Examentrainer Vragen Karyogrammen In afbeelding 1 zijn twee karyogrammen weergegeven. Deze karyogrammen zijn afkomstig van een eeneiige tweeling. Het ene kind is van het mannelijk geslacht zonder duidelijke

Nadere informatie

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen?

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen? Biologie Vraag 1 Celorganellen en levensprocessen bij levende cellen zijn: 1. Ribosomen 2. ATP synthese 5. DNA polymerase 3. Celmembranen 6. Fotosynthese 4. Kernmembraan 7. Mitochondria Welke van de bovenstaande

Nadere informatie

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen?

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen? Biologie Vraag 1 Celorganellen en levensprocessen bij levende cellen zijn: 1. Ribosomen 2. ATP synthese 5. DNA polymerase 3. Celmembranen 6. Fotosynthese 4. Kernmembraan 7. Mitochondria Welke van de bovenstaande

Nadere informatie

Dan is de waarde van het recessieve allel q dus 0,87, vanwege het feit dat p + q = 1.

Dan is de waarde van het recessieve allel q dus 0,87, vanwege het feit dat p + q = 1. Opgave 1: Wet van Hardy-Weinberg Een populatie van 10.000 individuen voldoet wat betreft de onderlinge voortplanting aan de voorwaarden, genoemd in de wet van Hardy-Weinberg. Van deze populatie is bekend

Nadere informatie

Newsletter April 2013

Newsletter April 2013 1. Inleiding Met het thema van deze nieuwsbrief willen we ons richten op de fundamenten van het fokken: de basisgenetica. Want of je het nu wil of niet. dit is ook de basis voor een succesvolle fok! Misschien

Nadere informatie

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen?

Welke van de bovenstaande celorganellen of levensprocessen kunnen zowel in prokaryote, als in eukaryote cellen voorkomen? Biologie Vraag 1 Celorganellen en levensprocessen bij levende cellen zijn: 1. Ribosomen 2. ATP synthese 5. DNA polymerase 3. Celmembranen 6. Fotosynthese 4. Kernmembraan 7. Mitochondria Welke van de bovenstaande

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dikkedarmkanker is na longkanker de meest voorkomende doodsoorzaak ten gevolge van kanker in de westerse wereld. Dikkedarmkanker manifesteert zich na een accumulatie van verscheidene genetische veranderingen.

Nadere informatie

Genetische gevoeligheid en omgeving: een lastige ontrafeling. Prof. Dr. N.J. Leschot Afdeling Klinische Genetica Academisch Medisch Centrum Amsterdam

Genetische gevoeligheid en omgeving: een lastige ontrafeling. Prof. Dr. N.J. Leschot Afdeling Klinische Genetica Academisch Medisch Centrum Amsterdam Genetische gevoeligheid en omgeving: een lastige ontrafeling Prof. Dr. N.J. Leschot Afdeling Klinische Genetica Academisch Medisch Centrum Amsterdam Genetica in de geneeskunde 1. chromosomale afwijkingen

Nadere informatie

Let er op dat je voor iedere vraag een uitwerking maakt met kruisingsschema en/of berekening.

Let er op dat je voor iedere vraag een uitwerking maakt met kruisingsschema en/of berekening. Week Thema Onderwerp Datum 43 3 Basisstof 1 t/m 4 23/10 28/10 44 3 Basisstof 1 t/m 4 31/10 4/11 45 7/11 11/11 Basisstof 5 t/m 7 bespreken 3 Basisstof 5 t/m 7 bespreken Verrijkingsstof 1 Herhalen en bespreken

Nadere informatie

Dit proefschrift beschrijft de rol van genetische factoren in het ontstaan van de ziekte van

Dit proefschrift beschrijft de rol van genetische factoren in het ontstaan van de ziekte van Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de rol van genetische factoren in het ontstaan van de ziekte van Hirschsprung (ook wel afgekort als HSCR). HSCR is een aangeboren afwijking gekenmerkt door de afwezigheid

Nadere informatie

Samenvatting Erfelijkheid Vmbo 3a Biologie voor Jou. Erfelijke informatie ligt in de celkern in de chromosomen. Chromosomen bestaan weer uit DNA.

Samenvatting Erfelijkheid Vmbo 3a Biologie voor Jou. Erfelijke informatie ligt in de celkern in de chromosomen. Chromosomen bestaan weer uit DNA. Samenvatting Erfelijkheid Vmbo 3a Biologie voor Jou 4.1 Fenotype Genotype = waarneembare eigenschappen van een individu = de erfelijke informatie in het DNA Genotype + milieufactoren = fenotype Erfelijke

Nadere informatie

Verklarende Woordenlijst

Verklarende Woordenlijst 12 Verklarende Woordenlijst Gebaseerd op een woordenlijst die werd ontwikkeld door Londen IDEAS Genetic Knowledge Park aangepast volgens hun kwaliteitsnormen. Juli 2008 Vertaald door Mies Wits-Douw en

Nadere informatie

Erfelijkheid van de ziekte van Huntington

Erfelijkheid van de ziekte van Huntington Erfelijkheid van de ziekte van Huntington In de kern van iedere cel van het menselijk lichaam is uniek erfelijk materiaal opgeslagen. Dit erfelijk materiaal wordt ook wel DNA (Desoxyribonucleïnezuur) genoemd.

Nadere informatie

Dialogen voor conceptcartoons. Verband genotype/fenotype, dominant/recessief

Dialogen voor conceptcartoons. Verband genotype/fenotype, dominant/recessief Dialogen voor conceptcartoons Verband genotype/fenotype, dominant/recessief 1 Is dit ons kind? (Zie conceptcartoon Horst Wolter op deze site.) Leermoeilijkheid (misconcept): Uiterlijke eigenschappen weerspiegelen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 169 Nederlandse samenvatting Het aantal ouderen boven de 70 jaar is de laatste jaren toegenomen. Dit komt door een significante reductie van sterfte op alle leeftijden waardoor een toename van de gemiddelde

Nadere informatie

Copyright 2008 Pearson Education Inc., publishing as Pearson Benjamin Cummings

Copyright 2008 Pearson Education Inc., publishing as Pearson Benjamin Cummings De meeste organismen hebben een twee sets chromosomen, met daarop informatie voor alle eigenschappen van dat organisme (diploid) Deze erfelijke informatie noemen we het genotype Hoe deze erfelijke informatie

Nadere informatie

vwo erfelijkheid 2010

vwo erfelijkheid 2010 vwo erfelijkheid 2010 Bijengenetica Een bijenvolk bestaat uit: de koningin (een vruchtbaar vrouwtje), een groot aantal werksters (steriele vrouwtjes) en darren (mannetjes). Alle vrouwtjes zijn diploïd

Nadere informatie

Samenvattingen. Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid. Basisstof 1. Basisstof 2. Erfelijke eigenschappen:

Samenvattingen. Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid. Basisstof 1. Basisstof 2. Erfelijke eigenschappen: Samenvatting Thema 4: Erfelijkheid Basisstof 1 Erfelijke eigenschappen: - Genotype: o genen liggen op de chromosomen in kernen van alle cellen o wordt bepaald op moment van de bevruchting - Fenotype: o

Nadere informatie

Verklarende woordenlijst

Verklarende woordenlijst 12 Verklarende woordenlijst Gebaseerd op een woordenlijst die werd ontwikkeld door Londen IDEAS Genetic Knowledge Park aangepast volgens hun kwaliteitsnormen. Januari 2008 Gesteund door EuroGentest, NoE

Nadere informatie

Genetische factoren bij eetstoornissen. Het is nog onvoldoende bekend waarom mensen eetstoornissen ontwikkelen. Wel is

Genetische factoren bij eetstoornissen. Het is nog onvoldoende bekend waarom mensen eetstoornissen ontwikkelen. Wel is Genetische factoren bij eetstoornissen Het is nog onvoldoende bekend waarom mensen eetstoornissen ontwikkelen. Wel is gebleken dat er niet één oorzaak is, maar dat verschillende factoren een rol spelen

Nadere informatie

ERFELIJKHEID. 1 N i e t a l l e m a a l h e t z e l f d e Afbeelding 17-2

ERFELIJKHEID. 1 N i e t a l l e m a a l h e t z e l f d e Afbeelding 17-2 ERFELIJKHEID 1 N i e t a l l e m a a l h e t z e l f d e Afbeelding 17-2 Afbeelding 17-1 Mensen uit elkaar houden vind je vast makkelijker. Toch hebben ook mensen veel meer overeenkomsten dan verschillen.

Nadere informatie

SAMENVATTING Samenvatting Coeliakie is een genetische aandoening waarbij omgevingsfactoren en meerdere genen bijdragen aan de ontwikkeling van de ziekte. De belangrijkste omgevingsfactor welke een rol

Nadere informatie

2 Voortplanten met organen Bouw en werking van geslachtsorganen Werking van geslachtshormonen Afsluiting 31

2 Voortplanten met organen Bouw en werking van geslachtsorganen Werking van geslachtshormonen Afsluiting 31 Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Voortplanten van genen 9 1.1 Genetica 9 1.2 Kruisingen 13 1.3 Crossing-over en mutatie 16 1.4 Erfelijkheid en praktijk 17 1.5 Inteelt en inteeltdepressie 21 1.6 Afsluiting

Nadere informatie

Klinische Genetica. Geslachtsgebonden (X-chromosoom gebonden) recessieve overerving

Klinische Genetica. Geslachtsgebonden (X-chromosoom gebonden) recessieve overerving Klinische Genetica Geslachtsgebonden (X-chromosoom gebonden) recessieve overerving Klinische Genetica Bij uw bezoek aan de polikliniek Klinische Genetica heeft de klinisch geneticus of een genetisch consulent

Nadere informatie

1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström

1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström 1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström Dr. S.A.M. van de Schans, S. Oerlemans, MSc. en prof. dr. J.W.W. Coebergh Inleiding Epidemiologie is de wetenschap die eenvoudig gezegd

Nadere informatie

Menselijke kenmerken: genen of omgeving? Hilde Van Esch Centrum voor Menselijke Erfelijkheid

Menselijke kenmerken: genen of omgeving? Hilde Van Esch Centrum voor Menselijke Erfelijkheid Menselijke kenmerken: genen of omgeving? Hilde Van Esch Centrum voor Menselijke Erfelijkheid Synaps IS ALLES GENETISCH? nature genen nurture omgeving erfelijk aanleg / talent aangeboren verworven aangeleerd

Nadere informatie

Chapter 9. Nederlandse samenvatting References Appendices Publications Curriculum vitae

Chapter 9. Nederlandse samenvatting References Appendices Publications Curriculum vitae Chapter 9 Nederlandse samenvatting References Appendices Publications Curriculum vitae Nederlandse samenvatting Genetische factoren bij eetstoornissen Het is nog onvoldoende bekend waarom mensen eetstoornissen

Nadere informatie

Level 1. Vul het juiste woord in

Level 1. Vul het juiste woord in Level 1 Vul het juiste woord in Keuze uit: Gen, Allel, Locus, Dominant, Recessief, Co-dominantie, Monohybride kruising, Dihybride kruising, Autosoom, Autosomale overerving, X-chromosomale overerving, Intermediair

Nadere informatie

Chapter 10. Nederlandse samenvatting

Chapter 10. Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Hereditair Nonpolyposis Colorectaal Carcinoom, afgekort als (HNPCC), ook wel Lynch syndroom genoemd, is een autosomaal dominante erfelijke aandoening met een hoge penetrantie (80-85%),

Nadere informatie

Aangeboren hartafwijkingen en erfelijkheid

Aangeboren hartafwijkingen en erfelijkheid Aangeboren hartafwijkingen en erfelijkheid 13 november 2010 Klaartje van Engelen Klinische genetica Academisch Medisch Centrum, Amsterdam Wat kunnen we met alle kennis over DNA en genen in de medische

Nadere informatie

Van mens tot Cel oefenvragen 1. De celdeling bestaat uit verschillende fasen. Hoe heten de G1, S en de G2 fase samen?

Van mens tot Cel oefenvragen 1. De celdeling bestaat uit verschillende fasen. Hoe heten de G1, S en de G2 fase samen? Van mens tot Cel oefenvragen 1. De celdeling bestaat uit verschillende fasen. Hoe heten de G1, S en de G2 fase samen? A: interfase B: profase C: anafase D: cytokinese 2. Een SNP (single nucleotide polymorphism)

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2

Samenvatting Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 In dit proefschrift zijn de consequenties van een nadelige intrauteriene omgeving, gecreëerd door maternale apoe-deficiëntie of Ldlr-deficiëntie tijdens zwangerschap, op de gevoeligheid voor aderverkalking

Nadere informatie

Genetica: een panacee? II

Genetica: een panacee? II Genetica: een panacee? II Dorret Boomsma en Eline Slagboom Neuropraxis, 02 (1998), p. 12-15 In dit artikel zal worden ingegaan op de vraag hoe de kennis die is verkregen binnen de moleculaire genetica

Nadere informatie

Tweelingen in de groei

Tweelingen in de groei Tweelingen in de groei Henriëtte A. Delemarre-van de Waal Zoals bekend ontstaat een twee-eiige tweeling wanneer tegelijkertijd twee eicellen worden bevrucht door twee zaadcellen. Beide embryo s hebben

Nadere informatie

X-gebonden overerving

X-gebonden overerving 12 Universiteit Gent - UG http://medgen.ugent.be/cmgg/home.php Tel. +32(0)9 240 36 03 X-gebonden overerving Université Libre de Bruxelles - ULB Tel. +32 (0)2 555 31 11 Vrije Universiteit Brussel - VUB

Nadere informatie

Waarom er tweelingen geboren worden

Waarom er tweelingen geboren worden Waarom er tweelingen geboren worden Grant W. Montgomery en Chantal Hoekstra Inleiding Er zijn, zoals bekend, twee soorten tweelingen: identieke, eeneiige tweelingen en niet-identieke, twee-eiige tweelingen.

Nadere informatie

Java Project on Periodontal Disease. Periodontal Condition in Relation to Vitamin C, Systemic Conditions and Tooth Loss Amaliya

Java Project on Periodontal Disease. Periodontal Condition in Relation to Vitamin C, Systemic Conditions and Tooth Loss Amaliya Java Project on Periodontal Disease. Periodontal Condition in Relation to Vitamin C, Systemic Conditions and Tooth Loss Amaliya Samenvatting en conclusie In vele studies is een verband aangetoond tussen

Nadere informatie

Algemene aspecten van erfelijkheid. Waarom is kennis over erfelijke aspecten van een ziekte belangrijk? Wanneer erfelijkheidsadvies/onderzoek?

Algemene aspecten van erfelijkheid. Waarom is kennis over erfelijke aspecten van een ziekte belangrijk? Wanneer erfelijkheidsadvies/onderzoek? Erfelijke nierziekten: algemene aspecten van erfelijkheid, overerving en erfelijkheidsadvies Nine Knoers Klinisch Geneticus Commissie Erfelijke Nierziekten NVN 4 november 2006 HUMAN GENETICS NIJMEGEN Inhoud

Nadere informatie

GENETISCHE COUNSELING SYLVIA DE NOBELE, GENETISCH COUNSELOR CENTRUM MEDISCHE GENETICA, UZGENT (CMGG) FAPA 19/11/2016

GENETISCHE COUNSELING SYLVIA DE NOBELE, GENETISCH COUNSELOR CENTRUM MEDISCHE GENETICA, UZGENT (CMGG) FAPA 19/11/2016 GENETISCHE COUNSELING SYLVIA DE NOBELE, GENETISCH COUNSELOR CENTRUM MEDISCHE GENETICA, UZGENT (CMGG) FAPA 19/11/2016 INHOUD 1. Erfelijke dikkedarmkanker 2. Betrokken genen en overerving 3. DNA, chromosomen

Nadere informatie

Level 1. Vul het juiste woord in

Level 1. Vul het juiste woord in Level 1 Vul het juiste woord in Keuze uit: Gen, Allel, Locus, Dominant, Recessief, Co-dominantie, Monohybride kruising, Dihybride kruising, Autosoom, Autosomale overerving, X-chromosomale overerving, Intermediair

Nadere informatie

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. DNA-onderzoek en gentherapie

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. DNA-onderzoek en gentherapie Afsluitende les Leerlingenhandleiding DNA-onderzoek en gentherapie Inleiding In de afsluitende les DNA-onderzoek en gentherapie zul je aan de hand van een aantal vragen een persoonlijke en kritische blik

Nadere informatie

HERKANSINGSTENTAMEN Moleculaire Biologie deel 2, 5 Jan 2007

HERKANSINGSTENTAMEN Moleculaire Biologie deel 2, 5 Jan 2007 HERKANSINGSTENTAMEN Moleculaire Biologie deel 2, 5 Jan 2007 NAAM: STUDENTNUMMER: CONTROLEER OF DIT TENTAMEN 14 PAGINA S BEVAT. Veel succes! o Je mag de achterkant van het papier ook zo nodig gebruiken,

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting. Nederlandse samenvatting Lateralisatie en schizofrenie

Nederlandse Samenvatting. Nederlandse samenvatting Lateralisatie en schizofrenie Nederlandse samenvatting Lateralisatie en schizofrenie 255 256 De twee hersenhelften, de hemisferen, van het menselijke brein verschillen zowel in vorm als in functie. In sommige hersenfuncties, zoals

Nadere informatie

Fragiele-Xsyndroom. Een erfelijke aandoening

Fragiele-Xsyndroom. Een erfelijke aandoening Fragiele-Xsyndroom Een erfelijke aandoening Het fragiele-x-syndroom is, een erfelijke aandoening, die gepaard gaat met een verstandelijke handicap, op autisme gelijkend gedrag en dikwijls bepaalde uiterlijke

Nadere informatie

3. Eén gen kan vele allelen hebben. Hoeveel allelen van één gen heeft ieder individu?

3. Eén gen kan vele allelen hebben. Hoeveel allelen van één gen heeft ieder individu? Genetica Vragen bij hoofdstuk 13, 14 en 15 van 'Biology', Campbell, 7e druk Versie 2006 2007 Theorie 1. Hoe noemt men een plant die raszuiver is voor een bepaalde eigenschap? 2. Hoe noemt men planten met

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Analyse van chromosomale afwijkingen in gastrointestinale tumoren In het ontstaan van kanker spelen vele moleculaire processen een rol. Deze processen worden in gang gezet door

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse Introductie Nicotine is een van de meest gebruikte verslavende middelen en levert, door het roken van sigaretten, een grote bijdrage aan morbiditeit (ziekte) en mortaliteit (sterfte). Wereldwijd

Nadere informatie

Een bloeding tussen de hersenvliezen (subarachnoïdale bloeding of SAB) is

Een bloeding tussen de hersenvliezen (subarachnoïdale bloeding of SAB) is Samenvatting 229 230 Samenvatting Een bloeding tussen de hersenvliezen (subarachnoïdale bloeding of SAB) is een vorm van beroerte die vaak op jonge leeftijd optreedt en meestal ernstige gevolgen heeft:

Nadere informatie

Dutch Summary. Samenvatting

Dutch Summary. Samenvatting Dutch Summary Samenvatting 168 Samenvatting Ongeveer 1 op de 100 mensen kan geen pasta, brood of koekjes eten, omdat ze lijden aan de ziekte coeliakie. Coeliakie wordt veroorzaakt door een van de meest

Nadere informatie

ERFELIJKHEID EN ZIEKTE. H.H. TAN, arts 2015

ERFELIJKHEID EN ZIEKTE. H.H. TAN, arts 2015 ERFELIJKHEID EN ZIEKTE H.H. TAN, arts 2015 1B ERFELIJKHEID EN ZIEKTE 2 DNA (Desoxyribo Nucleïnezuur (acid)) - Bestaat uit 2 nucleotide ketens, - Bevat 4 basen: A = adenine C = cytosine - Is opgerold tot

Nadere informatie

Een- of twee-eiig? Zygositeitsbepaling en het belang daarvan

Een- of twee-eiig? Zygositeitsbepaling en het belang daarvan Een- of twee-eiig? Zygositeitsbepaling en het belang daarvan Catherine Derom Men kan tweelingen in twee verschillende typen indelen. Twee-eiige (of dizygote) tweelingen ontstaan uit de bevruchting van

Nadere informatie

239 Dit proefschrift bestaat uit vier delen die elk het verslag van twee onderzoeken bevatten. Het eerste deel gaat over de erfelijkheid van een verzameling psychiatrische symptomen die betrekking hebben

Nadere informatie

Examen Voorbereiding Erfelijkheid

Examen Voorbereiding Erfelijkheid Examen Voorbereiding Erfelijkheid Teylingen College Leeuwenhorst 2015/2016 Thema 4 Erfelijkheid Begrippenlijst: Begrip DNA-sequentie Genexpressie Epigenetica Homozygoot Heterozygoot Intermediair Monohybride

Nadere informatie

Genetica van hemochromatose

Genetica van hemochromatose Genetica van hemochromatose 28-11-2015 Prof.Dr. M.H. Breuning, klinisch geneticus M.H.Breuning@lumc.nl Wat is ijzer? Twee oxidatietoestanden: Fe 2+ Fe 3+ (divalent) (trivalent) IJzer is noodzakelijk voor

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Biologie: Erfelijkheid 6/29/2013. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Biologie: Erfelijkheid 6/29/2013. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Biologie: Erfelijkheid 6/29/2013 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating) en studenten van forum http://www.toelatingsexamen-geneeskunde.be

Nadere informatie

Veel vrouwen gebruiken medicijnen tijdens hun zwangerschap. Van veel van deze medicijnen zijn de mogelijke teratogene effecten vaak nog niet goed beke

Veel vrouwen gebruiken medicijnen tijdens hun zwangerschap. Van veel van deze medicijnen zijn de mogelijke teratogene effecten vaak nog niet goed beke 107 Veel vrouwen gebruiken medicijnen tijdens hun zwangerschap. Van veel van deze medicijnen zijn de mogelijke teratogene effecten vaak nog niet goed bekend. Onderzoek naar welke medicijnen gebruikt worden

Nadere informatie

Wie is er genetisch normaal? Centrum voor Menselijke Erfelijkheid

Wie is er genetisch normaal? Centrum voor Menselijke Erfelijkheid Wie is er genetisch normaal? Koen Devriendt Centrum voor Menselijke Erfelijkheid prenatale diagnose klassieke karyotypering variatie is minimaal merker chromosoom translocatie inversie variabele banden

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De onderzoeken beschreven in dit proefschrift zijn onderdeel van een grootschalig onderzoek naar individuele verschillen in algemene cognitieve vaardigheden. Algemene cognitieve

Nadere informatie

Infoblad. Chromosoomafwijkingen. Chromosoomafwijkingen, wat zijn dat eigenlijk? En waardoor ontstaan ze? Hierover lees je in dit infoblad.

Infoblad. Chromosoomafwijkingen. Chromosoomafwijkingen, wat zijn dat eigenlijk? En waardoor ontstaan ze? Hierover lees je in dit infoblad. Chromosoomafwijkingen Chromosoomafwijkingen, wat zijn dat eigenlijk? En waardoor ontstaan ze? Hierover lees je in dit infoblad. Chromosomen In het lichaam zitten heel veel cellen. De cellen zijn de bouwstenen

Nadere informatie

Genetica Gehemeltespleet

Genetica Gehemeltespleet Genetica Gehemeltespleet Palatoschisis Genetica Inleiding Uw kind staat onder behandeling van het schisisteam van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL)

Nadere informatie

Cover Page. Author: Slieker, Roderick Title: Charting the dynamic methylome across the human lifespan Issue Date:

Cover Page. Author: Slieker, Roderick Title: Charting the dynamic methylome across the human lifespan Issue Date: Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/45888 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Slieker, Roderick Title: Charting the dynamic methylome across the human lifespan

Nadere informatie

Prenatale diagnose & neurologische aandoeningen :

Prenatale diagnose & neurologische aandoeningen : Prenatale diagnose & neurologische aandoeningen : nieuwe ontwikkelingen We willen een gezond kindje Preconceptionele genetische counselling : Erfelijke ziekte of aangeboren afwijking bij : - vorig kind

Nadere informatie

Biologie (jaartal onbekend)

Biologie (jaartal onbekend) Biologie (jaartal onbekend) 1) Bijgevoegde fotografische afbeelding geeft de elektronenmicroscopische opname van een organel (P) van een cel. Wat is de belangrijkste functie van dit organel? A. Het transporteren

Nadere informatie

Klinische Genetica. Autosomaal dominante overerving

Klinische Genetica. Autosomaal dominante overerving Klinische Genetica Autosomaal dominante overerving Klinische Genetica U bent (of uw kind is) doorverwezen naar de polikliniek Klinische Genetica. Tijdens de eerste afspraak legt een klinisch geneticus

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 178 Nederlandse samenvatting Concentratieproblemen en hyperactiviteit zijn veelvoorkomende problemen op de kinderleeftijd; de diagnose ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)

Nadere informatie

3 Rundveefokkerij Melkproductiecontrole Selectie Fokwaardeschatting Inseminatieplannnen 69 3.

3 Rundveefokkerij Melkproductiecontrole Selectie Fokwaardeschatting Inseminatieplannnen 69 3. Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 6 1 Veiligheidsvoorschriften 9 1.1 Genen en hun vererving 9 1.2 Genotype en fenotype 14 1.3 Erfelijke gebreken 18 1.4 Genfrequenties 25 1.5 Afsluiting 27 2 Fokmethoden 28 2.1

Nadere informatie

Dutch Summary. Nederlandse Samenvatting

Dutch Summary. Nederlandse Samenvatting Dutch Summary Nederlandse Samenvatting Nederlandse samenvatting Voor het goed functioneren van een cel is het van groot belang dat de erfelijke informatie intact blijft. De integriteit van het DNA wordt

Nadere informatie

Klinische Genetica. Autosomaal recessieve overerving

Klinische Genetica. Autosomaal recessieve overerving Klinische Genetica Autosomaal recessieve overerving Klinische Genetica U of uw kind is doorverwezen naar de polikliniek Klinische Genetica. Tijdens de afspraak legt een klinisch geneticus of een genetisch

Nadere informatie

Kinderen met leerproblemen en genetisch onderzoek

Kinderen met leerproblemen en genetisch onderzoek Kinderen met leerproblemen en genetisch onderzoek Griet Van Buggenhout, MD, PhD Centrum voor Menselijke Erfelijkheid, Leuven Griet.VanBuggenhout@uzleuven.be Genetisch onderzoek en leerproblemen 1. Algemene

Nadere informatie

Het HLA-systeem De relatie tussen HLA en bloedtransfusie

Het HLA-systeem De relatie tussen HLA en bloedtransfusie Het HLA-systeem De relatie tussen HLA en bloedtransfusie HLA, Ig-allotypen en erytrocytenbloedgroepen De werking van ons immuunsysteem is gebaseerd op het vermogen om onderscheid te maken tussen eigen

Nadere informatie

Genetica Lip-kaak-gehemeltespleet

Genetica Lip-kaak-gehemeltespleet Genetica Lip-kaak-gehemeltespleet Cheilo-gnato-palato-schisis Genetica Inleiding Uw kind staat onder behandeling van het schisisteam van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), het Medisch

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING In het kort Chronische ziekten zoals astma, reuma en bepaalde soorten kanker hebben deels een genetische achtergrond. Dit betekent dat de kans op de aandoening

Nadere informatie

Risicoberekening voor TRISOMIE 21 in het eerste trimester

Risicoberekening voor TRISOMIE 21 in het eerste trimester Risico op trisomie 21 Centrum Menselijke Erfelijkheid Risicoberekening voor TRISOMIE 21 in het eerste trimester Hoewel de meeste baby s gezond zijn, heeft elke baby een kleine kans op een lichamelijke

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Samenvatting 11 Samenvatting Bloedarmoede, vaak aangeduid als anemie, is een veelbesproken onderwerp in de medische literatuur. Clinici en onderzoekers buigen zich al vele jaren over de oorzaken en gevolgen

Nadere informatie

Inzicht hebben in veel voorkomende patronen van overerving. Professor Martina Cornel and professor Heather Skirton Gen-Equip Project

Inzicht hebben in veel voorkomende patronen van overerving. Professor Martina Cornel and professor Heather Skirton Gen-Equip Project Inzicht hebben in veel voorkomende patronen van overerving Professor Martina Cornel and professor Heather Skirton Gen-Equip Project Leerdoelen Inzicht hebben in de drie belangrijkste patronen van overerving

Nadere informatie

HAVO 5 Begrippenlijst Erfelijkheid allel Allelen zijn verschillende vormen van een gen. Zij liggen in homologe chromosomen op precies dezelfde

HAVO 5 Begrippenlijst Erfelijkheid allel Allelen zijn verschillende vormen van een gen. Zij liggen in homologe chromosomen op precies dezelfde HAVO 5 Begrippenlijst Erfelijkheid allel Allelen zijn verschillende vormen van een gen. Zij liggen in homologe chromosomen op precies dezelfde plaats. Allelen coderen voor dezelfde eigenschap bijvoorbeeld

Nadere informatie

Genetische Selectie. Eindwerk: hondenfokker 2 de jaar. Sabine Spiltijns

Genetische Selectie. Eindwerk: hondenfokker 2 de jaar. Sabine Spiltijns Genetische Selectie Eindwerk: hondenfokker 2 de jaar Sabine Spiltijns 2010-2011 0 We kunnen aan de hand van een genetische selectie ongeveer voorspellen hoe de puppy s van onze hondjes er gaan uitzien.

Nadere informatie

Chapter 9. Nederlandse samenvatting

Chapter 9. Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Type 2 diabetes mellitus komt vaak binnen families voor en is een multifactoriële aandoening, d.w.z. dat meerdere erfelijke factoren samen met omgevingsfactoren een rol spelen

Nadere informatie

2 Leg uit hoe de verschillende subtypes van Chlamydia trachomatis zijn ontstaan. Beschrijf de rol van antibioticagebruik hierin.

2 Leg uit hoe de verschillende subtypes van Chlamydia trachomatis zijn ontstaan. Beschrijf de rol van antibioticagebruik hierin. Examentrainer Vragen Nieuwe DNA-test voor chlamydia Chlamydia is de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening (soa) en kan onder meer leiden tot onvruchtbaarheid. In Nederland worden jaarlijks

Nadere informatie

Chapter 1. Chapter 13. General introduction Samenvatting

Chapter 1. Chapter 13. General introduction Samenvatting Chapter 1 Chapter 13 General introduction Samenvatting Samenvatting Samenvatting Sotos syndroom is een overgroeisyndroom dat gekenmerkt wordt door een toegenomen lengte en/of grote hoofdomtrek, typische

Nadere informatie

S e k S u e l e v o o r t p l a n t i n g r e d u c t i e d e l i n g o f m e i o S e e n g e n e t i S c h e v a r i a t i e

S e k S u e l e v o o r t p l a n t i n g r e d u c t i e d e l i n g o f m e i o S e e n g e n e t i S c h e v a r i a t i e 76 Voortplanting S e k s u e l e v o o r t p l a n t i n g De seksuele voortplanting of reproductie van de mens houdt in dat man en vrouw elk de helft van hun erfelijke aanleg, dus één van elk van de 22

Nadere informatie

Beschikbare DNA-testen voor het vaststellen van monogene afwijkingen. Prof. Dr. Nadine Buys, KULeuven 3 de Vlaamse Fokkerijdag, 26 oktober 2011

Beschikbare DNA-testen voor het vaststellen van monogene afwijkingen. Prof. Dr. Nadine Buys, KULeuven 3 de Vlaamse Fokkerijdag, 26 oktober 2011 Beschikbare DNA-testen voor het vaststellen van monogene afwijkingen Prof. Dr. Nadine Buys, KULeuven 3 de Vlaamse Fokkerijdag, 26 oktober 2011 1 Is het erfelijk? Een aandoening is erfelijk als er een verband

Nadere informatie

Algemene Samenvatting

Algemene Samenvatting Algemene Samenvatting e vitamine metaboliet 1,25-dihydroxyvitamine ( ) speelt een sleutelrol bij het handhaven van de calcium homeostase door middel van effecten op de darm, het bot en de nier. e metaboliet

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting 249 Migraine is een ernstige en veelvoorkomende hoofdpijnaandoening met grote impact op het leven van patiënten en hun familieleden. Een migraineaanval wordt gekenmerkt door matige tot ernstige hoofdpijn,

Nadere informatie

AAbb of Aabb = normaal zicht aabb of aabb = retinitis pigmentosa AABB of AABb = retinitis pigmentosa

AAbb of Aabb = normaal zicht aabb of aabb = retinitis pigmentosa AABB of AABb = retinitis pigmentosa 13. (MC) Retinitis pigmentosa is een erfelijke vorm van blindheid, die kan veroorzaakt worden door een recessief allel (a) op een locus alfa, of door een dominant allel (B) op een andere locus, bèta. Onderstaande

Nadere informatie

28 Testkruising testkruising = een kruising om te achterhalen of een organisme homozygoot of heterozygoot is. Voorbeeld van een testkruising om te bepalen of een organisme homozygoot of heterozygoot is

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/18632 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/18632 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/18632 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Joosse, Simon Andreas Title: Prediction of "BRCAness" in breast cancer by array

Nadere informatie

De volgende vragen testen je kennis van de meest voorkomende vaktermen in de klassieke genetica. Welk woord ontbreekt in de volgende zinnen?

De volgende vragen testen je kennis van de meest voorkomende vaktermen in de klassieke genetica. Welk woord ontbreekt in de volgende zinnen? Populatiegenetica Versie 2006-2007 Vragen bij COO Belangrijke begrippen De volgende vragen testen je kennis van de meest voorkomende vaktermen in de klassieke genetica. Welk woord ontbreekt in de volgende

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Dit proefschrift gaat over de oorzaken van het vóórkomen van symptomen van autisme spectrum stoornissen (ASD) bij kinderen met een aandachtstekort stoornis

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING ACHTERGROND Klinische aspecten van dikke darmkanker Dikke darmkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker in de westerse wereld. Als we kijken naar aan kanker gerelateerde

Nadere informatie

Welke van de onderstaande structuren maakt spiercontractie mogelijk?

Welke van de onderstaande structuren maakt spiercontractie mogelijk? Biologie Vraag 1 Welke van de onderstaande structuren maakt spiercontractie mogelijk? Microtubuli Microfilamenten Intermediaire filamenten Microvilli Biologie: vraag 1 Biologie Vraag 2

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Achtergrond Het risico op het ontwikkelen van een psychiatrische ziekte, zoals attention deficit hyperactivity disorder (ADHD), schizofrenie of verslaving, wordt voor een aanzienlijk deel bepaald door

Nadere informatie