Uitspraak in de zaak van:

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Uitspraak in de zaak van:"

Transcriptie

1 LJN: BG1616, College van Beroep voor het bedrijfsleven, AWB 07/335 Print uitspraak Datum uitspraak: Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie: Regeling GLB-inkomenssteun 2006 AWB 07/335 8 oktober Regeling GLB-inkomenssteun 2006 Uitspraak in de zaak van: A, te B, appellant, 1 tegen de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder, gemachtigde: mr. C.E.B. Haazen, werkzaam bij verweerders Dienst Regelingen. 1. De procedure Appellant heeft bij brief van 1 mei 2007, bij het College binnengekomen op 15 mei 2007, beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 24 april Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar van appellant tegen verweerders besluit van 15 december 2006, waarbij zijn toeslagrechten op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 (hierna: de Regeling) zijn vastgesteld. Bij brief van 23 juli 2007 heeft verweerder een verweerschrift ingediend en de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd. Op 4 juni 2008 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij appellant en de gemachtigde van verweerder hun standpunt hebben toegelicht. 2. De grondslag van het geschil 2.1 Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (hierna: de Raadsverordening) luidt voorzover hier van belang: Artikel 37 Berekening van het referentiebedrag 1. Het referentiebedrag is het gemiddelde over drie jaar van het totaalbedrag aan toeslagen dat aan een landbouwer voor elk kalenderjaar van de in artikel 38 vastgestelde referentieperiode is verleend op grond van de in bijlage VI genoemde steunregelingen, berekend en aangepast overeenkomstig bijlage VII. Artikel 38 Referentieperiode De referentieperiode omvat de jaren 2000, 2001 en Artikel 42 Nationale reserve 1. De lidstaten passen na een eventuele verlaging op grond van artikel 41, lid 2, een lineaire procentuele verlaging toe op de referentiebedragen om een nationale reserve te vormen. Deze verlaging bedraagt niet meer dan 3%. 2. De nationale reserve omvat voorts het verschil tussen het in bijlage VIII vastgestelde maximum en de som van de referentiebedragen die vóór de in lid 1, tweede zin, bedoelde verlaging in het kader van de bedrijfstoeslagregeling aan de landbouwers moeten worden verleend. 4. De lidstaten gebruiken de nationale reserve om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, referentiebedragen vast te stellen voor landbouwers die zich in een bijzondere, door de Commissie volgens de in artikel 144, lid 2, bedoelde procedure te omschrijven situatie bevinden. 1 In de prejudiciele verwijzingsbeschikking van het Hof wordt verzoeker bij naam genoemd: G. Elbertsen te Nijbroek 1

2 Verordening (EG) nr. 795/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende bepalingen voor de uitvoering van de bedrijfstoeslagregeling waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers (hierna: de Commissieverordening) luidt voorzover en ten tijde hier van belang: Afdeling 3 Toewijzing van uit de nationale reserve afkomstige toeslagrechten Artikel 18 Algemene bepalingen inzake landbouwers die zich in een bijzondere situatie bevinden 1. Voor de toepassing van artikel 42, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 worden onder landbouwers die zich in een bijzondere situatie bevinden de in de artikelen 19 tot en met 23 bis van de onderhavige verordening vermelde landbouwers verstaan. Artikel 21 Investeringen 1. Een landbouwer die onder de voorwaarden van de leden 2 tot en met 6 van het onderhavige artikel en uiterlijk op 15 mei 2004 geïnvesteerd heeft in productiecapaciteit of grond heeft gekocht, ontvangt toeslagrechten die zijn berekend door een referentiebedrag dat door de lidstaat is vastgesteld op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, te delen door een aantal hectaren dat niet groter is dan het aantal hectaren dat hij heeft gekocht. De Regeling, voorzover en ten tijde hier van belang, luidt: Paragraaf 2.2 Toewijzen van toeslagrechten uit de nationale reserve (aan landbouwers als bedoeld in artikel 42, vierde lid, van verordening 1782/2003) Artikel Voor toewijzing van toeslagrechten uit de nationale reserve komen uitsluitend in aanmerking: c. landbouwers die overeenkomstig artikel 21 van verordening 795/2004 geïnvesteerd hebben in productiecapaciteit of grond hebben gekocht, indien ten genoegen van de minister wordt aangetoond dat zij overeenkomstig artikel 21 van verordening 795/2004, uiterlijk op 15 mei 2004: - geïnvesteerd hebben in stalcapaciteit, of deze voor tenminste zes jaar hebben gehuurd; - grond hebben gekocht, of voor tenminste zes jaar hebben gehuurd; - dieren hebben gekocht waarvoor een in bijlage VI bij verordening 1782/2003 genoemde rechtstreekse betaling kon worden verkregen; d. landbouwers die overeenkomstig artikel 22 van verordening 795/2004 grond hebben gehuurd of aangekocht, indien ten genoegen van de minister wordt aangetoond dat zij deze grond uiterlijk op 15 mei 2004 hebben gehuurd respectievelijk gekocht; 2. Landbouwers als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met d, komen uitsluitend in aanmerking voor toeslagrechten uit de nationale reserve voor zover: a. zij als gevolg van de investering in productiecapaciteit of het in bezit krijgen, kopen of huren van subsidiabele grond, in de zin van artikel 44, tweede lid, van verordening 1782/2003, in het daarop volgende kalenderjaar, beschikken over meer: i. stalcapaciteit, ii. dieren waarvoor een in bijlage VI bij verordening 1782/2003 genoemde rechtstreekse betaling kon worden verkregen, dan de betrokken productiecapaciteit of grond die in de referentieperiode beschikbaar was; b. zij op basis daarvan meer rechtstreekse betalingen hebben ontvangen, zoals berekend op grond van artikel 17; en c. voor zover deze bijkomende productiecapaciteit of grond nog geen recht geeft op toewijzing van toeslagrechten of referentiebedragen op basis van de referentieperiode. 2

3 3. Een aanvraag tot vaststelling van toeslagrechten uit de nationale reserve vindt plaats overeenkomstig artikel 11. Artikel De extra referentiebedragen worden voor landbouwers als bedoeld in artikel 16, tweede lid, berekend op basis van de volgende methode: a. De toename, ten opzichte van de referentieperiode, in het jaar na en als gevolg van de investering in de betrokken productiecapaciteit, het in bezit krijgen, kopen of huren van grond, van het bedrag aan rechtstreekse betalingen, ontvangen op grond van de in bijlage VI van verordening 1782/2003 genoemde steunregelingen, wordt berekend en aangepast volgens de methode beschreven in bijlage VII van verordening 1782/2003; b. Het resultaat van de berekening van onderdeel a) wordt verminderd met een bedrag van 500,- dat naar evenredigheid over de onderscheiden, op grond van de in dat onderdeel bedoelde steunregelingen, ontvangen extra bedragen wordt verdeeld; en c. De extra bedragen zoals berekend overeenkomstig onderdeel b) worden vermenigvuldigd met een nader door de minister vast te stellen percentage. Hij maakt dit percentage bij besluit bekend in de staatscourant. 2. In afwijking van het eerste lid en artikel 16, tweede lid, wordt op verzoek van de landbouwer voor de berekening van het extra referentiebedrag uitgegaan van het tweede jaar na de investering in productiecapaciteit of het in bezit krijgen, kopen of huren van grond, maar uiterlijk 2005, indien hij ten genoegen van de minister aantoont dat hij in het eerste jaar nadien niet in staat was de betrokken productiecapaciteit of grond ten volle te benutten. In de Regeling is geen uitvoering gegeven aan de in artikel 42, derde lid, van de Raadsverordening geboden mogelijkheid om de nationale reserve te gebruiken om bij voorrang referentiebedragen te verlenen aan startende landbouwers. 2.2 Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College komen vast te staan. - Appellant hield in het jaar schapen, in en in Daarvoor ontving hij geen rechtstreekse betalingen. - Op 20 december 2002 is voor hem een recht van erfpacht gevestigd op een perceel weiland te B van 1.29 ha. - In 2003 heeft hij een voorheen voor opslag in gebruik zijnd gebouw omgebouwd tot stal. - Vanaf 2003 heeft appellant premierechten voor ooien toegewezen gekregen. In 2003, 2004 en 2005 hield hij 20 schapen. Daarvoor ontving hij ooipremie. - Met het door verweerder op 6 september 2005 ontvangen formulier Melding Nationale Reserve heeft appellant aangegeven dat hij in aanmerking wil komen voor toeslagrechten uit de nationale reserve vanwege investeringen in stalcapaciteit, ooien en grond. - Verweerder heeft appellant bij brief van 13 oktober 2006 meegedeeld dat hij vanwege deze investeringen weliswaar in aanmerking komt voor toeslagrechten uit de nationale reserve, doch dat de berekende extra rechtstreekse betalingen beneden de in de Regeling genoemde grens van 500,- blijven, met als gevolg dat hem geen toeslagrechten uit de nationale reserve worden toegewezen. - Bij besluit van 15 december 2006 heeft verweerder de aan appellant toekomende toeslagrechten vastgesteld op 0 met een waarde van 0,00. - Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 18 december 2006 bezwaar gemaakt. - Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen. 3. Het bestreden besluit en het nadere standpunt van verweerder Bij het bestreden besluit heeft verweerder zijn besluit om geen toeslagrechten uit de nationale reserve toe te wijzen, gehandhaafd. Daartoe heeft hij, samengevat, het volgende overwogen. Appellant maakt bezwaar tegen het feit dat bij de berekening van het extra referentiebedrag uit de nationale reserve een drempelbedrag van 500,- wordt gehanteerd. In artikel 42, vierde lid, van de Raadsverordening is bepaald dat lidstaten de nationale reserve mogen gebruiken om op basis van objectieve criteria extra referentiebedragen vast te stellen voor landbouwers die zich in een bijzondere situatie bevinden. In artikel 21 en 22 van de 3

4 Commissieverordening is een aantal randvoorwaarden genoemd, die daarbij in acht moeten worden genomen. Nederland heeft de mogelijkheid van de nationale reserve dwingend uitgewerkt in de artikelen 16 tot en met 18 van de Regeling en verweerder heeft bij de uitvoering van de regelgeving niet de bevoegdheid hiervan af te wijken. De investering van appellant in 1.29 ha grond en stalcapaciteit alsmede de aankoop van 18 ooien is meegenomen in de berekening van de toeslagrechten uit de nationale reserve, waarbij is uitgegaan van het effectjaar Appellant heeft 444,40 aan extra ooipremie ontvangen als direct gevolg van deze investeringen. Dit bedrag ligt beneden het in artikel 17, eerste lid onder b, van de Regeling genoemde drempelbedrag van 500,-. Daarom komt appellant niet in aanmerking voor toewijzing van toeslagrechten uit de nationale reserve. Ook indien uitgegaan wordt van het effectjaar 2005, blijft het berekende bedrag beneden het drempelbedrag. De berekening is overeenkomstig de bepalingen van de Regeling uitgevoerd. Nu appellant geen nadere bewijsstukken heeft aangeleverd of argumenten heeft aangevoerd, die ertoe leiden dat de berekening zou moeten worden aangepast, handhaaft verweerder het bestreden besluit. Appellant stelt dat toepassing van artikel 17, eerste lid onder b, van de Regeling in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, omdat hij investeringen heeft gedaan op het moment dat het drempelbedrag als voorwaarde nog niet bestond. De Regeling is per 1 januari 2006 in werking getreden en het drempelbedrag heeft van meet af aan als voorwaarde gegolden. Met de invoering van een investeringsdatum in het verleden het relevante investeringstijdvak eindigt op 15 mei 2004 werd juist beoogd te voorkomen dat op die voorwaarde werd geanticipeerd. Het drempelbedrag is bovendien een objectief criterium en geldt voor iedere landbouwer die een beroep doet op de nationale reserve. Aldus wordt vermeden dat voor een minimale investering een aanvraag wordt gedaan (efficiency) en is tevens gewaarborgd dat investeringen niet worden gebruikt om normale fluctuaties in premieopbrengsten te gelde te maken. Van ongelijke behandeling is geen sprake; er wordt alleen gekeken naar de meeropbrengst tengevolge van de investering en de grens van 500,- geldt daarbij gelijkelijk voor iedere landbouwer. Postzegelbedragen trekken een te grote wissel op de uitvoering van de Regeling. 4. Het standpunt van appellant Appellant heeft ter ondersteuning van zijn beroep, samengevat weergegeven, het volgende tegen het bestreden besluit aangevoerd. Appellant voldoet aan de in artikel 42 van de Raadsverordening genoemde voorwaarden voor toekenning van toeslagrechten uit de nationale reserve. Hij heeft in 2003 grond in erfpacht genomen, verbouwingskosten voor de stal gemaakt en premierechten toegewezen gekregen vanaf Hij heeft er in het kader van de uitbreiding alles aan gedaan om voor premie in aanmerking te komen en loopt nu zo maar het premiebedrag van 440,40 mis. Het drempelbedrag van 500,- is later ingevoerd; daarvan was nog geen sprake op het moment dat hij de investeringen deed. Ook maakt hij bezwaar tegen de ongelijke behandeling die hiervan het gevolg is. Artikel 42 van de Raadsverordening, evenals artikel 21 van de Commissieverordening, verplichten de lidstaten bij de vaststelling van het referentiebedrag een gelijke behandeling van de landbouwers te waarborgen en markt- en concurrentieverstoringen te vermijden. De kleinere landbouwers met rond de 20 schapen worden gedupeerd; zij krijgen niets meer en de grotere landbouwers krijgen alleen wat minder. Het is een oneerlijke besparingsmaatregel die leidt tot een vermindering van het aantal premieaanvragen, maar afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van de overheid. Artikel 17, eerste lid onder b, is een verboden uitwerking van de Europese regelgeving en het streven naar een beperking van de administratieve lasten is hiervoor onvoldoende rechtvaardiging. 5. De beoordeling van het geschil 5.1 Tussen partijen is niet in geschil dat appellant verkeert in de bijzondere, in artikel 42, vierde lid, van de Raadsverordening omschreven en in artikel 21 van de Commissieverordening nader ingevulde, situatie. Als gevolg van een investering in de referentieperiode, leidend tot een uitbreiding van de productiecapaciteit, was sprake van een toename van de rechtstreekse betalingen terzake van het aanhouden van 20 ooien, die ten opzichte van de referentieperiode in het geval van appellant een bedrag van 440,40 oplevert. Verweerder is dan ook verplicht voor hem een referentiebedrag vast te stellen. De methode van berekening is beschreven in artikel 17 van de Regeling. Het komt erop neer dat het referentiebedrag berekend wordt op basis van de toename van de rechtstreekse betalingen die het gevolg was van de investering in uitbreiding van productiecapaciteit, ten opzichte van de referentieperiode. Daarop wordt een bedrag van 500,- in mindering gebracht, 4

5 evenredig verdeeld over de betrokken extra steunbedragen en vervolgens wordt het daaruit resulterende bedrag vermenigvuldigd met een nader door de Minister vastgesteld percentage. Het aldus berekende referentiebedrag vormt dan de grondslag voor de vaststelling van de waarde van de toe te wijzen of te verhogen toeslagrechten. 5.2 In geschil is de vraag of verweerder bij de berekening van het referentiebedrag het bepaalde in artikel 17, eerste lid onder b, van de Regeling buiten toepassing had moeten laten, omdat, zoals appellant stelt, genoemde bepaling in strijd zou zijn met de communautaire bepalingen. 5.3 Blijkens de considerans voorziet de Raadsverordening in gemeenschappelijke voorwaarden voor rechtstreekse inkomenssteun, die tot doel heeft de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te verzekeren. Het op basis van de Raadsverordening per 1 januari 2006 ingevoerde systeem van ontkoppelde inkomenssteun houdt in, dat de rechtstreekse betalingen die een landbouwer op grond van diverse regelingen ontvangt, worden gecombineerd tot één toeslag, die wordt bepaald op basis van eerdere premierechten in een referentieperiode. Om rekening te kunnen houden met specifieke situaties zijn de lidstaten ingevolge artikel 42 van de Raadsverordening verplicht een nationale reserve te vormen, die - voorzover hier van belang - ingevolge het vierde lid van dit artikel wordt gebruikt om referentiebedragen vast te stellen, die de basis vormen voor toewijzing van extra toeslagrechten. Aan de Commissie is opgedragen om de bijzondere situaties te omschrijven die recht geven op de vaststelling van referentiebedragen voor bepaalde landbouwers die in de referentieperiode geen rechtstreekse betalingen of slechts een deel daarvan konden ontvangen. De lidstaten krijgen daarbij de nodige flexibiliteit om het toe te wijzen referentiebedrag vast te stellen, doch zijn, blijkens overweging 9 van de considerans bij de Commissieverordening, in het geval van artikel 42, vierde lid, van de Raadsverordening verplicht toeslagrechten te verlenen. De Commissie heeft in de artikelen 18 tot en met 23 bis van de Commissieverordening de bijzondere situaties opgesomd en de voorwaarden vastgesteld waaraan de landbouwer moet voldoen, wil hij toeslagrechten uit de nationale reserve ontvangen. 5.4 Artikel 17, eerste lid, onder b, is onder dezelfde nummering bij besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 8 juli 2005 (Stcrt. 15 juli 2005, nr. 135) in de destijds geldende Regeling GLB-inkomenssteun opgenomen. De inhoud van deze bepaling wordt in de toelichting bij dit besluit weergegeven, zonder de strekking ervan nader uiteen te zetten. In de hier aan de orde zijnde Regeling GLB-inkomenssteun 2006 is de bepaling ongewijzigd en zonder nadere toelichting overgenomen. Ter zitting van het College is namens verweerder verklaard, dat de bepaling ertoe strekt de uitvoeringslasten van de Regeling te beperken, door kleine investeringen buiten beschouwing te laten. Bovendien wordt door deze bepaling voorkomen dat investeringen worden gebruikt om normale fluctuaties in de premieopbrengsten te gelde te maken. 5.5 Appellant heeft drie redenen aangevoerd, op grond waarvan naar zijn mening toepassing van het bepaalde in artikel 17, eerste lid onder b van de Regeling onrechtmatig geoordeeld zou moeten worden. Ten eerste is hij van mening dat het effect van genoemde bepaling is dat kleine landbouwers, die zich slechts geringe investeringen kunnen permitteren, ongelijk behandeld worden in vergelijking met grotere landbouwers, voor wie een investering, die tot een toename in rechtstreekse betalingen van meer dan 500,- per jaar leidt, gemakkelijk gedaan kan worden. Dat is in strijd met het vereiste van gelijke behandeling van de landbouwers, neergelegd in artikel 42 van de Raadsverordening en 21 van de Commissieverordening. Bovendien meent hij, dat het feit dat deze rekenregel niet bekend was op het moment dat hij zijn investering deed, toepassing van deze regel in strijd zou brengen met het rechtszekerheidsbeginsel. Ten slotte stelt hij zich op het standpunt dat hij aan de Commissieverordening het recht ontleent op toewijzing van toeslagrechten uit de nationale reserve. Een door de lidstaat gebruikte rekenregel bij de vaststelling van het referentiebedrag kan er dan niet toe leiden, dat hem het recht op die toeslagrechten uit de nationale reserve geheel ontnomen wordt. Derhalve is hij van oordeel dat artikel 17, eerste lid onder b, van de Regeling in strijd is met de Commissieverordening. 5.6 Het College betwijfelt of van ongelijke behandeling van kleine en grote landbouwers sprake is. Het onderscheid dat gemaakt wordt heeft betrekking op kleine en grote investeringen. De aftrek van 500,- geldt voor alle investeerders en ook een landbouwer met een groot bedrijf ziet van een 5

6 investering, die tot een toename van de jaarlijkse steunbetalingen van minder dan 500,- geleid heeft, in zijn toeslagrechten niets terug. Aan appellant kan toegegeven worden, dat een grote landbouwer meer mogelijkheden heeft om een investering te doen, die boven die grens uitkomt, maar aan die overweging kan niet de consequentie verbonden worden dat geen onderscheid tussen kleine en grote investeringen gemaakt mag worden. Wel rijst de vraag of artikel 42, vierde lid, van de Raadsverordening voor Nederland leidt tot de verplichting om bij de vaststelling van het referentiebedrag het geval van appellant, die recht heeft op toeslagrechten uit de nationale reserve, op één lijn te stellen met de schapenhouder die evenals appellant meer dan 10 schapen houdt, maar voor reguliere toeslagrechten in aanmerking komt en, gelet op artikel 12, zesde lid, van de Commissieverordening, in samenhang met artikel 47 van de Raadsverordening, niet wordt geconfronteerd met een aftrek van 500, Het College acht de stelling ongefundeerd, dat artikel 17, eerste lid onder b, van de Regeling in strijd zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel. De bijzondere situatie waarin artikel 21 van de Commissieverordening wil voorzien, is die van een landbouwer, die uitgaande van de verwachting dat hij op grond van de in bijlage VI van de Raadsverordening genoemde steunregelingen betalingen zou ontvangen, tot het verrichten van bepaalde investeringen besloten heeft, waarna hij door het, door hem niet voorziene, inwerkingtreden van het in de Raadsverordening neergelegde systeem van toeslagrechten gebaseerd op de referentieperiode 2000, 2001 en 2002, uitkering van die betalingen geheel zou mislopen. Gelet daarop kan een bepaling die de gevolgen van deze onvoorziene wijziging wil mitigeren, niet gediskwalificeerd worden op grond van de overweging, dat de inhoud van deze bepaling destijds niet bekend was, zodat appellant daarmee geen rekening kon houden. 5.8 Het laatste door appellant opgeworpen bezwaar is voor het College moeilijker te beoordelen. Artikel 21 van de Commissieverordening verleent een landbouwer een aanspraak op vaststelling van een referentiebedrag, als hij geïnvesteerd heeft in productiecapaciteit of grond gekocht heeft. De Regeling respecteert deze aanspraak, maar ontneemt er wel het effect aan door te bewerkstelligen dat het referentiebedrag in een niet te verwaarlozen aantal gevallen op 0,- moet uitkomen, zodat van toewijzing van (extra) toeslagrechten op grond daarvan geen sprake zal zijn. Derhalve kan gesteld worden dat de in artikel 17, eerste lid onder b, van de Regeling neergelegde bepaling over de berekening van het referentiebedrag aan de Commissieverordening zijn volle werking ontneemt, zodat genoemde bepaling geacht moet worden in strijd met de Commissieverordening te zijn vastgesteld. Anderzijds kan echter ook verdedigd worden, dat de Commissieverordening geenszins uitsluit, dat de lidstaat op basis van objectieve criteria en zonder inbreuk te maken op de gelijke behandeling van de landbouwers of markt- of concurrentieverstoringen te veroorzaken in een aantal gevallen een referentiebedrag van 0,- zou vaststellen. Uit de considerans van de Verordening blijkt immers duidelijk dat de lidstaten flexibiliteit moet worden geboden om het toe te wijzen referentiebedrag vast te stellen (zie overweging 13) en er is geen goede reden aan te wijzen, waarom dat in sommige gevallen niet tot een bedrag van 0,- zou kunnen leiden. Op zichzelf lijkt het stellen van een zekere drempel voor de hand te liggen, om te voorkomen dat in de bedrijfsvoering volstrekt normale uitgaven als investering worden opgevoerd, om van nu eenmaal voorkomende schommelingen in de jaarlijkse steunbetalingen te kunnen profiteren. Daarnaast kan een zekere drempel ook helpen om de uitvoeringslasten van het toeslagensysteem binnen de perken te houden. 5.9 Als de conclusie zou zijn dat een lidstaat investeringen, die tot een betrekkelijk geringe stijging van jaarlijkse steunbetalingen leiden, buiten beschouwing mag laten, rijst vervolgens de vraag of de in artikel 17, eerste lid onder b, van de Regeling gestelde grens aanvaardbaar is. In dit verband wijst het College op artikel 12, zesde lid, van de Commissieverordening op grond waarvan lidstaten kunnen besluiten bedrijven met een omvang van maximaal 0.3 ha niet voor reguliere toeslagrechten in aanmerking te laten komen. Afgezien van het feit dat de tweede volzin van genoemd artikellid, gelet op de verwijzing naar artikel 47 van de Raadsverordening (en met name het bepaalde in het eerste lid onder e van laatstgenoemd artikel) voor een schapenbedrijf als dat van appellant die mogelijkheid uitsluit, komt daaruit naar voren, dat slechts zeer kleine bedragen als verwaarloosbaar beschouwd kunnen worden en in vergelijking daarmee is een grens van 500,- als zeer fors te beschouwen. Het College roept daarnaast in herinnering, dat in de referentieperiode, laatstelijk op grond van het bepaalde in artikel 4, derde lid, van Verordening (EG) nr. 2529/2001 van de Raad van 19 december 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schapen- en geitenvlees, in Nederland de regel gold dat ooipremie kon worden aangevraagd voor niet minder dan 10 ooien (zie Regeling dierlijke EG-premies, artikel 2.4, eerste lid onder b). 6

7 Dat betekent dat op basis van het aanhouden van 10 ooien in de referentieperiode reguliere toeslagrechten verkregen konden worden, terwijl nu een investering die het met steun aanhouden van meer dan twintig ooien mogelijk maakte, geen beroep op de nationale reserve zou rechtvaardigen. Het College wordt derhalve ook voor de vervolgvraag gesteld of de gehanteerde grens van 500,- niet met de opzet en strekking van de Commissieverordening in strijd is Een en ander leidt het College tot het oordeel, dat het bepaalde in artikel 17, eerste lid, onder b van de Regeling niet evident in strijd is met artikel 21 van de Commissieverordening, maar dat daarover in redelijkheid wel twijfel kan bestaan. Derhalve dient het College zich op grond van artikel 234 EG hieromtrent tot het Hof van Justitie te wenden. 6. De beslissing Het College: - heropent het onderzoek; - verzoekt het Hof van Justitie een prejudiciële beslissing te geven omtrent de volgende vragen: 1. Dient artikel 42, vierde lid, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 aldus te worden uitgelegd dat deze bepaling een lidstaat ruimte laat om een referentiebedrag van 0,- vast te stellen en geen toeslagrechten uit de nationale reserve toe te kennen aan een landbouwer die zich bevindt in een bijzondere situatie als omschreven in artikel 21 van Verordening (EG) nr. 795/2004 van de Commissie van 21 april 2004? 2. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, verzet het gemeenschapsrecht zich dan tegen toepassing van een bepaling als artikel 17, eerste lid onder b, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, ingevolge waarvan op een toename van het bedrag aan extra betalingen die als gevolg van een investering in productiecapaciteit of een aankoop van grond ontstaat, een bedrag van 500,- in mindering wordt gebracht, voordat een referentiebedrag wordt vastgesteld op grond waarvan toeslagrechten uit de nationale reserve worden toegewezen? - houdt iedere verdere beslissing aan. Aldus gewezen door mr. W.E. Doolaard, mr F. Stuurop en mr. M.J. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. F.W. du Marchie Sarvaas als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 8 oktober W.E. Doolaard F.W. du Marchie Sarvaas 7

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-10-2010 Datum publicatie: 29-10-2010 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201010673/1 A/1. Datum uitspraak: 25 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond.

Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. Nu premies AOV zijn afgetrokken vormen uitkeringen belastbare periodieke uitkeringen uit inkomensvoorziening (art. 3.100, lid 1, ond. b) LJN: BX8102, Gerechtshof 's-gravenhage, BK-10/00754 en 10/00233

Nadere informatie

Vertrouwensbeginsel, terugwerkende kracht Artikelen: WHW art lid 1,3 en 4, Uitvoeringsbesluit WHW art. 2.1 en 2.2 lid 1, Awb art.

Vertrouwensbeginsel, terugwerkende kracht Artikelen: WHW art lid 1,3 en 4, Uitvoeringsbesluit WHW art. 2.1 en 2.2 lid 1, Awb art. Zaaknummer: 1997/209 Rechter(s): mrs. Loeb, Martens, Nijenhof Datum uitspraak: 14 januari 1998 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Trefwoorden: Vertrouwensbeginsel, terugwerkende

Nadere informatie

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB Datum uitspraak: 20-01-2009 Datum publicatie: 04-02-2009 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure:

Nadere informatie

Verweerder heeft op 7 november 1995 een verweerschrift ingediend.

Verweerder heeft op 7 november 1995 een verweerschrift ingediend. Zaaknummer: 1995/147 Rechter(s): mrs. Loeb, Martens, dr Brommer Datum uitspraak: 4 maart 1996 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen Trefwoorden: Fatale datum, bekendmaking

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:1466

ECLI:NL:CRVB:2014:1466 pagina 1 van 5 ECLI:NL:CRVB:2014:1466 Instantie Datum uitspraak 09-05-2014 Datum publicatie 12-05-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Centrale Raad van Beroep 13-5281 ANW Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. De Regeling GLB-inkomenssteun 2006 wordt als volgt gewijzigd:

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. De Regeling GLB-inkomenssteun 2006 wordt als volgt gewijzigd: STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 7566 12 maart 2014 Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 10 maart 2014, nr. WJZ/14033092, houdende

Nadere informatie

ECLI:NL:CBB:2016:450. Uitspraak. College van Beroep voor het bedrijfsleven. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/893

ECLI:NL:CBB:2016:450. Uitspraak. College van Beroep voor het bedrijfsleven. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/893 ECLI:NL:CBB:2016:450 Instantie Datum uitspraak 29-12-2016 Datum publicatie 24-01-2017 Zaaknummer 15/893 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie College van Beroep voor het bedrijfsleven Bestuursrecht

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW. Datum uitspraak: Datum publicatie:

LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW. Datum uitspraak: Datum publicatie: LJN: BO7059, Rechtbank Amsterdam, AWB 09/3604 AOW Datum uitspraak: 23-09-2010 Datum publicatie: 13-12-2010 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201109405/1 /V4. Datum uitspraak: 20 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

2. Beoordeling. 2.4 Artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo)

2. Beoordeling. 2.4 Artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) LJN: BP4832,Voorzieningenrechter Rechtbank Breda, 11/816 Print uitspraak Datum uitspraak: 16-02-2011 Datum publicatie: 16-02-2011 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Voorlopige voorziening

Nadere informatie

Zaaknummer : 2013/129

Zaaknummer : 2013/129 Zaaknummer : 2013/129 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 13 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : Bindend negatief studieadvies, finale geschillenbeslechting,

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere,

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Almere, Uitspraak RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling Bestuursrecht, belastingkamer locatie Leeuwarden procedurenummer: AWB LEE 13/970 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 17 september 2013 als bedoeld

Nadere informatie

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K

GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K GERECHTSHOF TE s-gravenhage, derde meervoudige belastingkamer. 12 september 1989 Nr. 3701/85-M-3 EP/1 U I T S P R A A K Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 27 augustus 1985,

Nadere informatie

3. De wet regelt de bekendmaking en de inwerkingtreding van de algemene maatregelen van bestuur.

3. De wet regelt de bekendmaking en de inwerkingtreding van de algemene maatregelen van bestuur. LJN: BW2472, College van Beroep voor het bedrijfsleven, AWB 09/1273 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 03-04-2012 16-04-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : De heer A te B, tegen C te D, vertegenwoordigd door E te F Zaak : Eigen risico, verjaring, betalingsachterstand Zaaknummer : 2012.01051 Zittingsdatum : 21 november 2012

Nadere informatie

het college van gedeputeerde staten van Limburg Ruimtelijke-ordeningskamer - Natuurbescherming

het college van gedeputeerde staten van Limburg Ruimtelijke-ordeningskamer - Natuurbescherming Uitspraak 201403308/1/R2 Datum van uitspraak: woensdag 10 juni 2015 Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: ECLI: het college van gedeputeerde staten van Limburg Eerste aanleg - meervoudig Ruimtelijke-ordeningskamer

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:73. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Inhoudsindicatie

ECLI:NL:CRVB:2017:73. Uitspraak. Datum uitspraak Datum publicatie Inhoudsindicatie ECLI:NL:CRVB:2017:73 Instantie Datum uitspraak 04-01-2017 Datum publicatie 13-01-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/1380 WSF Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad van State 201200615/1/V4. Datum uitspraak: 13 november 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven; Dienst Werk, Zorg en Inkomen (Dienst WZI), te Eindhoven, verweerder.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven; Dienst Werk, Zorg en Inkomen (Dienst WZI), te Eindhoven, verweerder. LJN: BA9368, Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 06/4958 Datum uitspraak: 12-06-2007 Datum publicatie: 11-07-2007 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:7684, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:7684, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2017:313 Instantie Raad van State Datum uitspraak 08-02-2017 Datum publicatie 08-02-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201600609/1/A1 Eerste

Nadere informatie

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Algemeen verbindend voorschrift,

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1054

ECLI:NL:CRVB:2017:1054 ECLI:NL:CRVB:2017:1054 Instantie Datum uitspraak 21-02-2017 Datum publicatie 20-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5477 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Uitspraak /1/R1

Uitspraak /1/R1 Uitspraak 201601235/1/R1 Datum van uitspraak: woensdag 31 augustus 2016 Tegen: de raad van de gemeente Bergen Proceduresoort: Eerste aanleg - meervoudig Rechtsgebied: Ruimtelijke-ordeningskamer - Bestemmingsplannen

Nadere informatie

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK

Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK Gerechtshof te 's-gravenhage negende enkelvoudige belastingkamer 29 maart 2002 Nr. BK-00/01073 UITSPRAAK op het beroep van de Stichting X te Y tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 12 september 2013, nummer AWB 13/915, in het geding tussen belanghebbende Uitspraak GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Afdeling belastingrecht Locatie Arnhem nummer 13/01077 uitspraakdatum: 20 mei 2014 Uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van drs.

Nadere informatie

Feitelijke informatie De Afdeling bestuursrechtspraak heeft samengevat - het beroep gegrond verklaard op de volgende overwegingen.

Feitelijke informatie De Afdeling bestuursrechtspraak heeft samengevat - het beroep gegrond verklaard op de volgende overwegingen. Onderwerp Uitspraak RvS inzake wijzigingsbesluit Duinweg 56 Collegevoorstel Zaaknummer: OLOGMM27 Inleiding Op 30 november 2010 heeft uw college besloten het wijzigingsbesluit Duinweg 56, Drunen vast te

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4413

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4413 ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4413 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 19-04-2011 Datum publicatie 13-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie awb 09-5337 wwb en awb 10-4936

Nadere informatie

Instituut Financieel Management

Instituut Financieel Management FFEBLR0111 IB (niet-winst) Instituut Financieel Management Opdracht 1b (inleveren in week 3) De tekst van artikel 1.2 Wet IB is per 1 januari 2011 ingrijpend gewijzigd. Vanaf 2001 t/m 2010 luidde de tekst

Nadere informatie

Tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 10 november 2011, 11/512 (aangevallen uitspraak)

Tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 10 november 2011, 11/512 (aangevallen uitspraak) LJN: BZ9358, Centrale Raad van Beroep, 11/7248 AWBZ-T Datum uitspraak: 01-05-2013 Datum publicatie: 03-05-2013 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Tussenuitspraak.

Nadere informatie

1)estuursreclaqirA,IL

1)estuursreclaqirA,IL Raad vanstate 1)estuursreclaqirA,IL Raad van de gemeente Hof van Twente Postbus 54 7470 AB GOOR Gemeente Hof van Twente [Nr: [Afdeling: Bvo: a / nee lingekomen: 2 JULI 2015 Kopie aan: Archief: \N / NR

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201108181/3/V4. Datum uitspraak: 9 augustus 2011 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2017:1341

ECLI:NL:GHDHA:2017:1341 ECLI:NL:GHDHA:2017:1341 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 10-05-2017 Datum publicatie 17-05-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie BK-16/00396

Nadere informatie

Uitspraak in de zaak tussen:

Uitspraak in de zaak tussen: Zaaknummer: 1995/120 Rechter(s): mrs. Olivier, Nijenhof, Hingst Datum uitspraak: 15 december 1995 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Katholieke Universiteit Nijmegen Trefwoorden: Beoordelingsmaatstaf,

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Print deze uitspraak rechtsgebied Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding

Print deze uitspraak rechtsgebied Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding Essentie uitspraak: Beëindiging verkoop LPG. Het college had moeten beoordelen welke schade aan de juridische beëindiging van de activiteit was toe te schrijven. In het thans bestreden besluit heeft het

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1253

ECLI:NL:CRVB:2017:1253 ECLI:NL:CRVB:2017:1253 Instantie Datum uitspraak 21-03-2017 Datum publicatie 10-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5687 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is

Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is Afkoopsom lijfrente belast in het jaar waarin de afkoopsom vorderbaar en inbaar is ECLI:NL:GHARL:2015:4336 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 16-06-2015 Datum publicatie 19-06-2015

Nadere informatie

Beleidsregels aanbesteding van werken 2005

Beleidsregels aanbesteding van werken 2005 Beleidsregels aanbesteding van werken 2005 Beleidsregels van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Verkeer en Waterstaat, de Staatssecretaris van Defensie

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 2011101 29/1/V.1. Datum uitspraak: 27 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:881

ECLI:NL:CRVB:2017:881 ECLI:NL:CRVB:2017:881 Instantie Datum uitspraak 03-03-2017 Datum publicatie 06-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5389 AOW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207

LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207 LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207 Datum uitspraak: 16-02-2011 Datum publicatie: 25-02-2011 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige voorziening+bodemzaak

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstatc 201106725/1/V1. Datum uitspraak: 3 juli 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het

Nadere informatie

Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek

Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek Kapitaalverzekering vormt geen KEW ook niet nu polis was verpand aan geldverstrekker en uitkering is benut voor aflossing hypotheek ECLI:NL:RBZWB:2015:3188 Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant Datum

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2014/302 Rechter(s) : mrs. Borman, Troostwijk en Kleijn Datum uitspraak : 23 september 2015 Partijen : Appellant en Hogeschool van

Zaaknummer : CBHO 2014/302 Rechter(s) : mrs. Borman, Troostwijk en Kleijn Datum uitspraak : 23 september 2015 Partijen : Appellant en Hogeschool van Zaaknummer : CBHO 2014/302 Rechter(s) : mrs. Borman, Troostwijk en Kleijn Datum uitspraak : 23 september 2015 Partijen : Appellant en Hogeschool van Amsterdam Trefwoorden : aanmelden bekostiging belangenafweging

Nadere informatie

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN

REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN REGLEMENT AANVULLINGSREGELINGEN PER 1 JANUARI 2006 STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE HANDEL IN BOUWMATERIALEN Februari 2011 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Inleidende bepalingen 1.

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2015:1291

ECLI:NL:CRVB:2015:1291 ECLI:NL:CRVB:2015:1291 Instantie Datum uitspraak 15-04-2015 Datum publicatie 29-04-2015 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-5232 WAO Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996.

1.1. De Inspecteur heeft appellante voor het jaar 1993 een taxatieve aanslag in de winstbelasting opgelegd, gedagtekend 3 juni 1996. BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 24 september 2001 Vonnisnummer : 1998/191 Datum : 24 september 2001 Rechters : mrs. L. van Gijn als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en L.F. van Kalmthout Middel

Nadere informatie

Uitspraak in de zaak tussen: [naam appellant], wonende te [naam woonplaats], appellant,

Uitspraak in de zaak tussen: [naam appellant], wonende te [naam woonplaats], appellant, Zaaknummer: 2009/025 Rechter(s): mrs. Nijenhof, Lubberdink, Borman Datum uitspraak: 19 oktober 2009 Partijen: Appellant tegen Technische Universiteit Delft Trefwoorden: Erkenning bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932 ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932 Instantie Datum uitspraak 21-03-2012 Datum publicatie 28-03-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10/7012 TW + 10/7013 TW

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470

ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 ECLI:NL:RBDHA:2014:14470 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 19-11-2014 Datum publicatie 15-04-2015 Zaaknummer 14_7761 OB Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Bodemzaak Eerste aanleg

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 21 januari 2010 (*)

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 21 januari 2010 (*) ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 21 januari 2010 (*) Gemeenschappelijk landbouwbeleid Geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde steunregelingen Verordening (EG) nr. 1782/2003 Bedrijfstoeslagregeling

Nadere informatie

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant ongegrond verklaard. Daarbij heeft zij onder meer het volgende overwogen:

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant ongegrond verklaard. Daarbij heeft zij onder meer het volgende overwogen: Bankgarantie De Nederlandsche Bank (CvBb) DomJur 2007-330 College van Beroep voor het bedrijfsleven Zaaknummer / rolnummer: AWB 06/888 Datum 26 juni 2007 Uitspraak in de zaak van: en A, handelende onder

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:2525

ECLI:NL:RBDHA:2017:2525 ECLI:NL:RBDHA:2017:2525 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 16-03-2017 Datum publicatie 12-05-2017 Zaaknummer 16_6475 Rechtsgebieden Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg -

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005;

Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005; Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 1, tweede lid, en 29a, tweede lid, van

Nadere informatie

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen: LJN: BD6158, Rechtbank Arnhem, AWB 06/6029 Datum uitspraak: 04-12-2007 Datum publicatie: 03-07-2008 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie: AWBZ -

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:755

ECLI:NL:CRVB:2016:755 ECLI:NL:CRVB:2016:755 Instantie Datum uitspraak 03-03-2016 Datum publicatie 10-03-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13/1513 APPA Ambtenarenrecht

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen

tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (hierna: de Rechtbank) van 15 november 2012, nummer AWB 12/4016, in het geding tussen Uitspraak GERECHTSHOF VHERTOGENBOSCH Team belastingrecht Meervoudige Belastingkamer Uitspraak op het hoger beroep van * ^ p n i a w a ï i i b.v., gevestigd te > hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak

Nadere informatie

LJN: AZ1204, College van Beroep voor het bedrijfsleven, AWB 00/689,02/1502 en 02/1504

LJN: AZ1204, College van Beroep voor het bedrijfsleven, AWB 00/689,02/1502 en 02/1504 LJN: AZ1204, College van Beroep voor het bedrijfsleven, AWB 00/689,02/1502 en 02/1504 Datum uitspraak: 24-10-2006 Datum publicatie: 31-10-2006 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Eerste

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

zaaknummer 200703432/1 datum van uitspraak woensdag 13 februari 2008 Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding

zaaknummer 200703432/1 datum van uitspraak woensdag 13 februari 2008 Kamer 2 - Milieu - Schadevergoeding Essentie uitspraak: Artikel 15.20, schade komt in aanmerking voor vergoeding vanwege het niet langer op grond van een milieubeheer mogen uitoefenen van een activiteit. Casus en uitspraak Een exploitant

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2013:2879

ECLI:NL:CRVB:2013:2879 ECLI:NL:CRVB:2013:2879 Instantie Datum uitspraak 17-12-2013 Datum publicatie 19-12-2013 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 13-211 WWB Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Verweerder heeft op 20 september 1995 desverzocht nog een stuk in het geding gebracht.

Verweerder heeft op 20 september 1995 desverzocht nog een stuk in het geding gebracht. Zaaknummer: 1995/122 Rechter(s): mrs. Olivier, Nijenhof, Hingst Datum uitspraak: 15 december 1995 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Katholieke Universiteit Nijmegen Trefwoorden: Motiveringsbeginselen,

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1486

ECLI:NL:CRVB:2017:1486 ECLI:NL:CRVB:2017:1486 Instantie Datum uitspraak 19-04-2017 Datum publicatie 20-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/4780 ZVW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Afdeling bestuursrechtspraak. Afdeling; Uw kenmerk. lichandelcnd ambtenaar

Afdeling bestuursrechtspraak. Afdeling; Uw kenmerk. lichandelcnd ambtenaar Raad vanstate Afdeling bestuursrechtspraak 'AAKNR. Raad van de gemeente Etten-Leur Postbus 10100 4870 GA ETTEN LEUR i^öcfliuninrch 015 Afdeling; 0 \AJ Vertronwa^k OA NEE Datum Ons numntci 25 februari 2015

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2006.5040 (157.06) ingediend door: hierna te noemen 'klaagster', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:3478

ECLI:NL:CRVB:2014:3478 ECLI:NL:CRVB:2014:3478 Uitspraak 14/5824 WWB-VV 27 oktober 2014 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [Verzoekster]te [woonplaats] (verzoekster)

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2017:4777

ECLI:NL:GHARL:2017:4777 ECLI:NL:GHARL:2017:4777 Instantie Datum uitspraak 07-06-2017 Datum publicatie 16-06-2017 Zaaknummer 16/00619 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Nadere informatie

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening Brondatum: 07-07-2015 Een bestuurder is aansprakelijk gesteld voor de niet afgedragen loonheffingen van een

Nadere informatie

Bij beslissing van 28 augustus 2013 heeft de examencommissie van de opleiding Informatica appellant een negatief bindend studieadvies gegeven.

Bij beslissing van 28 augustus 2013 heeft de examencommissie van de opleiding Informatica appellant een negatief bindend studieadvies gegeven. Zaaknummer : CBHO 2014/045 Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 23 juni 2014 Partijen : Appellant tegen Hogeschool Leiden Trefwoorden : Bijzondere omstandigheden, duale opleiding NBSA, negatief bindend

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen: LJN: AT7485, Raad van State, 200405147/1 (Printbare versie) Datum uitspraak: 15-06-2005 Datum publicatie: 15-06-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Zaaknummer : 2014/150 Rechter(s) : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 Partijen : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Trefwoorden : Bevoegdheid College Bekostiging

Nadere informatie

[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten)

[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats], (hierna: appellanten) LJN: BI3542, Centrale Raad van Beroep, 08/3709 WJZ + 08/3713 WJZ Datum uitspraak: 15-04-2009 Datum publicatie: 12-05-2009 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2016:4850

ECLI:NL:RBZWB:2016:4850 ECLI:NL:RBZWB:2016:4850 Instantie Datum uitspraak 19-07-2016 Datum publicatie 01-12-2016 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer AWB - 15 _ 5497 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2012

ECLI:NL:CRVB:2017:2012 ECLI:NL:CRVB:2017:2012 Instantie Datum uitspraak 06-06-2017 Datum publicatie 12-06-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/5652 PW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:894

ECLI:NL:CRVB:2017:894 ECLI:NL:CRVB:2017:894 Instantie Datum uitspraak 03-03-2017 Datum publicatie 09-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/3293 WAJONG Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Uitspraak 200904084/1/R2 gevonden via '' d eze uitsp raa k il de ze uitsp ra ak Page 1 of 4 Uitspraken ZAAKNUMMER 200904084/1/R2 DATUM VAN UITSPRAAK woensdag 24 maart 2010 TEGEN het college van gedeputeerde

Nadere informatie

1.2 Belanghebbende heeft een op 17 april 2014 gedateerd verweerschrift met bijlagen ingediend.

1.2 Belanghebbende heeft een op 17 april 2014 gedateerd verweerschrift met bijlagen ingediend. Uitspraak Commissie van Beroep 2014-019 d.d. 16 juni 2014 (mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. C.A. Joustra, drs. P.H.M. Kuijs AAG, mr. W.J.J. Los en mr. F.P. Peijster, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201 304470/1/RI. Datum uitspraak: 27 november 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Koninklijke Jongeneel

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2017:2113

ECLI:NL:RBROT:2017:2113 ECLI:NL:RBROT:2017:2113 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 22-03-2017 Datum publicatie 22-03-2017 Zaaknummer ROT 16/6887 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:6306

ECLI:NL:RBDHA:2017:6306 ECLI:NL:RBDHA:2017:6306 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 07-06-2017 Datum publicatie 29-06-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 17_712 IBPVV Belastingrecht Eerste

Nadere informatie

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Doetinchem, gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet;

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Doetinchem, gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet; De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Doetinchem, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; gelezen het voorstel van het college; gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:4097

ECLI:NL:CRVB:2016:4097 ECLI:NL:CRVB:2016:4097 Instantie Datum uitspraak 26-10-2016 Datum publicatie 27-10-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/2609 ZVW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN. Juni 2015

PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN. Juni 2015 PENSIOENREGLEMENT II STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE MEUBELINDUSTRIE EN MEUBILERINGSBEDRIJVEN Juni 2015 ARTIKEL 1 Begripsbepalingen De definities en de begripsomschrijvingen zoals vermeld in

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2006:AV2657

ECLI:NL:GHSGR:2006:AV2657 ECLI:NL:GHSGR:2006:AV2657 Instantie Datum uitspraak 08-02-2006 Datum publicatie 09-03-2006 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-gravenhage 1103-M-05 Personen-

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2012:BX8998

ECLI:NL:CRVB:2012:BX8998 ECLI:NL:CRVB:2012:BX8998 Instantie Datum uitspraak 10-10-2012 Datum publicatie 11-10-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Centrale Raad van Beroep 12-495 WW Bestuursrecht Socialezekerheidsrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

Uitspraak 201307838/3/R3 Raad van State Lees voor Lettergrootte Home Publicaties Veelgestelde vragen Contact Zoeken in Home Over de Raad van State Onze werkwijze Adviezen Uitspraken Agenda Pers Werken

Nadere informatie

Uitspraak 22 oktober rolnr. 95/82 M I. Griffie 3050/81 Type: ev. HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer;

Uitspraak 22 oktober rolnr. 95/82 M I. Griffie 3050/81 Type: ev. HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer; Uitspraak 22 oktober rolnr. 95/82 M I Griffie 3050/81 Type: ev HET GERECHTSHOF TE s-gravenhage, eerste meervoudige belastingkamer; GEZIEN het beroepschrift van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2017:721

ECLI:NL:RBOVE:2017:721 ECLI:NL:RBOVE:2017:721 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15-02-2017 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer ak_16 _ 1345 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

In de bovenvermelde zaak is uitspraak gedaan. Een afschrift van deze uitspraak treft u hierbij aan.

In de bovenvermelde zaak is uitspraak gedaan. Een afschrift van deze uitspraak treft u hierbij aan. Raad van de gemeente De Bilt Postbus 300 3720 AH BILTHOVEN D.ituni Ons mininier Uu kenmerk 31 juli 2013 201 300563/1/R2 Onderwerp lseh;indelend ambtenaar De Bilt J.R.S. de Groot Heupner Bestemmingsplan

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 24 januari 2011 (mr C.E. du Perron, voorzitter, drs A.I.M. Kool, drs L.B. Lauwaars, mr B.F. Keulen en mr P.A. Offers) Samenvatting Beleggingsverzekering

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201205761/1/V1. Datum uitspraak: 31 januari 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht {hierna: de Awb) op

Nadere informatie

2. Q-Music Nederland B.V., te Naarden (Q-Music), appellante in de zaak 14/817 tevens derde-partij in

2. Q-Music Nederland B.V., te Naarden (Q-Music), appellante in de zaak 14/817 tevens derde-partij in ECLI:NL:CBB:2015:320 Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven Datum uitspraak 08-10-2015 Datum publicatie 08-10-2015 Zaaknummer 14/817-818-831-839 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2014:9373,

Nadere informatie

REGLEMENT SUIKERSYSTEEM. van Coöperatie Koninklijke Cosun U.A. gevestigd te Breda

REGLEMENT SUIKERSYSTEEM. van Coöperatie Koninklijke Cosun U.A. gevestigd te Breda REGLEMENT SUIKERSYSTEEM van Coöperatie Koninklijke Cosun U.A. gevestigd te Breda ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Toepassing 1. Dit reglement regelt de toewijzing van Quotumbieten aan individuele Telers.

Nadere informatie

U I T S P R A A K 1 4 1 6 3

U I T S P R A A K 1 4 1 6 3 U I T S P R A A K 1 4 1 6 3 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van [naam], appellant tegen het Bestuur van de Faculteit Geesteswetenschappen, verweerder

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 18/06/2012

Datum van inontvangstneming : 18/06/2012 Datum van inontvangstneming : 18/06/2012 C-211/12-1 Zaak C-211/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 3 mei 2012 Verwijzende rechter: Corte d'appello di Roma (Prima Sezione civile)

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2015:1985

ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 ECLI:NL:RBNHO:2015:1985 Instantie Rechtbank Noord-Holland Datum uitspraak 23-03-2015 Datum publicatie 07-04-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 1993 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie