Alcohol- en middelengebruik in Utrecht

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Alcohol- en middelengebruik in Utrecht"

Transcriptie

1 Geneeskundige en Gezondheidsdienst Alcohol- en middelengebruik in Utrecht Bundeling van resultaten en verdieping Bundeling van resultaten de VMU 2010 en verdieping van de VMU 2010

2

3 Colofon Uitgave Unit Epidemiologie en Informatie Afdeling Gezondheidsbevordering en Epidemiologie GG&GD Utrecht, Gemeente Utrecht Postbus GK Utrecht In opdracht van Afdeling Maatschappelijke Gezondheidsbevordering en Zorg GG&GD Utrecht, Gemeente Utrecht Internet Rapportage Eva van der Meer, Addi van Bergen Unit Epidemiologie en Informatie, GG&GD Utrecht Informatie Eva van der Meer Foto omslag Anton van Daal Drukwerk Geprint door: Ricoh, Utrecht Bronvermelding Het overnemen van gegevens uit deze publicatie is toegestaan met de bronvermelding: Meer, E. van der, Bergen, A.P.L. van (2010) Oktober 2010

4

5 Inhoudsopgave Colofon 3 Inleiding 3 1 Jeugd: alcohol- en middelengebruik 9 2 Jeugd: alcohol- en middelengebruik per wijk 13 3 Volwassenen: alcohol en middelengebruik 17 4 Volwassenen: aanvullende gegevens over alcoholgebruik 23 5 Sociaal kwetsbaren: alcohol- en middelenmisbruik 31 6 Aanvullende gegevens over middelengebruik en -misbruik 37 TABELLEN 41 1 Jeugd: Alcoholgebruik 43 2 Jeugd: Bingedrinken, dronkenschap en soorten drank 53 3 Jeugd: Locaties waar gedronken wordt 59 4 Jeugd: Regels thuis met betrekking tot alcoholgebruik 63 5 Jeugd: Roken 66 6 Jeugd: Cannabisgebruik 75 7 Jeugd: Harddrugsgebruik 85 8 Volwassenen: Alcoholgebruik 87 9 Volwassenen: Roken Volwassenen: Cannabisgebruik Volwassenen: Alcohol- en middelenmisbruik Sociaal kwetsbaren: Alcohol- en middelenmisbruik 99 1

6 2

7 Inleiding Het Utrechtse college van burgemeester en wethouders heeft eind mei 2009 ingestemd met de nota integraal alcoholbeleid Anders denken, anders doen (Reinking & Toussaint, 2009). De gemeente Utrecht wil de inwoners bewuster maken van de effecten van alcohol en neemt daarnaast maatregelen om mensen met verslavingsproblemen beter te helpen en overlast door overmatig alcoholgebruik aan te pakken. De gemeente Utrecht richt zich niet alleen op alcohol, maar ook op andere verslavende middelen zoals cannabis en harddrugs. De nota algemene verslavingszorg (GG&GD, 2006) richt zich op Utrechters met een risico op verslaving (preventie) en op degenen die overmatig gebruiken maar zich nog zelfstandig kunnen handhaven (zorg). Ter ondersteuning van de uitvoering van de nota integraal alcoholbeleid en de nota algemene verslavingszorg zijn in dit rapport de meest actuele beschikbare gegevens over het alcohol- en middelengebruik en misbruik onder Utrechtse jongeren, volwassenen en sociaal kwetsbaren beschreven. Het merendeel van de gegevens in dit rapport is rechtstreeks afkomstig uit de Volksgezondheidsmonitor Utrecht 2010 (VMU). Deze monitor wordt iedere vier jaar door de GG&GD Utrecht uitgebracht. Het hoofddoel van de VMU is het ondersteunen van de ontwikkeling van het strategisch volksgezondheidsbeleid van de gemeente Utrecht. De VMU geeft een overzicht van de gezondheid van de Utrechters en de factoren die daarop van invloed zijn. De VMU 2010 belicht drie thema s: 'preventie jeugd', 'preventie volwassenen en ouderen' en 'zorg voor sociaal kwetsbaren'. Deze zijn vervat in drie rapporten met bijbehorende tabellenboeken. Het onderwerp 'middelengebruik' komt in alle drie de rapporten aan bod. Alcohol-, cannabis-, harddrugsgebruik en roken zijn onderwerpen die zowel bij jongeren, als volwassenen en sociaal kwetsbaren voorkomen en een belangrijke invloed hebben op de gezondheid. In deze rapportage zijn de bevindingen op dit gebied uit de drie VMU themarapporten samengevoegd. Ook de tabellen die deze bevindingen ondersteunen zijn rechtstreeks overgenomen uit de tabellenboeken die bij de VMU 2010 horen en zijn in de bijlage opgenomen. Op geleide van de informatiebehoefte vanuit het alcoholbeleid zijn aanvullende analyses gedaan. Het alcohol- en middelengebruik van jongeren per wijk voor het programma Utrecht Veilig! is hier een voorbeeld van. De tabellen met uitkomsten van de analyses die hiervoor gedaan zijn, zijn in de bijlage opgenomen. Voor een posterpresentatie (Van der Meer, Toet en Van Bergen, 2010) op het Nederlands Congres Volksgezondheid 2010 is specifiek gekeken naar de normen en richtlijnen die in Nederland gebruikt worden bij het bepalen van de mate van alcoholgebruik en naar alcoholgebruik onder 55- plussers. Deze gegevens zijn ook terug te vinden in dit rapport. Databronnen De gegevens voor de aanvullende analyses zijn verkregen op basis van de Jeugdmonitor , de Gezondheidspeiling 2008 en het Psychiatrisch Casus Register (O)GGZ Midden Nederland (PCR-MN) (Laan, 2009). 3

8 Jeugdmonitor: de Jeugdmonitor is het integrale meetinstrument voor het Utrechtse Jeugdbeleid. Ieder jaar wordt, afwisselend in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs, informatie verzameld over gezondheid en welzijn van de (in Utrecht woonachtige) leerlingen. De monitor beslaat onderwerpen als welbevinden, leefstijl, leefwereld, school, probleemgedrag en integratie en participatie. In 2008 namen, verspreid over alle wijken van Utrecht, 32 scholen deel aan de Jeugdmonitor. Op deze scholen hebben 1686 leerlingen uit de groepen 7 en 8 klassikaal de vragenlijst ingevuld. In 2009 is de vragenlijst ingevuld door 2423 leerlingen uit de tweede en derde klas van het voorgezet onderwijs. Alle reguliere scholen voor het voortgezet onderwijs waren vertegenwoordigd. Gezondheidspeiling 2008: iedere twee jaar houdt de GG&GD Utrecht een gezondheidspeiling onder de Utrechtse bevolking van 16 jaar en ouder. In 2008 heeft een aselect gekozen steekproef van 7430 Utrechters een vragenlijst ontvangen waarin gevraagd werd naar hun gezondheid, ziekte, leefgewoonten en leefomstandigheden. Om voldoende betrouwbare uitspraken te kunnen doen over de verschillende gsb-gebieden en krachtwijken, zijn meer mensen aangeschreven in de wijken Noordwest, Overvecht, Zuid en Zuidwest. Ook in Leidsche Rijn zijn meer mensen bevraagd. Omdat de omstandigheden voor jonge en oudere volwassenen verschillend zijn, zijn twee vragenlijsten gebruikt: één voor volwassenen van jaar en één voor volwassenen van 55 jaar en ouder. De vragenlijsten verschillen op een beperkt aantal punten van elkaar. De totale respons op de vragenlijst was 54%. PCR-MN: de GG&GD Utrecht neemt deel aan het Psychiatrisch Casus Register (O)GGZ Midden Nederland (PCR-MN). Andere deelnemers zijn Altrecht, Centrum Maliebaan, PAAZ Mesos, Universitair Medisch Centrum Utrecht, Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht (SBWU) en Kwintes. Deelnemende instanties leveren jaarlijks gegevens aan vanuit hun patiëntenregistraties. Voor de VMU is gekeken naar het gebruik van tweede- en derdelijns psychiatrische zorg naar diagnosecategorie. Gegevens zijn geanalyseerd voor de algemene bevolking (18 jaar en ouder) als ook voor specifieke (O)GGZ groepen. Leeswijzer Dit rapport is ingedeeld in zes hoofdstukken met in de bijlage de achterliggende tabellen. Tenzij anders vermeld, hebben alle cijfers betrekking op de Gemeente Utrecht. Het eerste hoofdstuk is afkomstig uit het themarapport Preventie Jeugd (Toet, Van Buren, Zwikker, Vleems, Van Bergen, Schreurs en Van Ameijden, 2010). Hierin wordt het middelengebruik onder jongeren in groep 7 en 8 en de tweede en derde klas van de middelbare school beschreven. Hoofdstuk twee bestaat uit de notitie die geschreven is voor het programma Utrecht Veilig! van de gemeente Utrecht. Hierin wordt een beeld gegeven van het middelengebruik van jongeren uit de tweede en derde klas voor de verschillende wijken in Utrecht afzonderlijk. In hoofdstuk drie komt het middelengebruik onder volwassenen aan de orde vanuit het themarapport Preventie Volwassenen en Ouderen (Schreurs, Bouwman, Koopmans, Vleems, Staal en Van Ameijden, 2010). In het daaropvolgende hoofdstuk zijn aanvullende gegevens te vinden over alcoholgebruik door volwassenen en specifiek door 55-plussers. Hoofdstuk vijf komt uit het themarapport Zorg voor Sociaal kwetsbaren (Van Bergen, Smit, Reinking, Muis, Van der Leer, Koolen, Oepkes, Vleems, Van der Meer en Van Doeveren, 2010) en in het laatste hoofdstuk worden cijfers van middelengebruik en -misbruik gepresenteerd welke betrekking hebben op de algemene bevolking in Nederland en in Utrecht. Deze worden met elkaar vergeleken. 4

9 Begrippen Het middelengebruik wordt beschreven in zijn totaliteit en binnen verschillende groepen met dezelfde sociaaldemografische kenmerken (onder andere geslacht, leeftijd, etniciteit). Ter verduidelijking worden hieronder verschillende begrippen die in dit rapport gebruikt worden, toegelicht: Gebruik ooit: Aan leerlingen is gevraagd of ze ooit alcohol (een slokje of meer) of drugs hebben gebruikt, dan wel één sigaret/sigaar/pijp hebben gerookt. Dit geeft aan op welke leeftijd leerlingen in aanraking komen met alcohol en/of middelen. Bekend is dat alcoholgebruik op jonge leeftijd (13 jaar of jonger) verband kan houden met probleemdrinken op latere leeftijd. Gebruik in de afgelopen vier weken: Gevraagd is of de leerlingen in de afgelopen vier weken alcohol of middelen hebben gebruikt. Dit geeft een indicatie van regelmatig gebruik. Bingedrinken: het drinken van vijf of meer alcoholische drankjes op één gelegenheid. Aantal glazen alcohol: wanneer gesproken wordt over het aantal glazen alcohol, wordt altijd uitgegaan van standaardglazen. Iedere soort alcoholhoudende drank heeft zijn eigen standaardglas. Op deze manier bevatten een glas bier (250cc), wijn (100cc) en sterke drank (35cc), ongeacht het percentage alcohol, allemaal evenveel pure alcohol (circa 10 gram). Overmatig alcoholgebruik (oude norm): voor mannen meer dan 21 glazen alcohol per week, voor vrouwen meer dan 14 glazen alcohol per week. Nieuwe norm overmatig alcoholgebruik: voor mannen meer dan 14 glazen alcohol per week, voor vrouwen meer dan 7 glazen alcohol per week. Zware drinker: voor mannen wekelijks minimaal eenmaal 6 of meer glazen alcohol op één dag, voor vrouwen wekelijks 4 of meer glazen alcohol op één dag. Zware roker: het roken van meer dan 20 sigaretten per dag Problematisch alcoholgebruik: gemeten met de schaal van Candel (met afkappunt 3) bestaande uit zes vragen waarmee een indruk wordt verkregen van problemen rond het drinken van alcohol, bijvoorbeeld: 'Heeft u wel eens behoefte gehad om minder te drinken?'; 'Heeft u wel eens geprobeerd met drinken te stoppen zonder dat dat lukte?' en 'Heeft u wel eens alcoholhoudende drank gedronken om uw zorgen te vergeten?'. Norm verantwoord alcoholgebruik: mannen maximaal 21 glazen alcohol per week, maximaal 5 glazen alcohol per drinkdag en maximaal 5 drinkdagen per week. Vrouwen maximaal 14 glazen alcohol per week, maximaal 3 glazen alcohol per drinkdag en maximaal 5 drinkdagen per week. Nieuwe norm verantwoord alcoholgebruik: mannen maximaal 14 glazen alcohol per week, maximaal 5 glazen alcohol per drinkdag en maximaal 5 drinkdagen per week. Vrouwen maximaal 7 glazen alcohol per week, maximaal 3 glazen alcohol per drinkdag en maximaal 5 drinkdagen per week. Middelenmisbruik: een zichtbaar patroon van onaangepast gebruik van een middel dat herhaaldelijk leidt tot beperkingen of lijden op één of meerdere levensterreinen. Hierbij gaat het om functioneren op school, werk, thuis, in relaties, maar ook om problemen met politie of justitie en gebruik van het middel in situaties waarin dat gevaarlijk is of kan zijn (autorijden). Er is geen sprake van afhankelijkheid en ook hoeft er nog geen lichamelijke of psychische schade te zijn. 5

10 Welvaart: Aan de leerlingen zijn vier vragen gesteld om een indicatie te krijgen van de gezinswelvaart als maat voor sociaaleconomische status. Voorbeelden van deze vragen zijn: Heeft jouw gezin een auto (of een (bestel)busje)? en Hoe vaak ben je in de laatste 12 maanden met je gezin op vakantie geweest?". Op basis van de antwoorden op deze vragen worden de leerlingen ingedeeld in drie categorieën: laag, midden of hoog. Nederlands met lage SES: Nederlanders met hoogst voltooide opleidingsniveau LO of MAVO/LBO. Toelichting bij de tabellen De percentages in de tabellen hebben betrekking op het aantal mensen dat de vraag heeft ingevuld (N). Deze N staat, indien vermeld, ofwel bovenaan de kolommen, danwel in de linkerbovenhoek van de tabellen. Met behulp van statistische toetsen zijn p-waarden berekend, welke een indicatie geven van 'toevalligheid'. Bij een p-waarde van 0,3, is de kans dat het verschil berust op toevalligheid 30%. In dit rapport wordt een p-waarde kleiner dan 0,05 als criterium voor statistische significantie aangehouden, waarbij dus een resultaat voor waar wordt aangenomen wanneer de kans kleiner is dan 5% dat het gevonden resultaat op toeval berust. In sommige tabellen is een p-waarde van 0,01 (1%) gebruikt; dit staat dan vermeld. De percentages in de geelgearceerde delen betreffen verschillen die significant zijn (X²-toets, p 0,05). De pijlen omhoog of omlaag geven significante verschillen ten opzichte van het gemiddelde aan. Het uitsplitsen van de gegevens (bijvoorbeeld de jeugd naar wijk) leidt ertoe dat de percentages soms op kleine aantallen gebaseerd zijn. Wanneer het verwachte aantal waarnemingen in een bepaalde groep te laag was, kon niet getoetst worden. De prevalenties zijn in deze gevallen cursief en grijs weergegeven. Bij de interpretatie van deze cijfers is dan ook voorzichtigheid geboden. Literatuur bij Inleiding Bergen, A. van, Smit, R., Reining, D., Muis, L., Leer, M. van der, Kolen, M., Oepkes, N., Vleems, R., Meer, E. van der, Doeveren, Y. van. (2010). Volksgezondheidsmonitor Utrecht. Zorg voor Sociaal Kwetsbaren. Utrecht: GG&GD Utrecht. Dorsselaer, S. van, E. Zeijl, S. van den Eeckhout, T. ter Bogt, W. Vollebergh. HBSC 2005 Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Trimbos instituut, Utrecht, 2007 GG&GD Utrecht (2006). Nota algemene verslavingszorg Utrecht: GG&GD Utrecht. Laan, W. (2009). Psychiatrische aandoeningen behandeld in de tweede en derde lijn in de stad Utrecht. Psychiatrisch Casus Register (O)GGZ Midden Nederland. Utrecht: Julius Centrum UMC Utrecht. Meer, Van der, E., Toet, J. en Bergen, Van, A.P.L. (2010) Posterpresentatie NCVGZ 2010: Gevolgen van de nieuwe norm aanvaardbaar alcoholgebruik bij 55-plussers voor beleid. Utrecht: GG&GD Utrecht. Reinking, D., Toussaint, N. (2009). Anders denken, anders doen. Nota Integraal Alcoholbeleid Gemeente Utrecht. Utrecht: Gemeente Utrecht. 6

11 Schreurs, H., Bouwman, A.J., Koopmans, B., Vleems, R., Staal, J., Ameijden, E.J.C. van. (2010) Preventie Volwassenen & Ouderen. Themarapport Volksgezondheidsmonitor Utrecht Utrecht: GG&GD Utrecht Toet, J., Buren, L. van, Zwikker, H.E., Vleems, R., Bergen, A.P.L. van, Schreurs, H., Ameijden, E.J.C. van. (2010) Preventie Jeugd. Themarapport Volksgezondheidsmonitor Utrecht Utrecht: GG&GD Utrecht. 7

12 8

13 1 Jeugd: alcohol- en middelengebruik Onderstaande tekst is afkomstig uit het VMU themarapport Preventie Jeugd (Toet, Van Buren, Zwikker, Vleems, Van Bergen, Schreurs en Van Ameijden, 2010). De achterliggende tabellen zijn opgenomen in de bijlage (tabellen 1.1 tot en met 7.3). Toelichting bij de begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen, is te vinden in de Inleiding van dit rapport. Kernpunten Alcoholgebruik begint vaak al op de basisschool. Bijna vier van de tien leerlingen van groep 7 en 8 heeft al eens alcohol gedronken. Een kwart van de leerlingen van klas 2 en 3 van het VO heeft de afgelopen maand alcohol gedronken, waarvan meer dan de helft bij één gelegenheid veel gedronken heeft. Eén op de twintig leerlingen van de groepen 7 en 8 van het basisonderwijs heeft wel eens gerookt en minder dan 1% van de leerlingen geeft aan nog steeds te roken. Bijna eenderde van de leerlingen van klas 2 en 3 van het VO heeft wel eens gerookt en één op de acht rookt nog steeds. Eén op de zeven leerlingen van klas 2 en 3 van het VO heeft wel eens cannabis gebruikt en 7% in de afgelopen vier weken. Alcoholgebruik begint vaak al op de basisschool Bijna vier van elke tien leerlingen van de groepen 7 en 8 van het basisonderwijs (39%) geeft aan wel eens alcohol te hebben gedronken (tabel 1.1). Dit geldt vaker voor jongens dan voor meisjes (44% versus 34%) en vaker voor leerlingen uit groep 8 dan voor leerlingen uit groep 7 (43% versus 35%). Nederlandse (53%) Surinaamse, Antilliaanse en Arubaanse kinderen (54%) hebben vaker wel eens alcohol gedronken dan Turkse (16%) en Marokkaanse kinderen (4%) 1. In de wijken Noordoost (48%), Oost (49%), Binnenstad (55%) en Vleuten-De Meern (55%) hebben kinderen vaker dan gemiddeld wel eens alcohol gedronken. Zeven procent van de leerlingen heeft recent (in de vier weken voor het onderzoek) alcohol gedronken. Ook hier geldt dat dit vaker voorkomt bij jongens (9%) dan bij meisjes (5%) en dan met name in groep 8. Van de jongens in groep 8 heeft 11% recent alcohol gedronken. Bij de meisjes is dit 6%. Onder Turkse (0%) en Marokkaanse kinderen (2%) komt recent alcoholgebruik (bijna) niet voor. Nederlandse (10%) en Surinaamse, Antilliaanse en Arubaanse kinderen (14%) geven vaker dan gemiddeld aan recent alcohol te hebben gedronken. Dit geldt ook voor kinderen uit de wijken Noordwest (12%) en Vleuten- De Meern (13%). Ouders hebben een belangrijke rol in de preventie van alcoholgebruik door kinderen en jongeren. Door duidelijke regels te stellen over het (niet) gebruiken van alcohol beperken ouders het gebruik van alcohol. Wanneer kinderen eenmaal gewend zijn om alcohol te drinken, heeft het stellen van duidelijke regels bijna geen preventieve werking meer (Van der Vorst, 2007). 9

14 Het merendeel van de kinderen geeft aan dat zij thuis geen alcohol mogen drinken (83%), 5% mag dit wel en 12% weet niet of het mag (tabel 1.1). Tussen jongens en meisjes en de verschillende schoolgroepen verschillen deze percentages niet. Voor Turkse (90%) en Marokkaanse kinderen (98%) is vaak duidelijk dat zij thuis niet mogen drinken. Nederlandse kinderen geven vaker aan thuis wel te mogen drinken (7%) of dit niet te weten (17%). Dit geldt ook voor kinderen uit de wijk Vleuten-De Meern. Van hen geeft 8% aan thuis alcohol te mogen drinken en 18% geeft aan dit niet weten. Ook in de wijk West (18%) weten kinderen vaker dan gemiddeld niet of zij thuis alcohol mogen drinken. Van de kinderen die thuis alcohol mogen drinken geeft 23% aan dat hij of zij recent alcohol heeft gedronken. Kinderen die niet weten of zij thuis alcohol mogen drinken geven iets minder vaak recent alcoholgebruik aan (16%). Van de kinderen voor wie duidelijk is dat zij thuis geen alcohol mogen drinken, geeft 5% aan in de laatste vier weken toch alcohol te hebben gedronken. Een kwart van de leerlingen van klas 2 en 3 van het VO heeft de afgelopen maand alcohol gedronken In de jeugdmonitor van het voortgezet onderwijs is aan leerlingen gevraagd of zij ooit alcohol hebben gedronken en of zij dit de laatste vier weken hebben gedaan, of zij ooit dronken of aangeschoten zijn geweest en of zij de afgelopen vier weken bij één gelegenheid veel (vijf of meer drankjes met alcohol) hebben gedronken. Verder zijn vragen gesteld over de soort alcoholhoudende dranken die leerlingen gebruiken, de locaties waar zij drinken en de regels die thuis gelden met betrekking tot alcoholgebruik. Meer dan twee vijfde van de leerlingen van klas 2 en 3 van het voortgezet onderwijs heeft wel eens alcohol gedronken (42%), ongeveer een kwart (26%) heeft dit de afgelopen vier weken nog gedaan en 15% heeft in de afgelopen vier weken bij één gelegenheid veel gedronken (tabel 1.2, 1.3 en 2.1). Van degenen die in de laatste vier weken alcohol hebben gedronken, heeft meer dan de helft (58%) bij één gelegenheid veel gedronken. Iets meer dan een vijfde (22%) van de leerlingen is wel eens dronken of aangeschoten geweest (tabel 2.3). Alle uitsplitsingen van deze uitkomsten geven, met enkele uitzonderingen, een vergelijkbaar beeld. Tussen jongens en meisjes zijn geen verschillen aangetoond. Het alcoholgebruik is hoger voor oudere, Nederlandse, Surinaamse en Antilliaanse leerlingen, HAVO/VWO-leerlingen, leerlingen uit gezinnen met een hoge welvaart en leerlingen uit de wijken Noordoost en Oost. Het gebruik van alcohol is lager onder jongere leerlingen, Turkse en Marokkaanse leerlingen, VMBO-leerlingen, leerlingen uit gezinnen met een lagere welvaart en leerlingen uit de wijken Overvecht en Zuidwest. De alcoholische dranken die de leerlingen het meeste drinken zijn breezers (28%), bier (22%), (zelf gemaakte) mixdrankjes (15%) en wijn (14%). Jongens drinken vaker bier. De overige dranken worden vaker door meisjes gedronken (tabel 2.4). De meeste leerlingen die alcohol drinken, doen dit thuis bij of met anderen (75%). Een aanzienlijk deel van de leerlingen die alcohol gebruiken, drinkt ook op straat (36%) of in de discotheek (31%) (tabel 3.1). Bijna twee derde van de leerlingen onder 16 jaar geeft aan dat zij thuis geen alcohol mogen drinken (62%), 20% mag dit wel en 19% weet niet of het mag. Voor 39% van de leerlingen geldt dus geen duide- 10

15 lijk verbod op het gebruik van alcohol. Dit percentage verschilt niet tussen jongens en meisjes en naar leeftijd. Bij Nederlandse (53%), Surinaamse en Antilliaanse leerlingen (51%) en leerlingen met een etniciteit in de categorie 'overig' (46%) geldt vaker geen duidelijk verbod op het drinken van alcohol. Dit geldt ook voor HAVO/VWO-leerlingen (43%), leerlingen uit een gezin met een hoge welvaart (44%) en leerlingen uit de wijken Oost (50%) en Vleuten-De Meern (51%) (tabel 4.1, figuur 1.1). 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes Nederlands Surinaams/Antilliaans Marokkaans Turks overig totaal mag thuis geen alcohol drinken weet niet mag thuis alcohol drinken Figuur 1.1 Regels met betrekking tot alcoholgebruik die thuis gelden bij leerlingen onder de 16 jaar, naar geslacht en etniciteit in % Minder dan 1% van de leerlingen van groep 7 en 8 van het BO rookt Eén op de twintig leerlingen van de groepen 7 en 8 van het basisonderwijs (5%) heeft wel eens gerookt. Dit percentage verschilt niet tussen jongens en meisjes, etnische groepen en wijken. Leerlingen in groep 8 hebben vaker wel eens gerookt dan die in groep 7 (7% versus 4%). Minder dan 1% van de leerlingen geeft aan nog steeds te roken (tabel 5.1). Bijna een derde van de leerlingen van de klassen 2 en 3 van het voortgezet onderwijs (31%) heeft wel eens gerookt (figuur 1.2). Tijdens het onderzoek rookte 12% van de leerlingen. Vooral Nederlandse leerlingen (15%), oudere leerlingen (15 jaar 16%, 16 jaar 20%), derdeklassers (16%) en leerlingen uit de wijk West (18%) geven vaker aan dat zij roken. Roken komt minder vaak voor bij Marokkaanse leerlingen (4%) en leerlingen uit de wijken Overvecht (7%) en Zuidwest (8%) (tabel 5.2 en 5.3). Van de leerlingen die tijdens het onderzoek nog rookten, geeft 29% aan minder dan één sigaret per week te roken. Een kwart van de rokers rookt meer dan twintig sigaretten per week (tabel 5.6). 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes jongens meisjes Nederlands Surinaams/Antilliaans Marokkaans Turks overig totaal nooit gerookt in verleden gerookt rookt nu Figuur 1.2 Rookgedrag leerlingen VO, naar geslacht en etniciteit in % 11

16 Eén op de zeven leerlingen van klas 2 en 3 van het VO heeft wel eens cannabis gebruikt Alleen in de jeugdmonitor van het voortgezet onderwijs is aan de leerlingen gevraagd of zij ooit wel eens hasj of wiet (cannabis) en/of harddrugs aangeboden hebben gekregen en hoe vaak zij dit gebruikt hebben. Aan de leerlingen die wel eens hasj of wiet gebruiken, is gevraagd hoe zij daar aan komen. Aan meer dan een kwart van de leerlingen van de klassen 2 en 3 van het voortgezet onderwijs is wel eens hasj of wiet aangeboden (26%) en 6% heeft wel eens harddrugs aangeboden gekregen (tabel 6.7). Van elke zeven leerlingen heeft er één wel eens cannabis gebruikt (14%) en 7% heeft dit in de vier weken voor het onderzoek nog gedaan (tabel 6.1 en 6.3). Alle uitsplitsingen van deze uitkomsten geven een vergelijkbaar beeld. Cannabisgebruik komt vaker voor bij jongens, Nederlandse leerlingen en HAVO/VWO-leerlingen. Meisjes, Turkse en Marokkaanse leerlingen en leerlingen op het VMBO geven minder vaak aan cannabis te hebben gebruikt. Cannabisgebruik komt vaker voor in de wijken Oost en Noordoost. Leerlingen die wel eens cannabis gebruiken, komen meestal via vrienden (77%), schoolgenoten (18%) of via via aan deze cannabis (19%) (tabel 6.8). 16% heeft de cannabis uit een coffeeshop. 2% van de leerlingen heeft wel eens harddrugs gebruikt en 1% (n=12) heeft dat in de afgelopen maand nog gedaan (tabel 7.1). Voor het middelengebruik is bij één onderwerp een relevant verschil gevonden ten opzichte van de vorige meting van de jeugdmonitor in De leerlingen van klas 3 geven in deze meting van de JMU vaker dan in de vorige meting aan dat zij wel eens hebben gerookt (31% versus 25%). Roken ten tijde van het onderzoek en alcohol- en cannabisgebruik (ooit en laatste vier weken) laat geen relevante verschillen zien. Het middelengebruik in Utrecht is vergelijkbaar met het middelengebruik in Rotterdam. In vergelijking met landelijke gegevens is het gebruik van alcohol in Utrecht lager. Ten opzichte van Amersfoort scoort Utrecht op alle aspecten van middelengebruik beter. Dit verschil kan veroorzaakt zijn door de samenstelling van de onderzoeksgroep (etniciteit en sociaaleconomische status), aangezien de gegevens over Amersfoort betrekking hebben op derde en vierdeklassers en middelengebruik vaker voorkomt bij oudere leerlingen. Literatuur bij hoofdstuk 1 Toet, J., Buren, L. van, Zwikker, H.E., Vleems, R., Bergen, A.P.L. van, Schreurs, H., Ameijden, E.J.C. van. (2010) Preventie Jeugd. Themarapport Volksgezondheidsmonitor Utrecht Utrecht: GG&GD Utrecht. Van der Vorst, H. (2007). The key to the cellar door: the role of the family in adolescents' alcohol use. Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen. 12

17 2 Jeugd: alcohol- en middelengebruik per wijk Onderstaande tekst is overgenomen uit de notitie die ten behoeve van het programma Utrecht Veilig! is geschreven (Van der Meer, 2010). Hierin wordt, op basis van de Jeugdmonitor 2009, een beeld gegeven van het alcoholgebruik, roken, cannabisgebruik en het gebruik van harddrugs door jongeren in de verschillende wijken van Utrecht. Deze jongeren zitten in de tweede en derde klas van het voortgezet onderwijs. De achterliggende tabellen zijn opgenomen in de bijlage (tabellen 1.1 tot en met 7.3). De gehanteerde definities worden beschreven in de Inleiding van dit rapport. Kernpunten: Van de leerlingen uit de tweede en derde klas van het voortgezet onderwijs in 2009 heeft 42% ooit alcohol gedronken en heeft 26% dit in de afgelopen vier weken nog gedaan. In de wijken Oost, Noordoost, West en Vleuten-De Meern wordt significant meer gedronken dan in de overige wijken. Ook is hier meer sprake van binge-drinken. In de wijken Overvecht en Zuidwest is het alcoholgebruik onder de jeugd lager dan gemiddeld. De meeste jongeren drinken thuis bij anderen, of thuis met anderen. Een derde drinkt op straat. Bijna één op de drie heeft wel eens gerookt; ongeveer 1 op de 10 rookt nu (nog). Leerlingen uit de wijk West geven het meest aan te roken; leerlingen uit de wijken Overvecht, Zuid en Zuidwest het minst. In Noordwest bevinden zich de meeste leerlingen die wanneer ze roken, ook veel roken. Cannabis heeft 14% van de leerlingen wel eens geprobeerd; 7% heeft in de afgelopen vier weken geblowd. Harddrugs worden niet veel gebruikt; 2% van de jongeren heeft wel eens iets gebruikt. Alcohol Over heel Utrecht geeft 42% van de leerlingen aan ooit alcohol gedronken te hebben. De wijken Oost, Noordoost, West en Vleuten-De Meern zitten hier met respectievelijk 55%, 53%, 49% en 49% duidelijk boven. Het percentage alcoholdrinkende jongeren in de Binnenstad is hoog, maar in aantallen gaat het om een relatief kleine groep. In Overvecht en Zuidwest wordt aanzienlijk minder gedronken want daar geeft 28% dan wel 26% van de leerlingen aan wel eens alcohol te hebben gedronken (zie figuur 2.1a). Wanneer gekeken wordt naar het aantal leerlingen dat de afgelopen vier weken alcoholhoudende drank gedronken heeft, steken de wijken Noordoost (35%) en Oost (37%) hier wederom bovenuit en is ook zichtbaar dat in de Binnenstad (38%) meer wordt gedronken dan gemiddeld (26%). Jongeren in Overvecht en Zuidwest komen, evenals bij het gebruik van alcohol ooit, ook nu uit op een lager percentage (zie figuur 2.1b). Bingedrinken (het drinken van meer dan vijf alcoholische drankjes bij één gelegenheid) doet 15% van de totale groep leerlingen en komt significant meer voor in de wijken waar al meer alcoholgebruik werd gevonden; namelijk Noordoost (20%), Oost (22%), Binnenstad (29%) en Vleuten-De Meern (20%). 13

18 In algemene zin valt in de wijken Noordwest, Overvecht, Zuidwest en Leidsche Rijn op dat het alcoholgebruik niet stijgt naarmate de leeftijd hoger wordt. Het lijkt erop dat jongeren in deze wijken later begonnen zijn met drinken. In de wijk Noordwest is het percentage drinkende jongeren van 13 jaar of jonger echter wel hoog (52% ten opzichte van 37% gemiddeld). In bijna alle wijken drinken leerlingen op de havo of het vwo meer dan vmbo-leerlingen, behalve in Vleuten en in Oost. Vleuten- De Meern 49 West Leidsche Rijn Overvecht Noord west Zuid west 28 Noordoost Binnen 53 stad Zuid 55 Oost Vleuten- De Meern 29 West Leidsche Rijn 23 Overvecht Noord west 21 Noordoost 35 Binnen 30 stad Oost Zuid west Zuid Figuur 2.1a: Percentage leerlingen uit de 2 e en 3 e klas dat ooit alcohol heeft gedronken, per wijk Figuur 2.1b: Percentage leerlingen uit de 2 e en 3 e klas dat in de afgelopen vier weken alcohol heeft gedronken, per wijk Waar wordt gedronken? De meesten die alcohol drinken, doen dit thuis bij anderen (49%) of thuis met anderen (45%). Ruim een derde (36%) drinkt op straat. Tussen de wijken zijn met name verschillen te zien in het drinken thuis met anderen, het drinken op straat en het drinken in een restaurant. In Overvecht zijn de meeste jongeren te vinden die thuis met anderen drinken (55%) en de minste jongeren die op straat drinken (24%). Jongeren in Noordoost vormen met 47% daarentegen de grootste groep die op straat drinkt. Opvallend veel leerlingen uit Vleuten geven aan te drinken wanneer zij uit eten zijn (13%). Drinken op schoolfeesten gebeurt het meest in Leidsche Rijn (23% tegenover 14% gemiddeld). In sportkantines en in keten/hokken/schuren wordt weinig (3%) gedronken. Roken Bijna een derde (31%) van de jongeren heeft wel eens een sigaret, sigaar of pijp gerookt. In de wijk West zijn de meeste leerlingen te vinden; namelijk 38% geeft aan dit ooit gedaan te hebben. Wijken waar significant minder gerookt wordt, zijn Overvecht (26%), Zuid (21%) en Zuidwest (21%). Ongeveer 12% van de ondervraagde leerlingen geeft aan nu ook nog te roken. Waarbij min of meer dezelfde wijken naar voren komen die significant afwijken van het gemiddelde (zie figuur 2.2a en 2.2b). Van de jongeren die aangeven wekelijks te roken, rookt bijna een derde (29%) 0 tot 1 sigaretten per week. Een kwart geeft aan minimaal een pakje per dag te roken (21 sigaretten of meer). De wijk Noordwest scoort wat betreft percentage rokende leerlingen hoog, maar wanneer gekeken wordt naar 14

19 het aantal sigaretten dat door hen gerookt wordt, valt op dat een groot deel (37%) 'slechts' één sigaret per week rookt. In de wijk Noordwest bevinden zich echter de leerlingen die wanneer ze roken, ook direct veel roken. Het percentage leerlingen dat 0 tot 1 sigaret rookt is 9% ten opzichte van 29% gemiddeld. Daarnaast rookt in de totale groep 16% 11 tot 20 sigaretten per week, terwijl dit in Noordwest 24% is. Het percentage dat meer dan 21 sigaretten in de week rookt, is 38% tegenover 25% gemiddeld. Evenals bij de resultaten die alcoholgebruik betreffen, vallen de wijken Noordwest, Overvecht, Zuidwest en Leidsche Rijn op in het verband met leeftijd. Ook hier is namelijk geen toename van het gedrag met de leeftijd waar te nemen. In Noordwest en Leidsche Rijn is in verhouding een grote groep jonge rokers te vinden. De wijken Noordoost, Oost en Vleuten vallen op met het hoge aantal vmbo-leerlingen dat rookt. In de overige wijken roken de hoger opgeleide leerlingen namelijk meer. Vleuten- De Meern 34 West Leidsche Rijn 35 Overvecht 26 Noord west Noordoost Binnen 38 stad Oost 21 Vleuten- De Meern 13 West Leidsche Rijn 13 Overvecht Noord 7 west Noordoost Binnen 18 stad Oost 8 Zuid west 21 Zuid Zuid west 9 Zuid Figuur 2.2a: Percentage leerlingen uit de 2 e en 3 e klas dat ooit heeft gerookt, per wijk Figuur 2.2b: Percentage leerlingen uit de 2 e en 3 e klas dat nu rookt, per wijk Cannabis Het roken van cannabis heeft 14% van de leerlingen wel een keer geprobeerd. In de Binnenstad is dit percentage een stuk hoger; 34% en in West, Noordoost en Oost heeft één op de vijf dit wel eens gedaan. Jongeren die wonen in de wijken Zuidwest en Leidsche Rijn geven minder vaak aan cannabis gerookt te hebben. Ongeveer één op de veertien leerlingen heeft in de vier weken voorafgaand aan het onderzoek cannabis gebruikt, waarbij de wijken Noordoost en Oost met 13% respectievelijk 11% ook weer hoger scoren dan gemiddeld. In Overvecht is door aanzienlijk minder scholieren gerookt (2%) (zie figuur 2.3a en 2.3b). Cannabisgebruikers zijn in de meeste gevallen jongens van veertien of vijftien jaar, zitten in de derde klas, hoger opgeleid (havo/vwo) en zijn van Nederlandse afkomst. Over het algemeen is de welvaart van deze groep hoog. De aantallen per wijk zijn vrij laag (tussen de 12 en 56 jongeren) waardoor tussen de wijken geen opvallende verschillen waar te nemen zijn in de manier waarop de leerlingen aan 15

20 cannabis komen. De meesten krijgen of kopen het van vrienden (77%), via via (19%) of van schoolgenoten (18%). Vleuten- De Meern 14 Overvecht West Noord 8 west Leidsche 14 Noordoost Rijn Binnen stad Oost 7 Zuid west 11 Zuid Vleuten- De Meern 6 West Leidsche Rijn 5 Overvecht Noord 2 west 7 Noordoost 13 Binnen 10 stad Oost Zuid west 6 Zuid Figuur 2.3a: Percentage leerlingen uit de 2 e en 3 e klas dat ooit cannabis heeft gerookt, per wijk Figuur 2.3b: Percentage leerlingen uit de 2 e en 3 e klas dat in de afgelopen vier weken cannabis heeft gerookt, per wijk Harddrugs Harddruggebruik komt onder weinig jongeren voor. Van de totale groep scholieren heeft 2% (36 leerlingen) wel eens harddrugs gebruikt en heeft 1% (12 leerlingen) dit in de vier weken voorafgaand aan het onderzoek gedaan. Omdat de aantallen erg klein zijn, is het niet mogelijk om significante verschillen tussen de wijken aan te tonen. Procentueel is het druggebruik in de wijk West het hoogst (4%). Zowel bij het gebruik ooit als bij het gebruik in de afgelopen vier weken, komt het grootste deel uit deze wijk. Verder zijn het voornamelijk jongens, zijn ze veertien of vijftien jaar oud, zitten ze in de derde klas en volgen ze havo of vwo. De Nederlandse nationaliteit komt het meest voor en over het algemeen is de welvaart in het gezin gemiddeld of hoog. Verreweg het grootste deel van de leerlingen (96%) heeft nog nooit harddrugs aangeboden gekregen. Wanneer dit wel gebeurt, dan vindt dat met name op straat plaats (3%). Literatuur bij hoofdstuk 2 Meer, E. van der (februari 2010). Middelengebruik van Utrechtse jongeren per wijk. Utrecht: GG&GD Utrecht. 16

21 3 Volwassenen: alcohol en middelengebruik Onderstaande tekst is overgenomen uit het VMU themarapport Preventie Volwassenen & Ouderen (Schreurs, Bouwman, Koopmans, Vleems, Staal en Van Ameijden, 2010). De achterliggende tabellen zijn opgenomen in de bijlage (tabellen 8.1 tot en met 10.1). Toelichting bij de begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen, is te vinden in de Inleiding van dit rapport. Kernpunten 13% van de Utrechters drinkt overmatig alcohol. 11% kent een problematisch alcoholgebruik, dit is de afgelopen jaren niet toegenomen. Utrechters roken minder vaak, tegenwoordig rookt nog 25% van de Utrechters. 11% van de Utrechtse volwassenen heeft in het afgelopen jaar cannabis gebruikt, 5% recentelijk. Mannen vormen een aandachtsgroep voor middelengebruik. Er zijn geen leeftijdsverschillen gevonden voor alcoholgebruik en roken. Cannabisgebruik komt vooral onder jarigen verhoogd voor. De middenhoog opgeleide Utrechters vormen een aandachtsgroep voor alcohol- en cannabisgebruik. Laagopgeleiden voor roken. Turkse Utrechters roken relatief veel, evenals autochtone Utrechters met een lage SES. Alcoholgebruik Met mate alcohol drinken (één glas alcohol per dag voor vrouwen en twee glazen per dag voor mannen) schaadt de gezondheid van volwassenen normaal gesproken niet en kan zelfs het risico op coronaire hartziekten en herseninfarcten verkleinen. Overmatig of problematisch alcoholgebruik kan zeer schadelijk zijn voor de gezondheid en welzijn. Het kan leiden tot zowel chronische aandoeningen (o.a. kanker, hart- en vaatziekten, depressie) als acute aandoeningen en verwondingen (Van Veelen et al., 2009). Aan Utrechters is gevraagd op hoeveel dagen van de week ze alcohol drinken en hoeveel glazen ze gemiddeld op een dergelijke dag drinken. Aan de hand van deze vragen is bepaald of iemand een overmatige drinker is. Onder de Utrechtse bevolking drinkt 13% van de inwoners overmatig alcohol. Dit betekent voor mannen meer dan 21 glazen per week en voor vrouwen meer dan 14 glazen per week. Het overmatige alcoholgebruik in Utrecht is vergelijkbaar met landelijke gegevens (POLS, 2009) In Rotterdam en Den Haag wordt relatief minder vaak overmatig alcohol gedronken, in Amsterdam juist meer (Van Veelen et al., 2009). Het problematisch alcoholgebruik bedraagt in Utrecht 11% en is gemeten met de zogeheten 'schaal van Candel' bestaande uit 6 items die ingaan op de behoefte om minder te drinken, hoe moeilijk men het vindt om met drinken te stoppen als men eenmaal begonnen is, en of men drinkt om problemen te vergeten. Dit aandeel is onder volwassenen Utrechters tot 55 jaar de afgelopen jaren stabiel gebleven (Staal et al., 2009). In 2006 werden ruim 700 Utrechters in de GGZ gediagnosticeerd en behandeld voor alcoholmisbruik. Dit is 0,4% van de jarigen en 0,1% van de 65-plussers (PCR-MN, 2009). 17

22 Roken Roken is schadelijk voor de gezondheid. Rokers lopen een groter risico op longkanker, COPD, coronaire hartziekten, beroerte, hartfalen, slokdarmkanker, strottenhoofd- en mondholtekanker (Van Veelen et al., 2009). In Utrecht rookt één op de vier inwoners van 19 jaar en ouder in Dit percentage is lager dan in 2003 en 2006, respectievelijk 32% en 29% zoals in grafiek 3.1 te zien is (Staal et al., 2009). Deze daling is niet toe te schrijven aan het rookverbod in de horeca, aangezien dit pas in juli 2008 ingevoerd werd. Het aantal rokers in Utrecht is lager dan in de andere drie grote steden, wat wordt verklaard door verschillen in achtergrondkenmerken tussen de steden (Van Veelen et al., 2009). Ook landelijk wordt er iets meer gerookt (27% van alle Nederlanders van 15 jaar en ouder) (STIVORO, 2008). Het percentage zware rokers (meer dan 20 sigaretten per dag) ligt in Utrecht op 2%. Grafiek 3.1 Ontwikkelingen in roken ( ) Cannabisgebruik Cannabis is de meeste gebruikte drug in Nederland. Een hoge dosis kan angst, paniek en psychotische symptomen veroorzaken (Van Veelen et al., 2009). De vraag naar cannabisgebruik is alleen aan Utrechters van 16 tot en met 54 jaar gesteld. Door 11% van de jarigen in Utrecht is in de voorgaande 12 maanden cannabis gebruikt en door 1 op de jarigen is recentelijk in de voorgaande maand cannabis gebruikt. Het cannabisgebruik in Utrecht ligt waarschijnlijk iets hoger dan in Nederland gemiddeld, cijfers uit 2001 laten zien dat het cannabisgebruik (in de afgelopen maand) in Nederland destijds circa 3% bedroeg (Abraham et al., 2002). In vergelijking met Den Haag en Rotterdam scoort Utrecht hetzelfde, in Amsterdam wordt meer cannabis gebruikt. Deze verschillen worden niet verklaard door verschillen in achtergrondkenmerken (Van Veelen et al., 2009). In 2006 zijn jarigen (0,2%) in de GGZ gediagnosticeerd en behandeld voor cannabismisbruik (PCR-MN, 2008). Aandachtsgroepen voor middelengebruik In figuur 3.1 is te lezen dat het middelengebruik onder mannen hoger is dan onder vrouwen. Ze roken vaker, drinken vaker overmatig of problematisch alcohol en gebruiken vaker cannabis. Er is geen leeftijdsgroep die er in negatieve zin uitspringt en meer rookt dan gemiddeld in Utrecht. 65- plussers roken relatief minder dan gemiddeld in Utrecht. In Nederland is het percentage rokers vooral hoog bij de jarige mannen en het laagst bij de 65-plussers (STIVORO, 2008). 18

23 Voor overmatig en problematisch alcoholgebruik worden geen opvallende leeftijdsverschillen gevonden. 65-plussers drinken relatief weinig overmatig alcohol en 80-plussers kennen weinig problematisch alcoholgebruik. Landelijk is het percentage mensen dat schadelijk drinkt het hoogst onder jongvolwassen mannen (Van Dijck & Knibbe, 2005; Verdurmen et al., 2003). In Utrecht komt cannabisgebruik onder volwassenen meer voor onder de jarigen dan onder de jarigen. Het cannabisgebruik onder 55-plussers in Utrecht is niet bekend. Landelijke cijfers laten zien dat in de leeftijdgroep jarigen het cannabisgebruik het hoogst ligt, en dat onder 55- plussers cannabisgebruik vrijwel niet voorkomt (Abraham et al., 2002). Figuur 3.1 Middelengebruik uitgesplitst naar aandachtsgroepen, in procenten. Leefstijl UTRECHT AANDACHTSGROEPEN Geslacht Leeftijd Opleiding Etniciteit (Kracht) wijk Roken 25 Man (28) - MAVO/LBO (37) Autochtoon lage SES (35) Turks (46) Ondiep (39) Overvecht (29) Overmatig alcoholgebruik 13 Man (15) - HAVO/ VWO/MBO (19) Autochtone Utrechters (14) Noordoost (20) Oost (20) Binnenstad (23) Probleemdrinker 11 Man (14) Oost (17) Cannabisgebruik in afgelopen 12 maanden (19-54) 5 Man (7) (6) HAVO/ VWO/MBO (8) Overig Westers (21) Noordwest (15) - er zijn geen groepsverschillen gevonden. Roken komt verhoogd voor bij mensen met MAVO/LBO, zij roken twee keer zo veel als mensen met een HBO/WO-opleiding. Ook landelijk wordt het beeld gezien dat bij mensen met een lagere opleiding het percentage rokers groter is dan bij mensen met een hoge opleiding (STIVORO, 2008). Utrechters met HAVO/VWO/MBO drinken vaker dan gemiddeld in Utrecht overmatig alcohol. Ook is het cannabisgebruik onder deze groep hoger. Laagopgeleide Utrechters (lager onderwijs en MAVO/LBO) kennen minder vaak dan gemiddeld een overmatig of problematisch alcoholgebruik. Ook gebruiken zij minder vaak dan gemiddeld in Utrecht cannabis. Er is geen SES-groep waar problematisch alcoholgebruik verhoogd voorkomt. Autochtone Utrechters kennen het hoogste percentage overmatig alcoholgebruik. Dit geldt niet voor autochtone Utrechters met een lage SES, zij drinken minder dan gemiddeld overmatig alcohol. Autochtone Utrechters met een lage SES roken wel vaker dan gemiddeld, ze gebruiken minder vaak dan gemiddeld cannabis. Bijna de helft van de Turkse Utrechters rookt. Dit is beduidend hoger dan gemiddeld, zie grafiek 3.2. Dit blijkt ook uit landelijk onderzoeken en onderzoek in de andere grote steden, het betreft vooral Turkse mannen. (Ariens et al., 2006; Dijkshoorn, 2006; Haks et al., 2006; Uitenbroek et al., 2006; Van Lindert et al., 2004). Turkse Utrechters drinken daarnaast minder vaak alcohol en gebruiken minder vaak cannabis dan gemiddeld in Utrecht. 19

24 Het middelengebruik onder Marokkaanse Utrechters is relatief positief. Evenals Turkse Utrechters drinken zij minder vaak alcohol en gebruiken minder cannabis dan gemiddeld. Ook landelijk blijkt dat onder Marokkanen en Turken minder drinkers voorkomen dan onder autochtone Nederlanders (Dotinga, 2005; Gemeente Den Haag, 2002; Dijkshoorn, 2002). Daarnaast roken Marokkaanse Utrechters minder dan gemiddeld in Utrecht, slechtst 12%. Dat het aandeel rokers onder Marokkanen minder hoog is vergeleken met autochtonen blijkt ook uit landelijk onderzoek. (Ariens et al., 2006; Dijkshoorn, 2006; Haks et al., 2006; Uitenbroek et al., 2006; Van Lindert et al., 2004). Onder de groep overig Westerse Utrechters is het cannabisgebruik hoog. 21% heeft in de afgelopen 12 maanden cannabis gebruikt. 50% 40% 30% 20% 10% 0% roken cannabisgebruik (ooit) overmatig alcoholgebruik Autochtoon Autochtoon lage SES Marokkaans Turks Surinaams/ Antilliaans Overig westers Overig niet-westers Grafiek 3.2 Middelengebruik, uitgesplitst naar etniciteit In Noordwest wordt het meeste cannabis gebruikt, in Ondiep is dit 19%. In de krachtwijk Ondiep wordt ook relatief veel gerookt (39%). Ook inwoners van Overvecht roken relatief veel, ze drinken minder vaak overmatig alcohol. In de wijken Noordoost, Oost en Binnenstad wonen de meeste overmatige drinkers. Het problematische alcoholgebruik is eveneens verhoogd in de wijk Oost. (zie grafiek 3.3). In de krachtwijken Hoograven en Kanaleneiland is het overmatige alcoholgebruik verlaagd in vergelijking met het Utrechtse gemiddelde. 25% 20% 15% 10% 5% 0% West Noordwest Overvecht Noordoost Oost Binnenstad Zuid Zuidwest Leidsche Rijn Vleuten-De Meern overmatig alcoholgebruik problematisch alcoholgebruik Grafiek 3.3 Overmatig en problematisch alcoholgebruik, uitgesplitst naar wijk 20

25 Literatuur bij hoofdstuk 3 Schreurs, H., Bouwman, A.J., Koopmans, B., Vleems, R., Staal, J., Ameijden, E.J.C. van. (2010) Preventie Volwassenen & Ouderen. Themarapport Volksgezondheidsmonitor Utrecht Utrecht: GG&GD Utrecht Abraham, M.D., Kaal, H., Cohen, P.D.A. (2002). Licit and illicit drug use in the Netherlands Amsterdam: CEDRO/Mets en Schilt. (Nationaal Prevalantie Onderzoek, NPO 2001). Ariëns, G.A.M., Middelkoop, B.J.C., Smilde-van den Doel, D.A., Struben, H.W.A. (2006). Gezondheidsvragen in de Stadsenquête Den Haag 2001 en 2003; de uitkomsten bekeken in relatie tot etnische achtergrond en opleidingsniveau. Epidemiologisch Bulletin, 41: Dijck D. van, Knibbe R.A. (2005). De prevalentie van probleemdrinken in Nederland. Een bevolkingsonderzoek.maastricht: Universiteit Maastricht. Dijck D. van, Knibbe R.A. (2006). De incidentie, remissie en chroniciteit van probleemdrinken in de algemene Nederlandse bevolking. Maastricht: Universiteit Maastricht. Dijkshoorn H. (2002). Ongezonde leefgewoonten in Amsterdam. Amsterdam: GG&GD/EDG. Dijkshoorn, H. (2006). De gezondheid van Surinamers in Amsterdam (EDG-reeks 2006/2). Amsterdam: GGD Amsterdam. Dotinga A. (2005). Drinking in a Dry Culture: Alcohol use among second-generation Turks and Moroccans: measurements and results (thesis). Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam. Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn (2002). Gezondheidsmonitor Den Haag: Gemeente Den Haag. Haks, K., Quak, S., Cremer, S., Gootzen, J., Kessel, R. van, Prins, W. (2006). Gezondheidsmonitor Utrecht 2005: Themarapport Preventie Volwassenen en Ouderen. Utrecht: GG&GD Utrecht. Lindert, H. van, Droomers, M., Westert, G.P. (2004). Een kwestie van verschil: verschillen in zelfgerapporteerde leefstijl, gezondheid en zorggebruik. Utrecht/Bilthoven: NIVEL/RIVM. POLS, gezondheid en welzijn. (2009). Permanent Onderzoek Leefsituatie, gezondheid en welzijn. Den Haag: CBS. Staal, J., Bouwman-Notenboom, A.J., Schreurs, H., Ameijden, E.J.C. van (2009). Trends in leefstijl, trends in gezondheid? Een studie naar ontwikkelingen in de gezondheid en leefstijl van de volwassen Utrechtse bevolking tussen 2003 en Utrecht: GG&GD. STIVORO (2008). Gegevens over het rookgedrag bij volwassenen van 15 jaar en ouder worden in opdracht van STIVORO verzameld Uitenbroek, D.G., Ujcic-Voortman, J.K., Janssen, A.P., Tichelman, P.J., Verhoeff, A.P. (2006). Gezond zijn en gezond leven. Amsterdamse Gezondheidsmonitor, Gezondheidsonderzoek Amsterdam: GGD Amsterdam. Veelen, J.J. van, Dijk, A.P. van, Ariëns, G.A.M., Verhoef, A.P., Klaus-Meijs, W.M.M., Ameijden, E.J.C. van, Berns, M.H.P., Schouten, G.M., Dijkshoorn, H., Bouwman-Notenboom, A.J., Toet, J. (2009). G4 op gezondheid uitgemeten. Over gezondheid en gezondheidsverschillen in de vier grote steden. Den Haag: GGD-en G4. Verdurmen, J., Monshouwer, K., Dorsselaer, S. van. (2003). Bovenmatig drinken in Nederland: uitkomsten van de 'Netherlands mental health survey and incidence study' [Nemesis]. Utrecht: Bureau NDM. 21

26 22

27 4 Volwassenen: aanvullende gegevens over alcoholgebruik In hoofdstuk 3 zijn gegevens gepresenteerd over alcoholgebruik door Utrechtse volwassenen. Dit vierde hoofdstuk gaat dieper in op deze cijfers en ook op de (veranderde) richtlijnen voor alcoholgebruik. Daarnaast worden gegevens gepresenteerd volgens de leeftijdsindeling zoals die in de Nota Integraal Alcoholbeleid wordt gehanteerd en wordt specifiek naar alcoholgebruik door 55-plussers gekeken. De achterliggende tabellen die dit ondersteunen, zijn opgenomen in de bijlage (tabellen 8.1 tot en met 8.9). In de Inleiding van dit rapport staan de begrippen die in dit hoofdstuk gebruikt worden, beschreven. Kernpunten Nieuwe norm overmatig drinken In Nederland bestaan verschillende normen en richtlijnen voor alcoholgebruik naast elkaar. Er zijn normen voor het aantal glazen dat per week wordt gedronken (maat voor overmatig drinken), het aantal drinkdagen per week en het aantal glazen dat op een drinkdag gedronken wordt. Van 'verantwoord' of 'aanvaardbaar' alcoholgebruik is sprake wanneer iemand geen van deze drie parameters overschrijdt. In 2006 heeft de Gezondheidsraad de maat voor overmatig alcoholgebruik aangescherpt (voor mannen 14 in plaats van 21 glazen per week en voor vrouwen 7 in plaats van 14 glazen per week). Door deze aanpassing stijgt het aantal overmatige volwassen drinkers in Utrecht van 13% volgens de oude norm naar 29% volgens de nieuwe norm. De leeftijdsgroep jaar heeft zowel volgens de oude als volgens de nieuwe norm het hoogste percentage overmatige drinkers. Het aantal overmatig drinkende vrouwen neemt met het gebruik van de nieuwe norm meer toe dan het aantal mannen. De stijging is het grootst binnen de leeftijdscategorie jaar; van 8% met de oude naar 24% met de nieuwe norm. Volgens de oude norm voor overmatig drinken drinkt 30% van de volwassen Utrechters onverantwoord. Met hantering van de nieuwe norm neemt dit toe tot 37%. Van deze 7% meer onverantwoorde drinkers drinkt ruim de helft slechts één tot drie glazen per week meer dan de nieuwe norm voorschrijft. Alcoholgebruik jaar De verschillen in alcoholgebruik tussen man en vrouw zijn het grootst in de categorie jaar. Mannen van deze leeftijd drinken vaker dan vrouwen overmatig (volgens beide normen) en ook vaker zwaar en problematisch. Vrouwen in deze leeftijdscategorie drinken echter vaker dan mannen teveel glazen per drinkdag, terwijl mannen vaker de norm van maximaal vijf drinkdagen per week overschrijden. Alcoholgebruik 55-plussers Het aandeel 55-plussers in de verslavingszorg in Nederland wordt steeds groter. Ouderen drinken vooral dagelijks, terwijl jongeren dit vaker beperken tot enkele dagen, maar op die dagen meer drinken. Volgens de oude norm drinkt 12% van de 55-plussers overmatig en volgens de nieuwe norm 29%. Volgens de oude norm drinkt 35% onverantwoord; met hantering van de nieuwe norm neemt dit toe tot 38%. Deze 3% meer onverantwoorde drinkers zijn met name vrouwen van Nederlandse afkomst en meer dan de helft van hen drinkt slechts één tot drie glazen per week meer dan de Verschillende nieuwe normen; voorschrijft. overmatig alcoholgebruik 23

28 In Nederland bestaan nu verschillende maten en richtlijnen voor alcoholgebruik naast elkaar. Eén van deze maten is overmatig alcoholgebruik. In de meeste gevallen wordt uitgegaan van maximaal 21 standaardglazen alcoholhoudende drank per week voor mannen en 14 glazen per week voor vrouwen. Deze maat voor overmatig drinken is ook tot en met 2008 door de GGD'en gehanteerd in hun gezondheidsenquêtes. In 2006 heeft de Volksgezondheidsraad echter de Richtlijn Gezonde Voeding (2006) gepresenteerd waarin mannen geadviseerd worden niet meer dan 14 glazen per week te drinken en vrouwen niet meer dan 7. Dit advies wordt steeds vaker overgenomen. Het aanscherpen van deze norm heeft logischerwijs gevolgen voor de aantallen mensen die aangemerkt worden als overmatige drinkers. Wanneer de cijfers van de Gezondheidspeiling 2008 worden bekeken, stijgt het totale aantal overmatige drinkers van 13% volgens de oude norm naar 29% volgens de nieuwe norm (tabel 8.2 en 8.3, figuur 4.1). Met name binnen de leeftijdsgroep jaar drinkt een groot deel (35%) van de mensen meer dan de norm voorschrijft. Daarbij neemt het aantal vrouwen dat overmatig drinkt veel meer toe dan het aantal mannen dat overmatig drinkt. Bij mannen is een stijging van 15% naar 29% te zien en bij vrouwen een stijging van 11% naar 30%. Met het hanteren van de nieuwe norm wordt het verschil tussen mannen en vrouwen dus kleiner. Verschillende normen; 'verantwoord' of 'aanvaardbaar' alcoholgebruik Naast de norm voor overmatig alcoholgebruik wordt gesproken over 'zwaar drinken' en 'problematisch alcoholgebruik' (zie voor extra uitleg de toelichting bij de begrippen in de Inleiding van dit rapport). Een begrip dat ook wordt gebruikt, is 'verantwoord' of 'aanvaardbaar' alcoholgebruik. Dit begrip bestaat uit drie parameters: naast het aantal glazen per week wordt gekeken naar het aantal glazen per drinkdag (mannen maximaal 5 en vrouwen maximaal 3) en het aantal drinkdagen per week (maximaal 5). Van verantwoord alcoholgebruik is sprake wanneer geen van deze criteria wordt overschreden (NIGZ, 2005). Het criterium 'overmatig drinken' is dus onderdeel van de norm 'verantwoord alcoholgebruik'. De in de voorgaande paragraaf beschreven aanscherping heeft derhalve ook consequenties voor de aantallen mensen die benoemd kunnen worden als (on)verantwoorde drinkers. Het effect op deze percentages is echter kleiner. Het aantal volwassen Utrechters dat niet voldoet aan de norm voor verantwoord alcoholgebruik stijgt namelijk van 30% naar 37% (tabel 8.2, 8.3, figuur 4.1, grafiek 4.1). Figuur 4.1: Effect van de aanpassing van het criterium voor overmatig drinken op de prevalenties onder de Utrechtse bevolking van 18 jaar en ouder. Oude criterium Nieuwe criterium 1. Overschrijding aantal glazen per week (=overmatig drinken) 13% 29% 2. Overschrijding aantal glazen per drinkdag 18% 18% 3. Overschrijding aantal drinkdagen per week 16% 16% Onverantwoord/onaanvaardbaar alcoholgebruik 30% 37% Bij nadere bestudering van het aantal drinkdagen in de week en het aantal glazen per drinkdag, worden verschillen in sociaaldemografische factoren zichtbaar. Utrechters in de leeftijd jaar drinken bijvoorbeeld vaker teveel glazen per drinkdag, terwijl ouderen tussen de 55 en 79 jaar vaker de vijf dagen in de week overschrijden (tabel 8.2, grafiek 4.1). Deze laatste groep drinkt dus vooral dagelijks, terwijl jongeren dit vaker beperken tot enkele dagen, maar dan op die dagen meer drinken. 24

29 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Overmatig alcoholgebruik (oud) Overmatig alcoholgebruik (nieuw) Teveel glazen per drinkdag Teveel drinkdagen per week jaar jaar jaar jaar 80 jaar en ouder Grafiek 4.1: Overschrijding normen alcoholgebruik en drinkgedrag Een aanzienlijk deel van de onverantwoorde drinkers blijkt naast overmatig te drinken ook het criterium van het aantal glazen per drinkdag en/of het criterium van het aantal drinkdagen per week te overschrijden (zie figuur 4.2). Zij waren dus ook al voor de aanpassing van de norm in beeld als onverantwoorde drinkers. Figuur 4.2: Overlap parameters binnen de groep onverantwoord alcoholgebruikers volwassenen Utrecht Onverantwoord alcoholgebruik o.b.v.: Alleen criterium Zowel criterium Zowel criterium Zowel criterium 1* 1 als 2** 1 als 3*** 1 als 2, als 3 Oude norm (21 of 14 glazen per week) 1% 16% 12% 11% N=981 Nieuwe norm (14 of 7 glazen per week) 17% 26% 25% 9% N=1170 *Criterium 1=overmatig alcoholgebruik (aantal glazen per week) **Criterium 2= Aantal glazen per drinkdag (mannen>5, vrouwen >3) ***Criterium 3=Aantal drinkdagen per week (>5 dagen) De 'nieuwe' onverantwoorde drinkers zijn de mensen die volgens de nieuwe norm overmatig drinken, maar niet teveel glazen per drinkdag consumeren en ook niet op meer dan 5 dagen in de week drinken (17% in figuur 4.2). In figuur 4.3 is te zien dat 53% van deze mannen en 42% van deze vrouwen de nieuwe norm voor overmatig drinken met slechts 1 of 2 glazen per week overschrijden. Zij drinken dus respectievelijk 15 tot 16, of 8 tot 9 glazen per week. 25

30 Mannen Vrouwen 19% 19% 42% 53% 28% 39% 1-2 glazen 3-4 glazen 5 of meer 1-2 glazen 3-4 glazen 5 of meer Figuur 4.3: Aantal glazen per week waarmee de nieuwe groep onverantwoorde drinkers de aangepaste norm voor overmatig drinken overschrijdt Leeftijdsgroepen alcoholbeleid In de Nota Integraal Alcoholbeleid wordt de volgende leeftijdsindeling gehanteerd; jaar, jaar (met name vrouwen), jaar, jaar en 65 jaar en ouder. In deze paragraaf wordt daarom deze leeftijdsindeling gebruikt en wordt tevens onderscheid gemaakt in mannen en vrouwen (tabel 8.4 tot en met 8.6, grafiek 4.2). De meeste alcohol wordt gedronken door de mensen tussen de 19 en 24 jaar (tabel 8.4, grafiek 4.2). Een kwart van deze groep drinkt volgens de oude norm overmatig en meer dan eenderde kan worden aangemerkt als zware drinker. In de leeftijdsgroep jaar is het aantal overmatige drinkers een stuk lager dan bij de jongere mensen. Vanaf 46 jaar wordt echter weer meer gedronken. Problematisch alcoholgebruik komt in alle leeftijdscategorieën bij ongeveer één op de tien mensen voor. Over het algemeen is bij mannen, meer dan bij vrouwen, sprake van overmatig, zwaar of problematisch alcoholgebruik. De verschillen tussen man en vrouw zijn het grootst in de categorie jaar. Wanneer gekeken wordt naar het drinkgedrag; het aantal glazen per drinkdag en het aantal drinkdagen per week (tabel 8.5, grafiek 4.2), zijn de percentages in de categorie jaar weer het hoogst. Ook bij hantering van deze leeftijdsindeling wordt zichtbaar dat jongere mensen meer drinken op de dagen dat ze drinken en dat ouderen (46 jaar en ouder) vaker dagelijks drinken. Ongeveer eenderde van de mensen van 55 jaar en ouder drinkt bijna dagelijks. Wat betreft het overschrijden van de norm voor het aantal glazen per drinkdag, zijn in de totale groep geen verschillen tussen mannen en vrouwen. Wel zijn verschillen te zien tussen en binnen de specifieke leeftijdsgroepen. In de categorie jaar scoren vrouwen namelijk hoger dan mannen (44% ten opzichte van 41%). Daarna trekt het wat meer gelijk. Vrouwen houden zich over het algemeen wel beter aan het advies om twee dagen per week niet te drinken. Onder jarigen is hierin echter geen verschil tussen man en vrouw waarneembaar. De verandering van de norm voor overmatig drinken, en daarmee ook (on)verantwoord drinken, zorgt niet voor veranderingen in de groepen die significant meer of minder dan gemiddeld drinken (tabel 8.6). Wel zijn veranderingen in de omvang van de groepen waarneembaar. Volgens zowel de oude als 26

31 de nieuwe norm drinken mannen en vrouwen tussen de 19 en 24 jaar en vrouwen tussen de 55 en 64 jaar vaker dan gemiddeld overmatig en onverantwoord. Mannen en vrouwen in de leeftijdscategorie jaar en vrouwen van 65 jaar en ouder juist minder vaak dan gemiddeld. 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Man Vrouw Man Vrouw Man Vrouw Man Vrouw Overmatig alcoholgebruik (oud) Overmatig alcoholgebruik (nieuw) Teveel glazen per drinkdag Teveel drinkdagen per week jaar jaar jaar jaar 65 jaar en ouder Grafiek 4.2: Overschrijding normen alcoholgebruik, verschil tussen man en vrouw Alcoholgebruik door 55-plussers De hulpvraag van mensen met alcoholproblematiek bij de verslavingszorginstellingen in Nederland neemt de laatste jaren toe. Bij ouderen boven de 55 jaar stijgt de vraag nog veel sneller, waarmee het aandeel van ouderen binnen de verslavingszorg steeds groter wordt (Weingart, 2009). Reden om ook in Utrecht te kijken naar deze leeftijdsgroep. Uitgaande van de oude norm voor overmatig alcoholgebruik, is 12% van de 55-plussers een overmatige drinker, is 11% een zware drinker en is bij 1 op de 10 mensen sprake van problematisch alcoholgebruik. Ruim eenderde (35%) voldoet niet aan de normen voor verantwoord alcoholgebruik. Met het toenemen van de leeftijd is hierbij een afname in percentage te zien. Wat betreft etniciteit zijn de meeste drinkers van Nederlandse afkomst (tabel 8.7 en 8.8). In tabel 8.8 is te zien dat bij het merendeel van de ouderen het onverantwoorde alcoholgebruik samenhangt met (bijna) dagelijks alcoholgebruik: 30% drinkt op meer dan 5 dagen van de week, terwijl maar 9% de norm voor het aantal glazen per drinkdag overschrijdt. Hoog opgeleiden (HBO/WO) en ouderen van Nederlandse afkomst voldoen significant vaker niet aan de normen voor verantwoord alcoholgebruik. De aanpassing van de norm voor overmatig alcoholgebruik zorgt voor een stijging van 12% naar 29% overmatig drinkende ouderen. De aanpassing heeft echter weinig invloed op het aantal mensen dat niet voldoet aan de norm voor verantwoord alcoholgebruik (tabel 8.8 en 8.9, figuur 4.4). 27

32 Figuur 4.4: Effect van de aanpassing van het criterium voor overmatig drinken op de prevalenties onder de Utrechtse bevolking van 55 jaar en ouder. Oude criterium Nieuwe criterium 1. Overschrijding aantal glazen per week (overmatig drinken) 12% 29% 2. Overschrijding aantal glazen per drinkdag 9% 9% 3. Overschrijding aantal drinkdagen per week 30% 30% Onverantwoord/onaanvaardbaar alcoholgebruik 35% 38% De kleine invloed op het aantal onverantwoorde drinkers heeft onder andere te maken met het hoge percentage mensen dat al op basis van het (te grote) aantal drinkdagen per week wordt aangewezen als onverantwoorde drinker (tabel 8.8 en 8.9, figuur 4.4 en 4.5). Van de groep die onverantwoord drinkt, drinkt 15% overmatig én drinkt meer dan vijf dagen in de week. 26 personen overschrijden alleen het nieuwe criterium en voldoen wel aan het toegestane aantal glazen per drinkdag en het aantal drinkdagen per week. Dit komt neer op 3% van de totale groep 55-plussers in Utrecht. Figuur 4.5: Overlap parameters binnen de groep onverantwoord alcoholgebruikers 55-plus Utrecht Onverantwoord alcoholgebruik o.b.v.: Alleen criterium Zowel criterium Zowel criterium Zowel criterium 1* 1 als 2** 1 als 3*** 1 als 2, als 3 Oude norm (21 of 14 glazen per week) 1% 4% 15% 13% N=273 Nieuwe norm (14 of 7 glazen per week) 9% 9% 44% 12% N=299 *Criterium 1=overmatig alcoholgebruik (aantal glazen per week) **Criterium 2= Aantal glazen per drinkdag (mannen>5, vrouwen >3) ***Criterium 3=Aantal drinkdagen per week (>5 dagen) Het aanscherpen van de norm 'verantwoord' of 'aanvaardbaar' alcoholgebruik leidt onder 55-plussers dan ook niet tot een significante toename van het aantal onverantwoorde drinkers, enkel van het aantal overmatige drinkers. Deze mensen waren echter vanwege hun drinkgedrag al in beeld als onverantwoorde drinkers. De nieuwe groep bestaat voor het grootste deel uit vrouwen en heeft de Nederlandse nationaliteit. Daarbij valt op dat zij over het algemeen lager opgeleid zijn. In figuur 4.6 is te zien dat 49% van deze mannen en 43% van deze vrouwen de nieuwe norm voor overmatig drinken met slechts 1 of 2 glazen per week overschrijden. Zij drinken dus respectievelijk 15 tot 16 of 8 tot 9 glazen per week. 28

33 Mannen Vrouwen 17% 15% 49% 43% 34% 42% 1-2 glazen 3-4 glazen 5 of meer 1-2 glazen 3-4 glazen 5 of meer Figuur 4.6: Aantal glazen per week waarmee de nieuwe groep onverantwoorde drinkers van 55 jaar en ouder de aangepaste norm voor overmatig drinken overschrijdt Literatuur bij hoofdstuk 4 Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding Den Haag: Gezondheidsraad. NIGZ Alcoholvoorlichting (2005). Hoeveel drink ik eigenlijk?. Woerden: Uitgeverij NIGZ. Weingart, S. (2009). Alcohol en ouderen in de verslavingszorg in Nederland ( ). Utrecht: Trimbosinstituut. 29

34 30

35 5 Sociaal kwetsbaren: alcohol- en middelenmisbruik De informatie in dit hoofdstuk is afkomstig uit het VMU themarapport zorg voor sociaal kwetsbaren (Van Bergen, Smit, Reinking, Muis, Van der Leer, Koolen, Oepkes, Vleems, Van der Meer en Van Doeveren, 2010). De achterliggende tabellen zijn opgenomen in de bijlage (tabellen 12.1 tot en met 12.8). Kernpunten Bijna een derde (31%) van de Utrechtse (O)GGZ-cliënten was in 2008 in behandeling voor alcoholen/of middelenmisbruik. Bij 19% was sprake van een dubbele diagnose: middelenmisbruik én psychiatrie. De meest voorkomende diagnoses onder deze groep zijn alcoholmisbruik (14% van de (O)GGZcliënten) en cannabismisbruik (9%). Daklozen en mensen in ernstige multiproblemsituaties zijn minder in zorg voor middelenmisbruik dan andere (O)GGZ groepen. Dit betekent overigens niet dat er bij deze groepen minder sprake is van middelenmisbruik. Zorgmijding speelt bij deze groepen een belangrijke rol. Uit een recente omvangschatting blijkt dat Utrecht problematische harddruggebruikers kent 2. Het merendeel hiervan is in beeld van de verslavingszorg. Van de (O)GGZ cliënten is 6% in behandeling voor cocaïnemisbruik en 5% voor heroïnemisbruik. Een groot deel van de harddruggebruikers is geplaatst in 24-uurs woonvoorzieningen, met name in de hostels. Van de hostelbewoners is 22% in behandeling voor cocaïnemisbruik en 31% voor heroïnemisbruik. Sociaal kwetsbaren Mensen worden sociaal kwetsbaar genoemd als zij niet in staat zijn op eigen kracht bepaalde moeilijkheden en tegenslagen te overwinnen en het leven op de door hen gewenste manier vorm te geven. Een gedeelte van de groep sociaal kwetsbaren valt binnen de doelgroep van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ), zoals zorgmijders, daklozen en hostelbewoners. In de VMU 2010 wordt de groep sociaal kwetsbaren in Utrecht beschreven aan de hand van de OGGZ trap van uitval en herstel (figuur 5.1). In dit hoofdstuk wordt diezelfde indeling aangehouden. Zelfstandig wonen zelfredzaam 0 Zelfstandig wonen zelfredzaam ALGEMENE BEVOLKING Zelfstandig wonen met risico s Zelfstandig wonen multiproblemsituaties Acute crisissituaties PROCES VAN UITVAL PROCES VAN HERSTEL Zelfstandig wonen nazorg en waakvlam Begeleid & beschermd wonen & ambulante woonbegeleiding Intramuraal wonen RISICO IN DE GEMEENSCHAP KWETSBAAR IN DE GEMEENSCHAP KWETSBAAR IN INSTITUTIES Op straat, dakloos 4 Op straat, dakloos KWETSBAAR OP STRAAT Figuur 5.1: OGGZ-ladder van uitval en herstel (naar Wolf, 2006 en Bergen, 2006). 2 Problematische harddrugsgebruikers zijn personen die naast problemen met harddruggebruik ook problemen hebben op het gebied van overlast, criminaliteit, psychiatrie en/of dakloosheid. 31

Monitor alcohol en middelen

Monitor alcohol en middelen Geneeskundige en Gezondheidsdienst Monitor alcohol en middelen www.utrecht.nl/gggd Thema 1 Alcohol- en middelengebruik in Utrecht Wat, waar en hoeveel? 2011 Colofon Uitgave Unit Epidemiologie en informatie

Nadere informatie

Tabak, cannabis en harddrugs

Tabak, cannabis en harddrugs JONGERENPEILING 0 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

GENOTMIDDELEN. Jongerenmonitor 2015 10.163. 40% ooit alcohol gedronken. Klas 2. Klas 4. 5% ooit wiet gebruikt. 24% weleens gerookt.

GENOTMIDDELEN. Jongerenmonitor 2015 10.163. 40% ooit alcohol gedronken. Klas 2. Klas 4. 5% ooit wiet gebruikt. 24% weleens gerookt. IJsselland GENOTMIDDELEN Jongerenmonitor 1 4% ooit alcohol gedronken.163 jongeren School Klas 13-14 jaar Klas 4 1-16 jaar 4% weleens gerookt % ooit wiet gebruikt Genotmiddelen Psychosociale gezondheid

Nadere informatie

ONDERZOEK GENOTMIDDELENGEBRUIK SCHOLIEREN VOORTGEZET ONDERWIJS DEN HAAG 2003

ONDERZOEK GENOTMIDDELENGEBRUIK SCHOLIEREN VOORTGEZET ONDERWIJS DEN HAAG 2003 RIS128575a_10-JUN-2005 ONDERZOEK GENOTMIDDELENGEBRUIK SCHOLIEREN VOORTGEZET ONDERWIJS DEN HAAG 2003 Beknopt verslag ten behoeve van de deelnemende scholen April 2005 Dienst OCW / GGD Den Haag Epidemiologie

Nadere informatie

Monitor alcohol en middelen

Monitor alcohol en middelen Gemeente Utrecht, Volksgezondheid Monitor alcohol en middelen www.utrecht.nl/gggd Thema 1 www.utrecht.nl/volksgezondheid Alcohol- tabak- en cannabisgebruik in Utrecht Wat, waar en hoeveel? 2014 Colofon

Nadere informatie

Leeswijzer Jeugdgezondheidszorg Utrecht tabellen

Leeswijzer Jeugdgezondheidszorg Utrecht tabellen Leeswijzer Jeugdgezondheidszorg Utrecht tabellen In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie. In

Nadere informatie

Leeswijzer Psychiatrisch Casusregister tabellen

Leeswijzer Psychiatrisch Casusregister tabellen Leeswijzer Psychiatrisch Casusregister tabellen In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie. De gegevens

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Alcoholgebruik: omvang in de regio

Alcoholgebruik: omvang in de regio Alcoholgebruik: omvang in de regio Schadelijk alcoholgebruik in de regio Het alcoholgebruik(1) onder volwassenen (tot 65 jaar) in Zuid-Limburg is 85%. Van de ouderen (65+) geeft 75% aan alcohol te drinken.

Nadere informatie

Leeswijzer Jeugdmonitor Utrecht tabellen

Leeswijzer Jeugdmonitor Utrecht tabellen Leeswijzer Utrecht tabellen In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie. In de tabellen staan telkens

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

V O LW A S S E N E N

V O LW A S S E N E N GENOTMIDDELEN V O LW A S S E N E N Volwassenen 2009 5 Volwassenenonderzoek 2009 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland West in 2009 een schriftelijke

Nadere informatie

tot 24 jaar Monitor jongeren 12

tot 24 jaar Monitor jongeren 12 Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Leeswijzer Achmea Health Database tabellen

Leeswijzer Achmea Health Database tabellen Leeswijzer Achmea Health Database tabellen In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie. De gegevens

Nadere informatie

Leeswijzer Achmea Health Database tabellen

Leeswijzer Achmea Health Database tabellen Leeswijzer Achmea Health Database tabellen In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie. De gegevens

Nadere informatie

Monitor. alcohol en middelen

Monitor. alcohol en middelen Gemeente Utrecht, Volksgezondheid Monitor www.utrecht.nl/gggd alcohol en middelen www.utrecht.nl/volksgezondheid Thema 3 Gebruik van de verslavingszorg in Utrecht - 2012 1 Colofon Uitgave Gemeente Utrecht,

Nadere informatie

Tabellenboek Hoe gezond ben jij?

Tabellenboek Hoe gezond ben jij? Tabellenboek Hoe gezond ben jij? Gezondheid en leefstijl van leerlingen in het voortgezet onderwijs Schooljaar 2014-2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding, opzet en onderzoekspopulatie... 3 2 Lichamelijke gezondheid...

Nadere informatie

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN INFOKAART OUDEREN EN ROKEN Roken Roken is de risicofactor die de meeste sterfte en het meeste gezondheidsverlies met zich brengt en zodoende ook zorgt voor veel verlies aan kwaliteit van leven (1). Vijftien

Nadere informatie

Utrecht gezond!2008-2013

Utrecht gezond!2008-2013 Utrecht gezond!2008-2013 Utrecht Zuid Wijkgezondheidsprofiel 2010 Asn Actieplan fase 1, 2009-2010 1 2 Inhoud 1 Inleiding Wijkgerichte aanpak 4 Gerichte keuzes 4 Gebruikte gegevens 4 Utrecht Zuid en subwijken

Nadere informatie

Onderzoek Inwonerspanel Jongerenonderzoek: alcohol

Onderzoek Inwonerspanel Jongerenonderzoek: alcohol 1 (19) Onderzoek Inwonerspanel Auteur Tineke Brouwers Respons onderzoek Op 5 december kregen de panelleden van 12 tot en met 18 jaar (280 personen) een e-mail met de vraag of zij digitaal een vragenlijst

Nadere informatie

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013 FACTSHEET MAART 2014 FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013 KERNPUNTEN Een kwart (25%) van de Nederlandse bevolking vanaf 15 jaar rookt in 2013: 19% rookt dagelijks en 6% niet dagelijks. Het percentage

Nadere informatie

Factsheet alcohol. Think Before You Drink

Factsheet alcohol. Think Before You Drink Factsheet alcohol Think Before You Drink Jongeren drinken te vroeg, te veel en te vaak. Ook in West-Brabant is dit het geval. Bovendien tolereren veel ouders dat hun kinderen onder de 16 jaar alcohol drinken.

Nadere informatie

Themarapport. Gezonde Leefstijl. Voortgezet onderwijs. april 2008. Inleiding. Roken

Themarapport. Gezonde Leefstijl. Voortgezet onderwijs. april 2008. Inleiding. Roken Themarapport Voortgezet onderwijs NR Gezonde Leefstijl april 008 De Jeugdmonitor Zeeland is een samenwerkingsverband van de Provincie Zeeland, de 13 Zeeuwse gemeenten en verschillende instellingen die

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 1 tot jaar Jongerenmonitor In 011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Kinderen in Zuid gezond en wel?

Kinderen in Zuid gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Zuid gezond en wel? 1 Wat valt op in Zuid? Voor Zuid zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R ROKEN EN ALCOHOLGEBRUIK Jeugd 2010 5 K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland

Nadere informatie

Utrecht gezond!2008-2013

Utrecht gezond!2008-2013 Utrecht gezond!2008-2013 Utrecht Overvecht Wijkgezondheidsprofiel 2010 Asn Actieplan fase 1, 2009-2010 1 2 Inhoud 1 Inleiding Wijkgerichte aanpak 4 Gerichte keuzes 4 Gebruikte gegevens 4 Utrecht Overvecht

Nadere informatie

Leefstijl. 6.1 Inleiding. 6.2 Roken

Leefstijl. 6.1 Inleiding. 6.2 Roken Dit rapport is een uitgave van het NIVEL in 2004. De gegevens mogen met bronvermelding (H van Lindert, M Droomers, GP Westert.. Een kwestie van verschil: verschillen in zelfgerapporteerde leefstijl, gezondheid

Nadere informatie

GO Jeugd 2008 Alcohol

GO Jeugd 2008 Alcohol GO Jeugd 2008 Alcohol Samenvatting alcohol Uit de gegevens van GO Jeugd 2008 van GGD Fryslân blijkt dat 63% van de Friese 12 t/m 18 jarigen wel eens alcohol heeft, 51% nog in de vier voorafgaand aan het

Nadere informatie

Kinderen in Centrum gezond en wel?

Kinderen in Centrum gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Centrum gezond en wel? 1 Wat valt op in Centrum? Voor Centrum zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van

Nadere informatie

Alcoholgebruik jongeren in Noordoost en Oost. Een nadere analyse

Alcoholgebruik jongeren in Noordoost en Oost. Een nadere analyse Alcoholgebruik jongeren in Noordoost en Oost Een nadere analyse April 2011 Colofon uitgave Afdeling Bestuursinformatie Sector Bestuurs- en Concernzaken Gemeente Utrecht Postbus 16200 3500 CE Utrecht 030

Nadere informatie

TABAK, ALCOHOL EN DRUGS

TABAK, ALCOHOL EN DRUGS TABAK, ALCOHOL EN DRUGS JONGERENPEILING De jongerenpeiling heeft als doel om op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en leefstijl van jongeren in kaart te brengen. Ongeveer.00 jongeren in de

Nadere informatie

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013 Samenvatting Twente Versie 2, oktober 2013 Twente varieert naar stad en platteland In Twente wonen 626.500 mensen waarvan de helft woont in één van de drie grote steden. Tot 2030 zal de Twentse bevolking

Nadere informatie

Roken, drinken en gokken. Nagegaan is hoeveel en hoe vaak jongeren uit de gemeente Groningen roken, drinken en gokken. Hierbij is een onderverdeling

Roken, drinken en gokken. Nagegaan is hoeveel en hoe vaak jongeren uit de gemeente Groningen roken, drinken en gokken. Hierbij is een onderverdeling De Jeugdpeiling is een instrument met als doel op systematische wijze ontwikkelingen en trends in riskante gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Hierbij is de aandacht gericht op gedrag met betrekking

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen Ouderenmonitor 2011 Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen De Ouderenmonitor is een onderzoek naar de lichamelijke, sociale en geestelijke

Nadere informatie

Utrecht gezond!2008-2013

Utrecht gezond!2008-2013 Utrecht gezond!2008-2013 Utrecht Noordwest Wijkgezondheidsprofiel 2010 Asn Actieplan fase 1, 2009-2010 1 2 Inhoud 1 Inleiding Wijkgerichte aanpak 4 Gerichte keuzes 4 Gebruikte gegevens 4 Noordwest en subwijken

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R VOEDING, BEWEGING EN GEWICHT K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Jeugd 2010 6 Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD

Nadere informatie

Kinderen in West gezond en wel?

Kinderen in West gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in West gezond en wel? 1 Wat valt op in West? Voor West zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

Samenvatting Losser. 2 van 5 Twentse Gezondheids Verkenning Losser. Versie 1, oktober 2013

Samenvatting Losser. 2 van 5 Twentse Gezondheids Verkenning Losser. Versie 1, oktober 2013 Samenvatting Losser Versie 1, oktober 2013 Lage SES, bevolkingskrimp en vergrijzing punt van aandacht in Losser In de gemeente Losser wonen 22.552 mensen; 11.324 mannen en 11.228 vrouwen. Als we de verschillende

Nadere informatie

Roken, alcohol- en druggebruik onder Haagse scholieren vanaf 10 jaar

Roken, alcohol- en druggebruik onder Haagse scholieren vanaf 10 jaar 2 epidemiologisch bulletin, 2005, jaargang 40, nummer 2 Roken, alcohol- en druggebruik onder Haagse scholieren vanaf 10 jaar M.P.H. Berns, A.J.M. Gelton, M.A.T.W. Zwartendijk-Schats In het najaar van 2003

Nadere informatie

Factsheet Sportparticipatie in Utrecht

Factsheet Sportparticipatie in Utrecht Factsheet Sportparticipatie in Utrecht mei 2015 Overzicht Deze factsheet geeft op hoofdlijnen een beeld van sporten en bewegen in de stad en maakt deel uit van Utrecht Sport, de Utrechtse sportvisie op

Nadere informatie

15 epidemiologisch bulletin, 2013, jaargang 48, nummer 3. Mary Berns, Ad van Dijk, Nynke Steenbergen-Terpstra en Janine Kallenbach-Heinen

15 epidemiologisch bulletin, 2013, jaargang 48, nummer 3. Mary Berns, Ad van Dijk, Nynke Steenbergen-Terpstra en Janine Kallenbach-Heinen 15 epidemiologisch bulletin, 2013, jaargang 48, nummer 3 Positieve ontwikkelingen en nieuwe bedreigingen Roken, alcohol- en drugsgebruik en gokken onder scholieren van tien tot en met achttien jaar; het

Nadere informatie

Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Zeevang Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs.

Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Zeevang Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs. Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Zeevang Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs. Deze factsheet beschrijft de resultaten van de scholieren

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Leefstijl Nederlander niet verbeterd. Weer meer mensen met overgewicht

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Leefstijl Nederlander niet verbeterd. Weer meer mensen met overgewicht Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB07-021 20 maart 2007 9.30 uur Leefstijl Nederlander niet verbeterd In 2006 zijn Nederlanders niet gezonder gaan leven. Het aandeel volwassen Nederlanders

Nadere informatie

Nieuwe cijfers over roken, drinken, drugsgebruik en gokken onder Haagse scholieren

Nieuwe cijfers over roken, drinken, drugsgebruik en gokken onder Haagse scholieren 11 epidemiologisch bulletin, 2009, jaargang 44, nummer 1 Nieuwe cijfers over roken, drinken, drugsgebruik en gokken onder Haagse scholieren G.A.M. Ariëns, B.E.P. Snijders, M.P.H. Berns, P.A. van der Leeuw-van

Nadere informatie

Factsheet Overgewicht in Utrecht

Factsheet Overgewicht in Utrecht Factsheet Overgewicht in Utrecht Feiten en cijfers Bijlage bij de brochure Gezond Gewicht in uitvoering www.utrecht.nl/gggd Gezond gewicht in Utrecht Leeswijzer Deze factsheet vormt een bijlage bij de

Nadere informatie

Roken, alcohol en drugs

Roken, alcohol en drugs Roken, alcohol en drugs Infokaart Volwassenenmonitor 19- t/m 64-jarigen 2005 Waar gaat deze infokaart over? In deze infokaart wordt een aantal aspecten van het gebruik van genotmiddelen onder 19- t/m 64-

Nadere informatie

Leeftijd eerste ervaring met alcohol 12-15 16-19 20-23. < 11 jaar 11-12 13-15 16-18

Leeftijd eerste ervaring met alcohol 12-15 16-19 20-23. < 11 jaar 11-12 13-15 16-18 Feiten over het Alcohol- en Drugsgebruik van jongeren in het district Rivierenland Gelderland-Midden Gebaseerd op het onderzoek: Lekker samen van de kaart (maart 27) Inleiding Het alcoholgebruik neemt

Nadere informatie

Zorggebruik. 5.1 Inleiding. 5.2 Contact eerste lijn

Zorggebruik. 5.1 Inleiding. 5.2 Contact eerste lijn Dit rapport is een uitgave van het NIVEL in 2004. De gegevens mogen met bronvermelding (H van Lindert, M Droomers, GP Westert.. Een kwestie van verschil: verschillen in zelfgerapporteerde leefstijl, gezondheid

Nadere informatie

Alcohol en cannabis: Gebruik en zorggebruik door jongeren

Alcohol en cannabis: Gebruik en zorggebruik door jongeren Alcohol en cannabis: Gebruik en zorggebruik door jongeren In 211 kwamen 35 jongeren van 14 jaar in de verslavingszorg terecht door hun alcoholgebruik. Het gaat om pubers die gedurende langere tijd zo veel

Nadere informatie

Jongeren en alcohol. Ouders aan het woord. Resultaten Bewonerspanel septemberpeiling 2014. Utrecht.nl/volksgezondheid

Jongeren en alcohol. Ouders aan het woord. Resultaten Bewonerspanel septemberpeiling 2014. Utrecht.nl/volksgezondheid Jongeren en alcohol Ouders aan het woord Resultaten Bewonerspanel septemberpeiling 2014 Utrecht.nl/volksgezondheid 2 Inleiding Sinds 1 januari 2014 is de leeftijdsgrens voor het in bezit hebben van alcohol

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Gemeente Zaanstad en Molenwerf

Gemeente Zaanstad en Molenwerf Gemeente en Molenwerf Tabellenboek Jeugdmonitor Emovo 2013-2014 Dit tabellenboek beschrijft de resultaten van Emovo 2013-2014 voor de gemeente. Achtereenvolgens treft u: De samenvatting met daarin per

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Gezondere leefstijl blijkt voor velen moeilijk haalbaar

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Gezondere leefstijl blijkt voor velen moeilijk haalbaar Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-017 16 maart 2010 9.30 uur Gezondere leefstijl blijkt voor velen moeilijk haalbaar Bijna een op de twee beweegt onvoldoende Ruim een op de tien heeft

Nadere informatie

Hoe gezond ben jij? Gezondheid en leefstijl van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Schooljaar 2014-2015

Hoe gezond ben jij? Gezondheid en leefstijl van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Schooljaar 2014-2015 Hoe gezond ben jij? Gezondheid en leefstijl van leerlingen in het voortgezet onderwijs Schooljaar 2014-2015 Hoe gezond ben jij? De gemeente Utrecht verzamelt middels de vragenlijst Hoe gezond ben jij?

Nadere informatie

Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009

Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009 Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009 Op weg naar speerpuntennotitie? Wat doen/deden we al? Welke gezondheidsproblemen

Nadere informatie

op gezondheid uitgemeten Over gezondheid en gezondheidsverschillen in de vier grote steden

op gezondheid uitgemeten Over gezondheid en gezondheidsverschillen in de vier grote steden Auteurs J.J. van Veelen A.P. van Dijk G.A.M. Ariëns A.P. Verhoeff W.M.M. Klaus-Meijs E.J.C. van Ameijden M.H.P Berns G.M. Schouten H. Dijkshoorn A.J. Bouwman-Notenboom J. Toet op gezondheid uitgemeten

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar

Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar - Factsheet - Trendonderzoek: Alcoholkennis bij jongeren tussen 12 en 25 jaar NIGZ, Project Alcohol Voorlichting en Preventie 3 juli 2003 Inleiding Het NIGZ voert elk jaar, als onderdeel van het Alcohol

Nadere informatie

Monitor. alcohol en middelen

Monitor. alcohol en middelen Geneeskundige en Gezondheidsdienst Monitor www.utrecht.nl/gggd alcohol en middelen www.utrecht.nl/gggd Thema 3 Gebruik van de verslavingszorg in Utrecht 1 Colofon Uitgave Gemeente Utrecht (GG&GD) Postbus

Nadere informatie

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011 Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011 Zeeuwse jongeren en alcohol In 2010 is de Zeeuwse campagne Laat ze niet (ver)zuipen! van start

Nadere informatie

Deze factsheet beschrijft de resultaten van de scholieren die wonen in Edam-Volendam. Er is apart gekeken naar de woonkernen Edam en Volendam.

Deze factsheet beschrijft de resultaten van de scholieren die wonen in Edam-Volendam. Er is apart gekeken naar de woonkernen Edam en Volendam. Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Edam-Volendam Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs. Deze factsheet beschrijft de resultaten van de

Nadere informatie

Diversiteit en Gezondheid: Geslacht, SES, Etniciteit

Diversiteit en Gezondheid: Geslacht, SES, Etniciteit Diversiteit en Gezondheid: Geslacht, SES, Etniciteit Prof. Dr. Walter Devillé Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg UvA Vluchtelingen en Gezondheid OMGEVING POPULATIE KENMERKEN GEZONDHEIDS-

Nadere informatie

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n) Raadsinformatiebrief (openbaar) gemeente Maassluis Aan de leden van de gemeenteraad in Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010-593 1931 E gemeente@maassluis.nl I www.maassluis.nl ons kenmerk 2010-4748

Nadere informatie

Casus: Alcoholverkoop aan jongeren Lesbrief en vragen

Casus: Alcoholverkoop aan jongeren Lesbrief en vragen Casus: Alcoholverkoop aan jongeren Lesbrief en vragen Bij deze opgave horen informatiebronnen 1 en 2. In informatiebron 1 zijn enkele overzichten opgenomen over het gebruik van alcohol onder scholieren

Nadere informatie

ROOKTRENDS: VOLWASSENEN, JONGEREN EN (ANDERE) RISICOGROEPEN

ROOKTRENDS: VOLWASSENEN, JONGEREN EN (ANDERE) RISICOGROEPEN ROOKTRENDS: VOLWASSENEN, JONGEREN EN (ANDERE) RISICOGROEPEN Studiedag gemeentelijk tabaksbeleid Utrecht, 08-06-2016 Dr. Margriet van Laar Programmahoofd Drug Monitoring & Policy NET, Trimbos-instituut

Nadere informatie

Kernboodschappen Gezondheid Dinkelland & Tubbergen

Kernboodschappen Gezondheid Dinkelland & Tubbergen Kernboodschappen Gezondheid Dinkelland & Tubbergen De GGD Twente verzamelt in opdracht van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen epidemiologische gegevens over de gezondheid van de bevolking in Noaberkracht

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Cannabisgebruik en stoornissen in het gebruik van cannabis in de adolescentie en jongvolwassenheid. Cannabis is wereldwijd een veel gebruikte drug. Het gebruik van cannabis is echter niet zonder consequenties:

Nadere informatie

Gezondheidsvragen in de Stadsenquête Den Haag 2001 en 2003; de uitkomsten bekeken in relatie tot etnische achtergrond en opleidingsniveau

Gezondheidsvragen in de Stadsenquête Den Haag 2001 en 2003; de uitkomsten bekeken in relatie tot etnische achtergrond en opleidingsniveau 2 epidemiologisch bulletin, 2006, jaargang 41, nummer 1 Gezondheidsvragen in de Stadsenquête Den Haag 2001 en 2003; de uitkomsten bekeken in relatie tot etnische achtergrond en opleidingsniveau G.A.M.

Nadere informatie

Geneeskundige en Gezondheidsdienst. Jeugdmonitor Utrecht. Groep 7 en 8 van het basisonderwijs. www.utrecht.nl/jeugdmonitor

Geneeskundige en Gezondheidsdienst. Jeugdmonitor Utrecht. Groep 7 en 8 van het basisonderwijs. www.utrecht.nl/jeugdmonitor Geneeskundige en Gezondheidsdienst Jeugdmonitor Utrecht Groep 7 en 8 van het basisonderwijs www.utrecht.nl/jeugdmonitor Schooljaar 9-1 Voorwoord Met trots presenteer ik u alweer de vijfde editie van de

Nadere informatie

Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen

Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen Middelengebruik bij jongens in Justitiële Jeugdinrichtingen Het gebruik van tabak, alcohol, cannabis en drugs bij jongens met en zonder PIJmaatregel Samenvatting Annelies Kepper Violaine Veen Karin Monshouwer

Nadere informatie

Gezondheid in Friesland

Gezondheid in Friesland 4. In de uitwerking van het thema leefstijl wordt inzicht gegeven in hoeverre de Friese bevolking aan lichaamsbeweging doet, hoeveel alcoholhoudende dranken men drinkt, rookt en drugs gebruikt en de mate

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Gezondheidsenquête 2008

Gezondheidsenquête 2008 Gezondheidsenquête 008 De gezondheid van volwassenen in deelgemeente Hoogvliet Wijkrapportage (CBS-buurt) Augustus 009 GGD Rotterdam-Rijnmond Berdi Christiaanse Gea Schouten Bianca Stam Voorwoord In dit

Nadere informatie

Scholen in de Randstad sterk gekleurd

Scholen in de Randstad sterk gekleurd Scholen in de Randstad sterk gekleurd Marijke Hartgers Autochtone en niet-westers allochtone leerlingen zijn niet gelijk over de Nederlandse schoolvestigingen verdeeld. Dat komt vooral doordat niet-westerse

Nadere informatie

Alcoholgebruik Westfriese jongeren

Alcoholgebruik Westfriese jongeren Alcoholgebruik Westfriese jongeren Programmabureau Integrale Veiligheid Noord-Holland Noord November 2007 Colofon Uitgave I&O Research BV L. Meliszweg 1 1622 AA Hoorn tel. (0229) 282555 Rapportnummer 2007-1513

Nadere informatie

Rotterdam Lekker Fit! Gezinsaanpak draagt bij aan vermindering consumptie gezoete dranken door kinderen.

Rotterdam Lekker Fit! Gezinsaanpak draagt bij aan vermindering consumptie gezoete dranken door kinderen. Februari 2013 Rotterdam Lekker Fit! Gezinsaanpak draagt bij aan vermindering consumptie gezoete dranken door kinderen. In Rotterdam heeft een kwart van de basisschoolkinderen overgewicht, met alle gezondheidsrisico

Nadere informatie

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Borgele en Platvoet Deventer

IJsselland. Wijkgezondheidsprofiel Borgele en Platvoet Deventer IJsselland Wijkgezondheidsprofiel Deventer Januari 2015 Wijkgezondheidsprofiel Dit wijkgezondheidsprofiel bestaat uit gegevens afkomstig van diverse bronnen, registraties en (bewoners)onderzoeken. Voor

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Het gebruik van alcohol door jongeren en de rol van ouders:

Het gebruik van alcohol door jongeren en de rol van ouders: Reeks 5 wetenschappelijk bureau voor onderzoek, expertise en advies op het gebied van leefwijzen, verslaving en daaraan gerelateerde maatschappelijke ontwikkelingen Het gebruik van alcohol door jongeren

Nadere informatie

Rommelen met je identiteit. Landelijk scholierenonderzoek naar de aard en de omvang van de falsificatie van legitimatiebewijzen door jongeren

Rommelen met je identiteit. Landelijk scholierenonderzoek naar de aard en de omvang van de falsificatie van legitimatiebewijzen door jongeren Rommelen met je identiteit Landelijk scholierenonderzoek naar de aard en de omvang van de falsificatie van legitimatiebewijzen door jongeren Utrecht, maart 2005 2 Rommelen met je identiteit Uitvoerder:

Nadere informatie

Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012

Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 Zuid gezond en wel? Van de inwoners van Zuid heeft 81% een positief oordeel over de eigen gezondheid, zo blijkt uit de gegevens van de Amsterdamse Gezondheidsmonitor

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

de bevolking van Aa en Hunze vergrijst, van 21% nu naar 35% in 2040.

de bevolking van Aa en Hunze vergrijst, van 21% nu naar 35% in 2040. Met deze factsheet biedt de GGD Drenthe u inzicht in de lokale gezondheidssituatie van de inwoners van de gemeente Aa en Hunze. U treft cijfers aan over de gezondheidsspeerpunten en risicogroepen. Hierbij

Nadere informatie

Lesbische en biseksuele vrouwen & homoseksuele mannen in Amsterdam: gezond en wel?

Lesbische en biseksuele vrouwen & homoseksuele mannen in Amsterdam: gezond en wel? Lesbische en biseksuele vrouwen & homoseksuele mannen in Amsterdam: gezond en wel? Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 Kernpunten 1. Minder lichamelijke problemen bij homomannen De gezondheidsverschillen

Nadere informatie

Beknopte gecombineerde samenvatting van Jeugdmonitor en E-MOVO

Beknopte gecombineerde samenvatting van Jeugdmonitor en E-MOVO Beknopte gecombineerde samenvatting van Jeugdmonitor en E-MOVO O&S Gemeente Nijmegen, GGD regio Nijmegen september 2004 Inleiding Najaar 2003 zijn onder Nijmeegse jongeren twee op elkaar afgestemde onderzoeken

Nadere informatie

Tabellenboek G4 gezondheidsmonitor 2012

Tabellenboek G4 gezondheidsmonitor 2012 Tabellenboek G4 gezondheidsmonitor 2012 GGD Amsterdam GGD Haaglanden GGD Rotterdam-Rijnmond Gemeente Utrecht, Volksgezondheid December 2014, herziene versie Tabellenboek G4 gezondheidsmonitor 2012 1 Het

Nadere informatie

Monitor Gezondheid 12 t/m 18 jaar Zeeland 2010. Tabellenboek Gemeente Tholen

Monitor Gezondheid 12 t/m 18 jaar Zeeland 2010. Tabellenboek Gemeente Tholen Monitor Gezondheid 12 t/m 18 jaar 2010 Tabellenboek Gemeente Tholen Leeswijzer Tabellenboek Monitor Gezondheid 12 t/m 18 jaar 2010 Over het onderzoek In dit tabellenboek vindt u de belangrijkste cijfers

Nadere informatie

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages

Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de

Nadere informatie

Ouderen met een verschillende etnische achtergrond verschillen niet of nauwelijks in hun bewegingspatroon.

Ouderen met een verschillende etnische achtergrond verschillen niet of nauwelijks in hun bewegingspatroon. Opleiding, gezin, etniciteit en gezondheid 6-plussers met een hogere opleiding voldoen vaker aan de norm Gezond Bewegen dan degenen met een lagere opleiding (HBO/academici 0; LO ). Ze wandelen en sporten

Nadere informatie

Bewegen en overgewicht in Purmerend

Bewegen en overgewicht in Purmerend Bewegen en overgewicht in Purmerend In opdracht van: Spurd, Marianne Hagenbeuk Uitgevoerd door: Monique van Diest Team Beleidsonderzoek en Informatiemanagement Gemeente Purmerend mei 2009 Verkrijgbaar

Nadere informatie

Noord gezond en wel?

Noord gezond en wel? Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 gezond en wel? Meer dan twee derde van de inwoners van heeft een positief oordeel over de eigen gezondheid, zo blijkt uit de gegevens van de Amsterdamse Gezondheidsmonitor

Nadere informatie

Samenvatting Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

Samenvatting Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Samenvatting Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Versie 1, oktober 2013 Bevolkingskrimp en vergrijzing punt van aandacht in Noaberkracht Dinkelland Tubbergen In Noaberkracht Dinkelland Tubbergen wonen 47.279

Nadere informatie

matige alcohol consumptie gezondheid

matige alcohol consumptie gezondheid matige alcohol consumptie positief voor gezondheid R e s u l t a t e n v a n 3 j a a r w e t e n s c h a p p e l i j k o n d e r z o e k Matige en regelmatige alcoholconsumptie heeft overall een positief

Nadere informatie

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen Arie de Graaf en Suzanne Loozen In 25 telde Nederland 4,2 miljoen personen van 18 jaar of ouder die zonder partner woonden. Eén op de drie volwassenen woont dus niet samen met een partner. Tussen 1995

Nadere informatie