26 Klinische aspecten, diagnostiek en behandeling

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "26 Klinische aspecten, diagnostiek en behandeling"

Transcriptie

1 26 Klinische aspecten, diagnostiek en behandeling A.A. Voors en R.A. de Boer 219 Inhoud 26.1 Inleiding Achtergrond Huidige inzichten Conclusie 226 Kernpunten 226 Literatuur Inleiding Hartfalen (decompensatio cordis) is een klinisch syndroom dat wordt gekenmerkt door een tekortschietende pompwerking van het hart, hetgeen leidt tot een complex van klachten en verschijnselen. De verbeterde behandeling van diverse hartziekten (myocardinfarct, aangeboren hartafwijkingen) heeft weliswaar geleid tot een betere overleving van patiënten met deze ziekten, maar heeft ook tot gevolg gehad dat de prevalentie van hartfalen sterk toegenomen is. De prognose van patiënten met hartfalen is niet goed en het ziektebeloop wordt gekenmerkt door frequente episoden met een toename van klachten waarvoor veelvuldige ziekenhuisopnamen noodzakelijk zijn. Hartfalen heeft vele oorzaken. Met het oog op de juiste behandeling is het van belang de etiologie van hartfalen op te helderen. De anamnese en het lichamelijk onderzoek geven daar vaak richting aan. Met behulp van aanvullend onderzoek, vooral elektrocardiografie, laboratoriumonderzoek, echocardiografie en hartkatheterisatie, kan de precieze oorzaak van hartfalen worden gevonden. De behandeling bestaat uit leefregels, zo nodig revascularisatie, medicijnen en soms devices (pacemaker, ICD, CRT) Achtergrond Definities Hartfalen (decompensatio cordis) is een klinisch syndroom dat wordt gekenmerkt door een tekortschietende pompwerking van het hart, hetgeen leidt tot een complex van klachten en verschijnselen. Volgens de recente richtlijn chronisch hartfalen van de European Society of Cardiology hebben patiënten met chronisch hartfalen de volgende kenmerken: symptomen van kortademigheid of moeheid, in rust of tijdens inspanning, met objectieve aanwijzingen (bij voorkeur vastgesteld tijdens echocardiografisch onderzoek) voor een cardiale disfunctie. Wanneer er twijfel bestaat over de diagnose, moet er tevens een adequate respons zijn op de standaardbehandeling van chronisch hartfalen. Hebben patiënten geen klachten, dan bestaat er strikt genomen geen hartfalen, maar spreekt men van een asymptomatische linkerventrikeldisfunctie. Overigens kan men een dergelijke disfunctie beschouwen als een voorloper van het optreden van hartfalen, die tevens geassocieerd is met een hoge mortaliteit. De term acuut hartfalen gebruikt men indien er sprake is van de novo acuut hartfalen of van een acute achteruitgang bij chronisch hartfalen, gekenmerkt door acuut longoedeem. Tevens kan er sprake zijn van een cardiogene shock, gekenmerkt door hypotensie, oligurie en perifere vasoconstrictie. De mortaliteit in deze laatste groep patiënten is bijzonder hoog: slechts ongeveer de helft van de patiënten verlaat het ziekenhuis levend. Ook wordt vaak onderscheid gemaakt tussen systolisch en diastolisch hartfalen. Men spreekt van systolisch hartfalen wanneer de symptomen van hartfalen gepaard gaan met een afgenomen linkerventrikelejectiefractie tot minder dan 35-40%. Is er een redelijke tot normale linkerventrikelejectiefractie (> 45%), dan gaat het om diastolisch hartfalen omdat de symptomen worden toegeschreven aan een afgenomen relaxatie van het hart tijdens de diastole. Daardoor neemt de einddiastolische druk toe, en daarmee de druk in het linker atrium en in het longvaatbed, waardoor alveolair longoedeem kan ontstaan. Deze begrippen kunnen echter verwarrend zijn omdat bij patiënten met systolisch hartfalen de diastolische (relaxatie)functie ook vaak gestoord is, en omdat er bij patiënten met diastolisch hartfalen ook vaak sprake is van een (enigszins) gestoorde systolische functie. Derhalve wordt ook wel gesproken van hartfalen met een verminderde systolische linkerventrikelfunctie of van hartfalen met een behouden systolische linkerventrikelfunctie. Soms gebruikt men nog de termen links- en rechtsfalen, waarbij linksfalen betrekking heeft op patiënten die voornamelijk kortademigheidsklachten hebben op basis van alveolair longoedeem, en rechtsfalen op patiënten met voornamelijk perifeer oedeem. Daarom reflecteren deze termen niet noodzakelijk het aangedane ventrikel. De ernst van de klachten wordt beschreven met behulp van de New York Heart Association- (NYHA-)classificatie: NYHA I: geen klachten; NYHA II: klachten tijdens forse inspanning; NYHA III: klachten tijdens matige inspanning; NYHA IV: klachten in rust of tijdens lichte inspanning.

2 220 DEEL D HARTFALEN Epidemiologische gegevens De prevalentie van hartfalen neemt nog steeds toe. Dit is deels te danken aan de betere behandelingsmogelijkheden waardoor patiënten met hartfalen langer in leven blijven. Belangrijker is echter dat de overleving van allerlei andere hartziekten, vooral het acute myocardinfarct, sterk is verbeterd, waardoor meer mensen het acute moment overleven, hetgeen echter ten koste gaat van myocardverlies. Hartfalen trekt een grote wissel op de schaarse middelen in de gezondheidszorg. Omdat de incidentie van hartfalen min of meer stabiel is bij mensen ouder dan 50 jaar, neemt de prevalentie toe met het stijgen van de leeftijd. Voor de totale populatie ligt de prevalentie op 1-2%, maar vooral op hogere leeftijd is die veel hoger: tot 10% voor 90-jarigen. De exacte incidentie verschilt tussen geografische regio s; de genoemde getallen zijn indicatief voor West-Europa. De incidentie van hartfalen is significant hoger voor mannen dan voor vrouwen en neemt toe met de leeftijd, van 1,4 per 1000 persoonsjaren voor patiënten in de leeftijd van jaar, tot 47,4 per 1000 persoonsjaren voor patiënten ouder dan 90 jaar (figuur 26.1). In een recent populatieonderzoek in Rotterdam werd aangetoond dat het risico voor een individu van 55 jaar om in de rest van zijn of haar leven hartfalen te ontwikkelen 30,2% is (figuur 26.2)! Daarna neemt het totale risico af met de leeftijd, omdat deze mensen korter te leven hebben en omdat het risico op een andere ernstige ziekte toeneemt. De overleving van patiënten met hartfalen is de laatste jaren sterk verbeterd, voornamelijk door de uitbreiding van het therapeutische arsenaal. In een Amerikaans onderzoek was de vijfjaarsoverleving na correctie voor leeftijd 43% in de periode versus 52% in de periode (p < 0,001). Duidelijk is dat de sterfte ten gevolge van hartfalen nog steeds hoog is. De verbeterde overleving wordt vooral gezien bij mannen en jonge personen, terwijl vrouwen en oudere patiënten dezelfde (hoge) mortaliteit hebben als twintig jaar geleden. De belangrijkste doodsoorzaken zijn acute hartdood en progressie van hartfalen. risico (%) mannen vrouwen leeftijd (jaren) Figuur 26.2 Leeftijdspecifiek risico op het ontwikkelen van hartfalen tijdens het leven (naar: Bleumink e.a., 2004). a b >/= 90 0 Door een hogere prevalentie en een betere overleving is het aantal ziekenhuisopnamen voor hartfalen de laatste twintig jaar toegenomen. Patiënten die een keer opgenomen zijn in verband met hartfalen hebben een grote kans dat dit ten minste nog een keer gebeurd, en dikwijls vaker dan één keer. In 2004 waren er in Nederland ziekenhuisopnamen wegens hartfalen Oorzaken leeftijdscategorie (jaren) >/= 90 0 leeftijdscategorie (jaren) Figuur 26.1 Leeftijdspecifieke incidentie van hartfalen (/1000 jaren) en 95%-betrouwbaarheidsintervalband voor mannen (a) en vrouwen (b) (naar: Bleumink e.a., 2004). Hartfalen wordt per definitie veroorzaakt door een tekortschietende pompfunctie die diverse onderliggende oorzaken kan hebben. Het kan primair om een pompfunctieprobleem gaan dat het gevolg is van hartspierverlies of hartspierzwakte, maar het probleem kan ook ontstaan door (langdurige) druk- of volumeoverbelasting. Een normale pompfunctie impliceert een adequate vulling van het hart. Wanneer de vulling van het hart gestoord is, spreekt men van diastolisch hartfalen. Vaak gaat het om een combinatie van systolisch en diastolisch hartfalen, of wordt de systolische disfunctie voorafgegaan door de diastolische disfunctie, zoals bij hypertensie en ischemie. De belangrijkste oorzaak van hartfalen is ischemisch hartlijden met een doorgemaakt myocardinfarct. In grote onderzoeken met patiënten met hartfalen heeft gemiddeld 65-70% van alle patiënten hartfalen op basis van ischemische hartziekte. Deze patiënten hebben doorgaans voornamelijk systolisch hartfalen met regionale wandbewegingsstoornissen en remodellering van het niet-geïnfarceerde myocard. Bij deze patiënten is het van groot belang dat het coronairlijden optimaal wordt behandeld. Revascularisatie van vitaal myocardweefsel resulteert in een betere inspanningstolerantie en in een aanzienlijk betere overleving. incidentie incidentie

3 26 KLINISCHE ASPECTEN, DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING 221 Primair pompfunctieverlies wordt ook gezien bij ziekten van de hartspier. Bij een myocarditis is de hartspier ontstoken. Hoewel vaak een infectieuze oorzaak (viraal, bacterieel, parasitair) wordt verondersteld, wordt slechts zelden een verwekker geïdentificeerd. Een myocarditis kan mild verlopen met een tijdelijke, lichte pompfunctiestoornis, maar ook fulminant met ernstig, refractair hartfalen tot gevolg. Cardiomyopathie is een verzamelnaam voor ziekten van het myocard. Een dilaterende cardiomyopathie (DCM) wordt gekenmerkt door een diffuse verwijding van het hart (alle compartimenten kunnen aangedaan zijn), met een gegeneraliseerde afname van de contractiliteit. In strikte zin is deze term voorbehouden voor een hartspierziekte; patiënten met een DCM hebben per definitie geen coronairlijden. In de (met name Amerikaanse) literatuur wordt ook wel gesproken over een dilaterende cardiomyopathie na een myocardinfarct, hetgeen verwarrend is. Een DCM is in ongeveer 30% van de gevallen erfelijk, zodat de familieanamnese zorgvuldig moet worden afgenomen. Er zijn verschillende gendefecten geïsoleerd die DCM veroorzaken en in een groot aantal gevallen is er ook sprake van spierzwakte van skeletspieren (myopathie). Bij een patiënt met een nieuw gediagnosticeerde DCM verdient het dan ook aanbeveling een neuroloog te consulteren. Andere cardiomyopathieën die zijn beschreven zijn cardiomyopathieën die het gevolg zijn van toxische stoffen zoals chemotherapie (bijvoorbeeld antracycline) of alcohol, of cardiomyopathieën die het gevolg zijn van langdurige snelle hartritmen (tachycardiomyopathie). Een langdurig verhoogde drukbelasting van het hart is een andere belangrijke oorzaak van hartfalen. De meeste voorkomende verhoogde drukbelasting is het gevolg van hypertensie; bij 60-70% van alle patiënten met hartfalen is hypertensie een primaire of secundaire factor. Bij patiënten met langdurige ongecontroleerde hypertensie ziet men vaak een diastolische functiestoornis die aan de systolische functiestoornis voorafgaat. Het hypertrofische linker ventrikel is extra gevoelig voor bijkomende problemen, zoals paroxismen van atriumfibrilleren of myocardischemie. Een andere veelvoorkomende oorzaak van drukbelasting is een aortaklepstenose. Ook volumeoverbelasting kan tot hartfalen leiden. Veelvoorkomende oorzaken zijn een aorta- en mitralisklepinsufficiëntie. Aanvankelijk kan het linker ventrikel dit extra volume wel aan, maar op lange termijn zal het ventrikel dilateren en zullen de vullingsdrukken oplopen. Deze klepvitia moeten klinisch en echocardiografisch worden vervolgd en de timing van het moment waarop de patiënt wordt geopereerd is cruciaal. Andere oorzaken van een high-output status zijn anemie en hyperthyreoïdie, die eveneens kunnen leiden tot hartfalen. Symptomen van hartfalen kunnen ook het gevolg zijn van een inadequate vulling van het hart. De meest voorkomende oorzaak van een gestoorde vulling is echter een gestoorde relaxatie van het hart, vaak na langdurige hypertensie, met diastolisch functieverlies tot gevolg. De laatste jaren is duidelijk geworden dat bij 30-50% van alle patiënten die worden opgenomen met verschijnselen van hartfalen, de systolische functie van het linker ventrikel behouden is. Waarschijnlijk is er bij een groot deel van deze patiënten sprake van een diastolische functiestoornis. Het objectiveren van de ernst van het diastolisch functieverlies is niet altijd even makkelijk. Momenteel wordt geen onderscheid gemaakt in de behandeling van systolisch en diastolisch hartfalen omdat grote, placebogecontroleerde, gerandomiseerde onderzoeken onder patiënten met diastolisch hartfalen ontbreken. Wel is uit epidemiologisch onderzoek duidelijk geworden dat de sterfte van patiënten met diastolisch hartfalen vrijwel net zo hoog is als die van patiënten met systolisch hartfalen. Ernstige instroombelemmeringen kunnen eveneens symptomen van hartfalen veroorzaken. Ze worden onder andere gezien bij myxoma cordis, maar ook bij mitralisklepstenosen (of tricuspidalisklepstenosen). Een ander bekend voorbeeld uit de praktijk is een tamponnade, waarbij de vulling van het hart onvoldoende is door bijvoorbeeld vocht of bloed in het pericard. Een stijf, weinig elastisch myocard is ook het kenmerk van een restrictieve cardiomyopathie. Een dergelijke cardiomyopathie kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door infiltratie van het hart zoals bij amyloïdose. Meestal wordt met hartfalen een falend linker ventrikel bedoeld. Het rechter ventrikel kan echter ook falen. Bepaalde ziekten zijn dan ook geassocieerd met rechterventrikelfalen, zoals longziekten (COPD) en systeemziekten (SLE, RA), recidiverende longembolieën, sommige aangeboren hartziekten en uiteraard een rechterventrikelinfarct. Bij langdurig linkerventrikelfalen, waarbij de vullingsdrukken in het linker ventrikel en het linker atrium verhoogd zijn, zal uiteindelijk ook de pulmonale vaatweerstand oplopen en het rechter ventrikel gaan falen. Zo kan rechtsfalen het gevolg zijn van een aandoening die links gelokaliseerd is. Tabel 26.1 Traditionele diagnostische criteria van hartfalen. Voor het stellen van de diagnose zijn twee belangrijke criteria of één belangrijk criterium en twee minder belangrijke criteria nodig (naar Mckee e.a., 1971). belangrijke criteria minder belangrijke criteria belangrijk of minder belangrijk criterium nachtelijke dyspnoe enkeloedeem gewichtsverlies > 4,5 kg in 5 dagen als reactie op behandeling orthopnoe nachtelijke onproductieve hoest vochtige rhonchi dyspnée d effort longoedeem hepatomegalie cardiomegalie pleura-effusie derde of vierde harttoon vitale capaciteit (twee derde van maximum) verhoogde centraalveneuze druk hartfrequentie > 120 slagen/min hepatojugulaire reflux

4 222 DEEL D HARTFALEN 26.3 Huidige inzichten Diagnostiek De diagnose hartfalen wordt gesteld op grond van een aantal kernsymptomen en bevindingen bij lichamelijk onderzoek en eventueel aanvullend onderzoek. Bij de diagnose hartfalen gebruikt men nog steeds de traditionele Framingham-criteria. Deze bestaan uit belangrijke en minder belangrijke criteria, waarbij voor de diagnose twee belangrijke criteria of één belangrijk criterium en twee minder belangrijke criteria nodig zijn (tabel 26.1). Voorgeschiedenis De voorgeschiedenis is niet alleen van belang om de voorafkans op hartfalen te bepalen, maar ook om de oorzaak van het hartfalen te achterhalen. Een ischemische hartziekte is de meest voorkomende onderliggende oorzaak van hartfalen; een doorgemaakt myocardinfarct is dan ook een uiterst relevant gegeven in de voorgeschiedenis. Andere belangrijke kenmerken in de voorgeschiedenis zijn hypertensie, kleplijden, ritmestoornissen, diabetes mellitus (verhoogd het risico op stille ischemie ), arterieel vaatlijden en schildklierlijden. Anamnese De kernsymptomen van hartfalen zijn kortademigheid en moeheid. Kortademigheid wordt voornamelijk toegeschreven aan overvulling, terwijl moeheid een gevolg is van een afgenomen orgaanperfusie door een afname van de cardiac output. Vooral moeheid is een aspecifiek symptoom dat door vele andere aandoeningen kan worden veroorzaakt. Ook kortademigheid is bij uitstek een subjectief verschijnsel. Het verdient aanbeveling dit symptoom te objectiveren met behulp van inspanningsonderzoek. Andere symptomen van hartfalen zijn orthopnoe en nachtelijke dyspnoe. Bij de eerstgenoemde klacht wordt de patiënt kortademig zodra hij plat gaat liggen en bij nachtelijke dyspnoe wordt de patiënt s nachts wakker door de kortademigheidsklachten. Tekenen van rechtszijdig hartfalen zijn vooral perifeer oedeem (beiderzijds) en ascites. Over het algemeen is er een slechte correlatie tussen de ernst van de klachten en de ernst van het hartfalen. De genoemde symptomen zijn echter vooral van belang voor het stellen van de diagnose. Lichamelijk onderzoek Het lichamelijk onderzoek kan in belangrijke mate bijdragen aan de diagnose, al zijn de meeste bevindingen niet erg specifiek. Bovendien kan een aantal kenmerken bij het lichamelijk onderzoek waardevol zijn voor de prognose. Lengte en gewicht zijn belangrijk omdat cachexie een grote rol speelt bij hartfalen en dus een prognostische factor is. De pols en bloeddruk zijn uiteraard van groot belang, maar opnieuw vooral voor de bepaling van de prognose. Daarnaast is hypertensie een belangrijke predisponerende factor voor hartfalen. Een lage bloeddruk bij een onbehandelde patiënt met hartfalen vindt men meestal alleen indien er sprake is van een cardiogene shock. Dit gaat gepaard met koude ledematen en een sterk verminderde urineproductie. De bepaling van de centraalveneuze druk kan moeilijk zijn, maar indien de druk verhoogd is, heeft hij een hoge positief voorspellende waarde. Auscultatie van het hart is uiteraard van groot belang. Een derde harttoon kan wijzen op hartfalen. Tevens moet specifiek worden geluisterd naar de aanwezigheid van souffles. Auscultatie van de longen dient ten eerste gericht te zijn op het onderkennen van crepitaties, maar zelfs bij patiënten met ernstig hartfalen kunnen crepitaties soms ontbreken. In de tweede plaats moeten bij auscultatie en percussie de longgrenzen worden bepaald om pleuravocht te detecteren. Oedeem aan de ledematen en sacraal oedeem zijn tekenen van rechtsdecompensatie. Specieel onderzoek Het standaardonderzoek bij een patiënt met (een vermoeden van) chronisch hartfalen omvat laboratoriumonderzoek, elektrocardiografie, röntgenonderzoek van de thorax en echocardiografie. Laboratoriumonderzoek Routineonderzoek van het bloed omvat: hemoglobine, elektrolyten, nierfunctie, glucose en leverenzymen. Een speciale rol spelen de natriuretische peptiden. Dit zijn eiwitten die worden uitgescheiden door de atria en ventrikels als reactie op druk en rek. De atriale natriuretische peptiden (ANP en NT-ANP) worden voornamelijk in de atria geproduceerd en de B-type natriuretische peptiden (BNP en NT-proBNP) voornamelijk in de ventrikels. Ze worden beschouwd als natuurlijke tegenhangers van de neurohormonale activatie die ontstaat bij hartfalen. Ze zijn daarmee echter tevens een weerspiegeling van de ernst van het hartfalen. Op dit moment worden de natriuretische peptiden gebruikt voor: de diagnose van kortademige patiënten; de prognose van patiënten met hartfalen; het instellen op medicatie. Vooral bij patiënten die zich met kortademigheidsklachten presenteren op de spoedeisende hulp kunnen de natriuretische peptiden bijdragen aan het onderscheid tussen een pulmonale en cardiale oorzaak. Bij deze patiënten heeft een afkapwaarde van de BNP-concentratie van 100 pg/ml een sensitiviteit van 90% en een redelijke specificiteit. Bij poliklinische patiënten en bij patiënten in de huisartsenpraktijk zijn de sensitiviteit en de specificiteit ongunstiger. Wel moet rekening worden gehouden met factoren die de BNP beïnvloeden, zoals leeftijd, geslacht, gewicht en nierfunctie. Van met name BNP en NT-proBNP is vastgesteld dat een verhoogde concentratie bij patiënten met chronisch hartfalen gepaard gaat met een slechtere prognose. Daarnaast hebben diverse andere parameters een belangrijke voorspellende waarde, bijvoorbeeld leeftijd, linkerventrikelfunctie, NYHA-klasse, bloeddruk en hartfrequentie. Ten slotte zouden de natriuretische peptiden een rol kunnen spelen bij het instellen op medicatie, waarbij patiënten met hogere of oplopende concentraties natriuretische peptiden intensiever moeten worden behandeld. Deze toepassing is echter nog niet goed onderzocht. Momenteel is de belangrijkste rol van BNP en NT-proBNP het uitsluiten van hartfalen.

5 26 KLINISCHE ASPECTEN, DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING 223 Elektrocardiografie Bij vrijwel alle patiënten met hartfalen worden afwijkingen op het ECG gevonden. Anders gezegd: een normaal ECG sluit hartfalen vrijwel uit. Röntgenonderzoek van de thorax Een röntgenfoto van de thorax (X-thorax) behoort tot het standaardonderzoek van een patiënt bij wie men hartfalen vermoedt. Enerzijds kunnen cardiomegalie (cor-thoraxratio > 0,5), symptomen van redistributie of overvulling en pleuravocht wijzen op de aanwezigheid van hartfalen, anderzijds is de X-thorax van belang om andere oorzaken van dyspnoe uit te sluiten. Echocardiografie Het echocardiografisch onderzoek vormt de hoeksteen van de diagnostiek van hartfalen. Het echo-onderzoek levert veel informatie op. Om te beginnen kan de functie van het linker ventrikel goed worden vastgesteld. De systolische linkerventrikelfunctie wordt op verschillende manieren bepaald. In de eerste plaats kan de functie worden geschat op basis van de standaardopnamen. In de tweede plaats kan men de linkerventrikelfunctie berekenen met behulp van de parasternale einddiastolische en eindsystolische diameters (fractional shortening). In de derde plaats kan de beweging van elk afzonderlijk wanddeel separaat worden bepaald en geïndexeerd op het totale aantal wanddelen. Op die manier ontstaat de wall-motionscore -index, die vooral van belang is bij patiënten met een doorgemaakt myocardinfarct. Ten slotte kan met de methode volgens Simpson de linkerventrikelejectiefractie worden berekend. Het hart wordt dan als het ware in plakjes opgesneden, en door de dikte van het plakje met het oppervlak te vermenigvuldigen en deze plakjes bij elkaar op te tellen kan het eindsystolische en einddiastolische volume van het linker ventrikel (LVESV en LVEDV) worden berekend. De ejectiefractie (EF) wordt dan berekend met de formule: EF = (LVEDV LVESV)/LVEDV 100. Daarnaast zijn er nog diverse andere minder frequent gebruikte methoden waarmee men een indruk kan krijgen van de systolische functie van het linker ventrikel. Zo kan de linkerventrikelfunctie tegenwoordig nauwkeurig worden bepaald met behulp van driedimensionale echocardiografie. Ook de diastolische functie kan op verschillende manieren worden bepaald. In de eerste plaats kan men een indruk van de diastolische functie krijgen door middel van het pulsed-wave dopplersignaal van de mitralisklepinstroom. Hiermee worden de E/A-ratio, de deceleratietijd en de isovolumetrische relaxatietijd (IVRT) bepaald. In de tweede plaats kan met het pulsed-wave dopplersignaal van de pulmonaal veneuze instroom een indruk worden verkregen van de diastolische functie. Tegenwoordig wordt echter de voorkeur gegeven aan tissue doppler imaging (TDI) of tissue velocity imaging (TVI). Het voordeel van TDI en TVI is dat deze methoden minder afhankelijk zijn van de vullingstoestand van het hart. Met deze technieken wordt informatie verkregen over de bewegingssnelheid van het weefsel. Met echocardiografie kan niet alleen de functie van het linker en rechter ventrikel worden beoordeeld, maar kan ook een indruk worden verkregen over de functie van de kleppen. Zo kunnen klepstenosen worden vastgesteld door visualisatie van de klep. Met doppleronderzoek kan de flowsnelheid over de klep worden gemeten, waarna men uit de flowsnelheid het drukverschil over de klep kan berekenen. Met behulp van kleurendoppleronderzoek kunnen klepinsufficiënties worden vastgesteld. Daarnaast kan met het echo-onderzoek worden beoordeeld of er een asynchroon contractiepatroon van het linker ventrikel bestaat. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de TDI/TVI-technieken waarmee de myocardiale snelheid tijdens de systolische fase van de verschillende wanddelen wordt bepaald. Indien de tijd tot de systolische piek in de verschillende wanddelen aanzienlijk afwijkt, is er sprake van asynchronie. Op grond van de breedte van het QRS-complex en de bevindingen bij het echocardiografisch onderzoek kan worden besloten tot cardiale resynchronisatietherapie (CRT) waarbij een biventriculaire pacemaker wordt ingebracht. Overig specieel onderzoek Naast de hierboven beschreven onderzoeken kunnen bij patiënten met hartfalen nog enkele andere onderzoeken worden uitgevoerd. Zo kan de linkerventrikelfunctie op verschillende manieren worden bepaald. Radionuclideventriculografie is eenvoudig, goedkoop, goed reproduceerbaar en in vrijwel elk ziekenhuis beschikbaar. Ventriculografie tijdens een hartkatheterisatie is een andere veelgebruikte mogelijkheid. Ook wordt steeds vaker gebruikgemaakt van cardiale MRI. Met cardiale MRI kan op zeer betrouwbare wijze informatie worden verkregen over linker- en rechterventrikelfunctie, volume en wanddikten, regionale wandbewegingen en klepafwijkingen. Deze techniek wordt elders in dit boek uitvoerig besproken. Een ander belangrijk onderzoek is de bepaling van het inspanningsvermogen door meting van de maximale zuurstofconsumptie (VO 2-max ). Met dit onderzoek wordt een betrouwbare maat verkregen voor de inspanningstolerantie en kan onderscheid worden gemaakt met primaire longproblemen. Bovendien heeft de VO 2-max een belangrijke prognostische betekenis. Ook hartkatheterisatie is een belangrijk onderzoek, vooral om een ischemische oorzaak van het hartfalen uit te sluiten. In combinatie met rechtskatheterisatie kunnen tevens de vullingsdrukken en het hartminuutvolume worden berekend Behandeling Herstel van functie is bij patiënten met hartfalen zeldzaam. Dit geldt voor vrijwel alle vormen van hartfalen. Behandeling van chronisch hartfalen heeft als doel de symptomen te verbeteren en het risico op niet-fatale en fatale events te verkleinen. Tevens wordt getracht de progressie te remmen en ziekenhuisopnamen te voorkomen. De behandeling van hartfalen kan worden onderverdeeld in niet-medicamenteuze en medicamenteuze behandeling. Niet-medicamenteuze behandeling Hoewel door artsen vaak de nadruk wordt gelegd op de medicamenteuze behandeling van chronisch hartfalen, zijn enkele nietmedicamenteuze aspecten van groot belang. Over het algemeen

6 224 DEEL D HARTFALEN wordt in de speciale hartfalenpoliklinieken meer aandacht aan deze aspecten besteed. De belangrijkste niet-medicamenteuze adviezen zijn: educatie van patiënt en familie: uitleg geven over het ziektebeeld met de risico s en de beperkingen; water- en zoutbeperking: waterbeperking tot cc/ dag en zoutbeperking tot 2-5 g/dag, afhankelijk van de ernst van het hartfalen en de mate van overvulling; gewichtscontroles: dagelijks wegen, steeds op hetzelfde moment; arts inschakelen bij een gewichtstoename van > 2 kg in drie dagen; matig alcoholgebruik: maximaal 1-2 eenheden per dag; regelmatig matige inspanning: dagelijks gedurende minuten lichte tot matige inspanning wordt aanbevolen bij NYHA-II-III-patiënten; uitleg over medicatie met als doel het verbeteren van de compliantie. Devices Recent zijn intracardiale defibrillatoren (ICD s) en cardiale resynchronisatietherapie (CRT) ontwikkeld. Deze technieken hebben een gunstige invloed op de symptomen en het klinisch beloop bij een geselecteerde groep patiënten met hartfalen. ICD s en CRT worden elders in dit boek besproken. Medicamenteuze behandeling De medicamenteuze behandeling van de verschillende vormen van hartfalen is in principe gelijk. Het meeste bewijs is er voor patiënten met hartfalen met een gestoorde systolische linkerventrikelfunctie. Maar ondanks het ontbreken van bewijs wordt dezelfde medicatie geadviseerd bij patiënten met hartfalen en een relatief behouden systolische functie van het linker ventrikel. De stapsgewijze behandeling van hartfalen wordt hieronder beschreven en is samengevat in figuur stap 1 hartfalen: symptomen en ejectiefractie <= 40% stap 2 stap 3 optimaliseer: - diureticum - ACE-remmer - bètablokker desondanks symptomatisch of intolerant: - aldosteronantagonist (NYHA III-IV) - ARB (NYHA II-III) desondanks symptomatisch of intolerant: - digoxine (stap 1 bij boezemfibrilleren) - nitraten en/of hydralazine (m.n. bij negroïden) Figuur 26.3 Schematische weergave van de stapsgewijze medicamenteuze behandeling van patiënten met chronisch hartfalen. ACE-remmer = remmer van het angiotensineconverterend enzym; ARB = angiotensinereceptorblokker. Diuretica De oorspronkelijke behandeling van hartfalen bestond uit diuretica en digoxine. De plaats van digoxine is in de loop der tijd minder prominent geworden, maar diuretica worden nog bij de meeste patiënten met chronisch hartfalen gebruikt. Vooral lisdiuretica zijn zeer effectief in het verbeteren van de symptomen die het gevolg zijn van een te groot volumeaanbod. Zowel door veneuze vaatverwijding als door vochtuitscheiding neemt het aanbod aan het hart (preload) af, hetgeen resulteert in een daling van de vullingsdrukken in het hart en in het longvaatbed. Het is echter niet bekend of door diureticagebruik de mortaliteit afneemt. Desalniettemin worden deze middelen om een aantal redenen geadviseerd bij de meeste patiënten met hartfalen. Allereerst verminderen ze meestal de dyspnoe en de vermoeidheidsklachten. Het tweede argument is dat alle belangrijke onderzoeken met ACE-remmers, bètablokkers, AT1-antagonisten en aldosteronblokkers zijn uitgevoerd in combinatie met diuretica. Het is dus niet bekend of het effect van deze middelen net zo uitgesproken is wanneer er geen diuretica worden gebruikt. Bovendien zijn er aanwijzingen dat vooral de effecten van ACE-remmers en AT1-antagonisten worden gepotentieerd door diuretica. Daarom worden in principe aan alle patiënten met chronisch hartfalen diuretica voorgeschreven. Meestal wordt de voorkeur gegeven aan lisdiuretica (bijvoorbeeld furosemide), hoewel bij lichtere vormen van hartfalen ook kan worden volstaan met thiazidediuretica (bijvoorbeeld hydrochloorthiazide). Het soort diureticum en de dosering zijn afhankelijk van de volumestatus, de nierfunctie en de ernst van het hartfalen. Geadviseerd wordt met een zo laag mogelijke dosering te volstaan omdat de werkzaamheid van hogere doseringen vaak niet veel beter is, terwijl de bijwerkingen en nierfunctiestoornissen wel toenemen. In enkele gevallen kan worden overwogen een combinatie van verschillende diuretica voor te schrijven, maar dit moet met grote voorzichtigheid worden gedaan en bovendien moet de patiënt frequent worden gecontroleerd. ACE-remmers ACE-remmers zijn samen met bètablokkers de hoeksteen van de behandeling van hartfalen geworden. De gunstige effecten van ACE-remmers bij patiënten met hartfalen kunnen worden toegeschreven aan een afname van de water- en zoutretentie, een afname van linkerventrikelhypertrofie en -dilatatie (remodellering), een afname van de sympathische activiteit en mogelijk ook een (secundair) gunstig effect op ventriculaire en supraventriculaire ritmestoornissen. In diverse grote gerandomiseerde klinische trials is aangetoond dat toediening van ACE-remmers resulteert in een afname van de morbiditeit en mortaliteit bij patiënten met chronisch hartfalen. Dit betreft zowel patiënten met ernstig hartfalen (NYHA IV) als patiënten met mild tot matig ernstig hartfalen (NYHA II- III), alsook patiënten met een asymptomatische linkerventrikeldisfunctie (NYHA I). Tevens blijkt uit diverse onderzoeken dat ACE-remmers de mortaliteit en morbiditeit verlagen bij patiënten die een acuut myocardinfarct hebben doorgemaakt met hartfalen en/of linkerventrikeldisfunctie. Daarom zijn ACE-remmers geïndiceerd bij alle patiënten met hartfalen, tenzij er een belang-

7 26 KLINISCHE ASPECTEN, DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING 225 rijke contra-indicatie bestaat of wanneer deze middelen niet worden verdragen. ACE-remmers moeten worden opgetitreerd naar de (hoge) doseringen zoals die in klinische trials gebruikt zijn. Een toename van de creatinineconcentratie in het bloed is op zichzelf geen goede reden de ACE-remmer te staken. Uit placebogecontroleerde onderzoeken is gebleken dat gemiddeld minder dan 10% van de patiënten last krijgt van een droge prikkelhoest door het gebruik van ACE-remmers. Wanneer ACEremmers niet worden verdragen, dan is inmiddels aangetoond dat een angiotensinereceptorblokker een goed alternatief is. Bètablokkers Uit diverse grote gerandomiseerde trials is gebleken dat het gebruik van bètablokkers resulteert in een belangrijke afname van de mortaliteit en morbiditeit. Het bewijs voor een gunstig effect van bètablokkers bij patiënten met hartfalen is net zo sterk als het bewijs voor een gunstig effect van ACE-remmers. De meest waarschijnlijke verklaring voor het gunstige effect van bètablokkers is een afname van de chronische sympathische overstimulatie en veranderingen in receptordichtheid en gevoeligheid. Het gunstige effect van bètablokkers op de mortaliteit en morbiditeit wordt zowel gezien bij patiënten met mild hartfalen (NYHA II-III) als bij patiënten met ernstig (stabiel) hartfalen (NYHA III-IV). De middelen waarmee dit gunstige effect is beschreven zijn carvedilol, metoprolol, bisoprolol en nebivolol. Er zijn aanwijzingen dat de effecten van carvedilol het meest uitgesproken zijn. Bètablokkers worden in alle richtlijnen aanbevolen bij patiënten met mild, matig en ernstig chronisch hartfalen. Geadviseerd wordt met lage doseringen te beginnen en die langzaam op te bouwen ( start low, go slow ) naar de doseringen zoals die in de grote gerandomiseerde klinische trials zijn gebruikt (tabel 26.2). Tabel 26.2 Doseringsschema van bètablokkers bij hartfalen. bètablokker beginnen met optitreren tot bisoprolol 1 dd 1,25 mg 1 dd 10 mg metoprololsuccinaat 1 dd 12,5-25 mg 1 dd 200 mg carvedilol 2 dd 3,125 mg 2 dd 50 mg nebivolol 1 dd 1,25 mg 1 dd 10 mg Aldosteronantagonisten Het werkingsmechanisme van aldosteronantagonisten is veelzijdig. Zo remmen ze de water- en zoutretentie en verder zorgen ze voor een afname van plaatjesaggregatie, sympathische activiteit, collageenvorming, oxidatieve stress, endotheeldisfunctie, (coronaire) inflammatie en ventriculaire remodellering. In een groot gerandomiseerd onderzoek toonde men aan dat het gebruik van de aldosteronantagonist spironolacton een afname gaf van zowel de mortaliteit als de morbiditeit bij patiënten met ernstig chronisch hartfalen (NYHA III-IV). Vervelende bijwerkingen van spironolacton zijn gynaecomastie en seksuele disfunctie, in het bijzonder bij hogere doseringen. Eplerenon is eveneens een aldosteronantagonist, maar dit middel heeft door zijn selectieve werking op de mineralocorticoïdreceptor geen androgene bijwerkingen. Er is nog geen bewijs voor gunstige effecten van eplerenon bij patiënten met chronisch hartfalen, maar wel bij patiënten met een acuut myocardinfarct, gecompliceerd door hartfalen. Het toevoegen van een aldosteronantagonist kan daarom worden overwogen bij patiënten die ondanks behandeling met (hoge doseringen) ACE-remmer, bètablokker en diureticum toch symptomatisch blijven (NYHA III-IV), of bij patiënten met hartfalen na een acuut myocardinfarct. Ook in die gevallen moet de aldosteronantagonist langzaam worden opgetitreerd, terwijl de elektrolyten (met name kalium) frequent moeten worden gecontroleerd. Angiotensine-II-AT1-receptorantagonisten Vaak wordt gedacht dat het werkingsmechanisme van ACEremmers en angiotensinereceptorblokkers (ARB s) grotendeels vergelijkbaar is. Uit diverse onderzoeken is echter gebleken dat ACE-remmers bij patiënten met hartfalen meestal niet in staat zijn de vorming van angiotensine II te onderdrukken. ARB s blokkeren de angiotensine-ii-at1-receptor en kunnen daardoor de ongunstige effecten van angiotensine II volledig onderdrukken. Zoals hiervoor vermeld, worden de ARB s primair gebruikt bij die patiënten met chronisch hartfalen die geen ACE-remmers kunnen verdragen. Tevens is bewezen dat ARB s een veilig en in effectiviteit vergelijkbaar alternatief zijn voor ACE-remmers bij patiënten met hartfalen na een acuut myocardinfarct. Ook is er redelijk goed bewijs voor een gunstig effect van ARB s bovenop een ACE-remmer bij patiënten met mild tot matig ernstig hartfalen (NYHA II-III). In deze groep bleek de combinatie van een ACE-remmer en een ARB de cardiovasculaire mortaliteit te verlagen en vooral de kans op een ziekenhuisopname in verband met hartfalen te verkleinen. Bij de behandeling van patiënten met chronisch hartfalen die ondanks een diureticum, ACE-remmer en bètablokker symptomatisch blijven, bestaat de keuze dus uit een aldosteronantagonist of een ARB. Strikt genomen is het gunstige effect van spironolacton alleen aangetoond bij patiënten met NYHA-III-IV-hartfalen, en dat van een ARB alleen bij patiënten met NYHA-II-III-hartfalen. Verder kan de keuze afhangen van de volumestatus van de patiënt, van interacties met andere geneesmiddelen en van de persoonlijke voorkeur. Digoxine Digoxine was samen met diuretica lange tijd de standaardbehandeling van patiënten met chronisch hartfalen. Het werkingsmechanisme van digoxine bij patiënten met hartfalen is echter nog steeds niet geheel bekend. Over het algemeen wordt aangenomen dat door digoxine de intracellulaire calcium- en natriumconcentraties toenemen, waardoor de contractiliteit van het hart verbetert. Door het gebruik van digoxine bij patiënten met chronisch hartfalen en sinusritme neemt het risico op een ziekenhuisopname in verband met verergering van het hartfalen af. Het is echter niet aangetoond dat het gebruik van digoxine bij deze groep patiënten resulteert in een afname van de mortaliteit. Inmiddels is van andere middelen, zoals ACE-remmers, bètablokkers, aldosteronantagonisten en angiotensinereceptorblokkers, wél aangetoond dat ze zowel de mortaliteit als de morbidi-

8 226 DEEL D HARTFALEN teit verminderen. Om die reden is het gebruik van digoxine bij patiënten met chronisch hartfalen en sinusritme beperkt. In het algemeen wordt digoxine tegenwoordig geadviseerd bij patiënten met chronisch hartfalen en atriumfibrilleren met een ventriculaire frequentie > 100 slagen/min en bij patiënten met chronisch hartfalen en sinusritme die symptomatisch blijven ondanks optimale therapie met een diureticum, ACE-remmer, bètablokker, aldosteronantagonist en ARB. Vaatverwijders In het eerste grote gerandomiseerde onderzoek onder patiënten met chronisch hartfalen vergeleek men de effecten van behandeling met nitraten en hydralazine met die van de traditionele behandeling met diuretica en digoxine. Nitraten en hydralazine bleken een beter effect te hebben. Deze voorkeursbehandeling was echter een kort leven beschoren, want minder dan vijf jaar later werd aangetoond dat behandeling met de ACE-remmer enalapril weer een beter effect had dan behandeling met nitraten en hydralazine. Daarom worden nitraten en hydralazine op dit moment alleen nog geadviseerd wanneer de andere hiervoor beschreven geneesmiddelen niet gegeven kunnen worden. Recent werden bij negroïde patiënten echter gunstige effecten aangetoond van nitraten en hydralazine in combinatie met de hierboven beschreven standaardtherapie. Calciumantagonisten In twee gerandomiseerde klinische trials is aangetoond dat het gebruik van langwerkende dihydropyridinen niet resulteerde in een toe- of afname van de mortaliteit en morbiditeit bij patiënten met chronisch hartfalen. Daarom worden calciumantagonisten niet geadviseerd bij patiënten met hartfalen, maar kunnen langwerkende dihydropyridinen wel worden doorgebruikt als bij een patiënt hartfalen wordt gediagnosticeerd, of als hypertensie aanvullende behandeling nodig maakt. Anticoagulantia en plaatjesaggregatieremmers Aspirine wordt in principe aanbevolen bij alle patiënten die een myocardinfarct hebben doorgemaakt. Anticoagulantia worden ten sterkste aanbevolen bij patiënten met hartfalen en atriumfibrilleren, een eerdere trombo-embolische complicatie of een trombus in het linker ventrikel. Daarnaast worden anticoagulantia aanbevolen bij patiënten met chronisch hartfalen en een verhoogd risico op trombo-embolische complicaties, zoals patiënten met een zeer lage cardiac output, sterk gedilateerde ventrikels en een aneurysma cordis. Antiaritmica Klasse-I-antiaritmica worden sterk afgeraden bij patiënten met chronisch hartfalen. Door het gebruik van deze middelen bij patiënten met chronisch hartfalen wordt de mortaliteit verhoogd. Bètablokkers zijn in principe geïndiceerd bij alle patiënten met chronisch hartfalen, maar kunnen ook worden gebruikt bij de behandeling van ventriculaire ritmestoornissen. Amiodaron is effectief bij de meeste supraventriculaire en ventriculaire ritmestoornissen. Het is het enige antiaritmicum zonder negatief inotroop effect Conclusie Hartfalen is een van de grootste medische problemen van dit moment. Door betere behandelingsopties en de verdere vergrijzing van de bevolking zal het aantal patiënten met hartfalen verder toenemen. Hoewel door betere farmacologische behandelingsopties de prognose van een patiënt met hartfalen is verbeterd, is de sterfte nog steeds hoog. Verdere verbeteringen in de behandeling van hartfalen liggen op het terrein van een betere implementatie van huidige richtlijnen, nieuwe farmaca, device -therapie en ontwikkeling van therapieën die het myocardverlies rechtstreeks aanpakken, bijvoorbeeld stamceltherapie. Kernpunten Hartfalen is een klinisch syndroom dat wordt gekenmerkt door een tekortschietende pompwerking van het hart, hetgeen leidt tot een complex van klachten en verschijnselen. De diagnose wordt gesteld op grond van symptomen van kortademigheid of moeheid, in rust of tijdens inspanning, met objectieve aanwijzingen (bij voorkeur vastgesteld tijdens echocardiografisch onderzoek) voor een cardiale disfunctie. De ernst van de klachten wordt beschreven met behulp van de New York Heart Association- (NYHA-)classificatie: NYHA I: geen klachten; NYHA II: klachten tijdens forse inspanning; NYHA III: klachten tijdens matige inspanning; NYHA IV: klachten in rust of tijdens lichte inspanning. Hartfalen komt steeds vaker voor, vooral omdat patiënten vaker en langer blijven leven na het ontstaan van een andere hartziekte (myocardinfarct) en dan hartfalen ontwikkelen, maar ook omdat de behandeling van hartfalen is verbeterd. Hartfalen kan door diverse (hart)ziekten worden veroorzaakt, maar ongeacht de oorzaak zijn symptomatologie en pathofysiologie in principe gelijk. De belangrijkste oorzaak van hartfalen is een doorgemaakt myocardinfarct met myocardverlies. Andere belangrijke oorzaken zijn cardiomyopathieën, hypertensie en kleplijden. Hartfalen kan ook het gevolg zijn van diastolisch functieverlies. De standaard medicamenteuze behandeling van hartfalen bestaat uit de combinatie van een (lage dosis) diureticum en een (hoge dosis) ACE-remmer en (hoge dosis) bètablokker. Indien de klachten persisteren en/of bij intolerantie wordt in tweede instantie een aldosteronantagonist of een angiotensinereceptorblokker toegevoegd. Digoxine wordt voornamelijk gegeven bij hartfalen met atriumfibrilleren.

9 26 KLINISCHE ASPECTEN, DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING 227 Literatuur Bleumink GS, Knetsch AK, Sturkenboom MCJM, Straus SMJM, Hofman A, Deckers JW, et al. Quantifying the heart failure epidemic: prevalence, incidence rate, lifetime risk and prognosis of heart failure. The Rotterdam Study. Eur Heart J. 2004;25: Gaasch WH, Zile MR. Left ventricular diastolic dysfunction and diastolic heart failure. Ann Rev Med. 2004;55: Mann DL. Mechanisms and models in heart failure: a combinatorial approach. Circulation. 1999;100: McKee PA, Castelli WP, McNamara PK, Kannel WB. The natural history of congestive heart failure, the Framingham Study. N Engl J Med. 1971;285: Multidisciplinaire richtlijn Chronisch hartfalen. Alphen aan den Rijn: Van Zuiden Communications; Roger VL, Weston SA, Redfield MM, Hellermann-Homan JP, Killian J, Yawn BP, et al. Trends in heart failure incidence and survival in a community-based population. JAMA. 2004;292: Swedberg K, Cleland J. Dargie H, et al., Task Force for the Diagnosis and Treatment of Chronic Heart Failure of the European Society of Cardiology. Guidelines for the diagnosis and treatment of chronic heart failure: executive summary (update 2005): Task Force for the Diagnosis and Treatment of Chronic Heart Failure of the European Society of Cardiology. Eur Heart J. 2005;26: Veldhuisen DJ van. Veranderde inzichten en doelstellingen bij de behandeling van chronisch hartfalen. Ned Tijdschr Geneeskd. 1999;143: Voors AA, Kirkels JH. Leerboek hartfalen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2007.

De behandeling van hartfalen bij de oudere patiënt. Loes Klieverik WES 11-03-2010

De behandeling van hartfalen bij de oudere patiënt. Loes Klieverik WES 11-03-2010 De behandeling van hartfalen bij de oudere patiënt Loes Klieverik WES 11-03-2010 Wat is oud?? Definitie Hartfalen Tekortschieten van de pompwerking van het hart en veranderingen in de neurohumorale activatie

Nadere informatie

Hartfalen. Duo-avonden 20-4-2015. Jaco Houtgraaf, cardioloog

Hartfalen. Duo-avonden 20-4-2015. Jaco Houtgraaf, cardioloog Hartfalen Duo-avonden 20-4-2015 Jaco Houtgraaf, cardioloog Opbouw presentatie Inleiding Wat is het? Hoe ziet het eruit? Hoe ontstaat het? Behandeling Waar op te letten? Symptomen / klachten / dieet / vocht

Nadere informatie

Wanneer faalt het hart? Wanneer faalt het hart? . een rondje langs de toehoorders. Hartfalen in de Middeleeuwen. Hartfalen in de loop der eeuwen

Wanneer faalt het hart? Wanneer faalt het hart? . een rondje langs de toehoorders. Hartfalen in de Middeleeuwen. Hartfalen in de loop der eeuwen Wanneer faalt het hart? 14 april 2011 Aggie H.M.M. Balk, cardioloog Thoraxcentrum,, Erasmus MC Wanneer faalt het hart?. een rondje langs de toehoorders Hartfalen in de loop der eeuwen Hartfalen in de Middeleeuwen

Nadere informatie

Hartfalen: kunnen we het beter doen?

Hartfalen: kunnen we het beter doen? Hartfalen: kunnen we het beter doen? Dr. Irène Oudejans, klinisch geriater 17 Maart 2015 Inhoud Wat is hartfalen? Wanneer aan hartfalen denken? Hoe stel je de diagnose? Hartfalen Onderzoek GERiatrie Wat

Nadere informatie

Hartfalen. Programma 1-11-2012. UFO 1 november 2012 Tom Schalekamp

Hartfalen. Programma 1-11-2012. UFO 1 november 2012 Tom Schalekamp Hartfalen UFO 1 november 2012 Tom Schalekamp Programma Verschijningsvormen, epidemiologie, diagnostiek Behandeling hoofdlijnen Behandeling in relatie tot pathofysiologie Afzonderlijke middelen bij hartfalen

Nadere informatie

Klinische les Links Hartfalen. IC/CC specialisatie Marco van Meer

Klinische les Links Hartfalen. IC/CC specialisatie Marco van Meer Klinische les Links Hartfalen IC/CC specialisatie Marco van Meer Inhoud Definitie Gradaties Oorzaken (patho)fysiologie Gevolg Diagnostiek en monitoring Therapie Er komt een man bij de dokter: Definitie

Nadere informatie

Hartfalen voor de huisarts. Dr Katrien Gijsbers Cardioloog-intensivist

Hartfalen voor de huisarts. Dr Katrien Gijsbers Cardioloog-intensivist Hartfalen voor de huisarts Dr Katrien Gijsbers Cardioloog-intensivist Hartfalen voor de huisarts Hartfalen: een groeiende epidemie Duwen en trekken: 2 types hartfalen Hoe stel ik de diagnose? Behandeling

Nadere informatie

CBO RICHTLIJN. Multidisciplinaire richtlijn Hartfalen 2010. Ad Bakx, cardioloog BovenIJ Ziekenhuis Amsterdam SAHO 28 juni 2011

CBO RICHTLIJN. Multidisciplinaire richtlijn Hartfalen 2010. Ad Bakx, cardioloog BovenIJ Ziekenhuis Amsterdam SAHO 28 juni 2011 CBO RICHTLIJN HARTFALEN Multidisciplinaire richtlijn Hartfalen 2010 Ad Bakx, cardioloog BovenIJ Ziekenhuis Amsterdam SAHO 28 juni 2011 ESC guidelines Richtlijn is gebaseerd op de ESC Guidelines for the

Nadere informatie

De oudere patiënt met comorbiditeit

De oudere patiënt met comorbiditeit De oudere patiënt met comorbiditeit Dr. Arend Mosterd cardioloog Meander Medisch Centrum, Amersfoort Dr. Irène Oudejans klinisch geriater Elkerliek ziekenhuis, Helmond Hartfalen Prevalentie 85 plussers

Nadere informatie

Multidisciplinaire richtlijn. Chronisch hartfalen. Samenvattende adviezen voor diagnostiek, medicamenteuze behandeling en begeleiding

Multidisciplinaire richtlijn. Chronisch hartfalen. Samenvattende adviezen voor diagnostiek, medicamenteuze behandeling en begeleiding Multidisciplinaire richtlijn Chronisch hartfalen Samenvattende adviezen voor diagnostiek, medicamenteuze behandeling en begeleiding Multidisciplinaire richtlijn Chronisch hartfalen Samenvattende adviezen

Nadere informatie

April 2016 Alexandra Kleberger, M ANP. Palliatieve zorg omtrent Hartfalen

April 2016 Alexandra Kleberger, M ANP. Palliatieve zorg omtrent Hartfalen April 2016 Alexandra Kleberger, M ANP Palliatieve zorg omtrent Hartfalen Deel I Wat is hartfalen? Oorzaken van hartfalen Symptomen Compensatiemechanismen Diagnostiek Behandeling Hartfalenpoli Vragen Deel

Nadere informatie

Chronisch hartfalen. NMP middag 27 mei 2008 Praktijkondersteuners en doktersassitenten. Lisette Baltussen Nurse practitioner hartfalenpoli UMC

Chronisch hartfalen. NMP middag 27 mei 2008 Praktijkondersteuners en doktersassitenten. Lisette Baltussen Nurse practitioner hartfalenpoli UMC Chronisch hartfalen NMP middag 27 mei 2008 Praktijkondersteuners en doktersassitenten Lisette Baltussen Nurse practitioner hartfalenpoli UMC Sessie 1 Casus Wat is hartfalen Klachten en verschijnselen Oorzaken

Nadere informatie

# $% &% ' ()))* +, - "./ -.. -, 0 -- % 1.! ', ', +. - % - 2 3, 4 5# 666! " %-

# $% &% ' ()))* +, - ./ -.. -, 0 -- % 1.! ', ', +. - % - 2 3, 4 5# 666!  %- !" # $%&%'()))* +,-"./-.. -,0--%1.!', ', +.-%-2 3, 4 5# 666!"%- 7 $- 1-7,8 " 7 7 %- - - 9 - -: ;())6)))

Nadere informatie

Polyfarmacie in de cardiologie

Polyfarmacie in de cardiologie Polyfarmacie in de cardiologie CarVasZ congres 21 november 2014 Alina Constantinescu cardioloog Indeling Casus 1: - patient met hartfalen - belangrijkste medicatieklassen - introductie medicatie in de

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord 13 ALGEMENE ASPECTEN DEEL II SECUNDAIRE HYPERTENSIE

Inhoud. Voorwoord 13 ALGEMENE ASPECTEN DEEL II SECUNDAIRE HYPERTENSIE Inhoud Voorwoord 13 DEEL I ALGEMENE ASPECTEN Hoofdstuk 1 Ambachtelijke en geautomatiseerde methoden van bloeddrukmeting 17 Inleiding 17 1 Conventionele sfygmomanometrie 18 2 Ambulante niet-invasieve automatische

Nadere informatie

Hoe diagnosticeer en behandel ik acuut gedecompenseerd hartfalen (cardiogene shock) Georg Kluge, Anesthesioloog-intensivist

Hoe diagnosticeer en behandel ik acuut gedecompenseerd hartfalen (cardiogene shock) Georg Kluge, Anesthesioloog-intensivist Hoe diagnosticeer en behandel ik acuut gedecompenseerd hartfalen (cardiogene shock) Georg Kluge, Anesthesioloog-intensivist Wat is acuut gedecompenseerd hartfalen? Acuut cardiogeen longoedeem agv acute

Nadere informatie

Dieet bij hartfalen. Een kwestie van smaak. Marjon Achterberg- Budding, diëtist 4 e Nationale Voedingscongres 8 februari 2011

Dieet bij hartfalen. Een kwestie van smaak. Marjon Achterberg- Budding, diëtist 4 e Nationale Voedingscongres 8 februari 2011 Dieet bij hartfalen Een kwestie van smaak Marjon Achterberg- Budding, diëtist 4 e Nationale Voedingscongres 8 februari 2011 Wat komt aan de orde? Achtergronden bij de nieuwe Multidisciplinaire Richtlijn

Nadere informatie

Goed leven met hartfalen?! 26 juni 2012 Mgm Kolff-Kamphuis

Goed leven met hartfalen?! 26 juni 2012 Mgm Kolff-Kamphuis Goed leven met hartfalen?! 26 juni 2012 Mgm Kolff-Kamphuis Komt iemand bij de dokter.. Heb ik hartfalen? Indeling + Definitie + Statistiek + Oorzaken + Onderzoek + Behandeling: medicatie leefregels CABG/klepoperatie

Nadere informatie

Regionale Transmurale Afspraak Zuidoost Brabant Hartfalen Toelichting

Regionale Transmurale Afspraak Zuidoost Brabant Hartfalen Toelichting Regionale Transmurale Afspraak Zuidoost Brabant Hartfalen Toelichting Pagina 1 Achtergrondinformatie Chronisch hartfalen wordt gedefinieerd als: een complex van klachten en verschijnselen ten gevolge van

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Samenvatting In de diagnose en prognose van hartfalen hebben B-type Natriuretisch Peptide (BNP) en N-terminaal probnp (NT-proBNP) in de afgelopen jaren hun waarde bewezen. Tegenwoordig

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING Chapter 9 NEDERLANDSE SAMENVATTING Boezemfibrilleren is een zeer frequent voorkomende hartritmestoornis en daardoor een belangrijk klinisch probleem. Onder de westerse bevolking is de kans op boezemfibrilleren

Nadere informatie

Cardiorenaal syndroom

Cardiorenaal syndroom Cardiorenaal syndroom Symposium Chronische Nierschade 29-10-2012 Irene van der Meer nefroloog, HAGA ziekenhuis Huisarts-voorzitter: Marjon Tombrock (HA te Rijswijk) 1 Cardiorenaal syndroom Betekenis: Een

Nadere informatie

HARTFALEN casusschetsen

HARTFALEN casusschetsen HARTFALEN casusschetsen 1 Casusschetsen Hartfalen 4 maart 2003 Casusschets 1 Boer, 72 jaar Voorgeschiedenis: Bekend met COPD en recidiverende bronchitiden. Anamnese: Sinds 1 week last van hevige benauwdheid

Nadere informatie

Dyspnoe. Duo-dagen IJsselland ziekenhuis. Jaco Houtgraaf, Cardioloog. 16 en 17 april 2015

Dyspnoe. Duo-dagen IJsselland ziekenhuis. Jaco Houtgraaf, Cardioloog. 16 en 17 april 2015 Dyspnoe Duo-dagen IJsselland ziekenhuis 16 en 17 april 2015 Jaco Houtgraaf, Cardioloog Opbouw presentatie 1. Inleiding 2. Etiologie 3. Diagnostiek 4. Casuïstiek 5. Take-home messages 25-5-2015 Voettekst

Nadere informatie

Hartfalen LH Takens, Cardioloog Martini Zh

Hartfalen LH Takens, Cardioloog Martini Zh Hartfalen LH Takens, Cardioloog Martini Zh Indeling Definitie Bouw hart / bloedsomloop Fysiologie normale pompfunktie Onderzoekmethoden Ziektes leidend tot en wat we zien bij hartfalen Behandeling hartfalen

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting 12 Samenvatting Hoofdstuk 1 is een algemene inleiding en beschrijft de achtergronden en het doel van dit proefschrift. Met het stijgen van de leeftijd nemen de incidentie en prevalentie van hart- en vaatziekten

Nadere informatie

Achtergronden bij casusschetsen 18 oktober 1999

Achtergronden bij casusschetsen 18 oktober 1999 Angina pectoris Achtergronden bij casusschetsen 18 oktober 1999 Inleiding Eerste werkafspraak angina pectoris dateert uit 1996, tweede herziene versie in 1999 door gedeeltelijk nieuwe werkgroep. Voorbouwend

Nadere informatie

Inhoud. Verpleegkunde Cardiologie. Symptomen. Diagnose. Verpleegkunde Cardiologie 1. Indeling New York Heart Association (NYHA)

Inhoud. Verpleegkunde Cardiologie. Symptomen. Diagnose. Verpleegkunde Cardiologie 1. Indeling New York Heart Association (NYHA) Inhoud Verpleegkunde Cardiologie Han van der Borgh Verpleegkundige aspecten bij: Angina Pectoris Acuut coronair syndroom Prinz Metal Decompensatie cordis Cardiogene shock P.C.I./STENT/ spoed CABG in perifeer

Nadere informatie

Vermoeidheid & hartziekten

Vermoeidheid & hartziekten Vermoeidheid & hartziekten Menno Baars, cardioloog HartKliniek Nederland april 2014 Cardioloog van de nieuwe HartKliniek Nieuwe organisatie van eerstelijnscardiologiecentra Polikliniek & dagbehandeling

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Hartfalen

Patiënteninformatie. Hartfalen Patiënteninformatie Hartfalen Inhoud Inleiding... 3 Informatie over het ziektebeeld: hartfalen... 3 Wat is hartfalen?... 3 Wat zijn de symptomen?... 4 Wat zijn de oorzaken?... 5 Behandeling van hartfalen...

Nadere informatie

Hypertensie. Presentatie door G.J. Knot-Veldhuis, verpleegkundig specialist

Hypertensie. Presentatie door G.J. Knot-Veldhuis, verpleegkundig specialist Hypertensie Presentatie door G.J. Knot-Veldhuis, verpleegkundig specialist Hypertensie Primaire of essentiële (95%) Secundaire (5%) G.J. Knot-Veldhuis, verpleegkundig specialist, jan. 2012 2 Bloeddruk

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Zowel beleidsmakers en zorgverleners als het algemene publiek zijn zich meer en meer bewust van de essentiële rol van kwaliteitsmeting en - verbetering in het verlenen van

Nadere informatie

Hartziekten door PLN mutatie Wat is de rol van de cardioloog

Hartziekten door PLN mutatie Wat is de rol van de cardioloog Hartziekten door PLN mutatie Wat is de rol van de cardioloog Patiëntendag PLN vereniging Paul van Haelst, cardioloog Antonius Ziekenhuis Sneek Erfelijke hartziekten Welke hartziekten kunnen erfelijk zijn?

Nadere informatie

diagnostiek en pathofysiologie Jan Hein Cornel Medisch Centrum Alkmaar

diagnostiek en pathofysiologie Jan Hein Cornel Medisch Centrum Alkmaar HARTFALEN ANNO 2010 diagnostiek en pathofysiologie Jan Hein Cornel Medisch Centrum Alkmaar http://www.nvvc.nl/richtlijnen/bestaande-richtlijnen#hoofdgroep2 nl/richtlijnen/bestaande-richtlijnen#hoofdgroep2

Nadere informatie

Richtlijnen voor de behandeling van voorkamerfibrillatie. Dr E Raymenants Cardiologie St Maarten

Richtlijnen voor de behandeling van voorkamerfibrillatie. Dr E Raymenants Cardiologie St Maarten Richtlijnen voor de behandeling van voorkamerfibrillatie Dr E Raymenants Cardiologie St Maarten Inhoud o Epidemiologie Prevalentie Prognose Associatie met CV en andere aandoeningen o Definities & types

Nadere informatie

Prof. dr. F. C. Visser Cardioloog Erasmus Medisch Centrum. Electrocardiografische & fysiologische veranderingen tijdens inspanning

Prof. dr. F. C. Visser Cardioloog Erasmus Medisch Centrum. Electrocardiografische & fysiologische veranderingen tijdens inspanning Prof. dr. F. C. Visser Cardioloog Erasmus Medisch Centrum Electrocardiografische & fysiologische veranderingen tijdens inspanning Indicaties voor inspannings ECG Evaluatie van patienten met pijn op de

Nadere informatie

Polyfarmacie & claudicatio-patient: Problemen of Profijt?

Polyfarmacie & claudicatio-patient: Problemen of Profijt? Polyfarmacie & claudicatio-patient: Problemen of Profijt? ClaudicatioNet Jaarcongres 12-03-2015 Dr. Ben Janssen UHD, Farmacoloog b.janssen@maastrichtuniversity.nl We worden in allemaal ouder. In een betere

Nadere informatie

Inhoud Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Inhoud Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 INHOUD I Inhoud Hoofdstuk 1 Klinische aspecten van hypertensie 1 1. Voorkomen en definitie 1 2. Over risico en risicoreductie 3 3. Klinische manifestaties 9 4. De bloeddrukmeting 10 A. De bloeddrukmeting

Nadere informatie

Decompensatio Cordis. Het hart als metafoor. Het menselijk hart. Matthieu Berenbroek. Fontys Hogeschool Verpleegkunde. Hoop & Liefde.

Decompensatio Cordis. Het hart als metafoor. Het menselijk hart. Matthieu Berenbroek. Fontys Hogeschool Verpleegkunde. Hoop & Liefde. Decompensatio Cordis Matthieu Berenbroek Fontys Hogeschool Verpleegkunde Hoop & Liefde Het hart als metafoor Ongeluk & pijn Het menselijk hart Hoop & Liefde Ongeluk & pijn 1 Heart failure: : an increasing

Nadere informatie

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting 197 198 Samenvatting In het proefschrift worden diverse klinische aspecten van primaire PCI (Primaire Coronaire Interventie) voor de behandeling van een hartinfarct onderzocht.

Nadere informatie

RICHTLIJN PALLIATIEVE ZORG BIJ CHRONISCH HARTFALEN

RICHTLIJN PALLIATIEVE ZORG BIJ CHRONISCH HARTFALEN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 RICHTLIJN PALLIATIEVE ZORG BIJ CHRONISCH HARTFALEN Herziende conceptrichtlijn Hartfalen, versie 6, 13 april 2010 Pagina 1 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 Colofon De Richtlijn

Nadere informatie

hartfalen Transmurale Regionale Richtlijn Hartfalen Midden-Brabant

hartfalen Transmurale Regionale Richtlijn Hartfalen Midden-Brabant hartfalen Transmurale Regionale Richtlijn Hartfalen Midden-Brabant Werkgroep Hartfalen: dr. H.F. Baars mevr. drs. M.A.A.E. Cusiel mevr. drs. R.N. Eggink drs. D.W.A.A. Groot dhr. E.H.W.T. Hendriks drs.

Nadere informatie

P. VAN ROYEN, S. BOULANGER, P. CHEVALIER, G. DEKEULENAER, M. GOOSSENS, P. KOECK, M. VANHALEWYN, P. VAN DEN HEUVEL

P. VAN ROYEN, S. BOULANGER, P. CHEVALIER, G. DEKEULENAER, M. GOOSSENS, P. KOECK, M. VANHALEWYN, P. VAN DEN HEUVEL VOOR GOEDE MEDISCHE PRAKTIJKVOERING Gevalideerd door CEBAM in september 2011 AUTEURS P. VAN ROYEN, S. BOULANGER, P. CHEVALIER, G. DEKEULENAER, M. GOOSSENS, P. KOECK, M. VANHALEWYN, P. VAN DEN HEUVEL Uitgave

Nadere informatie

nederlandse samenvatting

nederlandse samenvatting Nederlandse Samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING Inleiding Hartfalen is een syndroom, waarbij de pompfunctie van het hart achteruitgaat en dat onder andere gepaard kan gaan met klachten van kortademigheid

Nadere informatie

Cardiologie De nieuwste ontwikkelingen. Dr. S.A.J. van den Broek Thoraxcentrum/Afdeling Cardiologie UMCG

Cardiologie De nieuwste ontwikkelingen. Dr. S.A.J. van den Broek Thoraxcentrum/Afdeling Cardiologie UMCG Cardiologie De nieuwste ontwikkelingen Dr. S.A.J. van den Broek Thoraxcentrum/Afdeling Cardiologie UMCG Dhr. A, 48 jaar taxichauffeur s ochtends 06.20 uur acuut pijn op de borst met een zwaar gevoel in

Nadere informatie

NHG-Standaard Hartfalen

NHG-Standaard Hartfalen NHG-Standaard Hartfalen Tweede herziening Hoes AW, Voors AA, Rutten FH, Van Lieshout J, Janssen PGH, Walma EP. Huisarts Wet 2010:53(7):368-89. De standaard en de wetenschappelijke verantwoording zijn herzien

Nadere informatie

Dobutamine Stress MRI

Dobutamine Stress MRI Naam promovendus: Th.J.A. Kuijpers Promotiedatum: 9 februari 2005 Naam promotor: Prof. Dr. M. Oudkerk Titel proefschrift: Dobutamine Stress MRI Dobutamine Stress MRI In de afgelopen vijf jaar heeft de

Nadere informatie

Gender differences in heart disease. Dr Danny Schoors

Gender differences in heart disease. Dr Danny Schoors Gender differences in heart disease Dr Danny Schoors Women are meant to be loved, not to be understood Oscar Wilde (1854-1900) 2 05/01/16 Inleiding Cardiovasculaire ziekte 7 tot 10 jaar later dan bij mannen

Nadere informatie

Terminaal hartfalen, palliatie en thuisbegeleiding. Louise Bellersen cardioloog Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen

Terminaal hartfalen, palliatie en thuisbegeleiding. Louise Bellersen cardioloog Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen Terminaal hartfalen, palliatie en thuisbegeleiding Louise Bellersen cardioloog Universitair Medisch Centrum St. Radboud Nijmegen Terminaal hartfalen, palliatie en thuisbegeleiding Louise Bellersen UMC

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Samenvatting 11 Samenvatting Bloedarmoede, vaak aangeduid als anemie, is een veelbesproken onderwerp in de medische literatuur. Clinici en onderzoekers buigen zich al vele jaren over de oorzaken en gevolgen

Nadere informatie

Risico-minimalisatiemateriaal betreffende Tasigna (nilotinib) voor voorschrijvers en apothekers

Risico-minimalisatiemateriaal betreffende Tasigna (nilotinib) voor voorschrijvers en apothekers Risico-minimalisatiemateriaal betreffende Tasigna (nilotinib) voor voorschrijvers en apothekers Introductie De risico-minimalisatiematerialen voor Tasigna (nilotinib) zijn beoordeeld door het College ter

Nadere informatie

Myocardperfusiescintigrafie & nucleaire ejectiefractiebepaling. Presentatie (deel I) Presentatie (deel II)

Myocardperfusiescintigrafie & nucleaire ejectiefractiebepaling. Presentatie (deel I) Presentatie (deel II) Myocardperfusiescintigrafie & nucleaire ejectiefractiebepaling Onderwijs Module CCU Afdeling Nucleaire Geneeskunde Universitair Medisch Centrum Utrecht Presentatie (deel I) Indicaties Principe Tracers

Nadere informatie

Plasma volume expansie in ernstige hypertensieve aandoeningen van de zwangerschap

Plasma volume expansie in ernstige hypertensieve aandoeningen van de zwangerschap Samenvatting Plasma volume expansie in ernstige hypertensieve aandoeningen van de zwangerschap Samenvatting Dit proefschrift beschrijft het effect van plasma volume expansie in de behandeling van ernstige

Nadere informatie

Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis. 30 september 2010

Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis. 30 september 2010 Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis 30 september 2010 Onderwerpen 1. Definitie 2. Prevalentie 3. Richtlijnen 4. Diagnostiek 5. Preventie nierfunctieverlies 6. Behandeling metabole complicaties 7.

Nadere informatie

Behandeling na een acuut coronair syndroom

Behandeling na een acuut coronair syndroom Behandeling na een acuut coronair syndroom Een nieuwe uitdaging in de ketenzorg CVRM Nascholing Stedelijke werkgroep Amsterdam 9 en 14 juni 2010 A.L.M. Bakx, cardioloog, BovenIJ Ziekenhuis SECUNDAIRE PREVENTIE

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 198 Het eerste deel van dit proefschrift beschrijft de effectiviteit van clopidogrel en tirofiban in patiënten met een acuut hart infarct verwezen voor een spoed dotter behandeling. In hoofdstuk 1 werd

Nadere informatie

Myocard infarct Diagnostiek en transmurale afspraken OLVG regio. dr. Geert-Jan Geersing Huisarts Buitenhof Prof.dr. Freek Verheugt Cardioloog OLVG

Myocard infarct Diagnostiek en transmurale afspraken OLVG regio. dr. Geert-Jan Geersing Huisarts Buitenhof Prof.dr. Freek Verheugt Cardioloog OLVG Myocard infarct Diagnostiek en transmurale afspraken OLVG regio dr. Geert-Jan Geersing Huisarts Buitenhof Prof.dr. Freek Verheugt Cardioloog OLVG Presentatie vandaag Epidemiologie myocardinfarct Diagnostiek

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies en conclusies Samenvatting De behandeling van het myocard infarct (MI) is tegenwoordig gericht op verkorting van ischemie-tijd door herstel van de coronair flow ( open arterie theorie ). Hoewel vroegtijdige

Nadere informatie

CVRM kwetsbare ouderen. Rotterdam maart 2015 AJ Arends, klinisch geriater en klinisch farmacoloog io

CVRM kwetsbare ouderen. Rotterdam maart 2015 AJ Arends, klinisch geriater en klinisch farmacoloog io CVRM kwetsbare ouderen Rotterdam maart 2015 AJ Arends, klinisch geriater en klinisch farmacoloog io Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/35287 holds various files of this Leiden University dissertation

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/35287 holds various files of this Leiden University dissertation Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/35287 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Poortvliet, Rosalinde Title: New perspectives on cardiovascular risk prediction

Nadere informatie

1 Inleiding, definitie en pathofysiologie

1 Inleiding, definitie en pathofysiologie 1 Inleiding, definitie en pathofysiologie S.A.J. van den Broek In dit hoofdstuk worden de huidige inzichten in de pathofysiologie van het syndroom hartfalen besproken. Ook die mechanismen die bijdragen

Nadere informatie

Updates in hartfalen: Epidemiologie en diagnose. Bert Vaes, MD, PhD IRSS UCL ACHG KUL

Updates in hartfalen: Epidemiologie en diagnose. Bert Vaes, MD, PhD IRSS UCL ACHG KUL Updates in hartfalen: Epidemiologie en diagnose Bert Vaes, MD, PhD IRSS UCL ACHG KUL 1. Definitie 2. Epidemiologie 3. Diagnose 4. Take home messages 1. Definitie hartfalen A - acute onset - slow onset

Nadere informatie

Medicatie bij atherosclerose. Yvette Henstra Verpleegkundig Specialist Vasculaire Geneeskunde OLVG

Medicatie bij atherosclerose. Yvette Henstra Verpleegkundig Specialist Vasculaire Geneeskunde OLVG Medicatie bij atherosclerose Yvette Henstra Verpleegkundig Specialist Vasculaire Geneeskunde OLVG Wat heeft de patiënt? Cerebrovasculair lijden Perifeer arterieel vaatlijden Coronairlijden Inhoud Trombocytenaggregatieremmers

Nadere informatie

HARTFALEN. Workshop HA opleiding VUMC April 2015. Judith Tjin-A-Ton Kaderhuisarts hart- en vaatziekten

HARTFALEN. Workshop HA opleiding VUMC April 2015. Judith Tjin-A-Ton Kaderhuisarts hart- en vaatziekten HARTFALEN Workshop HA opleiding VUMC April 2015 Judith Tjin-A-Ton Kaderhuisarts hart- en vaatziekten (Auteurs: Ester Wesseling/Robert Zegers/Judith Tjin-A-Ton) Voorkomen hartfalen 3 Programma cursusdag

Nadere informatie

Risico-minimalisatiemateriaal betreffende Tasigna (nilotinib) voor voorschrijvers en apothekers

Risico-minimalisatiemateriaal betreffende Tasigna (nilotinib) voor voorschrijvers en apothekers Risico-minimalisatiemateriaal betreffende Tasigna (nilotinib) voor voorschrijvers en apothekers Introductie De risico-minimalisatiematerialen voor Tasigna (nilotinib) zijn beoordeeld door het College ter

Nadere informatie

Hartkwalen Gasping. Aandoeningen v/h hart. Aandoeningen v/h hart. Aandoeningen v/h hart. Aandoeningen v/h hart. Aandoeningen v/h hart 22-1-2012

Hartkwalen Gasping. Aandoeningen v/h hart. Aandoeningen v/h hart. Aandoeningen v/h hart. Aandoeningen v/h hart. Aandoeningen v/h hart 22-1-2012 Hartkwalen Gasping De belangrijkste klachten zijn: vermoeidheid kortademigheid (vooral bij inspanning) opgezette benen en enkels onrustig slapen en s nachts vaak plassen 4 Hartfalen sen Hartspierziekte

Nadere informatie

Zwangerschap en een ICD CarVasZ 20-11-2015. Wilma de Vries Verpleegkundig specialist Erasmus MC Rotterdam

Zwangerschap en een ICD CarVasZ 20-11-2015. Wilma de Vries Verpleegkundig specialist Erasmus MC Rotterdam Zwangerschap en een ICD CarVasZ 20-11-2015 Wilma de Vries Verpleegkundig specialist Erasmus MC Rotterdam Jong Vrouw ICD Erfelijke hartziekten 1: Cardiomyopathieën (hartspier) 2: Aritmieën (elektische geleiding)

Nadere informatie

PILLENCOCKTAILS: HARTVEROVEREND. Aspecten van geneesmiddelen bij atriumfibrilleren

PILLENCOCKTAILS: HARTVEROVEREND. Aspecten van geneesmiddelen bij atriumfibrilleren PILLENCOCKTAILS: HARTVEROVEREND Aspecten van geneesmiddelen bij atriumfibrilleren INHOUD Presentatie (20-25 minuten) Inleiding Medicamenteuze behandeling atriumfibrilleren Geneesmiddelgroepen Bijwerkingen

Nadere informatie

Ik ben zo benauwd. Titia Klemmeier/Josien Bleeker

Ik ben zo benauwd. Titia Klemmeier/Josien Bleeker Ik ben zo benauwd Titia Klemmeier/Josien Bleeker dyspneu ademnood kortademigheid benauwdheid Bemoeilijkte ademhaling Programma Inventarisatie leerdoelen Kennis over de praktijk? Alarmsymptomen Achtergrond

Nadere informatie

Sessie Electrofysiologie

Sessie Electrofysiologie Multidisciplinaire aanpak van de cardiale patie nt Sessie Electrofysiologie Dr Vanhuffel Christian Situatie Man, 68j Sociaal: Gepensioneerd Sportief, loopt nog frequent Geen ethyl abusus, occasioneel roker

Nadere informatie

Hypertensie. Huug van Duijn Spiegelavond 15 april 2013

Hypertensie. Huug van Duijn Spiegelavond 15 april 2013 Hypertensie Huug van Duijn Spiegelavond 15 april 2013 Waarom bloeddruk? Bloeddruk: niet te laag Bloeddruk: niet te hoog Het verband tussen bloeddruk en cardiovasculaire complicaties heeft als drempel

Nadere informatie

Samenvatting en Discussie

Samenvatting en Discussie 101 102 Pregnancy-related thrombosis and fetal loss in women with thrombophilia Samenvatting Zwangerschap en puerperium zijn onafhankelijke risicofactoren voor veneuze trombose. Veneuze trombose is een

Nadere informatie

De pathofysiologie van hartfalen

De pathofysiologie van hartfalen DE PATHOFYSIOLOGIE VAN HARTFALEN 11 De pathofysiologie van hartfalen Dr. S.A.J. van den Broek Samenvatting De huidige inzichten in de pathofysiologie van het syndroom hartfalen, die bijdraagt tot het uiteindelijk

Nadere informatie

Samenvatting. Reumatoïde artritis: biologicals en bot

Samenvatting. Reumatoïde artritis: biologicals en bot * Samenvatting Reumatoïde artritis: biologicals en bot Samenvatting In deel I van dit proefschrift worden resultaten gepresenteerd van onderzoek naar gegeneraliseerd botverlies (osteoporose) in patiënten

Nadere informatie

Samenvat ting en Conclusies

Samenvat ting en Conclusies Samenvat ting en Conclusies Samenvatting en Conclusies 125 SAMENVAT TING EN CONCLUSIES In dit proefschrift werd de invloed van viscerale obesitas en daarmee samenhangende metabole ontregelingen, en het

Nadere informatie

Inhoud. Redactie en auteurs 1. Voorwoord 3. 1 Inleiding, definitie en pathofysiologie 5 S.A.J. van den Broek. 2 Klinische begrippen 17 B.T.J.

Inhoud. Redactie en auteurs 1. Voorwoord 3. 1 Inleiding, definitie en pathofysiologie 5 S.A.J. van den Broek. 2 Klinische begrippen 17 B.T.J. Inhoud Redactie en auteurs 1 Voorwoord 3 1 Inleiding, definitie en pathofysiologie 5 S.A.J. van den Broek 2 Klinische begrippen 17 B.T.J. Meursing 3 De anamnese 23 B.T.J. Meursing 4 Het lichamelijk onderzoek

Nadere informatie

Cardiovasculaire medicatie: gezondheidswinst versus valrisico

Cardiovasculaire medicatie: gezondheidswinst versus valrisico Cardiovasculaire medicatie: gezondheidswinst versus valrisico Geeske Peeters Susan Tett Samantha Hollingworth Danijela Gnijdic Sarah Hilmer Annette Dobson Ruth Hubbard Richtlijn Acuut Coronair Syndroom

Nadere informatie

Voor langdurige behandeling: bewijs van cardiale valvulopathie als vastgesteld door middel van echocardiografie voorafgaand aan de behandeling.

Voor langdurige behandeling: bewijs van cardiale valvulopathie als vastgesteld door middel van echocardiografie voorafgaand aan de behandeling. RUBRIEKEN VAN DE SAMENVATTING VAN DE PRODUCTKENMERKEN VOOR CABERGOLINE BEVATTENDE PRODUCTEN 4.2 Dosering en wijze van toediening Beperking van de maximumdosis tot 3 mg/dag 4.3 Contra-indicaties Voor langdurige

Nadere informatie

Multidisciplinaire richtlijn. Chronisch hartfalen

Multidisciplinaire richtlijn. Chronisch hartfalen Multidisciplinaire richtlijn Chronisch hartfalen RICHTLIJN CHRONISCH HARTFALEN Colofon Multidisciplinaire richtlijn Chronisch hartfalen ISBN 90-76906-57-2 2002, Nederlandse Vereniging voor Cardiologie

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Preprocedurele serum waarden van acute-fase reagentia en de prognose na percutane coronaire interventie

Hoofdstuk 2: Preprocedurele serum waarden van acute-fase reagentia en de prognose na percutane coronaire interventie Samenvatting 111 CHAPTER 10 Ondanks verbeteringen in de techniek van percutane coronaire interventie (PCI), blijft restenose een belangrijk probleem. De reactie van de vaatwand op beschadiging speelt een

Nadere informatie

Obesitas op de recovery

Obesitas op de recovery Obesitas op de recovery Marlous Huijzer AIOS anesthesiologie UMC Utrecht Inzichten Toegenomen arbeid hart en longen Verhoogde kans metabool syndroom Verhoogde kans op DVT of longembolie Obesitas hypoventilatie

Nadere informatie

cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 2011

cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 2011 cijfers en feiten Hart- en vaatziekten bij vrouwen en mannen Uitgave van de Nederlandse Hartstichting februari 211 Sterfte bij vrouwen en mannen Hart- en vaatziekten zijn een belangrijke oorzaak van overlijden

Nadere informatie

Hoe wordt het normale hartritme tot stand gebracht?

Hoe wordt het normale hartritme tot stand gebracht? Boezemfibrilleren De cardioloog heeft vastgesteld dat u een ritmestoornis heeft of heeft gehad, die boezemfibrilleren, ofwel atriumfibrilleren wordt genoemd. In deze folder kunt u hierover meer lezen.

Nadere informatie

De huisarts, een bodyguard voor het falend hart.

De huisarts, een bodyguard voor het falend hart. De huisarts, een bodyguard voor het falend hart. Een hartfalenleidraad voor de huisarts. Astrid Waerenburgh & Liesbet Bruyninckx Promotor: Prof. Jo Goedhuys Co-promotor: Prof. Dr. Paul De Cort Opleiders:

Nadere informatie

Boezemfibrillerenbijeenkomst in het Martini Ziekenhuis. Vragen en antwoorden

Boezemfibrillerenbijeenkomst in het Martini Ziekenhuis. Vragen en antwoorden Boezemfibrillerenbijeenkomst in het Martini Ziekenhuis Vragen en antwoorden 05-11-2011 Vragen/Antwoorden n.a.v. Boezemfibrillerenbijeenkomst in het Martini Ziekenhuis Algemeen Wat is de rol van de omschakeling

Nadere informatie

Inspanningsgerelateerde hypertensie: geruststellend of onheilspellend? Dr. Joost H.W. Rutten Internist-vasculair geneeskundige

Inspanningsgerelateerde hypertensie: geruststellend of onheilspellend? Dr. Joost H.W. Rutten Internist-vasculair geneeskundige Inspanningsgerelateerde hypertensie: geruststellend of onheilspellend? Dr. Joost H.W. Rutten Internist-vasculair geneeskundige Overzicht Casussen inspanningsgerelateerde hypertensie Achtergrond Hoe en

Nadere informatie

Hartkloppingen plaatje Duodagen IJsselland Ziekenhuis 27-28/3/2014 J Wassing Cardioloog J Hordijk Huisarts Definitie van Hartkloppingen Is het gevoel van gewaarwording van je hartslag dat door patiënten

Nadere informatie

Duo avond 20 april 2015. Hartfalen van ziekte tot zorg, we hebben elkaar nodig

Duo avond 20 april 2015. Hartfalen van ziekte tot zorg, we hebben elkaar nodig Duo avond 20 april 2015 Hartfalen van ziekte tot zorg, we hebben elkaar nodig Doel hartfalenpolikliniek Intensieve begeleiding Instructie en begripsvorming Optitreren van medicatie Coördinatie van zorg

Nadere informatie

chronisch hartfalen Johan Van Cleemput, MD, PhD cardiologie UZL

chronisch hartfalen Johan Van Cleemput, MD, PhD cardiologie UZL chronisch hartfalen Johan Van Cleemput, MD, PhD cardiologie UZL echocardio 1. HFrEF versus HFpEF 2. etiologie 3. vullingstoestand HFrEF versus HFpEF (systolisch HF) HFrEF symptomen en tekens van HF + systolische

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 2

Samenvatting Hoofdstuk 2 CHAPTER 10 Nederlandse Samenvatting Samenvatting De aandoening diabetes mellitus wordt gekenmerkt door een chronisch verhoogd glucosegehalte in het bloed, oftewel hyperglykemie. Karakteriserend voor patiënten

Nadere informatie

Cardiopulmonale consequen1es van neurologische aandoeningen Eva Verweij Fellow IC

Cardiopulmonale consequen1es van neurologische aandoeningen Eva Verweij Fellow IC Cardiopulmonale consequen1es van neurologische aandoeningen Eva Verweij Fellow IC N.a.v. casus van jonge vrouw met blanco VG en SAB g 1, 20.00 uur Dag 2, 00.30 uur Echo cor (fellow): LVF lijkt redelijk

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Hoes AW, Voors AA, Rutten FH, Van Lieshout J, Janssen PGH, Walma EP.. Huisarts Wet 2010:53(7):368-89.

Inhoudsopgave. Hoes AW, Voors AA, Rutten FH, Van Lieshout J, Janssen PGH, Walma EP.. Huisarts Wet 2010:53(7):368-89. Page 1 of 47 NHG-Standaard M51 Inhoudsopgave INLEIDING ACHTERGRONDEN Epidemiologie Begrippen Oorzaken van hartfalen Prognose Comorbiditeit RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK Anamnese Lichamelijk onderzoek Aanvullend

Nadere informatie

Chronisch Hartfalen. Wat is chronisch hartfalen?

Chronisch Hartfalen. Wat is chronisch hartfalen? Chronisch Hartfalen Wat is chronisch hartfalen? Omschrijving Hartfalen Hartfalen is een aandoening van het hart waarbij het hart niet meer in staat is om voldoende bloed uit te pompen en rond te pompen.

Nadere informatie

Dagboek Hartfalen. Thoraxcentrum Dagboek hartfalen

Dagboek Hartfalen. Thoraxcentrum Dagboek hartfalen Dagboek Hartfalen Dit dagboek hartfalen heeft u gedownload op de website van het UMCG (www.umcg.nl). Het dagboek is zowel voor u als voor de betrokken hulpverleners een belangrijk hulpmiddel. Om ervoor

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting In dit proefschrift zijn de veranderingen in cellulaire functie en structuur in hartfalen met verschillende onderliggende oorzaken en fenotype bestudeerd. Dit om inzicht te krijgen

Nadere informatie

Chapter 12. Samenvatting

Chapter 12. Samenvatting Chapter 12 Samenvatting 223 Dit proefschrift beschrijft een aantal studies over myotone dystrofie type 1 (DM1). In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste bevindingen en conclusies

Nadere informatie

Bijlage III Wijzigingen van de samenvattingen van productkenmerken en bijsluiters.

Bijlage III Wijzigingen van de samenvattingen van productkenmerken en bijsluiters. Bijlage III Wijzigingen van de samenvattingen van productkenmerken en bijsluiters. Opmerking: deze wijzigingen van de samenvatting van de productkenmerken en de bijsluiter waren geldig ten tijde van het

Nadere informatie