Opstartlessen. Les 2. Wonen. Wat leert u in deze les? Veel succes! Een gesprek voeren over wonen. Zeggen hoe u woont.

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Opstartlessen. Les 2. Wonen. Wat leert u in deze les? Veel succes! Een gesprek voeren over wonen. Zeggen hoe u woont."

Transcriptie

1 Opstartlessen Les 2. Wonen Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over wonen. Zeggen hoe u woont. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag en DWI Amsterdam

2 HET GESPREK Opdracht 1. Lees het gesprek. U kunt het gesprek ook beluisteren via en HET GESPREK DEEL 1 Hassan en Karin wonen in dezelfde straat. Ze praten over hun huis. Op welk nummer woont Karin? Karin: Dag, ik zal me even voorstellen. Mijn naam is Karin Verstraten. Hassan: Hallo, ik ben Hassan Farah. Karin: Woont u al lang in deze straat? Hassan: Nee, we wonen hier pas kort. Sinds februari dit jaar. Karin: O, ik ook. Op welk huisnummer woont u? Hassan: Wij wonen op nummer 12. En u? Karin: Op nummer 21. Ik woon in dat huis daar.. Hassan: O, dan hebben we hetzelfde soort huis. Karin: Ja, dat klopt. Vindt u het een fijn huis? Hassan: Ja, het huis is prima. Het is alleen een beetje klein voor ons gezin. En u, hoe vindt u het? Karin: Nou, ik vind het een fijn huis. Maar ik woon alleen. Dus voor mij is het huis een beetje groot! 2

3 DE WOORDEN Opdracht 2. Lees de woorden. Zoek deze woorden op in het gesprek op pagina 2. Zet er een streep onder. U kunt de woorden ook beluisteren via zich voorstellen Als je je voorstelt, dan zeg je je naam. Voorbeeld: Zal ik me even voorstellen? Mijn naam is Karin. Karin Groot. lang Als je lang in een straat woont, dan woon je al veel jaren in de straat. Voorbeeld: Ik woon al heel lang in deze straat, al veertig jaar! kort Als je kort in een straat woont, dan woon je nog niet lang in de straat. Je woont er weinig jaren. Voorbeeld: De huizen in deze straat zijn nieuw. Alle mensen wonen nog maar kort in deze straat. het huisnummer Het huisnummer is het nummer van een huis. Het huisnummer staat bij de deur van een huis. Voorbeeld: Wat is jouw huisnummer? Ik woon op nummer 13. daar Daar is een woord om een plaats aan te wijzen. Voorbeeld: Waar woon jij? Ik woon daar, daar bij die boom. hetzelfde Als een kind Yusuf heet en een ander kind ook Yusuf heet, dan hebben zij dezelfde naam. Voorbeeld: Onze huizen hebben allebei vier kamers, een keuken en een badkamer, en allebei een rode deur. Ze zijn precies hetzelfde! fijn Een fijn huis is een huis dat goed is voor jou. Voorbeeld: We hebben vier kamers, een grote keuken en een grote tuin. Het is echt een fijn huis. prima Prima is helemaal goed. Voorbeeld: Mijn nieuwe huis is mooi en groot. Het is een prima huis! 3

4 het gezin Een gezin is vader, moeder en kinderen Voorbeeld: Ik kom uit een groot gezin: Ik heb vijf broers en drie zussen. een beetje Een beetje is niet veel. Als je een beetje moe bent, dan ben je niet heel erg moe. Voorbeeld: Als ik ziek ben wil ik alleen een beetje water drinken. klein Een klein huis heeft niet veel kamers. Voorbeeld: Het huis is erg klein. Het heeft één kleine kamer en een heel kleine keuken. groot Een groot huis is een huis met veel kamers. Je kunt met veel mensen in het huis wonen. Voorbeeld: Ons huis heeft vijf kamers en een grote keuken. Het is een groot huis. alleen Als je alleen woont, dan woon je niet met andere mensen in jouw huis. Voorbeeld: Ik vind het fijn om alleen te wonen. Ik kan altijd doen wat ik wil. Tip woorden leren Leer woorden die bij elkaar horen: bij familie hoort vader, moeder, kinderen. Bedenk bij ieder nieuw woord of u weet welke woorden bij dat woord horen. 4

5 VRAGEN BIJ HET GESPREK Opdracht 3. Is de zin goed of fout? Zet een kruisje Hassan woont al lang in de straat. Goed Fout Hassan woont op nummer Het huisnummer van Karin is Karin vindt haar huis een beetje klein Hassan vindt zijn huis een beetje klein. Het huisnummer Bekijk de antwoorden op p

6 HET GESPREK Opdracht 4. Lees het gesprek. U kunt het gesprek ook beluisteren via en HET GESPREK DEEL 2 Ayaan en Ahmed werken samen. Ze praten over hun huizen. In wat voor huis woont Ahmed? Ayaan: Ahmed: Ayaan: Ahmed: Ayaan: Ahmed: Ayaan: Ahmed: Ayaan: Ahmed: Ayaan: Hé Ahmed, waar woon jij? Ik woon hier in de buurt. In de Kerkstraat. De Kerkstraat? O ja, die ken ik wel. Leuke straat. En jij, waar woon jij? Ik woon in de Stationsbuurt, in de Spoorstraat. Heb je daar een groot huis? Nee, ik heb een klein appartement. En jij? Ik heb een grote woning, met mijn vrouw en kinderen. We hebben ook een tuin. O, wat leuk. Hoeveel kinderen hebben jullie? Drie. En jij? Woon jij alleen? Ja, ik woon nu alleen. Maar ik ga samenwonen. Hé Ahmed, waar woon jij? Hoi Ayaan, ik woon in de Kerstraat. En jij? 6

7 DE WOORDEN Opdracht 5. Lees de woorden. Zoek deze woorden op in het gesprek op pagina 5. Zet er een streep onder. U kunt de woorden ook beluisteren via hier Hier is een woord om een plaats aan te wijzen die dichtbij is. Voorbeeld: Waar woon jij? Ik woon hier, in dit huis. de buurt De buurt is een deel van een stad. Een buurt is een paar straten bij elkaar. Voorbeeld: In mijn buurt zijn veel winkels en ook een paar scholen. het appartement Een appartement is een deel van een groter huis. Voorbeeld: Ik woon in een appartement op drie hoog. Boven mij is ook een etage. de woning Een woning is een huis. Voorbeeld: Ik heb een groot huis met een tuin. Het is een heel fijne woning. de tuin Een tuin is een stukje land bij een huis. In een tuin kun je zitten, spelen en planten zetten. Voorbeeld: Mijn huis heeft een kleine tuin. Daar kunnen we lekker zitten. het kind Een kind is een klein mens. Een kind is nul tot achttien jaar. Voorbeeld: We hebben drie kinderen: een zoon van dertien en twee dochters: één van tien en één van vier. samenwonen Als je samenwoont, dan woon je met iemand in een huis. Je woont niet alleen. Voorbeeld: Mijn vriend en ik zoeken een huis want we willen gaan samenwonen. 7

8 VRAGEN BIJ HET GESPREK Opdracht In welke straat woont Ahmed? In de Kerkstraat. In de Spoorstraat. 2. In welke straat woont Ayaan? In de Kerkstraat. In de Spoorstraat. 3. In wat voor huis woont Ahmed? In een groot huis. In een klein huis. 4. In wat voor huis woont Ayaan? In een groot appartement. In een klein appartement. 5. Wie heeft er drie kinderen? Ahmed. Ayaan. Bekijk de antwoorden op p

9 SCHRIJVEN Opdracht 7. Samenvatting Schrijf in ongeveer vijf zinnen op waar het gesprek over gaat. Let op: schrijf dus alleen het belangrijkste op! Bekijk de antwoorden op p

10 OEFENING Opdracht 8. Het tegenovergestelde. Wat is precies het andere? Kijk naar het voorbeeld. Dik Mooi Vies Dun Lekker Lelijk Nu u! Trek lijntjes tussen woorden die het tegenovergestelde betekenen. Lang Kort Daar Klein Groot Alleen Samen Hier Bekijk de antwoorden op p

11 DE WOORDEN Opdracht 9. Schrijf de goede woorden in de cirkels. Kies uit: het huisnummer, de woning, de tuin, het kind, het gezin. Bekijk de antwoorden op p

12 SPREKEN Opdracht 10. Wat kunt u zeggen? Antwoord geven op vragen over wonen. Kijk naar de voorbeelden. Voorbeeld: Ik woon in Leiden. In welke stad woon jij? Ik woon in Den Haag. Ik woon in de Vinkstraat. In welke straat woon jij? Ik woon in de Kootwijkstraat. Praat nu hardop voor uzelf! Geef antwoord op de vragen. Ik woon in Leiden. In welke stad woon jij? Ik woon in de Vogelbuurt. In welke buurt woon jij? Ik woon in de Vinkstraat. In welke straat woon jij? Ik woon op nummer 10. Op welk nummer woon jij? Mijn huis is klein. Is jouw huis klein of groot? Mijn buurt is leuk. Is jouw buurt leuk of niet leuk? Ik woon boven. Woon jij boven of beneden? Ik woon samen. Woon jij samen of alleen? Een klein huis Een groot huis 12

13 OEFENING Opdracht 11. Een beetje Als iets niet heel erg veel is, dan is het een beetje. Kijk maar naar het voorbeeld. Voorbeeld: 1. Ik ben niet heel erg moe. Ik ben een beetje moe. Nu u! Wat is hetzelfde? Kruis het goede antwoord aan. 2. Ik ben niet heel erg klein. Ik ben maar klein. Ik ben een beetje klein. 3. Hij is heel groot. Hij is een beetje groot. Hij is erg groot. 4. Het appartement is niet heel fijn. Het appartement is leuk. Het appartement is een beetje fijn. 5. De buurt is niet heel leuk. De buurt is niet fijn. De buurt is een beetje leuk. 6. De tuin is niet groot. De tuin is niet lang. De tuin is een beetje klein. Hij is een beetje klein. Hij is groot! Bekijk de antwoorden op p

14 DE WOORDEN Opdracht 12. Trek lijntjes tussen de zinnen die hetzelfde zijn. Kijk naar het voorbeeld. De man is niet lang. Het is een fijn huis. Het is een prima huis Zij wonen niet alleen. Het appartement is niet groot. De man is kort. Hij stelt zich voor aan de juf. Hij zegt zijn naam tegen de juf. Zij wonen samen in de woning. Het appartement is klein. Het is een fijne buurt. De tuin is niet heel erg groot. De tuin is een beetje klein. Het is een prima buurt. Bekijk de antwoorden op p

15 DE WOORDEN Opdracht 13. Kies het goede antwoord. Zet een kruisje in het goede hokje. 1. Wij wonen samen in het appartement. de tuin. 2. Het huisnummer hangt op de woning. de buurt. 3. Zij stelt zich voor aan het kind. de woning. 4. Ik woon hier al heel alleen. lang. 5. Het kind hoort bij de woning. het gezin. Bekijk de antwoorden op p

16 SPREKEN Meepraten U kunt Meepraten beluisteren via Doe samen met uw taalvriend de spreekopdrachten. Lees samen. De een leest A, de ander B. Vraag uw taalvriend ook of u de woorden goed heeft uitgesproken. Opdracht 14. Lees samen met uw taalvriend. A: Waar woon jij? Waar woon jij? B: In Werkendam. In Werkendam. A: Waar woon je dan in Werkendam? Waar woon je dan in Werkendam? B: In de Schildersbuurt. In de Schildersbuurt. A: In welke straat? In welke straat? B: In de Vermeerstraat. In de Vermeerstraat. A: In welk huis? In welk huis? B: Hier in dit huis! Hier in dit huis! A: Op nummer 10? Op nummer 10? B: Ja, nummer 10! Ja, nummer 10! A: Wat een leuk huis! Wat een leuk huis! B: Dank je wel! Dank je wel! 16

17 LEZEN Opdracht 15. Lees. DE INFORMATIE. Wonen In Nederland vind je verschillende soorten woningen. In steden en dorpen zijn veel wijken met zogenaamde rijtjeshuizen. Dat zijn huizen die aan elkaar vast zijn gebouwd. Ze staan in een lange rij. Rijtjeshuizen hebben een achtertuin en soms ook een kleine voortuin. In de stad wonen veel mensen in een appartement, in een groter gebouw, bijvoorbeeld een flat. Daar wonen mensen op verschillende verdiepingen of etages. In de dorpen en in de dure buurten van de stad staan de villa s. Villa s zijn grote, vrijstaande huizen met veel groen eromheen. Er zijn huur- en koopwoningen. In Nederland woont de helft van de mensen in een koopwoning. In de grote steden zijn minder koopwoningen. Daar wonen de meeste mensen in een huurwoning.?? VRAAG VAN DE LES?? Noem drie verschillende soorten huizen. TIP VAN DE WEEK 1 In de krant staan altijd advertenties voor woningen. Veel mensen zoeken een woning en andere mensen willen juist hun huis verkopen. Kijk eens in de krant. Ziet u om welk soort huizen het gaat? En wat voor huis vindt u mooi? 17

18 TIP VAN DE WEEK 2 Op ETV kunt u meer informatie vinden over het huren van een woning in Nederland. Bekijk hiervoor de aflevering wonen van het programma Doe maar gewoon. PRAKTIJK Opdracht 16. Kijk in de praktijk. PRAKTIJKOPDRACHT De opdracht bij deze les is: Maak een praatje met uw buren over wonen. - In wat voor huis wonen uw buren? - Vraag aan de buren of ze al lang in de straat wonen. - Vraag aan de buren of ze het een prettig huis vinden. - Willen de buren gaan verhuizen? - Wat kan je nog meer vragen? Bedenk nog meer vragen en stel deze aan de buren. Probeer ook te bedenken wat je zelf zou antwoorden. De volgende les begint dus met een bespreking van de praktijkopdracht. GRAP VAN DE WEEK Een vies huis Dat huis is zo vies. Als je naar buiten gaat, dan moet je je voeten vegen! 18

19 HOE GAAT HET? Opdracht 17. Kent u de woorden? Kruis aan. Zich voorstellen Lang Kort Het huisnummer Daar Hetzelfde Fijn Prima Het gezin Een beetje Klein Groot Alleen Hier De buurt Het appartement De woning De tuin Het kind Samenwonen Kunt u ook een zin maken met de woorden? Opdracht 18. Kunt u het in het Nederlands? Deze les ging over wonen. U heeft geleerd om een gesprek te voeren over wonen. U heeft geleerd om te zeggen hoe u woont. En u? Kunt u nu een gesprek voeren over wonen? Kunt u nu zeggen hoe u woont. Kunt u dat nu goed? Of een beetje? Of nog niet zo goed? Schrijf het op. Zet een kruisje. Goed Gaat wel Niet zo goed... Ik kan een gesprek voeren over wonen. Ik kan zeggen hoe ik woon. 19

20 ANTWOORDBLAD Opdracht Fout, Hassan woont er pas sinds februari. 2. Goed. 3. Goed. 4. Fout, Karin vindt haar huis een beetje groot. 5. Goed. Opdracht In de Kerkstraat. 2. In de Spoorstraat. 3. In een groot huis. 4. In een klein appartement. 5. Ahmed. Opdracht 7. Samenvatting Let op! Dit is een samenvatting van het gesprek, hierin staan de belangrijkste dingen uit het gesprek. Uw zinnen kunnen anders zijn! Hassan en Karin maken kennis. Ze wonen in dezelfde straat. Hassan en Karin wonen allebei nog niet lang in deze straat. Ze wonen in dezelfde straat en in hetzelfde soort huis. Hassan vindt zijn huis te klein voor zijn gezin. Karin vindt haar huis een beetje te groot, zij woont alleen. Ahmed en Ayaan praten over hun huizen. Ayaan woont in een klein appartement. Ahmed woont in een grote woning, met een tuin. Ahmed heeft drie kinderen en woont samen met zijn gezin. Ayaan woont nu nog alleen, maar gaat samenwonen. Opdracht 8. Lang Kort Daar Klein Groot Alleen Samen Hier 20

21 Opdracht 9. Het gezin De woning De tuin Het kind Het huisnummer Opdracht Ik ben een beetje moe. 2. Ik ben een beetje klein. 3. Hij is een beetje groot. 4. Het appartement is een beetje fijn. 5. De buurt is een beetje leuk. 6. De tuin is een beetje klein. 21

22 Opdracht 12. De man is niet lang. Het is een fijn huis. Het is een prima huis Zij wonen niet alleen. Het appartement is niet groot. De man is kort. Hij stelt zich voor aan de juf. Hij zegt zijn naam tegen de juf. Zij wonen samen in de woning. Het appartement is klein. Het is een fijne buurt. De tuin is niet heel erg groot. De tuin is een beetje klein. Het is een prima buurt. Opdracht Het appartement 2. De woning 3. Het kind 4. Lang 5. Het gezin Vraag van de les: Appartement, rijtjeshuis, villa, flat, twee-onder-één-kap-woning, etage, eengezinswoning, vrijstaand huis, en nog meer! 22

23 II OEFENEN VOOR HET INBURGERINGEXAMEN Deze les over wonen past in het thema Wonen van KNS van het Inburgeringexamen. OEFENEN VOOR HET EXAMEN LUISTEREN Luister naar het gesprek van de les. Luister via en / of via Maak daarbij de vragen van opdracht 6 en maak de oefeningen van Station Nederlands. OEFENEN VOOR HET EXAMEN LEZEN Voor het examen Lezen kunt u oefenen met opdracht 13 uit deze les. Ook kunt u oefenen met de extra leesopdracht hieronder. Extra Opdracht 1. Lees de tekst en beantwoord de vragen. 1. Wie hebben dit bericht geschreven? a. Jan, Lia en Rentske Bakker. b. John, Ria en Linde Jansen 2. Waarom sturen zij dit bericht? a. Er is iemand jarig. b. Er is een kindje geboren. c. Ze hebben een nieuw huis. 3. In welke stad wonen John, Ria en Linde? a. In Rotterdam. b. In Amsterdam. c. In Utrecht 4. Wat is het huisnummer van John, Ria en Linde? a. 17. b c Wat is het adres van John, Ria en Linde? a AL Amsterdam b. bakkerstraat17. c. 23

24 Wij zijn verhuisd! Per 1 juli 2013 wonen wij in Amsterdam. Ons nieuwe adres is: Bakkerstraat AL Amsterdam Kom je een keer op bezoek? John, Ria en Linde Jansen 24

25 OEFENEN VOOR HET EXAMEN SCHRIJVEN Bespreek opdracht 7 uit deze les met uw taalvriend. Maak ook de schrijfopdracht hieronder. Extra Opdracht 2. SCHRIJFOPDRACHT Alle gegevens over waar je woont, vormen samen je adres. Bij het adres horen: - de straat - het huisnummer - de postcode - de plaats Om iemand een brief te sturen, moet je het adres van die persoon weten. Als je wilt bellen, heb je een telefoonnummer nodig. Als je een wilt sturen, heb je ook een adres nodig. Schrijf hieronder je eigen gegevens op: Mijn adres De straat en het huisnummer: De postcode en de plaats:.. Mijn telefoonnummer:. Mijn adres: OEFENEN VOOR HET EXAMEN SPREKEN Doe opdracht 10 en 14 uit deze les met uw taalvriend. OEFENEN VOOR HET EXAMEN KNS Kijk naar films van ETV Op de website ETV.nl vindt u films die gaan over wonen: 25

26 Heeft u goed gekeken naar het gesprek over wonen? Op het examen gaat het ook over wonen, het beschrijven van uw woning. Het is dus belangrijk om te kunnen praten over wonen: hoe ziet uw huis er uit? Bent u blij met uw huis? En om te weten wat je kunt vragen over wonen. Lees het gesprek nog eens en let op de situaties. Leer de zinnen. Extra Opdracht 3. Bekijk de film over wonen van U kunt t ook en geef antwoord op de vragen Waarom wil de man in het filmpje een ander huis? 2. Hoeveel kamers heeft de man in zijn huis? 3. Met hoeveel mensen woont de man? Extra Opdracht 4. Praat mee met het filmpje en luister naar het liedje. Extra Opdracht 5. Noem vijf verschillende kamers in het huis. 26

27 ANTWOORDBLAD OEFENEN VOOR HET INBURGERINGEXAMEN Extra Opdracht 1 1 a. Jan, Lia en Rentske Bakker. 2 c. Ze hebben een nieuw huis. 3 b. In Amsterdam. 4 a c. Extra Opdracht Waarom wil de man in het filmpje een ander huis? Zijn huis is te klein. 2. Hoeveel kamers heeft de man in zijn huis? Twee. Eén slaapkamer en één woonkamer. 3. Met hoeveel mensen woont de man? Met drie mensen. En ze krijgen binnenkort nog een kind. Dan wonen ze in het huis met vier mensen. Extra Opdracht 5. De badkamer De slaapkamer De woonkamer De keuken De zolderkamer Het toilet (het kleinste kamertje) Kijk voor meer informatie over het inburgeringexamen op: Oefen met de voorbeeldexamens. Beginnersles 42 van Station Nederlands gaat helemaal over het examen. 27

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten www.edusom.nl Opstartlessen Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over familie, vrienden en buurtgenoten. Antwoord geven op vragen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

Opstartlessen. Les 1. Kennismaken

Opstartlessen. Les 1. Kennismaken www.edusom.nl Opstartlessen Les 1. Kennismaken Wat leert u in deze les? Uzelf voorstellen Kennismaken Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag en DWI Amsterdam HET GESPREK

Nadere informatie

Thema In en om het huis.

Thema In en om het huis. http://www.edusom.nl Thema In en om het huis. Les 22. Een huis zoeken Wat leert u in deze les? Praten over uw huis Informatie over het vinden van een nieuwe woning Praten over wat afgelopen is Veel succes!

Nadere informatie

Lesbrief 8. Een taxi bellen

Lesbrief 8. Een taxi bellen www.edusom.nl Opstartlessen Lesbrief 8. Een taxi bellen Wat leert u in deze les? Een taxi bellen. Het tegenovergestelde van dingen zeggen. Zeggen wat u mooi vindt, of waar u gek op bent. Veel succes! Deze

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Les 2. De wachtkamer

Thema Gezondheid. Les 2. De wachtkamer http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 2. De wachtkamer Deze les gaat over praten in de wachtkamer. Een man, meneer Bashir, gaat naar de huisarts. Hij moet even wachten. Hij zit in de wachtkamer. Er

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Les 17. De kinderopvang

Thema Kinderen en school. Les 17. De kinderopvang www.edusom.nl Thema Kinderen en school. Les 17. De kinderopvang zoekt opvang voor haar kind. Ze belt naar een kinderdagverblijf. Is er een plaats vrij? Is de peuterspeelzaal misschien een oplossing? Gaat

Nadere informatie

Thema Op het werk. Les 15. Vrij vragen

Thema Op het werk. Les 15. Vrij vragen www.edusom.nl Thema Op het werk. Les 15. Vrij vragen Kofi is op het werk. Hij wil een dag vrij. Hij vraagt het aan de vrouw op het kantoor. Zou het Kofi lukken? Souad komt op kantoor. Zij wil ook een dag

Nadere informatie

Thema Op het werk. Les 12. De eerste werkdag

Thema Op het werk. Les 12. De eerste werkdag www.edusom.nl Thema Op het werk. Les 12. De eerste werkdag Deze les gaat over de eerste werkdag. Kofi gaat voor het eerst werken bij een snoepfabriek. Hij komt binnen en maakt kennis met de chef. De chef

Nadere informatie

Les 2. Naar het ziekenhuis.

Les 2. Naar het ziekenhuis. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 2. Naar het ziekenhuis. Wat leert u in deze les? De weg vragen. Om herhaling en verduidelijking vragen. Je naam spellen. Vragen stellen en beantwoorden. Veel succes!

Nadere informatie

Les 4. De fysiotherapeut.

Les 4. De fysiotherapeut. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 4. De fysiotherapeut. Inleiding Deze les gaat over praten met de fysiotherapeut. Een man, meneer Bashir, belt de fysiotherapeut. Hij maakt een afspraak. Hij zegt

Nadere informatie

Thema Gezondheid Beginnerslessen

Thema Gezondheid Beginnerslessen http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Beginnerslessen Les 1. Een afspraak maken Deze les gaat over een afspraak maken. Een afspraak met de dokter. U gaat naar de huisarts. Eerst moet u een afspraak maken.

Nadere informatie

Thema Kinderen en school.

Thema Kinderen en school. www.edusom.nl Thema Kinderen en school. Les 20. Op het schoolplein Taban brengt zijn dochter Ama naar school. Hij praat met een moeder van een ander kind op het schoolplein. De moeder heet Meryem. Waar

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Les 18. Voor het eerst naar school

Thema Kinderen en school. Les 18. Voor het eerst naar school Thema Kinderen en school. Les 18. Voor het eerst naar school Taban brengt zijn dochter Ama voor het eerst naar school. Hij praat met de juf. Ama is al op een peuterspeelzaal geweest. Is Ama verlegen? Wat

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Les 10. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken

Thema Op zoek naar werk. Les 10. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Les 10. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken Inleiding Maria heeft een sollicitatiegesprek met de manager. Deze les gaat over het tweede deel van het gesprek.

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Les 8. Praten en bellen over een baantje Inleiding Deze les gaat verder over het zoeken naar werk. De vrouw, Maria, gaat weer naar de winkel om over werk te

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Les 3. De huisarts

Thema Gezondheid. Les 3. De huisarts http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 3. De huisarts Inleiding Deze les gaat over praten bij de huisarts. Een man, meneer Bashir, is aan de beurt. Hij praat met de huisarts over zijn probleem. Wat

Nadere informatie

Lesbrief 40. Een nieuwe woning zoeken

Lesbrief 40. Een nieuwe woning zoeken http://www.edusom.nl Beginnerslessen Lesbrief 40. Een nieuwe woning zoeken Wat leert u in deze les? Waar u op kunt letten als u een nieuwe woning zoekt. Een gesprek voeren over een nieuwe woning. Uitdrukkingen!

Nadere informatie

Les 4. Naar de apotheek.

Les 4. Naar de apotheek. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 4. Naar de apotheek. Wat leert u in deze les? Waarschuwen. Een bijsluiter lezen. Informatie vragen en om hulp vragen. Wat u kunt zeggen als u iets niet weet of

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Les 9. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen

Thema Op zoek naar werk. Les 9. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk. Les 9. Het sollicitatiegesprek ntwoord geven op vragen Inleiding Maria heeft een afspraak met de manager voor een sollicitatiegesprek. Deze les gaat over het

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Les 5. De tandarts

Thema Gezondheid. Les 5. De tandarts http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 5. De tandarts Inleiding Deze les gaat over praten bij de tandarts. Meneer Bashir komt voor controle bij de tandarts. De tandarts kijkt of alle tanden en kiezen

Nadere informatie

Thema In en om het huis.

Thema In en om het huis. http://www.edusom.nl Thema In en om het huis. Les 23. Veilig verkeer Wat leert u in deze les? Hoe kinderen veilig kunnen spelen op straat Praten met de buren over de buurt en het verkeer Woorden met een

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer Deze les gaat over praten in de wachtkamer. Een man, meneer Wong, gaat naar de huisarts. Hij moet even wachten. Hij zit in de wachtkamer. Er zitten veel mensen.

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Spreekopdrachten thema 4 Wonen Spreekopdrachten thema 4 Wonen Opdracht 1 bij 4.1 ** Uitleg voor de docent: Op de volgende pagina vind je een blad met plaatjes. Knip de plaatjes uit en doe ze in een envelop. Geef elk tweetal een envelop.

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Les 7. Werk vragen in een winkel Inleiding Deze les gaat over het zoeken naar werk. Over hoe je een baan kunt vinden. In deze les gaat een vrouw, Maria, naar

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 15. Het functioneringsgesprek.

Thema Op het werk. Lesbrief 15. Het functioneringsgesprek. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 15. Het functioneringsgesprek. Wat leert u in deze les? Moeten en hoeven gebruiken. Vragen hoe het met uw kind gaat. Veel succes! Deze les is ontwikkeld

Nadere informatie

Les 5. Tijd & het weer

Les 5. Tijd & het weer www.edusom.nl Opstartlessen Les 5. Tijd & het weer Wat leert u in deze les? Praten over het weer. Praten over de tijd. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag en DWI Amsterdam

Nadere informatie

Les 33. Zwangerschap

Les 33. Zwangerschap http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 33. Zwangerschap Wat leert u in deze les? Informatie begrijpen over zwanger zijn. Zeggen dat u zwanger bent of dat u zich niet lekker voelt. Woorden die hetzelfde

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 12. In de pauze.

Thema Op het werk. Lesbrief 12. In de pauze. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 12. In de pauze. Wat leert u in deze les? Iemand gelijk geven. Nee zeggen. Uw mening geven. Van twee woorden één woord maken. Veel succes! Deze les is ontwikkeld

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht.

Thema Gezondheid. Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Lesbrief 33. In gesprek met de leerkracht. Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren met de leerkracht. Zinnen maken met omdat. Hulp vragen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. Naar het ziekenhuis.

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. Naar het ziekenhuis. Thema Gezondheid Lesbrief 2. Naar het ziekenhuis. Wat leert u in deze les? De weg vragen. Om herhaling en verduidelijking vragen. Je naam spellen. Vragen stellen en beantwoorden. Veel succes! 1 HET GESPREK

Nadere informatie

Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen

Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen www.edusom.nl Opstartlessen Les 4. Eten en drinken, boodschappen doen Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u iets lekker vindt of ergens van houdt. Praten over eten en drinken. Praten over boodschappen

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Les 21. Herhaling thema

Thema Kinderen en school. Les 21. Herhaling thema www.edusom.nl Thema Kinderen en school. Les 21. Herhaling thema Dit is een herhalingsles. U heeft vier gesprekken van ouders gelezen. U heeft in les 17, 18, 19 en 20 veel geleerd over kinderen en school.

Nadere informatie

Thema Kinderen en school

Thema Kinderen en school http://www.edusom.nl Thema Kinderen en school Lesbrief 18. Het 10-minutengesprek. Wat leert u in deze les? Vergelijkingen maken. Zeggen hoe vaak iets gebeurt. Verkleinwoordjes. Veel succes! Deze les is

Nadere informatie

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

Lesbrief 14. Naar personeelszaken. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 14. Naar personeelszaken. Wat leert u in deze les? Wanneer u zeggen en wanneer jij zeggen. Je mening geven en naar een mening vragen. De voltooide tijd gebruiken.

Nadere informatie

Les 34. Meedoen in het verpleeghuis

Les 34. Meedoen in het verpleeghuis http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 34. Meedoen in het verpleeghuis Wat leert u in deze les? Informatie over de activiteiten in het verpleeghuis begrijpen Van twee woorden één lang woord maken Vragen

Nadere informatie

Lesbrief 6. Gezondheid

Lesbrief 6. Gezondheid www.edusom.nl Opstartlessen Lesbrief 6. Gezondheid Wat leert u in deze les? Praten met de dokter. Zinnen maken. Zeggen dat iets niet zo is. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek www.edusom.nl Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek Taban gaat met zijn dochter voor het eerst naar de bibliotheek. Hij schrijft haar in bij de bibliotheek. Daarna laat Soumiya

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts Thema Gezondheid Lesbrief 5. De tandarts Inleiding Deze les gaat over praten bij de tandarts. Meneer Wong komt voor controle bij de tandarts. De tandarts kijkt of alle tanden en kiezen goed zijn. Wat leert

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 6. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 6. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 6. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen Inleiding heeft een afspraak met de manager voor een sollicitatiegesprek. Deze les gaat over het eerste deel van het

Nadere informatie

Lesbrief 35. AOW aanvragen.

Lesbrief 35. AOW aanvragen. http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Lesbrief 35. AOW aanvragen. Wat leert u in deze les? Informatie over AOW begrijpen. Uitleg vragen. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Lesbrief 8. Opbellen naar een bedrijf. Wat leert u in deze les? Een telefoongesprek naar een bedrijf begrijpen. Een gesprek over een advertentie begrijpen.

Nadere informatie

Beginnerslessen. Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen

Beginnerslessen. Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen Beginnerslessen Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen Wat leert u in deze les? Gesprekken over het inburgeringsexamen begrijpen. Welke examens bij het inburgeringsexamen horen. Waar u kunt oefenen met de

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten Kofi is op het werk. De chef geeft opdrachten: zij zegt wat Kofi moet doen. De eerste opdracht is de rommel opruimen. Kofi moet de vloer vegen. Het is weer netjes

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer Deze les gaat over praten in de wachtkamer. Meneer Bashir gaat naar de huisarts. Hij moet even wachten. Hij zit in de wachtkamer. Er zitten veel mensen. Ze praten.

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Les 30. Herhaling thema Wat leert u in deze les? De woorden uit les 27, 28 en 29. Informatie vragen bij een instelling. Veel succes! Deze

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel Inleiding Deze les gaat over het zoeken naar werk. Over hoe je een baan kunt vinden. In deze les gaat een vrouw, Maria, naar een winkel om

Nadere informatie

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 61 61 REGELS 1 Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 1 Ik woon met mijn gezin in een rijtjeshuis met vier slaapkamers. 2 De vijf appartementen in deze flat zijn heel klein. 3 Hij heeft een groot huis

Nadere informatie

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement 51 51 HOOFDSTUK 4 Te huur WOORDEN 1 1 Ik woon in een flat op de vierde.... a verdieping b appartement 2 Het is een rijtjeshuis met een grote woonkamer en drie.... a tuinen b slaapkamers 3 Mijn woonkamer

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Les 7. Naar het uitzendbureau.

Thema Op zoek naar werk. Les 7. Naar het uitzendbureau. http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Les 7. Naar het uitzendbureau. Wat leert u in deze les? Een gesprek bij het uitzendbureau begrijpen. Hoe je je kunt inschrijven bij het uitzendbureau. Wat u

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 3. De huisarts

Thema Gezondheid. Lesbrief 3. De huisarts Thema Gezondheid Lesbrief 3. De huisarts Inleiding Deze les gaat over praten bij de huisarts. Een man, meneer Wong, is aan de beurt. Hij praat met de huisarts over zijn probleem. Wat leert u in deze les?

Nadere informatie

Les 1. Bij de huisarts

Les 1. Bij de huisarts http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 1. Bij de huisarts Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren met de huisarts. Uw klachten beschrijven. Vragen stellen aan de huisarts. Vragen van de huisarts

Nadere informatie

Lesbrief 7. Leren & werken

Lesbrief 7. Leren & werken www.edusom.nl Opstartlessen Lesbrief 7. Leren & werken Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over leren en werken. Zeggen dat iets mooier of leuker is. Goede zinnen maken. Veel succes! Deze les is

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Lesbrief 10. Het eindgesprek. Wat leert u in deze les? Een eindgesprek voeren. Informatie vragen en geven. Het verschil tussen werk en vrijwilligerswerk. De

Nadere informatie

Les 35. Een nieuw paspoort

Les 35. Een nieuw paspoort http://www.edusom.nl Thema Het stadhuis Les 35. Een nieuw paspoort Wat leert u in deze les? Informatie over het aanvragen en verlengen van uw paspoort of identiteitskaart. Vragen stellen bij het loket.

Nadere informatie

Herhalingsles van het thema Op zoek naar werk

Herhalingsles van het thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Herhalingsles van het thema Op zoek naar werk Les 11. Herhaling Inleiding Deze les is een herhalingsles van de vier gesprekken van les 7 tot en met 10. Wat leert u in deze les? Vragen

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Lesbrief 11. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? De woorden uit les 7, 8, 9 en 10. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag

Nadere informatie

Thema Op het werk. Les 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? Veel succes! www.edusom.nl

Thema Op het werk. Les 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? Veel succes! www.edusom.nl www.edusom.nl Thema Op het werk. Les 16. Herhaling thema Dit is een herhalingsles. U heeft vier gesprekken van Kofi gelezen. In deze gesprekken was Kofi op zijn werk. U heeft in les 12, 13, 14 en 15 veel

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken

Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken Deze les gaat over een afspraak maken. Een afspraak met de dokter. U gaat naar de huisarts. Eerst moet u een afspraak maken. U praat met de assistente.

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein brengt zijn dochter Ama naar school. Hij praat met een moeder van een ander kind op het schoolplein. De moeder heet. Waar werkt? Wat leert u in

Nadere informatie

Thema Op het werk. Demet TV. Lesbrief 8. De eerste werkdag

Thema Op het werk. Demet TV. Lesbrief 8. De eerste werkdag Thema Op het werk. Demet TV Lesbrief 8. De eerste werkdag Deze les gaat over de eerste werkdag. gaat voor het eerst werken bij een snoepfabriek. Hij komt binnen en maakt kennis met de chef. De chef vertelt

Nadere informatie

Lesbrief 41. Verhuizen

Lesbrief 41. Verhuizen http://www.edusom.nl Beginnerslessen Lesbrief 41. Verhuizen Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over verhuizen. Zinnen maken met: als dan. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 9. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 9. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 9. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen Inleiding heeft een afspraak met de manager voor een sollicitatiegesprek. Deze les gaat over het eerste deel van het

Nadere informatie

Thema In en om het huis

Thema In en om het huis http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Les 24. Boodschappen doen in de supermarkt Wat leert u in deze les? Welke zinnen en woorden u kunt gebruiken tijdens het boodschappen doen. Welke producten

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 7. Werk vragen in een winkel

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 7. Werk vragen in een winkel Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 7. Werk vragen in een winkel Inleiding Deze les gaat over het zoeken naar werk. Over hoe je een baan kunt vinden. In deze les gaat een vrouw, Maria, naar een winkel om

Nadere informatie

Opstartlessen. Lesbrief 9. Muziek. Wat leert u in deze les? Veel succes! www.edusom.nl

Opstartlessen. Lesbrief 9. Muziek. Wat leert u in deze les? Veel succes! www.edusom.nl www.edusom.nl Opstartlessen Lesbrief 9. Muziek Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u iets mooi vindt. Een gesprek voeren over muziek. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente

Nadere informatie

Thema In en om het huis

Thema In en om het huis http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Les 26. Herhaling thema Wat leert u in deze les? De woorden uit les 22, 23, 24 en 25 Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Demet TV. Lesbrief 9. De kinderopvang

Thema Kinderen en school. Demet TV. Lesbrief 9. De kinderopvang Thema Kinderen en school. Demet TV Lesbrief 9. De kinderopvang zoekt opvang voor haar kind. belt naar een kinderdagverblijf. Is er plaats? Is de peuterspeelzaal misschien een oplossing? Gaat inschrijven

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje Thema Op zoek naar werk Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje Inleiding Deze les gaat verder over het zoeken naar werk. De vrouw,, gaat weer naar de winkel om over werk te praten. Ze wil de manager

Nadere informatie

1. Luisteren. 2. Luisteren

1. Luisteren. 2. Luisteren 1. Luisteren Lees eerst de zinnen 1 t/m 5. 1. Maria komt uit het zuiden van Brazilië. 2. Maria heeft twee zussen en een broer. 3. De vriendin van Maria heet Jaap. 4. Den Haag ligt in de provincie Zuid-Holland.

Nadere informatie

Pluslessen. Les 42. Contact met elkaar. Wat leert u in deze les? Succes! 0 Een praatje beginnen met onbekenden.

Pluslessen. Les 42. Contact met elkaar. Wat leert u in deze les? Succes!  0 Een praatje beginnen met onbekenden. http://www.edusom.nl Pluslessen Les 42. Contact met elkaar Wat leert u in deze les? 0 Een praatje beginnen met onbekenden. 0 Praten over uw persoonlijke situatie. 0 Vriendelijk zeggen wat iemand moet doen.

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema.

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema. http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? De woorden van les 12, 13, 14 en 15. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag

Nadere informatie

Lesbrief 38. Aangifte doen van geboorte

Lesbrief 38. Aangifte doen van geboorte http://www.edusom.nl Beginnerslessen Lesbrief 38. Aangifte doen van geboorte Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u aangifte gaat doen van een geboorte. Woorden van bezit. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

Thema Kinderen en school

Thema Kinderen en school http://www.edusom.nl Thema Kinderen en school Lesbrief 20. Het adviesgesprek. Wat leert u in deze les? Advies vragen. / woorden die hetzelfde betekenen. Advies geven. / woorden die hetzelfde betekenen.

Nadere informatie

Thema In en om het huis

Thema In en om het huis http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Lesbrief 24. Een wasmachine kopen. Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u een wasmachine wilt kopen. Zeggen hoe groot iets is. Vergelijkingen. Veel

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine? Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine? is op het werk. moet aan de machine werken. De chef vertelt eerst hoe de machine werkt. Dan werkt met de machine. De machine doet het niet. roept een

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts Thema Gezondheid Lesbrief 5. De tandarts Inleiding Deze les gaat over praten bij de tandarts. De man (meneer Onuso / Bashir) komt voor controle bij de tandarts. De tandarts kijkt of alle tanden en kiezen

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De huisarts

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De huisarts Thema Gezondheid Lesbrief 2. De huisarts Inleiding Deze les gaat over praten bij de huisarts. Een man, meneer Kaya, is aan de beurt. Hij praat met de huisarts over zijn probleem. Wat leert u in deze les?

Nadere informatie

Lesbrief 4. Naar de apotheek.

Lesbrief 4. Naar de apotheek. Thema Gezondheid Lesbrief 4. Naar de apotheek. Wat leert u in deze les? Waarschuwen. Een bijsluiter lezen. Informatie vragen en om hulp vragen. Wat u kunt zeggen als u iets niet weet of begrijpt. Veel

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Demet TV. Lesbrief 7. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken

Thema Op zoek naar werk. Demet TV. Lesbrief 7. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken Thema Op zoek naar werk. Demet TV Lesbrief 7. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken Inleiding Maria heeft een sollicitatiegesprek met de manager. Deze les gaat over het tweede deel van het gesprek. Maria

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek Taban gaat met zijn dochter voor het eerst naar de bibliotheek. Hij schrijft haar in bij de bibliotheek. Dan laat Soumiya aan Taban en Ama

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 18. Voor het eerst naar school

Thema Kinderen en school. Lesbrief 18. Voor het eerst naar school Thema Kinderen en school. Lesbrief 18. Voor het eerst naar school brengt zijn dochter Ama voor het eerst naar school. Hij praat met de juf. Ama is al op een peuterspeelzaal geweest. Is Ama verlegen? Wat

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Opdracht 2 bij 1.2 Vraag en antwoord. Cursist A: lees de vraag hardop. Cursist B: lees het antwoord hardop. Klaar? Dan leest cursist B de vragen. Cursist A Cursist

Nadere informatie

Thema In en om het huis

Thema In en om het huis http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Lesbrief 25. Een jurk ruilen. Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u een jurk gaat ruilen. Verleden tijd gebruiken. Vragen stellen. Veel succes! Deze

Nadere informatie

Melkweg. Een dak boven je hoofd. Lezen van Alfa A naar Alfa B. Wonen: Het huis

Melkweg. Een dak boven je hoofd. Lezen van Alfa A naar Alfa B. Wonen: Het huis Melkweg Lezen van Alfa A naar Alfa B Een dak boven je hoofd Wonen: Het huis Colofon Melkweg Lezen van Alfa A naar Alfa B: Een dak boven je hoofd, 2013 Auteurs: Merel Borgesius Kaatje Dalderop Willemijn

Nadere informatie

Thema Kinderen en school

Thema Kinderen en school http://www.edusom.nl Thema Kinderen en school Lesbrief 19. Lid worden van een club. Wat leert u in deze les? Hoe u lid kunt worden van een club. Vragen beantwoorden. Zeggen hoe vaak iets gebeurt. De toekomende

Nadere informatie

Actielessen. Lesbrief 1. Nederlands leren. Wat leert u in deze les? Veel succes!

Actielessen. Lesbrief 1. Nederlands leren. Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl Actielessen Lesbrief 1. Nederlands leren Wat leert u in deze les? Op welke manieren je Nederlands kunt leren. Zinnen met als. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Les 28. Geld lenen Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren met een bank over geld lenen. Woorden en zinnen gebruiken die gaan over het

Nadere informatie

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af. Intro Met de docent Wat ga je doen in dit hoofdstuk? 1 Herhalen: je gaat herhalen wat je hebt geleerd in hoofdstuk 7, 8 en 9. 2 Toepassen: je gaat wat je hebt geleerd gebruiken in een situatie over werk.

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk http://www.edusom.nl Thema Op zoek naar werk Lesbrief 9. Het sollicitatiegesprek. Wat leert u in deze les? Een sollicitatiegesprek voeren. De voltooide tijd gebruiken. Vragen naar interesse stellen en

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Lesbrief 27. De vakopleiding. Wat leert u in deze les? Praten over het verleden, het heden en de toekomst. Een gesprek voeren met de studieadviseur.

Nadere informatie

Lesbrief 1. Bij de huisarts

Lesbrief 1. Bij de huisarts Thema Gezondheid Lesbrief 1. Bij de huisarts Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren met de huisarts. Uw klachten beschrijven. Vragen stellen aan de huisarts. Vragen van de huisarts beantwoorden. Veel

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Lesbrief 28. De belastingaanslag. Wat leert u in deze les? Informatie over uw inkomsten begrijpen. Informatie over uw uitgaven begrijpen.

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 3. Bij de specialist.

Thema Gezondheid. Lesbrief 3. Bij de specialist. Thema Gezondheid Lesbrief 3. ij de specialist. Wat leert u in deze les? Een omschrijving geven. Een gesprek voeren met de specialist. dvies vragen. Iets afraden. Veel succes! Deze lesbrief is ontwikkeld

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken

Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken Deze les gaat over een afspraak maken. Een afspraak met de dokter. U gaat naar de huisarts. Eerst moet u een afspraak maken. U praat met de assistente.

Nadere informatie

Thema Op het werk. Lesbrief 12. De eerste werkdag

Thema Op het werk. Lesbrief 12. De eerste werkdag Thema Op het werk. Lesbrief 12. De eerste werkdag Deze les gaat over de eerste werkdag. gaat voor het eerst werken bij een snoepfabriek. Hij komt binnen en maakt kennis met de chef. De chef vertelt hem

Nadere informatie

Lesbrief 39. Vrije tijd en vakantie

Lesbrief 39. Vrije tijd en vakantie http://www.edusom.nl Beginnerslessen Lesbrief 39. Vrije tijd en vakantie Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over vakantie. Een gesprek voeren over vrije tijd. Een vakantiehuisje huren Informatie

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk Thema Op zoek naar werk Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje Inleiding Deze les gaat verder over het zoeken naar werk. De vrouw,, gaat weer naar de winkel om over werk te praten. Ze wil de manager

Nadere informatie

Melkweg. De deur op slot. Lezen van Alfa A naar Alfa B. Wonen: Veilig wonen

Melkweg. De deur op slot. Lezen van Alfa A naar Alfa B. Wonen: Veilig wonen Melkweg Lezen van Alfa A naar Alfa B De deur op slot Wonen: Veilig wonen Colofon Melkweg: De deur op slot, 2013 Auteurs: Merel Borgesius Kaatje Dalderop Willemijn Stockmann Dit katern is een uitgave van

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 10. Voor het eerst naar school

Thema Kinderen en school. Lesbrief 10. Voor het eerst naar school Thema Kinderen en school. Lesbrief 10. Voor het eerst naar school brengt zijn dochter Ama voor het eerst naar school. Hij praat met de juf. Ama is al op een peuterspeelzaal geweest. Is Ama verlegen? Wat

Nadere informatie

Mijn huis, mijn thuis

Mijn huis, mijn thuis Les 5: Mijn huis, mijn thuis (A-klas) Mijn huis, mijn thuis 1. Mijn huis Mijn naam is Ik ben jaar oud. Ik woon in Ik woon samen met... mensen. Heb je een broer? JA / NEE Heb je een zus? JA / NEE Mijn huis

Nadere informatie