Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Investeren in mensen Nr. 2 NOTA INHOUDSOPGAVE Blz. Inleiding Hoofdlijnen van de nota 1. Algemeen 1.1. Algemene aspecten van het landbouwonderwijsbeleid 1.2. OVO-drieluik: samenwerking onderwijsvoor lichting-onderzoek 1.3. Prognoses leerlingen, en studentenaantallen en de personele en materiële gevolgen 10 Landbouwonderwijs en arbeidsmarkt 16 Nieuwe aandachtspunten voor het landbouwonderwijs 18 Inspectie en onderwijsverzorging 21 Voortgezet onderwijs Algemeen 23 Lager agrarisch onderwijs 24 Middelbaar agrarisch onderwijs 26 Kort middelbaar agrarisch onderwijs 30 Leerlingwezen 31 Praktijkscholen 33 Hoger onderwijs 34 Algemeen 34 Hoger landbouwonderwijs 34 Hoger agrarisch onderwijs 36 Landbouwhogeschool 41 Landbouwlerarenopleidingen 44 Volwasseneneducatie 46 Algemeen 46 Cursusonderwijs 47 Deeltijd middelbaar agrarisch onderwijs 49 Deeltijd hoger landbouwonderwijs en post-hoger landbouwonderwijs 49 Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs. 1-2

2 5. Internationaal landbouwonderwijs Doelstellingen Huidige situatie Structurele versterking van het internationaal landbouwonderwijs Verbetering van de voorzieningen voor internationaal landbouwonderwijs 54 Lijst van afkortingen 55 Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

3 Inleiding In januari 1983 heb ik de nota «Landbouwonderwijs - een inventariserende discussienota» (verder te noemen: nota Landbouwonderwijs) uitgebracht. Het doel van deze nota was: - informatie te geven over het landbouwonderwijs en de daarin te verwachten ontwikkelingen, dit tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in de landbouw in ruime zin en van ontwikkelingen in het Nederlandse onderwijs in het algemeen; - aangeven hoe het beleid op deze ontwikkelingen inspeelt; - op deze wijze een discussie te stimuleren, die zou kunnen bijdragen aan de verdere ontwikkeling van het landbouwonderwijs. De nota Landbouwonderwijs heeft aan deze doelstelling voldaan. In het onderwijsveld, het bedrijfsleven en een groot aantal advies- en overlegorganen is uitvoerig over de nota gediscussieerd. Tijdens de uitgebreide vergadering van de vaste Kamercommissie voor Landbouw over het landbouwonderwijs op 23 januari heb ik toegezegd een uitwerking en concretisering te geven van een aantal aandachtspunten uit de nota, mede naar aanleiding van de reacties uit de genoemde discussie. In «Investeren in mensen» is dit nu gedaan. Een aantal onderdelen van de nota Landbouwonderwijs is geactualiseerd en de in die nota aangegeven lijnen worden, in zoverre dat mogelijk is, nu doorgetrokken en in sommige gevallen bijgesteld. Met deze geactualiseerde nota wordt, naast de Tweede Kamer, ook het onderwijsveld geïnformeerd over de ontwikkelingen in het landbouwonderwijs. De titel «Investeren in mensen» heeft een brede betekenis. Het landbouwonderwijs draagt bij aan de vorming van jonge mensen in brede zin. Regelmatige aanpassingen en veranderingen van het landbouwonderwijs zijn noodzakelijk om deze functie onder snel wisselende maatschappelijke omstandigheden te vervullen. Daarnaast heeft het investeren in mensen ook een meer zakelijke betekenis. Een belangrijk deel van het landbouwonderwijs is beroepsopleidend. Goed landbouwonderwijs voor de huidige en toekomstige werkers in de landbouw is noodzakelijk voor de verdere ontwikkeling van de sector landbouw in ruime zin! De in deze nota geschetste ontwikkelingen zullen er mijns inziens toe bijdragen dat het landbouwonderwijs ook de komende jaren in staat zal zijn de twee genoemde functies te vervullen. Hoofdlijnen van de nota In het eerste hoofdstuk van deze nota wordt ingegaan op een aantal ontwikkelingen in het landbouwonderwijs als geheel. In de daarop volgende vier hoofdstukken worden deze voor de afzonderlijke vormen van landbouwonderwijs behandeld. Daarbij komen in sommige gevallen reeds in het eerste hoofdstuk kort besproken onderwerpen opnieuw aan de orde, maar dan toegespitst op de betreffende vorm van onderwijs. Hoofdstuk 1 gaat onder andere over de positie van het landbouwonderwijs en de mogelijkheden die deze biedt voor intensieve relaties met het landbouwkundig onderzoek, de landbouwvoorlichting en het agrarische bedrijfsleven. Een versterking van deze relaties draagt bij aan een effectief beleid voor de agrarische sector in ruime zin en is een voorwaarde voor een levenskrachtig agrarisch beroepsonderwijs op de langere termijn. Goed overleg met alle bij het onderwijs betrokkenen is, zeker gezien de grote veranderingen, de komende jaren van groot belang. Recente prognoses van de ontwikkeling van de belangstelling voor het landbouwonderwijs wijzen uit dat in dit deel van het onderwijs de eerstkomende jaren met een verdere stijging van de aantallen leerlingen en 1 Tweede Kamer, , ucv 44. studenten rekening gehouden moet worden. Op de consequenties daarvan Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

4 voor het personele en materiële beleid wordt kort ingegaan. Er wordt een uiteenzetting gegeven over de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en enkele mogelijkheden deze te verbeteren. Dit is belangrijk om te voorkomen dat in de toekomst een aanmerkelijk deel van de afgestudeerden geen arbeidsplaats kan vinden. Vervolgens wordt ingegaan op nieuwe aandachtspunten voor het landbouwonderwijs, waaronder de kennisoverdracht inzake de informatica-toepassing. Ten slotte komen aan de orde de (vak)inspectie en de onderwijsverzorgingsinstellingen, die ook in de komende jaren een belangrijke rol zullen spelen bij de bewaking en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Hoofdstuk 2 handelt over het voortgezet (agrarisch) onderwijs. Aangegeven wordt hoe het lager en middelbaar agrarisch onderwijs inspelen op de te verwachten toekomstige veranderingen in de structuur van het voortgezet onderwijs. Voor het lager agrarisch onderwijs (LAO) zijn in dit verband de huidige ontwikkelingen naar verbreding van het onderwijs van groot belang. Tevens wordt aangegeven op welke wijze belangrijke verworvenheden van het LAO behouden kunnen blijven bij een eventuele geïntegreerde vorm van de eerste fase van het voortgezet onderwijs. Voor het middelbaar agrarisch onderwijs (MAO) is het beeld van het MAO nieuwe stijl belangrijk. Voorstellen hiervoor zijn neergelegd in een afzonderlijke nota, die in juli 1984 is uitgebracht. Aansluiting op de eerste fase van het voortgezet onderwijs en de vorming van agrarische onderwijscentra vormen de hoofdpunten. De eerste sectorale projecten kort middelbaar agrarisch onderwijs zijn kort geleden gestart. De ervaringen met deze en de in 1985 en 1986 te starten opleidingen zullen belangrijk zijn voor een eventuele verdere invoering, maar ook voor de definitieve vormgeving van het MAO nieuwe stijl. In het leerlingwezen staan de komende jaren de herstructurering van enkele opleidingen en de flexibilisering van de onderwijsprogramma's en examens centraal. Bij de praktijkscholen wordt met name ingegaan op de functie van de praktijkscholen voor het overig landbouwonderwijs. Hoofdstuk 3 beschrijft de ontwikkelingen in het hoger onderwijs en het beleid gericht op versterking van de samenhang en samenwerking tussen het hoger agrarisch onderwijs (HAO) en de Landbouwhogeschool (LH). Oogmerk daarvan is, dat één stelsel van hoger landbouwonderwijs (HAO en LH) gestalte krijgt. Maatregelen daartoe worden besproken. Voor het gehele hoger landbouwonderwijs geldt dat in toenemende mate aandacht wordt besteed aan de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. De operatie schaalvergroting, taakverdeling en concentratie (STC-operatie) zal ingrijpende gevolgen hebben voor het HAO. Het zogenaamde driesporenbeleid, waarin de nadruk ligt op de sectorale samenwerking, wordt in dit hoofdstuk nader toegelicht. De STC-operatie zal uiteindelijk moeten resulteren in een beperkt aantal krachtige HAO-instellingen, waaronder een vestiging in Wageningen. Intensieve samenwerking tussen de HAO-instellingen onderling, met de Landbouwhogeschool, de landbouwvoorlichting en het toegepast landbouwkundig onderzoek zal een belangrijke voorwaarde zijn voor de toekenning van nieuwe taken aan het HAO. Verder wordt onder andere ingegaan op de onderwijsontwikkeling in het HAO en de ontkoppeling van de MAO-HAO scholengemeenschappen. In de paragraaf over de Landbouwhogeschool wordt de nadere uitvoering van de Wet Twee-fasenstructuur besproken. Vooral de tweede fase opleiding tot onderzoeker (assistent in opleiding) neemt daarbij een belangrijke plaats in. De uitvoering van de operatie taakverdeling en concentratie leidt onder meer tot vergroting van de samenwerking met de instituten voor landbouwkundig onderzoek, andere instellingen van wetenschappelijk onderwijs en het HAO. Het onderzoekbeleid wordt verder in belangrijke mate gericht op de voorwaardelijke financiering. De wijziging van een deel van de wetgeving zal ook voor de LH niet zonder gevolgen blijven. Zowel in het HAO als bij de LH zal de internationale oriëntatie van het onderwijs worden bevorderd. Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

5 Het laatste onderdeel van dit hoofdstuk is gewijd aan de lerarenopleidingen. Hierbij ligt de eerstkomende jaren de nadruk op een verdere uitbouw van de lerarenopleidingen en de nascholing onder het bevoegd gezag van de Stichting tot Ontwikkeling van Agrarische Onderwijskunde en Scholing (STOAS), deels in nauwe samenwerking met de LH. Voor de opleiding van eerstegraads leraren zal de eindverantwoordelijkheid bij de LH komen te liggen. De volwasseneneducatie, besproken in hoofdstuk 4, heeft zich binnen het landbouwonderwijs vooral in de vorm van het cursusonderwijs ontwikkeld. De komende jaren zal de lopende herstructurering van het cursusonderwijs verder worden uitgewerkt. Daarbij zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan de coördinatie en de samenwerking met de landbouwvoorlichting. Het deeltijd MAO is op experimentele basis met ingang van het cursusjaar 1984/1985 met enkele vestigingen uitgebreid. Vooralsnog zal bij de verdere uitbreiding terughoudendheid betracht worden. In de experimenten wordt ook de mogelijkheid nagegaan van het behalen van een MAO-diploma op basis van een certificatensysteem. Verder wordt ingegaan op het onderzoek naar mogelijkheden van deeltijdopleidingen voor hoger landbouwonderwijs, waar mogelijk en wenselijk in samenwerking met de Open Universiteit, en de uitbouw van het post-academisch onderwijs tot post-hoger landbouwonderwijs. Hoofdstuk 5 gaat nader in op het internationaal landbouwonderwijs. Het internationaal landbouwonderwijs kan zowel voor de ontwikkelingssamenwerking als voor de economische samenwerking een belangrijke functie vervullen. Het beleid voor de komende jaren zal verder worden uitgewerkt, zodra een aantal ontwikkelingen op dit terrein voldoende zijn uitgekristalliseerd. 1. ALGEMEEN 1.1. Algemene aspecten van het landbouwonderwijsbeleid Het onderwijs is sterk in beweging. Zowel voor het voortgezet als het hoger onderwijs is nieuwe wet- en regelgeving in ontwikkeling, die tot min of meer ingrijpende wijzigingen van de onderwijsstructuur kan leiden. Het landbouwonderwijs heeft een specifiek karakter. Binnen de nieuwe wet- en regelgeving zal hiervoor ruimte moeten zijn. Een uitgangspunt hierbij is wel dat het landbouwonderwijs zich in de toekomst niet isoleert van het overig onderwijs. Dit zou in strijd zijn met het de afgelopen decennia gevoerde beleid en zeker op den duur voor het landbouwonderwijs nadelig uitwerken. Het landbouwonderwijs is, zoals ook omschreven in de nota Landbouwonderwijs, gericht op de landbouw in de brede betekenis van het woord. Doordat ik in belangrijke mate verantwoordelijk ben voor dit deel van het onderwijs kan er een zekere integratie met en afstemming op andere onderdelen en instrumenten van het landbouwbeleid plaatsvinden. De mogelijkheden voor de ontwikkeling van het landbouwonderwijs zelf, die voortvloeien uit het samenhangende beleidsinstrumentarium, ondervinden een brede erkenning. Mijn streven is er op gericht deze mogelijkheden in stand te houden en naar vermogen te versterken. Daarbij denk ik onder meer aan een mogelijke intensivering van de samenwerking tussen onderwijs, voorlichting en onderzoek. In 1.2 wordt daarop ingegaan. In dit verband is het van groot belang dat het landbouwonderwijsbeleid zijn nauwe afstemming met het sectorbeleid voor de landbouw in ruime zin behoudt. Het bedrijfsleven speelt daarin een grote rol en mede daarom is een intensief contact met het agrarisch bedrijfsleven gewenst en noodzakelijk, alsmede contacten met organisaties op het gebied van natuur en milieu. Voor het landbouwonderwijs betekent dit ook dat er in toenemende mate aandacht nodig is voor de relatie tussen het landbouwonderwijs en Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

6 de arbeidsmarkt binnen de landbouwsector in ruime zin (zie 1.4). Hierbij is het overleg met onder andere de Onderwijscommissie van het Landbouwschap, de Commissie Onderwijs Siergewassen en de Contactgroep Onderwijsaangelegenheden van de Commissie van de Nederlandse Voedings- en Agrarische Industrie (VAI) van de VNO en het NCW belangrijk. De mogelijke veranderingen in de vormgeving van de eerste fase van het voortgezet onderwijs kunnen op de langere termijn gevolgen hebben voor het lagere agrarisch onderwijs. In elk geval zal ik er naar streven de verworvenheden van het lager agrarisch onderwijs te behouden (zie 2.2). Het landbouwonderwijs in de tweede fase van het voortgezet onderwijs zal versterkt worden door de ontwikkeling van agrarische onderwijscentra (zie 2.3). De operatie schaalvergroting, taakverdeling, concentratie (STC-operatie) in het hoger beroepsonderwijs zal voor het hoger agrarisch onderwijs moeten leiden tot, ook op de langere termijn, levensvatbare, krachtige HAO-instellingen, deels toegerust tot nieuwe taken (zie 3.3). De samenhang met en samenwerking tussen de instellingen van het hoger agrarisch onderwijs en de Landbouwhogeschool zullen bevorderd worden (zie 3.2). Deze ontwikkelingen, die zich deels op de langere termijn zullen voordoen, maken te zamen met de daarvoor genoemde ontwikkelingen ook voor de toekomst een krachtig landbouwonderwijs mogelijk. Het zal duidelijk zijn dat de grote veranderingen die in het landbouwonderwijs plaatsvinden het onderwijsveld niet onberoerd laten. Er bereiken mij regelmatig signalen dat vooral de onzekerheid over een aantal toekomstige ontwikkelingen met name bij de werkers in het onderwijs onrust teweeg brengt. Dit wordt nog versterkt doordat een aantal bestaande knelpunten in het onderwijs, waaronder bij voorbeeld de huisvesting, vanwege de beperkte budgettaire ruimte onvoldoende (snel) opgelost kunnen worden. Goed en intensief overleg kan oplossingen dichterbij brengen en mogelijk enige onrust en onbehagen wegnemen. Ik hecht dan ook groot belang aan het gestructureerde overleg, dat zonodig nog kan worden geïntensiveerd. Voor het overleg over onderwijskundige aspecten zal gezien de te verwachten ontwikkelingen onder andere het overleg met de stuurgroepen LBOL (lager beroepsonderwijs landbouw) en MABO (middelbaar agrarisch beroepsonderwijs) belangrijk zijn. Ook de advisering van de Adviesgroep Projecten Voortgezet Onderwijs II over de projecten in de tweede fase van het voortgezet agrarisch onderwijs stel ik op prijs. Over de rechtspositionele gevolgen van de toekomstige herstructureringen in het landbouwonderwijs zal een tijdig en intensief overleg met de onderwijsvakorganisaties gewenst zijn. Een goed overleg over bestuurlijke aspecten met onder meer de Onderwijscommissie van het Landbouwschap en in een aantal gevallen ook met afzonderlijke besturen van de bij de herstructurering betrokken scholen zal worden nagestreefd. Naast deze vormen van overleg zal ander overleg, zoals met de Landbouwhogeschool, het hoger agrarisch onderwijs, de verzorgingsinstellingen, de besturen van de praktijkscholen, de cursusorganen, etc, de komende jaren nadrukkelijk mijn aandacht hebben. Vanuit mijn positie als bevoegd gezag van de rijksscholen ben ik van mening dat er thans op zich geen aanleiding is de positie van deze scholen ter discussie te stellen. In het geval er in de komende jaren sprake zal zijn van herschikking en fusie van scholen kan de bestuursvorm van een daarbij betrokken rijksschool, evenals die van andere (bijzondere) scholen wel onderwerp van overleg zijn. Meer pluriforme bestuursvormen, waarin bij voorbeeld zowel het Rijk als de verschillende denominatieve richtingen vertegenwoordigd zijn, kunnen bij fusies of eventuele nieuwe vestigingen van agrarisch onderwijs overwogen worden. Hierbij zal uitvoerig en vanaf een vroeg stadium met alle betrokkenen overlegd worden. De budgettaire mogelijkheden zullen de komende jaren beperkt zijn. De ontwikkelingen in het landbouwonderwijs zullen daarom een budgettair neutraal karakter moeten hebben. Dit betekent, dat de realisatie van een aantal beleidsvoornemens slechts geleidelijk plaats zal kunnen vinden. Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

7 Daarbij zal de verdere ontwikkeling van het landbouwonderwijs zo weinig mogelijk belemmerd mogen worden. Voor de onderwijsgevenden in het lager, middelbaar en hoger agrarisch onderwijs is de herziening van de onderwijssalarisstructuur (HOS-akkoord) van groot belang. Het besluit hiertoe zal in de loop van 1985 van kracht worden. De feitelijke invoering zal in hoofdzaak met ingang van het cursusjaar 1985/1986 gerealiseerd worden OVO-drieluik: samenwerking onderwijs-voorlichting-onderzoek Het grote belang dat ik hecht aan een intensieve samenwerking tussen landbouwonderwijs, landbouwvoorlichting en landbouwkundig onderzoek heb ik in het verleden bij herhaling benadrukt, onder andere in de nota Landbouwonderwijs en tijdens de uitgebreide vergadering van de Vaste Kamercommissie voor Landbouw op 23 januari Ter versterking van die samenwerking wordt voor zover het de departementale beleidsvoorbereiding betreft, het overleg tussen de directies Landbouwonderwijs, Landbouwkundig Onderzoek, Akker- en Tuinbouw en Veehouderij en Zuivel geïntensiveerd. Beleid waarbij meer directies betrokken zijn, zal vanaf een zo vroeg mogelijk stadium door de medewerkers van deze directies gezamenlijk ontwikkeld worden. Deze samenwerking beperkt zich niet tot de zogenaamde OVO-directies, maar geldt op een aantal terreinen ook andere directies zoals bij voorbeeld de directie Ontwikkelingssamenwerking Landbouw en de directie Natuur, Milieu en Faunabeheer. Zo worden samen met de laatstgenoemde directie de mogelijkheden bekeken bij vernieuwing van onderwijsprogramma's aspecten van natuur, milieu en faunabeheer daarin op te nemen. Voor de OVO-samenwerking op provinciaal niveau is de onlangs gerealiseerde herstructurering van het apparaat van het ministerie in de provincie van belang. In de nieuwe structuur zullen de directeuren Landbouw en Voedselvoorziening in de provincies beter in staat zijn OVO-elementen in het beleid op dat niveau te coördineren. Voor het landbouwonderwijs betreft dat in hoofdzaak het mede betrokken zijn bij de coördinatie van het cursusonderwijs. Bij de scholing en vorming van volwassenen in de agrarische sector zal de komende jaren de nadruk liggen op de gezamenlijke zorg die het landbouwonderwijs, de landbouwvoorlichting en het landbouwkundig onderzoek hiervoor hebben. Over de daarbij optredende knelpunten is kortgeleden een ambtelijke notitie verschenen. Een van de aanbevelingen uit deze notitie is dat de samenhang tussen het agrarisch cursusonderwijs en met name de groepsvoorlichting bevorderd zal moeten worden. Dit kan door een regelmatige inhoudelijke afstemming en het wederzijds bijdragen aan eikaars activiteiten, waardoor de specifieke deskundigheden van zowel leerkrachten als voorlichters kunnen worden ingezet ten behoeve van beide beleidsinstrumenten. De mogelijkheden om de hierbij optredende rechtspositionele problemen op te lossen zullen worden onderzocht. De participatie van landbouwvoorlichters in het agrarisch cursusonderwijs kan de komende jaren in beperkte mate ten koste gaan van die in het (voortgezet) agrarisch dagonderwijs. In het hoger agrarisch onderwijs zullen na het in werking treden van de HBO-wet en de realisatie van de STC-operatie onder bepaalde voorwaarden aan instellingen extra taken worden toebedeeld, waaronder onderzoekstaken. Hierdoor zal de relatie tussen het HAO en met name het toegepaste onderzoek versterkt kunnen worden. Tevens zal getracht worden het aantal stages van HAO-studenten bij onderzoeksinstellingen uitte breiden. In de te vormen studierichtingscommissies zal naast het bedrijfsleven ook het onderzoek vertegenwoordigd zijn. De bestaande samenwerking van de Landbouwhogeschool met de instituten voor landbouwkundig onderzoek en proefstations zal, mede gestimuleerd door de operatie taakverdeling en concentratie in het wetenschappelijk onderwijs en de aanstelling van Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

8 assistenten in opleiding, de komende jaren nog worden versterkt. In het post-academisch onderwijs en het daaruit te ontwikkelen post-hoger landbouwonderwijs zullen het landbouwonderzoek en de landbouwvoorlichting een belangrijke inbreng hebben Prognoses leerlingen- en studentenaantallen en de personele en materiële gevolgen De toename van het aantal leerlingen en studenten de afgelopen jaren en de verwachte voortzetting daarvan de eerstkomende jaren zijn, naast de groeiende maatschappelijke belangstelling voor de landbouw en de natuur, onder meer een direct gevolg van het voortdurende onderwijsvernieuwingsproces in de verschillende opleidingen van het landbouwonderwijs. Het stijgend aantal leerlingen en studenten heeft belangrijke consequenties in het personele en materiële vlak, specifiek de huisvesting. Daarnaast is de ontwikkeling van het aantal leerlingen en studenten van groot belang voor het beleid met betrekking tot het aantal vestigingsplaatsen van de verschillende vormen van landbouwonderwijs, het beleid ten aanzien van de lerarenopleidingen, etc. In worden, uitgaande van ongewijzigd beleid, voor het lager, middelbaar en hoger agrarisch onderwijs en de Landbouwhogeschool de meest recente prognoses van de leerlingen- en studentenaantallen weergegeven, en geplaatst naar de omvang van de deelname aan het landbouwonderwijs op dit moment. Daarbij dient in ogenschouw genomen te worden dat door de onzekerheid van een aantal gehanteerde vooronderstellingen en door veranderingen in het beleid, waaronder het algemeen onderwijsbeleid, de feitelijke deelname aan het landbouwonderwijs kan afwijken van de hier opgenomen prognoses. In worden globaal de belangrijkste personele en materiële gevolgen van de te verwachten instroom van leerlingen en studenten geschetst. De consequenties voor andere ontwikkelingen in het landbouwonderwijs zijn zoveel mogelijk in de betreffende onderdelen van deze nota verwerkt Prognoses van de aantallen leerlingen en studenten in het landbouwonderwijs De hieronder beschreven prognoses zijn afkomstig van verschillende bronnen. De prognoses voor het lager en middelbaar agrarisch onderwijs zijn in mei 1984 in mijn opdracht opgesteld door het Instituut voor Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek KAS KI. De prognoses voor het hoger agrarisch onderwijs zijn verkregen uit de RHOBOS-prognoses 1983 (gegevens HBO 1983) en de prognoses voor de Landbouwhogeschool komen uit de WORSA-gegevens Voor het overig landbouwonderwijs zijn onvoldoende betrouwbare prognoses voorhanden. In alle gevallen blijken deze recente prognoses in min of meer aanzienlijke mate af te wijken van de in de nota Landbouwonderwijs opgenomen cijfers over de te verwachten ontwikkeling van het aantal leerlingen/studenten. Dit is voor mij een reden te overwegen een aantal prognoseberekeningen, specifiek voor het LAO en MAO, periodiek te herhalen. Lager agrarisch onderwijs De afgelopen jaren is er in het LAO sprake geweest van een sterke groei van het aantal leerlingen. Deze groei werd slechts in geringe mate veroorzaakt door de (tijdelijke) toename van de basisgeneratie, maar in hoofdzaak door de stijging van de relatieve deelname aan het LAO. Het deelnamepercentage (eerste leerjaar) steeg tussen 1979/1980 en 1983/1984 (categorale scholen) voor jongens van 3,5 naar 4,6 en voor meisjes van 1,1 naar 2,0. De omvang van de basisgeneratie waaruit de LAO-leerlingen afkomstig zijn neemt vanaf 1983 (12/13-jarigen) sterk af. Dit heeft voor het schooljaar 1984/1985 ook bij het LAO geleid tot een geringere Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

9 instroom in het eerste leerjaar ten opzichte van 1983/1984. Desondanks wordt verwacht dat het totale aantal leerlingen eerst vanaf 1986/1987 gaat dalen. Tabel 1. Het aantal leerlingen van het LAO op categorale scholen, respectievelijk in scholengemeenschappen, in het schooljaar 1983/1984 (feitelijk) en in 1984/1985 tot en met 1994/1995 (prognose)' Schooljaar Aantal leerl ingen LAO Totaal categoriale scholen scholengemeenschappen M V totaal M + V /' /' /' /' /' /' V /' Afgerond op tientallen.! Inclusief een berekend aantal leerlingen in het eerste en tweede leerjaar. 3 Het voorlopige leerlingenaantal per 1 september 1984 van t is iets lager dan de prognose. Bij de berekening is uitgegaan van ongewijzigd beleid ten aanzien van invoering verbrede vakrichtingen, toekenning ILO-afdelingen, etc. Een belangrijke vooronderstelling is dat de relatieve deelname van de basisgeneratie aan het LAO gelijk blijft aan die in Dit is een voorzichtig uitgangspunt, gelet op de ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Met de invloed van de ontwikkeling van een geïntegreerde vorm van voortgezet onderwijs op de langere termijn en de eventuele gevolgen van de HEF-V0- operatie is geen rekening gehouden. Bij deze prognoses dient in het oog gehouden te worden dat er sterke verschillen kunnen bestaan tussen de ontwikkeling in de regio's en tussen die in de steden en op het platteland. Voor het totale aantal leerlingen is de aanzienlijke tussentijdse instroom van groot belang. Er is vanuit gegaan dat het beeld van die tussentijdse instroom zich de komende jaren niet wijzigt. Een onderzoek naar de motieven voor de keuze voor het LAO van deze instromers en van de instromers van het eerste leerjaar is gewenst. De mogelijkheden daartoe worden onderzocht. Middelbaar agrarisch onderwijs Ook het MAO heeft de laatste tien jaar een zeer sterke groei doorgemaakt. De stijging van het aantal leerlingen in de laatste vijf jaar vond plaats bij een nagenoeg stabiele basisgeneratie, zodat die toename vrijwel geheel tot stand kwam door gestegen relatieve deelnamepercentages: tussen 1979/1980 en 1983/1984 steeg de deelname bij jongens van 3,3 tot 4,4 en bij meisjes van 0,54 tot 1,03. Naar de oorzaken van de sterk toegenomen belangstelling voor het middelbaar agrarisch onderwijs is evenmin als bij het LAO gericht onderzoek gedaan. Overigens heeft deze groei plaatsgevonden ondanks soms grote knelpunten in met name de huisvesting, met als gevolg dislokaties, nauwelijks adequate voorzieningen, etc. Bij de prognoseberekening is uitgegaan van een voortgezette stijging van het deelname-percentage voor het MAO tot en met 1988/1989: jongens 5,66; meisjes 1,63. Enkele argumenten daarvoor zijn: de algemeen toene- Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

10 mende belangstelling voor het MBO; het stijgende percentage doorstromers van LAO naar MAO; opheffing van knelpunten in voorzieningen die de afgelopen jaren remmend werkten; uitbreiding van het aantal afdelingen, onder andere voor levensmiddelentechnologie; geleidelijke vormgeving van het MAO nieuwe stijl. De prognoses zijn exclusief het KMAO, leerlingwezen, cursusonderwijs en het deeltijd MAO. Tabel 2. Het aantal leerlingen van het MAO in het schooljaar 1983/1984 (feitelijk) en 1984/1985 t/m 1994/1995 (prognose)' Schooljaar Aantal leerlingen MAO M V Totaal 1983/' /' ' 1985/' /' /' /' /' /' Afgerond op tien-tal len. 2 Het voorl spiye I eerlinyenaan tal per 1 septembei 1984 van is iets lager dan dt i prognose. De stijging van het aantal leerlingen gaat door tot en met 1988/1989. Daarna is een teruggang te verwachten tot het niveau van 1984/1985. Kort middelbaar agrarisch onderwijs Zoals elders in deze nota is aangegeven (2.4), zijn met ingang van het schooljaar 1984/1985 de eerste zes sectorale KMAO-projecten gestart. Dit zal in 1985/1986 en 1986/1987 waarschijnlijk gevolgd worden met telkens zes nieuwe projecten. Betrouwbare prognoses over het aantal leerlingen zijn voor deze periode niet te geven en zeker niet voor de jaren daarna. In de in juli 1984 uitgebrachte nota MAO nieuwe stijl is wel een raming opgenomen voor de schooljaren 1984/1985,1985/1986 en 1986/1987: 270, 670 en 1180 leerlingen (inclusief de twee intersectorale projecten). Het aantal leerlingen in de periode na 1986/1987 zal in sterke mate bepaald worden door het dan gevoerde invoeringsbeleid voor het KMAO. Leerlingwezen Het aantal leerlingen in het leerlingwezen voor de agrarische sector is de laatste jaren gestegen tot 6697 leerlingen in 1984/1985 (1983/1984: 6617; ind usief extraneï). Een aantal ontwikkelingen zal de deelname aan het leerlingwezen in de toekomst beïnvloeden. Zo kan een succesvol stimuleringsbeleid leiden tot een sterke groei van het aantal leerlingen. Aangezien dit beleid nog voor een belangrijk deel moet worden uitgewerkt is het nog moeilijk te voorspellen wat in de verschillende sectoren de resultaten van de stimuleringsmaatregelen zullen zijn. De verwachting is dat de sterkste groei is te realiseren in de sector levensmiddelentechnologie. In delen van de landbouw- en tuinbouwsector zal een grote uitbreiding vanwege de slechtere arbeidsmarktsituatie mogelijk moeilijker te verwezenlijken zijn. Het vervallen van de leeftijdsgrens van 27 jaar en een geringe uitbreiding van het aantal vakscholen leerlingwezen kunnen enige extra groei van het aantal leerlingen tot gevolg hebben. Daarentegen kan er van het volletijds KMAO, mede afhankelijk van het invoeringsbeleid, een geringe zuigkracht in tegengestelde richting uitgaan. Praktijkscholen Het aantal leerlingweken praktijkscholen is gestegen tot een aantal van in 1983/1984(1982/1983: 55150). De praktijkscholen kennen een Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

11 nagenoeg volledige capaciteitsbenutting. Toch kan er nog onvoldoende tegemoet gekomen worden aan de vraag naar vervolgonderwijs, met name de specialistische cursussen. De potentiële groei van het aantal leerlingweken is minstens zo groot als de in het reguliere onderwijs te verwachten groei, met name van het MAO en het HAO. Het streven is erop gericht voldoende faciliteiten beschikbaar te stellen om in ieder geval aan deze groeiende behoefte aan aanvullend onderwijs voor het reguliere onderwijs te kunnen voldoen. Dit zal dan zeker de eerstkomende vijf jaren leiden tot een stijging van het aantal leerlingweken en waarschijnlijk een lichte verschuiving van het vervolgonderwijs naar het reguliere onderwijs. Cursusonderwijs Het totale aantal (gesubsidieerde) cursussen is vrij stabiel, terwijl het aantal cursisten licht gestegen is tot in 1983/1984 (1982/1983: 15716). Voor deze vorm van onderwijs is het moeilijk prognoses voor de middellange termijn te geven. De lopende herstructurering en de toenemende behoefte aan vorming en (bij-)scholing van volwassenen kunnen leiden tot meer, deels korte cursussen en meer cursisten. De verdere vormgeving van het MAO nieuwe stijl, waarbij het cursusonderwijs een belangrijk onderdeel is van het agrarisch onderwijscentrum, zal dit bevorderen. Daarentegen kan de stijging van de cursusgelden een licht remmende werking hebben. Vooralsnog wordt voor de komende jaren uitgegaan van een lichte stijging van het totale aantal cursisten. Er wordt een verschuiving van de belangstelling van derdegraads naar tweedegraads cursussen voorzien. Hoger agrarisch onderwijs In het HAO is evenals in het LAO en MAO de relatieve deelname van studenten ten opzichte van de basispopulatie de afgelopen jaren toegenomen: van 2,0% (1979/1980) tot 2,4% (1954/1985). De gemiddelde groei van het aantal studenten was ongeveer 6% per jaar. Ook bij deze vorm van landbouwonderwijs is het onzeker of de stijging van het relatieve aandeel doorzet. De basisgeneratie neemt tot 1990 slechts in geringe mate in omvang af. Hieronder volgt de prognose uit de RHOBOS-gegevens van juli Aangezien de feitelijke aantallen studenten zowel in het studiejaar 1983/1984 als in 1984/1985 hier al van afwijken is tevens een geactualiseerde prognose opgenomen op basis van het voorlopige studentenaantal in het studiejaar 1984/1985 per 1 september Tabel 3. Het aantal studenten van het HAO in de studiejaren 1983/1984 t/m 1990/1991 (prognose)' Studiejaar Aantal studenten (totaal) 2 RHOBOS 1983 Geactualiseerd 1983/' /' " 1985/' /' /' /' /' ' Afgerond op 10-tallen. 2 Exclusief lerarenopleidingen, inclusief voorbereidend jaar. ' Feitelijk aantal studenten. 4 Voorlopig aantal studenten. Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

12 Bij beide prognoses is uitgegaan van ongewijzigd beleid. Met de consequenties van de STC-operatie, de instelling van nieuwe studierichtingen, etc. is dus geen rekening gehouden. Lerarenopleidingen Het aantal studenten dat een agrarische lerarenopleiding wil volgen, is in sterke mate afhankelijk van de behoefte aan leraren als gevolg van de ontwikkeling van de leerlingenaantallen in het (voortgezet) agrarisch onderwijs. Voor de derde- en tweede-graads dagopleidingen geldt dat studenten van het HAO de keuze voor de lerarenopleiding uit kunnen stellen tot na de Ing.I-fase. Aanvullend op de dagopleidingen worden part-time opleidingswegen geboden voor diverse categorieën docenten die reeds in het onderwijs werkzaam zijn. Als gevolg van de groei van het agrarisch onderwijs in de afgelopen jaren is het aantal part-time opleidingen sterk toegenomen. Gezien de wens in te spelen op de behoefte aan leraren, met name via part-time opleidingen, is het van belang de behoefte aan op te leiden leraren te schatten. In 3.5 wordt hier nader op ingegaan. Bij de Stichting tot Ontwikkeling van Agrarische Onderwijskunde en Scholing (lerarenopleidingen) waren in september 1984 de volgende aantallen studenten ingeschreven. Dagopleiding Part-time opleiding Totaal 3e-graads 2e graads Totaal De verwachting is gerechtvaardigd dat het aantal studenten zeker de eerstvolgende jaren nog verder zal stijgen. Landbouwhogeschool Het totaal aantal aan de Landbouwhogeschool ingeschreven studenten is tussen 1979/1980 en 1983/1984 gestegen van 5744 naar Het aantal eerstejaars ingeschrevenen daalde tegelijkertijd iets van 1203 in 1979/1980 tot 1157 in 1983/1984. Van deze eerstejaars ingeschrevenen steeg het percentage vrouwen van 29 in 1979/1980 naar 40 in 1983/1984. De onderstaande prognoses betreffen de WORSA-ramingen van april Tabel 4. Het totale aantal van de LH ingeschreven studenten en het aantal eerstejaars ingeschrevenen in de studiejaren 1983/1984 en 1984/1985 (feitelijk) en in 1985/1986 t/m 1994/1995 (prognose)' Studiejaar Eerstejaars Totaal ingeschrevenen ingeschrevenen 1983/' (461) 6575(2056) 1984/' /' /' /' /' / /' Afgerond op tientallen; prognose op ijasis overgangsraming. : Tussen haakjes aantal vrouwen. ' Voorlopige studentenaantallen per 15 oktober Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

13 De verwachting is dat de aantallen eerstejaars ingeschrevenen de komende vijf jaar licht zullen stijgen. Door de invoering van de tweefasenstructuur en de daarmee gepaard gaande kortere cursusen verblijfsduur voor de eerste fase zal het totaal aantal ingeschrevenen vanaf 1986/1987 gaan dalen Gevolgen van de groei van het aantal leerlingen en studenten in het landbouwonderwijs In het voorgaande is aangegeven dat de aantallen leerlingen en studenten de laatste jaren in alle sectoren van het agrarisch onderwijs voortdurend zijn toegenomen. De prognoses inzake het te verwachten aantal leerlingen en studenten in de eerstkomende jaren geven een toename van de belangstelling voor het landbouwonderwijs aan. Deze groei in de deelname aan het agrarisch onderwijs betekent in veel gevallen een toenemende druk op de scholen en de beschikbare voorzieningen. Het betekent tevens een druk op mijn beleid, met name ten aanzien van de materiële voorzieningen, waaronder de huisvesting. Hieronder wordt kort ingegaan op de personele en materiële gevolgen van de groei van het landbouwonderwijs. De Landbouwhogeschool blijft daarbij buiten beschouwing. Personele gevolgen De groei van de belangstelling voor het lager agrarisch onderwijs in de eerstkomende jaren heeft positieve gevolgen voor de werkgelegenheid in het LAO. Ondanks de recente verhoging van de gemiddelde groepsgrootte als gevolg van noodzakelijke bezuinigingen, zal de werkgelegenheid voor het onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel nog enige stijging vertonen. De beschikbaarheid van volledig bevoegd en bekwaam personeel op korte termijn geeft wel enige reden tot zorg. Er wordt naar gestreefd door middel van bijscholing via part-time opleidingen in dit tekort te voorzien. In het middelbaar agrarisch onderwijs zal het aantal leerlingen de komende vier jaar aanzienlijk toenemen. Uitgaande van deze prognoses en rekening houdend met de huidige groepsgrootte en leraarlessenformules stijgt hier de werkgelegenheid met enkele honderden arbeidsplaatsen. Mogelijk met uitzondering van enkele beroepsgerichte vakken zal het waarschijnlijk weinig problemen geven om in deze behoefte te voorzien. Het stimuleringsbeleid voor het leerlingwezen kan leiden tot een toenemende behoefte aan leraren-consulenten. In het cursusonderwijs zal de totale werkgelegenheid weinig veranderen. Het is echter nog onzeker of de nu bij het cursusonderwijs voorkomende knelpunten bij het aantrekken van bekwame leerkrachten snel opgelost kunnen worden. Voor de praktijkscholen wordt er naar gestreefd voldoende middelen beschikbaar te stellen om een uitbreiding van het aantal leerlingweken te kunnen realiseren, die overeenkomt met de toenemende behoefte aan praktijkschoolonderwijs in het reguliere dagonderwijs. Dit zal eveneens een uitbreiding van de formaties betekenen. Ondanks de verwachte groei van het aantal studenten in het hoger agrarisch onderwijs is het moeilijk te zeggen of de behoefte aan personeel de komende jaren zal toenemen. De op stapel staande herstructurering van onder meer de bekostiging zal namelijk naar verwachting leiden tot een andere docent student verhouding. Gevolgen voor de materiële voorzieningen en huisvesting De stijging van de voor materiële voorzieningen (exclusief huisvesting) beschikbare middelen heeft geen gelijke tred gehouden met de groei van het aantal leerlingen en studenten. Dit heeft onder andere bij het doorvoeren van enkele nieuwe onderwijskundige ontwikkelingen (bij voorbeeld de verbrede vakrichting) tot een fasering geleid. Er wordt gestreefd naar het Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

14 op peil brengen van het hiervoor beschikbare budget. Daarnaast kan voor bepaalde voorzieningen (bij voorbeeld voor het informatica-onderwijs) een zodanige prioriteit gesteld worden dat dit tijdelijk ten koste van de andere materiële voorzieningen gaat. De grootste knelpunten doen zich echter voor in de huisvesting. In de eerste jaren van de groei van het aantal leerlingen en studenten (vanaf 1972) kon nog gebruik worden gemaakt van bestaande ruimte binnen de scholen. Gaandeweg verdwenen echter deze mogelijkheden. De laatste jaren is door huur, het aanbrengen van tijdelijke (nood)voorzieningen en in een beperkt aantal gevallen door nieuwbouw voor een gedeelte in deze inmiddels structurele huisvestingsbehoefte voorzien. De prognoses van de leerlingen- en studentenaantallen geven aan dat de huisvestingsbehoefte de eerstkomende jaren nog verder stijgt, terwijl ook op de langere termijn die behoefte niet of nauwelijks zal dalen beneden het huidige niveau. Hoewel door deze ontwikkelingen meer structurele maatregelen voor zowel nieuwbouw en verbouw als voor huur wenselijk zouden zijn, laten de huidige financiële mogelijkheden een structurele verhoging van het daarvoor bestaande budget niet toe. Ik zal echter van jaar tot jaar bezien in hoeverre het mogelijk is het bouwbudget aan te passen aan de geconstateerde huisvestingsbehoefte. Een doelmatige aanwending van de beschikbare middelen kan voorkomen dat de huisvestingsproblematiek verder in omvang toeneemt. Daarnaast zal ik ernaar streven incidenteel enige extra middelen ter beschikking te stellen om de oplossing van een enkel zeer urgent huisvestingsprobleem te bespoedigen. De aangekondigde wijziging van artikel 100 WVO zal zeker ook enige mogelijkheden bieden om in plaatselijke situaties de tijdelijke huisvestingsnood op te vangen. Ook de huisvesting van de rijksscholen is onderwerp van aanhoudende zorg. In overleg met mijn ambtgenoot van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecrectaris van Onderwijs en Wetenschappen is besloten om enerzijds over te gaan tot vereenvoudiging en verduidelijking van de procedures bij de bouw van rijksscholen, terwijl anderzijds duidelijkheid is geschapen over de hoogte van het budget dat de komende jaren voor de huisvesting van de rijks agrarische scholen beschikbaar is. Daarmee kan een meer gelijkwaardige prioriteitsstelling van de rijks en bijzondere agrarische scholen betreffende de huisvesting worden gerealiseerd. In het lager agrarisch onderwijs zal de komende jaren enige vervangende nieuwbouw plaats kunnen vinden. In het middelbaar agrarisch onderwijs zal bij nieuwbouw ook zoveel mogelijk rekening gehouden worden met de te verwachten groei van het aantal leerlingen en de behoefte in de jaren negentig. Ook voor de praktijkscholen wordt ernaar gestreefd om, gelet op de groeiende belangstelling, te voorzien in adequate huisvesting. De oplossing van de huisvestingsproblemen in het hoger agrarisch onderwijs zal bezien worden in het kader van de STC-operatie. Tijdens de uitvoeringsfase van de STC-operatie kan inzet van enige extra middelen ten behoeve van huisvestingsvoorzieningen noodzakelijk zijn. Toch valt te voorzien dat een aantal knelpunten in de huisvesting van de agrarische scholen de eerstkomende jaren niet tot een oplossing gebracht zal kunnen worden Landbouwonderwijs en arbeidsmarkt In de nota Landbouwonderwijs is een onderscheid gemaakt tussen de vraag vanuit de arbeidsmarkt naar geschoolden met bepaalde kwalificaties - manpower demand - en de behoefte aan landbouwonderwijs bij de bevolking - social demand. Deze social demand kan en zal in een aantal gevallen groter zijn dan de manpower demand. Dit betekent dat als aan de sociale vraag naar onderwijs tegemoet gekomen wordt een deel van de afgestudeerden op dat moment mogelijk geen plaats zal vinden op de arbeidsmarkt, althans in het beroep waarvoor zij zijn opgeleid. Niettemin zal ook de komende jaren de opnamecapaciteit van het landbouwonderwijs Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

15 in beginsel afgestemd moeten zijn op de vraag naar onderwijs bij de bevolking, de social demand. Dit uitgangspunt geldt het sterkst voor het lager agrarisch onderwijs, waar in hoofdzaak sprake is van een oriëntatie op agrarische beroepenvelden en de leerlingen nog leerplichtig zijn. Bij de beoordeling van aanvragen voor nieuwe vestigingen of afdelingen voor middelbaar agrarisch onderwijs of nieuwe studierichtingen in het hoger agrarisch onderwijs ligt echter terughoudendheid voor de hand, indien de arbeidsmarkt onvoldoende plaatsingsmogelijkheden biedt voor afgestudeerden in die richting. De huidige werkloosheid onder de schoolverlaters uit het landbouwonderwijs (exclusief leerlingwezen en cursusonderwijs), steekt niet ongunstig af bij de gemiddelde werkloosheid onder schoolverlaters uit vergelijkbare vormen van onderwijs. De vraag kan gesteld worden of er op de langere termijn voor met name afgestudeerden uit het leerlingwezen, MAO (inclusief KMAO) en HAO voldoende plaatsingsmogelijkheden op de arbeidsmarkt zullen zijn, zeker gezien de nog groeiende aantallen leerlingen en studenten. Het antwoord daarop is dat landelijk gezien voor de sector als geheel ook op de langere termijn potentieel voldoende mogelijkheden voor arbeidsplaatsen zullen zijn voor de nog toenemende aantallen agrarisch opgeleiden. Het uitgangspunt daarbij is dat de agrarische ondernemers in de toekomst in overwegende mate een agrarische beroepsopleiding gevolgd zullen hebben en dat dit ook geldt voor een belangrijk deel van de overige werkers in de landbouw in ruime zin. Dit neemt overigens niet weg dat de werkgelegenheid in bepaalde sectoren (bij voorbeeld de groensector) wel degelijk zorgen baart. Voor de vraag vanuit de arbeidsmarkt, de manpower demand, is de aansluiting van de beroepsopleiding van de afgestudeerde leerling/student op de behoefte van het bedrijfsleven aan geschoolde arbeidskrachten met bepaalde kwalificaties van groot belang. Het bevorderen van deze aansluiting heeft een hoge prioriteit. Belangrijke elementen uit het beleid gericht op vermindering van de spanning tussen arbeidsmarktbehoeften enerzijds en sociale behoeften aan onderwijs anderzijds zijn: - Voortdurende bezinning op en bijstelling van onderwijsprogramma's. Voor het gehele landbouwonderwijs geldt, dat de invoering en de kennisoverdracht inzake de toepassing van de informatica een hoge prioriteit hebben. Door integratie van het informatica-onderwijs met de beroepsgerichte vakken zal zo goed mogelijk ingespeeld worden op het praktisch gebruik van de computer in het bedrijfsleven. In het MAO is overleg gaande over een herstructurering van de onderwijsprogramma's, om daardoor beter tegemoet te kunnen komen aan de aard van de landbouw in de eigen regio van de verschillende scholen. De groenvoorzieningsafdelingen (aanleg en onderhoud) van de middelbare tuinbouwscholen zullen naar verwachting met ingang van het studiejaar 1985/1986 inhoudelijk herzien worden. Dit geldt eveneens voor de vakrichting aanleg en onderhoud van het leerlingwezen. Deze herstructureringen worden in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven voorbereid. In overleg met de VAI zal bekeken worden of de onderwijsprogramma's op het gebied van de levensmiddelentechnologie eventueel aanpassing behoeven. In het HAO zal de komende jaren een bezinning op de inhoud van (afstudeer-)vakken en studierichtingen plaatsvinden. Een intensivering van de contacten tussen de vak- en werkgroepen voor het voortgezet en hoger agrarisch onderwijs en het bedrijfsleven zal worden gestimuleerd. Ook de LH besteedt veel aandacht aan de evaluatie en bijstelling van de huidige programma's, het opnemen van nieuwe ontwikkelingen in de oriëntaties en studieprogramma's en het opzetten van nieuwe studierichtingen. Zo zijn bij voorbeeld in het Ontwikkelingsplan de voornemens aangegeven voor nieuwe oriëntaties in internationale landbouwpolitiek en internationale betrekkingen en een nieuwe studierichting landbouwvoorlichting en agrarische onderwijskunde. Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

16 - Systematisch arbeidsmarkt" en loopbaanonderzoek. Voor het HAO en LH voeren de Stichting Maatschappelijke Plaats Wageningse Afgestudeerden (MPW) en Stichting Maatschappelijke Plaats Agrarische Ingenieurs (MPAI) al enige jaren dergelijk onderzoek uit. Dit zal in nauwe onderlinge samenwerking worden voortgezet. Voor het MAO is het voornemen een soortgelijk onderzoek uit te voeren, mogelijk in samenwerking met het Landbouw-Economisch Instituut. - Voorlichting. De mogelijkheden die de arbeidsmarkt na het afstuderen biedt, worden meer in de voorlichting aan leerlingen en studenten betrokken. Naarmate meer gegevens uit de verschillende arbeidsmarkt" en loopbaanonderzoeken beschikbaar komen is dit ook beter mogelijk. Voor het hoger landbouwonderwijs kan in dit verband de uitvoering van de voorstellen van de projectgroep voorlichting van de Stuurgroep Samenwerking en Samenhang HAO-LH van betekenis zijn. Mogelijk dat ook de door de onlangs ingestelde Interdepartementale Stuurgroep Studie- en Beroepskeuzevoorlichting uit te brengen voorstellen en adviezen kunnen bijdragen aan een goede voorlichting aan leerlingen en studenten. - Ontwikkeling van het kort middelbaar agrarisch onderwijs. In het onderwijsprogramma van dit beroepsvoorbereidend onderwijs wordt veel aandacht besteed aan participerende leervormen (dat wil zeggen: leren vanuit de praktijkervaringen). Voor een aantal functies in de landbouw bestaat duidelijk belangstelling voor deze onderwijsvorm. - Stimulering leerlingwezen. Doordat leerlingen in deze onderwijsvorm reeds via een leerovereenkomst op de arbeidsmarkt een plaats hebben is een goede aansluiting van het onderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt mogelijk. Er worden stimuleringsmaatregelen voor het leerlingwezen uitgewerkt, waarvoor in het kader van het kabinetsbeleid ter zake vanaf 1985 extra middelen beschikbaar worden gesteld. - Volwassenenonderwijs. De verschillende vormen van onderwijs voor volwassenen zullen, binnen de budgettaire mogelijkheden, de komende jaren verder ontwikkeld worden. Dit onderwijs is erop gericht de mobiliteit van werkenden op de arbeidsmarkt te vergroten en volwassenen de gelegenheid te geven zich voldoende (bij) te scholen. Het deeltijd-mao zal, voorlopig experimenteel, worden uitgebreid. In het cursusonderwijs zullen als gevolg van de stijgende behoefte de (korte) cursussen toenemen. Het post-academisch landbouwonderwijs zal uitgebouwd worden tot post-hoger landbouwonderwijs. In de bovengenoemde beleidselementen zal het bedrijfsleven door intensief overleg een belangrijke inbreng hebben. Uitvoering van dit beleid zal helaas niet kunnen voorkomen dat voor een aantal afgestudeerden geen plaats op de arbeidsmarkt beschikbaar is. Zeker indien dat geldt voor een aanzienlijk deel van de afgestudeerden van een bepaalde studierichting zal de arbeidsmarktsituatie nadrukkelijk worden betrokken bij de voorlichting aan leerlingen en studenten Nieuwe aandachtspunten voor het landbouwonderwijs In de nota Landbouwonderwijs is een opsomming gegeven van mogelijke nieuwe aandachtsgebieden voor het landbouwonderwijs. Daarbij gaat het erom (nieuwe) ontwikkelingen in de samenleving in het algemeen en het bedrijfsleven in het bijzonder te vertalen naar nieuwe leerstofinhoud of zelfs nieuwe studieprogramma's, differentiaties en studierichtingen. Enkele voorbeelden van de daarop gerichte ontwikkelingen en activiteiten zijn (zie ook 1.4): - Bevordering van het agrarisch volwassenenonderwijs. Hiermee wordt ingespeeld op de toenemende behoefte aan tweede kans onderwijs en de behoefte aan (beroeps-)scholing bij onder andere agrarische vrouwen. Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

17 - Toenemende aandacht in leerstof/studierichtingen voor natuur en milieu. Aan de Hogere Landbouwschool in Groningen is per 1 augustus 1984 de experimentele studierichting milieukunde gestart. Er vindt overleg en studie plaats over het opnemen van meer aspecten van natuur- en milieueducatie in de bestaande leerprogramma's in het agrarisch onderwijs. Aan de praktijkschool te Barneveld is een cursus Zoötechniek voor terreinbeheerders van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten opgezet. Er zal een (personele) bijdrage geleverd worden aan de ontwikkeling van het leergebied natuuronderwijs voor toekomstig geïntegreerd voortgezet onderwijs in de eerste fase. - Instelling van studierichtingscommissies. Binnen de vak- en werkgroepen voor het agrarisch onderwijs wordt de leerstof van de verschillende vakken voortdurend bijgesteld. De in te stellen studierichtingscommissies in het hoger agrarisch onderwijs zullen, mede door hun samenstelling, bij kunnen dragen tot een beter inspelen op ontwikkelingen in de samenleving. - Sterkere internationale oriëntatie van het onderwijs aan de Landbouwhogeschool. Deze ontwikkeling zal tegemoet komen aan de toenemende gerichtheid van veel studenten en afgestudeerden op het buitenland en aan de behoeften van buitenlandse studenten. Dit zal tevens leiden tot een betere benutting van het aanwezige potentieel voor onderwijs, onderzoek en dienstverlening aan de LH. - Bevordering emancipatie. Bij de verschillende onderdelen van het landbouwonderwijs zal, in het kader van de vrouwenemancipatie worden bekeken op welke wijze de deelname van meisjes en vrouwen aan het landbouwonderwijs kan worden gestimuleerd. Op twee gebieden waarvoor de belangstelling de komende jaren sterk zal toenemen, namelijk de informatica en de audio-visuele media, wordt hieronder nader ingegaan. Informatica en automatisering Het algemeen overheidsbeleid is sinds kort gericht op een versnelde invoering en toepassing van de informatica in het bedrijfsleven en bij de overheid. In het kader van het Informatica-stimuleringsplan van Onderwijs en Wetenschappen, Economische Zaken en Landbouw en Visserij 1 is er binnen mijn ministerie een integraal beleidsplan opgesteld, waarin ook de versnelde invoering van de informatica in het landbouwonderwijs is ingevoegd. Voor realisatie van het stimuleringsplan zijn middelen vrijgemaakt. Gestreefd wordt naar een landelijk centrum voor de coördinatie van en het overleg over de verschillende informatica-activiteiten en projecten binnen het landbouwonderwijs als geheel. Voorde automatisering van de bestuurlijk administratieve informatievoorziening op het niveau van de scholen en de directie Landbouwonderwijs is het Project Automatisering Landbouwonderwijs (PAULO) opgezet. In dit project wordt door het onderwijsveld en de directie Landbouwonderwijs uitgegaan van de gezamenlijke bouw van een informatiesysteem ten behoeve van bestuurlijke en administratieve aspecten. Binnen dit systeem kunnen onder andere de volgende deelsystemen onderscheiden worden: leerlingen/studenten; personeel; subsidies/kredieten; huisvesting. Er wordt naar gestreefd dit informatiesysteem de eerstkomende jaren volledig te realiseren. De toenemende informatiebehoefte binnen de agrarische sector en de snelle invoering van de daarop gerichte apparatuur maken het noodzakelijk dat hieraan in het landbouwonderwijs voldoende aandacht wordt besteed. Daarbij gaat het om: 1 Tweede Kamer, ,18224, nr kennis van computers en geautomatiseerde informatieverwerking; Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

18 - computergebruik ten behoeve van procesregeling en het bedrijfsbeheer op het agrarisch bedrijf; - computergebruik voor informatie van buiten het agrarisch bedrijf. Het onderwijs zal, zeker in de beroepsvoorbereidende opleidingen, vooral gericht moeten zijn op de laatste twee categorieën. Dit betekent integratie van de informatica-toepassing in de beroepsgerichte vakken, waarbij dan per vak of studierichting verschillende accenten gelegd kunnen worden. In het lager agrarisch onderwijs zal de participatie in het 100-scholen Project voor Burgerinformatica in het eerste leerjaar voortgezet onderwijs worden gecontinueerd. Hierbij zijn vier categoriale agrarische scholen en vier scholengemeenschappen met een agrarische afdeling betrokken. Na evaluatie van het project door de werkgroep informatica LAO in 1985 zal bezien worden of en hoe tot verdere invoering van informatica in het LAO zal worden overgegaan. Mogelijk krijgen scholen waaraan een vakschool van het leerlingwezen is verbonden daarbij voorrang. Ongeveer de helft van de middelbare agrarische scholen heeft reeds langere tijd de beschikking over computer-apparatuur, terwijl de overige scholen onlangs voorzien zijn. De werkgroep informatica MAO heeft een basisprogramma met een leerstofbundel opgesteld dat de komende jaren zal voldoen aan de behoefte aan leerstof voor het algemeen informaticaonderwijs. De werkgroep ontwikkelt nu programma's ten behoeve van het op de beroepsgerichte vakken afgestemde informatica-onderwijs. Deze programma's zullen de komende jaren beschikbaar komen. In het hoger agrarisch onderwijs is reeds vrij veel ervaring opgedaan met het gebruik van computers. De kernvakgroep informatica HAO heeft, mede op basis van deze ervaring, een advies opgesteld over het informatica-onderwijs in de toekomst en de daarbij behorende apparatuur. Om het nieuw opgezette uitgebreide informatica-onderwijsprogramma te testen is dit jaar op de HAS'en in 's Hertogenbosch en Deventer overgegaan tot de aanschaf van twee computers met aanmerkelijk grotere capaciteit dan de bestaande apparatuur. Na evaluatie van deze nieuwe apparatuur zal binnen enkele jaren bezien worden welke voorzieningen voor de overige HAO-instellingen gewenst zijn. Er blijkt een groeiende behoefte te bestaan aan informaticacursussen. Op enkele scholen zijn in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven en de landbouwvoorlichting experimentele cursussen gestart. Op grond van de grote vraag naar bijscholing en de snelle ontwikkelingen in de geautomatiseerde systemen en het gebruik daarvan in het bedrijfsleven zal een snelle uitbreiding van het aantal cursussen informatica bevorderd worden. Daartoe zullen zowel modelleerplannen als uitgewerkte leerprogramma's van meer specifieke aard ontwikkeld worden. De ervaringen van het middelbaar agrarisch onderwijs, de praktijkscholen en de landbouwvoorlichting zullen daarin verwerkt worden. Het informatica-onderwijsprogramma dat na het basisprogramma op de scholen gebruikt gaat worden zal voornamelijk beroepsgericht moeten worden opgezet, hetgeen gezien de mogelijkheden van de aan de scholen toegekende en toe te kennen basisapparatuur veelal een beperkende factor voor doelmatige invoering zal vormen. Voor zowel de MAO-leerlingen als zij die cursussen volgen, moet een verband bestaan met de apparatuur die in het bedrijfsleven wordt toegepast. Daarom zullen op de praktijkscholen, als aanvulling op het basisprogramma van de reguliere scholen en cursussen, bedrijfstakgerichte computersystemen aanwezig moeten zijn. Hierbij zal het gaan om apparatuur die door de praktijk reeds gebruikt wordt. Daarnaast zullen de praktijkscholen samen met de werkgroepen in het agrarisch onderwijs in de toekomst een rol spelen in de ontwikkeling van de software in een bepaalde bedrijfstak, alvorens deze aan het MAO en het cursusonderwijs beschikbaar te stellen. Op de vier veehouderij-praktijkscholen is inmiddels de benodigde apparatuur aanwezig en zijn nieuwe programma's gestart. Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

19 De na- en bijscholing van docenten vergt in toenemende mate aandacht. De lerarenopleidingen (STOAS) zullen hierbij een centrale rol spelen. Bij de uitvoering van de vakgerichte nascholing zal de STOAS gebruik maken van de op de bedrijfstak gerichte computersystemen van de praktijkscholen. De bijscholing voor de algemene en basisinformatica wordt verzorgd in samenwerking met de Centrale School voor Tuinbouwtechniek in Ede. Een regeling van de onderwijsbevoegdheid voor basisinformatica zal in overleg met mijn ambtgenoot van Onderwijs en Wetenschappen nader worden uitgewerkt. Audio-visuele media De verstrekking van audio-visuele middelen aan de lagere en middelbare agrarische scholen alsmede aan de praktijkscholen verloopt volgens de aanbevelingen van het in het najaar 1980 terzake uitgebrachte rapport. Vanaf het najaar 1984 wordt voor de scholen een technische bijscholingscursus verzorgd. Daarnaast blijkt er volgens een peiling van de STOAS een grote behoefte te bestaan aan verdere nascholing in het gebruik van audio-visuele middelen. Hieraan zal de komende jaren zoveel mogelijk aandacht worden besteed. Om de software-voorziening voor audio-visuele media, specifiek gericht op het landbouwonderwijs, op gang te brengen is aan de STOAS verzocht het beheer op zich te nemen van het mediakundig of audio-visueel centrum ten dienste van het lager, middelbaar en hoger agrarisch onderwijs en de praktijkscholen. Door deze verbinding met de STOAS kan in de lerarenopleidingen het gebruik van audio-visuele media beter worden uitgevoerd dan bij een afzonderlijke instelling. Het beleid is erop gericht een nauwe samenwerking tot stand te brengen tussen de activiteiten en voorzieningen op het gebied van audio-visuele middelen van de STOAS (voor het MAO, LAO, praktijkscholen en lerarenopleidingen), inclusief die van de Hogere Landbouwschool in Dronten (voor het HAO) en van de Landbouwhogeschool in Wageningen. Er wordt gestreefd naar een landelijk opererend centrum voor audio-visuele middelen in Wageningen. Tevens wordt nagegaan of ook het onderzoek en de voorlichting bij een dergelijk centrum kunnen worden betrokken. De besprekingen zijn hierover gaande Inspectie en onderwijsverzorging De waarde van het landbouwonderwijs hangt in belangrijke mate af van de kwaliteit van de ontwikkelde leerplannen, de aan te bieden leerstof en de kwaliteit van de leraar. Bij het instandhouden en de verbetering daarvan spelen de (regionale) inspectie, de vakinspectie en de instellingen in de onderwijsverzorgingsstructuur een grote rol. Inspectie De medewerkers van de vakinspectie voor onderwijsontwikkeling van de directie Landbouwonderwijs spelen een belangrijke stimulerende en coördinerende rol bij de leerplan- en leerstofontwikkeling. Zij onderhouden hiertoe intensief contact met de werkgroepen van docenten, met de andere directies van het ministerie en met het landbouwbedrijfsleven om noodzakelijke impulsen voor de onderwijsontwikkeling op te doen en door te geven. Een intensief contact met de toezichthoudende regionale inspecteurs waarborgt een goede terugkoppeling. In het hoger agrarisch onderwijs zal in het kader van de invoering van de Wet op het HBO de inbreng van de vakinspecteurs gewijzigd worden. Er wordt gestreefd naar een globalisering van het werkterrein van de vakinspecteur in het HAO van afzonderlijke vakken naar samenhangende aandachtsvelden. Door deze meer takgerichte benadering zal de relatie tussen de vakinspectie van het ministerie en de onderwijsontwikkeling op studierichtingsniveau verbeterd kunnen worden. Tweede Kamer, vergaderjaar ,18816, nrs

20 De regionale inspecteurs van het landbouwonderwijs en de inspecteur van het hoger agrarisch onderwijs vervullen een belangrijke functie bij het bewaken van de kwaliteit van het onderwijs. Zij observeren het onderwijsgebeuren op de scholen en cursussen. Op basis van hun contacten met het onderwijsveld en hun onderwijsdeskundigheid leveren zij een bijdrage aan de beleidsvoorbereiding op het ministerie en aan de kwaliteitsverbetering van het onderwijs binnen de scholen. Vanzelfsprekend ziet de inspectie ook toe op de naleving van de onderwijswetgeving, uitvoeringsvoorschriften en richtlijnen. Een eigentijdse uitvoering van deze in wezen controlerende taak houdt in de praktijk in dat de inspectie bevordert dat bestuur, personeel en leerlingen zich bewust worden van hun eigen mogelijkheden en verantwoordelijkheden, terwijl anderzijds de inspectie zich bereid toont te adviseren bij de uitvoering van de regelgeving. Voor het bevorderen van een zoveel mogelijk gelijksoortig inspectiebeleid zijn de contacten met de inspectie van Onderwijs en Wetenschappen van belang. Een taak die eveneens belangrijk blijft is dat de inspectie van het landbouwonderwijs door contacten met stands- en vakorganisaties, provinciale directies, voorlichtingsdiensten, cursusorganisaties, etc. bevordert, dat in overleg met deze instanties aanpassingen in de onderwijsprogramma's tot stand komen. Dit gebeurt deels in samenwerking met de vakinspectie. Ten aanzien van de agrarische rijksscholen vervult de inspecteur naast de genoemde nog bijzondere taken en werkzaamheden. Hij vertegenwoordigt de minister daar in diens hoedanigheid van bevoegd gezag. Daaruit vloeit onder meer voort: bemoeienis met personeelsaangelegenheden, de beoordeling van de interne organisatorische opzet en inrichting van het onderwijs en het overleg met onder andere de commissies van advies en de medezeggenschapsraden. Onderwijsverzorging De kwaliteit van het landbouwonderwijs kan worden verbeterd door de ondersteuning van de uitvoering van het onderwijs. Hiertoe zijn onder meer te rekenen: begeleiding van onderwijsvernieuwingsactiviteiten, leerplan- en leerstofontwikkeling, toetsontwikkeling, onderzoek van onderwijs, opleiding en nascholing van leraren. In de verzorgingstructuur voor het landbouwonderwijs hebben, naast de vakinspecteurs van het ministerie, de STOAS, de agrarische secties van de landelijke pedagogische centra, de vak- en werkgroepen, het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (CITO) en in beperkte mate de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) en de Stichting voor Onderzoek van het Onderwijs (SVO) ieder een eigen taak. Een goede coördinatie en een intensieve samenwerking zullen in de toekomst in belang toenemen. In de komende Wet op de Onderwijsverzorging zullen zodanige bepalingen worden opgenomen dat voldoende ruimte wordt geboden om de bestaande overleg- en samenwerkingsverbanden te handhaven en verder uit te bouwen. Wat betreft de leerplan- en leerstofontwikkeling nemen de werkgroepen, ingesteld voor diverse vakgebieden en samengesteld uit onder meer leraren uit het onderwijsveld en deskundigen van buiten het onderwijs, een belangrijke positie in. Deze werkgroepen vervullen taken op het gebied van algemene advisering op hun vakgebied, het onderhouden van contacten met het agrarisch bedrijfsleven op het betreffende vakgebied, het formuleren van doelstellingen en leerstofaanduidingen, het zo nodig ontwikkelen van leerstof, advisering op het gebied van leer- en hulpmiddelen, toetsing en examinering en het leveren van een bijdrage aan de nascholing. Bij de beschikbaarstelling van de (beperkte) middelen zal er in de komende jaren naar gestreefd worden voldoende ruimte te creëeren voor het begeleiden en stimuleren van belangrijke nieuwe onderwijsontwikkelingen, zoals nu bij voorbeeld gebeurt op het gebied van het informatica-onderwijs. Tweede Kamer, vergaderjaar , 18816, nrs

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 Rijksbegroting voor het jaar 1980 15 800 Hoofdstuk XIV Departement van Landbouw en Visserij Nr. 35 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW EN VISSERIJ Aan

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1987-1988 19790 Sectorvorming en vernieuwing in het middelbare beroepsonderwijs Nr. 24 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1980-1981 Rijksbegroting voor het jaar 1981 16400 Hoofdstuk VIII Departement van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN

Nadere informatie

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen

Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Aanmelding voor opleidingen tot vo docent steeds vroeger, pabo trekt steeds minder late aanmelders juni 2009 Inleiding Om de (toekomstige) leraartekorten

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

30 januari 2001 Nr. 2001-1.644, IWW Nummer 4/2001

30 januari 2001 Nr. 2001-1.644, IWW Nummer 4/2001 Commissie Welzijn, Zorg en Cultuur 30 januari 2001 Nr. 2001-1.644, IWW Nummer 4/2001 Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen inzake het integraal advies herschikking VMBO

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1980-1981 16 779 Opleiding leraren beroepsgerichte vakken in de gezondheidszorg Nr. 2 NOTITIE 1. Inleiding Het ontbreken van een eerstegraads lerarenopleiding

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19 582 Het toeristisch en recreatief onderwijs Nr. 2 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1990-1991 Het midden en kleinbedrijf in hoofdlijnen BRIEF VAN DE MiNISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk VIII Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 77 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN

Nadere informatie

Werkgelegenheidsonderzoek 2010

Werkgelegenheidsonderzoek 2010 2010 pr ov i nc i e g r oni ng e n Wer kgel egenhei dsonder zoek Eenanal ysevandeont wi kkel i ngen i ndewer kgel egenhei di nde pr ovi nci egr oni ngen Werkgelegenheidsonderzoek 2010 Werkgelegenheidsonderzoek

Nadere informatie

Beleid. Beschrijving trekkersrollen LC en LD. Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Coevorden, Hardenberg e.o. / De Nieuwe Veste

Beleid. Beschrijving trekkersrollen LC en LD. Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Coevorden, Hardenberg e.o. / De Nieuwe Veste 1. Inleiding De koers voor de komende jaren, zoals beschreven in het strategisch beleidsplan 2011-2014 heeft consequenties voor gewenste managementstijl van de school. In de managementvisie 2011-2014 heeft

Nadere informatie

TOETSINGSKADER INNOVATIEPLANNEN LERARENOPLEIDINGEN HB0 1999-2004

TOETSINGSKADER INNOVATIEPLANNEN LERARENOPLEIDINGEN HB0 1999-2004 TOETSINGSKADER INNOVATIEPLANNEN LERARENOPLEIDINGEN HB0 1999-2004 De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, ingesteld bij wet van 15 mei 1997 (de Wet op de Onderwijsraad). De Raad adviseert,

Nadere informatie

Onderwerp: Voorstel tot vaststelling van het Programma en Overzicht voorzieningen huisvesting onderwijs 2007. Nummer: 3d.

Onderwerp: Voorstel tot vaststelling van het Programma en Overzicht voorzieningen huisvesting onderwijs 2007. Nummer: 3d. Gemeente Boxmeer Onderwerp: Voorstel tot vaststelling van het Programma en Overzicht voorzieningen huisvesting onderwijs 2007. Nummer: 3d. AAN de Raad van de gemeente Boxmeer Boxmeer, 24 oktober 2006 Aanleiding

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk VIM Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 95 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van

Nadere informatie

Nota van B&W. Onderwerp Onderzoek verzelfstandiging OSK

Nota van B&W. Onderwerp Onderzoek verzelfstandiging OSK Onderwerp Onderzoek verzelfstandiging OSK Nota van B&W Portefeuille M. Divendal Auteur Dhr. P. Platt Telefoon 5115629 E-mail: plattp@haarlem.nl MO/OWG Reg.nr. OWG/2006/935 Bijlagen kopiëren: A B & W-vergadering

Nadere informatie

Aantal instromende studenten tussen 2010 2014 gedaald. Figuur 1: Ontwikkeling instroom lerarenopleidingen 2010 2014. 1

Aantal instromende studenten tussen 2010 2014 gedaald. Figuur 1: Ontwikkeling instroom lerarenopleidingen 2010 2014. 1 Het aantal studenten dat start met een opleiding tot leraar basisonderwijs, leraar speciaal onderwijs of leraar voortgezet onderwijs is tussen en afgenomen. Bij de tweedegraads en eerstegraads hbo-lerarenopleidingen

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG.. Voortgezet Onderwijs IPC 2650 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Expertisecentrum Onderwijszorg (EOZ) bij het Expertisecentrum Onderwijs Zorg Bonaire

RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Kwaliteitsonderzoek Expertisecentrum Onderwijszorg (EOZ) bij het Expertisecentrum Onderwijs Zorg Bonaire RAPPORT VAN BEVINDINGEN Kwaliteitsonderzoek Expertisecentrum Onderwijszorg (EOZ) bij het Expertisecentrum Onderwijs Zorg Bonaire Plaats : Kralendijk, Bonaire Datum onderbezoek : 11 november 2015 Rapport

Nadere informatie

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4149, pagina 344, 24 april 1998 (datum) De arbeidsmarkt voor informatici is krap en zal nog krapper worden.

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4149, pagina 344, 24 april 1998 (datum) De arbeidsmarkt voor informatici is krap en zal nog krapper worden. Het informatici-tekort A uteur(s): Smits, W. (auteur) Delmee, J. (auteur) Grip, A. de (auteur) De auteurs zijn werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit

Nadere informatie

Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam

Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam Afdeling Onderwijs, Jeugd en Educatie Team Onderwijs VO Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam Betrokken partijen: De instellingen voor Beroepsonderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20418 Wijziging van de Wet op het hoger beroepsonderwijs (Stb. 1986, 289) betreffende een aantal bepalingen ten aanzien van nascholing Nr. 3 MEMORIE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen Nr. 145 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Toelichting procedure deelname aan experimenten 2011-2012

Toelichting procedure deelname aan experimenten 2011-2012 Toelichting procedure deelname aan experimenten 2011-2012 1. Procedure 2 2. Aanvragen en toekennen experimenten 2011-2012 2 3. Belangrijke elementen uit ministeriële regeling 3 4. Instructie bij Voortzetten

Nadere informatie

Bestuursformatieplan VCO Midden- en Midden- en Oost-Groningen 2013-2014 BESTUURSFORMATIEPLAN. VCO Midden- en Midden- en Oost- Groningen

Bestuursformatieplan VCO Midden- en Midden- en Oost-Groningen 2013-2014 BESTUURSFORMATIEPLAN. VCO Midden- en Midden- en Oost- Groningen BESTUURSFORMATIEPLAN VCO Midden- en Midden- en Oost- Groningen CURSUSJAAR 2013-2014 1 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2. Formatiebeleid 3. Lenen en / of sparen 4. Reservering 5. Weer Samen Naar School / leerlingengebonden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 263 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in verband met onder meer niet-indexering

Nadere informatie

Intentieverklaring. inzake onderwijssamenwerking tussen Nederland en Vlaanderen

Intentieverklaring. inzake onderwijssamenwerking tussen Nederland en Vlaanderen Intentieverklaring van de Nederlandse minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dr. Jet Bussemaker en de Vlaamse minister van Onderwijs en viceministerpresident van de Vlaamse Regering, Hilde Crevits,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1976-1977 14 501 Wijziging van de Overgangswet W.V.O. (herziene regeling t.a.v. de bewijzen van bekwaamheid tot het geven van voortgezet onderwijs) Nr. 3 MEMORIE

Nadere informatie

Toelichting ontwikkelingsperspectief

Toelichting ontwikkelingsperspectief Toelichting ontwikkelingsperspectief Dit document is bedoeld als achtergrond informatie voor de scholen, maar kan ook (in delen, zo gewenst) gebruikt worden als informatie aan ouders, externe partners

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018. 2500 EA Den Haag. Datum 14 oktober 2015 Jaarverslag Wet op de huurtoeslag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018. 2500 EA Den Haag. Datum 14 oktober 2015 Jaarverslag Wet op de huurtoeslag > Retouradres Postbus 200 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag DirectoraatGeneraal Wonen en Bouwen Directie Woningmarkt Turfmarkt 147

Nadere informatie

DISCREPANTIES TUSSEN DE CIJFERS OP HET SCHOOLEXAMEN EN HET CENTRAAL EXAMEN IN DE PERIODE 2004-2006

DISCREPANTIES TUSSEN DE CIJFERS OP HET SCHOOLEXAMEN EN HET CENTRAAL EXAMEN IN DE PERIODE 2004-2006 DISCREPANTIES TUSSEN DE CIJFERS OP HET SCHOOLEXAMEN EN HET CENTRAAL EXAMEN IN DE PERIODE 24-26 een inspectierapport Utrecht, juli 27 1. Aanleiding en onderzoeksvraag Het examen in het voortgezet onderwijs

Nadere informatie

LO/9112925/HB/PA 10 januari 1992 d.d. 28 november 1991

LO/9112925/HB/PA 10 januari 1992 d.d. 28 november 1991 Advies niet-arnbteiijke adviescommissie WOB. Aan de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij, Postbus 204 01, 2500 EK 's-gravenhage Onderwijsraad Nassaulaan 6 2514 JS 's-gravenhage Telefoon 070-3637955

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Zitting 1982-1983 Nr. 51 16106 Wijziging van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, de Wet universitaire bestuurshervorming 1970 en de Wet van 12 november 1975, Stb.

Nadere informatie

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Financiering onderwijs vernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 (30 november 2007)

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Financiering onderwijs vernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 (30 november 2007) Algemene Rekenkamer Lange Voorhout 8 Postbus 20015 2500 EA Den Haag T 070-3424344 BEZORGEN F 070-3424130 De Voorzitter van de Tweede Kamer E voorljchting@rekenkamer.ni der Staten-Generaal w www.rekenkamer.ni

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

CONVENANT OPLEIDING LERAARPLUS

CONVENANT OPLEIDING LERAARPLUS CONVENANT OPLEIDING LERAARPLUS Onderwijsstichting Arcade (openbaar primair onderwijs Coevorden Hardenberg) Openbaar primair onderwijs gemeente Emmen Stenden Hogeschool (PABO Emmen) 1 INHOUDSOPGAVE PREAMBULE...3

Nadere informatie

Van mbo en havo naar hbo

Van mbo en havo naar hbo Van mbo en havo naar hbo Dick Takkenberg en Rob Kapel Studenten die naar het hbo gaan, komen vooral van het mbo en de havo. In het algemeen blijven mbo ers die een opleiding in een bepaald vak- of studiegebied

Nadere informatie

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen Het aantal mensen met werk is in de periode februari-april met gemiddeld 2 duizend per maand toegenomen. Vooral jongeren en 45-plussers gingen aan de slag.

Nadere informatie

BIJLAGE 1: UITKOMST ONDERZOEK NEWSCHOOL.NU TE HARDERWIJK

BIJLAGE 1: UITKOMST ONDERZOEK NEWSCHOOL.NU TE HARDERWIJK BIJLAGE 1: UITKOMST ONDERZOEK NEWSCHOOL.NU TE HARDERWIJK INHOUD Uitkomst onderzoek Newschool.nu te Harderwijk 3 2 en oordelen per onderliggende onderzoeksvraag 4 3 Samenvattend oordeel 10 Bijlage 1A: Overzicht

Nadere informatie

Beleidsnotitie Maatschappelijke stages in Hengelo

Beleidsnotitie Maatschappelijke stages in Hengelo Beleidsnotitie Maatschappelijke stages in Hengelo Hengelo, maart 2009 282843 conceptnotitie Maatschappelijke Stages.doc Pagina 1 van 6 03-06-2009 1. Inleiding Dit document vormt de beleidsvisie van de

Nadere informatie

Relevante regelgeving. 1. Europese en Vlaamse doelstellingen inzake levenslang leren 1 2

Relevante regelgeving. 1. Europese en Vlaamse doelstellingen inzake levenslang leren 1 2 Relevante regelgeving 1. Europese en Vlaamse doelstellingen inzake levenslang leren 1 2 In 2001 werd in Vlaanderen het Pact van Vilvoorde ondertekend, dat vernieuwd werd in 2005. In navolging van het Europese

Nadere informatie

van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut

van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut Opleidingsmanager Doel Ontwikkelen van programma( s) van wetenschappenlijk onderwijs en (laten) uitvoeren en organiseren van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande van een faculteitsplan

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 375 Besluit van 4 september 2009, houdende aanpassing van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht in verband met de indexering

Nadere informatie

STEM monitor 2015 SITUERING DOELSTELLINGEN

STEM monitor 2015 SITUERING DOELSTELLINGEN STEM monitor 2015 SITUERING In het STEM-actieplan 2012-2020 van de Vlaamse regering werd voorzien in een algemene monitoring van het actieplan op basis van een aantal indicatoren. De STEM monitor geeft

Nadere informatie

De weg van traditioneel vmbo naar intersectoraal vmbo

De weg van traditioneel vmbo naar intersectoraal vmbo Van Theorie naar Praktijk De weg van traditioneel vmbo naar intersectoraal vmbo In deze bijdrage slaat junior adviseur Marloes Zewuster van CINOP de brug tussen de theorie van het intersectorale vmbo en

Nadere informatie

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dr. ir. J.M.M. Ritzen Postbus 25000 2700 LZ Zoetermeer. 21 januari 1998.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dr. ir. J.M.M. Ritzen Postbus 25000 2700 LZ Zoetermeer. 21 januari 1998. Nassaulaan 6 2514 JS Den Haag Telefoon (070) 363 79 55 De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen dr. ir. J.M.M. Ritzen Postbus 25000 2700 LZ Zoetermeer Fax (070) 356 14 74 E-mail secretariaat@onderwijsraad.nl

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4162, pagina 596, 31 juli 1998 (datum)

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4162, pagina 596, 31 juli 1998 (datum) Emancipatie en opleidingskeuze A uteur(s): Grip, A. de (auteur) Vlasblom, J.D. (auteur) Werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. (auteur) Een

Nadere informatie

Samenvatting. WODC tot stand is gekomen. Het rapport presenteert prognoses van de benodigde

Samenvatting. WODC tot stand is gekomen. Het rapport presenteert prognoses van de benodigde Samenvatting In 1996 heeft de minister van Justitie aan de Tweede Kamer toegezegd jaarlijks een actualisering van de prognoses van de sanctiecapaciteit te presenteren. Tot dan toe werden deze prognoses

Nadere informatie

HYPOTHEEK INDEX 2E KWARTAAL 2016

HYPOTHEEK INDEX 2E KWARTAAL 2016 HYPOTHEEK INDEX 2E KWARTAAL 2016 De Hypotheek Index geeft ieder kwartaal inzicht in het consumentengedrag op het gebied van hypotheken. De kerncijfers zijn afkomstig van De Hypotheker die met ruim 10 procent

Nadere informatie

Besluit op de organisatie van het ambtelijk apparaat van de gemeente Zuidhorn.

Besluit op de organisatie van het ambtelijk apparaat van de gemeente Zuidhorn. Het college van de gemeente Zuidhorn; gelet op artikel 160 van de Gemeentewet; gehoord de OR; B E S L U I T : vast te stellen het: Besluit op de organisatie van het ambtelijk apparaat van de gemeente Zuidhorn.

Nadere informatie

INTENTIEVERKLARING. De Vereniging voor Christelijk Onderwijs Groningen. De Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs Hoogkerk,

INTENTIEVERKLARING. De Vereniging voor Christelijk Onderwijs Groningen. De Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs Hoogkerk, INTENTIEVERKLARING De Vereniging voor Christelijk Onderwijs Groningen en De Vereniging voor Christelijk Basisonderwijs Hoogkerk, verder te noemen: de besturen, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd, overwegende

Nadere informatie

Notitie Ontheffingen bevoegdheidsregels

Notitie Ontheffingen bevoegdheidsregels Notitie Ontheffingen bevoegdheidsregels De wet op het voortgezet onderwijs (WVO) kent een aantal bepalingen waarbij limitatief is vastgelegd wanneer het onderwijs - gedurende een beperkte tijd en onder

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen April 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen blijven stijgen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische

Nadere informatie

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet Algemeen Verbindend Voorschrift Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Wijziging beleidsregel regionale arrangementen in verband met het

Wijziging beleidsregel regionale arrangementen in verband met het Beleidsregel Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Wijziging beleidsregel regionale arrangementen in verband met het invoeren van nieuwe intra- of intersectorale

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

POL-uitwerking Landelijk Gebied Noord-Limburg

POL-uitwerking Landelijk Gebied Noord-Limburg POL-uitwerking Landelijk Gebied Noord-Limburg Bestuursafspraken CONCEPT versie 27 november 2015 1. Inleiding Het landelijk gebied van de regio Noord-Limburg is divers van karakter; bestaande uit beekdalen,

Nadere informatie

Ons kenmerk Rfv/1999079288 Doorkiesnummer 070-3027232

Ons kenmerk Rfv/1999079288 Doorkiesnummer 070-3027232 De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Bijlagen Inlichtingen bij G.A. van Nijendaal Onderwerp Stimulering kinderopvang Uw kenmerk DJB/PJB-993207 Ons kenmerk

Nadere informatie

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad ÜT? R>2 3 Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad Aan de minister van onderwijs en wetenschappen, de heer drs. W.J. Deetman, Postbus 25000, 2700 LZ Zoetermeer. Nassaulaan 6 2514 JS 's-gravenhage

Nadere informatie

Districtsrapportage. NOORDWEST -Noord-Holland-Noord -Zuidelijk Noord-Holland

Districtsrapportage. NOORDWEST -Noord-Holland-Noord -Zuidelijk Noord-Holland Districtsrapportage NOORDWEST - - 21 INHOUDSOPGAVE Pagina ACHTERGRONDINFORMATIE 3 1 WERKGELEGENHEID 4 2 VACATURES 5 3 ECABO ENQUETE 6 4 LEERLINGEN 7 5 GEDIPLOMEERDEN 8 7 PERSPECTIEVEN WERKGEVERS 1 8 ARBEIDSMARKTPERSPECTIEVEN

Nadere informatie

Deelconvenant consument en vrije tijd

Deelconvenant consument en vrije tijd CONVENANT GEZOND GEWICHT 2010-2014 Deelconvenant consument en vrije tijd PARTIJEN, - het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (hierna: CBL), te dezen vertegenwoordigd door zijn voorzitter de heer K.L.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 356 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen

Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen Juni 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische bijlage 8 Toelichting

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) Nr.

Nadere informatie

Studentendecaan. Context. Doel

Studentendecaan. Context. Doel Studentendecaan Doel Vormgeven en uitvoeren van begeleiding en advisering van studenten, alsmede opstellen/actualiseren van voorlichtingsmateriaal, beleidsvoorstellen en procedurenaslagwerken/- handboeken,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 597 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs ter bestendiging en actualisering

Nadere informatie

RAPPORTAGE NAZORGONDERZOEK REÏNTEGRATIEBELEID GEMEENTE MOERDIJK.

RAPPORTAGE NAZORGONDERZOEK REÏNTEGRATIEBELEID GEMEENTE MOERDIJK. RAPPORTAGE NAZORGONDERZOEK REÏNTEGRATIEBELEID GEMEENTE MOERDIJK. 1. Aanleiding: rekenkameronderzoek 2009 In 2009 heeft de Rekenkamer West-Brabant een onderzoek uitgevoerd naar het onderwerp Reïntegratiebeleid.

Nadere informatie

Samen aan de IJssel Inleiding

Samen aan de IJssel Inleiding Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden

Nadere informatie

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar In de vorige nieuwsbrief in september is geprobeerd een antwoord te geven op de vraag: wat is de invloed van de economische situatie op de arbeidsmarkt? Het antwoord op deze vraag was niet geheel eenduidig.

Nadere informatie

Regeling extra ict-vergoeding basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs

Regeling extra ict-vergoeding basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Regeling extra ict-vergoeding basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs Soort document Algemeen verbindend voorschrift Datum 30 oktober 2000 Kenmerk PO/PJ-2000-37542 Datum inwerkingtreding zie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20362 Landelijk onderwijsinnovatiebeleid Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAP- PEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 26 807 Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan 2000 Nr. 26 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETEN- SCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Agendanummer: Begrotingswijz.:

Agendanummer: Begrotingswijz.: Agendanummer: Begrotingswijz.: CS1 Notitie samenwerking en spreiding kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en primair Onderwerp : onderwijs 'Een stap in het bundelen van krachten' Kenmerk: 10/0025968 Aan de

Nadere informatie

HUURDERS BELANGEN ORGANISATIE DE PEEL

HUURDERS BELANGEN ORGANISATIE DE PEEL BELEIDSPLAN 2010 HUURDERS BELANGEN ORGANISATIE DE PEEL HUURDERS BELANGEN ORGANISATIE DE PEEL BELEIDSPLAN 2010 In dit beleidsplan geven wij aan waar het bestuur van de Stichting Huurders Belangen Organisatie

Nadere informatie

Ontwikkelingen op de Drentse arbeidsmarkt

Ontwikkelingen op de Drentse arbeidsmarkt Ontwikkelingen op de Drentse arbeidsmarkt Bart Paashuis Janneke Gardeniers 10 maart 2011 basis voor beslissingen Opzet presentatie 1. Onderzoek 2. Aanbod op de Drentse arbeidsmarkt 3. Vraag op de Drentse

Nadere informatie

Onderwijs en vorming. 1 73.609 leerlingen. Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse

Onderwijs en vorming. 1 73.609 leerlingen. Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Publicatiedatum: 30 september 2013 Contactpersoon: Kim Nevelsteen Onderwijs en vorming Samenvatting 73.609 leerlingen (2012) 16.981 kleuters 26.537 kinderen in het lager

Nadere informatie

Arbeidsmarktagenda 21

Arbeidsmarktagenda 21 Arbeidsmarktagenda 21 Topsectoren en de HCA Voor de twee agrarische topsectoren is een Human Capital Agenda opgesteld met als doel, de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren, zowel

Nadere informatie

Evenredige verdeling man / vrouw bij het Veenplaspersoneel

Evenredige verdeling man / vrouw bij het Veenplaspersoneel Evenredige verdeling man / vrouw bij het Veenplaspersoneel Opgesteld : maart 2006 Vastgesteld : juni 2006 0 Inhoudsopgave Inleiding 2 2005 vergeleken met 1999 2 Genomen maatregelen vanaf 1999 3 Nieuwe

Nadere informatie

OCW, provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, gemeente Leiden, gemeente Haarlem

OCW, provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, gemeente Leiden, gemeente Haarlem Cultuurconvenant 2005 2008 OCW, provincie Zuid-Holland, provincie Noord-Holland, gemeente Leiden, gemeente Haarlem De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mevrouw mr. M.C. van der Laan

Nadere informatie

Aanstellingsbeleid Onderwijsgevenden Staf

Aanstellingsbeleid Onderwijsgevenden Staf Aanstellingsbeleid Onderwijsgevenden Staf Vastgesteld in CvB: 15-06-2015 Vastgesteld in Breed Overleg: 15-06-2015 De opbouw van dit aanstellingsbeleid is als volgt: Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Nadere informatie

s-gravenhage, 14 januari 2000 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers

s-gravenhage, 14 januari 2000 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 14 januari 2000 Onderwerp: Beleidsvisie landelijk kennis/behandelcentrum eetstoornissen Hierbij doe ik u een mijn «beleidsvisie voor

Nadere informatie

Regionale arbeidsmarktrapportages voortgezet onderwijs 2015

Regionale arbeidsmarktrapportages voortgezet onderwijs 2015 Regionale arbeidsmarktrapportages voortgezet onderwijs 2015 Overkoepelend rapport Regionale arbeidsmarktrapportages voortgezet onderwijs 2015 Overkoepelend rapport... De onderwijsarbeidsmarkt is een regionale

Nadere informatie

Onderwijs. Hoofdstuk 10. 10.1 Inleiding

Onderwijs. Hoofdstuk 10. 10.1 Inleiding Hoofdstuk 10 Onderwijs 10.1 Inleiding Leiden kennisstad heeft een hoog opgeleide bevolking en herbergt binnen haar grenzen veel onderwijsinstellingen. In dit hoofdstuk gaat het zowel om de opleiding die

Nadere informatie

ONDERZOEK OMVANG FINANCIËLE BUFFER. Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen 4512378/41613

ONDERZOEK OMVANG FINANCIËLE BUFFER. Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen 4512378/41613 ONDERZOEK OMVANG FINANCIËLE BUFFER Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen 4512378/41613 Utrecht, maart 2015 Voorwoord Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek naar de omvang van de financiële

Nadere informatie

De inspectie besteedt tenslotte aandacht aan de schooldocumenten.

De inspectie besteedt tenslotte aandacht aan de schooldocumenten. Op 28 juni 2005 heeft de Inspectie van het Onderwijs basisschool 'Okba Ibnoe Nafi' bezocht in het kader van jaarlijks onderzoek. Bij jaarlijks onderzoek vormt de inspectie zich een oordeel over: De wijze

Nadere informatie

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil, onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-ondernemers MKB-Nederland

Nadere informatie

Afsprakenkader. Partners in Leren en Werken in. Zorg en Welzijn Zeeland. Vastgesteld in de FluenZ Adviesraad. ViaZorg

Afsprakenkader. Partners in Leren en Werken in. Zorg en Welzijn Zeeland. Vastgesteld in de FluenZ Adviesraad. ViaZorg Afsprakenkader Partners in Leren en Werken in Zorg en Welzijn Zeeland ViaZorg 2014 Vastgesteld in de FluenZ Adviesraad INHOUD Inleiding 1. Hoe kunnen de opleidingen kwalitatief beter en vooral uitdagender?

Nadere informatie

Projectvoorstellen maken

Projectvoorstellen maken Projectvoorstellen maken 1. Kader 1.1. Gebruiksaanwijzing 1.2. Wat zijn de eisen aan een projectvoorstel? 2. Inleiding 2.1 Signalering 2.2 Vooronderzoek 2.3 Probleemsituatie 3. Doelstellingen en randvoorwaarden

Nadere informatie

Schorsingen en verwijderingen in het funderend onderwijs

Schorsingen en verwijderingen in het funderend onderwijs Schorsingen en verwijderingen in het funderend onderwijs Inspectie van het Onderwijs, december 2015 Jaarlijks rapporteert de Inspectie van het Onderwijs over het schorsen en verwijderen van leerlingen

Nadere informatie

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I

ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I ECONOMISCHE MONITOR EDE 2015 I In deze economische monitor vindt u cijfers over de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt van de gemeente Ede. Van de arbeidsmarkt zijn gegevens opgenomen van de tweede helft

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

7. Samenwerking t.b.v. infrastructuur exameninstrumenten

7. Samenwerking t.b.v. infrastructuur exameninstrumenten 7. Samenwerking t.b.v. infrastructuur exameninstrumenten Opdrachtgever OCW Projectaannemer SBB Projectleider Nog te bevestigen Contactpersoon Lisette van Loon Start en einde deelproject Fase 1: juni 2012

Nadere informatie

Artikel I Artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel I Artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 wordt als volgt gewijzigd: Besluit van... houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000, het Besluit studiefinanciering 2000 en het Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in verband met

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

FACTSHEET. Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht. Platform Beleidsinformatie Mei 2013

FACTSHEET. Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht. Platform Beleidsinformatie Mei 2013 FACTSHEET Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht Platform Beleidsinformatie Mei 2013 Samenstelling: Pauline Thoolen (OCW/Kennis) Rozemarijn Missler (OCW/Kennis) Erik Fleur (DUO/IP) Arrian Rutten

Nadere informatie

Collegevoorstel 193/2002. Registratienummer 2.51404. Fatale datum raadsbesluit 18 december 2002

Collegevoorstel 193/2002. Registratienummer 2.51404. Fatale datum raadsbesluit 18 december 2002 Collegevoorstel 193/2002 Registratienummer 2.51404 Fatale datum raadsbesluit 18 december 2002 Opgesteld door, telefoonnummer L. Deurloo, 2230 en O. van Dijk, 2452 Programma Openbare gezondheid Portefeuillehouders

Nadere informatie