Onderzoek invoering wetswijziging hoofdstuk 8 Wet milieubeheer Implementatie van de IPPC-Richtlijn

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoek invoering wetswijziging hoofdstuk 8 Wet milieubeheer Implementatie van de IPPC-Richtlijn"

Transcriptie

1 Onderzoek invoering wetswijziging hoofdstuk 8 Wet milieubeheer Implementatie van de IPPC-Richtlijn Zaaknummer: Definitief rapport DG Milieu Divisie Water Postbus Postbus GX s-gravenhage 8200 AB Lelystad Grontmij Nederland bv Infrastructuur & Milieu De Bilt, 21 maart 2005

2 Verantwoording Titel : Onderzoek invoering wetswijziging hoofdstuk 8 Wet milieubeheer Projectnummer : Documentnummer : I&M AvE/SLN Revisie : D2 Datum : 21 maart 2005 Auteur(s) : Ir. D.D.L. Goedhart, ir. J.C. Jacobs, ing. M. Lieberom adres : Gecontroleerd : ir. J..C. Jacobs Paraaf gecontroleerd : Goedgekeurd : ing. A.P.A. van Ewijk Paraaf goedgekeurd : blad 2 van 104

3 Inhoudsopgave 1 Inleiding Aanleiding en achtergrond Reden onderzoek Vraagstelling Leeswijzer Aanpak en methodologie Algemeen Gevolgen wetsvoorstel Inventarisatie Aggregatie en analyse Resultaten provincies Aantal IPPC-inrichtingen per IPPC-(sub)categorie Kwaliteit gegevens aantal IPPC-inrichtingen Aanwezigheid kennis over IPPC binnen de organisatie Informatievoorziening over IPPC Inbedding IPPC in provinciale organisatie Actualiteit van de vergunningen IPPC-conformiteit Rapportageverplichting Knelpunten Resultaten RD s RWS Aantal IPPC-inrichtingen Kwaliteit gegevens aantal IPPC-inrichtingen Aanwezigheid kennis over IPPC binnen de organisatie Informatievoorziening over IPPC Inbedding IPPC in organisatie RD s Rijkswaterstaat Actualiteit van de vergunningen IPPC-conformiteit Rapportageplicht EPER Knelpunten Resultaten gemeenten Kwaliteit reacties Aantal IPPC-inrichtingen Kwaliteit gegevens aantal IPPC-inrichtingen Aanwezigheid kennis over IPPC binnen de organisatie Informatievoorziening over IPPC binnen de organisatie Inbedding IPPC in de gemeentelijke organisatie Actualiteit IPPC-conformiteit Rapportageplicht Knelpunten Resultaten Waterschappen blad 3 van 104

4 Inhoud (vervolg) 6.1 Aantal IPPC-inrichtingen Kwaliteit gegevens aantal IPPC-inrichtingen Aanwezigheid kennis IPPC binnen de organisatie Informatievoorziening en structuur binnen de organisatie Inbedding IPPC binnen de waterschappen Actualiteit van de vergunningen IPPC-conformiteit Rapportageplicht EPER Knelpunten Aggregatie en analyse provincies Algemeen Extra werkzaamheden in kader van implementatieplicht IPPC Extra werkzaamheden in het kader van de verplichte verslaglegging Knelpunten, oorzaken en invoeringsbegeleiding Aggregatie en analyse RD s RWS Algemeen Extra werkzaamheden in kader van implementatieplicht IPPC Extra werkzaamheden in het kader van de verplichte verslaglegging Knelpunten, oorzaken en invoeringsbegeleiding Aggregatie en analyse gemeenten Algemeen Extra werkzaamheden in het kader van de implementatieplicht IPPC Knelpunten, oorzaken en invoeringsbegeleiding Aggregatie en analyse Waterschappen Extra werkzaamheden in het kader van de implementatieplicht IPPC Extra werkzaamheden in het kader van de verplichte verslaglegging Conclusies en aanbevelingen Algemeen Conclusies Aanbevelingen Blad 4 van 104

5 Inleiding 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en achtergrond Eind jaren tachtig is op Europees niveau voor het eerst gesproken over een richtlijn voor integrale milieuvergunningverlening. Dit heeft in 1996 uiteindelijk geresulteerd in de Wet op de EG-richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, verder te noemen IPPC-richtlijn. Het basisprincipe van de IPPC-richtlijn is geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (verder Wvo) en reeds lange tijd gangbaar in Nederland. De hierin vastgelegde ALARA-regel 1 (As Low As Reasonable Achievable) in artikel 8.11 derde lid Wm en artikel 7 Wvo ontmoet in toenemende mate kritiek. In het EG-recht is ALARA vrij onbekend, wat leidt tot discus- sies over de precieze inhoud en strekking van het beginsel. De discussie heeft een nieuwe dimensie gekregen door de opkomst van de regel ter voorkoming en beperking van milieuverontreiniging door de beste beschikbare technieken (BBT). Om tevens voor de toekomst in EG-verband algemene milieudoelstellingen en uitgangspunten eenduidig te formuleren, zal de Nederlandse regelgeving verder in lijn gebracht moeten worden met de Europese regelgeving. Het concept-wetsvoorstel tot wijziging van de Wm en de Wvo heeft de volgende doelstellingen: een betere aansluiting van de IPPC-richtijn; het wegnemen van een aantal belemmeringen voor het verlenen van vergunningen op hoofdlijnen of vergunningen op maat. 1.2 Reden onderzoek Onderhavig onderzoek past in de doelstelling van een correcte en tijdige implementatie van de Europese regelgeving. Het onderzoek is nodig voor een juiste invoeringsbegelei- ding van het wetsvoorstel. Het niet doen van dit onderzoek zou afbreuk doen aan de geloofwaardigheid wat betreft onderbouwing van de uitvoeringslasten van de betrokken overheden en het zicht van het ministerie op de betekenis van de gevolgen van de implementatie van de EG-regelgeving. 1.3 Vraagstelling Ter voorbereiding van de invoeringsbegeleiding door VROM (ministerie van Volkshuisves- het wetsvoorstel tot wijziging van de Wm en Wvo op het punt van de implementatie van de ting, Ruimtelijke Ordening en Milieu) en V&W (ministerie van Verkeer en Waterstaat) van IPPC-richtlijn, is een helder beeld van de stand van zaken met betrekking tot de omzetting van de IPPC-richtlijn in Nederland gewenst. Voor het verkrijgen van dit heldere beeld dient onderzoek te worden verricht dat dient te leiden tot een onderbouwd overzicht van: a. het aantal IPPC-relevante Wm-inrichtingen en/of Wvo-inrichtingen en de betrokken bevoegde instanties, met een uitsplitsing naar de verschillende categorieën als be- doeld in bijlage I van de richtlijn; b. de eventuele extra werkzaamheden voor de betrokken bevoegde instanties in het kader van Wm- en Wvo-vergunningverlening om aan de implementatieverplichtingen te voldoen en van de oorzaken daarvan. Aandachtspunt hierbij is zoveel mogelijk onderscheid te maken tussen de werkelijke extra werkzaamheden op basis van de 1 ALARA-regel tevens van toepassing verklaard op Wvo-vergunningverlening, zie artikel 7 van de Wvo blad 5 van 104

6 Inleiding IPPC-verplichtingen enerzijds en het mogelijk inlopen van achterstanden op het ter- rein van de vergunningverlening anderzijds; c. de eventuele extra werkzaamheden voor de onder b betrokken bevoegde instanties in het kader van de in IPPC-verband verplichte verslaglegging en de oorzaken daarvan. De onderzoeksresultaten zullen worden gebruikt bij de invoeringsbegeleiding van het wetsvoorstel. Daarnaast zullen zij dienen voor het overleg met de betrokken overheden over de omvang van de bestuurslasten als gevolg van het wetsvoorstel. 1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft de bij dit onderzoek gehanteerde uitgangspunten weer, zoals het ver- schil tussen autonome actualisatie en IPPC-conformiteit. Tevens wordt ingegaan op de gevolgde aanpak en methodologie, volgend uit de uitgangspunten. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de resultaten van de inventarisatie bij de provincies en DCMR. In hoofdstuk 4, 5 en 6 worden de resultaten gepresenteerd van de inventarisatie bij respectievelijk de Regionale Diensten Rijkswaterstaat, de gemeenten en de Waterschappen. In hoofdstuk 7, 8, 9 en 10 worden de gegevens van respectievelijk de provincies, Regionale Rijkswater- staatdirecties, gemeenten en waterschappen geaggregeerd en geanalyseerd. In hoofdstuk 11 worden de conclusies en aanbevelingen weergegeven. Blad 6 van 104

7 Aanpak en methodologie 2 Aanpak en methodologie 2.1 Algemeen Dit hoofdstuk richt zich op een beschrijving van de aanpak en de methodologie die ge- volgd is om te komen tot een beantwoording van de volgende drie projectvragen: 1. Aantal IPPC-inrichtingen: Hoe groot is het aantal IPPC-relevante Wm-inrichtingen en/of Wvo-inrichtingen per betrokken bevoegde instantie, uitgesplitst naar de verschillende categorieën als bedoeld in bijlage I van de richtlijn? 2. IPPC-vergunningverlening: Wat zijn eventuele extra werkzaamheden voor de betrokken bevoegde instanties in het kader van Wm- en Wvo-vergunningverlening om aan de implementatiever- plichtingen te voldoen en wat zijn mogelijke oorzaken daarvan? 3. IPPC-rapportageplicht: Wat zijn eventuele extra werkzaamheden voor de betrokken bevoegde instanties om te kunnen voldoen aan de in het kader van de in IPPC-verband verplichte verslaglegging en wat zijn mogelijke oorzaken daarvan? Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden wordt gebruik gemaakt van een over- all aanpak in drie fasen: 1. Inventarisatie; 2. Aggregatie en analyse resultaten van de inventarisatie; 3. Indiceren extra werkzaamheden bevoegdegezag. De gehanteerde aanpak van genoemde fasen worden in de volgende paragrafen per onderzoeksvraag nader beschreven. Aangezien de in hoofdstuk 1 genoemde wetswijziging de basis vormt voor het onderzoek, wordt allereerst ingegaan op de concrete gevol- gen hiervan voor de operationele vergunningverlening. 2.2 Gevolgen wetsvoorstel Concreet omvat het wetsvoorstel ter verduidelijking en explicitering van onderdelen van de IPPC in hoofdzaak: introductie Best Beschikbare Technieken (BBT); definiëring emissie en emissiegrenswaarden; aanscherping van de controlevoorschriften; voorschriften op het gebied van bedrijfsomstandigheden, bedrijfsbeëindiging, lan- ge afstand- en grensoverschrijdende verontreiniging; alle vergunningen van IPPC-relevante inrichtingen moeten voor 31 oktober 2007 conform IPPC zijn; BBT dient in alle bestaande en nieuwe vergunningen te zijn opgenomen; Alle inrichtingen moeten 31 oktober 2007 conform BBT in werking zijn; Rapportageplicht voortgang implementatie van de IPPC. 2.3 Inventarisatie Het doel van de inventarisatie is het verkrijgen van informatie ter beantwoording van de projectvragen. Hiertoe is de volgende informatie benodigd: 1. Aantal IPPC-inrichtingen (kwantitatief)per IPPC-(sub)categorie; 2. Kwaliteit kwantitatieve gegevens IPPC-inrichtingen; blad 7 van 104

8 Aanpak en methodologie 3. Aanwezigheid kennis over IPPC binnen de organisatie; 4. Informatievoorziening en -structuur over IPPC binnen de organisatie; 5. Inbedding IPPC in operationele vergunningverlening; 6. Actualiteit van de vergunningen; 7. IPPC-conformiteit van de vergunningen; 8. Rapportagemogelijkheden in kader van Eu rapportageplicht. In de aanpak voor het verkrijgen van de benodigde informatie is onderscheid gemaakt naar twee groepen bevoegde instanties, te weten: Provincies, Regionale Diensten Rijkswaterstaat (hierna te noemen RD s Rijkswa- Gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden. terstaat, DCMR Milieudienst (hierna te noemen DCMR) en waterschappen; De indeling van de bevoegde instanties is tevens gehanteerd bij de beschrijving van de aanpak van de inventarisatie per onderzoeksvraag. Vraag 1: Aantal IPPC-inrichtingen Hoe groot is het aantal IPPC-relevante Wm-inrichtingen en/of Wvo-inrichtingen per be- trokken bevoegde instantie, uitgesplitst naar de verschillende categorieën als bedoeld in bijlage I van de richtlijn? Om deze vraag te kunnen beantwoorden is per bevoegd gezag een kwantitatief overzicht verkregen met daarin de aantallen IPPC-inrichtingen per IPPC-(sub)categorie. Daarnaast is kwalitatieve informatie verzameld om te komen tot een inzicht over hoe het bevoegd gezag het aantal IPPC-inrichtingen heeft bepaald, of er een (digitaal) registratiesysteem is en zo ja, welke gegevens hierin worden geregistreerd. Deze kwalitatieve informatie wordt gebruikt om een inschatting te maken van de volledigheid en betrouwbaarheid van het opgegeven overzicht van IPPC-inrichtingen. De inventarisatie heeft plaatsgevonden op basis van de aangeleverde gegevens van de betrokken bevoegde instanties. Hierbij is uitgegaan van de volledigheid en juistheid van deze opgave van IPPC-inrichtingen, waarbij ook uitgegaan wordt van het toekennen van de juiste capaciteitsgrenzen door de overheden voor het bepalen van IPPC-inrichtingen en haar IPPC-(sub)categoriën. Provincies, regionale Rijkswaterstaatdirecties, DCMR en waterschappen Tijdens de voorbereiding is een verzendlijst opgesteld van de bevoegde instanties met contactpersonen. Deze contactpersonen hebben een informatiebrief ontvangen vanuit VROM, IVW dan wel UvW waarin een toelichting werd gegeven over de inhoud van het project en de vraag om medewerking te verlenen. Daarnaast zijn handleidingen verstuurd om het aantal IPPC-inrichtingen binnen het eigen vergunningenbestand te kunnen vast- stellen. In bijlage 1 en 2 zijn de gebruikte brieven en handleidingen opgenomen. Voornoemde instanties zijn bezocht. Tijdens het bezoek hebben de bevoegde instanties overzichten met IPPC-inrichtingen binnen het eigen vergunningenbestand overlegd (NAWgegevens en IPPC-(sub)categorieën). Deze overzichten zijn besproken, waarbij is inge- gaan op categorie-indelingen IPPC en zonodig aangepast. Tijdens het bezoek is een interview afgenomen met de sleutelperso(o)n(en) op het gebied van operationele vergun- met ningverlening en IPPC, waarbij inzicht is verkregen in de wijze waarop het overzicht IPPC-inrichtingen uitgesplitst naar IPPC-(sub)categorie tot stand is gekomen, de aanwe- zigheid van een (digitaal) registratiesysteem en indien aanwezig, de geregistreerde aspec- ten. De gehanteerde vragenlijst bij een interviews is opgenomen in bijlage 3. De overzichten van provincies en directies Rijkswaterstaat zijn met elkaar vergeleken. Indien overzichten niet consistent bleken, zijn ze gewijzigd dan wel aangevuld. Gemeenten en samenwerkingsverbanden Blad 8 van 104

9 Aanpak en methodologie De inventarisatie bij het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (hierna te noemen SRE) en Dienst Milieu en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam (hierna te noemen DMB) heeft op dezelfde wijze plaatsgevonden als bij de provincies, DCMR, de directies RWS en de waterschappen. SRE en DMB hebben een brief gekregen met informatie over onderhavig onderzoek en zijn bezocht. Tijdens dit bezoek is een interview afgenomen met de sleutelperso(o)n(en) op het gebied van operationele vergunningverlening en IPPC. Tevens heeft een diepteonderzoek plaatsgevonden van de vergunningen van IPPCinrichtingen in het vergunningenbestand van beide bevoegde instanties. De overige ge- meenten zijn schriftelijk benaderd, zoals hierna beschreven. Een aantal gemeenten in Nederland heeft de milieutaken, waaronder vergunningverlening, uitbesteed aan milieudiensten of samenwerkingsverbanden. Als gevolg hiervan hebben zowel gemeenten als milieudiensten en samenwerkingsverbanden een informatiebrief vanuit VROM ontvangen. Hierin is een toelichting gegeven over de inhoud van onderhavig project en de vraag om hieraan medewerking te verlenen. Tevens is een handleiding toe- het eigen vergunningenbestand. De brieven zijn verzonden naar de hoofden van de afde- gezonden ter vaststelling van het aantal IPPC-inrichtingen per IPPC-(sub)categorie binnen ling milieuvergunningverlening. Het gaat hierbij om 484 gemeenten en 17 samenwer- zijn kingsverbanden 2. Bij de brieven is een verkorte vragenlijst gevoegd. De gemeentes gevraagd het absolute aantal IPPC-inrichtingen dat onder IPPC-(sub)categorie 6.6 (intensieve veehouderij) op te geven, alsmede de NAW- gegevens en IPPC-(sub)categorie van de overige inrichtingen, die onder de overige IPPC-(sub)categorieën vielen. Op basis van de overzichten die door de gemeenten, milieudiensten en samenwerkingsverbanden zijn toegezonden, is een eerste overzicht met IPPC-inrichtingen opgesteld. Vervolgens zijn alle gemeenten die nog niet gereageerd hadden schriftelijk benaderd met het verzoek de gevraagde gegevens alsnog aan te leveren. De gemeenten en samenwerkingsverbanden die hebben gereageerd, zijn zonodig gevraagd de gegevens aan te vullen. Op basis hiervan is het definitieve overzicht met IPPC-inrichtingen onder gemeentelijk bevoegd gezag vastgesteld. Inzicht in de kwaliteit van de geleverde informatie is deels verkregen door het registreren van de telefonische vragen van gemeenten, milieudiensten en samenwerkingsverbanden in het kader van onderhavig onderzoek. Tevens is beperkt inzicht verkregen in de volledigheid en betrouwbaarheid van de aangeleverde gegevens door het afnemen van vijftien telefonische interviews bij hiervoor geselecteerde gemeenten. Het voornaamste doel van de telefonische interviews was het verkrijgen van informatie ter beantwoording van de projectvragen twee (IPPC-vergunningverlening) en drie (IPPC-rapportageplicht). De gehanteerde vragenlijst bij het telefonisch interview is opgenomen in bijlage 4. De wijze van selectie van de vijftien gemeenten is beschreven bij de aanpak van projectvraag twee in de volgende paragraaf. Vraag 2: IPPC-vergunningverlening Wat zijn eventuele extra werkzaamheden voor de betrokken bevoegde instanties in het kader van Wm- en Wvo-vergunningverlening om aan de implementatieverplichtingen te voldoen en wat zijn mogelijke oorzaken daarvan? 2 Aangezien in deze voorbereidingsfase niet bekend was welke gemeenten (een deel van de) milieutaken uitbesteden aan samenwerkingsverbanden, zijn naast alle gemeenten ook alle samenwerkingsverbanden aangeschreven. Zij hebben de vraag gekregen om voor de gemeenten waar zij vergunningverlening en handhaving voor uitvoeren, het aantal IPPC inrichtingen evenals de IPPC-(sub)categorie en de capaciteit op te geven. Blad 9 van 104

10 Aanpak en methodologie Aandachtspunt bij deze vraag is zoveel mogelijk onderscheid te maken tussen de extra werkzaamheden op basis van de IPPC-verplichtingen enerzijds en het eventueel inlopen van achterstanden op het terrein van vergunningverlening (autonome actualisatie) anderzijds. Voor bepaling van de extra werkzaamheden ten gevolge van de wetswijziging wordt ervan uitgegaan dat in geval van een nog uit te voeren autonome actualisatie de werkzaamheden ten gevolge van de wetswijziging worden meegenomen. Voor het vaststellen van de extra werkzaamheden is informatie nodig over de autonome actualisatie en de IPPC-conformiteit van de vergunningen. Voor het verkrijgen van deze informatie is het begrip Stand der Techniek (SdT) belangrijk. Dit omdat dit begrip de belangrijkste link vormt tussen de huidige vergunningverlening en het BBT(BAT)-criterium uit de toekomstige vergunningverlening. Autonome actualisatie Om een oordeel te geven over de autonome actualisatie zijn de volgende aspecten van belang: 1. Toetsing aan SdT; 2. Wijzigingen in de bedrijfsvoering; 3. Wijzigingen in de omgeving; 4. Toetsing aan de laatste milieuwetgeving. In het onderzoek is nagegaan of deze aspecten worden betrokken in de operationele vergunningverlening. Een de inhoudelijke beoordeling van de toepassing van de aspecten door de bevoegde instanties heeft niet plaatsgevonden, omdat dit in het kader van onderhavig onderzoek te ver voert Voor het vaststellen van de autonome actualisatie is in het onderhavige onderzoek voornamelijk gericht op het toetsen aan SdT tijdens het proces van vergunningverlening. Omdat deze toetsing onderdeel is van de huidige wetgeving kan op basis hiervan worden vastgesteld of verleende vergunningen actueel zijn. Om na te gaan of toetsing aan Stand der Techniek plaatsvindt, is in de interviews met de bevoegde instanties ingegaan op het begrip SdT en de bij de vergunningverlening gebruikte documenten (NeR, LAP, NRB voor Wm-vergunningen en CIW voor Wvo-vergunningen). In het diepteonderzoek is nagegaan of toetsing aan SdT heeft plaatsgevonden door na te gaan of een verwijzing is opgenomen in de overwegingen. Dit kan een directe verwijzing zijn naar de toetsing aan SdT of een verwijzing naar NeR, LAP, NRB bij Wm-vergunningen of CIW (thans LBOW) bij Wvovergunningen. De overige drie aspecten, te weten wijzigingen in de bedrijfsvoering, wijzigingen in de omgeving en toetsing aan de laatste milieuwetgeving zijn tijdens de interviews aan de orde gekomen door na te gaan of deze aspecten worden betrokken bij de actualisatie. Daarnaast is in het interview nagegaan naar aanleiding waarvan een vergunning wordt bezien op actualiteit, bijvoorbeeld een geplande vaste frequentie, op verzoek van ander bevoegd gezag en/of na handhaving. Tevens is tijdens het interview nagegaan of bij een wijzigingsvergunning, ambtshalve wijziging of een melding 8.19 Wm de vergunning wordt bezien op actualiteit. Op basis hiervan is een relatie worden gelegd met het laatste moment van bezien op actualiteit. In combinatie met het diepteonderzoek en de ouderdom van de onderzochte vergunningen, is op basis van deze relatie een vertaling worden gemaakt van het diepteonderzoek naar het totale inrichtingenbestand. IPPC- conformiteit Voor de benodigde informatie over de IPPC-conformiteit van de verleende vergunningen is tijdens de interviews voor elke bevoegde instantie nagegaan wat het kennisniveau over Blad 10 van 104

11 Aanpak en methodologie de IPPC is (terminologie), welke IPPC-informatiebronnen beschikbaar zijn en op welke wijze deze kennis en informatie verspreid wordt binnen de organisatie. Daarnaast is ingegaan op de operationele vergunningverlening, zoals op welke aspecten wordt een aanvraag om een vergunning getoetst, wat wordt opgenomen in de overwegingen en worden IPPC-specifieke voorschriften opgenomen in vergunningen. Tijdens het interview is ook informatie over de ervaringen en knelpunten met de IPPC-vergunningverlening verzameld. Daarnaast is een diepteonderzoek uitgevoerd naar de IPPC-conformiteit voor de inrichtingen die vallen onder de IPPC-richtlijn. Dit op basis van een exemplaar van de vergunning. Zo is er bij de overwegingen onder meer vastgesteld of coördinatie en toetsing per milieucompartiment heeft plaatsgevonden. Bij de voorschriften is onder meer vastgesteld of methoden van analyse en bijbehorende frequenties zijn voorgeschreven en of er voorschriften zijn over bedrijfsbeëindiging. De aanpak voor het verkrijgen van informatie over de autonome actualisatie en de IPPCconformiteit is aansluitend voor beide groepen bevoegde instanties beschreven. De wijze waarop deze gegevens worden vertaald naar extra werkzaamheden is beschreven in paragraaf 2.4 aggregatie en analyse. Provincies, DCMR, Regionale Rijkswaterstaatdirecties en Waterschappen De benodigde informatie over de autonome actualisatie en de IPPC-conformiteit van de vergunningen is verkregen bij alle bevoegde instanties uit: Interview sleutelpersonen operationele vergunningverlening. De gehanteerde vragenlijst is opgenomen in bijlage 3; Diepteonderzoek vergunningen van inrichtingen. De selectie van de vergunningen voor het diepte onderzoek is uitgevoerd door het projectteam. Bij de selectie is rekening gehouden met spreiding in de ouderdom van de vergunningen en spreiding over de verschillende IPPC-(sub)categorieën. Gemeenten en samenwerkingsverbanden De benodigde informatie over de autonome actualisatie en de IPPC-conformiteit van de vergunningen is verkregen bij een selectie van veertien gemeenten en één gemeentelijk samenwerkingsverband uit: Telefonisch interview sleutelpersonen operationele vergunningverlening. De gehanteerde vragenlijst is opgenomen in bijlage 4. Diepteonderzoek vergunningen van inrichtingen. Voor de selectie van de gemeenten is de volgende verdeling gehanteerd: Zeven gemeenten met relatief veel agrarische / veeteelt IPPC-inrichtingen (twintig of meer); Zeven gemeenten met relatief veel industriële IPPC-inrichtingen (vijf of meer); Tijdens de telefonische interviews zijn verleende vergunningen opgevraagd voor het uitvoeren van een diepteonderzoek. Gezien de beschikbaarheid van verleende vergunningen heeft geen selectie plaatsgevonden op ouderdom en/of IPPC-(sub)categoriën. De inventarisatie bij DMB en SRE heeft op dezelfde wijze plaatsgevonden als bij de provincies, RD s Rijkswaterstaat, DCMR en Waterschappen, een en ander zoals hiervoor beschreven. Vraag 3: IPPC-rapportageplicht Wat zijn eventuele extra werkzaamheden voor de betrokken bevoegde instanties om te kunnen voldoen aan de in het kader van de in IPPC-verband verplichte verslaglegging te kunnen voldoen en wat zijn mogelijke oorzaken daarvan? Blad 11 van 104

12 Aanpak en methodologie Om deze vraag te kunnen beantwoorden is vastgesteld in hoeverre de bevoegde instanties op dit moment de onderdelen waarvoor een rapportageplicht geldt registreren en kunnen rapporteren. Voor onderdelen waar dit niet mogelijk is, wordt dit beschouwd als extra werkzaamheden voor de bevoegde instanties. In dat geval zijn tevens eventuele knelpunten in beeld gebracht. De rapportageplicht geldt in principe voor IPPC-activiteiten/installaties. Indien een bevoegde instantie geen onderscheid kan maken naar IPPC-activiteiten/installaties is nagegaan of kan worden gerapporteerd voor IPPC-inrichtingen. Als bevoegde instanties aangeven niet bekend te zijn met het aantal IPPC-inrichtingen, wordt aangenomen dat niet voldaan kan worden aan de rapportageverplichting. Provincies, DCMR, RD s Rijkswaterstaat en Waterschappen De informatie is verkregen uit interviews met sleutelpersonen op het gebied van operationele vergunningverlening. Voorafgaand aan het interview zijn de vragen die betrekking hebben op de rapportageplicht aan de bevoegde instanties toegezonden. Bij de RD s Rijkswaterstaat en de waterschappen is tevens nagegaan of kan worden vol- (EPER). Het betreft de rapportage van jaarvrachten voor afzonderlijk geëmitteerde com- daan aan de rapportageplicht in het kader van de European Pollutant Emission Register ponenten. Blad 12 van 104

13 Aanpak en methodologie Gemeenten en samenwerkingsverbanden Om inzicht te verkrijgen in de mogelijkheid voor de gemeentelijke bevoegde instanties om te kunnen voldoen aan de rapportageplicht vanuit de IPPC, is hierop ingegaan tijdens de interviews met DMB, SRE en de telefonische interviews. 2.4 Aggregatie en analyse De uit de inventarisatie verkregen informatie is verwerkt in een elektronisch databestand van Microsoft Office Excel In het databestand zijn overzichten gemaakt per bevoegd gezag van het aantal IPPC-inrichtingen met NAW-gegevens, IPPC-(sub)categorie, jaar verleende vergunning, jaar laatste wijziging van de vergunning, coördinatie en bevoegde instanties Wm en Wvo. Aan de hand van dit ingevulde databestand is het mogelijk om gegevens te aggregeren, berekeningen uit te voeren en selecties te maken. Op basis van deze geaggregeerde informatie heeft de analyse plaatsgevonden en is gekomen tot beantwoording van de projectvragen, Voor de beantwoording van vraag 2 dient in de extra werkzaamheden onderscheid te worden gemaakt tussen werkzaamheden die voortvloeien uit de autonome actualisatie en werkzaamheden die voortvloeien uit de implementatieverplichting van de IPPC. Dit heeft plaatsgevonden conform de in figuur 2-1 aagegeven wijze. Is toetsing aan SdT opgenomen in de overwegingen? NEE Heeft toetsing aan SdT in praktijk wel plaatsgevonden? NEE Toetsing moet alsnog plaatsvinden; geen extra werkzaamheden JA JA Is de vergunning conform IPPC? NEE Vergunning is actueel, maar niet conform IPPC; extra werkzaamheden JA Vergunning is actueel en conform IPPC; geen extra werkzaamheden Figuur2-1 Extra werkzaamheden als gevolg van implementatieplicht Blad 13 van 104

14 Aanpak en methodologie blad 14 van 104

15 Resultaten provincies 3 Resultaten provincies In dit hoofdstuk worden de resultaten gepresenteerd van de inventarisatie uitgevoerd bij de twaalf provincies. De gegevens van DCMR zijn meegenomen indien de inrichting onder het bevoegde gezag van de provincie valt. De inventarisatie bij deze bevoegde instanties was gericht op het verkrijgen van informatie over: 1. Aantal IPPC-inrichtingen per IPPC-(sub)categorie; 2. Kwaliteit gegevens aantal IPPC-inrichtingen; 3. Aanwezigheid kennis over IPPC binnen de organisatie; 4. Informatievoorziening over IPPC; 5. Inbedding IPPC in operationele vergunningverlening; 6. Actualiteit van de vergunningen; 7. IPPC-conformiteit van de vergunningen; 8. Rapportagemogelijkheden in kader van EU-rapportageplicht; 9. Knelpunten. De verkregen informatie over genoemde onderdelen wordt in de paragrafen hierna behandel. 3.1 Aantal IPPC-inrichtingen per IPPC-(sub)categorie De aantallen IPPC-inrichtingen per IPPC-(sub)categorie zijn gebaseerd op de informatie zoals aangeleverd door de provincies en de DCMR. Aangenomen is dat de aangeleverde informatie juist en volledig is. Aangeleverde overzichten van provincies en DCMR zijn vergeleken met de overzichten van de RD s Rijkswaterstaat en consistent gemaakt. De IPPC-inrichtingen die onder de verantwoordelijkheid van DCMR 3 vallen, zijn in dit onder- zij zoek toegewezen aan Provincie Zuid-Holland en de betrokken gemeenten, aangezien het bevoegde gezag zijn van deze inrichtingen. De definitie van de categorie indeling was ten tijde van het onderzoek niet voor alle categorieën eenduidig vastgesteld. Tijdens het onderzoek is de interpretatie van de definities van IPPC-(sub)categorieën 5.1 en 5.3 gewijzigd. Het betreft het begrip verwijdering: deze handeling kan ook buiten de inrichting plaatsvinden. Voorheen werd aangenomen dat in het geval de inrichting dan niet onder de IPPCrichtlijn valt. Deze begripswijzigingen is niet bij de provincies meegenomen in onderhavig onderzoek. Hierdoor zal het aantal inrichtingen in de praktijk mogelijk hoger zijn dan hierna opgenomen. In tabel 3-1 zijn het totale aantal IPPC-inrichtingen weergegeven waarvoor de provincies bevoegd gezag zijn, evenals een onderverdeling per IPPC- hoofdcategorie en per ( anonieme) provincie. 3 Volgens de opgave van DCMR vallen 88 IPPC-inrichtingen onder hun verantwoordelijkheid, hiervan vallen 78 inrichtingen onder het bevoegd gezag van provincie Zuid-Holland en 10 onder het bevoegd gezag van gemeenten (zie ook hoofdstuk 5). blad 15 van 104

16 Resultaten provincies In tabel 3-1 is te zien dat het totale aantal IPPC-inrichtingen binnen de categorieën groter kan zijn dan sec het aantal IPPC-inrichtingen. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat één inrichting onder meerdere categorieën kan vallen (bijvoorbeeld chemisch bedrijven maken vaak meerdere stofgroepen in verschillende installaties en vallen daarom onder verschillende IPPC-subcategorieën). Tabel 3-1 Aantal IPPC-inrichtingen provincies. Provincie Aantal IPPC-inrichtingen Totaal Per IPPC-hoofdcategorie cat. 1 cat. 2 cat. 3 cat. 4 cat. 5 cat. 6 onbekend A B C D E F G H I J K L Totaal Toelichting hoofdcategorieën: categorie 1: energie-industrie; categorie 2: productie en verwerking van metalen; categorie 3; minerale industrie; categorie 4: chemische industrie; categorie 5: afvalbeheer; categorie 6: overige activiteiten; onbekend: inrichtingen wel aangemerkt als IPPC-plichtig, maar niet de bijbehorende categorie(ën) aangegeven. 3.2 Kwaliteit gegevens aantal IPPC-inrichtingen Over het algemeen zijn de provincies in staat gebleken de IPPC-inrichtingen aan te geven per hoofdcategorie. In veel gevallen ontbreekt de IPPC-(sub)categorie, in een aantal gevallen zelfs de hoofdcategorie. Indien ontbrekende gegevens na koppeling met de Wvovergunningen wel bekend werden, zijn deze overgenomen. Per inrichting is de datum van de oprichtingsvergunning en/of de revisievergunning in de meeste gevallen bekend. In veel gevallen ontbraken op de overzichten de NAW gegevens. Deze zijn door Grontmij aangevuld. In bepaalde gevallen hebben provincies een zeer uitgebreid of zelfs het gehele vergunningenbestand toegezonden. Grontmij heeft een selectie gemaakt van de inrichtingen waarvan zeker bekend is dat deze onder de IPPC-richtlijn vallen. Voor complexe bedrijven is er het knelpunt dat niet altijd duidelijk is uit hoeveel inrichtingen (deelvergunningen) deze bestaat en welke IPPC-activiteiten wordt uitgevoerd. 3.3 Aanwezigheid kennis over IPPC binnen de organisatie Het kennisniveau ten aanzien van de IPPC-richtlijn en de IPPC-procedure is getoetst tijdens de afgenomen interviews met de sleutelpersonen op het gebied van operationele vergunningverlening. De verwachting is dat deze sleutelpersoon de meeste kennis over de IPPC-richtlijn bezit. Er wordt aangenomen dat Blad 16 van 104

17 Resultaten provincies door het bestaan van een dergelijke sleutelpersoon IPPC-kennis aanwezig en beschikbaar is binnen de organisatie. De aanwezigheid van kennis over IPPC binnen de organisatie is gebaseerd op de volgende criteria: Bekendheid met bestaan van IPPC-richtlijn; Bekendheid met informatiebronnen IPPC en BREF s. Kennis van inhoud IPPC-richtlijn; Bekendheid met wijze interpretatie BBT(BAT)uit IPPC; Bekendheid hoe IPPC en BREF s in het Nederlandse milieubeleid zijn geïncorporeerd. In tabel 3-2 zijn de criteria verder onderverdeeld en zijn de resultaten weergegeven voor de provincies. Tabel 3-2 IPPC-kennis sleutelperso(o)n(en) provincies Criteria kennisniveau IPPC Percentages bekend Bekend met bestaan richtlijn IPPC 100 Bekendheid met informatiebronnen IPPC en BREF s Kennis van inhoud IPPC Bekendheid met wijze interpretatie BBT (BAT) uit IPPC Infomil 100 VROM 83 Europese IPPC-bureau in Sevilla 83 Oplegnotities 83 Dutch notes 42 Eu internetsite 58 BREF s 100 NeR 100 LAP 67 NRB 75 BREF dan wel het oude stand der techniek / ALARA 92 Geïntegreerde benadering milieuthema s 58 Stoffenaanpak, waterkwaliteitsspoor, preventie / aanpak bij 58 bron Coördinatie tussen Wm en Wvo 33 Hoog beschermingsniveau ten aanzien van milieu 58 Omgaan met calamiteiten en bijzondere omstandigheden, 8 zoals bedrijfsbeëindiging Emissiegrenswaarden of gelijkwaardige technische voorzieningen 67 Oude stand der techniek, ALARA 100 Voorkomen en beperken van emissies 92 Economisch haalbaar in de betreffende bedrijfstak 67 Technisch haalbaar in de betreffende bedrijfstak 84 Technieken die redelijkerwijs verkrijgbaar zijn 84 De meest doeltreffende technieken om milieugevolgen te 83 voorkomen / beperken Hoofdstuk 8 Wm 100 Ivb 92 NeR 92 LAP 67 Bekend hoe IPPC en BREF s in het Nederlandse milieubeleid zijn geïmplementeerd om SdT te bepalen NRB 50 Blad 17 van 104

18 Resultaten provincies 3.4 Informatievoorziening over IPPC Om vast te stellen of de provincies ingericht zijn om vergunningen conform IPPC te verlenen is met betrekking tot de IPPC-richtlijn gevraagd naar: informatievoorziening vanuit landelijke organisaties; informatievoorziening binnen de provincies. Informatievoorziening vanuit landelijke organisaties De provincies is gevraagd in hoeverre de informatievoorziening over de IPPC-richtlijn vanuit de landelijke organisaties (VROM en InfoMil) voldoende is voor een correcte uitvoer van de werkzaamheden in het kader van de IPPC-vergunningverlening. Indien de informatievoorziening volgens de provincies gedeeltelijk voldoende of onvoldoende was, zijn de knelpunten hiervoor geïnventariseerd. Deze knelpunten zijn (in willekeurige volgorde) weergegeven in tabel 3-3. Uit de tabel blijkt dat provincies vooral aangeven informatie te missen voor het uitvoeren van IPPC-gerelateerde werkzaamheden. Dit houdt in dat een gedeeltelijke voldoende of onvoldoende beoordeling vooral een behoefte aan informatie over IPPC weergeeft. Tabel 3-3 IPPC-informatievoorziening vanuit landelijke organisaties naar provincies Informatievoorziening Percentage Aangegeven knelpunten Voldoende 8 Gedeeltelijk voldoende 17 Onvoldoende 75 Informatievoorziening binnen de provincies De provincies is gevraagd op welke wijze voor de operationele vergunningverlening informatie en kennis over de IPPC wordt vergaard en overgedragen. De IPPCinformatievoorziening binnen de provincies is weergegeven in tabel 3-4. Tabel 3-4 IPPC-informatievoorziening binnen de provincies Informatievoorziening Percentage toegepast Vergunningverlener zelfstandig IPPC-informatie verzamelen 100 Coördinator / verantwoordelijke voor verzamelen IPPC-informatie aangewezen 42 (gestructureerd) Intern georganiseerde bijeenkomst 17 Kennisuitwisseling met andere provincie 83 Intern netwerk (intranet) met actuele IPPC-informatie 50 Werkoverleg met structureel aandacht voor IPPC 75 Bibliotheek met actuele IPPC-informatie 50 Extene bijeenkomsten Infomil over IPPC 8 Oplegnotities BREF s 42 Nieuwsbrieven Infomil 33 Werkgroep IPPC 8 Blad 18 van 104

19 Resultaten provincies 3.5 Inbedding IPPC in provinciale organisatie Om vast te stellen in hoeverre IPPC al is ingebed in de operationele vergunningverlening is gekeken naar: IPPC-ervaring binnen provincies; Gebruikte documenten bij toetsing aanvraag IPPC-inrichting. Uit de interviews bij de provincies blijkt dat 83% van de provincies één of meerdere IPPCvergunningen heeft verleend. In totaal gaat het hierbij om circa 55 vergunningen. In tabel 3-5 zijn de documenten opgenomen die gebruikt worden voor de IPPCvergunningverlening. In deze tabel is het percentage provincies aangegeven, dat gebruik maakt van deze documenten bij de vergunningverlening voor inrichtingen die vallen onder de IPPC-richtlijn. Tabel 3-5 Gebruik documenten voor IPPC-vergunningverlening door provincie Documenten Percentage gebruik BREF 75 Oplegnotities 50 NeR 83 LAP 50 NRB 42 Infomil informatie 58 Brancheplannen 33 Overig* 50 * bij overig is genoemd: provinciale toetsingskaders, standaard voorschriften en considerans, uitgebreid aanvraagformulier en BEES Inzicht in inbedding van IPPC in de organisatie is verder verkregen door inzicht in de mate waarin vereiste aspecten worden opgenomen in de overwegingen van de vergunning. De volgende aspecten worden door alle provincies en DCMR meegenomen in de overwegingen: Algemeen beleidskader; Coördinatie tussen Wm en Wvo; Toetsingskader aan overige wetgeving (bouw, habitat); Toetsingskader per milieucompartiment aan BREF/ BBT; Resultaten en conclusies uit een eventueel m.e.r.; Juridisch toetsingskader (Awb). Eén provincie heeft aangegeven het algemene beleidskader niet mee te nemen in de overwegingen. 3.6 Actualiteit van de vergunningen De actualiteit van het vergunningenbestand is mede vastgesteld op basis van de volgende aspecten: Jaartal van afgifte (oprichtings-/revisievergunning); Jaartal van afgifte (ambtshalve) wijzigingsvergunning. In het kader van dit onderzoek wordt aangenomen dat de vergunning mogelijk actueel is indien voor de inrichtingen een wijzigings-, revisie- of oprichtingsvergunning is verleend na Er wordt aangenomen dat vergunningen van voor 1995 niet actueel meer zijn als gevolg van gewijzigd beleid en regelgeving. Jaartal van afgifte oprichtings-/revisievergunning Blad 19 van 104

20 Resultaten provincies In tabel 3-6 is per provincie (anoniem) aangegeven het percentage van de aangemelde IPPC-inrichtingen waarvan leeftijdsgegevens van vergunningen van die inrichtingen zijn aangeleverd. Tabel 3-6 Aangeleverde leeftijdsgegevens vergunningen IPPC-inrichtingen provincies Provincie Percentage gegevens aangeleverd A 70 B 28 C 0 D 76 E 98 F 100 G 88 H 89 I 96 J 86 K 97 L 50 Gemiddeld 72 In tabel 3-7 staan per provincie (anoniem) het aantal oprichtings- en revisievergunningen per afgiftejaar voor de IPPC-inrichtingen weergegeven. Tabel 3-7 Aantal oprichtings- en revisievergunningen per afgiftejaar per provincie Provincie Aantal afgegeven oprichtings- en revisievergunningen per jaar van afgifte < A B C D E F G H I J n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. n.a. K L Totaal n.a: gegevens zijn niet aangeleverd Blad 20 van 104

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2008 135 Besluit van 9 april 2008 tot wijziging van enige algemene maatregelen van bestuur in verband met aanpassing aan de artikelen 8.8 en 8.11,

Nadere informatie

TEERDE STATEN VAN GELDERLAND. Ingevolge artikel 8.24 Wet milieubeheer 1 FEITEN

TEERDE STATEN VAN GELDERLAND. Ingevolge artikel 8.24 Wet milieubeheer 1 FEITEN BESCHIKKING D.D. 4 DECEMBER 2009 TEERDE STATEN VAN GELDERLAND - NR. MPM18173/2009-015262 VAN GEDEPU- Ingevolge artikel 8.24 Wet milieubeheer 1 FEITEN Onderwerp aanvraag Op 10 augustus 2009 hebben wij een

Nadere informatie

DEFINITIEVE VERGUNNING. EEW Energy from Waste Delfzijl BV

DEFINITIEVE VERGUNNING. EEW Energy from Waste Delfzijl BV DEFINITIEVE VERGUNNING verleend aan EEW Energy from Waste Delfzijl BV ten behoeve van de activiteit het wijzigen van de verwerkingscapaciteit (locatie: Oosterhorn 38, 9936 HD te Farmsum) Groningen, 17

Nadere informatie

Omgevingsvergunning. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. voor de activiteit milieuneutraal veranderen. Rockwool B.V.

Omgevingsvergunning. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. voor de activiteit milieuneutraal veranderen. Rockwool B.V. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Omgevingsvergunning voor de activiteit milieuneutraal veranderen Rockwool B.V. te Roermond Zaaknummer: 2015-1985 Kenmerk: 2016/48004 d.d. 23 juni 2016 Verzonden:

Nadere informatie

Omgevingsvergunning. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. Activiteit milieuneutraal veranderen. Rockwool B.V. te Roermond

Omgevingsvergunning. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. Activiteit milieuneutraal veranderen. Rockwool B.V. te Roermond Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Omgevingsvergunning Activiteit milieuneutraal veranderen Rockwool B.V. te Roermond Zaaknummer: 2015-1632 Kenmerk: 2015/95267 d.d. 10 december 2015 Verzonden:

Nadere informatie

Aanleg parallelweg N248

Aanleg parallelweg N248 Aanleg parallelweg N248 Onderzoek luchtkwaliteit Definitief Provincie Noord-Holland Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 14 juli 2014 Verantwoording Titel : Aanleg parallelweg N248 Subtitel : Onderzoek luchtkwaliteit

Nadere informatie

ADVIES OMGEVINGSVERGUNNING, ONDERDEEL MILIEU

ADVIES OMGEVINGSVERGUNNING, ONDERDEEL MILIEU *D152097259* D152097259 ADVIES OMGEVINGSVERGUNNING, ONDERDEEL MILIEU Aanvrager : P.C. van Tuijl Kesteren b.v. Datum besluit : Onderwerp : uitbreiding bedrijfsgebouw Van Tuijl Marsdijk Lienden Gemeente

Nadere informatie

Beschikking Wet milieubeheer

Beschikking Wet milieubeheer Beschikking Wet milieubeheer Besluit van burgemeester en wethouders van Woensdrecht. Datum beschikking: 16-12-2008 Onderwerp aanvraag Op 3 juli 2008 is een aanvraag om vergunning ingevolge de Wet milieubeheer

Nadere informatie

Onderzoek implementatie IPPC-richtlijn in Nederland in Distributienummer 7150

Onderzoek implementatie IPPC-richtlijn in Nederland in Distributienummer 7150 Onderzoek implementatie IPPC-richtlijn in Nederland in 2006 Distributienummer 7150 Onderzoek implementatie IPPC-richtlijn in Nederland in 2006 van Twickelostraat 2 postbus 233 7400 AE Deventer telefoon

Nadere informatie

Onderzoek implementatie IPPC-richtlijn in Nederland in Distributienummer 7150

Onderzoek implementatie IPPC-richtlijn in Nederland in Distributienummer 7150 Onderzoek implementatie IPPC-richtlijn in Nederland in 2006 Distributienummer 7150 Onderzoek implementatie IPPC-richtlijn in Nederland in 2006 van Twickelostraat 2 postbus 233 7400 AE Deventer telefoon

Nadere informatie

Energie management Actieplan

Energie management Actieplan Energie management Actieplan Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Auteur: Mariëlle de Gans - Hekman Datum: 30 september 2015 Versie: 1.0 Status: Concept Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Doelstellingen...

Nadere informatie

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Wet milieubeheer Bedrijf en milieuvergunning in Zeeland Februari 2008 Heeft u plannen voor een nieuw bedrijf? Gaat u uw bedrijfsactiviteiten uitbreiden of wijzigen? Uw activiteiten kunnen invloed hebben op het milieu.

Nadere informatie

Voorwoord: status model RI&E SW

Voorwoord: status model RI&E SW Voorwoord: status model RI&E SW De Model RI&E voor de SW-branche kan gebruikt worden als basis voor een RI&E in uw SW-organisatie. De model RI&E is nadrukkelijk geen goedgekeurde branche RI&E en de inhoud

Nadere informatie

Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren

Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Nummer : 2009.09833V Venlo, Bijlage(n) : Het Dagelijks Bestuur heeft op 12 augustus 2009 een aanvraag om vergunning op grond van de Wet verontreiniging

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord. Leeswijzer 7. 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9. 2 Stappenplan bevoegd gezag 11

Inhoud. Voorwoord. Leeswijzer 7. 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9. 2 Stappenplan bevoegd gezag 11 Inhoud Voorwoord Leeswijzer 7 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9 2 Stappenplan bevoegd gezag 11 3 Vergunningverlening bij convenantbedrijven 17 4 Vergunningverlening bij bedrijven die niet deelnemen

Nadere informatie

WIJZIGINGSVERGUNNING WET MILIEUBEHEER

WIJZIGINGSVERGUNNING WET MILIEUBEHEER WIJZIGINGSVERGUNNING WET MILIEUBEHEER verleend aan Delamine B.V. (Locatie Oosterhorn 8 te Farmsum) Groningen, 21 augustus Nr. 2007-31.021/34, M V Procedure nr. Procedure Nummer 6264 Inhoudsopgave 1. VERZOEK

Nadere informatie

Inventarisatie stand van zaken lozingen huishoudelijk afvalwater op Rijkswateren stand van zaken medio oktober 2005

Inventarisatie stand van zaken lozingen huishoudelijk afvalwater op Rijkswateren stand van zaken medio oktober 2005 Bijlage 2 Datum huishoudelijk afvalwater op Rijkswateren stand van zaken medio oktober 2005 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Belangrijkste conclusies 3 2 age 4 2.1 Algemene opmerking 4 3 Stand van zaken

Nadere informatie

Nieuwsbrief artikel 55ab Wet bodembescherming (Wbb): Aan de slag met de aanpak van de spoedlocaties

Nieuwsbrief artikel 55ab Wet bodembescherming (Wbb): Aan de slag met de aanpak van de spoedlocaties Nieuwsbrief artikel 55ab Wet bodembescherming (Wbb): Aan de slag met de aanpak van de spoedlocaties Beste collega s, De Wet bodembescherming is per 1 februari ondermeer gewijzigd om belemmeringen voor

Nadere informatie

IPPC-vergunningen verouderen. Datum 2 augustus 2011

IPPC-vergunningen verouderen. Datum 2 augustus 2011 IPPC-vergunningen verouderen Datum 2 augustus 2011 Colofon VROM-Inspectie Directie Uitvoering Programma Prioritaire Bedrijven Nieuwe Uitleg 1 Postbus 16191 2500 BD Den Haag Publicatienummer: VI-2011-105

Nadere informatie

Handreiking IPPC voor de waterkwaliteitsbeheerder

Handreiking IPPC voor de waterkwaliteitsbeheerder abcdefgh Handreiking IPPC voor de waterkwaliteitsbeheerder 'Wat een Wvo-vergunningverlener moet weten over de IPPC' 3 mei 2006 Voorlopig eindconcept abcdefgh Handreiking IPPC voor de waterkwaliteitsbeheerder

Nadere informatie

(CMC) composteren; grof doorploegen van wet en regelgeving

(CMC) composteren; grof doorploegen van wet en regelgeving (CMC) composteren; grof doorploegen van wet en regelgeving Compositie van beelden en uitspraken van verschillende bronnen Tbv verduidelijking en discussie, niet om er rechten aan te ontlenen Het speelveld

Nadere informatie

Wijziging Uitvoeringsregeling milieuverslaglegging

Wijziging Uitvoeringsregeling milieuverslaglegging VROM, VW Wijziging Uitvoeringsregeling milieuverslaglegging Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat

Nadere informatie

INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING. A. Hak Products B.V.

INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING. A. Hak Products B.V. INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING van A. Hak Products B.V. (voorheen: Remag Alloys B.V. en IMCO Recycling B.V.) ten behoeve van het recyclen van magnesium en de productie van magnesiumlegeringen (Locatie:

Nadere informatie

S A U S R R A O E. Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen

S A U S R R A O E. Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen S R L G S A H R R U T Y O U A E E D R A F O R A S Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen Eolus Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen Het programma Eolus beantwoordt

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WM VOOR H. SMIT V.O.F. SCHROOT- EN METAALHANDEL TE BORGER

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WM VOOR H. SMIT V.O.F. SCHROOT- EN METAALHANDEL TE BORGER ONTWERP Assen, @ Ons kenmerk @ Behandeld door mevrouw S. Stoetman (0592) 36 58 78 Onderwerp: Ontwerpbesluit ingevolge de Wet milieubeheer (Wm) voor H. Smit v.o.f. Schroot- en Metaalhandel te Borger ONTWERPBESLUIT

Nadere informatie

Zaaknummer Beschikking tot wijziging omgevingsvergunning. Tata Steel IJmuiden BV Wenckebachstraat JZ Velsen-Noord

Zaaknummer Beschikking tot wijziging omgevingsvergunning. Tata Steel IJmuiden BV Wenckebachstraat JZ Velsen-Noord Zaaknummer 174149 Beschikking tot wijziging omgevingsvergunning Tata Steel IJmuiden BV Wenckebachstraat 1 1951 JZ Velsen-Noord Locatie: Oxystaalfabriek 2 Onderwerp: Ambtshalve wijziging vergunning Tata

Nadere informatie

Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs

Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs Datum: Januari 2013 Bezoekadres Dorpsstraat 20 7683 BJ Den Ham Postadres Postbus 12 7683 ZG Den Ham T +31 (0) 546 67 88 88 F +31 (0) 546 67 28 25 E

Nadere informatie

I. BESLISSING. I.A. Algemeen

I. BESLISSING. I.A. Algemeen Afdeling Vergunningverlening Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht BESCHIKKING van GS van Utrecht Tel. 030-2589111 www.provincie-utrecht.nl Datum 10 november 2009 Team Milieubeheer Nummer 2009INT250700

Nadere informatie

Pagina 1 van 11 Registratienummer: Z / D

Pagina 1 van 11 Registratienummer: Z / D Postbus 8035 5601 KA Eindhoven T: 088-369 03 69 I: www.odzob.nl Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op de op 19 december 2016 bij hen ingekomen aanvraag van Varkensbedrijf Rijnen Oirschot

Nadere informatie

Dit besluit wordt van kracht overeenkomstig artikel 20.3 van de Wet milieubeheer.

Dit besluit wordt van kracht overeenkomstig artikel 20.3 van de Wet milieubeheer. Datum 12 maart 2002 Kenmerk SAS/2002001698 Onderwerp VERKLARING ALS BEDOELD IN ARTIKEL 18 KERNENERGIEWET JUNCTO ARTIKEL 8.19, TWEEDE LID, WET MILIEUBEHEER TEN BEHOEVE VAN NV EPZ (KERNENERGIECENTRALE BORSSELE)

Nadere informatie

Toelichting bij het Meldingsformulier Bodemverontreiniging

Toelichting bij het Meldingsformulier Bodemverontreiniging Toelichting bij het Meldingsformulier Bodemverontreiniging De gemeente Leiden is sinds 1 januari 2002 bevoegd gezag Wet bodembescherming (Wbb) voor haar eigen grondgebied. Deze taken zijn overgenomen van

Nadere informatie

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op de op 31 januari 2008 bij hen ingekomen aanvraag van gemeente Drimmelen om een vergunning krachtens artikel 8.1 Wet milieubeheer voor het veranderen

Nadere informatie

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op de op 7 januari 2005 bij hen ingekomen aanvraag van N.V. Razob, Gulberg 9 te Nuenen om wijziging van de op 20 juni 2000 verleende milieuvergunning

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN. behorende bij de veranderingsvergunning Wm

VOORSCHRIFTEN. behorende bij de veranderingsvergunning Wm VOORSCHRIFTEN behorende bij de veranderingsvergunning Wm betreffende het voornemen tot het reinigen van afvalwater van derden in de bestaande Biologische Voorzuivering Installatie (BVZI) Attero Noord BV

Nadere informatie

(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan.

(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan. TEKST SECTORPLAN 17 (onderdeel LAP) Sectorplan 17 Reststoffen van drinkwaterbereiding I Afbakening Reststoffen van drinkwaterbereiding komen vrij bij de bereiding van drinkwater. Deze reststoffen zijn

Nadere informatie

GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIE GRONINGEN

GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIE GRONINGEN GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIE GRONINGEN Groningen, 2 oktober 2001 Nr. 2001-16006/40, RMM Verzonden: 10 oktober 2001 Beslissen bij dit besluit op de aanvraag tot het veranderen van de vergunning ingevolge

Nadere informatie

Opheffen verbod op het toepassen Nr. RMW-634 van secundaire grondstoffen in integrale milieubeschermingsgebieden Vergadering 16 oktober 1998

Opheffen verbod op het toepassen Nr. RMW-634 van secundaire grondstoffen in integrale milieubeschermingsgebieden Vergadering 16 oktober 1998 Opheffen verbod op het toepassen Nr. RMW-634 van secundaire grondstoffen in integrale milieubeschermingsgebieden Vergadering 16 oktober 1998 Agenda nr. Commissie: Milieu Gedeputeerde met de verdediging

Nadere informatie

11.2 Relatie tussen minimumstandaard en de Richtlijn industriële emissies (RIE)/BREF's

11.2 Relatie tussen minimumstandaard en de Richtlijn industriële emissies (RIE)/BREF's 11 Minimumstandaard 11.1 Inleiding Om een zo hoogwaardig mogelijk afvalbeheer te bereiken, zijn in het LAP minimumstandaarden vastgesteld. De minimumstandaard geeft de minimale hoogwaardigheid aan van

Nadere informatie

INTREKKING VERGUNNING

INTREKKING VERGUNNING INTREKKING VERGUNNING verleend door College van B&W van de gemeente Groningen op 15 augustus 1984 INGEVOLGE DE WET MILIEUBEHEER VOOR het uitbreiden en wijzigen van de inrichting aan de Oude Roodehaansterweg

Nadere informatie

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op grond van artikel 8.23 van de Wet Milieubeheer worden de voorschriften gewijzigd voor een inrichting voor het opslaan en bewerken van groenafval

Nadere informatie

MILIEUJAARVERSLAG 2014-2015

MILIEUJAARVERSLAG 2014-2015 MILIEUJAARVERSLAG 2014-2015 GEMEENTE HAARLEMMERLIEDE & SPAARNWOUDE Vastgesteld: april 2016 Inhoudsopgave Inleiding... - 3 - Procedure vaststelling Milieuverslag en programma... - 3 - Uitbesteding aan ODIJmond

Nadere informatie

Handreiking waterbodemkwaliteitskaart Delfland

Handreiking waterbodemkwaliteitskaart Delfland Handreiking waterbodemkwaliteitskaart Delfland Inleiding Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft op 19 februari 2015 een waterbodemkwaliteitskaart (WBKK) vastgesteld. De WBKK van Delfland is een belangrijk

Nadere informatie

Grondbeleid en grondprijsbeleid Gemeente Weert

Grondbeleid en grondprijsbeleid Gemeente Weert Onderzoeksaanpak Grondbeleid en grondprijsbeleid Gemeente Weert september 2013 Rekenkamer Weert 1. Achtergrond en aanleiding Het grondbeleid van de gemeente Weert heeft tot doel bijdrage te leveren, met

Nadere informatie

Ontwerpbesluit omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.30 en 2.31 Wabo:

Ontwerpbesluit omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.30 en 2.31 Wabo: Ontwerpbesluit omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.30 en 2.31 Wabo: Ambtshalve aanpassing omgevingsvergunning Zaaknummer: 1178985 De Nederlandsche Bank N.V. Het dagelijkse bestuur van de Nederlandsche

Nadere informatie

Onderwerp: Implementatie OSPAR maatregelen (besluiten en aanbevelingen); meer in het bijzonder de implementatie van de BAT/BEP aanbevelingen.

Onderwerp: Implementatie OSPAR maatregelen (besluiten en aanbevelingen); meer in het bijzonder de implementatie van de BAT/BEP aanbevelingen. Aan: Van: de Commissie integraal waterbeheer (CIW) het periodiek overleg van DGM, Unie, IPO en VNG (DUIV) de OSPAR nationale implementatie werkgroep Onderwerp: Implementatie OSPAR maatregelen (besluiten

Nadere informatie

ADVIES REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VOOR HET MILIEUEFFECTRAPPORT (MER) BETREFFENDE HET PLUIMVEEBEDRIJF AAN DE BARNEVELDSEWEG 21A EN 21C IN LUNTEREN

ADVIES REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VOOR HET MILIEUEFFECTRAPPORT (MER) BETREFFENDE HET PLUIMVEEBEDRIJF AAN DE BARNEVELDSEWEG 21A EN 21C IN LUNTEREN ADVIES REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VOOR HET MILIEUEFFECTRAPPORT (MER) BETREFFENDE HET PLUIMVEEBEDRIJF AAN DE BARNEVELDSEWEG 21A EN 21C IN LUNTEREN Inhoudsopgave 1. Inleiding...3 2. Het advies...4 3. Wet-

Nadere informatie

Energiemanagementprogramma FUHLER SERVICES BV

Energiemanagementprogramma FUHLER SERVICES BV Energiemanagementprogramma FUHLER SERVICES BV Het vermenigvuldigen van deze documentatie en / of het verstrekken van gegevens aan derden in welke vorm dan ook is ten aller tijde verboden, tenzij hiervoor

Nadere informatie

Protocol Bouwen in het gesloten seizoen aan primaire waterkeringen

Protocol Bouwen in het gesloten seizoen aan primaire waterkeringen Protocol Bouwen in het gesloten seizoen aan primaire waterkeringen Plan van Aanpak POV Auteur: Datum: Versie: POV Macrostabiliteit Pagina 1 van 7 Definitief 1 Inleiding Op 16 november hebben wij van u

Nadere informatie

Standard Operating Procedure

Standard Operating Procedure Standard Operating Procedure STZ SOP: O3 Ontwikkelen, implementeren en beheren van SOP s Distributielijst : STZ Datum : 15-10-2012 Revisiedatum : 15-10-2013 Veranderingen ten opzichte van eerdere versies

Nadere informatie

1. VERGUNDE SITUATIE 2. AMBTSHALVE WIJZIGING

1. VERGUNDE SITUATIE 2. AMBTSHALVE WIJZIGING ONTWERPBESLUIT Assen, @ Ons kenmerk @ Behandeld door de heer W. Ratering (0592) 36 58 24 Onderwerp: Ontwerpbesluit ingevolge de Wet milieubeheer (Wm) voor op- en overslagstation gemeente Assen ONTWERPBESLUIT

Nadere informatie

sectorplan 27 Industrieel afvalwater

sectorplan 27 Industrieel afvalwater sectorplan Industrieel afvalwater 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Industriële afvalwaterstromen (niet reinigbaar in biologische afvalwaterzuiveringsinstallaties) 2. Belangrijkste bronnen

Nadere informatie

BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND

BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND Provincie Zeeland Middelburg: 28 juli 2009 Nummer: 09027212 Afdeling: Milieuhygiene BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND 1. AANLEIDING Op 31 januari 2006 hebben wij aan Demontagebedrijf Schroot

Nadere informatie

Veiligheid en BBT/BREF. Annelies Faelens Departement LNE Afdeling Milieuvergunningen

Veiligheid en BBT/BREF. Annelies Faelens Departement LNE Afdeling Milieuvergunningen Veiligheid en BBT/BREF Annelies Faelens Departement LNE Afdeling Milieuvergunningen Inhoud 1. Richtlijn Industriële Emissies 2. BBT s en BREF s 3. Richtsnoeren voor het opstellen van BREF s 4. Veiligheid

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : Brink Recycling B.V. Aangevraagde activiteiten : Beperken opslag gevaarlijk afval tot maximaal 50 ton Locatie : Haatlandhaven

Nadere informatie

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland p/a RUD Zeeland ing. M.I.R. de Pooter-De Winne Postbus 35 4530 AA Terneuzen

Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland p/a RUD Zeeland ing. M.I.R. de Pooter-De Winne Postbus 35 4530 AA Terneuzen > Retouradres Postbus 16191 2500 BD Den Haag Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland p/a RUD Zeeland ing. M.I.R. de Pooter-De Winne Postbus 35 4530 AA Terneuzen Mercuriusplein 1-63

Nadere informatie

(ONTWERP) AMBTSHALVE WIJZIGING VERGUNNING WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT

(ONTWERP) AMBTSHALVE WIJZIGING VERGUNNING WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT (ONTWERP) AMBTSHALVE WIJZIGING VERGUNNING WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT Verleend Aan Top Trans Holding BV (Locatie: Industrie 16 te Noordhorn) Groningen, april 2012 Nr. 2011-17266 Zaaknummer:

Nadere informatie

Onderzoek naar termijnoverschrijding bij afhandeling WOZ-bezwaren

Onderzoek naar termijnoverschrijding bij afhandeling WOZ-bezwaren WAARDERINGSKAMER Onderzoek naar termijnoverschrijding bij afhandeling WOZ-bezwaren Een onderzoek naar overschrijding van de jaargrens bij de afhandeling van WOZ-bezwaarschriften 18 juli 2014 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek 2009 Versie 2

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek 2009 Versie 2 Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen

Nadere informatie

De vormvrije m.e.r.-beoordeling: vereisten

De vormvrije m.e.r.-beoordeling: vereisten Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu vereisten In gevallen dat een be sluit of plan betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst kent de vormvrije m.e.r.-beoordeling

Nadere informatie

DenHelder Den Helder. Geachte heer Reinhold,

DenHelder Den Helder. Geachte heer Reinhold, gemeente DenHelder Den Helder Ministerie van Infrastructuur en Milieu Directie Duurzaam Produceren IPC 625, t.a.v. de heer W. Reinhold Postbus 30945 2500 GX DEN HAAG verzendgegevens behandeld door uw gegevens

Nadere informatie

Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we daartoe gekomen?

Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we daartoe gekomen? 5 Procescriteria In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde: Uitgangspunten procescriteria: waar dienen ze wel en waar dienen ze niet toe? Methode: hoe zijn de criteria opgebouwd en hoe zijn we

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Ontwerpbeschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : AkzoNobel Polymer Chemicals B.V. Ingetrokken activiteiten : De intrekking omvat de (bulk)opslag en het gebruik

Nadere informatie

veranderen van milieu-inrichting Steenbergen, 31 januari 2014

veranderen van milieu-inrichting Steenbergen, 31 januari 2014 Exlan C osultants b.v., dhr. G. van Iersel, Postbus 200, 5460 BC Veghel / OMWB Omgevingsvergunning milieneutraal veranderen *UM1400552* ons kenmerk : UM1400552 zaaknummer : ZK13000938 uw kenmerk : 1051117

Nadere informatie

Een kinderbeschermingsmaatregel?

Een kinderbeschermingsmaatregel? Een kinderbeschermingsmaatregel? Stand van zaken naar aanleiding van het vervolgonderzoek naar de kwaliteit van de Bureaus Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming bij de besluiten over een kinderbeschermingsmaatregel

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WET MILIEUBEHEER VOOR NV AREA REINIGING TE HOOGEVEEN

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WET MILIEUBEHEER VOOR NV AREA REINIGING TE HOOGEVEEN ONTWERP Assen, @ Ons kenmerk @ Behandeld door mevrouw S. Stoetman (0592) 36 58 78 Onderwerp: Ontwerpbesluit ingevolge de Wet milieubeheer (Wm) voor NV Area Reiniging te Hoogeveen ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE

Nadere informatie

Weigering omgevingsvergunning

Weigering omgevingsvergunning Ontwerpbesluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Weigering omgevingsvergunning Oprichting Vleesvarkensstallen, voerkeuken, luchtwassers, loods, mest- en sleufsilo s Klevar B.V. te gemeente Horst aan

Nadere informatie

Aanvragen van vergunningen Aandachtspunten & tips

Aanvragen van vergunningen Aandachtspunten & tips Aanvragen van vergunningen Aandachtspunten & tips MPZ 14 november 2006 Renate Hofmann Inhoud Melding of veranderings- / revisievergunning Coördinatie met WvO, bouwvergunning Vooroverleg Inventarisatie

Nadere informatie

Reactie ingediende zienswijze. inzake het bestemmingsplan Hoeveplan Rollestraat 24 te Wapse

Reactie ingediende zienswijze. inzake het bestemmingsplan Hoeveplan Rollestraat 24 te Wapse Reactie ingediende zienswijze inzake het bestemmingsplan Hoeveplan Rollestraat 24 te Wapse BEHORENDE BIJ HET VOORSTEL AAN DE RAAD VOOR DE VERGADERING OP 5 JULI 2011 1 Reactie ingediende zienswijze inzake

Nadere informatie

Voorwoord: status model RI&E SW

Voorwoord: status model RI&E SW Voorwoord: status model RI&E SW De Model RI&E voor de SW-branche kan gebruikt worden als basis voor een RI&E in uw SW-organisatie. De model RI&E is nadrukkelijk geen goedgekeurde branche RI&E en de inhoud

Nadere informatie

Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid

Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid Plan van aanpak Rekenkamer Maastricht februari 2007 1 1. Achtergrond en aanleiding 1 De gemeente Maastricht wil maatschappelijke doelen bereiken.

Nadere informatie

Reinigingsbedrijf Midden Nederland. Soest

Reinigingsbedrijf Midden Nederland. Soest Afdeling Vergunningverlening BESCHIKKING van GS van Utrecht Pythagoraslaan 101 Postbus 80300 3508 TH Utrecht Tel. 030-2589111 http://www.provincie-utrecht.nl Datum 16 oktober 2007 Team Milieubeheer Nummer

Nadere informatie

het oprichten van een appartementengebouw Onyxdijk 167 te Roosendaal

het oprichten van een appartementengebouw Onyxdijk 167 te Roosendaal Stichting S&L Zorg T.a.v. D. van Randwijk Postbus 148 4700 AC Roosendaal NEDERLAND contactpersoon : Mevr. M. Bezemer (Aanw.op ma,di,do) Roosendaal : doorkiesnummer : (0165) 579875 (W20_vrl_OU) onderwerp

Nadere informatie

Regelgeving Horeca Maastricht 2005

Regelgeving Horeca Maastricht 2005 Regelgeving Horeca Maastricht 2005 Rapportage: Gemeente Maastricht Servicecentrum Onderzoek en Informatie Auteur: Sabine Bosch Met medewerking van: Marcel Theunissen Duboisdomein 30 Postbus 1992 6201 BZ

Nadere informatie

Ontwerpbeschikking AUG Meurs Motors en Vera's Honden opvang Weg en Bos DH BERGSCHENHOEK

Ontwerpbeschikking AUG Meurs Motors en Vera's Honden opvang Weg en Bos DH BERGSCHENHOEK Lansingcrland Ontwerpbeschikking Meurs Motors en Vera's Honden opvang Weg en Bos 18 2661 DH BERGSCHENHOEK Kenmerk Zaaknummer Verzenddatum 409900 98480161 2 8 AUG 2015 21974394 BESLUIT van burgemeester

Nadere informatie

Ontwerp Watervergunning

Ontwerp Watervergunning Ontwerp Watervergunning Datum : 28 augustus 2014 Documentnummer : 2014025455 Case nr. : WV114.0470 AANHEF Het dagelijks bestuur van het waterschap Scheldestromen heeft op 25 juni 2014 een aanvraag ontvangen

Nadere informatie

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Directie Ecologie Ons kenmerk C2026448/2777358 op de op 4 mei 2011 bij hen ingekomen aanvraag van Heros Vastgoed BV, om vergunning krachtens de Wet

Nadere informatie

Inspectiekader Risico's van onvoorziene lozingen

Inspectiekader Risico's van onvoorziene lozingen 1 Datum Inspectiekader Risico's van onvoorziene lozingen 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Inspectiekader 4 2.1 Doelstelling 4 2.2 Reikwijdte 4 3 Criteria voor de uitvoering 5 3.1 Algemeen 5 3.2 BRZO-bedrijven

Nadere informatie

Resultaten peiling aantal opzeggingen naar aanleiding van verzending beschikking en factuur voor de eigen bijdrage thuiszorg

Resultaten peiling aantal opzeggingen naar aanleiding van verzending beschikking en factuur voor de eigen bijdrage thuiszorg Resultaten peiling aantal opzeggingen naar aanleiding van verzending beschikking en factuur voor de eigen bijdrage thuiszorg Enschede, 13 juli 2004 WD/04/1774/ebt ir. G. Vernhout drs. W. Dragt Inhoudsopgave

Nadere informatie

Alternatieve locaties baggerberging, provincie Utrecht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Alternatieve locaties baggerberging, provincie Utrecht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Alternatieve locaties baggerberging, provincie Utrecht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 6 augustus 2008 / rapportnummer 2015-43 1. OORDEEL OVER HET MER De provincie Utrecht is voornemens om

Nadere informatie

Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie, (sub)brandcompartimentering Datum: 7 oktober 2010

Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie, (sub)brandcompartimentering Datum: 7 oktober 2010 AANVRAAG Registratienummer: Betreft: Eisen bestaand gezondheidszorggebouw Aanvrager: ir. C.A.E. (Kees) Rijk Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie,

Nadere informatie

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering december 2010 VELDWERK OPTIMAAL

Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering december 2010 VELDWERK OPTIMAAL Bezuinigingen openbaar groen Branche vereniging VHG Uitvoering december 2010 VELDWERK OPTIMAAL Veldwerk Optimaal B.V. 's-hertogenbosch, januari 2011 INHOUDSOPGAVE Pagina 1. ONDERZOEKSVERANTWOORDING 2 1.1

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INZAKE VERGUNNING OP BASIS VAN ARTIKEL 2.7 VAN DE WET NATUURBESCHERMING (Wnb)

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INZAKE VERGUNNING OP BASIS VAN ARTIKEL 2.7 VAN DE WET NATUURBESCHERMING (Wnb) 1 Assen, 23 januari 2017 Ons kenmerk 201601734-00675610 ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INZAKE VERGUNNING OP BASIS VAN ARTIKEL 2.7 VAN DE WET NATUURBESCHERMING (Wnb) Vergunninghouder

Nadere informatie

1 ALGEMEEN Algemeen BODEMBESCHERMING Voorzieningen en beheermaatregelen Nulsituatiebodemonderzoek 17

1 ALGEMEEN Algemeen BODEMBESCHERMING Voorzieningen en beheermaatregelen Nulsituatiebodemonderzoek 17 INHOUDSOPGAVE 1 ALGEMEEN 17 1.1 Algemeen 17 2 BODEMBESCHERMING 17 2.1 Voorzieningen en beheermaatregelen 17 2.2 Nulsituatiebodemonderzoek 17 3 AFVALSTOFFEN 18 3.1 Toegestane activiteiten 18 4 GELUID 18

Nadere informatie

BESCHIKKING INTREKKING VERGUNNING WET MILIEUBEHEER. verleend aan. FoxFire B.V.

BESCHIKKING INTREKKING VERGUNNING WET MILIEUBEHEER. verleend aan. FoxFire B.V. BESCHIKKING INTREKKING VERGUNNING WET MILIEUBEHEER verleend aan FoxFire B.V. voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting bedoeld voor het produceren van secundaire brandstoffen uit rejects,

Nadere informatie

Ons kenmerk Uw kenmerk Aantal bijlagen Datum _ november 2016

Ons kenmerk Uw kenmerk Aantal bijlagen Datum _ november 2016 AANTEKENEN Handelsonderneming Bepo B.V. T.a.v. de directie Ceintuurbaan 124 3051 KD ROTTERDAM Parallelweg 1 Postbus 843 3100 AV Schiedam T 010-246 80 00 F 010-246 82 83 E info@dcmr.nl W www.dcmr.nl Ons

Nadere informatie

drukhouders Sectorplan 70: CFK s, HCFK s, HFK s en halonen Beleidskader

drukhouders Sectorplan 70: CFK s, HCFK s, HFK s en halonen Beleidskader TEKST SECTORPLAN 45 (onderdeel LAP) Sectorplan 45 Brandblussers I Afbakening Dit sectorplan heeft betrekking op de verwerking van brandblussers. Onderstaand - niet limitatief bedoeld - overzicht bevat

Nadere informatie

(ONTWERP) OMGEVINGSVERGUNNING

(ONTWERP) OMGEVINGSVERGUNNING (ONTWERP) OMGEVINGSVERGUNNING Burgemeester en wethouders van Moerdijk hebben op 19 december 2013 een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Nadere informatie

Definitieve beschikking

Definitieve beschikking Algemene wet bestuursrecht 1 Wet milieubeheer Definitieve i Aanleiding Aan NS Railinfiabeheer B.V., 1998 een revisievergunning ingevolge is beroep ingesteld op grond waarvan grond hiervan is de verlenen

Nadere informatie

Besluit omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.30 en 2.31 Wabo: Ambtshalve aanpassing omgevingsvergunning. Zaaknummer:

Besluit omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.30 en 2.31 Wabo: Ambtshalve aanpassing omgevingsvergunning. Zaaknummer: Besluit omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.30 en 2.31 Wabo: Ambtshalve aanpassing omgevingsvergunning Zaaknummer: 545160 Havenbedrijf Amsterdam N.V. De heer J. Blom Postbus 19406 1000 GK AMSTERDAM

Nadere informatie

Wet en regelgeving ten aanzien van het transport van afval

Wet en regelgeving ten aanzien van het transport van afval Wet en regelgeving ten aanzien van het transport van afval door Mr M.J. van Dam Inleiding: 1 EVOA (Verordening EG) 1. EVOA (Verordening EG). rechtstreekse werking, maar: - de EVOA laat veel over aan nationale

Nadere informatie

Rapport. Datum: 25 november 2010 Rapportnummer: 2010/335

Rapport. Datum: 25 november 2010 Rapportnummer: 2010/335 Rapport Datum: 25 november 2010 Rapportnummer: 2010/335 2 Klacht Beoordeling Conclusie Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt erover dat de gemeente Nunspeet vanaf 1999 onvoldoende actie onderneemt

Nadere informatie

GGD ondersteuning asbest in scholen deel twee

GGD ondersteuning asbest in scholen deel twee GGD ondersteuning asbest in scholen deel twee Inzicht stand van zaken asbestinventarisaties scholen Auteur(s) GGD Amsterdam Fred Woudenberg GGD Amsterdam Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Eerste deel project 3

Nadere informatie

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek

Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen

Nadere informatie

Raad. gfedc OR. gfedc. Besluitenlijst d.d. d.d. gfedc Akkoordstukken

Raad. gfedc OR. gfedc. Besluitenlijst d.d. d.d. gfedc Akkoordstukken Nota voor burgemeester en wethouders Onderwerp Eenheid/Cluster/Team RS/VT/VG Evenementenkalender 2007 1- Notagegevens Notanummer 2007.03545 Datum 2-3-2007 Portefeuillehouder Burgemeester 2- Bestuursorgaan

Nadere informatie

Samenvatting. Verkenning Prioriteiten e Justitie

Samenvatting. Verkenning Prioriteiten e Justitie Verkenning Prioriteiten e Justitie De Raad Justitie en Binnenlandse zaken van de EU heeft in november 2008 het eerste Meerjarenactieplan 2009 2013 voor Europese e justitie opgesteld. Op 6 december 2013

Nadere informatie

I informatieoverzicht melding

I informatieoverzicht melding 3 1 Schoemakerstraat 97 Postbus 5044 2600 GA Delft T (088) 798 2 222 dvsloket@rws.nl http://www.rijkswaterstaat.nl/d Contactpersoon Werenfried Spit T 088 7982 361 I informatieoverzicht melding 1. Inleiding

Nadere informatie

Omgevingsvergunning. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. Melding huur Lestrade hal 3. Rockwool te Roermond

Omgevingsvergunning. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. Melding huur Lestrade hal 3. Rockwool te Roermond Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Omgevingsvergunning Melding huur Lestrade hal 3 Rockwool te Roermond Zaaknummer 2012-0269 d.d. 3 mei 2012. Verzonden: INHOUDSOPGAVE 1 Besluit 3 2 Procedure 5

Nadere informatie

Communicatieplan. Energie- & CO 2 beleid. Van Gelder Groep

Communicatieplan. Energie- & CO 2 beleid. Van Gelder Groep Van Gelder Groep B.V. Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Van Gelder Groep 1 2015, Van Gelder Groep B.V. Alle rechten voorbehouden. Geen enkel deel van dit document mag worden gereproduceerd in welke

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : WF Recycling Aangevraagde activiteiten : Beperken capaciteit opslag gevaarlijke afvalstoffen Locatie : Bedrijvenweg 47

Nadere informatie