Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2009 Nr. 7 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 11 november 2008 De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat 1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden. Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid. De voorzitter van de commissie, Jager De griffier van de commissie Sneep 1 Samenstelling: Leden: Halsema (GL), Van der Staaij (SGP), Snijder-Hazelhoff (VVD), Mastwijk (CDA), Jager (CDA), voorzitter, Koopmans (CDA), Gerkens (SP), Van der Ham (D66), Haverkamp (CDA), De Krom (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Jansen (SP), Cramer (CU), Roemer (SP), Koppejan (CDA), Vermeij (PvdA), Madlener (PVV), Ten Broeke (VVD), ondervoorzitter, Ouwehand (PvdD), Polderman (SP), Tang (PvdA), De Rouwe (CDA) en Vacature (VVD). Plv. leden: Vendrik (GL), Van der Vlies (SGP), Boekestijn (VVD), Bilder (CDA), Hessels (CDA), Atsma (CDA), Van Bommel (SP), Koşer Kaya (D66), Sterk (CDA), Aptroot (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Jacobi (PvdA), Besselink (PvdA), Vacature (SP), Anker (CU), Van Leeuwen (SP), Knops (CDA), Depla (PvdA), Agema (PVV), Verdonk (Verdonk), Thieme (PvdD), Lempens (SP), Waalkens (PvdA), Van Heugten (CDA) en Neppérus (VVD). KST tkkst31700XII-7 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2008 Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 1

2 1 Hoe ontwikkelen de kosten voor de motorrijtuigenbelasting per categorie zich de afgelopen 10 jaar? Er vanuit gaande dat met de kosten de inningkosten van de motorrijtuigenbelasting worden bedoeld, kan ik u meedelen dat de inningkosten voor de mensen en middelen die direct zijn te relateren aan de uitvoering van MRB (en BZM) nu 30 miljoen per jaar bedragen. Voor de kosten voor ICT en gebouwen is het reëel om een opslag van 25% over dit bedrag te rekenen. De afgelopen jaren heeft dit bedrag op een vergelijkbaar niveau gelegen. Het is niet mogelijk om deze kosten uit te splitsen naar categorieën. 2 In het akkoord met de transportsector wordt gesproken over het «gezamenlijk stimuleren van de innovatie in de logistieke sector». Concreet is hier een bedrag van 25 miljoen voor afgesproken. Waarom is dit bedrag niet opgenomen in de Begroting? Staat dit bedrag los van eventuele uitgaven in relatie tot het Eindrapport Commissie Van Laarhoven? Inderdaad is een bedrag toegezegd in de orde van grootte van 25 miljoen te verdelen over de ministeries van Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken. Dit bedrag is ten behoeve van een innovatieprogramma op basis van het eindrapport van de Commissie Van Laarhoven. De daarin vervatte voorstellen voor een innovatieprogramma logistiek zullen aan de gebruikelijke criteria voor innovatieprogramma s moeten voldoen. Deze toetsing zal plaatsvinden door de Strategisch Advies Commissie (SAC) onder leiding van Rinnooy Kan, die de minister van Economische zaken hierover zal adviseren. De inpassing in de begrotingen van EZ en V&W zal na positief advies door de SAC daarna plaatsvinden in 2009.Aangezien de uitkomst van het SAC-traject onderdeel uitmaakt van de aan u toegezegde totale eindrapportage conform mijn eerdere voornemen over de beleidsbrief Logistiek en Supply Chains (Kamerstuk , XII, nr. 17), kan deze eindrapportage niet eerder dan na afloop van het SAC-traject aan u worden toegezonden. 3 Waar is de doelstelling van Verkeer en Waterstaat inzake de reductie van administratieve lasten terug te vinden? Of hebt u op dit terrein geen doelstelling opgenomen c.q. uitgewerkt in de begroting 2009? Verkeer en Waterstaat is gebonden aan de rijksbrede doelstellingen inzake de reductie van administratieve lasten. In onze brief van 1 juli 2008 (Kamerstuk II , , nr. 259) is een weergave van de stand van zaken op het terrein van VenW opgenomen. Voor de behandeling van de begroting 2009 in de Tweede Kamer zal de Kamer schriftelijk bericht worden over de inzet ter vermindering van regeldruk voor burgers en bedrijven. Daarbij zal een overzicht gegeven worden van de voorgenomen reductiemaatregelen. 4 Wat is uw oordeel over de «filevrije dag» van donderdag 9 oktober jl.? Vond u deze dag een succes en zo ja, waarom? Welke lessen kunnen volgens u worden getrokken uit deze dag? Bent u van oordeel dat nog weer eens opnieuw is aangetoond dat de allerbelangrijkste oorzaak van de files het structurele gebrek aan capaciteit van het wegennet is en daar de prioriteit in het beleid moet liggen? De filevrije dag is een succes geweest als het gaat om aandacht vragen bij het grote publiek voor de individuele bijdrage die eenieder kan leveren Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 2

3 aan het bestrijden van congestie. Er is veel aandacht geweest voor de dag in de verschillende media. Weliswaar is de filezwaarte die dag niet afgenomen, maar volgens informatie op basis van voorlopige resultaten van een TNO-onderzoek is in de stedelijke regio s de doorstroomsnelheid met gemiddeld 15% toegenomen. Het eindrapport van TNO zal door de ANWB op 26 november worden gepubliceerd. Met de filevrije dag is duidelijk geworden dat individueel gedrag beïnvloed kan worden, maar dat een aanzienlijke uitbreiding van de schaalgrootte van dit soort maatregelen noodzakelijk is om tot grotere en structurele effecten te kunnen leiden. Daarom heeft het Kabinet positief gereageerd op de adviezen van de Taskforce Mobiliteitsmanagement onder voorzitterschap van de heer De Waal, die in september zijn gepubliceerd (Kamerstuk , nr. 79). Uiteraard is het ook noodzakelijk fors in te zetten op uitbreiding van de infrastructuur, zowel weg- als OV-infrastructuur. Ik heb ook meermaals in uw Kamer aangegeven dat het mij ernst is met de realisatie van het aanlegprogramma. Dit geef ik onder meer vorm door de besluitvorming te versnellen over de infraprojecten (Spoedwet, aanpassing Tracéwet), met de uitvoering van het Programma Randstad Urgent en met de recent gepubliceerde Mobiliteitsaanpak. 5 Hoeveel kilometer asfalt (uitgesplitst naar Rijks- en provinciale wegen), is er deze kabinetsperiode aangelegd c.q. geopend? Kunt u een overzicht geven van het aantal aangelegde c.q. geopende kilometers per baanvak en wegnummer? In bijgaand overzicht zijn de rijkswegenprojecten opgenomen die in deze kabinetsperiode zijn aangelegd c.q. geopend. 1 Er is tot dit moment in totaal 351,8 rijstrookkilometers aangelegd. Over de provinciale wegen heeft Verkeer en Waterstaat geen cijfers. 6 Hoeveel kilometer asfalt (uitgesplitst naar Rijks- en provinciale wegen), wordt er deze resterende kabinetsperiode nog aangelegd c.q. geopend? Kunt u een overzicht geven van het aantal aan te leggen c.q. te openen kilometers per baanvak en wegnummer? Ik ben op dit moment bezig met de inventarisatie van de effecten van de versnellingsactie Elverding. Voor de MIRT-behandeling ontvangt u van mij de openstellingen in deze kabinetsperiode. 7 Hoe verhouden deze cijfers zich tot uw belofte dat er deze kabinetsperiode 1250 kilometer asfalt bij komt (Rijkswegen)? Tijdens het nota-overleg MIRT in december 2007 heb ik letterlijk gezegd dat «als we het planstudie- en realisatieprogramma uit het MIRT uitvoeren, dan hebben we in kilometer meer stroken asfalt liggen dan in 2005.» Deze kabinetsperiode (tot en met 2010) verwacht ik op dit moment ruim 750 kilometer open te stellen. Ook in 2011 en 2012 zijn er openstellingen. We liggen op dit moment goed op koers om de door mij genoemde 1250 strookkilometers in 2012 te halen. 1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer. 8 Wat is uw definitie van «urgent» in het kader van het programma Randstad Urgent en de 35 (kandidaat-)projecten die het programma bevat en binnen hoeveel tijd moeten deze projecten gerealiseerd zijn om aan die urgentie tegemoet te komen? Kunt u dat motiveren? Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 3

4 Urgent betekent in dit kader dat het voor de Randstad van belang is dat het kabinet snel besluiten neemt over de in het programma opgenomen projecten en snel projecten realiseert. Voor ieder project hebben de bestuurlijke duo s afspraken ondertekend met te behalen mijlpalen. Daarbij zijn voor de projecten waar reeds tot uitvoering is besloten, ook afspraken gemaakt over de realisatie (Kamerstuk , , nr. 10). De realisatieperiode van deze projecten varieert, van heden tot en met 2020.Voor de projecten waar go/no go besluiten moeten worden genomen is de inzet op het vaart maken in besluitvorming. 9 Welke concrete resultaten heeft de «nieuwe bestuurlijke aanpak» samenhangend met het MIRT inmiddels opgeleverd? Onderdeel van de bestuurlijke aanpak van het kabinetsprogramma Randstad Urgent is dat voor elk Randstad Urgent project het bestuurlijk duo (van Rijk en regio) afspraken maakt over te behalen mijlpalen. Een deel van deze besluiten wordt in het bestuurlijke overleg MIRT genomen. Uw Kamer ontvangt halfjaarlijks de afsprakenlijst van deze bestuurlijke overleggen MIRT. Medio november ontvangt u de zogenaamde Randstad Brief waarin de concrete resultaten van één jaar Randstad Urgent worden benoemd. 10 Op welke projecten doelt u in het bijzonder, daar waar u schrijft dat dankzij uitvoering van de adviezen van de commissie Elverding projecten sneller tot uitvoering zullen komen? Kunt u aangeven hoeveel sneller projecten tot uitvoering zullen komen? Kunt u dat garanderen? Zo niet, waarom niet? Recentelijk heeft u het Actieplan «Sneller en Beter» ontvangen, waarin is beschreven welke maatregelen binnen twee jaar zullen worden doorgevoerd om concrete invulling te geven aan de aanbevelingen van de commissie Elverding. In hun samenhang zijn de acties er op gericht om de gemiddelde doorlooptijd van de besluitvorming voor infrastructurele projecten substantieel te versnellen en tegelijkertijd de kwaliteit van de besluitvorming te verbeteren. De beoogde versnelling en verbetering zal gelden voor alle projecten onder de Tracéwet, dus hoofdwegen, spoorwegen en hoofdvaarwegen. Daarnaast wordt bezien hoe ook andere projecten zoals luchthavens, zeehavens en waterkeringen kunnen profiteren van het advies van de commissie Elverding. Een van de acties die inmiddels is gestart, is een doorlichting van alle projecten op versnellingsen verbeteringsmogelijkheden. Ik verwacht in de volgende MIRT-voortgangsrapportage aan te kunnen geven tot welke versnelling en verbetering dit zal leiden. Verder is in dit verband door het kabinet het wetsvoorstel «Versnelling besluitvorming wegprojecten» bij u ingediend. Dit voorstel strekt tot wijziging van de Spoedwet en de Tracéwet en is er op gericht om op korte termijn de versnelde uitvoering mogelijk te maken van wegprojecten waarvan de besluitvorming vooral als gevolg van de luchtkwaliteitproblematiek is vertraagd of is stil komen te liggen. Het wetsvoorstel is voorzien van een limitatieve lijst met projecten, waarnaar ik kortheidshalve wil verwijzen. 11 Welke wetswijzigingen zijn nodig zijn om de aanleg van infrastructuur te versnellen, naast uitvoering van de adviezen van de commissie Elverding? In het kabinetsstandpunt van 19 mei jl. naar aanleiding van het advies van de Commissie Versnelling Besluitvorming Infrastructurele Projecten (commissie Elverding) zijn richtinggevende hoofdlijnen uitgezet voor de Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 4

5 wijze waarop het kabinet uitwerking zal geven aan het advies. Het kabinet heeft daarbij onderschreven dat versnelling van infrastructurele projecten niet enkel met wetgeving kan worden bewerkstelligd en dat de aanbevelingen van de commissie ook hun toepassing kunnen vinden op andere infrastructuur projecten dan dat van wegen, waar de problematiek het meest urgent is. Vanuit deze urgentie is met voorrang een wijziging voorbereid van de Spoedwet wegverbreding en, voor zover het gaat om wegen, de Tracéwet. Dit is het wetsvoorstel versnelling besluitvorming wegprojecten (Kamerstuk II, , , nr. 2), dat inmiddels is ingediend bij de Tweede Kamer. Daarnaast heeft het kabinet in het eveneens aan de Kamer gezonden Actieplan (Kamerstuk II, , , nr. 41 en bijlage) aangegeven op welke wijze het zal omgaan met overige infrastructuur. Centraal daarbij staat de structurele herziening van de Tracéwet, waarmee niet alleen de aanleg van weginfrastructuur, maar ook dat van landelijke spoorwegen en hoofdvaarwegen zal worden versneld. Aan het eind van dit jaar zal het kabinet een wetgevingsnota aan de Tweede Kamer zenden, waarin het zal aangeven op welke wijze het voornemens is deze versnelling in wetgeving te verankeren. Voor andere infrastructurele projecten is wijziging van wetgeving echter niet op voorhand aan de orde. Wel wordt, zoals in het Actieplan is aangegeven, nader onderzocht op welke wijze ook hier de aanbevelingen van de Commissie Elverding kunnen worden aangepast. 12 Hoe groot moet de «grotere inzet» van het bestaande DBFM-contractmodel concreet zijn? Welke tijd- en efficiencywinst verwacht u hierdoor? Met de keuze voor een DBFM-contract hoopt de overheid een meerwaarde te realiseren door het beter benutten van de kennis en doelgerichtheid van opdrachtnemers en private financiers. Per project wordt via een (de Public Private Comparator, PPC) het nut van zo n contract afgewogen. De commissie Ruding heeft voorstellen gedaan om de kans op een positieve uitkomst te vergroten. Aangezien het contract een middel blijft en geen doel, wordt er geen doelstelling op aantallen afgesproken. De ervaring is dat DBFM-projecten op tijd of zelfs binnen de tijd worden opgeleverd. Bij de analyse vooraf (de PPC) moet een besparing van tenminste enkele procenten op basis van levensduur zichtbaar zijn. 13 Bent u van mening dat bijvoorbeeld de luchtkwaliteitsregels (ontkoppeling), Natura 2000, de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Kaderrichtlijn Water en geluidsregelgeving belemmeringen opwerpen voor de aanleg van nieuwe infrastructuur? Zo ja, kunt u aangeven op welke manier u onnodige belemmeringen weg zal nemen en welke wijzigingen in de regelgeving nodig zijn? Bent u voornemens onnodige belemmeringen weg te nemen en zo nee, waarom niet? Welke regelgeving zorgt nog meer voor vertraging en wat bent u voornemens daaraan te doen? Bent u van mening dat elk infrastructuurproject «Elverding proof» moet worden aangepakt? Kunt u dat toelichten? De wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit, geluid, natuurbescherming en de implementatie van de Kaderrichtlijn Water is van groot belang voor infrastructurele projecten. Bij infrastructuur wordt vanzelfsprekend rekening gehouden met de belangen en doelen die gelden voor milieu en natuur. Daarvoor worden dan ook waar nodig maatregelen getroffen bij projecten. Het kabinet wil voorkomen dat er vanuit deze wetgeving een structurele belemmering zou ontstaan voor infrastructurele projecten. Bestaande problemen bij de luchtkwaliteit worden aangepakt met de vaststelling van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 5

6 (NSL). Dit biedt de mogelijkheid om infrastructurele projecten uit te voeren en daarbij tevens aan de wettelijke doelen voor luchtkwaliteit te voldoen. Voor geluid bevatten de Tracéwet en de Spoedwet wegverbreding al langer instrumenten die naar tevredenheid werken. Ook bij de implementatie van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water heeft dit onderwerp de volle aandacht. Waar het gaat om Natura 2000, de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn is vooral de voorgenomen aanwijzing van natuurgebieden en vaststelling van de instandhoudingsdoelstellingen van elk van die gebieden van belang. De impact van deze regelgeving is per project verschillend en het zal in de praktijk voorkomen dat de belangen botsen. Ik zal bij de oplossing daarvan gebruik maken van de leerervaringen op het gebied van geluid en lucht. 14 Wanneer wordt de «lex specialis» die parallel aan de lopende procedure voor de A74 wordt ontworpen aan de Kamer aangeboden? Welk resultaat verwacht u daarvan? Waarom doet u dit alleen voor de A74 en niet voor andere wegenprojecten die in de vertraging zijn geraakt? Of overweegt u nog andere wegenprojecten met een «lex specialis» vlot te trekken? Zo ja welke, en wanneer gaat u daarover besluiten? Zo nee, waarom niet? Zoals ook is toegelicht bij het antwoord op vraag 92 van het MIRT, doe ik wat binnen mijn mogelijkheden ligt om snel een kwalitatief goed OTB te publiceren en opening van de A74 in het 1e kwartaal van 2012 te bewerkstelligen. Hiertoe neem ik verschillende versnellingsmaatregelen, óók juridische. Het voorstel Wet versnelling besluitvorming wegprojecten (Kamerstukken II 2008/09, , nr. 2) is reeds bij uw Kamer ingediend. Daarbovenop heb ik een nota van wijziging in voorbereiding die de tijdige besluitvorming voor de A74 moet verzekeren. Mijn streven is deze zeer binnenkort, mogelijk al bij de nota naar aanleiding van het verslag, bij uw Kamer in te dienen. Daarbij zal het voorstel zodanig geformuleerd worden, dat het tevens de mogelijkheid biedt om vergelijkbare knelpunten bij andere projecten op te lossen. Naast versnelling van de besluitvorming zet het kabinet bij dit project ook actief in op versnelling van de realisatie, door het treffen van onorthodoxe maatregelen, waaronder het eerder opstarten van de aanbesteding door het parallel schakelen van de besluitvormingsprocedure en de realisatie. 15 Wanneer neemt u een besluit over de A4 Midden Delfland? Waarom is er nog steeds geen besluit genomen? Waarop is het wachten nu? Verwacht u dat de schop nog voor het einde van de huidige kabinetsperiode de grond in gaat? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet en welke consequenties trekt u daaruit gelet op uw eerdere belofte dat u de laatste minister zult zijn die zich met de A4 Midden Delfland bezig houdt? Het tracébesluit over de A4 Midden Delfland verwacht ik eind 2010 te nemen. De stand in de procedure is als volgt: Eind 2007 is de TN/MER stap 1 gereed gekomen. Hierover heb ik u in januari 2008 geïnformeerd. Daarbij heb ik mijn bestuurlijke voorkeur voor het A4-alternatief uitgesproken. De TN/MER stap 2 zal in de eerste helft van 2009 ter visie worden gelegd. In de tweede helft van 2009 zal ik dan, gehoord hebbend de inspraakreacties en de adviezen van de wettelijke adviseurs, samen met mijn collega van VROM, een standpunt innemen. Eind 2010 verwacht ik, samen met mijn collega van VROM, het Tracébesluit te nemen waarna in 2011 de uitvoering begint. Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 6

7 Deze planning is in lijn met de informatie die ik u eerder in januari 2008 heb gegeven (Kamerstuk , nr. 8), en met uw Kamer heb gewisseld in het spoeddebat over dit onderwerp op 29 oktober Waarom is er bij de MIRT-verkenning Ruit Rotterdam voor gekozen te werken langs de lijnen van het kabinetsstandpunt Elverding, terwijl de wettelijke verankering daarvan nog niet heeft plaatsgevonden? Loopt het kabinet met die werkwijze niet vooruit op een aantal wetgevingstrajecten? Ik loop met de gekozen werkwijze inderdaad vooruit op het Kabinetsstandpunt Versnelling Besluitvorming Infrastructuur. De reacties op het rapport van de Commissie Elverding waren echter lovend. Ook uit de reacties op het concept van het Kabinetsbesluit proef ik een brede steun om bij de opgave waar we in de regio Rotterdam voor staan de aanbevelingen van de Commissie Elverding ter harte te nemen. Tegelijkertijd realiseer ik me terdege, dat de wetgevingtrajecten voortvarend moeten worden aangepakt om tijdig te kunnen doorstomen. 17 Kunt u aangeven waarom betalen per kilometer eerlijker is dan de huidige vaste autobelasting? Bent u van mening dat betalen per kilometer ook eerlijker is dan betalen per kilometer afhankelijk van de tijd en plaats? Kunt u uw antwoord toelichten? Een prijs per kilometer is eerlijker omdat degene die zijn auto het meest gebruikt, en daarbij het meest gebruik maakt van de infrastructuur en meer uitstoot veroorzaakt, straks meer betaalt dan de automobilist die spaarzaam gebruik maakt van zijn auto. Nu betalen zij evenveel en dat is oneerlijk vanuit het gangbare principe dat de gebruiker/vervuiler betaalt. Daarbij geldt dat automobilisten gezamenlijk niet meer gaan betalen, maar dat de lasten eerlijker worden verdeeld. Betalen per kilometer is niet eerlijker dan betalen per kilometer afhankelijk van de tijd en plaats. Een hoger tarief in de spits of op drukke tijden is een stimulans om de spits te mijden, bijvoorbeeld door eerder of later naar het werk te gaan of meer thuis te werken. Weliswaar betalen de mensen die tijdens die spits toch op pad gaan op een aantal plekken een hoger tarief, maar zij kunnen ook beter doorrijden. Voor een betere bereikbaarheid is deze spitsheffing essentieel. 18 Wat is de autonome ontwikkeling van de mobiliteit en de voertuigverliesuren in 2020 wanneer geen rekening gehouden wordt met de kilometerprijs en het MIRT pakket niet is uitgevoerd? En wat is de autonome ontwikkeling van de mobiliteit en de voertuigverliesuren in 2020 als wel rekening wordt gehouden met de kilometerprijs (inclusief spitsheffing)? Zie bijlage 1. 1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer. 19 Hoeveel bedraagt de extra reductie van (auto)mobiliteit als gevolg van het feit dat de BPM 100% wordt gevariabiliseerd, ten opzichte van de Nota Mobiliteit die nog uitgaat van 25% variabilisering van de BPM? Hoe is in de Nota Mobiliteit berekend dat de kilometerprijs de investeringsopgave voor infrastructuur met 3 tot 7 miljard reduceert? Leidt de extra mobiliteitsreductie door 100% variabilisatie van de BPM tot een reductie van de investeringsopgave voor infrastructuur, gegeven de bereikbaarheidsdoelen uit de Nota Mobiliteit, en zo ja hoeveel? Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 7

8 Momenteel is gestart met het onderzoek wat de gevolgen zijn van de 100% afbouw van de BPM. De reductie van de investeringsopgave voor infrastructuur met 3 tot 7 miljard als gevolg van de kilometerprijs is als volgt berekend. In de Nota Mobiliteit zijn de verschillende maatregelen opgenomen waarmee de knelpunten aangepakt kunnen worden. De precieze samenstelling van de beleidsmix bepaalt de totale benodigde investeringen. Als er alleen voor wordt gekozen de capaciteit uit te breiden door bouwen en benutten, is een investeringspakket van 21,5 miljard nodig om alle knelpunten op te lossen. Met de introductie van de kilometerprijs zal de investeringsopgave met 3 tot 7 miljard worden gereduceerd. Bij de berekeningen van de effecten van de Nota Mobiliteit is uitgegaan van een in 2000 geactualiseerde raming van het wegverkeer in 2020 volgend het European Coordination (EC) scenario van het Centraal Planbureau. In deze raming is uitgegaan van realisatie van het MIT 2004, uitvoering van het fileplan Zichtbaar, Slim en Meetbaar (ZSM) en realisatie van de besluiten op mobiliteitsterrein uit het Belastingplan Wanneer komt u met een analyse over en oplossing van de problemen bij de N-wegen, zoals specifiek genoemd in de LMCA-wegen? In de planningscyclus van het rijk wordt stapsgewijs op een steeds fijner detailniveau ingezoomd. De LMCA-wegen is de eerste stap en heeft een landelijke focus. Vervolgens worden verkenningen uitgevoerd als aanvulling op de landelijke analyse. Nadat na afronding van de verkenningsfase het probleem formeel erkend is, wordt in de Tracé/MER-procedure als laatste stap naar de beste oplossing gezocht. Uit de LMCA-wegen is gebleken dat er 2 rijks-n-wegen zijn, de N69 en de N44, die op dit moment niet voldoen aan de bereikbaarheidsambities uit de Nota Mobiliteit en vier wegen die potentiële knelpunten vormen in De N69 wordt nog dit jaar overgedragen aan de provincie tezamen met een bedrag van 70 mln euro. Bij voorjaarsnota zijn hiervoor de financiële middelen gereserveerd. De N69 wordt betrokken bij de MIRT-verkenning Zuidoostvleugel Brabantstad. De aanpassingen die nodig zijn om de ambities uit de Nota Mobiliteit te halen zullen uit deze verkenning blijken. De verkenning is met de regio besproken tijdens het MIRT-overleg. Afgesproken is dat deze verder zal worden geoptimaliseerd. De N44 is onderdeel van de Integrale benadering Holland Rijnland. Het tussenrapport (1e fase) is gereed. Tijdens het bestuurlijke overleg dit najaar besluiten we hoe we verder gaan. Voor de potentiële knelpunten is op dit moment onduidelijk of ze daadwerkelijk een knelpunt worden. Daarom zijn daar nu nog geen verkenningen gestart. 21 Waar zijn in de begroting de middelen voor mobiliteitsprojecten opgenomen? Voor welk jaar is hoeveel geld beschikbaar? Hoe wordt de verdeling gemaakt? Er is een reservering van 100 mln op begrotingsartikel ABvM (Infrafonds). Dit is het totale beschikbare bijdrage tot en met 2011 van het rijk voor de mobiliteitsprojecten van de zes regio s. De verdeling van het geld vindt plaats op basis van goed onderbouwde projectvoorstellen van de regio. Per mobiliteitsproject worden uitvoeringsconvenanten afgesloten tussen rijk en regio en wordt in jaartranches het in de uitvoeringsconvenant opgenomen bedrag aan de regio beschikbaar gesteld. Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 8

9 22 In welke 6 stedelijke gebieden gaan in 2009 mobiliteitsprojecten van start? In hoeverre sluit de dan gevolgde systematiek van gedragsprikkels (belonen) aan bij die zoals beoogd onder het project ABVM (straffen)? Hoe lang moeten die projecten in de praktijk doorlopen om daar volgens u verantwoorde conclusies aan te kunnen verbinden voor de door u voorziene werking van ABVM? Kunt u dat motiveren? Kunt u per project de doelstelling aangeven en onderbouwen? 1) De zes stedelijke gebieden waar de taskforce Mobiliteitsmanagement tot nu toe actief is en waar de mobiliteitsprojecten als onderdeel van een totaal pakket aan regionale maatregelen worden gestart zijn: regio Amsterdam, regio Utrecht, regio Haaglanden, regio Rotterdam, regio Eindhoven Den Bosch, regio Arnhem Nijmegen. 2) ABvM kan geen «straffen» worden genoemd. Het gaat om een andere en eerlijkere manier van betalen voor mobiliteit dan in de huidige situatie. Mensen betalen geen vaste belastingen (MRB, BPM) meer maar ze betalen per gereden kilometer. Bij ABvM kunnen mensen door hun gedrag geld besparen. In zijn totaliteit wordt niet meer geld betaald dan in de huidige situatie. Bij de mobiliteitsprojecten bepalen de regio s als initiatiefnemer van de projecten uiteindelijk de systematiek van de gedragsprikkels (zie beschrijving per project). Zowel bij ABvM als bij een aantal regionale projectvoorstellen die ik heb gezien loont het om minder vaak met de auto in de spits te reizen. Onderdeel daarvan zijn de mobiliteitsprojecten. 3) De mobiliteitsprojecten lopen tot en met 2011 en worden afgerond met een evaluatie per project. Tussentijds worden monitoringsresultaten gepresenteerd. De maatregelen uit de regionale convenanten worden per regio gemonitord De eerste monitoringsrapportage is voorzien eind Uit de monitoringsrapportages en de evaluatie moet onder andere de voortgang van de regionale maatregelenpakketten blijken, daadwerkelijke gedragsverandering van mensen, inzicht in relevante alternatieven en in hoeverre de regionale bereikbaarheidsdoelstellingen van de taskforce worden gehaald. Het monitoringstraject wordt wetenschappelijk begeleid. De doelstellingen per mobiliteitsproject staan in de regionale convenanten van de taskforce Mobiliteitsmanagement. Hier een beknopte samenvatting: Regio Amsterdam Noordvleugel proef betaald rijden: Beprijzingsproef, ambitie medio 2009 te starten met 1000 vrijwilligers en op te schalen uiteindelijk naar deelnemers, afspraken met werkgevers, betalingsmechanisme (vrijwilliger ontvangt een vast bedrag per maand vooruit en betaalt per gereden km), bereikbaarheidseffecten: moet bijdragen aan doelstelling 5% reductie voertuigkm s in de spits in de regio. Haaglanden: Spitsmijden: Wetenschappelijke proef, gedragseffecten, Gouda Den Haag, 800 deelnemers; Duur proef sept 2008-juni 2009; Beloningsproef Kilometersparen Utrechtsebaan; Beprijzingsproef op de Utrechtse baan, bereikbaarheidseffecten (5 10% reductie op de Utrechtse baan), samen met grote werkgevers, start eind 2009/begin 2010, deelnemers; deelnemer ontvangt een vast bedrag vooruit en betaalt zodra hij rijdt; Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 9

10 Regio Utrecht Beprijzen A2 en invalswegen Utrecht (bijdragen aan overall doelstelling Utrecht) Beprijzing op de A2 en invalswegen Utrecht, bereikbaarheidseffecten, aanbesteding gestart, beloningsproef; Nieuw project driehoek A1, A27 en A28, Mobiliteitsprojecten Brug A12 en utrecht Oost worden nog gepland; Regio Rotterdam Proef spitsmijden A15 Het aanbestedingsproces is gestart in september Beoogd bereikbaarheidseffect: 5% reductie personenauto s op de A15 (onderdeel van overall doelstelling van de verkeersonderneming), Circa 4000 deelnemers; Regio Eindhoven Den Bosch Bijdragen aan overal doelstelling regio (convenant) Beprijzingsproef rond Eindhoven en Den Bosch, wordt nog verder uitgewerkt; Field operational Test (Value added service), reisinformatie in car, in samenwerking met Utrecht, Zuidvleugel; Regio Arnhem Nijmegen Bijdragen aan overal doelstelling (5% reductie zie convenant). Plannen moeten nog verder worden uitgewerkt, onder andere spitsmijden Arnhem Nijmegen. 23 Wat is de exacte planning ten aanzien van de totstandkoming en aanbieding van de Wet op de Kilometerprijs? Thans worden de laatste reacties en adviezen op het Voorontwerp van de Wet kilometerprijs verwerkt. Naar verwachting zal het wetsvoorstel in november aan de Raad van State ter advisering worden aangeboden. Nadat de Raad heeft geadviseerd zal het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer worden ingediend. De planning is gericht op indiening van het wetsvoorstel begin Kunt u uw ambitie om de besluitvorming voor alle spitsstroken onder het programma Zichtbaar Snel Meetbaar af te ronden en het grootste deel van de projecten op te leveren, concretiseren? Van welke projecten wordt de besluitvorming afgerond en wanneer, en welke projecten worden wanneer concreet opgeleverd? Welke wegaanpassings- en tracébesluiten worden voor eind 2009 getekend? In het MIRT-projectenboek zijn op pagina 91 t/m 97 voor ZSM 1 en 2 de projecten overzichtelijk weergegeven. Hierbij is tevens per project aangegeven wanneer het besluit (WAB of TB) wordt genomen, wanneer de realisatie start en wanneer het wordt opgeleverd. Voor alle ZSM 1 en 2 projecten verwacht ik in deze kabinetsperiode het besluit te nemen. Om de besluitvorming rond wegprojecten te versnellen heb ik het wetsvoorstel versnelling besluitvorming wegprojecten naar de Tweede Kamer gestuurd. Op grond daarvan streef ik er naar om in deze kabinetsperiode de realisatie van alle ZSM 1 en 2 projecten, die alle tevens onderdeel uitmaken van de Spoedaanpak Wegen, te starten en een substantieel deel er van open te stellen. Vanwege de grote hoeveelheid wegwerkzaamheden die in de komende jaren, veelal gelijktijdig, moeten worden uitgevoerd om deze ambitie waar te maken, doe ik onderzoek naar de daarmee gepaard gaande verkeershinder en ben ik met het bedrijfsleven in overleg om te bezien hoe zij kunnen bijdragen aan het waarmaken van deze ambitie. Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 10

11 25 Staan in de Nationale Databank Wegverkeersgegevens ook gegevens van lokale wegbeheerders? Ja. In het project Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW) werken de lokale wegbeheerders zoals provincies, steden, regio s en Verkeer en Waterstaat samen aan een landelijk dekkend systeem voor het inwinnen, verzamelen en verspreiden van verkeersgegevens. Het NDW brengt de basisinformatie op orde. 26 Wat zijn uw voornemens voor het maatregelenpakket van het Beleidskader Benutten? Kunt u een exacte verdeling maken van de middelen voor het maatregelenpakket die reeds zijn toegekend inzake het maatregelenpakket van het Beleidskader Benutten? In het kader van de mobiliteitsaanpak is een concreet pakket aan maatregelen uitgewerkt in samenspraak met de regio s. Deze is u als bijlage bij de mobiliteitsaanpak (22 oktober 2008, kamerstuknummer nog onbekend) aangeboden. 27 In het kader van betere benutting is in 2009 t/m 2012 een totaalbedrag van 200 miljoen beschikbaar (begroting, hoofdstuk 2.3). In het betreffende hoofdstuk zijn slechts een aantal projecten genoemd. Kunt u die lijst van projecten completeren, inclusief de daaraan verbonden budgetten? Kunt u per project de concrete doelstellingen aangeven die moeten worden bereikt wil het rendement van het geïnvesteerde geld positief uitvallen, en op basis waarvan eventueel wordt besloten over een «mogelijk grootschaliger toepassing»? In het kader van de mobiliteitsaanpak is een concreet pakket aan maatregelen uitgewerkt in samenspraak met de regio s. Deze is u als bijlage bij de mobiliteitsaanpak (22 oktober 2008, kamerstuknummer nog onbekend) aangeboden. Per maatregelpakket zijn de aanleiding, aanpak, belangrijkste mijlpalen en budget aangegeven. 28 Op welke wijze is de (contra-)expertise ingevuld voor het onderzoek naar de conditie van kunstwerken? De onderzoeken worden in opdracht van Rijkswaterstaat door ingenieursbureaus uitgevoerd. De resultaten worden getoetst door TNO en TU Delft. Rijkswaterstaat blijft als beheerder verantwoordelijk voor de uiteindelijke conclusies. 29 Het bedrag van 500 miljoen dat voor onderhoud van stalen bruggen wordt uitgetrokken in de periode , is nog niet eerder begroot. Kunt u ingaan op de dekking en de consequenties? Welke bruggen betreft het concreet, wanneer wordt met de werkzaamheden begonnen en wanneer worden werken opgeleverd? Gaat dit bedrag ten koste van het reguliere onderhoud van de wegen? Creëert u hiermee dan extra achterstallig onderhoud? In mijn recente brief aan uw Kamer over de stalen kunstwerken is een tabel opgenomen waarin de start van de uitvoering per project staat vermeld. Uitgangspunt is dat de uitvoering gereed is binnen een jaar, dus start- en opleveringsjaar is gelijk. Indien de aanpak gecombineerd wordt met capaciteitsuitbreiding kan dit langer zijn. Het gaat om de volgende Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 11

12 objecten: Scharberg (Elsloo), Galecopperbrug, Beek (Geleen), Muiden, Ewijk, Kreekrak, Gideonbrug, Scharsterrijnbrug, Ketelbrug, Kruiswaterbrug. Voor de verdere beantwoording van deze vraag verwijs ik naar het antwoord op vraag 11 bij het Infrastructuurfonds. 30 Krijgen de afgestudeerden alleen korting op de treinkaartjes of ook voor het overige OV? De doelstelling van het actieplan is groei op het spoor te realiseren. De maatregel voorziet daarom in een voordeelurenkaart voor het gebruik van de trein. Uitbreiding voor het overig OV is in de technische opzet mogelijk gemaakt. 31 Kunt u aangeven wat de nieuwe dienstregeling voor 2010 die de spoorsector zal presenteren inhoudt? Betreft dit wederom een radicale wijziging van de dienstregeling of gewoon een aanpassing van de huidige dienstregeling? In 2006 is u gemeld dat, na de grote wijzigingen rond de dienstregeling 2007, er verdere stappen zouden worden genomen in en in 2012 (Kamerstuk , , nr. 32). De dienstregeling 2010 zal wederom uitbreidingen van het aanbod bevatten (o.a. vanwege het Actieplan 5% groei en de HSL). Zoals destijds aangegeven zal, zodra de Hanzelijn volledig in gebruik is genomen, de dienstregeling meer substantieel worden gewijzigd. 32 Kunt u een stand van zaken geven rond de onderhandelingen die u voert met gemeenten enerzijds en Prorail/NS anderzijds over hun bijdrage aan het realiseren van uitbreiden van stationsfietsenstallingen, zodat het potentieel van reizigers die met de fiets naar het station willen komen goed benut kan worden? Inmiddels is er voor ongeveer 150 locaties overeenstemming bereikt met provincies, stadsregio s en/of gemeenten over cofinanciering van fietsenstallingen bij stations. In totaal dragen zij bijna 15 miljoen bij. Inmiddels is dit vastgelegd in overeenkomsten of subsidieregelingen. Vanuit het programma Ruimte voor de Fiets wordt eveneens bijna 15 miljoen bijgedragen (zie ook vraag 178). 33 Van de beschikbare 200 miljoen voor het Actieplan Spoor wordt in 2008 en 2009 ongeveer de helft ingezet. Kunt u per project aangeven wanneer welke kosten waarvoor worden gemaakt? Kunt u concreet aangeven welke doelstellingen wanneer moeten worden bereikt om het rendement van de investeringen positief te kunnen beoordelen? Kunt u onderbouwd aangeven in hoeverre de uitgaven zijn afgestemd op wensen vanuit de markt? Waarom bent u van oordeel dat deze uitgaven moeten worden gedaan door de belastingbetaler en niet uit de exploitatie door de NS c.q. Prorail? 1) Van de 29 maatregelen uit het Actieplan is inmiddels sinds december 2007 een groot aantal van de maatregelen voorbereid en in uitvoering genomen. In totaal omvatten deze maatregelen ongeveer de helft van het totaal beschikbare budget van 200 mln. Het gaat hierbij onder meer om: Voordeelaanbod ex-studenten. Voor deze maatregel is 16 mln gereserveerd. Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 12

13 Uitbreiding treinaanbod. Over de totale kabinetsperiode is hiervoor 40 mln beschikbaar. Uitbreiding fietsenstallingen. In het Actieplan is 20 mln beschikbaar gesteld voor het verbeteren van fietsvoorzieningen rondom stations. Verbetering informatievoorziening. Voor dynamische reisinformatie is 5 mln beschikbaar voor de I-teams en de verbetering van statische informatie op stations is 20 mln beschikbaar. Treintraining senioren. In het Actieplan is 2 mln gereserveerd voor initiatieven om senioren te laten kennismaken met de trein. Verbetering wachtruimtes op stations. De bijdrage uit het Actieplan voor deze maatregel bedraagt maximaal 15 mln. 2) De doelstelling is: elk jaar 5% groei van het aantal reizigerskilometers per trein. Daarop worden investeringen beoordeeld. 3) De maatregelen uit het actieplan zijn gekozen op basis van korte termijn uitvoerbaarheid en inbreng van een groot aantal betrokken partijen zoals: ANWB, consumentenbond, Bedrijfsleven, Gemeenten, IPO (Inter Provinciaal Overleg), LSVb (Landelijke Studenten Vakbond), NS, provincies, RRailforum, Rijkswaterstaat, Veilig Verkeer Nederland, VNO-NCW. Per maatregel wordt bekeken wie de logische partners zijn om deze maatregel samen mee uit te voeren. Soms zijn dat marktpartijen, soms andere overheden of studentenvakbonden, ouderenorganisaties of reizigersorganisaties. 4) Het pakket van maatregelen voer ik uit samen met de spoorse partners en regio s. Iedereen draagt er in bij om de maatregelen uit te voeren ook financieel zoals blijkt uit de cofinanciering die voorwaarde is voor veel van de maatregelen. Om maatregelen sneller te realiseren en het effect te vergroten, is het van belang dat ook de overheid investeert in bijvoorbeeld P+R en fietsenstallingen of extra treinen. 34 Waarom duurt het nog tot eind 2010 voordat er concrete besluiten over uitbreiding van de spoorcapaciteit komen? Welke uitbreidingen komen in aanmerking? Zoals besproken in het Algemeen Overleg van 2 oktober 2008 nemen we voor de planstudies ongeveer anderhalf jaar de tijd, zodat het Kabinet vóór de zomer 2010 concrete besluiten kan nemen, vergelijkbaar met het kabinetsbesluit OV-SAAL van maart Indachtig adviezen van de commissie Elverding is deze periode mede bedoeld om met betrokken partijen zoveel mogelijk overeenstemming te bereiken over de uit te voeren maatregelen, om vervolgens een korte wettelijk verplichte tracéprocedure te kunnen volgen. Waar welke uitbreidingen precies nodig zijn en welke maatregelen op het gebied van transfer, geluid, overwegen en emplacementen daar bij horen, zal blijken uit de planstudies en de daarin te bestuderen varianten voor personenvervoer en goederenvervoer. De rapportage van ProRail, NS en BRG, die als bijlage bij de voortgangsrapportage Kabinetsambities spoor aan de Kamer is gezonden (4 september 2008, Kamerstuk , , nr. 184), geeft een indicatie van de mogelijke uitbreidingen. 35 Is er een streefcijfer vastgesteld ten aanzien van de punctualiteit op het spoor voor het einde van deze kabinetsperiode? En voor 2020? In hoeverre is de verhoging van de punctualiteit belangrijk bij het halen van 5% groei per jaar? Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 13

14 Zie bijlage Is er ook inzicht hoe de gemiddelde Nederlander tegen de prestaties van de NS aankijkt, daar waar 75% van de reizigers de dienstverlening met een 7 of hoger waardeert? In het streven naar vergroting van marktaandelen, omzet, aantallen reizigers en het verbeteren van de mobiliteit in Nederland onderzoekt NS ook zelf wat mensen die op dit moment niet met NS reizen van het spoor vinden of graag veranderd zouden zien. Bij Verkeer en Waterstaat zijn daarvan geen recente uitkomsten bekend. De vervoerconcessie schrijft voor dat NS in samenwerking met consumentenorganisaties de tevredenheid van de klanten meet en publiceert. De betrokkenheid van consumentenorganisaties is daarbij bedoeld als garantie voor de kwaliteit, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van het onderzoek. Dit onderzoek wijst uit dat 75% van de reizigers de dienstverlening van NS met een 7 of hoger waardeert. 37 Wanneer in 2009 verwacht u besluiten te kunnen nemen over de maatregelen voor het openbaar vervoer op de corridor Schiphol Amsterdam Almere Lelystad? Kunt u een exacte uiteenzetting geven van de voorgenomen uitgaven (per begrotingsjaar) van het investeringspakket korte termijn maatregelen op de corridor Schiphol Amsterdam Almere Lelystad? Ik verwacht, conform het MIRT-projectenboek, nog in 2009 voor de korte termijn-maatregelen een Tracébesluit te kunnen nemen. In het najaar van 2009 verwacht ik besluiten te kunnen nemen over de maatregelen die op middellange termijn (de periode tot 2020) genomen moeten worden op de SAAL-corridor. De besluitvorming van de middellange termijnmaatregelen is mede afhankelijk van besluiten over de oplossingsrichtingen voor de lange termijn, waaronder een principebesluit over een eventuele IJmeerverbinding. Besluitvorming hierover is in het najaar van 2009 voorzien. Voor het investeringspakket van korte termijnmaatregelen ter hoogte van in het totaal 531 mln euro houd ik rekening met de volgende uitgaven per begrotingsjaar: Totaal korte termijn: 531 mln euro Deze uitgavenreeks zal ook in de begroting 2010 worden ingepast. De reeks zal zo nodig worden aangepast indien hiertoe op basis van de resultaten uit de lopende planstudie aanleiding bestaat. Zie ook vraag Vindt u de OV-Chipkaart ook gebruiksvriendelijk als de gebruiker deze kaart eigenlijk helemaal niet wil? 1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer. Bij de ontwikkeling en verdere uitrol van de OV-chipkaart worden diverse criteria gehanteerd. Zo dient bijvoorbeeld het systeem operationeel en stabiel te zijn. Daarnaast moet de distributie op peil zijn. Ook moeten alle soorten abonnementen of reisrechten kunnen worden overgezet op de OV-chipkaart. Er moet een aantoonbaar soepele overgang van NVB naar OV-chipkaart voor de reizigers zijn. Uit deze criteria blijkt dat de gebruiksvriendelijkheid uitdrukkelijk wordt meegenomen bij de invoering van de Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 14

15 OV-chipkaart. Bij recente onderzoeken in Rotterdam blijkt dat het oordeel van de gebruikers positief is. Bovendien is het PROV, waarin consumenten zijn vertegenwoordigd, akkoord gegaan met het verzoek van de stadsregio Rotterdam tot het stopzetten van de strippenkaart in de metro. 39 Wat bedoelt u met «de garantie dat er voor elke burger in Nederland altijd een vorm van openbaar vervoer aanwezig is»? Welke criteria hanteert u hierbij en hoe wordt die garantie vormgegeven? Zoals in de Nota Mobiliteit is vastgelegd, wordt de burger op plaatsen met voldoende vraag een reële, aantrekkelijke, beschikbare en betrouwbare vorm van openbaar vervoer geboden. Op plaatsen met geringe vraag wordt maatwerk geboden, in de vorm van regulier openbaar vervoer of collectief vraagafhankelijk vervoer. Dit om mogelijk te maken dat elke burger in staat wordt gesteld maatschappelijk te participeren en maatschappelijke voorzieningen te bereiken. Provincies, stadsregio s en gemeenten zijn verantwoordelijk voor het aanbod van doelmatig regionaal openbaar vervoer. Zij maken zelf keuzen voor het vervoer dat past bij de specifieke regionale situatie. Rijk en regionale overheden monitoren gezamenlijk het openbaar vervoer-aanbod. 40 Welke besluiten verwacht u in 2009 te nemen inzake het vervolgtraject op het project OV-SAAL? In 2009 verwacht ik een tweetal onderling samenhangende besluiten te kunnen nemen inzake het vervolgtraject van het project OV SAAL: een kabinetsbesluit over de planstudie voor de spoormaatregelen op de middellange termijn (tot 2020), inclusief de financiering, vergelijkbaar het kabinetsbesluit voor het korte termijn pakket van maart 2008; een besluit over de oplossingsrichtingen voor de lange termijn, waaronder een principebesluit over een IJmeerverbinding. Zie ook vraag Op welke manier zullen de besluiten die zijn genomen om infraprojecten te versnellen ook in de spoorprojecten doorwerken? Kunt u concreet aangeven tot welke aanpassingen in besluiten/planningen dat leidt? In het op 19 mei 2008 uitgebracht Kabinetsstandpunt Versnelling Besluitvorming Infrastructuur wordt geen principieel onderscheid gemaakt tussen de Spoorsector en andere sectoren. Vooruitlopend op de structurele herziening van het besluitvormingsproces zal in dit kader nog dit jaar geïnventariseerd worden of, en zo ja welke, verbeteringen mogelijk zijn bij specifieke lopende projecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen wegenprojecten en projecten in de sectoren spoor en vaarwegen. De rapportage over de uitkomsten van deze inventarisatie zal onderdeel uitmaken van de in het eerste kwartaal van 2009 aan u toe te zenden Voortgangsrapportage Tracéwetplichtige projecten. Dit najaar ontvangt u toegezegde wetgevingsnota waarin aanpassingen in het wettelijk kader aan de orde zullen worden gesteld. De spoorsector heeft geen probleem met het bestaande wettelijk instrumentarium. De introductie van de verkorte procedure in 2005 heeft tot meer centrale regie en besluitvaardigheid geleid. Wel is er behoefte het toepassingsgebied van de tracéwet te verruimen naar programma en corridorniveau. Daarnaast leeft de wens om de realisatiefase zoveel als mogelijk eerder in het planproces te starten. In de genoemde wetgevingsnota zal ik hierop terugkomen. Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 15

16 42 Kunt u uw stelling, dat door goede reisinformatie reizigers betere keuzes maken en eerder geneigd zijn om de files te mijden en voor het OV te kiezen, onderbouwen? Kunt u aangeven in hoeverre betere reisinformatie inmiddels heeft bijgedragen aan vermindering van de files? Kunt u aantonen dat reizigers ook «betere keuzes» maken? Kunt u een onderbouwde kosten-baten analyse maken van de investeringen in reisinformatie en de opbrengsten ervan in termen van uw doelstelling dat reizigers eerder voor het OV kiezen? Onderzoek door NS heeft laten zien dat een gebrek aan betrouwbaarheid de belangrijkste ergernis is in het openbaar vervoer. Reisinformatie levert een belangrijke bijdrage aan de door de reiziger ervaren betrouwbaarheid van het OV en in het verlengde daarvan aan de klanttevredenheid. Kortom: goede reisinformatie is noodzakelijk om reizigers voor het OV te behouden. Andersom draagt reisinformatie ook bij aan een optimale keuze van de reiziger. * Onder meer de bevindingen van de VanAnaarBeter-promotieteams hebben laten zien dat automobilisten vaak niet op de hoogte zijn van reistijdvoordelen, die zij met het OV kunnen behalen. * Marktonderzoek van TNS-Nipo laat zien dat 13% van de reizigers bereid is te kiezen voor een alternatief in het specifieke geval van vertragingen, die 30 minuten voor vertrek worden gemeld. * Een onderzoek door GoudappelCoffeng heeft laten zien dat multimodale reisinformatie kan bijdragen aan een verschuiving van 1% in de modal split ten gunste van OV. * Ervaringen bij Groot Onderhoud A9 Noord in 2007 hebben laten zien dat reizigers open staan voor alternatieven, mits tijdig aangekondigd (dus vóór de reis) en persoonlijk op maat. Momenteel wordt samen met decentrale overheden en vervoerders een voorstel uitgewerkt voor een landelijke server en voor Dynamische Reisinformatiesystemen op haltes. U wordt daarover nader geïnformeerd in het Aanvalsplan Multimodale Reisinformatie. Een KBA is op dit moment niet aan de orde, omdat daarvoor een uitgewerkt projectvoorstel beschikbaar dient te zijn. Daarbij komt dat een gedegen onderzoek naar alle betrokken maatschappelijke kosten en baten een grote onderzoeksinspanning vergt, die alleen bij grote infrastructuurprojecten gebruikelijk is. Het is de vraag of de kosten van een dergelijk onderzoek in verhouding staan tot de nu voorziene uitgaven aan reisinformatie. 43 Waarom wordt alleen de reisinformatie verbeterd op de 50 grootste stations? Welke maatregelen m.b.t. reisinformatie worden er getroffen op de stations die niet bij de 50 grootste horen? Het doel van het actieplan is groei op het spoor te realiseren door de trein voor steeds meer mensen aantrekkelijk te maken. Met het budget dat daarbij hoort, is er gekozen de maatregelen in te zetten daar waar ze het meeste effect sorteren. Op de grootste stations is dit het meest effectief omdat daar ook de meeste reizigers verblijven en deze qua omvang ook de meeste aandacht verdienen. 44 Waarop baseert u de verwachting dat de OV-chipkaart medio 2009 wordt ingevoerd door de NS en de stadsregio s? Hoe verhoudt deze verwachting Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 16

17 zich met het Aanvalsplan OV-chipkaart en de gerezen problemen met de consumentenorganisaties? De informatie over de planning van de invoering ov-chipkaart is afkomstig van de organisaties die zijn belast met de daadwerkelijk invoering. Deze verwachtingen worden in het Regieteam nauwgezet gevolgd. In het aanvalsplan worden zaken besproken die cruciaal voor de algemene voortgang en die het vertrouwen in de ov-chipkaart moeten herstellen. Binnenkort ontvangt u het geactualiseerde aanvalsplan. Met het Landelijk Consumenten Overleg (LCO) is overleg. Enkele consumentenorganisaties zijn uit dit overleg gestapt, zoals u is gemeld. Ik ben met deze organisaties in gesprek om tot een oplossing te komen. Bij brief van 7 oktober 2008 (Kamerstuk II , , nr. 254) heb ik uw Kamer geïnformeerd over de afspraken die met de decentrale overheden en de consumentenorganisaties zijn gemaakt voor een vervolgoverleg. 45 Op welke wijze houdt u rekening in de begroting voor de komende jaren met de meerkosten OV-Chipkaart (minimaal 100 miljoen eenmalig, 18 miljoen structureel) hoewel nog niet zeker is hoe groot die meerkosten zullen zijn die zijn verbonden aan het project OV-Chipkaart? In de begroting is rekening gehouden met 15 miljoen. Dit bedrag is ook in de go-besluitbrief van juni 2006 in relatie tot eventuele problematiek op het gebied van restwaarde en distributie genoemd. Binnenkort informeer ik uw Kamer nader omtrent de besluiten die in de regiegroep OV chipkaart worden genomen naar aanleiding van de rapportage van de Commissie Kist. 46 Hoe verhoudt het feit dat de stads- en streekvervoerders 0,9% minder passagiers verwachten naar aanleiding van de tariefstijging van de strippenkaart in 2009 zich tot de wijze waarop u zegt in te spelen op de groeipotenties in het OV en de wens van de Kamer deze potentie ook daadwerkelijk te benutten, zoals vastgelegd in de motie Duyvendak ( XII, nr. 57)? Hierover is op 10 september 2008 met de Kamer gesproken in het debat over de tarieven nationale vervoersbewijzen. De gemiddelde tariefstijging van 4,5% voor de nationale vervoerbewijzen in 2009 is conform de uitkomsten van het gebruikelijke model. Een lagere tariefaanpassing zal leiden tot derving van opbrengsten voor de vervoerbedrijven. Dit kan het voorzieningenniveau onder druk zetten, wat weer tot minder reizigersaantallen kan leiden. Overigens investeer ik extra in het regionaal OV in het kader van de MobiliteitsAanpak (zie ook vraag 166). 47 Waar staat en wie beheert de landelijke server reisinformatie? Wie betaalt deze? Hoeveel kost deze? Van een landelijke server voor actuele reisinformatie is op dit moment nog geen sprake. Voor actuele OV-reisinformatie voor heel Nederland is zo n server echter onmisbaar. Daarom hebben we in de MobiliteitsAanpak de realisatie van een landelijke server aangekondigd. Samen met decentrale overheden, vervoerders en markt wordt momenteel aan een functioneel ontwerp voor een landelijke server gewerkt. Uitgangspunt daarbij is dat overheden kaders en randvoorwaarden voor zo n server afspreken. Wie de landelijke server gaat beheren wordt op dit moment verkend, maar op basis van de Wet Personenvervoer is het logisch dat vervoerders hier Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 17

18 het voortouw in hebben. Financiering zal daarbij ook aan de orde komen. Overigens worden op dit moment de kosten betaald door de vervoerders. 48 In welk begrotingsjaar wordt de voorgenomen 20 miljoen uitgegeven voor de verbetering van de reisinformatie (Aanvalsplan Reisinformatie)? Voor het Aanvalsplan Multimodale Reisinformatie is in de Mobiliteitsaanpak aanvullend 30 miljoen gereserveerd. In 2009 zal de Tweede Kamer worden geïnformeerd over het Aanvalsplan en de acties, die zullen worden opgepakt. Het budget zal in principe deze kabinetsperiode, dus uiterlijk 2011, worden uitgegeven. 49 Is de voorgenomen bijdrage voor het vliegveld van de BES-eilanden getoetst aan de richtlijnen die gelden omtrent het verlenen van staatssteun? De regels over staatssteun, zoals neergelegd in artikelen 87, 88 en 89 van het EG-Verdrag zijn niet van toepassing op de BES-eilanden, omdat de BES-eilanden een LGO-status hebben. Deze status houdt in dat het Europees recht in principe niet van toepassing is. 50 Is de voorgenomen bijdrage voor het vliegveld van de BES-eilanden afhankelijk van de uiteindelijke overeenstemming over de wijziging van de voorgenomen staatkundige structuur? Vooruitlopend op de toekomstige verantwoordelijkheid voor VenWaangelegenheden op de BES-eilanden is onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar de huidige stand van zaken betreffende de luchtvaart op de BES-eilanden. De uitkomsten van dit onderzoek tonen aan dat een verbetering van de start- en landingsbaan van de luchthaven van Bonaire hoge prioriteit verdient. Gelet op deze toekomstige verantwoordelijkheid en de nu voorziene datum van wijziging van de staatkundige structuur zijn daarom in de Rijksbegroting middelen voor 2009 en 2010 gereserveerd, rekening houdend met de benodigde voorbereidingstijd en de realisatietermijn voor de uitvoerende werkzaamheden. 51 Hoeveel kost de ondersteuning door de Inspectie Verkeer en Waterstaat van de scheepvaartdirectie van de BES bij de versterking van het maritiem bestuur? De Directie Scheepvaart en Maritieme Zaken van de Nederlandse Antillen (waarvan de BES-eilanden op dit moment nog deel uitmaken) wordt sinds mei 2006 ondersteund door de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Deze ondersteuning is aangegaan voor een periode van 5 jaar, waarvoor op jaarbasis aan de IVW een bedrag van , beschikbaar wordt gesteld door de Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA). 52 Over welke maatregelen gaat het wanneer u spreekt over de maatregelen die zijn geïdentificeerd om op Bonaire de zaken te verbeteren, vooruitlopend op uw toekomstige verantwoordelijkheid voor de luchtvaartveiligheid op Bonaire, Sint Eustatius en Saba? Waarom moet Nederland die kosten maken bovenop de afspraken die met de Antillen zijn gemaakt samenhangend met de nieuwe Koninkrijksstructuur? Welk kosten maken de betreffende eilanden zelf om de luchtvaartveiligheid te verbeteren? Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 18

19 Het betreft een aantal maatregelen die gebaseerd zijn op de bevindingen uit het rapport Quick Scan Analyse van de BES-eilanden (november 2007) en zien primair op de implementatie van alle internationale ICAO normen op het gebied van de luchtvaartveiligheid. De kosten voor de opbouw van de nieuwe openbare lichamen zijn niet dezelfde als de kosten waarover met de Nederlandse Antillen in akkoorden afspraken zijn gemaakt samenhangend met de nieuwe Koninkrijksstructuur. De Nederlandse Antillen zijn op dit moment autonoom verantwoordelijk voor de luchtvaart op de eilanden van de Nederlandse Antillen, waaronder de BES-eilanden. Veiligheid staat daarbij voorop en door de Nederlandse Antillen wordt continu gewerkt aan het verbeteren van de luchtvaartveiligheid, binnen hetgeen financieel en materieel haalbaar is. 53 Waarom heeft het kabinet de vliegtax ingevoerd in het licht van het nu ontwikkelde ETS systeem en het feit dat de regering zich bij monde van de minister-president (tijdens het Schiphol diner) heeft uitgesproken tegen stapeling van milieubelastingen in de luchtvaart? Garandeert u afschaffing van de vliegtax op het moment dat een ETS systeem voor de luchtvaart wordt ingevoerd? De vliegbelasting past in het kader van de vergroening van het belastingstelsel. Bij het Schipholdiner heeft de minister-president erop gewezen aangegeven dat een onnodige stapeling van kosten niet de bedoeling kan zijn. Hij wees er op dat veel zal afhangen van de definitieve vormgeving van ETS, maar hij gaf aan dat invoering van ETS per saldo niet tot stapeling van kosten en nationale belastingen voor de luchtvaart mag leiden, welke niet in verhouding staat tot omringende landen. Daarmee is naar mijn mening een duidelijke begrenzing aangegeven voor de kostenontwikkeling. 54 Kunt u voor de jaren 2005 t/m 2008 een overzicht geven van de feitelijke aantallen reizigers en tonnen luchtvracht die de Nederlandse regionale luchthavens en de ons omringende buitenlandse regionale luchthavens, zoals Brussel, Charleroi, Luik, Düsseldorf, Weeze, Köln verwerken? In de tabellen in de bijlage zijn de aantallen passagiers en de tonnen vracht op de genoemde luchthavens opgenomen voor zover beschikbaar in openbare bronnen (CBS, luchthavens, Arbeitsgemeinschaft Deutscher Verkehrsflughäfen) Wat bedoelt u met «onevenredige concurrentienadelen voor de (Nederlandse) luchtvaart» in relatie tot het emissiehandelssysteem? Betekent dit dat u niet vooruit gaat lopen op Europese besluitvorming maar ernaar streeft om binnen Europa gezamenlijk op te trekken? Kunt u nader uiteenzetten hoe u in 2009 wil voorkomen dat Nederland te maken krijgt met onevenredige concurrentienadelen voor de Nederlandse Luchtvaart? 1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer. Onevenredige concurrentienadelen ontstaan doordat de (Europese en dus ook de Nederlandse) luchtvaart voor al hun vluchten onder de reikwijdte van het Europese ETS en de daarbij behorende kosten valt, terwijl dit voor niet-europese concurrenten maar voor een deel van hun vluchten het geval is. Het Europees emissiehandelssysteem voor de luchtvaart (met ingang van 2012), stelt deelname van niet-europese maatschappijen op de routes naar en van Europa verplicht. Of die maatschappijen daadwerkelijk tot deelname overgaan en onder welke voorwaarden is nog onbekend. Indien derde landen zich onvoldoende aansluiten, ontstaat er een verstoring in de concurrentie verhoudingen tussen de EU- en niet EU-maat- Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 19

20 schappijen. Daarnaast bestaat er gevaar voor wijzigingen in vliegpatronen om het Europese emissiehandelssysteem te ontwijken, waardoor deze emissies niet door de Europese emissieplafonds begrensd worden. Dit heeft een nadelig effect op het milieu (carbon leakage) en ondermijnt de effectiviteit van het systeem. Ik heb dan ook aangegeven groot belang te hechten aan een zorgvuldige formulering van (ook) op de luchtvaart toepasbare criteria voor carbon leakage. Dergelijke criteria dienen scherp geformuleerd te worden en zijn bepalend voor de vraag tot hoe ver ETS in de luchtvaart zich in de toekomst kan ontwikkelen. In het kader van de herziening van de algemene ETS-richtlijn (dus voor alle industriële sectoren) speelt het voornemen om na 2013 het aandeel te veilen emissierechten aanzienlijk te verhogen. Nederland zal de EU krachtig steunen bij haar inspanningen om de opname van de luchtvaart in een mondiaal ETS geaccepteerd te krijgen. 56 Garandeert u dat de projecten gericht op het verbeteren van de achterlandverbindingen van de Rotterdamse haven gelijktijdig worden opgeleverd met het gereedkomen c.q. in gebruik nemen van de Tweede Maasvlakte? Welke projecten rekent u concreet daartoe? Voor het verbeteren van de bereikbaarheid van de Rotterdamse haven worden tot 2015 maatregelen genomen voor het wegverkeer, het spoorvervoer en de binnenvaart. Voor het wegverkeer worden de volgende projecten uitgevoerd: Uitbreiding van de capaciteit van de A15 tussen de Maasvlakte en knooppunt Vaanplein (MAVA). Het traject Vaanplein Botlek wordt verbreed van 2*3 naar 2*5 rijstroken en de aansluiting op de A29 wordt verbeterd. De bestaande Botlekbrug wordt vervangen door een hogere brug met 2*2 rijstroken en het traject van de Botlek naar de Maasvlakte wordt uitgebreid met een plusstrook. De planning van het project is erop gericht om de capaciteitsvergroting in 2015 beschikbaar te stellen. Aanpassing van de aansluiting van het kruispunt N57/N218. Deze wordt in 2010 gestart en gerealiseerd in In samenhang daarmee wordt ook de aansluiting van de N57 op de Harmsenbrug verbeterd. Optimalisering van de IJsselmondse Knoop ter hoogte van Barendrecht. Daarnaast worden momenteel door «De Verkeersonderneming», het nieuwe samenwerkingsverband tussen het ministerie van Verkeer en Waterstaat, gemeente en Stadsregio Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam, maatregelen genomen en ontwikkeld die op korte termijn effect hebben op een beter doorstroming op de A15 en het onderliggend wegennet in de Rotterdamse haven. Al met al ga ik er vanuit dat genoemde projecten en de korte-termijn effecten van «De Verkeersonderneming» tijdig soelaas bieden voor de toegenomen vraag vanuit de Tweede Maasvlakte. Voor het spoor geldt dat de huidige Maasvlakte in principe nu goed bereikbaar is per spoor. Er is nog een aantal verdere verbeteringen voorzien voor de oplevering van de Tweede Maasvlakte. De sector werkt zelf aan efficiëntere benutting van het spoor in het havengebied. De Havenspoorlijn wordt in de komende periode stapsgewijs omgeschakeld naar ERTMS en 25 kv. er loopt een planstudie naar optimalisatie van de Goederencorridor Rotterdam-Genua. Daarin wordt gekeken naar omschakeling van de Tweede Kamer, vergaderjaar , XII, nr. 7 20

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 700 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2009 Nr. 65 LIJST VAN VRAGEN EN

Nadere informatie

2009D48472. Lijst van vragen totaal

2009D48472. Lijst van vragen totaal 2009D48472 Lijst van vragen totaal 1 Kunt u aangeven of en wanneer de Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse, op basis waarvan gestart is met Anders Betalen voor Mobiliteit (ABvM), geactualiseerd wordt?

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan Nr. 79 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 6 april 2006 De commissie voor Verkeer en Waterstaat 1 heeft

Nadere informatie

provinsje fryslân provincie fryslân

provinsje fryslân provincie fryslân Heerenveen provinsje fryslân provincie fryslân Provinciale Staten van Fryslân postbus 20120 8900 hm leeuwarden tweebaksmarkt 52 telefoon: (058) 292 59 25 telefax: (058) 292 5125 ;vvsv.fryslan.ni provincie@fryslan.nl

Nadere informatie

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456

Nadere informatie

P & R Naar een gezamenlijke strategie Projectplan

P & R Naar een gezamenlijke strategie Projectplan P & R Naar een gezamenlijke strategie Projectplan Datum 26 mei 2010 dsfgsdfgasdfg Kantoorgebouw Leeuwensteyn Jaarbeursplein 15, 3521 AM Utrecht Postbus 24051, 3502 MB Utrecht T 030 291 82 20 E secretariaat@ov-bureaurandstad.nl

Nadere informatie

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Corridor Amsterdam - Alkmaar

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Corridor Amsterdam - Alkmaar Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Corridor Amsterdam - Alkmaar Gemeenteraad Castricum 25 juni 2014 Robert de Jong (IenM) Inhoud presentatie Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Maatregelen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 874 Wijziging van de Wet kinderopvang in verband met een herziening van het stelsel van gastouderopvang Nr. 47 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK

Nadere informatie

Antwoord 1 Ja. Schiedam Centrum is een van de regionale knooppunten, vergelijkbaar met stations als Rotterdam Blaak en Rotterdam Alexander:

Antwoord 1 Ja. Schiedam Centrum is een van de regionale knooppunten, vergelijkbaar met stations als Rotterdam Blaak en Rotterdam Alexander: > Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 200 XII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 1999

Nadere informatie

Aangenomen en overgenomen amendementen

Aangenomen en overgenomen amendementen Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Milieu en Ruimtelijke Ordening datum 4 december 2015 Betreffende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 28 447 Regeling met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang (Wet kinderopvang)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 700 I Vaststelling van de begrotingsstaat van het Huis der Koningin (I) voor het jaar 2009 Nr. 6 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2531 AA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2531 AA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2531 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 125 Defensie Industrie Strategie Nr. 53 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 13 januari 2015 De vaste commissie voor Defensie heeft een

Nadere informatie

Reizen zonder spoorboekje. Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

Reizen zonder spoorboekje. Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Reizen zonder spoorboekje Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Reizen zonder spoorboekje Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Reizen zonder spoorboekje Zes intercity s en zes sprinters per uur in de drukste

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 30 136 Herstructurering en uitvoering Stedelijke vernieuwing Nr. 32 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 2 februari 2010 De algemene commissie

Nadere informatie

Commentaar bij het Onderzoeksrapport Tussenfase Planstudie Ring Utrecht (Twijnstra&Gudde, november 2009)

Commentaar bij het Onderzoeksrapport Tussenfase Planstudie Ring Utrecht (Twijnstra&Gudde, november 2009) Commentaar bij het Onderzoeksrapport Tussenfase Planstudie Ring Utrecht (Twijnstra&Gudde, november 2009) Op 3 juli 2009 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen over De Kracht van Utrecht. Deze luidde

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2008 2009 30 432 Voorstel van wet van de leden Depla en Blok houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale

Nadere informatie

mobiliteitsmanagement

mobiliteitsmanagement mobiliteitsmanagement Hiermee stellen wij u voor aan Slim Bereikbaar Regio Rotterdam: hét loket voor slim mobiliteitsmanagement in de stad en regio Rotterdam. VNO-NCW Rotterdam, Kamer van Koophandel Rotterdam,

Nadere informatie

Camiel Eurlings, minister van Verkeer en Waterstaat en Bas Verkerk, regiobestuurder van het Stadsgewest Haaglanden

Camiel Eurlings, minister van Verkeer en Waterstaat en Bas Verkerk, regiobestuurder van het Stadsgewest Haaglanden Capaciteitsuitbreiding spoor Den Haag - Rotterdam Doel Baanvak Den Haag Rotterdam geschikt maken om te voldoen aan de toenemende vraag naar spoorvervoer en tegelijkertijd het aanbod aan openbaar vervoer

Nadere informatie

Voor een volledig overzicht van de uitspraken van mijn ambtsvoorganger verwijs ik naar bijlage 1.

Voor een volledig overzicht van de uitspraken van mijn ambtsvoorganger verwijs ik naar bijlage 1. a 1 > Retouradres: Postbus 20901, 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070

Nadere informatie

Gebied, locatie of lijn!? Projectontwikkeling ViA15

Gebied, locatie of lijn!? Projectontwikkeling ViA15 Gebied, locatie of lijn!? Projectontwikkeling ViA15 David van Hasselt Projectbureau ViA15 t.b.v. Kennismiddag RO & bereikbaarheid LEF Futurcenter Rijkswaterstaat d.d. 22 oktober 2008 Problemen rond Arnhem

Nadere informatie

Startbeslissing. Verbreding A4 Vlietland N14. Datum 12 september 2013. De Minister van Infrastructuur en Milieu, mw. drs. Schultz van Haegen.

Startbeslissing. Verbreding A4 Vlietland N14. Datum 12 september 2013. De Minister van Infrastructuur en Milieu, mw. drs. Schultz van Haegen. Startbeslissing Verbreding A4 Vlietland N14 Datum 12 september 2013 Status Eindversie De Minister van Infrastructuur en Milieu, mw. drs. Schultz van Haegen. Inhoud 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Afbakening

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 29 398 Maatregelen verkeersveiligheid Nr. 94 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 21 mei 2008 De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 404 Wijziging van enkele belastingwetten (Wet herziening fiscale behandeling woon-werkverkeer) Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 11 oktober 2012 De

Nadere informatie

Komen overeen zich in te spannen dat de volgende stappen genomen worden: 1. standpunt Bevoegd Gezag (ministers van VROM en VenW) 2009

Komen overeen zich in te spannen dat de volgende stappen genomen worden: 1. standpunt Bevoegd Gezag (ministers van VROM en VenW) 2009 1. A4 Delft-Schiedam doel Doel van het project A4 Delft-Schiedam is de problemen rond bereikbaarheid, leefbaarheid (inclusief externe veiligheid) en verkeersveiligheid tussen Rotterdam en Den Haag zo veel

Nadere informatie

I informatieoverzicht melding

I informatieoverzicht melding 3 1 Schoemakerstraat 97 Postbus 5044 2600 GA Delft T (088) 798 2 222 dvsloket@rws.nl http://www.rijkswaterstaat.nl/d Contactpersoon Werenfried Spit T 088 7982 361 I informatieoverzicht melding 1. Inleiding

Nadere informatie

Bijlage 5. Concept overeenkomst Uitvoeringsafspraken Verkeer en Vervoer Gemeente. Stadsregio 2004 tot en met 2007

Bijlage 5. Concept overeenkomst Uitvoeringsafspraken Verkeer en Vervoer Gemeente. Stadsregio 2004 tot en met 2007 Bijlage 5 Concept overeenkomst Uitvoeringsafspraken Verkeer en Vervoer Gemeente. Stadsregio 2004 tot en met 2007 De Partijen A. De gemeente, ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet, te dezen vertegenwoordigd

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 22 026 Nederlands deel van een hogesnelheidsspoorverbinding Amsterdam Brussel Parijs en Utrecht Arnhem Duitse grens Nr. 463 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS

Nadere informatie

Provinciale Staten van Noord-Holland

Provinciale Staten van Noord-Holland Provinciale Staten van Noord-Holland ` Voordracht Haarlem, Onderwerp: Kaderstelling Europabeleid door Provinciale Staten Inleiding Op 11 juni 2007 jl. is door de commissie FEPO de werkgroep Europa ingesteld.

Nadere informatie

Samenwerkingsovereenkomst BrabantStad NS Groep N.V.

Samenwerkingsovereenkomst BrabantStad NS Groep N.V. Samenwerkingsovereenkomst BrabantStad NS Groep N.V. 7 oktober 2005 Samenwerkingsovereenkomst BrabantStad - NS Groep N.V. De hieronder aangegeven partijen De Provincie Noord-Brabant in haar hoedanigheid

Nadere informatie

Plan van aanpak Monitoring OV-visie Holland Rijnland

Plan van aanpak Monitoring OV-visie Holland Rijnland Plan van aanpak Projectnaam/ onderwerp: Status: vastgesteld, DB 12 december 2013 Naam auteur(s): Claudia de Kort en Iris de Bruyne 1. Inleiding/ aanleiding Het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland heeft

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 23 645 Openbaar vervoer Nr. 392 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

CEND/HDJZ-2009/288 sector I&O. Instellingsregeling Adviescommissie versnelling en verbetering besluitvorming infrastructuur

CEND/HDJZ-2009/288 sector I&O. Instellingsregeling Adviescommissie versnelling en verbetering besluitvorming infrastructuur HOOFDDIRECTIE JURIDISCHE ZAKEN Datum 11 september 2009 Onderwerp Instellingsregeling Adviescommissie versnelling en verbetering besluitvorming infrastructuur DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT EN DE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 27 482 Nieuwe algemene regels over de aanleg, het beheer, de toegankelijkheid en het gebruik van spoorwegen alsmede over het verkeer over spoorwegen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 32 043 Toekomst pensioenstelsel Nr. 231 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving

IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving IenM begroting 2015: inzetten op betere verbindingen in een schonere leefomgeving 16 september 2014-15:25 Het ministerie van Infrastructuur en Milieu besteedt in 2015 9,2 miljard euro aan een gezond, duurzaam

Nadere informatie

Infrastructuurmonitor MIRT 2015

Infrastructuurmonitor MIRT 2015 Infrastructuurmonitor MIRT 215 Infrastructuurmonitor Het auteursrecht voor de inhoud berust geheel bij de Stichting Economisch Instituut voor de Bouw. Overnemen van de inhoud (of delen daarvan) is uitsluitend

Nadere informatie

Bestedingsplan mobiliteit 2016

Bestedingsplan mobiliteit 2016 Bestedingsplan mobiliteit 2016 Provincie Zuid-Holland Status: bestedingsplan exclusief de vastgestelde projectenlijst (bijlage 1) Datum: 22 september 2015 BESTEDINGSPLAN MOBILITEIT 3 TOELICHTING BESTEDINGEN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2008 Nr. 183 BRIEF

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 300 IXB Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2006 Nr. 28 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN

Nadere informatie

Actuele informatie over wegwerkzaamheden binnen handbereik!

Actuele informatie over wegwerkzaamheden binnen handbereik! Actuele informatie over wegwerkzaamheden binnen handbereik! Helène van der Poel Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW) Sharon Schoppema Provincie Noord-Holland Wim Smittenaar Nationale Databank Wegverkeersgegevens

Nadere informatie

Uitkomst besluitvorming Zwolle - Herfte

Uitkomst besluitvorming Zwolle - Herfte De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456 0000 F 070-456 1111 Getypt door / paraaf H.C.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 300 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2016 Nr. 16 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 29 398 Maatregelen verkeersveiligheid Nr. 173 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 10 september 2009 De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 1 2500 EC Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 20 2594 AV Den Haag Postadres

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA Den Haag

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA Den Haag > Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA Den Haag Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456

Nadere informatie

Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg (ADV-Limburg)

Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg (ADV-Limburg) Pagina 1 van 5 GEMEENTE NUTH Raad: 23 september 2008 Agendapunt: Reg.nr: BJZ/2008/6803 RTG: 9 september 2008 Inleiding AAN DE RAAD Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 30 420 Emancipatiebeleid Nr. 58 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 30 oktober 2007 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 763 Toekomst van de krijgsmacht Nr. 27 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 26 452 Belastingen als beleidsinstrument Nr. 7 1 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Vendrik (GL), Kant (SP), Blok (VVD), Ten Hoopen (CDA),

Nadere informatie

Bijlage 05 Stad en Regio Sleutelprojecten

Bijlage 05 Stad en Regio Sleutelprojecten Bijlage 05 Stad en Regio Sleutelprojecten Toelichting sleutelprojecten programma Stad en Regio 2012-2015/17 1 1 Inlichtingen bij dhr. A.J.H.P. Elferink, (026) 3599756, e-mailadres a.elferink@gelderland.nl

Nadere informatie

Intentieverklaring. Platform voor Overleg, Samenwerking en Besluitvorming. OV-Chipkaart

Intentieverklaring. Platform voor Overleg, Samenwerking en Besluitvorming. OV-Chipkaart Intentieverklaring Platform voor Overleg, Samenwerking en Besluitvorming OV-Chipkaart 1. De minister van Infrastructuur en Milieu, handelend als bestuursorgaan; 2. De gedeputeerde staten van de provincies

Nadere informatie

Aan de voorzitter van Provinciale Staten in de provincie Drenthe De heer J. Tichelaar Postbus 122 9400 AC Assen. Datum: 27 juni 2013

Aan de voorzitter van Provinciale Staten in de provincie Drenthe De heer J. Tichelaar Postbus 122 9400 AC Assen. Datum: 27 juni 2013 Aan de voorzitter van Provinciale Staten in de provincie Drenthe De heer J. Tichelaar Postbus 122 9400 AC Assen. Datum: 27 juni 2013 Betreft: schriftelijke vragen ex artikel 41 Reglement van orde voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 32 404 Programma hoogfrequent spoorvervoer Nr. 75 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Plan van aanpak Uitvoeringsprogramma OV Holland Rijnland

Plan van aanpak Uitvoeringsprogramma OV Holland Rijnland Plan van aanpak Uitvoeringsprogramma OV Holland Rijnland Projectnaam/ onderwerp: Uitvoeringsprogramma OV Holland Rijnland Status: concept Datum en versienr.: 14 november 2011, versie 1.1 Naam auteur(s):

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 31 460 Project SPEER Nr. 36 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 5 november 2013 De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 200 20 3 45 Wijziging van de Telecommunicatiewet en de Wet op de economische delicten in verband met de implementatie van Richtlijn 2006/24/EG van het Europees

Nadere informatie

Tegen de achtergrond hiervan zijn de minister van BZK en het dagelijks bestuur van het KBB i.o. het volgende overeengekomen.

Tegen de achtergrond hiervan zijn de minister van BZK en het dagelijks bestuur van het KBB i.o. het volgende overeengekomen. Onderhandelingsakkoord tussen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het dagelijks bestuur van het Korpsbeheerdersberaad i.o. inzake het pakket aan maatregelen en afspraken in het

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 125 Defensie Industrie Strategie Nr. 17 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

PHS corridor Alkmaar Amsterdam Opstellen Sprinter materieel

PHS corridor Alkmaar Amsterdam Opstellen Sprinter materieel PHS corridor Alkmaar Amsterdam Opstellen Sprinter materieel 19:00 19:15 Presentatie IenM 19:15 20:00 Presentatie ProRail 20:00 21:00 Informatie markt 21:00 Gelegenheid tot plenair aandragen zorgen en belangen

Nadere informatie

Intentieverklaring milieuzone voor lichte bedrijfsauto s

Intentieverklaring milieuzone voor lichte bedrijfsauto s Intentieverklaring milieuzone voor lichte bedrijfsauto s In Nederlandse stedelijke gebieden bestaan problemen voor wat betreft de luchtkwaliteit. Overheden hebben de verplichting om de lokale luchtkwaliteit

Nadere informatie

Onderwerp: Herprioritering Extra Investeringsimpuls Noord-Holland (EXIN-H) als gevolg van vrijkomen middelen Zuidtangent

Onderwerp: Herprioritering Extra Investeringsimpuls Noord-Holland (EXIN-H) als gevolg van vrijkomen middelen Zuidtangent Provinciale Staten van Noord-Holland Voordracht Haarlem, Onderwerp: Herprioritering Extra Investeringsimpuls Noord-Holland (EXIN-H) als gevolg van vrijkomen middelen Zuidtangent Bijlagen: ontwerpbesluit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 29 398 Maatregelen verkeersveiligheid Nr. 97 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 24 juni 2008 De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat

Nadere informatie

Onderwijshuisvestingsbeleid gemeente Utrecht. Onderzoeksplan

Onderwijshuisvestingsbeleid gemeente Utrecht. Onderzoeksplan Onderwijshuisvestingsbeleid gemeente Utrecht Onderzoeksplan Rekenkamer Utrecht 16 februari 2009 1 Inleiding Vanuit de raadsfracties van het CDA en de VVD kwam in 2008 de suggestie aan de Rekenkamer om

Nadere informatie

Argumenten 1.1 Binnen de randvoorwaarde van soberheid en doelmatigheid is de voorgestelde variant (3B) de best haalbare.

Argumenten 1.1 Binnen de randvoorwaarde van soberheid en doelmatigheid is de voorgestelde variant (3B) de best haalbare. Portefeuillehouder Datum raadsvergadering drs A.J. Ditewig 26 januari 2012 Datum voorstel 23 december 2011 Agendapunt Onderwerp Spoorwegovergang in Leijenseweg te Bilthoven De raad wordt voorgesteld te

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456

Nadere informatie

Datum Antwoorden op schriftelijke vragen naar aanleiding van het stopzetten van de uitbesteding van de cateringdiensten bij Defensie

Datum Antwoorden op schriftelijke vragen naar aanleiding van het stopzetten van de uitbesteding van de cateringdiensten bij Defensie > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Ministerie van Defensie Plein 4 MPC 58 B Postbus 20701 2500 ES Den Haag www.defensie.nl

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 397 Vernieuwing studiefinanciering Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Samenwerkingsverband Regio Eindhoven. Vergadering Dagelijks Bestuur d.d. 22 september 2014

Samenwerkingsverband Regio Eindhoven. Vergadering Dagelijks Bestuur d.d. 22 september 2014 Samenwerkingsverband Regio Eindhoven Vergadering Dagelijks Bestuur d.d. 22 september 2014 Agendapunt : 3.1.a Portefeuille : Mobiliteit, coördinatie MIRT / gebiedsontwikkeling Midden en Oost, Gulbergen

Nadere informatie

Ontwerp-MER Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer

Ontwerp-MER Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer Ontwerp-MER Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer Portefeuillehouder: A. van den Berg Vergaderdatum: 2 maart 2010 Agendapunt: Beleidsveld: 150 Kenmerk D&H: 840252 Aard voorstel: Besluitvormend Kenmerk VV: Steller:

Nadere informatie

Bijlage 2 Indicatieve doorlooptijden (open) aanbesteding(svarianten)

Bijlage 2 Indicatieve doorlooptijden (open) aanbesteding(svarianten) Bijlage 2 Indicatieve doorlooptijden (open) aanbesteding(svarianten) Wanneer duidelijkheid burger* Aanbestedings dossier gereed Opties 0 en 1 Optie 2 Optie 3 Optie 4 DT Noord (verlegd en verdiept**) met

Nadere informatie

AL IN JANUARI 2007 BEREIKTEN WE MET HET MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN (EZ) VOLLEDIGE INSTEMMING OVER DE INHOUD VAN HET NIEUWE PROGRAMMA VOOR

AL IN JANUARI 2007 BEREIKTEN WE MET HET MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN (EZ) VOLLEDIGE INSTEMMING OVER DE INHOUD VAN HET NIEUWE PROGRAMMA VOOR 20 AL IN JANUARI 2007 BEREIKTEN WE MET HET MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN (EZ) VOLLEDIGE INSTEMMING OVER DE INHOUD VAN HET NIEUWE PROGRAMMA VOOR ECONOMISCHE STRUCTUURVERSTERKING KOERS NOORD: OP WEG NAAR

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 239 Stimulering duurzame energieproductie Nr. 62 BRIEF VAN HET PRESIDIUM Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

Rekenkamercommissie Oostzaan

Rekenkamercommissie Oostzaan Rekenkamercommissie Oostzaan Jaarplan 2015 Missie Rekenkamercommissie De rekenkamer heeft de ambitie om door middel van haar onderzoeken een positieve bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het bestuur

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 800 XI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar

Nadere informatie

2. Weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere

2. Weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere 2. Weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere doel Uitbreiding van de wegcapaciteit in de corridor Schiphol-Amsterdam-Almere, inclusief bijbehorende groenblauwe maatregelen ten behoeve van de ruimtelijke

Nadere informatie

Haalbaarheidsonderzoek Bereikbaarheid Zuidoostvleugel BrabantStad

Haalbaarheidsonderzoek Bereikbaarheid Zuidoostvleugel BrabantStad Bijlage 1 Haalbaarheidsonderzoek Bereikbaarheid Zuidoostvleugel BrabantStad Inleiding In deze notitie worden de contouren geschetst van een plan van aanpak voor het haalbaarheidsonderzoek Zuidoostvleugel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 322 Kinderopvang Nr. 39 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 29 oktober 2008 Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Commissie Verkeer en Vervoer vergadering 17 januari 2007. agendapunt 7

Commissie Verkeer en Vervoer vergadering 17 januari 2007. agendapunt 7 Commissie Verkeer en Vervoer vergadering 17 januari 2007 agendapunt 7 Onderwerp: OV-chipkaart: Stand van zaken, actuele planning en communicatie; Afspraken decentrale overheden inzake gezamenlijke elementen

Nadere informatie

1. Dienstregeling 2009: aanvullingen op het Ontwerp 2007

1. Dienstregeling 2009: aanvullingen op het Ontwerp 2007 NS Reizigers Aan de vertegenwoordigers van consumentenorganisaties in het LOCOV Directie Hoofdgebouw IV Laan van Puntenburg 100 Postbus 2025 3500 HA Utrecht Nederland www.ns.nl Datum Ons kenmerk Onderwerp

Nadere informatie

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer)

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer) Vergadering: 11 december 2012 Agendanummer: 12 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 E mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der

Nadere informatie

Hierbij beantwoord ik de vragen van het lid Van Helvert (CDA) over het station in Eijsden.

Hierbij beantwoord ik de vragen van het lid Van Helvert (CDA) over het station in Eijsden. > Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070-456 0000 F 070-456

Nadere informatie

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Corridor Amsterdam - Alkmaar

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Corridor Amsterdam - Alkmaar Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Corridor Amsterdam - Alkmaar Raadscie Stadsontwikkeling Heerhugowaard 3 juni 2014 Robert de Jong (IenM) Inhoud presentatie Programma Hoogfrequent Spoorvervoer

Nadere informatie

Verslag. Klankbordgroep honorariumtarieven DOT 2012 Datum: 19 september 2011. Tijd: 19.00 uur Locatie: NZa

Verslag. Klankbordgroep honorariumtarieven DOT 2012 Datum: 19 september 2011. Tijd: 19.00 uur Locatie: NZa Verslag Klankbordgroep honorariumtarieven DOT 2012 Datum: 19 september 2011 Tijd: 19.00 uur Locatie: NZa Opening Voorzitter de heer Noorlag van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) opent de vergadering

Nadere informatie

ERTMS en Duurzaamheid Eric Mink. Duurzaamheid, ERTMS en LTSA

ERTMS en Duurzaamheid Eric Mink. Duurzaamheid, ERTMS en LTSA ERTMS en Duurzaamheid Eric Mink Duurzaamheid, ERTMS en LTSA 1 Duurzaamheid, ERTMS en LTSA Korte vs. lange termijn Ambitie vs. feiten 28 mei 2014 Agenda 1. Duurzaamheid en het OV: feiten 2. Korte termijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 31 311 Zelfstandig ondernemerschap Nr. 55 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 755 Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van de Invorderingswet 1990 in verband met de wijziging van de percentages belasting-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 27 737 Trajectnota/MER IJzeren Rijn Nr. 28 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 15 april 2008 De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat

Nadere informatie

Eventuele voettekst 1

Eventuele voettekst 1 Eerst zou ik iets aan de zaal willen vragen: Wie had al van het landelijke project gevelisolatie gehoord voor uitnodiging van deze dag? Zijn er ook mensen die de nieuwsbrief van het project gevelisolatie

Nadere informatie

Gedeputeerde Staten. Geachte leden,

Gedeputeerde Staten. Geachte leden, Gedeputeerde Staten Datum 29 maart 2005 Ons kenmerk 2005 13650 Onderwerp Bestuurlijk traject invoering OV chipkaart. Bezoekadres Houtplein 33 Haarlem Provinciale Staten van Noord Holland Door tussenkomst

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 538 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

2015D39729 LIJST VAN VRAGEN

2015D39729 LIJST VAN VRAGEN 2015D39729 LIJST VAN VRAGEN De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over diverse brieven over ProRail (Kamerstuk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2012 Nr. 21 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN

Nadere informatie