Het gebruik van duikers onder wegen en spoorlijnen door vleermuizen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het gebruik van duikers onder wegen en spoorlijnen door vleermuizen"

Transcriptie

1 Het gebruik van duikers onder wegen en spoorlijnen door vleermuizen Relatie tussen afmetingen en gebruik Eindrapport M. Boonman

2

3 Het gebruik van duikers onder wegen en spoorlijnen door vleermuizen Relatie tussen afmetingen en gebruik M. Boonman opdrachtgever: Rijkswaterstaat Dienst Verkeer en Scheepvaart 7 januari 2011 rapport nr

4 Status uitgave: Eindrapport Rapport nr.: Datum uitgave: 7 januari 2011 Titel: Subtitel: Samensteller: Het gebruik van duikers onder wegen en spoorlijnen door vleermuizen Relatie tussen afmetingen en gebruik drs M. Boonman Aantal pagina s inclusief bijlagen: 25 Project nr.: Projectleider: Naam en adres opdrachtgever: drs D. Emond Rijkswaterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart Postbus 5044, 2600 GA Delft Referentie opdrachtgever: Gunning Akkoord voor uitgave: Team Leider Natuur en Landschap, Bureau Waardenburg bv drs. G.F.J. Smit Paraaf: Bureau Waardenburg bv is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Bureau Waardenburg bv; opdrachtgever vrijwaart Bureau Waardenburg bv voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Bureau Waardenburg bv / Rijkswaterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder vooraf-gaande schrif-telijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Bureau Waardenburg bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Bureau Waardenburg bv is door CERTIKED gecertificeerd overeenkomstig ISO 9001:

5 Voorwoord Rijkswaterstaat werkt samen met andere partijen aan de totstandkoming van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) heeft als doel om in 2018 de 208 belangrijkste barrières in de Ecologische Hoofdstructuur die door de bestaande rijksinfrastructuur zijn veroorzaakt op te heffen. Behalve de aanleg van nieuwe voorzieningen worden in het kader van het MJPO ook bestaande faunavoorzieningen gecontroleerd om te evalueren in hoeverre knelpunten effectief zijn opgelost. Vleermuizen worden in het MJPO nauwelijks genoemd. De laatste jaren is echter duidelijk geworden dat infrastructuur wel degelijk een barrière vormt voor deze vliegende zoogdieren. Rijkswaterstaat heeft daarom in samenwerking met de Zoogdiervereniging de brochure Met vleermuizen overweg opgesteld. Op een aantal specifieke vragen biedt deze brochure echter te weinig houvast. Daarom heeft Rijkswaterstaat Bureau Waardenburg opdracht gegeven om onderzoek te doen naar het gebruik van duikers onder wegen en spoorlijnen door vleermuizen. Het veldwerk en de rapportage werd uitgevoerd door M. Boonman. De begeleiding werd vanuit Rijkswaterstaat uitgevoerd door G.J. Bekker. 3

6 4

7 Inhoud Voorwoord Inleiding Ontsnippering en vleermuizen? Doel Materiaal en methoden Werkwijze Locaties Definities van gebruik Onderzochte effecten en statistische analyse Resultaten Algemeen Tunnel-vermijdende soorten Tunnel-gebruikende soorten Voorspellingen Discussie Algemeen Factoren die het gebruik van duikers bepalen Vereiste afmetingen Conclusies...22 Bijlage I Gebruik van duikers

8 1 Inleiding Nederland heeft een extreem hoge dichtheid aan infrastructuur en behoort dan ook tot de landen met het meest dicht vertakte wegennet ter wereld. Het probleem van die infrastructuur voor de natuur is dat leefgebieden versnipperd raken. In kleine leefgebieden is de kans dat dieren uitsterven door toevallige factoren (droogvallen amfibieën poelen, heide brand) groter dan in grote gebieden. In extreme gevallen zijn negatieve effecten te verwachten door een gebrek aan genetische uitwisseling (inteelt). Daarnaast kan de dichtheid van veel diersoorten verlaagd worden door versnippering omdat geschikte leef- of foerageergebieden onbereikbaar worden. Deze negatieve effecten worden gemitigeerd door de aanleg van faunapassages zoals ecoducten, ecoduikers, dassentunnels, hop-overs enzovoorts. In Nederland wordt dan ook hard gewerkt aan ontsnippering. Het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) heeft als doel om in 2018 de 208 belangrijkste barrières in de Ecologische Hoofdstructuur die door de bestaande rijksinfrastructuur zijn veroorzaakt, op te heffen. 1.1 Ontsnippering en vleermuizen? Het belangrijkste probleem van infrastructuur voor vleermuizen is dat de routes die vleermuizen volgen van verblijfplaats naar foerageergebied onderbroken worden: het doorsnijden van vliegroutes. Voor vleermuizen zijn efficiënte (korte) vliegroutes essentieel omdat er een piek is in de activiteit van insecten in het begin van de avond. Als vleermuizen door infrastructuur omwegen moeten maken dan komen ze later aan in hun jachtgebieden. De activiteit van insecten is dan inmiddels lager geworden waardoor er minder efficiënt gefoerageerd kan worden gedurende minder tijd. Uit zenderonderzoek blijkt dat infrastructuur daadwerkelijk een barrière vormt voor vleermuizen (Kerth & Melber, 2009). Dit blijkt ook uit verkeersslachtoffers (Russell et al., 2009; Lesinski et al., 2010; Medinas et al., 2010). Zowel uit het zender onderzoek als uit de verkeersslachtoffers blijkt dat vooral de laag en/of langzaam vliegende soorten moeite hebben om wegen over te steken. In Nederland hebben we het dan over soorten van het genus Myotis en Plecotus. Voor deze soorten functioneren onderdoorgangen van wegen zelfs beter dan ecoducten (Siemers et al., 2007; Bach & Bach, 2010). 1.2 Doel Tijdens een groot aantal inventarisaties langs rijkswegen is gebleken dat vleermuizen veelvuldig gebruik maken van onderdoorgangen als onderdeel van hun vliegroute (o.a. Bach et al. 2004). Over de vereiste afmetingen (lengte, breedte en hoogte) van deze onderdoorgangen is helaas weinig bekend. Wegen en spoorlijnen worden tegenwoordig vaak verbreed. Of onderdoorgangen nog door vleermuizen gebruikt worden wanneer de bovenliggende weg verbreed wordt en de tunnel/duiker dus 6

9 langer wordt is onduidelijk. De brochure Met vleermuizen overweg (Veenbaas et al. 2004) biedt geen passend antwoord op dergelijke vragen. Door het ontbreken van deze kennis is niet in te schatten wat het effect van een wegverbreding op een vliegroute van vleermuizen is. Wanneer onderdoorgangen voor vleermuizen aangepast worden, kunnen er onnodige kosten gemaakt worden met de aanleg van overdreven grote faunavoorzieningen. Door de relatie tussen het gebruik van duikers door vleermuizen en de afmetingen van deze onderdoorgangen te bepalen kunnen deze fouten worden voorkomen. Doel van het onderzoek is het bepalen van de minimale afmetingen van watervoerende onderdoorgangen (duikers) onder wegen en spoorlijnen die door vleermuizen gebruikt worden als onderdeel van hun vliegroute. Het gebruik van duikers door vleermuizen werd gerelateerd aan de volgende parameters: lengte (afstand tussen beide uitgangen) breedte hoogte additionele geleiding in de vorm van hogere begroeiing langs de watergang. Figuur 1. Kromme rijn onder de ring oost te Utrecht. Lengte (L), breedte (b) en hoogte (h) van een watervoerende onderdoorgang. 7

10 2 Materiaal en methoden 2.1 Werkwijze Het gebruik van duikers door vleermuizen is op 33 locaties bepaald met SD1 Anabat batdetectors die geschikt zijn voor passieve monitoring. Deze apparaten nemen vleermuisgeluiden automatisch op en worden dus niet bemand. Iedere locatie is één gehele nacht onderzocht in de periode half mei begin september Tijdens regenachtig weer is geen onderzoek uitgevoerd. Hierdoor is het onderzoek in enkele gevallen afgebroken voor het einde van de nacht. De locaties waarvan het gebruik na afloop van één nacht incidenteel was (zie paragraaf 2.3), zijn een tweede keer onderzocht. Naderhand zijn de opnames geanalyseerd met het programma Analook dat ontwikkeld is voor de determinatie van vleermuisgeluiden. Per geluidsbestand zijn de opgenomen soorten genoteerd. Aan de hand van alle geluidsbestanden is het aantal geregistreerde passages per locatie, per uur bepaald. Dit is een veel gebruikte maat voor de activiteit van vleermuizen (Thomas, 1988; Broders, 2003). Als begin- en eindtijd is respectievelijk het tijdstip van zonsondergang en zonsopgang van de desbetreffende nacht gebruikt. Zowel in het midden van de duiker als voor de uitgang is tegelijkertijd een Anabat geplaatst. De gevoeligheid van de Anabats is altijd op 4 ingesteld. In de duikers is de Anabat op een vlotje gelegd dat zodanig verankerd was dat de microfoon altijd schuin omhoog naar het midden van de duiker was gericht (figuur 2). In duikers met een loopplank is de Anabat op de loopplant gelegd (figuur 3). In zeer korte tunnels bestaat het risico dat vleermuizen die buiten rondvliegen, vanuit het midden van de tunnel opgenomen worden. Omdat vleermuizen hun geluid aanpassen aan de omgeving waarin ze vliegen, is aan het sonogram van het geluid (frequentie tegen tijd) te zien of vleermuizen daadwerkelijk door de tunnel vlogen. Figuur 4 illustreert dit goed. Het sonogram van een gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus die door een tunnel vloog is weergegeven samen met het geluid van een gewone dwergvleermuis die buiten de tunnel vloog. Er is een groot verschil in bandbreedte, piek frequentie en pulslengte. Figuur 2. Anabat op verankerd vlotje. Figuur 3. Anabat op loopstrook. 8

11 Van 21 locaties zijn gegevens gebruikt van A-J Haarsma. Tijdens haar promotie onderzoek heeft zij tussen 2002 en 2007 op de betreffende locaties zowel visueel als met batdetectors en mistnetten het gebruik onderzocht. Ook hier is het aantal passages per uur bepaald. De afmetingen van de duikers zijn bepaald met een meetlint en een digitale afstandsmeter. Figuur 4. Sonogram van gewone dwergvleermuis vliegend door tunnel (bovenste drie pulsen) en buiten de tunnel (onderste drie pulsen). 2.2 Locaties Voor het onderzoek zijn in totaal 54 watervoerende onderdoorgangen (inclusief de locaties van A-J Haarsma) onderzocht van rijkswegen, provinciale wegen, spoorlijnen en enkele locale wegen. De meeste locaties liggen in Utrecht en Zuid-Holland (figuur 5). Deze onderdoorgangen verschillen onderling in hoogte, breedte en lengte zodat de relatie tussen deze parameters en het gebruik door vleermuizen goed in beeld gebracht kan worden. Onderdoorgangen van grote wateren zijn over het algemeen zowel breed als hoog en die van kleine slootjes zowel smal als laag. Om een uitspraak te kunnen doen over de afzonderlijke parameters is het van belang dat deze onafhankelijk van elkaar zijn. Een hoge onderlinge samenhang werd voorkomen door ook atypische onderdoorgangen (breed en laag of hoog en smal) in het onderzoek te betrekken. In tabel 1 is een overzicht gegeven van de afmetingen van de onderzochte onderdoorgangen. 9

12 Figuur 5. Tabel 1. Ligging van de onderzochte locaties. Afmetingen in meters van de onderzochte onderdoorgangen (n=54). gemiddeld minimaal maximaal lengte 36 3,6 132 breedte 8,1 1,4 37 hoogte 2,1 0,3 6,1 2.3 Definities van gebruik Het gebruik werd als nul gedefinieerd als er in het midden van de tunnel geen passages werden vastgesteld maar voor de ingang van de tunnel wel. Gegevens van locaties waar zowel in als voor de ingang van de duiker geen passages werden vastgesteld werden niet gebruikt in de analyse. Op deze locaties kan een soort namelijk afwezig zijn (bijvoorbeeld omdat de locatie buiten het verspreidingsgebied van de soort ligt) en wordt het gebruik van een duiker ook niet verwacht. Van de vleermuissoorten die een sterke binding hebben met water en voor de ingang vliegen kan verwacht worden dat ze vroeg of laat door een duiker vliegen, tenzij de 10

13 afmetingen niet geschikt zijn. Voor soorten die geen binding hebben met de watergang geldt dit in mindere mate. Het gebruik is incidenteel wanneer het aantal passages per uur tussen de nul en de 0,55 ligt. Een vliegroute bestaat uit minimaal twee dieren die heen en terug door een duiker vliegen. Tijdens de kortste nacht van het jaar zijn dat vier passages per 7 uur en 20 minuten. Ligt het aantal passages lager dan 0,55 dan kun je op de kortste nacht in elk geval niet meer over een vliegroute spreken. Duikers zijn als gebruikt gedefinieerd als het aantal passages in de duiker groter is dan 0,55 per uur. 2.4 Onderzochte effecten en statistische analyse Hoe meer parameters in een model verwerkt worden, des te kleiner het vermogen (power) om een effect aan te tonen dat daadwerkelijk een rol speelt. Hoe meer waarnemingen, des te groter de power. Volgens een vuistregel, zijn tenminste tien waarnemingen nodig per effect om voldoende power te verkrijgen (http://os1.amc.nl/wikistatistiek/index.php?title=poweranalyse). Bij relatief kleine datasets wordt daarom aangeraden om alleen die effecten mee te nemen waar men in geïnteresseerd is en effecten waarvan verwacht kan worden dat deze daadwerkelijk een belangrijke rol spelen. Het gebruik van duikers door vleermuizen is gerelateerd aan de volgende parameters: lengte, breedte, hoogte en additionele geleiding in de vorm van hogere begroeiing langs de watergang. Oppervlakte (breedte x hoogte, figuur 1) is alleen in het model opgenomen als alternatief voor zowel breedte als hoogte omdat deze parameters niet onafhankelijk van elkaar zijn. Er is gebruik gemaakt van een logistische regressie. De afhankelijke variabele (Y) is binair (0 of 1) bij dit type regressie. De definities van het gebruik van de duikers zijn genoemd in paragraaf 2.3. Incidenteel gebruikte duikers functioneren niet goed en zijn in het model als 0 (ongebruikt) opgenomen. Omdat dit onderzoek zich alleen gericht heeft op watervoerende onderdoorgangen zonder verkeer en zonder verlichting konden deze twee effecten uitgesloten worden. Factoren zoals de ligging van de weg of spoorlijn ten opzichte van het maaiveld en de aanwezigheid van geluidsschermen zijn mogelijk van belang voor het gebruik. Omdat geluidsschermen weinig voorkwamen bij de onderzochte duikers en er weinig variatie was in de ligging van wegen ten opzichte van het maaiveld zijn ook deze twee factoren niet in het onderzoek betrokken. Statistische analyse werd uitgevoerd met het programma SPSS. 11

14 Figuur 6. In deze duiker (lengte 81 m, breedte 3 m en hoogte 0,3 m) werden geen passerende vleermuizen geregistreerd maar voor de ingang wel. 12

15 3 Resultaten 3.1 Algemeen Op alle 54 locaties zijn vleermuizen vastgesteld. Slechts op 8 van de 54 (15%) van de locaties zijn wel vleermuizen voor de ingang vastgesteld maar niet in het midden van de tunnel. Het overgrote deel van de onderzochte duikers wordt dus door vleermuizen gebruikt. Vleermuizen gebruiken de duikers als onderdeel van hun vliegroute, maar in veel gevallen ook als foerageergebied. Omdat vleermuizen ook tijdens de vliegroute prooien vangen is het onderscheid tussen die twee niet precies te maken. In één duiker is een verblijfplaats van watervleermuizen aangetroffen. De volgende soorten zijn voor de ingang van de duikers vastgesteld: baardvleermuis sp. Myotis mystacinus/brandtii, watervleermuis Myotis daubentonii, meervleermuis Myotis dasycneme, gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis Pipistrellus pygmaeus, ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, rosse vleermuis Nyctalus noctula, laatvlieger Eptesicus serotinus, en grootoorvleermuis sp. Plecotus auritus/austriacus. Van deze negen soorten zijn alleen watervleermuis, meervleermuis, gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger regelmatig waargenomen. Het aantal geregistreerde passages (paragraaf 2.1) varieerde enorm van minder dan 0,1 tot 312 per uur. Bij alle soorten is veel spreiding in het aantal passages te zien. Het hoogste aantal passages is voor de ingang van duikers vastgesteld. Hier foerageerde een groep gewone dwergvleermuizen op de concentratie aan insecten in de luwte. 3.2 Tunnel-vermijdende soorten Van de vijf soorten die regelmatig zijn waargenomen op de onderzochte locaties (zie paragraaf 3.1) zijn rosse vleermuis en laatvlieger niet of nauwelijks in de duikers vastgesteld. De rosse vleermuis is op 21 locaties buiten waargenomen maar nooit in de duikers. De laatvlieger is op 31 locaties buiten waargenomen en slechts op drie locaties incidenteel in de duiker. Het ging hierbij in alle gevallen om zeer ruime onderdoorgangen (breedte x hoogte 120, 124 en 140 m 2 ). 3.3 Tunnel-gebruikende soorten Van watervleermuis, meervleermuis en gewone dwergvleermuis is het gebruik van duikers regelmatig vastgesteld. Voor deze soorten kon het gebruik gerelateerd worden aan de afmetingen van de onderdoorgangen (figuur 7 t/m 9). Er is voor alle soorten een positief verband tussen de oppervlakte (breedte x hoogte, figuur 1) en het aantal passages door de duiker. Voor de meervleermuis en de gewone dwergvleermuis is dit 13

16 verband significant voor alle duikers (meervleermuis lineaire regressie F=17,3 df=24 p<0,05; gewone dwergvleermuis negatieve binomiale regressie Likelihood Ratio! 2 =35,2 df=50 p<0,01). Bij watervleermuis is dit verband niet significant voor alle duikers (lineaire regressie F=0,037 df=44 p>0,05) maar wel significant voor alle duikers met een dwarsdoorsnede kleiner dan 30 m 2 na wortel transformatie van het aantal passages (lineaire regressie F=5,9 df=36 p<0,05). Ongebruikte duikers zijn vooral duikers met een zeer kleine oppervlakte. Figuur 7. De wortel van het aantal passages van gewone dwergvleermuis per uur uitgezet tegen de oppervlakte (b x h, figuur 1) van de duiker. In verschillende symbolen is het type gebruik weergegeven. n=52. Figuur 8. De wortel van het aantal passages van watervleermuis per uur uitgezet tegen de oppervlakte (b x h figuur 1) van de duiker. In verschillende symbolen is het type gebruik weergegeven. n=45. 14

17 Figuur 9. Het aantal passages van meervleermuis per uur uitgezet tegen de oppervlakte (b x h, figuur 1) van de duiker. In verschillende symbolen is het type gebruik weergegeven. n=25. Het aandeel ongebruikte en incidenteel gebruikte duikers neemt af naarmate de oppervlakte groter wordt (figuur 7 t/m 9). Bij watervleermuis, meervleermuis en gewone dwergvleermuis zijn lengte en additionele geleiding niet significant maar oppervlakte wel (tabel 2). Er werd dus geen verschil in gebruik gevonden tussen korte en lange tunnels. Omdat zowel hoogte als breedte niet onafhankelijk van oppervlakte zijn, is voor alle soorten ook een aparte analyse uitgevoerd met hoogte en breedte in plaats van oppervlakte. Hoogte is bij watervleermuis significant, maar breedte niet (tabel 2). Hoogte en breedte zijn bij gewone dwergvleermuis beide significant. In veel duikers zijn loopplanken voor grondgebonden zoogdieren aangebracht. Er zijn te weinig duikers met loopplanken onderzocht om een eventueel effect hiervan te kunnen bepalen. Ook bij kleine duikers van minder dan 10 m 2 zijn in duikers met een loopplank redelijke aantallen passages van watervleermuis vastgesteld. 15

18 Tabel 2. Resultaten van de logistische regressie analyse. Per soort is de significantie van alle parameters weergegeven. Zowel breedte als hoogte zijn niet tegelijktijdig met oppervlakte geanalyseerd. ns = niet significant. parameter Wald! 2 significantie Watervleermuis n=45 geleiding 0,036 0,85 ns lengte 0,14 0,70 ns oppervlakte 5,8 0,016 breedte 2,8 0,095 ns hoogte 5,8 0,016 Meervleermuis n=25 geleiding 0,97 0,33 ns lengte 0,46 0,50 ns oppervlakte 5,3 0,021 breedte 1,6 0,21 ns hoogte 1,2 0,28 ns Gew. dwergvleermuis n=52 geleiding 0,41 0,41 ns lengte 1,7 0,19 ns oppervlakte 11,3 0,001 breedte 4,1 0,042 hoogte 8,2 0,004 Tabel 3. Kleinste hoogte (m) en oppervlakte (m 2 ) van duikers waar vleermuizen in zijn vastgesteld. Zie 2.3 definities van gebruik. Minimale hoogte (m) incidenteel gebruikt gebruikt watervleermuis 0,4 0,9 meervleermuis 0,4 1,0 gewone dwergvleermuis 1,5 1,5 Minimale oppervlakte (m 2 ) incidenteel gebruikt gebruikt watervleermuis 1,2 2,2 meervleermuis 1,2 6,4 gewone dwergvleermuis 8,0 * 7,5 * Incidenteel gebruik is niet vaak vastgesteld. Één van de gebruikte duikers had toevallig een kleinere oppervlakte dan de kleinste incidenteel gebruikte duiker. 3.4 Voorspellingen Voor watervleermuis, meervleermuis en gewone dwergvleermuis is het best passende logistisch regressiemodel met daarin alleen de parameter oppervlakte (b x h, figuur 1) berekend. Deze modellen zijn voor alle soorten significant (p<0,05). Met deze modellen kan aan de hand van de kans op gebruik, de vereiste oppervlakte berekend worden. Voor de drie soorten is de vereiste oppervlakte en hoogte berekend waarbij de kans op gebruik 80, 90 en 95% is (tabel 4). 16

19 Tabel 4. Oppervlakte (in m 2 ) waarbij de kans op gebruik 80, 90 en 95% is. De oppervlaktes zijn berekend aan de hand van het logistisch regressiemodel met daarin alleen de parameter oppervlakte. 80% 90% 95% watervleermuis 5,4 6,5 7,4 meervleermuis gew. dwergvleermuis Er is een enorm verschil tussen de drie soorten. Omdat de breedte van een watergang doorgaans een vast gegeven is, kan met behulp van de oppervlakte de bijbehorende hoogte van een geschikte faunavoorziening berekend worden. In figuur 11 t/m 13 in Bijlage 1 is dit voor de drie soorten weergegeven. Hierbij is het van belang om binnen het bereik van de soorten te blijven. De minimale hoogte van duikers waar nog vleermuizen in zijn aangetroffen staan in tabel 3. Figuur 10. In deze duiker (lengte 32 m, breedte 4,4 m en hoogte 2,6 m) werd watervleermuis, meervleermuis en incidenteel ook gewone dwergvleermuis vastgesteld. 17

20 4 Discussie 4.1 Algemeen Maar liefst 85% van alle onderzochte duikers wordt door vleermuizen gebruikt. In alle duikers met een oppervlakte (b x h, figuur 1) van meer dan 4 m 2 zijn vleermuizen waargenomen. Omdat met name kleine duikers onderzocht zijn, ligt het aandeel gebruikte duikers bij een representatieve steekproef mogelijk nog hoger. Dit onderstreept het belang van duikers voor de ontsnippering van wegen en spoorlijnen voor vleermuizen. Tunnel vermijdende soorten Veenbaas et al. (2004) deelt de Nederlandse vleermuissoorten op in soorten die gemakkelijk gebruik maken van onderdoorgangen onder wegen en welke soorten eerder over de weg heen vliegen. Deze indeling is gebaseerd op vleugelbouw, echolocatie en gedrag van de vleermuissoorten. Soorten die niet vaak gebruik maken van onderdoorgangen maar relatief gemakkelijk wegen over kunnen steken zijn soorten van open omgeving, fast hawking, aerial insectivorous bats. De echolocatie pulsen van deze soorten hebben een lage piekfrequentie (18 30 khz) een lange tijdsduur (>15 ms) en een grote geluidssterkte (>80 db). Deze pulsen hebben een grote reikwijdte maar zijn niet erg geschikt om in dichte omgeving waar te nemen. De relatief smalle en lange vleugels stellen de soorten in staat om hard te vliegen maar zorgen voor een beperkte wendbaarheid. De vlieghoogte van deze soorten ligt doorgaans een eind boven de vegetatie. Rosse vleermuis, tweekleurige vleermuis en laatvlieger worden ingedeeld bij de soorten die eerder over de weg heen vliegen dan eronderdoor. De resultaten van deze studie komen hiermee overeen. De rosse vleermuis werd nooit in duikers waargenomen en de laatvlieger alleen incidenteel in de grootste duikers. Zoals ook weergegeven in Veenbaas et al. (2004) is het niet zinvol om bij onderdoorgangen met deze soorten rekening te houden. Ecoducten en hop-overs over wegen worden wel door deze soorten gebruikt. De dwergvleermuissoorten nemen wat betreft het gebruik van onderdoor- of overgangen van wegen een tussenpositie in. Tunnel gebruikende soorten Soorten die vaak gebruik maken van onderdoorgangen en niet gemakkelijk wegen over steken zijn soorten van dichte omgeving (foliage-gleaning bats) en soorten die vlak boven water jagen (trawling). In Nederland zijn dit met name soorten van het genus Myotis en Plecotus. De echolocatie pulsen van de meeste soorten hebben een hoge piekfrequentie (±40 khz) een korte tijdsduur (<5 ms) en een grote bandbreedte (>100 khz 25 khz). Deze pulsen zijn zeer geschikt om in dichte omgeving waar te nemen (clutter resistant) maar hebben een beperkte reikwijdte. De korte en brede vleugels zorgen voor een grote wendbaarheid maar hard vliegen kost relatief veel energie. Deze soorten vliegen doorgaans in dichte vegetatie of vlak boven water en 18

21 worden vrijwel nooit op grote hoogte boven het terrein waargenomen. De twee soorten van deze categorie die regelmatig tijdens deze studie werden waargenomen zijn watervleermuis en meervleermuis. Bij de aanleg van onderdoorgangen is het van belang om met deze soorten rekening te houden. 4.2 Factoren die het gebruik van duikers bepalen Bij alle soorten is veel spreiding in het aantal geregistreerde passages waargenomen. Verschillen in de afstand tot de verblijfplaats en het al of niet foerageren in een duiker zijn vermoedelijk belangrijke factoren die deze spreiding veroorzaken. Door deze spreiding bleek het niet zinvol om het exacte verband tussen het aantal passages en de afmetingen van duikers te bepalen. In plaats daarvan is gekozen voor een analyse met gebruikte of ongebruikte duikers volgens definities aan de hand van het aantal passages (paragraaf 2.3). Op deze manier is voorkomen dat hoge aantallen passages op enkele locaties teveel beeldbepalend zijn. De belangrijkste factor die het gebruik van duikers door vleermuizen bepaald is de oppervlakte (b x h, figuur 1) van een duiker. Er is voor alle soorten een verband tussen de oppervlakte en het aantal passages door de duiker. Ook Siemers et al. (2007) vonden dit verband. Bij watervleermuis is dit verband alleen aanwezig bij duikers met een kleinere oppervlakte. Bij grotere duikers is sprake van verzadiging in het gebruik (deze studie). Van oppervlakte, is hoogte de belangrijkste component die het gebruik van duikers door vleermuizen kan verklaren. Omdat voor zeer smalle watergangen doorgaans geen duikers onder wegen of spoorlijnen worden aangelegd zijn zeer smalle duikers zeldzaam. De breedte van de meeste duikers ligt daarom waarschijnlijk buiten het bereik waarin ze het gebruik door vleermuizen beperken. De lengte bleek geen belangrijke factor waarmee het gebruik van duikers voorspeld kan worden. Dit is in tegenspraak met Siemers et al. (2007) die wel een relatie tussen de lengte en het gebruik van tunnels door vleermuizen vonden. Hun onderzoek had echter maar betrekking op 7 duikers. In vergelijking met deze voorliggende studie die betrekking heeft op 54 duikers, moet daarom weinig waarde aan die conclusie gehecht worden. Ook in de brochure Met vleermuizen overweg (Veenbaas et al., 2004) staat dat langere tunnels ruimer moeten zijn om nog te functioneren. Deze conclusie is waarschijnlijk gebaseerd op hetzelfde Duitse onderzoek. Bij het gebruik van faunapassages door grote zoogdieren bestaat een negatief verband tussen de lengte en het gebruik (Ministerie van verkeer en Waterstaat, 2005). Langere tunnels moeten ruimer zijn om nog te functioneren voor deze dieren. Het fundamentele verschil tussen deze dieren en vleermuizen is dat vleermuizen door middel van hun echolocatie systeem probleemloos in tunnels waar kunnen nemen. Hierdoor hebben vleermuizen mogelijk weinig aarzeling om een lange onderdoorgang te gebruiken. Zo worden veel vleermuissoorten s winters aangetroffen in gangenstelsels op vele kilometers afstand van de uitgang. Er zijn geen aanwijzingen dat een loopplank in duikers het gebruik door vleermuizen beïnvloedt. 19

22 Additionele geleiding in de vorm van hoge begroeiing langs de watergang naar de duiker toe bleek voor gewone dwerg-, water- en meervleermuis geen belangrijke factor. Op grond hiervan kan niet geconcludeerd worden dat geleiding geen belangrijke factor is omdat de watergang zelf al een geleidend element is (o. a. Lookingbill et al., 2010). 4.3 Vereiste afmetingen Met voorspellingen aan de hand van deze studie buiten het onderzochte bereik moet voorzichtig omgegaan worden. Dit houdt in dat van duikers buiten het in tabel 1 (paragraaf 3.2) weergegeven bereik niet altijd uitspraken gedaan kunnen worden. Aan de hand van deze studie is daarom niet met zekerheid te zeggen dat er geen effect van lengte op het gebruik van duikers door vleermuizen optreedt bij extreem lange duikers (>130 m) omdat je dan uitspraken doet buiten het onderzochte bereik. (Ter vergelijking: de vernieuwde rijksweg A2 tussen Utrecht en Amsterdam met tien rijbanen, twee vluchtstroken en een middenberm is op de meeste plaatsen niet breder dan 110 m). Van duikers met een grotere oppervlakte dan de onderzochte duikers kan worden aangenomen dat ze wel functioneren en het omgekeerde geldt voor duikers met een kleinere oppervlakte. Voorspellingen van niet watervoerende tunnels of tunnels met verkeer of verlichting zijn waarschijnlijk maar in beperkte mate mogelijk aan de hand van deze studie. Hoe groter de oppervlakte van een duiker des te groter het aantal passages (paragraaf 4.2). Voor vleermuizen is het daarom waardevol om eventuele mogelijkheden die er tijdens wegaanleg of wegverbreding liggen te benutten om de duiker ruimer te maken dan de in tabel 3 genoemde minimaal vereiste afmetingen. De (minimaal) vereiste afmetingen van een onderdoorgang verschillen per soort. Van de soorten die regelmatig zijn waargenomen tijdens deze studie accepteerden watervleermuizen de duikers met de kleinste oppervlakte (7 m 2 ). De enige andere studie waarbij de vereiste oppervlakte bepaald werd is die van Siemers et al. (2007). Op basis van slechts 7 onderzochte duikers noemen zij voor duikers van enkele tientallen meters lengte 16 m 2 als minimale oppervlakte. Op grond van expert judgement geven Brinkmann (2003) 2-3 m 2, Bach et al. (2004) 3 m 2 en Veenbaas et al. (2004) 2 m 2 aan als minimale afmeting. Deze laatst genoemde afmetingen hebben waarschijnlijk betrekking op de kleinste duikers waar ooit watervleermuizen zijn waargenomen terwijl in deze voorliggende studie de afmetingen berekend zijn waarbij de kans op gebruik 95% is. Duikers met een oppervlakte van 2 m 2 hebben slechts een kans van ongeveer 20% dat deze meer dan incidenteel gebruikt worden (op basis van deze studie). Voor watervleermuizen is het daarom raadzaam om duikers ruimer uit te voeren dan de op grond van expert judgement genoemde waarden. Dit geldt in nog grotere mate voor de meervleermuis. In de praktijk zal het in veel gevallen niet meevallen om een duiker met een dwarsdoorsnede van 12 of zelfs 18 m 2 te realiseren omdat de weg dan ter hoogte van de watergang ver boven het maaiveld aangelegd moet worden. Veel winst is te behalen door de onderdoorgang breder te maken door de oevers onder de weg te laten doorlopen. Hoewel voor deze soort ook 20

Vleermuisonderzoek Prins Mauritsschool Nijmegen

Vleermuisonderzoek Prins Mauritsschool Nijmegen Ecologie & landschap NOTITIE Gemeente Nijmegen T. Martens Postbus 9105 6500 HG Nijmegen DATUM: 7 november 2014 ONS KENMERK: 14-577/1405584/LieAn UW KENMERK: VPL 213937 PROJECTLEIDER: INVENTARISATIE: G.

Nadere informatie

Vliegroute vleermuizen Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Beoordeling van de effectiviteit van een tijdelijke vliegroute voor vleermuizen in juli 2008

Vliegroute vleermuizen Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Beoordeling van de effectiviteit van een tijdelijke vliegroute voor vleermuizen in juli 2008 Vliegroute vleermuizen Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Beoordeling van de effectiviteit van een tijdelijke vliegroute voor vleermuizen in juli 2008 R.M. Koelman Juli 2008 Rapport van de Zoogdiervereniging

Nadere informatie

Aanvullend vleermuisonderzoek restaurant Castellum Novum in De Meern

Aanvullend vleermuisonderzoek restaurant Castellum Novum in De Meern Aanvullend vleermuisonderzoek restaurant Castellum Novum in De Meern Toetsing in het kader van de Flora- en faunawet Datum: 08-11-2008 Auteur: A.H. Tuitert Opdrachtgever: Aveco de Bondt Kenmerk: vlm2008/10

Nadere informatie

Vleermuisonderzoek Schuttersbosch Eindhoven

Vleermuisonderzoek Schuttersbosch Eindhoven Vleermuisonderzoek Schuttersbosch Eindhoven R.M. Koelman Mei 2013 Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van Stichting Woonbedrijf SWS.Hhvl R.M. Koelman Rapport nr.: 2013.06 Project nr.: 2012.090

Nadere informatie

Het belang van onverlichte tunnels voor vleermuizen Brussel, 24 maart 2012

Het belang van onverlichte tunnels voor vleermuizen Brussel, 24 maart 2012 Brussel, 24 maart 2012 Inleiding - Kernbegrip: vliegroutes - Kernprobleem: versnippering van het landschap door drukke (snel-)wegen. Verkleind leefgebied, geïsoleerde pop s. - Vooral kleine en lichtmijdende

Nadere informatie

Gemeente s-hertogenbosch Dhr. T. van Tol Postbus 12345 5200 GZ s-hertogenbosch

Gemeente s-hertogenbosch Dhr. T. van Tol Postbus 12345 5200 GZ s-hertogenbosch Ecologie & landschap NOTITIE Gemeente s-hertogenbosch Dhr. T. van Tol Postbus 12345 5200 GZ s-hertogenbosch DATUM: 21-04-2015 ONS KENMERK: UW KENMERK: - AUTEUR: PROJECTLEIDER: 15-143/15.02500/DirKr D.B.

Nadere informatie

Rapport vleermuisonderzoek Voormalige boomkwekerij Kuijer BAARN

Rapport vleermuisonderzoek Voormalige boomkwekerij Kuijer BAARN Hans Hartvelt Ecologisch advies Lijsterbeslaan 7, 6721 CW Bennekom Tel. 0318-430898 Fax. 0318-430661 E-mail: h.hartvelt@euronet.nl K.v.K.: 09102190 Rapport vleermuisonderzoek Voormalige boomkwekerij Kuijer

Nadere informatie

Nader onderzoek naar vleermuizen Nieuw Graswijk te Assen

Nader onderzoek naar vleermuizen Nieuw Graswijk te Assen Nader onderzoek naar vleermuizen Nieuw Graswijk te Assen Nader onderzoek naar vleermuizen Nieuw Graswijk te Assen Inhoud Rapport en bijlagen 21 juli 2010 Projectnummer 015.36.02.71.00 I n h o u d s o

Nadere informatie

Ontwikkeling Vleermuisverblijf Lindostraat, Utrecht. M. Boonman

Ontwikkeling Vleermuisverblijf Lindostraat, Utrecht. M. Boonman Ontwikkeling Vleermuisverblijf Lindostraat, Utrecht M. Boonman Ontwikkeling Vleermuisverblijf Lindostraat, Utrecht M. Boonman opdrachtgever: Sint Dominicus bv 26 augustus 2010 rapport nr. 10-126 Status

Nadere informatie

Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw Warmenhuizen Centrum

Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw Warmenhuizen Centrum Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw Warmenhuizen Centrum Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw Warmenhuizen Centrum Inhoud Rapport en bijlagen 8 oktober 2014 Projectnummer

Nadere informatie

Notitie vleermuisvriendelijke verlichting Klooster Bethanië te Venlo

Notitie vleermuisvriendelijke verlichting Klooster Bethanië te Venlo Notitie vleermuisvriendelijke verlichting Klooster Bethanië te Venlo Projectgegevens Uitgevoerd door: Ruimte voor Advies BV Project: Klooster Bethanië Offertenr.: N.V.T. Betreft: Vleermuisvriendelijke

Nadere informatie

Dwingelderveld. Vleermuisonderzoek. Vliegroutes weg Lhee-Kraloo, Oude Hoogeveensedijk en Noordenveld

Dwingelderveld. Vleermuisonderzoek. Vliegroutes weg Lhee-Kraloo, Oude Hoogeveensedijk en Noordenveld Dwingelderveld Vleermuisonderzoek Vliegroutes weg Lhee-Kraloo, Oude Hoogeveensedijk en Noordenveld Vleermuizenonderzoek Dwingelderveld Vliegroutes weg Lhee-Kraloo, Oude Hoogeveensedijk en Noordenveld Definitief

Nadere informatie

VERENIGING VOOR ZOOGDIERKUNDE EN ZOOGDIERBESCHERMING Oude Kraan 8, 6811 LJ Arnhem, tel. 026-3705318, fax 026-3704038, email: zoogdier@vzz.

VERENIGING VOOR ZOOGDIERKUNDE EN ZOOGDIERBESCHERMING Oude Kraan 8, 6811 LJ Arnhem, tel. 026-3705318, fax 026-3704038, email: zoogdier@vzz. VERENIGING VOOR ZOOGDIERKUNDE EN ZOOGDIERBESCHERMING Oude Kraan 8, 6811 LJ Arnhem, tel. 026-3705318, fax 026-3704038, email: zoogdier@vzz.nl >> Concept januari 2005

Nadere informatie

Vleermuizen in de Stad 2013 Marcel Schillemans mmv Eric Jansen, Martijn van Oene, Hans Hollander en Herman Limpens

Vleermuizen in de Stad 2013 Marcel Schillemans mmv Eric Jansen, Martijn van Oene, Hans Hollander en Herman Limpens Hopping detector Vleermuizen in de Stad 2013 Marcel Schillemans mmv Eric Jansen, Martijn van Oene, Hans Hollander en Herman Limpens Hopping detector, hoe werkt het? Hopping detector Wat is het verschil

Nadere informatie

Notitie veldbezoek Middelweg 12 te Moordrecht

Notitie veldbezoek Middelweg 12 te Moordrecht NOTITIE R. Stout Middelweg 12 2841 LA Moordrecht DATUM: 16 april 2012 ONS KENMERK: 12-200/12.01680/DirSt UW KENMERK: Gunning 22-03-2012 AUTEUR: PROJECTLEIDER: STATUS: ing. K.D. van Straalen drs. I. Hille

Nadere informatie

Quick scan ecologie; Amsterdam Willem de Zwijgerlaan 334-338

Quick scan ecologie; Amsterdam Willem de Zwijgerlaan 334-338 Quick scan ecologie; Amsterdam Willem de Zwijgerlaan 334-338 Quick scan ecologie: Amsterdam Willem de Zwijgerlaan 334-338 Auteur Opdrachtgever Projectnummer Ingen foto omslag P.J.H. van der Linden 12.138

Nadere informatie

Bureau Waardenburg bv. 0.42a, " Notitie aanvullend onderzoek Valleipark te Leusden

Bureau Waardenburg bv. 0.42a,  Notitie aanvullend onderzoek Valleipark te Leusden St Bureau Waardenburg bv I r Adviseurs voor ecologie & milieu I 1-11.142-.17, ing!ko;r1, n 14 SEP. 2009 cormd.aki. elp 0.42a, " Postbus 365 4100 Al Culemborg tel: 0345-512710 fax: 0345-519849 vivvw.buwasil

Nadere informatie

NOTITIE Gemeente 's-hertogenbosch T. van Tol Postbus 12345 5200 GZ s-hertogenbosch

NOTITIE Gemeente 's-hertogenbosch T. van Tol Postbus 12345 5200 GZ s-hertogenbosch Ecologie & landschap NOTITIE Gemeente 's-hertogenbosch T. van Tol Postbus 12345 5200 GZ s-hertogenbosch DATUM: 15 april 2015 ONS KENMERK: UW KENMERK: PROJECTLEIDER: VELDBEZOEK: STATUS: 15-096/15.02410/PauBo

Nadere informatie

Vleermuizen waarnemen met Batloggers

Vleermuizen waarnemen met Batloggers Inhoud Vleermuizen waarnemen met Batloggers Zoogdierdag 214 - -Resultaten/Projecten a) Hopping detectors b) NEM VTT c) Boer zoekt vleermuis Eric Jansen, Herman Limpens en Marcel Schillemans -Conclusie

Nadere informatie

Wûrksjop Vleermuiskasten in de Kop van Noord Holland 31 augustus t/m 2 september 2012

Wûrksjop Vleermuiskasten in de Kop van Noord Holland 31 augustus t/m 2 september 2012 Wûrksjop Vleermuiskasten in de Kop van Noord Holland 31 augustus t/m 2 september 2012 Dit jaar is in samenwerking met de Veldwerkgroep van de Zoogdiervereniging en Vleermuisvangen.nl een workshop gehouden

Nadere informatie

Rapportage onderzoeken vleermuizen, huismus en gierzwaluw

Rapportage onderzoeken vleermuizen, huismus en gierzwaluw Rapportage onderzoeken vleermuizen, huismus en gierzwaluw Varikse Driehoek te Heerewaarden Datum : 1 september 2015 Projectnummer : 15-0092 Opdrachtgever : Woonstichting De kernen, Korenstraat 1, 5321

Nadere informatie

B i j l a g e : I n v e n t a r i s a t i e H u i s m u s e n v l e e r m u i z e n i n h e t k a d e r v a n d e F l o r a - e n fau n a w e t

B i j l a g e : I n v e n t a r i s a t i e H u i s m u s e n v l e e r m u i z e n i n h e t k a d e r v a n d e F l o r a - e n fau n a w e t B i j l a g e : I n v e n t a r i s a t i e H u i s m u s e n v l e e r m u i z e n i n h e t k a d e r v a n d e F l o r a - e n fau n a w e t Rijperweg 44a in Sint Maarten Inventarisatie Huismus en vleermuizen

Nadere informatie

Bijlagen. Gemeente Arnhem. Bijlage 1 Natuuronderzoek P&R station Arnhem-Zuid Bijlage 2 Bestemmingsplan Elderveld voorschriften + plankaart

Bijlagen. Gemeente Arnhem. Bijlage 1 Natuuronderzoek P&R station Arnhem-Zuid Bijlage 2 Bestemmingsplan Elderveld voorschriften + plankaart Bijlagen Bijlage 1 Natuuronderzoek P&R station Arnhem-Zuid Bijlage 2 Bestemmingsplan Elderveld voorschriften + plankaart Gemeente Arnhem Datum ontvangst : Zaaknummer : 06 06 2013 2013 06 00450 Bijlage

Nadere informatie

Notitie flora en fauna

Notitie flora en fauna Notitie flora en fauna Titel/locatie Projectnummer: 6306 Datum: 11-6-2013 Opgesteld: Rosalie Heins Gemeente Baarn is voornemens om op de locatie van de huidige gemeentewerf een nieuwe brede school ontwikkelen.

Nadere informatie

Ordito t.a.v. dhr. F.A. Jiskoot Postbus 94 5126 ZH GILZE

Ordito t.a.v. dhr. F.A. Jiskoot Postbus 94 5126 ZH GILZE Ordito t.a.v. dhr. F.A. Jiskoot Postbus 94 5126 ZH GILZE Roermond : 11 januari 2012 Ons kenmerk : AM11215 Betreft : Vleermuizen- en vogelnestenonderzoek locatie Tom Rook te Gouderak (aangepaste rapportage)

Nadere informatie

Notitie vleermuisonderzoek herinrichting centrum Best

Notitie vleermuisonderzoek herinrichting centrum Best Ecologica BV Rondven 22 6026 PX Maarheeze tel: 0495 46 20 70 fax: 0495 46 20 79 info@ecologica.eu www.ecologica.eu Gemeente Best T.a.v. J. Crommentuijn Postbus 50 5680 AB Best Datum: 25 oktober 2011 Behandeld

Nadere informatie

P.W. Pastoor Blauwverversteeg 1 3841 DX Harderwijk. Notitie veldbezoek perceel Blauwverversteeg 3 te Harderwijk

P.W. Pastoor Blauwverversteeg 1 3841 DX Harderwijk. Notitie veldbezoek perceel Blauwverversteeg 3 te Harderwijk NOTITIE P.W. Pastoor Blauwverversteeg 1 3841 DX Harderwijk DATUM: 10 januari 2013 ONS KENMERK: 10-719/12.06097/IngHR UW KENMERK: uw mail dd. 18 december 2012 AUTEUR: PROJECTLEIDER: STATUS: versie 1.0 CONTROLE:

Nadere informatie

Ruim baan voor windenergie in het leefgebied van vleermuizen. De optimale bescherming van vleermuizen rond windturbines. Bat Protection System

Ruim baan voor windenergie in het leefgebied van vleermuizen. De optimale bescherming van vleermuizen rond windturbines. Bat Protection System Ruim baan voor windenergie in het leefgebied van vleermuizen De optimale bescherming van vleermuizen rond windturbines Bat Protection System De missie van Topwind Meer kans op een succesvolle ontwikkeling

Nadere informatie

Vogels en Vleermuizen

Vogels en Vleermuizen Vogels en Vleermuizen bij windenergieprojecten Informatiebijeenkomst Nijverdal 24 mei 2016 Niels Jeurink Onderwerpen Natuurbescherming in Nederland in een notendop Windmolens en natuurbescherming Het bepalen

Nadere informatie

Vleermuistunnel Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Monitoring van de effectiviteit van een compenserende vliegroute voor watervleermuizen R.M.

Vleermuistunnel Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Monitoring van de effectiviteit van een compenserende vliegroute voor watervleermuizen R.M. Vleermuistunnel Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Monitoring van de effectiviteit van een compenserende vliegroute voor watervleermuizen R.M. Koelman September 2009 Rapport van de Zoogdiervereniging In

Nadere informatie

Huismus- en vleermuisinventarisatie op planlocatie de Marke III te Hengevelde

Huismus- en vleermuisinventarisatie op planlocatie de Marke III te Hengevelde Huismus- en vleermuisinventarisatie op planlocatie de Marke III te Hengevelde In opdracht van: SAB BV Oktober 2013 Huismus- en vleermuisinventarisatie op planlocatie de Marke III te Hengevelde Colofon:

Nadere informatie

mmmm:?-:- B \ D O C (bibliotheek en documentatie) 89 2001 (2) Dienst Weg-en Waterbouwkunde Postbus 5044, 2600 GA DELFT Tol.

mmmm:?-:- B \ D O C (bibliotheek en documentatie) 89 2001 (2) Dienst Weg-en Waterbouwkunde Postbus 5044, 2600 GA DELFT Tol. mmmm:?-:- B \ D O C (bibliotheek en documentatie) Dienst Weg-en Waterbouwkunde Postbus 5044, 2600 GA DELFT Tol. 015-2518 363/364 89 2001 (2) loof Cx) 1. Rapportnummer DWW-2002-155 2. Serienummer 3. Ontvanger

Nadere informatie

Afdoend onderzoek ecologie Kanaaldijk 63 te Watergang

Afdoend onderzoek ecologie Kanaaldijk 63 te Watergang Afdoend onderzoek ecologie Kanaaldijk 63 te Watergang Afdoend onderzoek ecologie Kanaaldijk 63 te Watergang Auteur Opdrachtgever Projectnummer Ingen foto omslag P.J.H. van der Linden Buro Vijn 11.035 november

Nadere informatie

Mogelijke knelpunten beschermde zoogdieren bij verbreding A13 en aanleg bypass A13/A16. J.R. Regelink

Mogelijke knelpunten beschermde zoogdieren bij verbreding A13 en aanleg bypass A13/A16. J.R. Regelink Mogelijke knelpunten beschermde zoogdieren bij verbreding A13 en aanleg bypass A13/A16 J.R. Regelink Oktober 2007 Rapport van de Zoogdiervereniging VZZ In opdracht van Nieuwland Advies Mogelijke knelpunten

Nadere informatie

2013.027 Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van de gemeente Wijchen. Vleermuisonderzoek Cultureel Centrum t Mozaïek, Wijchen

2013.027 Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van de gemeente Wijchen. Vleermuisonderzoek Cultureel Centrum t Mozaïek, Wijchen 2013.027 Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van de gemeente Wijchen Vleermuisonderzoek Cultureel Centrum t Mozaïek, Wijchen Vleermuisonderzoek Cultureel Centrum t Mozaïek, Wijchen Rapport nr.:

Nadere informatie

Richtlijn voor het beheer van bomen in relatie tot vleermuizen in vier stadsparken te Voorburg

Richtlijn voor het beheer van bomen in relatie tot vleermuizen in vier stadsparken te Voorburg Richtlijn voor het beheer van bomen in relatie tot vleermuizen in vier stadsparken te Voorburg Peter Twisk Maart 2007 Rapport van de Zoogdiervereniging VZZ i.s.m. Stichting Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland

Nadere informatie

Notitie. Inleiding. Methodiek. J. de Waard (Trivire Wonen) aan. van A. de Baerdemaeker. betreft Vleermuis- en vogelonderzoek Patersweg Dordrecht

Notitie. Inleiding. Methodiek. J. de Waard (Trivire Wonen) aan. van A. de Baerdemaeker. betreft Vleermuis- en vogelonderzoek Patersweg Dordrecht Notitie aan J. de Waard (Trivire Wonen) van A. de Baerdemaeker betreft Vleermuis- en vogelonderzoek Patersweg Dordrecht project 0619 datum 2 augustus 2011 Postbus 23452 3001 KL Rotterdam telefoon: 010-436

Nadere informatie

Vleermuiswaarden Fort Pannerden Een onderzoek naar de huidige en potentiële waarde van het fort voor vleermuizen R.M. Koelman

Vleermuiswaarden Fort Pannerden Een onderzoek naar de huidige en potentiële waarde van het fort voor vleermuizen R.M. Koelman Een onderzoek naar de huidige en potentiële waarde van het fort voor vleermuizen R.M. Koelman Maart 2010 Rapport van de Zoogdiervereniging In opdracht van de gemeente Lingewaard Een onderzoek naar de

Nadere informatie

Vleermuisinventarisatie vleermuiskasten Voorburg

Vleermuisinventarisatie vleermuiskasten Voorburg Vleermuisinventarisatie vleermuiskasten Voorburg Rudy van der Kuil Januari 2008 Rapport van de Zoogdiervereniging VZZ en Stichting Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland In opdracht van Gemeente Leidschendam-Voorburg

Nadere informatie

Vleermuizen. in onze omgeving

Vleermuizen. in onze omgeving Vleermuizen in onze omgeving De meeste mensen komen nooit in aanraking met vleermuizen Toch kan het gebeuren dat een vleermuis uw huis als tijdelijke verblijfplaats kiest of per ongeluk in uw kamer terechtkomt.

Nadere informatie

NOTITIE. Ecologie & landschap. Conclusie. Toelichting

NOTITIE. Ecologie & landschap. Conclusie. Toelichting Ecologie & landschap NOTITIE Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. ter attentie van R. de Groot Lekdijk 4 2967GB Langerak DATUM: 11-02-2016 ONS KENMERK: 16-013/16.00823/IngHR UW KENMERK: opdrachtverlening

Nadere informatie

Deelhandleiding uploadportal NEM VTT

Deelhandleiding uploadportal NEM VTT Deelhandleiding uploadportal NEM VTT Onderdeel van de handleiding voor het meetnet NEM Vleermuis Transect Tellingen Schillemans, M.J. 2015.010 Rapport van het Bureau van de Zoogdiervereniging In opdracht

Nadere informatie

Flora- en faunascan voor de bouw van een woning aan de Bolenbergweg te Belfeld

Flora- en faunascan voor de bouw van een woning aan de Bolenbergweg te Belfeld Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl info@faunaconsult.nl Faunaconsult KvK Venlo 09116138 De heer J. Bruekers Bolenbergweg 18 5951 AZ Belfeld Flora- en faunascan voor de bouw

Nadere informatie

Vleermuizen in stedelijk gebied

Vleermuizen in stedelijk gebied Vleermuizen in stedelijk gebied Van knelpunt naar oplossing casus Corlaer te Amersfoort Floris Brekelmans Herman Limpens Bureau Waardenburg Eco Consult & Project Management/ Zoogdiervereniging Aanleiding

Nadere informatie

Windenergie & Vleermuizen Problemen en oplossingen?

Windenergie & Vleermuizen Problemen en oplossingen? Vleermuizen worden slachtoffer Windenergie & Vleermuizen Problemen en oplossingen? Herman Limpens & Sjoerd Dirksen Nijmegen, Zoogdierdag 29 03 2014 Zoogdiervereniging & Bureau Waardenburg Subsidie RVO,

Nadere informatie

Resultaten vleermuis- en huismussenonderzoek in een woonwijk in Zuidlaren

Resultaten vleermuis- en huismussenonderzoek in een woonwijk in Zuidlaren Resultaten vleermuis- en huismussenonderzoek in een woonwijk in Zuidlaren Opdrachtgever Referentie Woonborg Vries, E.W. de, E. van der Heijden & M.S.E. Greve 2013. Resultaten vleermuis- en huismussenonderzoek

Nadere informatie

Het lokale netwerk van een kolonie gewone grootoorvleermuizen (Plecotus auritus) in IJsselstein Utrecht Roel Snijders

Het lokale netwerk van een kolonie gewone grootoorvleermuizen (Plecotus auritus) in IJsselstein Utrecht Roel Snijders Het lokale netwerk van een kolonie gewone grootoorvleermuizen (Plecotus auritus) in Roel Snijders 2014.55 Stagerapport van het Bureau van de Zoogdiervereniging Het lokale netwerk van een kolonie gewone

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. Het voorkomen van vleermuizen, amfibieën en vissen in het gebied van de stedelijke uitbreidingslocatie te Elst. 1 INLEIDING...

INHOUDSOPGAVE. Het voorkomen van vleermuizen, amfibieën en vissen in het gebied van de stedelijke uitbreidingslocatie te Elst. 1 INLEIDING... INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 2 2 METHODE... 3 2.1 VLEERMUIZEN... 3 2.2 AMFIBIEËN... 3 2.3 VISSEN... 3 3 RESULTAAT... 4 3.1 VLEERMUIZEN... 4 3.2 AMFIBIEËN... 4 3.3 VISSEN... 4 4 CONCLUSIE... 5 LITERATUUR...

Nadere informatie

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Enschede 2 December 2010 Rapportnummer 0123 Projectnummer

Nadere informatie

Anne-Jitke Haarsma. gebied wordt drinkwater gezuiverd. Schoon Rijnwater wordt via toevoersloten het gebied ingepompt. In infiltratiegeulen

Anne-Jitke Haarsma. gebied wordt drinkwater gezuiverd. Schoon Rijnwater wordt via toevoersloten het gebied ingepompt. In infiltratiegeulen ZOOGDIER 200 1 12 (I) 15 Anne-Jitke Haarsma H Toink, toink, daar gaat weer een watervleermuis. Als een soort botsautootje stuitert hij over het wateroppervlak, hier en daar een insectje oppikkend. In de

Nadere informatie

NOTITIE. Conclusie. Plangebied en werkzaamheden

NOTITIE. Conclusie. Plangebied en werkzaamheden NOTITIE Gemeente Utrecht, dienst Stadsontwikkeling Mobiliteit en Milieu de heer J.F.A. Krüse Postbus 8406 3503 RK Utrecht DATUM: 27 januari 2015 ONS KENMERK: UW KENMERK: 14.005671 AUTEURS: PROJECTLEIDER:

Nadere informatie

Monitoring Faunapassages Noord-Brabant pilot 2006

Monitoring Faunapassages Noord-Brabant pilot 2006 Monitoring Faunapassages Noord-Brabant pilot 2006 Monitoring van het gebruik van 47 faunapassages onder provinciale wegen G.F.J. Smit Monitoring Faunapassages Noord-Brabant pilot 2006 Monitoring van het

Nadere informatie

Bat-detector handleiding voor beginners

Bat-detector handleiding voor beginners Bat-detector handleiding voor beginners Determinatie van de meest voorkomende vleermuizen in Vlaanderen met behulp van heterodyne bat-detectoren Realisatie: Sven Verkem Verkem Faunaonderzoek Grote Steenweg

Nadere informatie

Vleermuizen & vogels Pr. Steynstraat e.o. te Velsen

Vleermuizen & vogels Pr. Steynstraat e.o. te Velsen Vleermuizen & vogels Pr. Steynstraat e.o. te Velsen Vleermuizen & vogels Pr. Steynstraat e.o. te Velsen Auteur P.J.H. van der Linden Opdrachtgever Projectnummer Ingen RBOI 11.027 augustus 2011 foto omslag

Nadere informatie

Het gebruik door dieren van faunapassages bij de Elfenbaan.

Het gebruik door dieren van faunapassages bij de Elfenbaan. Het gebruik door dieren van faunapassages bij de Elfenbaan. N11, Traject Alphen a/d Rijn Zoeterwoude-Rijndijk R. van Eekelen Het gebruik door dieren van faunapassages bij De Elfenbaan. N11, Traject Alphen

Nadere informatie

Quick scan ecologie Watergang, Kanaaldijk 63

Quick scan ecologie Watergang, Kanaaldijk 63 Quick scan ecologie Watergang, Kanaaldijk 63 Quick scan ecologie Watergang, Kanaaldijk 63 Auteur P.J.H. van der Linden Opdrachtgever Projectnummer Ingen Buro Vijn 10.109 januari 2011 foto omslag het huidige

Nadere informatie

Inventarisatie grote bosmuis Ruiten Aa, Groningen 2011

Inventarisatie grote bosmuis Ruiten Aa, Groningen 2011 Inventarisatie grote bosmuis Ruiten Aa, Groningen 2011 D.L. Bekker Oktober 2011 Rapport van de Zoogdiervereniging Inventarisatie grote bosmuis Ruiten Aa, Groningen 2011 D.L. Bekker Rapport nr.: 2011.33

Nadere informatie

Najaarsonderzoek Vleermuizen. Kwekerij Veelzorg Hillegom

Najaarsonderzoek Vleermuizen. Kwekerij Veelzorg Hillegom Najaarsonderzoek Vleermuizen Kwekerij Veelzorg Hillegom Najaarsonderzoek Vleermuizen Kwekerij Veelzorg Hillegom Titel Uitvoering Opdrachtgever Contactpersoon Najaarsonderzoek vleermuizen kwekerij Veelzorg

Nadere informatie

Het wegvangen van Pallas eekhoorns in Weert en omgeving in 2013

Het wegvangen van Pallas eekhoorns in Weert en omgeving in 2013 Het wegvangen van Pallas eekhoorns in Weert en omgeving in 2013 Periode mei-november V. Dijkstra Rapportnummer 2013.38 December 2013 Rapport van het bureau van de Zoogdiervereniging In opdracht van Ministerie

Nadere informatie

Nader onderzoek De Del te Rozendaal Soortgroep Vleermuizen

Nader onderzoek De Del te Rozendaal Soortgroep Vleermuizen Nader onderzoek De Del te Rozendaal Soortgroep Vleermuizen Nader onderzoek De Del te Rozendaal Soortgroep Vleermuizen Opdrachtgever: Gemeente Rozendaal Kerklaan 1 6891 CL Rozendaal Datum: 6 december 2012

Nadere informatie

A bat friendly colour spectrum? Effecten van klimaatverandering op vleermuizen

A bat friendly colour spectrum? Effecten van klimaatverandering op vleermuizen A bat friendly colour spectrum? Effecten van klimaatverandering op vleermuizen Herman Limpens en Jasja Dekker Effecten van klimaatverandering op vleermuizen?? Vooral: analyserende speculerende verhalen

Nadere informatie

Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt

Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt CONCEPT Omgevingsdienst Regio Utrecht juli 2012 kenmerk/ opgesteld door beoordeeld door Ronald Jansen Dagmar Storm INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding...

Nadere informatie

Vleermuizen in Nederland

Vleermuizen in Nederland Vleermuizen in Nederland 1 Inhoud Watervleermuis (Myotis daubentonii)... 3 Meervleermuis (Myotis dasycneme)... 5 Baardvleermuis (Myotis mystacinus)... 7 Brandts vleermuis (Myotis brandtii)... 9 Franjestaartvleermuis

Nadere informatie

Werkatlas verspreiding zoogdieren in Zuid-Holland 2000-2008

Werkatlas verspreiding zoogdieren in Zuid-Holland 2000-2008 Werkatlas verspreiding zoogdieren in Zuid-Holland 2000-2008 K. Mostert en J. Willemsen Stichting Zoogdierenwerkgroep Zuid-Holland Delft, 1 december 2008 Werkatlas verspreiding zoogdieren in Zuid-Holland

Nadere informatie

Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert

Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert Datum : 30 oktober 2014 Opdrachtgever : Pouderoyen BV Opgesteld door : ir. N. Arts Projectnummer : P14-0202 Inleiding Initiatiefnemer is voornemens

Nadere informatie

-Rooien van het aanwezige sierplantsoen en enkele acacia s en zomereiken. -Transportbewegingen van mensen en voertuigen en aanvoer van materieel

-Rooien van het aanwezige sierplantsoen en enkele acacia s en zomereiken. -Transportbewegingen van mensen en voertuigen en aanvoer van materieel Zwolle, 25 oktober Henk Hunneman Natuuronderzoek pompstation Wageningen Aanleiding Vitens is voornemens om op de locatie van productiebedrijf Wageningen het huidige drinkwaterreservoir te vervangen door

Nadere informatie

Het voorkomen van vleermuizen en vissen op camping t Kalverland te Eck en Wiel

Het voorkomen van vleermuizen en vissen op camping t Kalverland te Eck en Wiel Het voorkomen van vleermuizen en vissen op camping t Kalverland te Eck en Wiel Het voorkomen van vleermuizen en vissen op camping t Kalverland te Eck en Wiel september 2007 In opdracht van: RBOI Postbus

Nadere informatie

Vleermuizenonderzoek in het kader van de Flora- en faunawet

Vleermuizenonderzoek in het kader van de Flora- en faunawet BILAN RAPPORT 2007 Heusden (NB), Het Hoog II Vleermuizenonderzoek in het kader van de Flora- en faunawet Status Opm. J.van Suijlekom Datum Paraaf Opm. C. Witteveen Datum Paraaf Intern concept Doorvoeren

Nadere informatie

Werkendam, 16 mei 2011 Onze referentie: 66532

Werkendam, 16 mei 2011 Onze referentie: 66532 De heer J.F.J. de Bont Luiten Ambachtstraat 26 4944 AT Raamsdonk Werkendam, 16 mei 2011 Onze referentie: 66532 Betreft: verslag vleermuisinspectie Geachte heer de Bont, Naar aanleiding van de door ons

Nadere informatie

Gemeentewerken Rotterdam t.a.v. de heer ing. H.H. Rotgans Postbus 6633 ROTTERDAM. Geachte heer Rotgans,

Gemeentewerken Rotterdam t.a.v. de heer ing. H.H. Rotgans Postbus 6633 ROTTERDAM. Geachte heer Rotgans, LASER Gemeentewerken Rotterdam t.a.v. de heer ing. H.H. Rotgans Postbus 6633 ROTTERDAM uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum 22 april 2004 U2004/11263 toek.ff2004c.269.rc 13 december 2004 onderwerp

Nadere informatie

Vleermuizen windpark Noordoostpolder

Vleermuizen windpark Noordoostpolder Vleermuizen windpark Noordoostpolder Onderzoek naar het voorkomen van tweekleurige vleermuizen ten behoeve van een populatieschatting en enkele opmerkingen over ruige dwergvleermuizen 2013.21 Rapport van

Nadere informatie

Pilot Auto- en bootvleren

Pilot Auto- en bootvleren Pilot Auto- en bootvleren J.J.A. Dekker, E. A. Jansen & S. Westra Februari 2008 Rapport van de Zoogdiervereniging VZZ In opdracht van Gegevensautoriteit Natuur, Ministerie van LNV Pilot Auto- en bootvleren

Nadere informatie

Van onderzoek naar voorspellingsmodel

Van onderzoek naar voorspellingsmodel effecten Windturbines en vleermuizen Naar een voorspellingsmodel voor slachtoffers In de afgelopen decennia is veel onderzoek uitgevoerd naar de effecten van windturbines op vogels. De potentiële effecten

Nadere informatie

Contra expertise. Hoenderop, Paleisweg 205, Ermelo. In het kader van de Flora- en faunawet. In opdracht van: Buro voor Bouwkunde Ermelo

Contra expertise. Hoenderop, Paleisweg 205, Ermelo. In het kader van de Flora- en faunawet. In opdracht van: Buro voor Bouwkunde Ermelo Contra expertise Hoenderop, Paleisweg 205, Ermelo In het kader van de Flora- en faunawet In opdracht van: Buro voor Bouwkunde Ermelo Contra expertise Hoenderop, Paleisweg 205, Ermelo NO11017-01 2 Colofon

Nadere informatie

Rapport Lelystad, oktober 2010 J.C. Nagel

Rapport Lelystad, oktober 2010 J.C. Nagel Rapport Lelystad, oktober 2010 J.C. Nagel Quickscan Flora en faunawet Stuurboord 10 te Dronten Samenvatting Van de Flora en faunawet soorten, behorende tot bijlage 2 en 3, is de gewone dwergvleermuis,

Nadere informatie

Vleermuizen-, vogel- en eekhoornonderzoek Woonbos Bergeijk. Gemeente Bergeijk

Vleermuizen-, vogel- en eekhoornonderzoek Woonbos Bergeijk. Gemeente Bergeijk Vleermuizen-, vogel- en eekhoornonderzoek Woonbos Bergeijk Vleermuizen-, vogel- en eekhoornonderzoek Woonbos Bergeijk Datum: 17 februari 2011 Projectgegevens: NAT01-BEG00048-02B Postbus 435 5240 AK Rosmalen

Nadere informatie

Zoogdierwaarnemingen. in en om Wijchen 2004-2010

Zoogdierwaarnemingen. in en om Wijchen 2004-2010 Zoogdierwaarnemingen in en om Wijchen 2004-2010 Hans Hollander, 2010 Hans Hollander Oudelaan 2005 6605 SC Wijchen 024-6412564 pubben01@planet.nl Overige publicaties: 1 Hollander, H., 2005. Broedvogelinventarisatie

Nadere informatie

Vleermuizen- & huismusseninventarisatie D n Door

Vleermuizen- & huismusseninventarisatie D n Door Vleermuizen- & huismusseninventarisatie D n Door Opdrachtgever: Ordito B.V Uitgevoerd door: Elsken Ecologie Amsterdam, 02 oktober 2013 Colofon Tekst en fotografie: In opdracht van: Ing. D. van der Elsken

Nadere informatie

Ervaringen met verkeersslachtoffertellingen G.F.J. Smit, A.J.M. Meijer Bureau Waardenburg bv

Ervaringen met verkeersslachtoffertellingen G.F.J. Smit, A.J.M. Meijer Bureau Waardenburg bv Ervaringen met verkeersslachtoffertellingen G.F.J. Smit, A.J.M. Meijer Bureau Waardenburg bv Inleiding Jaarlijks worden vele dieren in ons land slachtoffer van het verkeer. Het aantal slachtoffers onder

Nadere informatie

Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen

Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Haaksbergen 21 Mei 2014 Rapportnummer 031 Projectnummer 012 opdrachtgever Fam. Ten Dam Kolenbranderweg

Nadere informatie

Notitie aanvullend onderzoek BIC te Eindhoven

Notitie aanvullend onderzoek BIC te Eindhoven Ecologica BV Rondven 22 6026 PX Maarheeze 0495-46 20 70 0495-46 20 79 info@ecologica.eu www.ecologica.eu Gemeente Eindhoven t.a.v. I. Schouten Postbus 90150 5600 RB Eindhoven Datum: 26 oktober 2015 Behandeld

Nadere informatie

Vleermuisonderzoek Meer en Berg 2007

Vleermuisonderzoek Meer en Berg 2007 Vleermuisonderzoek Meer en Berg 2007 J.R. Regelink R. Kriek oktober 2007 Rapport van de Zoogdiervereniging VZZ In opdracht van Royal Haskoning 2007 Rapport nr.: 2007.35 Datum uitgave: november 2007 Status

Nadere informatie

CRAILO - HILVERSUM. vleermuisonderzoek. colofoon. - concept - 18 december 2007. - veldwerk en rapportage Peter van der Linden

CRAILO - HILVERSUM. vleermuisonderzoek. colofoon. - concept - 18 december 2007. - veldwerk en rapportage Peter van der Linden CRAILO - HILVERSUM vleermuisonderzoek - concept - colofoon 18 december 2007 - veldwerk en rapportage Peter van der Linden - redactie Bram Schenkeveld - productie bureau Schenkeveld Vistraat 1, 4101 AC

Nadere informatie

Aanvullend onderzoek beschermde soorten Wilhelminastraat e.o. Vianen

Aanvullend onderzoek beschermde soorten Wilhelminastraat e.o. Vianen Aanvullend onderzoek beschermde soorten Wilhelminastraat e.o. Vianen 17 juli 2013 ZOON ECOLOGIE Colofon Titel Aanvullend onderzoek beschermde soorten Wilhelminastraat e.o. Vianen Opdrachtgever mro Uitvoerder

Nadere informatie

Het groeiende beek concept

Het groeiende beek concept Het groeiende beek concept Een ontwikkelingsstrategie voor de Wilderbeek Aanleiding In juni 07 is de Wilderbeek verlegd ten behoeve van de aanleg van de A73. De Wilderbeek kent over het traject langs de

Nadere informatie

Mitigatie effecten op de natuur bouwplannen Kleizuwe

Mitigatie effecten op de natuur bouwplannen Kleizuwe Mitigatie effecten op de natuur bouwplannen Kleizuwe Mitigatie effecten op de natuur bouwplan Kleizuwe Auteur Opdrachtgever Projectnummer Ingen foto omslag P.J.H. van der Linden Driessen Vreeland 11.056

Nadere informatie

Vleermuizen en vogels in de wijken Oud Philipsdorp en Bazelbuurt te Eindhoven

Vleermuizen en vogels in de wijken Oud Philipsdorp en Bazelbuurt te Eindhoven Vleermuizen en vogels in de wijken Oud Philipsdorp en Bazelbuurt te Eindhoven Wesley Overman (Zoogdiervereniging) Vincent de Boer (SOVON) 6 oktober 2011 2011.19 Rapport van de Zoogdiervereniging en SOVON

Nadere informatie

Ingekorven vleermuis (Myotis emarginatus) H1321. 1. Status: 2. Kenschets. Habitatrichtlijn Bijlage II (inwerkingtreding 1994)

Ingekorven vleermuis (Myotis emarginatus) H1321. 1. Status: 2. Kenschets. Habitatrichtlijn Bijlage II (inwerkingtreding 1994) Profielen Habitatsoorten, versie 1 september 2008 Dit profiel dient gelezen, geïnterpreteerd en gebruikt te worden in combinatie met de leeswijzer, waarin de noodzakelijke uitleg van de verschillende paragrafen

Nadere informatie

Vleermuizen. Rotterdam. een overzicht van de periode 1998-2005. M.M.E. Backerra & M.J. Epe bsr-rapport 62. in opdracht van DCMR Milieudienst Rijnmond

Vleermuizen. Rotterdam. een overzicht van de periode 1998-2005. M.M.E. Backerra & M.J. Epe bsr-rapport 62. in opdracht van DCMR Milieudienst Rijnmond afmetingen hoogte: 3,93 breedte: 5,75 indeling: voor tekst Vleermuizen in afmetingen hoogte: 8,50 breedte: 5,75 indeling: voor tekst Rotterdam een overzicht van de periode 1998-2005 afmetingen hoogte:

Nadere informatie

geodesie landschapsarchitectuur civiele techniek

geodesie landschapsarchitectuur civiele techniek Memo geodesie landschapsarchitectuur civiele techniek Aan Dhr. T. Gremmen, gemeente Helmond Van Mw. E. Thomas Betreft Vleermuisonderzoek Goorloopzone te Helmond Datum 2 november 2011 1 Aanleiding In 2010

Nadere informatie

Notitie aanvullend veldonderzoek Watertoren te Sliedrecht

Notitie aanvullend veldonderzoek Watertoren te Sliedrecht Ecologica BV Rondven 22 6026 PX Maarheeze 0495-46 20 70 0495-46 20 79 info@ecologica.eu www.ecologica.eu Gemeente Sliedrecht t.a.v. Jan van der Meer Postbus 16 3360 AA Sliedrecht Datum: 27 augustus 2012

Nadere informatie

Monitoring vleermuizen Landgoed Kernhem 2006

Monitoring vleermuizen Landgoed Kernhem 2006 Monitoring vleermuizen Landgoed Kernhem 2006 Deel 1 van een langlopende monitoring vleermuizen op het landgoed Kernhem te Ede H. Huitema & E. Jansen Januari 2007 Rapport van de Zoogdiervereniging VZZ In

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

Vleermuizenleefgebieden in en langs het plangebied van de HOV om de Zuid

Vleermuizenleefgebieden in en langs het plangebied van de HOV om de Zuid Vleermuizenleefgebieden in en langs het plangebied van de HOV om de Zuid Conflictpunten en oplossingen bij een uitvoering als busbaan of trambaan. E. A. Jansen Mei 2008 Rapport van de Zoogdiervereniging

Nadere informatie

Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde.

Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Status Definitief Datum 7 april 2015 Handtekening Matthijs

Nadere informatie

Inventarisatie beschermde vissoorten Vreeland

Inventarisatie beschermde vissoorten Vreeland Inventarisatie beschermde vissoorten Vreeland Rapport: VA2008_11 Opgesteld in opdracht van: Tijhuis Ingenieurs BV Maart, 2008 door: R. Caldenhoven Statuspagina Statuspagina Titel: Inventarisatie beschermde

Nadere informatie

Natuurtoets ontwikkeling. bedrijventerrein Hattemerbroek

Natuurtoets ontwikkeling. bedrijventerrein Hattemerbroek Natuurtoets ontwikkeling bedrijventerrein Hattemerbroek Overzicht van de inventarisatiegegevens Uitgevoerd door: In opdracht van: oktober 2005 Rapportnr: 0530 Natuurtoets ontwikkeling bedrijventerrein

Nadere informatie

Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10

Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10 Quickscan natuuronderzoek ivm bestemmingsplan en ontwikkelingen Bellersweg 13 Hengelo Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Haaksbergen 9 juli 2013 Rapportnummer 0128 Projectnummer 018 Opdrachtgever

Nadere informatie

Monitoring van compenserende maatregelen voor vleermuizen op de voormalige MOB-complexen Heesch, Schaijk en Baarle-Nassau Monitoringsjaar 2013

Monitoring van compenserende maatregelen voor vleermuizen op de voormalige MOB-complexen Heesch, Schaijk en Baarle-Nassau Monitoringsjaar 2013 Monitoring van compenserende maatregelen voor vleermuizen op de voormalige MOB-complexen Heesch, Schaijk en Baarle-Nassau Monitoringsjaar 2013 R.M Koelman Datum: Oktober 2013 Rapport: 2013.28 In opdracht

Nadere informatie

Eindrapport VLEERMUIZEN IN EN ROND STADSDEELHART ANKLAAR TE APELDOORN

Eindrapport VLEERMUIZEN IN EN ROND STADSDEELHART ANKLAAR TE APELDOORN Eindrapport VLEERMUIZEN IN EN ROND STADSDEELHART ANKLAAR TE APELDOORN Eindrapport VLEERMUIZEN IN EN ROND STADSDEELHART ANKLAAR TE APELDOORN Rapportnr. 2009.1005 Januari 2010 In opdracht van: Gemeente Apeldoorn

Nadere informatie