De angeldragers van de Strabrechtse Heide

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De angeldragers van de Strabrechtse Heide"

Transcriptie

1 De angeldragers van de Strabrechtse Heide M. van den Munckhof-Heunen J. Smits Februari 2003 Specificatie en omschrijving van de bijen, wespen en mieren van de Strabrechtse Heide waargenomen vanaf 1920 tot op heden door J.A.H. Smits (JS) en M van den Munckhof-Heunen (MvdM). Aanvullende gegevens zijn van P. van Breugel (PvB), A. Brouwers (AB), D. Hermes (DH), Virgilius Lefeber (VL), T. Peeters (TP), H. Sanders (HS) en G. van der Zanden (GvdZ). Met deze soorteninventarisatie van angeldragers willen de auteurs de waarde aangeven die structuurrijke open heideterreinen hebben voor met name bijen, wespen en mieren en hiermee een bijdrage leveren aan het behoud van de biodiversiteit in halfnatuurlijke landschappen zoals de Strabrechtse Heide. 1 Bijen Ongeveer de helft van de Nederlandse angeldragers behoort tot de familie van de bijen. Er zijn sociale, solitaire en koekoeksbijen (parasitaire bijen). Bijen zijn nauw verwant aan de graafwespen. Het belangrijkste verschil is te vinden aan de achtertarsen: het eerste voetlid is bij bijen langer en breder dan de rest van de voetleden. Bijen hebben in tegenstelling tot wespen geveerde beharing. 1.1 Zandbijen Andrena apicata (Smith, 1847) Kenmerken 10-12mm en 12-13mm. Vliegtijd 3/6. Op wilgen gespecialiseerde soort. Status Niet algemeen. Mogelijk door ontbreken van wilgen in zandige gebieden achteruitgaand. Waarnemingen JS 22.iii.2000, JS 3.iv Literatuur PRS99 31, SES Andrena barbilabris (Kirby, 1802) Kenmerken 10-12mm. Het hele lichaam zilverwit behaard, haren op de kop en de thorax lang en borstelachtig mm, kop duidelijk smaller dan de thorax. Thoraxbeharing bruingeel, scopa witachtig met een zwarte gloed. Vliegtijd A3/M8. Waarnemingen TP 4.v.1995, JS 27.iii Literatuur PRS99 32, SES Andrena cineraria (Linnaeus, 1758): Asbij Kenmerken hebben een glanzend zwart achterlijf en een grijs borststuk waarover een duidelijk zichtbare zwarte band loopt. Vliegtijd 3/6. Status Algemeen met een voorkeur voor zandgronden. Waarnemingen IBN-DLO onderz. 90/91 2 expl., JS 29.iv.2001 zandverstuiving op heidespurrie (Spergula morissonii), JS 27.iii Literatuur PRS99 35, MKA97 94, SES , Bel Andrena clarkella (Kirby, 1802): Zwart-rosse zandbij Kenmerken mm mm. borststuk roodbruin behaard. Kop is langzwart behaard. Flocculus geelwit. Vliegtijd 3/5. Status Algemeen. Heeft voorkeur voor wilg. Waarnemingen JS 11.iii Literatuur PRS99 35, SES Andrena dorsata (Kirby, 1802) Kenmerken 9-10mm. Haarkleur geel/wit. 9-10mm. Vliegtijd 4-5/7-8. Status Algemeen in het zuidoosten. Waarnemingen Onbekend 24.vii Literatuur PRS99 38, SES

2 Andrena fulva (Muller, 1766): Vosje Kenmerken Een vrij grote soort. hebben een geelrood behaard borststuk (alleen verse exemplaren) waaraan zij goed zijn te herkennen. Vliegtijd 3/5. Status Algemeen. Waarnemingen JS 18.iii Literatuur PRS99 41, MKA97 98, SES , Bel Andrena fuscipes (Kirby, 1802): Heide zandbij Kenmerken met brede geelbruine haarbanden op achterlijf. Heeft sterke binding met Struikheide (Calluna vulgaris). Vliegtijd 7/9. Status In Nederland wijd verspreid op hogere zandgronden. Nesten worden gegraven op zandige plekken tussen of bij heidestruiken. Nomada rufipes is de nestparasiet. Waarnemingen IBN-DLO onderz. 89/90 Heide kensoorten 5 expl., JS 23.viii.1993, JS 12.viii Literatuur PRS99 43, MKA97 100, SES Andrena gelriae (Van der Vecht, 1927) Kenmerken 9-10mm, kop en thorax lang en dicht witachtig behaard, terga sterk glanzend. 9-11mm. Vliegtijd 4/8. Ze vliegt op vlinderbloemen (Fabaceae) en is daardoor aangewezen op traditioneel beheerde graslanden, deze zijn uiterst schaars geworden. Een geliefde stuifmeelbron is rode klaver (Trifolium pratense). Status Zeer zeldzaam. Enkele plaatsen in het oosten van het land. Waarnemingen TP 3.vii Literatuur PRS99 43, SES Andrena haemorrhoa (Fabricius, 1781): Roodgatje Kenmerken 10-11mm. Foveae in het midden ingesnoerd. 9-11mm. in het veld eenvoudig te herkennen aan oranje bruine borst beharing en achterlijfspunt. Vliegtijd 3/7. Status Een van de meest algemene zandbijen. Is door het gehele land aan te treffen. Solitaire nestelend soms in kleine kolonies. Heeft voorkeur voor wilg en paardebloem. Nomada ruficornis is de koekoeksbij. Waarnemingen JS 25.iii Literatuur PRS99 44, SES , Bel Andrena nigroaenea (Kirby, 1802): Zwartbronzen zandbij Kenmerken Een grote forse zandbij mm. Gezicht bruin/zwart behaard, in het midden met een geelbruine beharing. Thorax en abdomen volledig geel/bruin behaard mm. Terga sterk glanzend. Kop tot op de schouders en bij de slapen donker behaard. Thorax dicht en lang geel/bruin behaard. Tergum 1 met lange afstaande haren. Vliegtijd E3/M7. Status Komt verspreid voor. Ze bezoekt vaak algemene voorjaarsbloeiers zoals paardebloem (Taraxacum), wilg (Salix) en zelfs fluitekruid (Anthriscus sylvestris). Waarnemingen JS 3.iv.2000, JS 9.iv Literatuur PRS99 51, SES Andrena ovatula (Kirby, 1802) Kenmerken 8-10mm. 9-11mm. Vliegtijd E3/E9. Status Oosten verspreid, in het westen zeer zeldzaam. Komt vooral voor op droge, niet te voedselrijke graslanden, droge heide en droge ruderale vegetaties. Verzamelt vooral stuifmeel van vlinderbloemen (Fabaceae). Op heidevelden is vooral te vinden op brem Cytisus scoparius en stekelbrem Genista anglica. Waarnemingen TP 4.v Literatuur PRS99 53, SES Andrena praecox (Scopoli, 1763): Vroege zandbij Kenmerken mm. Gezicht lichtbruin behaard met ingestrooide zwarte haren. Clypeus met onduidelijk ongepuncteerde middenlijn mm. Met tand aan kaakbasis. Gezicht lang wit behaard, ook met zwarte haren aan de zijkanten. Vliegtijd 3/6. Status Vliegt op diluviale zandgronden van oost Nederland. Heeft voorkeur voor wilg. Waarnemingen JS 25.iii Literatuur PRS99 55, SES Andrena ruficrus (Nylander, 1848): Roodscheen zandbij Kenmerken mm. Gezicht is licht behaard met aan de zijden zwarte haren. Achterpoten roodgeel behaard. 7 mm. Gezicht wit behaard, ook met zwarte haren. Poten rood maar (let op!!) kunnen ook zwart behaard zijn. Vliegtijd 3/6. Status Vliegt op diluviale zandgronden van oost Nederland. Oligolectisch op Wilg. Waarnemingen JS 25.iii Literatuur PRS99 57, SES Andrena vaga (Panzer, 1799): Grijze zandbij Kenmerken mm, het is duidelijk kleiner, kleur zwart, achterlijf glanzend. Beharing op kop en borststuk grijswit. Voor de rest met zwarte haren. Nestelen met velen bij elkaar op open zandige bodems. Vliegtijd Deze soort vliegt vroeg in het voorjaar vnl. op wilgen (Salix species 2

3 Witte loop en Beuven zuid). Nestparisieten zijn waarschijnlijk Nomada lathburiana en Sphecodes gibbus. Status Voornamelijk in Oost-Nederland vooral op zandige gronden. Op Strabrecht zijn grote populaties te vinden op diverse brandstroken, in de omgeving van het Zeedennenbos in vak 6 en de munitie springplaats (opm. J. Smits). Waarnemingen JS 22.iii.2000, JS 24.iii Literatuur PRS99 63, MKA97 110, SES , Bel Andrena ventralis (Kirby, 1802) Kenmerken met deels rode sternieten. Vrij kleine zandbij met spaarzame beharing mm. Vliegtijd 3/5. Status Verspreid over het hele land. In het oosten zelfs algemeen. Vliegt hoofdzakelijk op wilg. Waarnemingen JS 29.iii Literatuur PRS99 64, SES Andrena wilkella (Kirby, 1802) Kenmerken 9-10mm. Clypeus lang wit behaard. 9-11mm.Kop en thorax wit behaard. Tergum 1-4 met smalle witte eindbandjes, op tergum 1 en 2 onderbroken. en in het veld slecht te herkennen. Vliegtijd 4/8. Status In geheel Nederland achteruit gaand, ontwikkelt zich goed bij extensieve begrazing van natuurontwikkelingsgebieden. Bloembezoek is beperkt tot vlinderbloemen (Fabaceae). Waarnemingen TP 5.vi Literatuur PRS99 65, SES Wol- en harsbijen Anthidium strigatum (Latreille): Kleine harsbij Kenmerken Opvallend kleine soort 6-7 mm. Lichaam met veel gele vlekken. Op het achterlijf liggen de gepaarde gele dwars strepen op de beide eerste segmenten verder uit elkaar dan bij de andere segmenten. Vliegtijd 5/9. Status Zuidoostelijk Nederland. Nesten in ons land tot op heden nooit aangetroffen. Vliegt op gewone rolklaver (Lotus corniculatus) en moerasrolklaver (Lotus uliginosus) dit exemplaar werd gevangen op akkerdistel (Cirsium vulgare) (J. Smits). Haar koekoeksbij is Stelis signatas welke zeer veel op de gastheer lijkt. A. strignatum vrouwtjes hebben echter een buikschuier en de mannetjes dragen een doorn op het zesde buiksegment. Waarnemingen De soort is waargenomen bij de poel aan de weitjes (AB) en in een weiland langs de Kleine Dommel (JS). JS 11.vii.2002 weitjes. Literatuur PRS99 67, MKA97 128, Sch Anthophora quadrimaculata (Panzer, 1798): Nepetabij Kenmerken 11mm. Thorax bruingeel behaard. Tergum een helemaal geelbruin en lang behaard, de andere terga zwart met bruingele haarbandjes. 10mm. Terga overal lang bruingeel behaard. Poten kort, witgrijsbehaard, scopa wit. Vliegtijd 5/8. Status Uitsluitend in zuid en midden Nederland. Niet algemeen. Waarnemingen VL 6.vi.1959, Bar 7.vi Literatuur PRS99 71, Sch Honingbijen Apis mellifera (Linnaeus, 1758): Honingbij Kenmerken Cultuurbij. Status Op de Strabrechtse Heide worden door imkers in de periode van 1 augustus tot 1 september diverse bijenkasten op de bloeiende struikheide geplaatst. Literatuur PRS99 72, MKA97 140, Sch30 29, Bel Zijdebijen Colletes fodiens (Geoffroy, 1785): Duinzijdebij Kenmerken Brede banden op het achterlijf. Vliegtijd 5/9. Status In het binnenland op de hoge zandgronden. Niet talrijk Graaft haar nesten in de grond. Ze is gespecialiseerd op composieten (Asteracea). Waarnemingen JS 1.viii Literatuur PRS99 95, MKA Colletes succinctus (Linnaeus, 1758): Heizijdebij Kenmerken : Moeilijk determineerbaar in het veld. Als koekoeksbij treedt Epeolus cruciger op. Status Op heidevelden van enige omvang. Nestelt in zandkantjes en in zandpaden. Verspreiding 3

4 valt samen met groeiplaatsen Calluna vulgaris. Vliegtijd 8/9. Waarnemingen JS 17.ix.2000, 7.viii.2001 Rulsedijk/MvdM. Literatuur PRS99 98, MKA97 194, Sch Mellitinae Dasypoda altercator (hirtipes) (Fabricius, 1793): Pluimvoetbij Kenmerken Scheenborstels met opvallende (pluimvoet), over gehele lichaam ruige geelbruine beharing en slanke poten. Vliegtijd 6/8. Status In zandgebieden niet zeldzaam. Langs Mierlobaan t.h.v. de Berkenheuvels (ingang brandstrook). Waarnemingen JS 21.vii.2001, 11.vii Literatuur PRS99 98, Bel98 227, Sch Macropis europaea (Warncke, 1973): Gewone slobkousbij Kenmerken 8-9 mm, Kort en breed op achterlijf kleine bandjes, tibia en metatarsus sterk verbreed door opvallende verzamelborstels. Vliegtijd 7/9. Status Gehele land talrijk. Op gewone wederik bv. langs sloot parkeerplaats visvijver. Waarnemingen JS 31.vii.2001, 31.vii, Literatuur PRS99 140, Bel Melitta nigricanss (Alfken, 1905): Kattestaartbij Kenmerken en mm beide met smalle witte achterlijfbanden. met zwarte haar frans aan het laatste segment. Vliegtijd E6/E8. Status In Nederland vooral langs rivier en beekdalen in het oosten van het land. De soort vliegt uitsluitend op grote kattestaart (Lytrum salicaria). Waarnemingen JS 19.vii.2001 langs de Rul, JS 2 1.viii.2001 wei Knoops vak 70, JS 5.viii Literatuur PRS99 149, Wit98 282, Sch Metselbijen (Subfamilie Megachilinae) Osmia leucomelana (Kirby 1802) Kenmerken 6-8 mm. Lijkt een beetje op een klokjesbij. Vliegtijd 6/8. Status Vrij algemeen. Nestelt in stengels van dood hout o.a. braam. Vliegt op Lotus. Waarnemingen JS 2.vii.2002 wei kruisbeeld. Literatuur PRS99 176, MKA97 318, BR Osmia niveata (=O. fulviventris) (Fabricius, 1804) Kenmerken 8-10mm. De niet of nauwelijks te onderscheiden van de verwante O. leaiana. Ze bezitten ook een oranje/rode scopa. Vliegtijd M4/9. Status In het zuidoostenplaatselijk vrij algemeen. Nestelt in dood hout (kevergangen) en in stengels. Vliegt op composieten. Waarnemingen div. 1955, TP 28.vii Literatuur PRS99 177, MKA97 316, BR Klokjesbijen Chelostoma campanularum (Kirby, 1802): Kleine klokjesbij Kenmerken 4-6mm. Vliegtijd 6/9. Status Algemeen en plaatselijk talrijk vn. in het zuiden van het land. Nestelt in dood hout en in rietstengels. Ze is gespecialiseerd op klokjessoorten (Campanula). De patrouilleren rond de klokjes en slapen erin. Waarnemingen JS 17.vi Literatuur PRS99 88, MKA97 180, BR Chelostoma florisomne (Linnaeus, 1758): Ranonkelbij Kenmerken en 7-11mm. Onderscheid zich van de andere Chelostoma-soorten door: eindranden der tergieten met smalle witte haarbandjes, lange smalle schaarachtige bovenkaak. Het heeft scherp gezaagde sprieten en een halfcirkelvormige uitgesneden eindtergiet. Vliegtijd 4/7. Status Vrij algemeen op de hogere zandgronden. Waarnemingen MvdM 20.vi.2001, JS 21.v Literatuur PRS99 89, MKA97 180, BR Chelostoma rapunculi (Lepeletier, 1841): Grote klokjesbij Kenmerken 8-9 mm. Scopa licht geel. Vliegtijd 6/8. Status Echte cultuurvolger overigens in het oosten van het land. Nestelt in dood hout en in stengels. Ze is gespecialiseerd op klokjessoorten (Campanula). Waarnemingen JS 27.vii Wei nabij kruisbeeld (Rulse dijk). Literatuur PRS99 98, MKA97 182, BR

5 1.8 Groefbijen Lasioglossum calceatum (Scopoli, 1763) Kenmerken 8-9mm. Eerste tergiet zwart en sterk glanzend, met een zwakke blauwgrijze schijn. 8-10mm. Labrum meestal zwart. Tergiet 2-4 met sterk versmalde, meestal onderbroken viltachtige beharing. Vliegtijd E3/10. Status Algemeenste soort van het genus. Waarnemingen JS 13.vii.1996, JS 8.v Literatuur PRS99 121, Sch (zie Halictus), Ebm :65/79, MKA97 228, AHMN01 77,86. Lasioglossum fulvicorne (Kirby, 1802) Kenmerken 6-7mm. 6-8 mm. Achterbenen hebben binnensporen met drie stompe tanden. Vliegtijd E3/E10. Status Plaatselijk talrijk. Waarnemingen JS 29.iii Literatuur PRS99 122, Ebm :66/99, AHMN Lasioglossum leucozonium (Schranck, 1781) Kenmerken 8-10mm, lichaam donkergrijs tot zwart. Tergiet 2-4 met brede, deels onderbroken bandjes. Mesonotum dicht, lang bruin/blauw behaard. 8-9,5mm. Gezicht cirkelrond met een naar voor getrokken clypeus. Sterniet 5 op het einde met dichte eindband, het chitine eronder is niet meer zichtbaar. Vliegtijd M4/M10. Status Algemeen in het hele land. Waarnemingen JS 26.vii Literatuur PRS99 126, MKA97 230, Sch30 99 (zie Halictus leucozonius), Ebm :21/24, AHMN Lasioglossum morio (Fabricius, 1793) Kenmerken 5-6mm. Tergieten bronskleurig. 5-6mm. Deels groen gekleurd met lange kop. Vliegtijd M3/M11. Status Komt verspreid voor in Nederland. Waarnemingen MvdM 20.vi Literatuur PRS99 129; Sch (zie Halictus), Ebm :47/48, AHMN Lasioglossum prasinum (Schmiedeknecht): Viltige groefbij Kenmerken De zijn in het veld te herkennen aan de bestoven achterlijfsegmenten. Het tergiet 7 licht bloedrood. Een solitaire soort die groepsgewijs nestelt. Drachtplant is mogelijk dopheide (Erica tetralix). Vliegtijd 4/10. Status Vrij algemeen in heidegebieden. Kensoort van binnenlandse stuifzanden en zandige heiden. Koekoeksbijen zijn Sphecodes soorten. Waarnemingen AB/JS 4.vii.2001, JS 15.viii Literatuur PRS99 133, Sch30 99 (zie Halictus), Ebm :22/26, AHMN Lasioglossum punctatisimum (Schenck, 1853) Kenmerken Het heeft een lange kop. Vliegtijd E3-10. Status Soort van de Pleistocene zandgronden. Waarnemingen JS 9.v.2000 op brem (Cytisus scoparius), MvdM 20.vi.2001 (koolzaadweitje). Literatuur PRS99 133, Sch (zie Halictus), AHMN Lasioglossum sexstrigatum (Schenck, 1869) Kenmerken 6-6,5mm. Smalle onderbroken haarbandjes op het eind van de eerste drie achterlijfsegmenten. Tergiet aan de bovenkant met zijdelingse witte viltvlek. Tergiet 1 met puntloos, gepolijst en gebogen einddeel. Stigma bruingeel. 5,5-6 mm. Aan de achterkant van de kop meestal een min of meer duidelijke hoek of knobbel. Vliegtijd M3/10. Status Algemeen. Waarnemingen JS 13.vi Literatuur PRS99 137, Sch (zie Halictus), Ebm :74/91, AHMN01 137,142. Lasioglossum zonulum (Smith, 1848) Kenmerken 10mm. Vleugel geelachtig, aders en stigma bruingeel. 7-10mm. Op tergiet 6 drie aparte groepjes van haren. Beharing van kop en thorax bruin/geel. Vliegtijd E4/M10. Status Verspreid maar niet talrijk. Waarnemingen GvdZ Literatuur PRS99 139, Sch30 99 (zie Halictus), Ebm :21/24, AHMN Halictus confusus perkinsi (Smith, 1853) Kenmerken Geheel groen tot bronskleurig met haarbandjes op het achterlijf waarvan de eerste tergiet band onderbroken. Vliegtijd Status Soort van de Pleistocene zandgronden. Waarnemingen JS 21.viii Literatuur PRS99 104, Sch30 105, Ebm :155, AHMN01 23,39. 5

6 Halictus rubicundus (Christ, 1791): Roodpotige groefbij Kenmerken 8-11mm. Heeft roodbruin behaarde borst, hele smalle witte bandjes op het achterlijf, oranjerood gekleurde achterpoten. Vliegtijd M3/10. Status Algemeenste van dit geslacht in Nederland. Waarnemingen TP 31.vii.1995, JS 5.vii.2000, JS 24.vii Literatuur PRS99 107, MKA97 224, Sch30 97, Bel98 218, Ebm :148/151, AHMN Halictus tumulorum (Linnaeus, 1758) Kenmerken 6,5-8 mm. Vliegtijd E3/E9. Status Algemeen. Waarnemingen JS 27.vii Literatuur PRS99 108, Ebm :155, AHMN Heriades truncorum (Linnaeus, 1758): Tronkenbij Kenmerken 6-8 mm. In het veld herkenbaar aan de verdikte kant van het eerste achterlijfsegment. Vliegtijd E5/E9. Status Komt voornamelijk voor in het zuidoosten van het land. Plaatselijk algemeen voorkomend. Waarnemingen JS 11.vi.2000 weitjes, MvdM 15.viii.2001 (manege). Literatuur PRS99 109, Bel98 254, Sch30 133, MKA Maskerbijen Hylaeus communis (Nylander, 1852): Gewone maskerbij Kenmerken Heeft een langgerekte gele vlek op de clypeus. Vliegtijd A6/A9. Status In geheel Nederland algemeen. Nestelt in allerlei holten, bijvoorbeeld in stengels van braam, vlier, in vermolmd hout en in riet sigaargallen van halmvliegen. Waarnemingen TP 3.vii Literatuur PRS99 111, Dat Hylaeus confusus (Gorski, 1852) Kenmerken en Lijkt heel veel op H. gibbus. Vliegtijd A6/A9. Status In geheel Nederland niet algemeen. Op zandgronden. Nestelt in dorre stengels van braam, in knikkergallen op eik van de galwesp Andricus kollari en in dood hout. Waarnemingen TP 5.vi Literatuur PRS99 111, Dat Hylaeus rinki (Gorski, 1852) Kenmerken Bladvormig verbrede antenneschacht. Vliegtijd A6/A9. Status In geheel Nederland niet algemeen. Op zandgronden. Waarnemingen JT 24.vii Literatuur PRS99 117, Dat Behangersbijen Megachile analis (Nylander, 1852): Ericabij Kenmerken Het wordt gekarakteriseerd door een viltig laatste achterlijfssegment en het ontbreken van duidelijke haarbandjes. Mogelijke koekoeksbij is Coelioxys quadridentata. Vliegtijd 5/9. Status Beperkt tot natte (dop) heideterreinen en veengebieden. Algemeen op de hogere zandgronden. Nesten op zandpaden. Waarnemingen TP 26.vii.1995, JS 11.vii Literatuur PRS99 141, MKA97 264, Sch Megachile lapponica (Thomson, 1880): Lapse behangersbij Kenmerken 10-11mm. 8-10mm. Lijkt sterk op M. versicolor. Vliegtijd A5/9. Status Kan in geheel oost Nederland worden aangetroffen. Nestelt in oude kevervraatgangen. Is gespecialiseerd op het wilgenroosje. Waarnemingen VL 10.vii Literatuur PRS99 144, Sch30 116, Bel98 260, BR Megachile versicolor (Schmiedeknecht): Gewone behangersbij Kenmerken mm. Met op het achterlijf smalle witte haarbandjes op de segment randen. Buikschuier rood en op de twee laatste segmenten zwart. Vliegtijd M5/E8 (9). Status Algemeen. Nestmogelijkheden in dood hout bv. oude solitaire dennenbosjes of bosranden. Waarnemingen JS 29.vii Literatuur PRS99 146, Bel98 258, BR98 140, Sch Megachile willughbiella (Kirby, 1802): Grote bladsnijder Kenmerken 14-16mm mm. Aan de voorpoten verbrede, witte tarsleden. Vliegtijd M4/M9. Status Behoort tot een van de algemeenste behangersbijen van Nederland. Nestelt 6

7 in dood hout. Bij de nestbouw worden stukjes blad van diverse heesters en bomen verwerkt. Waarnemingen TP 28.vii Literatuur PRS99 147, Sch30 115, Bel98 264, BR Wespbijen Nomada ruficornis (Linnaeus, 1758) (bifida, Thomson, 1872): Gewone dubbeltand Kenmerken 8-11mm. Achterpoten met 4-5 lange, dunne, lichte of donkere doorntjes. Kop en thorax zwart met rode tekening. Mesonotum met 4 dwarsstrepen. 7-11mm. Top van de kaken eindigt in twee tanden. Vliegtijd M3/M7. Status Algemeen voorkomende soort. Waarnemingen TP 4.v Literatuur PRS99 167, SES , Sch30 50, Bel Nomada rufipes (Fabricius, 1793): Heidewespbij Kenmerken Qua formaat erg variabel. Vliegtijd 5/9. Status Talrijk op pleistocene zandgronden. Mogelijk achteruitgaand. Strabrechtse Heide Plaetse. Waarnemingen IBN-DLO onderz. Heide kensoorten 4x, MvdM/JS 2.viii.2000, 18.ix.1999, JS 23.viii Literatuur PRS99 167, SES97 26/66. Nomada flava (Panzer, 1798): Gewone wespbij Kenmerken Bovenzijde achterlijf segment 2-6 met brede gele band. Eerste segment met rode band. Vliegtijd 4/6. Status Parkeerplaats Heezerweg. Waarnemingen JS 29.iv.2001 parkeerplaats Heezerweg, MvdM/JS 5.iv Literatuur PRS99 167, SES Nomada flavopicta (Kirby, 1802): Zwartsprietwespbij Kenmerken 9-12mm. Tergum 1-3 met gele zijvlekken. Tergum 4 en 5 met volledige banden. Propodeum en thorax zijkanten met grote gele vlekken. Benen roestrood. Kop en thorax kaal. 9-11mm. Vliegtijd M6/10. Status Achteruitgaand. Recente waarnemingen alleen uit het oosten van het land. Waarnemingen JS 7.viii.2001, JS 3.viii Literatuur PRS99 15, SES Nomada fuscicornis (Nylander, 1848): Bruinsprietwespbij Kenmerken 5-6mm. Schildje bijna vlak. Achterlijf fijn gepuncteerd. Vliegtijd M5/E8. Status Niet algemeen. Waarnemingen MvdM 5.vii Literatuur PRS99 159, SES , Sch Nomada lathburiana (Kirby, 1802): Roodharige wespbij Kenmerken Relatief lange rode haren op de kop en thorax. Gele vlekken op het scutum dit rood omrand. Vliegtijd 3/6. Status Algemeen op pleistocene zandgronden en in Limburg. Waarnemingen JS 4.iv.2000 brandgang Schietberg, 15.v.1999 brandgang schietberg, JS 4.iv Literatuur PRS99 161, MKA97 292, SES , Sch30 150, Bel Nomada leucopthalma (Kirby, 1802): Vroege wespbij Kenmerken Middelgrote wespbij met zwart, roodgele tekening op achterlijf. Vliegtijd zeer vroeg van begin maart tot in eind mei. Gastheer is A. clarkella. Status Algemeen op de pleistocene zandgronden. Waarnemingen JS 3.iv.2000, 25.iii Literatuur PRS99 161, SES Nomada sheppardana (Kirby, 1802): Geeltipje Kenmerken Heel kleine wespbij. Gastheer Lasioglossum soorten. Vliegtijd 4/8. Status Algemeen behalve in het westen van het land. Waarnemingen JS 13.vi.2000 Plaetse. Literatuur PRS99 168, SES Nomada similis (Morawitz, 1872): Matglanswespbij Kenmerken Mesonotum grof gestippeld, glanzend. Vliegtijd E6/E9. Status Plaatselijk algemeen, verspreid door heel NL. Weinig waarnemingen. Gastheer is Panurgus banksianus. Waarnemingen MvdM 5.vii.2001 pad Mierlo. Literatuur PRS99 169, SES , Sch Nomada striata (Fabricius, 1793): Stomptand wespbij Kenmerken 7,5-12mm. Kop en thorax met rode tekening, mesonotum met 4 brede rode strepen. Propodeum met rode vlekken. Scutellum helemaal rood. Buikzijde geel gevlekt. 7-12mm. Spriet van voren geel of rood gestreept. Scutellum rood. Tibiae rood. Vliegtijd E4/M8. 7

8 Status Niet algemeen, trekt zich terug naar het oosten. Waarnemingen TP 21.vi Literatuur PRS99 170, SES Nomada succincta (Panzer, 1798): Geelzwarte wespbij Kenmerken Met twee korte dicht tegen elkaar liggende doorntjes aan de achtertibien. Spriet eenkleurig roestrood. Vliegtijd 4/E7. Status Algemene soort, gastheer is Andrena nitida. Waarnemingen JS 2.v.2001 s Heerenven, 4.iv Literatuur PRS99 171, SES , Sch Roetbijen Panurgus banksianus (Kirby, 1802): Grote roetbij Kenmerken relatief grote bij met zwarte beharing. met oranje scheen beharing. Vliegtijd 5-8. Status Vrij algemeen in zandgebieden in oosten van het land. Nesten op onbegroeide zandplekken in schrale bermen en zandpaden. Heeft duidelijke voorkeur voor havikskruiden. Heeft als nestparasiet Nomada similis. Waarnemingen JS 1.vii Literatuur PRS99 182, MKA97 334, SES , Sch Panurgus calcaratus (Scopoli, 1763): Kleine roetbij Kenmerken Gelijk aan grote roetbij. De beharing op het achterlijf is echter zeer kort. Kop en mesonotum korter behaard dan bij de grote roetbij. Vliegtijd 7/M9. Status Vrij algemeen op de zandgebieden, komt minder voor in het kustgebied. Waarnemingen JS 5.vii.2001, 21.vii Literatuur PRS99 182, MKA97 334, SES , Sch Bloedbijen Sphecodes pellucidus (Smith, 1845): Bloedbij of Woekerbij Kenmerken 8-10 mm. Schedel normaal gerond, lang behaarde bovenzijde van de scapus, steunvlak 1e tergiet afstaand lang behaard. Vliegtijd E3/M10. Status Algemeen. Voornamelijk in het zuiden van het land. Gastheren zijn o.a. Andrena barbilabris, A. argentata en A. ventralis. Ook bij enkele Lasioglossum soorten. Waarnemingen TP 3.vii Literatuur PRS99 189, War Sphecodes monilicornis (Kirby, 1802) Kenmerken Grote vierkantige schedel, 1e tergietschijf spaarzaam gepuncteerd. Status Verspreid over het hele land aangetroffen. Vliegtijd 4/10, 3/10. Waarnemingen JS 2.v.2001, JS 19.iv.2000, MvdM 5.vii.2001 pad Mierlo. Literatuur PRS99 188, MKA97 346, War Kegelbijen Coelioxys quadridentata (Linnaeus): Viertandkegelbij Kenmerken Achterlijf wit gebandeerd. Vliegtijd 5/7. Status Weinig recente waarnemingen Waarnemingen MvdM, 5.vii.2001 wei Van der Zanden. Literatuur PRS99 93, Bel98 284, Sch Viltbijen Epeoloides coecutiens (Fabricius, 1775): Bonte viltbij Kenmerken Kop en thorax bruingeel behaard, ogen licht turkoois. lijf kort en gedrongen. Opvallend grote ogen. Kop en thorax kort zwart behaard, abdomen roodgeel. Vliegtijd 6/8. Status Kan in Limburg en Brabant lokaal talrijk voorkomen. Rulsedijk bij ven tegenover bos manege. Waard is Macropis europaea. Waarnemingen AB, JS 8.vii.2001, 27.vii.2002 Weiland langs Rulsedijk. Literatuur PRS99 101, MKA97 206, Sch Epeolus cruciger (Panzer, 1799): Heideviltbij Kenmerken Poten geheel rood. Bijna kaal. 3 submarginale cellen. Geel zwart achterlijf met zwart lengte streep over het midden van het achterlijf. Zwart borststuk met roodbruin scutellum. 8

9 Vliegtijd 7/9. Status Droge zandgronden. Niet algemeen. Recent o.a. Strabrecht en Loonse en Drunense duinen. Waarnemingen PvB 28.vii Literatuur PRS99 102, SES Tubebijen Stelis breviuscula (Nylander, 1848): Gewone tubebij Kenmerken Lijkt veel op Heriades truncorum maar buikschuier ontbreekt bij. Vliegtijd E5/9. Status Niet algemeen. Plaatselijk kan de soort talrijk zijn. Wordt vaak over het hoofd gezien. Waarnemingen JS 29.vii.2002 (Plaetse achter Schaapskooi). Literatuur PRS99 193, Sch Hommels Alle hommels worden gekenmerkt door een stevige lichaamsbouw en een dichte beharing. Ze zijn daardoor goed bestand tegen de kou. Hierdoor zijn zij instaat om vroeg in het voorjaar, vroeg in de ochtend en laat in de avond en bij slecht weer actief te zijn. Tegenwoordig vallen zowel de hommels als de koekoekshommels onder het zelfde bijengeslacht. Dit wordt onder verdeeld in de genera Bombus en Psithyrus. Bombus hypnorum (Linnaeus, 1758): Boomhommel Kenmerken Borststuk is geheel bruinrood behaard. Aangezicht onder de voelsprieten donker. Witte achterlijfspunt. Beboste gebieden. Nestelt in boomholten, bijvoorbeeld van knotwilgen, maar ook in vogelnestkastjes. De nesten bevatten dieren. Vliegtijd 3/9. Status Vrij algemene soort. Koekoekshommel: Bombus norvegicus (Boomkoekoekshommel). Waarnemingen JS 17.vii.2001, JS 25.iii.2002 (weitjes). Literatuur PRS99 77, MKA97 166, Ami96 58, Sch30 34, Wit Bombus jonellus (Kirby, 1802): Veenhommel Kenmerken Hebben korte antenne en een geel behaarde kop. Kraag, scutellum en eerste achterlijfssegment bruin /geel. Achterlijfspunt wit. Stuifmeelkorfje roodachtig. De dieren produceren een hoge zoemtoon. Koekoekshommel: Bombus sylvestris (Vierkleurige koekoekshommel). Vliegtijd 3/9. Status Heidegebieden. Nestelt zowel onder- als bovengronds. De volken zijn meestal arm aan individuen. Waarnemingen AB/JS 20.vii Literatuur PRS99 78, MKA97 152, Ami96 60, Sch Bombus cryptarum (Linnaeus, 1761): Wilgenhommel Kenmerken Kraag en tweede achterlijfssegment citroengeel. Achterlijfspunt wit. Zeer vroege hommel, bijna overal algemeen. Nest in de grond. Koekoeksbijen: Psithyrus soorten. Vliegtijd E2/E9. Waarnemingen TP 4.v Literatuur PRS99 75, Ami96 53, Sch Bombus magnus (Vogt, 1911): Grote aardhommel Kenmerken Gele band aan de voorzijde van het borststuk loopt door tot ruimschoots onder de vleugelbasis. Eerste segment vaak met gele haren. Banden citroengeel. Achterlijfspunt wit. Nestelt in de grond. Vliegtijd E4/9. Status Zeldzaam. Waarnemingen TP 4.v Literatuur PRS99 79, Ami Bombus pascuorum (Scopoli, 1763): Akkerhommel Kenmerken Draagt altijd zwarte haren op het achterlijf. Grotendeels roodbruin met een variabele hoeveelheid zwart. Komt in allerlei biotopen voor. Ze maakt haar nest in de grond, echter ook op geschikte plekken bovengronds. Volken verschillen sterk in grootte. Koekoekshommel: Bombus campestris (Gewone koekoekshommel). Vliegtijd 3/9. Status Zeer algemeen. Waarnemingen TP 23.ix Literatuur PRS99 81, MKA97 166, Ami96 68, Sch30 39 (=B. agrorum), Wit Bombus humilis (Illiger, 1806): Heidehommel Kenmerken Zeer variabel gekleurde hommel. Licht van kleur als moshommel. Vliegtijd 5/10. Status Zeldzaam. Op hogere zandgronden. Recent beneden de grote rivieren alleen van de Strabrechtse Heide. In het noorden van het land uit Drenthe. Nestplaats in kruidlaag onder 9

10 (dop)heidestruikjes, graspollen en mos. Koekoekshommel: Bombus campestris (Gewone koekoekshommel). Waarnemingen JS 18.vii.2001, 25.v.2002 en 19.vi Literatuur PRS99 77, MKA97 164, Wit98 164, Ami Bombus (terrestris) lucorum (Linnaeus, 1761): Veldhommel Kenmerken Achterlijfspunt wit. Gele band op pronotum en midden achterlijf. Nestelt in de grond. Vliegtijd 3/10. Status Algemeen. Waarnemingen JS 3.vii Literatuur PRS99 79, Ami96 62, Sch30 35 (=B. terrestris var. lucorum). Bombus pratorum (Linnaeus, 1761): Weide hommel Kenmerken 15/17mm, 9/14mm en 11/13mm. Grotendeels zwart behaard. Op de voorkant van het borststuk en op de voorkant van het achterlijf met een gele band. De laatste drie achterlijfsegmenten hebben een oranjerode beharing. Vliegtijd 3/9. Status In geheel Nederland waarschijnlijk algemeen. Waarnemingen JS 26.vii.2001, JS 25.iii.2002 (weitjes). Literatuur PRS99 82, Ami96 70, Bel98 310, Sch Bombus veteranus (Fabricius, 1793): Zandhommel Kenmerken geel met zwart scutellum. Vliegtijd 3/9. Status In geheel Nederland sterk achteruit gaand. Waarnemingen Onbekend Literatuur PRS99 87, Ami Bombus bohemicus (Seidl, 1837): Twee kleurige koekoekshommel Kenmerken Kop en thorax zwart met gele wangen. Op de tergieten 1-3 zwart met aan de zijkanten wit of geel. Tergiet 4+5 wit met in het midden zwart. De zijn zeer veranderlijk. Vliegtijd 4/10. Status In geheel Nederland algemeen. Vliegt als koekoekshommel bij B. lucorum. Waarnemingen TP 21.vi Literatuur PRS99 73, Ami Wespen 2.1 Plooivleugelwespen Tot de plooivleugelwespen behoren onder andere de beruchte, kolonievormende papierwespen waarvan de kortkopwespen zoals de gemene wesp (Vespa vulgaris) ons de meeste overlast bezorgen Behangerswespen Discoelius zonalis (Panzer, 1806): Behangerswesp Kenmerken 13/15 mm, 9/15 mm, pronotum hoeken zwart. Vliegtijd 5/8. Status Vrij zeldzaam in het binnenland. Twee soorten in Nederland. Waarnemingen JS 3.vii.2001 Mosvenbosje. Literatuur Hen85 19, Wit Muurwespen Ancistrocerus antilope (Panzeri,) Kenmerken Midden segment vrijwel ongerimpeld en sterk glanzend. Antennevlag aan de onderkant roodbruin. Status In binnenland vrij zeldzaam. Nestelt o.a. in plantenstengels en holten. Waarnemingen JS 22.iii.2000, MvdM 20 vi 2001 (insectentuin, Plaetse). Literatuur Hen Ancistrocerus gazella (Panzer, 1798) Kenmerken 7/11 mm 6e tergiet meestal zwart verder moeilijk in het veld te onderscheiden. Vliegtijd 5/10. Status Vrij algemeen, verzameld vlinderlarven. Waarnemingen TP 3.vii Literatuur Hen85 37, Wit Ancistrocerus nigricornis (Curtis) Kenmerken 10-13mm. Eerste tergiet met smalle band die opzij breder kan zijn. Status Vrij algemeen. Waarnemingen JS 22.iii.2000, JS 9.v.2000 Beuven zuid. Literatuur Hen

11 Ancistrocerus oviventris (Wesmael, 1836) Kenmerken mm. Poten geelzwart, achterlijf met 5 volledige banden. Vliegtijd A5/M8. Status Vrij algemeen, maakt leemnestjes. Waarnemingen MvdM/JS 22.iii.2000 Beuven zuid. Literatuur Hen85 38,Wit Ancistrocerus parietinus (Linnaeus, 1761) Kenmerken 12/15 mm scutellum met twee gele vlekken, postscutellum is zwart, achterlijf met vijf tot zes gele dwarsbanden. Status Vrij algemeen in het binnenland. Waarnemingen TP 3.vii Literatuur Hen Ancistrocerus trifasciatus (Mueller) Kenmerken Borststuk slank, achterlijf met 3 4 gele banden. Antennevlag aan de onderzijde, tenminste in het midden donker. Status Vrij algemeen. Insectentuin Plaetse. Nesteld o.a. in plantenstengels. Waarnemingen JS 19.vi.2000 oprit werkschuur Plaetse. Literatuur Hen Symmorphus fuscipes (Herrich-Schaeffer, 1839) Kenmerken 8-9 mm. Hoeken borststuk afgerond i.p.v. in doorntjes uitgetrokken, drie banden op de 1e, 2e en 4e tergiet. 1e tergiet horizontale gedeelte langer dan vooraan breed. Status In binnenland, Strabrechtse Heide Plaetse, op houtblok werkschuur. Waarnemingen JS 27.vi Literatuur Hen Symmorphus gracilis (Brulle, 1832) Kenmerken 12/15 mm tergieten 1 t/m 4 met volledig gele banden. Status Vrij zeldzaam in binnenland. Waarnemingen MvdM 20.vi Literatuur Hen Symmorphus mutinensis (Baldini, 1894) Kenmerken 7/11 mm scutellum vaak geel gevlekt. Status Vrij algemeen in binnenland. Waarnemingen HS 1.ix Literatuur Hen Papierwespen Kortkopwespen Vespula germanica (Fabricius, 1793): Duitse wesp Kenmerken Rand van de derde tand sterk gebogen. Clypeus tekening variabel. Vliegtijd 4/10. Status Zeer algemeen. Waarnemingen JS 20.viii.2001 Plaetse. Literatuur Hen85 49, Bel , Wit Vespula rufa (Linnaeus, 1758): Rode wesp Kenmerken Komt wat grote betreft overeen met gewone wesp. Ook de koptekening komt overeen. Eerste twee achterlijfsegmenten rood behalve bij koningin. Vliegtijd 4/9. Status Algemeen. Ook op de Strabrechtse Heide. Waarnemingen JS heidetuin Literatuur Hen85 49, Bel98 123, Wit Vespula vulgaris (Linnaeus, 1758): Gemene wesp of Limonade wesp Kenmerken Clypeus met geel met brede zwarte middenstreep die meestal tot onderaan doorloopt. Met rechte kaakrand. Vliegtijd 4/10. Status Zeer algemeen. Strabrechtse Heide, Plaetse. Waarnemingen JS 7.xi Literatuur Hen85 49, Bel , Wit98 188/ Langkopwespen Dolichovespula saxonica (Fabricius, 1793): Saxische wesp Kenmerken mm, mm, mm. Beharing zijde van het borstuk blond. Achterlijf nooit met rode vlekken. Vliegtijd 5/9. Status In hondenhok Plaetse. Nest verwijderd. Waarnemingen JS 10.vii.2000, MvdM 10.vii.2000 (insectentuin, Plaetse). Literatuur Hen85 53, Bel , Wit Dolichovespula sylvestris (Scopoli, 1763): Boswesp Kenmerken mm, mm, mm. Beharing clypeus dicht en blond. Vliegtijd 5/9. Status Vrij algemeen. Waarnemingen TP 3.vii Literatuur Hen85 54, Bel98 126, Wit

12 Hoornaar Vespa crabro (Linnaeus, 1758): Hoornaar Kenmerken Grootste plooivleugelwesp van ons land. Roodbruine tekening op kop en borst. Tot 35 mm. Vliegtijd 5/10. Status Langzaam algemener wordend. Al enkele jaren achtereen op de Plaetse gesignaleerd. Plaetse in hommelkast insectentuin. Waarnemingen JS/MvdM 26.ix Literatuur Hen85 47, Bel , Wit Urntjes wespen Eumenes coarctatus (Linnaeus, 1862) Kenmerken Vrij grote slanke wesp. Goed te herkennen aan het typisch lang gesteeld achterlijf. Vlek tussen antenne inplanting zet zich niet voort. Vliegtijd 5/9. Status Vrij algemeen in binnenland. Plaetse op lemen fietspad. Waarnemingen JS/MvdM 15.viii.2001 (manege), JS 28.v Literatuur Hen85 45, Bel98 139, Wit Eumenes papillaris (Christ, 1791) Kenmerken 13/17 mm 12/16 mm. Clypeus beharing is kort en gelijkmatig blond. Ook tweede tergiet is blond behaard. Tweede sterniet is kort behaard. Vliegtijd 5/9. Status Vrij algemeen. Waarnemingen PvB 6.viii Literatuur Hen85 45, Bel Eumenes pedunculatus (Panzer, 1799) Kenmerken Vrij grote slanke wesp. Goed te herkennen aan het typisch lang gesteeld achterlijf. Vlek tussen antenne inplanting bereikt meestal de clypeus. Vliegtijd 5/9. Status Vrij algemeen in binnenland. Plaetse op lemen fietspad. Waarnemingen JS 17.viii Literatuur Hen85 45, Bel98 139, Wit Overige Allodynerus rossii (Lepeletier, 1841) Kenmerken 9/11 mm, 8/10,5 mm. Status Vrij zeldzaam in het binnenland, in plantenstengels. Waarnemingen HSan 1.ix Literatuur Hen Pterocheilus phaleratus (Panzer, 1797): Baardwesp Kenmerken Kleine rijk geel getekende wesp, met zeer karakteristieke, lang behaarde tasters, die het dier gebruikt bij de aanleg van het nest in de losse zandgrond. 7-9 mm 6-8 mm. Vliegtijd M5/M9. Status Vrij zeldzaam in het binnenland, nestelt in los zand. 1 soort in Nederland. Strabrechtse Heide, Zandverstuiving Galgenberg. Waarnemingen div. verz. 11.viii Literatuur Hen85 23, Wit Wegwespen Spinnendoders Agenioideus sericeus (Vander Linden) Kenmerken 6-7 mm, 4-6 mm. Zwart, met witte stip op laatste segment achterlijf. Vliegtijd 6/8. Waarnemingen JS 19.vi Literatuur Day Anoplius (subgen. Arachnophroctonus) infuscatus (Vander Linden,) Kenmerken 6,5-10mm, 5-8mm. Eerste 2 segmenten van het achterlijf zijn rood. Derde segment lichtrood. Vliegtijd 6/9. Status Algemeen. Soort van vochtig zand. Waarnemingen AB. Literatuur Day Anoplius nigerrimus (Scopoli, ) Kenmerken 6-8 mm, 5-8 mm. Vliegtijd 5/9. Status Vrij algemeen. Waarnemingen TP 21.vi Literatuur Day

13 Anoplius viaticus (Linnaeus, 1758): Gewone wegwesp Kenmerken Zwarte spinnendoder. Eerste drie achterlijf segmenten rood. Laatste segmenten zwart. overwinteren als adult. Vliegtijd 3, 4/9. Status Algemeen. Strabrechtse Heide overal langs de kanten van de zandpaden en open zandige plaatsen.!!! Lees eens de leefwijze in Bellmann, een schitterend verhaal. Waarnemingen JS 25.viii.1999 Waschven, JS 22.iii zandverstuiving, JS 13.viii.2001 Mierlobaan plagvlakte. Literatuur Bel , Wit98 224, Day Arachnospila rufa (Haupt) Kenmerken Basistarsus voor met 4 kam doorns en duidelijk uitstekende labrum. Vliegtijd 6/9. Status Speciaal op heidevelden. Waarnemingen AB. Literatuur Day Arachnospila spissa (Schiodte) Kenmerken 6-11 mm, 6-9mm. Vliegtijd 5/8. Status Algemeen. Speciaal op heidevelden. Waarnemingen VL vii.196x. Literatuur Day Arachnospila (subgen. Ammosphex) trivialis (Dahlbom) Kenmerken 5,5-9 mm, 5-7 mm. Vliegtijd 5/8. Status Soort van open zand. Waarnemingen TP 3.vii Literatuur Day Auplopus carbonarius (Scopoli,): Glasvleugel spinnendoder Kenmerken Zwart gekleurde spinnendoder, mn. met versmalde voorkant van het achterlijf en wit gevlekt gezicht en bij een glad plekje op het laatste achterlijfsegment. Vliegtijd 5/8. Status Algemeen in diverse biotopen. Strabrecht omgeving weitjes Waarnemingen (leemcellen gevonden JS). Literatuur Bel , Wit Cryptocheilus notatus affinis (Rossius,) Kenmerken 9-15mm, 7-11mm. Roodzwarte spinnendoder met rode 1e achterlijfs tergiet. Status In zandige gebieden. Waarnemingen AB. Literatuur Wit (onder C. fabricii), Day Dipogon subintermedius (Magretti,) ( = D. nididus, Haubt) Kenmerken 5-8 mm, 4-5 mm. Zwarte spinnendoder met naar voren gebogen gulaire haren onder de kop. 2e achterlijf sterniet met verticale gleuf. Vliegtijd 6-9. Status Plaatselijk algemeen. Waarnemingen JS 20.viii.2001 Plaetse insectentuin. Literatuur Day Episyron rufipes (Linnaeus): Gevlekte kruisspinnendoder Kenmerken Zwarte spinnendoder met rode poten en ivoorwitte vlekkentekening op het achterlijf. Vliegtijd 6/9. Status Algemeen op zandgronden. Waarnemingen VL 10.vii.1970, TP 21.vi Literatuur Bel98 75, Wit98 236, Day Evagetes dubius (Vander Linden) Kenmerken 4-9 mm, mm. Zwart-rode spinnendoder met twee cupitaalcellen. Kleptoparasiet op andere spinnendoders. Vliegtijd 6/9. Status Plaatselijk algemeen in heidegebieden. Waarnemingen VLef 30.vi.1968, JS 8.ix Literatuur Day Pompilus cinereus (Fabricius, 1775): Grijze spinnendoder Kenmerken Geheel zwarte kleine spinnendoder. Achterlijf met lichtgrijze viltige banden. Eindrand voorvleugel iets aangebrand. Vliegtijd 5/9. Status In geschikte biotoop soms talrijk. Strabrecht zandverstuiving. Waarnemingen AB, JS 23.vii Literatuur Bel98 73, Wit98 238, Day Priocnemis coriacea (Dahlbom) Kenmerken 8-13 mm, 8-11 mm. Vliegtijd 4/6. Status Niet algemeen. Waarnemingen TP 24.v Literatuur Day Priocnemis cordivalvata (Haupt) Kenmerken 5-8 mm, 4-7 mm. Vliegtijd 7/8. Status Plaatselijk algemeen. Waarnemingen GvdZ 14.vi Literatuur Day Priocnemis hyalinata (Fabricius) Kenmerken 7-10mm, 6-8 mm. Status Niet algemeen. Waarnemingen IBN-DLO onderz. 90/91. Literatuur Day

14 Priocnemis minuta (Vander Linden, 1827) Kenmerken 4-6,5 mm, 2,5-5 mm, karakteristieke roodbruine thorax van de. Van dit geslacht een van de weinigen die makkelijk is te herkennen. Status Zeldzaam. Waarnemingen IBN-DLO onderz. 90/91. Literatuur Day88 29 Wit Priocnemis parvula (Dahlbom) Kenmerken 6-8mm, 5-7 mm. Vliegtijd 6/9. Status Vrij algemeen. Waarnemingen IBN- DLO onderz. 90/91, JS 22.vi.2000 Waschven. Literatuur Day Priocnemis susterai (Haubt) Kenmerken 9-11 mm, 8-15 mm. Vliegtijd 4/6. Status Niet algemeen. Waarnemingen JS 2.v Literatuur Day Graafwespen Rupsendoders Rupsendoders vallen op door hun uitgesproken slanken lichaamsbouw en het zeer lang gesteeld achterlijf. Ammophila sabulosa (Linnaeus, 1758): Grote rupsendoder Kenmerken Lengte mm. Rugzijde propodeum behaard, Zwarte kleur op het eind van het achterlijf met een meer of minder duidelijke blauwe glans. Vliegtijd 5/10. Zandige schrale plekken. Status Vrij algemeen in zandige gebieden. Waarnemingen IBN-DLO onderzoek 90/91 1 expl. Mierlobaan Malaiseval, JS 5.vii.2001 wei v.d. Zanden in middenberm. Literatuur Kle97 116, Blö Ammophila campestris (Latreille, 1809): Bastaard rupsendoder Kenmerken Lengte mm. Lijkt sterk op de kleine rupsendoder. Beharing op de kop licht Vliegtijd 5/8. Status Op zandpaden of heideterreinen. In Nederland hoofdzakelijk in het oosten. Niet algemeen. Waarnemingen JS 19.vi Literatuur Kle97 117, Bel98 163, Blö Ammophila pubescens (Curtis, 1836): Kleine rupsendoder Kenmerken Lengte van het mm. Kop donker, borststuk zilverachtig behaard, de rugzijde van het propodeum is kaal. Gesteelde submarginale cel. Graag op Vuilboom. Vliegtijd 7/8. Status Op zandpaden of heideterreinen. In Nederland hoofdzakelijk in het oosten. Waarnemingen JS Brandgang vak vi.2001, 12.vi.2000 s-heerenven. Literatuur Kle97 117, Bel98 15, Wit Podalonia affinis (Kirby, 1798): Gewone aardrupsendoder Kenmerken mm, mn. Iets kleiner. Lijkt op Ammophila, maar is minder slank en achterlijf steel is korter. Rugzijde van het propodeum is onbehaard. Vliegtijd E4/10. Status Niet talrijk, wordt de laatste decennia duidelijk minder van de binnenlandse zandgronden gemeld. Waarnemingen JS. Literatuur Kle97 119, Bel98 165, Wit Schildwespen Crabro peltarius (Schreber, 1784) Kenmerken Kleine zwarte wesp met gele vlekkentekening op achterlijf. met plaatvormige schenen aan de voorpoten. Derde antennelid veel langer als het vierde. Vliegtijd 6-9. Status Zeer algemeen. Hellende zandbodems, tussen straattegels. Vliegen als prooi. Strabrechtse Heide Plaetse; JS 19.vi.1995, JS 13.vi.2000, JS 13.vii.1999, Weitjes; JS 11.vi Literatuur Blö00 321, Kle97 31, Wit Crabro scutellatus (Scheven, 1781): Kleine schildwesp Kenmerken Kleine zwarte wesp met gele vlekkentekening op achterlijf. met plaatvormige schenen aan de voorpoten. Derde antennelid ongeveer evenlang als het vierde. Iets kleinere soort als C. peltarius. Vliegtijd 6. Status Vrij algemeen maar vrijwel aan zandgronden gebonden. 14

15 Prooien bestaan vooral uit slankpootvliegen. Bloembezoek: vliegt voornamelijk op zandblauwtje (Jasione montana). Waarnemingen MvdM 20.vi.2001 (Kiezelven), JS 30.vii Literatuur Blö00 323, Kle Philanthus triangulum (Fabricius, 1790): Bijenwolf Kenmerken Opvallend grootkoppige graafwesp mm, 8-10 mm. Lijf met meer of minder uitgebreide gele, witachtige en roodbruine tekening. Achterlijf vooral geel met zwarte, naar achter driehoekig verbrede dwarsbanden aan de voorrand van de tergieten. Op de voorrand van de kop boven het gele kopschild een kroontje met drie spitse punten. Vliegtijd 6-9. Status Sterk schommelende populaties. Op open zandige terreinen. Op Strabrecht overal langs wegen en open zandige plaatsen met metapopulaties in de zandverstuiving, langs de Mierlobaan, brandstrook Berkenheuvels en de Munitiespringplaats. Nemen toe na aantal warme zomers. Literatuur Kle97 116, Bel , Wit Crossocerus ovalis (Lepeletier & Brulle, 1835) Kenmerken Kleine tot middelgrote zwarte wespen. Soms met gele tekening op voor of achterlijf. Echte vliegen jagers. Status Algemeen op zandgronden. Waarnemingen JS 19.vi Literatuur Blö00 307, Kle Crossocerus quadrimaculatus (Fabrucius, 1793) Kenmerken 6-10,5 mm. Kleine tot middelgrote zwarte wespen. Met gevarieerde gele tekening op achterlijf. Jaagt op vliegensoorten en kleine vlinders. Vliegtijd A6/M10. Status Wijd vespreid. Waarnemingen JS 22.vi Literatuur Blö00 310, Kle97 42, Wit Ectemnius continuus (hypocrabro) (Fabricius, 1804) Kenmerken 8-14,5 mm. hebben doorntjes aan eerste tarsleden. Middelgrote tot grote zwartgele wespen. Met gele tekening op achterlijf. Vliegtijd 6/10. Status Wijd verspreid en talrijk. Rooft diverse vliegensoorten. Waarnemingen JS 24.vii Literatuur Blö00 330, Kle97 49, Wit Lindenius albilabris (Fabricius, 1793) Kenmerken Kleine tot middelgrote zwarte wespen. Schacht, kaken en borststuk zonder gele tekening. Vliegtijd 6/9. Status Plaatselijk algemeen op zand en leemgronden in het binnenland. Wordt vaak aangetroffen op gewoon duizendblad (Achillea millefolium), havikskruidachtigen (Hieracium) en schermbloemen (Umbeliferae). Prooien bestaan uit wantsen (Miridae). Waarnemingen JS/MvdM wei v.d. Zanden 5.vii.2001, JS weitjes 11.vii Literatuur Blö00 277, Kle Lindenius panzeri (Vander Linden, 1829) Kenmerken Kleine tot middelgrote zwarte wespen. Jagen op kleine vliegen, wantsen en andere wespen. met duidelijk pygidiaalveld. Vliegtijd 6/9. Status Algemeen op zand en leemgronden. Wordt vaak aangetroffen op gewoon duizendblad, havikskruidachtigen en schermbloemen. Waarnemingen JS 2.viii.2000, MvdM 5.vii Literatuur Blö00 280, Kle Passaloecus corniger (Shuckard, 1837) Kenmerken Kleine zwarte wespen 4,5-6 mm. 5-7 mm hebben zilverwit behaarde clypeus zoals doorgaans alleen mannetjes hebben. Vliegtijd 6/9. Een generatie per jaar. Status Wijd verspreid. Nestelt in rietstengels. Prooien bestaan uit blad- en boomluizen, die voornamelijk uit de nesten van andere soortgenoten worden geroofd. Gebruikt dennenhars om cellen af te sluiten. Waarnemingen JS 22.vi.2002 Plaetse op nestblok. Literatuur Blö00 192, Kle97 95, Wit Passaloecus insignis (Van der Linden, 1829) Kenmerken Kleine zwarte wespen 4,5-6 mm. Scapus, mandibelen en labrum wit. Vliegtijd Mogelijk twee generaties per jaar. Status Vooral in zuiden en oosten. Nestplaats stengels, takken of verlaten nestgangen van kevers. Prooien bestaan uit blad- en boomluizen. Gebruikt dennenhars om cellen af te sluiten. Waarnemingen JS 13.x.2000 Plaetse op nestblok. Literatuur Blö00 184, Kle

16 Trypoxylon figulus (Linnaeus, 1758): Grote pottenbakkerswesp Kenmerken 9-12 mm. Niet van andere soorten te onderscheiden. Vangt kleine spinnen. Vliegtijd E5/9. Status Algemeen. Strabrechtse Heide in nestblok insectentuin. Waarnemingen JS 19.v Literatuur : Blö00 252, Hen85 68, Bel98 194, Wit Spieswespen Oxybelius bipunctatus (Olivier, 1811): Gladde spieswesp Kenmerken 3,5-6 mm, 3-5 mm. Kleine tot middelgrote wespen. Zijn direct aan de doorn op het propodeum te herkennnen. met vlekken op tergiet 1 t/m 6 met uitsluitend twee vlekken op de eerste tergiet. Vliegtijd 6/9. Status Overal gewoon op de zandgronden. Waarnemingen JS niet in bestand terug gevonden. Literatuur Kle97 58, Bel98 193, Blö00 264, Wit Oxybelius trispinosus (Fabricius, 1787) Kenmerken 6-8 mm, 5-7 mm. Zijn direct aan de doorn op het propodeum te herkennnen. Vliegtijd 6/9. Status Slechts hier en daar op de zandgronden. Waarnemingen JS 22.vi Literatuur Kle97 98, Blö Cicadendoders Mimesa bicolor (Jurine, 1807) Kenmerken Kleine zwarte wesp met zwartrood achterlijf. Lengte 7-9 mm. Vliegtijd 5/9. Status Sporadisch in oosten van ons land. Waarnemingen JS 8.ix.99 brandgang Berkenheuvels. Literatuur Kle97 91, Blö00 142, Wit Mimesa equestris (Fabricius, 1804) Kenmerken Kleine wesp met zwartrood achterlijf. Lengte 7-9 mm. Vliegtijd 5/9. Status Gewone soort in zandgronden. Waarnemingen JS 8.ix.99 brandgang Berkenheuvels. Literatuur Blö00 143, Kle Alysson spinosus (Panzer, 1801) Kenmerken 6,5-8 mm, 4,5-6,5 mm. Kleine zwarte wesp met zwart propodeum en rode 1e achterlijf tergiet. Vliegtijd M4/M9. Status In het zuiden algemener dan in het noorden van het land. Gevonden in Gastel. Waarnemingen JS 23.viii Literatuur Kle97 72, Blö00 359, Wit Psenulus fuscipennis (Dahlbom, 1843) Kenmerken Kleine tot middelgrote wespen 7-8 mm. Vliegtijd 6/9. Status Vooral in oostelijke helft van ons land. Nestelt in droge rietstengels en verlaten insectengangen in dood hout. Plaetse JS 13.vii Literatuur Blö00 155, Kle97 107, Wit Sprinkhanendoders Tachysphex pompiliformis (Panzer, 1805) Kenmerken Eerste segmenten van het achterlijf rood. Moeilijk van andere geslachtssoorten te onderscheiden. Vliegtijd 6/8. Status Meest algemene soort van het geslacht. Zandige terreinen. Waarnemingen AB. Literatuur Kle97 67, Blö Knoopwespen Knoopwespen worden vooral gekenmerkt door de karakteristieke bouw van hun achterlijf; elk segment is aan de voor- en achterkant trapsgewijs versmald, zodat het achterlijf op regelmatige afstanden ingesnoerd lijkt. Cerceris arenaria (Linnaeus, 1758): Grote knoopwesp Kenmerken Lengte mm. Kop en borststuk geel getekend, achterlijf met brede gele banden op alle segmenten, behalve het laatste. Poten geel met roodbruine tekening. Vliegtijd 6/9. Status Algemeen ook op de Strabrechtse Heide. Open zandige vlakten. Waarne- 16

17 mingen JS/MvdM, zandverstuiving 21.viii Literatuur Blö00 415, Belmann blz 182, Kle Cerceris rybyensis (Linnaeus, 1771): Groefbijendoder Kenmerken Kleiner dan C. arenaria, 8-12 mm. Achterlijf zeer variabel getekend. Derde tergiet met zwarte driehoek. Poten aan de basis zwart maar vanaf het midden van de scheen geel. Vliegtijd 6/11. Status Bijna overal algemeen. Open zandige vlakten. Zandverstuiving bunker fouragerend op akkerdistel (Cirsium arvense). Waarnemingen JS/MvdM 21.viii Zandverstuiving 5.vii MvdM 20.vi Insectentuin Plaetse. Literatuur Kle97 115, Blö Vliegendoders Mellinus arvensis (Linnaeus, 1758): Gewone vliegendoder Kenmerken Lichaam opvallend slank en sterk glanzend. Eerste achterlijfsegment steelvormig van de rest van het achterlijf afgezet mm, 7-11 mm. Open zandige plaatsen. Vliegtijd 8/11. Status Niet bedreigd. Locaal talrijk. Waarnemingen AB. Literatuur Kle97 82, Bel98 185, Wit Vlinderdoders Lestica alata (Panzer, 1797) Kenmerken 9-12 mm, 8-11 mm. Mannetjes hebben aan poot 1 een verbrede metatars en een gele mandibel. Vliegtijd 6/9. Status Zeldzaam. Waarnemingen JS 11.vii Literatuur Blö00 354, Bel98 189, Kle97 52, Wit Lestica clypeata (Schreber, 1759): Kameelhalswesp Kenmerken Middelgrote wesp met opvallend gele of geelwitte tekening. kop achter de ogen sterk versmald mm, 8-11 mm. Vliegtijd M5/A9. Status In Nederland volgens Klein alleen nog in Zuid-Limburg? Voorkomen op Strabrecht gevonden langs de Mierlobaan op braam. Waarnemingen AB. Literatuur Blö00 348, Kle Lestica subterranea (Fabricius, 1775): Gewone vlinderdoder Kenmerken Lichaam vrij robuust, kop en borststuk slechts zwak geel getekend. Achterlijf met gele vlekkenparen, 9-12 mm. Overal langs de brandstrooken met stijlkantjes. Vliegtijd 5/8. Status In Europa verspreid voorkomend. Volgens Schmidt (1980) een sterk bedreigde soort. Lijkt in Nederland niet bedreigd. Waarnemingen JS 19.vii.1999 met Microlepidoptera in collectie. Literatuur Blö00 351, Bel98 189, Kle Goudwespen Goudwespen zijn nauwelijks behaard. En hebben als opvallendste kenmerk metaalachtige kleuren. Goudwespen zijn uitsluitend parasiterende wespen. Chrysis cyanea (Linnaeus, 1761) Kenmerken 4-8mm. Lichaam blauwgroen. Eerste achterlijfsegement met een duidelijke groef. Vliegtijd 5/10. Status Algemeen. Waarnemingen MvdM 20.vi.2001 (insectentuin, Plaetse), JS 15.v Literatuur Wit Chrysis ignita (Linnaeus, 1791): Gewone goudwesp Kenmerken Variabele grootte. Lengte 4-13 mm. Kop en borststuk groen- en metaalblauwkleurig, achterlijf goudrood. Achterrand derde tergiet met vier duidelijke tanden. Vliegtijd 5/10. Status Meest algemene goudwesp. Nestparasiet bij andere angeldragers o.a. Ancistrocerus soorten. Waarnemingen MvdM/JS 25.vi.1994, 31.v.2001, MvdM 20.vi.2001 (insectentuin, Plaetse). Literatuur Bel98 54, Wit98 142, Blö00 413,

18 Hedychrum nobile (Scopoli, 1763) Kenmerken 4-10 mm. Kop en borst donker behaard en groenblauw gekleurd. Achterlijf rood. Vliegtijd M6/9. Status Lijkt niet bedreigd. Parasiteert bij voorkeur C. arenaria. Waarnemingen MvdM/JS 15.vii.1996, JS 5.vii Literatuur Bel98 57, Wit98 148, Blö00 94,422. Hedychrum rutilans (Dahlbom, 1854) Kenmerken 4-10 mm. Kop en borst licht behaard, groen met koperkleur met rode vlekken. Vliegtijd M6/9. Status Parasiteert bij de bijenwolf Philanthus en Passaloecus gracilis. Waarnemingen MvdM/JS 4.vii.2001, MvdM 5.vii Literatuur Wit98 148, Blö Rolwespen Tiphia femorata (Fabricius, 1775): Roodpotige keverdoder Kenmerken Solitaire wesp. Lengte zeer variabel tussen 5 en 15 mm. Kleur zwart met lange borstelachtige haren. en gevleugeld. dragen aan het eind van het achterlijf een lange naar boven gebogen doorn. Vliegtijd 6/8. Status Soort wordt niet bedreigd. Strabrechtse Heide: langs de Mierlobaan nabij de heidetuin. Waarnemingen JS 3.viii Literatuur Bel , Wit Mierwespen Methocha ichneumonides (Latreille, 1805): Gladde mierwesp Kenmerken 4-8 mm, 8-13 mm. Vleugelloos. Lijkt sterk op knoopmier. Valt op door het extreem verlengde smalle borststuk, dat duidelijk uit drie delen bestaat. Vliegtijd 6/8. Open zandige gebieden. Status Verspreid in kleine aantallen voorkomend. Vindplaats: Zandverstuiving Galgenberg. Waarnemingen JS 4.vii Literatuur Bel98 62, Wit Smicromyrme rufipes (Fabricius, 1787): Gewone mierwesp Kenmerken Kleine mierwesp van 3-9 mm. Met roodbruine poten, antennen en borststuk: kop en achterlijf zwart. Achterlijf aan de voorkant met geelwitte haarvlek. Vliegtijd E5/A10. Status Niet bedreigd. Waarnemingen JS. Literatuur Bel98 66, Wit Mutilla europaea (Linnaeus, 1758): Grote mierwesp Kenmerken Grote soort mm. Lichaam dicht en grof gepunteerd. Middelste deel borststuk roodbruin, de rest zwart gekleurd. Achterlijf met brede, witte haarbanden. Met sterk berookte vleugels en blauwe glans over het achterlijf. Vliegtijd 5/8. Status Zeer lokaal. Volgens Peeters recent nog slechts van enkele vindplaatsen bekend. Strabrechtse Heide, de weitjes en op een kruising van zandwegen aan de westkant van het Grafven. Waarnemingen DH 30.viii.1999, JS 15.ix Literatuur Bel98 64, Wit Mieren 3.1 Knoopmieren Slankmieren Formicoxenus nitidulus (Nylander, 1846): Glanzende gastmier Kenmerken Glanzend glimmende roodgele mier, met een bruin tot zwartbruin glimmend achterlijf. De tweede steelknoop draagt ventraal een lange spitse doorn. Ze leeft in nesten van F. rufa, F. polyctena, F. pratensis en F. execta. Gebruikt reukspoor van de bosmier. Vliegtijd 7/8. Status Vrij zeldzaam. Op de Strabrechtse Heide gevonden langs de Rulsedijk in nesten van F. polyctena. Literatuur BM86 16, Sei96 264, SV Leptothorax acervorum (Fabricius, 1793): Behaarde slankmier Kenmerken Geel tot bruinrode slankmier met bruinzwarte kop, sprietknots en achterlijf. Profiel van de thorax vertoont een duidelijke meso-propodeale naad, terwijl de doorns tamelijk lang zijn 18

19 en vaak scherp. Nestelt in kleine kolonies achter boomschors, voornamelijk van stronken, maar ook van levende bomen, eveneens onder bladeren of mos. Vliegtijd 7/9. Status Algemeen in bos- en heidestreken. Op de Strabrechtse Heide algemeen voorkomend nabij solitaire eiken als bij eikenbosjes. Zit graag in rotte eikels. Literatuur BM86 23, Sei96 248, SV Leptothorax muscorum (Nylander, 1846): Mosslankmier Kenmerken Lijkt zeer veel op L. acervorum, maar is veel kleiner en heeft liggende beharing op de sprietschaft en schenen. Vrouwtjes geel- tot bruinrood van kleur met een donkerbruine kop, sprietknots en achterlijf. Leeft in kleine nestjes tussen wortels van heidestruiken of onder schors. Vliegtijd 7/9. Status Niet algemeen en cultuurvliedend. Niet algemeen maar wel overal op de Strabrechtse Heide gevonden. Literatuur BM86 23, Sei96 248, SV Leptothorax nylanderi (Forster, 1850): Bosslankmier Kenmerken Geel tot bruingele mier. Kop is aan de bovenzijde bruinberookt. De sprietknop heeft dezelfde kleur als de sprietzweep. Middellange doorns. Leeft in holle stengels, achter schors en onder bladeren en in eikels. Vliegtijd 7/8. Status Niet zeldzaam in oude bossen en houtwallen. Nog maar één keer op de Strabrechtse Heide gevonden langs de Mierlobaan. Waarnemingen MvdM. Literatuur BM86 2, Sei96 256, SV Steekmieren Myrmica rubra (Linnaeus, 1758): Rode steekmier Kenmerken Lichtbruine tot geelbruine mier, bovenzijde van de kop en gaster bruin tot zwartachtig. Sprietzweep met een vierledige knots. Fijne dwarsrimpels op kop, thorax en tweede steelknoop. Doorns aan de achterrand van het propedeum een weinig divergerend, kort, even lang als de afstand aan hun basis, die glad is. Komt vooral voor op vochtige plaatsen. Vliegtijd 8. Status Zeer algemeen. Op de Strabrechtse Heide algemeen voorkomend met name in de nattere delen van de heide. Literatuur BM86 27, Sei96 230, SV Myrmica ruginodis (Nylander, 1846): Bossteekmier Kenmerken Roodbruine mier, met een meer donker getinte kop, tweede steelknoop en achterlijf. Lijkt volkomen op voorgaande soort, maar de eerste steelknoop is meer gerimpeld (bij M. rubra is die glad), de doorns zijn lang, terwijl de tussenruimte aan de basis voorzien is van duidelijke dwars rimpels. Heeft een voorkeur voor droge gebieden. In heidegebieden bereikt ze haar grootste nestdichtheid in vegetaties met een constant hoge grondwaterstand. Vliegtijd 7/8. Status Zeer algemeen. Strabrechtse Heide zeer algemeen voorkomend. Literatuur BM86 27,Sei96 232, SV Myrmica rugulosa (Nylander, 1846): Schraallandsteekmier Kenmerken Roodgele tot roodbruine, slanke knoopmier met een donkerbruin achterlijf. Sprietzweep met een onduidelijke te onderscheiden vierdelige knots. De eerste steelknoop van boven rechtlijnig begrenst, ander de achterzijde niet veel breder dan aan de voorzijde. Doorns tamelijk lang, aan de basis breed. Sculptuur fijner dan bij de andere soorten. Komt vooral voor op zanden heidegronden, in schrale graslanden en op kalkhoudende gronden. Vliegtijd 8/10. Status In Nederland vrij zeldzaam. Op de Strabrechtse Heide gevonden op de weitjes van Knoops langs de A67. Literatuur BM86 28, Sei96 222, SV Myrmica sabuleti (Meinert, 1860): Zandsteekmier Kenmerken Geelrode mier, waarbij de bovenzijde meer donker is. Sprietschaft na de iets verdikte knik van boven lepelvormig afgeplat, terwijl de achterrand soms kan uitgroeien tot een stompe tand. Algemeen op droge zandgronden en heide. Vliegtijd 7/9. Status Algemeen. Op de Strabrechtse Heide algemeen voorkomend. Literatuur BM86 29, Sei96 226, SV Myrmica scabrinodis (Nylander, 1846): Moerassteekmier Kenmerken Licht roodgele tot donkerrode mier, kop en achterlijf van boven meer donker. Sprietschaft aan de knik meestal verdikt, ofwel voorzien van een klein oortje, of alleen van een klein randje of kraagje. Profiel van de tweede steelknoop hoger dan lang. Komt voor op zand- en heidegrond, eveneens in het natte Sphagnum. Vliegtijd 7/9. Status Algemeen. Op de Strabrechtse Heide algemeen voorkomend. Literatuur BM86 29, Sei96 224, SV

20 Myrmica schencki (Emery, 1894): Kokersteekmier Kenmerken Licht tot donkerrode mier met zwart getinte kop en achterlijf en voorzien van een sterke sculptuur. Voorhoofd zeer smal. Komt vooral voor op heideterreinen, aan de kust en kalkgraslanden, waar ze overwegend zuivere aardnesten bewoont. Vlecht typische nestkokertjes aan de ingang van haar nest uit plantaardig materiaal. Vliegtijd 8/9. Status Niet algemeen. Op de Strabrechtse Heide algemeen voorkomend in de droge heide. Literatuur BM86 28, Sei96 234, SV Myrmica specioides (Bondroit, 1918): Agressieve steekmier Kenmerken Helder geelrode mier, met een donkere kop en achterlijf, die volledig lijkt op M. scabinodis en hiervan alleen te onderscheiden is door de vorm van de achterlijfsteel. Verspreidingsgebied niet zo bekend, vermoedelijk bewoont ze dezelfde soortgebieden als M. scabrinodis. Snel stekende mier. Vliegtijd 7/9. Status Niet algemeen. Strabrechtse Heide zeldzaam. Literatuur BM86 29, Sei96 224, SV Grasmieren Tetramorium ceaspitum (Linnaeus, 1758): Gewone grasmier Kenmerken zijn overwegend zwart. Kop bedekt met sterke langs rimpels. Voorrand van de thorax (schouders) hoekig. Achterrand van het propodeum gewapend met twee kleine, meestal duidelijke doorns. De meest algemene mier van hei- en zandgronden. De nesten liggen in open plekken van de hei, onder stenen of in en onder vermolmde stronken. Vliegtijd 6/7. Status Algemeen. Op de Strabrechtse Heide algemeen voorkomend. Literatuur BM86 19, Sei96 270, SV Schubmieren Lasius (Cautolasius) flavus (Fabricius, 1781): Gele weidemier Kenmerken Geel tot geelbruin of zelfs donkerbruin van kleur. De schub is laag, van boven breed met of zonder zwakke uitranding. Komt vooral op extensief begraasde graslanden, in de grond onder stenen of in vermolmde stronken. Bewoont vaak kleine koepelnesten van zand, opgebouwd tussen gras- of heidestengels. Vliegtijd 6/10. Status Zeer algemeen. Op de Strabrechtse Heide algemeen voorkomend. Literatuur BM86 38, Sei96 298, SV Lasius (Chthonolasius) meridionalis (Bondroit, 1919): Gele veldmier Kenmerken Heldergele mier met een hoge schub, waarvan de zijranden bijna evenwijdig lopen en waarvan de bovenrand zwak of praktisch niet is uitgehold.lichaam en extremiteiten sterk behaard. Levenswijze zie L. umbratus. Vliegtijd 6/9. Status Algemeen. Op de Strabrechtse Heide alleen gevonden in het bosje van Van Alphen. Literatuur BM86 40, Sei96 302, SV Lasius (Chthonolasius) umbratus (Nylander, 1846): Gele schaduwmier Kenmerken Heldergele tot donkergele mier. Schub relatief laag, reikt niet hoger dan tot het midden van het propodeum, het smalst aan de bovenzijde. Huist langs heideranden en bermen in zuivere aardnesten of onder stenen, eveneens onder mos. Vliegtijd 6/9. Status Algemeen. Op de Strabrechtse Heide verspreid voorkomend. Literatuur BM86 40; Sei96 300, SV Lasius (Dendrolasius) fuliginosus (Latreille, 1798): Glanzende houtmier Kenmerken Glimmend, pikzwarte monomorfe mier, met lichter gekleurde poten. De zijranden van de kop zijn sterk gebogen, terwijl de achterrand diep is uitgehold. De mier is sterk aromatisch geurend en ecologisch nauw verbonden met de plantenwereld. Zij huist bij voorkeur in levende bomen of tussen hun wortels, soms ook in en onder oude stronken. Haar nesten zijn steeds vervaardigd uit afgeknaagde houtschilfers en zand. Met behulp van de mandibulae wordt deze grondstof, na vermenging met een suikersecreet uit de krop en met de sporen van de zwam Cladosporium myrmecophilum, opgebouwd tot een opeenstapeling van kleine kamers en gangen. De secreties uit de krop zijn afkomstig van honingdauw, die zowel het kartonnest verstevigd en tegelijkertijd dient als voedingsstof voor de zwam. Vliegtijd 5/9. Status Algemeen. Op de 20

Solitaire bijen determineren

Solitaire bijen determineren Solitaire bijen determineren Door Dries Laget Faculteit WETENSCHAPPEN Vakgroep: BIOCHEMIE, FYSIOLOGIE en MICROBIOLOGIE Laboratorium voor Zoöfysiologie Krijgslaan, 281 S33, B 9000 GENT Tel. 09 2644929 Fax

Nadere informatie

Liefhebbers van open zand

Liefhebbers van open zand Liefhebbers van open zand Graafwespen en verwanten op de Meinweg J.Hermans Inhoud presentatie Wat zijn vliesvleugeligen? Algemene kenmerken vliesvleugeligen Liefhebbers van zandgronden Kenmerkende soortgroepen

Nadere informatie

Verslag inventarisatie bijen en angeldragende wespen (Hymenoptera: Aculeata) in Westduinpark en Bosjes van Poot 2015

Verslag inventarisatie bijen en angeldragende wespen (Hymenoptera: Aculeata) in Westduinpark en Bosjes van Poot 2015 Verslag inventarisatie bijen en angeldragende wespen (Hymenoptera: Aculeata) in Westduinpark en Bosjes van Poot 2015 Martijn Kos Resultaten In totaal werden er in de periode van 8 maart 2015 tot en met

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 28 juli 2015. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 28 juli 2015. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 28 juli 2015 Beste natuurliefhebber/- ster, De verwachte (korte) regenbuien vielen inderdaad en ik kwam daardoor niet geheel droog aan bij De Wiershoeck. Ook de excursie

Nadere informatie

De betekenis van agrarisch natuurbeheer voor bijen en wespen op een melkveebedrijf in de Graafschap

De betekenis van agrarisch natuurbeheer voor bijen en wespen op een melkveebedrijf in de Graafschap 198 De betekenis van agrarisch natuurbeheer voor bijen en wespen op een melkveebedrijf in de Graafschap TREFWOORDEN Hymenoptera, Aculeata, natuurelementen J. Adriaan Guldemond J. Harry N. Pijfers Eefje

Nadere informatie

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 3 mei 2016. Beste natuurliefhebber/-ster,

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 3 mei 2016. Beste natuurliefhebber/-ster, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 3 mei 2016 Beste natuurliefhebber/-ster, Het was een heel aangename dag, maar er was minder te zien dan ik had gehoopt/verwacht. Twee dagen eerder waren we in de Hortus

Nadere informatie

Nieuwsbrief winter 2014

Nieuwsbrief winter 2014 Nieuwsbrief winter 2014 Jaaroverzicht van 2014 Wildebijenwerkgroep van het Mechels rivierengebied Het lijkt stil rond onze werkgroep maar niks is minder waar. Allerlei realisaties dit jaar door leden van

Nadere informatie

De Groene Long Bij-vriendelijk-er. sturen op meer micromilieus

De Groene Long Bij-vriendelijk-er. sturen op meer micromilieus De Groene Long Bij-vriendelijk-er sturen op meer micromilieus Groene Long Paspoort Groene Wijk uit 1975: 35 jaar bos/groenontwikkeling Grootste aantal bewoners: 13.000 > hoogste waardering voor groen Gehele

Nadere informatie

EEN NIEUWE DETERMINEERTABEL. HET is nu al vele jaren geleden, dat ik in dit Tijdschrift een tabel gaf voor het determineeren

EEN NIEUWE DETERMINEERTABEL. HET is nu al vele jaren geleden, dat ik in dit Tijdschrift een tabel gaf voor het determineeren DE EIDEREEND OP VLIELAND. 137 de vogel, die Burdet in 1909 fotografeerde of voor heide en kraaiheide, zooals de vogel in deze aflevering. Voedsel is er te kust en te keur, zoowel in ondiep water als in

Nadere informatie

Bijen en wespen van De Maashorst. Pieter van Breugel

Bijen en wespen van De Maashorst. Pieter van Breugel Bijen en wespen van De Maashorst Pieter van Breugel Een roodharige wespbij wordt verjaagd door een rode bosmier. Colofon Uitgegeven door: Auteur: Foto s: Opmaak: Redactie: Wijze van citeren: Natuur- en

Nadere informatie

Veld- en fotodeterminatie van wilde bijen Sleutel voor de toekomst?

Veld- en fotodeterminatie van wilde bijen Sleutel voor de toekomst? Veld- en fotodeterminatie van wilde bijen Sleutel voor de toekomst? 9-1-2016 Stijn Schreven Voor gebruik van foto s uit dit document moet vooraf toestemming gevraagd worden aan de fotograaf: Dick Belgers

Nadere informatie

Bijen in Appèlbergen Anne Jan Loonstra

Bijen in Appèlbergen Anne Jan Loonstra Bijen in Appèlbergen Anne Jan Loonstra Inleiding Appèlbergen is een gebied waar ik sinds een jaar of vijf regelmatig kom om er bijen, wespen en vliegen te bestuderen. Het afgelopen jaar heb ik zeer frequent

Nadere informatie

Hoofdstuk 3 De lichaamsbouw van bijen en wespen

Hoofdstuk 3 De lichaamsbouw van bijen en wespen Hoofdstuk 3 De lichaamsbouw van bijen en wespen Enkele basisbegrippen omtrent de lichaamsbouw van angeldragende vliesvleugelige insecten zijn noodzakelijk om de leesbaarheid van dit boek te vergroten.

Nadere informatie

Wilde bijen in nood. Hoe kan jij helpen?

Wilde bijen in nood. Hoe kan jij helpen? Wilde bijen in nood. Hoe kan jij helpen? EEN PLUSPUNT VOOR DE NATUUR Bijen in nood We horen steeds vaker dat bijen massaal verdwijnen. Bijenkast na bijenkast staat leeg. Niet alleen honingbijen boeren

Nadere informatie

Wilde bijen in Deventer 2012

Wilde bijen in Deventer 2012 Wilde bijen in Deventer 2012 Jan Smit, Frank van der Meer, Erik van der Spek & Wim Klein Wilde bijen in Deventer 2012 Jan Smit, Frank van der Meer, Erik van der Spek & Wim Klein Colofon 2012, Jan Smit,

Nadere informatie

Tabellen. Determinatietabel voor de Nederlandse soorten metselbijen (Hoplitis en Osmia) Hans Nieuwenhuijsen

Tabellen. Determinatietabel voor de Nederlandse soorten metselbijen (Hoplitis en Osmia) Hans Nieuwenhuijsen Tabellen Inleiding De sectie Hymenoptera heeft als één van de doelstellingen het stimuleren van de uitgave van Nederlandstalige determinatietabellen voor Hymenoptera. In een aantal nummers van Bzzz en

Nadere informatie

de wespbijen (NOMADA) van nederland (hymenoptera: apidae)

de wespbijen (NOMADA) van nederland (hymenoptera: apidae) de wespbijen (NOMADA) van nederland (hymenoptera: apidae) Jan Smit Wespbijen danken hun naam aan de vaak geelzwarte kleur, waardoor ze op een wesp lijken. De wetenschappelijke naam Nomada refereert aan

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 17 juni 2014. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 17 juni 2014. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 17 juni 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, Het was een mooie dag, meestal zonnig en soms bewolkt. Er stond wel een stevige wind, maar al met al was het een dag waarop

Nadere informatie

Workshop. Bijenhotel

Workshop. Bijenhotel Workshop Bijenhotel 1 Blauwe ertsbij 2 Kleine roetbij Wespbij Zweefvlieg - grote ogen - 1 paar vleugels 3 - korte antennes 4 Bij of Wesp? Bijen - Stuifmeel en nectar (larvenvoedsel) - Verzamelapparaat

Nadere informatie

Hoofdstuk 4 De bijen van Nederland

Hoofdstuk 4 De bijen van Nederland Hoofdstuk 4 De bijen van Nederland Er zijn in ons land gegevens verzameld over meer dan 350 soorten bijen. Daaruit blijkt dat het met veel soorten niet echt goed gaat. Om een beeld te geven van de grote

Nadere informatie

WESPEN (NL) WESPEN (D) WASPS (GB) GUÊPES (F)

WESPEN (NL) WESPEN (D) WASPS (GB) GUÊPES (F) WESPEN (NL) WESPEN (D) WASPS (GB) GUÊPES (F) Wespen zijn er in verschillende soorten, maten, uitvoeringen en leefwijzen. Vrijwel allemaal worden ze met dierlijke eiwitten (van prooidieren) grootgebracht.

Nadere informatie

(Ge)wilde bijen monitoren! Bijen in het algemeen. Geleedpotigen. Bijen, wespen en vliegen. Dezelfde soort? Waar gaan we het over hebben vanavond?

(Ge)wilde bijen monitoren! Bijen in het algemeen. Geleedpotigen. Bijen, wespen en vliegen. Dezelfde soort? Waar gaan we het over hebben vanavond? Waar gaan we het over hebben vanavond? over bijen in het algemeen en : waarom monitoren? wáár vind je bijen? En hoe kun je ze helpen? (Ge)wilde bijen monitoren! welke soorten doen mee? en wat valt er over

Nadere informatie

De Wiershoeck- Schoolwerktuin, woensdag 13 november 2013

De Wiershoeck- Schoolwerktuin, woensdag 13 november 2013 De Wiershoeck- Schoolwerktuin, woensdag 13 november 2013 Het was afgelopen woensdag mooi herfstweer; droog, een aangenaam zonnetje en weinig wind. Maar het was erg rustig op de tuinen, er waren weinig

Nadere informatie

Libellen herkennen. Weidebeekjuffer Vrouwtjes zijn metaalglanzend groen, de mannetjes zijn blauw. Ze leven langs beken en rivieren (stromend water).

Libellen herkennen. Weidebeekjuffer Vrouwtjes zijn metaalglanzend groen, de mannetjes zijn blauw. Ze leven langs beken en rivieren (stromend water). 1 Libellen herkennen In Nederland leven 71 soorten libellen. Veel daarvan zijn zeldzaam en zul je niet snel tegenkomen. Zo n 25 soorten kun je wel in de stad tegenkomen. Van deze libellen bespreken we

Nadere informatie

Voorlopige atlas van wilde bijen in de Denderstreek. (Staalname: 2006)

Voorlopige atlas van wilde bijen in de Denderstreek. (Staalname: 2006) In samenwerking met Voorlopige atlas van wilde bijen in de Denderstreek. (Staalname: 2006) De Deurwaerder Hannes Dierick Elena Sercu Bram Van Cauwenberghe Jannick 3 e Bachelor Biologie 2008-2009 Promoter:

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 vervolg. Dit is het vervolg op het eerste deel van mijn verslag.

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 vervolg. Dit is het vervolg op het eerste deel van mijn verslag. De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 vervolg Beste natuurliefhebber/- ster, Dit is het vervolg op het eerste deel van mijn verslag. Een week geleden zag ik alleen nog maar

Nadere informatie

De Heikikker De Heikikker

De Heikikker De Heikikker De Heikikker Brabant Water beheert 2200 hectare grond waarvan 1500 hectare natuurgebied. Hiermee zijn wij een van de grootgrondbezitters in Noord-Brabant. In deze natuurgebieden liggen ook de waterwingebieden

Nadere informatie

Nieuwsbrief Sectie Hymenoptera

Nieuwsbrief Sectie Hymenoptera nummer april Nieuwsbrief Sectie Hymenoptera Nederlandse Entomologische Vereniging In dit nummer onder meer: Verslag excursie naar Schouwen#Duiveland Aantekeningen bij de biologie van Chrysis angustula

Nadere informatie

Het bijenrijk van het Tolkamerdijkje

Het bijenrijk van het Tolkamerdijkje Het bijenrijk van het Tolkamerdijkje Frank Kok & Jan Smit 3) Hoe is deze ecologisch te karakteriseren? 4) Hoe verhoudt de biodiversiteit van het Tolkamerdijkje zich tot andere gebieden in het rivierengebied?

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 september 2015. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 september 2015. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 september 2015 Beste natuurliefhebber/- ster, Het was opnieuw een heel aardige dag. Er stond vrij veel wind, dat was jammer / lastig, maar het bleef langer droog

Nadere informatie

Verwacht en uiteindelijk gevonden in de Gelderse Poort: de broedparasieten Nomada armata en Nomada sexfasciata (Hymenoptera: Apidae)

Verwacht en uiteindelijk gevonden in de Gelderse Poort: de broedparasieten Nomada armata en Nomada sexfasciata (Hymenoptera: Apidae) 36 entomologische berichten Verwacht en uiteindelijk gevonden in de Gelderse Poort: de broedparasieten Nomada armata en Nomada sexfasciata (Hymenoptera: Apidae) TREFWOORDEN Broedparasitisme, faunistiek,

Nadere informatie

Dagvlinders vouwen in rust hun vleugels verticaal, recht boven hun lijf samen (met één uitzondering: de dikkopjes).

Dagvlinders vouwen in rust hun vleugels verticaal, recht boven hun lijf samen (met één uitzondering: de dikkopjes). 1 Vlinders herkennen Er zijn veel meer nachtvlinders dan dagvlinders; in Nederland leven 53 soorten dagvlinders en zo n 2000 soorten nachtvlinders. Nachtvlinders zie je echter veel minder omdat veel soorten

Nadere informatie

Hoofdstuk 15 Koekoeksbijen in nestblokken (tubebijen Stelis, viltbijen Epeolus, kegelbijen Coelioxys)

Hoofdstuk 15 Koekoeksbijen in nestblokken (tubebijen Stelis, viltbijen Epeolus, kegelbijen Coelioxys) Hoofdstuk 15 Koekoeksbijen in nestblokken (tubebijen Stelis, viltbijen Epeolus, kegelbijen Coelioxys) Een koekoeksbij verzamelt zelf geen voedsel voor haar nageslacht, maar legt een ei in het nest van

Nadere informatie

Hoe maken we bijenhotels?

Hoe maken we bijenhotels? Hoe maken we bijenhotels? Voor welke bijen doen we dat? Welke bijen mogen we in onze streek verwachten? Op welke planten vliegen deze bijen? Welke factoren bepalen of bijen wel of niet komen? Welke materialen

Nadere informatie

Wilde bijensoorten in een stedelijke omgeving: stad Antwerpen

Wilde bijensoorten in een stedelijke omgeving: stad Antwerpen 08 antenne oktober-december 2014 jaargang 8 nr. 4 Wilde bijensoorten in een stedelijke omgeving: stad Antwerpen Kyra Koch (e-mail: kyra.koch@gmail.com) Inleiding Bijen zijn zeer waardevol voor de mensheid

Nadere informatie

BIJEN IN LEEUWARDEN. Thijs Gerritsen & Bart Franken

BIJEN IN LEEUWARDEN. Thijs Gerritsen & Bart Franken BIJEN IN LEEUWARDEN Thijs Gerritsen & Bart Franken Wat komt er aan bod? o Even voorstellen o Bijen: wat zijn dat? o De mens en de bijen Intermezzo Akte 2 o De Leeuwarder bijen o Resultaten en conclusies

Nadere informatie

WILDE BIJEN IN DEN HAAG

WILDE BIJEN IN DEN HAAG WILDE BIJEN IN DEN HAAG EEN VERSLAG VAN DE BIJENMONITOR 2012 Haags Milieucentrum Riviervismarkt 5 2513 AM DEN HAAG 070-361 69 69 info@haagsmilieucentrum.nl www.haagsmilieucentrum.nl www.facebook.com/haagsmilieucentrum

Nadere informatie

Donkere rimpelrug (Andrena bimaculata) in roggeakkers op de Duivelsberg

Donkere rimpelrug (Andrena bimaculata) in roggeakkers op de Duivelsberg Donkere rimpelrug (Andrena bimaculata) in roggeakkers op de Duivelsberg Jochem Kühnen, Beek Ubbergen, oktober 2010 Inleiding 22 Maart 2009 zag ik voor het eerst het massale optreden van wat later Andrena

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, maandag 7 juli 2014. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, maandag 7 juli 2014. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, maandag 7 juli 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, Omdat er voor de dinsdag erg veel regen werd verwacht en er dan misschien weinig of geen leuke foto s zouden kunnen worden

Nadere informatie

Bijen en volkstuinen

Bijen en volkstuinen Bijen en volkstuinen Hoe maken we volkstuinen bijenvriendelijk Een selectie van de mogelijkheden Arie Koster Voor meer informatie Voor planten voor bijen, vlinders en andere bloembezoekers www.drachtplanten.nl

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 Het leven van solitaire bijen en wespen

Hoofdstuk 5 Het leven van solitaire bijen en wespen Hoofdstuk 5 Het leven van solitaire bijen en wespen De grote diversiteit aan bijen en wespen betekent een grote variatie in levenswijzen. Bijen zorgen met hun bloembezoek voor bestuiving, terwijl wespen

Nadere informatie

Bosbroedende vogelsoorten

Bosbroedende vogelsoorten Groen: Werkzaamheden mogelijk. Oranje: Werkzaamheden mogelijk: ja, mits na overleg met ecoloog en eventuele mitigerende maatregelen. Rood: Werkzaamheden mogelijk: nee, tenzij toestemming van de ecoloog

Nadere informatie

Serama. Raskenmerken haan:

Serama. Raskenmerken haan: Serama Herkomst: Wereldwijd verspreid Maleisisch oorspronkelijk krielras. In 2001 in Noord-Amerika en enkele jaren later via Nederland naar Europa ingevoerd. Algemeen voorkomen: Zeer klein, breed en compact

Nadere informatie

2010 WILDE BESTUIVERS IN APPEL- EN PERENBOOMGAARDEN IN DE BETUWE MENNO REEMER & DAVID KLEIJN

2010 WILDE BESTUIVERS IN APPEL- EN PERENBOOMGAARDEN IN DE BETUWE MENNO REEMER & DAVID KLEIJN 2010 WILDE BESTUIVERS IN APPEL- EN PERENBOOMGAARDEN IN DE BETUWE MENNO REEMER & DAVID KLEIJN Stichting EIS-Nederland, Leiden Alterra, Wageningen Met medewerking van: Bureau Ecologica, Maarheeze Wilde

Nadere informatie

Bermbeheerplan voor een ecologisch waardevolle berm langs te Elingen

Bermbeheerplan voor een ecologisch waardevolle berm langs te Elingen Bermbeheerplan voor een ecologisch waardevolle berm langs te Elingen 1. Inleiding In het dichtbebouwde Vlaanderen zijn bermen overal te vinden. Meestal vervullen ze een vrij belangrijke ecologische rol,

Nadere informatie

Boeren voor bijen. Bijensymposium 22 oktober 2011. Pieter Verdonckt inagro vzw

Boeren voor bijen. Bijensymposium 22 oktober 2011. Pieter Verdonckt inagro vzw Boeren voor bijen Bijensymposium 22 oktober 2011 Pieter Verdonckt inagro vzw Pollen en nectar in het landbouwlandschap Wat kan je als landbouwer doen voor bijen? Opzet experimentele pollen en nectarranden

Nadere informatie

Koloniebroedende pioniers. Dwergmeeuw Larus minutus

Koloniebroedende pioniers. Dwergmeeuw Larus minutus Groen: Werkzaamheden mogelijk. Oranje: Werkzaamheden mogelijk: ja, mits na overleg met ecoloog en eventuele mitigerende maatregelen. Rood: Werkzaamheden mogelijk: nee, tenzij toestemming van de ecoloog

Nadere informatie

Rupsklaver (Medicago)

Rupsklaver (Medicago) Rupsklaver (Medicago) LPW-Florasleutel samengesteld door Veerle Cielen ALGEMENE SLEUTEL Bloemen groot (> 7 mm), in trossen Kroon geel Sikkelklaver Kroon paarsblauw Luzerne Kroonkleur varieert van paars

Nadere informatie

WILDE BIJEN IN RELATIE TOT HET GROENBEHEER IN AMSTERDAM. Een inventarisatie van wilde bijen in het openbare ruimte. A. Koster

WILDE BIJEN IN RELATIE TOT HET GROENBEHEER IN AMSTERDAM. Een inventarisatie van wilde bijen in het openbare ruimte. A. Koster WILDE BIJEN IN RELATIE TOT HET GROENBEHEER IN AMSTERDAM Een inventarisatie van wilde bijen in het openbare ruimte A. Koster Alterra Research Instituut voor de Groene Ruimte, Wageningen, 2001 REFERAAT Koster,

Nadere informatie

De kleine beestjesclub

De kleine beestjesclub Thema: mini Biologie Dieren Insecten en spinnen Moeilijkheid: * Tijdsduur: ** Juf Nelly De kleine beestjesclub Doel: Na deze opdracht weet je meer over verschillende insecten Uitleg opdracht Je luistert

Nadere informatie

BEDREIGDE EN VERDWENEN BIJEN

BEDREIGDE EN VERDWENEN BIJEN BEDREIGDE EN VERDWENEN BIJEN IN NEDERLAND (APIDAE S.L.) Basisrapport met voorstel voor de Rode Lijst Theo M.J. Peeters & Menno Reemer 2003 Stichting European Invertebrate Survey - Nederland Leiden JUNI

Nadere informatie

nummer 16 november 2002 ISSN 1387-1773

nummer 16 november 2002 ISSN 1387-1773 nummer 16 november 2002 ISSN 1387-1773 Nieuwsbrief sectie Hymenoptera van de Nederlandse Entomologische Vereniging Redactie: H. Nieuwenhuijsen, T. Peeters, J. Smit Redactieadres: Plattenburgerweg 7, 6824

Nadere informatie

Vogels van riet en ruigte. Baardman Panurus biarmicus

Vogels van riet en ruigte. Baardman Panurus biarmicus Groen: Werkzaamheden mogelijk. Oranje: Werkzaamheden mogelijk: ja, mits na overleg met ecoloog en eventuele mitigerende maatregelen. Rood: Werkzaamheden mogelijk: nee, tenzij toestemming van de ecoloog

Nadere informatie

Hoofdstuk 17 Metselwespen en nesthulp (subfamilie Eumeninae)

Hoofdstuk 17 Metselwespen en nesthulp (subfamilie Eumeninae) Hoofdstuk 17 Metselwespen en nesthulp (subfamilie Eumeninae) De bekendste plooivleugelwespen zijn de papierwespen ( limonadewespen ), die sociaal in grote volken leven. Daarnaast komen nog 40 soorten plooivleugelwespen

Nadere informatie

Bijen in Leuven. De natuur heeft je nodig. En vice versa. RAPPORT Natuur.studie nummer 17 2014. Jens D Haeseleer

Bijen in Leuven. De natuur heeft je nodig. En vice versa. RAPPORT Natuur.studie nummer 17 2014. Jens D Haeseleer Bijen in Leuven RAPPORT Natuur.studie nummer 17 2014 Jens D Haeseleer De natuur heeft je nodig. En vice versa. Wilde bijen in Leuven Onderzoek naar voorkomen van wilde bijensoorten in het Leuvense stadscentrum

Nadere informatie

Boombroedende vogelsoorten. Europese kanarie Serinus serinus

Boombroedende vogelsoorten. Europese kanarie Serinus serinus Groen: Werkzaamheden mogelijk. Oranje: Werkzaamheden mogelijk: ja, mits na overleg met ecoloog en eventuele mitigerende maatregelen. Rood: Werkzaamheden mogelijk: nee, tenzij toestemming van de ecoloog

Nadere informatie

Welke uilen en roofvogels zijn dat?

Welke uilen en roofvogels zijn dat? . Welke uilen en roofvogels zijn dat? De vogels zijn volgens de kleurcode onderverdeeld in de volgende groepen: Uilen 10 Valken 30 Overige roofvogels 46 Extra: Vliegsilhouet van de belangrijkste soorten

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 6 mei 2014. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 6 mei 2014. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 6 mei 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, Het was eerst afwisselend zonnig en bewolkt, later nam de bewolking toen en (in overeenstemming met de weersverwachting)

Nadere informatie

Nieuwsbrief ef Sectie Hymenoptera

Nieuwsbrief ef Sectie Hymenoptera nummer 2 april 2011 Nieuwsbrief ef Sectie Hymenoptera Nederlandse Entomologische Vereniging In dit nummer onder meer: Verslag excursie boswachterij Staphorst 2010 De Dageraadbij Andrena nycthemera staat

Nadere informatie

1250-1330 1340-1440 1450-1650 1660-1700

1250-1330 1340-1440 1450-1650 1660-1700 Nederlandse Hangoor Dwerg Het land van oorsprong is Nederland. Is in Nederland erkend in 1964 Puntenschaal Groep 6.Hangoren. Pos. Onderdeel Punten 1 Gewicht 10 2 Type, bouw en stelling 20 3 Pels en pelsconditie

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Sectie Hymenoptera. Nederlandse Entomologische Vereniging

Nieuwsbrief. Sectie Hymenoptera. Nederlandse Entomologische Vereniging nummer 30 november 2009 Nieuwsbrief Sectie Hymenoptera Nederlandse Entomologische Vereniging In dit nummer onder meer: Wespen en bijen op vliegbasis Gilze-Rijen De driedoornige metselbij maakt een sprong

Nadere informatie

Monitoring in het kader van de Stedelijke Ecologische Structuur Groningen 2012

Monitoring in het kader van de Stedelijke Ecologische Structuur Groningen 2012 Monitoring in het kader van de Stedelijke Ecologische Structuur Groningen 2012 Inventarisatie bijen Rapport 2012-048 A.J. Loonstra W. Patberg Monitoring in het kader van de Stedelijke Ecologische Structuur

Nadere informatie

Bijen en biodiversiteit in tuinen

Bijen en biodiversiteit in tuinen Bijen en biodiversiteit in tuinen Hoe maken we natuurvriendelijke tuinen die ook geschikt zijn voor bijen Arie Koster Voor voorbeelden van bijenvriendelijke milieus, bijenhotels en een bijenkalender zie:

Nadere informatie

Bijenhotel maken Draaiboek Leeftijd: 10 tot 15 jaar Duur activiteit: 2 tot 2,5 uur

Bijenhotel maken Draaiboek Leeftijd: 10 tot 15 jaar Duur activiteit: 2 tot 2,5 uur Bijenhotel maken Draaiboek Leeftijd: 10 tot 15 jaar Duur activiteit: 2 tot 2,5 uur pagina 1 van 6 Onderwerp activiteit : Bijen hotel maken Begeleider : Begeleider(s) van de groep en/of jager(s) Doelstelling

Nadere informatie

Bijen en Landschapsbeheer

Bijen en Landschapsbeheer Bijen en Landschapsbeheer Hoe maken we het landschap bijenvriendelijk Wat betekent dat voor de biodiversiteit en de kwaliteit van het landschap Een selectie van de mogelijkheden Arie Koster -- www.bijenhelpdesk.nl

Nadere informatie

FOTODETERMINATIE VAN MOTMUGGEN Familie PSYCHODIDAE

FOTODETERMINATIE VAN MOTMUGGEN Familie PSYCHODIDAE FOTODETERMINATIE VAN MOTMUGGEN Familie PSYCHODIDAE versie 7 2015-01-23 Uitsluitend geslachten en soorten die in Nederland waargenomen zijn opgenomen. Vind je een nieuwe soort (wat niet geheel onmogelijk

Nadere informatie

Wilde bijen in Amsterdam Zuid

Wilde bijen in Amsterdam Zuid Wilde bijen in Amsterdam Zuid Een inventarisatie van wilde bijen in het openbaar groen van stadsdeel Zuid A. Koster F.A.L. Nieuwenhuis Augustus 2014 In opdracht van Gemeente Amsterdam, Stadsdeel Zuid Woord

Nadere informatie

HET HERKENNEN VAN GROTE MEEUWEN (DEEL 4)

HET HERKENNEN VAN GROTE MEEUWEN (DEEL 4) HET HERKENNEN VAN GROTE MEEUWEN (DEEL 4) Bram Rijksen In de voorgaande delen is ingegaan op specifieke leeftijdskenmerken en het verschijnsel rui bij grote meeuwen. In het derde deel is aangegeven hoe

Nadere informatie

Insecten van de Goese Heggen 2004

Insecten van de Goese Heggen 2004 Insecten van de Goese Heggen 2004 Insecten Onderzoeksbureau Baaijens Onderzoek en advies Insecten van de Goese Heggen 2004 A.M. Baaijens Inhoud 1. Inleiding.. 1 2. Geselecteerde insectengroepen 1 2.1 Functie

Nadere informatie

Een impressie over zweefvliegen in het Waasland. Marc Bogaerts 24 november 2012

Een impressie over zweefvliegen in het Waasland. Marc Bogaerts 24 november 2012 Een impressie over zweefvliegen in het Waasland Marc Bogaerts 24 november 2012 Inhoud Hoe herken je een zweefvlieg Soortenrijkdom Levenscyclus Levenswijze Waar moet je zoeken Wat heeft het Waasland te

Nadere informatie

Honingbijen, solitaire bijen en hommels in gevaar?

Honingbijen, solitaire bijen en hommels in gevaar? 214119 De Strandvlo 30(2) 48 Honingbijen, solitaire bijen en hommels in gevaar? Kris Struyf In 2010, het jaar van de biodiversiteit, is het ook eens goed om aan de kust aandacht te geven aan andere diergroepen

Nadere informatie

SOLITAIRE EN PARASITAIRE WESPEN. Limonade - en papierwespen

SOLITAIRE EN PARASITAIRE WESPEN. Limonade - en papierwespen SOLITAIRE EN PARASITAIRE WESPEN. Limonade - en papierwespen Als je een nestblok of nestkastje voor solitaire bijen hebt ophangen krijg je vroeg of laat ook met solitaire en parasitaire wespen te maken.

Nadere informatie

Holenbroeders-overig. Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca

Holenbroeders-overig. Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca Groen: Werkzaamheden mogelijk. Oranje: Werkzaamheden mogelijk: ja, mits na overleg met ecoloog en eventuele mitigerende maatregelen. Rood: Werkzaamheden mogelijk: nee, tenzij toestemming van de ecoloog

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 oktober 2014. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 oktober 2014. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 oktober 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, De weersverwachting was redelijk gunstig en lange tijd leek het erop alsof het tot de avond droog zou blijven. Zoals

Nadere informatie

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info Eend Inleiding Ik hou mijn werkstuk over eenden omdat ik het leuke dieren vind en ik wil er wat over leren. Dit wil ik er over weten: Wat doen eenden de hele dag? Wat eten eenden? Wat voor soorten eenden

Nadere informatie

Hoofdstuk 16 Spinnendoders (Pompilidae)

Hoofdstuk 16 Spinnendoders (Pompilidae) Hoofdstuk 16 Spinnendoders (Pompilidae) Een spinnendoder verlamt één spin, die als voedselvoorraad van een nakomeling voldoende is. De verlamde spin wordt verstopt in een holte die een spinnendoder zelf

Nadere informatie

Van veenweidegebied tot bijenlandschap. Menno Reemer

Van veenweidegebied tot bijenlandschap. Menno Reemer Van veenweidegebied tot bijenlandschap Menno Reemer Hoeveel soorten bijen komen er in Nederland voor? Foto s Roy Kleukers Foto Roy Kleukers Honingbij Honingbij, een apart geval Foto Roy Kleukers Sociale

Nadere informatie

Beste natuurliefhebber/- ster,

Beste natuurliefhebber/- ster, Beste natuurliefhebber/- ster, In verband met voorbereidende werkzaamheden voor een paar nogal ingrijpende klussen in ons huis waren Monica en ik de vorige dinsdag aan huis gekluisterd. Dus maakte ik geen

Nadere informatie

De Wespendief. (Veldherkenning)

De Wespendief. (Veldherkenning) (Veldherkenning) R. KASTELIJN De Wespendief IN HET VELD IS VERWARRING MET DE BUIZERD EEN VEEL VOORKOMENDE FOUT. VOOR IEDEREEN DIE IN DE WESPENDIEF IS GEÏNTERESSEERD GELDT EEN ALGEMEEN ADVIES: GA IN HET

Nadere informatie

INSECTEN. werkboekje

INSECTEN. werkboekje INSECTEN werkboekje 20 maart 2009 Dag lieve kleine vlinder Waar vlieg je toch naartoe? Breng jij misschien de eitjes weg, ben jij nu al moe? Jouw eitjes worden rupsjes. die groeien heel erg vlug. ook krijgen

Nadere informatie

Wandelroute langs insecten en andere kleine beestjes

Wandelroute langs insecten en andere kleine beestjes Wandelroute langs insecten en andere kleine beestjes Tijdens deze buitenopdracht komen jullie verschillende insecten tegen. Ook vind je andere kleine beestjes, die geen insecten zijn. De route is met een

Nadere informatie

Bijen en hommels. Tijdstip: mei, juni, juli, augustus wanneer er veel bloemen in bloei staan

Bijen en hommels. Tijdstip: mei, juni, juli, augustus wanneer er veel bloemen in bloei staan KB6 Tijdsinvestering: 45 minuten 1/2 3/4 5/6 7/8 lente zomer herfst winter Bijen en hommels Tijdstip: mei, juni, juli, augustus wanneer er veel bloemen in bloei staan 1. Inleiding: hommels en bijen worden

Nadere informatie

De stadswijk als bijenbarrière

De stadswijk als bijenbarrière 2014 Van Hall Larenstein Michiel van Welsem De stadswijk als bijenbarrière Werkt stedelijk gebied als een barrière voor bijen rondom stadsnatuur gebieden? De potentiële barrièrewerking van stedelijk gebied

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 20 oktober 2015. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 20 oktober 2015. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 20 oktober 2015 Beste natuurliefhebber/- ster, Tijdens deze laatste reguliere excursie en ook nog even daarna was het heel aardig herfstweer. Het was droog, er stond

Nadere informatie

Gele bloemen in het grasland

Gele bloemen in het grasland Gele bloemen in het grasland Iedereen heeft wel gehoord van het gevaar van Jacobskruiskruid voor vee. Maar hoe onderscheidt je nu Jacobskruiskruid van al die andere gele bloemen? In de weide wordt dit

Nadere informatie

Bijen en zweefvliegen in het Land van Wijk en Wouden: nulmeting 2015. Menno Reemer EIS Kenniscentrum insecten

Bijen en zweefvliegen in het Land van Wijk en Wouden: nulmeting 2015. Menno Reemer EIS Kenniscentrum insecten Bijen en zweefvliegen in het Land van Wijk en Wouden: nulmeting 2015 Menno Reemer EIS Kenniscentrum insecten Een klimaatneutrale HEINEKEN brouwerij, een duurzame economie én een aangename leefomgeving

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 22 juli 2014. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 22 juli 2014. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 22 juli 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, Het was opnieuw een warme dag, maar door de vrij sterke wind was het toch aangenaam op de tuinen. Tegelijkertijd bemoeilijkte

Nadere informatie

Gallen. Er is een nieuwe druk verschenen van Het Gallenboek. Een mooie gelegenheid om eens kennis te maken met Gallen.

Gallen. Er is een nieuwe druk verschenen van Het Gallenboek. Een mooie gelegenheid om eens kennis te maken met Gallen. Stichting Natuurvrienden Capelle aan den IJssel e.o. november 2010 nummer 8 Gallen Vorig jaar is er een nieuwe druk verschenen van het Gallenboek. Dit is een boek, waarin alle Nederlandse gallen staan,

Nadere informatie

Grote vos Nymphalis polychloros

Grote vos Nymphalis polychloros Nymphalis polychloros Jan Goedbloed Soortbeschrijving De is een grote bruinrode vlinder, behorend tot de familie van de schoenlappers Nymphalidae waar ook, Atalanta, Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia en Distelvlinder

Nadere informatie

Handleiding Beestentoren

Handleiding Beestentoren Handleiding Beestentoren Beestentoren De beestentoren is geïnspireerd op het model van Hans Carlier. De beestentoren moet zo weinig mogelijk in de schaduw staan. Naast nestgelegenheid is het erg belangrijk

Nadere informatie

WERKDOCUMENT KLEINE GRASPARKIET

WERKDOCUMENT KLEINE GRASPARKIET WERKDOCUMENT KLEINE GRASPARKIET Bedenker van dit document: Filip RESO voorzitter technische commissie Parkieten Opsteller van dit document: Frans COPPIETERS lid technische commissie Parkieten Werkdocument

Nadere informatie

HET HERKENNEN VAN GROTE MEEUWEN (DEEL 3)

HET HERKENNEN VAN GROTE MEEUWEN (DEEL 3) HET HERKENNEN VAN GROTE MEEUWEN (DEEL 3) Bram Rijksen In de vorige twee delen is ingegaan op de specifieke leeftijdskenmerken van de zeemeeuw, en op welke wijze het verschijnsel rui kan helpen bij het

Nadere informatie

HOOFDSTUK 4 BIJEN EN BLOEMEN

HOOFDSTUK 4 BIJEN EN BLOEMEN 4 HOOFDSTUK 4 BIJEN EN BLOEMEN MANJA M. KWAK Bijen en bloemen: iedereen weet dat ze iets met elkaar te maken hebben, maar weinigen weten er het fijne van. Bijen blijken in lichaamsbouw en levenswijze volledig

Nadere informatie

Bijenhoudersvereniging St Ambrosius Boxtel

Bijenhoudersvereniging St Ambrosius Boxtel januari In deze maand zijn de hommelkoninginnen nog in hun winterslaap. februari Op een warme dag komt een hommelkoningin uit haar schuilplaats en gaat op zoek naar voedsel. Als het kouder wordt moet ze

Nadere informatie

Dinsdag 26 november 2013

Dinsdag 26 november 2013 Dinsdag 26 november 2013 Al geruime tijd was er, wat mij betreft, enige onduidelijkheid over de juiste benaming van de naast De Wiershoeck gelegen tuinen. Ik wist niet beter dan dat het de Schoolwerktuin

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 3 en donderdag 5 maart 2015

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 3 en donderdag 5 maart 2015 De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 3 en donderdag 5 maart 2015 Beste natuurliefhebber/- ster, Op dinsdag heb ik maar weinig foto s gemaakt. Ik, of beter gezegd mijn camera, werd tijdelijk ingehuurd

Nadere informatie

Bloemen en hun bezoekers

Bloemen en hun bezoekers INSTRUCTIEBOEKJE Bloemen en hun bezoekers Scala College Rietvelden 2013 BLOEMEN EN HUN BEZOEKERS a. BESCHRIJVING VAN DE OPDRACHT In deze veldles ga je kijken naar bloemen en de insecten die op bloemen

Nadere informatie