Collectieprofielen Museum Volkenkunde, Leiden

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Collectieprofielen Museum Volkenkunde, Leiden"

Transcriptie

1

2 Collectieprofielen Museum Volkenkunde, Leiden Inhoudsopgave Inleiding 2 Korte geschiedenis van het museum 4 Insulair Zuidoost-Azië 7 Zuid- en Zuidoost-Azië 19 Zuidwest- en Centraal-Azië 27 Afrika 33 Midden- en Zuid-Amerika 42 Indiaans Noord-Amerika 54 Circumpolaire gebieden 61 China 68 Korea 75 Japan 78 Fotocollecties 82 1

3 Vooraf Museum Volkenkunde beheert al bijna 200 jaar collecties die eigendom zijn van de Staat der Nederlanden. In al die tijd was verwerving van nieuwe collecties het enige beschikbare middel om de kwaliteit van die collecties te vergroten. Afstoting van stukken van twijfelachtige of mindere kwaliteit was niet aan de orde; de museale praktijk en ethiek in Nederland liet daarvoor geen ruimte: eens collectie, altijd collectie, dat was het universele motto, zeker voor de openbare collecties van het Rijk en andere overheden. Sinds begin jaren negentig van de vorige eeuw komt daarin verandering. Met de komst van het Deltaplan Cultuurbehoud van Minister Hedy d Ancona is de roep steeds luider geworden vooral uit de Tweede Kamer - om kritisch te bezien of inderdaad wel alles voor de eeuwigheid moet worden bewaard. En dat was ingegeven door het besef dat bewaren veel geld kost en geld altijd schaars is. Tegen die achtergrond maakte Museum Volkenkunde al in 1996 met het Ministerie van OC&W de afspraak om 1000 voorwerpen te gaan afstoten. Dat is nog steeds niet gebeurd, en wel op goede gronden. Nog geen enkel rijksmuseum heeft tot op heden collectieonderdelen afgestoten; niet omdat men niet wil of het niet nodig vindt, maar vooral omdat er tussen de eigenaar van de collecties het Rijk en de beheerders van de collectie de rijksmusea nog geen procedurele kaders waren overeengekomen hoe dit kon worden aangepakt. Daarin is nu verandering gekomen. Op 30 november 2006 presenteerde het Instituut Collectie Nederland (ICN) de herziene Leidraad Afstoting Museale Objecten (LAMO), en prompt daarop liet het Ministerie van OC&W ons weten op welke manier museumdirecteuren de Minister van OC&W om machtiging kunnen verzoeken om voorwerpen uit de rijkscollectie af te stoten. De cruciale eis daarbij is dat aan de in de LAMO beschreven zorgvuldigheidseisen wordt voldaan; de gedachte dat de Minister zelf eerst de collectieprofielen voor de rijkscollecties zou moeten vaststellen is verlaten. Daarmee kan Museum Volkenkunde nu eindelijk een volgende stap zetten: het door de directeur formeel vaststellen van de collectieprofielen voor de diverse deelcollecties en het inrichten van een afstotingsproject conform de LAMO. Voor de Japan collectie is dat inmiddels al gebeurd. Het profiel voor de Japan collectie lag al sinds 2001 op ministeriële goedkeuring te wachten, en is al op 20 april 2007 vastgesteld; het afstotingsproces is in volle gang. Voor de andere collecties met uitzondering van Oceanië; dat volgt later zijn de collectieprofielen nu ook gereed, en zij worden hier gebundeld aangeboden. De collectieprofielen zijn technisch en historisch van aard: zij geven op hoofdlijnen aan hoe de collecties tot stand zijn gekomen, en hoe deze nationaal en internationaal kunnen worden vergeleken. Ook is aangegeven welke onderdelen kunnen worden afgestoten. Dat zal in de komende jaren gebeuren, nadat de afstotingen uit de Japancollectie zijn afgerond. De collectieprofielen zijn niet strategisch van aard: plannen en opties voor verder verzamelen zijn daarin niet opgenomen. Dat behouden we voor aan de verzamel- en onderzoeksplannen die een kortere looptijd en geldigheid hebben dan deze collectieprofielen; zij zullen voor elke beleidsperiode opnieuw worden vastgesteld. Steven Engelsman, Directeur. 1 oktober

4 Inleiding Verzamelen is van alle tijden. In de Europese wereld heeft de verzamelwoede in de loop van de tijd onder meer geleid tot het ontstaan van musea die meestal energiek zijn door gegaan met verzamelen. In de volkenkundige musea werden vooral in de koloniale tijd, met als hoogtepunt het einde van de negentiende eeuw, veel voorwerpen aan de collecties toegevoegd. Doordat vrijwel nooit werd afgestoten breidden de verzamelingen zich telkens uit. Een kritische analyse van wat verzameld werd en wat mogelijk niet de moeite van het bewaren waard was, ontbrak meestal. Pas recent, mede door het ontstaan van een kritischer houding ten aanzien van het eigen verleden, komen volkenkundige musea tot het samenstellen van collectieprofielen waarin de collecties beschreven worden en kritisch tegen het licht gehouden. Dit kan niet meer zijn dan een tijdsgebonden visie en is natuurlijk ook afhankelijk van de visie van de conservator die het profiel geschreven heeft. Enige flexibiliteit in het hanteren van de collectieprofielen is dan ook op zijn plaats. Toch meent Museum Volkenkunde met de hier gepresenteerde collectieprofielen een belangrijke stap te hebben gezet naar gericht verzamel- en afstotingsbeleid, onderzoeksbeleid en naar het op een productieve manier becommentariëren van het verleden; dit alles om richting te geven aan een veelheid van toekomstplannen. Het spreekt voor zich dat Volkenkunde zich hierbij houdt aan internationale afspraken (ICOM gedragscode, Unesco-Conventie en UNIDROIT-Conventie) ook al zijn deze (nog) niet door de Nederlandse regering geratificeerd. Bij een aantal collectieprofielen is gebruik gemaakt van de landelijke categorie indeling A, B, C en D die een indicatie geeft van de kwaliteit van de collecties of van collectieonderdelen. Vooral bij de grotere collecties bleek het (nog) niet mogelijk deze categorie-indeling in de collectiebeschrijvingen mee te nemen. Daar waar dat wel is gebeurd, werden de landelijk geldende definities van deze categorieën gehanteerd. A. Bij objecten of deelcollecties die behoren tot categorie A gaat het om voorwerpen die binnen de doelstelling van het museum en het geheel van het Nederlandse museale en verspreide cultuurbezit onvervangbaar en onmisbaar zijn. B. 1. Het object wordt dikwijls getoond in tijdelijke opstellingen: «presentatiewaarde». Hieronder vallen ook voorwerpen die wellicht niet een grote kunst- of cultuurhistorische of wetenschappelijke waarde hebben, maar wel een hoge «attractiewaarde». 2. De herkomst van het object is belangrijk/schept bepaalde verplichtingen: «genealogische waarde». 3. Het object vormt een onderdeel van een ensemble, dat in zijn geheel of voor een belangrijk deel aan bepaalde criteria voldoet, waaraan het object sui generis niet zou voldoen: «ensemblewaarde». 4. Het object is drager van belangrijke gegevens die niet in bovengenoemde criteria vervat zijn: «documentatiewaarde». C. Onder categorie C vallen voorwerpen die niet voldoen aan de criteria van categorie A of aan één of meerdere van categorie B. Voorwerpen die in categorie C worden geplaatst beantwoorden wel altijd aan de doelstelling van het museum. D. Deze categorie bevat objecten die het best als rariteiten of requisieten omschreven kunnen worden. Het gaat hier om voorwerpen die nimmer als museaal object geïnventariseerd hadden mogen worden, omdat ze weinig tot geen culturele waarde vertegenwoordigen. Dergelijke voorwerpen kunnen soms een rol vervullen ter ondersteuning van de presentatie. 3

5 Korte geschiedenis van het Rijksmuseum voor Volkenkunde Het Rijksmuseum voor Volkenkunde te Leiden is een van de drie oudste, op wetenschappelijke grondslag ingerichte, volkenkundige museum ter wereld. Zijn ontstaansgeschiedenis is nauw verbonden met die van het Koninkrijk der Nederlanden en met de persoon van koning Willem I. Hij had een levendige belangstelling voor de stichting van nationale instellingen ter bevordering van wetenschap en kunst en de verspreiding van kennis over alle delen van het koninkrijk. Een van de instellingen die hij bij Koninklijk Besluit van 9 juli 1816 stichtte, was het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden. Hierin werden onder meer zijn privéverzameling van schilderijen en zeldzaamheden, de Koninklijke Bibliotheek en het Kabinet van Chinese Zeldzaamheden ondergebracht. De Chinese verzameling was afkomstig uit de nalatenschap van Mr. Jean Theodore Royer ( ). Deze Haagse jurist had bij zijn leven een imposante collectie voorwerpen uit China bijeengebracht. Royer s weduwe legateerde in 1814, kort voor haar overlijden en geheel in de geest van haar Oranjegezinde echtgenoot, deze Chinese collectie aan de op 30 november 1813 in Nederland teruggekeerde erfprins Willem van Oranje, 'onsen geliefde souverijn'. Curiositeiten van allerlei aard zijn in de loop der jaren aan het Koninklijk Kabinet toegevoegd, maar zijn etnografische verzamelingen bleven de belangrijkste, zeker toen respectievelijk in 1826 en 1832 de collecties van Jan Cock Blomhoff ( ) en Johan G. F. van Overmeer Fisscher ( ) werden aangekocht en bij het Kabinet werden gevoegd. Beide collecties waren aanzienlijke verzamelingen betreffende Japan. Omstreeks dezelfde tijd 1823 tot eind 1829 was Dr. Philip Franz von Siebold ( ) in Japan als arts werkzaam op de Hollandse handelsvestiging Deshima (Nagasaki). Tijdens zijn verblijf op deze handelspost wist hij belangrijke contacten te leggen met Japanse geleerden en kunstenaars. Die contacten stelden hem in staat een omvangrijke Japanse verzameling bijeen te brengen en deze op wetenschappelijk verantwoorde wijze te ordenen en te documenteren. Zijn belangstelling ging vooral uit naar de geneeskunde, de natuurlijke historie en de taal-, land en volkenkunde van Japan. Na een gedwongen vertrek uit Japan arriveerde Siebold in juli 1830 in Nederland en vestigde zich te Leiden. Een klein jaar later ging zijn etnografische verzameling scheep vanuit Batavia naar Nederland. Nog vóór de verscheping van de collectie keurde de Nederlandse regering al de overname goed van Siebold s Japanse verzameling. Het zou echter tot augustus 1837 duren alvorens die overdracht definitief werd geregeld. In de tussenliggende jaren stond Siebold s verzameling geordend opgesteld in zijn woning aan het Rapenburg 19 en gebruikte hij haar voor het schrijven van zijn monumentale werk Nippon: Archiv zur Beschreibung von Japan und dessen Neben- und Schutzländern. In die jaren zullen daar incidenteel ook al bezoekers naar de tentoongestelde verzameling zijn komen kijken. Echter, pas na de formele afronding van de overdracht in 1837 was sprake van een openstelling voor een breed publiek en kreeg de presentatie van de collectie een museale status onder de namen Verzameling Von Siebold en Japansch Museum. In 1859 vertrok Siebold voor een tweede verblijf naar Japan ( ) en kwam zijn collectie formeel onder beheer van Conradus Leemans ( ), de toenmalige directeur van het Rijksmuseum van Oudheden. De verzameling kreeg bij die gelegenheid tevens een nieuwe huisvesting Breestraat 18 waarbij op de gevel van het pand de aanduiding Rijks Japansch Museum Von Siebold prijkte. Door toevoeging van enkele andere omvangrijke etnografische collecties de Indische collecties van Salomon Müller en van de Koninklijke Delftse Academie en door het streven naar een breder, algemeen etnografisch museum, verdwenen in 1864 de expliciete verwijzingen naar Japan en Siebold en kreeg het museum de naam die het tot 1931 zou behouden: Rijks Ethnografisch Museum. Aansluitend volgden enkele jaren als Rijksmuseum van Etnografie om vervolgens in 1935 de officiële naam te krijgen die het tot heden draagt: Rijksmuseum voor Volkenkunde. Vanwege de verzelfstandiging in 1995 hoort daar inmiddels nog de aanduiding Stichting aan vooraf te gaan en in overeenstemming met de tijdgeest hanteert het museum sinds 2007 daarnaast ook de naam Museum Volkenkunde. Van de aanvang af streefden zowel Siebold als de eerste directeur van het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden, Reinier Pieter van de Kasteele ( ), er naar en drongen erop aan dat beide verzamelingen één wetenschappelijk etnografisch museum zou gaan vormen. Door allerlei moeilijkheden van financiële aard, voornamelijk de kosten voor een behoorlijke huisvesting van de collecties, kwam deze beoogde samenvoeging eerst in 1883 tot stand, nota bene bij de opheffing van het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden. Hierbij gingen de etnografische verzamelingen van het Kabinet te Den Haag over naar het Rijks Ethnografisch Museum te Leiden. 4

6 Gedurende de laatste decennia van de negentiende eeuw zijn de verzamelingen van het museum sterk uitgebreid. Uiterst belangrijke collecties wist de toenmalige directeur, Lindor Serrurier ( ), aan te trekken door persoonlijke contacten, als wel door een grote mate van waakzaamheid en vasthoudendheid. In 1883 vond niet alleen de overname plaats van de collecties van het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden, maar ook de verwerving van een belangrijk gedeelte van de Nederlandse inzending bij de in 1883 te Amsterdam gehouden Internationale Koloniale Tentoonstelling. Hand in hand met de zogenoemde openlegging van de Indische buitengewesten ging in die jaren het verzamelen van etnografica. Verschillende expedities, zowel burgerlijke als militaire, in Indonesië leverden veel materiaal op (Aceh, Bali, Centraal-Borneo). Mede daardoor zijn tezelfdertijd de verzamelingen van het museum op het gebied van Indonesië belangrijk uitgebreid. In dezelfde periode begon men het verzamelbeleid ook te richten op die buiten-europese gebieden die nog niet zo goed in het museum waren vertegenwoordigd: het Zuidzee-gebied, Afrika, Amerika en regio s als Tibet en Siberië. Een belangrijke aanwinst in deze periode is ook geweest de overdracht in 1903 van die voorwerpen uit het Rijksmuseum van Oudheden, die vielen buiten gebied van de klassiek oudheid. Hiermee vonden een imposante Hindoe-Javaanse verzameling en een aanzienlijke collectie oudheden van Amerika hun weg naar het Rijks Ethnografisch Museum. Tegelijkertijd werd met de explosieve groei van de collectie het huisvestingsprobleem van het museum steeds nijpender. De oplossing hiervoor kwam in 1933, toen het in 1931 ontruimde gebouw van het Academisch Ziekenhuis ter beschikking van het museum werd gesteld. Door de economische crisis van die dagen waren echter slechts zeer weinig middelen beschikbaar voor de verbouwing en inrichting. In november 1937, honderd jaar nadat Siebold zijn verzameling voor het eerst voor publiek had opengesteld, kon het museum eveneens de deuren van een enigermate waardige behuizing voor hen openen. Nog geen twee jaar later, in 1939, moest alweer begonnen worden met het verstoren van het moeizaam opgebouwde geheel. In verband met de dreiging van een oorlog moesten de beste stukken in veiligheid worden gebracht in de Rijksschuilplaatsen in de duinen bij Heemskerk. Andere belangwekkende objecten kregen alvast hun schuilplaats in de kelders van het museum. Het museum bleef open tot september Toen was de situatie zodanig geworden dat het onverantwoord was nog langer met de volledige ontruiming van de openbare verzamelingen te wachten. Op 11 december 1944 vielen een aantal bommen op het museumterrein en één in het gebouw, waardoor grote glasschade ontstond, doch gelukkig geen brand. Zo kwam het museumgebouw, weliswaar gehavend doch zeker niet onherstelbaar, uit de strijd en bleven de verzamelingen behouden. In de tweede helft van de twintigste eeuw groeide in het museum een gericht verzamelbeleid, waarbij in toenemende mate leden van de eigen wetenschappelijke museumstaf als museum-antropologen 'in het veld' voorwerpen bijeen zijn gaan brengen. Daarbij zochten en zoeken zij intensief contact met de leden van de samenleving te midden waarin zij tijdelijk leven en werken. Op grond van deze wijze van diepte-observatie, meestal aangeduid als de 'participerende observatie', kunnen zij inzicht krijgen in en zich vertrouwd maken met het systeem van normen, waarden en gedragsregels waarmee een bepaalde cultuur zich van een andere onderscheidt. Deze benaderingswijze biedt tevens de mogelijkheid de verschillende elementen in die bepaalde cultuur beter en in hun onderlinge samenhang te doorgronden. Naast het verzamelen van gegevens op het cognitieve vlak hielden en houden zij zich ook bezig met het verzamelen van materiële getuigenissen van de betrokken gemeenschap. Een of meerdere voorwerpen worden daarbij op systematische wijze geselecteerd, al naar gelang de specifieke functie en betekenis die zij vervullen binnen de gehele context van de cultuur in kwestie. Op deze wijze bijeengebrachte voorwerpen worden vervolgens waardevol, niet alleen als bewijsmateriaal ter ondersteuning van de in het veld verkregen en verzamelde cognitieve onderzoeksgegevens, maar zeker ook als onontbeerlijk materiaal ten dienste van de steeds belangrijker geworden publiekgerichte taken van het museum. Hierbij zijn de museale presentatie, de cultuurinterpretatie, de educatieve begeleiding en de moderne interactieve middelen op de voorgrond komen te staan. De integratie van deze elementen vormt de basis van communicatie tussen het museum en zijn publiek. Tegelijkertijd, en vandaag de dag in toenemende mate, wordt het mogelijk de contacten en de samenwerking met dragers en hoeders van cultuur in de landen van oorsprong van de museale collecties nieuw leven in te blazen en te intensiveren. 5

7 In 1956 werd in Breda het Volkenkundig Museum "Justinus van Nassau" opgericht en onder beheer en hoede van het Leidse Rijksmuseum voor Volkenkunde geplaatst. Dit volkenkundige museum was geënt op de etnografische collectie van de Koninklijke Militaire Academie te Breda. In 1993 werd besloten tot opheffing van dit museum en werden de collectie, tezamen met de bibliotheek en het archief overgebracht naar het museum te Leiden. In het laatste decennium van de twintigste eeuw en in de eerste jaren van de huidige eeuw voltrokken zich in het museum drie ingrijpende veranderingen. Een groot onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de staat en het fysieke beheer van de collecties van de Nederlandse rijksmusea toonde in 1988 aan dat de toestanden overal veel te wensen over lieten. Vooral de collectie van het Rijksmuseum voor Volkenkunde bleek er slecht aan toe te zijn. De conclusies van het onderzoek waren voor de rijksoverheid aanleiding te besluiten tot de uitvoering van het Deltaplan voor Cultuurbehoud. Voor het museum betekende dit dat in de periode de gehele collectie van voorwerpen is schoongemaakt, waar nodig is geconserveerd of gerestaureerd, is gefotografeerd en digitaal is geregistreerd. Aansluitend is vrijwel de gehele collectie overgebracht naar en deugdelijk opgeborgen in een depotcomplex te s-gravenzande, ruim 30 km van Leiden. De tweede grote verandering is de verzelfstandiging geweest. Deze verzelfstandiging verplichtte de rijksmusea om halverwege de jaren negentig op eigen benen te gaan staan. Onder dwang van de Tweede Kamer had het ministerie van cultuur in 1991 ingestemd met de noodzaak de betrokken musea, voorafgaand aan die omschakeling, te helpen bij het inlopen van achterstanden. Verzelfstandiging vereiste dat de musea eerst bedrijfsmatig gezond en professioneel toegerust waren. De hele operatie bracht directiewisselingen, reorganisatie, de introductie van nieuwe specialismen (communicatie en collectiebeheer) en een veel sterkere oriëntatie op de bedrijfsvoering met zich mee. Ook in het Rijksmuseum voor Volkenkunde. De derde belangrijke verandering, eind vorige en begin deze eeuw, is de grootscheepse verbouwing van het museumgebouw geweest. Het lag in de lijn van de twee andere belangrijke veranderingen dat ook de presentatie van de collectie aan het publiek aan de eisen van de tijd moest gaan voldoen. Sinds 1937 was het museum eigenlijk een verbouwd ziekenhuis gebleven. De tijd was nu rijp voor een totale reconstructie van het gebouw. Kort voor de feitelijke verzelfstandiging op 1 januari 1995 kwam de financiering hiervoor rond en was die verbouwing veiliggesteld. Zij was voltooid in april 2001, toen het museum na enkele jaren van zeer beperkte openstelling, zijn nieuwe deuren voor het grote publiek kon openen. 6

8 Collectieprofiel Insulair Zuidoost-Azië Pieter ter Keurs Inleiding De collectie insulair Zuidoost-Azië is de grootste deelverzameling van Museum Volkenkunde. Het gaat bij benadering om ongeveer voorwerpen 1, waarvan het grootste deel afkomstig is uit Indonesië. Een tweede component is de Filippijnen collectie, die ongeveer 1400 voorwerpen bevat. Het derde land in de regio is Maleisië, waarvan de collectie in Leiden echter slechts 151 objecten bevat. In de collectie insulair Zuidoost-Azië bevinden zich voorwerpen uit een groot aantal cultuurgebieden. Alleen Indonesië omvat al ongeveer driehonderd cultuurgebieden en vanuit vrijwel alle gebieden zijn voorwerpen aanwezig. 2 In de nu volgende tekst zal de collectie eerst kort en algemeen vanuit een breed historisch perspectief worden beschreven. Daarna wordt gedetailleerder ingegaan op de diverse deelcollecties, gerangschikt naar hun culturele herkomst. Uitzonderingen op deze indeling naar cultuur zijn de categorieën préhistorie en hindoeboedhistische collecties, mengvormen, textielen en schilder- en tekenkunst. Alleen de eerste twee categorieën worden hier apart behandeld. Vervolgens wordt stilgestaan bij het belang van de collectie in nationaal en internationaal perspectief. Het collectieplan zal worden afgesloten met enkele overwegingen die tot heldere keuzes kunnen leiden. Kort historisch overzicht van de collectie Vanaf het ontstaan van het museum hebben Indonesische voorwerpen deel uitgemaakt van de collectie. De Von Siebold collectie (serie 1) bevat al voorwerpen uit de Kleine Soenda eilanden, verzameld tijdens de reis van de Natuurkundige Commissie in het begin van de negentiende eeuw. Andere voorwerpen van dezelfde bron worden later, in 1861, aan de verzameling toegevoegd door het verwerven van de collectie van Dr. Salomon Müller. Deze samengevoegde collectie is vermoedelijk de oudste ter wereld uit het gebied van de Kleine Soenda eilanden. Müller s collectie (circa 800 objecten) bevat overigens ook voorwerpen uit Sumatra en het huidige Kalimantan. Inmiddels is ook elders in Nederland een begin gemaakt met het samenbrengen van andere verzamelingen waar zeer vroeg Indonesisch materiaal in zit. Zo wordt in 1816 in s-gravanhage het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden opgericht. Daar worden in de loop der tijd steeds meer Indonesische voorwerpen in opgenomen. In 1883 echter, zal de etnografische collectie van dit Kabinet worden toegevoegd aan de verzameling van het Rijks Ethnografisch Museum. In de tussenliggende jaren vindt ook het verzamelen van de nu wereldberoemde oudheden van Singasari plaats, die al voor de oprichting van het ethnographisch museum hun weg vinden naar het Leidse Rijksmuseum van Oudheden (RMO). In 1903 zal deze collectie, samen met alle overige niet-europese oudheden die bij het RMO zijn ondergebracht, overgaan naar het Rijks Ethnografisch Museum. Uit de eerste decennia van de negentiende eeuw stammen verder de belangrijke collectie Payen 3 (olieverf schilderijen, schetsen, dagboeken) en de zogeheten collectie Bik (voornamelijk schetsen). Na 1859, na het aantreden van Dr. Conradus Leemans als waarnemend directeur van het REM 4, worden vooral overheidsambtenaren in tal van functies gestimuleerd om collecties voor het museum bijeen te brengen. Vanaf dan groeit het aantal verschillende namen van verzamelaars gestaag. Onder hen bevinden zich opvallend veel artsen die zich naast hun medische werkzaamheden in de kolonie, ook bezig houden met het verzamelen van etnografica. Deze artsen zijn vaak betrokken bij de toentertijd nog enige vorm van antropologie: de fysische antroplogie. In dat verband voeren zij onder andere veel schedelmetingen uit en, eenmaal ter plaatse in een buitengewest, verzamelen zij in een moeite door ook de nodige etnografica. Zo sturen bijvoorbeeld de artsen G.F. Wienecke en J. Semmelink regelmatig aanzienlijke verzamelingen uit verschillende delen van de Indische archipel naar Leiden. 1 Volgens een telling in TMS zijn het er ; incl. a en b nummers. 2 Voor een uitputtend overzicht van de culturele herkomst van de collecties verwijzen we naar de catalogus van Dr. H.H. Juynboll ( ). 3 De van oorsprong Belgische schilder Antoine A.J. Payen ( ) verblijft van 1817 tot aan 1826 in opdracht van de Nederlandse overheid in Nederlands-Indië. Samen met zijn tijdgenoot en schilder-tekenaar A.J. Bik reist hij onder andere in 1824 in de staf van de toenmalige Gouverneur-Generaal G.A.G. Ph. baron van der Capellen mee door Indie. 4 Dr. Conradus Leemans ( ) is sedert 1835 directeur van het Rijksmuseum van Oudheden. Bij aanvang van de tweede reis van Von Siebold naar Japan, in 1859, wordt hij tevens waarnemend directeur van het Rijks Japansch Museum Von Siebold, dat kort daarop wordt omgedoopt tot Rijks Ethnographisch Museum. Leemans zal zijn functie van waarnemend directeur van het REM uitoefenen tot

9 Naast medici bereizen echter ook vele andere Indische ambtenaren grote of kleine afgelegen delen van Nederlands-Indië en dragen van daaruit bij aan de vorming van de Indische en Nederlandse volkenkundige verzamelingen in respectievelijk Batavia, Leiden en tot 1864 Delft. Te Delft bevindt zich tot dat jaar namelijk de Koninklijk Academie waar de opleiding tot Indisch Ambtenaar plaatsvindt. In dat kader bezit de Academie zelf ook een respectabele collectie ethnografica. Bij de opheffing van deze opleiding in 1864 wordt haar verzameling in haar geheel overgebracht naar Leiden en aan de collectie van het REM toegevoegd (serie 37, meer dan 1000 objecten). Daarmee verwerft het REM onder meer een topcollectie oude wayang poppen. Gedurende de laatste decennia van de negentiende eeuw breidt de Indonesië verzameling zich explosief uit. Het begint met de Nederlandse inzending voor de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1878 die daarna in Leiden belandt (serie 300, circa 1700 voorwerpen). In 1881 volgt de toevoeging van de collectie die is verzameld tijdens de Midden-Sumatra expeditie van (serie 268, 571 objecten). In 1883 vindt in Amsterdam de Internationale Koloniale en Uitvoerhandel Tentoonstelling plaats en ook daarvan komen de Indische voorwerpen naar Leiden (serie 370, circa 4000 objecten). Datzelfde jaar worden daar bovendien nog de vele duizenden voorwerpen uit het net opgeheven Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden (serie 360) aan toegevoegd. Ruim tien jaar later, in 1894, krijgt het Rijks Ethnografisch museum opnieuw na afloop van een grote koloniale tentoonstelling, ditmaal te Batavia, een aanzienlijk deel van de Nederlandse inzending (series , ruim 470 objecten). Eveneens in 1894 schenkt H.M. Koningin-regentes Emma een uitgebreide collectie poppen en miniatuur attributen (serie 1108, ruim 480 voorwerpen) die, net als bij de koloniale exposities het geval is, kan worden beschouwd als een fraai voorbeeld van koloniaal verzamelen. Doel van deze toentertijd in Europese landen met koloniën zeer populaire vorm van verzamelen, is het bijeenbrengen en exposeren van objecten om daarmee de (westerse) bezoekers een representatief beeld te geven van de historie, het hedendaagse leven of van nieuwe ontwikkelingen in bepaalde landstreken van de verre koloniën. Koningin Emma s poppencollectie geeft om die reden een goed beeld van kleding in hele archipel kort voor de eeuwwisseling. Naast de collectie-aanwas via tal van civiele kanalen vormt ook de militaire aanwezigheid in het toenmalige Nederlands-Indië een belangrijke voedingsbron voor de groei van de Indische verzameling. Vooral de militaire pacificatie van een aantal uithoeken van de archipel op het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw zorgt, naast het definitief vestigen van het Nederlandse gezag ter plaatse, voor een toestroom van vele voorwerpen. Daaronder vooral ook veel kostbaarheden, die al dan niet oneigenlijk worden verkregen. De verzamelingen die het gevolg zijn van de militaire veroveringen van Aceh op Sumatra en van de eilanden Bali en Lombok, zijn hiervan de meest spectaculaire voorbeelden. Overigens bezit het museum al van vóór de verovering van Bali in een belangrijke collectie voorwerpen van dit eiland. In de slipstream van Niet op militaire leest geschoeid, maar als onderneming niet minder heldhaftig, zijn in de laatste jaren van de negentiende eeuw de drie expedities van A.W. Nieuwenhuis naar de binnenlanden van Borneo. In voorafgaande jaren gaan al wel bestuursambtenaren af en toe de binnenlanden in en trachten dan zo vér mogelijk rivieren op te varen. Van deze korte en beperkte expedities keren zij vaak terug met kleine verzamelingen. Daarvan bevinden zich een aantal zeer belangrijke voorwerpen, zoals enkele prachtige maskers, in de museumcollectie. Tijdens de tweede expeditie slaagt Nieuwenhuis erin, als eerste Europeaan, Borneo van west naar oost te doorkruisen. Het merendeel van de voorwerpen die hij tijdens zijn drie expedities bijeenbrengt, vindt uiteindelijk zijn weg naar Leiden (series 1219 en 1308) en maken de Dayak collectie van het Museum Volkenkunde tot de belangrijkste ter wereld. In de eerste twee decennia van de twintigste eeuw komt ook de zogenoemde Ethische politiek in Nederlands-Indië tot bloei. De gedachte die hieraan ten grondslag ligt, is dat de kolonie er niet louter en alleen is voor de exploitatie van haar grondstoffen en haar bevolking. Zowel het Nederlandse koloniale bestuur als de in Indië ondernemende, explorerende of missionerende Nederlanders dienen de koloniale bevolking zodanig te gaan vormen dat zij uiteindelijk op hele lange termijn kan komen tot politieke en economische zelfstandigheid. Om daarmee te kunnen beginnen en succesvol te kunnen zijn, is kennis van de reeds bestaande inlandse (kunst)nijverheid een belangrijke voorwaarde. De belangstelling die zodoende ontstaat voor bestaande locale kunstnijverheidstradities leidt vervolgens weer tot het bijeenbrengen van soms aanzienlijke verzamelingen, zoals bijvoorbeeld de grote serie vlechtwerken die gouverneur J.E. Jasper verzamelt en in 1908 aan het museum schenkt (serie 1647, 1350 voorwerpen). 8

10 Toch moeten we ons voor die jaren niet alleen concentreren op de grote aanwinsten. Doorlopend komen kleinere collecties binnen waarvan een aantal van zeer grote waarde blijken. Vooral individuele bestuursambtenaren, zendelingen, missionarissen of kunstenaars leveren vanuit hun persoonlijke belangstelling en als bijproducten van hun uiteenlopende beroepen veel kleine juweeltjes van collecties. Daar komt bij dat ze door de vaak met zorg verzamelde en bijgevoegde documentatie veel waardevoller zijn dan hun soms beperkte omvang doet vermoeden. Enkele voorbeelden hiervan zijn de collecties van O.L. Helfrich (serie 820, met voorwerpen uit Bengkulu, Enggano en Zuid-Sumatra), van Dr. J. Groneman (series 847 en 913, met goed gedocumenteerde objecten uit de Javaanse materiële cultuur), of de collectie van M.C. Schadee (serie 1476, Zuidoost-Molukken). Hoewel het bij deze laatste verzameling slechts gaat om 120 voorwerpen, blijkt een aantal daarvan van grote volkenkundige waarde. Noemenswaardig is hier tenslotte ook de collectie van de belangrijkste onderzoeker van Nias E.E.W.G. Schröder die in 1906 talrijke objecten uit dat gebied aan het museum schenkt, waar onder enkele topstukken (serie 1552, ruim 500 voorwerpen). Na 1910 groeit de collectie minder snel, hoewel nog regelmatig nieuwe zendingen binnenkomen uit veel verschillende delen van de archipel (Timor, Nias, Minangkabau, Batak en Molukken). Belangrijk is tevens de aanwinst van een collectie Javaanse statiewapens, waaronder met goud belegde ceremoniële speren. De enorme groei van de laatste decennia van de negentiende eeuw behoort in elk geval definitief tot het verleden. Naast een krimp in de groei van de collectie treedt in de eerste decennia van de twintigste eeuw, tot aan de Tweede Wereldoorlog, nog een ander belangrijk feneomeen op met betrekking tot de Indische verzamelingen in Leiden: men gaat zich concentreren op het documenteren en bestuderen van de collecties in plaats van op het bijna ongebreideld verwerven van nieuwe aanwinsten. Daarbij ontstaat als een van de belangrijke theoretische resultaten van dat wetenschappelijk onderzoek in die jaren het zogenoemde Leidse structuralisme. Deze stroming in de moderne antropologie is vooral ontwikkeld door twee conservatoren van het Museum Volkenkunde: Dr. J.P.B. de Josselin de Jong en Dr. W.H. Rassers. Uit dezelfde concentratie op onderzoek en documentatie van de collectie ontstaat ook een uiterst belangrijk, en tot op de dag van vandaag zeer praktisch resultaat: de door de toenmalige conservator en latere directeur van het museum, Dr. H.H. Juynboll, gepubliceerde Catalogus van s-rijks Ethnographisch Museum. In een reeks van 23 delen, die tussen 1909 en 1932 verschijnen, beschrijft hij 5 daarin de gehele toen aanwezige Indische collectie, inclusief de Filipijnen en met een catalogus van de bibliotheek. Op het gebied van uitbreiding van de verzameling in de jaren kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verkrijgt het museum in 1939 nog een belangrijke aanwinst in de vorm van de collectie van B.A.G. Vroklage (serie 2380). Als 'Missionsethnolog' in dienst van de Rooms-Katholieke kerk werkt hij op verschillende plaatsen in Nusa Tenggara (Kleine Sunda-eilanden). In zijn wetenschappelijke gedrevenheid hij is een fervent aanhanger van de Kultuurkreis-richting, een Weense cultuurhistorische school en om deze ideeën te staven, legt hij grote volkenkundige collecties aan. Vooral op Timor en Flores verzamelt Vroklage voorwerpen, daarbij speciaal lettend op hun vorm en versiering. Na de Tweede Wereldoorlog vindt verzamelen in Indonesië voor het Museum Volkenkunde alleen nog sporadisch en op kleine schaal plaats. Veldwerk is zeker de eerste decennia nog onmogelijk, vanwege de jaren aanhoudende moeizame relatie met het inmiddels onafhankelijk geworden Indonesië. Maar ook later, in de jaren zeventig en tachtig, als Nederlandse antropologen in Indonesië weer veldwerk mogen doen, blijft de aanwas van de collectie via deze weg beperkt. 6 Slechts in een enkel geval wordt succesvol gebruik gemaakt van de potentieel zeer vruchtbare relatie tussen onderzoek en verzamelen (onder andere series 5258 en 5382, collecties F. Brinkgreve en L. Visser). Een verwerving die in 1959 maar in bijna laat-negentiende eeuwse stijl het museum als het ware overkomt, is de overdracht van de verzameling van het Ethnografisch Museum van de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Dit betekent voor collectie van de afdeling Insulair Zuidoost-Azië een uitbreiding met maar liefst circa 7000 voorwerpen, voornamelijk uit het vooroorlogse Indonesië. 5 De eerlijkheid gebiedt hier te melden dat ook enkele andere medewerkers van het museum, zoals H.W. Fischer of J. C.E. Schmeltz, aan een of meer delen hun medewerking hebben verleend. 6 Ik laat hier het westelijk deel van Nieuw-Guinea buiten beschouwing, omdat dit aan de orde komt bij het collectieprofiel van de afdeling Oceanië. Tussen de Tweede Wereldoorlog en 1962 concentreerden Nederlandse onderzoekers zich vooral op het westelijke deel van Nieuw-Guinea (nu Papua genoemd). Ook recent heeft Museum Volkenkunde (met name conservator D.A.M. Smidt) veel verzameld in Papua. 9

11 Tot slot van deze beknopte beschrijving van de geschiedenis van de collectie van de afdeling moet ook de teruggave in aan Indonesië van een klein aantal bijzondere voorwerpen, waaronder het wereldberoemde beeld van de Prajnaparamita en delen van de Lombok schat, worden vermeld. Met deze terruggave is mede een stap gezet in de richting van het hedendaagse gebruik van de collectie van Museum Volkenkunde, waarbij onderzoekssprojecten van Nederlandse en Indonesische experts, leiden tot een intensieve samenwerking bij de wetenschappelijke ontsluiting, bij het fysieke behoud en beheer en bij de presentatie van delen van de collectie, die het Museum Volkenkunde en zijn belangrijkste Indonesische counterpart, het Museum Nasional te Jakarta, gemeen hebben. Collectiebeschrijving Een gedetailleerde beschrijving van de collectie Insulair Zuidoost-Azië in een kort bestek als hier is vrijwel onmogelijk. De al eerder genoemde catalogus van Juynboll is daarvoor nog steeds het beste referentiepunt, omdat het grootste en belangrijkste deel van de verzameling vóór de Tweede Wereldoorlog is verzameld. Om voor dit collectieprofiel van de afdeling Insulair Zuidoost-Azie toch een passend beeld te schetsen van de samenstelling van de collectie, is gekozen voor een beschrijving op basis van een combinatie van vrij algemeen gebruikelijke geografische en culturele indelingen. Bij deze collectiebeschrijving zal een overlap met de hierboven gegeven historische schets soms onvermijdelijk zijn. Indonesië Reizend van west naar oost door de Indische Archipel, van Sumatra tot aan Papua, komen we tot de volgende beschrijvingen van de verschillende deelcollecties: - Sumatra Als in 1871 de Nederlanders en de Engelsen overeenstemming bereiken over de koloniale invloedsferen (gebieden noordelijk van de Straat van Malaka worden Engels en de zuidelijke gebieden worden Nederlands) trekken de Engelsen zich terug uit Bengkulu en krijgen de Nederlanders de handen vrij om Noord-Sumatra onder koloniaal bestuur te brengen. Dit leidt tot een langdurige oorlog in met name Aceh. Het is dan ook niet toevallig dat de collectie afkomstig uit dit gebied veel wapens bevat. Toch is hiermee niet alles gezegd. Militairen tonen vaak een uitgesproken volkenkundige belangstelling, hoewel niet altijd duidelijk is hoe en waarom wat precies wordt verzameld. Dit geldt bijvoorbeeld voor de verzamelcontext van de belangrijke collectie G.C.E. van Daalen (series 1429 en 1468), die voornamelijk uit de Gayo en Alas landen komt. Vermoedelijk is meestal sprake van lokale mensen, die naar de kampementen toe komen om stukken te verkopen. De collectie Th. J. Veltman (serie 1599) bevat schitterend materiaal, niet gepubliceerd, etnografisch zeer interessant en ook esthetisch van groot belang. Legerkapitein en bestuursambtenaar Veltman verzamelde zijn grote en goed gedocumenteerde collectie gedurende de lange tijd (20 jaar) dat hij in Aceh werkzaam was, en het vertrouwen had gewonnen van de bevolking. Vooral belangrijk zijn prachtige gouden sieraden en veel verschillende soorten weefsels en kledingstukken, waarvan het gebruik wordt geïllustreerd door een collectie bijzondere veldfoto s die ook tot de verzameling behoren. De collectie is tevens een goed voorbeeld van de invloed van de islam en de Arabische cultuur in Aceh. Uniek zijn 13 tekeningen, afbeeldingen van mythische figuren, festivals en rituelen, waarschijnlijk in opdracht van Veltman gemaakt door een Acehse kunstenaar. Onder de verzamelnaam Batak worden meestal een zestal groepen beschreven. De meest dominante groep is de Toba. Vervolgens onderscheidt men de Karo, de Pakpak, de Simalungun, de Mandailing en de Angkola. Deze laatste groep is veelal vermengd met de Mandailing en moeilijk als aparte cultuur te herkennen. Museum Volkenkunde collectie bezit voorwerpen van alle Batak groepen. De collectie is esthetisch wellicht niet de mooiste van Nederland (het Tropenmuseum bezit een zeer goede Batak collectie), maar is wel zeer vroeg verzameld. De Duitse Baron Carl B.H. von Rosenberg ( ), in wetenschappelijke dienst van het Indische gouvernement, en de arts G.F. Wienecke hebben Batak voorwerpen verzameld in een periode waarin het gebied nog nauwelijks toegankelijk was. Er zijn veel Toba en Karo voorwerpen en de nadruk ligt op attributen van priesters. Een oude en goede verzameling toverstaven (tunggal panaluan) en een grote en belangrijke collectie priesterboeken (pustaha). Daarnaast bevat de collectie goede, oude textielen (ulos) en enkele zeer unieke kledingstukken (bijv. nrs , ). Enkele belangrijke verzamelaars zijn: A.L. van Hasselt (als assistent-resident in het Batak gebied [serie 890] en ook als lid van de Midden-Sumatra expeditie [serie 268]), J.Th. Cremer (serie 340), mr. J.W. van 10

12 Lansberge (serie 401), B. Hagen (series 464, 554), A. Maass (serie 1642), Ch.L.J. Palmer van den Broek (serie 1767), en W.G. Broek (3155). Ook grote koloniale tentoonstellingen (series 300, 370) en het Kabinet van Zeldzaamheden (serie 360) hebben belangrijke Batak voorwerpen bijgedragen aan de Museum Volkenkunde-collectie. Van de drie voornaamste eilandgroepen westelijk van Sumatra Nias, Mentawai en Enggano zijn vooral de zeer sterke Nias en de Enggano verzamelingen van belang. Minder representatief is de Mentawai collectie. Deze bevat slechts een relatief klein aantal voorwerpen (circa 180) en is ook esthetisch van geringe importantie. Haar belang is vooral gelegen in de ouderdom van de collectie. De eveneens kleine (240 objecten), maar zeer sterke Enggano collectie is één van de twee oudste ter wereld (de andere ligt in Jakarta). De Nias collectie, inclusief enkele voorwerpen van de Batu eilanden (in Nias stijl), is belangrijk vanwege de ouderdom en de kwaliteit van de voorwerpen. Ch.L.J. Palmer van den Broek (1002) en E.E.W.G. Schröder (diverse kleinere collecties) zijn hiervoor belangrijke verzamelaars. Andere collecties, ook van andere eilanden, kwamen van Von Rosenberg (onder meer serie 79), O.L. Helfrich (serie 820), J.A. Aeckerlin (serie 408), W.F. Sikman (630) en van Jhr. Mr. A.P.C. van Karnebeek (series 985, 1126). In 1994 is op bescheiden schaal opnieuw verzameld op Enggano, in het kader van het promotie onderzoek van P.J. ter Keurs (serie 5788). Uit de provincie Riau en de oostelijke eilanden zijn verschillende collecties aanwezig in het Museum Volkenkunde. De voorwerpen komen uit diverse bronnen. Er zijn bijvoorbeeld bijzondere weefsels in de series 300 en 370, die afkomstig zijn van de grote koloniale tentoonstellingen. Museum Volkenkunde bezit verder een oude collectie uit wat vroeger de Padangse Bovenlanden werd genoemd. Deze regio valt grotendeels samen met het woongebied van de Minangkabau; bekend vanwege de spectaculaire huizenbouw en het matrilineaire verwantschapssysteem. Voorts is veel materiaal aanwezig van de Midden-Sumatra expeditie ( ) (serie 268). Relatief veel vroege verzamelaars zijn door dit gebied getrokken (S. Müller, G.F. Wienecke, J.J. Korndörffer) en ook hier hebben de grote koloniale tentoonstellingen voor een aanzienlijke uitbreiding van de collectie gezorgd (series 300, 370). Uit de omgeving van Bengkulu en uit Pasemah is een belangrijke oude verzameling aanwezig. Vooral het materiaal dat werd verzameld door bestuursambtenaar O.L. Helfrich is van groot belang, mede vanwege de uitstekende documentatie (serie 886). Deze collecties zijn nog weinig bestudeerd. Veel namen van mensen die ook in andere gebieden op Sumatra verzameld hebben, komen hier weer terug. De eerder genoemde Midden-Sumatra expeditie ( ) heeft ook delen van Jambi aan gedaan. De collectie uit dat gebied wordt echter gedomineerd door wapens (uit de in 1959 overgenomen collectie van de Koninklijke Militaire Academie te Breda); ongetwijfeld een reflectie van het koloniale verleden. Een kleine, maar goede, collectie textielen uit Jambi is die van P. Enserinck (serie 2195, aangekocht in 1930). Van Palembang en omgeving zijn vooral vroege collecties lakwerk, textielen en aardewerk aanwezig. Het lakwerk is typerend voor deze regio en vanwege de ouderdom van de Volkenkunde collectie is historisch onderzoek naar dit type materiële cultuur goed mogelijk. Bijzondere textielen uit Palembang bevinden zich in de collectie van de Parijse Wereldtentoonstelling van 1878 (serie 300). Van Lampung, Zuid-Sumatra, is een grote negentiende eeuwse collectie aanwezig, die echter nog weinig bestudeerd zijn. Bekende verzamelaars zijn S. Müller (16), G.F. Wienecke (div. series), Von Rosenberg (serie 130), J.A. Aeckerlin (866, 975), O.L. Helfrich (939) en Th.J. Veltman (1599). Verreweg de meeste voorwerpen kwamen echter binnen via de grote koloniale tentoonstellingen (series 300 en 370). - Java Het Museum Volkenkunde bezit een topcollectie hindoeboeddhistische voorwerpen (vooral stenen en bronzen beelden, priesterattributen, sieraden) uit Indonesië, voornamelijk van Java. Deze collectie staat internationaal bijna op het hoogste niveau. Alleen het Nationaal Museum van Indonesië in Jakarta heeft een grotere en betere collectie op dit gebied 7. Etnografisch biedt de Java verzameling een zeer grote verscheidenheid aan materiaal. Het is een topcollectie van verschillende vormen van wayang (serie 264), krissen (J. Groneman, serie 913) en sierwapens (GG mr. baron L.A.J.W. Sloet van der Beele van Nispen, series 982, 1089). Deze collecties zijn niet alleen esthetisch en historisch van groot belang, maar zij zijn ook goed gedocumenteerd en bekend geraakt door publicaties hierover. De mooie collecties krissen en sierwapens zijn niet buitgemaakt tijdens koloniale oorlogen, maar waren geschenken van inheemse 7 Voor meer informatie, zie hieronder de paragraaf over Prehistorie en hindoeboeddhistisch Indonesië. 11

13 vorsten en mensen van adel aan het Nederlandse bestuur. Dr. J. Groneman had als lijfarts van de Sultan van Yogyakarta eveneens een goede toegang tot de hofcultuur van Midden-Java. Ook de variatie in de uitvoerende kunsten van Java is goed vertegenwoordigd. Voorbeelden van wayang kulit zijn te vinden in de series 37 en 264, wayang golek in serie 1297, danskostuums in serie 1124 en maskers onder andere in de series 37, 264 en 300. In de eerste decennia van de twintigste eeuw kreeg de koloniale overheid, als gevolg van de Ethische Politiek, steeds meer interesse in de lokale kunstnijverheid (J.E. Jasper, serie 1647, J. Groneman, serie 847). Men probeerde de economische positie van de lokale bevolking te verbeteren door de huisnijverheid te ontwikkelen, en nieuwe afzetmarkten te creëren. Onderzoek en documentatie vormden hiervoor de basis, en dit resulteerde ook in belangrijke verzamelingen en publicaties, onder andere die van gouverneur J.E. Jasper. Het grootste deel van de collectie Javaanse etnografica dateert echter van vóór Van groot belang zijn in dit verband de serie 37 (van de in 1864 opgeheven Koninklijke Academie te Delft), serie 300 (van de wereldtentoonstelling te Parijs), serie 360 (de overdracht van de collectie van het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden) en serie 370 (van de Koloniale tentoonstelling te Amsterdam). De grote collectie Javaanse textielen (voornamelijk batik) is esthetisch van zeer goede kwaliteit, heeft een grote historisch diepgang en kent een grote variatie aan stijlen. Naast Midden-Java zijn ook de batiks van de noordkust van Java goed vertegenwoordigd. Het museum bezit tevens enkele peranakan textielen, die pas recent als zodanig zijn geïdentificeerd. In de koloniale tijd bestond onder verzamelaars ook de nodige aandacht voor de islam (modellen van moskeeën, kleding van de Haji). De moderne Islam is echter ondervertegenwoordigd. In 1987 is een collectie Javaanse bruidskleding aangekocht, door bemiddeling van de Nederlandse Ambassade in Jakarta (serie 5496). - Madura Het Museum Volkenkunde bezit ongeveer 900 voorwerpen uit Madura. Veel is afkomstig van de, al eerdergenoemde, grote koloniale tentoonstellingen (vooral serie 370). Enkele honderden voorwerpen zijn afkomstig uit de collectie van het museum in Breda (3600). G.F. Wienecke (serie 42) heeft enkele voorwerpen geschonken, maar verder zijn geen belangrijke verzamelaars actief geweest op het eiland. De Madura collectie bevat wel enkele voorwerpen waar een interessant verhaal aan is verbonden. Zo is er een kris (2523-2) waar de Militaire Willemsorde in afgebeeld is (Ter Keurs i.p.). Dit is een mooi voorbeeld van hybride vormen (in dit geval Nederlands en Madurees) in materiële cultuur en dus een goede illustratie van cultuurcontacten en culturele dynamiek. - Bali en Lombok Van deze twee eilanden zijn oude en belangrijke verzamelingen aanwezig, ook van vóór de verovering van Bali in Collecties van vóór 1900 zijn onder meer die van de Koloniale Handelstentoonstelling in Amsterdam in 1883 (serie 370) en de collectie van H. Frühstorffer (serie 1130, 150 voorwerpen) uit Lombok (1897). De vroege etnografische collectie van Bali zijn doorgaans goed gedocumenteerd en veel is bekend over hun collectiegeschiedenis (archiefmateriaal, correspondentie, dagboeken, publicaties). Het gaat hier onder meer om 160 voorwerpen afkomstig van de kunstschilder W.O.J. Nieuwenkamp, (serie 1586). Deze collectie bevat enkele topstukken, waaronder prachtige textielen. Aangezien Nieuwenkamp tijdens zijn verzamelreis getuige was van de militaire expeditie tegen Badung en Tabanan (1906) kon hij, voordat de paleizen werden vernietigd, een aantal topstukken verzamelen, bijvoorbeeld de zeer grote, rijk met houtsnijwerk versierde deuren uit het paleis van Denpasar, en een aantal schilderingen en beelden van hoge kwaliteit uit Tabanan. Grote verzamelingen hofcultuur/paleisschatten, bijeengebracht tijdens de militaire expedities tegen Badung in 1906 (serie 1602) en Klungkung in 1908 (serie 1684) werden toebedeeld aan Leiden, nadat het Museum van het Bataviaasch Genootschap (het huidige Nationaal Museum in Jakarta) de eerste keus uit de kostbare voorwerpen had gemaakt. Paleisschatten uit Cakranegara/Lombok kwamen als gevolg van de militaire expeditie in 1894 als series 2364 en 4905 in Museum Volkenkunde (overdracht Rijksmuseum). Na teruggave van het grootste gedeelte van de Lombokschat aan Indonesië in 1977 zijn nog steeds een paar honderd voorwerpen in Leiden. De bekende Nederlandse bijbelvertaler en taalkundige Herman N. van der Tuuk ( ) verzamelde een bijzondere reeks wayangpoppen (serie 2601) op Bali, die nu goed vergeleken kunnen worden met de recente verzamelingen wayang van prof. Dr. C. Hooykaas (serie 3887, 4281) en mw. Dr. H. Hinzler (serie 4762). Naast kunst(nijverheid) zijn de voorwerpen die te maken hebben met rituelen binnen het hindoeïsme goed vertegenwoordigd in de collecties uit Bali. De kunstschilder W.O.J. Nieuwenkamp besteedde hier 12

14 in 1906 al aandacht aan, terwijl later door toedoen van de fysisch antropoloog Dr. J.P. Kleiweg de Zwaan ( ) in 1939 een belangrijke verzameling rituele kunst in het museum kwam. In deze collectie bevinden zich ook veel weefsels, vooral uit Lombok, maskers en aardewerk. Mevrouw Dr. F. Brinkgreve verzamelde, tijdens onderzoek in 1983 vooral objecten die gebruikt worden in offerrituelen, inclusief bijbehorende foto s en documentatie (serie 5258). Vergelijkingen zijn mogelijk met collecties van C. Hooykaas, die eerder in hetzelfde dorp werkte (serie 4255) en van W.O.J. Nieuwenkamp. De collectie Balinese schilderingen (ondermeer van Ir. Th.J. Resink, serie 4491, ongeveer 150 doeken) omvat belangrijke Kamasan doeken, waarop oude hindoeverhalen worden afgebeeld. Op het gebied van de schilderkunst bezit Museum Volkenkunde verder een belangwekkende verzameling vroegmoderne schilderkunst en houtsnijwerken, afkomstig van de fotograaf Paul Spies en de schilders Walter Spies (geen familie) en Rudolf Bonnet (serie 4225). - Kalimantan Van Indonesisch Borneo is een collectie van wereldniveau aanwezig; zowel verzameld door Dr. A.W. Nieuwenhuis als van vóór die tijd. De reizen van Nieuwenhuis zijn het meest bekend. Zijn collecties zijn verdeeld over het Bataviaasch Genootschap in het voormalige Batavia (nu het Nationaal Museum in Jakarta) en het Museum Volkenkunde (series 1219, 1308). Mede vanwege de gepubliceerde werken van Nieuwenhuis kunnen deze collecties met recht referentiecollecties worden genoemd. Ze zijn van groot belang voor de cultuurgeschiedenis van Borneo. De collecties die vóór Nieuwenhuis verzameld zijn, hebben in de literatuur veel minder aandacht gekregen. Zo is de Natuurkundige Commissie collectie (serie 16, eerste helft negentiende eeuw) nooit systematisch bestudeerd. Ook G.F. Wienecke, J. Semmelinck en J.J. Korndörffer zijn op Borneo geweest. Buitengewoon boeiend materiaal, zoals oude maskers die worden gebruikt bij de dodenrituelen van de Ngaju en prachtige jackjes van boombast en kralen, is ook te vinden in de collecties W.E.M.S. Aernout (781), A. van Senden (789), S.W. Tromp (series 717, 893, 959 en 979) en E.W.F. van Walchren (1365, 1573). De laatste trok overigens vlak ná Nieuwenhuis door de binnenlanden van het immense eiland. - Sulawesi Van het omvangrijke eiland Sulawesi het vroegere Celebes - is, alles bij elkaar genomen, een belangwekkende en oude collectie aanwezig, waar in het verleden helaas weinig mee is gedaan. Die collectie is in de loop der tijd in Leiden terecht gekomen door toedoen van een hele reeks van enthousiaste en toegewijde verzamelaars die op Sulawesi woonachtig en werkzaam zijn geweest. In dit verband kunnen worden genoemd de taalkundige, zendeling en bijbelvertaler B.F. Matthes (serie 522), de bestuursambtenaar G.W.W.C. baron van Hoëvell (serie 776), de zendelingen A.C. Kruyt en N. Adriani beiden bekend vanwege de standaardwerken die zij samen hebben geschreven over gedecoreerde boombast (series 1232, 1759), de beide Zwitserse neven en natuurvorsers Paul en Fritz Sarasin (serie 1456), Prof. M.W.C. Weber, D.E.E. Wolterbeek Muller, en vele anderen. In zijn Catalogus van het s-rijks Ethnographisch Museum heeft H.H. Juyboll heeft maar liefst drie delen aan de Sulawesi collectie gewijd. De collectie bevat veel beschilderde boombastdoeken uit Centraal-Sulawesi. Opvallend zijn ook de rituele attributen van travestiete priesters van Zuid-Sulawesi. Objecten van de militaire expedities tegen Bone en Gowa (Zuid-Sulawesi) zijn in de jaren dertig van de twintigste eeuw geretourneerd. Het Museum Volkenkunde bezit tevens enkele stenen sarcofagen uit Minahasa, waar onder een topstuk (1686-1). Van de bekendste bevolkingsgroep van Sulawesi, de Sa dan Toraja, heeft het museum ongeveer 600 voorwerpen, waaronder een mooie collectie voorbeelden (monsters) van huisdecoraties (serie 3892, verzameld door dr. J.J.J. Goslings). - Nusa tenggara (exclusief Lombok) Voor dit deel van de Indische archipel bezit Museum Volkenkunde een topcollectie van oude etnografica. Al in de tijd van de reizen van de Natuurkundige Commissie reizen ( ; series 1 en 16) werd veel verzameld in Nusa tenggara (de Kleine Soenda eilanden) en daarmee bezit het museum de oudste collecties uit het gebied. Maar ook later zijn regelmatig verzamelingen binnengekomen, zoals van B.F. Matthes (serie 131), Dr. G.A.J. van der Sande (1671, 1710) en van B.A.G. Vroklage (2380). In de vroegst verzamelde collecties bevinden zich opvallend veel textielen. - Maluku Het Museum Volkenkunde bezit een zeer belangrijke oude Molukken-verzameling, die in hoofdzaak afkomstig is van de Noord-, Centraal- en de Zuidoost-Molukken. Deze verzameling is dermate divers en zo omvangrijk dat het niet mogelijk is daarvan in een kort bestek een goed dekkend overzicht te 13

15 geven. De publicatie uit 1995 van Nico de Jonge en Toos van Dijk, Vergeten Eilanden. Kunst en Cultuur van de Zuidoost-Molukken zou in dit verband al voor een inzicht in een deel van de collectie uitkomst kunnen bieden. Verder willen wij volstaan met te verwijzen naar enkele belangrijke verzamelaars wier deels al vertrouwde namen hier niet mogen ontbreken. Afgezien van een aantal zeer oude voorwerpen (series 1 en 16) bezit het Museum Volkenkunde collecties van Carl Baron von Rosenberg (series 66, 130), J.J. Korndörffer (193, 225, 241), de bestuursambtenaren J.G.F. Riedel (serie 355) en G.W.W.C. baron van Hoëvell (serie 776), de Duiste geoloog prof. Dr. Karl Martin (serie 1030), de controleur M.C. Schadee (serie1476; belangrijk vanwege de goede kwaliteit van stukken uit de Zuidoost-Molukken), D.E.E. Wolterbeek Muller (series 402, 1613) en de militair A.J. Gooszen (serie 1889). In 1914 werd tevens een belangrijke schenking van het Bataviaasch Genootschap ingeschreven (serie 1904). - Irian Jaya Over de omvangrijke collecties uit Iryan Jaya ook aangeduidt als Papua en het meest oostelijke deel van Indonesië die in meer dan een eeuw tijd door Museum Volkenkunde zijn verworven, kan hier in algemene zin worden opgemerkt dat het in de loop der tijd vrijwel allemaal topcollecties zijn geworden. Binnen het Museum Volkenkunde valt dit deel van Indonesië echter structureel onder het beheer van de conservator van de afdeling Oceanië, en om die reden blijven de verzamelingen uit Iryan Jaya hier buiten beschouwing. In het nog te verschijnen collectieprofiel van die afdeling zal wel nader worden in gegaan op de collecties uit deze regio. Al eerder is aangegeven dat naast de reeks van beschrijvingen van diverse deelcollecties met een rangschikking op geografische en/of culturele herkomst, ook een tweetal beschrijvingen zullen worden gegeven van niet-geografische categorieën: préhistorie en hindoeboedhistische collecties en mengvormen. - Préhistorie en hindoeboeddhistisch Indonesië Het Museum Volkenkunde bezit een grote verzameling préhistorische voorwerpen (voornamelijk stenen klingen, maar ook enkele goede bronzen voorwerpen, onder meer bijlklingen en een gedecoreerd bovenvlak van een Dongson trom), die nog onvoldoende bestudeerd is. Na Van Heekeren s werk, is (afgezien van een poging door een stagiaire) nauwelijks naar deze collectie omgekeken. De voorwerpen zijn uit verschillende bronnen afkomstig en de bijbehorende informatie is divers van kwaliteit. De hindoeboeddhistische verzameling is de op één na belangrijkste van de wereld. De belangrijkste bevindt zich in het Nationaal Museum in Jakarta. De collectie bevat diverse soorten voorwerpen: stenen beelden, bronzen beelden, priesterattributen, gouden sieraden, inscripties (in steen en brons), etc. Een groot deel is verzameld in de eerste decennia van de negentiende eeuw, toen de Nederlandse interesse voor Indonesische oudheden enorm toenam (Lunsingh Scheurleer 2007). De oudheden werden eerst naar het Rijksmuseum van Oudheden gebracht en pas in 1903 aan het Museum Volkenkunde overgedragen. Het merendeel van de voorwerpen bevindt zich in serie Absolute topstukken zijn de Singasari beelden (zie Endang Sri Hardiati en Pieter ter Keurs 2005). Behalve deze beelden is vooral ook de collectie bronzen van groot belang. Diverse stijlen bronzen hindoe goden en Boeddha s en Bodhisatva s, variërend van de achtste tot de zestiende eeuw, zijn vertegenwoordigd. - Mengvormen Tenslotte een niet-geografische categorie die het beste te omschrijven is met termen als flexibiliteit en mengvormen. Recent is in de wetenschappelijk en museologische literatuur (zie Ter Keurs 2007) veel aandacht gekomen voor zogeheten hybride groepen; dat wil zeggen groepen die voortkomen uit gemengde huwelijken. In de koloniale tijd gingen de autoriteiten wat ongemakkelijk om met deze grote groepen indo-europeanen, peranakan of mestiezen. Als museale categorieën komen ze in de oude catalogi niet of nauwelijks voor. Een grondige herbestudering van collecties en indelingsprincipes zou wel eens tot verrassende conclusies kunnen leiden. Zo is recent in de collectie van Museum Volkenkunde een aantal peranakan textielen geïdentificeerd, die eerder gelabeld waren als Javaans of Chinees. In het algemeen dienen culturele flexibiliteit en cultuurcontacten veel meer aandacht te krijgen dan tot nu toe het geval is. Dit heeft ook gevolgen voor het verzamelbeleid. 14

16 Filippijnen Aan de Filippijnen collectie is sinds het verschijnen van de Juynboll catalogus (1928) nauwelijks aandacht besteed. Het gaat om ongeveer 1400 voorwerpen van doorgaans goede kwaliteit. Buitenlandse specialisten roemen de collectie van Museum Volkenkunde vanwege de ouderdom en de zeldzaamheid van de objecten. Vooral de collectie van Dr. A. Schadenberg (series 882, 936, 1047) is bekend bij Filippijnen specialisten. Deze Duitse apotheker heeft veel verzameld in Noord-Luzon. Ook zijn publicaties worden geroemd en vormen een belangrijk onderdeel van de documentatie bij de collectie. Een andere, zij het minder belangrijke, verzamelaar is P.K.A. Meerkamp van Embden, de toenmalige Nederlandse consul (series 1109, 1250, 1260). Kwalitatief zeer goed zijn de oude collecties van de Franse diplomaat Bréjard (serie 566; 290 voorwerpen) en A. van der Valck (825, 204 voorwerpen). Maleisië. Volkenkunde bezit 151 voorwerpen uit Maleisië, inclusief het huidige Singapore. Het betreft 95 voorwerpen uit Oost-Maleisië, het insulaire deel van het land, en 56 voorwerpen van het vasteland. Deze deelcollectie is hiermee de zwakste van de collecties van het cultuurgebied insulair Zuidoost- Azië. Vooral in Engeland en in Maleisië zelf zijn grotere en betere collecties aanwezig. De collectie uit Oost-Maleisië, voornamelijk Sarawak, is voor ons nog wel van belang vanwege de Iban herkomst van de meeste objecten. De Iban leven zowel in het Maleisische als in het Indonesische deel van Borneo. De collectie in nationaal en internationaal perspectief Nationaal Veel Nederlandse musea, niet alleen volkenkundige, beheren Indonesië-collecties. De Leidse collectie is echter de grootste en de oudste (en relatief goed gedocumenteerd). Andere Volkenkundige Musea bezitten zonder meer interessante deelcollecties en ook volgens esthetische maatstaven is een aantal belangwekkende stukken aan te wijzen. Zo bezit het Tropenmuseum belangrijke collecties uit de Bataklanden en van de Toraja van Sulawesi. De Leidse collecties uit deze gebieden zijn weliswaar vaak ouder, maar esthetisch minder interessant. Ook de kleinere musea, zoals die van Delft, Groningen en Nijmegen bezitten interessante stukken. Internationaal De Nederlandse Indonesië-collecties zijn de belangrijkste ter wereld. De Leidse collectie speelt daarin een prominente rol en internationaal is de Volkenkunde-collectie alleen vergelijkbaar met die van het Nationaal Museum van Indonesië (de collectie van het voormalige Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen) in Jakarta. Helaas is van het Nationaal Museum geen catalogus beschikbaar zodat een goede vergelijking nog steeds op zich laat wachten. De hindoeboeddhistische verzameling van het Nationaal Museum is in ieder geval groter, en beter van kwaliteit, dan die van het Museum Volkenkunde; ondanks de aanwezigheid van de beroemde Singasari beelden in Leiden. Ook de keramiek collectie van het Nationaal Museum stijgt ver boven die van Leiden uit. Wat etnografica betreft zal het Leidse museum beter voorzien zijn, maar ook dat is niet bij alle deelcollecties het geval. Zo heeft het Nationaal Museum in Jakarta een betere collectie hofkunst dan Volkenkunde. Het is overigens aanbevelenswaardig alle Nederlandse Indonesië-collecties in relatie tot elkaar en in relatie tot de oude verzamelingen in Indonesië zelf te bestuderen. Ze maken alle deel uit van dezelfde verzamelgeschiedenis. De Filipijnen collectie is weliswaar bescheiden van omvang, maar zij mag vooral door haar ouderdom, de relatieve zeldzaamheid van de voorwerpen en hun goede kwaliteit in de museale wereld van groot belang worden geacht. Voor de Leidse Maleisië verzameling geldt bijna het tegenovergestelde als voor de Filipijnen verzameling: zij is zeer klein en staat zowel inhoudelijke als kwalitatief in geen verhouding tot Maleisië collecties elders ter wereld Collectiekwaliteit en deselectie Gezien het internationale belang van de Indonesische collecties ligt het zwaartepunt van verzamelen en onderzoek op dit gebied. Deze collecties staan ook centraal in Erfgoed projecten, vaak in het verlengde van het buitenlands cultuurbeleid van Nederland dat sterk in ontwikkeling is. Sumatra en omliggende eilanden en Oost-Indonesië (Maluku en Nusa tenggara) inclusief de overgang naar Oceanië krijgen momenteel veel aandacht. Daarnaast krijgt de Filippijnen-collectie vanwege haar ouderdom en zeldzaamheid de nodige aandacht wat betreft documentatie. 15

17 De hierboven aangegeven zwakte van de Maleisië verzameling rechtvaardigt het nauwelijks om daar veel energie of middelen aan te besteden. Het vasteland van Maleisië is geen prioriteit voor het Museum Volkenkunde en de mogelijkheden tot deselectie van deze deelcollectie worden onderzocht. Alleen de Sarawak (insulair Maleisië) verzameling is van belang om te dienen als vergelijkingsmateriaal voor toekomstig onderzoek aan de Kalimantan collectie. 16

18 Literatuur Adriani, N. en A.C. Kruijt 1905 Geklopte Boomschors als Kleedingstof op Midden-Celebes. Leiden: E.J. Brill. Endang Sri Hardiati en Pieter ter Keurs (red.) 2005 Indonesia: De Ontdekking van het Verleden. Amsterdam: KIT Publishers. Chutiwongs, N Ancient Indonesian Sculptures in the National Museum of Ethnology, Leiden. In: CNWS Newsletter 21: Reflections in Bronze. In: Anupa Pande and Pandya Dhar (eds.), Cultural Interface of India with Asia, Religion, Art and Architecture. New Delhi: National Museum Institute, Monograph Series 1: Candi Singasari A Recent Study. In: Interpreting Southeast Asia s Past: Monument, Image and Text. Proceedings of the International Conference of the European Association of Southeast Asian Archaeologists, London 2004; Singapore; Singapore University Press: Fischer, H.W Atjèh, Gajo- en Alaslanden: Catalogus van s Rijks Ethnographisch Museum. Deel 6; Leiden: E.J.Brill. Jessup, H.I Courts Arts of Indonesia. New York: The Asia Galleries/Harry N. Abrams, Inc. Jonge, Nico de, en Toos van Dijk, 1995 Vergeten Eilanden: Kunst en Cultuur van de Zuidoost-Molukken. Amsterdam Periplus. Josselin de Jong, J.P.B De Maleische Archipel als ethnologisch studieveld. Oratie; Leiden: Ginsberg. Juynboll. H.H Catalogus van s Rijks Ethnographisch Museum. Deel Leiden: E.J.Brill. Fontein, J., met R. Soekmono en Edi Sedyawati 1990 The Sculpture of Indonesia. Washington/New York: National Gallery of Art/Harry N. Abrams, Inc. Keurs, P.J. ter 2002 Eakalea: A Ritual Feast on Enggano Island, Viewed from a Regional Perspective. Indonesia and the Malay World 30/88: Cultural Hybridity in Museum Collections. In: Embroidered Multiples: 18th 19th Century Philippine Costumes from the National Museum of Ethnology, Leiden, The Netherlands: Manila: Royal Netherlands Embassy and Ayala Foundation, Inc. i.p. Collecting in the Colony: Hybridity, Power and Prestige in the Netherlands East Indies. In: Indonesia and the Malay World (in preparation) Keurs, P.J. ter (ed.) 2007 Colonial Collection Revisited. Mededelingen van het Rijksmuseum voor Volkenkunde 36; Leiden: CNWS Publications Lunsingh Scheurleer, P Collecting Javanese Antiquities: The Appropriation of a Newly Discovered Hindu-Buddhist Civilization. In: P.J. ter Keurs (ed.), Colonial Collection Revisited. Mededelingen van het Rijksmuseum voor Volkenkunde 36: ; Leiden: CNWS Publications. Nieuwenhuis, A.W Quer Durch Borneo. Leiden: E.J. Brill (2 dln.). 17

19 Rosenbrand, R Maleisië en Singapore: een uitdraai van de betreffende collectie van het Rijksmuseum voor Volkenkunde te Leiden. Ongepubliceerd rapport. Schröder, E.E.W.G Nias: Ethnographische, Geographische en Historische Aaanteekeningen en Studiën. Leiden: E.J. Brill (2 dln.). Serrurier, L Wajang Poerwa: eene ethnologisch studie. Leiden: E.J. Brill. Taylor, P.M. en L.V. Aragon 1991 Beyond Java Sea: Art of Indonesia s Outer Islands. Washington: The National Museum of Natural History, in association with Harry N. Abrams, Inc. New York. 18

20 Collectieprofiel Zuid- en vasteland Zuidoost-Azië Nandana Chutiwongs Inleiding Geografische omschrijving Met de aanduiding Zuid- en vasteland Zuidoost Azië wordt in Museum Volkenkunde een afdeling aangeduid die zich in geografische zin ruwweg uitstrekt van het stroomgebied van de Indus in het westen tot de Straat van Malakka in het oosten. In het noordwesten, noorden en het noordoosten scheiden bergen Pamir, Karakorum en de Himalaya s het Indisch subcontinent van de rest van Azië en in het zuiden en zuidoosten vormt de Indische Oceaan de natuurlijke begrenzing. In politieke zin omvat deze afdeling met deze regio van west naar oost en van noord naar zuid de landen Pakistan 8, Nepal, Bhutan, India, Sri Lanka, Bangladesh, Birma, Laos, Cambodja,Vietnam 9, Maleisië en Thailand. Tibet, dat zowel politiek als fysiek buiten de aangegeven geografische begrenzing van de afdeling valt, wordt in de alledaagse museale praktijk eveneens als een belangrijk, bijna onlosmakelijk gebied binnen de afdeling beschouwd. Cultuurgebieden Het grote gebied omvat een royale diversiteit aan volkeren en daarmee ook de nodige uiteenlopende culturen, waarbij de onderlinge scheidslijnen soms vrij scherp zijn (gebleven), maar waarbij ook vaak in de loop van de geschiedenis belangrijke vermengingen hebben plaatsgevonden. Als belangrijkste culturen dienen te worden genoemd: - de Indo-arische cultuur, in het noordelijke deel van het Indische subcontinent en bij de Singhalezen op het eiland Sri Lanka; - de Dravidische cultuur, in het zuidelijke deel van het Indische subcontinent (van de Tamil en de Kannada); - de Tibeto-Birmaanse cultuur (van de Tibetanen, de Sherpa in Nepal, de Lepcha in Sikkim, de Bhutanezen in Bhutan, de Pyu en de Birmezen in Birma); - de Mon-Khmer cultuur (de Mon-cultuur in Birma en Thailand, de Khmer-cultuur van de Khmers in Cambodja); - de Thaise cultuur (verspreid onder de Shan in Birma, de Siamezen in Thailand en de Laotianen in Laos). Verder kunnen worden onderscheiden: - de Newari cultuur in Nepal; - de Cham cultuur in Zuid-Vietnam; - Verschillende tribale culturen (waaronder de Santal, de Baiga, de Munda, de Naga, de Khasi en de Gond in India; de bergstammen ten noorden van Birma, Thailand en Vietnam; en de Jarai in het grensgebied tussen Cambodja en Vietnam). Omvang van de verzameling De verzameling van de afdeling Zuid- en vasteland Zuidoost-Azië omvat bijna voorwerpen, die zoveel mogelijk zijn onderverdeeld en geregistreerd naar land en cultuur van herkomst. Vanuit die onderverdeling beschouwd, bestaat de collectie in percentages uitgedrukt uit de volgende hoofdgroepen: - circa 33 procent voorwerpen is afkomstig uit de Indo-Arische cultuur; - circa 26 procent van de Thaise cultuur; - circa 25 procent van de Tibeto-Birmaanse cultuur; - circa 5 procent van de Dravidische cultuur; - circa 5 procent van de Newari cultuur; - circa 5 procent van de verschillende tribale culturen, en tenslotte circa 1 procent van de Mon-Khmer cultuur. 8 Pakistan is vanwege het prominente islamitische karakter gekoppeld aan de afdeling Zuidwest- en Centraal-Azië. 9 Vietnam valt binnen het museum onder het beheer van de conservator van de afdeling China. De belangrijkste reden hiervoor is gelegen in het feit dat de regio Vietnam politiek en cultureel eeuwenlang onder sterke Chinese (Confucianistische) invloed heeft gestaan. 19

Koninklijk Zeeuwsch Genootschap Der Wetenschappen (1768- )

Koninklijk Zeeuwsch Genootschap Der Wetenschappen (1768- ) Koninklijk Zeeuwsch Genootschap Der Wetenschappen (1768- ) Oprichting In 1768 werd het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen officieel opgericht. De aanleiding vormde een initiatief uit Vlissingen tot

Nadere informatie

Uw brief van. 8 maart 2007

Uw brief van. 8 maart 2007 logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Den Haag Ons kenmerk 1 mei 2007 DCE/07/12175 Uw brief van 8 maart 2007 Uw kenmerk 206070906 Onderwerp Kamervragen

Nadere informatie

Een Egyptische collectie in Leiden

Een Egyptische collectie in Leiden Een Egyptische collectie in Leiden Naam: Klas:.. Het Rijksmuseum van Oudheden, de naam zegt het al, toont voorwerpen uit oude tijden. De collectie bestaat uit objecten van beschavingen die vandaag de dag

Nadere informatie

beeldende vakken CSE GL en TL

beeldende vakken CSE GL en TL Examen VMBO-GL en TL 2008 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 9.00-11.00 uur beeldende vakken CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 64 punten

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis havo 2008-I

Eindexamen geschiedenis havo 2008-I De koloniale relatie tussen Nederland(ers) en Nederlands-Indië De volgende gebeurtenissen uit de geschiedenis van Nederlands-Indië staan in willekeurige volgorde: 1 Johannes van den Bosch introduceert

Nadere informatie

Casestudy Op de museale weegschaal. Op bezoek bij een verzamelaarsechtpaar

Casestudy Op de museale weegschaal. Op bezoek bij een verzamelaarsechtpaar Casestudy Op de museale weegschaal Op bezoek bij een verzamelaarsechtpaar 2 Casestudy Op de museale weegschaal Inleiding De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft de methodiek uit Op de museale

Nadere informatie

Den Haag Scheveningen Delft

Den Haag Scheveningen Delft Den Haag Scheveningen Delft Zaterdag en zondag 21 en 22 juni 2008 met bezoek aan Mauritshuis Museum Beelden aan zee Vermeercentrum V.V.A. afdeling Brussel G. Gilsonstraat 55, 1090 Brussel tel. 02-479.32.32

Nadere informatie

Gemeente Den Haag. I. de doelstellingen van de Stichting Atlantikwall Museum Scheveningen te onderschrijven;

Gemeente Den Haag. I. de doelstellingen van de Stichting Atlantikwall Museum Scheveningen te onderschrijven; RIS160605_26-JAN-2009 Gemeente Den Haag Ons kenmerk DSO/2008.4238 RIS 160605 ATLANTIKWALLMUSEUM HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS, overwegende dat: - er in de Haagse samenleving veel belangstelling

Nadere informatie

ADVIES INZAKE VEILING VAN TOPSTUK UIT MUSEUMCOLLECTIE

ADVIES INZAKE VEILING VAN TOPSTUK UIT MUSEUMCOLLECTIE 1 ETHISCHE CODECOMMISSIE VOOR MUSEA ADVIES INZAKE VEILING VAN TOPSTUK UIT MUSEUMCOLLECTIE 20 juni 2011 ADVIES inzake de voorgenomen verkoop ter veiling van het schilderij The Schoolboys van Marlene Dumas

Nadere informatie

Jaarverslag 2012. Universiteitsmuseum Groningen. Universiteitsmuseum Groningen. www.rug.nl/museum. Museum voor mens, natuur en wetenschap

Jaarverslag 2012. Universiteitsmuseum Groningen. Universiteitsmuseum Groningen. www.rug.nl/museum. Museum voor mens, natuur en wetenschap Jaarverslag 2012 Universiteitsmuseum Groningen Universiteitsmuseum Groningen Museum voor mens, natuur en wetenschap Oude Kijk in t Jatstraat 7a 9712 EA Groningen T 050 36 35 083 E universiteitsmuseum@rug.nl

Nadere informatie

Foundation for Dutch Heritage Overseas BELEIDSPLAN NEW HOLLAND FOUNDATION 2016-2020. Hoofdstuk 1 Inleiding p. 2. Hoofdstuk 2 Huidige situatie p.

Foundation for Dutch Heritage Overseas BELEIDSPLAN NEW HOLLAND FOUNDATION 2016-2020. Hoofdstuk 1 Inleiding p. 2. Hoofdstuk 2 Huidige situatie p. BELEIDSPLAN NEW HOLLAND FOUNDATION 2016-2020 Hoofdstuk 1 Inleiding p. 2 Hoofdstuk 2 Huidige situatie p. 2 Hoofdstuk 3 Visie en Missie p. 3 Hoofdstuk 4 Ambities p. 4 Hoofdstuk 5 Stappenplan p. 5 1 Hoofdstuk

Nadere informatie

Jaarverslag 2012. Universiteitsmuseum Groningen. Universiteitsmuseum Groningen. www.rug.nl/museum. Museum voor mens, natuur en wetenschap

Jaarverslag 2012. Universiteitsmuseum Groningen. Universiteitsmuseum Groningen. www.rug.nl/museum. Museum voor mens, natuur en wetenschap Jaarverslag 2012 Universiteitsmuseum Groningen Universiteitsmuseum Groningen Museum voor mens, natuur en wetenschap Oude Kijk in t Jatstraat 7a 9712 EA Groningen T 050 36 35 083 E universiteitsmuseum@rug.nl

Nadere informatie

Digitale catalogus abonnees. Geschiedenis in de klas. Digitale catalogus. Niet-abonnees

Digitale catalogus abonnees. Geschiedenis in de klas. Digitale catalogus. Niet-abonnees Digitale catalogus abonnees Geschiedenis in de klas Digitale catalogus Niet-abonnees Publicaties Algemeen Facsimile-uitgaven van oude kranten 1848 en 1900 GidK heeft enkele kranten volledig en op ware

Nadere informatie

Geschiedenis groep 6 Junior Einstein

Geschiedenis groep 6 Junior Einstein De oude Grieken en Romeinen hadden ze al en later ook de Vikingen. Koloniën. Koopmannen voeren met hun schepen over zee om met andere landen handel te drijven. Langs de route richtten ze handelsposten

Nadere informatie

OP 23 september 1987 bestond de Stichting 'Economisch

OP 23 september 1987 bestond de Stichting 'Economisch OPRICHTING VAN HET ECONOMISCH TECHNOLOGISCH INSTITUUT VOOR ZUID-HOLLAND TE ROTTERDAM EN DE VOORGESCHIEDENIS DOOR DRS. M. VAN DER VELDEN OP 23 september 1987 bestond de Stichting 'Economisch Technologisch

Nadere informatie

Biënnale van de Schilderkunst: De mens in beeld

Biënnale van de Schilderkunst: De mens in beeld Biënnale van de Schilderkunst: De mens in beeld De Biënnale van de Schilderkunst is dit jaar aan haar derde editie toe Dit tentoonstellingsproject ontstond uit de museale ambitie van zowel het Roger Raveelmuseum

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen HAVO 2008 tijdvak 1 dinsdag 20 mei 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

u u R RAA De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap De heer drs. H. Zijlstra Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

u u R RAA De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap De heer drs. H. Zijlstra Postbus 16375 2500 BJ Den Haag C R.J. Schimrnelpennincklaan 3 RAA 2517 JN Den Haag Postbus 61243 2506 AE Den Haag L t 070 3106686 f070 3614727 info@cultuur.nl www.cultuur.nl 0 u u R De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Nadere informatie

Beleidsplan 2013-2016. Vereniging van Vrienden van het Allard Pierson Museum

Beleidsplan 2013-2016. Vereniging van Vrienden van het Allard Pierson Museum Beleidsplan 2013-2016 Vereniging van Vrienden van het Allard Pierson Museum Beleidsplan Vereniging van Vrienden van het Allard Pierson Museum Inleiding... 3 Activiteiten... 3 Organisatie en financiën...

Nadere informatie

Dagboek Sebastiaan Matte

Dagboek Sebastiaan Matte Vraag 1 van 12 Dagboek Sebastiaan Matte Uit het dagboek van Sebastiaan Matte: "Ik ben vandaag bij een hagenpreek geweest, in de duinen bij Overveen. Wel duizend mensen uit de stad waren bij elkaar gekomen

Nadere informatie

Voorstelling van een universiteitsmuseum UGent. Danny Segers Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen

Voorstelling van een universiteitsmuseum UGent. Danny Segers Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen Voorstelling van een universiteitsmuseum UGent Danny Segers Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen 21 september 1815: Willem I wordt koning der Nederlanden 1816: oprichting van 3 universiteiten

Nadere informatie

CULTUUR. Provincieraadsbesluit van 22 mei 2014 in verband met de goedkeuring van het reglement kunstuitleen collectie provincie Antwerpen

CULTUUR. Provincieraadsbesluit van 22 mei 2014 in verband met de goedkeuring van het reglement kunstuitleen collectie provincie Antwerpen 923 CULTUUR Provincieraadsbesluit van 22 mei 2014 in verband met de goedkeuring van het reglement kunstuitleen collectie provincie Antwerpen De provincieraad van Antwerpen, Gelet op de bepalingen van het

Nadere informatie

Heemkundekring Willem Snickerieme en Museum Zwaluws Erfgoed

Heemkundekring Willem Snickerieme en Museum Zwaluws Erfgoed Heemkundekring Willem Snickerieme en Museum Zwaluws Erfgoed Vastgesteld door het bestuur van de heemkundekring op 9 maart 2015. Wat is het Museum Zwaluws Erfgoed? Het museum Zwaluws Erfgoed is een etnografisch

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 013 Cultuurnota 1997 2000 Nr. 17 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Schenken aan een museum?!

Schenken aan een museum?! Schenken aan een museum?! Er worden heel veel objecten en dus erfgoed bij de mensen thuis bewaard. Het begint meestal met een dingetje dat - vaak per toeval - gekregen of aangekocht wordt. Eens men daar

Nadere informatie

www.amsterdamtattoomuseum.com

www.amsterdamtattoomuseum.com www.amsterdamtattoomuseum.com Amsterdam Tattoo Museum Plantage Middenlaan 62 1018 DH Amsterdam telefoon: 020 700 9320 Openingstijden: maandag t/m zondag, van 10:00 tot 19:00 Hedendaagse Ontdekkingsreizigers

Nadere informatie

Bronnenboekje examen VMBO-KB 2003

Bronnenboekje examen VMBO-KB 2003 Bronnenboekje examen VMBO-KB 2003 tijdvak 1 GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING VBO-MAVO-C 300005-633-527b DE KOLONIALE RELATIE INDONESIË - NEDERLAND bron 1 E A C F

Nadere informatie

Gedeeld Cultureel Erfgoed in het Museum Nasional Indonesia en het Rijksmuseum voor Volkenkunde

Gedeeld Cultureel Erfgoed in het Museum Nasional Indonesia en het Rijksmuseum voor Volkenkunde Gedeeld Cultureel Erfgoed in het Museum Nasional Indonesia en het Rijksmuseum voor Volkenkunde Wayang kulit figuur, Batara Brama (RMV 37-729). Inhoudsopgave Introductie 1. Gemeen begin 2. Verzamelen in

Nadere informatie

De Franse keizer Napoleon voerde rond 1800 veel oorlogen in Europa. Hij veroverde verschillende gebieden, zoals Nederland en België. Maar Napoleon leed in 1813 een zware nederlaag in Duitsland. Hij trok

Nadere informatie

HET VERHAAL VAN DE TOTEMPAAL

HET VERHAAL VAN DE TOTEMPAAL HET VERHAAL VAN DE TOTEMPAAL ARC 13 - INTERIEUR De Ruyterkade 107 1011 AB Amsterdam info@kossmanndejong.nl Speciaal voor de tentoonstelling is een acht meter lange totempaal gemaakt door een groep Indiaanse

Nadere informatie

Trendbreuk in rijksuitgaven

Trendbreuk in rijksuitgaven 94 Boekman 95 Sociaal-liberaal cultuurbeleid Dossier cijfers Trendbreuk in rijksuitgaven kunst en cultuur Bastiaan Vinkenburg Dit artikel gaat over geld dat het rijk besteedt aan kunst en cultuur. Is dat

Nadere informatie

De Molukse Emigranten

De Molukse Emigranten De Molukse Emigranten Daar het voor de Molukse militairen na de onafhankelijksoorlog van het toenmalige Nederlands-Indië erg moeilijk werd om zich daar te handhaven [zij hadden immers trouw meegestreden

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2007 tijdvak 2 woensdag 20 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Nummer Toegang: NDBK. Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst / Archief

Nummer Toegang: NDBK. Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst / Archief Nummer Toegang: NDBK Het Nieuwe Instituut (c) 2000 NDBK 3 I N H O U D S O P G A V E BESCHRIJVING VAN HET ARCHIEF...5 Aanwijzingen voor de gebruiker...6 Citeerinstructie...6 Openbaarheidsbeperkingen...6

Nadere informatie

Het Frans Walkate Archief, de nalatenschap van Henk van Ulsen en een verrassende ontdekking

Het Frans Walkate Archief, de nalatenschap van Henk van Ulsen en een verrassende ontdekking in de etalage Het Frans Walkate Archief, de nalatenschap van Henk van Ulsen en een verrassende ontdekking Op 28 augustus 2009 overleed geheel onverwacht op een logeeradres in Bussum de in 1927 in Kampen

Nadere informatie

Jaarverslag 1949. Stichting Het Nederlands Belastingmuseum"

Jaarverslag 1949. Stichting Het Nederlands Belastingmuseum Jaarverslag 1949 /'2 - a -icy y// 3' Stichting Het Nederlands Belastingmuseum" E 17 Directeur: Prof. Dr J. van der Poel, Conservator voor het fiscaal zegel: C. Eeltjes, Geestbrugweg 114, Rijswijk. Archivaris:

Nadere informatie

Stichting Geschiedenis Fysiotherapie

Stichting Geschiedenis Fysiotherapie Beleidsplan Stichting Geschiedenis Fysiotherapie 2014-2019 Opgesteld door het Bestuur van de SGF. Geaccordeerd per:2 juni 2014 Beleidsdocument 2014-2019 Stichting Geschiedenis Fysiotherapie Page 1 Inleiding

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I GESCHIEDENIS

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I GESCHIEDENIS UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: NIVEAU: GESCHIEDENIS VWO EXAMEN: 2001-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Nadere informatie

Nota collectiebeleid 2011 De collectievorming voor de Vakbibliotheek Rechten

Nota collectiebeleid 2011 De collectievorming voor de Vakbibliotheek Rechten Nota collectiebeleid 2011 De collectievorming voor de Vakbibliotheek Rechten Inhoud: 1. Inleiding 2. Collectievorming en taakstelling van de vakbibliotheek 2.1. De taakstelling van de bibliotheek 2.2.

Nadere informatie

Advies Six Stichting postbus 67243 2506 AE Den Haag Telefoon 070-310 66 86

Advies Six Stichting postbus 67243 2506 AE Den Haag Telefoon 070-310 66 86 Aan Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mw. mr. M.C. van der Laan Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Onderwerp. R.J. Schimmelpennincklaan 3 Advies Six Stichting postbus 67243 2506 AE Den Haag

Nadere informatie

De Gouden Eeuw van Twente 100 topstukken uit de collectie van Rijksmuseum Twenthe

De Gouden Eeuw van Twente 100 topstukken uit de collectie van Rijksmuseum Twenthe Huis van Heek, tentoonstellingen in Rijksmuseum Twenthe en Huis Bergh Persbericht Rijksmuseum Twenthe, 12 februari 2015 De Gouden Eeuw van Twente 100 topstukken uit de collectie van Rijksmuseum Twenthe

Nadere informatie

Historische context: Nederlands-Indië in de 19e eeuw

Historische context: Nederlands-Indië in de 19e eeuw Universität zu Köln Institut für Niederlandistik WS 2008/09 HS: Neuere Literatur: Max Havelaar Dozentin: Prof. Dr. M.-T. Leuker Referentin: A. Theissing Do., 06.11.2008 Opbouw: Het Indonesische archipel

Nadere informatie

De punt op de i van de restauratie

De punt op de i van de restauratie Gerlof van der Veen De punt op de i van de restauratie Op zoek naar historische eenheid in hedendaagse verscheidenheid Aan de markten in Zutphen vormen de afzonderlijke gevels met elkaar een beschermd

Nadere informatie

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt.

Als bij een vraag een verklaring of uitleg gevraagd wordt, worden aan het antwoord geen punten toegekend als deze verklaring of uitleg ontbreekt. Examen VWO 2008 tijdvak 2 woensdag 18 juni 9.00-12.00 uur geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag 12 september 2006 OWB/AI-2006/12668

logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag 12 september 2006 OWB/AI-2006/12668 logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk 12 september 2006 OWB/AI-2006/12668 Onderwerp Uitvoering motie 249, Nationaal Historisch

Nadere informatie

Stichting Pajong. Jaarplan 2015. Stichting Pajong

Stichting Pajong. Jaarplan 2015. Stichting Pajong Stichting Pajong Jaarplan 2015 Stichting Pajong 1. Inleiding Stichting Pajong is opgericht als vriendenstichting van het Indisch Herinneringscentrum (IHC). De stichting heeft de status van ANBI en richt

Nadere informatie

Leerstoelenplan faculteit der Geesteswetenschappen

Leerstoelenplan faculteit der Geesteswetenschappen Leerstoelenplan faculteit der Geesteswetenschappen 1. Leiden Institute for Area Studies School of Middle Eastern Studies Hebreeuwse Taal- en Letterkunde Aramese taal en letterkunde T alen en geschiedenis

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2003 - I

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2003 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE KOLONIALE RELATIE INDONESIË - NEDERLAND + HET INDONESISCH NEDERLANDS CONFLICT 1945 1949 1p 1 De VOC kreeg van de Staten-Generaal

Nadere informatie

Henny Radijs (1915-1991)

Henny Radijs (1915-1991) Henny Radijs (1915-1991) Van pottenbakster naar keramisch kunstenares Tekst: Rob Meershoek Foto s: Kunsthandel Artentique Zoetermeer, september 2010 Alle rechten voorbehouden Vaas 1961, h. 42 cm. Inleiding

Nadere informatie

Beleidsplan. Streekmuseum Oudheidkamer Reeuwijk 2013-2018

Beleidsplan. Streekmuseum Oudheidkamer Reeuwijk 2013-2018 Beleidsplan Streekmuseum Oudheidkamer Reeuwijk 2013-2018 1 1. Inleiding Pagina 3 2. Doelstellingen 3 3. Collectie 4 4. Tentoonstellingen 4 5. Organisatie 5 6. Samenvatting 6 2 1. INLEIDING Voor u ligt

Nadere informatie

Verslag van het Ghana-projectbezoek 12-19 februari 2012

Verslag van het Ghana-projectbezoek 12-19 februari 2012 1 Verslag van het Ghana-projectbezoek 12-19 februari 2012 Matching Grant project van de RC Heerlen en de RC Accra Airport te Accra in Ghana Paul Franken Tekst: Paul Franken Tekst ontvangen zondag 15 juli

Nadere informatie

Beantwoording vragen inzake overdracht van archiefmateriaal. Aan de Raad der gemeente Haarlem

Beantwoording vragen inzake overdracht van archiefmateriaal. Aan de Raad der gemeente Haarlem Raadsstuk B&W datum Sector/Afd Reg.nr(s) Onderwerp 39/2008 5 februari 2008 SBA 2008/123996 Beantwoording vragen inzake overdracht van archiefmateriaal Aan de Raad der gemeente Haarlem Ingevolge het bepaalde

Nadere informatie

TOESPRAAK DOOR KRIS PEETERS VLAAMS MINISTER-PRESIDENT EN VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID

TOESPRAAK DOOR KRIS PEETERS VLAAMS MINISTER-PRESIDENT EN VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID TOESPRAAK DOOR KRIS PEETERS VLAAMS MINISTER-PRESIDENT EN VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID Inhuldiging standbeeld Willem van Oranje & Marnix van Sint-Aldegonde

Nadere informatie

Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek.

Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek. Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek. 19 februari 2015 Goedemiddag, Ik ben heel blij met deze tentoonstelling. Als dochter van een oorlogsvrijwilliger

Nadere informatie

Dames en heren, leden van de Raad,

Dames en heren, leden van de Raad, 1 Dames en heren, leden van de Raad, Mij is ter ore gekomen dat gistermiddag in zijn woonplaats Amsterdam op 77-jarige leeftijd is overleden, onze oud-burgemeester Cees Goekoop. We hebben de goede gewoonte

Nadere informatie

Naam: DE GOUDEN EEUW en Rembrandt

Naam: DE GOUDEN EEUW en Rembrandt Naam: DE GOUDEN EEUW en Rembrandt De Gouden Eeuw duurde niet precies honderd jaar. Hij begon aan het eind van de 16de eeuw, beleefde zijn hoogtepunt rond 1675 en was in de 18de eeuw voorbij. De Gouden

Nadere informatie

Wijziging 3-9-2014: werkstuk inzenden vóór 1 april i.p.v. 1 mei! KLASSIEKE CULTURELE VORMING VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2015

Wijziging 3-9-2014: werkstuk inzenden vóór 1 april i.p.v. 1 mei! KLASSIEKE CULTURELE VORMING VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2015 Wijziging 3-9-2014: werkstuk inzenden vóór 1 april i.p.v. 1 mei! KLASSIEKE CULTURELE VORMING VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2015 juni 2014 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College

Nadere informatie

Klassieke culturele vorming. Staatsexamen vwo. Programma van toetsing en afsluiting

Klassieke culturele vorming. Staatsexamen vwo. Programma van toetsing en afsluiting Klassieke culturele vorming Staatsexamen vwo Programma van toetsing en afsluiting 2008 Inhoudsopgave Opzet van het examen... 3 Het examenprogramma... 3 Het commissie-examen... 3 Formaat praktische opdracht

Nadere informatie

Datum 6 juli 2009. Kenmerk 09-115-HS. Locatienummer: Onderwerp Onderzoek museale verwervingen. Geachte collega s,

Datum 6 juli 2009. Kenmerk 09-115-HS. Locatienummer: Onderwerp Onderzoek museale verwervingen. Geachte collega s, Datum 6 juli 2009 Kenmerk 09-115-HS Locatienummer: Onderwerp Onderzoek museale verwervingen. Geachte collega s, Begin dit jaar kondigde de Nederlandse Museumvereniging een onderzoek Museale Verwervingen

Nadere informatie

Project Gouvernementsarts in Nederlands- Indie (werktitel)

Project Gouvernementsarts in Nederlands- Indie (werktitel) Project Gouvernementsarts in Nederlands- Indie (werktitel) Getekend en gefotografeerd dagboek van Annie Wijers-van Puffelen, kinderarts in Indonesië van 1930-1952. Een uniek ego-document van een onafhankelijke,werkende

Nadere informatie

Geschiedenis kwartet Tijd van jagers en boeren

Geschiedenis kwartet Tijd van jagers en boeren Geschiedenis kwartet jagers en boeren jagers en boeren jagers en boeren Reusachtige stenen die door mensen op elkaar gelegd zijn. Zo maakten ze een begraafplaats. * Hunebedden * Drenthe * Trechterbekers

Nadere informatie

2. Wervingsfolders, algemene informatie, propaganda en publiciteit. 1 omslag.

2. Wervingsfolders, algemene informatie, propaganda en publiciteit. 1 omslag. KITLV-inventaris 232 H 1640 Archief IKK: Indische Kulturele Kring Tong-Tong, Indische Kulturele Kring, opgericht 6 mei 1959, opgeheven 2000. 1959-2005. 11 dozen. Schenking Indisch Wetenschappelijk Instituut,

Nadere informatie

Inventaris van het archief van H.R. Rookmaaker [levensjaren 1887-1945], 1906-1937; T.C. Heitink, 1907

Inventaris van het archief van H.R. Rookmaaker [levensjaren 1887-1945], 1906-1937; T.C. Heitink, 1907 Nummer archiefinventaris: 2.21.200 Inventaris van het archief van H.R. Rookmaaker [levensjaren 1887-1945], 1906-1937; T.C. Heitink, 1907 Auteur: J.A.A. Bervoets Nationaal Archief, Den Haag 1982 Copyright:

Nadere informatie

PERSBERICHT 16 januari 2015

PERSBERICHT 16 januari 2015 Van: Carina Blokzijl Museum Gouda [Carina.Blokzijl@museumgouda.nl] Verzonden: vrijdag 16 januari 2015 12:36 Onderwerp: van Michel tot Israels Bijlagen: GeorgesMichel_Gezicht_op_de_heuvel_van_Montmartre.jpg;

Nadere informatie

Acquisitiebeleidsplan Noord-Hollands Archief 2015-2020

Acquisitiebeleidsplan Noord-Hollands Archief 2015-2020 Acquisitiebeleidsplan Noord-Hollands Archief 2015-2020 Maart 2015 Het Noord-Hollands Archief wil fungeren als het geheugen van de provincie Noord-Holland en de aangesloten gemeenten in Kennemerland en

Nadere informatie

Klassieke culturele vorming

Klassieke culturele vorming Klassieke culturele vorming Staatsexamen vwo Vakinformatie 2012 Inhoudsopgave Opzet van het examen... 3 Het examenprogramma... 3 Beschrijving eindtermen... 3 Het college-examen... 3 Eisen waaraan het verslag

Nadere informatie

Afkomstig uit de nalatenschap van

Afkomstig uit de nalatenschap van in de etalage Afkomstig uit de nalatenschap van Op woensdag 23 januari 2013 vond er een bijzondere onthulling plaats in het Stedelijk Museum Kampen. Een onthulling die werd verricht door Herman Krans,

Nadere informatie

Inventaris van het archief van de Nederlandsche Bank N.V., president Willem Ferdinand Mogge Muilman, 1835-1844

Inventaris van het archief van de Nederlandsche Bank N.V., president Willem Ferdinand Mogge Muilman, 1835-1844 Nummer Toegang: 2.25.69.05 Inventaris van het archief van de Nederlandsche Bank N.V., president Willem Ferdinand Mogge Muilman, 1835-1844 De Nederlandsche Bank N.V. De Nederlandsche Bank: Olaf Borgers

Nadere informatie

Model-regeling Archiefbeheer/Documentaire Informatievoorziening. RAAMREGELING ARCHIEFBEHEER/ DOCUMENTAIRE INFORMATIEVOORZIENING [naam instelling]

Model-regeling Archiefbeheer/Documentaire Informatievoorziening. RAAMREGELING ARCHIEFBEHEER/ DOCUMENTAIRE INFORMATIEVOORZIENING [naam instelling] RAAMREGELING ARCHIEFBEHEER/ DOCUMENTAIRE INFORMATIEVOORZIENING [naam instelling] PAZU Werkgroep Beheersregels Page 1 29-10-2002 INDELING Art. nrs. Blz. Hoofdstuk I Algemene bepalingen 1 3/5 Hoofdstuk II

Nadere informatie

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de heer drs H. Zijlstra Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de heer drs H. Zijlstra Postbus 16375 2500 BJ Den Haag R.J. Schimmelpennincklaan 3 2517 JN Den Haag Postbus 61243 2506 AE Den Haag t 070 3106686 f 070 3614727 info@cultuur.nl www.cultuur.nl De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de heer drs

Nadere informatie

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Kaart 24 - Cultureel erfgoed 24 Cultureel erfgoed Versie april 2012 crisistypen bedreiging van cultureel erfgoed door rampen, onlusten, bezettingen, aanslagen

Nadere informatie

Vrijdag 1 april 2011 Toespraak van JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR. Officiële Opening Studio Alijn - Gent

Vrijdag 1 april 2011 Toespraak van JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR. Officiële Opening Studio Alijn - Gent Vrijdag 1 april 2011 Toespraak van JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR Officiële Opening Studio Alijn - Gent Mijnheer de burgemeester, meneer de schepen, Dames en heren,

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-KB 2003

Examenopgaven VMBO-KB 2003 Examenopgaven VMBO-KB 2003 tijdvak 1 woensdag 21 mei 09.00-11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING VBO-MAVO-C Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit

Nadere informatie

Overdrachtsovereenkomst

Overdrachtsovereenkomst Overdrachtsovereenkomst Overdrachtsovereenkomst ten behoeve van de collectie archeologie 1, onderdeel van de museale collecties van de gemeente Hilversum, aan de Provincie Noord-Holland. De ondergetekenden:

Nadere informatie

Een workshop rond het maken van beschrijvingen op collectieniveau

Een workshop rond het maken van beschrijvingen op collectieniveau COMETA STAP VOOR STAP Een workshop rond het maken van beschrijvingen op collectieniveau 31 januari 2012 Versie 1.0 IN DEZE WORKSHOP Wat is het Cometa-model? Waarom beschrijven op collectieniveau? Wat is

Nadere informatie

WERKPLAN 2014. Geplande tentoonstellingen 2014 (onder voorbehoud)

WERKPLAN 2014. Geplande tentoonstellingen 2014 (onder voorbehoud) 1 WERKPLAN 2014 1 COLLECTIE Beheer en behoud collectie. Het hele jaar door worden de gebruikelijke voorzorgs- en controlemaatregelen genomen. Het klimaat (de luchtvochtigheid en de temperatuur) worden

Nadere informatie

KLASSIEKE CULTURELE VORMING VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

KLASSIEKE CULTURELE VORMING VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 KLASSIEKE CULTURELE VORMING VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor

Nadere informatie

Beeldende kunst archieven RKD / Nederlands instituut voor Kunstgeschiedenis

Beeldende kunst archieven RKD / Nederlands instituut voor Kunstgeschiedenis Beeldende kunst archieven RKD / Nederlands instituut voor Kunstgeschiedenis Rijksmuseum Amsterdam Najaarsbijeenkomst SNAAI 25 november 2013 Ramses van Bragt, archivaris RKD Inhoud Korte introductie RKD

Nadere informatie

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit.

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit. Gebruik bron 1 en 2 In 1897 werd in de venen bij Yde het lijk van een ongeveer zestienjarig meisje gevonden. Deze vondst gaf aanleiding tot twee voorlopige conclusies over de leefwijze van het volk waartoe

Nadere informatie

Textile Research Centre, maart 2010

Textile Research Centre, maart 2010 Textile Research Centre, maart 2010 Speciale nieuwsbrief ter gelegenheid van het nationale Textiel Festival, Leiden, 24-28 maart Het laatste half jaar is het wel heel erg druk geweest bij de TRC. Samen

Nadere informatie

DE KALKOEN Een verzameling van historische feiten en opmerkelijke wetenswaardigheden over kalkoenen

DE KALKOEN Een verzameling van historische feiten en opmerkelijke wetenswaardigheden over kalkoenen DE KALKOEN Een verzameling van historische feiten en opmerkelijke wetenswaardigheden over kalkoenen Tekst en afbeeldingen: Theo Philipsen DEEL 2 Rechts: Voorpagina van een Oostenrijks tijdschrift Columbus

Nadere informatie

Klassieke culturele vorming. Staatsexamen vwo. Programma van toetsing en afsluiting

Klassieke culturele vorming. Staatsexamen vwo. Programma van toetsing en afsluiting Klassieke culturele vorming Staatsexamen vwo Programma van toetsing en afsluiting 2006 Inhoudsopgave Opzet van het examen...3 Het examenprogramma...3 Het commissie-examen...3 Formaat werkstuk (verslag)...4

Nadere informatie

Nederlands Muziek Instituut en Haags Gemeentearchief 2013-2016

Nederlands Muziek Instituut en Haags Gemeentearchief 2013-2016 Samen werken aan een gezamenlijke toekomst Nederlands Muziek Instituut en Haags Gemeentearchief 2013-2016 [Verkorte versie] 1. Inleiding Bij de advisering door de commissie Hirsch Ballin is ten aanzien

Nadere informatie

Aan de raad, Beslispunt: Waar gaat dit voorstel over?

Aan de raad, Beslispunt: Waar gaat dit voorstel over? Agendapunt : 5. Voorstelnummer : 05-027 Raadsvergadering : 12 mei 2011 Naam opsteller : Astrid van Mierlo Informatie op te vragen bij : Astrid van Mierlo Portefeuillehouders : Hetty Hafkamp Onderwerp:

Nadere informatie

Den Haag, september 2013 Dr. F.J.G. Limburg

Den Haag, september 2013 Dr. F.J.G. Limburg Verslag van het ingevolge artikel 5, sub d., j o 2 Archiefbesluit 1995, gevoerde overleg tussen het bedrijfschap Horeca en Catering en het Nationaal Archief met betrekking tot de selectielijst, zoals bedoeld

Nadere informatie

UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK NIJMEGEN HUMANIORA BIBLIOTHEEK COLLECTIE H.IN.N. Nieuwe Geschiedenis - vóór 1870

UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK NIJMEGEN HUMANIORA BIBLIOTHEEK COLLECTIE H.IN.N. Nieuwe Geschiedenis - vóór 1870 UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK NIJMEGEN HUMANIORA BIBLIOTHEEK COLLECTIE H.IN.N Nieuwe Geschiedenis - vóór 1870 December 2009 Enige notities bij het "Overzicht van de Rubrieksindeling van de Bibliotheek van de

Nadere informatie

A-tekst. De aquarel. Mesdag Israëls Mauve Breitner Mondriaan

A-tekst. De aquarel. Mesdag Israëls Mauve Breitner Mondriaan A-tekst De aquarel Mesdag Israëls Mauve Breitner Mondriaan In de 19de eeuw maakte de Nederlandse aquarel een ongekende bloeiperiode door. De artistieke idealen van die tijd vonden in dit medium een perfecte

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis vwo 2007-I

Eindexamen geschiedenis vwo 2007-I Van kind tot burger: Volksopvoeding via het onderwijs in Nederland (1780-1920) Patriotten gaven aan het begrip burger een nieuwe betekenis. 2p 1 Noem deze nieuwe betekenis en geef aan tot welke visie op

Nadere informatie

Die groote leegte 150 jaar toekomst van het Markermeer Over de inhoud van een nieuwe expositie

Die groote leegte 150 jaar toekomst van het Markermeer Over de inhoud van een nieuwe expositie Die groote leegte 150 jaar toekomst van het Markermeer Over de inhoud van een nieuwe expositie Wie de kaart van Nederland bekijkt, ontdekt nauwelijks plaatsen die niet op een of andere manier door mensen

Nadere informatie

INTERNATIONAAL COMITÉ TER BJSVOEDERING VAN DE HANDEL. S_a menvatting

INTERNATIONAAL COMITÉ TER BJSVOEDERING VAN DE HANDEL. S_a menvatting Behoort bij schrijven no.: INTERNATIONAAL COMITÉ TER BJSVOEDERING VAN DE HANDEL. S_a menvatting Het Internationale Comité ter Bevordering van de Handel (International Committee for the Promotion of Trade,

Nadere informatie

Stichting Vrienden van Oud Genemuiden

Stichting Vrienden van Oud Genemuiden Beleidsplan 2014-2016 Stichting Vrienden van Oud Genemuiden 1 januari 2014 pagina 1 van 6 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Beschrijving van de Stichting 2.1 Historie 2.1 De Stichting op

Nadere informatie

Inventaris van het archief van de Staatscommissie tot onderzoek naar de toestand van de Landbouw (Landbouwcommissie),

Inventaris van het archief van de Staatscommissie tot onderzoek naar de toestand van de Landbouw (Landbouwcommissie), Nummer archiefinventaris: 2.11.25 Inventaris van het archief van de Staatscommissie tot onderzoek naar de toestand van de Landbouw (Landbouwcommissie), 1886-1891 Auteur: H.A.J. van Schie Nationaal Archief,

Nadere informatie

Bescherming bouwhistorie monumenten 2e groep

Bescherming bouwhistorie monumenten 2e groep Embargo tot 7 juni 2015 Onderwerp Bescherming bouwhistorie monumenten 2e groep Programma Cultuur & Cultuurhistorie & Citymarketing Portefeuillehouder B. van Hees Samenvatting Op 27 januari 2010 heeft de

Nadere informatie

// // dat BeWaRen We! Introductie. docenten. handleiding. Het museum. Het lesprogramma

// // dat BeWaRen We! Introductie. docenten. handleiding. Het museum. Het lesprogramma // dat BeWaRen We! docenten // // handleiding Introductie Het museum Museum De Lakenhal, het stedelijk museum van Leiden, dankt zijn naam aan de voormalige Laecken-halle uit 1640, waar ooit het beroemde

Nadere informatie

TALANGPADANG. Figuur 1: De Semangka-Baai met Kotaagoeng en wat meer landinwaarts Talangpadang.

TALANGPADANG. Figuur 1: De Semangka-Baai met Kotaagoeng en wat meer landinwaarts Talangpadang. TALANGPADANG Figuur 1: De Semangka-Baai met Kotaagoeng en wat meer landinwaarts Talangpadang. Figuur 1 is een uitsnede van een bewerkte overzichtskaart van Sumatra (Technische Dienst, Batavia, 1934) en

Nadere informatie

Projectplan EersteWereldoorlog.nu Samenvatting

Projectplan EersteWereldoorlog.nu Samenvatting 1 1. Inleiding In 2014 was het honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak. In 2014-2018 wordt wereldwijd stilgestaan bij de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal

Nadere informatie

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus

Tijdwijzer. Het begin. Voor en na Christus 138 Tijdwijzer Het begin Op deze tijdbalk past niet de hele geschiedenis van de mens. Er lopen namelijk al zo n 100.000 jaar mensen rond op aarde. Eigenlijk zou er dus nog 95.000 jaar bij moeten op de

Nadere informatie

Voorbereidende les bij:

Voorbereidende les bij: Voorbereidende les bij: 1 U heeft een bezoek aan de tentoonstelling 24 uur met Willem in het Nationaal Archief gepland. Wij verheugen ons op uw komst, u bent van harte welkom! Om uw bezoek aan het Nationaal

Nadere informatie