Jeugdgezondheidszorg: een gigantisch effect voor een prikkie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Jeugdgezondheidszorg: een gigantisch effect voor een prikkie"

Transcriptie

1 Jeugdgezondheidszorg: een gigantisch effect voor een prikkie Factsheet Jeugdgezondheidszorg Jeugdgezondheidszorg (JGZ) in Nederland bestaat al meer dan 100 jaar, is uniek in de wereld en biedt basiszorg aan alle kinderen. JGZ wordt actief, systematisch en gratis aangeboden aan 3,9 miljoen Nederlandse kinderen van 0 tot 19 jaar (24% van de totale bevolking). Bij een bereik van 95% kost het totale preventieprogramma JGZ 120 euro per kind per jaar (situatie in 2007). Voor dat geringe bedrag krijgt elk kind en/of de ouders een compleet pakket aan diensten aangeboden. Het volgen van de ontwikkeling van het kind, informatie, voorlichting en advies aan het kind en/of de ouders diverse interventies, waaronder medisch onderzoek, gezondheidsvoorlichting, vaccinaties, screeningen en zorg op maat. Een groot deel van deze interventies is bewezen effectief. De gezondheidswinst die met deze preventieve activiteiten behaald wordt is dan ook groot. Ieder kind wordt minimaal 17 contacten met een jeugdarts of verpleegkundige JGZ aangeboden. De JGZ is de spil in het Centrum voor Jeugd en Gezin en functioneert in de diverse netwerken zodat zij alle kinderen in beeld heeft en zorg op maat biedt aan risicokinderen 1. De verwijsindex en het digitaal dossier JGZ zijn inmiddels in het merendeel van het land geïmplementeerd. Jeugdgezondheidszorg is Sociale Geneeskunde. JGZ is preventieve gezondheidszorg gericht op de groei en ontwikkeling van het kind en diens omgeving ter voorkoming van gezondheidsbedreigingen. De JGZ volgt daartoe de lichamelijke, psychische, sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen en geeft informatie aan ouders en kinderen over een gezonde ontwikkeling op al deze gebieden. Daarnaast signaleert de JGZ (dreigende) stoornissen en zorgt voor adequate behandeling of verwijzing. Deze zorg is van belang voor alle kinderen. Lag vroeger vooral het accent op de lichamelijke ontwikkeling, tegenwoordig is daarnaast ook aandacht voor problemen op het gebied van de opvoeding en psychosociale problematiek. Tijdige signalering en hulp voor risicokinderen en - gezinnen kan ontsporing op latere leeftijd voorkomen en biedt kinderen een betere kans op een gezonde en veilige ontwikkeling. De activiteiten van de JGZ worden aangeboden door het consultatiebureau en de schoolartsendiensten, bij deze instanties, thuis of op school. De JGZ biedt ook activiteiten zoals oudercursussen en voorlichtingsbijeenkomsten. Het aanbod van de JGZ is vastgelegd in het Basistakenpakket JGZ 0-19 jaar. Dit pakket bestaat uit een uniform deel met activiteiten die aan elk kind in Nederland moeten worden aangeboden en uit een maatwerkdeel waarin iedere gemeente het aanbod kan aanpassen aan de lokale situatie. In het pakket zijn 38 interventies opgenomen waarvan de effectiviteit (deels) bewezen is 2. Hieronder vallen de vaccinaties, screeningsprogramma's (op onder andere hartafwijkingen, heupdysplasie, testis-indaling, gehoorstoornissen, gezichtsvermogen en amblyopie) en adviezen ter preventie van overgewicht, wiegendood en veiligheid, cariës, niet roken in aanwezigheid van kinderen, zindelijkheid en vitaminegebruik. Van de overige taken is zeer aannemelijk dat ze effectief zijn, maar dit moet nog door wetenschappelijk onderzoek worden bevestigd. Diverse richtlijnen geven aan op welk moment de contactmomenten plaatsvinden en beschrijven de inhoud van de activiteiten uit het Basistakenpakket. Zorgcoördinatie vanuit de JGZ is aan de orde wanneer meerdere hulpverleners of instanties bemoeienis hebben met een kind of een gezin, of zich daarmee zouden moeten bemoeien. Het gaat hier om kinderen die (nog) geen indicatie hebben voor Bureau Jeugdzorg. De JGZ als zorgcoördinator houdt in de gaten of de diverse instellingen voldoende dan wel te veel of te weinig hulp in zetten. De zorgcoördinator begeleidt ouder en kind gedurende dit proces. In 2011 moeten in het hele land Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) gerealiseerd zijn, waar alle jongeren en hun ouders snel, laagdrempelig en efficiënt worden ondersteund bij het opgroeien en opvoeden. De centra brengen diverse instanties en functies samen: ConsultatieBureau (CB), schoolartsen van de GGD, Maatschappelijk Werk (AMW), Bureau Jeugdzorg (BJZ) en Zorg Advies Teams (ZAT s). De JGZ is de spil van deze nieuwe centra en zorgt ook voor korte lijnen met de 1 e en 2 e lijns gezondheidszorg zoals huisartsen, paramedici en medisch specialisten. Het papieren dossier van de JGZ wordt gedigitaliseerd om de ontwikkeling en gezondheid van individuele kinderen beter te kunnen volgen en risico s eerder te signaleren. Het Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg (ddjgz, voorheen EKD) maakt uniforme registratie en betere overdrachten van dossiers en zorg mogelijk binnen de JGZ. Naast het belang van de gezondheid van het individuele kind, dient het dossier het belang van groepen kinderen. Geanonimiseerde, geaggregeerde gegevens uit de elektronische dossiers geven informatie over trends in de gezondheid en ontwikkeling. De jeugdgezondheidszorg kan op basis van deze gegevens anticiperen op risico s bij groepen kinderen De verwijsindex risicojongeren brengt risicomeldingen van hulpverleners bij elkaar en zorgt dat hulpverleners van elkaar weten dat zij betrokken zijn bij de jongere. De verwijsindex bevat geen inhoudelijke informatie over de aard van de problematiek en de behandeling, maar bevordert een snellere en betere samenwerking van hulpverleners. 1 zie ook de bijlage bij deze factsheet NJi Commissie Effectieve Jeugdinterventies, subcie Preventie, Gezondheidsbevordering en Jeugdgezondheidszorg RIVM Richtlijn Contactmomenten Platform JGZ Richtlijn Eenheid van Taal RIVM Rapport Activiteiten Basistakenpakket per Contactmoment (Rapport ABC)

2 Bijlage kenmerken en prevalentiecijfers, kengetallen m.b.t. risicokinderen Wat zijn risicokinderen? Kinderen bij wie sprake is van meerdere risico s, waardoor de participatie in de samenleving langdurig belemmerd is of kan worden. Bij deze kinderen zijn geen of onvoldoende beschermende factoren aanwezig om de negatieve invloed van de risicofactoren te verminderen en de balans tussen draagkracht en draaglast terug te brengen. Risicokinderen en risicosituaties zijn herkenbaar Zwangerschap Elk jaar zijn in ons land ca vrouwen zwanger. Zwangeren hebben recht op een goede voedingszorg. Uit onderzoek 6 blijkt dat vrouwen te weinig groente en fruit en te veel vet (verzadigde vetzuren) eten; en verder te weinig voedingsvezel, marginaal calcium, te weinig ijzer en foliumzuur binnenkrijgen. Bij zwangeren ligt behalve voor foliumzuur ook voor meerdere mineralen (ijzer, selenium, koper) en vitamines (A, B1, B6, D) de gemiddelde dagelijkse inname onder de aanbeveling. Daarom is samenwerking tussen diëtist en verloskundige belangrijk. Laagopgeleide vrouwen hebben minder kans op een goed verlopende zwangerschap dan hoogopgeleide 7. Ze lopen een groter risico op zwangerschapsvergiftiging, zwangerschapsobesitas en hoge bloeddruk. Dat komt omdat zij tijdens de zwangerschap vaker roken, meer last hebben van stress en vaker te zwaar zijn dan hoogopgeleide vrouwen. Ook groeien kinderen van een laagopgeleide moeder trager in de baarmoeder. Niet westerse immigranten hebben 1,3x zo hoog risico op complicaties met de bevalling 8. Vooral vrouwen die minder lang in Nederland zijn en die uit Sub Sahara -Afrika komen hebben een verhoogd risico. Veel kinderen van vrouwen die tijdens de zwangerschap last hadden van angsten of depressieve klachten vertonen gedragsproblemen 9. Jongens met een moeder die vooral in het eerste trimester van de zwangerschap emotionele klachten had, bleken meer angstig en teruggetrokken gedrag te laten zien. Meisjes hadden vaker gedragsproblemen als hun moeder in het derde trimester emotionele klachten had. Ook bleek de kwaliteit van het contact tussen meisjes en hun moeder na de geboorte een belangrijke rol te spelen bij het ontwikkelen van gedragsproblemen Abortus Het aantal abortussen (inclusief overtijdbehandelingen) in 2009 bedroeg , 556 minder dan in De daling komt vooral doordat het aantal buiten Nederland woonachtige vrouwen dat naar Nederland kwam voor een abortusingreep met 381 afnam tot De resterende daling van 151 komt op het conto van vrouwen die in Nederland wonen. Net als in voorgaande jaren vonden ook in 2009 de meeste abortussen (25%) plaats bij vrouwen tussen de 20 en 25 jaar. Het aantal abortussen bij een tienerzwangerschap daalde met 70 naar Van dit aantal werden 101 zwangerschapsafbrekingen uitgevoerd bij meisjes onder de 15; eveneens een lichte daling van 28. Wel wordt er een stijging van het aantal ziekenhuisabortussen geconstateerd. Het grootste deel van de abortussen 94% vindt plaats in een abortuskliniek, slechts 6% wordt in ziekenhuizen uitgevoerd. Het aantal abortussen boven de 13 weken in ziekenhuizen is sinds 2000 wel verdrievoudigd. Het is aannemelijk dat er een verband bestaat tussen de toename van het aantal ziekenhuisabortussen en de zogenaamde twintig weken echo. Sinds 2007 krijgen vrouwen na twintig weken zwangerschap standaard een echoscopisch onderzoek (screeningstest) aangeboden. Bij mogelijke afwijkingen vindt prenatale diagnostiek plaats. Hierbij wordt het ongeboren kind onderzocht. Als ouders daarna besluiten de zwangerschap af te breken gebeurt dit meestal in een ziekenhuis Prematuriteit en dysmaturiteit 1,5% van pasgeborenen wordt geboren met een gewicht van minder dan 1500 gram (dysmatuur) en/of een kortere zwangerschapsduur van korter dan 32 weken (prematuur).vroeg geboren kinderen hebben aanzienlijk vaker handicaps (6-10% ernstige handicap en 45% beperkingen) dan op tijd geboren kinderen. Vooral op het gebied van bewegen (spasticiteit), mentale ontwikkeling (20% gaat naar het Speciaal Onderwijs) functioneren van ogen en oren en spraak/taalontwikkeling. Dit leidt vaak tot gedrags- en leerproblemen. Vroeggeboorte is geassocieerd met een hogere leeftijd van de moeder, een moeizamere hechting van ouders met kind, geboorte- en thuiskomststress en gedragsproblemen waardoor meer kans op mishandeling. IVF Een op de 38 geboren baby s in 2009 is een is een ivf-baby; het aantal kunstmatig verwekte kinderen is daarmee opnieuw gegroeid. zwangerschap op oudere leeftijd 11 Al tien jaar lang luiden gynaecologen de noodklok over de gemiddelde leeftijd van 29,4 waarop Nederlandse vrouwen hun eerste kind krijgen. Een late zwangerschap heeft een aantal risico s: RIVM Hulshof e.a. Voedselconsumptiepeiling 2003 onder vrouwen van jaar Erasmus Universiteit Lindsay Silva Fetal origins of socioeconomic unequalities in early childhood health LUMC Joost Zwart Safe Motherhood Universiteit Tilburg; Anouk de Bruijn Tied to mommy s womb? Prenatal maternal stress, postnatal parental interaction style and child development Inspectie voor de gezondheidszorg Medisch Contact; C.Hilders Het goede moment 2

3 - zo is de kans op een geslaagde bevruchting boven het 35e jaar gedaald van 20% naar 10%; en bij 38 jaar naar 5% 12 - hoe ouder de moeder des te meer kans op een chromosoomafwijking doordat de vorming van eicellen afwijkend verloopt. Daarom wordt aan vanaf 36 jaar aan iedere zwangere prenatale diagnostiek aangeboden. - de kans op een meerlingzwangerschap en dus vroeggeboorte neemt met het stijgen van de leeftijd toe - het risico op een miskraam of een bevalling met een afwijkend verloop neemt toe met de leeftijd - er lijkt een verband te bestaan tussen late zwangerschap en borstkanker - mogelijk is er een verband tussen zwangerschap bevorderende medicatie en eierstokkanker - er is een toenemende kans op onvrijwillige kinderloosheid - de frequentie van doodgeboorten en babysterfte is gerelateerd aan de leeftijd van de moeder Deficienties tijdens de zwangerschap: Jodiumtekort heeft met name tijdens de vroege ontwikkeling van een foetus in de baarmoeder en tijdens de eerste levensjaren een negatieve invloed op de hersenontwikkeling. 13 Intoxicaties tijdens de zwangerschap: cafeïne: zwangere vrouwen die per dag 6 koppen koffie of meer drinken, krijgen vaker kleinere baby s. 14 Het voedingscentrum adviseert zwangere vrouwen maximaal 4 koppen koffie per dag te drinken. Alcohol; kan leiden tot verminderde groei, congenitale afwijkingen en specifieke faciale kenmerken, maar vooral tot achterstand van de mentale ontwikkeling en gedragsproblemen; te scharen onder de noemer foetale alcohol spectrumstoornissen (FASD s). De mate waarin verschijnselen optreden is variabel. Dit hangt af van de mate van alcoholgebruik, van de zwangerschapsperiode waarin gedronken werd en van individuele genetische verschillen. Herhaalde en hoge piekconcentraties van alcohol in het bloed (na bingedrinken van de moeder) leiden tot ernstiger afwijkingen. Roken: verhoogd risico op vroeggeboorte, perinatale sterfte; buitenbaarmoederlijke zwangerschap, laag geboortegewicht en wiegendood. Klein hoofd, verminderde longfunctie (tot 10%); meer luchtwegklachten en toename astma. cannabis Cannabisgebruik door zwangere vrouwen is nadeliger voor het ongeboren kind dan het gebruik van gewone tabak 15. Onderzoek toont een verband tussen cannabisgebruik van aanstaande moeders en een lager geboortegewicht, zelfs bij kortdurend cannabisgebruik in de vroege zwangerschap. Ook hadden de kinderen een kleinere hoofdomtrek. Ongeveer 3% van de zwangere vrouwen gebruikt cannabis tijdens de zwangerschap. 66% van deze vrouwen gebruikt cannabis alleen in het eerste trimester van de zwangerschap; de meeste vrouwen stoppen dus met het gebruiken van cannabis zodra ze weten dat ze zwanger zijn. drugs: verhoogd risico op aangeboren afwijkingen, bij intraveneus drugsgebruik risico op HIV en andere infecties Lood: toxine wordt door kinderen beter opgenomen als door volwassenen en heeft een negatief effect op cognitieve vaardigheden en verhoogd risico op antisociaal gedrag en crimineel gedrag. Recent onderzoek deed de aanbeveling om de norm voor loodconcentratie in het bloed van kinderen te verlagen van 10 µg/dl naar 5 µg/dl. Dit vanwege het feit dat aangetoond werd dat bij concentraties van meer dan 5 µg/dl kinderen slechter scoorden op IQ testen en gedragstesten dan kinderen met lagere waarden. Tevens wees het onderzoek uit dat kinderen met loodwaarden van 10 µg/dl of meer 3x zo vaak asociaal gedrag vertonen als kinderen met een normale spiegel (0-2 µg/dl). antidepressiva: beweeglijker in de baarmoeder, 3x meer last van stuipjes en stokkende ademhaling als andere baby s, meer doktersbezoek post-partem en grotere kans om een operatie te moeten ondergaan vanwege een hartafwijking 16 valproinezuur: (gebruik in 1 e trimester) verhoogd risico op ernstige congenitale afwijkingen (o.a. spina bifida, ASD, schisis, polydactylie, craniostenose) In Nederland worden jaarlijks ongeveer kinderen geboren. Daarvan zijn 660 extreme vroeggeboortes. Een derde hiervan wordt direct veroorzaakt door roken tijdens de zwangerschap. Het aantal rokende zwangere moeders is tussen 2001 en 2007 flink gedaald. Toch rookt één op de tien moeders nog tijdens de zwangerschap; gemiddeld vijf sigaretten per dag. Rokende moeders drinken twee keer zo vaak overmatig: meer dan 6 glazen per gelegenheid. Rokende moeders geven twee keer zo vaak kunstvoeding: 38% begint direct met de fles Melse-Boonstra A.; Iodine deficiency en pregnancy, infancy and childhood and its consequences for brain development Erasmus Medisch Centrum: Generation R study Erasmus promotie Hannan El Maroun UMC Utrecht Tessa Ververs; OAZE studie; Antidepressants during pregnancy, risks for mother and child 3

4 Rokende vrouwen lopen 7x meer kans op extreme vroeggeboorte (rond de 28 e week) en 2x meer risico op een miskraam. In Nederland worden jaarlijks 220 kinderen voor de zevende maand (<28 weken) geboren en ondervoede baby s als gevolg van het roken tijdens de zwangerschap 17. Onderzoek 18 toont aan dat roken binnen het gezin vaatwandschade veroorzaakt bij kinderen, een effect dat mogelijk al tijdens de zwangerschap begint. Kinderen van rokende moeders hebben meer kans op gedragsproblemen (driftbuien, vechten, concentratieproblemen en hyperactiviteit) 19, zonen van zwaar rokende moeders hebben zelfs 80% meer kans op gedragsproblemen. Alcohol: foetale sterfte, vroeggeboorte en laag geboortegewicht, gezichtsafwijkingen zoals kleine schedel en kin, lage oren, dunne bovenlip en een stopcontactneus. Slechte spiercoördinatie, slecht sociaal functioneren, leerstoornis, hyperactiviteit, verstandelijke handicap en autistisch gedrag % van de Nederlandse vrouwen drinkt alcohol tijdens de zwangerschap 1-3 op de kinderen ( kinderen per jaar) wordt geboren met een foetaal alcohol syndroom (FAS) en 9,1 op de kinderen (1.600 kinderen per jaar) met een foetaal alcohol spectrum disorder (FASD) door overmatig alcoholgebruik (6 eenheden of meer) van de moeder tijdens de zwangerschap. Infecties tijdens de zwangerschap: cytomegalievirus: verhoogd risico op gehoor- of gezichtsproblemen, een leverfunctiestoornis, gestoorde geestelijke ontwikkeling of een te klein hoofd. 20 Zwangere vrouwen kunnen met goede hygiëne voorkomen dat ze het virus oplopen. De virusdeeltjes zitten vooral in urine en speeksel. Omdat het virus veel heerst onder kinderen, zouden zwangeren hun handen goed moeten wassen als ze een luier hebben verschoond. Ook moeten ze bijvoorbeeld geen lepeltje delen met hun kind CMV kan transplacentair worden overgedragen van moeder op kind. Uit recent onderzoek blijkt dat in Nederland (buiten de grote steden) 0,09% van de pasgeborenen congenitaal geïnfecteerd is met CMV. Elders in Europa is dit tussen de 0,15 en 0,5%. Transplacentaire transmissie van CMV kan zowel bij een primo-infectie van de moeder als bij een reactivatie van een latent aanwezige infectie optreden. Bij een primo-infectie met CMV in de zwangerschap is de kans dat de zwangere het virus via de placenta overdraagt op het kind ongeveer 50%. Van deze geïnfecteerde kinderen heeft 5-10% al bij de geboorte meer of minder ernstige symptomen. Bij 10-15% van de ogenschijnlijk gezond geboren geïnfecteerde kinderen ontstaan er in de loop van de eerste levensjaren alsnog symptomen in de vorm van motorische of mentale retardatie of doofheid. Er is geen duidelijke relatie aangetoond tussen het tijdstip van infectie in de zwangerschap en de aard van de afwijkingen. Wel lijkt infectie in de eerste helft van de zwangerschap tot ernstigere schade te leiden. Intra-uteriene infectie kan eventueel worden aangetoond via amnionpunctie gevolgd door kweek of PCR op CMV. Bij de pasgeborene kan een congenitale CMV-infectie worden aangetoond door middel van een positieve viruskweek van een in de eerste drie weken na de geboorte afgenomen urinemonster. Bij een perinatale CMV-infectie wordt de urinekweek pas na de 3 e levensweek positief. Een CMV-infectie opgelopen tijdens of kort na de geboorte geeft zelden verschijnselen. 0,2% van de kinderen wordt geboren met een toxoplasmose infectie; dat betekent dat er 4000 kinderen per jaar geboren worden die een grote kans hebben later slechtziend of blind te worden. Besmetting vindt vooral plaats door het eten van rauw vlees en door tuinieren. Risico op foetale transmissie is 40%; besmetting vroeg in de zwangerschap kan leiden tot intra-uteriene vruchtdood of abortus, later in de zwangerscahp vooral neurologische afwijkingen en oogafwijkingen bij de ongeborene. Kazen die zijn bereid met rauwe melk, kunnen een bacterie bevatten:listeria monocytogenes. Tijdens de zwangerschap leidt een Listeria-infectie meestal tot een miskraam of een doodgeboorte. Q-koorts wordt veroorzaakt door de Coxiella burnetiibacterie. Het is een ziekte die door dieren, hier voornamelijk door geit of schaap, wordt overgedragen op de mens (zoönose). tijdens de zwangerschap kan dit leiden tot een ernstiger beloop ven de ziekte en abortus of intra-uteriene vruchtdood Perinataal Vroege prematuren (<32 wkn.) hebben en verhoogd risico op groeivertraging. Late prematuren (32-36 wkn) hebben twee maal zoveel kans op ademhalingsproblemen tot en met de leeftijd van vier jaar en driemaal zoveel kans om opgenomen te worden in ziekenhuis vanwege ademhalingsproblemen als op tijd geboren leeftijdgenoten. Te vroeg geboren kinderen (32-36 wkn.) hebben een grotere kans problemen in de fijne motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling TNO Caren Lanting Clustering of Socioeconomic, Behavioural, and Neonatal Risk Factors for Infant Health in Pregnant Smokers UMC Utrecht Caroline Geerts e.a. Meer atherosclerose op 30-jarige leeftijd als ouders tijdens de zwangerschap rookten University of York; J. Hutchinson e.a Journal of Epidemiology and Health Smoking in pregnancy and disruptive behaviour in 3-year olds LUMC; A. Oudesluys e.a. Decibel study Journal of clinical virology 4

5 Kinderen geboren na een zwangerschap van weken hebben daarnaast ook wat vaker problemen met de communicatie en probleem oplossen % veel te vroeg geboren maar met succes behandelde kinderen krijgt later een chronische aandoening als gevolg van die behandeling. Bij 15% gaat het zelfs om een ernstige aandoening. Onderzoek 22 heeft uitgewezen dat het Infant Behavioral Assessment and Intervention Program (IBAIP) de zelfregulatie, de ontwikkeling en de motorische ontwikkeling van te vroeg geboren kinderen verbeterd. Te vroeg geboren kinderen hebben een verhoogd risico op ontwikkelingsstoornissen. Op babyleeftijd uiten die zich vaak als problemen met zelfregulatie: het afstemmen van het eigen functioneren op zintuiglijke prikkels uit de omgeving. IBAIP leert ouders hoe ze hun kind het best kunnen helpen om prikkels van buitenaf te verwerken. De meest kwetsbare groepen vroeg geborenen hadden het meeste baat bij IBAIP. Te vroeg geboren baby's drinken op een andere manier dan op tijd geboren baby's, ook verloopt de ontwikkeling naar een normaal zuigpatroon vertraagd 23. Slechts een kwart van de te vroeg geboren baby's drinkt rond de uitgerekende datum net zo goed uit de borst of de fles als op tijd geboren baby's. Tien weken na de uitgerekende datum heeft een kwart van de te vroeg geboren kinderen nog geen normaal zuigpatroon. Te vroeg geboren baby's hebben vooral moeite om hun ademhaling te coördineren met zuigen en slikken, en om het zuigen vol te houden. Hun zuigpatronen worden niet gekenmerkt door ritmische bewegingen van kaken en tong, zoals dat wel het geval is bij een normaal, matuur zuigpatroon. Kinderen die na een zwangerschap van minder dan dertig weken worden geboren en kinderen met een geboortegewicht dat te laag was voor de zwangerschapsduur, hebben de meeste moeite om een normaal zuigpatroon te ontwikkelen. Deze kinderen hebben extra aandacht nodig om goed te leren drinken. Kinderen die geboren zijn na in vitro fertilisatie (ivf) ontwikkelen zich hetzelfde als kinderen die geboren zijn na een natuurlijke conceptie. 24 Een gezond dieet, met veel groente, fruit, vis en plantaardige olie, heeft een positieve invloed op de groei van een ongeboren kind en helpt vroeggeboorte voorkomen 25. Het aantal thuisbevallingen is in de periode gedaald. In 2005 tot en met 2008 vond 29% van de bevallingen in Nederland thuis plaats. Het aandeel thuisbevallingen bedroeg in de periode nog 35%. 26 Vrouwen kunnen net zo veilig thuis als in het ziekenhuis bevallen. Uit onderzoek naar een half miljoen bevallingen kwam geen significant verschil in babysterfte naar voren 27 Moeders stoppen vroegtijdig met het geven van borstvoeding omdat ze het te druk hebben. Ze kunnen of willen borstvoeding vaak niet gedurende een langere periode combineren met hun baan en sociale leven 28. Meteen na de geboorte van het kind legt ruim 80% van de moeders de baby aan de borst. Na een half jaar is dat nog hooguit een kwart. De chemische samenstelling van borstvoeding is bij elke voeding op de dag anders; s ochtends bevat het natuurlijke stimulanten, s avonds natuurlijke kalmerende stoffen 29. Kolvende moeders moeten daarom zorgen dat hun baby s gekolfde melk op een juist tijdstip krijgen. Kinderen krijgen minder vaak eczeem of een allergie als zij moedermelk drinken die veel vacceenzuur en rumenzuur bevat 30. Dit is zo wanneer moeders zuivel en vlees van herkauwers eten. De dosis vitamine K voor kinderen die borstvoeding krijgen moet verhoogd worden van 25 microgram per dag naar 150 microgram per dag of 1 milligram per week 31. Kinderen die flesvoeding krijgen hebben geen extra vitamine K nodig. Vitamine K is bedoeld voor een goede bloedstolling om bloedingen te voorkomen. Borstvoeding zowel als flesvoeding is een effectieve manier om pijn te verminderen bij pasgeborenen. 32 Uit fundamenteel onderzoek van wiegendoodbaby s komen steeds meer aanwijzingen dat een belangrijke oorzaak voor het overlijden moet worden gezocht in een hapering van het vermogen om op het juiste moment wakker te worden. Er zijn ook epidemiologische studies die in die richting wijzen. Bij obductie bleek bij 41 tussen 2004 en 2008 overleden baby s een opvallend lage aanwezigheid van serotonine. 33 Een Amerikaanse groep wetenschappers signaleert een verband tussen een verstoorde serotoninehuishouding en wiegendood. De zogeheten neurotransmitter serotonine is van invloed op ademhaling en lichaamstemperatuur Pinkeltje onderzoek UvA Karen Koldewijn Supporting resilience in very preterm infants. The effect of the Infant Behavioral Assessment and Intervention Program in very preterm infants and their parents RU Groningen; Saakje da Costa: "Development of sucking patterns in preterm infants" VU Amsterdam; Karin Wagenaar Cognitief en psychologisch functioneren van adolescenten geboren na IVF Sarah Timmermans CBS Permanent Onderzoek Leefsituatie POLS VU Amsterdam/ AMC Ank de Jonge / Simone Buitendijk Erasmus MC Hein Raat Borstvoeding in de eerste 6 maanden Universiteit Estramadura Spanje; Nutritional Neuroscience Universiteit Maastricht; Allergy UMC Utrecht Peter van Hasselt Technion-Israel Institute of Technology Haifa, Israel; A.Weissman; Pediatrics. 2009;124:e921-e JAMA; 303(5): 430-7: Brainstem Serotonergic Deficiency in Sudden Infant Death Syndrome 5

6 Gezondheid 96% van de kinderen 34 vindt zichzelf (zeer) gezond, 3 van de 4 kinderen heeft minimaal één keer per jaar contact met de huisarts en 20-30% heeft één (of 2 of 3) chronische aandoening(en). 35 % van de jongeren heeft slaapproblemen; 58% van hen heeft daar ook last van 35 35% heeft te maken met zorgen of stress; ruim de helft van deze jongeren heeft daar ook problemen mee. Vaccinaties Net als in voorgaande jaren lag in 2010 de gemiddelde deelname aan alle vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma landelijk gezien rond de 95%. Het percentage kinderen dat binnen het Rijksvaccinatieprogramma is ingeënt, is nog steeds hoog. 36 Landelijk ligt het percentage voor alle vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma in 2009 ruim boven de ondergrens van 90%. Het betreft gegevens over zuigelingen geboren in 2006, kleuters uit 2003 en schoolgaande kinderen geboren in 1998.Voor zuigelingen is het vaccinatiepercentage voor de pneumokokkenprik ruim 94% en voor de overige vaccinaties ligt dat op 95% of hoger. Vanaf 1 maart 2011 wordt er een nieuw 10-valent pneumokokkenvaccin ipv het huidige 7-valente vaccin gebruikt binnen het RVP. En vanaf 1 augustus 2011 krijgen alle kinderen een hepatitis B vaccinatie, dit maakt dan onderdeel uit van het DKTP-HIB-HepB-combinatievaccin, nu krijgen 20% van de kinderen dit combinatievaccin. Het preventief geven van paracetamol voor een vaccinatie blijkt een negatieve uitwerking te hebben op de immuunrespons volgens een onderzoek gepubliceerd in de Lancet In 2009 ontving de bijwerkingenbewaking van het RIVM 1647 meldingen; een toename van 26% tov Een toename die voornamelijk geduid kan worden als gevolg van de stijging van meldingen na de herhalingsvaccinatie DKTP bij vierjarigen. 81% werd geduid als bijwerking, waarvan 38% heftige verschijnselen betrof zoals hoge koorts, heftig huilen, collapsreacties, koortsstuipen en atypische aanvallen van rillerigheid, gespannenheid of hypotonie. 19% betrof verschijnselen van een toevallige samenloop van gebeurtenissen. Kindersterfte 37 5 op de 1000 kinderen overlijden voor het vijfde jaar 38 in de wereld. In Nederland is er een neergaande tendens waar te nemen in het aantal kinderen dat voor hun 15e jaar overlijdt. De kindersterfte is gedaald van 20,00 in 1998 (sterfte per kinderen van 1 tot 15 jaar) tot 14,01 in zwangerschap of partus In 2009 werden kinderen levend geboren en kwamen 648 kinderen na een zwangerschap van meer dan 24 weken levenloos ter wereld. Er stierven 711 kinderen in het eerste levensjaar, van hen overleden er 528 in de eerste vier weken. Bij 19 kinderen was wiegendood de doodsoorzaak. In 2009 overleden 9 vrouwen aan de gevolgen van zwangerschap, baring of kraambed. 39 In 2009 was er in Nederland sprake van een daling van de perinatale sterfte (vanaf 24 en 28 weken zwangerschap). De sterfte in het eerste levensjaar (zuigelingensterfte) is in 2009 gelijk gebleven ten opzichte van Het promillage zuigelingensterfte (sterfte per 1000 levendgeboren kinderen) is afgenomen van 4.71 in 1998 tot 3.39 in Buitendijk noemt een aantal succesvolle strategieën als het gaat om De daling van de sterfte aan wiegendood is na een sterke daling eind jaren tachtig gestabiliseerd op een laag peil. Tot de jaren zeventig is de moedersterfte gedaald. Sindsdien schommelt de moedersterfte natuurlijke dood 1246 jeugdigen (0-20 jaar) overleden in 2008 aan een natuurlijke doodsoorzaak. Dit is 80 % van de totale sterfte. hartafwijking 8 op de 1000 levend geborenen heeft een aangeboren hartafwijking kinderen overlijden per jaar aan hart en vaatziekten wiegendood 19 kinderen overlijden per jaar aan wiegendood (2009). In 1996 was dit 50 en in 1987 nog 170 per jaar. kanker 0,1 % van alle kinderen heeft ooit kanker gehad kinderen overlijden in Nederland per jaar aan kanker. 60% hiervan is door leukemie en maligniteiten in het brein. niet-natuurlijke dood 197 jeugdigen (0-20 jaar) overleden in 2008 een niet-natuurlijke dood. Dit is 14% van de totale sterfte Nivel/Erasmus Linden vd MW et al. Het kind in de huisartsenpraktijk. 2 e nat. studie ziekten en verrichtingen HA praktijk Onderzoeksverslag Jeugdraadpanel RIVM Vaccinatiegraad Rijksvaccinatieprogramma Nederland. verslagjaar CBS/ Knoeff-Gijzen; Kindersterfte in Nederland Unicef: the state of the worlds children RIVM nationaal Kompas Volkgezondheid CBS Gezondheid en zorg in cijfers 6

7 34 jeugdigen overleden in 2008 door zelfdoding (i.t.t volwassenen per jaar). 86 jeugdigen overleden in 2008 aan de gevolgen van een vervoersongeval. 17 jeugdigen overleden in 2008 ten gevolge van verdrinking. 33 jeugdigen overleden in 2008 ten gevolge van een overig ongeval Ongevallen oorzaak Ruim 50% wordt veroorzaakt door een valongeval, 8% door intoxicatie en 5% door verbranding. behandeling kinderen van 0 t/m 18 jaar worden jaarlijks na een privé-ongeval 41 behandeld op de SEH-afdeling van een ziekenhuis: 41% van de slachtoffers valt in de leeftijdscategorie van 5 t/m 12 jaar; 25% is 13 t/m 18 jaar oud en 33% is 0 t/m 4 jaar oud. Het risico op een privé-ongeval, waarvoor behandeling op de SEH-afdeling nodig is, is het grootst voor de 0 t/m 4- jarigen. opname kinderen van 0 t/m 18 jaar worden jaarlijks opgenomen in een ziekenhuis na een privé-ongeval. 40% van de slachtoffers valt in de leeftijdscategorie van 5 t/m 12 jaar; 28% is 13 t/m 18 jaar oud en 32% is 0 t/m 4 jaar oud Het risico op een privé-ongeval, waarvoor opname nodig is, is het grootst voor de 0 t/m 4-jarigen kinderen per jaar (300 op elke kinderen) lopen bij deze ongevallen hersenletsel op (NAH) 42 Daarnaast: is er veel verborgen / nog niet onderkent NAH. Chronische ziekten/ handicaps In ons land groeit 14-20% van de jeugdigen tot 18 jaar op met een chronische ziekte, in aantallen zijn dit jeugdigen 43. De verwachting is dat met gelijk blijvende incidentie en sterk verbeterde overlevingskansen het aantal jeugdigen die opgroeien met een chronische ziekte in de toekomst zal toenemen. Maar liefst 80 tot 90% van de patiënten heeft nu de kans om volwassen te worden met een ziekte waar ze 20 jaar geleden aan zouden zijn overleden. Ouders van kinderen met een chronische ziekte hebben vaker psychosociale problemen en een lagere kwaliteit van leven dan ouders van gezonde kinderen 44. Het risico op een verlaagde kwaliteit van leven is nog groter als de ouders zelf weinig emotionele steun krijgen of chronisch ziek, laagopgeleid, of niet in Nederland geboren zijn. De afgelopen decennia is het aantal chronisch zieke kinderen sterk toegenomen. De onderzoeker pleit voor meer aandacht voor het hele gezin, en niet alleen voor het zieke kind. astma kinderen hebben astma, dit is zo n 4,5% van alle Nederlandse kinderen tot 14 jaar kinderen hebben last van astmatische klachten (kortademigheid / piepen op de borst). Jaarlijks worden kinderen opgenomen in een ziekenhuis vanwege hun astma. Bijna tweederde van de kinderen met astma heeft de aandoening niet onder controle 46. Uit het onderzoek blijkt onder andere dat 69% van de kinderen aangeeft niet mee te doen aan sport en andere inspannende activiteiten, 42% van de kinderen school mist en 20% ziet zijn vrienden niet meer. Van de kinderen met 'ernstige' astma heeft bovendien 23% het laatste jaar de spoedeisende hulp bezocht. Kinderen die vier maanden borstvoeding krijgen hebben minder kans op astma dan kinderen die geen borstvoeding krijgen. Hoe langer het kind borstvoeding krijgt, hoe beter de bescherming tegen astma 47. Overgewicht bij kinderen verhoogt het risico op astma Voor kinderen van 0-4 jaar is voor constitutioneel eczeem een prevalentie van 7,5% aangetoond 48 In Nederland hebben 2,03 kinderen per 1000 levend geborenen een schisis. Syndromen worden bij 5,4-12,6% van de kinderen met een schisis gerapporteerd; m.n. trisomie 13,18 en 21 en het Van der woude syndroom. hartafwijking Jaarlijks worden er in Nederland 1500 kinderen met een hartafwijking geboren. Sinds de invoering van de 20 weken echo worden hartafwijkingen veel vaker al tijdens de zwangerschap opgespoord Consument en Veiligheid/ CBS NTVG 144 (40): Meerhoff et al AMC L.B. Mokkink Omvang en gevolgen van chronische aandoeningen bij kinderen UVA Janneke Hatzmann Consequences of care. Parents of children with a chronic disease website Astmafonds Room te breathe PIAMA studie; Brunekreef P.Dirven-Meyer e.a. Prevalence of atopic dermatitis in children younger then 4 years in a demarcated area in the central of Netherland 7

8 nieraandoening In Nederland leiden honderden kinderen aan een chronische nieraandoening. Van hen worden zo'n 60 kinderen gedialyseerd in één van de vier kinderdialysecentra. eetproblemen 25 tot 40% van alle kinderen in de voorschoolse leeftijd heeft problemen met eten. De harde kern van slechte eters is tussen de 5 en 8 jaar oud. Een kind goed leren eten is een kwestie van opvoeden. Waar het normale ontwikkelingsproces van leren eten echter langdurig wordt verstoord doet chronische voedselweigering zich met een hoge incidentie in het bijzonder voor bij kinderen met een fysieke en/of verstandelijke beperking, bij premature kinderen en kinderen met een te laag geboortegewicht IBD De ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa komen ook voor bij kinderen. Bij ongeveer één op de vier IBD-patiënten beginnen de problemen voor de leeftijd van twintig jaar. Bij kinderen wordt de diagnose meestal gesteld tussen de tien en achttien jaar. Een heel enkele keer komt de ziekte voor bij jongere kinderen of zelfs baby's. De ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa komen bij jongens en meisjes even vaak voor. migraine 3,5% van de kinderen tot 14 jaar heeft last van migraine 49 en 1% van de 6-16 jarige kinderen heeft dagelijks hoofdpijn. aangeboren afwijkingen In 2007 is de screening via de hielprik (deelname meer dan 99%) uitgebreid van 3 naar 17 ziekten. Hiervan zijn 14 een stofwisselingsziekte. 75 pasgeborenen in 2007 (0,26%) en 102 in 2008 (0,14%) hadden een terecht afwijkende uitslag van de neonatale hielprik en hadden dus een metabole stofwisselingsziekte 50. Vanaf 1 mei 2011 wordt daar de screening op CF aan toegevoegd. en wordt dus gescreend op 18 ziekten. 51 Jaarlijks worden in ons land kinderen met Downsyndroom geboren. De screening op Downsyndroom is te verbeteren; er zijn nieuwe eiwitten ontdekt die Downsyndroom voorspellen. 52 Kinderen met het Downsyndroom hebben een dertien keer verhoogd risico op het RS virus. 53 In Nederland worden jaarlijks naar schatting 1 op de 4000 kinderen geboren met Cystic Fibrosis (CF). CF wordt ook wel 'taaislijmziekte' genoemd. CF is een recessief erfelijke ziekte. In Nederland is 1 op de 30 mensen drager van deze ziekte. De ziekte komt even vaak voor bij vrouwen als bij mannen. 0,1-0,8% van de kinderen wordt geboren met een afwijking aan het borstbeen: een kippeborst of een trechterborst. gehoor 0,1-0,2% van de jeugdigen wordt geboren met een ernstige perceptieve gehoorsbeschadiging kinderen worden jaarlijks geboren met een aangeboren dubbelzijdig gehoorsverlies. Bijna een kwart van alle Nederlandse kinderen die doof of zeer slechthorend zijn, heeft die handicap opgelopen door een CMV-virusinfectie in de baarmoeder 55. Nederland telt momenteel 1,4 miljoen mensen van 18 jaar en ouder met een verminderd gehoor 56. Van deze 1,4 miljoen mensen dragen circa mensen een hoortoestel. 40% van de Nederlandse jongvolwassenen dreigt problemen te krijgen met het gehoor doordat ze luisteren naar te harde muziek % loopt zelfs het risico op zeer ernstige en blijvende schade. De meeste schade wordt veroorzaakt door de draagbare muziekspeler, zoals de ipod en mp3- en mp4-spelers. Een kwart van de jongeren geeft aan naar te harde muziek te luisteren via een draagbare speler. Discotheken en popconcerten scoren eveneens hoog. Samen zijn ze goed voor 23% van de schade. visus 0,1 % van de jeugdigen is visueel gehandicapt reuk/smaak zeker nederlanders hebben een reuk-smaakstoornis, hetgeen vaak grote sociale gevolgen heeft. Mensen raken in een depressie, krijgen problemen met eten, vermageren soms op een extreme manier. epilepsie 1,9 per kinderen van 0-14 jaar heeft last van epilepsie. Diabetes Mellitus 1,8 per kinderen van 0-14 jaar heeft last van Diabetes Mellitus type I. Jaarlijks komen er 560 nieuwe gevallen in de leeftijdsgroep van 0-14 jaar bij CBS Gezondheid en zorg in cijfers NTVG Gepke Visser e.a. namens de Diagnose Registratiecommissie Neonatale Screening Metabole Ziekten RU Utrecht Wendy Koster Ínnovations en Down syndrome screening Betrijs Bloemers; Severe RSV infections in children with Downsyndrome; the contribution of an impaired immune system SCP Kooiker; Jeugd met beperkingen LUMC; A. Oudesluys e.a. Decibel study Journal of clinical virology TNS NIPO; Gehoor in Nederland Erasmus Universiteit; Ineke Vogel; onderzoek onder 1500 jongeren van jaar 8

9 De prevalentie is hoger bij Marokkaanse kinderen en lager bij Turkse en Surinaamse kinderen 58. De eerste adolescenten (60) met Diabetes Mellitus type II zijn gediagnosticeerd bij zeer ernstig overgewicht en betreffen voornamelijk meisjes. CVS 0,02% van de jeugdigen ( jeugdigen) in Nederland heeft last van CVS; 85% is vrouw chronisch zieke kinderen 20% van 0-14 jarigen in heeft een chronische ziekte zoals: astma, chronische bronchitis, eczeem, suikerziekte, epilepsie etc. 59. Deze kinderen hebben daardoor meer kans op psychosociale en/of gedragsproblemen, participatie- en interactie problemen, psychische problemen (depressie), gezinsstress, sociaal isolement en een verhoogd risico om gepest te worden. incontinentie 12 % van de 6 jarigen heeft nog last van bedplassen. In verhouding meer jongens dan meisjes (3:2). Jaarlijks houdt 15% van die kinderen op met bedplassen, maar 1-2 % houdt last van het probleem tot de volwassenheid % van de lagere schoolkinderen heeft last van fecale incontinentie. Ook dit komt vaker voor bij jongens dan meisjes (2x zo vaak). 61 obstipatie kinderen en tieners worden jaarlijks behandeld voor obstipatie. Elk jaar schrijven artsen meet laxeermiddelen voor, in keer. Werk In 2007 had 37% van de mensen met een chronische ziekte of lichamelijke beperking betaald werk voor minimaal 12 uur per week 62. Dat is een lichte stijging ten opzichte van 2005 (34%) en 2006 (35%). De jongeren werken zelfs evenveel als hun leeftijdgenoten zonder beperking. studie studenten in het hoger onderwijs lopen door een onzichtbare beperking 63 (zoals ADHD, dyslexie, CVS of autisme) studievertraging op moeten deze zelfs staken. Sinds 2005 is het faciliteren en begeleiden een wettelijke verplichting. Niet iedere hogeschool of universiteit is even ver met het ontwikkelen van beleid op dit punt Voeding Ruim driekwart van de Nederlandse kinderen krijgt vlak na de geboorte borstvoeding. Dit percentage is gestegen van 70% in 1997 tot 81% in 2007 Bij het stijgen van de leeftijd neemt het percentage uitsluitend met moedermelk gevoede Nederlandse zuigelingen snel af. In 2007 kreeg bij drie maanden nog 30% van de zuigelingen volledige borstvoeding en bij vijf maanden was dat afgenomen tot 23%. Vanzelfsprekend ging dat gepaard met een snel stijgend percentage zuigelingen dat uitsluitend kunstvoeding krijgt. Slechts 20% van de kinderen krijgen gedurende zes maanden volledig borstvoeding, zoals wordt geadviseerd door de WHO. Dat betekent dat 80% van de Nederlandse kinderen daardoor tenminste een deel van de gezondheidsvoordelen van borstvoeding mis lopen Kinderen van twee tot vier jaar krijgen ongeveer 40% te veel zout binnen en kinderen van vier tot zeven jaar ongeveer 30%. 64 Het grootste aandeel van deze zoutinname komt van brood, melk, yoghurt, kaas en bewerkt vlees. Naar schatting is 25% van de inname afkomstig van toegevoegd zout bij koken of aan tafel. Het lichaam heeft minder dan 1 gr. zout per dag nodig. Te hoge zoutinname door kinderen is ongewenst omdat dit kan leiden tot een te hoge bloeddruk op latere leeftijd. Uit de voedselconsumptiepeiling 2006 onder jonge kinderen komt naar voren dat peuters van 2-3 jaar 6,3 mg ijzer per dag binnenkrijgen terwijl de gezondheidsraad 7 mg. aanbeveelt. Ijzerbevattende voedingsmiddelen zijn o.a. rood vlees, appelstroop en bruin brood. Vitamine C bevordert de opname van ijzer uit voedingsmiddelen. Bij niet gevarieerde voeding is een met ijzer verrijkte peutermelk aan te raden. Net als vitamines en mineralen horen vezels thuis en een gezonde en gevarieerde voeding. De gezondheidsraad heeft geadviseerd dat kinderen van 0-3 jaar 2,8 g/mj vezels moet leveren. De gemiddelde vezelinname is echter 2,0-2,3 g/mj per dag. Vezels vervullen en belangrijke rol bij de verzadiging en dragen bij aan een gezond poeppatroon. Onderzoek toont aan dat de vetzuursamenstelling van de voeding van kinderen te wensen overlaat 65. Ze eten teveel verzadigd vet en te weinig onverzadigd; bovendien eten ze te weinig vis, zodat ze te weinig visvetten binnen krijgen. De inname van essentiële vetzuren, zoals alfa-linoleenzeer en linolzuur blijft vaak achter bij de aanbevelingen. Oliën, margarine en halvarine, noten en vette vis zijn een goede bron van essentiële vetzuren. Deze zijn belangrijk voor een normale groei en ontwikkeling omdat ze in het lichaam deels worden omgezet naar andere onverzadigde website Diabetesvereniging Nederland CBS Gezondheid en zorg in cijfers Kenniscentrum bedplassen Meppel Bulk-Bunschoten; Richtsnoer fecale incontinentie Nivel Brink-Muinen e.a. Kerngegevens Maatschappelijke situatie 2008 (Nationaal Panel Chronisch Zieken en Gehandicapten) bureau Risicobeoordeling van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) in samenwerking met RIVM TNO Het gebruik van halvarine, margarine en braadvet en de inneming van vetzuren, vetoplosbare vitamines bij jonge kinderen 9

10 vetzuren zoals arachidonzuur en de (vis)vetzuren DHA en EPA. Die op hun beurt betrokken zijn o.a. bij de hersenontwikkeling, het gezichtsvermogen en andere belangrijke lichaamsfuncties. 66 Ongeveer één op de drie ouders geeft hun kinderen iets zoets mee naar school: in 32% van de broodtrommels van leerlingen zit koek of snoep. Fruit verdwijnt na de overgang naar de middelbare school grotendeels uit de broodtrommel. 87% van de basisschoolleerlingen krijgt fruit mee naar school, tegenover slechts 44% op de middelbare school. 67 eetgewoonten Peuters en kleuters eten te weinig groenten, fruit en vezelrijke voedingsmiddelen. Bovendien eten ze te weinig vet, met name onverzadigde vetzuren 68. Een lage groente en fruitconsumptie is verantwoordelijk voor 19% van maagdarmkanker, 31% van de ischemische hartziekten en voor 11% van de herseninfarcten 69. Met name niet westerse moeders geven hun kind al op jonge leeftijd teveel voeding 70. Eén op de zeven gezinnen ontbijt niet, 25 % van de ouders laat s ochtends hun kind voor de TV eten. Bij 33% van de gezinnen staat de TV aan tijdens het avondeten 25 % van de kinderen speelt in de winter niet dagelijks buiten 40 % van de peuters worden voor goed gedrag beloond met snoep, waardoor kinderen al jong leren dat troost of beloning gekoppeld is een zoet of energierijk eten. kinderen zijn in de loop van de tijd niet meer gaan eten, maar ongezonder % van de kinderen van 4-12 jaar ontbijt niet elke dag minder dan de helft van de kinderen eet elke dag groente of fruit 20% van de kinderen eet 5x of meer een tussendoortje 45 % snoept meerdere keren op een dag en er wordt meer frisdrank gedronken. 27 % van de jongeren vindt zijn of haar eetgedrag ongezond; 34% heeft daar ook problemen mee 71. Het zijn vooral meisjes die problemen ervaren met hun eetgedrag. 40% van de jongeren hebben geprobeerd om hier iets aan te doen; 42% heeft dit niet gedaan en 15% weet het niet. Nieuw wetenschappelijk inzicht heeft aangetoond dat veel eiwitten eten en veel producten met een zogenoemde lage glykemische index (GI) gebruiken, zoals pasta, peulvruchten en fruit, de beste manier is om af te vallen en daarna op gewicht te blijven. Wetenschappers hebben een relatie ontdekt tussen vitamine D en genen die betrokken zijn bij kanker (leukemie en dikkedarmkanker) en auto-immuunziekten (MS, diabetes I,RA en Crohn). Vitamine D blijkt de activiteit van 200 genen te beïnvloeden 72. Het slikken van vit.d.supplementen tijdens de zwangerschap en de eerste jaren van het leven heeft mogelijke gunstige effecten op de gezondheid van een kind op latere leeftijd. Onderzoek toont aan dat mensen met een hoge concentratie vitamine D in hun bloed 40% minder kans hebben op dikke darmkanker 73. Dat blijkt uit een groot Europees onderzoek waaraan het UMC Utrecht en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu meewerkten. Het lichaam krijgt vitamine D vooral via zonlicht, maar ook door voedingsmiddelen zoals vette vis. Consumptie van rood vlees (varkens- en rundvlees) en van vleeswaren verhoogt het risico op dikkedarmkanker 74. Mogelijk wordt dit veroorzaakt door stoffen die gevormd worden bij de bereiding van vleeswaren, bij langdurig en op hoge temperatuur bakken en braden en bij barbecuen. Deze stoffen zijn op zich niet kankerverwekkend, maar kunnen in het lichaam worden omgezet in kankerverwekkende stoffen. De verhoging van het risico op dikkedarmkanker bij een hoge consumptie van rood vlees is mogelijk toe te schrijven aan het heam-ijzer dat het vlees rood kleurt. Hoge consumptie van wit vlees, zoals kip en ander gevogelte, lijkt het risico op dikkedarmkanker niet te beïnvloeden. Het eten van veel groenten heeft mogelijk een beschermende werking tegen dikke darmkanker Groei 75 Nederlandse kinderen zijn zwaarder geworden en groeien niet meer in lengte. Al in 1997 werd duidelijk dat de Nederlandse jeugd te zwaar is. Deze trend blijkt zich te hebben voortgezet. Vooral kinderen van Turkse en Marokkaanse afkomst zitten in een alarmerende situatie. Uit het onderzoek blijkt verder dat er na 160 jaar een einde Manifest Essentiele Vetten voor kinderen Q&A Research BV i.o.v. Jumbo Supermarkten RIVM Voedsel Consumptiepeiling onder Kinderen van 2-6 jaar in TNO, TU Twente en UMC Utrecht; Kansen voor preventie van overgewicht bij jonge kinderen Onderzoeksverslag Jeugdraadpanel University of Oxford; Genome Research; dr.s.ramagopalan RU Utrecht Bueno-de-Mesquita; Britisch Medical Journal Norat T, Lukanova A, Ferrari P, Riboli E.; Meat consumption and colorectal cancer risk: dose-response meta-analysis of epidemiological studies. '../images/reference_1.gif');"norat et al., TNO ism. VUMC en LUMC Vijfde Landelijke groeistudie 10

11 is gekomen aan de toename in lengtegroei bij kinderen van Nederlandse afkomst. Het lijkt erop dat het positieve effect van welvaart op de lengte wordt vervangen door een negatief effect op het gewicht. Kinderen van Marokkaanse of Turkse ouders worden nog wel langer. Gewicht Het FTO gen, het aantal uren slaap per nacht, het gewicht van de vader en het eetgedrag van de moeder beïnvloeden het lichaamsgewicht. Met name als kinderen kort slapen en zware ouders hebben die zich incidenteel overeten is hun kans op ontwikkeling van overgewicht tijdens de puberteit vergroot 76 Het aantal jongeren dat te kampen heeft met overgewicht is gestegen; een op de zes basisschoolleerlingen en 13,3% van de jongens en 14,4% van de meisjes heeft er last van. 77 De prevalentie van overgewicht steeg in de afgelopen 25 jaar met 50%. 1,8% van de jongens en 2.2% van de meisjes hebben last van obesitas. Kinderen met overgewicht of obesitas hebben vaker klachten van het bewegingsapparaat dan kinderen zonder. 78 Uit onderzoek 79 blijkt dat de helft van de ouders van een kind met overgewicht, niet herkent of erkent dat hun kind te zwaar is. Hulpverleners moeten dus allereerst ervoor zorgen dat ouders het probleem onder ogen zien. Borstvoeding verkleint het risico op overgewicht; waarbij ook de duur van belang is: hoe langer des te minder kans op obesitas. Kinderen jonger dan vijf jaar die onvoldoende nachtrust krijgen, hebben een grotere kans al jong (tussen de 5-9 jaar) dik te worden. 80 ondergewicht 1 op de 8 kinderen heeft ondergewicht. 25% van de Nederlandse patiënten in zorginstellingen is ondervoed Houding Bij 1 op de 5 zuigelingen komt afplatting van het hoofd voor (positionele plagiocephalie en brachycephalie) Structurele scoliose is een zijdelingse verkromming van de wervelkolom met rotatie en wigvorming van de wervels. Vroeger waren poliomyelitis, rachitis en tuberculose de belangrijkste oorzaken van structurele scoliose, in ontwikkelingslanden is dit nog steeds zo. In geïndustrialiseerde landen is ruim 80% van de structurele scolioses idiopathisch, 10% congenitaal en 10% heeft andere oorzaken (neurologisch, infectieus, traumatisch, etc.) De prevalentie van de idiopathische scoliose is voor bochten van % en voor bochten van % Sporten en bewegen kinderen krijgen te weinig beweging 23 slechts 40% van de basisschoolkinderen speelt elke dag buiten 12 % van de leerlingen van groep 1-3 kijken meer dan 2 uur TV, en 15% van de leerlingen van groep 4-8 kinderen worden vaak door ouders met de auto vervoerd in plaats van lopend of met de fiets Nederlandse kinderen uit groep 7 en 8 van de basisschool zijn significant minder fit dan hun leeftijdsgenootjes van dertig jaar geleden. Op een fitheidstest die ook in 1980 werd afgenomen scoorden ruim kinderen veel slechter op alle fronten. Zelfs als de kinderen met overgewicht niet worden meegeteld, blijken de 'gezonde' kinderen van nu niet opgewassen tegen de kinderen van toen. 81 Zij scoren slechter op kracht, snelheid, lenigheid en coördinatie. 65% van de basisschoolleerlingen is lid van een sportvereniging; naarmate de leeftijd stijgt neemt dit af, van de jarigen is nog maar 47% lid 82. Fitness stijgt in populariteit met name onder jongens van jaar; 35% gaat minimaal eens per week. Niet westerse jongeren sporten en bewegen beduidend minder dan autochtone jongeren. Ruim twee derde van de Nederlandse volwassenen beweegt voldoende, maar kinderen en jongeren blijven sterk achter: minder dan de helft van de Nederlandse jeugd haalt de beweegnormen. Jongeren zitten te veel en een relatief grote groep is zelfs geen enkele dag per week ten minste 60 minuten lichamelijk actief in sport of andere beweegvormen. 83 Onderzoek toont aan dat het stimuleren van gezond gedrag door ouders effectiever is dan het beperken van ongezond gedrag. Als kinderen hierin aangemoedigd worden bewegen ze meer en eten ze gezonder. Opvallend is dat deze aanpak vooral goed werkt bij kinderen die afwijken van de norm (denk aan kinderen die te zwaar zijn, slechte eters UMC Maastricht F. Rutters Development and Regulation of Body-Weight; a Genetic, Behavioral and Neuro-Endocrinological Approach TNO Factsheet Landelijke groeistudie NTVG 153;49; Marjolein Krul e.a. Klachten van het bewegingsapparaat bij kinderen met overgewicht Erasmus Universiteit Rotterdam Wilma Jansen Prevention of childhood obesity in a municipal setting Archives of pediatric and adolescent Medicine VU promotie onderzoek Dorine Collard CBS TNO monitor bewegen en gezondheid 11

12 of kinderen met gedragsproblemen). Het verbieden van ongezond gedrag (geen televisie mogen kijken of niet mogen snoepen) werkt minder goed of zelfs averechts voor deze kinderen. 84 Onderzoek 85 toont aan dat kinderen (7-jarigen) die overdag veel in beweging zijn s avonds sneller in slaap vallen. Daarnaast werd aangetoond dat deze kinderen gemiddeld ook langer sliepen dan kinderen bij wie het langer duurde voordat ze in slaap vielen 8% van de mensen die fitnessen gebruikt doping (verboden prestatieverhogende middelen), in absolute aantallen gaat het dan om personen. De meerderheid gebruikt de doping om af te vallen en niet zo zeer om spiermassa op te bouwen. Psychosociaal welbevinden Het gaat goed met de jongeren (11-16jr.) in Nederland 86. Ze voelen zich goed, beoordelen hun sociale situatie positief en vinden dat ze een aangenaam leven leiden. Daar staat tegenover dat zij nog altijd veel risicogedrag vertonen, zoals roken, drinken en ongezonde eetgewoonten. Groepen die het relatief minder goed doen zijn de kinderen uit de lagere opleidingsniveaus, het VMBO, en kinderen die niet bij beide ouders opgroeien. Nederlandse kinderen zijn het gelukkigst binnen Europa 87 : 92% van de jarigen is zeer tevreden. 5 % van de 0-12 jarigen heeft ernstige problemen. Op een schaal van nul tot tien geeft 75% van de kinderen in de leeftijd van 8 t/m 11 jaar een acht of hoger 88. 5% van de kinderen geeft een cijfer lager dan een 6; het gemiddelde cijfer was 8,3. Van de Nederlandse jongeren in de leeftijd van jaar geeft de meerderheid (88,3%) een ruime voldoende 7 voor de kwaliteit van hun leven. temperament Baby's van ouders met een laag inkomen en een lage opleiding hebben een moeilijker temperament dan baby's van ouders met een hoog inkomen 89 Een moeilijker temperament bij baby's uit zich in hard huilen bij het in bad gaan, verwisselen van luiers en aankleden. Ook vallen ze lastiger in slaap, zijn ze sneller afgeleid en reageren ze heftiger op veranderingen. Het verschil is al zichtbaar als de baby 6 maanden oud is. Oorzaken voor het moeilijke temperament zijn onder meer dat ouders met een lage sociaaleconomische status vaker last hebben van stress, en dat de moeder vaker psychische problemen heeft. Daarnaast gaat het vaker om gezinnen met een alleenstaande moeder. Een moeilijk temperament is een voorspeller van latere gedragsproblemen als ADHD en angststoornissen. De onderzoeker pleit voor een vroegtijdige opsporing en aanpak hiervan. woonsituatie 87% van de jongeren woont thuis bij hun ouders, een klein deel (6%) heeft het huis verlaten en woont op zichzelf. 4% woont samen met een partner, de overige jongeren 3% verbleven als pleegkind in een gezin, waren alleenstaand ouder of verbleven in een instelling. Samenstelling gezin Van de meerpersoons-huishoudens zijn er in (88,8%) met twee ouders en (10,1%) met één ouder en een restgroep van (1,1%) bijv. 2 broers die samenwonen 90. Opgroeien met een zusje zorgt ervoor dat kinderen meer in balans, ambitieuzer en optimistischer zijn. 91 Dit positieve effect komt nog nadrukkelijker naar voren in echtscheidingsgezinnen. Arbeidsparticipatie ouders Vorig jaar werkten beide ouders in 77% van de twee-oudergezinnen. In 2002 was dat nog 68% 92. Het aantal gezinnen waar de vader de meeste uren werkt, is toegenomen van 56% in 2002 naar 62% in Daarnaast steeg het aantal ouderparen die beiden evenveel werken van 10 naar 13%. Nederland telde vorig jaar 1,6 miljoen ouderparen met minstens één minderjarig kind. Van de vaders besteedt 87% de meeste tijd aan betaald werk. Bij iets minder dan 10% van de mannen is de zorg voor het gezin en het huishouden de voornaamste tijdsbesteding. Bij moeders is dat juist omgekeerd: ruim 70% besteedt de meeste tijd aan gezin en huishouden. Sociaal uitgesloten Ruim 10% van de kinderen in Nederland is sociaal uitgesloten 93. In totaal hebben kinderen ouders die sociaal geïsoleerd zijn:ze ondernemen weinig, doen niet of nauwelijks aan sport of een andere hobby, en spreken weinig af met vrienden. Bij kinderen tussen 5-17 jaar wordt de uitsluiting versterkt door armoede en een UvM Jessica Gubbels Monash University Melbourne en de University of Auckland; onderzoek onder jarigen RU Utrecht Vollebergh landelijke HBSC-onderzoek (Health Behaviour in School-aged Children) onder 11- tot 16-jarige scholieren SCP/ TNO van Zeijl e.a. Kinderen in Nederland Prins Erasmus Universiteit Rotterdam; Pauline Jansen; Social inequalities in pregnancy outcomes and early childhood behaviour CBS University Leicester en Ulster; Liz Wright CBS Arbeidsparticipatie ouderparen met minderjarige kinderen SCP Annette Roest e.a.; Sociale uitsluiting bij kinderen 12

13 onveilige buurt. Het SCP constateert dat het huidige beleid tegen sociale uitsluiting van kinderen vooral gericht is op het vergroten van de deelname aan sport en cultuur door jongeren uit arme gezinnen. Zij vindt dat er ook gewerkt moet worden aan de betrokkenheid van ouders bij de samenleving. armoede Ondanks een duidelijke daling ten opzichte van de eeuwwisseling groeiden in 2009 nog steeds relatief veel kinderen op in een huishouden met kans op armoede. Zo behoorden ruim minderjarige kinderen (één op de tien) tot een huishouden met een inkomen onder de lage-inkomensgrens 94. Eenoudergezinnen met minderjarige kinderen hadden in 2009 de grootste kans op armoede. Van die gezinnen had 29% een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Ook niet-westerse huishoudens en alleenstaanden tot 65 jaar hadden een sterk verhoogd armoederisico. Vaste lasten - huur, water, energie, verzekeringen - drukten bij huishoudens met kans op armoede zwaarder op het huishoudbudget dan bij de hogere inkomens. Ook gaven huishoudens in de laagste inkomensklasse vaker aan schulden te moeten maken dan de hogere inkomensklassen. Dit betekent dat ze minder kansen hebben. 0,5 miljoen kinderen (20% van de kinderen van 5-18 jaar) doen niet aan sport, muziek of scouting 95 omdat daar thuis geen geld voor is. (Sportcontributie is gemiddeld 300,-/jaar en 150,- aan attributen. Culturele lessen kosten ,-. Scouting en activiteiten van de kerk zijn minder duur) kinderen wonen in een achterstandswijk. detentie moeders 3000 vrouwen komen per jaar in de gevangenis terecht. Ongeveer de helft van hen is moeder. Zij zien hun kinderen te weinig 96. Daarnaast is een knelpunt dat officieel niemand verantwoordelijk is voor het welzijn van de kinderen wanneer een moeder in de gevangenis komt. Hierdoor dreigt een deel van deze kinderen buiten beeld te geraken. Onduidelijk is waar ze zijn en wie zich om hen bekommert. gebroken gezinnen kinderen verliezen jaarlijks één van hun ouders of een broer of een zus. 33% van huwelijken eindigt in scheiding 97. In 2008 vonden in ons land echtscheidingen plaats, in totaal waren daar kinderen bij betrokken..de financiële situatie bij 59% van de mensen na het verbreken van de relatie achteruit. 70% van de vrouwen en 60% van de mannen heeft na de scheiding moeite om rond te komen thuiswonende kinderen krijgen per jaar te horen dat hun ouders gaan scheiden 54 : daarvan zijn kinderen minderjarig. 80% van de kinderen blijft bij de moeder wonen. Bijna de helft van die kinderen krijgt te maken met een stiefouder. 30% van de kinderen krijgt hier op de één of andere manier last van (depressie, angsten, agressie, sociale problemen, roken/ drinken/ blowen, dalende schoolprestaties of crimineel gedrag) 99. Eén op de zes echtscheidingen verloopt problematisch: 1 op de 5 kinderen heeft vanwege echtscheiding geen contact meer met zijn vader ( kinderen per jaar). In totaal zijn dat ruim kinderen kinderen zien na de scheiding hun moeder niet meer chronische ziekte / lichamelijk beperkte ouder kinderen onder de 18 jaar 100 zijn kinderen die opgroeien in een gezin met een chronisch zieke of lichamelijk beperkte ouder. Naar schatting tot thuiswonende kinderen geven in meer of mindere mate wel eens instrumentele zorg aan hun ouder. Hiernaast zijn er: kinderen met een ouder met een psychiatrische diagnose kinderen met een verslaafde ouder tot kinderen met een chronisch zieke of beperkte broer of zus gezinnen worden jaarlijks geconfronteerd met de diagnose kanker bij één van de ouders 102. Bij 28% van de kinderen uit deze gezinnen leidt dat tot PTSS, ook leidt het tot emotionele en gedragsproblemen kinderen in opvangcentra: de helft van de kinderen die met hun ouders in de daklozen- of vrouwenopvang verblijven hebben psychosociale problemen 103. Ook heeft 11% van deze kinderen te maken met mishandeling en is de relatie met de andere ouder vaak slecht. Bijna drie op de tien kinderen in de opvang hebben last van posttraumatische stress of angsten. De onderzoekers verzamelden gegevens over 187 kinderen bij medewerkers van de opvangcentra, ouders en kinderen zelf. De opvangcentra hebben weinig individuele begeleiding voor kinderen. De onderzoekers pleiten daarom voor individuele zorg en een plan voor veilige terugkeer voor elk kind. Ook moeten er betere opvangplekken komen en meer privacy en speelmogelijkheden voor de kinderen CBS 'Lage inkomens, kans op armoede en uitsluiting 2009' Sociaal Cultureel Planbureau Kunnen alle kinderen meedoen? Verwey Jonker Instituut Moeders in detentie en de omgang met hun kinderen CBS Nibud de financiele gevolgen van scheiden 54 Onderzoekscentrum Maatschappelijke Zorg van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud RU Utrecht Ed Spruijt Scheidingskinderen Nivel Opgroeien met zorg (uit analyses van Nationaal Panel Chronisch Zieken en Gehandicapten) Tielen Factsheet Jonge mantelzorgers UMCG Huizinga; The impact of parental cancer on children UMC St. Radboud Onderzoekscentrum Maatschappelijke Zorg; Judith Wolf 13

14 4 tot 8% van de kinderen op de lagere schoolleeftijd heeft sociale problemen % van de schoolgaande kinderen heeft last van faalangst % van de 0-12 jarigen heeft last van psychosociale problemen Opvoeding Bijna alle ouders (88%) vinden het ouderschap vermoeiend en ervaren het als stressvol. Ze hebben regelmatig het gevoel het niet goed te doen. Een derde denkt zelfs ronduit tekort te schieten. De angst voor mislukking maakt ouders faalangstig en overbezorgd 104. Ouders dichten zichzelf grote invloed toe op het zelfvertrouwen van hun kinderen (94%), hun psychische (87%) en lichamelijke (84%) gezondheid, schoolcarrière (69%) en maatschappelijk succes (60%). Deze verantwoordelijkheid weegt zwaar, want de overtuiging dat een kind maakbaar is, betekent ook dat je het faliekant fout kunt doen. Je kunt je daarom echt niet met een zesje van het ouderschap afmaken, aldus vier op de vijf ouders. Ouders beschermen hun kind goed, zeggen ze, soms zelfs té goed. Maar ándere ouders maken zich pas echt schuldig aan overbescherming. Die zijn te vaak slaaf van hun eigen kind. Vier op de tien vinden zelfs dat veel ouders hun kroost opvoeden tot onzelfstandige watjes. Er is verder een gigantische toename van het aantal ouders dat zich zorgen maakt over het gedrag of de ontwikkeling van zijn kind: van 58% in 2007 naar 72% nu. Een kind schreeuwend terechtwijzen of zwaar bekritiseren bij ongewenst gedrag kan ertoe leiden, dat het uiteindelijk meer gaat liegen, spijbelen of stelen. 105 Vooral kinderen die introvert, onwelwillend of niet-ordelijk zijn en kinderen met veel fantasie vertonen meer agressief en regeloverschrijdend gedrag wanneer hun ouders hen op een heftige manier aanspreken. vaders Per jaar worden mannen vader, van wie voor de eerste keer. In ons land zijn er vaders die hun kind alleen opvoeden. zorgen 36% van de ouders met thuiswonende kinderen zegt zich in het afgelopen jaar wel eens zorgen te hebben gemaakt over de opvoeding of ontwikkeling van één of meerdere van hun kinderen. 60% van deze ouders heeft daarvoor hulp of advies gezocht binnen de familie, de vriendenkring of buiten het gezin 106. Meer gespecificeerd gaat het dan om: - 27% zorgen over de opvoeding in het algemeen - 22% emotionele problemen - 20% schoolprestaties/motivatie - 16% gedragsproblemen - 16% slecht luisteren, stellen van regels - 15% achterstand in ontwikkeling - 11% gevolgen van ziekte - 11% contacten met vrienden - 7% alcohol en drugs 85% van de gezinnen hebben geen last van opvoedingsproblemen volgens JGZ-artsen en verpleegkundigen. In 10% van de gezinnen is er sprake van lichte problemen, bij 4% zijn de problemen matig en bij 1% wordt de problematiek zwaar genoemd 107. werk en gezin Vanaf 2009 is het ouderschapsverlof voor beide ouders verlengd van 13 naar 26 weken. Daarnaast is het streven van het Ministerie van Jeugd en Gezin om in overleg met werkgevers de mogelijkheden voor telewerken, flexibele werktijden en schooltijdbanen te vergroten. kinderopvang Eind 2008 maakten kinderen gebruik van kinderopvang 108. Het grootste deel hiervan betrof de dagopvang ( kinderen). In 2008 gingen kinderen, 27% meer dan in 2007, naar de buitenschoolse opvang. Ook maakten kinderen tot 4 jaar en kinderen op de basisschool eind 2008 gebruik van gastouderopvang. Dat is een groei van 41% voor kinderen tot 4 jaar en 55%voor 4-12 jarigen. Verblijven in een crèche veroorzaakt meetbare stress bij baby s blijkt uit onderzoek. 109 De cortisolniveau s op de crèche waren significant hoger dan thuis. Het verschil werd groter naarmate de tijd vorderde. En baby s met een moeilijk temperament lopen het risico een lagere kwaliteit van zorg te krijgen simpelweg door overbelasting van de leidsters Anne Elzinga J/M onderzoek RU Utrecht A. de Haan How and why children change in aggression and delinquency from childhood to adolescence: moderation of overreactive parenting by child personality CBS; Landelijke jeugdmonitor Zeijl e.a.; Kinderen in Nederland Belastingdienst RU Nijmegen Esther Albers The challenges of childcare for very young infants 14

15 Kinderen die door gastouders worden opgevangen, zijn meer ontspannen en hebben meer plezier en zelf vertrouwen dan kinderen in een kinderdagverblijf. 110 Dat komt doordat gastouders meer individuele aandacht kunnen geven aan kinderen. Een andere oorzaak is dat kinderen altijd te maken hebben met dezelfde gastouder, terwijl ze op het kinderdagverblijf diverse pedagogisch medewerkers zien. Tot slot is er bij een gastouder is minder lawaai. jeugdzorg Jaarlijks komen kinderen van 0-18 jaar in aanraking met de jeugdzorg, dat is een op de 25 jeugdigen kinderen (1,89%) kregen in 2007 een indicatie voor de jeugdzorg kinderen stonden in juli 2009 op de wachtlijst voor jeugdzorg 112, drie maanden eerder waren dat er De jeugdzorg mist veel kansen bij de ondersteuning van kinderen en gezinnen bij het opvoeden en opgroeien. Er bestaan veel vormen van hulp en steun voor gezinnen, maar het aanbod is versnipperd, de uitvoering verkokerd en er zijn scheidslijnen (knippen) tussen de verschillende onderdelen waardoor vaak de onderlinge samenhang ontbreekt. 113 Het missen van kansen op vroegtijdige en maximaal effectieve hulp heeft niet alleen ernstige gevolgen voor kinderen, jongeren en hun ouders, maar ook voor de samenleving als geheel. De optimaliseren van de van de beschikbare hulpverlening en beëindigen van complicerende en vertragende indicatieprocessen en bekostigingsproblemen zou een grote bijdrage aan de oplossing van het probleem kunnen leveren. De samenhang moet onder de gemeentelijke regie tot stand komen, als onderdeel van de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor een samenhangend jeugdbeleid. De wet op de jeugdzorg is na 5 jaar geëvalueerd; de wet heeft niet voldaan aan de verwachtingen. De gewenste één toegang tot jeugdzorg is niet gerealiseerd. Het wettelijke recht op jeugdzorg laat zich moeilijk combineren met een efficiënte indicatiestelling en cliëntvriendelijke toegang tot de jeugdzorg. Voor het jeugdzorgaanbod zelf is het blijven voortbestaan van verschillende financieringsstromen een knelpunt kinderen verblijven in Nederland in 24-uurs opvang (jeugdzorg, pleeggezin, kliniek), ver van hun ouders. Een plek in de jeugdzorg kost gemiddeld uithuisplaatsing/ Onder Toezicht Stelling (OTS) De rechtbanken kregen in verzoeken tot uithuisplaatsing / OTS. In 2003 was dat aantal In 2007 zijn kinderen onder toezicht gesteld 114. Aan het eind van dat jaar stonden in totaal kinderen onder toezicht. Dit is een toename van 41% ten opzichte van het jaar 2000, toen kinderen een OTS kregen. De duur van een OTS is gemiddeld 3 ½ jaar. Voogdij 1000 kinderen werden in 2007 onder voogdij geplaatst (en dus in een pleeggezin/ instelling geplaatst) en 369 onder voorlopige voogdij. Het totaal aantal kinderen dat onder voogdij staat, schommelt al jaren rond de In 2007 was het kinderen werden in 2009 opgevangen door pleeggezinnen waarvan 38% voor langere 115 tijd. Eind vorig jaar wachtten nog altijd 568 kinderen op plaatsing in een pleeggezin. In de afgelopen tien jaar is het aantal kinderen dat gebruik maakt van de pleegzorg verdubbeld. Psychiatrie In de jeugd-ggz zijn aanzienlijk meer jongens dan meisjes in behandeling (65% versus 35%) 116. Vanaf het twaalfde jaar maken meisjes een inhaalslag. Jongeren van allochtone afkomst maken minder gebruik van de GGZ dan Nederlandse leeftijdgenoten, daardoor belanden zij meer in de criminaliteit. Het aantal cliënten is in 2008 met 9% toegenomen ten opzichte van gedragsstoornissen 5% van de schoolgaande kinderen heeft AD(H)D. ADHD in de kindertijd of vroege adolescentie blijkt bij 2,9 procent van de bevolking voor te komen. Van hen bleek 72 procent in de volwassenheid nog steeds ADHD te hebben. 117 Kinderen met ADHD hebben er baat bij als hun ouders een oudertraining volgen 118. De kinderen worden minder ongehoorzaam, vertonen minder opstandig gedrag, en hebben minder driftbuien en angst- en stemmingsklachten Uit onderzoek 119 blijkt dat kinderen met ADHD tijdens het uitvoeren van een taak hun gedrag in mindere mate aanpassen als zij feedback krijgen dan andere kinderen. Tevens blijkt dat kinderen met ADHD of een autistische stoornis minder emotioneel op negatieve feedback reageren dan kinderen zonder ontwikkelingsstoornis. Amerikaanse hersenwetenschappers hebben recent ontdekt 120 dat mensen met ADHD door een tekort aan twee eiwitten (de dopaminereceptor, waar de hersenstof dopamine aan bindt om het signaal beloning of motivatie aan het brein door te geven en de dopaminetransporter, die rondzwemmend dopamine opvangt en recyclet voor gebruik) een ontwricht belonings- en motivatiecentrum in het brein hebben. Deze hersengebieden belonen ons en zorgen RU Leiden Promotie Marleen Groeneveld 'Quality in home-based childcare: impact and improvement' Kinderen in Tel Persbericht Interprovinciaal overleg Commissie Zorg om Jeugd:Paas; Rapport Van klein naar groot Ministerie van Justitie/ CBS Factsheet Pleegzorg Jaarverslag GGZ Nederland Trimbos: de Graaf Nemesis; Psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking RU Groningen Barbara vd,. Hoofdakker Behavioral parent training for children with ADHD RU Groningen Yvonne Groen Volkov e.a.journal of the American Medical Association "Evaluating Dopamine Reward Pathway in ADHD 15

16 ervoor dat we gemotiveerd en geconcentreerd blijven. Dit verklaart mogelijk waarom deze patiënten vaker aan drugs verslaafd zijn en overgewicht hebben. Onbewust proberen ze met het eten van een lekker gebakje of een snuif cocaine te compenseren voor het ontwrichte systeem. Kinderen met ADHD lijden aan een verstoord tijdsbesef: dat wat voor anderen een korte tijdspanne is, duurt voor hen 'een eeuwigheid'. Bij ADHD is sprake van een tekort aan dopamine, hetgeen de perceptie van tijd beïnvloedt. Ritalin - dat dopaminespiegels verhoogt - herstelt het normale tijdsbesef weer 121 4% van de kinderen heeft een oppositionele stoornis (ODD/ CD). Jongens 3x vaker dan meisjes. Onderzoek wijst uit dat vooral meisjes met antisociale gedragsproblemen een groot risico lopen op om zich ook op volwassen leeftijd nog schuldig te maken aan fysiek geweld en bedreiging. Tijdige herkenning van kinderen met gedragsproblemen zou gewelddadig gedrag op latere leeftijd kunnen beperken. Verder blijkt dat er een belangrijk verschil is tussen kinderen met reactief antisociaal gedrag en proactief antisociaal gedrag 122. Reactief antisociale jongens of meisjes zijn vaak als reactie antisociaal, en niet uit eigen beweging. Deze kinderen hebben minder kans op agressief gedrag in de volwassenheid, maar zullen eerder angstig of depressief zijn. Proactief antisociale kinderen zijn niet als reactie, maar uit eigen beweging antisociaal. Deze jongens of meisjes liegen bijvoorbeeld, vertonen vandalistisch gedrag en stelen. Zij lopen grote kans om als volwassene te ontsporen Ruim 1% van de kinderen heeft een autisme-spectrumstoornis (ASS). In Nederland wordt steeds vaker autisme bij kinderen vastgesteld 123. Volwassenen kijken beter naar kinderen en daarnaast is enerzijds de definitie verbreed, waardoor Asperger en PDD-NOS ook worden meegerekend, anderzijds is het zo dat de handicap veel vaker dan vroeger tot problemen leidt. Het toegenomen beroep dat de maatschappij doet op sociale en communicatieve vaardigheden, flexibiliteit en zelfredzaamheid heeft daarmee te maken. En tenslotte hebben ouders en scholen een diagnose nodig als paspoort tot voorzieningen. Volgens kinderpsychiater van Daalen is de diagnose autisme is bij 2- jarige kinderen betrouwbaar te stellen. Autisme wordt nu vaak pas op de lagere school vastgesteld. Volgens de onderzoeker moeten kinderpsychiaters bij jongere kinderen die weinig spreken, niet goed spelen en gedragsproblemen hebben, niet zomaar besluiten het nog een tijd aan te zien. Het voordeel van een diagnose op jonge leeftijd is dat de behandeling vroeg kan beginnen, waardoor achterstanden in bijvoorbeeld taal en speelvaardigheid beperkt kunnen worden 124. Ouders van jongeren en volwassen kinderen met autisme scheiden vaker dan ouders van jongeren zonder beperking. Ouders van kinderen onder de 8 jaar met een autistische stoornis hebben een even grote kans te scheiden. Na die leeftijd daalt het aantal scheidingen voor ouders met kinderen zonder een autistische stoornis. Maar jongeren met autisme hebben nog steeds veel ouderlijke zorg nodig, waardoor er druk op de ouders en hun huwelijk blijft staan. 125 Bij 12% van kinderen met ASS werden in Australië geboorteafwijkingen geconstateerd; twee keer zo vaak als bij kinderen zonder deze stoornis. 126 Jonge kinderen met ASS verwerken visuele informatie langzamer dan gewone kinderen 127. Bovendien zien de hersenen vooral details in plaats van een compleet beeld. Van autisten werd tot nu toe aangenomen dat ze minder vaak gelaatsuitdrukkingen van hun gesprekspartners zien en hen ook minder in de ogen kijken. Nieuw onderzoek van promovenda toont aan dat autisten wel degelijk gezicht en lichaam van hun gesprekspartner bekijken, maar dat bepaalde hersendelen niet gestimuleerd worden emotionele lichaamstaal te signaleren 128 Van de ouders van kinderen van 0 tot 12 jaar zegt 4-8% dat hun kind internaliserende problemen heeft 129,waar zowel angst- als stemmingsproblemen onder worden verstaan. Bij jongens van 5 en 6 jaar zien ouders het meest vaak internaliserende problemen. Ruim 8% van de jongeren van 11 t/m 16 jaar geeft zelf aan dat hij last heeft van angsten of stemmingsproblemen % van alle jeugdigen van jaar (ongeveer jongeren) heeft een angststoornis 131 ; meisjes 2x zo vaak als jongens. Bij de oudere groep (18-24 jaar) is dat 13% 132. Uit recente publicaties blijkt dat angststoornissen onder jongeren toenemen en dat zij in ernstige mate deze jongeren beperken in hun functioneren. Onderzoek heeft uitgewezen dat onophoudelijk piekeren ten onrechte wordt gezien als een angstsymptoom; het is volgens de onderzoekers geen symptoom van een angststoornis maar een persoonlijkheidstrek 133. De resultaten New Scientist 202; Erasmus Universiteit:proefschrift Joni Reef; Adult Consequences of Child Psychopathology Gezondheidsraad: Autismespectrumstoornissen, een leven lang anders RU Utrecht Emma van Daalen promotie University of Wisconsin-Madison; American Journal of Epidemiology (169; ); Soemer Dawson en Carol Bower Universiteit Maastricht; Petra Vlamings Seeing Emotion; studies on the processing of facial expressions in normal development and young children with autism Universiteit Tilburg; Nouchine Hadjikhani Emotion perception in autism Zeijl e.a. Peiling Jeugd en Gezondheid (0-12 jarigen) : HBSC-Nederland; 'Psychische gezondheid, risicogedrag en welbevinden van Nederlandse scholieren Verhulst e.a. NTVG; Prevalentie van psychiatrische stoornissen bij Nederlandse adolescenten Vollebergh Psychische stoornissen in Nederland Journal of clinical psychiatry; William W.Hale III e.a. Is the Generalized Anxiety Disorder Symptom of Worry Just Another Form of Neuroticism? A 5-Year Longitudinal Study of Adolescents From the General Population 16

17 van het onderzoek kunnen gevolgen hebben voor de behandeling van gegeneraliseerde angststoornissen. De huidige therapieën zijn kortdurende angstbehandelingen, terwijl de patiënten wellicht meer baat hebben bij langer durende persoonlijkheidsbehandelingen. depressie 0,6-1,7 % van de kinderen heeft last van een dysthyme stoornis en 1,6-8% van de adolescenten. 1% van alle kinderen onder de 5 jaar heeft een depressie en 2% van alle kinderen in de basisschoolleeftijd (6-12 jr) 134. Bij kinderen met een verstandelijke of lichamelijke handicap is dit 10%. 5% van jeugdigen van 13 t/m 17 jaar heeft een depressie 32. In de oudere leeftijdscategorie van 18 t/m 24 jaar is dat 8%. De verhouding jongens : meisjes is 1:1 voor kinderen en 1:2 voor adolescenten en volwassenen % van de depressieve jongeren heeft een comorbide stoornis:kinderen met name ADHD/ODD/CD en jongeren met name angststoornissen, middelenmisbruik, eetstoornissen en suïcidaliteit % van jongeren (12-24 jaar) heeft last van depressieve klachten. Tieners met een lichte depressie hebben later in hun leven een grotere kans op psychische problemen 135. Van de onderzochte tieners had 8% een lichte depressie. Daarbij voelden ze zich minimaal twee weken neerslachtig. Zij kregen op latere leeftijd vaker te maken met angsten, zware depressies en eetstoornissen. De kans op een zware depressie is vier keer zo hoog. De kans op straatvrees, dwangneuroses en angsten is 2,5 keer zo hoog. Op anorexia of boulemie is een drie keer zo hoge kans. 5-8% heeft jaarlijks een depressie, dat is jongeren per jaar. Mensen met ernstig overgewicht maar ook mensen met ondergewicht zijn depressiever dan mensen met een normaal gewicht 136. Mensen met obesitas hebben 55% meer kans om depressief te worden in vergelijking met mensen met een gezond gewicht. Wie depressief is en een gezond gewicht heeft heeft 58% meer kans om na verloop van tijd obesitas te ontwikkelen 137. Een consortium Nederlandse onderzoekers onder leiding van het LUMC berekende dit op basis van een meta-analyse van vijftien langlopende onderzoeken naar de relatie tussen obesitas (BMI > 30) en depressie. 0,5% van alle jeugdigen heeft een dwangstoornis. 10% van alle jeugdigen heeft last van tics en 0,1 % heeft het syndroom van Gilles de la Tourette stress Tijdens de puberteit neemt het aantal depressieve klachten toe, vooral bij meisjes. Een van de belangrijkste risicofactoren voor het ontwikkelen van depressies is sociale stress, al wordt niet iedereen depressief van stress. Meisjes kunnen minder goed tegen stress dan jongens:na stressvolle gebeurtenissen hebben meisjes vaker last van depressieve gevoelens. Ook reageren meisjes van wie de ouders ooit depressieve klachten hebben gehad anders op stress dan jongens 138. eetstoornissen 0,4% van de jonge vrouwen (15-19 jaar) krijgen per jaar last van anorexia nervosa en 1,5 % van hen krijgt boulemie. 1-3% heeft last van een eetbuistoornis (Binge-Eating Disorder BED). Per jaar lijden vrouwen van jaar aan een eetstoornis. De gemiddelde ziekteduur is 7 jaar. Eetstoornissen komen 3-8 x zo vaak bij vrouwen voor dan bij mannen. De leeftijd van het ontstaan van de aandoening ligt over het algemeen tussen het 10e en 20e jaar: na het 20e jaar vinden nauwelijks nieuwe gevallen van anorexia nervosa en boulimia nervosa plaats. Onderzoek 139 laat zien dat meer dan de helft van de mensen met een eetstoornis ook last heeft van andere psychische aandoeningen. De meerderheid van de mensen die lijden aan een eetstoornis komt echter niet in zorg. Bij mensen met anorexia nervosa is dat ongeveer 55%, bij boulimia nervosa vermoedelijk nog hoger. Het duurt gemiddeld 3,6 jaar, voordat iemand de ziekte bij zichzelf onderkent. overige psychiatrie 30% van de kinderen en jeugdigen maakt traumatische ervaringen mee. Van deze kinderen blijkt 15 procent psychische klachten (PTSS) te ervaren. Kinderen met traumatische ervaringen hebben een grotere gevoeligheid voor stress als ze volwassen zijn, dan kinderen zonder trauma's 140. Deze stressgevoeligheid vormt een risico voor het ontstaan van een psychose Nederlandse jongeren krijgen jaarlijks een eerste psychose. wachtlijsten jeugdigen stonden op 1 januari 2009 op de wachtlijst voor de jeugd-ggz, dat is een toename van 7% ten opzichte van 2008 (26.900) jeugdigen moesten in 2008 gemiddeld vijf maanden wachtten op behandeling in de GGZ Trimbosinstituut Richtlijn addendum depressie bij jeugd Colombia University Jeffrey Johnson e.a. Minor depression during adolescence and mental health outcomes during adulthood CBS LUMC Archives of General Psychiatry UMCG Esther Bouma The sensitive sex. Depressive symptoms in adolescence and the role of gender, genes and physiological stress responses Journal of Psychiatric Research 2009; 43: Preti A, e.a. The epidemiology of eating disorders in six European countries Universiteit Maastricht Mariëlle Lardinois 'Why stress causes psychosis and psychosis causes stress' GGZ Nederland; Slimmer organiseren, Sneller hulp voor jeugd 17

18 Dit is langer dan verantwoord en afgesproken is (Treeknorm (= wachttijd tussen intake en behandeling) mag hooguit 15 weken bedragen). School/leerproblemen basisonderwijs (BO) 1,55 miljoen leerlingen bezochten in schooljaar 2007/2008 het basisonderwijs 142 iets meer dan een jaar eerder. In Nederland zijn volgens het CBS ruim 7000 basisscholen met meer dan 100 duizend medewerkers; 80% van de leerkrachten is vrouw. De gemiddelde grootte van een school is 219 leerlingen. De overheidsuitgaven aan het basisonderwijs is ruim 8 miljard euro (28% van het totaal)..de meeste ouders zijn tevreden over de basisschool en de leerkracht van hun kind 143. Verbeterpunten die worden aangegeven zijn gezondheidsbeleid, hygiëne en meer aandacht voor pesten. speciaal onderwijs leerlingen bezochten het speciaal basisonderwijs (een geringe daling t.o.v. vorige jaar). Het aantal leerlingen op speciale scholen is toegenomen tot voortgezet onderwijs (VO) leerlingen bezochten in schooljaar 2007/2008 het voortgezet onderwijs 144, waarvan op extra zorg (LWO en PRO) waren aangewezen. middelbaar beroepsonderwijs (MBO) Het middelbaar beroepsonderwijs telde in 2007/ leerlingen. schooluitval Vanwege gedrags- of psychische problemen gaan naar schatting tussen de 800 en 1100 kinderen niet naar school; ze worden nergens toe gelaten. Volgens Ingrado blijkt dat naar schatting 2500 kinderen per jaar variërend van vier weken tot meer dan een jaar thuis zijn; in meer dan 80% gsst het om kinderen ein het voortgezet onderwijs.. schoolverlaters Van de circa kinderen die jaarlijks het voortgezet onderwijs instromen, blijkt ongeveer 25% vroeg of laat in hun schoolcarrière uit te vallen 145. Zij tellen als voortijdig schoolverlater (vsv-er). Kijken we alleen naar het (v)mbo, dan is het beeld nog pregnanter: van de circa instromers valt zelfs meer dan 40% vroeg of laat uit. Wat betreft de ontwikkeling in de tijd: de uitval is weliswaar al een aantal jaren aan het dalen, maar dat gaat met erg kleine stapjes. Bij deze eerste indruk moeten twee kanttekeningen worden geplaatst: Allereerst is er goed nieuws : ongeveer een kwart van de schooluitvallers schrijft zich later opnieuw in, bijvoorbeeld na een tijdje te hebben gewerkt. Maar er is ook slecht nieuws : de daling van de uitvalcijfers in de laatste jaren wordt enigermate geflatteerd, doordat tegelijkertijd het aantal leerlingen op dit moment circa toeneemt dat het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs verlaat. Leerlingen in deze vormen van onderwijs tellen niet mee in de VSV-statistieken, maar vormen wel een wezenlijk onderdeel van het maatschappelijke vraagstuk scholieren hebben in het schooljaar vroegtijdig de school verlaten 146. Dat is 4300 (10%) minder dan in het schooljaar De uitval in het VO was 18% minder en in het MBO 6%. Uit onderzoek 147 blijkt dat frequent alcoholgebruik en cannabisgebruik risicofactoren zijn voor spijbelen, schoolmotivatie, schoolprestaties en schooluitval. Scholen hebben behoefte aan ondersteuning om hier mee om te gaan. Starkwalificatie Uit de cijfers die het CBS begin april 2010 presenteerde, blijkt dat het aantal jongeren dat geen startkwalificatie heeft en ook geen onderwijs volgt, het afgelopen decennium flink is gedaald. Van de twee miljoen jongeren van 15 tot 25 jaar in 2009, zat 9% (185 duizend jongeren) niet meer op school en was ook niet in het bezit van een startkwalificatie. Dat is aanzienlijk minder dan in Toen lag dat aandeel nog op 15%. Daarnaast blijkt uit de cijfers dat de werkeloosheid onder niet-schoolgaande jongeren zonder startkwalificatie gemiddeld bijna twee keer zo hoog is als van jongeren die wel voldoende gediplomeerd zijn. Zo was 8% van de niet-schoolgaande jongeren zonder startkwalificatie in het gunstige jaar 2008 werkloos, tegen 4% van hen die wel voldoende gediplomeerd zijn. In het minder gunstige jaar 2009 lagen deze aandelen op respectievelijk 12% en 7%. ZAT s Problemen van jeugdigen komen veelal tot uiting op school, thuis of op straat. Om snel en goed hulp te bieden zijn Zorg en adviesteams rondom het onderwijs ontstaan. Hiermee bieden zorg en onderwijsprofessionals hulp aan jeug-digen en hun ouders. In 2008 had 65% van het basisonderwijs een ZAT en 93% van het voortgezet onderwijs; voor het MBO lag het percentage op 78%. Geweld Geweldsincidenten in het basis- en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs moeten vanaf schooljaar in één landelijk registratiesysteem worden opgenomen. Dat heeft het kabinet eind juni 2010 besloten. Het registreren van incidenten moet inzicht bieden in de factoren die een veilig schoolklimaat in gevaar kunnen CBS Jaarboek Onderwijs in cijfers Centrum voor Online onderzoek Oudertevredenheid primair onderwijs Landelijke rapportage nationaal scholenonderzoek CBS 2009 Jaarboek Onderwijs in cijfers nieuwsbrief VSV Ministerie OCW RU Utrecht/ Trimbos Tom ter Bogt e.a. Middelengebruik en voortijdig schoolverlaten 18

19 brengen. Afgelopen schooljaar heeft al een aantal proefprojecten met het registratiesysteem gedraaid. De Inspectie van het Onderwijs zal toezicht houden op het juiste gebruik van het registratiesysteem speciale aandacht gedragsproblemen Uit onderzoek 148 blijkt dat het aantal kinderen met een ernstige gedragsstoornis niet stijgt. Er is zelfs een lichte daling te zien. Uit de cijfers blijkt dat vooral de gedragsproblematiek bij een groeiend aantal leerlingen steeds complexer en diverser wordt. Wel is het zo dat de diagnoses ADHD en PDD-NOS toenemen. Internationaal zijn de bevindingen niet anders. De toename van het aantal kinderen met ernstige gedragsproblematiek lijkt dus meer te maken te hebben met een betere bekendheid en verhoogde ontvankelijkheid van zogenaamde diagnostische kennis onder praktijkprofessionals en ouders. Ook het rugzakbeleid maakt het aantrekkelijk om een diagnose of een DSM-classificatie te hebben; als een kind, via psychodiagnostisch onderzoek vastgestelde gedragsproblematiek heeft, dan is daar extra geld en facilitering voor beschikbaar vanuit de LGF-wetgeving. Hierdoor is het dus lonend om kinderen met gedragsproblemen op te sporen en te laten onderzoeken. rugzakje leerlingen vragen om speciale aandacht 149. Het gaat om 10% van de leerlingen van het basisonderwijs en 17% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs. De helft van de scholen stemt de lessen onvoldoende af op het niveau van de leerlingen. En als er al extra aandacht is gegeven kunnen scholen niet aangeven wat het effect daarvan is geweest leerlingen met een rugzakje gingen in het schooljaar 2007/ naar een reguliere basisschool daarvan hebben een ernstige ontwikkelingsstoornis een lichamelijke of verstandelijke beperking en een auditieve of communicatieve beperking. Uit onderzoek van de onderwijsinspectie blijkt dat zorgleerlingen niet altijd beter af zijn op een reguliere school. dyslexie 8,8 % van de leerlingen van groep 8 heeft lees- en spellingsproblemen en 3,6% heeft dyslexie 151, verhouding jongens versus meisjes is 3:2 jongens hebben het in een ernstiger mate. dit zijn kinderen in het BO met dyslexie en nieuwe dyslectische kinderen per jaar. 25% van de kinderen komt op de basisschool met een taalachterstand volwassenen in Nederland zijn analfabeet en 1,5 miljoen laaggeletterd (1 op de tien). Slechts 1/3 ( ) daarvan is van allochtone afkomst 152. dyscalculie 1-6 % van de leerlingen heeft last van rekenproblemen. 2% heeft last van dyscalculie leerlingen gingen met een rugzakje naar een reguliere middelbare school. hoogbegaafdheid kinderen van de schoolbevolking is hoogbegaafd 153. Op twaalfjarige leeftijd is slechts 55% herkend, waaronder 2x zoveel jongens als meisjes. Met 20-50% van de hoogbegaafden gaat het niet goed... pesten 16% van kinderen in Nederland van 9-11 jaar wordt gepest ,5% van de kinderen geeft aan regelmatig zelf actief te pesten. Het risico op pesten is hoger als een kind jonger is, psychische problemen heeft, slecht scoort op stemming en emoties en weinig sociale steun ontvangt. m.n. overgewicht en chronische ziekte doet de kans om gepest te worden sterk toenemen. Jongens worden vaker gepest als ze zich niet 'jongensachtig' gedragen; meisjes als ze niet 'meisjesachtig' doen. 155 Van jongens in de tienerleeftijd wordt verwacht dat zij zich assertief gedragen en van meisjes dat ze zelfbeheersing tonen. Afwijken van die normen kan ertoe leiden dat tieners gepest worden. Sociale vaardigheidstrainingen tegen pesten moeten daarom kwetsbare jongens assertiever maken en kwetsbare meisjes meer zelfcontrole leren. Maar training van potentiële Onderwijsraad Omgang met zorgleerlingen met gedragsproblemen Inspectie voor het onderwijs; Onderwijsverslag CBS Jaarboek Onderwijs in cijfers Survey Leo Blomert fac.psychologie Maastricht i.s.m Cito en CVZ website St. Lezen en schrijven Kamerstuk 31295, nr.19 Tweede Kamer TNO Fekkes Bullying among elementary school children RU Groningen Martin Bakker 19

20 slachtoffers is niet genoeg. Een schoolbrede aanpak van pesten is waarschijnlijk het beste, met onder meer regels en sancties tegen pesten, training van docenten, een gericht onderwijsprogramma en sociale vaardigheidstraining Pesten gebeurt vooral op school. Veel kinderen vertellen thuis en op school niet dat ze gepest worden. 33% van de kinderen van 8-12 jaar geeft aan één of meerdere malen gepest 156 te zijn in de afgelopen maanden. Van de kinderen die gepest zijn, gaf 72% aan dat dit één of twee keer was gebeurd in de laatste maanden. In de overige gevallen was er sprake van structureel pesten (28%). Deze kinderen worden minstens twee keren per maand gepest. 5% van de kinderen pest met grote regelmaat, d.w.z. meerdere malen per maand. 70% van de kinderen heeft de afgelopen tijd niet zelf gepest. Pesten geeft een hogere kans op gezondheidsproblemen zoals psychosomatische klachten, psychosociale en/ of gedragsproblemen waaronder: negatief zelfbeeld, concentratieproblemen, motivatieverlies, depressie. En een 2x grotere kans om psychotische symptomen te ontwikkelen 51 dan kinderen die niet gepest zijn. Als het pesten meerdere jaren heeft geduurd, wordt die kans zelfs 4x zo groot. Onderzoek toont aan dat buitengesloten worden door klasgenoten stressvol is voor kinderen 157. Vriendschappen kunnen hen tegen die stress beschermen. Gepest worden bleek minder stressvol dan buitensluiting. Volgens de onderzoeker is de verklaring daarvoor dat pesten een vorm van contact is. Daarbij hebben gepeste kinderen vaak ook nog wel vrienden. Zij vindt het belangrijk dat ouders of leerkrachten van een buitengesloten kind het kind steunen bij het aangaan van contacten. Ook kunnen ouders vriendschappen stimuleren door speelafspraken te maken of een school in de buurt te zoeken. verzuim leerlingen hebben in 2007 zonder reden school verzuimt 158. zorgelijk knelpunt is dat schoolverzuim slecht wordt geregistreerd. Landelijk onderzoek uit liet zien dat er van alle afwezige leerlingen tijdens de telweken tweederde (64%) geoorloofd afwezig was. Van deze groep is ziekte de meest voorkomende reden (49%) van afwezigheid. Onder ruim een derde (36%) van de afwezige leerlingen was er sprake van mogelijk ongeoorloofd verzuim. Aan het einde van het basisonderwijs wordt ongeveer 13% van de kinderen als spijbelaar gerapporteerd. Twee tot drie jaar later is dit percentage gestegen tot 19% 160. Jongens vertonen meer spijbelgedrag als meisjes. Daarnaast is gebleken dat wanneer de ouders van kinderen gescheiden zijn, ook de kans op spijbelgedrag verhoogt is. Leerlingen met een zwakke sociale binding aan ouders en leerkrachten, vertonen duidelijk meer kans op spijbelgedrag. Sociale binding aan klasgenoten bleek niet gerelateerd. Alles wijst erop dat de sociale binding met ouders en leerkrachten het zelfregulerend vermogen van jongeren vergroot. Allochtone leerlingen Er is verband tussen de etnische samenstelling van een schoolklas en de mate van psychische problematiek bij jongeren. Externaliserende problemen kwamen meer voor bij allochtone jongeren die in een klas zaten met weinig andere allochtone leerlingen. Dit was niet zo bij allochtone jongeren die in een klas met meer andere allochtone leerlingen zaten % van de schoolkinderen heeft last van DCD of dyspraxie. 1,1% heeft een verstandelijke handicap 162. Inkomen 48% van de scholieren heeft een bijbaantje, 30% van de twaalfjarigen tot 75% op zeventienjarige leeftijd. Gemiddeld werken ze 7 (15-jarigen) tot 9 uur (18-jarigen) waarmee ze jaarlijks gemiddeld ruim 1400 verdienen 163. Ter vergelijking, het gemiddelde zakgeld is 350 per jaar. Eén op de vijf scholieren vertoont risicovol financieel gedrag 164. In vergelijking met andere scholieren lenen zij vaker, komen ze vaker geld kort en hebben ze meer moeite verleidingen te weerstaan en overzicht te houden over hun inkomsten en uitgaven SCP van Zeijl e.a. Peiling Jeugd en Gezondheid; onderzoek onder 0-12 jarigen Universty of Warwick Avon Longitudinal Study of Parents and Children Radboud universiteit Nijmegen; promotie Ellen Peters Kinderen in Tel NIPO Schoolverzuim op het voortgezet onderwijs RU Groningen Rene Veenstra Truancy in late elementary and early secondary education: The influence of social bonds and self-control Gieling M, e.a.,ethnic density in school classes and adolescent mental health. Social Psychiatry and Psychiatric Epidem. 45: CBS Gezondheid en zorg in cijfers Qrius Nibud Scholierenonderzoek 2008/

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

gezond zwanger met vitamines en mineralen

gezond zwanger met vitamines en mineralen gezond zwanger met vitamines en mineralen Vitamines en mineralen: we kunnen geen dag zonder We weten dat we ze elke dag nodig hebben. Maar wat zijn het nu eigenlijk? Vitamines en mineralen zijn voedingsstoffen

Nadere informatie

Manifest Essentiële vetten voor kinderen

Manifest Essentiële vetten voor kinderen Manifest Essentiële vetten voor kinderen BF2532 Blue Band Manifest Brochure.indd 1 29-06-2010 11:16:39 Inhoudsopgave Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland... 4 Diëtisten Coöperatie Nederland en Nederlandse

Nadere informatie

Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm

Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm Inleiding Zwanger worden als je een chronische ontstekingsziekte van de darm (IBD = inflammatory Bowel disease) hebt zoals de ziekte van Crohn

Nadere informatie

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013 Samenvatting Twente Versie 2, oktober 2013 Twente varieert naar stad en platteland In Twente wonen 626.500 mensen waarvan de helft woont in één van de drie grote steden. Tot 2030 zal de Twentse bevolking

Nadere informatie

stoppen zware drinkers minder vaak met het drinken van alcoholhoudende drank dan vrouwen met een lager alcoholgebruik.

stoppen zware drinkers minder vaak met het drinken van alcoholhoudende drank dan vrouwen met een lager alcoholgebruik. Samenvatting In Nederland gebruikt ongeveer 80% van de vrouwen in de vruchtbare leeftijd alcoholhoudende drank. Veel vrouwen staken het alcoholgebruik zodra ze zwanger zijn of eerder al, als ze zwanger

Nadere informatie

Vitaminen en mineralen. Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies. Jouw gezondheid is onze zorg

Vitaminen en mineralen. Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies. Jouw gezondheid is onze zorg Vitaminen en mineralen Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies Jouw gezondheid is onze zorg Inhoud Vitaminen 3 Mineralen 4 Voeding 4 Dagelijkse behoefte 4 Wanneer extra vitaminen gebruiken

Nadere informatie

Eet smakelijk René de Groot 15-06-2014

Eet smakelijk René de Groot 15-06-2014 Eet smakelijk René de Groot 15-06-2014 Inhoudsopgave: Kennis testen Waar is voeding eigenlijk goed voor? Waarmee moeten we dan ontbijten? Bloedsuiker spiegel Calorieën?? Schijf van 5 Hoeveel calorieën

Nadere informatie

Welke voeding gaat u uw baby geven?

Welke voeding gaat u uw baby geven? Welke voeding gaat u uw baby geven? Inleiding Nu u zwanger bent, heeft u veel keuzes te maken. Zo gaat u bijvoorbeeld kiezen welke voeding u aan uw baby gaat geven. De beste voeding voor uw baby is borstvoeding.

Nadere informatie

Geneesmiddelen bij zwangerschap en borstvoeding

Geneesmiddelen bij zwangerschap en borstvoeding Geneesmiddelen bij zwangerschap en borstvoeding Geneesmiddelen en zwangerschap Enige tientallen jaren geleden dacht men nog dat ongeboren kinderen in de baarmoeder goed beschermd waren tegen schadelijke

Nadere informatie

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities in Early Childhood Health The Generation R Study Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Sociaal-economische gezondheidsverschillen vormen een groot maatschappelijk

Nadere informatie

Richtlijn Multidisciplinaire richtlijn Excessief huilen

Richtlijn Multidisciplinaire richtlijn Excessief huilen Richtlijn Multidisciplinaire richtlijn Excessief huilen Onderbouwing Uitgangsvraag Welke effectieve methoden voor preventie, signalering, diagnostiek en behandeling van een baby die excessief huilt zijn

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/18641 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/18641 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/18641 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Vries, Jutte Jacoba Catharina de Title: Congenital cytomegalovirus infection :

Nadere informatie

Downsyndroom In dit informatieblad leest u meer over Downsyndroom. Pagina 1 van 3

Downsyndroom In dit informatieblad leest u meer over Downsyndroom. Pagina 1 van 3 Downsyndroom In dit informatieblad leest u meer over Downsyndroom. Pagina 1 van 3 Wat is Downsyndroom? Downsyndroom is een aangeboren aandoening. Het wordt veroorzaakt door een extra chromosoom. Chromosomen

Nadere informatie

De fysiologische basis van de melkproductie. Anita Badart, diëtist / lactatiekundige IBCLC

De fysiologische basis van de melkproductie. Anita Badart, diëtist / lactatiekundige IBCLC De fysiologische basis van de melkproductie Anita Badart, diëtist / lactatiekundige IBCLC De fysiologische basis van de melkproductie Moedermelk; hoe? Moedermelk; hoeveel? Moedermelk; samenstelling? Aandachtspunten

Nadere informatie

JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR

JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR INFORMATIE VOOR OUDERS / VERZORGERS Een gezonde jeugd heeft de toekomst Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen

Nadere informatie

www.prenatalescreening.nl

www.prenatalescreening.nl Downsyndroom In dit informatieblad leest u meer over Downsyndroom. De informatie is bedoeld voor aanstaande ouders die meer willen weten over deze aandoening, omdat zij overwegen de combinatietest te laten

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R ROKEN EN ALCOHOLGEBRUIK Jeugd 2010 5 K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland

Nadere informatie

oinleiding 1 c oovergewicht en ernstig overgewicht (obesitas) in Nederlandd

oinleiding 1 c oovergewicht en ernstig overgewicht (obesitas) in Nederlandd oinleiding 1 c Gewichtsstijging ontstaat wanneer de energie-inneming (via de voeding) hoger is dan het energieverbruik (door lichamelijke activiteit). De laatste decennia zijn er veranderingen opgetreden

Nadere informatie

niveau 2, 3, 4 thema 5.5

niveau 2, 3, 4 thema 5.5 niveau 2, 3, 4 thema 5.5 Gezonde voeding Inleiding Wanneer eet je gezond? Hoeveel moet ik dagelijks eten? Wat is een goed lichaamsgewicht? Onder- en overgewicht Inleiding Goede voeding levert de dagelijks

Nadere informatie

Gezonde voeding (voor ouderen)

Gezonde voeding (voor ouderen) Gezonde voeding (voor ouderen) We worden steeds ouder Europe 29% North America 25% Eastern Asia 21% LA & Caribbean 14% 1953 Schijf van vijf 2004 1981 voorjaar van 2016 1965 1991 Algemene voedingsadviezen

Nadere informatie

Aspirine Pijnstiller - Risico op sterfte tijdens geboorte - Laag geboortegewicht - Tragere motorische ontwikkeling

Aspirine Pijnstiller - Risico op sterfte tijdens geboorte - Laag geboortegewicht - Tragere motorische ontwikkeling Drugs/medicijnen Op voorschrift Invloed van teratogenen Middel Gebruik Effect Latere effecten?? Thalidomide (Softenon) Kalmeermiddel - Misvormingen van ledematen - Misvormingen van oren, hart, nieren,

Nadere informatie

Wat je moet weten over roken voor, tijdens en na de zwangerschap Longziekten

Wat je moet weten over roken voor, tijdens en na de zwangerschap Longziekten Wat je moet weten over roken voor, tijdens en na de zwangerschap Longziekten Beter voor elkaar 2 Roken als je zwanger probeert te worden Minder vruchtbaar Roken maakt vrouwen en mannen minder vruchtbaar.

Nadere informatie

Wilt U bij de eerste controle uw legitimatiebewijs en verzekeringsbewijs meebrengen?

Wilt U bij de eerste controle uw legitimatiebewijs en verzekeringsbewijs meebrengen? VERLOSKUNDIGEN ROTTERDAM WEST CENTRUM VOOR VERLOSKUNDE, ECHOGRAFIE EN PRECONCEPTIEZORG Heemraadssingel 152, 3021 DK Rotterdam, tel.: 010-4568369 www.verloskundigenrotterdamwest.nl - info@verloskundigenrotterdamwest.nl

Nadere informatie

Diabetes en zwangerschap.

Diabetes en zwangerschap. Diabetes en zwangerschap. Samenvatting van de lezing door dr. B.W. Mol, als gynaecoloog verbonden aan het Máxima Medisch Centrum te Eindhoven en Veldhoven, op dinsdag 24 oktober 2006 voor de DVN afd. Eindhoven.

Nadere informatie

Tweelingen in de groei

Tweelingen in de groei Tweelingen in de groei Henriëtte A. Delemarre-van de Waal Zoals bekend ontstaat een twee-eiige tweeling wanneer tegelijkertijd twee eicellen worden bevrucht door twee zaadcellen. Beide embryo s hebben

Nadere informatie

G e z o n d e t e n m e t d e Schijf van Vijf

G e z o n d e t e n m e t d e Schijf van Vijf G e z o n d e t e n m e t d e Schijf van Vijf De Schijf van Vijf in het kort Om fit en gezond te leven is het belangrijk om gezond te eten. Gezond eten is samen met voldoende bewegen dé basis voor een

Nadere informatie

Naam: Geboortedatum: Geboorteland: Huisarts: Wanneer was de eerste dag van je laatste menstruatie?

Naam: Geboortedatum: Geboorteland: Huisarts: Wanneer was de eerste dag van je laatste menstruatie? We vragen je voorafgaand aan het eerste bezoek aan onze praktijk deze vragenlijst zo compleet mogelijk in te vullen. Je kunt de lijst daarna naar onze praktijk mailen of printen en aan de assistente geven

Nadere informatie

Voedingsrichtlijnen zwangerschap

Voedingsrichtlijnen zwangerschap Voedingsrichtlijnen zwangerschap Hoera! Je bent zwanger. Een nieuwe tijd breekt aan. Wat gaat deze zwangerschap brengen? Hoe zorg je dat je baby goed groeit? Hoe blijf je zelf fit tijdens je zwangerschap?

Nadere informatie

Er zijn twee onderzoeken mogelijk: 1. Met de combinatietest wordt onderzocht of er een verhoogde kans bestaat dat uw ongeboren kind Downsyndroom

Er zijn twee onderzoeken mogelijk: 1. Met de combinatietest wordt onderzocht of er een verhoogde kans bestaat dat uw ongeboren kind Downsyndroom Prenatale screening op Downsyndroom en lichamelijke afwijkingen INHOUD 1. Wat leest u in deze brochure? 2. Onderzoek naardownsyndroomen lichamelijke afwijkingen 2.1 Onderzoek naar Downsyndroom 2.2 Onderzoek

Nadere informatie

Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes Zwangerschapsdiabetes Zwangerschapsdiabetes U bent zwanger en halverwege de zwangerschap krijgt u te horen dat u diabetes heeft. Er komt dan veel op u af. U wilt weten wat zwangerschapsdiabetes precies

Nadere informatie

Borstvoeding in het TweeSteden ziekenhuis

Borstvoeding in het TweeSteden ziekenhuis Borstvoeding in het TweeSteden ziekenhuis Het TweeSteden ziekenhuis wil kwalitatief goede zorg bieden ten aanzien van de borstvoeding. U kunt rekenen op de juiste begeleiding bij het aanleggen en het kolven.

Nadere informatie

Foliumzuur bij kinderwens en zwangerschap

Foliumzuur bij kinderwens en zwangerschap Gynaecologie Foliumzuur bij kinderwens en zwangerschap www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Waarom is foliumzuur belangrijk?... 3 Wat is foliumzuur?... 4 Is foliumzuur goed voor alle zwangere vrouwen?...

Nadere informatie

Charter Gezonde Voeding 0-4 jaar

Charter Gezonde Voeding 0-4 jaar Charter Gezonde Voeding 0-4 jaar Inleiding Dit charter is opgesteld door de volgende leden: NVK TNO VNFKD Voedingscentrum RIVM MVO de ketenorganisatie voor oliën en vetten NZO GroentenFruit Huis NVD Universiteit

Nadere informatie

Bescherm uw kind. Laat uw kind inenten tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

Bescherm uw kind. Laat uw kind inenten tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma Bescherm uw kind Laat uw kind inenten tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Laat uw kind inenten De overheid heeft het Rijksvaccinatieprogramma gemaakt voor alle kinderen in Nederland. Met het

Nadere informatie

Zwangerschap bij een chronische darmziekte

Zwangerschap bij een chronische darmziekte Maag-, Darm- en Leverziekten Zwangerschap bij een chronische darmziekte www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Vruchtbaarheid... 3 Erfelijkheid... 4 Medicijnen... 4 Invloed chronische darmziekte op de zwangerschap...

Nadere informatie

Prenatale screening: het berekenen van de kans op aangeboren afwijkingen in het begin van de zwangerschap. Afdeling Verloskunde/Gynaecologie

Prenatale screening: het berekenen van de kans op aangeboren afwijkingen in het begin van de zwangerschap. Afdeling Verloskunde/Gynaecologie Prenatale screening: het berekenen van de kans op aangeboren afwijkingen in het begin van de zwangerschap Afdeling Verloskunde/Gynaecologie In het kort De meeste kinderen worden gezond geboren, maar een

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. Het foetaal alcohol syndroom. www.kinderneurologie.eu

Kinderneurologie.eu. Het foetaal alcohol syndroom. www.kinderneurologie.eu Het foetaal alcohol syndroom Wat is het foetaal alcohol syndroom? Het foetaal alcohol syndroom is een combinatie van aangeboren afwijkingen bij een baby die veroorzaakt zijn door alcohol gebruik van de

Nadere informatie

In het kort. Welke testen zijn er mogelijk bij prenatale screening? Wat is prenatale screening?

In het kort. Welke testen zijn er mogelijk bij prenatale screening? Wat is prenatale screening? prenatale screening Inhoudsopgave In het kort 3 Wat is prenatale screening? 3 Welke testen zijn er mogelijk bij prenatale screening? 3 Bij welke zwangerschapsduur vindt prenatale screening plaats? 3 Wie

Nadere informatie

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A Naast deze infokaart over hepatitis zijn er ook infokaarten beschikbaar over: infectieziekten algemeen, tuberculose, seksueel overdraagbare aandoeningen, jeugd en onveilig vrijen en jeugd en vaccinatie.

Nadere informatie

Er zijn verschillende neuralebuisdefecten. Open rug en open schedel komen het meest voor. Andere neuralebuisdefecten komen heel weinig voor.

Er zijn verschillende neuralebuisdefecten. Open rug en open schedel komen het meest voor. Andere neuralebuisdefecten komen heel weinig voor. Open rug en open schedel In dit informatieblad leest u meer over een open rug en een open schedel. Dit zijn zogenoemde neuralebuisdefecten. Pagina 1 van 3 Wat is een neuralebuisdefect? Bij een neurale-buisdefect

Nadere informatie

Auteur: A. Franx Redacteur: dr. E. Bakkum Bureauredacteur: Jet Quadekker

Auteur: A. Franx Redacteur: dr. E. Bakkum Bureauredacteur: Jet Quadekker 1 Prenatale screening Onderzoek naar aangeboren aandoeningen in het begin van de zwangerschap Commissie Patiënten Voorlichting NVOG I.s.m. Erfocentrum en VSOP Auteur: A. Franx Redacteur: dr. E. Bakkum

Nadere informatie

Kinderen in Centrum gezond en wel?

Kinderen in Centrum gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Centrum gezond en wel? 1 Wat valt op in Centrum? Voor Centrum zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van

Nadere informatie

Patiëntenvoorlichting Verloskunde. Roken en zwangerschap. Inhoudsopgave. Als je zwanger probeert te worden 2. Als je zwanger bent 3

Patiëntenvoorlichting Verloskunde. Roken en zwangerschap. Inhoudsopgave. Als je zwanger probeert te worden 2. Als je zwanger bent 3 Patiëntenvoorlichting Verloskunde Roken en zwangerschap Inhoudsopgave Als je zwanger probeert te worden 2 Als je zwanger bent 3 Na de zwangerschap 5 Stoppen met roken 6 Tips om te stoppen 7 Hulp bij het

Nadere informatie

MRI van de hersenen bij congenitale cytomegalovirus infectie

MRI van de hersenen bij congenitale cytomegalovirus infectie MRI van de hersenen bij congenitale cytomegalovirus infectie Department of Pediatrics / Child Neurology Center for Childhood White Matter Disorders VU University Medical Center Amsterdam, NL Hersenen en

Nadere informatie

Patiënteninformatie locatie Blaricum. Diabetes mellitus bij kinderwens. Informatie over erfelijkheid en zwangerschap bij diabetes

Patiënteninformatie locatie Blaricum. Diabetes mellitus bij kinderwens. Informatie over erfelijkheid en zwangerschap bij diabetes Patiënteninformatie locatie Blaricum Diabetes mellitus bij kinderwens Informatie over erfelijkheid en zwangerschap bij diabetes Inhoudsopgave Bladzijde Welke soorten diabetes zijn er? 4 Is diabetes erfelijk?

Nadere informatie

2. Gewicht en lengte van de (aanstaande) moeder Gewicht:. kg Lengte: cm Gewicht en lengte worden gebruikt om de Body Mass Index (BMI) te berekenen.

2. Gewicht en lengte van de (aanstaande) moeder Gewicht:. kg Lengte: cm Gewicht en lengte worden gebruikt om de Body Mass Index (BMI) te berekenen. 1. Kunt u vragen voor de vader beantwoorden?, vader aanwezig, vader niet aanwezig 2. Gewicht en lengte van de (aanstaande) moeder Gewicht:. kg Lengte: cm Gewicht en lengte worden gebruikt om de Body Mass

Nadere informatie

Pre-diabetes, wat is het en wat kan ik er zelf aan doen? In deze folder krijgt u hier meer informatie over.

Pre-diabetes, wat is het en wat kan ik er zelf aan doen? In deze folder krijgt u hier meer informatie over. Pre-diabetes Pre-diabetes, wat is het en wat kan ik er zelf aan doen? In deze folder krijgt u hier meer informatie over. Wat is pre-diabetes Pre-diabetes is het stadium vóór diabetes (suikerziekte). Het

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zwangerschapsdiabetes. Begeleiding in het Refaja ziekenhuis

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zwangerschapsdiabetes. Begeleiding in het Refaja ziekenhuis Refaja Ziekenhuis Stadskanaal Zwangerschapsdiabetes Begeleiding in het Refaja ziekenhuis ZWANGERSCHAPDIABETES BEGELEIDING IN HET REFAJA ZIEKENHUIS INLEIDING Deze folder is voor u bedoeld als u tijdens

Nadere informatie

NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP

NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP 1. Inleiding 2. Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 3. Hoe vaak komen GBS voor bij zwangeren? 4.

Nadere informatie

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie VERLOSKUNDE PRENATALE SCREENING. Versie 1.5. Verantwoording

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie VERLOSKUNDE PRENATALE SCREENING. Versie 1.5. Verantwoording Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie VERLOSKUNDE PRENATALE SCREENING Versie 1.5 Datum Goedkeuring Verantwoording 01 03 2006 NVOG Inhoudsopgave Algemeen...1 Wat is prenatale screening?...1

Nadere informatie

Healthy Pregnancy 4 All vroege start, lang profijt. Adja Waelput. 8 juni 2015, UMCG

Healthy Pregnancy 4 All vroege start, lang profijt. Adja Waelput. 8 juni 2015, UMCG Healthy Pregnancy 4 All vroege start, lang profijt Adja Waelput 8 juni 2015, UMCG Gezond ouder worden gebeurt in de baarmoeder en die verschillen zijn er al vanaf de geboorte Perinatale sterfte 2000-2008

Nadere informatie

Vragen Ouderdag Congenitale CMV infectie. CMV-groep

Vragen Ouderdag Congenitale CMV infectie. CMV-groep Vragen Ouderdag Congenitale CMV infectie CMV-groep Vragen voor het vragenuurtje Wat zijn de risico s voor een volgende zwangerschap? Borstvoeding en CMV Wat moet ik doen bij andere zwangeren nu ik en mijn

Nadere informatie

Groep B streptokokken en zwangerschap

Groep B streptokokken en zwangerschap Groep B streptokokken en zwangerschap Informatie voor patiënten F0538-3415 oktober 2015 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK

Nadere informatie

Overzichtskaart. Te vroeg en/of small for gestational age (SGA) geboren kinderen

Overzichtskaart. Te vroeg en/of small for gestational age (SGA) geboren kinderen Overzichtskaart Te vroeg en/of small for gestational age (SGA) geboren kinderen 1. Inleiding: voor wie? Alle kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar die op een PGO/contactmoment van JGZ komen na: Een zwangerschapsduur

Nadere informatie

opleiding moeder midden

opleiding moeder midden Tabellenboek gezondheidsmonitor 0-12 jarigen gemeente Toelichting: In de eerste kolommen staan de resultaten voor uitgesplitst naar leeftijd, geslacht, van de en etniciteit. De laatste kolom geeft het

Nadere informatie

Factsheet gezondheid van vrouwen en mannen

Factsheet gezondheid van vrouwen en mannen Factsheet gezondheid van vrouwen en mannen Aandeel vrouwen en mannen dat in het afgelopen jaar last heeft gehad van de 10 meest voorkomende langdurige aandoeningen/ziekten bij vrouwen*, 2011/2012 1 migraine

Nadere informatie

Gezond gewicht. Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies. Jouw gezondheid is onze zorg

Gezond gewicht. Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies. Jouw gezondheid is onze zorg Gezond gewicht Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies Jouw gezondheid is onze zorg Inhoud Overgewicht 3 Oorzaken 4 Gezond gewicht 4 Tailleomvang 5 Voorkomen van overgewicht 6 Wat kun je

Nadere informatie

Afdeling diëtetiek Voeding en zwangerschapsdiabetes

Afdeling diëtetiek Voeding en zwangerschapsdiabetes Afdeling diëtetiek Voeding en zwangerschapsdiabetes Telefoonnummer: 0344 674285 Zwangerschapsdiabetes (= diabetes gravidarum) is een vorm van diabetes mellitus die tijdens de zwangerschap ontstaat en meestal

Nadere informatie

Inleiding 2 Wat is prenatale screening? 2 2. Welke testen zijn er mogelijk bij prenatale screening? Bij welke zwangerschapsduur vindt prenatale

Inleiding 2 Wat is prenatale screening? 2 2. Welke testen zijn er mogelijk bij prenatale screening? Bij welke zwangerschapsduur vindt prenatale Inleiding De meeste kinderen worden gezond geboren, maar een klein percentage (ongeveer 3 tot 4%) van alle kinderen heeft bij de geboorte een aangeboren aandoening, zoals het Down-syndroom ('mongooltje')

Nadere informatie

JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR

JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR EEN GEZONDE JEUGD HEEFT DE TOEKOMST Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen gaat dit zonder al te grote problemen.

Nadere informatie

Inclusief levendgeboren kinderen, doodgeboren kinderen en afgebroken zwangerschappen.

Inclusief levendgeboren kinderen, doodgeboren kinderen en afgebroken zwangerschappen. Factsheet Aangeboren hartafwijkingen bij kinderen Cijfers en feiten Prevalentie Aangeboren hartafwijkingen betreffen aanlegstoornissen in de structuur van het hart en/of de grote vaten. De gemiddelde totale

Nadere informatie

ALCOHOLGEBRUIK TIJDENS ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING

ALCOHOLGEBRUIK TIJDENS ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING ALCOHOLGEBRUIK TIJDENS ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) drinkt van alle vrouwen van 25 tot 45 jaar in Nederland naar schatting 80% wel eens alcohol. Cijfers

Nadere informatie

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Raalte

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Raalte [Geef tekst op] Kindermonitor 2013 Gemeentelijke Factsheet [Geef tekst op] Kindermonitor 2013: Gemeente 460 ouders van kinderen van ½- tot twaalf jaar gaven inzicht in de gezondheid, leefstijl en opvoeding

Nadere informatie

Cephir Seminar Overgewicht bij kinderen: Resultaten uit de wetenschap en praktijk

Cephir Seminar Overgewicht bij kinderen: Resultaten uit de wetenschap en praktijk Cephir Seminar Overgewicht bij kinderen: Resultaten uit de wetenschap en praktijk 26 januari 2015 Opening Selma Bouthoorn: 3 Maart 15.30 uur (woe) Anne Wijtzes: 13 Mei 11.30 uur (woe) Programma van vandaag

Nadere informatie

www.prenatalescreening.nl

www.prenatalescreening.nl Open ruggetje en open schedel In dit informatieblad leest u meer over een open ruggetje en een open schedel. Dit zijn zogenoemde neurale-buisdefecten. De informatie is bedoeld voor aanstaande ouders die

Nadere informatie

Regionale VTV 2011. Levensverwachting en sterftecijfers. Referent: Drs. M.J.J.C. Poos, R.I.V.M.

Regionale VTV 2011. Levensverwachting en sterftecijfers. Referent: Drs. M.J.J.C. Poos, R.I.V.M. Regionale VTV 2011 Levensverwachting en sterftecijfers Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Levensverwachting en sterftecijfers Auteurs: Dr. M.A.M. Jacobs-van

Nadere informatie

12-11-2012. De fysiologische basis van de melkproductie. De fysiologische basis van de melkproductie. Hormonen tijdens lactatie

12-11-2012. De fysiologische basis van de melkproductie. De fysiologische basis van de melkproductie. Hormonen tijdens lactatie De fysiologische basis van de melkproductie Anita Badart, diëtist / lactatiekundige IBCLC Moedermelk; Aandachtspunten hoe? hoeveel? samenstelling? De fysiologische basis van de melkproductie Lactose Vetten

Nadere informatie

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Ommen

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Ommen [Geef tekst op] Kindermonitor 2013 Gemeentelijke Factsheet [Geef tekst op] Kindermonitor 2013: Gemeente In de gemeente gaven 478 ouders van ½- tot 12 jaar inzicht in de gezondheid, leefstijl en opvoeding

Nadere informatie

VOORW OORD VOORWOORD. Omwille van de leesbaarheid staat in dit boekje steeds hij, maar je kunt hiervoor natuurlijk ook zij lezen.

VOORW OORD VOORWOORD. Omwille van de leesbaarheid staat in dit boekje steeds hij, maar je kunt hiervoor natuurlijk ook zij lezen. VOORW OORD VOORWOORD Over dit boekje Alles over gezond eten en bewegen met kinderen van 4 tot 18 jaar? Bij de titel van dit boekje vraag je je misschien af wat een kleuter te maken heeft met iemand die

Nadere informatie

Gebruik van SSRI-medicijnen

Gebruik van SSRI-medicijnen Gebruik van SSRI-medicijnen voor en tijdens uw zwangerschap en in uw kraambed Uw huisarts of psychiater heeft u een SSRI voorgeschreven. SSRI staat voor selectieve serotonine heropname remmer. SSRI is

Nadere informatie

Kernboodschappen Gezondheid Haaksbergen

Kernboodschappen Gezondheid Haaksbergen Kernboodschappen Gezondheid Haaksbergen De GGD Twente verzamelt in opdracht van de gemeente Haaksbergen epidemiologische gegevens over de gezondheid van de bevolking in Haaksbergen en de factoren die hierop

Nadere informatie

Bescherm uw kind. Informatie voor ouders tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma

Bescherm uw kind. Informatie voor ouders tegen infectieziekten. Rijksvaccinatieprogramma Bescherm uw kind Informatie voor ouders tegen infectieziekten Rijksvaccinatieprogramma Waar gaat deze folder over? De overheid heeft het Rijksvaccinatieprogramma gemaakt voor alle kinderen in Nederland.

Nadere informatie

Groep-B-streptokokken en zwangerschap. Poli Gynaecologie

Groep-B-streptokokken en zwangerschap. Poli Gynaecologie 00 Groep-B-streptokokken en zwangerschap Poli Gynaecologie De inhoud van deze voorlichtingsfolder is samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Deze folder is zeer

Nadere informatie

NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP

NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP 1. Inleiding 2. Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 3. Hoe vaak komen GBS voor bij zwangeren? 4.

Nadere informatie

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Zwolle

Kindermonitor 2013. Gemeentelijke Factsheet. Zwolle [Geef tekst op] Kindermonitor 2013 Gemeentelijke Factsheet [Geef tekst op] Kindermonitor 2013: Gemeente 420 ouders van kinderen van ½- tot twaalf jaar gaven inzicht in de gezondheid, leefstijl en opvoeding

Nadere informatie

Daarbij kan er sprake zijn van minder eten door bijvoorbeeld: toenemende vermoeidheid; kortademigheid; minder beweging; angst; depressie.

Daarbij kan er sprake zijn van minder eten door bijvoorbeeld: toenemende vermoeidheid; kortademigheid; minder beweging; angst; depressie. Voeding bij COPD Inleiding Een gezond, afwisselend eetpatroon is voor iedereen goed. Voedsel is immers de brandstof van ons lichaam. Klachten als kortademigheid, vermoeidheid en hoesten kunnen uw lichamelijke

Nadere informatie

Samenvatting Losser. 2 van 5 Twentse Gezondheids Verkenning Losser. Versie 1, oktober 2013

Samenvatting Losser. 2 van 5 Twentse Gezondheids Verkenning Losser. Versie 1, oktober 2013 Samenvatting Losser Versie 1, oktober 2013 Lage SES, bevolkingskrimp en vergrijzing punt van aandacht in Losser In de gemeente Losser wonen 22.552 mensen; 11.324 mannen en 11.228 vrouwen. Als we de verschillende

Nadere informatie

Gezond zwanger... 2. Medicijnen... 4 Orgaanvlees... 4 Rauwemelkse producten... 4 Rauwe eieren... 4 Rauw vlees en kattenontlasting...

Gezond zwanger... 2. Medicijnen... 4 Orgaanvlees... 4 Rauwemelkse producten... 4 Rauwe eieren... 4 Rauw vlees en kattenontlasting... Contents Gezond zwanger... 2 DOEN!... 2 Drink veel vocht.... 2 Eet elke dag verse groenten en fruit.... 2 Slik dagelijks foliumzuur.... 2 Slik een multivitamine speciaal voor zwangeren.... 2 Zorg voor

Nadere informatie

Noten en gedroogde zuidvruchten passen in een gezond voedingspatroon

Noten en gedroogde zuidvruchten passen in een gezond voedingspatroon Noten en gedroogde zuidvruchten passen in een gezond voedingspatroon Noten, rozijnen, gedroogde pruimen en andere gedroogde zuidvruchten bevatten veel gezonde vetten, vezels, vitamines en mineralen. Uit

Nadere informatie

30 dagen een commitment met jezelf aangaan!

30 dagen een commitment met jezelf aangaan! 30 dagen een commitment met jezelf aangaan! 1. Training 2. Voeding 3. Rust 1. Training - Grote spieren trainen benen, borst en rug - Cardio training - Dagelijks middelmatig bewegen Grote spieren trainen:

Nadere informatie

Jeugdgezondheidszorg: een gigantisch effect voor een prikkie

Jeugdgezondheidszorg: een gigantisch effect voor een prikkie Jeugdgezondheidszorg: een gigantisch effect voor een prikkie Factsheet Jeugdgezondheidszorg Jeugdgezondheidszorg (JGZ) in Nederland bestaat al meer dan 100 jaar, is uniek in de wereld en biedt basiszorg

Nadere informatie

matige alcohol consumptie gezondheid

matige alcohol consumptie gezondheid matige alcohol consumptie positief voor gezondheid R e s u l t a t e n v a n 3 j a a r w e t e n s c h a p p e l i j k o n d e r z o e k Matige en regelmatige alcoholconsumptie heeft overall een positief

Nadere informatie

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen Ouderenmonitor 2011 Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen De Ouderenmonitor is een onderzoek naar de lichamelijke, sociale en geestelijke

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zwangerschapsdiabetes. Begeleiding in het Refaja ziekenhuis

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Zwangerschapsdiabetes. Begeleiding in het Refaja ziekenhuis Zwangerschapsdiabetes Begeleiding in het Refaja ziekenhuis ZWANGERSCHAPSDIABETES BEGELEIDING IN HET REFAJA ZIEKENHUIS INLEIDING waar het ziekenhuis, omdat tijdens heeft ontwikkeld. Zwangerschapsdiabetes

Nadere informatie

Kwetsbare ouderen. Wat kunt u er zelf aan doen?

Kwetsbare ouderen. Wat kunt u er zelf aan doen? Kwetsbare ouderen. Wat kunt u er zelf aan doen? Hoeveel procent van Nederland is ouder dan 65 jaar? A 11 % B 5 % C 42% Hoeveel wonen er zelfstandig A. 50% van de 70 jaar en ouder B. 83 % van de 70 jaar

Nadere informatie

Te licht. Tips als uw kind niet wil eten. Eet- en beweegkalender

Te licht. Tips als uw kind niet wil eten. Eet- en beweegkalender Te licht Bij kinderen is het lastig om aan te geven wanneer er sprake is van ondergewicht. Uw kind kan heel veel eten en toch ondergewicht hebben. Dit kan komen door een groeispurt, of door veel sporten.

Nadere informatie

Werkblad 16 Vragen (hoofdstuk 10)

Werkblad 16 Vragen (hoofdstuk 10) Werkblad 16 Vragen (hoofdstuk 10) Probeer de volgende vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Tijdens de afspraak die u heeft met de professional worden de vragen met u doorgenomen en onduidelijkheden

Nadere informatie

Inhoud Basispakket JGZ per 1-1-2015 (concept maart 2014)

Inhoud Basispakket JGZ per 1-1-2015 (concept maart 2014) Inhoud Basispakket JGZ per 1-1-2015 (concept maart 2014) Inhoud Advies Commissie De Winter Opmerkingen uit standpunt staatssecretaris Van Rijn Zat al in BTP Zat nog niet in BTP, maar deed JGZ al Nieuw

Nadere informatie

Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Zeevang Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs.

Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Zeevang Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs. Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Zeevang Het E-MOVO scholierenonderzoek onder tweede- en vierdeklassers van het voortgezet onderwijs. Deze factsheet beschrijft de resultaten van de scholieren

Nadere informatie

Borstvoeding geven aan een tweeling

Borstvoeding geven aan een tweeling Borstvoeding geven aan een tweeling Afdeling gynaecologie en verloskunde Het krijgen van een tweeling geeft vaak veel vreugde, maar tegelijkertijd dienen zich veel vragen aan. Veel praktische zaken zullen

Nadere informatie

Groep B streptokokken en zwangerschap

Groep B streptokokken en zwangerschap Patiënteninformatie Groep B streptokokken en zwangerschap Informatie over een infectie met groep B streptokokken bij zwangerschap Inhoudsopgave Pagina Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 4 Hoe vaak

Nadere informatie

Introductiecursus 0-19 Zelfstudieopdrachten 2014-2015

Introductiecursus 0-19 Zelfstudieopdrachten 2014-2015 Behavioural and Societal Sciences Schipholweg 77-89 2316 ZL Leiden Postbus 3005 2301 DA Leiden www.tno.nl/onderwijs T +31 88 866 6270 onderwijs@tno.nl Introductiecursus 0-19 Zelfstudieopdrachten 2014-2015

Nadere informatie

Diëtetiek Voeding en zwangerschapsdiabetes

Diëtetiek Voeding en zwangerschapsdiabetes Diëtetiek Voeding en zwangerschapsdiabetes Zwangerschapsdiabetes (= diabetes gravidarum) is een vorm van diabetes mellitus die tijdens de zwangerschap ontstaat en meestal na de bevalling weer verdwijnt.

Nadere informatie

Zorg voor geest kost nog steeds het meest

Zorg voor geest kost nog steeds het meest Zorg voor geest kost nog steeds het meest Publicatiedatum: 28-11-2013 In is 19,6 miljard euro uitgegeven voor de behandeling van psychische stoornissen, 22% van de totale uitgaven voor zorg en welzijn

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R VOEDING, BEWEGING EN GEWICHT K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Jeugd 2010 6 Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD

Nadere informatie