Genderspecifieke re-integratie voor ex-gedetineerde vrouwen met Toekomst in Balans?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Genderspecifieke re-integratie voor ex-gedetineerde vrouwen met Toekomst in Balans?"

Transcriptie

1 Genderspecifieke re-integratie voor ex-gedetineerde vrouwen met Toekomst in Balans? Ingrid Brandsma Faculteit der Rechtsgeleerdheid Sectie Criminologie Begeleiders: Drs. S.N. Day / Dr. A. Slotboom Maart 2007

2 Woord vooraf Tijdens mijn studie Criminologie was de interesse voor vrouwelijke criminelen al aanwezig, maar op een klein verslag over meisjescriminaliteit na ben ik er niet veel mee bezig geweest. Na het volgen van het vak penitentiair recht was voor mij heel duidelijk dat mijn afstudeerscriptie over gedetineerden moest gaan, echter nog geen idee in welke vorm. Toen mij bekend werd dat er een onderzoek naar vrouwelijke gedetineerden ging plaatsvinden, (vrouwen én gedetineerden!) was het voor mij dan ook de perfecte combinatie. Ik ben vervolgens met veel enthousiasme aan het onderzoek begonnen. Het onderzoek is nu voltooid en daar ben ik blij om. Dit had niet kunnen gebeuren zonder de hulp van anderen. Ten eerste wil ik mijn afstudeerbegeleidster Samora Day bedanken die het geduld opbracht om mij te begeleiden. Helaas kon ik moeilijk op gang komen en schoot het geheel maar niet op waardoor zij niet meer in de mogelijkheid was om mijn scriptie te beoordelen. Vandaar dat ik ook graag mijn tweede begeleidster Anne-Marie Slotboom wil bedanken voor de overname en de kritische blik op mijn eindwerk. Daarnaast wil ik Elisabeth de Jong bedanken voor het wegwijs maken bij DJI en de begeleiders vanuit DJI, Geert Mol en Annelies Jorna voor de hulp bij het plegen van het onderzoek. Alle mensen die werkzaam zijn met het project Toekomst in Balans en in het bijzonder Trudy Hoeymakers, wil ik bedanken voor hun openheid en behulpzaamheid. Mijn vrienden en familie dank ik voor hun steun en vooral voor de leuke afleiding die zij voor mij waren naast het afstuderen. Mijn moeder, Aly Brandsma, wil ik hierbij expliciet vermelden omdat zij naast mij te steunen tevens kritisch naar mijn scriptie heeft gekeken. Ten slotte gaat de meeste dank uit naar Manon Jongejan, waarmee ik het onderzoek heb verricht. Samen hebben we ons door het onderzoek geworsteld en het soms vervloekt. Maar aan de andere kant gaf het onderzoek ons tevens de mogelijkheid om kennis uit te wisselen en om samen in de pauzes Den Haag te verkennen. Ingrid Brandsma Maart

3 Inhoudsopgave Samenvatting 5 1. Inleiding Aanleiding van dit onderzoek Vraagstelling Opbouw 7 2. Vrouwelijke gedetineerden De onzichtbaarheid van de gedetineerde vrouw Beschrijving van vrouwelijke gedetineerden Verklaring van vrouwencriminaliteit In hoeverre verschillen gedetineerde vrouwen van gedetineerde mannen? Re-integratie van ex-gedetineerde vrouwen Re-integratie van (ex-) gedetineerden Genderspecifieke re-integratie Toekomst in Balans, een programma voor re-integratie van (ex-) gedetineerde vrouwen Aanleiding en ontstaan van Toekomst in Balans Partners en samenwerking Re-integratie met een genderspecifieke aanpak De selectiecriteria voor deelname aan het project Visie op TIB vanuit het werkveld Methodebeschrijving Toekomst in Balans, de resultaten Beschrijving van de vrouwen die hebben deelgenomen Beschrijving van de doorlopen trajecten Verbanden tussen de kenmerken van de doelgroep en het verloop van de trajecten Voldoet de onderzoeksgroep aan de selectiecriteria? 54 3

4 7. Discussie 56 Literatuurlijst 61 Bijlagen 66 Bijlage 1: Kenmerken van deelneemsters van TIB 66 Bijlage 2: Interview met respondent 1 68 Bijlage 3: Interview met respondent 2 70 Bijlage 4: Interview met respondent 3 74 Lijst van afkortingen 78 4

5 Samenvatting In dit onderzoek is onderzocht in hoeverre een genderspecifieke aanpak bij de re-integratie van (ex-) gedetineerde vrouwen noodzakelijk is en vervolgens of de praktijkervaringen van het project Toekomst in Balans (TIB) het uitgangspunt dat een genderspecifieke aanpak wel noodzakelijk is, ondersteunen. Vrouwelijke gedetineerden hebben namelijk veelal een slechtere fysieke en mentale gezondheid dan mannen in detentie. Zij hebben specifieke gezondheidsproblemen, voortkomend uit zwangerschap, bevalling en abortus, prostitutie. Zij zijn vaak de eerste verzorger van gezin en kinderen, van wie ze door detentie gescheiden worden. Dit vraagt om aandacht gedurende de detentie en bij hun re-integratie. Sommigen zijn door hun persoonlijke geschiedenis van huiselijk en seksueel geweld extra kwetsbaar in detentie. Het uitgangspunt dat een genderspecifieke aanpak noodzakelijk is bij de re-integratie van ex-gedetineerde vrouwen wordt bevestigd door criminologische theorieën die zich louter op vrouwelijke criminelen richten. De theorieën die behandeld zijn: relatietheorie, traumatheorie, verslavingstheorie en de economische marginalisatietheorie. Het gaat bij TIB niet alleen om arbeidstoeleiding, maar om alle sociale aspecten waar de vrouw mee te maken krijgt als ze terugkeert in de maatschappij. Het re-integratieproces voor vrouwen wordt beschreven, echter in de methodiek staat al vermeld dat de exacte uitvoering hiervan per inrichting kan verschillen door de verschillende invulling van de methodiek, de reikwijdte van het detentieplan, het aanbod van de re-integratie activiteiten en de interne organisatie. De kenmerken van de deelneemsters aan het project tussen januari 2001 en mei 2005 en de trajecten zijn beschreven, met als doel het zoeken naar eventuele aangrijpingspunten voor verbetering van het project. Aan de hand van dossieronderzoek (N = 285) is een typering van de TIB vrouw ontwikkeld en is het verloop van de trajecten in kaart gebracht. Hieruit bleek dat de TIB vrouwen redelijk overeen kwamen met alle gedetineerde vrouwen in december 2001, alleen hadden de TIB vrouwen procentueel meer opiumdelicten gepleegd en was er een veel groter deel afkomstig van de Nederlandse Antillen en Suriname. De meest voorkomende gestelde doelen en interventies in het project waren vooral gericht op arbeidstoeleiding, opleiding en huisvesting. Het belang van de ontwikkeling van goede relaties kwam niet naar voren in hoofddoelen. TIB profileert zich als een genderspecifiek programma, maar de beschrijving en de uitvoering van het project voldoen niet aan alle eisen van een degelijk genderspecifiek re-integratie programma. De praktische uitvoering ervan is niet universeel in alle inrichtingen, er is geen sprake van een integer programma, de uitvoering komt namelijk niet overeen met de opzet van het project en er zijn teveel verschillen intramuraal en extramuraal. 5

6 1. Inleiding Vrouwelijke gedetineerden spreken tot de verbeelding. Het algemene beeld van een vrouw is dat zij zachtaardig en verzorgend is en criminele vrouwen komen niet overeen met dit beeld. Zoals bleek uit de goed bekeken televisieserie Vrouwenvleugel in de jaren 90, kijkt de Nederlandse samenleving graag naar gedetineerde vrouwen. Maar hoe zit het met de interesse in gedetineerde vrouwen op beleidsmatig en wetenschappelijk gebied? Vrouwen zijn lang de onderbelichte groep gebleken, niet zo vreemd gezien de cijfers, in 2005 was namelijk 93.5 procent van alle gedetineerden van het mannelijke geslacht (CBS, 2006). Ondanks het geringe aandeel van vrouwelijke gedetineerden, is het om twee redenen niet gewenst deze groep te verwaarlozen. Ten eerste omdat het aantal vrouwelijke gedetineerden de afgelopen tien jaar met 260 procent is gestegen van 440 vrouwelijke gedetineerden in 1995 naar 1145 vrouwelijke gedetineerden in 2005, veel meer dan het aantal mannelijke gedetineerden dat met 166 procent is gestegen (CBS, 2005). Ten tweede verdienen vrouwelijke gedetineerden meer aandacht omdat ze waarschijnlijk hun detentie anders beleven dan mannen en bijgevolg ook anders behandeld dienen te worden tijdens en na hun detentie. Vooral na de detentie hebben mannen en vrouwen een effectieve nazorg nodig om te voorkomen dat ze terugvallen in crimineel gedrag. De PI houdt zich primair bezig met het ten uitvoer leggen van vrijheidsbeperkende straffen en maatregelen, het bewaren van de gedetineerde wordt meestal als hoofdtaak gerekend. Deze primaire taak houdt op als de gedetineerde vrij komt, dan wordt hij of zij weer een probleem voor de buitenwereld (Duijvenbooden, 2005). De nota Werkzame detentie uit 1994 bracht hier verandering in door middel van de uitbreiding van reintegratieprogramma s. Echter veel van deze re-integratieprogramma s zijn opgezet voor mannelijke gedetineerden. Het project Toekomst in Balans (TIB) is hier een uitzondering op, dit is specifiek ontwikkeld voor vrouwelijke gedetineerden. 1.1 Aanleiding van dit onderzoek Het project TIB gaat uit van de gedachte dat vrouwen anders zijn dan mannen en bijgevolg andere behoeften hebben dan mannen. Aan hun detentieplan worden zodoende andere eisen gesteld en ook is een specifiek traject van maatschappelijke integratie nodig. Om dit te bereiken is het samenwerkingsverband TIB tussen de penitentiaire inrichtingen voor vrouwen, Stichting Exodus te Venlo, Humanitas, Stichting Zorgconcept en Delinkwentie & Samenleving ontwikkeld. Deze organisaties hebben besloten gezamenlijk een programma te ontwikkelen om de re-integratie van (ex-) gedetineerde vrouwen te bevorderen. De samenwerking van deze organisaties in TIB is in 2005 geëvalueerd door middel van een procesevaluatie (Koster, 2005). Mei 2006 is in opdracht van Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) 6

7 begonnen aan een tweede onderzoek naar TIB, waarin de beschrijving van de onderzoeksgroep centraal staat en recidive van de deelnemers. Deze scriptie is een verslag van het onderzoek naar de kenmerken van de onderzoeksgroep. 1.2 Vraagstelling De gehanteerde vraagstelling in dit onderzoek luidt: In hoeverre ondersteunen de praktijkervaringen in het project Toekomst in Balans het uitgangspunt dat een genderspecifieke aanpak bij de re-integratie van ex-gedetineerde vrouwen noodzakelijk is? Deze vraag zal worden beantwoord aan de hand van de volgende deelvragen: 1. In hoeverre verschillen vrouwelijke van mannelijke gedetineerden? 2. In hoeverre is een genderspecifieke aanpak nodig bij de re-integratie van vrouwelijke gedetineerden? 3. Wat maakt TIB een genderspecifiek programma? De doelstelling van dit onderzoek: Zoeken naar eventuele aangrijpingspunten voor verbetering van het project. 1.3 Opbouw Deze scriptie is als volgt opgebouwd. Allereerst worden in hoofdstuk twee de vrouwelijke gedetineerden onder de loep genomen. In dit hoofdstuk wordt verklaard waarom de vrouwelijke gedetineerden al een lange tijd onderbelicht zijn, kenmerken van vrouwelijke gedetineerden worden beschreven, een verklaring wordt gezocht voor de vrouwencriminaliteit en gedetineerde vrouwen worden vergeleken met gedetineerde mannen. In het derde hoofdstuk wordt de re-integratie van vrouwelijke gedetineerden besproken en in hoeverre deze van mannen verschilt. Vervolgens wordt in hoofdstuk vier het programma TIB, besproken. De aanleiding en het ontstaan van het project, de partners, de inhoud van het project, de selectiecriteria voor deelname en de visies van de mensen die ermee werken, komen aan de orde. De methode van onderzoek wordt uiteengezet in hoofdstuk vijf. De wijze van uitvoering, de geraadpleegde bronnen en de toetsen die zijn gebruikt worden beschreven. In hoofdstuk zes worden de resultaten van het onderzoek weergegeven. De resultaten hebben betrekking op de kenmerken van de doelgroep van TIB en de trajecten die ze hebben doorlopen. Vervolgens wordt er gekeken welke kenmerken van invloed zijn op het verloop van het traject en ten slotte wordt er getoetst of de onderzoeksgroep aan de selectiecriteria heeft voldaan. Hoofdstuk zeven bevat de conclusie van deze scriptie, waarin een antwoord op de probleemstelling wordt gegeven en aanbevelingen worden geformuleerd. 7

8 2. Vrouwelijke gedetineerden Om te kijken of een genderspecifieke aanpak op het gebied van de re-integratie van ex-gedetineerden noodzakelijk is, zullen eerst de vrouwelijke gedetineerden beschreven worden. Vrouwelijke gedetineerden zijn een lange tijd onderbelicht gebleven omdat crimineel gedrag als iets mannelijks wordt ervaren, vrouwen waren als het ware onzichtbaar (Devlin, 1998). Dit verschijnsel en de invloed van het feminisme hierop, worden in de eerste paragraaf van dit hoofdstuk beschreven. Maar welke vrouwen verblijven er dan in detentie en hoe zijn ze daar terecht gekomen? Deze vragen worden beantwoord in paragraaf 2, waarin vrouwelijke gedetineerden worden beschreven en in paragraaf 3 waar getracht wordt een verklaring te geven voor de vrouwencriminaliteit. Ten slotte worden in paragraaf 4 de vrouwelijke gedetineerden vergeleken met de mannelijke gedetineerden. 2.1 De onzichtbaarheid van de gedetineerde vrouw Bij het zoeken naar verklaringen waarom vrouwen delicten plegen, wordt men snel geconfronteerd met het verschijnsel dat de meeste criminologische theorieën gebaseerd zijn op mannelijke criminelen. De focus ligt op de gedetineerde man omdat zij in de meerderheid zijn ten opzichte van vrouwen en omdat crimineel gedrag veelal als mannelijk gedrag gezien wordt. Vrouwen zijn hierdoor een ondergeschoven groep geworden en dit heeft weer consequenties voor de vrouwen die wél crimineel gedrag plegen. Ze hebben niet alleen de wet overtreden maar ook gendernormen, die bepalen dat vrouwen geen criminaliteit behoren te plegen. Zodoende worden ze dubbel gestraft, door informele sancties vanuit de samenleving en formele sancties vanuit de wetgeving (Heidensohn, 2002: 504). Volgens Joachim Kersten (1989:129) is een gender-specifieke benadering echter noodzakelijk: Zolang de wetenschap en de onderzoekstechnieken die worden gehanteerd, zich voordoen als neutraal in relatie tot de perceptie van mannelijk/vrouwelijk, zullen aparte studies van levensomstandigheden en situaties van vrouwen, biografieën en dergelijke niets bijdragen aan de vraag welke rol mannelijkheid en vrouwelijkheid spelen met betrekking tot afwijkend gedrag en sociale controle. Om crimineel gedrag van vrouwen te kunnen verklaren zijn er volgens Kersten specifieke theorieën nodig die zich op vrouwen en mannen apart richten. Feministische criminologen legden de basis voor deze zienswijze. Feministische criminologen doorbraken namelijk de eenzijdige blik op gedetineerden door voorbij het afwijkende gedrag naar het normale vrouwenleven te kijken. Hierbij werden de vrouwen niet meer tot object van criminologisch onderzoek gemaakt in vergelijking tot mannen, zoals voorheen het geval was, maar werden de vrouwen bekeken als vrouwen (Verrijn Stuart, 1992). Volgens Kathleen Daly en Meda Chesney- Lind (1988) wordt de basis van het feminisme gevormd door vijf hoofdpunten over de relatie tussen criminaliteit en gender waardoor de 8

9 feministische theorieën zich onderscheiden van de andere criminologische theorieën. Het eerste punt is dat gender een sociaal, historisch en cultureel construct is, niet alleen voortkomend uit biologische sekse-verschillen. Als tweede punt geldt dat gender en gender relaties, de sociale instituties en het sociale leven vormen en beheersen. Het derde punt is dat gender relaties en het sociale construct van mannelijkheid en vrouwelijkheid gebaseerd zijn op aannames dat mannen superieur zijn ten opzichte van vrouwen en dit komt tot uiting in de mannelijke dominantie op sociale, economische en politieke gebieden. Ten vierde is de kennis over de natuurlijke en sociale wereld waarvan uit wordt gegaan, vanuit de man bekeken. Het vijfde punt is dat vrouwen het onderwerp van wetenschappelijk onderzoek zouden moeten zijn, niet ondergeschikt en onzichtbaar ten opzichte van mannen. Doordat andere criminologische theorieën deze punten niet erkennen, blijft de kijk op crimineel gedrag een eenzijdige (Lanier en Henry, 2004). De feministische stroming gaat hier op in door problemen te behandelen, waaronder het geldigheidsprobleem en het gender-ratio probleem. Bij het geldigheidsprobleem wordt gekeken of de tot dan toe gangbare theorieën ook bruikbaar zijn voor de verklaring van crimineel gedrag bij vrouwen. Het gender-ratio probleem gaat over de vraag waarom vrouwen minder en minder ernstige criminaliteit plegen dan mannen (Lissenberg, 1995). De neutraliteit van gender in theorie en praktijk wordt bij het geldigheidsprobleem ter discussie gesteld. Theorieën die pretenderen genderloos of genderneutraal te zijn, blijken vaak georiënteerd te zijn op mannen (Covington en Bloom, 2003). Deze theorieën worden zodoende op mannen en vrouwen toegepast. Feministen zijn echter van mening dat mannen en vrouwen juist niet gelijk behandeld horen te worden, want ze zijn niet gelijk. Of deze aanname juist is wordt besproken in paragraaf 2.4. Het gender-ratio probleem betreft de verhouding tussen geslacht en de omvang en aard van criminaliteit en gaat tevens gepaard met de vraag of de emancipatie van de vrouw de oorzaak is van de toenemende criminaliteit gepleegd door vrouwen. In de jaren 70 komen de criminologen Adler en Simon tot de conclusie dat gelijke kansen op de arbeidsmarkt zouden leiden tot gelijke kansen op de markt van misdaad en straf (Lissenberg, 1995). Zij gaan ervan uit dat de gender verschillen in criminaliteit niet veroorzaakt worden door biologische factoren maar door sociale factoren. Deze veronderstelling komt erop neer dat door de emancipatie vrouwen meer crimineel zullen worden omdat ze gelijk aan mannen zijn geworden. Adler dacht dat vrouwen door het verliezen van de beperkingen op hun gedrag, ze meer de mogelijkheid kregen om mannelijk gedrag te gaan vertonen zoals gewelddadig en hebzuchtig gedrag. Simon verklaarde de groeiende criminaliteit onder vrouwen door het groeiende aandeel van werkende vrouwen, waardoor vrouwen op hun werkplaats in de gelegenheid komen om vooral vermogenscriminaliteit te plegen (Daly en Chesney-Lind, 1988). Dit blijkt niet geheel zo te zijn, vrouwen die geëmancipeerd zijn zouden zelfs minder geneigd zijn tot delinquent gedrag dan vrouwen die meer in het traditionele rolpatroon passen (Wolleswinkel, 1997). Onder andere het feminisme heeft de vrouwelijke crimineel op de kaart gezet, maar de toegenomen aandacht voor vrouwen en criminaliteit heeft ook nadelige effecten. In Groot-Brittannië 9

10 heeft de toegenomen aandacht voor vrouwen en criminaliteit waarschijnlijk indirect tot een relatieve toename van het aantal vrouwelijke gedetineerden geleid, waarbij opmerkelijk is dat deze vrouwen voor veel minder ernstige delicten worden opgesloten dan mannen en dat er een relatief groot aantal vrouwelijke first-offenders vastzit (Verrijn Stuart, 1992). In de Verenigde Staten heeft de toegenomen aandacht voor vrouwen en criminaliteit ertoe geleid dat de war on drugs de war on women is geworden. De hardere aanpak bij drugsdelicten heeft er toe geleid dat vrouwen die meestal de kleine klusjes in het drugscircuit opknappen, in meerdere mate worden opgepakt en in de gevangenis worden gezet. De mannen die vaak de grotere spelers in het drugscircuit zijn, gaan hierbij vaak vrijuit (Covington en Bloom, 2003). 2.2 Beschrijving van vrouwelijke gedetineerden Hoe komen vrouwen in de gevangenis terecht en wie zijn die vrouwen? De meeste vrouwen in de gevangenis zijn daar beland omdat ze zich schuldig hebben gemaakt aan een drugsdelict (46%), een gewelddelict (20%) of een vermogensdelict (13%) (DJI, 2002). Onder de vermogensdelicten valt vooral diefstal, bij de drugsdelicten gaat het meestal om drugssmokkel en als vrouwen geweld plegen doen zij dit vaak binnen eigen kring. Het motief voor het plegen van deze delicten is bij vrouwen vaak economisch, de delicten kunnen gezien worden als crimes of poverty of als survival crimes (Beth, 1999). Veel vrouwen hebben namelijk een zwakke sociale positie, ze zijn laaggeschoold en in 2001 had maar 40 procent van de vrouwen een baan voordat ze gedetineerd werden. Maar het economische motief heeft dikwijls een gecompliceerde achtergrond van seksueel geweld, gemiste scholingskansen én sociale en economische armoede. Dit wordt in de volgende paragraaf nader toegelicht. Vrouwelijke gedetineerden worden vaak getypeerd als arm, jong, laaggeschoold, alleenstaand, moeder en veelal allochtoon (Covington, 1998). Veel gedetineerde vrouwen zijn oorspronkelijk niet afkomstig uit Nederland. Uit het rapport Vrouwen in Detentie (DJI, 2002) blijkt dat de meerderheid, namelijk 59 procent van het aantal gedetineerde vrouwen, niet in Nederland is geboren. Het aantal vrouwen dat afkomstig is van de Nederlandse Antillen en Suriname bedroeg in 2001 bij elkaar 19 procent. Deze vrouwen zijn meestal veroordeeld voor het overtreden van de Opiumwet, door het koerieren van drugs naar Nederland (DJI, 2002). Vooral de afgelopen 30 jaar is er sprake van een massale migratiestroom vanuit de Antillen naar Nederland. De meerderheid van de Antilliaanse mensen die naar Nederland komen zijn afkomstig uit een lage sociale en economische maatschappelijke groep. Dit zijn mensen die de Nederlandse taal slecht of niet beheersen, afhankelijk zijn van uitkeringen, veel problemen hebben met het vinden en behouden van betaald werk, een grote schooluitval kennen, een grote schuldenproblematiek hebben, moeilijk aan geschikte woningen komen en vaak de fout in gaan. De situatie op de Antillen wordt namelijk overheerst door een slechte economie, waardoor een cultuur van armoede is ontstaan. Door de armoede zijn veel burgerlijke 10

11 waarden en normen verdwenen en is er sprake van een toename van drugsgebruik en criminaliteit. Om deze situatie te ontvluchten vertrekken veel mensen van de Antillen naar Nederland en omdat ze in het bezit zijn van een Nederlands paspoort hebben zij een vrije toegang tot dit land (Schrils, 2002). Van de gedetineerde vrouwen heeft 73 procent kinderen en de meerderheid van deze kinderen zijn minderjarig (76%). Dit betekent dat de moeders als ze in detentie gaan veelal afhankelijke kinderen thuis achter laten. Deze vrouwen zijn daarnaast vaak niet meer bij de vader van hun kinderen waardoor de kinderen bij familie of ergens anders buitenshuis belanden. Het moeten achter laten van hun kinderen zorgt voor een enorm schuldgevoel bij gedetineerde vrouwen (Bloom en Covington, 1998). De detentie brengt in dit opzicht een extra belasting met zich mee, doordat de zorg voor de kinderen en het schuldgevoel daarover psychisch zeer zwaar op hen kan drukken (Kelk, 2003). Andere psychische problemen komen volgens Bloom en Covington (1998) voort uit een geschiedenis van psychisch en seksueel misbruik, waar sommige gedetineerde vrouwen aan lijden. De gevolgen hiervan kunnen zich op latere leeftijd uiten in de vorm van een psychische stoornis of een drugs- of drankverslaving. Uit onderzoek van Warren e.a. (2002) blijkt dat gedetineerde vrouwen vaker last hebben van een psychische stoornis dan niet-gedetineerde vrouwen. Dit kan zich tijdens de detentie tevens uiten door het vele gebruik van slaap- en kalmeringsmiddelen en het hoge aantal meldingen van vage klachten bij de medische dienst (Kelk, 2003). Het gedrag van vrouwen in detentie wordt onder meer beïnvloed door de onderlinge verhoudingen, de relatie tot het personeel en het contact met de buitenwereld. In het onderzoek Gedetineerd in Nederland (DJI, 2003) geven de gedetineerde vrouwen aan redelijk tevreden te zijn over de kwaliteit van de onderlinge contacten, maar dat de meesten zich wel eens onveilig heeft gevoeld door een medegedetineerde. De onderlinge verhoudingen tussen de gedetineerde vrouwen gaan meestal niet gepaard met onderlinge agressie, maar wel met jaloezie en geroddel. De vrouwen proberen zo goed mogelijk met elkaar op te schieten, echter een grote onderlinge solidariteit ontbreekt. Onderlinge conflicten komen vaak tot uiting door middel van jennen en treiteren, openlijke onderlinge agressie komt weinig voor. De aard van het gepleegde delict kan hier tevens een rol in spelen, vrouwen die een gewelddelict hebben gepleegd worden namelijk eerder gepest. Het beeld van de vrouw als lief en zorgzaam geldt zowel buiten als binnen de gevangenis en daar past een vrouw die een gewelddelict heeft gepleegd niet in, volgens haar medegedetineerden. Aan de andere kant kunnen er ook innige vriendschappen en liefdesrelaties in de gevangenis ontstaan (Wolleswinkel, 1997, p.54). Vrouwen zijn meestal relatiegericht, ze zoeken daarom door middel van vriendschappen en liefdesrelaties, steun en liefde bij hun medegedetineerden. Uit onderzoek van Bhavnani en Davis (1995) blijkt dat veel gedetineerde vrouwen zichzelf bestempelen als biseksueel, buiten de gevangenis hebben ze relaties met mannen binnen de gevangenis met vrouwen. De relatie van de gedetineerde vrouw tot het personeel wordt getypeerd door de afhankelijke positie van de vrouw. Sommige vrouwen hebben problemen met de machtpositie van het personeel en hebben het gevoel dat ze het personeel te vriend moeten houden. Het uitspreken van hun ongenoegen 11

12 blijft soms achterwege uit angst voor overplaatsingen of het niet meer kunnen zien van hun kinderen (Devlin, 1998). In het onderzoek naar detentiebeleving in de vrouweninrichtingen (DJI, 2003) geven gedetineerde vrouwen juist aan dat de kwaliteit van de contacten met penitentiair inrichtingswerkers (PIW-ers) over het algemeen goed is. Vooral de vriendelijke bejegening door de PIW-ers wordt zeer positief ervaren, minder tevreden zijn de vrouwen over de mate van aanmoediging wanneer men met iets nieuws begint. Voor gedetineerde moeders is het contact onderhouden met de kinderen van groot belang. Dit contact wordt door telefoongesprekken, brieven en bezoekuren onderhouden, echter dit gaat niet altijd probleemloos. Volgens Artikel 39 lid 1 Penitentiaire Beginselenwet heeft de gedetineerde het recht om tenminste eenmaal per week op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen en met een daarvoor bestemd toestel gedurende tien minuten telefoongesprekken te voeren met personen buiten de inrichting. De kosten hiervan komen voor rekening van de gedetineerde, dit kan voor de gedetineerden met weinig geld betekenen dat ze minder makkelijk in staat zijn om te bellen (Kelk, 2003). Daarnaast kan het tegelijk willen bellen van de gedetineerden tot ergernissen leiden en geeft bijna de helft van de vrouwen in het onderzoek Gedetineerd in Nederland (DJI, 2003) aan dat ze te weinig privacy hebben tijdens het bellen. Bij het bezoek kan de reisafstand tussen de inrichting en de plaats waar het bezoek woont veel problemen op leveren. Bepaalde inrichtingen zijn per openbaar vervoer moeilijk te bereiken en de bezoekuren zijn meestal doordeweeks, hierdoor zijn vooral de kinderen minder goed in staat om hun moeder op te zoeken (Wolleswinkel, 1993). Vrouweninrichtingen hebben wel maandelijks speciale bezoekuren voor kinderen, om de moeder en kind in de gelegenheid te stellen om meer tijd met elkaar door te brengen en vaak onder andere omstandigheden dan tijdens een regulier bezoekuur (Wolleswinkel, 1993). Deze speciale bezoekuren voor kinderen staan echter niet expliciet in de wet- en regelgeving vermeld. PI s hebben een eigen huisreglement, met de regels betreffende de bezoekuren. 2.3 Verklaring van vrouwencriminaliteit In paragraaf 2.1 is reeds besproken dat theorieën over crimineel gedrag grotendeels gebaseerd zijn op observaties van mannen. Bij het verklaren van criminaliteit gepleegd door vrouwen moet men dus gebruik maken van theorieën die gebaseerd zijn op mannelijke criminaliteit. Een andere mogelijkheid is het ontwikkelen van specifieke theorieën gericht op het verklaren van vrouwelijke criminaliteit. In deze paragraaf worden de specifieke theorieën behandeld. De eerste poging om criminaliteit door vrouwen gepleegd te verklaren kwam van de kant van de biologische criminologie door Lombroso en Ferrero. In hun boek The Female Offender uit 1895 verklaarden ze dat vrouwen over het algemeen minder geëvolueerd zijn dan mannen en doordat ze primitiever zijn vallen de criminelen onder hen minder op (Wolleswinkel, 1997). De vrouwen die crimineel gedrag plegen, vertoonden meer mannelijk gedrag dan niet-criminele vrouwen. De theorie 12

13 van Lombroso is echter weerlegd vanwege zijn simplistische en gebrekkige onderzoeksmethoden, de discriminerende strekking ervan en het ontbreken van de empirische bevestiging van de theorie (Lanier en Henry, 2004). In de tijd daarna hebben de meeste criminologen zich niet meer aan een theorie gewaagd die de criminaliteit van vrouwen verklaart tot de feministische stroming in de jaren zestig, die in paragraaf 2.1 reeds is besproken. In het zoeken naar alternatieve verklaringen waarom vrouwen crimineel gedrag plegen is door sommige feministen gekeken naar de levensloop van criminele vrouwen. De levensloop van gedetineerde vrouwen is vaak niet een probleemloze. Een combinatie van verschillende factoren heeft tot het criminele gedrag geleid. Daly (1992) onderscheidt vijf verschillende typen vrouwen die door verschillende ontwikkelingen op het criminele pad terecht zijn gekomen. Ten eerste is er de street woman, deze vrouw is als kind misbruikt, op straat beland, verslaafd geraakt en is in de criminaliteit geraakt om haar drugsverslaving te onderhouden door drugs te verkopen, prostitutie en stelen. Ten tweede de harmed-and-harming woman, is ook als kind misbruikt, maar reageert hierop met woede, met als gevolg dat ze gewelddadig wordt door alcohol of drugs. Bij de meeste typen criminele vrouwen is er sprake van een geschiedenis van (seksueel) geweldsmisbruik dat resulteert in crimineel gedrag. Het gevolg hiervan is dat de grenzen tussen slachtofferschap en daderschap vervagen (blurred boundaries) (Lanier en Henry, 2004). Ten derde de battered woman, de vrouw die haar man na lange mishandeling en misbruik, mishandeld of vermoord. De vrouw leidt ten gevolge van de mishandeling aan het battered women syndrome, waardoor de vrouw in een voortdurende toestand van angst en dreiging verkeert (Verrijn Stuart, 1995). De vrouw is niet in staat om direct op de mishandeling te reageren, omdat de man haar eenvoudig kan overheersen, waardoor haar enige kans om zichzelf te verdedigen voordoet als ze hem fysiek aankan, bijvoorbeeld in zijn slaap. Ten vierde de drug-connected woman, die als gevolg van een relatie drugs gaat gebruiken of verkopen. Ten slotte als vijfde de overige vrouwen, de other woman, die criminaliteit met een economisch motief plegen uit hebzucht of armoede. Naar aanleiding van deze verschillende levenslopen zijn er theorieën ontwikkeld die een bepaald aspect uit een vrouwenleven als oorzaak van haar criminaliteit zien, zoals relaties, trauma s, drugs en de economische situatie. Relatietheorie De relatietheorie heeft als uitgangspunt dat mannen en vrouwen een verschillende psychologische ontwikkeling doormaken in hun leven. Jean Baker Miller (1976) beschrijft als eerste in haar boek de ontwikkeling van de vrouw waarin het aangaan van relaties met anderen een grote rol speelt, in tegenstelling tot de ontwikkeling van mannen waarin separatie van anderen belangrijker is. Beide geslachten hebben relaties met anderen en differentiatie van anderen nodig, maar vrouwen zijn meer gericht op het aangaan van relaties en mannen op het differentiëren van anderen. Volgens Bylington (1997) ontstaat dit gedrag doordat meisjes zich niet hoeven te differentiëren van hun moeder om hun 13

14 identiteit te ontwikkelen en jongens moeten wel een identiteit ontwikkelen die verschilt van hun moeder. Daarnaast worden veel meisjes opgevoed om verzoeningsgezind en conflictvermijdend te zijn om relaties intact te houden en om aardig gevonden te worden (Morash, 2006). Het hebben van relaties is belangrijk voor vrouwen, dus als vrouwen weinig relaties of gewelddadige relaties hebben, heeft dit een negatief effect op hun ontwikkeling. Hierdoor leren ze zichzelf of anderen niet te waarderen, of ze waarderen anderen heel erg maar zichzelf niet. Vrouwen die worden misbruikt in een relatie voelen zich volgens Jordan vaak verantwoordelijk voor de problemen en denken dat zij de oorzaak zijn. Ze komen terecht in een depressieve spiraal die begint met het afnemen van de levenslust en het enthousiasme, het minder opkomen voor jezelf, verwarring en een verminderende eigenwaarde en eindigt bij het afstoten van relaties (Covington, 1998). Het gevolg van de depressieve spiraal kan het vermoorden van de mishandelende partner zijn, zoals bij de battered women het geval is. Daarnaast kan de depressieve spiraal eindigen in het gebruiken van drugs, wat op zijn beurt weer tot crimineel gedrag kan leiden. Volgens de relatie paradox van Miller (1990) zullen vrouwen als de relatie niet meer gelijkwaardig is, zichzelf veranderen om de relatie te behouden. Als hun partner crimineel gedrag vertoont, kunnen zij om de relatie te behouden zich aan hem aanpassen en ook criminaliteit gaan plegen. Crimineel gedrag als compromis kan ook het gevolg zijn van hun gender rolverwachtingen, geweld in intieme relaties of niet in contact kunnen komen met hulpinstanties. Morash (2006) omschrijft dit verschijnsel dat als gender entrapment. Een voorbeeld hiervan is de drug-connected women, die naar aanleiding van haar relatie drugscriminaliteit gaat plegen. Trauma theorie Een groot deel van de vrouwelijke gedetineerden is fysiek of psychisch mishandeld als kind of als volwassene en heeft hierdoor een trauma opgelopen. Uit een onderzoek van Chesney-Lind (2001) blijkt dat mannelijke én vrouwelijke gedetineerden vaker als kind zijn misbruikt dan de gemiddelde bevolking, maar bij meisjes begint het misbruik gemiddeld eerder en gaat het langer door. Door het meemaken van een traumatische gebeurtenis, kan een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontstaan. PTSS is een angststoornis met de volgende verschijnselen: chronische stress, extra grote waakzaamheid, en allerlei lichamelijke klachten. Daarnaast beleven mensen die leiden aan PTSS de traumatische gebeurtenis voortdurend opnieuw, ze gaan dingen uit de weg die bij het trauma horen, of ze laten afgestompte reacties zien en ze zijn prikkelbaarder geworden na de traumatische gebeurtenis. PTSS ontwikkelt zich na een traumatische gebeurtenis vaker bij vrouwen dan bij mannen, 20 procent bij vrouwen en 8 procent bij mannen. Daarnaast zijn er nog individuele kenmerken waardoor bepaalde mensen eerden PTSS ontwikkelen. PTSS komt eerder voor bij mensen die een lagere opleiding of een lager inkomen hebben en uit een armoedig gezin komen, mensen die kwetsbaar, angstig en emotioneel in het leven staan, mensen die al een angststoornis of een andere 14

15 psychische stoornis hebben, vooral een sociale fobie of een specifieke fobie en mensen met gedragsproblemen op jeugdige leeftijd (Trimbos, 2007). Uit onderzoek van Cann (2006) blijkt echter dat seksueel misbruik op zich geen criminogene factor is, maar slachtoffers hebben wel meer risico op drugsmisbruik en psychische problemen, die vervolgens weer kunnen bijdragen aan crimineel gedrag. Door de traumatische gebeurtenis kan de vrouw verslaafd raken en op straat belanden, zoals het geval is bij de street women. Op de straat gaan ze vervolgens illegale manieren gebruiken om aan hun geld te komen. Bij een slecht verwerkte trauma gaan vrouwen dikwijls alcohol of drugs gebruiken om de pijn te verzachten, omdat ze geen andere manieren weet om ermee om te gaan (Morash, 2006). De trauma kan ook resulteren in gewelddadig gedrag veroorzaakt door een alcohol of drugsverslaving, zoals te zien is bij de harmed-and-harming women. Vooral de combinatie en het daardoor versterken van de trauma, de verslaving en de psychische problemen vormen een groot risico bij het ontstaan van crimineel gedrag bij vrouwen. Verslavingstheorie Uit het voorgaande blijkt dat een verslaving bij vrouwen vaak een gevolg is van een niet gezonde relatie (drug-connected women) of van een trauma (street women en harmed-and-harming women). Verslavingsproblematiek speelt een grote rol bij gedetineerden, uit onderzoek gepleegd in Ierland blijkt dat 72 procent van de mannen en 83 procent van de vrouwen in gevangenissen rapporteert ooit in hun leven drugs te hebben gebruikt (Hannon e.a., 2000). Bloom e.a. (2003) beschrijven de belangrijkste punten betreffende vrouwen en een verslaving; vrouwen beginnen dikwijls later met het gebruiken van drugs en de aanleiding ertoe is vaak complexer dan bij mannen. Bij vrouwen begint het drugsgebruik vaak met een specifieke reden zoals een depressie of familieproblemen en de oorzaak ligt bij de aanwezigheid van psychische problemen. Bij vrouwen kan een verslaving veelal worden gezien als een ziekte of als een chronische verwaarlozing van zichzelf. Verslaafde mannen daarentegen zijn meer gericht op zichzelf en hebben meer last van grootheidswaanzin (Covington, 2002b:4). Andere opmerkelijke punten van verslaving bij vrouwen zijn; vrouwen ervaren sneller de negatieve effecten van een verslaving op het lichaam dan mannen, vrouwen die verslaafd zijn hebben meestal ook een partner die verslaafd is, verslaafde vrouwen zijn vaker misbruikt dan mannen en de verslaving vergroot bij vrouwen vervolgens weer de kans op misbruik in haar volwassen leven (Bloom e.a., 2003). Het psychosociale verschil tussen verslaving bij mannen en bij vrouwen is de stigmatisering. Verslaafde vrouwen worden volgens Covington (2002) meer dan verslaafde mannen door de samenleving afgekeurd. Alcohol en drugsgebruik wordt meestal gezien als macho mannelijk gedrag en dit komt niet overeen met de maatschappelijke visie op vrouwelijkheid en de rol van vrouw en moeder. Dit stigma resulteert bij vrouwen vaak in gevoelens van schaamte, schuld, wanhoop en angst. 15

16 Een drugsverslaving kan tot crimineel gedrag leiden, wanneer de vrouw geen financiële middelen heeft om haar verslaving te financieren en ze deze op illegale manier gaat verdienen of ze belandt op de straat zoals de street women. Economische marginalisatie Vrouwen die weinig financiële middelen hebben of een weinig rooskleurige toekomst door de afwezigheid van scholing, een baan of een stabiele thuissituatie kunnen criminaliteit als oplossing zien. De primaire oorzaak van het criminele gedrag ligt dan bij het overleven, maar het criminele gedrag kan ook gezien worden als een makkelijke oplossing van hun problemen. De vrouwen die criminaliteit plegen met een economisch motief vallen in de categorie the other women. Hun economische status wordt bepaald door onder andere opleiding en werk. Uit onderzoek van Bloom e.a. (2003) blijkt dat er nog steeds een gender verschil is in werkniveau en hoogte van het loon tussen mannen en vrouwen. Zij concluderen dat in de Verenigde Staten vrouwen 74 procent verdienen van wat mannen verdienen en dit geldt ook voor het vervullen van dezelfde functie door mannen en vrouwen. Daarnaast verdienen vrouwen vaker minder dan mannen omdat ze vaker thuisblijven bij de kinderen, vrouwen over het algemeen een lager opleidingsniveau hebben dan mannen en vervolgens in lager betaalde banen terecht komen. Het krijgen van kinderen speelt ook een grote rol bij de loopbaan van vrouwen, sommige meisjes stoppen eerder met school als ze zwanger raken, anderen stoppen met werken als ze kinderen krijgen en raken in de bijstand. Werkloosheid is op zijn beurt weer een voorspeller van criminaliteit. Vooral de combinatie van het ontbreken van financiële middelen en het moeten onderhouden van kinderen, kan bij vrouwen leiden tot het plegen van vermogens- of opiumdelicten om zo aan geld te komen (Morash, 2006). 2.4 In hoeverre verschillen gedetineerde vrouwen van gedetineerde mannen? Vrouwen verschillen van mannen door feitelijke eigenschappen van de geslachten en hun sociale positie (Kelk, 2003). In detentie zal dit niet veel anders zijn, maar wat zijn nu juist de grote verschillen waarin vrouwelijke gedetineerden zich onderscheiden van mannelijke gedetineerden? Om deze vraag te kunnen beantwoorden wordt er gekeken naar het eventuele verschil in aanleiding tot crimineel gedrag, verschillen in gedrag in detentie en verschillen in positie in de samenleving en het gezin. Bij het verschil in de aanleiding tot crimineel gedrag bij de verschillende geslachten blijkt uit onderzoek van Bonta e.a. (1995) dat de enige criminogene factor die uniek is voor vrouwen, mishandeling is. Een uitkomst van hun onderzoek is dat slachtofferschap van mishandeling in het volwassen leven van vrouwen namelijk een voorspeller is van recidive van vrouwelijke daders. Vrouwen zijn vaker slachtoffer van huiselijk geweld dan mannen. Uit gegevens van politiestatistieken over huiselijk geweld blijkt dat 86 procent van de slachtoffers, vrouwelijke 16

17 slachtoffers zijn van mannelijke aanvallers, 8 procent mannelijke slachtoffers zijn van vrouwelijke aanvallers, 2 procent zijn vrouwelijke slachtoffers van vrouwelijke aanvallers en 4 procent zijn mannelijke slachtoffers van mannelijke aanvallers (Heidensohn, 2002). Vrouwen hebben hun hele leven meer risico om het slachtoffer te worden van huiselijk geweld dan mannen. Vooral bij volwassenen zijn vrouwen vaker slachtoffer van misbruik dan mannen (Bloom e.a., 2003). In de gevangenis worden de mannen door de ITB-er (bijlage 4) als tammer dan de vrouwen ervaren. Ze licht toe: Vrouwen laten niet zo met zich sollen, bij hun hoef je vandaag niet dit te zeggen en morgen dat, daar zullen ze wat over zeggen. Ze zullen het ook niet snel vergeten. Vrouwen kunnen minder goed met gevangenisregels omgaan, gaan er eerder tegenin dan mannen en ze willen overal een verklaring voor. Mannen accepteren hun situatie over het algemeen meer, ze hebben een delict gepleegd en daarvoor moeten ze nu zitten. Vrouwen vinden het meestal niet eerlijk dat ze in de gevangenis zitten, ze hebben veelal excuses voor het gepleegde criminele gedrag. Tevens blijkt uit het onderzoek Gedetineerden in Nederland (DJI, 2003) dat vrouwen de opgelegde straffen vaak te streng vinden. Daarnaast hoort een moeder niet in de gevangenis thuis, maar moet ze in staat zijn om voor de kinderen te zorgen (Devlin, 1998). Volgens Covington (2002a:8) gaan vooral moeders die in detentie verblijven veelal als overlevingsstrategie negatief, manipulatief en regelovertredend gedrag vertonen, als reactie op het verdriet, het missen, de schaamte en het schuldgevoel dat deze vrouwen ervaren betreffende hun rol als moeder. Carlen en Worrall (2004) beschrijven dat vrouwen bijna twee keer zoveel disciplinaire overtredingen in detentie plegen dan mannen. Dit kan betekenen dat vrouwen moeilijker te handhaven zijn, dat discipline in vrouweninrichtingen minder belangrijk is of dat het leed van de detentie minder draaglijk voor vrouwen dan voor mannen is. Mannen zijn over het algemeen beter in staat zich door de inrichtingsarbeid te identificeren met een beroepsfunctie en zijn veelal gewend aan het verblijven in mannengemeenschappen (werksituatie, sportvereniging etc.). Vrouwen daarentegen verliezen door de detentie juist hun primaire sociale positie, die zij veelal in de gezinssituatie vervullen (Kelk, 2003). Het leed van de detentie wordt door vrouwen ook anders ervaren dan door mannen. Volgens Wolleswinkel (1997) blijkt uit onderzoek dat vrouwen in detentie een grotere identiteitscrisis hebben dan mannen, doordat zij gesocialiseerd zijn in een identiteit die afgeleid is van de ander, in de rol van partner, moeder of dochter. Vooral de rol van moeder komt bij vrouwen in het gedrang tijdens hun detentie. Bij vrouwen is de zorg voor de kinderen die ze achterlaten veelal groter dan die bij mannen. Indien mannen kinderen hebben dan kunnen de kinderen meestal terecht bij hun moeder, mannen hebben meer een achterban waar ze tijdens detentie op kunnen terugvallen. Voor vrouwen is de zorg dat hun kind goed achterblijft groter, omdat er vaak onzekerheid bestaat over de opvang van de kinderen, dit kan ook voor veel stress zorgen. Daarnaast hebben ze in hun ogen gefaald in hun moederrol en gedetineerde vrouwen worden door de samenleving ook vaak als slechte moeder getypeerd (Bennink, 1993). Vrouwen komen vaker bij medische dienst met vage klachten dan mannen (Kelk, 2003). Het medicijngebruik, met name van slaap- en kalmerende middelen, is ook hoger bij vrouwen. Vrouwen 17

18 hebben specifieke gezondheidsproblemen, voortkomend uit zwangerschap, bevalling en abortus, prostitutie: seksueel overdraagbare ziekten. Daarnaast hebben gedetineerde vrouwen ook vaak specifieke klachten die voortkomen uit hun verleden, zoals psychische problemen (Wolleswinkel, 2001). Uit Ierse gegevens blijkt dat 48 procent van de mannelijke en 75 procent van de vrouwelijke gedetineerden een psychische stoornis heeft (Hannon e.a., 2000). De genoemde stress uit zich bij vrouwen vaak naar binnen en bij mannen naar buiten. Mannen zijn meer geneigd om agressief gedrag te vertonen (externaliserend gedrag), terwijl vrouwen meer depressief worden, zichzelf verwonden en meer suïcidaal zijn (internaliserend gedrag) (Covington, 2002a). Daarnaast worden volgens (Covington, 2002a) vrouwen en mannen in dezelfde mate last van psychische stoornissen, maar ze ervaren verschillende soorten stoornissen. Vrouwen hebben meer last van depressies, angststoornissen, zoals PTSS, en eetstoornissen, mannen hebben eerder last van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Penitentiaire inrichtingen voor vrouwen zijn veelal anders opgezet dan voor mannen. Bijvoorbeeld de constructie en inrichting van de P.I. Amerswiel 1, is niet gericht op continu controleren en bewaken, maar meer op het behoud van zelfstandigheid door de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid te stimuleren. Hierbij werd als uitgangspunt genomen dat vrouwen socialer zijn, beter in groepen functioneren en minder beveiliging behoeven dan mannen (Wolleswinkel, 2001). De ITBer (bijlage 4) beaamt dit: Vrouwen zijn meer verantwoordelijk voor hun eigen detentie, de deuren zijn hier (in Ter Peel) binnen allemaal open. Vrouwen blijken een mate van vrijheid aan te kunnen. 1 Voorheen een vrouweninrichting, nu bestemt voor mannelijke gedetineerden 18

19 3. Re-integratie van ex-gedetineerde vrouwen Hoe verloopt de re-integratie van gedetineerden vanuit leven in detentie naar inname van een volledige plaats in de samenleving en dient voor vrouwen sprake te zijn van een gerichte aanpak? 3.1 Re-integratie van ex-gedetineerden Mensen die een delict hebben gepleegd worden gestraft en deze straffen worden uitgevoerd met een bepaald doel. Door afschrikking, vergelding of resocialisatie moet criminaliteit tegen worden gegaan. Een door de rechter opgelegde straf dient in zwaarte in overeenstemming te zijn met de zwaarte van het gepleegde misdrijf en tegelijkertijd dient de opgelegde straf van dien aard te zijn dat het anderen afschrikt en hen doet afzien van het plegen van een crimineel feit. Daarnaast is een goede re-integratie van de gedetineerde in de samenleving een doel dat is gerelateerd aan het opleggen van een straf. De relevantie van een geslaagde re-integratie van ex-gedetineerden is groot, zowel voor de exgedetineerde als voor de maatschappij. De ex-gedetineerde kan na een succesvolle re-integratie beter deelnemen aan de maatschappij en zal daardoor minder of geen criminaliteit plegen, waar vervolgens de rest van de maatschappij bij gebaat is (Tweede Kamerfractie ChristenUnie, 2005). Re-integratie verwijst naar de pogingen om gedetineerden voor te bereiden op een leven na detentie (Carlen en Worrall, 2004:99). Maar de term re-integratie wordt ook vaak gebruikt voor de pogingen die worden ondernomen om de kans te verkleinen dat de gedetineerde na vrijlating weer criminaliteit gaat plegen. Hierbij staan de re-integratie activiteiten in kader van het verkleinen van de recidive. Een ex-gedetineerde beschrijft in een interview met Eaton (1993:55) waarom een goede reintegratie noodzakelijk is om na detentie niet terug te vallen in het oude criminele gedrag: It s like expecting an alien to come down from a totally different planet, because that s what prison is like. There you re in an environment that s not real, you re separated from the rest of society. So you come out and you just don t know what to do. And that s when you go back to knowing what is safe, which is usually crime. In het proces van re-integratie kunnen allerlei zaken optreden die belemmerend werken. De ex-gedetineerde kan verslaafd zijn aan drugs of alcohol, psychiatrische problemen hebben, niet over huisvesting of financiële middelen beschikken of kan in een verkeerd sociaal netwerk verkeren. Dit zijn bij uitstek zaken die de kans op recidive onder ex-gedetineerden vergroten (Tweede Kamerfractie ChristenUnie, 2005). Om goed te kunnen re-integreren, moet er aan een aantal basisvoorwaarden voldaan zijn. In de eerste plaats blijft de re-integratie de verantwoordelijkheid van de gedetineerde. Maar deze redt het vaak niet zonder medewerking van de penitentiaire instelling en de gemeente van herkomst. De mate van medewerking vanuit de penitentiaire inrichtingen en de gemeentes wordt beïnvloed door de 19

20 politieke context. De publieke en politieke bezorgdheid over de veiligheid in de samenleving is de afgelopen jaren aan het toenemen. Daarbij moest de recidivekans onder ex-gedetineerden worden verkleind door een effectieve re-integratie. Het gevangeniswezen en de Reclassering ontwikkelden zodoende het programma Terugdringen Recidive (TR), waarbij aan de hand van een bepaalde diagnostiek, door middel van Risico Inschattings Schalen (RISc), een risicoprofiel en een reintegratieplan wordt opgesteld voor de gedetineerde. In het re-integratieplan zijn goedgekeurde gedragsbeïnvloedende interventies opgenomen en de benodigde nazorgactiviteiten (Ministerie van Justitie, 2005). Daarnaast zijn er vanaf het begin van 2006 Medewerkers Maatschappelijke Dienstverlening (MMD-ers) aangesteld die de gedetineerden bij de re-integratie begeleiden in de inrichting. Ze zijn aanvankelijk als alternatief voor het vertrek van de reclassering uit de penitentiaire inrichtingen ingezet. De MMD-ers moeten zorgen voor een goede overdracht vanuit het justitiële circuit naar gemeenten en zorginstellingen (Duijvenbooden, 2005). Re-integratie is namelijk een proces op de lange termijn dat een tijd voor vrijlating uit de inrichting aanvangt en zich nog lang daarna vervolgt. Samenwerking tussen ketenpartners, zoals de gemeente en nazorginstellingen, is hierbij noodzakelijk (Duijvenbooden, 2005). Het werk van de MMD-ers is specifiek gericht op crisisinterventie, screening en overdracht met het accent op de materiële randvoorwaarden. Binnen tien werkdagen na het begin van de detentie brengen zij in kaart of de gedetineerde beschikt over een identiteitsbewijs, woonruimte, een inkomen en de nodige zorg. Zij bekijken dan wat er verbeterd kan worden op deze terreinen tijdens de detentie en zij verzorgen bij ontslag de overdracht aan de gemeente. Zodoende wordt er getracht de overgang van detentie na invrijheidstelling te verbeteren. 3.2 Genderspecifieke re-integratie De Intermediate Sanctions for Female Offenders Policy Group geeft een definitie van genderspecifieke programma s: Gender specific services are those that take into account real differences between men and women in their learning and relationship styles and life circumstances. They are not those that admit only women and use the same approaches as are applied to male offenders (in: Bloom e.a. 2003:22). Bij gender-specifieke re-integratie worden dezelfde mogelijkheden voor mannen en vrouwen gecreëerd door een verschillende aanpak. Hier voegt Belknap e.a. (1997:23) aan toe dat uit hun onderzoek blijkt dat programma s voor mannen meer succesvol zijn als ze gericht zijn op regels en een gestructureerde omgeving, bij vrouwen is het belangrijker te richten op hun relaties met andere mensen en de manier waarop ze controle op hun leven houden tijdens deze relaties. Volgens de relatietheorie is het vooral belangrijk dat gedetineerde vrouwen bij het reintegratie proces, niet terug hoeven vallen op relaties die verbonden zijn met hun verleden van verwaarlozing, eenzaamheid en misbruik (Covington, 1998). Toepassing van de relatietheorie op de re-integratie van gedetineerde vrouwen impliceert dat gestimuleerd moet worden dat vrouwen 20

Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet?

Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet? Stijging criminaliteit meisjes Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet? Anne-Marie Slotboom Vrije Universiteit Amsterdam 1 BRISBANE 2010 - Steeds meer jonge meisjes tussen tien en veertien

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING Zedendelicten vormen een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel het slachtoffer als voor de dader. Hoewel de meeste zedendelicten worden gepleegd door

Nadere informatie

Summary in Dutch/ Samenvatting in het Nederlands

Summary in Dutch/ Samenvatting in het Nederlands Summary in Dutch/ Samenvatting in het Nederlands Het sociale netwerk van gedetineerden: De samenstelling van, overlap tussen en veranderingen in het core discussie netwerk en het criminele netwerk. Introductie

Nadere informatie

Jongeren met een instellingsverleden op weg naar volwassenheid

Jongeren met een instellingsverleden op weg naar volwassenheid Samenvatting (Dutch summary) Jongeren met een instellingsverleden op weg naar volwassenheid Een longitudinaal onderzoek naar werk en criminaliteit Jaarlijks worden in Nederland meer dan 4.000 jongeren

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 134 Nederlandse samenvatting De inleiding van dit proefschrift beschrijft de noodzaak onderzoek te verrichten naar interpersoonlijk trauma en de gevolgen daarvan bij jongeren in

Nadere informatie

De subjectieve zwaarte van detentie: een empirisch onderzoek. Ellen Raaijmakers Jan de Keijser Paul Nieuwbeerta Anja Dirkzwager Joni Reef

De subjectieve zwaarte van detentie: een empirisch onderzoek. Ellen Raaijmakers Jan de Keijser Paul Nieuwbeerta Anja Dirkzwager Joni Reef De subjectieve zwaarte van : een empirisch onderzoek Ellen Raaijmakers Jan de Keijser Paul Nieuwbeerta Anja Dirkzwager Joni Reef Veenhuizen 20 Juni 2014 Achtergrond Detentie dient vier doelen: Afschrikking

Nadere informatie

5 Samenvatting en conclusies

5 Samenvatting en conclusies 5 Samenvatting en conclusies In 2008 werden in Nederland bijna 5,2 miljoen mensen het slachtoffer van criminaliteit (cbs 2008). De meeste van deze slachtoffers kregen te maken met diefstal of vernieling,

Nadere informatie

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling Families onder druk Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen Drs. Ibrahim Yerden Probleemstelling Hoe gaan Marokkaanse en Turkse gezinsleden, zowel slachtoffers als plegers om met huiselijk

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Ministerie van Justitie j1 Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Sanctie- en Preventiebeleid Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Resocialisatie in Nederlandse Penitentiaire Inrichtingen

Resocialisatie in Nederlandse Penitentiaire Inrichtingen Resocialisatie in Nederlandse Penitentiaire Inrichtingen Anouk Bosma Universiteit Leiden Symposium gevangenismuseum 20 juni 2014 PRISONPROJECT.NL N S C R UL UU Wat ik vandaag wil vertellen Rehabilitatie

Nadere informatie

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Samenvatting Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Voor de tweede keer heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) de situatie van (ex-)gedetineerden op de gebieden identiteitsbewijs,

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Datum 2 maart 2010 Onderwerp Kamervragen van het lid Van Velzen (SP) over de uitvoering van penitentiaire programma's

Datum 2 maart 2010 Onderwerp Kamervragen van het lid Van Velzen (SP) over de uitvoering van penitentiaire programma's > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Sanctie-

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch Summary)

Samenvatting (Dutch Summary) Samenvatting (Dutch Summary) CRIMINALITY AND FAMILY FORMATION Disentangling the relationship between family life events and criminal offending for high-risk men and women Het terugdringen van criminaliteit

Nadere informatie

Detentie & Re-integratieproces in de PI. - terugkeer vd gedetineerde burger en - een veiliger samenleving

Detentie & Re-integratieproces in de PI. - terugkeer vd gedetineerde burger en - een veiliger samenleving Detentie & Re-integratieproces in de PI t.b.v. - terugkeer vd gedetineerde burger en - een veiliger samenleving CCV-regiodagen Nazorg, 2011: workshop Detentie & Re-integratieproces in de PI VISIE GEVANGENISWEZEN

Nadere informatie

ToReachIt. Acceptance is the beginning of change!!!

ToReachIt. Acceptance is the beginning of change!!! ToReachIt Acceptance is the beginning of change!!! Acceptance is the beginning of change! Inhoudsopgave Voorwoord 1. Inleiding 1.1. Wat ontbreekt er in Nederland aan begeleiding voor onze doelgroep volgens

Nadere informatie

Samenwerking tussen PI en gemeente bij de reïntegratie van de gedetineerde burger. Workshop oktober 2010

Samenwerking tussen PI en gemeente bij de reïntegratie van de gedetineerde burger. Workshop oktober 2010 Samenwerking tussen PI en gemeente bij de reïntegratie van de gedetineerde burger Workshop oktober 2010 2 Hoger doel Wij staan voor een veilige en menswaardige detentie en werken, samen met onze partners

Nadere informatie

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte.

Geven en ontvangen van steun in de context van een chronische ziekte. Een chronische en progressieve aandoening zoals multiple sclerose (MS) heeft vaak grote consequenties voor het leven van patiënten en hun intieme partners. Naast het omgaan met de fysieke beperkingen van

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Procedurele rechtvaardigheid in detentie: Een studie naar determinanten en gevolgen van een procedureel rechtvaardige bejegening van gedetineerden. Inleiding Momenteel zitten

Nadere informatie

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Er is een nieuwe groep van jonge, zeer actieve veelplegers die steeds vaker met de politie in aanraking komt / foto: Pallieter de Boer. Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Jongere veelplegers roeren zich

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling

Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling Richtlijn JGZ-richtlijn Kindermishandeling 2. Gevolgen van kindermishandeling voor kind en omgeving De emotionele, lichamelijke en intellectuele ontwikkeling van een kind berust op genetische mogelijkheden

Nadere informatie

Opvoeden na partner geweld Trees Pels Katinka Lunneman Jodi Mak Susanne Tan Meta Flikweert Marjolijn Distelbrin Majone Steketee

Opvoeden na partner geweld Trees Pels Katinka Lunneman Jodi Mak Susanne Tan Meta Flikweert Marjolijn Distelbrin Majone Steketee Opvoeden na partner geweld Trees Pels Katinka Lunneman Jodi Mak Susanne Tan Meta Flikweert Marjolijn Distelbrin Majone Steketee Financiers: Gemeente Rotterdam Gemeente Amsterdam Gemeente Utrecht Gemeente

Nadere informatie

Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties

Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties Arosa biedt veiligheid en bescherming bij geweld in relaties. Vrouwen, mannen en hun kinderen kunnen bij Arosa terecht voor opvang en begeleiding. Arosa

Nadere informatie

Delinquent gedrag bij jongeren met een licht verstandelijke beperking

Delinquent gedrag bij jongeren met een licht verstandelijke beperking DC 72 Delinquent gedrag bij jongeren met een licht verstandelijke beperking Dit thema is een bewerking van het krantenartikel uit NRC Handelsblad Vroeger een debiel, nu een delinquent. In dit artikel zegt

Nadere informatie

Presentatie Huiselijk Geweld

Presentatie Huiselijk Geweld Definitie: Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke- of familiekring van het slachtoffer wordt gepleegd. Hieronder vallen lichamelijke en seksuele geweldpleging, belaging en bedreiging

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Dierenmishandeling in gezinnen

Dierenmishandeling in gezinnen Dierenmishandeling in gezinnen Prof.dr. Marie-Jose Enders-Slegers, Leerstoel Antrozoologie, Faculteit Psychologie Stichting Cirkel van Geweld, Werkgroep Dierenpleegzorg marie-jose.enders@ou.nl Link - letter

Nadere informatie

Crimineel gedrag en schoolverzuim onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG

Crimineel gedrag en schoolverzuim onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG Lectoraat LVB en jeugdcriminaliteit Factsheet 7 - december 2015 Expertisecentrum Jeugd Hogeschool Leiden Crimineel gedrag en school onder jongeren met jeugdreclasseringsmaatregel bij de WSG Door: Paula

Nadere informatie

Het aanpassingsproces na confrontatie met een hart- of vaataandoening

Het aanpassingsproces na confrontatie met een hart- of vaataandoening Auteur: Jos van Erp j.v.erp@hartstichting.nl Het aanpassingsproces na confrontatie met een hart- of vaataandoening Maakbaarheid en kwetsbaarheid Dood gaan we allemaal. Deze realiteit komt soms sterk naar

Nadere informatie

Toezichtaspect Criterium Norm of verwachting Informatiebron Reïntegratie Het aanbod draagt bij aan de reïntegratie/ het voorkomen van recidive

Toezichtaspect Criterium Norm of verwachting Informatiebron Reïntegratie Het aanbod draagt bij aan de reïntegratie/ het voorkomen van recidive Toetsingskader Exodus, 15 januari 2008 De normering is gebaseerd op de kwaliteitscriteria resocialisatietrajecten ex-gedetineerden zoals geformuleerd door de Directie Sanctie- en Preventiebeleid van het

Nadere informatie

Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag Naam jeugdige: Geboortedatum: Sekse jeugdige: Man Vrouw Datum van invullen: Ingevuld door: Over dit instrument Dit instrument is een hulpmiddel

Nadere informatie

Kinderen, ouderen en het huisverbod

Kinderen, ouderen en het huisverbod Een korte introductie Bureau voor beleidsonderzoek, advies en detachering Kinderen, ouderen en het huisverbod Alle relevante beleidsthema s, van arbeid, onderwijs en zorg tot criminaliteit & veiligheid

Nadere informatie

Wijnand Mulder Leo Rijff 17-09-2012

Wijnand Mulder Leo Rijff 17-09-2012 Wijnand Mulder Leo Rijff 17-09-2012 Gedetineerd in de psychiatrie? Mensen die niet kunnen meedoen, of van wie we willen dat ze niet meedoen, moeten uit de maatschappij verwijderd worden? Doelgroep 7

Nadere informatie

Inhoud: Wat is trauma Cultuur aspecten Psychologische Fysieke aspecten Geestelijke aspecten Grenzen aangeven

Inhoud: Wat is trauma Cultuur aspecten Psychologische Fysieke aspecten Geestelijke aspecten Grenzen aangeven Inhoud: Wat is trauma Cultuur aspecten Psychologische Fysieke aspecten Geestelijke aspecten Grenzen aangeven Wat is een trauma? Trauma kan cultuurafhankelijk zijn Cultuur bepaalt reactie Cultuur aspecten:

Nadere informatie

Instrument voor risicoscreening in de vrouwenopvang

Instrument voor risicoscreening in de vrouwenopvang Instrument voor risicoscreening in de vrouwenopvang Datum afname Naam intaker Naam cliënt Uitslag risicoscreening A. Achtergrondinformatie 1. Wie weet er (vermoedelijk) dat u bij de vrouwenopvang aanklopt?

Nadere informatie

Werken in Balans. Werk op maat voor ex-gedetineerde vrouwen

Werken in Balans. Werk op maat voor ex-gedetineerde vrouwen Werken in Balans Werk op maat voor ex-gedetineerde vrouwen Mei 2007 1. Inleiding Deze brochure beschrijft Werken in Balans, een door Zorgconcept ontwikkeld en uitgevoerd begeleidingsaanbod voor (ex-)gedetineerde

Nadere informatie

Dienst Justitiele Inrichtingen

Dienst Justitiele Inrichtingen Justitie IVlinistene van Justine Dienst Justitiele Inrichtingen Hoofdkantoor - Seetordirectie Gevangeniswezen Postadres: Postbus 30132,2500CC Den Haag Aan de algemeen directeuren van de penitentiaire inrichtingen

Nadere informatie

Gatekeeper training. 08-10- 2014 workshop Trainer: Gerrie Hendriks

Gatekeeper training. 08-10- 2014 workshop Trainer: Gerrie Hendriks Gatekeeper training 08-10- 2014 workshop Trainer: Gerrie Hendriks Gatekeepers Jullie gaan deuren openen naar hulp voor mensen die gevaar lopen zichzelf wat aan te doen waarom 1600 suïcides per jaar waarvan

Nadere informatie

Jongeren in de residentiele zorg; Shenna Werson & Francien Lamers-Winkelman

Jongeren in de residentiele zorg; Shenna Werson & Francien Lamers-Winkelman Jongeren in de residentiele zorg; het doorbreken van de spiraal van problemen en traumatische gebeurtenissen Shenna Werson & Francien Lamers-Winkelman FIER EN VERDER. MEIDEN OVER HUN LEVEN NA DE HULPVERLENING.

Nadere informatie

Productcatalogus 2015

Productcatalogus 2015 Productcatalogus 2015 Stichting ToReachIt Simple as A.B.C. Acceptance is the Beginning of Change Inhoudsopgave Inleiding Pag. 1.1 Waarom deze productcatalogus 3. 1.2 Stichting ToReachIt samengevat 3. Producten

Nadere informatie

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor!

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor! Directe Hulp bij Huiselijk Geweld U staat er niet alleen voor! U krijgt hulp Wat nu? U bent in contact geweest met de politie of u heeft zelf om hulp gevraagd. Daarom krijgt u nu Directe Hulp bij Huiselijk

Nadere informatie

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s)

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s) A. Ouderfactoren: gegeven het feit dat de interventies van de gezinscoach en de nazorgwerker gericht zijn op gedragsverandering van de gezinsleden, is het zinvol om de factoren te herkennen die (mede)

Nadere informatie

Is een klas een veilige omgeving?

Is een klas een veilige omgeving? Is een klas een veilige omgeving? De klas als een vreemde sociale structuur Binnen de discussie dat een school een sociaal veilige omgeving en klimaat voor leerlingen moet bieden, zouden we eerst de vraag

Nadere informatie

ANALYSIS van interviews met dak- en thuisloze jongeren NEDERLAND. Samenvatting van belangrijkste uitkomsten

ANALYSIS van interviews met dak- en thuisloze jongeren NEDERLAND. Samenvatting van belangrijkste uitkomsten ANALYSIS van interviews met dak- en thuisloze jongeren NEDERLAND 1. 17 interviews 2. Leeftijd van 16 tot 25 3. 59% was jongen en 41% meisje Samenvatting van belangrijkste uitkomsten 4. 41% noemen als etniciteit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

GGzE centrum psychotrauma

GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma Mensen helpen met complexe traumaproblematiek en het (her)vinden van hun weg in de samenleving. Algemene informatie >> COMPLEXE TRAUMA S KUNNEN GROTE

Nadere informatie

SAMENVATTING. Inleiding. Gendersensitiviteit

SAMENVATTING. Inleiding. Gendersensitiviteit SAMENVATTING Inleiding Gendergerelateerde factoren vormen een belangrijke oorzaak voor het ontstaan en voortduren van huiselijk geweld. Een effectieve aanpak van huiselijk geweld vereist daarom dat deze

Nadere informatie

Programma. Toename aantal oudere migranten. Casus. Oudere migranten 05-10- 12. Oudere migranten en vluchtelingen met trauma en demen6e.

Programma. Toename aantal oudere migranten. Casus. Oudere migranten 05-10- 12. Oudere migranten en vluchtelingen met trauma en demen6e. Oudere migranten en vluchtelingen met trauma en demen6e Casus Programma cultuursensi6eve demen6ezorg Beeld van de doelgroepen en ingrijpende en trauma6sche ervaringen Renate van den Bronk, Cogis Nies van

Nadere informatie

Tekst: Judice Ledeboer

Tekst: Judice Ledeboer Op 13 september promoveerde Nikil van Wijk aan de Vrije Universiteit Amsterdam op het proefschrift Domestic violence by and against men and women in Curaçao: A Caribbean study. Zij studeerde Statistiek

Nadere informatie

Gevangen in Schuld. over de uitzichtloze schuldsituaties van cliënten van de verslavingsreclassering. door Marc Anderson

Gevangen in Schuld. over de uitzichtloze schuldsituaties van cliënten van de verslavingsreclassering. door Marc Anderson Gevangen in Schuld over de uitzichtloze schuldsituaties van cliënten van de verslavingsreclassering door Marc Anderson Hoe vorm te geven aan een sluitende aanpak van problematische schulden bij cliënten

Nadere informatie

Verschuivende machtsrelaties in allochtone gezinnen Trees Pels

Verschuivende machtsrelaties in allochtone gezinnen Trees Pels Huiselijk geweld: achtergronden Verschuivende machtsrelaties in allochtone gezinnen Trees Pels 29 mei 2008 Congres Huiselijk Geweld: Families onder Druk Amsterdam, De Meervaart Meeste plegers zijn mannen,

Nadere informatie

Profiel van daklozen in de vier grote. steden. Omz, UMC St Radboud Nijmegen. IVO, Rotterdam. Jorien van der Laan Sandra Boersma Judith Wolf

Profiel van daklozen in de vier grote. steden. Omz, UMC St Radboud Nijmegen. IVO, Rotterdam. Jorien van der Laan Sandra Boersma Judith Wolf Profiel van daklozen in de vier grote Omz, UMC St Radboud Nijmegen steden Resultaten uit de eerste meting van de Cohortstudie naar daklozen in de vier grote steden (Coda-G4) IVO, Rotterdam Jorien van der

Nadere informatie

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen FACTSHEET Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen In deze factsheet worden trends en ontwikkelingen ten aanzien van de jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in de provincie Groningen behandeld.

Nadere informatie

Instrument voor risicoscreening in de vrouwenopvang

Instrument voor risicoscreening in de vrouwenopvang Instrument voor risicoscreening in de vrouwenopvang Datum afname Naam intaker Naam cliënt Uitslag risicoscreening Groen A. Achtergrondinformatie 1. Wie weet er (vermoedelijk) dat u bij de vrouwenopvang

Nadere informatie

China. Het Eénkindbeleid

China. Het Eénkindbeleid Het Eénkindbeleid Paragraaf 1 Eénkindbeleid In deze les gaan we een inleiding geven over het onderwerp éénkindbeleid in China. Hierbij behandelen we de algemene zaken. Wat is de geschiedenis, waarom hebben

Nadere informatie

Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant

Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant Borderline in het gezin. Koos Krook, sr. preventiefunctionaris GGZ Midden Brabant Inleiding - Stellingen. - Ontstaan psychiatrische aandoeningen. - Wat zien naastbetrokkenen. - Invloed van borderline op

Nadere informatie

Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar)

Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar) 3a Geestelijke Gezondheid (19 64 jaar) Deze factsheet beschrijft de resultaten van de gezondheidspeiling najaar 2005 van volwassenen tot 65 jaar in Zuid-Holland Noord met betrekking tot de geestelijke

Nadere informatie

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa

Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa Opgave 1 Jeugdwerkloosheid in Europa 1 maximumscore 4 Het verrichten van flexibele arbeid kan een voorbeeld zijn van positieverwerving als de eigen keuze van de jongeren uitgaat naar flexibele arbeid in

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Cannabisgebruik en stoornissen in het gebruik van cannabis in de adolescentie en jongvolwassenheid. Cannabis is wereldwijd een veel gebruikte drug. Het gebruik van cannabis is echter niet zonder consequenties:

Nadere informatie

GGzE centrum psychotrauma

GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma Mensen helpen met complexe traumaproblematiek en het (her)vinden van hun weg in de samenleving. Algemene informatie >> Complexe trauma s kunnen grote

Nadere informatie

Opleidingscyclus Winkelveiligheid 2014 Workshop 1 Diefstal door collega s: hoe stel je het vast en hoe ga je ermee om?

Opleidingscyclus Winkelveiligheid 2014 Workshop 1 Diefstal door collega s: hoe stel je het vast en hoe ga je ermee om? Opleidingscyclus Winkelveiligheid 2014 Workshop 1 Diefstal door collega s: hoe stel je het vast en hoe ga je ermee om? Hoe omgaan met moeilijke situaties? Hoe pak ik conflicten en agressie aan? David De

Nadere informatie

Psychisch of Psychiatrie? 12-06-2012

Psychisch of Psychiatrie? 12-06-2012 Wat is een psychische stoornis? Een psychische stoornis is een patroon van denken, voelen en gedrag dat binnen de geldende cultuur ongebruikelijk is. Het patroon veroorzaakt last bij de persoon zelf en/of

Nadere informatie

Informatie voor gezinnen over Jeugdbescherming

Informatie voor gezinnen over Jeugdbescherming Informatie voor gezinnen over Jeugdbescherming Wat is Jeugdbescherming? Jeugdbescherming heette vroeger Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam. Wij dragen bij aan de bescherming van kinderen en daardoor

Nadere informatie

bespreekbaar stellen en ontrafelen van geweld 1

bespreekbaar stellen en ontrafelen van geweld 1 Datum: 31/10/2013 Auteur: Kris De Groof Versie: def Herkomst: Methodisch kader Aan de Slag Doel: Bestemming: Handelingskader 1712 bespreekbaar stellen en ontrafelen van geweld 1 1. Mogelijke introductie

Nadere informatie

GGZ aanpak huiselijk geweld

GGZ aanpak huiselijk geweld GGZ aanpak huiselijk geweld Wat is er nodig en wat helpt Jeannette van Borren Mei 2011 Film moeder en zoon van Putten Voorkomen van problemen is beter en goedkoper dan genezen Preventieve GGZ interventies

Nadere informatie

- Gezamenlijke visie - Algemeen of specifiek - Doelstelling vastgelegd - Doel SMART geformuleerd

- Gezamenlijke visie - Algemeen of specifiek - Doelstelling vastgelegd - Doel SMART geformuleerd Toetsingskader Verantwoorde zorg voor delictplegers met ernstige psychische en/of psychiatrische klachten (Netwerkniveau / Managementniveau); concept, 23 maart 2010 Aspect 1: Doelconvergentie De mate waarin

Nadere informatie

Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland

Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland Cursusoverzicht Context 2014 Zaanstreek Waterland Kinderen 5-12 jaar KOPP/KVO Doe-praatgroep (8-12 jaar). Een vader of moeder met problemen Als je vader of moeder een psychisch of verslavingsprobleem heeft

Nadere informatie

Een recept voor Vakmanschap. Bejegeningsstijl en opleiding van personeel

Een recept voor Vakmanschap. Bejegeningsstijl en opleiding van personeel Een recept voor Vakmanschap Bejegeningsstijl en opleiding van personeel 6 november 2015 Veiligheid, humaniteit en re-socialisatie 2 De cruciale schakel Het personeel is de cruciale schakel om de missie

Nadere informatie

Signaleren: kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld. huiselijkgeweldwb.nl. 0900 126 26 26 5 cent per minuut

Signaleren: kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld. huiselijkgeweldwb.nl. 0900 126 26 26 5 cent per minuut Signaleren: kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld huiselijkgeweldwb.nl 0900 126 26 26 Signaleren: kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld Kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun

Nadere informatie

Signalen bij partnergeweld

Signalen bij partnergeweld Datum: 31/10/2013 Auteur: Kris De Groof Versie: Def Herkomst: Methodisch kader Aan de Slag Doel: Bestemming: Handelingskader 1712 Signalen bij partnergeweld 1. Algemene signalen van partnergeweld 1.1.

Nadere informatie

Gezondheidszorgvisie DJI DJI

Gezondheidszorgvisie DJI DJI Gezondheidszorgvisie DJI DJI 2 / G E Z O N D H E I D S Z O R G V I S I E D J I Inleiding In het rapport Van Dinter (1995) [1] en het rapport Zorg achter tralies (augustus 1999) [2], zijn indertijd diverse

Nadere informatie

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant:

TSCYC Ouderversie. Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen. Jeroen de Groot. ID 256-18 Datum 24.12.2014. Informant: TSCYC Ouderversie Vragenlijst over traumasymptomen bij jonge kinderen ID 256-18 Datum 24.12.2014 Informant: Mieke de Groot-Aerts moeder TSCYC Inleiding 2 / 10 INLEIDING De TSCYC is een vragenlijst die

Nadere informatie

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf Artikelen Een terugblik op het ouderlijk gezin Arie de Graaf Driekwart van de kinderen die in de jaren zeventig zijn geboren, is opgegroeid bij twee ouders. Een op de zeven heeft een scheiding van de ouders

Nadere informatie

Echtscheiding en nieuw samengestelde gezinnen. Invloeden op ouderschap en kinderontwikkeling

Echtscheiding en nieuw samengestelde gezinnen. Invloeden op ouderschap en kinderontwikkeling Echtscheiding en nieuw samengestelde gezinnen Invloeden op ouderschap en kinderontwikkeling Cruciale vragen Verschillen in psychisch welbevinden ts. personen uit gescheiden en nietgescheiden gezinnen?

Nadere informatie

Dr. Greta Noordenbos, Klinische Psychologie, Universiteit Leiden

Dr. Greta Noordenbos, Klinische Psychologie, Universiteit Leiden Na een vlotgeschreven en informatief eerste hoofdstuk van Els Verheyen waarin de belangrijkste kenmerken, gevolgen en behandelingen van eetstoornissen worden behandeld, gaat Karolien Selhorst uitvoerig

Nadere informatie

Notitie voortijdig schoolverlaters. Een verkenning naar de redenen voor het voortijdig schoolverlaten

Notitie voortijdig schoolverlaters. Een verkenning naar de redenen voor het voortijdig schoolverlaten Notitie voortijdig schoolverlaters Een verkenning naar de redenen voor het voortijdig schoolverlaten Spirit4you, december 2013 1. Voortijdig schoolverlaters 1.1. Doel van dit document In het convenant

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender

SAMENVATTING SAMENVATTING. Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender SAMENVATTING Werk en Psychische Gezondheid: Studies naar de invloed van werk kenmerken, sociale rollen en gender In de jaren negentig werd duidelijk dat steeds meer werknemers in Nederland, waaronder in

Nadere informatie

Meedoen en erbij horen

Meedoen en erbij horen Meedoen en erbij horen Resultaten van een mixed method onderzoek naar sociale uitsluiting Addi van Bergen, Annelies van Loon, Carina Ballering, Erik van Ameijden en Bert van Hemert NCVGZ Rotterdam, 11

Nadere informatie

Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden

Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden Factsheet 2010-2 Nazorgproblematiek en recidive van kortgestrafte gedetineerden Auteurs: G. Weijters, P.A. More, S.M. Alma Juli 2010 Aanleiding Een aanzienlijk deel van de Nederlandse gedetineerden verblijft

Nadere informatie

Moral Misfits. The Role of Moral Judgments and Emotions in Derogating Other Groups C. Wirtz

Moral Misfits. The Role of Moral Judgments and Emotions in Derogating Other Groups C. Wirtz Moral Misfits. The Role of Moral Judgments and Emotions in Derogating Other Groups C. Wirtz Mensen die als afwijkend worden gezien zijn vaak het slachtoffer van vooroordelen, sociale uitsluiting, en discriminatie.

Nadere informatie

Interview protocol (NL)

Interview protocol (NL) Interview protocol (NL) Protocol telefoongesprek slachtoffers Goedemorgen/middag, u spreekt met (naam) van de Universiteit van Tilburg. Wij zijn op dit moment bezig met een onderzoek naar straat- en contactverboden

Nadere informatie

Alleen als uw kind zich veilig voelt, kan het worden wie het is

Alleen als uw kind zich veilig voelt, kan het worden wie het is Beste ouders en verzorgers. Voor de vakantie zijn we begonnen met een aanpak om het op en rond onze school voor kinderen nog veiliger te maken. Nu, na de vakantie, pakken we de draad met veel élan weer

Nadere informatie

Emoties, wat is het signaal?

Emoties, wat is het signaal? Emoties, wat is het signaal? Over interpretatie en actieplan dr Frits Winter Functie van Emoties Katalysator, motor achter gedrag Geen emoties, geen betrokkenheid, geen relaties Te veel emoties, te veel

Nadere informatie

Een stap verder in forensische en intensieve zorg

Een stap verder in forensische en intensieve zorg Een stap verder in forensische en intensieve zorg Palier bundelt intensieve en forensische zorg. Het is zorg die net een stapje verder gaat. Dat vraagt om een intensieve aanpak. Want onze doelgroep kampt

Nadere informatie

Nazorg voor allochtone jongeren in detentie

Nazorg voor allochtone jongeren in detentie Nazorg voor allochtone jongeren in detentie Evaluatie van het Helmond-programma Harrie Jonkman Myriam Vandenbroucke Juni 2009 Inhoudsopgave 1. Inleiding 5 1.1 Aanleiding onderzoek 5 1.2 Probleemstelling

Nadere informatie

Ambulant werken met kwetsbare mensen

Ambulant werken met kwetsbare mensen Ambulant werken met kwetsbare mensen UMC St Radboud Judith Wolf & Dorieke Wewerinke Van asiel & beschermen naar herstel & participeren Zelfstandig wonen Transmuraal wonen Nachtopvang Inloop Flexibele ondersteuning

Nadere informatie

Verslaving als vrouwenzaak Over de werking, kracht en uitdagingen van een specifieke behandelgroep voor vrouwen met afhankelijkheidsproblemen.

Verslaving als vrouwenzaak Over de werking, kracht en uitdagingen van een specifieke behandelgroep voor vrouwen met afhankelijkheidsproblemen. 22 oktober 2015 Verslaving als vrouwenzaak Over de werking, kracht en uitdagingen van een specifieke behandelgroep voor vrouwen met afhankelijkheidsproblemen. Inleiding Groep B een therapiegroep voor vrouwen

Nadere informatie

Verdrag over de rechten van het kind

Verdrag over de rechten van het kind Verdrag over de rechten van het kind Een verdrag is een afspraak tussen landen. Op 20 november 1989 is in New York het Verdrag over de Rechten van het Kind gesloten. Dit Verdrag is een afspraak tussen

Nadere informatie

De ingewikkelde relatie tussen dader en slachtoffer in de behandelrelatie tijdens behandeling in de TBS

De ingewikkelde relatie tussen dader en slachtoffer in de behandelrelatie tijdens behandeling in de TBS Forum TBS Symposium Daders & slachtoffers: hoe verder? 29 november 2013, Radboud Universiteit Nijmegen, 10.00 17.00 uur Drs. Karin ten Brinck directeur behandeling FPC Veldzicht De ingewikkelde relatie

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

Emoties, wat is het signaal?

Emoties, wat is het signaal? Emoties, wat is het signaal? Over interpretatie en actieplan dr Frits Winter Functie van Emoties Katalysator, motor achter gedrag Geen emoties, geen betrokkenheid, geen relaties Te veel emoties, te veel

Nadere informatie

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen 14 In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen einde, alleen een voortdurende kringloop van materie

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Dilemma s bij risicotaxatie Risicotaxatie is een nieuw en modieus thema in de GGZ Veilige zorg is een illusie Hoe veiliger de zorg, hoe minder vrijheid voor

Nadere informatie

Cambriana online hulpprogramma

Cambriana online hulpprogramma Dit is deel 1 van het online hulpprogramma van Cambriana. Verwerking van een scheiding 'Breaking up is hard to do' Neil Sedaka Een scheiding is een van de pijnlijkste ervaringen die je kunt meemaken in

Nadere informatie

Rouw na een niet-natuurlijke dood

Rouw na een niet-natuurlijke dood Rouw na een niet-natuurlijke dood Yarden Symposium Afscheid na een niet-natuurlijke dood Donderdag 14 november 2013 Prof. dr. Paul Boelen Universiteit Utrecht Wat is rouw? Inhoud Wat is niet-natuurlijke

Nadere informatie

Factsheet Vrouwen en financiën

Factsheet Vrouwen en financiën Vergroten van financiële zelfredzaamheid AANLEIDING Drie miljoen vrouwen in Nederland zijn niet in staat om zelfstandig in hun levensonderhoud te voorzien. Oftewel zijn niet economisch zelfstandig. Hun

Nadere informatie

6 secondant #6 december 2010. Groot effect SOV/ISD-maatregel

6 secondant #6 december 2010. Groot effect SOV/ISD-maatregel 6 secondant #6 december 21 Groot effect SOV/ISD-maatregel Selectieve opsluiting recidivisten werkt Crimi-trends Een langere opsluiting van hardnekkige recidivisten heeft een grote bijdrage geleverd aan

Nadere informatie