Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement"

Transcriptie

1 Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie en koninklijk besluit van 11 juli 2002 houdende het algemeen reglement (A.R.) betreffende het recht op maatschappelijke integratie

2 TITEL I RECHT OP MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Artikel 2 Elke persoon heeft recht op maatschappelijke integratie. Dit recht kan onder de voorwaarden bepaald in deze wet bestaan uit een tewerkstelling en/of een leefloon, die al dan niet gepaard gaan met een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie. De openbare centra voor maatschappelijk welzijn hebben tot opdracht dit recht te verzekeren. Iedereen heeft recht op maatschappelijke integratie. Hiervoor beschikt het OCMW over drie belangrijke instrumenten: de tewerkstelling, een leefloon en een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie. Op maat van de persoon worden deze instrumenten ingezet, al dan niet gecombineerd. Er moet worden gestreefd naar een maximale integratie en participatie aan het maatschappelijk leven. In zijn advies heeft de Raad van State erop gewezen dat deze drie instrumenten van maatschappelijke integratie niet op voet van gelijkheid mochten gesteld worden. Het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie is geen autonoom recht. Het is gekoppeld aan het leefloon. In sommige opzichten kan het zelfs een voorwaarde zijn voor het bekomen van het recht op het leefloon. In alle gevallen beschikt de persoon over een inkomen om van te leven. Onder tewerkstelling wordt in deze wet steeds een volwaardige job verstaan waar alle regels van het arbeidsrecht op van toepassing zijn, inclusief de loonbeschermingsregels. Wanneer een tewerkstelling niet of nog niet mogelijk is, heeft de persoon recht op een financiële tussenkomst, leefloon genaamd. De toekenning van het leefloon kan gevolgd worden door het sluiten van een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie. De keuze van het meest gepaste traject gebeurt in overleg met de betrokkene met het doel een maximale integratie en sociale participatie te bewerkstelligen. Met deze wet wordt afgestapt van het uitkeringsmodel. Deze uitkeringen zijn onmisbaar maar blijken dikwijls een onvolwaardig instrument voor sociale inschakeling te zijn. Hoe belangrijk een financiële tussenkomst ook is als laatste vangnet, in alle gevallen moet een zinvolle inschakeling in de gemeenschap worden betracht. De OCMW s hebben de opdracht om het recht op maatschappelijke integratie aan de personen te waarborgen die de voorwaarden van de wet vervullen. In dit opzicht kan men zeggen dat de maatschappelijke en beroepsintegratie van de rechthebbenden een wettelijke opdracht van de OCMW s wordt. Elk OCMW zal dit recht moeten verzekeren ofwel met eigen middelen ofwel in samenwerking met andere instellingen of inrichting voor vorming, onderwijs, begeleiding, arbeidsbemiddeling van werkzoekenden [ ]. 2

3 Artikel 3 Om het recht op maatschappelijke integratie te kunnen genieten, moet de persoon tegelijkertijd en onverminderd de bijzondere voorwaarden die bij deze wet worden gesteld : 1 zijn werkelijke verblijfplaats in België hebben in de door de Koning te bepalen zin Art. 2. A.R. - Wordt geacht zijn werkelijke verblijfplaats in België te hebben in de zin van artikel 3, 1, van de wet, degene die gewoonlijk en bestendig op het grondgebied van het Koninkrijk verblijft, zelfs als hij niet over een woonst beschikt of niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters bedoeld in artikel 1, 1, 1, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, voor zover hij op het grondgebied van het Rijk mag verblijven. 2 meerderjarig zijn of hiermee gelijkgesteld zijn overeenkomstig de bepalingen van deze wet; 3 behoren tot één van de volgende categorieën van personen : -hetzij de Belgische nationaliteit bezitten ; -hetzij het voordeel genieten van de toepassing van de verordening (E.E.G.) nr. 1612/68 van 15 oktober 1968 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap ; - hetzij als vreemdeling ingeschreven zijn in het bevolkingsregister; - hetzij staatloos zijn en onder de toepassing vallen van het Verdrag betreffende de status van staatlozen, ondertekend te New-York op 28 september 1954 en goedgekeurd bij de wet van 12 mei 1960 ; - hetzij vluchteling zijn in de zin van artikel 49 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; 4 niet over toereikende bestaansmiddelen beschikken, noch er aanspraak kunnen op maken, noch in staat zijn deze hetzij door eigen inspanningen, hetzij op een andere manier te verwerven. Het centrum berekent de bestaansmiddelen van de persoon overeenkomstig de bepalingen van titel II, hoofdstuk II; 5 werkbereid zijn, tenzij dit om gezondheids- of billijkheidsredenen niet mogelijk is; 6 zijn rechten laten gelden op uitkeringen die hij kan genieten krachtens de Belgische of buitenlandse sociale wetgeving. Dit artikel somt de voorwaarden op voor de toekenning en het behoud van het recht op maatschappelijke integratie. De eerste voorwaarde is een voorwaarde van werkelijke verblijfplaats op het Belgisch grondgebied. Deze voorwaarde heeft te maken met de aard zelf van de regelingen die niet gesteund zijn op een bijdrage. In tegen stelling tot de bijdrageregelingen van de sociale zekerheid die in sommige gevallen exporteerbaar zijn, beogen de bij standsregelingen rechten te waarborgen, onder bepaalde voorwaarden, aan personen die op het Belgisch grondgebeid verblijven. De enige uitzonderingsgevallen betreffende de territorialiteitsvoorwaarde van het recht op maatschappelijke integratie zijn deze voorzien in artikel 38 van het koninklijk besluit. Artikel 2 van het koninklijk besluit bepaalt dat een persoon geacht wordt zijn werkelijke verblijfplaats in België te hebben, wanneer hij gewoonlijk en bestendig op het grondgebied van het Koninkrijk verblijft. 3

4 Om aan de toestand van de daklozen tegemoet te komen, die soms uit de bevolkingsregisters worden geschrapt, wordt gepreciseerd dat het begrip verblijfplaats niet afhangt van de inschrijving in het bevolkingsregister noch van het beschikken over een woonst. Wat evenwel de categorie van de vreemdelingen betreft, blijft de voorwaarde van de inschrijving in het bevolkingsregister gehandhaafd, vermits dit voortvloeit uit artikel 3, 1e lid, 3 dat de voorwaarden van toegang tot het recht op maatschappelijke integratie voor de niet-europese vreemdelingen vaststelt. Om de voorwaarde van bestendig verblijf in België te vervullen, moeten de vreemdelingen eveneens de toelating hebben om op het grondgebied van het Rijk te verblijven. Deze precisering wordt noodzakelijk door de toegang van het recht op het leefloon voor vreemdelingen die in het bevolkingsregister zijn ingeschreven. De tweede voorwaarde is een leeftijdsvoorwaarde. Om aanspraak te kunnen maken op het recht op maatschappelijke integratie moet men meerderjarig zijn, d.w.z. de volle leeftijd van 18 jaar bereikt hebben. Ingevolge de gezamelijke lezing van deze bepaling, samen met de bepaling van artikel 7 van de wet, kan dit begrip tot drie categorieën van minderjarigen uitgebreid worden: - De minderjarige ontvoogd door huwelijk; - de minderjarige die een of meer kinderen ten laste heeft; - de zwangere minderjarige. De derde voorwaarde is een nationaliteitsvoorwaarde. Zoals in de bestaansminimumwet van 1974 komen de Belgen, de erkende vluchtelingen en de Europeanen die vallen onder het vrije werknemersverkeer in aanmerking voor het recht op maatschappelijke integratie. Nieuw is de categorie van de vreemdelingen die ingeschreven is in het bevolkingsregister. Aangezien er geen feitelijke, noch juridische argumenten zijn die een andere behandeling dan de Belgen rechtvaardigen, worden ook zij toegelaten tot het recht op maatschappelijke integratie. Naar schatting gaat het om een personen. Bij de parlementaire voorbereiding werd het volgende gepreciseerd: Het verschil tussen personen die in het bevolkingsregister zijn ingeschreven en degenen die in het vreemdelingenregister zijn opgenomen is gerechtvaardigd. De personen die ingeschreven zijn in het vreemdelingenregister hebben recht op een sociale uitkering waarvan het bedrag overeenkomt met dat van het leefloon. Bovendien neemt de federale overheid deze personen voor 100 % te haren laste. ( 1 ) Het schrappen van de categorie personen wier nationaliteit onbepaald is, heeft te maken met de juridische toepassingsproblemen van deze wetgeving. Er bestaat inderdaad geen enkele bewijsmiddel om deze hoedanigheid vast te stellen. Bovendien zou dit een verschil van behandeling doen ontstaan ten opzichte van de vreemdelingen wier nationaliteit wel bepaald was en die geen recht op het bestaansminimum hadden. Zoals de andere categorieën vreemdelingen ingeschreven in het vreemdelingenregister, hebben de personen wier nationaliteit onbepaald is, dus recht op een financiële maatschappelijke hulp. De vierde voorwaarde is een voorwaarde inzake bestaansmiddelen. Deze wet richt zich ongewijzigd tot de personen die niet in staat zijn om op eigen kracht of op andere manieren een zelfredzaam bestaan te leiden. De tweede zin van artikel 3, 4, sluit elke dubbelzinnigheid uit betreffende de voorwaarde van ontoereikende bestaansmiddelen. Hoofdstuk II van Titel II bepaalt de berekeningswijze van de bestaansmiddelen. In de vorige wet werd niet uitdrukkelijk bepaald dat deze berekeningswijze ook werd toegepast om te weten of een persoon over toereikende bestaansmiddelen beschikte. De vijfde voorwaarde betreft de bereidheid tot werken. Personen die arbeidsgeschikt zijn moeten werkbereid zijn. Dit betekent dat zowel het centrum als de betrokkene actief zoeken naar werk. Daarnaast moet de persoon ook ingaan op een werkaanbieding die in overeenstemming is met zijn fysieke en intellectuele capaciteiten. Dit geeft uitdrukking aan de 4

5 wil van de wetgever om vanuit een actieve visie op werkbereidheid zowel de OCMW s als de aanvragers te responsabiliseren. De bereidheid tot werken wordt niet meer toegespitst op het bewijs, maar op een actieve houding van de werkzoekende en van het OCMW inzake tewerkstelling. De houding van de OCMW s die enkel aan de werkzoekende attesten van werkgevers vroegen, beantwoordt niet meer aan de doelstellingen van de nieuwe wet. Het OCMW moet de aanvragers ook helpen bij het vinden van een job. Het bewijzen van de werkbereidheid berust niet meer bij de aanvrager alleen. De zesde voorwaarde verduidelijkt dat: het recht op maatschappelijke integratie in essentie residuair blijft. Een persoon heeft maar recht op maatschappelijke integratie wanneer vaststaat dat de betrokkene geen rechten kan laten gelden op andere uitkeringen of inkomsten. Eveneens overeenkomstig dit principe bepaalt artikel 8, 2e lid van de wet uitdrukkelijk dat het recht op tewerkstelling afloopt wanneer de persoon op sociale uitkeringen gerechtigd is, waarvan het bedrag minstens gelijk is aan het bedrag van het leefloon. Artikel 4 1. Er kan van de betrokkene worden gevergd dat hij zijn rechten laat gelden op onderhoudsgeld vanwege daartoe gehouden personen, deze laatste beperkt zijnde tot: de echtgenoot of, in voorkomend geval, de ex-echtgenoot; de ascendenten en descendenten in de eerste graad; de adoptant en de geadopteerde. Het OCMW kan na onderzoek van de feiten, de persoon verwijzen naar zijn naaste onderhoudsplichtigen. Hieronder wordt verstaan, de ouders, de kinderen, de echtgenoot, evenals de adoptanten, geadopteerden, en in voorkomend geval de gewezen echtgenoot. Deze laatste drie categorieën onderhoudsplichtigen werden er bijgevoegd zodat ze op voet van gelijkheid met de andere onderhoudsplichtigen worden gesteld. In functie van de tijdens het sociaal onderzoek ingewonnen informatie moet het OCMW oordelen of het opportuun is om van de betrokkene te eisen dat hij bij zijn onderhoudsplichtigen zijn rechten laat gelden. Er valt op te merken dat deze bepaling losstaat van het terugvorderingsrecht voorzien in artikel 26 van de wet. 2. De overeenkomsten over onderhoudsgeld zijn niet tegenwerpelijk aan het centrum. Opdat de persoon niet bewust en vrijwillig zou verzaken aan de onderhoudsplicht van zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot voorziet de wet dat overeenkomsten over het onderhoudsgeld niet tegenstelbaar zijn aan het centrum. Indien blijkt dat de aanvrager zich vrijwillig in een toestand van behoeftigheid heeft geplaatst door totaal of gedeeltelijk te verzaken aan zijn recht op onderhoudsgeld, voldoet hij niet meer aan de voorwaarden van de wet. In geval van betwisting is het uiteindelijk aan de rechter om te oordelen of het OCMW deze bepaling juist heeft toegepast. Deze bepaling is daarentegen niet van toepassing op de onderhoudsplicht die bij rechterlijke beslissing werd vastgesteld. 3. Het centrum kan van rechtswege in naam en ten voordele van de betrokkene optreden om de in artikelen 3,6, en 4, 1, bedoelde rechten te laten gelden. Wanneer de persoon zelf niet in staat is om zijn recht op uitkeringen of inkomsten bij derden te laten gelden, of wanneer betrokkene, gelet op de omstandigheden (psychosociale redenen, breuk met de familie enz ) zelf geen beroep kan doen op zijn naaste onderhoudsplichtigen, kan het OCMW van rechtswege in naam en ten voordele van de persoon optreden. 5

6 Zo kan het OCMW bijvoorbeeld een bezwaarschrift opmaken en vragen om af te zien van de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen ten gevolge van een fout te wijten aan de administratie van een socialezekerheidsinstelling. Het betreft hier duidelijk een aanvullende bepaling die enkel van toepassing is wanneer betrokkene niet in staat is om zelf zijn rechten te laten gelden. In de andere gevallen moet de aanvrager zelf de stappen zetten om zijn rechten te laten gelden inzake onderhoudsgeld of sociale zekerheid met de eventuele hulp van het OCMW indien nodig. Artikel 5 Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder: 1 centrum: het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn; 2 minister: de minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie. Art. 1. A.R. - Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1 wet: de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie; 2 minister:de minister bevoegd voor Maatschappelijk Integratie; 3 centrum: het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn; 4 aanvrager: de persoon die het recht op maatschappelijke integratie heeft aangevraagd of wiens recht op maatschappelijke integratie op initiatief van het centrum wordt onderzocht. Er valt op te merken dat ingevolge de wet van 7 januari 2002 de Franse benaming van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn gewijzigd wordt. Vanaf 1 februari 2004 wordt deze benaming vervangen door centre public d action sociale. HOOFDSTUK II Gerechtigden Afdeling 1: Maatschappelijke integratie voor personen jonger dan 25 jaar Artikel 6 1. Iedere meerderjarige persoon jonger dan 25 jaar heeft recht op maatschappelijke integratie door tewerkstelling aangepast aan zijn persoonlijke situatie en zijn capaciteiten binnen de drie maanden vanaf de datum van zijn aanvraag wanneer hij voldoet aan de in de artikelen 3 en 4 gestelde voorwaarden. Jongeren hebben recht op een prioritaire behandeling van het OCMW in die zin dat zij zo snel mogelijk in de voorwaarden moeten worden gesteld om een zelfredzaam bestaan te leiden. Deze prioritaire actie van de OCMW s wordt verantwoord door het feit dat de meeste jongeren die zicht tot de OCMW s wenden, over geen scholing noch over een toereikend diploma beschikken om tot de arbeidsmarkt toegang te hebben. Bovendien hebben ze vaak geen enkele beroepservaring. Indien een jongere van minder dan 25 jaar geen werk vindt, onmiddellijk nadat hij de school heeft verlaten, zal hij minder kans hebben om zijn plaats te vinden in de samenleving dan iemand die reeds beroepservaring 6

7 heeft. ( 2 ) Het is dus van essentieel belang dat de OCMW s alles in het werk stellen om hun een eerste beroepservaring te waarborgen. Zelfs in de inschakelingsjobs van de OCMW s, zijn de jongeren thans ondervertegenwoordigd. De jongeren van 18 tot 25 jaar vertegenwoordigen slechts 15 % van de personen met een arbeidsovereenkomst in het kader van artikel 60, 7, hoewel ze 25 % van de bestaansminimumgerechtigden vertegenwoordigen. Daarom geeft deze wet hun een het recht op maatschappelijke integratie voor een aangepaste tewerkstelling binnen de drie maanden. Het begrip aangepaste tewerkstelling heeft tot verschillende interpretaties aanleiding gegeven. Dit begrip verschilt van het begrip passende betrekking uit de wetgeving inzake werkloosheid die in principe omschrijft wat onder dit begrip moet verstaan worden. Daar de dienstverlening van het OCMW geïndividualiseerd is en residuair ten opzichte van sociale zekerheid is, is een te strenge definitie niet wenselijk. In de zin van de huidige wet verwijst de aangepaste tewerkstelling naar de persoonlijke situatie van de jongere (gezinstoestand, sociale situatie ) maar eveneens naar zijn mogelijkheden (beschikt de jongere over de nodige bekwaamheden en minimale vaardigheden om de voorgestelde arbeid te verrichten? ). Het bewerkstelligen van het recht op tewerkstelling binnen de drie maanden gaf eveneens aanleiding tot discussie in de Kamer. Naar aanleiding hiervan werd de interpretatie van de Raad van State bevestigd volgens dewelke het een inspanningsverbintenis van het OCMW betreft. ( 3 ) Het kan zijn dat na de periode van 3 maand het OCMW geen tewerkstelling heeft aangeboden maar dat er toch een integratiecontract kan worden aangeboden dat binnen een bepaalde periode leidt tot een arbeidsovereenkomst. De boodschap is dat er de verbintenis is binnen de drie maand alle mogelijke inspanningen te leveren, om de professionele inschakeling van de jongere te bevorderen. Dit recht ontslaat de jongere echter niet van zijn plicht om ook op eigen initiatief te blijven zoeken naar werk. Het volstaat te verwijzen naar de werkbereidheidseis vervat in art. 3, 5 van deze wet. Door het recht op tewerkstelling van de jongeren in de wet in te schrijven krijgt het OCMW een duidelijke wettelijke tewerkstellingsopdracht. De OCMW s zullen kunnen samenwerken met alle bestaande diensten inzake vorming en arbeidsbemiddeling van werkzoekenden om deze wettelijke opdracht uit te voeren. Ze kunnen eveneens deze opdracht rechtstreeks uitvoeren. Tijdens de besprekingen in de Kamer, werd er gewezen op de specificiteit van de actie van de OCMW s inzake tewerkstellingen. Er moet rekening gehouden worden met het feit dat de OCMW s niet met hetzelfde publiek in contact staan als dit van de diensten voor arbeidsbemiddeling ( 4 ) en dat ze daarnaast, overeenkomstig hun opdracht, kunnen instaan voor de geïndividualiseerde sociale begeleiding van personen die in het beroepsleven ingeschakeld worden. 2. Het recht op maatschappelijke integratie door tewerkstelling kan bestaan uit hetzij een arbeidsovereenkomst hetzij een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie dat binnen een bepaalde periode leidt tot een arbeidsovereenkomst. Paragraaf 2 van artikel 6 omschrijft het begrip recht op tewerkstelling. Binnen de drie maanden vanaf de datum van de aanvraag moet OCMW ofwel een arbeidsovereenkomst voorstellen, ofwel een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie afwerken, dat binnen een bepaalde periode tot een arbeidsovereenkomst leidt. 7

8 Rekening houdend met de persoonlijke situatie van de jongere zal gekozen worden voor, hetzij een eerste beroepservaring in het kader van een arbeidsovereenkomst, hetzij voor een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie. Het project heeft als doel de professionele inschakelingskansen te verhogen ( aan de hand van een opleiding, studie met voltijds leerplan, sociabiliseringsproces en dergelijke meer ) Het komt erop aan dat de jongere zo vlug mogelijk bij een tewerkstellingsproject betrokken wordt. 3. De betrokkene kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze wanneer hij met het centrum onderhandelt over de voorgestelde arbeidsovereenkomst of over het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie. Hij beschikt ook over een bezinningstermijn van 5 kalenderdagen vóór de ondertekening van de arbeidsovereenkomst of het contract voor maatschappelijke integratie en kan verzoeken om te worden gehoord door het centrum overeenkomstig de bepalingen van artikel 20. Het is van essentieel belang om de juridische bescherming van de aanvragers van het recht op maatschappelijke integratie door een tewerkstelling te versterken. Om die reden voert de wetgever een aantal bepalingen in die de aanvragers de mogelijkheid moeten geven hun rechten beter te laten gelden: de persoon kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze wanneer hij met het OCMW onderhandelt over zijn arbeidsovereenkomst of zijn geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie; de persoon beschikt over een bezinningstermijn van 5 kalenderdagen vooraleer zijn arbeidsovereenkomst of zijn geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie te ondertekenen teneinde eventueel een door hem gekozen dienst of persoon te kunnen raadplegen; ten slotte bepaalt artikel 20 van de wet dat de persoon kan vragen gehoord te worden door de Raad of het gedelegeerd orgaan alvorens het centrum een beslissing over zijn arbeidsovereenkomst of zijn geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie neemt. Bij de uitoefening van dit recht om gehoord te worden kan de persoon zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een persoon van zijn keuze. Artikel 7 Met een meerderjarige persoon wordt gelijkgesteld de minderjarige persoon die hetzij ontvoogd is door huwelijk, hetzij één of meerdere kinderen ten laste heeft, hetzij bewijst zwanger te zijn. De gelijkstelling van sommige categorieën minderjarigen met meerderjarigen wordt behandeld in hoofdstuk II van de wet en niet in de algemene voorwaarden, opdat ze dezelfde rechten zouden hebben als de jongeren van 18 tot 25 jaar. Artikel 8 De tewerkstelling door middel van een arbeidsovereenkomst bedoeld in artikel 6, kan worden verwezenlijkt met toepassing van artikel 60, 7, of artikel 61 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Dit recht op tewerkstelling door middel van een arbeidsovereenkomst blijft behouden zolang betrokkene niet gerechtigd is op een sociale uitkering waarvan het bedrag minstens gelijk is aan het bedrag van het leefloon waarop hij volgens zijn categorie aanspraak zou kunnen maken. 8

9 Dit artikel bepaalt de aard van de betrekkingen die door het OCMW worden voorgesteld. Het OCMW moet een tewerkstelling zoeken die aangepast is aan de persoonlijke situatie van de jongere. Conform zijn opdracht zoekt het OCMW naar de meest gepaste hulp. Voor sommige personen is een arbeidsplaats op de «traditionele» arbeidsmarkt mogelijk, voor anderen moet er gezocht worden naar tewerkstellingen die een begeleiding toelaten in inschakelingsprojecten die specifiek daarvoor werden opgestart. Om welke formule het ook gaat, het zal in elk geval moeten gaan om een volwaardige job in het kader van een arbeidscontract, waarbij de geldende arbeidswetgeving strikt nageleefd wordt ( wet op het arbeidscontract, wet op de bescherming van het loon, de wet van 1996 betreffende het welzijn van werknemers, enzovoort). Hierbij weze opgemerkt dat de aldus met een arbeidsovereenkomst aangeworven jongere ook minstens moet genieten van het gewaarborgd gemiddeld minimummaandloon. Het OCMW kan de jongere op verschillende manieren aan het werk helpen. Het recht op maatschappelijke integratie door tewerkstelling is gerealiseerd wanneer het OCMW bemiddelt en een werkgever vindt die de jongere in dienst neemt. Het OCMW kan ook zelf een actieve rol opnemen in het inschakelingsproces. In toepassing van artikel 60, 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW s kan het OCMW zelf als werkgever optreden en de jongere tewerkstellen, al dan niet door hem ter beschikking te stellen van andere werkgevers. Zo is het perfect mogelijk dat de jongere ter beschikking wordt gesteld van een VZW waar de jongere een administratief ondersteunende functie krijgt in een buurtproject. De tewerkstelling waarbij het OCMW de juridische werkgever blijft, is in dit geval een vorm van sociale dienstverlening die dag na dag wordt ingevuld. Deze dienstverlening stopt, met in achtneming van het arbeidsrecht, wanneer de persoon niet meer voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op maatschappelijke integratie. Gezien zijn residuair karakter stopt het recht op maatschappelijke integratie wanneer de persoon gerechtigd is op een sociale zekerheidsuitkering waarvan het bedrag ministens gelijk is aan het bedrag van het leefloon. Alsdan kan de betrokkene beschikken over toereikende bestaansmiddelen waardoor het recht op een maatschappelijke integratie ophoudt te bestaan. Het OCMW kan ook in het kader van artikel 61 een samenwerkingsovereenkomst sluiten met een derde werkgever waarbij laatstgenoemde er zich toe engageert om de jongere in dienst te nemen mits naleving van de opleidings- en begeleidingsafspraken neergelegd in de samenwerkingsovereenkomst. Tijdens de besprekingen in de Kamer werd één en ander verduidelijkt in verband met de rechtspositie van personen die aangeworven werden in het kader van artikel 60, 7 van de wet van 8 juli 1976 en die ter beschikking van derden werden gesteld. Wat de verantwoordelijkheid van de werkgever betreft, werd gepreciseerd dat: indien een OCMW iemand die het leefloon krijgt, in dienst neemt in het kader van artikel 60, 7, van de organieke wet en die persoon ter beschikking stelt van een andere werkgever, de juridische verantwoordelijkheden gedeeld zijn. Als werkgever moet het OCMW alle voor de werkgevers geldende wettelijke bepalingen in acht nemen (betaling van het loon, ontslagregeling, arbeidsongevallenverzekering). Door de overeenkomst voor terbeschikkingstelling krijgt de gebruiker het feitelijk gezag over de werknemer, overeenkomstig artikel 19 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers: «Gedurende de periode waarin de uitzendkracht bij de gebruiker werkt, staat deze in voor de toepassing van de bepalingen van de wetgeving inzake de reglementering en de bescherming van de arbeid ( )». Die opdeling van verantwoordelijkheid impliceert dat een overeenkomst wordt gesloten tussen het OCMW en de gebruiker, teneinde de nadere regels van de samenwerking te bepalen.. ( 5 ) Wat de loonschaal van deze werknemers betreft is het duidelijk dat: de betrokkene ten minste het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen zal krijgen. De regering heeft gekozen voor dit regime teneinde te voorkomen dat een persoon die zijn betrekking bij het OCMW opgeeft en in de privé-sector gaat werken, minder zou verdienen. Deze banen zijn vaak sterk omkaderd en gaan gepaard met vormingsmaatregelen tijdens de werkuren. ( 6 ) Ten slotte is het arbeidsreglement van de sector van toepassing op de personen tewerkgesteld in het kader van artikel 60, 7 en ter beschikking gesteld van een derde. 9

10 Artikel 9 1. Het recht op maatschappelijke integratie door tewerkstelling kan voor de persoon, bedoeld in artikel 6, eveneens verwezenlijkt worden doordat het centrum financieel tussenkomt in de kosten die verbonden zijn aan de inschakeling van de rechthebbende in het beroepsleven. Het OCMW kan ook jongeren aan het werk helpen in het kader van specifieke inschakelings- en tewerkstellingsprogramma s waarbij het OCMW tussenkomt in het loon. In plaats van de persoon een financiële uitkering te geven wordt de uitkering aanzien als een instrument om personen aan het werk te krijgen. Deze uitkering wordt ingezet als een onderdeel van het loon en betekent voor de werkgever een substantiële vermindering van de loonkost. Doorgaans wordt in dit verband gesproken over activeringsmaatregelen. In het kader van deze wet is het ongepast om de term «activeringsmaatregel» te gebruiken. Het is net de bedoeling te vermijden dat jongeren eerst moeten terechtkomen in een uitkeringssituatie. De jongere heeft zo mogelijk van in het begin recht op een actieve inschakeling, zijnde een tewerkstelling. Van zodra jongeren voldoen aan de voorwaarden voor het recht op maatschappelijke integratie, komen zij in aanmerking voor de inschakelingsprogramma s en kan het OCMW met een forfaitair bedrag tussenkomen in de loonkost. 2. De Koning bepaalt voor welke vormen van inschakeling het centrum financieel tussenkomt evenals het bedrag, de toekenningsvoorwaarden en de modaliteiten van deze financiële tegemoetkoming. De Koning kan de voorwaarden bepalen voor de toegang tot de verschillende inschakelings- en tewerkstellingsprogramma s. Koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt aangeworven in het kader van het Activaplan (B.S , blz.33656). Koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt tewerkgesteld in een sociaal inschakelingsinitiatief en tot vaststelling van de vrijstelling van werkgeversbijdragen (B.S , blz.33645). Koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in het kader van de invoeginterim (B.S , blz.33643). Koninklijk besluit van 11 juli 2002 tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt tewerkgesteld in een doorstromingsprogramma en tot vaststelling van de tijdelijke vermindering of vrijstelling van werkgeversbijdragen (B.S , blz.33649). Er zijn vier inschakelingsprogramma s voorzien die op een financiële tegemoetkoming van het OCMW gebaseerd zijn. Het betreft: - het Activaplan - de sociale-inschakelingsinitiatieven (SINE) - de invoeginterim - de doorstromingsprogramma s. 3. In afwijking van artikel 23 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, kan de financiële tussenkomst vanwege het centrum in mindering gebracht worden op het loon van de werknemer. Deze aftrek geschiedt dadelijk na de inhouding toegelaten krachtens artikel 23, eerste lid, 1, van dezelfde wet en 10

11 telt niet mee voor de grens van een vijfde, bepaald in artikel 23, tweede lid. Een financiële tussenkomst die aldus in mindering wordt gebracht op het loon van de werknemer, wordt niettemin voor de toepassing van de sociale en fiscale wetgeving als loon beschouwd. In het nieuwe systeem dat een actief gebruik van de financiële toelage beoogt, zal het OCMW het bedrag van de financiële tussenkomst rechtstreeks aan de werkgever uitbetalen zodat de aangeworven persoon de totale vergoeding die hem verschuldigd is in het kader van zijn arbeidscontract uitgekeerd krijgt. Het gaat om een belangrijke vereenvoudiging zowel voor de werkgevers als voor de aangeworven werknemers. De bepaling voorzien in artikel 9, 3, die al bestond in de vroegere wetgeving met betrekking tot de activering van het bestaansminimum, blijft nochtans noodzakelijk opdat de personen die door het OCMW geholpen worden zouden kunnen blijven genieten van de doorstromingsprogramma s. De reglementering op de doorstromingsprogramma s legt op dat het bedrag van de geactiveerde toelage rechtstreeks aan de werknemer gestort wordt en dat de werkgever de vergoeding aanvult. De wijziging van de wetgeving op de doorstromingsprogramma s vereist een aanpassing van de samenwerkingsakkoorden met de gewesten, hetgeen heel wat tijd vraagt. Intussen blijft deze bepaling noodzakelijk voor dit tewerkstellingsprogramma. 4. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, voor de werknemers die genieten van een financiële tussenkomst in hun loon vanwege het centrum: 1 afwijkingen voorzien aan de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, inzake het naleven van de regels betreffende de verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werknemer wanneer hij in dienst genomen wordt in het kader van een andere arbeidsovereenkomst of benoemd wordt in een administratie; 2 een tijdelijke, gehele of gedeeltelijke vrijstelling voorzien van werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid bedoeld in artikel 38, 3 en 3 bis, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en van de werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid bedoeld in artikel 2, 3 en 3 bis, van de besluitwet van 10 januari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid van mijnwerkers en ermee gelijkgestelden; Naar analogie van de tewerkstellingsprogramma s waar een activering van werkloosheidsuitkering mogelijk is, werden afwijkingen voorzien op het vlak van de opzegging vanwege de werknemer, evenals op het vlak van de vrijstellingen van werkgeversbijdragen. Deze bepaling speelt alleen in het voordeel van de geholpen personen. De wetgeving op de verschillende tewerkstellingsprogramma s voorziet in een verkorte opzegperiode voor het geval de werknemer een andere tewerkstelling heeft gevonden. De verkorte opzegperiode strekt tot doel de professionele inschakeling van de geholpen personen te vergemakkelijken. De opzegtermijn voor de werknemer werd aldus op 7 dagen gebracht voor volgende programma s: - de invoeginterim - de SINE - het doorstromingsprogramma. Voor het Activaplan zijn de normale opzegtermijnen van toepassing, want het betreft hier eerder een programma om de aanwerving in het regulier arbeidscircuit te vergemakkelijken. De verminderingen van de werkgeversbijdragen in het kader van deze programma s strekken ertoe de aanwerving van deze personen aan te moedigen. Totale of gedeeltelijke verminderingen van de bijdragen werden in de vier inschakelingsprogramma s voorzien. 11

12 Op deze twee afwijkingen op de arbeidswetgeving na, voorzien in het belang van de tewerkgestelde personen, zullen de aangeboden arbeidsovereenkomsten in overeenstemming moeten zijn met het arbeidsrecht. Artikel 10 In afwachting van een tewerkstelling in het kader van een arbeidsovereenkomst of een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie of ook wanneer de persoon wegens gezondheids- of billijkheidsredenen niet kan werken, heeft hij overeenkomstig de bij deze wet gestelde voorwaarden, recht op een leefloon. Wanneer de inkomsten uit de tewerkstelling lager zijn dan het bedrag van het leefloon waarop de betrokkene aanspraak kan maken, blijft het recht op een leefloon onder de bij de wet gestelde voorwaarden behouden. Er zijn drie bijzondere situaties waarin de jongere recht heeft op een leefloon: 1 De jongere heeft recht op een leefloon vanaf het ogenblik van de aanvraag tot op het ogenblik dat hij effectief in dienst treedt; 2 Wanneer hij geniet van een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie, heeft hij ook recht op een leefloon, want zoals artikel 2 van de wet reeds heeft toegelicht, zijn beide gekoppeld; 3 wanneer de jongere om gezondheids- of billijkheidsredenen niet kan worden tewerkgesteld. De gezondheids- of billijkheidsredenen kunnen niet vooraf omschreven worden voor zover het recht op tewerkstelling rekening moet houden met de persoonlijke situatie van de aanvrager. De controleprocedure van de gezondheidsredenen wordt nader omschreven in artikel 6, 4 van het Algemeen Reglement. Wat de billijkheidsredenen betreft, erkent de rechtspraak in het algemeen dat door sommige moeilij ke gezinssituaties de persoon niet kan werken: bijvoorbeeld, een jonge ongehuwde moeder met jonge kinderen die geen oplossing gevonden heeft voor de opvang van haar kinderen. Deze situaties moeten geval per geval beoordeeld worden en zijn in geval van betwisting aan de rechterlijke contro le onderworpen. Het 2e lid slaat op de situaties waarbij de aanvrager deeltijds werkt en daardoor een loon heeft dat lager is dan het leefloon. In dit geval ontvangt de persoon een toeslag als aanvullend leefloon. Gelet op artikel 35 van het Algemeen Reglement, zal de leefloonbegunstigde die begint te werken, steeds de waarborg hebben 188,64 euro per maand te ontvangen boven op het bedrag van het leef loon waarop hij recht heeft in functie van zijn categorie. Artikel De toekenning en het behoud van het leefloon kunnen gepaard gaan met een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie ofwel op vraag van de betrokkene zelf, ofwel op initiatief van het centrum. Het project gaat uit van de verwachtingen, de vaardigheden, de bekwaamheden en de 12

13 behoeften van de betrokken persoon en van de mogelijkheden van het centrum. Naar gelang van de behoeften van de persoon zal het geïndividualiseerd project betrekking hebben ofwel op de inschakeling in het beroepsleven, ofwel op de integratie in de maatschappij. Bij het opmaken van het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie ziet het centrum toe op een correcte evenredige verhouding tussen de eisen die aan de betrokkene worden gesteld en de toegekende hulp. De toekenning en het behoud van het leefloon kunnen zowel op vraag van de jongere, als op vraag van het OCMW gepaard gaan met een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie. Het sluiten van dit project is een mogelijkheid die een verplichtend karakter krijgt wanneer één van de voormelde partijen hierom vraagt. Het initiatief kan wel degelijk ook door de jongere zelf genomen worden. Het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie wordt formeel vastgelegd in een akkoord dat onderhandeld wordt tussen het OCMW en de persoon die een leefloon aanvraagt met de garanties vervat in artikel 6, 3, (bezinningstermijn, recht om zich te laten bijstaan, recht gehoord te worden, ) Het beoogt het vastleggen van de doelstellingen en de noodzakelijke stappen die moeten leiden tot een sociale of professionele inschakeling van die persoon. Het geïndividualiseerd project moet uitgaan van de verwachtingen en de vaardigheden van de aanvrager en een correcte evenredige verhouding nastreven tussen de eisen die de betrokkene worden opgelegd en de toegekende hulp. Het begrip correcte evenredige verhouding is moeilijk vooraf te omschrijven. Deze terminologie is dezelfde als de thansgeldende terminologie. Ze betekent dat de integratieovereenkomst aan de bijzondere situatie van de aanvrager moet aangepast zijn. Tijdens de besprekingen in de Kamer werd verwezen: naar een door de arbeidsrechtbank te Antwerpen op 9 oktober 2000 gewezen vonnis, dat stelde dat iemand, om redenen van billijkheid, zijn integratieovereenkomst niet kon nakomen. De rechtbank oordeelde immers dat de betrokkene laagbegaafd was, met psychische problemen te kampen had en dat zijn situatie een meer intense begeleiding dan een andere rechthebbende vereiste. Ter zake kan men alleen maar vaststellen dat het nooit mogelijk zal zijn tot een zeer nauwkeurige normendefinitie te komen, aangezien de begrippen voor zeer veel personen gelden en door tal van OCMW s ook praktisch worden aangewend. In plaats van in de terminologie waarborgen in te bouwen, wordt bepaald dat de betrokkene zich door een derde kan laten bijstaan en dat hij zich tot de arbeidsrechtbank kan wenden. ( 7 ) Bij de totstandkoming van dit geïndividualiseerd project moet de aanvrager beschouwd worden als een werkelijke partner. De artikelen 10 en 13 van het Algemeen Reglement moeten een werkelijke betrokkenheid van de jongere garanderen. Bovendien moet worden opgemerkt dat de jongere eveneens recht heeft om gehoord te worden zoals bedoeld in artikel 20 voor wat betreft het integratieproject zelf. De betrokkenheid van de persoon bij dit geïndividualiseerd project is een essentiële voorwaarde voor de goede afloop van dit initiatief. Wanneer de persoon nog niet geschikt is voor een arbeidstraject, legt het project de modaliteiten vast waarop de betrokkene stapsgewijs kan worden bewogen tot een actieve participatie aan het maatschappelijk leven. Soms is het verrichten van maatschappelijk zinvolle activiteiten nodig om deze personen uit hun isolement te halen vooraleer ze het proces kunnen aanvatten dat tot tewerkstelling leidt. 13

14 De OCMW s, al dan niet in samenwerking met de verenigingen, kunnen verschillende initiatieven nemen opdat de personen terug vertrouwen zouden krijgen in hun eigen capaciteiten (gespreksgroepen, gemeenschappelijke sociale activiteiten, ). Op eigen initiatief kan de persoon ook vrijwilligerswerk verrichten voor zover deze stap zijn inschakeling niet hypothekeert. 2. Dit project is verplicht: a) wanneer het centrum op grond van billijkheidsredenen aanvaardt dat de betrokken persoon met het oog op een verhoging van zijn inschakelingskansen in het beroepsleven, een studie met voltijds leerplan aanvat, hervat of voortzet in een door de gemeenschappen erkende, georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinstelling; b) wanneer het een project betreft zoals bedoeld in artikel 6, 2. Voor twee groepen van jongeren is het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie verplicht. a) Vooreerst is er de groep van studenten. Jongeren moeten met het oog op hun professionele inschakeling in de maatschappij worden aangemoedigd om een diploma te behalen. Meer specifiek gaat het om studies met een voltijds leerplan die afgesloten worden met het diploma van het secundair onderwijs of een eerste universitair diploma of diploma van het hoger onderwijs. Het begrip «studie met voltijds leerplan» refereert aan de reglementering van de Gemeenschappen en onderscheidt zich van andere types van onderwijs, zoals deeltijds onderwijs of onderwijs voor sociale promotie. De door het onderwijs voor sociale promotie georganiseerde dagopleidingen die leiden tot een overeenstemmend getuigschrift van het onderwijs met voltijds leerplan, worden gelijkgesteld met studies in onderwijs met voltijds leerplan. In verband met de opleidingen die niet onder dagonderwijs ressorteren, zij erop gewezen dat de leefloner werk kan aannemen, aangezien dat onderwijs buiten de werktijd wordt verstrekt.. ( 8 ) Jongeren die deze studies willen voortzetten, hervatten of aanvatten maar die zelf geen inkomen hebben en niet meer of nauwelijks kunnen terugvallen op hun ouders, kunnen met het oog op een menswaardig bestaan tijdens de studie een leefloonaanvraag doen bij het OCMW. Krachtens artikel 11 2, kan het centrum om billijkheidsredenen (waarover het centrum moet oordelen) een leefloon in het kader van een geïndividualiseerd project aan een jongere toekennen die een studie met voltijds leerplan wil aanvatten, hervatten of voortzetten, voor zover dit project bijdraagt tot het verhogen van zijn mogelijkheden inzake professionele inschakeling. In dit geval moeten de jongere en het OCMW samen een geïndividualiseerd project voor maatschap pelijke integratie vastleggen met betrekking tot de studies. De studiekeuze komt de jongere toe, maar moet met het OCMW besproken worden. Het geïndividualiseerd project maakt een grotere soepelheid mogelijk voor wat betreft de begeleiding en de opvolging van de studies. Het past immers niet om de voorwaarden met betrekking tot het slagen voor de studies vast te leggen in de wet. In sommige situaties kan het perfect gewettigd zijn om de jongere toe te laten zijn jaar over te doen, zeker wanneer hij de nodige inspanningen heeft gele verd en hij een reële kans op slagen heeft. In het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie dat in samenspraak met de jongere opgestart wordt, is eveneens ruimte voor het bepalen van de ondersteuning vanwege het OCMW met het oog op het slagen van de begonnen studie. Artikel 21 van het Algemeen Reglement bepaalt de specifieke voorwaarden van de integratieover eenkomsten inzake studies met een voltijds leerplan. 14

15 De specifieke bepalingen voor de studentenovereenkomsten zijn niet van toepassing op personen van 25 jaar en meer. Het is dus op grond van de algemene voorwaarden van de wet dat de mogelijkheid om een studie voort te zetten moet onderzocht worden, indien nodig. b) Ten slotte zijn er de jongeren die niet onmiddellijk bemiddelbaar zijn en die met het oog op hun tewerkstelling een arbeidstraject moeten volgen. Dit traject moet worden neergeschreven in een geïndividualiseerd traject voor maatschappelijke integratie bedoeld in artikel 6 van deze wet. In dit geval moet het project de verschillende fazen beschrijven die de jongere tot de tewerkstelling zullen leiden. Dit project kan ook rekening houden met de sociale dimensie van de begeleiding voor zover dat past in een professioneel project. Artikel 19 van het Algemeen Reglement bepaalt de specifieke voorwaarden van de integratieovereenkomsten die binnen een bepaalde periode tot een arbeidsovereenkomst leiden. 3. De betrokken persoon en het centrum sluiten een schriftelijke overeenkomst, in overeenstemming met artikel 6, 3, met betrekking tot het project bedoeld in 1. Op vraag van één van de partijen kunnen ook één of meer derden partij zijn bij de overeenkomst. De overeenkomst kan tijdens de uitvoering worden gewijzigd op verzoek van elke partij. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de minimumvoorwaarden en de modaliteiten waaraan een overeenkomst betreffende een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie moet voldoen, alsook de specifieke voorwaarden voor een overeenkomst die binnen een bepaalde periode leidt tot een arbeidsovereenkomst, een overeenkomst inzake studies met een voltijds leerplan of overeenkomst gericht op vorming. In drie gevallen wordt het geïndividualiseerd project onderworpen aan specifieke voorwaarden. Zulks is het geval wanneer de overeenkomst binnen een bepaalde periode leidt tot een arbeidsovereenkomst, wanneer het geïndividualiseerd contract de beroepsvorming van de jongere tot voorwerp heeft, evenals wanneer het contract betrekking heeft op het aanvatten, hervatten of verder zetten van een studie met voltijds leerplan. Het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie wordt uitgewerkt in de vorm van een contract. Daarin worden de verbintenissen van het centrum en van de aanvrager gepreciseerd. Wanneer een derde (bijvoorbeeld een opleidingsinstelling, een gezondheidsdienst, een psycholoog, ) ook deelneemt aan de opvolging van het geïndividualiseerd project kan het contract evenwel tussen de 3 partijen worden gesloten. Art. 10 A.R.- Het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie, bedoeld in de artikelen 11 en 13, 2 van de wet, wordt voorbereid door de met het dossier belaste maatschappelijk werker in overleg met de aanvrager en wordt geformaliseerd in een contract. Hij gebruikt hiertoe een door de raad voor maatschappelijk welzijn aangenomen kaderovereenkomst. Dit artikel verduidelijkt de wijze waarop de integratieovereenkomst wordt voorbereid. Het bepaalt dat de maatschappelijk werker een kaderovereenkomst gebruikt met het oog op de onderhandeling met de aanvrager. 15

16 Aldus heeft de met het dossier belaste maatschappelijk werker een basis om met de aanvrager te onderhandelen. Art. 11 A.R.- Het contract vermeldt de afspraken van de partijen daarbij onderscheid makend tussen de engagementen van het centrum, van de aanvrager en eventueel van één of meerdere tussenkomende derden. De maatschappelijk werker informeert de betrokkene over de inhoud, de draagwijdte en de gevolgen van het contract, voordat het wordt ondertekend of gewijzigd. Het project bepaalt de eventuele aanvullende hulp gekoppeld aan de vereisten van het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie. In het contract wordt de duur bepaald alsmede de wijze waarop de evaluatie van het project geschiedt. De afspraken van beide partijen worden in de overeenkomst omschreven. Voordat de aanvrager een geïndividualiseerd project aanvaardt, moet het OCMW hem inlichten over de inhoud, de draagwijdte en de gevolgen van de overeenkomst. De aanvrager moet duidelijk weten waaraan hij begint en welke de gevolgen zijn als hij de afspraken niet nakomt. Gelet op de actieve rol van de aanvrager in de voorbereiding van het geïndividualiseerd project, heeft men daarentegen de verplichting geschrapt volgens dewelke de maatschappelijk werker nog voor de ondertekening de overeenkomst aan de aanvrager moest voorlezen. Art. 12 A.R.- Het centrum zorgt ervoor dat de noodzakelijke voorwaarden tot uitvoering van een geïndividualiseerd project tot maatschappelijke integratie vervuld zijn. Deze vereiste heeft betrekking tot de sociale begeleiding van de aanvrager door de OCMW s. Ten opzichte van de doelstellingen van het project, moet het OCMW ervoor zorgen dat de voorwaarden om deze te bereiken vervuld zijn ( bestaan er instellingen die een door het project vereiste vorming verstrekken? Zijn er vervoermiddelen om zich er te begeven? ). Met andere woorden, het project moet rekening houden met de realisatievoorwaarden en de mogelijkheden van de persoon. Art. 13 A.R.- Onverminderd de toepassing van artikel 60, 4, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wordt rekening gehouden met de vrije keuze van de aanvrager wat betreft de middelen die moeten worden ingezet voor de realisatie van het project, telkens als dit mogelijk is en voor zover de kosten vergelijkbaar zijn. Telkens als dit mogelijk is zal het centrum rekening houden met de vrije keuze van de aanvrager wat de middelen betreft die moeten worden ingezet voor de realisatie van de overeenkomst. Deze bepaling is hoofdzakelijk van toepassing wanneer het OCMW met het oog op het vervullen van zijn opdracht een beroep doet op de samenwerking van externe personen of instellingen met wie het al dan niet een overeenkomst sluit. Bij de keuze van de instelling zal rekening gehouden houden worden met de wensen van de aanvrager binnen de redelijke grenzen van de solidariteit (vergelijkbare kosten) en met de noodzaak voor het OCMW 16

17 van een samenwerking met sommige partners om aan de wettelijke verplichtingen (professionele en therapeutische begeleiding, ) te voldoen. Art. 14 A.R.- Wanneer één of meer derden tussenkomen bij het contract, vermeldt dit laatste hun aandeel in de uitvoering en, in voorkomend geval, in de evaluatie ervan. In dit geval kunnen ze ook het contract ondertekenen. Wanneer derden bij het geïndividualiseerd project tussenkomen, kunnen ze ook de overeenkomst ondertekenen. Als de derden partij zijn in de overeenkomst, moeten ze de modaliteiten van hun tussenkomst preciseren. Het aandeel van de derden kan in voorkomend geval ook slaan op de evaluatie van de overeenkomst. Met instemming van de partijen zou dit een tussenkomst van de derden kunnen behelzen in geval van niet-nakoming van de overeenkomst voor zover er aanvankelijk in de modaliteiten van deze tussenkomst werd voorzien. Art. 15 A.R.- Een regelmatige evaluatie van de uitvoering van het contract wordt voorzien en dit ten minste eens per trimester, met de betrokkene, de maatschappelijk werker die met het dossier is belast en, in voorkomend geval, met de tussenkomende derde(n). Wanneer de betrokken persoon erom verzoekt, moet de maatschappelijk werker hem binnen vijf dagen een onderhoud toestaan. De integratieovereenkomst is niet iets dat vastgeroest is. Het begeleidt een proces in evolutie. Het is dan ook van essentieel belang dat deze overeenkomst regelmatig geëvalueerd wordt. De frequentie van de evaluatie zal afhangen van de eisen van de sociale begeleiding. Maar in elk geval moet de situatie minstens een maal per kwartaal geëvalueerd worden. De aanvrager van zijn kant moet snel een onderhoud kunnen bekomen met de met zijn overeenkomst belaste maatschappelijk werker, onder andere wanneer hij moeilijkheden ontmoet bij de toepassing van zijn overeenkomst. De maatschappelijk werker moet hem binnen de 5 werkdagen een onderhoud toestaan. Volgens de Raad van State tellen de zaterdagen, zondagen en feestdagen dus niet mee. Art. 16 A.R.- Het contract maakt melding van het personeelslid (de personeelsleden) dat (die) de maatschappelijk werker vervangt (vervangen) in de gevallen dat deze tijdelijk verhinderd is. Wordt de maatschappelijk werker definitief van het dossier ontlast, dan deelt het centrum dit schriftelijk aan de betrokkene mede met vermelding van de naam van diens vervanger. Rekening houdend met het feit dat een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie een nauwere sociale begeleiding vereist, moet de aanvrager snel contact kunnen opnemen met de met zijn dossierbelaste maatschappelijk werker of in geval van afwezigheid met de personen die hem vervangen. Art. 17 A.R.- Het contract eindigt van rechtswege op de dag dat het centrum, wegens de wijziging van de verblijfplaats van de rechthebbende, niet langer bevoegd is om het leefloon te verstrekken. Op verzoek van de betrokkene en met de instemming van de betrokken centra, wordt het contract niettemin voortgezet volgens de in onderlinge overeenstemming bepaalde modaliteiten. 17

18 Ofwel op verzoek ofwel van de rechthebbende, ofwel op initiatief van het centrum en met de instemming van de betrokkene, wordt het contract bezorgd aan het centrum dat bevoegd is geworden om het leefloon te verstrekken. Rekening houdend met het feit dat de integratieovereenkomst gekoppeld is aan het leefloon, is het OCMW ook niet meer bevoegd voor de opvolging van de integratieovereenkomst, wanneer het niet meer bevoegd is voor het leefloon. In het belang van de aanvrager moet gezorgd worden voor de continuïteit in de opvolging van het geïndividualiseerd project, telkens als dit mogelijk is. Op verzoek van betrokkene kunnen beide betrokken centra de voortzetting van het geïndividualiseerd project organiseren (bijv.: de vorming afwerken daar waar ze begon ). Met de instemming van de aanvrager kan het geïndividualiseerd project eveneens aan het nieuw bevoegd OCMW bezorgd worden om in het bijzonder de sociale begeleiding van de persoon vlotter te laten verlopen. Art. 18 A.R.- Op initiatief van de verantwoordelijke van de sociale dienst, maakt het centrum ten minste eens per jaar een globale evaluatie van de resultaten van de contracten houdende een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie. De voorzitter van het centrum zorgt ervoor dat een samenvatting van de evaluatie van de integratiecontracten en van de resultaten inzake tewerkstelling wordt gegeven in het jaarverslag voorgeschreven bij artikel 89 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. De globale evaluatie slaat op de resultaten van de integratieovereenkomsten en niet meer op de individuele inhoud zoals bedoeld in artikel 15 van het Algemeen Reglement. De samenvatting van deze evaluatie en de resultaten inzake tewerkstelling worden opgenomen in het jaarverslag van het OCMW. Een kopie van deze samenvatting wordt als bijlage aan het jaarverslag toegevoegd en betreft de aanwending van de toelage ten gunste van het personeel bedoeld in artikel 60 van het Algemeen Reglement. Art. 19 A.R.- Over het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie dat binnen een bepaalde periode leidt tot een arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6 moet onderhandeld zijn binnen de drie maanden na de indiening van de aanvraag. Dit project beschrijft de verschillende stappen en fazen die de persoon moeten voorbereiden op een beroepsactiviteit. Naar gelang van de in artikel 15 bedoelde regelmatige evaluatie kan het project in onderlinge overeenstemming worden aangepast. De wijzigingen worden aan het oorspronkelijk project toegevoegd. Na afloop van het project voor maatschappelijke integratie evalueert het centrum samen met de betrokkene diens bekwaamheid om arbeid aan te vatten onder de oorspronkelijk voorziene voorwaarden. Wanneer uit de evaluatie blijkt dat de persoon de nodige vaardigheden heeft verworven om arbeid aan te vatten, bezorgt het centrum hem een passende betrekking binnen een redelijke termijn. Krachtens artikel 6 van de wet heeft de persoon jonger dan 25 jaar recht op maatschappelijke integratie door tewerkstelling binnen de drie maanden vanaf de datum van zijn aanvraag. Wanneer de jongere bekwaam is om arbeid aan te vatten heeft hij recht op een arbeidsovereenkomst. 18

19 Als hij daarentegen niet geschikt is om te beginnen werken, moet het OCMW binnen de drie maanden na zijn aanvraag met de jongere een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie uitwerken, dat binnen een bepaalde periode leidt tot een arbeidsovereenkomst. Dit artikel 19 van het Algemeen Reglement verduidelijkt de minimumvoorwaarden en de modaliteiten waaraan dit type van overeenkomst moet voldoen. Dit geïndividualiseerd project heeft als doel de jongere op een beroepsactiviteit voor te bereiden. Het project moet de jongere een concreet tewerkstellingsperspectief bieden. Gedurende de drie maanden na de aanvraag gaan de jongere en het OCMW samen een beroepsproject uitwerken. Daartoe moet het OCMW de mogelijkheden van de jongere kunnen evalueren. Dit kan gebeuren via een competentiebalans. Vervolgens moeten de fazen van het trajectbemiddeling van de jongere bepaald worden om hem tot tewerkstelling te leiden. Dit betreft bijvoorbeeld de oriënteringsfase, de rendabiliseringsfase, de fase van de voorvorming, de fase van de beroepsvorming, de fase van de werkervaring ( ). Deze verschillende fazen worden aangepast in functie van de noden van de jongere. Zelfs als het project binnen de drie maanden moet uitgewerkt zijn, is het steeds in evolutie. In functie van de vastgestelde fazen zal het OCMW derhalve samen met de jongere een regelmatige evaluatie moeten doen. In functie van de evaluatie van de trajectbemiddeling van de jongere kan het geïndividualiseerd project aangepast worden. Na afloop van de trajectbemiddeling, evalueert het OCMW samen met de jongere diens bekwaamheid om arbeid aan te vatten volgens de in het geïndividualiseerd project omschreven modaliteiten. Wanneer blijkt dat de evaluatie positief is, moet het OCMW hem binnen een redelijke termijn een arbeidsovereenkomst voorstellen. Art. 20 A.R.- Wanneer het project voorziet in het volgen van een beroepsvorming en/of het opdoen van werkervaring, ziet het centrum er op toe dat de betrokkene blijk geeft van de daartoe vereiste geschiktheid, kwalificaties en motivering. Het contract bepaalt in welke mate en onder welke voorwaarden het centrum in voorkomend geval een aanvullende maatschappelijke hulp als aanmoedigingspremie toekent aan de betrokken persoon en voorziet op zijn minst dat de inschrijvingskosten, de eventuele verzekeringen, de kosten van aangepaste werkkledij en de verplaatsingsonkosten inherent aan het volgen van een beroepsvorming en/of het opdoen van werkervaring gedekt zijn door het centrum, tenzij zij ten laste genomen worden door een derde. Wanneer het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie voorziet in het volgen van een beroepsvorming of het opdoen van werkervaring, moet aan bepaalde voorwaarden voldaan worden. Dit betreft zowel de overeenkomsten voor personen jonger dan 25 jaar als de overeenkomsten voor aanvragers ouder dan 25 jaar. Betreft het een geïndividualiseerd vormingsproject voor een persoon jonger dan 25 jaar, worden de voorwaarden van artikel 19 samengevoegd met deze van artikel 20. De beroepsvorming omvat alle vormingen die tot een beroepsactiviteit voorbereiden behalve de studies met een voltijds leerplan zoals bedoeld in artikel 21 van het koninklijk besluit. De werkervaring betreft de stages waarbij de aanvrager zich op de werkplaats bevindt. De leerervaring gebeurt in een werkelijke situatie met een specifieke begeleiding. Deze stage gaat vooraf aan een arbeids- 19

20 overeenkomst. In dit type van overeenkomst moet het centrum ervoor zorgen dat de vormingskosten niet ten laste van de aanvrager vallen. Het betreft de inschrijvingskosten, de verzekeringskosten, de kosten van aangepaste werkkledij en de verplaatsingsonkosten. Indien deze kosten niet op een andere wijze gedekt zijn, moet het centrum ze ten laste nemen. Art. 21 A.R.- 1. Het contract dat tot stand komt ter uitvoering van een project van maatschappelijke integratie voor een jongere die studies met een voltijds leerplan volgt, zoals voorzien in artikel 11, 2, a), van de wet, moet voor de ganse duur van de studies gelden en de specifieke voorwaarden waaronder het leefloon kan worden behouden verduidelijken. 2. In toepassing van de artikelen 3, 5 en 6, en 4 van de wet moet het contract voorzien dat de jongere tegelijkertijd: a) zijn rechten laat gelden op studietoelagen; b) alle nodige stappen doet om te bekomen dat zijn eventuele kinderbijslag en/of onderhoudsgeld hem rechtstreeks wordt gestort wanneer er een relatiebreuk met de ouders is. c) werkbereid is tijdens periodes die met zijn studies verenigbaar zijn tenzij gezondsheids- of billijkheidsredenen dit verhinderen. 3. Melding moet worden gemaakt van de te volgen vorming en van de instelling waar de vorming wordt gevolgd. In dit verband moet de student een bewijs leveren van zijn inschrijving. 4. Afspraken moeten worden gemaakt over: a) de wijze waarop het volgen van studies wordt verzekerd. Het contract moet bepalen dat de jongere de lessen regelmatig volgt, dat hij deelneemt aan de examenzittijden en alle noodzakelijke inspanningen doet om te slagen. Enkel om gezondheids- en billijkheidsredenen kan hiervan worden afgeweken. b) de wijze waarop het centrum ondersteuning biedt op het vlak van de studies, gebeurlijk in samenwerking met de onderwijsinstelling; c) de wijze waarop het centrum begeleiding biedt aan de jongere in geval van relatiebreuk met de ouders. In overleg met de student bepaalt het contract op welke wijze het centrum een bemiddelende rol kan opnemen; d) de wijze waarop het centrum het voorbije studiejaar zal evalueren nadat de jongere zijn examenresultaten binnen de zeven werkdagen heeft bekendgemaakt aan het centrum. Het centrum kan professionele derden bij deze evaluatie betrekken wanneer de geschiktheid voor de studies niet vaststaat. Dit artikel bepaalt de minimumvoorwaarden die moeten vermeld staan in een geïndividualiseerd project voor een jongere die studies met een voltijds leerplan volgt. Zoals elke leefloonbegunstigde moet de jongere aan volgende voorwaarden voldoen: - werkbereidheid; - zijn rechten laten gelden op sociale uitkeringen; - zijn rechten laten gelden, in voorkomend geval, ten opzichte van zijn onderhoudsplichtigen. De overeenkomst zal derhalve bepalen dat de student om op een leefloon aanspraak te kunnen maken: - een studiebeurs moet aanvragen indien mogelijk; 20

GIDS. HET RECHT OP MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE Is dat iets voor mij?

GIDS. HET RECHT OP MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE Is dat iets voor mij? GIDS HET RECHT OP MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE Is dat iets voor mij? 1. Wat is recht op maatschappelijke integratie? Vanaf 1 oktober 2002 is een nieuwe wet van toepassing namelijk de wet inzake het recht

Nadere informatie

Recht op maatschappelijke integratie (RMI)

Recht op maatschappelijke integratie (RMI) Recht op maatschappelijke integratie (RMI) Versie nr. 1 Laatste update: 22-09-2008 1) Waartoe dient deze fiche? 2) Wat houdt het recht op maatschappelijke integratie precies in? 3) Waarom wordt deze steun

Nadere informatie

HET WIN-WIN-PLAN (VERSTERKTE ACTIVERING)

HET WIN-WIN-PLAN (VERSTERKTE ACTIVERING) Association de la Ville et des Communes de la Région de Bruxelles-Capitale a.s.b.l. Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest v.z.w. Section CPAS Afdeling OCMW HET WIN-WIN-PLAN

Nadere informatie

Financiële steun equivalent aan het leefloon

Financiële steun equivalent aan het leefloon Versie nr.: 1 Laatste wijziging: 22-09-2008 1) Waartoe dient deze fiche? 2) Wat is financiële steun equivalent aan het leefloon? 3) Wie heeft recht op het equivalent leefloon? 4) Aan welke 2 verplichte

Nadere informatie

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies

Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend Advies aan Mevrouwen de Voorzitsters en de Heren Voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Dienst Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Datum Bijlage(n) Dienst Juridisch en Beleidsondersteunend

Nadere informatie

Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie studenten en het recht op een leefloon

Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie studenten en het recht op een leefloon Vragen naar: Erwin.Tavernier@mi-is.be Bernard.Note@mi-is.be Tel : 02/509.83.53 02/509.81.62 I Fax : 02/508.86.91 Url : www.mi-is.be Aan de dames en heren Voorzitters van de openbare centra voor maatschappelijk

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 12 mei 2005; A. CONTEXT VAN DE AANVRAAG EN ONDERWERP ERVAN

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank ontvangen op 12 mei 2005; A. CONTEXT VAN DE AANVRAAG EN ONDERWERP ERVAN SCSZ/05/69 1 BERAADSLAGING NR. 05/026 VAN 7 JUNI 2005 M.B.T. DE RAADPLEGING VAN HET WACHTREGISTER DOOR DE DIENST VOOR ADMINISTRATIEVE CONTROLE VAN HET RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

WEGWIJS VOOR. zelfstandigen in moeilijkheden. WEGWIJS IN Een uitgave van POD Maatschappelijke Integratie. Versie mei 2014 Zelfstandigen

WEGWIJS VOOR. zelfstandigen in moeilijkheden. WEGWIJS IN Een uitgave van POD Maatschappelijke Integratie. Versie mei 2014 Zelfstandigen Versie mei 2014 Zelfstandigen WEGWIJS IN Een uitgave van POD Maatschappelijke Integratie De POD MI is een overheidsdienst die ernaar streeft een menswaardig bestaan te waarborgen aan alle personen. http://www.mi-is.be

Nadere informatie

het leefloon Versie december 2013 LEEFLOON

het leefloon Versie december 2013 LEEFLOON het leefloon Versie december 2013 LEEFLOON HET RECHT OP EEN LEEFLOON in twaalf stappen... Een leefloon, wat is dat? Wanneer krijg ik het leefloon? Waar moet ik het leefloon aanvragen? Wat zal er na de

Nadere informatie

Het Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie (GPMI)

Het Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie (GPMI) Het Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie (GPMI) Versie nr: 1 Laatste wijziging: 28-10-2006 1) Gebruiksaanwijzing en afkortingen 2) Context 3) Wat is een geïndividualiseerd project

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/10/107 BERAADSLAGING NR. 09/054 VAN 1 SEPTEMBER 2009, GEWIJZIGD OP 3 NOVEMBER 2009 EN OP 7 SEPTEMBER 2010,

Nadere informatie

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van 25 juni 2007;

Gelet op het auditoraatsrapport van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid van 25 juni 2007; SCSZ/07/122 1 BERAADSLAGING NR. 07/036 VAN 2 OKTOBER 2007 MET BETREKKING TOT MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR DE PROGRAMMATORISCHE FEDERALE OVERHEIDSDIENST MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, ARMOEDEBESTRIJDING

Nadere informatie

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 35 VAN 27 FEBRUARI 1981 BETREFFENDE SOMMIGE BEPALINGEN VAN HET ARBEIDSRECHT TEN AANZIEN VAN DE

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 35 VAN 27 FEBRUARI 1981 BETREFFENDE SOMMIGE BEPALINGEN VAN HET ARBEIDSRECHT TEN AANZIEN VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 35 VAN 27 FEBRUARI 1981 BETREFFENDE SOMMIGE BEPALINGEN VAN HET ARBEIDSRECHT TEN AANZIEN VAN DE DEELTIJDSE ARBEID, GEWIJZIGD DOOR COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR.

Nadere informatie

Toelichtingen bij de uitbreiding van de maatregel tot de toekenning van een installatiepremie aan personen die hun hoedanigheid van dakloze verliezen

Toelichtingen bij de uitbreiding van de maatregel tot de toekenning van een installatiepremie aan personen die hun hoedanigheid van dakloze verliezen Vragen naar: petr romelart E-mail: petra.romelart@mi-is.be Toelichtingen bij de uitbreiding van de maatregel tot de toekenning van een installatiepremie aan personen die hun hoedanigheid van dakloze verliezen

Nadere informatie

Infoblad - werkgevers Het WIN WIN - ACTIVA-plan (de werkkaart)

Infoblad - werkgevers Het WIN WIN - ACTIVA-plan (de werkkaart) Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening Voor meer inlichtingen, gelieve contact op te nemen met uw RVA-kantoor. De adressen kunt u vinden in het telefoonboek op de site : www.rva.be Infoblad - werkgevers Het

Nadere informatie

PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006. (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels

PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006. (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels PROGRAMMAWET (I) VAN 27 DECEMBER 2006 (B.S. 28 december 2006, 3e editie) Uittreksels Aangevuld, gewijzigd of aangepast door: - de wet van 21 december 2007 houdende diverse bepalingen (I) (B.S. 31 december

Nadere informatie

Infoblad - werknemers U wil een overeenkomst sluiten met een activiteitencoöperatie als kandidaat-ondernemer?

Infoblad - werknemers U wil een overeenkomst sluiten met een activiteitencoöperatie als kandidaat-ondernemer? Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening Infoblad - werknemers U wil een overeenkomst sluiten met een activiteitencoöperatie als kandidaat-ondernemer? Wat is een activiteitencoöperatie? Indien u behoort tot

Nadere informatie

FINANCIEEL REFERENTIEKADER: BEHANDELING VAN LEEFLOONDOSSIERS

FINANCIEEL REFERENTIEKADER: BEHANDELING VAN LEEFLOONDOSSIERS FINANCIEEL REFERENTIEKADER: BEHANDELING VAN LEEFLOONDOSSIERS INLEIDING Onderstaande tekst betreft het beleid met voorwaarden omtrent de toekenning van recht op maatschappelijke integratie (leefloon). Hierbij

Nadere informatie

NATIONALE KAMER VAN NOTARISSEN

NATIONALE KAMER VAN NOTARISSEN NATIONALE KAMER VAN NOTARISSEN Deontologische Code inzake notariële bemiddeling Aangenomen door de algemene vergadering op 7 oktober 2003 Gewijzigd door de algemene vergadering op 24 oktober 2006) Art.

Nadere informatie

1210 BRUSSEL, Galileilaan 5 (loe verdieptng) Tel.: 02/210.19.J1 Fax: 02/217.33.2S 2 1 -n?- 1997

1210 BRUSSEL, Galileilaan 5 (loe verdieptng) Tel.: 02/210.19.J1 Fax: 02/217.33.2S 2 1 -n?- 1997 KABINET VAN DE STAATSSECRETARIS 1210 BRUSSEL, Galileilaan 5 (loe verdieptng) Tel.: 02/210.19.J1 Fax: 02/217.33.2S 2 1 -n?- 1997 DE STAATSSECRETARIS VOOR VEILIGHEID, MAATSCHAPPELUKE INTEGRATIE EN LEEFMELIEU

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat. van Kinderrechtencommissaris. Artikel 1

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat. van Kinderrechtencommissaris. Artikel 1 VLAAMS PARLEMENT DECREET houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Nadere informatie

Aanvraag Belgische nationaliteit

Aanvraag Belgische nationaliteit Aanvraag Belgische nationaliteit De nationaliteits verleent het recht om de Belgische nationaliteit te verkrijgen op basis van het afleggen van een. De wet over de Belgische nationaliteit is vanaf 1 januari

Nadere informatie

Titel II. Het recht op maatschappelijke integratie

Titel II. Het recht op maatschappelijke integratie Titel II. Het recht op maatschappelijke integratie I. Inleiding, aard van het recht, administratieve organisatie Titel II - HET RECHT OP MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE Het recht op maatschappelijke integratie,

Nadere informatie

Betreft : Maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding van risicogroepen in 2015-2016.

Betreft : Maatregelen ten voordele van de vorming en opleiding van risicogroepen in 2015-2016. AAN ALLE LEDEN VAN HET SOCIAAL FONDS LOMPEN MVB/G/WINW/CIRCULAIRES FONDS//SOCIALES 2016/ CHIFFONS/CHIFFONS 001 NL RISICOGROEPEN Brussel, 20 januari 2016 Mijne heren, Betreft : Maatregelen ten voordele

Nadere informatie

Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1

Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1 Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1 HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Definities HOOFDSTUK III. - De organisatienota HOOFDSTUK IV. - Aansprakelijkheid

Nadere informatie

Sociale Inschakelingseconomie SINE

Sociale Inschakelingseconomie SINE Sociale Inschakelingseconomie SINE Petra Dombrecht Stafmedewerker Lokale Economie en Werkgelegenheid Inhoudstafel 1. Toepasselijke wetgeving 2. Doelstelling 3. Betrokken partijen 4. Werkgever: - voordelen

Nadere informatie

Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, inzonderheid op artikel 15;

Gelet op de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, inzonderheid op artikel 15; SCSZ/07/007 1 BERAADSLAGING NR. 07/004 VAN 9 JANUARI 2007 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR DE VERENIGING ZONDER WINSTOOGMERK CIMIRE AAN DE RIJKSDIENST VOOR PENSIOENEN MET HET

Nadere informatie

WIE IS STUDENT? SOCIALE ZEKERHEIDSBIJDRAGEN VOOR STUDENTEN

WIE IS STUDENT? SOCIALE ZEKERHEIDSBIJDRAGEN VOOR STUDENTEN STUDENTENARBEID Wie is student?... 1 Sociale zekerheidsbijdragen voor studenten... 1 Student @ work... Wat na het afstuderen?... Kinderbijslag... Wanneer blijft je ten laste van je ouders?... Drie voorwaarden...

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale zekerheid» SCSZ/07/162 BERAADSLAGING NR. 07/059 VAN 6 NOVEMBER 2007 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

Rechtsbijstand bij bemiddeling

Rechtsbijstand bij bemiddeling Rechtsbijstand bij bemiddeling De wet van 21 februari 2005 in verband met de bemiddeling heeft de mogelijkheid geopend rechtsbijstand toe te kennen in elke procedure van vrijwillige of gerechtelijke bemiddeling

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/09/038 BERAADSLAGING NR 09/028 VAN 5 MEI 2009 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR

Nadere informatie

Out Sim. Handleiding te lezen voor gebruik

Out Sim. Handleiding te lezen voor gebruik Out Sim Handleiding te lezen voor gebruik Om tot een eenvormig statuut voor arbeiders en bedienden te komen, moeten er vanaf 1 januari 2014 nieuwe regels worden toegepast ingeval van beëindiging van een

Nadere informatie

Deontologische code - Commissie Projectsourcing

Deontologische code - Commissie Projectsourcing Deontologische code - Commissie Projectsourcing 1. Algemene bepalingen 1.1. Doel van deze gedragscode is het bepalen van de regels waartoe de leden zich verbinden ze na te leven. Ze moet bijdragen tot

Nadere informatie

onskenmerk JUR/SIIS/1 datum == 6-09- 2002

onskenmerk JUR/SIIS/1 datum == 6-09- 2002 Bestuur van de Maatscbappelijke Integratie Bestuursdirectie van bet Maatscbappelijk Welzijn JURIDISCHE DIENST e-mail: jacqueline.dewulf@minsoc.fed.be e-mail : petra.romelart@minsoc.fed.be e-mail : erwin.tavernier@minsoc.fed.be

Nadere informatie

Aan welke voorwaarden moet je voldoen? Wat biedt de leefloonwet aan -25-jarigen?

Aan welke voorwaarden moet je voldoen? Wat biedt de leefloonwet aan -25-jarigen? Als je op eigen benen staat en géén of bijna geen inkomen hebt, kan je een leefloon vragen bij het OCMW. Het OCMW geeft niet alleen geld maar helpt b.v. ook om een job te vinden, zodat je meer kansen hebt

Nadere informatie

--------------------- Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;

--------------------- Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités; COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 64 VAN 29 APRIL 1997 TOT INSTELLING VAN EEN RECHT OP OUDERSCHAPSVERLOF, GEWIJZIGD DOOR DE COLLECTIEVE ARBEIDS- OVEREENKOMST NR. 64 BIS VAN 24 FEBRUARI 2015 ---------------------

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

DE TEWERKSTELLING VAN STUDENTEN (2015)

DE TEWERKSTELLING VAN STUDENTEN (2015) DE TEWERKSTELLING VAN STUDENTEN (2015) Studentenarbeid zit nog steeds in de lift en is een inherent onderdeel van het studentenleven geworden, zowel tijdens de zomervakantie als gedurende het academiejaar.

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/09/041 BERAADSLAGING NR 09/029 VAN 2 JUNI 2009, GEWIJZIGD OP 7 JUNI 2011, BETREFFENDE DE MEDEDELING VAN

Nadere informatie

Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen

Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van

Nadere informatie

Aanvraag om vrijstelling van de tewerkstellingsverplichting in het kader van de dienstencheques

Aanvraag om vrijstelling van de tewerkstellingsverplichting in het kader van de dienstencheques Aanvraag om vrijstelling van de tewerkstellingsverplichting in het kader van de dienstencheques Op 1 juli 2014 werd in het kader van de zesde staatshervorming de bevoegdheid voor de regeling van de dienstencheques

Nadere informatie

De artikelen 51 tot 53 van het koninklijk besluit van 25.11.1991 houdende de werkloosheidsreglementering (B.S.31.12.1991)

De artikelen 51 tot 53 van het koninklijk besluit van 25.11.1991 houdende de werkloosheidsreglementering (B.S.31.12.1991) De artikelen 51 tot 53 van het koninklijk besluit van 25.11.1991 houdende de werkloosheidsreglementering (B.S.31.12.1991) Gewijzigd bij: (1) koninklijk besluit van [02 oktober 1992 tot wijziging van het

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Rolnummer 2287 Arrest nr. 163/2001 van 19 december 2001 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 307bis van het Burgerlijk Wetboek, gesteld door het Hof van Cassatie. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Nr. 80 VAN 27 NOVEMBER 2001 TOT INVOERING VAN EEN RECHT OP BORSTVOEDINGSPAUZES, GEWIJZIGD

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Nr. 80 VAN 27 NOVEMBER 2001 TOT INVOERING VAN EEN RECHT OP BORSTVOEDINGSPAUZES, GEWIJZIGD COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Nr. 80 VAN 27 NOVEMBER 2001 TOT INVOERING VAN EEN RECHT OP BORSTVOEDINGSPAUZES, GEWIJZIGD DOOR DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Nr. 80 BIS VAN 13 OKTOBER 2010 ------------------

Nadere informatie

Ontwerp van decreet. houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten. Advies. van de Raad van State

Ontwerp van decreet. houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten. Advies. van de Raad van State stuk ingediend op 1529 (2011-2012) Nr. 11 20 juni 2012 (2011-2012) Ontwerp van decreet houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten Advies van de Raad van

Nadere informatie

Rolnummer 6129. Arrest nr. 174/2015 van 3 december 2015 A R R E S T

Rolnummer 6129. Arrest nr. 174/2015 van 3 december 2015 A R R E S T Rolnummer 6129 Arrest nr. 174/2015 van 3 december 2015 A R R E S T In zake : de prejudiciële vragen over artikel 14, 1, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie,

Nadere informatie

19/10/2011 ACTIVA. Petra Dombrecht Stafmedewerker Lokale Economie en Werkgelegenheid. Inhoudstafel

19/10/2011 ACTIVA. Petra Dombrecht Stafmedewerker Lokale Economie en Werkgelegenheid. Inhoudstafel ACTIVA Petra Dombrecht Stafmedewerker Lokale Economie en Werkgelegenheid Inhoudstafel 1. Toepasselijke basiswetgeving 2. Wat is Activa? 3. RVA activering en OCMW activering 4. Werkuitkering 5. RSZ-vermindering

Nadere informatie

INFORMATIEDOCUMENT "UITKERINGSAANVRAAG ALS SCHOOLVERLATER"

INFORMATIEDOCUMENT UITKERINGSAANVRAAG ALS SCHOOLVERLATER INFORMATIEDOCUMENT "UITKERINGSAANVRAAG ALS SCHOOLVERLATER" (met een controlekaart C3A) Dit informatiedocument biedt u een overzicht van uw rechten en plichten en van de belangrijkste zaken die u als werkloze

Nadere informatie

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 42 VAN 2 JUNI 1987 BETREF- FENDE DE INVOERING VAN NIEUWE ARBEIDSREGELINGEN IN DE

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 42 VAN 2 JUNI 1987 BETREF- FENDE DE INVOERING VAN NIEUWE ARBEIDSREGELINGEN IN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 42 VAN 2 JUNI 1987 BETREF- FENDE DE INVOERING VAN NIEUWE ARBEIDSREGELINGEN IN DE ONDERNEMINGEN, GEWIJZIGD DOOR DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 42 BIS VAN 10 NOVEMBER

Nadere informatie

Gelet op de aanvraag van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van 2 augustus 2007;

Gelet op de aanvraag van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van 2 augustus 2007; SCSZ/07/145 1 BERAADSLAGING NR. 07/047 VAN 4 SEPTEMBER 2007 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS BETREFFENDE GEDETACHEERDE WERKNEMERS, ZELFSTANDIGEN, STAGIAIRS EN ZELFSTANDIGE STAGIAIRS

Nadere informatie

Uittreksel m.b.t. de doelgroepvermindering mentors :

Uittreksel m.b.t. de doelgroepvermindering mentors : Programmawet (I) van 24 december 2002 Titel IV. Werk - Hoofdstuk 7. Harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van sociale zekerheidsbijdragen (B.S. 31.12.2002) Uittreksel

Nadere informatie

Reglement Starterscontract

Reglement Starterscontract 1 Reglement Starterscontract Artikel 1 - Situering De Stad Geraardsbergen, zijnde het College van Burgemeester en Schepenen, kan onder de voorwaarden bepaald in dit reglement, een ondersteuning toekennen

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 3 MEI 1999

Koninklijk besluit van 3 MEI 1999 Koninklijk besluit van 3 MEI 1999 tot uitvoering van artikel 7, 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling

Nadere informatie

VLAAMSERAA D VOORSTEL VAN DECREET

VLAAMSERAA D VOORSTEL VAN DECREET Stuk 199 (19881989) - Nr. 1 ARCHIEF VLAAMSE RAAD TERUGBEZORGEN VLAAMSERAA D ZITTING 1988-1989 20 APRIL 1989 VOORSTEL VAN DECREET - van mevrouw M. De Meyer - houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse

Nadere informatie

Te lezen vooraleer het aangifteformulier in verband met kinderen ten laste te vervolledigen.

Te lezen vooraleer het aangifteformulier in verband met kinderen ten laste te vervolledigen. Te lezen vooraleer het aangifteformulier in verband met kinderen ten laste te vervolledigen. ZEER BELANGRIJK : Indien u een of meer kinderen ten laste heeft die de hierna vermelde voorwaarden vervullen,

Nadere informatie

Rolnummer 5633. Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T

Rolnummer 5633. Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T Rolnummer 5633 Arrest nr. 26/2014 van 6 februari 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 «houdende invoering van een sociale

Nadere informatie

Collectieve arbeidsovereenkomst van 11 oktober 2011 betreffende het omgaan met migrerende uitzendkrachten

Collectieve arbeidsovereenkomst van 11 oktober 2011 betreffende het omgaan met migrerende uitzendkrachten Collectieve arbeidsovereenkomst van 11 oktober 2011 betreffende het omgaan met migrerende uitzendkrachten Inleiding De sociale partners van de uitzendsector zijn van oordeel dat de instroom van migrerende

Nadere informatie

Rolnummer 4496. Arrest nr. 50/2009 van 11 maart 2009 A R R E S T

Rolnummer 4496. Arrest nr. 50/2009 van 11 maart 2009 A R R E S T Rolnummer 4496 Arrest nr. 50/2009 van 11 maart 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 57, 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk

Nadere informatie

Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1

Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1 Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S.29.VIII.2005) 1 HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK II. - Definities HOOFDSTUK III. [De informatieplicht] HOOFDSTUK IV. - Aansprakelijkheid

Nadere informatie

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter,

Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag. Geachte Voorzitter, Aan de Voorzitter van het OCMW van Kalmthout Heuvel 39 2920 Kalmthout Geïntegreerd inspectieverslag POD MI Inspectiedienst POD MI KALMTHOUT/RMIB-STOF/2015 2 Betreft: Geïntegreerd inspectieverslag Geachte

Nadere informatie

Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, titel III, hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling 4. Ondernemingen die investeren in een raamovereenkomst voor de productie van een audiovisueel werk Art. 194ter.

Nadere informatie

Mevrouw de Voorzitster, Mijnheer de Voorzitter,

Mevrouw de Voorzitster, Mijnheer de Voorzitter, i uwbrief van uw kenmerk Bestuur van de Maatschappelijke Integratie Bestuursdirectie van het Maatschappelijk Welzijn DIENST FINANCIEN EN ONDERSTANDSKOSTEN TERUGBETALINGEN ) Vragen naar: Kurt Gesquiere

Nadere informatie

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. Voor de toepassing van dit besluit wordt met de term «gemeente» ook een «brandweerintercommunale» verstaan.

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen. Voor de toepassing van dit besluit wordt met de term «gemeente» ook een «brandweerintercommunale» verstaan. KONINKLIJK BESLUIT VAN 12 OKTOBER 2011 TOT OVERPLAATSING NAAR DE FOD BINNENLANDSE ZAKEN VAN DE PERSONEELSLEDEN IN DIENST BIJ DE CENTRA VAN HET EENVORMIG OPROEPSTELSEL. (inw. 31 oktober 2011) (B.S. 21.10.2011)

Nadere informatie

PREAMBULE TITEL I TOEPASSINGSGEBIED

PREAMBULE TITEL I TOEPASSINGSGEBIED 1/6 Collectieve arbeidsovereenkomst van 11 maart 2014, gesloten in de schoot van het Paritair Comité voor het Glasbedrijf, betreffende de inspanningen ten gunste van de personen die tot de risicogroepen

Nadere informatie

Persbericht. Anti-crisismaatregelen: goedkeuring van een tweede pakket maatregelen van de minister van Werk om ontslagen te vermijden

Persbericht. Anti-crisismaatregelen: goedkeuring van een tweede pakket maatregelen van de minister van Werk om ontslagen te vermijden Brussel, 30 april 2009 Persbericht Anti-crisismaatregelen: goedkeuring van een tweede pakket maatregelen van de minister van Werk om ontslagen te vermijden Vice-Eerste minister en minister van werk, Joëlle

Nadere informatie

1. Verhoogde staatstoelage

1. Verhoogde staatstoelage Vragen naar: E-mail: Tel : I Fax : Url : http://socialeconomy.fgov.be Aan de Voorzit(s)ter van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn Dienst uw brief uw Ons Datum Bijlage(n) van kenmerk kenmerk

Nadere informatie

Financiële maatschappelijke steun equivalent aan het leefloon

Financiële maatschappelijke steun equivalent aan het leefloon Financiële maatschappelijke steun equivalent aan het leefloon Versie nr: 1 Laatste wijziging: 22-09-2008 1) Gebruiksaanwijzing en afkortingen 2) Context 3) Wat is financiële maatschappelijke steun equivalent

Nadere informatie

REGELINGSAKTE EN FAMILIERECHTELIJKE OVEREENKOMST VOORAFGAAND AAN ECHTSCHEIDING DOOR ONDERLINGE TOESTEMMING

REGELINGSAKTE EN FAMILIERECHTELIJKE OVEREENKOMST VOORAFGAAND AAN ECHTSCHEIDING DOOR ONDERLINGE TOESTEMMING REGELINGSAKTE EN FAMILIERECHTELIJKE OVEREENKOMST VOORAFGAAND AAN ECHTSCHEIDING DOOR ONDERLINGE TOESTEMMING TUSSEN: Mevrouw X En Meneer Y EN IS OVEREENGEKOMEN WAT VOLGT: Partijen willen overgaan tot echtscheiding

Nadere informatie

www.weerwerkpremie.be

www.weerwerkpremie.be www.weerwerkpremie.be Handleiding bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2005 Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap 6/2005 Inhoud Woord vooraf 2 1. Op wie is de maatregel van toepassing? 3

Nadere informatie

Infoblad RVA. Onderwerp. Datum. November 2002. Copyright and disclaimer

Infoblad RVA. Onderwerp. Datum. November 2002. Copyright and disclaimer Infoblad RVA Onderwerp Wat is de invloed van een zelfstandige activiteit op het recht op uitkeringen? Datum November 2002 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1 RMC-wet 2001 636 Wet van 6 december 2001 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de invoering van de verplichting

Nadere informatie

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 55 VAN 13 JULI 1993 TOT INSTELLING VAN EEN REGELING VAN AANVULLENDE VERGOEDING

COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 55 VAN 13 JULI 1993 TOT INSTELLING VAN EEN REGELING VAN AANVULLENDE VERGOEDING COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST NR. 55 VAN 13 JULI 1993 TOT INSTELLING VAN EEN REGELING VAN AANVULLENDE VERGOEDING VOOR SOMMIGE OUDERE WERKNEMERS, IN GEVAL VAN HAL- VERING VAN DE ARBEIDSPRESTATIES, GEWIJZIGD

Nadere informatie

Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden

Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden Gemeente Achtkarspelen Verordening Langdurigheidstoeslag WWB Dienst Werk en Inkomen De Wâlden November 2011 1 Gemeente Achtkarspelen de Raad van de gemeente Achtkarspelen; gelet op het bepaalde in artikel

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.777 ----------------------------- Zitting van woensdag 5 oktober 2011 -------------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.777 ----------------------------- Zitting van woensdag 5 oktober 2011 ------------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.777 ----------------------------- Zitting van woensdag 5 oktober 2011 ------------------------------------------------- Outplacement werknemers van beschutte en sociale werkplaatsen en

Nadere informatie

Onder afhankelijke gezinsleden wordt verstaan:

Onder afhankelijke gezinsleden wordt verstaan: VERDRAG INZAKE BETAALDE ARBEID TEN BEHOEVE VAN AFHANKELIJKE GEZINSLEDEN VAN HET DIPLOMATIEK, CONSULAIR, ADMINISTRATIEF, TECHNISCH EN ONDERSTEUNEND PERSONEEL VAN DE DIPLOMATIEKE EN CONSULAIRE MISSIES De

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid»

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling «Sociale Zekerheid» SCSZ/11/070 BERAADSLAGING NR 11/045 VAN 7 JUNI 2011 MET BETREKKING TOT MEDEDELING VAN PERSOONSGEGEVENS DOOR DE

Nadere informatie

HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen.

HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen. Besluit van 22 december 2004 tot uitvoering van de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de erkenning en de financiering van de plaatselijke initiatieven voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 13/03/2014

Datum van inontvangstneming : 13/03/2014 Datum van inontvangstneming : 13/03/2014 Vertaling C-65/14-1 Zaak C-65/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 10 februari 2014 Verwijzende rechter: Arbeidsrechtbank te Nijvel (België)

Nadere informatie

7 JULI 1994. Decreet betreffende de erkenning van instellingen voor schuldbemiddeling

7 JULI 1994. Decreet betreffende de erkenning van instellingen voor schuldbemiddeling 7 JULI 1994. Decreet betreffende de erkenning van instellingen voor schuldbemiddeling (Vertaling) Artikel 1. Dit decreet is van toepassing op de openbare of privé-instellingen voor schuldbemiddeling zoals

Nadere informatie

Programmawet van 22.12.89 en uitvoeringsbesluit van 8 maart 1990

Programmawet van 22.12.89 en uitvoeringsbesluit van 8 maart 1990 Programmawet van 22.12.89 en uitvoeringsbesluit van 8 maart 1990 rechtsbron bron/reg.nr. rechtsbrondatum publicatiedatum pagina Wet - 22.12.1989 K.B. - B.S. - 30.12.1989 21382 Wet - 29.03.2012 B.S. - 06.04.2012

Nadere informatie

WIE IS STUDENT? SOCIALE ZEKERHEIDSBIJDRAGEN VOOR STUDENTEN STUDENT @ WORK

WIE IS STUDENT? SOCIALE ZEKERHEIDSBIJDRAGEN VOOR STUDENTEN STUDENT @ WORK STUDENTENARBEID Wie is student?... 1 Sociale zekerheidsbijdragen voor studenten... 1 Student @ work... 1 Hoe inschrijven op student @ work?... 2 Belang van het attest!... 2 Wat na het afstuderen?... 2

Nadere informatie

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel)

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel) «Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (2 de deel) Tweede deel In de vorige Stat info ging de studie globaal (ttz. alle statuten bijeengevoegd) over het verband

Nadere informatie

Extra s. Arbeiders en bedienden van de hotelnijverheid (Horeca) paritair comité 302. Rechtsbronnen. Het begrip extra

Extra s. Arbeiders en bedienden van de hotelnijverheid (Horeca) paritair comité 302. Rechtsbronnen. Het begrip extra Arbeiders en bedienden van de hotelnijverheid (Horeca) paritair comité 302 bijwerking: september 2013 - doc.nr. 204 Extra s Opgelet! Vanaf 1 oktober 2013 zullen belangrijke nieuwigheden van kracht worden

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 29 januari 1998 tot goedkeuring van het stagereglement van het Beroepsinstituut van Boekhouders

Koninklijk besluit van 29 januari 1998 tot goedkeuring van het stagereglement van het Beroepsinstituut van Boekhouders Koninklijk besluit van 29 januari 1998 tot goedkeuring van het stagereglement van het Beroepsinstituut van Boekhouders Bron : Koninklijk besluit van 29 januari 1998 tot goedkeuring van het stagereglement

Nadere informatie

Infoblad - werknemers Hebt u recht op de werkhervattingstoeslag?

Infoblad - werknemers Hebt u recht op de werkhervattingstoeslag? Infoblad - werknemers Hebt u recht op de werkhervattingstoeslag? Belangrijke melding over de zesde staatshervorming De informatie in dit infoblad heeft betrekking op bevoegdheden die door de zesde staatshervorming

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF ABANTE VZW NOVEMBER 2012

NIEUWSBRIEF ABANTE VZW NOVEMBER 2012 NIEUWSBRIEF ABANTE VZW NOVEMBER 2012 Geachte heer Geachte mevrouw Het einde van het jaar nadert maar dat wil niet zeggen dat er geen sociale actualiteit is, zo wordt traditioneel in november de nieuwe

Nadere informatie

Art. 33 van de WZW verplicht elke WG een IDPBW op te richten, waarin minstens één PAwerknemer

Art. 33 van de WZW verplicht elke WG een IDPBW op te richten, waarin minstens één PAwerknemer Nr. 910 Brussel, 12 januari 2010 BETREFT: MOGELIJKHEID VOOR MEERDERE WERKGEVERS TOT OPRICHTING VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJKE INTERNE DIENST VOOR PREVENTIE EN BESCHERMING OP HET WERK (GIDPBW). 1. Wetgeving

Nadere informatie

DE INHOUD, VOORWAARDEN EN DE PROCEDURE OM DE MEDISCHE KOSTEN VIA DE ZIEKTEVERZEKERING TE LATEN BETALEN

DE INHOUD, VOORWAARDEN EN DE PROCEDURE OM DE MEDISCHE KOSTEN VIA DE ZIEKTEVERZEKERING TE LATEN BETALEN DE INHOUD, VOORWAARDEN EN DE PROCEDURE OM DE MEDISCHE KOSTEN VIA DE ZIEKTEVERZEKERING TE LATEN BETALEN 1. Welke medische kosten worden door het ziekenfonds betaald? De ziekenfondsen vergoeden geneeskundige

Nadere informatie

Gelet op de aanvraag ingediend door de RKW bij brieven van 28 februari 1995 en 15 juni 1995;

Gelet op de aanvraag ingediend door de RKW bij brieven van 28 februari 1995 en 15 juni 1995; TC/95/24 BERAADSLAGING Nr. 95/48 VAN 12 SEPTEMBER 1995 BETREFFENDE EEN AANVRAAG VAN DE RIJKSDIENST VOOR KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS (RKW) TOT MACHTIGING, ALSOOK VOOR ALLE KINDERBIJSLAGFONDSEN, VOOR HET

Nadere informatie

Reglement Starterscontract

Reglement Starterscontract Reglement Starterscontract Artikel 1 Situering De Stad Gent, zijnde het College van Burgemeester en Schepenen, kan onder de voorwaarden bepaald in dit reglement, een toelage toekennen aan startende ondernemers,

Nadere informatie

Hoofdstuk 2. Recht op tijdskrediet

Hoofdstuk 2. Recht op tijdskrediet Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2013 ter uitvoering van CAO nr. 103 van 27 juni 2012 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen, en inzake het stelsel

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 29 / 95 van 27 oktober 1995 ------------------------------------------- O. ref. : 10 / A / 95 / 029 BETREFT : Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie