De waarde van de NPST als vervanger van de NVM voor de theoriegestuurde dynamische profielinterpretatie. Een equivalentie studie.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De waarde van de NPST als vervanger van de NVM voor de theoriegestuurde dynamische profielinterpretatie. Een equivalentie studie."

Transcriptie

1 De waarde van de NPST als vervanger van de NVM voor de theoriegestuurde dynamische profielinterpretatie. Een equivalentie studie. E.H.M Eurelings-Bontekoe, T. de Tourton Bru yns en K.Jonker Personalia: Mevr. Dr. E.H.M. (Liesbeth) Eurelings-Bontekoe, Klinisch Psycholoog NIP, Psychotherapeut en Gedragstherapeut, is als Universitair Hoofddocent verbonden aan de sectie Klinische en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Leiden. Mevr. T. (Tamara) de Tourton Bruyns was ten tijde van het onderzoek stud ent aan bovengenoemde sectie. De Heer. K. (Kosse) Jonker, Klinisch Psycholoog NIP, Psychotherapeut en Gedragstherapeut is als P- opleider verbonden aan Psychomedisch Centrum Parnassia, Den Haag. Correspondentieadres: Dr. E.H.M. Eurelings-Bontekoe, Sectie Klinische en Gezondheidspsychologie, Universiteit Leiden, Wassenaarseweg 5, AK Leiden Tel

2 De waarde van de NPST als vervanger van de NVM voor de theoriegestuurde dynamische profielinterpretatie. Een equivalentie studie. Samenvatting Sinds januari 4 is de Nederlands Verkorte MMPI (NVM ; Luteijn & Kok, 985) om copyright technische redenen uit de handel genomen. Ter vervanging van de NVM hebben Luteijn en Barelds () de Negativisme, ernstige Psychopathologie en Somatisering Test (NPST) vervaardigd, een test met drie dimensies: Negativisme, Ernstige Psychopathologie en Somatisering. De NPST bevat dus niet de dimensies Verlegenheid en Extraversie. De Verlegenheidsschaal van de NVM is met name van belang voor het genereren van de structuurhypothese met behulp van de dynamische profielinterpretatie, zoals ontwikkeld door Eurelings en Snellen (). Dit onderzoek richtte zich op de vraag of de NPST in combinatie met de Sociale Inadequatie schaal van de Nederlandse Persoonlijkheids Vragenlijst (NPV) voor de dynamische profielinterpretatie kan worden gebruikt. Het blijkt dat de indeling in profielen volgens de NPST in combinatie met de Sociale Inadequatie schaal van de NPV een geringe overeenstemming heeft met de indeling op basis van de NVM, ook na correctie voor geringe prevalenties. De indeling op basis van de NPST met de Verlegenheidschaal van de NVM blijkt een betere overeenstemming te hebben met de oorspronkelijke indeling op basis van de NVM, zeker als gecorrigeerd wordt voor geringe prevalenties. De algemene conclusie is dan ook dat de NPST in combinatie met de Sociale Inadequatie schaal in de individuele diagnostiek met behulp van de dynamische profielinterpretatie de NVM niet kan vervangen. De NPST in combinatie met de Verlegenheidschaal van de NVM lijkt derhalve een betere optie, alhoewel zeker niet optimaal. Een en ander heeft mogelijk te maken met het feit dat Verlegenheid en Sociale Inadequatie twee begrippen zijn met slechts beperkte conceptuele overlap. Ondanks een hoge correlatie tussen de twee dimensies in de steekproef kunnen individuen uiteenlopende scores op Verlegenheid en Sociale Inadequatie hebben. In de discussie wordt hierop nader ingegaan. Summary Since January 4, the Dutch Short Form of the MMPI is not being purchased anymore due to copyright problems. Since then, a three dimensional test has been constructed aimed at replacing the five dimensional DSFM. This new test (NPST) lacks the DSFM dimensions Shyness and Extraversion, dimensions that are important in applying the dynamic profile interpretation as developed by Eurelings-Bontekoe and Snellen for the DSFM. Authors of the NPST claim that the Shyness scale can be replaced by the Social Inadequacy scale of the Dutch Personality Questionnaire. This study investigates the agreement between classification in profiles derived form the DSFM and from the NPST, including either de Shyness scale of the DSFM or the Social Inadequacy Scale of the NPST. It is concluded that the agreement between the classification in profiles base d on the DSFM and based on the NPST including the Social Inadequacy scale is very weak, but that the agreement between the classification in profiles based on the DSFM and based on the NPST including the DSFM Shyness scale is acceptable. It is concluded that Shyness and Social Inadequacy are only partially overlapping constructs, despite the high correlation between the two scales Lead: Barelds et al., concluderen in de Psycholoog van juni 4 dat de NPST een verbeterde vervanger is van de NVM. De NPST meet echter niet die dimensies, die voor de Dynamische theoriegestuurde Profielinterpretatie (DTP) zoals ontwikkeld door Eurelings-Bontekoe en Snellen van groot belang zijn, namelijk de dimensies Verlegenheid en Extraversie. De vraag is dan ook of de NPST een bruikbare vervanger is van de NVM voor diegenen die werken met de DTP.. Inleiding Nadat de eerste uitgave van de Nederlandse Verkorte MMPI (NVM) verscheen, zijn vele onderzoeken naar de psychometrische kwaliteiten ervan verricht (Barelds et al., 4). In 985 werd aan de hand van deze onderzoeksgegevens een herziene handleiding van de NVM uitgegeven (Luteijn & Kok, 985), waarop de NVM een redelijk positieve COTAN (Commissie Testaangelegenheden Nederland)-beoordeling ontving. Uit factoranalytisch onderzoek bleek dat aan de MMPI vijf dimensies (Negativisme, Somatisering, Verlegenheid, ernstige Psychopathologie en Extraversie) ten grondslag liggen. De NVM bestaat uit deze vijf

3 dimensies en is uit 8 items opgebouwd, die alle aan de oude MMPI zijn ontleend (Eurelings- Bontekoe & Snellen, ). Hoewel de NVM destijds gemaakt is met de bedoeling de MMPI (Derksen et al., 99) te kunnen vervangen (Luteijn & Kok, 985), heeft volgens Eurelings- Bontekoe & Snellen () het gecombineerde gebruik van beide instrumenten de voorkeur, omdat de MMPI en de NVM elkaar goed aanvullen. De NVM is minder dan de MMPI gevoelig voor affectstuwing en demoralisatie in het kader van een bestaand toestandsbeeld en het gecombineerde gebruik van beide instrumenten geeft dan ook zicht op de relatieve bijdrage van de persoonlijkheid en het toestandsbeeld aan de gepresenteerde pathologie. De MMPI controleert onder andere voor antwoordtendenties en geeft een genuanceerder profiel dan de NVM. Omgekeerd geeft de NVM informatie die niet direct uit de MMPI is af te leiden. Zo is de dimensie Extraversie bijvoorbeeld niet uit het MMPI scoreprofiel te herleiden. De NVM stond in in tot de top drie van de meest gebruikte testen in Nederland (Evers, Zaal & Evers, ). Dit had zeer waarschijnlijk te maken met de toenemende populariteit van de NVM dynamische theoriegestuurde profielinterpretatie (Eurelings- Bontekoe & Snellen, ). Sinds begin 4 mag de NVM echter nie t meer verkocht worden, omdat de copyrights nooit blijken te zijn geregeld. Door het verbod op de verkoop van de NVM en in het licht van het succes ervan, hebben Luteijn & Barelds () besloten een paralleltest van de NVM te maken die de begrippen Negativisme, ernstige Psychopathologie en Somatisering meet en die - net als de NVM - bedoeld is voor gebruik binnen de geestelijke gezondheidszorg. Dit betekent echter dat de dimensies Verlegenheid en Extraversie niet gemeten worden met de NPST. Deze dimensies zijn wel van belang binnen de dynamische theoriegestuurde profielinterpretatie zoals ontwikkeld door Eurelings-Bontekoe en Snellen (). De vraag is dan ook of de NPST een geschikte vervanger is in het kader van de dynamische theoriegestuurde profielinterpretatie.

4 .. Vervanger van de NVM: de NPST Uit onderzoek blijkt dat een aantal persoonlijkheidseigenschappen die de NVM meet, niet of minder goed met andere persoonlijkheidsvragenlijsten kan worden gemeten (Barelds et al., 4). Vooral Negativisme, Somatisering en ernstige Psychopathologie van de NVM lijken vrij unieke informatie te genereren, die niet met andere tests gemeten kan worden. Barelds et al., (4) melden dat het besluit voor een driedimensionele paralleltest is genomen vanuit de gedachte dat Verlegenheid met de Sociale Inadequatie schaal van de NPV gemeten zou kunnen worden en Extraversie met de Extraversieschaal van de NEO -PI-R dan wel de NEO-FFI (Neuroticisme, Extraversie en Openheid voor ervaring, Vriendelijkheid en Consciëntieusheid) (Hoekstra, Ormel & de Fruijt, 996). Deze nieuwe test heet de NPST (Negativisme, Ernstige Psychopathologie en Somatisering Test). De NPST is - voor wat betreft deze drie schalen een vanuit statistisch oogpunt, goede vervanger van de drie parallelle NVM-dimensies, zoals uit de hoge correlaties tussen de gelijknamige sub schalen blijkt. Bij de constructie van de NPST schalen zijn de omschrijvingen van de begrippen uit de NVM-handleiding genomen. De antwoordvorm van de NPST is hetzelfde als van de NVM: Juist -?-Onjuist (Luteijn & Barelds, ). Luteijn & Barelds () beschrijven de verschillende schalen als volgt: * Negativisme: een negatieve, ontevreden en vijandige instelling ten opzichte van anderen en de omgeving; reageren met mopperen en klagen op gevoelens van onbehagen; een zelfdefensieve instelling; * Ernstige Psychopathologie: het hebben van paranoïde gedachten en/of waanachtige ideeën en/of bizarre belevingen; * Somatisering: de neiging op psychische spanningen en stress met lichamelijke klachten te reageren.. De Verlegenheid- en Extraversieschaal De NVM onderscheidt onder andere de dimensies Verlegenheid en Extraversie. Hoewel deze dimensies belangrijk zijn voor de dynamische profielinterpretatie, worden deze met de NPST niet gemeten. Een hoge mate van Verlegenheid is vooral te verwachten bij een lage mate van Extraversie en omgekeerd. Als er tegenstrijdige resultaten worden gevonden, worden deze met behulp van theorie van betekenis voorzien. Eurelings-Bontekoe en Snellen () beschrijven in hun boek Dynamische Persoonlijkheidsdiagnostiek de betekenis van onder andere de statistisch onverwachte combinaties van een lage score op Extraversie en een lage score op Verlegenheid en een hoge score op Extraversie en een hoge score op Verlegenheid. Daarnaast beschrijven zij een interpretatieschema van de NVM op basis van de dimensies Verlegenheid, Psychopathologie en Negativisme. Het tripartite model van 4

5 persoonlijkheidspathologie zoals ontwikkeld door Kernberg (984), nemen zij daarbij als theoretisch uitgangspunt. Cliënten kunnen op basis van dit schema ingedeeld worden in verschillende profielen en deze profielen kunnen op hun beurt ingedeeld worden in drie groepen hypothetische structuurdiagnosen: de neurotische persoonlijkheidsorganisatie (NPO), de borderline persoonlijkheidsorganisatie (BPO) en de psychotische persoonlijkheidsorganisatie (PPO). Voor het genereren van de structuurhypothese doet de Extraversie schaal niet mee, maar is de Verlegenheidsschaal onontbeerlijk. De centrale vraag is dan ook of de Sociale Inadequatie schaal van de NPV inderdaad de Verlegenheidschaal van de NVM bij de structurele diagnostiek met behulp van de profielinterpretatie kan vervangen. De vragen die in dit onderzoek centraal staan, zijn: komt de indeling van cliënten in profielen en structuurgroepen op basis van de originele NVM overeen met * die op basis van de NPST gecombineerd met de Verlegenheidschaal van de NVM * die op basis van de NPST gecombineerd met de Sociale Inadequatie schaal van de NPV 5

6 . Methode. Procedure Aan bijna 6 volwassen ambulante cliënten in behandeling bij het Psychomedisch Centrum Parnassia te Den Haag is een uitnodigingsbrief gestuurd voorzien van een bijlage waarin vermeld staat dat deelname anoniem is, wat het onderzoek inhoudt, hoe lang deelname aan het onderzoek duurt en wat van de cliënten verwacht wordt. Tevens vond deelname op geheel vrijwillige basis plaats, weigering tot deelname had geen invloed op de behandeling en cliënten konden - mocht daar behoefte aan zijn - op elk voor hen gewenst moment hun verdere deelname aan het onderzoek weigeren. Daarnaast is een toestemmingsformulier bijgevoegd waarin cliënten konden aangeven akkoord te gaan met de voorwaarden tot deelname. Dit formulier diende ondertekend te worden. Bovendien werden de cliënten in de gelegenheid gesteld verdere informatie over het onderzoek in te winnen waarvan, voor zover bekend, geen gebruik is gemaakt. Zodra deelname aan het onderzoek was bevestigd - schriftelijk dan wel mondeling werden het toestemmingsformulier en de drie vragenlijsten (NVM, NPST, Sociale Inadequatie schaal van de NPV) aan betrokkene gestuurd. De ingevulde vragenlijsten konden de cliënten vervolgens op de afgesproken dag meenemen of - als daar behoefte aan was - eerder of eventueel later dan de afgesproken dag in de bijgevoegde retourenvelop retourneren. Wanneer cliënten de Nederlandse taal onvoldoende beheersten, werden zij van deelname uitgesloten... Respondenten In totaal hebben 96 respondenten aan het onderzoek meegedaan, 5 mannen en 7 vrouwen variërend in de leeftijd van tot 6 jaar met een gemiddelde leeftijd van 7.8 jaar (SD 9.7 jaar). Twaalf (4.8%) van de respondenten hadden een laag opleidingsniveau, 4 (5.9%) een middelbaar opleidingsniveau en 7 (.%) een hoger dan wel universitair opleidingsniveau. Van 5 respondenten was het opleidingsniveau onbekend... Statistische Analyses Het profielschema van de NVM zoals omschreven door Eurelings-Bontekoe et al., (5) wordt op de NPST toegepast door gebruik te maken van de bij de NPST gepubliceerde normscores van de normgroepen Psychiatrische patiënten en Algemeen. Bijvoorbeeld: het high level borderline profiel wordt volgens Eurelings-Bontekoe et al., (5) gekenmerkt door een ruwe NVM Ernstige psychopathologie score van 8 of hoger, hetgeen hoog is voor de normgroep Psychiatrie en zeer hoog voor de normgroep Algemeen. Vervolgens is in de handleiding bij de NPST opgezocht welke ruwe scores op de schaal Ernstige psychopathologie hoog zijn voor de normgroep Psychiatrische Cliënten en zeer hoog voor de normgroep Algemeen. Hetzelfde 6

7 werd gedaan voor de score op Negativisme. Ook wat betreft de Sociale Inadequatie score van de NPV ter vervanging van de Verlegenheid score van de NVM is dezelfde procedure gevolgd, waarbij gebruik is gemaakt van de herziene handleiding uit (Luteijn, Starren & Van Dijk, ). Bijvoorbeeld daar waar in de NVM een range van ruwe Verlegenheid scores wordt beschreven van boven gemiddeld (p) tot hoog (a), zijn vervolgens die Sociale Inadequatie scores van de NPV geselecteerd, die eveneens in de klasse boven gemiddeld (p) tot hoog vallen (a). De Sociale Inadequatie schaal en de Verlegenheidschaal bevatten overigens hetzelfde aantal items, namelijk 5. De overeenstemming tussen de drie manieren van indelen in profielen (met NVM, met NPST in combinatie met de Sociale Inadequatieschaal van de NPV en de NPST in combinatie met de Verlegenheidschaal van de NVM) is met behulp van Cohen s Kappa onderzocht. De Cohen s Kappa is een maat voor overeenstemming tussen twee oordelen/diagnoses en wordt gebruikt om aan te geven in hoeverre twee beoordelaars of observatoren (in dit geval de diverse indelingsmogelijkheden) overeenstemmen. De Kappa wordt beïnvloed door de base rate ofwel de frequentie waarmee een bepaald profiel dan wel een structurele diagnose voorkomt. De Kappa statistiek corrigeert voor overeenstemming op basis van toeval waarbij rekening wordt gehouden met de base rate. Een Kappa waarde van.4 houdt in dat 6% van de overeenstemming op toeval of error berust. Wanneer de Kappa groter dan.75 is, is de overeenstemming groot, bij een Kappa tussen de.4 en de.75 is de overeenstemming redelijk tot goed, een Kappa kleiner dan.4 duidt op een zwakke overeenstemming. Omdat, ondanks de correctie voor base rate, een lage base rate de Kappa kan beïnvloeden, zijn de Kappa berekeningen ook uitgevoerd op alleen die profielen met een prevalentie van tenminste 5%. Correlaties tussen de verschillende schalen zijn berekend met Pearson s Correlatie Anayses.. Resultaten.. Correlaties tussen de verschillende schalen De correlatie van de Sociale Inadequatie schaal van de NPV met de Verlegenheids schaal van de NVM is.79 (p=.). De hoogte van deze correlatie is in overeenstemming met die zoals vermeld in de handleiding van de NVM (.75, p=. ; Luteijn & Kok, 985). De correlatie van de Negativisme schaal van de NVM met de Negativisme schaal van de NPST is.78 (p=.), de Somatisering schaal van de NVM correleert.89 (p=.) met de Somatisering schaal van de NPST en tenslotte correleert de Psychopathologie schaal van de NVM.8 (p=.) met de Psychopathologie schaal van de NPST. Deze correlaties zijn in overeenstemming met die gepubliceerd in de NPST-handleiding (Luteijn & Barelds, ).. Cohen s Kappa van de overeenstemming tussen de indelingen in profielen 7

8 Bij het berekenen van de overeenstemming tussen de indeling in profielen met behulp van de NVM en de indeling in profielen met de NPST in combinatie met de Sociale Inadequatieschaal van de NPV is coëfficiënt Kappa gering (.) (tabel ). Daarentegen bedraagt coëfficiënt Kappa.6 als cliënten worden ingedeeld op basis van de NPST in combinatie met de Verlegenheidschaal van de NVM. Hoewel de overeenstemming in classificatie beter is wanneer de Verlegenheidschaal aan de NPST wordt toegevoegd, dan wanneer de Sociale Inadequatie schaal wordt gebruikt in combinatie met de NPST, blijft de overeenstemming tussen de NVM indeling en de indeling met de NPST onbevredigend. Vervolgens zijn dezelfde berekeningen uitgevoerd met alleen die profielen die een prevalentie hadden van 5% en hoger (zie tabel ). De Kappa voor de overeenstemming in indeling in profielen op basis van de NVM en die op basis van de NPST met de Sociale Inadequatie schaal wordt dan.9. De Kappa van de overeenstemming tussen de indeling op basis van de NVM en de indeling op basis van de NPST in combinatie met de Verlegenheidschaal wordt.78. De overeenstemming tussen de NPST/Sociale Inadequatie indeling en de NVM blijft dus zwak, ook na correctie voor lage prevalenties.. Cohen s Kappa van de overeenstemming tussen de indelingen in de drie structurele diagnoses. De overeenstemming tussen de classificatie van cliënten in een van de drie structurele diagnosegroepen met behulp van de NVM en de classificatie op basis van de NPST in combinatie met de Sociale Inadequatie schaal is gering: coëfficiënt Kappa is.7. Zoals uit tabel blijkt, zijn er verschillen tussen de indeling op basis van de NVM en die op basis van de NPST gecombineerd met de Sociale Inadequatie. Opvallend is dat op basis van de NPST/Sociale Inadequatie combinatie minder cliënten ingedeeld worden in de Neurotische en Psychotische Persoonlijkheids Organisatie (NPO en PPO) categorieën dan op basis van de NVM. Een aantal van deze cliënten wordt nu ingedeeld in de categorie Borderline Persoonlijkheids Organisatie (BPO). Wordt een zelfde overeenkomstberekening uitgevoerd, maar nu met de NPST/Verlegenheid combinatie in plaats van met de NPST/Sociale Inadequatie combinatie dan wordt de Kappa hoger (.66), maar nog niet bevredigend. Opnieuw blijkt de overeenstemming tussen de indeling in de drie structurele groepen op basis van de NPST gecombineerd met de Verlegenheid en die op basis van de NVM beter dan de overeenstemming tussen de indeling op basis van de NPST/Sociale Inadequatie combinatie en de indeling op basis van de NVM. Vervolgens zijn dezelfde berekeningen uitgevoerd met weglating van de kleine groep cliënten die worden ingedeeld op basis van de NVM in de Psychotische Persoonlijkheids Organisatie (PPO) categorie. De Kappa van de overeenstemming tussen de indeling in de twee structurele diagnosegroepen (Neurotische Persoonlijkheidsorganisatie Organisatie; (NPO) en Borderline Persoonl ijkheids Organisatie (BPO)) op basis van de NVM en die op basis 8

9 van de NPST/Sociale Inadequatie wordt dan.48. De overeenstemming tussen de indeling op basis van de NVM en die op basis van de NPST/Verlegenheid combinatie wordt.8. Dus ook na correctie v oor lage prevalentie blijft de overeenstemming tussen de NVM indeling en de NPST/Sociale Inadequatie indeling onbevredigend..4 Gemiddelde scores op de Sociale Inadequatie schaal en de NVM schalen van de op drie manieren geclassificeerde cliënten. Vervolgens zijn de gemiddelde scores van cliënten ingedeeld in de drie organisaties op basis van de NVM, de NPST/Sociale Inadequatie combinatie en de NPST/Verlegenheid combinatie op de schalen Sociale Inadequatie van de NPV en de NVM schalen Negativisme, Verlegenheid, Somatisering, Ernstige Psychopathologie en Extraversie vergeleken (tabel 4). In het algemeen kan men stellen dat Cliënten met een relatief hoge Verlegenheid score op de NVM (de cliënten met een NPO volgens de NVM ) een lagere Sociale Inadequatie score hebben (gemiddeld.94). Dit houdt in dat wanneer de Sociale Inadequatie-schaal wordt gebruikt in plaats van de Verlegenheid schaal voor de indeling in profielen, cliënten met een relatief hoge score op Verlegenheid naar de borderline organisatie verschuiven, vanwege hun relatief lagere score op Sociale Inadequatie. Dit is te zien in tabel. Van de oorspronkelijk 7 cliënten die op basis van de NVM in de NPO categorie geplaatst worden zijn bij gebruikmaking van de Sociale Inadequatie schaal nog 9 over. Zeven cliënten uit de oorspronkelijke NVM-NPO categorie hebben een zodanig lage SI score dat zij naar de NPST/SI-BPO categorie verschuiven en een cliënt komt in de NPST/SI-PPO categorie terecht. Hetzelfde geldt voor de NVM-PPO. Cliënten die volgens de NVM in de PPO categorie worden ingedeeld hebben een relatief lage score op Sociale Inadequatie (gem. 6.4). Wanneer de Sociale Inadequatie schaal wordt gebruikt om de cliënten in te delen, komt dan ook slechts van de 7 cliënten die oorspronkelijk door de NVM in de PPO categorie waren ingedeeld in de NPST/SI-PPO categorie. De overige 6 verschuiven naar de NPST/SI-BPO groep (zie tabel ). Omgekeerd hebben cliënten met een relatief hoge score op Sociale Inadequatie en die derhalve bij de indeling met de Sociale Inadequatie in de NPST/SI NPO groep terecht komen, een relatief lagere score op Verlegenheid (gem..6). Dit houdt in dat wanneer de Sociale Inadequatie schaal gebruikt wordt voor de indeling in profielen cliënten in de SI-NPO groep terecht kome n, met een in feite te lage Verlegenheid score. Met betrekking tot de Psychotische Persoonlijkheids Organisatie geldt dat de combinatie NPST/Sociale Inadequatie cliënten selecteert met een aanzienlijk lagere score op Extraversie Met betrekking tot de ind eling in borderline profielen komen de gemiddelde scores goed overeen. 9

10 4. Conclusie en Discussie Uit de coëfficiënten Kappa blijkt dat de overeenstemming tussen de indelingen in profielen en in de drie structurele diagnosegroepen op basis van de NVM en die op basis van de NPST/Sociale Inadequatie combinatie onbevredigend is (Kappa respectievelijk. en.7), ook na correctie voor lage prevalenties van bepaalde profielen c.q. na verwijdering van de kleine groep met een Psychotische Persoonlijkheids Organisatie (Kappa is dan respectievelijk.9 en.48). Daarentegen is de overeenstemming tussen de indeling in profielen en de drie structurele diagnosegroepen op basis van de NVM en de indeling op basis van de NPST gecombineerd met de Verlegenheidschaal redelijk (Kappa respectievelijk.6 en,66), maar voor het gebruik in de individuele diagnostiek nog steeds onvoldoende. Echter, na verwijdering van de laag prevalente profielen c.q. de kleine Psychotische Persoonlijkheids Organisatie groep wordt de Kappa goed en wel respectievelijk.78 en.8. De geringe overeenstemming tussen de NPST/Sociale Inadequatie indeling en de NVM indeling is te wijten aan het feit dat cliënten met een relatief hoge Verlegenheid score op de NVM (de als Neurotische Persoonlijkhe ids Organisatie en Psychotische Persoonlijkheids Organisatie geclassificeerde cliënten) naar relatief lagere Sociale Inadequatie scores op de NPV neigen dan men zou verwachten op basis van de in dit onderzoek gevonden correlatie (.79; p=.) van de Sociale Inadequatie en de Verlegenheidschaal. Wanneer de NPST/Sociale Inadequatie indeling vervolgens wordt gehanteerd verschuiven deze NVM-NPO en NVM-PPO cliënten naar de NPST/SI Borderline Persoonlijkheids Organisatie categorie vanwege een relatief te lage Sociale Inadequatie score. Omgekeerd worden met de NPST/SI combinatie cliënten ingedeeld in de NPO groep met een lagere score op Verlegenheid dan de patiënten die conform de NVM ingedeeld worden in de NPO-groep. Echter, bij relatief lage Verlegenheid scores lijkt de Sociale Inadequatie score in het algemeen ook relatief laag te zijn. Een en ander impliceert dat niet iedere cliënt met een relatief hoge Verlegenheid score ook een hoge mate van Sociale Inadequatie hoeft te rapporteren. Tenslotte hebben cliënten die op basis van de NVM in de PPO-groep terechtkomen aanzienlijk hogere scores op Extraversie dan de cliënten die op basis van de NPST/SI combinatie ingedeeld worden in de PPO-groep. De algemene conclusie is dan ook dat de NPST in combinatie met de Sociale Inadequatie schaal bij de individuele structurele diagnostiek met behulp van de dynamische profielinterpretatie de NVM niet kan vervangen. Ondanks een hoge correlatie tussen de twee dimensies in de steekproef kunnen individuen uiteenlopende scores op Verlegenheid en Sociale Inadequatie hebben. Een gelukkige bijkomstigheid is dat de NVM- inmiddels via het PEN te Nijmegen is te verkrijgen. In deze NVM- ontbreken helaas echter 7 items, die wel in de NVM zijn opgenomen en (dus) alleen in de oude MMPI. Ze zijn derhalve niet

11 opgenomen in de NVM-, die gebaseerd is op de (nieuwe) MMPI-. Hopelijk zal dit in de toekomst in samenspraak met het PEN beter geregeld kunnen worden. Een mogelijke verklaring voor de non-equivalentie zou kunnen zijn dat de NPST-schalen Negativisme, Somatisering en Ernstige Psychopathologie conceptueel onvoldoende overeenkomen met de gelijknamige NVM-schale n. Echter, gezien het feit dat de equivalentie beter is wanneer de drie NPST schalen gecombineerd worden met de NVM Verlegenheidschaal dan wanneer deze drie NPST-schalen gecombineerd worden met de Sociale Indequatieschaal van de NPV doet toch vermoeden dat de non-equivalentie vooral te wijten is aan het feit dat Verlegenheid en Sociale Inadequatie mogelijk twee begrippen zijn met slechts beperkte conceptuele overlap. In het navolgende zal nader worden ingegaan op de conceptuele verschillen en overeenkomsten tussen het begrip Verlegenheid en begrippen als sociale fobie /angst en Sociale Inadequatie. Sociale fobie wordt door Heiser, Turner en Beidel () omschreven als een aanhoudende angst voor één of meer sociale situaties waarin de persoon aan onbekende mensen wordt blootgesteld. Verlegenheid wordt door Hopko et al., (5) omschreven als zelf gerapporteerde gevoelens van ongemak in sociale situaties, vooral in die situaties die interpersoonlijk contact vereisen. Van belang daarbij is op te merken dat er geen gestandaardiseerde criteria zijn op basis waarvan Verlegenheid kan worden vastgesteld. Alhoewel het voelen van Verlegenheid vaak gepaard gaat met dezelfde fysiologische, cognitieve en gedragsmatige verschijnselen als sociale angst of sociale fobie, en ongeveer 8% tot 49% van de hoog verlegen individuen voldoen aan de criteria voor sociale fobie, is het begrip Verlegenheid een meer heterogeen concept dan sociale angst/fobie. Verlegenheid wordt vooral beschouwd als een subklinische variant van sociale fobie (Hopko et al., 5). In die zin is Verlegenheid eerder een trait dan een state. Len Sperry () schrijft dan ook dat the trait of shyness is of genetic constitutional origin, which requires specific environmental experiences to develop into a full-blown pattern of timidity and avoidance (pag. 64). Uit onderzoek van Chavira, Stein en Malcarne () blijkt dat verlegenheid op jeugdige leeftijd de kans verhoogt op het ontstaan van sociale angst op latere leeftijd. Het is dus heel goed mogelijk dat sommige hoog verlegen individuen wel sociale angst en sociale inadequatie rapporteren en anderen niet of minder. De prevalentie van Verlegenheid is dan ook hoger dan die van sociale angst, en individuen die hulp zoeken in verband met hun verlegenheid vertonen een ander klinisch beeld dan individuen die hulp zoeken voor hun sociale angst (Hopko et al., 5). Wanneer in dit licht de items van de Verlegenheidschaal van de NVM en die van de Sociale Inadequatie schaal inhoudelijk met elkaar vergeleken worden, valt op dat in tegenstelling tot de vragen van de Verlegenheidschaal van de NVM geen enkel item van de Sociale

12 Inadequatie schaal van de NPV naar sociale angst verwijst die al op jonge leeftijd aanwezig was, en dus naar sociale angst als trait. De items van de Sociale Inadequatie schaal lijken vooral te verwijzen naar sociaal isolement en naar de mate waarin men sociale contacten in het hier en nu vermijdt en mogelijk daarmee meer naar sociale angst als state. Daarnaast worden slechts in twee items van de Sociale Inadequatie schaal van de NPV het woord Verlegenheid expliciet genoemd. Uit dit alles vloeit voort dat, wil men het begrip Verlegenheid zo goed mogelijk meten, het van belang kan zijn in de items ook daadwerkelijk gebruik te maken van het woord Verlegenheid om ongewenste overlap met sociale angst te voorkomen. Daarnaast lijkt het van belang ook te vragen naar de mate waarin gevoelens van verlegenheid en sociaal ongemak al als kind aanwezig waren, dit om vooral het trait karakter van het begrip Verlegenheid te meten in plaats van het state karakter. Een en ander geeft steun aan de visie van Eurelings-Bonteko e & Snellen (5a) en Eurelings-Bontekoe en Snellen (5b ) dat in geval van de individuele diagnostiek Verlegenheid en Sociale Inadequatie apart gediagnosticeerd moeten worden en dat tegenstrijdigheden met betrekking tot deze schalen met behulp van theorie dienen te worden geïnterpreteerd. Bij een hoog verlegen cliënt met een relatief lagere Sociale Inadequatie score, kan de conclusie luiden dat het hier een cliënt betreft die zijn neiging om zich in sociale contacten ongemakkelijk te voelen, goed weet te hanteren, te beheersen en mogelijk ook te verbloemen. Een dergelijk individu kan tegen zijn sociaal geremde neiging in, toch actief het sociale contact opzoeken. Omgekeerd wordt op basis van theorie de combinatie van een lage Verlegenheid score en een hoge Sociale Inadequatie score geïnterpreteerd als de aanwezigheid van ernstige schaamteproblematiek en sociaal terugtrekgedrag met als doel krenkingen van het zelfgevoel te voorkomen in het kader van vroeg narcistische dynamiek (zie voor gedachten over het begrip Verlegenheid in het kader van narcistische dynamiek ook Eurelings-Bontekoe & Snellen, 5a). Tenslotte is het van belang te wijzen op enkele zwakheden van deze studie. Onder de respondenten bevinden zich ook allochtone cliënten. Weliswaar waren zij de Nederlandse taal goed machtig, maar dit gegeven kan de resultaten hebben beïnvloed. Daarnaast is de prevalentie van bepaalde profielen laag, hetgeen de hoogte van de Kappa waar het om de overeenkomst in indeling in profielen ging, negatief kan hebben beïnvloed.

Een vergelijking van DTP-profielen op basis van de NKPV en de NVM

Een vergelijking van DTP-profielen op basis van de NKPV en de NVM Een vergelijking van DTP-profielen op basis van de NKPV en de NVM Dick P. H. Barelds en Frans Luteijn Inleiding Hoewel de Nederlandse Verkorte MMPI (NVM; Luteijn & Kok, 1985) ruim 10 jaar geleden uit de

Nadere informatie

Verschillen in Persoonlijkheidstrekken en Persoonlijkheidsorganisatie tussen Groepen Eetstoornispatiënten.

Verschillen in Persoonlijkheidstrekken en Persoonlijkheidsorganisatie tussen Groepen Eetstoornispatiënten. Verschillen in Persoonlijkheidstrekken en Persoonlijkheidsorganisatie tussen Groepen Eetstoornispatiënten. Differences in Personality Traits and Personality Structure between Groups of Eating Disorder

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Uit tabel 3 valt af te lezen dat de correlaties zoals gevonden in het huidige onderzoek sterk overeenkomen met de resultaten uit eerder onderzoek

Uit tabel 3 valt af te lezen dat de correlaties zoals gevonden in het huidige onderzoek sterk overeenkomen met de resultaten uit eerder onderzoek Uit tabel 3 valt af te lezen dat de correlaties zoals gevonden in het huidige onderzoek sterk overeenkomen met de resultaten uit eerder onderzoek (dat hoofdzakelijk onder de algemene bevolking is uitgevoerd).

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Risico en succes bij protocollaire CGT

Risico en succes bij protocollaire CGT Risico en succes bij protocollaire CGT De waarde van theoriegestuurde profielinterpretatie van de NVM drs. A van Dam, Hoofd afdeling protocollaire behandelingen GGZ-WNB Inhoud presentatie CGT en TGP??

Nadere informatie

Bedenkingen bij de dynamische-theoriegestuurde profielinterpretatie

Bedenkingen bij de dynamische-theoriegestuurde profielinterpretatie Wetenschap Bedenkingen bij de dynamische-theoriegestuurde profielinterpretatie Eurelings-Bontekoe en Snellen (2003) beschrijven in hun boek Dynamische persoonlijkheidsdiagnostiek een diagnostische methode

Nadere informatie

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon

Karen J. Rosier - Brattinga. Eerste begeleider: dr. Arjan Bos Tweede begeleider: dr. Ellin Simon Zelfwaardering en Angst bij Kinderen: Zijn Globale en Contingente Zelfwaardering Aanvullende Voorspellers van Angst bovenop Extraversie, Neuroticisme en Gedragsinhibitie? Self-Esteem and Fear or Anxiety

Nadere informatie

Persoonlijkheidskenmerken en cyberpesten onder jongeren van 11 tot 16 jaar:

Persoonlijkheidskenmerken en cyberpesten onder jongeren van 11 tot 16 jaar: Persoonlijkheidskenmerken en cyberpesten onder jongeren van 11 tot 16 jaar: is er een relatie met een verkorte versie van de NVP-J? Personality Characteristics and Cyberbullying among youngsters of 11

Nadere informatie

General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis

General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis General Personality Disorder. A study into the Core Components of Personality Pathology J.G. Berghuis SAMENVATTING General Personality Disorder H. Berghuis Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift.

Nadere informatie

Het meten van persoonlijkheidseigenschappen: een vergelijking van de tci met de nvm

Het meten van persoonlijkheidseigenschappen: een vergelijking van de tci met de nvm o o r s p r o n k e l i j k a r t i k e l Het meten van persoonlijkheidseigenschappen: een vergelijking van de tci met de nvm m. a. b o s s c h a, c. j. m. v a n v e l z e n, y. m e e s t e r s achtergrond

Nadere informatie

Diagnostiek met vragenlijsten in de eerstelijn

Diagnostiek met vragenlijsten in de eerstelijn Diagnostiek met vragenlijsten in de eerstelijn drs. G.J. Kloens RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN DIAGNOSTIEK MET VRAGENLIJSTEN IN DE EERSTELIJN Proefschrift ter verkrijging van het doctoraat in de Psychologische,

Nadere informatie

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën

Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën Relatie tussen Persoonlijkheid, Opleidingsniveau, Leeftijd, Geslacht en Korte- en Lange- Termijn Seksuele Strategieën The Relation between Personality, Education, Age, Sex and Short- and Long- Term Sexual

Nadere informatie

Executief Functioneren en Agressie. bij Forensisch Psychiatrische Patiënten in PPC Den Haag. Executive Functioning and Aggression

Executief Functioneren en Agressie. bij Forensisch Psychiatrische Patiënten in PPC Den Haag. Executive Functioning and Aggression Executief Functioneren en Agressie bij Forensisch Psychiatrische Patiënten in PPC Den Haag Executive Functioning and Aggression in a Forensic Psychiatric Population in PPC The Hague Sara Helmink 1 e begeleider:

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

Moderatie van de Big Five Persoonlijkheidsfactoren op de Relatie tussen. Gepest worden op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten en

Moderatie van de Big Five Persoonlijkheidsfactoren op de Relatie tussen. Gepest worden op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten en Moderatie van de Big Five Persoonlijkheidsfactoren op de Relatie tussen Gepest worden op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten en Ziekteverzuim Moderation of the Big Five Personality Factors on

Nadere informatie

Vormen Premorbide Persoonlijkheidskenmerken die Samenhangen met Neuroticisme een Kwetsbaarheid voor Depressie en Apathie bij Verpleeghuisbewoners?

Vormen Premorbide Persoonlijkheidskenmerken die Samenhangen met Neuroticisme een Kwetsbaarheid voor Depressie en Apathie bij Verpleeghuisbewoners? Vormen Premorbide Persoonlijkheidskenmerken die Samenhangen met Neuroticisme een Kwetsbaarheid voor Depressie en Apathie bij Verpleeghuisbewoners? Are Premorbid Neuroticism-related Personality Traits a

Nadere informatie

Kwaliteit van Leven en Depressieve Symptomen van Mensen met Multiple Sclerose: De Modererende Invloed van Coping en Doelaanpassing

Kwaliteit van Leven en Depressieve Symptomen van Mensen met Multiple Sclerose: De Modererende Invloed van Coping en Doelaanpassing Kwaliteit van Leven en Depressieve Symptomen van Mensen met Multiple Sclerose: De Modererende Invloed van Coping en Doelaanpassing Quality of Life and Depressive Symptoms of People with Multiple Sclerosis:

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma.

Citation for published version (APA): Verbakel, N. J. (2007). Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. University of Groningen Het Chronische Vermoeidheidssyndroom, Fibromyalgie & Reuma. Verbakel, N. J. IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering

De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende. Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering De Relatie tussen Mindfulness en Psychopathologie: de Mediërende Rol van Globale en Contingente Zelfwaardering The relation between Mindfulness and Psychopathology: the Mediating Role of Global and Contingent

Nadere informatie

(SOCIALE) ANGST, GEPEST WORDEN EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1

(SOCIALE) ANGST, GEPEST WORDEN EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 (SOCIALE) ANGST, GEPEST WORDEN EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 Psychologische Inflexibiliteit bij Kinderen: Invloed op de Relatie tussen en de Samenhang met Gepest worden en (Sociale) Angst Psychological

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit

Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit 1 Ouderlijke Controle en Angst bij Kinderen, de Invloed van Psychologische Flexibiliteit Nicola G. de Vries Open Universiteit Nicola G. de Vries Studentnummer 838995001 S71332 Onderzoekspracticum scriptieplan

Nadere informatie

De Relatie tussen Hechting en Welbevinden bij Ouderen: De mediërende Invloed van Mindfulness en Zingeving

De Relatie tussen Hechting en Welbevinden bij Ouderen: De mediërende Invloed van Mindfulness en Zingeving De Relatie tussen Hechting en Welbevinden bij Ouderen: De mediërende Invloed van Mindfulness en Zingeving Relationships between Attachment and Well-being among the Elderly: The mediational Roles of Mindfulness

Nadere informatie

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Overige, ongespecificeerd

Het meetinstrument heeft betrekking op de volgende categorieën Lichaamsregio Overige, ongespecificeerd Uitgebreide toelichting van het meetinstrument Utrechtse Coping Lijst (UCL) November 2012 Review: 1. A. Lueb 2. M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking

Nadere informatie

1 2 3 4 5 Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het nooit zelden soms meestal altijd

1 2 3 4 5 Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het Ik vermijd het nooit zelden soms meestal altijd MI 1 Naam:... Datum:... Hieronder vindt U een lijst met situaties en activiteiten. Het is de bedoeling dat U aangeeft in hoeverre U die vermijdt, omdat U zich er onplezierig of angstig voelt. Geef de mate

Nadere informatie

LinkedIn Profiles and personality

LinkedIn Profiles and personality LinkedInprofielen en Persoonlijkheid LinkedIn Profiles and personality Lonneke Akkerman Open Universiteit Naam student: Lonneke Akkerman Studentnummer: 850455126 Cursusnaam en code: S57337 Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

Diagnostiek van Persoonlijkheidsstoornissen. De Relatie tussen. Persoonlijkheidskenmerken en de. Kernfactoren van (Mal)Adaptief Functioneren

Diagnostiek van Persoonlijkheidsstoornissen. De Relatie tussen. Persoonlijkheidskenmerken en de. Kernfactoren van (Mal)Adaptief Functioneren Diagnostiek van Persoonlijkheidsstoornissen De Relatie tussen Persoonlijkheidskenmerken en de Kernfactoren van (Mal)Adaptief Functioneren bij Patiënten met Persoonlijkheidsstoornissen Diagnostics of Personality

Nadere informatie

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten The Moderating Influence of Social Support on the Relationship between Mobbing at Work

Nadere informatie

Stress en Psychose 59 Noord. Stress and Psychosis 59 North. A.N.M. Busch

Stress en Psychose 59 Noord. Stress and Psychosis 59 North. A.N.M. Busch Stress en Psychose 59 Noord Stress and Psychosis 59 North A.N.M. Busch Prevalentie van Subklinische Psychotische Symptomen en de Associatie Met Stress en Sekse bij Noorse Psychologie Studenten Prevalence

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/40073 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Schat, A. Title: Clinical epidemiology of commonly occurring anxiety disorders

Nadere informatie

De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout. bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs

De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout. bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs The Relationship between Existential Fulfilment, Emotional Stability and Burnout

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting SAMENVATTING PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ADL- EN WERK- GERELATEERDE MEETINSTRUMENTEN VOOR HET METEN VAN BEPERKINGEN BIJ PATIËNTEN MET CHRONISCHE LAGE RUGPIJN. Chronische lage rugpijn

Nadere informatie

Requiem voor de NVM. Ineke Mosterman en Willem K.B. Hofstee. De Psycholoog

Requiem voor de NVM. Ineke Mosterman en Willem K.B. Hofstee. De Psycholoog Requiem voor de NVM Een analyse van relatieve en absolute scores In veel situaties is kennis van de relatieve positie van een respondent ten opzichte van een normgroep, bruikbare informatie. Bij klinische

Nadere informatie

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief

Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief N Individuele verschillen in borderline persoonlijkheidskenmerken Een genetisch perspectief 185 ps marijn distel.indd 185 05/08/09 11:14:26 186 In de gedragsgenetica is relatief weinig onderzoek gedaan

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ENIGE VRAGENLIJSTEN IN DE EERSTELIJN

PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ENIGE VRAGENLIJSTEN IN DE EERSTELIJN PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ENIGE VRAGENLIJSTEN IN DE EERSTELIJN drs. Gert Jan Kloens 1, dr. Dick P.H. Barelds 2, dr. Frans Luteijn 3 & prof. dr. Cas P.D.R.Schaap 3 1 Ichthus Groep Katwijk 1 Rijksuniversiteit

Nadere informatie

WORK EXPERIENCE PROFILE

WORK EXPERIENCE PROFILE WORK EXPERIENCE PROFILE VANDERHEK METHODOLOGISCH ADVIESBUREAU Werkstress is een verschijnsel dat al jaren sterk de aandacht trekt. Statistieken van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid geven aan dat

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Running head: OPVOEDSTIJL, EXTERNALISEREND PROLEEMGEDRAG EN ZELFBEELD

Running head: OPVOEDSTIJL, EXTERNALISEREND PROLEEMGEDRAG EN ZELFBEELD 1 Opvoedstijl en Externaliserend Probleemgedrag en de Mediërende Rol van het Zelfbeeld bij Dak- en Thuisloze Jongeren in Utrecht Parenting Style and Externalizing Problem Behaviour and the Mediational

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Op grond van klinische ervaring en wetenschappelijk onderzoek, is bekend dat het gezamenlijk voorkomen van een pervasieve ontwikkelingsstoornis en een verstandelijke beperking tot veel bijkomende

Nadere informatie

Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag van Kinderen (VISK)

Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag van Kinderen (VISK) Instrument Vragenlijst voor Inventarisatie van Sociaal gedrag van Kinderen (VISK) De VISK is ontwikkeld om sociaal probleemgedrag van kinderen met (mildere) varianten van pervasieve ontwikkelingsstoornissen

Nadere informatie

Achtergronden bij het instrument

Achtergronden bij het instrument Achtergronden bij het instrument P E O P L E I M P R O V E P E R F O R M A N C E Computerweg 1, 3542 DP Utrecht Postbus 1087, 3600 BB Maarssen tel. 0346-55 90 10 fax 0346-55 90 15 www.picompany.nl servicedesk@picompany.nl

Nadere informatie

Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten. Prof. Dr. Bas van Alphen

Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten. Prof. Dr. Bas van Alphen Persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen: Meten en weten Prof. Dr. Bas van Alphen Inhoud Temporele stabiliteit Leeftijdsneutraliteit DSM-5 Behandelperspectief Klinische implicaties Casuïstiek Uitgangspunten!

Nadere informatie

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiviteit van Angstcommunicaties 1 (In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiveness

Nadere informatie

Dagelijkse Stress en Snackgewoonte: de. Modererende Rol van Persoonlijkheid. Daily Stress and Snack Habit: the. Moderating Role of Personality

Dagelijkse Stress en Snackgewoonte: de. Modererende Rol van Persoonlijkheid. Daily Stress and Snack Habit: the. Moderating Role of Personality Dagelijkse Stress, Snackgewoonte en Persoonlijkheid 1 Dagelijkse Stress en Snackgewoonte: de Modererende Rol van Persoonlijkheid Daily Stress and Snack Habit: the Moderating Role of Personality Josine

Nadere informatie

DE WAARDE VAN ENIGE VRAGENLIJSTEN IN DE EERSTELIJN

DE WAARDE VAN ENIGE VRAGENLIJSTEN IN DE EERSTELIJN DE WAARDE VAN ENIGE VRAGENLIJSTEN IN DE EERSTELIJN Gert Jan Kloens 1, Dick P.H. Barelds 2, Frans Luteijn 2 & Cas P.D.R.Schaap 2 1 Ichthus Groep Katwijk 2 Rijksuniversiteit Groningen, Klinische Psychologie

Nadere informatie

The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope

The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope The relationship between social support and loneliness and depressive symptoms in Turkish elderly: the mediating role of the ability to cope Een onderzoek naar de relatie tussen sociale steun en depressieve-

Nadere informatie

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen Running head: ACTIEVE OUDEREN EN BEWEGEN 1 De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de Lichaamsbeweging van Ouderen The Influence of Identification with 'Active Elderly' and Wellbeing

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

COMPULSIEF KOOPGEDRAG

COMPULSIEF KOOPGEDRAG COMPULSIEF KOOPGEDRAG GUIDO VALKENEERS Valkeneers, G. (in press). Compulsief koopgedrag. Een verkennend onderzoek met een nieuwe vragenlijst. Verslaving. *** 1 VERSLAVING AAN KOPEN Historiek en terminologie

Nadere informatie

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997)

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Achtergrond In de literatuur over (chronische)pijn wordt veel aandacht besteed aan de invloed van pijncoping strategieën op pijn.

Nadere informatie

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer?

Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag. Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type Dementie als Oorzaak van Seksueel Ontremd Gedrag Aanwezigheid van het Gedrag bij Type Alzheimer? Type of Dementia as Cause of Sexual Disinhibition Presence of the Behavior in Alzheimer s Type? Carla

Nadere informatie

GOAL-STRIVING REASONS, PERSOONLIJKHEID EN BURN-OUT 1. Het effect van Goal-striving Reasons en Persoonlijkheid op facetten van Burn-out

GOAL-STRIVING REASONS, PERSOONLIJKHEID EN BURN-OUT 1. Het effect van Goal-striving Reasons en Persoonlijkheid op facetten van Burn-out GOAL-STRIVING REASONS, PERSOONLIJKHEID EN BURN-OUT 1 Het effect van Goal-striving Reasons en Persoonlijkheid op facetten van Burn-out The effect of Goal-striving Reasons and Personality on facets of Burn-out

Nadere informatie

Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle  holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/38701 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Visschedijk, Johannes Hermanus Maria (Jan) Title: Fear of falling in older patients

Nadere informatie

Multiple sclerose Zwanikken, Cornelis Petrus

Multiple sclerose Zwanikken, Cornelis Petrus Multiple sclerose Zwanikken, Cornelis Petrus IMPORTANT NOTE: You are advised to consult the publisher's version (publisher's PDF) if you wish to cite from it. Please check the document version below. Document

Nadere informatie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een Vergelijking met Rusten in Liggende Positie The Effectiveness of a Mindfulness-based Body Scan: a Comparison with Quiet Rest in the Supine

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. De Klepel. Review 1: E. Oosterlinck, N. Ramakers Review 2: M. Jungen Invoer: E.

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. De Klepel. Review 1: E. Oosterlinck, N. Ramakers Review 2: M. Jungen Invoer: E. Uitgebreide toelichting van het meetinstrument De Klepel 0 september 2011 Review 1: E. Oosterlinck, N. Ramakers Review 2: M. Jungen Invoer: E. van Engelen 1 Algemene gegevens Het meetinstrument heeft betrekking

Nadere informatie

SLACHTOFFER CYBERPESTEN, COPING, GEZONDHEIDSKLACHTEN, DEPRESSIE. Cyberpesten: de implicaties voor gezondheid en welbevinden van slachtoffers en het

SLACHTOFFER CYBERPESTEN, COPING, GEZONDHEIDSKLACHTEN, DEPRESSIE. Cyberpesten: de implicaties voor gezondheid en welbevinden van slachtoffers en het SLACHTOFFER CYBERPESTEN, COPING, GEZONDHEIDSKLACHTEN, DEPRESSIE Cyberpesten: de implicaties voor gezondheid en welbevinden van slachtoffers en het modererend effect van coping Cyberbullying: the implications

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

De intramurale behandeling van forensische patienten met een persoonlijkheidsstoornis

De intramurale behandeling van forensische patienten met een persoonlijkheidsstoornis De intramurale behandeling van forensische patienten met een persoonlijkheidsstoornis Een empirische studie Treatment outcome in personality disordered forensic patients An empirical study ( with a summary

Nadere informatie

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten The relationship between depression symptoms, anxiety symptoms,

Nadere informatie

De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart

De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart DSM-5 whitepaper De PID-5 brengt het DSM-5 persoonlijkheidstrekkenmodel in kaart Prof. dr. Gina Rossi, Vakgroep Klinische en LEvensloopPsychologie (KLEP) aan de Vrije Universiteit Brussel De Personality

Nadere informatie

Opvoeding op school en in het gezin. Onderzoek naar de samenhang tussen opvoeding en de houding van jongeren ten opzichte van sociale grenzen

Opvoeding op school en in het gezin. Onderzoek naar de samenhang tussen opvoeding en de houding van jongeren ten opzichte van sociale grenzen Opvoeding op school en in het gezin. Onderzoek naar de samenhang tussen opvoeding en de houding van jongeren ten opzichte van sociale grenzen Mooren, Francisca Catharina Theodora van der IMPORTANT NOTE:

Nadere informatie

Groepsverslag Stress Reductie Effect Meting na HeartMath coachtraject maart 2016

Groepsverslag Stress Reductie Effect Meting na HeartMath coachtraject maart 2016 Onderzoeksbureau Groepsverslag Stress Reductie Effect Meting na HeartMath coachtraject maart 2016 In opdracht van HeartMath Benelux Periode november 2012 tot en met maart 2016 De stress-rem (Stress Reductie

Nadere informatie

De Selfreportmethode in de Psychiatrie

De Selfreportmethode in de Psychiatrie De Selfreportmethode in de Psychiatrie Dhr..J.M.Klaver Spatie Apeldoorn Overzicht colleges 1 Algemeen - methodes - definities - Scl-90, UCL, VM 2 Stressmanagement - Kernberg - Indicatie behandeling/beleid

Nadere informatie

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Met opmaak: Links: 3 cm, Rechts: 2 cm, Boven: 3 cm, Onder: 3 cm, Breedte: 21 cm, Hoogte: 29,7 cm Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Stigmatisation of Persons

Nadere informatie

FYSIOTHERAPIE en het behandelen van patiënten met SCHOUDERKLACHTEN. Januari 2014, blok 3, Gerard Koel.

FYSIOTHERAPIE en het behandelen van patiënten met SCHOUDERKLACHTEN. Januari 2014, blok 3, Gerard Koel. FYSIOTHERAPIE en het behandelen van patiënten met SCHOUDERKLACHTEN. Januari 2014, blok 3, Gerard Koel. INHOUD : 1. Enige statistische begrippen omtrent studies naar diagnostische middelen. 2. Diagnostische

Nadere informatie

Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners

Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners Validatie van de Depressie lijst (DL) en de Geriatric Depression Scale (GDS-30) bij Verpleeghuisbewoners van Somatische en Psychogeriatrische Afdelingen Validation of the Depression List (DL) and the Geriatric

Nadere informatie

De Relatie tussen Voorschoolse Vorming en de Ontwikkeling van. Kinderen

De Relatie tussen Voorschoolse Vorming en de Ontwikkeling van. Kinderen Voorschoolse vorming en de ontwikkeling van kinderen 1 De Relatie tussen Voorschoolse Vorming en de Ontwikkeling van Kinderen The Relationship between Early Child Care, Preschool Education and Child Development

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Verantwoord testgebruik

Verantwoord testgebruik Verantwoord testgebruik Fairness in het Cotan beoordelingssysteem Dr. Remko van den Berg(NOA) r.vdberg@noa-vu.nl Dr. Bas Hemker (Cito) bas.hemker@cito.nl Dr. Jorg Huijding (EUR) huijding@fsw.eur.nl www.noa-vu.nl

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Samenvatting 21580_rietdijk F.indd :09

Samenvatting 21580_rietdijk F.indd :09 Samenvatting 21580_rietdijk F.indd 161 10-02-12 15:09 People at ultra high risk for psychosis Schizofrenie en aanverwante psychotische stoornissen hebben grote negatieve gevolgen voor het sociaal en psychisch

Nadere informatie

Prof. dr. A. M. T. Bosman. www.annabosman.eu. Radboud Universiteit Nijmegen Sectie Orthopedagogiek van Leren en Ontwikkeling

Prof. dr. A. M. T. Bosman. www.annabosman.eu. Radboud Universiteit Nijmegen Sectie Orthopedagogiek van Leren en Ontwikkeling Prof. dr. A. M. T. Bosman Radboud Universiteit Nijmegen Sectie Orthopedagogiek van Leren en Ontwikkeling www.annabosman.eu Studievereniging Emile, RU Leiden 24-09-2009 ª Vermoedelijk een biologische eigenschap

Nadere informatie

Opleidingsniveau Basisschool 46 VMBO 26 Havo / VWO 77 MBO 170 HBO / WO 343 Wil ik niet beantwoorden 7 Niet van toepassing 6 Missende waardes 128

Opleidingsniveau Basisschool 46 VMBO 26 Havo / VWO 77 MBO 170 HBO / WO 343 Wil ik niet beantwoorden 7 Niet van toepassing 6 Missende waardes 128 Onderzoeksbureau Groepsverslag stress REM vragenlijsten maart 2016 In opdracht van Robert Erdbrink Periode november 2012 tot en met maart 2016 De stress-rem (Stress-Reductie Effect Meting) meet de begrippen:

Nadere informatie

De Relatie tussen het Adaptief en Cognitief Functioneren van Dak- en Thuisloze Jongeren en het Wel of Niet Hebben van een Psychiatrische Diagnose

De Relatie tussen het Adaptief en Cognitief Functioneren van Dak- en Thuisloze Jongeren en het Wel of Niet Hebben van een Psychiatrische Diagnose De Relatie tussen het Adaptief en Cognitief Functioneren van Dak- en Thuisloze Jongeren en het Wel of Niet Hebben van een Psychiatrische Diagnose The Relationship between Adaptive and Cognitive Functioning

Nadere informatie

Ontremd Dement. Seksueel Ontremd Gedrag in Verpleeghuizen bij Mensen met Dementie. Een Verstoorde Impulscontrole? Inhibited in Dementia

Ontremd Dement. Seksueel Ontremd Gedrag in Verpleeghuizen bij Mensen met Dementie. Een Verstoorde Impulscontrole? Inhibited in Dementia Ontremd Dement Seksueel Ontremd Gedrag in Verpleeghuizen bij Mensen met Dementie. Een Verstoorde Impulscontrole? Inhibited in Dementia Sexual Disinhibited Behaviour on people with Dementia Living in Nursinghomes.

Nadere informatie

Master Thesis. Early Career Burnout Among Dutch Nurses: Comparing Theoretical Models. Using an Item Response Approach.

Master Thesis. Early Career Burnout Among Dutch Nurses: Comparing Theoretical Models. Using an Item Response Approach. 1 Master Thesis Early Career Burnout Among Dutch Nurses: Comparing Theoretical Models Using an Item Response Approach. Burnout onder Beginnende Nederlandse Verpleegkundigen: een Vergelijking van Theoretische

Nadere informatie

FEEL-E. Vragenlijst over emotieregulatie bij volwassenen. HTS Report. Simon Janzen ID 4589-2 Datum 11.11.2015. Zelfrapportage

FEEL-E. Vragenlijst over emotieregulatie bij volwassenen. HTS Report. Simon Janzen ID 4589-2 Datum 11.11.2015. Zelfrapportage FEEL-E Vragenlijst over emotieregulatie bij volwassenen HTS Report ID 4589-2 Datum 11.11.2015 Zelfrapportage FEEL-E Inleiding 2 / 14 INLEIDING De FEEL-E brengt de strategieën in kaart die volwassenen gebruiken

Nadere informatie

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten.

Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. Het Effect van Verschil in Sociale Invloed van Ouders en Vrienden op het Alcoholgebruik van Adolescenten. The Effect of Difference in Peer and Parent Social Influences on Adolescent Alcohol Use. Nadine

Nadere informatie

Hij heeft 7(angst, depressie, sociale fobie, agorafobie, somatische klachten, vijandigheid, cognitieve klachten)+2 (vitaliteit en werk) subschalen

Hij heeft 7(angst, depressie, sociale fobie, agorafobie, somatische klachten, vijandigheid, cognitieve klachten)+2 (vitaliteit en werk) subschalen SQ-48: 48 Symptom Questionnaire Meetpretentie De SQ-48 bestaat uit 48 items en is in 2011 ontworpen door de afdeling psychiatrie van het LUMC om algemene psychopathologie (angst, depressie, somatische

Nadere informatie

Gezondheidsenquête, België Methodologie. Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu.

Gezondheidsenquête, België Methodologie. Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. Methodologie Wetenschap ten dienste van Volksgezondheid, Voedselveiligheid en Leefmilieu. Methodologie Inleiding Om sociale ongelijkheden in gezondheid in kaart te brengen en om mogelijke trends in de

Nadere informatie

Sociale Interpretatie Test en Lees de Ogen Test bij hoog functionerende volwassenen met ASS

Sociale Interpretatie Test en Lees de Ogen Test bij hoog functionerende volwassenen met ASS Sociale Interpretatie Test en Lees de Ogen Test bij hoog functionerende volwassenen met ASS C.C. Kan, B. Hochstenbach, C. Tesink, J. Pijnacker, J.K. Buitelaar SIT en LdO bij hoog functionerende volwassenen

Nadere informatie

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten In dit proefschrift werd de relatie tussen depressie en het risico voor hart- en vaatziekten onderzocht in een groep

Nadere informatie

VOORSPELLEN VAN BENZODIAZEPINE AFHANKELIJKHEID; EEN MULTIDIMENSIONELE EN MULTIVARIATE BENADERING

VOORSPELLEN VAN BENZODIAZEPINE AFHANKELIJKHEID; EEN MULTIDIMENSIONELE EN MULTIVARIATE BENADERING VOORSPELLEN VAN BENZODIAZEPINE AFHANKELIJKHEID; EEN MULTIDIMENSIONELE EN MULTIVARIATE BENADERING C.C. Kan, S.R. Hilberink, M.H.M. Breteler Afdeling Psychiatrie UMC St. Radboud Nijmegen Nijmegen Institute

Nadere informatie