Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen"

Transcriptie

1 ECLI:NL:RBAMS:2015:7499 Instantie: Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak: Datum publicatie: Zaaknummer: 13/ (Promis) Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig Op tegenspraak Vindplaatsen: Rechtspraak.nl Uitspraak RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/ (Promis) Datum uitspraak: 14 oktober 2015 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedatum] 1978, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, met adres [adres, te plaats] (Hongarije). 1 Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 24, 28, 29 en 30 september De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.F. de Boer en van wat verdachte en haar raadsman mr. A. Kupelian naar voren hebben gebracht. 2 Tenlastelegging Verdachte wordt, kort gezegd, verweten dat zij zich in de periode van 1 mei 2011 tot en met 28 januari 2014 tezamen met anderen heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel jegens [persoon 1], [persoon 2], [persoon 3], [persoon 4] en [persoon 5]. Daarnaast wordt verdachte verweten dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen. De volledige tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

2 3 Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4 Waardering van het bewijs 4.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie concludeert op grond van de door haar in haar op schrift gestelde requisitoir genoemde bewijsmiddelen dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aan de hand van haar pleitnota aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten Het oordeel van de rechtbank Inleiding Het strafrechtelijk onderzoek [onderzoek A] start nadat de Hongaarse, voormalig prostituee, [persoon 2] op 14 juni 2013 tijdens een intakegesprek aan de politie vertelt dat zij in 2012 en 2013 in de prostitutie heeft gewerkt, waarbij zij de helft van haar verdiensten heeft afgestaan aan medeverdachte [medeverdachte]. In de woning waar zij verbleef, woonden ook verdachte, [persoon 1] en [persoon 3]. Volgens [persoon 2] werkten deze vrouwen ook in de prostitutie en gaven zij al hun verdiensten aan medeverdachte [medeverdachte]. De politie brengt deze informatie in verband met een eerdere politiemutatie waaruit blijkt dat op 15 november 2012 de inzittenden van een blauwe Volkswagen Passat, voorzien van het Hongaars kenteken [kenteken 1] zijn gecontroleerd. De bestuurder is medeverdachte [medeverdachte], de passagiers zijn [persoon 6], [verdachte] en [persoon 1]. Uit nader onderzoek blijkt dat [persoon 1] sinds 2011 als prostituee werkt op het adres [adres 1]. Op 31 augustus 2013 ziet de politie dat zij (gearmd) met [medeverdachte] van de Wallen naar een woning in [plaats] reist. Verder blijkt dat [medeverdachte] al eerder meerdere malen in het Wallengebied is gesignaleerd, onder meer in de werkkamer van [verdachte]. Ook is [medeverdachte] vaker aangetroffen in een auto met onder anderen [verdachte] en [persoon 1]. Op 28 augustus 2013 ontvangt het Expertisecentrum Mensenhandel/Mensensmokkel van de Kamer van Koophandel een meldingsbericht van mensenhandel betreffende [verdachte] Medeplegen Bij de beoordeling van de vraag of ten aanzien van verdachte kan worden bewezen dat zij medepleger is van, kort gezegd, mensenhandel staat het volgende voorop. Voor medeplegen is noodzakelijk dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met (een) ander(en) gericht op het voltooien (gezamenlijk uitvoeren) van het

3 delict. De vraag wanneer de samenwerking in de praktijk zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. De rechtbank verwijst in dit verband naar de arresten van de Hoge Raad van 2 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3474) en 24 maart 2015 (ECLI:NL:HR:2015:718) waarin de Hoge Raad onder meer heeft overwogen dat de kwalificatie medeplegen slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. Dit geldt volgens de Hoge Raad in vergelijkbare zin indien het medeplegen - bij voorbeeld in de vorm van 'in vereniging' - een bestanddeel vormt van de delictsomschrijving. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Indien de verdachte hoofdzakelijk gedragingen na de uitvoering van het strafbare feit heeft verricht, is in uitzonderlijke gevallen medeplegen denkbaar. Maar een geringe rol of het ontbreken van enige rol in de uitvoering van het delict zal dan wel moeten worden gecompenseerd, bijvoorbeeld door een grote(re) rol in de voorbereiding, terwijl in de bewijsvoering in zulke uitzonderlijke gevallen ook bijzondere aandacht dient te worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest om de kwalificatie medeplegen te rechtvaardigen. Tegen de achtergrond van deze jurisprudentie van de Hoge Raad oordeelt de rechtbank ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte als volgt. Ten aanzien van [persoon 1] Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting kan worden vastgesteld dat [persoon 1] het door haar in de prostitutie verdiende geld aan verdachte gaf als [medeverdachte] in Hongarije was, waarna verdachte dit geld aan [medeverdachte] gaf. Verder kan worden vastgesteld dat [persoon 1], nadat zij door [medeverdachte] vanuit Den Haag was meegenomen naar [plaats], bij [medeverdachte] en verdachte in huis is gaan wonen. Ook kan uit het getapte telefoongesprek (316) van 23 januari 2014 tussen verdachte en [medeverdachte] worden afgeleid dat verdachte zich bewust moet zijn geweest van het feit dat [persoon 1] door [medeverdachte] werd uitgebuit nu in dat telefoongesprek wordt gesproken over de vrees dat [persoon 1] aangifte gaat doen tegen [medeverdachte]. Deze feiten en omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte]. Ten aanzien van het huisvesten van [persoon 1] in [plaats] geldt dat de rechtbank geen aanwijzingen heeft dat verdachte, die zelf werd uitgebuit door [medeverdachte], enige zeggenschap had over het al dan niet laten wonen van [persoon 1] bij haar en [medeverdachte]. Ten aanzien van het aannemen van geld van [persoon 1] op momenten dat [medeverdachte] in Hongarije verbleef geldt dat verdachte dit geld vervolgens weer afgaf aan Moscar. Hiermee heeft zij [medeverdachte] weliswaar geholpen, maar haar rol bleef beperkt tot zogenoemd doorgeefluik. Van inwisselbaarheid van de rollen is geen sprake. Haar bijdrage aan het strafbare feit is dan ook van onvoldoende gewicht om te kunnen concluderen dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking

4 tussen verdachte en [medeverdachte] gericht op de uitbuiting van [persoon 1]. Bij dit oordeel wordt betrokken dat verdachte in de periode dat [persoon 1] is uitgebuit, zelf bepaald niet minder is gaan werken. Eind 2013 is verdachte zelfs meer gaan werken dan voorheen. De omstandigheid dat verdachte heeft moeten beseffen dat [persoon 1] door [medeverdachte] werd uitgebuit, maakt niet dat zij als medepleger kan worden beschouwd. Haar materiële bijdrage is daarmee namelijk niet groter geworden, terwijl er evenmin aanwijzingen zijn dat haar intellectuele bijdrage groter moet zijn geweest. Verdachte zat namelijk zelf in een uitbuitingssituatie en deed wat verdachte van haar verlangde. Haar hulp aan verdachte kan mogelijk gekwalificeerd worden als medeplichtigheid aan mensenhandel, maar nu medeplichtigheid niet ten laste is gelegd behoeft dit geen bespreking. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de tenlastegelegde mensenhandel ten aanzien van [persoon 1]. Ten aanzien van [persoon 2] Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting kan worden vastgesteld dat verdachte het ticket, waarmee [persoon 2] naar Nederland is gereisd om hier in de prostitutie gaan werken, heeft betaald met het geld dat [medeverdachte] daartoe aan haar heeft overgemaakt. En het overleg, zie [medeverdachte] Daarmee kan ten aanzien van verdachte worden bewezen dat zij zich tezamen en in vereniging met haar medeverdachte, te weten [medeverdachte], heeft schuldig gemaakt aan de zogenoemde internationale mensenhandel, neergelegd in artikel 273f, eerste lid en onder sub 3 Sr. Voor het overige is onvoldoende bewijs voorhanden dat verdachte medepleger is van de mensenhandel ten aanzien van [persoon 2], zodat verdachte voor het overige zal worden vrijgesproken. Ten aanzien van [persoon 4] Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting kan niet worden vastgesteld dat [persoon 4] al voor september 2013 voor [medeverdachte] werkzaam was in de prostitutie. Dit verklaart alleen [persoon 4]. De omstandigheid dat [medeverdachte], [persoon 7], [persoon 4] en verdachte in 2010 slapend in een auto zijn aangetroffen, kan onvoldoende bijdragen aan het bewijs dat [persoon 4] reeds sedert 2010 door [medeverdachte] al dan niet tezamen en in vereniging met [persoon 7] en verdachte is uitgebuit. In die periode had [persoon 4] immers nog een relatie met eerdergenoemde [persoon 7] (de broer van de exvrouw van [medeverdachte] ) en niet ondenkbaar is dat zij alleen voor hem werkte. De rechtbank acht onvoldoende bewijs voorhanden dat verdachte medepleger is van de mensenhandel ten aanzien van [persoon 4], zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. Dit geldt derhalve ook voor het onder artikel 273f, eerste lid en onder sub 3 Sr ten laste gelegde, nu niet duidelijk is geworden hoe [persoon 4] in september 2013 naar Nederland is gereisd zodat niet kan worden vastgesteld of, en zo ja welke rol, verdachte hierin heeft gehad. Ten aanzien van [persoon 5] Op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat [persoon 5] met [medeverdachte] de afspraak heeft gemaakt dat zij naar Nederland zou komen om in de prostitutie te werken en dat [persoon 5] de helft van haar verdiensten aan hem zou

5 afstaan. [medeverdachte] heeft voorafgaand aan de komst van [persoon 5] naar Nederland geregeld dat [persoon 5] kon gaan wonen bij [persoon 8] en [persoon 9] op de [adres 2] in [plaats], waar ook verdachte verbleef. Verdachte heeft op verzoek van [medeverdachte] dit adres telefonisch doorgegeven aan de chauffeur, die [persoon 5] vervoerde vanuit Hongarije naar [plaats]. Op verzoek van [medeverdachte] heeft verdachte de busreis van [persoon 5] bij aankomst in [plaats] betaald aan deze chauffeur. Daarnaast heeft verdachte [persoon 5] geholpen met het zoeken naar en het regelen van een werkkamer op de Amsterdamse Wallen. [persoon 5] heeft de helft van haar verdiensten aan [medeverdachte] afgestaan. Verdachte heeft [persoon 5] gecontroleerd. Zij belde dagelijks vele malen, namelijk om het half uur, met [persoon 5] en vroeg haar dan hoeveel zij had verdiend. Ook heeft verdachte tegen [persoon 5] gezegd dat zij meer geld moest verdienen. Uit een getapt telefoongesprek van 28 januari 2014 tussen verdachte en [medeverdachte] blijkt dat [medeverdachte] tegen verdachte zegt dat verdachte tegen [persoon 5] niet over het casino moet praten en dat verdachte tegen [persoon 5] moet zeggen dat het niet goed loopt zodat [persoon 5] haar best doet. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij tegen [persoon 5] gezegd heeft dat zij beter haar best moest doen omdat het niet goed loopt. Deze feiten en omstandigheden leiden tot het oordeel dat [medeverdachte] en verdachte ieder een eigen, elkaar over en weer aanvullende rol hadden bij het tot stand brengen en houden van de uitbuitingssituatie van [persoon 5]. De rechtbank acht dan ook bewezen dat er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte]. Als gevolg hiervan kunnen de door [medeverdachte] verrichte handelingen aan verdachte worden toegerekend en omgekeerd Vrijspraak (internationale) mensenhandel ten aanzien van [persoon 3] De rechtbank is anders dan de officier van justitie en met de raadsvrouw van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan internationale mensenhandel ten aanzien van [persoon 3]. Zij oordeelt als volgt. Uit de beschikbare kamerverhuurgegevens blijkt dat [persoon 3] zowel in 2012 als in 2013 in [plaats] werkzaam is geweest als prostituee. Blijkens haar eigen verklaring afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris op 26 mei 2014 is zij in 2012 op eigen gelegenheid met de bus naar [plaats] gereisd. Daar aangekomen heeft zij verdachte en [verdachte] om onderdak gevraagd. In april 2013 is zij ook met de bus, samen met [persoon 2], naar Nederland is gereisd. Vooraf had zij van verdachte en/of [verdachte] gehoord dat zij in hun woning zou kunnen verblijven. [verdachte] heeft ter terechtzitting stellig verklaard dat zij in 2013 met [persoon 3] en [persoon 2] in de bus naar Nederland is gereisd. Zij heeft daaraan toegevoegd dat [persoon 3] zich op eigen initiatief en eigen kosten bij [persoon 2] had aangesloten. Nu, anders dan in het geval van [persoon 2], niet is gebleken dat verdachte (of [verdachte] ) de busreis voor [persoon 3] heeft geregeld en/of betaald, spreekt de rechtbank verdachte vrij van het aanwerven en naar Nederland vervoeren van [persoon 3] met het oogmerk haar in Nederland ertoe te brengen zich als prostituee beschikbaar te stellen. Voor het verwijt dat verdachte [persoon 3] in de prostitutie heeft uitgebuit is evenmin voldoende bewijs.

6 [persoon 3] heeft zelf ontkend door verdachte gedwongen te zijn en/of verdachte (een deel van) haar verdiensten te hebben gegeven. De verklaring van [persoon 1] van 4 februari 2014 dat [persoon 3] twee jaar daarvoor naar Nederland kwam om op fifty-fifty basis voor verdachte te werken is onvoldoende om buiten redelijke twijfel te achten dat [persoon 3] door verdachte is uitgebuit. Verdachte wordt vrijgesproken voor zover de beschuldiging [persoon 3] betreft Gewoontewitwassen De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat [persoon 1] een deel van de verdiensten uit de door haar verrichte prostitutiewerkzaamheden heeft afgestaan aan verdachte, namelijk op momenten waarop [medeverdachte] niet in Nederland maar in Hongarije verbleef. Verdachte heeft deze bedragen vervolgens afgegeven aan [medeverdachte]. Verdachte wist dat deze geldbedragen afkomstig waren uit de uitbuiting van die [persoon 1] door [medeverdachte]. Hiermee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Ten aanzien van de overige in de tenlastelegging genoemde vrouwen is onvoldoende komen vast te staan dat zij hun verdiensten aan verdachte hebben afgestaan. Voor het meer of anders ten laste gelegde zal verdachte daarom worden vrijgesproken. 5 Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte in de periode van 1 mei 2011 tot en met 28 januari 2014 te [plaats] en Hongarije, tezamen en in vereniging met een ander anderen te weten [persoon 2] heeft medegenomen met het oogmerk die [persoon 2] in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling En [persoon 5] door dwang en door misleiding en door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie heeft medegenomen en aangeworven met het oogmerk die [persoon 2] en die [persoon 5] in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling En

7 die [persoon 5] met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten, te weten: prostitutiewerkzaamheden immers, heeft zij, verdachte, tezamen en in vereniging met haar mededader ten aanzien van die [persoon 2] - die [persoon 2] vanuit Hongarije naar Nederland meegenomen en geholpen bij de komst van die [persoon 2] naar Nederland door het overmaken van geld voor een busticket opdat die [persoon 2] in Amsterdam in de prostitutie zou kunnen gaan werken En ten aanzien van die [persoon 5] terwijl zij wist dat die [persoon 5] in Hongarije geen of onvoldoende inkomsten had en in Nederland niemand kende en in Nederland niemand had om op terug te vallen - die [persoon 5] geholpen met de reis van Hongarije naar Nederland - die [persoon 5] tijdens haar werkzaamheden gecontroleerd en verantwoording aan haar, verdachte, af laten leggen over haar werkzaamheden en verdiensten, door die [persoon 5] te bellen en aan te sporen haar, verdachte, te bellen als zij een klant had en door te geven hoeveel geld zij had verdiend en - die [persoon 5] gezegd dat zij meer geld moet verdienen om haar, verdachte, en haar mededader in hun levensonderhoud te voorzien 2. zij in de periode van 1 mei 2011 tot en met 28 januari 2014 te Amsterdam van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij, verdachte, contante geldbedragen te weten: - een deel van de verdiensten uit de door [persoon 1] verrichte prostitutiewerkzaamheden voorhanden gehad en overgedragen terwijl zij wist dat die geldbedragen onmiddellijk of middellijk afkomstig waren uit misdrijf; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6 De strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7 De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 8 Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel 8.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar onder 1 en 2 bewezen geachte feiten schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van een straf of maatregel 8.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft voor het geval verdachte niet wordt vrijgesproken, verzocht verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf of maatregel waarbij hij zich heeft aangesloten bij het betoog van de officier van justitie ten aanzien van het nonpunishmentbeginsel. Mocht de rechtbank toch van oordeel zijn dat een straf dient te worden opgelegd, verzoekt de raadsman een straf gelijk aan het voorarrest op te leggen Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft ten aanzien van de verdachte, kort gezegd, bewezenverklaard de internationale mensenhandel van [persoon 2] en [persoon 5], de seksuele uitbuiting van die [persoon 5] en witwassen. De officier van justitie heeft bij het formuleren en de onderbouwing van haar strafeis meer feiten bewezen geacht dan de rechtbank. De officier van justitie heeft de vraag opgeworpen of in deze zaak het nonpunishmentbeginsel van toepassing zou moeten zijn. De officier van justitie heeft die vraag bevestigend beantwoord. Dit standpunt is door haar uitvoerig beargumenteerd. Zij heeft opgemerkt dat verdachte zo afhankelijk was van haar medeverdachte dat zij niet in staat was een eigen keus te maken, maar slechts als willoos werktuig voor haar medeverdachte heeft gedaan wat hij van haar verlangde. Zij heeft aan haar bijdrage niets overgehouden, sterker nog: zij is alles kwijt. Ondanks de enorme afhankelijkheid van haar medeverdachte is er echter - nu zij zich bewust moest zijn van de consequenties van haar handelen - geen sprake van afwezigheid van alle schuld. De officier van justitie heeft verzocht de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf omdat dit naar haar mening de enig juiste conclusie is met het oog op het slachtofferschap van verdachte. De raadsman heeft zich ter zitting summier over dit onderdeel uitgelaten en heeft (subsidiair) opgemerkt zich aan te sluiten bij het standpunt van de officier van justitie. Dit standpunt van de officier van justitie geeft de rechtbank aanleiding voor een wat uitvoeriger beschouwing. Het non-punishmentbeginsel kent enige geschiedenis, te weten aanvankelijk als niet bindende resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 31 januari 2001 betreffende de Trafficking on women and girls, en vervolgens als - inmiddels - bindende verplichting in het kader van het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van mensenhandel van 16 mei 2005 en de meergenoemde Richtlijn 2011/36/EU. In artikel 26 van het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van mensenhandel van 16 mei 2005, zoals nader verklaard in het bij dat verdrag behorende

9 zogenoemde Explanatory report, is bepaald dat: Elke partij (..) voorziet in de mogelijkheid slachtoffers geen straf op te leggen voor hun betrokkenheid bij onrechtmatige handelingen indien zij hiertoe gedwongen worden. Opgemerkt moet worden dat in het Verdrag geen nadere specificatie van dat handelen is gegeven. De officier van justitie heeft gewezen op de Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011, in het bijzonder op onderdeel 14 van de considerans en artikel 8 van de Richtlijn. In dat verband dient te worden opgemerkt dat noch in de considerans noch in het betreffende artikel een uitputtende opsomming is gegeven welke strafbare feiten onder dit beginsel zouden kunnen vallen. Er zijn wel enige indicatieve voorbeelden genoemd. Relevant is ook dat blijkens het genoemde onderdeel van de considerans Het doel van die bescherming is de mensenrechten van de slachtoffers te beschermen, verder slachtofferschap te voorkomen en hen aan te moedigen als getuige tegen de daders op te treden in de strafprocedure. Deze bescherming belet niet dat zij kunnen worden vervolgd of gestraft voor misdrijven die zij vrijwillig hebben begaan of waaraan zij vrijwillig hebben deelgenomen. Het Verdrag en de Richtlijn voorzien - kort gezegd - in een verplichting voor de aangesloten (lid) staten tot het treffen van een voorziening voor slachtoffers van mensenhandel ter bescherming tegen strafrechtelijke aansprakelijkheid indien sprake is van zekere omstandigheden. Die omstandigheden zijn identiek aan de dwangmiddelen die opgenomen zijn in artikel 273 f lid 1, sub 1, Sr. Voorts is gewezen op de parlementaire stukken die betrekking hebben op de implementatie van de genoemde Richtlijn. Daarin is als antwoord van de Minister van Veiligheid en Justitie op vragen uit de Eerste Kamer te lezen: In artikel 8 van de Richtlijn ligt het zogeheten non-punishmentbeginsel besloten. Dat beginsel verplicht de lidstaten ertoe te voorzien in de mogelijkheid om strafvervolging of bestraffing achterwege te laten wanneer de schuldige als slachtoffer van mensenhandel tot het plegen van het strafbare feit is gedwongen. Die mogelijkheid verschaft de Nederlandse strafwetgeving reeds. Zo kan het Openbaar Ministerie op grond van het opportuniteitsbeginsel gebruik maken van de mogelijkheid om dit soort zaken te seponeren. En als een dergelijke zaak toch voor de rechter wordt gebracht, biedt artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht de mogelijkheid van een rechterlijk pardon. Op grond van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kan door de rechter worden bepaald dat in verband met de geringe ernst van het feit, de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan dan wel die zich nadien hebben voorgedaan, bepalen dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. Dit is in overeenstemming met de in artikel 26 van het Verdrag en artikel 8 van de Richtlijn genoemde uitgangspunten en blijkens de parlementaire geschiedenis de bepaling die in die verplichting voorziet. Naar het oordeel van de rechtbank komen in het onderhavige geval de omstandigheden waaronder het feit is begaan dan wel die zich nadien hebben voorgedaan voor afweging in

10 aanmerking bij de vraag of er aanleiding bestaat om van deze bevoegdheid gebruik te maken. Van belang is dat de uitbuiting van verdachte door medeverdachte [medeverdachte] bij vonnis van heden is bewezenverklaard en medeverdachte [medeverdachte] ter zake daarvan is veroordeeld tot een aanzienlijke onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Deze bewezenverklaring is mede gebaseerd op het bewijs dat jegens verdachte sprake was van dwangmiddelen zoals hiervoor, bij bespreking van de achtergrond van het non-punishmentbeginsel, genoemd. Welke omstandigheden nog meer van belang zijn, kunnen niet in algemene uitgangspunten worden geformuleerd. In de onderhavige zaak acht de rechtbank de navolgende factoren van belang. Verdachte is gedurende een periode van zes jaar door haar medeverdachte - met wie zij meende een gezamenlijke toekomst op te bouwen - op geraffineerde wijze misleid en uitgebuit waardoor zij een groot deel van haar verdiensten heeft aan hem heeft afgestaan. Verdachte heeft in die periode ongeveer 40 weken per jaar, zes dagen per week gewerkt en verdiende 100 tot 150 euro per dag, hetgeen resulteerde in een bedrag - bij een voorzichtige begroting over die zes jaar - van gedurende die uitbuitingsperiode. Verdachtes sterkste wapen in die uitbuiting was de (emotionele) afhankelijkheid van verdachte van haar medeverdachte. Aannemelijk is dat verdachte uit angst medeverdachte te verliezen zich schuldig heeft gemaakt aan internationale mensenhandel en een belangrijke rol heeft gespeeld in de uitbuiting in de prostitutie van één van zijn slachtoffers. Niet is gebleken dat die bewezenverklaarde feiten (financiële) voordelen voor verdachte hebben opgeleverd. Verdachte is door haar medeverdachte, en mogelijk ook door zijn familie, onder druk gezet ontlastend voor hem te blijven verklaren, zelfs daags voor de zitting heeft medeverdachte nog geprobeerd haar te beïnvloeden. Voorts heeft verdachte tijdens haar verhoor als getuige ter zitting erkend dat zij in haar politieverklaring in februari 2014 heeft gelogen omtrent de werkelijke rol van medeverdachte en dat zij bij de rechtercommissaris in mei 2014 (meermalen) een meinedige verklaring heeft afgelegd. Zij heeft als getuige ook belastend over haarzelf verklaard. Hoewel de hiervoor genoemde factoren aanleiding zouden kunnen geven tot de toepassing van artikel 9a Sr, ziet de rechtbank hiervoor, anders dan de officier van justitie, onvoldoende aanleiding. Verdachte heeft ten koste van anderen zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig strafbaar feit met het doel haar eigen positie veilig te stellen. De rechtbank rekent verdachte in de kern aan dat zij, in haar wens met de medeverdachte een toekomst op te bouwen waar zij in feite alles - naar eigen zeggen ter zitting zelfs een moord - voor over had, andere keuzes had moeten en kunnen maken. Bij dit oordeel, afgezet tegen de ernst van de bewezenverklaarde feiten, past niet dat geen enkele straf of maatregel wordt opgelegd, maar past in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De hiervoor genoemde factoren leiden de rechtbank echter wel tot het oordeel dat volstaan kan worden met gevangenisstraf voor de duur van de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank acht een straf van 41 dagen met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

11 10 Beslissing Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde: Mensenhandel in vereniging, meermalen gepleegd Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde: Gewoontewitwassen Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 41 (eenenveertig) dagen. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Dit vonnis is gewezen door mr. B.E. Mildner, voorzitter, mrs. C. Klomp en A.R.P.J. Davids, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Beerts, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 oktober 2015.

ECLI:NL:GHAMS:2014:3775

ECLI:NL:GHAMS:2014:3775 ECLI:NL:GHAMS:2014:3775 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 01-07-2014 Datum publicatie 05-12-2014 Zaaknummer 23-004323-13 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2016:1480. Datum uitspraak: Datum publicatie: Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig.

ECLI:NL:RBOVE:2016:1480. Datum uitspraak: Datum publicatie: Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig. ECLI:NL:RBOVE:2016:1480 Instantie: Rechtbank Overijssel Datum uitspraak: 26-04-2016 Datum publicatie: 26-04-2016 Zaaknummer: 08.910038-15 (P) Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMAA:2011:BP5002

ECLI:NL:RBMAA:2011:BP5002 ECLI:NL:RBMAA:2011:BP5002 Instantie Rechtbank Maastricht Datum uitspraak 16-02-2011 Datum publicatie 17-02-2011 Zaaknummer 03-702714-08 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Datum uitspraak: 1 november TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Datum uitspraak: 1 november TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) ECLI:NL:GHAMS:2016:5673 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 01-11-2016 Datum publicatie 30-12-2016 Zaaknummer 23-003159-15 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158

ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158 ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2158 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 14-07-2010 Datum publicatie 22-07-2010 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 16-711123-09 [P] Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2016:5688

ECLI:NL:RBMNE:2016:5688 ECLI:NL:RBMNE:2016:5688 Instantie Datum uitspraak 26-10-2016 Datum publicatie 22-12-2016 Zaaknummer 16/703291-13 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Midden-Nederland Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2015:84

ECLI:NL:GHDHA:2015:84 ECLI:NL:GHDHA:2015:84 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 27-01-2015 Datum publicatie 27-01-2015 Zaaknummer 22000511-14 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273

ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273 ECLI:NL:RBZUT:2004:AO7273 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 31-03-2004 Datum publicatie 08-04-2004 Zaaknummer 06/060115-03 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:OGEAA:2016:411

ECLI:NL:OGEAA:2016:411 ECLI:NL:OGEAA:2016:411 Instantie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Datum uitspraak 05-02-2016 Datum publicatie 22-06-2016 Zaaknummer 426 van 2015, P-2015/06927 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2061

ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2061 ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2061 Instantie Datum uitspraak 03-02-2009 Datum publicatie 05-02-2009 Gerechtshof 's-gravenhage Zaaknummer 22-002670-08 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011

ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011 ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5011 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 16-11-2011 Datum publicatie 18-11-2011 Zaaknummer 13/656781-11 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377

ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377 ECLI:NL:RBASS:2011:BQ1377 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 15-04-2011 Datum publicatie 15-04-2011 Zaaknummer 19.605555-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:3674

ECLI:NL:GHAMS:2016:3674 ECLI:NL:GHAMS:2016:3674 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 12-09-2016 Datum publicatie 12-09-2016 Zaaknummer 23-004422-15 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2014:3064

ECLI:NL:GHARL:2014:3064 ECLI:NL:GHARL:2014:3064 Instantie Datum uitspraak 15-04-2014 Datum publicatie 15-04-2014 Zaaknummer 21-000541-12 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Nadere informatie

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 november 2016 TEGENSPRAAK

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 3 november 2016 TEGENSPRAAK ECLI:NL:GHAMS:2016:5390 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 03-11-2016 Datum publicatie 21-12-2016 Zaaknummer 23-003117-15 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB4499

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB4499 ECLI:NL:RBZUT:2007:BB4499 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 25-09-2007 Datum publicatie 28-09-2007 Zaaknummer 06/580261-07 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2014:1006

ECLI:NL:RBDHA:2014:1006 ECLI:NL:RBDHA:2014:1006 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 29-01-2014 Datum publicatie 29-01-2014 Zaaknummer 09/818467-13 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2016:5635 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 10-11-2016 Datum publicatie 29-12-2016 Zaaknummer 23-000872-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1675

ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1675 ECLI:NL:RBUTR:2011:BT1675 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 07-09-2011 Datum publicatie 15-09-2011 Zaaknummer 16-600572-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2015:10245

ECLI:NL:RBAMS:2015:10245 ECLI:NL:RBAMS:2015:10245 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 25-11-2015 Datum publicatie 23-06-2017 Zaaknummer 13/845106-15 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2016:10161

ECLI:NL:RBROT:2016:10161 ECLI:NL:RBROT:2016:10161 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 04-11-2016 Datum publicatie 13-01-2017 Zaaknummer 10/710336-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ec Instantie Datum uitspraak 07-10-2015 Datum publicatie 07-10-2015 Rechtbank Oost-Brabant

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2015:5213 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHAMS:2015:5213 Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHAMS:2015:5213 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 16-12-2015 Datum publicatie 16-12-2015 Zaaknummer 23-000433-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2125

ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2125 ECLI:NL:RBZUT:2012:BV2125 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 24-01-2012 Datum publicatie 27-01-2012 Zaaknummer 06/850686-11 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420

ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420 ECLI:NL:GHARN:2011:BQ0420 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 05-04-2011 Datum publicatie 07-04-2011 Zaaknummer 21-002244-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:2577

ECLI:NL:GHARL:2015:2577 ECLI:NL:GHARL:2015:2577 Uitspraak Arrest GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Strafrecht Parketnummer: 21-008157-13 Datum uitspraak: 9 april 2015 Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012

ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1012 Instantie Datum uitspraak 11-06-2003 Datum publicatie 12-08-2003 Zaaknummer 2200326602 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-gravenhage

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2016:4569

ECLI:NL:RBMNE:2016:4569 ECLI:NL:RBMNE:2016:4569 Instantie Datum uitspraak 16-08-2016 Datum publicatie 17-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Midden-Nederland 16/652521-15 (P) Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2017:2291

ECLI:NL:GHDHA:2017:2291 ECLI:NL:GHDHA:2017:2291 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 24-05-2017 Datum publicatie 09-08-2017 Zaaknummer 22-005150-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2011:BR2992

ECLI:NL:RBUTR:2011:BR2992 ECLI:NL:RBUTR:2011:BR2992 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 14-07-2011 Datum publicatie 26-07-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 16/600081-11; 16/600434-10 (tul)

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039 ECLI:NL:RBGEL:2013:4039 Uitspraak RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Meervoudige kamer Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/860948-13 Uitspraak d.d. 22 oktober 2013

Nadere informatie

Verkort vonnis van de rechtbank 's-hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

Verkort vonnis van de rechtbank 's-hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: ECLI:NL:RBSHE:2003:AN9844 Instantie Rechtbank 's-hertogenbosch Datum uitspraak 02-12-2003 Datum publicatie 11-12-2003 Zaaknummer 01/025326.03 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11 ECLI:NL:GHSHE:2015:3566 Instantie: Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak: 16-09-2015 Datum publicatie: 17-09-2015 Zaaknummer: 20-002514-14 Rechtsgebieden: Materieel strafrecht Strafprocesrecht Bijzondere

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2011:BQ2782

ECLI:NL:RBALK:2011:BQ2782 ECLI:NL:RBALK:2011:BQ2782 Instantie Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak 27-04-2011 Datum publicatie 27-04-2011 Zaaknummer 14.701108-10 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2015:7578

ECLI:NL:RBNHO:2015:7578 ECLI:NL:RBNHO:2015:7578 Instantie Datum uitspraak 03-09-2015 Datum publicatie 04-09-2015 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer 15/871690-14 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

Uitspraak. Parketnummer: Datum uitspraak: 17 november 2016 VERSTEK

Uitspraak. Parketnummer: Datum uitspraak: 17 november 2016 VERSTEK ECLI:NL:GHAMS:2016:5593 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 17-11-2016 Datum publicatie 29-12-2016 Zaaknummer 23-001668-16 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBONE:2013:BY9769

ECLI:NL:RBONE:2013:BY9769 ECLI:NL:RBONE:2013:BY9769 Instantie Datum uitspraak 28-01-2013 Datum publicatie 29-01-2013 Rechtbank Oost-Nederland Zaaknummer 05/901294-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2017:1473

ECLI:NL:RBNNE:2017:1473 ECLI:NL:RBNNE:2017:1473 Instantie Datum uitspraak 20-04-2017 Datum publicatie 21-04-2017 Rechtbank Noord-Nederland Zaaknummer 18/830019-17 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2006:AX3957

ECLI:NL:GHARN:2006:AX3957 ECLI:NL:GHARN:2006:AX3957 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 23-05-2006 Datum publicatie 23-05-2006 Zaaknummer 21-000822-05 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993

ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993 ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2993 Instantie Datum uitspraak 11-11-2009 Datum publicatie 11-11-2009 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-002029-08 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2010:BN9788

ECLI:NL:RBALK:2010:BN9788 ECLI:NL:RBALK:2010:BN9788 Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak: 07-10-2010 Datum publicatie: 08-10-2010 Zaaknummer: 14.810141-07 Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 29 november 2016 TEGENSPRAAK

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 29 november 2016 TEGENSPRAAK ECLI:NL:GHAMS:2016:5286 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 29-11-2016 Datum publicatie 13-12-2016 Zaaknummer 23-000227-16 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7293

ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7293 ECLI:NL:RBUTR:2005:AU7293 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 01-12-2005 Datum publicatie 01-12-2005 Zaaknummer 16/501029-05 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2014:264

ECLI:NL:GHAMS:2014:264 ECLI:NL:GHAMS:2014:264 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 14-01-2014 Datum publicatie 22-04-2014 Zaaknummer 23-003557-13 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2016:935

ECLI:NL:GHDHA:2016:935 ECLI:NL:GHDHA:2016:935 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 31-03-2016 Datum publicatie 06-04-2016 Zaaknummer 22-004068-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2016:5140

ECLI:NL:RBOVE:2016:5140 ECLI:NL:RBOVE:2016:5140 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15-12-2016 Datum publicatie 27-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 08/963658-14 (LP) (P) Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2006:AX9578

ECLI:NL:RBHAA:2006:AX9578 ECLI:NL:RBHAA:2006:AX9578 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 11-04-2006 Datum publicatie 29-06-2006 Zaaknummer 15/502438-05 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2016:709

ECLI:NL:GHAMS:2016:709 ECLI:NL:GHAMS:2016:709 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 28-01-2016 Datum publicatie 23-03-2016 Zaaknummer 23-001797-14 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2015:3340

ECLI:NL:RBOVE:2015:3340 ECLI:NL:RBOVE:2015:3340 Instantie: Rechtbank Overijssel Datum uitspraak: 09-07-2015 Datum publicatie: 13-07-2015 Zaaknummer: 08.963556-14 (LP) Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355

ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355 ECLI:NL:RBASS:2007:BB8355 Instantie Rechtbank Assen Datum uitspraak 20-11-2007 Datum publicatie 21-11-2007 Zaaknummer 19.830186-07 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2000:AD9850

ECLI:NL:GHSGR:2000:AD9850 ECLI:NL:GHSGR:2000:AD9850 Instantie Datum uitspraak 06-10-2000 Datum publicatie 11-10-2004 Zaaknummer 0975730199 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-gravenhage Strafrecht

Nadere informatie

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Uitspraak d.d.: 2 februari 2016 TEGENSPRAAK Promis

Uitspraak. Afdeling strafrecht. Parketnummer: Uitspraak d.d.: 2 februari 2016 TEGENSPRAAK Promis ECLI:NL:GHARL:2016:10657 Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 02-02-2016 Datum publicatie 15-05-2017 Zaaknummer 21-002071-15 Formele relaties Cassatie: ECLI:NL:HR:2017:789, Niet ontvankelijk

Nadere informatie

ECLI:NL:OGEAA:2017:430

ECLI:NL:OGEAA:2017:430 ECLI:NL:OGEAA:2017:430 Instantie Datum uitspraak 24-05-2017 Datum publicatie 14-06-2017 Zaaknummer 88 van 2017 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX3976

ECLI:NL:GHSGR:2012:BX3976 ECLI:NL:GHSGR:2012:BX3976 Instantie Datum uitspraak 26-07-2012 Datum publicatie 08-08-2012 Gerechtshof 's-gravenhage Zaaknummer 22-000638-11 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999

ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999 ECLI:NL:GHSHE:2012:BW5999 Instantie Datum uitspraak 16-05-2012 Datum publicatie 16-05-2012 Zaaknummer 20-002733-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof 's-hertogenbosch Strafrecht

Nadere informatie

Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. ECLI:NL:GHARL:2015:7181 Instantie: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak: 25-09-2015 Datum publicatie: 25-09-2015 Zaaknummer: 21-004143-14 Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2014:7911

ECLI:NL:RBAMS:2014:7911 ECLI:NL:RBAMS:2014:7911 Instantie: Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak: 21-11-2014 Datum publicatie: 06-01-2015 Zaaknummer: 13-730021-13 Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg- meervoudig Uitspraak Vonnis

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2017:978

ECLI:NL:GHSHE:2017:978 ECLI:NL:GHSHE:2017:978 Instantie Datum uitspraak 17-02-2017 Datum publicatie 10-03-2017 Gerechtshof 's-hertogenbosch Zaaknummer 20-003836-13 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0993

ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0993 ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0993 Instantie Datum uitspraak 07-09-2010 Datum publicatie 18-10-2010 Gerechtshof 's-gravenhage Zaaknummer 22-005986-09 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2017:4416

ECLI:NL:RBOBR:2017:4416 ECLI:NL:RBOBR:2017:4416 Instantie Datum uitspraak 17-08-2017 Datum publicatie 17-08-2017 Rechtbank Oost-Brabant Zaaknummer 01/860063-17 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2017:2863

ECLI:NL:RBNHO:2017:2863 ECLI:NL:RBNHO:2017:2863 Instantie Datum uitspraak 30-01-2017 Datum publicatie 07-04-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Holland 15/871465-15 (P) Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2014:3838

ECLI:NL:GHDHA:2014:3838 ECLI:NL:GHDHA:2014:3838 Instantie: Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak: 13-11-2014 Datum publicatie: 28-11-2014 Zaaknummer: 22-000767-14 Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Uitspraak

Nadere informatie

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 16 februari 2017 TEGENSPRAAK

Uitspraak. parketnummer: datum uitspraak: 16 februari 2017 TEGENSPRAAK ECLI:NL:GHAMS:2017:1898 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 16-02-2017 Datum publicatie 24-05-2017 Zaaknummer 23-002215-16 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ECLI:NL:GHDHA:2015:80 Uitspraak Rolnummer: 22-002584-14 Parketnummers: 10-750263-13, 22-003524-12 (TUL) en 22-004272-11 (TUL) Datum uitspraak: 27 januari 2015 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5994

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5994 ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5994 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 22-12-2006 Datum publicatie 11-01-2007 Zaaknummer 15/645076-06 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1659

ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1659 ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1659 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 15-04-2011 Datum publicatie 18-04-2011 Zaaknummer 23-000014-10 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4388

ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4388 ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4388 Instantie Datum uitspraak 10-02-2011 Datum publicatie 14-02-2011 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-001943-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMAA:2006:AY6572

ECLI:NL:RBMAA:2006:AY6572 ECLI:NL:RBMAA:2006:AY6572 Instantie Rechtbank Maastricht Datum uitspraak 21-07-2006 Datum publicatie 21-08-2006 Zaaknummer 03/703565-05 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2010:BO9234

ECLI:NL:RBALK:2010:BO9234 ECLI:NL:RBALK:2010:BO9234 Instantie Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak 07-12-2010 Datum publicatie 29-12-2010 Zaaknummer 14.701344-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9715

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9715 ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ9715 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 26-05-2011 Datum publicatie 29-06-2011 Zaaknummer 16-504228-10 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2017:1213

ECLI:NL:GHAMS:2017:1213 ECLI:NL:GHAMS:2017:1213 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 28-03-2017 Datum publicatie 10-04-2017 Zaaknummer 23-000918-16 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2016:1622

ECLI:NL:RBOVE:2016:1622 ECLI:NL:RBOVE:2016:1622 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 10-05-2016 Datum publicatie 11-05-2016 Zaaknummer 08/760127-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ2894

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ2894 ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ2894 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 24-05-2006 Datum publicatie 22-11-2006 Zaaknummer 15/500189-06 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK6655

ECLI:NL:RBZLY:2009:BK6655 ECLI:NL:RBZLY:2009:BK6655 Instantie Datum uitspraak 24-11-2009 Datum publicatie 16-12-2009 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Zwolle-Lelystad 07.620221-08 (P) Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518

ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518 ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1518 Instantie Datum uitspraak 17-10-2011 Datum publicatie 25-10-2011 Gerechtshof Leeuwarden Zaaknummer 24-003332-09 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2017:2188

ECLI:NL:GHARL:2017:2188 ECLI:NL:GHARL:2017:2188 Instantie Datum uitspraak 15-03-2017 Datum publicatie 15-03-2017 Zaaknummer 21-006632-16 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2016:1041

ECLI:NL:RBGEL:2016:1041 ECLI:NL:RBGEL:2016:1041 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 22-02-2016 Datum publicatie 25-02-2016 Zaaknummer 05/840508-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2015:1193

ECLI:NL:GHDHA:2015:1193 ECLI:NL:GHDHA:2015:1193 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 13-05-2015 Datum publicatie 18-05-2015 Zaaknummer 22-005458-14 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU4938

ECLI:NL:RBHAA:2011:BU4938 ECLI:NL:RBHAA:2011:BU4938 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 17-11-2011 Datum publicatie 17-11-2011 Zaaknummer 15-801142-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3511

ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3511 ECLI:NL:RBZUT:2010:BL3511 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 10-02-2010 Datum publicatie 10-02-2010 Zaaknummer 06/800866-09 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7090

ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7090 ECLI:NL:RBSGR:2003:AN7090 Instantie Datum uitspraak 03-11-2003 Datum publicatie 03-11-2003 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer 09/753285-03 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2015:2029

ECLI:NL:GHSHE:2015:2029 ECLI:NL:GHSHE:2015:2029 Instantie Datum uitspraak 03-06-2015 Datum publicatie 03-06-2015 Gerechtshof 's-hertogenbosch Zaaknummer 20-000203-14 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6694

ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6694 ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6694 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 16-08-2006 Datum publicatie 22-08-2006 Zaaknummer 15/500918-06 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. arrest GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem Afdeling strafrecht Parketnummer: X Uitspraak d.d.: 15 juni 2016 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8884

ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8884 ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8884 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 21-10-2011 Datum publicatie 21-10-2011 Zaaknummer 06/940112-11 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2001:AD8580

ECLI:NL:GHSHE:2001:AD8580 ECLI:NL:GHSHE:2001:AD8580 Instantie Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak 24-12-2001 Datum publicatie 29-01-2002 Zaaknummer 20.000361.01 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2001:AD4391

ECLI:NL:RBARN:2001:AD4391 ECLI:NL:RBARN:2001:AD4391 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 10-10-2001 Datum publicatie 10-10-2001 Zaaknummer 05.096060-01 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2014:3315

ECLI:NL:RBMNE:2014:3315 ECLI:NL:RBMNE:2014:3315 Instantie Datum uitspraak 29-07-2014 Datum publicatie 01-08-2014 Zaaknummer 16/659378-14 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Midden-Nederland Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4974 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer

ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4974 Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer ECLI:NL:GHLEE:2009:BH4974 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 05-03-2009 Datum publicatie 05-03-2009 Zaaknummer 24-002073-08 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2012:BV6656

ECLI:NL:RBUTR:2012:BV6656 ECLI:NL:RBUTR:2012:BV6656 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 21-02-2012 Datum publicatie 24-02-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 16/512509-11; 16/602702-08 (tul)

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2016:7744

ECLI:NL:RBMNE:2016:7744 ECLI:NL:RBMNE:2016:7744 Instantie Datum uitspraak 22-11-2016 Datum publicatie 07-08-2017 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer 16.705352.15 en 16.702009.13 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ9968

ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ9968 ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ9968 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 04-01-2007 Datum publicatie 06-03-2007 Zaaknummer 13/525150-06 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ3733

ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ3733 ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ3733 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 07-06-2012 Datum publicatie 11-03-2013 Zaaknummer 13/666528-11 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis

Nadere informatie

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen: ECLI:NL:RBOVE:2015:5340 Instantie: Rechtbank Overijssel Datum uitspraak: 04-12-2015 Datum publicatie: 04-12-2015 Zaaknummer: 08/760029-15 Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1193

ECLI:NL:GHARL:2013:CA1193 ECLI:NL:GHARL:2013:CA1193 Instantie Datum uitspraak 12-02-2013 Datum publicatie 28-05-2013 Zaaknummer 21-004366-12 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Strafrecht

Nadere informatie

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 24 augustus 2016.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 24 augustus 2016. ECLI:NL:GHAMS:2016:5663 Instantie Gerechtshof Amsterdam Datum uitspraak 07-09-2016 Datum publicatie 30-12-2016 Zaaknummer 23-000259-16 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2014:1214

ECLI:NL:RBOBR:2014:1214 ECLI:NL:RBOBR:2014:1214 Instantie Datum uitspraak 20-03-2014 Datum publicatie 20-03-2014 Rechtbank Oost-Brabant Zaaknummer 01/865006-13 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Eerste

Nadere informatie

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM parketnummer: X uitspraak: 21 juli 2016 TEGENSPRAAK Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter

Nadere informatie