Waarschuwing: op sommige plaatsen kan deze samenvatting onvolledig zijn, op andere plaatsen te gedetailleerd. Gebruik op eigen risico.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Waarschuwing: op sommige plaatsen kan deze samenvatting onvolledig zijn, op andere plaatsen te gedetailleerd. Gebruik op eigen risico."

Transcriptie

1 Waarschuwing: op sommige plaatsen kan deze samenvatting onvolledig zijn, op andere plaatsen te gedetailleerd. Gebruik op eigen risico. ZSO 1: Lokalisatieprincipes/neuroanatomie De student kan een topografische diagnose maken voor de meest bekende neurologische syndromen en in sommige gevallen ook al een hypothese voor een veronderstelde etiologische diagnose. MOTORIEK Aandoeningen piramidebaan Structureel (hemi-, para-, tetraparese): infarct, bloeding, tumor, MS, contusiehaard Selectief en diffuus (vaak symmetrisch aan de benen): hereditaire spastische paraparese, ALS (met perifeer motorneuron), vitamine B12-deficiëntie (met achterstrengstoornissen) Spasticiteit Rigiditeit Verdeling Flexoren arm en extensoren been Flexoren en extensoren gelijk Onwillekeurige beweging Afwezig Vaak aanwezig (tremor, chorea, dystonie) Spierrekkingsreflexen Verhoogd Normaal of verhoogd Pathologische reflexen Aanwezig Afwezig Verlamming Aanwezig Afwezig of zeer gering Centrale parese Perifere parese Atrofie Afwezig Aanwezig Fasciculaties Afwezig Aanwezig Spierrekkingsreflexen Verhoogd Verlaagd Huidreflexen Abnormaal Normaal Tonus Verhoogd Normaal of slap Wortels en plexus Pijn staat op de voorgrond, distributie passend bij aangedane wortels, krachtsverlies, soms atrofie, reflexen kunnen verlaagd zijn. Cerebellum Structurele laesies (infarct, bloeding, tumor, MS), neurodegeneratieve aandoeningen, para-infectieus cerebellair syndroom, paraneoplastisch cerebellair syndroom, intoxicaties (alcohol, anti-epileptica, sedativa) Paleocerebellum: breed gangspoor en stuurloosheid Archicerebellum: stoornis rompbalans, draaiduizeligheid, nystagmus Neocerebellum: ataxie (hypermetrie, hypometrie, intentietremor, dysdiadochokinese, dysartrie) Basale ganglia Afname spontane motoriek (hypokinetisch-rigide syndroom: hypokinesie/akinesie/bradykinesie, rigiditeit, houdingsstoornissen), toename onwillekeurige bewegingen (hyperkinesie: chorea, hemiballisme, dystonie, tics, tremor) of combinatie. SENSIBILITEIT Ruggenmerg Complete dwarslaesie: uitval vitale sensibiliteit 2 dermatomen onder laesie, daarboven hyperpathie, uitval gnostische sensibiliteit onder de laesie. Halfzijdige dwarslaesie (Brown-Séquard): op het niveau van de laesie hyperpathie, ipsilateraal piramidebaansyndroom en stoornis gnostische sensibiliteit, enkele niveaus eronder contralateraal stoornis vitale sensibiliteit. Centrale ruggenmerglaesie: enkele niveaus onder de laesie uitval vitale sensibiliteit in een paar dermatomen Syringomyelie: zie boven, kan ook met segmentale paresen, atrofie en verlaagde of afwezige reflexen (voorhoornlaesie) Arteria spinalis anteriorsyndroom: gedissocieerde sensibiliteitsstoornis, onderbreking tractus corticospinalis met paresen en dubbelzijdige Babinski Hersenstam Tractus spinothalamicus: vaak met één of meer trigeminuskernen Lateraal medulla-infarct/syndroom van Wallenberg: vitale stoornis ipsilaterale gezichtshelft en contralaterale lichaamshelft (alternerende en gedissocieerde stoornis Laesie boven trigeminuskernen (boven lemniscus medialis): contralaterale uitval van gnostische en vitale sensibiliteit, ook thalamussyndroom 1 van 17

2 Thalamus Contralaterale stoornis van alle sensibiliteit (gnostisch meer dan vitaal) Thalamussyndroom: heftige spontane pijnen, dysesthesieën Capsula interna Achterste been: contralaterale stoornissen van alle gevoel (vaak lacunaire infarcten: sensory motor stroke, atactische hemiparese) Pariëtale schors Partiële epileptische aanval: tintelingen op huid (aangedaan stuk sensorische cortex), kan verward worden met aura en TIA Destructie van stukken sensorische schors: afname discriminatiezin (astereognosie) Extinctiefenomeen: van bilaterale, gelijktijdige stimuli wordt er maar één waargenomen HERSENZENUWEN I II III IV VI V VII VIII IX X Vreemde geuren bij partiële epileptische insulten op mediale temporaalkwab. Uitval bij bovenste luchtweginfecties, schedeltrauma, sinusitis, roken. Daling gezichtsscherpte. Bij laesie van de nervus scotomen. Bitemporale hemianopsie bij chiasmacompressie. De rest zit achter het chiasma. Belangrijkste oorzaken: neuritis optica (bijv. door MS), ischemie (atherosclerose, arteriitis), drukneuropathie, infiltratie. Supranucleaire afwijkingen. Blikparese: de ogen kunnen niet geconjugeerd in een bepaalde richting worden bewogen (bij acute hemisfeerlaesies: de patiënt kan niet naar contralateraal kijken, bij ponslaesies of n. VI: de patiënt kan niet naar ipsilateraal kijken). Syndroom van Parinaud: blikparese met convergentiestoornissen en afwijkende pupilreacties. N. ophthalmicus door fissura orbitalis superior. Oorzaken van aandoeningen: neuralgie (idiopathisch, neurovasculaire compressie, MS), neuropathie (tumor, trauma, herpes) Door os petrosum. Innerveert middenoor en mimiekspieren, (para)sympathische vezels innerveren traan- en speekselklieren. Afwijkingen: niet kunnen sluiten van het oog, afhangende mondhoek, hyperacusis (door uitval van de m. stapedius). Oorzaken van aandoeningen: idiopathisch (Bell), infecties, schedel- of operatietrauma, tumoren, ontstekingen Aandoeningen n. VII: cochlea/labyrint (BPPD, os petrosumfractuur, infecties, infarct, Ménière), zenuw (os petrosumfractuur, vestibulair schwannoom, meningitis, infecties) Spraak- en slikstoornissen. Aandoeningen: foramen jugularepathologie, aneurysma a. vertebralis. Perifere nystagmus Matig tot ernstig duizelig Gehoorsymptomen Horizontaal-rotatoir Unidirectioneel Afname bij fixatie Dagen tot weken Centrale nystagmus Licht tot matig duizelig Geen gehoorsymptomen Vaak puur horizontaal, verticaal of rotatoir Unidirectioneel of omkerend met blikrichting Geen afname of zelfs toename bij fixatie Kan chronisch zijn Dysartrie Bulbair: uitval van het perifeer motorisch neuron of de spieren zelf (myasthenie) gestoorde articulatie (lipmedeklinkers), nasale spraak. Pseudobulbair: dubbelzijdige laesies in de corticobulbaire banen dysartrie met klein aantal lettergrepen per ademteug, dwanglachen en huilen Cerebellair: irregulaire spraak met variaties in toonhoogte en volume, en explosieve articulatie Hypokinetisch-rigide: zachte spraak, monotoon en slechte articulatie Hogere cerebrale functies Aandacht en concentratie: formatio reticularis, thalamuskernen; lobus parietalis rechts en voorste deel gyrus cinguli Geheugenstoornissen: meestal bij hippocampusletsel. Traagheid in het ophalen van informatie is vaak subcorticaal of frontaal. Taalstoornissen: gebieden van Broca en Wernicke, temporale en pariëtale cortex, verbindingen daartussen. Wernicke-afasie is vloeiend, woordvindstoornissen bij amnestische afasie. Apraxie: dominante pariëtale cortex (ideatorisch), rechter pariëtale cortex (constructief en kleding-). Waarnemen: occipitale cortex en temporale/pariëtale associatiecortex (visueel), bilaterale temporale cortex (auditief), pariëtale cortex (somatosensibel). Frontaal syndroom Apathie en gebrek aan initiatief bij een helder bewustzijn Het denken verloopt traag, net als de handelingen Dementie Bij helder bewustzijn is er een geheugenstoornis, cognitieve vermogens en een persoonlijkheidsverandering. Uiteindelijk neemt ook de motoriek af en gaat de patiënte in regressie. Gerstmann: vingeragnosie, acalculie, links-rechtsdesoriëntatie, agrafie, alexie Limbisch systeem: hippocampus, corpora mammillaria, hypothalamus, amygdala, 2 van 17

3 ZSO 3: Disfunctie van het autonome zenuwstelsel De student kan de diversiteit van klachten en symptomen beschrijven die kunnen wijzen op gegeneraliseerde dan wel lokale disfunctie van het autonome zenuwstelsel. SYMPATHISCH ZENUWSTELSEL Kernen van de sympathische vezels liggen in het thoracale en hooglumbale ruggenmerg en vormen de grensstrengen. De vezels voor het hoofd ontspringen cervicaal en gaan met de vaten mee naar boven. De vezels voor de thorax-, buik- en bekkenorganen vormen de nervi splanchnici en vormen een plexus rond de aorta. De neurotransmitters zijn: acetylcholine (presynaptisch) en noradrenaline (postsynaptisch). PARASYMPATHISCH ZENUWSTELSEL De kernen van de parasympathische vezels liggen craniaal en sacraal. De nervus vagus innerveert de thorax- en buikorganen, terwijl de plexus hypogastricus uit het sacrale ruggenmerg het rectum, de blaas en de genitaliën innerveert. Sympathicus en parasympathicus werken beide tonisch: verandering in effect wordt teweeggebracht door de impulsfrequentie te variëren. De beide systemen kunnen ook veranderingen in beide richtingen (actie en rust) bewerkstelligen. Autonoom falen: belangrijkste symptoom is orthostatische hypotensie (evt. syncope). Wordt meestal veroorzaakt door diabetes, lever- en nierziekten en alcoholmisbruik, bloeddrukverlagers en antidepressiva. Zweetstoornissen: zweetklieren worden vooral sympathisch geïnnerveerd en de voornaamste prikkel tot zweetsecretie is een hoge huidtemperatuur, die zowel tot een lokale als gegeneraliseerde zweetsecretie leidt. Gegeneraliseerde stoornissen bij hypothalamusletsels, anhidrose onder een ruggenmergletsel (nog wel lokale zweetreflexen), hyperhydrose als compensatie boven het ruggenmergletsel. Lokale hypohidrose bij lokale laesies. Mictiestoornissen: sympathische innervatie van de blaassfincter en parasympathische innervatie van de m. detrusor. ZSO 4: Slaapstoornissen De student wordt vertrouwd gemaakt met de fysiologische variatie in slaappatronen. De normale slaapfysiologie wordt gerecapituleerd en de onderzoeksmethoden EEG en polysomnografie worden besproken. Hij oriënteert zich op de diagnose en behandeling van enkele belangrijke slaapstoornissen. Kernen betrokken bij het slapen en waken: reticulaire formatie. Alfagolven: Ontspanning en eerste twee slaapstadia Bètagolven: Inspanning Thètagolven: Eerste twee slaapstadia Deltagolven: Laatste twee slaapstadia, coma Hypocretine is gestoord bij narcolepsie REM-slaap: zelfde als mentale inspanning. 3 van 17

4 ZSO 5: Coma De student kan het verschil tussen bewusteloosheid/coma en andere vormen van unresponsiveness duidelijk uitleggen. Hij kan bewustzijnsdaling typeren als gradueel fenomeen en de methoden en schalen om dit graduele verschil in diepte te bepalen, globaal beschrijven. Hij kan aan de hand van (voor bewusteloosheid/coma) relevante casussituaties, te beredeneren welke anatomische structuren aangedaan moeten zijn om coma te veroorzaken, welke fysiologische verstoringen tot disregulatie kunnen leiden en welk samenspel van factoren daarbij van invloed is op het cerebrale metabolisme. Bewustzijn: waarnemingen, gedachten, gevoelens en intenties waarvan men zich bewust is (inhoud) en de mate van aandacht voor de omgeving (activering). Bewustzijnsdaling wordt veroorzaakt door focale dubbelzijdige laesies in de thalamus, reticulaire formatie van pons of mesencephalon, of een diffuse aandoening van de cortex (hartstilstand) of witte stof (ernstig traumatisch hersenletsel). Focale laesies van de cortex alleen als het proces (tumor, infarct) de beide hemisferen verplaatst of de reticulaire formatie comprimeert. Afasie: volledig bewustzijn, onvermogen tot taaluitingen (spreken/schrijven) of taal te begrijpen Coma: ogen gesloten, geen verbale reacties, voert geen commando s uit (EMV 8, E = 1) Delier: de alertheid is gestoord, maar ook de inhoud van het bewustzijn. Voorop staan aandachtstoornissen, desoriëntatie. Er kunnen waarnemingsstoornissen voorkomen en hallucinaties, de patiënt is onrustig, soms ontremd en agressief. Soms focale temporale of pariëtale laesies, maar vaker diffuus zoals intoxicatie, metabole ontregelingen, infecties en postictaal. Hersendood: uitval van de hersenen en hersenstam, en dus een afwezig bewustzijn, met nog enige hartactie (wel kunstmatige beademing) Locked-in syndroom: volledig bewustzijn, maar volledige uitval van alle mogelijkheden tot communiceren Mutisme: volledig bewustzijn, maar er is geen verbale reactie?. Negativisme bij depressie: volledig bewustzijn? Persisterende vegetatieve staat: door uitval van alle corticale functies en een intacte hersenstam, lijkt de patiënt bij volledig bewustzijn Slaap: de activatie van het bewustzijn is gedaald, maar keert weer terug als reactie op prikkels. Verwardheid: desoriëntatie, maar geen bewustzijnsdaling E: opent de ogen M: Motoriek V: Verbaal 1: Niet 1: Geen 1: Niets 2: Op pijnprikkels 2: Strekt 2: Geluiden 3: Op aanspreken 3: Buigt pathologisch 3: Enkele woorden 4: Spontaan 4: Buigt 4: Verward 5: Lokaliseert 5: Adequaat 6: Voert opdrachten uit Oorzaken bewustzijnsdaling Acuut: subarachnoïdale bloeding Subacuut: epiduraal hematoom In dagen: subduraal hematoom CEREBRALE BLOEDSOMLOOP De cerebrale bloedsomloop is afhankelijk van de pco2. Bij sterke hyperventilatie daalt de pco2 en dus ook de cerebrale doorbloeding. Een gestaag toegenomen anemie veroorzaakt een zuurstoftekort in de hersenen (minder O2-transport mogelijk) en een afname van de cerebrale doorbloeding door de compensatoire hyperventilatie. Voor de energievoorziening van de hersenen is zowel zuurstof als glucose nodig. Als één van beide in onvoldoende mate aanwezig is komt de cerebrale cortex als eerste in de problemen en valt uit (voorwaarde voor bewustzijn). Als de glucose aanvoer geleidelijk afneemt kunnen de hersenen in drie dagen overschakelen op energiewinning uit ketonen. ZSO 6: Flauwvallen De student kan flauwte en syncope typeren naar oorzaken en globaal de onderliggende pathofysiologie beschrijven en enkele belangrijke therapeutische maatregelen aangeven. Orthostatische hypotensie: door onvoldoende vasoconstrictie (sympathisch) zakt, bij rechtop staan, het bloed naar de benen en neemt de veneuze return naar het hart af, dan de bloeddruk dan niet meer kan handhaven. Cardiale syncope: door een ritmestoornis (willekeurige momenten) of tekortschietende pompfunctie (bij inspanning). Orthostatische syncope: syncope tijdens staan (of na opstaan), veroorzaakt door autonoom falen en een gering circulerend volume. Reflexsyncope: de bloeddruk wordt uitgezet door een vertraging (of pauze) van de hartactie als verlaging van de bloeddruk en wordt veroorzaakt door angst of geringe traumata. Er treedt ook autonome activatie op, zoals bleekheid, zweten en misselijkheid. 4 van 17

5 OORZAKEN Onvoldoende vasoconstrictie/vasodilatatie (traag begin en eind, autonome verschijnselen) Vasodepressor (huis-tuin-en-keukensyncope) Orthostatische syncope Reflexsyncope Behandeling Langzaam opstaan Benen over elkaar Minder diuretica/meer drinken Hartritmestoornis/verlaagd hartminuutvolume (plotseling) Hoestsyncope ( veneuze return door Valsalva) Plassyncope (idem) Reflexsyncope Aortastenose (relatieve HMV) Hartritmestoornis >180/min of <35/min Hartinfarct ( HMV) Longembolie ( HMV) Behandeling Zittend plassen/hoesten Rustiger aandoen bij sport ZSO 7: Epileptische aanvallen De student kan de betekenis van epileptische verschijnselen begrijpen, de meest voorkomende vormen hiervan onderscheiden en globaal advies geven voor nader onderzoek en behandeling. Tevens kan hij beredeneren wat de consequenties van deze chronische aandoening kunnen inhouden voor de patiënt en zijn omgeving. Epileptische aanval (insult, convulsie): een plotselinge, kortdurende functiestoornis van de hersenen die wordt veroorzaakt door een acute, overmatige ontlading van de hersencellen en gepaard gaat met waarneembare verschijnselen. TYPEN EPILEPTISCHE AANVALLEN Partieel: er zijn klinische of elektro-encefalografische aanwijzingen voor een plaatselijk begin van de aanval. Er is een focaal begin, dat zich kan uitbreiden naar andere delen van de hersenen. De schokken kunnen op één plaats in het lichaam beginnen en zich stapsgewijs uitbreiden over het lichaam. Op dat moment raakt de patiënt bewusteloos en is er sprake van een secundair gegeneraliseerd insult. Aura: een soort partiële aanval (of begin van ), waarbij de patiënt een eigenaardige, kortdurende gewaarwording heeft (geuren: insult in de incus) Complex partieel: partiële aanval waarbij de patiënt een bewustzijnsdaling doormaakt en niet, traag of afwezig reageert op zijn omgeving. Hij staart voor zich uit en verricht automatische handelingen. Primair gegeneraliseerd: de epileptische ontladingen beginnen diep in de hersenen, in de thalamus (of reticulaire formatie), waarna de gehele cortex geactiveerd wordt. Prodroom: GEEN epileptische aanval, maar onbestemde gevoelens die vooraf kunnen gaan aan een aanval, maar er los van staan. Kan uren tot dagen van te voren optreden. Na een gegeneraliseerd of focaal epileptisch insult kunnen nog uren focale uitvalsverschijnselen blijven bestaan, zoals afasie of een hemiparese (Todd se parese) VERSCHILLENDE GEGENERALISEERDE EPILEPTISCHE AANVALLEN Tonisch-klonisch insult (grand mal): een plotselinge verkramping (tonische fase), gevolgd door symmetrische, ritmische spierschokken (klonische fase). De patiënt is buiten bewustzijn, kan op de tong bijten en de urine laten lopen. Na een paar minuten volgt een uitputtingsfase. Absence (petit mal): seconden durende staaraanvallen, vooral op kinderleeftijd (4-12 tot 20 jaar). Er is een abrupt begin en eind, en de patiënt kan zich niets herinneren. Er kan knipperen van de ogen of trillen van de mondhoek voorkomen. Myoklonieën: kortdurende, symmetrische spierschokken (meestal in de schouders en armen), waarbij de patiënt bij bewustzijn is. Vooral s morgens, maar s nachts of s morgens vroeg ook tonisch-klonische insulten. Begin rond jaar. Atone aanval: de patiënt valt door een plotseling verlies van spiertonus. Komt voor bij een ernstige voor van kinderepilepsie. EPILEPSIESYNDROMEN Benigne kinderepilepsie: bij kinderen van 4-12 jaar, vaak eenvoudige partiële aanvallen die vaak in het gelaat zijn gelokaliseerd en vaak s nachts. Reflexepilepsie wordt vooral uitgelokt door lichtflitsprikkeling. Syndroom van West: rond de leeftijd van 6 maanden, kind krimpt ineen met flexie van armen en benen (of strekken). De aanvallen duren enkele seconden en treden in series op. Het kind huilt en ontwikkelt een ontwikkelingsachterstand, de achterliggende oorzaak is vaak perinatale asfyxie, cerebrale ontwikkelingsstoornissen of tubereuze sclerose. De prognose is somber. Syndroom van Lennox-Gastaut: de aanvallen beginnen op kinderleeftijd en bestaan uit myoklonieën, atone aanvallen, tonische aanvallen en atypische absences. Er ontstaat een ontwikkelingsachterstand en de prognose is somber. De oorzaak is vaak aangeboren (cerebrale ontwikkelingsstoornis, tubereuze sclerose) of verworven (perinatale asfyxie, trauma, infectie) cerebrale pathologie. Acute symptomatische aanval: komt voor bij hypoglykemie, hypocalciëmie, trauma capitis, herseninfarct, hersenbloeding, subarachnoïdale bloeding of encefalitis, en de achterliggende oorzaak dient dan ook behandeld te worden (soms tijdelijk anti-epileptica). Geïsoleerde aanval: de eerste epileptische aanval. Epilepsia tarda: een epileptische aanval tussen 25 en 60 jaar, wordt vaak veroorzaakt door ernstige pathologie (tumor, littekens, e.d.). Status epilepticus: een grand-mal aanval die langer duurt dan 30 min en levensbedreigend is. Epilepsie moet niet verward worden met: buikkrampen bij baby s, dagdromen, goedaardige spierschokken bij het inslapen of nachtmerries. Gerichte agressie is nooit epilepsie, psychogene aanvallen kunnen er erg op lijken, maar het patroon en beloop is anders. 5 van 17

6 ONDERZOEK EEG helpt differentiëren tussen verschillende epilepsiesyndromen Bij een acuut symptomatisch insult meestal CT: contusiehaard, infarct, arterioveneuze malformatie, hersentumor Overige gevallen MRI: hamartoom, mesiotemporale sclerose, focale neuronale migratiestoornis Liquor of uitgebreid bloedonderzoek PROGNOSE 70% wordt aanvalsvrij, 15% houdt sporadisch aanvallen en 15% houdt frequent aanvallen Afhankelijk van de aard van het epilepsiesyndroom Wel of geen hersenbeschadiging als oorzaak Het wel of niet snel aanvalsvrij worden na starten van anti-epileptica BEHANDELING Voorwaarden De diagnose epilepsie (d.w.z. géén acute symptomatische aanval) is zeker Behandeling is geïndiceerd: volwassenen na eerste insult en met een hoge recidiefkans, late symptomatische insulten (25-60 jaar), juveniele myoklonische epilepsie, voor de rest afhankelijk van het syndroom Eerstekeuze middelen (streven naar monotherapie) Partieel: carbamazepine Syndroom van West: vigabatrine Voor de rest: valproaat Status epilepticus: couperen (sederen) met diazepam i.v. (rectaal), daarna opladen met fenytoïne i.v. LEEFREGELS Niet zwemmen, in bad gaan, surfen e.d. zonder strikt toezicht Autorijden (B): na een eerste aanval geldt een rijverbod van een half jaar. Patiënten met epilepsie mogen een jaar niet rijden, maar wanneer het type aanval geen invloed heeft op de rijvaardigheid kan de duur van het rijverbod worden bekort. C/D-rijbewijs: als er meer dan twee jaar geleden een geïsoleerde aanval geweest is, er geen medicatie is voorgeschreven en er geen afwijkingen op het EEG waren; als er een aanval was voor het vijfde levensjaar; epileptische aanvallen na het vierde jaar, waarbij de medicatie gestaakt is, er tenminste vijf jaar geen aanvallen meer waren en uitgebreid EEG-onderzoek geen epileptiforme afwijkingen laat zien. PSYCHOSOCIALE PROBLEMEN Angst bij de patiënt of diens omgeving Problemen op het werk of bij sollicitatie Afwegingen van risico en nut bij sport en recreatie Onderliggende aandoeningen kunnen leiden tot beperkingen Anti-epileptica hebben soms hinderlijke bijwerkingen ZSO 8: Pijnen in hoofd en aangezicht De student kan de meest bekende vormen van hoofd- en aangezichtspijnen onderscheiden, de pathofysiologie hiervan verklaren, oorzaken noemen en richtlijnen voor behandeling geven. Pijngevoelig Basale deel hersenvliezen Basale arteriën Grote sinussen Voorste schedelgroeve Achterste schedelgroeve Spieren schedel Inhoud orbita Slijmvlies van sinussen Externe gehoorgang Niet pijngevoelig Hersenweefsel Dura mater convexiteit Schedelbot (periost wél) 6 van 17

7 Acute, zeer hevige hoofdpijn Acute of subacute, matig ernstige hoofdpijn Aanvalsgewijze hoofdpijn Hoofdpijn na trauma Chronische of periodieke hoofdpijn Aanvalsgewijze aangezichtspijn, al dan niet met hoofdpijn Chronische aangezichtspijn, al dan niet met hoofdpijn Subarachnoïdale bloeding Hoofdpijn bij het hoesten Donderslaghoofdpijn Hersenbloeding of herseninfarct Hersenvliesontsteking Hydrocefalus Migraine Clusterhoofdpijn Spanningshoofdpijn Idiopathische posttraumatische hoofdpijn Dissectie van de arteria carotis of vertebralis Spanningshoofdpijn Algemeen lichamelijke aandoeningen Medicatie en andere stoffen Intracraniële ruimte-innemende processen Trigeminusneuralgie Afwijkingen aan het kaakgewricht Afwijkingen in en rond het oog Afwijkingen aan keel, neus en oor Spanningshoofdpijn Clusterhoofdpijn Migraine Trigeminusneuralgie Sinusitis Arteriitis temporalis Leeftijd begin Puberteit jaar Ouderen Lokalisatie Dubbelzijdig, band om het hoofd Eenzijdig, rond/achter het oog Meestal eenzijdig Verloop trigeminustak Eenzijdig, maxillair Meer bij bukken of kloppen Temporaal, kaken Aard pijn Drukkend Borend Kloppend Stekend, binnen seconden Continu Duur pijn 30 min tot 7 dagen minuten 4-72 uur Tot minuten Tot 4 weken Begeleidende Geen Autonome ontregeling: Aura: flikkerscotomen, verschijnselen tranend, rood oog, paresthesieën. Misselijkheid, neusverschijnselen, Horner foto/fonofobie Kan ook zonder aura Uitlokkende factoren Geslachtsverd. Effect alcohol Effect slaap Familieanamnese 1e keus therapie Gaan er niet voor naar bed Uitleg, geen pijnstillers Ontspanningsoefeningen e.d. Aanvallen vaak tijdens REM-slaap. : = 3:1 vrij zeldzaam Vaatverwijders provoceren Bewegingsdrang 100% zuurstof Triptanen Visusklachten Blindheid Aanraking van gevoelig stuk huid, kaakbeweging : = 1:3 Gelijk Gelijk : = 1:3 Gaan vaak naar bed Soms positief Paracetamol, NSAID Triptanen Carbamazepine Stomen, decongestiva Pijnstillers Hoge dosis prednison ALARMERENDE VORMEN VAN HOOFDPIJN Vorm van hoofdpijn Acuut ontstane, hevige hoofdpijn Hoofdpijn met koorts Continue hoofdpijn bij ouderen Recent ontstane hoofdpijn bij kanker of HIV Mogelijke diagnose Subarachnoïdale bloeding Cerebellair hematoom Hypertensieve encefalopathie Cerebrale sinustrombose Meningitis Arteriitis temporalis Metastasen (intracerebraal of meningeaal) Intracraniële infecties 7 van 17

8 ZSO 10: Stoornissen van de derde circulatie De student kan globaal de functies van de liquorcirculatie aangeven en begrijpt hoe productie en resorptie van liquor plaatsvindt. Hij kan herkennen en ziektebeelden benoemen die verbonden zijn met stoornissen in de liquorcirculatie en de behandelingsmogelijk hiervoor in grote lijnen aangeven Functies van de liquor cerebrospinalis: schokwering, afvoersysteem (net als lymfecirculatie) Productie In de zijventrikels produceert de plexus choroideus de liquor Normaal 500 ml/dag Transport Via foramina van Monro naar derde ventrikel Afsluiting leidt tot obstructieve hydrocefalus Via aqueductus Sylvii naar vierde ventrikel Idem Via foramina van Luschka en Magendie naar de subarachnoidale ruimtes van de hersenen en ruggenmerg Hier zit 80% van de liquor Via de fissura Sylvii en de fissura interhemispherica naar boven, richting sinus sagittalis superior Afsluiting leidt tot een verhoogde liquordruk (communicerende hydrocefalus) Resorptie In de sinus sagittalis superior vindt resorptie plaats door de arachnoïdale villi Idem OORZAKEN Obstructief: ventrikelbloedingen, suprasellaire tumoren met compressie van het derde ventrikel, colloïdcysten in het derde ventrikel Communicerend: brughoektumoren, meningitis (E. coli, H. influenzae, tuberculose), subarachnoïdale bloeding, subduraal hematoom SYMPTOMEN Mentale achteruitgang en bewustzijnsdaling Syndroom van Parinaud (trage pupilreacties, abducensparese, blikparese naar boven) Stuwingspapillen Loop- en mictiestoornissen Subcorticale cognitieve stoornissen: de witte stof heeft meer te lijden van compressie van binnenuit (obstructieve hydrocefalus) Motorische stoornissen vooral in de benen: de beenvezels in de capsula interna lopen dichter langs de ventrikels Pupilstoornissen, blikparese naar boven, fenomeen van de ondergaande zon: compressie van het dorsale mesencephalon door een sterk verwijde derde ventrikel of aquaduct. GEVOLGEN VAN HYDROCEFALUS Toename schedelomtrek bij jonge kinderen Inklemming Gecompenseerde hydrocefalus (de ventrikels nemen niet meer in grootte toe, nieuw evenwicht) BEHANDELING Liquordrainage Ventriculostomie (opening in derde ventrikel naar subarachnoïdale ruimte bij aquaduct obstructie) Normal-pressure hydrocephalus: loopstoornissen (trage, brede gang, met meebewegen van de armen), mentale achteruitgang (apathie, vergeetachtigheid, traagheid, subcorticaal) en incontinentie voor urine (imperatieve mictiedrang). Er zijn geen stuwingspapillen of hoofdpijn. Behandeling d.m.v. liquordrainage (pas op intracraniële bloedingen, infectie of epilepsie) Verhoogde liquordruk zonder hydrocefalus: vaak door liquorblokkade in de sinus sagittalis superior door trombose of een verhoogde veneuze druk. Klachten bestaan uit hoofdpijn, misselijkheid en braken, soms seconden durende blindheid en/of een abducensparese, uiteindelijk gezichtsvelddefecten en visusdaling. De behandeling is drainage. Liquorhypotensie (<7 cm H2O): bijna altijd na een lumbaalpunctie of spinale operaties. Klachten zijn: hoofdpijn bij zitten, staan en lopen, soms met misselijkheid en braken, soms met een abducensparese. Pijn ontstaat door tractie aan pijngevoelige intracraniële venen, heel soms ontstaat daardoor een subduraal hematoom. Behandeling: bedrust met mobilisatie op geleide van de klachten. Liquorhypotensie Liquorhypertensie Klachten Hoofdpijn, soms misselijkheid en braken, soms dubbelzien Hoofdpijn, misselijkheid, braken, soms seconden durende blindheid en/of dubbelzien Klinische verschijnselen Soms abducensparese, bewustzijnsdaling Abducensparese, visusdaling, gezichtsvelddefecten Oorzaken Overmatig verlies van liquor na een lumbaalpunctie, durascheur of trauma Sinus sagittalis superior: trombose, tumor, verhoogde druk Behandeling Bedrust en mobilisatie op geleide van de klachten Drainage 8 van 17

9 ZSO 11: Traumatische beschadigingen van hersenen en ruggenmerg Aan de hand van (veel voorkomende) ongevalsituaties kan de student zich het begrippenkader eigen maken dat neurologen, huisartsen, chirurgen en revalidatieartsen hanteren bij neurologische traumatologie. Hij kan op hoofdlijnen een beredeneerde keuze maken voor aanvullend onderzoek dat past bij de patiënten in de beschreven situaties. Diffuus hersenletsel Contusiehaarden Schedelfractuur Epiduraal hematoom Subduraal hematoom Posttraumatische insulten Torsiebeweging Bewustzijnsverlies (seconden tot uren, soms maanden tot jaren) PTA Lineair inwerkende krachten Focale uitvalsverschijnselen (bijvoorbeeld hemiparese, afasie, lateralisatie) PTA Latere uitvalsverschijnselen door toename van de contusiehaard met verplaatsing van hersenweefsel Lineaire schedeldakfracturen, impressiefracturen, schedelbasisfracturen Frontotemporale fractuur: a. meningea media kan verscheuren met een epiduraal hematoom als gevolg Voorste schedelgroeve: liquor uit de neus, brilhematoom Middelste schedelgroeve: liquor uit het oor, battle sign, hematotympanum, facialisparese Helder (lucide) interval vóór de uiteindelijke bewustzijnsdaling of de insulten Verplaatsing van de temporaalkwab over het tentorium veroorzaakt n. III- en hersenstamcompressie Vaak is er een pariëtotemporale schedelfractuur Veneuze bloeding door verscheuring van de venen aan het oppervlak van het hersenparenchym Het bloed zit tussen hersenen en schedelbot, of lineair langs de falx of het tentorium Vaak geen schedelfractuur, maar wél vaak een contusie van de hersenen Er kan hersenweefselverplaatsing en inklemming ontstaan Vaak gegeneraliseerde aanvallen Meestal na enkele uren tot een week Kunnen een aanwijzing zijn voor een hematoom Bij alle bovenstaande: CT-cerebrum Licht schedelhersenletsel, graad I Trauma capitis GCS 15 Geen bewustzijnsverlies Geen PTA Naar huis met wekadvies Licht schedelhersenletsel, graad II Commotio cerebri GCS Bewustzijnsverlies < 15 min (moet aanwezig zijn) PTA <1 uur CT-cerebrum GA naar huis met wekadvies, anders opname Licht schedelhersenletsel, graad III Contusio cerebri GCS of 15 + risicofactoren Bewustzijnsverlies > 15 min (hoeft niet) PTA >1 uur CT-cerebrum Opname ter observatie Matig schedelhersenletsel GCS 9-12 ABC stabiliseren CT-cerebrum Opname, op indicatie naar IC Op indicatie intuberen Ernstig schedelhersenletsel GSC 8 ABC stabiliseren CT-cerebrum Opname op IC Intuberen Contusio medullae Partiële dwarslaesie Complete dwarslaesie Snelle flexie en extensie van de nek en daardoor een kortdurende compressie van het ruggenmerg Paresthesieën aan armen en romp, soms brandende pijn aan handen en schouders, soms ook geringe parese Herstel binnen enkele minuten, anders is er misschien bijkomende compressie A. spinalis anteriorsyndroom: hypotone paralyse, gedissocieerde sensibiliteitsstoornis Centraal myelumsyndroom: selectieve contusie centraal myelum door hyperextensie nek met hypotone parese, uitval vitale sensibiliteit en areflexie aan de armen, eventueel piramidebaanverschijnselen aan de benen Brown-Séquard: halfzijdige dwarslaesie met ipsilaterale paralyse en gnostische sensibiliteitsstoornissen en contralaterale vitale sensibiliteitsstoornissen Eerst hypotone paralyse, uitval van alle sensibiliteit, areflexie en blaas- en rectumstoornissen (spinale shock) Na 6 weken hyperreflexie en spasticiteit Bij (verdenking) van wervelletsel: CT, anders MRI 9 van 17

10 ZSO 12: Hersendood en persisterende vegetatieve toestand De student kan beredeneren wat onder hersendood en persisterende vegetatieve toestand wordt verstaan en wat het onderscheid tussen beide is; de operationele criteria welke gebruikt worden om tot de diagnose te komen benoemen; de morele problematiek rondom hersendoden en PVT-patiënten aanduiden; deze problematiek in een concreet geval analyseren en duiden; uw eigen houding ten aanzien van deze problematiek bepalen. Hersendood: onherstelbaar en volledig verlies van alle functies van alle delen van de hersenen. De diagnose is rond als aangetoond is dat er geen hersenfunctie meer kan bestaan, of er geen bloedcirculatie meer is in de schedel. Persisterende vegetatieve toestand: uitval van alle corticale functies. De patiënt lijkt te leven, kijkt rond, slaapt, maakt bewegingen, maar er is een totale afwezigheid van bewustzijn. CRITERIA VOOR HERSENDOOD Er is een dodelijk en onbehandelbaar hersenletsel, andere oorzaken van bewusteloosheid/reactieloosheid zijn uitgesloten Er is geen reactie op pijnprikkels Er is geen hersenstamactiviteit De apneutest is positief en een iso-elektrisch EEG, of er is geen cerebrale bloedcirculatie meer. ZSO 13: Vasculaire stoornissen van hersenen en ruggenmerg De student kan de klachten, verschijnselen en de (neurologische) gevolgen van vasculaire aandoeningen van hersenen en ruggenmerg beschrijven. Tevens kan hij de belangrijkste oorzaken, de pathofysiologie en globaal diagnostische en therapeutische maatregelen van deze aandoeningen beredeneren en ze tevens in een epidemiologische context plaatsen. CEREBRALE BLOEDVOORZIENING Er zijn twee systemen, het voorste carotissysteem en het achterste vertebralissysteem, die met elkaar verbonden zijn via de cirkel van Willis. Uit de a. carotis ontspringt de a. ophthalmica (belangrijk als reddingsmogelijkheid, collateraal). De a. cerebri anterior voorziet de frontaalkwab en het paramediane gedeelte van de hersenen (benen van de homunculus) van bloed. De a. cerebri media verzorgt 80% van de bloedvoorziening van de hersenen, met name de temporale en pariëtale kwab (contralaterale sensoriek en motoriek, en in het geval van de dominante hemisfeer, ook de spraak, rekenen en lezen). Het vertebrobasilaire systeem voorziet de hersenstam, het cerebellum en de occipitale kwabben van bloed. De a. cerebelli posterior inferior ontspringt uit de vertebralis en voorziet de cerebellaire hemisferen en medulla oblongata van bloed. De a. basilaris voorziet de hersenstam van bloed. De a. cerebri posterior voorziet de occipitale kwab van bloed. Perforerende arteriën (lenticulostriatale vaten) uit de a. cerebri media en posterior dringen diep in het hersenweefsel door en voorzien grote delen van de basale kernen, de capsula interna en de thalamus van bloed. HERSENINFARCT Klachten (Focale) functiestoornis, plotseling begin (of de patiënt merkt het bij het ontwaken) en meteen maximaal, uitval vaak in het stroomgebied van een cerebrale arterie. Zelden misselijkheid of braken, i.t.t. bij een bloeding. Pathofysiologie Corticaal infarct: meestal wigvormig in het stroomgebied van een of meerdere takken van de cerebrale of cerebellaire bloedvaten en vaak veroorzaakt door trombo-embolieën of lokale atherosclerotische plaques. Subcorticaal infarct: grote infarcten in de basale kernen en capsulaire regio, door afsluiting van de hoofdstam van het voedende vat, terwijl de cortex gespaard wordt door collateralen. Lacunair infarct: klein, diep infarct in het stroomgebied van de perforerende arteriën in de basale kernen, de thalamus, de capsula interna of de hersenstam, vaak veroorzaakt door lipohyalinose, zelden door trombo-embolieën. Waterscheidingsinfarcten: oppervlakkig in het grensgebied van twee grote cerebrale arteriën of subcorticaal op de grens van diepe en oppervlakkige takken va de a. cerebri media, vaak het gevolg van sterke bloeddrukdalingen. Oorzaken Embolie vanuit a. carotis of a. vertebralis corticaal infarct (30%) Afsluiting van een klein perforerend bloedvat lacunair infarct (25%) Afsluiting van een groot bloedvat corticaal infarct (15%) Hartziekten (bijv. trombo-embolie, 15%) Overige (bijv. arteriële dissectie, 15%) Bij jongeren: trauma, dissectie, hartafwijkingen Risicofactoren zijn: diabetes mellitus, hypertensie, atriumfibrilleren en een verhoogd hematocriet Epidemiologie 0,5/1000/jaar (boven 55 jaar) tot 20/1000/jaar (boven 75 jaar) Diagnostiek (Bloed) glucose, hematocriet, cholesterol (atherosclerotische trombus), syfilisserologie (neurosyfilis); ECG (cardiale trombus door ritmestoornissen); X-thorax; LP (vasculitis), CT (bloeding of infarct? Bloeding is altijd zichtbaar) 10 van 17

11 Therapie Als CT uitwijst dat er geen bloeding is, binnen drie uur starten met trombolyse om de rand om het infarct te redden. TIA Kortdurende, voorbijgaande aanvallen van neurologische uitvalsverschijnselen, veroorzaakt door een tijdelijke, focale stoornis in de bloedvoorziening van de hersenen, ook amaurosis fugax. Diagnostiek Zelfde als bij een infarct, duplex van de carotiden. Epidemiologie 0,3/1000/jaar, 33% krijgt een infarct Therapie Preventie van een herseninfarct met ASA, endarteriëctomie van de a. carotis (vanaf 70% stenose) INTRACEREBRALE BLOEDINGEN Klachten Acute, focale uitvalsverschijnselen (hemiparese, afasie) die niet te onderscheiden zijn van een infarct. Soms zijn het heel andere klachten, namelijk een kleine bloeding met doorbraak in de ventrikels geeft acute hoofdpijn en bewustzijnsdaling en lijkt meer op een subarachnoïdale bloeding. Bewustzijnsdaling kan optreden bij grote hematomen met verplaatsing van het hersenweefsel. Een hersenbloeding geeft soms in de uren daarvoor bewustzijnsstoornissen, hoofdpijn, nekstijfheid en braken. Diagnostiek Spoed CT, anticoagulantiagebruik vaststellen. Als de bloeding veroorzaakt lijkt te worden door een gebarsten aneurysma of een vaatmalformatie, moet nog een CT- of MR-angiografie gemaakt worden. Pathogenese Chronische hypertensie kan de kleine perforerende arteriën beschadigen; vaat- of sinusmalformaties; aneurysmata aan de cirkel van Willis leiden vaak (75%) tot een subarachnoïdale bloeding, maar een intracerebraal hematoom kan ook; antistollingstherapie; trauma; bloeding in een tumor; amyloïdangiopathie. Therapie Eventuele stollingscorrectie, bij gedaald bewustzijn ontlasten van het hematoom, hoge dosering corticosteroïden. SUBARACHNOÏDALE BLOEDING Klachten Zeer hevige hoofdpijn van de ene op de andere seconde, een- of dubbelzijdig, in de helft van de gevallen met bewustzijnsverlies. Bij 20% van de patiënten zijn er preretinale bloedingen door de zeer hoge intracraniële druk (vrijwel alleen bij SAB). Er komen oogspierparesen voor, neurologische uitval alleen als de bloeding doorbreekt in het hersenweefsel of door druk van het hematoom. Ook bij comateuze patiënten moet een SAB worden overwogen. Bij fundoscopie is er preretinaal bloed te zien. Diagnostiek Spoed CT, als er geen verklaring voor de afwijking gevonden wordt (SAB, intraventriculaire bloeding, cerebellair hematoom), wordt liquoronderzoek gedaan. Bij een SAB angiografie om het aneurysma op de sporen. Epidemiologie 6 per per jaar, jaar en tweederde overleeft de bloeding ongeschonden. Behandeling Endovasculaire dichting, d.m.v. coiling. Als dat niet kan, dan craniotomie en clippen. HYPERTENSIEVE ENCEFALOPATHIE Klachten In uren tot dagen snel toenemende hoofdpijn, wazig zien en toenemende verwardheid. Daarna binnen uren een geleidelijke daling van het bewustzijn en insulten, soms aanvalsgewijze focale uitval (m.n. corticale blindheid en afasie). Diagnostiek Spoed CT, om een SAB, intracerebrale bloeding of herseninfarct uit te sluiten. Vaak zijn er geen afwijkingen, soms wat oedeem. Epidemiologie Vaker bij mensen met hypertensie die al nierfunctiestoornissen hebben en zwangeren met een toxicose. Behandeling Bloeddruk verlagen (i.t.t. bij een de andere aandoeningen), maar geen vasodilatatie vanwege oedeemvorming. Gebruik nitroprusside of bètablokkers. VENEUZE TROMBOSE Klachten Hoofdpijn (75%), papiloedeem, hemiparese, insulten en een verlaagd bewustzijn. Diagnostiek CT geeft geen afwijkingen of aspecifiek (nauwe ventrikels), stellen van de diagnose met een angiografie of MRI. Beloop 40% overlijdt, de rest overleeft zonder of met geringe restverschijnselen. 11 van 17

12 Behandeling Heparine SAB Intracerebrale bloeding Hypertensieve encefalopathie Veneuze sinustrombose Frequentie 6/ /jaar <1/1000/jaar (20% van de infarcten) Zeldzaam, vaker bij zwangeren en Zeldzaam patiënten met nierfalen Leeftijd optreden jaar >60 jaar? Klachten begin Zeer hevige hoofdpijn in seconden, Focale uitval, of hoofdpijn en Hoofdpijn, wazig zien, later insulten Hoofdpijn (75%), hemiparese, bewustzijnsdaling bewustzijnsdaling. Vooraf soms en bewustzijnsverlies. Soms focale insulten en een bewustzijnsdaling bewustzijnsstoornissen, hoofdpijn, uitval (aanvalsgewijs) nekstijfheid en braken Onderzoeksbevindingen Oogspierparesen, soms uitval Fundus oculi Preretinale bloedingen Stuwingspapillen Stuwingspapillen Pathogenese Scheur aneurysma aan cirkel van Beschadiging arteriën, vaatafwijkingen, Beschadiging vaten door hyperten- Afsluiting door een trombus Willis aneurysmata sie Etiologische factoren Roken en doorzakken Infectieus, hematologisch, etc. Bevindingen CCT Bloed in SAR Hyperdense gebieden GA, evt. diffuus oedeem GA of aspecifieke, nauwe ventrikels Mortaliteit <33% 40% Prognose algemeen Goed voor de overlevenden, in de Zelfde als infarct Goed voor de overlevenden eerste weken kans op recidieven Behandeling Coiling of clipping van aneurysma (Stollingscorrectie), ontlasten Bloeddruk verlagen met nitroprusside Heparine hematoom, corticosteroïden of bètablokkers ZSO 14: Infecties van het centrale zenuwstelsel Klachten Aanvullend onderzoek De student kan uitleggen welke verschijnselen wijzen op een meningitis of een encefalitis; welke diagnostische procedures hij als arts dient te (laten) verrichten; welke verwekkers hij normaliter mag verwachten; welke behandeling hij dient in te stellen. (Bacteriële) meningitis Soms acuut, vaker subacuut (1-6 dagen) Koorts, hoofdpijn, misselijkheid, braken en fotofobie Eventueel verwardheid en bewustzijnsdaling, nekstijfheid bij 80% Vaak uitval van n. VI en VIII, maar geen papiloedeem Spoed LP (evt. eerst CT en bloedkweken) Verhoogde liquordruk, veel polynucleairen, veel eiwit, verlaagd glucose (Virale) encefalitis Koorts, hoofdpijn, nekstijfheid, eventueel lichte bewustzijnsdaling Soms bijverschijnselen als spierpijn, diarree of faryngitis Wisselend mentale veranderingen, insulten en focale uitval (Uiteindelijk coma en dood bij HSV) LP (HSV: PCR) Soms verhoogde liquordruk, een paar lymfocyten, verhoogd eiwit en een normaal glucose. Hypodense afwijkingen temporaal op CT (HSV) Complicaties Focale uitval bij pneumokok Petechiën en purpura, sepsis bij meningokok Verwekker N. meningitidis (tot 60 jaar), S. pneumoniae (vanaf 60 jaar) HSV-1, arbovirussen, rabiësvirus, EBV Behandeling Prognose NEUROBORRELIOSE Penicilline (meningokok), amoxicilline + ceftriaxon (pneumokok) Corticosteroïden Omgeving met rifampicine 4% (meningokok), 30% (pneumokok) sterfte, restverschijnsel gehoorsstoornis (10%) Analgetica, anti-emetica, aciclovir (HSV, 30 mg/kg/dag, 10 dagen) 20% (zonder aciclovir 60-80%), restverschijnsel amnestisch syndroom Hersenzenuwuitval of radiculopathie, vaak geen koorts of hoofdpijn en zelden meningeale prikkeling. Erythema migrans (bewijzend voor borreliose), na enkele weken dubbelzijdige uit van de n. oculomotorius, abducens en dubbelzijdig de facialis. Borrelia-radiculopathie is zeer pijnlijk en kan gevolgd worden door spierzwakte of gevoelsstoornissen. NEUROSYFILIS Asymptomatische neurosyfilis: alleen afwijkingen in de liquor. Meningitis bij syfilis: in de eerste twee jaar na de infectie, acuut of subacuut verlopende meningitis met hoofdpijn en meningeale prikkeling in combinatie met uitval van de n. VII en VIII en in mindere mate II en III. Lijkt op tuberculeuze meningitis. Meningovasculaire meningitis: vier tot zeven jaar na de infectie. Er is een prodromale periode met hoofdpijn, verwardheid en persoonlijkheidsveranderingen, gevolgd door verschijnselen van een meningeale ontsteking en focale neurologische uitval. Dit komt door infarcten op basis van vasculitis. Het kan ook in het ruggenmerg voorkomen. Parenchymateuze neurosyfilis: dementia paralytica met frontale kenmerken en geheugenstoornissen met confabulaties, waarbij progressie gepaard gaat met insulten, pupilafwijkingen, premoren dysartrie en ataxie. Tabes dorsalis wordt gekenmerkt door pijn, areflexie en ataxie. De pijn bestaat uit pijnscheuten, vooral in de benen, maar soms zijn er ook paresthesieën en komen er maagkrampen voor op basis van autonome functiestoornissen. 12 van 17

13 ZSO 15: Een ernstige neurologische complicatie van kanker De student kan aan de hand van de basale anatomie van het ruggenmerg en de omgevende structuren de belangrijkste verschijnselen van ruggenmergcompressie beredeneren, en bij de belangrijkste soorten kanker herkennen welke wervelmetastasen een ruggenmergcompressie kunnen veroorzaken. Hij is in staat in grote lijnen adviezen voor behandeling te geven. VERSCHIJNSELEN RUGGENMERGCOMPRESSIE Lokale rugpijn (soms ook door periostpijn) Soms ook radiculaire pijn Neurologische uitval door invasie en compressie van intramedullaire structuren Secundaire syringomyelie. De rugpijn neemt vaak in weken toe, gevolgd door gevoelsstoornissen, sensorische ataxie en sfincterstoornissen. OORZAKEN Tumoren die radiculaire klachten kunnen geven en tot ruggenmergcompressie kunnen leiden zijn meningeomen, neurofibromen en schwannomen. Metastasen zitten vaker in de thoracale en lumbale dan in de cervicale wervels en zijn vaak afkomstig van een prostaatcarcinoom, mammacarcinoom, longcarcinoom of lymfoom. Door wervelinzakking of epidurale uitbreiding kan een dwarslaesie of caudasyndroom ontstaan. DIAGNOSTIEK Spoed MRI (beginnende dwarslaesie): myelumcompressie is zichtbaar BEHANDELING De metastasen worden behandeld met radiotherapie en corticosteroïden. Er wordt alleen chirurgisch ingegrepen als er geen primaire tumor bekend is of als duidelijk is dat radiotherapie niet gaat werken, bij meningeale metastasering wordt ook intrathecaal een chemotherapeuticum gegeven. PROGNOSE 75% van de ambulante patiënten blijft ambulant, terwijl 10% van de patiënten die op het moment van de diagnose een paraplegie hadden weer ambulant wordt. ZSO 16: Primaire hersentumoren De student kan beredeneren welke belangrijke klachten en verschijnselen wijzen op een mogelijke hersentumor; kent de globale kans van voorkomen van primaire hersentumoren in relatie tot de leeftijdscategorie. Tevens kan hij in grote lijnen adviezen voor behandeling geven en de verwachtingen t.a.v. het effect van therapie en de prognose inschatten. KLACHTEN EN VERSCHIJNSELEN DIE WIJZEN OP EEN HERSENTUMOR Focale uitvalsverschijnselen: deze ontstaan geleidelijk en zijn langzaam progressief, door oedeemvorming rond de tumor kunnen de klachten in dagen sterk toenemen. Bij een bloeding in de tumor ontstaan de verschijnselen acuut. Epileptische insulten: deze kunnen de eerste manifestatie zijn van een hersentumor en zijn vaak partieel met secundaire generalisatie. Bij verplaatsing van hersenstructuren kan het bewustzijn dalen en kunnen er hersenstamverschijnselen optreden. De verplaatsing kan leiden tot een liquorcirculatiestoornis met papiloedeem (normaal gesproken niet aanwezig bij een tumor). Bij een verhoogde intracraniële druk kan diffuse ochtendhoofdpijn optreden. EPIDEMIOLOGIE Meningeomen (15%) Hypofysetumoren Vestibulair schwannoom Glioom (diffuse groei) Medulloblastoom Benigne, totale resectie is mogelijk, focale uitval Endocriene verschijnselen, bitemporale hemianopsie Soms onderdeel van neurofibromatose 2, brughoektumor met n. VII, V en VII-uitval Pilocytair astrocytoom (kinderen) is benigne (solide groei), vaak in het cerebellum, therapie kan curatief zijn Hooggradig glioom/glioblastoma multiforme is maligne en de jaarsoverleving is beperkt Oligodendroglioom Ependymoom, vaak uit het vierde ventrikel (kinderen?, zeldzaam) Maligne tumor, vaak in de vermis van het cerebellum bij kinderen, geeft rompinstabiliteit. Kan uitzaaien naar o.a. het wervelkanaal. De tienjaarsoverleving is iets lager dan 50%. 13 van 17

14 DIAGNOSTIEK Beeldvorming Biopsie Screening primaire tumor Liquoronderzoek BEHANDELINGEN Operatie Radiotherapie Chemotherapie Symptomatisch CT of MRI met en zonder contrast heeft een hoge sensitiviteit, maar een lage specificiteit Hoewel met beeldvorming een sterke verdenking kan worden uitgesproken, is een histologische diagnose nodig Stereotactisch of via craniotomie (laminectomie bij spinale tumoren) Alleen als de patiënt niet bekend is met een tumor, alleen eenvoudig onderzoek (CT-thorax, mammografie, LO) Alleen om meningeale metastasering aan te tonen of uit te sluiten (cytologie) Goedaardige tumoren (Meningeomen) aan de convexiteit, falx of tentorium, brughoektumoren, ventrikeltumoren, bij de clivus of sellaregio Bij diffuse tumoren om lokale druk en verplaatsing weg te nemen, gevolgd door radiotherapie Vaak bij maligne tumoren, ook een stukje omringend weefsel Lokale bestraling met implantaat kan ook In combinatie met radiotherapie Aangewezen bij medulloblastomen en intracerebrale lymfomen en (vooral recidief) gliomen Prolactinomen behandelen met bromocriptine (dopamineagonist) Toediening intrathecaal of intraventriculair Omdat tumoren (maligne/benigne) vaak gepaard gaan met vasogeen oedeem: corticosteroïden Dexamethason 2x2 mg tot 4x4 mg, soms is een onderhoudsdosering nodig Epileptische insulten behandelen met anti-epileptica ZSO 17: Raakvlakken De student is in staat om in relatief veel voorkomende, ogenschijnlijk niet neurologische casus, die gegevens aan te wijzen en op te sporen die in hun samenhang typisch zijn voor een mogelijk neurologische aandoening. Hij kan dit juist beargumenteren. Andersom is hij in staat in een neurologische context die gegevens aan te wijzen en op te sporen die in hun samenhang typisch zijn voor een mogelijke oorzaak buiten het zenuwstelsel of de directe omgeving ervan, bijvoorbeeld voor een oorzaak op het terrein van de interne geneeskunde. Hij kan dit juist beargumenteren. Hij is in staat al dan niet met behulp van boeken, bij de in doelstelling 1 en 2 bedoelde aandoeningen, waar de casus in deze ZSO exemplarisch voor zijn, summier kernpunten aan te geven met betrekking tot: lichamelijk onderzoek en vervolgonderzoek, behandeling en adviezen, beloop of prognose zonder en met behandeling. VITAMINEDEFICIËNTIES B1 Wernicke encefalopathie (oogmotoriekstoornissen (abducensparesen, nystagmus), ataxie en bewustzijnsstoornissen) B6 Overdosering en deficiëntie geven polyneuropathie, bij kinderen ook insulten B12 Vaak door tekort aan intrinsic factor of Crohn ileïtis. Geeft gecombineerde strengziekten, polyneuropathie en visusstoornissen. Foliumzuur Vaak met B12-deficiëntie, geeft polyneuropathie, psychiatrische stoornissen als depressies en psychomotore retardatie. Insulten en ataxie kunnen ook. ALCOHOLGEBRUIK Acuut: stemmingsveranderingen, ataxie, nystagmus, dysartrie, tachycardie en mydriasis (=dronkenschap), bij ernstige intoxicaties hypotensie, coma en respiratoire insufficiëntie. Bij een bewustzijnsdaling moet gedacht worden aan contusio cerebri, hypoglykemie, elektrolytenstoornissen, intracraniële bloedingen of een meningitis. Na een langdurige roes kunnen drukneuropathieën ontstaan. Chronisch: vooral gerelateerd aan B1-gebrek, cerebellaire degeneratie (andere oorzaken uitsluiten), dementie, myopathie, delirium tremens (ernstige aandachtsstoornis, desoriëntatie, hallucinaties, tremoren, tachycardie, hyperthermie, heftig transpireren, elektrolytenstoornissen en soms een ernstige bloeddrukdaling) GENEESMIDDELEN Tardieve dyskinesie: na langdurig gebruik van neuroleptica, anti-emetica of antidepressiva kunnen stereotiepe, onwillekeurige bewegingen ontstaan van mond, tong, aangezicht en kaak (en bij jongere mensen ook de axiale spieren). De neuroleptica moeten gestaakt worden en eventueel vervangen worden door middelen met minder dopamineantagonistische activiteit. Symptomatische behandeling met diazepam, bromocriptine of L- dopa. Maligne neurolepticasyndroom: hyperpyrexie, ernstige rigiditeit, tremor en autonome stoornissen. Er is rabdomyolyse met als gevolg tubulusnecrose, stollingsstoornissen, respiratoire insufficiëntie, shock, insulten en coma. Behandeling door staken van de antipsychotica, koelen, elektrolyten- en vochtbalans corrigeren, eventueel spieren verslappen. Maligne hyperthermie: na gebruik van depolariserende spierverslappers kan rigiditeit, hyperpyrexie, metabole acidose en myoglobulinurie ontstaan. Behandelen met spierverslappers. GLUCOSESTOORNISSEN Hypoglykemie: diffuse encefalopathie met ofwel een daling van het bewustzijn en de motorische activiteit, ofwel hyperactief, geagiteerd gedrag met autonome functiestoornissen als zweten etc. In tegenstelling tot andere encefalopathieën kunnen er wél focale uitvalsverschijnselen optreden. Behandeling bestaat uit 25 gram glucose i.v. binnen een half uur (ook onbegrepen coma s). Na een uur ontstaat necrose in de waterscheidingsgebieden van de cortex, basale kernen en het cerebellum. 14 van 17

15 Hyperglykemie: leidt tot bewustzijnsstoornissen als er een ernstige verstoring is van het interne milieu (hyperosmolariteit, dehydratie, elektrolytenstoornissen of acidose) en de behandeling is langzame rehydratie. LEVER- EN NIERSTOORNISSEN Hepatische encefalopathie: bij een acuut leverfalen ontstaat vaak een delier dat vaak leidt tot een coma, bij chronisch leverfalen begint het sluipender met stoornissen in de aandacht, concentratie en cognities Uremische encefalopathie: METABOLE STOORNISSEN Hypothyreoïdie: diffuse klachten Hyperthyreoïdie: weinig neurologische verschijnselen, behalve gejaagdheid Hypofysetumor: vooral chiasmacompressie ZSO 18: Ziekte van Parkinson en andere hypokinetisch-rigide syndromen Na deze ZSO kan de student, aan de hand van voorbeeldsituaties, systematisch beredeneren of er sprake is van de ziekte van Parkinson dan wel een vorm van parkinsonisme en welke therapie daarbij voor de hand ligt en waarom SYMPTOOM Ziekte van Parkinson Parkinsonisme Essentiële tremor Hypokinetisch-rigide Rusttremor Houdingstremor Intentietremor Ataxie Babinski Startproblemen Supranucleaire oftalmoplegie CHRONOLOGIE Eenzijdig begin 1 Dysartrie 2 Loopstoornis 3 1 Vallen 4 2 (Orthostatische) hypotensie 5 Incontinentie PATHOLOGISCHE ANATOMIE Nigraletsel Striatumletsel Lewy bodies THERAPIE Levodopa of dopamineagonisten Anticholinergica Bètablokkers 15 van 17

16 ZSO 19: Neurodegeneratieve aandoeningen van het centrale zenuwstelsel Na het maken van deze zelfstudieopdracht kan de student in het geval van een ziektegeschiedenis aangeven of het hier om een neurodegeneratieve aandoening gaat of niet. Hij kan aan de hand van de familieanamnese aangeven of er mogelijk sprake is van een erfelijke of een niet-erfelijke aandoening. Hij is in staat om aan te geven welke zorg aan deze patiënten met neurodegeneratieve aandoeningen geboden kan worden bij toenemende invaliditeit. En tenslotte kan hij meedenken over eventuele problemen gepaard gaande met erfelijke diagnostiek. HUNTINGTON: CHOREA, PERSOONLIJKHEIDSVERANDERINGEN EN DEMENTIE Chorea: ook axiale spieren, breed gangspoor, slik- en spraakstoornissen (later compleet onverstaanbaar), uiteindelijk incontinentie. Cognitieve achteruitgang: woede-uitbarstingen en verhoogde prikkelbaarheid, ook stemmingsstoornissen en psychosen. Bij juveniele Huntington vooral mentale achteruitgang. Behandelingen: dopamineantagonisten voor de chorea, antidepressiva (SSRI s en TCA s) en anxiolytica (benzodiazepines). TICS (GILLES DE LA TOURETTE): SNELLE STEREOTIEPE SPIERCONTRACTIES Begin < 17 jaar, Jongens 3x zo vaak als meisjes. Motorische, fonische of vocale, sensorische en cognitieve tics. 50% begint met een simpele tic (oogknipperen), 50% heeft er meerdere. Meest voorkomend: simpele motorische tic (in het gelaat, knipperen, grimasseren), complexe motorische tic (kniebewegingen, huppelen, sprongetjes). 20% heeft fonetische tics: kuchen, grommen, snuiven. In het leven komen er steeds meer bij en ook complexe als sensorisch en cognitief. Angst, spanning en emoties verergeren de tics. Behandeling: neuroleptica werken bij 80%, anders clonidine of clonazepam. DYSTONIE: FOCALE (ÉÉN SPIER), SEGMENTALE (SPIERGROEP) OF GEGENERALISEERD (VOORAL AXIAAL) Focaal (vaak door neuroleptica geïnduceerd, na uren tot dagen): torticollis, blefarospasme, oromandibulaire dystonie of gegeneraliseerd met opisthotonus en hyperlordose. Secundaire dystonieën: ziekte van Wilson, ziekte van Leigh, ziekte van Huntington, perinatale anoxie. Behandeling: anticholinergicum of promethazine (medicijngeïnduceerd), verhoging koperuitscheiding (Wilson), anti-epileptica, anticholinergica, benzodiazepines, dopamine(ant)agonisten (symptomatisch in de andere gevallen). Oefentherapie is belangrijk voor het behoud van de mobiliteit. ATAXIE VAN FRIEDREICH Meestal tussen 10 en 15 jaar, er komen combinaties voor met oogafwijkingen, mentale retardatie en extrapiramidale stoornissen. Het eerste verschijnsel is een atactische loopstoornis, daarna cerebellaire dysartrie en een piramidebaanstoornis aan de benen (zwakte, pathologische reflexen, achterstrengstoornissen en ataxie), de achterstrengen en piramidebanen zijn atrofisch. Levensduur is 30 to 40 jaar CEREBELLAIRE ATAXIE (AUTOSOMAAL DOMINANTE CEREBELLAIRE ATROFIE, ADCA) Het eerste verschijnsel is een cerebellaire loopstoornis (30-40 e jaar), later ataxie aan de armen en een dysartrie. Jaren later kunnen ontstaan een verticale blikparese, achterstrengstoornissen, areflexie, opticusatrofie en bewegingsstoornissen. ZIEKTE VAN ALZHEIMER: DEGENERATIE VAN DE CORTEX DOOR AMYLOÏDDEPOSITIE Geheugenstoornissen met vooral inprentingsstoornissen, later is ook het langetermijngeheugen gestoord. Snel volgen woordvindstoornissen, stoornissen van het taalbegrip en een afgenomen woordproductie die zich ontwikkelen tot afasie. Visueel-ruimtelijke stoornissen en apraxie ontstaan in een later stadium. Stemmingsstoornissen en een hypokinetisch-rigide syndroom ontstaan. SUBCORTICALE VORM VAN DEMENTIE: MOEITE MET OPHALEN VAN INFORMATIE DIE VAAK WÉL INGEPRENT IS. Traagheid en gebrek aan flexibiliteit, maar minder inhoudelijke stoornissen (zoals afasie, apraxie en dergelijke). Motorische stoornissen zijn vroeg aanwezig, zoals dysartrie, zachte spraak, hypokinesie. Mensen met subcorticale dementie zijn vaak apathisch en initiatiefloos en maken een depressieve indruk. FRONTOTEMPORALE DEMENTIE: CORTICALE DEGENERATIE DIE BEGINT IN DE FRONTAALKWABBEN. In de beginfase staan persoonlijkheids- en gedragsstoornissen op de voorgrond (frontaal syndroom), later ontstaan stoornissen in geheugen en taal (pali- en echolalie), incontinentie en loopstoornissen (staan en lopen, astasie en abasie). Uiteindelijk ontstaat er apathie met totaal ontbreken van spraak en beweging (abulie). DIFFUSE-LEWI-LICHAAMPJESZIEKTE Corticale dementie met delirante episoden, visuele hallucinaties, gedragsstoornissen en een hypokinetisch-rigide syndroom. Insluitsels in de cortex en substantia nigra. Levodopa heeft geen effect. 16 van 17

17 Symptoom Parkinsonisme Dystonie Chorea Tics Spasticiteit Ataxie Corticale dementie Subcorticale dementie Aangedane structuur Nigra, striatum Striatum Striatum Striatum Piramidebaan Cerebellum, achterstrengen Cortex Thalamus, basale ganglia ALS 4-6/ : =1,5:1 Alzheimer Prevalentie Beginleeftijd Duur Verschijnselen Structuren Erfelijk jaar Paresen Centraal motorisch neuron AD Atrofie, fasciculaties Perifeer motorisch neuron Dysartrie, dysfagie 5% bij 65 jaar 20% bij 80 jaar Vanaf jaar Parkinson / jaar Langzaam progressief 8 jaar Geheugenstoornissen Visueel-ruimtelijke stoornissen Stemmingsveranderingen Hypokinetisch-rigide syndroom Apraxie, afasie Rusttremor Rigiditeit en hypokinesie Gestoorde houding MSA 4-10 jaar Hypokinetisch-rigide syndroom Cerebellaire verschijnselen (Autonome disfunctie) Huntington 3-7/ jaar (juveniele vorm <20) 17 jaar Chorea Corticale dementie Persoonlijkheidsverandering Friedreich 1-2/ jaar jaar Ataxie, later: Cerebellaire dysartrie Piramidebaanstoornis aan de benen Achterstrengstoornissen, areflexie ADCA jaar Cerebellaire ataxie aan de benen, later aan de armen en dysartrie Na jaren: verticale blikparese, achterstrengstoornissen, areflexie, opticusatrofie, hypokinesie, chorea of dystonie Cortex, amyloïddepositie Substantia nigra Striatum en nigra Cerebellaire cortex, ponskernen en olijven Nu. caudatus (kop) Nu. putamen Achterstrengen Piramidebaan AD (soms?) AD AR AD ZSO 20: Demyeliniserende ziekten De student kan de belangrijkste klachten en verschijnselen van MS herkennen en enkele therapeutische mogelijkheden bespreken. EPIDEMIOLOGIE : = 1:2, vooral blanken van jaar. 2,2/ nieuwe gevallen per jaar. KLACHTEN Afhankelijk van de plaats, maar meestal eerst sensibele verschijnselen (doof, vreemd, tintelend, branderig gevoel) in de ledematen als gevolg van een of meerdere laesies in het ruggenmerg, en visusstoornissen (n. opticus en chiasma opticum). Later komen ook motorische verschijnselen (krachtsverlies in de benen), dubbelzien (hersenzenuwuitval of INO), coördinatieproblemen (ataxie van romp of ledematen) en blaasfunctiestoornissen, bij mannen vaak ook erectiestoornissen. Het teken van Lhermitte, allesoverheersende moeheid en toename van de klachten bij hitte, koorts en inspanning. MS is gedissocieerd in plaats en tijd (relapsing remitting, secundair en primair progressief). ONDERZOEK Stoornissen van de sensibiliteit (vooral gnostisch met sensorische ataxie), piramidebaan, het visuele systeem, de oogmotoriek en cerebellaire ataxie. MRI geeft vaak laesies periventriculair en in het corpus callosum, maar ook in het cerebellum, de hersenstam en het ruggenmerg. In de liquor zijn de lymfocyten en plasmacellen licht verhoogd, net als het IgG, en vaak zijn er oligoklonale banden. Evoked potentials laten vaak een geleidingsvertraging zien en vooral VEP zijn goed. Ziekten die op MS lijken zijn: tumoren in de achterste schedelgroeve of ruggenmerg, neurosyfilis of neuroborreliose, en neurologische complicaties van sarcoïdose en SLE. BEHANDELING Beïnvloeding van het ziektebeloop: IFN-β, glatiramer (immunomodulatie) onderdrukken op langere termijn het ontstaan van nieuwe laesies. Behandeling van exacerbaties: vooral hooggedoseerde corticosteroïden, maar soms kan ook enkele dagen afgewacht worden of de patiënt niet spontaan herstelt. Behandeling van diverse verschijnselen en gevolgen van de ziekte: oefentherapie, baclofen (spasticiteit), spasmolytica, parasympathicomimetica, katheterisatie (mictieproblemen), papaverine-injecties, Viagra (erectieproblemen), amantadine (moeheid), bètablokkers (tremor) Begeleiding van de patiënt: MS-verpleegkundige, revalidatiearts 17 van 17

Anatomie. Anatomie. Bloedtoevoer. Cerebrum Cerebellum Hersenstam. Schedel Hersenvliezen. Liquor cerebrospinalis Bloedvoorziening

Anatomie. Anatomie. Bloedtoevoer. Cerebrum Cerebellum Hersenstam. Schedel Hersenvliezen. Liquor cerebrospinalis Bloedvoorziening Anatomie Anatomie Cerebrum Cerebellum Hersenstam Schedel Hersenvliezen Liquor cerebrospinalis Bloedvoorziening Bloedtoevoer 1 Bewustzijnsdaling Verandering van: Bewust waarnemen van de omgeving Reactie

Nadere informatie

Tumoren van centrale zenuwstelsel. Asia Ropela, internist-oncoloog St.Jansdal ziekenhuis 22 maart 2014

Tumoren van centrale zenuwstelsel. Asia Ropela, internist-oncoloog St.Jansdal ziekenhuis 22 maart 2014 Tumoren van centrale zenuwstelsel Asia Ropela, internist-oncoloog St.Jansdal ziekenhuis 22 maart 2014 Indeling Metastasen van tumoren van elders In de parenchym van de hersenen In hersenvliezen: leptomeningeale

Nadere informatie

CONVULSIES BIJ KINDEREN: EEN GEWONE KOORTSSTUIP?

CONVULSIES BIJ KINDEREN: EEN GEWONE KOORTSSTUIP? CONVULSIES BIJ KINDEREN: EEN GEWONE KOORTSSTUIP? O. F. Brouwer Afdeling Neurologie Universitair Medisch Centrum Groningen EPILEPSIE Waarom ontstaat een epileptische aanval? Afwijkende prikkelbaarheid van

Nadere informatie

Als een donderslag bij heldere hemel

Als een donderslag bij heldere hemel Als een donderslag bij heldere hemel Ruud van der Kruijk, neuroloog Slingeland Ziekenhuis Doetinchem Mede namens Sarah Vermeer, neuroloog Rijnstate, Peter Coppens huisarts te Ulft en Rik van Dijk huisarts

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord. Over de auteurs. 1 Inleiding 1

Inhoud. Voorwoord. Over de auteurs. 1 Inleiding 1 Voorwoord Over de auteurs V XIII 1 Inleiding 1 2 Anamnese 3 2.1 Inleiding 3 2.2 Specifieke anamnese 3 2.3 Algemene anamnese 3 2.4 Ontwikkelingsanamnese 4 2.5 Voorgeschiedenis 4 2.6 Familieanamnese 5 3

Nadere informatie

Als het mis gaat. Stoornissen bewustzijn. Frans Rutten Anesthesioloog/spoedarts

Als het mis gaat. Stoornissen bewustzijn. Frans Rutten Anesthesioloog/spoedarts Als het mis gaat. Stoornissen bewustzijn Frans Rutten Anesthesioloog/spoedarts Casus 1 Vrouw, 74 jaar diep bewusteloos gevonden in de tuin Bekend met diabetes type II Langzame snurkende ademhaling Langzame

Nadere informatie

Neurologie. Hersenvliezen. Beschermende structuren. Functies: 1. de schedel, hersenvliezen. 2. de bloed-hersen barrière. 3. autoregulatie. Nadelen?

Neurologie. Hersenvliezen. Beschermende structuren. Functies: 1. de schedel, hersenvliezen. 2. de bloed-hersen barrière. 3. autoregulatie. Nadelen? Neurologie Hoeveel hersencellen heeft een mens? Hoeveel raak je er per dag kwijt? Wat is het gewicht van onze hersenen? Hoeveel % van de totale energie verbruiken onze hersenen? Hoeveel liter bloed per

Nadere informatie

Wisselend reageren, inadequaat Voorkeursstand ogen en hoofd naar rechts Verkramping linkerarm

Wisselend reageren, inadequaat Voorkeursstand ogen en hoofd naar rechts Verkramping linkerarm Neurologische valkuilen 9 oktober 2014 Elly Pouwels Neuroloog Informatie bekend bij neuroloog via Man uit 1948, blanco huisarts Aanmelding als trombolyse Sinds 30 min ogen naar rechts, in de war/ afasie

Nadere informatie

INHOUD Dit protocol is gebaseerd op de NVN richtlijn 2011 Prognose van post-anoxisch coma. 1 september 2012

INHOUD Dit protocol is gebaseerd op de NVN richtlijn 2011 Prognose van post-anoxisch coma. 1 september 2012 INHOUD Dit protocol is gebaseerd op de NVN richtlijn 2011 Prognose van post-anoxisch coma. 1 september 2012 Inleiding: Een post-anoxisch coma wordt veroorzaakt door globale anoxie of ischemie van de hersenen,

Nadere informatie

Symptomen bij hoofdpijn

Symptomen bij hoofdpijn 1. Toelichting op de module Deze module is gebaseerd op de NHG-Standaard M19 van juli 2004. Een klassieke migraine met eenzijdige en een aura lijkt gemakkelijk te diagnosticeren. Migraine heeft echter

Nadere informatie

Roelie de Vlas. meldkamercentralist ambulance Meldkamer Noord Nederland

Roelie de Vlas. meldkamercentralist ambulance Meldkamer Noord Nederland Roelie de Vlas meldkamercentralist ambulance Meldkamer Noord Nederland Aline Westenberg Aline Westenberg ambulanceverpleegkundige UMCG Ambulancezorg & Timo Roosa ambulancechauffeur UMCG Ambulancezorg &

Nadere informatie

De geriatrische patiënt op de SEH. SEH onderwijsdag Sigrid Wittenberg, aios klinische geriatrie

De geriatrische patiënt op de SEH. SEH onderwijsdag Sigrid Wittenberg, aios klinische geriatrie De geriatrische patiënt op de SEH SEH onderwijsdag Sigrid Wittenberg, aios klinische geriatrie Relevante onderwerpen Delier Symptoomverarming Medicatie op de SEH Duur aanwezigheid patiënt op de SEH Delier

Nadere informatie

kno specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Duizeligheid

kno specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Duizeligheid kno haarlemmermeer specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Duizeligheid Wat is duizeligheid? Normaal gesproken krijgt ieder mens voortdurend informatie over de ruimte om zich heen en over de positie

Nadere informatie

Verlaagd bewustzijn en coma

Verlaagd bewustzijn en coma Verlaagd bewustzijn en coma 1 1.1 Inleiding Het bewustzijn kan men onderverdelen in vier verschillende toestanden. Deze toestanden zijn een continuüm met subtiele veranderingen in gedrag (figuur 1.1).

Nadere informatie

DIABETISCHE NEUROPATHIE DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING

DIABETISCHE NEUROPATHIE DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING DIABETISCHE NEUROPATHIE DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING JMJ KRUL NEUROLOOG TERGOOIZIEKENHUIZEN BLARICUM Cijfers over diabetes (1) Er zijn ongeveer 740.000 mensen met diabetes in Nederland; 250.000 mensen

Nadere informatie

Syncope. Uitleg en adviezen

Syncope. Uitleg en adviezen Syncope Uitleg en adviezen Syncope Syncope is het moeilijke woord voor aanvallen van kortdurend bewustzijnsverlies dat veroorzaakt wordt doordat de bloeddruk even weg valt. De meest voorkomende oorzaak

Nadere informatie

Examen Medische Vakken

Examen Medische Vakken Examen Medische Vakken Neurologie, psychiatrie, dermatologie AGN 4e jaar, cohort 07-11 1. Het aantal paren hersenzenuwen is a. 4 b. 12 c. 6 d. 8 2. Met het begrip Centraal Motorisch Neuron (CMN) wordt

Nadere informatie

Sam envatting en conclusies T E N

Sam envatting en conclusies T E N Sam envatting en conclusies T E N Samenvatting en conclusies Samenvatting en conclusies Sinds de zeventigerjaren van de vorige eeuw zijn families beschreven met dominant overervende herseninfarcten,dementie

Nadere informatie

Cerebrovasculaire aandoeningen. Patricia Halkes 19-03-2013

Cerebrovasculaire aandoeningen. Patricia Halkes 19-03-2013 Cerebrovasculaire aandoeningen Patricia Halkes 19-03-2013 Wat is een CVA? CerebroVasculair Accident CerebroVasculair Accident CerebroVasculair Accident CerebroVasculair Accident Oftewel in goed Nederlands

Nadere informatie

vertigo beoordeling op de SEH Bart van der Worp

vertigo beoordeling op de SEH Bart van der Worp vertigo beoordeling op de SEH Bart van der Worp disclaimer geen duizeligheidsexpert geen belangenverstrengeling oorzaken duizeligheid vestibulair centraal cardiovasculair intoxicatie metabool BPPD neuritis

Nadere informatie

Klachten en Symptomen. Dr. Jacoline Bromberg Neuroloog / neuro-oncoloog Erasmus MC Kanker Instituut Rotterdam

Klachten en Symptomen. Dr. Jacoline Bromberg Neuroloog / neuro-oncoloog Erasmus MC Kanker Instituut Rotterdam Klachten en Symptomen Dr. Jacoline Bromberg Neuroloog / neuro-oncoloog Erasmus MC Kanker Instituut Rotterdam Voorbeeld 1 Een voorheen gezonde man van 48 jaar krijgt plots een epileptische aanval. Deze

Nadere informatie

Kinderepilepsie in beeld. Nynke Doornebal Kinderarts - kinderneuroloog

Kinderepilepsie in beeld. Nynke Doornebal Kinderarts - kinderneuroloog Kinderepilepsie in beeld Nynke Doornebal Kinderarts - kinderneuroloog Kenmerken van epilepsie: 1. Excessieve ontlading van populatie neuronen 2. Onwillekeurige, aanvalsgewijs optredende motorische, sensibele,

Nadere informatie

DE WEGRAKING en alles wat daar op lijkt

DE WEGRAKING en alles wat daar op lijkt DE WEGRAKING en alles wat daar op lijkt Bea Martens en Inge Frumau Verpleegkundig specialisten Epilepsiecentrum Kempenhaeghe Heeze en Stichting Epilepsie Instellingen Nederland Juni 2013 Inhoud Wederzijds

Nadere informatie

Carotischirurgie, een halszaak. BRV jaarcongres Reehorst, Ede 12-03-2016

Carotischirurgie, een halszaak. BRV jaarcongres Reehorst, Ede 12-03-2016 Carotischirurgie, een halszaak BRV jaarcongres Reehorst, Ede 12-03-2016 Anatomie Carotis pathologie Stenoserend vaatlijden Dilaterend vaatlijden Dissectie Carotis pathologie Dilaterend Zeldzaam Atherosclerose,

Nadere informatie

7 Epilepsie. 1 Inleiding. In dit thema komen aan de orde: 2 Wat is epilepsie? 3 Leven met epilepsie. 4 Epilepsie-aanvallen. SAW DC 7 Epilepsie

7 Epilepsie. 1 Inleiding. In dit thema komen aan de orde: 2 Wat is epilepsie? 3 Leven met epilepsie. 4 Epilepsie-aanvallen. SAW DC 7 Epilepsie DC 7 Epilepsie 1 Inleiding In dit thema komen aan de orde: 2 Wat is epilepsie? 3 Leven met epilepsie 4 Epilepsie-aanvallen 1 1 2 Wat is epilepsie? Een epileptische aanval is een plotselinge kortsluiting

Nadere informatie

Duoavonden. 19 November 2013 Nicolien Schuring Physician Assistant

Duoavonden. 19 November 2013 Nicolien Schuring Physician Assistant Duoavonden 19 November 2013 Nicolien Schuring Physician Assistant Inhoud - FF de diepte in - Ziekenhuisfase - Triage Cirkel van Willis Wat is een beroerte Probleem in de bloedvaten van de hersenen Cerebrovasculaire

Nadere informatie

Aanvallen bij kinderen

Aanvallen bij kinderen Aanvallen bij kinderen Nicolien Brandenbarg ANIOS Kindergeneeskunde Freek van den Heuvel Kindercardioloog Inhoud Wegrakingen bij kinderen & oorzaken Benadering en anamnestische clues Differentiatie tussen

Nadere informatie

Hersenmetastasen. Jeroen van Eijk Neuroloog JBZ 4e Voorjaars Symposium V&VN Landelijk Netwerk Verpleegkundig Specialisten Oncologie 24 maart 2016

Hersenmetastasen. Jeroen van Eijk Neuroloog JBZ 4e Voorjaars Symposium V&VN Landelijk Netwerk Verpleegkundig Specialisten Oncologie 24 maart 2016 Hersenmetastasen Jeroen van Eijk Neuroloog JBZ 4e Voorjaars Symposium V&VN Landelijk Netwerk Verpleegkundig Specialisten Oncologie 24 maart 2016 Disclosures (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst

Nadere informatie

APPENDIX C: Patiënteninformatie over uitzaaiingen in de wervelkolom.

APPENDIX C: Patiënteninformatie over uitzaaiingen in de wervelkolom. 3692 3693 3694 3695 3696 3697 3698 3699 3700 3701 3702 3703 3704 3705 3706 3707 3708 3709 3710 3711 3712 APPENDIX C: Patiënteninformatie over uitzaaiingen in de wervelkolom. Inleiding Kwaadaardige gezwellen

Nadere informatie

Patiëntgerichte Zorg voor Epilepsie. 23 oktober 2012 Willem-Jan Hardon, Neuroloog

Patiëntgerichte Zorg voor Epilepsie. 23 oktober 2012 Willem-Jan Hardon, Neuroloog Patiëntgerichte Zorg voor Epilepsie 23 oktober 2012 Willem-Jan Hardon, Neuroloog Patiëntgerichte Zorg voor Epilepsie + Algemeen + Diagnostiek + Behandeling + StartPoliEpilepsie + Marjolein Kalse, Epilepsieconsulent

Nadere informatie

Radboudurne ... 50209 Zenuwstelsel 26 september 2014 10.00 uur. Deze tentamenset kunt u na afloop meenemen. Bloktoets Datum Aanvang

Radboudurne ... 50209 Zenuwstelsel 26 september 2014 10.00 uur. Deze tentamenset kunt u na afloop meenemen. Bloktoets Datum Aanvang ... Radboudurne Faculteit_ der Medische Wetenschappen Bloktoets Datum Aanvang 50209 Zenuwstelsel 26 september 2014 10.00 uur Deze tentamenset kunt u na afloop meenemen ALGEMENE AANWIJZINGEN EN INSTRUCTIE:

Nadere informatie

Toxische en metabole stoornissen

Toxische en metabole stoornissen Toxische en metabole stoornissen Toxische en metabole stoornissen (inclusief zuurstoftekort of hypoxie) C. Lafosse Revalidatieziekenhuis RevArte Toxische stoornissen Metabole stoornissen Inleiding Metabole

Nadere informatie

Dutch Spine Surgery Registry DSSR

Dutch Spine Surgery Registry DSSR pagina 1 Dutch Spine Surgery Registry DSSR Vetgedrukte items zijn verplicht Lumbale wervelkolom - Ongeïnstrumenteerd, versie: 2015-6-1 - v3.0.0 Identificatie Het BSN-nummer bestaat uit 9 cijfers, inclusief

Nadere informatie

1 Geheugenstoornissen

1 Geheugenstoornissen 1 Geheugenstoornissen Prof. dr. M. Vermeulen 1.1 Zijn er geheugenstoornissen? Over het geheugen wordt veel geklaagd. Bij mensen onder de 65 jaar berusten deze klachten zelden op een hersenziekte. Veelal

Nadere informatie

Epilepsie als gevolg van traumatisch hersenletsel

Epilepsie als gevolg van traumatisch hersenletsel Epilepsie als gevolg van traumatisch hersenletsel Boudewijn Gunning, neuroloog en psychiater voor kinderen met epilepsie SEIN Noord-Oost Nederland bgunning@sein.nl 038-8457195 (kinder)epilepsiecentrum

Nadere informatie

10-12-2013. module 1 Hersenfunctie/ neurologische toestand

10-12-2013. module 1 Hersenfunctie/ neurologische toestand module 1 Hersenfunctie/ neurologische toestand JUDITH VAN GAALEN NEUROLOOG I. O. UMC ST. RADBOUD NIJMEGEN Bewustzijn en coma Neurologisch onderzoek Intracraniële druk Ziektebeelden van het zenuwstelsel

Nadere informatie

Hoofdpijn. Published on Medics4medics.com (http://www.medics4medics.com) Home > Neurologie > Hoofdpijn

Hoofdpijn. Published on Medics4medics.com (http://www.medics4medics.com) Home > Neurologie > Hoofdpijn Published on Medics4medics.com (http://www.medics4medics.com) Home > Neurologie > Hoofdpijn Hoofdpijn Image not found Active http://www.medics4medics.com/sites/default/files/resize/wysiwyg/hoofdpijn-307x144.gif

Nadere informatie

Klinisch redeneren D. Michel van Megen

Klinisch redeneren D. Michel van Megen Klinisch redeneren D Michel van Megen SEH/IC vpk CWZ Begrippen: Intracraniële infecties» meningitis» encefalitis Ruimte innemende processen» hersenabces» hersentumoren brughoektumor astrocytomen hypofysetumor

Nadere informatie

12 Langdurige epileptische aanvallen

12 Langdurige epileptische aanvallen 12 Langdurige epileptische aanvallen Definitie en etiologie Incidentie Anamnese Lichamelijk onderzoek Epileptische aanvallen duren van enkele seconden tot hooguit enkele minuten. In de literatuur wordt

Nadere informatie

Hersentumoren en rijbewijs. Naam: prof. dr. Jan J.Heimans Functie: Neuroloog VU medisch centrum

Hersentumoren en rijbewijs. Naam: prof. dr. Jan J.Heimans Functie: Neuroloog VU medisch centrum Hersentumoren en rijbewijs Naam: prof. dr. Jan J.Heimans Functie: Neuroloog VU medisch centrum Gezondheidsproblemen kunnen de rijvaardigheid beïnvloeden. Hiervoor zijn twee redenen: 1. Het vermogen om

Nadere informatie

boven grens boven APR- DRG Ernst Lf Gemid ligd benede

boven grens boven APR- DRG Ernst Lf Gemid ligd benede APR- DRG Ernst Lf Gemid ligd benede ngrens boven grens boven II grens I Beschrijving 001 1 L.... 001 LEVERTRANSPLANTATIE 001 2 L 18,9355 4 43 63 001 LEVERTRANSPLANTATIE 001 3 A 19,4 6 39 55 001 LEVERTRANSPLANTATIE

Nadere informatie

APR-DRG Ernst Lf Gemid ligdbenedengrens bovengrens II bovengrens I Beschrijving 001 1 L 001 LEVERTRANSPLANTATIE 001 2 L 18,1042 5 37 53 001

APR-DRG Ernst Lf Gemid ligdbenedengrens bovengrens II bovengrens I Beschrijving 001 1 L 001 LEVERTRANSPLANTATIE 001 2 L 18,1042 5 37 53 001 APR-DRG Ernst Lf Gemid ligdbenedengrens bovengrens II bovengrens I Beschrijving 001 1 L 001 LEVERTRANSPLANTATIE 001 2 L 18,1042 5 37 53 001 LEVERTRANSPLANTATIE 001 3 A 20,0709 5 44 64 001 LEVERTRANSPLANTATIE

Nadere informatie

Symptomatische behandeling hersenmetastasen. Jeroen van Eijk, neuroloog JBZ 3 e Regionale Symposium Palliatieve Zorg 07-11-2013

Symptomatische behandeling hersenmetastasen. Jeroen van Eijk, neuroloog JBZ 3 e Regionale Symposium Palliatieve Zorg 07-11-2013 Symptomatische behandeling hersenmetastasen Jeroen van Eijk, neuroloog JBZ 3 e Regionale Symposium Palliatieve Zorg 07-11-2013 Zo maar een paar vragen: -Moeten patiënten met HM standaard met dexamethason

Nadere informatie

Start, afbouw en stop van voedingstherapie bij zware neuroschade. AZ Nikolaas

Start, afbouw en stop van voedingstherapie bij zware neuroschade. AZ Nikolaas Start, afbouw en stop van voedingstherapie bij zware neuroschade Dr. C. Jadoul Neuroloog AZ Nikolaas 1 Casus: recidief slikpneumonie Dame 75 jaar Spoed: algemeen achteruit (mentaal en fysiek) Antec: Parkinson

Nadere informatie

1 Inleiding 1 1.1 Historie 1 1.2 Classificaties van revalidatieactiviteiten 1 1.3 Organisatie 2 1.4 Epidemiologie 3 Literatuur 7

1 Inleiding 1 1.1 Historie 1 1.2 Classificaties van revalidatieactiviteiten 1 1.3 Organisatie 2 1.4 Epidemiologie 3 Literatuur 7 Inhoud Woord vooraf bij de tweede, geheel herziene druk Auteurs I III 1 Inleiding 1 1.1 Historie 1 1.2 Classificaties van revalidatieactiviteiten 1 1.3 Organisatie 2 1.4 Epidemiologie 3 Literatuur 7 DEEL

Nadere informatie

Trastuzumab (Herceptin )

Trastuzumab (Herceptin ) Trastuzumab (Herceptin ) Borstkanker (mammacarcinoom) De diagnose borstkanker is bij u vastgesteld. Dit wordt ook wel een mammacarcinoom genoemd. De behandeling van een mammacarcinoom bestaat uit een operatieve

Nadere informatie

Deze folder geeft u informatie over duizeligheid en daarbij behorende klachten. Deze folder is opgesteld door de KNO arts.

Deze folder geeft u informatie over duizeligheid en daarbij behorende klachten. Deze folder is opgesteld door de KNO arts. Duizeligheid Deze folder geeft u informatie over duizeligheid en daarbij behorende klachten. Deze folder is opgesteld door de KNO arts. Wat is duizeligheid Iedereen is wel eens duizelig geweest. Toch is

Nadere informatie

Neurologie achtergronden casusschetsen

Neurologie achtergronden casusschetsen Neurologie achtergronden casusschetsen Interline, mei 2012 Voorstel wijzigingen bij herziening werkafspraak kunnen op de laatste pagina worden genoteerd. INTERLINE NEUROLOGIE 2012 mei 2012 ACHTERGRONDEN

Nadere informatie

Elke vraag levert één punt op indien juist beantwoord, tenzij anders vermeld

Elke vraag levert één punt op indien juist beantwoord, tenzij anders vermeld Elke vraag levert één punt op indien juist beantwoord, tenzij anders vermeld Casus 1 Een tuinder van 64 jaar krijgt in enkele weken problemen met spreken. Hij praat veel en onsamenhangend, en er is volgens

Nadere informatie

Inhoud. Zenuwstelsel. Inleiding. Basiselementen van het zenuwstelsel. Ruggenmerg en ruggenmergzenuwen

Inhoud. Zenuwstelsel. Inleiding. Basiselementen van het zenuwstelsel. Ruggenmerg en ruggenmergzenuwen Inhoud Zenuwstelsel Inleiding 1 1 Overzicht van het zenuwstelsel 2 Ontwikkeling en indeling 2 Functiecircuits 2 Ligging van het zenuwstelsel in het lichaam 4 Ontwikkeling en bouw van de hersenen 6 Ontwikkeling

Nadere informatie

Welkom. Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie

Welkom. Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie Welkom Publiekslezing dementie 17 februari 2015 #pldementie R.H. Chabot, neuroloog Beatrixziekenhuis Rivas Zorggroep DEMENTIE DIAGNOSE EN SYMPTOMEN Inhoud Geheugen Wat is dementie? Mogelijke symptomen

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Duizeligheid 4. Wat is duizeligheid? 4. Verschijnselen van duizeligheid 5. Oorzaken van duizeligheid 6. Onderzoek 7.

Inhoudsopgave. Duizeligheid 4. Wat is duizeligheid? 4. Verschijnselen van duizeligheid 5. Oorzaken van duizeligheid 6. Onderzoek 7. Duizeligheid KNO Inhoudsopgave Duizeligheid 4 Wat is duizeligheid? 4 Verschijnselen van duizeligheid 5 Oorzaken van duizeligheid 6 Onderzoek 7 Behandeling 9 Slotwoord 10 3 Duizeligheid Deze brochure heeft

Nadere informatie

CVA herseninfarct. Beleid na TIA/ 9 juni 2010. J.L.W. Bosboom Neuroloog, OLVG

CVA herseninfarct. Beleid na TIA/ 9 juni 2010. J.L.W. Bosboom Neuroloog, OLVG Beleid na TIA/ CVA herseninfarct 9 juni 2010 J.L.W. Bosboom Neuroloog, OLVG Inleiding Inleiding CVA Cerebrovasculair accident Infarct 80% Bloeding 20% Carotis 80% Vertebrobasilair 20% ICH / SAB / SDH Inleiding

Nadere informatie

5O209 - Zenuwstelsel. Nino Schoeber

5O209 - Zenuwstelsel. Nino Schoeber 5O209 - Zenuwstelsel COO - Neuro-anatomie 2 ZSO 1 - Lokaliseren in de neurologie 6 HC 2 - Bewustzijnsstoornissen 7 ZSO 2 - Bewustzijnsstoornissen en coma 8 ZSO 3 - Hersendood en vegetatieve toestand 9

Nadere informatie

Radiotherapie in de palliatieve zorg

Radiotherapie in de palliatieve zorg Radiotherapie in de palliatieve zorg Radiotherapie bij myelumcompressie Karin Kleynen 24-11-2011 Casus: Dhr B 58 jaar Consult Urologie 21-7-2011 Patiënt had sinds 3 weken buik- en rugklachten, met name

Nadere informatie

Korsakov centrum Slingedael

Korsakov centrum Slingedael Korsakov centrum Slingedael Jan W. Wijnia specialist ouderengeneeskunde Rotterdam Geen belangenconflict, geen contact met bedrijven Vroege herkenning WKS Medisch Contact Cover fotografie Jan Lankeveld

Nadere informatie

Cuco-verslag CAT 3.2 Neurologie 5-7-2013 Cursuscoördinator: Bob van Oosten. SAMENVATTING VERANDERINGEN: Vraag 15 Vervalt.

Cuco-verslag CAT 3.2 Neurologie 5-7-2013 Cursuscoördinator: Bob van Oosten. SAMENVATTING VERANDERINGEN: Vraag 15 Vervalt. Cuco-verslag CAT 3.2 Neurologie 5-7-2013 Cursuscoördinator: Bob van Oosten. SAMENVATTING VERANDERINGEN: Vraag 15 Vervalt. Vraag 33 Sleutelverdubbeling: a en b goed. 1 Op de SEH onderzoekt een arts een

Nadere informatie

Middelenmisbruik en crisis

Middelenmisbruik en crisis Middelenmisbruik en crisis Een lastige combinatie Mike Veereschild Tom Buysse Middelengebonden spoedeisende situaties Intoxicatie van een verslavend middel Onthouding van een verslavend middel Kernsymptomen

Nadere informatie

Anamnese Voorgeschiedenis: indien sprake is van een recidief perifere aangezichtsverlamming is de prognose ongunstiger (Eidlitz-markus 2001).

Anamnese Voorgeschiedenis: indien sprake is van een recidief perifere aangezichtsverlamming is de prognose ongunstiger (Eidlitz-markus 2001). Samenvatting richtlijn IPFP. Gekopierd uit CBO-richtlijn Idiopathische Perifere Aangezichtsverlamming (IPAV). Link: http://www.nvpc.nl/uploads/stand/56richtlijn%20ipav-def-25-08--09.pdf Epidemiologie en

Nadere informatie

Ontstaan en voorkomen Soorten van hersentumoren Graad 1 Graad 2 Graad 3

Ontstaan en voorkomen Soorten van hersentumoren Graad 1 Graad 2 Graad 3 Hersentumoren In het hoofd kunnen verschillende soorten gezwellen (tumoren) voorkomen. In dit stuk gaat het alleen over tumoren die ontstaan van het hersenweefsel zelf. Andere soorten van tumoren zijn

Nadere informatie

Wat is een sinustrombose? Een sinustrombose is een verstopping van een grote ader in de hersenen.

Wat is een sinustrombose? Een sinustrombose is een verstopping van een grote ader in de hersenen. Sinustrombose Wat is een sinustrombose? Een sinustrombose is een verstopping van een grote ader in de hersenen. Hoe vaak komt een sinustrombose voor bij kinderen? Een sinustrombose komt bij een op 200.000-300.000

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 137 138 Het ontrafelen van de klinische fenotypen van dementie op jonge leeftijd In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, komt dementie ook op jonge leeftijd voor. De diagnose

Nadere informatie

Epilepsie. C. Lafosse Revalidatieziekenhuis RevArte. Wat is epilepsie? Soorten epilepsie Gegeneraliseerde aanvallen Partiële aanvallen Behandeling

Epilepsie. C. Lafosse Revalidatieziekenhuis RevArte. Wat is epilepsie? Soorten epilepsie Gegeneraliseerde aanvallen Partiële aanvallen Behandeling Epilepsie Epilepsie C. Lafosse Revalidatieziekenhuis RevArte Wat is epilepsie? Soorten epilepsie Gegeneraliseerde aanvallen Partiële aanvallen Behandeling Wat is epilepsie? Bij epilepsie is er sprake van

Nadere informatie

Opvang van het kind met traumatisch schedelhersenletsel in de acute fase

Opvang van het kind met traumatisch schedelhersenletsel in de acute fase Opvang van het kind met traumatisch schedelhersenletsel in de acute fase J.M. Fock Kinderneuroloog UMCG Groningen Disclosures GEEN Traumatisch schedelhersenletsel Definitie: letsel door geweld van buiten

Nadere informatie

Kinder epilepsie syndromen. Mieke Daamen Verpleegkundig specialist Kempenhaeghe

Kinder epilepsie syndromen. Mieke Daamen Verpleegkundig specialist Kempenhaeghe Kinder epilepsie syndromen Mieke Daamen Verpleegkundig specialist Kempenhaeghe Opbouw presentatie Korte kennistoets 3 casus Heb je vragen, stel ze gerust! Korte kennistoets Hoe vaak komt epilepsie bij

Nadere informatie

Epilepsie. bij 60-plussers

Epilepsie. bij 60-plussers Epilepsie bij 60-plussers Wat is epilepsie? Epilepsie is een stoornis die ongeveer 1 op de 150 à 250 personen treft. In België gaat het dus om meer dan 60.000 personen. Er bestaan trouwens verschillende

Nadere informatie

Koortsconvulsies: hoe zat het ook al weer? Oebo Brouwer, kinderneuroloog UMCG

Koortsconvulsies: hoe zat het ook al weer? Oebo Brouwer, kinderneuroloog UMCG Koortsconvulsies: hoe zat het ook al weer? Oebo Brouwer, kinderneuroloog UMCG Definitie (Epileptische) aanvallen bij koorts zonder infectie van het centrale zenuwstelsel of een andere specifieke oorzaak

Nadere informatie

Case-report: Een vrouw met een onbegrepen coma...

Case-report: Een vrouw met een onbegrepen coma... Case-report: Een vrouw met een onbegrepen coma... H.J.Jansen, E.S. Louwerse, C.P.C. de Jager Intensive Care, Jeroen Bosch Ziekenhuis, lokatie: Groot Ziekengasthuis Nieuwstraat 34, 5211 NL, s-hertogenbosch

Nadere informatie

Epilepsie. Algemeen. Oorzaken

Epilepsie. Algemeen. Oorzaken Epilepsie Algemeen We spreken van epilepsie als er herhaald toevallen optreden. Tijdens een toeval is er sprake van abnormaal gedrag. Dit abnormale gedrag kan gegeneraliseerd zijn, dat wil zeggen dat er

Nadere informatie

Tuberculeuze Meningitis in Zuid-Afrika

Tuberculeuze Meningitis in Zuid-Afrika Tuberculeuze Meningitis in Zuid-Afrika moeilijk herkenbaar en levensbedreigend RAAK 22 april 2008 Berbe Paes 1/33 Inhoud 1. Casus 2. Onderzoek 3. Zuid-Afrika 4. Tuberculose 5. Tuberculeuze meningitis 6.

Nadere informatie

Beroerte in de praktijk. Patricia Halkes 19.03.2013

Beroerte in de praktijk. Patricia Halkes 19.03.2013 Beroerte in de praktijk Patricia Halkes 19.03.2013 Meneer A. 72 jaar Vg: hypertensie, spataderen Med: hydrochloorthiazide Intox: 2 jaar gestopt met roken, 40 PY Meneer A. Laat tijdens het eten plots zijn

Nadere informatie

Verschillende soorten hoofdpijn

Verschillende soorten hoofdpijn VGV OVER HOOFDPIJN-MIGRAINE_BSL_148 x 210 2-2 14-12-11 09:39 Pagina 13 Verschillende soorten hoofdpijn HOOFDSTUK Hoe kan de patiënt met chronische hoofdpijn het beste worden benaderd? Heel veel patiënten

Nadere informatie

BPPV komt eerder zelden voor

BPPV komt eerder zelden voor BPPV komt eerder zelden voor Dr.Hélène Valcke NKO Vertigo: tips en valkuilen Een overwegend % vertigo patiënten met positie gebonden vertigo krijgen de diagnose BPPV zonder investigatie. Echter elke vestibulaire

Nadere informatie

Doel Preventie van duizeligheid en complicaties bij zelfstandig wonende ouderen.

Doel Preventie van duizeligheid en complicaties bij zelfstandig wonende ouderen. STAPPENPLAN DUIZELIGHEID IN DE EERSTE LIJN Doel Preventie van duizeligheid en complicaties bij zelfstandig wonende ouderen. STAP 1: Screenen op duizeligheid in de eerste lijn. Hebt u de afgelopen maand

Nadere informatie

Duizeligheid. Wat is duizeligheid? Hoe werkt het evenwichtssysteem?

Duizeligheid. Wat is duizeligheid? Hoe werkt het evenwichtssysteem? In deze brochure kunt u informatie lezen over duizeligheid en de klachten die daarbij horen. Het is niet mogelijk om in deze brochure alle details voor elke situatie te beschrijven. Heeft u, ondanks de

Nadere informatie

De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de

De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de Rick Helmich Cerebral Reorganization in Parkinson s disease (proefschrift) Nederlandse Samenvatting De ziekte van Parkinson is een neurologische ziekte waarbij zenuwcellen in een specifiek deel van de

Nadere informatie

huisartsennascholing 10 sept 2013

huisartsennascholing 10 sept 2013 huisartsennascholing 10 sept 2013 -polyneuropathie -restless legs syndrome Joost van Oostrom Afdeling Neurologie Rijnstate Programma (2x) WAAROM moeten we hier iets over weten WAT moeten we hierover weten

Nadere informatie

Witte stofafwijkingen

Witte stofafwijkingen Witte stofafwijkingen Wat zijn het, wat betekenen ze en wat moet je ermee? Ivo van Schaik, neuroloog 0 PresentationAMC.pptx Witte stof: wat is het? 1 PresentationAMC.pptx Witte stof: wat is het? 2 PresentationAMC.pptx

Nadere informatie

Scholingsbijeenkomst. Samen sterk in de zorg na een beroerte

Scholingsbijeenkomst. Samen sterk in de zorg na een beroerte Scholingsbijeenkomst Samen sterk in de zorg na een beroerte Programma scholingsbijeenkomst 1. Welkom, inleiding 2. Simulatiespel Heb ik een probleem dan? 3. Lezing Lange termijn gevolgen CVA voor patiënt

Nadere informatie

Oudere volwassenen en epilepsie. Informatie voor 60-plussers met epilepsie

Oudere volwassenen en epilepsie. Informatie voor 60-plussers met epilepsie Oudere volwassenen en epilepsie Informatie voor 60-plussers met epilepsie Wat is epilepsie? Epilepsie is een aandoening van het zenuwstelsel die iedereen kan treffen, ongeacht leeftijd, geslacht, sociale

Nadere informatie

Kempenhaeghe. Epilepsiecentrum Sterkselseweg 65 5591 VE Heeze 040-2279022. Presentatie: Maria Stijnen Epilepsieverpleegkundige

Kempenhaeghe. Epilepsiecentrum Sterkselseweg 65 5591 VE Heeze 040-2279022. Presentatie: Maria Stijnen Epilepsieverpleegkundige Kempenhaeghe Epilepsiecentrum Sterkselseweg 65 5591 VE Heeze 040-2279022 Presentatie: Maria Stijnen Epilepsieverpleegkundige Wat is epilepsie: Verschijnselen die optreden bij plotseling overmatige ontlading

Nadere informatie

Globaal gezien zijn er twee vormen van epilepsie; primaire en secundaire epilepsie:

Globaal gezien zijn er twee vormen van epilepsie; primaire en secundaire epilepsie: Epilepsie bij honden Epilepsie bij de hond is een redelijk vaak voorkomend neurologisch probleem bij de hond. De aandoening gaat gepaard met min of meer heftige epileptiforme aanvallen. Deze aanvallen

Nadere informatie

Thema: Beroerte. Nieuwe ontwikkelingen. Maarten Uyttenboogaart Neuroloog in opleiding. 3 maart 2010 16-3-2010 2

Thema: Beroerte. Nieuwe ontwikkelingen. Maarten Uyttenboogaart Neuroloog in opleiding. 3 maart 2010 16-3-2010 2 Thema: Beroerte Nieuwe ontwikkelingen Maarten Uyttenboogaart Neuroloog in opleiding 3 maart 2010 16-3-2010 2 Inhoud Behandeling acuut herseninfarct: - stroke unit - trombolyse - dotteren - schedeldaklichting

Nadere informatie

Anatomie / fysiologie

Anatomie / fysiologie Anatomie / fysiologie Zenuwstelsel 3 FHV2009 / Cxx56 5+6 / Anatomie & Fysiologie - Zenuwstelsel 3 1 De motorische homunculus heeft een grote duim. De reden hiervan is dat de duim altijd dikker is dan de

Nadere informatie

Inhoud. Dwarslaesie. Wervelkolom. Ruggenmerg zenuwen. Oorzaken. Wat is een dwarslaesie. Fasen na de dwarslaesie ABCD

Inhoud. Dwarslaesie. Wervelkolom. Ruggenmerg zenuwen. Oorzaken. Wat is een dwarslaesie. Fasen na de dwarslaesie ABCD Dwarslaesie Inhoud Wat is een dwarslaesie Fasen na de dwarslaesie ABCD Marlene Schalken Voskamp IC verpleegkundige RadboudUMC Complicaties/ verpleegkundige aandachtspunten Wervelkolom Ruggenmerg zenuwen

Nadere informatie

Spraak: Let op of de persoon onduidelijk spreekt of niet meer uit de woorden komt.

Spraak: Let op of de persoon onduidelijk spreekt of niet meer uit de woorden komt. Beroerte Als de bloedvoorziening naar de hersenen plotseling onderbroken wordt, spreekt men van een beroerte. Er kan dan sprake zijn van een hersenbloeding, van een herseninfarct en van een TIA of tijdelijke/voorbijgaande

Nadere informatie

SIS. Het Shaken Infant Syndrome. Dr. Johan Marchand. Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Brussel en Academisch Kinderziekenhuis Jette

SIS. Het Shaken Infant Syndrome. Dr. Johan Marchand. Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Brussel en Academisch Kinderziekenhuis Jette SIS Het Shaken Infant Syndrome Dr. Johan Marchand Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Brussel en Academisch Kinderziekenhuis Jette Wetenschappelijk dossier 1 A. Inleiding B. Epidemiologische gegevens

Nadere informatie

Medische Publieksacademie

Medische Publieksacademie Medische Publiekacademie Medisch Centrum Leeuwarden Leeuwarder Courant 22 september 2015 #mclmpa 1 Beroerte of CVA: herkennen en snel handelen! Elly van der Kooi, neuroloog Wouter Schuiling, neuroloog

Nadere informatie

Koortsstuipen. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Koortsstuipen. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! Koortsstuipen Jonge kinderen zijn bij koorts gevoelig voor stuipen. Ongeveer 5 procent van de kinderen tussen de drie maanden en zes jaar heeft weleens een koortsstuip. In deze folder leest u over de achtergrond

Nadere informatie

Bijscholing AZ Damiaan. Neurochirurgie, cranieel, januari 2013

Bijscholing AZ Damiaan. Neurochirurgie, cranieel, januari 2013 Bijscholing AZ Damiaan Neurochirurgie, cranieel, januari 2013 Selektie: 1. Hydrocefalie 2. Craniocerebraal trauma 3. Spontane intracraniële bloeding 1. Hydrocefalie Anatomie Classificatie Symptomen en

Nadere informatie

Hoe vaak komt SUNCT voor bij kinderen? SUNCT komt zelden voor op kinderleeftijd, het komt vaker voor bij volwassenen.

Hoe vaak komt SUNCT voor bij kinderen? SUNCT komt zelden voor op kinderleeftijd, het komt vaker voor bij volwassenen. SUNCT Wat is SUNCT? SUNCT is een vorm van hoofdpijn waarbij kinderen en volwassenen last hebben van een kortdurende felle hoofdpijn aan een kant van gezicht in combinatie met een rood en tranend oog aan

Nadere informatie

Maatschap Keel-, Neus- en Oorheelkunde. Duizeligheid

Maatschap Keel-, Neus- en Oorheelkunde. Duizeligheid Maatschap Keel-, Neus- en Oorheelkunde Algemeen Deze folder geeft u informatie over duizeligheid en de daarbij behorende klachten en behandeling. Iedereen is wel eens duizelig geweest. Toch is het moeilijk

Nadere informatie

Syndroom van Lennox-Gastaut

Syndroom van Lennox-Gastaut Syndroom van Lennox-Gastaut Wat is het syndroom van Lennox-Gastaut? Het syndroom van Lennox-Gastaut is een ernstig epilepsiesyndroom bij jonge kinderen wat gekenmerkt wordt door verschillende soorten epilepsie

Nadere informatie

Ik ben zo benauwd. Titia Klemmeier/Josien Bleeker

Ik ben zo benauwd. Titia Klemmeier/Josien Bleeker Ik ben zo benauwd Titia Klemmeier/Josien Bleeker dyspneu ademnood kortademigheid benauwdheid Bemoeilijkte ademhaling Programma Inventarisatie leerdoelen Kennis over de praktijk? Alarmsymptomen Achtergrond

Nadere informatie

Neurotraumatologie. Prof. Dr. J.G. van der Hoeven UMC ST Radboud Nijmegen 12.05-12.50

Neurotraumatologie. Prof. Dr. J.G. van der Hoeven UMC ST Radboud Nijmegen 12.05-12.50 Neurotraumatologie Prof. Dr. J.G. van der Hoeven UMC ST Radboud Nijmegen 12.05-12.50 1 Primair letsel A-B-C-D-E Uitsluiten chirurgisch letsel Voorkomen secundaire schade Beperken O2 verbruik hersenen Normo-/hypothermie

Nadere informatie

Vroegsignalering bij dementie

Vroegsignalering bij dementie Vroegsignalering bij dementie Docentenhandleiding voor mbo-zorg onderwijs en bijscholing Docentenhandleiding voor mbo-zorg onderwijs en bijscholing Contact: Connie Klingeman, Hogeschool Rotterdam c.a.klingeman@hr.nl

Nadere informatie

Algehele richtlijnen statusvoering en correspondentie

Algehele richtlijnen statusvoering en correspondentie Algehele richtlijnen statusvoering en correspondentie Uitgangspunt is dat de status volledig ingevuld wordt en dat er aandacht wordt besteed aan een goede verslaglegging. De status is een document waar

Nadere informatie