Bijlage 3: UGent OVERHEIDSOPDRACHT ETHISCH VERANTWOORD SPORTEN Internationaal Centrum Ethiek in de Sport

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Bijlage 3: UGent OVERHEIDSOPDRACHT ETHISCH VERANTWOORD SPORTEN 2012-2014. Internationaal Centrum Ethiek in de Sport"

Transcriptie

1 Bijlage 3: UGent OVERHEIDSOPDRACHT ETHISCH VERANTWOORD SPORTEN Internationaal Centrum Ethiek in de Sport Waterkluiskaai Sint-Amandsberg/Gent -

2 Eindrapport EVS Realisaties UGent In opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media en onder coördinatie van het Internationaal Centrum voor Ethiek in de Sport (ICES) voerde de onderzoeksgroep sportmanagement van de Universiteit Gent volgende overheidsopdracht uit: Verstrekken van expertise op het vlak van ethisch verantwoord sporten, met inbegrip van de problematiek aangaande integriteit, seksueel misbruik en geweld.

3 Eindrapport EVS Realisaties UGent A. Inhoud Het deelproject van de UGent... 3 Onderzoekers: Visie en kader Conceptuele afbakening Aanbevelingen betreffende de overheidsaanpak rond EVS Onderzoek naar ethiek in Vlaamse sportclubs Managementvaardigheden voor een ethisch sportklimaat Conceptuele afbakening Inhoud Ethiek Sportethiek Waarden Olympisme Normen Ethische theorie Gedragscode Ethische code Ethisch management Ethische besluitvorming Ethisch klimaat Integriteitsmanagement Fysieke integriteit Psychische integriteit Morele opvoeding Concepten die ten onrechte gelinkt worden aan ethiek Welke definities worden op vandaag gehanteerd in het decreet?

4 Thema s van het decreet Stappenplan naar ethische besluitvorming Aanbevelingen betreffende de overheidsaanpak rond EVS De aansturingsvormen i.h.k.v. beleidsontwikkeling en implementatie Verschillende samenwerkingsvormen aansluitend bij netwerken De rollen van de actoren in het sportlandschap betreffende EVS Het MVES decreet Besluit Onderzoek naar ethiek in Vlaamse sportclubs Methodiek Resultaten Conclusies Managementvaardigheden voor een ethisch sportklimaat Ethisch sporten: ook in jouw sportorganisatie! Ethiek op bestuursniveau Organisatiecultuur Verandering naar ethische organisatiecultuur Actieplan ethisch management Ethisch management Werkblad actieplan Ethische conflicten Ethisch verantwoorde initiatieven inspiratie Samenvatting Referenties Bijlagen Werkblad 7-actiesplan Checklist voor het opstellen van een ethische code voor jouw sportclub Wetenschappelijke output tijdens de looptijd van de overheidsopdracht

5 Het deelproject van de UGent Het Internationaal Centrum voor Ethiek in de Sport (ICES)coördineert, in opdracht van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media (CJSM), een tweejarig project rond ethisch verantwoord sporten, met inbegrip van de problematiek aangaande integriteit, seksueel misbruik en geweld. Het doel is expertise hieromtrent te verstrekken aan het Vlaamse sportbeleid en de sportsector. Dit project bestaat uit wetenschappelijk onderzoek dat vertaald wordt naar de praktijk waarbij ICES ook een begeleidende en ondersteunde rol zal spelen voor de sportwereld. Hiervoor werkt ICES samen met vier universiteiten (Katholieke Universiteit Leuven, Universiteit Antwerpen, Universiteit Gent en Vrij Universiteit Brussel) en met andere partners gerelateerd aan het Vlaams sportlandschap (VSF, Panathlon Vlaanderen...). Onderzoekers: Prof. dr. Annick Willem: Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen. Vakgroep Bewegingsen Sportwetenschappen. Onderzoeksgroep Sportmanagement. Professor in Sportmanagement. Prof. dr. Ignaas Devisch: Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen. Vakgroep REVAKI. Filosoof en ethicus UGent; voorzitter van de Maakbare Mens vzw; Jens De Rycke: Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen. Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen. Onderzoeksgroep Sportmanagement. Dra. Els De Waegeneer: Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen. Vakgroep Bewegingsen Sportwetenschappen. Onderzoeksgroep Sportmanagement. 1. Visie en kader In het verleden is men vaak voorbij gegaan aan de noodzaak van een gezond ethisch klimaat in de sportwereld. Momenteel is er een inhaalbeweging aan de gang, maar hierbij moet doordacht te werk worden gegaan. Vanuit de visie dat ethiek ingebed moet zijn in de besluitvorming en in het open systeem waarin de sportwereld zich bevindt, zijn we overtuigd dat een aantal zaken bijzondere aandacht vragen: het afbakenen van het domein ethiek, de rol van de overheid en andere actoren, het integreren van ethiek op de diverse niveaus en in het bijzonder het bestuursniveau en de meting van ethisch verantwoord sporten. Deze aspecten zijn ons inzien op heden nog te weinig uitgewerkt of onvoldoende onderbouwd. Een oorzaak hiervan is het gebrek aan onderzoek in de sportwereld. Alleen op korte en middellange termijn kan dit tekort enigszins opgevangen worden door naar best practices uit de buurlanden te kijken vooral door beroep te doen op kennis uit andere sectoren en deze te vertalen naar de sportcontext. Op langere termijn is er nood aan structureel ingebed onderzoek naar ethiek in de sportwereld. In het kader van de oproep offerteaanvraag verstrekken van expertise op het vlak van ethisch verantwoord sporten, met inbegrip van de problematiek aangaande integriteit, seksueel misbruik en geweld, stellen we voor expertise te leveren met betrekking tot de volgende aspecten: 1. Conceptuele afbakening van de belangrijkste onderzoeksbegrippen rond EVS 3 2. Overheidsaanpak rond Ethisch Verantwoord Sporten

6 3. Ethiek in Vlaamse sportclubs 4. Managementvaardigheden voor ethisch klimaat bij sportorganisaties 1.1. Conceptuele afbakening. Sportethiek zit duidelijk in de lift, ook in ons taalgebied. (Tamboer & Steenbergen, 2000). Met name de vraag naar waarden en normen in de sport neemt toe, zowel nationaal als internationaal en de academische reflectie erover breidt navenant uit. (Tännsjö & Tamburrini, 2000; Pawlenka, 2005; McNamee, 2007; Devisch, 2010). De discipline sportethiek moet niet zozeer op moraliserende wijze vertellen wat sporters al dan niet moeten doen, maar eerder (en onder meer) stilstaan bij de kwestie hoe en wanneer mensen in naam van ethiek in de sport spreken en de inzet van dit spreken in kaart brengen. Met moralisering wordt bedoeld dat we sport uitsluitend evalueren op basis van onze bestaande morele voorkeur voor bepaalde zaken en van daaruit een opdeling maken tussen goed en kwaad. Morele verontwaardiging, hoe goed bedoeld ook, laat veelal het probleem ten gronde voor wat het is. Sportethiek moet bijgevolg eerst en vooral afbakenen hoe ze zichzelf als discipline kan begrijpen en welke haar kerntaken kunnen zijn. Vervolgens gaat het erom om met die kerntaken aan de slag te gaan in de concrete sportpraktijken en mogelijke implementatie van ethische principes te toetsen op haalbaarheid en wenselijkheid Aanbevelingen betreffende de overheidsaanpak rond EVS Het is niet wenselijk om vanuit de overheid regels op te leggen die klakkeloos worden overgenomen door de sportclubs. Onderzoek heeft aangetoond dat de introductie van ethische richtlijnen en gedragscodes pas efficiënt is als de betrokken organisaties een actieve rol spelen bij het ontwerpen en implementeren van dergelijke maatregelen en afspraken. Een co-governance aanpak is dus uitermate aangewezen, aangezien deze benadering inhoudt dat er een sterke interactie is tussen de overheid, de federaties en de betrokken burgers om zo samen de prioriteiten en de werkwijze te bepalen. Dit gaat verder dan het louter consulteren van de organisaties door de overheid, maar betreft eerder een mechanisme waarbij een veel nauwere samenwerking met betrekking tot regulatie plaatsvindt en waarbij de organisaties een duidelijke eigen stem hebben bij de besluitvorming en implementatie. Deze eventueel nieuwe aanpak vergt echter aanpassing. Overheden, middenveld ( federaties, sportdiensten, e.a.) en clubs die samen één doelstelling proberen te bereiken als gelijke partners vereist een nieuwe rol voor elk van deze actoren. In het bijzonder is er een nieuwe rol voor federaties en overheidsinstanties als coördinators i.p.v. besluitvormers, controleurs, of uitvoerders. Concreet wensen we advies te verlenen over hoe een co-governance aanpak voor het decreet EVS geïmplementeerd kan worden en over wat de rollen van de actoren daarin zouden zijn. We vestigen de aandacht op mogelijke valkuilen in een dergelijke aanpak en baseren ons daarvoor op de bestaande internationale literatuur en cases. 4

7 1.3. Onderzoek naar ethiek in Vlaamse sportclubs Op basis van een duidelijke conceptuele afbakening (zie 1.1.) kunnen we nagaan of aanbevelingen al dan niet volgens de adviezen uit ook daadwerkelijk resulteren in het stimuleren van de integratie van ethiek in de sport. Hiervoor is een meting van de gedane acties onvoldoende omdat het geen enkele indicatie geeft over het feit of de bestuurders, sporters, coaches, e.a. ook werkelijk ethisch handelen. De bepaling van het ethisch klimaat van sportorganisaties is een meer geschikte evaluatievorm. Het ethisch klimaat is een barometer voor de integratie van ethiek in een organisatie. Het is een manier om na te gaan of de betrokkenen, zowel management als spelers en coaches, overtuigd zijn van het belang van ethisch handelen en of ze hiervoor inspanningen leveren of dit eerder als ballast of dode letter beschouwen. Aan de Universiteit Gent loopt momenteel een doctoraatsonderzoek waarin ethisch verantwoord sporten bestudeerd wordt vanuit managementinvalshoek. Els De Waegeneer ontwikkelt in functie van haar onderzoek een evaluatie-instrument om het ethisch klimaat in organisaties (in hoofdzaak sportclubs) van een bepaalde sporttak/sportfederatie te bepalen en waarbij de invloed van overheidsen corporate maatregelen wordt nagegaan. Een uitgebreid, valide en betrouwbaar meetinstrument werd gebruikt om een diepgaande studie te doen naar het ethisch klimaat in sportclubs waarbij de impact van ethische codes en het EVS decreet meegenomen werd in de bevraging. De vragenlijst voor de impactmeting van het EVS decreet werd opgebouwd rond de decretale thema s en bijhorende richtsnoeren van het huidige EVS decreet Managementvaardigheden voor een ethisch sportklimaat De manier waarop de overheid ethisch verantwoord sporten aanpakt, heeft een impact op het feit of ethisch gedrag en een ethische houding in de sport ingebed geraakt. Andere factoren hebben daar echter eveneens een invloed op, zoals onderwijs, cultuur, en historische factoren. Wij wensen echter de focus te leggen op de integratie van ethiek in de besluitvorming en op het bestuurs- en managementniveau. Het betrekken van ethiek moet een uitgangspunt worden dat er staat naast andere prioriteiten voor sportmanagers, eerder dan een bijkomstigheid in de marge. Want als ethiek enkel volgens de letter aanwezig is en wordt opgevuld, is het een kwestie van tijd voor het concept ethiek in de sport vervalt tot het anekdotisch toepassen van regeltjes, terwijl er daarnaast toch morele grenzen overschreden worden. Hiervoor doen we een beroep op concepten uit management, zoals ethische besluitvorming en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Concreet gaan we op basis van de omvangrijke literatuur en studies m.b.t. maatschappelijk verantwoord ondernemen en ethische besluitvorming adviezen formuleren naar clubs en federaties toe. Dit om ervoor te zorgen dat ethiek zich niet beperkt tot een code, verklaring, of intenties maar daadwerkelijk doorwegen in de besluitvorming. Om te garanderen dat deze adviezen beschikbaar en toepasbaar werden voor het sportveld werkten we de brochure Ethiek: ook in jouw sportorganisatie uit. Deze brochure kan sportclubbestuurders een houvast, inzichten en tips meegeven naar een ethischer sportbeleid. Hiermee trachten we op wetenschappelijk onderbouwde wijze een bijdrage te leveren om van de sportorganisaties in het 5

8 algemeen, en de sportclubs met jeugdwerking in het bijzonder, ethisch verantwoorde organisaties te maken. 6

9 2. Conceptuele afbakening Vele begrippen omtrent sport en ethiek (ethisch klimaat, waarden en normen, integriteit ) zijn containerbegrippen die momenteel te pas en te onpas gebruikt worden in verschillende contexten. Daarom is het van belang om eerst de vraag te beantwoorden wat we onder deze begrippen verstaan en dit zo duidelijk mogelijk te verwoorden. Met deze nota hebben we de meest relevante begrippen voor dit deelproject gesitueerd en gedefinieerd Inhoud Het onderstaande model geeft een overzicht van de relevante onderzoeksbegrippen met betrekking tot ethiek in de sport. Het model kan een leidraad zijn in de afbakening van ethiek in de sport. Verder in dit werkstuk geven we een sluitende definiëring van deze begrippen. 7

10 Ethiek Waarden idealen Aanleren/Begeleiden Morele opvoeding Ethische theorie Bereiken via Sport specifiek Normen gedragsregels Vertaling Gedragscode Sportethiek Sturen Ethische code Ethisch Basis voor Ethisch management Toepassen Doet aan Ethische besluitvorming Creëert zo Ethisch klimaat Ethiek Ethiek of moraalwetenschap is een tak van de filosofie die zich kritisch richt op de fundamentele principes en begrippen in het morele debat. Ethiek is het nadenken over waarden. Het onderzoekt het menselijk handelen en zijn motieven. Het gaat daarbij niet om de feitelijke vaststelling of iets als goed of slecht wordt beschouwd, maar vooral om de redenering daarachter, de argumentatie. Centrale thema s in de ethiek zijn o.a. juistheid, rechtvaardigheid, deugdzaamheid, het goede leven. Kort: Het nadenken over wat wel en wat niet zou mogen, wat wel en niet goed of verantwoord is. 8

11 Bronnen: Bax, H. & Van Den Heuvel, A. (1999). Ethiek in beweging: bewegen en ethiek in onderwijs, sport en gezondheidscentra. Van Gorcum. Daft, L. (2004). Organization theory and design. Organizational culture and ethical values. Part 5, chapter 10. Freeman, R.E., Harrison, J.S., & Wicks, A.C. (2007). Managing for stakeholders: Survival, reputation, success. New Haven,, CT: Yale University Press. Kakabadse, A., Et.al. (2003). Ethics, values and behaviours: comparison of three case studies examining the paucity of leadership in government. Miles, J. A. (2012). Management and organization theory. Ethical theory. Chapter 12, Scheerder, J., Van Tuyckom, C., Vermeersch, A. (2007). Europa in beweging. Sport vanuit Europees perspectief. Marc Maes Sport en ethiek in Europees perspectief. Hoofdstuk 7. Van Driessche, R. (1991). Historisch overzicht van de wijsbegeerte en de ethiek. Van de Oudheid tot en met Kant. Leuven-Apeldoorn. Garant Sportethiek Sportethiek valt binnen het normatieve studiegebied. Normatieve vragen en redeneringen gaan over het beschrijven hoe we zouden moeten handelen in bepaalde omstandigheden. Sportethiek gaat om de vraag welk sportklimaat we wenselijk achten, welke waarden en normen we daarin weerspiegeld willen zien en hoe we denken deze ook af te dwingen. Deze waarden kunnen onder andere zijn: de rechten van het kind, inclusie, fairplay, de fysieke psychische integriteit van het individu, respect voor diversiteit, verantwoordelijkheidszin en solidariteit. Kort: Sportethiek handelt over de waarden en normen in de sportwereld. Bronnen: Canadian Center for Ethics in Sport (1997). A guide to moral decision making in sport, p. 13 DeSensi, J., Rosenberg, D. (1996). Ethics in Sport Management. Major ethical theories. Chapter 3, Devisch, I. (2010a). Over het nut en nadeel van sportethiek. Ethiek en Maatschappij, 13(2), De Vlaamse Sportfederatie. Retrieved from Morgan, W. (2007). Ethics in sport. Ethics, ethical inquiry, and sport: An introduction Waarden Waarden zijn idealen en motieven die in een samenleving of groep als nastrevenswaardig worden beschouwd. Waarden zijn opvattingen over wat wenselijk is vanuit de gedachte dat het goede hoort 9

12 gedaan te worden. Het zijn de motieven en idealen waarop de concrete normen zijn gebaseerd en die men met de normen wil bereiken. Ethische waarden blijven hun betekenis en geldigheid behouden, ook als ze feitelijk niet gedragen worden door mensen en groepen. Voorbeelden van ethische waarden zijn gerechtigheid, eerlijkheid, vrijheid en gelijkheid. Kort: Waarden zijn idealen en motieven die men hoort na te streven, die wenselijk zijn. Bronnen: Bax, H. & Van Den Heuvel, A. (1999). Ethiek in beweging: bewegen en ethiek in onderwijs, sport en gezondheidscentra. Van Gorcum. Commissie ter invulling van de cursus maatschappelijke oriëntatie (2006). Eindverslag. In opdracht van Marino Keulen, Vlaams Minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering. Johnson, C. (2012). Organizational Ethics: A practical approach. Components of personal ethical development, chapter 2. Kakabadse, A., Et.al. (2003). Ethics, values and behaviours: comparison of three case studies examining the paucity of leadership in government. Kemaghan, K. & Langford., J. (1990). The responsible public servant. Toronto: Institute of Public Administration of Canada and Halifax: Institute For Research of Public Policy Olympisme Olympisme is een sociale filosofie waarbij de sport beschouwd wordt als een vormende hefboom voor de totale persoonlijkheid (sterke geest in een sterk lichaam) en als waardengenerator (verdraagzaamheid, wederzijds respect, vrede, ). De essentie van het Olympisme is de culturele ontplooiing van het individu via de sport binnen de sociale, culturele, pedagogische, nationale en internationale context. De fundamentele principes en de reglementen van de Olympische Beweging en het IOC zijn vastgelegd in het Olympisch Handvest (Olympic Charter). Kort: Denkwijze waarbij sport beschouwd wordt als positief opvoedingsmiddel. Bronnen: Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité [BOIC] Retrieved from, Loland, S. (1994). Pierre de Coubertin's ideology of Olympism from the perspective of the history of ideas. Paper presented at the 2nd International Symposium for Olympic Research, London. Parry, J. (1998). Physical Education as Olympic Education. European Physical Education Review, 4, 2, 1998, pp Chatziefstathiou, D. (2007). The History of Marketing an Idea: The Example of Baron Pierre de Coubertin as a Social Marketer. European Sport Management Quarterly, Vol. 7, No. 1, pp

13 Naul, R. (20020Olympic Education, Meyer & Meyer Sport Normen Een norm is een vertaling van de onderliggende waarden van een groep of samenleving in concrete gedragsregels en voorschriften. Normen vormen de verbinding tussen de algemene waarden en de concrete gedragingen; het zijn opvattingen over hoe men zich wel of niet moet gedragen in een bepaalde context. Daarmee sturen normen het ethisch gedrag. Normen variëren tussen samenlevingen onderling, maar ook daarbinnen tussen bijvoorbeeld sociale klassen. Kort: Normen zijn gedragsregels en opvattingen over hoe mensen zich in bepaalde situaties wel en niet dienen te gedragen Bronnen: Bax, H. & Van Den Heuvel, A. (1999). Ethiek in beweging: bewegen en ethiek in onderwijs, sport en gezondheidscentra. Van Gorcum. Commissie ter invulling van de cursus maatschappelijke oriëntatie (2006). Eindverslag. In opdracht van Marino Keulen, Vlaams Minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering Hoof, J.J.B.M. van; Ruysseveldt, J. (1996). Sociologie en de moderne samenleving: maatschappelijke veranderingen van de industriële omwenteling tot in de 21ste eeuw, Boom. Johnson, C. (2012). Organizational Ethics: A practical approach. Building an ethical organization, chapter Ethische theorie Ethische theorieën en principes zijn de basis van de ethische analyse omdat hieruit advies en begeleiding gehaald kan worden op weg naar de ethisch juiste beslissing. Ethiek als deontologie verschilt van de metafysiek: de ethiek bestudeert de mens niet zoals hij is (metafysiek) maar zoals hij meent te moeten zijn. Daarnaast maakt men ook een onderscheid tussen de descriptieve en de normatieve ethiek: de descriptieve beschrijft enkel wat mensen menen te moeten zijn, doen of laten zonder zelf stelling te nemen; de normatieve ethiek erkent echter dat er normen en waarden zijn, die als verplichtend in geweten beschouwd dienen te worden. Fritzsche en Becker (1984) onderscheiden binnen de ethische theorie: consequentialisme (egoïsme en utilitarisme) en deontologie (Kantisme). Het utilitarisme is een ethische stroming die de morele waarde van een handeling afmeet aan de bijdrage die deze handeling levert aan het algemeen nut, waarbij onder algemeen nut het welzijn en geluk van alle mensen wordt verstaan. Het ethisch egoïsme: de opvatting dat men misschien wel eens in strijd kan handelen met het eigen belang maar dat men behoort te handelen in het eigen belang. De vraag is natuurlijk wiens eigen belang het betreft. 11

14 Deontologische ethische systemen gaan ervan uit dat wij van een handeling kunnen zeggen dat deze goed is of verkeerd, onafhankelijk van ons oordeel over de gevolgen. Goed handelen vertrekt vanuit de juiste intentie en het vervullen van je plicht. Onderstaand model geeft een overzicht van de belangrijkste ethische stromingen. Ethische theorie Ethiek van gedrag Hoe zouden we moeten handelen? Ethiek van karakter Welk soort mens zouden we moeten zijn? Consequentialisme Een juiste handeling wordt afgemeten aan de gevolgen die deze handeling teweegbrengt Deontologie Goed handelen vertrekt vanuit de juiste intentie en het vervullen van je plicht Eigen belang: Ethisch egoïsme Ieders belang: Utilitarisme Kantisme: Handelingen moeten voldoen aan de categorische imperatief Deugdenethiek Karaktereigenschappen van een handelend persoon Kort: Theoretische basis waarop men ethisch verantwoorde beslissingen kan nemen. Bronnen: Brady, F.N. (1985). A Janus-headed model of ethical theory: looking two ways at business/society issues. Academy of management Review, 10, DeSensi, J., Rosenberg, D. (1996). Ethics in Sport Management. Major ethical theories. Chapter 3, Fritzsche, D. J. & Becker, H. (1984). Linking Management Behavior to Ethical Philosophy, Academy of Management Journal 27, Miles, J. A. (2012). Management and organization theory. Ethical theory. Chapter 12, Moore, A. (2007). Ethical theory, completeness and consistency. Ethical theory and moral practice, 10, Scheerder, J., Van Tuyckom, C., Vermeersch, A. (2007). Europa in beweging. Sport vanuit Europees perspectief. Marc Maes Sport en ethiek in Europees perspectief. Hoofdstuk 7. 12

15 Van Driessche, R. (1991). Historisch overzicht van de wijsbegeerte en de ethiek. Van de Oudheid tot en met Kant. Leuven-Apeldoorn. Garant Gedragscode Een gedragscode is een geschreven document. Het maakt duidelijk wat gewenst en ongewenst algemeen gedrag van medewerkers is en kan zo mede dit ongewenst gedrag helpen voorkomen. Een gedragscode maakt deel uit van het preventiebeleid van de sportorganisatie. Gedragscodes worden vrijwillig aangegaan en hebben geen wettelijke verplichting. Alle medewerkers van de organisatie dienen zich aan deze richtlijnen te houden. Kort: Een document dat een geheel van afspraken bevat over het gewenst gedrag van mensen binnen een organisatie. Bronnen: EUPEA. (2003). Ethische Code en Goed Gedrag Gids voor Lichamelijke Opvoeding, Publicatiefonds voor Lichamelijke Opvoeding. Fleming, S. & McNamee, M. (2005). The Ethics of Corporate Governance in Public Sector Organizations. Koninklijk Nederlands Korfbalverbond. (2009). Gedragscode. Retrieved from, Policy Department Structural and Cohesion Policies. (2007). Current situation and prospects for physical education in the European union culture and education. Schwartz, M. (2004). Effective corporate codes of Ethics: Perceptions of Code Users. Stevens, B. (2007). Corporate Ethical Codes: Effective instruments for influencing behavior. Wallace, J., Hunt, J. & Richards, C. (1999). The Relationship between Organizational Culture, Organizational Climate and Managerial Values, International Journal of Public Sector Management. 12:7 pp Ethische code De ethische code is een geschreven document ter concretisering van de visie van de sportorganisatie op ethisch verantwoord gedrag binnen de organisatie. Ethische codes worden samen binnen de organisatie opgesteld, vrijwillig aangegaan en hebben geen wettelijke verplichting. De bedoeling is om een leidraad te geven, te sturen, om - volgens de morele principes en waarden van de organisatie - het gewenst ethisch gedrag te bekomen. Kort: Een document ter concretisering van de visie van de sportorganisatie op ethisch verantwoord gedrag binnen de organisatie. 13 Bronnen:

16 EUPEA. (2003). Ethische Code en Goed Gedrag Gids voor Lichamelijke Opvoeding, Publicatiefonds voor Lichamelijke Opvoeding. Fleming, S. & McNamee, M. (2005). The Ethics of Corporate Governance in Public Sector Organizations. Policy Department Structural and Cohesion Policies. (2007). Current situation and prospects for physical education in the European union culture and education. Schwartz, M. (2004). Effective corporate codes of Ethics: Perceptions of Code Users. Stevens, B. (2007). Corporate Ethical Codes: Effective instruments for influencing behavior. Wallace, J., Hunt, J. & Richards, C. (1999). The Relationship between Organizational Culture, Organizational Climate and Managerial Values, International Journal of Public Sector Management. 12:7 pp Ethisch management Het toepassen van ethische waarden in de organisatie. Een ethisch management doet aan ethische besluitvorming en creëert een ethisch klimaat binnen een bepaalde organisatie. Het heeft invloed op het beleid, de gebruiken en handelingen die binnen de organisatie verwacht, ondersteunt, en beloont worden met betrekking tot ethiek. Een ethisch management probeert een organisatie naar ethisch verantwoord gedrag te leiden. Bij aanwezigheid van een ethische code kan deze het ethisch management sturen. Kort: Het systematisch toepassen van ethische waarden in de organisatie zodat er een ethisch klimaat ontstaat. Bronnen: Arnaud, A., Schminke, M. (2011). The ethical climate and context of organizations: A comprehensive model. Daft, L. (2004). Organization theory and design. Organizational culture and ethical values. Part 5, chapter 10. DeSensi, J., Rosenberg, D. (1996). Ethics in Sport Management. Major ethical theories. Chapter 8, Institute of Business Ethics. Retrieved from %20What%20is%20Ethical%20Management.pdf Martin, K. D., Cullen, J. B. (2006) Continuities and extensions of ethical climate theory: A meta-analytic review. J. Bus. Ethics 69(2) Ethische besluitvorming Bij ethische besluitvorming draagt men het ethische gedachtegoed in alle acties van de organisatie uit. Het is gebaseerd op wat door de organisatie als juist en gewenst gedrag wordt aanzien. De ethische besluitvorming slaat op wat door de organisatie gezien wordt als een ethisch conflict, op hoe het conflict wordt aangepakt en op de aard van de oplossing. 14

17 Het Multidimension Model van Rest is het dominante model ter conceptualisering en bepaling van ethische besluitvorming in de literatuur. Het suggereert dat vooraleer een individu ethisch handelt, hij of zij vier psychologische processen moet ondergaan. De eerste component omvat perceptie, rolbepaling, voorstelling van de mogelijke consequenties die een actie kan hebben en de invloed die de actie heeft op anderen. De tweede component van het model identificeert de morele werklijn, waarna in de derde component een definitieve keuze ten aanzien van die morele werklijn wordt gemaakt. Deze keuze moet worden vastgehouden en de intentie tot handelen moet aanwezig zijn. Tot slot impliceert de vierde component zelfregulatie en uitvoerende vaardigheden om tot uitvoer van de intentie te komen. Kort: Elke beslissingen van de organisatie draagt de ethische waarden van de organisatie uit. Bronnen: Arnaud, A., Schminke, M. (2011). The ethical climate and context of organizations: A comprehensive model. Fleming, S. and McNamee, M. (2005). The Ethics of Corporate Governance in Public Sector Organizations. Johnson, C. (2012). Organizational Ethics: A practical approach Ethical decision making, chapter 3. Maesschalck, J. (2004). The Impact of New Public Management Reforms on Public Servants Ethics: Towards a Theory. Public Administration, 82:2 pp Ethisch klimaat Ethisch klimaat is een subgroep van werk klimaat. Het is de weerspiegeling van de ethische waarden van de organisatie op het beleid, de principes en het handelen. Het is het gezamenlijke besef binnen een organisatie van wat ethisch correct gedrag is en hoe ethische dilemma s aangepakt zouden moeten worden. Het ethisch klimaat van een organisatie beïnvloedt het ethisch gedrag van zijn leden. Victor & Cullen (1988) onderscheiden negen types van ethisch klimaat: vriendschap; persoonlijke ethiek; organisatiebelang; teambelang; gedragsregels; efficiëntie; maatschappelijke verantwoordelijkheid; en rechtsregels en codes. Kort: De weerspiegeling van de ethische waarden van een organisatie op de algemene werking. Bronnen: Fritzsche, J. (2000). Ethical Climates and the Ethical Dimension of Decision Making. Journal of Business Ethics. 24, Laratta, R. (2011). Ethical climate and accountability in non-profit organizations. Public Management Review. Vol. 13 Issue 1, Peterson, D. K. (2004). The Relationship between Unethical Behavior and the Dimensions of the Ethical Climate Questionnaire. Journal of Business Ethics. 41, Shin, Y. (2012) CEO Ethical Leadership, Ethical Climate, Climate Strength, and Collective Organizational Citizenship Behavior. J Bus Ethics, 108:

18 Victor B. & Cullen, J. B. (1987). A Theory and Measure of Ethical Climate in Organizations, in W. C. Frederick (ed.), Research in Corporate Social Performance and Policy 9, Victor B. & Cullen, J. B. (1988). The Organizational Bases of Ethical Work Climates, Administrative Science Quarterly 33, Integriteitsmanagement Integriteit is een fundamentele ethische notie die borg staat voor het beschermen, het waarderen en het respecteren van de medemens en zichzelf. Integriteitsmanagement verwijst naar de door een organisatie ondernomen acties ter stimulering van integer denken en handelen, en ter preventie van inbreuk van de integriteit van het individu. De wijze waarop iemand binnen een organisatie met iemand anders omgaat moet integer zijn, met respect voor de integriteit van de ander. Het is gerelateerd aan het toepassen van de algemeen aanvaarde waarden en normen in de dagelijkse werking. Kort: Binnen de organisatie respectvol en integer handelen stimuleren en wanpraktijken tegengaan. Bronnen: Maesschalck, J. & Vande Auweele, Y. (2010). Integrity management in sport. JCHS volume 5 no.1 Maesschalck, J. & Bertok, J. (2008). Towards a Sound Integrity Framework: Instruments, Processes, Structures and Conditions for Implementation. GOV/PGC(2008) Fysieke integriteit Integriteit wordt omschreven als ongeschonden toestand, rechtschapenheid. Vaak wordt een onderscheid gemaakt tussen de fysieke, de psychische en de mentale integriteit. Bescherming van de fysieke integriteit zou dan betekenen dat de fysieke onschendbaarheid beschermd wordt. Waarbij het over een mogelijk ernstige aantasting van de waardigheid van mensen gaat. Kort: Het beschermen van de fysieke onschendbaarheid. Bronnen: Stas, K. (2004). Procedure: Integriteit in het gedrang. Steunpunt Algemeen Welzijnswerk Psychische integriteit Integriteit wordt omschreven als ongeschonden toestand, rechtschapenheid, onomkoopbaarheid. Vaak wordt een onderscheid gemaakt tussen de fysieke en de psychische integriteit. Bescherming van de psychische integriteit zou dan betekenen dat de psychische onschendbaarheid beschermd wordt. Waarbij het over een mogelijk ernstige aantasting van de waardigheid van mensen gaat. 16

19 Kort: Het beschermen van de psychische onschendbaarheid. Bronnen: Stas, K. (2004). Procedure: Integriteit in het gedrang. Steunpunt Algemeen Welzijnswerk Morele opvoeding Morele opvoeding is het aanleren en begeleiden van goed gedrag en waarden. Het is het aanbrengen van kennis en het ondersteunen van de emotionele ontwikkeling. In die mate dat men kritisch kan nadenken over morele zaken, rationele morele beslissingen kan nemen en deze kan omzetten naar gepast gedrag. Belangrijke factoren van morele educatie zijn het vormen van moreel verantwoorde gewoontes en het verwerven van bekwaamheid in het moreel denken. Kort: Het aanleren en begeleiden van goed gedrag en het meegeven van morele waarden. Bronnen: Barrow, R. (2007). An Introduction to Moral Philosophy and Moral Education. New York: Routledge. Drew, S. B. (2000). The logical connection between moral education and physical education. J. Curriculum Studies, Vol. 32, No. 4, Meakin, D. C. (1982). Moral values and physical education. Physical Education Review, 5 (1 ), Steutel, J.W. (1997). The virtue approach to moral education: some conceptual clarifications. Journal of Philosophy of Education. Vol. 31, nr. 3. Watson, M. (2008). Developmental Discipline and Moral Education. In L. Nucci & D. Narvaez (Eds.), Handbook of Moral and Character Education. pp New York: Routledge Concepten die ten onrechte gelinkt worden aan ethiek Strafrecht Strafrecht, in België, is het geheel van rechtsregels waardoor bepaalde handelingen strafbaar worden gesteld (materieel strafrecht), en aanvullend de regels waaraan de gerechtelijke instanties zich dienen te houden bij het vervolgen en berechten van inbreuken op de strafwet (het zogenaamde formele strafrecht, ook wel strafprocesrecht genoemd). Het materiële strafrecht vinden we grotendeels terug in het Strafwetboek. De regels van het strafprocesrecht zijn voornamelijk opgenomen in het Wetboek van Strafvordering. Binnen het strafrecht gaat men normconforme gedragingen afdwingen op grond van strafsancties. Bronnen: 17 Fletcher, George P. (2007). The Grammar of Criminal Law. Volume One: Foundations. Oxford University Press.

20 Fransis, G. Advocaat. Retrieved from, Hall, Jerome (1960). General Principles of Criminal Law. Lexis Law Pub Corporate Governance (Deugdelijk Bestuur) In de private sector worden de principes van deugdelijk bestuur ( Good Governance of Corporate Governace ) gebruikt om de verantwoordelijkheden van de aandeelhouders, de bestuurders en het management zo goed mogelijk af te bakenen en belangenvermenging te vermijden. Wanneer men aan deugdelijk bestuur doet zijn structuren en processen van beslissing en verantwoording, controle en toezicht, gedrag en leiderschap gebaseerd op openheid, integriteit en verantwoording. Bij de overheid omvat deugdelijk bestuur de 3 R s en de 3 E s: de overheid moet rechtmatigheid, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid waarborgen. De werking van de overheid moet worden gekenmerkt door zuinigheid (economy), efficiëntie en effectiviteit. Ethiek wordt daar vaak aan toegevoegd als de vierde E. Bronnen: Kitthananan, A. (2006). Conceptualizing Governance: A Review Journal of Societal & Social Policy, Vol. 5/3: 1-19 Leftwich, A. (1993), Governance, Democracy and Development in the Third World, Third World Quarterly, Vol. 14, No. 3, pp Verlet, D. (2008). Good Governance, Corporate Governance, Government Governance: What s in a name? Een theoretische situering van Beter Bestuurlijk Beleid. In opdracht van De Vlaamse Overheid Welke definities worden op vandaag gehanteerd in het decreet? In het decreet wordt verstaan onder: Thema: een positief waardengeheel als onderdeel van het ethische handelen binnen de sport, dat in acht genomen moet worden ter bescherming en ter bevordering ervan. Richtsnoer: een voorschrift naar waar men zich regelt teneinde bepaalde aspecten binnen het ethische thema concreet uit te werken. Uitvoeringsbesluit: het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2008 houdende uitvoering van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening. Ethisch verantwoorde sportbeoefening: Het geheel van positieve waarden en daarmee verband houdende preventieve en curatieve maatregelen, bepalingen en aanbevelingen die eenieder in acht moet nemen met het oog op de bewaring en bevordering van de ethische dimensie in de sport. Deze waarden kunnen onder andere zijn: de rechten van het kind, inclusie, fair play, de fysieke psychische integriteit van het individu, respect voor diversiteit, verantwoordelijkheidszin, solidariteit. Open coördinatiemethode: De Open Coördinatie Methode (OMC) is een soft governance methode. Door middel van het stellen van gemeenschappelijke doelen wordt het beleid tussen de verschillende partners gecoördineerd en geconvergeerd. In het EVS decreet wordt de OMC als een dynamisch en cyclisch leerproces gezien 18

21 waarbij expliciete, duidelijke en onderling overeengekomen richtsnoeren worden gedefinieerd, waarna benchmarking en peer review de verantwoordelijken uit de sportsector in staat stelt kennis te nemen van de beste praktijken en hieruit te leren om ze, eventueel aangepast, te implementeren. Essentieel aan de OCM is dat de verschillende betrokken actoren gezamenlijk doelstellingen afspreken, waarna elk van hen verantwoordelijk is voor de realisatie ervan binnen het eigen bevoegdheidsdomein. De verschillende partners kunnen vanuit hun eigenheid bepalen hoe ze die doelstellingen zullen nastreven en realiseren Thema s van het decreet De zes thema s van het decreet zijn normen die gestoeld zijn op onderliggende waarden. RECHTEN VAN HET KIND De rechten van een kind staan officieel vastgelegd in het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, en zijn gebaseerd op de Universele verklaring van de Rechten van de Mens uit Onder Kind wordt verstaan, ieder mens jonger dan 18 jaar. De Rechten van het Kind werden voor het eerst aangenomen tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) in In dit verdrag staan rechten opgenomen die betrekking hebben op bescherming, op participatie- en provisierechten voor minderjarigen. Deze rechten zijn natuurlijk ook in de sportwereld van toepassing. Sportclubs en organisaties dragen zelfs rechtstreeks bij tot het vervullen van recht op spel en recht op vereniging bij kinderen. Anderzijds staan er in het Verdrag ook andere zaken vermeld die een invloed hebben op de jeugdsport. Het kinderrechtencommissariaat vat het verdrag samen tot 12 punten waar het kind recht op heeft: 1)recht op spel 2)recht op inspraak 3)recht op onderwijs 4)recht op bescherming 5)recht op een eigen geloof 6)recht op gezondheidszorg 7)recht op informatie 8)recht op goede arbeidsomstandigheden 9)recht op opvoeding 10)recht op vereniging 11)recht op privacy 12)recht op voeding 19

22 INCLUSIE Inclusie betekent de insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten. Inclusie wordt gebruikt in het discours rond allochtonen, kansarmen en mensen met een handicap / functiebeperking. Het staat voor gelijkwaardigheid en volwaardig burgerschap, en komt voort uit het sociaal-politiek perspectief op mensen met een functiebeperking, die de verantwoordelijkheid voor de handicap deels bij de samenleving legt. Hoewel inclusie nog steeds een 'insluiting' betekent, is dit een stap naar een samenleving zonder drempels. DIVERSITEIT Diversiteit betekent verscheidenheid, de verschillen die er zijn tussen individuen in onze samenleving. Diversiteit kan plaatsvinden in de natuur (biodiversiteit) en binnen een samenleving, in de vorm van verschillende etnische groeperingen. Bij culturele diversiteit gaat het om de verschillende culturen binnen een regio. In welke mate de diversiteit voorkomt, is te zien aan de hoeveelheid mensen met verschillende etnisch-culturele achtergronden. Soms zijn deze verschillen zichtbaar, zoals leeftijd, handicap, huidskleur en geslacht. Soms zijn ze minder duidelijk: etniciteit, geloofsovertuiging of seksuele voorkeur. FAIRPLAY Fair play (eerlijk spel(en)) is het moreel juist beoefenen van sport, tot uitdrukking komend in het zich houden aan de geschreven en ongeschreven regels, een goede onderlinge omgang en het streven naar kansengelijkheid. Fair play wordt ook beschouwd als het gedrag dat gesteld wordt tijdens wedstrijden door de direct betrokkenen. Sportiviteit en respect daarentegen slaan op het gedrag buiten wedstrijden, en het gedrag tijdens wedstrijden van mensen die er indirect aan deelnemen. INTEGRITEIT Integriteit wordt omschreven als ongeschonden toestand, rechtschapenheid, onomkoopbaarheid. Vaak wordt een onderscheid gemaakt tussen de fysieke, de psychische en de mentale integriteit. Bescherming van de integriteit zou dan betekenen dat de onschendbaarheid beschermd wordt. Waarbij het over een mogelijk ernstige aantasting van de waardigheid van mensen gaat. SOLIDARITEIT Solidariteit houdt in dat men de zelfredzaamheid en gelijkwaardigheid van de ander tracht te bevorderen. Solidariteit betekent dat de leden van een groep een gemeenschappelijk belang onderschrijven, ten gunste van de groepsleden, maar soms ten koste van zichzelf. Het kan daarmee bijdragen aan de sociale cohesie Stappenplan naar ethische besluitvorming Het is niet vanzelfsprekend om tot een juiste beslissing te komen in een ethisch dilemma. We geven twee modellen die, vertrekkende vanuit een totaal verschillende ethisch-filosofische theorie (consequentialisme en deontologie), als leidraad kunnen dienen om de juiste stappen te nemen naar de ethisch meest verantwoorde beslissing. 20

23 Zoals eerder aangegeven (cfr. ethische theorie) is consequentialisme of gevolgenethiek een ethischfilosofische stroming waarbij het ethisch juist handelen gekenmerkt wordt door een goed gevolg (de consequentie) van ons handelen. Onderstaand model geeft een stappenplan weer dat kan helpen om tot een ethische verantwoorde besluit te komen volgens deze denkwijze. 21

24 Consequentialisme Waarneming probleem Lijst Opties Maak keuze Kader ethisch statement (1) Voorwaarden (2) Wie (3) Wat Herbekijken en herformuleren Lijst consequenties (1) Meteen (2) Toekomst Voor elke consequentie Overloop lijst van persoonlijke waarden Vergelijk consequenties met waarden Korte test: Zou ik er blij me zijn mocht iemand op dezelfde wijze handelen tegenover mij? Consistent Nadat alle consequenties overwogen zijn Ethisch statement is valide Inconsistent Deontologie staat tegenover consequentialisme. In de deontologie heeft men de opvatting dat het goed handelen vertrekt vanuit de juiste intentie en het vervullen van je plicht, onafhankelijk van de gevolgen. Onderstaand model geeft een stappenplan weer dat kan helpen om tot een ethische verantwoorde besluit te komen volgens deze denkwijze. 22

25 Deontologie Waarneming probleem Lijst Opties vergelijken Lijst gedragsregels 1 optie consistent met de regels Meerdere opties consistent met de regels Optie consistent met 1 regel, in conflict met een andere 1 juiste handeling Meerdere juiste handelingen, beslissen aan de hand van voorkeur, gemak, Beroep doen op regelgeving van hoger niveau om conflict op te lossen Poging is succesvol Poging is niet succesvol 1 juiste handeling??? 23

26 3. Aanbevelingen betreffende de overheidsaanpak rond EVS De bedoeling van dit document is een bondig overzicht te bieden van hoe de overheid het EVS verhaal heeft aangepakt en hoe ze het in de toekomst mogelijk kan aanpakken. We zullen daarbij de mogelijkheden breed bespreken en dus niet louter uitgaan van de bestaande situatie. We wensen o.a. advies te verlenen over hoe een co-governance aanpak voor het decreet EVS te implementeren en over wat de rollen van de actoren daarin zijn. We vestigen daarnaast ook de aandacht op mogelijke valkuilen in dergelijke aanpak De aansturingsvormen i.h.k.v. beleidsontwikkeling en implementatie De publieke sector in Vlaanderen komt, net zoals elders in Europa, meer en meer onder druk om met minder middelen/mensen, een betere dienstverlening te verstrekken. De burger en andere belanghebbenden willen waar voor hun geld. Daarbij dient de overheid zowel het algemene belang te behartigen als de individuele rechten van de burgers te beschermen, dit alles in een relatief complexe staatsstructuur. In het kader van de groeiende complexiteit van de beleidsomgeving en in het licht van toenemende verantwoordingsvragen zoeken beleidsmakers naar methoden om een hoge return on public investment te bekomen. Door een zo efficiënt mogelijke werkmethode te hanteren en door partners aan te sturen, probeert de overheid zijn vooropgestelde doelstellingen te behalen. In het besturen van de sportwereld wordt meer en meer ingezet op sterkere relaties tussen de overheden, sportfederaties en sportclubs. Samen proberen ze een betere publieke dienstverlening te verkrijgen, steunend op een aantal sturingsvormen. In grote lijnen zijn er voor de beleidsaansturing drie wegen die kunnen gevolgd worden: de hiërarchische sturing, de netwerksturing en de marktsturing. Allen kunnen ze als basis dienen voor een invulling van de relatie tussen het werkveld en de beleidsbepalende overheden. We zullen in dit werkstuk aantonen wat de essentie is van de sturingsvormen en in welke mate deze van elkaar verschillen dit binnen de toepassing op ethisch verantwoord sporten Hiërarchie Kenmerkend aan een hiërarchie is een sturing van bovenaf, waarbij de te coördineren actoren worden opgevat als redelijk passieve objecten. Daarom wordt het hiërarchisch model ook wel eens het één-actor model genoemd. Hiërarchische coördinatie werkt via routine en een autoritaire controlestructuur laat toe dat er bureaucratische routines ontwikkeld worden. Regels vormen de basis voor de planning, toezicht geldt als basis voor beheersing en beloning en sancties worden opgelegd als strafmaatregel. Conflicten worden opgelost door middel van autoriteit vanwege de coördinerende overheid. Onvoldoende beleidsdoelbereiking kan onder meer te wijten zijn aan verkeerde uitgangspunten in de beleidstheorie, onvoldoende informatie, onvoldoende acceptatie van het beleid bij de doelgroepen of de uitvoerende organisatie en onvoldoende controle van de top op het uitvoeringsproces. 24

27 Bedenkingen In het hiërarchisch model zou er zelden volledige en juiste informatie over het beleidsdomein voor handen zijn. Het gezag van de overheid zou ook minder sterk zijn dan wordt aangenomen. De eenzijdige communicatie kan tot een tekort aan input en feedback leiden. Er is weinig aandacht voor en vat op wat buiten het publieke domein gebeurt. Dit brengt het gevaar mee dat er een kille publiek private relatie ontstaat en dat er een stuk beleidsafstemming gemist wordt. Een ander punt van kritiek is dat de uitvoerders gereduceerd worden tot een willoos instrument van de overheid. Verder onderdrukt hiërarchie andere pogingen om problemen op andere wijze op te lossen. Ook is er een risico van een te sterke bureaucratisering en daarmee gepaard gaande inefficiëntie en ineffectiviteit. Er zijn duidelijke afspraken rond taken, structureren en procedures nodig (wie doet wat en hoe). Tenslotte is er het belangrijk probleem van onvolledigheid in de regelgeving waardoor nog heel wat zaken niet geregeld zijn. Er ontstaat gedrag waarbij men aanneemt dat wat niet expliciet verboden is toegelaten is. Vaak leidt het tot grijze zones. De Vlaamse Overheid noemde het hiërarchisch model tijdens het opstellen van het MEVS decreet de harde aanpak. Deze zou in deze optie een aantal na te leven normen vooropstellen die opgelegd zouden worden aan de betrokken actoren. De sturing, controle en macht van de Overheid staat hier centraal. Deze aanpak bleek geen mogelijkheid. Ethiek leent zich er moeilijk toe om omvat te worden in een aantal neergepende regeltjes. Sturing vanuit de politieke wereld strookte daarnaast niet met het idee dat de sporters zelf actief moesten nadenken over een ethische invulling. Het belangrijkste voordeel is dan weer dat het met harde sancties kan afgedwongen worden en dus een dwingend karakter heeft geldend voor alle betrokken ook als ze niet achter de regelgeving staan. Deze aanpak zou sterker kunnen optreden tegen federaties en clubs die geen heil zien in zich in te zetten voor het EVS verhaal. Voorbeeld Een voorbeeld van een regel of bevel zou kunnen zijn: Het is verboden om mensen te weigeren in uw club op grond van afkomst. Een aantal zaken die men in de rubriek ethiek in de sport kan plaatsen, zijn reeds het voorwerp van een juridische regeling. Er zijn enkele beleidsdomeinen waarin de overheid via wetgeving is opgetreden. Doping: Decreet medisch verantwoord sporten decreet 27 maart 1991 Voetbalwet: Veiligheid bij voetbalwedstrijden Omkoping: Corruptie door private personen geregeld in het strafrecht Mensenhandel/transfers: decreet 24 juli 1996 tot vaststelling van het statuut van de nietprofessionele sportbeoefenaar. (Bosman: vrije overgang) Sporttucht: decreet 24 juli 1996 tot vaststelling van het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar Seksuele integriteit: strafrecht 25

28 Op vandaag zijn er dus heel wat zaken geregelmenteerd, zoals verbod op geweld, doping, omkoping, discriminatie, maar deze regelgeving is onvoldoende, laat interpretatie toe en is moeilijk afdwingbaar. Ook kan het argument van het sportspecifieke gebruikt worden om bepaald gedrag te aanvaarden (geweld in contactsporten, overenthousiaste fans, nood aan harde trainingen, internationaal aanvaarde gebruiken in de sportdiscipline m.b.t. transfers, automatische uitsluiting van doelgroepen op basis van sportieve vereisten ) Markt Bij marktsturing wordt de coördinatie bereikt via het zelfbelang van de deelnemers in het beleidsproces. De actoren werken samen omdat ze denken er bepaalde voordelen uit te kunnen halen. De basisbegrippen bij marktsturing zijn ruil en competitie. De rol van de overheid in het marktmodel ligt vooral in het scheppen van voorwaarden die het beoogde gedrag of proces bewerkstelligen. Daarnaast is de overheid ook marktbewaker. Er is geen directe gezagsverhouding tussen overheid en de andere actoren. Het marktmechanisme werkt ook zonder tussenkomst van overheid, deze kan enkel stimuleren of corrigerend optreden indien de markt niet voldoende vrij werkt. Hoe meer beleidsvrijheid aan andere actoren wordt gelaten, hoe positiever de overheidssturing beoordeeld wordt. In de regel wordt vooral gebruik gemaakt van financiële instrumenten en communicatieve instrumenten. Juridische instrumenten spelen slechts een rol voor zover zij de kaders scheppen voor de marktwerking. De marktsturing vindt plaats op basis van aangegane contractuele relaties, het prijsmechanisme is de wijze waarop bemiddeld wordt tussen de contractuele partijen. Bedenkingen Een kritiek op marktsturing is dat er een te veel aan overheidsbemoeienis kan optreden waardoor de beleidsvrijheid van de actoren wordt beperkt. De overheid zou de markt in die mate proberen te corrigeren en te manipuleren dat er geen sprake meer is van een markt. Oplossingen dienen gezocht te worden in een vermindering van de controle (deregulering, privatisering) en een vergroting van de beschikbare middelen en verantwoordelijkheden van de te sturen en te coördineren actoren (subsidies, infrastructuur, informatievoorziening). Het marktmodel richt zich op het centraal stellen van de individuele belangen van de te sturen actoren. Door het eigenbelang na te streven wordt het collectieve gediend wat het voordeel heeft dat actoren er niet toe verplicht moeten worden - maar het spontaan zullen verkiezen - gezien het rationeel gezien voor hen de beste keuze is. Hierdoor wordt voorbijgegaan aan het feit dat er maatschappelijke (collectieve) problemen zijn die niet in het verlengde liggen van die individuele belangen. Verder missen actoren soms de nodige hulpbronnen om doelstellingen zelfstandig te kunnen bereiken. De concurrentie op de markt kan leiden tot bevroren communicatie in een sector waar overleg cruciaal is, ongelijke dienstverlening onder burgers en eventueel tot de perceptie van storende of corrigerende publieke partner op de markt. In het opstellen van het decreet bekeek men de zachte aanpak, terend op het begrip zelfregulering. Men wees deze methodiek af omdat de verantwoordelijkheid van het uitvoeren van EVS in de praktijk hierbij volledig bij de sportfederaties en sportclubs komt te liggen. Deze zuivere zelfregulering hield een 26

29 te grote afhankelijkheid van de sportfederaties in. De Overheid zou hierdoor (te)veel moeten rekenen op de medewerking van de sportfederaties. De sensibilisering van de sporter werd daarnaast op geen enkele manier gegarandeerd. Voorbeeld Een aantal initiatieven omtrent ethiek zijn ontstaan uit het marktprincipe. ICES, voluit het Internationaal Centrum Ethiek in de Sport vzw, is een platform waar iedereen terecht kan die interesse heeft en/of zich wil verdiepen in het domein ethiek in de sport en de lichamelijke opvoeding. ICES is een kenniscentrum, door expertise aan te trekken, partnerships aan te gaan en een denktank te vormen. Daarnaast wil ICES wetenschappelijk onderzoek stimuleren en bundelen. Dit initiatief ontstond bottom-up uit een sector waar een besef groeide dat het voor die sector beter is om meer belang te hechten aan ethiek in de sport. Een goed voorbeeld is het Sport-voor-Allen decreet, waarbij extra aandacht voor kwetsbare doelgroepen aan een subsidiëring gekoppeld wordt. Gemeenten die aan bepaalde voorwaarden voldoen ontvangen een beleidssubsidie van 1,5 euro per inwoner per jaar. Bijkomende inspanningen kunnen leiden naar extra subsidies. Mogelijk zouden hier ook voorwaarden rond ethisch verantwoord sporten aan gekoppeld kunnen worden. Waarbij clubs die beter doen bijkomende subsidies krijgen SOCIAL MARKETING Een instrument van het marktmechanisme is bijvoorbeeld sociale marketing.sociale marketing is de toepassing van commerciële marketing concepten en technieken om positieve maatschappelijke of sociale veranderingen te bewerkstelligen. In de jaren 70 woedde een debat binnen de marketinggemeenschap over hoe breed marketing gedefinieerd moest worden. Kotler en Zaltman (1971) deden een oproep in dit kader om marketing breder te definiëren dan tot commerciële transacties zoals tot op dat moment gebruikelijk was. Niet veel later werden deze ideeën uiteengezet in het boek Social Marketing van Kotler & Roberto (1991). Zij definieerde het begrip: Een campagne voor sociale verandering is een georganiseerde inspanning door een groep (de change agent) die probeert anderen (de target adopters) over te halen tot het accepteren, aanpassen of loslaten van bepaalde ideeën, attitudes, praktijken of gedrag." Recent wordt ook de term transformationele marketing gebruikt voor activiteiten gericht op het veranderen van gewoonten en voorkeuren van individuen, ter vergroting van hun eigen welzijn, of dat van de maatschappij. Het is te eenvoudig gesteld dat sociale marketing het gebruiken van commerciële marketing in het bereiken van niet-commerciële doelen is. Namelijk, het primaire doel van sociale marketing is sociale welvaart, terwijl bij commerciële marketing het doel van financiële aard is. Dit wil daarom niet zeggen dat commerciële marketeers niet kunnen bijdragen in het bereiken van sociaal/maatschappelijke vooruitgang. De publieke sector kan de standaard marketingaanpak ter promotie van hun maatschappelijke doelstellingen op een effectieve manier gebruiken. Maar dit mag niet verward worden met sociale marketing, waarbij er een focus is op het bereiken van specifieke gedragsdoelstellingen bij specifieke 27

30 doelgroepen voor relevante maatschappelijke onderwerpen (bv. Gezondheid, duurzaamheid ). Bijvoorbeeld, een marketing campagne om mensen aan te zetten zich te laten vaccineren voor een bepaalde epidemie is tactisch van aard en mag niet verward worden met sociale marketing. Terwijl een campagne die mensen er aan herinnert zich regelmatig te laten nakijken en stimuleert in orde te zijn met alle vaccinaties, mensen aanzet tot het ontwikkelen van een andere opvatting over gezondheid en een positieve gedragswijziging ten voordele van de maatschappij. Bedenkingen Sociale marketing mag niet verward worden met het Societal Marketing Concept dat maatschappelijke verantwoordelijkheid wil integreren in commerciële marketing strategieën. Sociale marketing daarentegen houdt een klantgerichte aanpak in en gebruikt concepten en tools van commerciële marketeers in het bereiken van sociale doelen zoals anti-rook campagnes of geldinzameling voor NGO s. De sociale marketingmethode is de meest softe van de aangehaalde methoden. Er zijn geen structurele of beleidsmatige veranderingen. De overheid kan volgens deze werkwijze bijvoorbeeld een reclamecampagne voor meer verdraagzaamheid in sportclubs voeren. Zo worden sportclubs er bewust van gemaakt dat het in hun eigen belang is om verdraagzamer te zijn. Ook kan sociale marketing helpen bij het creëren van een bewustwording en positief imago rond ethisch gedrag in de sportwereld NETWERK Netwerken kan opgevat worden als een apart sturingsmodel maar met kenmerken van de andere twee sturingsmodellen. Kenmerkend is dat de interacties in een netwerk gebaseerd zijn op wederkerigheid. Vertrouwen, samenwerking, engagement en loyaliteit zijn daarin belangrijk. Netwerken vertrekt van het idee dat actoren in staat zijn complementaire belangen te identificeren. Er ontstaat een langdurige samenwerking omdat er een ontwikkeling is van onderlinge afhankelijkheidsrelaties. De overheid is een actor onder de andere actoren in een netwerk. Er is geen sprake meer van een bovengeschikte positie. De grens tussen beleidsvorming en beleidsuitvoering kan grotendeels vervagen. Het coördinerend handelen bij netwerken is gericht op het bereiken van consensus en het succes van de coördinatie wordt afgemeten aan de vraag of zij heeft bijgedragen aan het gezamenlijk oplossen van het probleem of het bereiken van de vooropgestelde doelstellingen (netwerkmanagement). Fine tuning komt in de plaats van wet- en regelgeving. Netwerken dienen zowel efficiënt als inclusief te zijn. Dit betekent niet dat alle partners, op ieder moment betrokken moeten worden bij alle activiteiten, maar wel dat alle partners toegang moeten krijgen tot de informatie en indien gewenst, betrokken moeten kunnen worden. Alle partners (en hun medewerkers) moeten zich wel aangesproken voelen door de beslissingen die op netwerkniveau werden genomen. Daarnaast moeten netwerken op een gebalanceerde wijze omgaan met de spanning tussen interne legitimiteit (partners vs netwerk) en externe legitimiteit (netwerk vs omgeving). Partnerorganisaties 28

31 hebben hun eigen doelen en legitimiteit en moeten door collectieve belangen en gemeenschappelijke doelen samengebracht worden. Het is hierbij van belang uit te gaan van gelijkwaardige samenwerkingsrelaties en wederkerigheid. Naast de interne legitimiteit moet ook de externe legitimiteit bewaakt worden. Dit middels promotie en goede communicatie naar de brede sportsector. Bedenkingen Bij netwerken is een goede werking afhankelijk van de kwaliteit van de interacties. Het falen van netwerksturing kan zich uiten door het niet overeenkomen van de doelstellingen, het ontbreken van cruciale informatie, de afwezigheid van voldoende beleidsvrijheid en de aanwezigheid van te veel vrijblijvendheid. In deze sturingsvorm wordt de macht van de overheid gereduceerd zodat men zich de vraag kan stellen of de overheid niet als een bijzondere actor moet worden gezien. Het overheidshandelen in netwerken is zowel formeel als informeel. Een goed functionerend netwerk bevat banden die het louter formele karakter overstijgen. De vraag is in hoeverre de overheid, vanuit zijn democratische status, kan participeren in netwerken. Het niet realiseren van beleidsdoelstellingen kan in belangrijke mate verklaard worden door het disfunctioneren van het netwerk in het algemeen en het handelen van de actoren in het netwerk. Voorbeeld In al deze vormen wordt een bepaald netwerk gevormd of bestaand gebruikt om het beleid te implementeren. De overheid gaat in bepaalde mate met actoren een beleid uitwerken. (vb VSF gebruiken om decreet te implementeren), er zijn nogal wat gradaties in deze vorm en in de nuances zit echter ook de sleutel tot succes. De Vlaamse Sportfederatie vzw kreeg in 2005 de opdracht van minister van Sport Bert Anciaux om samen met Panathlon Vlaanderen de Panathlon Verklaring over ethiek in de jeugdsport bekend te maken in Vlaanderen. Onder de naam Sport op Jongerenmaat gingen ze samen van start. In eerste instantie werd een hoger niveau aangesproken: sportfederaties, onderwijs, overheden, sportsponsors en media. Zij konden op 7 juni 2006 tijdens het symposium Sport op Jongerenmaat nadenken over concrete toepassingen van de Panathlon Verklaring voor hun werkveld. De sportsector nam het engagement om blijvend aandacht te besteden aan sport op jongerenmaat. Zo werden er sindsdien handige instrumenten uitgewerkt zoals brochures voor doelgroepen zoals trainers, ouders en jongeren. Verder werden er ook structurele maatregelen genomen en engagementen over verschillende jaren uitgesproken. ICES kan in de toekomst de coördinator van een blijvend netwerk rond ethiek worden. Nu is er ook al sprake van een netwerkmodel maar de rollen van de verschillende actoren (universiteiten, ICES, VSF, overheid, federaties, clubs ) moeten bijgewerkt en duidelijker omschreven worden Verschillende samenwerkingsvormen aansluitend bij netwerken De voorbije jaren heeft het publiek management onderzoek groeiende aandacht besteed aan de derde sector, en vooral zijn rol in het leveren van publieke diensten. Bewijs hiervan is het stijgende aantal publicaties, sessies en presentaties omtrent het onderwerp. Toch is er een algemeen gebrek aan kennis 29

32 over hoe derden betrekken bij het leveren van publieke diensten en het ontwikkelen van beleid. Op basis van een typologie ontwikkeld door Osborne en MCLaughlin (2004) kunnen we drie concepten onderscheiden: co-productie, co-management en co-governance (Osborne and McLaughlin 2004; Brandsen et al. 2005; Brandsen and Pestoff 2006; Pestoff 2006; Pestoff et al. 2006). Co-production: de inwoners werken samen met federaties aan de ontwikkeling en implementatie van de publieke dienstverlening. Bijvoorbeeld het inzetten van vrijwilligers bij het organiseren van lokale initiatieven en activiteiten. Co-management: Federaties werken samen met de staat en de bevolking in het managen van de dienstverlening. Co-governance: De overheid gaat federaties en bevolking actief betrekken in de creatie van het publiek beleid en de praktische uitwerking ervan. Deze concepten kunnen naast elkaar bestaan. Wat belangrijk is voor het besturen van de sportwereld is dat er een grote, duurzame betrokkenheid en een gedeelde verantwoordelijkheid is tussen de federaties, de overheid, de clubs en de inwoners die ze vertegenwoordigen Co-productie Co-production is waarschijnlijk de eenvoudigste van de drie types van overheid-federatie-inwoner interactie in de context van sportbestuur. Hierin zijn de inwoners een belangrijke actor samen met de NGO (federatie) in de productie van de dienst. Het basisprincipe is dat sportfederaties nauw samenwerken met mensen uit alle niveaus van de sportwereld om tot een continue levering van de dienst en ontwikkeling van de sport te komen. M.a.w. de overheid beslist maar laat de uitvoering aan anderen over. Wanneer men sport (zowel breedtesport als topsport) bekijkt als een publieke dienst kan elke inwoner-ngo interactie gezien worden als co-productie. Idealiter zou het co-productiemodel in het besturen van de sportwereld een coherente samenwerking van sportclubs en federaties bewerkstelligen. De verantwoordelijkheid, de ontwikkeling en het verder bestaan van de sport is in handen van de sportfederaties die zichzelf horen te managen. Deze autonomie zou voordelig zijn voor de relatie tussen de federaties en de clubs die ze vertegenwoordigen. In Vlaanderen wordt via de sportfederaties aan co-productie gedaan. Echter worden door Bloso of de provinciale en lokale sportdiensten heel wat diensten zelf geproduceerd zonder (of met beperkte tussenkomst) van anderen. In deze gevallen is er dus geen sprake van co-productie Co-management In het interorganisationele relatie type co-management gaan de overheid en de federatie de publieke dienst samen managen. Er is een gezamenlijke betrokkenheid en een actieve samenwerking waarin beleidsdoelstellingen van de federatie of overheid geoperationaliseerd worden. Met idealiter een actieve en transparante uitwisseling van bestuurservaringen en praktische gebruiken om de dienst optimaal te kunnen promoten, ontwikkelen en leveren. De locus van deze relatie ligt meestal binnen de 30

33 federatie en kan bestaan uit de overheid die medewerkers betaalt voor de federatie, tot systemen van aansprakelijkheid en feedback, tot gedeeld bestuur of project implementatie. Co-management bevat het delen en ontwikkelen van administratieve competenties, het gaat over het samen managen, meer dan over het samen besturen. De overheid beslist maar ondersteunt ook bij het aansturen van de uitvoering. Als we de mogelijkheden van co-management bekijken uit theoretisch perspectief dan kan er een grote verschuiving plaatsvinden op het vlak van federatie-overheid verantwoordelijkheid. Eén die positief kan zijn naar een meer gezamenlijke houding, of negatief naar meer controle door de overheid. Bauer (2006) bespreekt de overdracht van management capaciteiten binnen de overheid naar de federaties. Hij concludeerde dat het strategische gebruik van co-management positieve ontwikkelingen met zich meebrengt. In het bestuur van de sportwereld is er ongetwijfeld nood aan dialoog tussen overheid en federaties, het door samenwerking ontwikkelen van competenties en het afstemmen van agenda s. Bedenkingen Co-management beperkt uiteraard de autonomie van de actoren in het werkveld maar kan aangewezen zijn indien de actoren door beperkte middelen of kennis niet in staat zijn om professioneel de dienstverlening te verzorgen. In de Vlaamse sportwereld gaan stemmen op dat er meer nood is aan professionalisering. Co-management kan hierin een belangrijke rol spelen Co-governance Als co-productie zich kenmerkt door een minimale samenwerking met de overheid, is er bij cogovernance een grotere interactie met de publieke sector. Co-governance handelt over zinvolle relaties tussen de actoren (inwoners, federaties en overheid) in wezenlijke beleidsvorming en implementatie processen. Co-governance kan beschouwd worden als het gezamenlijk inspanningen leveren ter uitbouw van de toekomst van de sport. Men spreekt pas over co-governance als de interactie tussen de overheid, federaties en de betrokken inwoners in die mate gegroeid is dat de toekomstige beleidsprioriteiten voor sport als sociale dienstverlening samen uitgewerkt worden. Co-governance gaat dus verder dan het louter consulteren van de organisaties door de overheid, maar betreft eerder een mechanisme waarbij een veel nauwere samenwerking met betrekking tot regulatie plaatsvindt en waarbij de organisaties een duidelijke eigen stem hebben bij de besluitvorming en implementatie. Bedenkingen Een nadeel aan het co-governance concept is dat er nog weinig duidelijk onderzoek voor handen is over dit type van nauwe interactie, en zeker meer specifiek in combinatie met sport en publiek bestuur. Dit heeft als gevolg dat de theorie eerder conceptueel dan praktijkgericht blijft en moeilijk in ideaalvorm uit te voeren is. Dit mede omdat multi-actor samenwerkingen complex kunnen zijn door de inbreng van vele partijen met soms tegenstrijdige doelstellingen. Daarenboven is het voor overheidsinstanties een moeilijke evenwichtsoefening te kiezen tussen beleidsautoriteit en afstaan van macht. We zien dan ook sectoren, waaronder sport, waar een vergaande consultatie is van het werkveld maar waar het medezeggenschap toch nog te beperkt is om van een echte co-governance vorm te spreken. 31

34 Bovendien moeten we de kanttekening maken dat niet alle actoren in het werkveld bereid zijn om een dergelijk engagement en verantwoordelijkheid op te nemen. Belangrijk in de discussie rond co-governance is onder meer het vinden van de plaats van de interactie, en het hebben van een goed zicht op de verschillende agenda s en de ontwikkeling van de relatie op alle niveaus. In de huidige vorm worden federaties gezien als een afgevaardigde die de sportclubs vertegenwoordigd, zoals erkend door de overheid. Echter, in vele gevallen laat de communicatie zowel van de overheid naar de federatie als van de federatie naar de clubs te wensen over. De ontplooiing van een doorgedreven samenwerking zoals in een co-governance structuur zou dit kunnen verhelpen. Niet sportspecifiek onderzoek (Cullen, Parboteeah, & Victor, 2003; Stevens, 2008; Tucker, 1999; Webley, 2008) heeft aangetoond dat de introductie van ethische richtlijnen en gedragscodes pas efficiënt is als de betrokken personen een actieve rol spelen bij het opstellen van dergelijke maatregelen en afspraken. Dit geldt eveneens voor het opstellen van een decreet en de betrokkenheid van het werkveld. De co-governance aanpak lijkt uitermate aangewezen, het ideaalbeeld. Deze benadering houdt namelijk in dat er een sterke interactie is tussen de overheid, de federaties, de sportdiensten en de sportclubs om zo samen de prioriteiten en de werkwijze te bepalen. Het engagement van de sportsector mag in dit geval niet louter afgedwongen zijn maar moet bottem-up ontstaan uit een nood in de sector. Echter kan men zich de vraag stellen of de sportsector op dit moment bereid en/of instaat is volgens deze methode te werken Open Coördinatie Methode De Open Coördinatie Methode (OCM) is een soft governance methode en kan worden beschouwd als een zwakkere versie van de co-governance methode. Binnen de open coördinatie methode is er afstemming, overleg en consultatie maar nog niet echt sprake van gezamenlijk het beleid ontwikkelen met gedeelde verantwoordelijkheid door actoren (inclusief overheden) op gelijk niveau. Door middel van het stellen van gemeenschappelijke doelen wordt het beleid tussen de verschillende partners gecoördineerd en geconvergeerd. Essentieel aan de OCM is dat de verschillende betrokken actoren gezamenlijk doelstellingen afspreken, waarna elk van hen verantwoordelijk is voor de realisatie ervan binnen het eigen bevoegdheidsdomein. De verschillende partners kunnen vanuit hun eigenheid bepalen hoe ze die doelstellingen zullen nastreven en realiseren. In het EVS decreet wordt de OCM als een dynamisch en cyclisch leerproces gezien waarbij expliciete, duidelijke en onderling overeengekomen richtsnoeren worden gedefinieerd, waarna benchmarking en peer review de verantwoordelijken uit de sportsector in staat stelt kennis te nemen van de beste praktijken en hieruit te leren om ze, eventueel aangepast, te implementeren. De overheid koos voor de OCM in het uitdragen van ethiek in de sportwereld. Ze heeft hierin een coördinerende en controlerende rol. Waarom verkoos ze deze methode boven zelfregulering (markt/netwerk) of overheidsregulering(hiërarchie)? 32 Het MEVS-decreet wou een sterkere ethische bewustwording in de sportwereld. Dit heeft men proberen te bereiken door de sporters aan het denken te zetten. De overheid zag sportethiek als een persoonlijk

35 iets waar een eigen invulling aan kon gegeven worden. Het is nu de vraag in hoeverre dit idee omgezet kon worden in de praktijk en welke tools hiervoor gecreëerd werden. De overheid zag 4 mogelijke methodologische opties: De eerste keuzemogelijkheid was de nuloptie. Deze hield in dat de bestaande regelgeving niet zou veranderen. Een actualisering van het concept MVS zou niet doorgevoerd worden, waardoor de invoering van ethisch verantwoord sporten achterwege zou blijven. Ten tweede: de harde aanpak volgens een hiërarchische structuur. Ten derde: de zachte aanpak, volgens een marktstructuur, terend op het begrip zelfregulering. Men zocht een vierde optie waarbij er verantwoordelijkheid bij de sportwereld werd gelegd, maar het ook mogelijk maakte voor de Vlaamse Overheid om te controleren en te sensibiliseren. Men koos voor de open coördinatie methode. Dit hield in dat er een samenwerking aangegaan werd tussen de Overheid en de sportfederaties. Zo werden de federaties vanuit de Overheid verplicht zich bezig te houden met ethische kwesties, maar er werd onderling overlegd over hoe dit praktisch in zijn werk moest gaan. De OC-methode werd herleid tot drie acties die uitgevoerd moeten worden: a) de gezamenlijke vaststelling van de te bereiken doelstellingen; b) gezamenlijk gedefinieerde richtsnoeren; c) benchmarking en peer review: vergelijking van de prestaties van betrokkenen en uitwisseling van best practices. In het EVS verhaal was het de bedoeling dat er een evenwicht zou zijn tussen de zuivere zelfregulering en overheidsinmenging. De keuze voor de OC-methode werd gerechtvaardigd door een drietal voordelen die deze methodiek met zich zou meebrengen. a) Een te gedetailleerde wetgeving zou geleid hebben tot de nodige uitvoeringsproblemen door een te grote complexiteit. b) De flexibiliteit van de OC-methode maakt dat de inhoud van de richtsnoeren niet vaststaan en dat men deze kan aanpassen naargelang de actualiteit en deprioriteiten. c) De uitvoering werd de verantwoordelijkheid van de sportfederaties. Zo kon men specifieke en sportgebonden maatregelen nemen waarvan zij denken dat deze de meeste sportethische uitwerking zullen hebben. Stappenplan In het decreet is te vinden dat de OC-methode een vijftal stappen vooropstelde die moesten leiden tot de inwerkingstelling van de EVS-materie. Deze fasen zouden later de basis vormen voor een stappenplan, verwoord in het uitvoeringsbesluit. Vlaamse Overheid legt geen ethische formulering op aan de federaties; I. aanzet tot responsabilisering van de sportfederaties en haar verenigingen; 33 II. op zoek gaan naar een gecoördineerde strategie;

36 III. opstellen van de richtsnoeren, ondergebracht in een aantal sportethische thema s. De invulling was volledig vrij te kiezen zodat de sportfederaties actief meedachten; IV. Uitvoeren van acties rond gekozen thema en richtsnoeren; V. Federaties rapporteren over de uitvoeringen van de richtsnoeren Bespreking OCM Pro s Met de OC-methode kan de Vlaamse Overheid controleren of er wel voldoende inspanningen geleverd werden en kan men tegelijk de methodiek en de aard van de richtsnoeren evalueren. Dit kan eventueel leiden tot het invoeren van andere, meer actuele richtsnoeren. Ook kunnen deze rapporten binnen de sportfederaties onderling verspreid worden. Dit zet vervolgens aan tot meer uitwisseling van ideeën en een hogere peer pressure, gezien de ene federatie niet wil onderdoen voor de andere. De OC-methode werd opgebouwd rond het besef dat meer sportethische bewustwording noodzakelijk is. De Overheid en de sportfederaties trachten dit besef in het werkveld aan te wakkeren. Er werd nadruk gelegd op inzet, niet de (moeilijk te meten) ethische verwezenlijkingen. Contra s De Overheid wordt enerzijds geconfronteerd met de spanning tussen effectiever en efficiënter reageren op een complexer wordende maatschappij, en anderzijds, met de spanning tussen de veelheid van wetgeving en het uitvoerend en handhavend vermogen ervan. Het is in die zin een positieve evolutie dat de Overheid haar takenpakket, doelstellingen, verantwoordelijkheden en middelen heroverweegt. De gestuurde zelfregulering met de OC-methode bood een oplossing waarbij de rechtsbescherming zoveel mogelijk wettelijk gewaarborgd werd. De vraag is in welke mate de methode een verandering teweegbracht in de rol van de verschillende partners. Is het overigens wenselijk de federaties te verplichten rond EVS te werken? De federaties kunnen op hun beurt de clubs niets verplichten. De OCM methode gebruikt een bestaande structuur, de federaties, om iets te realiseren maar in welke mate werden de betrokken clubs, spelers, trainers of andere actoren voldoende geconsulteerd en zijn ze overtuigd geëngageerd. Werd een goed evenwicht gevonden tussen regulering, controle en vrijheid en flexibiliteit om een maximaal resultaat te bereiken? En wat is op vandaag het resultaat? Merken we significante veranderingen? Het ideaalbeeld voor de toekomst lijkt de co-governance methode. Het zorgt voor een meer doorgedreven engagement van de gehele sector, maar dit is op dit moment nog moeilijk te realiseren (zowel voor de overheid als het werkveld zelf). De co-governance methode zou de traditionele scheiding tussen de publiek-privaat-derde sector kunnen verkleinen. Uit onderzoek (Brandsen & Pestoff, 2006; Groeneveld, 2009) blijkt dat diensten en instanties die opgericht zijn door samenwerking van de drie sectoren sterker zijn dan de traditionelere hiërarchische structuren. 34

37 3.3. De rollen van de actoren in het sportlandschap betreffende EVS De rollen van de actoren zijn sterk afhankelijk van de beleidskeuze (markt, hiërarchie, netwerk) en de samenwerkingsvormen (co-productie, co-management, co-governance, OC- methode) en de concrete invulling ervan. De rollen zullen bijgevolg in functie daarvan later nog concreter beschreven moeten worden. We kunnen stellen dat alle actoren in het EVS verhaal streven naar een grotere ethische bewustwording in alle gelederen van de sportwereld. Om dit te kunnen bewerkstelligen zijn er een aantal taken met betrekking tot het huidige decreet. Evalueren en begeleiden huidige EVS cyclus Onderzoek ter ondersteuning en begeleiding naar nieuwe EVS cyclus Detecteren en verspreiden goede praktijken, Inhoudelijk omkaderen, uitbouwen en begeleiden van de implementatie van EVS; Gekozen methodologie (zowel theorie als praktijk) monitoren en evalueren Sensibiliseren van brede sportsector, breder draagvlak stakeholders creëren Wat kan in de toekomst van de huidige partners verwacht worden? Wil men een grotere ethische bewustwording in de sportwereld, zullen zoveel mogelijk partners hun steentje moeten bijdragen. Bovendien is bewustwording slechts een eerste stap. Dit bewustwordingsproces, dat nu al meer dan twee jaar geleden op gang werd gezet, moet tot concrete acties en veranderingen in de sector leiden. Kabinet Een voorbeeldfunctie vervullen (een eigen ethische code) Ethiek in de sport stimuleren (o.a. door het op te nemen in een decreet) Autonomie en verantwoordelijkheid geven aan de sportwereld Adequaat kunnen ingrijpen als het misloopt Maatregelen nemen om alle actoren aan het denken te zetten specifieke richtlijnen uitwerken m.b.t. bepaalde probleemgebieden, vb. (seksuele) integriteit Departement Een voorbeeldfunctie vervullen (een eigen ethische code) Ethiek in de sport stimuleren Concretiseren decreet - toepassing OCM Regelmatig (minimum jaarlijks) overleg coördineren of laten plaatsvinden met vertegenwoordigers van alle betrokken actoren Vlaamse campagne m.b.t. ethiek in de sport Onderzoek rond EVS ondersteunen Uitwerken advies rond EVS Beleidsdomein overschrijdende samenwerking initiëren of coördineren (vb met jeugd, cultuur, gezondheid) i.h.k. van ethiek 35

38 BLOSO Ethiek nadrukkelijker in opleidingen VTS brengen (zowel integreren in bestaande opleidingsonderdelen en als apart opleidingsonderdeel uitwerken) Een voorbeeldfunctie vervullen (een eigen ethische code) Ethisch handelen stimuleren op eigen activiteiten (vb sportkampen) Participeren in werkgroepen rond bepaalde ethische dilemma, bv druk op jonge kinderen in topsport, om structurele maatregelingen uit te werken. ICES Het proces rond ethisch verantwoord sporten faciliteren en conceptueel afbakenen, in functie van een duurzame werking. Sportactoren motiveren om concreet aan de slag te gaan rond EVS, met een duurzame focus. Sportactoren inhoudelijke en innovatieve impulsen geven. Een betrouwbare partner voor alle actoren, die meedenkt, terugkoppelt en ondersteunt. Een wetenschappelijk expertise- en onderzoekscentrum rond sportethiek zijn Meldpunt doorverwijspunt + bijstaan meldpunt 1712 met sportspecifieke knowhow. Verantwoordelijke poule van vertrouwenspersonen/adviseurs (cfr. Nederlands model) Organiseren van: workshops, specifieke lessen voor de trainers, een campagne met tweejaarlijkse herhaling etc; Onderzoek kunnen voeren naar evaluatie en evolutie van de acties en veranderingen rond ethiek Op de hoogte zijn van de ethische dilemma's door contacten met de actoren in het sportlandschap (bv door middel van het regelmatig bijeenroepen van een adviesraad ethiek) Indien nodig specifieke werkgroepen oprichten en coördineren m.b.t. specifieke thema's die extra aandacht of een andere aanpak vergen. VSF De Vlaamse Sportfederatie kan door ICES zijn rol beperken Signaleren noden van de federaties Doorverwijzen naar ICES Op vraag van federaties advies verstrekken (vb. onder de vorm van infobrochures met inhoud aangeleverd door ICES) FEDERATIES Ethiek uitdragen binnen de federatie en overbrengen naar de clubs. Informeren: aan de sportclubs, het bestaan van ethische tools (ethische code, Panathlon verklaring, meldpunt,..) kenbaar maken aan sportclubs; aan ICES, het signaleren van specifieke noden of sportspecifieke problemen Sensibiliseren: clubs motiveren om ethiek als belangrijk te beschouwen Concretiseren: hoe kan men de ethische waarden omzetten in de praktijk? Workshop Opleidingen organiseren 36

39 Actoren helpen bij implementatie SPORTCLUBS Ethiek uitdragen binnen de sportclubs en overbrengen naar leden, ouders, spelers, supporters, sponsors, vrijwilligers,... Ervoor zorgen dat ethiek geïntegreerd worden in de dagelijkse organisatie Bestaande ethische tools (ethische code, Panathlon verklaring, meldpunt,..) (pro)actief gebruiken Deelnemen aan: workshops, specifieke lessen voor de trainers, een campagne Organiseren van: info avonden, vergaderingen, evenementen Trainers, spelers, ouders begeleiden Procedures, aanspreekpunt en richtlijnen hebben m.b.t. 'ethische incidenten' en het bestaan ervan communiceren naar alle stakeholders (reactief) Plan ter implementatie strategische beleidskeuze: Bij het strategisch management ligt de focus op het nemen van beslissingen met het oog op het realiseren van lange termijn doelstellingen. Door middel van strategisch management kunnen sportorganisaties richting geven aan hun dagelijkse werking. Het strategische managementproces omvat de verschillende fasen die idealiter gevolgd dienen te worden bij het nemen en tot strategische beslissingen. Van Dam en Marcus (2007) onderscheiden drie grote fasen in de klassieke benadering van het strategisch managementproces: (i) de situatieanalyse, (ii) de strategievorming, en (iii) de planning en implementatie. Ethiek als strategische keuze moet volgens de principes van strategisch management worden geïmplementeerd Welke andere partners kunnen/moeten zich engageren? Naast duidelijkere afspraken voor de huidige actoren zijn er met het oog op een ethische bewustwording van de volledige sportwereld ook taken weggelegd voor andere instanties. We moeten proberen de hele sportsector via een positieve boodschap te blijven aanspreken en sensibiliseren. Het uitvoeringsbesluit van 19 december 2008 moest ervoor zorgen dat het nieuw decreet MEVS succesvol geïmplementeerd werd in de praktijk. Men koos ervoor om sterk in te zetten op de sportfederaties. Opmerkelijk is dat andere belangrijke actoren uit (of betrokken met) de sportwereld niet of nauwelijks bereikt werden: Gemeenten/Provincies (rol op gemeentelijk vlak? Link met lokale welzijnsinstanties?) Niet georganiseerde sport (hoe bereiken/professionaliseren?) BLOSO ISB Sportevenementen (gebruik maken van evenementen om ethiek onder de aandacht te brengen van sporters) ISB ISB kan door ICES zijn rol beperken maar zal de eerste paar jaar sportdiensten moeten sensibiliseren en ondersteunen 37

40 Signaleren noden van de gemeenten inzake ondersteuning Doorverwijzen naar ICES Advies verstrekken aan gemeenten (vb. onder de vorm van opleidingen en infobrochures met inhoud aangeleverd door ICES) Provinciale en gemeentelijke sportdiensten Ethiek uitdragen binnen de gemeente/provincie en overbrengen naar de clubs Samenwerking opzetten met andere gemeentelijke diensten (vb. jeugd, welzijn) rond het thema ethiek; eventueel opnemen van lokale welzijnsinstanties Ethiek opnemen in gemeentelijk sportbeleid m.b.t. ondersteuning van sportclubs (bv gelinkt aan subsidies) Idem als federaties: Informeren: aan de sportclubs, het bestaan van ethische tools (ethische code, Panathlon verklaring, meldpunt,..) kenbaar maken aan sportclubs; aan ICES, het signaleren van specifieke noden of sportspecifieke problemen Sensibiliseren: clubs motiveren om ethiek als belangrijk te beschouwen Concretiseren: hoe kan men de ethische waarden omzetten in de praktijk? Workshop Opleidingen organiseren Actoren helpen bij implementatie Verder zou ethiek een explicietere plaats moeten krijgen in de sportopleidingen. Belangrijke partners hierin zijn: VTS Opleidingen Bachelor en Master LO (academisch en professioneel) SVS Vlabus Syntra Onderstaand figuur geeft een overzicht van alle stakeholders van een professionele Engelse voetbalclub. De figuur geeft een indicatie van de grote en de verscheidenheid van het netwerk van een sportclub. Wil men een grotere ethische bewustwording in de sportwereld, zullen al deze partners hun steentje moeten bijdragen. Hierbij is de invloed van nationale en internationale instanties eveneens belangrijk. Op internationaal vlak zijn er reeds initiatieven ontstaan. Deze kunnen de meer plaatselijke initiatieven ondersteunen. Bovenal helpen ze om een internationale ethische bewustwording te creëren. 38

41 UNESCO EN RAAD VAN EUROPA Zowel in het kader van de UNESCO als in het kader van de Raad van Europa kwam op 24 september 1992 de Code of Sports Ethics. Deze gedragscode werd door de Raad van Europa op 16 mei 2001 aangepast. De Sport-ethische Code, die weliswaar een juridisch niet-bindend instrument is, stelt dat de gedachte van de fair play integraal deel uitmaakt van de sport, en wel op alle niveaus, inclusief het beleid, het bestuur, de vrije tijdssport, of de competitieve sport. De Code benadrukt ook het vrijwillig karakter van de sportbeweging en de belangrijke rol ten aanzien van de jongeren en kinderen. Voor wat de publieke overheden betreft, ziet de Sport-ethische Code de volgende rol weggelegd: de aanvaarding van ethische standaarden aanmoedigen; organisaties steunen die gezonde ethische principes hebben en handhaven; opleidingsinstanties aanmoedigen om fair play in de sport mee te geven in het curriculum; initiatieven ter bevordering van de fair play in de sport ondersteunen, in het bijzonder voor wat de jongeren betreft; het wetenschappelijk onderzoek ter zake ondersteunen. PANATHLON INTERNATIONAL Panathlon Vlaanderen maakt deel uit van Panathlon International. Een internationale organisatie die in 1951 door de Italiaanse kolonel Mario Viali opgericht werd. Panathlon verenigt mensen uit diverse sportdisciplines en -activiteiten om de olympische geest en solidariteit te bevorderen en om culturele en ethische programma s te ontwikkelen binnen de wereldsport. Nu is Panathlon International een mondiale beweging in 29 landen met honderden clubs die de cultuur en de ethiek van de sport hoog in het vaandel dragen. De beweging is erkend door het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en door de algemene vereniging van de internationale sportfederaties (Sportaccord, vroeger AGFIS). Panathlon Vlaanderen is de Vlaamse vleugel van Panathlon België en is de Vlaamse tegenhanger van Panathlon Bruxelles/Wallonie. Momenteel is er in Vlaanderen een Panathlon Club in Antwerpen, Brussel, Gent en Limburg. IOC: OLYMPISCHE BEWEGING De Olympische Beweging bestaat uit het IOC, de internationale sportfederaties, de organisatiecomités van Olympische Spelen, de nationale olympische comités, de daarbij aangesloten nationale 39

42 sportorganisaties, hun sportverenigingen en alle mensen die daarbinnen sportief of anderszins actief zijn. Het belangrijkste doel van de Olympische Beweging is via sport jongeren opvoeden in de olympische geest. Wederzijds begrip staat daarbij centraal, in de zin van vriendschap, solidariteit en fair play. Met behulp van sport, cultuur en educatie wil de Olympische Beweging bijdragen aan een vreedzamere wereld. De fundamentele principes en de reglementen van de Olympische Beweging en het IOC zijn vastgelegd in het Olympisch Handvest (Olympic Charter). FIFA We have developed the game and taken it to the world. Now it is time to use football to make the world better (Joseph S. Blatter, FIFA President). De FIFA speelt een belangrijke rol in het aanmoedigen van partnerships tussen nationale voetbalploegen, de nationale associaties - ook de Belgische voetbalbond en Pro League en NGO s. Zo financiert de FIFA een aantal projecten van UNICEF. Dit geld gaat naar projecten voor kinderen over de gehele wereld die achterstanden hebben op diverse gebieden. Blatter is dankzij schandalen uit het verleden (bv. omkoping, witwassen van geld, gebrek aan fair play...) een omstreden man. Verder heeft de FIFA een ethische commissie opgericht ter bestrijding van corruptie. We care about football - UEFA UEFA Wij geven om voetbal is het motto van de Union of European Football Associations (UEFA). De organisatie heeft een 'Football & Social Responsibility Unit' die onder het algemene thema 'Respect' aanwezig is op internationale tornooien en tijdens wedstrijden van de Champions League. De UEFA doneert geld via hun initiatief 'Hattrick'. Dit is een fonds ter ondersteuning van sociale voetbalprojecten in Europa. Op de officiële site van de UEFA is te lezen dat ze enkele langdurige partnerschappen met grote organisaties aangaat. Deze zijn: Special Olympics (voor kinderen met een mentale handicap), Football Against Racism in Europe (tegen racisme en discriminatie), Cross Cultures Open Fun Football Schools (voor interculturele verzoening en vrede), Terre des Hommes (tegen kindermisbruik en -uitbuiting), Education 4 Peace (voor verbeteren geestelijke gezondheid en gedrag bij kinderen) en World Heart Federation (voor gezondheid en tegen zwaarlijvigheid bij kinderen). Verder heeft de UEFA een Code of ethics. Ook probeert ze fair play te stimuleren.. Het UEFA's Fair Playklassement wordt door de UEFA gebruikt om drie plaatsen voor de eerste voorronde van de UEFA Europa League te verdelen. Dit doet zij sinds Ten slotte hanteert de UEFA vanaf dit seizoen voor het eerst de regels van het zogeheten Financial Fair Play-beleid (FFP). Dit houdt in dat clubs niet meer mogen uitgeven dan er binnenkomt. Clubs die dit toch doen kunnen straffen van de UEFA verwachten. 40

43 3.4. Het MVES decreet Inleiding Eind 2008 keurde de Vlaamse regering het decreet houdende de wijziging van het decreet van 13 juli 1997 inzake medisch verantwoorde sportbeoefening goed. Zo werd de thematiek rond ethisch verantwoord sporten wettelijk verankerd. Daarom spreken we van het nieuw decreet medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening. Op 19 december keurde de regering het uitvoeringsbesluit gekoppeld aan dit nieuw decreet medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening goed. Het doel van dit alles was een grotere ethische bewustwording in alle gelederen van de sportwereld te bewerkstelligen. De nood aan meer sportethisch besef kende een aantal oorzaken: Problematiek rond (kinder)misbruik Verruwing van de topsport (racisme, agressie, scheidsrechters ) Dopingproblematiek Deze gebeurtenissen leidden ertoe dat de idee om het MVS-decreet aan te vullen met een ethisch gedeelte een prioriteit werd. Mede hierdoor ontstond het overheidsprojectproject van ICES Decreet MEVS: uitwerking Het uitvoeringsbesluit van 19 december 2008 moest ervoor zorgen dat het nieuw decreet medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening succesvol geïmplementeerd werd in de praktijk. Men koos ervoor om sterk in te zetten op de sportfederaties. Hierbij was het niet de bedoeling om de sportfederaties zomaar een taak op te leggen. Men gebruikte een nieuwe methodiek, de open coördinatiemethode, met als gedachten goed dat men pas bewust bezig is met ethiek als men er zelf over nadenkt. De minister stelde zes thema's voor, waarrond de sportfederaties tot 2012 moesten werken: de rechten van het kind in de sport inclusie fair play-beginsel de fysieke en psychische integriteit van het individu respect voor diversiteit solidariteit Alle erkende sportfederaties werden verplicht uit de 6 thema s te kiezen. Voor elk gekozen thema moesten ook richtsnoeren geformuleerd worden. De verwerking van de antwoorden van de federaties gebeurde door een werkgroep met leden uit het departement CJSM, de VSF en ICES. Zij hebben de richtsnoervoorstellen vanuit de federaties kunnen clusteren tot een werkbaar geheel. Na bijkomend advies van de sectorraad Sport legde de minister van Sport een ontwerpbesluit voor met vermelding van de richtsnoeren en de termijn waarbinnen de implementatie van de richtsnoeren verantwoord moesten worden. 41

44 In het gewijzigde decreet weerhield de Overheid zich ervan een definitie op te stellen van wat ze verstaat onder sportethiek. Ethiek is namelijk geen gegeven dat zich in één betekenis laat vatten. Bedoeling was om een brede invulling van het begrip te geven zodat men de grote verscheidenheid aan sportactoren aan het denken kon zetten. Zo zou iedereen een persoonlijke betekenis kunnen geven aan wat ethisch sporten voor hem of haar betekende. Bijgevolg werd er geopteerd om een stappenplan op te stellen waarbij het verstrekken van informatie, sensibilisering en onderling overleg centraal stonden. De sportfederaties konden kiezen welke richtsnoeren zij graag wouden uitvoeren. De manier waarop de federaties invulling gaven aan de invoering, mochten ze zelf bepalen. De opdracht van de Vlaamse Overheid was dus gericht op inzet en niet op resultaat. Men werd verplicht iets te doen. Nu deze grote politieke stap een feit was, begon de praktische uitwerking van EVS. Hierbij was het van vitaal belang dat er de nodige initiatieven genomen werden om de sportfederaties te sensibiliseren en bij te staan in de uitwerking van hun gekozen richtsnoeren. Dit werd onder andere gedaan door: Communicatiecampagne Vlaamse Overheid; Workshops en informatiesessies VSF ; Specifieke toolkits ICES. Tegen 1 september 2010 werd de sportfederaties gevraagd een planningsdocument EVS op te maken en in te dienen bij het team Medisch Verantwoord Sporten van het departement CJSM. Het planningsdocument was een rapport waarin de genomen maatregelen en de aantoonbare of verwachte effecten in geschreven stonden. Na het indienen van de planningsdocumenten werkten de erkende Vlaamse sportfederaties vanaf 1 januari 2011 rond één of meerdere thema's initiatieven uit. Bij de ene federatie werden deze initiatieven snel zichtbaar. Andere federaties kozen voor minder toegankelijke thema s waar een langere voorbereiding voor nodig was Decreet MEVS: evaluatie Een eerste stap van de UGent in de evaluatie van het decreet was een focusgroepgesprek organiseren met mensen uit het werkveld. De deelnemers waren vertegenwoordigers van koepelorganisaties (VTS, BVLO, Sportraad), federaties (Gymfed, VFV, VTF, VJF, VKF) en sportclubs (gymnastiek, handbal, tennis, hockey). Het focusgroepgesprek werd opgebouwd rond 4 stellingen en 2 vragen. Deze stonden op een document dat werd uitgedeeld voor aanvang van het gesprek. Dit document zorgde ervoor dat ieder al voor zichzelf kon uitmaken wat zijn/haar idee was omtrent de stelling. Aan de hand van deze vragen en stellingen werd het debat gestuurd. Mede aan de hand van deze bevraging heeft ons advies vorm gekregen. We lichten de 10 belangrijkste opmerkingen die uit het focusgroepgesprek ontstaan zijn kort toe: 1. Ethiek is maatschappelijk probleem, niet enkel van sportwereld. Door de sterke mediatisering, de prestatiedrang en het gegeven dat sport voor tal van emoties zorgt lijkt het dat er in de sportwereld meer wangedrag voorkomt dan in andere sectoren. 42

45 2. Sportwereld kan ethiek sturen. Sport kan bijdragen in de opvoeding. Men kan er dingen leren en meemaken die men kan meenemen naar het dagelijkse leven. Belangrijk is dat de juiste voorwaarden geschept worden. 3. Trainers zijn van enorm belang. Zij staan in contact met de kinderen, zij moeten de kinderen (en hun entourage) sturen en bewustmaken wat gepast of ongepast gedrag is. Het is belangrijk dat deze mensen een goede opleiding hebben genoten en zich kunnen bijscholen. 4. Ouders hebben te vaak een negatieve invloed. Sportclubs dienen de ouders beter te informeren en meer te betrekken bij de clubwerking. Ouders geven vaak het slechte voorbeeld en durven nogal wat druk te leggen op hun kind. Door een goede communicatie (gedragscode voor ouders) kan de club de ouders sturen in hun gedrag langs de zijlijn. 5. Er is nood aan samenwerking. Om een grotere ethische bewustwording te realiseren zal dit gedragen moeten worden door het hele sportwereld. Er dienen gezamenlijke inspanningen op alle niveaus van het sportlandschap te gebeuren. 6. Het decreet is goed. De federaties en clubs krijgen veel vrijheid. Het is goed dat er thema s zijn waaruit men kan kiezen. Het decreet behandelt alle belangrijke ethische thema s. Men kan eenzelfde actie onder de naam van verschillende thema s uitwerken. Sommige thema s zijn niet zo toegankelijk. 7. De OCM is goed. De federaties worden nauw betrokken. Het is goed dat ze verplicht worden iets te kiezen. Anders zouden er een aantal federaties niets doen. De federaties weten wat het best is voor hun sport en zouden gebaad zijn bij een sterkere positie. Toch moeten er nog actoren uit de sportwereld hun steentje kunnen bijdragen. 8. Problemen federatie club. Men mag de macht van de federaties niet overschatten. Een federatie kan een club niets opleggen. Sommige clubs hebben geen nood aan samenwerking met de federatie. De kleinere clubs kan men vaak beter bereiken via de gemeente. 9. Problemen rond gedrag. Er heerst het idee dat er alsmaar meer wangedrag heerst op en rond de sportvelden. Velen uit het gesprek konden beamen dat het er bitsiger en onsportiever aan toe gaat op wedstrijden dan vroeger. Toch waren er ook mensen die dit niet juist vonden. Vooral de invloed van ouders werd hier nog eens onderstreept. Echter, men mag dit ook niet overschatten. Sport kan nu eenmaal de kleine kantjes naar boven brengen, dat is iets van alle tijden. 10. Scheidsrechters zijn te vaak de zondebok. De negatieve spiraal waarin de scheidsrechters zich bevinden is moeilijk te doorbreken. We moeten de scheidsrechters in de eerste plaats beter beschermen. Men moet iedereen op en rond het voetbalveld duidelijk maken dat men de scheidsrechter en zijn taak dient te respecteren. Scheidsrechters moeten daarnaast een goede opleiding krijgen waarin ze worden voorbereid op negatieve reacties. Verder zouden we nog een aantal kritische opmerkingen en adviezen willen formuleren ter verbetering van het nieuwe EVS decreet. Het huidige decreet is nuttig in die zin dat het de sportfederaties wakker geschud heeft op vlak van EVS. Desalniettemin dient de bewustmaking nu verder te worden doorgedrukt tot bij de sportclubs. Een verankering in structuren van de sportwereld moet een blijvend effect bewerkstelligen. 43

46 Er zou alternerend gewerkt kunnen worden omtrent de thema s. Zo komt elk thema om de zoveel jaar terug in beeld. Een nadeel aan de huidige 6 thema s is dat men één bepaalde actie onder verschillende thema s kan stoppen. De thema s zijn niet duidelijk genoeg gedefinieerd en het zijn er te veel. Men kan nu jarenlang rond hetzelfde werken. Een concretere beschrijving van de rol van ICES en een stevige verankering in het decreet (een soort steunpunt sportethiek?) zou de daadkracht gevoelig kunnen verhogen. Dit zou mogelijk naar het voorbeeld van het decreet op sportfederaties - waarbij VSF als koepelfederatie wordt erkend en ondersteund - uitgewerkt kunnen worden. Het valt op dat er in het decreet geen verschil wordt gemaakt tussen jeugd en volwassenen. Kinderen kan men niet bekijken als een mini versie van een volwassenen en zijn bijgevolg gebaad met specifieke richtlijnen. Kinderen hebben een andere aanpak en benadering nodig. Zeker in dit verhaal, waar de verhouding van het kind ten opzichte van ouders/trainers/bestuurders/topsporters van cruciaal belang is. Bovendien kan er voor gezorgd worden dat zowel volwassenen als kinderen evenredig aan bod komen door het expliciet op te splitsen en doelstellingen te formuleren voor beide groepen apart. Eventueel kan dit ook doorgetrokken worden naar recreatief en topsport. De praktische toepassing van het uitvoeringsbesluit begon met de keuze van het thema waarrond de sportfederaties zouden werken. Ongeveer 30% verkoos hierbij het thema fair play. Thema s die minder sportspecifiek zijn zoals inclusie, integriteit en diversiteit bleken het minst populair. Onderzoekers (Seghers, Scheerder, Boen, Thibaut & Meganck, 2012) concludeerden dat dit twee oorzaken heeft. Enerzijds is een sportspecifiek thema makkelijker toe te passen in de praktijk, anderzijds heerst er te weinig kennis rond onderwerpen als inclusie, integriteit en diversiteit. Dit gebrek aan kennis resulteert in een mindere aandacht voor de betreffende thematiek, waardoor men sneller grijpt naar het geen men wel kent en onder de knie heeft. Geen goed nieuws aangezien men naar een brede sportethische bewustwording streeft. De overheid moet de sportwereld via het decreet niet teveel concrete regels opleggen. Het moet eerder een kader scheppen. De impact van het decreet is moeilijk te achterhalen. Men zou de richtsnoeren moeten koppelen aan duidelijke doelstellingen en ze meetbaar maken Decreet MEVS: impact Een sluitend antwoord op de vraag hoe hard het EVS-decreet haar stempel heeft kunnen drukken op de sportethische bewustwording, is momenteel nog moeilijk te geven. De overheidsopdracht waarbij de impact van het decreet in de sportclubs bevraagd zal worden gaat hier een eerste indicatie geven. Hierbij gaat er een grootschalige bevraging plaatsvinden bij een groot aantal clubs uit verschillende sporttakken. Echter, sportethische materie is een nog jonge beleidsnorm in volle opbouwfase. Een doorgedreven impact kan/mag men (nog) niet verwachten. Sportethiek mag niet herleid worden tot enkel de actuele onderwerpen. Financial fair play, wangedrag van topvoetballers, match fixing en (sexueel)misbruik zijn allen voorbeelden van actuele thema s, maar sportethiek is veel breder dan deze onderwerpen. Haar allesomvattendheid is net haar grootste kracht. Het belang van sportethiek mag men niet onderschatten want zonder een ethische bewustwording zou competitiesport vervallen in een onmenselijk iets. Omgekeerd is evenwel hetzelfde waar. Ethiek kampeert aan de zijlijn, maar oefent van daaruit constante invloed op het competitieve sportgebeuren. 44

47 Ze dient haar positie te verstevigen zodat ze niet enkel bij wangedrag of grote schandalen naar voor komt, maar steeds in het achterhoofd vertoeft Decreet MEVS: advies ter verbetering Hier verwijzen we ook naar de conceptnota EVS waar we in samenwerking met de KU Leuven en het volledig ICES team concrete voorstellen geven die zowel reactief, proactief als projectmatig van aard zijn. In de conceptnota EVS werden er een aantal adviezen kort weergegeven die een echte meerwaarde zouden betekenen voor het nieuwe decreet. We gaan dieper in op een paar voorstellen. Er zou in het EVS verhaal meer gewerkt kunnen worden naar het voorbeeld van het Sport-voor-Allen decreet, waarbij men in samenwerking met gemeenten en provincies zoveel mogelijk mensen wil stimuleren, uitnodigen, begeleiden en ruimte bieden tot actieve sportbeoefening. In het decreet wordt dit gekoppeld aan een subsidiëring zodat een gevarieerd aanbod, zowel in clubverband als erbuiten, ontstaat en is er extra aandacht voor kwetsbare doelgroepen. Het huidig decreet Sport voor Allen (geldig tot en met 2013) legt voor gemeenten en provincies voorwaarden vast. Gemeenten die voldoen aan deze voorwaarden, ontvangen een subsidie per inwoner per jaar. Mogelijk zouden hier ook voorwaarden rond ethisch verantwoord sporten aan gekoppeld kunnen worden. Is het mogelijk om sportdiensten in het EVS decreet op te nemen? Met de beleids -en beheerscyclus en het planlastendecreet komt er vanaf 2013 een nieuwe manier van plannen op gemeenten af. Concreet betekent het dat plannen en subsidieaanvragen onderdeel zijn van een gemeentelijk meerjarenplan. Hier zouden mogelijkheden kunnen liggen om een duurzame werking rond ethiek uit te bouwen. Dit over verscheidene domeinen heen, gericht op het verenigingsleven in het algemeen (cultuur, jeugd, sport..). Een andere mogelijke piste om veel grondiger te werk te gaan rond ethiek is het uitwerken van een intervention mapping (IM) protocol. Binnen het protocol wordt sterk de nadruk gelegd op een grondige analyse van de levenskwaliteit en gezondheid, van ethisch en onethisch gedrag, en van de oorzaken of determinanten van dat gedrag. Het grote voordeel aan het protocol is dat het heel concrete richtlijnen en werkdocumenten bevat die toelaten om op een stapsgewijze manier een interventie binnen het domein van de ethiekbevordering te ontwikkelen. Men zou dit kunnen toepassen op de sportwereld. Men zou bijvoorbeeld één sport kunnen aanpakken en daar een methodiek voor ontwikkelen, evalueren en dan uitrollen over alle sporten. In deze veel grondigere aanpak zou een belangrijke taak weggelegd zijn voor onderzoekers en ICES om zo'n interventie voor ethiek te ontwikkelen Besluit We poogden met dit document een bondig overzicht te geven van hoe de overheid het EVS verhaal heeft aangepakt en hoe ze het in de toekomst mogelijk zou kunnen aanpakken. We hebben een aantal mogelijkheden besproken en zijn niet louter uitgaan van de bestaande situatie. We zijn er van overtuigd dat het belangrijk is voor het sturen van ethiek in de sportwereld dat er een grote, duurzame betrokkenheid en een gedeelde verantwoordelijkheid is tussen de federaties, de 45

48 overheid en de sportclubs die ze vertegenwoordigen. Voor de beleidsvoering in het kader van het MEVS decreet werd voor de Open Coördinatie Methode (OCM) gekozen. Een succesvolle toepassing van de cogovernance methode als alternatief lijkt meer aangewezen in de context van ethiek omdat het een groter engagement impliceert, en is beter toepasbaar op de relatie overheid-werkveld. Deze methode impliceert echter gelijkheid onder de partners, en dus een vrijwillig en sterk engagement van (invloedrijke) partners. Op vandaag is er geen garantie dat dit in het werkveld voldoende aanwezig is. Daarom is de huidige OCM het beste alternatief. De effectiviteit kan echter verbeterd worden door de rollen van alle actoren duidelijker te definiëren. We zijn dan ook dieper ingegaan op de rollen van de Vlaamse overheid, ICES, de federaties en de sportclubs. De rollen van de actoren zijn sterk afhankelijk van de beleidskeuze en de samenwerkingsvormen en horen bijgevolg in functie daarvan beschreven te worden. We kunnen stellen dat alle actoren in het EVS verhaal streven naar een grotere ethische bewustwording in alle gelederen van de sportwereld. Om dit te kunnen bewerkstelligen zijn er voor elke actor een aantal taken weggelegd. Verder werd er dieper ingegaan op het MEVS decreet. Ten eerste werd de inhoud van het MEVS decreet bondig weergegeven. Ten tweede werd verklaard hoe het decreet tot stand kwam, welke actoren betrokken werden en hoe het aangepakt werd. Ten derde evalueerden we het decreet mede aan de hand van input uit een focusgroepgesprek met vertegenwoordigers van sportfederaties en clubs. Ten vierde probeerden we te schetsen wat de impact van het decreet is. Ten slotte probeerden we advies te verlenen ter verbetering van de decretale aanpak omtrent EVS. 46

49 4. Onderzoek naar ethiek in Vlaamse sportclubs 4.1. Methodiek De vragenlijst voor de online bevraging werd opgebouwd rond de decretale thema s en bijhorende richtsnoeren van het huidige EVS decreet. Er werden vijf stellingen opgesteld voor elke van de 18 aanwezige richtsnoeren. De respondenten kregen de vraag in welke mate de stellingen van toepassing waren bij hun sportclub. Deze vragenlijst werd getest door 60 studenten. De betrouwbaarheidsanalyse die daarop volgde maakte dat de vragenlijst gereduceerd werd van 90 tot 54 vragen met 3 stellingen per richtsnoer. We kozen 6 sporttakken die ons een mooi beeld zouden geven over het Vlaams sportlandschap. Zo trachtten we de grote verscheidenheid tussen de verschillende sportdisciplines en sportparticipanten op te vangen. We kozen voor: badminton, gymnastiek, judo, paardensport, tennis en voetbal. Met het oog op een goede samenwerking met de respectievelijke sportfederaties gingen we bij elkeen langs om het project voor te stellen en hun medewerking te vragen. De communicatie van de online tool gebeurde in eerste instantie via de federatie. Later werd ook de sportdiensten uit de grootste Vlaamse steden en gemeenten gecontacteerd met de vraag promotie te maken voor de enquête. We verzamelden 607 volledig ingevulde vragenlijsten van clubsecretarissen uit de zes sporttakken. Procentuele verdeling respons per sporttak voetbal 38% tennis 10% badminton 15% gymnastiek 15% judo 14% paardensport 8% Gezien de gegevens van de subsample tennis een bias vertoonden werden die niet weerhouden in de verdere analyses. 47

50 Leeftijd respondenten (geboortejaar) Geslacht respondenten ' ' ' ' ' ' ' ' '14 Vrouw 74% Man 26% De clubsecretarissen bestonden voor drie kwart uit mannen en hadden in de meeste gevallen een leeftijd tussen de 40 à 60 jaar. De vragenlijst die deze secretarissen invulden werd opgebouwd rond 4 delen: Demografische gegevens: achterhaalde het profiel van de club en respondent met o.a. vragen over het adres, de sport(en) die ze aanbieden, het geslacht van de respondent, de grootte van de club, het competitieniveau Decreet (huidige situatie verschillende richtsnoeren): resem stellingen opgebouwd op basis van de thema s en richtsnoeren van het decreet. Dit geeft ons een beeld over waar de ethische problemen zich situeren en op welke punten de overheid sterker moet op inzetten om de ethiek in de sportclubs te stimuleren. Ethische codes: vragen over het al dan niet aanwezig zijn van een ethische code, de inhoud van de code, de betrokkenen, de motivatie achter het opstellen, de doelgroepen, de communicatie errond Perceptie ethiek in de sportclub: opgesteld op basis van de Ethical Climate Index (ECI), een wetenschappelijk gevalideerde vragenlijst. Deze werd vertaald door een vertaalbureau en omgezet naar de sportcontext. De vragenlijst peilt naar de gevoeligheid voor ethische kwesties, de overwegingen om ethisch te handelen, het ethisch karakter en de motivatie bij clubleden om ethisch te handelen. 48

51 4.2. Resultaten Demografische gegevens 13% Sportief aanbod 13% volledig recreatief vooral recreatief 19% 12% beiden vooral competitief 43% Volledig competitief Eén vierde van de clubs spitsen zich toe op recreatieve sportbeoefening. Eén op 3 zegt zich vooral bezig te houden met competitie. 43% zegt zowel een recreatief als competitief aanbod uit te werken. Aantal leden per club 28% 5% 5% 12% >200 49% >500 De helft van de clubs beschikt over 50 tot 200 leden. Eén op drie clubs zegt over meer dan 200 leden te beschikken. 49

52 Decreet Het decreet omvat 6 thema s met in totaal 18 richtsnoeren. De mate waarin de stellingen omtrent de richtsnoeren van toepassing waren bij de sportclub van de respondent geeft ons een beeld van de huidige situatie met betrekking tot de decretale ethische thema s. Gemiddelde score per thema 5 4, ,77 4,19 4,33 4,47 3,99 Wanneer we de gemiddelde score s per ethisch thema bekijken zien we dat inclusie en solidariteit het laagst scoren. Integriteit en Fairplay scoren merkelijk hoger. Score Rechten van het Kind per sporttak 5 4,22 4,19 4,40 4,30 4, Wanneer we de score per sporttak uitsplitsen zien we dat voetbal en gymnastiek iets lager scoren. Judo scoort het hoogst. Wanneer we de Rechten van het Kind op het niveau van de richtsnoeren gaan bekijken komen we tot de volgende vaststellingen: 50

53 Amper 2% is niet akkoord met de stelling dat zijn sportclub aan positieve waardenopvoeding probeert te doen. Meer dan 9 op 10 clubs zeggen maatregelen te nemen ter bescherming en veiligheid van de jeugd 9 op 10 zegt in de club over verantwoorde en kindvriendelijke trainers te beschikken Zo goed als iedereen (99%) zegt kindvriendelijke sport te voorzien op het niveau van zijn jeugdleden Score inclusie per sporttak 5 3, ,96 3,95 3,94 3,64 Inclusie scoorde in het algemeen het laagst van alle thema s. Wanneer we de score bekijken per sporttak zien we dat badminton en voetbal opmerkelijker lager scoren dan paardensport, judo en gymnastiek. Wanneer we de inclusie op het niveau van de richtsnoeren gaan bekijken komen we tot de volgende vaststellingen: 95% zet zich in om participatiedrempels weg te werken Erg opmerkelijk is dat meer dan 1 op de 3 clubs weinig open staat voor bijzondere doelgroepen 51

54 Score diversiteit per sporttak 5 3,97 4,17 4,35 4,24 4, Badminton blijkt opmerkelijk lager te scoren dan de anderen en significant lager dan judo. Wanneer we de diversiteit op het niveau van de richtsnoeren gaan bekijken komen we tot de volgende vaststellingen: 7% zegt eerder weinig belang te hechten aan de diversiteit in de club Meer dan 9 op 10 clubs zeggen dat ze pestgedrag en racisme proberen aan te pakken Score fairplay per sporttak 5 4,31 4,38 4,52 4,39 4, Judo scoort het hoogst op fairplay. De reputatie dat in voetbal de fairplay soms wat ver te zoeken is wordt hier enigszins bevestigd. Wanneer we de fairplay op het niveau van de richtsnoeren gaan bekijken komen we tot de volgende vaststellingen: 52

55 9 op 10 clubs zegt training en competitie aan te passen aan het sportief niveau van de leden 4 op de 10 clubs beschouwen fairplay als iets heel erg belangrijk en nemen maatregelen ter promotie ervan Haast alle clubs (97%) zeggen naast het competitieve ook nadruk te leggen op sfeer en recreatie Score integriteit per sporttak ,38 4,48 4,65 4,48 4,42 Wanneer we de fairplay op het niveau van de richtsnoeren gaan bekijken komen we tot de volgende vaststellingen: club te weren Bijna 4 op de 10 clubs zeggen helemaal akkoord te zijn oneerlijke en niet oprechte mensen uit de Alle clubs (99%) zeggen veel belang te hechten aan veiligheid en het welzijn van zijn leden niet in het gedrang brengt voor sportief succes Zo goed als alle clubs (96%) zeggen dat de leden in de club terecht kunnen met problemen 1 op 3 clubs is er volledig van overtuigd op correcte en verantwoorde wijze met getalenteerde sporters om te gaan 53

56 Score solidariteit per sporttak ,74 4,00 4,21 4,05 3,98 Op het vlak van solidariteit wordt er gemiddeld aan de lage kant gescoord. Badminton scoort opmerkelijk laag. Wanneer we de fairplay op het niveau van de richtsnoeren gaan bekijken komen we tot de volgende vaststellingen: om gegaan trainers De overgrote meerderheid (92%) zegt dat er in de club solidair en respectvol met elkaar wordt 73% meent inspanningen te leveren om een netwerk uit te bouwen 85% zegt een democratisch beleid te willen voeren in samenwerking met supporters, sporters en Gemiddelde score per sporttak 5 4,22 4,21 4,35 4,25 4,

57 12,68% 16,07% 17,32% 13,57% 9,46% 15,00% 34,64% Meteen valt op dat de verschillen tussen de sporten niet zo groot zijn wanneer we alle ethische thema s samentellen. Voetbal scoort het laagst, judo scoort het hoogst Ethische code Ja Nee 46% 54% 54% van de clubs zegt over een ethische code te beschikken. 31% van de aanwezige codes zijn Panathlon Verklaringen voor de Rechten van het Kind. De communicatie van de code 50% 40% 30% 20% 10% 0% De ethische code is het vaakst via de clubwebsite te raadplegen. Eén op 8 clubs met een code communiceert die via een aparte infosessie. Andere regelmatig gebruikte communicatiemiddelen zijn o.a. een aparte folder, een artikel en het clubboekje. 55

58 63,44% 81,36% 71,68% 87,81% 32,66% 28,62% 13,80% 10,44% 11,11% 60,61% 93,27% 79,12% Betrokkenheid bij opstellen ethische code 100% 50% 0% De ethische code wordt vooral opgesteld door het clubbestuur in samenspraak met de trainers. Motivatie voor installeren ethische code 100% 50% 0% De belangrijkste motivatie voor het hebben van een ethische code is het ethisch sporten bevorderen. De club denkt tevens een positieve uitstraling te bekomen en ziet het als een stap naar professionalisering. 56

59 96,97% 33,00% 27,27% 3,37% 18,18% 6,73% 6,73% 71,72% 18,86% 11,11% 40,40% 61,95% 54,21% 41,41% 82,49% 81,48% Aandacht voor doelgroepen 100% 50% 0% De ethische code richt zich voornamelijk naar de sporters en trainers van de club. Het bestuur en de directie is minder geneigd de code naar zichzelf te richten. Ook ouders en supporters krijgen regelmatig aandacht in de code. Contactpersonen voor vragen met betrekking tot de ethische code 100% 50% 0% 57

60 Bestuur en trainers blijken de aangewezen personen voor vragen met betrekking tot de ethische code. Slechts 3% van de clubs heeft hiervoor een ethisch comité ter beschikking. Inhoud ethische code 100% 58,78% 63,44% 50% 40,14% 39,07% 34,41% 38,71% 0% In meer dan de helft van de gevallen wordt de aanwezige ethische code toegepast bij overtredingen en zijn er sancties voorzien in geval van overtreding. In iets mindere mate is er bescherming voorzien voor klokkenluiders in geval van klachten over onethisch gedrag, is er een procedure voorzien in geval van klachten over onethisch gedrag en is er een vaste procedure aanwezig bij overtreding van de ethische code. 39% van de clubs zegt in het afgelopen jaar verwezen te hebben naar de aanwezige ethische code Perceptie ethiek in de sportclub De vragenlijst hieromtrent werd opgesteld op basis van de wetenschappelijk gevalideerde Ethical Climate Index (ECI). De vragenlijst peilt naar de gevoeligheid voor ethische kwesties, de overwegingen om ethisch te handelen, het ethisch karakter en de motivatie om ethisch te handelen bij de clubleden. 58

61 badminton gymnastiek judo paardensport voetbal Algemeen genomen scoort ethisch karakter bij alle sportclubs het hoogst. De overweging bij clubleden om ethisch te handelen scoort het laagst. De opvallendste verschillend tussen de sporten is te vinden bij de motivatie om ethisch te handelen. De verschillen in score op de ECI tussen de verschillende sporttakken zijn niet significant. Wel zijn er positieve trendverschillen te noteren tussen: Recreatieve vs. competitieve sportclubs Clubs met een vrouwelijke vs. mannelijke secretaris Grote (>200) vs. kleine (< 50) sportclubs Clubs met vs. zonder ethische code 59

Citation for published version (APA): De Rycke, J., De Martelaer, K., & Willem, A. (2014). Overheidsopdracht: Ethisch Verantwoord Sporten. ICES.

Citation for published version (APA): De Rycke, J., De Martelaer, K., & Willem, A. (2014). Overheidsopdracht: Ethisch Verantwoord Sporten. ICES. Vrije Universiteit Brussel Overheidsopdracht: Ethisch Verantwoord Sporten De Rycke, Jens; De Martelaer, Kristine; Willem, Annick Publication date: 2014 Document Version Publisher final version (usually

Nadere informatie

ETHISCH VERANTWOORD SPORTEN 2012-2013. De stedelijke sportraad Kortrijk en de Kortrijkse sportclubs werken mee!

ETHISCH VERANTWOORD SPORTEN 2012-2013. De stedelijke sportraad Kortrijk en de Kortrijkse sportclubs werken mee! 2012-2013 ETHISCH VERANTWOORD SPORTEN De stedelijke sportraad Kortrijk en de Kortrijkse sportclubs werken mee! Stedelijke sportraad Kortrijk p.a. Bad Godesberglaan 22 8500 Kortrijk Tel. 056 27 80 16 Inhoud

Nadere informatie

Samen sport mee(r) op jongerenmaat maken.

Samen sport mee(r) op jongerenmaat maken. Samen sport mee(r) op jongerenmaat maken. Tips voor leerkrachten en trainers een samenwerking tussen Panathlon en de Vlaamse Sportfederatie vzw De campagne Sport op Jongerenmaat Waarom? Elke jongere heeft

Nadere informatie

Ethiek in de sport. Internationaal Centrum Ethiek in de Sport (ICES) www.ethicsandsport.com inf@ethicsandsport.com. De Aftrap 7 oktober 2014 - Deurne

Ethiek in de sport. Internationaal Centrum Ethiek in de Sport (ICES) www.ethicsandsport.com inf@ethicsandsport.com. De Aftrap 7 oktober 2014 - Deurne Ethiek in de sport Internationaal Centrum Ethiek in de Sport (ICES) www.ethicsandsport.com inf@ethicsandsport.com De Aftrap 7 oktober 2014 - Deurne Ethisch Sporten = sporten in overeenstemming met het

Nadere informatie

Ethisch management. Prof Dr. Annick Willem Jens De Rycke. ALM Antwerpen 29/04/2014

Ethisch management. Prof Dr. Annick Willem Jens De Rycke. ALM Antwerpen 29/04/2014 Ethisch management Prof Dr. Annick Willem Jens De Rycke ALM Antwerpen 29/04/2014 Decreet Gemiddelde score's per thema 4,16 4,11 4,33 4,47 3,98 3,77 Rechten vh Kind Inclusie Diversiteit Fairplay Integriteit

Nadere informatie

BELEIDSPLAN. Internationaal Centrum Ethiek in de Sport 2015-2017. Internationaal Centrum Ethiek in de Sport

BELEIDSPLAN. Internationaal Centrum Ethiek in de Sport 2015-2017. Internationaal Centrum Ethiek in de Sport 1 BELEIDSPLAN Internationaal Centrum Ethiek in de Sport 2015-2017 Internationaal Centrum Ethiek in de Sport Waterkluiskaai 16-9040 Sint-Amandsberg/Gent www.ethicsandsport.com - info@ethicsandsport.com

Nadere informatie

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Algemene vorming op het einde van de derde graad secundair onderwijs Voor de sociale

Nadere informatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. Intern MVO-management. Verbetering van motivatie, performance en integriteit

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. Intern MVO-management. Verbetering van motivatie, performance en integriteit MVO-Control Panel Instrumenten voor integraal MVO-management Intern MVO-management Verbetering van motivatie, performance en integriteit Inhoudsopgave Inleiding...3 1 Regels, codes en integrale verantwoordelijkheid...4

Nadere informatie

ETHISCH BEGELEIDEN VAN JEUGDSPORT

ETHISCH BEGELEIDEN VAN JEUGDSPORT ETHISCH BEGELEIDEN VAN JEUGDSPORT Toelichting VUB (onderzoeks)luik Prof. Dr. Kristine De Martelaer Jens De Rycke 2 Inleiding Onze visie en doelstellingen Een te beperkt aanbod van ethische thema s in de

Nadere informatie

GEZONDE SPORTCLUB GEZOND SPORTEN CLUB

GEZONDE SPORTCLUB GEZOND SPORTEN CLUB GEZONDE SPORTCLUB GEZOND SPORTEN CLUB Jeroen Meganck Tine Sleurs 29/4/2014 GES- Studiedag Gezondheid in sport? Onderzoekslijn Sportclubs & gezondheid Promotoren Prof. Jan Seghers Prof. Jeroen Scheerder

Nadere informatie

Ethiek, ook in de G-sport!

Ethiek, ook in de G-sport! Ethiek, ook in de G-sport! Na afloop van een Goalbal-tornooi wordt de meest faire ploeg beloond. Een bestuurslid weet hoe hij op een gepaste manier een agressieve ouder aan de lijn kan kalmeren. Een coach

Nadere informatie

De kenniswerker. Prof. Dr. Joseph Kessels. Leuven 31 mei 2010

De kenniswerker. Prof. Dr. Joseph Kessels. Leuven 31 mei 2010 De kenniswerker Prof. Dr. Joseph Kessels Leuven 31 mei 2010 Is werken in de 21 ste eeuw een vorm van leren? Het karakter van het werk verandert: Van routine naar probleemoplossing Van volgend naar anticiperend

Nadere informatie

GOF. Belgische gedragscode voor veiliger gsm-gebruik door jonge tieners en kinderen

GOF. Belgische gedragscode voor veiliger gsm-gebruik door jonge tieners en kinderen Belgische gedragscode voor veiliger gsm-gebruik door jonge tieners en kinderen Voorwoord In februari 2007 ontwikkelden de Europese mobiele providers en content providers een gezamenlijke structuur voor

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie

Van gunsten naar rechten voor leerlingen met beperkingen. Het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap en onderwijs

Van gunsten naar rechten voor leerlingen met beperkingen. Het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap en onderwijs Van gunsten naar rechten voor leerlingen met beperkingen Het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap en onderwijs Feiten New York 13 december 2006 Verdrag + Optioneel Protocol (rechtsbescherming)

Nadere informatie

Hoe ziet de toekomst van ICT-beleid eruit in het onderwijs aan leerlingen met beperkingen?

Hoe ziet de toekomst van ICT-beleid eruit in het onderwijs aan leerlingen met beperkingen? Informatie en Communicatie Technologie (ICT) in het onderwijs aan leerlingen met beperkingen Visies op de toekomst van Beleid, Praktijk en Onderzoek & Ontwikkeling In september 2002 heeft een internationale

Nadere informatie

Ethisch Charter. Eandis speelt een unieke rol in het energielandschap.

Ethisch Charter. Eandis speelt een unieke rol in het energielandschap. 2 Eandis speelt een unieke rol in het energielandschap. Als onafhankelijke dienstverlenende onderneming, zijn we verantwoordelijk voor het uitvoeren van de opdrachten die de Vlaamse distributienetbeheerders

Nadere informatie

PostNL Business Principles

PostNL Business Principles 3 december 2014 PostNL N.V. PostNL Business Principles Raad van Bestuur Auteur Director Audit & Security Titel PostNL Business Principles Versie 1.1 Dit document is een vertaling van de Engelstalige versie.

Nadere informatie

NVAO Integriteitscode

NVAO Integriteitscode NVAO Integriteitscode Oktober 2015 NVAO Integriteitscode Oktober 2015 pagina 2 Inleiding Integriteit is een intrinsieke waarde voor mensen en organisaties en daarnaast voorwaarde voor vertrouwen in de

Nadere informatie

Citation for published version (APA): De Rycke, J., De Martelaer, K., & Willem, A. (2014). Overheidsopdracht: Ethisch Verantwoord Sporten. ICES.

Citation for published version (APA): De Rycke, J., De Martelaer, K., & Willem, A. (2014). Overheidsopdracht: Ethisch Verantwoord Sporten. ICES. Vrije Universiteit Brussel Overheidsopdracht: Ethisch Verantwoord Sporten De Rycke, Jens; De Martelaer, Kristine; Willem, Annick Publication date: 2014 Document Version Publisher final version (usually

Nadere informatie

Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012

Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012 Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012 En hoe de puzzelstukjes Of hoe de puzzelstukjes precies in elkaar precies passen in elkaar passen Onze Visie Wie we willen zijn in 2012 1 1 Als marktleider in het

Nadere informatie

Wij leggen rekenschap af over:

Wij leggen rekenschap af over: VRAGEN Het afleggen van rekenschap. ANTWOORDEN TOELICHTING / VOORBEELDEN VRAAG 1. Onze organisatie legt rekenschap af over onze effecten op de maatschappij, de economie en het milieu. Welke activiteiten

Nadere informatie

Kwaliteit van zorg door georganiseerde reflectie en dialoog

Kwaliteit van zorg door georganiseerde reflectie en dialoog Kwaliteit van zorg door georganiseerde reflectie en dialoog Bert Molewijk (RN,MA, PhD) Voorbij de vrijblijvendheid Programmaleider Moreel Beraad, VUmc Associate professor Clinical Ethics, Oslo VWS, Week

Nadere informatie

Gedragscode Bureau Financieel Toezicht

Gedragscode Bureau Financieel Toezicht Gedragscode Bureau Financieel Toezicht Welke uitgangspunten geven richting aan ons gedrag? INLEIDING Deze gedragscode beschrijft de waarden die richting geven aan het werken bij het Bureau Financieel Toezicht

Nadere informatie

Gedragscode Internationale Samenwerking Gezondheidszorg (ISG) van de

Gedragscode Internationale Samenwerking Gezondheidszorg (ISG) van de Gedragscode Internationale Samenwerking Gezondheidszorg (ISG) van de Nederlandse Vereniging voor Tropische Geneeskunde en Internationale Gezondheidszorg (NVTG) 6 maart 2008 Introductie De voorliggende

Nadere informatie

Tabel competentiereferentiesysteem

Tabel competentiereferentiesysteem Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling

Nadere informatie

HIJS HOKIJ DEN HAAG GEDRAGSCODE

HIJS HOKIJ DEN HAAG GEDRAGSCODE Waarom een gedragscode? Eén van de methodes om ongewenst gedrag zoals agressie, vandalisme e.d. te beperken, is het opstellen van een gedragscode. De twee belangrijkste oorzaken van ongewenst gedrag zijn

Nadere informatie

Samenvatting, informatie en verwijzingen

Samenvatting, informatie en verwijzingen HAND-OUT Samenvatting, informatie en verwijzingen In deze handout vatten we de belangrijkste informatie uit de bijeenkomst over veilig jeugdwerk samen. Deze handout is niet uitputtend en in veel gevallen

Nadere informatie

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek

praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek praktijkseminarie de operationele aanpak valorisatieproblematiek SBO maatschappelijke finaliteit Prof. Dr. Ann Jorissen (UA) IWT, 11 januari 2010 1 Effective Governance of Private Enterprises: the influence

Nadere informatie

Huishoudelijk Reglement van Sportievak vzw Afspraken en verplichtingen voor de aangesloten clubs en leden

Huishoudelijk Reglement van Sportievak vzw Afspraken en verplichtingen voor de aangesloten clubs en leden Huishoudelijk Reglement van Sportievak vzw Afspraken en verplichtingen voor de aangesloten clubs en leden Elke club of lid dat aansluit bij Sportievak vzw, dient te voldoen aan de hierna bepaalde verplichtingen.

Nadere informatie

Studiedag Ethnic Profiling Dienst diversiteit

Studiedag Ethnic Profiling Dienst diversiteit Studiedag Ethnic Profiling Dienst diversiteit Isaac De Vos 21 mei 2015 Cel Diversiteit Doel: Discriminatie binnen de geïntegreerde politie tegen te gaan. Sensibiliseringscampagnes, het coördineren van

Nadere informatie

Praktijkcase EVS -beleid: Van de

Praktijkcase EVS -beleid: Van de Praktijkcase EVS -beleid: Van de De VZF heeft gekozen voor de volgende thema s binnen zijn EVS beleid: Thema 1 : Rechten van het kind Waarom? De Vlaamse Zwemfederatie heeft de Panathlon Verklaring ondertekend

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Recht. Alternatieven voor recht

Hoofdstuk 1: Recht. Alternatieven voor recht Hoofdstuk 1: Recht Alternatieven voor recht Recht is zoals al gezegd een instrument om de maatschappij te ordenen. Alles is recht, kan een bepaalde houding zijn (die dan nog eens intrinsiek op alles toepasbaar

Nadere informatie

Samenwerkingsovereenkomsten Vlaamse overheid Gemeenten/Provincies * * * Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling

Samenwerkingsovereenkomsten Vlaamse overheid Gemeenten/Provincies * * * Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling Advies Samenwerkingsovereenkomsten Vlaamse overheid Gemeenten/Provincies * * * Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling Mevr. V. DUA, Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw Stuk 2001-2002/1 Samenwerkingsovereenkomsten

Nadere informatie

Het Wie, Wat en Hoe van Welzorg

Het Wie, Wat en Hoe van Welzorg Het Wie, Wat en Hoe van Welzorg En op welke wijze wij onze klanten verder willen brengen. Inhoud Onze Visie 4 Onze Missie 6 Onze kernwaarden 8 Onze gedragscode 10 Algemeen 11 Naleving van de wet 11 Medewerkers

Nadere informatie

Staten-Generaal Opvang en Vrije tijd van schoolkinderen. Docentendag Pedagogie Jonge Kind 12 september 2014

Staten-Generaal Opvang en Vrije tijd van schoolkinderen. Docentendag Pedagogie Jonge Kind 12 september 2014 Staten-Generaal Opvang en Vrije tijd van schoolkinderen Docentendag Pedagogie Jonge Kind 12 september 2014 Doel en opzet Basisprincipes Voorbereidende werkgroepen Resultaat van de Staten-Generaal Vooraf

Nadere informatie

Luc Van den Brande Laten we samen aan Europa bouwen

Luc Van den Brande Laten we samen aan Europa bouwen Luc Van den Brande Laten we samen aan Europa bouwen Inhoud Mijn overtuigingen 2 Mijn prioriteiten 3 Bakens voor morgen 8 Laten we samen aan Europa bouwen 1 Mijn overtuigingen Mijn overtuigingen Een Europa,

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

KINDERRECHTEN IN ONTWIKKELINGS- SAMENWERKING BTC INFOCYCLUS

KINDERRECHTEN IN ONTWIKKELINGS- SAMENWERKING BTC INFOCYCLUS KINDERRECHTEN IN ONTWIKKELINGS- SAMENWERKING BTC INFOCYCLUS PLATFORM KINDERRECHTEN IN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING Oprichting: 2007 naar aanleiding van wetswijziging Leden: NGO s, BTC, Experten, Doelstelling:

Nadere informatie

Ronde Tafel Vlaamse sportfederaties 2020. Verslagen thematafels

Ronde Tafel Vlaamse sportfederaties 2020. Verslagen thematafels Ronde Tafel Vlaamse sportfederaties 2020 op 3 december 2013 Verslagen thematafels Thema 2: Wat zijn in 2020 de kerntaken van een sportfederatie? Moderator: Koen HOEYBERGHS Verslaggever: Chris MASSEZ 1.

Nadere informatie

CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN TER PROMOTIE VAN EEN BREED SPORTAANBOD DOOR EVENEMENTEN MET EEN BOVENLOKAAL EN COMPETITIEF KARAKTER

CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN TER PROMOTIE VAN EEN BREED SPORTAANBOD DOOR EVENEMENTEN MET EEN BOVENLOKAAL EN COMPETITIEF KARAKTER CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN TER PROMOTIE VAN EEN BREED SPORTAANBOD DOOR EVENEMENTEN MET EEN BOVENLOKAAL EN COMPETITIEF KARAKTER Voor meer informatie kan u steeds terecht bij Vlaamse overheid Agentschap

Nadere informatie

Bachelorproject (15 EC), BSK. Docent: MSc, Drs. C. Nagtegaal

Bachelorproject (15 EC), BSK. Docent: MSc, Drs. C. Nagtegaal Vakbeschrijvingen derde jaar EBM: In het derde jaar volg je enkele verdiepende vakken, schrijf je de bachelorscriptie en heb je een vrije keuzeruimte. Je kunt deze ruimte invullen met keuzevakken (o.a.

Nadere informatie

Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving, opgemaakt in Faro op 27 oktober 2005

Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving, opgemaakt in Faro op 27 oktober 2005 Sectorraad Kunsten en Erfgoed Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving, opgemaakt in Faro op 27 oktober 2005 Advies 2010/2 (SARiV) Advies 243-05 (SARC)

Nadere informatie

DEONTOLOGISCHE CODE BINNENLANDSE ZAKEN. dienstuitoefening externe relaties. verticale relaties. interne relaties. basiswaarden

DEONTOLOGISCHE CODE BINNENLANDSE ZAKEN. dienstuitoefening externe relaties. verticale relaties. interne relaties. basiswaarden DEONTOLOGISCHE CODE dienstuitoefening externe relaties interne relaties verticale relaties basiswaarden FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN De maatschappij is de laatste jaren sterk geëvolueerd

Nadere informatie

De sportwereld voor het hbo. Jan de Leeuw

De sportwereld voor het hbo. Jan de Leeuw De sportwereld voor het hbo Jan de Leeuw Voorwoord Voor u ligt De sportwereld voor het hbo, een systematische introductie in de sportwereld. De methode bevat studiemateriaal voor sportgerelateerde hbo-opleidingen.

Nadere informatie

Gedragscode. SCA Gedragscode

Gedragscode. SCA Gedragscode SCA Gedragscode 1 Gedragscode SCA Gedragscode SCA wil op sociaal- en milieutechnisch verantwoorde wijze omgaan met haar belanghebbenden en op basis van respect, verantwoordelijkheid en uitmuntendheid een

Nadere informatie

Competentiemanagement bij de federale overheid

Competentiemanagement bij de federale overheid Competentiemanagement bij de federale overheid Competentieprofielen Basis Leidinggevend A1 December 2009 LEIDINGGEVEND A1 1/ BASISPROFIEL Tabel informatie begrijpen taken Taken uitvoeren Leidinggevend

Nadere informatie

GELIJKE KANSEN IN BELGIË

GELIJKE KANSEN IN BELGIË GELIJKE KANSEN IN BELGIË HISTORISCH ONDERZOEK 1. EEN WOORDJE UITLEG Tijdens het bezoek aan de Democratiefabriek hebben jullie kunnen vaststellen dat bepaalde elementen essentieel zijn om tot een democratie

Nadere informatie

Manifest voor de Rechten van het kind

Manifest voor de Rechten van het kind Manifest voor de Rechten van het kind Kinderen vormen de helft van de bevolking in ontwikkelde landen. Ongeveer 100 miljoen kinderen leven in de Europese Unie Het leven van kinderen in de hele wereld wordt

Nadere informatie

Ik maak het verschil! Wegwijzer voor VLP-clubs

Ik maak het verschil! Wegwijzer voor VLP-clubs Ik maak het verschil! Wegwijzer voor VLP-clubs INHOUD 1. Wat is Ik maak het verschil!? 2. Project voor VLP-clubs: wat en hoe? 3. Voordelen van het project 4. Hoe aansluiten als VLP-club? 5. Meer informatie

Nadere informatie

Transparantie Public Affairs is een vak dat volgens de beroepsvereniging in alle openheid bedreven wordt.

Transparantie Public Affairs is een vak dat volgens de beroepsvereniging in alle openheid bedreven wordt. HANDVEST 1. Inleiding Wat kunnen en mogen politici, ambtenaren en journalisten verwachten van leden van de Beroepsvereniging voor Public Affairs (BVPA) die het vak van Public Affairs uitoefenen? En waarop

Nadere informatie

Ethisch verantwoorde zorg voor ouderen Tussen kwetsbaarheid en waardigheid. Prof. Dr. Chris GASTMANS KU Leuven

Ethisch verantwoorde zorg voor ouderen Tussen kwetsbaarheid en waardigheid. Prof. Dr. Chris GASTMANS KU Leuven Ethisch verantwoorde zorg voor ouderen Tussen kwetsbaarheid en waardigheid Prof. Dr. Chris GASTMANS KU Leuven INLEIDING Verbreding van ethische reflectie in gezondheidszorg Perspectiefverandering: zorg

Nadere informatie

Deontologische Code. Deze Deontologische Code is zowel op individuen als op entiteiten die interne auditdiensten verlenen van toepassing.

Deontologische Code. Deze Deontologische Code is zowel op individuen als op entiteiten die interne auditdiensten verlenen van toepassing. Deontologische Code INLEIDING Het doel van de Deontologische Code van het Instituut is het stimuleren van een ethische cultuur binnen het geheel van de professionele uitoefening van interne audit. Interne

Nadere informatie

CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN TER PROMOTIE VAN EEN BREED SPORTAANBOD DOOR EVENEMENTEN MET EEN FOCUS OP PARTICIPATIE EN RECREATIE

CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN TER PROMOTIE VAN EEN BREED SPORTAANBOD DOOR EVENEMENTEN MET EEN FOCUS OP PARTICIPATIE EN RECREATIE CRITERIALIJST VOOR SUBSIDIEAANVRAGEN TER PROMOTIE VAN EEN BREED SPORTAANBOD DOOR EVENEMENTEN MET EEN FOCUS OP PARTICIPATIE EN RECREATIE Voor meer informatie kan u steeds terecht bij Vlaamse overheid Agentschap

Nadere informatie

de Groeiacademie: Ethische Gedragscode v1.2, verschenen op 6 Januari 2015

de Groeiacademie: Ethische Gedragscode v1.2, verschenen op 6 Januari 2015 de Groeiacademie: Ethische Gedragscode v1.2, verschenen op 6 Januari 2015 De Groeiacademie Ethische Gedragscode Definities: Coach: Iemand die coacht. Coachee: Iemand die gecoacht wordt. Coachen: Het strategisch

Nadere informatie

MINISTERIE VAN DEFENSIE WERKGROEP STAAL EERSTE DRUK, NOVEMBER 2007 VISIE LEIDINGGEVEN

MINISTERIE VAN DEFENSIE WERKGROEP STAAL EERSTE DRUK, NOVEMBER 2007 VISIE LEIDINGGEVEN MINISTERIE VAN DEFENSIE WERKGROEP STAAL EERSTE DRUK, NOVEMBER 2007 VISIE LEIDINGGEVEN INLEIDING Voorwoord Commandant der Strijdkrachten CONTEXT De complexe omgeving waarin bij Defensie leiding wordt gegeven

Nadere informatie

Effectiviteit en bruikbaarheid van verschillende werkvormen EVS in de opleiding van jeugdsportbegeleiders

Effectiviteit en bruikbaarheid van verschillende werkvormen EVS in de opleiding van jeugdsportbegeleiders Effectiviteit en bruikbaarheid van verschillende werkvormen EVS in de opleiding van jeugdsportbegeleiders J. De Bouw, K. De Martelaer, K. Struyven en L. Haerens 31/12/2011 Inleiding Aanleiding onderzoek:

Nadere informatie

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership

One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership One Style Fits All? A Study on the Content, Effects, and Origins of Follower Expectations of Ethical Leadership Samenvatting proefschrift Leonie Heres MSc. www.leonieheres.com l.heres@fm.ru.nl Introductie

Nadere informatie

Er wordt dan systematische aandacht gegeven aan de machtsverhoudingen en de wenselijke gelijkwaardigheid van niet gelijkaardige betrokkenen.

Er wordt dan systematische aandacht gegeven aan de machtsverhoudingen en de wenselijke gelijkwaardigheid van niet gelijkaardige betrokkenen. 1 Trainingsbenadering volgens het model T&O Situering Deze trainingsbenadering is gebaseerd op meer dan drie decennia ervaring met bemiddeling. Bij deze training leren de deelnemers hun tussenkomsten als

Nadere informatie

Definities Coach is iemand die coacht, in het bijzonder iemand die dat beroepsmatig doet

Definities Coach is iemand die coacht, in het bijzonder iemand die dat beroepsmatig doet Gingermood Ethische Gedragscode Introductie Het doel van Gingermood s Ethische Gedragscode is de juiste praktijk van een coach op papier te zetten en deze omschrijving te laten dienen als leidraad voor

Nadere informatie

ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. ISO 9000:2000 en ISO 9001:2000 Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 11 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER...

Nadere informatie

Deontologische code - Commissie Projectsourcing

Deontologische code - Commissie Projectsourcing Deontologische code - Commissie Projectsourcing 1. Algemene bepalingen 1.1. Doel van deze gedragscode is het bepalen van de regels waartoe de leden zich verbinden ze na te leven. Ze moet bijdragen tot

Nadere informatie

Cocreatie in de opsporing. Dr. Albert Meijer Universiteit Utrecht

Cocreatie in de opsporing. Dr. Albert Meijer Universiteit Utrecht Cocreatie in de opsporing Dr. Albert Meijer Universiteit Utrecht Cocreatie in de opsporing: Perspectief van de wetenschap Albert Meijer Universiteit Utrecht Politieacademie 11 september 2012 Even voorstellen

Nadere informatie

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model.

Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. Kwaliteitszorg met behulp van het INK-model. 1. Wat is het INK-model? Het INK-model is afgeleid van de European Foundation for Quality Management (EFQM). Het EFQM stelt zich ten doel Europese bedrijven

Nadere informatie

ALGEMENE PROFIELSCHETS ADVIESGROEP BESTUURLIJKE VRAAGSTUKKEN

ALGEMENE PROFIELSCHETS ADVIESGROEP BESTUURLIJKE VRAAGSTUKKEN NA/60009382 ALGEMENE PROFIELSCHETS ADVIESGROEP BESTUURLIJKE VRAAGSTUKKEN Profielschets Adviesgroep Bestuurlijke Vraagstukken 1 Algemeen 1.1 Leidend voor het functioneren van de Adviesgroep Bestuurlijke

Nadere informatie

Advies- en ingenieursbureaus DEONTOLOGISCHE CODE

Advies- en ingenieursbureaus DEONTOLOGISCHE CODE DEONTOLOGISCHE CODE 1. INLEIDING De gedragscode heeft tot doel: de kwaliteit van de dienstverlening, de onpartijdigheid, de sociale en milieugebonden verantwoordelijkheid, de eerlijke mededinging, de goede

Nadere informatie

Algemene Gedragscode voor Toeleveranciers

Algemene Gedragscode voor Toeleveranciers Algemene Gedragscode voor Toeleveranciers RBW-621-L Algemene Gedragscode voor Toeleveranciers Januari 2014 Pagina 1 van 6 Algemene Gedragscode voor Toeleveranciers 1. Missie Koninklijke Boskalis Westminster

Nadere informatie

Bijzonder procesdoel 3: ontdekken van mensenrechten

Bijzonder procesdoel 3: ontdekken van mensenrechten Bijzonder procesdoel 3: ontdekken van mensenrechten Eerste leerjaar B 3.1. Mijn rechten Beroepsvoorbereidend leerjaar 3.1. Mijn rechten Wie ben ik? * De leerlingen ontdekken wie ze zelf zijn - de mogelijkheden

Nadere informatie

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel

Vlaamse overheid Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35, bus 10 1030 Brussel Evaluatie van beleid en beleidsinstrumenten Protocol tussen de entiteit 1 verantwoordelijk voor de (aansturing van de) evaluatie en (de instelling verantwoordelijk voor) het beleidsinstrument Vlaamse overheid

Nadere informatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie

Het sociaal regelsysteem: externe sturing door discipline. Het systeem van communicatieve zelfsturing: zelfsturing in communicatie De logica van lef, discipline en communicatie Theoretisch kader voor organisatieontwikkeling Tonnie van der Zouwen, maart 2007 De gelaagdheid in onze werkelijkheid Theorieën zijn conceptuele verhalen met

Nadere informatie

Onze Nyrstar verantwoordelijkheid Vormingsprogramma Gedragscode Vragen of problemen? Neem contact op met de Compliance Offi cer

Onze Nyrstar verantwoordelijkheid Vormingsprogramma Gedragscode Vragen of problemen? Neem contact op met de Compliance Offi cer Gedragscode De Nyrstar Way Veiligheid voor alles We voorkomen schade aan onze mensen, ons milieu, de wereld om ons heen, onze Nyrstar strategie en onze installaties waar we mee werken Open en eerlijk zijn

Nadere informatie

1. Situering. Hierbij worden volgende voorwaarden opgelegd:

1. Situering. Hierbij worden volgende voorwaarden opgelegd: Vlaamse Woonraad Koning Albert II-laan 19 bus 23 1210 Brussel vlaamse.woonraad@rwo.vlaanderen.be www.vlaamsewoonraad.be Advies 2015/08 datum 9 oktober 2015 bestemmeling kopie onderwerp Mevrouw Liesbeth

Nadere informatie

Toegankelijkheid van communicatie: over begrijpen en begrepen worden

Toegankelijkheid van communicatie: over begrijpen en begrepen worden Toegankelijkheid van communicatie: over begrijpen en begrepen worden Toegankelijkheid We gaan er vaak van uit dat de toegankelijkheid van de fysieke omgeving een voldoende voorwaarde is om iedereen te

Nadere informatie

Gedragscode. Inhoudsopgave RESPECT VOOR COLLEGA'S, HANDELSPARTNERS EN DE GEMEENSCHAP... 4

Gedragscode. Inhoudsopgave RESPECT VOOR COLLEGA'S, HANDELSPARTNERS EN DE GEMEENSCHAP... 4 Inhoudsopgave INLEIDING... 3 DOEL VAN DE MANUCHAR GEDRAGSCODE... 3 TOEPASSINGSGEBIED... 3 TOEZICHT OP DE NALEVING... 3 GEDRAGSCODE... 4 RESPECT VOOR COLLEGA'S, HANDELSPARTNERS EN DE GEMEENSCHAP... 4 NALEVING

Nadere informatie

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement

FUNCTIEFAMILIE 5.3 Projectmanagement Doel van de functiefamilie Leiden van projecten en/of deelprojecten de realisatie van de afgesproken projectdoelstellingen te garanderen. Context: In lijn met de overgekomen normen in termen van tijd,

Nadere informatie

Omzendbrief BB 2007/03

Omzendbrief BB 2007/03 Omzendbrief BB 2007/03 Omzendbrief Aan de provinciegouverneurs Aan de colleges van burgemeester en schepenen Aan de leden van de deputaties Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen

Nadere informatie

Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Artikel 24 - Onderwijs. Schriftelijke communicatie

Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Artikel 24 - Onderwijs. Schriftelijke communicatie Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap Artikel 24 - Onderwijs Schriftelijke communicatie Het Belgian Disability Forum (BDF) is een vzw die thans 18 lidorganisaties telt en meer dan 250.000

Nadere informatie

Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment

Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment Contents P. 2 Introductie P. 2 VINCI s commitments P. 4 Leveranciers commitments P. 6 Implementatie 1 15 april 2012 Introductie Deze Code «Global Performance

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1. Wat maakt sportmanagement zo uniek? HOOFDSTUK 2. Wat mogen we van een sportmanager verwachten?

HOOFDSTUK 1. Wat maakt sportmanagement zo uniek? HOOFDSTUK 2. Wat mogen we van een sportmanager verwachten? layout sportmanagement def. 26-02-2007 15:54 Pagina 5 I N H O U D Woord van dank 11 Ten Geleide 13 Topkoorts op de Everest 15 Overzicht van de expedities en de belangrijkste namen 27 HOOFDSTUK 1. Wat maakt

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie

Gedragscode. Inhoudsopgave

Gedragscode. Inhoudsopgave Gedragscode Inhoudsopgave Inleiding... 2 Wat is een gedragscode?... 2 Een gedragscode is geen wet... 3 Gedragscode voor de sport... 3 Richtlijnen voor afspraken binnen een gedragscode... 3 Sporters...

Nadere informatie

FUNCTIEBESCHRIJVING. Directeur. Scholengroep FORUM

FUNCTIEBESCHRIJVING. Directeur. Scholengroep FORUM FUNCTIEBESCHRIJVING Directeur Scholengroep FORUM Instelling Adres Instellingsnummer FUNCTIEBESCHRIJVING: DIRECTEUR Naam en voornaam Stamboeknummer Eerste evaluator Tweede evaluator De Algemeen directeur

Nadere informatie

Versie 1.0 dd. 23 januari 2014 Pagina 1. Gedragscode

Versie 1.0 dd. 23 januari 2014 Pagina 1. Gedragscode Pagina 1 Gedragscode Inleiding etiqs Integrity Services hecht grote waarde aan ethisch handelen. Kwaliteit en ethiek zijn de verbindende factoren tussen etiqs en haar klanten. EtiQs heeft een gedragscode

Nadere informatie

HELLAS-GLANA beleidsnotitie klachten

HELLAS-GLANA beleidsnotitie klachten HELLAS-GLANA beleidsnotitie klachten 1. Inhoud 2. Inleiding 1. Inhoud 2. Inleiding 3. Intentie van het beleid op het gebied van klachten 4. Uitvoering beleid 5. Implementatie 6. Bijlage 1 Gemeenschappelijke

Nadere informatie

Voetbalfederatie Vlaanderen - Klachten over geweld bij voetbalwedstrijden

Voetbalfederatie Vlaanderen - Klachten over geweld bij voetbalwedstrijden SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 553 van TOM VAN GRIEKEN datum: 21 april 2015 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Voetbalfederatie Vlaanderen - Klachten over geweld bij voetbalwedstrijden

Nadere informatie

Gerechtelijke Jeugdbijstand in hoogdringende gevallen. Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen.

Gerechtelijke Jeugdbijstand in hoogdringende gevallen. Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen. Advies Gerechtelijke Jeugdbijstand in hoogdringende gevallen Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gelijke Kansen. Voorstel van decreet houdende wijziging van de decreten inzake bijzondere jeugdbijstand,

Nadere informatie

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie (MO)

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie (MO) RLLL-RLLL-EXT-ADV-007bijl11 Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie (MO) Opleiding Rechten AO BE 028 (Ontwerp) Versie {1.0} (Ontwerp) Pagina 1 van 11 Inhoud Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II Opgave 2 Religie in een wetenschappelijk universum 6 maximumscore 4 twee redenen om gevoel niet te volgen met betrekking tot ethiek voor Kant: a) rationaliteit van de categorische imperatief en b) afzien

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Gemeentelijke basisschool De Knipoog Cardijnlaan 10 2290 Vorselaar 014/51 27 00 0478/28 82 63 014/ 51 88 97 directie@deknipoog.be

Gemeentelijke basisschool De Knipoog Cardijnlaan 10 2290 Vorselaar 014/51 27 00 0478/28 82 63 014/ 51 88 97 directie@deknipoog.be Gemeentelijke basisschool De Knipoog Cardijnlaan 10 2290 Vorselaar 014/51 27 00 0478/28 82 63 014/ 51 88 97 directie@deknipoog.be Elementen van een pedagogisch project 1 GEGEVENS M.B.T. DE SITUERING VAN

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Samenvatting (Summary in Dutch) Achtergrond Het millenniumdoel (2000-2015) Education for All (EFA, onderwijs voor alle kinderen) heeft in ontwikkelingslanden veel losgemaakt. Het

Nadere informatie

WELKOM OP HET ADLIT KICK-OFF EVENT Vrijdag 24 oktober 2014 Living Tomorrow

WELKOM OP HET ADLIT KICK-OFF EVENT Vrijdag 24 oktober 2014 Living Tomorrow WELKOM OP HET ADLIT KICK-OFF EVENT Vrijdag 24 oktober 2014 Living Tomorrow PROGRAMMA ADLIT KICK-OFF 1. AdLit, wat is dat? 2. Who is who? 3. Overzicht project 4. Mediagebruik kinderen en jongeren anno 2014

Nadere informatie

Klachtenmanagement bij lokale besturen Juridische en organisatorische context. 25 oktober 2007

Klachtenmanagement bij lokale besturen Juridische en organisatorische context. 25 oktober 2007 Klachtenmanagement bij lokale besturen Juridische en organisatorische context 25 oktober 2007 Inhoud 1. Situering klachtenbehandeling 2. Juridische context 3. Draagvlak? 4. Conclusies 2 1. Situering klachtenbehandeling

Nadere informatie

Gemeenschappelijke EU-standaarden voor het garanderen van procedurele rechten in strafzaken

Gemeenschappelijke EU-standaarden voor het garanderen van procedurele rechten in strafzaken Gemeenschappelijke EU-standaarden voor het garanderen van procedurele rechten in strafzaken Paul Ponsaers 1 1. De EU is niet enkel een economische, politieke en sociale gemeenschap, maar evenzeer een waardengemeenschap.

Nadere informatie

Code of Conduct. Omgangsregels van de Universiteit Utrecht

Code of Conduct. Omgangsregels van de Universiteit Utrecht Code of Conduct Omgangsregels van de Universiteit Utrecht Welke uitgangspunten geven richting aan ons gedrag? INLEIDING De Code of Conduct is het kader voor gedrag en reflectie voor medewerkers en studenten

Nadere informatie

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda

Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda Toeleg Meedoen & Samenwerken in Breda 2012-2013 Inleiding M&S Breda bestaat uit acht organisaties die er voor willen zorgen dat de kwetsbare burger in Breda mee kan doen. De deelnemers in M&S Breda delen

Nadere informatie

managing people meeting aspirations Natuurlijke groei

managing people meeting aspirations Natuurlijke groei managing people meeting aspirations Natuurlijke groei geloof Wij hebben een gemeenschappelijke visie pagina - managing people, meeting aspirations Vandaag verhoogt CPM de prestaties op elk niveau van uw

Nadere informatie

Courtesy Vertaling. Onafhankelijk onderzoek naar de rapportageprocedure van het IPCC. Taakomschrijving

Courtesy Vertaling. Onafhankelijk onderzoek naar de rapportageprocedure van het IPCC. Taakomschrijving Courtesy Vertaling Onafhankelijk onderzoek naar de rapportageprocedure van het IPCC Taakomschrijving Achtergrond Tegen het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw werd de wereldwijde opwarming van

Nadere informatie

De type-functies en de bijbehorende competenties

De type-functies en de bijbehorende competenties IRISteam De type-functies en de bijbehorende competenties Le Service Ressources Humaines De type-functies 1. De competenties voor de functies van klasse 0... 3 Logistiek Assistent_Toc374542571 2. De competenties

Nadere informatie