Annemarie van Heerikhuizen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Annemarie van Heerikhuizen"

Transcriptie

1 Pioniers van een verenigd Europa Annemarie van Heerikhuizen bron. (diss. Universiteit van Amsterdam) Amsterdam 1998 Zie voor verantwoording: dbnl / Annemarie van Heerikhuizen

2 VII Voorwoord De ideeën voor dit proefschrift zijn ontstaan bij de vakgroep (nu: opleiding) Europese Studies, waar ik sedert 1986 werkzaam ben en ik de afgelopen jaren de nodige ruimte had mij te wijden aan de pioniers van een verenigd Europa. Mijn promotor, Wim Roobol, heeft van meet af aan gewaakt over de kwaliteit en voortgang van het onderzoek, en attendeerde mij op talloze, voor mij zeer waardevolle boeken en artikelen. Parlementair historicus Jaap Talsma dank ik voor alle goede raadgevingen ter verbetering van hoofdstuk 1. Verscheidene personen die worden besproken in dit boek, onder wie M. van der Goes van Naters, H. Brugmans en E.M.J.A. Sassen, alsmede hun tijdgenoot en geestverwant, S.L. Mansholt, waren zo vriendelijk - toen allen nog in goede gezondheid verkerend - met mij van gedachten te wisselen over de achtergronden van het Europese denken in het Nederlandse naoorlogse parlement. Ook sprak ik met een van de kinderen van de pioniers, R.J. Schmal, die over een interessante documentatie bleek te beschikken over zijn in 1966 overleden vader, J.J.R. Schmal. Aanvullende gegevens over de personen van dit onderzoek, met name over hun doen en laten in Straatsburg, bij de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa, verkreeg ik van de griffier interparlementaire betrekkingen van de Staten-Generaal, J.L. Kranenburg. De medewerkers van de openbare bibliotheek in mijn woonplaats Haarlem dank ik voor het onvermoeibaar aanslepen van de loodzware delen van de Handelingen van de Tweede Kamer uit het magazijn van de bibliotheek. Ten slotte bedank ik Danielle Bourgois voor de vertaling van de samenvatting in het Frans, en Menno Spiering, die het geheel persklaar maakte. Haarlem, november 1997

3 1 Inleiding Het is al weer enige tijd geleden dat E.P. Wellenstein, oud-directeur-generaal voor buitenlandse betrekkingen van de Europese Gemeenschappen, in een afscheidsbundel voor J.L. Heldring schreef: Hoewel de founding fathers van de EGKS en van de EDG, Monnet, Schuman, Pleven, stellig geen Europese federalisten in de eigenlijke zin van het woord konden worden genoemd, en hoewel hun motieven eerder in uiterst nuchtere, praktische overwegingen en concrete probleemstellingen gezocht moesten worden dan in een bevlogen idealisme, appelleerden hun plannen en methoden toch sterk aan de verlangens naar een boven de grenzen van het eigen land uitstijgende dimensie, die in vele kringen leefden. Daar kwam bij, dat hun ideeën direct weerklank vonden bij politieke leiders in andere Westeuropese landen (...) In Nederland kwam de steun aanvankelijk eerder uit parlementaire dan uit regeringskringen; de Tweede Kamer nam een kamerbrede motie-van der Goes van Naters (PvdA)-Serrarens (KVP) aan, die het stichten van bovennationale doelverbanden met eigen bevoegdheden aanbeval. 1 Vreemd genoeg is er tot op heden in de geschiedschrijving nauwelijks aandacht besteed aan deze motie die in 1948 door de Tweede Kamer werd aanvaard en die voortborduurde op een iets eerder gedane Kameruitspraak waarin steun werd betuigd aan de deelname van Nederland aan verschillende naoorlogse samenwerkingsverbanden. De motie zou nog een vervolg krijgen in 1949, naar aanleiding van de oprichting in dat jaar van de Raad van Europa. Bogaarts heeft er in het tweede deel van de serie Parlementaire geschiedenis van Nederland na 1945 nog de meeste aandacht aan geschonken, maar de precieze bedoelingen en beweegredenen van de ondertekenaars van de motie laat hij nagenoeg achterwege. 2 Hij constateert 1 E.P. Wellenstein, Europese integratie en Atlantische samenwerking. Wederzijdse stimulans of hinderpaal? In: Dezer jaren. Buitenlands beleid en internationale werkelijkheid. Beschouwingen aangeboden aan J.L. Heldring bij diens afscheid als directeur van het Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken. Baarn, 1982, , Inmiddels is ook het derde deel van deze serie verschenen, met opnieuw aandacht voor de moties-van der Goes/Serrarens. Zie: P.F. Maas en J.M.M.J. Clerx (red.), Parlementaire geschiedenis van Nederland na Deel III: Het kabinet-drees/van Schaik ( ). Band C. Nijmegen, 1996, ,

4 2 alleen dat de motie geringe betekenis had voor het gevoerde beleid. Veel idealisme was bij de regering (...) niet te vinden, zo schrijft hij en een échte Europese federatie of unie is een verre droom gebleven. 3 Anders dan de beschouwing van Bogaarts richt deze studie zich expliciet op de beweegredenen die de Tweede Kamer ertoe hebben aangezet zich uit te spreken voor supranationale, in de terminologie van de motie, boven-nationale politiek. Speciaal zal daarbij worden gelet op oudere politieke opvattingen die in de motivatie van de ondertekenaars om mee te gaan met de Kameruitspraak een rol hebben gespeeld, alsmede op meer persoonlijk geaarde overwegingen. Nader onderzoek op dit terrein opent de mogelijkheid inzicht te krijgen in de achtergronden van de eerste, prille ontwikkeling van het Europese denken in Nederland. 4 3 M.D. Bogaarts, Parlementaire geschiedenis van Nederland na Deel II: De periode van het kabinet-beel 3 juli augustus Band A. 's-gravenhage, 1989, 432 en 446. Vgl.: A.E. Kersten, Oorsprong en inzet van de Nederlandse Europese integratiepolitiek. In: E.S.A. Bloemen (red.), Het Beneluxeffect. België, Nederland en Luxemburg en de Europese integratie Amsterdam, 1992, 1-12, 1-2. A.F. Manning, Die Niederlande und Europa von 1945-bis zum Beginn der fünfziger Jahre. Vierteljahrshefte für Zeitgeschichte. 1981, 1-20; Les pays-bas face à l'europe. In: R. Poidevin (ed.), Histoire des débuts de la construction européenne (mars 1948-mai 1950). Actes du colloque de Strasbourg novembre Bruxelles/Milano/Paris/Baden-Baden, Incidenteel is de Europese gedachte al eerder bepleit in Nederland. Onder anderen door de historicus Jan Romein die, in strijd goedbeschouwd met zijn eerdere kritiek op het Plan-Briand (Frans imperialisme, aldus Romein), in 1943 een continentaal Europees samenwerkingsverband voorstelde. (Vergelijk zijn artikel Hoe fundeeren wij de wereld op een veiliger grondslag?. Het Parool, september 1943, 4-5, met zijn studie De machten van dezen tijd. Overzicht van de voornaamste problemen der hedendaagsche internationale politiek Amsterdam, z.j., 195). Zie voor vooroorlogse pleitbezorgers van de Europese idee in Nederland: C.H. Pegg, Evolution of the European idea Chapel Hill/London, 1983, H.A.M. Klemann, Gedanken zur europäischen Integration in den Niederlanden während des Interbellums. In: J. Bosmans (Hrsg.), Europagedanke, Europabewegung und Europapolitik in den Niederlanden und Deutschland seit dem Ersten Weltkrieg. Münster, 1996,

5 3 Het voorstel dat aan de motie ten grondslag lag, maakt in één oogopslag duidelijk dat de totstandkoming van het Verdrag van Brussel, op 17 maart 1948, het verlangen naar bovennationaal samengaan sterk heeft aangewakkerd. Het Verdrag van Brussel was een militair bijstandsverdrag tussen België, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en het Verenigd Koninkrijk (Groot-Brittannië en Noord-Ierland), maar omvatte ook clausules op economisch, sociaal en cultureel terrein. Zo bepaalde artikel 1: The High Contracting Powers will so organize and coordinate their economic activities as to produce the best possible results. 5 De fractievoorzitter van de PvdA, M. van der Goes van Naters, zag in het verdrag mogelijkheden weggelegd voor gezagsoverdracht aan bovennationale organen en trad op als initiatiefnemer en eerste ondertekenaar van de motie. 6 Een biografische benadering kan licht werpen op wat Van der Goes en zijn mede-ondertekenaars precies bewoog in hun enthousiasme voor bovennationale organen, en hiervoor is dan ook gekozen in deze studie. 7 De dramatis personae krijgen ieder een eigen hoofdstuk toebedeeld, waarin onder meer kan worden nagelezen welke hun opleiding, beroepsachtergrond en politieke opvattingen waren. De periodisering van dit onderzoek is derhalve ruimer dan de aangegeven periode , die alleen betrekking heeft op de aanloop en de nasleep van de debatten over de motie tijdens het kabinet-beel en het kabinet-drees/van Schaik. De in 1900 geboren Van der Goes van Naters bijvoorbeeld, voert de studie terug naar ver voor Een ander gevolg van de biografische benadering is dat er meer bronnen worden geraadpleegd dan alleen parlementaire. Naast de Handelingen van de Tweede Kamer en de notulen van de Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken komen ook brieven aan 5 Treaty between Belgium, France, Luxemburg, the Netherlands and Britain (Brussels Treaty), 17 March Article 1. In: J.A.S. Grenville, The major international treaties A history and guide with texts. Londen, 1974, Handelingen Tweede Kamer, 18 maart 1948, Anders dan bij de zogenaamde prosopografische en psycho-historische methode, is het doel van deze benadering niet te komen tot een sociaal-biografische of psychologische interpretatie van het Europese denken in het parlement. In de gevolgde benadering spelen, naast gegevens in de intermenselijke en psychologische sfeer, zakelijk-politieke opvattingen en aktiviteiten een rol, en gaat het vooral om de ideeën achter de motie.

6 4 de orde, memoires, interviews en publicaties van de desbetreffende personen op wetenschappelijk en politiek gebied. Niet alle ondertekenaars hebben overigens een plaats gekregen in dit onderzoek. Criteria voor opname zijn geweest: opgetreden zijn als ondertekenaar én woordvoerder van de moties van 1948 en Degenen die aan beide criteria voldeden waren M. van der Goes van Naters, P.J.S. Serrarens (KVP), G.J.N.M. Ruygers (PvdA), E.M.J.A. Sassen (KVP), J.J.R. Schmal (CHU), H.A. Korthals (VVD) en J.A.H.J.S. Bruins Slot (ARP). De ondertekenaars N.S.C. Tendeloo (PvdA) en C.P.M. Romme (KVP) vielen af omdat beiden zich niet als woordvoerder hebben laten horen. De advocate Tendeloo betoonde zich al snel uiterst kritisch ten opzichte van de motie en schreef in mei 1948 in het PvdA-partijblad Paraat: Wij zouden het instellen van [bovennationale] doelorganisaties met bepaalde taken zonder openbare controle bedenkelijk achten; immers men heeft dan spoedig een gevaar voor bureaucratie of - wat nog erger is - voor experts -cratie. 8 Romme op zijn beurt stelde veeleer belang in de nationale politiek. Europa liet hij, na als indiener zijn politieke gewicht aan de motie te hebben gegeven, over aan zijn buitenlandspecialisten, Serrarens en Sassen, die dus wél in deze studie zijn opgenomen. Geheel tegen de aangelegde criteria in overigens, is ook Marga Klompé (KVP), die geen van de moties heeft ondertekend, in deze studie terechtgekomen. Klompé was de opvolgster van Sassen die in 1948 de Tweede Kamer verliet en wiens woordvoerderstaken door haar zijn overgenomen. Zonder Klompé was de katholieke bijdrage aan de motie door het wegvallen van Sassen onvolledig geworden. De opzet van de aan de ondertekenaars gewijde hoofdstukken is in grote lijnen gelijk. Er is niet gekozen voor een biografischchronologische -, maar voor een systematische aanpak, waardoor de motivering van de motie voorop kon blijven staan. Persoonsgege- 8 N.S.C. Tendeloo, Nabetrachting. Paraat, 28 mei 1948, 5. Tendeloo's eigenlijke werkterrein in de Kamer was niet buitenlandse politiek maar juridische zaken. Haar bijdrage aan de motie is verklaarbaar in het licht van haar betrokkenheid bij de Nederlandse Raad van de Europese Beweging en de Nederlandse Parlementaire Groep voor Federale Vraagstukken. Zie hoofdstuk 2 en 3.

7 5 vens worden verstrekt in de inleiding en soms ook nog in een aanvullende paragraaf. Vervolgens richt de aandacht zich op de wijze waarop de motie in het parlement en daarbuiten is toegelicht. Daarbij passeren ook standpunten de revue over onderwerpen die met de motie samenhangen: standpunten over de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de Europese Defensie Gemeenschap en Atlantische samenwerking. Sommige visies geven aanleiding, zoals bij Van der Goes, tot een wat uitvoeriger beschouwing in een aparte paragraaf. Daarna is de blik gericht op de aktiviteiten van de hoofdpersonen bij het eerste naoorlogse parlementaire lichaam in West-Europa: de Raadgevende Vergadering van de Raad van Europa. Ter afsluiting volgt nog een korte slotbeschouwing waarin ook de belangstelling van de ondertekenaars voor de geschiedenis van het Europese eenheidsstreven zal worden gepeild. De studie bevat twee inleidende hoofdstukken. Het eerste houdt zich bezig met de politieke omgeving van de ondertekenaars (de partijprogramma's onder andere), en opent met een verslag van oudere parlementaire denkbeelden op het terrein van de internationale politiek. Beschreven zal worden hoe het parlement oordeelde over de toetreding van Nederland tot de Volkenbond, over het bij de Volkenbond ingediende plan voor een Europese Unie (het Plan-Briand) en over de uiteindelijke crisis in het systeem van de collectieve veiligheid in de jaren dertig. Het tweede inleidende hoofdstuk is gewijd aan Hendrik Brugmans, de contactman tussen het parlement en de federalistische beweging in Nederland. Het hoofdstuk begint met een beschouwing over zijn Schets van een Europese samenleving: een voor zijn vrienden en geestverwanten geschreven inleiding tot het federalistische denken, de federalistische actie, en de federalistische houding tegenover de vraagstukken van nu, welke sterk aanleunde tegen het denken van de Franse personalist Denis de Rougemont. Vervolgens zal worden beschreven op welke wijze Brugmans de weg naar het Europese federalisme heeft weten te vinden en hoe hij, als federalist én rector van het Europa-College, het idee van Europa wetenschappelijk vorm heeft proberen te geven.

8 6 In alle hoofdstukken is bewust en zeer rijkelijk gebruik gemaakt van citaten omdat de techniek van parafraseren mij vaak minder bevalt. Het weergeven van de inhoud met andere woorden blijkt namelijk, zo is mijn ervaring, dikwijls neer te komen op óf te veel. geleende inhoud óf te veel andere woorden. Direct citeren doet meer recht aan het eigene van het verleden. Ten slotte zij nog gezegd dat door het hele boek heen de actualiteit van het naoorlogse eenheidsstreven niet uit het oog verloren mag worden. Zo stelde het katholieke parlementslid Marga Klompé voor, de Raad van Europa te verbinden aan de organen van de supranationale EGKS. Met dit voorstel liep zij in feite vooruit op de gedachte van het Europa van de twee snelheden, zoals neergelegd in het Tindemans-rapport in 1975, waarbij ook werd uitgegaan van meerdere integratietempo's om zo vaart aan de Europese samenwerking te geven. 9 Klompé en haar geestverwanten toonden zich ook al voorstanders van de toepassing van het beginsel van de subsidiariteit in de Europese politiek, een beginsel waarbij niet op voorhand alle gezag aan bovennationale organen uit handen hoefde te worden gegeven en dat begin jaren negentig opnieuw uitgedragen werd door vooraanstaande katholieke politici als voormalig premier Lubbers De Europese Unie. Verslag van de heer Leo Tindemans aan de Europese Raad (het Tindemans-rapport). Bulletin van de Europese Gemeenschappen, 1976, Zie voor de hantering van dit beginsel door Lubbers: W.T. Eijsbouts, Soevereiniteit en subsidiariteit. Theoretische geschiedenis. Driemaandelijkse uitgave van de Stichting Theoretische Geschiedenis. Amsterdam, 1991, , 479. W.H. Roobol, Lubbers heeft een Europese zwaai gemaakt. NRC Handelsblad, 5 november 1992, 9. Het subsidiariteitsbeginsel is terug te vinden in verschillende Europese verklaringen en verdragsteksten en is onderwerp van beschouwing in: W.T. Eijsbouts, op. cit. V.J.J.M. Bekkers, H.T.P.M. van den Hurk en G. Leenknegt (red.), Subsidiariteit en Europese integratie. Een oude wijsheid in een nieuwe context. Zwolle, 1995.

9 7 1 De verantwoordelijkheid van Nederland Inleiding Op 19 maart 1948 aanvaardde de Tweede Kamer de motie-van der Goes/Serrarens I. 1 Een krachtiger steunbetuiging aan internationaal samengaan was in de Tweede Kamer nog niet eerder gehoord. Van oordeel, zo luidde de motie, dat de verantwoordelijkheid van Nederland zich allereerst uitstrekt tot medewerking aan de Benelux, vervolgens tot die aan de Unie der vijf Westelijke landen, en eveneens tot samenwerking van de zestien landen - waaraan toegevoegd West-Duitsland - voor een Europees Herstel Programma. In dit hoofdstuk zal bij wijze van introductie worden nagegaan hoe het parlement de verantwoordelijkheid van Nederland zag in de vooroorlogse jaren, waarbij de toetreding van Nederland tot de Volkenbond in 1920 het uitgangspunt vormt. Aansluitend zal worden beschreven op welke wijze de regering, tegenover het parlement, de deelname heeft gemotiveerd aan de in de motie genoemde en andere internationale samenwerkingsverbanden. Tot slot is de aandacht gewijd aan de internationale politieke standpunten in de toenmalige beginselprogramma's van de politieke partijen. Een dorpel om binnen te komen De Volkenbond ontstond bij de Vrede van Versailles die werd afgesloten op 28 juni 1919 en in werking trad op 10 januari Bevordering van de internationale samenwerking en verwerving van vrede en veiligheid waren de doelstellingen zoals vermeld in de préambule van het Handvest. 2 Denkbeelden die hier nauw mee 1 Op 28 april 1948 volgde de aanvaarding van de motie-van der Goes/Serrarens II, op 8 februari 1949 de motie-van der Goes/Serrarens III. Zie voor de tekst van deze moties hoofdstuk 3. 2 Treaty of Peace between the Allied and Associated Powers and Germany (Treaty of Versailles), 28 June Part I: The Covenant of the League of Nations. In: J.A.S. Grenville, The major international treaties A history and guide with texts. Londen, 1974, 59-64, 59.

10 8 samenhingen waren: reductie van de bewapening (artikel 8), verbetering van de internationale arbeidsverhoudingen en liberalisatie van het handelsverkeer (artikel 23). 3 Van belang vooral was de introductie van het systeem van collectieve veiligheid: bescherming van de territoriale integriteit en de bestaande politieke onafhankelijkheid van alle leden van de Volkenbond tegen externe agressie (artikel 10). 4 Verplicht werd gesteld disputen aan arbitrage te onderwerpen, of te laten beslissen door de Raad van de Bond, op straffe van financiële en economische sanctiemaatregelen (artikel 12-16). 5 Artikel 16 van het Statuut vroeg een opoffering van alle leden indien een lid van de Bond in strijd met het verdrag toch tot oorlog overging. De leden hadden elkaar wederzijds te steunen bij de uitvoering van sanctiemaatregelen, en medewerking te verlenen bij de doorgang van troepen van Volkenbondslanden over hun grondgebied. 6 De Nederlandse regering motiveerde de toetreding als volgt. De Volkenbond had de vorm van een machtige, een groot deel der wereld omvattende politieke statengemeenschap, waaraan men zich niet mocht onttrekken. Het zich afzijdig houden van de Bond namelijk zou voor de internationale positie van ons land gevolgen kunnen hebben, die men wellicht later ernstig zou betreuren. Toegetreden werd voorts in het vertrouwen dat de Bond in staat zal zijn de algemeen menschelijke doeleinden van een Volkenbond (...) tot werkelijkheid te maken en dus de kiemen in zich bevat om (...) op te groeien tot eene werkelijke vredes-en rechtsorganisatie der volken. 7 Met een dergelijke motivatie ontkwam men aan het dilemma van de toenmalige Nederlandse buitenlandse politiek: zorg te dragen voor vrede en recht én voor de eigen veiligheid - tot dan 3 Ibidem, 60, Ibidem, Ibidem, Ibidem, Bijlagen Handelingen Tweede Kamer (verder als Bijlagen HTK), Staatsbegroting voor het dienstjaar 1921, III, Memorie van Antwoord, 17 december 1920, 9.

11 9 toe gewaarborgd door strikte neutraliteitspolitiek. 8 Minister van Karnebeek leverde met zijn zelfstandigheidspolitiek de noodzakelijke compromisformule: Neutraliteit (doet) aan ene negatieve en passieve houding denken terwijl het begrip der zelfstandigheid meer ruimte biedt voor het actief element. 9 Bij het parlementaire debat naar aanleiding van de goedkeuring van de toetreding van Nederland tot de Volkenbond, bleek met name artikel 16 grote zorgen te baren. Nederland zou afstevenen op economische zelfmoord als opgetreden moest worden tegen landen als Engeland en Frankrijk. 10 Ook zou Nederland in geval van oorlog verplicht kunnen worden tot het verlenen van doortocht aan vreemde troepen. 11 Het gevaar bestond dat Nederland dan een treeplank zou worden, een dorpel om binnen te komen. 12 Enkele sprekers 8 R.C. van Diepen spreekt in dit verband over twee min of meer tegenstrijdige neigingen van de Nederlandse buitenlandse politiek. R.C. van Diepen, Nederland en de collectieve veiligheid in het kader van de Volkenbond. Transaktie. Tijdschrift over de wetenschap van oorlog en vrede, 1996 (nr. 1), 70-89, Aldus weergegeven in: P.J. Oud, Het jongste verleden. Parlementaire geschiedenis van Nederland Deel 2: Assen, 1958, 193. Door C.B. Wels is de zelfstandigheidspolitiek van Van Karnebeek opgevat als breuk met de traditie van passieve neutraliteit. D. Hellema meent dat deze breuk niet moet worden overdreven: Nederland paste zich aan de gewijzigde omstandigheden aan, en die nieuwe omstandigheden vereisten een actiever buitenlands-politiek optreden. D. Hellema, Buitenlandse politiek van Nederland. Utrecht, 1995, 72. Zie voor het standpunt van Wels: C.B. Wels, Van Karnebeeks breuk met de traditie. In: Figuren en figuraties. Acht opstellen aangeboden aan J.C. Boogman. Groningen, 1979, De tradities in de Nederlandse buitenlandse politiek worden belicht in: J.C. Boogman, Achtergronden en algemene tendenties van het buitenlands beleid van Nederland en België in het midden van de 19e eeuw. Bijdragen en Mededelingen van het Historisch Genootschap. Groningen, 1962, J.J.C. Voorhoeve, Peace, profits and principles. A study of Dutch foreign policy. Leiden, 1985, Handelingen Tweede Kamer (verder als HTK), 13 februari 1920, 1311 en In dit inleidende hoofdstuk worden, voorzover het gaat om meer algemene standpunten, niet de namen genoemd van diegenen die deze standpunten in de Kamer hebben uitgedragen. In de Handelingen van de Tweede Kamer zijn uiteraard alle namen van de woordvoerders terug te vinden. Een terminologische kanttekening: de benaming Engeland is eigenlijk niet juist. Bedoeld wordt Groot-Brittannië of het Verenigd Koninkrijk. Engeland is evenwel de meest gangbare term in de Tweede Kamer. 11 HTK, 13 februari 1920, HTK, 18 februari 1920, 1352.

12 10 namen de Volkenbondsverplichtingen evenwel minder serieus. Indien er een nieuwe oorlog uitbrak waren wij niet minder vrij (...) om over ons eigen lot te beschikken. Nooit immers zou een van de partijen kunnen zeggen: nu ben ik de Bond en die anderen zijn de overtreders. Neen, de Bond zal door het uitbreken van een nieuwen wereldoorlog feitelijk zijn ontbonden; zijn bepalingen zullen automatisch ophouden te gelden, wij zijn vrij onze positie van neutralen staat te hernemen. 13 Een toekomstige oorlog was bovendien alleen denkbaar onder de mits, dat de bolsjewieken aan de Poolsche grenzen niet voldoende worden tegengehouden. Als deze mits zich niet voordeed, was er voor een toekomst van jaren geen vrees voor een grooten oorlog in Europa. 14 Slechts twee sprekers in het debat gaven er blijk van strikte neutraliteitspolitiek niet meer voor mogelijk of wenselijk te houden. De antirevolutionair V.H. Rutgers meende dat handhaving van de neutraliteitspolitiek ook zonder de Volkenbond steeds moeilijker werd en dat neutraliteit hoe langer hoe minder een absolute neutraliteit werd. Door toe te treden tot de Bond zou de kans op oorlog voor Nederland afnemen, terwijl vergroot zou worden de veiligheid van onze internationale positie, van onze souvereiniteit, van ons territoir. 15 P.J. Troelstra, fractievoorzitter van de vooral na de Eerste Wereldoorlog sterk antimilitaristisch georiënteerde Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, motiveerde zijn distantie ten opzichte van voortzetting van de neutraliteitspolitiek op een andere wijze. Tijdens de wereldoorlog was gebleken, zo sprak hij, dat militarisme nodig was voor de handhaving van de neutraliteit. 16 Dat was het groote motief en hoe meer nu het gebied der neutraliteit wordt ingeperkt, des te meer meen ik, dat wij kans hebben op een stevige 13 Ibidem, Ibidem, HTK, 13 februari 1920, Troelstra doelde op het in de Eerste Wereldoorlog door Nederland gevoerde beleid van gewapende neutraliteit, waarbij ter bescherming van de Nederlandse neutraliteit, de land- en zeemacht gemobiliseerd was geweest. Troelstra had dit beleid trouwens krachtig verdedigd in HTK, 3 augustus 1914, Zie voor Troelstra's motivatie achteraf: P.J. Troelstra, Gedenkschriften. Deel 4: Storm. Amsterdam, 1931, 83.

13 11 inperking van het militarisme. 17 Vrijwel alle sprekers waren het er overigens over eens dat Nederland niet buiten de Volkenbond mocht komen te staan. Nederland had een stem in het kapittel te behouden, en moest helpen de Bond om te vormen van een machtsbond van overwinnaars tot een werkelijke société des nations. 18 De Volkenbond is er ook zonder ons zo werd aangevoerd. Niet aansluiten zou niet beteekenen een los blijven van den invloed. Het zou slechts beduiden dat wij, voor zoover de Volkenbond is een machtsinstrument, ook door dat geweldige machtsinstrument zouden worden beheerst en dan zonder dat wij het recht hadden van medespreken. 19 Alleen de communisten waren verklaarde tegenstanders van toetreding. De Volkenbond was naar hun mening in het geheel geen bond van volken maar een bond van staten, dat wil zeggen, dat het is een bond van de uitvoerende comité's van de heerschende kliek in bepaalde landen. Het is een bond van de regeerders van de financieele kliek, die op het oogenblik in diverse landen de lakens uitdeelen. 20 Een uiterst korte glorie Tot zover dit korte overzicht van het parlementaire debat over de toetreding van Nederland tot de Volkenbond. Een unaniem en onbezorgd voorstander van toetreding blijkt de Kamer dus niet te zijn geweest. En na een aanvankelijk hoopvol begin, gestimuleerd onder andere door binnen de Volkenbond ondernomen pogingen tot liberalisatie van het handelsverkeer, ebde het vertrouwen in het systeem van collectieve veiligheid zo goed als weg. 21 De Kamer kon 17 HTK, 13 februari 1920, Zie voor Troelstra en zijn latere antimilitarisme: E. Hueting, F. de Jong Edz en R. Ney, ik moet, het is mijn roeping. Een politieke biografie van Pieter Jelles Troelstra. Amsterdam, 198. H.J.G. Beunders, Weg met de vlootwet. De maritieme bewapeningspolitiek van het kabinet-ruys de Beerenbrouck en het succesvol verzet daartegen in Meppel, HTK, 13 februari 1920, 1314, 1324; 17 februari 1920, Ibidem, HTK, 18 februari 1920, Zie bijvoorbeeld: Bijlagen HTK, Rijksbegroting voor het dienstjaar Voorlopig Verslag, 1-2.

14 12 dientengevolge ook weinig enthousiasme opbrengen voor het in 1929 bij de Volkenbond ingediende Plan-Briand. Mede in het licht van de mislukking van verschillende initiatieven tot liberalisatie, verzuchtte men: het eene plan is nog niet ten grave gedaald, of een ander neemt zijn plaats in. 22 De Franse minister van Buitenlandse zaken, Aristide Briand, maakte dit plan bekend op de tiende Volkenbondsvergadering van 5 september Voorop stond het geografische element. De volkeren van Europa vormden, aldus Briand, een geografische eenheid, en hadden derhalve une sorte de lien fédéral aan te gaan. Noodzakelijk daartoe was gemeenschappelijk overleg en gemeenschappelijke besluitvorming en het totstandbrengen van een lien de solidarité tussen de volkeren van Europa. Kernbegrippen van het enkele maanden later verschenen Mémorandum sur l'organisation d'un régime d'union fédérale européenne, waren solidariteit, gemeenschap en samenwerking. 24 De Nederlandse regering ontving het memorandum vrij positief, zonder dat de Volkenbondsgedachte werd verlaten: chaque tentative entreprise pour constituer un groupement européen devra trouver sa justification dans sa contribution à l'organisation d'une communauté internationale universelle. De regering nam het standpunt in dat [t]out effort sérieux tendant à (...) développer la coopération entre les nations peut partant être assuré de trouver auprès du Gouvernement de la Reine un accueil chaleureux HTK, 13 november 1930, Zie voor de diplomatieke aspecten van het plan: C. Navari, The origins of the Briand Plan. Diplomacy and statecraft, maart 1992, Fragmenten uit het voorstel en het memorandum zijn opgenomen in: D. de Rougemont, Vingt-huit siècles d'europe. La conscience européenne à travers les textes. D'Hésiode à nos jours. Paris, 1961, Zie ook hoofdstuk Bijlagen HTK, Rijksbegrooting voor het dienstjaar 1931, III, Antwoord der Nederlandsche Regeering inzake de Europeesche Unie, 30 juni 1930, 45. De reacties van de grote landen waren minder positief. Zie: C.H. Pegg, Evolution of the European idea Chapel Hill/London, 1983, 149. H.A.M. Klemann meent dat achter de positieve reactie van Nederland in feite een negatief standpunt inzake het memorandum schuilging. Zie: H.A.M. Klemann, Gedanken zur europäischen Integration in den Niederlanden während des Interbellums. In: J. Bosmans (Hrsg.), Europagedanke, Europabewegung und Europapolitik in den Niederlanden und Deutschland seit dem Ersten Weltkrieg. Münster, 1996, 79-99,

15 13 De Tweede Kamer betoonde zich zoals gezegd weinig enthousiast over het plan. Bij het begrotingsdebat van 1930 wierp alleen Troelstra's geestverwant, W.H. Vliegen, zich op als pleitbezorger van een Europese Unie. Europa heeft nu eenmaal haar eigen moeilijkheden en problemen, die door delegaties van andere werelddeelen moeilijk begrepen en beoordeeld kunnen worden, zo was zijn opvatting. Europa was de zetel van alle mogelijke rassenproblemen, waar men in Amerika niets van kent. 26 Weer werd aan communistische zijde de meest felle kritiek gehoord: dat ding van mijnheer Briand, dat niets anders beteekent dan tegenover Sovjet-Rusland, tegenover Amerika, zelfs tegenover Engeland de hegemonie van Frankrijk in Europa (...) uit te breiden. 27 Korte tijd na het verschijnen van het memorandum en de instelling van een Commissie van Onderzoek voor een Europese Unie was het Plan-Briand voor de Kamer al weer verleden tijd. 28 De Europese Unie is na een uiterst korte glorie in nevelen opgegaan, zo viel te beluisteren tijdens het begrotingsdebat van ; er zat [onderstr. A.v.H] een gezonde kern in, was alles wat Vliegen nog ten faveure van het plan inbracht. 30 Neutraliteitspolitiek die voelt en oordeelt Opmerkelijk in het licht van het voorafgaande is dat de Kamer de ondergang van de Volkenbond in de jaren dertig toch niet zo gemakkelijk kon aanvaarden. Dat bleek vooral bij de zware crisis van de Bond in 1936, toen het systeem van collectieve veiligheid 26 HTK, 13 november 1930, Ibidem, De laatste bijeenkomsten van de commissie vonden plaats in Zie voor het feitelijk verloop van het Plan-Briand: C.H. Pegg, op. cit., 157 e.v. Zie voor een analyse van de achtergronden, de reacties en het echec van het Plan-Briand op basis van de tot 1990 hierover verschenen secundaire literatuur: A. Koster, Le projet Briand de fédération européenne. Un état actuel des questions. Doctoraalscriptie. Universiteit van Amsterdam, HTK, 13 november 1930, Ibidem, 558.

16 14 niet was opgewassen tegen de Italiaanse agressie in Ethiopië. Sanctiemaatregelen voorkwamen niet dat een lid van de Volkenbond - Ethiopië was in 1923 toegetreden - werd beroofd van zijn territoriale integriteit. Op 1 juli 1936 gaven de vroegere neutrale landen, waaronder Nederland, een verklaring uit die een voorbehoud inhield ten aanzien van de verplichtingen van artikel Minister De Graeff wond er in de Kamer geen doekjes om: de verklaring van de ex-neutralen was onder den indruk van de ondervonden teleurstelling totstandgekomen, waarbij deze [de ex-neutrale landen] zich feitelijk hebben losgemaakt van de tot dusverre in art. 16 van het Pact gelezen automatische verplichting tot toepassing van economische sancties. 32 Nederland was er zelfs voorstander van de sancties van artikel 16 geheel te doen vervallen en het Volkenbondsverdrag te hervormen tot een meer vrijblijvend pacte consultative. 33 Alleen dan zou de universaliteit, de bijkans onmisbare voorwaarde om het overwicht van de internationale gemeenschap op den opstandigen Staat te handhaven meer in zicht komen. 34 Wat beteekent dit alles? vroeg de Tweede Kamer zich af bij het begrotingsdebat van november Het bevestigt alleen, dat wij, die aan dit pessimisme [inzake de Volkenbond] al zoo vaak uiting hebben gegeven, de diagnose altijd juister hebben gesteld dan de geachte bewindsman destijds. 35 Maar van een prijsgeven van de Volkenbondsverplichtingen wilden de meeste Kamerleden niets weten. Het standpunt werd verkondigd dat wanneer men een deel van de rechtswaarborgen van de Volkenbond prijsgeeft, men niet 31 G. van Roon, Kleine landen in crisistijd. Van Oslostaten tot Benelux Amsterdam/Brussel, 1985, HTK, 1 december 1936, 691. Teleurstellend was natuurlijk ook de gebleken onmacht van de Volkenbond bij de Japanse aanval op Mantsjoerije in 1931, en de mislukking van de Ontwapeningsconferentie van Genève in Zie voor de Nederlandse reacties op deze eerdere decepties: R.C. van Diepen, op. cit. 33 Bijlagen HTK, Rijksbegroting voor het dienstjaar 1937, III, Rede gehouden door den Minister van Buitenlandsche Zaken in de Zestiende Volkenbondsvergadering op 2 Juli 1936, Bijlagen HTK, Rijksbegroting voor het dienstjaar 1937, III, Memorie van Antwoord, 23 november 1936, HTK, 27 november 1936, 671.

17 15 zoo gemakkelijk daarop zal terugkomen. 36 Nederland moest de Volkenbond versterken in plaats van slapper maken. 37 Een standpunt dat na de toetreding van de Sovjetunie tot de Volkenbond ook door de communistische fractie kon worden gedeeld. 38 Een enkeling in de Kamer kon zich zelfs situaties indenken waarin het (...) voor Nederland aan te bevelen zou zijn onze zelfstandigheidspolitiek in den steek te laten, om vaster aan te sluiten bij de volkeren, die met ons van dezelfden geest bezield zijn. 39 Steun kreeg de minister alleen van christelijke zijde. De Volkenbond ontbrak het aan universaliteit omdat de volkeren bezeten zijn van den onchristelijken geest van geweld. 40 En zolang aan de voorwaarde van universaliteit niet was voldaan, hoefde Nederland ook niet deel te nemen aan acties die ons kunnen betrekken in een oorlog tusschen de groote volkeren. Twee sprekers gaven er blijk van de Volkenbond volledig de rug te willen toekeren. P. Zandt, afgevaardigde van de Staatkundig Gereformeerde Partij, keerde zich van de Bond af omdat hetgeen in Genève bij den Volkenbond als recht en gerechtigheid wordt aangemerkt, een ander recht en gerechtigheid is dan die, waarvan Gods Woord gewaagt. 41 De Leninist H.J.F.M. Sneevliet, afgevaardigde van de Revolutionair Socialistische Partij, verwoordde de oude communistische kritiek op de Volkenbond: Wij hebben de negatieve waarde van den Volkenbond onveranderd blijven zien, zo sprak hij, waarbij hij refereerde aan een van die lapidaire uitspraken van Lenin namelijk, dat het kapitalisme onverbrekelijk met oorlog verbonden is; richt dat kapitalisme een tempel op, om den oorlog uit te bannen (...) dan stelt het een instituuut in werking, dat doorloopend een leven kent van dubbelzinnigheid en onwaarachtigheid. 42 De toegenomen bereidheid van de meerderheid der Kamer mee te werken aan de Volkenbondsverplichtingen, duidt erop dat het besef 36 Ibidem, HTK, 26 november 1936, Ibidem, HTK, 27 november 1936, Ibidem, HTK, 1 december 1936, HTK, 27 november 1936, 678.

18 16 van verantwoordelijkheid van Nederland voor de buitenlandse politiek al voor de Tweede Wereldoorlog in de Kamer min of meer groeiende was. Onder invloed van de Duitse dreiging en het door Nederland na 1936 herkozen beleid van strikte neutraliteit, zette deze groei zich evenwel niet door. De gedachte won veld dat het streven naar collectieve veiligheid definitief was mislukt. Indachtig de vereisten van neutraliteitspolitiek liet het parlement zich zo min mogelijk uit over de landen die deze mislukking in de hand hadden gewerkt. 43 Een uitzondering vormde M. van der Goes van Naters, lid van de fractie van de SDAP en initiatiefnemer van de latere motie waarin de verantwoordelijkheid van Nederland zo nadrukkelijk voorop werd gesteld. Landen als Italië en Duitsland waren voor hem ronduit overtreders van de internationale rechtsorde, die bestraft hadden moeten worden. Door het achterwege blijven van sancties moest worden geconstateerd dat de collectieve veiligheid rechtsomkeert had gemaakt. Het door Nederland herkozen beleid van strikte neutraliteit steunde hij voor zover dit niet inhield dat men agressie, geweld niet mag afkeuren. Er was, zo sprak Van der Goes een doofstomme, ijzige neutraliteit en een nieuw soort onzijdigheid, die voelt en oordeelt en hij liet erop volgen: slechts tot deze laatste onzijdigheid is Nederland ook geestelijk verplicht; een afzonderlijke geestelijke neutraliteit bestaat niet. 44 Samenwerking Na 1945 waren de dagen van de neutraliteitspolitiek zo goed als geteld. C.G.W.H. van Boetzelaer van Oosterhout, minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-beel ( ), verwees in zijn Memorie van Antwoord bij de Rijksbegroting voor 1946, naar de ondervonden ervaringen van Tengevolge van misdadigen Duitschen opzet was ondanks stipt doorgevoerde onzijdigheid het 43 L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 2: Neutraal. 's-gravenhage, 1969, 139. H. Hermans, Parlementaire geschiedenis van jaar tot jaar Hilversum, 1939, 241 e.v. 44 Van der Goes ontleende zijn definities van de twee soorten neutraliteitspolitiek aan het ethisch-politieke denken van de volkenrechtsdeskundige C. van Vollenhoven. Zie: HTK, 8 november 1939, 290.

19 17 Rijk in Europa in den strijd betrokken geraakt. Na de oorlog was de toestand, met de beëindiging van de theorie van het Europeesch evenwicht, zoozeer gewijzigd, dat de basis voor een neutraliteitspolitiek geheel is komen te vervallen. En de minister vervolgde: Het behoeft verder nauwelijks betoog, dat de steeds voortschrijdende oorlogstechniek het voeren van onzijdigheidspolitiek in de toekomst in hooge mate zou verzwaren, en voor landen van beperkte afmetingen wellicht geheel onmogelijk zou maken. Vast staat, dat neutraliteit in de toekomst een minder deugdelijk middel zal zijn om Nederland buiten conflicten te houden, dan zulks in het verleden het geval is geweest. 45 Uit Van Boetzelaers Antwoord kan worden opgemaakt dat de gedachte van collectieve veiligheid, na 1945 belichaamd door de Verenigde Naties, weer vast uitgangspunt was geworden van het Nederlandse beleid. Nederland zal, zo verklaarde de minister zijn vollen steun aan de Vereenigde Naties schenken, en er toe trachten bij te dragen, dat deze organisatie zal uitgroeien tot een lichaam, dat den vrede en de veiligheid op bevredigende wijze zal weten te verzekeren. 46 Een standpunt dat, naast internationale factoren, ook werd ingegeven door Van Boetzelaers grote persoonlijke voorkeur voor de Verenigde Naties. 47 Van Boetzelaers voorganger, minister Van Kleffens, had nog grote moeite gehad met het overwicht van de grote mogendheden binnen de nieuwe volkerenorganisatie en had graag gezien dat het vetorecht van deze landen was ingeperkt. 48 Het Duitse vraagstuk voerde Nederland uiteindelijk naar de in de motie-van der Goes/Serrarens I ondersteunde regionale samenwerkingsverbanden. 49 Van Boetzelaer meende aanvankelijk nog in 45 Bijlagen HTK, Rijksbegroting voor het dienstjaar 1946, III Memorie van Antwoord, 29 november 1946, Ibidem. 47 H.A. Schaper, Van afzijdigheid naar bondgenootschappelijkheid. Het Nederlandse veiligheidsbeleid in de jaren Internationale Spectator, mei 1978, , 325 en S.I.P. van Campen, The quest for security. Some aspects of Netherlands foreign policy 's-gravenhage, 1957, C. Wiebes and B. Zeeman, Belgium, the Netherlands and alliances Z.p., 1993, Zie voor een recente beschouwing over het begin van de Nederlandse Europese integratiepolitiek: A.E. Kersten, Die Niederländische Europapolitik In: J. Bosmans (Hrsg.) Europagedanke, Europabewegung und Europapolitik in den Niederlanden und Deutschland seit dem Ersten Weltkrieg. Münster, 1996,

20 18 geallieerd verband aan dit vraagstuk te kunnen ontkomen. Tot stand moest worden gebracht een zodanige vrede welke eenerzijds hernieuwde Duitsche agressie onmogelijk maakt, doch daarnaast de voorwaarden schept voor een geleidelijke herleving der Duitsche economie, welke van overwegend belang is voor het herstel van Europa in het algemeen, en van Nederland in het bijzonder. 50 Eind 1947 moest evenwel worden geconstateerd dat de Sovjetunie, de Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk niet tot een gemeenschappelijk beleid in Duitsland in staat bleken te zijn. De starre houding van de Sovjetunie op de viermogendhedenconferentie te Londen in november-december 1947 (de Sovjetunie hield vast aan hoge herstelbetalingen, op te brengen door de Duitse industrie) vormde het voornaamste struikelblok en leidde tot het afbreken van het geallieerd overleg. 51 Op 22 januari 1948 riep de Engelse minister van Buitenlandse Zaken, Ernest Bevin, op tot de vorming van een Westerse Unie. Op 17 maart ondertekende Nederland het Verdrag van Brussel en verbond zich daarmee tot regionale samenwerking met vier andere Westeuropese landen: België, Luxemburg, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. 52 Een stap die werd vergemakkelijkt omdat Nederland vrijwel tegelijk met de acceptatie van regionale samenwerking toegang verkreeg tot het geallieerd overleg over Duitsland. Nederland ambieerde deze toegang om de eigen economische belangen in Duitsland veilig te kunnen stellen. 53 Nederland heeft ook getracht, tevergeefs weliswaar, met het Verdrag van Brussel zijn positie in de Indonesische kwestie te versterken en te ontkomen aan het Engelse embargo op wapentransporten naar Indonesië. En nog rekenend op een voor Nederland gunstige afloop van de strijd met de Indonesische nationalisten, is er 50 Bijlagen HTK, Rijksbegroting voor het dienstjaar 1946, III, Memorie van Antwoord, 29 november 1946, M.D. Bogaarts, Parlementaire geschiedenis van Nederland na Deel II: De periode van het Kabinet-Beel 3 juli augustus Band A. 's-gravenhage, 1989, Ibidem, Zie voor het belang van Duitsland voor de Nederlandse economie: S.I.P. van Campen, op. cit.,

SAMENVATTING SYLLABUS

SAMENVATTING SYLLABUS SAMENVATTING SYLLABUS Julie Kerckaert Inleiding tot het Europees en internationaal recht Academiejaar 2014-2015 Inhoudsopgave Deel 2: Inleiding tot het Europees recht... 2 1. Het juridisch kader van het

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak I. 31 oktober 2013 8: 30-10:00. 1 SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS 31 oktober 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit 38 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG!

MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG! MODULE I EUROPA: NOOIT MEER OORLOG! I.I De geboorte van de Europese Unie Zoals jullie waarschijnlijk wel weten zijn er de vorige eeuwen veel oorlogen in Europa geweest. Vooral de Eerste en de Tweede Wereldoorlog

Nadere informatie

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad

Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Moeilijke besluiten voor de Europese Raad Korte omschrijving: Leerlingen gaan aan de slag met actuele Europese dilemma s. Er zijn vijf dilemma s. U kunt zelf kiezen welke dilemma s u aan de orde stelt.

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2002 Nr. 112. Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 2002 Nr. 112. Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid 50 (1986) Nr. 2 1 ) TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2002 Nr. 112 A. TITEL Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale niet-gouvernementele

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1983 Nr. 100

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1983 Nr. 100 56 (1974) Nr. 3 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1983 Nr. 100 A. TITEL Verdrag inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences, met bijlage; Genève, 6 april 1974 B. TEKST De Engelse

Nadere informatie

Archivalia P.A. Blaisse

Archivalia P.A. Blaisse Plaatsingslijst Archivalia P.A. Blaisse Archiefnummer: 784 Archiefnaam: BLAI Sector: Politiek Soort archief: Archivalia van persoon Datering: 1935-1979 Katholiek Documentatie Centrum 2011 1 Verslag van

Nadere informatie

INTERNATIONAAL COMITÉ TER BJSVOEDERING VAN DE HANDEL. S_a menvatting

INTERNATIONAAL COMITÉ TER BJSVOEDERING VAN DE HANDEL. S_a menvatting Behoort bij schrijven no.: INTERNATIONAAL COMITÉ TER BJSVOEDERING VAN DE HANDEL. S_a menvatting Het Internationale Comité ter Bevordering van de Handel (International Committee for the Promotion of Trade,

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1953 No. 14 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1953 No. 14 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken 1 (1953) No. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1953 No. 14 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken A. TITEL Aanvullend Protocol bij de op 21

Nadere informatie

De Raad van Europa. I. Ontstaan en karakter. Iemand die zich inzicht wil

De Raad van Europa. I. Ontstaan en karakter. Iemand die zich inzicht wil De Raad van Europa I. Ontstaan en karakter Iemand die zich inzicht wil verschaffen in de ontwikkeling van het internationalisme van na de 2e wereldoorlog zal heel wat moeite moeten doen om door de brei

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1952 No. 163 Overgelegd aan de Staten-Generaal üsott'ïtt^minister van Buitenlandse Zaken

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1952 No. 163 Overgelegd aan de Staten-Generaal üsott'ïtt^minister van Buitenlandse Zaken 30 (1952) No. 2 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1952 No. 163 Overgelegd aan de Staten-Generaal üsott'ïtt^minister van Buitenlandse Zaken A. TITEL Protocol bij het Noord-Atlantisch

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

De NAVO na de. Koude Oorlog

De NAVO na de. Koude Oorlog De NAVO na de Koude Oorlog Inleiding Het websheet De NAVO na de Koude Oorlog is het tweede websheet dat in het teken staat van internationale organisaties en Europese veiligheid. Het sheet heeft als doel

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1989 Nr. 96

TRACTATENBLAD VAN HET. JAARGANG 1989 Nr. 96 53 (1970) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1989 Nr. 96 A. TITEL Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Finland betreffende het internationale

Nadere informatie

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden Permanente commissie Secretariaat van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, telefoon 31 (30) 297 42 14/43 28 telefax 31 (30) 296 00 50 e-mail cie.meijers@forum.nl postbus 201, 3500 AE Utrecht/Nederland

Nadere informatie

MINISTERIE. SOOrïiIJK

MINISTERIE. SOOrïiIJK MINISTERIE VAN B U I T E N L A N D S E Z A K E N, 1 ' S - G R A V E N H A G E 1 V E R Z O E K E BIJ B E A N T W O O R D I N G, K E N M E R K, O N D E R W E R P, D A T U M BN N U M M E R TE VER Kenmerk:

Nadere informatie

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB

GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Examen VMBO-KB 2005 tijdvak 1 woensdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE KB Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 50 punten

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VA N H E T KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1969 Nr. 233

TRACTATENBLAD VA N H E T KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1969 Nr. 233 13 (1947) Nr. 5 TRACTATENBLAD VA N H E T KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1969 Nr. 233 A. TITEL B. TEKST Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de gespecialiseerde organisaties, met Aanhangsels;

Nadere informatie

Verdrag inzake de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed

Verdrag inzake de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed Verdrag inzake de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed De Staten die dit Verdrag hebben ondertekend, Geleid door de wens de erkenning van echtscheidingen en scheidingen van tafel

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 23.5.2013 2012/0271(E) *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1995 Nr. 176

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1995 Nr. 176 42 (1995) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1995 Nr. 176 A. TITEL Protocol betreffende de toetreding van de Republiek Oostenrijk tot het Akkoord tussen het Koninkrijk der

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1959 Nr. 163

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1959 Nr. 163 4.(1930) Nr. 1. TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1959 Nr. 163 A. TITEL Verdrag tot regeling van zekere wetsconflieten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes, met Protocol;

Nadere informatie

1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN...

1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN... HET CONGRES VAN WENEN 1. WAT VOORAFGING...1 2. HET CONGRES VAN WENEN...2 2.1. BESLISSINGEN...3 2.2. GEVOLGEN...6 2.3. BELANG VAN HET CONGRES VAN WENEN...7 3.1. Het Congres van Wenen en de restauratie Het

Nadere informatie

Aangenomen resolutie van het MSEUE (Den Haag, 11 Oktober 1953)

Aangenomen resolutie van het MSEUE (Den Haag, 11 Oktober 1953) Aangenomen resolutie van het MSEUE (Den Haag, 11 Oktober 1953) Source: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam. Partij van de Arbeid (PvdA) 1946-1966 (- 1967). Commissie Buitenland

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1951 No. 16 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1951 No. 16 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken 1 (1951) No. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1951 No. 16 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken A. TITEL Notawisseling houdende een aanvullende

Nadere informatie

Speech ter gelegenheid van de ontvangst van Nederlandse ambassadeurs door de Staten-Generaal, d.d. donderdag 29 januari 2015 Anouchka van Miltenburg, Voorzitter Tweede Kamer Het gesproken woord geldt Geachte

Nadere informatie

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank De Slotakte vermeldt de verbindende protocollen en de niet-verbindende verklaringen Slotakte De CONFERENTIE VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, bijeen te Brussel op 30 september

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Woord vooraf... 11

Inhoudsopgave. Woord vooraf... 11 Inhoudsopgave Woord vooraf... 11 Benelux... 13 1 Ontstaan en historische ontwikkeling... 13 2 Institutionele structuur en werking... 15 2.1 Benelux Secretariaat-Generaal... 16 2.1.1 Samenstelling... 16

Nadere informatie

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014. Historisch Overzicht SO 1 Tijdvak II AVONDMAVO 2013-2014 Historisch Overzicht 1. Welke doelstelling had Wilhelm II bij zijn aantreden als Keizer van Duitsland? 2. Welk land behoorde niet tot de Centralen tijdens de Eerste

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1987 Nr. 158

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1987 Nr. 158 14 (1987) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1987 Nr. 158 A. TITEL Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC) CH 39 SOC 374 MI 157 ETS 16 SERVICES 35 ELARG 86 VOORSTEL van: de Europese Commissie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 576 Wijziging van de Advocatenwet, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten ter versterking van de cassatierechtspraak (versterking

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1996 Nr. 199

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1996 Nr. 199 33 (1983) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1996 Nr. 199 A. TITEL Overeenkomst inzake samenwerking bij de bestrijding van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere

Nadere informatie

Woord vooraf Inleiding 1 Hoofdstuk 1 Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I 13 Hoofdstuk De Bijenkorf , De Noordstar en

Woord vooraf Inleiding 1 Hoofdstuk 1 Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I 13 Hoofdstuk De Bijenkorf , De Noordstar en Woord vooraf XI Inleiding 1 Het belang van de opiniepers in de periode van onderzoek 1 Het object van onderzoek 3 Het doel van het onderzoek 3 Stand van zaken met betrekking tot onderzoek naar de afscheiding

Nadere informatie

ESSAY ACTUELE VRAAGSTUKKEN. Sebastian Kügler VAN OORLOG EN VREDE. Vossendijk 95-6 6534 TH Nijmegen Studentnummer: 9801278 Nijmegen, juni 2005 1/7

ESSAY ACTUELE VRAAGSTUKKEN. Sebastian Kügler VAN OORLOG EN VREDE. Vossendijk 95-6 6534 TH Nijmegen Studentnummer: 9801278 Nijmegen, juni 2005 1/7 ESSAY ACTUELE VRAAGSTUKKEN VAN OORLOG EN VREDE Vossendijk 95-6 6534 TH Nijmegen Studentnummer: 9801278 Nijmegen, juni 2005 1/7 Opdracht: De Europese Grondwet, die op 1 juni a.s. in een referendum ter instemming/afwijzing

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2014 No. 47 Landsverordening van de 2 de juli 2014, tot wijziging van de Sanctielandsverordening inzake de wijze van implementatie van vastgestelde sanctieverordeningen

Nadere informatie

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit.

8*. Na de dood van Karel de Grote werd de eerste grondslag gelegd voor Grenzen in Europa. Leg uit. Gebruik bron 1 en 2 In 1897 werd in de venen bij Yde het lijk van een ongeveer zestienjarig meisje gevonden. Deze vondst gaf aanleiding tot twee voorlopige conclusies over de leefwijze van het volk waartoe

Nadere informatie

Kijktip: Nieuwsuur in de Klas

Kijktip: Nieuwsuur in de Klas Kijktip: Nieuwsuur in de Klas Korte omschrijving werkvorm De leerlingen beantwoorden vragen over de Europese politiek aan de hand van korte clips van Nieuwsuur in de Klas. Leerdoel De leerlingen leren

Nadere informatie

UITWERKING OEFENVRAGEN NEDERLAND EN INDONESIE VIER EEUWEN CONTACT EN BEINVLOEDING GESCHIEDENIS

UITWERKING OEFENVRAGEN NEDERLAND EN INDONESIE VIER EEUWEN CONTACT EN BEINVLOEDING GESCHIEDENIS UITWERKING OEFENVRAGEN NEDERLAND EN INDONESIE VIER EEUWEN CONTACT EN BEINVLOEDING VAK: NIVEAU: GESCHIEDENIS MAVO De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Nadere informatie

Wat is internationaal recht?

Wat is internationaal recht? Wat is internationaal recht? Elk land heeft wetten en regels waar iedereen zich aan moet houden. Als je naar een ander land gaat, moet je je aan andere regels en wetten houden. Als je dat niet doet, dan

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER N E D ERLAND E N. JAARGANG 1961 Nr. 155

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER N E D ERLAND E N. JAARGANG 1961 Nr. 155 31 (1946) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER N E D ERLAND E N JAARGANG 1961 Nr. 155 A. TITEL Protocol tot wijziging van de Overeenkomsten, Verdragen en Protocollen inzake verdovende middelen, gesloten

Nadere informatie

LANDELIJKE CONFERENTIE VAN DE SWP OP 1 en 2 OKTOBER 1960

LANDELIJKE CONFERENTIE VAN DE SWP OP 1 en 2 OKTOBER 1960 Behoort bij schrijven no. 557»6?3 LANDELIJKE CONFERENTIE VAN DE SWP OP 1 en 2 OKTOBER 1960 S a m e n v a t t i n Op 1 en 2 oktober 19^0 hield de Socialistische Werkers Partij te Amsterdam een landelijke

Nadere informatie

Opbouw van de Europese Monetaire Unie

Opbouw van de Europese Monetaire Unie Opbouw van de Europese Monetaire Unie Seminarie voor leerkrachten, NBB Brussel, 21 oktober 2015 Ivo Maes DS.15.10.441 Construct EMU 21_10_2015 NL Opbouw van de Europese monetaire unie 1. Beschouwingen

Nadere informatie

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS SCHOOLONDERZOEK Tijdvak I GESCHIEDENIS Dit onderzoek bestaat uit 40 vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad. Meerkeuze antwoorden worden

Nadere informatie

90 e verjaardag van de eerste zitting van de CCR in Straatsburg

90 e verjaardag van de eerste zitting van de CCR in Straatsburg 90 e verjaardag van de eerste zitting van de CCR in Straatsburg (Jean-Marie WOEHRLING, Secretaris-Generaal) Geachte dames en heren afgevaardigden, Precies 90 jaar geleden (op een paar dagen na) werd op

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL 2005

Examen VMBO-GL en TL 2005 Examen VMBO-GL en TL 2005 tijdvak 1 woensdag 25 mei 9.00 11.00 uur GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL Gebruik het bronnenboekje. Dit examen bestaat uit 38 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

FACULTATIEF PROTOCOL BIJ HET VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN HET KIND OVER DE BETROKKENHEID VAN KINDEREN IN GEWAPENDE CONFLICTEN

FACULTATIEF PROTOCOL BIJ HET VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN HET KIND OVER DE BETROKKENHEID VAN KINDEREN IN GEWAPENDE CONFLICTEN FACULTATIEF PROTOCOL BIJ HET VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN HET KIND OVER DE BETROKKENHEID VAN KINDEREN IN GEWAPENDE CONFLICTEN (niet officiële Nederlandse vertaling). (VP = Voorafgaande paragraaf) VP 1

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1951 No. 53 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1951 No. 53 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken 4 (1947) No. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1951 No. 53 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken A. TITEL Algemene Overeenkomst betreffende

Nadere informatie

Archief J.M.E.M.A. Zonnenberg 1945-1954

Archief J.M.E.M.A. Zonnenberg 1945-1954 Archief J.M.E.M.A. Zonnenberg 1945-1954 Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Cruquiusweg 31 1019 AT Amsterdam Nederland hdl:10622/arch01691 IISG Amsterdam 2015 Inhoudsopgave Archief J.M.E.M.A.

Nadere informatie

SLOTAKTE. AF/CE/EG/nl 1

SLOTAKTE. AF/CE/EG/nl 1 SLOTAKTE AF/CE/EG/nl 1 De gevolmachtigden van: HET KONINKRIJK BELGIË, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, IERLAND,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

Deel 2. Supranationale instellingen na 1945: op weg naar wereldvrede? 6. De Europese Unie

Deel 2. Supranationale instellingen na 1945: op weg naar wereldvrede? 6. De Europese Unie Deel 2. Supranationale instellingen na 1945: op weg naar wereldvrede? Supranationalisme is een manier waarop verschillende politieke gemeenschappen, verschillende staten, met elkaar samenwerken. Bevoegdheden

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in?

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in? Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting In de 21 ste eeuw is de invloed van ruimtevaartactiviteiten op de wereldgemeenschap, economie, cultuur, milieu, etcetera steeds groter geworden. Ieder land dient

Nadere informatie

Herdenking Capitulaties Wageningen

Herdenking Capitulaties Wageningen SPEECH SYMPOSIUM 5 MEI 2009 60 jaar NAVO Clemens Cornielje Voorzitter Nationaal Comité Herdenking Capitulaties Wageningen Dames en heren, De détente tussen oost en west was ook in Gelderland voelbaar.

Nadere informatie

Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3

Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3 Artikel 1 1. Dit verdrag is van toepassing op de erkenning en tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken, gewezen op het grondgebied van een andere Staat dan die waar de erkenning en tenuitvoerlegging

Nadere informatie

PERMANENTE VERTEGENWOORDIGING VAN NEDERLAND

PERMANENTE VERTEGENWOORDIGING VAN NEDERLAND PERMANENTE VERTEGENWOORDIGING VAN NEDERLAND bij de Ij Naar aanleiding van ons telefonisch onderhoud van II hedenmorgen doe ik U hierbij een Nota toekomen die enige Jl_S bedachten bevat over de wijze waarop

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266 15 (1965) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1994 Nr. 266 A. TITEL Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, met

Nadere informatie

7. Het ontstaan van het nationalisme

7. Het ontstaan van het nationalisme 7. Het ontstaan van het nationalisme Artikel 3 uit de Verklaring van de rechten van de mens en de burger, 1789. De oorsprong van iedere soevereiniteit ligt wezenlijk bij het volk/de natie. Geen instantie,

Nadere informatie

Artikel I De Wet werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd:

Artikel I De Wet werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd: Wijziging van de Wet werk en bijstand, van de Wet studiefinanciering 2000, van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de totstandkoming van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 1474 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Partijen zullen hierna worden aangeduid als de stichting en de arts.

SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG. Partijen zullen hierna worden aangeduid als de stichting en de arts. SCHEIDSGERECHT GEZONDHEIDSZORG Kenmerk: 08/30 Vonnis in de zaak van: De Stichting A., gevestigd te Z., eiseres in conventie, verweerster in reconventie, tegen: B., plastisch chirurg, wonende te Y., verweerder

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1968 Nr, 184

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1968 Nr, 184 38 (1968) Nr. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1968 Nr, 184 A. TITEL Aanvullend Protocol bij de Benelux-Ov er eenkomst betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering

Nadere informatie

geschiedenis geschiedenis

geschiedenis geschiedenis Examen HAVO 2009 tijdvak 1 woensdag 20 mei 9.00-12.00 uur tevens oud programma geschiedenis geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

519 der Beilagen XXII. GP - Staatsvertrag - niederländischer Übereinkommenstext (Normativer Teil) 1 von 6

519 der Beilagen XXII. GP - Staatsvertrag - niederländischer Übereinkommenstext (Normativer Teil) 1 von 6 519 der Beilagen XXII. GP - Staatsvertrag - niederländischer Übereinkommenstext (Normativer Teil) 1 von 6 AKKOORD TUSSEN DE LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE BETREFFENDE DE VORDERINGEN VAN EEN LIDSTAAT TEGEN

Nadere informatie

VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV. geen. geen

VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV. geen. geen VGZ verantwoord beleggingsbeleid in vergelijking met Code Duurzaam Beleggen VVV Code Duurzaam Beleggen VvV onderdeel inhoud verschil artikel 1 De Code Duurzaam Beleggen opgesteld door het Verbond van Verzekeraars

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis vwo 2009 - I

Eindexamen geschiedenis vwo 2009 - I Ten oorlog! Europese oorlogen 1789-1919. Oorlog als maatschappelijk fenomeen In de landen die Napoleon veroverde, voerde hij een beleid dat: enerzijds paste binnen het gelijkheidsideaal van de Franse Revolutie

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

MODULE V. Ben jij nou Europees?

MODULE V. Ben jij nou Europees? MODULE V Ben jij nou Europees? V.I Wat is Europees? Wat vind jij typisch Europees? En wie vind jij typisch Europees? Dat zijn moeilijke vragen, waarop de meeste mensen niet gelijk een antwoord hebben.

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Uw Referentie 2016Z00246 Datum 13 januari

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-12-2-b

Bijlage VMBO-KB. geschiedenis en staatsinrichting CSE KB. tijdvak 2. Bronnenboekje. KB-0125-a-12-2-b Bijlage VMBO-KB 2012 tijdvak 2 geschiedenis en staatsinrichting CSE KB Bronnenboekje KB-0125-a-12-2-b Staatsinrichting van Nederland bron 1 Een beschrijving van een politieke stroming (rond 1870): Zij

Nadere informatie

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 april 2000 (17.04) (OR. en) 7316/00 LIMITE EUROPOL 4 NOTA van: Europol aan: de Groep Europol nr. vorig doc.: 5845/00 EUROPOL 1 + ADD 1 + ADD 2 + ADD 3 Betreft: Artikel

Nadere informatie

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I Opgave De eurocrisis Bij deze opgave horen de teksten 9 en. Inleiding De situatie rond de gemeenschappelijke munt, de euro, is tien jaar na de introductie verre van stabiel (mei 2012). In tekst 9 beschrijft

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST AF/EEE/BG/RO/DC/nl 1 BETREFFENDE DE TIJDIGE BEKRACHTIGING VAN DE OVEREENKOMST BETREFFENDE

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Contactpersoon S. Kaasjager T 070-3485230

Nadere informatie

Ontwerp van samenwerkingsakkoord

Ontwerp van samenwerkingsakkoord Ontwerp van samenwerkingsakkoord Tussen: de Franse Gemeenschap Vertegenwoordigd door Mevrouw Fadila LAANAN, Minister van Cultuur, Audiovisuele Zaken, Gezondheid en Gelijkheid van Kansen En: de Vlaamse

Nadere informatie

geschiedenis geschiedenis

geschiedenis geschiedenis Examen HAVO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 9.00-12.00 uur tevens oud programma geschiedenis geschiedenis Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis havo 2009 - I

Eindexamen geschiedenis havo 2009 - I Ten oorlog! Europese oorlogen 1789-1919. Oorlog als maatschappelijk fenomeen In de Coalitieoorlogen voerde de Franse regering de dienstplicht in. 2p 1 Leg uit dat zij hiermee de betrokkenheid van Franse

Nadere informatie

Achtergrond van het onderzoek:

Achtergrond van het onderzoek: Bureau van de Europese Unie voor de Grondrechten (FRA) MEMO / 26 januari 2010 De Holocaust bezien vanuit mensenrechtenperspectief: het eerste EU-brede onderzoek naar Holocaust-onderwijs en mensenrechtenonderwijs

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Werk en Bijstand Nr. W&B/URP/06/ 12499 Nader rapport inzake voorstel van wet houdende wijziging van de Wet werk en bijstand, van de Wet Studiefinanciering

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 maart 2010 (17.03) (OR. en) 6792/10. Interinstitutioneel dossier: 2009/0157 (COD) LIMITE

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 maart 2010 (17.03) (OR. en) 6792/10. Interinstitutioneel dossier: 2009/0157 (COD) LIMITE Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 maart 2010 (17.03) (OR. en) PUBLIC Interinstitutioneel dossier: 2009/0157 (COD) 6792/10 LIMITE JUSTCIV 34 CODEC 142 NOTA van: het secretariaat-generaal

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST 443 der Beilagen XXIII. GP - Staatsvertrag - 91 niederländische Erklärungen (Normativer Teil) 1 von 13 EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 maart 2003 (OR. en) 6505/03 CRIMORG 11

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 maart 2003 (OR. en) 6505/03 CRIMORG 11 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 6 maart 2003 (OR. en) 6505/03 CRIMORG 11 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Initiatief van het Koninkrijk Denemarken met het oog op de aanneming van

Nadere informatie

Artikel 1 - Geschillencommissie

Artikel 1 - Geschillencommissie Reglement Geschillencommissie inzake de kwaliteit van Marktonderzoek zoals bedoeld in artikel 21 lid 2 van de statuten van de MarktonderzoekAssociatie MOA vastgesteld door het Bestuur van de MOA op 11

Nadere informatie

Benelux... 121 Verdrag 27 juni 1962 aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom

Benelux... 121 Verdrag 27 juni 1962 aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom INHOUD Nationaal... 13 Artikelen 3-4 Strafwetboek (Wet 8 juni 1867)... 14 Wet 1 oktober 1833 op de uitleveringen... 15 Uitleveringswet 15 maart 1874... 17 Artikelen 6 14 Voorafgaande Titel Wetboek van

Nadere informatie

Bijlage 8 LEDENRAAD / RAAD VAN AANGESLOTENEN REGLEMENT van Vereniging Buma en Stichting Stemra beide statutair gevestigd te Amstelveen

Bijlage 8 LEDENRAAD / RAAD VAN AANGESLOTENEN REGLEMENT van Vereniging Buma en Stichting Stemra beide statutair gevestigd te Amstelveen Bijlage 8 LEDENRAAD / RAAD VAN AANGESLOTENEN REGLEMENT van Vereniging Buma en Stichting Stemra beide statutair gevestigd te Amstelveen De Ledenraad van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid: Vereniging

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011. Rapportnummer: 2011/358

Rapport. Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011. Rapportnummer: 2011/358 Rapport Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Emmen. Datum: 12 december 2011 Rapportnummer: 2011/358 2 Klacht Verzoekster klaagt erover, dat de gemeentesecretaris

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET

TRACTATENBLAD VAN HET 28 (1980) Nr. 7 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 2011 Nr. 95 A. TITEL Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst; (met Protocol en Gemeenschappelijke

Nadere informatie

Samenwerking als ideaal voor een verscheurd Europa

Samenwerking als ideaal voor een verscheurd Europa Samenwerking als ideaal voor een verscheurd Europa INE MEGENS EIGENTIJDSE GESCHIEDENIS Opbouw college: Vooruitgangsgeloof 19 e eeuw Nationalisme en politieke kaart van Europa Eerste Wereldoorlog Cultuurpessimisme

Nadere informatie

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - II

Eindexamen geschiedenis en staatsinrichting vmbo gl/tl 2005 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE KOUDE OORLOG + NEDERLAND EN DE VERENIGDE STATEN NA DE TWEEDE WERELDOORLOG Gebruik bron 1. 1p 1 De bron maakt duidelijk dat de

Nadere informatie

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer.

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer. 3.8 Meningen van bevraagden ten aanzien van de verstekregeling 3.8.1 Verruiming mogelijkheden verdachte? Uit de verkregen reacties wordt duidelijk dat er uiteenlopende antwoorden zijn gegeven op de vraag

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) PUBLIC 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383 NOTA van: aan: vorig doc. Betreft: het secretariaat-generaal de Raad 8277/06

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Maastricht, gevestigd te Maastricht, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Maastricht, gevestigd te Maastricht, verweerder. Zaaknummer : 2010/071 Rechter(s) : mrs. Mollee, Borman, Kleijn Datum uitspraak : 8 augustus 2011 Partijen : Appellant tegen Universiteit Maastricht Trefwoorden : Algemeen verbindend voorschrift, [instellings]collegegeld,

Nadere informatie

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00.

Tijdvak II. november 2013 8: 30-10:00. SCHOOLONDERZOEK Tijdvak II GESCHIEDENIS november 2013 8: 30-10:00. Dit onderzoek bestaat uit vragen. Bij dit onderzoek behoort een antwoordblad. Beantwoord de antwoorden uitsluitend op het antwoordblad.

Nadere informatie

Archief Mathilde Wibaut-Berdenis van Berlekom 1895-1936

Archief Mathilde Wibaut-Berdenis van Berlekom 1895-1936 Archief Mathilde Wibaut-Berdenis van Berlekom 1895-1936 Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Cruquiusweg 31 1019 AT Amsterdam Nederland hdl:10622/arch01629 IISG Amsterdam 2015 Inhoudsopgave

Nadere informatie