COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD"

Transcriptie

1 COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, COM(2003) 687 definitief 2003/0273 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (door de Commissie ingediend)

2 TOELICHTING 1. INLEIDING Op het gebied van de buitengrenzen van de EU is het communautaire beleid gericht op een geïntegreerd beheer, waarmee wordt gezorgd voor een hoog, uniform niveau van controle van personen en bewaking aan de buitengrenzen, hetgeen noodzakelijk is voor een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Voor deze doelstelling van een geïntegreerd grensbeheer is het overeenkomstig artikel 62, lid 2, onder a), van het Verdrag nodig dat gemeenschappelijke regels worden opgesteld voor de normen en procedures die de lidstaten bij controles aan de buitengrenzen in acht moeten nemen. Aangezien de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van dergelijke gemeenschappelijke regels op operationeel niveau, zou het communautaire beleid uiteraard gebaat zijn bij meer coördinatie van hun activiteiten op het gebied van controle en bewaking van de buitengrenzen. In de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement "Naar een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie" van 7 mei heeft de Commissie gepleit voor de oprichting van een "Gemeenschappelijke instantie van buitengrensdeskundigen" met als taak het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten. In het op 13 juni 2002 door de Raad overeengekomen Plan voor het beheer van de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie 2 (hierna: "het plan") werd de oprichting van een gemeenschappelijke instantie van buitengrensdeskundigen (hierna: "de gemeenschappelijke instantie") in het kader van het Strategisch comité voor immigratie, grenzen en asiel (SCIGA) goedgekeurd om een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen tot stand te brengen. Volgens het plan heeft de gemeenschappelijke instantie, die haar werkzaamheden in de tweede helft van 2002 begonnen is als SCIGA+, als belangrijkste taken het optreden als "hoofd" van het gemeenschappelijk beleid inzake het beheer van de buitengrenzen en als "leider" op het gebied van de coördinatie en het beheer van operationele projecten. In zijn verslag aan de Raad over de uitvoering van programma's, ad-hoccentra, proefprojecten en gezamenlijke operaties van 11 juni heeft het Griekse voorzitterschap ten aanzien van proefprojecten en gezamenlijke operaties geconcludeerd dat het ontbreken van een controlemechanisme en van een methode voor een onafhankelijke, grondige evaluatie en voor de verwerking en het gebruik van resultaten zich zeer duidelijk deed gevoelen. Het voorzitterschap heeft er dan ook toe opgeroepen de noodzaak van een nieuwe institutionele structuur te bezien, zodat de operationele samenwerking voor het beheer van de buitengrenzen kan worden verbeterd. In de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ten behoeve van de Europese Raad van Thessaloniki betreffende de ontwikkeling van een gemeenschappelijk beleid inzake illegale immigratie, mensensmokkel en mensenhandel, buitengrenzen en de COM(2002) 233 def. Doc /02 FRONT 58 COMIX 398. Doc /1/03 REV 1 FRONT 70 COMIX

3 terugkeer van illegaal verblijvende personen 4 van 3 juni 2003 heeft de Commissie erop gewezen dat de gemeenschappelijke instantie structurele beperkingen vertoont met betrekking tot de coördinatie van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen. De Commissie heeft daarom voorgesteld dat een aantal meer strategische coördinatietaken bij de gemeenschappelijke instantie kunnen blijven berusten, terwijl de meer operationele taken zouden kunnen worden toevertrouwd aan een nieuwe, permanente communautaire instantie die de dagelijkse beheers- en coördinatietaken kan uitoefenen en die tijdig kan reageren in noodsituaties. In zijn conclusies over effectief beheer van de buitengrenzen van de lidstaten van de EU van 5 juni heeft de Raad ervoor gepleit de gemeenschappelijke instantie als werkgroep te versterken met deskundigen die door de lidstaten bij het Secretariaat-generaal van de Raad worden gedetacheerd. De Europese Raad van Thessaloniki heeft de bovengenoemde conclusies van de Raad van 5 juni 2003 op zijn bijeenkomst van juni 2003 goedgekeurd en de Commissie verzocht te onderzoeken of er nieuwe institutionele mechanismen moeten worden gecreëerd, waaronder een mogelijke communautaire operationele structuur, om de operationele samenwerking voor het beheer van de buitengrenzen te verbeteren. In zijn conclusies toonde de Europese Raad van oktober 2003 zich ingenomen met het voornemen van de Commissie om een voorstel in te dienen voor de oprichting van een agentschap voor het beheer van de buitengrenzen, zodat de Raad voor het einde van het jaar een politiek akkoord op de hoofdelementen kan bereiken. Dit voorstel voor een verordening van de Raad tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen beoogt aan het verzoek van de Europese Raad te voldoen. Het houdt rekening met de ervaringen met samenwerking tussen de lidstaten in het kader van de gemeenschappelijke instantie, waarvan het agentschap de coördinatie van de operationele samenwerking zal overnemen. In vergelijking met de gemeenschappelijke instantie heeft het agentschap de extra taak gekregen van het coördineren en organiseren van terugkeeroperaties van lidstaten en het vaststellen van optimale werkwijzen voor het verkrijgen van reisdocumenten en de verwijdering van onderdanen van derde landen van het grondgebied van de lidstaten. De reden hiervoor is het feit dat de operationele aspecten van de verwijdering van onderdanen van derde landen in de meeste lidstaten vallen onder de bevoegdheid van de autoriteiten die voor controles aan de buitengrenzen verantwoordelijk zijn. Een geloofwaardig immigratiebeleid kan alleen worden gevoerd als de mogelijkheid bestaat om onderdanen van derde landen die illegaal in de lidstaten verblijven, terug te zenden. Op basis van de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over een communautair terugkeerbeleid ten aanzien van personen die illegaal in de Europese Unie verblijven 6 heeft de Raad een actieplan voor een communautair terugkeerbeleid goedgekeurd. De Commissie is de stuwende kracht achter de tenuitvoerlegging van het communautaire terugkeerbeleid: zij heeft een voorstel voor een financieel instrument voor terugkeerbeheer ingediend en zal begin 2004 een voorstel indienen voor een richtlijn van de Raad inzake minimumnormen voor terugkeerprocedures en wederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten COM(2003) 323 def. Doc /02 FRONT 71 COMIX 355. COM(2002) 564 def. 3

4 Bovendien heeft de Gemeenschap reeds overnameovereenkomsten met een aantal belangrijke derde landen gesloten of onderhandelt zij over dergelijke overeenkomsten. De coördinatie door het agentschap van de operationele aspecten van de verwijdering van onderdanen van derde landen die illegaal in de lidstaten verblijven, is dus een belangrijke taak bij de tenuitvoerlegging van het communautaire terugkeerbeleid. 2. DOELSTELLING De belangrijkste doelstelling van het communautaire beleid op het gebied van de buitengrenzen van de EU is de totstandbrenging van een geïntegreerd grensbeheer, dat moet zorgen voor een hoog, uniform niveau van controle en bewaking, hetgeen essentieel is voor een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Voor deze doelstelling is het overeenkomstig artikel 62, lid 2, onder a), van het Verdrag nodig dat gemeenschappelijke regels worden opgesteld voor de normen en procedures die de lidstaten bij controles aan de buitengrenzen in acht moeten nemen. Aangezien het Schengen-acquis in het kader van de EU is opgenomen, bestaan op communautair niveau reeds dergelijke regels inzake controle en bewaking van de buitengrenzen. De gemeenschappelijke regels worden op operationeel niveau toegepast door de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten, die deel uitmaken van de ruimte zonder binnengrenzen. De ervaring heeft echter geleerd dat het voor een optimale effectiviteit niet voldoende is dat de nationale autoriteiten gemeenschappelijke regels toepassen, maar dat zij die gemeenschappelijke regels op geharmoniseerde wijze moeten toepassen om zo te zorgen voor een even hoog niveau van controle en bewaking aan alle buitengrenzen. Om deze reden is langzamerhand ingezien dat het communautaire beleid inzake controle en bewaking van de buitengrenzen gebaat zou zijn bij meer samenwerking tussen de bevoegde nationale autoriteiten. Deze verordening beoogt dan ook de tenuitvoerlegging van het communautaire beleid inzake het beheer van de buitengrenzen doeltreffender te maken door de operationele samenwerking tussen de lidstaten beter te coördineren via de oprichting van een agentschap. Dit agentschap zal als taak hebben de toepassing van bestaande en toekomstige communautaire maatregelen in verband met het beheer van de buitengrenzen te vergemakkelijken door de acties van de lidstaten ter uitvoering van deze maatregelen te coördineren. Het agentschap zal dus geen beleidsvormende rol krijgen, geen wetgevingsvoorstellen opstellen en geen uitvoeringsbevoegdheden in de zin van artikel 202 van het Verdrag uitoefenen. Het zal alleen de lidstaten bijstaan bij de tenuitvoerlegging van de communautaire wetgeving op het gebied van controle en bewaking van de buitengrenzen en verwijdering van onderdanen van derde landen. Het agentschap zal daartoe richtsnoeren voor onder meer de opleiding van grenswachten opstellen en toepassen, maar dergelijke richtsnoeren zullen slechts het karakter hebben van "zachte wetgeving". De opstelling van communautaire wetgeving inzake controle en bewaking van de buitengrenzen en verwijdering van onderdanen van derde landen zal uiteraard volgens de communautaire methode blijven plaatsvinden. 4

5 De Commissie zal in de raad van beheer van het agentschap vertegenwoordigd zijn en zo nodig advies geven ten aanzien van de communautaire wetgeving. De activiteiten van het agentschap zullen louter dienen als aanvulling op die van de nationale diensten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor controle en bewaking van de buitengrenzen en verwijdering van onderdanen van derde landen. De belangrijkste taken van dit agentschap zijn: coördinatie van de operationele samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van controle en bewaking van de buitengrenzen; bijstand verlenen aan de lidstaten bij het opleiden van hun nationale grenswachten door op Europees niveau opleiding voor opleiders van grenswachten te verstrekken, studiebijeenkomsten te organiseren en aanvullende opleiding voor grenswachten aan te bieden; uitvoering van algemene en specifieke risicoanalyses; follow-up van de ontwikkelingen op het gebied van onderzoek die relevant zijn voor de controle en bewaking van de buitengrenzen; bijstand verlenen aan de lidstaten die worden geconfronteerd met omstandigheden die extra operationele en technische bijstand aan de buitengrenzen vergen; coördinatie van de operationele samenwerking tussen de lidstaten bij de verwijdering van onderdanen van derde landen die illegaal in de lidstaten verblijven. De bovengenoemde taken stemmen grotendeels overeen met die van de gemeenschappelijke instantie. Bij de uitoefening van zijn taken moet het agentschap samenwerken met en rekening houden met de werkzaamheden van andere diensten die bij controles aan de buitengrenzen betrokken zijn, met name de douane, die de hoofdverantwoordelijkheid heeft voor de controle van goederen aan de buitengrenzen. In verband hiermee en in het licht van de recente mededeling over de rol van de douane in het geïntegreerde beheer van de buitengrenzen moet dan ook periodiek worden gekeken naar mogelijke synergieën tussen het werk van het agentschap en dat van de douane en andere diensten die aan de grens actief zijn. Op basis van de ervaringen die met dit agentschap worden opgedaan, kan de Commissie voorstellen de taken van het agentschap te verruimen zodat zij ook andere aangelegenheden in verband met het beheer van de buitengrenzen omvatten. Zoals uit de lijst van taken blijkt, zal het agentschap de werkzaamheden overnemen die momenteel vallen onder diverse projecten met betrekking tot respectievelijk de ontwikkeling van een gemeenschappelijke model voor geïntegreerde risicobeoordeling (CIRAM), een gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleiding van grenswachten en onderzoek naar technologieën die relevant zijn voor de controle en bewaking van de buitengrenzen. Dit wordt gedaan omdat het bij deze activiteiten gaat om horizontale aangelegenheden, die de eigenlijke kern vormen van het concept van het geïntegreerde beheer van de buitengrenzen. Zij houden geen verband met een specifieke soort grens en moeten derhalve centraal worden 5

6 beheerd om de samenhang en de eenvormigheid van de in alle lidstaten toe te passen concepten en criteria te waarborgen. De oprichting van een agentschap dat is belast met de coördinatie van de operationele aspecten van controle en bewaking van de buitengrenzen is een concrete en belangrijke stap op weg naar solidariteit tussen de lidstaten op het gebied van het beheer van de buitengrenzen. Het agentschap zal dan ook centrale registers van de technische uitrusting voor grenscontroles opzetten en bijhouden, die de lidstaten tijdelijk aan elkaar ter beschikking zouden willen stellen na een door het agentschap verrichte analyse van behoeften en risico's. Het agentschap zal voor zijn deskundigen zelf een technische uitrusting aanschaffen, die evenwel ook ter beschikking kan worden gesteld van de lidstaten die aan gezamenlijke operaties en proefprojecten deelnemen. Aldus zal het agentschap een zeer belangrijke bijdrage leveren aan de lastenverdeling. Een van de belangrijkste voordelen van de oprichting van een centrale structuur zoals een agentschap op het gebied van het operationele grensbeheer zou zijn dat op Europees niveau gemakkelijker bijstand kan worden verleend bij de aanpak van eventuele kritieke situaties aan de buitengrenzen. Zoals men in het recente verleden heeft kunnen zien, doen dergelijke crises zich van tijd tot tijd voor, met name in het Middellandse-Zeegebied. Wanneer grote aantallen illegale immigranten proberen dezelfde buitengrens van de Europese Unie over te steken onder omstandigheden die speciale inspanningen vergen van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de bewaking van die buitengrens, is coördinatie en samenwerking nodig, niet alleen op plaatselijk of regionaal niveau, maar op Europees niveau. In deze gevallen kan het agentschap de betrokken lidstaten helpen bij de coördinatie. Het agentschap kan ook tijdelijk zijn deskundigen met uitrusting inzetten ter ondersteuning van de bevoegde nationale autoriteiten. 3. UITVOERING Het agentschap zal rechtstreeks met de lidstaten samenwerken en alle gezamenlijke operaties en proefprojecten aan de buitengrenzen coördineren. Het agentschap richt zijn eigen gespecialiseerde bijkantoren op die verantwoordelijk zijn voor specifieke aspecten van controle en bewaking van land-, lucht- en zeegrenzen, door de bestaande, meer informele structuur van centra om te vormen tot een communautaire structuur. De gespecialiseerde bijkantoren vormen als plaatselijke kantoren van het agentschap een integrerend deel van de structuur van het agentschap. Zij brengen verslag uit aan en aanvaarden instructies van het agentschap. De lidstaten kunnen voorstellen voor gezamenlijke operaties en proefprojecten voor evaluatie en goedkeuring aan het agentschap voorleggen. Bij het nemen van een beslissing over de voorstellen legt het agentschap de nadruk op de relevantie, de verenigbaarheid en de toegevoegde waarde ervan. Voorts kan het agentschap zelf het initiatief nemen voor gezamenlijke operaties en proefprojecten met de lidstaten. Voor de operationele organisatie 6

7 van dergelijke gezamenlijke operaties en proefprojecten treedt het agentschap via zijn gespecialiseerde bijkantoren op. Het personeel van het agentschap, inclusief de door de lidstaten gedetacheerde nationale deskundigen, heeft geen rechtshandhavingsbevoegdheden in de lidstaten en voert dus geen controles aan de buitengrenzen uit. Wat de financiering van operaties betreft: het agentschap kan besluiten tot medefinanciering van gezamenlijke operaties en proefprojecten die door de lidstaten worden voorgesteld en uitgevoerd. Het agentschap evalueert de resultaten van de operaties en projecten en maakt een vergelijkende analyse om de kwaliteit van toekomstige operaties te verhogen. De horizontale aangelegenheden (opleiding voor grenswachten, risicoanalyse en follow-up van onderzoek) worden door het agentschap alleen uitgevoerd. Bij de coördinatie en organisatie van gezamenlijke terugkeeroperaties zal het agentschap de lidstaten de nodige technische ondersteuning verlenen, bijvoorbeeld door een netwerk van contactpunten op te zetten, een actuele inventaris van bestaande en beschikbare middelen en faciliteiten bij te houden en specifieke richtsnoeren en aanbevelingen terzake op te stellen. Zoals hierboven is vermeld, kan het agentschap op coördinatiegebied bijstand verlenen aan lidstaten die worden geconfronteerd met omstandigheden die extra operationele en technische bijstand aan de buitengrenzen vergen. Het kan ook zijn eigen deskundigen en technische uitrusting in de betrokken lidstaat of lidstaten inzetten. Deze deskundigen hebben echter een louter adviserende rol en nemen niet actief deel aan rechtshandhavingsactiviteiten. 4. FINANCIERING Het agentschap kan gezamenlijke operaties en proefprojecten aan de buitengrenzen medefinancieren met subsidies uit zijn begroting, overeenkomstig het financieel reglement van het agentschap. Het agentschap kan sommige van deze operaties en projecten in zijn voorstel voor het jaarlijkse werkprogramma vaststellen en de lidstaten verzoeken aan de uitvoering ervan deel te nemen. 5. KEUZE VAN COMMUNAUTAIRE STRUCTUUR De keuze om een agentschap op het gebied van het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen op te richten, is gerechtvaardigd omdat er duidelijk behoefte bestaat aan een onafhankelijke, gespecialiseerde communautaire operationele structuur, zoals bedoeld door de Europese Raad van Thessaloniki, om de operationele samenwerking tussen de lidstaten te verbeteren. Toen ervoor werd gekozen een agentschap op te richten, benadrukte de Commissie dat het agentschap beter dan de Commissie zelf in staat zou zijn de zeer technische kennis over controle en bewaking van de buitengrenzen te vergaren die nodig is als het agentschap een meerwaarde wil geven aan de operationele samenwerking op dit gebied. Voorts wordt verwacht dat de oprichting van een agentschap het beheer van de buitengrenzen beter zichtbaar maakt voor het publiek en leidt tot kostenbesparingen met betrekking tot de operationele samenwerking die onder zijn bevoegdheid valt. 7

8 Bij de opstelling van dit voorstel voor een Verordening tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen is rekening gehouden met het witboek over Europese governance 7 van 25 juli 2001, de door de Commissie verrichte meta-evaluatie van het systeem van communautaire agentschappen 8, de mededeling van de Commissie over het kader voor de Europese regelgevende agentschappen 9, en de Verordening van de Commissie van 23 december 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen 10. In dit verband moet, behalve aan de gebruikelijke vragen over de efficiëntie en doeltreffendheid van het agentschap, speciale aandacht worden besteed aan zaken als samenhang met het communautaire beleid, de werkelijke bijdrage van het agentschap aan de totstandkoming van een dergelijk beleid, de meerwaarde die het agentschap als organisatievorm biedt bij de tenuitvoerlegging van het communautaire beleid, en de gevolgen op langere termijn van de activiteiten van het agentschap voor de eindbegunstigden (d.w.z. de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten). Daartoe zal parallel met het wetgevingsproces een meer formele analyse worden uitgevoerd. Het bij deze verordening opgerichte agentschap is een regelgevend agentschap met als taak het verlenen van bijstand aan de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van de communautaire wetgeving op dit gebied door operationele aspecten van de samenwerking aan de buitengrenzen te coördineren. 6. KEUZE VAN DE RECHTSGROND Artikel 66 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is de rechtsgrond van deze verordening, die als onmiddellijk doel heeft de geleidelijke totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te ondersteunen door de administratieve samenwerking tussen de betrokken diensten van de lidstaten en de Commissie te versterken met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het Schengen-acquis inzake controle en bewaking van de buitengrenzen en terugkeer. De rechtsgrond van het voorstel voor een verordening valt onder titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en dus ook onder de "variabele geometrie" die voortvloeit uit de Protocollen betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken. Het communautaire beleid inzake het geïntegreerde beheer van de buitengrenzen behoort tot het Schengen-acquis, en dit voorstel voor een verordening bouwt dan ook voort op het Schengen-acquis. Er moet derhalve aandacht worden besteed aan bepaalde consequenties die uit de verschillende protocollen voortvloeien. Verenigd Koninkrijk en Ierland Overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van het Protocol tot opneming van het Schengen-acquis in het kader van de Europese Unie "[kunnen] Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot COM(2001) 428 def. Eindverslag van de Commissie van 15 september COM(2002) 718 def. Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 23 december

9 Brittannië en Noord-Ierland, die niet door het Schengen-acquis gebonden zijn, [...] te allen tijde verzoeken om aan alle of aan enkele van de bepalingen van dit acquis deel te nemen". Dit voorstel vormt een ontwikkeling van het Schengen-acquis, waaraan het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet deelnemen, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengen-acquis, en Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengen-acquis. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland nemen derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaten. Denemarken Krachtens het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken neemt Denemarken geen deel aan de aanneming door de Raad van overeenkomstig titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voorgestelde maatregelen, met uitzondering van maatregelen tot bepaling van de derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum of maatregelen betreffende de invoering van een uniform visummodel (voormalig artikel 100 C van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap). Wanneer evenwel, zoals in dit geval, de voorstellen een ontwikkeling vormen van het Schengen-acquis, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 5 van het Protocol "binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad een besluit heeft genomen over een voorstel of een initiatief tot uitwerking van het Schengen-acquis uit hoofde van de bepalingen van titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, of het dit besluit in zijn nationale wetgeving zal omzetten". Noorwegen en IJsland Overeenkomstig artikel 6, eerste alinea, van het Schengen-protocol hebben de Raad, Noorwegen en IJsland op 18 mei 1999 een overeenkomst ondertekend teneinde deze twee landen te betrekken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis 11. Artikel 1 van deze overeenkomst bepaalt dat Noorwegen en IJsland worden betrokken bij de werkzaamheden van de EG en de EU op alle gebieden die worden bestreken door de in de bijlagen A (bepaling van het Schengen-acquis) en B (bepalingen van besluiten van de Europese Gemeenschap die in de plaats zijn gekomen van overeenkomstige bepalingen van, of zijn aangenomen op grond van, de Overeenkomst van Schengen) bij deze overeenkomst genoemde bepalingen en de verdere ontwikkeling daarvan. Overeenkomstig artikel 2 van de overeenkomst worden de bepalingen van alle besluiten en maatregelen die de Europese Unie aanneemt tot wijziging van of voortbouwend op het Schengen-acquis (bijlagen A en B) door IJsland en Noorwegen uitgevoerd en toegepast. Deze voorstellen bouwen voort op het Schengen-acquis zoals omschreven in bijlage A bij de overeenkomst. 11 PB L 176 van , blz

10 Deze aangelegenheid moet dan ook worden behandeld door het "Gemengd Comité" van artikel 4 van deze overeenkomst om Noorwegen en IJsland in staat te stellen de problemen die zij ondervinden met betrekking tot de maatregel uiteen te zetten en zich uit te spreken over alle vraagstukken betreffende de ontwikkeling of de uitvoering van bepalingen die zij van belang achten. Toetredende staten Aangezien het initiatief een besluit is dat voortbouwt op het Schengen-acquis of daarmee anderszins verband houdt in de zin van artikel 3, lid 1, van de Toetredingsakte, is het vanaf de toetreding in de nieuwe lidstaten van toepassing. 7. SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID Titel IV betreffende visa, asiel, immigratie en andere beleidsterreinen die verband houden met het vrije verkeer van personen creëert een communautaire verantwoordelijkheid op deze gebieden. Deze verantwoordelijkheid moet echter worden uitgeoefend in overeenstemming met artikel 5 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, dat wil zeggen indien en voorzover de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt Dit voorstel voor een verordening voldoet aan deze criteria. Subsidiariteit Afzonderlijke nationale overheidsdiensten zijn niet in staat om te zorgen voor een compleet en geïntegreerd Europees beheer van de operationele samenwerking op het gebied van controle van de buitengrenzen en verwijdering van onderdanen van derde landen van het grondgebied van de lidstaten. Er is dan ook een communautaire structuur nodig om de onderlinge operationele samenwerking te verbeteren. De uitvoering van de gezamenlijke operaties en proefprojecten is de taak van de lidstaten. Evenredigheid Deze verordening richt een communautair agentschap op dat de lidstaten bijstaat door middel van coördinatie van de operationele samenwerking, financiële steun en opleiding en andere horizontale aangelegenheden op het gebied van controle en bewaking van de buitengrenzen en verwijdering van onderdanen van derde landen. Als communautaire structuur moet het agentschap onderworpen zijn aan duidelijke en uniforme regels die zijn neergelegd in een verordening van de Raad, het passende instrument voor de oprichting van communautaire agentschappen. 8. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 Dit artikel heeft betrekking op de oprichting van het agentschap. Het beschrijft de doelstelling van het agentschap. 10

11 Artikel 2 Dit artikel beschrijft de belangrijkste taken van het agentschap. Artikel 3 Dit artikel beschrijft de bevoegdheden van het agentschap met betrekking tot gezamenlijke operaties en proefprojecten aan de buitengrenzen. Met "gezamenlijke operatie" worden operationele activiteiten bedoeld die door twee of meer lidstaten, mogelijk in samenwerking met het agentschap, worden uitgevoerd om de bewaking en controle aan een deel van de buitengrenzen te versterken. Met "proefproject" worden operationele activiteiten in verband met bewaking en controle van de buitengrenzen bedoeld waarmee de haalbaarheid van de toepassing van een bepaalde operationele methodologie en/of bepaalde technische uitrusting wordt onderzocht. De in artikel 3 bedoelde operationele activiteiten stemmen overeen met die op het gebied van controle en bewaking van de buitengrenzen die momenteel in het kader van het ARGOprogramma worden medegefinancierd. Het ARGO-programma wordt door het agentschap vervangen wat operationele samenwerking aan de buitengrenzen betreft. Het agentschap selecteert op basis van voorstellen van lidstaten operaties en projecten voor medefinanciering en coördineert deze projecten. Het kan ook zelf het initiatief nemen tot projecten en operaties in samenwerking met de lidstaten. Het agentschap kan besluiten zijn technische uitrusting ter beschikking te stellen van lidstaten die aan projecten en operaties deelnemen. Het agentschap evalueert de resultaten van alle operaties en projecten en publiceert een vergelijkende analyse van de resultaten in zijn algemeen verslag aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Rekenkamer zoals bedoeld in artikel 17, lid 2, onder b). Artikel 4 Volgens dit artikel moet het agentschap algemene en specifieke risicoanalyses uitvoeren. Algemene risicoanalyses worden gebruikt om de risico's van illegale immigratie voor alle buitengrenzen van de EU te bepalen, terwijl specifieke risicoanalyses zijn gericht op de plaatselijke bijzonderheden van een bepaald deel van de buitengrenzen of van bijzondere trends in de modus operandi van illegale immigratie. Risicoanalyse kan bijvoorbeeld de beoordeling inhouden van het risico dat illegale immigranten een bepaald deel van de buitengrens proberen over te steken, rekening houdend met informatie over de bewaking van dat deel van de grens, de geografische kenmerken van het gebied en gegevens over de modus operandi van illegale immigratie in het betrokken gebied. Op basis van een analyse van deze gegevens kunnen oplossingen worden gevonden. Aangezien risicoanalyse een horizontale taak is die cruciaal is voor het geïntegreerd beheer van de buitengrenzen, neemt het agentschap de verantwoordelijkheid voor die taak over van het Finse centrum voor risicoanalyse (Finnish Risk Analysis Centre (RAC)). Bij de ontwikkeling van een gemeenschappelijk model voor geïntegreerde risicobeoordeling zal het agentschap voortbouwen op het bestaande CIRAM. 11

12 Artikel 5 Volgens dit artikel zal het agentschap verantwoordelijk zijn voor de opleiding van nationale opleiders en studiebijeenkomsten en aanvullende cursussen voor nationale grenswachten aanbieden. Aangezien dit een horizontale taak is die cruciaal is voor het geïntegreerd beheer van de buitengrenzen, neemt het agentschap de verantwoordelijkheid voor die taak over van het Oostenrijkse ad-hoccentrum voor de opleiding van grenswachten (Austrian Ad-hoc Centre for Border Guard Training (ACT)). Bij de ontwikkeling van een gemeenschappelijke basisinhoud voor de opleiding van grenswachten zal het agentschap voortbouwen op de bestaande gemeenschappelijke basisinhoud. De gemeenschappelijke basisinhoud zou richtsnoeren moeten bevatten over de manier waarop de taken van een grenswacht moeten worden uitgevoerd, waarbij het accent wordt gelegd op de toepassing van maatregelen/sancties, controleactiviteiten, onderzoeken, beheer, bij operaties gebruikte uitrusting en methoden en persoonlijkheidsontwikkeling. Artikel 6 Volgens dit artikel volgt het agentschap de onwikkelingen op het gebied van wetenschappelijk onderzoek dat relevant is voor de controle en bewaking van de buitengrenzen, op de voet. Soorten onderzoek die door het agentschap moeten worden gevolgd, zijn bijvoorbeeld onderzoek naar apparaten om illegale immigranten die zich in auto's, vrachtwagens of treinen verbergen, op te sporen, en onafhankelijke wetenschappelijke studies naar illegaleimmigratiepatronen. Het agentschap geeft de informatie die het verkrijgt, via studiebijeenkomsten en verslagen door aan de Commissie en de lidstaten. Artikel 7 Om de solidariteit tussen de lidstaten op dit gebied te vergroten, zal het agentschap centrale registers van de technische uitrusting van de lidstaten voor controle en bewaking van de buitengrenzen opzetten en bijhouden. Op basis van een evaluatie van de behoeften en risico's kan het agentschap de lidstaat die over de betrokken technische uitrusting beschikt, verzoeken deze tijdelijk aan een andere lidstaat ter beschikking te stellen. Artikel 8 De lidstaten die worden geconfronteerd met omstandigheden die extra technische en operationele bijstand voor de controle van de buitengrenzen vergen, kunnen het agentschap om bijstand verzoeken. Het agentschap kan adequate operationele en technische bijstand organiseren. Deze kan bestaan in bijstand inzake coördinatie met andere lidstaten en het inzetten van deskundigen op het gebied van controle en bewaking van de buitengrenzen met hun technische uitrusting. De deskundigen kunnen de bevoegde nationale autoriteiten alleen ondersteunen en hebben geen rechtshandhavingsbevoegdheden in de lidstaat of lidstaten waar zij worden ingezet. Er zij op gewezen dat de "omstandigheden die extra technische en operationele bijstand vergen" van artikel 8 van deze verordening niet overeenstemmen met de in artikel 64, lid 2, van het Verdrag genoemde "noodsituatie die wordt gekenmerkt door een plotselinge toevloed 12

13 van onderdanen van derde landen". Bovendien zijn de maatregelen die in het kader van artikel 8 door het agentschap worden genomen, uiteraard beperkt tot louter operationele en technische bijstand in de praktijk om te zorgen voor een hoog niveau van controle en bewaking van het betrokken deel van de buitengrens, terwijl de voorlopige maatregelen die overeenkomstig artikel 64, lid 2, van het Verdrag door de Raad worden goedgekeurd, van wetgevende en politieke aard zijn. Artikel 9 Bij de organisatie van gezamenlijke terugkeeroperaties zal het agentschap de lidstaten de nodige technische ondersteuning verlenen, bijvoorbeeld door een netwerk van contactpunten op te zetten, een actuele inventaris van bestaande en beschikbare middelen en faciliteiten bij te houden en specifieke richtsnoeren en aanbevelingen terzake op te stellen. Artikel 10 Dit artikel machtigt het agentschap om systemen voor de uitwisseling van informatie met de Commissie en de lidstaten op te zetten. Het agentschap kan besluiten hiervoor gebruik te maken van bestaande faciliteiten zoals het ICONET-systeem. Artikel 11 Het agentschap moet strategische, niet-persoonsgebonden informatie kunnen uitwisselen met Europol (dat op het gebied van de derde pijler van het communautaire kader actief is en belast is met de bestrijding van illegale immigratienetwerken en mensensmokkel), met de desbetreffende bevoegde autoriteiten van derde landen en met internationale organisaties zoals Interpol. Dergelijke informatie-uitwisseling wordt cruciaal geacht voor het verzamelen door het agentschap van de nodige inlichtingen voor zijn risicoanalyses. Europol neemt nu reeds actief deel aan de werkzaamheden op dit gebied in het kader van de gemeenschappelijke instantie. Zoals hierboven is vermeld, zou de tussen het agentschap en andere betrokkenen uitgewisselde informatie geen persoonsgegevens bevatten, maar zijn geconcentreerd op algemene informatie over recente trends in en de modus operandi van illegale immigratie. Dit artikel machtigt het agentschap dan ook om met de bovengenoemde instanties samen te werken op het gebied van de uitwisseling van strategische, niet-persoonsgebonden informatie. De uitgewisselde informatie moet relevant zijn voor de taken van het agentschap. Artikel 12 Dit artikel behandelt de juridische status en de vestigingsplaats van het agentschap. Artikel 13 De in dit artikel bedoelde gespecialiseerde bijkantoren bouwen voort op de bestaande centra voor land-, lucht- en zeegrenzen die door de lidstaten zijn opgericht in het kader van de gemeenschappelijke instantie van buitengrensdeskundigen, en zullen integrerend deel van het agentschap uitmaken. Het personeel van de gespecialiseerde bijkantoren van het agentschap zal bestaan uit door de lidstaten gedetacheerde nationale deskundigen, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de deskundigen van de bestaande grenscentra. 13

14 Artikel 14 Dit artikel bevat de algemene regels betreffende het personeel van het agentschap. Artikel 15 Dit artikel heeft betrekking op de voorrechten en immuniteiten die het personeel van het agentschap geniet. Artikel 16 Dit artikel betreft de aansprakelijkheid van het agentschap. Artikel 17 Dit artikel heeft betrekking op de bevoegdheden van de raad van beheer van het agentschap. Artikel 18 Dit artikel beschrijft de samenstelling van de raad van beheer van het agentschap. Artikel 19 Dit artikel heeft betrekking op het voorzitterschap van de raad van beheer van het agentschap. Artikel 20 Dit artikel bevat bepalingen inzake de vergaderingen van de raad van beheer van het agentschap. Artikel 21 Dit artikel bevat bepalingen inzake de stemming in de raad van beheer van het agentschap. Artikel 22 Dit artikel beschrijft de taken en bevoegdheden van de uitvoerend directeur van het agentschap. Artikel 23 Dit artikel beschrijft de procedure voor de benoeming en het ontslag van het hogere personeel van het agentschap, alsmede de algemene kwalificaties waarover zij moeten beschikken. Ook worden de ambtstermijnen van het hogere personeel vastgesteld. Artikel 24 Dit artikel betreft de vertaling van documenten en correspondentie van het agentschap. Artikel 25 Dit artikel bevat regels inzake de transparantie en communicatie van het agentschap. 14

15 Artikel 26 Dit artikel heeft betrekking op de begroting van het agentschap. Artikel 27 Dit artikel heeft betrekking op de uitvoering en controle van de begroting van het agentschap. Artikel 28 Dit artikel heeft betrekking op fraudebestrijding. Artikel 29 Dit artikel bevat een evaluatieclausule volgens welke het agentschap binnen drie jaar nadat het zijn werkzaamheden heeft aangevangen en vervolgens om de vijf jaar aan een onafhankelijke externe evaluatie wordt onderworpen. Artikel 30 Dit artikel heeft betrekking op de goedkeuring van de financiële voorschriften van het agentschap. Artikel 31 Dit artikel bevat de datum van inwerkingtreding van de verordening. Het agentschap vangt zijn werkzaamheden aan op 1 januari

16 Voorstel voor een 2003/0273 (CNS) VERORDENING VAN DE RAAD tot oprichting van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 66, Gezien het voorstel van de Commissie 12, Gezien het advies van het Europees Parlement 13, Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 14, Gezien het advies van het Comité van de Regio's 15, Overwegende hetgeen volgt: (1) Het communautaire beleid op het gebied van de buitengrenzen van de EU beoogt door middel van geïntegreerd beheer te zorgen voor een hoog en uniform niveau van controle en bewaking, hetgeen een noodzakelijk uitvloeisel is van het vrije verkeer van personen in de Europese Unie en een fundamenteel onderdeel van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Daartoe wordt voorzien in de opstelling van gemeenschappelijke regels inzake normen en procedures voor de controle aan de buitengrenzen. (2) Voor een efficiënte uitvoering van de gemeenschappelijke regels is meer coördinatie van de operationele samenwerking tussen de lidstaten nodig. (3) Rekening houdend met de ervaringen van de gemeenschappelijke instantie van buitengrensdeskundigen 16, die in het kader van de Raad actief is, moet derhalve een gespecialiseerd orgaan van deskundigen worden opgericht dat belast is met de verbetering van de coördinatie van de operationele samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van het beheer van de buitengrenzen, en wel in de vorm van een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen PB C [ ] van [ ], blz. [ ]. PB C [ ] van [ ], blz. [ ]. PB C [ ] van [ ], blz. [ ]. PB C [ ] van [ ], blz. [ ]. Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement "Naar een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de Europese Unie" (COM(2002) 233 def). 16

17 (4) Dit agentschap moet de toepassing van bestaande en toekomstige communautaire maatregelen in verband met het beheer van de buitengrenzen vergemakkelijken door de acties van de lidstaten ter uitvoering van deze maatregelen te coördineren. (5) Het agentschap moet op basis van een gemeenschappelijk model voor geïntegreerde risicoanalyse risicoanalyses uitvoeren om de Gemeenschap en de lidstaten van adequate informatie te voorzien, zodat passende maatregelen kunnen worden genomen of bekende dreigingen en risico's kunnen worden aangepakt met het oog op de verbetering van het geïntegreerd beheer van de buitengrenzen. (6) Het agentschap moet opleiding op Europees niveau aanbieden voor opleiders van de nationale grenswachten van de lidstaten en aanvullende opleiding en studiebijeenkomsten in verband met controle en bewaking van de buitengrenzen en verwijdering van onderdanen van derde landen die illegaal in de lidstaten verblijven, voor personeelsleden van de bevoegde nationale diensten. (7) Het agentschap volgt de ontwikkelingen op het gebied van wetenschappelijk onderzoek die relevant zijn voor zijn gebied en geeft deze informatie door aan de Commissie en de lidstaten. (8) Het agentschap beheert lijsten van door de lidstaten verstrekte technische uitrusting en levert aldus een bijdrage aan het samenvoegen van materiële middelen. (9) Het agentschap moet ook steun verlenen aan de lidstaten in omstandigheden die extra operationele en technische bijstand aan de buitengrenzen vergen. (10) In de meeste lidstaten vallen de operationele aspecten van de verwijdering van onderdanen van derde landen onder de bevoegdheid van de autoriteiten die voor controles aan de buitengrenzen verantwoordelijk zijn. Aangezien de uitvoering van deze taken op Europees niveau een duidelijke meerwaarde heeft, moet het agentschap, afhankelijk van het communautaire terugkeerbeleid, gezamenlijke terugkeeroperaties van de lidstaten coördineren en organiseren en optimale werkwijzen vaststellen voor het verkrijgen van reisdocumenten en de verwijdering van onderdanen van derde landen van het grondgebied van de lidstaten. (11) Voor het verrichten van zijn taak moet het agentschap inzake de uitwisseling van strategische, niet-persoonsgebonden informatie met Europol, de bevoegde autoriteiten van derde landen en de internationale organisaties die bevoegd zijn op het gebied van de onder deze verordening vallende aangelegenheden, samenwerken in het kader van met deze organen gemaakte werkafspraken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Verdrag. (12) Voortbouwend op de ervaringen van de gemeenschappelijke instantie van buitengrensdeskundigen en de door de lidstaten opgerichte centra die gespecialiseerd zijn in de verschillende aspecten van controle en bewaking van respectievelijk land-, lucht- en zeegrenzen, kan het agentschap zelf gespecialiseerde bijkantoren oprichten die verantwoordelijk zijn voor land-, lucht- en zeegrenzen. (13) Het agentschap moet onafhankelijk zijn met betrekking tot technische aangelegenheden en juridisch, administratief en financieel autonoom zijn. Te dien einde is het noodzakelijk en gepast dat het een communautair orgaan is dat rechtspersoonlijkheid bezit en de uitvoeringsbevoegdheden uitoefent die hem bij deze verordening worden verleend. 17

18 (14) Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van het agentschap te waarborgen, moet aan het agentschap een eigen begroting worden toegekend die hoofdzakelijk wordt betaald uit een bijdrage van de Gemeenschap. De begrotingsprocedure van de Gemeenschap dient van toepassing te zijn voorzover het gaat om de bijdrage van de Gemeenschap en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Unie. De controle van de rekeningen dient te worden verricht door de Rekenkamer. (15) Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) 17 moet onverkort van toepassing zijn op het agentschap, dat het Interinstitutioneel akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) 18 moet ondertekenen. (16) Verordening (EG) nr. 1049/ inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie moet onverkort op het agentschap van toepassing zijn. (17) De Commissie en de lidstaten moeten vertegenwoordigd zijn in een raad van beheer, opdat zij daadwerkelijk toezicht kunnen uitoefenen op de activiteiten van het agentschap. Deze raad van beheer moet beschikken over de noodzakelijke bevoegdheden om de begroting vast te stellen, de uitvoering van de begroting te verifiëren, passende financiële voorschriften vast te stellen, doorzichtige werkprocedures voor de besluitvorming door het agentschap tot stand te brengen en de uitvoerend directeur te benoemen. (18) Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel zoals bedoeld in artikel 5 van het Verdrag, kunnen de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt; zij kunnen derhalve, aangezien een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie tot stand moet worden gebracht, beter door de Gemeenschap worden verwezenlijkt. Deze verordening beperkt zich tot het minimum dat vereist is om deze doelstellingen te verwezenlijken en gaat niet verder dan hetgeen daartoe noodzakelijk is. (19) Gelet op de voortdurend veranderende aard van de factoren die een efficiënt beheer van de buitengrenzen in de weg staan, moet worden voorzien in een geleidelijke verruiming van het werkterrein van het agentschap. Dit zou bijvoorbeeld kunnen inhouden dat het agentschap wordt belast met de uitvoering van inspecties aan de buitengrenzen en de bevordering van operationele samenwerking met betrokken derde landen en internationale organisaties, rekening houdend met het institutionele kader van de Europese Gemeenschap. Deze verordening moet, op basis van een toekomstig voorstel in overeenstemming met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, van toepassing zijn op ieder ander gebied dat verband houdt met het beheer van de buitengrenzen PB L 136 van , blz. 1. PB L 136 van , blz. 15. PB L 64 van , blz

19 (20) Efficiënte controle en bewaking van de buitengrenzen is een zaak van het grootste belang voor de lidstaten, ongeacht hun geografische ligging. De solidariteit tussen de lidstaten op het gebied van het beheer van de buitengrenzen moet dan ook worden bevorderd. De oprichting van het agentschap, dat de lidstaten bijstaat bij de tenuitvoerlegging van de operationele aspecten van het beheer van de buitengrenzen, inclusief de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal in de lidstaten verblijven, is een belangrijke stap in deze richting. (21) Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van het Schengen-acquis in de zin van de door de Raad van de Europese Unie met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de verdere ontwikkeling van het Schengen-acquis, die valt onder de in artikel 1, punt A en punt E, van Besluit 1999/437/EG 20 van de Raad inzake bepaalde toepassingsbepalingen van in die overeenkomst bedoelde gebieden. (22) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte protocol betreffende de positie van het Denemarken, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in Denemarken. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengen-acquis overeenkomstig de bepalingen van het derde deel van Titel IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, moet Denemarken overeenkomstig artikel 5 van dit protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad deze verordening heeft vastgesteld, beslissen of het deze in zijn nationale wetgeving zal omzetten. (23) Deze verordening vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengen-acquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengen-acquis 21 ; het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat. (24) Deze verordening vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengen-acquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengen-acquis 22 ; Ierland neemt derhalve niet deel aan de aanneming van deze verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat. (25) Deze verordening vormt een besluit dat voortbouwt op het Schengen-acquis of daarmee anderszins verband houdt in de zin van artikel 3, lid 1, van de Toetredingsakte PB L 176 van , blz. 31. PB L 131 van , blz. 43. PB L 131 van , blz

20 (26) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en de beginselen die zijn vervat in artikel 6, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: HOOFDSTUK I Onderwerp Artikel 1 Oprichting van het agentschap 1. Met het oog op een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de Europese Unie wordt een Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (hierna: "het agentschap") opgericht. 2. Het agentschap vergemakkelijkt de toepassing van de bestaande en toekomstige communautaire maatregelen in verband met het beheer van de buitengrenzen door de acties van de lidstaten ter uitvoering van deze maatregelen te coördineren en aldus te zorgen voor een doeltreffend, hoog en uniform niveau van controle van personen en bewaking van de buitengrenzen van de Europese Unie. 3. Het agentschap voorziet de Commissie en de lidstaten van de nodige technische ondersteuning en kennis voor het beheer van de buitengrenzen en bevordert de solidariteit tussen de lidstaten. HOOFDSTUK II Taken Het agentschap voert de volgende taken uit: Artikel 2 Belangrijkste taken a) de operationele samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van controle en bewaking van de buitengrenzen coördineren; b) de lidstaten helpen bij het opleiden van nationale grenswachten; c) risicobeoordelingen uitvoeren; d) de ontwikkelingen volgen op het gebied van onderzoek die relevant zijn voor de controle en bewaking van de buitengrenzen; e) de lidstaten bijstaan in omstandigheden die extra operationele en technische bijstand aan de buitengrenzen vergen; 20

Voor de delegaties gaat hierbij de ontwerp-verordening zoals deze er na de vergadering van de Groep visa van 20 februari 2003 uitziet.

Voor de delegaties gaat hierbij de ontwerp-verordening zoals deze er na de vergadering van de Groep visa van 20 februari 2003 uitziet. Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 februari 2003 (10.03) (OR. en) PUBLIC 6614/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0027 (CNS) LIMITE VISA 35 COMIX 117 NOTA van: aan: nr. Comv.: Betreft: het

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 november 2003 (07.11) (OR. it) 14286/03 LIMITE VISA 180 COMIX 662

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 november 2003 (07.11) (OR. it) 14286/03 LIMITE VISA 180 COMIX 662 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 4 november 2003 (07.11) (OR. it) PUBLIC 14286/03 LIMITE VISA 180 COMIX 662 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de Groep visa Ontwerp-beschikking van

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383. NOTA het secretariaat-generaal Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 april 2006 (24.04) (OR. en) PUBLIC 8478/06 LIMITE VISA 109 FRONT 80 COMIX 383 NOTA van: aan: vorig doc. Betreft: het secretariaat-generaal de Raad 8277/06

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 2 juni 2003 (06.06) (OR. en) 9748/03 LIMITE VISA 91 FRONT 67 COMIX 326

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 2 juni 2003 (06.06) (OR. en) 9748/03 LIMITE VISA 91 FRONT 67 COMIX 326 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 2 juni 2003 (06.06) (OR. en) 9748/03 LIMITE VISA 91 FRONT 67 COMIX 326 NOTA van: het voorzitterschap aan: de Groep visa nr. vorig doc.: 8696/03 VISA 70 COMIX 260 Betreft:

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 24.6.2009 COM (2009) 293 definitief 2009/0089 (COD) C7-0046/09 Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot oprichting van een

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2011) 516 definitief

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2011) 516 definitief RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 2 september 2011 (02.09) (OR. en) 13710/11 Interinstitutioneel dossier: 2011/0223 (COD) VISA 159 CODEC 1370 COMIX 519 I GEKOME DOCUME T van: de Europese Commissie ingekomen:

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 15 april 2015 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 15 april 2015 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 5 april 205 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 205/0062 (E) 785/5 VISA 04 COMEM 55 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESLUIT VAN DE RAAD betreffende

Nadere informatie

HET SCHENGEN-ACQUIS EN DE INTEGRATIE ERVAN IN DE UNIE

HET SCHENGEN-ACQUIS EN DE INTEGRATIE ERVAN IN DE UNIE [EUROPA] SCADPlus BELANGRIJKE JURIDISCHE KENNISGEVING - Op de informatie op deze site is een verklaring van afwijzing van aansprakelijkheid en een verklaring inzake het auteursrecht van toepassing. HET

Nadere informatie

BIJLAGE. bij het. Voorstel voor een besluit van de Raad

BIJLAGE. bij het. Voorstel voor een besluit van de Raad EUROPESE COMMISSIE Brussel, 5.3.2015 COM(2015) 103 final ANNEX 1 BIJLAGE bij het Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 november 2003 (OR. fr) 14303/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0150 (AVC) JUSTCIV 236 ATO 193

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 19 november 2003 (OR. fr) 14303/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0150 (AVC) JUSTCIV 236 ATO 193 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 november 2003 (OR. fr) 14303/03 Interinstitutioneel dossier: 2003/0150 (AVC) JUSTCIV 236 ATO 193 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Beschikking van

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 december 2006 (OR. en) 16647/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/194 (CNS) REGIO 70 FIN 673

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 december 2006 (OR. en) 16647/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/194 (CNS) REGIO 70 FIN 673 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 20 december 2006 (OR. en) 16647/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/194 (CNS) REGIO 70 FIN 673 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: VERORDENING VAN DE

Nadere informatie

5135/02 CS/mm DG H NL

5135/02 CS/mm DG H NL RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 29 januari 2002 (OR. es) 5135/02 ENFOPOL 5 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Initiatief van het Koninkrijk Spanje betreffende de oprichting van een

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 9 september 2005 (12.09) (OR. fr) 12115/05 Interinstitutioneel dossier: 2005/0169 (COD)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 9 september 2005 (12.09) (OR. fr) 12115/05 Interinstitutioneel dossier: 2005/0169 (COD) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 9 september 2005 (12.09) (OR. fr) 12115/05 Interinstitutioneel dossier: 2005/0169 (COD) VISA 213 CODEC 728 COMIX 556 VOORSTEL van: de Europese Commissie d.d.: 7 september

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 december 2007 (OR. en) 15202/07 VISA 346 COMIX 968

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 december 2007 (OR. en) 15202/07 VISA 346 COMIX 968 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 4 december 2007 (OR. en) 15202/07 VISA 346 COMIX 968 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE RAAD tot wijziging van deel 1 van het Schengen-raadplegingsnetwerk

Nadere informatie

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T

EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T EUROPESE U IE HET EUROPEES PARLEME T DE RAAD Straatsburg, 3 december 20 (OR. en) 20/099 (COD) LEX 244 PE-CO S 63// REV FRO T 55 VISA 233 COMIX 74 CODEC 988 VERORDE I G VA HET EUROPEES PARLEME T E DE RAAD

Nadere informatie

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD Straatsburg, 19 mei 2010 (OR. en) 2009/0026 (COD) LEX 1120 PE-CONS 11/10 ASILE 33 CADREFIN 29 CODEC 303 BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD TOT WIJZIGING

Nadere informatie

6074/15 pro/adw/mt 1 DG B 3A

6074/15 pro/adw/mt 1 DG B 3A Raad van de Europese Unie Brussel, 16 februari 2015 (OR. en) 6074/15 Interinstitutioneel dossier: 2014/0258 (NLE) SOC 55 EMPL 21 MIGR 5 JAI 78 NOTA van: het secretariaat-generaal van de Raad aan: het Comité

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 9 februari 2010 (10.02) (OR. fr) 6290/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0011 (NLE) HR 8 CORDROGUE 25

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 9 februari 2010 (10.02) (OR. fr) 6290/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0011 (NLE) HR 8 CORDROGUE 25 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 9 februari 2010 (10.02) (OR. fr) 6290/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0011 (NLE) HR 8 CORDROGUE 25 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 3 februari 2010 Betreft: Voorstel

Nadere informatie

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 april 2000 (17.04) (OR. en) 7316/00 LIMITE EUROPOL 4 NOTA van: Europol aan: de Groep Europol nr. vorig doc.: 5845/00 EUROPOL 1 + ADD 1 + ADD 2 + ADD 3 Betreft: Artikel

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 15 januari 2003 (21.01) (OR. fr) 5252/03 JUR 10 FIN 10 EUROJUST 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 15 januari 2003 (21.01) (OR. fr) 5252/03 JUR 10 FIN 10 EUROJUST 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 15 januari 2003 (21.01) (OR. fr) 5252/03 10 FIN 10 EUROJUST 1 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE DIENST AAN DE BESPREKINGEN VAN HET BEGROTINGSCOMITE nr. Comv.: 12130/02 FIN 333

Nadere informatie

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000 bron : http://www.emis.vito.be Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen dd. 27-06-2000 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000 Gewijzigd voorstel voor een beschikking

Nadere informatie

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011 EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie begrotingscontrole 2010/2169(DEC) 3.2.2011 ONTWERPVERSLAG over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 oktober 2004 (07.10) 12561/04 LIMITE EUROJUST 78

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 oktober 2004 (07.10) 12561/04 LIMITE EUROJUST 78 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 oktober 2004 (07.10) PUBLIC 12561/04 LIMITE EUROJUST 78 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de delegaties Ontwerp-conclusies van de Raad over een

Nadere informatie

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het Europees justitieel netwerk

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het Europees justitieel netwerk RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 november 2008 (OR. en) 14914/08 COPEN 199 EUROJUST 87 EJN 65 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het Europees justitieel

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 29.11.2007 COM(2007) 761 definitief 2007/0266 (ACC) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD over het standpunt van de Gemeenschap in het Gemengd Comité EG-Faeröer

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 maart 2006 (29.03) (OR. en) 7813/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0037 (CNS)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 maart 2006 (29.03) (OR. en) 7813/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0037 (CNS) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 maart 2006 (29.03) (OR. en) 7813/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0037 (CNS) N 20 CORDROGUE 27 FISC 45 BUDGET 13 SAN 71 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 14 maart

Nadere informatie

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank De Slotakte vermeldt de verbindende protocollen en de niet-verbindende verklaringen Slotakte De CONFERENTIE VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, bijeen te Brussel op 30 september

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 25.11.2003 COM(2003) 727 definitief 2003/0284 (CNS) Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD betreffende de totstandbrenging van een beveiligd, op internet

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 mei 2006 (12.06) (OR. en) 8550/06 Interinstitutioneel dossier: 2003/0218 (CNS) LIMITE VISA 114 COMIX 393

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 mei 2006 (12.06) (OR. en) 8550/06 Interinstitutioneel dossier: 2003/0218 (CNS) LIMITE VISA 114 COMIX 393 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 16 mei 2006 (12.06) (OR. en) PUBLIC 8550/06 Interinstitutioneel dossier: 2003/0218 (CNS) LIMITE VISA 114 COMIX 393 RESULTAAT BESPREKINGEN van: de Groep Visa/Gemengd

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5124/07 PESC 11 COEST 5 COSDP 3

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5124/07 PESC 11 COEST 5 COSDP 3 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5124/07 PESC 11 COEST 5 COSDP 3 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VAN DE RAAD houdende benoeming

Nadere informatie

PUBLIC. Brussel, 24 oktober 2008 (30.10) (OR. fr) RAAD VA DE EUROPESE U IE 14625/08. Interinstitutioneel dossier: 2008/0058 (C S) 2008/0059 (C S)

PUBLIC. Brussel, 24 oktober 2008 (30.10) (OR. fr) RAAD VA DE EUROPESE U IE 14625/08. Interinstitutioneel dossier: 2008/0058 (C S) 2008/0059 (C S) Conseil UE PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 24 oktober 2008 (30.10) (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2008/0058 (C S) 2008/0059 (C S) 14625/08 LIMITE FISC 138 OTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap

Nadere informatie

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS)

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 september 200 (26.09) (OR. fr) PUBLIC 642/0 Interinstitutioneel dossier: 200/009 (CNS) LIMITE JUSTCIV NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité burgerlijk

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. van [...]

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD. van [...] EUROPESE COMMISSIE Brussel, 15.6.2010 COM(2010)280 definitief 2010/0168 (E) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD van [...] betreffende de verplichte toepassing van Reglement nr. 100 van de Economische

Nadere informatie

Het Verdrag van Amsterdam in werking. Prof. mr. R. Barents

Het Verdrag van Amsterdam in werking. Prof. mr. R. Barents Het Verdrag van Amsterdam in werking Prof. mr. R. Barents Kluwer - Deventer - 1999 DEEL1. HET VERDRAG VAN AMSTERDAM Hoofdstuk 1. Van Maastricht naar Amsterdam 3 1. Inleiding 3 2. De Europese verdragen

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 26.5.2004 COM(2004) 391 definitief 2004/0127 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling van een communautaire code betreffende de

Nadere informatie

Conclusies van de Raad betreffende de bestrijding van het tabaksgebruik

Conclusies van de Raad betreffende de bestrijding van het tabaksgebruik RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 17 november 1999 (OR. en) 12545/1/99 REV 1 LIMITE SAN 171 Betreft : Conclusies van de Raad betreffende de bestrijding van het tabaksgebruik DG I CONCLUSIES VAN DE RAAD

Nadere informatie

De delegaties treffen hierbij de toelichting aan bij het in hoofde genoemde initiatief.

De delegaties treffen hierbij de toelichting aan bij het in hoofde genoemde initiatief. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 8 augustus 2003 (25.08) (OR. it) 11770/03 ADD 1 LIMITE MIGR 71 COMIX 474 ADDENDUM BIJ DE NOTA van: het voorzitterschap aan: de Groep migratie-verwijdering Betreft: Initiatief

Nadere informatie

(2002/C 42/07) Gelet op de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst ( 1 ), inzonderheid op artikel 43, lid 1,

(2002/C 42/07) Gelet op de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst ( 1 ), inzonderheid op artikel 43, lid 1, C 42/8 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen 15.2.2002 II (Voorbereidende besluiten krachtens titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie) Initiatief van het Koninkrijk Belgiº en het

Nadere informatie

PROTOCOL 3. Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI. Besluit

PROTOCOL 3. Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI. Besluit PROTOCOL 3 Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI Besluit De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR), gezien het belang dat zij

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 VERSLAG van: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel) aan: de Raad EPSCO Nr. vorig doc.: 9081/08

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.3.2003 COM(2003) 114 definitief 2003/0050 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt

Nadere informatie

geraadpleegd door de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag (C5-0757/2000),

geraadpleegd door de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag (C5-0757/2000), P5_TA(2002)0430 Europees netwerk voor justitiële opleiding * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het initiatief van de Franse Republiek met het oog op de aanneming van het besluit van de

Nadere informatie

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE De rechtsgrondslag voor de grondrechten op EU-niveau is lange tijd voornamelijk gelegen geweest in de verwijzing in de Verdragen naar het Europees Verdrag tot

Nadere informatie

Voor de delegaties gaan in bijlage dezes de ontwerp-conclusies van de Raad, waarover een akkoord is bereikt in de Groep sociale vraagstukken.

Voor de delegaties gaan in bijlage dezes de ontwerp-conclusies van de Raad, waarover een akkoord is bereikt in de Groep sociale vraagstukken. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 februari 2011 (16.02) (OR. en) 6196/1/11 REV 1 SOC 99 COMPET 34 VERSLAG van: de Groep sociale vraagstukken aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel)

Nadere informatie

12722/01 HD/nj DG G NL

12722/01 HD/nj DG G NL RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 29 oktober 2001 (OR. en) 12722/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0121 (CNS) ECOFIN 264 ENV 490 NIS 73 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 juni 2010 (OR. en) 11682/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0180 (NLE) AVIATION 100 RHJ 13 RELEX 599

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 juni 2010 (OR. en) 11682/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0180 (NLE) AVIATION 100 RHJ 13 RELEX 599 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 juni 2010 (OR. en) 11682/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0180 (NLE) AVIATION 100 RHJ 13 RELEX 599 VOORSTEL van: de Europese Commissie d.d.: 28 juni 2010 Betreft:

Nadere informatie

AANGENOMEN TEKSTEN DEEL III. van de vergadering van. donderdag 23 april 2009 P6_TA-PROV(2009)04-23 VOORLOPIGE UITGAVE PE 425.402

AANGENOMEN TEKSTEN DEEL III. van de vergadering van. donderdag 23 april 2009 P6_TA-PROV(2009)04-23 VOORLOPIGE UITGAVE PE 425.402 EUROPEES PARLEMENT 2009-200 AANGENOMEN TEKSTEN DEEL III van de vergadering van donderdag 23 april 2009 P6_TA-PROV(2009)04-23 VOORLOPIGE UITGAVE PE 425.402 In verscheidenheid verenigd INHOUDSOPGAVE AANGENOMEN

Nadere informatie

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I P7_TA(200)0052 Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 0 maart 200 over het voorstel voor een richtlijn van het

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 23 september 2014 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 23 september 2014 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 23 september 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2014/0021 (E) 12052/14 JUSTCIV 206 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESLUIT VAN DE RAAD betreffende

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 1 april 2004 (06.04) (OR. en) 8083/04. Interinstitutioneel dossier: 2003/0193 (CNS) 2003/0194 (CNS) LIMITE

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 1 april 2004 (06.04) (OR. en) 8083/04. Interinstitutioneel dossier: 2003/0193 (CNS) 2003/0194 (CNS) LIMITE Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 1 april 2004 (06.04) (OR. en) PUBLIC Interinstitutioneel dossier: 2003/0193 (CNS) 2003/0194 (CNS) 8083/04 LIMITE VISA 62 COMIX 240 NOTA van: aan: nr. vorig

Nadere informatie

11562/08 CS/lg DG H 1 A

11562/08 CS/lg DG H 1 A RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 22 juli 2008 (OR. en) 11562/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0074 (C S) VISA 239 COMIX 554 WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE Betreft: VERORDENING VAN DE RAAD

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST AF/EEE/BG/RO/DC/nl 1 BETREFFENDE DE TIJDIGE BEKRACHTIGING VAN DE OVEREENKOMST BETREFFENDE

Nadere informatie

gezien de conclusies van de Europese Raad van 16 en 17 oktober 2003 in Brussel,

gezien de conclusies van de Europese Raad van 16 en 17 oktober 2003 in Brussel, P5_TA(2004)0029 Illegale immigratie, mensensmokkel en mensenhandel Resolutie van het Europees Parlement over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad ten behoeve van de Europese

Nadere informatie

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE)

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 april 2010 (OR. en) PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) LIMITE COEST 89 PESC 444 NIS 25 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 juli 2006 (27.07) (OR. en) 12036/06 Interinstitutioneel dossier: 2006/0121 (AVC) CH 39 SOC 374 MI 157 ETS 16 SERVICES 35 ELARG 86 VOORSTEL van: de Europese Commissie

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66 NOTA van: aan: Betreft: het Italiaanse voorzitterschap de horizontale Groep drugs Ontwerp-resolutie van

Nadere informatie

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE

L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE L 120/20 Publicatieblad van de Europese Unie 7.5.2008 AANBEVELINGEN COMMISSIE AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 6 mei 2008 inzake de externe kwaliteitsborging voor wettelijke auditors en auditkantoren die

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 november 2005 (OR. fr) 13953/05 COSDP 737 PESC 940 COAFR 187 EUSEC-RDC 26 OC 775

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 november 2005 (OR. fr) 13953/05 COSDP 737 PESC 940 COAFR 187 EUSEC-RDC 26 OC 775 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 november 2005 (OR. fr) 13953/05 COSDP 737 PESC 940 COAFR 187 EUSEC-RDC 26 OC 775 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Gemeenschappelijk Optreden 2005/.../GBVB

Nadere informatie

15414/14 van/mak/sv 1 DG D 2A

15414/14 van/mak/sv 1 DG D 2A Raad van de Europese Unie Brussel, 20 november 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2012/0360 (COD) 15414/14 JUSTCIV 285 EJUSTICE 109 CODEC 2225 NOTA van: aan: het voorzitterschap het Comité van

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 februari 2003 (10.03) (OR. en) 6927/03 CRIMORG 16

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 februari 2003 (10.03) (OR. en) 6927/03 CRIMORG 16 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 februari 2003 (10.03) (OR. en) 6927/03 CRIMORG 16 TOEZENDING NOTA van: het voorzitterschap en de Duitse delegatie aan: de Multidisciplinaire Groep georganiseerde criminaliteit

Nadere informatie

BESCHIKKING Nr. 575/2007/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD. van 23 mei 2007

BESCHIKKING Nr. 575/2007/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD. van 23 mei 2007 6.6.2007 NL Publicatieblad van de Europese Unie L 144/45 BESCHIKKING Nr. 575/2007/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 mei 2007 tot oprichting van het Europees Terugkeerfonds voor de periode

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VAN DE RAAD tot wijziging en verlenging

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 17.7.2006 COM(2006) 399 definitief 2006/0135 (CNS) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2201/2003 wat

Nadere informatie

DE EUROPESE GEMEENSCHAP, HET KONINKRIJK BELGIË, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE,

DE EUROPESE GEMEENSCHAP, HET KONINKRIJK BELGIË, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, OVEREENKOMST BETREFFENDE DE DEELNAME VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK ESTLAND, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK HONGARIJE, DE REPUBLIEK LETLAND, DE REPUBLIEK LITOUWEN, DE REPUBLIEK MALTA, DE

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 juni 2008 (13.06) (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2008/0110 (COD) 10637/08 ADD 2 AGRILEG 104 CODEC 769 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU,

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 9 juli 2004 (4.07) (OR. en) PUBLIC 09/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/00 (COD) LIMITE JUSTCIV 99 COMPET 3 SOC 337 CODEC 874 OTA van: het voorzitterschap

Nadere informatie

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT

EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT EUROPESE UNIE HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD Brussel, 22 januari 2010 (OR. en) 2010/0801 (COD) PE-CONS 1/10 DROIPEN 6 COPEN 22 CODEC 41 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Initiatief voor

Nadere informatie

HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL

HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL In het kader van de gedeelde bevoegdheden van de Unie en de lidstaten wordt met het in het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgelegde subsidiariteitsbeginsel bepaald onder

Nadere informatie

PUBLIC 14277/10 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 1 oktober 2010 (11.10) (OR. en) LIMITE GENVAL 12 ENFOPOL 270 NOTA

PUBLIC 14277/10 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 1 oktober 2010 (11.10) (OR. en) LIMITE GENVAL 12 ENFOPOL 270 NOTA Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 1 oktober 2010 (11.10) (OR. en) PUBLIC 14277/10 LIMITE GENVAL 12 ENFOPOL 270 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de Groep algemene aangelegenheden,

Nadere informatie

de aanbevelingen in het verslag van de Deskundigengroep mensenhandel van de Europese Commissie aan de EU-lidstaten van 22 december 2004,

de aanbevelingen in het verslag van de Deskundigengroep mensenhandel van de Europese Commissie aan de EU-lidstaten van 22 december 2004, Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 20 mei 2009 (26.05) (OR. en) PUBLIC 8723/4/09 REV 4 LIMITE CRIMORG 63 MIGR 43 E FOPOL 86 OTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap het COREPER/de Raad Ontwerp-conclusies

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 mei 2002 (OR. en) 8372/02 FRONT 39 VISA 61 COMIX 289

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 mei 2002 (OR. en) 8372/02 FRONT 39 VISA 61 COMIX 289 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 mei 2002 (OR. en) 8372/02 FRONT 39 VISA 61 COMIX 289 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Verordening (EG) van de Raad betreffende de afgifte van visa

Nadere informatie

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 9.8.2012 COM(2012) 449 final 2012/0217 (COD)C7-0215/12 Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de toekenning van tariefcontingenten voor

Nadere informatie

BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK. van 17 november 2008. tot vaststelling van het kader voor de gezamenlijke aanbesteding van het Eurosysteem

BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK. van 17 november 2008. tot vaststelling van het kader voor de gezamenlijke aanbesteding van het Eurosysteem NL BESLUIT VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 17 november 2008 tot vaststelling van het kader voor de gezamenlijke aanbesteding van het Eurosysteem (ECB/2008/17) DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 december 2001 (19.12) (OR. en) 15354/1/01 REV 1 LIMITE PESC 546 RELEX 184 JAI 177

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 december 2001 (19.12) (OR. en) 15354/1/01 REV 1 LIMITE PESC 546 RELEX 184 JAI 177 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 december 2001 (19.12) (OR. en) 15354/1/01 REV 1 LIMITE PESC 546 RELEX 184 JAI 177 NOTA van: het Coreper d.d.: 12 december 2001 aan: de Raad Betreft: ontwerp-verslag

Nadere informatie

- De ontwerp-verklaringen voor de notulen van de Raadszitting tijdens welke de verordening wordt aangenomen (bijlage II).

- De ontwerp-verklaringen voor de notulen van de Raadszitting tijdens welke de verordening wordt aangenomen (bijlage II). Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 mei 2010 (03.06) (OR. en) PUBLIC Interinstitutioneel dossier: 2009/0118 (CNS) 10189/10 ADD 1 LIMITE FISC 49 NOTA - ADDENDUM van: het voorzitterschap aan:

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 23.5.2013 2012/0271(E) *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting

Nadere informatie

L 73/12 Publicatieblad van de Europese Unie 19.3.2009

L 73/12 Publicatieblad van de Europese Unie 19.3.2009 L 73/12 Publicatieblad de Europese Unie 19.3.2009 VERORDENING (EG) Nr. 214/2009 VAN DE COMMISSIE 18 maart 2009 tot wijziging Verordening (EG) nr. 1800/2004 wat betreft de voorwaarden voor de verlening

Nadere informatie

Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing)

Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing) L 115/1 I (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing) VERORDENING (EG) Nr. 743/2002 VAN DE RAAD van 25 april 2002 tot vaststelling van een algemeen communautair kader voor activiteiten

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 april 2002 (02.05) (OR. en) 8318/02 LIMITE PROCIV 16 FSTR 3 RESULTAAT BESPREKINGEN van: Groep civiele bescherming d.d.: 16 april 2002 nr. vorig doc.: 7573/02 prociv

Nadere informatie

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516 RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 16 september 2008 Betreft: Voorstel voor een Verordening (EG)

Nadere informatie

14956/15 ADD 1 mou/gra/mt 1 DG D 2A

14956/15 ADD 1 mou/gra/mt 1 DG D 2A Raad van de Europese Unie Brussel, 26 februari 2016 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0119 (COD) 14956/15 ADD 1 JUSTCIV 286 FREMP 291 CODEC 1654 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Standpunt

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 7 januari 2008 (20.01) (OR. en) 5039/08 COPEN 3 EUROJUST 3 EJN 3

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 7 januari 2008 (20.01) (OR. en) 5039/08 COPEN 3 EUROJUST 3 EJN 3 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 7 januari 2008 (20.01) (OR. en) 5039/08 COPEN 3 EUROJUST 3 EJN 3 INITIATIEF van: de Sloveense, de Franse, de Tsjechische, de Zweedse, de Spaanse, de Belgische, de Poolse,

Nadere informatie

voor politiefunctionarissen.

voor politiefunctionarissen. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 8 april 2010 (12.04) (OR. en) 8309/10 ENFOPOL 93 NOTA I/A-PUNT van: het secretariaat-generaal aan: het Coreper / de Raad nr. vorig doc.: 5025/4/10 EUROPOL 3 Betreft:

Nadere informatie

ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE

ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE ONDERHANDELINGEN OVER DE TOETREDING VAN BULGARIJE EN ROEMENIË TOT DE EUROPESE UNIE Brussel, 31 maart 2005 (OR. en) AA 23/2/05 REV 2 TOETREDINGSVERDRAG: SLOTAKTE ONTWERP VAN WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 juni 2014 (OR. en) 11190/14 Interinstitutioneel dossier: 2014/0188 (NLE) AVIATION 137 ISR 2

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 20 juni 2014 (OR. en) 11190/14 Interinstitutioneel dossier: 2014/0188 (NLE) AVIATION 137 ISR 2 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 20 juni 2014 (OR. en) 11190/14 Interinstitutioneel dossier: 2014/0188 (NLE) AVIATION 137 ISR 2 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.12.2006 COM(2006) 802 definitief Voorstel voor een BESCHIKKING VAN DE RAAD waarbij Estland, Slovenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk worden gemachtigd

Nadere informatie

Financiële en technische bijstand op het gebied van migratie en asiel ***I

Financiële en technische bijstand op het gebied van migratie en asiel ***I P5_TA(2003)0543 Financiële en technische bijstand op het gebied van migratie en asiel ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement

Nadere informatie

24.5.2008 Publicatieblad van de Europese Unie L 136/3 RICHTLIJNEN

24.5.2008 Publicatieblad van de Europese Unie L 136/3 RICHTLIJNEN 24.5.2008 Publicatieblad van de Europese Unie L 136/3 RICHTLIJNEN RICHTLIJN 2008/52/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 21 mei 2008 betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 augustus 2004 (OR. en) 11296/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/0142 (ACC) AGRI 185 WTO 78

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 augustus 2004 (OR. en) 11296/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/0142 (ACC) AGRI 185 WTO 78 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 3 augustus 2004 (OR. en) 11296/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/0142 (ACC) AGRI 185 WTO 78 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Besluit van de Raad

Nadere informatie

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE Het Hof van Justitie van de Europese Unie is een van de zeven instellingen van de EU. Zij omvat drie rechtscolleges: het Hof van Justitie, het Gerecht en het Gerecht

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 21.1.2016 COM(2016) 17 final 2016/0006 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en Nieuw-Zeeland betreffende samenwerking

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST 443 der Beilagen XXIII. GP - Staatsvertrag - 91 niederländische Erklärungen (Normativer Teil) 1 von 13 EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE

Nadere informatie

PUBLIC 15054/1/02 REV 1

PUBLIC 15054/1/02 REV 1 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 10 december 2002 (17.11) (OR. en) PUBLIC 15054/1/02 REV 1 LIMITE VISA 176 FRONT 141 COMIX 688 NOTA van: het voorzitterschap aan: het Gemengd comité op het

Nadere informatie

Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 10.3.2014 COM(2014) 156 final Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot goedkeuring van de sluiting door de Commissie, namens de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, van

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 februari 2002 (18.02) (OR. fr) 6249/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0114 (CNS) LIMITE

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 februari 2002 (18.02) (OR. fr) 6249/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0114 (CNS) LIMITE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 februari 2002 (18.02) (OR. fr) 6249/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0114 (CNS) LIMITE DROIPEN 9 CORDROGUE 19 NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité van

Nadere informatie