POWERS. Simulatie van prijsvorming en investeringsbeslissingen in een geliberaliseerde Nederlandse elektriciteitsmarkt

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "POWERS. Simulatie van prijsvorming en investeringsbeslissingen in een geliberaliseerde Nederlandse elektriciteitsmarkt"

Transcriptie

1 Februari 2001 ECN-C POWERS Simulatie van prijsvorming en investeringsbeslissingen in een geliberaliseerde Nederlandse elektriciteitsmarkt F.A.M. Rijkers J.J. Battjes F.H.A. Janszen * M. Kaag * * Erasmus Universiteit Rotterdam

2 Verantwoording Dit project is uitgevoerd in samenwerking met de vakgroep Management van Technologie en Innovatie van de faculteit bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het project is gefinancierd uit het eigen onderzoeksprogramma van ECN (ENGINE) en staat geregistreerd onder het projectnummer: Abstract With the liberalisation of the Dutch electricity market the electricity price will be divided into a network component and a commodity component. Further, liberalisation will change the determination of the commodity price. Before liberalisation the commodity price was centrally determined by the Sep (N.V. Samenwerkende Electriciteitsproductiebedrijven 1 ), but with the introduction of liberalisation prices will be determined by the market itself. To analyse the liberalised market it was decided to develop a new model POWERS in which the new structure of the electricity market is incorporated and the increasing competition between energy companies is taken into account. An overview of the POWERS-model is presented in this report. The model is based on the system dynamics. This means that the decisions (regarding production volume, allocation of the plants, price setting) made by each market player is based on information from the previous period. Optimisation models that are based on the assumption of perfect foresight do not apply to the electricity market. Currently the model contains a detailed description of the production capacity of the current market players in the Netherlands. Among other purposes the model is suitable for determining an outlook of forward prices on the Dutch electricity market and for analysing the impacts of alternative strategies of the different market players on their profits. 1 This may be translated as Dutch Electricity Generation Board. This board represented the four large central producers in the Netherlands. However since January 2001 Sep no longer exists as a result of the liberalisation of the electricity market. 2 ECN-C

3 INHOUD 1 INLEIDING 7 2 HET MODEL POWERS Beschrijving van marktpartijen Eindverbruikers Handelaren Producenten Beschrijving van modelcomponenten Elektriciteitsvraag Contractenmarkt Spotmarkt Inzet centrales Decentrale productie Investeringen en innovaties Financieel Output 17 3 CASE STUDIES: EEN AANTAL VOORBEELDEN Referentiecase Relevante input Resultaten Fluctuerende gasprijzen Investeren in nieuwe productiecapaciteit 26 4 ANDERE TOEPASSINGEN, MOGELIJKHEDEN EN TOEKOMSTIGE MODELONTWIKKELINGEN Toepassingen van het model Verbetering van het model Uitbreiding van het model 33 ECN-C

4 4 ECN-C

5 SAMENVATTING Met het liberaliseren van de Nederlandse elektriciteitsmarkt zullen de commodityprijzen van elektriciteit niet langer centraal door de Samenwerkende Electriciteitsproductiebedrijven (Sep) worden bepaald op basis van het zogenaamde cost-plus -systeem. In een geliberaliseerde markt zullen de energiebedrijven met elkaar concurreren en zal de commodityprijs van elektriciteit bepaald worden door vraag en aanbod op de markt. Deze prijs hoeft niet alleen van de marginale kosten af te hangen maar kan ook bepaald worden door strategisch gedrag. Deze veranderingen en hun relevantie voor de toekomstige elektriciteitsprijzen hebben aangezet tot het ontwikkelen van een geheel nieuw model 2 POWERS wat een betere weergave is van de huidige elektriciteitsmarkt en waarin rekening wordt gehouden met de toenemende concurrentie tussen de elektriciteitsbedrijven. Omdat niet kan worden uitgegaan van perfect foresight is gekozen voor een andere aanpak dan een optimalisatiemodel, namelijk een systeem dynamisch model. Hierin worden beslissingen juist gemaakt op basis van informatie uit het verleden. Met dit model wordt het (strategisch) gedrag gesimuleerd van de partijen die betrokken zijn bij de handel in en de productie van elektriciteit. Als marktpartijen zijn producenten, handelaren en eindverbruikers opgenomen. Onder producenten vallen de grote centrale producenten, import vanuit het buitenland en decentrale productie. Het model bevat (nog) slechts één handelaar die fungeert als intermediair tussen de kleinverbruikers en de markten. Tijdens toekomstige ontwikkelingen aan het model zal dit verder worden uitgebreid zodat ook meer inzicht in de retailmarkt wordt verkregen. De eindverbruikers zijn opgesplitst naar grootverbruikers, middenkleinverbruikers en huishoudens. Zowel de producenten, de grootverbruikers als de handelaren kunnen actief zijn op de twee markten die in het model zijn opgenomen. Er is een contractenmarkt waar handel in lange termijn contracten plaatsvindt en er is een spotmarkt waar handel op de zeer korte termijn plaats vindt. Het model is gericht op midden tot lange termijn verkenningen van de ontwikkelingen op de elektriciteitsmarkt en de daarbij behorende elektriciteitsprijs. Zodoende is besloten een tijdseenheid van één week aan te nemen. Dit houdt in dat op de spotmarkt gehandeld wordt in zogenaamde weekcontracten. De producenten bieden een bepaalde hoeveelheid elektriciteit aan op de markten afhankelijk van de marktprijs. Zolang de vraag op een markt groter is dan de totale hoeveelheid aangeboden capaciteit op die markt, zal de marktprijs stijgen en vice versa. De consumenten kunnen wisselen tussen de markten (zolang ze niet onder contract zitten op de contractenmarkt) en worden hiertoe geprikkeld door het prijsverschil tussen de twee markten. Om het verschil in prijsniveau gedurende de dag globaal in kaart te brengen wordt gebruik gemaakt van drie soorten vraagsegmenten. Elke week is opgedeeld naar een aantal daluren, plateau-uren en piekuren. Ook de vraag van de eindverbruikers is opgedeeld naar drie niveaus (dalvraag, plateauvraag en piekvraag) die corresponderen met de vraag tijdens de gelijknamige vraagsegmenten. Deze vraag kan per week variëren. Het model dient in een scenario context te worden gebruikt. Een drietal cases is met POWERS doorgerekend om een indruk te geven van de soort output en de gevoeligheid van veranderingen in de input op deze uitkomsten. Uit de resultaten kan worden afgeleid dat de marktprijzen in het model reageren op de afname in overcapaciteit. Ook een verlaging van de aardgasprijs heeft effect op de marktprijzen. De lagere aardgasprijs zorgt voor lagere brandstofkosten voor de producenten waardoor zij scherper kunnen aanbieden. Bij een zeer lage gasprijs wordt de inzet van de kolengestookte centrales gedurende de daluren zelfs vervangen door de inzet van gasge- 2 De unit Beleidsstudies van ECN beschikt al langere tijd over een model waarmee toekomstige elektriciteitsprijzen voor de Nederlandse markt worden ingeschat. Dit model was echter geënt op een volledig gereguleerde elektriciteitsmarkt waar prijzen worden bepaald volgens het cost-plus -systeem en investeringsbeslissingen centraal worden gestuurd. Een dergelijk model, waarin beslissingen op nationaal niveau worden gemodelleerd, is niet meer representatief gezien de huidige ontwikkelingen op de Nederlandse elektriciteitsmarkt. ECN-C

6 stookte centrales. Ook is gekeken naar het effect van investeren in nieuwe productiecapaciteit door centrale producenten. De aantrekkelijkheid van een dergelijke investering blijkt onder andere sterk afhankelijk te zijn van het gedrag van concurrenten. Het POWERS-model is klaar voor gebruik voor analyses voor de Nederlandse elektriciteitsmarkt. Het kan voor verschillende typen klanten en voor verschillende soorten vragen worden gebruikt, maar zal daarvoor mogelijk nog specifieke aanpassingen behoeven. 6 ECN-C

7 1 INLEIDING Met het liberaliseren van de elektriciteitsmarkt veranderen de verkoopvormen voor elektriciteit en de prijsvorming van de eindverbruikersprijzen in Nederland. Elektriciteit wordt verhandeld aan de hand van (lang- of kortlopende) contracten en via een spotmarkt. Hierdoor veranderen hoogte en patroon van de eindverbruikersprijzen. Tevens worden de voorheen geïntegreerde prijzen gesplitst in een transporttarief en een commodityprijs. De commodityprijzen worden in een geliberaliseerde markt niet langer centraal bepaald op basis van het zogenaamde cost-plus - systeem. In een geliberaliseerde markt zullen producenten met elkaar concurreren en wordt de commodityprijs bepaald door vraag en aanbod op de markt. Deze prijs hoeft niet alleen van de marginale kosten af te hangen maar wordt ook bepaald door strategisch gedrag. Deze veranderingen noodzaken energiebedrijven tot meer marktconform handelen. Dit marktconform handelen zal ook tot uiting komen in de investeringsbeslissingen. Investeringsbeslissingen zullen op bedrijfsniveau plaatsvinden en zijn onderhevig aan verwachte toekomstige kosten, baten en de uitgangssituatie van het bedrijf. Tevens vormen afwegingen tussen lange en korte termijnstrategieën een belangrijke rol. Wijzigingen in de investeringsbeslissingen zijn van invloed op de technologiekeuze, innovaties en het brandstofgebruik. Analyse van bovengenoemde ontwikkeling vergt een geheel nieuw model dat een betere weergave geeft van de huidige elektriciteitsmarkt en waarin rekening wordt gehouden met de toenemende concurrentie tussen de elektriciteitsbedrijven (zie voetnoot 2 op pagina 5). In het voorliggende rapport is het model POWERS gepresenteerd dat hieruit is voorgekomen en dat gebruikt kan worden voor het verkrijgen van inzicht in de totstandkoming van elektriciteitsprijzen en de invloed van verschillende marktpartijen op deze totstandkoming. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het model gericht is op de (middel)lange termijn en vooral geschikt is voor strategische vragen. Zodoende is het niet bedoeld om korte termijn prijsvoorspellingen op uurbasis te verkrijgen. POWERS is een systeem dynamisch model wat wil zeggen dat het gebruik maakt van feedbackloops in de tijd. Beslissingen worden genomen op basis van informatie uit het verleden. Het model is ontwikkeld in samenwerking met de vakgroep Management van Technologie en Innovatie (EUR-MTI) van de faculteit Bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het model is opgezet volgens een bepaald framework dat ontwikkeld is binnen deze vakgroep. Dit framework betreft het zogenaamde Dynamic Business Modelling (DBM) 3. DBM kan gedefinieerd worden als een dynamisch model waarin de ontwikkelingen in bedrijfsprocessen (zoals R&D, engineering, productie, verkoop, marketing, cashflow analyse etc.) geïntegreerd kunnen worden met de ontwikkelingen van de omgeving (zoals concurrenten, afnemers, toeleveranciers, partner, overheid, etc.). DBM omvat de analyse, diagnose en modellering van het bedrijfsinterne en bedrijfsoverstijgende innovatieproces. DBM kan gebruikt worden voor scenarioplanning omtrent het ontwikkelen van strategische plannen en het testen van de gevoeligheid van deze plannen op de output zoals, in dit geval, de elektriciteitsmarktprijzen en de ontwikkeling van kasstromen van productiebedrijven. Er is al veel onderzoek verricht naar het effect van liberalisering op elektriciteitsprijzen. De meeste onderzoeken concentreren zich echter op optimalisatiemodellen, waarin gezocht wordt naar een evenwicht dat veelal in één stap wordt bereikt. Dit betekent dat wordt aangenomen dat de gehele markt doorzichtig is en dat alle marktpartijen over alle mogelijke informatie beschikken. Deze zogenaamde perfect foresight is in werkelijkheid niet aanwezig. Het is realistischer om aan te nemen dat bedrijven beslissingen maken op basis van informatie uit het verleden en verwachtingen van de toekomst. Daarbij wordt in optimalisatiemodellen veelal uitgegaan van 3 Aanbevolen literatuur over DBM is Janszen (Janszen, ). ECN-C

8 Bertrand of Cournot; twee klassieke modellen voor het analyseren van marktvormen. Ondanks dat beide vaak gebruikt worden bestaat er ook veel kritiek op de toepassing van deze theorieën voor het modelleren van concurrentie in een liberale energiemarkt. Bertrand gaat uit van concurrentie op prijzen en volledige mededinging. Dit wil zeggen dat de verschillende marktpartijen niet in staat zijn marktmacht uit te oefenen. De elektriciteitsprijzen op de Engelse markt, die al sinds 1991 is geliberaliseerd laten zien dat dit niet altijd een reële aanname is. De theorie van Cournot gaat uit van concurrentie op hoeveelheid. Wanneer het totale aanbod klein is ten opzichte van de vraag biedt Cournot een redelijke oplossing. Echter wanneer het aanbod groot genoeg is, blijkt Cournot geen realistische benadering. Ook een combinatie tussen Betrand en Cournot is ontwikkeld en staat bekend als de Supply Function Theory. Deze theorie is ontwikkeld om marktmacht op een juiste wijze te integreren. Echter blijkt de theorie lastig toepasbaar op modellen met meerdere bedrijven die daarbij sterk afwijkende kostenfuncties hebben. De insteek van het huidige model is geweest dat het strategisch gedrag moet kunnen simuleren en dat het daarnaast praktisch toepasbaar moet zijn. Zodoende is gekozen voor een andere aanpak dan een optimalisatiemodel, namelijk een systeem dynamisch model. Met dit model wordt het (strategisch) gedrag gesimuleerd van de partijen die betrokken zijn bij de handel in en de productie van elektriciteit. Zowel producenten, handelaren als afnemers worden op dusdanige wijze in kaart gebracht dat het gedrag van deze partijen ten aanzien van de totstandkoming van de commodityprijs van elektriciteit en de invloed op de vorming van de elektriciteitsvoorziening gesimuleerd kunnen worden. Overigens zullen in de toekomst aspecten als optietheorie 4 ten opzichte van investeringsbeslissingen en verdere uitwerking van operationele beslissingen en marktconforme beleidsinstrumenten worden ingepast. In deze rapportage is toegelicht hoe het model POWERS is opgebouwd en op welke (markt-) mechanismen het gebaseerd is. Daarnaast zijn mogelijke toepassingen van het model geïllustreerd aan de hand van een aantal eenvoudige cases. Deze rapportage gaat niet in op de volledige source code van het model. Na het lezen van deze rapportage zal het duidelijk zijn voor welke soort studies POWERS ingezet kan worden, welke inputgegevens benodigd zijn en welke outputgegevens verwacht mogen worden. In Hoofdstuk 2 wordt de structuur en de werking van POWERS toegelicht. De eerste paragraaf beschrijft de verschillende marktpartijen die zijn opgenomen in het model. Er is beschreven hoe deze marktpartijen gekarakteriseerd zijn en welke inputgegevens daarbij horen. In dit hoofdstuk zijn verder de opbouw van het model en de bijbehorende mechanismen nader toegelicht. Voor elke component van het model volgt een korte beschrijving. Om een eerste indruk te geven wat mogelijk is met POWERS, is in Hoofdstuk 3 een drietal cases besproken die met POWERS zijn doorgerekend. De eerste case dient als referentie, de andere twee cases zijn eenvoudige varianten op deze referentiecase. Tenslotte is in Hoofdstuk 4 aangegeven welke modelontwikkelingen van het model POWERS mogelijk zijn in de toekomst. 4 De optietheorie is gebaseerd op de aanname dat het reactievermogen naar de markt toe te kwantificeren is. Een speler krijgt een optiewaarde wanneer deze flexibel kan reageren op de marktontwikkelingen. Enerzijds zijn er kosten verbonden aan de mate van flexibiliteit van de organisatie anderzijds kan de flexibiliteit zich vertalen in het creëren van extra opbrengsten. Aan te bevelen literatuur over optietheorie zijn (Copeland, 1990) en (Dixit, 1994). 8 ECN-C

9 2 HET MODEL POWERS De globale structuur van het model is weergegeven door Figuur 2.1. Deze figuur laat zien dat het model uit drie verschillende soorten marktpartijen bestaat: producenten, handelaren en eindverbruikers. De karakterisering van deze marktpartijen vormt de meest relevante inputs van het model. Het modelmechanisme bepaalt de uiteindelijke interactie tussen deze marktpartijen. Deze interactie verloopt voornamelijk via de twee markten die in het model zijn gedefinieerd. Het model bevat een spotmarkt en een contractenmarkt. Deze twee markten onderscheiden zich op basis van de wijze waarop prijzen tot stand komen (p c = prijs op de contractenmarkt, p s = prijs op de spotmarkt) en de contractduur. Op de spotmarkt worden korte termijn contracten verhandeld met de tijdsduur gelijk aan één tijdseenheid. Daarnaast is het mogelijk dat grootverbruikers en/of handelaren beschikken over eigen productiecapaciteit. In Figuur 2.1 wordt deze relatie weergegeven door de dun getekende pijlen. Productie Contractenmarkt Spotmarkt p c p s Handelaren p c = Contractprijs p p = Spotprijs p h = Prijs handelaren p h Eindverbruikers Figuur 2.1 Overzicht van de modelstructuur met relaties tussen de factoren Een belangrijk onderdeel van het model is het bepalen van de waarde van elektriciteit, d.w.z. de marktprijs. In de praktijk kan deze marktprijs per uur variëren. Aangezien het model niet als doel heeft een (korte termijn) planningsmodel te zijn maar het meer gaat om de (middel)lange termijnaspecten omtrent prijsvorming en investeringsbeslissingen is de tijdseenheid van het model geen uur maar een week. In de eerstvolgende paragraaf zijn de verschillende marktpartijen nader toegelicht en is aangegeven welke inputs nodig zijn voor de karakterisering van deze factoren 5. Vervolgens zijn de verschillende mechanismen uit het model toegelicht in Paragraaf Het POWERS-model is momenteel gevuld met gegevens voor de Nederlandse situatie. Het model kan ook gebruikt worden voor andere gebieden. ECN-C

10 2.1 Beschrijving van marktpartijen Eindverbruikers Als eindverbruikers zijn grootverbruikers, middenkleinverbruikers en huishoudens onderscheiden. Voor deze verschillende groepen dient vooraf een elektriciteitsvraag te worden ingegeven in MW e, de elektriciteitsvraag is dus een exogene variabele. De elektriciteitsvraag kan per week variëren aangezien het model rekent in tijdstappen van een week. Omdat in het model een week opgedeeld is in drie verschillende vraagsegmenten: daluren, plateau-uren en piekuren, is ook de vraag opgedeeld in drie niveaus: dalvraag, plateauvraag en piekvraag. Figuur 2.2 is een schematische weergave van een dergelijke elektriciteitsvraag. In dit figuur staat T P voor de piekuren, T PL voor de plateau-uren en T D voor de daluren. Door het gebruik van deze vraagsegmenten is het verschil in prijsniveaus gedurende de dag in kaart gebracht. Er is thans aangenomen dat de urenverdeling tussen de vraagsegmenten voor iedere consumentengroep en gedurende alle weken gelijk is. Elektriciteitsvraag [MW] T P T PL Tijd T D Figuur 2.2 Load curve van de elektriciteitsvraag Naast de elektriciteitsvraag van de verschillende afnemersgroepen dient te worden aangegeven op welke markten de verschillende consumentengroepen actief zijn. Op het moment is het meest realistisch aan te nemen dat de grootverbruikers zelf actief kunnen zijn op de markt terwijl de middenkleinverbruikers en de huishoudens via een handelaar hun elektriciteit zullen inkopen Handelaren De handelaar is actief op de kleinverbruikermarkt In het model fungeert de handelaar momenteel slechts als een intermediair tussen de markten aan de ene kant en de middenkleinverbruikers en de huishoudens aan de andere kant. Er is zodoende slechts één handelaar in het model die zowel actief is op de spotmarkt en de contractenmarkt. De elektriciteitsvraag van de handelaar wordt gelijk gesteld aan de totale elektriciteitsvraag van de huishoudens en de middenkleinverbruikers. De prijs die de handelaar zal vragen (P h in Figuur 2.1) is gelijk aan de prijs die op de spotmarkt en/of de contractenmarkt wordt gezet met daarover een exogene marge berekend. 10 ECN-C

11 2.1.3 Producenten In het model zijn drie verschillende soorten van aanbod onderscheiden: centraal, decentraal en import. De centrale productie is gedefinieerd door de verschillende individuele centrale producenten die actief zijn op de markt. Voor iedere producent dient het productiepark op installatieniveau te worden ingegeven. Vervolgens is van elke installatie het vermogen aangegeven, het type brandstof, het rendement, de investeringskosten, bedienings- en onderhoudskosten, het jaar waarin de installatie in werking trad (treedt) en het jaar waarin de installatie weer uit bedrijf zal worden genomen. De centrale producenten bieden capaciteit aan op zowel de contractenmarkt als op de spotmarkt gedurende de verschillende vraagsegmenten. De hoeveelheid capaciteit die zij bereid zijn aan te bieden zal afhankelijk zijn van de marktprijzen (Paragraaf 2.2 gaat hier verder op in). Op basis van de uiteindelijke prijs wordt de vraag verdeeld over de verschillende producenten. Vervolgens zullen de producenten ieder voor zich de optimale inzet van hun centrales gaan bepalen, gegeven hun vraag. De gemiddelde prijs die een producent ontvangt voor zijn elektriciteit is afhankelijk van in welke uren (daluren, piekuren en plateau-uren) hij elektriciteit levert. Als de producent alleen tijdens piekuren levert (dus alleen piekvraag krijgt toebedeeld door het model en dus zijn centrales alleen inzet tijdens deze piekvraag) zal al zijn elektriciteit volgens piekprijzen worden gewaardeerd. Als de producent ook centrales inzet in de daluren dan zal de elektriciteit van deze centrales gewaardeerd worden volgens een (gewogen) gemiddelde elektriciteitsprijs afhankelijk van de verdeling van het aantal uren over de vraagsegmenten en de elektriciteitsprijzen in de verschillende vraagsegmenten. Naast centrale productie is ook decentrale productie in het model onderscheiden. Decentrale productie is op een andere manier gemodelleerd dan de centrale productie aangezien decentraal vermogen vaak gekenmerkt wordt door bepaalde beperkingen waardoor de inzet minder flexibel is. Denk hierbij aan de inzet van warmtekrachtinstallaties in de glastuinbouw. Deze tuinders hebben warmte voornamelijk in de winter nodig. In de zomer zal de warmtekrachtinstallaties niet of nauwelijks worden gebruikt. Ook duurzame bronnen zoals windmolens en zonnepanelen zijn qua inzet seizoensafhankelijk als gevolg van de weersomstandigheden. Een tweede reden om decentraal vermogen op een andere wijze te modelleren is de financiële afweging die in sommige gevallen afwijkt van de afweging bij centraal vermogen. Bij warmtekrachtinstallaties dient ook rekening te worden gehouden met de waardering van de geproduceerde warmte. Een derde reden is de orde van grootte van veel decentraal vermogen. Een kleinverbruiker die beschikt over kleinschalig decentraal vermogen zoals bijvoorbeeld een enkele windmolen zal geen invloed kunnen uitoefenen op de uiteindelijke marktprijs zoals een grote centrale producent dit zal kunnen. Als een dergelijke kleinverbruiker iets te veel vraagt voor zijn elektriciteit zal een andere producent in zijn plaats die kleine hoeveelheid leveren tegen een lagere prijs. De capaciteit van een grote producent is daarentegen niet zo gemakkelijk te leveren door een andere partij. Om deze reden is het niet zinvol om kleinschalig vermogen op individueel niveau te modelleren. Naast het binnenlandse vermogen kan er ook elektriciteit geïmporteerd worden uit de omliggende landen. Import is gemodelleerd alsof het een binnenlandse producent zou zijn met een capaciteit gelijk aan de importcapaciteit naar Nederland. Hier wordt dus nog geen rekening gehouden met verschillende buitenlandse producenten en hun individuele installaties. De zogenaamde producent import kan elektriciteit leveren tegen een bepaald tarief. Op basis van de Nederlandse marktprijs en dit tarief wordt een afweging gemaakt over de hoeveelheid aan te bieden elektriciteit. De totale importcapaciteit kan toenemen in de tijd. Sinds het begin van 2001 wordt de allocatie van importcapaciteit gedeeltelijk overgelaten aan de markt door de capaciteit te veilen onder geïnteresseerde marktpartijen. Op deze manier wordt ECN-C

12 ook de prijs die betaald dient te worden voor de importcapaciteit bepaald door vraag en aanbod op de markt. Dit veilingmechanisme wordt nu nog niet gesimuleerd in POWERS. De kosten voor deze importcapaciteit (d.w.z. de veilingprijs) zijn vooreerst verwerkt in het tarief waartegen een buitenlandse producent kan leveren. 2.2 Beschrijving van modelcomponenten Het model is opgebouwd uit een aantal gekoppelde componenten waarin onder andere de (markt-) mechanismen zijn gemodelleerd. De volgende componenten zijn in het model onderscheiden: 1. Vraag 2. Contractenmarkt 3. Spotmarkt 4. Inzet centrales 5. Decentrale productie 6. Investeringen en Innovatie 7. Financieel 8. Output. In Figuur 2.3 worden de belangrijkste koppelingen tussen deze componenten aangegeven. De gestippelde lijn representeert informatieoverdracht in de vorm van prijsinformatie. De doorgetrokken lijnen hebben betrekking op informatie betreffende de hoeveelheid vraag. De componenten financieel en output zijn met alle overige componenten verbonden zodoende zijn deze weggelaten in dit figuur. Elektriciteitsvraag Contracten - markt Spotmarkt Inzet centrales Optimaal aanbod producenten (incl. decentrale productie ) Investeringen & Innovatie Figuur 2.3 De relaties tussen de verschillende componenten van het model De werking van de componenten is in de volgende subparagrafen nader toegelicht. 12 ECN-C

13 2.2.1 Elektriciteitsvraag De elektriciteitsvraag wordt in het model per type (dalvraag, plateauvraag en piekvraag) en per type eindverbruiker ingegeven in MW e. Deze vraag kan per week variëren zodat de seizoensafhankelijkheid in de elektriciteitsvraag meegenomen wordt. De eindverbruikers kunnen vervolgens hun vraag voldoen op de spotmarkt of op de contractenmarkt. Alleen de grootverbruikers kunnen zelf direct actief zijn op deze markten. De huishoudens en de middenkleinverbruikers zijn op deze markten actief via een handelaar. De uiteindelijke verdeling van de vraag over de spotmarkt en de contractenmarkt is gebaseerd op de prijsverschillen tussen deze markten. Afhankelijk van de verhouding tussen de twee marktprijzen besluiten afnemers naar een bepaalde markt te gaan. De markt met de laagste prijs is het meest aantrekkelijk. Bij deze prijsvergelijking wordt niet alleen naar de huidige prijs gekeken maar ook naar resultaten in het verleden. Producenten voldoen eerst de vraag op de contractenmarkt en daarna de vraag op de spotmarkt. De vraag die niet voldaan is op de contractenmarkt wordt doorgeschoven naar de spotmarkt Contractenmarkt In het model worden op de contractenmarkt contracten afgesloten met een gemiddelde duur van één jaar. De tijdsduur van een jaar is de initiële waarde voor de contractlengte in het model. Deze lengte is echter een stochastische variabele en is zodoende vooraf vrij te kiezen. Naast de verdeling van de contracten wordt in deze component ook de prijsvorming op de contractenmarkt gemodelleerd, dit gebeurt op basis van vraag en aanbod. De contracten worden afgesloten tegen de contractmarktprijs op het moment waarop het contract wordt aangegaan. De prijs is dus niet gekoppeld aan de brandstofprijs of andere mogelijke indexen. Gegeven de algemene contractenmarktprijs gaan producenten bepalen hoeveel capaciteit zij bereid zijn aan te bieden voor nieuwe contracten op de contractenmarkt. Dit wordt de zogenaamde optimaal aan te bieden capaciteit van de producent genoemd. Dit wil zeggen dat ze dit aangegeven volume van de nieuwe contracten willen voldoen tegen de gegeven marktprijs. Dit volume wordt per producent bepaald door de contractenmarktprijs te vergelijken met hun gemiddelde kosten (dit is inclusief een vergoeding voor kapitaallasten). De uiteindelijke verdeling van de nieuwe contracten vindt plaats naar ratio van de aangeboden capaciteit (dit is vergelijkbaar met concurrentie op volume). Op het moment wordt verondersteld dat een producent op de contractenmarkt in ieder geval zijn gemiddelde kosten wil terugverdienen. Dit wordt geregeld door een marge die eventueel ook negatief verondersteld kan worden waardoor het mogelijk is verschillende strategieën te simuleren. Op basis van de berekende optimaal aan te bieden capaciteiten van de producenten en de totale vraag op de contractenmarkt wordt de marktprijs voor het volgende tijdstip vastgesteld. Als de vraag kleiner is dan de optimale capaciteit zal de prijs afnemen, indien deze vraag groter is dan de optimale capaciteit dan zal de prijs stijgen. Dit is een continu proces waarmee vraag en aanbod op de contractenmarkt in evenwicht worden gebracht Spotmarkt In deze component wordt de prijsvorming op de spotmarkt bepaald, ook hier wordt de prijs bepaald door het totale aanbod te vergelijken met de vraag. De hoeveelheid optimaal aan te bieden capaciteit op de spotmarkt wordt echter bepaald door de marktprijs op deze spotmarkt te vergelijken met de marginale kosten in plaats van gemiddelde kosten. Hier wordt dus aangenomen dat producenten alleen hun marginale kosten terug hoeven te verdienen. Dit verschil tussen de contractenmarkt en de spotmarkt ligt in het verschil tussen lange termijn en korte termijn plan- ECN-C

14 ning. Op de contractenmarkt worden contracten afgesloten van gemiddeld een jaar terwijl op de spotmarkt weekcontracten worden verhandeld. Achtergrond hiervoor is dat op de korte termijn een producent tegen marginale kosten zijn installaties kan laten draaien. Echter, op lange termijn zullen uiteindelijk investeringen plaats moeten vinden wil de producent actief blijven op de markt. Dit verklaart het verschil tussen de twee markten in het model. Ook binnen de spotmarkt wordt de elektriciteitsvraag verdeeld naar ratio van aangeboden capaciteit door de verschillende producenten. De prioriteit ligt echter wel bij de contractenmarkt. Eerst worden de nieuwe contracten verdeeld over de aanbieders, daarna wordt de spotmarkt verdeeld. Dit is gebaseerd op de voorkeur van producenten zoals deze in de werkelijke markt bestaat. Immers, vergeleken met de spotmarkt biedt de contractenmarkt een producent meer zekerheid in zowel de afzet als de prijs. Mocht niet aan alle vraag op de contractenmarkt worden voldaan dan wordt deze tijdelijk naar de spotmarkt geschoven. Afnemers die contractloos zijn proberen dus hun vraag alsnog op de spotmarkt te voldoen, wat eveneens overeenkomt met de praktijk Inzet centrales In het model zijn alle centrales van de centrale producenten expliciet gemodelleerd. De daadwerkelijke inzet van centrales gebeurt, per producent, op basis van marginale kosten. Deze marginale kosten bestaan uit de brandstofkosten en de bedienings- en onderhoudskosten. De bereidheid om capaciteit aan te bieden op één van de markten hangt echter af van de condities op deze markt, zoals besproken in de voorgaande paragrafen. De inzet van centrales door een producent wordt gedaan op basis van minimale marginale kosten (in ct/kwh). Gegeven de totale vraag (in MW e ) die gedekt moet worden door de producent, wordt steeds de goedkoopste centrale ingezet totdat de totale vraag gedekt is. Dit gebeurt voor elk van de drie typen elektriciteitsvraag (piekvraag, plateauvraag en dalvraag). Eerst wordt gekeken naar de dalvraag. Deze vraag wordt opgevuld totdat de laatst ingezette centrale de totale dalvraag overschrijdt. Voor deze laatst ingezette centrale wordt een nieuwe selectie procedure in gang gezet. Het zou namelijk kunnen zijn dat het goedkoper is om een andere centrale in te zetten als deze de overschrijding van de vraag duidelijk zou kunnen verminderen. dal - vraag plateau - vraag piekvraag Marginale kosten [ct/kwh] overschrijding dalvraag Figuur 2.4 Werking van inzetting centrales Elektriciteitsvraag [MW] De capaciteit die uiteindelijk overblijft van de laatste centrale die is ingezet voor de dalvraag, kan worden ingezet om een gedeelte van de plateauvraag te vodoen. Figuur 2.4 geeft dit schematisch weer. De overgebleven capaciteit (de overschrijding in Figuur 2.4) wordt van de plateauvraag afgetrokken, vervolgens wordt de inzet van centrales voor het plateau bepaald. 14 ECN-C

15 2.2.5 Decentrale productie Decentrale productie bestaat uit elektriciteitproductie met behulp van warmtekrachtkoppeling, windturbines, zonnecellen (PV), waterkracht en afvalverbrandingsinstallaties (AVI s). In de praktijk kan decentrale productie in eigendom zijn van grootverbruikers, kleinverbruikers, huishoudens en ook van distributiebedrijven (i.e. de handelaren). Omdat het decentraal vermogen van de middenkleinverbruikers en huishoudens op individuele schaal zeer klein is en omdat deze eindverbruikersgroepen in het model de handelaar als intermediair gebruiken, is aangenomen dat dit vermogen behoort tot de handelaren 6. Zodoende is in het model decentraal vermogen onderscheiden dat in beheer is door een grootverbruik dan wel door een energiehandelaar. Met dit onderscheid naar beheer wordt de partij bedoeld die de gegenereerde elektriciteit aanbiedt op de spotmarkt en/of de contractenmarkt. Daarnaast wordt het vermogen onderverdeeld naar grootschalig (groter dan 5 MW e ) en kleinschalig. Er komen dus in principe vier vormen van decentrale elektriciteitsproductie in het model voor. De kleinschalige opwekking onder beheer van een grootverbruiker is echter niet opgenomen in het model, aangezien deze vorm nauwelijks voorkomt. Er blijven drie vormen van decentrale opwekking over die hieronder nader worden toegelicht. Grootschalige decentrale opwekking onder beheer van een grootverbruiker Deze categorie bestaat alleen uit warmtekrachtkoppeling (WKK). Er wordt aangenomen dat de grootverbruikers een vast percentage van de geproduceerde elektriciteit zelf gebruiken. Het surplus aan elektriciteit kan worden aangeboden op de spotmarkt en de contractenmarkt. De eventuele inzet van het surplus aan capaciteit wordt op een gelijksoortige wijze gemodelleerd als bij de centrale producenten. De grootverbruikers zijn in een aantal groepen onderverdeeld teneinde het aantal aanbieders te beperken. Daarbij is aangenomen dat elke groep één type centrale heeft. De hele groep krijgt de kenmerken van de installatie met de hoogste marginale kosten in die groep. De inzetbaarheid van decentraal vermogen verschilt per seizoen, aangezien de surpluscapaciteit de warmtevraag zal volgen. Voor de vaststelling van de optimaal aan te bieden capaciteit door deze grootverbruikers is rekening gehouden met de waardering van de geproduceerde warmte. Een gedeelte van de exploitatiekosten van de warmtekrachtinstallatie wordt immers terugverdiend door de warmteproductie. Zodoende hoeven deze kosten niet enkel en alleen terugverdiend te worden door de inkomsten uit de elektriciteitsproductie. Daarom houdt de grootverbruiker bij de vaststelling van de hoeveelheid optimaal aan te bieden capaciteit op de elektriciteitsmarkt ook rekening met de inkomsten als gevolg van de warmteproductie. In het model zijn deze inkomsten gebaseerd op de (vermeden) kosten voor warmteproductie met een ketel. In het model wordt aangenomen dat de grootverbruikers een percentage van de geproduceerde elektriciteit zelf consumeren. De financiële waardering van deze elektriciteit, die bestemd is voor eigen gebruik, wijkt af van de waardering van de elektriciteit die aan het net wordt geleverd. De waardering van de eigen geconsumeerde elektriciteit is gebaseerd op de vermeden inkoopskosten in plaats van de marktprijs. Om de waardering van eigen gebruik van elektriciteit en van de geproduceerde warmte vast te kunnen stellen bevat het model onder andere gegevens over transportkosten van elektriciteit, de hoogte van de regulerende energiebelasting, de efficiëntie van een ketel en de gasprijzen. Om de warmtekrachtinstallaties juist te modelleren zijn gegevens nodig betreffende bedienings- en onderhoudskosten, investeringskosten, het aantal draaiuren, het elektrisch rendement, het ther- 6 Het is niet ondenkbeeldig dat kleine particulieren in de toekomst hun decentraal vermogen zullen onderbrengen bij andere, grotere partijen. In een geliberaliseerde markt kunnen ook deze kleine producenten niet langer profiteren van een vaste terugleververgoeding voor de geproduceerde elektriciteit. Zij zullen zelf de elektriciteit op de markt moeten verkopen. Veelal zal dit laatste buiten hun core business vallen en zullen ze hiervoor een andere partij in de arm nemen. ECN-C

16 misch rendement, het jaar van in bedrijfsname, de levensduur en het elektrisch vermogen. Ook deze gegevens voor Nederland zijn in het model aangebracht. Kleinschalige en grootschalige decentrale opwekking onder beheer van een handelaar Het kleinschalig vermogen is onderverdeeld naar waterkracht, wind, PV, AVI s en WKK. Er wordt geen onderscheid gemaakt op installatieniveau. De vijf groepen worden gekarakteriseerd door de gemiddelde bedienings- en onderhoudskosten, investeringskosten per eenheid, het totaal elektrisch vermogen, een gemiddelde loadfactor, het thermisch rendement en het elektrisch rendement. Per groep is voor het totaal elektrisch vermogen vastgesteld of deze capaciteit rendabel aangeboden kan worden op de spotmarkt of de contractenmarkt. Als op één van de twee markten rendabel aangeboden kan worden, wordt deze totale capaciteit ingezet. De grootschalige decentrale opwekking in beheer van de handelaren, bestaat alleen uit warmtekrachtinstallaties. Zoals bij het kleinschalig vermogen per groep wordt bepaald of capaciteit wordt aangeboden, wordt voor grootschalige opwekking op installatieniveau gekeken of rendabel aangeboden kan worden op één van de markten. Per installatie zijn zodoende gegevens nodig over bedienings- en onderhoudskosten, investeringskosten, het aantal draaiuren, het elektrisch rendement, het thermisch rendement, het jaar van in bedrijfsname, de levensduur en het elektrisch vermogen. De rendabel aan te bieden capaciteit van dit type vermogen wordt afgetrokken van de totale vraag van de handelaren. De resterende vraag van de handelaren wordt wel ingekocht via de spotmarkt en/of contractenmarkt Investeringen en innovaties Het model wordt doorgaans in een scenariocontext gebruikt. Via deze scenarioaanpak kunnen analyses worden uitgevoerd van opbrengsten en risico s van mogelijke investeringen. Bedrijven kunnen investeren in nieuwe installaties en procesinnovaties. In deze component van het model worden outputcijfers gegeneerd waarmee verschillende scenario s vergeleken kunnen worden op hun economische rentabiliteit voor een bepaalde producent, ook in relatie tot verschillende acties die de concurrerende producenten kunnen nemen. Bij investeringen in nieuwe installaties wordt de netto kontante waarde van deze investering berekend. Omdat extra capaciteit de prijsvorming in de markt kan beïnvloeden worden de kasstromen van het investerend bedrijf zonder en met de extra capaciteit met elkaar vergeleken en van elkaar afgetrokken. Er blijft dan een extra kasstroom over die contant gemaakt wordt naar het tijdstip van investeren. In deze resulterende kasstroom zitten de uitgaven voor de extra capaciteit en is rekening gehouden met de bouwtijd. Er wordt aangenomen dat na ingebruikneming de centrale volledig ingezet kan worden. Door de extra verdiensten onder meerdere vooraf gedefinieerde investeringsscenario s te bepalen, kan inzicht worden opgedaan onder welke omstandigheden een bepaalde investering wel of niet rendabel is. Het model biedt ook de mogelijkheid gevoeligheidsanalyses uit te voeren door aan een aantal parameters vooraf ingestelde statistische verdelingen toe te kennen en vervolgens een Monte Carlo simulatie uit te voeren. Op deze manier kan inzicht worden verkregen in het risicoprofiel van de investering Financieel Net zoals de voorgaande component Investeringen en innovaties bestaat de financiële component uit het genereren van interessante financiële outputparameters. Deze parameters zijn bedoeld om de vergelijking van scenario s te vergemakkelijken. 16 ECN-C

17 De omzet op zowel de contractenmarkt als op de spotmarkt kan bijvoorbeeld per uur, per type vraagsegment en per type afnemer worden berekend. Voor iedere producent wordt de netto kasstroom per week berekend (momenteel staat deze netto kasstroom bij het begin van de simulatie op nul). Met deze kasstroom wordt onder meer de winst per eenheid capaciteit berekend en per geproduceerde eenheid. Met behulp van deze parameters kunnen de producenten onderling worden vergeleken op hun prestaties Output In deze component zijn de meeste relevante output en input parameters van de andere componenten verzameld. Van deze parameters zijn gemiddelden berekend over de seizoenen (d.w.z. over dertien weken) waardoor de resultaten overzichtelijk gepresenteerd kunnen worden. De output bevat gemiddelde capaciteitsgegevens per producent, gemiddelde vraagcijfers per type eindverbruiker, gemiddelde productie per producent, gemiddelde prijzen in de markten en gemiddelden van enkele financiële parameters (zoals besproken in voorgaande paragraaf). ECN-C

18 3 CASE STUDIES: EEN AANTAL VOORBEELDEN Om een allereerste indruk te geven van de mogelijkheden van het model POWERS, zijn in dit hoofdstuk een drietal cases beschreven. In de eerstvolgende paragraaf is een referentiecase gedefinieerd. Met betrekking tot de vraagontwikkeling is hierbij gebruik gemaakt van data uit de studie Pilot referentieraming energie en CO (Ybema, 2001). Deze studie bevat een geactualiseerde project van de elektriciteitsvraag. In de twee daaropvolgende paragrafen zijn twee eenvoudige varianten op deze referentiecase besproken. Paragraaf 3.2 laat het effect zien van een variërende gasprijs op de marktprijs en de positie van de verschillende producenten. In Paragraaf 3.3 is het effect besproken van investeringen in nieuwe capaciteit door één of meerdere producenten. De cases zijn opgesteld om in deze rapportage een illustratie te kunnen geven van enkele van mogelijkheden van dit model. De data die gebruikt zijn, zijn realistisch maar wijken op een aantal punten af van de werkelijkheid. Daarom kunnen uit de hiernavolgende resultaten geen conclusies worden getrokken over de huidige Nederlandse elektriciteitsmarkt. In de cases is bijvoorbeeld aangenomen dat er geen capaciteit wordt bijgebouwd in de komende tien jaar. Voor de Eemscentrale, momenteel in bezit van Electrabel, is verder aangenomen dat deze gas uit Nederland gebruikt. In werkelijkheid gebruikt deze centrale gas uit Noorwegen, waarvan de prijs is gekoppeld aan de kolenprijs. Ook met het CO 2 -reductiebeleid van de Nederlandse overheid is in de cases geen rekening gehouden. Dus de verplichting voor kolencentrales om hun CO 2 -emissie te verlagen voor de budgetperiode , en de daar bijbehorende kosten, zijn in onderstaande cases genegeerd. 3.1 Referentiecase Relevante input Elektriciteitsvraag In de studie Pilot referentieraming (Ybema, 2001) zijn projecties per sector gemaakt betreffende de toekomstige elektriciteitsvraag. Om deze elektriciteitsvraag toepasbaar te maken voor POWERS is een onderverdeling gemaakt van deze sectoren naar grootverbruikers, middenkleinverbruikers en huishoudens. Sommige sectoren zijn over twee verschillende groepen verdeeld. De vraag uit de Pilot referentieraming is gegeven per jaar waardoor seizoensinvloeden en verschillen gedurende de vraagsegmenten niet zichtbaar zijn. De elektriciteitsvraag is hiervoor gecorrigeerd door voor ieder jaar en voor iedere eindverbruikersgroep het consumptiepatroon over het jaar 1998 te gebruiken. Dit consumptiepatroon is afgeleid van de hoeveelheid elektriciteit afgenomen van het koppelnet in dat jaar. Voor het gemak is voor elke afnemersgroep hetzelfde patroon gebruikt, in de praktijk zullen de patronen van de verschillende afnemers verschillen. Het model biedt de mogelijkheid om voor elke afnemer een ander patroon in te geven. Figuur 3.1 laat het verloop van de gebruikte elektriciteitsvraag in Nederland per seizoen zien. 18 ECN-C

19 Gemiddelde totale elektriciteitsvraag per seizoen [MWe] Jaren/Seizoen Dalvraag Plateauvraag Piekvraag Figuur 3.1 Raming van de gemiddelde totale elektriciteitsvraag in Nederland per seizoen. Het betreft een gemiddelde van dal-, plateau- en piekvraag Voor de vraagsegmenten is aangenomen dat het dal uit 88 uren bestaat, het plateau uit 50 uren en de piek uit 30 uren. Brandstofprijzen In de huidige drie cases is voor elk type brandstof één constante prijs ingevuld voor de hele simulatieperiode. Uiteraard is het wel mogelijk de brandstofprijzen te laten variëren over de tijd. Dit komt aan de orde in Paragraaf 3.2. In de referentie case is voor de gasprijs 10,44 euroct/m 3 gebruikt, voor de kolenprijs 2,04 euro/gj en voor uranium 0,68 euroct/kwh. Productiecapaciteit In het model zijn de vier grootschalige producenten opgenomen die actief zijn in Nederland; Electrabel, Reliant, E.On en EPZ. Voor deze producenten is alleen het productiepark dat in Nederland aanwezig ingevoerd in het model. De kolencentrale in Buggenum (Demkolec) is apart gemodelleerd aangezien deze nog onder de verantwoordelijkheid van de Sep valt 7. In Figuur 3.2 zijn de gemiddelde capaciteiten per seizoen te zien voor elke producent. Eventuele plannen van de grootschalige producenten om te investeren in nieuwe capaciteit zijn niet opgenomen in deze referentiecase. Het model biedt wel de mogelijkheid om dit soort gegevens in te voeren. 7 De kolenvergasser van Demkolec wordt geveild. Het is mogelijk dat de centrale in de toekomst op een andere wijze zal worden ingezet bijvoorbeeld door deze met biomassa bij te stoken of om te bouwen tot een gasgestookte STEG. In de cases is echter aangenomen dat de huidige situatie wordt gecontinueerd. ECN-C

20 8000 Gemiddelde productiecapaciteit per seizoen [MWe] Jaren/seizoen Electrabel Reliant E.On EPZ Demkolec Import Decentraal vermogen Figuur 3.2 Gemiddelde productiecapaciteiten en importcapaciteit per seizoen Het figuur laat ook de importcapaciteit zien zoals deze is verwerkt in het referentiescenario. Het tijdsverloop van de uitbreiding van de importcapaciteit is een inschatting. Naast de centrale productiecapaciteit is er ook nog decentraal vermogen. Het patroon van het gemiddelde decentrale vermogen per seizoen vertoont sterke fluctuaties. Dit wordt veroorzaakt door de al eerder genoemde seizoensafhankelijkheid. Om deze afhankelijkheid in het model naar voren te laten komen zijn voor verschillende type installaties seizoensafhankelijke loadfactoren aangenomen. De figuur laat duidelijk zien dat Nederland over een behoorlijk aandeel decentraal vermogen beschikt. Voor het duurzame gedeelte van dit decentraal vermogen (waterkracht, wind, zon) is een constant vermogen aangenomen. Hiervoor kan echter ook een, over de jaren toenemend of juist afnemend, vermogen worden ingevoerd. Doordat in de cases geen nieuwe productiecapaciteit is verondersteld en ook geen levensduurverlenging, kan uit de data worden afgeleid wanneer nieuwe capaciteit geplaatst zou moeten worden. Als de totale productiecapaciteit in het model met de totale elektriciteitsvraag in het model wordt vergeleken, is te zien dat rond het jaar 2007 een tekort aan productiecapaciteit is te verwachten Resultaten Als startjaar voor de scenario s is het jaar gebruikt. In dit startjaar zijn voor een aantal parameters startwaarden meegegeven. In de onderstaande cases zijn ook startwaarden meegegeven voor bijvoorbeeld de marktprijzen en het aantal eindverbruikers op de twee markten in het startjaar. Deze startwaarden zijn vooreerst arbitrair gekozen en liggen zodoende niet dichtbij de waarden die uiteindelijk door het model worden berekend. Zo is bijvoorbeeld aangenomen dat in het startjaar alle eindverbruikers via de spotmarkt inkopen. Dit verklaart dat sommige figuren gedurende het eerste tot tweede jaar sterk fluctuerende resultaten laten zien. In de huidige drie cases zijn de resultaten vanaf 2001 representatief. Door de simulatie eerder te laten starten op basis van historische gegevens of door de startwaarden via een kalibratie beter af te stemmen met de resultaten uit het model kan dit effect sterk worden verminderd. 20 ECN-C

Auteurs:E. Benz, C. Hewicker, N. Moldovan, G. Stienstra, W. van der Veen

Auteurs:E. Benz, C. Hewicker, N. Moldovan, G. Stienstra, W. van der Veen 30920572-Consulting 10-0198 Integratie van windenergie in het Nederlandse elektriciteitsysteem in de context van de Noordwest Europese elektriciteitmarkt Eindrapport Arnhem, 12 april 2010 Auteurs:E. Benz,

Nadere informatie

Financiële baten van windenergie

Financiële baten van windenergie Financiële baten van windenergie Grootschalige toepassing van 500 MW in 2010 en 2020 Opdrachtgever Ministerie van VROM i.s.m. Islant Auteurs Drs. Ruud van Rijn Drs. Foreno van der Hulst Drs. Ing. Jeroen

Nadere informatie

Profiel- en onbalans kosten (gemiddelde 2015-2029) [ /kwh]

Profiel- en onbalans kosten (gemiddelde 2015-2029) [ /kwh] Notitie Petten, 15 december 2014 Afdeling Policy Studies Van Aan Carolien Kraan, Sander Lensink S. Breman-Vrijmoed (Ministerie van Economische Zaken) Kopie Onderwerp Basisprijzen SDE+ 2015 Samenvatting

Nadere informatie

Kosten van windenergie wat zijn gevolgen voor de electriciteitsvoorziening?

Kosten van windenergie wat zijn gevolgen voor de electriciteitsvoorziening? 1 Kosten van windenergie wat zijn gevolgen voor de electriciteitsvoorziening? Prof. dr. Machiel Mulder Faculteit Economie en Bedrijfskunde, RUG Economisch Bureau, Autoriteit Consument en Markt 2 e NLVOW

Nadere informatie

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010

Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Bijlage 1: Berekening realisatie 9% duurzaam in 2010 Toelichting bij de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit: - De definitie van de 9% doelstelling is conform de EU richtlijn duurzame elektriciteit

Nadere informatie

De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in Nederland geleverde elektriciteit

De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in Nederland geleverde elektriciteit De kleur van stroom: de milieukwaliteit van in geleverde elektriciteit Feiten en conclusies uit de notitie van ECN Beleidsstudies Sinds 1999 is de se elektriciteitsmarkt gedeeltelijk geliberaliseerd. In

Nadere informatie

Opbouw van huidige en toekomstige energieprijzen

Opbouw van huidige en toekomstige energieprijzen ECN Beleidsstudies ENERGIE MARKT TRENDS 2001 Energieprijzen Opbouw van huidige en toekomstige energieprijzen Fieke Rijkers Opbouw van huidige en toekomstige energieprijzen De eindverbruikersprijzen voor

Nadere informatie

Inpassing van duurzame energie

Inpassing van duurzame energie Inpassing van duurzame energie TenneT Klantendag Erik van der Hoofd Arnhem, 4 maart 2014 doelstellingen en projecties In de transitie naar duurzame energie speelt duurzame elektriciteit een grote rol De

Nadere informatie

Reguleren is balanceren

Reguleren is balanceren De energieketen Reguleren is balanceren afnemers netbeheerders producenten efficiëntie betaalbaarheid betrouwbaarheid milieuvriendelijkheid Te bespreken reguleringsmaatregelen Onderdeel energieketen Type

Nadere informatie

Blijft elektriciteit goedkoop voor WP-en? Stijn Schlatmann 30 januari 2014

Blijft elektriciteit goedkoop voor WP-en? Stijn Schlatmann 30 januari 2014 Blijft elektriciteit goedkoop voor WP-en? Stijn Schlatmann 30 januari 2014 www.energymatters.nl Aanleiding Grote interesse in WP-en: Gasprijs is duur; dus ketels duur WKK is momenteel marginaal (met netlevering)

Nadere informatie

Integratie van grootschalig windvermogen in het Nederlandse elektriciteitssysteem

Integratie van grootschalig windvermogen in het Nederlandse elektriciteitssysteem Integratie van grootschalig windvermogen in het Nederlandse elektriciteitssysteem Consequenties voor de balanshandhaving en oplossingsrichtingen Engbert Pelgrum, TenneT TSO B.V. Symposium Cogen Nederland

Nadere informatie

Leveranciersverplichting hernieuwbare energie

Leveranciersverplichting hernieuwbare energie De Nederlandse regering heeft zich gecommitteerd aan ambitieuze doelstellingen op het gebied van hernieuwbare energie in 2020 en verschillende beleidsinstrumenten ingezet om deze doelstellingen te behalen.

Nadere informatie

5 Opstellen businesscase

5 Opstellen businesscase 5 Opstellen In de voorgaande stappen is een duidelijk beeld verkregen van het beoogde project en de te realiseren baten. De batenboom geeft de beoogde baten in samenhang weer en laat in één oogopslag zien

Nadere informatie

buffer warmte CO 2 Aardgas / hout WK-installatie, gasketel of houtketel brandstof Elektriciteitslevering aan net

buffer warmte CO 2 Aardgas / hout WK-installatie, gasketel of houtketel brandstof Elektriciteitslevering aan net 3 juli 2010, De Ruijter Energy Consult Energie- en CO 2 -emissieprestatie van verschillende energievoorzieningsconcepten voor Biologisch Tuinbouwbedrijf gebroeders Verbeek in Velden Gebroeders Verbeek

Nadere informatie

Directie Toezicht Energie (DTe)

Directie Toezicht Energie (DTe) Directie Toezicht Energie (DTe) Aan Ministerie van Economische Zaken T.a.v. de heer mr. L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 102238/1.B999 Rapport Frontier

Nadere informatie

NOTA (Z)140109-CDC-1299

NOTA (Z)140109-CDC-1299 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel.: 02/289.76.11 Fax: 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS NOTA

Nadere informatie

Onrendabele top berekeningen voor bestaande WKK 2008. J.S. Hers W. Wetzels A.J. Seebregts A.J. van der Welle

Onrendabele top berekeningen voor bestaande WKK 2008. J.S. Hers W. Wetzels A.J. Seebregts A.J. van der Welle Onrendabele top berekeningen voor bestaande WKK 2008 J.S. Hers W. Wetzels A.J. Seebregts A.J. van der Welle ECN-E--08-022 Mei 2008 Verantwoording ECN heeft van het Ministerie van Economische Zaken opdracht

Nadere informatie

Titel: The impact of net metering regulations on the Dutch solar PV market

Titel: The impact of net metering regulations on the Dutch solar PV market Scriptie Titel: The impact of net metering regulations on the Dutch solar PV market Begeleiders: prof. dr. ir. G.P.J. Verbong J.J.C.M. Huijben MSc Inhoud: 1. Historische reconstructie ontwikkelingen 2004-2013

Nadere informatie

Energieprijzen in vergelijk

Energieprijzen in vergelijk CE CE Oplossingen voor Oplossingen milieu, economie voor milieu, en technologie economie en technologie Oude Delft 180 Oude Delft 180 611 HH Delft 611 HH Delft tel: tel: 015 015 150 150 150 150 fax: fax:

Nadere informatie

CONCEPT 30 januari 2008

CONCEPT 30 januari 2008 CONCEPT 30 januari 2008 Regeling van de Minister van Economische Zaken van, nr. WJZ, houdende vaststelling van correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor de stimulering van duurzame energieproductie

Nadere informatie

2 Is het waar dat de effectieve capaciteit van wind door inpassingseffecten niet 23% maar minder dan 8% is?

2 Is het waar dat de effectieve capaciteit van wind door inpassingseffecten niet 23% maar minder dan 8% is? > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek

Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek TOELICHTING STATLINETABEL EINDVERBRUIKERSPRIJZEN AARDGAS EN ELEKTRICITEIT Arthur Denneman Samenvatting: In juli is een vernieuwde StatLinetabel met eindverbruikersprijzen

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

Match van vraag en aanbod

Match van vraag en aanbod Match van vraag en aanbod Globale verkenning van oplossingen, kosten en markt (bijgewerkte versie) Denktank Structurele veranderingen Energiemarkt, maart 2014 Frans Rooijers, Bettina Kampman Groei fluctuerend

Nadere informatie

1 Inleiding. GasTerra B.V. is de rechtsopvolger van de voormalige handelstak van de N.V. Nederlandse Gasunie.

1 Inleiding. GasTerra B.V. is de rechtsopvolger van de voormalige handelstak van de N.V. Nederlandse Gasunie. 1 Inleiding De NMa heeft onderzoek verricht naar de hoogte van de aardgasprijzen op de Nederlandse groothandelsmarkt, onder meer naar aanleiding van klachten van tuinbouworganisaties over de tarieven van

Nadere informatie

BEDRIJFSECONOMISCHE BEOORDELING VAN TWEE CO 2 -VRIJE OPTIES VOOR ELEKTRICITEITSPRODUCTIE VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN

BEDRIJFSECONOMISCHE BEOORDELING VAN TWEE CO 2 -VRIJE OPTIES VOOR ELEKTRICITEITSPRODUCTIE VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN Januari 3 ECN-C---55A BEDRIJFSECONOMISCHE BEOORDELING VAN TWEE CO -VRIJE OPTIES VOOR ELEKTRICITEITSPRODUCTIE VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN Notitie Herziening bedrijfseconomische beoordeling offshore windenergie

Nadere informatie

Inrichting marktplaats voor Flexines

Inrichting marktplaats voor Flexines Inrichting marktplaats voor Flexines Binnen een huishouden is voortdurend behoefte aan energie, die wellicht deels zelf kan worden opgewekt, en deels moet worden ingekocht. Of, zoals steeds meer gebeurt,

Nadere informatie

De markten voor decentrale elektriciteitsproducenten

De markten voor decentrale elektriciteitsproducenten De markten voor decentrale elektriciteitsproducenten Sjak Lomme SLEA Baarn, 19 mei 2006 Introductie Clustering De markten voor elektriciteit Missing link: intraday markt Risico s en mogelijkheden onbalansmarkt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 026 Reductie CO 2 -emissies Nr. 3 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage,

Nadere informatie

Trendrapportage Marktwerking en Consumentenvertrouwen in de energiemarkt Tweede halfjaar 2012

Trendrapportage Marktwerking en Consumentenvertrouwen in de energiemarkt Tweede halfjaar 2012 Trendrapportage Marktwerking en Consumentenvertrouwen in de energiemarkt Tweede halfjaar 2012 Inhoud Inleiding en leeswijzer... 4 1 Tevredenheid en vertrouwen van de consument... 5 2 Tevredenheid over

Nadere informatie

Toekomst warmtekrachtkoppeling Actualisatie betreffende tarieven DTe en REB

Toekomst warmtekrachtkoppeling Actualisatie betreffende tarieven DTe en REB Februari 2000 ECN-C--00-022 Toekomst warmtekrachtkoppeling Actualisatie betreffende tarieven DTe en REB A.W.N. van Dril F.A.M. Rijkers J.J. Battjes Verantwoording Dit onderzoek is een actualisatie van

Nadere informatie

WKK in Het Nieuwe Telen. Een analyse van de rentabiliteit

WKK in Het Nieuwe Telen. Een analyse van de rentabiliteit WKK in Het Nieuwe Telen Een analyse van de rentabiliteit Februari 2010 Uitgevoerd door: In opdracht van: WKK in Het Nieuwe Telen Een analyse van de rentabiliteit Januari 2010 Uitgevoerd door: In opdracht

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 68 68 88april 2009 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 27 maart 2009, nr. WJZ/9058635, houdende vaststelling

Nadere informatie

Duorsume enerzjy yn Fryslân. Energiegebruik en productie van duurzame energie

Duorsume enerzjy yn Fryslân. Energiegebruik en productie van duurzame energie Duorsume enerzjy yn Fryslân Energiegebruik en productie van duurzame energie 1 15 11 oktober 1 Inhoud Management Essay...3 1 Management Essay De conclusies op één A4 De provincie Fryslân heeft hoge ambities

Nadere informatie

Energie inkopen in de zorg: keuzes maken

Energie inkopen in de zorg: keuzes maken Energie inkopen in de zorg: keuzes maken Het inkopen van energie is complex. Sinds de liberalisering van de energiemarkt is niets doen eigenlijk geen optie; afnemers moeten zelf actief zijn op de energiemarkt

Nadere informatie

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - Mei 2016

M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - Mei 2016 M A R K T M O N I T O R E N E R G I E - Mei 2016 Geachte relatie, Bijgaand ontvangt u de maandelijkse marktmonitor van Energy Services. De Marktmonitor is een maandelijkse uitgave van Energy Services.

Nadere informatie

Geothermie. traditioneel energiebedrijf?

Geothermie. traditioneel energiebedrijf? 31 maart 2010 T&A Survey Congres Geothermie Duurzame bron voor een traditioneel energiebedrijf? Hugo Buis Agenda Duurzame visie & ambities Waarom kiest Eneco voor Geothermie? Stand van zaken Markten Pro

Nadere informatie

Vlaams Energieagentschap. Rapport 2013/2. Deel 2: actualisatie OT/Bf voor projecten met een startdatum voor 1 januari 2014

Vlaams Energieagentschap. Rapport 2013/2. Deel 2: actualisatie OT/Bf voor projecten met een startdatum voor 1 januari 2014 Vlaams Energieagentschap Rapport 2013/2 Deel 2: actualisatie OT/Bf voor projecten met een startdatum voor 1 januari 2014 Inhoud Actualisatie installaties met startdatum vanaf 1/1/2013... 2 1. PV-installaties

Nadere informatie

Duurzame liberalisering in Nederland?

Duurzame liberalisering in Nederland? Duurzame liberalisering in Nederland? Inleiding De afgelopen jaren is de vraag naar groene stroom enorm gestegen. Maar er is in Nederland onvoldoende aanbod aan duurzaam elektriciteitsvermogen zoals windmolens,

Nadere informatie

Flexibiliteit op de elektriciteitsmarkt

Flexibiliteit op de elektriciteitsmarkt Flexibiliteit op de elektriciteitsmarkt Achtergrond Industriële demand response is één van de mogelijke aanbieders van flexibiliteit op de elektriciteitsmarkten van de toekomst en ook nu al. Dit heeft

Nadere informatie

Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse

Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse Modal shift en de rule of half in de kosten-batenanalyse Sytze Rienstra en Jan van Donkelaar, 15 januari 2010 Er is de laatste tijd bij de beoordeling van projecten voor de binnenvaart veel discussie over

Nadere informatie

MONITOR ELEKTRICITEITSPRODUCTIE

MONITOR ELEKTRICITEITSPRODUCTIE MONITOR ELEKTRICITEITSPRODUCTIE Dienst uitvoering en toezicht Energie - 1 /7 -.doc Inhoudsopgave 1. DOEL VAN HET INFORMATIEVERZOEK...3 2. INVULINSTRUCTIE MONITOR PRODUCENTEN...4 2.1. Tabel 1 gegevens producent

Nadere informatie

Nationale Energieverkenning 2014

Nationale Energieverkenning 2014 Nationale Energieverkenning 2014 Remko Ybema en Pieter Boot Den Haag 7 oktober 2014 www.ecn.nl Inhoud Opzet van de Nationale Energieverkenning (NEV) Omgevingsfactoren Resultaten Energieverbruik Hernieuwbare

Nadere informatie

Rol van WKK in een toekomstige Nederlandse energievoorziening:

Rol van WKK in een toekomstige Nederlandse energievoorziening: Rol van WKK in een toekomstige Nederlandse energievoorziening: Betaalbaar & betrouwbaar? Robert Harmsen ECN Beleidsstudies COGEN Symposium Zeist 22 oktober 2004 Een blik naar de toekomst (1) Four Futures

Nadere informatie

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek!

WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! WKK: de energiebesparingtechnologie bij uitstek! Deze notitie belicht puntsgewijs de grote rol van WKK bij energiebesparing/emissiereductie. Achtereenvolgens worden de volgende punten besproken en onderbouwd:

Nadere informatie

: Nederlandse elektriciteitscentrales en onconventioneel gas

: Nederlandse elektriciteitscentrales en onconventioneel gas 30109151-Consulting 10-2303, rev.2 8-Feb-11 HKo/JMW Notitie aan van Betreft : AER/Den Haag : KEMA Nederland : Nederlandse elektriciteitscentrales en onconventioneel gas 1 INLEIDING De AER gaat een advies

Nadere informatie

Emissiekentallen elektriciteit. Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies

Emissiekentallen elektriciteit. Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies Emissiekentallen elektriciteit Kentallen voor grijze en niet-geoormerkte stroom inclusief upstream-emissies Notitie: Delft, januari 2015 Opgesteld door: M.B.J. (Matthijs) Otten M.R. (Maarten) Afman 2 Januari

Nadere informatie

Investeringen in Conventioneel Vermogen

Investeringen in Conventioneel Vermogen Investeringen in Conventioneel Vermogen Situatieschets, Verwachtingen en Perspectieven op Aanpassingen Denktank Structurele veranderingen Energiemarkt, 21 Mei 2014 Frans Rooijers, Bettina Kampman, Sebastiaan

Nadere informatie

Kwaliteits- en Capaciteitsplan 2013

Kwaliteits- en Capaciteitsplan 2013 Kwaliteits- en Capaciteitsplan 2013 Bevindingen van de marktconsultatie Team Long term Grid Planning Arnhem, 11 september 2013 Inhoudsopgave Vraagontwikkeling Ontwikkelingen grootschalige productievermogen

Nadere informatie

HET BOUWDEEL TUSSEN LEVENSDUUR EN KOSTEN VAN STICHTINGSKOSTEN NAAR EXPLOITATIEKOSTEN

HET BOUWDEEL TUSSEN LEVENSDUUR EN KOSTEN VAN STICHTINGSKOSTEN NAAR EXPLOITATIEKOSTEN HET BOUWDEEL TUSSEN LEVENSDUUR EN KOSTEN VAN STICHTINGSKOSTEN NAAR EXPLOITATIEKOSTEN Janssen REM Consulting INTRODUCTIE EN KENNISMAKING ONS AANBOD Uitvoeren van Levensduur analyses Het bieden van softwareoplossingen

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2010 - I

Eindexamen m&o vwo 2010 - I Opgave 5 Bij deze opgave horen de informatiebronnen 6 tot en met 9. Peter Steenbergen en Erik Koolwijk zijn de twee directeur-grootaandeelhouders van glastuinbouwbedrijf Rijkgroen bv. Het bedrijf heeft

Nadere informatie

Commissie Benchmarking Vlaanderen

Commissie Benchmarking Vlaanderen Commissie Benchmarking Vlaanderen 023-0170 Bijlage I TOELICHTING 17 Bijlage I : WKK ALS ALTERNATIEVE MAATREGEL 1. Inleiding Het plaatsen van een WKK-installatie is een energiebesparingsoptie die zowel

Nadere informatie

De effecten van en oplossingen voor aanpassing van salderingsregeling op NOM-woningen in 2020

De effecten van en oplossingen voor aanpassing van salderingsregeling op NOM-woningen in 2020 De effecten van en oplossingen voor aanpassing van salderingsregeling op NOM-woningen in 2020 Nederlandse samenvatting & discussie van de resultaten van het onderzoek Intended adjustments in net metering:

Nadere informatie

Keuze zonnepanelen op VvE of corporatieflat

Keuze zonnepanelen op VvE of corporatieflat Australiëlaan 5 3526 AB Utrecht T: 030 693 60 00 KvK nr. 31042832 E: info@atrive.nl I: www.atrive.nl Keuze zonnepanelen op VvE of corporatieflat dr. Ronald Franken maart 2015 B l a d 1 Inhoudsopgave 1

Nadere informatie

STUDIE (F)110506-CDC-1062

STUDIE (F)110506-CDC-1062 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. 02/289.76.11 Fax 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS STUDIE

Nadere informatie

Gas als zonnebrandstof. Verkenning rol gas als energiedrager voor hernieuwbare energie na 2030

Gas als zonnebrandstof. Verkenning rol gas als energiedrager voor hernieuwbare energie na 2030 Gas als zonnebrandstof Verkenning rol gas als energiedrager voor hernieuwbare energie na 2030 1 Inhoudsopgave 1 2 3 4 5 Introductie Meer hernieuwbare energie Extra hernieuwbare energie in Nederland? Verkennen

Nadere informatie

Energietransitie en schaalvoordelen

Energietransitie en schaalvoordelen Energietransitie en schaalvoordelen Samenvatting McKinsey-onderzoek Oktober 2013 CONTEXT Recent is door McKinsey, in opdracht van Alliander, een onderzoek uitgevoerd naar de vraag: Wat zijn de voordelen

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 38490 4 november 2015 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 2 november 2015, nr. WJZ/15147884, tot vaststelling

Nadere informatie

ECN-RX--05-116 MICRO-WARMTEKRACHT: Hoe magisch is de Toverketel? G.J. Ruijg. ECN colloquium 2 mei 2005

ECN-RX--05-116 MICRO-WARMTEKRACHT: Hoe magisch is de Toverketel? G.J. Ruijg. ECN colloquium 2 mei 2005 ECN-RX--05-116 MICRO-WARMTEKRACHT: Hoe magisch is de Toverketel? G.J. Ruijg ECN colloquium 2 mei 2005 MEI 2005 Micro-Warmtekracht: Hoe magisch is de Toverketel? ECN colloquium 2 mei 2005 Gerrit Jan Ruijg

Nadere informatie

Onderzoek. Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012. Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent

Onderzoek. Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012. Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Onderzoek Wie is de grootste producent van duurzame elektriciteit in Nederland 2012 Auteur: C. J. Arthers, afd. Corporate Responsibility, Essent Datum: 9 september 2013 Vragen of reacties kunt u sturen

Nadere informatie

Verzilvering van flexibiliteit

Verzilvering van flexibiliteit Verzilvering van flexibiliteit Sjak Lomme SLEA B.V. De Vrieslaan 16 6705AV Wageningen The Netherlands Tel: +31 317 427 217 Mob: +31 6 4478 4990 E-mail: info@slea.nl Internet: www.slea.nl Inleiding: Commodities

Nadere informatie

Grootschalige energie-opslag

Grootschalige energie-opslag Er komt steeds meer duurzame energie uit wind Dit stelt extra eisen aan flexibiliteit van het systeem Grootschalige opslag is één van de opties om in die flexibiliteit te voorzien Uitgebreid onderzoek

Nadere informatie

Grootschalige energie-opslag

Grootschalige energie-opslag Er komt steeds meer duurzame energie uit wind Dit stelt extra eisen aan flexibiliteit van het systeem Grootschalige opslag is één van de opties om in die flexibiliteit te voorzien TenneT participeert in

Nadere informatie

Haalbaarheid van een collectieve energie + CO2 voorziening voor glastuinbouwbedrijven

Haalbaarheid van een collectieve energie + CO2 voorziening voor glastuinbouwbedrijven 05/05/2015 Haalbaarheid van een collectieve energie + CO2 voorziening voor glastuinbouwbedrijven Dries Vos, Mathias Coomans Inhoud 1. Inleiding 2. Aannames 3. Collectieve stookplaats met als warmteproductie:

Nadere informatie

OVER OMZET, KOSTEN EN WINST

OVER OMZET, KOSTEN EN WINST OVER OMZET, KOSTEN EN WINST De Totale Winst (TW) van bedrijven vindt men door van de Totale Opbrengsten (TO), de Totale Kosten (TK) af te halen. Daarvoor moeten we eerst naar de opbrengstenkant van het

Nadere informatie

Cogen Symposium WKK en de Handel Bijdrage: Nico Klappe Manager Dispatch en Tradesupport

Cogen Symposium WKK en de Handel Bijdrage: Nico Klappe Manager Dispatch en Tradesupport Cogen Symposium WKK en de Handel Bijdrage: Nico Klappe Manager Dispatch en Tradesupport 1. Introductie Essent 2. Energie keten Ketenmanagement Energy Management Group(tradingfloor) Portfolio trading Dispatch

Nadere informatie

Tarievenonderzoek energie

Tarievenonderzoek energie 2013 Tarievenonderzoek energie Vereniging de Vastelastenbond Onderzoek naar het verschil in tarieven voor onbepaalde tijd (slaperstarieven) in de energiemarkt Vereniging de Vastelastenbond 21-5-2013 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Gelijkwaardigheidsberekening warmtenet Delft

Gelijkwaardigheidsberekening warmtenet Delft NOTITIE PROJECT ONDERWERP Gelijkwaardigheidsberekening warmtenet Delft Bepalingsmethode DATUM 20 april 2006 STATUS Definitief 1 Inleiding...2 2 Uitgangspunten...2 3 Bepalingsmethode...2 3.1 Principe...2

Nadere informatie

STUDIE (F)050908-CDC-455

STUDIE (F)050908-CDC-455 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS STUDIE

Nadere informatie

ECN Beleidsstudies. Samenvatting van de kosten-batenanalyse van alternatieve stimuleringsystemen voor hernieuwbare elektriciteit

ECN Beleidsstudies. Samenvatting van de kosten-batenanalyse van alternatieve stimuleringsystemen voor hernieuwbare elektriciteit Notitie -N--11-008 15 maart 2011 Samenvatting van de kosten-batenanalyse van alternatieve stimuleringsystemen voor hernieuwbare elektriciteit Aan : André Jurjus Ineke van Ingen Kopie aan : Remko Ybema

Nadere informatie

Te weinig investeren in nieuwe elektriciteitscentrales vergroot risico s op stroomuitval

Te weinig investeren in nieuwe elektriciteitscentrales vergroot risico s op stroomuitval Te weinig investeren in nieuwe elektriciteitscentrales vergroot risico s op stroomuitval Martin Scheepers en Jeannette de Beus * ECN Beleidsstudies ECN-RX--03-004 September 2002 Stroomuitval: het kan iedere

Nadere informatie

Olde Bijvank Advies Organisatieontwikkeling & Managementcontrol. Datum: dd-mm-jj

Olde Bijvank Advies Organisatieontwikkeling & Managementcontrol. Datum: dd-mm-jj BUSINESS CASE: Versie Naam opdrachtgever Naam opsteller Datum: dd-mm-jj Voor akkoord: Datum: LET OP: De bedragen in deze business case zijn schattingen op grond van de nu beschikbare kennis en feiten.

Nadere informatie

Emissiehandel in Europa

Emissiehandel in Europa Emissiehandel in Europa De energie-intensieve Europese industrie is verplicht deel te nemen aan het Europese systeem van emissiehandel, ofwel EU Emissions Trading System (EU-ETS). De Nederlandse Emissieautoriteit

Nadere informatie

TE WEINIG INVESTEREN IN NIEUWE ELEKTRICITEITSCENTRALES VERGROOT RISICO'S OP STROOMUITVAL

TE WEINIG INVESTEREN IN NIEUWE ELEKTRICITEITSCENTRALES VERGROOT RISICO'S OP STROOMUITVAL TE WEINIG INVESTEREN IN NIEUWE ELEKTRICITEITSCENTRALES VERGROOT RISICO'S OP STROOMUITVAL Stroomuitval: het kan iedere afnemer overkomen. In Nederland is een stroomonderbreking meestal kortdurend van aard

Nadere informatie

Business case modelcasus

Business case modelcasus 1/5 Modelcasus Van Bleek fabriek - Business Case Business case modelcasus Inleiding De Business case geeft antwoord op de vraag of het financiële resultaat over de gehele levensduur van het project voldoende

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012 Een vooruitblik op de schuld, de schuldenlastbetalingen in 2013-2045

Nadere informatie

Vragen over nieuwe kolencentrales in Nederland

Vragen over nieuwe kolencentrales in Nederland ECN Beleidsstudies Definitief, v3 VERTROUWELIJK ECN-BS--07-037 13 december 2007 77830 Notitie Aan Vragen over nieuwe kolencentrales in Nederland Ministerie van Economische Zaken Kopie aan Van Remko Ybema

Nadere informatie

Stichting Laka: Documentatie- en onderzoekscentrum kernenergie

Stichting Laka: Documentatie- en onderzoekscentrum kernenergie Stichting Laka: Documentatie- en onderzoekscentrum kernenergie De Laka-bibliotheek Dit is een pdf van één van de publicaties in de bibliotheek van Stichting Laka, het in Amsterdam gevestigde documentatie-

Nadere informatie

Uitgebreide samenvatting

Uitgebreide samenvatting Uitgebreide samenvatting Bereik van het onderzoek De Nederlandse minister van Economische Zaken heeft een voorstel gedaan om het huidig toegepaste systeem van juridische splitsing van energiedistributiebedrijven

Nadere informatie

INGEZONDEN BRIEF Is een capaciteitsmechanisme 'light' verstandig?

INGEZONDEN BRIEF Is een capaciteitsmechanisme 'light' verstandig? INGEZONDEN BRIEF Is een capaciteitsmechanisme 'light' verstandig? Wouter Hylkema w.hylkema@energeia.nl 16 juni 2015 AMSTERDAM (Energeia) Nederland kan als freerider meeliften op buitenlandse capaciteitsmechanismen.

Nadere informatie

2 Producenten grijze stroom laten betalen voor transport?

2 Producenten grijze stroom laten betalen voor transport? ECN Beleidsstudies ECN-BS-10-016 29 april 2010 Producenten van grijze stroom laten betalen voor transport? Notitie aan : Werkgroep Heroverweging Energie en Klimaat Kopie aan : A.W.N. van Dril Van : F.D.J.

Nadere informatie

Effecten van het vervroegd sluiten van de Nederlandse kolencentrales

Effecten van het vervroegd sluiten van de Nederlandse kolencentrales Effecten van het vervroegd sluiten van de Nederlandse kolencentrales Marit van Hout Paul Koutstaal Oktober 2015 ECN-E--15-064 Verantwoording Deze studie is uitgevoerd in opdracht van DELTA NV. Namens de

Nadere informatie

Energie voor morgen, vandaag bij GTI

Energie voor morgen, vandaag bij GTI Energie voor morgen, vandaag bij GTI Jet-Net docentendag 5 juni 2008 GTI. SMART & INVOLVED GTI is in 2009 van naam veranderd: GTI heet nu Cofely SLIMME ENERGIENETWERKEN, NU EN MORGEN 2008 2010 Centrale

Nadere informatie

De opkomst van all-electric woningen

De opkomst van all-electric woningen De opkomst van all-electric woningen Institute for Business Research Jan Peters Directeur Asset Management Enexis Inhoud Beeld van de toekomst Veranderend energieverbruik bij huishoudens Impact op toekomstige

Nadere informatie

Net voor de Toekomst. Frans Rooijers

Net voor de Toekomst. Frans Rooijers Net voor de Toekomst Frans Rooijers Net voor de Toekomst 1. Bepalende factoren voor energie-infrastructuur 2. Scenario s voor 2010 2050 3. Decentrale elektriciteitproductie 4. Noodzakelijke aanpassingen

Nadere informatie

WARMTE-KRACHTKOPPELINGEN (WKK) - Stand van zaken. Koos Kerstholt Tobias Platenburg

WARMTE-KRACHTKOPPELINGEN (WKK) - Stand van zaken. Koos Kerstholt Tobias Platenburg WARMTE-KRACHTKOPPELINGEN (WKK) - Stand van zaken Koos Kerstholt Tobias Platenburg Introductie Koos Kerstholt Stichting KIEN thema coördinator 0-energie Onderzoek & presentatie: Tobias Platenburg Werktuigbouwkunde

Nadere informatie

ECN TNO activiteiten systeemintegratie

ECN TNO activiteiten systeemintegratie ECN TNO activiteiten systeemintegratie Rob Kreiter Den Haag 22-05-2015 www.ecn.nl Aanleiding: meer duurzaam - minder zekerheid - meer complexiteit Uitdaging voor de (verre) toekomst Elektriciteitsbalans

Nadere informatie

Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar

Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar Bijlage 1 haalbaarheidsstudie Warmtewisselaar Referentienummer Datum Kenmerk 336723.01.N001 1 september 2014 336723 Betreft Indicatieve berekening exploitatie warmtenet Westland 1 Inleiding Om een globale

Nadere informatie

Economie Module 3 H1 & H2

Economie Module 3 H1 & H2 Module 3 H1 & H2 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten:

Nadere informatie

Nut en noodzaak van schaliegas vanuit energieperspectief

Nut en noodzaak van schaliegas vanuit energieperspectief Nut en noodzaak van schaliegas vanuit energieperspectief Jeroen de Joode Schaliegasbijeenkomst provincie Noord-Brabant s-hertogenbosch, 27 september 2013 www.ecn.nl Hoofdboodschap Rol gas in NL energiesysteem

Nadere informatie

Windenergie goedkoper dan kernenergie!

Windenergie goedkoper dan kernenergie! Go Wind - Stop nuclear Briefing 1 26 june 2002 Windenergie goedkoper dan kernenergie! Electrabel geeft verkeerde informatie over kostprijs van kernenergie en windenergie. Electrabel beweert dat windenergie

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) vwo 4

Domein D: markt (module 3) vwo 4 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte en een concrete markt? 4. Over

Nadere informatie

Figuur 1: De ontwikkeling van de kostprijs van zonne-energie en batterijen versus de consumentenprijs van elektriciteit

Figuur 1: De ontwikkeling van de kostprijs van zonne-energie en batterijen versus de consumentenprijs van elektriciteit Energiebedrijven op zoek naar toegevoegde waarde De transitie naar een hernieuwbaar en deels decentraal energielandschap zal zich doorzetten. De vervanging van de centrale elektriciteitsproductie door

Nadere informatie

Businesscases zonne-energie: waar kan het, en wat levert het op?

Businesscases zonne-energie: waar kan het, en wat levert het op? Businesscases zonne-energie: waar kan het, en wat levert het op? Door: Ronald Franken en Maarten Corpeleijn (r.franken@atrive.nl / m.corpeleijn@atrive.nl) 3 september 2013 Ten geleide Met het nieuwe energie-akkoord

Nadere informatie

trends en ervaringen

trends en ervaringen 5 "ntwi''elingen op de energiemar't in het 3uitenland trends en ervaringen 1 "ondiale trends van marktmacht naar staatsmacht "e sterk gestegen vraag en onvoldoende 0itbreiding van de prod04tie- 4apa4iteit

Nadere informatie

Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2015

Kwaliteits- en Capaciteitsdocument 2015 Scenario s voor netberekeningen Gert van der Lee KCD scenario s: Nieuwe aanpak Verschuiving van voorspellende naar exploratieve varianten Voordeel: beter inzicht in effect individuele parameters voorkomen

Nadere informatie

Betaalbaarheid van energie

Betaalbaarheid van energie Ministerie van Economische Zaken De Minister van Economische Zaken H.G.J. Kamp Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG Woerden : onze ref. : /HG-tr doorkiesnr. : 0348 48 43 66 e-mail : hg@vemw.nl onderwerp : Onderzoek

Nadere informatie

Tuinbouw wil efficiënt omgaan met energie

Tuinbouw wil efficiënt omgaan met energie Tuinbouw wil efficiënt omgaan met energie Handelsplatform, marktplaats voor energie in de tuinbouw De glastuinder van nu is een allround manager die van alle markten thuis moet zijn om zijn bedrijf economisch

Nadere informatie