UNIVERSITEIT HASSELT FACULTEIT BEDRIJFSECONOMISCHE WETENSCHAPPEN. Risicoanalyse in de Vlaamse melkveesector

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "UNIVERSITEIT HASSELT FACULTEIT BEDRIJFSECONOMISCHE WETENSCHAPPEN. Risicoanalyse in de Vlaamse melkveesector"

Transcriptie

1 UNIVERSITEIT HASSELT FACULTEIT BEDRIJFSECONOMISCHE WETENSCHAPPEN Risicoanalyse in de Vlaamse melkveesector Masterproef voorgedragen tot het behalen van de graad van handelsingenieur door: Stefanie GRAULUS Promotor: dr. ir. VAN PASSEL Steven 2010

2 - 2 - Woord vooraf Deze masterproef vormt het sluitstuk van mijn opleiding Handelsingenieur, afstudeerrichting Finance aan de Universiteit Hasselt. Het was een uitdaging om voor mijn masterproef te werken met een onderwerp, namelijk risicoanalyse in de Vlaamse melkveesector, waarover nog niet veel onderzoek was gedaan. Graag wil ik van dit voorwoord gebruik maken om iedereen te bedanken die heeft meegeholpen bij het tot stand brengen van deze masterproef. Mijn promotor dr.ir. Van Passel wil ik danken voor het geven van de noodzakelijke richtlijnen en begeleiding. Ook zou ik drs. Yann de Mey willen danken voor het geven van extra informatie, tussentijdse evaluaties en een kritische beoordeling bij het herhaaldelijk nalezen van mijn masterproef. Mijn dank gaat verder uit Dhr. Johan Achten en Mevr. Marita Van Berlo van LIBA voor het ter beschikking stellen van het cijfermateriaal en het geven van informatie, tips en advies. Daarnaast wil ik ook mijn vriend en mijn ouders danken voor de ondersteuning gedurende het schrijven van de masterproef maar ook gedurende mijn volledige opleiding.

3 - 3 - Samenvatting Een bedrijf moet duurzaam zijn of, met andere woorden, een bedrijf moet zijn voortbestaan kunnen verzekeren. Risico s kunnen dit voortbestaan in gevaar brengen indien men zich niet bewust is van deze risico s en ze dus ook niet beheerst. Het Steunpunt Duurzame landbouw (Stedula) heeft duurzame landbouw uitgewerkt over drie pijlers, namelijk een ecologische, sociale en economische pijler. Binnen de economische pijler is er nog één open ruimte die niet verder onderzocht is, namelijk het risico. Deze masterproef is een beginnend onderzoek om deze open ruimte in te vullen. Risico heeft altijd bestaan en zal ook altijd blijven bestaan. Winst is de vergoeding voor risico dus er kan geen winst zijn zonder risico. Het is zeer belangrijk om zich bewust te zijn van de risico s die men loopt zodat men het beleid van het bedrijf kan aanpassen aan deze risico s. Ook voor het beleid van de overheid is het van belang dat ze weten welke risico s er zijn in de melkveesector. De landbouwsector heeft immers een invloed op de gehele economie van een land. In deze masterproef komen achtereenvolgens een literatuuroverzicht, een beschrijving van het materiaal en de methoden voor het onderzoek, de resultaten van het onderzoek en mogelijke beleidsmaatregelen aan bod. In het literatuuroverzicht wordt eerst een beschrijving van de Vlaamse melkveesector gegeven. Hierin wordt aangehaald dat er een voortdurende daling is van de hoeveelheid landbouwbedrijven in Vlaanderen en dat dit voornamelijk te verklaren is door een schaalvergroting. Dit wil zeggen dat kleinere bedrijven verdwijnen en dat de resterende bedrijven groter worden. Daarnaast wordt er vermeld dat de rundveehouderij in Wallonië meer gericht is op zoogkoeien terwijl in Vlaanderen meer op melkveehouderij. De belangrijkste provincies in Vlaanderen voor de melkveehouderij zijn Antwerpen en het noordelijk deel van Limburg. In een volgend hoofdstuk wordt een korte uiteenzetting gegeven over het landbouwbeleid. In 1962 ontstond het Gemeenschappelijk landbouwbeleid in Europa om de Europese landbouw te ondersteunen en te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. De maatregelen die hiervoor werden ingevoerd brachten veel kosten met zich mee en dit leidde tot de conclusie dat het GLB niet efficiënt was. Het GLB is hierna herhaaldelijk aangepast om de landbouw terug marktgerichter en meer concurrentieel te maken. In een laatste deeltje van het literatuuroverzicht wordt een overzicht gegeven van verschillende definities voor risico, verschillende soorten risico, de relatie tussen risico en variabiliteit, een bespreking van de variabiliteit/volatiliteit van het landbouwinkomen, de risicohouding van de landbouwer en risicoresistentie van het landbouwbedrijf en de effecten van risico s. Voor deze studie is er gebruik gemaakt van de bedrijfseconomische gegevens van 105 gespecialiseerde melkveebedrijven. Deze gegevens zijn ter beschikking gesteld door LIBA. LIBA is

4 - 4 - een bedrijf dat gespecialiseerd is in het opstellen van de bedrijfseconomische boekhouding van melkveebedrijven. De bedrijfseconomische gegevens hebben betrekking op Vlaamse bedrijven en op de jaren 2006, 2007 en Op basis van deze gegevens is er een algemeen gemiddeld bedrijf gecreëerd, een gemiddeld klein bedrijf, een gemiddeld middelgroot bedrijf, een gemiddeld groot bedrijf, een gemiddeld bedrijf 2006, een gemiddeld bedrijf 2007 en een gemiddeld bedrijf In dit onderdeel is er een minimumarbeidsinkomen/vak (volwaardige arbeidskracht) berekend voor elk gemiddeld bedrijf. Hierna worden de methoden van het onderzoek verder besproken. Achtereenvolgens komen volgende methoden aan het bod: het onderzoek van de parameters, de Monte Carlo simulatie, het onderzoek van de belangrijkste parameter en het onderzoek van de hefbomen. Bij het onderzoek van de parameters werd de invloed onderzocht van wijzigingen in één van de acht parameters op zowel het arbeidsinkomen als de vrije cashflow. Deze acht parameters zijn: melkprijs, betaalde rente inclusief rentesubsidie, berekende rente inclusief fictieve pacht, voerkosten, teeltkosten, veekosten, bedrijfstoeslag en onderhoud gebouwen, grond & machines. Dit werd enkel uitgevoerd voor het algemene gemiddelde bedrijf. De conclusie hieruit was dat de parameter melkprijs veruit de belangrijkste parameter was. Een wijziging in deze parameter had een versterkte wijziging in het arbeidsinkomen en de vrije cashflow als gevolg. Andere minder belangrijke parameters waren: voerkosten, bedrijfstoeslag en berekende rente inclusief fictieve pacht. Bij de Monte Carlo simulatie werd er gekeken naar de invloed van gelijktijdige wijzigingen in de acht parameters, tussen vooraf bepaalde grenzen, op het arbeidsinkomen en de vrije cashflow. De Monte Carlo simulatie werd uitgevoerd voor elk gemiddeld bedrijf. Ook hier bleek de parameter melkprijs de parameter met de meeste invloed op het arbeidsinkomen en de vrije cashflow te zijn. Een tweede belangrijke parameter, doch veel minder belangrijk dan de melkprijs, was de parameter voerkosten. Bij de Monte Carlo simulatie krijgt men als resultaat ook een kansverdeling van de outputparameters, in dit geval dus het arbeidsinkomen/vak en de vrije cashflow. Vooral de kansverdeling van het arbeidsinkomen/vak is nader bekeken. Er werd namelijk gekeken wat de kans was, voor elk gemiddeld bedrijf, dat het arbeidsinkomen/vak groter was dan het berekende minimumarbeidsinkomen/vak. Deze kans was het grootste voor het gemiddelde grote bedrijf, namelijk 100%. Voor het gemiddelde kleine bedrijf en het gemiddelde bedrijf 2008 was deze kans het laagste, namelijk respectievelijk 94,53% en 95,58%. Dit wil zeggen dat deze twee gemiddelde bedrijven het meeste risico lopen indien de parameters wijzigen om een te laag arbeidsinkomen/vak te ontvangen. Beide bedrijven hebben zelfs een kleine kans om een negatief arbeidsinkomen/vak te verkrijgen. In een volgend onderdeel is er gekeken naar de parameter die het meeste invloed bleek te hebben, namelijk de parameter melkprijs. Er is een vergelijking gemaakt tussen grafieken van enerzijds de

5 - 5 - melkprijzen van januari 2006 tot en met september 2009 en anderzijds het overeenkomstig arbeidsinkomen/vak en de beschikbare middelen bedrijfsvoering. Hierbij was het opvallend dat in 2009 de melkprijzen zeer laag waren, waardoor gedurende enkele maanden het arbeidsinkomen/vak onder het minimumarbeidsinkomen/vak lag en de beschikbare middelen bedrijfsvoering negatief waren. In dit onderdeel is er een minimumprijs bepaald, die nodig is om te voorkomen dat het arbeidsinkomen/vak voor het algemene gemiddelde bedrijf lager lag dan het minimumarbeidsinkomen/vak. Deze prijs bedroeg 21,06/100l. Bij het onderzoek van de hefbomen zijn er drie hefbomen nader bekeken, namelijk de rendabiliteitshefboom op het bruto saldo, de hefboom van saldo op arbeidsinkomen en de financiële hefboom. Hiervan zou de hefboom van saldo op arbeidsinkomen een maatstaf zijn van het operationele risico van een bedrijf. De vermenigvuldiging van de hefboom van saldo op arbeidsinkomen en de financiële hefboom zou een indicatie zijn voor het financieel risico van een bedrijf. Deze hefbomen zijn berekend voor alle gemiddelde bedrijven. Hierbij was zichtbaar dat de hefbomen het grootste waren voor het gemiddelde kleine bedrijf en het gemiddelde bedrijf Dus ook hier zien we dat deze twee bedrijven het grootste risico lopen. Het laatste hoofdstuk van deze masterproef gaat dieper in op beleidsmaatregelen die de overheid kan toepassen om melkveebedrijven te ondersteunen. Eerst wordt er een korte discussie gevormd over waarom wel of waarom niet overheidsinterventie nodig is. Daarna worden vijf scenario s nader bekeken, namelijk: prijsondersteuning, voersubsidie, rentesubsidie, directe steun en een sensibiliseringscampagne. Bij de prijsondersteuning, de voersubsidie en de rentesubsidie is eerst theoretisch gekeken naar reacties van een dergelijke ondersteuning op de markt van vraag en aanbod van melk. Voor de voersubsidie en de rentesubsidie is er ook gekeken naar respectievelijk de voermarkt en de kapitaalmarkt. Hierna is er voor elk scenario, behalve voor de sensibiliseringscampagne, gekeken naar de invloed van de ondersteuning op het arbeidsinkomen en/of de vrije cashflow. Hierna is er voor elk scenario, behalve voor de sensibiliseringscampagne, de overheidskost berekend. Bij de sensibiliseringscampagne is theoretisch uitgelegd wat het effect zou kunnen zijn en hoe men dit effect zou kunnen optimaliseren. Bij de vergelijking van alle scenario s, zagen we dat een melkprijsondersteuning het meeste effect had op het arbeidsinkomen en de vrije cashflow. Dit is een conclusie die we al hadden kunnen afleiden uit de resultaten van het onderzoek van de parameters en de Monte Carlo simulatie, want ook daar had een wijziging van de melkprijs een versterkte wijziging van het arbeidsinkomen en de vrije cashflow ten gevolg. Ook het scenario van directe steun bleek effectief te zijn. Er was een redelijk resultaat voor het arbeidsinkomen en de overheid weet precies wat het zal kosten. De sensibiliseringscampagne zou ook een goede ondersteuningsmaatregel kunnen zijn omdat deze alvast het juiste tijdsperspectief heeft, namelijk het heeft slechts effect op korte termijn. Een nadeel is dat de overheidskost hier onduidelijk is en ook het effect op het arbeidsinkomen en de vrije cashflow niet op voorhand te bepalen is.

6 - 6 - Melkveehouders zijn onderhevig aan verschillende risico s die grote gevolgen kunnen hebben voor het voortbestaan van het bedrijf. Daarom is het belangrijk dat ze zich bewust zijn van deze risico s en dat ze proberen deze risico s te beheersen. Voor de overheid is het van belang te erkennen dat er veel risico s zijn voor melkveehouders en dat, in tijden van crisis, enige ondersteuning toch van belang kan zijn.

7 - 7 - Inhoudsopgave Woord vooraf... 2 Samenvatting... 3 Lijst van tabellen... 9 Lijst van figuren Probleemstelling Literatuuroverzicht De Vlaamse melkveesector Het landbouwbeleid Risico s Onderzoek Materiaal en methoden Data Methode Resultaten Parameters Monte Carlo simulatie Vergelijking volgens grootte Vergelijking over jaren Hefbomen Beleidsmaatregelen Scenario 1: Prijsondersteuning Scenario 2: Inputsubsidie Scenario 2A: Voersubsidie Scenario 2B: Rentesubsidie Scenario 3: Directe steun Scenario 4: Sensibiliseren Conclusie Algemeen besluit Lijst van geraadpleegde werken... 72

8 - 8 - Bijlagen Bijlage 1: Economische duurzaamheidsster Bijlage 2: Resultatenrekeningen gemiddelde bedrijven in euro Bijlage 3: Correlatiematrix Bijlage 4: Monte Carlo simulatie... 91

9 - 9 - Lijst van tabellen Tabel 1: Structuur resultatenrekening Tabel 2: Berekening opbrengsten Tabel 3: Berekening variabele kosten Tabel 4: Berekening vaste kosten Tabel 5: Minimumarbeidsinkomen/VAK in euro Tabel 6: Invloed melkprijs/liter op arbeidsinkomen en vrije cashflow Tabel 7: Invloed betaalde rente incl. rentesubsidie op arbeidsinkomen en vrije cashflow Tabel 8: Invloed berekende rente incl. fictieve pacht op arbeidsinkomen en vrije cashflow Tabel 9: Invloed voerkosten op arbeidsinkomen en vrije cashflow Tabel 10: Invloed teeltkosten voergewassen op arbeidsinkomen en vrije cashflow Tabel 11: Invloed veekosten op arbeidsinkomen en vrije cashflow Tabel 12: Invloed bedrijfstoeslag op arbeidsinkomen en vrije cashflow Tabel 13: Invloed onderhoud gebouwen, grond & machines op arbeidsinkomen en vrije cashflow 39 Tabel 14: Resultaten sensitiviteit van het arbeidsinkomen/vak en de vrije cashflow voor de 8 parameters en de 7 gemiddelde bedrijven Tabel 15: Hefboom van totale ontvangsten op bruto saldo in euro Tabel 16: Hefboom van bruto saldo op arbeidsinkomen in euro Tabel 17: Financiële hefboom in euro Tabel 18: Resultaten van een prijsondersteuning van 0,02/l (in euro) Tabel 19: Resultaten van een voerkostondersteuning van 10% (in euro) Tabel 20: Resultaten van een voerkostondersteuning van 20% (in euro) Tabel 21: Resultaten van een rentesubsidieverhoging van 1% (in euro) Tabel 22: Resultaten van een directe ondersteuning van 9.443,74 per bedrijf (in euro)... 66

10 Lijst van figuren Figuur 1: Procentuele verdeling van de melkveebedrijven in functie van het arbeidsinkomen Figuur 2: Procentuele verdeling van de melkveebedrijven in functie van het arbeidsinkomen per arbeidskracht Figuur 3: Kansverdeling arbeidsinkomen/vak gemiddelde bedrijf (algemeen) Figuur 4: Kansverdeling arbeidsinkomen/vak gemiddelde kleine bedrijf Figuur 5: Kansverdeling arbeidsinkomen/vak gemiddelde middelgrote bedrijf Figuur 6: Kansverdeling arbeidsinkomen/vak gemiddelde grote bedrijf Figuur 7: Kansverdeling arbeidsinkomen/vak gemiddelde bedrijf Figuur 8: Kansverdeling arbeidsinkomen/vak gemiddelde bedrijf Figuur 9: Kansverdeling arbeidsinkomen/vak gemiddelde bedrijf Figuur 10: Melkprijs/100l vanaf januari 2006 tot en met september Figuur 11: Arbeidsinkomen/VAK en minimumarbeidsinkomen/vak voor de periode januari 2006 tot en met september Figuur 12:Beschikbare middelen bedrijfsvoering voor de periode januari 2006 tot en met september Figuur 13: Vraag en aanbod op de markt van melk met een melkquotum Figuur 14: Vraag en aanbod op de melkmarkt met melkprijsondersteuning Figuur 15: Vraag en aanbod op de melkmarkt met een inputsubsidie Figuur 16: Vraag en aanbod op de voermarkt met een voerkostensubsidie Figuur 17: Vraag en aanbod op de kapitaalmarkt met een rentesubsidie... 64

11 Probleemstelling Het begrip duurzaamheid krijgt steeds meer aandacht. Men moet er rekening mee houden dat alles wat men nu doet, gevolgen heeft voor de volgende generaties en men is slechts duurzaam indien men als bedrijf blijft bestaan (Dessers, Van Passel, Nevens, Mathijs & Van Huylenbroeck, 2006). Ook in de landbouwsector moet men hier aandacht aan besteden. Volgens het Steunpunt Duurzame Landbouw [Stedula] (2006) moet men duurzame landbouw uitwerken over drie pijlers namelijk de ecologische, sociale en economische aspecten van duurzame landbouw. Zij hebben een duurzaamheidsster ontwikkeld. Deze ster bevat 10 hoofdthema s. De drie pijlers van duurzaamheid krijgen gelijkwaardige aandacht in deze ster. Indien we naar de economische pijler (bijlage 1) kijken, zien we dat deze ook is onderverdeeld in verschillende thema s. Dessers et al. (2006) stellen dat om economisch duurzaam te zijn, de gecreëerde toegevoegde waarde op het bedrijf groot genoeg moet zijn om er de ingezette productiefactoren (arbeid en vermogen) mee te vergoeden. De productiefactoren moeten ook zo efficiënt mogelijk worden ingezet zodat het bedrijf op termijn in staat blijft om de ingezette productiefactoren te vergoeden. Eén thema binnen de economische pijler is echter nog niet verder bekeken door Stedula namelijk het risicoprofiel. Alle landbouwbedrijven krijgen te maken met risico. Elke beslissing vandaag heeft gevolgen voor de toekomst maar zelden weten we wat die gevolgen precies gaan zijn (Hardaker, Huirne, Anderson & Lien, 1997). Er zijn verschillende oorzaken van risico: veranderingen in de wetgeving, externe factoren, (Baquet, Hambleton & Jose, 1997). Risico heeft altijd bestaan. Doordat de wereld rondom ons continu verandert, is het voor een bedrijf zeer belangrijk om flexibel te zijn. Daarom moet men weten welke risico s er zijn en deze incalculeren in het beleid (Kaan, 1999a). Om een goed beleid met aandacht voor duurzame ontwikkeling te voeren, moet men zich ook bewust zijn van de risico s die men loopt. Het risico dat het bedrijf loopt, moet op een aanvaardbaar peil worden gehouden om een hoge toegevoegde waarde op een lange termijn aan te houden (Dessers et al., 2006). Indien men als bedrijfsleider weet welk risico men loopt, kan men de bedrijfsstrategie aanpassen. Men kan zich voorbereiden op tegenslagen en zo voorkomen dat het bedrijf onverwacht grote verliezen maakt of zelfs dat men failliet gaat (Harwood, Heifner, Coble, Perry & Somwaru, 1999). Zoals in alle bedrijven zijn in landbouwbedrijven de cashflows zeer belangrijk om de korte termijn betalingen te voldoen bv. de maandelijkse schuldaflossing. De belangrijkheid van deze cashflows is nog een reden om aandacht te besteden aan het risico dat men loopt en te kijken welke invloed dat risico heeft op die cashflows (Kaan, 1999a). Men zou risicomanagement moeten bekijken als een zeer belangrijk onderdeel van het bedrijfsbeleid. De welvaart van het gezin van de landbouwer en het voortbestaan van het landbouwbedrijf zijn immers afhankelijk van hoe goed risico s gemanaged worden (Hardaker et al., 1997). Risicomanagement betekent dat men kan omgaan met de risico s die het gevolg zijn van nieuwe kansen door de veranderende wereld (Baquet et al., 1997). Risicomanagement geeft

12 daardoor ook een bepaalde zekerheid aan de werknemers voor hun eigen toekomst binnen het bedrijf (Kaan, 1999a). Nog een andere reden waarom het belangrijk is om te weten met welk risico men te maken heeft, is dat men dat risico moet vermelden in het ondernemingsplan, het marketingplan, Indien men een nieuwe lening nodig heeft, moet men met een ondernemingsplan naar de bank gaan. De bank wil dan ook op de hoogte zijn van de risico s die het bedrijf loopt omdat de bank zelf het risico loopt dat het bedrijf de lening niet kan terug betalen (Kaan, 1999a). Niet enkel voor het beleid van de bedrijven is het belangrijk te weten welk risico ze lopen, maar ook voor het beleid van de overheid is dit van belang. Immers indien het niet goed gaat met de landbouwsector heeft dit een invloed op de gehele economie (Fleisher, 1990). De overheid zal de ondersteuningsmaatregelen voor landbouwbedrijven ook moeten aanpassen aan het risico in de landbouwsector. Enkele voorbeelden van dergelijke ondersteuningsmaatregelen zijn staatsteun als bijdrage aan verzekeringspremies, steun met betrekking tot door ongunstige weeromstandigheden veroorzaakte verliezen, etc. (Deuninck, Carels, Bas & Van Gijseghem, 2007). De leveranciers van inputs aan landbouwbedrijven kunnen er ook baat bij hebben zich te verdiepen in het risico dat landbouwbedrijven lopen. Landbouwbedrijven zullen niet bereid zijn een nieuw product te kopen indien dat product niet volledig getest is en de testresultaten bekend zijn. Een grote investering in een onzeker product brengt veel risico met zich mee. De leveranciers kunnen daar rekening mee houden en bv. eerst het product in leasing geven zodat de landbouwer de waarde van het product leert kennen zonder de grote investering te moeten doen. (Hardaker et al. 1997) Volgens Hardaker et al. (1997) moet men helemaal niet bang zijn voor risico. Zij stellen dat winst de beloning is voor het dragen van risico, zonder risico is er geen winst. Maar het is zeer belangrijk om zich bewust te zijn van de risico s die men loopt en dat men in het beleid rekening houdt met deze risico s. Centrale onderzoeksvraag Uit bovenstaande probleemstelling is het duidelijk dat risico een belangrijke factor is waaraan men zeker aandacht moet besteden. Daaruit volgt deze centrale onderzoeksvraag: Hoe is het gesteld met risico in de Vlaamse landbouwsector? Risico is een moeilijk definieerbaar begrip. Er zijn meerdere definities die vaak worden gebruikt maar er is geen algemeen aanvaarde definitie. Bijvoorbeeld volgens Hardaker et al. (2007) kan

13 risico worden gedefinieerd als imperfecte kennis waarbij de mogelijke uitkomsten met hun kansen bekend zijn en er onzekerheid bestaat wanneer die kansen niet gekend zijn. Voor dit onderzoek zijn er een aantal beperkingen. De eerste beperking is dat het zal gaan om Vlaamse landbouwbedrijven. Deze beperking is noodzakelijk omdat er in het onderzoek ook aandacht wordt gegeven aan de wetgeving. Een tweede beperking is dat het zal gaan om melkveebedrijven. Deze beperking is gekozen omdat het onderzoek van Stedula (2006) omtrent de duurzaamheidpijlers zich ook beperkt tot de melkveesector. Dit onderzoek gaat het thema risicoprofiel van de economische duurzaamheidspijler verder onderzoeken dus daarom is er gekozen voor dezelfde beperking als in het onderzoek van Stedula (2006). In het volgende hoofdstuk zal een kort literatuuroverzicht gegeven worden. Daarna volgt een hoofdstuk over het materiaal dat wordt gebruikt in de verdere masterproef en over de methoden die worden gebruikt voor het onderzoek. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het onderzoek meegedeeld, waarna in hoofdstuk 5 enkele beleidsmaatregelen onder de vorm van scenario s nader worden bekeken. Ten slotte in hoofdstuk 6 volgt er een algemeen besluit.

14 Literatuuroverzicht 2.1 De Vlaamse melkveesector Indien er wordt gekeken naar de hoeveelheid landbouwbedrijven in Vlaanderen, zien we dat er een voortdurende daling is. In 2009 waren er in Vlaanderen bedrijven. Dit is een daling van 32% ten opzichte van Dit is een gemiddelde jaarlijkse daling van 2,9%. Deze daling is voornamelijk te wijten aan schaalvergroting. Dit wil zeggen dat kleinere bedrijven verdwijnen en de resterende bedrijven steeds groter worden, zowel in aantal hectare als in de hoeveelheid vee. Een andere opmerkbare trend is dat er steeds meer vennootschappen worden opgericht. Dit wil zeggen dat er steeds vaker aan het hoofd van een bedrijf een rechtspersoon staat. In vergelijking met 1998 kan men spreken van een verdubbeling van het aantal vennootschappen (Platteau & Van Bogaert, 2009). Iets meer dan 31% van de Vlaamse landbouwbedrijven is gespecialiseerd in de rundveehouderij, waarvan ongeveer 40% gespecialiseerd is in melkvee (Platteau & Van Bogaert, 2009). Deze sector is vooral belangrijk in de provincie Antwerpen en in het noordelijk deel van Limburg (Platteau, Van Bogaert & Van Gijseghem, 2008). Indien men het aantal runderen in Vlaanderen nader bekijkt, kan men zien dat dit aantal de laatste 10 jaar gedaald is met 19,5%. Tegelijk is er een duidelijke verschuiving zichtbaar van runderen voor de melkproductie naar runderen voor vleesconsumptie. Mogelijke oorzaken hiervoor zijn de instelling van de melkquota in 1984, de toename van de melkgift per koe en het bestaan van een premiestelsel voor zoogkoeien (Platteau, Van Bogaert & Van Gijseghem, 2008). Indien Vlaanderen en Wallonië met elkaar worden vergeleken, kan er geconcludeerd worden dat er in Vlaanderen minder runderen zijn dan in Wallonië. In Wallonië is de rundveehouderij meer gericht op zoogkoeien terwijl Vlaanderen meer gericht is op de melkveehouderij (Platteau, Van Bogaert & Van Gijseghem, 2008). De melkleveringen veranderen van jaar tot jaar weinig door de quotaregeling. Sinds 2006 zijn er wel enkele veranderingen door de quotaverhogingen die in het onderdeel het landbouwbeleid verder zijn uitgelegd. De gemiddelde geleverde hoeveelheid per producent is gestegen met 66,5% ten opzichte van 1997/1998. Dit is een gevolg van de daling van het aantal producenten en de stijging van de melkleveringen sinds 1997/1998. Tussen bedrijven onderling blijkt dat er een groot structuurverschil is. Bedrijven die zich in de quotumklasse groter dan liter (22,8%) bevinden, zijn verantwoordelijk voor ongeveer 47% van de melkaanvoer. De meeste producenten bevinden zich in de quotumklasse tussen liter en liter, namelijk 28% (Platteau, Van Bogaert & Van Gijseghem, 2008).

15 In 2007 had de zuivelsector een productiewaarde van 658 miljoen euro. Dit is 13% van de waarde van de Vlaamse land- en tuinbouwproductie. Binnen de veeteeltsector zijn de zuivelproducten het tweede belangrijkste product. Het belangrijkste product binnen de veeteeltsector is het varkensvlees (Platteau, Van Bogaert & Van Gijseghem, 2008). De handelsbalans voor bijna alle zuivelproducten is positief. Er zijn slechts twee uitzonderingen namelijk kaas en room. Globaal gezien zorgt dit voor een licht positieve handelsbalans voor de zuivelproducten. Een positieve handelsbalans wil zeggen dat de uitvoer van zuivelproducten groter is dan de invoer van zuivelproducten. Indien er wordt gekeken naar de handel binnen de EU is de invoer van zuivelproducten groter dan de uitvoer. Handel met derde landen heeft een groot positief saldo. De belangrijkste handelspartners van België zijn Nederland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk (Platteau, Van Bogaert & Van Gijseghem, 2008). 2.2 Het landbouwbeleid In 1957 werd het Verdrag van Rome ter oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) ondertekend. In dit verdrag werden ook doelstellingen geformuleerd voor het opzetten van een Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Het belangrijkste doel was het bevorderen van de productiviteit van de landbouwsector om aan de consumenten een stabiele voedselvoorziening tegen betaalbare prijzen te bieden en tegelijkertijd het voortbestaan van de landbouwsector in de Europese Unie (EU) te verzekeren. Men vond dat de Europese landbouw ondersteund moest worden en beschermd tegen buitenlandse concurrentie. In 1962 ontstond het GLB uiteindelijk en het was voornamelijk gebaseerd op het principe dat de vraag naar landbouwproducten eerst moest voldaan worden door het Europese aanbod. De landbouw in de EU werd ook beschermd door vier steunmaatregelen, namelijk prijsondersteuning, inkomenssteun, importrestricties en exportsubsidies. Van deze steunmaatregelen was de prijsondersteuning de belangrijkste. Er werd namelijk een systeem ingesteld van afgesproken prijzen die boven het niveau van de wereldmarktprijzen werden gekozen. Deze prijsondersteuning had tot gevolg dat de landbouwproductie in de EU steeds verder toenam. Voor vele producten was het aanbod veel hoger dan de vraag. Deze overschotten werden gedeeltelijk opgeslagen, maar dit bracht kosten met zich mee. Gedeeltelijk werden deze overschotten ook uitgevoerd. Maar omdat de prijzen buiten de EU lager waren dan de prijzen binnen de EU werden er exportsubsidies ingevoerd. Dit waren maatregelen die dus veel kosten met zich mee brachten voor de begroting. Door het dumpen van overschotten in andere (ontwikkelings)landen werden de markten daar verstoord. De conclusie die hieruit volgde was dat het GLB inefficiënt en ineffectief was. Een gedeelte van de doelstellingen werd niet gehaald en de doelstellingen die wel werden gehaald, brachten zeer hoge kosten met zich mee (Europese Commissie Landbouw en Plattelandsontwikkeling, 2005).

16 In 1984 zijn de melkquota ontwikkeld om een evenwicht te vinden tussen vraag en aanbod op de markt voor zuivel en zuivelproducten om zo de structurele overschotten, die waren ontstaan door het gebrek aan evenwicht, te verminderen. Elk land binnen de Europese Unie heeft een bepaald quotum. Een melkquotum is het recht om een bepaalde hoeveelheid koemelk of daarvan afgeleide zuivelproducten te produceren. In België is het quotum verdeeld onder de producenten van melk. Melkquotum kan definitief (door verkoop) of tijdelijk (door leasing) worden overgedragen. Indien België zijn quotum overschrijdt, is er een heffing verschuldigd. Dit wordt de superheffing genoemd. Deze heffing wordt doorgerekend aan elke individuele producent die zijn quotum overschrijdt. De heffing is momenteel vastgesteld op 27,84 per 100 kg melk (Wat is melkquotum?, 2009). Deze quotaregeling werd oorspronkelijk voor 5 jaar ingericht maar is ondertussen al verlengd tot 2015 (Platteau, Van Bogaert & Van Gijseghem, 2008). Halverwege de jaren tachtig was er een eerste hervorming van het GLB. Deze hervorming leverde niet de gewenste resultaten op want er was nog steeds overproductie. Daarna volgde er in 1992 de Mac Sharry hervorming, genoemd naar de Ierse Landbouwcommissaris Mac Sharry. Deze hervorming hield in dat de garantieprijzen werden verlaagd en dat er compensatie was voorzien via directe inkomenssteun. Om de productie te beperken werden er maatregelen ingevoerd zoals braaklegging van gronden (Van Gijseghem et al., 2003). Een volgende grote hervorming was het besluit van de Europese Raad van Berlijn in 1999 betreffende Agenda Hier keek men verder dan de groeiende wereldvraag naar landbouwproducten, liberalisering van de wereldhandel en uitbreidingen. Namelijk consumenten werden steeds kritischer ten opzichte van de productiewijze van voedsel en vroegen meer aandacht voor het milieu en het dierenwelzijn. Agenda 2000 leidde onder andere tot een daling van de melkprijs gekoppeld aan een directe inkomenssteun vanaf Daarnaast werd er ook een steunprogramma voor plattelandsontwikkeling geïntroduceerd (Van Gijseghem et al., 2003). Er werd een plattelandsontwikkelingsbeleid opgericht dat initiatieven voor het platteland ondersteunde en daarnaast de landbouwers ging helpen bij het herstructureren van hun bedrijven, het diversifiëren van hun activiteiten en het verbeteren van de afzet van hun producten. Dit beleid werd beschouwd als een belangrijke vernieuwing (Europese Commissie Landbouw en Plattelandsontwikkeling, 2005). In 2003 kwamen de Europese ministers van landbouw bij elkaar om het GLB en de tussentijdse hervormingen te evalueren en bij te sturen. Dit werd de Mid Term Review (MTR) genoemd omdat het een tussenbalans was van het GLB vanaf Agenda De doelstelling van de hervorming van het GLB was het marktgerichter, meer concurrentieel en duurzamer maken van de landbouw in de EU maar ook zorgen voor meer inkomensstabiliteit voor de landbouwers. Een van de veranderingen was dat er vanaf 2005 een bedrijfstoeslag werd toegekend. De directe melkprijsondersteuning

17 werd namelijk afgebouwd en in plaats daarvan konden bedrijven een bedrijfstoeslag krijgen aan het einde van het jaar. Deze bedrijfstoeslag was niet langer gekoppeld aan de productie. Dit zou de inkomensstabiliteit bevorderen (Mid Term Review, z.d.). Doordat de koppeling tussen steun en productie wegviel, konden de landbouwers marktgerichter gaan produceren. Ook waren er enkele randvoorwaarden met betrekking tot het milieu, de voedselveiligheid, plantengezondheid en dierenwelzijn waaraan de landbouwer zich moest houden om steun te ontvangen (Europese Commissie Landbouw en Plattelandsontwikkeling, 2005). In 2008 heeft de Europese landbouwcommissaris, Mariann Fischer Boel, verklaard dat er vanuit de Europese Commissie geen voorstel tot verlenging van het melkquotastelsel na 2015 zal komen. Dit wordt verantwoord door het feit dat de marktsituatie ondertussen sterk veranderd is. Er is geen sprake meer van een aanbodoverschot maar eerder van een aanbodtekort. Dit vindt zijn oorzaak in een enorme vraag naar melk op de wereldmarkt door onder andere de aanhoudende droogte in Australië en een toenemende vraag naar melkproducten in China en Zuidoost-Azië. Een andere belangrijke reden is de druk van de wereldhandelpartners voor de verlaging van bescherming van de zuivelsector binnen de Europese Unie zodat andere zuivelproducerende landen ook toegang krijgen tot de Europese markt (Platteau, Van Bogaert & Van Gijseghem, 2008). In Vlaanderen werd een stappenplan opgesteld in samenspraak met landbouworganisaties en de zuivelsector. Dit stappenplan moet de melkveehouders voorbereiden op de nieuwe marktsituatie en bevat de maatregelen die gedurende worden genomen om tot de afschaffing van de quotaregeling te komen. In 2006 was er reeds een quotaverruiming als gevolg van de MTR. Het quotum werd namelijk gedurende 3 opeenvolgende tijdvakken met 0,5% verhoogd. Vanaf 1 april 2008 is er dan een verhoging van het plafond aan het begin van elk tijdvak van liter. Dit is een bijkomende verhoging van 2%. Ook wordt een deel van de nationale reserve verdeeld over de landbouwers met quotum waardoor het quotum nog verhoogd wordt met 0,4%. De prijs waaraan het quotum verhandeld kan worden, wordt geleidelijk aan verminderd tot 0,12/l melk in 2011 (Platteau, Van Bogaert & Van Gijseghem, 2008). 2.3 Risico s Risico is een factor die zeer moeilijk definieerbaar en meetbaar is. Bij het definiëren van risico is het belangrijk om te kijken naar de begrippen onzekerheid en variabiliteit. Volgens Hardaker et al. (2007) kan risico worden gedefinieerd als imperfecte kennis waarbij de mogelijke uitkomsten met hun kansen bekend zijn en er onzekerheid bestaat wanneer die kansen niet gekend zijn. Verder kunnen we onzekerheid definiëren als imperfecte kennis en risico als onzekere gevolgen.

18 Risico en onzekerheid Onzekerheid is noodzakelijk voor het voorkomen van risico maar onzekerheid heeft niet altijd een risicovolle situatie ten gevolge (Harwood et al., 1999). Wanneer men een beslissing neemt zonder onzekerheid, is er voor elke actie die men kan kiezen slechts één mogelijk gevolg. Wanneer er bij het nemen van de beslissing wel onzekerheid is, zijn er voor elke actie die men kan kiezen meerdere mogelijke gevolgen. Er kunnen zich vele gebeurtenissen voordoen in de tijd tussen het moment dat de beslissing gemaakt werd en de tijd wanneer de gevolgen ondervonden worden. Een onzekere situatie brengt niet altijd risico met zich mee. Risico is er enkel indien de uitkomst van een onzekere situatie ook invloed heeft op een individu of een groep (Fleisher, 1990). Bijvoorbeeld indien men al het spaargeld op een spaarrekening heeft staan, zal men geen risico ondervinden indien de beleggingsmarkt plots in elkaar zakt. Versteegen en Rijkens (2007) delen onzekerheid op naar kansen en naar risico s. Een risico bestaat uit de oorzaak, het risico zelf en het gevolg ervan. Risico wordt dan ook als volgt gedefinieerd: Risico = kans x gevolg Risico is de kans op zowel negatieve als positieve gevolgen (Fleisher, 1990). Bijvoorbeeld indien men beleggingen heeft dan heeft men de kans dat de beleggingen het zeer goed zullen doen ofwel dat de beleggingen niets meer waard zullen zijn. In de praktijk focust men echter eerder op de negatieve gevolgen als men over risico spreekt. Versteegen en Rijkens (2007) splitsen onzekerheden op in twee soorten: de normale onzekerheid en de bijzondere gebeurtenis. De normale onzekerheid is er sowieso maar het is onzeker hoe groot deze is. Een voorbeeld hiervan is de melkprijs. De melkprijs ligt niet vast dus er is een onzekerheid wat de precieze melkprijs gaat zijn en pas wanneer men de melk verkoopt, weet men wat de prijs is. Een bijzondere gebeurtenis komt soms voor maar soms ook niet. De gevolgen ervan komen dus soms wel ten laste van het bedrijf en soms niet. Een voorbeeld hiervan is een koeienziekte waardoor alle koeien op het bedrijf moeten worden afgemaakt. Een onzekerheid wordt als volgt gedefinieerd: Onzekerheid = waarschijnlijkheid x gevolg Bij het bepalen van de omvang van een onzekerheid moet men zowel de kans van het optreden van de gebeurtenis als de gevolgen bij optreden van de gebeurtenis in beschouwing nemen. Hierdoor kan een onzekerheid met een kleine kans van optreden en een groot gevolg even groot zijn als een onzekerheid met een grote kans van optreden en een klein gevolg.

19 Fleisher (1990) maakt een duidelijk onderscheid tussen onzekerheid en risico. Indien een situatie gelijkaardig is aan een situatie in het verleden en men de informatie uit het verleden kan gebruiken om een kansverdeling op te stellen voor de mogelijke uitkomsten van de situatie dan kan men deze situatie als risicovol beschouwen. Indien een situatie uniek is en er geen informatie beschikbaar is over gelijkaardige situaties in het verleden om een kansverdeling voor de uitkomsten op te stellen, kan men deze situatie als onzeker beschouwen. De kansverdeling die men opstelt in een risicovolle situatie is gebaseerd op objectieve gegevens terwijl bij een onzekere situatie de kansverdeling subjectief wordt bepaald omdat er geen objectieve gegevens beschikbaar zijn. Ook voor de gebeurtenissen maakt Fleisher (1990) een duidelijk onderscheid. Enerzijds zijn er continue gebeurtenissen zoals bijvoorbeeld de temperatuur, hoeveelheid regen, en anderzijds zijn er discrete gebeurtenissen; dit wil zeggen ofwel treedt de gebeurtenis op ofwel niet bijvoorbeeld faillissement, brand,. Soorten risico s Sommige risico s zijn uniek voor de landbouwsector bv. het risico op slechte weersomstandigheden. Andere risico s vindt men ook terug in andere sectoren bv. productierisico (Harwood et al., 1999). Risico s zijn ook plaats- en tijdsgebonden. Wat vandaag wordt beschouwd als een risicovolle handeling kan vroeger een normale zaak geweest zijn (Versteegen & Rijkens, 2007). Ook het tijdsinterval tussen het moment waarop de beslissing wordt gemaakt en het moment waarop de gevolgen zichtbaar zijn, beïnvloedt het risico (Fleisher, 1990). Met plaatsgebonden risico s wordt er de geografische ligging bedoeld. Een landbouwer in China heeft andere risico s dan een landbouwer hier (Versteegen & Rijkens, 2007). Er bestaan verschillende manieren om risico s in te delen of te categoriseren. Lammers, Ploos van Amstel en Eijkelenbergh (2009) en Kaan (1999c) delen risico s op in interne risico s en externe risico s. Met interne risico s wijzen ze op de risico s die ontstaan door de manier waarop het bedrijf georganiseerd is. Externe risico s zijn risico s die van buitenaf impact hebben op het functioneren van het bedrijf en waarover men zelf weinig of geen controle heeft. Volgens Stedula (2006) kan er theoretisch gezien een onderscheid worden gemaakt tussen tactische (of operationele) en strategische risico s. Tactische risico s vloeien dan voort vanuit de dagelijkse bedrijfsvoering. Tegen tactisch risico kan men zich indekken via verzekeringen. Strategisch risico vindt zijn oorsprong eerder bij determinanten zoals sectordynamiek en variabiliteit in overheidsbeleid en in macro-economische, sociale en natuurlijke fenomenen. Tegen strategisch risico kan men zich niet verzekeren maar verschillende bedrijfsstrategieën hebben een verschillend risicoprofiel. Dus een bedrijf kan zijn strategie aanpassen aan het strategisch risico dat men loopt (Stedula, 2006).

20 Baquet et al. (1997) stellen dat er vijf bronnen van risico zijn: productierisico, prijs- of marktrisico, financieel risico, institutioneel risico en menselijk risico. Ook Harwood et al. (1999) onderscheidt deze 5 bronnen van risico. Indien we dan hierboven kijken naar de definitie van strategisch en tactisch risico volgens Stedula (2006) kunnen we de vijf bronnen als volgt opdelen: productierisico, financieel risico en menselijk risico als tactisch risico en marktrisico en institutioneel risico als strategisch risico. Indien de werkelijke productie-uitkomsten verschillen van de gebudgetteerde productie-uitkomsten levert dit een risico op voor de mate waarin de vooropgestelde financiële doelstellingen van het bedrijf kunnen gehaald worden. Dit risico is volgens Baquet et al. (1997) productierisico. Dit kan voorkomen door bijvoorbeeld zieke koeien waardoor de totale melkgift lager is dan verwacht. Harwood et al. (1999) zeggen dat prijs- of marktrisico het risico is dat voortvloeit uit veranderingen in de prijzen van de input of de output die voorkomen nadat de productieplanning gebeurd is. Volgens Fleisher (1990) is de hoge prijsvolatiliteit in de landbouwsector het gevolg van twee kenmerken van deze sector. Het eerste kenmerk is dat de prijzen zich zeer snel aanpassen aan economische omstandigheden. Het tweede kenmerk is dat er een lange tijd zit tussen het moment dat productiebeslissingen worden gemaakt en het moment dat de producten klaar zijn voor de markt. In de landbouwsector kunnen hoeveelheidwijzigingen niet snel worden doorgevoerd als reactie op veranderende marktomstandigheden. Men kan bijvoorbeeld niet plots veel koeien bijkopen omdat de vraag naar melk gestegen is omdat dit ook andere investeringen nodig heeft zoals onder andere een nieuwe stal, meer grond,. Volgens Harwood et al. (1999) ontstaat er institutioneel risico doordat er wijzigingen gebeuren in het overheidsbeleid en de regelgeving omtrent landbouw waar de bedrijfsleider niet op voorzien is. Indien de landbouwer een investering doet, is hij niet zeker of het beleid stand zal houden gedurende de volledige levensduur van het geïnvesteerde goed. Het institutioneel risico gaat verder dan enkel het beleid omtrent landbouw. Ook bijvoorbeeld wijzigingen in het fiscaal beleid kunnen risico met zich meebrengen. Volgens Vrolijk, de Bont, van der Veen, Wisman & Poppe (2009) is er blootstelling aan institutioneel risico zodra het debat omtrent veranderingen in het beleid start. De toekomst van het bedrijf wordt dan minder zeker, leningen zijn moeilijker te krijgen,. Zij delen institutioneel risico op in twee aspecten. Het eerste aspect is de kans dat het beleid wijzigt in een bepaalde richting en het tweede aspect is de kans dat het risico profiel van het bedrijf verandert door die bepaalde richting van het beleid. Een voorbeeld hiervan is, zoals in het onderdeel de Vlaamse melkveesector reeds is aangehaald, de recente wijzigingen in het GLB zoals onder andere de afschaffing van het melkquotum. Menselijk risico komt voor in alle sectoren. Met menselijk risico bedoelt men het risico op sterfte, ziekte, scheiding,. Een voorbeeld hiervan is het plotse overlijden van de melkveehouder. Financieel risico verschilt van de andere soorten risico s omdat het afhankelijk is van de kapitaalstructuur van het bedrijf. Het financieel risico is een gevolg van financiering met vermogen

pdf05 GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID in de EU

pdf05 GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID in de EU pdf05 GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID in de EU MARKT- en PRIJSBELEID Het gemeenschappelijk landbouwbeleid beoogt o.a. de agrarische bevolking een redelijk inkomen te verschaffen en de consumenten te verzekeren

Nadere informatie

30-11-2015 PROGRAMMA VOERWINST VERGELIJKING ZEUGEN ONTWIKKELINGEN EN TRENDS. 2015 is prognose bedragen exclusief btw

30-11-2015 PROGRAMMA VOERWINST VERGELIJKING ZEUGEN ONTWIKKELINGEN EN TRENDS. 2015 is prognose bedragen exclusief btw PROGRAMMA DE ROL VAN DE ADVISEUR Woensdag 2 december 2015 Ontwikkelingen en trends Uitbreiden zin of onzin? Toekomst bedrijven Risicomanagement / prijsfluctuaties De succesvolle melkveehouders De rol van

Nadere informatie

De cijfers zijn exclusief BTW en subsidie zoals toeslagrechten. De specialisatie van de melkveehouderij

De cijfers zijn exclusief BTW en subsidie zoals toeslagrechten. De specialisatie van de melkveehouderij Melkveehouderij VAC consult Een zoektocht naar een evenwichtige balans tussen groei en ontwikkeling Met het oog op de afschaffing van het melkquotum op 31 maart 2015, verandert de ondernemingsomgeving

Nadere informatie

Vergelijking met buitenland

Vergelijking met buitenland Vergelijking met buitenland Michel de Haan Wageningen UR - LR USA NL Our Mission: Create a better understanding of milk production world-wide India China Ethiopia Argentinië Brazil Waarom vergelijking

Nadere informatie

Welke oude en nieuwe beperkingen houden de melkproductie op het spoor?

Welke oude en nieuwe beperkingen houden de melkproductie op het spoor? Welke oude en nieuwe beperkingen houden de melkproductie op het spoor? Erwin Wauters Senior Onderzoeker Melle, 27 maart 2015 WAT IS DE VRAAG EIGENLIJK Wat na de quota Wit goud of zwarte sneeuw?* De meningen

Nadere informatie

Technische efficiëntie is belangrijker dan lage kosten, zowel voor grote als kleine bedrijven.

Technische efficiëntie is belangrijker dan lage kosten, zowel voor grote als kleine bedrijven. Technisch efficiënt boven lage kosten 31/12/2015 Inleiding Ilvo deed op basis van anonieme Liba-boekhouddata een onderzoek naar technische en economische efficiëntie op melkveebedrijven. - Het hoofdbesluit

Nadere informatie

Ontwikkeling in de melkmarkt 21/04/2015

Ontwikkeling in de melkmarkt 21/04/2015 Ontwikkeling in de melkmarkt 21/04/2015 Melk- en voermarkt kort samengevat Vooruitzichten voor de melkmarkt zijn pover tot aan de zomer De melkmarkt is in de ban van het einde van de melkquotering o Afwachtende

Nadere informatie

Visie op het EU zuivelbeleid na de quota

Visie op het EU zuivelbeleid na de quota Jan Maarten Vrij Indeling presentatie 1. De zuivelsector in Nederland 2. Hoog Niveau Expert Groep Zuivel 3. Discussiepunten Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 4. Standpunten Nederlandse Zuivelindustrie 2van

Nadere informatie

Studiedag melkvee Mag het een liter méér zijn?

Studiedag melkvee Mag het een liter méér zijn? Studiedag melkvee Mag het een liter méér zijn? Financiering van het groeiend melkveebedrijf Jan Leyten 6 november 2014 Agenda 1. Evoluties in de melkveesector 2. Verantwoord investeren 3. Investeren in

Nadere informatie

Schommelingen in de melkmarkt

Schommelingen in de melkmarkt Schommelingen in de melkmarkt Bent u over 5 à 10 jaar nog succesvol melkveehouder? Januari 2015 Flynth Paula Bulk Patrick Schrijver Rinus Wientjens Kennismaking thema Risicomanagement INTRODUCTIE Voorstellen

Nadere informatie

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? vbo-analyse Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? September 2014 I Raf Van Bulck 39,2% II Aandeel van de netto toegevoegde waarde gegenereerd door bedrijven dat naar

Nadere informatie

2015: Kans(en) en/of bedreiging voor de melkveehouder?!

2015: Kans(en) en/of bedreiging voor de melkveehouder?! 2015: Kans(en) en/of bedreiging voor de melkveehouder?! Vic Boeren (06 53407806) Eric Bouwman (06 26544114) november 2014 DLV Dier Groep BV Onafhankelijk, toonaangevend en landelijk werkend adviesbedrijf

Nadere informatie

STERK MET MELK BESLISSINGEN NEMEN OP BASIS VAN BEDRIJFSECONOMISCHE KENGETALLEN.

STERK MET MELK BESLISSINGEN NEMEN OP BASIS VAN BEDRIJFSECONOMISCHE KENGETALLEN. STERK MET MELK BESLISSINGEN NEMEN OP BASIS VAN BEDRIJFSECONOMISCHE KENGETALLEN. Dirk Audenaert Consulent Rundvee Boerenbond INHOUD 1. DUURZAAMHEID : EEN VEELKLEURIG BEGRIP 2. KEN UW KOSTPRIJS 3. BEGRIPPEN

Nadere informatie

Bedrijfseconomische analyse

Bedrijfseconomische analyse 0,78125 Bedrijfseconomische analyse Melkveehouder Straatnaam 1234 AB Plaats Bedrijfseconomische analyse 2013 Uitgebracht aan: Melkveehouder Straatnaam 1234 AB Plaats klantnummer: 1234 Alle bedragen in

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 november 2003 (14.11) (OR. fr) 14725/03 Interinstitutioneel dossier: (CNS) 2003/0271 AGRIORG 73 AGRIFIN 143

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 november 2003 (14.11) (OR. fr) 14725/03 Interinstitutioneel dossier: (CNS) 2003/0271 AGRIORG 73 AGRIFIN 143 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 november 2003 (14.11) (OR. fr) 14725/03 Interinstitutioneel dossier: (CNS) 2003/0271 AGRIORG 73 AGRIFIN 143 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 12 november 2003 Betreft:

Nadere informatie

Waarden van fosfaatrechten - achtergrondnotitie Natuur & Milieu 1 februari 2016

Waarden van fosfaatrechten - achtergrondnotitie Natuur & Milieu 1 februari 2016 Waarden van fosfaatrechten - achtergrondnotitie Natuur & Milieu 1 februari 2016 1 Aanleiding en samenvatting In 2015 heeft toenmalig staatssecretaris Dijksma van EZ fosfaatrechten voor de melkveehouderij

Nadere informatie

Uw doel bereiken met MelkNavigator

Uw doel bereiken met MelkNavigator Uw doel bereiken met MelkNavigator Uw doel bereiken met MelkNavigator Als melkveehouder wilt u er uit halen, wat er in zit. Kies gericht voor meer melk, betere gehalten of meer grammen eiwit en/of vet.

Nadere informatie

Toekomst Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Herman Snijders Programmadirectie GLB, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I)

Toekomst Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Herman Snijders Programmadirectie GLB, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) Toekomst Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Herman Snijders Programmadirectie GLB, Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) Ontstaan Jaren vijftig: Voedselzekerheid Deviezen sparen

Nadere informatie

Portefeuilleprofielen

Portefeuilleprofielen Portefeuilleprofielen Rood BANDBREEDTE van de portefeuille Laatste update: 1 oktober 2015 ROOD Minimum Maximum Tactisch Aandelen 80,00% 100,00% 95,00% Obligaties 0,00% 15,00% 0,00% Onroerend Goed 0,00%

Nadere informatie

Marktontwikkelingen varkenssector

Marktontwikkelingen varkenssector Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te

Nadere informatie

Slagvaardig met geld!

Slagvaardig met geld! Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend. Slagvaardig met geld! 1 maximumscore 2 voorbeelden van juiste voordelen: Hij kan het drumstel direct kopen (en gebruiken). Hij

Nadere informatie

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf De markt voor de varkenshouderij in Nederland Structuur In Nederland worden op ongeveer 1. bedrijven varkens gehouden. Het aantal bedrijven met varkens is de afgelopen jaren duidelijk afgenomen (figuur

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Luca Pacioli. Portret van Luca Paciolis door Jacopo de Barbari, 1495. Luca Bartolomeo de Pacioli was een Italiaans wiskundige.

Luca Pacioli. Portret van Luca Paciolis door Jacopo de Barbari, 1495. Luca Bartolomeo de Pacioli was een Italiaans wiskundige. 33. Dubbele boekhouding. 33.1 Een beetje geschiedenis. De dubbele boekhouding werd uitgevonden door kooplieden uit Venetië en voor het eerst neergeschreven in 1494 door een Italiaanse monnik Luca Pacioli.

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 19.9.2007 COM(2007) 544 definitief VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD over de ontwikkeling van de uitgaven uit het ELGF Alarmsysteem

Nadere informatie

Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten

Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten Impact van de Russische boycot op de prijzen en de uitvoer van bepaalde landbouwproducten FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie Algemene Directie Economische Analyses en Internationale Economie

Nadere informatie

Wervelkatern. Afschaffing van de melkquotering: een historische vergissing? juni 2007. en Verantwoorde Landbouw Werkgroep voor een Rechtvaardige

Wervelkatern. Afschaffing van de melkquotering: een historische vergissing? juni 2007. en Verantwoorde Landbouw Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw Werkgroep voor een Rechtvaardige Wervelkatern Afschaffing van de melkquotering: een historische vergissing? Wervel vzw juni 2007 Vooruitgangstraat 333b9 1030 Brussel 02/203 60

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2012

De agrarische handel van Nederland in 2012 De agrarische handel van Nederland in 2012 1. Opvallende ontwikkelingen Totale wereldhandel in agrarische producten groeit voor tweede opeenvolgende jaar met ruim 10% Nederlandse agrarische export groeit

Nadere informatie

ADLO-project Arbeid ADELT

ADLO-project Arbeid ADELT ADLO-project Arbeid ADELT Op 1 mei 2010 is het demoproject gestart betreffende de Arbeidsefficiëntie en economie in de melkveehouderij: Arbeid ADELT, ook op melkveebedrijven. ADELT staat in dit geval voor

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

VAN DER MEER. Health check ten aanzien van melkquotum. Oosterwolde, 3 december 2008

VAN DER MEER. Health check ten aanzien van melkquotum. Oosterwolde, 3 december 2008 Health check ten aanzien van melkquotum Oosterwolde, 3 december 2008 In het akkoord, dat op 20 november 2008 is gesloten door de Landbouw- en Visserijraad in het kader van de Health check zijn diverse

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II Opgave 1 Quartaire sector onder vuur In de periode 1998-2001 steeg de arbeidsproductiviteit in de Nederlandse economie. Die productiviteitsstijging was niet in iedere sector even groot, zoals blijkt uit

Nadere informatie

Tussen kans en calamiteit

Tussen kans en calamiteit Tussen kans en calamiteit Risicomanagement in de varkenshouderij Door schaalvergroting, specialisering en liberalisering van de wereldhandel zullen opbrengsten sterker gaan fluctueren. ABN AMRO vindt het

Nadere informatie

Schuivende panelen. Petra Berkhout

Schuivende panelen. Petra Berkhout Schuivende panelen Petra Berkhout Kerncijfers agrocomplex Nederland, 2012 2 Aandeel (%) van deelcomplexen in TW en werkgelegenheid, 2012 Deelcomplex Toegevoegde waarde Werkgelegenh eid 2012 2012 Akkerbouw

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 13.3 16.3 uur 2 2 Voor dit examen zijn maximaal 63 punten te behalen; het examen bestaat uit 32

Nadere informatie

OEFENINGEN HOOFDSTUK 6

OEFENINGEN HOOFDSTUK 6 OEFENINGEN HOOFDSTUK 6 1 OEFENING 1 EEN INDIVIDU NEEMT EEN BELEGGING IN OVERWEGING MET VOLGENDE MOGELIJKE RENDEMENTEN EN HUN WAARSCHIJNLIJKHEDEN VAN VOORKOMEN: RENDEMENTEN -0,10 0,00 0,10 0,0 0,30 WAARSCHIJNLIJKHEID

Nadere informatie

Twentse landbouw in nieuw krachtenveld. Gerko Hopster &JurgenNeimeijer

Twentse landbouw in nieuw krachtenveld. Gerko Hopster &JurgenNeimeijer Twentse landbouw in nieuw krachtenveld Gerko Hopster &JurgenNeimeijer Programma Voorstellen Stellingen Presentatie trends en ontwikkelingen Discussie Conclusies en afronding Pratensis Adviesbureau voor

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Notitie Rentebeleid 2007

Notitie Rentebeleid 2007 Notitie Rentebeleid 2007 Inhoudsopgave Inleiding 3 De positie van de nota rentebeleid 3 De werking van het marktconform percentage 3 Totaalfinanciering versus project- of objectfinanciering 4 Rentetoerekening

Nadere informatie

Hoe kunnen melkveehouders bewegen naar een beter dierenwelzijn?

Hoe kunnen melkveehouders bewegen naar een beter dierenwelzijn? Hoe kunnen melkveehouders bewegen naar een beter dierenwelzijn? Jo Bijttebier 12/10/2011 Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek Eenheid Landbouw & Maatschappij www.ilvo.vlaanderen.be Beleidsdomein

Nadere informatie

Presentatie met uitleg per slide

Presentatie met uitleg per slide Presentatie met uitleg per slide 1 Terug- en vooruitblik In het principe cao-akkoord van december 2012 hebben we afspraken gemaakt over de noodzaak van een nieuwe en toekomstbestendige pensioenregeling

Nadere informatie

DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX

DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX FOCUS 2015 DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX RESULTATEN ENQUÊTE VOORJAAR 2015 INHOUD 1. Vlaamse conjunctuurindex 2. Landbouw 3. Tuinbouw 4. Investeringen 5. Belemmeringen 6. Meer informatie 1. VLAAMSE

Nadere informatie

Rentabiliteitsratio s

Rentabiliteitsratio s 18 Rentabiliteitsratio s Nu we de begrippen balans, resultatenrekening en kasstromentabel onder de knie hebben, kunnen we overgaan tot het meer interessante werk, nl. het onderzoek naar de performantie

Nadere informatie

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Vraag 1 (H1-14) Een schoenmaker heeft een paar schoenen gerepareerd en de klant betaalt voor deze reparatie 16 euro. De schoenmaker

Nadere informatie

Introductie Optimus advies door middel van Melkveewet en GLB 2015

Introductie Optimus advies door middel van Melkveewet en GLB 2015 Introductie Optimus advies door middel van Melkveewet en GLB 2015 Bijeenkomst 26 januari P.G. Kusters land- en tuinbouwbenodigdheden B.V, Dreumel Optimus advies Gestart in 2014 als samenwerkingsverband

Nadere informatie

Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen bij bedrijven onderling

Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen bij bedrijven onderling Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen bij bedrijven onderling Analyse voor: Ministerie van Economische Zaken 24 augustus 2015 Dun & Bradstreet Inhoud Dun & Bradstreet Onderzoek naar betalingstermijnen

Nadere informatie

Eindexamen vmbo gl/tl economie 2011 - II

Eindexamen vmbo gl/tl economie 2011 - II Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 scorepunt toegekend. MINpunten 1 maximumscore 1 2 / 6 x 100 % = 33,3% 2 maximumscore 1 Voorbeeld van een juiste reden: Klantenbinding:

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen 1 en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven

Nadere informatie

Zowel online als offline

Zowel online als offline Zowel online als offline reclame creëren online interesse in een merk Volgens bepaalde experts dient reclame tegenwoordig slechts een enkel doel: de consument naar de website van het betrokken merk lokken

Nadere informatie

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Verantwoordelijke uitgever: Erik Van Tricht, Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, Bergstraat, 30-34 - 1000 Brussel Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen VASTGOEDACTIVITEIT

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 213, Ontwerp voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD betreffende de toerekening van de indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI) in het kader van het Europees systeem van nationale en regionale

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

Beleggingsverzekeringen

Beleggingsverzekeringen Kennisfiche Beleggingsverzekeringen Beleggingsverzekeringen zijn contracten die u aangaat met een verzekeringsmaatschappij, niet met een bank. Ze worden wel verkocht via banken. Een beleggingsverzekering

Nadere informatie

Melk van Hier, kansen voor landbouw en natuur?

Melk van Hier, kansen voor landbouw en natuur? Melk van Hier, kansen voor landbouw en natuur? NATUUR EN LANDBOUW// VORSELAAR// 14 maart 2012 Draagvlakverbredingsproject Melk van Hier 1/1/2013 31/12/2013 Dit initiatief kadert binnen een overkoepelend

Nadere informatie

TOELICHTING OP DE BETALINGEN IN HET KADER VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID IN 2008

TOELICHTING OP DE BETALINGEN IN HET KADER VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID IN 2008 TOELICHTING OP DE BETALINGEN IN HET KADER VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID IN 2008 1. Het Europees landbouwbeleid Succesverhaal met schaduwzijden Toen in 1957 de doelstellingen van het Gemeenschappelijk

Nadere informatie

Mutatie ( miljoen) Mutatie 2009* in %

Mutatie ( miljoen) Mutatie 2009* in % Tweede kwartaal/eerste halfjaar 2010 26 augustus 2010 Halfjaarbericht Hoofdpunten Omzet met 10,8% gestegen naar 7,1 miljard (stijging van 4,4% tegen constante wisselkoersen) Bedrijfsresultaat met 17,6%

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

SimHerd - oefeningen. Jehan Ettema, SimHerd Inc., 22-03-2016

SimHerd - oefeningen. Jehan Ettema, SimHerd Inc., 22-03-2016 SimHerd - oefeningen Jehan Ettema, SimHerd Inc., 22-03-2016 Je gaat nu oefeningen maken met het SimHerd model. Je gaat scenarios analyseren en aan de hand daarvan vragen beantwoorden. 1. www.simherd.com,

Nadere informatie

VAN BEDRIJFSRISICO NAAR SOCIAAL ECONOMISCH RISICO BIJ LANDBOUWGEZINNEN

VAN BEDRIJFSRISICO NAAR SOCIAAL ECONOMISCH RISICO BIJ LANDBOUWGEZINNEN Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek VAN BEDRIJFSRISICO NAAR SOCIAAL ECONOMISCH RISICO BIJ LANDBOUWGEZINNEN ILVO MEDEDELING nr 14 december 211 Erwin Wauters Yann de Mey Frankwin van Winsen Steven

Nadere informatie

De fiche ligt op het bureau van

De fiche ligt op het bureau van Economie Landbouw DE BOER DIE STERFT Als het tij niet snel keert, zullen er zich dit najaar grote drama s afspelen bij de boeren. De Vlaamse landbouw zit midden in de diepste crisis uit de geschiedenis.

Nadere informatie

LTO- minimelkmarktbericht 21 maart 2013, Klaas Johan Osinga

LTO- minimelkmarktbericht 21 maart 2013, Klaas Johan Osinga LTO- minimelkmarktbericht 21 maart 2013, Klaas Johan Osinga Vraag In de laatste zes maanden was er steeds zoveel slecht nieuws over de economische groei, dat dit de consumptiegroei deed stagneren. In de

Nadere informatie

Het GLB en dierenwelzijn: hoge normen in de EU

Het GLB en dierenwelzijn: hoge normen in de EU Het GLB en dierenwelzijn: hoge normen in de EU De Europese Unie mikt hoog Europese Commissie Landbouw en plattelandsontwikkeling Bijdrage van het landbouwbeleid Het GLB biedt landbouwers een aantal stimuli

Nadere informatie

European Sick Leave Index Voorbeeldklant

European Sick Leave Index Voorbeeldklant European Sick Leave Index Voorbeeldklant Wij danken u voor de deelname aan het onderzoek European Sick Leave Index. Dit initiatief is ontwikkeld om te beantwoorden aan een groeiende vraag naar inzichten

Nadere informatie

AgroFinancieel Melkvee

AgroFinancieel Melkvee AgroFinancieel Melkvee Mts. Veehouder Koestraat 8 9999 AA Darp Bedrijfsgegevens Klantnummer: Telefoon: Adviseur: BTW boekhouding Periode: 123456 0570 664111 Dhr A.D. Viseur Alle financiële cijfers zijn

Nadere informatie

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur

Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Bedrijfseconomische Aspecten Examennummer: 71533 Datum: 14 april 2012 Tijd: 13:00 uur - 14:30 uur Dit examen bestaat uit 8 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 30 meerkeuzevragen (maximaal

Nadere informatie

b Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Financiën helder en op orde

b Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Financiën helder en op orde gemeente Eindhoven Inboeknummer 12bst01585 Dossiernummer 12.38.651 18 september 2012 Commissienotitie Betreft startnotitie over Sturen met normen: domein 'flexibiliteit'. Inleiding Op 28 augustus is in

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

IEUWSBR. Fiscale behandeling UWS. van toeslagrechten. Task Force Economie IEUWS S NIEUWSBRIE

IEUWSBR. Fiscale behandeling UWS. van toeslagrechten. Task Force Economie IEUWS S NIEUWSBRIE UWS Fiscale behandeling S UWSBR S BR UWS IEUWS IEUWSBR BR van toeslagrechten Task Force Economie S IEUWSBR BR IEUWS NIEUWSBRIE NIEUWS BRIE S NIEUWSBRIE Fiscale behandeling van toeslagrechten De ministers

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN KREDIETOVERSCHRIJVING NR. DEC 42/2009 NIET-VERPLICHTE UITGAVEN

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN KREDIETOVERSCHRIJVING NR. DEC 42/2009 NIET-VERPLICHTE UITGAVEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ALGEMENE BEGROTING 2009 AFDELING III COMMISSIE TITELS 01, 21 BRUSSEL, 16/10/2009 KREDIETOVERSCHRIJVING NR. DEC 42/2009 NIET-VERPLICHTE UITGAVEN EUR VAN HOOFDSTUK

Nadere informatie

2. Simulatie van de impact van een "centen i.p.v. procenten"-systeem

2. Simulatie van de impact van een centen i.p.v. procenten-systeem Bijlage/Annexe 15 DEPARTEMENT STUDIËN Impact van een indexering in centen i.p.v. procenten 1. Inleiding Op regelmatige tijdstippen wordt vanuit verschillende bronnen gesuggereerd om het huidige indexeringssysteem

Nadere informatie

Vereniging voor Weide en Voederbouw Verdwijnt de grond gebonden landbouw uit Nederland?

Vereniging voor Weide en Voederbouw Verdwijnt de grond gebonden landbouw uit Nederland? Vereniging voor Weide en Voederbouw Verdwijnt de grond gebonden landbouw uit Nederland? Herman Versteijlen, Directeur DG AGRI Lelystad, 21 september 2006 Verleiding van beweiding Vele ontwikkelingen die

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II Opgave 1 Uit een krant: Uitzendbranche blijft groeien Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de uitzendbranche in het eerste kwartaal van 1998 flink is gegroeid. In vergelijking

Nadere informatie

Ruilen over de tijd (havo)

Ruilen over de tijd (havo) 1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Datum 25 februari 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Merkies (SP) over renteopslagen rentederivaten

Datum 25 februari 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Merkies (SP) over renteopslagen rentederivaten > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Extra opgaven hoofdstuk 15

Extra opgaven hoofdstuk 15 Extra opgaven hoofdstuk 15 Opgave 1 Veronderstel dat de oliemarkt wordt beschreven door het onderstaande model (1) q v = 20 p + 16.000 p prijs per vat olie in euro s (2) q a = 20 p q v, q a aangeboden,

Nadere informatie

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...

Nadere informatie

notarisbarometer 2012 : meer vastgoedtransacties in België Vastgoedactiviteit in België www.notaris.be 106,4 106,8 101,6 99,2 100 99,2 99,8

notarisbarometer 2012 : meer vastgoedtransacties in België Vastgoedactiviteit in België www.notaris.be 106,4 106,8 101,6 99,2 100 99,2 99,8 notarisbarometer Vastgoed, vennootschappen, familie www.notaris.be A B C D E n 15 Oktober - december Trimester 4 - Vastgoedactiviteit in België Prijsevolutie Registratierechten Vennootschappen De familie

Nadere informatie

Sectoranalyse Horeca 2014

Sectoranalyse Horeca 2014 HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2014 Ondernemingen Faillissementen Oprichtingen en schrappingen Omzet en investeringen 2014 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca

Nadere informatie

Monte Carlo-analyses waarschijnlijkheids- en nauwkeurigheidsberekeningen van

Monte Carlo-analyses waarschijnlijkheids- en nauwkeurigheidsberekeningen van Waarom gebruiken we Monte Carlo analyses? Bert Brandts Monte Carlo-analyses waarschijnlijkheids- en nauwkeurigheidsberekeningen van gebeurtenissen kunnen een bruikbaar instrument zijn om de post Onvoorzien

Nadere informatie

Exposure vanuit optieposities

Exposure vanuit optieposities Exposure vanuit optieposities ABN AMRO is continue bezig haar dienstverlening op het gebied van beleggen te verbeteren. Eén van die verbeteringen betreft de vaststelling van de zogenaamde exposure (blootstelling)

Nadere informatie

Bent u zelfstandige met vennootschap? Gewaarborgd inkomen Kies voor financiële zekerheid, ook bij arbeidsongeschiktheid!

Bent u zelfstandige met vennootschap? Gewaarborgd inkomen Kies voor financiële zekerheid, ook bij arbeidsongeschiktheid! Bent u zelfstandige met vennootschap? Gewaarborgd inkomen Kies voor financiële zekerheid, ook bij arbeidsongeschiktheid! Niemand kan voorspellen hoe uw professionele toekomst er zal uitzien. Er zijn heel

Nadere informatie

4.12.2013 A7-0383/2. Herbert Dorfmann, Maria do Céu Patrão Neves, Luís Paulo Alves e.a.

4.12.2013 A7-0383/2. Herbert Dorfmann, Maria do Céu Patrão Neves, Luís Paulo Alves e.a. 4.12.2013 A7-0383/2 2 Overweging B B. overwegende dat krachtens artikel 33 van Verordening (EU) nr. [...] [PO] gebieden ten noorden van de 62ste breedtegraad en bepaalde aangrenzende gebieden als berggebieden

Nadere informatie

Risicoprofielen voor Vermogensbeheer A la Carte

Risicoprofielen voor Vermogensbeheer A la Carte Risicoprofielen voor Vermogensbeheer A la Carte Inleiding Onze risicoprofielen 1. Wat is een risicoprofiel? 2. Wat zijn vermogenscategorieën? 3. Welke risicoprofielen gebruiken wij? Uw risicoprofiel 4.

Nadere informatie

UW BEDRIJF FINANCIEREN

UW BEDRIJF FINANCIEREN UW BEDRIJF FINANCIEREN BEDRIJFSFINANCIERING Zonder financiering kan een onderneming niet bestaan. Of het nu gaat om de omvang van het eigen vermogen of de ontwikkeling van uw werkkapitaal: de wijze waarop

Nadere informatie

Ondersteuning van de brede weersverzekering: STEUNVERLENINGSLOGICA EN DE BIJDRAGE TOT DE AANDACHTSGEBIEDEN EN HORIZONTALE DOELSTELLINGEN

Ondersteuning van de brede weersverzekering: STEUNVERLENINGSLOGICA EN DE BIJDRAGE TOT DE AANDACHTSGEBIEDEN EN HORIZONTALE DOELSTELLINGEN M17: RISICOMANAGEMENT (ART. 36-39) 1. RECHTSGRONDSLAG Binnen M17 'risicobeheer' wordt één maatregel voorzien: Ondersteuning van de brede weersverzekering: o Artikel 36 van Verordening (EU) nr. 13052013:

Nadere informatie

BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V.

BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V. BUSINESS VALUATION UITWERKING TOPAAS B.V. VERONDERSTELLINGEN Vraagprijs 2.500.000 (pand en inventaris). Inkomsten: In totaal 40 kamers; Bezetting kamers: T1 45%, T2 52%, T3 63%, vanaf T4 en verder 68%;

Nadere informatie

Rendement = investeringsopbrengst/ investering *100% Reëel rendement = Nominaal rendement / CPI * 100-100 Als %

Rendement = investeringsopbrengst/ investering *100% Reëel rendement = Nominaal rendement / CPI * 100-100 Als % Inflatie Stijging algemene prijspeil Consumenten Prijs Indexcijfer Gewogen gemiddelde Voordeel: Mensen met schulden Nadeel: Mensen met loon, spaargeld Reële winst bedrijven daalt Rentekosten bedrijven

Nadere informatie

Persbericht Aantal pagina s: 4

Persbericht Aantal pagina s: 4 Persbericht Aantal pagina s: 4 Brunel: sterke groei omzet en winst Kernpunten verslagjaar 2004 Omzet 313 miljoen; 27% groei EBIT 11,0 miljoen; toename van 8,1 miljoen Nettowinst 7,3 miljoen; toename van

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

Grafieken Economie Hoofdstuk 7

Grafieken Economie Hoofdstuk 7 Economie: Grafieken Hoofdstuk 7 1 Inhoud Grafieken Economie Hoofdstuk 7 door ieter Nobels ONDERNEMERSGEDRG BIJ OLKOMEN CONCURRENTIE... 3 GLOBL MRKTEENWICHT... 3 ERSCHUIINGEN N RG- EN NBODCURE (GLOBLE MRKT)...

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen I en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 2 juni 3.3 6.3 uur 2 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel

Nadere informatie