De voor- en nadelen van een tweetrapsmaking Is het gunstig om vermogen te laten vererven door middel van een tweetrapsmaking?

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De voor- en nadelen van een tweetrapsmaking Is het gunstig om vermogen te laten vererven door middel van een tweetrapsmaking?"

Transcriptie

1 Scriptie Master Notarieel recht Universiteit van Amsterdam Student: Suzanne Nieuwendijk Studentnummer: Scriptiebegeleider: prof. dr. J.P.M. Stubbé Tweede begeleider: mr. drs. M.R. Kremer Datum: De voor- en nadelen van een tweetrapsmaking Is het gunstig om vermogen te laten vererven door middel van een tweetrapsmaking?

2 Inhoudsopgave Pagina Inleiding 2 Hoofdstuk 1: Voorwaardelijke verkrijgingen Inleiding Voorwaarde & Tijdsbepaling Ontbindende & opschortende voorwaarde Overige aspecten van de voorwaardelijke verkrijging 7 Hoofdstuk 2: De tweetrapsmaking Inleiding Tweetrapsmaking algemeen Tweetrapsmaking met bewaarplicht (fideï-commis) Tweetrapsmaking met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid 12 (fideï-commis de residuo) Het Boerenplaatsje-arrest Zaaksvervanging en tweetrapsvermogen Civiele voordelen tweetrapsmaking Civiele nadelen tweetrapsmaking 18 Hoofdstuk 3: Fiscale aspecten van voorwaarden en tweetrapsmakingen Inleiding Fiscale behandeling voorwaardelijke verkrijging en tweetrapsmaking Fiscale voordelen tweetrapsmaking Fiscale nadelen tweetrapsmaking Buitenlandsituaties Schenkingen voor overlijden 26 Hoofdstuk 4: Tweetrapsmaking, wettelijke verdeling of vruchtgebruiktestament? Inleiding Tweetrapsmaking tegenover vruchtgebruiktestament Tweetrapsmaking tegenover wettelijke verdeling Ongehuwde samenwoners met en zonder kinderen Ondernemingsvermogen en tweetrapsmaking 32 Hoofdstuk 5: Conclusie 33 Literatuurlijst 35 1

3 Inleiding Op 1 maart 2010 is in het televisieprogramma Tros Radar aandacht besteed aan de tweetrapsmaking. 1 In deze uitzending werd de tweetrapsmaking als oplossing geboden voor het liquiditeitsprobleem dat kan ontstaan indien een langstlevende echtgenoot de erfbelasting van de kinderen moet voorschieten. 2 Een tweetrapsmaking kan bewerkstelligen dat de kinderen pas na het overlijden van de langstlevende echtgenoot hun erfdeel verkrijgen. De kinderen zijn in dat geval pas erfbelasting verschuldigd op het moment dat zij de goederen daadwerkelijk verkrijgen. Sinds de uitzending van Tros Radar wordt bij het opstellen van een testament steeds vaker voor de tweetrapsmaking gekozen. 3 Ook zijn in de maanden na 1 maart 2010 meer testamenten opgemaakt dan gebruikelijk was in dezelfde periode in voorgaande jaren. 4 De vraag is echter of het tweetrapstestament wel zo gunstig is als het televisieprogramma doet geloven. Zowel civiel- als fiscaalrechtelijk kan dit per geval verschillen. In de uitzending van Tros Radar werd de nadruk gelegd op het uitstel van de heffing van erfbelasting. Bij het opstellen van een tweetrapsmaking moet echter rekening worden gehouden met civielrechtelijke verplichtingen voor de langstlevende echtgenoot. Ook fiscaalrechtelijk is het aan te raden om per geval een vergelijking met andere testamentvormen te maken. In deze scriptie wordt ingegaan op de verschillende vooren nadelen die kleven aan een tweetrapsmaking. Centraal hierbij staat de volgende vraag: Is het voor erfgenamen dan wel legatarissen vanuit civiel- en fiscaalrechtelijk perspectief gunstig om vermogen uit een nalatenschap te verkrijgen door middel van een tweetrapsmaking? Een tweetrapsmaking is een vorm van een voorwaardelijke making. 5 Om een goed beeld te geven van de tweetrapsmaking, wordt in het eerste hoofdstuk ingegaan op de civielrechtelijke behandeling van de voorwaardelijke making in het algemeen. In het tweede hoofdstuk komt de tweetrapsmaking aan bod. Een tweetrapsmaking is een testamentvorm die wordt ingezet om meerdere personen na elkaar te laten erven van dezelfde erflater. De fiscale behandeling van voorwaardelijke makingen en tweetrapsmakingen worden in het derde hoofdstuk behandeld. Hierbij wordt bijvoorbeeld ingegaan op de vraag wat de gevolgen zijn voor de belastingheffing als de (toekomstige) erflater emigreert en remigreert. Ook wordt besproken wat het gevolg is van een schenking die door de erflater vlak voor zijn overlijden is gedaan. Om een goed beeld te krijgen van de fiscale uitwerking van de tweetrapsmaking, wordt in hoofdstuk 4 een vergelijking gemaakt met Artikel 4:14 lid 1 BW juncto artikel 4:7 lid 1 sub e BW; zie ook Ebben Vgl. Speetjens KNB Jaarverslag , par ; zie ook Brinkman 2011 (I), par Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX.3.7; Een making is de verzamelnaam van een erfstelling (artikel 4:115 BW) en een legaat (artikel 4:117 BW), zie hierover hoofdstuk 2. 2

4 onder andere de wettelijke verdeling en een vruchtgebruiktestament. Ten slotte zal hoofdstuk 5 worden gewijd aan de conclusie. Hoofdstuk 1 Voorwaardelijke verkrijgingen 1.1 Inleiding In de Successiewet 1956 worden de termen verkrijgingen onder ontbindende en opschortende voorwaarden gebruikt. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat onder dergelijke voorwaardelijke verkrijgingen wordt verstaan. Op grond van artikel 1 Successiewet 1956 (hierna ook: SW alsmede Successiewet) is een verkrijging krachtens erfrecht en schenking belast met respectievelijk erfbelasting en schenkbelasting. Met voorwaardelijke verkrijgingen worden verkrijgingen krachtens erfrecht of schenking bedoeld die aan een bepaalde voorwaarde zijn gekoppeld. In deze scriptie wordt vooral ingegaan op de verkrijgingen krachtens erfrecht. In paragraaf 1.2 worden de algemene begrippen voorwaarden en tijdsbepalingen uitgelegd. In de derde paragraaf zal ik nader ingaan op het onderscheid tussen een ontbindende en opschortende voorwaarde. Vervolgens wordt in de vierde paragraaf stilgestaan bij de overige aspecten van voorwaarden. Over de bovengenoemde onderwerpen zijn veel wettelijke regelingen te vinden. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen de civielrechtelijke en fiscaalrechtelijke regelingen. In dit hoofdstuk wordt vooral ingegaan op de civielrechtelijke behandeling van voorwaardelijke makingen. De fiscaalrechtelijke bepalingen komen in hoofdstuk 3 aan bod. 1.2 Voorwaarde & tijdsbepaling Ingevolge artikel 3:38 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan een rechtshandeling onder een tijdsbepaling of een voorwaarde worden verricht, tenzij uit de wet of de aard van de rechtsverhoudingen anders voortvloeit. 6 Niet alleen een testamentaire making of een schenking kan onder een voorwaarde of tijdsbepaling worden verricht, ook is bijvoorbeeld een voorwaardelijke last of een goederenrechtelijke rechtshandeling (bijvoorbeeld een voorwaardelijke verdeling) mogelijk. 7 Op grond van artikel 3:38 lid 2 BW hebben voorwaarden geen terugwerkende kracht. 8 De vervulling van een voorwaarde heeft goederenrechtelijke werking, waardoor het rechtsgevolg van rechtswege 6 Asser/Hartkamp & Sieburgh (6-III*) 2010/348; Asser/Hartkamp & Sieburgh (6-I*) 2012/183; Van der Burght & Ebben 2004, nr Asser/Hartkamp & Sieburgh (6-III*) 2010/ Zie ook Asser/Hartkamp & Sieburgh (6-III*) 2010/348; onder het oude erfrecht (Boek 4 BW voor 1 januari 2003) was dit anders. 3

5 intreedt. 9 De verkrijger onder opschortende voorwaarde heeft ten gevolge hiervan een sterkere positie dan wanneer hij slechts een obligatoire aanspraak op de goederen zou hebben. 10 Een verbintenis is ingevolge artikel 6:21 BW voorwaardelijk, indien bij rechtshandeling de werking van de verbintenis afhankelijk is gesteld van een toekomstige onzekere gebeurtenis. 11 Het verschil met een tijdsbepaling zit in de (on)zekerheid: een tijdsbepaling is een zekere gebeurtenis die in de toekomst zal plaatsvinden. 12 Het is mogelijk om bij de formulering van een voorwaarde een bepaalde tijd of een datum te noemen. Deze zou bijvoorbeeld kunnen luiden: Indien mijn vriendin Petra nog leeft dertig dagen na mijn overlijden, zal zij enig erfgenaam van mijn nalatenschap zijn. De onzekerheid zit in dit geval in het leven van Petra op een bepaald tijdstip. Ondanks dat een bepaalde tijd wordt genoemd, is hier sprake van een voorwaarde en niet van een tijdsbepaling. Dit is een voorbeeld van een testamentaire dertigdagenclausule waarmee wordt voorkomen dat binnen een korte tijd (vaak dertig dagen, maar dit kan ook een andere periode zijn) tweemaal erfbelasting is verschuldigd. 13 Door middel van een dertigdagenclausule kan een tweede verkrijger worden benoemd die alleen erft, indien de eerste verkrijger binnen dertig dagen komt te overlijden. Het onderscheid tussen een voorwaarde en een tijdsbepaling is soms moeilijk te maken. In de literatuur wordt het voorbeeld genoemd dat aan iemand een legaat zal worden uitgekeerd wanneer hij meerderjarig wordt. 14 Dit beding kan als een voorwaarde worden opgevat, omdat het niet zeker is dat de betreffende persoon de leeftijd bereikt waarop hij meerderjarig zal worden. Het beding kan echter ook als een tijdsbepaling worden gelezen. De persoon zal het legaat verkrijgen op het moment dat hij de leeftijd van achttien jaar bereikt. 15 Het verschil tussen een voorwaarde en een tijdsbepaling is van belang voor de toepasselijkheid van de verschillende wettelijke regelingen. Deze twee rechtsfiguren worden namelijk zowel civiel- als fiscaalrechtelijk verschillend behandeld. De wet converteert een overdracht onder tijdsbepaling van rechtswege tot een vruchtgebruikconstructie. Voor erfstellingen onder tijdsbepalingen blijkt deze conversie uit artikel 4:136 BW. Dit heeft tot gevolg dat de verkrijger onder opschortende tijdsbepaling de bloot-eigendom verkrijgt en de verkrijger onder ontbindende tijdsbepaling het recht van vruchtgebruik. 16 Zodra het 9 Asser/Hartkamp & Sieburgh (6-I*) 2012/ Het recht blijft op de goederen rusten bij een overgang onder algemene of bijzondere titel; de erfgenaam heeft bijvoorbeeld het recht om de goederen op te eisen van een ieder die haar zonder recht houdt, artikel 5:2 BW en de hereditatis petitio van artikel 4:183 BW. 11 Asser/Hartkamp & Sieburgh (6-I*) 2012/ ; zie ook Asser/Mijnssen, De Haan & Van Dam (3-I) 2006/ Aldus ook Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX.1; Van der Burght & Ebben 2004, nr Van Vijfeijken 2012 (Cursus Belastingrecht S&E), B. 14 Asser/Perrick (4*) 2009/161; zie ook Mollema 2007 p Ter zijde: meerderjarigheid kan in bepaalde gevallen ontstaan op een eerdere leeftijd, zie artikel 1:233 BW. 16 Zie voor het onderscheid ontbindend en opschortend, paragraaf

6 tijdstip aanbreekt dat in het testament genoemd is (of eerder bij overlijden van de vruchtgebruiker), wast het vruchtgebruik aan bij de bloot-eigenaar zodat deze een volledig eigendomsrecht verkrijgt. Artikel 4:136 BW is alleen van toepassing op erfstellingen onder tijdsbepalingen. Voor legaten van goederen onder tijdsbepalingen moet worden gekeken naar het algemene artikel 3:85 lid 1 BW. Hierin is een vergelijkbare conversie opgenomen. Legaten van goederen die onder een tijdsbepaling worden verkregen, worden omgezet in legaten die recht geven op een vruchtgebruik. De verkrijger onder opschortende tijdsbepaling krijgt een legaat dat hierop aansluit: een legaat van dezelfde goederen onder voorbehoud van het vruchtgebruik. De verkrijger onder opschortende tijdsbepaling verkrijgt dus de bloot-eigendom. De gedachte achter deze conversie kwam van de ontwerper van het BW, Meijers. De tijdelijke eigendom die voortvloeide uit een making onder tijdsbepaling was ongewenst en omdat tijdelijke eigendom veel leek op de rechtsfiguur van het vruchtgebruik, werd een conversie voorgesteld. 17 Later is een algemener artikel voorgesteld (huidige artikel 3:85 BW), waarin een dergelijke conversie voor eigendom is opgenomen. Het gevolg van de conversie is dat de making onder ontbindende tijdsbepaling niet langer kan bestaan dan het leven van de verkrijger onder ontbindende tijdsbepaling (artikel 3:203 lid 2 BW). Een regel zoals is bepaald voor verkrijgingen onder voorwaarde die beperkt wordt in de tijd is bij tijdsbepalingen dus niet nodig. 18 Ook zijn vermaakte goederen onder tijdsbepaling niet vererfbaar, bij overlijden van de verkrijger onder ontbindende tijdsbepaling eindigt het tijdelijke vruchtgebruik. In paragraaf 2.5 kom ik terug op het Boerenplaatsje-arrest waarin op dit punt een andere mogelijkheid wordt gegeven voor makingen onder een voorwaarde. De bovengenoemde conversie is alleen van toepassing op tijdsbepalingen, niet op voorwaarden. Toch zijn de vruchtgebruikbepalingen van titel 8 van Boek 3 BW relevant in geval van voorwaardelijke verkrijgingen. Deze vruchtgebruikbepalingen worden namelijk in artikel 4:138 lid 2 BW van overeenkomstige toepassing verklaard op de interne verhouding tussen de verkrijger onder ontbindende en de verkrijger onder opschortende voorwaarde. In hoofdstuk 2 wordt hierop teruggekomen. De wettelijke conversie van overdrachten onder tijdsbepalingen verschilt dus van de overeenkomstige toepasselijk-verklaring bij voorwaardelijke verkrijgingen. 19 Om te kunnen erven moet men op grond van artikel 4:56 lid 1 BW in beginsel bestaan op het moment dat de nalatenschap openvalt. In bepaalde gevallen is het echter mogelijk om ongeborenen als erfgenaam of legataris te benoemen op grond van de uitzonderingen in artikel 4:56 lid 2 tot en met 4 BW. Deze uitzonderingen gelden alleen voor bepaalde voorwaardelijke makingen, niet voor 17 Van der Burght & Ebben 2004, nr Vgl. paragraaf 2.4 over artikel 4:140 BW. 19 Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX

7 makingen onder een tijdsbepaling. In paragraaf 2.4 wordt uitgebreider teruggekomen op de uitzonderingen op de bestaanseis. Tussen voorwaarden en tijdsbepalingen zijn dus drie verschillen van belang: (i) een tijdsbepaling heeft betrekking op een zekere toekomstige gebeurtenis en een voorwaarde op een onzekere toekomstige gebeurtenis; (ii) de vruchtgebruikbepalingen zijn bij voorwaarden slechts van overeenkomstige toepassing en bij tijdsbepalingen vindt een wettelijke conversie plaats in een recht van vruchtgebruik; en (iii) bij tijdsbepalingen kunnen geen personen worden benoemd die nog niet bestaan op het moment van openvallen van de nalatenschap, dit is in bepaalde gevallen bij voorwaardelijke verkrijgingen wel het geval. 20 In het navolgende ga ik vooral in op de verkrijgingen onder voorwaarden. Hierbij is van belang of sprake is van een ontbindende of opschortende voorwaarde. 1.3 Ontbindende & opschortende voorwaarde Een verkrijger onder ontbindende voorwaarde verkrijgt de goederen direct bij het overlijden van de erflater. Op het moment dat de voorwaarde in vervulling gaat, wordt de rechtshandeling echter ontbonden en komen de goederen aan een ander toe (artikel 6:22 BW). 21 Een opschortende voorwaarde is hier de tegenhanger van. Bij een verkrijging onder opschortende voorwaarde worden de goederen pas onvoorwaardelijk verkregen op het moment dat de voorwaarde in vervulling gaat (artikel 6:22 BW). 22 Ontbindende en opschortende voorwaarden kunnen op elkaar aansluiten, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Een tweetrapsmaking is een voorbeeld van op elkaar aansluitende voorwaarden. In hoofdstuk 2 wordt uitgebreider ingegaan op de tweetrapsmaking. Een voorbeeld van een voorwaarde die niet op een andere voorwaarde aansluit, is een making onder opschortende voorwaarde, zonder een aanwijzing van een verkrijger onder ontbindende voorwaarde. Indien de erflater niets heeft bepaald over de andere verkrijger, dan wordt deze geroepen aan de hand van het wettelijke erfrecht. Een verkrijger onder ontbindende of opschortende voorwaarde kan slechts over het verkregene beschikken met inbegrip van de voorwaarde. 23 Indien de verkrijger onder ontbindende voorwaarde het goed bijvoorbeeld wil overdragen, dan zal hij dit alleen kunnen doen onder dezelfde voorwaarde waaronder hij het heeft verkregen. Dit is een uitvloeisel van het nemo plus-beginsel: 20 Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX Asser/Hartkamp & Sieburgh (6-I*) 2012/164 en 184; zie ook Asser/Mijnssen, De Haan & Van Dam (3-I) 2006/ Zie ook Asser/Hartkamp & Sieburgh (6-I*) 2012/164; zie ook Asser/Mijnssen, De Haan & Van Dam (3-I) 2006/ Asser/Mijnssen, De Haan & Van Dam (3-I) 2006/218. 6

8 niemand kan meer rechten overdragen dan hij zelf heeft. 24 Dit wordt in artikel 3:84 lid 4 BW als volgt uitgedrukt: Wordt ter uitvoering van een voorwaardelijke verbintenis geleverd, dan wordt slechts een recht verkregen, dat aan dezelfde voorwaarden als die verbintenis is onderworpen. Ook een verkrijger onder opschortende voorwaarde kan zijn recht op de goederen vervreemden. De verkrijger onder opschortende voorwaarde heeft weliswaar nog geen goederen in handen, wel verkrijgt hij op het moment van overlijden van de erflater een recht op de goederen, dat vatbaar is voor vervreemding. Degene aan wie hij vervreemdt, verkrijgt een recht op de goederen waaraan dezelfde voorwaarde is verbonden. Uit de formulering van de voorwaarde kan niet altijd worden opgemaakt of het een ontbindende of opschortende voorwaarde betreft. Zo heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de vraag of in geval van een testamentaire dertigdagenclausule sprake was van een opschortende of een ontbindende voorwaarde. 25 Bij goederen die bijvoorbeeld in waarde gedaald zijn binnen de betreffende dertig dagen, kan dit onderscheid een verschil in de hoogte van de erfbelasting betekenen. Het is dus belangrijk dat de voorwaarde op de juiste wijze wordt geformuleerd. 1.4 Overige aspecten van de voorwaardelijke verkrijging Het is goed mogelijk dat een verkrijger onder opschortende voorwaarde overlijdt voordat de voorwaarde in vervulling is gegaan. De vraag is of het recht van de (overleden) verkrijger onder opschortende voorwaarde overgaat op zijn erfgenamen of dat dit recht komt te vervallen. In artikel 4:137 BW is bepaald dat men nog moet bestaan op het ogenblik dat de voorwaarde wordt vervuld, om aan een making onder opschortende voorwaarde een recht te kunnen ontlenen. 26 Uit het tweede zinsdeel blijkt dat dit niet het geval is indien uit de uiterste wil of uit de aard van de beschikking het tegendeel voortvloeit. Indien de erflater een dergelijke bepaling in zijn testament heeft opgenomen en indien het geen persoonlijke prestatie betreft die na het overlijden niet meer kan worden uitgevoerd, dan gaat het recht over op de erfgenamen van de verkrijger onder opschortende voorwaarde. 27 De erflater kan ook een subsidiaire verkrijger onder opschortende voorwaarde benoemen. In plaats van de erfgenamen van de overleden verkrijger onder opschortende voorwaarde, zal in dat geval de subsidiaire verkrijger het recht op de goederen verkrijgen. Heeft de erflater echter geen subsidiaire verkrijger onder opschortende voorwaarde aangewezen en blijkt niet uit de uiterste wilsbeschikking het tegendeel zoals bedoeld in artikel 4:137 BW, dan zal het recht 24 Voluit heet dit beginsel: Nemo plus iuris transferre potest quam ipse habeat; zie ook Rank-Berenschot 2011, onderdeel 2.c. 25 HR 15 januari 1992, LJN AN Van der Burght & Ebben 2004, nr. 427; Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX Asser/Hartkamp & Sieburgh (6-I*) 2012/178. 7

9 vervallen en wordt de verkrijger onder ontbindende voorwaarde (of zijn rechtsopvolger) onvoorwaardelijk eigenaar. 28 Op grond van artikel 4:139 lid 1 BW geldt een ontbindende voorwaarde als vervuld indien degene die daar belang bij heeft, heeft belet dat de voorwaarde in vervulling is gegaan (overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid). Andersom geldt op grond van lid 2 dat de opschortende voorwaarde als niet vervuld geldt, indien iemand juist heeft bewerkstelligd dat de voorwaarde in vervulling gaat, overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid. 29 Artikel 4:45 lid 1 BW bepaalt dat een voorwaarde voor niet geschreven wordt gehouden indien deze onmogelijk te vervullen is of in strijd is met de goede zeden, openbare orde of een dwingende wetsbepaling. 30 Een voorbeeld van strijd met de goede zeden is dat de geldvorderingen van de kinderen in geval van een wettelijke verdeling opeisbaar worden op het moment dat de langstlevende echtgenoot opnieuw in het huwelijk treedt. 31 Volgens Perrick is beslissend dat de persoonlijke vrijheid van de voorwaardelijke erfgenaam of legataris niet teveel wordt beïnvloed door de voorwaarde. 32 Uit de tweede volzin van artikel 4:45 lid 1 BW blijkt dat de uiterste wilsbeschikking zelf alleen nietig is, indien de nietige voorwaarde de beslissende beweegreden tot de uiterste wilsbeschikking is geweest. 33 De vervulling van een voorwaarde is een inschrijfbaar feit voor de openbare registers op grond van artikel 3:17 lid 1 sub c BW. 34 Zoals gezegd heeft een voorwaarde goederenrechtelijke werking en zal het rechtsgevolg van rechtswege intreden. De rechtszekerheid eist dat het bestaan van een voorwaarde uit de registers blijkt. Dit is bijvoorbeeld van belang voor de notaris die moet achterhalen wie rechthebbende op een registergoed is. 35 De wetgever heeft de voorwaardelijke verkrijgingen in de tijd beperkt. In artikel 4:140 lid 1 BW wordt namelijk bepaald dat een voorwaarde niet langer dan dertig jaar kan bestaan. Dit geldt op grond van lid 2 ook voor een legaat van een bepaald goed van de nalatenschap. 36 Voor tweetrapsmakingen (waaronder tweetrapslegaten) is hierop een uitzondering gemaakt in artikel 4:141 BW. Hier kom ik in hoofdstuk 2 op terug. 28 Zie ook Brinkman 2011 (II). 29 Vgl. artikel 6:23 BW; zie ook Van der Burght & Ebben 2004, nr Zie ook Asser/Perrick (4*) 2009/ Asser/Perrick (4*) 2009/ Asser/Perrick (4*) 2009/ Zie ook Mellema-Kranenburg 2011 (art. 4:45 BW), par Zie ook artikel 30 lid 1 Kadasterwet; daarnaast wordt de dood van de vruchtgebruiker van een registergoed in de openbare registers ingeschreven, artikel 3:17 lid 1 sub c BW juncto artikel 30 lid 2 Kadasterwet. 35 Ter zijde: Nederland heeft een negatief stelsel met betrekking tot inschrijfbare feiten, Huijgen 2011, par Asser/Perrick (4*) 2009/170. 8

10 Hoofdstuk 2 - De tweetrapsmaking 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt vooral ingegaan op de civielrechtelijke behandeling van de tweetrapsmaking. Niet alleen de voordelen van een tweetrapsmaking worden besproken, maar ook wordt stilgestaan bij de civielrechtelijke complicaties die een tweetrapsmaking met zich mee kan brengen. Een making is de verzamelnaam voor een erfstelling en een legaat. 37 De tweetrapsmaking wordt van oudsher ook wel making over de hand genoemd. De tweetrapsmaking is een species van de voorwaardelijke making, dit volgt onder andere uit artikel 4:141 BW. 38 Voorwaardelijke makingen worden volgens Verstappen vooral gebruikt als echtscheidingstestament, samenlevingstestament en dertigdagenclausule. 39 Vóór de invoering van het nieuwe erfrecht per 1 januari 2003 werd niet gesproken van een tweetrapsmaking, maar van een fideï-commis (de residuo). Omdat deze begrippen in de praktijk nog steeds voorkomen, komen deze in de volgende paragrafen ook aan bod. 2.2 Tweetrapsmaking algemeen In geval van een tweetrapsmaking wordt de erflater de insteller genoemd. Hij beschikt twee keer (in twee trappen) over zijn vermogen. De verkrijger onder ontbindende voorwaarde wordt ook wel bezwaarde genoemd en de verwachter is de verkrijger onder opschortende voorwaarde. De bezwaarde en verwachter verkrijgen beide van de insteller. Ingevolge artikel 4:141 BW bestaat een tweetrapsmaking uit de volgende elementen: - een making onder ontbindende voorwaarde; - een daarbij aansluitende making onder opschortende voorwaarde; en - de verwachter moet het moment dat de voorwaarde in vervulling gaat overleven. Het is ook mogelijk om meerdere verwachters te benoemen die na elkaar zullen verkrijgen. In dat geval wordt gesproken van een meertrapsmaking. 40 Een tweetrapsmaking is iets anders dan een vulgaire of gewone substitutie. Bij een vulgaire of gewone substitutie wordt een tweede erfstelling opgenomen in het testament voor het geval dat de eerste niet wil of kan erven of dat plaatsvervulling optreedt. 41 In geval van een tweetrapsmaking erven de verschillende personen ná elkaar, terwijl het bij vulgaire of gewone substitutie gaat om een 37 Verstappen 2011 (Afd. 5 Boek 4 BW), par. 1; zie voor het tweetrapslegaat: Asser/Perrick (4*) 2009/ Asser/Perrick (4*) 2009/168; Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX.3.14 e.v.; zie ook Van Vijfeijken 2012 (T&C), par Stollenwerck 2007, par Asser/Perrick (4*) 2009/115. 9

11 plaatsvervanging. 42 In het geval dat meerdere verwachters zijn aangewezen (meertrapsmaking), hebben alle verwachters vanaf het moment van overlijden van de insteller een recht op de bezwaarde goederen. Dit is niet het geval bij plaatsvervanging, omdat uiteindelijk slechts één verkrijger een recht verkrijgt op de betreffende goederen. Volgens Ebben en Van der Burght wordt aangenomen dat een tweetrapsmaking tevens een stilzwijgende vulgaire substitutie inhoudt voor het geval dat de verkrijger onder ontbindende voorwaarde bijvoorbeeld verwerpt. 43 Ook indien de eerste verkrijger onwaardig is of komt te overlijden (in geval van een voorwaarde die geen betrekking heeft op het overlijden van de verkrijger onder ontbindende voorwaarde), dan gaat men ervan uit dat de erflater heeft bedoeld dat de verkrijger onder opschortende voorwaarde degene is die de goederen zal verkrijgen. Indien de bedoeling van de erflater anders is dan deze veronderstelling, kan hij hiervan in zijn testament afwijken. 44 In het eerste hoofdstuk is de verhouding tussen de verkrijger onder ontbindende en de verkrijger onder opschortende voorwaarde reeds aan bod gekomen. Ook in geval van een tweetrapsmaking blijkt de verhouding tussen de bezwaarde en verwachter uit artikel 4:138 lid 2 BW. 45 In lid 2 wordt bepaald dat de verkrijger onder ontbindende voorwaarde (bezwaarde) verplicht is het vermaakte als een vruchtgebruiker te bewaren en in stand te houden, tenzij aan hem een vervreemdings- en verteringsbevoegdheid is toegekend. 46 De regels van het vruchtgebruik die in titel 8 van Boek 3 BW worden gegeven, zijn van overeenkomstige toepassing verklaard op de interne verhouding tussen de bezwaarde en de verwachter. 47 Belangrijke regelingen voor de tweetrapsmaking zijn bijvoorbeeld de bepaling over een notariële boedelbeschrijving, artikel 3:205 BW, de zaaksvervangingsregeling van artikel 3:213 BW en de bevoegdheid tot vervreemden en verteren in artikel 3:215 BW. 48 In de literatuur wordt aangenomen dat de bepalingen die van dwingend recht zijn, ook dwingend werken in de verhouding tussen de bezwaarde en de verwachter. 49 Sommige auteurs denken daar echter anders over. 50 Mijns inziens kan een tweetrapsmaking beter worden uitgevoerd wanneer de bedoelde bepalingen dwingendrechtelijk van 42 Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX Van der Burght & Ebben 2004, nr Van der Burght & Ebben 2004, nr Dit artikel is alleen van toepassing op voorwaardelijke erfstellingen, omwille van de leesbaarheid gebruik ik ook de ruimere term making. 46 Zie ook Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX De testateur kan bepalen welke regelingen van het vruchtgebruik toepasselijk zijn: Kamerstukken II 2000/01, , nr.5, p (zolang deze niet in strijd zijn met dwingende wetsbepalingen). 48 Verstappen heeft de bepalingen toegepast op voorwaardelijke verkrijgingen, Verstappen 2011 (art. 4:138 BW), par Verstappen 2011 (art. 4:138 BW), par Zie bijvoorbeeld de discussie tussen Vegter en Verstappen in: Vegter 2002 (WPNR 6486); Verstappen 2002 (WPNR 6509); Vegter 2002 (WPNR 6509). 10

12 aard zijn. Indien hiervan zou worden afgeweken, kan het problematisch worden om bij het overlijden van de bezwaarde het bezwaarde vermogen vast te stellen. Mellema-Kranenburg noemt bijvoorbeeld dat een tweetrapsmaking een mooie juridische figuur is, maar dat het beter niet gebruikt kan worden als er geen goede uitvoering aan de making wordt gegeven. 51 Hier ben ik het mee eens en aangezien de meeste verplichtingen volgen uit de vruchtgebruikbepalingen, vind ik het een goede zaak dat deze een dwingendrechtelijk karakter hebben. De regeling van artikel 4:138 BW is alleen van toepassing op voorwaardelijke erfstellingen. Op een voorwaardelijk legaat zijn de algemene bepalingen van Boek 3 en 6 BW van toepassing. Indien nodig kan artikel 4:138 BW analoog worden toegepast. 52 Ook de erflater kan deze bepaling geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaren in de uiterste wilsbeschikking. 53 In geval van een voorwaardelijke erfstelling volgt de relatie tegenover derden uit artikel 4:138 lid 1 BW: de erfgenaam onder ontbindende voorwaarde wordt als uitsluitend rechthebbende aangemerkt totdat de voorwaarde in vervulling gaat. Verder is in lid 3 van artikel 4:138 BW bepaald dat een vervreemdings- en verteringsbevoegdheid mag worden beperkt. Dit geldt ook voor tweetrapsmakingen Tweetrapsmaking met bewaarplicht (fideï-commis) Een (zuiver) fideï-commis naar oud erfrecht (voor 1 januari 2003) is vergelijkbaar met een tweetrapsmaking met bewaarplicht naar huidig erfrecht. Dit houdt in dat de bezwaarde de goederen onder zich moet houden tot het moment dat de ontbindende voorwaarde in vervulling gaat. Een tweetrapsmaking met bewaarplicht wordt ook wel de gewone tweetrapsmaking genoemd. 55 Onder oud erfrecht werd een zuiver fideï-commis als onwenselijk beschouwd. 56 Het was in beginsel verboden, tenzij het uitdrukkelijk in de wet werd toegestaan. 57 Verstappen noemt als bezwaren onder het oude erfrecht dat het fideï-commis de schijn van kredietwaardigheid bij de bezwaarde gaf en dat hele familievermogens aan het economische verkeer werden onttrokken door middel van opvolgende fideï-commissen Mellema-Kranenburg 2007, par. 4 laatste zin. 52 Verstappen 2011 (art. 4:138 BW), par. 1 en Verstappen 2011 (art. 4:138 BW), par. 1 en Kamerstukken II 1992/93, , nr. 12, p , onder Stollenwerck 2007, par. 5; zie ook Kamerstukken II 1992/93, , nr. 12, p. 53, onder Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX Asser/Perrick (4*) 2009/ Artikel 4:926 BW (oud); zie ook HR 16 januari 2004, LJN AN8282, conclusie onderdeel 11; Verstappen 2011 (art. 4:141 BW), par Verstappen 2000 (WPNR 6398), par

13 Onder oud recht was onduidelijk of de verwachter een recht had of slechts een verwachting. 59 Naar huidig erfrecht wordt aangenomen dat de verwachter een recht heeft. 60 Dit geeft hem als hoofdgerechtigde een sterkere positie dan indien hij slechts een verwachting zou hebben. Vanaf het moment dat de insteller komt te overlijden, heeft de verwachter namelijk een goederenrechtelijk recht op de vermaakte goederen. 61 Een tweetrapsmaking met bewaarplicht geeft de bezwaarde geen bevoegdheid om de vermaakte goederen te vervreemden of te verteren. 62 Deze bevoegdheden moeten expliciet door de insteller worden toegekend aan de bezwaarde. Wel is het mogelijk om de goederen te gebruiken en verbruiken overeenkomstig artikel 3:207 BW. 63 Stel dat het gaat om inboedelgoederen, dan mag de bezwaarde een bank gebruiken om op te zitten, maar hij mag deze bijvoorbeeld niet vervreemden. 64 Daarnaast heeft de bezwaarde op grond van artikel 3:216 BW recht op de vruchten die afgescheiden of opeisbaar worden. 2.4 Tweetrapsmaking met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid (fideï-commis de residuo) Een fideï-commis de residuo houdt in dat aan de bezwaarde een vervreemdings- en verteringsbevoegdheid is toegekend. 65 Hetgeen overblijft (het residu) komt na de vervulling van de opschortende voorwaarde toe aan de verwachter. Onder het huidige erfrecht is deze bevoegdheid voor tweetrapserfstellingen geregeld in artikel 4:138 lid 2 juncto artikel 3:215 BW. In dat geval wordt gesproken van een tweetrapsmaking met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid. 66 Dit is dus ruimer dan een tweetrapsmaking met bewaarplicht. Bij het in vervulling gaan van de voorwaarde, kan de verwachter afgifte vorderen van de vermaakte goederen of hetgeen daarvoor in de plaats is getreden, zie artikel 4:138 lid 2 BW juncto 3:215 lid 1 BW. Op grond van artikel 4:140 BW kan een making niet langer dan dertig jaar een voorwaardelijk karakter hebben. 67 Op dit punt wordt een tweetrapsmaking anders behandeld dan een voorwaardelijke making die geen tweetrapsmaking is. In artikel 4:141 BW wordt namelijk een uitzondering gemaakt op artikel 4:140 BW indien sprake is van een tweetrapsmaking. Het is mogelijk 59 Artikel 4:1024 BW (oud); Verstappen 2011 (Afd. 5 Boek 4 BW), par Asser/Perrick (4*) 2009/171; Verstappen 2011 (Afd. 5 Boek 4 BW), par. 4; Brinkman 2011 (I), par Brinkman 2011 (I). 62 Zie ook Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX.3.1 over artikel 4:45 lid 2 BW. 63 Dit is afhankelijk van de soort goederen en wat de erflater in zijn testament heeft bepaald. 64 Zie voor het verschil tussen niet mogen en niet kunnen vervreemden en verteren: Martens & Sonneveldt 2011, par Vgl. artikel 3:215 BW; zie voor een beschrijving van het fideï-commis de residuo: Verstappen 2000 (WPNR 6399). 66 Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX Zie voor uitzonderingen hierop: Asser/Perrick (4*) 2009/

14 dat de voorwaarde niet in vervulling gaat binnen dertig jaar na het overlijden van de insteller. Een tweetrapsmaking zou voor de verwachter zonder artikel 4:141 BW geen effect sorteren als de bezwaarde bijvoorbeeld een jong persoon is die langer dan dertig jaar na het overlijden van de insteller nog in leven is. Een voordeel van een tweetrapsmaking is dus dat deze onbeperkt geldig is, de voorwaarde kan door artikel 4:141 BW langer dan dertig jaar bestaan. Een nadeel is echter dat een langere tijd rekening gehouden moet worden met de voorwaarde. Dit is niet bevorderlijk voor het rechtsverkeer en de bank zal bijvoorbeeld niet snel een zekerheidsrecht vestigen op een voorwaardelijk goed. Daarnaast moet de administratie al die tijd op orde zijn geweest om goed te kunnen bepalen wat de verwachter zal verkrijgen. Het derde element van de tweetrapsmaking die in artikel 4:141 BW is genoemd (zie paragraaf 2.2), heeft betrekking op de verkrijger onder opschortende voorwaarde. De verwachter moet bestaan op het moment dat de voorwaarde in vervulling gaat. Dit is een ander vereiste dan de bestaanseis die is geregeld in artikel 4:56 lid 1 BW. 68 In artikel 4:56 lid 1 BW is bepaald dat men moet bestaan op het moment dat de nalatenschap openvalt, om aan een making een recht te kunnen ontlenen. In lid 2 t/m 4 van artikel 4:56 BW worden op de bestaanseis van lid 1 uitzonderingen gemaakt voor de tweetrapsmaking met bewaarplicht (lid 2 en 3) en vervreemdings- en verteringsbevoegdheid (lid 4). 69 In geval van een meertrapsmaking kunnen de uitzonderingen in lid 2 t/m 4 slechts worden toegepast op één overgang. 70 Artikel 4:56 lid 2 heeft betrekking op een tweetrapsmaking met bewaarplicht aan bloedverwanten. Deze eerste uitzondering op lid 1 is van toepassing op het geval dat de erflater in zijn testament heeft bepaald dat bij het overlijden van de afstammelingen van zijn vader of moeder (dus een (half)broer of (-)zus) zijn nalatenschap toekomt aan diens c.q. dier alsdan bestaande afstammelingen. Deze afstammelingen hoeven in dit geval nog niet te bestaan op het moment dat de insteller overlijdt. De tweede uitzondering volgt uit lid 3 en betreft het geval dat de insteller een tweetrapsmaking opstelt waarin de bezwaarde iemand is die buiten de kring van bloedverwanten valt. Als verwachter wordt dan een eerstgeroepene van een ouder van de erflater (een (half-)broer of zus) aangewezen en als subsidiaire verwachter(s) diens afstammelingen (neven/nichten van de erflater) die staaksgewijs in de plaats treden van de eerste verwachter. Ook in dit geval hoeft de opvolgend geroepene nog niet te bestaan op het moment dat de erflater overlijdt. De derde uitzondering heeft betrekking op het geval dat de erflater een tweetrapsmaking met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid (fideï-commis de residuo) heeft opgesteld, waarin de verwachter een bloedverwant van de erflater is in de erfelijke graad (lid 4). Onder bloedverwanten in 68 Zie ook artikel 4:9 BW, waarin de bestaanseis voor de erfopvolging bij versterf is bepaald. 69 Vgl. Mellema-Kranenburg 2011 (art. 4:56 BW), par Stollenwerck 2007, par. 2; Sonneveldt e.a. 2010, par

15 erfelijke graad worden de erfgenamen tot in de zesde graad bedoeld die terugkomen in de vier parentelen van artikel 4:10 lid 1 sub a t/m d BW. 71 Een verkrijger onder opschortende voorwaarde moet dus in beginsel bestaan op het moment dat de erflater overlijdt, tenzij een van de uitzonderingen in artikel 4:56 lid 2 t/m 4 BW van toepassing is. Daarnaast moet de verwachter nog bestaan op het moment dat de voorwaarde in vervulling gaat (artikel 4:137 BW). 72 Dit zijn twee van elkaar te onderscheiden momenten en bestaansvereisten. Door middel van de uitzonderingen zoals hierboven besproken, kunnen nog niet bestaande personen worden benoemd door de insteller. Dit kan een reden zijn om te kiezen voor een tweetrapsmaking. In bepaalde gevallen kan het tevens een belastingvoordeel opleveren vanwege de verschillende tariefgroepen voor de erfbelasting Het Boerenplaatsje-arrest Een mogelijkheid om de bezwaarde meer vrijheid te geven, kan worden gecreëerd door een Boerenplaatsje-clausule in het tweetrapstestament op te nemen. Deze clausule is door de Hoge Raad in het arrest Boerenplaatsje mogelijk gemaakt. 74 In dit arrest was de vraag aan de orde of een insteller kon bepalen dat een bezwaarde zelf bij testament over de vermaakte goederen mocht beschikken. In de casus van dit arrest ging het om verschillende onroerende zaken (tezamen het Boerenplaatsje ) die waren aangebracht in de wettelijke gemeenschap van goederen door de man. Zijn vrouw heeft bij testament bepaald dat de man bevoegd is om zelf bij testament over het boerenplaatsje te beschikken. Er was sprake van een tweetrapsmaking ten behoeve van de man als bezwaarde en een derde als verwachter. Indien de man gebruik zou maken van de bevoegdheid om in zijn testament over de zaken te beschikken, dan vallen de betreffende goederen niet meer onder het tweetrapsvermogen. De Hoge Raad heeft het volgende bepaald: 3.5 [ ] Er is geen grond om aan te nemen dat het in strijd is met het tot 1 januari 2003 geldende wettelijk stelsel de erflater de vrijheid te laten om in een geval van een fideï-commis de residuo aan de bezwaarde de bevoegdheid toe te kennen om over het vermaakte bij testament te beschikken. In dat geval is sprake van een fideï-commissaire making onder de voorwaarde dat zij slechts van kracht is, indien en voor zover de bezwaarde niet bij uiterste wil over de fideï-commissair vermaakte zaken mocht blijken te hebben beschikt. Is zulks wel het geval, dan vallen de bedoelde zaken niet langer onder het fideï-commissair verband. 71 Van Mourik e.a. (Verstappen) 2011, IX Van der Burght & Ebben 2004, nr Zie paragraaf 3.2 over artikel 24 SW. 74 HR 16 januari 2004, LJN AN

16 Indien sprake is van een tweetrapsmaking met een Boerenplaatsje-clausule, dan heeft de making dus een dubbel voorwaardelijk karakter. Vóór het wijzen van dit arrest was de heersende leer in de literatuur dat de bezwaarde niet bij testament kon beschikken over het bezwaarde vermogen. Beargumenteerd werd dat het niet mogelijk was, omdat het bezwaarde vermogen niet in de nalatenschap van de bezwaarde valt en reeds over het vermogen bij testament is beschikt. 75 Toch werd het in de praktijk al jaren toegepast. 76 Het arrest van de Hoge Raad sluit daarom aan op de praktijk. 77 Ik vind echter dat bij een dergelijk baanbrekend arrest meer aandacht moet worden besteed aan de heersende leer in de literatuur en hoe de beslissing van de Hoge Raad zich daartoe verhoudt. Blokland en Sonneveldt noemen ook dat de Advocaat-Generaal en de Hoge Raad niet veel aandacht schenken aan de meningen in de literatuur op dit punt. 78 Door middel van een Boerenplaatsje-clausule kan alsnog een andere verwachter worden aangewezen dan de verwachter die door de insteller in zijn testament is benoemd. Het is overigens de insteller zelf die een dergelijke clausule in zijn testament opneemt. Van strijd met het verbod op wilsdelegatie is geen sprake. 79 Ook op dit punt zou de redenatie van de Hoge Raad uitgebreider kunnen. 80 Blokland en Sonneveldt menen dat niet wordt toegekomen aan het leerstuk van ongeoorloofde of geoorloofde wilsdelegatie vanwege het voorwaardelijke karakter van het fideïcommis. 81 Zij noemen dat uit het testament moet blijken wie als erfgenamen opkomen en dat het testament de contouren moet aangeven. Bij een Boerenplaatsje-clausule blijkt mijns inziens juist niet duidelijk uit het testament wie als erfgenaam (verwachter) zal opkomen, want dat hangt af van een eventueel testament van de bezwaarde. Logischer zou het in mijn ogen geweest zijn als was aangeknoopt bij het leerstuk van geoorloofde wilsdelegatie. Feitelijk is een Boerenplaatsje-clausule namelijk een vorm van overlaten van de wil van de erflater aan een ander, maar dit is geoorloofd omdat geen sprake is van willekeur. 82 De insteller bepaalt zelf hoe de clausule wordt ingericht. Bepaald kan bijvoorbeeld worden dat slechts ten aanzien van bepaalde personen van het testament mag worden afgeweken. In sommige gevallen kan een Boerenplaatsje-clausule een belastingvoordeel opleveren. Stel dat de insteller zijn zoon als bezwaarde aanwijst en in zijn tweetrapstestament opneemt dat de 75 Blokland & Stollenwerck 2004 (I), par Mellema-Kranenburg Mellema-Kranenburg Blokland en Stollenwerck noemen ook dat de Hoge Raad hier weinig woorden aan vuil maakt, Blokland & Stollenwerck 2004 (I), par Dit leerstuk houdt in dat de erflater zijn wil niet mag overlaten aan een derde en volgt impliciet uit artikel 4:115 BW; Blokland & Stollenwerck 2004 (II), par In gelijke zin Blokland & Stollenwerck 2004 (II), par Blokland & Stollenwerck 2004 (II), par Blokland & Stollenwerck 2004 (II), par. 5.2.; zie ook Van Mourik e.a. (F.W.J.M. Schols) 2011, VI

17 bezwaarde bevoegd is om over het tweetrapsvermogen te beschikken ten behoeve van zijn eigen kinderen. Als verwachters worden de kleinkinderen van de insteller benoemd. De verwachters zijn in beide gevallen dezelfde personen. Zonder een Boerenplaatsje-clausule zouden de verwachters in dit geval 18% belasting betalen (over de eerste ,-). Wordt echter door de bezwaarde over het vermogen beschikt ten behoeve van zijn eigen kinderen, dan vallen zij in een gunstiger tarief voor de erfbelasting (10% over de eerste ,-) Zaaksvervanging en tweetrapsvermogen Indien een van de bezwaarde goederen wordt vervreemd, dan valt de opbrengst daarvan in beginsel onder het tweetrapsvermogen. Door de overeenkomstige toepassing van de vruchtgebruikbepalingen in artikel 4:138 lid 2 BW volgt de regeling van de zaaksvervanging uit artikel 3:213 BW. Hierin is bepaald dat hetgeen in de plaats treedt van aan vruchtgebruik onderworpen goederen doordat daarover bevoegdelijk wordt beschikt, toebehoort aan de hoofdgerechtigde en eveneens aan het vruchtgebruik is onderworpen (lid 1 eerste zin). De verkrijger van het bezwaarde goed, verkrijgt dus een onvoorwaardelijk eigendomsrecht. De Hoge Raad heeft op 5 oktober 2007 een arrest gewezen over de vraag of sprake was van zaaksvervanging in de volgende casus: 84 A was in gemeenschap van inboedel gehuwd met B. A heeft ten behoeve van zijn echtgenote B als bezwaarde en ten behoeve van C als verwachter een fideï-commis de residuo opgemaakt. De bezwaarde B had hierbij de plicht om het fideï-commissair vermogen afgescheiden van haar eigen vermogen te administreren. B heeft pas zes jaar na het overlijden van A uitvoering gegeven aan deze gescheiden administratieplicht. Twee jaar na het overlijden van A erfde B tezamen met haar broer X een woning van haar ouders. Wegens overbedeling heeft B een schuld van fl ,69 aan haar broer voldaan. Deze fl ,69 is geheel of grotendeels voldaan uit het bezwaarde vermogen. Na de dood van B heeft X, als enig erfgenaam van B, de woning verkocht voor fl ,69. De vraag die in dit arrest aan de orde was, had betrekking op de zaakvervanging: Is ten aanzien van de helft van de waarde van de woning zaaksvervanging opgetreden in verband met het fideïcommissaire vermogen dat hiervoor is aangewend? De bezwaarde was in 2001 (onder oud erfrecht) overleden, waardoor artikel 4:138 lid 2 BW geen uitkomst kon bieden. 85 De Hoge Raad sanctioneerde de uitspraak van het Hof en week daarmee af van de conclusie van de Procureur-Generaal. Het Hof bepaalde dat zaaksvervanging in deze casus aan de orde was en dat de 83 Artikel 24 SW, in hoofdstuk 3 wordt hier op teruggekomen; De vrijstelling van erfbelasting op grond van artikel 32 lid 1 SW zijn echter in beide gevallen gelijk: ,-. 84 HR 5 oktober 2007, NJ 2008, 296, m.nt. W.M. Kleijn. 85 Zie ook HR 5 oktober 2007, NJ 2008, 296, m.nt. W.M. Kleijn, conclusie onderdeel 9 en r.o

18 verwachter C aanspraak heeft op een deel van de verkoopopbrengst, tenzij X kan bewijzen dat sprake is van een vergoedingsrecht ten laste van het bezwaarde vermogen in plaats van zaaksvervanging. 86 Luijten en Meijer vinden dit een merkwaardige uitspraak, omdat op grond van artikel 3:186 lid 2 BW de declaratieve werking van de verdeling uitsluit dat sprake is van zaaksvervanging. 87 In dit artikel (vgl. artikel 1129 (oud) BW) is bepaald dat een deelgenoot de goederen onder dezelfde titel houdt als voor de verdeling. Uit de redenering van de Procureur-Generaal blijkt dat geen sprake kan zijn van zaaksvervanging, maar slechts van een persoonlijk vergoedingsrecht. 88 Ook de mening van Mellema-Kranenburg sluit meer aan bij de benadering van de Procureur-Generaal dan bij de benadering van het Hof en de Hoge Raad. 89 Zij betoogt dat op grond van het arrest Modehuis Nolly de tenaamstelling van de goederen beslissend is en dat de financiering bij de tenaamstelling niet relevant is. 90 Perrick is het niet eens met de kritiek die Mellema-Kranenburg geeft op het arrest van 5 oktober Hij meent dat de opvatting van Mellema-Kranenburg blijk geeft van een fundamenteel misverstaan van de werking van de zaaksvervanging. 92 Ik sluit mij aan bij de redenering van Perrick en de Hoge Raad. Ook in geval van registergoederen vind ik het juist dat de verwachter een aanspraak heeft op een deel van de verkoopopbrengst. Het bezwaarde vermogen waar hij recht op heeft, is hier immers voor aangewend. 2.7 Civiele voordelen tweetrapsmaking In de voorgaande paragrafen zijn verschillende voordelen van een tweetrapsmaking reeds naar voren gekomen. Kort gezegd komen deze erop neer dat de insteller over zijn graf heen kan regeren, dat wil zeggen dat hij kan bepalen wie als erfgenaam zal opkomen indien de eerste verkrijger bijvoorbeeld komt te overlijden. Een tweetrapsmaking kan uitkomst bieden indien de insteller wil voorkomen dat via gezamenlijke kinderen de ex-partner van hem of haar erft. Stel dat de nalatenschap toekomt aan een kind van de erflater en het kind vervolgens komt te overlijden, dan zal de ex-partner als erfgenaam van het kind de betreffende goederen kunnen verkrijgen. Daarnaast kan een tweetrapsmaking worden gebruikt om te voorkomen dat (een deel van) de nalatenschap toekomt aan stiefouders. De insteller kan de langstlevende ouder op deze manier verzorgd achterlaten en zijn kinderen als verwachters laten opkomen, zonder dat zijn vermogen indirect aan een nieuwe partner 86 HR 5 oktober 2007, NJ 2008, 296, m.nt. W.M. Kleijn, r.o Luijten & Meijer 2007, noot par. 1 en HR 5 oktober 2007, NJ 2008, 296, m.nt. W.M. Kleijn, conclusie onderdeel 11 en Mellema-Kranenburg 2007, par HR 2 april 1976, NJ 1976, 450, m.nt. WMK; Mellema-Kranenburg 2007, par Perrick 2008, par Perrick 2008, par

19 van de langstlevende zal toekomen. Op deze manier regelt hij dat het restant van zijn nalatenschap in beginsel bij de kinderen terecht zal komen. Indien het gewenst is dat de bezwaarde over de vermaakte goederen bij testament mag beschikken, dan kan gebruik worden gemaakt van een Boerenplaatsje-clausule. Daarnaast kan als voordeel van een tweetrapsmaking worden genoemd dat het in bepaalde gevallen mogelijk is om nog niet bestaande personen te laten erven (artikel 4:56 lid 2 t/m 4 BW). De insteller is vrij in het bepalen onder welke voorwaarden de benoemde personen zullen verkrijgen (behoudens artikel 4:45 lid 1 BW). Bepaald kan worden dat het recht van de bezwaarde bijvoorbeeld eindigt bij een faillissement van de bezwaarde. De verwachters zullen dan verkrijgen op het moment dat de bezwaarde failliet wordt verklaard. Andersom is het mogelijk om te bepalen dat de bezwaarde de nalatenschap onvoorwaardelijk zal verkrijgen indien hij bijvoorbeeld een of meer kinderen krijgt. Het recht van de verwachter komt in een dergelijk geval te vervallen. De testateur of testatrice kan in beginsel iedereen als erfgenaam of legataris benoemen. Het is mogelijk om meerdere verwachters aan te wijzen in een tweetrapstestament, zie paragraaf 2.2. Tweetrapsmakingen zijn in beginsel onbeperkt mogelijk. 93 Zoals besproken geldt de dertigjaarsbeperking van artikel 4:140 BW niet voor tweetrapsmakingen. Daarnaast is het mogelijk om een tweetrapsmaking zo op te stellen dat bijvoorbeeld twee kinderen als bezwaarde worden benoemd en dat zij tevens de verwachters zijn. 94 Indien het eerste kind komt te overlijden, komt het bezwaarde vermogen toe aan het andere kind. Ten slotte kan als voordeel van een tweetrapsmaking worden genoemd dat familievermogen kan worden beschermd. 95 Bijvoorbeeld in geval van een onderneming kan worden voorkomen dat de onderneming in de nalatenschap van de bezwaarde valt (zie paragraaf 4.5). 2.8 Civiele nadelen tweetrapsmaking Een tweetrapsmaking heeft echter ook nadelige kanten. Door de overeenkomstige toepassing van de vruchtgebruikbepalingen in de verhouding tussen bezwaarde en verwachter (artikel 4:138 lid 2 BW), zal de bezwaarde rekening moeten houden met bepaalde verplichtingen die hij tegenover de verwachter moet nakomen. 96 Zoals genoemd in paragraaf 2.2, moet van het bezwaarde vermogen een notariële boedelbeschrijving worden opgemaakt. Vanwege de kosten van de notaris zal niet iedere erfgenaam hier blij mee zijn. Daarnaast is genoemd dat het belangrijk is om een goede 93 B.M.E.M. Schols e.a. 2010, B.M.E.M. Schols e.a. 2010, Sonneveldt e.a. 2010, par Dit is alleen het geval bij een tweetrapserfstelling, de vruchtgebruikbepalingen zijn niet van toepassing bij een tweetrapslegaat, zie artikel 4:138 lid 2 BW. 18

20 administratie bij te houden. In de praktijk worden dergelijke verplichtingen niet altijd goed of helemaal niet nageleefd (zie bijvoorbeeld de casus van het arrest over zaaksvervanging in paragraaf 2.6). Naast de administratieplicht is het belangrijk dat het bezwaarde vermogen gescheiden wordt gehouden van het privévermogen van de bezwaarde (artikel 3:211 lid 2 BW). Indien ten aanzien van deze vermogens vermenging optreedt, dan zal het feitelijk onmogelijk zijn om te bepalen welke vermogens precies waartoe behoren. 97 Hierbij is ook het huwelijksvermogensregime van de bezwaarde van belang. Een voorwaardelijk recht valt in beginsel in de wettelijke gemeenschap van goederen. 98 In geval van een echtscheiding kunnen de goederen worden toegedeeld aan de echtgeno(o)t(e) van de bezwaarde. Om dit te voorkomen is het aan te raden om in het tweetrapstestament tevens een uitsluitingsclausule op te nemen. 99 Uit artikel 3:205 lid 4 BW volgt dat de vruchtgebruiker een jaarlijkse opgaveplicht heeft waarin hij aan de hoofdgerechtigde (verwachter) informeert welke vermaakte goederen nog aanwezig zijn en welke bijvoorbeeld door zaaksvervanging in de plaats zijn getreden van de vermaakte goederen. Indien deze administratieplicht niet goed wordt nagekomen en het bezwaarde vermogen niet goed afgescheiden van het privévermogen wordt geadministreerd, kan dit bij de vaststelling van de verkrijging door de verwachter een probleem opleveren. In geval van een tweetrapsmaking zal de voorwaarde in veel gevallen luiden dat het vermogen overgaat op de verwachter bij het overlijden van de bezwaarde. 100 Op het moment dat het vermogen moet worden vastgesteld, zal de bezwaarde in dat geval geen toelichting meer kunnen geven en zullen zijn erfgenamen en de verwachter het vermogen moeten vaststellen. 101 Om ruzie en problemen te voorkomen bij het vaststellen van het vermogen dat aan de verwachter toekomt, is het dus noodzakelijk dat de bezwaarde een goede administratie bijhoudt en zijn vermogen gescheiden houdt van het tweetrapsvermogen. Door Burgerhart en de gebroeders Schols wordt in bepaalde gevallen aangeraden om te kiezen voor een tweetrapslegaat in plaats van een tweetrapserfstelling. 102 Een tweetrapslegaat heeft volgens hen minder goederenrechtelijke complicaties (bijvoorbeeld de zaaksvervangingsproblematiek ). 103 Door middel van een obligatoir tweetrapslegaat is het mogelijk om bijvoorbeeld kinderen slechts een geldvordering toe te kennen zonder administratieverplichting. Mijns inziens is 97 Autar e.a. 2011, par onder a. 98 Asser/De Boer (1*) 2010/ Bak 2009, onderdeel B. 100 Tenzij de insteller als voorwaarde een eerder tijdstip heeft genoemd in zijn testament, zie artikel 4:56 BW en Mellema-Kranenburg 2011 (art. 4:56 BW), par Stollenwerck 2007, par Schols, Burgerhart & Schols 2010 (I) en 2011 (II); Zie over tweetrapslegaten: Asser/Perrick (4*) 2009/170; en Van Mourik Schols, Burgerhart & Schols 2010 (I). 19

De positie van stiefkinderen die door de stiefouder in de wettelijke verdeling worden betrokken "Wederkerige uiterste wilsbeschikking Fideicommis

De positie van stiefkinderen die door de stiefouder in de wettelijke verdeling worden betrokken Wederkerige uiterste wilsbeschikking Fideicommis De positie van stiefkinderen die door de stiefouder in de wettelijke verdeling worden betrokken "Wederkerige uiterste wilsbeschikking Fideicommis Werkstuk in het kader van het vak erfrecht I Maart 2008

Nadere informatie

En ik regeerde nog lang en gelukkig

En ik regeerde nog lang en gelukkig UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM En ik regeerde nog lang en gelukkig Een uiteenzetting over een vruchtgebruiktestament en tweetrapsmaking Arco de Vries Studentnummer 5619092 Begeleiders: Prof. Dr. J.P.M. Stubbé

Nadere informatie

Estate planning. Inventarisatie van civiel- en fiscaalrechtelijke gevolgen bij overgang van vermogen. Hulpmiddel Schijf van vijf. Géén schenkbelasting

Estate planning. Inventarisatie van civiel- en fiscaalrechtelijke gevolgen bij overgang van vermogen. Hulpmiddel Schijf van vijf. Géén schenkbelasting Estate planning Stichting RB studiekring Utrecht, 11 november 2014 Mr. C.G.C. Engelbertink, Van Ewijk Estate Planning te Bussum Definitie van estate planning Inventarisatie van civiel- en fiscaalrechtelijke

Nadere informatie

Ontwerp d.d. *** TESTAMENT D GEHUWDEN OF SAMENWONENDEN MET MEERDERJARIGE KINDEREN (UIT HUIDIGE RELATIE). TWEETRAPSMAKING

Ontwerp d.d. *** TESTAMENT D GEHUWDEN OF SAMENWONENDEN MET MEERDERJARIGE KINDEREN (UIT HUIDIGE RELATIE). TWEETRAPSMAKING Ontwerp d.d. *** TESTAMENT D GEHUWDEN OF SAMENWONENDEN MET MEERDERJARIGE KINDEREN (UIT HUIDIGE RELATIE). TWEETRAPSMAKING Op *** verscheen voor mij, mr. ***, notaris te Rotterdam:-----------------------------

Nadere informatie

TWEETRAPSMAKING, OFWEL TWEE KEER OVER JE NALATENSCHAP BESCHIKKEN

TWEETRAPSMAKING, OFWEL TWEE KEER OVER JE NALATENSCHAP BESCHIKKEN TWEETRAPSMAKING, OFWEL TWEE KEER OVER JE NALATENSCHAP BESCHIKKEN De tweetrapsmaking (ook wel genoemd fideï-commis de residuo of making over de hand ) kan voor verschillende doeleinden worden gebruikt.

Nadere informatie

Erfrecht. Mr. Caroline de Maat Fikkers notarissen BAS Bergen op Zoom 27 januari 2015

Erfrecht. Mr. Caroline de Maat Fikkers notarissen BAS Bergen op Zoom 27 januari 2015 Erfrecht Mr. Caroline de Maat Fikkers notarissen BAS Bergen op Zoom 27 januari 2015 Fikkers notarissen Lange Parkstraat 1 Bergen op Zoom Tel. 0164 242 650 c.de.maat@fikkersnotarissen.nl Erfrecht Bij versterf

Nadere informatie

Algemene regeling Versie 2.0

Algemene regeling Versie 2.0 Hoewel de nodige zorg aan dit stuk is besteed, aanvaarden de makers geen enkele aansprakelijkheid voor het gebruik hiervan in de praktijk. Het betreft slechts een cursusmodel dat dient voor de discussie

Nadere informatie

INFOKAART TESTAMENTEN Versie november 2010

INFOKAART TESTAMENTEN Versie november 2010 INFOKAART TESTAMENTEN Versie november 2010 Informatie over langstlevende testamenten en het " tweetrapstestament " Hieronder heb ik enige voorbeelden en uitwerkingen van diverse testamentvormen weergegeven,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

De aansprakelijkheid voor schulden der nalatenschap bij de wettelijke verdeling

De aansprakelijkheid voor schulden der nalatenschap bij de wettelijke verdeling De aansprakelijkheid voor schulden der nalatenschap bij de wettelijke verdeling 1. Inleiding Wanneer men de problematiek van aansprakelijkheid voor en verhaalbaarheid van schulden van de nalatenschap bij

Nadere informatie

Erfrechtelijke verkrijgingen onder de loep

Erfrechtelijke verkrijgingen onder de loep Erfrechtelijke verkrijgingen onder de loep In deze bijdrage wordt onderzocht hoe de verkrijgingen krachtens versterf en uiterste wil in economische zin uitwerken en hoe deze in de Successiewet worden behandeld.

Nadere informatie

Hoe kunt u voordelig vermogen overdragen aan uw kinderen? Schenken en Erven.

Hoe kunt u voordelig vermogen overdragen aan uw kinderen? Schenken en Erven. Hoe kunt u voordelig vermogen overdragen aan uw kinderen? Schenken en Erven. Wet Schenk- en erfbelasting 3 juni 2010 Wijziging Successiewet 1 januari 2010 - Erfbelasting schenkbelasting - Tariefverlaging/vereenvoudiging

Nadere informatie

H4 Wettelijk erfrecht

H4 Wettelijk erfrecht H4 Wettelijk erfrecht Samenvatting Personen- en familierecht Sharon Di Tore 99041355 14-12-16 Wanneer iemand geen testament heeft en overlijdt dan geldt het wettelijk erfrecht. Let op: echtgenote en geregistreerde

Nadere informatie

Page 1 of 7 Ondernemingsvermogen en tweetrapsbepalingen (deel I) NTFRB2011-35 Hoge Raad 16 januari 2004, nr.c02/150hr Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen NTFRB-art. 1 SW 1956-art. 35c SW 1956-art.

Nadere informatie

2014 -- Successiewet -- Deel 1

2014 -- Successiewet -- Deel 1 Successiewet les 1 programma Eén wet, twee belastingen Woonplaats Successierecht Wettelijk erfrecht en wettelijke verdeling Testamenten Wetsficties 1 Eén wet, twee belastingen De Successiewet bestaat uit:

Nadere informatie

ERFRECHT EN SCHENKING

ERFRECHT EN SCHENKING MR. C. ASSER'S HANDLEIDING TOT DE BEOEFENING VAN HET NEDERLANDS BURGERLIJK RECHT ERFRECHT EN SCHENKING BEWERKT DOOR MR. S. PERRICK ADVOCAAT EN NOTARIS TE AMSTERDAM DERTIENDE DRUK KLUWER - DEVENTER - 2002

Nadere informatie

ESTATE PLANNING. I. Schenking

ESTATE PLANNING. I. Schenking ESTATE PLANNING Estate planning, ofwel nalatenschapsplanning, wordt wel omschreven als een geheel van maatregelen om te bereiken dat het vermogen op zo goed mogelijke wijze overgaat op de erfgenamen. Vaak

Nadere informatie

Page 1 of 6 Ondernemingsvermogen en tweetrapsbepalingen (deel II) NTFRB2011-41 Hoge Raad 16 januari 2004, nr.c02/150hr Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen NTFRB-art. 1 SW 1956-art. 35d SW 1956-art.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2015:5579

ECLI:NL:RBZWB:2015:5579 ECLI:NL:RBZWB:2015:5579 Instantie Datum uitspraak 20-08-2015 Datum publicatie 21-08-2015 Rechtbank Zeeland-West-Brabant Zaaknummer C/02/297897 / HA RK 15-74 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Erfrecht en schenking

Erfrecht en schenking Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht Erfrecht en schenking Veertiende druk Bewerkt door: Mr. S. Perrick Advocaat te Amsterdam Voorheen deel 6A en 6B a Wolters

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2011:BR4675

ECLI:NL:RBALK:2011:BR4675 ECLI:NL:RBALK:2011:BR4675 Instantie Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak 20-07-2011 Datum publicatie 10-08-2011 Zaaknummer 119380 - HA ZA 10-390 Rechtsgebieden Civiel recht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 229 Wet van 18 april 2002 tot vaststelling van de Invoeringswet Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, derde gedeelte

Nadere informatie

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek Schenk- en erfbelasting. Overdrachtsbelasting. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/ Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit

Nadere informatie

Mr H.M.L. Simons, notaris Notariskantoor Kunderlinde Voerendaal

Mr H.M.L. Simons, notaris Notariskantoor Kunderlinde Voerendaal Erfrecht Mr H.M.L. Simons, notaris Notariskantoor Kunderlinde Voerendaal Erfrecht Algemeen Wettelijke verdeling Legitieme portie Samenwoners 2-Trapsmaking Zuivere aanvaarding, beneficiaire aanvaarding,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 428 Beschikking van de Minister van Justitie van 16 augustus 2002, houdende plaatsing in het Staatsblad van de vernummerde tekst van de wet van

Nadere informatie

fiscaal tijdschrift Vermogen

fiscaal tijdschrift Vermogen ftv fiscaal tijdschrift Vermogen Juni 2007 8e jaargang Themanummer regeren over het graf Podium Artikelen 23 Regeren over het graf / 3 prof. mr. W.M. Kleijn 24 Over het graf heen: fideï-commissaire making

Nadere informatie

Burgerlijk Wetboek Boek 4, Erfrecht

Burgerlijk Wetboek Boek 4, Erfrecht (Tekst geldend op: 28-01-2014) Burgerlijk Wetboek Boek 4, Erfrecht Boek 4. Erfrecht Titel 1. Algemene bepalingen Artikel 1 1. Erfopvolging heeft plaats bij versterf of krachtens uiterste wilsbeschikking.

Nadere informatie

In enkele artikelen van mijn hand is ingegaan op het Franse erfrecht. Naast het civiele recht, speelt echter ook het fiscale recht: de erfbelasting.

In enkele artikelen van mijn hand is ingegaan op het Franse erfrecht. Naast het civiele recht, speelt echter ook het fiscale recht: de erfbelasting. Henriette van Zelm van Eldik Office de Maître Paul-Etienne DUPONT, Notaire 81-83 Avenue Ledru Rollin 75012 PARIS Tel : + 33(0)1.71.19.45.28 Fax: + 33(0)1.43.43.17.56 henriette.vanzelm.75243@paris.notaires.fr

Nadere informatie

NIBE-SVV, 2015 OEFENEXAMEN SCHENK- EN ERFWIJZER

NIBE-SVV, 2015 OEFENEXAMEN SCHENK- EN ERFWIJZER NIBE-SVV, 2015 OEFENEXAMEN SCHENK- EN ERFWIJZER 1. Voor welke schenking is een notariële akte verplicht? A. Voor de schenking van een effectenportefeuille. B. Voor de schuldigerkenning uit vrijgevigheid

Nadere informatie

s t u d i e p o c k e t -s* p r i v aatrech t s 37 Erfrecht zesde druk Prof. mr. M.JA, van Mourik 1997 W.E.J. Tjeenk Willink Deventer

s t u d i e p o c k e t -s* p r i v aatrech t s 37 Erfrecht zesde druk Prof. mr. M.JA, van Mourik 1997 W.E.J. Tjeenk Willink Deventer s t u d i e p o c k e t -s* p r i v aatrech t s 37 Erfrecht zesde druk Prof. mr. M.JA, van Mourik 1997 W.E.J. Tjeenk Willink Deventer Inhoud Lijst van afkortingen/verklaring van Symbolen Enig verkort aangehaalde

Nadere informatie

Geachte heer Testman,

Geachte heer Testman, Geachte heer Testman, In het voor u liggende overzicht treft u berekeningen aan van de meest voorkomende testamentvormen, waarbij uitgangspunt is dat de langstlevende partner over het gehele vermogen kan

Nadere informatie

Handreiking ODV-aanspraken en overlijden (versie 13 oktober 2017)

Handreiking ODV-aanspraken en overlijden (versie 13 oktober 2017) Handreiking ODV-aanspraken en overlijden (versie 13 oktober 2017) Inleiding Op 1 april 2017 zijn de maatregelen van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen in

Nadere informatie

Aanvaarden Het accepteren van een erfdeel, inclusief de schulden. Hierdoor wordt iemand erfgenaam.

Aanvaarden Het accepteren van een erfdeel, inclusief de schulden. Hierdoor wordt iemand erfgenaam. Erfrecht Woordenboek Op onze website heb je een hoop moeilijke woorden en vaktermen gezien. We hebben steeds geprobeerd die goed uit te leggen. Waarschijnlijk lees je de komende tijd documenten die bol

Nadere informatie

Erven, Schenken levenstestament. Lezing Maurice Dassen 2017

Erven, Schenken levenstestament. Lezing Maurice Dassen 2017 Erven, Schenken levenstestament Lezing Maurice Dassen 2017 2 Erfrecht (wettelijke regeling) Indien geen testament -> wet Wettelijke erfopvolging: - echtgenoot en (klein)kinderen - ouders, broers/zussen

Nadere informatie

Juridische begrippen in begrijpelijke taal

Juridische begrippen in begrijpelijke taal Juridische begrippen in begrijpelijke taal Aanverwanten De (groot)ouders, ooms, tantes, broers en zussen van uw partner zijn uw aanverwanten, ofwel de aangetrouwden, ook wel de koude kant. Akte Een akte

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 - Het huwelijksvermogensrecht

Hoofdstuk 1 - Het huwelijksvermogensrecht Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 - Het huwelijksvermogensrecht Wat is het belang van het huwelijksvermogensrecht?... 5 Gemeenschap van goederen... 5 Verdeling... 5 Wat behoort tot het gemeen schappelijk vermogen?...

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 17 141 Invoeringswet Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, eerste gedeelte (wijziging van Boek 4) Nr. 21 VIJFDE NOTA

Nadere informatie

Beschikkingsonbevoegdheid over aandelen op naam in het erfrecht

Beschikkingsonbevoegdheid over aandelen op naam in het erfrecht Beschikkingsonbevoegdheid over aandelen op naam in het erfrecht Een onderzoek naar de gevolgen van de levering van aandelen in een BV door een beschikkingsonbevoegde, van wie de onbevoegdheid voortvloeit

Nadere informatie

Voorwoord bij de tweeëntwintigste druk / 13

Voorwoord bij de tweeëntwintigste druk / 13 Voorwoord bij de tweeëntwintigste druk / 13 Lijst van gebruikte afkortingen / 15 1 1.1 1.2 1.3 1.4 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3 Inleiding / 17 Korte historische schets / 17 Rechtsgronden / 20 Civielrechtelijke

Nadere informatie

Fiscaal voordeling vermogen nalaten

Fiscaal voordeling vermogen nalaten Kennisdocument Estate planning Fiscaal voordeling vermogen nalaten U denkt er misschien liever niet aan, maar er komt ooit een moment dat u er niet meer zult zijn. Het is goed om daar nu al bij stil te

Nadere informatie

Artikelen 81 en 82. Ongewijzigd. Artikel 83

Artikelen 81 en 82. Ongewijzigd. Artikel 83 Doorlopende tekst van de gewijzigde artikelen van de titels 1.6, 1.7 en 1.8 BW (nieuw), alsmede van artikel V (overgangsbepaling), zoals deze luidt volgens Kamerstukken I 2008/09, 28 867, A (gewijzigd

Nadere informatie

De tweetrapsmaking in het nieuws!

De tweetrapsmaking in het nieuws! notaris mr. W.J. Boelens Oude Delft 62 2611 CD Delft Postbus 2882 2601 CW Delft tel. 015-213 70 50 fax 015-213 70 55 notaris@boelens.net www.boelens.net De tweetrapsmaking in het nieuws! Extra nieuwsbrief

Nadere informatie

Mr H.M.L. Simons, notaris Notariskantoor Kunderlinde Voerendaal

Mr H.M.L. Simons, notaris Notariskantoor Kunderlinde Voerendaal Het Erfrecht Mr H.M.L. Simons, notaris Notariskantoor Kunderlinde Voerendaal Algemeen Zuivere aanvaarding, beneficiaire aanvaarding, verwerping Wettelijke verdeling Legitieme portie Samenwoners 2-Trapsmaking

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 822 Invoering Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, derde gedeelte (Overgangsrecht) Nr. 1 KONINKLIJKE BOODSCHAP Aan

Nadere informatie

Zeker van uw zaak en zorg voor uw gezin

Zeker van uw zaak en zorg voor uw gezin Zeker van uw zaak en zorg voor uw gezin Thema-avond Op naar een (on)zekere toekomst OVSB, 9 november 2015 mr. Heleen C. Vaarten Notaris te Eindhoven Om te beginnen: enkele misverstanden 1. Door het nieuwe

Nadere informatie

Estate planning en het gehandicapte kind: balanceren tussen emotie en fiscaliteit

Estate planning en het gehandicapte kind: balanceren tussen emotie en fiscaliteit Estate planning en het gehandicapte kind: balanceren tussen emotie en fiscaliteit MR. P.J.T. (ELLE) VAN GOMPEL 1 Estate planning is balanceren tussen emotie en fiscaliteit. Dit komt wellicht het meest

Nadere informatie

Radartestament. En andere interessante fiscale en juridische varia

Radartestament. En andere interessante fiscale en juridische varia Radartestament En andere interessante fiscale en juridische varia Nut en noodzaak van een testament 70% van de Nederlanders heeft geen testament (Zelfs) bij 60+ rs heeft meer dan 50% geen testament 30%

Nadere informatie

Erfrechtjournaal. 16 januari 2015

Erfrechtjournaal. 16 januari 2015 Erfrechtjournaal 16 januari 2015 Items Gewijzigde familieverhoudingen Defiscalisatie in het erfrecht Machtiging kantonrechter voor het doen van schenking? Gewijzigde familieverhoudingen Eindejaarspeiling

Nadere informatie

Wet schenk- en erfbelasting

Wet schenk- en erfbelasting Successiewet 2010 Wet schenk- en erfbelasting Successiewet 2010 De nieuwe Successiewet is op 1 januari 2010 ingegaan en heeft gevolgen voor bijna iedereen! Wijziging tariefstructuur/ vrijstellingen Vereenvoudiging

Nadere informatie

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken.

Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken. I f^l öobuicq3~o\ Den Haag, 2 O MRT 2012 Kenmerk: DGB 2012-753 TL Motivering van liet beroepsciirir: in cassatie (rolnummer 12/00641) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 21 december

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/92946

Nadere informatie

VOORBEELD. Voorbeeld: Als de nalatenschap 100 bedraagt en er naast de langstlevende partner drie kinderen zijn, erft

VOORBEELD. Voorbeeld: Als de nalatenschap 100 bedraagt en er naast de langstlevende partner drie kinderen zijn, erft Geachte heer Test, U hebt aangegeven momenteel geen testament te hebben. Het antwoord op de vraag of u wel een testament nodig hebt, is van veel factoren afhankelijk. Een belangrijke factor is de hoogte

Nadere informatie

Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten

Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten U betaalt pas als het bedrag van de erfenis of schenking hoger is dan de vrijstelling Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten U denkt er misschien

Nadere informatie

Monografieèn Privaatrecht. Nieuw erfrecht. Prof. mr. M.J.A. van Mourik. Vierde druk

Monografieèn Privaatrecht. Nieuw erfrecht. Prof. mr. M.J.A. van Mourik. Vierde druk Monografieèn Privaatrecht Nieuw erfrecht Prof. mr. M.J.A. van Mourik Vierde druk Deventer - 2004 Inhoud Enige afkortingen en symbolen XV Enige verkort aangehaalde werken XVI I. INLEIDING 1 1. Erfrecht

Nadere informatie

BEWIND -1- M:\brochures\bewind.docx 22/6/2015

BEWIND -1- M:\brochures\bewind.docx 22/6/2015 BEWIND Zodra een kind meerderjarig is (18 jaar) mag het zelf over zijn of haar eigen vermogen beschikken. Dat is meestal geen probleem, als dat vermogen niet groot is en één van beide ouders of beide ouders

Nadere informatie

Wettelijk erfrecht Duitsland

Wettelijk erfrecht Duitsland De positie van de langstlevende echtgenoten in het Duitse, Franse, Luxemburgse, Belgische en Nederlandse erfrecht Dr. Rembert Süβ Deutsches Notarinstitut Wettelijk erfrecht Duitsland Beperkte vooruitneming

Nadere informatie

Nalaten en erven Erfrecht. Wet sinds 2003

Nalaten en erven Erfrecht. Wet sinds 2003 1 Nalaten en erven Erfrecht Wet sinds 2003 2 Onderscheid in: Echtgenoten Anderen 3 Wat zegt de wet? Voor echtgenoten Voor de anderen 4 Wat zegt de wet voor echtgenoten? WETTELIJKE VERDELING: Alles gaat

Nadere informatie

Enkele belangrijke begrippen en afkortingen

Enkele belangrijke begrippen en afkortingen 35 Enkele belangrijke begrippen en afkortingen De volgende lijst geeft een beknopte omschrijving 3 van enkele juridische termen die in dit boek aan bod komen, en dient enkel om die begrippen beter te kunnen

Nadere informatie

De heer P. Groothuizen. Datum: 02 januari 2015 Samengesteld door: Anneke Janssen

De heer P. Groothuizen. Datum: 02 januari 2015 Samengesteld door: Anneke Janssen De heer P. Groothuizen Datum: 02 januari 2015 Samengesteld door: Anneke Janssen Geachte heer P. Groothuizen, U hebt aangegeven momenteel geen testament te hebben. Het antwoord op de vraag of u wel een

Nadere informatie

Tweetraps- en levenstestament

Tweetraps- en levenstestament Tweetraps- en levenstestament fiscaal, juridisch en praktisch S.J.C. (Bas) Schipper notaris en estate-planner J.M.M. (Anja) Putman kandidaat-notaris en estate-planner SBOG, 26 april 2012 1 Wat gaan we

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2014 No. 6 Landsverordening van de 9 de januari 2014 tot vaststelling van Boek 4 en titel 7.3 van het Burgerlijk Wetboek (Landsverordening erfrecht en schenking)

Nadere informatie

Variant 1 t/m 3: Wettelijke verdeling gelijke erfdelen

Variant 1 t/m 3: Wettelijke verdeling gelijke erfdelen Geachte heer X, U hebt aangegeven momenteel geen testament te hebben. Het antwoord op de vraag of u wel een testament nodig hebt, is van veel factoren afhankelijk. Een belangrijke factor is de hoogte van

Nadere informatie

Korte handleiding bijeenkomst 8. Bijzondere overdrachten.

Korte handleiding bijeenkomst 8. Bijzondere overdrachten. Korte handleiding bijeenkomst 8. Bijzondere overdrachten. Situaties: 1. Overdracht onder voorwaarde 2. Overdracht onder eigendomsvoorbehoud 3. Overdracht toekomstige goederen 4. Overdracht onder tijdsbepaling

Nadere informatie

Goed geven! Dirk Vercoutter van testament.be 20/09/14

Goed geven! Dirk Vercoutter van testament.be 20/09/14 Goed geven! Dirk Vercoutter van testament.be 20/09/14 Testamenten en legaten Een gebaar voor het leven 1 IS ER LEVEN NA DE DOOD? DE DOOD IS EEN DEEL VAN HET LEVEN. MAAR WAT GEBEURT ER MET MIJN BEZIT ALS

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 430 Beschikking van de Minister van Justitie van 16 augustus 2002, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van Boek 4 en Titel 3 van

Nadere informatie

Testamenten lezen. Inleiding en onderwerpen. Tot stand komen van een testament 03-09-15. en andere notariële zaken

Testamenten lezen. Inleiding en onderwerpen. Tot stand komen van een testament 03-09-15. en andere notariële zaken Testamenten lezen en andere notariële zaken Janien Zomer Carina Hudepohl Inleiding en onderwerpen Het opmaken van een testament Wettelijk erfrecht Verschillende soorten testamenten De executeur Erven De

Nadere informatie

Tweetrapsschenking met bewaarplicht, giraal geld en vruchten

Tweetrapsschenking met bewaarplicht, giraal geld en vruchten Publicatie Uitgever WPNR: Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie Jaargang 146 Publicatiedatum 28-03-2015 Afleveringnummer 7056 Titel Auteurs Samenvatting

Nadere informatie

Belastingadviesbureau Groenemans WELKOM. Henk Groenemans CB RB Msc. Register Belastingadviseur

Belastingadviesbureau Groenemans WELKOM. Henk Groenemans CB RB Msc. Register Belastingadviseur Belastingadviesbureau Groenemans WELKOM Henk Groenemans CB RB Msc. Register Belastingadviseur Koren 16 a 0492-841336 5731 LC Mierlo u 06-24243155 Nederland fiscad@onsmail.nl Vliegert Mierlo, 15 november

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 822 Invoering Boek 4 en Titel 3 van Boek 7 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, derde gedeelte (Overgangsrecht) Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere informatie

Bachelor Thesis [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ]

Bachelor Thesis [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ] Bachelor Thesis Naam : Jeffrey Rous Studierichting : Fiscale Economie ANR : s902350 Datum : 21/11/2009 Begeleider : Mr. S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ] Inhoudsopgave

Nadere informatie

2. In onderdeel II wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

2. In onderdeel II wordt na onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende: 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956, alsmede introductie van een

Nadere informatie

2014 -- Successiewet -- Deel 2

2014 -- Successiewet -- Deel 2 Successiewet les 2 programma Successierecht Wetsficties Bedrijfsopvolgingsfaciliteit Aangifte 1 Wetsficties 1 van 11 Schuldigerkenning niet-registergoederen art. 8-1 SW Om het ontgaan van successierecht

Nadere informatie

Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken)

Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) Mr. Caroline J.M. Martens 1 Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) De verkrijging krachtens de renteafspraak is een verkrijging op grond van een fictiebepaling In deze bijdrage

Nadere informatie

Monografieèn Privaatrecht. Erfrecht. Prof. mr. M.J.A. van Mourik. Vijfde druk

Monografieèn Privaatrecht. Erfrecht. Prof. mr. M.J.A. van Mourik. Vijfde druk Monografieèn Privaatrecht Erfrecht Prof. mr. M.J.A. van Mourik Vijfde druk Kluwer - Deventer - 2008 Inhoud Enige afkortingen en symbolen XV Enige verkort aangehaalde werken XVI I. INLEIDING 1 1. Erfrecht

Nadere informatie

BOEK 4 NIEUW BURGERLIJK WETBOEK VAN SURINAME. Boek 4 Erfrecht. Titel 1 Algemene bepalingen. Artikel 1

BOEK 4 NIEUW BURGERLIJK WETBOEK VAN SURINAME. Boek 4 Erfrecht. Titel 1 Algemene bepalingen. Artikel 1 BOEK 4 NIEUW BURGERLIJK WETBOEK VAN SURINAME Boek 4 Erfrecht Titel 1 Algemene bepalingen Artikel 1 1. Erfopvolging heeft plaats bij versterf of krachtens uiterste wilsbeschikking. 2. Van de erfopvolging

Nadere informatie

VERGELIJKING HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMEWONEN

VERGELIJKING HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMEWONEN VERGELIJKING HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMEWONEN HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMENWONEN = verbintenis tussen 2 ongehuwde personen van verschillend of hetzelfde geslacht die een

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG en Juridische Zaken Sector privaatrecht Schedeldoekshaven 100 2511

Nadere informatie

Presentatie ZijActief

Presentatie ZijActief Presentatie ZijActief Op: 18 januari 2012 Door: mr A.J.W. (Arjan) Kuiper, notaris te Montfoort Even voorstellen? Mr A.J.W. (Arjan) Kuiper, notaris Opvolger van notaris mr H.J.Th.G. Tomlow Even voorstellen?

Nadere informatie

Bewindvoerderschap. Curatele, bewind en mentorschap

Bewindvoerderschap. Curatele, bewind en mentorschap Bewindvoerderschap Het kan voorkomen dat een erflater van mening is dat zijn erfgenamen (nog) niet de volledige verantwoording kunnen dragen van het door hen geërfde vermogen. Dit kan te maken hebben met

Nadere informatie

SUCCESSIERECHTEN IN FRANKRIJK EN NEDERLAND (2009)

SUCCESSIERECHTEN IN FRANKRIJK EN NEDERLAND (2009) SUCCESSIERECHTEN IN FRANKRIJK EN NEDERLAND (2009) Heering Associates Januari 2009 Heering Associates Jachthavenweg 121 1081 KM Amsterdam Postbus 75265 1070 AG Amsterdam 020-6789 527 www.heeringassociates.eu

Nadere informatie

Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010

Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010 Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010 Nieuwe schenk- en erfbelasting De nieuwe Successiewet (deze wet regelt de schenk- en erfbelasting) is op 1 januari 2010 ingegaan en heeft gevolgen voor bijna iedereen!

Nadere informatie

INHOUD. Hoofdstuk IV. Ongeldigheid van het huwelijkscontract... 48 TITEL II DE VERSCHILLENDE HUWELIJKSSTELSELS... 51

INHOUD. Hoofdstuk IV. Ongeldigheid van het huwelijkscontract... 48 TITEL II DE VERSCHILLENDE HUWELIJKSSTELSELS... 51 INHOUD BOEK VIII. HUWELIJKSSTELSELS.... 1 Inleiding... 3 TITEL I HET HUWELIJKSCONTRACT.... 5 Hoofdstuk I. Inleiding.... 5 Hoofdstuk II. Inhoud van het huwelijkscontract.... 10 Afdeling I. Huwelijksovereenkomsten....

Nadere informatie

Voor het leven geregeld: het erfrecht vanaf 1 januari 2003

Voor het leven geregeld: het erfrecht vanaf 1 januari 2003 Voor het leven geregeld: het erfrecht vanaf 1 januari 2003 In dit informatieblad vindt u informatie over de belangrijkste wijzigingen in het erfrecht per 1 januari 2003. Achterin staan adressen vermeld

Nadere informatie

Is er leven na de dood?

Is er leven na de dood? Is er leven na de dood? DE DOOD IS EEN DEEL VAN HET LEVEN. MAAR WAT GEBEURT ER MET MIJN BEZIT ALS IK NU PLOTS ZOU OVERLIJDEN? WAT HEB IK EN AAN WIE WIL IK WAT GEVEN? OF LAAT IK ALLES AAN DE STAAT? IS ER

Nadere informatie

Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten:

Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten: EPN EXAMEN (ochtendgedeelte) 14 maart 2013 Vraagstuk I Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten: De Successiewet 1956 is een verkrijgersbelasting (artikel 5, 24

Nadere informatie

Webinar Personen, familie- en erfrecht, 8 september 2015. Prof. Mr. Tea Mellema-Kranenburg

Webinar Personen, familie- en erfrecht, 8 september 2015. Prof. Mr. Tea Mellema-Kranenburg Webinar Personen, familie- en erfrecht, 8 september 2015. Prof. Mr. Tea Mellema-Kranenburg Te behandelen uitspraken: ECLI:NL:GHSHE:2014:4672 (facultatief verrekenbeding) ECLI:NL:HR:2015:1297 (gemeenschap)

Nadere informatie

ERVEN EN SCHENKEN. Onderlinge Fonds voor zieken U.A. Onderwerpen. Stukje historie. Mr Tj.Smid Netwerk Notarissen

ERVEN EN SCHENKEN. Onderlinge Fonds voor zieken U.A. Onderwerpen. Stukje historie. Mr Tj.Smid Netwerk Notarissen ERVEN EN SCHENKEN Onderlinge Fonds voor zieken U.A. Woensdag 9 april 2014 Mr Tj.Smid Netwerk Notarissen notaris in de gemeente Zuidhorn Mr. Tj.Smid Netwerk Notarissen / 1 Netwerk Notarissen / 2 Onderwerpen

Nadere informatie

WWW.NOTARVANDERVEEN.NL

WWW.NOTARVANDERVEEN.NL WWW.NOTARVANDERVEEN.NL WAAROM Ú EEN TESTAMENT NODIG HEEFT en de verschillende testamentsvormen Mr Anna van der Veen, kandidaat-notaris en als notarieel jurist verbonden aan Notariskantoor Van der Veen

Nadere informatie

Het fideicommis in de notariële praktijk

Het fideicommis in de notariële praktijk Het fideicommis in de notariële praktijk Redactie reeks Familie & Recht Prof. mr. dr. Masha Antokolskaia, Vrije Universiteit Amsterdam Prof. dr. Katharina Boele-Woelki, Universiteit Utrecht Prof. mr. dr.

Nadere informatie

HANDBOEK BURGERLIJK RECHT

HANDBOEK BURGERLIJK RECHT RENE DEKKERS HANDBOEK BURGERLIJK RECHT DEEL IV Huwelijksstelsels - Erfrecht - Giften DERDE UITGAVE BEWERKT DOOR HELENE CASMAN Gewoon Hoogleraar Vrije Universiteit Brussel Hoogleraar Université Libre de

Nadere informatie

A 2011 N 68 PUBLICATIEBLAD

A 2011 N 68 PUBLICATIEBLAD A 2011 N 68 PUBLICATIEBLAD LANDSVERORDENING van de 15 de december 2011 tot vaststelling van Boek 4 en titel 7.3 van het Burgerlijk Wetboek Landsverordening erfrecht en schenking) IN NAAM DER KONINGIN!

Nadere informatie

Inhoud. 2.1 Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen 69 2.1.1 Het karakter van de uiterste wilsbeschikking 69. Maklu 5

Inhoud. 2.1 Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen 69 2.1.1 Het karakter van de uiterste wilsbeschikking 69. Maklu 5 Inhoud Hoofdstuk 1 Versterferfrecht 13 1.1 Inleiding 13 1.1.1 Achtergrond 13 1.1.2 Terminologie 15 1.1.3 Geschiedenis 16 1. 2 Algemene bepalingen 20 1.2.1 Erfopvolging 20 1.2.2 Commoriënten 20 1.2.3 Onwaardigheid

Nadere informatie

Voorwoord. Ik dank u voor uw interesse en verwelkom u graag op mijn kantoor. Fenneke Koster-Joenje, notaris

Voorwoord. Ik dank u voor uw interesse en verwelkom u graag op mijn kantoor. Fenneke Koster-Joenje, notaris Uw testament Voorwoord U bezoekt de notaris zowel in goede als slechte tijden. Overlijden is een droevige gebeurtenis. Dan is het fijn dat uw wensen voor uw overlijdt goed zijn geregeld. Door middel van

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 429 Beschikking van de Minister van Justitie van 16 augustus 2002, houdende plaatsing in het Staatsblad van de vernummerde tekst van de wet van

Nadere informatie

Financiële Planning. Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ

Financiële Planning. Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ Financiële Planning Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ Alisen Düzgün, financieel planner bestuursbureau SPMS advies@spms.nl 030-6937680

Nadere informatie

De legataris wordt erfgenaam volgens de wet; wat was de bedoeling van de testateur?

De legataris wordt erfgenaam volgens de wet; wat was de bedoeling van de testateur? De legataris wordt erfgenaam volgens de wet; wat was de bedoeling van de testateur? Prof. mr. E.A.A. Luijten en prof. mr. W.R. Meijer* 12 1 Inleiding Voor een geldige uiterste wil is een notariële akte

Nadere informatie

1. De wetgever heeft reeds in uw plaats gedacht

1. De wetgever heeft reeds in uw plaats gedacht 1. De wetgever heeft reeds in uw plaats gedacht 1.1. U HEEFT VOORAF NIETS GEREGELD Voor zover u geen testament opgemaakt heeft, heeft de wetgever de erfgenamen ingedeeld in vier categorieën, waarvan hij

Nadere informatie

Erfrecht van de langstlevende echtgenoot

Erfrecht van de langstlevende echtgenoot Monografieen BW B19 Erfrecht van de langstlevende echtgenoot Mr. P.C. van Es Universitair hoofddocent notarieel recht, Universiteit Leiden Kluwer - Deventer - 2009 Inhoud VOORWOORD V LUST VAN AFKORTINGEN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 28 867 Wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen) Nr. 12 DERDE NOTA

Nadere informatie

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/85151

Nadere informatie