blz. 84 titel figuur 6.4 wordt: Netto profijt per jaar van burgers naar leeftijdsgroepen (gemiddeld per persoon)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "blz. 84 titel figuur 6.4 wordt: Netto profijt per jaar van burgers naar leeftijdsgroepen (gemiddeld per persoon)"

Transcriptie

1 Lesbrieven vwo Lesbrief Levensloop blz. 20, kennenlijst, laatste stip eerste rij: koopkracht van het inkomen blz. 20, kennenlijst, tweede rij, 6 e stip: tit-for-tatstrategie blz. 20, kennenlijst, tweede rij, 7 e stip: bindende afspraak blz 40, opdracht 2.38 en 2.39 samenvoegen. Opdracht 2.38b krijgt dan uitbreiding met: 3. Een autoverzekeraar geeft een no-claimkorting. Wie een jaar lang geen schade claimt voor zijn WA-verzekering krijgt een premiekorting die kan oplopen tot 70%. 4. In de polis van de reisverzekering wordt de bepaling opgenomen dat geen schade wordt uitgekeerd als de verzekerde bij diefstal nalatig is geweest. Opdracht 2.39 vervalt. Blz. 42, einde 1 e alinea, tekst na komma kan weg. Werken bij de overheid of in het bedrijfsleven geeft minder risico., maar de carrièremogelijkheden zijn minder. Blz. 54, opdracht 3.28 klopt niet omdat er in tabel 3.11 families staan. Dat vermogen zou dus over meerdere personen verdeeld kunnen zijn. Tabel is aangepast. Alinea boven vraag 3.28a: Nederland telt 15 personen met. blz. 59, kennen lijst bovenaan, schrappen: collectieve dwang blz. 59, 2 e kolom, na belastbaar inkomen invoegen: heffingskorting blz. 79, kennen lijst waardevaste uitkering welvaartsvaste uitkering blz. 84 titel figuur 6.4 wordt: Netto profijt per jaar van burgers naar leeftijdsgroepen (gemiddeld per persoon) blz. 87, tabel 6.2 rij 2006, kolom grijze druk moet zijn: 23,3. blz. 98, 1 e kolom, Bindende afspraak, 16 1 e kolom, Koopkracht van het inkomen,12, 43 Schrappen: 1 e kolom, Kapitaaldekking, 68 1 e kolom, Kapitaaldekkingsstelsel, 68, 72 2 e kolom, Tit-for-tatstrategie 16 2 e kolom, Waardevaste uitkering 2 e kolom, Welvaartsvaste uitkering Uitwerkingen Levensloop blz. 4, opdracht 1.12b moet worden: 10 = 0,25b + 0, ,25b = 10 1,6 b = 8,4/0,25 b = 33,6 belminuten. Uitwerkingen zelftest Levensloop blz. 41/42, Antwoorden 2.39 worden 2.38 b.3. en b.4. blz. 45, opdracht 4.20 d. De waarde van het huis op 1 januari 2011 moet zijn: ,024 3 = ,36. blz. 47, opdracht 6.19b, laatste kolom moet zijn 13,3 35,3 100 (i.p.v. 35,5 22,2 100) Lesbrief Arbeidsmarkt Blz. 4 Hoofdstuk 3, paragraaf 3.4 moet worden: Economie en werkgelegenheid Blz 6, laatste zin 'Vanaf 16 jaar mag je dus de meeste soorten werk doen.' Vervangen door:

2 Vanaf 16 jaar mag je het meeste werk doen, met uitzondering van werk dat gevaar oplevert of schadelijk is voor je gezondheid. Blz. 9, 2 e alinea, 2 e regel: Deze vervulde vraag noemen we de werkgelegenheid: het aantal bezette arbeidsplaatsen. en bestaat uit de werknemers en de zelfstandigen. Blz. 13, 4 e regel van onderen schrappen: 'Die dachten geen kans op een baan te hebben toen het slecht ging met de economie.' Blz. 19, paragraaf 2.5, 5 e regel Schrappen: De arbeidsproductiviteit per jaar kan behalve door slimmer te werken ook toenemen door meer uren per jaar te werken. Toevoegen: Een stijging van de arbeidsproductiviteit betekent dat er in dezelfde tijd meer wordt geproduceerd. Er wordt dan niet meer gewerkt, maar slimmer gewerkt. Blz. 20, opdracht 2.14c wordt: Bereken met behulp van tabel 2.5 met hoeveel procent het inkomen.. Blz. 20 opdracht Tussen a en b moet de volgende regel komen te staan: De i/a-ratio kan invloed hebben op de concurrentieverhouding tussen landen, de concurrentiepositie. De concurrentiepositie van een land wordt slechter als de prijzen in dat land stijgen ten opzichte van concurrerende landen. Blz. 21, Opdracht 2.16 Schrappen titel van tabel 2.7 I/a-ratio s in Inleiding bij opdracht 2.16 toevoegen: In tabel 2.7 zijn in kolom 2 de i/a-ratio s van een aantal landen gegeven inclusief de 65-plussers. Een i/a-ratio in België van 103 wil zeggen dat er tegenover elke 100 actieven 103 inactieven met een uitkering staan. Van die 103 inactieven zijn er 56 tussen de 15 en 64 jaar en 47 inactieven zijn 65-plusser. Blz. 23, opdracht 2.20e schrappen. Blz. 24 Opdracht 2.24 moet worden: De bruto participatiegraad is Blz. 24, Opdracht 2.29b vervalt. (werkloosheidspercentage komt pas in hoofdstuk 5.) Blz. 25 Figuur e regel derde hokje moet zijn: (i.p.v ). Figuur e regel, tweede hokje moet zijn 340 (i.p.v. 341). Blz. 27, leerdoelen, kennen, 2 e kolom, na deeltijdarbeid toevoegen: arbeidsjaar Blz. 28 figuur 3.1 eerste zin krantenbericht moet worden: De werkgelegenheid bij tuinbouwbedrijf De Vries is het afgelopen jaar gedaald. Blz. 29, vierde regel na opdracht 3.1. 'Als de productiewijze arbeidsintensief is, dat wil zeggen dat er veel arbeid wordt ingezet in verhouding tot het kapitaal en de productie, dan bepalen de loonkosten per product in sterke mate de kostprijs van een product.' Vervangen door: Als de productiewijze arbeidsintensief is, wil dat zeggen dat er veel arbeid wordt ingezet in verhouding tot het kapitaal. De loonkosten per product bepalen dan in sterke mate de kostprijs van een product. Blz. 29, opdracht 3.3. Toevoegen boven vraag f: Beide bedrijven produceren voetballen per jaar. Blz. 29, opdracht 3.3f wordt: Bereken voor Ada en Niki de totale kosten bij een productie van voetballen. Blz. 30, opdracht 3.4b wordt. Beredeneer of de productie van een onderneming arbeidsintensiever of kapitaalintensiever wordt als de kapitaalkosten gelijk blijven en de arbeidskosten per uur dalen. Blz. 31, figuur 3.3 De lijn in de grafiek iets naar links schuiven, zodat deze door (75,0) en (50;2,5) gaat. Blz. 32, opdracht 3.7b moet worden:

3 De arbeidsproductiviteit in de auto-industrie is in West-Europa meer/minder dan 10 keer zo hoog als in China. blz. 33 toelichting bij tabel e bolletje moet worden: De productiewaarde staat niet in de tabel maar is te berekenen met de formule: Productiewaarde = productievolume prijs Blz. 34, figuur 3.4, staafje creatie bij moet doorlopen tot 10%. Blz.35 boven opdracht 3.11, figuur 3.5: 2 de blokje onder de figuur: Effect subsidie moet zijn: Effect substitutie Blz. 35 paragraaf 3.4 is geworden: Economie en werkgelegenheid (begrip conjunctuur wordt pas later uitgelegd) Blz. 35, paragraaf 3.4, 2 e regel is geworden: afhankelijk van de op- en neergang van de economie. Blz. 37 Opdracht 3.17 wordt: Welke uitspraak over een breedte-investering is altijd onjuist? Opdracht 3.18 Welke uitspraak over een diepte-investering is altijd juist? A. Door een diepte-investering stijgt altijd de werkgelegenheid. Opdracht 3.20 Nieuwe opdracht gemaakt, oude geschrapt. Blz.45, tabel 4.2, 1 e regel is geworden: kan een (bedrijfstak-)cao doen gelden voor alle bedrijven (en dus werknemers) in een bedrijfstak Blz. 45, 4.3 loononderhandelingen, 1 e alinea, laatste regel is geworden: De totale kosten die een werkgever betaalt als hij iemand in dienst neemt, zijn de loonkosten. Het verschil tussen wat de werknemer netto ontvangt en wat de werkgever in totaal betaalt aan loonkosten noemen we de wig. Blz. 46, 2 e regel van onderen is geworden: Met deze toegevoegde waarde worden de inkomens (huur, winst loon, pacht, rente en winst) van de productiefactoren betaald. Blz. 47, onder het kopje stijging arbeidsproductiviteit en loonstijging: Bij een stijging van de arbeidsproductiviteit wordt er met hetzelfde aantal werknemers meer geproduceerd in een bepaalde periode. Blz. 54, opdracht 4.27 is geworden: In een bedrijfstak stijgt de arbeidsproductiviteit met vijf procent. De prijzen stijgen met twee procent. De loonruimte bedraagt: Blz. 54, opdracht 4.29, uitspraak I en II reële schrappen: Uitspraak I: Er is een arbeidsproductiviteitsstijging van 5,4%. Uitspraak II: Het aantal banen neemt toe met 8,9% en er is een stijging van de arbeidsproductiviteit van 5,2%. Blz. 55, opdracht 4.30 is geworden: In een land stijgt de arbeidsproductiviteit met gemiddeld twee procent en is er een loonruimte van zes procent. De werknemers krijgen gemiddeld een loonstijging van twee procent. Het gevolg is dat hun koopkracht Blz. 55, opdracht 4.33: Linkerkolom is geworden: kop rechter kolom is geworden: ontwikkeling cao-lonen (2000=100) tekst aangepast. Blz. 55, opdracht Zet de volgende begrippen in de juiste volgorde in een oorzaakgevolgschema en geef met pijlen aan of er sprake is van een stijging of een daling. Begin met loonkosten per product.

4 Prijzen, export & import, werkgelegenheid, loonkosten per product, internationale concurrentiepositie. Blz. 56, leerdoelen, kennen, 2 e kolom, na algemeen verbindend verklaren toevoegen: toegevoegde waarde = productiewaarde Blz. 65, opdracht 6.1 Voor de vraag toevoegen: Op een ideale markt zijn er veel vragers en aanbieders van een product, zijn de producten in de ogen van de consument gelijk (homogeen), is iedereen op de hoogte van de marktsituatie (transparante markt) en kan iedereen vrij toetreden tot deze markt of uittreden. Zo n marktvorm wordt volledige mededinging of volkomen concurrentie genoemd. Blz. 69, onder figuur 6.3 schrappen: Als de arbeidsmarkt een markt van volledige mededinging zou zijn, komt onvrijwillige werkloosheid niet voor. Iemand die dan geen baan heeft, heeft een te hoge leveringsbereidheid. Blz. 71, opdracht 6.10, derde bolletje is geworden: er zijn maximaal 3,5 miljoen arbeidsjaren beschikbaar. Blz. 72, opdracht 6.10h 2. Bereken welk deel van deze werkloosheid onvrijwillig is. Blz. 74, leerdoelen, kennen, 1 e kolom, na krappe (gespannen) arbeidsmarkt invoegen: ruime (ontspannen) arbeidsmarkt Blz. 75, hints hoofdstuk 3, 12 e regel: waardoor de vraag naar arbeid minder loonelastisch is, enz; d) -0,2; e) 1,4%; g) Koopkracht en dus de Uitwerkingen Arbeidsmarkt Blz. 7, opdracht 2.11 antwoord vervangen. Blz. 8, laatste kolom, Nederland moet staan: 39 (i.p.v. 37). Blz antwoord b en d uitgebreid e. vervalt Blz. 15, opdracht 4.4a, 1 e regel tabel: kan een bedrijfs-cao doen gelden voor een hele bedrijfstak vervangen door: kan een (bedrijfstak-)cao doen gelden voor alle bedrijven (en dus werknemers) in een bedrijfstak Blz. 24 figuur: De aanbodlijn loopt maximaal door tot 3,5. Blz. 24 en g. stippellijn A2 moet beginnen bij (42,0) en eindigen bij (58,100) en moet dus iets naar links verschoven worden. Uitwerkingen zelftesten Arbeidsmarkt (in docentenhandleiding) blz. 61 opdracht 1.16 moet worden: De vraag (werkgelegenheid en vacatures) naar arbeid steeg harder dan het aanbod van arbeid. blz. 62 opdracht 2.29b vervalt. blz. 64 opdracht 3.25b moet zijn: Om alle werknemers aan het werk te houden moet de productie = stuks worden. blz. 65 opdracht opdracht 4.27 moet worden: D. 105 = (?/102 ) 100? = 107,10 de loonruimte is 7,1%. blz. 65 opdracht 4.29 D. De reële stijging apt = moet worden: Stijging apt =

5 blz. 65 opdracht 4.30 is veranderd. blz.65 opdracht 4.33 b. stijging reële arbeidsproductiviteit moet worden: stijging arbeidsproductiviteit. Lesbrief Kleding Blz. 11 leerdoelen, kennen, na 1 e stip toevoegen: budgetonderzoek Blz.37, opdracht 3.19f is geworden: Noem twee andere factoren die een verklaring kunnen geven voor het te geringe aanbod van docenten bij het huidige salaris van per maand. Blz. 39, opdracht 3.25 is geworden: Gegeven is de aanbodfunctie Qa = 0,2P + a. Blz.44 laatste regel 2 de alinea is geworden: De gemiddelde constante kosten bereken je door de totale constante kosten te delen door het aantal stuks: GCK = TCK/q. Blz. 55, opdracht 4.16, minteken moet plusteken zijn, dus Als TK = 1,5q 2 + 3q + 6 en TO = 40q dan geldt: B. MK = 0,75q + 3 en MO = 40. C. MO = 40 en GVK = 1,5q + 3 = 6/q. D. GVK = 1,5q + 3 en MK = 3q + 3. Blz. 55, opdracht 4.17, minteken moet plusteken zijn: Als P = 20 en GTK = 2q /q dan geldt: Blz. 55 opdracht 4.17 moet worden: B. De maximale totale winst is 80. D. De winst is maximaal als q = 6. Blz. 55, opdracht 4.18 is geworden: vraagfunctie Qv = -1,5P + 60 en de collectieve aanbodfunctie Qa = 2,5P 40. totale-kostenfunctie TK = q 2 + 7q Blz. 62, leerdoelen, 1 e kolom, 7 e stip: proportioneel variabele kosten 2 e kolom, 1 e stip: degressief variabele kosten 2 e kolom, 2 e stip: progressief variabele kosten 2 e kolom, onderaan toevoegen: duurzame productie maatschappelijk verantwoord ondernemen Blz. 70, figuur 5.3. Weghalen: de horizontale lijn bij 150. De MK lijn loopt door het punt (6,80). De GVK-lijn loopt onderaan ronder, iets naar onderen doorlopen en door het punt (6,60) lopen. De GTK-lijn moet door het punt (6,100) lopen. Blz. 70, opdracht 5.7 is geworden: In figuur 5.3 zijn de kosten van spijkerbroekenwinkel Blz. 71, 2 e regel dezelfde prijs is er meer aanbod. Door een afname van het aantal aanbieders verschuift de collectieve aanbodlijn naar links, bij dezelfde prijs is er minder aanbod. Blz. 73, opdracht Is als volgt bedoeld: Qv = -2P + 50 P = prijs in euro's

6 Qv = collectieve vraag naar merkloze zwarte T-shirts ( 1.000) Blz. 101, 1 e regel moet worden: Door het voeren van prijsbeleid kan deze detaillist het bedrijfsresultaat niet beïnvloeden. Blz. 101, leerdoelen, kennen lijst, toevoegen na deelmarkt: dereguleren. Blz. 116, opdracht 8.30b moet zijn: Hoe verandert matrix 8.11 als Bill zijn stuur vastzet? Blz. 122, opdracht 8.52 moet worden: De firma Rijen en de firma Kolommen beconcurreren elkaar. Rijen kan kiezen uit de strategieën Boven, Neutraal en Onder, terwijl de Kolommen kan kiezen tussen Links, Midden en Rechts. Uitwerkingen Kleding Blz. 12, opdracht 3.19e. De uitwerking gewijzigd. Blz. 21, opdracht 4.17 gewijzigd. Blz. 22, opdracht 4.18, gewijzigd. Blz. 26 figuur: De horizontale lijn bij 150 weghalen. Bij de horizontale lijn 80 zetten: GO=P(=MO). Uitwerkingen zelftesten Kleding (docentenhandleiding) Blz. 51 De nummering van de opdrachten aanpassen. Ze lopen nu van 4.16 t/m Dat moet zijn 4.24 t/m Blz. 51, opdracht 4.25 (nieuwe telling): Antwoord B en C zijn beiden goed. Blz. 57, opdracht 7.6: Antwoord B en C zijn beiden goed. Lesbrief Mobiliteit blz. 21 toevoegen onder opdracht 2.17: Alinea en opdracht 2.18 toegevoegd. Nummering volgende opdrachten aanpassen. blz. 22 laatste alinea boven transferopdracht 2.7, 4 e regel van onderen toevoegen: efficiënt aangewend of gealloceerd. Het totale surplus van consumenten en producenten is dan maximaal. Eerder hebben we deze blz. 27 opdracht 2.33 gewijzigd. blz e bolletje: het consumentensurplus in een grafiek met een vraaglijn en aanbodlijn aangeven en berekenen. blz e bolletje: het producentensurplus in een grafiek met een vraaglijn en aanbodlijn aangeven en berekenen. blz. 29 opdracht 3.1 gewijzigd. blz. 31 opdracht 3.2 uitgebreid.

7 blz e alinea, regel 8 toevoegen: verschil P" P' als subsidie aan de producenten. blz. 36 opdracht 3.5 na d. toevoegen (en nummering aanpassen): e. Bereken het welvaartsverlies. blz. 36 laatste zin boven opdracht 3.7 schrappen. blz. 39 opdracht 3.10 uitgebreid. blz. 42 opdracht 3.19 uitgebreid blz. 45 onder kunnen 3 e bolletje: het effect op het surplus analyseren van een maximumprijs en dit grafisch en rekenkundig onderbouwen. 6 e bolletje: grafisch en algebraïsch de gevolgen op de gevraagde en aangeboden hoeveelheid analyseren van de instelling van een minimumprijs. 8 ste bolletje: met behulp van de Harberger driehoek herkennen hoe welvaartsverliezen ontstaan en dit grafisch en rekenkundig onderbouwen. 9 de bolletje met voorbeelden uitleggen welke invloed belastingen en subsidies hebben op de verdeling van het consumentensurplus en het producentensurplus en uitleggen hoe afwenteling hierbij een rol speelt en dit grafisch en rekenkundig onderbouwen. blz e alinea toevoegen: prijzen te beïnvloeden. Er is sprake van marktfalen. Een monopolist blz. 53 Derde regel is geworden: Bij volledige mededinging zijn de producten in de ogen van de consument identiek. Daarom zullen aanbieders van een product proberen hun product iets eigens mee te geven, waardoor het iets afwijkt van dat van de concurrentie. De consument kan hierdoor ook kiezen en heeft daar ook geld voor over. blz. 56 opdracht 4.19d. is geworden: Leg aan de hand van Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. met een berekening uit welke invloed blz. 62 nieuwe opdracht 4.24 toegevoegd. blz. 62 onder kunnen bolletje toevoegen: uitleggen dat asymmetrische informatie de transactiekosten verhogen. blz. 90 hints hoofdstuk 2 is geworden: 2.18a) 9 miljoen; b) 4,5 miljoen; 2.19) Laag; en nummering verder aanpassen. blz. 90 hints hoofdstuk 3 is geworden: 3.1ab) ; c) CS = PS = ; d) Horizontale lijn bij 10; e) Vragers; f) 10 miljoen rkm; g) Aanbodtekort; h) ; i) ; j) ; 3.2a) Horizontale lijn bij 15; b) ; c) ; d) 2 miljoen; e) ; f) 1,5 miljoen; g) Sommige 3.5e) 1,5 miljoen; f) 6 miljoen; g) 66,7%;

8 Uitwerkingen Mobiliteit blz. 12 nieuw antwoord toegevoegd en nummering aangepast. blz. 13 opgave 3.1 en 3.2 aangepast. blz. 16 opgave 5e is geworden: e. ½ = 1,5 miljoen. blz. 19 opgave 3.10 c,d en e aangepast. Uitwerkingen zelftesten Mobiliteit (docentenhandleiding) blz. 71 opdracht 2.33 aangepast. blz 73, opdracht 3.19 aangepast. blz. 74 opdracht 4.19d. aangepast. blz. 77 nieuwe opdracht 4.24 toegevoegd. Lesbrief Rekonomie vwo Blz. 16, opdracht 2.26d: Schrappen (en nummering aanpassen): Firma Mens heeft een omzet inclusief btw gehaald van Van deze omzet valt 30% onder het lage 6%-btw-tarief en de rest onder het 19%-tarief. d. Bereken hoeveel btw firma Mens aan de fiscus moet afdragen. Blz. 34 opdracht 4.17, 4 e bolletje. Schrappen: Deze verkoop levert geen winst en geen verlies op. Blz. 37, laatste regel. Kostenfunctie moet zijn: TK = q Blz. 40 figuur 5.6 onderste lijn, moet op y-as snijden bij 6 (i.p.v. 5.) Blz. 40 opdracht 5.9c TK = 4q 2 8q Blz. 40 opdracht 5.9d TK = 2q 2 12q + 25 Blz. 41 opdracht 5.14d Teken in figuur 5.7 de lijn van de gemiddelde totale kosten Uitwerkingen Rekonomie Blz. 15 opdracht 5.3a. TVK = 5q Blz. 17 opdracht 5.9c: TK is minimaal als MK = 0 TK = MK = 8q 8 = 0 8q = 8 q = 1. Uitwerkingen Zelftesten Rekonomie opdracht 2.26d is geschrapt. Lesbrief Monetaire Zaken Blz. 9, opdracht 1.8, stelling II moet worden: Oppotten is een vorm van sparen.

9 Uitwerkingen Monetaire Zaken Blz. 10 opdracht 4.5a. uitgebreid Blz. 10 opdracht 4.5b, 2 e regel moet worden: 0, , = 105,25. De inflatie voor Marco s gezin is 5,25% Blz. 10, opdracht 4.9a moet worden: (106/102,5) 100 = 103,41 bedraagt 3,41%. Docentenhandleiding Uitwerking Zelftest Monetaire Zaken Blz. 94, opdracht 4.20g. aangepast Lesbrief Economische Modellen blz. 37, 2 e stip onder het model. (in duizenden euro s) moet worden: ( 1.000). blz. 59, opdracht 4.14, 5 e regel: overheidssubsidie is de huursubsidie: toevoegen: (tegenwoordig huurtoeslag). blz. 70, opdracht 5.10 B een exogene variabele moet worden: een endogene variabele. Uitwerkingen Economische Modellen blz. 8, opdracht 3.8, 1 e regel en laatste regel moet worden: een extra euro inkomen gespaard blz. 19 opdracht 4.14 b. uitgebreid.

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3 LESBRIEF VERVOER havo 4 blok 3 Inhoud Met de taxi of met de fiets (kosten, opbrengsten, winst, mo, mk) Verzekeren tegen risico (verzekeren) De lucht in (vraag, aanbod, surplus) Het beroepsgoederenvervoer

Nadere informatie

Aanpassingen lesbrieven havo

Aanpassingen lesbrieven havo Aanpassingen lesbrieven havo 2012-2013 Lesbrief Vervoer blz. 5, na 5 e regel onder foto:..is aangesloten bij TCA. Toevoegen: Vanwege het grote marktaandeel mag TCA de marktleider genoemd worden. blz. 5,

Nadere informatie

Aanvullingen vwo Lesbrief Kleding, druk 2012 Hoofdstuk 2

Aanvullingen vwo Lesbrief Kleding, druk 2012 Hoofdstuk 2 Aanvullingen op de vwo-lesbrieven druk 2012 n.a.v. wijzigingen in syllabus door CvE De CvE heeft de syllabus van de commissie Hinloopen aangepast. Helaas heeft ze dat gedaan nadat de methodeschrijvers

Nadere informatie

Werkboek Werk Ver 2. Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m 1.12. Dit boekje elke les meenemen! 6 1.13 t/m 1.20 2.1 t/m 2.

Werkboek Werk Ver 2. Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m 1.12. Dit boekje elke les meenemen! 6 1.13 t/m 1.20 2.1 t/m 2. Werkboek Werk Ver 2 Week Opgaven Bijzonderheden 5 Toetsbespreking 1.1 t/m 1.12 Dit boekje elke les meenemen! 6 1.13 t/m 1.20 2.1 t/m 2.9 7 2.10 t/m 2.14 Afmaken beleggen Inleveren handelingsdeel bij docent

Nadere informatie

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! UITWERKINGEN vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? q= 6 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod.

Domein D: markt. 1) Nee, de prijs wordt op de markt bepaald door het geheel van vraag en aanbod. 1) Geef 2 voorbeelden van variabele kosten. 2) Noem 2 voorbeelden van vaste (=constante) kosten. 3) Geef de omschrijving van marginale kosten. 4) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 5) Hoe

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) havo 5

Domein D: markt (module 3) havo 5 Domein D: markt (module 3) havo 5 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte

Nadere informatie

Domein D markt. Opgaven. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt. Opgaven. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! Opgaven vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn van

Nadere informatie

Domein D: markt (module 3) vwo 4

Domein D: markt (module 3) vwo 4 1. Noem 3 kenmerken van een marktvorm met volkomen concurrentie. 2. Waaraan herken je een markt met volkomen concurrentie? 3. Wat vormt het verschil tussen een abstracte en een concrete markt? 4. Over

Nadere informatie

Een verkenning van de arbeidsmarkt

Een verkenning van de arbeidsmarkt Hoofdstuk 1 1.11 B en C. 1.12 B. 1.13 B. 1.14 Stijging: a,b en c. Daling: d. 1.15 a. Daalt; b. Stijgt; c. Daalt; d. Stijgt. Een verkenning van de arbeidsmarkt 1.16 De vraag (werkgelegenheid en vacatures)

Nadere informatie

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3

LESBRIEF VERVOER. havo 4 blok 3 LESBRIEF VERVOER havo 4 blok 3 Inhoud Met de taxi of met de fiets (kosten, opbrengsten, winst, mo, mk) Verzekeren tegen risico (verzekeren) De lucht in (vraag, aanbod, surplus) Het beroepsgoederenvervoer

Nadere informatie

WAARDOOR NEEMT DE VRAAG TOE OF AF?

WAARDOOR NEEMT DE VRAAG TOE OF AF? VRAAG & AANBOD WAARDOOR NEEMT DE VRAAG TOE OF AF? De vraag naar een product kan bepaald worden door: Ø Een toe of afname van de bevolking Ø Een toe of afname van het inkomen Ø Een toe of afname behoeften

Nadere informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie

1 Aanbodfunctie. 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie 1 Aanbodfunctie 2 Afschrijvingskosten Asymmetrische 3 informatie Het verband tussen prijs een aangeboden hoeveelheid kun je weergeven met een vergelijking: de aanbodfunctie. De jaarlijkse waardevermindering

Nadere informatie

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische

Domein D: markt. 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische 1) Noem de 4 (macro-economische) productiefactoren. 2) Groepeer de micro-economische productiefactoren bij de macroeconomische productiefactoren. 3) Hoe ontwikkelt de gemiddelde arbeidsproductiviteit als

Nadere informatie

Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen

Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen Uitwerking Examentraining havo voor economisch tekenen Opgave 1 Vraag- en aanbodcurve met consumenten- en producentensurplus. Qv = -0,5p + 10 Qa = 0,5p 2 Qa = Qv Prijs in euro, q in stuks. 1. Teken de

Nadere informatie

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten?

Welvaart en groei. 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten? 1) Leg uit wat welvaart inhoudt. 2) Waarmee wordt welvaart gemeten? 3) Wat zijn negatief externe effecten? 4) Waarom is deze maatstaf niet goed genoeg? Licht toe. 1) De mate waarin mensen in hun behoefte

Nadere informatie

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman

Domein D markt UITWERKINGEN. monopolie enzo. Zie steeds de eenvoud!! Frans Etman Domein D markt monopolie enzo Zie steeds de eenvoud!! UITWERKINGEN havo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Bij welke afzet geldt dat de MO-lijn de MK-lijn snijdt? q= 6 2. Teken een stippellijn naar de prijslijn

Nadere informatie

Evenwichtspri js MO WINST

Evenwichtspri js MO WINST Volkomen concurrentie Volledige mededinging Hoeveeldheidsaanpassing: prijs komt door Qa en Qv tot stand, individu heeft alleen invloed op de hoeveelheid die hij gaat produceren Veel vragers en veel aanbieders

Nadere informatie

Domein markt: volkomen concurrentie

Domein markt: volkomen concurrentie Domein markt: volkomen concurrentie De markt / het marktmechanisme Vraag-aanbodcurve evenwicht, surplus Elasticiteiten E v p, E v i, E v1 p2, E a p Een van de vele aanbieders Opbrengst Kosten Winst TW

Nadere informatie

Economie Module 3. De marktstructuur is het geheel van kenmerken van de markt die het marktevenwicht beïnvloeden.

Economie Module 3. De marktstructuur is het geheel van kenmerken van de markt die het marktevenwicht beïnvloeden. Module 3 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten: - De concrete

Nadere informatie

Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6

Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 Markt en overheid - uitwerkingen bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 1 Nog niet zo lang geleden had je als boer te maken met een melkquotum. Een melkquotum betekent dat je een maximale hoeveelheid

Nadere informatie

Markt. Kenmerken van marktvormen:

Markt. Kenmerken van marktvormen: 1 1 1 Markt 1 3 5 7 9 1 1 1 1 1 hoeveelheid 1 3 5 7 9 Qv Qa nieuw Qa Qv nieuw p Kenmerken van marktvormen: Volkomen concurrentie: Veel aanbieders Homogeen product(mais) Vrije toetreding Alle kennis van

Nadere informatie

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Vraag 1 (H1-14) Een schoenmaker heeft een paar schoenen gerepareerd en de klant betaalt voor deze reparatie 16 euro. De schoenmaker

Nadere informatie

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt Ondernemingsvormen Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt De eenmanszaak = een onderneming met één eigenaar. De vennootschap onder firma (VOF) = een onderneming waarbij enkele mensen

Nadere informatie

Katern 2 Markten en welvaart

Katern 2 Markten en welvaart Katern 2 Markten en welvaart Begrippen budgetlijn = deze lijn geeft de verschillende mogelijkheden van geld uitgeven voor een consument weer ceteris paribus vraaglijn = het verband tussen de prijs en de

Nadere informatie

qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuio pasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjkl zxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq wertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiop

qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuio pasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjkl zxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq wertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiop qwertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuio pasdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjkl zxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzxcvbnmq wertyuiopasdfghjklzxcvbnmqwertyuiop Antwoorden webquest asdfghjklzxcvbnmqwertyuiopasdfghjklzx

Nadere informatie

Arbeid = arbeiders = mensen

Arbeid = arbeiders = mensen Vraag van en aanbod naar arbeid Arbeid = arbeiders = mensen De vraag naar mensen = werkenden Het aanbod van mensen = beroepsbevolking Participatiegraad Beroepsbevolking / beroepsgeschikte bevolking * 100%

Nadere informatie

OVER OMZET, KOSTEN EN WINST

OVER OMZET, KOSTEN EN WINST OVER OMZET, KOSTEN EN WINST De Totale Winst (TW) van bedrijven vindt men door van de Totale Opbrengsten (TO), de Totale Kosten (TK) af te halen. Daarvoor moeten we eerst naar de opbrengstenkant van het

Nadere informatie

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel)

Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel) Concrete markt: vragers, aanbieders, product op een bepaalde plaats. Abstracte markt: vraag en aanbod bepalen de prijs (denkmodel) Kenmerken: Veel aanbieders Homogeen goed Vrije toe- uittreding Transparante

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Economie Module 3 H1 & H2

Economie Module 3 H1 & H2 Module 3 H1 & H2 Hoofdstuk 1 1.1 - Markt, marktstructuur en marktvorm De markt is het geheel van factoren waaronder vragers en aanbieders elkaar ontmoeten en producten verhandelen. Er zijn twee soorten:

Nadere informatie

Eindexamen economie havo I

Eindexamen economie havo I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat

Nadere informatie

1)Waaruit bestaat de vraag op de Werkenden en arbeidsmarkt? (openstaande)vacatures. 2)Noem een ander woord voor Werkenden werkgelegenheid.

1)Waaruit bestaat de vraag op de Werkenden en arbeidsmarkt? (openstaande)vacatures. 2)Noem een ander woord voor Werkenden werkgelegenheid. 1 1)Waaruit bestaat de vraag op de arbeidsmarkt? 2)Noem een ander woord voor werkgelegenheid. 3)Wie vragen arbeid? 4)Met welk woord wordt het aanbod van arbeid ook aangeduid? 5)Geef de omschrijving van

Nadere informatie

Wat kun je verwachten?

Wat kun je verwachten? Economie V5 Economie 2 3 Wat kun je verwachten? Urenverdeling V5: 3 uur per week V6: 3 uur per week Overhoringen Minimaal 2 overhoringen per periode (weging varieert) Weging Proefwerk: 3-4x (in april:

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

Domein D: Concept markt. Havo 5 Module 2 en 3

Domein D: Concept markt. Havo 5 Module 2 en 3 Domein D: Concept markt Havo 5 Module 2 en 3 Domein D: Concept markt Winst = omzet kosten TW = TO TK TO = 2000 TK = 1500 TW = 500 Omzet per product = gemiddelde omzet = prijs = GO TO = 2000 Als afzet is

Nadere informatie

3.2 De omvang van de werkgelegenheid

3.2 De omvang van de werkgelegenheid 3.2 De omvang van de werkgelegenheid Particuliere bedrijven en overheidsbedrijven nemen mensen in dienst. Collectieve sector = Semicollectieve sector = De overheden op landelijk, provinciaal en lokaal

Nadere informatie

economie havo 2015-II

economie havo 2015-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 bij (1) verkoopmarkt bij (2) monopolistische

Nadere informatie

Markt en overheid bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/V/1: 7 en 8

Markt en overheid bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/V/1: 7 en 8 Markt en overheid bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 5 en 6 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/V/1: 7 en 8 De markt, marktsector en particuliere sector het zijn alle drie benamingen die

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 q v = 200 1,25 + 450 = 200 q a

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2003-II 4 Antwoordmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening

Nadere informatie

Module 7 Antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie

Module 7 Antwoorden. Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Module 7 Antwoorden Experimenteel lesprogramma nieuwe economie Verantwoording 2010, Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede Het auteursrecht op de modules voor Economie berust bij SLO. Voor deze

Nadere informatie

4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst

4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst 4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst De arbeidsvoorwaarden van veel werknemers zijn vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst. Dit is een overeenkomst die per bedrijf of bedrijfstak wordt afgesloten

Nadere informatie

Domein E: Ruilen over de tijd. fransetman.nl

Domein E: Ruilen over de tijd. fransetman.nl Domein E: Ruilen over de tijd Rente : prijs van tijd Nu lenen: een lagere rente Nu sparen: een hogere rente Individuele prijs van tijd: het ongemak dat je ervaart Algemene prijs van tijd: de rente die

Nadere informatie

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet.

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. AANVULLENDE SPECIFIEKE TIPS ECONOMIE VWO 2007 1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. : Leg uit dat loonmatiging in een open economie kan leiden tot

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 ja De prijselasticiteit

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

1 De bepaling van de optimale productiegrootte

1 De bepaling van de optimale productiegrootte 1 De bepaling van de optimale productiegrootte Voor wat zorgen de bedrijven en welk probleem treed zich op? De bedrijven zorgen voor het produceren van goederen en diensten. Er treed een keuzeprobleem

Nadere informatie

Antwoorden stencils OPGAVE 1 11.313 pond. (36,41%) 1,48 miljard als het BNP in procenten harder is gestegen dan het bedrag in ponden in procenten

Antwoorden stencils OPGAVE 1 11.313 pond. (36,41%) 1,48 miljard als het BNP in procenten harder is gestegen dan het bedrag in ponden in procenten Antwoorden stencils OPGAVE 1 1. Nominaal Inkomen 1996 = 25,34 miljard pond x 1,536 = 38,92224 miljard pond Bevolkingsomvang 1996 = 3.340.000 x 1,03 = 3.440.200 Nominaal Inkomen per hoofd = 38,92224 miljard

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2005-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2005-I 4 Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord is: Een

Nadere informatie

Lesbrief Europa 2 e druk

Lesbrief Europa 2 e druk Hoofdstuk 1. 1.13 1.14 1.15 1.16 A A B D Waar produceren? 1.17 a. Door loonmatiging dalen de productiekosten en kunnen de prijzen dalen. Dan verbetert de internationale concurrentiepositie en zal de export

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo I

Eindexamen economie 1-2 vwo I Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 nivellering 38,2 : 9,6 = 3,98 : 1 2 maximumscore

Nadere informatie

Verboden woord Lesvoorbereiding kaartjes kaartjes achterkant Spelregels Afronding

Verboden woord Lesvoorbereiding kaartjes kaartjes achterkant Spelregels Afronding Verboden woord Lesvoorbereiding Maak de kaartjes (print eerst het (word)document kaartjes op dik papier en vervolgens het (powerpoint)document kaartjes achterkant op de achterzijde. U kunt ook gebruik

Nadere informatie

pdf04 CONSUMENTEN- EN PRODUCENTENSURPLUS

pdf04 CONSUMENTEN- EN PRODUCENTENSURPLUS pdf04 ONSUMENTEN- EN PRODUENTENSURPLUS ONSUMENTENSURPLUS Het consumentensurplus is het bedrag dat consumenten bereid zijn voor een product te betalen min het bedrag dat de consumenten er werkelijk voor

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2002-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2002-II 4 Antwoordmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening is: 1,5

Nadere informatie

Uitwerkingen zelftesten Arbeidsmarkt antw. 2.29 is geworden: 2.929.000 + 217.000 + 340.000 = 3.486.000 mensen.

Uitwerkingen zelftesten Arbeidsmarkt antw. 2.29 is geworden: 2.929.000 + 217.000 + 340.000 = 3.486.000 mensen. Lesbrieven vwo Lesbrief Levensloop Gewijzigde 2 e druk Uitwerkingen Arbeidsmarkt p. 22 opdracht 6.6e moet worden: e. Totale surplus = werkgeverssurplus + werknemerssurplus = 0,5 2 (30 20) + 0,5 2 (20 10)

Nadere informatie

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën.

Om een zo duidelijk mogelijk verslag te maken, hebben we de examenvragen onderverdeeld in 4 categorieën. Beste leerling, Dit document bevat het examenverslag van het vak Economie vwo, tweede tijdvak (2014). In dit examenverslag proberen we zo goed mogelijk antwoord te geven op de volgende vraag: In hoeverre

Nadere informatie

Bruto binnenlands product

Bruto binnenlands product Bruto binnenlands product Binnenlands = nationaal Productie bedrijven Individuele goederen Omzet Inkoop van grond- en hulpstoffen - Bruto toegevoegde waarde Afschrijvingen- Netto toegevoegde waarde = Beloningen

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

Lesbrief Werk en Werkloosheid 1 e druk

Lesbrief Werk en Werkloosheid 1 e druk Hoofdstuk 1. 1.12 1.13 1.14 1.15 1.16 B D B A B Werken of vrije tijd 1.17 a. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt en het aantal vrouwen met een grote deeltijdbaan is het sterkst gestegen in de periode

Nadere informatie

ALGEMENE ECONOMIE /03

ALGEMENE ECONOMIE /03 HBO Algemene economie Raymond Reinhardt 3R Business Development raymond.reinhardt@3r-bdc.com 3R 1 M Productiefactoren: alle middelen die gebruikt worden bij het produceren: NOKIA: natuur, ondernemen, kapitaal,

Nadere informatie

Lesbrief Economische Modellen 1 e druk

Lesbrief Economische Modellen 1 e druk Hoofdstuk 1 1.11 1.12 1.13 1.14 1.15 C C B C C Conjunctuur en structuur 1.16 a. 1. Als het consumentenvertrouwen toeneemt, kan dat leiden tot verbetering van de conjunctuur, omdat de particuliere consumptie

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo II

Eindexamen economie 1-2 vwo II Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Voorbeelden van een

Nadere informatie

1)Waaruit bestaat de vraag op de Werkenden en (openstaande)vacatures. arbeidsmarkt? Werkenden 2)Noem een ander woord voor

1)Waaruit bestaat de vraag op de Werkenden en (openstaande)vacatures. arbeidsmarkt? Werkenden 2)Noem een ander woord voor 1)Waaruit bestaat de vraag op de arbeidsmarkt? 2)Noem een ander woord voor werkgelegenheid. 3)Wat houdt het arbeidsvolume in? 4)Met welk woord wordt het aanbod van arbeid ook aangeduid? 5)Geef de omschrijving

Nadere informatie

Op zoek naar een spijkerbroek

Op zoek naar een spijkerbroek Hoofdstuk 2 Op zoek naar een spijkerbroek 2.23 2.24 2.25 2.26 2.27 2.28 2.29 2.30 2.31 2.32 D A A D B C D B C A 2.33 a. P = 6 Qv = -0,8 6 + 20 = 15,2 15.200 stuks. b. Omzet = P Qv = 6 15.200 = 91.200.

Nadere informatie

3.1 De reis van een spijkerbroek. Willem-Jan van der Zanden

3.1 De reis van een spijkerbroek. Willem-Jan van der Zanden 3.1 De reis van een spijkerbroek 1 3.1 De reis van een spijkerbroek Bedrijfskolom = De weg die een product aflegt van grondstof tot eindproduct. Tussen elke schakel van de bedrijfskolom bevindt zich een

Nadere informatie

Extra opgaven hoofdstuk 12

Extra opgaven hoofdstuk 12 Extra opgaven hoofdstuk 12 Opgave 1 In dit hoofdstuk wordt gewerkt met een strakke definitie van het begrip marktvorm, waarna verschillende marktvormen zijn ingedeeld aan de hand van twee criteria. a.

Nadere informatie

5.1 Wie is er werkloos?

5.1 Wie is er werkloos? 5.1 Wie is er werkloos? Volgens het CBS behoren mensen tot de werkloze beroepsbevolking als ze een leeftijd hebben van 15 tot en met 64 jaar, minder dan 12 uur werken, actief op zoek zijn naar betaald

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang:

Voor de beoordeling zijn de volgende passages van de artikelen 41, 41a en 42 van het Eindexamenbesluit van belang: economie 1 Compex Correctievoorschrift HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel

Nadere informatie

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! uitwerking totale winst. Frans Etman

Domein Markt. Zie steeds de eenvoud!! uitwerking totale winst. Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! uitwerking totale winst havo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1. Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet van 3 producten,

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Structuur, evenwicht en prestaties

Hoofdstuk 1 Structuur, evenwicht en prestaties Hoofdstuk 1 Structuur, evenwicht en prestaties Verkenning 1 a De kosten van het onderzoek en het risico dat het mislukt moet worden afgewogen tegen de mogelijke winst als het onderzoek wel lukt en het

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II Opgave 1 Quartaire sector onder vuur In de periode 1998-2001 steeg de arbeidsproductiviteit in de Nederlandse economie. Die productiviteitsstijging was niet in iedere sector even groot, zoals blijkt uit

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

Aanvullingen havo Lesbrief Vervoer, druk 2012 Hoofdstuk 5

Aanvullingen havo Lesbrief Vervoer, druk 2012 Hoofdstuk 5 Aanvullingen op de havo-lesbrieven druk 2012 n.a.v. wijzigingen in syllabus door CvE De CvE heeft de syllabus van de commissie Hinloopen aangepast. Helaas heeft ze dat gedaan nadat de methodeschrijvers

Nadere informatie

Correctievoorschrift VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Correctievoorschrift VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Correctievoorschrift VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs 20 03 Tijdvak 2 Inzenden scores Vul de scores van de alfabetisch eerste vijf kandidaten per school in op de optisch

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-II Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 De werkgelegenheid verandert met

Nadere informatie

Eindexamen economie vwo 2010 - I

Eindexamen economie vwo 2010 - I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit

Nadere informatie

Oefentoets Klas: havo 4

Oefentoets Klas: havo 4 Oefentoets Klas: havo 4 Vak: economie Toets over: h1 tot en met h6 Lesbrief: jong & oud Hulpmiddelen: gewone rekenmachine DEZE TOETS BESTAAT UIT 6 OPGAVEN! Opgave 1 Stel er zijn twee softwarebedrijven

Nadere informatie

A ; B ; C ; D Géén van de alternatieven A, B en C is CORRECT.

A ; B ; C ; D Géén van de alternatieven A, B en C is CORRECT. Vraag 1 De vraagcurve voor herenoverhemden met een zuurstokdesign luidt Q d = 200 P. De aanbodcurve voor herenoverhemden met een zuurstokdesign luidt Q s = 2*P 40. Stel dat de overheid de totale omzet

Nadere informatie

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Module 8 havo 5 Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Economische conjunctuur hoogconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel sterker dan gemiddeld. laagconjunctuur Reëel binnenlands product groeit

Nadere informatie

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman

Domein Markt. Uitwerking. Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit. Frans Etman Domein Markt Zie steeds de eenvoud!! totale winst, elasticiteit Uitwerking vwo Frans Etman Opgave 1 Opgave 2 1.Lees in de grafiek af hoe hoog de totale omzet (TO) en de totale kosten (TK) is bij een afzet

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2008-I

Eindexamen economie 1 vwo 2008-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 vergemakkelijken van het ontslaan

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2007-II Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 0,15 0,12 100% = 25%

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opgave 1 1 maximumscore 2 Uit de uitleg moet blijken dat het tarief per keer legen de inwoners stimuleert om de containers minder vaak aan te bieden om daarmee lasten te besparen 1 het tarief per kilo

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

5.2 Wie is er werkloos?

5.2 Wie is er werkloos? 5.2 Wie is er werkloos? Volgens het CBS behoren mensen tot de werkloze beroepsbevolking als ze een leeftijd hebben van 15 tot en met 64 jaar, minder dan 12 uur werken, actief op zoek zijn naar betaald

Nadere informatie

2 Constante en variabele kosten

2 Constante en variabele kosten 2 Constante en variabele kosten 2.1 Inleiding Bij het starten van een nieuw bedrijf zal de ondernemer zich onder andere de vraag stellen welke capaciteit zijn bedrijf moet hebben. Zal hij een productie/omzet

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Werkt de arbeidsmarkt? Een van de problemen van de Nederlandse arbeidsmarkt is de gebrekkige aansluiting tussen de vraag naar arbeid en het aanbod van arbeid. Dat blijkt onder andere uit het tegelijkertijd

Nadere informatie

Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2

Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2 Groei of krimp? bij Pincode 5e ed. 4GT Hoofdstuk 7 en 4K Hoofdstuk 5 aanvullend lesmateriaal n.a.v. vernieuwde syllabus EC/K/5A: 2 Als je moet kiezen welk plaatje je op je cijferlijst zou willen hebben,

Nadere informatie

H1: Economie gaat over..

H1: Economie gaat over.. H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen

Nadere informatie

Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten

Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten CPB Notitie Datum : 7 april 2004 Aan : Projectdirectie Administratieve Lasten Economische effecten van een verlaging van de administratieve lasten 1 Inleiding Het kabinet heeft in het regeerakkoord het

Nadere informatie

pdf06 KOSTPRIJSVERHOGENDE BELASTINGEN

pdf06 KOSTPRIJSVERHOGENDE BELASTINGEN pdf06 KOSTPRIJSVERHOGENDE BELASTINGEN In de onderstaande getallenvoorbeelden gaan we uit van de aanbodfunctie:. Door aan producenten opgelegde belastingen (bijvoorbeeld accijnzen, invoerrechten, milieuheffingen

Nadere informatie

Eindexamen economie havo I

Eindexamen economie havo I Opgave 1 Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. 1 Voorbeeld van een juiste berekening: 47,5 27,5 100% = 72,73% 27,5

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 28 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

20.1 Wat is economische groei?!

20.1 Wat is economische groei?! 20.1 Wat is economische groei? Om te beoordelen of er geproduceerd is, moet het BBP worden gecorrigeerd voor de inflatie. BBP is de totale product door binnenlandse sectoren. We vinden dan de toename van

Nadere informatie