Tekla Structures Basisbeginselen van Tekla Structures. Productversie 21.0 maart Tekla Corporation

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tekla Structures Basisbeginselen van Tekla Structures. Productversie 21.0 maart 2015. 2015 Tekla Corporation"

Transcriptie

1 Tekla Structures Basisbeginselen van Tekla Structures Productversie 21.0 maart Tekla Corporation

2 Inhoudsopgave 1 Info Tekla Structures Belangrijkste functies Configuraties Rollen Talen...9 De taal van de gebruikersinterface wijzigen Omgevingen...10 Leeg project Single-user modus en multi-user modus Overzicht van de interface Werkbalken Een werkbalk tonen en verbergen...14 De grootte van een werkbalk wijzigen Een werkbalk verplaatsen Mini Werkbalk De Mini Werkbalk tonen en verbergen...16 De positie en afstand van de Mini Werkbalk wijzigen...16 De positie van de Mini Werkbalk vergrendelen...16 De Mini Werkbalk aanpassen Algemene knoppen...17 Eigenschappen van dialoogvensters opslaan...19 Eigenschappen van dialoogvenster laden Tooltips Basistooltips Uitgebreide tooltips...20 Menu-tooltips Statusbalk Waarschuwingen De interface aanpassen...22 Uw eigen werkbalk maken Uw eigen menu maken...24 Een sneltoets toekennen aan een commando De grootte van de werkbalkknoppen wijzigen Commando's gebruiken Een commando uitvoeren Een commando herhalen Een commando beëindigen Een commando ongedaan maken

3 3.5 Een commando opnieuw uitvoeren Sneltoetsen voor algemene commando's Objecten maken en wijzigen Een object maken Een object wijzigen Een object verwijderen Rechtstreekse wijziging Objecten selecteren Rollover highlight in- of uitschakelen Selectieknoppen Enkele objecten selecteren Meerdere objecten selecteren Handles selecteren Merken en betonelementen selecteren Submerken en componenten selecteren Een referentie model selecteren Een referentie model object selecteren Een referentie model object selecteren De selectie wijzigen Sneltoetsen voor het selecteren van objecten Objecten kopiëren en verplaatsen Objecten dupliceren Een object kopiëren...45 Een object kopiëren door een afstand op te geven...47 Een object rechtlijnig naar een nieuwe positie kopiëren Een object kopiëren met behulp van Drag and Drop...48 Een object kopiëren naar een ander vlak Een object kopiëren naar een ander object...49 Alle inhoud naar een ander object kopiëren Objecten uit een ander model kopiëren Objecten kopiëren met de plugin Linear array tool...51 Instellingen Linear array tool...52 Objecten kopiëren met de Radial array tool Instellingen Radial array tool Objecten kopiëren met de component Array van objecten (29) Een object verplaatsen...57 Een object verplaatsen door de afstand vanaf de oorsprong te bepalen...58 Een object rechtlijnig naar een nieuwe positie verplaatsen...59 Een object verplaatsen met behulp van Drag and Drop Een object naar een ander vlak verplaatsen Een object naar een ander object verplaatsen Objecten roteren...61 Een object rondom een lijn roteren...61 Een object rondom de z-as roteren

4 Tekeningobjecten op het werkvlak roteren Een object spiegelen Sneltoetsen voor kopiëren en verplaatsen van objecten Naar posities snappen Snapzone Snapdiepte Snapknoppen...69 Hoofdsnapknoppen...69 Overige snapknoppen...70 De huidige snapknop vervangen Snappen in orthogonale richtingen Relatief snappen naar eerder gekozen punten Snappen naar een lijn Snappen naar lijnverlengingen Een tijdelijk referentiepunt maken Een coördinaat vastzetten Naar een positie snappen met coördinaten Tracking...78 Opties voor het invoeren van coördinaten Voorbeeld: een object op een opgegeven afstand plaatsen Snappen op stramien definiëren Snappen op stramien in tekeningen definiëren Sneltoetsen voor snappen Objecten filteren Filteren in modellen Een vensterfilter maken Objecten filteren met een vensterfilter Een selectiefilter maken...87 Objecten filteren met een selectiefilter Filteren in tekeningen...88 Tekeningfilters maken...89 Aanzichtfilters maken in tekeningen Voorbeelden van filters...91 Liggers en kolommen filteren...92 Onderdelen in specifieke fasen filteren...92 Onderdelen van een bepaald profiel uitfilteren Merken en betonelementen filteren...94 Submerken filteren Referentie modellen filteren...95 Objecten van referentie modellen filteren Mogelijke waarden in filters Template attributen in filters Een filter naar een ander model kopiëren Een filter verwijderen

5 9 Tips voor basistaken Meerdere eigenschappen in verschillende onderdelen tegelijk wijzigen Efficiënter kopiëren en verplaatsen Als u geen objecten kunt selecteren Waarden selecteren in het model De selectie van objecten onderbreken Instellingen van de Mini Werkbalk naar een andere computer kopiëren Wildcards Contact opnemen met de helpdesk van Tekla Een bericht 'Contact opnemen met de helpdesk van Tekla' invullen en verzenden Vrijwaring

6 6

7 1 Info Tekla Structures Tekla Structures is een programma voor bouwkundige ingenieurs, detailtekenaars en fabrikanten. Het is een geïntegreerde, op het model gebaseerde 3D-oplossing voor het beheren van databases met meerdere materialen (staal, beton, hout enzovoort). In Tekla Structures beschikt u over functies om interactief te modelleren, berekeningen uit te voeren, te ontwerpen en automatisch tekeningen te genereren. Op basis van het 3D-model kunt u op elk moment automatisch tekeningen maken en lijsten genereren. Eventuele wijzigingen worden automatisch verwerkt zodat deze tekeningen en lijsten altijd up-to-date zijn. Tekla Structures bevat een groot scala aan standaard templates voor tekeningen en lijsten. U kunt ook uw eigen templates maken met behulp van de Template Editor. Tekla Structures ondersteunt het samenwerken van meerdere gebruikers aan hetzelfde project. U en uw partners kunnen samenwerken aan hetzelfde model, op hetzelfde moment, zelfs op verschillende locaties. Dit verbetert de nauwkeurigheid en kwaliteit, omdat u altijd de meest up-to-date informatie gebruikt. Belangrijkste functies op pagina 7 Configuraties op pagina 8 Rollen op pagina 8 Talen op pagina 9 Omgevingen op pagina 10 Single-user modus en multi-user modus op pagina Belangrijkste functies Tekla Structures beschikt over de volgende functies: Eenvoudig modelleren van basisobjecten, zoals liggers, kolommen en platen. Handige modelleerhulpmiddelen, zoals stramienen en een aanpasbaar werkgebied. Databases met beschikbare materiaalkwaliteiten, profielen, bouten en wapening. Info Tekla Structures 7 Belangrijkste functies

8 Componenten voor complexe structuren, zoals een trap of een vakwerkspant. Intelligente verbindingen, bijvoorbeeld eindplaten of hoekstalen, om hoofdonderdelen automatisch te verbinden. Een gebruikers component editor die u kunt gebruiken voor het maken van uw eigen parametrische verbindingen, details en onderdelen. Links om gegevens uit te wisselen tussen Tekla Structures en andere software, zoals AutoCAD, STAAD en MicroStation. Tekenhulpmiddelen waarmee u diverse tekeningen kunt maken met één klik. Data-uitvoer naar CNC-machines. De mogelijkheid om aangebrachte wijzigingen ongedaan te maken en opnieuw uit te voeren, zodat u oplossingen kunt testen en daarna, indien gewenst, kunt terugkeren naar het origineel. Tekla Structures is beschikbaar in een groot aantal talen en is aangepast aan lokale normen en eisen. Overzicht van de interface op pagina Configuraties Tekla Structures is beschikbaar in verschillende configuraties die zijn afgestemd op de verschillende partijen in de bouwwereld. Als u bij Tekla Structures inlogt, selecteert u de configuratie die u wilt gebruiken. Tekla Structures configurations 1.3 Rollen In sommige omgevingen kunt u bij het starten van Tekla Structures 21.0 selecteren welke rol u wilt gebruiken. De gebruikersinterface is aan elke rol aangepast. De lijst met rollen kan per omgeving verschillen, maar in het algemeen zijn de volgende rollen beschikbaar: All Betonaannemer Construction Management Engineer Precast Concrete Detailer Staafdetailtekenaar Info Tekla Structures 8 Configuraties

9 Steel Detailer All is een combinatie van alle rollen. Omgevingen op pagina Talen Tekla Structures 21.0 is beschikbaar in de volgende talen: Chinees - vereenvoudigd (chs) Chinees traditioneel (cht) Tsjechisch (csy) Duits (deu) Engels (enu) Frans (fra) Nederlands (nld) Hongaars (hun) Italiaans (ita) Japans (jpn) Pools (plk) Portugees (ptg) Portugees Braziliaans (ptb) Russisch (rus) Spaans (esp) Als de naam van een bestand of map vertaald is, kan de hierboven genoemde afkorting aan de bestands- of mapnaam zijn toegevoegd. De taal van de gebruikersinterface wijzigen op pagina 9 De taal van de gebruikersinterface wijzigen U kunt de taal van de gebruikersinterface van Tekla Structures op elk moment wijzigen. U wijzigt de taal van de gebruikersinterface als volgt: 1. Klik op Extra --> Wijzig Taal Selecteer een taal in de lijst Taal. 3. Klik op OK. Info Tekla Structures 9 Talen

10 4. Start Tekla Structures opnieuw op om de wijziging door te voeren. Talen op pagina Omgevingen Met de omgeving worden instellingen en informatie bedoeld die specifiek zijn voor de regio. De omgeving definieert welke profielen, materiaalkwaliteiten, standaardwaarden, verbindingen, wizards, variabelen, lijsten en templates u gebruikt. Bij de installatie van Tekla Structures kunt u kiezen welke omgevingen u wilt gebruiken. De in Tekla Structures 21.0 beschikbare omgevingen zijn: Standaardomgeving Australië en Oceanië Austria Brazilië China Czech Denemarken Finland Frankrijk Duitsland Greece Hungary India Italië Japan Korea Midden-Oosten Nederland Netherlands (English) Noorwegen Poland Portugal Russia Zuid-Afrika Info Tekla Structures 10 Omgevingen

11 South America Zuidoost-Azië Spanje Zweden Zwitserland Taiwan Verenigd Koninkrijk Verenigde Staten (niet-metrisch) Verenigde Staten (metrisch) Leeg project op pagina 11 Leeg project Een leeg project is een Tekla Structures-omgeving die alleen generieke inhoud zoals parametrische profielen en niet gedefinieerde materialen bevat en dat voor het verzamelen van het gebieds-, bedrijfs- of projectspecifieke instellingen, hulpmiddelen en informatie kan worden gebruikt. Het lege project is in de software-installatie van Tekla Structures opgenomen. U kunt Tekla Warehouse gebruiken om de inhoud voor het lege project te downloaden of te installeren. U kunt bijvoorbeeld profielen, materiaalkwaliteiten, bouten, wapening, componenten, tools en templates vanuit Tekla Warehouse voor alle omgevings- en fabrikantspecifieke verzamelingen van Tekla Structures downloaden of installeren en combinaties maken die aan uw wensen voldoen. U kunt inhoud van Tekla Warehouse vóór het starten van het project in uw project- en bedrijfsmappen downloaden of installeren of tijdens het project in de modelmap. Als u wilt gaan bouwen of uw eigen projectinstellingen wilt gebruiken, selecteert u leeg project in de lijst Omgeving wanneer u Tekla Structures start. Info Tekla Structures 11 Omgevingen

12 Omgevingen op pagina Single-user modus en multi-user modus Tekla Structures werkt zowel in de single-user modus als in de multi-user modus. Als één gebruiker tegelijkertijd aan een model moet werken, moet Tekla Structures worden gedraaid in de single-user modus. In de single-user modus kan slechts één gebruiker op elk gewenst moment aan het model werken. Als meerdere gebruikers tegelijkertijd met een model gaan werken, kunt u kiezen voor het uitvoeren van Tekla Structures in de multi-user modus. We raden u aan om Tekla Structures alleen in de multi-user modus te draaien als de gebruikers de aanvullende functies van de multi-user modus gebruiken. Als u Tekla Structures wilt uitvoeren in de multi-user modus, moet één machine in het netwerk worden ingesteld als server. Deze machine moet het Tekla Structuresserverprogramma uitvoeren. Info Tekla Structures 12 Single-user modus en multi-user modus

13 2 Overzicht van de interface In dit hoofdstuk krijgt u een overzicht van de gebruikersinterface en de basisfuncties van Tekla Structures. Klik voor meer informatie op onderstaande links: Werkbalken op pagina 13 Mini Werkbalk op pagina 15 Tooltips op pagina 19 Statusbalk op pagina 21 Waarschuwingen op pagina 22 De interface aanpassen op pagina Werkbalken De werkbalken bevatten knoppen waarmee u eenvoudig toegang hebt tot sommige van de meest gebruikte commando's. U kunt de werkbalken aan de rand van het programmavenster vastzetten of deze ergens zwevend op uw scherm houden. Een werkbalk tonen en verbergen op pagina 14 Een werkbalk verplaatsen op pagina 15 De grootte van een werkbalk wijzigen op pagina 14 Uw eigen werkbalk maken op pagina 23 Overzicht van de interface 13 Werkbalken

14 Een werkbalk tonen en verbergen Een werkbalk weergeven of verbergen doet u als volgt: Klik op Extra --> Werkbalken en klik op de naam van de werkbalk. Werkbalken die zichtbaar zijn, hebben een vinkje naast hun naam. Werkbalken op pagina 13 Een werkbalk verplaatsen op pagina 15 De grootte van een werkbalk wijzigen U kunt de grootte wijzigen van werkbalken die zwevend zijn. U wijzigt de grootte van een zwevende werkbalk als volgt: 1. Houd de muisaanwijzer boven een rand van de werkbalk totdat de muisaanwijzer verandert in een pijl met twee punten. 2. Versleep vervolgens de rand van de werkbalk naar de gewenste grootte en vorm. Overzicht van de interface 14 Werkbalken

15 Een werkbalk tonen en verbergen op pagina 14 Een werkbalk verplaatsen op pagina 15 Een werkbalk verplaatsen U kunt een werkbalk op een van de volgende manieren verplaatsen: U wilt Een werkbalk verplaatsen Een werkbalk uit het programmavenster slepen Actie Klik op de greep aan de linker- of bovenrand van een vaste werkbalk (of op de titelbalk van een zwevende werkbalk) en sleep de werkbalk naar een nieuwe locatie. Houd de toets Ctrl ingedrukt terwijl u de werkbalk versleept. De werkbalk zweeft. Een werkbalk tonen en verbergen op pagina 14 De grootte van een werkbalk wijzigen op pagina Mini Werkbalk De Mini Werkbalk wordt weergegeven naast de muisaanwijzer als u op een object in een model of tekening klikt. De Mini Werkbalk bevat commando's waarmee u de meest gebruikte objecteigenschappen kunt wijzigen. U kunt de werkbalk aanpassen door commando's te verbergen en macro's en gebruikersattributen toe te voegen. Als de eigenschappen met de huidige Tekla Structures configuratie niet kunnen worden aangepast, worden deze gedimd weergegeven in de Mini Werkbalk. De Mini Werkbalk tonen en verbergen op pagina 15 De positie en afstand van de Mini Werkbalk wijzigen op pagina 16 De positie van de Mini Werkbalk vergrendelen op pagina 16 De Mini Werkbalk aanpassen op pagina 17 Overzicht van de interface 15 Mini Werkbalk

16 De Mini Werkbalk tonen en verbergen U kunt de Mini Werkbalk op een van de volgende manieren tonen of te verbergen: Klik op Extra --> Opties --> Miniwerkbalk. Gebruik de sneltoets Ctrl + K. Mini Werkbalk op pagina 15 De positie en afstand van de Mini Werkbalk wijzigen op pagina 16 De positie van de Mini Werkbalk vergrendelen op pagina 16 De Mini Werkbalk aanpassen op pagina 17 De positie en afstand van de Mini Werkbalk wijzigen U kunt de positie en afstand wijzigen die de Mini Werkbalk ten opzichte van de onderdelen heeft. U kunt de Mini Werkbalk bijvoorbeeld laten weergeven aan de linkerkant van het onderdeel. Ga als volgt te werk om de positie en afstand van de Mini Werkbalk te wijzigen: 1. Verplaats de muisaanwijzer naar de Mini Werkbalk als u deze wilt weergeven. 2. Houd de linkermuisknop ingedrukt.de muisaanwijzer verandert in een kruis met vier pijlen.. 3. Houd de Ctrl-toets ingedrukt en sleep de Mini Werkbalk naar een nieuwe locatie. Mini Werkbalk op pagina 15 De positie van de Mini Werkbalk vergrendelen op pagina 16 De positie van de Mini Werkbalk vergrendelen U kunt de Mini Werkbalk op een specifieke locatie in het venster vastzetten, zodat de positie wordt vergrendeld. U kunt de Mini Werkbalk bijvoorbeeld in de linkerbovenhoek in het venster laten weergeven. Als de Mini Werkbalk vergrendeld is, is de positie ervan onafhankelijk van de locatie van het afzonderlijke onderdeel. Ga als volgt te werk om de positie van de Mini Werkbalk te vergrendelen: 1. Verplaats de muisaanwijzer naar de Mini Werkbalk als u deze wilt weergeven. 2. Houd de linkermuisknop ingedrukt. De muisaanwijzer verandert in een kruis met vier pijlen.. 3. Sleep de Mini Werkbalk naar een nieuwe locatie. Overzicht van de interface 16 Mini Werkbalk

17 4. Klik op om de Mini Werkbalk vast te zetten op de nieuwe locatie. De vergrendelknop verandert in als de positie wordt vergrendeld. Mini Werkbalk op pagina 15 De positie en afstand van de Mini Werkbalk wijzigen op pagina 16 De Mini Werkbalk aanpassen U kunt de Mini Werkbalk aanpassen door te selecteren welke commando's zichtbaar zijn en door macro's en gebruikersattributen toe te voegen. Ga als volgt te werk om de Mini Werkbalk aan te passen: 1. Verplaats de muisaanwijzer op de Mini Werkbalk om deze weer te geven. 2. Klik op om het dialoogvenster Miniwerkbalk aanpassen te openen. 3. Selecteer de elementen die u wilt tonen of verbergen. In het gedeelte Voorbeeld ziet u hoe de werkbalk eruit zal zien. 4. Voeg macro's en gebruikersattributen toe aan de Mini Werkbalk. a. Selecteer een macro of gebruikersattribuut in de lijst met macro's en gebruikersattributen. U kunt alleen gebruikersattributen toevoegen waarvan het type string is. U kunt het type van de gebruikersattributen vinden in het bestand objects.inp. b. Klik elke keer als u een macro of gebruikersattribuut hebt geselecteerd op Toevoegen aan miniwerkbalk. De toegevoegde macro's en gebruikersattributen worden getoond in de lijst met zichtbare elementen. c. Als u macro's en gebruikersattributen wilt verwijderen uit de Mini Werkbalk, schakelt u de selectievakjes ernaast uit in de lijst met zichtbare elementen. 5. Klik op OK. Mini Werkbalk op pagina Algemene knoppen De algemene knoppen aan de boven- en onderkant van een dialoogvenster hebben invloed op alle tabbladen in het dialoogvenster. Als u bijvoorbeeld klikt op Bewaar voordat u het Overzicht van de interface 17 Algemene knoppen

18 dialoogvenster sluit, slaat Tekla Structures alle gegevens op alle tabbladen in het aangewezen bestand op. De volgende tabel geeft enkele algemene knoppen weer die u in de meeste dialoogvensters van Tekla Structures kunt vinden: Knop Beschrijving Hiermee worden de eigenschappen in het dialoogvenster behouden zonder het dialoogvenster te sluiten. De volgende keer dat u een object van dit type maakt, worden in Tekla Structures deze eigenschappen gebruikt. Dialoogvenster sluiten zonder eigenschappen in het dialoogvenster te behouden of objecten te wijzigen. Een nieuw object maken op basis van de eigenschappen in het dialoogvenster. Hiermee worden de eigenschappen van het geselecteerde object geladen. Wanneer u meerdere objecten selecteert, worden in Tekla Structures de eigenschappen van één van de geselecteerde objecten willekeurig gebruikt. Hiermee wordt de Help van het dialoogvenster weergegeven. Laadt alle eerder opgeslagen eigenschappen in het dialoogvenster. Tekla Structures laadt tevens de eigenschappen van subdialoogvensters, zelfs als deze niet zijn geopend. In de lijst kunt u de naam selecteren van het bestand dat u wilt gebruiken. De geselecteerde objecten wijzigen volgens de eigenschappen in het dialoogvenster, zonder de eigenschappen in het dialoogvenster te behouden. Hiermee worden de eigenschappen in het dialoogvenster behouden en het dialoogvenster gesloten. De volgende keer dat u een object van dit type maakt, worden in Tekla Structures deze eigenschappen gebruikt. Slaat de wijzigingen van eigenschappen op. Tekla Structures slaat de eigenschappen op in het bestand dat in de lijst wordt weergegeven. Slaat de eigenschappen van dialoogvensters op met de naam die in het vak is opgegeven. De knop Opslaan als werkt ook de lijst Laad bij. Dit is belangrijk als u bestanden handmatig toevoegt of verwijdert. Tekla Structures slaat de eigenschappenbestanden op in de modelmap, die ook de eigenschappen van subdialoogvensters bevat. Hiermee worden alle selectievakjes in het dialoogvenster in- of uitgeschakeld. Eigenschappen van dialoogvensters opslaan op pagina 19 Eigenschappen van dialoogvenster laden op pagina 19 Overzicht van de interface 18 Algemene knoppen

19 Eigenschappen van dialoogvensters opslaan U slaat de eigenschappen van een dialoogvenster als volgt op: 1. Voer in het dialoogvenster de eigenschappen in die u wilt opslaan. 2. Voer in het vak naast de knop Opslaan als een naam in voor de eigenschappenset. 3. Klik op Bewaar als. Als u een bestaande set eigenschappen wilt overschrijven, klikt u op Opslaan. Tekla Structures slaat de eigenschappen op in het bestand dat in de lijst wordt weergegeven. Eigenschappen van dialoogvenster laden op pagina 19 Algemene knoppen op pagina 17 Eigenschappen van dialoogvenster laden Ga als volgt te werk om een eerder opgeslagen set eigenschappen in het dialoogvenster te laden: 1. Selecteer in de lijst naast de knop Laad de set eigenschappen die u wilt laden. 2. Klik op Laad. Eigenschappen van dialoogvensters opslaan op pagina 19 Algemene knoppen op pagina Tooltips Als u de muisaanwijzer op een werkbalkknop houdt, verschijnt er een tooltip.tekla Structures bevat drie soorten tooltips: Basistooltips op pagina 19 Uitgebreide tooltips op pagina 20 Menu-tooltips op pagina 20 Overzicht van de interface 19 Tooltips

20 Basistooltips Een basistooltip geeft alleen de naam van het commando weer. Als de uitgebreide tooltips zijn ingeschakeld, worden de basistooltips niet weergegeven. Uitgebreide tooltips op pagina 20 Menu-tooltips op pagina 20 Uitgebreide tooltips Uitgebreide tooltips geven meer informatie over het commando en hoe dit commando kan worden uitgevoerd. Ze bevatten ook voorbeelden, aanwijzingen en tips. Op basis van de informatie in de uitgebreide tooltip kunt u beslissen of de opdracht geschikt is voor uw huidige taak. U kunt ook het verwante onderwerp in de online Help openen door op de knop Meer... te klikken. Als u de uitgebreide tooltips wilt tonen of verbergen, klikt u op Extra --> Opties --> Uitgebreide tips. De uitgebreide tooltips zijn standaard ingeschakeld. Basistooltips op pagina 19 Menu-tooltips op pagina 20 Menu-tooltips Menu-tooltips bieden dezelfde functionaliteit als de uitgebreide tooltips, maar zijn voor menucommando's. De menu-tooltips worden weergegeven in een apart venster dat u naar Overzicht van de interface 20 Tooltips

21 een willekeurige plaats op het scherm kunt slepen. U geeft de corresponderende menutooltip weer door de muisaanwijzer over een menucommando te bewegen. Als u het venster met menu-tooltips wilt tonen of verbergen, klikt u op Extra --> Opties --> Menu Tooltips. Basistooltips op pagina 19 Uitgebreide tooltips op pagina Statusbalk Tekla Structures toont instructies en berichten in de statusbalk onderaan het venster van Tekla Structures. Volg de instructies in de statusbalk als u commando s gebruikt. Als u bijvoorbeeld een onderdeel maakt, moet u altijd de statusbalk controleren wanneer Tekla Structures u vraagt hoe u verder wilt gaan. Instructies en foutberichten Overzicht van de interface 21 Statusbalk

22 De status van Smart Select (S) en Drag and drop (D) Het niveau in merk- of componenthiërarchie (0 9) De modus van de middelste muisknop (Verschuiven of Scrollen) De huidige fase Het aantal geselecteerde objecten en handles Als u de geschiedenis van de berichten in de statusbalk wilt bekijken, klikt u op Extra --> Werkbalken --> Meldingsscherm. Er verschijnt een meldingsscherm onderaan het venster van Tekla Structures. Commando's gebruiken op pagina Waarschuwingen Tekla Structures toont een waarschuwing als dit nodig is, bijvoorbeeld als u objecten buiten het werkgebied wilt kopiëren of verplaatsen. Als u wilt voorkomen dat Tekla Structures de waarschuwingen opnieuw toont, schakelt u het selectievakje Deze melding niet meer tonen in. Als u een waarschuwing opnieuw wilt tonen, drukt u op Shift wanneer het bericht zou moeten verschijnen (bijvoorbeeld als u objecten buiten het werkgebied wilt kopiëren of verplaatsen). Vervolgens toont Tekla Structures de waarschuwing opnieuw. 2.7 De interface aanpassen Als u eenmaal bekend bent met het gebruikersinterface van Tekla Structures, kunt u het aanpassen zodat het beter aan uw wensen voldoet. U kunt uw eigen werkbalken, menu's en sneltoetsen maken die de regelmatig gebruikte commando's bevatten. Klik voor meer informatie op onderstaande links: Overzicht van de interface 22 Waarschuwingen

23 Uw eigen werkbalk maken op pagina 23 Uw eigen menu maken op pagina 24 Een sneltoets toekennen aan een commando op pagina 25 De grootte van de werkbalkknoppen wijzigen op pagina 26 Uw eigen werkbalk maken U kunt uw eigen werkbalken maken die de vaak gebruikte commando's bevatten. De werkbalken die u maakt zijn gebruikerspecifiek, wat inhoudt dat uw werkbalken niet zichtbaar zijn als iemand anders hetzelfde model opent. U kunt zo veel werkbalken maken als nodig is. Wijzig de bestaande werkbalken niet. Maak in plaats daarvan nieuwe werkbalken. Maak en wijzig de werkbalken voor de tekeningcommando's altijd in de Model Editor. Als u werkbalken in de Tekening Editor maakt of wijzigt, worden de nieuwe werkbalken en werkbalkwijzigingen niet opgeslagen. Ga als volgt te werk om uw eigen werkbalk te maken: 1. Klik in de Model Editor op Extra > Aanpassen... om het dialoogvenster Aanpassen te openen. 2. Klik in het tabblad Werkbalken op Nieuw... Een nieuwe werkbalk met de naam UserToolbar 1 verschijnt in de boomstructuur met werkbalken. U kunt de naam van de werkbalk wijzigen door erop te klikken en er een nieuwe naam voor in te voeren. 3. Selecteer een commando in de lijst aan de linkerzijde en klik vervolgens op de knop met de pijl naar rechts als u commando's aan de nieuwe werkbalk wilt toevoegen. Als u de commando's die u wilt toevoegen niet kunt vinden, gebruikt u de lijst Categorie om commandosubgroepen te selecteren en het vak Filter om naar commando's te zoeken. Gebruik de knop met de pijl naar links om de commando's van de werkbalk te verwijderen. Gebruik de knoppen met de pijl onhoog en omlaag om een commando omhoog of omlaag te verplaatsen in de boomstructuur met werkbalken. Gebruik de lijnknop om een scheidingslijn toe te voegen boven het geselecteerde commando. Overzicht van de interface 23 De interface aanpassen

24 Gebruik de knop Verwijderen om een commando wat u hebt toegevoegd of een hele werkbalk te verwijderen 4. Maak de werkbalk zichtbaar door in het selectievakje Zichtbaar te selecteren. Tekla Structures gebruikt de oogsymbolen is. om aan te geven of een werkbalk zichtbaar 5. Als u de benodigde commando's hebt toegevoegd aan de werkbalk of zoveel werkbalken als nodig hebt gemaakt, klikt u op Sluiten. Uw eigen menu maken op pagina 24 Uw eigen menu maken U kunt uw eigen menu maken dat de vaak gebruikte commando's bevat. U kunt slechts één gebruikersmenu maken en dit menu heet altijd Gebruiker. Maak en wijzig het menu Gebruiker altijd in de Model Editor. Als u het menu Gebruiker in de Tekening Editor maakt of wijzigt, wordt het nieuwe menu Gebruiker of worden de menuwijzigingen niet opgeslagen. Ga als volgt te werk om uw eigen menu te maken: 1. Klik in de Model Editor op Extra > Aanpassen... om het dialoogvenster Aanpassen te openen. 2. Klik op het tabblad Menu. 3. Selecteer een commando in de lijst aan de linkerzijde en klik vervolgens op de knop met de pijl naar rechts als u commando's aan het nieuwe menu wilt toevoegen. Als u de commando's die u wilt toevoegen niet kunt vinden, gebruikt u de lijst Categorie om commandosubgroepen te selecteren en het vak Filter om naar commando's te zoeken. 4. U kunt het menu op een van de volgende manieren wijzigen: Gebruik de knop met de pijl naar links om de commando's van het menu te verwijderen. Gebruik de knoppen met de pijl onhoog en omlaag om een commando omhoog of omlaag te verplaatsen in de boomstructuur met menu's. Gebruik de lijnknop om een scheidingslijn toe te voegen boven het geselecteerde commando. 5. Als u de benodigde commando's hebt toegevoegd aan het menu, klikt u op Sluiten. 6. Start Tekla Structures opnieuw om het menu te activeren. De naam van het menu is altijd Gebruiker. Overzicht van de interface 24 De interface aanpassen

25 Uw eigen werkbalk maken op pagina 23 Een sneltoets toekennen aan een commando Naast de vele vooraf gedefinieerde sneltoetsen in Tekla Structures kunt u uw eigen sneltoetsen definiëren. Wijs een sneltoets aan bepaalde commando's toe als u deze regelmatig gebruikt. Het gebruik van sneltoetsen is sneller dan het gebruik van commando's op werkbalken en in menu's. Voordat u een sneltoets kunt toekennen aan een commando moet u een eigen menu Gebruiker maken. Zie Uw eigen menu maken op pagina 24 voor meer informatie. Zo kent u een sneltoets toe aan een commando: 1. Klik op Extra > Aanpassen... om het dialoogvenster Aanpassen te openen. 2. Selecteer een commando in de lijst aan de linkerzijde. Gebruik de lijst Categorie om commandosubgroepen te selecteren. Gebruik het vak Filter om naar commando's te zoeken. 3. Gebruik het veld Sneltoets om een sneltoets aan een commando toe te kennen. U kunt één enkele letter gebruiken of een letter combineren met de toetsen Shift, Alt of Ctrl. De volgende toetsen zijn geldig bij sneltoetsen: A Z 0 9 F1 F24 Pijl links, Pijl rechts, Pijl omhoog, Pijl omlaag Backspace, Enter, Esc, Tab Insert, Delete, Home, End, Page Up, Page Down 0 9 op het numerieke toetsenblok Vermenigvuldigen (*), Delen (/), Optellen (+), Aftrekken (-), Decimalen (,) 4. Voeg het commando toe aan het menu Gebruiker als u de nieuwe sneltoets wilt activeren. 5. Klik op Sluiten. 6. Start Tekla Structures opnieuw op om de wijziging door te voeren. Voorbeeld Als u + als een sneltoets wilt definiëren, voert u toevoegen in het vak Sneltoets in: Overzicht van de interface 25 De interface aanpassen

26 Als u een commando wilt uitvoeren, gebruikt u de toets + op het numerieke toetsenblok. Sneltoetsen voor algemene commando's op pagina 29 Sneltoetsen voor het selecteren van objecten op pagina 43 Sneltoetsen voor kopiëren en verplaatsen van objecten op pagina 65 Sneltoetsen voor snappen op pagina 84 De grootte van de werkbalkknoppen wijzigen De grootte van de knoppen op de werkbalk is standaard 16x16 pixels. Als de knoppen er te klein uitzien, kunt u de grootte wijzigen naar 24x24 pixels. Zo wijzigt u de grootte van werkbalkknoppen: 1. Klik op Extra > Aanpassen... om het dialoogvenster Aanpassen te openen. 2. Schakel het selectievakje Grote iconen in. De grootte van knoppen wijzigt. 3. Klik op Sluiten. De interface aanpassen op pagina 22 Uw eigen werkbalk maken op pagina 23 Uw eigen menu maken op pagina 24 Overzicht van de interface 26 De interface aanpassen

27 3 Commando's gebruiken In deze paragraaf wordt beschreven hoe u commando's uitvoert, herhaalt en beëindigt. Sommige commando's in Tekla Structures kunt u tegelijkertijd gebruiken. U kunt bijvoorbeeld de Zoom-commando's gebruiken terwijl u objecten maakt. Klik voor meer informatie op onderstaande links: Een commando uitvoeren op pagina 27 Een commando herhalen op pagina 28 Een commando beëindigen op pagina 28 Een commando ongedaan maken op pagina 28 Een commando opnieuw uitvoeren op pagina 29 Sneltoetsen voor algemene commando's op pagina Een commando uitvoeren U kunt een commando in Tekla Structures op een van de volgende manieren uitvoeren: Klik op de werkbalkknop van het commando dat u wilt uitvoeren. U klikt bijvoorbeeld op om bouten te maken. Klik op een menunaam en selecteer vervolgens het commando. U klikt bijvoorbeeld op Detailleren --> Bouten --> Maak Bouten. Klik op de rechtermuisknop om een pop-upmenu te openen en selecteer vervolgens een commando. Als u een object hebt geselecteerd, hebben de commando's in het popupmenu betrekking op dat object. Commando's gebruiken 27 Een commando uitvoeren

28 De opdracht wordt uitgevoerd totdat u de opdracht beëindigt of een andere opdracht gebruikt. Voor meer informatie over hoe u elk commando gebruikt, houdt u de muisaanwijzer boven een commandopictogram. De overeenkomstige uitgebreide tooltip wordt op het scherm weergegeven. Een commando herhalen op pagina 28 Een commando beëindigen op pagina 28 Een commando ongedaan maken op pagina 28 Tooltips op pagina Een commando herhalen Het laatst gebruikte commando kunt u als volgt nogmaals uitvoeren: Klik op Bewerken --> Herhaal Laatste Commando. Druk op Enter. Een commando uitvoeren op pagina Een commando beëindigen U annuleert of beëindigt een commando op een van de volgende manieren: Klik op Bewerken --> Onderbreken. Klik met de rechtermuisknop in het contextmenu op Interrupt. Druk op Esc. Een commando uitvoeren op pagina 27 Een commando ongedaan maken op pagina Een commando ongedaan maken U kunt commando's en acties ongedaan maken die u hieraan voorafgaand heeft uitgevoerd in Tekla Structures. U kunt alle acties ongedaan maken vanaf de laatste keer dat u in de huidige Commando's gebruiken 28 Een commando herhalen

29 sessies wijzigingen heeft opgeslagen. Als u een tekening maakt of opent wordt de geschiedenis voor het ongedaan maken gewist. U kunt een commando op een van de volgende manieren ongedaan maken: Klik op. Klik op Bewerken --> Undo. Druk op Ctrl+Z. Beperkingen Venstercommando s kunnen niet ongedaan worden gemaakt. Een commando opnieuw uitvoeren op pagina Een commando opnieuw uitvoeren U kunt commando's en acties die u eerder ongedaan hebt gemaakt weer opnieuw uitvoeren. Voordat u iets opnieuw kunt doen, moet u het commando Undo gebruiken om ten minste één actie ongedaan te maken. U kunt alle acties opnieuw uitvoeren vanaf de laatste keer dat u het commando Redo hebt gebruikt of vanaf de laatste keer dat u in de huidige sessie wijzigingen hebt opgeslagen. Als u een tekening maakt of opent, wordt de geschiedenis voor het opnieuw uitvoeren gewist. U kunt een commando op een van de volgende manieren opnieuw uitvoeren: Klik op. Klik op Bewerken --> Redo. Druk op Ctrl+Y. Beperkingen Venstercommando s kunnen niet opnieuw worden gedaan. Een commando ongedaan maken op pagina Sneltoetsen voor algemene commando's Commando Help Nieuw model maken Model openen Model opslaan Verwijderen F1 Ctrl+N Ctrl+O Ctrl+S Del Sneltoets Commando's gebruiken 29 Een commando opnieuw uitvoeren

30 Commando Eigenschappen Undo Redo Onderbreken Laatste opdracht herhalen Mini Werkbalk weergeven of verbergen Sneltoets Alt+Enter Ctrl+Z Ctrl+Y Esc Enter Ctrl+K Commando's gebruiken op pagina 27 Een sneltoets toekennen aan een commando op pagina 25 Commando's gebruiken 30 Sneltoetsen voor algemene commando's

31 4 Objecten maken en wijzigen In deze paragraaf wordt beschreven hoe u in Tekla Structures objecten in modellen en tekeningen maakt en wijzigt. Klik voor meer informatie op onderstaande links: Een object maken op pagina 31 Een object wijzigen op pagina 32 Een object verwijderen op pagina 33 Rechtstreekse wijziging op pagina Een object maken U maakt als volgt een object: 1. Ga als volgt te werk om een dialoogvenster met objecteigenschappen te openen: Dubbelklik op een bestaand object. Dubbelklik op een knop op de werkbalk. Houd Shift ingedrukt en selecteer een menucommando. Klik op in de miniwerkbalk. Om de liggereigenschappen weer te geven, dubbelklikt u bijvoorbeeld op houdt u de Shift-toets ingedrukt en klikt u op Modelleren --> Maak staal Onderdeel --> Ligger. 2. Wijzig indien nodig de eigenschappen. Als u de eigenschappen niet wijzigt, maakt Tekla Structures het object met de huidige eigenschappen van het objecttype. 3. Klik op Opslaan of OK., of Objecten maken en wijzigen 31 Een object maken

32 4. Selecteer punten om het object in het model te plaatsen. Als u meerdere objecten wilt maken met dezelfde eigenschappen, selecteert u meerdere punten. De opdracht wordt uitgevoerd totdat u de opdracht beëindigt of een andere opdracht gebruikt. Mini Werkbalk op pagina 15 Commando's gebruiken op pagina Een object wijzigen U wijzigt als volgt een object: 1. Selecteer de objecten die u wilt wijzigen. 2. Ga als volgt te werk om een dialoogvenster met objecteigenschappen te openen: Dubbelklik op een bestaand object. Dubbelklik op een knop op de werkbalk. Houd Shift ingedrukt en selecteer een menucommando. Klik op in de miniwerkbalk. Om de liggereigenschappen weer te geven, dubbelklikt u bijvoorbeeld op houdt u de Shift-toets ingedrukt en klikt u op Modelleren --> Maak staal Onderdeel --> Ligger. 3. U kunt aangeven welke eigenschappen moeten worden gewijzigd door de selectievakjes in of uit te schakelen., of Klik op om alle selectievakjes in of uit te schakelen. 4. Wijzig de eigenschappen. 5. Klik op Wijzig. U kunt ook enkele modelobjecten wijzigen door de handles voor rechtstreekse wijziging te gebruiken.als Rechtstreekse wijziging is ingeschakeld, selecteert u gewoon een object om zijn handles voor rechtstreekse wijziging weer te geven.selecteer vervolgens een handle om deze naar een nieuwe locatie te verslepen. Mini Werkbalk op pagina 15 Objecten maken en wijzigen 32 Een object wijzigen

33 Objecten selecteren op pagina 36 Rechtstreekse wijziging op pagina Een object verwijderen U verwijdert als volgt een object: 1. Selecteer het object dat u wilt verwijderen. 2. U kunt het volgende doen: Klik op Bewerken --> Verwijder. Klik met de rechtermuisknop en selecteer Verwijderen in het contextmenu. Druk op Delete. Objecten selecteren op pagina Rechtstreekse wijziging Met rechtstreekse wijziging kunt u makkelijk bepaalde modelobjecten wijzigen door eenvoudigweg handles te verslepen zonder de dialoogvensters met objecteigenschappen te gebruiken. Als u een object in een modelvenster selecteert, geeft Tekla Structures handles en maatlijnen weer die specifiek voor dat modelobject zijn. De handles voor rechtstreekse wijziging en maatlijnen zijn beschikbaar voor de volgende modelobjecttypen: Onderdelen Stortnaden Wapening Lasten Stramienen en stramienlijnen Constructieobjecten (punten, lijnen, cirkels en vlakken) Gebruikerscomponenten waarvan het type Onderdeel is Door de handles en maatlijnen te gebruiken kunt u bijvoorbeeld de vorm van een onderdeel, een uniforme last of wapening wijzigen of u kunt een constructieobject, stramienlijn, puntlast of lijnlast verplaatsen. Handles De handles voor rechtstreekse wijziging zijn meestal blauw. Voor gebruikerscomponenten zijn de handles rood, groen en blauw volgens het lokale coördinatensysteem van het gebruikersonderdeel. Ze hebben de volgende vormen: Objecten maken en wijzigen 33 Een object verwijderen

34 Handle Referentiepunthandle Beschrijving Middelpunthandle Eindpunthandle van wapeningsstaven Lijnhandle Vlakhandle Ashandle van gebruikersonderdelen Rotatiehandle van gebruikersonderdelen Als u met de rechtermuisknop op een punthandle klikt, geeft Tekla Structures een werkbalk met meer wijzigingsopties weer. De beschikbare opties zijn afhankelijk van het type object dat u wijzigt en van het type van de handle. Objecten maken en wijzigen 34 Rechtstreekse wijziging

35 Maatlijnen De kleuren van de maatlijnen voor rechtstreekse wijziging volgen de kleuren van coördinaatassen van het werkvlak. De maatlijnen zijn rood in de x-richting van het werkvlak, groen in de y-richting en blauw in de z-richting. De diagonale maatlijnen zijn magenta. U kunt de maatlijnen voor rechtstreekse wijziging wijzigen door de maatlijnpijlpunten te verslepen of door het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in te gebruiken. In- of uitschakelen U kunt rechtstreekse wijziging op een van de volgende manieren in- of uitschakelen: Klik op. Druk op Ctrl+D. Klik op Extra --> Opties --> Rechtstreekse wijziging. Objecten maken en wijzigen 35 Rechtstreekse wijziging

36 5 Objecten selecteren U kunt objecten als reeks van afzonderlijke selecties en/of gebiedselecties selecteren. Tekla Structures markeert de geselecteerde objecten. Het aantal geselecteerde objecten en handles wordt rechtsonder in de statusbalk weergegeven. Bijvoorbeeld: Daarnaast worden afmetingen en maatlijnen weergegeven wanneer u een kolom of ligger in een model selecteert. Met de variabele kunt u de maatlijnen tonen of verbergen. Rollover highlight in- of uitschakelen op pagina 37 Selectieknoppen op pagina 38 Enkele objecten selecteren op pagina 38 Meerdere objecten selecteren op pagina 39 Objecten selecteren 36 Rechtstreekse wijziging

37 Handles selecteren op pagina 40 Merken en betonelementen selecteren op pagina 40 Submerken en componenten selecteren op pagina 40 Een referentie model selecteren op pagina 41 Een referentie model object selecteren op pagina 42 De selectie wijzigen op pagina 42 Sneltoetsen voor het selecteren van objecten op pagina Rollover highlight in- of uitschakelen Wanneer u de cursor verplaatst over objecten in modelvensters, worden de objecten in Tekla Structures geel gemarkeerd zodat u eenvoudig kunt zien welke objecten u kunt selecteren. U schakelt de rollover-markering op een van de volgende wijzen in of uit: Druk op H. Klik op Extra --> Opties --> Rollover highlight. Objecten selecteren op pagina 36 Objecten selecteren 37 Rollover highlight in- of uitschakelen

38 5.2 Selectieknoppen De selectieknoppen zijn speciale knoppen waarmee u bepaalt welke objecten en objecttypen u kunt selecteren.als bijvoorbeeld alleen de knop Lassen selecteren actief is, selecteert Tekla Structures alleen lassen, zelfs als u het hele modelgebied selecteert. Met de hoofdselectieknoppen bepaalt u of objecten kunnen worden geselecteerd in een component- of merkhiërarchie. Deze knoppen hebben de hoogste prioriteit. Met de andere selectieknoppen bepaalt u welke objecttypen kunnen worden geselecteerd: De volgende selectieknoppen zijn in tekeningen beschikbaar: Klik op de selectieknoppen om deze in of uit te schakelen. Voor meer informatie over hoe u elke knop gebruikt, houdt u de muisaanwijzer boven een knoppictogram. De overeenkomstige uitgebreide tooltip wordt op het scherm weergegeven. Als u geen objecten kunt selecteren op pagina Enkele objecten selecteren U selecteert een enkel object op een van de volgende manieren: Klik met de linkermuisknop op een object om het te selecteren. Klik met de rechtermuisknop op een object om het te selecteren en het contextmenu te openen. U kunt alleen objecten met de rechtermuisknop selecteren als u een van de volgende opties hebt ingeschakeld in het menu Extra --> Opties: Selecteer met rechter muisknop Rollover highlight Meerdere objecten selecteren op pagina 39 De selectie wijzigen op pagina 42 Objecten selecteren 38 Selectieknoppen

39 5.4 Meerdere objecten selecteren U kunt meerdere objecten tegelijkertijd selecteren in het model en in tekeningen. U selecteert meerdere objecten (gebiedselectie) op een van de volgende manieren: Houd de muisknop ingedrukt en sleep de muis van links naar rechts om de objecten te selecteren die zich volledig in dat rechthoekige gebied bevinden. Houd de muisknop ingedrukt en sleep de muis van rechts naar links om de objecten te selecteren die zich volledig of gedeeltelijk in dat rechthoekige gebied bevinden. Als u de werking van gebiedselectie wilt definiëren, klikt u op Extra --> Opties -- > Crossing Selectie. Als de optie is uitgeschakeld, is de sleeprichting van invloed op de selectie van objecten, zoals hierboven beschreven. De optie is standaard uitgeschakeld. Als de optie is ingeschakeld, worden alle objecten geselecteerd die ten minste gedeeltelijk in het rechthoekige gebied vallen, onafhankelijk van de sleeprichting. Enkele objecten selecteren op pagina 38 De selectie wijzigen op pagina 42 De selectie van objecten onderbreken op pagina 101 Objecten selecteren 39 Meerdere objecten selecteren

40 5.5 Handles selecteren U selecteert als volgt alleen de handles van een onderdeel: 1. Sleep de muis van links naar rechts om het onderdeel te selecteren. 2. Houd de Alt-toets ingedrukt en sleep de muis van links naar rechts om het onderdeel opnieuw te selecteren. 5.6 Merken en betonelementen selecteren U selecteert als volgt een merk of betonelement: 1. Zorg dat de selectieknop Selecteer merk actief is. 2. Selecteer een onderdeel. Tekla Structures selecteert het complete betonelement of merk dat het onderdeel bevat. Objecten selecteren 40 Handles selecteren

41 5.7 Submerken en componenten selecteren De actieve instelling bepaalt op welk niveau u begint en in welke richting u beweegt in de componenten- of merkenhiërarchie. De statusbalk toont de stappen in de hiërarchie. U selecteert en controleert als volgt submerken of subcomponenten: 1. Zorg dat de juiste selectieknop actief is. Als de selectieknop Selecteer merk actief is, kunt u objecten in de merkenhiërarchie selecteren, beginnend bij de merken op het hoogste niveau, vervolgens de submerken en tot slot enkele onderdelen, bouten enzovoort. Als de knop Selecteer object in merk actief is, begint u met het selecteren van losse objecten en gaat u omhoog naar de supermerken. 2. Houd de Shift-toets ingedrukt. 3. Scroll met het muiswiel. Een oranje kader geeft aan welk merk of welke component u kunt selecteren. 5.8 Een referentie model selecteren Een referentie model selecteren: 1. Activeer de knop Referentie modellen selecteren. Objecten selecteren 41 Een referentie model selecteren

42 2. Activeer de knop Componenten selecteren. 3. Selecteer het referentie model. Een referentie model object selecteren op pagina 42 Een referentie model object selecteren op pagina Een referentie model object selecteren U selecteert als volgt een referentie model object: 1. Activeer de knop Referentie modellen selecteren. 2. Activeer de knop Selecteer object. 3. Selecteer het gewenste object in het referentie model. Een referentie model selecteren op pagina 41 Een referentie model object selecteren op pagina Een referentie model object selecteren U selecteert als volgt een referentie model merk: 1. Activeer de knop Referentie modellen selecteren. 2. Activeer de knop Selecteer merk. 3. Selecteer het gewenste merk in het referentie model. Een referentie model object selecteren op pagina 42 Een referentie model selecteren op pagina 41 Objecten selecteren 42 Een referentie model object selecteren

43 5.11 De selectie wijzigen U kunt de huidige selectie op een van de volgende manieren wijzigen: U wilt Objecten toevoegen aan de huidige selectie De selectie van een object in- of uitschakelen Actie Houd de Shift-toets ingedrukt en selecteer de objecten. Houd de Ctrl-toets ingedrukt tijdens de selectie. Tekla Structures heft de selectie op van de objecten die geselecteerd waren en selecteert de objecten die eerder niet waren geselecteerd. Objecten selecteren op pagina Sneltoetsen voor het selecteren van objecten Commando Rollover highlight Selectieknop Selecteer alles Selectieknop Selecteer onderdelen Voeg toe aan selectie Selectie in-/uitschakelen Selecteer alles Samenstelling selecteren Object verbergen X-, Y- of Z-coördinaten vergrendelen Selectiefilter H F2 F3 Shift Ctrl Ctrl+A Alt+object Shift+H X, Y of Z Ctrl+G Sneltoets Objecten selecteren op pagina 36 Een sneltoets toekennen aan een commando op pagina 25 Objecten selecteren 43 Sneltoetsen voor het selecteren van objecten

44 6 Objecten kopiëren en verplaatsen De basisfunctionaliteit voor kopiëren en verplaatsen van objecten is identiek bij modellen en tekeningen. U kunt objecten rechtlijnig, geroteerd of gespiegeld kopiëren en verplaatsen. Als u objecten van een merk of betonelement verplaatst of kopieert, kopieert Tekla Structures indien mogelijk de merkstructuur. Submerken worden bijvoorbeeld als submerk gekopieerd als er een bovenliggend object wordt gevonden. Als u wapening of oppervlakten kopieert of verplaatst en u wilt dat deze wordt aangepast aan het onderdeel waarnaar deze gekopieerd of verplaatst wordt, dan: moeten de handles van de wapening of oppervlakten zich in de hoeken van het onderdeel bevinden; moeten de onderdelen waartussen u kopieert of verplaatst, hetzelfde aantal hoeken in de doorsnede hebben; moeten cirkelvormige onderdelen dezelfde afmetingen in de doorsnede hebben. U kunt objecten kopiëren en verplaatsen binnen verschillende tekening aanzichten die over verschillende schalen beschikken. Objecten dupliceren op pagina 44 Een object kopiëren op pagina 45 Een object verplaatsen op pagina 57 Objecten roteren op pagina 61 Een object spiegelen op pagina 65 Efficiënter kopiëren en verplaatsen op pagina 100 Sneltoetsen voor kopiëren en verplaatsen van objecten op pagina Objecten dupliceren Als u objecten kopieert of verplaatst, controleert Tekla Structures of er al objecten bestaan op de locatie waarnaar u de objecten wilt kopiëren of verplaatsen. Tekla Structures controleert Objecten kopiëren en verplaatsen 44 Objecten dupliceren

45 tevens op duplicaten wanneer u nieuwe onderdelen maakt op dezelfde locatie als een bestaand onderdeel. Twee objecten worden beschouwd als duplicaten als ze dezelfde richting hebben en als de omkaderingsvakken van de objecten dezelfde afmetingen hebben. Als er duplicaten worden gevonden, kunt u kiezen of u de dubbele objecten wilt behouden of verwijderen. Met de variabele kunt u het maximumaantal objecten bepalen dat als duplicaat bij het kopiëren of verplaatsen van objecten wordt geteld. Beperkingen Tekla Structures controleert niet op duplicaten wanneer u objecten kopieert met behulp van een systeemcomponent, zoals de component Array van objecten (29). Objecten kopiëren en verplaatsen op pagina Een object kopiëren Als u een object kopieert, kopieert Tekla Structures ook alle daarmee verbonden objecten. Tekla Structures probeert tevens de verbindingen te kopiëren. De verbindingen kunnen alleen worden gekopieerd als ze zijn omringd door soortgelijke onderdelen. U kopieert als volgt een object: 1. Selecteer het object dat u wilt kopiëren. 2. Ga op een van de volgende manieren te werk: Klik in het model op Bewerken --> Kopieer. Klik in de tekening op Bewerken --> Kopieer --> Rechtlijnig. 3. Wijs het startpunt voor het kopiëren aan. Objecten kopiëren en verplaatsen 45 Een object kopiëren

46 4. Wijs een of meer bestemmingen aan. De objecten worden onmiddellijk gekopieerd. Het commando Kopiëren blijft actief. 5. Als u de laatste kopieerbewerking ongedaan wilt maken, klikt u op Bewerken > Undo. Het commando Kopieer blijft actief. 6. Als u wilt stoppen met kopiëren, klikt u op Bewerken --> Interrupt. Objecten kopiëren en verplaatsen 46 Een object kopiëren

47 Efficiënter kopiëren en verplaatsen op pagina 100 Een object kopiëren door een afstand op te geven op pagina 47 Een object rechtlijnig naar een nieuwe positie kopiëren op pagina 47 Een object kopiëren met behulp van Drag and Drop op pagina 48 Een object kopiëren naar een ander vlak op pagina 49 Een object kopiëren naar een ander object op pagina 49 Alle inhoud naar een ander object kopiëren op pagina 49 Objecten uit een ander model kopiëren op pagina 50 Objecten kopiëren met de plugin Linear array tool op pagina 51 Objecten kopiëren met de Radial array tool op pagina 53 Objecten kopiëren met de component Array van objecten (29) op pagina 55 Een object kopiëren door een afstand op te geven U kunt objecten een nieuwe positie geven in het model of in de tekening door een afstand vanaf de oorsprong op te geven. Geef de afstand op in het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in. U kopieert als volgt een object naar een nieuwe positie door een afstand op te geven: 1. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren. 2. Klik op Bewerken > Kopieer. 3. Kies het startpunt voor het kopiëren. 4. Verplaats de cursor in de richting waarin u de objecten wilt kopiëren, maar wijs het punt niet aan. 5. Voer de afstand in. Wanneer u begint met invoeren, geeft Tekla Structures het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in automatisch weer. 6. Klik op OK. Een object kopiëren op pagina 45 Naar een positie snappen met coördinaten op pagina 77 Objecten kopiëren en verplaatsen 47 Een object kopiëren

48 Een object rechtlijnig naar een nieuwe positie kopiëren Met het commando Kopieer > Rechtlijnig... kunt u in een model meerdere kopieën van een object in dezelfde lineaire richting maken. U kopieert als volgt een object rechtlijnig naar een nieuwe positie: 1. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren. 2. Klik op Bewerken > Kopieer > Rechtlijnig Wijs twee punten in het model aan of voer de coördinaten in de vakken dx, dy en dz in. U kunt ook een formule gebruiken om de verplaatsing in de x-, y- en z-richting te berekenen. Bijvoorbeeld: 4. Voer het aantal kopieën in. 5. Klik op Kopieer. 6. Als u wilt stoppen met kopiëren, klikt u op Bewerken --> Interrupt. Als het dialoogvenster geopend is, maar het commando niet meer actief is, klikt u op de knop Wijs aan om het commando opnieuw te activeren. Een object kopiëren op pagina 45 Een object kopiëren met behulp van Drag and Drop U kopieert als volgt een object met behulp van Drag and Drop: 1. Klik op Extra --> Opties --> Inschakelen Drag and drop om het commando te activeren. 2. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren. 3. Houd de Ctrl-toets en de muisknop ingedrukt en sleep de objecten naar de nieuwe positie. Als u in een tekening stramienlabels wilt kopiëren, moet u eerst het stramienlabel selecteren en vervolgens ofwel de knop Selecteer stramienlijn activeren of de handle van het stramienlabel selecteren. Een object kopiëren op pagina 45 Objecten kopiëren en verplaatsen 48 Een object kopiëren

49 Een object kopiëren naar een ander vlak In een model kunt u objecten van het eerste vlak dat u opgeeft, kopiëren naar het tweede vlak dat u opgeeft (en het derde, enzovoort). De positie van de gekopieerde objecten ten opzichte van het tweede vlak (en het derde, enzovoort) blijft hetzelfde als de positie van de oorspronkelijke objecten ten opzichte van het eerste vlak. U kopieert als volgt een object naar een ander vlak: 1. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren. 2. Klik op Bewerken --> Kopieer --> Naar een ander Vlak. 3. Kies de oorsprong van het eerste vlak. 4. Kies een punt op het eerste vlak in de positieve x-richting. 5. Kies een punt op het eerste vlak in de positieve y-richting. 6. Herhaal stap 3-5 voor alle bestemmingsvlakken. Een object kopiëren op pagina 45 Een object kopiëren naar een ander object In een model kunt u objecten van een object naar andere, vergelijkbare objecten kopiëren. Dit is met name handig wanneer u bijvoorbeeld eerder gemodelleerde onderdelen detailleert. De objecten waartussen u kunt kopiëren, kunnen verschillende afmetingen, lengten en rotaties hebben. U kopieert als volgt een object naar een ander object: 1. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren. 2. Klik met de rechtermuisknop en selecteer Kopieer > Naar een ander Object. 3. Selecteer het object van waaruit u wilt kopiëren (bronobject). 4. Selecteer de objecten waarnaar u wilt kopiëren (doelobjecten). Een object kopiëren op pagina 45 Alle inhoud naar een ander object kopiëren U kunt in een model objecten van een merk of betonelement naar andere vergelijkbare merken of betonelementen kopiëren zonder elk te kopiëren object apart te selecteren.dit is bijvoorbeeld handig als u een merk hebt gedetailleerd en alle details naar een vergelijkbaar merk wilt kopiëren. Objecten kopiëren en verplaatsen 49 Een object kopiëren

50 Als u het commando Kopieer --> Alle inhoud naar een ander object gebruikt, kopieert Tekla Structures de volgende objecten: Aansluitende onderdelen Wapening, bouten en lassen Uitsnijdingen, fittingen en vellingkanten Submerken Componenten Tekla Structures kopieert geen stortnaden of aansluitende onderdelen die door een component zijn gemaakt die ook het hoofdonderdeel van het merk heeft gemaakt. Als enkele te kopiëren objecten al in het merk of betonelement bestaan, kan Tekla Structures dubbele objecten maken. Tekla Structures waarschuwt u voor dubbele aansluitende onderdelen, wapening en submerken, maar niet voor dubbele bouten, lassen, uitsnijdingen of componenten. U kopieert als volgt objecten van een merk of betonelement naar een ander merk of betonelement: 1. Zorg dat de selectieknop Selecteer merk actief is. 2. Selecteer het merk of betonelement waarvan u wilt kopiëren (bronobject). 3. Klik met de rechtermuisknop en selecteer in het contextmenu Kopieer --> Alle inhoud naar een ander object. 4. Selecteer de merken of betonelementen waarheen u wilt kopiëren (doelobjecten). Een object kopiëren op pagina 45 Objecten uit een ander model kopiëren U kopieert als volgt objecten uit een ander model: 1. Klik op Bewerken > Kopieer --> Uit een ander Model Selecteer het model waaruit u wilt kopiëren in de lijst Modellen. 3. Voer de nummers van de fasen in waaruit u objecten wilt kopiëren, gescheiden door spaties. Bijvoorbeeld Klik op Kopieer. 5. Sluit het dialoogvenster. Objecten kopiëren en verplaatsen 50 Een object kopiëren

51 Beperkingen U kunt geen tekeningen van het model importeren. Tekla Structures kopieert alleen aansluitende onderdelen van het model als deze deel uitmaken van dezelfde fase als het hoofdonderdeel. Dit geldt voor zowel model- als componentonderdelen. Een object kopiëren op pagina 45 Objecten kopiëren met de plugin Linear array tool Met de plugin Linear array tool kunt u geselecteerde objecten langs meerdere richtingen op gedefinieerde tussenruimten of afstanden kopiëren. U gebruikt de plugin Linear array tool als volgt: 1. Gebruik in het model de sneltoets Ctrl+F om de componentendatabase te openen. 2. Dubbelklik op Linear array tool om het dialoogvenster Linear array tool te openen. Gebruik Zoeken als u Linear array tool niet in de lijst ziet. 3. Selecteer de Kopieermethode.De opties zijn: Geselecteerde objecten Dit is de standaard. Alleen de geselecteerde objecten worden gekopieerd. Alle gekoppelde objecten Geselecteerde objecten en alle hieraan gekoppelde objecten worden gekopieerd. Bijvoorbeeld uitsnijdingen en fittingen die op een onderdeel zijn toegepast. Geavanceerd Deze optie is vergelijkbaar met Alle gekoppelde objecten maar werkt beter met wijzigingen. Dat geldt bijvoorbeeld bij trappen waarbij handregels aan de treden zijn gelast en u de afstand tussen de treden wijzigt. 4. Selecteer de Oorsprong kopiëren.de opties zijn: Te kopiëren objecten Dit is de standaard. Kopieën zijn relatief ten opzichte van de invoerobjecten. Punt van oorsprong Kopieën zijn relatief ten opzichte van het invoerpunt van oorsprong. 5. Definieer de instellingen. 6. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren. 7. Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten. 8. Klik op de middelste muisknop. 9. Wijs de oorsprong aan. Objecten kopiëren en verplaatsen 51 Een object kopiëren

52 10. Wijs de asrichting X aan. 11. Wijs de asrichting Y aan. De geselecteerde objecten worden gekopieerd. Instellingen Linear array tool op pagina 52 Objecten kopiëren met de Radial array tool op pagina 53 Instellingen Linear array tool De offset langs de Y-as. De standaardwaarde is 0 mm. De offset langs de Z-as. De standaardwaarde is 0 mm. Aantal kopieën. De standaardwaarde is 0. Afstand tussen kopieën. De standaardwaarde is 0 mm. Gebruik de spatie om waarden te scheiden. Voer een waarde in voor elke afstand tussen kopieën. Deze optie is niet beschikbaar als u Gelijk als h.o.h.-methode selecteert. Kopieerrichting. De opties zijn: Normaal (standaard) Afstanden worden berekend vanaf de oorsprong in de positieve richting lang de as. Omkeren Afstanden worden berekend vanaf de oorsprong in de negatieve richting lang de as. Objecten kopiëren en verplaatsen 52 Een object kopiëren

53 Gecentreerd Kopieën worden gecentreerd op de oorsprong. Spiegelen Afstanden worden berekend vanaf de oorsprong in zowel de positieve als negatieve richting. Het gespiegeld kopiëren verdubbelt het aantal kopieën. H.o.h.-methode. De opties zijn: Gelijk (standaard) Kopieën worden op gelijke afstand op basis van de lengte van de X- of Y-as gemaakt. Opgegeven Kopieën worden volgens het aantal en de opgegeven afstandwaarden gemaakt. Objecten kopiëren met de plugin Linear array tool op pagina 51 Objecten kopiëren met de Radial array tool op pagina 53 Objecten kopiëren met de Radial array tool Met de pluging Radial array tool kunt u geselecteerde objecten langs meerdere richtingen op gedefinieerde tussenruimten of afstanden kopiëren. U gebruikt de Radial array tool als volgt: 1. Gebruik in het model de sneltoets Ctrl+F om de componentendatabase te openen. 2. Dubbelklik op Radial array tool om het dialoogvenster Radial array tool te openen. Gebruik Zoeken als u Radial array tool niet in de lijst ziet. 3. Selecteer de Kopieermethode.De opties zijn: Geselecteerde objecten Dit is de standaard. Alleen de geselecteerde objecten worden gekopieerd. Alle gekoppelde objecten Geselecteerde objecten en alle hieraan gekoppelde objecten worden gekopieerd. Bijvoorbeeld uitsnijdingen, lassen en bouten. Geavanceerd Deze optie is vergelijkbaar met Alle gekoppelde objecten maar werkt beter met wijzigingen. Dat geldt bijvoorbeeld bij trappen waarbij handregels aan de treden zijn gelast en u de afstand tussen de treden wijzigt. 4. Selecteer de optie Roteer kopieën. De standaard is Ja. Objecten kopiëren en verplaatsen 53 Een object kopiëren

54 5. Definieer de rotatieas. De standaard is X. 6. Definieer de instellingen. 7. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren. 8. Klik op OK om het dialoogvenster te sluiten. 9. Klik op de middelste muisknop. 10. Wijs de oorsprong aan. 11. Wijs de asrichting X aan. 12. Wijs de asrichting Y aan. De geselecteerde objecten worden gekopieerd. Instellingen Radial array tool op pagina 54 Objecten kopiëren met de plugin Linear array tool op pagina 51 Instellingen Radial array tool Afstand tussen kopieën. De standaardwaarde is 0. Rotatie. De opties zijn: Hoek (standaard) De kopieën worden per hoek geroteerd. Objecten kopiëren en verplaatsen 54 Een object kopiëren

55 Afstand De kopieën worden per afstand geroteerd. Aantal hoeken of afstanden. De standaardwaarde is 0. Afstand tussen kopieën. Gebruik de spatie om waarden te scheiden. Voer een waarde in voor elke afstand tussen kopieën. Kopieerrichting. De opties zijn: Normaal (standaard) Afstanden worden berekend vanaf de oorsprong in de positieve richting lang de as. Omkeren Afstanden worden berekend vanaf de oorsprong in de negatieve richting lang de as. Gecentreerd Kopieën worden gecentreerd op de oorsprong. Spiegelen Afstanden worden berekend vanaf de oorsprong in zowel de positieve als negatieve richting. Het gespiegeld kopiëren verdubbelt het aantal kopieën. Hoek tussen kopieën. De standaardwaarde is 0. U kunt de hoek alleen definiëren als u Afstand als de Rotatie-optie selecteert. Objecten kopiëren met de Radial array tool op pagina 53 Objecten kopiëren met de plugin Linear array tool op pagina 51 Objecten kopiëren met de component Array van objecten (29) Gebruik de component Array van objecten (29) om modelobjecten langs een lijn te kopiëren. Als u het oorspronkelijke object bewerkt, worden in Tekla Structures ook de gekopieerde objecten gewijzigd. Gemaakte onderdelen Kopieën van de geselecteerde modelobjecten Objecten kopiëren en verplaatsen 55 Een object kopiëren

56 Gebruiken in Situatie Beschrijving Een raster met onderdelen. Een raster met componenten. Voordat u begint: Eigenschappen definiëren Maak de onderdelen die u wilt kopiëren. Gebruik het dialoogvenster Array van objecten (29) om de volgende eigenschappen te definiëren: Aantal kopieën Afstand Eigenschap Kopieer naar de andere kant Startpunt voor kopiëren Kopieer met gelijke waarden (negeer afstand) Beschrijving Het aantal kopieën dat wordt gemaakt. Definieer de afstanden tussen de objecten. Kies het object dat wordt gekopieerd of het eerste invoerpunt. Hiermee maakt u objecten op gelijke afstanden. Speling wordt genegeerd. Selectievolgorde 1. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren. 2. Klik met de middelste muisknop om het selecteren af te sluiten. Objecten kopiëren en verplaatsen 56 Een object kopiëren

57 3. Selecteer een punt om het begin aan te geven van de lijn waarlangs gekopieerde objecten worden geordend. 4. Selecteer een punt om het einde van de lijn aan te geven. 6.3 Een object verplaatsen Als u een object verplaatst, verplaatst Tekla Structures ook alle objecten die daarmee zijn verbonden. Als u bijvoorbeeld punten verplaatst, verplaatst Tekla Structures ook de onderdelen of merken die deze punten gebruiken. U verplaatst als volgt een object: 1. Selecteer het object dat u wilt verplaatsen. 2. U kunt het volgende doen: Klik in een model op Bewerken --> Verplaats. Klik in een tekening op Bewerken --> Verplaats --> Rechtlijnig. 3. Kies de oorsprong voor het verplaatsen. 4. Kies een bestemming. Objecten kopiëren en verplaatsen 57 Een object verplaatsen

58 Het object wordt onmiddellijk verplaatst. Het commando Verplaats blijft niet actief. Efficiënter kopiëren en verplaatsen op pagina 100 Een object verplaatsen door de afstand vanaf de oorsprong te bepalen op pagina 58 Een object rechtlijnig naar een nieuwe positie verplaatsen op pagina 59 Een object verplaatsen met behulp van Drag and Drop op pagina 59 Een object naar een ander vlak verplaatsen op pagina 60 Een object naar een ander object verplaatsen op pagina 60 Een object verplaatsen door de afstand vanaf de oorsprong te bepalen U kunt objecten een nieuwe positie geven in het model of in de tekening door een afstand vanaf de oorsprong op te geven. Geef de afstand op in het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in. U verplaatst een object als volgt naar een nieuwe positie door de afstand op te geven: 1. Selecteer de objecten die u wilt verplaatsen. 2. Klik op Bewerken > Verplaats. 3. Kies de oorsprong voor het verplaatsen. 4. Verplaats de cursor in de richting waarin u de objecten wilt verplaatsen, maar wijs het punt niet aan. Objecten kopiëren en verplaatsen 58 Een object verplaatsen

59 5. Voer de afstand in. Wanneer u begint met invoeren, geeft Tekla Structures het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in automatisch weer. 6. Klik op OK. Een object verplaatsen op pagina 57 Naar een positie snappen met coördinaten op pagina 77 Een object rechtlijnig naar een nieuwe positie verplaatsen U verplaatst een object als volgt rechtlijnig naar een nieuwe positie in een model: 1. Selecteer de objecten die u wilt verplaatsen. 2. Klik op Bewerken > Verplaats > Rechtlijnig Wijs twee punten in het model aan of voer de coördinaten in de vakken dx, dy en dz in. U kunt ook een formule gebruiken om de verplaatsing in de x-, y- en z-richting te berekenen. Bijvoorbeeld: 4. Klik op Verplaats. Als het dialoogvenster geopend is, maar het commando niet meer actief is, klikt u op de knop Wijs aan om het commando opnieuw te activeren. Een object verplaatsen op pagina 57 Een object verplaatsen met behulp van Drag and Drop U verplaatst als volgt een object met behulp van Drag and Drop: 1. Klik op Extra --> Opties --> Inschakelen Drag and drop om het commando te activeren. 2. Selecteer de objecten die u wilt verplaatsen. 3. U kunt het volgende doen: Als u de objecten wilt verplaatsen, houdt u de Ctrl-toets en de muisknop ingedrukt en sleept u de objecten naar de nieuwe positie. Als u het einde van een object wilt verplaatsen, selecteert u de handle, houdt u de muisknop ingedrukt en sleept u de handle naar de nieuwe positie. Objecten kopiëren en verplaatsen 59 Een object verplaatsen

60 Voor sommige objecten moet u zowel Smart Select als Inschakelen Drag and drop inschakelen om handles te verslepen zonder deze eerst te selecteren. Als u Smart Select wilt inschakelen, klikt u op Extra --> Opties --> Smart Select. Als u stramienlabels in een tekening wilt verplaatsen, moet u eerst het stramienlabel selecteren en vervolgens of de knop Selecteer stramienlijn activeren of de handle van het stramienlabel selecteren. Een object verplaatsen op pagina 57 Een object naar een ander vlak verplaatsen In een model kunt u objecten van het eerste vlak dat u opgeeft, verplaatsen naar een ander vlak, dat u opgeeft door drie punten te selecteren. De verplaatste objecten komen op dezelfde positie op het tweede vlak als de oorspronkelijke objecten op het eerste vlak. U verplaatst als volgt een object naar een ander vlak: 1. Selecteer de objecten die u wilt verplaatsen. 2. Klik op Bewerk --> Verplaats --> Naar een ander Vlak. 3. Kies de oorsprong van het eerste vlak. 4. Kies een punt op het eerste vlak in de positieve x-richting. 5. Kies een punt op het eerste vlak in de positieve y-richting. 6. Herhaal stap 3-5 voor het bestemmingsvlak. Een object verplaatsen op pagina 57 Een object naar een ander object verplaatsen In een model kunt u objecten van een object naar andere, vergelijkbare objecten verplaatsen. Dit is met name handig wanneer u bijvoorbeeld eerder gemodelleerde onderdelen detailleert. De objecten waartussen u kunt verplaatsen, kunnen verschillende afmetingen, lengten en rotaties hebben. U verplaatst als volgt een object naar een ander object: 1. Selecteer de objecten die u wilt verplaatsen. 2. Klik met de rechtermuisknop en selecteer Verplaats > Naar een ander Object in het contextmenu. Objecten kopiëren en verplaatsen 60 Een object verplaatsen

61 3. Selecteer het object van waaruit u wilt verplaatsen (bronobject). 4. Selecteer de objecten waarnaar u wilt verplaatsen (doelobjecten). Een object verplaatsen op pagina Objecten roteren U kunt een object in een model kopiëren of verplaatsen door het rondom een lijn die u kiest te roteren. In een tekening kunt u een object kopiëren of verplaatsen door het rondom een bepaalde lijn in het werkvlak te roteren. Klik voor meer informatie op onderstaande links: Een object rondom een lijn roteren op pagina 61 Een object rondom de z-as roteren op pagina 63 Tekeningobjecten op het werkvlak roteren op pagina 64 Positieve rotatie is conform de rechterhandregel (met de klok mee, gezien vanuit het startpunt van de rotatieas). Zie voor meer informatie. Een object rondom een lijn roteren Gebruik de optie Lijn wanneer u objecten wilt kopiëren en roteren of wilt verplaatsen en roteren rondom een bepaalde lijn in het model. Ga als volgt te werk om een object rondom een lijn te roteren: 1. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren of verplaatsen. 2. Activeer het roteercommando. Als u de objecten wilt kopiëren en roteren, klikt u op Bewerken --> Kopieer --> Roteer... Als u de objecten wilt verplaatsen en roteren, klikt u op Bewerken --> Verplaats --> Roteer Selecteer lijn in de lijst Rondom. 4. Kies het startpunt van de rotatieas of voer de coördinaten in. 5. Kies het eindpunt van de rotatieas of voer de coördinaten in. 6. Als u kopieert, voert u het aantal kopieën in. 7. Voer indien nodig de waarde dz in. Dit is het verschil in positie tussen het oorspronkelijke en gekopieerde object in de z-richting. Objecten kopiëren en verplaatsen 61 Objecten roteren

62 8. Voer de rotatiehoek in. 9. Klik op Kopieer of Verplaats. De objecten worden overeenkomstig geroteerd. Voorbeeld In dit voorbeeld wordt een instortvoorziening gekopieerd en geroteerd rondom een constructielijn die zich op de volgende coördinaten bevindt. Als resultaat volgen de gekopieerde instortvoorzieningen de curve van de betonwand. Een object rondom de z-as roteren op pagina 63 Objecten kopiëren en verplaatsen 62 Objecten roteren

63 Een object rondom de z-as roteren Gebruik de optie Z als u objecten wilt kopiëren en roteren of wilt verplaatsen en roteren rondom de z-as in het model. Ga als volgt te werk om een object rondom de z-as te roteren: 1. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren of verplaatsen.bijvoorbeeld: 2. Activeer het roteercommando. Als u de objecten wilt kopiëren en roteren, klikt u op Bewerken --> Kopieer --> Roteer... Als u de objecten wilt verplaatsen en roteren, klikt u op Bewerken --> Verplaats --> Roteer Selecteer Z in de lijst Rondom. 4. Wijs een punt aan om de rotatieas te definiëren of de coördinaten ervan in te voeren. In het onderstaande voorbeeld geeft het rode kruis het geselecteerde punt aan. 5. Als u kopieert, voert u het aantal kopieën in. 6. Voer indien nodig de waarde dz in. Dit is het verschil in positie tussen het oorspronkelijke en gekopieerde object in de z-richting. 7. Voer de rotatiehoek in.bijvoorbeeld: Objecten kopiëren en verplaatsen 63 Objecten roteren

64 8. Klik op Kopieer of Verplaats. De objecten worden overeenkomstig geroteerd. Een object rondom een lijn roteren op pagina 61 Tekeningobjecten op het werkvlak roteren U roteert als volgt een tekeningobject rond een lijn op het werkvlak: 1. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren of verplaatsen. 2. Activeer het roteercommando: Als u het tekeningobject wilt kopiëren en roteren, klikt u op Bewerken --> Kopieer --> Roteer... Als u het tekeningobject wilt verplaatsen en roteren, klikt u op Bewerken --> Verplaats --> Roteer Kies een punt of voer de coördinaten ervan in. 4. Als u wilt kopiëren, moet u het aantal kopieën invoeren. 5. Voer de rotatiehoek in. 6. Klik op Kopieer of Verplaats. Objecten roteren op pagina 61 Objecten kopiëren en verplaatsen 64 Objecten roteren

65 6.5 Een object spiegelen Wanneer u een object kopieert of verplaatst, kunt u dit spiegelen via een vlak dat loodrecht op het werkvlak staat en door een lijn loopt die u opgeeft. Let erop dat Tekla Structures geen gespiegelde kopieën van componenteigenschappen kan maken. Het commando Kopieer > Spiegel... spiegelt objecten niet volledig als deze bijvoorbeeld componenten bevatten met asymmetrisch geplaatste onderdelen. U spiegelt als volgt een object: Om te Actie Spiegelen in het model 1. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren of verplaatsen. 2. Activeer het spiegelcommando: Als u de objecten wilt kopiëren en spiegelen, klikt u op Bewerken --> Kopieer --> Spiegel... Als u de objecten wilt verplaatsen en spiegelen, klikt u op Bewerken --> Verplaats --> Spiegel Selecteer het startpunt van het spiegelend vlak of voer de coördinaten ervan in. 4. Selecteer het eindpunt van het spiegelend vlak of voer de coördinaten ervan in. 5. Voer de hoek in. 6. Klik op Kopieer of Verplaats. Spiegelen in de tekening 1. Selecteer de objecten die u wilt kopiëren of verplaatsen. 2. Activeer het spiegelcommando: Als u de objecten wilt kopiëren en spiegelen, klikt u op Bewerken --> Kopieer --> Spiegel... Als u de objecten wilt verplaatsen en spiegelen, klikt u op Bewerken --> Verplaats --> Spiegel Selecteer het startpunt van het spiegelend vlak of voer de coördinaten ervan in. 4. Selecteer het eindpunt van het spiegelend vlak of voer de coördinaten ervan in. 5. Voer de hoek in. 6. Klik op Kopieer of Verplaats. Objecten kopiëren en verplaatsen op pagina 44 Objecten kopiëren en verplaatsen 65 Een object spiegelen

66 6.6 Sneltoetsen voor kopiëren en verplaatsen van objecten Commando Kopiëren Verplaatsen Smart Select Drag en drop Ctrl+C Ctrl+M S D Sneltoets Objecten kopiëren en verplaatsen op pagina 44 Een sneltoets toekennen aan een commando op pagina 25 Objecten kopiëren en verplaatsen 66 Sneltoetsen voor kopiëren en verplaatsen van objecten

67 7 Naar posities snappen Bij de meeste commando's in Tekla Structures wordt u gevraagd om punten te selecteren om objecten te positioneren. Deze selectie wordt beïnvloedt door de snapprioriteit, snapknoppen en snapdiepte. Als u de cursor over objecten heen beweegt, worden in Tekla Structures snapsymbolen voor de beschikbare snappunten weergegeven. In Tekla Structures worden ook de snapmaatlijnen in het model weergegeven. Dit betekent dat u eenvoudig objecten van een gewenste lengte kunt maken. Met de variabele XS_DISPLAY_DIMENSIONS_WHEN_CREATING_OBJECTS kunt u de maatlijnen tonen of verbergen. Snapzone op pagina 68 Snapdiepte op pagina 68 Snapknoppen op pagina 68 Snappen in orthogonale richtingen op pagina 71 Naar posities snappen 67 Sneltoetsen voor kopiëren en verplaatsen van objecten

68 Snappen naar een lijn op pagina 73 Snappen naar lijnverlengingen op pagina 74 Een tijdelijk referentiepunt maken op pagina 76 Een coördinaat vastzetten op pagina 77 Naar een positie snappen met coördinaten op pagina 77 Voorbeeld: een object op een opgegeven afstand plaatsen op pagina 81 Snappen op stramien definiëren op pagina 83 Sneltoetsen voor snappen op pagina Snapzone Elk object beschikt over een snapzone. Deze definieert hoe dichtbij u een positie moet selecteren. Wanneer u een selectie maakt binnen het snapgebied van een object, wordt in Tekla Structures automatisch naar het dichtstbijzijnde selecteerbare punt van dat object gesnapt. U kunt de snapzone met behulp van de variabele instellen. Naar posities snappen op pagina Snapdiepte De eerste lijst op de werkbalk Snappen definieert de diepte van elke positie die u kunt aanwijzen. De volgende opties zijn beschikbaar: Vlak 3D U kunt naar posities op het venstervlak of op het werkvlak snappen, afhankelijk van de optie die u in de tweede lijst in de werkbalk Snappen heeft geselecteerd. U kunt snappen naar posities in de gehele 3D-ruimte. Auto In vensters van het type Perspectief werkt deze optie op dezelfde wijze als de optie 3D. In vensters van het type Orthogonaal werkt dit als de optie Vlak. Naar posities snappen op pagina 67 Naar posities snappen 68 Snapzone

69 7.3 Snapknoppen Gebruik de snapknoppen om te bepalen welke posities u in het model of in de tekening kunt selecteren. U kunt bijvoorbeeld naar de eindpunten, middelpunten en snijpunten van bestaande objecten snappen. Door snapknoppen te gebruiken kunt u objecten precies positioneren zonder de coördinaten te kennen. U kunt snapknoppen steeds gebruiken wanneer Tekla Structures u vraagt om een punt aan te wijzen. Als u diverse posities tegelijk aanwijst, snapt Tekla Structures naar de positie met de hoogste snapprioriteit. Als er meerdere punten beschikbaar zijn om naar te snappen, bladert u met de Tab-toets vooruit door de snappunten, en met de toetscombinatie Shift+Tab terug. Klik met de linkermuisknop om het gewenste punt te selecteren. Klik op de snapknoppen op de werkbalk Snappen om deze in of uit te schakelen. Voor meer informatie over hoe u elke knop gebruikt, houdt u de muisaanwijzer boven een knop. De overeenkomstige uitgebreide tooltip wordt op het scherm weergegeven. Hoofdsnapknoppen op pagina 69 Overige snapknoppen op pagina 70 De huidige snapknop vervangen op pagina 71 Sneltoetsen voor snappen op pagina 84 Hoofdsnapknoppen De twee hoofdsnapknoppen in de onderstaande tabel bepalen of u kunt snappen naar referentiepunten of andere punten van objecten, zoals hoeken van onderdelen. Deze knoppen hebben de hoogste prioriteit. Als deze beide knoppen zijn uitgeschakeld, kunt u niet snappen naar posities, ook niet als alle andere knoppen actief zijn. Knop Snapposities Beschrijving Symbol Referentielijnen en -punten U kunt snappen naar referentiepunten van objecten (punten die handles hebben). Groot Naar posities snappen 69 Snapknoppen

70 Knop Snapposities Beschrijving Symbol Geometrielijnen en -punten U kunt snappen naar alle punten op objecten. Klein Overige snapknoppen op pagina 70 Overige snapknoppen In de onderstaande tabel staan de overige snapknoppen en hun symbolen. U kunt Tekla Structures desgewenst de snapsymbolen in het model of de tekening laten weergeven wanneer u de cursor over objecten beweegt. Het snapsymbool is geel in geval van model- en tekeningobjecten en groen in geval van objecten in componenten. Zorg ervoor dat u niet te veel snapknoppen aan hebt staan tijdens het snappen. Als u te veel snapknoppen aan hebt staan, kan dat makkelijk leiden tot onnauwkeurigheid en fouten bij het snappen. Wees vooral voorzichtig als u de snapknop Vrij gebruikt. Knop Snapposities Beschrijving Symbool Punten Snapt naar punten en snijpunt stramien. Eindpunten Middelpunten Middenpunten Snijpunten Loodrecht Lijnverlengingen Hiermee kunt u naar eindpunten van een lijn, polylijnsegment of boog snappen. Hiermee kunt u op het middelpunt van een boog of een cirkel snappen. Hiermee kunt u op het middenpunt van een lijn, polylijnsegment of boog snappen. Hiermee kunt u op de snijpunten van een lijn, polylijnsegment of boog snappen. Hiermee kunt u op punten van een object snappen die loodrecht liggen ten opzichte van een ander object. Snapt naar lijnverlengingen van dichtbijgelegen objecten en naar referentieen geometrielijnen van tekeningobjecten. Naar posities snappen 70 Snapknoppen

71 Knop Snapposities Beschrijving Symbool Vrij Dichtstbijzijnde punt Lijnen Hiermee kunt u naar punten op een willekeurige positie snappen. Hiermee snapt u naar het dichtstbijzijnde punt van objecten, zoals een punt op de rand van een onderdeel of een lijn. Snapt naar stramienlijnen, referentielijnen en de randen van bestaande objecten. U toont of verbergt de snapsymbolen door op Extra --> Opties --> Opties... --> Muis instellingen te klikken en het selectievakje Toon snap symbool in of uit te schakelen. Hoofdsnapknoppen op pagina 69 De huidige snapknop vervangen op pagina 71 De huidige snapknop vervangen Om de huidige snapinstellingen tijdelijk te vervangen, voert u een van de volgende acties uit: Klik op de rechtermuisknop en selecteer de gewenste snapoptie in het pop-upmenu. Klik op een knop in de werkbalk Snap tijdelijk. U toont of verbergt de werkbalk Snap tijdelijk door op Extra --> Werkbalken --> Snap tijdelijk te klikken. Snapknoppen op pagina Snappen in orthogonale richtingen Als u het commando Orthogonaal gebruikt om in een model of tekening te snappen, wordt de muisaanwijzer vastgezet op het dichtstbijzijnde orthogonale punt in het vlak (0, 45, 90, 135, 180 graden enzovoort). De muisaanwijzer snapt automatisch naar posities op gelijke afstanden in de gegeven richting. De snapprecisie is afhankelijk van het zoomniveau. U snapt als volgt naar een positie in een orthogonale richting: 1. Druk op O of klik op Extra --> Orthogonaal om orthogonaal snappen te activeren. Naar posities snappen 71 Snappen in orthogonale richtingen

72 2. Kies een commando waarbij u punten aan moet wijzen. Maak bijvoorbeeld een ligger. Tekla Structures geeft de richting van het snappen met een hoeksymbool aan. In tekeningen is orthogonaal snappen handig als u op een consistente manier labels op exacte locaties wilt plaatsen. Relatief snappen naar eerder gekozen punten op pagina 72 Een tijdelijk referentiepunt maken op pagina 76 Relatief snappen naar eerder gekozen punten Als u meerdere punten selecteert, wanneer u bijvoorbeeld een polyprofiel of een contourplaat wilt maken, kunt u snappen in orthogonale richtingen ten opzichte van de twee eerder gekozen punten. Dit kan handig zijn als u bijvoorbeeld een rechthoekige plaat wilt maken die zich wel bevindt op het venstervlak maar niet op de x- en y-assen. De kleur van de lijn en van het hoeksymbool veranderen om aan te geven dat de snap in orthogonale richting plaatsvindt naar de vorige punten en niet op het venstervlak: Orthogonaal op het werkvlak Naar posities snappen 72 Snappen in orthogonale richtingen

73 Orthogonaal op de twee eerder gekozen punten Snappen in orthogonale richtingen op pagina Snappen naar een lijn Gebruik de snapknop Snap naar lijn als u objecten wilt modelleren die u wilt uitlijnen aan een bestaand object of een stramienlijn. Om naar een lijn te snappen: 1. Zorg dat de snapknop Naar lijn snappen actief is. 2. Kies een commando waarbij u twee of meer punten moet selecteren. Maak bijvoorbeeld een ligger. Tekla Structures kiest automatisch beide uiteinden van de lijn. De gele pijl geeft de richting van de punten aan. Als u de snapknop gebruikt met een commando dat de selectie van slechts één punt vereist, als u bijvoorbeeld een kolom maakt, wordt alleen het startpunt van de lijn gebruikt om het onderdeel te positioneren. 3. Als u de richting wilt wijzigen, beweegt u de cursor dichter naar het tegenovergestelde einde van de lijn. Naar posities snappen 73 Snappen naar een lijn

74 Voorbeeld Naar posities snappen op pagina Snappen naar lijnverlengingen U kunt snappen naar de lijnverlengingen van dichtbijgelegen objecten. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn als u objecten ten opzichte van elkaar wilt uitlijnen. U snapt als volgt naar de verlenglijn van een ander object: 1. Zorg ervoor dat de juiste snapknoppen actief zijn: Knop aan:snap naar lijnverlengingen Schakel een van de volgende in als u naar het snijpunt van een snijpuntlijn en een stramienlijn wilt snappen.snap dichtstbijzijnde punt of Snap snijpunt Schakel uit als u in 3D werkt:snap eind 2. Kies een commando waarbij u punten moet aanwijzen.maak bijvoorbeeld een ligger. Tekla Structures geeft de lijnverlengingen blauw weer. Naar posities snappen 74 Snappen naar lijnverlengingen

75 3. Plaats de muisaanwijzer dichtbij het object om de lijnverlenging te vinden. Als u de lijn hebt gevonden, kunt u de cursor verder weg verplaatsen terwijl u de snap behoudt. In tekeningen snapt Tekla Structures naar verlengingen van referentie- en geometrielijnen van tekeningobjecten. De referentie- en geometrielijnen worden blauw weergegeven als de muisaanwijzer hierop is vastgezet. Voorbeeld In het model: In de tekening: Naar posities snappen 75 Snappen naar lijnverlengingen

76 Naar posities snappen op pagina Een tijdelijk referentiepunt maken U kunt een tijdelijk referentiepunt maken als u een lokale oorsprong wilt gebruiken bij het snappen in het model of in tekeningen. Tijdelijke referentiepunten kunnen worden gebruikt in combinatie met andere snapfuncties, zoals snapknoppen en orthogonaal snappen. U gebruikt als volgt een tijdelijk referentiepunt: 1. Kies een commando waarbij u punten aan moet wijzen. Maak bijvoorbeeld een ligger. 2. Kies het startpunt. 3. Houd de Ctrl-toets ingedrukt en wijs een positie aan. Een groen kruis geeft aan dat deze positie nu een tijdelijk referentiepunt is. 4. Herhaal stap 3 om zoveel referentiepunten te maken als nodig zijn. Naar posities snappen 76 Een tijdelijk referentiepunt maken

77 5. Laat de Ctrl-toets los en kies het eindpunt. Tekla Structures maakt het object tussen het startpunt en het eindpunt. Naar posities snappen op pagina Een coördinaat vastzetten U kunt de x-, y- en z-coördinaat vastzetten op een lijn. Dit is handig als u een punt wilt kiezen en het benodigde punt niet op de lijn voorkomt. Als een coördinaat is vastgezet, kunt u alleen snappen naar punten in die richting. U zet de aanwijzer als volgt vast in de x-richting: 1. Kies een commando waarbij u punten aan moet wijzen. Maak bijvoorbeeld een ligger. 2. Druk op X om de x-coördinaat vast te zetten. U kunt alleen snappen naar punten in de x- richting. 3. Druk nog een keer op X om de x-coördinaat te ontgrendelen. Naar posities snappen op pagina Naar een positie snappen met coördinaten U kunt naar een positie snappen met behulp van coördinaten. Geef de coördinaten op in het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in. U snapt als volgt naar een positie met behulp van coördinaten: 1. Kies een commando waarbij u punten aan moet wijzen. Maak bijvoorbeeld een ligger. 2. U kunt het volgende doen: Klik op Extra --> Voer een numerieke locatie in en selecteer een optie. Naar posities snappen 77 Een coördinaat vastzetten

78 Begin de coördinaten in te voeren via het toetsenbord. Wanneer u begint met invoeren, geeft Tekla Structures het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in automatisch weer. Gebruik het numerieke toetsenblok om het dialoogvenster met het minteken (-) te openen. 3. Nadat u de coördinaten hebt ingevoerd, drukt u op Enter of klikt u op OK om naar de positie te snappen. Opties voor het invoeren van coördinaten op pagina 79 Een object kopiëren door een afstand op te geven op pagina 47 Een object verplaatsen door de afstand vanaf de oorsprong te bepalen op pagina 58 Tracking Tracking betekent dat u een lijn volgt en een punt selecteert op een bepaalde afstand op de lijn. U gebruikt tracking meestal in combinatie met numerieke coördinaten en andere snapfuncties, zoals snapknoppen en orthogonaal snappen. Als de snapknoppen zijn ingeschakeld en u een commando kiest waarvoor u posities moet kiezen, wordt de muisaanwijzer vastgezet op een snappunt. Tekla Structures geeft een groene lijn weer tussen het laatst gekozen punt en het snappunt. U kunt de lijn volgen in de richting van een snappunt en in het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in de afstand tot het laatst gekozen punt opgeven. Een lijn volgen In de afbeelding hieronder hebben we gesnapt naar een middelpunt van een stramienlijn en de voorlopige lijn voor 1000 eenheden gevolgd bij het maken van een ligger. Naar posities snappen 78 Naar een positie snappen met coördinaten

79 Volgen voorbij het snappunt Het is ook mogelijk de lijn voorbij het snappunt te volgen, bijvoorbeeld over een afstand van 4000 millimeter vanaf het laatst aangewezen punt. Volgen in tegenovergesteld e richting Voor tracking in tegenovergestelde richting moet u een negatieve waarde invoeren, bijvoorbeeld Naar een positie snappen met coördinaten op pagina 77 Naar posities snappen 79 Naar een positie snappen met coördinaten

80 Opties voor het invoeren van coördinaten In de tabel hieronder ziet u welke gegevenstypen u kunt invoeren in het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in. Tekla Structures beschikt over drie snapmodi, relatief, absoluut en globaal. Met de variabele XS_KEYIN_DEFAULT_MODE kunt u de standaardsnapmodus aanduiden. U kunt invoeren Beschrijving Speciaal teken Eén coördinaat Een afstand in een aangegeven richting. Twee coördinaten Drie coördinaten Cartesische coördinaten Poolcoördinaten Als u de laatste coördinaat (z) of hoek weglaat, wordt er in Tekla Structures vanuit gegaan dat de waarde 0 is. In tekeningen negeert Tekla Structures de derde coördinaat. De x-, y- en z-coördinaten van een positie, gescheiden door komma's. Bijvoorbeeld 100,-50,-200. Een afstand, een hoek op het xy-vlak en een hoek vanuit het xy-vlak, gescheiden door punthaken. Bijvoorbeeld 1000<90<45. De hoeken worden gemeten tegen de klok in. Absolute coördinaten Deze coördinaten zijn gebaseerd op de oorsprong van het werkvlak. Relatieve coördinaten Deze coördinaten zijn relatief ten opzichte van de laatste positie die u hebt geselecteerd. Globale coördinaten De coördinaten zijn relatief ten opzichte van de globale oorsprong en de globale x- en y-richting. Bijvoorbeeld!6000,12000,0. Dit is bijvoorbeeld handig wanneer u het werkvlak tegen een wand plaatst en naar een positie wilt snappen die in het globale coördinatensysteem is gedefinieerd zonder het werkvlak naar globaal te wijzigen., (komma) < Naar een positie snappen met coördinaten op pagina 77 XS_KEYIN_DEFAULT_MODE XS_KEYIN_ABSOLUTE_PREFIX Naar posities snappen 80 Naar een positie snappen met coördinaten

81 XS_KEYIN_GLOBAL_PREFIX XS_KEYIN_RELATIVE_PREFIX Voorbeeld: een object op een opgegeven afstand plaatsen Met dit voorbeeld wordt aangegeven hoe een lijn op een opgegeven afstand in de aangegeven richting moet worden geplaatst. Het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in wordt gebruikt om de coördinaten voor de afstand op te geven. Ga als volgt te werk om een lijn op een opgegeven afstand te plaatsen: 1. Klik op Tekenen --> Teken lijn om de tool te activeren. 2. Houd Ctrl ingedrukt en selecteer een beginpunt. 3. Wijs naar de richting waar u het beginpunt van de lijn wilt plaatsen. Hier moet de boutgroep 30 mm naar rechts worden verplaatst. De lijn geeft dan de nieuwe positie voor de groep aan. Naar posities snappen 81 Naar een positie snappen met coördinaten

82 4. Voer bijvoorbeeld de afstand 30 in. Het dialoogvenster Voer een numerieke locatie in wordt weergegeven. 5. Wanneer u de afstand hebt ingevoerd, klikt u op OK. Tekla Structures geeft het beginpunt van de lijn aan. 6. Selecteer een eindpunt voor de lijn. 7. Maak een maatlijn om te controleren dat de afstand juist is. Naar posities snappen 82 Naar een positie snappen met coördinaten

83 Naar posities snappen op pagina Snappen op stramien definiëren Gebruik het snappen op stramien wanneer u punten aanwijst met de snapknop Snap vrij. U definieert als volgt het snappen op stramienen: 1. Klik op Extra --> Opties --> Opties... --> Muis instellingen. 2. Definieer de stramienafstanden in de vakken Tussenafstand. Als de afstand van de x-coördinaat bijvoorbeeld 500 is, kunt u met intervallen van 500 eenheden in de x-richting naar posities snappen. 3. Definieer indien nodig offsets voor de oorsprong van het snappen op stramien in de vakken Oorsprong. 4. U activeert het snappen op stramien door het selectievakje Activeer snappen op stramien wanneer snappen vrij aan is in te schakelen. Snapknoppen op pagina 68 Naar posities snappen 83 Snappen op stramien definiëren

84 7.11 Snappen op stramien in tekeningen definiëren U kunt met snappen op stramien eenvoudig alle maatlijnen, labels en associatieve opmerkingen uitlijnen. U kunt het snappen op stramien gebruiken wanneer u punten aanwijst met de snapknop Snap vrij. U definieert als volgt het snappen op stramienen: 1. Klik op Extra --> Opties --> Snapinstellingen... om het dialoogvenster Snappen te openen. 2. Als u het symbool voor het snappen op stramienen wilt zien, selecteert u Symbool. 3. Definieer de stramienafstanden in de vakken Tussenafstand. Als de afstand van de x-coördinaat bijvoorbeeld 200 is, kunt u met intervallen van 200 eenheden in de x-richting naar posities snappen. 4. Definieer indien nodig offsets voor de oorsprong van het snappen op stramien in de vakken Oorsprong. 5. Klik op Toepassen en op OK Sneltoetsen voor snappen Commando Snap referentie lijnen / punten Snap geometrie lijnen / punten Snap naar dichtstbijzijnde punt Snap vrij Orthogonaal Invoer relatieve coördinaat Invoer absolute coördinaat Globale coördinateninvoer Naar volgende positie snappen Naar vorige positie snappen F4 F5 F6 F7 O R A G Tabblad Shift+Tab Sneltoets Snapknoppen op pagina 68 Een sneltoets toekennen aan een commando op pagina 25 Naar posities snappen 84 Snappen op stramien in tekeningen definiëren

85 8 Objecten filteren Door middel van filters kunt u alleen objecten bekijken en/of selecteren die bepaalde eigenschappen hebben. Dit kan handig zijn wanneer u een bewerking tegelijkertijd wilt uitvoeren op meerdere objecten. U kunt uw eigen filters maken of u kunt de standaardfilters gebruiken die beschikbaar zijn in Tekla Structures. Klik voor meer informatie op onderstaande links: Filteren in modellen op pagina 85 Filteren in tekeningen op pagina 88 Voorbeelden van filters op pagina 91 Mogelijke waarden in filters op pagina 96 Een filter naar een ander model kopiëren op pagina 97 Een filter verwijderen op pagina Filteren in modellen In deze paragraaf wordt beschreven hoe u filters in een model gebruikt. Klik voor meer informatie op onderstaande links: Een vensterfilter maken op pagina 85 Objecten filteren met een vensterfilter op pagina 86 Een selectiefilter maken op pagina 87 Objecten filteren met een selectiefilter op pagina 88 Objecten filteren 85 Filteren in modellen

86 Een vensterfilter maken U maakt als volgt een vensterfilter: 1. Dubbelklik op het venster om het dialoogvenster Venster eigenschappen te openen. 2. Klik op Object groep... om het dialoogvenster Object groep - toon filter te openen. 3. Wijzig de filterinstellingen. a. Klik op Nieuw filter als u alle bestaande filterregels wilt verwijderen. b. Klik op Regel toevoegen c. Selecteer opties in de lijsten Categorie, Eigenschappen en Voorwaarde. d. Voer een waarde in de lijst Waarde in of selecteer een waarde in het model. e. Voeg meer filtervoorwaarden toe en gebruik de En/Of-opties of haakjes om complexere voorwaarden te maken. 4. Schakel de selectievakjes naast alle filtervoorwaarden in die u wilt activeren. De selectievakjes bepalen welke filtervoorwaarden worden ingeschakeld en effectief zijn. 5. Definieer indien nodig het filtertype. a. Klik om de geavanceerde instellingen voor opslaan weer te geven. b. Schakel de selectievakjes in of uit om te bepalen waar het filter zichtbaar zal zijn. U kunt bijvoorbeeld een filter maken dat als een vensterfilter en als een selectiefilter kan worden gebruikt. 6. Voer een unieke naam in het vak naast de knop Opslaan als in. Gebruik geen spaties in filternamen. Als u het filter boven in de lijst direct na het standaardfilter wilt weergeven, typt u de naam van het filter in hoofdletters in. 7. Klik op Opslaan als om het filter op te slaan. Objecten filteren met een vensterfilter op pagina 86 Waarden selecteren in het model op pagina 100 Objecten filteren 86 Filteren in modellen

87 Objecten filteren met een vensterfilter Met een vensterfilter stelt u in welke objecten worden weergegeven in een venster, op basis van de objecteigenschappen. De instellingen voor het werkgebied, de vensterdiepte, de vensterinstelling en de objectweergave zijn ook van invloed op de zichtbaarheid van objecten. U filtert als volgt objecten met een vensterfilter: 1. Dubbelklik op het venster om het dialoogvenster Venster eigenschappen te openen. 2. Selecteer een filter in de lijst Zichtbaarheid object groep. 3. Klik op Wijzig. Alleen objecten die voldoen aan het filter, worden weergegeven. Een vensterfilter maken op pagina 85 Voorbeelden van filters op pagina 91 Een selectiefilter maken U maakt als volgt een selectiefilter: 1. Klik op Bewerken --> Selectiefilter... om het dialoogvenster Object groep - selectiefilter te openen (Selectiefilter in de Tekening Editor). 2. Wijzig de filterinstellingen. a. Klik op Nieuw filter als u alle bestaande filterregels wilt verwijderen. b. Klik op Regel toevoegen c. Selecteer opties in de lijsten Categorie, Eigenschappen en Voorwaarde. d. Voer een waarde in de lijst Waarde in of selecteer een waarde in het model of de tekening. e. Voeg meer filtervoorwaarden toe en gebruik de En/Of-opties of haakjes om complexere voorwaarden te maken. 3. Schakel de selectievakjes naast alle filtervoorwaarden in die u wilt activeren. De selectievakjes bepalen welke filtervoorwaarden worden ingeschakeld en effectief zijn. 4. Definieer indien nodig het filtertype. a. Klik om de geavanceerde instellingen voor opslaan weer te geven. b. Schakel de selectievakjes in of uit om te bepalen waar het filter zichtbaar zal zijn. U kunt bijvoorbeeld een selectiefilter maken dat zowel in het model als in tekeningen kan worden gebruikt. 5. Voer een unieke naam in het vak naast de knop Opslaan als in. Objecten filteren 87 Filteren in modellen

88 Gebruik geen spaties in filternamen. Als u het filter boven in de lijst direct na het standaardfilter wilt weergeven, typt u de naam van het filter in hoofdletters in. 6. Klik op Opslaan als om het filter op te slaan. Objecten filteren met een selectiefilter op pagina 88 Waarden selecteren in het model op pagina 100 Objecten filteren met een selectiefilter Met selectiefilters kunt u eenvoudig objecten selecteren in een model. Als u selectiefilters voor een object wilt gebruiken, moet het object zichtbaar zijn in het relevante venster. De selectieknoppen hebben ook invloed op de objecten die u kunt selecteren. Het is handig om selectiefilters voor elk onderdeel met een verschillende naam te maken, bijvoorbeeld kolom, ligger, plaat, windverband, spant en fundering. U filtert als volgt objecten met een selectiefilter: 1. Selecteer een filter in de lijst Beschikbare selectiefilters: 2. Selecteer alle objecten of een deel van de objecten in het model. Alleen objecten die deel uitmaken van het filter, kunnen worden geselecteerd. De lijst Beschikbare selectiefilters is niet beschikbaar in tekeningen. De selectie van objecten kan plaatsvinden via het dialoogvenster Selectiefilter. Een selectiefilter maken op pagina 87 Voorbeelden van filters op pagina Filteren in tekeningen U kunt tekeningaanzichtfilters maken om een bepaalde groep vensterobjecten te selecteren. U kunt bijvoorbeeld de volgende filters gebruiken: Voor het wijzigen van het uiterlijk van een bepaalde objectgroep Bij het maken van gedetailleerde objectniveau-instellingen die u in de geselecteerde vensters kunt toepassen Objecten filteren 88 Filteren in tekeningen

89 Voor het selecteren van welke objecten in een tekeningaanzicht worden weergegeven Voor overzichttekeningen kunt u ook tekeningfilters maken die de gehele tekening beïnvloeden, niet alleen een bepaald aanzicht. Selectiefilters in tekeningen werken op dezelfde manier als in het model. Mogelijk wilt u bijvoorbeeld: Onderdelen verbergen die tot een andere fase of merk behoren en een selectiefilter gebruiken om deze onderdelen te selecteren. Een voorwaarde maken in de Tekeningendatabase die automatisch tekeningen maakt van de gewenste objecten die een filter selecteert. Als u bijvoorbeeld alleen tekeningen van de liggers in het model wilt maken, gebruikt u een selectiefilter om de liggers te selecteren. Tekeningfilters maken op pagina 89 Aanzichtfilters maken in tekeningen op pagina 90 Creating detailed object level settings in a general arrangement drawing... Example: Applying detailed object level settings on drawing level Een selectiefilter maken op pagina 87 Tekeningfilters maken Objecten worden in de hele tekening geselecteerd door tekeningfilters aan de hand van criteria die u definieert. U kunt tekeningfilters gebruiken in combinatie met opgeslagen bestanden met objecteigenschappen als u instellingen voor het objectniveau maakt of toepast op de hele tekening. U kunt bijvoorbeeld een filter maken waarmee u alle liggers selecteert, vervolgens een bestand met objecteigenschappen opslaan waarin wordt bepaald dat de kleur van het onderdeel blauw is en ten slotte een bestand met objectniveau-instellingen toepassen waardoor alle liggers in de tekening blauw worden. Om een tekeningfilter te maken: 1. Klik op Tekeningen & Lijsten --> Instellingen Tekening en selecteer een tekeningtype, bijvoorbeeld een overzichttekening. 2. Klik op Filter. 3. Wijzig de filterinstellingen: Klik op Nieuw filter om alle bestaande filtervoorwaarden te verwijderen. Klik op Regel toevoegen om een nieuwe filtervoorwaarde toe te voegen. Selecteer opties in de keuzelijsten Categorie, Eigenschappen en Voorwaarde. Als u bijvoorbeeld een tekeningfilter voor onderdelen wilt maken, selecteert u Onderdelen als de Categorie, Naam als de Eigenschap, Gelijk aan als de Voorwaarde. Objecten filteren 89 Filteren in tekeningen

90 Voer in het vak Waarde een waarde in of selecteer het gewenste object in het model of de tekening. Selecteer bijvoorbeeld een onderdeel van het model. U kunt meer rijen toevoegen en de En/Of-opties of haakjes gebruiken om complexere voorwaarden te maken. 4. Schakel de selectievakjes naast alle filterrijen in die u wilt inschakelen. De selectievakjes bepalen welke rijen van het filter worden ingeschakeld en effectief zijn. 5. Definieer indien nodig het filtertype. a. Klik op de dubbele pijlknop in de rechterbovenhoek om de geavanceerde instellingen voor opslaan weer te geven. b. Schakel de selectievakjes in of uit om te definiëren waar het filter zichtbaar is. U kunt bijvoorbeeld een filter maken dat voor alle tekeningtypen of alleen voor het huidige tekeningtype kan worden gebruikt of een filter dat in alle tekeningen en in de Organisator kan worden gebruikt. 6. Voer in het vak naast de knop Opslaan als een unieke naam in en klik op Opslaan als. Gebruik geen spaties in filternamen. Als u het filter boven in de lijst direct na het standaardfilter wilt weergeven, typt u de naam van het filter in hoofdletters in. 7. Klik op Annuleer om het dialoogvenster met filtereigenschappen te sluiten. Nu kunt u het gemaakte tekeningfilter bijvoorbeeld gebruiken om niveau-instellingen voor objecten in de gehele tekening te maken. Filteren in tekeningen op pagina 88 Aanzichtfilters maken in tekeningen Objecten worden in het geselecteerde aanzicht geselecteerd op basis van het aanzichtfilter met criteria die u definieert. U kunt aanzichtfilters gebruiken in combinatie met opgeslagen bestanden met objecteigenschappen als u instellingen voor het objectniveau maakt of toepast voor het geselecteerde aanzicht. U kunt bijvoorbeeld een aanzichtfilter maken waarmee u alle liggers in een aanzicht selecteert, vervolgens een bestand met objecteigenschappen opslaan waarin wordt bepaald dat de kleur van het onderdeel blauw is en ten slotte een bestand met objectniveau-instellingen toepassen waardoor alle liggers in het geselecteerde aanzicht blauw worden. Om een aanzichtfilter te maken: 1. Open een tekening. Objecten filteren 90 Filteren in tekeningen

91 2. Dubbelklik op het kader van het aanzicht. 3. Klik op Filter. 4. Wijzig de filterinstellingen: Klik op Nieuw filter als u alle bestaande filterregels wilt verwijderen. Klik op Regel toevoegen om een nieuwe filtervoorwaarde toe te voegen. Selecteer opties in de keuzelijsten Categorie, Eigenschappen en Voorwaarde. Als u bijvoorbeeld een aanzichtfilter voor onderdelen wilt maken, selecteert u Onderdelen als de Categorie. Typ een waarde in het vak Waarde of maak een selectie in het model of de tekening. U kunt meer rijen toevoegen en de En/Of-opties of haakjes gebruiken om complexere voorwaarden te maken. 5. Schakel de selectievakjes naast alle filtervoorwaarden in die u wilt inschakelen. De selectievakjes bepalen welke filtervoorwaarden worden ingeschakeld en effectief zijn. 6. Definieer het filtertype dat aangeeft waar het filter zichtbaar is door de selectievakjes in het gebied Filtertype in- of uit te schakelen. 7. Voer in het vak naast de knop Opslaan bovenaan een unieke naam in en klik op Opslaan. Gebruik geen spaties in filternamen. Als u het filter boven in de lijst direct na het standaardfilter wilt weergeven, typt u de naam van het filter in hoofdletters in. 8. Als u het nieuwe filter in de venstereigenschappen wilt opslaan, klikt u in de linkerbovenhoek op Opslaan. Nu kunt u het gemaakte aanzichtfilter bijvoorbeeld gebruiken om objectniveau-instellingen te maken in het geselecteerde aanzicht. Filteren in tekeningen op pagina Voorbeelden van filters In deze paragraaf worden enkele voorbeelden gegeven van filters die u kunt maken. U kunt dezelfde filtertechnieken gebruiken voor venster- en selectiefilters. Klik voor meer informatie op onderstaande links: Liggers en kolommen filteren op pagina 92 Onderdelen in specifieke fasen filteren op pagina 92 Onderdelen van een bepaald profiel uitfilteren op pagina 93 Merken en betonelementen filteren op pagina 93 Objecten filteren 91 Voorbeelden van filters

92 Submerken filteren op pagina 94 Referentie modellen filteren op pagina 95 Objecten van referentie modellen filteren op pagina 96 Liggers en kolommen filteren U filtert als volgt liggers en kolommen: 1. Maak een leeg venster- of selectiefilter. Als u een vensterfilter wilt maken, dubbelklikt u op het venster om het dialoogvenster Venster eigenschappen te openen en klik vervolgens op Object groep... Klik op Bewerken --> Selectiefilter... als u een selectiefilter wilt maken. 2. Klik tweemaal op Regel toevoegen om twee nieuwe regels toe te voegen. 3. Vul de onderdeelnamen LIGGER en KOLOM in. 4. Selecteer de optie Of. Het filter zoekt nu naar een object dat de naam LIGGER of KOLOM heeft. 5. Voer een unieke naam in het vak naast de knop Opslaan als in. 6. Klik op Opslaan als. Een vensterfilter maken op pagina 85 Een selectiefilter maken op pagina 87 Onderdelen in specifieke fasen filteren U filtert als volgt onderdelen in specifieke fasen: 1. Maak een leeg venster- of selectiefilter. Als u een vensterfilter wilt maken, dubbelklikt u op het venster om het dialoogvenster Venster eigenschappen te openen en klik vervolgens op Object groep... Klik op Bewerken --> Selectiefilter... als u een selectiefilter wilt maken. 2. Klik op Regel toevoegen. 3. Vul de onderdeelfasen in: 1 en 2. Gebruik een spatie om de tekenreeksen te scheiden. 4. Voer een unieke naam in het vak naast de knop Opslaan als in. 5. Klik op Opslaan als. Objecten filteren 92 Voorbeelden van filters

93 Als u bouten of lassen wilt opnemen, moet u op het volgende letten: Als Categorie is ingesteld op Bout of Las, worden bouten en lassen gefilterd op basis van hun huidige fasenummers. Als Categorie is ingesteld op Onderdeel, Merk of Object worden bouten en lassen gefilterd op basis van de fasenummers van de aansluitende onderdelen. Echter, als bouten of lassen alleen aan het hoofdonderdeel zijn verbonden, worden ze gefilterd op basis van het fasenummer van het hoofdonderdeel. Een vensterfilter maken op pagina 85 Een selectiefilter maken op pagina 87 Onderdelen van een bepaald profiel uitfilteren Als u alleen bepaalde onderdelen wilt selecteren, maakt u een aanvullend filter om de overige onderdelen weg te filteren. U filtert als volgt onderdelen met het profiel PL200*20 weg: 1. Maak een leeg venster- of selectiefilter. Als u een vensterfilter wilt maken, dubbelklikt u op het venster om het dialoogvenster Venster eigenschappen te openen en klik vervolgens op Object groep... Klik op Bewerken --> Selectiefilter... als u een selectiefilter wilt maken. 2. Klik op Regel toevoegen. 3. Vul het profiel in: BL200* Selecteer Niet gelijk aan in de lijst Voorwaarde. 5. Voer een unieke naam in het vak naast de knop Opslaan als in. 6. Klik op Opslaan als. Een vensterfilter maken op pagina 85 Een selectiefilter maken op pagina 87 Objecten filteren 93 Voorbeelden van filters

94 Merken en betonelementen filteren Om merken of betonelementen te filteren: 1. Maak een leeg venster- of selectiefilter. Als u een vensterfilter wilt maken, dubbelklikt u op het venster om het dialoogvenster Venster eigenschappen te openen en klik vervolgens op Object groep... Klik op Bewerken --> Selectiefilter... als u een selectiefilter wilt maken. 2. Klik op Regel toevoegen. 3. Selecteer Merk in de keuzelijst Categorie. 4. Selecteer Merk type in de keuzelijst Eigenschappen. 5. Typ in het vak Waarde het nummer van het merktype of gebruik de optie Selecteer van model... om een waarde in het model te selecteren. Waarde 0 prefab 1 Insitu 2 staal 3 hout 6 diverse Type merk 6. Typ een unieke naam in het vak naast de knop Bewaar als. 7. Klik op Bewaar als. Een vensterfilter maken op pagina 85 Een selectiefilter maken op pagina 87 Submerken filteren Ga als volgt te werk als u onderdelen wilt selecteren of weergeven die tot een submerk behoren: 1. Maak een leeg venster- of selectiefilter. Als u een vensterfilter wilt maken, dubbelklikt u op het venster om het dialoogvenster Venster eigenschappen te openen en klik vervolgens op Object groep... Klik op Bewerken --> Selectiefilter... als u een selectiefilter wilt maken. 2. Klik op Regel toevoegen. Objecten filteren 94 Voorbeelden van filters

95 3. Selecteer in de lijst Categorie de optie Template. 4. Selecteer in de lijst Eigenschappen de optie ASSEMBLY.HIERARCHY_LEVEL. 5. Selecteer in de lijst Voorwaarde de optie Niet gelijk aan. 6. Voer in de lijst Waarde 0 in. 7. Voer een unieke naam in het vak naast de knop Opslaan als in. 8. Klik op Bewaar als. Een vensterfilter maken op pagina 85 Een selectiefilter maken op pagina 87 Referentie modellen filteren U verbergt als volgt referentie modellen met behulp van een vensterfilter: 1. Maak een leeg venster- of selectiefilter. Als u een vensterfilter wilt maken, dubbelklikt u op het venster om het dialoogvenster Venster eigenschappen te openen en klik vervolgens op Object groep... Klik op Bewerken --> Selectiefilter... als u een selectiefilter wilt maken. 2. Klik op Regel toevoegen. 3. Selecteer in de lijst Categorie de optie Referentie object. 4. Selecteer in de lijst Eigenschappen de optie Id nummer. 5. Selecteer in de lijst Voorwaarde de optie Niet gelijk aan. 6. Voer in de lijst Waarde de id-nummers in van de referentie modellen die u wilt verbergen. Als u meerdere referentie modellen wilt verbergen, gebruikt u spaties om de ID's van elkaar te scheiden. 7. Voer een unieke naam in het vak naast de knop Opslaan als in. 8. Klik op Opslaan als. Een vensterfilter maken op pagina 85 Een selectiefilter maken op pagina 87 Objecten filteren 95 Voorbeelden van filters

96 Objecten van referentie modellen filteren U kunt ID-nummers en attributen van referentie model objecten gebruiken bij het filteren. Om eigenschappen van referentie model objecten te gebruiken bij het filteren: 1. Maak een leeg venster- of selectiefilter. Als u een vensterfilter wilt maken, dubbelklikt u op het venster om het dialoogvenster Venster eigenschappen te openen en klik vervolgens op Object groep... Klik op Bewerken --> Selectiefilter... als u een selectiefilter wilt maken. 2. Klik op Regel toevoegen. 3. Selecteer in de lijst Categorie de optie Template. 4. Selecteer het gewenste template-attribuut in de lijst Eigenschappen en voer de prefix EXTERNAL voor de waarde van de eigenschap in. 5. Selecteer Gelijk aan in de lijst Voorwaarde. 6. Selecteer Selecteer van model... in de lijst Waarde en selecteer het gewenste object in het model. 7. Voer een unieke naam in het vak naast de knop Opslaan als in. 8. Klik op Opslaan als. Een vensterfilter maken op pagina 85 Een selectiefilter maken op pagina Mogelijke waarden in filters U kunt filters maken die verschillende eigenschappen bevatten. Elke eigenschap kan ook meerdere filterwaarden hebben. Als u meerdere waarden gebruikt, moet u de reeksen van elkaar scheiden met spaties (bijvoorbeeld 12 5). Als een waarde uit meerdere tekenreeksen bestaat, zet u de hele waarde tussen aanhalingstekens (bijvoorbeeld "aangepast paneel") of gebruik een vraagteken (bijvoorbeeld aangepast?paneel) om de spatie te vervangen. Door deze voorwaarden, haakjes en de optie En/Of te gebruiken, kunt u filters maken die zo complex zijn als nodig is. Objecten filteren 96 Mogelijke waarden in filters

97 Als u regels maakt tussen objecten die verschillende categorieën vertegenwoordigen, gebruikt u indien mogelijk de optie En om potentiële problemen met complexere regels te voorkomen. Lege waarden worden gekoppeld aan lege eigenschappen tijdens het filteren. Wildcards op pagina 102 Template attributen in filters op pagina 97 Template attributen in filters U kunt objecten selecteren in overeenstemming met template-attributen. Selecteer hiervoor Template in de lijst Categorie en selecteer vervolgens het gewenste template-attribuut in de lijst Eigenschappen. Gebruik de volgende eenheden voor het filteren van template attributen, zelfs als u werkt in de omgeving US Imperial: mm voor lengte; mm2 voor oppervlakte; kg voor gewicht; graden voor hoeken. Als u wilt controleren welke eenheid Tekla Structures gebruikt voor een bepaalde template-attribuut, gebruikt u de optie Selecteer van model... in de lijst Waarde. Mogelijke waarden in filters op pagina Een filter naar een ander model kopiëren U kopieert als volgt een filter naar een ander model: 1. Selecteer het filter dat u wilt kopiëren. De filters die u heeft gemaakt, worden opgeslagen in de modelmap \attributes. Vensterfilters hebben de bestandsextensie.vobjgrp. Selectiefilters hebben de bestandsextensie.sobjgrp. 2. Selecteer waar u het filter naartoe wilt kopiëren. Als u een filter beschikbaar wilt maken in een ander model, kopieert u het bestand naar de map \attributes van het doelmodel. Objecten filteren 97 Een filter naar een ander model kopiëren

98 Als u het filter in alle modellen beschikbaar wilt maken, kopieert u het bestand naar de project- of bedrijfsmap die is gedefinieerd door de variabele XS_PROJECT of XS_FIRM. 3. Start Tekla Structures opnieuw op. Objecten filteren op pagina Een filter verwijderen U verwijdert een filter als volgt: 1. Verwijder het filterbestand in de map attributes van het model. Vensterfilters hebben de bestandsextensie *.VObjGrp. Selectiefilters hebben de bestandsextensie *.SObjGrp. 2. Start Tekla Structures opnieuw op. Objecten filteren op pagina 85 Objecten filteren 98 Een filter verwijderen

99 9 Tips voor basistaken In deze paragraaf vindt u handige aanwijzigen en tips voor een handiger en efficiënter gebruik van de Tekla Structures-gebruikersinterface en -basisfuncties. Klik voor meer informatie op onderstaande links: Meerdere eigenschappen in verschillende onderdelen tegelijk wijzigen op pagina 99 Efficiënter kopiëren en verplaatsen op pagina 100 Als u geen objecten kunt selecteren op pagina 100 Waarden selecteren in het model op pagina 100 De selectie van objecten onderbreken op pagina 101 Instellingen van de Mini Werkbalk naar een andere computer kopiëren op pagina 101 Wildcards op pagina Meerdere eigenschappen in verschillende onderdelen tegelijk wijzigen U kunt snel de eigenschappen van dezelfde typen onderdelen tegelijk wijzigen. Ga als volgt te werk om één eigenschap in meerdere onderdelen tegelijk te wijzigen: 1. Dubbelklik op een onderdeel om het dialoogvenster met eigenschappen te openen. 2. Klik op de knop Inschakelen/Uitschakelen om alle selecties in de selectievakjes naast de eigenschappen uit te schakelen. 3. Schakel het selectievakje in naast de eigenschap die u wilt wijzigen, bijvoorbeeld Klasse. 4. Wijzig de waarde Klasse. Laat het dialoogvenster open. 5. Selecteer alle onderdelen waarvan u de Klasse wilt wijzigen. 6. Klik op Wijzig in het dialoogvenster met de onderdeeleigenschappen. 7. Klik op Annuleren om het dialoogvenster te sluiten. Tips voor basistaken 99 Meerdere eigenschappen in verschillende onderdelen tegelijk wijzigen

100 9.2 Efficiënter kopiëren en verplaatsen U kunt de dialoogvensters Verplaats en Kopieer geopend laten als u deze vaak nodig heeft, bijvoorbeeld voor het maken van stramienen en niveaus in een nieuw model. U houdt een dialoogvenster als volgt geopend tijdens het modelleren: 1. Start het commando Verplaats of Kopieer. 2. Klik met de rechtermuisknop en selecteer Interrupt in het contextmenu om te stoppen met kopiëren of verplaatsen. Het dialoogvenster blijft geopend. 3. Doorgaan met kopiëren of verplaatsen van objecten: a. Klik op het dialoogvenster om het te activeren. b. Selecteer een object. c. Voer de gewenste waarden in en klik vervolgens op de knop Verplaats of Kopieer in het dialoogvenster. Objecten kopiëren en verplaatsen op pagina Als u geen objecten kunt selecteren Als u de gewenste objecten niet kunt selecteren: 1. controleert u of u alle benodigde selectieknoppen hebt ingeschakeld. 2. Controleer ook uw selectiefilterinstellingen als u ze nog steeds niet kunt selecteren. Selectieknoppen op pagina 38 Objecten filteren met een selectiefilter op pagina Waarden selecteren in het model U kunt objecteigenschappen en datums rechtstreeks in het model selecteren. Dit kan handig zijn bij het maken van vensterfilters, selectiefilters en objectgroepen. Voordat u begint, kunt u een leeg venster- of selectiefilter of een objectgroep maken. Ga als volgt te werk om waarden te selecteren in het model: 1. Klik op Regel toevoegen. 2. Selecteer opties in de lijsten Categorie en Eigenschappen. Tips voor basistaken 100 Efficiënter kopiëren en verplaatsen

101 3. Selecteer één van de opties in de lijst Waarde. De beschikbaarheid van opties is afhankelijk van uw selectie in de lijst Eigenschappen. U kunt alleen datums selecteren uit het model als de eigenschap een datum is. a. Als u een objecteigenschap wilt selecteren, klikt u op Selecteer van model... en kiest u een object. b. Als u een datum wilt selecteren, klikt u op Selecteer datum... om het dialoogvenster Selecteer datum te openen. Kies vervolgens een van de opties. U kunt of een datum van de kalender selecteren, de revisiedatum selecteren of het aantal dagen voor of na de revisiedatum instellen. De revisiedatum is hetzelfde als Revisie datum in het dialoogvenster Weergave project status. Een vensterfilter maken op pagina 85 Een selectiefilter maken op pagina De selectie van objecten onderbreken U kunt Tekla Structures de selectie van objecten laten onderbreken als de selectie langer duurt dan een gedefinieerde tijd. Als u bijvoorbeeld aan een groot model werkt en dit per ongeluk gedeeltelijk of volledig selecteert, kunt u het selecteren onderbreken als dit langer duurt dan 5000 milliseconden (5 seconden). U onderbreekt de selectie van objecten als volgt: 1. U kunt de tijd instellen waarna Tekla Structures u vraagt of u de selectie van objecten wilt onderbreken. a. Klik op Extra --> Opties --> Geavanceerde opties... --> Eigenschappen modelleren. b. Pas de variabele aan. XS_OBJECT_SELECTION_CONFIRMATION De standaardwaarde is 1000 milliseconden. c. Klik op OK. 2. Selecteer het hele model of een gedeelte van het model. 3. Wanneer Tekla Structures u vraagt of u de selectie van objecten wilt onderbreken, klikt u op Annuleer. Objecten selecteren op pagina 36 Tips voor basistaken 101 De selectie van objecten onderbreken

102 9.6 Instellingen van de Mini Werkbalk naar een andere computer kopiëren Nadat u de Mini Werkbalk hebt aangepast, kunt u de instellingen naar een andere computer kopiëren. Dit kan bijvoorbeeld handig zijn als u wilt dat iedereen in uw bedrijf dezelfde instellingen gebruikt. Het instellingenbestand teklastructures.minitoolbar.xml wordt de eerste keer als u de Miniwerkbalk aanpast in..\users\<user>\appdata \Local\Tekla Structures\<version>\UserSettings opgeslagen. Deze paragraaf is voor geavanceerde gebruikers. Ga als volgt te werk om Miniwerkbalk-instellingen te kopiëren: 1. Zoek het bestand teklastructures.minitoolbar.xml op uw computer. 2. Kopieer het bestand naar de juiste locatie op de andere computer. De Mini Werkbalk aanpassen op pagina Wildcards U kunt wildcards gebruiken om reeksen korter te maken, bijvoorbeeld bij het filteren. Een wildcard is een symbool dat voor een of meer tekens staat. Tekla Structures gebruikt de volgende wildcards: Wildcard Beschrijving Voorbeeld * (sterretje) Een willekeurig aantal tekens HE* staat voor alle onderdelen met een profielnaam die begint met de letters HE. U kunt dit symbool ook gebruiken aan het begin van een woord: *BRAC*.? (vraagteken) Eén teken HE?400 staat voor onderdelen met een profielnaam zoals HEA400, HEB400 en HEC400. [ ] (vierkante haakjes) Eén van de tekens tussen de vierkante haakjes L[78]X4X1/2 staat voor onderdelen met de profielnamen L7X4X1/2 en L8X4X1/2 De tekens * en? kunnen ook in objectnamen worden gebruikt. Als de objectnaam die u wilt filteren een * of een? bevat, moet u deze tekens tussen vierkante haakjes zetten. Als u bijvoorbeeld het profiel P100*10 zoekt, voert u P100[*]10 in het filterveld in. Tips voor basistaken 102 Wildcards

103 10 Contact opnemen met de helpdesk van Tekla Met de tool Contact opnemen met de helpdesk van Tekla kunt u rechtstreeks contact opnemen met uw lokale helpdesk van Tekla. Met deze tool kunt u de benodigde modellen, bestanden en informatie verzamelen voor uw helpdesk-zaak en deze veilig naar de helpdesk van Tekla uploaden. De Contactondersteuningstool: Identificeert automatisch het geopende model en neemt de hele modelmap als bijlage in uw bericht op. Verzamelt automatisch licentie- en systeeminformatie. Levert een eenvoudig te gebruiken interface waar u uw probleem kunt beschrijven en alle benodigde informatie kunt invullen. Uploadt het bericht, het bijgevoegde model, andere bijgevoegde bestanden en alle verzamelde informatie naar uw lokale helpdesk van Tekla. Vertrouwelijkheidsinformatie Alle bestanden die u upload, worden als vertrouwelijk behandeld. Alleen de ontvanger heeft toegang tot de bestanden. Een bericht 'Contact opnemen met de helpdesk van Tekla' invullen en verzenden op pagina Een bericht 'Contact opnemen met de helpdesk van Tekla' invullen en verzenden U neemt als volgt contact op met de helpdesk van Tekla via het berichtenformulier Contact opnemen met de helpdesk van Tekla: 1. Klik op Help --> Contact opnemen met de helpdesk van Tekla. Contact opnemen met de helpdesk van Tekla 103 Een bericht 'Contact opnemen met de helpdesk van Tekla' invullen en verzenden

104 2. Vul het tabblad Bericht in: Tekla Structures voert automatisch het adres van uw lokale helpdesk in het vak Aan in. Voor Finland is dat bijvoorbeeld U kunt het adres wijzigen. De volgende keer dat u het berichtenformulier 'Contact opnemen met de helpdesk van Tekla' opent, wordt het gewijzigde adres weergegeven. Voer uw adres, bedrijfsnaam, naam en telefoonnummer in de vakken Van in. Voer een onderwerp in en/of selecteer een categorie in de lijst met vooraf gedefinieerde categorieën. Als u de hele modelmap wilt bijvoegen, selecteert u De hele modelmap verzenden. U kunt deze optie ook op het tabblad Bijlagen selecteren. Als u echter weet dat u de hele modelmap wilt verzenden, kunt u het berichtenformulier het snelst invullen door alleen het tabblad Bericht in te vullen en De hele modelmap verzenden te selecteren. Voer een beschrijving van het probleem in het vrije tekstgebied in. 3. Op het tabblad Bijlagen selecteert u wat u wilt bijvoegen: Selecteer De hele modelmap verzenden of selecteer bepaalde bestanden in de lijst Bestanden. Als u nog andere bijlagen wilt verzenden dan in de lijst Bestanden wordt weergegeven, klikt u op Extra bestanden bijvoegen en bladert u naar de bestanden. Contact opnemen met de helpdesk van Tekla 104 Een bericht 'Contact opnemen met de helpdesk van Tekla' invullen en verzenden

Excel 2010, H1 HOOFDSTUK 1

Excel 2010, H1 HOOFDSTUK 1 HOOFDSTUK 1 Excel opstarten en afsluiten EXCEL kan worden opgestart via. Als EXCEL al vaker is gestart kun je direct op Microsoft Office EXCEL 2010 klikken. Typ anders in het zoekvak de eerste letters

Nadere informatie

Tekla Structures Handleiding Detailleren. Productversie 21.0 maart 2015. 2015 Tekla Corporation

Tekla Structures Handleiding Detailleren. Productversie 21.0 maart 2015. 2015 Tekla Corporation Tekla Structures Handleiding Detailleren Productversie 21.0 maart 2015 2015 Tekla Corporation Inhoudsopgave 1 Componenten... 5 1.1 Componentconcepten...6 1.2 Componentendatabase... 8 1.3 Componenteigenschappen...9

Nadere informatie

Handleiding FlatFix Fusion

Handleiding FlatFix Fusion Handleiding FlatFix Fusion Esdec B.V. Versie 1.4.8 Inhoud 1. Inleiding... 3 1.1 Inloggen... 3 1.2 Toolbar... 3 1.3 Resultaten... 4 1.4 Functie toetsen... 4 2. Keuze zonnepaneel... 5 2.1 Zonnepaneel selecteren...

Nadere informatie

Aan de slag met L2S. versie 8

Aan de slag met L2S. versie 8 Aan de slag met L2S versie 8 1 Aan de slag met L2S Deze handleiding geeft u de basisinformatie over L2S. Een uitgebreide handleiding vindt u in de werkbalk van het programma onder Help. Hieronder staat

Nadere informatie

Tekenen met Floorplanner

Tekenen met Floorplanner Overzicht Het scherm 1. Zoom 2. Opslaan 3. Verdieping tab 4. Undo / Redo 5. Constructiemenu 6. Bibliotheek 7. Tekenvlak Eigenschappenmenu s De plattegrond wordt opgebouw uit verschillende elementen: ruimtes,

Nadere informatie

Sneltoets Combinaties. Hoofdstuk 6 Sneltoetsen

Sneltoets Combinaties. Hoofdstuk 6 Sneltoetsen Hoofdstuk 6 Sneltoetsen Sneltoetsen zijn combinaties van toetsen die ZoomText bevelen uitvoeren zonder dat de ZoomText gebruikersinterface geactiveerd dient te worden. Er zijn sneltoetsen voor bijna alle

Nadere informatie

Afbeeldingen Module 11

Afbeeldingen Module 11 11. Afbeeldingen Er zijn veel manieren waarop u een afbeelding in kunt voegen in een tekst. U kunt bijvoorbeeld plaatjes die met een ander programma zijn gemaakt in uw documenten opnemen. Zo kunt u met

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Het Excel Dashboard* 2010

Hoofdstuk 1: Het Excel Dashboard* 2010 Hoofdstuk 1: Het Excel Dashboard* 2010 1.0 Introductie Excel helpt om data beter te begrijpen door het in cellen (die rijen en kolommen vormen) in te delen en formules te gebruiken om relevante berekeningen

Nadere informatie

Aan de slag met AdminView

Aan de slag met AdminView Aan de slag met AdminView uitgebreide handleiding S for Software B.V. Gildeweg 6 3771 NB Barneveld tel 0342 820 996 fax 0342 820 997 e-mail info@sforsoftware.nl web www.sforsoftware.nl Inhoudsopgave 1.

Nadere informatie

Taken automatiseren met Visual Basicmacro's

Taken automatiseren met Visual Basicmacro's Taken automatiseren met Visual Basicmacro's Als u niet bekend bent met macro's, moet u zich niet hierdoor laten afschrikken. Een macro is een opgenomen set toetsaanslagen en instructies waarmee u een taak

Nadere informatie

00_PhotoshopCC-CiaB-boek.indb 18

00_PhotoshopCC-CiaB-boek.indb 18 Tijdens het werken met Adobe Photoshop ontdekt u dat er vaak meerdere manieren zijn om een taak uit te voeren. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de uitgebreide bewerkingsmogelijkheden van Photoshop

Nadere informatie

PowerPoint Basis. PowerPoint openen. 1. Klik op Starten 2. Klik op Alle programma s 3. Klik op de map Microsoft Office

PowerPoint Basis. PowerPoint openen. 1. Klik op Starten 2. Klik op Alle programma s 3. Klik op de map Microsoft Office PowerPoint Basis PowerPoint openen 1. Klik op Starten 2. Klik op Alle programma s 3. Klik op de map Microsoft Office Klik op Microsoft PowerPoint 2010 Wacht nu tot het programma volledig is opgestart.

Nadere informatie

Deel 1: PowerPoint Basis

Deel 1: PowerPoint Basis Deel 1: PowerPoint Basis De mogelijkheden van PowerPoint als ondersteunend middel voor een gedifferentieerde begeleiding van leerlingen met beperkingen. CNO Universiteit Antwerpen 1 Deel 1 PowerPoint Basis

Nadere informatie

De indeling van de werkbalken in je browser aanpassen

De indeling van de werkbalken in je browser aanpassen De indeling van de werkbalken in je browser aanpassen U kunt de indeling van Internet Explorer 6 eenvoudig aanpassen aan uw manier van werken U kunt veelgebruikte knoppen aan de werkbalk toevoegen, de

Nadere informatie

Opleiding: Webmail outlook 2007

Opleiding: Webmail outlook 2007 Opleiding: Webmail outlook 2007 1. Inloggen Via de website: 1. http://webmail.hostedexchange.be of via 2. http://www.mpcterbank.be/personeel e-mailadres = voornaam.achternaam@mpcterbank.be wachtwoord:

Nadere informatie

Handicom. Symbol for Windows. Image Manager. (Versie 4) Handicom, 2011, Nederland

Handicom. Symbol for Windows. Image Manager. (Versie 4) Handicom, 2011, Nederland Handicom Symbol for Windows Image Manager (Versie 4) Handicom, 2011, Nederland Inhoud Inleiding... 2 1. Image Manager hoofdscherm...3 1.1 Onderdelen van het venster...3 1.2 Het scherm veranderen...3 1.2.1

Nadere informatie

Migreren naar Access 2010

Migreren naar Access 2010 In deze handleiding Het uiterlijk van Microsoft Access 2010 verschilt aanzienlijk van Access 2003. Daarom hebben we deze handleiding gemaakt, zodat u niet te veel tijd hoeft te besteden aan het leren werken

Nadere informatie

Hoofdstuk 19: Macro s

Hoofdstuk 19: Macro s Hoofdstuk 19: Macro s 19.0 Inleiding Als je steeds dezelfde actie moet uitvoeren in Excel, dan kan het de moeite waard zijn om in plaats daarvan een macro uit te voeren (afgeleid van het Griekse "μάκρο",

Nadere informatie

Basiskennis van PowerPoint

Basiskennis van PowerPoint Basiskennis van PowerPoint Pow erpoint is een krachtige toepassing voor presentaties. Om Pow erpoint echter zo doeltreffend mogelijk te kunnen gebruiken, hebt u eerst enige basiskennis nodig. In deze zelfstudie

Nadere informatie

Met Office 2013 vertrouwd raken

Met Office 2013 vertrouwd raken Met Office 2013 vertrouwd raken 1 In dit hoofdstuk leer je hoe je DDe Office-omgeving verkent DDMet Office-bestanden werkt DDNiet-opgeslagen bestanden en versies herstelt DDe gebruikersinterface aanpast

Nadere informatie

De tekstverwerker. Afb. 1 de tekstverwerker

De tekstverwerker. Afb. 1 de tekstverwerker De tekstverwerker De tekstverwerker is een module die u bij het vullen van uw website veel zult gebruiken. Naast de module tekst maken onder andere de modules Aankondigingen en Events ook gebruik van de

Nadere informatie

PREZI (WWW.PREZI.COM)

PREZI (WWW.PREZI.COM) PREZI (WWW.PREZI.COM) INHOUD Wat is Prezi?... 2 Waar vind je Prezi?... 2 Aan de slag!... 3 Is het mogelijk om prezi offline te... 6 Pagina 1 van 6 WAT IS PREZI? Prezi is een online tool waarmee je dynamische

Nadere informatie

Inhoud van de website invoeren met de ContentPublisher

Inhoud van de website invoeren met de ContentPublisher Inhoud van de website invoeren met de ContentPublisher De inhoud van Muismedia websites wordt ingevoerd en gewijzigd met behulp van een zogenaamd Content Management Systeem (CMS): de ContentPublisher.

Nadere informatie

SNELLE INVOER MET EXCEL

SNELLE INVOER MET EXCEL SNELLE INVOER MET EXCEL Naam Nr Klas Datum Het is de bedoeling dat je de gegevens van een tabel op efficiënte wijze invoert, dat betekent: correct en snel! Microsoft Excel biedt verscheidene mogelijkheden

Nadere informatie

Web Modellen. Construsoft Nederland. Hengelder 16 6902 PA Zevenaar Telefoon +31 (0)316-340192 Fax +31 (0)316-342454

Web Modellen. Construsoft Nederland. Hengelder 16 6902 PA Zevenaar Telefoon +31 (0)316-340192 Fax +31 (0)316-342454 Web Modellen Construsoft Nederland Hengelder 16 6902 PA Zevenaar Telefoon +31 (0)316-340192 Fax +31 (0)316-342454 Voorwaarden Wanneer u een Web model wilt bekijken moet Internet Explorer versie 6.0 op

Nadere informatie

Gebruikershandleiding GO app 1.8

Gebruikershandleiding GO app 1.8 Gebruikershandleiding GO app 1.8 Voor raad, staten en bestuur GemeenteOplossingen 2012 1 GO app 1.8 Nieuw in deze versie Vanaf versie 1.8 beschikt de GO app over de mogelijkheid om notities te delen met

Nadere informatie

Bijlage bij Getting Started Guide International English Edition

Bijlage bij Getting Started Guide International English Edition Bijlage bij Getting Started Guide International English Edition Chapter 3: Aan de slag met Inspiration, een beginnersles Deze beginnersles is een goed startpunt voor het leren gebruiken van Inspiration.

Nadere informatie

Het is af en toe niet om aan te zien hoe sommige

Het is af en toe niet om aan te zien hoe sommige Tabellen in Word 2010 Otto Slijkhuis Het is af en toe niet om aan te zien hoe sommige Word-gebruikers met teksten omgaan. In plaats van het invoegen van een tabel om gegevens keurig in een overzicht te

Nadere informatie

6. Tekst verwijderen en verplaatsen

6. Tekst verwijderen en verplaatsen 6. Tekst verwijderen en verplaatsen In deze module leert u: een stuk tekst selecteren een stuk tekst verwijderen; acties ongedaan maken en opnieuw doen; een stuk tekst vervangen; een stuk tekst verplaatsen;

Nadere informatie

Algemene basis instructies

Algemene basis instructies Inhoud: Algemene basis instructies... 2 Pictogrammen en knoppen... 2 Overzicht... 3 Navigeren (bladeren)... 3 Gegevens filteren... 4 Getoonde gegevens... 5 Archief... 5 Album... 5 Tabbladen en velden...

Nadere informatie

Een vocab cel maken. Vocab cellen schrijven in de zinbalk van een communicatiepagina. Deze kaart beschrijft hoe een nieuwe vocab cel gemaakt wordt.

Een vocab cel maken. Vocab cellen schrijven in de zinbalk van een communicatiepagina. Deze kaart beschrijft hoe een nieuwe vocab cel gemaakt wordt. Een vocab cel maken 1 Vocab cellen schrijven in de zinbalk van een communicatiepagina. Deze kaart beschrijft hoe een nieuwe vocab cel gemaakt wordt. Om een eenvoudige vocab cel te maken: Druk F11 om naar

Nadere informatie

Femda PC-applicaties en consultancy B.V. Handleiding. Handleiding Afwezigheidsregistratie 2011 Blz. 1

Femda PC-applicaties en consultancy B.V. Handleiding. Handleiding Afwezigheidsregistratie 2011 Blz. 1 Handleiding Handleiding Afwezigheidsregistratie 2011 Blz. 1 Inhoudsopgave 1. Voorwoord 3 2. Installatie van de cd-rom 4 2.1. Systeemeisen 4 2.2. Installatie 4 2.3. Veiligheidskopie 5 3. Importeren gegevens

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord... 3 Sneltoetsen Excel voor windows... 4. Sneltoetsen Excel voor MAC... 6. Functietoetsen... 6

Inhoudsopgave. Voorwoord... 3 Sneltoetsen Excel voor windows... 4. Sneltoetsen Excel voor MAC... 6. Functietoetsen... 6 Inhoudsopgave Voorwoord... 3 Sneltoetsen Excel voor windows... 4 Sneltoetsen Excel voor MAC... 6 Functietoetsen... 6 Navigeren en schuiven in een blad of werkmap... 6 Afdrukvoorbeelden bekijken en afdrukken...

Nadere informatie

Handleiding XML Leesprogramma versie 2.0

Handleiding XML Leesprogramma versie 2.0 Handleiding XML Leesprogramma versie 2.0 Een uitgave van Dedicon Postbus 24 5360 AA GRAVE Tel.: (0486) 486 486 Fax: (0486) 476 535 1 Inhoudsopgave 1. Installatie... 3 2. De-installatie... 3 3. Starten

Nadere informatie

2.6 Spreadsheets met Excel

2.6 Spreadsheets met Excel 2.6 Spreadsheets met Excel LEERDOEL Het beheersen van de basisprincipes van werken met spreadsheets. Werken met spreadsheets leer je alleen maar door daadwerkelijk achter een computer te gaan zitten. Deze

Nadere informatie

Zelf albumbladen maken in Word 2003

Zelf albumbladen maken in Word 2003 Zelf albumbladen maken in Word 2003 Het maken van albumbladen in Word is niet moeilijk, maar laten zien hoe het precies gaat, hangt af van de versie van Word. Hieronder volgt de instructie voor Word 2003.

Nadere informatie

Sneltoetsen. Inhoud. Inleiding

Sneltoetsen. Inhoud. Inleiding Sneltoetsen Inhoud 1. Inleiding 2. Sneltoetsen in Windows 3. Sneltoetsen die in de meeste programma s kunnen worden gebruikt 4. Sneltoetsen bij het typen van tekst 5. Sneltoetsen Internet Explorer 6. Sneltoetsen

Nadere informatie

Inleiding. - Teksten aanpassen - Afbeeldingen toevoegen en verwijderen - Pagina s toevoegen en verwijderen - Pagina s publiceren

Inleiding. - Teksten aanpassen - Afbeeldingen toevoegen en verwijderen - Pagina s toevoegen en verwijderen - Pagina s publiceren Inleiding Voor u ziet u de handleiding van TYPO3 van Wijngaarden AutomatiseringsGroep. De handleiding geeft u antwoord geeft op de meest voorkomende vragen. U krijgt inzicht in het toevoegen van pagina

Nadere informatie

www.digitalecomputercursus.nl 6. Reeksen

www.digitalecomputercursus.nl 6. Reeksen 6. Reeksen Excel kan datums automatisch uitbreiden tot een reeks. Dit betekent dat u na het typen van een maand Excel de opdracht kan geven om de volgende maanden aan te vullen. Deze voorziening bespaart

Nadere informatie

1. Kennismaken met Calc

1. Kennismaken met Calc 1. Kennismaken met Calc In deze module leert u: - het programma Calc starten. - de onderdelen van het programmavenster van Calc herkennen. - over het werkblad verplaatsen. - gegevens invoeren. - het programma

Nadere informatie

PDF XCHANGE EDITOR Waarom PDF XHCANGE Editor?

PDF XCHANGE EDITOR Waarom PDF XHCANGE Editor? PDF XCHANGE EDITOR PDF XHCANGE editor is een programma om PDF bestanden te lezen en te bewerken. Deze handleiding is geschreven voor versie 5.5 van PDF XCHANGE editor. Als je een andere versie gebruikt

Nadere informatie

Handleiding uitwisseling Tekla Structures RFEM versie: Dlubal RFEM 5.02 - Tekla Structures 19.1

Handleiding uitwisseling Tekla Structures RFEM versie: Dlubal RFEM 5.02 - Tekla Structures 19.1 Handleiding uitwisseling Tekla Structures RFEM versie: Dlubal RFEM 5.02 - Tekla Structures 19.1 1 Inhoudsopgave: 1 Rekenmodel maken... 3 2 Import in RFEM... 10 3 Export naar Tekla Structures... 15 2 Rekenmodel

Nadere informatie

Mapsource. handleiding Mapsource vs. 6.16.3 2010 www.hansenwebsites.nl

Mapsource. handleiding Mapsource vs. 6.16.3 2010 www.hansenwebsites.nl Mapsource handleiding Mapsource vs. 6.16.3 2010 www.hansenwebsites.nl Inhoud deel 1 Schermindeling Menu s Werkbalken Statusbalk tabbladen Kaartmateriaal Kaartmateriaal selecteren Kaartmateriaal verwijderen

Nadere informatie

OrgPublishergebruikershandleiding. voor diagrammen in meerdere browsers

OrgPublishergebruikershandleiding. voor diagrammen in meerdere browsers OrgPublishergebruikershandleiding voor diagrammen in meerdere browsers Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 3 Zelfstudies weergeven voor diagrammen die in meerdere browsers zijn gepubliceerd... 3 Zoeken in een

Nadere informatie

Handleiding. Voedingsversie Evry Hanzehogeschool Groningen november 2011

Handleiding. Voedingsversie Evry Hanzehogeschool Groningen november 2011 Voedingsversie Evry Hanzehogeschool Groningen november 2011 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 Installatie van Evry... 4 3 Algemene weetjes... 5 4 Voedingsberekening (Nevo2006)... 6 4.1 Voedingsberekening

Nadere informatie

Tekla Structures Handleiding Geavanceerd Modelleren. Productversie 21.0 maart 2015. 2015 Tekla Corporation

Tekla Structures Handleiding Geavanceerd Modelleren. Productversie 21.0 maart 2015. 2015 Tekla Corporation Tekla Structures Handleiding Geavanceerd Modelleren Productversie 21.0 maart 2015 2015 Tekla Corporation Inhoudsopgave 1 Stortbeheer...9 1.1 De stortfunctionaliteit inschakelen... 10 De stortfunctionaliteit

Nadere informatie

Handleiding MOBICROSS actie banners

Handleiding MOBICROSS actie banners Handleiding MOBICROSS actie banners Met de kant & klare MOBICROSS actie banners vergroot jij je kans om sneller je netwerk te bouwen. Je kunt je eigen campagne maken door de banners op je website te plaatsen,

Nadere informatie

handleiding v3.1 Overzicht toont u alle bladzijden van uw album Bladzijde toont een specifieke pagina van uw album

handleiding v3.1 Overzicht toont u alle bladzijden van uw album Bladzijde toont een specifieke pagina van uw album 3 Foto s en tekst invoegen en schikken Bovenaan het programmavenster ziet u twee tabs: handleiding v3.1 Overzicht toont u alle bladzijden van uw album Bladzijde toont een specifieke pagina van uw album

Nadere informatie

Internet Explorer 7 (IE7)

Internet Explorer 7 (IE7) Internet Explorer 7 (IE7) 1. HET VENSTER Het venster van Internet Explorer 7 ziet er als volgt uit: Het venster bestaat uit volgende onderdelen: De knoppen Volgende en Vorige. Adresbalk hierin vullen we

Nadere informatie

Ook op internet wordt gebruik gemaakt van databases, zoals bij Marktplaats en Hyves.

Ook op internet wordt gebruik gemaakt van databases, zoals bij Marktplaats en Hyves. SAMENVATTING HOOFDSTUK 1 Databases Databases worden veel gebruikt. Er worden miljoenen gegevens in opgeslagen, bijvoorbeeld door de overheid, banken, verzekeringsmaatschappijen, boekingssystemen van vliegtuigmaatschappijen,

Nadere informatie

Lijnen/randen en passe-partouts maken met Photoshop.

Lijnen/randen en passe-partouts maken met Photoshop. Lijnen/randen en passe-partouts maken met Photoshop. Les 1: Witte rand om de foto m.b.v. canvasgrootte. 1. Open de foto in Photoshop. 2. Klik in menu AFBEELDING op CANVASGROOTTE 3. Zorg dat in het vakje

Nadere informatie

Het maken, plaatsen en beheren van symbolen (blocks) In deze beschrijving zijn de afbeeldingen uit de windows versie van AutoCad 2013

Het maken, plaatsen en beheren van symbolen (blocks) In deze beschrijving zijn de afbeeldingen uit de windows versie van AutoCad 2013 Symbolen in AutoCad Het maken, plaatsen en beheren van symbolen (blocks) In deze beschrijving zijn de afbeeldingen uit de windows versie van AutoCad 2013 Introductie In AutoCad is het mogelijk om veelgebruikte

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1. beginnen met excel

HOOFDSTUK 1. beginnen met excel HOOFDSTUK 1 beginnen met excel Inleiding Voor het betere rekenwerk in de bedrijfseconomie worden spreadsheets (rekenbladen) gebruikt. In dit hoofdstuk leer je omgaan met algemene basisbewerkingen in Excel:

Nadere informatie

DOCUMENT SAMENSTELLEN

DOCUMENT SAMENSTELLEN Pagina 168 7 In dit hoofdstuk gaat u een nieuwsbrief maken met behulp van een sjabloon. De artikelen die in de nieuwsbrief worden opgenomen zijn al geschreven. U hoeft de tekst alleen nog naar de juiste

Nadere informatie

Hoofdstuk 7 Configuratie Bestanden

Hoofdstuk 7 Configuratie Bestanden Hoofdstuk 7 Configuratie Bestanden Alle ZoomText instellingen kunnen opgeslagen en weer hersteld worden met gebruik van de configuratie bestanden. Configuratie bestanden controleren alle ZoomText functies;

Nadere informatie

Aan de slag Uren registreren met WorkTimer (voor medewerkers)

Aan de slag Uren registreren met WorkTimer (voor medewerkers) Aan de slag Uren registreren met WorkTimer (voor medewerkers) Over dit document Binnen uw organisatie is gekozen om WorkTimer te gebruiken voor tijdregistratie. WorkTimer is een programma waarmee u eenvoudig

Nadere informatie

Outlook 2010 tips & trucs

Outlook 2010 tips & trucs Outlook 2010 tips & trucs I N H O U D S O P G A V E 1 Algemeen... 1 1.1 Werkbalk snelle toegang... 1 1.2 Snelle stappen... 1 2 E-mail... 2 2.1 Regels... 2 2.2 CC mail onderscheiden... 2 2.3 Verwijderde

Nadere informatie

NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING. 3.2.1. Eigenschappen knop

NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING. 3.2.1. Eigenschappen knop Handleiding NACSPORT TAG&GO HANDLEIDING 1. Introductie 2. Configureren en bestellen 3. Sjabloon (categorieën en descriptors) 3.1 Lijst sjablonen 3.2 Sjablonen bewerken 3.2.1. Eigenschappen knop 4. Analyseren

Nadere informatie

Mappen en bestanden. In dit hoofdstuk leert u het volgende:

Mappen en bestanden. In dit hoofdstuk leert u het volgende: Mappen en bestanden 1 Mappen en bestanden Een bestand is een verzamelnaam voor teksten, tekeningen of programma s. Alles wat op de vaste schijf van uw computer staat, is een bestand. Op een vaste schijf

Nadere informatie

Sneltoetsen. 1. Inleiding

Sneltoetsen. 1. Inleiding Sneltoetsen Inhoud 1. Inleiding 2. Sneltoetsen in Windows 3. Sneltoetsen die in de meeste programma s kunnen worden gebruikt 4. Sneltoetsen bij het typen van tekst 5. Sneltoetsen Internet Explorer 6. Sneltoetsen

Nadere informatie

Afdrukken in Calc Module 7

Afdrukken in Calc Module 7 7. Afdrukken in Calc In deze module leert u een aantal opties die u kunt toepassen bij het afdrukken van Calc-bestanden. Achtereenvolgens worden behandeld: Afdrukken van werkbladen Marges Gedeeltelijk

Nadere informatie

Cursus Powerpoint 2003

Cursus Powerpoint 2003 1a. Een presentatie opzetten Cursus Powerpoint 2003 Open Powerpoint en klik linksboven op Bestand en vervolgens op Nieuw. Rechts opent zich het menuscherm Nieuwe presentatie met daarin diverse opties om

Nadere informatie

Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet

Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet Snel aan de slag met BasisOnline en InstapInternet Inloggen Surf naar www.instapinternet.nl of www.basisonline.nl. Vervolgens klikt u op de button Login links bovenin en vervolgens op Member Login. (Figuur

Nadere informatie

Ga naar http://www.domeinnaam.nl/wp-admin en log in met de gebruikersnaam en wachtwoord verkregen via mail.

Ga naar http://www.domeinnaam.nl/wp-admin en log in met de gebruikersnaam en wachtwoord verkregen via mail. INLOGGEN Ga naar http://www.domeinnaam.nl/wp-admin en log in met de gebruikersnaam en wachtwoord verkregen via mail. Vul hier je gebruikersnaam en wachtwoord in en klik op Inloggen. Bij succesvolle login

Nadere informatie

Overzicht van uw transacties

Overzicht van uw transacties Overzicht van uw transacties Optimaal gebruik van uw transactieoverzicht Onze medewerkers helpen u graag. 088 228 9400 ccvkb@nl.ccv.eu www.ccv.nl Optimaal gebruik van uw transactieoverzicht Met een transactieoverzicht,

Nadere informatie

HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ

HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ HRM-Reviews Reviews Handleiding voor PZ In deze uitgebreide handleiding vindt u instructies om met Reviews in the Cloud aan de slag te gaan. U kunt deze handleiding ook downloaden (PDF). TIP: De navigatie

Nadere informatie

Sneltoetsen voor Windows 7

Sneltoetsen voor Windows 7 Sneltoetsen voor Windows 7 CTRL Combinaties Ctrl + A Ctrl + C Ctrl + X Ctrl + V Ctrl + Z Ctrl + Rechterpijl Ctrl + Linkerpijl Ctrl + Shift + Linker/rechterpijl Ctrl + Shift + N Ctrl + Shift + Esc Ctrl

Nadere informatie

INLEIDING TOT GEOGEBRA

INLEIDING TOT GEOGEBRA INLEIDING TOT GEOGEBRA Sven Mettepenningen, 28/02/2007 GEOGEBRA 1 EERSTE KENNISMAKING Het pakket Geogebra kan je downloaden op de site http://www.geogebra.at/ Eventueel is het ook nuttig van de laatste

Nadere informatie

Bosstraat 50 bus 3 3560 Lummen Tel.: 011 76 66 62 Fax 011 76 16 12 info@bestburo.be www.bestburo.be 1 van 42

Bosstraat 50 bus 3 3560 Lummen Tel.: 011 76 66 62 Fax 011 76 16 12 info@bestburo.be www.bestburo.be 1 van 42 Inhoud 1 Outlook: Aan de slag met Outlook... 3 1.1 Voor u begint... 3 1.1.1 Het Postvak IN... 3 1.1.2 De keyboard shortcuts... 3 2 Mappen... 4 2.1 Mappenstructuur... 4 2.1.1 Map Voltooid... 4 2.1.2 Snelle

Nadere informatie

Gebruikershandleiding GO app 1.8

Gebruikershandleiding GO app 1.8 Gebruikershandleiding GO app 1.8 Voor raad, staten en bestuur GemeenteOplossingen 2012 1 GO app 1.8 Nieuw in deze versie Vanaf versie 1.8 beschikt de GO app over de mogelijkheid om notities te delen met

Nadere informatie

Veelgestelde vragen over AdminView

Veelgestelde vragen over AdminView Veelgestelde vragen over AdminView S for Software B.V. Gildeweg 6 3771 NB Barneveld tel 0342 820 996 fax 0342 820 997 e-mail info@sforsoftware.nl web www.sforsoftware.nl Inhoudsopgave 1. Algemeen... 2

Nadere informatie

Windows 8, Windows 8.1, deel II

Windows 8, Windows 8.1, deel II Windows 8, Windows 8.1, deel II Opstarten op bureaublad Daar we toch de gewoonte hebben om via het bureaublad te werken, is het misschien handig om de PC te laten opstarten op het bureaublad in plaats

Nadere informatie

tentoinfinity Apps 1.0 INLEIDING

tentoinfinity Apps 1.0 INLEIDING tentoinfinity Apps Una Help-inhoud Auteursrecht 2013-2015 door tentoinfinity Apps. Alle rechten voorbehouden. De inhoud is voor het laatst bijgewerkt op Augustus 6, 2015. Extra ondersteuningsbronnen beschikbaar

Nadere informatie

Tips; fotoboek maken (bron: hema.nl)

Tips; fotoboek maken (bron: hema.nl) Tips; fotoboek maken (bron: hema.nl) tekst roteren Draai je tekst zodat het mooi onder of op je scheef geplaatste foto staat. Of maak zelf leuke labels in combinatie met clipart. 1. kies de clipart (bij

Nadere informatie

CMS Made Simple eenvoudig uitgelegd CMS MADE SIMPLE- Eenvoudig uitgelegd

CMS Made Simple eenvoudig uitgelegd CMS MADE SIMPLE- Eenvoudig uitgelegd CMS Made Simple eenvoudig uitgelegd CMS MADE SIMPLE- Eenvoudig uitgelegd Introductie Deze handleiding heeft tot doel een eenvoudige stap voor stap handleiding te zijn voor eindgebruikers van CMS Made Simple

Nadere informatie

Basis Live Mode Functies Je kan eenvoudig camerabeelden bekijken in een layout naar keuze. Kies een layout bovenaan het scherm, in de Live Mode.

Basis Live Mode Functies Je kan eenvoudig camerabeelden bekijken in een layout naar keuze. Kies een layout bovenaan het scherm, in de Live Mode. Eindgebruiker Quick Start Guide Overzicht De exacqvision Client software bestaat uit 3 schermen: Live, Search, en Setup. Om in het gewenste scherm te geraken, klik je op het desbetreffende pictogram aan

Nadere informatie

1. Kennismaken met Impress

1. Kennismaken met Impress 1. Kennismaken met Impress In deze module leert u: 1 Wat Impress is; 2 Impress starten; 3 Een nieuwe presentatie maken; 4 Instellingen van Impress wijzigen; 5 Opslaan en openen. 1 Wat is Impress? OpenOffice.org

Nadere informatie

7 stramienen. maken en gebruiken. Stramienen maken. Wat ken je na dit hoofdstuk? Tips en richtlijnen voor werken met stramienen

7 stramienen. maken en gebruiken. Stramienen maken. Wat ken je na dit hoofdstuk? Tips en richtlijnen voor werken met stramienen 7 stramienen maken en gebruiken Een stramien is te vergelijken met een achtergrond die je snel op een reeks pagina s kunt toepassen. Objecten in een stramien staan op alle pagina s Wat ken je na dit hoofdstuk?

Nadere informatie

HTA Software - Klachten Registratie Manager Gebruikershandleiding

HTA Software - Klachten Registratie Manager Gebruikershandleiding HTA Software - Klachten Registratie Manager Gebruikershandleiding Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Opstarten en inloggen, overzicht startscherm, uitleg symbolen Hoofdstuk 2: aanmaken relaties Hoofdstuk 1: Opstarten

Nadere informatie

Sneltoetsen, functietoetsen, toetsenbordcombinaties

Sneltoetsen, functietoetsen, toetsenbordcombinaties Sneltoetsen, functietoetsen, toetsenbordcombinaties Excellerend Heemraadweg 21 2741 NC Waddinxveen 06 5115 97 46 richard@excellerend.nl BTW: NL0021459225 ABN/AMRO: 53.68.25.491 KVK: 24389967 De navigatie

Nadere informatie

SportCTM 2.0 Startscherm trainer

SportCTM 2.0 Startscherm trainer SportCTM 2.0 Startscherm trainer Inloggen Webapplicatie Via inlog.dotcomsport.com kun je in inloggen op de webapplicatie van het SportCTM. Wij adviseren onderstaande browsers Windows: Internet Explorer,

Nadere informatie

www.dubbelklik.nu Handleiding BCAD

www.dubbelklik.nu Handleiding BCAD Handleiding BCAD www.dubbelklik.nu Deze handleiding is onderdeel van Dubbelklik, een lesmethode Technologie, ICT/ Loopbaanoriëntatie en Intersectoraal Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave

Nadere informatie

ONSCREENKEYS 5. Windows XP / Windows Vista / Windows 7 / Windows 8

ONSCREENKEYS 5. Windows XP / Windows Vista / Windows 7 / Windows 8 ONSCREENKEYS 5 Windows XP / Windows Vista / Windows 7 / Windows 8 [ PRODUCT BESCHRIJVING ] [ Dit vernuftige on-screen toetsenbord met virtuele muis klik mogelijkheden en spraak uitvoer maakt snel typen

Nadere informatie

Net2 kaarten bedrukken

Net2 kaarten bedrukken kaarten bedrukken kaarten bedrukken - Welke methode? Er bevinden zich twee pakketen om kaarten te bedrukken in de software. Een basis vast formaat dat al aanwezig is in de software sinds 2003 (V3.16) en

Nadere informatie

PowerPoint 2010: rondleiding (deel 1)

PowerPoint 2010: rondleiding (deel 1) PowerPoint 2010: rondleiding (deel 1) Met PowerPoint kan men voorstellingen maken door middel van dia's die zijn gevuld met teksten, afbeeldingen, films, grafieken en geluiden. PowerPoint is een uitstekend

Nadere informatie

Sn el aan d e s l ag. Stap een: Uw foto's openen in Corel AfterShot Pro. Door uw foto's navigeren

Sn el aan d e s l ag. Stap een: Uw foto's openen in Corel AfterShot Pro. Door uw foto's navigeren Snel aan de slag In deze sectie maakt u kennis met een aantal basistaken die u in Corel AfterShot Pro kunt uitvoeren. Neem een aantal minuten de tijd om de onderstaande stappen door te nemen als u op zoek

Nadere informatie

Venstergedrag. Mike McBride Jost Schenck Vertaler/Nalezer: Freek de Kruijf

Venstergedrag. Mike McBride Jost Schenck Vertaler/Nalezer: Freek de Kruijf Mike McBride Jost Schenck Vertaler/Nalezer: Freek de Kruijf 2 Inhoudsopgave 1 Venstergedrag 4 1.1 Focus............................................. 4 1.1.1 Beleid voor focus..................................

Nadere informatie

PICASA PICASA. FOTOBEWERKING Een handleiding. 2013 Computertraining voor 50-plussers

PICASA PICASA. FOTOBEWERKING Een handleiding. 2013 Computertraining voor 50-plussers PICASA FOTOBEWERKING Een handleiding 2013 Computertraining voor 50-plussers PC50plus computertrainingen Eikbosserweg 52 1214AK Hilversum tel: 035 6213701 info@pc50plus.nl www.pc50plus.nl PICASA C O M P

Nadere informatie

Handleiding om uw website/webshop aan te passen

Handleiding om uw website/webshop aan te passen Handleiding om uw website/webshop aan te passen ONDERWERP PAGINA 1. Hoe moet ik inloggen in het beheer? 2 2. Hoe pas ik een bestaande pagina aan? 2 3. Hoe plaats ik een afbeelding? 3 4. Hoe maak ik een

Nadere informatie

Safira CMS Handleiding

Safira CMS Handleiding Safira CMS Handleiding Inhoudsopgave 1Mappen en artikelen... 2 1.11.1 Naam wijzigen map/ pagina... 3 1.21.2 Website structuur: nieuwe pagina aanmaken, pagina verwijderen, pagina blokkeren, structuur wijzigen...

Nadere informatie

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2

Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Installatiegids Command WorkStation 5.6 met Fiery Extended Applications 4.2 Fiery Extended Applications Package (FEA) v4.2 bevat Fiery-toepassingen voor het uitvoeren van taken die zijn toegewezen aan

Nadere informatie

Zelf albumbladen maken in Word 2003

Zelf albumbladen maken in Word 2003 Zelf albumbladen maken in Word 2003 Het maken van albumbladen in Word is niet moeilijk, maar laten zien hoe het precies gaat, hangt af van de versie van Word. Hieronder volgt de instructie voor Word 2003.

Nadere informatie

Een toekomst voor ieder kind. www.altra.nl

Een toekomst voor ieder kind. www.altra.nl Een toekomst voor ieder kind www.altra.nl Excel Tips en trucs Knippen/kopiëren Kolommen verplaatsen Het is handig om de kolommen met de module en locatie als eerste twee in het overzicht te hebben. Selecteer

Nadere informatie

Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen

Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen Nederlandse Culturele Sportbond Afdeling Wedstrijdzwemmen 2005 NCS Commissie Wedstrijdzwemmen Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave

Nadere informatie

Werken met de muis. De aanwijzer

Werken met de muis. De aanwijzer Werken met de muis De aanwijzer Met de muis kunt u op het bureaublad en in een venster allerlei bewerkingen uitvoeren. De positie en de beweging van de muis wordt op het scherm met een figuurtje aangegeven.

Nadere informatie

Paasachtergrond tekenen

Paasachtergrond tekenen http://psd.tutsplus.com/tutorials/drawing/super-cute-easter-wallpaper-illustration-tutorial/ Paasachtergrond tekenen Stap 1 Nieuw Photoshop document (Ctrl + N). De grootte is niet zo belangrijk, witte

Nadere informatie

OVM 2.0. Stappenplan. Leerling exporteren en importeren

OVM 2.0. Stappenplan. Leerling exporteren en importeren OVM 2.0 Stappenplan Leerling exporteren en importeren Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Algemeen... 3 Voorbereiding... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Downloaden... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Nadere informatie