Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 5

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 5"

Transcriptie

1 Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk Basis 1 a Dit is een voorbeeld van interpoleren. Er zijn namelijk gegevens van voor 1995 en van na 1995 bekend. Binnen de bekende gegevens en dus binnen de tabel (of de grafiek, als je deze getekend hebt) wordt er van je gevraagd uitspraken te doen over een moment waarover geen meetgegevens bekend zijn. Die voorspelling zal waarschijnlijk redelijk dicht bij de realiteit liggen. Tussen 1990 en 2000, in 10 jaar tijd, zijn er 0,3 miljoen inwoners bijgekomen. In 1995, 5 jaar na 1990, zijn er dus waarschijnlijk 0,15 miljoen inwoners bijgekomen vergeleken met We verwachten dat het aantal inwoners in ,2 + 0,15 = 6,35 miljoen was. b Dit is een voorbeeld van extrapoleren. We weten niet precies hoe het aantal inwoners zal stijgen vanaf We zien zelfs tussen de gemeten jaren een heel fluctuerende stijging (de ene 10 jaar is er een stijging van 0,3 miljoen, de andere 10 jaar een stijging van 0,8 miljoen). We weten wel dat het aantal inwoners tussen 1960 en 2010 van 5,5 naar 7,3 miljoen is gestegen. Dit is een stijging van 1,8 miljoen over 50 jaar. Per 10 jaar is het inwoneraantal dus gemiddeld gestegen met 1,8 : 5 = 0,36 miljoen inwoners. Je zou op basis van deze gegevens dus kunnen voorspellen dat het inwoneraantal in 2020 is gestegen tot 7,3 + 0,36 = 7,66 miljoen. 2 a Je ziet aan de grafiek dat er steeds eens in de 2 dagen is gemeten. Tussen elke twee metingen is de grafiek als een rechte lijn getekend. Je kunt op basis van deze (lineaire) groeiverwachting per 2 dagen een redelijke voorspelling doen over de lengte na 9 dagen, door de grafiek af te lezen. De zonnebloem is na 9 dagen ongeveer 24 cm lang. In een artikel in Rekenwiskundeonderwijs: onderzoek, ontwikkeling en praktijk heeft Frans van Galen dit probleem met een basisschoolgroep aangepakt (jaargang 27, 2008). Hij kwam tot de volgende complete groeigrafiek: 200 lengte in cm tijd in dagen 1 van 8

2 De zonnebloem groeit dus eerst langzaam, dan gaat hij erg snel en daarna vlakt het af en heeft hij zijn uiteindelijke lengte. In deze grafiek is die ongeveer 175 cm. Het is mogelijk dat de zonnebloem langer (of korter) is. In 2011 groeide er in Willebroek in België een zonnebloem met een lengte van 4,65 meter. Dat is wel uitzonderlijk lang. b Je ziet in de eerste grafiek dat de lengte van de zonnebloem gedurende het aantal dagen steeds verder stijgt. De laatste twee dagen van de meting is hij bijvoorbeeld gestegen van 64 cm naar 128 cm. Dat is een verdubbeling in twee dagen! Tussen dag 10 en 12 is hij gestegen van 32 naar 64 cm. De zonnebloem lijkt dus voortdurend binnen twee dagen te verdubbelen. Na 16 dagen zou de zonnebloem dan = 256 cm lang zijn. Een zonnebloem kan werkelijk zo hoog worden maar dat gebeurt niet in een dag. Bovendien is een zonnebloem van 256 cm groter dan gemiddeld. Uit de tweede grafiek blijkt dat het verdubbelen binnen twee dagen alleen in het begin plaatsvindt, daarna neemt de groei af totdat de plant volgroeid is. 3 a Dit is duidelijk een cirkeldiagram. Je ziet dat Leefbaar 40,3% van de schriftelijke vragen heeft gesteld. GroenLinks heeft 3,7% van de schriftelijke vragen gesteld. Leefbaar heeft dus 40,3 3,7 = 36,6 procent meer schriftelijke vragen gesteld. De verhouding tussen het aantal gestelde vragen van Leefbaar en dat van GroenLinks is 40,3 : 3,7 = 10,892, wat neerkomt op 1089,2% meer vragen. Dat lijkt heel gek, een percentage van meer dan 100%, maar wanneer je kijkt naar de betekenis, zou dit betekenen dat zij meer dan 10 keer zoveel vragen hebben gesteld ( = 1000), en dat klopt. b Dit is duidelijk een lijngrafiek. Uit de grafiek blijkt dat de inleg van na een jaar waard is. De rente over een jaar is dus 6%. Omdat je rente-op-rente krijgt, is het totaalbedrag na 10 jaar dus ,06 10 = ,77. c Dit is een voorbeeld van een staafdiagram. In tegenstelling tot een histogram heeft een staafdiagram geen continue waarden op de horizontale as. De maanden van het jaar zijn niet continu, maar cyclisch: na december beginnen we weer aan het begin. Het verschil tussen de minimum- en maximumtemperatuur is in maart, juli en augustus even groot en daarmee groter dan in de andere maanden. Hier kun je achter komen door het verschil te meten en/of te berekenen. d Grafiek 1 (figuur 5.29) Het percentage gestelde kamervragen is een voorbeeld van discrete data. Het ligt namelijk aan het aantal gestelde vragen wat het percentage per partij is. Bovendien kun je geen halve vragen stellen. Je hebt er één gesteld of geen of een veelvoud van één. Grafiek 2 (figuur 5.30) De rente van een bepaalde inleg is een voorbeeld van continue data. Per dag en zelfs per uur, per minuut of per deel van een seconde stijgt de waarde van je inleg. Elke waarde (tot zeer veel cijfers achter de komma) wordt aangenomen gedurende de stijging. 2 van 8

3 Grafiek 3 (figuur 5.31) De minimum- en maximumtemperatuur in Lo Closo bevat een voorbeeld van discrete data. Zoals al eerder aangegeven zijn hier door de loop der jaren alle maanden bij elkaar genomen. Er zijn dus klassen gemaakt in de grafiek, waardoor de waarden discreet zijn geworden. e Grafiek 1 (figuur 5.29) Modus: alle waarden komen maar één keer voor, er is dus geen modus. Mediaan: als je de percentages van klein naar groot rangschikt, zie je dat de middelste waarde 6,5% is. Gemiddelde: alle partijen samen vormen natuurlijk 100% van de schriftelijke gestelde vragen. Wanneer je alle percentages optelt, merk je dat er hier en daar naar beneden is afgerond (de som van de percentages is 99,9). Maar met zekerheid is te stellen dat alle schriftelijk gestelde vragen van een van de partijen kwamen, dus we kunnen uitgaan van 100%. 100 : 12 (aantal partijen) 8,3%. Gemiddeld stelde een partij dus 8,3% van de vragen. Grafiek 2 (figuur 5.30) Omdat de precieze gegevens uit deze grafiek moeilijk af te leiden zijn, is niet alles exact uit te rekenen. Modus: alle waarden komen maar één keer voor, er is dus geen modus Uitgaande van de waarden die gemakkelijk af te lezen zijn ( , ), is de mediaan eigenlijk nog niet te bepalen. Er zijn namelijk nog heel veel waarden die erna vallen. Een beetje op het blote oog zou je zeggen dat ongeveer ( ) de middelste waarde moet zijn. De middelste waarde kan echter ook berekend worden door te berekenen wat de inleg is na 2,5 jaar (dat is halverwege de 5 jaar). Dit bereken je als volgt: ,062,5 = ,70. Als je een gemiddelde berekent van het geld in de loop van 5 jaar, dan zou je kunnen rekenen met ,56 : 5, maar dan verspreid je dus ook de inleg over de jaren heen. Eerlijker is het dus om alleen te rekenen met de toename. De gemiddelde toename na 5 jaar ligt op 6764,512 euro (= ,56 : 5). Grafiek 3 (figuur 5.31) Modus: de waarden 7 graden, 9 graden en 12 graden komen allemaal tweemaal voor. Mediaan: voor de maximumtemperatuur zijn de middelste twee metingen (in temperatuur) 19 en 17 graden. De mediaan is dus 18 graden. Voor de minimumtemperatuur zijn de middelste twee metingen (in waarde) 8 en 12 graden. De mediaan van de minimumtemperaturen in Lo Closo is dus 10 graden. Gemiddelde: De gemiddelde maximumtemperatuur is ongeveer 19 graden. De gemiddelde minimumtemperatuur is ongeveer 5 graden. De gemiddelde totaaltemperatuur (maar die is gebaseerd op 12 maxima en 12 minima, dus erg onbetrouwbaar) is dan ongeveer 12 graden. f Grafiek 3 is normaal verdeeld. Waarschijnlijk is deze grafiek ook ontstaan na heel veel jaren meten, alle extreme jaren zijn hierdoor uitgemiddeld. 3 van 8

4 Discreet en continu 4 a Het is handig om eerst een tabel te maken, alvorens de grafiek te tekenen. Wanneer je je aan de formule houdt, zou je op de volgende tabel uit kunnen komen, met de volgende grafiek. Aantal leerlingen Aantal bussen Aantal bussen Aantal leerlingen b In bovenstaande grafiek is gedaan alsof de data continu zijn. Er is een lineaire grafiek met een hellingsgetal van 27 getekend. Het aantal leerlingen is echter altijd een heel getal en het aantal bussen ook. We moeten dus een andere grafiek tekenen. Je maakt klassen van het aantal bussen, en dan krijg je de volgende tabel (let op: dit is geen verhoudingstabel; zie paragraaf 2.2.2) en grafiek. Dit is een voorbeeld van een histogram. Aantal leerlingen Aantal bussen Aantal bussen Aantal leerlingen 4 van 8

5 5 a Totaalprijs ijs = n 1,75 b Eerst maken we een tabel (deze mag wel een verhoudingstabel genoemd worden), om er vervolgens een tabel bij te tekenen: n = aantal leerlingen Totaalprijs 0 1,75 17, Het aantal leerlingen betreft discrete data: je kunt namelijk geen halve leerlingen hebben. (Er wordt in dit geval dus enkel gewerkt met gehele getallen.) De totaalprijs betreft continue data, de waarde van de totaalprijs zou tot op de miljoenste cent nauwkeurig kunnen worden bepaald. Het is dus niet mogelijk een lijngrafiek te tekenen van deze situatie. Wel is het mogelijk een histogram te tekenen, waarbij dan de continue data op de x-as staan, zoals hieronder. Aantal leerlingen , , , , ,5 175 Totaalprijs in euro s 6 a aantal pakjes cake = n : 8 Aantal leerlingen (n) Aantal pakjes cakes van 8

6 b Aantal pakjes cake Aantal leerlingen c Deze grafiek is discreet: zowel op de x-as als op de y-as wordt alleen gewerkt met hele getallen. Een half pakje cake is niet mogelijk, evenmin als een half aantal leerlingen. Deze grafiek is dus een staafdiagram en de tabel is in dit geval geen verhoudingstabel Repertoire Diagrammen Modus: 15 Mediaan: 20,5 Gemiddelde: Een histogram met klassen van 10 breed. Dat is gelijk aan de steel van het steelbladdiagram. 6 van 8

7 Cito en PPON 9 a In het eerste percentiel vallen de opgaven 1 t/m 6. Opgave 7 wordt niet door iedereen goed beheerst. De top van de balk geeft immers 80% beheersing aan. b In het tweede percentiel vallen de opgaven 7 t/m 14. c Dit betekent dat deze opgaven door 50% van de leerlingen goed wordt beheerst. Sterker nog: de opgaven 1 t/m 6 worden zelfs door de 25% zwakste leerlingen goed beheerst. d De opgaven 17, 18 en 19 zijn matig gemaakt door mediaan-leerlingen (leerlingen die scoren, rond de mediaan). e Dat betekent dat deze opgaven dus erg gemiddelde opgaven zijn. De opgaven laten precies zien of een leerling onder het gemiddelde of boven het gemiddelde presteert. f De kwartielafstand loopt van een vaardigheidsscore van ongeveer 220 tot 280. g Dat betekent dat de meeste leerlingen met een vaardigheidsscore tussen de 220 en 280 opgaven soortgelijk aan opgaven 7 t/m 26 goed beheersen. 10 a Na 10 maanden kan eigenlijk iedereen dat. 99% van de baby s kan het al in de negende maand. b Voor de zevende maand kan 1% al alleen staan. Daarentegen kan geen enkel kind voor de zevende maand al alleen lopen. c Dit kun je het snelste zien aan de breedte van de balken (inclusief de rode lijnen). Je ziet dan dat staan zonder hulp het van de andere vaardigheden wint. Kennelijk is dit een vaardigheid die veel vraagt van kinderen en waarin ze veel van elkaar verschillen qua beheersing. 11 Het is nodig om alle gemiddelden te berekenen. Dat komt neer op de volgende data: Jaartal Aantal bezoekers 1000 Gem. (over 10 jaar) ( = 311) ( = 363) (42,5 + 53,5 + 55,3 + 64, ,2 + 51, ,25 = 557,55) (66,3 + 64,2 + 63, , , ,5 90 = 611,875) gemiddelde van deze 10 jaar is nog niet te berekenen Kennisbasis 12 a (gebaseerd op paragrafen en 2.2.1) 13 Deze grafiek werkt als volgt: Alle leerlingen lopen naar school. Dat is kennelijk afgebeeld bij 6hm, want de leerling die het verst van school woont, woont 6 hm van school. 7 van 8

8 Leerling I loopt 4hm afstand naar school (van 2hm afstand tot 6hm afstand) en doet hier 10 minuten over. Leerling II loopt 5hm afstand en doet hierover 5,5 minuten (daarna zie je dat hij geen afstand meer aflegt en dus al op school is aangekomen). Leerling III loopt 2hm afstand en doet hierover 6 minuten. Leerling IV loopt 6hm afstand en doet hierover 10 minuten. Via een verhoudingstabel en via het gelijk maken van of de afstanden of de minuten, kun je snel vinden dat leerling III het langzaamste gelopen heeft. Het antwoord is dus c (gebaseerd op paragrafen en 2.2.1). 14 Alex heeft minder vaak gewonnen vergeleken met Chris (minder punten in meer wedstrijden). Verder valt op, wanneer je kijkt naar het aantal punten, over alle spelers, dat iemand 3 punten krijgt wanneer hij of zij wint (Dorine wint 2 keer = 6 punten) en 1 punt krijgt voor gelijkspel (Bea wint 2 keer en speelt 1 keer gelijk = 7 punten en Elin wint 1 keer en speelt 2 keer gelijk = 5 punten). Voor verliezende partijen worden kennelijk geen punten in mindering gebracht. Aangezien Alex 11 punten heeft, moet hij wel ook een keer gelijk hebben gespeeld en kan hij niet vaker dan 4 keer hebben gewonnen (dan zou hij 12 punten hebben). Na enig proberen blijken er twee oplossingen: 3 gewonnen 2 gelijk 3 verloren 2 gewonnen 5 gelijk 1 verloren We moeten dus nog verder kijken naar de punten voor en tegen. Binnen het gelijkspel en de verloren wedstrijden heeft Alex kennelijk 19 punten tegen gehaald. Dit kun je zien doordat Chris nooit heeft verloren en toch 14 tegen punten heeft. Iedereen lijkt te winnen met 4 tot 9 punten voor, daaruit kun je opmaken dat Alex waarschijnlijk 3 wedstrijden heeft gewonnen, waardoor hij 19 punten bij elkaar heeft gekregen. (gebaseerd op paragrafen en 2.2.1) 15 d (gebaseerd op paragraaf 5.2.1) 16 a (gebaseerd op paragrafenn 5.2.2, en 2.2.2) 17 a b (gebaseerd op paragrafen en 3.2.2) b In een steelbladdiagram. (gebaseerd op paragraaf 5.3.2) 18 d (gebaseerd op paragrafen 5.2.1, en 3.2.2) 19 b (gebaseerd op paragrafen en 1.2.5) 8 van 8

Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 2

Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 2 Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 2 2.4.1 Basis Verhoudingen 1 13 cm : 390 km, dat is 13 cm : 390.000 m. Dat komt overeen met 13 cm : 39.000.000 cm en dat is te vereenvoudigen tot 1 : 3.000.000. 2 De schaal

Nadere informatie

3 Meten. Rekenen en wiskunde uitgelegd Kennisbasis voor leerkrachten basisonderwijs. Uitwerkingen van de opgaven bij de basisvaardigheden

3 Meten. Rekenen en wiskunde uitgelegd Kennisbasis voor leerkrachten basisonderwijs. Uitwerkingen van de opgaven bij de basisvaardigheden Rekenen en wiskunde uitgelegd Kennisbasis voor leerkrachten basisonderwijs Uitwerkingen van de opgaven bij de basisvaardigheden 3 Meten Peter Ale Martine van Schaik u i t g e v e r ij c o u t i n h o c

Nadere informatie

STATISTIEK. Een korte samenvatting over: Termen Tabellen Diagrammen

STATISTIEK. Een korte samenvatting over: Termen Tabellen Diagrammen STATISTIEK Een korte samenvatting over: Termen Tabellen Diagrammen Modus De waarneming die het meeste voorkomt. voorbeeld 1: De waarnemingen zijn 2, 3, 4, 5, 5, 5, 6, 6, 7 en 8. De waarneming 5 komt het

Nadere informatie

Opgaven binnen het domein VERBANDEN - UITWERKINGEN Kennisbasistoets Rekenen-wiskunde Workshop 1

Opgaven binnen het domein VERBANDEN - UITWERKINGEN Kennisbasistoets Rekenen-wiskunde Workshop 1 Opgaven binnen het domein VERBANDEN - UITWERKINGEN Kennisbasistoets Rekenen-wiskunde Workshop 1 Opgave 1: Hoe heet dit type grafiek? Wat staat er op de x-as en wat op de y-as? Lijngrafiek. Tijdstippen

Nadere informatie

4.1 Cijfermateriaal. In dit getal komen zes nullen voor. Om deze reden geldt: 1.000.000 = 10 6

4.1 Cijfermateriaal. In dit getal komen zes nullen voor. Om deze reden geldt: 1.000.000 = 10 6 Voorbeeld 1: 1 miljoen = 1.000.000 4.1 Cijfermateriaal In dit getal komen zes nullen voor. Om deze reden geldt: 1.000.000 = 10 6 Voorbeeld 2: 1 miljard = 1.000.000.000 In dit getal komen negen nullen voor.

Nadere informatie

Opgaven binnen het domein VERBANDEN Kennisbasistoets Rekenen-wiskunde Workshop 1

Opgaven binnen het domein VERBANDEN Kennisbasistoets Rekenen-wiskunde Workshop 1 1 Opgaven binnen het domein VERBANDEN Kennisbasistoets Rekenen-wiskunde Workshop 1 Opgave 1: Hoe heet dit type grafiek? Wat staat er op de x-as en wat op de y-as? Welke lening was wanneer het duurst? Hoe

Nadere informatie

Hoofdstuk 5: TABELLEN

Hoofdstuk 5: TABELLEN Hoofdstuk 5: TABELLEN 1. Wat moet ik leren? (handboek p. 172-201 5.1 Tabellen en staafdiagrammen 1 / 6 H4 Tabellen, staafdiagrammen en grafieken 5.2 Grafieken lezen Een grafiek en een staafdiagram herkennen.

Nadere informatie

Gemiddelde: Het gemiddelde van een rij getallen is de som van al die getallen gedeeld door het aantal getallen.

Gemiddelde: Het gemiddelde van een rij getallen is de som van al die getallen gedeeld door het aantal getallen. Statistiek Modus De waarneming die het meeste voorkomt. voorbeeld 1: De waarnemingen zijn 2, 3, 4, 5, 5, 5, 6, 6, 7 en 8. De waarneming 5 komt het meeste (driemaal) voor, dus de modus is 5. (Kijk maar:

Nadere informatie

HAVO 4 wiskunde A. Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet kennen en kunnen....

HAVO 4 wiskunde A. Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet kennen en kunnen.... HAVO 4 wiskunde A Een checklist is een opsomming van de dingen die je moet kennen en kunnen.... 1. rekenregels en verhoudingen Ik kan breuken vermenigvuldigen en delen. Ik ken de rekenregel breuk Ik kan

Nadere informatie

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2004

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2004 Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2004 tijdvak 2 WISKUNDE CSE GL EN TL WISKUNDE VBO-MAVO-D 4 BEOORDELINGSMODEL Vraag Antwoord Scores EURO maximumscore 3 per land ( ) 3,88 2 3,88 het antwoord is ( ) 46,56

Nadere informatie

Rekenen, wiskunde en ICT

Rekenen, wiskunde en ICT Rekenen, wiskunde en ICT Verbanden OTR2-REKI1-15 Marjolein Kool Konstant Ciach Karel Boonstra Bijeenkomsten rekenen & wiskunde Bijeenkomst 1: problem solving/non-routine rekenopgaven, introductie reken-tekenplan

Nadere informatie

Toets om inhoudsopgave (bladwijzers) wel/niet te tonen

Toets <F5> om inhoudsopgave (bladwijzers) wel/niet te tonen Toets om inhoudsopgave (bladwijzers) wel/niet te tonen Uitwerkingen bij 0_1 Breuken en decimale getallen!"#"$% &'!"(%() $*"&'&'' "* +)) $""* ) %*,&*,& ",&!#" *-!*" ",& +*-!*" "*" *!!#*$) " "+)$!%

Nadere informatie

Overzicht statistiek 5N4p

Overzicht statistiek 5N4p Overzicht statistiek 5N4p EEB2 GGHM2012 Inhoud 1 Frequenties, absoluut en relatief... 3 1.1 Frequentietabel... 3 1.2 Absolute en relatieve frequentie... 3 1.3 Cumulatieve frequentie... 4 2 Centrum en spreiding...

Nadere informatie

Aantal fietsen 10 20 30 40 50 60 70 80 Kosten ( ) 2500 4500 6000 7000 7500 8700 10500 12800 Verandering kosten ( ) 2000 1500 1000 500 1200 1800 2300

Aantal fietsen 10 20 30 40 50 60 70 80 Kosten ( ) 2500 4500 6000 7000 7500 8700 10500 12800 Verandering kosten ( ) 2000 1500 1000 500 1200 1800 2300 Hoofdstuk 3, Veranderingen 1 Hoofdstuk 3 Veranderingen Kern 1 Stijgen en dalen 1 a In 2000. Begin 1993 was de stand 130, de top is 700. In totaal is er dus een toename van 570 punten. Die toename vond

Nadere informatie

Grafieken, functies en verzamelingen. Eerst enkele begrippen. Grafiek. Assenstelsel. Oorsprong. Coördinaten. Stapgrootte.

Grafieken, functies en verzamelingen. Eerst enkele begrippen. Grafiek. Assenstelsel. Oorsprong. Coördinaten. Stapgrootte. Grafieken, functies en verzamelingen Eerst enkele begrippen Grafiek In een assenstelsel teken je een grafiek. Assenstelsel Een assenstelsel bestaat uit twee assen die elkaar snijden: een horizontale en

Nadere informatie

S1 STATISTIEK. Tabellen & diagrammen Centrummaten & Spreiding

S1 STATISTIEK. Tabellen & diagrammen Centrummaten & Spreiding S1 STATISTIEK Tabellen & diagrammen Centrummaten & Spreiding TABELLEN & DIAGRAMMEN WELKE AUTO VIND JIJ HET MOOISTE? Kies 1,2,3,4 of 5 NUMMER 1 NUMMER 2 NUMMER 3 NUMMER 4 NUMMER 5 VERWERKING Tabel Cirkeldiagram

Nadere informatie

waarde 0,01 0,02 0,05 0,10 0,20 0,50 1,00 2,00

waarde 0,01 0,02 0,05 0,10 0,20 0,50 1,00 2,00 EURO Vanaf 1 januari 2002 werden de munten en bankbiljetten van twaalf Europese landen vervangen door munten en bankbiljetten in euro. In de tabel hieronder staan de waarden van de euromunten aangegeven.

Nadere informatie

Checklist Wiskunde A HAVO 4 2014-2015 HML

Checklist Wiskunde A HAVO 4 2014-2015 HML Checklist Wiskunde A HAVO 4 2014-2015 HML 1 Hoofdstuk 1 Ik weet hoe je met procenten moet rekenen: procenten en breuken, percentage berekenen, toename en afname in procenten, rekenen met groeifactoren.

Nadere informatie

Statistiek met Excel. Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten. Dit materiaal is gemaakt binnen de Leergang Wiskunde schooljaar 2013/14

Statistiek met Excel. Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten. Dit materiaal is gemaakt binnen de Leergang Wiskunde schooljaar 2013/14 Statistiek met Excel Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten 2 Inhoudsopgave Achtergrondinformatie... 4 Schoolexamen Wiskunde VWO: Statistiek met grote datasets... 5 Uibreidingsopdrachten vwo 5... 6 Schoolexamen

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-KB 2004

Examenopgaven VMBO-KB 2004 Examenopgaven VMBO-KB 2004 2 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30 15.30 uur WISKUNDE CSE KB WISKUNDE VBO-MAVO-C Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Wiskunde A

Examen HAVO en VHBO. Wiskunde A Wiskunde A Examen AVO en VBO oger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding oger Beroeps Onderwijs AVO Tijdvak VBO Tijdvak Woensdag 1 juni 1.0 16.0 uur 0 00 Dit examen bestaat uit 0 vragen. Voor elk

Nadere informatie

mei 16 19:37 Iedere keer is de groeifactor gelijk. (een factor is een getal in een vermenigvuldiging)

mei 16 19:37 Iedere keer is de groeifactor gelijk. (een factor is een getal in een vermenigvuldiging) Wiskunde 3VWO Hoofdstuk 8 par 8.1 par 8.2 Procenten en groeifactoren Niet par 8.3 Periodieke verbanden par 8.4 Machtsfuncties par 8.5 Grafieken veranderen par 8.6 Extreme waarden mei 16 19:37 Maandag zitten

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B1,2. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 008 tijdvak woensdag 18 juni 13.30-16.30 wiskunde B1, Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. it examen bestaat uit 18 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 81 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A 1-2 havo 2005-I

Eindexamen wiskunde A 1-2 havo 2005-I Er zijn nog drie wachtenden voor u Een callcenter verleent telefonische diensten voor bedrijven, zoals het opnemen van bestellingen of het afhandelen van vragen. Het telefoontjes en de gespreksduur per

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2008-II

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2008-II Koffiekan Bij het zetten van koffie wordt soms een koffiezetapparaat gebruikt. eze opgave gaat over een koffiezetapparaat waarbij de koffiekan, zonder het handvat en de bovenrand, de vorm heeft van een

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde A1,2

Examen HAVO. Wiskunde A1,2 Wiskunde A1,2 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 25 mei 13.30 16.30 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 19 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een

Nadere informatie

Maarten wil voor Vanessa een schakelarmbandje kopen. Hij ziet de onderstaande aanbieding van juwelier Parel.

Maarten wil voor Vanessa een schakelarmbandje kopen. Hij ziet de onderstaande aanbieding van juwelier Parel. ARMBANDJES Maarten wil voor Vanessa een schakelarmbandje kopen. Hij ziet de onderstaande aanbieding van juwelier Parel. SIERAAD VAN DE MAAND armbandjes op maat: schakels: 0,70 per centimeter sluiting:

Nadere informatie

Examen VWO. wiskunde C (pilot) tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde C (pilot) tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2015 tijdvak 2 woensdag 17 juni 13.30-16.30 uur wiskunde C (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 21 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen.

Nadere informatie

STATISTIEK OEFENOPGAVEN

STATISTIEK OEFENOPGAVEN STATISTIEK OEFENOPGAVEN 1. Bereken van elke serie getallen steeds de modus, het gemiddelde, de mediaan en de spreidingsbreedte. A. 3, 3, 4, 4, 4, 5, 5, 7, 8, 10. B. 2, 3, 3, 4, 4, 5, 8, 9, 11. C. 9, 3,

Nadere informatie

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn. 2. Verbanden Verbanden Als er tussen twee variabelen x en y een verband bestaat kunnen we dat op meerdere manieren vastleggen: door een vergelijking, door een grafiek of door een tabel. Stel dat het verband

Nadere informatie

Diagrammen vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Diagrammen vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 12 April 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/74218 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

RekenWijzer, oefenopdrachten hoofdstuk 5 Verbanden

RekenWijzer, oefenopdrachten hoofdstuk 5 Verbanden Oefenopdrachten hoofdstuk 5 Verbanden 5.1 Tabellen en grafieken 5.1.1 Interpreteren van diagrammen en grafieken Opdracht 1 Bekijk de grafiek. Welke uitspraken zijn waar? A In 2010 zijn meer meisjes geboren

Nadere informatie

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn. Verbanden Als er tussen twee variabelen x en y een verband bestaat kunnen we dat op meerdere manieren vastleggen: door een vergelijking, door een grafiek of door een tabel. Stel dat het verband tussen

Nadere informatie

Opdracht 2.1 a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde grootte te krijgen.

Opdracht 2.1 a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde grootte te krijgen. Uitwerkingen hoofdstuk Gebroken getallen. Kennismaken met breuken.. Deel van geheel Opdracht. a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde

Nadere informatie

EURO. waarde dikte in mm 0,01 1,67 0,02 1,67 0,05 1,67 0,10 1,93 0,20 2,14 0,50 2,36 1,00 2,33 2,00 2,10

EURO. waarde dikte in mm 0,01 1,67 0,02 1,67 0,05 1,67 0,10 1,93 0,20 2,14 0,50 2,36 1,00 2,33 2,00 2,10 EURO Vanaf 1 januari 2002 werden de munten en bankbiljetten van twaalf Europese landen vervangen door munten en bankbiljetten in euro. In de tabel hieronder staan muntstukken met de bijbehorende diktes

Nadere informatie

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...

Nadere informatie

Meten is weten, dat geldt ook voor het vakgebied natuurkunde. Om te meten gebruik je hulpmiddelen, zoals timers, thermometers, linialen en sensoren.

Meten is weten, dat geldt ook voor het vakgebied natuurkunde. Om te meten gebruik je hulpmiddelen, zoals timers, thermometers, linialen en sensoren. 1 Meten en verwerken 1.1 Meten Meten is weten, dat geldt ook voor het vakgebied natuurkunde. Om te meten gebruik je hulpmiddelen, zoals timers, thermometers, linialen en sensoren. Grootheden/eenheden Een

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde b 1-2 havo 2002 - II

Eindexamen wiskunde b 1-2 havo 2002 - II Pompen of... Een cilindervormig vat met een hoogte van 32 dm heeft een inhoud van 8000 liter (1 liter = 1 dm 3 ). figuur 1 4p 1 Bereken de diameter van het vat. Geef je antwoord in gehele centimeters nauwkeurig.

Nadere informatie

Het opstellen van een lineaire formule.

Het opstellen van een lineaire formule. Het opstellen van een lineaire formule. Gegeven is onderstaande lineaire grafiek (lijn b). Van deze grafiek willen wij de lineaire formule weten. Met deze formule kunnen we gaan rekenen. Je kan geen lineaire

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004 Examenopgaven VMBO-GL en TL 2004 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30 15.30 uur WISKUNDE CSE GL EN TL WISKUNDE VBO-MAVO-D Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit

Nadere informatie

Boek: A deel 1; A deel2; A deel 3 Hoofdstukken: 3, 5, 10

Boek: A deel 1; A deel2; A deel 3 Hoofdstukken: 3, 5, 10 5 havo Wiskunde A 11 januari 2010 PTA 2 Boek: A deel 1; A deel2; A deel 3 Hoofdstukken: 3, 5, 10 Houd er rekening mee, dat aan een antwoord alleen in het algemeen geen punten worden toegekend wanneer een

Nadere informatie

Toelatingsexamen. Vakcode: Wiskunde basis onderbouw. Tijdsduur: 2 uur en 30 minuten

Toelatingsexamen. Vakcode: Wiskunde basis onderbouw. Tijdsduur: 2 uur en 30 minuten Toelatingsexamen VOORBLAD VOORBEELDEXAMEN Vakcode: Wiskunde basis onderbouw Tijdsduur: 2 uur en 30 minuten De volgende hulpmiddelen zijn toegestaan bij het examen: rekenmachine (maar geen grafische) kladpapier

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde A1,2

Examen HAVO. Wiskunde A1,2 Wiskunde A1,2 Examen AVO oger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 1.0 16.0 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 21 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Wiskunde D Online uitwerking 4 VWO blok 6 les 2

Wiskunde D Online uitwerking 4 VWO blok 6 les 2 Paragraaf 8 De klokvorm Opgave 1 a De top van de grafiek van de PvdA ligt bij 30 %. Dus voor de PvdA wordt 30% voorspeld. b De grafiek loopt van ongeveer 27 tot 33, dus het percentage ligt met grote waarschijnlijkheid

Nadere informatie

Aardappelomzet in milj kg.

Aardappelomzet in milj kg. PERIODE STATISTIEK, COMBINATORIEK, Lineaire en Exponentiele functies. Voor al deze opdrachten geldt dat het werken met EXCEL van harte wordt aanbevolen. OPDRACHT 1 Aardappelen Uit onderzoek van de LandbouwUniversiteit

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde B1 havo 2008-II

Eindexamen wiskunde B1 havo 2008-II Golfhoogte Bij de beoordeling van de veiligheid van de figuur 1 Nederlandse kust wordt onder andere de golfhoogte onderzocht. De golfhoogte is het hoogteverschil tussen een golftop en het daarop volgende

Nadere informatie

META-kaart domein - Exponentieel verband havo4 wiskunde A H=bxg^t

META-kaart domein - Exponentieel verband havo4 wiskunde A H=bxg^t META-kaart domein - Exponentieel verband havo4 wiskunde A H=bxg^t Welk verband zie ik tussen de gegeven informatie en wat er gevraagd wordt? Wat heb ik nodig? Heb ik de gegevens uit de tekst gehaald? Welke

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde A. tijdvak 2 woensdag 22 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde A. tijdvak 2 woensdag 22 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2011 tijdvak 2 woensdag 22 juni 13.30-16.30 uur wiskunde A Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

2. In de klassen 2A en 2B is een proefwerk gemaakt. Je ziet de resultaten in de frequentietabel. 2A 2B

2. In de klassen 2A en 2B is een proefwerk gemaakt. Je ziet de resultaten in de frequentietabel. 2A 2B 1. (a) Bereken het gemiddelde salaris van de werknemers in de tabel hiernaast. (b) Bereken ook het mediale salaris. (c) Hoe groot is het modale salaris hier? salaris in euro s aantal werknemers 15000 1

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 donderdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 donderdag 18 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 05 tijdvak donderdag 8 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 0 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde A1,2. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde A1,2. tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 2007 tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur wiskunde A1,2 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 22 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten te behalen.

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde B1 havo 2007-II

Eindexamen wiskunde B1 havo 2007-II Broze botten Oudere mensen kunnen last krijgen van allerlei ouderdomskwalen, onder andere van broze botten. Mensen met broze botten hebben een grotere kans dat ze een bot breken. In figuur 1 is een staafdiagram

Nadere informatie

Samenvattingen 5HAVO Wiskunde A.

Samenvattingen 5HAVO Wiskunde A. Samenvattingen 5HAVO Wiskunde A. Boek 1 H7, Boek 2 H7&8 Martin@CH.TUdelft.NL Boek 2: H7. Verbanden (Recht) Evenredig Verband ( 1) Omgekeerd Evenredig Verband ( 1) Hyperbolisch Verband ( 2) Machtsverband

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde A1,2

Examen HAVO. wiskunde A1,2 wiskunde A1,2 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 2 juni 13.30 16.30 uur 20 05 Voor dit examen zijn maximaal 83 punten te behalen; het examen bestaat uit 21 vragen. Voor

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores. Het antwoord: (of 0,1 miljoen) (luciferdoosjes) 1. 11,7 miljoen : Het antwoord: 117 (populieren) 1

Vraag Antwoord Scores. Het antwoord: (of 0,1 miljoen) (luciferdoosjes) 1. 11,7 miljoen : Het antwoord: 117 (populieren) 1 Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Lucifers maximumscore Het aantal doosjes is 6000000 60 Het antwoord: 00 000 ( 0, miljoen) (luciferdoosjes) maximumscore 3,7 miljoen 60 = 70 miljoen lucifers 70 miljoen

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A 1-2 havo 2000 - II

Eindexamen wiskunde A 1-2 havo 2000 - II Opgave 1 ypotheken Als je een huis koopt, moet je meer betalen dan alleen de koopsom. Je moet bijvoorbeeld belasting betalen en de kosten van de notaris. Deze bijkomende kosten zijn voor een nieuwbouwhuis

Nadere informatie

Uw kind duidelijk in beeld

Uw kind duidelijk in beeld Primair en speciaal onderwijs Cito Volgsysteem Uw kind duidelijk in beeld Informatiefolder voor ouders Uw kind duidelijk in beeld Informatiefolder voor ouders Om de ontwikkeling van uw zoon of dochter

Nadere informatie

Examen VMBO-KB 2006 WISKUNDE CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 20 juni 13.30 15.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-KB 2006 WISKUNDE CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 20 juni 13.30 15.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VMBO-KB 2006 tijdvak 2 dinsdag 20 juni 13.30 15.30 uur WISKUNDE CSE KB Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 26 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 82 punten te behalen.

Nadere informatie

5 10 20 50 100 200 500 Nederland 1% 1% 20% 62% 11% 2% 3% Europa 1% 4% 44% 36% 12% 2% 1%

5 10 20 50 100 200 500 Nederland 1% 1% 20% 62% 11% 2% 3% Europa 1% 4% 44% 36% 12% 2% 1% Valse euro s In de tabel hieronder kun je aflezen hoe de aantallen in beslag genomen vervalsingen in het jaar 2006 zijn verdeeld over de verschillende biljetten in Nederland en Europa. 5 10 20 50 100 200

Nadere informatie

Inleiding tot de natuurkunde

Inleiding tot de natuurkunde OBC Inleiding tot de Natuurkunde 01-08-2010 W.Tomassen Pagina 1 Hoofdstuk 1 : Hoe haal ik hoge cijfers. 1. Maak van elke paragraaf een samenvatting. (Titels, vet/schuin gedrukte tekst, opsommingen en plaatsjes.)

Nadere informatie

2.2 Verbanden tussen datarepresentaties

2.2 Verbanden tussen datarepresentaties 2.2 Verbanden tussen datarepresentaties 2.2.1 Introductie In paragraaf 1 heb je een hele reeks aan datarepresentaties leren kennen. In deze paragraaf leer je welke verbanden er tussen deze representaties

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules Hoofdstuk 2: Grafieken en formules Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 2: Grafieken en formules Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde

Nadere informatie

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2004

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2004 Correctievoorschrift VMBO-GL en TL 2004 tijdvak 2 WISKUNDE CSE GL EN TL WISKUNDE VBO-MAVO-D inzenden scores Verwerk de scores van de alfabetisch eerste vijf kandidaten per school in het programma Wolf

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B1. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B1. tijdvak 2 woensdag 18 juni 13.30-16.30. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 008 tijdvak woensdag 18 juni 13.30-16.30 wiskunde B1 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 19 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 8 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

worden per stap telkens met 10 vermenigvuldigd. Die as is zo gekozen omdat de getallen erg sterk stijgen en anders wordt de grafiek te hoog.

worden per stap telkens met 10 vermenigvuldigd. Die as is zo gekozen omdat de getallen erg sterk stijgen en anders wordt de grafiek te hoog. 1a b c Verdieping - Verdubbelingstijd De getallen zijn geschreven met komma s zoals dat in Engelse boeken gebeurt. In Nederlandse boeken schijf je bijvoorbeeld 1 miljoen als 1.000.000, maar in Engelse

Nadere informatie

Compex wiskunde A1-2 vwo 2004-I

Compex wiskunde A1-2 vwo 2004-I KoersSprint In deze opgave gebruiken we enkele Excelbestanden. Het kan zijn dat de uitkomsten van de berekeningen in de bestanden iets verschillen van de exacte waarden door afrondingen. Verder kunnen

Nadere informatie

wiskunde C pilot vwo 2017-I

wiskunde C pilot vwo 2017-I De formule van Riegel en kilometertijden De marathonloper Pete Riegel ontwikkelde een eenvoudige formule om te voorspellen welke tijd een hardloper nodig zou hebben om een bepaalde afstand af te leggen,

Nadere informatie

Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE

Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE Verkorte versie van de SYLLABUS REKENEN 2F EN 3F (VO en MBO, versie mei 2015) Aanpassing van product van CvTE 1. Inleiding Vanaf 1 oktober 2015 gelden nieuwe afspraken omtrent het rekenexamen 3F. De exameneisen

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A vwo 2002-II (oude stijl)

Eindexamen wiskunde A vwo 2002-II (oude stijl) Speelgoedfabriek Een speelgoedfabrikant maakt houten poppenhuizen en houten treinen. Voor het vervaardigen van het speelgoed onderscheiden we drie soorten arbeid: zagen, timmeren en verven. Het aantal

Nadere informatie

Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv Etra oefening - Basis B-a 0 y 9 8 8 9 b y y = + 8 0 6 8 0 6 O 8 c Zie de tekening hierboven. De symmetrieas is de y-as. d De coördinaten van de top zijn (0, ). B-a g = 7 ( a+ ) a + 7 g = 7 a+ 0 b w= 9n(

Nadere informatie

klas 3 havo Checklist HAVO klas 3.pdf

klas 3 havo Checklist HAVO klas 3.pdf Checklist 3 HAVO wiskunde klas 3 havo Checklist HAVO klas 3.pdf 1. Hoofdstuk 1 - lineaire problemen Ik weet dat de formule y = a x + b hoort bij de grafiek hiernaast. Ik kan bij een lineaire formule de

Nadere informatie

Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen 1 2 3 4 REKENEN Boek 8a: Blok 1 - week 1 Oriëntatie - uitspreken en schrijven van getallen rond 1 miljoen - introductie miljard - helen uit een breuk halen 5/4 = -

Nadere informatie

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 85 punten te behalen; het examen bestaat uit

Nadere informatie

3.1 Procenten [1] In 1994 zijn er 3070 groentewinkels in Nederland. In 2004 zijn dit er nog 1625.

3.1 Procenten [1] In 1994 zijn er 3070 groentewinkels in Nederland. In 2004 zijn dit er nog 1625. 3.1 Procenten [1] In 1994 zijn er 3070 groentewinkels in Nederland. In 2004 zijn dit er nog 1625. Absolute verandering = Aantal 2004 Aantal 1994 = 1625 3070 = -1445 Relatieve verandering = Nieuw Oud Aantal

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Eamen HAV 0 tijdvak woensdag 0 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B (pilot) Bij dit eamen hoort een uitwerkbijlage.. Dit eamen bestaat uit 0 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 8 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Beoordelingsmodel wiskunde A VWO 2014-I

Beoordelingsmodel wiskunde A VWO 2014-I Beoordelingsmodel wiskunde A VWO 04-I Vraag Antwoord Scores Chips maximumscore 3 Opgelost moet worden: P( X

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2002-II

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo 2002-II Speelgoedfabriek Een speelgoedfabrikant maakt houten poppenhuizen en houten treinen. Voor het vervaardigen van het speelgoed onderscheiden we drie soorten arbeid: zagen, timmeren en verven. Het aantal

Nadere informatie

2 Data en datasets verwerken

2 Data en datasets verwerken Domein Statistiek en kansrekening havo A 2 Data en datasets verwerken 1 Data presenteren 1.4 Oefenen In opdracht van: Commissie Toekomst Wiskunde Onderwijs 1.4 Oefenen Opgave 9 Bekijk de genoemde dataset

Nadere informatie

Uw kind duidelijk in beeld

Uw kind duidelijk in beeld Primair en speciaal onderwijs Cito Volgsysteem Uw kind duidelijk in beeld Informatiefolder voor ouders Uw kind duidelijk in beeld Informatiefolder voor ouders Om de ontwikkeling van uw zoon of dochter

Nadere informatie

3 Cijfers in orde. Antwoorden- boekje. Met behulp van Excel. Stedelijk. Gymnasium. Nijmegen

3 Cijfers in orde. Antwoorden- boekje. Met behulp van Excel. Stedelijk. Gymnasium. Nijmegen 1 Stedelijk Gymnasium Nijmegen 2 0 6 7 4 5 9 8 3 Cijfers in orde Met behulp van Excel L Antwoorden- boekje 2 Antwoorden Introductielessen Excel Introductieles Excel (1) Opdracht 1 Er staat een zwart blokje

Nadere informatie

Bij alle verbanden geldt dat je, als je een negatief getal in een formule invult, je altijd haakjes om dat getal moet zetten.

Bij alle verbanden geldt dat je, als je een negatief getal in een formule invult, je altijd haakjes om dat getal moet zetten. Theorie lineair verband Bij alle verbanden geldt dat je, als je een negatief getal in een formule invult, je altijd haakjes om dat getal moet zetten. In het dagelijks leven wordt vaak gebruik gemaakt van

Nadere informatie

Startrekenen 3F. Leerwerkboek rekenen deel B ROB LAGENDIJK KRISTEL SCHAAP PASCAL DE WIT MARLOES KRAMER IRENE LUGTEN

Startrekenen 3F. Leerwerkboek rekenen deel B ROB LAGENDIJK KRISTEL SCHAAP PASCAL DE WIT MARLOES KRAMER IRENE LUGTEN Startrekenen 3F Leerwerkboek rekenen deel B ROB LAGENDIJK KRISTEL SCHAAP PASCAL DE WIT MARLOES KRAMER IRENE LUGTEN SARI WOLTERS CYRIEL KLUITERS JASPER VAN ABSWOUDE JELTE FOLKERTSMA RIEKE WYNIA Inhoudsopgave

Nadere informatie

Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 2 dinsdag 21 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 2 dinsdag 21 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VMBO-GL en TL 2011 tijdvak 2 dinsdag 21 juni 13.30-15.30 uur wiskunde CSE GL en TL Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 25 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 75 punten

Nadere informatie

Paragraaf 9.1 : Twee soorten groei

Paragraaf 9.1 : Twee soorten groei Hoofdstuk 9 Exponentiële Verbanden (H5 Wis A) Pagina 1 van 9 Paragraaf 9.1 : Twee soorten groei Les 1 Lineaire en exponentiele groei Definitie Lijn = LINEAIRE GROEI Algemene formule van een lijn : y =

Nadere informatie

Antwoorden bij 4 - De normale verdeling vwo A/C (aug 2012)

Antwoorden bij 4 - De normale verdeling vwo A/C (aug 2012) Antwoorden bij - De normale verdeling vwo A/C (aug 0) Opg. a Aflezen bij de 5,3 o C grafiek:,3% en bij de,9 o C grafiek: 33,3% b Het tweede percentage is 33,3 /,3 = 5, maal zo groot. c Bij de 5,3 o C grafiek

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde B1 havo 2007-I

Eindexamen wiskunde B1 havo 2007-I De wet van Moore Eén van de belangrijkste onderdelen van de computer is de chip. Een chip is een elektronische schakeling die uit vele duizenden transistors bestaat. Toch is een chip niet groter dan een

Nadere informatie

Groep 3. Getalbegrip hele getallen. Optellen en aftrekken. Geld

Groep 3. Getalbegrip hele getallen. Optellen en aftrekken. Geld Groep 3 Getalbegrip hele getallen De leerlingen werken de eerste periode in het getallengebied tot 20 en 40. De tweede helft van het jaar ook tot 100. De leerlingen leren het verder- en terugtellen, tellen

Nadere informatie

Deel C. Breuken. vermenigvuldigen en delen

Deel C. Breuken. vermenigvuldigen en delen Deel C Breuken vermenigvuldigen en delen - 0 Sprongen op de getallenlijn. De sprongen op de getallenlijn zijn even groot. Schrijf passende breuken of helen bij de deelstreepjes. 0 Welk eindpunt wordt bereikt

Nadere informatie

extra oefeningen HOOFDSTUK 4 VMBO 4

extra oefeningen HOOFDSTUK 4 VMBO 4 extra oefeningen HOOFDSTUK 4 VMBO 4 1. a. Teken in één assenstelsel de grafieken bij de formules y = 4x - 3 en y = 7 - x b. Bereken de coördinaten van het snijpunt c. Teken in hetzelfde assenstelsel de

Nadere informatie

Eindexamen wiskunde A pilot havo 2011 - II

Eindexamen wiskunde A pilot havo 2011 - II Woningvoorraad In de Arnhemse nieuwbouwwijk Schuytgraaf werd op 5 november 2007 gevierd dat de woningvoorraad (het aantal woningen) in Nederland de grens van de zeven miljoen had bereikt. Rond 1896 doorbrak

Nadere informatie

Opgave 2. ( 4 punten) Bereken de breedte van de tafel, afgerond op hele centimeters. Schrijf de berekening op.

Opgave 2. ( 4 punten) Bereken de breedte van de tafel, afgerond op hele centimeters. Schrijf de berekening op. D examen wiskunde tijdvak II 1998. Vergadertafels De vragen 1, 2, 3 en 4 gaan over symmetrische vergadertafels met één lange zijde van 150 cm en drie zijden van 75 cm. Op de foto hieronder zie je zo'n

Nadere informatie

Programma : 1. Presentatie 2. H 5.1 Statistiek zelf gegevens verzamelen en ermee werken 3. Vragen over H4, formules

Programma : 1. Presentatie 2. H 5.1 Statistiek zelf gegevens verzamelen en ermee werken 3. Vragen over H4, formules Programma : 1. Presentatie 2. H 5.1 Statistiek zelf gegevens verzamelen en ermee werken 3. Vragen over H4, formules 1 2 programma hw nagekeken en verbeterd? voorbereiden pw filmpjes wie zoekt ze op? vrijdag

Nadere informatie

extra sommen Statistiek en Kans

extra sommen Statistiek en Kans extra sommen Statistiek en Kans 1. Bepaal bij de volgende rijen de modus, de mediaan en het gemiddelde a. 1, 4, 2, 3, 5, 3, 6, 3 b. 12, 11, 13, 11, 12, 11, 12, 13, 11, 14, 75, 15 c. 1, 43, 12, 32, 43,

Nadere informatie

extra sommen Statistiek en Kans

extra sommen Statistiek en Kans extra sommen Statistiek en Kans 1. Bepaal bij de volgende rijen de modus, de mediaan en het gemiddelde a. 1, 4, 2, 3, 5, 3, 6, 3 b. 12, 11, 13, 11, 12, 11, 12, 13, 11, 14, 75, 15 c. 1, 43, 12, 32, 43,

Nadere informatie

Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv Voorkennis V-a Hester houdt e 5,00 3 e,85 3 e 3,9 5 e 5,00 e 3,70 e 6,58 5 e,7 over. b e 5,00 3 (e,85 e 3,9) 5 e 5,00 3 e 5, 5 e 5,00 e 0,8 5 e,7 V-a 6 3 5 36 9 5 7 b 9 (5 ) 5 9 (5 ) 5 9 5 c 0 3 6 5 000

Nadere informatie

Thema: Informatie verwerking 1 vmbo-b34

Thema: Informatie verwerking 1 vmbo-b34 Auteur VO-content Laatst gewijzigd 13 April 2016 Licentie CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/74188 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde Getallen

Nadere informatie

t in uren 0 1 2 3 5 8 10 H in mg 100 68 46,2 31,4 Hoeveel procent breekt het lichaam ieder uur af? voelen. Geef je antwoord in minuten nauwkeurig.

t in uren 0 1 2 3 5 8 10 H in mg 100 68 46,2 31,4 Hoeveel procent breekt het lichaam ieder uur af? voelen. Geef je antwoord in minuten nauwkeurig. Opgave 1 Een peuter heeft in een onbewaakt moment 100 mg gedronken van een medicijn dat uitsluitend bestemd is voor volwassenen. De tabel hieronder geeft aan hoeveel werkzame stof H er na t uren nog in

Nadere informatie

Paracetamol in het bloed

Paracetamol in het bloed Paracetamol in het bloed Paracetamol is een veelgebruikte pijnstiller, die in tabletvorm te koop is. Voor volwassenen zijn er tabletten die 500 mg paracetamol bevatten. Na het innemen van een tablet wordt

Nadere informatie