Onbepaalde tijd: voor eeuwig en altijd?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onbepaalde tijd: voor eeuwig en altijd?"

Transcriptie

1 185 JUNI 2013 Onbepaalde tijd: voor eeuwig en altijd? Myrna Greven Eerlijk zullen we alles delen Martijn Stevens Wijziging van de splitsingsakte Frank van Wersch Grondrechten Sander Steneker

2 Eigenaardig eigendom Artikel 625 BW (oud) verschafte de eigenaar nog het recht om van een goed het volledig genot te hebben en er op volstrekte wijze over te beschikken. In die bewoordingen klinkt een soort absoluutheid door die lastig met de moderne opvattingen over eigendom te rijmen valt. Het eerste lid van het huidige artikel 5:1 BW bestempelt eigendom dan ook slechts als het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben. Hoewel juristen het begrip aldus enger inkaderen dan de draagwijdte naar algemeen spraakgebruik dicteert, blijft genoeg stof tot nadenken over. Zo grijpt Sander Steneker een arrest van eind vorig jaar aan om enkele hiermee samenhangende leerstukken tegen elkaar af te zetten. Bestanddeelvorming en natrekking, indirecte en directe vereniging, onroerend en nagetrokken gesneden koek voor de doorgewinterde civilist. Toch in hun respectieve begripsinhoud en onderlinge relatie is literatuur en jurisprudentie allerminst eenduidig. Met behulp van een aansprekende metafoor schetst Steneker de krukkige rechtsbeoefening die daarvan het gevolg is. Zijn aanbeveling heeft de kracht van de vanzelfsprekendheid: draai schroeven met een schroevendraaier en sla spijkers met een hamer. Terwijl Steneker de meest basale vorm van eigendom fileert, wendt Frank van Wersch zich tot een tamelijk buitenissige afgeleide daarvan. De eigenaar kan namelijk ingevolge artikel 5:106 lid 1 BW zijn recht op een gebouw en de bijbehorende grond splitsen in appartementsrechten. Deze zakelijke rechten vallen uiteen in twee componenten, te weten een aandeel in de eigendom en een exclusief gebruiksrecht. Als de onderliggende goederenrechtelijke situatie verandert door constructiewerkzaamheden, is wijziging van de vigerende splitsingsakte nodig. Aangezien de inhoud van deze akte de waarde van het appartementsrecht goeddeels bepaalt, is de wijzigingsprocedure met waarborgen omkleed. Het artikel van Van Wersch is een daarop toegesneden praktische handreiking. Als vervolgens cultuurwetenschapper Martijn Stevens de taak van het intellectuele eigendomsrecht in het digitale tijdperk aankaart, ontmaskert hij het juridisch jargon en passant als inconsistent. Van meer gewicht is zijn observatie dat diepgewortelde overtuigingen uit de traditionele cultuursector en vernieuwende inzichten op de hedendaagse bedrijfsvloer thans dezelfde kant op wijzen. Richting een juridisch kader dat eigendomsrechten niet angstvallig afschermt, maar samenwerking, reproductie en publieksparticipatie stimuleert. De rechtsgenoot die met het wetboek in de hand aantastingen van zijn vermogenspositie probeert af te wenden, kan ooit stuiten op een inbreukmaker die hem een eigen recht kan tegenwerpen. Eigendom is immers weliswaar het méést, maar niet een állesomvattend recht. Hoewel het uitgangspunt steeds moet blijven dat loss lies where it falls, kan bijvoorbeeld een rechtmatige overheidsdaad één justitiabele onevenredig zwaar treffen. Annotator Jasper van Uden taxeert tegen deze achtergrond of de Afdeling op 5 december jongstleden voor Sinterklaas speelde. Het goederenrechtelijk stelsel is over de hele linie voornamelijk van dwingend recht. Toch opent de tekst, de geschiedenis of de aard van een voorliggende wetsbepaling soms de mogelijkheid afwijkend te contracteren. Partijen kunnen deze afspraken vervolgens neerleggen in een onbenoemde overeenkomst die zij voor onbepaalde tijd aangaan, zonder daarbij een opzegclausule te bedingen. De rechten die zij daaraan ontlenen zijn dan op het eerste oog althans temporeel het meest omvattend. Myrna Greven rijgt een reeks arresten van de Hoge Raad aaneen en concludeert dat ook op dit vlak geen onvoorwaardelijke rechten ontstaan. De diverse stukken illustreren treffend dat zelfs (of liever: juist) een in algemene termen gevangen kernbegrip rechtsverfijning uitlokt. Het gegeven dat eigendomsverhoudingen de samenleving vormgeven, maakt de Babylonische spraakverwarring tussen juristen en gewone mensen apert onwenselijk. Miaad Hamidy stelt daarom voor de fundamenten van het rechtenonderwijs al in het curriculum van de middelbare school te voegen. Intussen warmen wij ons aan de troostende woorden van Anne-Marie van Dijk, die in elk geval nog een brug ontwaart tussen de Nederlandse rechtenstudie en de daaropvolgende praktijk, die bij onze oosterburen schittert door afwezigheid. Adres Nijmeegs Juridisch Faculteitsblad Thomas van Aquinostraat GD Nijmegen Bestuur / Redactie Niek van de Pasch (voorzitter) Paul Gies (penningmeester) Daan Spoelstra (secretaris) Redactieraad prof. mr. C.J.H. Jansen prof. mr. R.J.N. Schlössels Raad van Toezicht Arjen Peters (faculteitsdirecteur) Paul Bovend Eert (decaan) Kirsten Everaars Bob Rikkert Max Theunisse Auteurs in dit nummer Anne-Marie van Dijk Myrna Greven Miaad Hamidy Sander Steneker Martijn Stevens Jasper van Uden Frank van Wersch Ontwerp Julius van der Vaart (STREAM) Fotografie Thijs Clevis Druk Drukkerij Gelderland, Arnhem Oplage 2800 exemplaren ISSN Abonnement Gratis op aanvraag. Stuur een naar Adverteren? Neem contact op met Paul Gies via: of Niek van de Pasch / hoofdredacteur 2

3 Jasper van Uden Martijn Stevens Frank van Wersch Nadeelcompensatie Eerlijk zullen we alles Wijziging van de De Sinterklaas-uitspraak delen splitsingsakte van de Afdeling Myrna Greven Anne-Marie van Dijk Sander Steneker Onbepaalde tijd: voor Een snelle blik in de Duitse Grondrechten eeuwig en altijd? collegezaal 39 Miaad Hamidy Mijn eerste ervaring met de rechtenstudie 3

4 Nadeelcompensatie De Sinterklaas-uitspraak van de Afdeling Jasper van Uden J.E. van Uden, LL.B is masterstudent Nederlands recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en secretaris van de Adviescommissie van het Schadeschap Luchthaven Schiphol. 4

5 Ook door rechtmatig optreden van de overheid kunnen burgers of bedrijven schade ondervinden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het tijdelijk afsluiten van een weg vanwege onderhoudswerkzaamheden. Het correcte optreden van de overheid kan in zulke gevallen leiden tot nadeel, zoals omzetverlies. Als de ontstane schade voor burgers of bedrijven onevenredig groot is in vergelijking tot de schade die anderen lijden die zich in een gelijkwaardige situatie bevinden, kan men in aanmerking komen voor een financiële vergoeding (nadeelcompensatie). Bij de beoordeling van een verzoek om nadeelcompensatie speelt het leerstuk normaal maatschappelijk risico een belangrijke rol. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) deed op 5 december jongstleden een interessante uitspraak op dit gebied. 1. ABRvS 5 december 2012, LJN: BY5101 (De wouwse Tol Exploitatie B.V.). 2. ABRvS 6 mei 1997, AB 1997, De feiten De wouwse Tol drijft en exploiteert een hotel-restaurant gelegen aan de rijksweg A58. In de periode maart tot en met augustus 2006 heeft groot onderhoud plaatsgevonden aan de rijkswegen A4, A17 en A58. Gedurende 16 tot en met 28 juli 2006 was zelfs sprake van een volledige afsluiting van de afslag naar het hotel-restaurant. De wouwse Tol stelt als gevolg hiervan schade te hebben geleden en verzoekt de minister om nadeelcompensatie. De minister heeft een schadecommissie om advies gevraagd. Deze schadecommissie heeft de minister geadviseerd het verzoek om schadevergoeding af te wijzen, omdat de wegwerkzaamheden, waaronder de volledige afsluiting van een afslag, niet tot een omzetdaling van ten minste vijftien procent van de gemiddelde jaaromzet hebben geleid. De door De wouwse Tol geleden schade valt volgens de schadecommissie dus binnen het normale ondernemersrisico. De minister heeft dat advies aan zijn besluit ten grondslag gelegd en het verzoek om nadeelcompensatie afgewezen. De wouwse Tol heeft daartegen bezwaar gemaakt en met instemming van de minister zijn partijen overgegaan tot rechtstreeks beroep op de administratieve rechter in de zin van artikel 7:1a, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De rechtbank heeft het ingestelde beroep ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft De wouwse Tol niet aannemelijk gemaakt dat de schadecommissie niet beschikt over de vereiste onafhankelijkheid en deskundigheid. Evenmin is door haar aannemelijk gemaakt dat het advies wat betreft de wijze van totstandkoming of inhoud zodanige gebreken bevat, dat de minister zijn besluit daarop niet mocht baseren. Tegen deze uitspraak heeft De wouwse Tol hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 1 Nadeelcompensatie De grondslag voor nadeelcompensatie wordt in ons rechtssysteem gevonden in het zogenaamde égalité-beginsel. In de uitspraak van de Afdeling inzake Van Vlodrop 2 wordt de geldigheid aanvaard van het beginsel van de gelijkheid voor de openbare lasten als zelfstandige bron van bestuursrechtelijke verplichtingen. In de deze uitspraak overweegt de Afdeling allereerst dat een bestuursorgaan op grond van het rechtsbeginsel égalité devant les charges publiques de bevoegdheid heeft een besluit te nemen op een verzoek om schadevergoeding, voor zover de schade is ontstaan als gevolg van een rechtmatige uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid. Dit rechtsbeginsel ligt mede ten grondslag aan artikel 3:4 lid 2 Awb. Voorts overweegt de Afdeling dat uit dit beginsel ook volgt dat bestuursorganen gehouden zijn tot compensatie van onevenredige buiten het normaal maatschappelijk risico vallende en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende schade die is ontstaan door de uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid. 3. Kamerstukken I 2011/12, , nr. A. Duidelijk is derhalve dat een verzoek om nadeelcompensatie in verband met schade bij een bestuursorgaan niet zomaar voor toekenning in aanmerking komt. Uit de jurisprudentie volgt een aantal criteria waaraan voldaan moet zijn om te kunnen spreken van voor nadeelcompensatie in aanmerking komende schade. Het Wetsvoorstel nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad werkt dit uit in het voorgestelde artikel 4:126 Awb. 3 In het eerste lid van dit artikel staat: Indien een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kent het bestuursorgaan de benadeelde desgevraagd een vergoeding toe. Ten eerste dient er sprake te zijn van schade die is ontstaan als gevolg van 5

6 een rechtmatige overheidsdaad. De vereiste rechtmatige overheidsdaad kan aldus worden omschreven als de rechtmatige uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak. In dit eerste vereiste zit ook ingebakken dat er sprake moet zijn van schade en van een causaal verband tussen de geleden schade en de rechtmatige overheidsdaad. Ten tweede moet de verzoeker geconfronteerd worden met een speciale last : de benadeelde moet in vergelijking met anderen onevenredig zwaar worden getroffen. Uit dit vereiste vloeit voort dat er sprake moet zijn van schade die drukt op een beperkte groep burgers of instellingen. Ten derde moet de schade boven het normaal maatschappelijk risico uitgaan. Uit het tweede lid van het voorgestelde artikel 4:126 Awb volgt dat geen sprake mag zijn van risicoaanvaarding. Er wordt dus een toets van concrete voorzienbaarheid losgelaten op de aanvraag om schadevergoeding. Indien het risico op het ontstaan van schade door de aanvrager is aanvaard, blijft de schade voor zijn rekening. Ten slotte is nog van belang dat nadeelcompensatie een subsidiair karakter heeft. Daaruit volgt dat schade niet voor vergoeding in aanmerking komt indien vergoeding van de schade reeds anderszins is verzekerd. Hierbij kan ook gedacht worden aan compensatie in natura. 4 Duidelijk is dat een verzoek om nadeelcompensatie bij een bestuursorgaan niet zomaar voor toekenning in aanmerking komt 4. Vergelijk bijvoorbeeld de toekenning van schade als gevolg van het Luchthavenverkeerbesluit 2003 en de compensatie in natura onder het Luchthavenverkeerbesluit Normaal maatschappelijk risico Het normaal maatschappelijk risico is een norm die manoeuvreert tussen het gezichtspunt van de overheid en het gezichtspunt van de burger in geval van schade als gevolg van een rechtmatige overheidsdaad. Zo zal de overheid zich in beginsel op het standpunt stellen dat ieder zijn eigen schade draagt. De burger zal daar tegenover stellen dat zijn schade juist moet worden gecompenseerd. Het normaal maatschappelijk risico geeft aan voor welk deel de schade in ieder geval voor rekening van de gelaedeerde dient te blijven. Wie bepaalt de omvang van het normaal maatschappelijk risico? In de literatuur bestaat verdeeldheid over de vraag wie de omvang van het normaal maatschappelijk risico bepaalt. Uiteraard kunnen we vaststellen dat in het geval de wetgever een deel van de omvang van het normaal maatschappelijk risico heeft vastgesteld, bestuur en rechter aan die afbakening gebonden zijn. Indien de wetgever echter zwijgt, dient de rechter dan zelf vast te stellen of sprake is van abnormaal nadeel en het oordeel van het bestuursorgaan dus vol te toetsen? Of heeft het bestuursorgaan enige vrijheid bij het vaststellen van wat onder het normaal maatschappelijk risico valt en wat niet? De opvatting van een groot deel van de auteurs is dat het bestuursorgaan enige vorm van Het normaal maatschappelijk risico geeft aan voor welk deel de schade in ieder geval voor rekening van de gelaedeerde dient te blijven discretie toekomt bij de vaststelling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico. 5 Tot deze auteurs behoren onder andere Verheij en Schueler. 6 Dat het bestuur discretie toekomt is volgens hen gelegen in de omstandigheid dat bij de bepaling van wat een abnormale last is politieke afwegingen zijn betrokken. Kortmann stelt dat allerlei beleidsmatige aspecten een rol spelen, waaronder de mate van solidariteit in onze samenleving en de daarmee samenhangende transactiekosten. 7 Gelet hierop dient de vaststelling van het normaal maatschappelijk risico niet geheel bij de rechter te liggen. Het ontbreekt de rechter aan legitimatie om dit te doen. Volgens Schueler ontbreekt het de rechter ook aan geschreven of ongeschreven maatstaven om de vraag te beantwoorden wat wel en wat geen abnormale last is. 8 Enkele andere auteurs, waaronder Schlössels, menen dat het principieel onjuist is de vaststelling van het normaal maatschappelijk risico 5. M.K.G. Tjepkema, Nadeelcompensatie op basis van het égalitébeginsel, Deventer: Kluwer 2010, p N. Verheij, Overheidsaansprakelijkheid in de Awb. Vragen voor de wetgever, O&A 2003, p. 125; B.J. Schueler, Schadevergoeding en de Awb. Aansprakelijkheid voor appellabele besluiten, Deventer: Kluwer 2005, p C.J.N. Kortmann, Onrechtmatige overheidsbesluiten (diss. Utrecht), Deventer: Kluwer 2006, p B.J. Schueler, Goede besluiten met slechte gevolgen. De verplichting tot nadeelcompensatie in het bestuursrecht, in: Schadevergoeding bij rechtmatige overheidsdaad, VAR-reeks 128, Den Haag: BJu 2002, p

7 9. M.K.G. Tjepkema, Nadeelcompensatie op basis van het égalitébeginsel, Deventer: Kluwer 2010, p R.J.N. Schlössels, Nadeelcompensatie en het égalité-beginsel: chaos of ius commune, Gst. 2002, 1761, p Rechtsoverweging 7.2, eerste alinea. aan het bestuur te laten. 9 Schlössels stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van discretie van het bestuur en dat de rechter goed zelf kan beoordelen of in een concreet geval het nadeel onevenredig is. Ten aanzien van aansprakelijkheid voor rechtmatige overheidsdaad is geen sprake van een ruimere bestuurlijke vrijheid dan bij aansprakelijkheid voor onrechtmatige overheidsdaad. 10 In de uitspraak inzake De wouwse Tol neemt de Afdeling een principieel standpunt in ten aanzien van de vaststelling van het normaal maatschappelijk risico. 11 Vooropgesteld wordt dat de vaststelling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico (of normaal ondernemersrisico) in de eerste plaats aan het bestuursorgaan is. Deze komt daarbij beoordelingsvrijheid toe. Voorts overweegt de Afdeling dat het bestuursorgaan de vaststelling van het normaal maatschappelijk risico naar behoren dient te onderbouwen. De bestuursrechter toetst de besluitvorming op rechtmatigheid en daarmee dus ook aan het égalité-beginsel. Vooropgesteld wordt dat de vaststelling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico in de eerste plaats aan het bestuursorgaan is 12. Rechtsoverweging 7.2, tweede alinea. 13. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak van 30 mei 2012, LJN: BW Met deze uitspraak neemt de Afdeling mijns inziens een correct en wenselijk standpunt in. De opvatting van Schlössels dat de rechter zelf goed kan beoordelen of nadeel abnormaal is, onderschrijf ik dan ook niet. Zoals de andere aangehaalde auteurs betogen, hangt de bestuurlijke discretie bij de vaststelling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico samen met de politieke afwegingen die hierbij een rol spelen. Immers zijn geen concrete maatstaven aan te wijzen om de vraag te beantwoorden of sprake is van een abnormale last. Bij de bepaling van de omvang kunnen verschillende juridische aspecten en verschillende omstandigheden van het concrete geval een rol spelen. Hier spelen beleidsmatige afwegingen en de maatschappelijke solidariteitsopvatting een wezenlijke rol. De kritiek van Schlössels dat het principieel onjuist is dat een bestuursorgaan zelf oordeelt over zijn aansprakelijkheid gaat mijns inziens dan ook niet (volledig) op. Allereerst blijkt ook uit De wouwse Tol uitspraak dat de rechter weldegelijk de vaststelling door het bestuurorgaan toetst op rechtmatigheid en dus aan het égalité-beginsel. Een dergelijke toets past ook bij het karakter van de afweging die het bestuursorgaan moet maken: een politiek gekleurde. Daarnaast is het bestuur gezien de democratische legitimatie in beginsel de eerst aangewezene dit te doen en ook de daartoe meest geëquipeerde. Invulling normaal maatschappelijk risico In de uitspraak inzake De wouwse Tol overweegt de Afdeling dat het bestuursorgaan ten aanzien van het normaal maatschappelijk risico (of normaal ondernemersrisico) mag werken met een vaste drempel of korting of met een vaste drempel in combinatie met een korting bovenop het schadebedrag. 12 Dit is in beginsel aanvaardbaar met het oog op de uniformiteit en de voorspelbaarheid van de eventuele schadevergoeding. De rechtszekerheid is daarmee gediend, nu de vraag of er sprake is van onevenredigheid eenvoudig kan worden beantwoord. Het is niet aan de bestuursrechter om in dit verband een percentage vast te stellen, maar om te toetsen op rechtmatigheid van de vaststelling door het bestuursorgaan. De Afdeling stelt zich ook op het standpunt dat naarmate een hogere drempel voor normaal maatschappelijk risico wordt gehanteerd (of een hogere korting), er zwaardere eisen aan de motivering worden gesteld. 13 Het bestuursorgaan zal moeten beoordelen of de gehanteerde vaste drempel of korting, dan wel de combinatie van deze twee, onverkort toepassing kan vinden gelet op de omstandigheden van het geval. Ten aanzien van de onderhavige casus overweegt de Afdeling als volgt. De wouwse Tol exploiteert een wegrestaurant/hotel. Daarmee heeft zij gekozen voor een weggebonden onderneming en dus voor afhankelijkheid van de toestroom van klanten over de weg. 7

8 3.2.1 Inherent hieraan is dat soms nadeel kan worden ondervonden in verband met wegwerkzaamheden of verkeersmaatregelen. De onderneming kan daardoor verminderd of niet bereikbaar zijn voor klanten. Dit nadeel behoort in beginsel tot het eigen ondernemersrisico. Hierbij sluit aan dat door het bestuursorgaan een drempel wordt gehanteerd om te bepalen of sprake is van onevenredigheid van dat nadeel. Verwezen wordt naar verschillende uitspraken waarin de toepassing van een ondergrens in de vorm van een normaal maatschappelijk risico van vijftien procent van de omzet op jaarbasis rechtens aanvaardbaar wordt geacht. 14 De wouwse Tol heeft betoogd dat de rechtbank heeft miskend dat het hanteren van een ondergrens van vijftien procent onredelijk is, omdat dit tot onvoldoende differentiatie binnen de verschillende branches leidt. De Afdeling is van oordeel dat in deze zaak inderdaad niet zonder meer (niet zonder nadere motivering) valt in te zien dat het hanteren van die vaste ondergrens redelijk is. De wouwse Tol heeft terecht betoogd dat het hanteren van die vaste drempel leidt tot onvoldoende differentiatie tussen verschillende branches en daarmee tot uiteenlopende gevolgen voor verschillende typen ondernemingen. Overwogen wordt dat op dit punt een differentiatie op zijn plaats zou kunnen zijn. 15 Het is aan het bestuursorgaan om een gemotiveerd oordeel te geven over de vraag of differentiatie in dit geval gerechtvaardigd is en zo ja, wat dit betekent voor de invulling van het normaal ondernemersrisico. Abstract vs. abstract en concreet In de literatuur bestaan verschillende visies op de invulling van het normaal maatschappelijk risico. Verschillende auteurs stellen dat sprake moet zijn van een abstracte invulling. 16 Bij een abstracte invulling wordt gekeken naar de aard van het ontstane nadeel; de aard van de schade. Geen rekening wordt gehouden met de concrete omstandigheden van het geval. De concrete uitwerking van normale schade wordt niet in de invulling van het normaal maatschappelijk risico betrokken. Alleen het nadeel dat buiten de in het normaal maatschappelijk leven inherente nadelen valt, wordt bij de invulling betrokken. Hierop zijn wel enige nuanceringen aangebracht. Zo kan bijvoorbeeld de duur van de schadeveroorzakende omstandigheden weldegelijk van belang zijn voor de invulling van het normaal maatschappelijk risico. Schlössels heeft ook betoogd dat het normaal maatschappelijk risico abstract, dus zonder rekening te houden met de omstandigheden van Door de Afdeling wordt overwogen dat het gebruik van een vaste drempel of korting ter bepaling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico aanvaardbaar is het geval, kan worden ingevuld. 17 Andere auteurs, maar eveneens Schlössels, stellen zich op het standpunt dat het normaal maatschappelijk risico een vage term bij uitstek is, die moeilijk zonder de concrete omstandigheden van het geval kan worden ingevuld. 18 De invulling dient te geschieden aan de hand van abstracte en concrete omstandigheden. De concrete uitwerking van het schadeveroorzakende handelen speelt dus een wezenlijke rol. Denk hierbij aan onder andere de voorzienbaarheid en de aard en omvang van de schade. Volgens Van Ravels gaat het er bij de invulling van het normaal maatschappelijk risico om of de maatregel naar tijd, plaats, ontstaanswijze en begeleidende omstandigheden en/of naar aard, ernst en duur en/of omvang van de daardoor veroorzaakte schade, een dermate uitzonderlijk en ongebruikelijk karakter heeft dat een redelijk denkende en handelende ondernemer een dergelijke gedraging niet van de overheid had behoeven te verwachten. 19 Uit de uitspraak inzake De wouwse Tol volgt dat de Afdeling zich op het standpunt stelt dat de invulling van het normaal maatschappelijk risico dient te geschieden aan de hand van abstracte én concrete omstandigheden. Grofweg wordt 14. Zie onder andere ABRvS 18 mei 2011, LJN: BQ4941 en ABRvS 14 april 2004, LJN: AO Waarbij onder meer de kostenstructuur en de verhouding tussen kosten en omzet aan de orde komt. 16. M.K.G. Tjepkema, Nadeelcompensatie op basis van het égalitébeginsel, Deventer: Kluwer 2010, p Zie zijn noot onder ABRvS 26 oktober 1995, JB 1996, Onder meer B.P.M. van Ravels, Nadeelcompensatie en andere vergoedingen in de waterstaatszorg, in: Schadevergoeding bij rechtmatige overheidsdaad, VAR-reeks 128, Den Haag: BJu 2002, p. 200 en R.J.N. Schlössels, De Achilleshiel van de égalité: nadeelcompensatie en het draagkrachtbeginsel, NJB 1998, p B.P.M. van Ravels, Grenzen van voorzienbaarheid (rede RU), Deventer: Kluwer 2005, p

9 De grondslag voor nadeelcompensatie wordt in ons rechtssysteem gevonden in het zogenaamde égalité-beginsel materieel naar vier criteria gekeken voor de vaststelling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico, te weten i) de aard van de schadeveroorzakende maatregel, ii) de (abstracte) voorzienbaarheid, iii) de aard van de toegebrachte schade en iv) de omvang van de toegebrachte schade. Differentiatie ten opzichte van vaste drempels Tevens wordt er in de uitspraak een opening geboden voor differentiatie ten aanzien van een vaste drempel/korting voor het normaal maatschappelijk risico. In de praktijk wordt niet zelden gebruik gemaakt van een vaste drempel, een vaste korting of een combinatie van beide voor de vaststelling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico. De Afdeling overweegt dat het gebruik hiervan in beginsel aanvaardbaar is met het oog op de uniformiteit en de voorspelbaarheid van de eventuele schadevergoeding. Verschillende rechtbanken en de Afdeling hebben een ondergrens in de vorm van een normaal maatschappelijk risico van vijftien procent van de omzet op jaarbasis aanvaardbaar geacht in het geval van verkeersmaatregelen. De Afdeling komt in de onderhavige zaak echter tot de conclusie dat het bestuursorgaan niet zonder meer deze ondergrens had mogen toepassen. Specifieke omstandigheden die voor verschillende typen ondernemingen spelen, kunnen nopen tot differentiatie. Hiermee wordt een duidelijke opening geboden voor een differentiatie ten aanzien van een vaste drempel/korting. Een dergelijke mogelijkheid acht ik ook zeer wel wenselijk. Immers is niet elke ondernemer/onderneming hetzelfde en kunnen de verschillende uitwerkingen van een maatregel ver uiteenlopen. Het is aan het bestuursorgaan om te motiveren waarom in een concreet geval wel of niet moet worden vastgehouden aan een vaste drempel op korting. Indien een verzoeker om nadeelcompensatie, zoals De wouwse Tol, steekhoudende argumenten aanvoert tegen de drempel van vijftien procent, kan dus niet worden volstaan met een verwijzing naar de hantering van een vaste drempel. Ook door rechtmatig optreden van de overheid kunnen burgers of bedrijven schade ondervinden 20. ABRvS 10 november 2010, LJN: BO Voorzienbaarheid: normaal maatschappelijk risico vs. risicoaanvaarding Belangrijk en interessant aspect van het normaal maatschappelijk risico is de voorzienbaarheid. Hiervoor kwam reeds ter sprake dat de concrete voorzienbaarheid inkleuring geeft aan het aspect van risicoaanvaarding. Bij het normaal maatschappelijk risico gaat het echter niet om een concrete vorm van voorzienbaarheid, maar om een abstracte vorm daarvan. Deze twee criteria die spelen bij nadeelcompensatie dienen dus goed te worden onderscheiden. Het normaal maatschappelijk risico met daarin de abstracte voorzienbaarheid speelt een rol bij beantwoording van de vraag of een benadeelde aanspraak kan maken op nadeelcompensatie. Zo zal bijvoorbeeld een benadeelde met schade beneden een vaste drempel niet voor toekenning van schadevergoeding op grond van nadeelcompensatie in aanmerking komen. De concrete voorzienbaarheid vult het aspect risicoaanvaarding in. Dit eigen schuld -criterium speelt een rol bij de bepaling van de omvang van de schadevergoeding bij wege van nadeelcompensatie. Anders dan het normaal maatschappelijk risico is risicoaanvaarding geen criterium ter vaststelling óf een benadeelde voor nadeelcompensatie in aanmerking komt, maar een maatstaf voor vaststelling van de omvang van de in beginsel bestaande verplichting tot nadeelcompensatie. De scheidslijn tussen de abstracte voorzienbaarheid en de concrete voorzienbaarheid is niet altijd zondermeer helder. Soms zitten er slechts marginale verschillen tussen de beide criteria. Een goed voorbeeld hiervan is te vinden in de jurisprudentie van de Afdeling inzake het Schadeschap Luchthaven Schiphol. In deze jurisprudentie gaat het om de toekenning van een egalisatievergoeding wegens de inwerkingtreding van een besluit dat de geluidbelasting reguleert rondom Schiphol (het zogenoemde Aanwijzingsbesluit 1996). Geluidcontouren stellen maximale geluidbelasting vast voor een bepaald gebied in de omgeving van de luchthaven. Op het eerste gezicht lijkt de Afdeling de begrippen door elkaar te halen, maar bij een precieze lezing van de uitspraken blijkt dat weldegelijk een onderscheid wordt gemaakt, zij het marginaal. In de tussenuitspraak van 10 november overweegt de Afdeling ten aanzien van het normaal maat- 9

10 schappelijk risico (een korting van 50%) dat bewoners van huizen binnen de invloedssfeer van Schiphol rekening dienen te houden met een toename van geluidbelasting die samenhangt met de groei van de luchthaven, ook al bestaat geen zicht op de omvang en vorm waarin, de plaats waar en het moment waarop deze ontwikkelingen zich zullen concretiseren en de omvang van het nadeel dat daar mogelijkerwijs uit zal voortvloeien. 21 Ten aanzien van de risicoaanvaarding (eveneens een korting van 50%) overweegt de Afdeling dat aan bewoners die hun woning hebben gekocht/zijn gaan bewonen tussen 14 november 1979 en 18 januari 1994 voorzienbaarheid kan worden tegengeworpen. 22 Op 14 november 1979 is een kaart, behorend bij het Structuurschema Burgerluchtvaartterreinen, gepubliceerd waaruit de begrenzing van de geluidzones kan worden afgeleid. Deze zones komen grotendeels overeen met de zones die op 18 januari 1994 uiteindelijk ter inzage worden Het is niet aan de bestuursrechter om een percentage vast te stellen, maar om te toetsen op rechtmatigheid van de vaststelling door het bestuursorgaan gelegd. De Afdeling stelt zich op het standpunt dat het instellen van de geluidzones vanaf 14 november 1979 op basis van de destijds gepubliceerde kaart, voldoende concreet voorzienbaar was. Een redelijk handelend koper had vanaf die datum aanleiding rekening te houden met de kans dat de geluidbelasting voor hem in ongunstige zin zou veranderen. 23 Uit het voorgaande blijkt dat het onderscheid tussen beide voorzienbaarheidsaspecten (abstract en concreet) marginaal is. Voor de abstracte voorzienbaarheid is niet vereist dat zicht bestaat op de omvang en vorm waarin, de plaats waar en het moment waarop deze ontwikkelingen zich zullen concretiseren en de omvang van het nadeel dat daar mogelijkerwijs uit zal voortvloeien. Voor de concrete voorzienbaarheid is slechts vereist dat op basis van een openbaar/gepubliceerd stuk aanleiding bestaat rekening te houden met de kans dat een ongunstigere situatie ontstaat. Ook dan is niet vereist dat de precieze omvang en vorm waarin, de plaats waar en het moment waarop deze ontwikkelingen zich zullen concretiseren en de omvang van het nadeel dat daar mogelijkerwijs uit zal voortvloeien, vaststaan. 21. ABRvS 10 november 2010, LJN: BO3436, r.o NB: na 18 januari 1994 kan een korting van 100% wegens risicoaanvaarding worden toegepast omdat de uiteindelijke zones op die datum ter inzage zijn gelegd. 23. ABRvS 10 november 2010, LJN: BO3436, r.o Adviescommissies In de wereld van nadeelcompensatie is het gebruikelijk een adviescommissie in te stellen voor de beoordeling van de aanvraag om schadevergoeding in verband met rechtmatig overheidsoptreden. Zie onder meer de Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999, de Wet Ruimtelijke Ordening en het wetsvoorstel Nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad. In de uitspraak De wouwse Tol oordeelt de Afdeling in overeenstemming met haar vaste jurisprudentie 24 dat een bestuursorgaan bij het nemen van een besluit op een verzoek om planschadevergoeding [volgens mij bedoelt de Afdeling hier nadeelcompensatie ] mag uitgaan van een advies van een door het bestuursorgaan benoemde deskundige. Vereist is dat uit het advies op objectieve en onpartijdige wijze blijkt welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn en geen aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan naar voren zijn gebracht Zie onder andere: ABRvS 3 maart 2010, LJN: BL Rechtsoverweging

11 26. Rechtsoverweging 5 en Rechtsoverweging 6 en 6.1. De wouwse Tol voert in hoger beroep aan dat de schadecommissie (de adviescommissie) niet als onafhankelijk kan worden aangemerkt omdat zij in financieel opzicht niet onafhankelijk is van haar opdrachtgever en veelvuldig wordt ingeschakeld door het bestuursorgaan. De Afdeling overweegt ten aanzien hiervan dat de omstandigheid van bezoldiging van de adviescommissie door het bestuursorgaan, onvoldoende is voor het oordeel dat de adviescommissie niet onafhankelijk is. Evenmin betekent de veelvuldige inschakeling van de adviescommissie door het bestuursorgaan dat de adviescommissie niet onafhankelijk is. 26 Verder heeft De wouwse Tol betoogd dat de adviescommissie niet deskundig is omdat haar verzoek tot toevoeging van een ervaren accountant niet is gehonoreerd. De Afdeling oordeelt dat is voldaan aan de samenstellingseis die volgt uit de in deze zaak toepasselijke Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat De omstandigheid dat de verzoeken van De wouwse Tol niet zijn gehonoreerd is onvoldoende om tot het oordeel te komen dat de adviescommissie niet deskundig is. 27 Bij het normaal maatschappelijk risico gaat het niet om een concrete vorm van voorzienbaarheid, maar om een abstracte vorm daarvan 6. Conclusies De wouwse Tol-uitspraak van de Afdeling belicht een aantal interessante aspecten van het leerstuk nadeelcompensatie. Allereerst blijkt uit deze uitspraak het onomwonden oordeel dat het in beginsel aan het bestuursorgaan is om de omvang van het normaal maatschappelijk risico vast te stellen. Het bestuursorgaan komt daarbij beoordelingsvrijheid toe en de rechter dient de vaststelling marginaal te toetsen. Met het oog op het rechtspolitieke karakter is het bestuursorgaan de eerst aangewezene dit te doen en is zij daartoe het meest geëquipeerd. Verder wordt door de Afdeling overwogen dat het gebruik van een vaste drempel of korting ter bepaling van de omvang van het normaal maatschappelijk risico aanvaardbaar is. De mogelijkheid wordt daarnaast terecht geopend om in een concreet geval te differentiëren ten opzichte van die vaste drempel of korting. Het is dan aan het bestuursorgaan om (nader) te motiveren waarom in een concreet geval wel of niet moet worden vastgehouden aan die vaste drempel of korting. Uit een andere aangehaalde uitspraak van de Afdeling blijkt dat een duidelijk onderscheid gemaakt dient te worden tussen abstracte voorzienbaarheid in het kader van het normaal maatschappelijk risico en concrete voorzienbaarheid in het kader van risicoaanvaarding. Hoe marginaal dat onderscheid kan zijn blijkt eveneens uit die uitspraak. Tot slot komt in De wouwse Tol-uitspraak de positie van de adviescommissie aan bod. In beginsel mag een bestuursorgaan van een advies van een adviescommissie uitgaan. Tevens wordt geoordeeld dat de bezoldiging en regelmatige inschakeling van de adviescommissie door het bestuursorgaan niet afdoen aan de onafhankelijkheid van de adviescommissie. 11

12 Eerlijk zullen we alles delen Martijn Stevens dr. M.J.C.G. Stevens is als universitair docent verbonden aan de opleiding Algemene Cultuurwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen. 12

13 Alle beelden van de online collectie zijn haarscherp. Je favoriete werken kun je daarom beeldschoon laten afdrukken. Als poster bijvoorbeeld. Of downloaden om er zelf iets van te maken. Met deze omschrijving presenteert het Rijksmuseum in Amsterdam sinds 30 oktober 2012 ruim afbeeldingen van objecten uit de eigen collectie, die in hoge resolutie online beschikbaar zijn gesteld onder de noemer Rijksstudio. Het publiek wordt nadrukkelijk aangemoedigd om de afbeeldingen te delen of opnieuw te gebruiken voor creatieve doeleinden. De bijbehorende website toont inspirerende voorbeelden, zoals levensgroot fotobehang voor woon- of slaapkamer, 3D-prints die zijn geïnspireerd op antieke vazen uit China, een tatoeage met bloemen uit een stilleven van een zeventiende-eeuwse schilder en een elektrische scooter die desgewenst wordt uitgevoerd in de kleuren van een meesterwerk uit de Gouden Eeuw. Het initiatief wordt geroemd als een vernieuwende vorm van cultuurspreiding en publieksbereik, maar een kritische blogger is terecht benieuwd naar de juridische voetangels en klemmen. Hernieuwde discussie De verspreiding van (toegepaste) kunst en cultureel erfgoed via het internet raakt immers aan wet- en regelgeving omtrent exploitatierechten, persoonlijkheidsrechten, naburige rechten, de bescherming van persoonsgegevens, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, het portretrecht, het erfrecht, het strafrecht, het databankenrecht, de geschriftenbescherming, het octrooirecht, het modellenrecht, het merkenrecht, enzovoorts. De lijst is schier eindeloos en boekenkasten zijn reeds vol geschreven over de status van het intellectuele eigendomsrecht in het digitale tijdperk. Rijksstudio duidt niettemin op een trend die momenteel snel opgang maakt in de cultuursector en wellicht zelfs noopt tot een hernieuwde discussie over de definitie en de (juridische) positie van creatieve makers, zoals ontwerpers, kunstenaars, uitvinders en ontwikkelaars. Ik doel hiermee op een toenemende interesse voor de vrije uitwisseling van kennis, die bijvoorbeeld ook duidelijk zichtbaar is in de wetenschap, het openbaar bestuur, de zorg en het bedrijfsleven. overheid constateert dat de creatieve industrie behoort tot de snelst groeiende onderdelen van de Nederlandse economie en ze wordt tevens gezien als een waardevolle aanvulling op andere sectoren, die tenslotte voortdurend behoefte hebben aan creatieve oplossingen voor bedrijfskundige of maatschappelijke vraagstukken. Stimulering en versterking van de creatieve industrie houden evenwel gelijke tred met verregaande ombuigingen in de traditionele cultuursector. Innovatie De gesubsidieerde kunsten hebben momenteel te kampen met politieke en maatschappelijke tegenwind, die verder wordt aangewakkerd door een economische crisis. Bekostiging vanuit publieke middelen is niet langer vanzelfsprekend en instellingen dienen financieel onafhankelijk te worden. Ondernemerschap is hierbij een sleutelbegrip, wat bijvoorbeeld inhoudt dat de bedrijfsvoering winstgevend moet zijn. Klantgerichtheid speelt eveneens een rol: het aanbod van culturele organisaties Het initiatief wordt geroemd als een vernieuwende vorm van cultuurspreiding en publieksbereik, maar een kritische blogger is terecht benieuwd naar de juridische voetangels en klemmen Vrij verkeer van informatie Ik wil specifiek ingaan op het veld van kunst, cultuur en erfgoed. Daar lijkt het ideaal van vrij verkeer van informatie evenzeer te botsen met de economische belangen die zijn gemoeid met de bescherming van intellectuele eigendom, wat de verdere ontwikkeling van deze sector in een tijdperk van ingrijpende hervormingen mogelijk belemmert. Gesubsidieerde instellingen worden namelijk geacht te innoveren om kosten terug te dringen en tevens eigen inkomsten te verwerven. Daarbij wordt met een schuin oog gekeken naar de creatieve industrie, die soms wordt beschouwd als de commerciële tegenhanger van de traditionele cultuursector. Het concept van de creatieve industrie is feitelijk een overkoepelende term voor een veelheid van activiteiten die hoofdzakelijk zijn gericht op de exploitatie van kunstzinnige uitingen of anders geformuleerd de economische benutting van intellectuele eigendom. De dient beter te worden afgestemd op de wensen van het publiek. Bezoekersaantallen lopen immers al geruime tijd terug en het politieke draagvlak voor kunst en cultuur lijkt eveneens steeds smaller te worden. De sector is derhalve genoodzaakt zich te vernieuwen. In de bedrijfskunde heeft innovatie doorgaans betrekking op de vertaalslag van nieuwe inzichten of ideeën naar concrete veranderingen op het gebied van de structuur, de werkwijze, het verdienmodel, het productaanbod of de dienstverlening van een organisatie. De aard, de omvang en het tempo van dergelijke vernieuwingen variëren per organisatie of bedrijfstak, maar ze worden vrijwel zonder uitzondering gekenmerkt door een hoge mate van onzekerheid en gaan dikwijls gepaard met grote investeringen. Innovaties zijn daarom bijzonder risicovol. Wet- en regelgeving biedt bescherming tegen deze risico s, zodat bedrijven uiteindelijk profiteren van het geïnvesteerde kapitaal. 13

14 Kunstenaarscollectieven De bescherming van intellectuele eigendom omwille van economisch gewin staat op gespannen voet met het ideaal van toegankelijke kennis en vrije uitwisseling van informatie, dat diep is geworteld in de traditionele cultuursector. In het digitale tijdperk is deze tegenstelling bij concurrentie tussen ondernemingen. Deze opvatting is te herleiden tot de negentiende eeuw, toen de industriële revolutie zorgde voor een aanzienlijke schaalvergroting van de traditionele, ambachtelijke productie. Grote investeringen waren nodig om de voordelen hiervan optimaal De bescherming van intellectuele eigendom omwille van economisch gewin staat op gespannen voet met het ideaal van toegankelijke kennis en vrije uitwisseling van informatie, dat diep is geworteld in de traditionele cultuursector meermaals op scherp gezet door maatschappelijke organisaties en hacktivisten, die het internet nadrukkelijk beschouwen als een publiek domein dat gevrijwaard dient te blijven commerciële belangen, overheidstoezicht en hiërarchische structuren. De klassieke opvatting van intellectuele eigendom is derhalve vervangen door de principes van copyleft, open source en creative commons. Met ludieke of subversieve acties wordt bovendien aandacht gevraagd voor de veranderingen die hebben plaatsgevonden in de beroepspraktijk van creatieve makers, zoals de verschuivende opvatting van originaliteit en kunstenaarschap. Het romantische ideaal van de autonome kunstenaar met een eigen visie en een persoonlijke signatuur heeft in de loop van de twintigste eeuw namelijk aanzienlijk aan betekenis ingeboet. Kunstenaars zijn verenigd in collectieven, werken worden uitgevoerd in reproduceerbare media en publieksparticipatie is eerder regel dan uitzondering. Verveelvoudiging in gewijzigde vorm is een vanzelfsprekende en veelgebruikte strategie, die vaak zelfs wenselijk wordt geacht. Hiermee is het uitsluitend recht van de maker, dat stevig is verankerd in de Auteurswet, verworden tot een anachronisme. De oorspronkelijk wettekst uit 1912 is weliswaar herhaaldelijk aangepast om tegemoet te komen aan maatschappelijke en technologische veranderingen, maar de grondbeginselen zijn vrijwel onaangetast gebleven. Opmerkelijk is bijvoorbeeld de kennelijke behoefte om uiteindelijk slechts één individu aan te wijzen als de maker van het werk, die juridische bescherming nodig heeft om rechtmatig profijt te trekken van de eigen creativiteit. Concurrentie In de begindagen van het internettijdperk leken de initiatieven van de digitale tegenbeweging relatief onbeduidend, doordat ze zich vooral bewogen in de marge en nauwelijks invloed hadden op de besluitvorming van beleidsmakers. Het succes van Rijksstudio maakt echter duidelijk dat een lossere omgang met intellectuele eigendom mainstream begint te worden. Hiermee lijkt een breuk met de traditionele wet- en regelgeving vrijwel onontkoombaar. De gedachte dat de bescherming van slimme vindingen en vernieuwende ideeën bijdraagt tot een gunstige concurrentiepositie en zodoende de winstgevendheid van investeringen vergroot, hangt namelijk nauw samen met het politiek-economische ideaal van een vrije markt die gedijt te benutten en fabrikanten trachtten de financiële risico s enigszins te beperken. Ze wilden bijvoorbeeld voorkomen dat concurrenten toegang hadden tot dezelfde technologie of de kans kregen om nieuwe ontwikkelingen te presenteren als een eigen vinding. Innovatie kreeg bijgevolg het karakter van een gesloten en afgeschermd proces dat plaatsvond binnen de muren van de organisatie. Eerlijk delen De juridische bescherming van intellectuele eigendom is economisch van groot belang, maar de markt is allengs turbulenter en onvoorspelbaarder geworden. De variatie en de complexiteit van organisaties zijn in gelijke mate toegenomen, waardoor ook de klassieke opvattingen van innovatie en intellectuele eigendom zijn veranderd. Samenwerking is immers noodzakelijk om de ingewikkelde vraagstukken van de hedendaagse markt het hoofd te bieden. Het gesloten model van innovatie heeft daarom plaatsgemaakt voor organisatiestructuren die ertoe bijdragen dat ideeën, middelen en competenties onderling worden gedeeld, uitgewisseld en gecombineerd. Bedrijven verenigen zich bijvoorbeeld in coöperaties, netwerken en ketens in plaats van te opereren als autonome entiteiten in een markt met louter concurrenten. De populariteit van crowdsourcing past eveneens in deze ontwikkeling. De beoogde hervormingen in de culturele sector vinden, met andere woorden, gelijktijdig plaats met een beweging van het bedrijfsleven in de richting van open innovatie. Beide domeinen varen daarom wel bij wet- en regelgeving die intellectuele eigendom niet angstvallig afschermt, maar juist uitgaat van de maatschappelijke, culturele én economische meerwaarde van toegankelijkheid en beschikbaarheid. Rijksstudio laat alvast duidelijk zien dat iedereen is gebaat bij eerlijk delen. Het uitsluitend recht van de maker, dat stevig is verankerd in de Auteurswet, is verworden tot een anachronisme 14

15 Word NU lid van ELSA Nijmegen Heb jij zin in een jaar vol leuke activiteiten, borrels en reisjes??? Meld je dan NU aan bij ELSA Nijmegen via

16 Wijziging van de splitsingsakte Frank van Wersch F.M.R. van Wersch is bachelorstudent recht & management aan de Radboud Universiteit Nijmegen. 16

17 De eigenaar van een appartement heeft een bijzondere vorm van eigendom, die pas sinds de jaren vijftig bestaat. Het appartementsrecht is een vorm van mede-eigendom van een gebouw, die in artikel 5:106 lid 4 BW wordt gedefinieerd. Het is een aandeel in de goederen die in de splitsing zijn betrokken, dat de bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van bepaalde gedeelten van het gebouw die blijkens hun inrichting bestemd zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Dit artikel beschrijft wanneer en hoe de splitsingsakte moet worden gewijzigd. Appartementsrecht Van belang is dat alleen een ruimte die als afzonderlijk geheel kan worden gebruikt, object van het appartementsrecht kan zijn. Het appartementsrecht is, zoals het woord al impliceert, een zakelijk recht. De splitsing in appartementsrechten kan gezien worden als een uiteenvallen van de volle eigendom in een aantal zelfstandige zakelijke genotsrechten. Een andere duiding daarvan is een door de wetgever toegestane transformatie van het eigendomsrecht, aangezien er geen beperkt recht als zodanig wordt gevestigd en er ook geen sprake is van een overdracht of afstand van een recht. De gerechtigde van een appartementsrecht wordt aangesproken als appartementseigenaar. Een wijziging van de splitsingsakte is alleen noodzakelijk als de goederenrechtelijke situatie door de verbouwing verandert Splitsing In artikel 5:106 lid 1 en 4 BW staat aangegeven welke objecten voor splitsing in appartementsrechten vatbaar zijn. In lid 1 wordt de volgende definitie gegeven: een gebouw met toebehoren en de daarbij behorende grond met toebehoren. Lid 4 verbreedt deze definitie naar een groep van gebouwen die in een splitsing zijn betrokken. De grondeigenaar, erfpachter en opstaller zijn bevoegd tot het opsplitsen van het eigendom, aldus lid 3. Echter, de erfpachter en opstaller zijn daartoe alleen bevoegd indien zij toestemming hebben verkregen van de eigenaar. Hoe gaat een splitsing van eigendom in zijn werk? De splitsing zelf geschiedt door een daartoe bestemde notariële akte, gevolgd door inschrijving in de openbare registers. Dit is geregeld in artikel 5:109 BW. Verder dient de akte vergezeld te worden door een tekening waarin de begrenzingen van de onderscheidende gedeelten van het gebouw en de grond zijn opgenomen. Er zijn vier eisen aan de inhoud van de akte opgenomen in artikel 5:111 BW. Ten eerste moet de plaatselijke ligging van het gebouw of de grond worden vermeld. Ten tweede moeten de onderscheiden gedeelten van het gebouw of de grond, die als een afzonderlijk geheel bestemd zijn, nauwkeurig worden omschreven. Ten derde moet er een kadastrale aanduiding van de appartementsrechten en de appartementseigenaren worden vermeld. Ten vierde en ten slotte moet de akte ook een reglement inhouden. Dit reglement mag ook een in de registers ingeschreven modelreglement zijn. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft al meerdere modelreglementen gepubliceerd voor het splitsen in appartementsrechten. Wijzigingsnoodzaak Door veranderde omstandigheden kan de noodzaak ontstaan om de splitsingsakte te wijzigen. Volgens artikel 5:139 BW kan dit met medewerking van alle appartementseigenaars of met medewerking van het bestuur van de vereniging van eigenaren (hierna: VVE). Dit wordt ook wel het tweesporenbeleid genoemd. De noodzaak van toestemming of medewerking kan haar basis vinden in de wet of in het reglement dat met de splitsings- 17

18 akte in de openbare registers is ingeschreven. 1 Zoals in de vorige paragraaf al aangegeven, wordt er tegenwoordig vaak gebruik gemaakt van het modelreglement van de KNB. In artikel 22 Modelreglement 2006 staat aangegeven dat iedere op-, aan-, onder- of bijbouw verboden is zonder toestemming van de vergadering. Tevens is in artikel 23 een verbodsbepaling opgenomen inhoudende dat wanneer de constructie van het gebouw wordt gewijzigd, de splitsingsakte ook dient te worden gewijzigd. Afhankelijk van de aard van de verbouwing zal de constructie al dan niet aangepast moeten worden. Het is dus van belang op de hoogte te zijn van de inhoud van het splitsingsreglement. 1. A.H.J. Pleysier, Moet een appartementseigenaar voor het bouwen van een serre in eigen tuin de splitsingsakte laten wijzigen?, JBN 2008, p. 14. De eigenaar van een appartement heeft een bijzondere vorm van eigendom, die pas sinds de jaren vijftig bestaat Jurisprudentie Er is ook jurisprudentie over het vraagstuk of de splitsingsakte moet worden gewijzigd. Zo oordeelde het Hof Amsterdam in een zaak waar appartementseigenaars een serre wilde bijbouwen, dat er geen wijziging van de splitsingsakte noodzakelijk was. Het Hof oordeelde dat een wijziging van de splitsingsakte alleen noodzakelijk is wanneer de goederenrechtelijke situatie door de verbouwing verandert. 2 Dit betekent dus dat de omvang van de rechten en verplichtingen van de appartementseigenaren moet veranderen. In een andere zaak die bij de Hoge Raad kwam, werd er een tijdelijke trap aangelegd tussen twee voor afzonderlijk gebruik bestemde gedeelten. Gezien de tijdelijke aard en het karakter van de trap werd met de aanleg ervan geen wijziging in de goederenrechtelijke situatie beoogd. 3 De splitsingsakte dient echter zeker gewijzigd te worden wanneer appartementseigenaren veranderingen willen aanbrengen in de begrenzing van enig gedeelte van het gebouw of de grond dat voor gebruik als afzonderlijk geheel is bestemd. 4 Hiervan is sprake wanneer de constructie van het gebouw verandert, zoals de plaatsing van een nieuwe verdieping op een gebouw. In dat geval worden de oorspronkelijke grenzen van de splitsingstekening overschreden. De consequentie hiervan is dat er na de constructieverandering een nieuwe tekening bij de splitsingsakte moet worden gevoegd. Bij splitsing in appartementsrechten valt de volle eigendom uiteen in een aantal zelfstandige zakelijke genotsrechten 2. Hof Amsterdam 15 november 2007, LJN: BC HR 7 april 2000, NJ 2000/638 (Wortelboer/VvE Schoolstraat en De Vlijt; m.nt. W.M. Kleijn). 4. W.D.H. Asser, F.H.J. Mijnssen, A.A. van Velten & S.E. Bartels, Mr. C. Asser's handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. Deel 5. Zakenrecht, Deventer: Kluwer 2008, p.591. Tweesporenbeleid Terug naar de gang van zaken rond de wijzigingsprocedure. In beginsel dienen alle appartementseigenaren toestemming te verlenen voor de wijziging van de splitsingsakte, dit is het zogenaamde eerste spoor. Het grote nadeel van deze mogelijkheid is dat deze erg omslachtig kan zijn, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een groot complex. Bovendien loopt men sneller het risico dat een dwarsliggende appartementseigenaar het gehele 18

19 proces dwarsboomt. Bij het tweede spoor, met medewerking van het bestuur van de VVE, dient het besluit tot wijziging door de vergadering van eigenaars met een meerderheid van ten minste vier vijfde te worden aangenomen. Het voordeel van de tweede mogelijkheid is dat een eventueel dwarsliggende appartementseigenaar overstemd kan worden. Deze overstemde appartementsgerechtigde kan zich op grond van artikel 5:140a BW wel tot de kantonrechter wenden met een vordering om de wijziging van de splitsingsakte te vernietigen. Machtiging Indien de appartementseigenaren geen toestemmming verlenen of het bestuur van de VVE niet meewerkt bij het wijzigen van de splitsingsakte, biedt artikel 5:140 lid 1 BW de mogelijkheid om een machtiging te verzoeken bij de rechter. Deze machtiging vervangt dan de vereiste medewerking of toestemming. De rechter zal het verzoek toewijzen wanneer de medewerking of toestemming niet op een redelijke grond is geweigerd. Wanneer is er sprake van een redelijke grond? Wellicht verschaft het duidelijkheid om een voorbeeld uit de jurisprudentie aan te halen waarin de desbetreffende rechter van oordeel was dat er geen redelijke grond was voor weigering van toestemming of medewerking. Illustratief in dit verband is de voornoemde uitspraak van het hoofdstedelijke hof. Hierin hadden verweerders aangevoerd dat er minder dag- en zonlicht zou zijn voor de andere appartementen, dat de architectonische eenheid werd verbroken en Het handelen van één appartementseigenaar mag nooit de integriteit van het hele gebouw in gevaar brengt 5. A.H.T. Heisterkamp & W.H.M. Reehuis, Het Nederlands burgerlijk recht: goederenrecht, Deventer: Kluwer 2012, p dat het aanzien en daarmee de waarde van de woningen zou dalen. Welke omstandigheid leidt dan wel tot een redelijke grond? Mijns insziens doet een dergelijke situatie zich voor wanneer de verandering aan het gebouw een gevaar oplevert voor het gebouw als geheel. Het mag natuurlijk nimmer zo zijn dat het handelen van één appartementseigenaar de integriteit van het gehele gebouw in gevaar brengt. Als de nieuwe constructie bijvoorbeeld is doorgerekend bij een constructeursbureau en deze als voldoende degelijk wordt beoordeeld, is van een dergelijke situatie geen sprake. Tenslotte dient de gewijzigde splitsingsakte opnieuw bij notariële akte ingeschreven te worden in de openbare registers. Indien er onverhoopt één of meerdere vereiste toestemmingen ontbreken en de wijziging toch doorgevoerd wordt in de openbare registers, dan is deze wijziging toch rechtsgeldig. De persoon wiens toestemming achterwege is gebleven, kan binnen een jaar nadat deze van de wijziging kennis heeft genomen een vordering bij de rechter instellen tot het vernietigen van de wijziging. 5 Slot In deze uiteenzetting is de wijzigingsprocedure van de splitsingsakte kort en bondig beschreven. Het is van groot belang dat alle hierboven genoemde stappen in acht genomen worden om de procedure voorspoedig te laten verlopen. 19

20 Onbepaalde tijd: voor eeuwig en altijd? Myrna Greven mw. mr. M.A. Greven is advocaat bij JPR Advocaten te Doetinchem. 20

21 Een raar verschijnsel; de onbenoemde duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Onbenoemde (duur)overeenkomsten zijn overeenkomsten die niet wettelijk zijn geregeld. Met andere woorden, de wet bepaalt niet wanneer deze eindigen. Als partijen dan ook de opzeggingsbevoegdheid in het contract ongeregeld laten, dan zijn partijen min of meer eeuwig aan de overeenkomst gebonden. Iedereen weet dat een eeuwige binding onmogelijk is. Rechtspersonen sterven geen natuurlijke dood en daardoor kunnen zij langer leven dan natuurlijke personen. Toch kan met enige zekerheid worden vastgesteld dat overeenkomsten ooit eindigen. En daarmee bedoel ik ruim vóór het einde der tijden. Dit lijkt tegenstrijdig; partijen sluiten een overeenkomst voor de eeuwigheid, maar weten dat deze ooit zal eindigen 1. HR 17 maart 1927, NJ 1927, p (Baggelaar/De Wind). 2. HR 15 april 1966, NJ 1966/302 (Sanders/Sanders). Contradictie Dit lijkt tegenstrijdig; partijen sluiten een overeenkomst voor de eeuwigheid, maar weten dat deze ooit zal eindigen. Deze contradictie is eigenlijk terug te voeren op twee rechtsbeginselen die met elkaar botsen, te weten pacta sunt servanda en partijautonomie. Met eerst genoemde bedoel ik dat partijen afspraken moeten nakomen. Men is een onbenoemde duurovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan. Dit bewerkstelligt een eeuwige binding van partijen aan de overeenkomst. Daar tegenover staat het beginsel van partijautonomie, dat met zich brengt dat partijen de mogelijkheid moeten hebben om ooit de samenwerking te beëindigen. Partijen kunnen niet tegen hun wil eeuwig worden gebonden aan een contract. De Hoge Raad heeft met een aantal arresten enkele handvatten gegeven hoe om te gaan met deze problematiek. Relatief recent heeft de Hoge Raad hieromtrent een nieuw arrest gewezen. In dit artikel tracht ik antwoord te geven op de vraag wat wordt bedoeld met een onbenoemde duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Houdt dit in dat partijen inderdaad eeuwig aan de overeenkomst zijn gebonden? Of zullen partijen ooit van elkaar af moeten kunnen? Met andere woorden, welk beginsel prevaleert onder welke omstandigheden? Ik zal mij beperken tot de gevallen waarbij professionele partijen niets in de overeenkomst hebben bepaald omtrent de opzeggingsbevoegdheid en de wet geen specifieke bepalingen kent. Rechtsontwikkeling Er is veel jurisprudentie omtrent de vraag of onbenoemde duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd kunnen worden opgezegd, indien partijen geen afspraken hebben gemaakt omtrent de opzeggingsbevoegdheid. Begin van de vorige eeuw oordeelde de Hoge Raad in de zaak Baggelaar/ De Wind dat een onbenoemde duurovereenkomst voor onbepaalde tijd kon worden opgezegd. 1 De wet verzet zich niet tegen de mogelijkheid een overeenkomst voor onbepaalde tijd op te zeggen, aldus de Hoge Raad. De Hoge Raad lijkt hiermee mijns inziens geen waarde te willen toekennen aan het beginsel van pacta sunt servanda. Dit beginsel zou met zich brengen dat de onbenoemde duurovereenkomst niet opzegbaar zou zijn, zij is immers aangegaan voor onbepaalde tijd en zowel wet als overeenkomst zwijgen over een einde van de overeenkomst. Sanders / Sanders Enkele decennia later wijst de Hoge Raad het arrest Sanders/Sanders. 2 In casu ging het om een bruikleenovereenkomst tussen Sanders senior en Sanders junior, inhoudende dat Sanders junior op eigen kosten de schuur op de grond van Sanders senior mocht verbouwen, zodat Sanders junior daar met zijn gezin kon wonen. Tevens bepaalde de bruikleenovereenkomst dat Sanders junior een schuur en een stal mocht bouwen op de grond van Sanders senior. Sanders senior zegt op 16 oktober 1963 de bruikleenovereenkomst op tegen 1 februari De rechtbank en het Hof komen tot het oordeel dat in verband met de woningnood de goede trouw met zich brengt dat Sanders senior alleen wegens dringende redenen de overeenkomst mag opzeggen. De Hoge Raad stelt voorop dat partijen van elkaar af moeten kunnen en laat daarmee het beginsel van de partijautonomie prevaleren. Echter, goede trouw kan met zich kan meenemen dat de opzeggende partij een zwaarwichtige reden moet hebben om een duurovereenkomst op te kunnen zeggen. Indien deze zwaarwichtige reden niet aanwezig is, dan prevaleert pacta sunt servanda en kan de overeenkomst niet rechtsgeldig worden opgezegd. 21

22 Kakkenberg / Kakkenberg In 1995 heeft de Hoge Raad het arrest Kakkenberg/Kakkenberg gewezen. 3 Het betrof een bruikleenovereenkomst tussen twee broers met betrekking tot een stal, waarbij een van beide broers de stal van de ander gebruikte voor zijn bedrijf. Na twintig jaar zegt de bruikleengever de overeenkomst op. Het Hof oordeelt dat een onbenoemde duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel door een der partijen kan worden opgezegd, maar dat de redelijkheid en billijkheid hierbij een rol spelen. De opzeggingsbevoegdheid is afhankelijk van de redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst. Met andere woorden, alleen omstandigheden die raken aan de aard of inhoud van de overeenkomst spelen een rol. Tijdsduur en gewijzigde omstandigheden na het moment van sluiten van de overeenkomst kunnen alleen meewegen voor zover men er vanuit mag gaan dat hierdoor de inhoud van de overeenkomst is veranderd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en oordeelt dat: (..) het Hof heeft miskend dat bij de beoordeling van hetgeen de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen, alle omstandigheden van het geval een rol kunnen spelen, en de aard van de onderhavige overeenkomst niet ertoe noopt slechts een beperkte categorie omstandigheden in aanmerking te nemen. 4 De Hoge Raad bepaalt ondubbelzinnig dat een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar is 3. HR 21 april 1995, NJ 1995/ HR 21 april 1995, NJ 1995/437, r.o (onderstreping van mij). Tevens bepaalt de Hoge Raad in dit arrest dat alleen kan worden opgezegd, indien er een redelijke opzegtermijn in acht wordt genomen. Bij de beoordeling of een redelijke termijn in acht is genomen, moeten de wederzijdse belangen van partijen worden afgewogen. Uit dit arrest volgt mijns inziens dat de vraag of een onbenoemde duurovereenkomst aangegaan voor onbepaalde tijd partijen voor eeuwig kan binden, moet worden beantwoord aan de hand van de redelijkheid en billijkheid waarbij alle omstandigheden van het geval een rol spelen. Beide beginselen van pacta sunt servanda en partijautonomie zijn relevant. Om te beoordelen welk beginsel in welke situatie prevaleert, dient men naar alle omstandigheden van het geval te kijken. Latour / De Bruijn Enkele jaren later wijst de Hoge Raad het arrest Latour/De Bruijn. 5 Het gaat dit keer om een distributieovereenkomst tussen een wijnhuis (Latour) en een wijnkoperij (De Bruijn). Na bijna honderd jaar samenwerking wil Latour de overeenkomst opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van ruim een jaar. Het Hof is van oordeel dat een onbenoemde duurovereenkomst die niets bepaalt omtrent de opzegging in beginsel kan worden opgezegd, maar dat voor een rechtsgeldige opzegging dan wel een redelijke grond moet bestaan, tenzij de opgezegde partij geen redelijk belang heeft bij voortzetting van de overeenkomst. Uiteindelijk oordeelt het Hof dat Latour onvoldoende redenen had om de overeenkomst op te zeggen. Latour gaat in cassatie en voert onder andere aan dat het Hof heeft miskend dat de aard van dit soort overeenkomsten met zich brengt dat zij altijd opzegbaar is, mede gelet op de in het handelsverkeer benodigde flexibiliteit. De redelijkheid en billijkheid spelen dan slechts een rol bij het bepalen van een redelijke opzegtermijn en een eventuele schadevergoeding. 6 Mijns inziens pleit Latour hier voor een onvoorwaardelijke opzeggingsbevoegdheid op grond van de partijautonomie. De Hoge Raad gaat hier niet in mee en overweegt het volgende: Ook indien uit de aard van een specifieke distributie-overeenkomst zou volgen dat zij in beginsel zonder meer opzegbaar is, kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de concrete omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts tot beëindiging van de overeenkomst leidt indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat HR 3 december 1999, NJ 2000/ Zie T.H. van den Broek, 'Gemeente De Ronde Venen/Stedin c.s.: versoepeling van de mogelijkheden tot opzegging van een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd?,' MvV , p HR 3 december 1999, NJ 2000/120, r.o Hoewel de bewoordingen van de Hoge Raad duidelijk lijken, zijn de meningen verdeeld over de interpretatie van de hierboven weergegeven overweging. Een aantal schrijvers is 22

23 8. Bijvoorbeeld A.J. Verdaas, 'De opzegbaarheid van duurovereenkomsten: een pleidooi voor contractsvrijheid (I),' WPNR 2002/6501, p Zoals G.G. Boeve, 'Beëindiging van onbenoemde duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd: (on) mogelijk?!,' ORP , p HR 28 oktober 2011, LJN: BQ9854. Naar mijn mening zal een onvoorwaardelijke opzeggingsbevoegdheid bijdragen aan de rechtszekerheid van mening dat de Hoge Raad niets heeft bepaald betreffende de vraag of een onbenoemde duurovereenkomst (met name een distributieovereenkomst) in beginsel opzegbaar is. 8 Anderen betogen dat de Hoge Raad heeft bepaald dat een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel niet opzegbaar is. 9 Mijns inziens heeft de Hoge Raad niets gezegd over de vraag of een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar is. Het had op de weg van de Hoge Raad gelegen om meer duidelijkheid te verschaffen betreffende de vraag of een onbenoemde duurovereenkomst voor onbepaalde tijd partijen eeuwig bindt, nu in het cassatiemiddel is gepleit voor een onvoorwaardelijke mogelijkheid om van elkaar af te kunnen. Nu de Hoge Raad dit achterwege laat, kan ik niet anders concluderen dan dat de omstandigheden van het geval een zwaarwichtige grond kunnen vereisen. Indien deze niet aanwezig is, kan de overeenkomst niet eenzijdig worden beëindigd; pacta sunt servanda. Een oneindige binding kan het gevolg hiervan zijn. Recente (rechts)ontwikkelingen Op 28 oktober 2011 heeft de Hoge Raad met Gemeente De Ronde Venen/Stedin een nieuw arrest gewezen over onbenoemde duurovereenkomsten aangegaan voor onbepaalde tijd. 10 Het feitencomplex ligt als volgt. Tussen de Gemeente De Ronde Venen en (rechtsvoorgangers van) Stedin zijn twee onbenoemde duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd gesloten waarbij niets is bepaald omtrent de opzeggingsbevoegdheid. Stedin is eigenaar van gas- en elektriciteitsnetten en heeft diverse kabels in de grond van de Gemeente liggen. Volgens de overeenkomsten mag Stedin kosteloos de kabels in de grond van de Gemeente laten liggen. De kosten voor het verleggen van de kabels op verzoek van de Gemeente komen voor rekening van de Gemeente, tenzij het gaat om werkzaamheden in het kader van het openbaar belang; dan delen partijen de kosten. De Gemeente zegt bij brief van 4 juli 2006 de overeenkomst op tegen 19 oktober 2006 en stelt in plaats daarvan een publiekrechtelijke verordening vast. Deze verordening dicteert dat het verplaatsen van de kabels voor rekening komt van Stedin. De kabels kunnen wel kosteloos in de grond van de Gemeente blijven liggen. De rechtbank komt tot het oordeel dat sprake is van veranderingen van voldoende gewicht om de overeenkomst op te kunnen zeggen. Ook heeft de Gemeente een redelijke opzegtermijn in acht genomen en is dientengevolge niet schadeplichtig. Het Hof verwijst naar Latour/De Bruijn en komt tot het oordeel dat Stedin belang heeft bij voortzetting van de overeenkomst en de Gemeente geen voldoende zwaarwichtige reden heeft die de opzegging rechtvaardigt. De eisen van redelijkheid en billijkheid brengen met zich dat opzegging door de Gemeente niet tot het beëindigen van de overeenkomst heeft geleid; de opzegging is zonder rechtsgevolg gebleven. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bepaalt het volgende: Het gaat te dezen om de opzegging van een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan. Of en, zo ja, onder welke voorwaarden zo n overeenkomst opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Indien, zoals hier, wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is HR 28 oktober 2011, LJN: BQ9854, r.o (onderstreping van mij). Hier bepaalt de Hoge Raad voor het eerst ondubbelzinnig dat een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar is. Vervolgens verwijst de Hoge Raad naar zijn overweging in Latour/De Bruijn dat de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval mee kunnen brengen dat opzegging slechts mogelijkheid is, indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat, een redelijke opzegtermijn in acht wordt genomen en dat er ruimte kan zijn voor aanvullende schadevergoeding. Vervolgens gaat de Hoge Raad nader in op de redenen van opzegging. Energielevering werd voorheen gezien als overheidstaak, waarbij het winstoogmerk ontbreekt. Binnen een dergelijke markt past de regeling dat kabels en leidingen kosteloos kunnen worden verplaatst. Nu de energiemarkt is geliberaliseerd, is deze regeling achterhaald. In een geval als dit brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid niet mee dat de Gemeente een zwaarwegende grond voor opzegging dient te hebben, aldus nog steeds de Hoge Raad. Betreffende de bepaling van 23

24 een redelijke termijn en de mogelijkheid van aanvullende schadevergoeding is volgens de Hoge Raad leidend of de opgezegde partij voldoende tijd heeft gehad zich op de nieuwe situatie in te stellen. Oud en nieuw Wat meteen opvalt, is dat de Hoge Raad een hoofdregel formuleert: onbenoemde duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd zijn in beginsel opzegbaar. Dit uitgangspunt is wel af te leiden uit voorgaande jurisprudentie van de Hoge Raad, maar was nog nooit expliciet bevestigd. Echter, deze mogelijkheid is niet onvoorwaardelijk. De redelijkheid en billijkheid kunnen een zwaarwichtige grond vereisen, maar dit is niet het uitgangspunt. 12 Tevens lijkt de Hoge Raad in zijn laatste arrest een versoepeling te bewerkstelligen; een gewichtige reden voor opzegging is niet snel vereist. In onderhavige zaak was geen gewichtige reden vereist, ondanks het feit dat de opgezegde partij wel belang had bij continuering van de overeenkomst. 13 Beperking van de opzeggingsbevoegdheid vanwege afhankelijkheid van de opgezegde partij wordt over het algemeen wel aangenomen. De Hoge Raad lijkt met deze versoepeling nog meer voorrang te willen toekennen aan het beginsel van de partijautonomie, maar hij kiest (vooralsnog) niet voor De redelijkheid en billijkheid kunnen een zwaarwichtige grond vereisen, maar dit is niet het uitgangspunt een onvoorwaardelijke opzeggingsbevoegdheid, waarbij onbenoemde duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd altijd kunnen worden opgezegd en de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de concrete omstandigheden van het geval slechts invloed kunnen hebben op de redelijke opzegtermijn en eventueel een aanvullende schadevergoeding. Toch wordt in de literatuur wel gepleit voor een onvoorwaardelijke opzeggingsbevoegdheid op grond van de partijautonomie en de contractsvrijheid. Veelgenoemde argumenten in de literatuur zijn de rechtszekerheid die hiermee gediend wordt en een betere aansluiting bij het Draft Common Frame of Reference (DCFR) en het recht van andere Europese landen. 14 Ook zou het uitgangspunt van contractsvrijheid niet kunnen leiden tot een oneindige binding indien (een der) partijen zich daar tegen verzet(ten). 15 Naar mijn mening zal een onvoorwaardelijke opzeggingsbevoegdheid bijdragen aan de rechtszekerheid. Beide partijen weten waar ze aan toe zijn. Ook het feit dat een rechtspersoon geen natuurlijke dood sterft en hierdoor (tegen zijn wil in) eeuwig gebonden kan worden aan een contract, pleit voor een dergelijk ruime opzeggingsmogelijkheid. Echter, een onvoorwaardelijke opzeggingsbevoegdheid impliceert dat een onbenoemde duurovereenkomst voor onbepaalde tijd altijd opzegbaar is, ook indien dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid absoluut onaanvaardbaar is. Zolang we de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid erkennen, zal onopzegbaarheid altijd tot de mogelijkheden behoren. Conclusie Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad is af te leiden dat het uitgangspunt is dat partijen ooit van elkaar af moeten kunnen. Hiermee wordt meer waarde toegekend aan het beginsel van de partijautonomie dan aan het beginsel van pacta sunt servanda. Maar de mogelijkheid om de handelsrelatie eenzijdig te beëindigen, is niet onvoorwaardelijk. In zeer schrijnende gevallen kunnen de redelijkheid en billijkheid in verband met alle concrete omstandigheden van het geval een zwaarwichtige reden vereisen die de opzegging kan rechtvaardigen. Ik ben in tegenstelling tot vele andere juristen van mening dat de Hoge Raad juist heeft geoordeeld door geen onvoorwaardelijke opzeggingsbevoegdheid toe te kennen aan partijen bij een onbenoemde duurovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het gaat over het algemeen om professionele partijen. Deze behoeven in beginsel geen bescherming. Indien zij op elk moment de overeenkomst willen kunnen opzeggen, dan hadden partijen dit af kunnen spreken. Dat de Hoge Raad de partijautonomie wel als uitgangspunt lijkt te nemen, is mijns inziens juist. Een eeuwige binding is gelet op de eisen van het handelsverkeer niet te prefereren. Partijen moeten van elkaar af kunnen als de samenwerking stroef verloopt of de concurrent met een beter aanbod komt. Ook de mededinging zal te veel kunnen worden beperkt door een eeuwige binding. Een onbenoemde duurovereenkomst voor onbepaalde tijd, voor eeuwig en altijd, in sickness and in health? Nee, een dergelijke binding lijkt toch meer voorbehouden te zijn aan het huwelijk! 12. Zie ook N. de Boer, 'Onbenoemde duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd in beginsel opzegbaar: Is de Hoge Raad om?', ORP , p J.E. Brink-van der Meer & A.J. van der Vegt, 'Contracten maken: beëindiging van duurovereenkomsten. Evaluatie van (recente) jurisprudentie en literatuur,' Contracteren , p Zie de noot van A.J.Verdaas onder HR 28 oktober 2011, JOR 2012, J.F.M. Strijbos, Opzegging van duurovereenkomsten, Deventer: Kluwer 1985, p en C.A.M. Paverd, De opzegging van distributieovereenkomsten, Deventer: Kluwer 1999, p Een eeuwige binding is gelet op de eisen van het handelsverkeer niet te prefereren 24

25 RECHTSWINKEL OSS Stichting Rechtswinkel Oss is opgericht in september 2009 en opende haar deuren voor het eerst in mei Sindsdien hebben we al meer dan 1000 cliënten mogen helpen! Wist u dat: Wij werken met een structuur van medewerkers en teamcaptains Iedere donderdag- en vrijdagavond spreekuur wordt gedraaid Rechtswinkel Oss een ANBI stichting is En dat we een heel gezellig en gemotiveerd team hebben VOOR MEER INFO:

Appartementsrecht Feiten over uw positie in het appartementsrecht. Deze brochure is een uitgave van de advocaten Toon Kool en Paul Veerman

Appartementsrecht Feiten over uw positie in het appartementsrecht. Deze brochure is een uitgave van de advocaten Toon Kool en Paul Veerman Appartementsrecht Feiten over uw positie in het appartementsrecht Deze brochure is een uitgave van de advocaten Toon Kool en Paul Veerman 1087 CE AMSTERDAM T 020 398 01 50 E ERFRECHT@KBGADVOCATEN.NL WWW.

Nadere informatie

Schadevergoeding in de vorm van nadeelcompensatie en planschade. Datum 10 oktober 2014

Schadevergoeding in de vorm van nadeelcompensatie en planschade. Datum 10 oktober 2014 Schadevergoeding in de vorm van nadeelcompensatie en planschade Datum 10 oktober 2014 Inleiding Burgers, bedrijven en organisaties kunnen door het optreden van de overheid tijdelijk of blijvend nadeel

Nadere informatie

Ad a. Algemeen belang Elke handeling met een publieke grondslag wordt geacht genomen of gedaan te zijn in het algemeen belang.

Ad a. Algemeen belang Elke handeling met een publieke grondslag wordt geacht genomen of gedaan te zijn in het algemeen belang. Toelichting Algemene toelichting Inleiding Artikel 7.14 van de Waterwet bevat een algemene regeling die voorziet in de vergoeding van schade als gevolg van de rechtmatige uitoefening van een taak of bevoegdheid

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

ab rechtspraak bestuursrecht AB 2013/221

ab rechtspraak bestuursrecht AB 2013/221 AB 2013/221 AB 2013/221 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VAN DE RAAD VAN STATE 5 december 2012, nr. 201112232/1/T1/A2. (Mrs. C.H.M. van Altena, A. Hammerstein, G. Snijders) m.nt. M.K.G. Tjepkema Art. 2, 3

Nadere informatie

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012

LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1. Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 LJN: BX6509, Raad van State, 201201225/1/A1 Datum uitspraak: 05-09-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 05-09-2012 Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing handhavingsverzoek

Nadere informatie

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Mr. P.H.A.M. Peters Hoff van Hollantlaan 5 Postbus 230 5240 AE Rosmalen Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Geachte heer Peters, Bij brief van 12 november

Nadere informatie

DE WIJZIGING VAN DE AKTE VAN SPLITSING

DE WIJZIGING VAN DE AKTE VAN SPLITSING DE WIJZIGING VAN DE AKTE VAN SPLITSING Al geruime tijd bestaat er bij appartementseigenaren een grote behoefte aan een mogelijkheid om op een meer eenvoudige en soepele wijze de akte van splitsing aan

Nadere informatie

NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 25 november 2011 HOOFDSTUK 8 BIJZONDERE BEPALINGEN OVER DE WIJZE VAN PROCEDEREN BIJ DE BESTUURSRECHTER

NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 25 november 2011 HOOFDSTUK 8 BIJZONDERE BEPALINGEN OVER DE WIJZE VAN PROCEDEREN BIJ DE BESTUURSRECHTER 32 621 Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met bepalingen over nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad (Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

Paul Krugerbrug II 13-12-2013 EN RECENTE JURISPRUDENTIE ABRVS 22 NOVEMBER 1983, AB 1984, 154 (I)

Paul Krugerbrug II 13-12-2013 EN RECENTE JURISPRUDENTIE ABRVS 22 NOVEMBER 1983, AB 1984, 154 (I) PAUL KRUGERBRUG II EN RECENTE JURISPRUDENTIE ANITA NIJBOER 13 DECEMBER 2013 PAUL KRUGERBRUG II, ABRVS 22 NOVEMBER 1983, AB 1984, 154 (I) Korte schets van de situatie - De Minister van Verkeer en Waterstaat

Nadere informatie

Landsverordening regeling gebruik in deeltijd van onroerende zaken enaanpassing appartementsrecht

Landsverordening regeling gebruik in deeltijd van onroerende zaken enaanpassing appartementsrecht Zoek regelingen op overheid.nl Nederlandse Antillen Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl! LANDSVERORDENING van de 27ste april 2005 tot wijziging van de Boeken 5 en

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 621 Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met bepalingen over nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad (Wet

Nadere informatie

MODEL AKTE VAN WIJZIGING SPLITSING

MODEL AKTE VAN WIJZIGING SPLITSING MODEL AKTE VAN WIJZIGING SPLITSING (MET TOELICHTING) Heden, *, verscheen voor mij, *, notaris te *: Hier worden de comparanten vermeld, zijnde de eigenaars van alle appartementsrechten het gebouw. Gegevens

Nadere informatie

LRGD Symposium donderdag 26 november 2015

LRGD Symposium donderdag 26 november 2015 LRGD Symposium donderdag 26 november 2015 De deskundige in (toekomst)perspectief: uitwisseling gewenst. Mr. J.H.J. van Erk De deskundige bij planschade en nadeelcompensatie Advisering door een deskundige

Nadere informatie

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij

Nadere informatie

Uit: Jurisprudentie Gemeente, 14 mei 2014 (JG. 2014/40)

Uit: Jurisprudentie Gemeente, 14 mei 2014 (JG. 2014/40) Uit: Jurisprudentie Gemeente, 14 mei 2014 (JG. 2014/40) Noot bij: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 14 mei 2014, 201303996/1/A3 en ECLI:NL:RVS:2014:1708 door: I.M. van der Heijden en E.E.

Nadere informatie

Grond of opstallen verkopen aan Rijkswaterstaat? Wat u moet weten over regelingen en procedures

Grond of opstallen verkopen aan Rijkswaterstaat? Wat u moet weten over regelingen en procedures Grond of opstallen verkopen aan Rijkswaterstaat? Wat u moet weten over regelingen en procedures Het land beschermen tegen overstromingen. Aanleg, reconstructie en onderhoud van rijkswegen. Het bevorderen

Nadere informatie

SCHOTELANTENNES. Wettelijk kader

SCHOTELANTENNES. Wettelijk kader SCHOTELANTENNES Ondanks de technologische ontwikkelingen met betrekking tot de ontvangst van televisiesignalen blijven schotelantennes populair om televisie mee te kijken. Ook VvE s worden geconfronteerd

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERORDENING NADEELCOMPENSATIE, PLANSCHADETEGEMOETKOMING EN SCHADEVERGOEDING VOOR ONRECHTMATIGE HANDELINGEN ROTTERDAMSEBAAN 2014:

GEMEENSCHAPPELIJKE VERORDENING NADEELCOMPENSATIE, PLANSCHADETEGEMOETKOMING EN SCHADEVERGOEDING VOOR ONRECHTMATIGE HANDELINGEN ROTTERDAMSEBAAN 2014: GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Rijswijk. Nr. 69895 2 december 2014 GEMEENSCHAPPELIJKE VERORDENING NADEELCOMPENSATIE, PLANSCHADETEGEMOETKOMING EN SCHADEVERGOEDING VOOR ONRECHTMATIGE HANDELINGEN

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten,

MEINDERT OOSTERHOF, in zijn hoedanigheid van gerechtsdeurwaarder, kantoorhoudende te Drachten, Vonnis RECHTBANK LEEUWARDEN Sector kanton Locatie Heerenveen zaak-/rolnummer: 371218 CV EXPL i 1-5231 vonnis van de kantonrechter d.d. 14 maart 2012 inzake X wonende te eiser. procederende met toevoeging.

Nadere informatie

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld

Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183. Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Rb. 's-gravenhage 6 juli 2012, LJN BX2021, JA 2012/183 Trefwoorden: Sommenverzekering, Voordeelstoerekening, Eigen schuld Auteurs: mr. M. Verheijden en mr. L. Stevens Samenvatting In maart 2009 vindt een

Nadere informatie

Verordening nadeelcompensatie Arnhem 2011

Verordening nadeelcompensatie Arnhem 2011 1 Begripsbepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanvraag: een aanvraag als bedoeld in artikel 2, eerste lid van deze verordening b. adviseur: een persoon of

Nadere informatie

Nadere bestudering van de juridische merites en jurisprudentie leert, dat aan dit vraagstuk nogal wat haken en ogen zitten.

Nadere bestudering van de juridische merites en jurisprudentie leert, dat aan dit vraagstuk nogal wat haken en ogen zitten. FINANCIERING VAN GROOT ONDERHOUD In de praktijk komt het regelmatig voor, dat een ouder appartementengebouw dringend aan renovatie en/of groot onderhoud toe is. In die gevallen doet de Vergadering van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Advies bezwarencommissie. Postbus 250. Rentmeesterkantoor Reinders Folmer B.V. t.a.v. de heer ing. P.H. Reinders Folmer Postbus 21 2100 AE HEEMSTEDE

Advies bezwarencommissie. Postbus 250. Rentmeesterkantoor Reinders Folmer B.V. t.a.v. de heer ing. P.H. Reinders Folmer Postbus 21 2100 AE HEEMSTEDE Çjemeente Rentmeesterkantoor Reinders Folmer B.V. t.a.v. de heer ing. P.H. Reinders Folmer Postbus 21 2100 AE HEEMSTEDE Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Bezoekadres: Raadhuisplein 1 Hoofddorp Telefoon 0900-1852

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam

Zaaknummer : 2014/150 : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Zaaknummer : 2014/150 Rechter(s) : mrs. Olivier, Borman, Hoogvliet Datum uitspraak : 16 december 2014 Partijen : Appellante en Vrije Universiteit Amsterdam Trefwoorden : Bevoegdheid College Bekostiging

Nadere informatie

Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie, (sub)brandcompartimentering Datum: 7 oktober 2010

Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie, (sub)brandcompartimentering Datum: 7 oktober 2010 AANVRAAG Registratienummer: Betreft: Eisen bestaand gezondheidszorggebouw Aanvrager: ir. C.A.E. (Kees) Rijk Schoonderbeek en Partners Advies BV Postbus 374 6710 BJ Ede Trefwoorden: Gezondheidszorgfunctie,

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 028.00 ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Uitspraak 201405096/1/A2

Uitspraak 201405096/1/A2 Uitspraak 201405096/1/A2 Datum van uitspraak: Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: 201405096/1/A2. Datum uitspraak: 21 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK woensdag 21 januari 2015 Uitspraak op het

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstatc 201107210/1/V1. Datum uitspraak: 21 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-10-2010 Datum publicatie: 29-10-2010 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige

Nadere informatie

Handleiding vergoeding kosten bezwaar en administratief beroep

Handleiding vergoeding kosten bezwaar en administratief beroep September 2002 Inhoudsopgave Inleiding Hoofdstuk 1 Welk recht is van toepassing Hoofdstuk 2 Vergoedingscriterium en te vergoeden kosten 2.1 Vergoedingscriterium 2.2 Besluit proceskosten bestuursrecht 2.3

Nadere informatie

JB 1999/256 Rechtbank Amsterdam, 09-08-1999, AWB 98/3128 HUISV 06 Besluit (huisnummerbeschikking), Mededeling omtrent feiten

JB 1999/256 Rechtbank Amsterdam, 09-08-1999, AWB 98/3128 HUISV 06 Besluit (huisnummerbeschikking), Mededeling omtrent feiten JB 1999/256 Rechtbank Amsterdam, 09-08-1999, AWB 98/3128 HUISV 06 Besluit (huisnummerbeschikking), Mededeling omtrent feiten Aflevering 1999 afl. 13 College Rechtbank Amsterdam Datum 9 augustus 1999 Rolnummer

Nadere informatie

Rechtbank Gelderland 05-03-2015 06-03-2015 AWB - 14 _ 4451. Belastingrecht

Rechtbank Gelderland 05-03-2015 06-03-2015 AWB - 14 _ 4451. Belastingrecht ECLI:NL:RBGEL:2015:1431 http://d Deeplink Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Gelderland 05-03-2015 06-03-2015 AWB - 14

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

Raadsinformatiebrief. De gemeenteraad van Albrandswaard. Betreft: Mandatering afdoening planschade Buijtenland aan provincie. Geachte raadsleden,

Raadsinformatiebrief. De gemeenteraad van Albrandswaard. Betreft: Mandatering afdoening planschade Buijtenland aan provincie. Geachte raadsleden, Raadsinformatiebrief De gemeenteraad van Albrandswaard Uw brief van: Ons kenmerk: 1080545 Uw kenmerk: Contact: Ir. P. Wunderink Bijlage(n): Doorkiesnummer: 0105061742 E-mailadres: p.wunderink@albrandswaard.nl

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postus EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Juridischee Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301

Nadere informatie

DISCLAIMER. Pagina 1 van 5. verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp DE ONDERGETEKENDE(N):

DISCLAIMER. Pagina 1 van 5. verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp DE ONDERGETEKENDE(N): Pagina 1 van 5 DE ONDERGETEKENDE(N): DISCLAIMER verkoop van registergoederen van de Stichting Kenter Jeugdhulp Naam rechtspersoon: Plaats statutaire zetel: Kantooradres: Nummer Kamer van Koophandel: e-mailadres:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 576 Wijziging van de Advocatenwet, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten ter versterking van de cassatierechtspraak (versterking

Nadere informatie

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden.

2.1. X leeft van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. Op deze uitkering worden de lopende huurbetalingen volledig ingehouden. beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter zittinghoudende te Utrecht zaaknummer: 2534388 UE VERZ 13805 GD/4243 Beschikking van 13 december 2013 inzake X wonende te Arnhem,

Nadere informatie

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Nederlands Instituut van Psychologen

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/104 Rechter(s) : mrs. Olivier, Van der Spoel en Verheij Datum uitspraak : 5 november 2015 Partijen : Appellante en

Zaaknummer : CBHO 2015/104 Rechter(s) : mrs. Olivier, Van der Spoel en Verheij Datum uitspraak : 5 november 2015 Partijen : Appellante en Zaaknummer : CBHO 2015/104 Rechter(s) : mrs. Olivier, Van der Spoel en Verheij Datum uitspraak : 5 november 2015 Partijen : Appellante en Universiteit Maastricht Trefwoorden : algemeen verbindend voorschrift

Nadere informatie

Nadeelcompensatie. Nadeelcompensatie 24-11-2015. Nadeelcompensatie

Nadeelcompensatie. Nadeelcompensatie 24-11-2015. Nadeelcompensatie Utrecht, 18 november 2015.net/Christa Lagerweij-Duits voor perceeleigenaren Kockengen waterproof RTV Stichtse Vecht, 27 oktober 2015 Rechtmatige overheidsdaad Geen strijd met wettelijke plicht (art. 6:162

Nadere informatie

De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014)

De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014) De contractuele uitsluiting en beperking van de tienjarige aansprakelijkheid van de architect (Cass. 5 september 2014) FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95

Nadere informatie

ECGR/U201300637 Lbr. 13/058

ECGR/U201300637 Lbr. 13/058 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten uw kenmerk ons kenmerk ECGR/U201300637 Lbr. 13/058 bijlage(n)

Nadere informatie

: beleid naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad inzake planschade-overeenkomsten

: beleid naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad inzake planschade-overeenkomsten Raad : 30 september 2003 Agendanr. : 11 Doc.nr : B 2003 11821 Afdeling: : Bouwen en Wonen RAADSVOORSTEL Onderwerp : beleid naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad inzake planschade-overeenkomsten

Nadere informatie

ons kenmerk ECGR/U201301490 Lbr. 13/100

ons kenmerk ECGR/U201301490 Lbr. 13/100 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Modelverordening elektronische kennisgeving uw kenmerk ons kenmerk ECGR/U201301490 Lbr. 13/100 bijlage(n)

Nadere informatie

Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar Beslissing op bezwaar Kenmerk: 26146/2011014629 Betreft: beslissing op bezwaar inzake het besluit tot publicatie van het besluit betreffende het leveren van programmagegevens van de landelijke publieke

Nadere informatie

(E) M C>> NEDERLANDSE VERENIGING VOOR. Strekking concept-wetsvoorstel. Advies. bi - br-

(E) M C>> NEDERLANDSE VERENIGING VOOR. Strekking concept-wetsvoorstel. Advies. bi - br- G) hr^ bi - br- NEDERLANDSE VERENIGING VOOR IJ] (E) M {jb / O) De Minister van Veiligheid en Justitie Mr. G.A. van der Steur Postbus 20301 2500 ÈH DEN HAAG G.) S> C>> Datum 3 november 2015 Kenmerk 668160

Nadere informatie

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB Datum uitspraak: 20-01-2009 Datum publicatie: 04-02-2009 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2014:110 Instantie Raad van State Datum uitspraak 22-01-2014 Datum publicatie 22-01-2014 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201300676/1/A2 Eerste

Nadere informatie

Zaaknummer : S21-51 Datum uitspraak : 30 maart 2016 Plaats uitspraak : Zeist

Zaaknummer : S21-51 Datum uitspraak : 30 maart 2016 Plaats uitspraak : Zeist Zaaknummer : S21-51 Datum uitspraak : 30 maart 2016 Plaats uitspraak : Zeist in het geschil tussen: Bindend Advies F. Rispens-van Aalst en A.J. Rispens te Zuidhorn, verder te noemen: Rispens-van Aalst

Nadere informatie

Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan "Recreatieve Poort 2015" Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Goirle van 9 juni 2015 Mij bekend, De griffier Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling

Nadere informatie

Bijlage. Onderwerp: analyse jurisprudentie compensatieplicht Wmo

Bijlage. Onderwerp: analyse jurisprudentie compensatieplicht Wmo Bijlage Onderwerp: analyse jurisprudentie compensatieplicht Wmo Aanleiding Tijdens het Algemeen Overleg van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op 28 juni 2012 heeft mevrouw

Nadere informatie

5. Met e-mail van 12 maart 2014 is door KPN nog een overzicht verstrekt met het huidige zenderaanbod van Digitenne.

5. Met e-mail van 12 maart 2014 is door KPN nog een overzicht verstrekt met het huidige zenderaanbod van Digitenne. Besluit Kenmerk: 619878/623042 Betreft: Ontheffingsverzoek artikel 6.14d van de Mediawet 2008 Besluit van het Commissariaat voor de Media betreffende het verzoek van KPN B.V. om ontheffing van de doorgifteverplichting

Nadere informatie

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen

RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen RJ-Uiting 2014-7: ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen Inleiding RJ-Uiting 2014-7 bevat de ontwerp-richtlijn 630 Commerciële stichtingen en verenigingen. De Raad voor de Jaarverslaggeving

Nadere informatie

Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008

Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008 Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008 1 Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden Vastgesteld

Nadere informatie

3 oktober 2012 heeft plaatsgevonden, leidt niet tot een ander oordeel.

3 oktober 2012 heeft plaatsgevonden, leidt niet tot een ander oordeel. Zaaknummer : 2013/073 Rechter(s) : mrs. Loeb, Troostwijk, Van der Spoel Datum uitspraak : 7 oktober 2013 Partijen : Appellante tegen Rijksuniversiteit Groningen Trefwoorden : Aanmelding, afstudeertijdstip,

Nadere informatie

Met het oog op uw vragen en kritiek zijn kort samengevat mijn conclusies de volgende:

Met het oog op uw vragen en kritiek zijn kort samengevat mijn conclusies de volgende: Geachte mevrouw Stembor, U heeft mij een aantal stellingen/vragen voorgelegd. Ik heb daaruit opgemaakt dat u kritiek heeft op de onduidelijkheid over de verhouding tussen de Wbtv en de wet van 8 mei 1878,

Nadere informatie

Vastgoed-nieuws. 21 november 2013. Huur woonruimte naar zijn aard van korte duur

Vastgoed-nieuws. 21 november 2013. Huur woonruimte naar zijn aard van korte duur Vastgoed-nieuws 21 november 2013 Huur woonruimte naar zijn aard van korte duur Essentie Verhuurders proberen vaak op creatieve manier onder dwingendrechtelijke huur(prijs)beschermingsbepalingen uit te

Nadere informatie

De gemeenteraad heeft mij verzocht de gemeenteraad in de bezwaarprocedure te vertegenwoordigen en hem waar nodig nader van advies te dienen.

De gemeenteraad heeft mij verzocht de gemeenteraad in de bezwaarprocedure te vertegenwoordigen en hem waar nodig nader van advies te dienen. PER FALK COURIER Aan de gemeenteraad van Boxmeer Postbus 450 5830 AL BOXMEER Nijmegen, 25 oktober 2006 Ons kenmerk : 20041655 TL/cb Inzake : Boxmeer/Windenergie Doorkiesnummer : 024-382 83 94 Direct faxnummer:

Nadere informatie

Bestuursrecht. Bestuursrecht. Mr. R.L. Vucsan, dr. H.B. Winter. Inleiding

Bestuursrecht. Bestuursrecht. Mr. R.L. Vucsan, dr. H.B. Winter. Inleiding Bestuursrecht Mr. R.L. Vucsan, dr. H.B. Winter Inleiding Deze aflevering van het Katern bestuursrecht is geheel gewijd aan de jurisprudentie van de administratieve rechters met betrekking tot terugvorderingsbeslissingen,

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

Gehoord de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1

Gehoord de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1 De Minister van Verkeer en Waterstaat Ir. C.M.P.S. Eurlings Postbus 20906 2500 EX Den Haag datum 12 maart 2008 contactpersoon mw. mr. R.M. Driessen doorkiesnummer 070-361 9852 faxnummer 070-361 9746 e-mail

Nadere informatie

«JG» Actueel commentaar

«JG» Actueel commentaar Actueel commentaar Planschade beperken of ongedaan maken met toepassing van artikel 6.1.3.4 Bro? Bestemmingsplannen moeten elke tien jaar worden geactualiseerd (art. 3.1 lid 1 Wro). 1 Dan zal voor vergelijkbare

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

Memorie van toelichting. Algemeen. 1. Inleiding

Memorie van toelichting. Algemeen. 1. Inleiding WIJZIGING VAN BOEK 6 VAN HET BURGERLIJK WETBOEK EN HET WETBOEK VAN BURGERLIJKE RECHTSVORDERING IN VERBAND MET DE NORMERING VAN DE VERGOEDING VOOR KOSTEN TER VERKRIJGING VAN VOLDOENING BUITEN RECHTE Memorie

Nadere informatie

gezien het daartegen op 3 september 2014, bij het Commissariaat binnengekomen op 5 september 2014, door de NOS ingediende bezwaarschrift,

gezien het daartegen op 3 september 2014, bij het Commissariaat binnengekomen op 5 september 2014, door de NOS ingediende bezwaarschrift, Besluit op bezwaar Kenmerk: 633118/636427 Betreft: besluit op het bezwaar van de NOS tegen het besluit van het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) van 29 juli 2014 waarin het de NOS

Nadere informatie

1)estuursreclaqirA,IL

1)estuursreclaqirA,IL Raad vanstate 1)estuursreclaqirA,IL Raad van de gemeente Hof van Twente Postbus 54 7470 AB GOOR Gemeente Hof van Twente [Nr: [Afdeling: Bvo: a / nee lingekomen: 2 JULI 2015 Kopie aan: Archief: \N / NR

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 29 936 Regels inzake beëdiging, kwaliteit en integriteit van beëdigd vertalers en van gerechtstolken die werkzaam zijn binnen het domein van justitie

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/111 Mo. i n d e k l a c h t nr. 019.00. hierna te noemen 'klager',

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/111 Mo. i n d e k l a c h t nr. 019.00. hierna te noemen 'klager', RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 019.00 ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder

Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder De Hoge Raad schept duidelijkheid over verhaal van kosten voor opruimwerkzaamheden na een ongeval Hoge Raad van 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3594

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 175 Aanpassing van het fiscale procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal fiscale en andere wetten (herziening

Nadere informatie

1. de heer K, wonende te X, aan het adres X, hierna te noemen K

1. de heer K, wonende te X, aan het adres X, hierna te noemen K Mr. R. Menschaert 1 08/1914.01/pva Heden de en acht tweeduizend ten verzoeke van 1. de heer K, wonende te X, aan het adres X, hierna te noemen K te dezer zake woonplaats kiezende te 's-gravenhage aan het

Nadere informatie

College voor geschillen medezeggenschap defensie

College voor geschillen medezeggenschap defensie ADVIES Dossiernr: Advies van het College voor geschillen medezeggenschap defensie aan de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten naar aanleiding van een verzoek om advies inzake een tussen: de Commandant Maritieme

Nadere informatie

Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse

Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De Brandverzekering en Risicoverzwaring: over primaire dekkingsbepalingen, risicoverzwaringsmededelingsclausules en preventieve garantieclausules Prof. mr.

Nadere informatie

HOEBERT HULSHOF & ROEST

HOEBERT HULSHOF & ROEST Inleiding Artikel 1 Deze standaard voor aan assurance verwante opdrachten heeft ten doel grondslagen en werkzaamheden vast te stellen en aanwijzingen te geven omtrent de vaktechnische verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Uniformiteit in termijnen? Sneller en beter?

Uniformiteit in termijnen? Sneller en beter? Uniformiteit in termijnen? Sneller en beter? Mr. C.G.J.M. Termaat* 1 Inleiding Het wetsvoorstel voor de nieuwe Omgevingswet (hierna: Omgevingswet) van 16 juni jl. heeft inmiddels alweer de nodige aandacht

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Oost-Brabant. Datum: 21 oktober 2013. Rapportnummer: 2013/155

Rapport. Rapport over een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Oost-Brabant. Datum: 21 oktober 2013. Rapportnummer: 2013/155 Rapport Rapport over een klacht over de politiechef van de regionale eenheid Oost-Brabant. Datum: 21 oktober 2013 Rapportnummer: 2013/155 2 Aanleiding Op 13 december 2012 rond 10.30 uur ontvangt de politie

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen

Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen Bekendmaking Goedkeuring Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft een aanvraag ontvangen tot het afgeven van een verklaring in

Nadere informatie

Recht week 1 15-4-2013

Recht week 1 15-4-2013 Recht week 1 15-4-2013 Intellectueel eigendomsrecht * Uitsluitend recht van de mens op de producten van zijn denkarbeid * Geestelijk eigendom (want gaat over wat je denkt, eigenaar van eigen ideen) * een

Nadere informatie

Advies over juridische consequenties verlenging/overschrijding vastgelegde normtijden voor opkomst van de brandweer

Advies over juridische consequenties verlenging/overschrijding vastgelegde normtijden voor opkomst van de brandweer Advies over juridische consequenties verlenging/overschrijding vastgelegde normtijden voor opkomst van de brandweer 14 februari 2011 A.M. Hol, Universiteit Utrecht 1 Vraagstelling: Heeft overschrijding

Nadere informatie

Advies op een bezwaarschrift tegen het toekennen van schadevergoeding op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Advies op een bezwaarschrift tegen het toekennen van schadevergoeding op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Rotterdam, 24 juni 2008 A.B.2008.3.01313/CL - " '"' - Advies op een bezwaarschrift tegen het toekennen van schadevergoeding op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Aan de gemeenteraad.

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden.

het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden. LJN: AU3784, Raad van State, 200501342/1 Print uitspraak Datum uitspraak: 05-10-2005 Datum publicatie: 05-10-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen?

Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen? Hoge Raad 23 november 2012, LJN: BX5880: als twee vechten om een been, mag de WAM-verzekeraar van de medeschuldenaar er mee heen? Feiten In 2007 vindt een ongeval plaats tussen twee auto s. De ene wordt

Nadere informatie

BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit. Openbaar. Voorgeschiedenis

BESLUIT. Nederlandse Mededingingsautoriteit. Openbaar. Voorgeschiedenis Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 7487 / 32 Betreft zaak: Zaaknr.:7487 / Herzieningsverzoek Hendriks I Voorgeschiedenis 1. Op 19 oktober 2001 heeft de heer Hendriks, namens Stichting Vill

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

Afdeling: CZ Leiderdorp, 31 oktober 2006

Afdeling: CZ Leiderdorp, 31 oktober 2006 Agendapunt 15 2006 VOORSTELLEN Nr. 185 (1) Afdeling: CZ Leiderdorp, 31 oktober 2006 Onderwerp: Beslissing op bezwaar afwijzing planschade Spiegheldreef 2 Aan de raad. Beslispunten 1. het bezwaarschrift

Nadere informatie

Besluit van *****, houdende regels inzake de verzending van mededelingen langs elektronische weg in het kader van een verzekeringsovereenkomst

Besluit van *****, houdende regels inzake de verzending van mededelingen langs elektronische weg in het kader van een verzekeringsovereenkomst Besluit van *****, houdende regels inzake de verzending van mededelingen langs elektronische weg in het kader van een verzekeringsovereenkomst NOTA VAN TOELICHTING Algemeen In dit besluit worden ter uitvoering

Nadere informatie

Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging?

Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging? Over ontslagvergoeding: ontbinding of opzegging? september 2009 mr J. Brouwer De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005;

Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005; Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk, in haar vergadering van 26 juli 2005; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 1, tweede lid, en 29a, tweede lid, van

Nadere informatie