Au pair: de pineut?! Een onderzoek naar de rechtspositie van au pairs afkomstig uit derde landen in Nederland. Eindscriptie

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Au pair: de pineut?! Een onderzoek naar de rechtspositie van au pairs afkomstig uit derde landen in Nederland. Eindscriptie"

Transcriptie

1 Eindscriptie Au pair: de pineut?! Een onderzoek naar de rechtspositie van au pairs afkomstig uit derde landen in Nederland Tilburg University Faculteit Rechtsgeleerdheid Accent arbeidsrecht Scriptiebegeleider: de heer mr. A.D.M. van Rijs Tilburg, mei 2014 Auteur: Z.M. Mak (Zheng) ANR:

2

3 Voorwoord L.S. Voor u ligt het resultaat van mijn onderzoek naar de rechtspositie van de au pair. Met au pairs had ik voor het schrijven van deze scriptie geen ervaring, zowel op zakelijk als persoonlijk gebied niet. Desondanks is het wel een onderwerp dat me na aan het hart ligt. Op werkgebied sta ik altijd aan de kant van de zwakkere partij: de werknemer in een arbeidsgeschil en het slachtoffer in een letselschadezaak. Ook de au pair heeft een zwakkere positie ten opzichte van het gastgezin. Onderzoek naar manieren om de rechtspositie van de au pair te verbeteren, ligt mij dan ook goed. Mijn dank gaat uit naar de heer A.D.M. Van Rijs voor het aandragen van dit onderwerp en zijn input. Deze scriptie heb ik grotendeels geschreven op het kantoor waar ik werk; Gersjes Advocaten te Eindhoven. Graag wil ik mijn collega s bedanken die mij niet alleen hebben geholpen door mij werk uit handen te nemen, maar mij ook de nodige steun en afleiding hebben geboden. Een bijzonder dankwoord gaat uit aan Ted Gersjes; hij staat mij keer op keer bij met advies, vernieuwende gezichtspunten en een frisse blik. Ik wens u veel leesplezier. Zheng Mak Tilburg, mei 2014

4 Inhoudsopgave Afkortingenlijst...6 Hoofdstuk 1 Inleiding... 7 Hoofdstuk 2 Welk beleid handhaaft Nederland met betrekking tot au pairs? Het beleid vanuit de Wav Het beleid vanuit de Vreemdelingenwet De erkende referent Verblijfsvergunning au pair Afwijzingsgronden Verplichtingen au pairbureaus Informatieplicht Administratieplicht Zorgplicht Het gastgezin Conclusie Hoofdstuk 3 Oneigenlijk gebruik van de au pairregeling Wie maakt gebruik van au pairs? Bekende gevallen van oneigenlijk gebruik van de au pairregeling Toezicht en handhaving IND Vreemdelingenpolitie Inspectie SZW Au pairbureaus Monitoringsbeleid Filipijnen Verbeterpunten Conclusie Hoofdstuk 4 Gevolgen van oneigenlijk gebruik van de au pairregeling Een au pairovereenkomst of een arbeidsovereenkomst?! Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst? De au pairovereenkomst... 33

5 4.3 Vergelijking au pair overeenkomst en arbeidsovereenkomst Wat voor gevolgen heeft het als de au pairovereenkomst wordt aangemerkt als arbeidsovereenkomst? Gevolgen vanuit de Wav Conclusie Hoofdstuk 5 Verbetering van rechtspositie van de au pair Onderzoek door de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken Onderzoek van de Wetenschapswinkel Katholieke Universiteit Brabant, Tilburg Voorstel richtlijn Europese Commissie Bespreking van de mogelijkheden Hoofdstuk 6 Conclusies en aanbevelingen De au pairregeling Oneigenlijk gebruik van de au pairregeling Gevolgen van oneigenlijk gebruik Verbetering van de rechtpositie van de au pair Aanbevelingen Literatuurlijst Jurisprudentielijst... 54

6

7 Afkortingenlijst Besluit MoMi Buwav BW CFO CFS HvJ EG IND Inspectie SZW NJCM TEV UWV Besluit Modern Migratiebeleid Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen Burgerlijk wetboek Commission on Filipinos Overseas Country Familiarization Seminar Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen Immigratie- en naturalisatiedienst Inspectie Sociale zaken en Werkgelegenheid Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten Toegangs- en verblijfsprocedure Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen Vreemdelingenbesluit Vreemdelingenbesluit 2000 Vreemdelingencirculaire Vreemdelingencirculaire 2000 (B) Vreemdelingenwet Vreemdelingenwet 2000 VV Voorschrift Vreemdelingenwet 2000 VWEU Wav Wet MoMi WML WODC Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie Wet arbeid vreemdelingen Wet Modern Migratiebeleid Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum 6

8 Hoofdstuk 1 Inleiding Het primaire doel van het verblijf als au pair in Nederland is het leren kennen van de Nederlandse cultuur en samenleving. Secundair kan de au pair licht huishoudelijk werk verrichten in ruil voor verblijf en zakgeld bij een gastgezin M.C.F. Verdonk, gewezen minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie 1 Een au-pair is een jonge buitenlandse 2 die in het kader van culturele uitwisseling tijdelijk (voor maximaal twaalf maanden) in Nederland verblijft. 3 Zoals mevrouw Verdonk in voornoemde quote al heeft gezegd: de au pair heeft de culturele uitwisseling als primaire doel en niet het verrichten van werkzaamheden. Alhoewel dit het uitgangspunt is, pakt het in de praktijk vaak anders uit. De zogenaamde au-pair is vaak een goedkope oppas en werkster. 4 Door de jaren heen doet het onderwerp au pairs regelmatig stof opwaaien. Recentelijk nog door de uitspraak van de voorzieningenrechter in Utrecht van 2 oktober 2013 waarbij een gastgezin veroordeeld werd tot het nabetalen van loon. In deze zaak ging het om een au pair die na het (toegestane) au pairjaar, haar werkzaamheden bij het gastgezin heeft voortgezet. Dit leidde ertoe dat de au pairovereenkomst werd aangemerkt als arbeidsovereenkomst en de au pair onder andere het recht verwierf op het minimumloon. Het gezin moest dan ook loon nabetalen: het verschil met het zakgeld van ruim 1.000,00 per maand. 5 Nog meer opgewaaid stof produceert het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) in april 2014 in een rapport dat de resultaten van het onderzoek naar misbruik dan wel oneigenlijk gebruik van de au pairregeling in Nederland beschrijft. 6 Daaruit blijkt dat er nog wel eens wat schort aan de naleving van de au pairregeling. 7 Het bovenstaande leidt tot de vraag wat thans de rechtspositie is van de au pair afkomstig van landen buiten de EU, EER en andere geprivilegieerde landen, ook wel aangeduid als derde landen, in Nederland en of deze in aanmerking komt voor verbetering. Daarbij wordt in kaart gebracht wat de rechtspositie van de au pair is na de inwerkingtreding van de Wet Modern Migratiebeleid (Wet MoMi). 8 Op de situatie voor de Wet MoMi zal waar het niet noodzakelijk is- niet worden ingegaan. 1 Kamerstukken II 2003/4, 28442, 9, p In 99% van de gevallen is de au pair een vrouw, zie J.M.D. Schans e.a., Au pairs in Nederland, Culturele uitwisseling of arbeidsmigratie? (Cahier ), Den Haag: WODC 2014, p Ter Haar, in T&C Sociale zaken 2012, art. 2 Wet LB 1964 (online, laatst bijgewerkt op 6 december 2013). 4 Aanhangsel Handelingen II 2008/09, Rb. Utrecht (vzr.) 2 oktober 2013, JAR 2013, Haag: WODC Redactie, Regels voor au pairs in Nederland niet altijd nageleefd, Volkskrant 1 april Stb.2010, 290 en Stb. 2013,

9 Van dit onderzoek zijn uitgesloten de au pairs uit een lidstaat van de EU, EER en andere geprivilegieerde landen zoals Zwitserland in verband met het vrij verkeer van werknemers ex artikel 45 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en au pairs uit Australië, Nieuw- Zeeland en Canada; ook voor deze au pairs geldt een afwijkende regeling. De regels omtrent het au pairschap vinden hun grondslag in de Vreemdelingenwet 2000 (Vreemdelingenwet) 9 en de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). 10 Deze wetten zijn uitgewerkt in lagere regelgeving en worden gezamenlijk aangeduid als de au pairregeling. De hoofdrolspelers van dit rapport zijn uiteraard de au pair, het gastgezin en de Immigratie- en naturalisatiedienst (IND). De bijrollen worden vervuld door de Vreemdelingenpolitie en Inspectie Sociale zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW). Dit rapport is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk twee beschreven wat het huidige beleid is dat Nederland handhaaft ten behoeve van au pairs. In hoofdstuk drie wordt ingegaan op het oneigenlijk gebruik van de au pairregeling en op welke manier er toezicht wordt gehouden en er wordt gehandhaafd. Hoofdstuk vier beschrijft de gevolgen van oneigenlijk gebruik voor zowel de au pair als het gastgezin. In hoofdstuk vijf wordt ingegaan op de verschillende wijzen waarop de au pairregeling verbeterd kan worden. Ten slotte zullen in hoofdstuk zes de conclusies en aanbevelingen worden gegeven naar aanleiding van de onderzoeksresultaten. De hoofdstukken zijn onderverdeeld in paragrafen en subparagrafen. 9 Stb. 2001, 144. Gewijzigd door Stb.2010, 290 en Stb. 2013, Stb. 1995, 405. Gewijzigd door Stb. 2010, 800, Stb. 2013, 166 en Stb. 2013,

10 Hoofdstuk 2 Welk beleid handhaaft Nederland met betrekking tot au pairs? Zoals in de inleiding is verwoord, is de au pair een jonge buitenlandse die in het kader van culturele uitwisseling tijdelijk in Nederland verblijft. Op de au pair is verschillende wetgeving van toepassing. Allereerst de Vreemdelingenwet; artikel 1 onder m van de Vreemdelingenwet beschrijft de definitie van een vreemdeling in de zin van de Vreemdelingenwet: vreemdeling: ieder die de Nederlandse nationaliteit niet bezit en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander moet worden behandeld Het moge duidelijk zijn dat een au pair voldoet aan deze definitie en het derhalve voor het totaalbeeld onontkoombaar is dat het vreemdelingenbeleid wordt uitgelicht. De Vreemdelingenwet is uitgewerkt in het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vreemdelingenbesluit), 11 het Voorschrift Vreemdelingen (VV) 12 en de Vreemdelingencirculaire 2000 (B) (Vreemdelingencirculaire). 13 Omdat een au pair naast het aspect van de culturele uitwisseling ook werkzaamheden verricht, is ook de Wav van toepassing. Deze wet beschrijft de vereisten waaraan een vreemdeling moet voldoen om werkzaamheden te mogen verrichten in Nederland en welke positie de au pair hierin heeft. De Wav vindt haar uitwerking in het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Buwav) 14 en de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Ruwav). 15 Deze wetten zijn de afgelopen periode gewijzigd wegens de invoering van de Wet MoMi op 1 juni In paragraaf 2.1 wordt ingegaan op het beleid vanuit de Wav en in paragraaf 2.2 zal worden ingegaan op het beleid van de Vreemdelingenwet. 2.1 Het beleid vanuit de Wav De Wav is in in werking getreden en heeft een viertal doelen: 1) restrictieve toelating van arbeidsmigranten; 2) de verbetering van de allocatie op de arbeidsmarkt; 3) het bestrijden van illegale tewerkstelling en 4) het laten van een zo groot mogelijke vrijheid van arbeidskeuze aan 11 Stb. 2013, Stb. 2001, 10. Gewijzigd door Stb. 2013, Zie regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 28 maart 2013, Stcrt. 2013, Stb. 2013, Zie regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2013, Stcrt. 2013, H Battjes, P. Boeles e.a., Kroniek van het Migratierecht, NJB 2013/2116, p. 7 (online, laats bijgewerkt op 8 oktober 2013). 17 Stb. 1995,

11 eenmaal in Nederland toegelaten vreemdelingen. 18 Op 1 januari 2014 heeft een herziening 19 plaatsgevonden van de Wav met als doel de inzet van prioriteitsgenietend aanbod uit de EU te vergroten en concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen. Dit houdt onder andere in dat werkgevers een vacature moeten proberen op te vullen met een werknemer uit het prioriteitsgenietend aanbod. Dit aanbod bestaat uit onderdanen van de EU, EER of een ander geprivilegieerd land. Een werkgever dient op grond van artikel 2 lid 1 Wav in beginsel een tewerkstellingsvergunning aan te vragen voor migranten uit derde landen die arbeid willen verrichten in Nederland. 20 Het begrip arbeid van artikel 1 onder b Wav wordt ruim uitgelegd. Het kan arbeid betreffen die zowel in bedrijfsmatige als privésfeer wordt verricht. Daarbij maakt het niet uit of de arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst of een andere constructie wordt verricht. 21 De aanvraag voor de tewerkstellingsvergunning wordt door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) getoetst op de mogelijkheid tot vervulling van de vacature door werkzoekenden uit het prioriteitsgenietend aanbod die voldoen aan de functie-eisen. Indien er voldoende werkzoekenden zijn die voldoen aan deze eisen, zal het verzoek tot een tewerkstellingsvergunning moeten worden afgewezen; het UWV heeft hierbij geen discretionaire bevoegdheid op grond van artikel 8 Wav. 22 Indien een werknemer onder de werking van de Wav valt, verwerft hij daarmee een aantal rechten. Uit artikel 8 lid 1 onder f Wav kan worden afgeleid dat een vreemdeling ten minste recht heeft op beloning voor zijn werkzaamheden volgens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). Daarnaast dienen de arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsverhoudingen minimaal op het niveau te zijn dat wettelijk is vereist of in de bedrijfstak gebruikelijk is op grond van bijlage 1, paragraaf 12, van de Ruwav. Op dit beleid zijn enkele uitzonderingen aangebracht. In artikel 1j van het Buwav is een uitzondering opgenomen met betrekking tot au pairs; voor de vreemdeling die een verblijfsvergunning heeft ex artikel 14 Vreemdelingenwet en in het kader van een uitwisseling als bedoeld in artikel 3.4 lid 1 onder n Vreemdelingenbesluit naar Nederland komt als zijnde een au pair, is voor de duur van maximaal één jaar geen tewerkstellingsvergunning nodig mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: - de au pair dient bij een gastgezin te verblijven dat uit minimaal twee personen bestaat; - de au pair heeft niet eerder werkzaamheden verricht voor het gastgezin; - de au pair geniet kost en inwoning van het gastgezin; 18 Kamerstukken II 1993/94, 23574, 3, p. 4 (MvT). 19 Stb. 2013, T. de Lange, De wet arbeid vreemdelingen herzien: arbeidsmarkt-regulering in tijden van crisis, PS Documenta 2013/165, p J. van Drongelen & W.J.P.M. Fase, Individueel arbeidsrecht 1. De overeenkomsten tot het verrichten van arbeid, Zutphen: Uitgeverij Paris 2013, p A.D.M. van Rijs en J. van Drongelen, Herziening van de Wet arbeid vreemdelingen, TRA 2014/33, afl. 4 (online, laatst bijgewerkt op 3 maart 2014) en T. de Lange, De wet arbeid vreemdelingen herzien: arbeidsmarkt-regulering in tijden van crisis, PS Documenta 2013/165, p

12 - de au pair mag maximaal acht uur per dag met een maximum van 30 uur per week lichte ondersteunende huishoudelijke werkzaamheden verrichten waarvoor een aantoonbaar alternatief voorhanden is; - de au pair heeft minimaal twee dagen per week vrij en - het gastgezin dient een schriftelijke, in een voor de au pair begrijpelijke taal, dagindeling vast te stellen op grond waarvan de au pair de lichte ondersteunende huishoudelijke werkzaamheden verricht. Indien wordt voldaan aan bovenstaande vereisten hoeft voor een au pair geen tewerkstellingsvergunning aangevraagd te worden. Daarbij is wel van belang dat de doelstelling van het au pairschap de culturele uitwisseling is en niet het verrichten van werkzaamheden. De au pair dient bovendien als volwaardig lid van het gastgezin te worden beschouwd. Worden deze regels overtreden, dan is er sprake van arbeid waarvoor een tewerkstellingsvergunningsplicht geldt. 23 Wat de gevolgen daarvan zijn, zal worden besproken in hoofdstuk vier. 2.2 Het beleid vanuit de Vreemdelingenwet Een vreemdeling van buiten de Europese Unie dient een machtiging tot voorlopig verblijf en een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te verkrijgen om in Nederland te mogen verblijven. Dit gebeurt door middel van de Toegangs- en Verblijfsprocedure (TEV). 24 Voor au pairs geldt, sinds de inwerkintreding van de Wet MoMi, dat slechts erkende referenten de aanvragen daartoe kunnen doen op grond van artikel 2c Vreemdelingenwet. In het geval van de au pair is de referent veelal een au pairbureau. Waar wordt gesproken van een au pairbureau wordt mede bedoeld andere (erkende) uitwisselingsinstanties die bevoegd zijn te bemiddelen tussen een au pair en een gastgezin De erkende referent Ter voorbereiding van de nieuwe regelgeving die met de inwerkingtreding van de Wet MoMi werd ingevoerd, is de IND in 2008 gestart met een pilot: de Proeftuin Au Pairs. Deze pilot had als doel zowel de IND als de au pairbureaus te laten wennen aan de nieuwe regelgeving. De proeftuin hield in dat de IND convenanten afsloot met au pairbureaus waarbij de regels van de Wet MoMi leidend waren. Indien het au pairbureau de regelgeving, de afspraken in de proeftuin dan wel de bepalingen uit het convenant niet nakwam, werd het convenant beëindigd. Begin 2013 waren 33 bureaus aangesloten bij de proeftuin. Aan deze proeftuin werd geen verplichte deelneming gesteld. 25 Wel werden de convenant-houdende au pairbureaus met de inwerkingtreding van de Wet MoMi automatisch erkend als referent, indien zij in het jaar daarvoor minimaal één verblijfsaanvraag 23 Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 april 2013, Stb. 2013, 167, p Migratiebeleid is veranderd per 1 juni 2013, IND 30 maart 2014, IND.nl/organisatie (klik op Modern Migratiebeleid). 25 Haag: WODC 2014, p

13 hadden ingediend die was ingewilligd. 26 Van de 33 bureaus die deelnamen aan de proeftuin zijn uiteindelijk 24 bureaus erkend referent geworden waarvan de erkenning van één bureau is geschorst in verband met een strafrechtelijk traject. 27 In Nederland is de IND verantwoordelijk voor de uitvoering van het vreemdelingenbeleid. Dit betekent dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven. 28 Daarnaast is hij op grond van artikel 2c lid 1 Vreemdelingenwet bevoegd uitwisselingsorganisaties al dan niet te erkennen als referenten. Voor de erkenning van een referent is thans vereist dat deze is ingeschreven in het handelsregister. Omdat de referent handelingen verricht op basis van vertr0uwen, wordt een referent bij een aanvraag tot erkenning door de IND beoordeeld op betrouwbaarheid. 29 Daarbij wordt onder meer gekeken naar de historie van belasting- en premieafdrachten, de mate waarin vreemdelingenrechtelijke verplichtingen zijn nageleefd, eventuele strafrechtelijke antecedenten van de bestuurders en andere bij de organisatie betrokken personen en eventueel een verklaring van goed gedrag. Daarnaast dient de continuïteit en de solvabiliteit van het bureau voldoende vast te staan; indien dit niet voldoende vaststaat, zou immers een duurzame vertrouwensrelatie niet goed denkbaar zijn. Een bureau waarvan de erkenning eerder is ingetrokken, moet in beginsel uitgesloten worden van een nieuwe erkenning. Om te voorkomen dat een dergelijke onderneming bijvoorbeeld onder een andere naam wordt erkend, wordt er ook onderzoek gedaan naar opeenvolging en het naast elkaar bestaan van verschillende rechtspersonen. 30 Met betrekking tot de au pair kan slechts een onderneming of een rechtspersoon worden erkend als referent. Een natuurlijk persoon kan dus geen referent zijn van een au pair. De referent dient een culturele doelstelling na te streven en een uitwisselingsprogramma uit te voeren. 31 Op de bevoegdheden en verplichtingen van de au pairbureaus wordt in paragraaf 2.4 terug gekomen. Indien een au pairbureau door de IND is erkend, komt het bureau in aanmerking voor de versnelde procedure voor het aanvragen van de benodigde verblijfsdocumenten voor de au pair (versnelde toelatingsprocedure). Dit houdt in dat de aanvragen binnen een streeftermijn van twee weken worden behandeld door de IND. De referent verzamelt de benodigde gegevens en bescheiden ten behoeve van de aanvraag en beoordeelt vervolgens zelf of aan de hand daarvan kan worden vastgesteld dat de au pair voldoet aan de toelatingsvereisten. De referent kan vervolgens een eigen verklaring geven aan de IND dat er wordt voldaan aan de toelatingsvereisten zonder de onderliggende gegevens en bescheiden daadwerkelijk over te leggen. 32 Er wordt aldus gehandeld op basis van vertrouwen vanaf het moment van erkenning van de referent. De IND heeft een 26 Au pairs en culturele uitwisseling, IND 28 april 2014, IND.nl/organisatie (klik op Proeftuin Au Pairs). 27 Kamerstukken II 2013/14, 33750, 24, p. 97. Om wat voor strafrechtelijk traject het gaat is niet bekend. 28 Wat doet de IND, IND 26 februari 2014, IND.nl/organisatie (klik op Het werk van de IND). 29 S.M. Groen, Wet modern migratiebeleid, NJB 2011/230, p. 1 (online, laatst bijgewerkt op 4 februari 2011). 30 Kamerstukken II 2012/13, 32052, 3, p (MvT). 31 Kamerstukken II 2012/13, 32052, 3, p (MvT). 32 Kamerstukken II 2012/13, 32052, 3, p (MvT). 12

14 controlebevoegdheid achteraf. 33 Op de toezichts- en handhavingsbevoegdheid van (onder andere) de IND wordt nader ingegaan in hoofdstuk drie. Bovenstaand beleid geldt niet voor alle gegevens en bescheiden. Het vaststellen van de identiteit van de vreemdeling en het beoordelen of een vreemdeling al dan niet een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid blijft onder alle omstandigheden een taak van de IND. De IND blijft bovendien verantwoordelijk voor de toelating, verblijf en uitzetting van vreemdelingen Verblijfsvergunning au pair Op grond van artikel 1j van de Buwav dient voor een au pair een verblijfvergunning voor bepaalde tijd ex artikel 14 Vreemdelingenwet aangevraagd te worden. Verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd kunnen slechts worden verleend onder een van de beperkingen van artikel 3.4 lid 1 Vreemdelingenbesluit. Om erachter te komen onder welke beperking een au pair valt, moet gekeken worden naar lagere regelgeving. In artikel x lid 2 van het Besluit Modern Migratiebeleid (Besluit MoMi) 35 is bepaald dat een au pair onder de beperking uitwisseling valt. Een au pair kan dus op basis van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met de beperking uitwisseling in Nederland verblijven ex artikel 3.4 lid 1 onder n Vreemdelingenbesluit. Deze verblijfsvergunning wordt verleend voor de duur van maximaal één jaar op grond van artikel 3.58 lid 6 Vreemdelingenbesluit en kan niet worden verlengd op grond van artikel 3.59 lid 2 Vreemdelingenbesluit. Toelatingsvereisten Voor het verlenen van een verblijfsvergunning die verband houdt met een uitwisseling, dient op grond van artikel 3.43 lid 1 Vreemdelingenbesluit aan een viertal vereisten te worden voldaan. 1. Goedgekeurd uitwisselingsprogramma De vreemdeling dient tijdelijk in Nederland te verblijven in het kader van een goedgekeurd uitwisselingsprogramma van een erkende referent. Op grond van artikel 1.14 jo lid 1 Vreemdelingenbesluit is dat een referent die een culturele doelstelling naleeft, een goedgekeurd uitwisselingsprogramma uitvoert en is ingeschreven in het handelsregister. In het uitwisselingsprogramma dient opgenomen te worden dat de au pair en het gastgezin een dagindeling overeenkomen ex artikel 3:24 lid 3 sub d VV. Daarin dient ten minste te zijn opgenomen het aantal uur dat de au pair lichte huishoudelijke werkzaamheden gaat verrichten, welke werkzaamheden dat zijn, op welke dagen de au pair vrij is en wie er als alternatief fungeert. Voor alle zeven dagen in de week dient een dagindeling te zijn opgemaakt en deze dient te worden ondertekend door zowel de au pair als het gastgezin ex artikel 4.2 Vreemdelingencirculaire. 33 S.M. Groen, T. de Lange e.a., Wet MoMi: De vreemdeling, A&MR 2013/4, p (online, laatst bijgewerkt op 28 juli 2013). 34 Kamerstukken II 2012/13, 32052, 3, p (MvT). 35 Stb. 2010,

15 2. Leeftijdseis De au pair dient te voldoen aan de leeftijdseis van artikel 3.24 lid 1 van het VV, zijnde ten minste achttien jaar en jonger dan 31 jaar. Dit dient te blijken uit een geldig document voor grensoverschrijding ex artikel. 4.1 van de Vreemdelingencirculaire. 3. Niet eerder een verblijfsvergunning gehad in verband met een uitwisseling De vreemdeling mag niet eerder houder zijn geweest van een verblijfsvergunning in verband met uitwisseling. Dit houdt in dat een persoon slechts eenmalig naar Nederland mag komen als au pair. 4. Waarborg vertrek Het vertrek van de au pair uit Nederland dient redelijkerwijs te zijn gewaarborgd. De au pair kan dit bewijzen door middel van een retourticket dan wel door aan te tonen dat zij over voldoende middelen van bestaan beschikt om een retourticket aan te schaffen op grond van artikel 4.3 Vreemdelingencirculaire. 2.3 Afwijzingsgronden De verblijfsvergunning kan afgewezen worden op een van de gronden van artikel 16 Vreemdelingenwet of de aanvullende gronden van artikel 2.1 Vreemdelingencirculaire. De belangrijkste gronden voor afwijzing van de verblijfsvergunning van artikel 16 lid 1 Vreemdelingenwet voor de au pair zijn het niet beschikken over een machtiging tot voorlopig verblijf (onder a) of over een geldig reisdocument (onder b), een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid (onder d), geen bereidheid tot het verlenen van medewerking aan een medisch onderzoek naar tuberculose 36 (onder e), het verstrekken van valse gegevens indien deze zouden hebben geleid tot een afwijzing van de verblijfsvergunning (onder i) en de au pair eerder geen rechtmatig verblijf heeft gehouden in Nederland (onder j). Op grond van artikel 2.1 van de Vreemdelingencirculaire wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor een au pair af, indien de au pair een borg aan een au pairbureau heeft betaald. Deze regel is met ingang van 1 oktober 2012 ingevoerd naar aanleiding van de door de IND ontvangen klachten en meldingen over een au pairbureau die een borgsom van 1.400,00 vroeg aan Filipijnse au pairs; een bedrag dat neerkomt op zes tot zeven maandsalarissen in de Filipijnen. De borgsom zouden de au pairs terug krijgen indien de zij zich hielden aan de overeenkomst maar vervolgens kregen zij deze borgsom in zijn geheel niet terug. 37 Daarnaast wijst de IND een aanvraag af indien de au pair een contract heeft ondertekend met een gastgezin of au pairbureau waarmee de au pair zich verplicht tot het betalen van geld of een geldboete als sanctie wegens het niet nakomen van een of meerdere bepalingen van dit contract. 36 Brochure IND april 2014, Naar Nederland komen voor culturele uitwisseling. 37 Brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de heer F. Teeven, aan de voorzitter van de Tweede Kamer d.d. 20 maart 2013, Reactie op uitzending van De Vijfde Dag over de uitbuiting van Filipijnse au pairs, p

16 Een andere grond voor afwijzing is dat de au pair werkzaamheden gaat verrichten voor mensen die bijzondere zorg nodig hebben en een specifieke vaardigheid vereisen. Voorbeelden hiervan zijn ouderen of verstandelijke beperkten. Ten slotte wijst de IND een aanvraag af indien de au pair hoge kosten heeft moeten betalen die verband houden met de voorbereiding op het verblijf in Nederland. Dit betreffen de kosten die de au pair heeft betaald aan een bemiddelingsbureau voor inschrijving en bemiddeling en de kosten voor het volgen van een (door de eigen overheid voorgeschreven) cursus ter voorbereiding op het verblijf in Nederland. Niet tot de kosten worden gerekend de kosten voor de reis naar Nederland en de terugreis, de kosten voor het visum inclusief de direct hiermee verband houdende reis- en verblijfskosten, de kosten voor het aanvragen, vertalen en legaliseren van de geboorteakte en kosten voor het reisdocument. Deze maatregel werd ingevoerd naar aanleiding van signalen die de IND hieromtrent hadden ontvangen. Dientengevolge is een maximum ingevoerd dat de au pair mag betalen aan kosten die verband houden met de voorbereiding op het verblijf in Nederland. Dit bedrag mag niet meer zijn dan 10% van het maximale bedrag dat een gastgezin maandelijks als zakgeld mag betalen. Dit komt thans neer op 34,00 38 aangezien het maximum aan zakgeld is vastgesteld op 340, Verplichtingen au pairbureaus In paragraaf 2.2 werd al aangegeven dat slechts erkende au pairbureaus (versneld) een verblijfsvergunning kunnen aanvragen voor een au pair. Naast deze bevoegdheid, heeft een au pairbureau ook een drietal verplichtingen: de informatieplicht, de administratieplicht en de zorgplicht. 40 De informatie- en administratieverplichtingen dragen bij aan de mogelijkheid tot controle door de IND. De zorgplicht strekt met name tot het welzijn en welbevinden van de au pair. De verplichtingen worden achtereenvolgend besproken Informatieplicht De informatieplicht van het au pairbureau vindt zijn grondslag in artikel 54 lid 2 onder a Vreemdelingenwet en is uitgewerkt in artikel 4.17 t/m 4.19 VV. De inlichtingen die het au pairbureau moet geven aan de IND zien op de eigen positie van het bureau (artikel 4.18 lid 2 en 4.19 lid 2 e.v. VV). Daarnaast moet een au pairbureau inlichtingen verschaffen over iedere relevante wijziging van feiten en/of omstandigheden ten aanzien van de au pair of het gastgezin 41 ex artikel 4.19 lid 1 VV. De belangrijkste zijn niet naleving, onregelmatigheden, misstanden of misbruik van de au pairregeling en wijzigingen tijdens de verblijfsduur van de au pair zoals het wisselen van 38 Brief van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de heer F. Teeven, aan de voorzitter van de Tweede Kamer d.d. 20 maart 2013, Reactie op uitzending van De Vijfde Dag over de uitbuiting van Filipijnse au pairs, p Besluit staatssecretaris van Financiën 21 december 2000, VN 2001, S.M. Groen, Wet modern migratiebeleid, NJB 2011/230, p. 2 (online, laatst bijgewerkt op 4 februari 2011). 41 Uw rechten en plichten, IND 13 april 2014, IND.nl (zoek op Uw rechten en plichten). 15

17 gastgezin, verandering van samenstelling in het gastgezin en het niet langer voldoen aan de inkomenseis door het gastgezin. Op de inkomenseis wordt nader ingegaan in paragraaf 2.5. Ook wanneer een au pair niet langer in Nederland verblijft moet dit gemeld worden bij de IND op grond van artikel 4.18 lid 1 onder a VV. De inlichtingen dienen binnen vier weken aan de IND zijn verstrekt op grond van artikel 4.17 lid 1 VV Administratieplicht De administratieplicht van artikel 54 lid 2 sub b Vreemdelingenwet houdt in dat het au pairbureau bepaalde gegevens moet verzamelen en bewaren en dienaangaande een administratie moet voeren. Deze administratie dient zo te worden ingericht dat door de IND, binnen een redelijk termijn de gegevens kunnen worden gecontroleerd. 42 Op welke gegevens dit betrekking heeft, wordt beschreven in artikel 4.28 VV. Het gaat bijvoorbeeld om de gegevens van het gastgezin en de gemaakte dagindeling. Daarnaast gaat het om administratie die betrekking heeft op de nakoming van de verplichtingen van het au pairbureau van artikel 4.28 lid 2 VV. Zo moet er door het bureau overzichten, voorzien van data en handelingen, worden gemaakt van de meldingen die de au pair doet en de door het au pairbureau verbonden gevolgen daarvan, de inspanningen die het au pairbureau heeft gepleegd ten aanzien van de nakoming van de overeengekomen afspraken en dagindeling, optreden bij problemen, misstanden, misbruik of noodsituaties en de manier waarop het au pairbureau zich heeft weggewist van het welzijn en welbevinden van de au pair. Voor deze gegevens geldt een bewaartermijn van vijf jaar te tellen vanaf de datum van beëindiging van het referentschap ten aanzien van de au pair Zorgplicht De zorgplicht van een au pairbureau vloeit voort uit artikel 2a lid 2 onder b Vreemdelingenwet en is nader uitgewerkt in het Vreemdelingenbesluit en het VV. In artikel 1.16 lid 1 en lid 3 van het Vreemdelingenbesluit is beschreven dat het au pairbureau zorg draagt voor de juiste uitvoering van het uitwisselingsprogramma en voor zorgvuldige selectie en werving van de au pair. Artikel 1.4 en 1.5 VV geven een concretisering hiervan; er dient op zorgvuldige wijze bemiddeld te worden tussen de au pair en het gastgezin, het gastgezin dient op zorgvuldige wijze te worden geselecteerd en als er wetenschap of vermoeden bestaat van misbruik van een vreemdeling door een gastgezin, mag een au pair niet bij dit gezin geplaatst worden. Daarnaast moet het au pairbureau ervoor zorgen dat zowel het gastgezin als de au pair op de hoogte zijn van de regels omtrent het au pairschap en moet het au pairbureau toezien op naleving van de regels. Het au pairbureau dient tevens toe te zien op het welzijn en welbevinden van de au pair gedurende het verblijf van de au pair in het gastgezin en het au pairbureau dient te allen tijde beschikbaar te zijn voor vragen of klachten. Het bureau stelt verder de au pair op de hoogte van het Meldpunt Misbruik au pairs en neemt passende maatregelen indien er een melding is gedaan, er kennis is of een redelijk vermoeden is van misbruik. 42 Zie regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 27 maart 2013, Stcrt. 2013, 9199, p Uw rechten en plichten, IND 13 april 2014, IND.nl (zoek op Uw rechten en plichten). 16

18 Het au pairbureau is daarnaast verantwoordelijk voor het verlaten van de au pair uit Nederland na het au pairjaar. 44 In hoofdstuk drie wordt hier nader op ingegaan. Op welke wijze een au pairbureau invulling geeft aan de hiervoor beschreven verplichtingen is van overheidswege niet voorschreven; er wordt uitgegaan van de deskundigheid van de bureaus om daar invulling aan te geven en de maatschappelijke verantwoordelijkheid jegens de au pair. 45 Wel is voorgeschreven dat het enkel bedingen van voorwaarden onvoldoende is om aan de zorgplicht te voldoen. Het au pairbureau dient toe te zien op de naleving van de bedongen voorwaarden en het gastgezin bij niet-naleving daarvan zo nodig in rechte- aan te spreken. 46 Daarnaast kan bij schending van de zorgplicht een sanctie worden opgelegd door de IND. 47 In hoofdstuk drie zal nader ingegaan worden op de sanctiebevoegdheid van de IND. 2.5 Het gastgezin Naast de vereisten die worden gesteld aan de au pairs en het au pairbureau, worden ook eisen gesteld aan het gastgezin. Het gastgezin dient conform de voorwaarden van de IND ten minste één jaar lang voldoende inkomen te hebben. 48 Met voldoende inkomen wordt bedoeld een inkomenseis van 150% het minimumloon in Nederland ex artikel 3.19 lid 3 VV jo. artikel 3:74 lid 1 sub a Vreemdelingenbesluit. Daarnaast moet het gastgezin bestaan uit ten minste twee personen en moeten zij rechtmatig verblijf in Nederland hebben Conclusie Uit het voorgaande blijkt dat voor een au pair een afzonderlijke regeling geldt waarbij wel een verblijfsvergunning is vereist, maar geen tewerkstellingsvergunning indien er aan de vereisten wordt voldaan. Dit betekent dat de au pair geen beroep kan doen op de rechten die voortvloeien uit de Wav. In hoofdstuk vier wordt hier nader op in gegaan. Zowel de au pair als het au pairbureau en het gastgezin moeten aan verschillende vereisten voldoen om onder de au pair regeling te vallen. Welke gevolgen het heeft als de regels niet worden nageleefd, wordt behandeld in de navolgende hoofdstukken. 44 Kamerstukken II 2012/13, 32052, 3, p (MvT). 45 Kamerstukken II 2012/13, 32052, 3, p. 14 (MvT). 46 Kamerstukken II 2012/13, 32052, 3, p. 14 (MvT). 47 Kamerstukken II 2012/13, 32052, 3, p. 17 (MvT). Hier wordt nader op ingegaan in hoofdstuk vijf. 48 Kosten en inkomenseisen, IND 1 maart 2014, IND.nl/zakelijk/au-pair-bureau (klik op Kosten en inkomenseisen). 49 Uitwisselingsorganisaties au pair, IND 1 maart 2014, IND.nl/zakelijk/au-pair-bureau (zoek op gastgezin). 17

19 Hoofdstuk 3 Oneigenlijk gebruik van de au pairregeling In hoofdstuk twee is beschreven welke wettelijke regelingen, samengevat aan te duiden als de au pairregeling, van toepassing zijn op de au pair. De au pairregeling is duidelijk over de voorwaarden waaronder een au pair in Nederland mag verblijven. Desondanks lijkt de regeling meer een utopie dan de realiteit. Dat er oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de au pairregeling is geen onbekend fenomeen. Al jaren worden hier Kamervragen over gesteld 50 en verschijnen er berichten in de media over uitbuiting van au pairs. 51 Al in 2003 is in opdracht van het WODC een onderzoek gedaan naar oneigenlijk gebruik van de au pairregeling. Recentelijk heeft het WODC opnieuw onderzoek gedaan naar de au pair regeling. Deze onderzoeken zullen in paragraaf 3.2 worden behandeld. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de wijzen waarop oneigenlijk gebruik, en in sommige gevallen misbruik, wordt gemaakt van de au pairregeling. Onder oneigenlijk gebruik van de au pairregeling wordt verstaan het in strijd handelen met één of meerdere regels van de au pairregeling. In paragraaf 3.1 zal worden behandeld wie gebruik maakt van au pairs. In paragraaf 3.2 wordt ingegaan op de bekende gevallen van oneigenlijk gebruik dan wel misbruik van de au pairregeling waarbij tevens wordt ingegaan op de door de WODC verrichte onderzoeken. In paragraaf 3.3. wordt ingegaan op het toezicht en de handhaving door de IND, de vreemdelingenpolitie, Inspectie SZW en de au pairbureaus. Daarbij wordt tevens het monitoringsbeleid van de Filipijnen besproken. Ten slotte wordt in paragraaf 3.4 ingegaan op mogelijke verbeteringen van het huidige beleid. 3.1 Wie maakt gebruik van au pairs? Het stereotype van een gastgezin dat gebruik maakt van een au pair, is een tweeoudergezin met één of meer kinderen dat bovengemiddelde standaarden aanhoudt en het sociaal dan wel zakelijk te druk heeeft voor de (volledige) verzorging van de kinderen en het huishouden. Of dit stereotype overeenkomt met de werkelijkheid wordt in deze paragraaf nader besproken. Door het WODC is in het rapport van onderzocht wat de kenmerken zijn van een gastgezin. Daarbij werd gekeken naar de leeftijd, het opleidingsniveau, de relatie met de arbeidsmarkt en het geboorteland van de gastouders. Ook werd er gekeken naar de gezinsvorm, het netto gezinsinkomen, het aantal door ouders gewerkte uren, het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen. In 2003 had 79% van de vrouwen een opleiding op hbo of universitair niveau. Dit percentage lag bij de mannen op 85%. De gastouders hadden bijna allemaal een nauwe relatie met de arbeidsmarkt (ruim 94%). Daarvan had 70% van de vrouwen een ruime parttime baan en 75% van de mannen een fulltime baan. De totale omvang van de werkweek van de gastouders lag 50 Zie bijvoorbeeld Aanhangsel Handelingen II 2001/02, 1625 en Aanhangsel Handelingen II 2008/09, Zie bijvoorbeeld G. Graveland, Au pair durft niet te klagen, Telegraaf 18 januari 2009, Redactie, Au pair behandeld als huisslaafje, AD 23 mei 2011, Redactie, Au pair beschuldigt Baarns gezin van uitbuiting, De Gooi- en Eemlander 4 oktober 2013 en Celstraf voor houden huisslaven, NOS 19 februari F. Miedema e.a., Evaluatie au pair regeling (in opdracht van het WODC), Nijmegen: ITS-Nijmegen

20 gemiddeld op 70 uur. Daarmee werd in 71% van gevallen een netto gezinsinkomen van meer dan 4.000,00 per maand verdiend. Van de gastouders was 20% van de vrouwen en 10% van de mannen buiten Nederland geboren. De gastgezinnen bestonden voor 92% uit tweeoudergezinnen en in 99% van de gevallen waren er kinderen aanwezig. De ouders hadden een gemiddelde leeftijd van 40 jaar en het oudste kind een leeftijd van gemiddeld 7,5 jaar. Het gemiddelde aantal kinderen lag in 2003 op 2,4. 53 In 2014 heeft het WODC opnieuw onderzoek gedaan. In dit onderzoek werd echter minder uitvoerig ingegaan op de situatie van het gastgezin. Wel blijkt uit het onderzoek dat de gastgezinnen ook in 2014 bestaan uit gezinnen met één of meerdere kinderen waarvan de ouders beiden gemiddeld 40 uur per week werken. Daarvan werkt een groot deel van de gastouders in loondienst maar heeft ook groot percentage een eigen bedrijf (25% van de respondenten en 33% van de partners). 54 Het stereotype gastgezin is aldus in de meeste gevallen representatief. Het gaat veelal om gezinnen met één of meerdere kinderen van jonge leeftijd, waarvan de ouders in de meeste gevallen beiden een baan hebben. Uit het onderzoek van 2003 blijkt bovendien dat in 71% van de gevallen het gastgezin een hoog inkomen hebben van meer dan 4.000,00 netto per maand. Dit is in 2014 niet opnieuw onderzocht waardoor niet de conclusie getrokken kan worden dat dit thans nog op gaat. 3.2 Bekende gevallen van oneigenlijk gebruik van de au pairregeling In verschillende nieuwsberichten komen gevallen van misbruik van de au pairregeling naar voren. Een voorbeeld is de zaak van Sabina Dembinski, een Poolse au pair, die naast het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden en de verzorging van kinderen ook werd ingezet voor de verbouwing van het huis van het gastgezin en verbouwingen van appartementen die door het gezin werden verhuurd. 55 Een ander voorbeeld is Ibis Mèndez uit Colombia. Zij werd, naar eigen zeggen, gebruikt als een goedkope huishoudster. Ze werd ingezet van zes uur in de ochtend tot zeven uur in de avond en werd zowel fysiek als psychisch mishandeld; ze kreeg een slipper naar haar hoofd gegooid en werd met regelmaat uitgescholden. Na twee maanden werd ze door het gastgezin op straat gezet. 56 Ook in de minder schrijnende gevallen kan echter sprake zijn van oneigenlijk gebruik van de au pairregeling. Het komt voor dat au pairs na afloop van het au pairjaar Nederland niet verlaten. Door de onderzoekers van het WODC is gesproken met een klein aantal Filipijnse vrouwen die na het au 53 F. Miedema e.a., Evaluatie au pair regeling (in opdracht van het WODC), Nijmegen: ITS-Nijmegen 2003, p Haag: WODC 2014, p Schadevergoeding voor uitgebuite au pair, Trouw 6 augustus Zie bijvoorbeeld G. Graveland, Au pair durft niet te klagen, Telegraaf 18 januari

21 pairschap in Nederland zijn gebleven. 57 Naast het overschrijden van de maximale verblijfsduur, wordt ook oneigenlijk gebruik gemaakt doordat een au pair meer dan 30 uren werkzaam is, zware huishoudelijke taken verricht of de au pair de volledige verantwoordelijkheid draagt voor haar taken. Uit het rapport van het WODC van 2003 bleek dat in 91% van de gevallen van één of meerdere regels van de au pairregeling werd afgeweken, 58 waarvan in 70% van de gevallen het maximaal toegestane aantal werkuren werd overschreden. Daarnaast werd door de helft van de au pairs ook zwaardere huishoudelijke werkzaamheden verricht. De kanttekening kan hierbij worden gemaakt dat de au pairregeling niet regelt wat wordt verstaan onder lichte dan wel zware huishoudelijke werkzaamheden. Naar aanleiding van bovenstaand onderzoek heeft de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie een aantal beleidswijzingen toegezegd. Deze hielden in het verbeteren van de voorlichting met betrekking tot de au pairregeling en het verplichtstellen van een au pairovereenkomst waarin onder andere het aantal te werken uren, de aard van de werkzaamheden en het zakgeld is vastgesteld teneinde meer duidelijkheid te verschaffen over de regels tussen de au pair en het gastgezin. Daarnaast werd er een meldpunt toegezegd -die vorm heeft gekregen in het Meldpunt Au Pairs van de IND- en werd er een strenger sanctiebeleid toegezegd. 59 Met betrekking tot de voorlichting zijn er verschillende brochures bekend van de IND met betrekking tot de au pairregeling. 60 Ook op de website van de IND is informatie te vinden. De verplichtstelling van de au pairovereenkomst is per 1 januari 2014 komen te vervallen. 61 Desalniettemin wordt er vaak op basis van een au pairovereenkomst gewerkt. In de nota van toelichting dan wel uit andere lagere regelgeving en toelichting daarop is, blijkt niet dat er nog steeds een verplichtstelling geldt. Het Meldpunt Au Pairs is thans nog steeds in werking. Het aantal meldingen bij dit meldpunt wordt echter niet geregistreerd waardoor het onduidelijk is, in welke mate hier gebruik van wordt gemaakt. 62 Ook van het sanctiebeleid kunnen geen cijfers worden achterhaald. Er is in ieder geval geen jurisprudentie gepubliceerd betrekking hebbende op opgelegde sancties. Ook kunnen geen cijfers worden gevonden met betrekking tot het aantal gastgezinnen die zijn uitgesloten van de regeling. Dit zou kunnen liggen aan het kleine aantal meldingen die binnen komen bij het meldpunt, de IND, de Vreemdelingenpolitie of de Inspectie SZW. Volgens het rapport van het WODC van 2014 blijkt dat de IND via de au pairmailbox meldingen per jaar krijgt waarbij niet wordt uitgesloten dat het gaat om dezelfde meldingen. Cijfers van de Vreemdelingenpolitie zijn niet beschikbaar en de 57 Haag: WODC 2014, p F. Miedema e.a., Evaluatie au pair regeling (in opdracht van het WODC), Nijmegen: ITS-Nijmegen 2003, p Kamerstukken II 2003/4, 28442, nr. 9, p Zie bijvoorbeeld Brochure IND april 2014, Naar Nederland komen voor culturele uitwisseling en Brochure IND april 2014, Erkenning als referent. 61 Zie regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 13 december 2013, Stcrt. 2013, 35683, p F. Miedema e.a., Evaluatie au pair regeling (in opdracht van het WODC), Nijmegen: ITS-Nijmegen 2003, p

22 inspectie SZW geeft aan slechts enkele signalen per jaar te ontvangen. 63 In paragraaf 3.3 wordt nader ingegaan op toezicht en handhaving. Het WODC-rapport van 2014 levert iets betere resultaten op dan het rapport uit Uit dit rapport blijkt dat 50% van de au pairs aangeeft meer dan 30 uur per week te werken en geeft 45% van de au pairs aan wel eens voor langere tijd alleen verantwoordelijk te zijn voor de kinderen. In dit rapport is niet onderzocht welk percentage van de au pairs/gastgezinnen met één of meerdere regels van de au pairregeling afwijkt. 64 Wel werden de au pairs onderverdeeld in een van de volgende type au pairschappen: 1. au pair as meant to be: deze vorm is representatief voor hoe het au pairschap ingevuld zou moeten worden. De au pair is gelijkwaardig aan het gastgezin en verricht niet meer dan 30 uur per week werkzaamheden; 2. big sister: bij deze vorm voelt de au pair zich deel van het gastgezin maar werkt zij meer dan 30 uur per week, met name vanwege de betrokkenheid die de au pair voelt ten opzichte van het gastgezin. Het gastgezin doet een groter beroep op de au pair dan is afgesproken dan wel is toegestaan en de au pair vindt het moeilijk om werkzaamheden te weigeren; 3. live in tourist: deze au pair maakt geen deel uit van het gastgezin en is weinig betrokken bij de verzorging van de kinderen en het huishoudelijk werk. De au pair verricht minder dan 30 uur per week werkzaamheden; 4. domestic worker: bij deze vorm van au pairschap is er sprake van een werknemer-werkgever relatie. De au pair is verantwoordelijk voor een groot deel van de huishoudelijke taken en de verzorging van de kinderen en maakt geen deel uit van het gastgezin. Daarbij verricht de au pair veelal meer dan 30 uur per week werkzaamheden en ook zwaardere huishoudelijke werkzaamheden. Vertaald naar percentages zou dit opleveren dat 55% van de au pairs een au pair as meant to be is, 12% een big sister, 4% een live in tourist en 30% een domestic worker. 65 Het percentage van 55% au pair as meant to be is echter opmerkelijk te noemen aangezien 50% van de au pairs aangeeft dat zij voor meer dan 30 uur in de week werkzaam zijn. 66 In ieder geval kan op basis van de resultaten van het onderzoek van het WODC geconcludeerd worden dat in minstens 42% -in het geval van de big sister en de domestic worker- van de gevallen oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de au pairregeling Ondanks dat uit het rapport van het WODC in 2014 in vergelijking met het rapport in 2003 blijkt dat er minder oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de au pairregeling, van 91% naar circa 42%, 63 Haag: WODC 2014, p Haag: WODC 2014, p Haag: WODC 2014, p Haag: WODC 2014, p

23 is de mate van oneigenlijk gebruik nog steeds aanzienlijk te noemen. De live in tourist kan niet geschaard worden onder oneigenlijk gebruik -er worden immers geen specifieke regelingen overtreden- maar is wel in strijd met de bedoeling van de regeling; de au pair maakt immers geen deel uit van het gastgezin. De meest duidelijke indicator voor oneigenlijk gebruik is overschrijding van het maximale aantal werkuren. Andere indicatoren voor oneigenlijk gebruik van de au pairregeling, waar ook de rapporten van het WODC zich op hebben gericht, zijn het verrichten van zware huishoudelijke werkzaamheden en het niet aanwezig zijn van een alternatief voor de werkzaamheden van de au pair. Overigens leidt elke overtreding van de au pairregeling tot oneigenlijk gebruik. Welke gevolgen aan oneigenlijk gebruik worden gekoppeld, is onder meer afhankelijk van de mate en de ernst van de overtreding. 3.3 Toezicht en handhaving Er zijn verschillende instanties die een toezichthoudende en/of handhavende bevoegdheid hebben ten aanzien van de naleving van de au pairregeling: de IND, de vreemdelingenpolitie, de Inspectie SZW en au pairbureaus. Deze instanties zullen opeenvolgend worden behandeld. Naast de toezichthoudende instanties in Nederland kan er toezicht zijn op de au pair vanuit het thuisland. Op dit moment heeft alleen de Filipijnen een dergelijk beleid. Dit beleid wordt in paragraaf besproken IND De IND is als uitvoeringsinstantie van het ministerie van Veiligheid en Justitie verantwoordelijk voor de uitvoering van de Vreemdelingenwet in Nederland. 67 Dit houdt in dat de IND alle aanvragen beoordeelt van vreemdelingen die in Nederland willen verblijven. De vereisten hiervoor zijn uiteengezet in hoofdstuk twee. Deze beoordeling is echter sinds de inwerkingtreding van de Wet MoMi grotendeels neergelegd bij het au pairbureau. Het erkende au pairbureau kan middels de versnelde toelatingsprocedure zelfstandig beoordelen of er wordt voldaan aan de vereisten van de au pairregeling. Indien volgens het au pairbureau wordt voldaan aan de vereisten, kan het bureau hieromtrent een eigen verklaring geven zonder daadwerkelijk de gegevens en bescheiden toe te sturen aan de IND. De IND heeft slechts een controlebevoegdheid achteraf. 68 De IND heeft, zoals in paragraaf 3.2 is beschreven, een Meldpunt Au Pairs ingericht. Indien een melding binnenkomt, kan de IND een melding doorzetten naar de Vreemdelingenpolitie en/of de Inspectie SZW. Daarnaast kunnen meldingen worden gedaan via de au pairmailbox van de IND. Per jaar worden, zoals al in paragraaf 3.2 is vermeld, 30 tot 40 meldingen gedaan. Uit het rapport van het WODC blijkt dat dit anonieme klikbrieven over het functioneren van au pairbureaus, meldingen van au pairs over dat ze het niet naar hun zin hebben of teveel werkuren moeten maken, 67 Haag: WODC 2014, p Kamerstukken II 2012/13, 32052, 3, p (MvT). 22

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 29 407 Vrij verkeer werknemers uit de nieuwe EU lidstaten Nr. 195 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE EN DE MINISTER VAN SOCIALE

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Samenvatting. De au-pairregeling

Samenvatting. De au-pairregeling Samenvatting De au-pairregeling De au-pairregeling is bedoeld om jongeren uit landen buiten de Europese Unie kennis te laten maken met de Nederlandse samenleving en cultuur. De au pair verblijft bij een

Nadere informatie

We willen na twee jaar wel bezien in hoeverre de doorgevoerde maatregelen het beoogde effect hebben gehad.

We willen na twee jaar wel bezien in hoeverre de doorgevoerde maatregelen het beoogde effect hebben gehad. 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Verwerking Overeenkomst EG-Zwitserse Bondsstaat in Vc 2000

Verwerking Overeenkomst EG-Zwitserse Bondsstaat in Vc 2000 JU Verwerking Overeenkomst EG-Zwitserse Bondsstaat in Vc 2000 Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire TBV 2003/18 Aan: de Korpschefs Politieregio s de Korpsbeheerders Politieregio s de Bevelhebber

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Hoofdstuk B12 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden:

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Hoofdstuk B12 Vreemdelingencirculaire 2000 komt te luiden: STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 8529 28 maart 2014 Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 20 maart 2014, nummer WBV 2014/10, houdende

Nadere informatie

Procedure De leverancier van de goederen vraagt schriftelijk om toelating tot de pilot bij UWV.

Procedure De leverancier van de goederen vraagt schriftelijk om toelating tot de pilot bij UWV. Pilot kennisindustrie Bijgaand treft u aan informatie over de pilot kennisindustrie, de relevante wet- en regelgeving en het speciale meldingsformulier. Relevante wet- en regelgeving In het kader van de

Nadere informatie

Documentnummer. Documentdatum 01-01-1999. Auteur. Titel Verblijfsvergunning en toegang tot de arbeidsmarkt

Documentnummer. Documentdatum 01-01-1999. Auteur. Titel Verblijfsvergunning en toegang tot de arbeidsmarkt Documentnummer ArbeidsRecht 1999/12, 65 Documentdatum 01-01-1999 Auteur Y.H. Dissel * Titel Verblijfsvergunning en toegang tot de arbeidsmarkt Samenvatting Op 1 september 1995 is de Wet arbeid vreemdelingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 28 638 Mensenhandel Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Au pairs in Nederland

Au pairs in Nederland Cahier 2014-2 Au pairs in Nederland Culturele uitwisseling of arbeidsmigratie? J.M.D. Schans M. Galloway L. Lansang Cahier De reeks Cahier omvat de rapporten van onderzoek dat door en in opdracht van het

Nadere informatie

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies van de evaluatie au pair regeling

Samenvatting en conclusies van de evaluatie au pair regeling Samenvatting en conclusies van de evaluatie au pair regeling Frank Miedema Bob Post Clara Woldringh 1 Samenvatting Aanleiding voor het onderzoek De au pair regeling is bedoeld om jonge buitenlanders uit

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den

Nadere informatie

Openbaar. Klantdirecteuren IND c.c. DDMB. Hoofddirecteur IND

Openbaar. Klantdirecteuren IND c.c. DDMB. Hoofddirecteur IND IND-werkinstructie nr. 2014/6 (AUA) Openbaar Aan Klantdirecteuren IND c.c. DDMB Van Hoofddirecteur IND Datum 15 juni 2014 Vindplaats Migratierecht extra Onderwerp Normbedragen geldend vanaf Inleiding In

Nadere informatie

De CIO van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG AANTEKENEN

De CIO van de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG AANTEKENEN POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De CIO van de Immigratie- en Naturalisatiedienst

Nadere informatie

Postbus 107 / Breitnerlaan 80 Venray / 2596 HD Den Haag KvK 54842215/KvK 27298036

Postbus 107 / Breitnerlaan 80 Venray / 2596 HD Den Haag KvK 54842215/KvK 27298036 UNIFORME ALGEMENE VOORWAARDEN Normen en criteria au pair programma : Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op de relatie tussen het BONAPA bureau en haar opdrachtgever c.q. gastgezin Begrippen:

Nadere informatie

Naar Nederland komen voor culturele uitwisseling

Naar Nederland komen voor culturele uitwisseling Naar Nederland komen voor culturele uitwisseling 1. Waarom deze publicatie? Wil je naar Nederland komen in het kader van een cultureel uitwisselingsprogramma? Voor een verblijf van meer dan 90 dagen heb

Nadere informatie

Algemene voorwaarden Bureau: Au pair programma: Au pair: IND Gastgezin:

Algemene voorwaarden Bureau: Au pair programma: Au pair: IND Gastgezin: Algemene voorwaarden Deze voorwaarden zijn van toepassing op de relatie tussen het bij de Branche Organisatie Nederlandse Au Pair Agentschappen aangesloten au pair bureau en haar opdrachtgever c.q. het

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord / 9. Inleiding / 11

Inhoudsopgave. Voorwoord / 9. Inleiding / 11 Inhoudsopgave Voorwoord / 9 Inleiding / 11 1 Het toepasselijke recht op de internationale arbeidsovereenkomst / 13 1.1 Inleiding / 13 1.2 Rome I-Verordening en het EVO-Verdrag / 13 1.3 Arbeidsovereenkomst

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/192

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/192 Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/192 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie haar klacht van 16 april 2004 over de lange duur van de behandeling

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

Op grond van artikel 17, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000 voorgestelde wijzigingen van artikel 3.71 Vreemdelingenbesluit 2000:

Op grond van artikel 17, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000 voorgestelde wijzigingen van artikel 3.71 Vreemdelingenbesluit 2000: Op grond van artikel 17, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000 voorgestelde wijzigingen van artikel 3.71 Vreemdelingenbesluit 2000: Artikel 3.71 Vreemdelingenbesluit 2000 wordt gewijzigd als volgt: Artikel

Nadere informatie

Algemeen Vastgesteld op 1 juni 2013 en gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 50107550.

Algemeen Vastgesteld op 1 juni 2013 en gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 50107550. Algemeen Vastgesteld op 1 juni 2013 en gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel onder nummer 50107550. Deze Algemene Voorwaarden zijn toepasselijk op de relatie tussen Au Pair International en het gastgezin,

Nadere informatie

Resultaten van het IND-dossieronderzoek

Resultaten van het IND-dossieronderzoek Bijlage 1. Resultaten van het IND-dossieronderzoek 1. Inleiding In de kabinetsnota Privé geweld-publieke zaak, die de Minister van Justitie op 12 april 2002 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, is aandacht

Nadere informatie

Is één faillissement een indicatie voor onbetrouwbaarheid van de onderneming? Nee, wel een reeks van faillissementen.

Is één faillissement een indicatie voor onbetrouwbaarheid van de onderneming? Nee, wel een reeks van faillissementen. Waar is de wettelijke basis voor de omklap naar het erkend referentschap te vinden? De wettelijke basis is te vinden in rtikel XI Wet modern migratiebeleid (momi): RTIKEL XI 1. Op het tijdstip waarop deze

Nadere informatie

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK NALEVING WNT

DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK NALEVING WNT DEFINITIEF RAPPORT ONDERZOEK NALEVING WNT bij Stichting VU-VUmc (Dhr. L.M. Bouter) Plaats: Utrecht Bestuursnummer: 75792 Onderzoeksnummer: 276697 Datum onderzoek: najaar 2014 Datum vaststelling: 28 april

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

3. Verzoekers konden zich met het voorgaande niet verenigen en dienden bij brief van 11 april 2007 een klacht in.

3. Verzoekers konden zich met het voorgaande niet verenigen en dienden bij brief van 11 april 2007 een klacht in. Rapport 2 h2>klacht Verzoekers klagen over de door de staatsecretaris van Justitie gevolgde intrekkingsprocedure van de aan hen verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd. Met name klagen

Nadere informatie

Aanvullende Voorwaarden Super Nanny Au Pair Services

Aanvullende Voorwaarden Super Nanny Au Pair Services Aanvullende Voorwaarden Super Nanny Au Pair Services De omschrijving op de website van Super Nanny Au Pair Services op www.snapsonline.nl of www.supernannyaupairservices.nl. geeft de algemene voorwaarden

Nadere informatie

Erkenning als referent

Erkenning als referent Erkenning als referent 1. Waarom deze publicatie? Hebt u een au-pairbureau of culturele uitwisselingsorganisatie? Haalt uw bedrijf of organisatie regelmatig werknemers uit het buitenland naar Europa? Wilt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

Au pair B13. 3 Duur van het verblijf. 6 Verandering van gastgezin. 7 Gezinshereniging of -vorming. Sdu J&F -. VC, ianuari 1994, Aanv. 8.

Au pair B13. 3 Duur van het verblijf. 6 Verandering van gastgezin. 7 Gezinshereniging of -vorming. Sdu J&F -. VC, ianuari 1994, Aanv. 8. 513 Au pair B13 Au pair 1 Inleiding 2 Aard van het verblijf 3 Duur van het verblijf 4 Algemene toelatingsvoorwaarden 5 Beperking en voorschriften 6 Verandering van gastgezin 7 Gezinshereniging of -vorming

Nadere informatie

OPENBARE ORDE VOOR GEVORDERDEN - SVMA - 27 MAART 2015 WIJZIGINGEN VERBLIJFSBESCHERMING VEELPLEGERS

OPENBARE ORDE VOOR GEVORDERDEN - SVMA - 27 MAART 2015 WIJZIGINGEN VERBLIJFSBESCHERMING VEELPLEGERS OPENBARE ORDE VOOR GEVORDERDEN - SVMA - 27 MAART 2015 WIJZIGINGEN VERBLIJFSBESCHERMING VEELPLEGERS Marianne Wiersma wiersma@wybenga-advocaten.nl 010-214 00 00 / 06 15 07 46 15 VERLENGING & INTREKKING VV

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2011 2012 32 420 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter implementatie van de richtlijn nr. 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:3478

ECLI:NL:CRVB:2014:3478 ECLI:NL:CRVB:2014:3478 Uitspraak 14/5824 WWB-VV 27 oktober 2014 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [Verzoekster]te [woonplaats] (verzoekster)

Nadere informatie

B 11 Buitenlandse werknemers 8

B 11 Buitenlandse werknemers 8 B 11 Buitenlandse werknemers 8 Wettelijke maatregelen te~en ille~ale tewerkstellin~ Teneinde illegale tewerkstelling tegen te gaan en de tewerkstelling van buitenlandse werknemers te kunnen reguleren voorziet

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 33286 25 november 2014 Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 november 2014, 2014-0000102276,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1998 309 Besluit van 14 mei 1998 tot wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 Wij Beatrix, bij

Nadere informatie

OPENBARE ORDE VOOR GEVORDERDEN - SVMA - 27 MAART 2014 WIJZIGINGEN VERBLIJFSBESCHERMING VEELPLEGERS

OPENBARE ORDE VOOR GEVORDERDEN - SVMA - 27 MAART 2014 WIJZIGINGEN VERBLIJFSBESCHERMING VEELPLEGERS OPENBARE ORDE VOOR GEVORDERDEN - SVMA - 27 MAART 2014 WIJZIGINGEN VERBLIJFSBESCHERMING VEELPLEGERS Marianne Wiersma wiersma@wybenga-advocaten.nl 010-214 00 00 / 06 15 07 46 15 VERLENGING & INTREKKING VV

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage AV/WTZ/2002/13517

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage AV/WTZ/2002/13517 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

(AUA) Openbaar. IND-werkinstructie nr. 2013/13. Klantdirecteuren IND c.c. DDMB. Hoofddirecteur IND

(AUA) Openbaar. IND-werkinstructie nr. 2013/13. Klantdirecteuren IND c.c. DDMB. Hoofddirecteur IND IND-werkinstructie nr. /13 (AUA) Openbaar Aan Klantdirecteuren IND c.c. DDMB Van Hoofddirecteur IND Datum 24 juni Vindplaats Migratierecht extra Onderwerp Normbedragen geldend vanaf 1 juli Inleiding In

Nadere informatie

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Mevrouw drs. M.C.F. Verdonk Kamer L 324 Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Mevrouw drs. M.C.F. Verdonk Kamer L 324 Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie Mevrouw drs. M.C.F. Verdonk Kamer L 324 Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Advies ACVZ motie Dittrich c.s. Zeer geachte Mevrouw Verdonk, Op 2 september 2004

Nadere informatie

Advies ontwerpbesluit aanscherping glijdende schaal

Advies ontwerpbesluit aanscherping glijdende schaal De minister voor Immigratie en Asiel drs. G.B.M. Leers Postbus 20011 2500 EA Den Haag datum 15 augustus 2011 doorkiesnummer 070-361 9721 e-mail voorlichting@rechtspraak.nl uw kenmerk 2011-2000250817 cc

Nadere informatie

Overzicht veel voorkomende bezwaargronden inzake overtreding Wet arbeid vreemdelingen (Wav)

Overzicht veel voorkomende bezwaargronden inzake overtreding Wet arbeid vreemdelingen (Wav) Overzicht veel voorkomende bezwaargronden inzake overtreding Wet arbeid vreemdelingen (Wav) De Inspectie SZW werkt aan eerlijk, gezond en veilig werk en bestaanszekerheid voor iedereen 2 Overzicht veel

Nadere informatie

Instructie aanvraag verblijfsvergunning voor deelname EVS

Instructie aanvraag verblijfsvergunning voor deelname EVS Instructie aanvraag verblijfsvergunning voor deelname EVS Wanneer gebruiken? Deze instructie is alleen van nut indien u een aanvraag wilt indienen voor een jongere die langer dan 3 maanden in Nederland

Nadere informatie

Advocaten en notarissen

Advocaten en notarissen Advocaten en notarissen De Wet aanpak schijnconstructies NVRD 18 februari 2016 Onderwerpen presentatie 1. Aanleiding voor en inhoud van de WAS 2. Aansprakelijkheid voor loon door opdrachtgevers keten 3.

Nadere informatie

16 (AUB) Openbaar. IND-werkinstructie nr Klantdirecteuren IND c.c. DDMB. Hoofddirecteur IND

16 (AUB) Openbaar. IND-werkinstructie nr Klantdirecteuren IND c.c. DDMB. Hoofddirecteur IND IND-werkinstructie nr. 2010 10/16 16 (AUB) Openbaar ^~å Klantdirecteuren IND c.c. DDMB s~å Hoofddirecteur IND a~íìã 23 december 2010 sáåçéä~~íë Migratierecht extra låçéêïéêé Normbedragen geldend vanaf

Nadere informatie

Wet Aanpak Schijnconstructies

Wet Aanpak Schijnconstructies COTAD Wet Aanpak Schijnconstructies Monica Wirtz AWVN 4-6-2015 WAS Wet Aanpak Schijnconstructies Aanleiding Schijnconstructie? Hoofdlijnen Verbetering toepassing en naleving cao Uitbreiding ketenaansprakelijkheid

Nadere informatie

Koppelingswet; vreemdelingen en de controle op het verblijfsrecht bij voorzieningen

Koppelingswet; vreemdelingen en de controle op het verblijfsrecht bij voorzieningen Koppelingswet; vreemdelingen en de controle op het verblijfsrecht bij voorzieningen Inhoud Inleiding 3 Rechtmatig verblijf 4 Hoe werkt de Koppelingswet? 4 Om welke voorzieningen gaat het? 5 Zijn er ook

Nadere informatie

Bijlage 3. Legeswijzer voor de IND. Versie juli 2011

Bijlage 3. Legeswijzer voor de IND. Versie juli 2011 Bijlage 3 Legeswijzer voor de IND Versie juli 2011 Aanvraag verblijfsvergunning met mvv voor hetzelfde verblijfsdoel als waarvoor een verblijfsvergunning wordt aangevraagd > zie tarieflijst A Aanvraag

Nadere informatie

Jaar: 2007 Nummer: 57 Besluit: B&W 09 oktober 2007 Gemeenteblad WIJZIGING WWB W011 LOONKOSTENSUBSIDIE. Het college van burgemeester en wethouders,

Jaar: 2007 Nummer: 57 Besluit: B&W 09 oktober 2007 Gemeenteblad WIJZIGING WWB W011 LOONKOSTENSUBSIDIE. Het college van burgemeester en wethouders, Jaar: 2007 Nummer: 57 Besluit: B&W 09 oktober 2007 Gemeenteblad WIJZIGING WWB W011 LOONKOSTENSUBSIDIE Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op artikel 7 eerste lid onderdeel a en artikel 8

Nadere informatie

Kennisgeving Tweede of volgende asielaanvraag

Kennisgeving Tweede of volgende asielaanvraag Kennisgeving Tweede of volgende asielaanvraag Met dit formulier (m35-o) kunt u de IND laten weten dat u opnieuw een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wilt indienen. Voor wie

Nadere informatie

Consultatie wijziging Vreemdelingenbesluit inzake toelating van startende ondernemers

Consultatie wijziging Vreemdelingenbesluit inzake toelating van startende ondernemers Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie De heer mr. F. Teeven Postbus 20301 3500 EH Den Haag Mr. H. Verbaten 06 46999891 23 juli 2014 ACVZ/ADV/2014/XX Consultatie wijziging Vreemdelingenbesluit inzake

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over IND uit Utrecht. Datum: 10 maart 2011. Rapportnummer: 2011/090

Rapport. Rapport over een klacht over IND uit Utrecht. Datum: 10 maart 2011. Rapportnummer: 2011/090 Rapport Rapport over een klacht over IND uit Utrecht. Datum: 10 maart 2011 Rapportnummer: 2011/090 2 Klacht Verzoeker, afkomstig uit Marokko, klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)

Nadere informatie

B&W 20 december 2011 Gemeenteblad

B&W 20 december 2011 Gemeenteblad Jaar: 2011 Nummer: 109 Besluit: B&W 20 december 2011 Gemeenteblad RICHTLIJN W011 LOONKOSTENSUBSIDIE Het college van burgemeester en wethouders, Gelet op artikel 7, eerste lid onderdeel a en artikel 8,

Nadere informatie

IND-werkinstructie nr. 2012/1 (AUA)

IND-werkinstructie nr. 2012/1 (AUA) IND-werkinstructie nr. 2012/1 (AUA) Openbaar ^~å Klantdirecteuren IND c.c. DDMB s~å Hoofddirecteur IND a~íìã 15 juni 2012 sáåçéä~~íë Migratierecht-extra låçéêïéêé Normbedragen geldend vanaf 1 Inleiding

Nadere informatie

Beleid methodiek (forfaitaire) schadevergoeding SNCU

Beleid methodiek (forfaitaire) schadevergoeding SNCU Beleid methodiek (forfaitaire) schadevergoeding SNCU Achtergrond Vanaf het najaar 2005 vindt door de SNCU in de uitzendbranche controle plaats op de naleving van de CAO voor Uitzendkrachten en sinds 2009

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Dienst Terugkeer en Vertrek te Den Haag. Datum: 14 mei 2012. Rapportnummer: 2012/081

Rapport. Rapport over een klacht over de Dienst Terugkeer en Vertrek te Den Haag. Datum: 14 mei 2012. Rapportnummer: 2012/081 Rapport Rapport over een klacht over de Dienst Terugkeer en Vertrek te Den Haag. Datum: 14 mei 2012 Rapportnummer: 2012/081 2 Klacht Verzoekster, een advocaat, klaagt erover dat de Dienst Terugkeer en

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Mededingingswet.

BESLUIT. Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Mededingingswet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 3698-22 Betreft zaak: natuurlijke persoon Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste

Nadere informatie

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden Permanente commissie Secretariaat van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, telefoon 31 (30) 297 42 14/43 28 telefax 31 (30) 296 00 50 e-mail cie.meijers@forum.nl postbus 201, 3500 AE Utrecht/Nederland

Nadere informatie

Wijziging Vreemdelingencirculaire 2000

Wijziging Vreemdelingencirculaire 2000 JU Wijziging Vreemdelingencirculaire 2000 Besluit van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 5 oktober 2004, nummer 2004/59, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000. De Minister

Nadere informatie

kenmerk 752842 De ondergetekenden:

kenmerk 752842 De ondergetekenden: Verlengd Convenant inzake de Samenwerking tussen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Financiën, d.d. Vil april 2015 kenmerk 752842 De ondergetekenden: - Namens de

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Datum: Rapportnummer: 2013/058

Rapport. Rapport over een klacht over de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Datum: Rapportnummer: 2013/058 Rapport Rapport over een klacht over de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Datum: Rapportnummer: 2013/058 2 Klacht Verzoekers klaagden erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst tijdens het eerste

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201203791/1/V1. Datum uitspraak: 24 januari 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/239

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/239 Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/239 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft nagelaten zijn echtgenote en dochter, van Italiaanse nationaliteit,

Nadere informatie

Regeling Briefadres gemeente Zoeterwoude 2014

Regeling Briefadres gemeente Zoeterwoude 2014 Regeling Briefadres gemeente Zoeterwoude 2014 Het college van burgemeester en wethouders van Zoeterwoude, gelet op: - artikelen 2.23, 2.40, 2.41, 2.42, 2.45 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP);

Nadere informatie

Informatie over overtreding van de wetten Wet arbeid vreemdelingen en/of de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag

Informatie over overtreding van de wetten Wet arbeid vreemdelingen en/of de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag Informatie over overtreding van de wetten Wet arbeid vreemdelingen en/of de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag Controle In uw onderneming is een controle gehouden op basis van de Wet arbeid vreemdelingen

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 15972 31 juli 2012 Besluit van de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel van 20 juli 2012, nummer WBV 2012/16,

Nadere informatie

Arbeidsrecht Actueel. In deze uitgave: Bescherming van flexwerkers. Jaargang 19 (2014) november nr. 234

Arbeidsrecht Actueel. In deze uitgave: Bescherming van flexwerkers. Jaargang 19 (2014) november nr. 234 In deze uitgave: Jaargang 19 (2014) november nr. 234 Arbeidsrecht Actueel Bescherming van flexwerkers Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd Proeftijd Concurrentiebeding Uitzendbeding Nulurencontracten

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 54a, vierde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Gelet op artikel 54a, vierde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22401 30 juli 2015 Regeling vergoeding beroepsziekten politie De Minister van Veiligheid en Justitie, Gelet op artikel

Nadere informatie

De derdelander zonder vergunning met arbeidsovereenkomst.

De derdelander zonder vergunning met arbeidsovereenkomst. De derdelander zonder vergunning met arbeidsovereenkomst. Een onderzoek naar de houdbaarheid van ontbindende voorwaarden gericht op het verlies van werk, verblijf & combinatie vergunningen in een arbeidsovereenkomst

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstatc 201112531/1/V1. Datum uitspraak: 11 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de minister van Veiligheid en Justitie te Den Haag. Datum: 11 juli Rapportnummer: 2013/084

Rapport. Rapport over een klacht over de minister van Veiligheid en Justitie te Den Haag. Datum: 11 juli Rapportnummer: 2013/084 Rapport Rapport over een klacht over de minister van Veiligheid en Justitie te Den Haag. Datum: 11 juli 2013 Rapportnummer: 2013/084 2 Klacht Verzoekster, die de Surinaamse nationaliteit had en in Suriname

Nadere informatie

De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006.

De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006. De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006. Artikel 8:5 Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid Lid 1 Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond

Nadere informatie

De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006.

De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006. De artikelen die hieronder zijn weergegeven bevatten de tekst zoals die gold op 30 juni 2006. Artikel 8:5 Ontslag wegens arbeidsongeschiktheid Ontslag kan aan de ambtenaar worden verleend op grond van

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201205761/1/V1. Datum uitspraak: 31 januari 2013 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht {hierna: de Awb) op

Nadere informatie

B16 / Deel B16 Voortgezet verblijf

B16 / Deel B16 Voortgezet verblijf B16 / Deel B16 Voortgezet verblijf 7 Klemmende redenen van humanitaire aard Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.50

Nadere informatie

Huiselijk geweld, eergerelateerd geweld, mensenhandel, achterlating en uw verblijfsvergunning

Huiselijk geweld, eergerelateerd geweld, mensenhandel, achterlating en uw verblijfsvergunning Huiselijk geweld, eergerelateerd geweld, mensenhandel, achterlating en uw verblijfsvergunning Waarom deze brochure? Deze brochure is speciaal voor mensen die een verblijfsvergunning willen aanvragen en

Nadere informatie

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam &

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & De 10 meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & Colofon De Gier Stam & Advocaten Lucasbolwerk 6 Postbus 815 3500 AV UTRECHT t: (030)

Nadere informatie

BIJLAGE. bij het. Voorstel voor een besluit van de Raad

BIJLAGE. bij het. Voorstel voor een besluit van de Raad EUROPESE COMMISSIE Brussel, 5.3.2015 COM(2015) 103 final ANNEX 1 BIJLAGE bij het Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 244 Vragen van de leden

Nadere informatie

RAADSBESLUIT. Maatregelenverordening IOAW en IOAZ Asten februari

RAADSBESLUIT. Maatregelenverordening IOAW en IOAZ Asten februari RAADSBESLUIT Onderwerp: Dagtekening: nummer: Maatregelenverordening IOAW en IOAZ Asten 2010 1 februari 2011.. De raad van de gemeente Asten; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders

Nadere informatie

Legeswijzer voor de IND

Legeswijzer voor de IND Legeswijzer voor de IND Versie augustus 2012 Aanvraag verblijfsvergunning met mvv voor hetzelfde verblijfsdoel als waarvoor een verblijfsvergunning wordt aangevraagd > zie tarieflijst A Aanvraag verblijfsvergunning

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Datum 18 april 2016 Betreft Kamervragen hotels

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Datum 18 april 2016 Betreft Kamervragen hotels > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid AV/IR/2003/20105. Datum 10 maart 2003

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid AV/IR/2003/20105. Datum 10 maart 2003 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a DEN HAAG Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333

Nadere informatie

Bijlage C 33 Aanstellin~ OETC-leerkrachten in het bas isonderwi i s

Bijlage C 33 Aanstellin~ OETC-leerkrachten in het bas isonderwi i s Bijlage C 33 Aanstellin~ OETC-leerkrachten in het bas isonderwi i s Datum: 18 april 1989 Kenmerk: BO/BGB-88.29.930 Datum inwerkingtreding: 3 mei 1989 Geldigheidsduur beleidsregel: onbeperkt Juridische

Nadere informatie

In bezwaar of beroep

In bezwaar of beroep In bezwaar of beroep Wanneer u het niet eens bent met een beslissing van de Nederlandse overheid op grond van de Vreemdelingenwet, dan kunt u hiertegen juridische stappen ondernemen. Dit informatieblad

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Kamervragen van het lid Van Hijum (CDA)

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Kamervragen van het lid Van Hijum (CDA) De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

Rapport. Datum: 27 oktober 2005 Rapportnummer: 2005/329

Rapport. Datum: 27 oktober 2005 Rapportnummer: 2005/329 Rapport Datum: 27 oktober 2005 Rapportnummer: 2005/329 2 Klacht Verzoekers, partners, klagen erover dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), dan wel de vreemdelingendienst van het regionale politiekorps

Nadere informatie

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015 Wetstechnische informatie 1. Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Officiële naam regeling Verordening tegenprestatie participatiewet

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 53078 5 oktober 2016 Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 oktober 2016, nr. 2016-0000211992,

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 22872 29 juli 2015 Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 21 juli 2015, nummer WBV 2015/10, houdende

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.

Het bestuursorgaan bevestigt de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag. Algemene wet bestuursrecht Titel 4.1. Beschikkingen Afdeling 4.1.1. De aanvraag Artikel 4:1 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, wordt de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk

Nadere informatie

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Dienst Terugkeer en Vertrek.

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Dienst Terugkeer en Vertrek. Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Dienst Terugkeer en Vertrek. Datum: 8 juli 2015 Rapportnummer: 2015/114 2 Aanleiding Verzoeker zat in vreemdelingenbewaring

Nadere informatie

Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving

Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving Juridisch kader: mededelingenbrieven financiële verslaggeving Hieronder vindt u een overzicht van enige relevante wetsartikelen (januari 2016). Voor de meest actuele informatie zie www.wetten.overheid.nl

Nadere informatie

Reacties en antwoorden op gestelde vragen Einde onderzoek De feiten

Reacties en antwoorden op gestelde vragen Einde onderzoek De feiten Geachte heer ( ), Bij brief van 16 mei 2013 heeft u bij ons een klacht voorgelegd van mevrouw ( ) over de Dienst Terugkeer en Vertrek (de DT&V). Op 2 juli 2015 heb ik u laten weten dat wij een onderzoek

Nadere informatie

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Heerhugowaard Officiële naam regeling Verordening individuele studietoeslag gemeente Heerhugowaard 2015 Citeertitel Verordening

Nadere informatie