Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas Fase 1: Voorstudie naar de effecten op de zoutindringing

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas Fase 1: Voorstudie naar de effecten op de zoutindringing"

Transcriptie

1 Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas Fase 1: Voorstudie naar de effecten op de zoutindringing C. Kuijper, T. v.d. Kaaij Deltares, 29

2 Titel Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas Opdrachtgever Waterdienst Project Kenmerk ZKS-2 Pagina's 127 Trefwoorden Zoutindringing, bodemverondieping, Noordelijk Deltabekken, trapjeslijn Samenvatting Eind jaren 6/begin jaren 7 van de 2e eeuw is in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas de zogenaamde trapjeslijn aangelegd. Met deze trapjeslijn zijn de minimale en maximale waterdiepten voor opeenvolgende trajecten (treden) vastgelegd tussen globaal kmr. 135 en kmr. 99. Het doel van de trapjeslijn is de verzilting vanuit zee te beperken en tegelijkertijd te voldoen aan de eisen vanuit de scheepvaart. In 2 en 22 zijn de minimale diepten van de treden op de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas vergroot ten behoeve van een betere bereikbaarheid van de Waalhaven voor cruiseschepen. Dit heeft ertoe geleid, dat de maximale diepte volgens de oorspronkelijke definitie van de trapjeslijn tussen kmr. 14 en 114 met,5 m groter is geworden. Verder heeft het niet onderhouden van de trapjeslijn ertoe geleid, dat de bodem op natuurlijke wijze dieper is komen te liggen dan de bodemligging volgens de trapjeslijn: de Nieuwe Waterweg en het westelijke deel van de Nieuwe Maas (tot kmr. 14) gemiddeld,5 m en de Nieuwe Maas tussen kmr. 14 en 11 gemiddeld,2 m. Door Rijkswaterstaat wordt overwogen de trapjeslijn te herstellen, om te bereiken dat de mate van verzilting ter plaatse van innamelocaties afneemt. In deze voorstudie zijn de effecten van het herstel van de trapjeslijn op de verzilting van het Noordelijk Deltabekken beschreven. Op basis van (i) theoretische overwegingen, (ii) in het verleden uitgevoerd onderzoek (o.a. in het Getijmodel Rijnmond) en (iii) simulaties met een analytisch model wordt geconcludeerd, dat herstel van de trapjeslijn een vermindering van de zoutindringing tot gevolg zal hebben. De effecten nabij de punt van de zouttong, van Brienenoordbrug en Beerenplaat, bedragen voor een relatief lage Bovenrijnafvoer van 8 m 3 /s als eerste schatting 1 mg Cl - /l (Beerenplaat) à 2 mg Cl - /l (van Brienenoordbrug) ofwel ongeveer 15 à 2% van de lokale gehalten. Bij een Bovenrijnafvoer van 11 m 3 /s is de reductie kleiner (van Brienenoordbrug) of zelfs nul indien geen verzilting optreedt (Beerenplaat). Deze waarden hebben betrekking op tijdsgemiddelde concentraties gedurende 14,5 dagen. De reductie is van dezelfde grootte als de gehanteerde grenswaarden voor het chloridegehalte bij innamepunten, zodat een herstel van de trapjeslijn de verziltingsituatie bij deze locaties daadwerkelijk zal verbeteren.

3 Titel Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas Opdrachtgever Waterdienst Project Kenmerk ZKS-2 Pagina's 127 Uit een eerste analyse van gemeten chlorideconcentraties kan niet worden afgeleid, dat nabij de punt van de zouttong de verziltingsituatie zou zijn verslechterd ten opzichte van het begin van de jaren 7 van de vorige eeuw. De geringere achtergrondconcentratie van het door de Rijn aangevoerde water, momenteel bij Lobith ongeveer 1 mg Cl - /l lager, speelt hierbij een belangrijke rol. Bij een besluit de trapjeslijn te herstellen dient er inzicht te zijn in de daarmee gemoeide kosten. Een globale kostenschatting voor het herstel en het jaarlijks onderhoud van de trapjeslijn is gegeven. De resultaten van Fase 1 van het onderzoek geven aan, dat herstel van de trapjeslijn bij lage Bovenrijnafvoeren tot een daadwerkelijke reductie van de chloridegehalten ter plaatse van van Brienenoordbrug en Beerenplaat kan leiden. Deze reductie is van dezelfde grootte als de gehanteerde norm voor de chlorideconcentraties, welke voor de meeste innamelocaties een paar honderd mg/l bedraagt. Tijdens Fase 2 van het onderzoek zal het verwachte effect van het herstel van de trapjeslijn nader worden gekwantificeerd door de inzet van numerieke rekenmodellen en een gedetailleerde analyse van meetdata. Op deze wijze zal, samen met de bereikte resultaten van Fase 1, een bandbreedte kunnen worden aangegeven voor de reductie in de chlorideconcentratie als gevolg van het terugkeren naar een bodemprofiel volgens de oorspronkelijke trapjeslijn.

4 Titel Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas Opdrachtgever Waterdienst Project Kenmerk ZKS-2 Pagina's 127 Concreet wordt voor Fase 2 het volgende voorgesteld: 1. De opzet van het modelinstrumentarium. Dit instrumentarium heeft betrekking op het analytische model uit Fase 1 in combinatie met het ééndimensionale model SOBEK en het driedimensionale model ZEEDELTA van Rijkswaterstaat. (t.b.v. verdere berekening van de effecten van herstel trapjeslijn 2. Met de opgezette modellen het verder kwantificeren van effecten van herstel(varianten!) van de trapjeslijn en andere aanpassingen aan de bodem op de zoutindringing. 3. Onderzoek naar effecten van andere ontwikkelingen op de zoutindringing, vooral gevolgen van (i) de klimaatverandering (gemiddeld zeeniveau, rivierafvoer), (ii) beheer Haringvlietsluizen en (iii) nog nader te bepalen zaken. 4. Uitgebreide kostenberekeningen per aanlegscenario (zeegrind, zeezand, lokale onderhoudsbagger/rondbaggeren etc.), e.e.a. nader af te spreken op de workshop. 5. Uitgebreide data analyse. Dit is een voortzetting van het onderdeel data-analyse uit Fase 1. Nu worden andere meetgegevens (vaste meetnet) gebruikt en de analyse wordt uitgebreid met een statistische aanpak, waarbij gebruik gemaakt zal worden van de volgende parameters: (i) het verschil hoogwater Hoek van Holland / laagwater Moerdijk (HL-parameter) en het verschil laagwater Hoek van Holland / hoogwater Moerdijk (LH-parameter), (ii) de Bovenrijnafvoer, (iii) het chloridegehalte hiervan én (iv) de gemiddelde bodemdiepten van de Nieuwe Waterweg, Nieuwe Maas en Oude Maas, 6. Analyse bodemontwikkeling trapjeslijn vanaf 197. O.a. wordt bij dit onderdeel de effectiviteit/stabiliteit van de grindafdeklagen uit de jaren 7 onderzocht. 7. Onderzoek naar de effecten van het aanpassen van de bodem van de Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas op de maximale hoogwaterstanden. 8. Aanvullende literatuurstudie, dit vanwege de grote hoeveelheid documentatie die boven tafel is gekomen. Op deze wijze kunnen de resultaten van de voorstudie nader worden onderbouwd met rekenmodellen met (i) meer fysica maar minder flexibiliteit (rekentijden) en (ii) meer empirie maar meer flexibiliteit, aangevuld met een data-analyse welke onafhankelijk is van de toegepaste modellen. A priori kan niet worden aangegeven of met de data-analyse de effecten van bodemveranderingen op de zoutverdeling kunnen worden afgeleid. Indien dit wel het geval is, zullen de verkregen systeemrelaties belangrijk bijdragen aan kennis van de zoutverdeling van het Noordelijk Deltabekken. Deze kennis kan vervolgens weer worden gebruikt bij de verificatie van numerieke modellen. Indien uit Fase 1 en 2 blijkt dat het herstel van de trapjeslijn een positieve invloed op het verminderen van de zoutindringing heeft, zullen in Fase 3 overige effecten van de trapjeslijn worden beschouwd:

5 Titel Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas Opdrachtgever Waterdienst Project Kenmerk ZKS-2 Pagina's 127 Veiligheid: Komt het functioneren van de Maeslantkering in gevaar? Ecologie: Wat is het effect van de maatregel op de ecologie en de geldende ecologische doelstellingen? Wat is het effect van het herstel van de trapjeslijn op het natuurgebied ter hoogte van kilometerraai 12, Gors Rozenburg? Baggeronderhoud: Neemt het baggeronderhoud van vaargeul en havens toe? Scheepvaart: Zijn er indirecte kosten, zoals hinder voor de scheepvaart, gemoeid met de aanleg van de trapjeslijn? Mogelijke alternatieve ingrepen die het herstel van de trapjeslijn onnodig kunnen maken (zoals inlaten in Rijnland vanuit het noorden), zullen in Fase 3 ook aan de orde komen. Nagegaan wordt of deze maatregelen mogelijk duurzamer en kosteneffectiever zijn dan het herstel van de trapjeslijn. Versie Datum Auteur Paraaf Review Paraaf Goedkeuring Paraaf C. Kuijper, T. v.d. Kaaij C. Kuijper, T. v.d. Kaaij C. Kuijper, T. v.d. Kaaij C. Kuijper, T. v.d. Kaaij A. Nolte T. Schilperoort Status definitief

6 Inhoud 1 Begin hier Achtergronden van de studie Inrichting en doelstellingen van de voorstudie Uitgevoerde activiteiten vooronderzoek 5 2 Literatuuronderzoek Inhomogene stroming in het Noordelijk Deltabekken Kentallen en classificatie Onderzoek naar zoutindringing: algemeen Onderzoek naar zoutindringing: Noordelijk Deltabekken Onderzoek in het eerste Getijmodel Rijnmond Onderzoek in het tweede Getijmodel Rijnmond 24 3 Dataverzameling en analyse Langjarige trends chlorideconcentraties Noordelijk Deltabekken Chloridegehalten ter plaatse van waterinnamepunten Bodemligging trapjeslijn Aanleg oorspronkelijke trapjeslijn Bodemverandering t.p.v. trapjeslijn sinds Onderzoek verzilting problematiek Algemeen Invloed ingrepen op verzilting Afsluiting Haringvliet, beheer Haringvlietsluizen Aanleg trapjeslijn Nieuwe Waterweg Openstellen Beerdam e Aanpassing trapjeslijn (2) e Aanpassing trapjeslijn (22) Aanleg Maasvlakte Toename verzilting als gevolg van gewijzigd klimaat Visie deltacommissie Conclusies zoutindringing/verzilting 54 5 Analyse van beschikbaar modelinstrumentarium Algemeen Reproductie effecten van verondiepingen met analytisch model Inleiding Verificatie analytisch model Verwacht effect herstel trapjeslijn op de zoutverdeling Conclusies beschikbaar modelinstrumentarium voor fase Globale kostenraming herstel en onderhoud van de trapjeslijn 7 7 Conclusies 71 8 Fase 2 en doorkijk Fase Plan van aanpak fase 2 74 i

7 8.2 Doorkijk Fase Literatuur 76 Bijlage(n) A Verzamelde documentatie 79 B Geraadpleegde documenten 81 C Beschrijving, verificatie en toepassing analytisch Savenije model 87 C.1 Achtergrond 87 C.2 Beschrijving analytisch-empirisch model volgens Savenije 87 C.3 Aanpassingen model Savenije voor toepassing op het Noordelijk Deltabekken 89 C.4 Verificatie aangepaste Savenije model aan metingen in Getijmodel Rijnmond 9 C.5 Verificatie aangepaste Savenije model aan veldmetingen 16 C.6 Conclusies en aanbevelingen 17 C.7 Schatting effect herstel trapjeslijn 18 C.7.1 Schematisatie 18 C.7.2 Resultaten simulaties 113 C.7.3 Conclusies 118 C.7.4 Aanbevelingen 118 D Referenties 12 ii

8 1 Begin hier 1.1 Achtergronden van de studie Om de zoutindringing in het Noordelijk Deltabekken tegen te gaan zijn aan het eind van de jaren 6van de vorige eeuw afspraken gemaakt tussen Rijkswaterstaat, het Havenbedrijf, de waterschappen en andere belanghebbenden over het bodemprofiel in de Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas vanaf Rotterdam tot aan de monding van de Nieuwe Waterweg, zie Figuur 1.1 voor een geografisch overzicht van het Noordelijk Deltabekken. Figuur 1.1: Geografisch overzicht Noordelijk Deltabekken (afkomstig van Google Maps) Het kunstmatig aangebrachte bodemprofiel in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas heeft een trapvormige langsdoorsnede en is bekend onder de naam trapjeslijn. De aanleg van de trapjeslijn en de bouw en aansluitend het gebruik van de Haringvlietsluizen hebben ertoe geleid dat de in de jaren 6 toegenomen invloed vanuit zee op de verzilting is teruggedrongen tot het niveau van de jaren vijftig. Bij de aanleg van de trapjeslijn moest voldaan worden aan het criterium t.a.v. de maximaal toelaatbare diepte m.b.t. de zoutindringing en, in de vaargeul, de minimale diepte m.b.t. de scheepvaart. Hiervoor moest de rivierbodem op een groot gedeelte van het traject worden opgehoogd en op andere gedeelten worden verdiept. Op enkele riviertrajecten, vooral op het traject van de Nieuwe Maas (de hoogste trede van de trapjeslijn), is de bodem afgedekt met een laag grind om erosie van de bodem tegen te gaan. Bij de aanleg van de treden westwaarts van Rotterdam werd tot eind 1973 het principe van rondbaggeren gehanteerd. Hierbij werd de gezogen specie uit de vaargeul direct in de nabij gelegen diepe Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 1

9 gaten of geulen gestort. De aanleg op de Nieuwe Maas was eind 1972 voltooid en op de Nieuwe Waterweg eind De wijze van aanleg is weergegeven in figuur 1.2. Figuur 1.2: Trapjeslijn rond de periode van aanleg (Rijkswaterstaat, 1988). De oorspronkelijke trapjeslijn, zoals aangelegd in 1972, is ten behoeve van de scheepvaart, aangepast in zowel 2 als 22 (Rijkswaterstaat 24a). Tabel 1.1 geeft minimale en maximale diepten beneden NAP van zowel de oorspronkelijke trapjeslijn als de twee herzieningen. De minimale diepte is de voor de scheepvaart benodigde vaardiepte. Een overdiepte van.3 m op de minimale diepte is toegestaan om te voorkomen dat continu gebaggerd moet worden. De maximale diepte is de maximaal toelaatbare diepte in verband met het tegengaan van zoutindringing. Tabel 1.1: Maximale diepte volgens trapjeslijn (vet) en minimale diepte t.b.v. scheepvaart. Maximale/minimale bodemligging (m t.o.v. NAP) Rivier Traject (km km) oorspronkelijk 1 e herziening (2) 2 e herziening (22) Maasmond Nieuwe Waterweg / / / -15. Nieuwe Maas / / / / / / / / / -7.5 Uit Tabel 1.1 volgt, dat alleen voor het traject 14,4-114, de maximale diepte groter is geworden dan die volgens het oorspronkelijke profiel (verdieping van NAP-14, m naar NAP- 14,5 m). vanaf het eind van de jaren 7 is de trapjeslijn niet intensief onderhouden. Hierdoor is op veel plaatsen in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas de bodemligging op dit Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 2

10 moment dieper dan destijds afgesproken met mogelijke gevolgen voor de zoutindringing in het gebied. Figuur 1.3 toont de bodemligging per kilometer vaargeul en gemiddeld per trede van de trapjeslijn volgens de lodingen van maart 28. Eveneens is het theoretische lengteprofiel (22) van de trapjeslijn weergegeven. Gemeten bodem Nieuwe Waterweg-Nieuwe Maas - maart 28 en trapjeslijn 22 gemiddelde diepte in de vaargeul Gemiddeld per trede van trapjeslijn Trapjeslijn Diepte [m NAP] Kilometerraai Figuur 1.3: Trapjeslijn Nieuwe Waterweg Nieuwe Maas en bodemligging maart 28 (gegevens Rijkswaterstaat per d.d ). Uit Figuur 1.3 blijkt, dat tussen kmr. 133 (kop splitsingsdam) en kmr. 15 de gemeten bodem ongeveer,5 m dieper is dan de maximale bodemdiepte volgens de trapjeslijn (22). De trede tussen kmr. 15 en kmr. 11 is,2 m te diep. De verzilting via de Nieuwe Waterweg is voor de land- en tuinbouw in tijden van droogte een probleem. Vooral het inlaatpunt bij Gouda heeft dan te kampen met (te zeer) verhoogde zoutconcentraties. Ook de (nood)inlaat op de Oude Maas ter plaatse van Beerenplaat is een belangrijk innamepunt voor zoet water. Rijkswaterstaat wil onderzoeken of het herstel van de trapjeslijn kan bijdragen aan de vermindering van het risico op te hoge zoutconcentraties bij de zoetwaterinlaten. Mogelijk kan dit herstel in een volgend onderhoudscontract voor de waterbodem van Nieuwe Maas/Nieuwe Waterweg worden meegenomen. Door de Infraprovider van RWS Zuid-Holland is aan de afdeling Advies van RWS Zuid-Holland gevraagd om adviezen te leveren voor dit in 21 op te stellen contract. Deze adviezen betreffen onder andere: welke wijze van herstel het meest effectief is, wat een realistisch tijdschema is voor de uitvoering van de benodigde werkzaamheden en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 3

11 1.2 Inrichting en doelstellingen van de voorstudie Op 17 september en 18 november 28 is over de bovengenoemde onderzoeksvraag overlegd tussen medewerkers van Rijkswaterstaat Dienst Zuid Holland, de Waterdienst en medewerkers van Deltares. Tijdens dit overleg is afgesproken dat het onderzoek in drie fasen zal worden uitgevoerd: Fase 1: Fase 2: Fase 3: vooronderzoek (voorliggend rapport); bepaling effect herstel trapjeslijn op zoutindringing, uit te voeren in het voorjaar en de zomer van 29; bepaling overige effecten herstel trapjeslijn als er een positief effect op zoutindringing is en onderzoek naar alternatief voor herstel trapjeslijn, gereed in oktober 29. De doelstellingen van het vooronderzoek (Fase 1) zijn als volgt: Het komen tot een eerste beeld van de verziltingsituatie van het Noordelijk Deltabekken en vooral veranderingen hierin sinds de afsluiting van het Haringvliet; Het geven van een eerste schatting van het effect van het herstel van de trapjeslijn op de zoutverdeling in het algemeen en de zoutgehalten nabij de punt van de zouttong in het bijzonder; Het opstellen van een eerste kostenschatting voor het herstel uitgaande van de huidige bodemligging op de Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas ten opzichte van het theoretische profiel van de trapjeslijn. Op basis van de bereikte resultaten (te verwachten reductie in zoutgehalten versus kosten voor herstel trapjeslijn) dient vervolgens te worden besloten of een meer gedetailleerde studie zinvol en mogelijk is tijdens Fase 2. Tot dit vervolg zal worden besloten na een presentatie van de resultaten van het vooronderzoek tijdens een workshop met vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat. Deze rapportage heeft betrekking op Fase 1, het vooronderzoek, resulterend in een plan van aanpak voor Fase 2. Fase 3 wordt uitgevoerd indien het herstel van de trapjeslijn inderdaad wordt overwogen gegeven de uitkomsten van Fase 2. Dit project heeft RWS Waterdienst zaaknummer Het wordt uitgevoerd onder de raamovereenkomst tussen RWS en Deltares van 28 februari 28 met referentie WD Voorliggend verslag betreft de conceptrapportage van het vooronderzoek. Het vooronderzoek is uitgevoerd door ir. Th. van der Kaaij en ir. C. Kuijper van Deltares. De begeleiding van de studie was in handen van drs. A. de Swaaf van de Waterdienst en ing. A. Broekhuizen van de Dienst Zuid-Holland van Rijkswaterstaat. De uitgevoerde activiteiten tijdens dit vooronderzoek worden beschreven in de navolgende paragraaf. Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 4

12 1.3 Uitgevoerde activiteiten vooronderzoek Als onderdeel van het vooronderzoek zijn de volgende activiteiten uitgevoerd: 1. Literatuuronderzoek Doel van het literatuuronderzoek is het samenvatten van de bestaande kennis met betrekking tot zoutindringing, vooral waar het de relatie tussen de waterdiepte en de zoutindringing betreft. Dit betreft voor een belangrijk deel eerder uitgevoerd onderzoek in de Getijgoot en in het Getijmodel Rijnmond van het voormalige Waterloopkundig Laboratorium in de jaren 7 en 8 van de vorige eeuw. Het onderzoek in het getijmodel was specifiek gericht op het Noordelijk Deltabekken. Daarnaast is recenter onderzoek beschikbaar over de zoutindringing in het Noordelijk Deltabekken, de zoetwatervoorziening in het gebied en gevolgen van ingrepen. In veel gevallen betreft dit studies van Rijkswaterstaat zelf of uitbesteed onderzoek aan anderen. Dit materiaal is eveneens verzameld en bestudeerd. De resultaten van het literatuuronderzoek zijn beschreven in Hoofdstuk 2. Een lijst met de in dit kader verzamelde informatie is bijgevoegd in Appendix A. 2. Dataverzameling en analyse Voor een analyse op basis van beschikbare meetgegevens zijn afvoerreeksen en zoutgehaltes in het hoofdwatersysteem en bij de innamepunten gemobiliseerd. Gebruik is gemaakt van informatie uit Waterbase (van Brienenoordbrug, Maassluis en Lobith), data toegeleverd door het Hoogheemraadschap Rijnland (Gouda) en gegevens van het Regionale zoutmeetnet (Beerenplaat). Informatie met betrekking tot de bodemligging over het traject van de trapjeslijn én historische veranderingen hierin is eveneens bestudeerd. De analyse van de verzamelde meetdata is opgenomen in Hoofdstuk Onderzoek verziltingproblematiek Op basis van beschikbare literatuur is getracht de aard en omvang van de verziltingproblematiek in beeld te brengen. Hierbij zijn de mogelijke effecten van diverse historische ingrepen in het systeem op de verzilting beschouwd. Als onderdeel van deze activiteit is ook aandacht besteed aan de gevolgen van klimaatverandering. Aangegeven is met welke ontwikkelingen van de zeespiegelstijging, afvoeren en waterstanden rekening moet worden gehouden. Het onderzoek naar de verziltingproblematiek wordt beschreven in Hoofdstuk Analyse van beschikbaar modelinstrumentarium Geïnventariseerd is welke modellen voor het voorspellen van de zoutindringing bij Deltares en Rijkswaterstaat beschikbaar zijn. Hierbij is aangegeven wat de mogelijkheden en beperkingen van deze modellen zijn. Een eerste schatting van de effecten van het herstel van Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 5

13 de trapjeslijn op de zoutindringing wordt gegeven met gebruik van een semi-analytische methode van Prof. Savenije van de Technische Universiteit Delft. De resultaten van deze activiteit zijn beschreven in Hoofdstuk Globale kostenraming herstel trapjeslijn De globale kosten van het herstel van de trapjeslijn met een voor de hand liggend scenario bijvoorbeeld met zand uit de Noordzee - zijn globaal geschat. De kosten voor herstel zijn voor RWS een belangrijke factor in de besluitvorming. Hierbij is ook aandacht besteed aan de onderhoudskosten ná het herstel van de trapjeslijn. De globale kostenraming voor het herstel van de trapjeslijn is opgenomen in Hoofdstuk Conclusies De conclusies van het onderzoek zijn tenslotte samengevat in Hoofdstuk Plan van aanpak voor fase 2 Op basis van de uitkomst van het vooronderzoek, is een Plan van Aanpak voor Fase 2 gemaakt. Ook wordt op hoofdlijnen ingegaan op mogelijke activiteiten voor Fase 3 van het onderzoek. Het Plan van Aanpak wordt beschreven in Hoofdstuk 8. Appendix A bevat de in het kader van deze voorstudie verzamelde documentatie. Indien in de tekst naar deze documentatie wordt verwezen is de betreffende referentie opgenomen in het literatuuroverzicht in Hoofdstuk 9. In Appendix B is voor een aantal van de geraadpleegde documenten een korte samenvatting opgenomen. Appendix C geeft een beschrijving van het analytische model gebaseerd op de aanpak volgens Savenije (25). In Appendix C wordt uitvoerig ingegaan op de verificatie van dit model aan de hand van metingen in het Getijmodel Rijnmond en wordt het model toegepast op de onderhavige onderzoeksvraag, i.c. het effect van het herstel van de trapjeslijn op de zoutverdeling. De belangrijkste bevindingen worden gepresenteerd in Par. 5.2 van de hoofdtekst. Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 6

14 2 Literatuuronderzoek 2.1 Inhomogene stroming in het Noordelijk Deltabekken Karakteristieken Noordelijk Deltabekken Het Noordelijk Deltabekken bestaat uit een stelsel van prismatische riviertakken, ofwel riviertakken met een in lengterichting uniforme dwarsdoorsnede. Dit in tegenstelling tot alluviale estuaria, waarbij vaak sprake is van een exponentieel veranderende dwarsdoorsnede in lengterichting. Het Hollandsch Diep en Haringvliet nemen ongeveer de helft van de totale komberging van het Noordelijk Deltabekken voor hun rekening. Daarnaast is veel komberging aanwezig in de havens langs de Nieuwe Maas en in de Maasvlakte. De riviertakken komen samen of splitsen zich ter plaatse van knooppunten. Hierdoor kunnen in het Noordelijk Deltabekken diverse eilanden worden onderscheiden. De toevoer van zoet water vindt plaats via de Lek, Waal en Maas. Afvoer van het water verloopt via de Nieuwe Waterweg, Haringvlietsluizen (bij Bovenrijnafvoeren vanaf 17 m 3 /s) en voor een klein deel via de Volkeraksluizen en de innamepunten in het gebied waaronder Gouda. Sinds de doorsteek van de Beerdam op 8 november 1997 en 3 juni 1998 (de Goederen en Fioole, 23) wordt het rivierwater ook afgevoerd via het Hartelkanaal (in 1981 in open verbinding gebracht met de Oude Maas) en het Beerkanaal. Zoutindringing in relatie tot innamepunten voor zoet water De zoutindringing beperkt zich meestal tot de Nieuwe Waterweg, en het westelijke deel van de Nieuwe en Oude Maas. Bij lage afvoeren kan de punt van de zouttong reiken tot Krimpen aan de IJssel langs de Hollandsche IJssel en Beerenplaat op de Oude Maas bij het Spui. Verzilting van de Hollandsche IJssel en het Spui kan tot problemen leiden ter plaatse van de innamepunten van zoet water bij Gouda en Bernisse. Figuur 2.1 geeft een overzicht van innamepunten in het Noordelijk Deltabekken voor de drinkwatervoorziening en de landbouw. Bij extreme condities, lage rivierafvoer in combinatie met doodtij en/of middenstandsverandering op zee ten gevolge van storm, kan het zout komen tot op de Lek en de Oude Maas bij Dordrecht en zelfs via het Spui en de Dordtsche Kil het Haringvliet en Hollandsch Diep bereiken. In dat geval wordt gesproken van achterwaartse verzilting. Dit betreft dan meestal een kortstondige verzilting gedurende enkele uren. Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 7

15 Figuur 2.1:Waterinnamepunten voor drinkwater en landbouw. Voor de verschillende innamepunten gelden verschillende normen met betrekking tot de maximaal toelaatbare chloriniteit van het ingenomen water. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de normen zoals gehanteerd door de verschillende waterschappen en drinkwaterbedrijven in het Noordelijk Deltabekken. Tabel 2.1: Grenswaarden chloridegehalten bij innamelocaties. Inname locatie Norm [mg/l] HHS van Rijnland: inname bij Gouda 25 HHS van Schieland en Krimpenerwaard stedelijk gebied overig (maximum) HHS De Stichtse Rijnlanden streefwaarde maximum HHS Hollandse Delta: inname Koert: landbouw drinkwater Inzet Kleinschalige Wateraanvoer (KWA) 25-3 Innamepunt Bernisse (overbruggingperiode 7 uur) 15 Innamepunt Beerenplaat t.b.v. drinkwaterwinning 15 Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 8

16 Fysische processen inhomogene stroming De inhomogene stroming betreft de stroming van zoet en zout water, zoals deze wordt bepaald door het getij, de rivierafvoer, middenstandsveranderingen op zee ten gevolge van stormen en dichtheidsverschillen tussen het zoute zeewater en het zoete rivierwater. Corioliseffecten zijn in smalle estuaria als het Noordelijk Deltabekken in het algemeen te verwaarlozen. Het dichtheidsverschil tussen het zee- en rivierwater leidt tot een drukgradiënt in landwaartse richting, welke toeneemt met de diepte. Hierdoor ontstaat een netto (= getijgemiddelde) landwaartse stroming bij de bodem, die wordt gecompenseerd door een netto zeewaartse stroming nabij het wateroppervlak. Deze verticale circulatie, welke vaak wordt aangeduid als gravitatiecirculatie, leidt tot een verticale gelaagdheid met relatief zoet water nabij het oppervlak en relatief zout water nabij de bodem. Opgemerkt wordt, dat deze verticale gelaagdheid niet de oorzaak maar het gevolg is van de circulatiestroming. Hoewel de netto uitwisseling van water ten gevolge van alleen de gravitatiecirculatie nul is, ontstaat hierdoor wel een netto zouttransport in stroomopwaartse richting. Door menging, bijvoorbeeld ten gevolge van de getijdynamiek, kan deze gelaagdheid worden afgebroken. Bij een relatief sterk getij (bijvoorbeeld springtij) zal de bijdrage van de gravitatiecirculatie aan het zouttransport daarom kleiner zijn dan tijdens een relatief zwak getij (doodtij). Gemiddeld neemt in het Noordelijk Deltabekken de gravitatiecirculatie ter plaatse van de mond van de Waterweg ongeveer de helft van het totale zouttransport voor haar rekening (Waterloopkundig Laboratorium, 1981). Op dit aspect wordt in Par. 2.2 uitgebreid ingegaan. Relevante tijdschalen De interactie tussen de periodieke waterbeweging enerzijds en de geometrie incl. bodem anderzijds resulteert in een driedimensionale stroming, waarbij de stroomsnelheden en de chlorideconcentraties tijdsafhankelijk variëren. De relevante tijdschalen voor de getijbeweging betreffen de dubbeldaagse getijperiode (~ 12,5 uur), welke wordt beïnvloed door de dagelijkse ongelijkheid, en de doodtij-springtij cyclus (~ 14,5 dagen). Minder dominante effecten spelen op nog grotere tijdschalen, zoals de 18,6 jaars cyclus (een gevolg van de variatie van de hoek van de maan met het equatorvlak van de aarde), en decennia tot eeuwen gerelateerd aan klimatologische veranderingen (o.a. toename van de getijslag). Voor de rivierafvoer is de seizoensvariatie op de tijdschaal van een jaar van belang evenals wijzigingen hierin ten gevolge van klimaatveranderingen. Seizoens- en klimatologische effecten spelen ook voor de middenstandsveranderingen op zee in de vorm van het optreden van stormen gedurende het najaar. Mengingsprocessen Het transport van zout door de waterbeweging wordt mede bepaald door diverse mengingsprocessen. Op de kleinste schaal betreft dit menging door turbulente fluctuaties van de snelheden, welke het gevolg is van bijvoorbeeld de getijbeweging. Op grotere schalen is menging het gevolg van wisselwerking met de geometrie. In brede estuaria kan bijvoorbeeld door de aanwezigheid van eb- en vloedgeulen grootschalige menging ontstaan. Voor het Noordelijk Deltabekken treedt grootschalige menging op ten gevolge van uitwisseling tussen een riviertak en naastliggende havens en tussen riviertak en kribvakken ( tidal trapping ). Deze uitwisseling is het gevolg van komvulling en lediging door het getij, Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 9

17 dichtheidsverschillen tussen rivier en haven en neren in de havenmond. Analoog kan de gravitatiecirculatie ook als grootschalige menging worden beschouwd, omdat in langsrichting zoet en zout water worden uitgewisseld. Verder geldt dat eveneens grootschalige menging optreedt tussen de Nieuwe en Oude Maas als gevolg van faseverschillen in het horizontale getij op beide riviertakken. Tenslotte kan ook sprake zijn van menging door wind (circulatiestromen vooral in brede estuaria) en door scheepvaart. De laatste speelt in het Noordelijk Deltabekken mogelijk een rol (Waterloopkundig Laboratorium, 1981). Samenvatting De geometrie van het Noordelijk Deltabekken kenmerkt zich door een vertakt rivierenstelsel. De riviertakken hebben een prismatische doorsnede en omsluiten eilanden in het gebied. In het gebied is een groot aantal zoetwaterinnamepunten, o.a. ter plaatse van Gouda langs de Hollandsche IJssel en Bernisse langs het Spui. De waterbeweging wordt geforceerd door het (i) getij ter plaatse van de mond van de Waterweg (Hoek van Holland), (ii) de toevoer van rivierwater via Lek, Waal en Maas, (iii) de afvoer van rivierwater via de Nieuwe Waterweg, het Hartel- en Beerkanaal, de Haringvlietsluizen (bij hogere Bovenrijnafvoeren) en beperkt via de Volkeraksluizen, (iv) het dichtheidverschil tussen het zee- en rivierwater en (v) middenstandsveranderingen op zee ten gevolge van wind. De toevoer van zout vanuit zee met de getijbeweging verloopt via de Nieuwe Waterweg en het Beer- en Hartelkanaal naar de Oude en Nieuwe Maas. Ten gevolge van de dichtheidsverschillen ontstaat een extra verticale circulatie, die bijdraagt aan de zoutindringing. Voor het Noordelijk Deltabekken is dit een belangrijk mechanisme, wat kan worden beschouwd als grootschalige menging. Andere grootschalige mengmechanismen betreffen de uitwisseling tussen riviertakken en havens en de faseverschillen tussen de Nieuwe en Oude Maas. Scheepvaart is mogelijk ook van invloed op de menging. 2.2 Kentallen en classificatie Met dimensieloze kentallen kan de toestand van een systeem worden aangegeven. Bekende kentallen in de stromingsleer zijn het Reynoldsgetal (stroming is laminair of turbulent) en het Froudegetal (stroming is sub- of superkritisch). Kentallen zijn vaak gebaseerd op fysische overwegingen en worden gebruikt voor classificatieschema s. De volgende kentallen voor de classificatie van estuaria met betrekking tot de gelaagdheid worden gehanteerd, zie bijvoorbeeld Abraham (1982) en Savenije (25): De verhouding tussen het volume rivierwater en volume zeewater ten gevolge van het getij, dat gedurende een getijperiode het estuarium instroomt, wordt gegeven door het getal van Canter Cremers N: N Q T P riv riv (2.1) t U v met Q riv de rivierafvoer [m 3 /s], T de getijperiode [s], P t het vloedvolume [m 3 ], U riv = Q riv / A [m/s], A [m 2 ] het dwarsprofieloppervlak in de monding en v de amplitude van de getijsnelheid [m/s]. Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 1

18 De verhouding tussen de hoeveelheid (potentiële) energie, die nodig is om zout water uit de onderlaag van de waterkolom uit te wisselen (mengen) met zoet water uit de bovenlaag en de hoeveelheid kinetische energie, die hiervoor beschikbaar is vanuit de getijstroming, wordt beschreven met het Estuarine Richardson getal N R : N gh Q T riv R (2.2) 2 v Pt met het dichtheidsverschil tussen zee- en rivierwater [kg/m 3 ], de referentiedichtheid van het rivierwater [kg/m 3 ], g de gravitatieversnelling [m/s 2 ] en h de gemiddelde waterdiepte [m]. Indien de getijdynamiek sterk is (veel kinetische energie), terwijl de benodigde energie voor menging gering is (bijv. bij geringe waterdiepte), dan leidt dit tot een lage waarde voor N R (gemengde situatie). Vergelijking (2.2) kan eveneens worden geschreven als: N R N (2.3a) F d waarbij het interne Froudegetal F d gedefinieerd is als (Savenije, 25): 2 v Fd gh (2.3b) De kentallen N en F d zullen later worden gebruikt bij de beschrijving van de minimale zoutindringingslengte op basis van proeven in de (oude) Getijgoot. Indien N R groter is dan,8 is sprake van sterke gelaagdheid en voor N R kleiner dan,8 geldt, dat het estuarium goed gemengd is. Voor tussenliggende waarden (,8 < N R <,8) wordt gesproken van een gedeeltelijk gemengd estuarium (Abraham, 1982). Abraham (1982) leidt op basis van veldmetingen in 198, 1956 en 1971 voor N R in kmr. 13 als waarden af,43, 1,2 en 2,3. Dit betekent, dat sprake is van een sterke gelaagdheid tot een gedeeltelijk gemengde situatie. In (Waterloopkundig Laboratorium, 1981) wordt op basis van (de inverse van) N R geconcludeerd, dat sprake is van een gedeeltelijk gemengd estuarium (N R is,4 à 2), liggend dichter bij gelaagde dan gemengde systemen. Opgemerkt wordt, dat waarden voor N R tijdens doodtij- en springtijsituaties kunnen verschillen evenals tijdens hoge en lage afvoersituaties. Op basis van de gedeeltelijk gemengde tot gelaagde condities voor de Nieuwe Waterweg mag worden verwacht, dat de gravitatiecirculatie een belangrijke bijdrage geeft aan het netto (getijgemiddelde) zouttransport. Voor geschematiseerde condities (o.a. geen variatie van de dwarsdoorsnede in lengterichting en geen variaties van snelheid en concentratie in dwarsrichting) hebben Hansen en Rattray (1966) een classificatiediagram opgesteld, dat het relatieve belang van de gravitatiecirculatie (1- ) ten opzichte van andere mechanismen ( ) Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 11

19 voor het netto landwaartse zouttransport aangeeft. Voor de Nieuwe Waterweg blijkt te gelden.5, zie Abraham (1981) en Waterloopkundig Laboratorium (1981). Samenvatting Bij de classificatie van estuaria wordt gebruik gemaakt van dimensieloze kentallen zoals het Canter Cremers getal, het interne Froude getal en het Estuarine Richardson getal. Het Noordelijk Deltabekken wordt volgens het Estuarine Richardson getal geclassificeerd als gedeeltelijk gemengd tot gelaagd. Als gevolg van de variatie van het zoutgehalte in verticale richting (gelaagdheid) draagt de gravitatiecirculatie substantieel bij aan het landwaartse zouttransport en dus de zoutindringing. Toe te passen modellen voor de simulatie van de zoutverdeling in het Noordelijk Deltabekken dienen de gravitatiecirculatie dus expliciet of via empirische relaties te beschouwen. 2.3 Onderzoek naar zoutindringing: algemeen Bij experimenteel onderzoek wordt eveneens gebruik gemaakt van de dimensieloze kentallen, zoals genoemd in Par Hierbij wordt een relatie gezocht tussen deze kentallen en bijvoorbeeld de minimale of maximale zoutindringing. Via de kentallen is het dan mogelijk het effect van bijvoorbeeld de waterdiepte op de zoutindringing kwalitatief of kwantitatief aan te geven. Tussen 1968 en 197 is in de Getijgoot van het Waterloopkundig Laboratorium onderzoek uitgevoerd naar de invloed van getijamplitude, ruwheid, estuariumlengte, rivierafvoer, waterdiepte en dichtheidsverschil op de zoutindringing, zie van Rees (197) en Rigter (1973). Op basis van dimensieanalyses is gezocht naar relaties tussen de zoutindringingslengte en dimensieloze grootheden. Soortgelijke experimenten zijn gedaan bij Waterways Experimental Station (WES) van de US Army Corps of Engineers in de Verenigde Staten, zie Ippen en Harleman (1961). Savenije (25) heeft de zoutindringing in een groot aantal estuaria in de wereld bestudeerd. Op basis van de verzamelde data heeft hij een zoutindringingsmodel ontwikkeld, dat de longitudinale zoutverdeling beschrijft. In het navolgende intermezzo wordt in detail ingegaan op de resultaten van de hiervoor genoemde studies. Met deze literatuurinventarisatie wordt beoogd aan te geven in welke mate een diepteverandering, zoals zich zal voordoen bij een eventueel herstel van de trapjeslijn, in kwalitatieve zin de zoutindringing beïnvloedt. Samenvattende conclusies worden vermeld na het intermezzo. Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 12

20 Intermezzo: literatuurinventarisatie zoutindringing Getijgootonderzoek In (Rijkswaterstaat / Waterloopkundig Laboratorium/wl, 1989) wordt als relatie gegeven: Lg 1 (2.4a) hc FF i 2 16 r met L i de minimale zoutindringingslengte [m], h de gemiddelde waterdiepte [m], C de Chézy-ruwheid [m 1/2 /s]en F [-] en F r [-] de interne Froude getallen gebaseerd op resp. het getij en de rivierafvoer: q q (2.4b) eb r F h gh q (2.4c) r Fr h gh zee rivier (2.4d) rivier waarin q eb het maximale ebdebiet per eenheid van breedte ter plaatse van de overgang goot-zee [m 2 /s], q r de rivierafvoer per eenheid van breedte [m 2 /s] en het relatieve dichtheidsverschil [-] volgens vgl. (2.4d) met zee en rivier de dichtheid van resp. het zee- en rivierwater [kg/m 3 ]. Figuur 2.2 geeft de resultaten van de proeven in de Getijgoot, waarbij de dimensieloos gemaakte minimale zoutindringing is uitgezet als functie van de dimensieloze parameter F F r. Hieruit volgt, dat er een eenduidig verband is tussen beide dimensieloze parameters voor alle onderzochte condities. De proeven, waarbij alleen de gemiddelde waterdiepte is gevarieerd, zijn omkaderd. Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas 13

Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas (Fase 2) Vervolgstudie naar de effecten op de zoutindringing

Herstel van de trapjeslijn in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas (Fase 2) Vervolgstudie naar de effecten op de zoutindringing Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas (Fase 2) Vervolgstudie naar de effecten op de zoutindringing Herstel van de "trapjeslijn" in de Nieuwe Waterweg en de Nieuwe Maas (Fase

Nadere informatie

Noord-Zuidrelaties Rijn-Maasmonding. Onderdeel van de Systeemanalyse Rijn-Maasmonding

Noord-Zuidrelaties Rijn-Maasmonding. Onderdeel van de Systeemanalyse Rijn-Maasmonding Noord-Zuidrelaties Rijn-Maasmonding Onderdeel van de Systeemanalyse Rijn-Maasmonding Ymkje Huismans - Kennisdag Zoetwater 8 november 2016 Gebiedsbeschrijving Enige open verbinding met zee Hollandsche IJssel

Nadere informatie

19. Verzilting: (Paragraaf 5.3/5.4 + achtergronddocument)

19. Verzilting: (Paragraaf 5.3/5.4 + achtergronddocument) Betreft Verduidelijking van effecten van Verdieping NWW Project P797 Van HydroLogic Aan Havenbedrijf Rotterdam Datum 08-03-2016 1 Inleiding Rijkswaterstaat heeft, als Bevoegd Gezag voor de ontgrondingvergunning

Nadere informatie

Hoe is verbetering van het systeem mogelijk?

Hoe is verbetering van het systeem mogelijk? Hoe is verbetering van het systeem mogelijk? Z.B. Wang, J.C. Winterwerp, D.S. van Maren, A.P. Oost Deltares & Technische Universiteit Delft 18 Juni 2013 Inhoud Het probleem Sediment huishouding Voortplanting

Nadere informatie

Watermanagement en het stuwensemble Nederrijn en Lek. Voldoende zoetwater, bevaarbare rivieren

Watermanagement en het stuwensemble Nederrijn en Lek. Voldoende zoetwater, bevaarbare rivieren Watermanagement en het stuwensemble Nederrijn en Lek Voldoende zoetwater, bevaarbare rivieren Rijkswaterstaat beheert de grote rivieren in Nederland. Het stuwensemble Nederrijn en Lek speelt hierin een

Nadere informatie

notitie Grondbank GMG 1. INLEIDING

notitie Grondbank GMG 1. INLEIDING notitie Witteveen+Bos van Twickelostraat 2 postbus 233 7400 AE Deventer telefoon 0570 69 79 11 telefax 0570 69 73 44 www.witteveenbos.nl onderwerp project opdrachtgever projectcode referentie opgemaakt

Nadere informatie

hydraulische, morfologische en scheepvaarteffecten dijkversterking BR636-1 BR636-1/smei/147 ir. A. Zoon

hydraulische, morfologische en scheepvaarteffecten dijkversterking BR636-1 BR636-1/smei/147 ir. A. Zoon memo Witteveen+Bos Postbus 2397 3000 CJ Rotterdam telefoon 010 244 28 00 telefax 010 244 28 88 hydraulische, morfologische en scheepvaarteffecten dijkversterking BR636-1 BR636-1/smei/147 ir. A. Zoon datum

Nadere informatie

Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling

Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling Bijlage 1.3 Bodemdaling in het Eems-Dollardgebied in relatie tot de morfologische ontwikkeling........................................................................................ H. Mulder, RIKZ, juni

Nadere informatie

Hatsi- kd. (B), daar waar b ook voorkomt als de convergentielengte. Erratum. Zoutindringing in estuaria

Hatsi- kd. (B), daar waar b ook voorkomt als de convergentielengte. Erratum. Zoutindringing in estuaria Hatsi- kd Dit is de derde aflevering over de hydrologie van estuaria, weer van de hand van Huub Savenije. De vorige twee verschenen in Stromingen 711 en 712. Vooraf een Erratum In de vorige Hatsi-kD zijn

Nadere informatie

Maatregelverkenning. Economie en Ecologie in balans. Petra Dankers 08 november 2013

Maatregelverkenning. Economie en Ecologie in balans. Petra Dankers 08 november 2013 Maatregelverkenning Economie en Ecologie in balans Petra Dankers 08 november 2013 Kader Eerste bijeenkomst Programma Rijke Waddenzee in juni veel maatregelen geidentificeerd Royal HaskoningDHV heeft in

Nadere informatie

Economisch perspectief verdieping Nieuwe Waterweg / Botlek

Economisch perspectief verdieping Nieuwe Waterweg / Botlek Economisch perspectief verdieping Nieuwe Waterweg / Botlek Sigrid Schenk Irene Pohl Rotterdam, januari 2014 Aanleiding voor verdieping NWW / Botlek Page 2 BRON: HBR Het Botlekgebied / Pernis vormt het

Nadere informatie

DOORSTROMING LAAKKANAAL

DOORSTROMING LAAKKANAAL DOORSTROMING LAAKKANAAL GEMEENTE DEN HAAG 15 oktober 2013 : - Definitief C03041.003103. Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Overzicht beschikbare gegevens... 5 2.1 Geometrie Laakkanaal... 5 2.2 Bodemprofiel...

Nadere informatie

Getijdengegevens beschikbaar gesteld door: Rijksinstituut voor Kust en Zee. Bij de samenstelling van de tafels is rekening gehouden met de zomertijd.

Getijdengegevens beschikbaar gesteld door: Rijksinstituut voor Kust en Zee. Bij de samenstelling van de tafels is rekening gehouden met de zomertijd. GETIJDEN 2011 GETIJDEn 2011 Watergetijden Rotterdam en hoek van holland HET Havenbedrijf Rotterdam wenst iedereen een goede vaart in 2011 Getijdengegevens beschikbaar gesteld door: Rijksinstituut voor

Nadere informatie

Systeem Rijn-Maasmond Afsluitbaar Open

Systeem Rijn-Maasmond Afsluitbaar Open BESTAAND NIEUW DAM MET SLUIS EN/OF DOORLAATMIDDEL SYSTEEMUITBREIDING Systeem Het onderzoeksproject Afsluitbaar Open Rijnmond een eerste integrale ver kenning, onder leiding van de Technische Universiteit

Nadere informatie

Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard Rivierkundige analyse

Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard Rivierkundige analyse Rivierkundige berekeningen Randwijkse Waard 9T5318.A0 Definitief 24 maart 2010 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat 35 Postbus 151 6500 AD Nijmegen (024) 328 42 84 Telefoon

Nadere informatie

Stormvloedkering Oosterschelde

Stormvloedkering Oosterschelde 1 Delta-ingenieurs Ir F. Spaargaren (penvoerder) Prof.ir. K. d Angremond Ir. A.J. Hoekstra Ir. J.H. van Oorschot Ing. C.J. Vroege Prof.drs. Ir. H. Vrijling 2 Stormvloedkering Oosterschelde Brief aan de

Nadere informatie

Ontwerp-MER Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer

Ontwerp-MER Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer Ontwerp-MER Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer Portefeuillehouder: A. van den Berg Vergaderdatum: 2 maart 2010 Agendapunt: Beleidsveld: 150 Kenmerk D&H: 840252 Aard voorstel: Besluitvormend Kenmerk VV: Steller:

Nadere informatie

Aantal pagina's 5. Doorkiesnummer +31(0)88335 7160

Aantal pagina's 5. Doorkiesnummer +31(0)88335 7160 Memo Aan Port of Rotterdam, T.a.v. de heer P. Zivojnovic, Postbus 6622, 3002 AP ROTTERDAM Datum Van Johan Valstar, Annemieke Marsman Aantal pagina's 5 Doorkiesnummer +31(0)88335 7160 E-mail johan.valstar

Nadere informatie

Instandhouding vaarpassen Schelde Milieuvergunningen terugstorten baggerspecie

Instandhouding vaarpassen Schelde Milieuvergunningen terugstorten baggerspecie Instandhouding vaarpassen Schelde Milieuvergunningen terugstorten baggerspecie LTV Veiligheid en Toegankelijkheid Effect morfologie monding Westerschelde op getij Basisrapport grootschalige ontwikkeling

Nadere informatie

Zout, zouter, zoutst. Jules J. Beersma, T. Adri Buishand, Sacha de Goederen en Pieter Jacobs

Zout, zouter, zoutst. Jules J. Beersma, T. Adri Buishand, Sacha de Goederen en Pieter Jacobs KNMI-publicatie; 199-III Zout, zouter, zoutst Statistiek van de externe verzilting in Midden-West Nederland Jules J. Beersma, T. Adri Buishand, Sacha de Goederen en Pieter Jacobs De Bilt, 2005 KNMI-publicatie;

Nadere informatie

Zandhonger. Kerend Tij Innovatie Competitie Hydrodynamische innovatie van de stormvloedkering Oosterschelde. 19 september 2002

Zandhonger. Kerend Tij Innovatie Competitie Hydrodynamische innovatie van de stormvloedkering Oosterschelde. 19 september 2002 Zandhonger Kerend Tij Innovatie Competitie Hydrodynamische innovatie van de stormvloedkering Oosterschelde 19 september 2002 Zandhonger, Gaat de Oosterschelde kopje onder? De Deltawerken veranderden de

Nadere informatie

Bijlage: Protocol voorwaarden voor flexibel storten Kwaliteitsparameters

Bijlage: Protocol voorwaarden voor flexibel storten Kwaliteitsparameters Bijlage: Protocol voorwaarden voor flexibel storten Kwaliteitsparameters Inleiding Met het Tracébesluit is de verruiming van de vaargeul voor de getij-onafhankelijke vaart tot een diepgang 13,10 meter

Nadere informatie

Volkerak-Zoommeer, zoetwaterbekken onder druk. rene.boeters@rws.nl

Volkerak-Zoommeer, zoetwaterbekken onder druk. rene.boeters@rws.nl Volkerak-Zoommeer, zoetwaterbekken onder druk rene.boeters@rws.nl Opzet presentatie > Ontstaansgeschiedenis Volkerak-Zoommeer Ro#erdam > Beheer via kunstwerken Nieuwe Maas > Wat speelt er Haringvliet Oude

Nadere informatie

Projectnummer: B02047.000031.0100. Opgesteld door: dr.ir. B.T. Grasmeijer. Ons kenmerk: 077391437:0.3. Kopieën aan:

Projectnummer: B02047.000031.0100. Opgesteld door: dr.ir. B.T. Grasmeijer. Ons kenmerk: 077391437:0.3. Kopieën aan: MEMO ARCADIS NEDERLAND BV Hanzelaan 286 Postbus 137 8000 AC Zwolle Tel +31 38 7777 700 Fax +31 38 7777 710 www.arcadis.nl Onderwerp: Gevoeligheidsanalyse effecten baggerspecieverspreiding (concept) Zwolle,

Nadere informatie

SEDIMENTATIE INVAAROPENING EN PLAS WAALWAARD IN BESTAANDE EN VERDIEPTE EN VERBREDE SITUATIE (VARIANT 0+)

SEDIMENTATIE INVAAROPENING EN PLAS WAALWAARD IN BESTAANDE EN VERDIEPTE EN VERBREDE SITUATIE (VARIANT 0+) SEDIMENTATIE INVAAROPENING EN PLAS WAALWAARD IN BESTAANDE EN VERDIEPTE EN VERBREDE SITUATIE (VARIANT 0+) RIJKSWATERSTAAT 13 juni 2014 077748870:0.2 - Concept, vertrouwelijk C03021.000232.0300 Inhoud 1

Nadere informatie

Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten

Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten MEMO datum 18-3-211 van Ir Yves Plancke yves.plancke@mow.vlaanderen.be Ir. Marco Schrijver marco.schrijver@rws.nl titel Aanvullende analyse stabiliteit gestorte specie in het kader van Flexibel Storten

Nadere informatie

Rotterdam, 17 mei 2005 V.V.: 29 juni Waterakkoord Hollandsche IJssel en Lek. Agendapuntnr: 13

Rotterdam, 17 mei 2005 V.V.: 29 juni Waterakkoord Hollandsche IJssel en Lek. Agendapuntnr: 13 Rotterdam, 17 mei 2005 V.V.: 29 juni 2005 Onderwerp: Waterakkoord Hollandsche IJssel en Lek Agendapuntnr: 13 Inleiding Het Waterakkoord voor de Hollandsche IJssel en Lek is opgesteld op grond van artikel

Nadere informatie

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs

Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Notitie Contactpersoon ir. J.M. (Martin) Bloemendal Datum 7 april 2010 Kenmerk N001-4706565BLL-mya-V02-NL Onderzoeksrapportage naar het functioneren van de IT-Duiker Waddenweg te Berkel en Rodenrijs Tauw

Nadere informatie

Reproductie nauwkeurigheid Zeedelta v7 Fase 2: lage afvoer augustus 1998. Werkdocument: RIKZ/OS/2001.124X

Reproductie nauwkeurigheid Zeedelta v7 Fase 2: lage afvoer augustus 1998. Werkdocument: RIKZ/OS/2001.124X Reproductie nauwkeurigheid Zeedelta v7 Fase 2: lage afvoer augustus 1998 Project: NAUTILUS Werkdocument: RIKZ/OS/2001.124X Ministerie van Verkeer en Waterstaat In opdracht van: Directie Noordzee Directie

Nadere informatie

Systeemanalyse Rijn-Maasmonding: analyse relaties noord- en zuidrand en gevoeligheid stuurknoppen. Deelproject Systeemanalyse en Slim Watermanagement

Systeemanalyse Rijn-Maasmonding: analyse relaties noord- en zuidrand en gevoeligheid stuurknoppen. Deelproject Systeemanalyse en Slim Watermanagement Systeemanalyse Rijn-Maasmonding: analyse relaties noord- en zuidrand en gevoeligheid Deelproject Systeemanalyse en Slim Watermanagement Systeemanalyse Rijn-Maasmonding: analyse relaties noord- en zuidrand

Nadere informatie

Kenmerk ZKS Doorkiesnummer +31 (0) (0)

Kenmerk ZKS Doorkiesnummer +31 (0) (0) Memo Aan Jasper Fiselier (DHV) Datum Van Pieter Koen Tonnon Jan Mulder Kenmerk Doorkiesnummer +31 (0)88 33 58 464 +31 (0)88 33 58 446 Aantal pagina's 9 E-mail pieterkoen.tonnon @deltares.nl jan.mulder@deltares.nl

Nadere informatie

Ontwikkeling van het Waddengebied in tijd en ruimte

Ontwikkeling van het Waddengebied in tijd en ruimte Inauguratiesymposium, 1-2 december 2008, Leeuwarden Ontwikkeling van het Waddengebied in tijd en ruimte Dr. Hessel Speelman Dr. Albert Oost Dr. Hanneke Verweij Dr. Zheng Bing Wang Thema s in tijd en ruimte

Nadere informatie

Voorbeeld kaartvervaardiging: kreekruginfiltratie De volgende 5 factoren zijn gebruikt voor het bepalen van de geschiktheid voor kreekruginfiltratie:

Voorbeeld kaartvervaardiging: kreekruginfiltratie De volgende 5 factoren zijn gebruikt voor het bepalen van de geschiktheid voor kreekruginfiltratie: Verkennen van grootschalige potentie van kleinschalige maatregelen Binnen Kennis voor Klimaat worden kleinschalige maatregelen ontwikkeld om de zoetwatervoorziening te verbeteren. In deze studie worden

Nadere informatie

Erosie en aanzanding rond strekdammen bij Katwijk

Erosie en aanzanding rond strekdammen bij Katwijk Erosie en aanzanding rond strekdammen bij Katwijk Inhoud 1 Inleiding 2 1.1 Beschrijving van de studie 2 1.2 Uitgangspunten 2 2 Zandtransport langs de kust nabij Katwijk 3 2.1 Inleiding 3 2.2 Zandtransport

Nadere informatie

STROOMATLAS BENEDEN ZEESCHELDE VAK PROSPERPOLDER - KRUISSCHANS

STROOMATLAS BENEDEN ZEESCHELDE VAK PROSPERPOLDER - KRUISSCHANS MOD 78 WATERBOUWKUNDIG LABORATORIUM FLANDERS HYDRAULICS RESEARCH VAK PROSPERPOLDER - KRUISSCHANS SPRINGTIJ WATERBOUWKUNDIG LABORATORIUM EN HYDROLOGISCH ONDERZOEK Mod. 78 STROOMATLAS BENEDEN - ZEESCHELDE

Nadere informatie

Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie Ruimtelijk Plan Hydraulica

Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie Ruimtelijk Plan Hydraulica Ruimte voor de Waal - Nijmegen Verificatie Ruimtelijk Plan Hydraulica Gemeente Nijmegen 1 oktober 2010 Definitief rapport 9V0718.05 A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. KUST & RIVIEREN Barbarossastraat

Nadere informatie

Meerjarig onderhoud vaargeulen Noordzee 2011-2014 Eindrapportage

Meerjarig onderhoud vaargeulen Noordzee 2011-2014 Eindrapportage Eindrapportage CO 2 -Prestatieladder Pagina 1 van 8 Van Oord CO 2 -Presatieladder Meerjarig onderhoud vaargeulen Noordzee 2011-2014 Eindrapportage 2.A.1. - 3.B.2. - 4.B.2. - 5.B.1. - 3.C.1. - 3.C.2. -

Nadere informatie

TU Delft. lodellering morfodynamisch adrag van de Drempel van answeert. C-13809 712 (bijlage) Aanvuliende berekeningen. M.D. Groenewoud.

TU Delft. lodellering morfodynamisch adrag van de Drempel van answeert. C-13809 712 (bijlage) Aanvuliende berekeningen. M.D. Groenewoud. Bibliotheek C-13809 712 (bijlage) lodellering morfodynamisch adrag van de Drempel van answeert Aanvuliende berekeningen Januari 1998 M.D. Groenewoud 1 Uitgevoerd in opdracht van het Rijksinstituut voor

Nadere informatie

MER VERDIEPING NIEUWE WATERWEG EN BOTLEK ACHTERGRONDSTUDIE MORFOLOGIE

MER VERDIEPING NIEUWE WATERWEG EN BOTLEK ACHTERGRONDSTUDIE MORFOLOGIE MER VERDIEPING NIEUWE WATERWEG EN BOTLEK ACHTERGRONDSTUDIE MORFOLOGIE HAVENBEDRIJF ROTTERDAM NV 4 december 2015 078678890:A.1 - Definitief C03041.002054.0100 Inhoud 1 Inleiding... 7 1.1 Kader... 7 1.2

Nadere informatie

Kenmerkende waarden. Getijgebied Datum 22 juli 2013

Kenmerkende waarden. Getijgebied Datum 22 juli 2013 Kenmerkende waarden Getijgebied 2011.0 Datum 22 juli 2013 Status Definitief Kenmerkende waarden 2011.0 Getijgebied Colofon Uitgegeven door RWS Centrale Informatievoorziening Informatie Servicedesk Data

Nadere informatie

Van Hopinhoucklian 60 AAN. Van Ho~enhoucklaan 60, ' BiaUVICNIIAUiE.

Van Hopinhoucklian 60 AAN. Van Ho~enhoucklaan 60, ' BiaUVICNIIAUiE. RJKS,WATCiRSTAAT DRECTE BENEDENRVEREN Afdeling Studiedi,enst. 'S -G R A V E N H A G E Van Hopinhoucklian 60 Tililoon 77639015 r L AAN Heer Hoofdinge ieur-. k?reoteur van de hjkswateretaut in de directie

Nadere informatie

Meten om te weten: 2,5 jaar Zandmotor

Meten om te weten: 2,5 jaar Zandmotor : 2,5 jaar Carola van Gelder-Maas Projectmanager WVL Rijkswaterstaat 31 maart 2014 Hoe zat het ook alweer? Eroderende kustlijn NL kust 12 Mm³ zandsuppleties per jaar Zeespiegelstijging Zwakke schakels

Nadere informatie

Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland

Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland Bergingsberekeningen en controle afvoercapaciteit Plangebied Haatland Definitief Gemeente Kampen Grontmij Nederland bv Zwolle, 29 november 2005 @ Grontmij 11/99014943, rev. d1 Verantwoording Titel : Bergingsberekeningen

Nadere informatie

a) Getijdenwerking en overstromingen op de Schelde

a) Getijdenwerking en overstromingen op de Schelde EXCURSIEPUNT DE SCHELDEVALLEI Hoogte = Ter hoogte van het voormalige jachtpaviljoen, De Notelaar, gelegen aan de Schelde te Hingene (fig. 1 en 2), treffen we een vrij groot slikke- en schorregebied aan,

Nadere informatie

Om in aanmerking te komen voor een beoordeling op basis van Artikel 6d moet de verlaging van waterstanden ten minste 1 cm bedragen.

Om in aanmerking te komen voor een beoordeling op basis van Artikel 6d moet de verlaging van waterstanden ten minste 1 cm bedragen. Afgedrukt: 21 februari 2014 Project : Ontwerp landgoederen Ossenwaard Datum : 17 februari 2014 Onderwerp : Resultaten van de berekeningen Van : Anne Wijbenga; Joana Vieira da Silva Aan : M. van Berkel

Nadere informatie

Zeeland wordt wakker! Luctor et Emergo wwww.adviesgroepbormenhuijgens.nl

Zeeland wordt wakker! Luctor et Emergo wwww.adviesgroepbormenhuijgens.nl Zeeland wordt wakker! Luctor et Emergo wwww.adviesgroepbormenhuijgens.nl De Deltawerken zijn nog altijd niet compleet. Hoe veilig de Zuidwestelijke Delta met het Deltaplan ook moest worden, de Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

HUISSENSCHE WAARDEN AANVULLENDE GRONDWATERBEREKENING

HUISSENSCHE WAARDEN AANVULLENDE GRONDWATERBEREKENING HUISSENSCHE WAARDEN AANVULLENDE GRONDWATERBEREKENING BASAL TOESLAGSTOFFEN BV 12 december 2013 077461453:0.1 - Definitief C01012.100037.0120 Inhoud 1 Inleiding... 4 2 Rivierwaterstanden... 5 2.1 Rivierwaterstanden

Nadere informatie

Kenmerk GEO Doorkiesnummer +31(0)

Kenmerk GEO Doorkiesnummer +31(0) Memo Deltores ~ Aan RWS-WVL (R. VOS) Datum Van Alfons Smale Kenmerk Doorkiesnummer +31(0)88335 8208 Aantal pagina's 5 E-mail alfons.smale@deltares.nl Onderwerp Werkwijze bepaling Hydraulische Ontwerp Randvoorwaarden

Nadere informatie

Droogtemonitor. Watermanagementcentrum Nederland. Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) 28 juli 2015 Nummer 2015-9

Droogtemonitor. Watermanagementcentrum Nederland. Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) 28 juli 2015 Nummer 2015-9 Watermanagementcentrum Nederland Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) Droogtemonitor 28 juli 2015 Nummer 2015-9 Droogte iets afgenomen na neerslag Door de recente neerslag in Nederland

Nadere informatie

vw Toetspeilen 1 bovenrivierengebied (de Rijntakken en de Maas) Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat

vw Toetspeilen 1 bovenrivierengebied (de Rijntakken en de Maas) Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat vw02000044 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat Den Haag, 21 januari 2002 Hierbij deel ik u mede dat ik op 21 december 2001 de hydraulische randvoorwaarden 2001 (HR 2001)

Nadere informatie

Hydraulische analyse schuren van de stadsgrachten. Inleiding. Gegevens

Hydraulische analyse schuren van de stadsgrachten. Inleiding. Gegevens Hydraulische analyse schuren van de stadsgrachten Inleiding Het doorspoelen van de grachten in Gouda, zoals dat tot in de jaren 50 gebruikelijk was, zal een kortstondig effect hebben op de waterstand en

Nadere informatie

PROJECTNUMMER C ONZE REFERENTIE Imandra: :D

PROJECTNUMMER C ONZE REFERENTIE Imandra: :D ONDERWERP Gemaal Korftlaan - advies wel of niet verbreden watergang aanvoertracé DATUM 7-7-2016, PROJECTNUMMER C03071.000121.0100 ONZE REFERENTIE Imandra: 078915484:D VAN Arjon Buijert - Arcadis AAN J.

Nadere informatie

Hoe zout wordt het zoete water?

Hoe zout wordt het zoete water? 3 Hoe zout wordt het zoete water? Een samenvattend overzicht van te verwachten chlorideconcentraties in het Benedenrivierengebied na verzilting van het Volkerak-Zoommeer Datum december 2008, (update maart

Nadere informatie

Analyse Laagste Laagwaterstanden in jachthaven WSV De Engel, De Steeg

Analyse Laagste Laagwaterstanden in jachthaven WSV De Engel, De Steeg Analyse Laagste Laagwaterstanden in jachthaven WSV De Engel, De Steeg Inleiding In 2015 is er een ongekend lange periode van extreem laagwater geweest in de Rijn, IJssel en de Neder-Rijn en Lek. In de

Nadere informatie

Stroomgebiedsafstemming Rijnwest. ER in combinatie met meetgegevens

Stroomgebiedsafstemming Rijnwest. ER in combinatie met meetgegevens Stroomgebiedsafstemming Rijnwest ER in combinatie met meetgegevens Stroomgebiedsafstemming Rijn-West 2 Opdrachtgever: Rijn West Begeleidingsgroep / beoordelingsgroep: Provincies, RAO, KRW-Kernteam Rijn

Nadere informatie

Gezamenlijke analyse van hoofd- en regionaal watersysteem leidt tot nieuwe inzichten

Gezamenlijke analyse van hoofd- en regionaal watersysteem leidt tot nieuwe inzichten Gezamenlijke analyse van hoofd- en regionaal watersysteem leidt tot nieuwe inzichten Ma#hijs van den Brink (HydroLogic), Maaike Ritzen (Rijkswaterstaat), Maarten Spijker (HydroLogic) In de Randstad is

Nadere informatie

Bijlage 3 Svašek Hydraulics (2014). Stroming in de Westbuitenhaven Terneuzen. 3-D stromingsberekingen en analyse sedimentatie.

Bijlage 3 Svašek Hydraulics (2014). Stroming in de Westbuitenhaven Terneuzen. 3-D stromingsberekingen en analyse sedimentatie. Bijlage 3 Svašek Hydraulics (2014). Stroming in de Westbuitenhaven Terneuzen. 3-D stromingsberekingen en analyse sedimentatie. Rapport Vlaams Nederlandse Scheldecommissie Pagina 103 van 104 Stroming in

Nadere informatie

Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water

Samen werken aan waterkwaliteit. Voor schoon, voldoende en veilig water Samen werken aan waterkwaliteit Voor schoon, voldoende en veilig water D D Maatregelenkaart KRW E E N Z D E Leeuwarden Groningen E E W A IJSSELMEER Z Alkmaar KETELMEER ZWARTE WATER MARKER MEER NOORDZEEKANAAL

Nadere informatie

Toetspeilen Oude IJssel

Toetspeilen Oude IJssel Opdrachtgever: Rijkswaterstaat RIZA Auteurs: A.A.J. Botterhuis H.J. Barneveld K. Vermeer PR1011 december 2005 december 2005 Inhoud 1 Inleiding...1-1 1.1 Aanleiding tot het project...1-1 1.2 Probleembeschrijving...1-1

Nadere informatie

Migratie van salmoniden naar het binnenwater met nadruk op de intrek via de Haringvlietsluizen en de vervolgmigratie op de Maas

Migratie van salmoniden naar het binnenwater met nadruk op de intrek via de Haringvlietsluizen en de vervolgmigratie op de Maas Migratie van salmoniden naar het binnenwater met nadruk op de intrek via de Haringvlietsluizen en de vervolgmigratie op de Maas Tim Vriese (ATKB) In opdracht van : Harriet Bakker (ZN) Inhoudelijk begeleider:

Nadere informatie

Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h

Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h Datum 12 december 2011 Bijlage(n) - Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h Achtergrond Het kabinet is voornemens de maximumsnelheid op autosnelwegen te verhogen naar 130

Nadere informatie

Meten in de Waddenzee

Meten in de Waddenzee Meten in de Waddenzee Bestand tegen superstorm De waterkeringen langs de Waddenzee moeten bestand zijn tegen een superstorm die gemiddeld eens in de 4000 jaar kan optreden. Om de sterkte van de waterkering

Nadere informatie

Watermanagement in een veranderend klimaat

Watermanagement in een veranderend klimaat Watermanagement in een veranderend klimaat Het Twentse waterschap Regge en Dinkel zoekt naar een oplossing om het door de klimaatverandering verwachte extra regenwater zonder overlast te verwerken. Naar

Nadere informatie

Energie uit getijstroming

Energie uit getijstroming Royal Netherlands Institute for Sea Research Energie uit getijstroming Janine Nauw a, Marck Smit a, Walther Lenting a, Belen Blanco b, Jurre de Vries c, Herman Ridderinkhof, Hendrik van Aken en Mathijs

Nadere informatie

Robuustheid regressiemodel voor kapitaalkosten gebaseerd op aansluitdichtheid

Robuustheid regressiemodel voor kapitaalkosten gebaseerd op aansluitdichtheid Robuustheid regressiemodel voor kapitaalkosten gebaseerd op aansluitdichtheid Dr.ir. P.W. Heijnen Faculteit Techniek, Bestuur en Management Technische Universiteit Delft 22 april 2010 1 1 Introductie De

Nadere informatie

De Dynamiek van Mosselbanken Invloed van stroming en golven

De Dynamiek van Mosselbanken Invloed van stroming en golven De Dynamiek van Mosselbanken Invloed van stroming en golven Jasper Donker 1 3 Waterbeweging in de Waddenzee Waterstand / waterdiepte Stromingen door getij en wind Golfwerking Feedback: terugkoppeling

Nadere informatie

koppeling met NSL maatregelen (OTB/ Saldo 0) referentiepunten BBV koppeling met NSL

koppeling met NSL maatregelen (OTB/ Saldo 0) referentiepunten BBV koppeling met NSL Om een goede afspiegeling te geven van de hele omgeving van de BBV waar mogelijk verslechtering van luchtkwaliteit is te verwachten, zijn door de regiopartijen voor de Saldo 0 benadering speciale referentiepunten

Nadere informatie

Extrapolatie van de waterstand in het Waddengebied

Extrapolatie van de waterstand in het Waddengebied Extrapolatie van de waterstand in het Waddengebied Henk van den Brink KNMI 8 juli 2015 Probleemstelling De onzekerheid in de extrapolatie is ongewenst groot bij het gebruik van een 3-parameter (Extreme

Nadere informatie

Gemeente Oegstgeest. Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg. 11 maart 2015

Gemeente Oegstgeest. Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg. 11 maart 2015 Gemeente Oegstgeest Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg 11 maart 2015 DATUM 11 maart 2015 TITEL Onderbouwing Ladder voor duurzame verstedelijking Oude Vaartweg OPDRACHTGEVER

Nadere informatie

de weerstandscoëfficiënt van de bochten is nagenoeg onafhankelijk van het slangtype.

de weerstandscoëfficiënt van de bochten is nagenoeg onafhankelijk van het slangtype. TNO heeft een onderzoek naar de invloed van een aantal parameters op de wrijvings- en weerstandscoëfficiënten van DEC International -slangen en -bochten uitgevoerd (rapportnummer 90-042/R.24/LIS). De volgende

Nadere informatie

Lage afvoer Rijn leidt bijna tot laagst gemeten waterstand bij Lobith

Lage afvoer Rijn leidt bijna tot laagst gemeten waterstand bij Lobith Watermanagementcentrum Nederland Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) Droogtebericht 28 november 2011 Nummer 2011-19 Lage afvoer Rijn leidt bijna tot laagst gemeten waterstand bij Lobith

Nadere informatie

Grondwaterstanden juni 2016

Grondwaterstanden juni 2016 Grondwaterstanden juni 2016 Kennisvraag: In beeld brengen van de grondwatersituatie zoals die buiten geweest is. Antwoord: op vrijwel alle meetlocaties waar analyse mogelijk was komt de maximale waterstand

Nadere informatie

2.2.1 Noordelijke kust

2.2.1 Noordelijke kust In opdracht van Rijkswaterstaat RIZA is onderzoek gedaan naar de ergst denkbare overstroming voor verschillende regio s. Dit onderzoek is uitgevoerd door adviesbureau HKV in juli en augustus 2007. Hierbij

Nadere informatie

Klimaatverandering en klimaatscenario s in Nederland

Klimaatverandering en klimaatscenario s in Nederland Page 1 of 6 Klimaatverandering en klimaatscenario s in Nederland Hoe voorspeld? Klimaatscenario's voor Nederland (samengevat) DOWNLOAD HIER DE WORD VERSIE In dit informatieblad wordt in het kort klimaatverandering

Nadere informatie

De bodem daalt sneller dan de zeespiegel stijgt. Tijd voor een innovatieve en integrale aanpak van bodemdaling!

De bodem daalt sneller dan de zeespiegel stijgt. Tijd voor een innovatieve en integrale aanpak van bodemdaling! De bodem daalt sneller dan de zeespiegel stijgt Tijd voor een innovatieve en integrale aanpak van bodemdaling! In de Nederlandse Delta wonen negen miljoen mensen. Hier wordt zeventig procent van ons inkomen

Nadere informatie

Opbrengst- en turbulentieberekeningen Windpark IJmond Lijnopstelling windturbines Reyndersweg Velsen-Noord

Opbrengst- en turbulentieberekeningen Windpark IJmond Lijnopstelling windturbines Reyndersweg Velsen-Noord 74100160-NMEA/PGR 11-0259 Opbrengst- en turbulentieberekeningen Windpark IJmond Lijnopstelling windturbines Reyndersweg Velsen-Noord Arnhem, 3 februari 2011 Auteurs Merih Cibis, Hans Cleijne In opdracht

Nadere informatie

1) Bijsluiter betrekkingslijnen 2013_2014 geldigheidsbereik 1 november oktober 2014

1) Bijsluiter betrekkingslijnen 2013_2014 geldigheidsbereik 1 november oktober 2014 1) Bijsluiter betrekkingslijnen 2013_2014 geldigheidsbereik 1 november 2013-31 oktober 2014 Document 1 van 4 1) "Bijsluiter betrekkingslijnen 2013_2014" 2) "Betrekkingslijnen Maas versie 2013_2014" 3)

Nadere informatie

Provinciale Staten Zuid-Holland Commissie Verkeer en Milieu , Zeist

Provinciale Staten Zuid-Holland Commissie Verkeer en Milieu , Zeist Wereld Natuur Fonds Driebergseweg 10 Postbus 7 3700 AA Zeist Tel: +31 30 693 7333 Fax: +31 30 691 2064 info@wnf.nl www.wnf.nl Provinciale Staten Zuid-Holland Commissie Verkeer en Milieu 10-01-2017, Zeist

Nadere informatie

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2011

Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 2011 TNO-rapport TNO-060-UT-12-01634 Windroosanalyse naar de invloed van Eindhoven Airport op de lokale luchtkwaliteit in 11 Gebouwde Omgeving Princetonlaan 6 3584 CB Utrecht Postbus 80015 3508 TA Utrecht www.tno.nl

Nadere informatie

algemeen Deze bijlage is een detaillering van de beschrijving actuele waterkwaliteit die in paragraaf 2.9. is opgenomen

algemeen Deze bijlage is een detaillering van de beschrijving actuele waterkwaliteit die in paragraaf 2.9. is opgenomen algemeen Deze bijlage is een detaillering van de beschrijving actuele waterkwaliteit die in paragraaf 2.9. is opgenomen 2. Waterkwaliteit De zomergemiddelden voor 2008 van drie waterkwaliteitsparameters

Nadere informatie

1. Nieuwe methode voor de bepaling van representatieve hoge en lage grondwaterstanden uit grondwaterstandsmetingen

1. Nieuwe methode voor de bepaling van representatieve hoge en lage grondwaterstanden uit grondwaterstandsmetingen Stages Index 1. Nieuwe methode voor de bepaling van representatieve hoge en lage grondwaterstanden uit grondwaterstandsmetingen 2. Het belang van zout grondwater in grondwatermodellen van de Nederlandse

Nadere informatie

Zeeniveau Waarnemingen door School at Sea a/b Regina Maris

Zeeniveau Waarnemingen door School at Sea a/b Regina Maris Zeeniveau Waarnemingen door School at Sea a/b Regina Maris Versie 1.0b d.d. 24 October 2011 Hans van der Marel, TU Delft (h.vandermarel@tudelft.nl), ++31 15 2784907 Inleiding Het bepalen van de actuele

Nadere informatie

Tentamen Meten aan Water CT3412 (-MI) Donderdag 8 december :00-12:00 uur

Tentamen Meten aan Water CT3412 (-MI) Donderdag 8 december :00-12:00 uur Tentamen Meten aan Water CT3412 (-MI) Donderdag 8 december 2011 9:00-12:00 uur Maak elke opgave op een apart nieuw vel voorzien van naam en studienummer! 1. LYSIMETER (25%) Maurits berekent met de Penman-Monteith

Nadere informatie

Middelburg Polder Tempelpolder. Polder Reeuwijk. Reeuwijk. Polder Bloemendaal. Reeuwijksche Plassen. Gouda

Middelburg Polder Tempelpolder. Polder Reeuwijk. Reeuwijk. Polder Bloemendaal. Reeuwijksche Plassen. Gouda TNO Kennis voor zaken : Oplossing of overlast? Kunnen we zomaar een polder onder water zetten? Deze vraag stelden zich waterbeheerders, agrariërs en bewoners in de Middelburg-Tempelpolder. De aanleg van

Nadere informatie

Inhoud van deze presentatie

Inhoud van deze presentatie 1 Inhoud van deze presentatie 1. Onderzoekskader en methoden 2. Invloed van de sedimentologie op strandprocessen 3. Sediment analyses van het inter-getijden gebied 4. Geologische opbouw van het strand

Nadere informatie

VORtech Computing. Experts in Technisch Rekenwerk MEMO. Verwerking van diagonale overlaten in WAQUA. BvtH/M08.079. Onderwerp. Documentinformatie

VORtech Computing. Experts in Technisch Rekenwerk MEMO. Verwerking van diagonale overlaten in WAQUA. BvtH/M08.079. Onderwerp. Documentinformatie Experts in Technisch Rekenwerk Postbus 260 2600 AG DELFT MEMO Datum Auteur(s) Onderwerp BvtH/M08.079 24-nov-2008 Bas van 't Hof Verwerking van diagonale overlaten in WAQUA tel. 015-285 0125 fax. 015-285

Nadere informatie

de weerstandscoëfficiënt van de bochten is nagenoeg onafhankelijk van het slangtype.

de weerstandscoëfficiënt van de bochten is nagenoeg onafhankelijk van het slangtype. TNO heeft een onderzoek naar de invloed van een aantal parameters op de wrijvings- en weerstandscoëfficiënten van DEC International -slangen en -bochten uitgevoerd (rapportnummer 90-042/R.24/LIS). De volgende

Nadere informatie

Beoordelingskader restrisico s s onvoorziene lozingen

Beoordelingskader restrisico s s onvoorziene lozingen Beoordelingskader restrisico s s onvoorziene lozingen - Opgeloste stoffen (volumecontaminatie) - Onopgeloste stoffen (drijflagen) David Vroon, RWS WNZ, Rotterdam Yuri de Nooijer, RWS ZD, Middelburg Even

Nadere informatie

17 november Fysica van watersystemen. q t. Fysica van watersystemen. Basisprincipes van waterbeweging. Basisprincipes van waterbeweging

17 november Fysica van watersystemen. q t. Fysica van watersystemen. Basisprincipes van waterbeweging. Basisprincipes van waterbeweging 17 november 015 Fsica van watersstemen h h u u h 0 t Fsica van watersstemen Erik Mosselman WMCN-cursusdag Water Management Centre of the Netherlands Lelstad, 17 november015 Basisprincipes van waterbeweging

Nadere informatie

^ Grontmij Bijlage 8 bij toelichting

^ Grontmij Bijlage 8 bij toelichting ^ Grontmij Bijlage 8 bij toelichting Bestemmingsplan Verbreding N444 en reconstructie Nagelbrug, Voorhout Plaats en datum Referentienummer Kenmerk De Bilt, 27 september 2013 Watercompensatie-vOl 326324

Nadere informatie

Eindexamen vwo aardrijkskunde 2012 - I

Eindexamen vwo aardrijkskunde 2012 - I Leefomgeving Opgave 7 Proefproject Zandmotor langs de Delflandse kust Bestudeer de bronnen 1 tot en met 3 uit het bronnenboekje die bij deze opgave horen. 1p 25 Hoe wordt het type kustbeheer genoemd waarvan

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING AI eeuwenlang wardt er in Nederland gestreden met de zee. Erosie van de kust zorgt voar een grote bedreiging van het achterland van overstromingen met vaak grote schade tot gevolg.

Nadere informatie

Gedetailleerde toets zettingsvloeiing t.b.v. verlengde 3e toetsing

Gedetailleerde toets zettingsvloeiing t.b.v. verlengde 3e toetsing Gedetailleerde toets zettingsvloeiing t.b.v. verlengde 3e toetsing Tweede kennisplatform Uitwisseling kennis en ervaringen in de verlengde 3e toetsing Inhoud Wat is een zettingsvloeiing Overzicht toetsing

Nadere informatie

Condens niet binnen maar buiten

Condens niet binnen maar buiten Condens niet binnen maar buiten Condensatie op de buitenzijde van isolerende beglazing Artikel voor De BouwAdviseur 4 juni 1999 Condens op de ruit van een auto is een normaal verschijnsel. Condens op de

Nadere informatie

Conceptuele werking van inzetten van pompschepen als maatregel om zoutindringing te reduceren.

Conceptuele werking van inzetten van pompschepen als maatregel om zoutindringing te reduceren. Notitie / Memo HaskoningDHV Nederland B.V. Rivers, Deltas & Coasts Aan: Pedja Zivojnovic, Cor van der Schelde (HbR) Van: Johan Henrotte, Peter de Vries Datum: 3-12-2015 Kopie: Mathijs van Ledden, Marcel

Nadere informatie

Ontwerpcriteria voor de Vismigratierivier Afsluitdijk voor water- en zouttransport, morfologie en sedimentatie

Ontwerpcriteria voor de Vismigratierivier Afsluitdijk voor water- en zouttransport, morfologie en sedimentatie Ontwerpcriteria voor de Vismigratierivier Afsluitdijk voor water- en zouttransport, morfologie en Ontwerpcriteria voor de Vismigratierivier Afsluitdijk voor water- en zouttransport, morfologie en drs.

Nadere informatie

OVERGANGEN ZOET-ZOUT IN DE OOSTERSCHELDE IN HET VERLEDEN een historische analyse op basis van beschikbare literatuur

OVERGANGEN ZOET-ZOUT IN DE OOSTERSCHELDE IN HET VERLEDEN een historische analyse op basis van beschikbare literatuur BUREAU GETIJDEWATEREN waterbeweging en morfologie van estuaria en kustgebieden OVERGANGEN ZOET-ZOUT IN DE OOSTERSCHELDE IN HET VERLEDEN een historische analyse op basis van beschikbare literatuur Rapport

Nadere informatie

Nijmegen aanpassing spoorbrug i.v.m. aanleg nevengeul

Nijmegen aanpassing spoorbrug i.v.m. aanleg nevengeul Ingenieursbureau Nijmegen aanpassing spoorbrug i.v.m. aanleg nevengeul Geotechnische parameters Projectcode HT1694 Datum 4 oktober 2012 Rapportstatus Definitef Opdrachtgever Prorail Paraaf Opdrachtgever:

Nadere informatie

HydroMeteoBundel. nr e druk, december 2012

HydroMeteoBundel. nr e druk, december 2012 HydroMeteoBundel nr. 4 1 HydroMeteoBundel nr. 4 1 e druk, december 1 Havenbedrijf Rotterdam N.V. Wilhelminakade 99 37 AP Rotterdam Informatie e-mail: frontdeskhydrometeo@portofrotterdam.com Copyright Copyright

Nadere informatie

De ophoging van de zeebodem in de baai van Knokke-Heist

De ophoging van de zeebodem in de baai van Knokke-Heist De ophoging van de zeebodem in de baai van Knokke-Heist Beschrijving van het fenomeen overzicht van de uitgevoerde studies Foto: BMM - KBIN 10 november 2009 Ir. Job Janssens Overzicht Even voorstellen...

Nadere informatie