BEROEPSPROFIEL DOCENT MBO

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BEROEPSPROFIEL DOCENT MBO"

Transcriptie

1 BEROEPSPROFIEL DOCENT MBO DE WEG NAAR EXCELLENTIE BEGINT BIJ EEN ADEQUAAT OPGELEIDE DOCENT

2 INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Hoofdstuk 1 BEROEPSPROFIEL EN KWALIFICATIEDOSSIER 5 Basistaken 6 Voorbeelden van keuzetaken 6 Hoofdstuk 2 ONTWERPEN VAN OPLEIDINGEN DOCENT MBO 9 Van beroepsprofiel naar opleidingsscenario s 9 Drie scenario s Scenario Scenario Scenario 3 12 Hoofdstuk 3 TOELATING 21+ toets 15 Associate Degree Conclusie 16 Bijlage 1 Het beroepsprofiel/kwalificatiedossier docent mbo 19 Bijlage 2 Kwalificatiedossier docent mbo 24 Bijlage 3 Huidige opleidingsmogelijkheden 37 Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent 1

3 2 Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent

4 INLEIDING Op weg naar een lerarenopleiding die aansluit bij de onderwijspraktijk in het mbo Tot 1996 vielen zowel het voortgezet onderwijs (vo) als het mbo onder één wet, de WVO (Wet op het Voortgezet Onderwijs). Eén tweedegraads lerarenopleiding, voor zowel voortgezet onderwijs als beroepsonderwijs, was daarbij logisch. Sinds 1996 valt het mbo echter onder een andere wet, de WEB (Wet Educatie en Beroepsonderwijs), terwijl het vo nog steeds onder de WVO valt. In de WEB heeft het bedrijfsleven veel invloed gekregen op de inhoud van het mbo-onderwijs. Zo is het bedrijfsleven verantwoordelijk voor de beroepsprofielen waarvoor studenten in het mbo worden opgeleid. Bovendien wordt een belangrijk deel van het mbo-onderwijs in de bedrijven uitgevoerd. Gevolg van dit alles is dat de onderwijsuitvoering een significant andere koers is gaan varen in het mbo dan in het vo. Lerarenopleidingen zijn daar echter niet op aangepast. Dit was reden om het project Een adequaat opgeleide docent is het halve werk tot excellentie 1 te starten. Het doel van het project was de opleiding tot mbo-docent weer beter te laten aansluiten bij de mbo-onderwijspraktijk. Het project is uitgevoerd door ROC Midden Nederland en Instituut Archimedes (de tweedegraads lerarenopleiding van Hogeschool Utrecht) met medewerking van het Koning Willem I College. Het project is in verschillende fasen uitgevoerd. In de eerste fase hebben we een beroepsprofiel docent mbo ontwikkeld (hoofdstuk 1) waarin de taken van een mbo-docent en de daarbij benodigde kennis en ervaring zijn beschreven. Dit profiel (bijlage 1) dient als uitgangspunt voor het adequaat opleiden van docenten mbo. Het profiel is verder uitgewerkt tot een kwalificatiedossier (bijlage 2). In de tweede fase hebben we in kaart gebracht op welke manieren je docent in het mbo kunt worden, en voor welke doelgroepen de verschillende trajecten bedoeld zijn. Bij die verschillende trajecten hebben we de voor- en nadelen beschreven, en gekeken of het hele veld van het mbo ermee bediend wordt. De resultaten hiervan zijn in bijlage 3 opgenomen. Ten slotte hebben we scenario s - op hoofdlijnen - voor het opleiden van mbo-docenten uitgewerkt. We hebben ons daarbij gericht op docenten Uiterlijke Verzorging, voor wie nu geen enkel adequaat opleidingstraject bestaat (hoofdstuk 2). Het project heeft geleid tot de volgende producten: 1. Een beroepsprofiel én een kwalificatiedossier docent mbo, dat richtinggevend is voor het opleiden en professionaliseren van mbo-docenten. 2. Drie scenario s - ontwikkeld in afstemming met de branches - om docent Uiterlijke Verzorging te worden. Het beroepsprofiel / kwalificatiedossier docent mbo is daarbij richtinggevend. 3. Een bij deze publicatie behorende bloemlezing met achtergrondliteratuur behorend bij de taken van de mbo-docent (zie de websites). Het profiel van de MBO docent en nuttige achtergrondinformatie is te raadplegen op de volgende websites: Onderwijsweb MBO raad Marktplaats MBO Leroweb Docenten MBO Hier is tevens een digitale versie van deze publicatie te downloaden. 1 Dit project is uitgevoerd van september 2010 tot en met juni 2013 in het kader van Krachtig Meesterschap. Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent 3

5 NIEMAND BETER DAN EEN LERAAR WEET, DAT DE BESTE MANIER OM IETS TE LEREN, HET ONDERWIJZEN VAN DAT IETS IS. JEAN PIAGET ( ) 4 Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent

6 1 BEROEPSPROFIEL Inleiding Het beroepsprofiel 2 omschrijft de kenmerken van het werk van een docent in het mbo, het kwalificatiedossier geeft aan welke kennis en vaardigheden nodig zijn. In dit hoofdstuk geven we eerst een beschrijving van de context waarin de docent mbo werkt, de externe partners van de docent en zijn 3 werkzaamheden. Het tweede deel van dit hoofdstuk biedt een overzicht van de docenttaken en de bijbehorende deeltaken. De context van het beroep Een docent in het mbo leidt studenten op voor een bepaald beroep. De relatie tussen de school en het beroepenveld is dan ook cruciaal. Dit komt onder andere tot uiting in het curriculum, waar beroepspraktijkvorming (BPV) een belangrijk onderdeel van vormt. Een groot deel van de opleiding van de studenten vindt plaats in de praktijk. De omvang van dit praktijkdeel is afhankelijk van het type opleiding dat de student volgt: BOL (Beroepsopleidende Leerweg) of BBL (Beroepsbegeleidende Leerweg). In de laatste opleidingsvariant vindt de opleiding zelfs voor het grootste deel plaats op de werkvloer. De docenten ontwikkelen onderwijs op basis van kwalificatiedossiers, waarin is vastgelegd wat de student aan het eind van zijn opleiding moet kennen en kunnen. Iedere docent draagt iets bij vanuit zijn eigen expertise. Goede samenwerking tussen docenten en met instructeurs en andere ondersteuners - is dan ook noodzakelijk om tot een congruente, beroepsgerichte opleiding te komen. Alle docenten moeten daarbij altijd de verbinding kunnen maken tussen hun (school)vak en het toekomstige beroep van de leerling. Externe partners Mbo-instellingen onderhouden contacten met onder andere de SBB (stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven), kenniscentra, bedrijfstakgroepen en met individuele bedrijven, die elk vanuit hun eigen opdracht voor de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt zorgen. De kenniscentra zijn tevens dienstverleners voor branchegerichte opleidingsprogramma s, en voor de (bij)scholing van medewerkers in school, bedrijven en instellingen. Het werk van een docent mbo wordt uiteraard beïnvloed door de activiteiten van deze externe partners. Het beroepsprofiel docent mbo Een docent mbo ontwikkelt onderwijs (alleen of samen met collega s), voert het uit, evalueert, stelt het onderwijs bij en begeleidt de studenten bij leeractiviteiten en loopbaanstappen. In het beroepsprofiel zijn deze werkzaamheden onderverdeeld in taken. Elke taak bestaat uit samenhangende deeltaken. In het basisdeel staan de taken waarmee alle docenten te maken krijgen. Onder het keuzedeel vallen de taken voor specialisten, bijvoorbeeld curriculumontwikkeling, zorgleerlingen (preventie voortijdig schoolverlaten) en het opleiden van nieuwe collega s. Over het algemeen hebben docenten hier extra scholing voor nodig. Het beroepsprofiel / kwalificatiedossier in de praktijk Het beroepsprofiel / kwalificatiedossier beschrijft de taken van de docent mbo. Om een goede docent te zijn, moet men de ene keer rolmodel zijn voor studenten en een andere keer hun motivator. De docent moet ook meedenken met zijn collega s in het team, afstemmen en afspraken maken. Op een andere moment speelt hij een rol in de driehoek student, werk en mbo. De docent ontwikkelt onderwijs, voert het uit en past het zo nodig aan; hij begeleidt, monitort, controleert en beoordeelt. In het beroepsprofiel is dit alles in afzonderlijke taken beschreven, maar in de praktijk komen in één onderwijsactiviteit vaak verschillende taken en activiteiten naast elkaar voor: een docent is soms loopbaanbegeleider, werkplekbegeleider en nog veel meer tegelijk. 1 Het beroepsprofiel dat (mede) in het kader van dit project is ontwikkeld, is in januari 2012 door de MBO Raad geaccordeerd. 2 Waar hij of zijn staat, kan ook zij of haar gelezen worden. Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent 5

7 Lerarenopleidingen hebben zowel te maken met het beroepsprofiel / kwalificatiedossier als met de Generieke Kennisbasis (een beschrijving van de kennis die iedere startbekwame leraar aan het einde van de opleiding dient te beheersen) en de vakgerichte Kennisbases (met de kennis die nodig is om een specifiek vak te kunnen onderwijzen). De uitdaging voor lerarenopleiders is om - rekening houdend met het beroepsprofiel / kwalificatiedossier - studenten die in het mbo willen werken, hun opleiding te laten invullen met een adequate selectie uit die kennisbases. Het beroepsprofiel samengevat: Taken uit het basisdeel 4 basistaak 1 basistaak 2 basistaak 3 basistaak 4 basistaak 5 basistaak 6 De docent ontwikkelt een onderwijsprogramma De docent voert een onderwijsprogramma uit De docent volgt de student vanaf de intake en bij zijn verschillende leeractiviteiten en hij begeleidt de leerling/student bij de te nemen vervolgstappen (loopbaanbegeleiding) De docent bereidt het traject BPV 5 (beroepspraktijkvorming) c.q. werkplekleren voor, begeleidt bij uitvoering en evalueert de BPV c.q. werkplekleren 6 De docent construeert, hanteert en evalueert (competentiegerichte) beoordelingsinstrumenten De docent handelt vanuit (voortdurend doorontwikkeld) professioneel gedrag. De docent zorgt ervoor dat hij professional is en blijft Voorbeelden van keuzetaken keuzetaak keuzetaak keuzetaak keuzetaak keuzetaak De docent begeleidt nieuwe en aanstaande docenten De docent ontwerpt het curriculum De docent bereidt het traject BPV (beroepspraktijkvorming) c.q. werkplekleren voor, begeleidt bij uitvoering en evalueert de BPV c.q. werkplekleren De docent construeert examens De docent zorgt voor een goede ondersteuning voor studenten met leer-, gedrags- en psychosociale problemen 4 Voor een complete tekst van het beroepsprofiel docent mbo zie bijlage 1 5 Waar BPV staat kan in deeltaken ook werkplekleren in een bredere betekenis of in een hybride context binnen de school gelezen worden 6 Het kan instellingsbeleid zijn om (delen van) BPV-taken een specialisme, een keuzetaak te laten zijn 6 Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent

8 Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent 7

9 DOCENTEN KUNNEN STUDENTEN NIET MOTIVEREN, ZE KUNNEN WEL PROBEREN UIT TE ZOEKEN WAT HEN MOTIVEERT. RUTH COHN ( ) 8 Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent

10 2ONTWERPEN VAN OPLEIDINGEN DOCENT MBO Er zijn veel mogelijkheden om benoemd te kunnen worden als docent mbo. Daarmee is echter nog niet gezegd dat men goed voorbereid is op wat er in de praktijk van een mbo-docent verwacht wordt. Zoals we in de inleiding al aangaven, moet de opleiding tot docent mbo beter gaan aansluiten op de onderwijspraktijk in het mbo. Wij zullen dit verduidelijken aan de hand van een concreet voorbeeld: de problematiek rond het opleiden van docenten Uiterlijke Verzorging. Hiervoor hebben wij interviews afgenomen bij docenten en opleidingsmanagers van diverse ROC s. Vervolgens hebben we in kaart gebracht welke opleidingsmogelijkheden er binnen het huidige bestel zijn en wat daarbij de bezwaren zijn (zie bijlage 3). De conclusies die we op basis hiervan en op basis van theoretische verkenningen trokken, hebben geleid tot voorstellen voor een beter passende opleiding (zie hoofdstuk 3). Drie scenario s Lerarenopleidingen willen graag een brede lerarenopleiding bieden, gericht op zowel vo als mbo, en verkeren in de veronderstelling dat hun opleidingen beide schoolsoorten daadwerkelijk goed bedienen. Lerarenopleiders zijn over het algemeen echter slecht op de hoogte van de onderwijspraktijk in het mbo. Het voortgezet onderwijs kennen zij veel beter. Een ander spanningsveld ligt tussen mbo en de geformuleerde kennisbases. In de kennisbasis van de lerarenopleiding GZW (gezondheidszorg en welzijn) bijvoorbeeld is de inhoud beschreven op het gebied van welzijn, verpleegkunde, facilitaire dienstverlening en in mindere mate schoonheidsverzorging. Dit sluit goed aan bij de richting Zorg en Welzijn in het vmbo en bij het vak Verzorging in de basisvorming. Mbo-docenten worden met deze kennisbasis echter slecht bediend. Docenten Zorg en Welzijn bestaan niet in het mbo, wel docenten Kappen, Facilitaire Dienstverlening, Verpleging, etc. Deze docenten hebben veel meer inhoudelijke kennis nodig van het betreffende vakgebied dan door de kennisbasis wordt omschreven. Toch is die kennisbasis GZW ook voor docenten die in het mbo gaan werken de verplichte kennisbasis. De docent Uiterlijke Verzorging krijgt dus met verplichte onderdelen uit de kennisbasis te maken die in een enkel geval een beetje, maar meestal helemaal niet aansluiten bij het beroepenveld van uiterlijke verzorging. De kennisbasis voorziet niet in het opleiden met specifieke materiekennis die aansluit bij het onderwijs in het mbo. En dan hebben we het nog niet eens over de gewenste uitsplitsing naar kappen, schoonheidsverzorging en voetverzorging - het werk van een kapper in de praktijk is nu eenmaal wezenlijk anders dan dat van een schoonheidsspecialiste. Als lerarenopleidingen GZW willen opleiden voor zowel vmbo als mbo vraagt dat een andere invulling van de kennisbasis, andere kennistoetsen en een andere manier van organiseren van het onderwijs. Studenten moeten kunnen kiezen of zij brede, meer algemene kennis willen verwerven waar zij in het vmbo goed mee aan de slag kunnen of meer gespecialiseerde kennis wensen die aansluit bij het mboonderwijs. Het eerste scenario hieronder beschrijft hoe je docent Uiterlijke Verzorging in het mbo kunt worden in de huidige situatie. De andere twee scenario s geven de gewenste situatie weer, in verschillende gradaties. 2.1 Scenario 1 In de huidige situatie is de kennisbasis van Gezondheidszorg en Welzijn (GZW) van Instituut Archimedes het uitgangspunt voor de opleiding tot docent Uiterlijke Verzorging. Een groot deel van de (brede) vakkennis van de opleiding GZW wordt dus uitgevoerd, terwijl Uiterlijke Verzorging slechts een heel klein deel uitmaakt van dit curriculum. In het onderdeel Vak in het schema hieronder worden cursussen gegeven op basis van deze vakspecifieke kennisbasis. Naast de vakgerichte kennisbasis wordt een generieke kennisbasis gehanteerd, voor het aanleren van docentvaardigheden en pedagogisch didactische vaardigheden in het beroepsonderwijs in brede zin (vmbo en mbo). In het onderdeel Beroep (zie schema) worden cursussen gegeven op basis van deze generieke kennisbasis. Beroepsproduct, Studie en Werk hebben zowel de vakgerichte als de generieke Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent 9

11 kennisbases als uitgangspunt. Beide curriculumonderdelen worden voor het grootste deel uitgevoerd in de school. Jaar Onderdeel EC EC totaal 1 Vak (gzw-breed) Beroep 10 Studie en Werk 10 Assesment 5 2 Vak (gzw-breed) Beroep 10 Studie en Werk 10 Beroepsproduct 5 3 Vak (GZW-breed) Beroep 15 Studie en Werk 15 Beroepsproduct 5 4 Studie en Werk Beroepsproduct 10 Profilering 30 Assesment 5 Mbo-gerichte inkleuring Aankomende docenten Uiterlijke Verzorging kunnen diverse onderdelen mbo-gericht inkleuren. Het onderdeel Werkplekleren (Studie en Werk) kan volledig worden gericht op Uiterlijke Verzorging wanneer dat plaatsvindt op de afdeling Uiterlijke Verzorging van een ROC. Hetzelfde geldt voor het zogenaamde Beroepsproduct, waarbij studenten onderzoeksmatig een product maken voor de school waar zij werken en studeren. Zo n beroepsproduct kan dan ontwikkeld worden voor de afdeling Uiterlijke Verzorging van het mbo. Ten slotte kan ook de profileringsruimte in het vierde jaar benut worden voor een inkleuring richting Uiterlijke Verzorging. Vanwege de vrij gedetailleerde beschrijvingen in beide kennisbases (vakinhoudelijke en generiek), is het slechts beperkt mogelijk om het curriculum met betrekking tot het beroep in te vullen. De student is verplicht onderdelen van de brede GZW kennisbasis te volgen die, zoals eerder gezegd, slechts zeer beperkt over uiterlijke verzorging gaan. Tijdens de interviews bij roc s kwam een aantal malen naar voren dat mensen deze brede kennisbasis als belemmerend ervaren. Conclusie scenario 1 De conclusie is dat de opleiding weliswaar opleidt voor het beroepsonderwijs, maar beperkte mogelijkheden biedt tot inkleuring richting Uiterlijke Verzorging in het mbo. En dat is juist voor een adequate opleiding tot docent mbo meer nodig. Het spanningsveld tussen de behoefte aan specifiek opleiden en het gebrek aan mogelijkheden voor de lerarenopleidingen om dat te organiseren met de huidige kennisbasis GZW, is niet op te lossen met de beperkte mogelijkheden tot inkleuring. Nu kennistoetsen over de hele breedte van de kennisbasis GZW verplicht zijn, is de situatie voor lerarenopleidingen mbo alleen maar verslechterd: vakinhoudelijk maatwerk voor studenten die docent Uiterlijke Verzorging willen worden, is niet meer mogelijk. 10 Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent

12 2.2 Scenario 2 In dit tweede scenario is de kennisbasis zó aangepast dat binnen de opleiding GZW twee uitstroomrichtingen gekozen kunnen worden: vmbo en mbo. Aankomende mbo-docenten specialiseren zich, verdiepen en verbreden hun vakkennis, aansluitend op hun mbo-4 opleiding en mogelijk ook op hun praktijkervaring. Docent Uiterlijke Verzorging in het mbo is dan één van de uitstroomrichtingen. In verkennende gesprekken met de NVAO en het ministerie is dit scenario als mogelijkheid ontworpen. Het is een scenario waarbij een (beperkte) aanpassing van de kennisbasis noodzakelijk is, maar dat prima past binnen de huidige wet- en regelgeving. Het werkt binnen de bestaande structuur zoveel mogelijk naar specialisatie toe maar biedt tegelijkertijd bewust de generieke aspecten aan. In dit scenario worden ook onderdelen uit de generieke kennisbasis (docentvaardigheden) ingekleurd richting Uiterlijke Verzorging. Wat uiteindelijk op het diploma moet komen te staan (bevoegdheid), moet nog onderzocht worden. Lerarenopleiding Gezondheidszorg en Welzijn, uitstroomrichting mbo Uiterlijke Verzorging bijvoorbeeld? Dit lijkt op de systematiek van de PTH (Pedagogisch Technische Hogeschool): Lerarenopleiding Technische Beroepen, uitstroomrichting Bouwtechniek. Hieronder staat een getekende weergave van de vakgerichte kennisbasis van dit scenario. Kandidaten voor deze opleiding hebben in principe een mbo-4 opleiding. De eerste fase van de vierjarige lerarenopleiding is een Associate degree (Ad) met vakverdieping en vakverbreding en begeleidingsvaardigheden in de praktijksituatie, aansluitend bij het beroepsprofiel voor de instructeur in opleiding. Deze Ad zou ook (eventueel in gestapelde vorm) gevolgd kunnen worden door schoonheidsspecialistes, kappers, verpleegkundigen, etc. die in de praktijk als leermeester (willen) werken en/of het kennisniveau van hun beroep willen verhogen. Binnen Uiterlijke Verzorging blijkt die behoefte nadrukkelijk te bestaan. Na de Ad kan men de bachelor, de tweedegraads lerarenopleiding, afmaken. facilitaire dienst-vrl. pedagogisch werk voeding en dieetleer verzorging Verpleegkunde schoonheidsverzorging vmbo breed 35% 35% 35% 35% 35% 35% 35% 15 % algemene beroepskennis gzw-breed 50 % generieke kennisbasis gericht op het beroepsonderwijs Figuur 1 Uitwerking van de vakgerichte en de generieke kennisbasis in het totaal van de opleiding, uitstroomrichtingen mbo en vmbo Conclusie scenario 2 Dit scenario kan een goede oplossing zijn voor verschillende doelgroepen, maar is nog niet te realiseren omdat de kennisbasis zou moeten worden aangepast een aanpassing die wel nauw bij de bestaande opleiding aansluit. Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent 11

13 2.3 Scenario 3 Het derde scenario is het meest toekomstgerichte scenario. Het treedt buiten de bestaande kaders en is vooral een toekomstvisie. Er komt in feite een nieuwe opleiding met een nieuw croho-nummer, bijvoorbeeld één croho voor mbo Economie en Dienstverlening, één voor mbo Zorg & Welzijn en één voor mbo Techniek (vergelijkbaar met de lerarenopleiding Educatie en kennismanagement groene sector / STOAS), of één croho voor het hele mbo. De bekwaamheidseisen zoals vastgelegd in de wet BIO gelden ook voor deze leraren, maar er zal een nieuwe kennisbasis moeten worden ontwikkeld die meer recht doet aan de specifieke kenmerken van het mbo. Uitgangspunten zijn: De opleiding is flexibel: op basis van EVC wordt een maatwerktraject opgesteld voor elke docent in opleiding. De opleiding is dubbel duaal: de docenten in opleiding werken in het onderwijs en in de beroepspraktijk (voor vakverdieping en vakverbreding). Het opleidingstraject is gericht op aanleren c.q. verbeteren van docentvaardigheden en deze verbinden aan hun kennis van de beroepspraktijk. In de opleiding leert men methodieken aan waarmee de docenten in opleiding in de praktijk kennis kunnen verwerven, gericht op vakverdieping en vakverbreding. Binnen de opleiding neemt de ontwikkeling van meta-cognitieve vaardigheden en methodisch werken een grote plaats in, om de ontwikkelingen in de beroepspraktijk te leren vertalen naar het onderwijs. De opleiding leert studenten vakinhoudelijke kennis te koppelen aan pedagogisch / didactische kennis èn kennis van de branche (beroepsgerichte didactiek). Het leren vindt zowel plaats op de lerarenopleiding als op de werkplek (het mbo) en in het bedrijfsleven. Het mbo neemt een deel van de opleidingsfunctie voor haar rekening. Een schoolopleider werkt nauw samen met een opleider van de lerarenopleiding. De eindverantwoordelijkheid voor het opleiden ligt bij de lerarenopleiding (opleiden in de school: het netwerkmodel). De belangrijkste taak van de docent mbo ligt in het verbinden van verschillende soorten kennis: beroepspraktijkkennis (technisch instrumentele kennis, beroepshouding, beroepsethiek) aan conceptuele kennis (aan het beroep gerelateerde discipline kennis) en algemene kennis (communicatie, burgerschap, mediawijsheid, samenwerken). Hierbij wordt de persoonlijke ontwikkeling van de mbo-student nooit uit het oog verloren (wie ben ik, wat kan ik, wie wil ik zijn, wat is mijn toekomstperspectief). Beroepsproducten zijn erop gericht, dat de docent in opleiding kennis uit het ene vat in het vat brengt waarin hij kan bewijzen startbekwaam docent te zijn Bekwaamheidseisen Selectie van kennis uit de generieke kennisbasis (+ addendum mbo) Eindopdracht / proeve van bekwaamheid / assessment Kennis uit het beroepenveld 12 Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent

14 De lerarenopleiding docent mbo moet zich richten op integratie van al deze aspecten. De opleiding tot docent vindt dan ook voor een belangrijk deel in de praktijk plaats. De leervragen van de docent in opleiding en de behoeften van de school vormen het uitgangspunt: vragen van de docent in opleiding worden vertaald naar een leerwerktraject, rekening houdend met de behoeften van de school. Uiteindelijk leidt zo n traject tot een beroepsproduct, dat op zijn beurt aansluit op vragen c.q. behoeften van het mbo en dat bedoeld is om in het mbo te worden gebruikt. Docenten van de lerarenopleiding op het gebied van disciplinekennis, onderwijsontwerpmethoden en ontwikkeling van meta-cognitieve vaardigheden, ondersteunen de docenten in opleiding in hun onderzoeksvaardigheden. Ook begeleiden zij bij de ontwikkeling van het beroepsproduct. De schoolopleider ondersteunt op het gebied van didactische en pedagogische vaardigheden en bewaakt de aansluiting op behoeften vanuit de school. Beide typen opleiders werken volgens de methodes zoals die in het mbo gebruikelijk zijn: modelling, scaffolding, guiding, coaching en monitoring. Conclusie scenario 3 Om dit scenario te kunnen uitvoeren, is veel overleg nodig tussen mbo- en hbo-instellingen. Goede schoolopleiders, bekwame lerarenopleiders met kennis van zaken met betrekking tot het mbo en een flexibel programma zijn voorwaarden voor succes. Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent 13

15 THE AIM IS NOT TO SOLVE ONE PARTICULAR PROBLEM, BUT TO ASSIST THE INDIVIDUAL TO GROW. CARL RANSOM ROGERS ( ) 14 Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent

16 3 TOELATING 21+ toets Als een docent in opleiding niet voldoet aan de toelatingseisen van het hbo, is het mogelijk een 21+ toets af te leggen. Deze toetst de taal- en informatieverwerkingsvaardigheden. De toets moet tonen of deze vaardigheden zodanig op niveau zijn, dat de docent in opleiding de studie redelijkerwijs kan afmaken. De huidige 21+ toets is een afgeleide van een havo-examen Nederlands. Vaak wordt er ook nog een toets algemene kennis afgenomen. Voor kandidaten die geen havo-achtergrond hebben, maar een mbo- achtergrond met een aantal jaren in de beroepspraktijk, levert de 21+ toets vaak problemen op omdat deze niet aansluit bij hun manier van leren: ze zijn niet (meer) gewend om op deze manier naar teksten te kijken en de teksten staan vaak ver af van hun beroepspraktijk. Hun studievaardigheden sluiten bovendien niet aan bij wat in havo of lerarenopleiding de gangbare praktijk is. De 21+ toets toetst (daardoor) niet wat die zou moeten toetsen bij kandidaten met een mbo-achtergrond. Drie zaken zouden wat dit betreft kunnen helpen. 1 Er komt een voorbereidingstraject gericht op: de studievaardigheden / informatieverwerkingsvaardigheden de taalvaardigheden (lezen en schrijven) 2 Teksten van de 21+ toets worden beter afgestemd op de doelgroep; er worden dus meer beroepsgerichte teksten gebruikt in de toets. 3 Lerarenopleidingen nemen bij de 21+ toets niet alleen de instroom van havo/vwo als uitgangspunt, maar houden ook rekening met de instroom vanuit het mbo en doen hiermee recht aan de toelatingseisen in de wet (tenminste havo of mbo-4). Het zou dus helpen om twee verschillende 21+ toetsen te kunnen aanbieden: één die aansluit bij het havo-examen en één die aansluit bij het mbo. Bij intake en EVC (Erkennen van Verworven Competenties) wordt dan bepaald welke van de twee het beste past. De uitslag kan gepaard gaan met een aansluitend studieadvies, om de succeskans te vergroten. Gerichte aandacht is nodig voor kandidaten die een mbo-achtergrond hebben waar geen mbo-4 niveau bestaat, bijvoorbeeld een kappersopleiding. Met name voor deze kandidaten is een maatwerk voorbereidingstraject gewenst, gericht op niveauverhoging opdat zij met succes een 21+ toets kunnen doen. Associate degree opleidingen Associate degree (Ad)-trajecten zijn niet op alle hogescholen even populair. Wij denken echter dat het voor een op het mbo gerichte lerarenopleiding juist erg aantrekkelijk is te kunnen starten met een Adtraject. (Dit geldt dus voor alle drie de scenario s.) Veel kandidaten die een op het mbo gerichte lerarenopleiding volgen, hebben na hun mbo-opleiding eerst een aantal jaren gewerkt. Zij zijn niet meer gewend aan de manier van studeren die in een lerarenopleiding van hen verwacht wordt. Bovendien zien zij vaak op tegen een langdurig traject (vier jaar). Door een tussenstap in te bouwen, krijgen ze de keuze het traject in één keer of in twee stappen af te leggen, al dan niet met een onderbreking. Een Ad-traject kan ook interessant zijn voor praktijkopleiders c.q. werkmeesters of werkplek-begeleiders, om het eigen niveau te verhogen en een betere stage- of werklekbegeleider te worden en vervolgens eventueel door te stromen naar een lerarenopleiding mbo. Het samen opleiden van aankomende docenten en praktijkopleiders in een Ad stimuleert docenten en praktijkopleiders hun ervaringen uit te wisselen. Binnen de opleiding is dan bovendien altijd actuele praktijkkennis aanwezig. Aanstaande docenten ontwikkelen zo een meer actuele en bredere kijk op het vak, terwijl praktijkopleiders door die uitwisseling betere begeleiders kunnen worden. De inhoud van het Ad-traject zal in onze optiek vooral bestaan uit didactische- en begeleidingsvaardigheden, kennis van de generieke kennisbasis (toegesneden op het mbo; zie addendum ecbo) en vaardigheden om kennis te koppelen aan praktijksituaties (hoe pas je kennis en vaardigheden uit het bedrijfsle- Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent 15

17 ven toe in een onderwijssetting?). Ten slotte zullen deelnemers aan het Ad-traject methodieken leren waarmee ze al werkend hun kennis op een hoger niveau kunnen brengen. Conclusie Uit voorgaande wordt duidelijk dat het niet zo eenvoudig is een passende opleiding voor mbo-docenten te realiseren. Dit heeft enerzijds te maken met wet- en regelgeving, anderzijds met de relatieve onbekendheid van lerarenopleidingen om docenten op te leiden voor het mbo. De ingrediënten voor een nieuwe opleiding zijn voor een groot deel aanwezig: er is een beroepsprofiel docent mbo en er is een generieke kennisbasis met een addendum voor aanpassing aan het beroepsonderwijs. Er zijn vakinhoudelijke kennisbases, maar die sluiten veelal nog onvoldoende aan op het onderwijs in het mbo. Er is wel veel literatuur voorhanden voor de inhoudelijke vormgeving, die gebruikt is voor de ontwikkeling van bouwstenen voor een nieuw curriculum (zie bloemlezing). En last but not least: ook de wil en de noodzaak om een opleiding te ontwerpen, om docenten ook voor het mbo beter op te leiden, zijn aanwezig. Er zal echter nog wel veel overleg met instellingen en overheid moeten plaatsvinden, om tot een kwalitatief goede opleiding te komen. We hopen dat deze notitie aanzet tot verder onderzoek naar mogelijkheden voor een goede opleiding waarbij het beroepsprofiel docent mbo gebruikt zal worden als leidraad bij zowel de uitvoering van lerarenopleidingen als bij professionalisering van zittend personeel. Utrecht, juni 2013 Joke van der Meer [namens ROC Midden Nederland] Nies van Lindenberg [Hogeschool Utrecht; Instituut Archimedes] Met medewerking van José Akkermans [Hogeschool Utrecht; Instituut Archimedes] Josée Bours [Koning Willem I College] Klaas Doorlag [Hogeschool Utrecht; Instituut Archimedes] Sabine Janzing [Hogeschool Utrecht; Instituut Archimedes] Mario de Jong [ROC Midden Nederland] 16 Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent

18 Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent 17

19 UITDAGEN TOT LEREN IS UITDAGEN TOT LEVEN. HELEN PARKHURST ( ) 18 Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent

20 BIJLAGE 1 HET BEROEPSPROFIEL / KWALIFICATIEDOSSIER DOCENT MBO Basistaken Basistaak 1 De docent ontwikkelt onderwijs Docentactiviteit Ontwikkelen Ontwikkelen Deeltaak Ontwikkelt leerarrangementen (samen of in overleg met collega s) vanuit het beroepsprofiel van de toekomstige beroepsbeoefenaar in een daartoe passende (krachtige, beroepscontextrijke) leeromgeving en gebruikt daarbij actuele kennis en ervaring uit de hele breedte van het werkveld. Ontwikkelt leeractiviteiten, lessen, trainingen, workshops passend bij het kwalificatiedossier, waarbij de deelnemers: - theoretische concepten in concrete taken toepassen; - specifieke ervaringen koppelen aan theoretische concepten; - kennis, vaardigheden en attitudes aan - beroepstaken verbinden; - switchen tussen detail en groter geheel. Basistaak 2 De docent voert onderwijs uit, toetst, evalueert en stelt bij Docentactiviteit Uitvoeren Uitvoeren Uitvoeren Uitvoeren Uitvoeren Uitvoeren Uitvoeren [praktijklokaal] Evalueren en bijstellen Evalueren en bijstellen Evalueren (voortgang) Evalueren (voortgang) Deeltaak Voert leerarrangementen uit: een samenhangend geheel van theorielessen, trainingen, workshops, integrale opdrachten. Kiest werkvormen die passen bij doel, doelgroep, niveau, leerstijlen van studenten en context van de leeractiviteit. Zet, afhankelijk van de situatie, begeleidingsvormen in als modelling, guiding, scaffolding, coaching, monitoring. Benut de beroepspraktijkervaringen als leerervaringen en verbindt deze aan kennis, vaardigheden en houdingen die in schoolse situaties worden geleerd. Stimuleert dat de student de kennis, vaardigheden en houdingen geleerd in schoolse situaties toepast in de praktijk. Houdt bij de uitvoering van leeractiviteiten rekening met een sterk heterogene deelnemerspopulatie (maatwerk) en met verschillende leerstijlen, achtergronden en leeftijden (BBL / BOL). Stimuleert de ontwikkeling van theoretische kennis, methodische kennis en praktijkkennis en de onderlinge verbanden. Besteedt aandacht aan de beroepshouding die vereist is (leert daartoe vaardigheden aan en bespreekt ethische dilemma s). Richt het praktijklokaal in, onderhoudt het, zorgt voor veiligheid, bestelt materiaal enz. Evalueert leeractiviteiten: theorielessen, trainingen, workshops en integrale opdrachten en stelt bij. Evalueert het curriculum en rapporteert dit aan de onderwijsontwikkelaar. Monitort de student op de studievoortgang en de ontwikkeling tot professional. Evalueert of het leerproces van de student tot de gewenste resultaten leidt. Beroepsprofiel docent mbo De weg naar excellentie begint bij een adequaat opgeleide docent 19

Een goede basis. Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo

Een goede basis. Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo Een goede basis Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo 1 2 Inhoudsopgave Voorwoord 4 Deel A Adviezen 5 1 Opdracht 6 2 Aanpak 8 3 Probleemstelling 9 4 Oplossingsrichting 11 5 Herziening van de kennisbases

Nadere informatie

Opleiden in de school - 3

Opleiden in de school - 3 Opleiden in de school - 3 Kwaliteitsborging en toezicht Advies Opleiden in de school - 3 Kwaliteitsborging en toezicht Advies INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Onderzoekskader 6 1.3 Opzet

Nadere informatie

Opleiden in de school

Opleiden in de school Opleiden in de school Kwaliteitsborging en toezicht Studie Opleiden in de school Kwaliteitsborging en toezicht Studie Voorwoord Onderwijsinstellingen voor primair en voortgezet onderwijs en bve-instellingen

Nadere informatie

KIEZEN MOET [JE] KUNNEN Z E S PRAKTIJ K V O O R B E E L D E N VA N S T U D I E- EN BEROEPSKEUZEORIËNTAT I E I N H E T V M B O

KIEZEN MOET [JE] KUNNEN Z E S PRAKTIJ K V O O R B E E L D E N VA N S T U D I E- EN BEROEPSKEUZEORIËNTAT I E I N H E T V M B O KIEZEN MOET [JE] KUNNEN Z E S PRAKTIJ K V O O R B E E L D E N VA N S T U D I E- EN BEROEPSKEUZEORIËNTAT I E I N H E T V M B O KIEZEN MOET [JE] KUNNEN 2 Voorwoord Help ze kiezen! Een realistische en doordachte

Nadere informatie

Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen

Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen Een verkenning Klaas Hiemstra Jacqueline Schoones Otto de Loor Monica Robijns APS is een toonaangevend onderwijsadviesbureau

Nadere informatie

Over leerloopbanen en loopbaanleren. Loopbaancompetenties in het (v)mbo

Over leerloopbanen en loopbaanleren. Loopbaancompetenties in het (v)mbo Over leerloopbanen en loopbaanleren Loopbaancompetenties in het (v)mbo F. Meijers, M. Kuijpers & J. Bakker Februari 2006 Dit onderzoek wordt gesubsidieerd door: Samenwerkende brancheorganisaties beroepsonderwijs

Nadere informatie

Lerarenagenda 2013-2020: de leraar maakt het verschil

Lerarenagenda 2013-2020: de leraar maakt het verschil Lerarenagenda 2013-2020: de leraar maakt het verschil Inhoud Wat zijn de uitdagingen voor leraren en lerarenopleidingen tot 2020? 4 De lerarenagenda 6 1. Hogere kennis- en geschiktheidseisen aan aankomende

Nadere informatie

Ouderenzorg in het middelbaar beroepsonderwijs. Een inventarisatie bij zorgopleidingen (niveau 2 en 3)

Ouderenzorg in het middelbaar beroepsonderwijs. Een inventarisatie bij zorgopleidingen (niveau 2 en 3) Ouderenzorg in het middelbaar beroepsonderwijs Een inventarisatie bij zorgopleidingen (niveau 2 en 3) J. Hamers E. van Rossum J. Peeters V. Rameckers N. Meijs Maastricht, Juli 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

Advies. Een eigentijds curriculum

Advies. Een eigentijds curriculum Advies Een eigentijds curriculum Een eigentijds curriculum Een eigentijds curriculum 1 Colofon De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, opgericht in 1919. De raad adviseert, gevraagd en ongevraagd,

Nadere informatie

De doorbraak in zicht

De doorbraak in zicht De doorbraak in zicht Landelijke tussenrapportage Doorbraakproject Werkplekleren 2009-2011 Tilburg, juni 2011 Prof.dr. A.F.M. Nieuwenhuis Dr. D.J.J.M. Nijman Drs. M.P. Kat - de Jong K.E. de Ries MSc Drs.

Nadere informatie

Landelijke Kwalificaties MBO. Pedagogisch Werk

Landelijke Kwalificaties MBO. Pedagogisch Werk Landelijke Kwalificaties MBO Pedagogisch Werk Crebonummer: 92620, 92630 Sector: Welzijn en sport Branche: Overige non-profitdiensten, Kinderopvang Cohort: Cohort 2009-2010 Colo 2002-2009. Gebruik van gegevens

Nadere informatie

Functieprofielen voor het vernieuwde VSO

Functieprofielen voor het vernieuwde VSO Functieprofielen voor het vernieuwde VSO 1 2 Drukwerk: Drukkerij Jan Evers BV, De Meern Voorwoord In de nieuwe wetgeving op het gebied van het (voortgezet) speciaal onderwijs die grotendeels per augustus

Nadere informatie

Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het?

Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het? Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het? M. Kuijpers, F. Meijers & J. Bakker September 2006 3 Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo Dit onderzoek wordt

Nadere informatie

Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het?

Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het? Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo: hoe werkt het? M. Kuijpers, F. Meijers & J. Bakker September 2006 3 Krachtige loopbaangerichte leeromgevingen in het (v)mbo Dit onderzoek wordt

Nadere informatie

Een effectieve leeromgeving in het primair en voortgezet onderwijs

Een effectieve leeromgeving in het primair en voortgezet onderwijs 8 Doorlopende leerlijnen Marjan van der Maas Een effectieve leeromgeving in het primair en voortgezet onderwijs Onderzoeksrapportage Inrichten leeromgevingen PO en VO 2008-2010 Een effectieve leeromgeving

Nadere informatie

Meer dan het gewone. CVO op weg naar 2020. Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs te Rotterdam en omgeving

Meer dan het gewone. CVO op weg naar 2020. Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs te Rotterdam en omgeving Meer dan het gewone CVO op weg naar 2020 Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs te Rotterdam en omgeving Meer dan het gewone CVO op weg naar 2020 CVO Rotterdam en omgeving Rotterdam, oktober

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Middelbaar Beroeps Onderwijs IPC 2150 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375

Nadere informatie

De leraar als regisseur

De leraar als regisseur Doorlopende leerlijnen Wilma Willems en Kris Verbeeck De leraar als regisseur Opbrengstgericht rekenonderwijs bij de invoering van de referentieniveaus in PO en VO De leraar als regisseur Opbrengstgericht

Nadere informatie

Over rekenen gesproken. Startrapportage Intensiveringstraject rekenen mbo

Over rekenen gesproken. Startrapportage Intensiveringstraject rekenen mbo Over rekenen gesproken Startrapportage Intensiveringstraject rekenen mbo Over rekenen gesproken Startrapportage Intensiveringstraject rekenen mbo Inhoud 1 Aanleiding, context en aanpak rekengesprekken

Nadere informatie

Entreeopleidingen en het bindend studieadvies VERSIE 2.0

Entreeopleidingen en het bindend studieadvies VERSIE 2.0 Entreeopleidingen en het bindend studieadvies VERSIE 2.0 Titel : Entreeopleidingen en het bindend studieadvies Project/Werkgroep : Werkgroep bindend studieadvies Auteur(s) : Mieke de Haan MBO Raad : Houttuinlaan

Nadere informatie

Adviesrapport Accreditatie HBO bachelor opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening voltijd - deeltijd. Hanzehogeschool Groningen

Adviesrapport Accreditatie HBO bachelor opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening voltijd - deeltijd. Hanzehogeschool Groningen Adviesrapport Accreditatie HBO bachelor opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening voltijd - deeltijd Hanzehogeschool Groningen Scheveningseweg 46 2517 KV Den Haag T (070) 30 66 800 F (070) 30 66

Nadere informatie

Maatschappelijk werk. CVO Hoger Instituut der Kempen CVO Sociale School Heverlee CVO VSPW Hasselt CVO VSPW Kortrijk Stedelijk CVO Pestalozzi

Maatschappelijk werk. CVO Hoger Instituut der Kempen CVO Sociale School Heverlee CVO VSPW Hasselt CVO VSPW Kortrijk Stedelijk CVO Pestalozzi Maatschappelijk werk Modulair stelsel - HOSP - categorie Sociaal CVO Hoger Instituut der Kempen CVO Sociale School Heverlee CVO VSPW Hasselt CVO VSPW Kortrijk Stedelijk CVO Pestalozzi 05-06/1529/N/G Deel

Nadere informatie

Stichting Platforms Vmbo. Wat moet en wat mag in de onderbouw vmbo

Stichting Platforms Vmbo. Wat moet en wat mag in de onderbouw vmbo Stichting Platforms Vmbo Wat moet en wat mag in de onderbouw vmbo Stichting Platforms Vmbo Wat moet en wat mag in de onderbouw vmbo 1 Onderwijsinhoud 2 Onderwijsvormgeving 3 Onderwijs aan zorgleerlingen

Nadere informatie

Teamwerken is teamleren?

Teamwerken is teamleren? Teamwerken is teamleren? Vormgeven en ontwikkelen van teams in het onderwijs Hans Kommers en Marieke Dresen Ruud de de Moor Centrum Open Universiteit rdmc.ou.nl Teamwerken is teamleren? Vormgeven en ontwikkelen

Nadere informatie

Professionaliteit en professionele ruimte als uitdaging in het HBO

Professionaliteit en professionele ruimte als uitdaging in het HBO Professionaliteit en professionele ruimte als uitdaging in het HBO Gespreksnotitie opgesteld t.b.v. hogescholen Henk Mulders Voorzitter college van bestuur Hogeschool Edith Stein/ Expertis Onderwijsadviseurs

Nadere informatie

Professionalisering van besturen in het primair onderwijs

Professionalisering van besturen in het primair onderwijs Professionalisering van besturen in het primair onderwijs 2 - Professionalisering van besturen in het primair onderwijs Professionalisering van besturen in het primair onderwijs Verslag van de commissie

Nadere informatie

De basis op orde, de lat omhoog. Startrapportage programmamanagement MBO15

De basis op orde, de lat omhoog. Startrapportage programmamanagement MBO15 De basis op orde, de lat omhoog Startrapportage programmamanagement MBO15 De basis op orde, de lat omhoog Startrapportage programmamanagement MBO15 Inhoud Voorwoord 3 1 Inleiding 6 2 De rode draad 11

Nadere informatie

PROTOCOL DYSLEXIE VOORTGEZET ONDERWIJS

PROTOCOL DYSLEXIE VOORTGEZET ONDERWIJS [ PROTOCOL DYSLEXIE VOORTGEZET ONDERWIJS Handreiking voor directie, middenmanagement en docenten Koos Henneman Judith Bekebrede Albert Cox Hedwig de Krosse ] Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs Handreiking

Nadere informatie

Goed beslissen over beroepsbekwaamheid in het hbo

Goed beslissen over beroepsbekwaamheid in het hbo -- Praktisch artikel Goed beslissen over beroepsbekwaamheid in het hbo Dit artikel is het tweeënzestigste in een serie praktische artikelen over onderwijsinnovatie. Deze serie heeft de bedoeling om mensen

Nadere informatie

Onderwijskwaliteit blijvend verbeteren; welke rol speelt het bestuur?

Onderwijskwaliteit blijvend verbeteren; welke rol speelt het bestuur? BESTUUR, MANAGEMENT EN ONDERWIJSKWALITEIT PO VO Hoe besturen borgen Onderwijskwaliteit blijvend verbeteren; welke rol speelt het bestuur? Simone Kessels Tessa de With Mmv: Barbara de Boer, Gert-Jan Bos

Nadere informatie