VERGADERING VAN DINSDAG 18 NOVEMBER 2003

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VERGADERING VAN DINSDAG 18 NOVEMBER 2003"

Transcriptie

1 2-001 VERGADERING VAN DINSDAG 18 NOVEMBER VOORZITTER: DE HEER COX Voorzitter (De vergadering wordt om 9.05 uur geopend) Mededeling van het Voorzitterschap De Voorzitter. Wij zijn allen diep geschokt door het tragische nieuws van de bomaanslag op de Italiaanse basis in Nassiriyah op 12 november Het dodental staat nu op 27 mensen - 19 Italianen en 8 Irakezen en er zijn vele gewonden. Deze jonge mannen en vrouwen, toegewijde carabinieri, die hun missie met groot enthousiasme en plichtsbesef vervulden, hadden tot taak om te zorgen voor vrede en om het lijden van de bevolking van deze door oorlog verscheurde regio te verzachten. Negentien van deze mensen zijn nu naar hun vaderland teruggekeerd in doodskisten die met de Italiaanse driekleur zijn omhuld. Ik heb namens dit Parlement al een sympathiebetuiging doen toekomen aan de nabestaanden van de slachtoffers, alsook aan president Ciampi, premier Berlusconi, minister van Defensie Martino, de politie en de strijdkrachten, en natuurlijk het Italiaanse volk. Onze gedachten gaan ook uit naar degenen die bij deze aanval gewond zijn geraakt, voor hun persoonlijk lijden en het tragische verlies van hun vrienden en collega's. Namens het Europees Parlement wil ik uiting geven aan onze diepe verontwaardiging en deze aanslag scherp veroordelen. Laat ons eer betuigen aan deze dag van nationale rouw in Italië en aan de moed en toewijding van de Italiaanse carabinieri en soldaten die in Irak hun leven hebben gegeven voor vrede en vrijheid. Ik wil u vragen ter nagedachtenis van hen een minuut stilte in acht te nemen. (Het Parlement neemt staande een minuut stilte in acht) Wetgevings- en werkprogramma voor Eurostat De Voorzitter. Aan de orde is de verklaring van de Commissie over het wetgevings- en werkprogramma voor 2004 en de mondelinge vraag over Eurostat (PPE- DE: O-0067/ B5-0415/2003) Prodi, voorzitter van de Commissie. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, dit is de laatste keer in deze zittingsperiode dat ik in dit Parlement de gelegenheid krijg een uiteenzetting te geven over de toestand van de 1 Bekendmaking van de ingediende ontwerpresoluties: zie notulen. Unie. Dit is altijd een plechtig moment in het werk van onze instellingen. De traditie wil dat dan een inventaris wordt opgemaakt van de situatie en een overzicht wordt gegeven van de door de Commissie voor het komend jaar geplande activiteiten. Helaas zijn wij dit jaar diep geschokt door de tragische gebeurtenissen die u, mijnheer de Voorzitter, zojuist in herinnering hebt geroepen en die een stempel hebben gedrukt op het nieuws van de laatste dagen. Ik heb het over de reeks gewelddaden die terreur hebben gezaaid en rouw hebben gebracht in Irak en Turkije. Evenals de uwe gaan ook mijn gedachten op dit moment uit naar Italië. Namens heel het Europese volk willen wij ons medeleven betuigen met de nabestaanden van de negentien jongeren die tijdens de vredesmissie de dood vonden. Onze gedachten gaan eveneens uit naar degenen in Turkije en in de joodse gemeenschappen die in rouw zijn gestort en naar al degenen in de wereld die lijden onder het toenemend terrorisme. Ik meen de gevoelens van heel de Commissie te mogen weergeven als ik mijn diep medeleven betuig met de door deze tragedies getroffen vrouwen, mannen en kinderen. Dames en heren, de problemen waar wij dagelijks mee geconfronteerd worden tonen aan dat de Unie, ondanks deze moeilijke momenten, in goede gezondheid verkeert en dit ondanks de eurosceptici en de eurocritici. De huidige situatie is niet gemakkelijk want wij bevinden ons in een delicate en ingewikkelde overgangssituatie. Dat neemt niet weg dat een groter en sterker Europa nu binnen handbereik is. Wij hebben economisch gezien twee moeilijke jaren achter de rug. Uit de laatste indicatoren blijkt echter dat wij deze moeilijke fase nu definitief achter ons laten. Algemeen wordt verwacht dat de economische bedrijvigheid zich in de tweede helft van dit jaar zal herstellen en in 2004 zal versnellen. Naar het schijnt is het ergste voorbij. Het vertrouwen van de bedrijven en de consumenten neemt weer toe en eindelijk zijn er weer tekenen van optimisme in het Europese bedrijfsleven. Concrete tekenen van economische herstel doen zich echter niet alleen voor in de Unie, maar ook in de andere gebieden van de wereld. In de Verenigde Staten handhaaft zich een sterke economische groei dankzij de monetaire en fiscale stimulansen en een verhoogde productiviteit. Zeer zorgwekkend is echter de omvang van het tekort. Dit zou volgend jaar nog wel eens kunnen toenemen ten gevolge van de belastingverminderingen en de kosten van het conflict in Irak. In Japan zijn de prognoses eindelijk weer goed en er doet zich eveneens een positieve trend voor in de andere Aziatische economieën. De economische groei wordt daar voor het komend jaar geschat op 6,7 procent. Ook uit de toetredingslanden komen positieven signalen. Men gaat ervan uit dat deze landen dankzij het algemeen herstel in Europa en de uitbreidingsvooruitzichten een economische groei zullen kennen van 3,8 procent. Ook

2 6 18/11/2003 dit is een teken dat de politieke keuzes ter ondersteuning van de eenmaking van het continent correct waren. Dit herstel is echter, zoals ik al zei, nog wankel. Wij moeten de agenda van Lissabon sneller uitvoeren en voortgaan met de structurele hervormingen. Het Europees Groei-initiatief, waar de Commissie vanaf begin dit jaar aan werkt, heeft nu vorm gekregen. Daarin is sprake van openbare en particuliere investeringen om de groei en de werkgelegenheid een steuntje in de rug te geven. Dankzij de steun van de Europese Raad van oktober konden wij ons aanvankelijk voorstel omvormen tot een echte routekaart. Daarin hebben wij precieze acties en tijdschema s opgenomen waarmee wij de financiële maar vooral ook reglementaire en administratieve hinderpalen voor deze investeringen kunnen overwinnen. In dit initiatief is ook de quickstart-lijst opgenomen. U weet dat daarop enkele projecten staan die klaar, of bijna klaar zijn voor tenuitvoerlegging. Wij hebben in nauwe samenwerking met de Europese Investeringsbank zesenvijftig projecten uitgezocht. Daarbij gaat het om vervoersnetwerken, energie, telecommunicatie en onderzoek. Bij de opstelling van de lijst werden enkele zeer duidelijke criteria aangehouden. Ten eerste moest het om projecten gaan die zich in een reeds vergevorderde ontwikkelingsfase bevonden en onmiddellijk van start konden gaan. Ten tweede moesten alle projecten een sterke grensoverschrijdende werking hebben en ten derde moesten de projecten een multiplicatoreffect hebben op met name de particuliere investeringen en slechts een gering milieueffect veroorzaken. Tot slot moesten de projecten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling vooral een sterk innoverend vermogen hebben. Dan de financiering: het totaal pakket aan openbare en particuliere investeringen bedraagt 10 miljard euro per jaar tot De particuliere participatie varieert van project tot project, maar door de bank genomen zijn wij van plan de projecten te financieren met 60 procent overheidskapitaal en 40 procent particulier kapitaal. De openbare investeringen zullen dus ongeveer 6 miljard euro per jaar bedragen en ten laste komen van zowel de communautaire begroting als de begrotingen van de lidstaten. Dit bedrag komt overeen met 0,05 procent van het BBP van de Unie. U zult het met mij eens zijn dat dit een heel lage prijs is voor het weer aanzwengelen van de Europese economie. Deze prijs is ook verenigbaar met het Stabiliteits- en groeipact. Welke stappen moeten in dit initiatief worden gezet? Ten eerste zal de Europese Raad van december dit initiatief moeten goedkeuren. Ook moeten de lidstaten hun administratieve en reglementaire mechanismen gaan hervormen, want deze zijn vaak de grote hinderpaal voor de tenuitvoerlegging van deze projecten. Met dergelijke hervormingen kan men vooral de particuliere sector aanmoedigen tot participatie. Ik vraag de lidstaten dan ook hun nationale en regionale uitgavenplannen te coördineren met het Europees initiatief en aldus het effect van de investeringen te optimaliseren. Het wetgevings- en werkprogramma voor het komend jaar valt, dames en heren, samen met de grote veranderingen in de Europese Unie. Ik herinner slechts aan de belangrijkste tijdstippen voor de instellingen: de officiële toetreding van tien nieuwe lidstaten op 1 mei, de verkiezingen van juni en het verstrijken van het mandaat van de Commissie op 31 oktober Met het programma dat ik u vandaag voorleg willen wij de strategische doelstellingen bereiken die deze Commissie voor haar mandaat had vastgesteld. In dit programma wordt rekening gehouden met de bijzondere kenmerken van volgend jaar. Er komen drieënzeventig nieuwe voorstellen in voor. Dit lijkt misschien veel maar in werkelijkheid is dit aantal veel lager dan in vorige jaren. Deze voorstellen stroken met de politieke prioriteiten waarover van maart tot juni met het Parlement en de Raad een gestructureerde dialoog is gevoerd. De belangrijkste prioriteit is de vormgeving van de uitgebreide Unie. Daarbij hebben wij twee belangrijke doelstellingen voor ogen: het welslagen van de toetreding en het effenen van de politieke weg tot de nieuwe financiële vooruitzichten. Wat de stabiliteit betreft moeten wij een nabuurschapbeleid ontwikkelen opdat wij om de grenzen van Europa heen een kring van bevriende landen kunnen creëren. Wij moeten voor 1 mei 2004 de agenda van Tampere afmaken en de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid voltooien. Bij onze derde prioriteit, de groei, moeten wij meer vaart brengen in de verwezenlijking van de doelstellingen van Lissabon. Operationeel gezien worden met dit programma de doelstellingen van het nieuwe Interinstitutionele Akkoord aangevuld. Daarbij is ons oog ook gericht op de stroomlijning van de wetgevingsactiviteiten. Wij hebben bijvoorbeeld ervoor gezorgd dat onze voorstellen aansluiten bij de jaarlijkse en meerjarige planning van de Unie en wij zijn van plan de belangrijkste initiatieven te onderwerpen aan de geïntegreerde effectbeoordelingsprocedure. Wat de stabiliteit en de veiligheid betreft hebben wij op de Top van Thessaloniki een reeks voorstellen gedaan voor justitie en binnenlandse zaken en de grondslag gelegd voor een nieuwe beleid van goed nabuurschap. De voorstellen op economisch gebied betreffen de strategie van Lissabon, de voltooiing van de interne markt, het onderzoek en de trans-europese netwerken. Wij mogen in deze context echter ook het recente wetskader voor de chemische sector niet vergeten. Ik moet echter zeggen dat wij dit jaar wel erg veel hooi op onze vork hadden genomen. De Commissie is er ook niet in geslaagd alles af te maken wat zij zich had voorgenomen. Daarom staan op het programma voor 2004 ook enkele nog niet voltooide initiatieven. Ik wil namens heel het college mijn waardering uiten voor de uitstekende samenwerking van de zijde van het Europees Parlement bij de programmeringswerkzaamheden. De gestructureerde

3 18/11/ dialoog is weliswaar een goed instrument gebleken, maar kan en moet verbeterd worden. Volgend jaar staan onze beide instellingen enkele belangrijke gebeurtenissen te wachten en wij zullen als Commissie dan ook in nauwe samenwerking met het Parlement streven naar een verbetering van onze betrekkingen. Zo zijn wij van plan in april aanstaande de huidige dialoog te vervangen door een gedachtewisseling tussen de Conferentie van commissievoorzitters en vice-voorzitter de Palacio. Eveneens zijn wij van plan de schriftelijke procedure te gebruiken voor de tussentijdse evaluatie van het programma en tot slot zullen wij de presentatie van het programma voor waar de volgende Commissie verantwoordelijk voor zal zijn - uitstellen tot de plenaire vergadering van Op die manier sluiten de verschillende termijnen op elkaar aan. Wij hebben tot slot een eerste evaluatie gemaakt van de interne hervormingen, die hebben geleid tot een modernisering van het financieel beheer en het personeelsbeleid. De ernstige onregelmatigheden die zich hebben voorgedaan in het vorige beheer van Eurostat - het Europees Bureau voor de Statistiek - waren voor ons aanleiding tot diep nadenken. Uiteindelijk hebben wij een actieplan vastgesteld en ik meen u daarvan de hoofdlijnen te moeten uiteenzetten. Neemt u mij niet kwalijk dat ik nu wat lang van stof ben maar dit is een belangrijke aangelegenheid. Reeds op 25 september jongstleden heb ik de gelegenheid gehad in de Conferentie van voorzitters uitleg te verschaffen over de kwestie van Eurostat. Ik heb gezegd hoe ik de feiten zag die naar voren zijn gekomen uit de onderzoeken van OLAF en uit het omvangrijke werk van de Commissiediensten. Ik heb evenwel erkend dat de communicatie tussen OLAF en de rest van de Commissie, tussen de directeur-generaal van Eurostat en de bevoegde commissaris, niet goed is verlopen en de Commissie daardoor niet in staat is geweest tijdig alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te nemen. Daarom heb ik beloofd een actieplan te zullen presenteren om deze gebreken te verhelpen. Na mijn optreden heeft de dienst Interne Audit zijn verslag voltooid en voorgelegd aan de Cocobu. Daarin staat geen enkel nieuw feit dat mijn analyse zou kunnen tegenspreken. Kortom, niemand betwist dat de grootste onregelmatigheden voor 1999 zijn begaan, in 2000 een begin is gemaakt met het orde op zaken stellen en dat, wat de belangrijkste aspecten van de zaak betreft, Eurostat, de Financiële controle en ander bronnen heel snel een beroep hebben gedaan op OLAF. De Commissie heeft echter niets kunnen ondernemen voor mei 2003 omdat er bepaalde tekortkomingen waren in de communicatie op de verschillende niveaus, en die tekortkomingen ben ik ook op het spoor gekomen. Toen zijn wij echter onmiddellijk doortastend opgetreden; we hadden sneller kunnen zijn en daarom leg ik u nu een actieplan voor. Dit plan is gegrondvest op de fundamentele beginselen van de hervorming. Tot de belangrijkste punten daaruit behoren de functionele onafhankelijkheid van OLAF, het in januari 2003 van kracht geworden nieuw Financieel Reglement, het nieuw Statuut van het personeel, de bepalingen betreffende de rechten en plichten en de gedragscodes. Al deze hervormingen zijn geleidelijk aan doorgevoerd. Zoals ik reeds op 25 september heb gezegd, is het niet fair een oordeel te vellen over de hervorming, over de goede resultaten of de tekortkomingen daarvan, uitgaande van de veronderstelling dat deze reeds vanaf 2000 volledig operationeel was. Men moet de tijd van 2000 tot 2003 veeleer zien als een overgangsperiode. De kwestie van Eurostat toont anderzijds juist aan dat de hervorming goed gefundeerd was. Ik noem hier met name de mobiliteit met betrekking tot delicate posten, de scheiding tussen beheers- en controletaken en de instelling van een interne controleur. Wij moeten dus voortbouwen op de resultaten van de hervormingen, en die beginnen reeds vruchten af te werpen. Wij moeten de hervormingen consolideren en de middelen versterken die de politieke instanties in staat stellen de politieke verantwoordelijkheid te dragen. Wat Eurostat zelf betreft moet ik u eraan herinneren dat wij in de zomer 2003 krachtige maatregelen hebben getroffen: de vervanging van de directeur-generaal, het vacant stellen van de posten van operationeel directeur met uitschrijving van zowel interne als externe vacatures, verplaatsing van de post van de voor middelen verantwoordelijke directeur, herschikking van het organigram, enzovoort, en tot slot grote mobiliteit in de functies van de hoofden van de verschillende eenheden. Het leek mij bij deze aanpak in eerste instantie noodzakelijk de in 1999 vastgestelde gedragscode ten aanzien van de betrekkingen tussen de commissarissen en hun diensten te herzien. Wij moeten de algemene beginselen die ten grondslag liggen aan de code van 1999, en met name het beginsel van niet-inmenging in het beheer, behouden maar sterker de klemtoon leggen op de politieke verantwoordelijkheid van de commissaris. De commissaris moet niet alleen verantwoordelijk zijn voor zijn eigen activiteiten maar ook voor die van de diensten. In de herziene gedragscode zal dus een reeks bepalingen zijn opgenomen waarmee de informatie van de commissaris kan worden verbeterd en de commissaris in staat wordt gesteld zijn verantwoordelijkheid onder optimale omstandigheden uit te oefenen. Met andere woorden de commissaris zal moeten toezien op de werkzaamheden van zijn diensten en deze algemene aanwijzingen geven, ook op het vlak van het financieel beheer. De code zal eveneens voorzien in een specifieke procedure voor de betrokkenheid van de commissaris: de directeur-generaal moet de commissaris formeel betrekken bij elk feit of elke ontwikkeling op beheersgebied die de politieke verantwoordelijkheid van de commissaris of die van het college als zodanig raakt. Ten tweede wil ik antwoorden op een andere vraag die naar aanleiding van de Eurostat-kwestie is gerezen. Inderdaad waren er reeds voor mei 2003 bepaalde signalen. Er waren inlichtingen uit bepaalde hoeken van onze instelling. Deze waren echter onsamenhangend en maakten het ons niet mogelijk de ernst van de zaak te overzien. Als al deze signalen waren verzameld, in onderling verband waren gebracht en onderzocht,

4 8 18/11/2003 hadden wij niet op de uitvoerige inlichtingen van OLAF hoeven te wachten om voorzorgsmaatregelen te kunnen nemen. Daarom heb ik besloten een nieuw mechanisme in te voeren en dit de taak te geven alle inlichtingen over mogelijke fraude, onregelmatigheden of laakbare daden te vergaren, in onderling verband te brengen, te onderzoeken en, zo nodig, de Commissie of de bevoegde commissaris daarvan op de hoogte te stellen, opdat de noodzakelijke administratieve of financiële maatregelen en met name de maatregelen tot bescherming van de financiële belangen van de Unie genomen kunnen worden. Ik heb besloten zelf de politieke verantwoordelijkheid voor dit mechanisme te nemen en mij daarin te laten bijstaan door de heer Neil Kinnock en mevrouw Michaele Schreyer. Onze werkzaamheden zullen op administratief vlak worden voorbereid door een groep die naast de secretaris-generaal een aantal ambtenaren op het niveau van directeur-generaal zal omvatten. Met dit mechanisme zullen wij vooral de controle op de van OLAF, IDOC en IAS ontvangen informatie moeten kunnen verbeteren. Laat duidelijk zijn dat dit mechanisme geen aanvullend onderzoek moet verrichten. Evenmin zal het de taak moeten overnemen van de politieke of administratieve verantwoordelijken. Deze laatsten zullen verantwoordelijk blijven voor het toezicht op het beheer en zullen het noodzakelijke gevolg moeten geven aan de ontvangen inlichtingen en de onderzoeksrapporten. Dit mechanisme zal vooral een toezichthoudende functie hebben en waarschuwingssignalen moeten geven. Ten derde heb ik besloten de informatiekanalen tussen de centrale en de operationele diensten te verbeteren, de verbindingen te versterken, bepaalde praktijken te verbeteren en gevolg te geven aan de door de controleur in zijn verslag gedane suggesties. Het gaat weliswaar met name om technische maatregelen maar deze zijn mijns inziens zeer belangrijk om de inlichtingenstroom en de stelsels van checks and balances te kunnen verbeteren. Ik heb deze maatregelen reeds uit de doeken gedaan in de Cocobu. Ik wil mijn betoog over Eurostat afsluiten met een aantal opmerkingen over OLAF. Iedereen erkent dat de huidige situatie in velerlei opzicht weinig bevredigend is. OLAF is een dienst van de Commissie maar als onderzoeksinstantie volledig onafhankelijk. OLAF is baas in eigen huis en besluit zelf over de uitoefening van zijn operationele activiteiten, en zo willen wij dat ook. Het vigerend rechtskader is echter heel onnauwkeurig als besloten moet worden over het al dan niet doorgeven van informatie aan de instellingen of de onderzoeksinstanties. Dat is in het geval van Eurostat funest gebleken te zijn. Ik wil echter niet dat door mijn opmerkingen over OLAF enige twijfel rijst: ik bevestig mijn volledig vertrouwen in de directeur, de heer Brünner. Ik geef enkel een analyse van de manier waarop deze instantie is georganiseerd en oefen geen kritiek uit op de werkzaamheden van de directeur, die uitgaande van het huidig kader dat heeft gedaan wat hij moest doen. De Commissie bevindt zich nu in een moeilijk parket. Zij moet de politieke en juridische verantwoordelijkheid nemen voor de werkzaamheden van OLAF zonder daarvoor de noodzakelijke middelen te hebben. Juridisch gezien is het echter die Commissie die verantwoordelijk is voor OLAF als er een rechtszaak wordt aangespannen en met name als particulieren zich als benadeeld beschouwen en schadeloosstelling eisen. Ik heb het Parlement voorgesteld OLAF, in afwachting van een Europese openbare aanklager, autonomie te garanderen binnen een duidelijk politiek kader. Dat is mijn doel, maar wij blijven nadenken over een volledige externalisering van OLAF. Om echter de huidige operationele problemen snel te kunnen oplossen, wil ik u een onmiddellijk te zetten stap voorstellen: de wijziging van de verordening inzake OLAF. Deze wijziging zou nog door dit Parlement moeten worden aangenomen. Wij moeten er namelijk voor zorgen dat onze opvolgers een operationeel rechtskader hebben waarbinnen zij rustig kunnen werken. Zoals het Comité van toezicht van OLAF heeft aangegeven, en ook uit de huidige werkzaamheden in de Cocobu en met name uit het verslag van de heer Bösch is gebleken, is het noodzakelijk de wetgeving te versterken. De Commissie zal daar rekening mee houden. Ik zal u nu de geplande verbeteringen voorstellen. Ten eerste willen wij de operationele autonomie van OLAF versterken door OLAF in staat te stellen doelgerichter te werken en zijn werk beter aan te passen aan de behoeften, vooral met het oog op de uitbreiding. Het zou goed zijn bepaalde horizontale taken die geen verband houden met het onderzoekswerk opnieuw door de Commissiediensten te laten vervullen. Ten tweede zal OLAF de mogelijkheid krijgen zich toe te leggen op zijn prioriteiten. Het zou bovendien goed zijn een discretionaliteitsbeginsel vast te stellen en in de verordening op te nemen. Dan zal OLAF in staat zijn de geschikte instanties te belasten met het toezicht op bepaalde, minder belangrijke gevallen of op de gevallen die geen deel uitmaken van zijn prioritaire activiteiten. Op die manier zal ook het onderzoekswerk kunnen worden versneld en efficiënter worden gemaakt. Ik moet hierbij evenwel verduidelijken dat het besluit om al dan niet een onderzoek in te stellen voorbehouden moeten blijven aan OLAF. Ten derde zal er duidelijkheid worden gebracht in de informatiestroom tussen OLAF, de instellingen en de betrokken organen. Dit betekent ook dat de belanghebbende instellingen zich moeten buigen over de vraag hoe zij met deze informatie willen omgaan. Het zou goed zijn een beter evenwicht te bewerkstelligen tussen de bescherming van de efficiëntie van de onderzoeken en de bescherming van de financiële belangen van de Unie. Daarvoor moet onder andere worden opgehelderd wie de eindverantwoordelijkheid draagt voor de genomen besluiten. Ten vierde zal met de wijziging van de verordening ook het essentiële vraagstuk van de bescherming van het recht op verdediging worden geregeld. Ten vijfde zal worden nagedacht over het bestuur van OLAF, met dien verstande dat niet alleen de rol en de samenstelling van zijn Comité van toezicht moet worden versterkt maar

5 18/11/ ook een interinstitutionele raad van bestuur moet worden ingesteld. Kortom, ik stel voor dat OLAF in staat wordt gesteld het hoofd te bieden aan de grotere werklast die hem in de uitgebreide Unie te wachten staat, en dat OLAF dus efficiënter wordt gemaakt. Daarvoor moet OLAF meer personeel krijgen. Dat is onvermijdelijk in de nieuwe Unie. OLAF moet zich kunnen toeleggen op onderzoek en heeft daarvoor een aangepaste verordening nodig. Ik stel eveneens voor de verplichting van OLAF voor het afleggen van rekenschap van zijn activiteiten te versterken. Mijnheer de Voorzitter, dit zijn de grondlijnen van het actieplan waarmee ik wil antwoorden op de naar aanleiding van de Eurostat-kwestie gerezen vragen. Voor eind dit jaar zal een mededeling daarover worden gedaan. Dan zijn er nog de interne maatregelen in de Commissie. Ik verwacht dat deze vanaf de maand december zullen worden genomen. Ik hoop bovendien dat onze contacten met het Parlement dan ver genoeg gevorderd zullen zijn om ons in staat te stellen een wetgevingsvoorstel voor OLAF in te dienen dat een redelijke kans heeft om nog door dit Parlement te worden aangenomen. Dat zal ons ook vooruit kunnen helpen in de richting van een Europese openbare aanklager, waar wij allen steun aan blijven geven. Mijnheer de Voorzitter, aan het begin heb ik de belangrijke uitdagingen genoemd die ons in 2004 wachten. Daartoe behoort natuurlijk ook de Intergouvernementele Conferentie. U weet welke vraagstukken nog hangend zijn. Daarvan wil ik er nu slechts één noemen: de samenstelling van de Commissie. Van verschillende kanten wordt gezegd dat een Commissie met vijfentwintig of zelfs meer leden niet slagvaardig zou zijn. Ik wil hierbij echter duidelijk maken dat wij volgend jaar dit idee sowieso in de praktijk zullen kunnen toetsen, omdat wij dan zes maanden lang de collega s uit de nieuwe lidstaten bij ons zullen hebben en de Commissie gedurende die tijd uit dertig leden zal bestaan. Natuurlijk zal dit slechts een overgangssituatie zijn. Er zullen ook geen nieuwe portefeuilles worden ingesteld en deze Commissie zal enkel duren tot het einde van dit mandaat. Vanaf 1 november 2004 zullen wij dan vijfentwintig commissarissen hebben. Ik ben ervan overtuigd dat een college van vijfentwintig of dertig commissarissen uitstekend kan werken. Ten eerste wordt met het Verdrag van Nice reeds de samenhang van een grotere Commissie gegarandeerd en zal de voorzitter van de Commissie vanaf het volgende mandaat meer bevoegdheden hebben voor de organisatie, de directie en de controle. Ten tweede ben ik het er niet mee eens dat de taken van de Commissie worden teruggebracht tot een twaalftal portefeuilles. Laten wij niet vergeten dat de commissarissen ook het gezicht zijn van Europa, in de ogen van de publieke opinie van hun landen van herkomst, en zeer zeker in de ogen van de burgers in de nieuwe lidstaten. Tot slot zal de efficiëntie van de Commissie niet afhangen van het aantal leden maar van de manier waarop de hulpbronnen worden gebruikt. De hervormingen van de afgelopen jaren hebben wat dat betreft goede resultaten opgeleverd. Het collegiaal karakter en de samenhang van de Commissie blijven dus in het middelpunt van mijn bekommernissen staan. Een uitgebreide Commissie zal zeker uitdagingen met zich mee brengen, maar die uitdagingen zullen niet gewonnen kunnen worden met het voorstel om de Commissie in twee niveaus op te splitsen en de helft van de commissarissen voor figurant te laten spelen. Geachte afgevaardigden, ik heb het nu over de eerstkomende tijd gehad, maar de Commissie kijkt ook verder in de toekomst. Begin dit jaar hebben wij een uitgebreid denkproces op gang gebracht over de nieuwe financiële vooruitzichten. In 2007 zal de Unie waarschijnlijk uit achtentwintig leden bestaan, een half miljard inwoners hebben en over een nieuw grondwettelijk kader beschikken. Het is dus duidelijk dat wij nu al daarover moeten nadenken. Wij moeten ervoor zorgen dat wij eind 2006 alle noodzakelijke instrumenten hebben om goed te kunnen werken. De ervaringen uit het verleden tonen aan dat de tijd dringt. Als wij de toekomst voorbereiden moeten wij de politiek de eerste viool laten spelen. Voordat wij gaan rekenen en tellen moeten wij besluiten welk beleidskader wij voor de Unie willen. Wij mogen onze blik niet afwenden van onze doelstellingen: vrede, duurzame ontwikkeling, solidariteit en vrijheid. Concreet gesproken betekent dit dat wij in de volgende richtingen moeten werken: een routekaart voor de agenda van Lissabon en die van Göteborg, solidariteit tussen de landen en regio s en hulp aan degenen die achter zijn gebleven, Europees burgerschap in een ruimte die niet enkel een markt meer is maar een politiek ruimte is geworden, en een externe dimensie voor ons model en onze politieke keuzes. Wat dit laatste betreft moeten wij beginnen met de landen in onze buurt waarmee wij de kring van vrienden moeten opbouwen. Het is belangrijk dat gedurende deze zittingsperiode - de zittingsperiode waarin de uitbreiding werd beklonken - een bijdrage wordt geleverd aan de vaststelling van de politieke lijnen van het project voor de uitgebreide Unie. Ter afsluiting wil ik hier nog aan toevoegen, mijnheer de Voorzitter, dat 2004 een jaar van uitdagingen, vernieuwing en verbintenissen zal zijn. De Europese verkiezingen zullen een zeer belangrijke gelegenheid zijn om de betrokkenheid van de burgers bij ons project te meten. De Commissie beseft dat zij een belangrijk baken is en continuïteit, stabiliteit en een dynamisch bestel kan verzekeren. Daarom willen wij nauw met het Parlement, de Raad en alle andere instellingen van de Unie samenwerken. Wij willen de weddenschap met de geschiedenis winnen. Samen kunnen wij een grotere, onafhankelijkere en sterkere Unie opbouwen. (Applaus) 2-008

6 10 18/11/2003 Antonione, fungerend voorzitter van de Raad. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, dames en heren, gisteren hebben wij tijdens de werkzaamheden van de Raad Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen met grote belangstelling geluisterd naar de presentatie van het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2004, dat voorzitter Prodi nu ook op plechtige wijze heeft voorgelegd aan het Europees Parlement. Voor de Unie staan er in 2004 enkele belangrijke institutionele gebeurtenissen op de agenda. Daardoor krijgt het wetgevings- en werkprogramma een heel bijzondere betekenis zal namelijk het jaar zijn van de grote veranderingen. Ik noem allereerst de ondertekening van het nieuw Grondwettelijk Verdrag, waarmee de grondslag moet worden gelegd voor de toekomstige ontwikkeling van de Unie. Eveneens zullen volgend jaar de verkiezingen worden gehouden voor het Europees Parlement en daaraan zullen voor het eerst ook de burgers en kandidaten uit de tien nieuwe lidstaten deelnemen. Op 1 november 2004 zal de nieuwe Commissie haar werkzaamheden volledig opnemen en tot slot zal in 2004 een begin worden gemaakt met de onderhandelingen over de vaststelling van de komende financiële vooruitzichten, die van doorslaggevend belang zullen zijn voor de oriëntatie van de communautaire beleidsvormen in de komende jaren. Ofschoon de Raad nog geen standpunt heeft kunnen innemen ten aanzien van het programma van de Commissie, is hij het ongetwijfeld eens met de drie grote, door de Commissie aangegeven prioritaire sectoren: uitbreiding, stabiliteit en duurzame groei. Wij kunnen deze onderschrijven. De Raad heeft nota genomen van de door de Commissie aangegeven doelstellingen en van de initiatieven en voorstellen die zij in de loop van 2004 denkt te presenteren om de genoemde prioriteiten ten uitvoer te leggen. Gezien de institutionele gebeurtenissen van komend jaar zullen de wetgevingswerkzaamheden zo doelgericht mogelijk moeten zijn en het voorzitterschap is dan ook verheugd over het feit dat de Commissie heeft beloofd zich eerst te zullen toeleggen op de allerbelangrijkste initiatieven. Ik wil er eveneens op wijzen dat de samenwerking tussen de Raad en het Parlement nog sterker dan in het verleden van doorslaggevend belang zal zijn om de voorstellen van de Commissie binnen het gewenste tijdsbestek te kunnen aannemen. De Raad is blij dat de Commissie van plan is de nieuwe effectbeoordelingsprocedure volledig toe te passen. Zoals de Europese Raad van afgelopen oktober heeft onderstreept, is die procedure zeer belangrijk om te vermijden dat de communautaire wetgeving een schadelijke weerslag heeft op het mededingingsvermogen van de Unie ten opzichte van de andere grote economische ruimten in de wereld. Het voorzitterschap stelt bovendien tot zijn groot genoegen vast dat de jaarlijkse planning van de Commissie is geschied in het kader van de interinstitutionele gestructureerde dialoog. De dialoog tussen enerzijds de Commissie en anderzijds de Raad en het Parlement werd op gang gebracht met de mededeling van de Commissie over de jaarlijkse beleidsstrategie en stelt deze twee instellingen in staat hun zienswijze te geven over de voorstellen van de Commissie voor het volgend jaar, en wel voordat het definitieve wetgevingsen werkprogramma wordt opgesteld. Daarom moet ik erop wijzen dat hoe eerder die jaarlijkse beleidsstrategie wordt gepresenteerd hoe nuttiger en vruchtbaarder die dialoog in de toekomst zal zijn. Met een vroegtijdige presentatie van die strategie zal het vooral mogelijk worden een debat te voeren over de begrotingsprocedures uitgaande van de resultaten van de gestructureerde dialoog met het Parlement en de Raad. Ofschoon, zoals ik zojuist al zei, de Raad nog geen standpunt heeft ingenomen ten aanzien van het werkprogramma van de Commissie, kunt u ervan uitgaan dat de Raad daarmee rekening zal houden bij de planning van zijn eigen werkzaamheden. Ik wil er dan ook op wijzen dat overeenkomstig de door de Europese Raad van Sevilla goedgekeurde hervormingen - die tot doel hadden meer continuïteit en coherentie te brengen in de werkzaamheden van de Raad - de zes delegaties die in de komende drie jaar het voorzitterschap van de Raad zullen uitoefenen, een meerjarig strategisch programma aan het opstellen zijn. Dat programma zal door de Europese Raad van december worden aangenomen. Ik wijs er bovendien op dat de toekomstige voorzitterschappen - het Iers en het Nederlands voorzitterschap - die leiding zullen moeten geven aan de werkzaamheden van de Raad met betrekking tot de initiatieven van de Commissie voor 2004, reeds bezig zijn met de opstelling van het jaarlijks programma van de Raad, net zoals het Grieks en het Italiaans voorzitterschap dat voor dit jaar hebben gedaan. Natuurlijk zal het Parlement zo snel mogelijk op de hoogte worden gebracht van de resultaten van die werkzaamheden en dan zal het Parlement eventuele opmerkingen kunnen maken overeenkomstig de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord voor betere wetgeving. Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, als u het goed vindt wil ik tot slot naar aanleiding van dit debat over het programma van de Commissie enkele korte opmerkingen maken over de ambities van het Italiaans voorzitterschap met betrekking tot de komende Europese Raad van december. Ik beloof u echter dat ik tijdens de komende plenaire vergadering in Brussel hier met een meer gedetailleerde uiteenzetting op terug zal komen. De besluiten van de Top van december zullen in zekere zin een afspiegeling zijn van de door de Commissie aangegeven prioriteiten en zullen een bijdrage kunnen zijn aan de verwezenlijking van de voor 2004 vastgestelde doelstellingen. Wat de uitbreiding betreft zal de Europese Raad van december in eerste instantie, uitgaande van de door de Commissie recentelijk ingediende verslagen en

7 18/11/ strategische documenten, een oordeel moeten vellen over de vorderingen in de onderhandelingen met Bulgarije en Roemenië en een tijdsbestek moeten vaststellen voor de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen met deze twee landen. Ook zal de Europese Raad, uitgaande van het verslag van de Commissie, een oordeel moeten vellen over de vorderingen die de tien toetredingslanden hebben gemaakt bij de overname en de tenuitvoerlegging van het communautair acquis. Wat de stabiliteitsdoelstelling in het programma van de Commissie betreft, zal de Europese Raad bij het intern beleid een evaluatie moeten maken van de vorderingen in de hoofdstukken asiel, migratie en buitengrenzen, met name in het licht van de in Thessaloniki, Sevilla en Tampere vastgestelde termijnen. Op extern vlak zal de Europese Raad daarentegen de door de secretarisgeneraal/hoge vertegenwoordiger uitgewerkte Europese veiligheidsstrategie moeten goedkeuren. Ook zal hij de kwestie van de massavernietigingswapens moeten behandelen en de in het kader van het EBVD gemaakte vorderingen moeten evalueren. De staatshoofden en regeringsleiders zullen eveneens een gedetailleerd werkprogramma van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger en de Commissie goedkeuren voor de betrekkingen met de Arabische wereld. Tot slot zal de Europese Raad op het gebied van de duurzame groei enkele concrete besluiten moeten nemen met betrekking tot het Groei-initiatief. Met name zal het quick-start-programma moeten worden goedgekeurd. De Europese Raad zal eveneens een verslag van de Commissie ontvangen waarin voorstellen zijn opgenomen voor de versterking van het productiekader ter voorkoming van deïndustrialisatie. (Applaus) Poettering (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, dames en heren, in de eerste plaats wil ik namens de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) en Europese democraten ons medeleven betuigen met zowel de vermoorde Italiaanse soldaten en carabinieri als met de Irakese staatsburgers die slachtoffer van deze afschuwelijke misdaad zijn geworden. Ook spreken wij onze afschuw uit over de terreurdaden van de misdadigers in Istanboel en betuigen wij ons medeleven en respect ten opzichte van de familieleden en nabestaanden. Er zijn situaties in het politieke bestaan waarin men bepaalde uitspraken of een bepaald betoog het liefst zou vermijden. Helaas is dat vandaag niet mogelijk. Ik zal echter een rustig en zakelijk betoog houden, omdat ik wil voorkomen dat het vuur dat tijdens de politieke discussie in Italië in de afgelopen weken is opgelaaid, nog meer wordt aangewakkerd. Mijnheer de voorzitter van de Commissie, u heeft er de afgelopen week voor gekozen om in Italië een politiek manifest te presenteren. Met dat manifest hebben wij op zich geen probleem, geachte voorzitter van de Commissie, hoewel ik daarbij wel de kanttekening wil plaatsen dat de binnenlandse politiek van een land niet de aanleiding zou mogen vormen voor het opstellen van een dergelijk verstrekkend politiek programma. Het Europees Parlement zou daarvoor een veel geschikter kader zijn geweest. Dat moet ook een keer gezegd worden (Interrupties, langdurig applaus) maar, mijnheer de Commissievoorzitter, dat is niet mijn belangrijkste punt. Mijnheer Cohn-Bendit, u zult ongetwijfeld nog de gelegenheid krijgen om uw standpunt nader uit te leggen; geef als democraat ook mij de gelegenheid om in alle rust mijn opvatting naar voren te brengen. Waar ik kritiek op heb, is dat u partijpolitiek heeft bedreven; dat u getracht heeft om een bepaalde politieke stroming, namelijk links in Italië, te verenigen. Daardoor heeft u de indruk (Applaus) gewekt dat er aan de ene kant mensen zijn die Europagezind en vóór hervormingen zijn en aan de andere kant mensen die geen voorstander van Europa zijn. Namens onze fractie kan ik u zeggen dat elk lid van onze fractie een Europees hart heeft. Wij moeten noch in Italië noch in Europa een wig tussen Europeanen drijven. (Applaus) Het is ook niet zo dat uw uitspraak op persoonlijke titel is gedaan, want u bent de voorzitter van de Commissie. Degene die die functie bekleedt, handelt altijd namens alle Europeanen. Ik deel de mening van mijn collega Barón Crespo: Als de voorzitter van de Commissie lijsttrekker voor de Europese verkiezingen wordt, dient hij zijn functie neer te leggen. Mijn opmerking in de Corriere della Sera, mijnheer de voorzitter, heeft er dan toch in ieder geval ook toe geleid (Applaus) dat u nu eindelijk een keer duidelijk heeft gezegd dat u tot 1 november 2004 in functie zult blijven. Wij zijn verheugd over dat standpunt, maar een aantal leden van uw Commissie heeft zelfs de afgelopen week nog gezegd dat er geruchten rondwaarden omtrent uw kandidaatstelling op de lijst voor de Europese verkiezingen. Gelukkig heeft u nu duidelijkheid gecreëerd. Deze geruchtenmolen heeft echter ook een negatieve invloed op het imago van de Commissie als geheel gehad. Ik stel dat hier aan de orde, omdat dit een keer uitdrukkelijk aan de orde gesteld moet worden. (Applaus)

8 12 18/11/2003 Iemand die een hoge functie in de Europese Unie bekleedt, moet altijd in gedachten houden dat zijn uitspraken uitgelegd zullen worden alsof ze namens de gehele Europese Unie zijn gedaan. En als de Corriere della Sera mij naar mijn mening gevraagd zou hebben over het standpunt van de voorzitter van de Europese Raad over Tsjetsjenië, dan had ik ook gezegd dat ik het niet eens was met de afgelegde verklaring. Wij proberen objectief te zijn en wij willen de belangen van Europa behartigen; dat betekent dat wij Europa niet uit elkaar mogen drijven. (Applaus) Mijnheer Prodi, ik wil u er graag aan herinneren dat u op 15 september 1999 in uw huidige functie benoemd bent, mede op basis van het door ons uitgesproken vertrouwen en ondanks het feit dat u geen deel van onze partijpolitieke familie uitmaakt. Wij hebben uw Commissie ons vertrouwen gegeven, hoewel de meerderheid van die Commissie eveneens niet tot onze partijpolitieke familie behoort, zodat de samenstelling ervan eigenlijk geen recht doet aan de verkiezingsuitslag. Daarom is het een goede zaak dat in het ontwerp van de Grondwet is opgenomen dat er bij voordrachten voor de voorzitter van de Commissie in de toekomst rekening zal worden gehouden met de verkiezingsuitslag voor het Europees Parlement. (Applaus) Ik hoop dat u ook iets over de stabiliteit van de euro zult zeggen, commissaris Solbes. Als ik het goed heb zult u zich vandaag ook over dit onderwerp buigen, voorzitter Prodi. Ik zou uw Commissie willen aanmoedigen - en commissaris Solbes nadrukkelijk willen bedanken voor zijn rol als hoeder van de stabiliteit van de euro - om de huidige koers voort te zetten, niet alleen ten opzichte van de kleine landen, maar ook ten opzichte van de grote landen van de Europese Unie. (Applaus) Mijnheer Antonione, ik stel de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de Raad vandaag bijzonder op prijs. Dat zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn, maar tot nu toe was dat niet het geval. Ik spreek mijn waardering uit voor uw aanwezigheid vandaag en zou u willen stimuleren en oproepen om tijdens de Intergouvernementele Conferentie geen voedingsbodem te creëren voor de ideeën die in sommige hoofden van de ministers van Financiën rondspoken om de rechten van het Parlement bij begrotingskwesties in te perken. Tegen dergelijke ideeën zal het Parlement zich met hand en tand verzetten. Ik hoop dan ook dat u duidelijk zult maken dat u aan de kant van het Europees Parlement staat en dat wij bij de begroting van de Europese Unie over gelijke rechten beschikken als de Raad van ministers. (Applaus) Tenslotte wil ik iets zeggen dat voorkomt uit het persoonlijke respect dat ik voel, zoals de voorzitter van de Commissie ook weet. Maar persoonlijke sympathieën en politieke kwesties moeten nu eenmaal gescheiden worden gehouden. Kritiek mag niet vanwege persoonlijke symphatieën worden verdoezeld en de waarheid moet worden gezegd. Mijnheer Prodi, u bent voorzitter van alle Europeanen. U bekleedt de hoogste functie in de Europese Unie. Stel ons als de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) en Europese democraten in de gelegenheid om u tot het einde van uw mandaat - tot 1 november ons vertrouwen te schenken. Als u bewijst dat u het verdient, staan wij aan uw kant. (Applaus) Barón Crespo (PSE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de voorzitter van de Commissie, dames en heren, staat u mij toe dat ik namens de socialistische fractie in de eerste plaats onze solidariteit en ons medeleven betuig aan de familie van de Italiaanse carabinieri, aan de familie van de Iraakse burgers en aan de familie van de slachtoffers van de aanval op de synagogen in Istanboel, die de sefardische gemeenschap in Turkije vertegenwoordigen. "Sefarad" betekent "Spanje" in het Hebreeuws. Ik herinner u eraan dat de sefarden vijfhonderd jaar geleden een onderkomen hebben gevonden in het Ottomaanse Rijk, waar zij de verdraagzaamheid genoten die hun toentertijd in mijn land werd ontzegd. Mijnheer de Voorzitter, ik dank de heer Poettering dat hij aan dit debat een politieke wending heeft gegeven. Vreemd genoeg mogen wij het hier kennelijk niet over politiek hebben. Ik heb de voorzitter van de Commissie inderdaad gezegd dat hij zijn ontslag moet aanbieden als hij voornemens is deel te nemen aan de Europese verkiezingen. Dat is echter niet alles. Ik heb ook gezegd dat de Commissievoorzitter momenteel kan rekenen op de steun van bijna het gehele politieke spectrum van het Europees Parlement en dat hij daarom zijn verantwoordelijkheden moet uitoefenen. Als burger heeft hij echter het recht om zijn visie op de toekomst van Europa uiteen te zetten. Daarom vind ik het een goede zaak dat voorzitter Prodi dit document over de droom van Europa heeft opgesteld. Ik verkies de geschreven tekst overigens boven de toespraak die hij hier vandaag heeft gehouden. Ik meen echter in de woorden van de heer Poettering een zweem van wrevel te bespeuren in de zin van: "dat was een van de onzen, maar nu is hij naar het andere kamp overgelopen". Mijns inziens heeft ieder van ons in de loop van zijn leven het recht om zijn visie bij te sturen en zichzelf te ontplooien. Het verheugt mij dan ook ten zeerste dat voorzitter Prodi op maatschappelijk en politiek gebied meer vooruitstrevende standpunten inneemt. Maar goed, daarover kunnen wij het later nog hebben.

9 18/11/ In elk geval hebben wij allen tot op de laatste dag van deze zittingsperiode een sterke en slagvaardige Commissie nodig. Hetzelfde geldt voor de Raad, want het grootste schandaal van de laatste dagen is wel dat de Raadsvoorzitter onduldbare uitspraken over Tsjetsjenië en Rusland heeft gedaan zonder ook maar enigszins rekening te houden met het standpunt daarover van de Raad van ministers, de Commissie en het Parlement. U allen hebt de gelegenheid om die fout recht te zetten. Morgen kunnen wij gezamenlijk onze stem uitbrengen over de ontwerpresolutie over de Top van Rusland. Met uw welnemen zou ik nu mijn aandacht willen richten op de toespraak van voorzitter Prodi. In de eerste plaats wil ik u erop attenderen dat mijn fractie, die ik hier vertegenwoordig, geen protest aantekent tegen het feit dat er minder voorstellen worden geformuleerd. Ons probleem is dat wij niet weten wat de voorstellen zijn. U hebt aangekondigd dat de vice-voorzitter, mevrouw de Palacio, zal gaan praten met de commissievoorzitters. Ik veronderstel dat wij op dat moment meer zullen vernemen. Tussen twee haakjes, in verband met de evaluatie van het politieke gedrag van de commissarissen zal ik de heer Poettering de verklaringen eens opsturen die mevrouw de Palacio in Spanje over de socialisten aflegt. U kunt ervan op aan dat zij geen enkele bijeenkomst van de Spaanse Volkspartij mist. Kortom, iedereen bedrijft politiek in zijn eigen land, niet alleen de heer Prodi. Wat de groei betreft, heeft de voorzitter ons deze beschreven in termen die eerder voor weersvoorspellingen worden gebruikt. Hij zei namelijk dat er enige verbetering op til is. Het lijkt mij belangrijk dat hij namens de Commissie verklaart hoe die het Stabiliteits- en groeipact denkt aan te passen aan de nieuwe situatie. Dat is een bijzonder relevant en absoluut noodzakelijk element dat gepaard moet gaan met een versterking van de economische governance. Mijnheer de voorzitter, het is mij opgevallen dat u de financiële vooruitzichten tot het laatst hebt bewaard alsof u die nog in extremis hebt toegevoegd. Het is een feit dat het plan- Delors van tien jaar geleden weer nieuw leven is ingeblazen. Ik denk dat het daarbij niet alleen gaat om de infrastructuur, maar ook om het zenuwstelsel dat de gehele Gemeenschap aanstuurt, namelijk onderzoek en ontwikkeling. Het verwondert mij echter dat u, gelet op het debat over het verslag-sapir en de uitspraken van commissaris Barnier, niet dieper bent ingegaan op de hervorming van het cohesiebeleid. Mijns inziens verdient dat thema een veel explicietere benadering aangezien het van doorslaggevend belang is voor de nieuwe lidstaten en het evenwicht tussen de huidige partners. Ten tweede hebt u nagenoeg de helft van uw interventie aan Eurostat gewijd. Ik heb de volgende bedenkingen bij uw opmerkingen. In de eerste plaats moet ik u er in dit verband op attenderen dat, behalve de verslagen die binnen de Commissie en OLAF zijn opgesteld, ook het Europees Parlement, en met name het verslag-casaca, in deze kwestie een belangrijke rol hebben gespeeld. Ik wil dat hier even in herinnering brengen omdat er voortdurend nieuwe instrumenten worden toegevoegd en de fundamentele rol van het Europees Parlement uit het oog wordt verloren. Ik betreur het dat de overige fracties in dit Parlement niet hebben ingestemd met het voorstel om in aanwezigheid van de Commissievoorzitter te debatteren over het verslag-bösch, dat over fraude handelt; dit verslag is beschikbaar en hier door de heer Prodi genoemd. In verband met Eurostat neem ik nota van het voornemen om het begrip politieke verantwoordelijkheid nader te omschrijven en de hervorming van de gedragscode van de Commissie verder te concretiseren. Tot mijn verbazing wordt er echter een nieuw instrument gepresenteerd dat eigenlijk niet meer dan een duplicaat is van OLAF. Ik vrees dan ook dat het ons zal vergaan zoals op dat plaatje uit het sovjettijdperk waar een burger gevolgd wordt door twee KGB-agenten, die op hun beurt bewaakt worden door twee andere agenten, zodat er een oneindige rij ontstaat van personen die elkaar in de gaten houden. Het heeft geen zin om de beschikbare instrumenten zomaar te vermenigvuldigen. Zaak is dat er een duidelijke, democratische koers wordt gevaren, en daarbij is voor het Parlement een belangrijke rol weggelegd. Ik denk niet dat de oprichting van een nieuw machtscentrum in de Commissie de bestaande problemen uit de wereld zal helpen. Het is een algemeen voorkomende menselijke zwakte om mazen in de wetgeving te zoeken en ik geloof dat er daarover gezegden in alle talen zijn; er is zeker zo n gezegde in het Spaans. Anders gezegd, het probleem wordt niet opgelost door steeds meer regelgeving en voorschriften in te voeren. Het komt erop aan om een concrete bewakingsmogelijkheid te ontwikkelen. In die zin lijkt het voorstel om OLAF te koppelen aan de Europese openbare aanklager mij bijzonder interessant. Ik zou willen weten wat de Raad - niet de Commissie - hiervan denkt, omdat het vooral de regeringen zijn die zich verzetten tegen de instelling van een Europese openbare aanklager. Het Parlement en de Commissie zijn het over deze kwestie nogal eens. Daarom, mijnheer de Voorzitter, is het nodig dat wij een urgentieprocedure op gang brengen zodat deze vraagstukken nog tijdens de huidige zittingsperiode kunnen worden besproken. Mijnheer de Commissievoorzitter, u hebt het over 25 of 30 commissarissen. Is dat een mogelijke compromisoplossing met het oog op de Top van december? Immers, uit de optelling blijkt dat sommige landen twee commissarissen krijgen. Tot slot nog een laatste punt. Blijft u bij uw voorstel om de portefeuilles te verdelen en binnen de Commissie met senior en junior commissarissen te gaan werken? (Applaus) Clegg (ELDR). (EN) Mijnheer de Voorzitter, namens de ELDR-Fractie wil ik mij aansluiten bij de mensen die voor mij gesproken hebben door uiting te geven aan onze gevoelens van solidariteit en medeleven en onze condoleances voor de nabestaanden van de Italiaanse carabinieri en andere slachtoffers van de aanslag in Irak

10 14 18/11/2003 vorige week en natuurlijk ook voor de nabestaanden van de slachtoffers van de afschuwelijke aanslagen op de synagogen in Istanboel. Ik zou willen afwijken van het politieke vuurwerk van een paar van de vorige sprekers door me te concentreren op het onderwerp dat vandaag aan de orde is - het jaarlijkse wetgevingsprogramma. Ik wil allereerst onderstrepen dat de ELDR-Fractie de voorzitter van de Commissie steunt in zijn recht om zich persoonlijk uit te laten over politieke kwesties met betrekking tot de toekomst van de Europese Unie. Het moet mij, als liberaal die veel waarde hecht aan de diversiteit en het pluralisme van de publieke opinie, wel van het hart dat ik enige persoonlijke twijfels koester over de vraag of het verstandig is om te pleiten voor twee tegenover elkaar staande blokken in het Europees debat, zij het hier, of meer in het algemeen, in de lidstaten. Om terug te komen op het jaarlijkse programma: andere collega's zullen later over de kwestie-eurostat spreken. De ELDR-Fractie heeft de verbeteringen die de afgelopen jaren zijn aangebracht in de wijze waarop de Commissie dit belangrijke document heeft gepresenteerd, altijd toegejuicht. Tot een paar jaar geleden leek het niets meer dan een grillige boodschappenlijst van wetgevingsvoorstellen en nietwetgevingsvoorstellen. Er zijn pogingen geweest, zowel dit jaar als in voorgaande jaren, om een enigszins strategische denkwijze toe te passen en wij juichen een aantal van de recente vernieuwingen toe, zoals de ontwikkeling van meer rigoureuze effectbeoordelingsprocedures. Hoe dan ook, er is, zoals voorzitter Prodi terecht opmerkte, nog steeds ruimte voor verbetering, en we willen graag drie terreinen belichten waarop het document dat ons vandaag gepresenteerd is in onze ogen ernstig tekortschiet. Ten eerste: de keuze van de drie strategische prioriteiten - namelijk uitbreiding, stabiliteit en groei - is op zich prima. Maar deze prioriteiten zijn zo gebrekkig omlijnd dat je je moeilijk kunt voorstellen dat iemand het niet met ze eens kan zijn. En het lijkt net zo moeilijk om een wetgevingsvoorstel of een niet-wetgevingsvoorstel te bedenken dat níet onder een van deze strategische prioriteiten zou vallen. Met andere woorden, er lijkt geen echte keuze ten grondslag te liggen aan hetgeen de Europese Commissie dit jaar voorstelt en aan de gewenste strategische prioriteiten van de Europese Unie. Integendeel, het risico bestaat dat er een zeer onbestemde benadering van EU-aangelegenheden ontstaat vanwege het onbestemde karakter van de drie prioriteiten zelf. Ten tweede is er geen aanwijsbaar verband te vinden tussen deze drie vage prioriteiten en de uitvoerige bijlagen met wetgevingsvoorstellen en nietwetgevingsvoorstellen. Wij begrijpen wel dat een van de bijlagen, die net als de andere zo'n vijftig wetgevingsvoorstellen bevat, zogenaamd betrekking heeft op de prioriteiten en dat de andere bijlage dat niet heeft. Wie deze lijsten heeft bestudeerd weet dat ze onderling verwisselbaar zijn. De voorstellen zijn niet duidelijk ingedeeld naar prioriteit, maar kunstmatig verdeeld in twee categorieën. Met andere woorden, bij de selectie van de wetgevingsvoorstellen en nietwetgevingsvoorstellen die hier vandaag op tafel liggen, lijken de prioriteiten zelf helemaal niet als leidraad te hebben gefungeerd, wat deze selectie opnieuw een enigszins kunstmatig karakter geeft. Ten derde: deze zomer hebben we, zoals de voorzitter van de Commissie en de voorzitter van de Raad ook al vermeldden, allen een Interinstitutioneel Akkoord getekend dat er uitdrukkelijk op is gericht om een betere wetgeving in de Europese Unie mogelijk te maken. In dit Interinstitutioneel Akkoord heeft de Commissie zich zonder meer verplicht om bij de presentatie van het jaarlijks wetgevingsprogramma in detail toe te lichten welk wetgevingsinstrument voor elk voorstel gekozen wordt en welke rechtsgrond ervoor gehanteerd wordt. De lijvige, ietwat ondoorgrondelijke bijlagen, maken wel hier en daar gewag van rechtsgronden, maar bevatten geen enkele verwijzing naar de wetgevingsinstrumenten waarvoor gekozen wordt. Het mag toch niet waar zijn dat de Commissie slechts een paar maanden na de ondertekening van een Interinstitutioneel Akkoord over betere wetgeving, er bij de eerste de beste gelegenheid al niet in slaagt om de beloften van dat Akkoord gestand te doen? Als dat zo is, voorspelt dat niet veel goeds voor de verbetering van de wetgeving in de toekomst. Dit is een enorm belangrijk moment in de wetgevings- en politieke cyclus van de Europese Unie. Dit is het moment waarop de Europese Commissie haar opperste privilege en prerogatief uitoefent namelijk het alleenrecht van initiatief. Dat recht van initiatief is alleen verdedigbaar als het wordt uitgeoefend op een manier die volledig controleerbaar en transparant is en waarbij de motieven volledig worden toegelicht en de politieke verantwoordingsplicht gegarandeerd wordt nageleefd. Op basis van wat we vandaag hebben gezien geloven we niet dat dat het geval is. Er is nog steeds veel ruimte voor verbetering. (Applaus) Blak (GUE/NGL). (DA) Mijnheer de Voorzitter, namens de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links en in het bijzonder namens mijn Italiaanse collega's, wil ik ons medeleven betuigen aan de Italiaanse en Iraakse families die zo hard getroffen zijn. Wij keuren de vreselijke handelingen van de terroristen uiteraard af en wij veroordelen ze fel. Ik wil de spreektijd van de GUE/NGL-Fractie graag benutten om het over Eurostat te hebben en ik wil vooraf duidelijk stellen dat mijn fractie niet aanstuurt op een aftreden van de Commissie-Prodi naar aanleiding van Eurostat, in tegendeel wij willen deze zaak afhandelen, zodat de Commissie het laatste jaar in alle rust kan werken. Met de uitbreiding en de totstandbrenging van stabiliteit en groei, niet alleen in de EU, maar in de hele wereld, heeft de Commissie een ambitieus werkprogramma voor Helaas zal het Eurostatschandaal als een schaduw over de Commissie hangen

11 18/11/ tot duidelijk is wie de politieke verantwoordelijkheid ervoor op zich moet nemen. Wij verzoeken de heer Prodi de voor Eurostat bevoegde commissaris zijn bevoegdheid dienaangaande te ontnemen, zodat de Commissie in alle rust kan werken. Wij hebben het definitieve rapport van de dienst Interne audit over Eurostat ontvangen. Het bevestigt helaas wat wij al lang wisten, namelijk dat de administratie van Eurostat een schande was. Het was voor de dienst Interne Audit echter niet gemakkelijk vast te stellen wat er in Eurostat allemaal gebeurd is. Er is geen archief en de meeste documenten ontbreken. Het is daardoor niet mogelijk veel te zeggen over de praktijken na 1999, maar wij weten dat de illegale rekeningen tot de zomer van vorig jaar en dit jaar bestonden. Het gevaar bestaat dat er heel veel geld in verkeerde handen is gekomen. Wij weten dat er nog steeds geen databank van de contracten bestaat. Wij weten dat de audits zonder gevolg gebleven zijn. Wij weten dat er bijna nog niets gebeurd is om orde op zaken te stellen. Wij weten, met andere woorden, dat het beheer van Eurostat op een schandalige manier gevoerd is, ook na Wie neemt de verantwoordelijkheid daarvoor op zich? Blijkbaar niemand. De Commissie-Santer werd vijf jaar geleden tot aftreden gedwongen, omdat het Comité van wijzen tot de conclusie was gekomen dat er in de Commissie niemand bereid werd gevonden de verantwoordelijkheid op zich te nemen. Na een hele reeks hervormingen hadden wij eigenlijk verwacht dat dit nu anders zou zijn, maar wij maken weer hetzelfde mee. Na de val van de Commissie-Santer hebben wij een nieuw artikel in het Verdrag ingevoegd. De voorzitter van de Commissie heeft nu de mogelijkheid een lid van zijn Commissie te ontslaan. Voorzitter Prodi heeft dit niet willen doen met het argument dat commissaris Solbes niet op de hoogte was van wat er bij Eurostat gebeurde. De heer Prodi heeft echter toegegeven dat commissaris Solbes passief is gebleven. Dit is naar mijn persoonlijke mening en die van mijn fractie even erg. Passiviteit en onverschilligheid zijn ook vormen van misdrijf waarvoor men zijn verantwoordelijkheid dient op te nemen. De heer Prodi heeft vandaag zijn actieplan voor Eurostat voorgelegd. Ik wil niet onder stoelen of banken steken dat mijn fractie de buik vol heeft van actieplannen. Wij willen resultaten zien. De voorbije vier jaar zijn er een hele reeks actieplannen en hervormingsplannen geweest. Het is natuurlijk positief dat er plannen zijn voor nieuwe en betere procedures en wij steunen dergelijke initiatieven beslist, maar ze volstaan niet. De mentaliteit moet veranderd worden en dat kan alleen als de voorzitter zijn ambtenaren een sterk signaal stuurt. Onregelmatigheden en fraude mogen niet ongestraft blijven. Herinner u de wijze woorden van de heer Prodi. Nultolerantie voor fraude. Bij deze mooie woorden is het blijkbaar gebleven. In de Commissie begrotingscontrole gaf ik nog geen uur geleden de raad een andere commissaris te zoeken die Eurostat het laatste jaar onder zijn hoede neemt, zodat commissaris Solbes zijn andere bevoegdheden kan behouden. Voor het beheer van Eurostat krijgt hij een nul. Met zijn passiviteit heeft hij een cultuur van systematisch geknoei en onregelmatigheden in stand gehouden. Hij kan met andere woorden niet langer verantwoordelijk zijn voor Eurostat. Ik hoop echt dat de Commissie haar belofte inzake consequentie en nultolerantie ten opzichte van fraude nakomt, alsook dat ze iemand anders vindt die zich met Eurostat bezighoudt Frassoni (Verts/ALE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ook mijn fractie is diep geschokt door de tragische gebeurtenissen van de afgelopen dagen en schaart zich achter de blijken van medeleven. Het is echter illusoir te denken dat uit een verkeerde oorlog als bij een wonder vrede en democratie zouden kunnen voortspruiten. Het Midden-Oosten toont ons dagelijks aan dat vrede en democratie steeds verder in het verschiet komen te liggen en dit ook te wijten is aan het onvermogen van de internationale gemeenschap om tot echte samenhang te komen. De voorzitter van de Commissie is zijn redevoering vandaag begonnen met een optimistisch noot. Hij zei dat het doel van het groter Europa, van het Europa dat in staat is te antwoorden op de uitdagingen van deze tijd, binnen handbereik is. Daar ben ik het mee eens, maar ik vrees toch dat de voorgestelde recepten soms in het teken staan van een nogal conformistische politieke en economische visie. Wat daarbij in het middelpunt staat is niet het meest innovatieve en het meest stoutmoedige dat de Unie te bieden heeft. Collega Poettering, ik verzeker u dat de logica van het werkprogramma precies dezelfde is als die van het manifest van voorzitter Prodi. Aangezien wij graag aan politiek doen en onszelf voor een echte Europese politieke kracht houden, zijn onze opmerkingen mutatis mutandis van toepassing op beide documenten. De Commissie heeft zelf toegegeven dat zij enkel de economische aspecten van de strategie van Lissabon vastberaden heeft bevorderd. Voorzitter Prodi, dat is niet voldoende. Wij vrezen dat achter het politiek correcte concept van duurzame groei continue groei schuil gaat. De praktijk en de bestaande instrumenten tonen aan dat de milieudimensie een soort assepoester is. U weet dat het Groei-initiatief voor ons zeer belangrijk is, maar wij kunnen echt niet warm lopen voor de lijsten met wegen, vliegvelden en hogesnelheidstreinen. Daar zijn miljarden voor nodig, miljarden die voor een groot deel nog virtueel zijn. Een zeer belangrijk punt voor ons is de transparantie. Het is absoluut noodzakelijk dat de criteria voor financiering door de Europese Investeringsbank transparanter worden en het Europese Parlement sterker wordt betrokken bij de vaststelling daarvan. Wij zijn ook niet te spreken over het feit dat de Commissie blijft weigeren een actieplan voor energieefficiëntie te lanceren. Zij moet ophouden tegen kernenergie te knipogen. Wij hebben veeleer een overtuigend kader nodig voor investeringen in technologie, opdat wij hulpbronnen kunnen sparen en

12 16 18/11/2003 ons kunnen inzetten voor de sociale samenhang, het onderwijs en de innovatie. Afgezien daarvan is de Commissie ook veel te laat gekomen met haar voorstellen voor de hervorming van de structuurfondsen, en daarom zijn wij er niet zo zeker van dat de Unie tijdig een antwoord zal weten te geven op de uitdagingen in verband met de groei en de uitbreiding. Voor het welslagen van het Groei-initiatief is ook een intelligente toepassing van het Stabiliteitspact nodig - waar wij, mijnheer Prodi, nogmaals graag uw mening over willen horen - evenals een serieus programma voor de eerbiediging van het Protocol van Kyoto. Zonder een duidelijke koerswijziging in de meeste lidstaten zal de Unie niet in staat zijn aan haar verplichtingen te voldoen. Enkele maanden geleden hebben wij u, voorzitter Prodi, voorgesteld een stabiliteitspact voor het klimaat te lanceren. Daar hebben wij helaas geen antwoord op gekregen. Nu ons nog maar enkele weken scheiden van de COP9 in Milaan, willen wij u nogmaals attenderen op dat voorstel. Net als bij de begrotingstekorten moet de Commissie ook bij de doelstellingen van Kyoto de lidstaten die deze doelstellingen nog niet kunnen bereiken, tot de orde roepen. Ik noem hier met name Spanje, Italië en Portugal. Volgens ons ontbreken verder bepaalde vraagstukken in uw wetgevingsprogramma. Ik kan ze niet allemaal noemen en zal mij daarom beperken tot twee. Het Europees Parlement vraagt, mevrouw Reding, nu al bijna twee jaar lang met grote eensgezindheid om een ontwerprichtlijn, of tenminste een groenboek, over het vraagstuk van de mediaconcentratie en de vrijheid van informatie. Wij maken uit uw manifest op dat dit vraagstuk u na aan het hart ligt, maar waarom is de Commissie dan niet in staat daar iets aan te doen? Tot slot zijn al enkele maanden verstreken sedert de mislukking van Cancún en ik zou graag willen weten tot welke conclusies de Commissie is gekomen en wat zij van plan is te doen. Dat is namelijk een groot mysterie. Ook ontbreekt de band met de verwezenlijking van de millennium goal, commissaris Lamy. Dan tot slot nog de Eurostat-kwestie. Voorzitter Prodi, u zei dat u uit de Eurostat-kwestie lessen hebt geleerd. Uit uw tekst blijkt echter dat u één les kennelijk niet hebt geleerd. De Commissie moet namelijk veel meer naar het Parlement luisteren. De aanbevelingen in de kwijtingsverslagen zijn geen vriendschappelijke suggesties, maar dingen die de Commissie dwingen te handelen, tijdig te handelen. Na een futloze Commissie hebben wij een slagvaardige Commissie gekregen, en dat is uw verdienste. Nu hebt u nog een jaar de tijd om de Commissie doeltreffende initiatieven te laten nemen. Wij zijn voldaan over de gedragscode en de verbetering van de informatie tussen OLAF, de commissarissen en de directoraten-generaal. Wij waarderen ook - en dat zal u niet verbazen - de erkenning van de rol van de whistleblowers. Op veel van deze voorstellen had trouwens ook al het Parlement geattendeerd. Wij herinneren u er evenwel aan, voorzitter Prodi, dat transparantie een goede manier is om fraude niet alleen te bestrijden maar ook te voorkomen. Ik hoop dan ook van ganser harte dat als wij volgend jaar de nieuwe leden ontvangen - met open armen maar ook met open en transparante instellingen - wij alle gebeurtenissen van de afgelopen jaren kunnen vergeten. Ik wil u, mijnheer Prodi, ter afsluiting namens mijn fractie nog zeggen dat uw verslag tekortschiet als het om een zekere gevoeligheid gaat: kennelijk is men nog steeds niet doordrongen van de verantwoordelijkheid voor de gemaakte fouten. U hebt zelf gezegd dat er reeds voor mei 2003 signalen waren. U had die moeten zien. Volgens ons zou dat echt niet teveel gevraagd zijn van de Commissie, zeer zeker niet na de gebeurtenissen met de Commissie-Santer. (Applaus) Camre (UEN). (DA) Mijnheer de Voorzitter, namens de Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten betuig ik mijn medeleven en respect aan de familie van de Italiaanse politieofficieren, die hetzelfde lot hebben ondergaan als Amerikaanse en Engelse soldaten, en gedood werden door terroristen in Irak sinds het Parlement voor het laatst bijeen was. Wij betuigen tevens ons medeleven en respect aan de familie van de mensen die gedood zijn bij de aanslag op de synagoge in Istanboel. De westerse wereld moet de rangen sluiten bij de bestrijding van het terrorisme. Ik wil ook een woordje zeggen over de toelichting van de heer Prodi betreffende het Eurostat-schandaal. Wie de heer Prodi gehoord heeft, bijvoorbeeld vandaag in de Commissie begrotingscontrole, zou geloven dat wij allemaal regelrecht uit het oerwoud komen en dat openbaar bestuur iets is dat we nog moeten uitvinden. De heer Prodi heeft alles opgesomd wat niet functioneert, het gebrek aan communicatie tussen de Commissie en de controleorganen, de interne audit van OLAF, het Parlement, enzovoort. De heer Prodi belooft verbetering, maar de regeringen van de lidstaten met hun ministeries die groter zijn dan de Commissie kennen dit soort problemen. In alle normale democratieën zijn het politieke systeem en de administratie zo opgebouwd dat fraude en misbruik van middelen niet voor kunnen komen of snel aan het licht worden gebracht. De Commissie moet dit alles nog uitvinden. Dit getuigt slechts van totale onbekwaamheid van de Commissie en gebrek aan goede wil in een systeem dat gekenmerkt wordt door een stagnerende administratiecultuur. Het is de reden waarom de Commissie begrotingscontrole zo moeilijk de hand kan leggen op de analyserapporten en zwijgplicht heeft gekregen. Bepaalde mensen wisten al langer van het schandaal af en bepaalde mensen wilden het verbergen. De heer Prodi beweert dat zijn hervorming die hij in 1999 gestart is, reeds vruchten afwerpt. Hoe verklaart hij dan dat de pers en het Europees Parlement al meer dan een jaar op de hoogte waren van het Eurostat-schandaal voordat de EP-leden de Commissie tot handelen dwongen?

13 18/11/ De heer Prodi heeft meegedeeld dat OLAF zich reeds jarenlang met de fraude in Eurostat bezighield zonder daarover met de Commissie een woord te wisselen. Toch heeft de heer Prodi het volste vertrouwen in de heer Brünner en OLAF. Er zijn daarvoor drie mogelijke verklaringen: ofwel heeft de Commissie de directeur van OLAF totaal idiote instructies gegeven, waardoor hij de Commissie niet inlicht, ofwel wou de Commissie kwalijke zaakjes gedurende jaren in een geheimzinnig OLAF in de doofpot houden, ofwel is de directie van OLAF ongelooflijk naïef en ziet ze niet in dat het luiden van de alarmklok een politieke noodzaak is, zodat de Commissie degelijk wordt ingelicht over dergelijke ernstige vormen van fraude. De heer Prodi zegt dat hij nu strenge beslissingen heeft genomen. Neen, mijnheer Prodi, dat heeft u niet gedaan. U heeft alleen enkele criminele directeuren uit hun ambt ontheven met behoud van hun volledige salaris. U heeft dit slechts gedaan onder druk van de Commissie begrotingscontrole en het Parlement. U draagt de volledige verantwoordelijkheid. Dit Parlement is naïef als het uw administratie kwijting verleent Bonde (EDD). (DA) Mijnheer de Voorzitter, schuld en verantwoordelijkheid zijn niet hetzelfde. Wie draagt de politieke verantwoordelijkheid voor het Eurostatschandaal? Dat iemand geld uit de kas heeft gehaald is geen schandaal. Het is echter wel schandalig dat wij met een boekhoudsysteem werken dat zoiets toelaat. 47 controleurs en andere deskundigen hebben zich sinds juni 2003 met de Eurostat-zaak beziggehouden. Zij hebben 78 contracten opgevraagd, maar er slechts 60 gekregen. Van de 60 contracten voldeed 28,5 procent niet aan de aanbestedingsregels van de EU. Waar zijn de ontbrekende 18 contracten? Wie is er verantwoordelijk voor het verdwijnen van die contracten? Wie kan ze bezorgen? Er moeten toch kopieën zijn bij de betreffende firma's? Waarom zijn ze niet onmiddellijk opgedoken? Waar zijn de bankuittreksels van de geheime rekeningen? Wie is verantwoordelijk voor het feit dat de 47 controleurs deze contracten niet gekregen hebben? Wie zal ervoor instaan dat alle bewijzen nu op tafel worden gelegd? Mijnheer Prodi, u heeft zonet een gedachtewisseling met de Commissie begrotingscontrole gehouden in de lokalen van mijn fractie. U heeft beloofd dat er openheid komt en dat voor fraude nultolerantie geldt, maar dat beloofde u ook reeds in Tot nog toe is er vooral nultolerantie getoond tegenover de mensen die fraude aan het licht hebben gebracht en gewaarschuwd hebben voor het boekhoudsysteem dat zoiets toelaat. De Commissie is krachtig opgetreden tegen Paul van Buitenen, Marta Andreasen en Dorte Smidt-Brown. Zij werden snel en resoluut weggewerkt. Wie zal ze in hun eer herstellen? Wanneer zult u de heer Solbes zeggen: "Pedro, jij bent misschien niet schuldig, maar Eurostat valt onder jouw verantwoordelijkheid. Neem ontslag. Ik aanvaard het voorstel van de heer Blak en neem zelf de verantwoordelijkheid voor de volledige opheldering van het Eurostat-schandaal." Pannella (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, dames en heren, ik heb geen idee wie de condoleances van het Parlement voor de moord op de Italiaanse militairen en de Iraakse burgers zou kunnen waarderen. Degenen die dood zijn weten dat zij om dezelfde redenen zijn vermoord als hun Amerikaanse en Engelse collega s. Om diezelfde redenen zijn wij ook in Istanboel aanwezig, met ons dubbel, driedubbel laf Europa, met het Europa dat algemeen gesproken de dimensie van de gebeurtenissen in Istanboel nodig heeft om een Israëliër dezelfde menselijkheid te kunnen geven als een Palestijn, dezelfde menselijkheid als iemand die welgevallig is aan dit Europa van Vichy, aan dit half-pacifistisch Europa, aan dit Europa van ons Parlement, dat op dit moment met nog geen tien procent van zijn leden in deze zaal aanwezig is. Telt u maar: achtenvijftig, nog geen tien procent van de leden. Maar zo hoort het eigenlijk ook want dit Parlement is een stemfabriek, een partijzuchtige stemfabriek. Europa heeft geen enkele verdienste als het zijn condoleances aanbiedt, want deze condoleances bestaan uit objectieve solidariteit, solidariteit tegen George Bush, voor Saddam Hoessein, zoals altijd, in alle gebeurtenissen. Mijnheer de voorzitter van de Commissie, ik lees uw redevoering, waar de titel: De toestand van de Unie boven staat. Dit doet bij mij een licht branden: ik dacht dat de redevoering over de toestand van de Unie in Washington werd gehouden, in het Washington dat uw Europa zo veracht, net als in 1939 en 1940, net als het niet alleen de plutocratische joodsvrijmetselaarsdemocratieën van 1940, het Frankrijk van Jacques Doriot, en dat van maarschalk Philippe Pétain verachtte maar ook degenen die riepen: sterven voor Danzig, sterven voor Danzig! dat nooit en te nimmer, jamais! - op het moment dat het schandelijk pact moordde onder het pacifistisch symbool: München; het schandelijk pact van de Shoa dat de fascistische, communistische, fundamentalistische en contrareformatorisch alliantie voortbracht. Het Europa van de hervormingen, voorzitter Prodi? Neemt u mij niet kwalijk, maar zonder de prachtige barok van Bernini is dit het Europa van de contrareformatie, het Europa van het tijdperk waarin de absoluut perverse diplomatie van de koningspaus Dante Alighieri ertoe bracht de Heilige Stoel, die de geschiedenis en de missie van Christus misbruikte in het belang van de meest laag-bij-de-grondse, wereldse zaken een schaamteloze hoer noemde; dat sloeg op het Vaticaan van toen maar past volgens mij ook op het Vaticaan van nu. Ik citeer Dante met pijn in het hart, maar mijns inziens is dit een toepasselijk citaat. De toestand van de Unie, mijnheer de Voorzitter: volgens uw gemeenschappelijke standpunten -

14 18 18/11/2003 Parlement, Raad en Commissie - zouden wij een Commissie moeten hebben met dertig leden, of binnenkort vijfendertig, want wij zijn de Verenigde Staten van Europa. Maar natuurlijk zou de president van de Verenigde Staten een vijftigtal ministers nodig hebben om goed te kunnen functioneren, of niet soms? Op die manier zult u Europa echter niet verenigen. Op die manier krijgen wij het andere Europa niet, het Europa van Altiero Spinelli, Alcide De Gaspari en Konrad Adenauer, in plaats van dat van Erich Ollenhauer of van zijn andere nationalistische sociaaldemocratische tijdgenoot. De toestand van de Unie: deze Unie, voorzitter Prodi, is het Europa dat alle dictaturen financiert waarmee het betrekkingen onderhoudt op grond van een crimineel beleid. Artikel 2, dat normaliter ten grondslag ligt aan de overeenkomsten met dictatoriale landen, is een vodje papier. Momenteel hebben wij hier in Straatsburg de vertegenwoordigers van het echte Vietnam van morgen, van het Vietnam van altijd: wij hebben hier de vertegenwoordigers van de Verenigde Boeddhistische Kerk van Vietnam en zij vragen u om een ontmoeting. Tegenover hetgeen dagelijks in Vietnam, Cambodja, en in heel de wereld gebeurt, scharen wij ons, met de heer Solana en alle anderen, net als in het geval van het voormalig Joegoslavië voornamelijk aan de zijde van Milosevic, en tegen al diegenen die voor de democratie vochten. De toestand van de Unie is om te huilen, want dit is de toestand van het Europa van de televisie, van München, van het fascisme en het communisme, van de democratische en burgerlijke onwaardigheid. (Applaus) Grossêtete (PPE-DE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, dames en heren. Zoals mijnheer Prodi al zei, wordt 2004 een heel belangrijk jaar, vol uitdagingen. De Europese verkiezingen van juni zullen bijzonder zijn, omdat de tien nieuwe landen dan deelnemen. Hiermee wordt de grootste uitbreiding in de geschiedenis van Europa een feit. De verkiezingen zullen in het teken staan van de zo verhoopte Europese Grondwet, gebaseerd op het uitstekende ontwerp van de Conventie. Tegelijkertijd is het internationale klimaat instabiel. De oorlog in Irak raakt steeds verder in het slop, het internationale terrorisme neemt in hevigheid toe, de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten staan voor de deur en de economische situatie in Europa blijft precair. Daarom moeten wij op koers blijven met een sterke en onafhankelijke Commissie aan het roer. Natuurlijk hopen wij allemaal op tekenen van economische heropleving, maar wanneer deze zich voordoen, zal de Commissie ook in staat moeten zijn hierop in te spelen. Ze zal alle mogelijkheden moeten benutten, die haar economische en werkgelegenheidsbeleid kunnen ondersteunen. Het Europees Parlement kan het zich niet veroorloven een jaar te verliezen. Dit zou de burger niet begrijpen. We moeten ons concentreren op de voorstellen die absoluut moeten worden aangenomen voor het einde van de zittingsperiode, dus tijdens het eerste kwartaal van Ook moeten we de voortgang volgen van de voorstellen waarvan we met spanning de eerste lezing afwachten. Voor het tweede opeenvolgende jaar hebben we gebruik gemaakt van de gestructureerde dialoog tussen de parlementaire commissies en de commissarissen. Wij steunen deze werkwijze, maar zijn van mening dat de dialoog nog voor verbetering vatbaar is. Daarom stellen wij voor om voortaan een meer betrouwbaar interinstitutioneel tijdschema te volgen, dat meerdere jaren beslaat. Zo worden de follow-up en de concrete evaluatie van de geboekte resultaten vergemakkelijkt. Bovendien zou de follow-up van de wensen van het Parlement stipter moeten worden georganiseerd waar het gaat om aanvullende acties op het programma. Met het oog op de uitbreiding hebben wij vertrouwen in onze tien toetredende vrienden. Wij weten dat zij enorme vooruitgang hebben geboekt. Maar wij staan op de naleving van het acquis communautaire en op de toepassing van de teksten inzake de bewaking van de nieuwe buitengrenzen. Ook hechten wij groot belang aan de controle op de nucleaire veiligheid binnen de uitgebreide Unie. Deze uitbreiding maakt een institutionele aanpassing absoluut noodzakelijk. Onze fractie wil vasthouden aan de werkzaamheden van de Conventie en is dan ook van mening dat dit ontwerp de basis moet vormen van het Grondwettelijke Verdrag. De Commissie heeft beloofd om onze wetgeving te verbeteren door deze toegankelijker, leesbaarder, transparanter en eenvoudiger te maken. We zullen hierop toezien! Het gaat hier om een van de belangrijkste verwachtingen van de burger. De toegevoegde waarde van de Europese Unie ligt in de bestrijding van illegale immigratie, in het gemeenschappelijke beheer van onze grenzen, in de strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde misdaad. Dit is mogelijk dankzij een intensievere samenwerking op het vlak van politie en justitie, waarbij een gemeenschappelijk asielbeleid wordt ontwikkeld dat gericht is op duidelijke procedures. Deze acties moeten worden uitgevoerd in samenwerking met de landen van het Middellandse-Zeegebied en de nieuwe buurlanden van de uitgebreide Unie, namelijk Rusland, Oekraïne, Moldavië en Wit-Rusland. Maar ook duurzame ontwikkeling zorgt voor stabiliteit. Daarom mogen we dit concept tijdens onze werkzaamheden als wetgever nooit uit het oog verliezen. We kunnen goede duurzame ontwikkeling bereiken door het particuliere initiatief te stimuleren, de burger vorming en voorlichting te bieden, en het gezonde macro-economische beleid voort te zetten om banen te scheppen. We moeten de structurele hervormingen sneller doorvoeren en investeringen in de infrastructuur en in menselijk kapitaal aanmoedigen. Deze maatregelen moeten binnen de agenda van Lissabon worden

15 18/11/ genomen, die bedoeld is om het economische potentieel te verhogen door meer flexibiliteit op de goederen-, kapitaal- en arbeidsmarkten. We moeten de burger centraal stellen in ons beleid. Of het nu gaat om het vervoersbeleid of het onderzoeksbeleid, dat nog steeds de braindrain niet heeft kunnen tegengaan. Maar de burger moet eveneens de spil zijn in het telecommunicatiebeleid, waar we oog moeten hebben voor de internetontwikkeling. Dit geldt ook voor het structuurfondsenbeleid, dat van groot belang is voor de heropleving van al onze regio s, niet alleen in de nieuwe lidstaten. Daarom verwachten we dat uw beleid duidelijk rekening houdt met de verhoogde levensverwachting. Dit heeft allemaal te maken met duurzame ontwikkeling. Wij staan overigens positief tegenover de thematische milieustrategieën, maar we betreuren dat er geen initiatieven zijn genomen voor het stedelijk milieu en dat er niets is gedaan met de Raad van Thessaloniki. Hier was namelijk besloten om een Europees diplomatiek netwerk te bevorderen voor milieu en duurzame ontwikkeling. Het volgende jaar zal onvermijdelijk wat worden ingekort door de Europese verkiezingen, maar Commissie en Parlement zullen beide genoeg te doen hebben. Zoals ik al zei aan het begin van mijn interventie, moet u uw koers in 2004 vervolgen. Ik betreur, tot slot, dat de lidstaten zo weinig doen voor de tenuitvoerlegging van de communautaire wetgeving, zeker wat de medebeslissingsprocedure betreft VOORZITTER: DE HEER SCHMID Ondervoorzitter Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Prodi, in uw voorstellen neemt de uitbreiding terecht een centrale plaats in bij uw afwegingen voor Het besluit voor die uitbreiding is inmiddels weliswaar officieel genomen, maar in veel hoofden - wellicht ook in dit Parlement, maar met name onder de bevolking - nog niet echt doorgedrongen. Daarom is het goed dat de Commissie de komende maanden intensiever tracht te waarborgen dat alle landen die per 1 mei 2004 tot de Europese Unie toetreden, daartoe ook alle noodzakelijke voorbereidingen treffen. Ik denk daarbij met name aan corruptiebestrijding, administratieve kwesties en nucleaire veiligheid. Ook wat Bulgarije en Roemenië betreft, moeten wij ons beleid continueren. Wij moeten luid en duidelijk zeggen dat 2010 de streefdatum is. Geen land mag er echter van uitgaan dat de streefdatum ook de toetredingsdatum is indien de hervormingen die zij in gang hebben gezet geen adequaat vervolg krijgen. Mijnheer Prodi, u zult volgend jaar het besluit van de Raad over Turkije moeten voorbereiden. Ik verzoek u echter om daarbij met de volgende overweging rekening te houden: indien er geen positief besluit over het starten van de onderhandelingen genomen wordt, dient u ideeën te ontwikkelen over de wijze waarop wij tot aan de start van die onderhandelingen - en zelfs tijdens de opstartfase - een betere samenwerking met Turkije kunnen bewerkstelligen. De gebeurtenissen van de afgelopen dagen in Istanboel hebben weer eens aangetoond hoe belangrijk de samenwerking met Turkije is, juist ook op het gebied van de veiligheid. Los van de toetreding moeten wij ook voor een betere en meer gecoördineerde samenwerking zorgen. In verband met de uitbreiding dienen wij ook aandacht te besteden aan de kwestie van de effectieve en veilige buitengrenzen. Ik ben het met u eens dat dit met het oog op een wider Europe een belangrijk onderwerp is. Daarvoor is echter ook de samenwerking met onze buurlanden van doorslaggevend belang, bijvoorbeeld bij het voorkomen van grensoverschrijdende criminaliteit, en in de strijd tegen de mensensmokkel. De ontwikkelingen op de Balkan hebben aangetoond dat het heel goed mogelijk is om van de kant van de Europese Unie een dergelijke, vruchtbare samenwerking tot stand te brengen. Indien echter het woord migratie in de mond wordt genomen, is het essentieel dat er ook van integratie sprake is. Ik zou graag zien dat de Commissie sommige landen erop wijst dat het er niet om gaat om de migratie te beperken, maar om degenen die legaal in de Europese Unie verblijven, beter in onze samenleving te integreren. U gaat in uw programma uitvoerig in op het groeibeleid. Wat dat betreft, steunen wij de voorstellen van de Commissie voor investeringen in netwerken en in kennis. Dit Parlement zal dan echter wel snel de besluitvorming af moeten ronden zodat wij dit groeiprogramma ook ten uitvoer kunnen leggen. Investeringen zijn inderdaad belangrijk, maar daarbij moeten wij ons realiseren dat er zeker ook in kennis en in netwerken geïnvesteerd moet worden. Wij hebben namelijk juist in de afgelopen maanden kunnen constateren dat als wij liberaliseren, maar niet tegelijkertijd ook stimuleren dat er in de netwerken wordt geïnvesteerd - bijvoorbeeld op energie- of vervoersgebied - dit tot een tijdelijke of langdurige instorting van die netwerken kan leiden. Als wij Europa willen moderniseren, moeten wij meer in kennis en in infrastructuur investeren. Dat geldt zowel voor de Europese Unie als geheel als voor de lidstaten afzonderlijk. Met betrekking tot de liberalisering en harmonisatie, zou ik u willen verzoeken, mijnheer Prodi, om ook rekening te houden met het feit dat wij naar een Europees maatschappijmodel streven. Naar mijn idee komt dat in uw voorstellen te weinig tot uitdrukking. Ik heb vaak de indruk dat wij in bepaalde fasen van de liberalisering en de harmonisatie liberaler zijn dan de uitgangspunten van de neoliberalen en Amerikaanser dan de Amerikanen. Wij moeten echter ook rekening houden met de sociale gevolgen; wij moeten de strijd tegen sociale uitsluiting en armoede centraal stellen. Is het niet rampzalig dat er vandaag de dag in uiteenlopende landen weer van een grotere armoede sprake is? Dat komt ook misschien doordat er bij de bezuinigingsprogramma s niet genoeg gekeken wordt naar de gevolgen van die bezuinigingen

16 20 18/11/2003 en die liberaliseringsmaatregelen voor de verschillende sociale groepen. Dat wil niet zeggen dat wij dan maar niet moeten liberaliseren, maar enkel dat wij bij het liberaliseren ook rekening moeten houden met de sociale gevolgen en met werkloosheidsaspecten, en dergelijke. In dit verband wijs ik ook op het belang van de openbare diensten; een onderwerp waarover wij ons de komende weken in dit Parlement ook nog zullen buigen. Daarover vind ik te weinig terug in de voorstellen van de Commissie. Veel openbare diensten zijn een karakteristieke weerspiegeling van het Europese maatschappijmodel dat wij ook graag zo overtuigend mogelijk naar buiten toe willen uitdragen. Daarom verzoek ik u om daar bij uw werkzaamheden meer rekening mee te houden. Ik zou nog graag twee opmerkingen willen maken. De eerste betreft het buitenlands beleid. Wij hebben hier heel vaak de houding van dit Parlement en van de Europese Unie ten opzichte van het Nabije Oosten besproken. Wij moeten sterk en daadkrachtig genoeg zijn om het doel dat wij ons gesteld hebben ook te verwezenlijken en wij moeten alle vredesinitiatieven ondubbelzinnig steunen - ook de recente overeenkomst van Genève. Geen enkele ontwikkeling in het Nabije Oosten en geen enkele kritiek op Israël kan echter ook maar in de geringste mate een rechtvaardiging zijn voor meer antisemitische uitlatingen en handelingen. Europa moet zich ervan bewust zijn dat de kritiek op de houding van de huidige Israëlische regering niemand tot antisemitische uitspraken of handelingen mag bewegen. Wij zouden allemaal onze les uit de diverse catastrofen in het verleden geleerd moeten hebben, met name uit de Tweede Wereldoorlog, en gezamenlijk stelling nemen tegen elke vorm van discriminatie en antisemitisme - dat moet ook duidelijk in ons standpunt over het Nabije Oosten tot uiting komen. U heeft het vandaag gehoord, mijnheer Prodi. Wij willen een sterke Commissie met een sterke voorzitter. U mag de anti-europeanen geen wapens in handen geven door twijfel of onzekerheid te laten bestaan of u als voorzitter tot en met de verkiezingen van volgend jaar een sterke Commissie zult vertegenwoordigen. Dit is noodzakelijk opdat de mensen beseffen waarvoor zij volgend jaar stemmen, namelijk voor een sterk, gemeenschappelijk Europa met een sterke Commissie en een sterke voorzitter van die Commissie Sørensen (ELDR). (DA) Mijnheer de Voorzitter, het is naar mijn mening positief dat de voorzitter van de Commissie, de heer Prodi, en de Commissie blijkbaar hun lesje geleerd hebben uit de Eurostat-zaak. Ze beseffen dat ze orde op zaken moeten stellen en dat er een aantal hervormingen nodig zijn om te voorkomen dat een dergelijk schandaal zich herhaalt. In het proces dat nu moet beginnen, is de garantie van een sterke interne audit uiterst belangrijk, omdat dat ondanks alles toch de eerste stap is in de ontdekking van bedrog, fraude en onregelmatigheden. Het is belangrijk dat OLAF een sterk en onafhankelijk orgaan is. Het is eveneens belangrijk dat er een duidelijke definitie komt van het begrip politieke verantwoordelijkheid. Ik ben van mening dat de politieke verantwoordelijkheid van doorslaggevend belang is, meer bepaald de politieke verantwoordelijkheid van elke individuele commissaris. Anders zijn de hervormingen naar mijn mening kansloos en zullen ze niet kunnen doordringen tot de ambtenaren en tot de laagste trap in de hiërarchie. Ik heb daarom aandachtig geluisterd naar de heer Prodi toen hij zei dat de politieke verantwoordelijkheid gedefinieerd moet worden. Daarom wil ik de voorzitter van de Commissie graag vragen wat het verschil is tussen de politieke verantwoordelijkheid waarvoor hij nu een definitie wil en de definitie van de onafhankelijke deskundigen alsook de definitie van de gedragscode die de commissarissen in 1999 hebben ondertekend? Er komt tevens een comité van toezicht dat de signalen van klokkenluiders moet opvangen. Volgens de heer Prodi had de Commissie niet de mogelijkheid om vóór mei 2003 in te grijpen. Mijn vraag luidt: Wat voor informatie moet dit comité verzamelen? Als veertien kritische controleverslagen niet genoeg blijken te zijn, als de informatie die verschillende ambtenaren aan hun commissaris bezorgen, niet volstaat, als de berichten in de pers niet genoeg zijn, als de hoorzittingen in de Commissie begrotingscontrole van het Parlement niet genoeg zijn, als de mededelingen van de dienst Interne Audit aan de bevoegde commissaris in het bevoegde directoraat-generaal niet genoeg zijn, welke signalen moeten er dan nog zijn, alvorens ingegrepen wordt? Bouwman (Verts/ALE). Mijnheer de Voorzitter, geachte leden van de Commissie, ik wil het als voorzitter van de Commissie sociale zaken even kort hebben over de sociale staat van Europa. Want langzaam maar zeker - ik neem het waar - benaderen we een situatie waarin de sociale beleidsconcurrentie sterk begint toe te nemen en waarin de Europese burger wellicht na verloop van tijd de conclusie gaat trekken dat sociale dumping een rol gaat spelen, sterker dan nu het geval is en sterker dan wij kunnen verkopen aan de burger in Europa. Wij willen graag van de Commissie een duidelijk antwoord hebben op de vraag of wij nog vóór eind maart haar standpunt over de werkgelegenheidsrichtlijnen kunnen verwachten, zodat wij tijdens de laatste plenaire vergadering in april kunnen reageren met onze positie over die werkgelegenheidsrichtlijnen tegen de achtergrond van de huidige economische situatie. Wij willen bespoediging van de richtlijnen op het gebied van de Europese ondernemingsraad en de arbeidstijden waarbij sprake is van sociale dumping. In sommige landen kun je immers zo ongeveer tot zestig uur werken, met name in Engeland. Wij willen snelheid in het pakket dat over uitzendrichtlijnen gaat. Wij willen bespoediging wanneer het gaat om de Europese sociale fondsen. Zo kan ik nog minstens vijf minuten volpraten.

17 18/11/ Angelilli (UEN). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, namens mijn fractie wil ik nogmaals mijn solidariteit betuigen met de slachtoffers van de aanslag in Nassiriyah, met hun nabestaanden en alle Europese strijdmachten die in de wereld vredesmissie uitvoeren en het terrorisme bestrijden. Ik wil mijn opmerkingen toespitsen op Eurostat. Daar zijn veel te veel vraagstukken niet opgelost en veel te weinig correctiemaatregelen getroffen. De maatregelen die getroffen zijn, zijn mijn inziens bovendien veel te laat getroffen en zullen waarschijnlijk niet veel effect sorteren. Ik ben in mijn overtuiging gesterkt nadat ik vanmorgen voorzitter Prodi heb gehoord in de Commissie begrotingscontrole. Het debat met hem bleef nogal aan de oppervlakte en soms viel daarin zelfs terughoudendheid te bespeuren. Dan de manier waarop de hele zaak werd aangepakt. De voorzitter heeft transparantie uitgeroepen tot een van de hoofddoelstellingen. Wij begrijpen dan echter niet waarom in het geval van Eurostat allerlei verwoede pogingen zijn gedaan om documenten te verdonkeremanen en een openbaar debat te vermijden. Het leek wel alsof het om een staatsgeheim ging. Ik zei het zojuist al: teveel vraagstukken zijn niet opgelost. Is er een eind gekomen aan die handeltjes ten koste van de financiën van de EU? Zo ja, wanneer? Ook vanmorgen werd weer gezegd dat de ernstigste vergrijpen zich voor 1999 hebben voorgedaan. En de minder ernstige vergrijpen? Hoe lang hebben die geduurd? Of duren die nog steeds voort? Vooral wil ik weten welke maatstaf men aanlegt om de ernst van een vergrijp te meten. De omvang van het verduisterde bedrag? Ik wil er voorzichtig aan herinneren dat fraude een ernstig delict is, zeer zeker als dit wordt gepleegd door overheidsambtenaren. Dan is het pas echt onaanvaardbaar. Hoe was het verder mogelijk dat een frauderende organisatie zolang ongehinderd in de Commissie haar gang kon gaan? Moeten wij echt geloven dat niemand iets in de gaten heeft gehad, alhoewel in de kantoren van de Commissie allerlei geruchten de ronde deden en er zelfs faxen en s waren over illegale verdiensten en valse aanbestedingen? Evenmin begrijpen wij hoe het bewakingssysteem in de Commissie werkt. Naast Eurostat zijn ook talrijke andere schandalen aan het licht gekomen, zoals bijvoorbeeld het schandaal met de graanprijs. Wat dat betreft wordt in het vanmorgen gepresenteerde document toegegeven - een belachelijke maar tegelijkertijd ook heel ernstige toegeving - dat, let wel, geleidelijk aan de fundamenten moeten worden gelegd voor een nieuwe cultuur van verantwoordelijkheid en transparantie. Wat moeten wij daaruit afleiden? Dat tot nu toe onverantwoordelijkheid en gebrek aan transparantie in de Commissie schering en inslag waren? Ik moet nog iets zeggen over Eurostat en over de ernst van het Eurostat-schandaal. Eurostat is niet zo maar een bureau; Eurostat is niet zo maar een van de vele knopen in de Europese bureaucratie. Dit is een bureau dat statistieken maakt, dat dus feitelijk garant is voor het Stabiliteitspact en de toepassing van de criteria van Maastricht toetst. Dit Bureau draagt dus bij aan de opstelling van de economische en financiële beleidsvormen van de lidstaten en dwingt de lidstaten in de praktijk tot een strikt beleid, tot een beleid dat maar al te vaak resulteert in bezuinigingen, onder meer bij de sociale voorzieningen. Dit Bureau moet bewaken. Het moet onpartijdig en gezaghebbend zijn. Ten aanzien daarvan mag niet de minste twijfel of achterdocht rijzen, hetgeen nu echter wel het geval is. Wij beseffen dat dit een lastige en pijnlijke zaak is. Er is openbaar geld gebruikt voor illegale doeleinden. Wij begrijpen ook hoe pijnlijk het is dat dit schandaal juist nu, op dit delicate moment, aan de vooravond van de Europese verkiezingen, de uitbreiding en de Grondwet, aan het daglicht wordt gebracht. Wij weten hoe pijnlijk dit is maar wij moeten voet bij stuk houden. Wij mogen de gevallen van corruptie, fraude en wangedrag toedekken noch onderschatten, hoe goed dat sommigen misschien ook zou uitkomen. Onze burgers vragen dat wij niets door de vingers zien. Wij vragen namelijk diezelfde burgers om offers in naam van het Stabiliteitspact. Bovendien vraag ik mij af of het volstaat een ambtenaar als zondebok aan te wijzen en daarmee de zaak gauw af te sluiten. Wij hadden graag gezien dat de Commissie de verantwoordelijkheid volledig op zich nam, zoals de heer Santer vanwege veel minder heeft gedaan. Wij mogen niet toestaan dat hierover wordt gezwegen, zeer zeker nu de voorzitter van de Commissie een politiek manifest verspreidt. Of moeten wij soms verkiezingsmanifest zeggen? Daarin beschrijft hij het Europa van zijn dromen, maar houdt hij zich niet bezig met het reeds bestaand Europa. Dat ontbrak er nog maar aan! Natuurlijk mag voorzitter Prodi zich kandidaat stellen voor de komende Europese verkiezingen maar dan moet hij, als hij consequent is, zijn ontslag indienen. Anders berokkent hij de instellingen ernstige en eerlijk gezegd onaanvaardbare schade. (Applaus) Titford (EDD). (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil blijk geven van de afkeer die ik voel naar aanleiding van de farce die zich heeft afgespeeld bij het uitkomen van het OLAF-verslag en de verslagen over Eurostat. Als lid van de Commissie begrotingscontrole had ik het volste recht om deze verslagen in te zien zonder eerst onderworpen te hoeven worden aan een bespottelijke stalinistische rimram. Dit was een duidelijk bewijs van de minachting die de Commissie voelt voor dit Parlement, voor de democratie en voor de mensen die uiteindelijk moeten opdraaien voor de corruptie bij Eurostat, namelijk de Europese belastingbetalers. Het verslag onderstreept de fundamentele inadequaatheid van de procedures voor fraudebestrijding en, wat nog belangrijker is, het brengt tevens aan het

18 22 18/11/2003 licht hoe traag de Commissie heeft gereageerd op overduidelijke bewijzen voor de grote problemen binnen Eurostat. Ik maak mij ook ernstig zorgen over de slakkengang waarmee OLAF te werk is gegaan in het onderzoek naar deze treurige zaak. De stank van corruptie is overal en wordt met de dag sterker Speroni (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb hier het manifest van voorzitter Prodi. Daarin staan enkele mooie, maar misschien ook wel wat banale en vage ideeën. Enkele daarvan zijn aanvaardbaar, andere niet. Ik neem er trouwens geen aanstoot aan dat de voorzitter van de Commissie een politiek document opstelt. Hij is en blijft politicus. Echter wel onaanvaardbaar is dat hij zich met dit manifest richt tot een enkel land en een enkele politieke partij. Bovendien moet worden gezegd dat hij, gezien zijn positie, eerder ideeën moet hard maken dan tot uiting brengen: hij is de voorzitter van de Commissie. Hij kan al deze dingen doen; hij kan iets ondernemen om deze ideeën om te zetten in voorschriften. Hij zegt zich met dit manifest te richten tot heel Europa. Wel, daar ben ik het niet helemaal mee eens. Ik citeer: Dit perspectief had ik voor ogen toen ik mijn blik richtte op Italië en de verkiezingen voor het Europees Parlement van aanstaand voorjaar en alle hervormingsgezinden voorstelde., enzovoort. Daarna spreekt hij duidelijk over de Olijf, want hij zegt: De inspiratie is echter dezelfde als die ten grondslag ligt van de Olijf. Dit is dus wel degelijke een partijpolitiek manifest, en dat is, gezien zijn positie, onaanvaardbaar. Als hij zegt dat hij zich richt tot heel Europa, vertelt hij onzin. Voorzover ik weet groeien er geen olijfbomen in bijvoorbeeld Zweden en Finland Elles (PPE-DE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, net als veel andere collega's ben ik blij met dit debat, want het is verstandig om eerst een debat te houden over het wetgevingsprogramma voordat we besluiten over de begroting voor De prioriteit van de uitbreiding is, net als de andere twee prioriteiten, een verstandige keuze voor de Europese Unie. Aangezien de meeste leden van de Commissie hier aanwezig zijn, zou het een goed idee zijn om alle collega's hier bijeen te roepen zodat we een echt debat kunnen houden over hoe de Europese Unie eruit komt te zien. Dat zou betekenen dat we alle vergaderingen die buiten deze zaal worden gehouden, zouden moeten annuleren om onze collega's de kans te geven hier aanwezig te zijn. Ik wil een opmerking maken over de hervormingen van de Commissie die, zoals u al zei, mijnheer de voorzitter, de reden waren voor deze Commissie om aan te treden. Mijn fractie heeft voortdurend aangedrongen op hervormingen op basis van het verslag van het Comité van wijzen. Er zijn aanzienlijke vorderingen geboekt en gisteravond hebben we in de Begrotingscommissie een zeer positief document ontvangen waarin de wijzigingen in het Financieel Reglement en het Statuut uitvoerig worden toegelicht. Dit document gaat echter nog steeds voorbij aan de zwakke punten in de manier waarop de Commissie functioneert, welke aan het licht zijn gekomen in de Eurostat-affaire. De drie stappen die u vanmorgen tegenover de Commissie begrotingscontrole hebt geschetst in aanmerking genomen, is mijn fractie teleurgesteld over de manier waarop de hervormingen zijn uitgevoerd. Een of twee van onze leden hebben u verteld dat de hervormingen met betrekking tot de informatievoorziening, afdoende interne audits en de verantwoordelijkheid van de commissarissen voor hun eigen diensten, tegen september 1999 voltooid hadden moeten zijn. Als de hervorming van de instellingen een succes moet worden, hetgeen van essentieel belang is om onze burgers vertrouwen te geven in de organisatie, dan is het een probleem, zoals de heer Blak al heeft gezegd, dat niemand bereid lijkt om verantwoordelijkheid te nemen. U hebt een directeurgeneraal ontslagen, maar de commissarissen zitten nog op hun plaats. U hebt ons vanmorgen in de Commissie begrotingscontrole verzekerd dat de commissarissen verantwoordelijkheid zullen dragen, maar nog steeds blijven er vragen onbeantwoord. Mijn belangrijkste vraag, en een waarop ik graag een antwoord wil, mijnheer de voorzitter van de Commissie, betreft de interne documenten in de kwestie-eurostat. U hebt voorstellen gepresenteerd voor de reorganisatie van OLAF. Hoe dan ook, wij als Parlement wachten nog steeds op het verslag van OLAF over Eurostat. Zullen de suggesties voor de reorganisatie van het hele systeem afkomstig zijn van OLAF, omdat OLAF een dienst van de Commissie is, of zullen wij de beschikking krijgen over het verslag van OLAF zodat wij als Parlement de situatie kunnen beoordelen en onze eigen conclusie kunnen trekken? Sprekers voor mij hebben ook al gezegd dat we in 2004 een sterke Commissie nodig hebben om er zeker van te zijn dat de Unie zich op effectieve wijze van haar verantwoordelijkheden kan kwijten De Voorzitter. Mijnheer Elles, ik deel uw mening over de presentie van afgevaardigden, maar de Voorzitter kan dit Parlement helaas niet leiden alsof het een regiment soldaten is Kuhne (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Prodi, het is een goede zaak dat u vanochtend uw opwachting in de Commissie begrotingscontrole heeft gemaakt. Het is van belang om dat een keer uitdrukkelijk te zeggen. Sta mij toe om de bezwaren van de PSE-Fractie in verband met de Eurostat-affaire en enkele andere kwesties aan de orde te stellen. Het is niet goed als de Commissie altijd eerst een nieuw schandaal nodig heeft voordat de volgende hervormingsstap kan worden gezet. Op die manier voorziet u - en sta mij toe om in dit verband ook een naam te noemen - de heer Bonde permanent van voedsel waarvan hij politiek leeft. Dat is een conclusie die u ook in de Commissie zou moeten trekken.

19 18/11/ Dan nu enkele andere punten. Ik ben zeer verheugd over uw aankondiging van vanochtend om de communicatiekanalen tussen OLAF en de Commissie opnieuw te bezien. Dat is ook nodig. Ik wil daarbij echter wel duidelijk stellen dat dan ook de vraag beantwoord moet worden hoe er binnen de Commissie met de informatie van OLAF wordt omgegaan. Dergelijke informatie mag namelijk niet weer in een of andere opbergmap verdwijnen zodat niemand meer weet wat er aan de hand is en de Commissie voortdurend bij iedereen in een open mes kan lopen. Ik ben ook blij dat u in de Commissie begrotingscontrole desgevraagd heeft verklaard dat uw voorstel voor de herstructurering van OLAF niet betekent dat u de bevoegdheden van OLAF op het gebied van interne onderzoeken in twijfel trekt of gaat beperken. Dat is van belang, omdat dit tot een groot conflict met het Parlement zou hebben geleid. OLAF is namelijk opgericht omdat er behoefte aan die interne onderzoeken bestond. Wat dat betreft, ben ik blij met het standpunt dat u in de Commissie begrotingscontrole heeft verwoord en ik zou u dan ook willen oproepen om op de ingeslagen weg door te gaan! Dan een opmerking over de politieke verantwoordelijkheid: Wij hebben ons altijd op het standpunt gesteld dat de commissarissen ook de gelegenheid moeten hebben om die verantwoordelijkheid te nemen. Onlangs is er weer een aanvulling noodzakelijk geweest op de code of conduct waarin vastgelegd is op welke wijze commissarissen zelf informatie moeten inwinnen en hoe de diensten en de directeuren-generaal hun verplichting na moeten komen om de commissarissen op de hoogte te stellen van de problemen, of beter gezegd van de tijdbommen. Uit uw toelichting van vanochtend en uit de aanvulling op de gedragscode moet ik concluderen dat hierover tot nu toe niets op papier stond of in praktijk werd gebracht. Dat is ook de conclusie van onze analyse in juli. Het wordt nu echt tijd om daar eens een keer consequenties aan te verbinden. Wij verlangen fundamentele veranderingen in de betrekkingen tussen de directeuren-generaal en de commissarissen en wij zullen controleren of uw voorstellen daartoe zullen leiden VOORZITTER: DE HEER PACHECO PEREIRA Ondervoorzitter Mulder (ELDR). Voorzitter, in de spreekbeurten die wij zo overal in het land houden, speciaal de afgelopen vijf jaar, ligt één onderwerp altijd bijzonder gevoelig, en dat is: hoe worden de financiën beheerd? Dan is de algemene opinie over Brussel niet al te best. Daarom was het zeer te verwelkomen dat de Commissie Prodi verklaarde dat voortaan over de gehele linie zerotolerance zou gelden. Dus waren we zeer onaangenaam verrast over wat er een paar maanden geleden met betrekking tot Eurostat is uitgekomen. De Commissie, het kan niet anders gezegd worden, heeft snel gereageerd toen het bekend werd, maar de grote vraag is: wat wist de Commissie vóór die tijd? Er zijn in mijn ogen sterke aanwijzingen dat de Commissie in de jaren vóór mei 2003 op de hoogte had kunnen zijn van wat er bij Eurostat gebeurde. De Commissie heeft in dat opzicht geen maatregelen genomen. Zij kan dan spreken over de noodzaak van verbetering van de informatie. Er is evenwel regelmatig informatie binnengekomen dat er bij Eurostat een onderzoek begon. De grote vraag is: waarom zijn de alarmbellen in de Commissie niet eerder beginnen te rinkelen? Het grote punt is op het ogenblik, als ik naar de Commissie luister, dat ze trots is op de bereikte resultaten. De Rekenkamer heeft gisteren ook gezegd dat er verbetering begint te komen en de Commissie kan daar terecht trots op zijn. Maar over de dingen die duidelijk verkeerd zijn gegaan zegt de Commissie: "Dat is niet onze fout." De fout ligt dan bij OLAF, of bij de directeur-generaal, of bij wie dan ook, maar niet bij de Commissie. Dat is fout. Ik kan alleen maar verwijzen naar een Engels politicus, misschien wel staatsman - de heer Kinnock kent hem wel ongetwijfeld - Lord Carrington. Hij wist niets van de Falkland-oorlog, hij werd niet voldoende ingelicht en toch nam hij daarvoor de politieke verantwoordelijkheid. Ik vind dat een zeer eerbaar standpunt. In de politieke cultuur waaruit ik kom, is een minister, een staatssecretaris, een wethouder altijd verantwoordelijk en dat behoort ook te gelden voor een commissaris en voor de Europese Commissie. Dat is een kwestie waarop wij als ons liberale fractie in de komende maanden zullen concentreren Maes (Verts/ALE). Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de Commissievoorzitter, uw Commissie is er niet zomaar gekomen. Ze is gekomen na de Commissie Santer, die moest opstappen precies omwille van het feit dat niemand de verantwoordelijkheid nam. U heeft gezegd: ik zal gaan voor zero-tolerantie en wij hebben dat au serieux genomen. Maar wij zijn zeer ontgoocheld op dit ogenblik. Het heeft immers duizend persartikelen gekost vooraleer het Parlement over de Eurostatfraude werd ingelicht en vandaag steekt u een mooi verhaal voor ons af, waaruit eigenlijk blijkt dat u eerder het proces opmaakt van OLAF dan dat u het proces opmaakt van Eurostat en van uw eigen verantwoordelijkheid. U zegt dat de Commissie de politieke verantwoordelijkheid voor de acties van OLAF moet nemen zonder de middelen daarvoor te hebben. Ik vind dat ongelooflijk, en mutatis mutandis zeg ik dan dat de Commissie ook politiek verantwoordelijk is voor Eurostat. We horen in de zelfverdediging van de Commissie dat zij daarvoor ook niet de mogelijkheden heeft. Het Evangelie bevat een mooie fabel, die zegt: als het zout niet meer zout, wat doet men er dan mee? Dan wordt het in het vuur geworpen Berthu (NI). (FR) Mijnheer de Voorzitter, het werkprogramma van de Commissie voor 2004 ziet er qua vorm heel goed uit. Maar wanneer we het lezen, hebben we niet de indruk dat volgend jaar voor de Europese Unie een historisch keerpunt zal worden.

20 24 18/11/2003 Natuurlijk moeten de geformuleerde prioriteiten worden goedgekeurd. Dan heb ik het in de eerste plaats over de afronding van de toetredingsprocedure van de tien nieuwe lidstaten en het ontwikkelen van een beleid ten aanzien van onze buurlanden, dat erop gericht is een ruimte te creëren van vrede en welvaart op basis van gezamenlijke waarden en gemeenschappelijke belangen. We zien dan ook dat er in dit programma meer aandacht is voor een intensievere bestrijding van de illegale immigratie dan in de vorige programma s. Dit getuigt van een realistische prioriteitenstelling, die natuurlijk wel gepaard moet gaan met concrete acties. Ook moet het streven naar duurzame groei worden goedgekeurd. Hiertoe beschikken we over een groot aantal initiatieven, zoals de doelstellingen van Lissabon en de brede werkprogramma s die momenteel worden opgesteld. Maar het is uiterst merkwaardig dat er wordt opgeroepen tot een betere afstemming van het economische en begrotingsbeleid, zoals in het Stabiliteitspact. Dit kan juist leiden tot meer regelgeving met een negatieve weerslag op de groei. Tot slot laat dit programma nog veel vragen onbeantwoord. In sommige gevallen is dit onvermijdelijk. Het jaar 2004 zit vol onzekerheden, zoals de Europese verkiezingen, de vervanging van de Commissie en de Intergouvernementele Conferentie, waarvan niemand bij voorbaat de resultaten kent. Andere vragen hebben te maken met de uitbreiding. Het gaat hier om meer dan enkel een toetredingsprocedure, hoewel het voorgelegde document het tegendeel lijkt te suggereren. De uitbreiding zal de werkmethoden ingrijpend wijzigen, ook binnen de Commissie. Het document suggereert dat we op dezelfde manier kunnen blijven doorwerken, maar dat is nog maar helemaal de vraag. We moeten wellicht rekening houden met meer differentiatie. Voorzitter Prodi heeft hier slechts heel kort iets over gezegd aan het einde van zijn interventie. Maar we zouden het op prijs hebben gesteld als deze kwestie in het document uitgebreider aan bod was gekomen Salafranca Sánchez-Neyra (PPE-DE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, in de lijst van maatregelen die de Commissie heeft opgenomen in haar programma voor 2004 ontbreekt mijns inziens een onontbeerlijk punt, namelijk het herstel van het harmonisch evenwicht tussen het Parlement en de Commissie. Heel veel vorderingen in het Europese eenwordingsproces waren immers aan die strategische alliantie te danken. Heden ten dage definiëren wij onszelf niet alleen als consumenten binnen een grote interne markt, maar als burgers van de Europese Unie. Het begrip "consument" impliceert het bestaan van een markt, maar het begrip "burger" vereist en predikt noodzakelijkerwijs het bestaan van een parlement. Het gaat daarbij om een echt parlement, dat het integratieproces legitimeert, dat controleert, dat de investituur van de Commissie bevestigt, dat de Commissie op democratische wijze controleert, dat debatteert, betwist, bekrachtigt en corrigeert, dat zich niet schuldig maakt aan hoogmoed en zich geen "sterallures" aanmeet, dat niet arrogant en uit de hoogte op de anderen neerziet. Een parlement dat moet samenwerken met de Commissie, omdat die instelling in het Europese integratieproces een sleutelfunctie vervult, en dat in de toekomst een essentiële, leidinggevende rol moet spelen als politieke motor van het proces en verspreider van de verworvenheden. Die noodzakelijke samenwerking tussen het Parlement en de Commissie mag echter niet verhinderen, dat de Commissie haar werkzaamheden uitvoert overeenkomstig de beginselen van transparantie, helderheid, oprechtheid en doeltreffendheid. Anderzijds moet ook het Parlement tonen dat het een duidelijk onderscheid kan maken tussen hoofd- en bijzaken. Het mag de Commissie niet voortdurend belagen. Het Parlement dient zijn prerogatieven en rechten uit te oefenen. Dat is immers de verplichting die het ten aanzien van de burger moet nakomen. Het moet daarbij blijk geven van gematigdheid, proportionaliteit en verantwoordelijkheidsbesef. Mijns inziens heeft de voorzitter van de Fractie van de Europese Sociaal- Democraten, de heer Barón - die hier op dit moment helaas niet aanwezig is -, deze regel met voeten getreden door twijfel te zaaien over de activiteiten van de vicevoorzitter van de Commissie. Wij moeten mevrouw de Palacio echter dankbaar zijn voor al die keren dat zij is opgekomen voor het communautair belang. Bovendien zet zij zich vastberaden en onvermoeibaar in voor de slachtoffers van het terrorisme en voor de vrijheid en het recht op leven in Baskenland. Het is overigens verwonderlijk dat de heer Barón, die zelf tegelijkertijd afgevaardigde van dit Parlement en gemeenteraadslid van Madrid is, zogenaamde "compatibiliteitsverklaringen" afgeeft. Tot besluit wil ik nog zeggen dat de maatregelen die de Commissievoorzitter voorstelt, gelet op de omstandigheden waarin de zogeheten "Eurostat-affaire" heeft plaatsgevonden, in de goede richting gaan. Aan de integriteit van de bevoegde commissaris mag niet getwijfeld worden. Daarvan ben ik overtuigd, ondanks onze ideologische verschillen. Heden ten dage durf je nauwelijks nog je hand voor iemand in het vuur steken, maar ik steek mijn hand in het vuur voor de integriteit van de commissaris die verantwoordelijk is voor Eurostat en voor de maatregelen die hij heeft voorgesteld om de inhoud en de bevoegdheden van het Bureau voor fraudebestrijding aan te passen. Zoals ik al zei, gaan deze voorstellen in de goede richting. Zaak is dat zij bijdragen aan het herstel van het harmonisch evenwicht en de strategische alliantie tussen het Parlement en de Commissie, waarop zoveel voortgang in het Europese integratieproces is gebaseerd Van den Berg (PSE). Voorzitter, bureaucratisch Brussel, ver weg van mijn bed. Zo zien veel burgers de Europese Unie. Omkering te brengen in die houding, dát

HOORZITTINGEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT ANTWOORDEN OP VRAGENLIJST VOOR KANDIDTAAT-COMMISSARIS. Mevrouw Ingrida UDRE (Belastingen en douane-unie)

HOORZITTINGEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT ANTWOORDEN OP VRAGENLIJST VOOR KANDIDTAAT-COMMISSARIS. Mevrouw Ingrida UDRE (Belastingen en douane-unie) NL HOORZITTINGEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT ANTWOORDEN OP VRAGENLIJST VOOR KANDIDTAAT-COMMISSARIS Deel A Algemene vragen Mevrouw Ingrida UDRE (Belastingen en douane-unie) I. Persoon en beroep 1. Welke

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE

Nadere informatie

DE EUROPESE GRONDWET: EEN TEKST DIE DE TOEKOMST VAN DE UNIE VEILIG STELT

DE EUROPESE GRONDWET: EEN TEKST DIE DE TOEKOMST VAN DE UNIE VEILIG STELT EEN TEKST DIE DE TOEKOMST VAN DE UNIE VEILIG STELT Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) en Europese Democraten in het Europees Parlement EEN TEKST DIE DE TOEKOMST VAN DE UNIE VEILIG

Nadere informatie

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE)

PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 april 2010 (OR. en) PUBLIC 8480/10 Interinstitutioneel dossier: 2009/0183 (NLE) LIMITE COEST 89 PESC 444 NIS 25 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

Door de Europese Raad te volgen aanpak tot en met 2014

Door de Europese Raad te volgen aanpak tot en met 2014 EUROPESE RAAD DE VOORZITTER NL Brussel, 29 juni 2012 (OR. en) EUCO 133/12 PRESSE 318 PR PCE 115 Door de Europese Raad te volgen aanpak tot en met 2014 In de afgelopen twee en een half jaar heeft de Europese

Nadere informatie

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank De Slotakte vermeldt de verbindende protocollen en de niet-verbindende verklaringen Slotakte De CONFERENTIE VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, bijeen te Brussel op 30 september

Nadere informatie

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ---------------------------------------------------------------------------------- CENTRALE RAAD VOOR HET BEDRIJFSLEVEN NATIONALE ARBEIDSRAAD ADVIES Nr. 1.402 Gemeenschappelijke Raadszitting van donderdag 2 mei 2002 ----------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

PROTOCOL 3. Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI. Besluit

PROTOCOL 3. Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI. Besluit PROTOCOL 3 Instelling en werkwijze van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart CESNI Besluit De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR), gezien het belang dat zij

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 1 april 2004 (06.04) (OR. en) 8083/04. Interinstitutioneel dossier: 2003/0193 (CNS) 2003/0194 (CNS) LIMITE

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 1 april 2004 (06.04) (OR. en) 8083/04. Interinstitutioneel dossier: 2003/0193 (CNS) 2003/0194 (CNS) LIMITE Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 1 april 2004 (06.04) (OR. en) PUBLIC Interinstitutioneel dossier: 2003/0193 (CNS) 2003/0194 (CNS) 8083/04 LIMITE VISA 62 COMIX 240 NOTA van: aan: nr. vorig

Nadere informatie

15414/14 van/mak/sv 1 DG D 2A

15414/14 van/mak/sv 1 DG D 2A Raad van de Europese Unie Brussel, 20 november 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2012/0360 (COD) 15414/14 JUSTCIV 285 EJUSTICE 109 CODEC 2225 NOTA van: aan: het voorzitterschap het Comité van

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie economische en monetaire zaken. MEDEDELING AAN DE LEDEN nr. 22/2005

EUROPEES PARLEMENT. Commissie economische en monetaire zaken. MEDEDELING AAN DE LEDEN nr. 22/2005 EUROPEES PARLEMENT 2004 ««««««««««««2009 Commissie economische en monetaire zaken MEDEDELING AAN DE LEDEN nr. 22/2005 Betreft: Bijdrage van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bijgevoegd vindt u de bijdrage

Nadere informatie

13234/1/14 REV 1 ver/jel/mt 1 DGE 2 A

13234/1/14 REV 1 ver/jel/mt 1 DGE 2 A Raad van de Europese Unie Brussel, 1 oktober 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0186 (COD) 13234/1/14 REV 1 AVIATION 182 CODEC 1822 VERSLAG van: aan: het secretariaat-generaal het Coreper/de

Nadere informatie

?? NL RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 mei 2004 (14.05) (OR. en) 9414/04 POLGEN 21

?? NL RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 mei 2004 (14.05) (OR. en) 9414/04 POLGEN 21 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 mei 2004 (14.05) (OR. en) 9414/04 POLGEN 21 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap het Comité van permanente vertegenwoordigers / de Raad Verslag over de stand

Nadere informatie

CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART RV (14) 11 RV/G (14) 26 JWG (14) 22 14 februari 2014 Or. en fr/de/nl/en. Uniforme technische standaarden

CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART RV (14) 11 RV/G (14) 26 JWG (14) 22 14 februari 2014 Or. en fr/de/nl/en. Uniforme technische standaarden CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART RV (14) 11 RV/G (14) 26 JWG (14) 22 14 februari 2014 Or. en fr/de/nl/en COMITÉ REGLEMENT VAN ONDERZOEK WERKGROEP REGLEMENT VAN ONDERZOEK GEMEENSCHAPPELIJKE WERKGROEP

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 -----------------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.917 ----------------------------- Zitting van dinsdag 25 november 2014 ----------------------------------------------------- Nationaal profiel voor veiligheid en gezondheid op het werk

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 mei 2008 (04.06) (OR. en) 9935/08 SOC 316 COMPET 194 VERSLAG van: het Comité van permanente vertegenwoordigers (1e deel) aan: de Raad EPSCO Nr. vorig doc.: 9081/08

Nadere informatie

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011

ONTWERPVERSLAG. NL In verscheidenheid verenigd NL 2010/2169(DEC) 3.2.2011 EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie begrotingscontrole 2010/2169(DEC) 3.2.2011 ONTWERPVERSLAG over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Waarnemingscentrum voor

Nadere informatie

Wie bestuurt de Europese Unie?

Wie bestuurt de Europese Unie? Wie bestuurt de Europese Unie? De Europese Unie (EU) is een organisatie waarin 28 landen in Europa samenwerken. Eén ervan is Nederland. Een aantal landen werkt al meer dan vijftig jaar samen. Andere landen

Nadere informatie

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 april 2000 (17.04) (OR. en) 7316/00 LIMITE EUROPOL 4 NOTA van: Europol aan: de Groep Europol nr. vorig doc.: 5845/00 EUROPOL 1 + ADD 1 + ADD 2 + ADD 3 Betreft: Artikel

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 oktober 2004 (07.10) 12561/04 LIMITE EUROJUST 78

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 oktober 2004 (07.10) 12561/04 LIMITE EUROJUST 78 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 oktober 2004 (07.10) PUBLIC 12561/04 LIMITE EUROJUST 78 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de delegaties Ontwerp-conclusies van de Raad over een

Nadere informatie

CALRE. Conferentie van de Europese Regionale Wetgevende Assemblees Verklarende noot

CALRE. Conferentie van de Europese Regionale Wetgevende Assemblees Verklarende noot CALRE Conferentie van de Europese Regionale Wetgevende Assemblees Verklarende noot De CALRE verenigt vierenzeventig voorzitters van de Europese Regionale Wetgevende Assemblees: de parlementen van de Spaanse

Nadere informatie

10819/03 Interinstitutioneel dossier: 2001/0245 (COD)

10819/03 Interinstitutioneel dossier: 2001/0245 (COD) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 8 juli 2003 (14.07) (OR. en) 10819/03 Interinstitutioneel dossier: 2001/0245 (COD) CODEC 891 JUR 273 ENV 362 MI 157 IND 96 ENER 204 NOTA van: aan: Betreft: het secretariaat-generaal

Nadere informatie

Tweede Europese Forum over de cohesie Georganiseerd door de Europese Commissie

Tweede Europese Forum over de cohesie Georganiseerd door de Europese Commissie Mr Roger VAN BOXTEL, Minister of City Management and Integration, Netherlands Tweede Europese Forum over de cohesie Georganiseerd door de Europese Commissie 21-22 mei 2001 Enkel gesproken tekst geldt Tweede

Nadere informatie

geraadpleegd door de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag (C5-0757/2000),

geraadpleegd door de Raad overeenkomstig artikel 39, lid 1 van het EU-Verdrag (C5-0757/2000), P5_TA(2002)0430 Europees netwerk voor justitiële opleiding * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het initiatief van de Franse Republiek met het oog op de aanneming van het besluit van de

Nadere informatie

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS)

PUBLIC 11642/01 Interinstitutioneel dossier: 2001/0109 (CNS) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 24 september 200 (26.09) (OR. fr) PUBLIC 642/0 Interinstitutioneel dossier: 200/009 (CNS) LIMITE JUSTCIV NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité burgerlijk

Nadere informatie

EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET

EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET EUROPESE SOCIAAL-DEMOCRATEN: VOORSTANDER VAN DE EUROPESE GRONDWET Richard Corbett, lid van het EP De Europese grondwet is een grote verbetering

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 november 2010 (01.12) (OR. en) 17223/10 ASIM 120 NOTA

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 november 2010 (01.12) (OR. en) 17223/10 ASIM 120 NOTA RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 november 2010 (01.12) (OR. en) 17223/10 ASIM 120 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap het Comité van permanente vertegenwoordigers/de Raad Gezamenlijke verklaring

Nadere informatie

Handvest van de grondrechten van de EU

Handvest van de grondrechten van de EU Handvest van de grondrechten van de EU A5-0064/2000 Resolutie van het Europees Parlement over de opstelling van een handvest van de grondrechten van de Europese Unie (C5-0058/1999-1999/2064(COS)) Het Europees

Nadere informatie

Luc Van den Brande Laten we samen aan Europa bouwen

Luc Van den Brande Laten we samen aan Europa bouwen Luc Van den Brande Laten we samen aan Europa bouwen Inhoud Mijn overtuigingen 2 Mijn prioriteiten 3 Bakens voor morgen 8 Laten we samen aan Europa bouwen 1 Mijn overtuigingen Mijn overtuigingen Een Europa,

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Faillissementswet in verband met het verbeteren van de kwaliteit van bestuur en toezicht bij verenigingen en stichtingen alsmede de uniformering van enkele bepalingen

Nadere informatie

Nieuwe regels voor Europese ondernemingsraden. Inzicht in Richtlijn 2009/38/EG

Nieuwe regels voor Europese ondernemingsraden. Inzicht in Richtlijn 2009/38/EG Nieuwe regels voor Europese ondernemingsraden Inzicht in Richtlijn 2009/38/EG Wat zijn de taken van Europese ondernemingsraden? Europese ondernemingsraden (EOR s) zijn organen die de Europese werknemers

Nadere informatie

Over de passage tussen haken op de bladzijden 2-3 is nog geen overeenstemming bereikt.

Over de passage tussen haken op de bladzijden 2-3 is nog geen overeenstemming bereikt. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 19 november 2003 (21.11) (OR. en) 15014/03 ECOFIN 353 FIN 519 RELEX 437 NOTA van: aan: Betreft: het secretariaat-generaal van de Raad het Coreper/de RAAD Ontwerp-verslag

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer V. SKOURIS, Voorzitter van het Hof van Justitie d.d.: 4 februari 2008 aan: de heer

Nadere informatie

MODULE III BESLISSINGEN NEMEN IN EUROPA? BEST LASTIG!!!

MODULE III BESLISSINGEN NEMEN IN EUROPA? BEST LASTIG!!! MODULE III BESLISSINGEN NEMEN IN EUROPA? BEST LASTIG!!! De Europese Unie bestaat uit 27 lidstaten. Deze lidstaten hebben allemaal op dezelfde gebieden een aantal taken en macht overgedragen aan de Europese

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

Europa in de Tweede Kamer

Europa in de Tweede Kamer Europa in de Tweede Kamer Europa krijgt steeds meer invloed op het dagelijks leven van haar burgers, ook in Nederland. Daardoor lijkt het soms alsof de nationale parlementen buiten spel staan. Dat is niet

Nadere informatie

EUROPESE CONVENTIE SECRETARIAAT. Brussel, 23 april 2003 (24.04) (OR. fr) CONV 691/03. NOTA het praesidium de Conventie

EUROPESE CONVENTIE SECRETARIAAT. Brussel, 23 april 2003 (24.04) (OR. fr) CONV 691/03. NOTA het praesidium de Conventie EUROPESE CONVENTIE SECRETARIAAT Brussel, 23 april 2003 (24.04) (OR. fr) CONV 691/03 NOTA van: aan: Betreft: het praesidium de Conventie Instellingen - Ontwerp-artikelen voor titel IV van deel I van de

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie begrotingscontrole

EUROPEES PARLEMENT. Commissie begrotingscontrole EUROPEES PARLEMENT 1999 Commissie begrotingscontrole 2004 29 juni 2001 PE 305.601/6-20 AMENDEMENTEN 6-20 ONTWERPADVIES - Theato aan de Commissie constitutionele zaken (PE 305.601) ALGEMENE HERZIENING VAN

Nadere informatie

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek

Samenvatting. Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting Aanleiding voor het onderzoek Het nationale bestuursrecht is van oudsher verbonden met het territorialiteitsbeginsel. Volgens dat beginsel is een autoriteit alleen bevoegd op het grondgebied

Nadere informatie

Eurogroep. 1. Economische situatie in de eurozone

Eurogroep. 1. Economische situatie in de eurozone Eurogroep 1. Economische situatie in de eurozone Toelichting: De Eurogroep zal van gedachten wisselen over de economische situatie in de eurozone. De groei van de economie lijkt verder aan te trekken terwijl

Nadere informatie

13740/1/00 REV 1 ADD 1 die/jel/nj 1 DG J

13740/1/00 REV 1 ADD 1 die/jel/nj 1 DG J RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 februari 2001 (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2000/0157 (COD) 13740/1/00 REV 1 ADD 1 LIMITE SOC 455 FIN 492 CODEC 915 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Nadere informatie

15730/14 ver/ons/hw 1 DG D 2C

15730/14 ver/ons/hw 1 DG D 2C Raad van de Europese Unie Brussel, 25 november 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2012/0010 (COD) 15730/14 DATAPROTECT 173 JAI 903 DAPIX 177 FREMP 213 COMIX 622 CODEC 2289 NOTA van: aan: Betreft:

Nadere informatie

- De ontwerp-verklaringen voor de notulen van de Raadszitting tijdens welke de verordening wordt aangenomen (bijlage II).

- De ontwerp-verklaringen voor de notulen van de Raadszitting tijdens welke de verordening wordt aangenomen (bijlage II). Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 28 mei 2010 (03.06) (OR. en) PUBLIC Interinstitutioneel dossier: 2009/0118 (CNS) 10189/10 ADD 1 LIMITE FISC 49 NOTA - ADDENDUM van: het voorzitterschap aan:

Nadere informatie

De werknemer opnieuw centraal in de toekomstige strategische richtsnoeren op vlak van vrijheid, veiligheid en recht

De werknemer opnieuw centraal in de toekomstige strategische richtsnoeren op vlak van vrijheid, veiligheid en recht Resolutie Van de Europese Confederatie van Onafhankelijke vakbonden (CESI) De werknemer opnieuw centraal in de toekomstige strategische richtsnoeren op vlak van vrijheid, veiligheid en recht Voor een betere

Nadere informatie

Kwijting 2008: Communautair Bureau voor visserijcontrole

Kwijting 2008: Communautair Bureau voor visserijcontrole P7_TA(200)000 Kwijting 2008: Communautair Bureau voor visserijcontrole. Besluit van het Europees Parlement van 5 mei 200 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Communautair

Nadere informatie

EUROPESE CENTRALE BANK

EUROPESE CENTRALE BANK NL Deze inofficiële versie van de Gedragscode voor de leden van de Raad van Bestuur dient uitsluitend ter informatie B EUROPESE CENTRALE BANK GEDRAGSCODE VOOR DE LEDEN VAN DE RAAD VAN BESTUUR (2002/C 123/06)

Nadere informatie

Bijlage 3. Intern reglement van het Auditcomité

Bijlage 3. Intern reglement van het Auditcomité Bijlage 3 Intern reglement van het Auditcomité 1. Samenstelling en vergoeding Het Comité bestaat uit twee leden die door de Raad van Bestuur van de Zaakvoerder worden aangeduid uit de onafhankelijke Bestuurders.

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 mei 2005 (08.06) (OR. fr) 9506/05 LIMITE CAB 19 JUR 221

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 mei 2005 (08.06) (OR. fr) 9506/05 LIMITE CAB 19 JUR 221 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 mei 2005 (08.06) (OR. fr) PUBLIC 9506/05 LIMITE CAB 19 JUR 221 INLEIDENDE NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers

Nadere informatie

Het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité hebben respectievelijk op 20 april 1994 en op 30 juni 1993 advies uitgebracht.

Het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité hebben respectievelijk op 20 april 1994 en op 30 juni 1993 advies uitgebracht. Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 9 november 2004 (16.11) (OR. en) PUBLIC 14287/04 Interinstitutioneel dossier: 1992/0449/B (COD) LIMITE SOC 523 CODEC 1208 VERSLAG van: de Groep sociale vraagstukken

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 9 juli 2004 (4.07) (OR. en) PUBLIC 09/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/00 (COD) LIMITE JUSTCIV 99 COMPET 3 SOC 337 CODEC 874 OTA van: het voorzitterschap

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 september 2001 (13.09) (OR. it) 11551/01 UEM 73 ECOFIN 228

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 3 september 2001 (13.09) (OR. it) 11551/01 UEM 73 ECOFIN 228 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 3 september 2001 (13.09) (OR. it) 11551/01 UEM 73 ECOFIN 228 INGEKOMEN DOCUMENT Betreft: monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap,

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 9 februari 2010 (10.02) (OR. fr) 6290/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0011 (NLE) HR 8 CORDROGUE 25

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 9 februari 2010 (10.02) (OR. fr) 6290/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0011 (NLE) HR 8 CORDROGUE 25 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 9 februari 2010 (10.02) (OR. fr) 6290/10 Interinstitutioneel dossier: 2010/0011 (NLE) HR 8 CORDROGUE 25 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 3 februari 2010 Betreft: Voorstel

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument SEC(2008) 1995. RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 juni 2008 (13.06) (OR. fr) Interinstitutioneel dossier: 2008/0110 (COD) 10637/08 ADD 2 AGRILEG 104 CODEC 769 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU,

Nadere informatie

S T A T U U T. aangenomen op het 6de EUCDW-congres 15 maart 1993 KÖNIGSWINTER - D. aangepast op het 7de EUCDW-congres 6 september 1997 ROME - I

S T A T U U T. aangenomen op het 6de EUCDW-congres 15 maart 1993 KÖNIGSWINTER - D. aangepast op het 7de EUCDW-congres 6 september 1997 ROME - I S T A T U U T aangenomen op het 6de EUCDW-congres 15 maart 1993 KÖNIGSWINTER - D aangepast op het 7de EUCDW-congres 6 september 1997 ROME - I aangepast op het 8 ste EUCDW-congres 26 november 2001 in BRUSSEL

Nadere informatie

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat. van Kinderrechtencommissaris. Artikel 1

VLAAMS PARLEMENT DECREET. houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat. van Kinderrechtencommissaris. Artikel 1 VLAAMS PARLEMENT DECREET houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 november 2003 (07.11) (OR. it) 14286/03 LIMITE VISA 180 COMIX 662

PUBLIC RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 4 november 2003 (07.11) (OR. it) 14286/03 LIMITE VISA 180 COMIX 662 Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 4 november 2003 (07.11) (OR. it) PUBLIC 14286/03 LIMITE VISA 180 COMIX 662 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de Groep visa Ontwerp-beschikking van

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE. Financieel pakket voor de toetredingsonderhandelingen met Bulgarije en Roemenië

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN MEDEDELING VAN DE COMMISSIE. Financieel pakket voor de toetredingsonderhandelingen met Bulgarije en Roemenië COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 10.2.2004 SEC(2004) 160 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE Financieel pakket voor de toetredingsonderhandelingen met Bulgarije en Roemenië NL NL MEDEDELING

Nadere informatie

Grondwet van de Tweede Republiek der Nederlanden Neerlandiæ

Grondwet van de Tweede Republiek der Nederlanden Neerlandiæ Grondwet van de Tweede Republiek der Nederlanden Neerlandiæ De Republiek der Nederlanden, verenigd in een micronatie sinds de uitroeping van de Unie van Utrecht 2007, beseffend dat een grondige hervorming

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1994 Nr. 266 15 (1965) Nr. 5 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1994 Nr. 266 A. TITEL Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, met

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten Generaal

Tweede Kamer der Staten Generaal Tweede Kamer der Staten Generaal Vergaderjaar 1988-1989 20 214 Hoger onderwijs en onderzoek plan Nr. 15 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 december 2004 (03.01) (OR. fr) 15763/04 JEUN 95 EDUC 224 SOC 587

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 16 december 2004 (03.01) (OR. fr) 15763/04 JEUN 95 EDUC 224 SOC 587 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 16 december 2004 (03.01) (OR. fr) 15763/04 JEUN 95 EDUC 224 SOC 587 NOTA van: aan: Betreft: de Luxemburgse delegatie de Groep jeugdzaken ontwerp-resolutie van de Raad

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I

Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I P7_TA(200)0052 Jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen wat micro-entiteiten betreft ***I Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 0 maart 200 over het voorstel voor een richtlijn van het

Nadere informatie

Voorbeeld directiereglement bij het BV met Raad van Commissarissen-model

Voorbeeld directiereglement bij het BV met Raad van Commissarissen-model Voorbeeld directiereglement bij het BV met Raad van Commissarissen-model Begripsbepaling Artikel 0 In dit reglement wordt verstaan onder: 0.1 De vennootschap : De vennootschap voor XX in XX; 0.2 De statuten

Nadere informatie

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B

13538/14 cle/rts/sv 1 DG D 2B Raad van de Europese Unie Brussel, 30 september 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0407 (COD) 13538/14 DROIPEN 112 COPEN 230 CODEC 1868 NOTA van: aan: het voorzitterschap het Comité van permanente

Nadere informatie

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000

bron : Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000 bron : http://www.emis.vito.be Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen dd. 27-06-2000 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen PB C 177 E van 27/06/2000 Gewijzigd voorstel voor een beschikking

Nadere informatie

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN Brussel, 14.3.2003 COM(2003) 114 definitief 2003/0050 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de statistische gegevens die moeten worden gebruikt

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5157/02 STUP 3

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5157/02 STUP 3 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5157/02 STUP 3 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de Groep Drugshandel Ontwerp-conclusies van de Raad betreffende de noodzaak

Nadere informatie

BEGELEIDENDE NOTA Betreft: Monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap, en de Republiek San Marino

BEGELEIDENDE NOTA Betreft: Monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap, en de Republiek San Marino RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 juli 2001 (09.07) (OR. it) 10622/01 UEM 71 ECOFIN 193 BEGELEIDENDE NOTA Betreft: Monetaire overeenkomst tussen de Italiaanse Republiek, namens de Europese Gemeenschap,

Nadere informatie

HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL

HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL In het kader van de gedeelde bevoegdheden van de Unie en de lidstaten wordt met het in het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgelegde subsidiariteitsbeginsel bepaald onder

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2009) 283 definitief.

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2009) 283 definitief. RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 6 juli 2009 (OR. en) 11738/09 SOC 424 I GEKOME DOCUME T van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie ingekomen:

Nadere informatie

Overzicht van de conclusies inzake het partnerschap tussen de Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden

Overzicht van de conclusies inzake het partnerschap tussen de Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden Overzicht van de conclusies inzake het partnerschap tussen de Franse Republiek en het Koninkrijk der Nederlanden GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING Parijs, 3 juni 2015 De president van de Franse Republiek,

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5124/07 PESC 11 COEST 5 COSDP 3

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5124/07 PESC 11 COEST 5 COSDP 3 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5124/07 PESC 11 COEST 5 COSDP 3 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VAN DE RAAD houdende benoeming

Nadere informatie

(Mededelingen) EUROPEES PARLEMENT

(Mededelingen) EUROPEES PARLEMENT 4.8.2011 Publicatieblad van de Europese Unie C 229/1 II (Mededelingen) MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE EUROPEES PARLEMENT Reglement van de Conferentie van de

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 24 april 2009 (30.04) (OR. fr) 6094/1/09 REV 1 LIMITE JUSTCIV 32 CO SOM 21

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 24 april 2009 (30.04) (OR. fr) 6094/1/09 REV 1 LIMITE JUSTCIV 32 CO SOM 21 Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 24 april 2009 (30.04) (OR. fr) PUBLIC 6094//09 REV LIMITE JUSTCIV 32 CO SOM 2 OTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap het Comité burgerlijk recht (overeenkomsten)

Nadere informatie

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN

TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN TETRALERT - ONDERNEMING VOORSTEL TOT HERZIENING VAN DE RICHTLIJN AANDEELHOUDERSRECHTEN 1. Inleiding Op 9 april 2014 maakte de Europese Commissie aan het Europees Parlement een voorstel van richtlijn over

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 2010/0011(E) 16.3.2011 *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad over de sluiting van

Nadere informatie

14957/15 ADD 1 nuf/van/hw 1 DGD 1C

14957/15 ADD 1 nuf/van/hw 1 DGD 1C Raad van de Europese Unie Brussel, 24 februari 2016 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0091 (COD) 14957/15 ADD 1 ENFOPOL 403 CSC 305 CODEC 1655 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Standpunt

Nadere informatie

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516

RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516 RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 18 september 2008 (18.09) (OR. en) 13187/08 FSTR 20 FC 5 REGIO 25 SOC 516 VOORSTEL van: de Commissie d.d.: 16 september 2008 Betreft: Voorstel voor een Verordening (EG)

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 -------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 ------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 ------------------------------------------- Elektronische ecocheques Follow-up en monitoring Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

Klachten Procedure en Reglement

Klachten Procedure en Reglement Klachten De directie van Coaching Plaza heeft een klachtenprocedure in het leven geroepen en heeft daarvoor het volgende reglement vastgesteld. Tevens heeft de directie de hierin genoemde klachtencommissie

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VAN DE RAAD tot wijziging en verlenging

Nadere informatie

COHESIEBELEID 2014-2020

COHESIEBELEID 2014-2020 GEÏNTEGREERDE TERRITORIALE INVESTERING COHESIEBELEID 2014-2020 De nieuwe wet- en regelgeving voor de volgende investeringsronde van het EU-cohesiebeleid voor 2014-2020 is in december 2013 formeel goedgekeurd

Nadere informatie

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten

Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten Bron : Wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Belgisch Staatsblad,

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 21.10.2015 COM(2015) 603 final 2015/0250 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot vaststelling van maatregelen om geleidelijk een gezamenlijke vertegenwoordiging van

Nadere informatie

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE

EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE EERBIEDIGING VAN DE GRONDRECHTEN IN DE UNIE De rechtsgrondslag voor de grondrechten op EU-niveau is lange tijd voornamelijk gelegen geweest in de verwijzing in de Verdragen naar het Europees Verdrag tot

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 17.12.2009 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0930/2005, ingediend door Marc Stahl (Duitse nationaliteit), over de erkenning in Duitsland

Nadere informatie

Stemmen Europese verkiezingen 2014

Stemmen Europese verkiezingen 2014 Stemmen Europese verkiezingen 2014 2 Voorwoord Dit boek gaat over de verkiezingen voor het Europees Parlement van 22 mei 2014. Het boek is gemaakt door de medewerkers van het Educatief Centrum voor Cliënten,

Nadere informatie

DE PROCEDURE IN TUCHTZAKEN VAN DE ORDE DER GENEESHEREN

DE PROCEDURE IN TUCHTZAKEN VAN DE ORDE DER GENEESHEREN DE PROCEDURE IN TUCHTZAKEN VAN DE ORDE DER GENEESHEREN Inleiding. Nico Biesmans, Magistraat-assessor Provinciale Raad van Antwerpen Bij de oprichting van de Orde der Geneesheren heeft de wetgever het toezicht

Nadere informatie

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument C(2010) 8467 definitief

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument C(2010) 8467 definitief RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 7 december 2010 (09.12) (OR. fr) 17573/10 MI 533 COMPET 421 EF 204 ECOFIN 820 TELECOM 149 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretarisgeneraal

Nadere informatie

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD EUROPESE COMMISSIE Brussel, 17.2.2014 COM(2014) 70 final 2014/0036 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Unie, van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst

Nadere informatie

PUBLIC 14277/10 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 1 oktober 2010 (11.10) (OR. en) LIMITE GENVAL 12 ENFOPOL 270 NOTA

PUBLIC 14277/10 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 1 oktober 2010 (11.10) (OR. en) LIMITE GENVAL 12 ENFOPOL 270 NOTA Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 1 oktober 2010 (11.10) (OR. en) PUBLIC 14277/10 LIMITE GENVAL 12 ENFOPOL 270 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de Groep algemene aangelegenheden,

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66 NOTA van: aan: Betreft: het Italiaanse voorzitterschap de horizontale Groep drugs Ontwerp-resolutie van

Nadere informatie

(2002/C 42/07) Gelet op de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst ( 1 ), inzonderheid op artikel 43, lid 1,

(2002/C 42/07) Gelet op de Overeenkomst tot oprichting van een Europese Politiedienst ( 1 ), inzonderheid op artikel 43, lid 1, C 42/8 Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen 15.2.2002 II (Voorbereidende besluiten krachtens titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie) Initiatief van het Koninkrijk Belgiº en het

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 juni 2008 (12.06) (OR. en) 10616/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0095 (COD)

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 11 juni 2008 (12.06) (OR. en) 10616/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0095 (COD) RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2008 (12.06) (OR. en) 10616/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0095 (COD) COEST 125 COMAG 16 PESC 778 RELEX 441 FIN 225 DEVGEN 108 MED 36 VOORSTEL van: de Europese

Nadere informatie