fysiotherapie & ouderenzorg

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "fysiotherapie & ouderenzorg"

Transcriptie

1 fysiotherapie & ouderenzorg Voorwoord Allereerst wil ik iedereen een gelukkig en gezond 2005 wensen. Er is alweer een jaar voorbij. In 2004 is er veel gebeurd: het vernieuwde functieprofiel fysiotherapeut in de geriatrie is gepresenteerd aan de leden en in de voorjaars-alv geaccordeerd, de NVFG heeft een visiedocument voor de komende jaren vastgesteld en het eerste concept van het beroepscompetentieprofiel is voorgelegd aan een groep experts. Dit betekent niet dat we er zijn. Tijdens de rondgangen, die het bestuur naar aanleiding van het nieuwe functieprofiel in het begin van 2004 heeft gehouden, bleek dat ons deel van het vak en de daarbij behorende taken op een goede manier omschreven is. Echter, in gesprek met anderen, waaronder ook onze collega-niet-geriatrie-fysiotherapeuten, bleek het veel minder duidelijk te zijn wat ons vakgebied inhoudt. Blijkbaar zijn we als geriatriefysiotherapeuten nog niet in staat geweest om onze specifieke deskundigheid naar anderen uit te dragen. Eén van de aspecten waarmee we het onszelf niet makkelijk hebben gemaakt is het feit dat we bij de beschrijving van onze doelgroep niet voor een afscheiding op basis van de kalenderleeftijd hebben gekozen. Ook het feit dat wij geen aparte specifieke handelingen verrichten draagt bij aan het moeilijk duidelijk kunnen maken van onze specificiteit. Blijkbaar is ons werk, waarbij we uit complexe problematiek, die vaak ook niet helder wordt gepresenteerd, behandelbare grootheden destilleren, vooral op waarde te schatten door diegene die in dezelfde sector werken. Lees verder op pagina 4 Inhoud Pag. 1: Pag. 2: Pag. 5: Pag. 6: Redactioneel, Inhoud. Verenigingsnieuws Colofon en richtlijnen voor auteurs Valpreventieve oefenprogramma s; een effect-evaluatie in de praktijk. Marjan Faber, Tineke Diaz, Ruud Bosscher en Piet van Wieringen. Pag. 16: Het effect van een bewegingsprogramma op fitheid en zelfredzaamheid bij kwetsbare ouderen in zorgcentra. E. Weening-Dijksterhuis, M. de Greef, M. van Buren, F. Harde man en K. Slütter Pag. 22: Effectiviteit van beweegprogramma s voor bewoners van woonzorgcentra. Dr Marijke Chin A Paw Pag. 29: Training voor thuiswonende ouderen: het verschil in effect tussen functionele taken training en spierkrachttraining op het uitvoeren van dagelijkse taken.paul de Vreede, Dr. Monique Samson, Dr. Nico van Meeteren, Dr. Harald Verhaar. Pag. 40: Recensies Pag. 43: Functionele Elektro Stimulatie, Annemieke Rotteveel vakblad N.V.F.G., februari

2 Verenigingsnieuws Scholingsdag NVFG, een valpoli? Op de scholingsdag van de NVFG 8 oktober 2004 in de Hogeschool van Utrecht waren 180 deelnemers aanwezig, een record aantal voor een scholingsdag. Er was dit keer gekozen voor een interactieve opzet met workshops in de middag waardoor er ruimte kwam voor inbreng en discussies van de deelnemers. In het ochtenddeel kwamen, na een inleiding van NVFG voorzitter Mieke van Gemert en organisator/ dagvoorzitter Hans van Herwaarde, drie sprekers aan het woord, te weten Rob van Marum, klinisch geriater Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), Henk Hermsen, fysiotherapeut (UMCU) en Paul Devreede, bewegingstechnoloog en promovendus UMCU. Zij gaven uitgebreide informatie over achtergronden van de valproblematiek, hun werkzaamheden voor de valpoli en hun onderzoek naar het effect van bewegingsprogramma s op de valproblematiek bij ouderen. Vallen is binnen de ouderenzorg een groot probleem. Als gevolg van een val kunnen ernstige complicaties ontstaan en wordt de kwaliteit van leven en de zelfredzaamheid van ouderen bedreigd. Fysiotherapeuten worden betrokken bij het in kaart brengen van de valproblematiek en ook bij de preventie hiervan. Met een valpoli uitgevoerd door een geriater, verpleegkundige en fysiotherapeut, kan in een kort tijdbestek een compleet inzicht verkregen worden in de multifactoriele valproblematiek van ouderen. Maatregelen ter behandeling van valproblemen zijn multidisciplinair, en zijn vaak op het gebied van de fysiotherapeut. Bewegingsprogramma s zijn gericht op spierversterken en het verbeteren van het evenwicht en de coördinatie, maar geven met name een blijvend resultaat als deze ADL/ functioneel gericht zijn. In de middag ging de eerste workshop over een casus van een geriatrische patiënt met herhaaldelijke valincidenten. Aan de hand van een vijftal vragen werd deze casus doorgesproken wat betreft diagnostiek en interventies. Diagnostiek en interventies zijn multidisciplinair en veelzijdig; het is belangrijk om keuzes te maken en niet alles te willen uitzoeken en te behandelen. De fysiotherapeutische interventies zijn functioneel gericht met aandacht voor spierkracht, balans, hulpmiddelen, transfers (ook vanaf grond) en het verplaatsen (lopen) en vinden bij voorkeur plaats in de thuissituatie. De tweede workshop ging over het opzetten van een valpoli in de eigen werksituatie, de mogelijkheden en weerstanden. Fysiotherapeuten in verpleeghuizen en ziekenhuizen zien mogelijkheden om een valpoli te organiseren. Ondersteuning van specialisten, huisartsen, andere interne disciplines, collegae fysiotherapeuten, management en verzekeraars is nodig. Onduidelijk is of een valpoli rendabel is wat betreft tijd, inzet en geld en ook wat het effect zal zijn van de valpoli op de valproblematiek bij ouderen. Er zijn twijfels of het management en andere disciplines wel voldoende affiniteit zullen hebben. Een valpoli zou een regionaal kenniscentrum kunnen zijn voor diagnostiek en behandeling van een geriatrisch patiënt met valproblemen, op verwijzing van een geri- 2 fysiotherapie & ouderenzorg

3 Verenigingsnieuws ater, huisarts of verpleeghuisarts. Fysiotherapeuten uit de 1e lijn gaven aan dat ze een ondernemingsplan hadden uitgewerkt voor het opzetten van een valpreventieprogramma met inhoudelijke onderbouwing en een marktverkenning. Het is wellicht beter om te spreken over een anti-valpoli of een valpreventiepoli. Het was een geslaagde en informatieve dag. Hans van Herwaarde kreeg alle dank voor het organiseren van deze scholingsdag nieuwe stijl en ook de leden van de scholingscommissie kregen dank voor hun ondersteuning. Bijscholingsdag 18 maart Op 18 maart vindt weer een bijscholingsdag met als thema Beweegprogramma s voor ouderen plaats in de Hogeschool van Utrecht. Naast voordrachten over Korte beweegcursussen Bewegen en Gezondheid, Beweegprogramma s KNGF en Onderzoek naar de effecten van Tai Chi, zullen s middags drie workshops georganiseerd worden met betrekking tot dezelfde onderwerpen. De sprekers zijn Ton Duijvestein, drs. Tinus Jongert en Arianne Verhagen. CBI De beroepsinhoudelijke verenigingen (BI s) zijn verenigd in het College voor Beroepsinhoudelijke verenigingen (CBI). De beroepsinhoudelijke verenigingen hebben in 2004 besloten om hun krachten te bundelen binnen 4 deelprogramma s: 1) Samenwerken 2) Beroepsprofiel en beroepscompetentieprofielen 3) Onderwijs en accreditatie 4) Wetenschappelijk onderzoek Zij worden daarbij ondersteund door een begeleidingscommissie en begeleid door 3 projectleiders vanuit de afdeling Kwaliteitsbeleid, Onderwijs en Wetenschap (KOW) van het KNGF. De begeleidingscommissie bestaat uit: Anton de Wijer (voorzitter), Rob de Bie, Marius Buiting en Ester Helthuis (ambtelijk secretaris). Deelprogramma 1: samenwerken Doel van het project is het uitwisselen van best practises tussen de BI s. Iedere BI neemt in zijn beleidsplan 2006 de implementatie van één best practise op. Deelprogramma 2: beroepsprofiel en beroepscompetentieprofielen Doel van het project is het op elkaar afstemmen van de verschillende beroepscompetentieprofielen van de BI s en het geactualiseerde beroepsprofiel fysiotherapeut. Deelprogramma 3: onderwijs en accreditatie Doel van het project is accreditatie (toetsing van de kwaliteit) van de (master)opleidings-trajecten en /of initiële opleidingen van de verschillende BI s. Deelprogramma 4: wetenschappelijk onderzoek Doel van het project is een inventarisatie van wetenschappelijk onderzoek dat een relatie heeft met het domein van de BI s. vakblad N.V.F.G., februari

4 Verenigingsnieuws OPROEP!!! Het bestuur heeft de plannen uit het activiteitenplan 2005 verder uitgewerkt naar projecten. Er zal met name veel aandacht geschonken worden aan de profilering van de geriatriefysiotherapie en de geriatriefysiotherapeut. De geriatriefysiotherapie moet een eigen, duidelijke plek binnen de fysiotherapie en binnen de gezondheidszorg voor ouderen gaan innemen. En natuurlijk moet ook voor cliënten helder zijn voor welke vragen en klachten zij bij onze verbijzondering terecht kunnen. Om al onze plannen uit te kunnen voeren is veel inzet en energie nodig. Daarom is het bestuur op zoek naar mensen die zich op enigerlei wijze in wil zetten voor de geriatriefysiotherapie. Hierbij kan het gaan om bijvoorbeeld kort- of langerdurende activiteiten, om praktische klussen of om meer beleidsmatige activiteiten. Voorbeelden zijn activiteiten op PR-gebied, secretariële ondersteuning, het leiden van een project. Uit de Beroepsmonitor is gebleken dat verschillende respondenten hebben aangegeven iets voor de vereniging te willen betekenen. Graag komt het bestuur in contact met deze geïnteresseerden. Voelt u zich aangesproken? Meldt u dan bij de NVFG: OPROEP!!! Vervolg van pagina 1 Willen we ons in de wereld van de gezondheidszorg, met de veranderingen in de AWBZ, met de mogelijkheid tot directe toegankelijkheid en met de vrije tarieven, staande houden, dan zullen we in de komende tijd ons vak, de geriatriefysiotherapie, duidelijk moeten gaan presenteren. Dit zal zowel op het niveau van de beleidsmakers moeten plaatsvinden als in de directe omgeving van de geriatriefysiotherapeut. Zoals u ziet wordt 2005 een boeiend jaar, waarin het van belang is om de geriatriefysiotherapie en het belang daarvan uit te dragen! 4 fysiotherapie & ouderenzorg

5 Colofon Richtlijnen voor auteurs Fysiotherapie en Ouderenzorg, voorheen "Nieuwsbrief NVFG", is een driemaal per jaar verschijnend vakblad voor fysiotherapeuten werkzaam in de geriatrie, uitgegeven door de NVFG. Secretariaat NVFG: Marianne Zweekhorst, Hartkampweg 33, 8101 ZX Raalte. Negentiende jaargang, nummer 1, februari 2005, oplage 620 exemplaren. Abonnementen: gratis voor leden van de NVFG, 32,50 euro per jaar voor niet leden. Aanmelden bij ledenadministratie KNGF, postbus 248, 3800 AE, Amersfoort. Hoofdredactie: Ina Bettman. Redactie: Erik Scherder, John Branten. Redactie-adres: Ina Bettman, verpleeghuis Tamarinde, Neckardreef 6, 3562 CN, Utrecht. Lay-out: John Branten. Artikel- en boekrecensies: Paramedische Dienst, Verpleeghuis Joachim en Anna, Nijmegen. Ontwerp omslag: Menno van der Veen. Foto omslag: Jojanneke Diemers, Nijmegen Kopijsluiting volgende nummer: l mei De NVFG stelt zich niet verantwoordelijk voor tekst en inhoud van artikelen en commerciële advertenties. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd zonder schriftelijke toestemming van de redactie. ISSN: Druk: Drukkerij Best. Doel van het tijdschrift Fysiotherapie en Ouderenzorg Het tijdschrift verwelkomt iedere bijdrage die de intercollegiale communicatie op een zo breed mogelijk terrein, i.e. fysiotherapie, logopedie, ergotherapie, verpleging/verzorging in de ouderenzorg kan bevorderen. Een dergelijke bijdrage kan in de vorm van artikelen betreffende klinisch onderzoek, ervaringen uit het werkveld, een kritisch literatuuroverzicht, boekbesprekingen of een kort bericht. Richtlijnen voor het schrijven van een artikel 1.Het artikel kan zowel in het nederlands als in het engels worden geschreven. Laat in beide gevallen de tekst op taal en- en spellingsfouten controleren alvorens het in te leveren. 2.Nummer de bladzijden. 3.Geef een samenvatting van niet meer dan 200 woorden. 4.Zet op de titelpagina de volledige titel van het artikel, uw naam + werkzaamheden en uw contactadres (incl. tel., fax of ). 5.Bij klinisch onderzoek deelt u het artikel in met de volgende subhoofden: Inleiding, Methode, Resultaten, Discussie, Literatuur, Tabellen, Figuren. 6.Illustraties zijn gewenst, ze verduidelijken de inhoud en veraangenamen het lezen. 7.Figuren, tabellen en illustraties s.v.p. los van de tekst aanleveren, bij voorkeur in zwart-wit. 8.Geef in de tekst, door gebruik te maken van vet, cursief of onderstreping, een aantal quote s aan, in verband met het benadrukken van speciale inhouden. 9.Gebruik een dubbele regelafstand. 10.Lever het artikel in viervoud in, plus een versie van artikel op floppy-disk in WordPerfect of Word. Maak zo min mogelijk gebruik van een speciale opmaak. Adres toezending artikelen en dergelijke Reactie F&O, Ina Bettman, verpleeghuis Tamarinde, Neckardreef 6, 3562 CN, Utrecht, tel: Literatuurverwijzingen Fysiotherapie en Ouderenzorg hanteert het systeem van de American Psychological Association. Literatuurverwijzingen in de tekst Verwijs naar publicaties door middel van achternaam en jaar van uitgave: (Timmerman, 1996) of (Jansen en Timmerman, 1997) Zijn er meer dan twee auteurs schrijf dan (Timmerman e.a., 1998). Heeft een auteur in een jaar meerdere door u aangehaalde publicaties op zijn naam staan, schrijf dan (Pieterse, 1998a, 1998b). Zijn er meerdere auteurs met dezelfde achternaam, geef dan ook de voorletters aan (A. Vermeent, 1998, B. Vermeent, 1998). Na een citaat, wordt het paginacijfer van de aangehaalde publicatie gegeven (Timmermans, 1996, p57). Literatuurlijst Rangschik de literatuurlijst alfabetisch naar de achternaam van de eerste auteur. Wanneer u van een auteur meerdere publicaties vermeld, geef de titels dan in chronologische volgorde weer. Vermeld bij boeken auteur(s), redacteur(en), titel, plaats van uitgifte en eventueel betreffende paginacijfers. Voorbeelden: Kugel, J. Psychologie van het lichaam. Utrecht, het Spectrum, Beelen, F. Creatieve therapie met gezinnen. In: W.J.L. Klijn (red.), Systeemtaxatie in beweging. Amsterdam, Swetz en Zeitlinger, Vermeld bij tijdschriftartikelen auteur(s), titel, naam tijdschrift, jaartal, jaargang en paginacijfers. Voorbeeld: Smits-Engelsman, B.C.M. Het gebruik van motorische tests: praktijk en theorie. Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie, 1995; 105: vakblad N.V.F.G., februari

6 Valpreventieve oefenprogramma s Een effect-evaluatie in de praktijk. Marjan Faber, Tineke Diaz, Ruud Bosscher en Piet van Wieringen. Inleiding Vallen is een probleem voor ouderen. Het percentage 65-plussers dat jaarlijks ten val komt is 30-35% en naarmate de leeftijd vordert neemt dit percentage toe tot 50% voor 85-plussers. Niet-zelfstandig wonende ouderen vallen vaker dan thuiswonende ouderen en vrouwen komen vaker ten val dan mannen. De hoge valincidentie is vooral een probleem door de verregaande gevolgen die een val kan hebben. Ongeveer 10% van alle valpartijen bij 65-plussers resulteert in een Marian Faber is werkzaam als post-doc onderzoeker bij de Faculteit der Bewegingswetenschappen. Ruus Bosscher en Piet van Wieringen zijn eveneens werkzaam als onderzoeker bij de Faculteit Bewegingswetenschappen. Tineke Diaz is werkzaam als fysiotherapeut in verzorgingshuis Leo Polakhuis te Amsterdam. Correspondentie adres: Marjan Faber, Faculteit der Bewegingswetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam, Van der Boechorststraat 7-9, 1081 BT Amsterdam, Tel , Fax Aansluitend bij de conceptrichtlijn valpreventie is een onderzoek uitgevoerd met de vraagstelling: Wat is het effect van oefenprogramma s op het aantal valpartijen en de Performance Oriented Mobility Assessment (POMA). In het onderzoek, opgezet als een randomized controlled trial, participeerden vijftien verzorgingshuizen in Amsterdam en omgeving. In deze huizen zijn 278 mannen en vrouwen (gemiddelde leeftijd = 85 jaar) met een verhoogd valrisico geworven. Twee interventieprogramma s (Functioneel Lopen - FL en In Balans - IB) zijn verdeeld over de deelnemende huizen en de deelnemers werden binnen elk huis verdeeld over een interventie- en een controlegroep. De interventiegroepen volgden gedurende 20 weken een interventieprogramma, met 2 bijeenkomsten per week. De valincidentie bedroeg 1.64, 1.25 en 1.26 valpartijen per persoon per jaar voor respectievelijk de controlegroep, de FL-interventiegroep en de IB-interventiegroep. Het aantal deelnemers dat minimaal 2 keer per jaar ten val kwam nam af met 29% en 45% voor respectievelijk FL en IB. De POMA liet een duidelijke verbetering zien in beide interventiegroepen. Echter, deze verbetering kwam geheel voor rekening van de subgroep van ouderen die nog minimaal 60 minuten per dag lichamelijk actief was. In deze subgroep was de afname van het aantal herhaald vallers ook iets groter. Op basis van deze bevindingen wordt geconcludeerd dat de oefenprogramma s de valincidentie verminderen en de mobiliteit verbeteren. ernstig letsel, waarbij in de helft van de gevallen sprake is van een fractuur. Maar ook kleinere letsels kunnen al beperkingen in de mobiliteit en zelfredzaamheid veroorzaken. Naast lichamelijk letsel worden ook vaak psychosociale gevolgen gezien, zoals angst om te vallen (Tromp, 2002). De in oktober 2003 verschenen conceptrichtlijn Preventie van valincidenten bij geriatrische patiënten (NVKG, 2003) vormt een prima startpunt bij de aanpak van de valproblematiek. Werken vol- 6 fysiotherapie & ouderenzorg

7 gens een richtlijn is aan te bevelen, omdat het de variatie tussen therapeuten beperkt en het een werkwijze volgens de nieuwste kennis bevordert. In de conceptrichtlijn valpreventie worden oefenprogramma s als belangrijk onderdeel van het preventiebeleid gezien. Met name voor ouderen woonachtig in verpleeg- en verzorgingshuizen worden oefenprogramma s met op het individu afgestemde training van evenwicht en functionele spierkrachtverbetering als zinvol aangemerkt (aanbeveling nr. 21 van de conceptrichtlijn). Hierbij wordt opgemerkt dat deze oefenprogramma s mogelijk valincidenten kunnen voorkomen, maar vooral het algemeen welbevinden en de algemene conditie zullen bevorderen. In het kader van evidence based practice (Bertisen, 2004) lijkt het zinvol om het effect van oefenprogramma s te onderzoeken in de Nederlandse praktijk aan de hand van de conceptrichtlijn. In het najaar van 2002 is een studie hiernaar gestart bij de Faculteit der Bewegingswetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam. Twee gestandaardiseerde oefenprogramma s waarvan de inhoud aansluit bij de richtlijn zijn onderzocht. Er is gekeken naar het effect van de oefenprogramma s bij bewoners van verzorgingshuizen op de valincidentie en op aspecten van algemeen welbevinden, de mobiliteit en de zelfredzaamheid. Methode In de periode september 2002 t/m december 2004 vond het onderzoek plaats in 15 verzorgingshuizen in Amsterdam en omgeving. De verzorgingshuizen beschikten ook zoveel mogelijk ouderen die tot de doelgroep behoorden te motiveren voor deelname... over aanleunwoningen. De doelgroep voor het onderzoek werd gevormd door ouderen met een verhoogd valrisico op basis van mobiliteitsbeperkingen. Mobiliteitsbeperkingen werden geoperationaliseerd aan de hand van twee kenmerken: (1) lopen met een loophulpmiddel en (2) niet in staat zijn om op de staan uit een standaard stoel zonder daarbij de armen te gebruiken. Men behoorde tot de doelgroep als men aan ten minste één van beide kenmerken voldeed. Door het geven van voorlichtingsbijeenkomsten aan de bewoners van de verzorgingshuizen en door persoonlijke stimulering van de bewoners via het verzorgend personeel werd getracht zoveel mogelijk ouderen die tot de doelgroep behoorden te motiveren voor deelname. Omdat er te weinig respons was onder de doelgroep, is ook een aantal ouderen geïncludeerd die niet tot de doelgroep behoorden, maar wel belangstelling hadden voor valpreventie. Ouderen met dementie, ernstige gevolgen van een CVA en degenen die niet in staat waren om minimaal 6 meter zelfstandig te lopen, waarbij het gebruik van een loophulpmiddel toegestaan was, werden uitgesloten van deelname. Foto 1: Functioneel lopen met dubbeltaak vakblad N.V.F.G., februari

8 Foto 2: Functioneel lopen, stappen op step Het onderzoek was opgezet als een randomised controlled trial, waarbij er geloot werd ( randomised ) en er een controle groep was ( controlled ). Op twee niveaus werd er geloot. Allereerst werden twee oefenprogramma s door loting verdeeld over deelnemende verzorgingshuizen. Vervolgens werd er binnen elk huis geloot, waarbij de deelnemers verdeeld werden over een interventie- en een controlegroep. Er werden 8-14 deelnemers in de interventiegroep geplaatst en de overige deelnemers kwamen in de controlegroep.... effect van oefenprogramma s op het aantal valpartijen... De oefenprogramma s Aansluitend bij de conceptrichtlijn valpreventie zijn twee oefenprogramma s onderzocht op hun effectiviteit. Beide oefenprogramma s begonnen met één bijeenkomst per week, gedurende vier weken, waarin voorlichting werd gegeven over vallen en valpreventie en waarin de oefenstof werd geïntroduceerd. Daarna volgde een periode van 16 weken met twee bijeenkomsten per week. Alle bijeenkomsten duurden anderhalf uur en er was ook tijd voor een ruime koffie- of theepauze. De deelnemers in de controlegroep werd gevraagd gedurende de interventieperiode zijn/haar normale activiteitenpatroon te handhaven en ze kregen geen aparte interventie aangeboden. Het eerste oefenprogramma, geheten Functioneel Lopen (FL), was gebaseerd op een bestaand valpreventief oefenprogramma. In een groot effectonderzoek in Nieuw Zeeland werd met dit oefenprogramma een valreductie van 35% bereikt in een populatie van mobiliteitsbeperkte thuiswonende ouderen met een gemiddelde leeftijd van 82 jaar (Robertson e.a., 2002). Voor ons onderzoek is dit oefenprogramma enigszins aangepast om het geschikt te maken voor een groepstraining. Het programma bestond uit 10 basisoefeningen en bij elke basisoefening waren makkelijke en moeilijke varianten beschreven. Zodoende konden deelnemers van een verschillend functioneel niveau gezamenlijk het oefenprogramma volgen, waarbij iedereen op zijn eigen niveau kon trainen en waarbij een progressief trainingsprogramma kon worden opgezet. Voorbeelden van de basisoefeningen zijn: opstaan & gaan zitten, verplaatsen van het lichaamszwaartepunt in zittende en staande positie, op hakken en tenen lopen, op en af een verhoging van cm stappen (steps), traplopen, koorddansersloop en evenwicht op één been. Kenmerkend van de oefeningen was dat ze een functioneel karakter hadden, waarbij zowel balans-, kracht- als mobiliteitsaspecten aan bod kwamen. Het tweede oefenprogramma, geheten In Balans (IB), was gebaseerd op de uitgangspunten van tai chi. In de literatuur wordt tai chi beschreven als een effectieve valpreventieve trainingsvorm, waarbij in één onderzoek zelfs een reductie van de kans op herhaald vallen van 47.5% werd gerapporteerd (Wolf e.a., 1996). De echte tai chi oefenvormen zijn echter niet geschikt voor ouderen met mobiliteitsbeperkingen omdat er een be- 8 fysiotherapie & ouderenzorg

9 oefeningen, bekkenoefeningen", balans-training en voet- en enkeloefeningen. In ons onderzoek werd veel aandacht besteed aan de losmakende oefeningen, bekken oefeningen en voet- en enkeloefeningen. Deze waren gericht op de stimulatie van de sensorische input vanuit de voeten (m.n voetzolen), enkels en het bekken. Deze input is erg belangrijk in de dynamische balanscontrole en loopt sterk terug bij het ouder worden. Daarnaast werd er veel gewerkt aan een vergroting van de bewegingsrange van de enkels en het bekken. Het tai chi element kwam het beste tot uitdrukking in de zogenaamde balansdans, waarin vijf bewegingsvormen zaten. De vijf vormen representeerden de vijf basiselementen van het universum: water, hout, aarde, vuur en metaal. Tijdens de balansdans werd het lichaamszwaartepunt voortdurend verplaatst, waarbij de bewegingen langzaam, maar wel continu uitgevoerd werden. Het combineert belangrijke facetten zoals evenwicht, rekking, ontspanning, ritme, beekkracht en het gebruik van bekken en voeten. Afhankelijk van de individuele capaciteit kon de dans zowel zittend als staand uitgevoerd worden. Foto 3: In beweging, voetenkantelen hoorlijk niveau van balans en coördinatie vereist is. Daarom heeft het NISB in samenwerking met het IMCO Noord Holland een cursus samengesteld onder de naam In Balans. De cursus bestaat uit een voorlichtingsprogramma en een bijbehorende training, waarin de complexe en belastende principes uit de tai chi zijn aangepast voor 70-plussers (Duijvestijn, 2000). Op dit moment wordt er gewerkt aan een landelijke implementatie van In Balans, middels een 1-daagse scholing, met name gericht op MBvO-docenten. In Balans kent een gefaseerde opbouw, met vier fasen: een informatiebijeenkomst, vier voorlichtingsbijeenkomsten, acht trainingsbijeenkomsten en nogmaals acht trainingsbijeenkomsten. Na iedere fase hebben de deelnemers een keuzemoment om door te gaan of te stoppen. In ons onderzoek zijn echter alle vier fasen doorlopen en hadden de deelnemers geen keuzemomenten. Het trainingsgedeelte omvat oefeningen die in acht groepen zijn ingedeeld, zoals bijvoorbeeld losmakende Voor beide oefenprogramma s hebben we getracht een docent en een assistent te vinden in het deelnemende verzorgingshuis. Hierdoor bleef de opgebouwde kennis over het programma aanwezig nadat het onderzoek was afgerond. In een enkel geval lukte dit niet en werd er van buitenaf iemand gezocht. De achtergrond van de docent wisselde daardoor nogal, waarbij activiteitenbegeleiders (4x), fysiotherapeuten (4x), MBvO-ers (2x) en verzorgend personeel (2x) het vaakste voorkwamen. Achtergrond kenmerken van de populatie Voor een beschrijving van de onderzoekspopulatie zijn gegevens verzameld over leeftijd, geslacht, zelfgerapporteerde duizeligheid en visusbeperkingen, medicijngebruik, gebruik van een loophulpmiddel, cognitief functioneren (met behulp van de MMSE (Folstein e.a., 1975, Kempen e.a., 1995)) en het niveau van lichamelijke activiteit. De hoeveelheid lichamelijke activiteit is bepaald met de LAPAQ. In deze vragenlijst wordt de hoeveelheid tijd geschat die de laatste twee weken besteed is aan wandelen, fietsen, tuinieren, maximaal twee sportieve activiteiten en huishoudelijk werk. De hoeveelheid lichamelijke activiteit wordt vervolgens teruggerekend naar minuten per dag. In een onderzoek onder Nederlandse thuiswonende ouderen bleek dat de vragenlijst redelijk tot goed correleert met de hoeveelheid activiteit gemeten met een vakblad N.V.F.G., februari

10 Functioneel Lopen (7 huizen) 130 deelnemers: 80 in interventie groep 50 in controle groep Buiten analyse gelaten 18 (23%) in interventie groep: 14 stopten meteen na voormeting 4 MMSE < 18 9 (18%) in controle groep: 6 stopten meteen na voormeting 3 MMSE < 18 Gestopt tijdens studie 10 in interventie groep 3 in controle groep Meegenomen in analyse 62 in interventie groep: 10 (16%) zonder nameting 41 in controle groep: 3 (7%) zonder nameting Randomisatie (15 verzorgingshuizen) pedometer of met een activiteitendagboek (Stel e.a., 2004). In Balans (8 huizen) 148 deelnemers: 94 in intervention groep 54 in controle groep Buiten analyse gelaten 19 (20%) in interventie groep: 14 stopten meteen na voormeting 5 MMSE < (19%) in controle groep: 6 stopten meteen na voormeting 4 MMSE < 18 Gestopt tijdens studie 8 in interventie groep 5 in controle groep Meegenomen in analyse 75 in interventie groep: 8 (11%) zonder nameting 44 in controle groep: 5 (11%) zonder nameting Figuur 1. Stroomschema van de deelnemers aan het onderzoek. Effectmaten Direct voorafgaande aan de interventieperiode (voormeting) en meteen na afloop hiervan (nameting) werden verschillen internationaal geaccepteerde en gestandaardiseerde prestatietesten en vragenlijsten afgenomen door twee fysiotherapeuten. Deze fysiotherapeuten waren getraind in het afnemen van de testen en vragenlijsten bij ouderen, waren niet betrokken bij het interventieprogramma en waren niet op de hoogte van de groepsindeling van de deelnemers. De primaire uitkomstmaat was de Performance Oriented Mobility Assessment (POMA) (Tinetti, 1986). Deze test kwantificeert op een objectieve manier de mobiliteit, waarbij verschillende aspecten van de kwaliteit van het looppatroon en de dynamische balans beoordeeld worden. De POMA wordt in de conceptrichtlijn valpreventie aanbevolen als mobiliteitstest en is al eerder beschreven in relatie tot vallen in de Nederlandse geriatrische literatuur (de Leest en van der Aa, 1997, de Kinkelder en Dierkx, 2001). Vier aanvullende testen voor de mobiliteit zijn afgenomen, te weten: loopsnelheid, vijf maal achterelkaar opstaan uit de stoel zonder handen te gebruiken ( timed chair stands test ), opstaan-lopen-draaien-zitten test ( timed get-up & go test ) en 4 balansposities (voeten naast elkaar, voeten semi-tandem, voeten tandem en op één been) gedurende maximaal 10 seconden per positie. De score op de vier mobiliteitstesten is samengevoegd tot een fysieke mobiliteitsscore (FMS). De FMS werd berekend door van de vier afzonderlijke mobiliteitstesten de quartielwaarden te bepalen en op basis daarvan kreeg iedere deelnemers 1, 2, 3 of 4 punten toegekend. Hoe meer punten hoe beter de score. Er werden 0 punten toegekend als een test helemaal niet uitgevoerd kon worden. De FMS varieerde van 0 (sterk beperkte mobiliteit) tot 16 punten (geen mobiliteitsbeperking). Naast de fysieke prestatietesten werd met de Groningen Activiteiten Restrictie Schaal (GARS) bepaald in hoeverre iemand problemen ondervond met het uitvoeren van algemene (ADL) en huishou- 10 fysiotherapie & ouderenzorg

11 delijke (HDL) dagelijkse levensverrichtingen (Kempen e.a., 1996). De subschaal algemene gezondheidsbeleving van de RAND-36 is gebruikt als maat voor het algemeen welbevinden (van der Zee en Variabele Functioneel Lopen (n=62) Sanderman, 1993). In Balans (n=75) Controle (n=85) Leeftijd (jaren) 85.2 (5.8) 84.5 (6.3) 84.9 (6.1) Geslacht [% vrouw] 49 [79.0] 57 [76.0] 67 [78.8] BMI (kg/m ) 27.5 (5.2) 29.0 (5.5) 27.4 (5.0) MMSE (range 0-30) 25.7 (3.2) 25.8 (2.5) 25.7 (2.9) [% MMSE 18-23] 13 [21.0] 15 [20.8] 21 [25.3] Alcohol gebruik Geen 27 [50.9] 37 [54.4] 40 [53.3] 1-7 glazen per week 10 [18.9] 17 [25.0] 16 [21.3] >7 glazen per week 16 [30.2] 14 [20.6] 19 [25.3] Medicatie 5.1 (2.7) 4.8 (2.9) 5.1 (3.1) 4perdag 40 [71.4] 45 [64.3] 52 [62.7] Incontinentie [% ja] 13 [24.5] 26 [37.1] 24 [29.3] Beroerte [% ja] 13 [24.5] 18 [26.1] 16 [19.8] Duizeligheid [% vaak] 9 [14.5] 9 [12.2] 11 [12.9] Visuele beperking [% ja] 16 [25.8] 17 [22.7] 16 [18.8] Pijn [% erg] 10 [16.1] 13 [17.3] 11 [13.1] Algemene gezondheidsbeleving [% goed, zeer goed of 38 [61.3] 49 [65.5] 54 [63.5] uitstekend] Gebruik van loophulpmiddel [% ja, binnenshuis] 47 [75.8] 59 [78.7] 59 [69.4] [% ja, buitenshuis] 57 [91.9] 65 [86.7] 72 [84.7] Lichamelijke activiteit (Minuten per dag) 67 (53) 62 (51) 69 (47) > 60 min per dag [%] 28 [45.2] 31 [41.3] 46 [54.8] Tabel 1: Achtergrondkenmerken van de onderzoekspopulatie, uitgesplitst naar groep. De resultaten staan weergegeven als gemiddelde (standaarddeviatie) of als aantal [percentage]. Tenslotte zijn de valpartijen van alle deelnemers bijgehouden vanaf de start van de interventieperiode tot en met 52 weken daarna. Iedereen kreeg een zogenaamde valkalender, waarop men per dag kon aangeven of men gevallen was of niet. Een val was gedefinieerd als een onbedoelde actie waarbij men op de grond of een ander lager niveau terecht komt, onafhankelijk van de oorzaak (Buchner e.a., 1993). Als men zich dus nog staande kon houden doordat men bijvoorbeeld tegen de muur of een meubelstuk viel, was dit geen val. Maandelijks werden de kalenders verzameld. Deze gegevens werden aangevuld met meldingen van valincidenten in de registratiesystemen van de verzorgingshuizen zelf (bijvoorbeeld de MIP). Zo werd getracht een compleet overzicht te krijgen van de valincidenten in de onderzoekspopulatie. Statistiek In de statistische analyse zijn de deelnemers van de verschillende verzorgingshuizen gecombineerd tot drie groepen: een controlegroep, een FL-interventiegroep en een IB-interventiegroep. Het effect van de interventie werd geschat met behulp van lineaire regressiemodellen. Hiermee wordt de gemiddelde verschilscore tussen de voor- en nameting in een interventiegroep berekend, waarbij gecorrigeerd wordt voor het verschil tussen de voor- en nameting in de controlegroep. Door ook de controlegroep in het regressiemodel op te nemen vindt er een correctie plaats voor veranderingen in de testscore die niet toegeschreven moeten worden aan de interventie. Seizoeneffecten zouden er bijvoorbeeld voor kunnen zorgen dat de voormeting altijd slechter is dan de nameting omdat de voormeting altijd is afgenomen in het najaar en de nameting altijd in het voorjaar. Zonder controlegroep zou vakblad N.V.F.G., februari

12 POMA (range 0-28) FMS (range 0-16) Groep LA 60min/dag LA>60min/dag Totaal Voor Na Voor Na Voor Na C (n=85) 17.1 (6.3) 17.6 (6.0) 21.8 (4.2) 22.5 (4.5) 8.9 (4.7) 8.9 (4.7)) FL (n=62) 19.1 (4.9) 20.3 (5.1) 22.3 (3.7) 24.4 (2.8) 9.2 (4.2) 9.5 (4.6) IB (n=75) 17.4 (4.9) 18.0 (5.3) 20.3 (4.9) 23.3 (4.1) 8.0 (3.9) 8.2 (4.2) Effect FL Effect IB 0.8 [-0.5 tot 2.2] 0.0 [-1.2 tot 1.3] 1.5 [0.5 tot 2.6]* 2.0 [0.9 tot 3.1]** 0.2 [-0.3 tot 0.7] 0.1 [-0.4 tot 0.6] GARS (range 18-98) LA 60min/dag LA>60min/dag Voor Na Voor Na 48.0 (15.3) 49.7 (16.4) 33.8 (9.2) 33.5 (8.6) 47.6 (12.6) 46.7 (12.5) 33.3 (8.8) 33.5 (9.0) 49.5 (9.6) 49.8 (9.7) 38.5 (12.5) 37.5 (12.0) -2.8 [-5.6 tot 0.0] -1.4 [-4.0 tot 1.3] 0.3 [-1.7 tot 2.3] 0.0 [-1.9 tot 2.0] Gezondheidsbeleving (range 0-100) LA 60min/dag LA>60min/dag Voor Na Voor Na 49.3 (21.1) 47.2 (21.5) 55.5 (19.6) 58.4 ((17.6) 53.8 (21.5) 59.4 (23.9) 57.3 (17.3) 57.9 (18.2) 51.6 (20.8) 54.2 (22.3) 53.8 (20.0) 59.3 (17.8) 8.6 [1.6 tot 15.6]* 5.2 [-1.3 tot 11.8] -1.9 [-7.2 tot 3.5] 2.1 [-3.1 tot 7.3] Tabel 2. Gemiddelde waarden (standaarddeviatie) van de voor- en nameting van de uitkomstmaten voor de controlegroep (C), de IB-interventiegroep en de FL-interventiegroep. Het interventie-effect van IB en FL is berekend ten opzichte van de controlegroep en wordt weergegeven als een gemiddelde waarde [95% betrouwbaarheidsinterval]. Als er sprake was van een modificatie-effect door de dichotome variabele LA60 (i.e. meer of minder dan 60 minuten per dag lichamelijke activiteit) is de analyse apart uitgevoerd voor beide groepen. * p.05, ** p.01 POMA = Performance Oriented Mobility Assessment, FMS = Functionele MobiliteitsScore, GARS = Groningen Activiteiten Restrictie Schaal, LA = lichamelijke activiteit. Voor de POMA, de FMS en de Gezondheidsbeleving geldt dat een hogere score beter is. Voor de GARS is een lagere score beter. het interventie-effect in dit geval overschat worden. In een aanvullende analyse is gekeken of het effect van de interventie gemodificeerd werd door het niveau van alledaagse lichamelijke activiteit. De hypothese die hieraan ten grondslag ligt is dat ouderen die nog redelijk actief zijn, beter reageren op een trainingsprogramma en dus trainbaarder zijn dan inactieve ouderen. Hiervoor is een dichotome variabele voor lichamelijke activiteit (LA60) gemaakt met 60 minuten per dag lichamelijke activiteit als grens tussen de actieve groep en de inactieve groep. Deze grenswaarde komt overeen met de mediane waarde van de hoeveelheid lichamelijke activiteit in onze onderzoekspopulatie. Als een modificatie-effect wordt aangetoond, betekent dat, dat het interventie-effect in beide groepen (inactief en actief) niet hetzelfde is en dat beide groepen apart geanalyseerd moeten worden om een juiste schatting te krijgen van het interventie-effect. Het interventie-effect wordt altijd uitgedrukt in de eenheden van de betreffende schaal en weergegeven als een gemiddeld effect met de bijbehorende 95%-betrouwbaarheidsintervallen. De valpartijen zijn geanalyseerd van deelnemers uit de eerste 12 deelnemende verzorgingshuizen, omdat daar de follow-up periode afgesloten was. De valincidentie wordt uitgedrukt als het aantal valpartijen per persoon per jaar. Bij deelnemers die vaker vielen dan 4 keer, werd de valincidentie op 4 gezet omdat ze anders de incidentiecijfers te veel zouden beïnvloeden. Er is een vergelijking gemaakt tussen het percentage mensen dat viel (de vallers ) in de interventiegroepen en in de controlegroep, waarbij de ratio van beide percentages een maat is voor het interventie-effect. Cox proportionele hazard modellen zijn gebruikt voor het berekenen van de ratio s (en daarom hazard ratio s (HR) genoemd), waarbij rekening ge- 12 fysiotherapie & ouderenzorg

13 POMA Voormeting Nameting a) valler pas als valler gedefinieerd wordt als hij/zij een herhaald valler is, dus minimaal twee maal in de follow-up periode ten val komt. Het interventie-effect op vallen wordt beschouwd over de hele follow-up periode, maar ook over de eerste 12 weken en de resterende 40 weken. Deze uitsplitsing is gemaakt omdat een interventie-effect niet meteen vanaf de start van de interventie verwacht kan worden. Na 12 weken is de helft van het interventieprogramma afgewerkt. POMA b) Deelnemers met een ernstige cognitieve beperking, gedefinieerd als een MMSE-score 18 (Kempen e.a., 1995), zijn buiten de analyse gelaten omdat de meetgegevens niet betrouwbaar verkregen konden worden. Op ethische gronden zijn deze deelnemers niet van de training uitgesloten. Ook zijn deelnemers buiten de analyse gelaten die direct na de voormeting besloten te stoppen met het onderzoek Voormeting Nameting De kritische p-waarde is gezet op De analyses zijn uitgevoerd met SPSS, versie 10.0 voor Windows. Figuur 2. Resultaten van de POMA op de voormeting en nameting, voor de FL-interventiegroep ( ), de IB-interventiegroep ( ) en de controlegroep (.... ). De errorbars komen overéén met 2 * standaarderror in het gemiddelde. Vanwege een significant modificantie-effect, staan in a) de resultaten voor de inactieve subgroep ((60 minuten per dag lichamelijke activiteit) en in b) voor de actieve subgroep (60 minuten per dag lichamelijke activiteit) weergegeven. houden wordt met een variabele follow-up periode. Een variabele follow-up tijd komt doordat deelnemers stoppen met het onderzoek tijdens de follow-up periode door bijvoorbeeld een ziekenhuisopname, verhuizing naar een verpleeghuis of overlijden. In de analyses wordt een valler allereerst gedefinieerd als iemand die minimaal één maal in de follow-up periode ten val komt. De analyse wordt herhaald waarbij een Resultaten In de deelnemende verzorgingshuizen werden 278 bewoners gevonden die mee wilden doen aan het onderzoek. Het aantal deelnemers per huis varieerde van 12 tot 24. Na de voormeting besloten 40 deelnemers direct hun deelname te stoppen, omdat ze lichamelijk of geestelijk te zwak waren (n=25) of te veel andere bezigheden hadden (n=15). Deze deelnemers zijn buiten de analyse gelaten. Daarnaast zijn er nog eens 16 deelnemers buiten de analyse gelaten op grond van vakblad N.V.F.G., februari

14 ernstige cognitieve beperkingen. De analyses van de resterende groep van 222 ouderen worden hieronder beschouwd en een stroomdiagram van de deelnemers wordt gegeven in figuur 1. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de achtergrondkenmerken van de populatie. De deelnemers waren gemiddeld 85 jaar oud en 78% was vrouw. De meeste deelnemers woonden in een verzorgingshuis (68%) en veel deelnemers (66%) gebruikten vier of meer verschillende medicijnen per dag. Bijna iedereen gebruikte buitenshuis een loophulpmiddel (87%). Gemiddeld waren de deelnemer 66 minuten per dag bezig met vormen van lichamelijke activiteit, waarbij 3/4 van de tijd besteed werd aan licht huishoudelijk werk, zoals afstoffen en afwassen. Op basis van de inclusiecriteria voor mobiliteitsbeperkingen (lopen met loophulpmiddel of niet kunnen opstaan uit de stoel zonder gebruik van de handen) behoorden 53 (24%) deelnemers niet tot de doelgroep. Tijdens de interventieperiode zijn 26 (11.7%) deelnemers gestopt. De belangrijkste redenen om niet door te gaan was een verslechterende fysieke of mentale gezondheid (n=16). De uitval was in de interventie- en controlegroep ongeveer even groot. In tabel 2 staan de resultaten met betrekking tot de uitkomstmaten weergegeven. Bij zowel de POMA, de GARS als bij de gezondheidsbeleving was er een modificatie-effect door de dichotome variabele voor de hoeveelheid lichamelijke activiteit. Om dit effect te verduidelijken staan in figuur 2a en 2b de resultaten weergegeven van de POMA, uitgesplitst naar de dichotome variabele LA60. Bij de inactieve deelnemers (figuur 2a) is geen interventie-effect zichtbaar. In alle drie de onderzoeksgroepen is de gemiddelde POMA-score van deze deelnemers tijdens de nameting iets hoger dan tijdens de voormeting, maar deze toename is in alle drie de groepen hetzelfde. Daarom kan geconcludeerd worden dat er geen interventie-effect is. Voor de actieve groep deelnemers, wordt wel een interventie-effect gevonden (figuur 2b). Terwijl de POMA-score in de controlegroep iets toeneemt, laat de POMA-score in de FL- en IB-interventiegroepen een significante toename zien van respectievelijk 1.5 ( ) en 2.0 ( ) punten voor de FL- en de IB-interventiegroep. Een effect-modificerende rol voor LA60 wordt ook gevonden bij de GARS en de gezondheidsbeleving. Voor wat betreft de gezondheidsbeleving wordt nu in de inactieve groep een positief effect van de interventieprogramma s gevonden. Zowel in de FL-interventiegroep als in de IB-interventiegroep verbetert de score, waarbij alleen voor FL een significante verbetering aangetoond wordt. De gezondheidsbeleving in de actieve groep en de GARS en de FMS in de totale onderzoeksgroep laten geen interventie-effect zien. Voor het bepalen van het interventie-effect op de valincidentie waren gegevens beschikbaar van 145 deelnemers, verdeeld over de FL-interventiegroep (n=43), de IB-interventiegroep (n=53) en de controlegroep (n=49). Er waren valgegevens beschikbaar over 52 weken van 107 deelnemers (74%). De overige deelnemers waren eerder afgehaakt en hadden daarom een kortere follow-up periode. In totaal werden er 222 valpartijen geregistreerd. Van de deelnemers viel 57% minimaal één keer en 32% viel minimaal twee keer gedurende de follow-up periode (zie tabel 3). Over de hele follow-up periode was de valincidentie vergelijkbaar voor de drie onderzoeksgroepen: 1.47, 1.42 en 1.38 valpartijen per persoon per jaar voor respectievelijk de FL-, IB- en controle-groep. Worden echter de eerste 12 weken van de interventieperiode beschouwd, dan ligt het percentage ouderen dat valt in de interventiegroepen boven de 30%, terwijl slechts 14.3% van de ouderen in de controlegroep valt. Dit resulteert in HR s van 2.49 en 2.79 voor de FL- en IB-interventiegroepen (p.05). Wordt echter de periode vanaf 13 weken beschouwd, dan is de valincidentie juist lager in de interventiegroepen dan in de controlegroep. Uit de HR s voor herhaald vallen kan geconcludeerd worden dat de kans op herhaald vallen voor de deelnemers aan het FL- en het IB-interventieprogramma afneemt met respectievelijk 29% en 45%, waarbij het effect het grootst is voor de actieve deelnemers (hoeveelheid lichamelijke activiteit 60 minuten per dag). Discussie Met deze effect-evaluatie willen we bijdragen aan het evidence based handelen voor fysiotherapeuten op het gebied van valpreventie. Aansluitend bij de conceptrichtlijn valpreventie, zijn twee oefenprogramma s onderzocht in een praktijksituatie in een populatie niet-thuiswonende ouderen met 14 fysiotherapie & ouderenzorg

15 een verhoogd valrisico. Het doel van de interventie was het aantal valpartijen te verminderen, de mobiliteit te verbeteren, de zelfredzaamheid te vergroten en het algemeen welbevinden te verbeteren. Over het algemeen bleek de doelgroep moeilijk te motiveren om deel te nemen aan het onderzoek. Dat kwam vooral door de hoge leeftijd, de slechte gezondheid en de lange interventieperiode van 20 weken. We wilden toch deze groep in het onderzoek betrekken omdat juist deze groep vaak valt en preventie gericht op hoogrisico groepen in theorie efficiënter is. En een interventieperiode van 20 weken leek noodzakelijk om fysieke veranderingen te kunnen induceren. Om dezelfde reden waren ook twee trainingssessies per week nodig. Het aantal mensen dat afviel na de voormeting was wat hoog (14%). Dat kwam vooral doordat de fysieke en/of mentale gezondheid te hoog was ingeschat. De uitval in de groep die daadwerkelijk begon met het programma was beperkt (11%). Over het algemeen werden de bijeenkomsten als gezellig ervaren en de oefeningen als plezierig en nuttig. De oefenprogramma s sloten goed aan bij de behoefte en mogelijkheden van de doelgroep. Interventie-effecten waren zichtbaar op de POMA, de gezondheidsbeleving en de kans op herhaald vallen. Het activiteitenniveau van de oudere beïnvloedde sterk het effect van de oefenprogramma s. Bij de actieve deelnemers verbeterde de POMA-score en bij de inactieve deelnemers verbeterde de gezondheidsbeleving. De actieve ouderen zijn in staat om hun functionele mobiliteit nog te verbeteren met een matig intensief trainingsprogramma. Bij de inactieve deelnemers werd geen verbetering op dit vlak aangetoond. Het is mogelijk dat de trainingsintensiteit voor deze groep groter moet zijn. In de literatuur worden namelijk studies beschreven waarin ook bij fragiele ouderen verbeteringen in bijvoorbeeld spierkracht behaald worden, maar hierin wordt een zeer intensief... twee oefenprogramma s onderzocht op hun effectiviteit... krachttrainingsprogramma gevolgd (Fiatarone e.a., 1994). Bij de inactieve deelnemers neemt de beleving van hun eigen gezondheid toe, wat ook een belangrijk resultaat is voor deze doelgroep. Het effect van de interventie op het vallen was verassend. In eerste 12 weken van het interventieprogramma vielen de deelnemers in de oefengroepen veel vaker dan de deelnemers in de controlegroep. Mogelijk dat de extra activiteit en alle aandacht voor het vallen en het correct bewegen verstorend werken op de normale gang van zaken bij deze ouderen. Na 12 weken zien we echter dat de kans op herhaald vallen sterk afneemt. Blijkbaar zijn vanaf dat moment adaptaties gemaakt die de interventie beoogde. Hoewel de mobiliteit verbetert, vertaalde zich dit niet naar een verbeterde zelfredzaamheid. Dit sluit aan bij de bevinding dat een grotere spierkracht na een krachttrainingsprogramma zich niet vertaalt naar functionele verbeteringen in de mobiliteit en zelfredzaamheid (Latham e.a., 2004). Wil men bij ouderen aspecten van de zelfredzaamheid verbeteren dan zal daar specifieker op getraind moeten worden. Er is gekozen voor twee oefenprogramma s die beide voldeden aan de conceptrichtlijn valpreventie. In beide programma s konden de oefeningen individueel afgestemd worden en werden balans en functionele spierkracht, met name gericht op het verbeteren van de mobiliteit, getraind. De benadering die in beide programma s gekozen werd was wel verschillend. Functioneel Lopen bevatte veel trainingsvormen die aansluiten bij de reguliere fysiotherapeutische benadering bij mobiliteitsproblemen in de geriatrie. De nadruk lag op het trainen van functionele bewegingspatronen. Allereerst werd er gelet op de kwaliteit van de uitvoering en niet zozeer op het aantal herhalingen. Later in het programma werd wel getracht het aantal herhalingen op te voeren en dubbeltaken toe te voegen om de taak complexer te maken. In Balans daarentegen tracht specifiek de sensorische input te prikkelen en hierop te trainen. Voorts kan het vergroten van de bewegingsrange van de enkels tot het afnemen van co-contracties hebben geleid die gezien worden als compensatiemechanisme voor een verminderde sensorische input (Benjuya e.a., 2004). vakblad N.V.F.G., februari

16 Ondanks de grote verschillen in trainingsbenadering tussen de twee oefenprogramma s, waren de verschillen in effectiviteit klein. De positieve effecten van de interventies op vallen en de POMA waren telkens iets duidelijker zichtbaar bij de IB-oefengroepen dan bij de FL-oefengroepen. Maar op grond van deze kleine verschillen kan niet geconcludeerd worden dat IB effectiever is dan FL en lijkt de manier waarop getraind wordt niet van doorslaggevend belang voor een positief resultaat. De deelnemers gaven echter wel aan dat FL als minder intensief werd ervaren dan IB. Twee IB-trainingen per week vond 40% van de deelnemers te veel, terwijl dit percentage bij FL op 20% lag. En op de vraag of men door wilde gaan met het programma met twee bijeenkomsten per week, antwoordde 55% van de deelnemers aan FL positief tegen slechts 18% van de deelnemers aan IB. Op grond van dit onderzoek kunnen oefenprogramma s gericht op het verbeteren van de balans en functionele spierkracht worden aanbevolen voor ouderen met een verhoogd valrisico op basis van mobiliteitsproblemen. De manier waarop de balans en de spierkracht getraind worden lijkt van ondergeschikt belang. Het aantal ouderen dat herhaaldelijk valt per jaar neemt af en de score op de mobiliteitstest verbetert. Ouderen die nog enige mate van lichamelijke activiteit vertonen, profiteren vooral van de oefenprogramma s. In de praktijk blijkt dat het wel lastig is om ouderen met een verhoogd valrisico te motiveren om nog te investeren in de eigen gezondheid. Naast het fysieke trainingsaspect dient dan ook het gezelligheidsaspect van de oefenprogramma s sterk benadrukt worden. Literatuur Benjuya, N., Melzer, I. en Kaplanski, J. Aging-induced shifts from a reliance on sensory input to muscle cocontraction during balanced standing. Journal of Gerontology: Medical Sciences, (2004), 59A, Bertisen, Th. Evidence based practice. Fysiotherapie & Ouderenzorg, (2004), 18, Buchner, D.M., Hornbrook, M.C., Kutner, N.G.,Tinetti, M.E., Ory, M.G., Mulrow, C.D., et al. Development of the common data base for the FICSIT trials. Journal of the American Geriatric Society, (1993), 41, Duijvestijn, T. In Balans: valpreventie krijgt vorm. Geron, (2000), 2, Fiatarone, M.A., O Neill, E.F., Ryan, N.D., Clements, K.M., Solares, G.R., Nelson, M.E., et al. Exercise training and nutritional supplementation for physical frailty in very elderly people. New England Journal of Medicine, (1994), 330, Folstein, M.F., Folstein, S.E. en McHugh, P.R. Mini-mental state : a practical method for grading cognitive state of patients for the clinician. Journal of Psychiatric Research, (1975), 12, Kempen, G.I., Brilman, E.I. en Ormel, J. De Mini-Mental State Examination. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, (1995), 26, Kempen, G.I., Miedema, I., Ormel, J. en Molenaar, W. The assessment of disability with the Groningen Activity Restriction Scale. Conceptual framework and psychometric properties. Social Science and Medicine, (1996), 43, Kinkelder, A. de en Dierkx, R.I.J. Functionele mobiliteitstest voor het valrisico bij verpleeghuispatiënten. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, (2001), 32, Latham, N.K., Bennett, D.A., Stretton, C.M. en Anderson, C. S. Systematic review of progressive resistance strength training in older adults. Journal of Gerontology: Medical Sciences, (2004), 59A, Leest, B.J. de en Aa, G.C. van der. Een wankel evenwicht. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, (1997), 28, NVKG. Conceptrichtlijn preventie van valincidenten bij geriatrische patiënten. Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO, Utrecht, Robertson, M.C., Campbell, A.J., Gardner, M.M. en Devlin, N. Preventing injuries in older people by preventing falls: a meta-analysis of individual-level data. Journal of the American Geriatric Society, (2002), 50, Stel, V.S., Smit, J.H., Pluijm, S.M., Visser, M., Deeg, D.J. en Lips, P. Comparison of the LASA Physical Activity Questionnaire with a 7-day diary and pedometer. Journal of Clinical Epidemiology, (2004), 57, Tinetti, ME. Performance-oriented assessment of mobility problems in elderly patients. Journal of the American Geriatric Society, (1986), 34, Tromp, E. Risicoprofielen en preventie van vallen bij ouderen. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, (2002), 33, Wolf, S.L., Barnhart, H.X., Kutner, N.G., McNeely, E., Coogler, C. en Xu, T. Reducing frailty and falls in older persons: an investigation of Tai Chi and computerized balance training. Atlanta FICSIT Group. Frailty and Injuries: Cooperative Studies of Intervention Techniques. Journal of the American Geriatric Society, (1996), 44, Zee, K.I. van der en Sanderman, R. Het meten van de algemene gezondheidstoestand met de RAND-36. Een handleiding. Groningen, Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken. Rijksuniversiteit Groningen, fysiotherapie & ouderenzorg

17 Het effect van een bewegingsprogramma op fitheid en zelfredzaamheid bij kwetsbare ouderen in zorgcentra E. Weening-Dijksterhuis, M. de Greef, M. van Buren, F. Hardeman en K. Slütter Inleiding In Nederland woonden in mensen in zorgcentra (1). Kenmerkend voor deze bewoners is een zodanige afname van zelfredzaamheid, in de vorm van (I)ADL activiteiten, dat zelfstandig wonen niet langer mogelijk is. Naar schatting 22% van de bewoners van verzorgingstehuizen is ADL afhankelijk. Primaire oorzaak van de afname van zelfredzaamheid is het optreden van psychische en fysieke functiestoornissen, al dan niet in E. Weening is fysiotherapeut werkzaam in de ouderenzorg. M. de Greef is universitair docent Instituut Bewegingswetenschappen Rijksuniversiteit Groningen. M. van Buren, F. Hardeman en K. Slütter zijn studenten Bewegingswetenschappen Rijksuniversiteit Groningen. Correspondentieadres: Mw. E. Weening- Dijksterhuis, Lutherstraat 29, 9746 BL Groningen, tel , Ouderen in verzorgingshuizen zien als gevolg van de afname van lichamelijke activiteit, een toename van functiestoornissen en co-morbiditeit hun zelfredzaamheid afnemen. Op grond van het zgn. Toronto model en onderzoek onder zelfstandig wonende kwetsbare ouderen is aangetoond dat het trainen van kracht, balans en uithoudingsvermogen invloed heeft op fitheid en zelfredzaamheid. Omdat er aanwijzingen zijn dat trainingsprogramma s met een licht intensief belastingniveau ook effect op fitheid en zelfredzaamheid bij kwetsbare ouderen hebben is voor bewoners van verzorgingshuizen een dergelijk programma ontwikkeld. Hiertoe is gebruik gemaakt van onder andere oefeningen uit het trainingsprogramma Bewegen en Gezondheid. Het programma bestond uit krachttrainings -, balanstrainings - en looptrainingsoefeningen en werd wekelijks 60 minuten, gedurende 8 weken aangeboden. De centrale vraagstelling luidt: Wat is het effect van een trainingsprogramma met een licht-intensief belastingsniveau op de fitheid en zelfredzaamheid van kwetsbare ouderen in het verzorgingshuis? Om de vraagstelling te kunnen beantwoorden is een randomized controlled trial (RCT) uitgevoerd onder 36 bewoners, met een gemiddelde leeftijd van 85 jaar, van drie verzorgingshuizen in Groningen. De effecten zijn gemeten met de GARS vragenlijst (zelfredzaamheid), PPT test (functionele vaardigheid), de functional reach test (balansvermogen), chair-stand test (beenkracht), de 8-foot up-and-go test en de tien-meter looptest. Het resultaat van de studie is dat een kort durend trainingsprogramma met een licht-intensief belastingsniveau leidt tot een statistisch significante toename van de zelfredzaamheid bij kwetsbare ouderen in verzorgingshuizen. Deze toename wordt met name bepaald door loopsnelheid, beenkracht en balansvermogen. vakblad N.V.F.G., februari

18 combinatie met chronische aandoeningen. Met name functiestoornissen in cognitie, gezichtsvermogen, spierkracht en gemoedstoestand alsmede chronische aandoeningen als beroerte, dementie en een heupfractuur hebben de sterkste negatieve invloed op zelfredzaamheid en mobiliteit (2). Volgens het zgn. Toronto model bestaat er een verband tussen lichamelijke activiteit, fysieke fitheid en zelfredzaamheid (3). Tot lichamelijk activiteiten worden in principe alle sport-, huishoudelijke- en vrijetijdsactiviteiten alsmede beroepsarbeid gerekend. Fysieke fitheid wordt gedefinieerd als motorische eigenschappen die nodig zijn bij het uitvoeren en volhouden van handelingen in het dagelijks leven. Tot deze motorische eigenschappen worden uithoudingsvermogen, kracht, lenigheid, balansvermogen, reactievermogen en handvaardigheid gerekend. Zelfredzaamheid is het vermogen om normale activiteiten in het dagelijks leven (ADL) te verrichten en wordt onderverdeeld in basale zelfverzorgende activiteiten (BADL), zoals het lichaam wassen en aan- en uitkleden, alsmede instrumentele activiteiten (IADL), zoals het verzorgen van een maaltijd, schoonmaken en het doen van boodschappen. Onderzoek bij kwetsbare, zelfstandig wonende, ouderen heeft aangetoond dat : (1) alle lichamelijke activiteit, onafhankelijk van intensiteit, fysieke fitheid beïnvloedt; (2) fysieke fitheid bij vrouwen 31%-48% en bij mannen 14%-34% van de variantie in zelfredzaamheid bepaalt; (3) fitheideigenschappen als kracht en uithoudingsvermogen voor wandelen het meest van invloed zijn op zelfredzaamheid (4). Bekend is dat ouderen in verzorgingshuizen weinig lichamelijke activiteit vertonen, waardoor in combinatie met functiestoornissen en (co-)morbiditeit de kans op ADL afhankelijkheid sterk toeneemt. In de beleving van ouderen berust succesvol ouder worden op het zodanig goed kunnen omgaan met ziekten en (ADL) beperkingen, dat men sociale contacten kan onderhouden en hieraan een gevoel van welbevinden ontleent (2). Om succesvol ouder worden in verzorgingshuizen te bevorderen ligt het voor de hand om zelfredzaamheid te beïnvloeden door middel van het aanbieden van gerichte bewegingsprogramma s. In verband met het gebrek aan lichamelijke activiteit wordt de training bij kwetsbare ouderen, mede vanwege de functiestoornissen en co-morbiditeit, vooral gericht op verbetering van spierkracht en balansvermogen (5,6). Naast verbetering van spierkracht en balansvermogen neemt de kans op vallen af, neemt de loopsnelheid toe en wordt het welbevinden bevorderd door onder andere een vermindering van depressieve gevoelens (7,8,9,10,11, 12,13,14). Als uitgangspunt voor de opzet en uitvoering van een trainingsprogramma voor kwetsbare bewoners van verzorgingshuizen wordt de richtlijn voor het trainen van fitheid en zelfredzaamheid van kwetsbare ouderen van de American College of Sport Medicine (ACSM) gebruikt en programma s, specifiek ontwikkeld voor deze doelgroep, gehanteerd (15,16,17,18,19,20). Gelet op het inzicht dat een trainingsprogramma met een laag intensief belastingniveau effect heeft op kracht en balansvermogen (21) en om de drempel voor bewoners zo laag mogelijk te maken om deel te nemen aan dit programma is gekozen voor een laag intensief programma met een korte duur. De concrete onderzoeksvraag van deze studie luidt: Wat is het effect van een laag intensief en kort durend trainingsprogramma, gericht 18 fysiotherapie & ouderenzorg

19 Experimentele groep (n=12) Controlegroep (n=23) Gemiddelde leeftijd (jaar) Geslacht Man 33% 9% Vrouw 67% 91% Woontype Intern 67% 78% Aanleun 33% 21% Tabel 1: Kenmerken van deelnemers in de experimentele en controlegroep. op het bevorderen van spierkracht en balansvermogen, op de verbetering van fitheid en zelfredzaamheid van kwetsbare ouderen in het verzorgingshuis?. Onderzoeksmethode Deelnemers Om de vraagstelling te kunnen beantwoorden is een randomized controlled trial (RCT) uitgevoerd. Volgens dit design zijn 36 bewoners van drie verzorginghuizen in de stad Groningen, die volgens de in- en exclusiecriteria voor het onderzoek in aanmerking kwamen, at random toegewezen aan een experimentele groep (n=12) en een controle groep (n=23). Inclusiecriteria waren een leeftijd van 75 jaar of ouder en zelfstandig kunnen lopen. Gebruik van een rollator of een ander loophulpmiddel was toegestaan. Bewoners die door een arts werden gediagnosticeerd als dementerend of verward en bewoners die volgens een fysiotherapeut contra-indicaties voor bewegen hadden in verband met beperkingen in het houdings- en bewegingsapparaat, zijn uitgesloten van het onderzoek. Tot slot heeft de arts voor alle deelnemers uit de experimentele groep toestemming gegeven om deel te nemen aan het programma en hebben mensen een written consent ondertekend. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 85.9 jaar. Van de deelnemers was 17% man (n=6) en 83% vrouw (n=29). 74% (n=26) van de deelnemers woonden intern en 26% (9) in een aanleunwoning. Zoals uit tabel 1 blijkt was de verhouding man-vrouw in de experimentele groep 33%-67% tegenover in de controlegroep 9%-91%. De verhouding intern-aanleun is in de experimentele groep 67%-33% en in de controlegroep 78%-21%. Interventie Als interventie is een bewegingsprogramma samengesteld waarin krachttraining (grote spiergroepen), balanstraining en looptraining centraal stonden. De oefeningen uit het programma Bewegen en Gezondheid van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) zijn als basis genomen (19). Dit programma is aangevuld met oefeningen uit het trainingsprogramma voor kwetsbare ouderen van Best-Martini & Botenhagen- DiGenova (17). De totale training had een tijdsduur van acht weken en een frequentie van één uur in de week. Het belastingsniveau van het programma lag, uitgedrukt in de Rating of Perceived Exertion (RPE), op inspanningsniveau (22). Dit komt overeen met...bekend is dat ouderen in verzorgingshuizen weinig lichamelijke activiteit vertonen... 50%-60% van de maximale hartslag. De training startte met een warming-up, die bestond uit mobiliserende- en stretchoefeningen en werd afgesloten met een cooling-down bestaande uit stretch- en ontspanningsoefeningen. Meetinstrumenten Om effecten van deelname aan het programma te kunnen meten zijn de volgende meetinstrumenten gebruikt: vakblad N.V.F.G., februari

20 Uitkomstmaten experimentele groep voormeting (SD) (1) vragen omtrent persoonskenmerken, (2) een vragenlijst om zelfredzaamheid te meten, (3) een test voor het meten van functionele vaardigheden, (4) testen voor het meten van beenkracht, dynamische balans en wandelsnelheid. Als persoonskenmerken zijn geslacht, leeftijd, lengte, gewicht en woontype geïnventariseerd. Voor het meten van zelfredzaamheid is de Groningen Activiteiten Restrictielijst (GARS) gebruikt (23). De GARS is een vragenlijst met een vierpuntsschaal die items op het gebied van Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL) en Huishoudelijke Dagelijkse Levensverrichtingen (HDL) meet. Deze vragenlijst is mondeling afgenomen. De Physical Performance Test (PPT) is ontwikkeld voor het inventariseren van functionele vaardigheden (24). De test maakt, om dit te nameting (SD) voormeting (SD) controlegroep nameting (SD) zelfredzaamheid * 29.5 (6.3) 25.7 (6.7) 30.5 (8.0) 31.8 (9.1) functionele vaardigheid 11.1 (2.2) 11.5 (2.0) 7.9 (3.0) 7.7 (3.0) beenkracht 8.8 (3.0) 9.8 (3.1) 6.2 (3.0) 5.6 (3.3) wendbaarheid 15.5 (6.2) 14.5 (6. 5) 22.5 (21.4) 23.2 (13.7) dynamische balans 23.9 (7.1) 26.7 (6.7) 18.7 (15.0) 25.0 (7.2) loopsnelheid 13.7 (5.3) 10.9 (3.4) 16.5 (6.8) 15.4 (7.2) Tabel 2: Vergelijking resultaten voor- en nameting tussen experimentele en controlegroep meten, gebruik van simulaties van activiteiten uit het dagelijks leven, variërend in moeilijkheidsgraad. Wij hebben gebruik gemaakt van de zeven-items test, waarvan drie items zijn weggelaten. De weggelaten items hebben betrekking op te verrichten huishoudelijke activiteiten, die voor bewoners van een verzorgingshuis niet meer relevant zijn. Om beenkracht te meten is de Chair Stand Test gebruikt (25). Volgens het protocol dienen proefpersonen binnen 30 seconden zo vaak mogelijk op te staan uit een stoel. Vanwege de kwetsbaarheid van de te testen personen is het protocol enigszins aangepast: in plaats van de armen gekruist voor de borst te houden, mochten de proefpersonen gebruik maken van de armleuningen. Om dynamische balans te meten zijn twee testen gebruikt, namelijk de 8-foot up-and-go test (26) en de Functional reach test (27). Het doel van de 8-foot up-and-go test is om de wendbaarheid en het dynamische balansvermogen vast te stellen. De test bestaat uit het zo snel mogelijk opstaan uit een stoel, om een pilon heen lopen, die op 8 feet afstand staat, terug lopen naar de stoel en weer gaan zitten. De Functional Reach test is ontwikkeld voor het meten van balans. Het instrument bestaat uit een statief met een horizontale meetlat op schouderhoogte. Allereerst wordt de armlengte gemeten, waarna men probeert zo ver mogelijk te reiken. De score is het verschil tussen beide waarden. De loopsnelheid is gemeten met een looptest. Het is de bedoeling dat zo snel mogelijk een afstand van 10 meter lopend wordt afgelegd. Proefpersonen, die gebruik moesten maken van een loophulpmiddel, mochten deze gebruiken. Dit werd bij de score genoteerd. Alle gebruikte vragenlijsten en testen zijn betrouwbare en valide meetinstrumenten. Nameting na de interventieperiode Tussen de voormeting (week 1) en de nameting (week 9) zat een periode van acht weken. De vragenlijsten en testen zijn zowel in de voor - als nameting in een vaste volgorde en per onderdeel door dezelfde testleider afgenomen. De statistische analyse is uitgevoerd met behulp van het programma SPSS Beschrijvende technieken zijn gebruikt om vast te stellen of de experimentele groep bij aanvang van de studie verschilde van de controle groep. Door middel van verschillende statistische technieken zijn de resultaten van de experimentele- en de controlegroep vergeleken. Zo is berekend hoe groot de verschillen 20 fysiotherapie & ouderenzorg

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

Kwetsbaarheid bij ouderen: een uitdaging Risicofactoren, meetinstrumenten en samenhangende zorg

Kwetsbaarheid bij ouderen: een uitdaging Risicofactoren, meetinstrumenten en samenhangende zorg Kwetsbaarheid bij ouderen: een uitdaging Risicofactoren, meetinstrumenten en samenhangende zorg In vergrijzende samenlevingen is de zorg voor het toenemende aantal kwetsbare ouderen een grote uitdaging

Nadere informatie

valpreventie voor psychogeriatrische cliënten

valpreventie voor psychogeriatrische cliënten valpreventie voor psychogeriatrische cliënten Aantal valincidenten in verpleeghuizen In verpleeghuizen wordt veel gevallen. Jaarlijks vallen verpleeghuiscliënten gemiddeld 2 keer. Psychogeriatrische cliënten

Nadere informatie

Programma. Kwetsbaarheid Fried. 2001. (geriatrie)fysiotherapie. Geriatriefysiotherapie. Diagnosticeren van en interveniëren bij sarcopenie

Programma. Kwetsbaarheid Fried. 2001. (geriatrie)fysiotherapie. Geriatriefysiotherapie. Diagnosticeren van en interveniëren bij sarcopenie Geriatriefysiotherapie Diagnosticeren van en interveniëren bij sarcopenie Marjan Doves MPT Geriatriefysiotherapeut 24 maart 2015 Programma Sarcopenie vanuit fysiotherapeutisch perspectief (Geriatrie)fysiotherapeutische

Nadere informatie

In Beweging! Lizette Wattel Universitair Netwerk Ouderenzorg UNO-VUmc 1-2-2015

In Beweging! Lizette Wattel Universitair Netwerk Ouderenzorg UNO-VUmc 1-2-2015 2015 In Beweging! Lizette Wattel Universitair Netwerk Ouderenzorg UNO-VUmc 1-2-2015 IN BEWEGING IMPLEMENTATIE VAN EEN BEST PRACTICE BINNEN HET UNO-VUMC. EINDVERSLAG INLEIDING Ouderen in woonzorgcentra

Nadere informatie

Valproblematiek in de eerste en tweede lijn. Dr Marielle Emmelot-Vonk Klinisch geriater Geriatrie UMC Utrecht m.h.emmelotvonk@umcutrecht.

Valproblematiek in de eerste en tweede lijn. Dr Marielle Emmelot-Vonk Klinisch geriater Geriatrie UMC Utrecht m.h.emmelotvonk@umcutrecht. Valproblematiek in de eerste en tweede lijn Dr Marielle Emmelot-Vonk Klinisch geriater Geriatrie UMC Utrecht m.h.emmelotvonk@umcutrecht.nl Het komt vaak voor Het heeft belangrijke gevolgen Balans en veroudering

Nadere informatie

De Gecombineerde Valrisico Score

De Gecombineerde Valrisico Score DOEL(GROEP): OPBOUW: De Gecombineerde Valrisico Score Door Arnout van Baal De GVS is toe te passen op alle patiëntgroepen De test is een combinatie van de 10 Meter Looptest (10-MLT), de Timed Up and Go

Nadere informatie

GEÏNTEGREERDE THUISZORG

GEÏNTEGREERDE THUISZORG GEÏNTEGREERDE THUISZORG GEÏNTEGREERDE THUISZORG Instituut voor Zorgprofessionals biedt de cursus Geïntegreerde Thuiszorg aan. In de cursus staat het opzetten en onderhouden van een samenwerking tussen

Nadere informatie

samenvatting 127 Samenvatting

samenvatting 127 Samenvatting 127 Samenvatting 128 129 De ziekte van Bechterew, in het Latijn: Spondylitis Ankylopoëtica (SA), is een chronische, inflammatoire reumatische aandoening die zich vooral manifesteert in de onderrug en wervelkolom.

Nadere informatie

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk

Nadere informatie

De relatie tussen incontinentie, toiletgangvaardigheden en morbiditeit in verpleeghuizen.

De relatie tussen incontinentie, toiletgangvaardigheden en morbiditeit in verpleeghuizen. Samenvatting De relatie tussen incontinentie, toiletgangvaardigheden en morbiditeit in verpleeghuizen. Continentie gaat in de westerse wereld samen met het gebruik van het water closet, in de volksmond

Nadere informatie

Beweegprogramma ms in de eerste en tweede lijn

Beweegprogramma ms in de eerste en tweede lijn Beweegprogramma ms in de eerste en tweede lijn Carien Linders v.d. Lijcke fysiotherapeut PMC Heusdenhout, Breda lid NAHFysioNet Hoe ontstaan? Als opdracht voor cursus Neurorevalidatie... Aanvulling van

Nadere informatie

DE COACH METHODE BIJ MENSEN MET DIABETES TYPE 2

DE COACH METHODE BIJ MENSEN MET DIABETES TYPE 2 DE COACH METHODE BIJ MENSEN MET DIABETES TYPE 2 Dr. M.H.G. de Greef, Bewegingswetenschappen van Rijksuniversiteit Groningen. Drs. S.R. Sprenger, Centrum voor Beweging en Onderzoek Groningen. B.J. Houët,

Nadere informatie

RECREATIEF BEWEGEN IN DE OUDERENZORG

RECREATIEF BEWEGEN IN DE OUDERENZORG RECREATIEF BEWEGEN IN DE OUDERENZORG Voldoende lichaamsbeweging levert tot op hoge leeftijd een bijdrage aan gezondheid en welbevinden van ieder mens. Dit geldt ook, en misschien juist, wanneer iemand

Nadere informatie

Het beïnvloeden van eenzaamheid en weerbaarheid bij ouderen met lage SES

Het beïnvloeden van eenzaamheid en weerbaarheid bij ouderen met lage SES Haarlem 6 maart 2014 Het beïnvloeden van eenzaamheid en weerbaarheid bij ouderen met lage SES Mathieu de Greef www.galm.nl Menukaart sportimpuls Doelstelling en doelgroep Sociaal Vitaal Het bevorderen

Nadere informatie

Preventie van vallen, doen we met zijn allen

Preventie van vallen, doen we met zijn allen Preventie van vallen, doen we met zijn allen 15jarig jubileum congres LPZ 11 oktober 2012 Dr. J.C.L. Neyens Inhoud programma valpreventie Omvang van het probleem vallen Gevolgen van vallen Risicofactoren

Nadere informatie

Transmurale zorgbrug

Transmurale zorgbrug Transmurale zorgbrug 13 februari 2014 Geriatriedagen 2014 Renate Agterhof, verpleegkundig specialist Spaarne Ziekenhuis Marina Tol, onderzoekscoördinator AMC Programma Aanleiding, ontwikkeling en stand

Nadere informatie

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Online screening Online behandeling - Effectiviteit

Nadere informatie

Multidisciplinaire aanpak bij ouderen met een verstandelijke beperking met een verhoogd valrisico.

Multidisciplinaire aanpak bij ouderen met een verstandelijke beperking met een verhoogd valrisico. Multidisciplinaire aanpak bij ouderen met een verstandelijke beperking met een verhoogd valrisico. Inleiding Er is veel onderzoek gedaan bij de gewone ouderen op het gebied van vallen en val gerelateerde

Nadere informatie

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5

hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5 SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de

Nadere informatie

Workshop Spiegeltherapie in de praktijk

Workshop Spiegeltherapie in de praktijk Workshop Spiegeltherapie in de praktijk vrijdag 15 april 2011 Erasmus MC, Rotterdam a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a a

Nadere informatie

Valincidenten bij ouderen: Valt het mee?

Valincidenten bij ouderen: Valt het mee? Valincidenten bij ouderen: Valt het mee? Michiel Hijwegen, geriatrie fysiotherapeut TSz Huub Maas, geriater TSz Waarom zijn valincidenten relevant? Uiting van kwetsbaarheid/negatieve gezondheidsuitkomsten

Nadere informatie

Laten we ouderen vallen?

Laten we ouderen vallen? Laten we ouderen vallen? STICHTING SENIORENBELANGEN GELDROP-MIERLO 12 november 2015 Geldrop Doel van deze bijeenkomst Het aantal valincidenten en de gevolgen worden onderschat en daarom willen we U bewust

Nadere informatie

Samenvatting Samenvatting

Samenvatting Samenvatting Samenvatting Samenvatting Binnen het domein van hart- en vaatziekten is een bypassoperatie de meest uitgevoerde chirurgische ingreep. Omdat bij een hartoperatie het borstbeen wordt doorgesneden en er meestal

Nadere informatie

Deel I Het startpunt van het Vital@Work onderzoek

Deel I Het startpunt van het Vital@Work onderzoek De babyboomer generatie, een langere levensverwachting en lagere geboortecijfers hebben als gevolg dat de samenleving vergrijst. Om de gevolgen van de vergrijzende samenleving, zowel vanuit bedrijfs- als

Nadere informatie

Why do we treat the elderly cancer patient and how do we assess him? Cindy Kenis, Geriatrisch Oncologisch Verpleegkundige, UZ Leuven

Why do we treat the elderly cancer patient and how do we assess him? Cindy Kenis, Geriatrisch Oncologisch Verpleegkundige, UZ Leuven Why do we treat the elderly cancer patient and how do we assess him? Cindy Kenis, Geriatrisch Oncologisch Verpleegkundige, UZ Leuven 1. Introductie (1) 1. Introductie (2) Comprehensive Geriatric Assessment

Nadere informatie

Samenvatting. Effectiviteit van ergotherapie: stand van zaken

Samenvatting. Effectiviteit van ergotherapie: stand van zaken Samenvatting Effectiviteit van ergotherapie: stand van zaken Ergotherapie is een paramedisch beroep dat gericht is op het verbeteren van het zelfstandig functioneren door het individu in de voor die persoon

Nadere informatie

AFKORTINGEN IN TABELLEN

AFKORTINGEN IN TABELLEN VERANTWOORDING Dit document bevat de tabellen waarop het volgende artikel gebaseerd is: Veer, A.J.E. de, Francke, A.L. Verpleegkundigen positief over bevorderen van zelfmanagement. TVZ: Tijdschrift voor

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

MS Fitnessgroep. Klinimetrie MS. Fysiotherapie bij MS 19-2-2014. MSMS 2 december 2013

MS Fitnessgroep. Klinimetrie MS. Fysiotherapie bij MS 19-2-2014. MSMS 2 december 2013 MS Fitnessgroep MSMS 2 december 2013 Marion Verhulsdonck (RA) Nydia van As (FT), Sanne Lambeck (FT) Klinimetrie MS Basis lichamelijk onderzoek (kracht, mobiliteit, sensibiliteit, tonus (SPAT?) 10 meter

Nadere informatie

CVRM kwetsbare ouderen. Rotterdam maart 2015 AJ Arends, klinisch geriater en klinisch farmacoloog io

CVRM kwetsbare ouderen. Rotterdam maart 2015 AJ Arends, klinisch geriater en klinisch farmacoloog io CVRM kwetsbare ouderen Rotterdam maart 2015 AJ Arends, klinisch geriater en klinisch farmacoloog io Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties

Nadere informatie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Zoals beschreven in hoofdstuk 1, is artrose een chronische ziekte die vaak voorkomt bij ouderen en in het bijzonder

Nadere informatie

Huisarts of hometrainer?

Huisarts of hometrainer? Huisarts of hometrainer? In het literatuuroverzicht werden zes studies opgenomen. Vier studies onderzochten het effect van training op ziekteverzuim, drie daarvan bestudeerden tevens de effecten op klachten

Nadere informatie

Beweegprogramma GOUD Tips en tricks voor effectieve uitvoering

Beweegprogramma GOUD Tips en tricks voor effectieve uitvoering Beweegprogramma GOUD Tips en tricks voor effectieve uitvoering Diet Tielbeek Marieke van Schijndel-Speet Consortium Gezond OUDer met een verstandelijke beperking Deze workshop Doel onderzoek Ontwikkeling

Nadere informatie

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 SAMENVATTING Dit proefschrift is gewijd aan Bouwen aan Gezondheid : een onderzoek naar de effectiviteit van een leefstijlinterventie voor werknemers in de bouwnijverheid met een verhoogd risico op hart

Nadere informatie

Pilotstudie naar effectiviteit Physical Sense Methode bij RSI patiënten

Pilotstudie naar effectiviteit Physical Sense Methode bij RSI patiënten Pilotstudie naar effectiviteit Physical Sense Methode bij RSI patiënten Genezing van RSI patiënten, een pilotstudie naar de effectiviteit van de Physical Sense-methode Dr. Hein Beijer, epidemioloog Samenvatting

Nadere informatie

Gezondheid en zelfstandigheid van 50-plussers, gegevens op basis van de studie Gezond Ouder met een verstandelijke beperking (GOUD)

Gezondheid en zelfstandigheid van 50-plussers, gegevens op basis van de studie Gezond Ouder met een verstandelijke beperking (GOUD) Gezondheid en zelfstandigheid van 50-plussers, geïndiceerd voor ZZP-VG 4: gegevens op basis van de studie Gezond Ouder met een verstandelijke beperking (GOUD) Heidi Hermans & Heleen Evenhuis december 2012

Nadere informatie

UMC St Radboud. Dubbeltaakonderzoek. Parkinson

UMC St Radboud. Dubbeltaakonderzoek. Parkinson UMC St Radboud Dubbeltaakonderzoek bij Parkinson Patiënteninformatie U ontvangt deze folder omdat u de polikliniek Neurologie van het UMC St Radboud te Nijmegen bezocht in verband met de ziekte van Parkinson.

Nadere informatie

Bewegen door Senioren

Bewegen door Senioren Dianne Laarhoven-Klein, algemeen fysiotherapeut met aandacht voor geriatrie 2030: 4 miljoen Nederlanders ouder dan 65 jaar. 2030: 4 miljoen Nederlanders ouder dan 65 jaar. Dat is bijna 25% van de totale

Nadere informatie

SAMENVATTING. MVW_proefschrift_170x240_17042013.indd 172

SAMENVATTING. MVW_proefschrift_170x240_17042013.indd 172 SAMENVATTING MVW_proefschrift_170x240_17042013.indd 172 ALIFE@WORK DE EFFECTEN VAN EEN LEEFSTIJLPROGRAMMA MET BEGELEIDING OP AFSTAND VOOR GEWICHTSCONTROLE BIJ WERKNEMERS ACHTERGROND Overgewicht, waarvan

Nadere informatie

Vitaal ouder worden resultaten GROSSO project in Noord west Utrecht

Vitaal ouder worden resultaten GROSSO project in Noord west Utrecht r Vitaal ouder worden resultaten GROSSO project in Noord west Utrecht Mathieu de Greef, Yldau Dijkstra, Bewegingswetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen 79 jaar 84 jaar 5 jaar ouder in periode van 35

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie

Valpoli Analyse valrisico, advies en behandeling Vakgroep Klinische Geriatrie Afdeling Fysiotherapie Afdeling Ergotherapie IJsselland Ziekenhuis

Valpoli Analyse valrisico, advies en behandeling Vakgroep Klinische Geriatrie Afdeling Fysiotherapie Afdeling Ergotherapie IJsselland Ziekenhuis Valpoli Analyse valrisico, advies en behandeling Vakgroep Klinische Geriatrie Afdeling Fysiotherapie Afdeling Ergotherapie IJsselland Ziekenhuis Inleiding Vallen komt in Nederland veel voor. Ongeveer 30%

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting In Nederland is het Cerebro Vasculair Accident (CVA= hersenbloeding of herseninfarct) de derde doodsoorzaak. Van degenen die getroffen worden door een CVA overleeft ongeveer 75%. Veel van

Nadere informatie

Een effectiviteitsanalyse van de

Een effectiviteitsanalyse van de Verzuimende werknemers Een effectiviteitsanalyse van de verzuimbegeleiding door Top-Care Onderzoek naar de effectiviteit van de verzuimspecifieke aanpak van Top-Care Esther Hilbers 1 In deze rapportage

Nadere informatie

een geriatriefysiotherapeutisch patiëntonderzoek

een geriatriefysiotherapeutisch patiëntonderzoek een geriatriefysiotherapeutisch patiëntonderzoek 25 September 2012 Marjan Doves, MFt opzet Doel workshop Introductie geriatriefysiotherapie Introductie van de casus Uitwerking van het onderzoek Conclusie

Nadere informatie

Ontwikkeling van een beweegnorm voor ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen

Ontwikkeling van een beweegnorm voor ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen TNO-rapport KvL/B&G 2008.046 Ontwikkeling van een beweegnorm voor ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen Preventie en Zorg Wassenaarseweg 56 Postbus 2215 2301 CE Leiden www.tno.nl T +31 71 518 18 18

Nadere informatie

De effectiviteit van case management bij ouderen met dementiesymptomen

De effectiviteit van case management bij ouderen met dementiesymptomen De effectiviteit van case management bij ouderen met dementiesymptomen en hun mantelzorgers Dit proefschrift gaat over de effectiviteit van case management gegeven door wijkverpleegkundigen aan thuiswonende

Nadere informatie

Valpreventie: oefeningen ter bevordering van lenigheid, kracht en evenwicht

Valpreventie: oefeningen ter bevordering van lenigheid, kracht en evenwicht Valpreventie: oefeningen ter bevordering van lenigheid, kracht en evenwicht Inleiding: Vallen is een omvangrijk probleem in Nederland, waarbij 24% tot 35% van de thuiswonende 65plussers minstens 1 keer

Nadere informatie

Circuittraining Een nieuwe groepstraining met een functioneel karakter

Circuittraining Een nieuwe groepstraining met een functioneel karakter Circuittraining Een nieuwe groepstraining met een functioneel karakter Drs. Lotte Wevers Dr. Ingrid van de Port Prof. Dr. Eline Lindeman Prof. Dr. Gert Kwakkel Kenniscentrum De Hoogstraat, Utrecht Overzicht

Nadere informatie

KWETSBARE OUDEREN, EEN HOLISTISCHE BENADERING

KWETSBARE OUDEREN, EEN HOLISTISCHE BENADERING KWETSBARE OUDEREN, EEN HOLISTISCHE BENADERING Robbert Gobbens, Hogeschool Rotterdam en Tranzo Tilburg University Katrien Luijkx, Tranzo Tilburg University OPBOUW WORKSHOP Ontwikkeling van kwetsbaarheid

Nadere informatie

! Thema binnen ouderzorg Betere voorspeller voor adverse outcome dan chronologische leeftijd Geen consensus / gouden standaard

! Thema binnen ouderzorg Betere voorspeller voor adverse outcome dan chronologische leeftijd Geen consensus / gouden standaard An De Meulenaere ! Thema binnen ouderzorg Betere voorspeller voor adverse outcome dan chronologische leeftijd Geen consensus / gouden standaard Verschillende definities Operationeel Conceptueel Situering

Nadere informatie

Bewegen, Natuurlijk! Start Sevagram Beweegnetwerk

Bewegen, Natuurlijk! Start Sevagram Beweegnetwerk Bewegen, Natuurlijk! Start Sevagram Beweegnetwerk Dr. Michel Bleijlevens Woensdag 10 oktober 2012 Programma Welkom Bewegen, Natuurlijk (Michel Bleijlevens) Uitreiking compliment IDé (Jenneke van Veen)

Nadere informatie

De waarde van zorgboerderijen/ zorgmaneges voor de gezondheid van deelnemers. Simone de Bruin 24 november 2012

De waarde van zorgboerderijen/ zorgmaneges voor de gezondheid van deelnemers. Simone de Bruin 24 november 2012 De waarde van zorgboerderijen/ zorgmaneges voor de gezondheid van deelnemers Simone de Bruin 24 november 2012 1 24 november 2012 Inhoud 1. Zorgboerderijen in Nederland 2. Kenmerken van dagopvang/dagbesteding

Nadere informatie

Najaarscongres NVFG Broodnodig; NVFG najaarscongres over voeding en beweging bij ouderen

Najaarscongres NVFG Broodnodig; NVFG najaarscongres over voeding en beweging bij ouderen Najaarscongres NVFG Broodnodig; NVFG najaarscongres over voeding en beweging bij ouderen Vrijdag 27 september 2013 Golden Tulip Hotel Ampt van Nijkerk Nijkerk Voorwoord Het is algemeen bekend dat zowel

Nadere informatie

Nienke de Vries MANAGING THE DECLINE. Physical therapy in frail elderly

Nienke de Vries MANAGING THE DECLINE. Physical therapy in frail elderly Nienke de Vries MANAGING THE DECLINE Physical therapy in frail elderly Managing the decline: physical therapy in frail elderly Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Radboud Universiteit

Nadere informatie

Meten is weten. ook. bij collum care

Meten is weten. ook. bij collum care Meten is weten ook bij collum care Presentatie door Leny Blonk nurse practitioner orthopedie Alysis zorggroep 1 Meten een dagelijkse bezigheid Leveren van maatwerk 2 Meten een dagelijkse bezigheid Om ons

Nadere informatie

De kans op arbeidsongeschiktheid bij zelfstandig ondernemers met overgewicht

De kans op arbeidsongeschiktheid bij zelfstandig ondernemers met overgewicht Mag het een onsje meer zijn? De kans op arbeidsongeschiktheid bij zelfstandig ondernemers met overgewicht Viona Lapré- Utama, Marjan Erkamp, Marga van Liere, Cees Geluk Samenvatting Overgewicht komt steeds

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) SAMENVATTING Jaarlijks wordt 8% van alle kinderen in Nederland prematuur geboren. Ernstige prematuriteit heeft consequenties voor zowel het kind als de ouder. Premature

Nadere informatie

Praktische bruikbaarheid van frailty(schalen)

Praktische bruikbaarheid van frailty(schalen) Praktische bruikbaarheid van frailty(schalen) Kwetsbaarheid? Wie is kwetsbaar (m.n. in thuissituatie)? - hoe op te sporen? - en dan? Erik van Rossum Kwetsbaarheid (I) Verstoring balans normale veroudering

Nadere informatie

B-vitaminen ter preventie van fracturen en de vermindering van het fysiek functioneren

B-vitaminen ter preventie van fracturen en de vermindering van het fysiek functioneren SAMENVATTING Samenvatting B-vitaminen ter preventie van fracturen en de vermindering van het fysiek functioneren Door de stijgende levensverwachting zal het aantal osteoporotische fracturen toenemen. Osteoporotische

Nadere informatie

Rapportage onderzoeksproject Genieten aan tafel Een toegepast onderzoek naar maaltijdbeleving in verpleeghuizen

Rapportage onderzoeksproject Genieten aan tafel Een toegepast onderzoek naar maaltijdbeleving in verpleeghuizen Rapportage onderzoeksproject Genieten aan tafel Een toegepast onderzoek naar maaltijdbeleving in verpleeghuizen De samenvatting van de interventie Genieten aan tafel die in zorginstellingen is uitgevoerd,

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar

Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar Micro endoscopische operatie (buisjesmethode) voor lage rughernia minder effectief U doet mee aan de Sciatica MED Trial, het doelmatigheidsonderzoek naar de behandeling

Nadere informatie

Een literatuurstudie met betrekking tot de dementiewoning. Door Susan Arendse en Martijn Moerman, studenten Fysiotherapie van de HU.

Een literatuurstudie met betrekking tot de dementiewoning. Door Susan Arendse en Martijn Moerman, studenten Fysiotherapie van de HU. Zijn bewegingsprogramma s die cognitie stimuleren haalbaar in de thuissituatie? Een literatuurstudie met betrekking tot de dementiewoning van het project Technologie Thuis Nu Door Susan Arendse en Martijn

Nadere informatie

Ontwikkelen van een Cochrane Systematic Review over interventies

Ontwikkelen van een Cochrane Systematic Review over interventies Ontwikkelen van een Cochrane Systematic Review over interventies 22 en 23 Maart 2016 Bestemd voor personen die in het kader van de Cochrane Collaboration een systematische review over interventies gaan

Nadere informatie

Advies- en behandelcentrum. Fysiotherapie. Verbeteren van uw dagelijks bewegen

Advies- en behandelcentrum. Fysiotherapie. Verbeteren van uw dagelijks bewegen Advies- en behandelcentrum Fysiotherapie Verbeteren van uw dagelijks bewegen Advies- en behandelcentrum Fysiotherapie is één van de vakgroepen van het Advies- en behandelcentrum, dat deel uitmaakt van

Nadere informatie

Doel. Programma. NAH symposium workshop balans. Plaats van balans binnen de ICF. Meetinstrument: CTSIB 10-11-2015

Doel. Programma. NAH symposium workshop balans. Plaats van balans binnen de ICF. Meetinstrument: CTSIB 10-11-2015 NAH symposium workshop balans Doel Ilse Oosterom & Myrthe Schwartz 13 oktober 2015 Bewustwording van complexiteit van balansproblemen bij jongeren met NAH en de gevolgen middels ervaren en casuïstiek Programma

Nadere informatie

Verpleegkundigen positief over bevorderen van zelfmanagement

Verpleegkundigen positief over bevorderen van zelfmanagement Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit TvZ Tijdschrift voor verpleegkundigen 2013, nr. 2 Bijbehorende tabellen zijn te vinden in: tabellenboek bij artikel over verpleegkundigen

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Samenvatting (Summary in Dutch) Achtergrond Het millenniumdoel (2000-2015) Education for All (EFA, onderwijs voor alle kinderen) heeft in ontwikkelingslanden veel losgemaakt. Het

Nadere informatie

Engelse Verpleegster Gebruikt HeartMath met Multiple Sclerose patiënten

Engelse Verpleegster Gebruikt HeartMath met Multiple Sclerose patiënten Engelse Verpleegster Gebruikt HeartMath met Multiple Sclerose patiënten Een verpleegkundige in Engeland die is gespecialiseerd in patiënten met multiple sclerose / MS voerde een informele studie uit waarbij

Nadere informatie

Voorstellen. Fitheid van ouderen met een verstandelijke beperking: De VB-fitscan. GOUD onderzoek. Inhoud workshop. GOUD onderzoek.

Voorstellen. Fitheid van ouderen met een verstandelijke beperking: De VB-fitscan. GOUD onderzoek. Inhoud workshop. GOUD onderzoek. Voorstellen Bewegingswetenschapper Fitheid van ouderen met een verstandelijke beperking: De VB-fitscan Onderzoek Gezond Ouder met een verstandelijke beperking Thema: lichamelijke activiteit en fitheid

Nadere informatie

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen Ouderenmonitor 2011 Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen De Ouderenmonitor is een onderzoek naar de lichamelijke, sociale en geestelijke

Nadere informatie

Rapport EASYcareGIDS-project Tilburg

Rapport EASYcareGIDS-project Tilburg Rapport EASYcareGIDS-project Tilburg Marieke Perry, huisartsonderzoeker Kenniscentrum Geriatrie, UMC St Radboud, Nijmegen september 2007 t/m september 2008 Achtergrond Door de toenemende vergrijzing gaat

Nadere informatie

Zoals jullie weten heb ik literatuuronderzoek gedaan naar 12 determinanten van ondervoeding. Vandaag wil ik graag inzoomen op sarcopenie.

Zoals jullie weten heb ik literatuuronderzoek gedaan naar 12 determinanten van ondervoeding. Vandaag wil ik graag inzoomen op sarcopenie. Dit is de hand-out van de afstudeerpresentatie van Lutine Schoemaker. Hieronder zijn de slides weergeven en per slide een korte toelichting. De presentatie is online te vinden op: https://prezi.com/zgw0xt0mk3ty/

Nadere informatie

fysiotherapie & ouderenzorg

fysiotherapie & ouderenzorg fysiotherapie & ouderenzorg Redactioneel De Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Geriatrie (NVFG) bestaat 30 jaar en ook Fysiotherapie en Ouderenzorg heeft een behoorlijk lange geschiedenis.

Nadere informatie

Dementie en Bewegen. Susan Vrijkotte. Zorggroep Solis: Aangenaam, betrokken en zorgzaam

Dementie en Bewegen. Susan Vrijkotte. Zorggroep Solis: Aangenaam, betrokken en zorgzaam Dementie en Bewegen Susan Vrijkotte Inhoud Er was eens De studie Resultaten Toekomstplannen 2 Er was eens Een actueel onderwerp: BEWEGEN Te weinig aandacht voor bewegen bij Zorggroep Solis IGZ gaat strenger

Nadere informatie

DEMENTIE DIAGNOSE DOCUMENTATIE Tessa van den Kommer Hannie Comijs 16 juni 2006 / 02 maart 2007 / 3 oktober 2008 / 29 augustus 2011 / 15 maart 2013

DEMENTIE DIAGNOSE DOCUMENTATIE Tessa van den Kommer Hannie Comijs 16 juni 2006 / 02 maart 2007 / 3 oktober 2008 / 29 augustus 2011 / 15 maart 2013 DEMENTIE DIAGNOSE DOCUMENTATIE Tessa van den Kommer Hannie Comijs 16 juni 2006 / 02 maart 2007 / 3 oktober 2008 / 29 augustus 2011 / 15 maart 2013 In LASA beschikken we over gegevens m.b.t. meerdere cognitieve

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

Heleen Evenhuis & Heidi Hermans december 2012

Heleen Evenhuis & Heidi Hermans december 2012 Gezondheid en zelfstandigheid van 50-plussers, geïndiceerd voor ZZP-VG 4: gegevens op basis van de studie Gezond Ouder met een verstandelijke beperking (GOUD) Heleen Evenhuis & Heidi Hermans december 2012

Nadere informatie

Bij gebrek aan bewijs

Bij gebrek aan bewijs Bij gebrek aan bewijs kennis is macht! internet in de spreekkamer P.A. Flach Bedrijfsarts Arbo- en milieudienst RuG 09-10-2006 1 3 onderdelen 1. Wat is EBM 2. Zoeken in PubMed 3. Beoordelen van de resultaten

Nadere informatie

Kwetsbare ouderen. Wat kunt u er zelf aan doen?

Kwetsbare ouderen. Wat kunt u er zelf aan doen? Kwetsbare ouderen. Wat kunt u er zelf aan doen? Hoeveel procent van Nederland is ouder dan 65 jaar? A 11 % B 5 % C 42% Hoeveel wonen er zelfstandig A. 50% van de 70 jaar en ouder B. 83 % van de 70 jaar

Nadere informatie

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen Running head: ACTIEVE OUDEREN EN BEWEGEN 1 De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de Lichaamsbeweging van Ouderen The Influence of Identification with 'Active Elderly' and Wellbeing

Nadere informatie

EMGO Institute - Care and Prevention 1. Congres Lerend Vermogen 12 mei 2011 Stelling. Programma. Hoe voelt dit? Realiteit.. Succesvol ouder worden..

EMGO Institute - Care and Prevention 1. Congres Lerend Vermogen 12 mei 2011 Stelling. Programma. Hoe voelt dit? Realiteit.. Succesvol ouder worden.. Congres Lerend Vermogen 12 mei 2011 Stelling Lerend vermogen & beweging Anna-Eva Prick (ajc.prick@psy.vu.nl) & Ronald Valk (r.valk@hilverzorg.nl) Mensen met dementie moeten gestimuleerd worden elke dag

Nadere informatie

Wetenschappelijke vorming in de huisartsopleiding

Wetenschappelijke vorming in de huisartsopleiding Versiedatum: 0-0-06 Pagina van 5 De wetenschappelijke onderbouwing van het huisartsgeneeskundig handelen vormt een belangrijke leidraad voor de huisarts. Deze moet een wetenschappelijke onderbouwing kunnen

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20846 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/20846 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/20846 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Knittle, Keegan Title: Motivation, self-regulation and physical activity among

Nadere informatie

Osteoporose: de feiten

Osteoporose: de feiten Reinier de Graaf Groep Osteoporose: de feiten Dieu Donne Niesten Orthopedisch chirurg RdGG CBO richtlijn 2011 Osteoporose is een chronische aandoening die in hoofdzaak bij ouderen voorkomt Mede als gevolg

Nadere informatie

Evidence Based Practice in de alledaagse praktijk. Definitie EBP 16-4-2015

Evidence Based Practice in de alledaagse praktijk. Definitie EBP 16-4-2015 Evidence Based Practice in de alledaagse praktijk Lies Braam, verpleegkundig specialist neurologie 26 maart 2015 V &VN neurocongres Definitie EBP Bij EBP gaat het om klinische beslissingen op basis van

Nadere informatie

FYSIOTHERAPIE. Revalidatieprogramma. voor COPD-patiënten ADVIES

FYSIOTHERAPIE. Revalidatieprogramma. voor COPD-patiënten ADVIES FYSIOTHERAPIE Revalidatieprogramma voor COPD-patiënten ADVIES Revalidatieprogramma voor COPD-patiënten Bij patiënten met een longaandoening is vaak meer aan de hand dan alleen een longziekte. De aandoening

Nadere informatie

Snel in Beweging Ontwikkeling en implementatie van de zelf-oefengids

Snel in Beweging Ontwikkeling en implementatie van de zelf-oefengids Snel in Beweging Ontwikkeling en implementatie van de zelf-oefengids Deborah Zinger MSc, fysiotherapeut UMC Utrecht Identificeer probleem/ hulpvraag patiënt Formuleer klinisch relevante vraag ZSU Maak

Nadere informatie

Algemene informatie. Voorkom onnodige achteruitgang in het ziekenhuis - Kom uit het bed -

Algemene informatie. Voorkom onnodige achteruitgang in het ziekenhuis - Kom uit het bed - Algemene informatie Voorkom onnodige achteruitgang in het ziekenhuis - Kom uit het bed - 1 U zult misschien wel schrikken als u leest dat drie maanden na ontslag ongeveer 30% van de ouderen die behandeld

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

(Hoofdstuk 2-5) (Hoofdstuk 6-9) 151

(Hoofdstuk 2-5) (Hoofdstuk 6-9) 151 Samenvatting Het verlies van tanden en kiezen luidt het slinken van de resterende kaakwallen in. Dit slinken, ook wel resorptie genoemd, is een langzaam voortschrijdend proces. In de onderkaak is de snelheid

Nadere informatie

Gezond ouder met een verstandelijke beperking: veranderde visie na het GOUD-onderzoek

Gezond ouder met een verstandelijke beperking: veranderde visie na het GOUD-onderzoek Gezond ouder met een verstandelijke beperking: veranderde visie na het GOUD-onderzoek Prof Dr Heleen Evenhuis Geneeskunde voor verstandelijk gehandicapten Afd Huisartsgeneeskunde Erasmus MC Rotterdam Inleiding

Nadere informatie

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. + (verkorte versie) Sociale Steun Lijst- Interactie 12 (SSL-12)

Uitgebreide toelichting van het meetinstrument. + (verkorte versie) Sociale Steun Lijst- Interactie 12 (SSL-12) Uitgebreide toelichting van het meetinstrument Sociale Steun Lijst - interactie en Sociale Steun Lijst - discrepanties + (verkorte versie) Sociale Steun Lijst- Interactie 12 (SSL-12) 26 november 2009 Review:

Nadere informatie