OpMaat. een visiedocument voor SGJ

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "OpMaat. een visiedocument voor SGJ"

Transcriptie

1 OpMaat een visiedocument voor SGJ

2 In dit visiedocument is geprobeerd: de mensvisie van hulpverleners op hoofdpunten onder woorden te brengen; de keuze voor opvoedingshulpverlening te motiveren en op hoofdlijnen uit te werken in een pedagogische visie; enkele uitgangspunten te formuleren voor de relatie hulpverlener en cliënt. Werkgroepsleden eerste uitgave Marleen van den Dool Henk Knol Anneke Rots Bij de derde uitgave Voor u ligt de derde versie van ons visiedocument OpMaat. Het stuk heeft de tongen in de afgelopen tien jaar beslist losgemaakt. In al die discussies viel mij een ding in het bijzonder op en dat wil ik hier vragenderwijs ter sprake brengen. Hoe verhoudt OpMaat zich tot de grondslag van SGJ? Biedt de formulering van de (mens- en pedagogische) visie niet veel meer ruimte dan de strakke binding aan de Bijbel en de Drie Formulieren? Zegt SGJ met dit document impliciet met die binding niet meer uit de voeten te kunnen en is de tekst van dit visiedocument de eigentijdse vervanger? Ik beantwoord deze vragen beslist ontkennend. SGJ wil niet steels van zijn gereformeerde wortels af. Integendeel: de nota wil aantonen hoe vitaal opvoedingsondersteuning die zich baseert op het belovend spreken van God in zijn Woord (en het ja en amen daarop van de kerk) kan en mag zijn. De lezer doet er goed aan de nota niet te overvragen op het punt van de mensvisie. De nota geeft geen samenvatting of hoofdsom van de christelijke leer. We hebben niet gestreefd naar een uitgebalanceerde Bijbelse antropologie. In de nota hebben we hoofdlijnen getrokken die voor ons onderwerp (hulpverlening in situaties van onvolkomenheid) relevant zijn. Die komen niet in mindering op onze hartelijke binding aan alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat (Matteus 4 : 4) maar die willen juist tegen de achtergrond van de hele Schrift gelezen worden. Uit de nota wordt duidelijk hoezeer het begrip verantwoordelijkheid de centrale notie in de opvoeding is. Voor een christen is dat begrip, vanwege het besef dat hij tot de opvoeding door God zelf geroepen is, altijd driedimensionaal. Amersfoort, september 2010 Bart Nitrauw, bestuurder SGJ SGJ Christelijke Jeugdzorg, 2001, 2004, 2011 Postbus BN AMERSFOORT OpMaat 1

3 Inhoudsopgave Voorwoord 3 1 Inleiding 3 2 Een werkdocument 3 3 Op maat en opmaat 4 Een beeld van een mens 5 1 God is dichtbij de mens 5 2 Mens naar Gods beeld 5 3 De lijdende mens 6 4 De mens heeft toekomst 6 Opvoeden is liefhebben en de weg wijzen 8 1 Wat is opvoeden? 8 2 De opvoedingsrelatie 9 3 Wat vraagt opvoeden van de opvoeder? 10 4 Opvoedingshulp 10 Op maat 13 1 Nòg een visie? 13 2 Missie, visie en kernwaarden 13 3 De kleine hulpverlener 13 4 Een steunend netwerk 14 5 Opvoedingshulpverlening 14 6 Aansluiting en afstand 15 7 Hulp als gesprek 15 Ontwikkelingsopgaven en opvoedingsopgaven 16 1 Baby-peuter (0-2 jaar) 16 2 Peuter-kleuter (2-4 jaar) 16 3 Basisschoolperiode (4-12 jaar) 16 4 Vroege adolescentie (12-16 jaar) 17 Gebruikte literatuur 18 Voetnoten 19 OpMaat 2

4 Voorwoord 1 Inleiding Achter elk hulpverlenend handelen zit een visie: een meer of minder bewuste opvatting over het vak of wat dat vak zou moeten zijn. Ook behelst die visie doorgaans een bepaalde kijk op de mens. Voor de hulpverlener wordt die kijk in belangrijke mate bepaald door zijn christelijke levensovertuiging. Deze overtuiging is terug te vinden in de doelstellingen van de organisatie. Maar dat is niet genoeg. Voor de interpretatie van de levens- en opvoedingsproblemen in zijn werkpraktijk heeft de hulpverlener een eigen, christelijk kader nodig waarin de uitgangspunten voor hulpverlening vanuit een christelijke levensovertuiging worden geëxpliciteerd. Bovendien is een geëxpliciteerde mensvisie (naast de binding aan beroepscodes en kwaliteitscriteria) een kenmerk van zijn professionele arbeid. In dit visiedocument is geprobeerd: de mensvisie van hulpverleners op hoofdpunten onder woorden te brengen; de keuze voor opvoedingshulpverlening te motiveren en op hoofdlijnen uit te werken in een pedagogische visie; enkele uitgangspunten te formuleren voor de relatie hulpverlener en cliënt. 2 Een werkdocument Een beschrijving van de instellingsvisie verwordt vaak snel tot een op alle niveaus van de organisatie nauwelijks gebruikt dossierstuk. De hierboven genoemde onderdelen van dit visiedocument zijn daarom met opzet schetsmatig gehouden; het gaat om aanzetten die in de praktijk van alledag door medewerkers verder afgemaakt en in hun werkprocessen geïntegreerd moeten worden. Alleen dan kan dit stuk een werkdocument (zie onderstaand schema) worden in de verschillende geledingen van SGJ, een document dat verbonden is met het hart van de hulpverleners en de organisatie als geheel. mensvisie pedagogische visie hulpverleningsvisie concretiseringen per werksoort (Gezins)voogdij Intensieve ambulante zorg Gespecialiseerde Zorg Pleegzorg Gezinshuizen Behandelgroepen de weerbarstige (opvoedings-)werkelijkheid OpMaat 3

5 3 Opmaat en op maat De titel van dit visiedocument is meerduidig. Het refereert aan het welbewust schetsmatige van dit document, aan de kleine menselijke maat van hulpverlener en cliënt, en aan het maatwerk waar de laatste recht op heeft. Hiervoor is reeds opgemerkt dat dit document een opmaat beoogt te zijn van de bezinning op fundamentele uitgangspunten in de dagelijkse werkpraktijk binnen de organisatie. Wij zijn maar mensen 1 Wij zijn maar mensen. Groot in onze dromen, die wij verraden, klein in ons verdriet. Sinds eeuwen op genade of ongenade overgeleverd aan een ver verschiet dat ons ontgaat en over ons gebiedt, zoals een zon waarop wij zijn gericht, die alles zwart maakt in het tegenlicht. Eerst moet de schaduw van het kruis nog lengen tot aan de einden van de aarde toe voordat het grote oordeel komt, de nacht van de verschrikkingen en dan de dag. ( ) Kom Here Jezus, kom, zo bidden wij, verlos uzelf en ons van het verleden, wis onze schaduw uit, verzamel ons uit land en zee en uit de wrede wind, vergeef ons in het eindelijk gericht dat wij maar mensen zijn, verzadig ons, o grote zon, met uw ontzaglijk licht. OpMaat 4

6 Een beeld van een mens Hoe een christen-hulpverlener naar mensen kijkt 2 1 God is dichtbij de mens 3 De geschiedenis van de mens begint met God die de mens schiep. God is tegenwoordig. Hij zorgt voor wat Hij schiep. God heeft zich in zijn Woord bekend gemaakt en is almachtig; de mens kan er op vertrouwen dat niets buiten God om gaat, zelfs het lijden niet. Dat is geen noodlotsgeloof, maar overgave aan en vertrouwen op de God die dicht bij de mens wil zijn. In de opvoedingshulp tref je vaak mensen aan die een verstoorde relatie tot God hebben, waarin bijvoorbeeld zijn liefde, ontferming en vaderschap niet worden beleefd of erkend. Zo n verstoorde verhouding tussen cliënt en God dient in de hulpverlening onderscheiden te worden van de realiteit van Gods nabijheid, ontferming en vaderschap. Die realiteit is voor christenen het kader waarin gesproken zou kunnen worden over de rechten van het kind op bescherming, veiligheid, voeding, verzorging, scholing, gezondheid, ontspanning, vrijheid, respect en een eigen mening. 4 2 Mens naar Gods beeld De grond voor ons bestaan ligt in Gods keuze om ons te scheppen naar zijn beeld. God heeft ieder mens gewild en daarmee heeft ieder mens zijn waarde; God heeft de mens haast goddelijk gemaakt zegt Psalm 8. Ieder mens is uniek. Daarnaast valt de mens ten opzichte van God ook in het niet; de mens leeft slechts op de adem van Gods stem. De nietige mens is immers ook de zondige mens. Dat geldt evengoed voor de mens die hulp verleent als voor de mens die hulp vraagt. Beiden staan schuldig tegenover God en zijn persoonlijk aan te spreken op aan zichzelf of anderen toegebrachte schade. Voor God bestaat er geen vergoelijkend slachtofferschap. Hij is een God van recht en houdt mensen verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op de verstoring van zijn goede schepping. Dit brengt ons tot de erkenning dat wij niet op eigen kracht kunnen leven, maar dat we zijn aangewezen op God die ons op zijn initiatief door Christus verlost en vernieuwt. Een ongehoorde ontferming! Zijn heilzame geboden zijn erop gericht dat de mens tot zijn bestemming komt. God heeft een doel met het leven van ieder mens en zijn geboden zijn richtingaanwijzers op ons levenspad. Zonde en overtreding van Gods geboden mogen binnen de opvoedingshulpverlening in rekening worden gebracht in hun samenhang met Gods barmhartigheid. Daarbij dient de hulpverlener te waken voor al te eenvoudige (causale) redeneringen, waarin problematiek als aanwijsbaar gevolg van zonde wordt gedefinieerd. Toch hoeft schuld in het hulpverleningsproces niet verdoezeld te worden. Schade die aan de eigen persoon of anderen is aangericht moet worden benoemd, juist ook om verzoening en zo mogelijk zelfs herstel in relaties tot stand te brengen. Vergelding, straf en zelfs wraak worden binnen de hulpverlening begrensd door Bijbelse noties als vergeving en het Mij komt de wraak toe, zegt de Here. Hier begint voor de hulpverlener het raakvlak met pastoraat. Deze visie gaat dus niet uit van een humanistisch mensbeeld dat zijn vertrekpunt neemt in het fundamenteel goede in de mens en diens potentie om dit goede te verwezenlijken. Onze christelijke mensvisie biedt een realistisch alternatief. De mens is door God de Drie-enige als eenheid met een lichaam, een ziel en een psyche geschapen. Drie aspecten die aan elkaar gelijkwaardig zijn omdat God de mens heeft bedoeld als een levend geheel dat tot zijn bestemming moet komen. Verstoring in een van de aspecten is van invloed op het functioneren van de totale mens. Vanuit dit gezichtspunt bestaat er geen rangorde in de veelsoortige menselijke problematiek: schuldsanering is in principe dus niet minder belangrijk dan psychotherapie of pastorale hulp. Deze opvatting wijkt af van een holistisch mensbeeld dat de mens laat vervloeien in zijn eenheid met aarde en kosmos, waardoor aan Gods verlossende kracht tekort wordt gedaan. De mens is door God aangelegd op anderen en daartoe in levensverbanden 5 geplaatst: familie, ouders, gezin, christelijke gemeente, werkkring, huwelijk en vriendschappen. Deze levensverbanden OpMaat 5

7 elimineren niet de menselijke uniciteit en individualiteit, maar vormen voor de kleine mens juist beschermende kaders. Samenleven en samenwerken in die levensverbanden gelden als werkwoorden; relationeel functioneren is een van God gegeven opgave en mag een leven lang geleerd worden. Ook kan de kleine mens bij zichzelf te rade gaan en met anderen overleggen, naderen tot zijn Schepper en zelf beslissingen nemen 6. De mens is een handelend wezen dat verantwoording kan afleggen. God stelt de mens - naar vermogen - verantwoordelijk voor wat hij denkt, doet of zegt, en ieder mens geeft met zijn geschiedenis en zijn eigen unieke mogelijkheden een eigen, individueel antwoord. Kortom: mens zijn is antwoorden op, beantwoorden aan het doel dat God met je heeft, door de talenten die je gekregen hebt te ontwikkelen en te gebruiken tot eer van God. In de opvoedingshulpverlening ontmoeten we mensen die geen - of heel moeilijk - keuzes willen (kunnen) maken, omdat ze dit nooit of niet goed hebben geleerd of omdat dit vroegtijdig en systematisch werd afgestraft 7. Soms schuift zo n mens het kiezen af op anderen (om die vervolgens verantwoordelijk te stellen voor verkeerd gemaakte keuzes). Onze hulpverlening moet de cliënt bepalen bij zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van zijn Schepper en hem stimuleren verantwoording te (willen en kunnen) dragen, keuzes te maken en beslissingen te nemen. Deze opvatting zet zich af tegen het mensbeeld dat de mens onbekwaam tot kiezen noemt: een fatalistisch en deprimerend mensbeeld waarin de mens keuzes overlaat aan hogere machten en als een willoos kuddedier daarin berust. 3 De lijdende mens Wie God de Almachtige heeft leren kennen in zijn ontferming komt desondanks soms verschrikkelijk in de knoop met het lijden in de wereld of in zijn eigen leven. De mens kan daarbij verstrikt raken in vragen en in opstandigheid. God is echter geen lieve of machteloos meelijdende God die niet bestand zou zijn tegen de Hem (be)vragende mens. Die mens mag de Psalmen en Job tot voorbeeld nemen en zijn gevecht aangaan met God. Wij willen bij deze vragen vasthouden aan twee uitgangspunten: God kijkt niet machteloos toe maar stuurt gebeurtenissen en heeft ze in de hand. God is niet de veroorzaker van het kwaad, Hij is goed. 8 Aanvaarding van lijden en dood kan plaatsvinden in het besef van de uiteindelijke verlossing in Jezus Christus, die de dood overwon. Wij erkennen onze onmacht om steeds heel concreet de zin te ontdekken van of betekenis te geven aan het lijden in de wereld of in ons eigen leven. De hulpverlener kan vaak niet anders dan erkennen dat er veel is wat hij niet kan oplossen of veranderen. In de methodiek dient er ruimte te zijn voor rouw, verdriet en de beleving en verwerking van datgene wat onoplosbaar is. Acceptatie van het onvolkomene mag daarbij gestimuleerd worden, en de omgeving van de cliënt dient geactiveerd te worden om mét de cliënt de last te dragen. Het werkwoord troosten kan zo heel concreet inhoud krijgen. 4 De mens heeft toekomst Met Gods kracht is de mens in staat om opgewassen te zijn tegen het kwaad en een begin van herstel tot stand te brengen. God heeft zich in Jezus Christus met de mens en de wereld verzoend. Bij het herstel van levensverbanden schakelt Hij mensen in. De mens hoeft zich niet bij zijn gebrokenheid neer te leggen; in Christus is er een basis om aan herstel te werken. De mens kan dan weer perspectiefvol naar zichzelf en de werkelijkheid kijken en - geleid door de Geest die onze zwakheid te hulp komt 9 - groeien naar de bestemming die God voor hem heeft. De mens ontmoet de gekruisigde Christus in het Woord. De mens die uit genade leeft, groeit. Onze opvoedingshulpverlening zoekt dus naar aanknopingspunten voor herstel in iemands verstoorde bestaan. Daarbij gaat het vaak om kleine stappen in de richting van groei naar wat OpMaat 6

8 basisgezondheid genoemd kan worden. De cliënt kan zich bekeren en zich met Gods hulp toewenden naar het goede, naar genezing. Hij kan zijn sterke kanten ontwikkelen en zwakkere kanten proberen te verbeteren of te aanvaarden. (Aanvaarding veronderstelt geen fatalistisch berusten maar eerder een met pijn en moeite onder ogen zien van onvolkomenheid.) De hulpverlener biedt daartoe ruimte om te experimenteren, fouten te maken, zonder dat er onherstelbare schade ontstaat. Mislukkingen in dit proces worden niet direct als zonde bestempeld. Het groeien van een mens heeft altijd een richting, namelijk Gods bestemming voor de mens. Deze opvatting wijkt af van een pessimistisch mensbeeld dat zich gelaten neerlegt bij de paradijsvloek, Gods straffende hand en een verlammend schuldbesef. Hulpverlening wil meer zijn dan hulp bij het berusten in en dragelijk maken van de door een cliënt ervaren gebrokenheid in diens bestaan. God neemt mensen en de totale schepping mee op weg naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Ieder mens is daarbij door God in de tijd gezet. Hij schrijft als het ware zijn levensgeschiedenis verder en beïnvloedt tegelijk ook zijn eigen toekomst. God heeft het mensenleven in perspectief geplaatst: dichtbij (ons leven en onze ontwikkeling daarin) en verder weg (de nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont ). Elk moment van de dag is God met mensen onderweg en dat geeft aan ieders bestaan een eigen kleur. In de opvoedingshulpverlening ontmoeten we mensen die hun eigen geschiedenis niet van waarde achten en die zich verzetten tegen perspectiefbiedende veranderingen. In onze hulp moet daarom plaats zijn voor twee elementen. Allereerst het onderzoeken van de eigen, unieke geschiedenis van de cliënt en de betekenis hiervan voor heden en toekomst; is er ruimte in het leven van de cliënt voor verwondering, voor (hervonden) perspectief vanuit Gods beloften voor heden en toekomst? Daarnaast moet die verwondering inhoud krijgen door te leren en te ontdekken wie God voor de cliënt wil zijn: God werkt in het leven van de cliënt. Naast verwondering mag er plaats zijn voor vertrouwen in God en zijn leiding voor nu en in de toekomst. OpMaat 7

9 Opvoeden is liefhebben en de weg wijzen Een pedagogische visie voor SGJ SGJ is een instelling waarbij ouders - of hun vervangers 10 - en jongeren, wanneer zij problemen ervaren in de opvoeding, aankloppen voor hulp. Het doel van de in te zetten hulp is het verkleinen van de problemen en het opnieuw bieden van mogelijkheden voor de opvoeding. Daartoe worden hulpmiddelen, methodieken of zorgmodules ingezet. Omdat SGJ gericht is op opvoeders en kinderen is de hulp die zij biedt te karakteriseren als opvoedingshulp. In deze nota staan we stil bij de betekenis van dit uitgangspunt en gaan we na wat we eigenlijk onder opvoeding verstaan. 1 Wat is opvoeden? Om een antwoord te krijgen op de vraag wat opvoeden is, gebruiken we onze ervaringskennis 11 en kijken we naar datgene wat de relatie tussen opvoeders en kinderen typeert. Hiermee geven wij aan dat christelijke opvoeding ook allereerst opvoeding is. God heeft in zijn wijsheid mensen zo geschapen dat zij niet als volwassenen geboren worden maar eerst zijn aangewezen op opvoeding. In deze nota zul je dan ook allereerst vaktaal tegenkomen en niet zozeer geloofstaal. We bespreken in deze nota pedagogische thema s en we doen dat, zoals we dat in de mensvisie al hebben omschreven, vanuit een levenshouding die rekening houdt met Gods aanwezigheid. De daar omschreven geloofsinhoud blijft doorwerken in deze pedagogische visie. We zullen waar mogelijk in de cursieve gedeeltes een verbinding met thema s uit het christelijk geloof leggen. In de lijn van W. ter Horst omschrijven we opvoeden als volgt: opvoeden is in de eerste plaats liefhebben, daarnaast hebben kinderen ook behoefte aan opvoeders die duidelijk en bewust de weg wijzen. In een tijd van snelle veranderingen en enorm veel (digitale) informatievoorziening hebben kinderen duidelijke kaders en opvoeders praktische handvatten nodig. Mensenkinderen zijn aangewezen op opvoeding omdat zij volledig afhankelijk ter wereld komen. Zolang het kind nog niet op eigen benen kan staan, zijn de opvoeders plaatsvervangend verantwoordelijk. Deze pedagogische verantwoordelijkheid is het antwoord van de opvoeder op de vraag van het kind. De verantwoordelijkheid van de opvoeder neemt af naarmate de zelfstandigheid van het kind toeneemt, het kind gaat steeds meer zelf antwoord geven. Opvoeden kan vanuit dit oogpunt bezien, omschreven worden als een antwoord op de vraag van het kind en daarmee recht doend aan het kind. De vraag van het kind wordt geuit in de taal van zijn gedrag en in de eigen aard van de kinderlijke bestaanswijze. Deze kinderlijke bestaanswijze kenmerkt zich door afhankelijkheid van volwassenen en door een beleving die geheel anders is dan de manier waarop volwassenen hun omgeving ervaren. Het kind vraagt niet altijd expliciet om duidelijke regels en neemt die ook niet altijd in dank af, maar het kind heeft die kaders wel nodig. Hulpbehoevend en afhankelijk als ze zijn, hebben ze op kleine en grote kruispunten niet altijd de wens, maar wel de behoefte om terecht gewezen te worden. 12 Christenopvoeders zien kinderen als een geschenk van God en niet als een product dat zijzelf hebben gemaakt. Zij beseffen ook dat kinderen zondig ter wereld komen en zijn aangewezen op vernieuwing door Jezus Christus en zijn Geest. Zij beseffen dat dat ook voor henzelf geldt. Hun positie tegenover God is dezelfde als die van hun kind. De ene zondaar voedt de andere op. Dit betekent dat God als Heer de eigenaar blijft en dat hij opvoeders gebruikt in zijn plan met nieuwe mensen. Deze opvoeders weten zichzelf allereerst kind van hun hemelse Vader. Zij mogen in de opvoeding beelddrager zijn van hun hemelse Vader die in liefde met zijn kinderen omgaat en hen als dat nodig is ook liefdevol terechtwijst. Opvoeden vindt plaats in heel het dagelijkse samenleven van opvoeders en kinderen, en beperkt zich niet tot de bewuste, intentionele acties van de opvoeder. De opvoeder is een voorbeeld van menselijk leven door zichzelf te zijn in het samenleven. Opvoeden is niet gericht op een vaststaand einddoel 13. Opvoeden is er op gericht dat een kind eigen keuzes in het leven leert te maken en vindt plaats binnen de grenzen van de toerusting van het kind. Het vraagt van opvoeders dat zij de eigenheid, de mogelijkheden én de beperkingen van een kind accepteren. OpMaat 8

10 Voor christelijke opvoeders is het een risico om het einddoel voor het kind teveel te willen invullen en zo te weinig ruimte te bieden voor eigen keuzes. Uitgangspunt dient echter te zijn: respect voor elk uniek schepsel en daarmee voor de eigenheid van het kind. Waarden en geloof zijn niet over te dragen, wél voor te leven: je kunt opvoeden vanuit het christelijk geloof, in plaats van tot geloof. Dit laatste hopen we uiteraard voor elk kind en we zien het als de beste keus. Maar elk kind zal die keuze zelf moeten maken, dat kan geen vader, moeder of hulpverlener van hem overnemen. Al is opvoeden dan niet gericht op een vastomlijnd einddoel, er is wel sprake van een richting, namelijk groot (volwassen, mondig, zelf verantwoordelijk) worden. De jongere kan meer zichzelf worden, zijn uniciteit komt tot zijn recht. Opvoeding dient er daarnaast op gericht te zijn dat kinderen, als zij volwassen geworden zijn, adequaat in de samenleving kunnen functioneren. Zij dienen zich minimaal de regels van de tussenmenselijke omgang eigen te maken om aansluiting te kunnen vinden bij hun omgeving. De jongere maakt ook keuzes op het gebied van geloof en zingeving, en geeft al dan niet inhoud aan zijn relatie met God. Als richtlijn voor heilzaam samenleven 14 zullen christenopvoeders gebruik maken van Gods Woord. In de opvoeding zal ook het Bijbels toekomstbesef doorwerken: besef van eeuwigheid, van vreemdelingschap op deze aarde en van de hoop dat het eens goed zal komen. Dit besef van een later kan kinderen en opvoeders helpen om niet op te gaan in directe behoeftebevrediging, maar om dankbaar te genieten en te leven uit Gods hand. Bij het groot worden stelt elke leeftijdsfase het kind voor bepaalde ontwikkelingstaken, zoals veilige gehechtheid voor de baby, sociale acceptatie door leeftijdsgenoten voor het basisschoolkind en de vorming van een persoonlijke identiteit voor de puber. 15 Deze ontwikkelingstaken voor het kind gaan samen met opvoedingstaken voor de opvoeder. 2 De opvoedingsrelatie Kern van het opvoeden is dat opvoeders een antwoord geven op de vraag die het kind stelt. De term verantwoordelijkheid kenmerkt de verhouding waarin opvoeders tot hun kinderen staan. De opvoeders moeten leren de vraag van het aan hun zorg toevertrouwde kind te gaan verstaan. Deze vraag uit zich onder andere in de manier waarop een kind zich gedraagt. De meest basale vraag die ieder kind stelt is de vraag om liefde, geborgenheid en duidelijke grenzen. In de puberteit komt daarnaast de vraag naar zingeving en de betekenis van het leven. Ouders en kinderen staan in een existentiële relatie tot elkaar; deze kan nooit verbroken worden. De relatie tussen opvoeder en kind verschilt van relaties tussen volwassenen. Een kind mag meer van de opvoeder verwachten dan dat het geven kan. De opvoedingsrelatie perkt de vrijheid van een opvoeder in, maar biedt tevens mogelijkheden om een rijper volwassen mens te worden. Liefde voor het kind en je verantwoordelijk weten voor dit kind maken het mogelijk om te gaan opvoeden. Met het oog op de opvoeding hebben ouders zeggenschap, pedagogisch gezag, over hun kind. Om opvoeding mogelijk te maken is het van belang dat kinderen naar hun opvoeders luisteren, zonder voortdurend hetgeen gevraagd wordt ter discussie te stellen. Bij de invulling van het pedagogisch gezag dienen de opvoeders zich, zoals hierboven al werd gesteld, op hun beurt te laten gezeggen door de aard van het kind en de vraag die het stelt. Gezag is in Bijbels licht altijd dienend van karakter. Het grote gebod om elkaar lief te hebben staat ook in de opvoedingsrelatie centraal. Het Eert uw vader en uw moeder is richtinggevend in dezen. Dit vijfde gebod staat in het ruime kader dat alle mensen - dus zowel ouders als kinderen - respect voor God past en daarnaast respect voor elkaar. Dit laatste geldt wederzijds: naast het vijfde gebod staat de oproep aan ouders: Vaders verbittert uw kinderen niet. 16 OpMaat 9

11 3 Wat vraagt opvoeden van de opvoeders? Als de opvoeding vastloopt en ouders hulp vragen is het belangrijk dat hulpverleners zicht hebben op datgene wat opvoeden van ouders vraagt. Hieronder zetten we een aantal zaken op een rij. Dit draagt het risico in zich dat het lijkt alsof we aan opvoeders hoge eisen stellen. Die kunnen zo snel het gevoel krijgen dat ze het niet goed doen. Dat is niet de bedoeling. De meeste ouders leren met vallen en opstaan, en zijn prima in staat hun kinderen op te voeden. Het beschrijven van wat opvoeding van ouders vraagt, heeft als doel om samen met ouders te kunnen vaststellen op welk terrein veranderingen noodzakelijk zijn om de opvoeding weer mogelijk te maken. Om in staat te zijn tot opvoeden, moeten opvoeders allereerst beschikbaar willen zijn. Ze moeten iets over hebben voor hun kinderen; liefde en élan vitale. Opvoeders dienen zicht te hebben op wat jeugdigen nodig hebben. Het is belangrijk dat zij weten hoe kinderen zijn en dat zij zich kunnen verplaatsen in een kind, kortom dat zij sensitief zijn. Vervolgens dienen opvoeders hun eigen leven en handelen zo in te richten dat dit tegemoet komt aan de kinderlijke behoeften. Ze moeten ook handelen naar hun inzicht, kortom zij dienen responsief te zijn. Opvoeders zijn responsief als zij de signalen van een kind opmerken, ze juist interpreteren en er vervolgens effectief op reageren. Wat kinderen nodig hebben wordt meestal beschreven aan de hand van twee polen: enerzijds ondersteuning bieden, anderzijds controle uitoefenen 17. Bij ondersteuning bieden gaat het om warmte die tot uiting komt in het accepteren van het kind, het bieden van emotionele steun, het tonen van affectie en het onderhouden van intensief contact. Bij controle uitoefenen gaat het om een juist evenwicht tussen toegeeflijkheid en het kind zelf laten ondervinden, en inperking, sturing en grenzen stellen. Het aangeven van duidelijke kaders biedt het kind steun bij het maken van keuzes. Van opvoeders wordt gevraagd per situatie en per kind te kunnen inschatten wat er nodig is. Het gaat niet aan een tegenstelling tussen beide polen te creëren; kinderen hebben zowel ondersteuning en ruimte als controle en sturing nodig. Van de opvoeders wordt flexibiliteit gevraagd om - wanneer dat nodig is - eigen handelen bij te sturen. Voor opvoeden is zelfreflectie nodig, opvoeders moeten zichzelf vragen kunnen stellen over hun eigen doen en laten. Daarnaast is het net zo nodig om te kunnen relativeren. Opvoeders maken fouten, juist daarin zijn zij echte mensen. Van volmaakte of heilige opvoeders kunnen kinderen weinig leren omtrent het leven. Opvoeders mogen ook beseffen dat hun handelen goed genoeg is wanneer aan de genoemde basisvoorwaarden wordt voldaan. Meestal is het opvoeden van kinderen een natuurlijk gebeuren waarbij er ook natuurlijke barrières zijn, zoals bijvoorbeeld overgangen naar volgende ontwikkelingsfases. Opvoeders dienen dan een vernieuwd evenwicht te vinden tussen de zelfstandigheid van het kind en de verantwoordelijkheid van de opvoeder. 4 Opvoedingshulp Ouders vragen hulp wanneer spontaan opvoeden is vastgelopen, de ontwikkeling van het kind wordt bedreigd, er geen perspectief meer is, het kind niet gedijt en de opvoeders het niet meer weten. Er is leed en dat vraagt om actie, er moet iets worden gedaan. 18 In tegenstelling tot hulp aan volwassenen waarbij veelal de persoon die voor zijn eigen leven verantwoordelijk is de vraag stelt, heeft opvoedingshulp altijd te maken met zowel verantwoordelijke opvoeders als afhankelijke kinderen. Vanwege de problemen in de opvoeding is de relatie tussen beide meestal verstoord. Uitgangspunt voor opvoedingshulp is dat de hulp zich niet richt op een van beide partijen - óf op de opvoeders óf op het kind - maar op de opvoeding. Datgene wat de opvoeding belemmert moet, voor zover mogelijk, worden weggenomen en er moeten weer nieuwe kansen voor opvoeding worden geschapen. Het is een valkuil voor de hulpverlener om zich te veel met één van beide partijen te identificeren. Bijvoorbeeld met het kind door de betere ouder te willen zijn, of met de OpMaat 10

12 opvoeder door het kind terecht te wijzen. De opvoedingshulpverlener dient altijd - met een term van Nagy meerzijdig partijdig te zijn; dat wil zeggen dat hij de innerlijke vrijheid moet hebben om zich zowel met het kind als met de ouder te kunnen identificeren. Hulpverleners moeten ervoor zorgen dat hun hulp echt pedagogisch is. Dat is het geval wanneer de hulp gericht is op het samenleven van opvoeders en kinderen in het leven van alledag, en wanneer de hulp weer groeimogelijkheden biedt aan het kind. Anders gezegd: wanneer de hulp gericht is op het herstel van het gewone leven 19. Dit betekent dat inzichten die zijn ontleend aan therapeutische stromingen - die zich veelal op hulp aan volwassenen richten - pas worden overgenomen wanneer zij in een pedagogisch perspectief zijn geplaatst. In de vastgelopen opvoedingssituaties waar het werk van SGJ zich op richt, voldoet spontaan opvoeden niet meer als antwoord op de vraag van het kind, er is specifiek opvoeden 20 nodig. Dit blijft allereerst opvoeden. In het hanteren van de relatie, in het creëren van een pedagogisch klimaat en in het hanteren van de leefsituatie dienen nu overaccentueringen aangebracht te worden. 21 Het bieden van hulp begint met een analyse van wat er aan de hand is en wat de hulpvraag is, vervolgens volgt het hulpantwoord. Daarbij dient goed te worden gekeken en geëvalueerd hoe het verloopt en wat de hulp oplevert. Het hulpantwoord moet zijn afgestemd op de gestelde vraag. Zo is het bijvoorbeeld het bieden van pedagogische begeleiding niet meer aan de orde als opvoeders niet meer verantwoordelijk willen of kunnen zijn. Hieronder worden een aantal mogelijke vragen en hulpantwoorden binnen de opvoedingshulpverlening genoemd. Opvoeders weten niet meer wat te doen, zij ervaren onmacht in de omgang met het kind. De hulp dient in dat geval gericht te zijn op het verbeteren van het opvoedingsvaardigheden (bijvoorbeeld het leren omgaan met de koppigheid of de beweeglijkheid van een kind). Het kan zijn dat ouders voorafgaand aan de pedagogische begeleiding eerst hulp nodig hebben in het omgaan met falen of het blijven geloven in mogelijkheden tot verandering. Opvoeders begrijpen hun kind niet meer. Mogelijke hulpvormen zijn dan: hen helpen om de vraagstelling van het kind te kunnen lezen, om zich te kunnen inleven in het kind; informatie geven over de ontwikkelingsmogelijkheden en beperkingen van kinderen; het verbeteren van de onderlinge communicatie. Opvoeders zijn overbelast. Dan dient bijvoorbeeld praktische ondersteuning gezocht te worden. De overbelasting kan ook zijn ontstaan doordat de opvoeder zelf in zijn leven veel tekort gekomen is. Soms kan hieraan binnen de pedagogische hulpverlening aandacht geschonken worden, gericht op het wegnemen van belemmeringen in de uitvoering van het opvoederschap. Soms zal een verwijzing naar persoonlijke volwassen hulpverlening nodig zijn. Het lukt de opvoeders niet om het samen-opvoeden gestalte te geven. Dan moet er gewerkt worden aan het één lijn trekken in de opvoeding of aan het leren overleggen. Soms spelen er zodanige relatieproblemen tussen ouders dat eerst een verwijzing naar hulp op het gebied van hun relatie nodig is. Opvoeders willen of kunnen niet meer verantwoordelijk zijn. In dat geval is het niet helpend om de opvoeder te begeleiden bij het verbeteren van zijn pedagogisch handelen (dat is zelfs onbarmhartig). Om een eind te maken aan situaties waarin het kind opvoeding ontbeert (door pedagogische en/of affectieve verwaarlozing, door mishandeling of misbruik) zal een vervangende opvoedingssituatie gezocht moeten worden in de pleegzorg of de residentiële hulpverlening. Bij de uithuisplaatsing komt er een scheiding in opvoederschap en ouderschap. Ouders dienen dan te worden begeleid bij het uit handen geven van de opvoeding en daarnaast dienen ze geholpen te worden bij het blijven invullen van hun ouderschap. Wil hulp effectief kunnen zijn dan moet aan bepaalde voorwaarden voldaan zijn. Zoals al eerder gezegd moeten opvoeders beschikbaar kunnen en willen zijn. Als ouders zo overbelast zijn dat ze geen tijd vrij kunnen maken om allebei bij de begeleidingsgesprekken aanwezig te zijn, moet gekeken worden wat nog wel haalbaar is en hoe praktische ondersteuning misschien kan helpen om wel tijd en energie voor de begeleiding te kunnen vrijmaken. OpMaat 11

13 Daarnaast heeft hulp geen zin wanneer de opvoeders het verband niet zien tussen hun handelen en de opvoedingsimpasse en van de noodzaak van hun medewerking om uit die impasse te komen. Zolang ouders bijvoorbeeld vinden dat hun kind met ADHD maar moet veranderen, heeft pedagogische begeleiding gericht op het doen en laten van de opvoeders weinig zin. Dan moeten opvoeders waar mogelijk begeleid worden bij het krijgen van een juist zicht op hun taak en verantwoordelijkheid. OpMaat 12

14 Op maat Aanzet tot een hulpverleningsvisie voor SGJ 1 Nóg een visie? In dit visiedocument zijn al twee visies aan bod gekomen: aanzetten tot een mensvisie en een pedagogische visie voor de organisatie. In beide stukken kwamen verwijzingen voor naar de praktijk van de hulpverlening zelf. Toch is het nodig om hier nog een visie op de verhouding tussen hulpverlener en cliënt aan toe te voegen. Uiteraard wordt daarbij teruggegrepen op de beide andere stukken. 2 Missie, visie en kernwaarden Partner voor gezinnen Wij streven naar veilige gezinnen, waar kinderen Gods liefde ervaren. Hiertoe ondersteunen wij christelijke opvoeders bij hun opvoedtaak en bieden wij hulp aan hun kinderen. Op maat, want ieder kind is uniek en ieder gezin bijzonder. Visie Kinderen horen op te groeien bij hun ouders, in een stabiele omgeving. SGJ Christelijke Jeugdzorg kan daarbij helpen. Met duurzame hulp aan kinderen en professionele opvoedondersteuning zijn wij de aangewezen partner voor christelijke gezinnen. Als het ouders (tijdelijk) niet lukt om hun kinderen op verantwoorde wijze te laten opgroeien, kunnen wij die taak voor korte of langere tijd overnemen. Wij zijn betrokken bij de wereld van het kind en benutten de mogelijkheden van bijvoorbeeld familie, kerk en school. Kernwaarden Deskundig - Deskundigheid en kennis staan bij ons hoog in het vaandel. Daarom zijn we er alert op dat we continu ontwikkelen, zodat we onze cliënten in een veranderende samenleving kunnen blijven helpen en ondersteunen. Duidelijk - Wij communiceren helder en begrijpelijk over de manier waarop wij zorg verlenen en wat mensen van ons mogen verwachten. Met onze cliënten maken we duidelijke afspraken, die we vastleggen in een hulpverleningsplan. Respectvol - Wij stellen ons op als een partner en werken zoveel mogelijk samen met onze cliënten, collega-instanties en anderen die betrokken zijn bij de opvoeding. Zij kunnen rekenen op onze toegewijde inzet en ons respect voor hun inbreng en verantwoordelijkheid. Betrokken - Wij voelen ons met onze cliënten verbonden in de overtuiging dat ieder kind bij God mag horen. Wij zijn betrokken op kinderen in moeilijke situaties. Daarbij verliezen we hun ouders en anderen die een rol spelen in hun opvoeding niet uit het oog. Ambitieus - Onze hulpverlening is gericht op blijvende verbetering van de leefsituatie voor kinderen en gezinnen. Wij helpen zo kort mogelijk, maar zo lang als nodig is. 3 De kleine hulpverlener In de mensvisieparagraaf werd de mens als 'klein' tegenover God getypeerd. Deze positie is het vertrekpunt voor de christen-hulpverlener in zijn omgang met cliënten. De hulpverlener kan hier inspiratie vinden in het Johannes-evangelie 22. In deze passage laat Christus zien dat zijn dienende houding juist voortvloeit uit zijn hoge positie als Herder en Leraar: Gij spreekt mij aan als Leraar en Heer, en dat doet gij terecht, want dat ben Ik. Maar als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen, dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb. Het vakmanschap van de christen-hulpverlener moet als het ware doortrokken zijn van 'dienstbaarheid'; hij zet zijn professionaliteit in om de voeten (en niet de oren) van de hulpvrager te wassen. SGJ is voor hulpvragers dan ook geen 'bolwerk van beterweters' 23, maar een organisatie waarin het groeien in dienstbaarheid een permanent ontwikkelingsproces is voor alle medewerkers. Naast deze dienstbare houding is het nodig dat hulpverleners zich bewust zijn van hun professionele macht. Zij hebben kennis, aan hen worden vragen gesteld. Onbewust kan bij hulpverleners het besef OpMaat 13

15 groeien aan de goede kant van de lijn te staan, terwijl de hulpvrager aan de verkeerde kant van de lijn zou staan. Hulpverleners hebben intervisie nodig om zich bewust te worden van eigen motieven voor dit werk en van tegenoverdracht die hierin een rol kan spelen. Omgaan met ouders die falen in de opvoeding, vereist besef van omgaan met eigen faalervaringen en de durf om je kwetsbaar op te stellen, naast de ouders te gaan staan. Het christelijk geloof (in enkele hoofdlijnen geschetst in de mensvisie-paragraaf) komt tot uiting in de persoon van de hulpverlener die met God leeft en inspiratie en richting put uit het Woord van God. Omdat de eigen persoonlijkheid van de hulpverlener het centrale middel is voor zijn hulpverlenend handelen, komt zijn oriëntatie op God en de Bijbel tot uitdrukking in zijn werk met cliënten. In zijn werkrelatie met opvoeders en kinderen veronderstelt hij eveneens de werking van het (hun) geloof en de aanwezigheid van God. Zo speelt het christelijk geloof ook een rol bij de middelen die de hulpverlener kiest; de middelen en methoden wil hij kunnen verantwoorden vanuit de Bijbelse leefregels. Hetzelfde geldt voor de doelen die hij samen met opvoeders en kinderen formuleert: deze behoren bij te dragen aan het verantwoordelijk en gelovig mens worden. Bij dit alles is de hulpverlener zich bewust van zijn eigen beperktheid: het lijden van zijn cliënt kan hij veelal slechts 'helpen dragen', maar dan wel in het perspectief dat - in Christus - een begin van herstel en groei naar de eigen bestemming mogelijk is. 4 Een steunend netwerk De 'zelfrealisatie' van cliënten is voor de hulpverlener geen doel op zich. De groei van opvoeders en kinderen is nooit los te zien van hun verhouding tot elkaar en tot anderen. De hulpverlener heeft daarom ook aandacht voor de verantwoordelijkheid van mensen ten opzichte van hun omgeving. En omgekeerd: De levensverbanden waarvan cliënten deel uitmaken, worden zoveel mogelijk geactiveerd in het ondersteunen van de cliënt tijdens en na de hulpverlening. Daarbij kan het gaan om familie, de buurt en niet te vergeten het sociaal 'netwerk' van de kerkgemeenschap waartoe de cliënt behoort. 5 Opvoedingshulpverlening SGJ kiest nadrukkelijk een pedagogisch vertrekpunt voor haar hulpverlening. Die hulpverlening is er vóór alles op gericht om nieuwe kansen te scheppen voor verstoorde opvoedingsprocessen. Of, in de woorden van W. ter Horst: de hulpverlening is gericht op het herstel van het gewone leven tussen opvoeders en kinderen. De noties in de pedagogische visie-paragraaf zijn hierbij richtinggevend voor de hulpverlener. De verstoringen in opvoedingsprocessen zullen vaak ingewikkeld zijn en de schade die toegebracht is aan relaties of personen kan diep gaan. In alle gevallen is de geboden hulp er steeds op gericht om opvoeding weer mogelijk te maken. Dit betekent concreet dat opvoeders geholpen worden om 'antwoord' te kunnen zijn op de ontwikkelingsvraag van kinderen en jeugdigen. Daarbij kunnen steeds verschillende accenten worden gelegd, afhankelijk van de hulpvragen die (verantwoordelijke) opvoeders en (afhankelijke) kinderen aan de hulpverlener stellen: om orde te leren scheppen in het dagelijks samenleven als gezin; om zichzelf te kunnen zijn als voorbeeld van volwassen menselijk leven; om de beperkingen en de eigenheid van een kind te accepteren; om het kind zelf keuzes te laten maken vanuit de mogelijkheden die het heeft; om zicht te krijgen op de ontwikkelingstaken van kinderen en hoe de ouderlijke opvoedingstaken daarop af te stemmen; om beschikbaar, sensitief en responsief te zijn, om ondersteuning te kunnen bieden en controle uit te oefenen. Vaak zal het daarbij om combinaties van vragen gaan; de meer of minder verstoorde opvoedingswerkelijkheid (waarin zowel ouder- als kindfactoren een rol spelen) is uiterst weerbarstig. Maar altijd geldt dat de hulpvraag van opvoeders en kinderen centraal staat bij het vinden van oplossingsrichtingen voor die ingewikkelde werkelijkheid. OpMaat 14

16 In het proces van opvoedingshulpverlening kan het spontane opvoeden meer of minder langdurig het karakter krijgen van specifiek opvoeden, bijvoorbeeld wanneer een kind buiten het eigen gezin in een pleeggezin of residentiële voorziening moet worden opgenomen. Om grip te kunnen krijgen op de weerbarstige werkelijkheid van de verstoorde opvoeding, maakt de opvoedingshulpverlener gebruik van allerlei inzichten en theorieën. Zulke inzichten en modellen worden echter altijd door hem in pedagogisch perspectief geplaatst. In datzelfde perspectief wordt de hulpvrager niet versmald tot 'casus' of 'geval', maar blijft voluit naaste die om hulp vraagt en daartoe rechten kan laten gelden. 6 Aansluiting en afstand Fundamenteel in de opvoedingshulpverlening is verder dat de hulpverlener aansluiting zoekt bij het leven van de cliënt, bij diens cultuur en waarden, bij de uitingsvormen van zijn geloof. Deze aansluiting is niet hetzelfde als 'meegaan in', en soms moeten elementen in het leven van de cliënt worden omgebogen om verstoringen beter te kunnen aanpakken. Voor de hulpverlener geldt ook dat hij zich niet uitsluitend mag identificeren met een van de partijen in het hulpverleningsproces. Wanneer hij teveel een deel van het cliëntsysteem gaat worden gaat dit ten koste van zijn mogelijkheden om het systeem helpend te beïnvloeden. Even fundamenteel is de aansluiting die de hulpverlener zoekt bij de mogelijkheden die de cliënt heeft. Dit voorkomt een te sterke nadruk op de belemmeringen in het leven en de persoon van de cliënt. Uitgangspunt is dat God mogelijkheden tot herstel en groei geeft in ieders leven, hoe gehavend ook. In de vertaalslag van aanmeldingsvraag naar hulpvraag wordt dan ook met de cliënt antwoord gezocht op vragen als: wat kan de cliënt zelf (nog); wat zijn de mogelijkheden in het netwerk rond de cliënt; welke professionele zorg moet dan nog worden georganiseerd, zodanig dat van 'maatwerk' kan worden gesproken. Het voluit in rekening brengen van de mogelijkheden van de cliënt betekent ook dat de hulpverlener alert is op een te grote afhankelijkheid van de cliënt ten opzichte van de geboden hulp en de persoon van de hulpverlener. 7 Hulp als gesprek Binnen deze uitgangspunten zien we hulpverlening als een continu gesprek. In deze dialoog is de cliënt de ervaringsdeskundige en de hulpverlener degene die vanuit een dienende grondhouding zijn vakkennis en kundigheid inbrengt. In het gesprek tussen cliënt en hulpverlener gaat het allereerst om het bereiken van overeenstemming over datgene waaraan gewerkt gaat worden. De hulpverlener toont zich in de dialoog een professionele gesprekspartner; dit betekent ondermeer dat hij de hulpvraag van de cliënt centraal stelt, samen met de cliënt haalbare doelen formuleert en deze methodisch-planmatig met de cliënt 'bewerkt'. De rode draad in de fasering van zijn professioneel hulpverlenen (probleemanalyse-planvorming-uitwerking-evaluatie) is verantwoording afleggen aan de cliënt en zichzelf: een systematisch verhelderen van wat hij doet en waarom hij dat doet. De cliënt blijft gedurende dit hele proces 'opdrachtgever'. 24 Hierboven wordt gesproken over 'haalbare doelen'. Met een verwijzing naar de mensvisie-paragraaf betekent 'haalbaar' voor de christen-hulpverlener ook dat hij rekening houdt met de doorwerking van zonde en schuld. Dit gegeven hoeft niet te leiden tot fatalisme of apathie, maar maakt wel bescheiden en leidt tot de erkenning dat het goede 'gewone leven' niet per definitie maakbaar is. 'Haalbare' hulpverlening geeft daarom ook ruimte aan het (leren) aanvaarden van het onvolkomene en troost bij het verdriet om wat niet herstelbaar blijkt. OpMaat 15

17 Ontwikkelingsopgaven en opvoedingsopgaven 25 Ontwikkelingsopgaven zijn die opgaven waarvan het leren beheersen door het kind van centraal belang is voor het latere ontwikkelingsverloop en daarmee voor het welbevinden van het kind. Complementair aan ontwikkelingsopgaven kunnen opvoedingsopgaven worden omschreven. Deze opvoedingsopgaven zijn aanduidingen van gedrag van opvoeders die het optimaal leren beheersen van een ontwikkelingstaak mogelijk maken. Concreet kunnen de ontwikkelings- en opvoedingsopgaven als volgt per leeftijdsfase omschreven worden: 1 Baby-peuter (0-2 jaar) Ontwikkelingsopgaven lichamelijk evenwicht, groei: bij een pasgeboren kind gaat het erom dat het drinkt en groeit; op ervaringen van onlust en spanning volgen tevredenheid en rust; veilige gehechtheid: ontstaat wanneer ouders sensitief en responsief reageren; exploratie: belangstelling voor de omgeving en het willen verkennen daarvan; autonomie en individuatie: ontwikkeling van het zelf, als onderscheiden van de ander; dit uit zich onder andere door het nee gaan zeggen. Opvoedingsopgaven komen tot een soepel verzorgingsritueel en sensitief en responsief reageren op signalen van het kind; leren verstaan en onderscheiden van deze signalen, oftewel ingespeeld raken op je kind; beschikbaar zijn; ruimte bieden om op onderzoek uit te gaan; steun bieden in onveilige situaties. 2 Peuter-kleuter (2-4 jaar) Ontwikkelingsopgaven op cognitief vlak: het vermogen iets voor te stellen dat er niet is (object-permanentie), kunnen imiteren, het gaan toe-eigenen van taal; constructief omgaan met leeftijdsgenoten: niet voortdurend in conflict zijn of zich van leeftijdsgenoten afzonderen; beginnende impulscontrole: leren voldoen aan eisen uit de omgeving, zoals in de zindelijkheidstraining en in het leren van sommige dingen af te blijven; leren dat je niet altijd je zin krijgt; sekserol-identificatie: leren identificeren met het jongen- dan wel meisje-zijn. Opvoedingsopgaven bevestigende omgang: sensitiviteit voor het cognitieve niveau van het kind; gepaste eisen stellen: soepel omgaan met verzet van het kind en met het niet weten wat het wil (ambiguïteit); 26 seksespecifieke benadering. 3 Basisschoolperiode (4-12 jaar) Ontwikkelingsopgaven decentratie: het vermogen het gezichtspunt van de ander in te nemen waardoor de egocentrische opstelling vermindert, met als gevolg o.a. acceptatie door leeftijdgenoten; schoolvaardigheden: aandacht, doorzettingsvermogen, ijver en voldoening beleven aan eigen prestaties. OpMaat 16

18 Opvoedingsopgaven gelegenheid bieden tot omgang met leeftijdgenoten; schools onderricht; aandacht en waardering voor prestaties; warme en autoritatieve opvoedingsstijl. 4 Vroege adolescentie (12-16 jaar) Ontwikkelingsopgaven emotionele zelfstandigheid; omgaan met de andere sekse; ontwikkeling van een waardensysteem: persoonlijke identiteit, school, beroep en samenleving. Opvoedingsopgaven emotionele steun bieden vanuit een accepterende houding; tolerantie voor experimenten; leeftijdsadequate grenzen stellen; voorbeeldfunctie vervullen; een meer symmetrische relatie aangaan. OpMaat 17

19 Gebruikte literatuur Goudena, P.P. (1994), Ontwikkelingsopgaven en opvoedingsopgaven, in: J. Rispens, P.P. Goudena en J.J.M. Groenendaal (red.), Preventie van psychosociale problemen bij kinderen en jeugdigen, Houten / Antwerpen. Horst, W. ter (1977), Het herstel van het gewone leven, Groningen Horst, W. ter (1983), Algemene orthopedagogiek, Kampen Horst, W. ter (2008), Christelijke pedagogiek als handelingswetenschap, Kampen Kok, J.F.W. (1984/1999), Specifiek opvoeden Lodewijks-Frencken, Els (1995), De morele opvoeding van het jonge kind, Baarn Lodewijks-Frencken, Els (1989), Op opvoeding aangewezen, Baarn Ruyter, P.A. & H. Baartman (1985), Ouders helpen kinderen groot te (laten) worden; hometraining en de complexiteit van het opvoeden. Ts. Orthoped., As, N.M.C. van en J.M.A.M. Janssens (1994), Kwaliteit in de ouder-kind relatie: samenhang tussen indicatoren; Ts. V. Orthoped., Welling, Marion (2000). Vraaggericht werken in de jeugdhulpverlening. Nederlands tijdschrift voor jeugdzorg OpMaat 18

20 Voetnoten 1 Jan Willem Schulte Nordholt 2 De beschreven mensvisie is een omwerking van de in 1994 verschenen nota Een beeld van een mens (over SGJ en haar uitgangspunten). Daarbij is gebruik gemaakt van een artikel van prof. dr. A. van de Beek Zonder ervaren waarheid zijn gereformeerden nietszeggend in het Nederlands Dagblad van 30 december Naar Genesis 1 4 In 1919 geformuleerd door E. Jebb en in 1959 door de Verenigde Naties vastgelegd in de Verklaring van de Rechten van het Kind. 5 Ook in intergenerationele verbanden, vergelijkbaar met het Bijbelse van geslacht tot geslacht. 6 Dit is natuurlijk mede afhankelijk van het intellect van de cliënt en de (zwak)begaafdheid van ouders. 7 Het kan ook te maken hebben met een aangeboren stoornis, zoals autisme spectrumstoornis (ASS) of hyperactiviteit met aandachtstekortstoornis (ADHD). 8 Heidelbergse Catechismus Zondag 10 vraag en antwoord 27; Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel Romeinen 8 : We spreken in deze nota in plaats van ouders of hun vervangers steeds van opvoeders. Het kan per werkveld en per situatie verschillen wie de opvoeders zijn, dit kunnen zowel de natuurlijke ouders als pleegouders of groepsleiders zijn. 11 Wij geloven dat ervaringskennis en kennis uit de opvoedingswetenschap ook door God gegeven is. Vergelijk Jesaja 28 : 23 t/m 29 waar van de ervaringskennis van de boer - die tarwe in rijen zaait, gerst in vakken en spelt aan de rand - gezegd wordt dat zijn God hem daarin onderwijst. 12 W. ter Horst, Christelijke pedagogiek als handelingswetenschap, 2008, blz Het is geen transportkunde, van hier naar daar, W. ter Horst, Algemene orthopedagogiek, 1983, blz Timotheus 3 : 16 en Zie hoofdstuk Ontwikkelingsopgaven en opvoedingsopgaven 16 Efeze 6 : 3 17 Van As en Janssens, 1994, of: ordenen (maak het overzichtelijk) en uitdaging bieden (maak het spannend) (Ter Horst, 1983), of: aansluiten bij wie het kind is en appelleren aan wie het kind kan worden (De Ruyter en Baartman, 1985). 18 W. ter Horst, Het herstel van het gewone leven, W. ter Horst, Het herstel van het gewone leven, Het opvoeden bij de lvg-doelgroep is aan te duiden als specifiek opvoeden, wanneer ouders bewust bekwaam zijn geworden is er weer sprake van spontaan opvoeden. 21 Kok (1984/1999) werkt dit uit voor een aantal vraagstellingstypes 22 Johannes 13 : 1 t/m Typering van dr. R.H. van den Hoofdakker voor de moderne, geïnstitutionaliseerde psychiatrie 24 In een dwingend opgelegde maatregelhulp ligt de definiëring van het begrip 'cliënt' complexer, omdat er bij een gedwongen hulpverleningstraject diverse vakdisciplines binnen en buiten SGJ betrokken zijn. OpMaat 19

Geloven in Scholen met de Bijbel

Geloven in Scholen met de Bijbel Geloven in Scholen met de Bijbel Inleiding Wij willen in onze scholen samenwerken met Gereformeerde Scholen zijn opgericht door ouders vanuit christenen die, net als wij, willen leven naar de Gereformeerde

Nadere informatie

Gereformeerd onderwijs 2.0

Gereformeerd onderwijs 2.0 Gereformeerd onderwijs 2.0 Eindrapport werkgroep Toekomst gereformeerd onderwijs Noord-Nederland Opdrachtgever: bestuur Noorderbasis, bestuur GBS De Wierde, bestuur GBS Eben Haëzer, bestuur VGSO, bestuur

Nadere informatie

Want: In Hem (Jezus) hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van zijn genade.

Want: In Hem (Jezus) hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van zijn genade. Er zijn uitgebreide studies te schrijven over bekering en wat bekering in een mensenleven betekent. Deze studie beperkt zich echter tot de meest fundamentele betekenis van bekering. Toen de Zoon van God,

Nadere informatie

Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft (Joh. 7:3 8)

Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft (Joh. 7:3 8) - Identiteit - Hogeschool Viaa heeft als grondslag de Bijbel. Zij erkent deze als het betrouwbare en geïnspireerde Woord van God, zoals dat verwoord is in het gereformeerde belijden en zij beschouwt de

Nadere informatie

levensbeschouwelijke identiteit van catent Scholen zijn als bomen Leven niet alleen Zonder grond en wortels Leeft geen school, niet één

levensbeschouwelijke identiteit van catent Scholen zijn als bomen Leven niet alleen Zonder grond en wortels Leeft geen school, niet één levensbeschouwelijke identiteit van catent Scholen zijn als bomen Leven niet alleen Zonder grond en wortels Leeft geen school, niet één De scholen van Catent - afzonderlijk en gezamenlijk - zijn als een

Nadere informatie

Wat is op deze vragen jullie antwoord? (antwoord)

Wat is op deze vragen jullie antwoord? (antwoord) Inleiding De kerkenraad heeft u tot twee keer toe bekend gemaakt dat een aantal broers benoemd is tot ouderling en diaken van onze gemeente. Het zijn (namen). Daarmee is ook ruimte gegeven om eventueel

Nadere informatie

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten Tot een geloofsgesprek komen I Ontmoeten Het geloofsgesprek vindt plaats in een ontmoeting. Allerlei soorten ontmoetingen. Soms kort en eenmalig, soms met mensen met wie je meer omgaat. Bij de ontmoeting

Nadere informatie

DIENST VAN SCHRIFTLEZING EN GEBED. 11 januari 2015. Eerste Zondag na Epifanie De doop van de Heer in de Jordaan

DIENST VAN SCHRIFTLEZING EN GEBED. 11 januari 2015. Eerste Zondag na Epifanie De doop van de Heer in de Jordaan DIENST VAN SCHRIFTLEZING EN GEBED Oud-Katholieke Parochie van de H.Georgius St. Joris op t Zand te Amersfoort 11 januari 2015 Eerste Zondag na Epifanie De doop van de Heer in de Jordaan Welkom door kerkmeester

Nadere informatie

Waarom doet Hij dat zo? Om de diepste bedoeling van Gods geboden aan te geven. Daar kom ik straks op terug. Hij geeft in de Bergrede de beloften en

Waarom doet Hij dat zo? Om de diepste bedoeling van Gods geboden aan te geven. Daar kom ik straks op terug. Hij geeft in de Bergrede de beloften en 1 De Bijbel open 2013 5 (02-02) Vandaag bespreken we een vraag over de betekenis van de Wet die God aan Israel gaf voor de christelijke gemeente van het Nieuwe Testament en dus voor ons. Is het zo dat

Nadere informatie

Liturgische teksten en gebeden

Liturgische teksten en gebeden Liturgische teksten en gebeden Votum en groet Votum: Psalm 124:8 Groet: 1 Korintiërs 1:3 of 1 Timoteüs 1:2b of Openbaring 1:4b,5a of Genade zij u en vrede van God de Vader, door onze Heer Jezus Christus

Nadere informatie

Oefeningen voor inkeer en verstilling

Oefeningen voor inkeer en verstilling Oefeningen voor inkeer en verstilling Oefeningen voor inkeer en verstilling In de christelijke traditie zijn veel voorbeelden te vinden van oefeningen die een hulp kunnen zijn voor het gebedsleven. Hieronder

Nadere informatie

Geestelijk Klimaat onze identiteit. Pagina 1

Geestelijk Klimaat onze identiteit. Pagina 1 Geestelijk Klimaat onze identiteit Pagina 1 Adresgegevens Stichting Hervormde Scholen De Drieslag Lange Voren 88 3773 AS Barneveld Contactgegevens Dhr. A. van den Berkt (Algemeen Directeur) Telefoon: 0342-478243

Nadere informatie

HC zd. 3 nr. 32. dia 1

HC zd. 3 nr. 32. dia 1 HC zd. 3 nr. 32 deze zondag verzet zich tegen fatalisme als grondtrek van veel menselijk denken fatalisme wil zeggen dat het gaat zoals de goden besloten hebben jij kunt daar niets aan veranderen dia 1

Nadere informatie

DIENST VAN SCHRIFTLEZING EN GEBED. 7 e Zondag van Pasen. 8 mei 2016 Oud-katholieke parochie van de H. Georgius, Amersfoort

DIENST VAN SCHRIFTLEZING EN GEBED. 7 e Zondag van Pasen. 8 mei 2016 Oud-katholieke parochie van de H. Georgius, Amersfoort DIENST VAN SCHRIFTLEZING EN GEBED 7 e Zondag van Pasen 8 mei 2016 Oud-katholieke parochie van de H. Georgius, Amersfoort Welkom door een kerkmeester Openingslied:, hoe Hij zijn belofte houdt, die de mens

Nadere informatie

STRIJD OM JE IDENTITEIT

STRIJD OM JE IDENTITEIT STRIJD OM JE IDENTITEIT BIJBELSTUDIE VGSU BLOK 4 2010-2011 INHOUD Inleiding... 5 Avond 1... 6 Avond 2... 8 Avond 3... 10 Avond 4... 11 3 4 INLEIDING We zijn snel geneigd om onze identiteit te halen uit

Nadere informatie

Formulier om de christelijke doop te bedienen aan de kinderen van de gelovigen (3)

Formulier om de christelijke doop te bedienen aan de kinderen van de gelovigen (3) Formulier om de christelijke doop te bedienen aan de kinderen van de gelovigen (3) Presentatie Gemeente van onze Heer Jezus Christus, N.N. en N.N. hebben te kennen gegeven dat ze hun zoon/dochter N.N.

Nadere informatie

Pedagogisch Beleidsplan CKO De Herberg

Pedagogisch Beleidsplan CKO De Herberg Pedagogisch Beleidsplan CKO De Herberg Hoofdstuk 1: Missie, visie en doelstellingen Voorwoord Onze Missie en Identiteit Onze Visie Pedagogische hoofddoelstellingen Een goed pedagogisch klimaat Hoofdstuk

Nadere informatie

Onze Vader. Amen. www.bisdomdenbosch.nl

Onze Vader. Amen. www.bisdomdenbosch.nl Onze Vader Onze Vader Onze Vader, die in de hemel zijt, Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome, Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel, Geef ons heden ons dagelijks brood, en vergeef ons onze schuld,

Nadere informatie

Luisteren naar de Heilige Geest

Luisteren naar de Heilige Geest Luisteren naar de Heilige Geest Johannes 14:16-17 En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen,

Nadere informatie

Vraag 62 : Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een stuk daarvan zijn?

Vraag 62 : Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een stuk daarvan zijn? Voor 16 jaar en ouder! Zondag 24 Zondag 24 gaat over de goede werken. Zondag 24 vraag en antwoord 62, 63 en 64. Vraag 62 : Maar waarom kunnen onze goede werken niet de gerechtigheid voor God of een stuk

Nadere informatie

Gedroomd Gedragen Geboren Gedoopt

Gedroomd Gedragen Geboren Gedoopt Gedroomd Gedragen Geboren Gedoopt 15/10/2008 BEGROETING (door de priester) Sofie : Welkom, lieve Vital. Maandenlang hebben we naar jou komst uitgekeken. Vol verwachting, vol hoop en zeker vol liefde. Iedere

Nadere informatie

Zondag 28 september 2014 gaan we in ballingschap wel of niet aan het werk in de wijngaard

Zondag 28 september 2014 gaan we in ballingschap wel of niet aan het werk in de wijngaard Zondag 28 september 2014 gaan we in ballingschap wel of niet aan het werk in de wijngaard De Heilige Teresia van Lisieux, wier feest gevierd wordt op 1 oktober, zei eens: "Al had ik alle mogelijke zonden

Nadere informatie

Hij heelt de gebrokenen van hart AANVAARD WIE JE BENT

Hij heelt de gebrokenen van hart AANVAARD WIE JE BENT Hij heelt de gebrokenen van hart AANVAARD WIE JE BENT De wortel van zelfhaat De eerste zonde; verlangen als God te zijn; de ontkenning van wie je bent Eerste gevolg van de zonde: Schaamte voor je lichaam

Nadere informatie

Preek over de opdracht: Laat de Geest u vervullen (Efeziërs 5:18b) Van drs Ton de Ruiter. Lees vooraf eerst: Efeziërs 5:1,2 en 5:15-33 en 6:1-10

Preek over de opdracht: Laat de Geest u vervullen (Efeziërs 5:18b) Van drs Ton de Ruiter. Lees vooraf eerst: Efeziërs 5:1,2 en 5:15-33 en 6:1-10 Preek over de opdracht: Laat de Geest u vervullen (Efeziërs 5:18b) Van drs Ton de Ruiter. Lees vooraf eerst: Efeziërs 5:1,2 en 5:15-33 en 6:1-10 Bedrinkt u niet (5:18a) is duidelijk een opdracht waar we

Nadere informatie

Kennismaking met de bijbel

Kennismaking met de bijbel Kennismaking met de bijbel 1. De Bijbel, wat is dat voor boek? 2. Wat heb ik met God te maken? 3. Wie is Jezus Christus? 4. Hoe kom ik in de hemel? 5. Wat is de christelijke doop? 16 Wat heb ik met God

Nadere informatie

1) De ongelovige is blind gemaakt door Satan (2 Korintiërs 4:4).

1) De ongelovige is blind gemaakt door Satan (2 Korintiërs 4:4). BIJBELSTUDIES VOOR JONGE GELOVIGEN LES 4 Les 4 - Redding: Waarom is het voor ieder mens nodig om gered te worden? In deze bijbelstudies wordt gebruik gemaakt van de NBG-vertaling Dag 1 1) De ongelovige

Nadere informatie

Uitvaart. Orde II Schrift en Gebed. Allen staan terwijl de gestorvene wordt binnengedragen Kaarsen kunnen worden aangestoken

Uitvaart. Orde II Schrift en Gebed. Allen staan terwijl de gestorvene wordt binnengedragen Kaarsen kunnen worden aangestoken Uitvaart Orde II Schrift en Gebed In de kerk intrede Allen staan terwijl de gestorvene wordt binnengedragen Kaarsen kunnen worden aangestoken groet en inleidend woord Genade zij u en vrede van God, onze

Nadere informatie

Dordtse Leerregels. Hoofdstuk 3 en 4. Artikel 1 t/m 4

Dordtse Leerregels. Hoofdstuk 3 en 4. Artikel 1 t/m 4 Dordtse Leerregels Hoofdstuk 3 en 4 Artikel 1 t/m 4 Werkboek 7 Dordtse Leerregels hoofdstuk 3 en 4 artikel 1 t/m 4 Hoofdstuk 3 en 4 gaat over de bekering. Hoofdstuk 3 en 4 heeft 17 artikelen. In dit werkboek

Nadere informatie

Kingdom Faith Cursus ------------------------------------------------------------------------------------------------ HEILIG, HEILIG, HEILIG

Kingdom Faith Cursus ------------------------------------------------------------------------------------------------ HEILIG, HEILIG, HEILIG Kingdom Faith Cursus KF09 ------------------------------------------------------------------------------------------------ HEILIG, HEILIG, HEILIG Colin Urquhart ------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

wat is passend? naar aanleiding van Paulus brief aan de Kolossenzen wil ik dat uitwerken voor 4 categorieën vier kringen

wat is passend? naar aanleiding van Paulus brief aan de Kolossenzen wil ik dat uitwerken voor 4 categorieën vier kringen vandaag wil ik dit gebod toepassen op het geloofsgesprek onderwerp van de gemeenteavond komende week onze overtuiging is dat zulke gesprekken hard nodig zijn voor de opbouw van onze gemeente tegelijk is

Nadere informatie

Orde II Schrift, zegen en gebed

Orde II Schrift, zegen en gebed Orde II Schrift, zegen en gebed begroeting Vrede voor jou N en vrede voor jou N. Alles wat goed is en gelukkig maakt, het kome over jullie beiden. Vrede voor u allen, zoals wij hier bij elkaar gekomen

Nadere informatie

Orde voor de voortzetting van het heilig Avondmaal

Orde voor de voortzetting van het heilig Avondmaal Orde voor de voortzetting van het heilig Avondmaal Na Lied of Klein Gloria verloopt de dienst als volgt: Apostolische geloofsbelijdenis (gezongen, of gelezen en beantwoord met een lied) Nodiging De Heer

Nadere informatie

De drie-engelenboodschap, ACTUEEL!

De drie-engelenboodschap, ACTUEEL! De drie-engelenboodschap, ACTUEEL! Missie De missie van de Kerk van de Zevende-dags Adventisten is de verkondiging van het eeuwig evangelie zoals verwoord in de drieengelenboodschap van Openbaring 14:6-12.

Nadere informatie

Zondag 29 gaat over het Heilig Avondmaal (2)

Zondag 29 gaat over het Heilig Avondmaal (2) Zondag 29 Zondag 29 gaat over het Heilig Avondmaal (2) Lees de tekst van Zondag 29 Vraag 78 : Wordt dan uit brood en wijn het wezenlijk lichaam en bloed van Christus? Antw : Nee; maar gelijk het water

Nadere informatie

Eén ding is nodig. Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42.

Eén ding is nodig. Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42. Eén ding is nodig Deze geschiedenis kun je lezen in Lukas 10 : 38 42. We hebben met elkaar nagedacht over de wonderen die de Heere Jezus heeft gedaan toen Hij op de aarde was. Grote wonderen! Weet je t

Nadere informatie

Formulier om de christelijke doop te bedienen aan de kinderen van de gelovigen (1)

Formulier om de christelijke doop te bedienen aan de kinderen van de gelovigen (1) Formulier om de christelijke doop te bedienen aan de kinderen van de gelovigen (1) Gemeente van onze Heer Jezus Christus, Over de doop Bij de doop word je in water ondergedompeld of ermee besprenkeld.

Nadere informatie

Orde III Schrift, zegen en gebed

Orde III Schrift, zegen en gebed Orde III Schrift, zegen en gebed bemoediging en groet Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft, Ps. 124:8 [die trouw houdt tot in eeuwigheid Ps. 146:6 en niet laat varen het

Nadere informatie

Open je hart en verwacht een wonder van Jezus!

Open je hart en verwacht een wonder van Jezus! Open je hart en verwacht een wonder van Jezus! Voordat je het onderstaande gaat doorlezen wil ik je vragen om het onderstaande gebed te bidden: Almachtige God, Schepper van hemel en aarde, ik mag op dit

Nadere informatie

1 Het sociale ontwikkelingstraject

1 Het sociale ontwikkelingstraject 1 Het sociale ontwikkelingstraject Tijdens de schoolleeftijd valt de nadruk sterk op de cognitieve ontwikkeling. De sociale ontwikkeling is in die periode echter minstens zo belangrijk. Goed leren lezen,

Nadere informatie

HET OPLOSSEN VAN CONFLICTEN. 1. Relaties met anderen

HET OPLOSSEN VAN CONFLICTEN. 1. Relaties met anderen HET OPLOSSEN VAN CONFLICTEN 1. Relaties met anderen De mens is geschapen met de behoefte aan relaties. Ieder mens heeft een aantal relatiecirkels. Je hebt relaties binnen het gezin, het werk, de buurt,

Nadere informatie

OPENING VAN DE VIERING

OPENING VAN DE VIERING OPENING VAN DE VIERING KRUISTEKEN EN BEGROETING INLEIDING GEBED Pastor: Laat ons samen bidden tot God, in wiens Naam wij hier samengekomen zijn, en in wiens Naam deze kinderen zullen worden gedoopt. Heer

Nadere informatie

THEMA 3: EEN BIJBELSE MENSVISIE

THEMA 3: EEN BIJBELSE MENSVISIE THEMA 3: EEN BIJBELSE MENSVISIE TEKST 1 In een bijbels perspectief verschijnt de mens als faiblesse et promesse. Mensen zijn tezelfdertijd eindig onvolkomen en oneindig beloftevol. Beperkt, kwetsbaar,

Nadere informatie

Heeft God het Kwaad geschapen?

Heeft God het Kwaad geschapen? Heeft God het Kwaad geschapen? Zondagavond 22 september 2013 (Genade & Waarheid Preek) Inleiding A. Genade & Waarheid Preken (Soms) Ingewikkelde of wettisch toegepaste onderwerpen bekeken vanuit Genade

Nadere informatie

Ik ben blij dat ik nu voor u lijd Ik ben blij dat ik voor mijn geloof mag lijden Ik ben blij dat ik mag lijden voor de Kerk van Jezus Christus

Ik ben blij dat ik nu voor u lijd Ik ben blij dat ik voor mijn geloof mag lijden Ik ben blij dat ik mag lijden voor de Kerk van Jezus Christus AVONDMAALSVIERING KONINGSKERK 13-09 - 2009 door ds. L. Krüger Schriftlezing: Koloss. 1: 24-29 (NBV) Ik ben blij dat ik nu voor u lijd Ik ben blij dat ik voor mijn geloof mag lijden Ik ben blij dat ik mag

Nadere informatie

De Bijbel open 2013 47 (30-11)

De Bijbel open 2013 47 (30-11) 1 De Bijbel open 2013 47 (30-11) Zie, hij bidt. Dat lezen we in Hand. 9 over Paulus. Zie hij bidt., het wordt verteld na zijn bekering op de weg naar Damascus. En het wordt gezegd alsof het iets heel bijzonders

Nadere informatie

Menze Fernandus van Houten

Menze Fernandus van Houten Liturgieboekje bij het afscheid van Menze Fernandus van Houten * Groningen, 10 februari 1931 Tolbert, 21 februari 2016 in een samenkomst op donderdag 25 februari 2016, om 11.00u in de Gereformeerde Kerk

Nadere informatie

Vuistregels voor vredestichters. Preek 1: Gods ene doel

Vuistregels voor vredestichters. Preek 1: Gods ene doel Vuistregels voor vredestichters Preek 1: Gods ene doel Ik wil graag met u gaan lezen Romeinen 12:18. Het tweede gedeelte is uit Matheus 18. Het is een hoofdstuk wat gaat over omgaan met elkaar in gespannen

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Inleiding Kinderopvang Haarlem heeft één centraal pedagogisch beleid. Dit is de pedagogische basis van alle kindercentra van Kinderopvang Haarlem.

Nadere informatie

Stichting In de Rechte Straat. Geloof in Christus. Vertaling van: Coming to faith in Christ, John Benton Uitgever: Banner of Truth, 1995

Stichting In de Rechte Straat. Geloof in Christus. Vertaling van: Coming to faith in Christ, John Benton Uitgever: Banner of Truth, 1995 Geloof in Christus Vertaling van: Coming to faith in Christ, John Benton Uitgever: Banner of Truth, 1995 Geloof in Christus 1 John Benton De boodschap van de Bijbel begint met God. Wie is God? God is de

Nadere informatie

Gebeden voor jongeren

Gebeden voor jongeren Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 1 Gebeden voor jongeren... 2 Gebed van het licht... 2 Mijn leven tot een licht... 2 Gebed voor sterke benen... 2 Dankgebed... 3 Gebed van Franciscus... 3 Dankgebed als je

Nadere informatie

Ingrediënten van een gezonde relatie - III! Bodemloze put of onuitputbare bron

Ingrediënten van een gezonde relatie - III! Bodemloze put of onuitputbare bron Ingrediënten van een gezonde relatie - III! Bodemloze put of onuitputbare bron Fillipenzen 1:9 En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid,

Nadere informatie

in verbinding schoolplan 2012-2016

in verbinding schoolplan 2012-2016 in verbinding schoolplan 2012-2016 Onze kernwaarden Zo werken we samen Verantwoording Visie Verantwoordelijkheid Verbinding Vertrouwen Vrijheid Waarom zijn we er? De Jacobus Fruytier scholengemeenschap

Nadere informatie

Wie ben ik in het koninkrijk? les 1 DISCIPLE MENTOR

Wie ben ik in het koninkrijk? les 1 DISCIPLE MENTOR Wie ben ik in het koninkrijk? les 1 DEEL 4 DISCIPLE MENTOR In Gen 1, 2 en 3 lezen we direct hoe God denkt over de mens. Hij laat zien wie we zijn, waar we voor gemaakt zijn en wat onze bestemming in het

Nadere informatie

CURSUSMAP 1 (NBG) Discipelen van Jezus. Leren leven in de kracht van Jezus. Dr. Bob Gordon Kees de Vlieger. Een Kerygma cursus

CURSUSMAP 1 (NBG) Discipelen van Jezus. Leren leven in de kracht van Jezus. Dr. Bob Gordon Kees de Vlieger. Een Kerygma cursus CURSUSMAP 1 (NBG) Discipelen van Jezus Leren leven in de kracht van Jezus Dr. Bob Gordon Kees de Vlieger Een Kerygma cursus Copyright Stichting Kerygma Nederland Baron van Nagellstraat 9a 3781 AP Voorthuizen

Nadere informatie

De schepping van de mens Studieblad 6

De schepping van de mens Studieblad 6 -1- GODS PLAN MET MENSEN Dit is een uitgave van de Volle Evangelie Gemeente Immanuël Breda Auteur: Cees Visser (voorganger) De schepping van de mens Studieblad 6 Inleiding Mensbeeld Uitgangspunt Stof In

Nadere informatie

Nieuwe geboorte in het koninkrijk. les 1 FOLLOW

Nieuwe geboorte in het koninkrijk. les 1 FOLLOW Nieuwe geboorte in het koninkrijk les 1 DEEL 3 FOLLOW DE GEBOORTE Leven begint met een man en vrouw die elkaar liefhebben. Diep in het binnenste van de buik van de moeder ontstaat nieuw leven. Het duurt

Nadere informatie

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen,

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen, Het zijn lezingen die er niet om liegen, vandaag. Mozes, die het volk de wet voorhoudt, als een keus tussen leven en dood. En Jezus lijkt er nog een

Nadere informatie

Romeinen 14 : 12. Romeinen 14 wordt vaak genoemd en gelezen speciaal als het gaat om het samenleven in de kerk

Romeinen 14 : 12. Romeinen 14 wordt vaak genoemd en gelezen speciaal als het gaat om het samenleven in de kerk Romeinen 14 wordt vaak genoemd en gelezen speciaal als het gaat om het samenleven in de kerk toch bekruipt je telkens het gevoel dat het niets uithaalt mooi om de Bijbel open te doen maar in de praktijk

Nadere informatie

Geloof Brengt Verandering Toets 1 - antwoorden

Geloof Brengt Verandering Toets 1 - antwoorden Toets 1 - antwoorden Geloof (1-11) Lesstof: Hoofdstuk 1 1. Wat is noodzakelijk om van God te kunnen ontvangen? Geloof [1] 2. Noem vier uitingen van geloof. - Geloof voor redding [1.2] - Geloof en werken

Nadere informatie

Het sacrament van de ziekenzalving.

Het sacrament van de ziekenzalving. Het sacrament van de ziekenzalving. Vooraf rustige muziek. 1. Kruisteken en vredeswens door pater Gerard. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen Vrede zij u allen en allen die u lief

Nadere informatie

DISCIPELSCHAP BIJBELSTUDIE VGSU BLOK

DISCIPELSCHAP BIJBELSTUDIE VGSU BLOK DISCIPELSCHAP BIJBELSTUDIE VGSU BLOK 4 2010-2011 INHOUD Inleiding... 5 Avond 1... 6 Avond 2... 8 Avond 3... 10 Avond 4... 12 3 4 INLEIDING Een ieder die niet zijn kruis draagt en achter Mij aankomt, die

Nadere informatie

De Dordtse Leerregels

De Dordtse Leerregels De Dordtse Leerregels Hoofdstuk 2 Artikel 6 t/m 9 Werkboek 6 Dordtse Leerregels hoofdstuk 2 artikel 6 t/m 9 Boven artikel 6 t/m 9 schrijven we : ongeloof en geloof Over ongeloof en geloof is veel te leren.

Nadere informatie

Kapstok. Proces van Geestelijke Groei. Dick Slikker

Kapstok. Proces van Geestelijke Groei. Dick Slikker Kapstok Proces van Geestelijke Groei Dick Slikker 1 Inhoud 1 Komt het weer goed tussen mens en God? 5 2 In Sync met God 11 3 Uitdaging van de Leerschool 17 4 Onze waarom vragen als God het net anders doet

Nadere informatie

Missie school Vanuit onze visie op het onderwijs volgt onze missie met BRON-waarden:

Missie school Vanuit onze visie op het onderwijs volgt onze missie met BRON-waarden: Missie en visie Basisschool met de Bijbel Bij de Bron is één van de tien scholen uitgaande van de Vereniging tot Stichting en Instandhouding van Scholen voor Christelijk Nationaal Schoolonderwijs te Putten.

Nadere informatie

OM TE BEGINNEN Welkom en mededelingen Muziek Allen gaan staan. Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer!

OM TE BEGINNEN Welkom en mededelingen Muziek Allen gaan staan. Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, onze Heer! WILHELMINAKERK SOEST 27 september 2015 Voorganger: Ambtsdrager: Lector: Organist: ds. Sj. van der Zee, Gorinchem Fred Heidinga, Dênise Smit Loes Paul Theo van der Woude OM TE BEGINNEN Welkom en mededelingen

Nadere informatie

Numeri 21 : 9. dia 1. Num21v09 1

Numeri 21 : 9. dia 1. Num21v09 1 Numeri 21 : 9 het wordt een beetje eentonig: Israël moppert God straft het af maar er is ook een nieuw element verrassend positief de Israëlieten komen zelf tot inkeer zij vragen Mozes om voor hen te bidden

Nadere informatie

EEN PAAR BELANGRIJKE VRAGEN

EEN PAAR BELANGRIJKE VRAGEN EEN PAAR BELANGRIJKE VRAGEN Vaak wordt u zelf niets wijzer van vragen die aan u gesteld worden. Hier willen we u een paar heel belangrijke vragen voorleggen, die juist wel vooral voor uzelf van belang

Nadere informatie

INFORMATIE OVER HET GEBRUIK VAN KINDERBIJBELS VOOR GEZINNEN MET JONGE KINDEREN

INFORMATIE OVER HET GEBRUIK VAN KINDERBIJBELS VOOR GEZINNEN MET JONGE KINDEREN INFORMATIE OVER HET GEBRUIK VAN KINDERBIJBELS VOOR GEZINNEN MET JONGE KINDEREN OVER KINDERBIJBELS OM TE BEGINNEN Als je een kinder- of jeugdbijbel aan wilt schaffen dan is het heel belangrijk dat je eerst

Nadere informatie

Doop van kinderen Orde II

Doop van kinderen Orde II Doop van kinderen Orde II Indien mogelijk verzamelen allen zich rond de doopvont De doopvont is of wordt nu gevuld met water onderwijzing Niemand leeft voor zichzelf en niemand sterft voor zichzelf; wij

Nadere informatie

Pastoor Reneerkens. De volgende mensen zijn er ook bij:

Pastoor Reneerkens. De volgende mensen zijn er ook bij: 2 Papa Mama Peter Meter.... Pastoor Reneerkens De volgende mensen zijn er ook bij: 3 BEGROETING EN WELKOMSTWOORD Alles went, zeggen we wel eens, zelfs het wonder wat altijd weer opnieuw gebeurt, wordt

Nadere informatie

Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt. Huwelijk Eucharistische gebeden 2. Eucharistisch Gebed XII-b Jezus, onze Weg. Brengen wij dank aan de Heer, onze God. Heilige Vader, machtige eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil

Nadere informatie

1. Gods eigendom. Op Toonhoogte 265

1. Gods eigendom. Op Toonhoogte 265 Jaarreeks 1: Jaarreeks 1: 1. Gods eigendom Abba, Vader, U alleen U behoor ik toe. U alleen doorgrondt mijn hart. U behoort het toe. Laat mijn hart steeds vurig zijn, U laat nooit alleen U behoor ik toe.

Nadere informatie

DIENST VAN SCHRIFTLEZING EN GEBED

DIENST VAN SCHRIFTLEZING EN GEBED DIENST VAN SCHRIFTLEZING EN GEBED Zondag van de tekenen der tijden 14 augustus 2016 Oud-katholieke parochie van de H. Georgius, Amersfoort Welkom door een kerkmeester Openingszang: Gezangboek nr. 754 Tijdens

Nadere informatie

De gelijkenis van de twee zonen. Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten

De gelijkenis van de twee zonen. Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten De gelijkenis van de twee zonen Lees : Mattheüs 21:28-32 Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel

Nadere informatie

LEVITICUS 23:40. etrog en lulav

LEVITICUS 23:40. etrog en lulav DE LOOFHUT HET LOOFHUTTENFEEST Wijst op het Koninkrijk van God Belangrijk feest in het leven en onderwijs van Jezus Centraal in het feest: de (loof)hut (sukkot); een tijdelijke verblijfsplaats Kern: Het

Nadere informatie

Identiteitsdocument Sprank

Identiteitsdocument Sprank Identiteitsdocument Sprank Christenen in hart en zorg Vanuit Gods liefde, zorgen wij voor elkaar. GOD Dit doen we samen met je familie en vrienden. Jij mag rekenen op een veilig thuis. Vragen over jouw

Nadere informatie

Het huis van de angst en het huis van de liefde Preek van Jos Douma over Romeinen 8:15

Het huis van de angst en het huis van de liefde Preek van Jos Douma over Romeinen 8:15 Het huis van de angst en het huis van de liefde Preek van Jos Douma over Romeinen 8:15 U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen

Nadere informatie

Gemeentevisie van de evangelische gemeente te Ommen (aanvaard februari 2014 )

Gemeentevisie van de evangelische gemeente te Ommen (aanvaard februari 2014 ) Gemeentevisie van de evangelische gemeente te Ommen (aanvaard februari 2014 ) 1. Het hoofd van de gemeente: Onze Here Jezus Christus is het hoofd van Zijn gemeente. Hij werkt in en door de gemeente door

Nadere informatie

Gebed om te gedenken. Gebed van lofprijzing. Gebed na Hemelvaart. Gebed op de levenszee

Gebed om te gedenken. Gebed van lofprijzing. Gebed na Hemelvaart. Gebed op de levenszee Gebed van lofprijzing Gebed om te gedenken Ik dank U, grote God, dat Gij de Vader zijt die mij te boven gaat, de Zoon die mij terzijde staat, de Geest die in mij bidt en smeekt. Heer, onze God, op deze

Nadere informatie

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Gemeente van onze Here Jezus Christus, Gemeente van onze Here Jezus Christus, Echt gelukkig! Dat is het thema waar we vanochtend over na gaan denken. En misschien denkt u wel: Wat heeft dat thema nu met deze tekst te maken, Die gaat toch over

Nadere informatie

Ik geloof (4) in de Heilige Geest. Preek over zondag 20 van de catechismus

Ik geloof (4) in de Heilige Geest. Preek over zondag 20 van de catechismus Ik geloof (4) in de Heilige Geest. Preek over zondag 20 van de catechismus Na wat we net gezegd en gezien hebben lijkt het antwoord van de catechismus misschien een beetje mager. Maar, zondag 20 is het

Nadere informatie

SOEFISME IN HET DAGELIJKS LEVEN

SOEFISME IN HET DAGELIJKS LEVEN SOEFISME IN HET DAGELIJKS LEVEN Een leerling van Hazrat Inayat Khan (Een kopie van de uitgave van) The Sufi International Headquarters Publishing Society 1 Liefde ontwikkelt zich tot harmonie en uit harmonie

Nadere informatie

Oecumenische geloofsgemeenschap Het Brandpunt

Oecumenische geloofsgemeenschap Het Brandpunt Oecumenische geloofsgemeenschap Het Brandpunt Zondag 24 april 2016 Thema: Hoop voor de kerk in Syrië en Irak Voorganger : Marten de Vries Welkom: Wiena Bakker Vleugel: Dick van der Niet m.m.v. de cantorij

Nadere informatie

Huwelijk en samenwonen, echtscheiding en hertrouwen, gemengde relaties

Huwelijk en samenwonen, echtscheiding en hertrouwen, gemengde relaties Huwelijk en samenwonen, echtscheiding en hertrouwen, gemengde relaties Een beleidsplan van de kerkenraad van de Vrije Evangelische Gemeente te Oldebroek Inleiding Het huwelijk staat in onze tijd onder

Nadere informatie

Geloofsbelijdenis * (zie de drie voorbeelden) (Als de ouders een doopkaars hebben kan die nu worden aangestoken.)

Geloofsbelijdenis * (zie de drie voorbeelden) (Als de ouders een doopkaars hebben kan die nu worden aangestoken.) Overzicht van een doopviering, waarin de doop wordt gedaan door Nel Hogervorst van Kampen, pastoraal werker. Zij vindt het prettig als er niet zoveel tekst in het boekje staat, omdat zij dan kan improviseren.

Nadere informatie

Inleiding over het kernwoord zonde

Inleiding over het kernwoord zonde Inleiding over het kernwoord zonde Door Eline Lezen: Mattheüs 5 : 21 t/m 48 Zingen: Psalm 6 : 1 en 4 1. Waarom moeten wij weten wat zonde is? Toen ik deze inleiding begon te maken vroeg ik me af wat ik

Nadere informatie

Het dubbelgebod en de zin van ons bestaan (22 februari 2009)

Het dubbelgebod en de zin van ons bestaan (22 februari 2009) 1 Het dubbelgebod en de zin van ons bestaan (22 februari 2009) De achtergrond van de vraag naar het belangrijkste gebod De vraag waar wij vanochtend mee te maken hebben is de vraag naar het grote of anders

Nadere informatie

Van de kernwaarden een deugd maken

Van de kernwaarden een deugd maken Van de kernwaarden een deugd maken Onderlegger bij de kernwaarden van Driestar educatief Januari 2008 In principe uniek Onze missie Driestar educatief inspireert, vormt en ondersteunt (aankomende) leraren

Nadere informatie

Identiteitsverklaring

Identiteitsverklaring De HAAL-scholen hebben een duidelijke christelijke identiteit. Die identiteit wordt (uit)gedragen door de medewerkers. Vanwege de grote verantwoordelijkheid van de medewerker is deze identiteitsverklaring

Nadere informatie

LIEDERENBLAD TIME 2 SING 18 september 2011 Thema: Je steentje bijdragen. Refrein

LIEDERENBLAD TIME 2 SING 18 september 2011 Thema: Je steentje bijdragen. Refrein LIEDERENBLAD TIME 2 SING 18 september 2011 Thema: Je steentje bijdragen 19.00 uur LAAT HET FEEST ZIJN IN DE HUIZEN (Opw. 533) Laat het feest zijn in de huizen, mensen dansen op de straat, als het onrecht

Nadere informatie

Openingsgebeden INHOUD

Openingsgebeden INHOUD Openingsgebeden De schuldbelijdenis herzien Openingsgebeden algemeen Openingsgebeden voor kinderen Openingsgebeden voor jongeren INHOUD De schuldbelijdenis herzien De schuldbelijdenis heeft in de openingsritus

Nadere informatie

Zondag 22 mei 2011 - Kogerkerk - 5e zondag van Pasen - kleur: wit - preek Deuteronomium 6, 1-9 & 20-25 // Johannes 14, 1-14

Zondag 22 mei 2011 - Kogerkerk - 5e zondag van Pasen - kleur: wit - preek Deuteronomium 6, 1-9 & 20-25 // Johannes 14, 1-14 Zondag 22 mei 2011 - Kogerkerk - 5e zondag van Pasen - kleur: wit - preek Deuteronomium 6, 1-9 & 20-25 // Johannes 14, 1-14 Gemeente van onze Heer Jezus Christus, Twee prachtige lezingen vanochtend. Er

Nadere informatie

Wat zegt Paulus in Romeinen 7:7-12?

Wat zegt Paulus in Romeinen 7:7-12? Wat zegt Paulus in Romeinen 7:7-12? Romeinen 7:7. Paulus stelt weer een vraag, die het voorafgaande mogelijk oproept bij mensen. Hij zei immers, dat de wet (vroeger) zondige hartstochten in ons opriep

Nadere informatie

Met welk doel wil God Zijn kinderen leiden?

Met welk doel wil God Zijn kinderen leiden? Scholen die door Samuel zijn gesticht. Met welk doel wil God Zijn kinderen leiden? Psalm 23:3 3 Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid, omwille van Zijn Naam. De Here zelf

Nadere informatie

De gelijkenis van de verloren zoon.

De gelijkenis van de verloren zoon. De gelijkenis van de verloren zoon. Eerst lezen. Daarna volgen er vragen en opdrachten. Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel dingen te leren.

Nadere informatie

Seksuele vorming: gave (op-)gave

Seksuele vorming: gave (op-)gave Seksuele vorming: gave (op-)gave De Wegwijzer Oosterwolde, 28 januari 2016 Mieneke Aalberts-Vergunst Programma Introductie Stellingen De wereld om ons heen Onze opvoeding Seksualiteit Het Bijbelse beeld

Nadere informatie

HC zd. 22 nr. 32. dia 1

HC zd. 22 nr. 32. dia 1 HC zd. 22 nr. 32 een spannend onderwerp als dit niet waar is, valt alles duigen of zoals Paulus het zegt in 1 Kor. 15 : 19 als wij alleen voor dit leven op Christus hopen zijn wij de beklagenswaardigste

Nadere informatie

Orde voor de viering van het heilig Avondmaal

Orde voor de viering van het heilig Avondmaal Orde voor de viering van het heilig Avondmaal Prediking Geloofsbelijdenis Onderwijzing bij het Avondmaal De apostel Paulus beschrijft hoe onze Heer Jezus Christus het heilig Avondmaal heeft ingesteld:

Nadere informatie

18. Evangelist in eigen land 19. Onder Jezus zegen Een bereide plaats 20. Water 21. Een gebed om de Heilige Geest Doorwaai mijn hof 22.

18. Evangelist in eigen land 19. Onder Jezus zegen Een bereide plaats 20. Water 21. Een gebed om de Heilige Geest Doorwaai mijn hof 22. Inhoudsopgave Voorwoord 1. Een gebed bij het begin van het nieuwe jaar Ik ben met u 2. Gods hand 3. Zegen Vrede met God 4. In de kerk 5. Is Deze niet de Christus? Deze ontvangt zondaars 6. Echte vrienden

Nadere informatie