acta GROENINGE NIERTRANSPLANTATIE CHRONISCH NIERLIJDEN KRAAKBEENTHERAPIE SPECT-CT TARGETED THERAPIES NR 7 - J U N I

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "acta GROENINGE NIERTRANSPLANTATIE CHRONISCH NIERLIJDEN KRAAKBEENTHERAPIE SPECT-CT TARGETED THERAPIES NR 7 - J U N I 2 0 0 7"

Transcriptie

1 acta GROENINGE NR 7 - J U N I NIERTRANSPLANTATIE CHRONISCH NIERLIJDEN KRAAKBEENTHERAPIE SPECT-CT TARGETED THERAPIES

2 WETENSCHAPPELIJK TIJDSCHRIFT N 7 - JUNI 2007 acta GROENINGE INHOUD 03 VOORWOORD Jan Taveirne VOORSTELLING MEDISCHE DIENSTEN BINNEN a z GROENINGE 04 NEFROLOGIE De toekomst: tussen hoop en vrees Gert Meeus 07 Niertransplantatie Marc Decupere DIT TIJDSCHRIFT VERSCHIJNT TWEEMAAL PER JAAR EN WIL EEN OVERZICHT GEVEN VAN DE MEDISCHE, ZORGVERSTREKKENDE EN ORGANISATORISCHE ACTIVITEITEN BINNEN a z GROENINGE. REDACTIE Dhr. Ludwig Cornil Dr. Kathleen Croes Dhr. Guido Demaiter Mevr. Veerle De Wispelaere Dr. Johan Mattelaer Dr. Guy Putzeys Redactieadres Dr. Johan Mattelaer Albijn van den Abeelelaan Kortrijk T F Verantwoordelijke uitgever Dhr. Jan Deleu Directie a z GROENINGE Reepkaai Kortrijk Uitgegeven in opdracht van het wetenschappelijk comité a z GROENINGE door uitgeverij Groeninghe Kortrijk isbn Dit tijdschrift is ook te raadplegen via NIEUWE TECHNIEKEN BINNEN a z GROENINGE 10 SPECT-CT: functie en anatomie in één oogopslag Eduard D Hondt 12 TARGETED THERAPIES: een nieuw concept in de systematische behandeling van maligne processen; het begin van een nieuw tijdperk? Koen Van Eygen 15 Kraakbeentherapie in de knie vandaag Jan Van Der Bauwhede TOEKOMST VAN a z GROENINGE 17 Vooruitgang van de nieuwbouw VAN HOSPITAAL TOT a z GROENINGE 19 Geneeskunde en ziekenverpleging in Kortrijk Deel 7: De Sint-Niklaaskliniek (1958) Johan Mattelaer 21 Verpleegstersscholen in Kortrijk Johan Mattelaer 24 RECENTE WETENSCHAPPELIJKE PUBLICATIES 24 WETENSCHAPPELIJKE ACTIVITEITEN Un résumé des articles en français est disponible sur simple demande

3 az nr 7 gecor :45 Pagina 3 a z GROENINGE 3 VOORWOORD Vriendelijkheid en professionaliteit Excellence is a product of attitude (*) Het is 4 jaar geleden dat met veel enthousiasme en met grote verwachtingen het charter Patiëntvriendelijk Ziekenhuis in a z Groeninge werd ondertekend. Velen hebben toen met overtuiging hun naam geplaatst onder deze belangrijke doelstelling en werken dagelijks mee aan de invulling ervan. Zoals reeds eerder gezegd en geschreven, is het ziekenhuis een snel evoluerend milieu met talloze uitdagingen en vragen naar antwoorden op hoog gestelde verwachtingen. Het professionalisme en nieuwe technologieën stuwen het medisch handelen naar een kwaliteitsvoller niveau. De rustige, persoonsgebonden en vriendelijke zorgverlening kan deze snelle evolutie moeilijk volgen, temeer daar budgetbeperkende maatregels de verblijfsduur in het ziekenhuis inkorten. Talrijke initiatieven en erkenningen (Investors in People, Tyco Healthcare Award, ) ondersteunen dit streven naar vriendelijke en persoonsgebonden zorg. Een gedeelte van de zorgverstrekking beantwoordt, niettegenstaande de gedane inspanningen, niet steeds aan de gestelde verwachtingen. Integendeel, soms bewaart de patiënt een wrang gevoel van geleden onbegrip en is hij/zij ontevreden omwille van te weinig warmte en betrokkenheid tijdens het verblijf en bij de behandeling. Het maximale comfort van de zieke in een vriendelijke omgeving, op basis van professionele geneeskunde moet een permanente betrachting zijn op alle niveaus van de zorgverlening. JAN TAVEIRNE HOOFDGENEESHEER (*) The methodist hospital 6565 Fannin street Houston, Texas Service is the heart of the hospital. It begins at the front door and it never lets up. Ziekenbezoek: een geglazuurd terracotta fries van Giovanni della Robbia op het Ospedale del Ceppo te Pistoia (Italië), vervaardigd in 1525.

4 4 VOORSTELLING MEDISCHE DIENSTEN BINNEN a z GROENINGE NEFROLOGIE De toekomst: tussen hoop en vrees De ontwikkeling van dialyse als chronische nierfunctievervangende therapie waardoor een voorheen op korte termijn fatale ziekte een behandelbare aandoening werd, wordt terecht bestempeld als één van de grootste medische doorbraken van de 20ste eeuw. Momenteel zijn er wereldwijd meer dan 1 miljoen patiënten in dialyse en er zijn patiënten gekend die reeds meer dan 30 jaar overleven dankzij dialyse. Ondanks deze successen blijft chronische dialyse een zeer belastende therapie, die een nog steeds aanzienlijke mortaliteit heeft van ca. 20% per jaar. Tot frustratie van de nefrologische gemeenschap zijn deze mortaliteitscijfers sinds de jaren 80 nauwelijks verbeterd. Verontrustend is dat het aantal patiënten in dialyse jaarlijks toeneemt met 5 tot 10%. Daarnaast begint het onderzoek naar innovatieve geneesmiddelen vruchten af te werpen. Dit kan best geïllustreerd worden aan de hand van diabetische nefropathie en renale polycystose, samen verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle gevallen van End-Stage renal disease (ESRD) (fig. 1). DIABETISCHE NEFROPATHIE: DE VOLGENDE STAP NA ACE-INHIBITIE Jammer genoeg is het nefrologisch therapeutisch arsenaal qua medicatie sinds de invoering van ACE-inhibitoren en erythropoiëtine de laatste 15 jaar nauwelijks uitgebreid. In deze context bestaat de vrees dat dialyse met zijn zeer hoge kosten op termijn onbetaalbaar zal worden voor de gezondheidszorg. Nu reeds slorpt dialyse 6% op van het budget voor de gezondheidszorg in de VS, terwijl de dialysepopulatie minder dan 0.1% van de bevolking uitmaakt. Onder impuls van dit weinig rooskleurig toekomstbeeld wordt met hernieuwde energie gezocht naar methoden om de epidemie van chronisch nierlijden te stoppen. Het belang van sensibilisatie en preventie, met in de eerste plaats strikte bloeddrukcontrole kan niet genoeg worden benadrukt. Dat hier nog veel ruimte is voor verbetering, mag blijken uit het feit dat amper 34% van de hypertensieve patiënten de vooropgestelde streefwaarde voor de bloeddruk van 130/80mmHg of lager haalt (1). 40 % van alle dialysepatiënten heeft diabetes en daarmee is dit met voorsprong de voornaamste oorzaak van ESRD in de westerse wereld. De ACE-inhibitoren en later ook de angiotensine 2 receptorblokkeerders (ARB s) zijn de hoeksteen geworden van de behandeling van diabetische nefropathie, met significante vertraging van de progressie van de nefropathie. Het moet echter benadrukt worden dat ondanks deze medicatie nog steeds veel patiënten naar dialyse evolueren en bovendien een enorm hoog cardiaal risico hebben. Zo trad in de RENAAL studie, uitgevoerd met Losartan bij patiënten met gevorderde diabetische nefropathie, bij maar liefst 70% van de patiënten een eindpunt op van myocardinfarct, verdubbeling van het creatinine, dialyse of overlijden na een gemiddelde follow-up van amper 3.4 jaar! De resultaten van de studie toonden weliswaar een gunstig effect van Losartan t.o.v. placebo, maar om bij 1 patiënt dialyse te vermijden dienden 24 patiënten te worden behandeld (2). Het ontwikkelen van nieuwe, meer efficiënte behandelingsstrategieën is dus een absolute noodzaak. BLOKKADE VAN HET RAAS (RENINE- ANGIOTENSINE-ALDOSTERON-SYSTEM): VAN SLANGENGIFEXTRACT NAAR DESIGNER DRUGS Hoewel ACE-inhibitoren en ARB s hun plaats verdienen als basistherapie voor diabetische nefropathie, hebben ze beide hun beperkingen. Geen van beide kan de activiteit van het RAAS volledig stilleggen en beide hebben ook potentieel nadelige effecten. Zo verminderen ACEinhibitoren de productie van angiotensine II slechts onvolledig en veroorzaken ze een stijging van het circulerend renine, dat in verband gebracht wordt met een verhoogde cardiovasculaire mortaliteit (3). ARB s leiden op Figuur 1: Deze afbeelding geeft een goede indruk van het volume dat polycystische nieren kunnen innemen.

5 VOORSTELLING MEDISCHE DIENSTEN BINNEN a z GROENINGE 5 hun beurt tot een stijging van de concentratie angiotensine II, wat eveneens ongunstige proliferatieve effecten kan hebben en waardoor het effect van blokkade door competitie voor de AT-1 receptor in het gedrang kan komen. Een mogelijke oplossing ligt in de combinatie van ACE-inhibitoren met een angiotensine II receptor blokkeerder. Tot voor kort werd deze combinatie als gevaarlijk en nutteloos bestempeld. Nochtans kunnen ARB s de effecten van het gevormde angiotensine II dat ondanks ACEinhibitie gevormd wordt blokkeren, terwijl de ACE-inhibitoren op hun beurt de door ARB s veroorzaakte stijging van angiotensine II helpen in de hand houden. Sinds 2003 werden inderdaad een aantal studies gepubliceerd die het synergistisch nefroprotectief effect van beide aantonen bij diabetische nefropathie (4), met een niet te verwaarlozen maar zeker aanvaardbaar risico op complicaties als hyperkaliëmie en acute nierinsufficiëntie. Voorwaarde voor de combinatie is uiteraard een zeer geregelde biochemische controle! Intussen wordt verder gezocht naar nog efficiëntere methodes om het RAAS zo volledig mogelijk te blokkeren. Men mag immers niet uit het oog verliezen dat ACE-inhibitoren niet door research maar door een toevalligheid zijn ontdekt (de eerste ACE-inhibitor werd geïsoleerd uit het gif van de Braziliaanse slang Bothrops jararaca) (fig. 2). Hun inwerking ergens halfweg de RAAS-cascade is in feite verre van ideaal om de activiteit van het RAAS volledig te onderbreken. Puur farmacologisch is het veel efficiënter om de cascade te blokkeren t.h.v. de kritische en snelheidsbeperkende stap, namelijk de omzetting van angiotensinogeen naar angiotensine 1 door renine. De komst van de eerste orale renine-inhibitor, Aliskiren zal niet lang meer op zich laten wachten. Klinische trials hebben een krachtig bloeddrukverlagend effect aangetoond, met prima tolerantie en met een gunstig biochemisch profiel: daling van de plasmarenine-activiteit, daling van angiotensine 1 en 2 (5,6). De renine-inhibitoren kunnen daarom een belangrijke aanwinst worden in de aanpak van diabetische nefropathie. Verder onderzoek is echter zeker nodig om dit te bevestigen en om uit te maken op welke manier de renine inhibitoren, ACE-inhibitoren en ARB s het best kunnen worden gebruikt om tot maximale klinische effecten te komen. Wellicht zal tegen eind 2007 een klinische trial met Aliskiren worden opgestart bij patiënten met diabetische nefropathie, onder meer in a z Groeninge. ANDERE THERAPEUTISCHE KLASSEN IN ONTWIKKELING In se is het principe van RAAS-blokkade gebaseerd op een simpel mechanisch principe : Door dilatatie van de efferente glomerulaire arteriool verlaagt de glomerulaire druk, hetgeen leidt tot verminderde hyperfiltratie en vertraagde slijtage van de betrokken glomerulus. De zeer complexe moleculaire mechanismen die aan de slijtage ten grondslag liggen worden pas de laatste jaren beter begrepen. Hieruit zijn nieuwe inzichten gegroeid en komen nu ook een aantal totaal nieuwe medicatieklassen in ontwikkeling, die hopelijk een aanwinst zullen zijn in de behandeling van diabetische nefropathie. Vooral de inhibitie van advanced glycation end products (AGE-I) en de glycosaminoglycanen zijn veelbelovend. Advanced glycation end products (AGE s) worden gevormd door de additie van glucose aan eiwitten, vetten e.d. in het interstitium. Nadat de binding eerst reversibel is (bijv. Hemoglobine A1c), ontstaat via een aantal chemische reacties een irreversibele binding aan de eiwitten. Uiteindelijk ontstaat crosslinking tussen verschillende geglycosyleerde eiwitten onderling, waardoor de normale architectuur van de glomerulus wordt verstoord. Aldus kunnen AGE s bijdragen tot het ontstaan van diabetische nefropathie. Deze reacties zijn nog het best te vergelijken met de reacties die optreden bij het bruneren van voedsel tijdens het koken. Verrassend genoeg zijn er in het lichaam natuurlijke receptoren voor deze AGE s aanwezig, met op die manier o.a. een pro-inflammatoire en procoagulerende werking. Er zijn een aantal stoffen in ontwikkeling die de vorming van deze AGE s remmen en die althans in dierexperimentele studies diabetische nefropathie belangrijk kunnen vertragen. Het is echter wachten op voldoende gegevens in klinische studies. Een tweede nieuwe klasse van molecules die aandacht verdient, zijn de glycosaminoglycanen (GAG). GAG s zijn opgebouwd uit triplets gevormd door een disaccharide en een hexosamine. Ze vormen een essentieel deel van de intercellulaire matrix van de glomerulaire basale membraan, die de barrière vormt voor filtratie van albumine van het bloed naar de urine. Onderzoek heeft aangetoond dat het gehalte aan GAG s bij diabetische nefropathie is verlaagd. Daarom zijn ze een mogelijk aangrijpingspunt voor therapeutische interventie. Fig. 2. Foto van de Botrops Jacarara, een Zuid-Amerikaanse slang, waaruit de eerste ACE-inhibitor werd geïsoleerd. In de DiNAS-studie (7) kon met orale toediening van het glycosaminoglycaan sulodexide gedurende 4 maanden de proteïnurie met 64 % worden verminderd. De nevenwerkingen waren minimaal. Het effect trad ook op bij patiënten die reeds met een ACE-inhibitor werden behandeld. Bovendien bleef het gunstig effect bestaan tot meer dan 4 maand na het stoppen van Sulodexide, wat op een werkelijk herstel van de glomerulaire barrière kan wijzen. Om deze hoopgevende resultaten te bevestigen loopt momenteel een wereldwijde studie met sulodexide in de behandeling van diabetische nefropathie. De bedoeling is aan te tonen dat sulodexide de evolutie naar ESRD kan afremmen, bovenop het effect van een Angiotensine receptorblokkeerder. Het is de grootste gerandomiseerde prospectieve studie tot nu toe binnen de nefrologie. a z Groeninge werd als een van de weinige nefrologische centra in België - en als het enige in West-Vlaanderen - geselecteerd om deel te

6 6 VOORSTELLING MEDISCHE DIENSTEN BINNEN a z GROENINGE nemen aan deze hopelijk baanbrekende studie. Inclusie van patiënten met nefropathie op basis van type 2 diabetes loopt nog door tot in Ook andere medicaties, zoals het antifibroticum tranilast worden thans in klinische studies geevalueerd. Het valt te verwachten dat in de komende jaren het therapeutisch arsenaal voor de behandeling van diabetische nefropathie gevoelig zal uitbreiden, met betere vooruitzichten voor de patiënt als resultaat. HOOP VOOR PATIËNTEN MET POLYCYSTISCHE NIEREN Autosomaal dominante renale polycystose (ADPKD) is een frequente familiaal voorkomende aandoening (1 op 400 à 2000 geboorten). Er ontstaan progressief cysten diffuus in de nieren (fig. 1) en vaak ook in de lever. Door de groei van de cysten wordt het gezonde parenchym geleidelijk aan verdrongen en vernietigd. Dit leidt in de meerderheid van de gevallen tot terminaal nierfalen op middelbare leeftijd. ADPKD is verantwoordelijk voor ca. 10% van de gevallen van ESRD. De ziekte is in principe gemakkelijk te diagnosticeren vanaf jongvolwassen leeftijd, als de cysten met echografie aantoonbaar worden. Aangezien op deze leeftijd de nierfunctie meestal nog intact is, opent dit perspectieven voor de behandeling van de ziekte. Dank zij de recente ontwikkelingen in het onderzoek lijkt een echte therapie voor ADPKD eindelijk realiteit te zullen worden. Vooral van de komst van de nieuwe klasse van vasopressine-2 receptorblokkeerders of aquaretica wordt erg veel verwacht in de behandeling van ADPKD. De cysten van ADPKD zijn immers hormonaal actief en secreteren o.a. vasopressine. Dit leidt tot vorming van camp, en een toegenomen incorporatie van waterkanalen (de zogenaamde aquaporines) in de celmembraan, met een netto groeien van de cysten als resultaat. De aquaretica kunnen de productie van camp in de cyste-epitheelcellen blokkeren. Alvast in diermodellen heeft men vastgesteld dat met aquaretica het volume van de niercysten kan worden verkleind (8). Wanneer dit bevestigd wordt, kunnen de aquaretica voor het eerst echt hoop op genezing brengen voor de miljoenen patiënten wereldwijd die aan ADPKD leiden. Dat inname van tolvaptan (het eerste oraal beschikbare aquareticum) tot een polyurie van 3 tot 4 liter per dag leidt, zullen de patiënten er wellicht zonder al te veel morren bijnemen. Op dit ogenblik loopt een eerste grote fase 3 studie met tolvaptan in de behandeling van ADPKD, waarvan de resultaten over enkele jaren worden verwacht (9). Ook van andere geneesmiddelen (zoals het immuunsuppressivum sirolimus) wordt verwacht dat ze de ziekte-evolutie van ADPKD zullen kunnen vertragen. Het is nu wachten op de bevestiging, die hopelijk in de komende jaren zal volgen. Deze en andere nieuwe ontwikkelingen binnen de nefrologie zullen er hopelijk toe bijdragen dat de epidemie van chronisch nierlijden in de Westerse wereld onder controle kan worden gehouden. GERT MEEUS DIENST NEFROLOGIE a z Groeninge - Campus Maria s Voorzienigheid REFERENTIES 1. Chobanian AV, Bakris GL, Black HR, et al: Joint National Committee on Prevention, Detection, Evaluation and Treatment of High Blood Pressure. National Heart, Lung and Blood Institute; National High Blood Pressure Education Program Coordinating Committee. Seventh Report of the Joint National Committee on Prevention, Detection, Evaluation and Treatment of High Blood Pressure. Hypertension 42: , Brenner, BM, Cooper, ME, de Zeeuw, D, et al. Effects of losartan on renal and cardiovascular outcomes in patients with type 2 diabetes and nephropathy. N Engl J Med; 345:861, Alderman MH, Ooi WL, Cohen H et al: Plasma Renin Activity : A risk factor for myocardial infarction in hypertensive patients. Am J Hypertension 10: 1-8, Mogensen, CE, Neldam, S, Tikkanen, I, et al. Randomised controlled trial of dual blockade of renin-angiotensin system in patients with hypertension, microalbuminuria, and non-insulin dependent diabetes: the candesartan and lisinopril microalbuminuria (CALM) study. BMJ; 321:1440, Gradman AH Schmieder RE, Lins RL, et al: Aliskiren, a novel orally effective renin inhibitor, provides a dose-dependent antihypertensive efficacy and placebo-like tolerability in hypertensive patient. Circulation 111: , Azizi M, Menard J, Bissery A et al: Pharmacologic demonstration of the synergistic effects of a combination of the renin inhibitor aliskiren and the AT1receptor antagonist valsartan on the angiotensin2-renin feedback interruption. J Am Soc Nephrol 15: , Giovanni Gambaro, Ida Kinalska, Adrian Oksa, et al: Oral Sulodexide Reduces Albuminuria in Microalbuminuric and Macroalbuminuric Type 1 and Type 2 Diabetic Patients: The Di.N.A.S. Randomized Trial J. Am. Soc. Nephrol., Jun; 13: , Wang, X, Gattone V, 2nd, Harris, PC, Torres, VE. Effectiveness of vasopressin V2 receptor antagonists OPC and OPC on polycystic kidney disease development in the PCK rat. J Am Soc Nephrol; 16:846, Bennett, WM. V2 Receptor Antagonists in Cystic Kidney Diseases: An Exciting Step towards a Practical Treatment. J Am Soc Nephrol; 16:838, 2005.

7 VOORSTELLING MEDISCHE DIENSTEN BINNEN a z GROENINGE 7 NEFROLOGIE Niertransplantatie Niertransplantatie is de voorkeursbehandeling bij eindstadium nierfalen en meer en meer wordt, althans bij de jongere populatie, dialyse beschouwd als bridge to transplantation. Nochtans vormt leeftijd vandaag zeker geen absolute contra-indicatie meer. Iedere patiënt die chronische nierfunctievervangende therapie ondergaat, kan in aanmerking komen voor niertransplantatie, mits hij aan een aantal (vrij strenge) lichamelijke en psychische criteria voldoet. Voor niertransplantatie werkt a z Groeninge samen met het Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg te Leuven dat wat transplantatie van kadavernieren betreft deel uitmaakt van Eurotransplant. Dit is een overkoepelende organisatie die organen alloceert uit België, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Oostenrijk en Slovenië. Per in deze regio aangeboden nier wordt aan alle patiënten op de actieve wachtlijst met compatibele bloedgroep een aantal punten toegekend op basis van overeenkomst in weefseltypering, mismatch-probabiliteit, wachttijd aan dialyse, urgentiestatus, afstand tot het donorcentrum en de nationale balans (1). De patiënt met het meeste punten voor de aangeboden nier krijgt de nier. Patiënten kunnen in principe op de actieve wachtlijst komen vanaf een creatinineklaring van minder dan 20 ml/minuut, doch zij zullen vrijwel nooit getransplanteerd worden voor de start van chronische dialyse, vermits de wachttijd aan dialyse zwaar doorweegt in het puntensysteem. Speciale regels gelden voor kinderen, hooggeïmmuniseerden, receptoren van meer dan 65 jaar, receptoren van multipele organen (bijv. nier-pancreas of nier-lever, ) en receptoren van wie weefseltypering volledig overeenkomt met die van de donornier. In 2006 werden in het UZ Gasthuisberg 126 niertransplantaties uitgevoerd. Dat jaar ondergingen 13 patiënten uit a z Groeninge transplantatie van een kadavernier en 1 patiënt onderging levende donatie. Gelijktijdig met het opstarten van chronische dialyse, wordt bij het overgrote deel van de patiënten een pretransplantbilan uitgevoerd waarbij vooral de nadruk ligt op het uitsluiten van een occult tumoraal proces, bepaling van de intra-abdominale anatomie (aanwezigheid van polycystische lever?, polycystische nieren?, prostaathypertrofie?, vesico-ureterale reflux?, ) en nazicht van de cardiovasculaire status. Zo behoren een NMR- of CT-angiografie van de onderste ledematen, transthoracale echocardiografie, cyclo-ergometrie en beeldvorming van abdominale, urogenitale en thoracale organen tot de standaard-investigaties. Verder gebeurt er een uitgebreid biochemisch nazicht met HLAtypering, bepaling van HLA-antistoffen, screening naar doorgemaakte virale infecties, nazicht naar hyperparathyroïdie en bepaling van weefsel-auto-antistoffen. Ook de al-dan-niet aanwezigheid van diabetes mellitus is van groot belang, enerzijds wat betreft cardiovasculaire status, anderzijds naar keuze van toekomstige immunosuppressieve behandeling toe. Bij patiënten met diabetes mellitus dienen de selectiecriteria dus uiterst strikt te zijn, om complicaties na transplantatie tot een minimum te beperken. Tijdens het opstellen van een dergelijk bilan dient eveneens rekening te worden gehouden met een momenteel gemiddelde wachttijd van 3 jaar op een geschikte donornier, afhankelijk van bloedgroep en weefseltypering. Patiënten ondergaan het volledig pretransplantbilan in a z Groeninge, waarna zij gezien worden op de pretransplantraadpleging in het UZ Gasthuisberg. Hier komen zij in contact met de nefroloog die de postoperatieve zorgen gedurende de eerste 3 maanden na transplantatie op zich zal nemen. Tevens is er steeds een onderhoud met de sociale assistente, een transplantatieverpleegkundige en de transplantcoördinator. Er wordt een kort psychisch bilan opgemaakt (motivatie, begripsvermogen, ) en uitleg wordt verstrekt wat financiële en praktische aspecten betreft. Tot slot zal de transplantchirurg een klinisch onderzoek verrichten en de operatie toelichten. De beslissing om de kandidaat op de actieve wachtlijst te plaatsen gebeurt te Leuven, in multidisciplinair overleg na inzage van het pretransplantdossier en na overleg met onze dienst nefrologie. De ingreep gebeurt in het UZ Gasthuisberg, vanzelfsprekend onder algemene anesthesie. De donornier is in de meerderheid van de gevallen afkomstig van een heart-beating - of hersendode donor. Hierbij wordt geprobeerd de warme ischemietijd (tijd van doorname van de donornierarterie tot aan koude preservatie + opwarmtijd tot aan aanleg van de arteriële anastomose) tot minder dan 15 minuten te beperken. In de regel probeert men ook de koude ischemietijd te beperken tot minder dan 12 uur, omdat hierna de kans op delayed graft function gevoelig toeneemt (fig. 1 en 2). Gezien de afstanden binnen het oogstgebied vormt dit meestal geen probleem. Een eerste transplantnier wordt, na zogenaamde hockeystickincisie, meestal extraperitoneaal geplaatst in de rechterfossa en aangelegd op de iliacale vaten (fig. 3). Om anatomische redenen kan van deze regel worden afgeweken. Na de ingreep verblijft patiënt kortdurend in de ontwaakkamer waarna hij, meestal dezelfde dag nog, naar de transplantatieafdeling verhuist. Verblijf op de dienst intensieve zorgen behoort niet tot de standaardprocedure. Figuur 1: Beeld van een intra-operatief urineproducerende nier. De arteriële en veneuze anastomose zijn net aangelegd. De neo-ureterocystostomie wordt voorbereid. Zicht op een opgespannen ureter.

8 8 VOORSTELLING MEDISCHE DIENSTEN BINNEN a z GROENINGE azathioprine, een pro-drug. Bij inname wordt mycophenolzuur vrijgezet. Dit is een krachtige inhibitor van het inosine-monophosphaatdehydrogenase, een sleutelenzyme in de purinesynthese (2). In grote trials bleek het in combinatie met ciclosporine superieur te zijn aan azathioprine in de preventie van acute rejectie na niertransplantatie (3). Tacrolimus behoort tot de klasse der calcineurine-inhibitoren (net zoals ciclosporine (Neoral )). Het bindt een immunophilline (FK506-binding protein-12) en dit complex inhibeert calcineurine fosfatase en bijgevolg de T-cel-activatie. Tacrolimus blijkt aan de huidig gebruikte dosage even effectief te zijn als ciclosporine. Het is net zo nefrotoxisch, maar geeft minder vaak hyperlipidemie, hypertensie en cosmetische problemen (vnl. gingivahyperplasie). De incidentie van new-onset diabetes mellitus is echter groter dan bij ciclosporine (4). Figuur 2: Zelfde beeld met ditmaal de transplantnier op de voorgrond. Transplantnier Iliacale arterie Iliacale vene Gedurende de eerste 72 uren postoperatief wordt de diurese van uur tot uur gevolgd en meestal zakt het serumcreatinine over het verloop van een 7-tal dagen naar een optimale waarde, individueel verschillend, maar gemiddeld overeenkomend met een creatinineklaring van 60 ml/minuut. Deze optimale waarde is uiteraard afhankelijk van de kwaliteit van de donornier (aantal functionele nefronen) enerzijds en anderzijds ook van de spiermassa van de receptor. Al de dag na ingreep kan de patiënt normaal eten en zijn medicatie peroraal innemen. Na 5 dagen wordt de blaassonde verwijderd en indien de hospitalisatie verder zonder complicaties verloopt, kan hij na 12 tot 14 dagen al het ziekenhuis verlaten. Indien er tijdens de ingreep een neo-ureterale doubble J-stent geplaatst werd, wordt die na 6 weken cystoscopisch verwijderd. Ambulante follow-up gebeurt gedurende de eerste 3 maanden in het UZ Gasthuisberg. Rond die tijd wordt patiënt opnieuw kortstondig opgenomen ter uitvoering van een protocol-biopsie met de bedoeling eventuele subklinische rejectie vroegtijdig te kunnen opsporen. Bij peritoneaaldialysepatiënten wordt van deze opname ook gebruik gemaakt om de peritoneaaldialyse-katheter te verwijderen. De verdere follow-up gebeurt dan opnieuw via de dienst nefrologie van a z Groeninge en eenmaal per jaar worden zij teruggezien te Gasthuisberg. Het standaard immunosuppressief regime bestaat uit een combinatie van mycophenolate mofetil (Cellcept ), tacrolimus (Prograft ) en steroïden. Mycophenolate mofetil is de opvolger van azathioprine (Imuran ), dat de DNA-synthese inhibeert, door het vrijmaken van 6-mercaptopurine. Mycophenolate mofetil is, net zoals Nierarterie Niervene Ureter Blaas Figuur 3: Schema van een transplantnier ter plaatse met de aangelegde anastomose. Bij hooggeïmmuniseerden, jonge patiënten (< 30 jaar), patiënten van een niet-caucasisch ras en bij multi-orgaantransplantatie, behoort inductie met monoklonale antistoffen tegen de interleukine-2-receptor sinds een viertal jaren ook tot het standaardregime. Zowel basiliximab als daclizumab binden de alfaketen (CD25- antigen) van de interleukine-2-receptor op geactiveerde T-cellen, resulterend in depletie van deze cellen en inhibitie van de IL-2 geïnduceerde T-cel-activatie (5). In het UZ Gasthuisberg wordt bij niertransplantatie standaard steeds gebruik gemaakt van basiliximab (Simulect ) en bij levertransplantatie van daclizumab (Zenapax ). In de behandeling van acute rejectie, waarvan de incidentie het hoogst is rond dag 5 tot 7 na transplantatie, wordt in eerste instantie gebruikt gemaakt van hoge doses steroïden. Het merendeel (90 %) van deze vroege acute rejecties komt hiermee onder controle. Steeds wordt een biopsie genomen vooraf aan de behandeling en bij steroïdresistentie wordt, afhankelijk van het type en de graad van rejectie (Hierbij wordt anatomopathologisch gebruik gemaakt van de Banff-classificatie), behandeling ingesteld met polyklonale anti-thymocytenglobulines, monoklonale antistoffen tegen het CD20-antigen op B-lymfocyten (rituximab, Mabthera ), plasmaferese (bij ontwikkeling van thrombotische micro-angiopathie) en (meestal in laatste instantie) met (muis)-monoklonale antistoffen tegen het CD3-antigen, onderdeel van het T-cel-receptor signaaltransductiecomplex (Muromonab, Orthoclone OKT3 ). Toediening van Muromonab dient omzichtig te gebeuren en kan aanleiding geven tot een ernstig cytokine release syndrome met het ontstaan van longoedeem, myalgie, anafylactische shock en zelfs cardiorespiratoir arrest. Sirolimus (Rapamune ) behoort tot een nieuwe generatie immunosuppressiva die target of rapamycin inhiberen via binding aan het FKBP-12 en zo de IL-2 gedreven T-cel-proliferatie tegengaan. Er is geen calcineurine-inhibitie,

9 VOORSTELLING MEDISCHE DIENSTEN BINNEN a z GROENINGE 9 zodat hiermee theoretisch de mogelijkheid bestaat tot een immunosuppressief schema vrij van calcineurine-inhibitoren, waarvan de nefrotoxiciteit vaststaat. In de praktijk is het gebruik van sirolimus (in Europa) echter nog geen standaardbehandeling omwille van andere nadelen zoals verhoogde incidentie van infectieuze complicaties, proteïnurie, vertraagde wondheling, mondulcera, thrombopenie en hyperlipidemie. Everolimus (Certican ), een afgeleide van sirolimus, wordt momenteel voornamelijk bestudeerd als alternatief voor de calcineurine-inhibitoren bij het ontstaan van chronic allograft nefropathy (6). Chronic allograft nephropathy of kortweg CAN (er bestaat geen goede Nederlandstalige term; vroeger werd dit omschreven als chronische rejectie doch dit is niet correct) is, nu het percentage acute rejecties binnen het eerste jaar na transplantatie tot minder dan 10 gereduceerd kon worden, het belangrijkste struikelblok geworden wat betreft lange termijnoverleving van de greffe. Risicofactoren voor CAN kunnen allo-immuun afhankelijk en onafhankelijk zijn. Allo-immuun afhankelijke factoren zijn: Acute cellulaire rejectie, ernst van rejectie, subklinische rejectie en HLA-mismatch. Allo-immuun onafhankelijke factoren zijn: Delayed graft function, donorleeftijd, CMV-infectie, donor/receptor comorbiditeit en calcineurine-inhibitortoxiciteit (7). Om de rol van subklinische rejectie (rejectie zonder biochemische creatininestijging) of klinische (koorts, pijn) implicaties in de ontwikkeling van CAN beter te karakteriseren, ondergaan alle getransplanteerden sinds 2005 in het UZ Gasthuisberg een protocolbiopsie op 3 maanden en op 1 jaar na transplantatie. Voordien gebeurden transplantnierbiopsies enkel op basis van klinische of biochemische indicaties, doch sinds kort werd duidelijk dat door het vroegtijdig opsporen en behandelen van histologische tekenen van rejectie, de lange termijnoverleving van de greffe kan verbeterd worden, alleen weet men nog niet in welke mate (8). In UZ Gasthuisberg lopen vrijwel altijd ook studieprotocols waarbij nieuwe immunosuppressiva en/of schema s worden toegepast. Zo was er recent participatie aan een trial met belatacept (LEA29Y), waarvan de resultaten werden gepubliceerd in The New England Journal of Medicine. Deze molecule bindt CD80 en CD86 op het membraan van de antigenpresenterende cel en verhindert zo de binding van CD28 op de T-cel. Deze interactie tussen CD80/86 en CD28 is noodzakelijk voor de volledige T-cel activatie. In totaal werden 218 patiënten geïncludeerd in een gerandomiseerde prospectieve fase 2-studie waarbij belatacept vergeleken werd met ciclosporine. Na 6 maanden bleek belatacept niet inferieur te zijn aan ciclosporine in de preventie van acute rejectie (primair eindpunt). Gezien de eveneens gunstige cardiovasculaire en metabole effecten in vergelijking met ciclosporine en de manier van toediening (na verloop van tijd slechts een maandelijkse intraveneuze injectie) lijkt dit momenteel het meestbelovende calcineurine-inhibitorvrije regime (9). Naast de ontwikkeling van nieuwe types immunosuppressiva, zal men in de toekomst steeds meer betrachten het schema individueel aan te passen aan de noden van de patiënt (tailoring immunosuppression) (10) en is men naarstig op zoek naar schema s en producten die ervoor moeten zorgen dat de greffe aanvaard wordt door het receptorlichaam, zonder de noodzaak van levenslange medicatieinname. Tolerantie-inductie is aldus op dit moment een hot topic in de transplantatiewereld, maar voor de hedendaagse transplantpatiënt nog geen realiteit (11). MARC DECUPERE DIENST NEFROLOGIE a z Groeninge - Campus Maria s Voorzienigheid Met dank aan dr. Diethard Monbaliu (Abdominale transplantatiechirurgie UZ Gasthuisberg) en dhr. Joachim de Roey (Transplantcoördinatie UZ Gasthuisberg) voor het bezorgen van foto s en afbeeldingen REFERENTIES 1. Mayer G, Persijn G. Eurotransplant kidney allocation system (ETKAS): rationale and implementation. Nephrol Dial Transplant 2006; 21: Halloran PF. Immunosuppressive drugs for kidney transplantation. N Engl J Med 2004; 351: The Tricontinental Mycophenolate Mofetil Renal Transplantation Study group. A blinded, randomised clinical trial of mycophenolate mofetil for the prevention of acute rejection in cadaveric renal transplantation. Transplantation 1996; 61: Meier-Kriesche HU, Kaplan B. Cyclosporine microemulsion and tacrolimus are associated with decreased chronic allograft failure and improved long-term graft survival as compared with Sandimmune. Am J Transplant 2002; 2: Kahan BD, Rajagopalan PR, Hall M. Reduction of the occurrence of acute cellular rejection among renal allograft recipients treated with basiliximab, a chimeric anti-interleukin-2- receptor monoclonal antibody. Transplantation 1999; 67: Lutz J, Zou H, Liu S et al. Apoptosis and treatment of chronic allograft nephropathy with everolimus. Transplantation 2003; 76: Yates PJ, Nicholson ML. The aetiology and pathogenesis of chronic allograft nephropathy. Transpl immunol 2006; 16(3-4): Nankivell BJ, Chapman JR. The significance of subclinical rejection and the value of protocol biopsies. Am J Transplant 2006; 6(9): Vincenti F, Larsen C, Durrbach A et al. Co stimulation blockade with belatacept in renal transplantation. N Engl J Med 2005; 353: Kuypers DR, Vanrenterghem YC. Tailoring immunosuppressive therapy. Nephrol Dial Transplant 2002; 17: Fandrich F. Induction of tolerance in clinical organ transplantation. Nephrol Dial Transplant 2006; 21:

10 10 NIEUWE TECHNIEKEN BINNEN a z GROENINGE Fig. 1: Dekplaatlijden SPECT-CT Functie en anatomie in één oogopslag Na het PET-CT toestel beschikt a z Groeninge nu ook over een SPECT-CT. Dit toestel combineert de functionele beeldvorming van de gammacamera met een lage resolutie spiraal CT. De installatie van dit toestel is het gevolg van een verregaande samenwerking tussen de dienst nucleaire geneeskunde en de dienst medische beeldvorming. In dit artikel worden de voor- en nadelen van een dergelijk toestel kort besproken. Nucleaire geneeskunde maakt gebruik van radiotracers, dit zijn moleculaire verbindingen (zoals difosfonaat, eiwit, glucose,) waaraan een radio-isotoop is gekoppeld. Het radioactieve deel zendt bij zijn verval fotonen (simpelweg lichtflitsen) uit die worden geregistreerd d.m.v. detectoren. Een computer zet dit signaal om in planaire of tomografische beelden, vandaar de naam SPECT (Single Photon Emission Computed Tomography). De conventionele nucleaire geneeskunde maakt vaak gebruik van technetium-verbindingen ( 99m Tc). Dit isotoop heeft een halfleven van 6 uur en wordt vrijwel steeds intraveneus toegediend. Afhankelijk van de gekoppelde molecule kan een specifiek orgaan of (patho)fysiologisch proces in kaart worden gebracht. Niettegenstaande de uitzonderlijke gevoeligheid heeft deze manier van beeldvorming ook enkele beperkingen. Een eerste beperking is de eerder beperkte resolutie van het systeem waardoor exacte lokalisatie en aflijning van een letsel moeilijker is in vergelijking met anatomische modaliteiten zoals CT of NMR. Bovendien is het bestudeerde orgaan meestal omgeven door andere weefsels (zoals vet, borstweefsel, spier..) die het signaal verzwakken dat we willen detecteren. Dit proces, ook wel attenuatie genoemd, geeft aanleiding tot een lagere beeldkwaliteit. Bovenvernoemde nadelen kunnen in grote mate worden verholpen door het functionele beeld te combineren met een anatomisch referentiekader. Op basis van literatuurgegevens mag worden verwacht dat SPECT-CT beeldvorming zal leiden tot een toename van de specificiteit. Facetlijden Er dient wel te worden opgemerkt dat het hier een low mas CT betreft waarbij ook geen contrast wordt toegediend. De beeldkwaliteit is dan ook niet dezelfde als die van een full diagnostic CT, maar aangezien de toepassingen zich vooral situeren in het lokaliseren van afwijkingen, zou dit moeten volstaan. In volgend overzicht proberen we enkele nuttige toepassingen op een rijtje te zetten. I. SKELETAANDOENINGEN Een van de meest vertrouwde onderzoeken is de botscintigrafie waarbij zones van verhoogde botombouw in het licht worden gesteld. Dit onderzoek heeft reeds zijn nut bewezen zowel bij benigne als maligne botpathologie. Rugpijn In de evaluatie van patiënten met rugklachten kan het nuttig zijn SPECT beelden te combineren met een anatomisch correlaat om dekplaat- van facetlijden en discuspathologie te kunnen onderscheiden. (fig. 1)

11 NIEUWE TECHNIEKEN BINNEN a z GROENINGE 11 Gewrichtsaandoeningen en orthopedie Niet alleen knie- en heuppathologie (degeneratief lijden en evaluatie van protheses), maar vooral de kleine gewrichten (handen en voeten) zijn een uitdaging in de routine praktijk. Ook hier zal de nieuwe modaliteit ons toelaten met grotere precisie de beelden te interpreteren. Staging en follow-up van maligne botletsels Om een adequate behandeling in te stellen krijgen patiënten een bilan waarbij onder meer botuitzaaiingen worden geëvalueerd. Focale letsels, zowel in axiaal als perifeer skelet, zullen met grotere zekerheid kunnen worden uitgesloten dan wel bevestigd. Niet alleen de lokalisatie (pedikel of wervellichaam), maar ook het CTgrafisch aspect (osteolyse, cortexonderbreking, densificatie ) kunnen hiertoe bijdragen. (fig. 2) II. INFECTIES Bij vermoeden van een infectie kan een scintigrafie worden uitgevoerd met (autologe) gemerkte witte bloedcellen. Dit onderzoek is nuttig in de evaluatie van de diabetische voet, vermoeden van osteomyelitis maar ook bijvoorbeeld indien men een surinfectie van een vasculaire greffe wil uitsluiten. De anatomische landmarks zijn hier nuttig om de infectie exact te lokaliseren. III. HARTONDERZOEK Het vergelijken van de hartperfusie in rust met deze na belasting (farmacologisch of fietsproef) laat toe de aanwezigheid van cardiale ischemie in te schatten. Bovenliggend borstweefsel bij vrouwen en het diafragma bij mannen geven echter aanleiding tot verzwakking van het signaal resp. in de voorwand en onderwand. De lage dosis CT kan worden gebruikt om bij elke individuele patiënt een idee te krijgen van de omgevende weefsels (attenuatiemap). Deze informatie kan worden gebruikt om het scintigrafisch beeld te corrigeren en zal leiden tot een betere beeldkwaliteit met uiteindelijk een vermindering van het aantal vals positieve resultaten. Fig. 2: Patiënt met botmetastasen in de rechter bekkenhelft, de femurkop rechts, de dorsale wervelkolom en het ribbenrooster.

12 12 NIEUWE TECHNIEKEN BINNEN a z GROENINGE IV. ONCOLOGIE De nucleaire geneeskunde beschikt over een aantal tracers die tumorale letsels in een zeer vroegtijdig stadium kunnen opsporen: - MIBG (iodine-131-meta-iodobenzylguanidine) in de detectie van neuroblastoma en feochromocytoma - octreotide bij neuro-endocriene tumoren I in de evaluatie van schildkliercarcinoma - 99m Tc-Sestamibi om bijschildklieradenomen op te sporen - colloid in de visualisatie van de sentinelklier bij borsttumor en melanoma. Het nauwkeurig localiseren van de tumor of de sentinelklier op basis van het scintigrafische beeld alleen is vaak moeilijk wegens de beperkte anatomische referentiepunten. Gecombineerde Fig. 3: Sentinelklier links inguinaal van een melanoma thv. de linker kuit. beeldvorming laat toe om een vollediger beeld te verkrijgen van het tumoraal proces. (fig. 3) Bovenstaande voorbeelden zijn vanzelfsprekend slechts illustratief. Ongetwijfeld zullen in de toekomst andere toepassingsgebieden ontstaan. In ieder geval kan samenvattend gesteld worden dat SPECT-CT een toegevoegde diagnostische waarde biedt dankzij de combinatie van functionele en anatomische (localiserende) beeldvorming. Dit zal, naar analogie met PET-CT, leiden tot een meer specifieke en accurate besluitvorming. Voor meer informatie kan u steeds terecht bij prof. Maes en dr. Seynaeve. EDUARD D HONDT ASSISTENT NUCLEAIRE GENEESKUNDE a z GROENINGE TARGETED THERAPIE Een nieuw concept in de ONCOLOGISCHE BEHANDELING IN EEN HISTORISCH PERSPECTIEF Sinds honderdvijftig jaar is heelkunde de hoeksteen van de curatief bedoelde oncologische behandeling voor de meest voorkomende tumoren (mamma-, colon-, bronchus en tot op zekere hoogte prostaatcarcinoom). Sinds de vijftiger jaren van de vorige eeuw hebben eerst radiotherapie en later ook chemotherapie een vaste plaats verworven in de behandeling. Voor sommige tumoren waar heelkunde tot dan toe geen genezing kon bieden (lymfomen, leukemieën, kiemceltumoren), kon dit wel met chemotherapie, radiotherapie of een combinatie van beide. Later is gebleken dat beide modaliteiten de genezingskansen nà heelkunde konden doen toenemen (adjuvante therapie voor bijvoorbeeld borstcarcinoma, coloncarcinoma, ovariumcarcinoma ). Ook slaagde men erin de levensverwachting van patiënten die niet meer curatief behandeld konden worden in min of meerdere mate te verlengen (palliatieve therapie). De laatste decennia ten slotte, is ook gebleken dat chemo- en/of radiotherapie niet-operabele tumoren in sommige gevallen kon doen verkleinen tot ze operabel werden (borst, rectum, long ), waardoor een niet-curatief behandelbare aandoening in een potentieel curatief behandelde situatie kan worden omgebogen (neo-adjuvante therapie). Naast toegenomen efficiëntie van deze behandelingswijzen is er in de voorbije decennia ook veel vooruitgang geboekt met betrekking tot de morbiditeit van de therapie. De heelkundige technieken worden steeds minder mutilerend (borstsparende behandeling, sfinctersparende rectumchirurgie...) en minder invasief (laparoscopische en gerobotiseerde heelkundige technieken, sentinelklierprocedures ). De technieken voor radiotherapie worden steeds verfijnder, waarbij steeds hogere dosissen altijd maar preciezer op de tumor kunnen worden afgeleverd en de gezonde weefsels steeds beter gespaard blijven. De toxiciteit van chemotherapie, als een van de voornaamste systemische behandelingswijzen, is alom bekend en ook wel berucht. In de voorbije dertig jaar zijn de anti-emetica sterk verbeterd en zijn de mogelijkheden om infectieuze complicaties te voorkomen of op te vangen flink verbeterd. Initieel heeft dit echter niet tot een afname in morbiditeit geleid, maar vooral tot een tendens om deze betere aanpak van neveneffecten te gebruiken om steeds hogere dosissen chemotherapie met kortere

13 NIEUWE TECHNIEKEN BINNEN a z GROENINGE 13 S systemische behandeling van maligne processen: het begin van een nieuw tijdperk? intervallen toe te dienen. De netto winst bleef wat betreft toxiciteit voor de patiënt daardoor erg beperkt. Deze tendens is midden de jaren negentig wat omgebogen toen de meerderheid van de onderzoeken met hoge dosis chemotherapie bij borstcarcinoma en andere solide tumoren negatief bleken (geen verschil in overleving, of soms zelfs een negatieve impact). Sindsdien worden vooral schemata ontwikkeld waarbij lagere dosissen met een hogere frequentie worden toegediend, wat meestal uitmondt in een gunstiger toxiciteitsprofiel, soms ook met een beter resultaat. Deze forse toxiciteit van de meeste chemotherapeutica wordt in grote lijnen veroorzaakt door hun lage therapeutische index (door hun beperkte specificiteit). Alle interferen ze in min of meer aspecifieke wijze met de celcyclus van alle levende cellen, maligne zowel als benigne. In het algemeen wordt gesteld dat ze hun positief effect op genezing uiteindelijk danken aan een relatief grotere gevoeligheid van de maligne celpopulatie voor cytostatica in vergelijking met de cellen van gezonde weefsels. TIJD VOOR EEN NIEUW CONCEPT: TARGETED THERAPIES Het ultieme doel van elk kankeronderzoek is dan ook het vinden van een erg specifieke therapie gericht op een mechanisme dat in de ideale situatie specifiek is voor de tumor en in gezonde weefsels niet voorkomt. De naam Targeted Therapies is de naam die sinds enkele jaren erg in het algemeen wordt gebruikt voor behandelingen die in min of meerdere mate aan dit principe beantwoorden. Het principe is niet helemaal nieuw. Enkele van onze efficiëntste en vaak oudere systemische behandelingen (anti-estrogene therapie bij borstcarcinoma, anti-androgene therapie bij prostaatcarcinoma, I-131 bij schildkliercarcinoma) zijn precies vormen van targeted therapy. Het ontwikkelingsconcept van targeted therapies verschilt van het klassieke ontwikkelingsproces van cytostatica. leken, werden in toxiciteitsonderzoek (fase 1 onderzoek) bij menselijke proefpersonen met kanker in een gevorderd stadium toegediend. Dit leverde een idee over het antitumorale potentieel en de therapeutische index. Beloftevolle producten schoven op naar fase II en uiteindelijk fase III onderzoek en een beperkt aantal daarvan haalde uiteindelijk de klinische praktijk. Het ontwikkelingsproces van targeted therapies Bij ontwikkeling van deze producten wordt uitgegaan van een relatief tumorspecifiek werkingsmechanisme, aan de hand waarvan producten worden ontworpen die daarmee interfereren. De geviseerde mechanismen zijn ook veel ruimer dan de DNA-synthese en celreplicatie, zoals bij cytostatica het geval was: er worden aanknopingspunten gezocht in angiogenese, groeifactoren, gevoeligheid voor radicalen... Het proces van screening wordt daardoor veel korter. Omdat uitgegaan wordt van een mechanisme dat veel specifieker is voor de tumor dan dat voor de klassieke cytostatica het geval was, is het toxiciteitsprofiel meestal veel gunstiger en is er sneller duidelijkheid over de toxiciteitsdata, waardoor producten veel sneller in klinische efficaciteitsstudies terecht komen. We willen dit gewijzigde concept toelichten aan de hand van twee producten: Imatinib (Glivec ) en trastuzumab (Herceptine ). Imatinib is een revolutie in de behandeling van de chronische myeloide leukemie (CML). Sinds meerdere decennia is bekend dat CML gekenmerkt wordt door een specifieke, verworven karyogenetische afwijking: het Philadelphia- chromosoom. Deze is het gevolg van een translocatie t(9;22) tussen chromosoom 9 en 22, waarbij het Abelson-oncogen (abl) op het chromosoom 9 verplaatst wordt naar een zone op chromosoom 22 (de bcr of breakpoint-clusterregion), waarbij een fusiegen bcr/abl ontstaat dat bij transcriptie resulteert in een 210 kd groot fusieproteine met tyrosine kinase activiteit. Dit functioneel eiwit veroorzaakt de transformatie van een gezonde myeloide voorlopercel in de maligne cel van een CML. Dit is een vrij unieke situatie waarbij de pathogenese van een maligniteit bekend is en niet multifactorieel of polygenetisch lijkt te zijn: aanwezigheid van de t(9;22) resulteert in een CML en eigenlijk is er geen sprake van een typische CML zonder aanwezigheid van de translocatie: de afwijking lijkt de enige oorzaak te zijn van de aandoening en dus op het eerste zicht een uitstekend doelwit (target) voor specifieke therapie. In het begin van de jaren 1990 werd dan ook gestart met een zoektocht naar potentiële inhibitoren van dat mechanisme en in 1994 begon in vitro onderzoek van twee kandidaatproducten, waarvan één, het huidige imatinib (Glivec ) uiteindelijk het krachtigste bleek en de basis werd voor verder onderzoek. In 2001, slechts 7 jaar na het eerste in-vitro onderzoek met het product, verkreeg Novartis FDA (Food and Drug Administration) approval voor de behandeling van CML op basis van de spectaculaire resultaten van drie éénarmige onderzoeken. De afwezigheid van vergelijkend onderzoek en de korte termijn waarop de FDA goedkeuring verleende (11 weken) waren nooit gezien. Om het revolutionaire karakter van deze ontdekking te begrijpen, moet de vroegere standaardbehandeling van CML even worden Fig. 1: Imatinib (Gleevec ) blokkeert de bindingsplaats voor ATP van het bcr/abl genproduct Het klassieke ontwikkelingsproces Cytostatica ontstonden meestal vanuit laboratoriumproeven en dierproeven met een groot gamma aan potentiële geneesmiddelen die relatief blind in vitro werden getest op hun cytotoxische mogelijkheden. Het cytostatisch mechanisme berust hierbij vrijwel steeds op een negatieve interferentie met DNA-synthese en celreplicatie. De stoffen die het meest efficiënt

14 14 NIEUWE TECHNIEKEN BINNEN a z GROENINGE toegelicht. Tot zeer recent was de voorkeursbehandeling voor jonge (<60-65 jaar) patiënten met CML een allogene beenmergtransplantatie (transplantatie met beenmerg van een donor). Hiermee wordt een mooie kans op definitieve genezing bereikt (ongeveer 30 %), maar de mortaliteit van de behandeling het eerste jaar, bedraagt eveneens 20 tot 30 procent. Patiënten met deze aandoening die bij diagnose veelal niet onmiddellijk levensbedreigend is (maar dat in de daaropvolgende 5 tot 10 jaar meestal wel wordt) staan dan voor de verscheurende keuze: een allogene beenmergtransplantatie of een mildere therapie zonder definitieve curatiekansen, waarmee gedurende 5 tot 10 jaar een goede tot uitstekende levenskwaliteit kan worden behouden. Oudere patiënten of patiënten zonder geschikte donor, worden standaard met de minder intensieve therapie behandeld. In 2000 werd gestart met een vergelijkende studie (Iris-studie) waarbij de standaard minderintensieve eerstelijnsbehandeling met interferon/ cytarabine werd vergeleken met een behandeling met imatinib. De resultaten waren indrukwekkend: Met beperkte toxiciteit konden significant méér patiënten in een complete karyogenetische (normaal karyotype) en moleculaire (geen fusiegen bcr/abl aantoonbaar) remissie worden gebracht, waarvan wordt aangenomen dat deze voorspellend is voor een lange ziektevrij periode. Overlevingswinst kon niet worden aangetoond, omdat patiënten die progressieve ziekte ontwikkelden onder de standaardbehandeling vrijwel even goed blijken te beantwoorden aan imatinib als patiënten die daar van het begin af aan mee werden behandeld en hun initiële achterstand dus inhaalden. Al bij al bleken 89% van de patiënten na een gemiddelde opvolging van 5 jaar nog in leven. Deze cijfers werden nooit eerder in studies voor CML bereikt. Even belangrijk was het feit dat dit gepaard ging met een beperkte toxiciteit, zeker in vergelijking met de vroegere behandelingsmodaliteiten. Naderhand blijkt nu ook dat van de patiënten die minstens vijf jaar met imatinib worden behandeld nog slechts 0,6 % kans per jaar maken op progressie naar een zogenaamde acceleratiefase van de aandoening. Toch ontwikkelen een aantal patiënten met CML ziekteprogressie onder therapie en een klein deel beantwoordt niet aan de behandeling. Een belangrijk deel van deze resistentie wordt veroorzaakt door een mutatie in het bcr/abl gen, met een gewijzigd tyrosine kinase tot gevolg. Meerdere opvolgers van imatinib die in staat zijn deze resistentie te overwinnen zijn al in min of meer gevorderde fase van ontwikkeling. Uiteindelijk wordt nog slechts een kleine minderheid van de patiënten allogeen getransplanteerd of met klassieke chemotherapie behandeld. Trastuzumab geeft belangrijke bijkomende genezingskansen voor sommige patiënten met niet-gemetastaseerd borstcarcinoom. Sinds dertig jaar weten we dat een aanvullende behandeling met chemotherapie na een chirurgische ingreep voor een niet-gemetastaseerd borstcarcinoma belangrijk is: micrometastasen kunnen worden uitgeroeid en de kansen op definitieve genezing verhogen. Oorspronkelijk was dit enkel duidelijk voor hoogrisico borstcarcinomata, maar naderhand is gebleken dat zeker met de wat intensievere modernere schemata op basis van anthracyclines en taxanen ook een beperkte winst kan worden geboekt bij prognostisch gunstiger postoperatieva stadia. Sommige borstcarcinomen (ongeveer 25% van alle borstcarcinomen) exprimeren aan hun oppervlak een epitheliale groeifactor-receptor EGFR van een specifieke klasse: de Her2neu receptor. Binding aan deze receptor activeert een tyrosine kinase waardoor celproliferatie wordt bevorderd. In de loop van de jaren 90 werd een monoclonale antistof ontwikkeld (trastuzumab, Herceptine ) die specifiek bindt met de Her2neu-receptor waardoor het tyrosine kinase niet meer geactiveerd kan worden en de celgroei bijgevolg wordt afgeremd. Bovendien maakt deze monoclonale antistof de tumor zichtbaar voor het immuunsysteem waardoor het afweersysteem van de patiënt efficiënter antitumoraal kan werken. Ten slotte bleek in vitro en later ook in klinisch onderzoek dat de combinatie van sommige soorten chemotherapie en trastuzumab synergistisch is. Bij patiënten met gemetastaseerd borstcarcinoma die uitgebreid waren voorbehandeld met chemotherapie en wiens tumor als relatief therapierefractair werd beschouwd, bleek trastuzumab in monotherapie nog verrassend effectief. Als enige belangrijke toxiciteit werd een cardiotoxiciteit vastgesteld bij een beperkt deel van de patiënten. Later werd trastuzumab toegevoegd aan een chemotherapie met een taxaan. De arm met trastuzumab bleek een overlevingswinst van iets minder dan een jaar op te leveren zonder belangrijke bijkomende toxiciteit. Voor patiënten met Her2neu positief gemetastaseerd borstcarcinoma is dit een bijkomende overlevingswinst die met geen enkele chemotherapie ooit kon worden bereikt. De logische volgende stap was het klinisch onderzoek bij patiënten met Her2neu gevoelig borstcarcinoma die met curatieve intentie postoperatief aanvullend met chemotherapie werden behandeld. Deze onderzoeken werden Figuur 2a: trastuzumab (Herceptin ) bindt aan het oppervlak van een borstkankercel en maakt de cel zichtbaar voor het immuunsysteem gestart in de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw. Gewoonlijk duurt het een tiental jaar voor klinische trials in deze setting leiden tot een wijziging in de klinische praktijk, maar reeds in 2005 werden de eerste resultaten gepubliceerd: Het risico op recidief (lees metastasering) in de eerste drie jaar werd met iets meer dan 30% gereduceerd in de drie klinische onderzoeken die ongeveer gelijktijdig liepen. Dit heeft geleid tot de erg snelle opname van trastuzumab in de klinische praktijk. Er werd in deze onderzoeken bijzonder veel aandacht besteed aan de potentiële cardiotoxiciteit van trastuzumab, waardoor is gebleken dat mits zorgvuldige cardiale monitoring en tijdig stoppen van de behandeling, blijvende hartschade vrijwel volledig kan worden vermeden. BESLUIT Daar waar imatinib voor CML uiterst belangrijk is voor een beperkt aantal patiënten (ongeveer 75 nieuwe patiënten per jaar in België), is de impact van trastuzumab wat dat betreft veel belangrijker: per jaar worden in België ongeveer 1200 borstcarcinomata gediagnosticeerd die voldoen aan de criteria voor behandeling met trastuzumab. Extrapolatie van de onderzoeksresultaten laat toe te berekenen dat hiermee 180 bijkomende patiënten (van die 1200) na drie jaar in leven zijn. Imatinib en trastuzumab zijn slechts twee voorbeelden van een steeds groter wordende familie van geneesmiddelen, waarvan een belangrijk deel een betekenisvolle therapeutische aanwinst betekenen. Onderzoek naar geneesmiddelen in de strijd tegen kanker spitst zich nu ook toe op het concept van targeted therapies, zodat hun aantal in de nabije toekomst vermoedelijk nog flink zal toenemen. De meeste van deze producten zijn wel bijzonder duur en geven stuk voor stuk in de meeste landen aanleiding tot verhitte discussies over de haalbaarheid van terugbetaling door de overheid. KOEN VAN EYGEN MEDISCHE ONCOLOGIE HEMATOLOGIE Oncologisch centrum a z Groeninge Figuur 2b: Apoptose door activatie van het immuunsysteem (antistof gemedieerde systeem en complement activatie)

15 NIEUWE TECHNIEKEN BINNEN a z GROENINGE 15 KRAAKBEENTHERAPIE IN DE KNIE VANDAAG Gewrichtskraakbeen bestaat uit een complex visco-elastisch netwerk dat enerzijds goed schokken absorbeert, en anderzijds aan zijn oppervlak zorgt voor een bijna wrijvingsloze omgeving. Dit kraakbeen is niet bevloeid, en de weinige cellen zijn omgeven door een matrix voornamelijk bestaande uit hydrofiele proteoglycanen, collageen type II, natrium en heel veel water. Dit laat ons toe om aan sport te doen, en duizenden keren impact te ondergaan zonder verlies van gewrichtsfunctie. Doch er is een impactgrenswaarde, waarboven celdood optreedt met degeneratie van de matrix tot gevolg. Die kraakbeendegeneratie wordt in eerste instantie vaak niet-heelkundig behandeld. Een reeks maatregelen die we kunnen adviseren zijn onder andere: gewichtsreductie, schokabsorberende steunzolen, aanpassen van de activiteiten, spierversterkende oefeningen, glucosamine en chondroïtine voedingssupplementen en eventueel in laatste instantie infiltraties met hyaluronzuur in de knie als olie op een schurend scharniertje. Hoewel de symptomen kunnen verbeteren, kan geen enkel medicament kraakbeen herstellen of nieuwe groei uitlokken. Vandaar de vaak noodzakelijke stap naar heelkunde. tot 90% goede subjectieve resultaten en een beter activiteitsniveau van de patiënt, voor zover enkele technische details nauwkeurig worden uitgevoerd. 1 Na stabiliseren van de kraakbeenranden moet de verkalkte basislaag van het kraakbeen eerst worden weggeschaafd, alvorens de microfracturen te creëren met een scherpe arthroscopische kraakbeenpriem die geen hitte ontwikkelt. Dit veroorzaakt een betere kwaliteit van hyalienachtig kraakbeen dan in het geval van niet verwijderen van de basislaag. Daarnaast dienen de microperforaties telkens 4 mm uit elkaar te liggen om de subchondrale botplaat structureel intact te laten. De chirurgische behandeling van kraakbeendefecten heeft de laatste jaren een hele evolutie ondergaan. Dit heeft veel te maken met de betere voorspellende beeldvorming via NMR en de technische evolutie van arthroscopie en biotechnologie. Origineel werd er gewerkt met louter mechanisch debrideren, waarna al snel een techniek verscheen die het beenmerg stimuleerde door perforatie van het subchondraal bot. Dit maakt het mogelijk om de ingroei van mesenchymale cellen uit te lokken die kraakbeen kunnen produceren. Er verscheen ook een techniek die het osteochondraal oppervlak vervangt als één geheel met osteochondrale plug. De implantatie van eigen kraakbeencellen vormt de meest recente evolutie. Bij welke kraakbeenletsels moeten we iets doen? Welke methoden gebruiken we vandaag? De vele kleine letsels van minder dan 1,5 cm 2 die we zien bij bijvoorbeeld voorste kruisbandletsels, hebben geen nood aan behandeling. 1 EENVOUDIG DEBRIDEREN Een iets groter kraakbeendefect op onvolledige dikte of meer algemene slijtage kan worden verholpen door arthroscopisch schaven met een fijne gemotoriseerde shaver die aan hoge snelheid het gescheurde oppervlak effen maakt. Deze techniek bestaat sinds meer dan 20 jaar met tot meer dan 75% goede resultaten door verminderen van de mechanische irritatie en zwelling en pijn. MICROFRACTUREN VOLGENS STEADMAN Een beenmergstimulerende ingreep zoals de uitgelokte microfractuur is tot op heden de eerste keuze behandeling van een groter volle dikte kraakbeendefect tot maximale oppervlakte van 2cm 2. Deze techniek die door Richard Steadman werd verfijnd en gepopulariseerd, geeft in studies 80% Kai Mithoefer et al. 2 volgden prospectief een groep mensen met microfractuur van een volle dikte kraakbeenletsel voor 2 jaar. Er werden functiescores beoordeeld en vergeleken met kraakbeengevoelige NMR studies. De functiescores waren goed en/of excellent bij 66%, matig bij 26% en slecht bij 8%. Hoe korter de symptomen vooraf en hoe lager de BMI (Body Mass Index), hoe beter de scores. NMR-studies toonden aan dat de graad van opvulling van het defect goed correleerde met de functionele scores. In ieder geval dus een goed korte termijn resultaat in acute gevallen met een lage BMI. OSTEOCHONDRALE ENTEN VAN VOLLE DIKTE KRAAKBEENDEFECTEN Sinds 1992 zijn de osteo-chondrale enten voor het opvullen van kleinere diepe defecten van de femurcondylen vrij populair. De techniek komt in aanmerking voor kleinere tot medium defecten (1 3 cm diameter). Daarbij worden circulaire autogene bot-kraakbeenpluggen uit niet belaste Fig. 1: Microfracturen (met dank aan B.J. Cole).

16 16 NIEUWE TECHNIEKEN BINNEN a z GROENINGE delen van de knie, met een soort appelboor geoogst. Dit gebeurt vooral op de rand van de laterale femurcondyle of de intercondylaire notch. Met deze ent(en) kan een dieper defect stabiel opgevuld worden. Dit gebeurt ofwel met één grotere plug van bijvoorbeeld 12 mm diameter of met meerdere enten van 4 tot 8 mm diameter, die als een mozaïek worden verspreid, vandaar de naam mozaïekplastiek. Hoewel dit zeldzaam is, kan er op de donorplaats morbiditeit ontstaan. De iatrogene defecten op de laterale femurcondyle kan men open laten en die vullen zich spontaan op met fibreus littekenweefsel. Op andere iets meer problematische lokalisaties kan men de defecten opvullen met composietpluggen, die een snelle osteo-integratie mogelijk maken. Als er heel grote defecten zijn, is er in laatste instantie de optie van het gebruik van allogreffen met cilinders van botkraakbeen. Pearsall et al. 4 toonde in een 3 jaar opvolgingsstudie aan dat volle dikte kraakbeendefecten zowel kunnen behandeld worden met auto- als allogreffen, waarbij de allogreffen kunnen dienen voor massieve defecten. Na 5 jaar waren er 75% goede resultaten, die na 14 jaar achteruitgingen tot 63%. AUTOLOGE CHONDROCYTEN IMPLANTATIE De autologe chondrocyten implantatietechniek (ACI) werd ontwikkeld door Lars Peterson in Zweden in de late jaren tachtig. Deze techniek wordt hier toegepast. Daarbij wordt een kleine hoeveelheid cellen arthroscopisch geoogst in de knie en na gecontroleerd transport in de celexpansiefaciliteit in UZ Gasthuisberg bewerkt. Na een strenge kwaliteitscontrole worden de eigen cellen enkele weken later terug bij de patiënt ingeplant onder een collageenmembraan met tweelagige structuur die in het defect wordt ingenaaid. De kwaliteitscriteria van het Vlaamse laboratorium zijn uniek in de wereld. De implantatie gebeurt in enkele centra onder de wettelijke regeling van Compassionate Use, gezien de techniek nog niet is geregistreerd voor RIZIVtussenkomst in België. Ondertussen zijn er wereldwijd al veel meer dan personen met de techniek behandeld. Peterson rapporteerde 84% tot 90% goede en excellente resultaten. In een gerandomiseerde studie van femorale letsels 6 werd de microfractuur vergeleken met ACI, waarbij amper een verschil werd gevonden in hyaliene kraakbeeninhoud. Een recentere Belgische en Europese gerandomiseerde multicentrische studie, waaraan ook a z Groeninge deelnam, toont minstens dezelfde kwaliteit als bij de microfractuur op korte termijn, maar de betere structurele kwaliteit van het hyalien kraakbeen doet vermoeden dat op langere termijn de resultaten van ACI die van de microfractuur zullen overtreffen. Dit valt echter nog te bewijzen in nieuwe lange termijn studies. De strikte revalidatie mét specifieke kniebrace afhankelijk van de lokalisatie van het letsel, onder dagelijkse begeleiding, vereist een grote inzet en discipline van de patiënt gedurende meerdere maanden. De tijd staat echter niet stil, en de open techniek met toch enige morbiditeit, zal binnen enkele jaren ook bij ons worden vervangen door arthroscopische implantatie van een matrix of patch, waarin de eigen kraakbeencellen al zullen ingebed zijn. Door de onmiddellijke mechanische stabiliteit zal ook de zware en strikt geïndividualiseerde revalidatie een stuk sneller kunnen gaan en de morbiditeit verminderen. In België verwachten we in de nabije toekomst een hyaluronzuurmatrix, met name Hyalograft C (Fidia Advanced Biopolymers) te kunnen gebruiken, om op die manier de techniek in bepaalde gevallen volledig arthroscopisch te kunnen uitvoeren. In Italië wordt de techniek al sinds 1999 met succes toegepast 7. BESLUIT Op 10 jaar tijd is er grote vooruitgang geboekt in de therapie van kraakbeenletsels van de knie. Er blijft een belangrijke rol weggelegd voor de regulerende instanties om kwaliteitsgaranties te eisen van de nieuwe biotechnologische industrie. Zelf zullen we blijvend de resultaten bestuderen in samenwerking met andere centra via de Socrates follow-up database.tot op heden blijft er een grote nood aan methodologisch goede lange termijn studies als bewijzend fundament voor onze therapeutische keuzes. JAN VAN DER BAUWHEDE DIENST ORTHOPEDIE CAMPUS SINT- MAARTEN a z GROENINGE Fig. 2: ACI Live Chondrocyte Harvest REFERENTIES 1. K. Donald Shelbourne, MD, Sanjiv Jari, BSc(Hons), MBChB,, FRCS(Eng), FRCS(Tr & Orth) and Tinker Gray, MA, ELS. Outcome of Untreated Traumatic Articular Cartilage Defects of the Knee. A Natural History Study. J Bone Joint Surg Am. 2003; 85-A: Steadman JRR, Rodkey WG, Briggs KK. Microfracture to treat full-thickness chondral defects: surgical technique, rehabilitation, and outcomes. J Knee Surg. 2002;15: Mithoefer K, Williams R, Potter H, et al. The Microfracture technique for the treatment of articular cartilage lesions in the knee. A prospective cohort study. J Bone Joint Surg Am. 2005; 87-A: Pearsall A, Sudhaker G, Hughey J. Osteoarticular autograft and allograft transplantation of the knees: 3 year follow- Up. Program and abstracts of the American Academy of Orthopaedic Surgeons 72nd Annual Meeting; February 23-27, 2005; Washington, DC. Course Number Brittberg M, Tallheden T, Sjögren-Jansson B, Lindahl A, Peterson L. Autologous chondrocytes used for articular cartilage repair: an update. Clin Orthop. 2001;(391suppl): S337-S Knutsen G, Engebretsen L, Ludvigsen TC, et al. Autologous chondrocyte implantation compared with microfracture in the knee. A randomized trial. J Bone Joint Surg Am. 2004; 86-A: Marcacci M., Berruto M., Brocchetta D. et al. Articular Cartilage Engineering with Hyalograft C: 3-Year Clinical Results. Clinical Orthopaedics & Related Research. 435:96-105, June Steinwachs M., Kreuz PC. Autologous chondrocyte implantation in chondral defects of the knee with a type I/III collagen membrane: A prospective study with a 3- year follow up. Arthroscopy. 2007; 23: Chondrocyte Implantation

17 TOEKOMST VAN a z GROENINGE 17 VOORUITGANG VAN DE NIEUWBOUW Luchtfoto maart 2007 Met een oppervlakte van m 2 was de dichting van het dak een niet te onderschatten opdracht. Op het dak werd een technische ruimte opgetrokken. In deze metalen constructie zullen o.a. de stookplaats, de stoominstallatie en de luchtventilatie voor het operatiekwartier worden ondergebracht.

18 18 TOEKOMST VAN a z GROENINGE De centrale inkomhal loopt over 2 verdiepingen. De voorgevel werd uitgewerkt in een vliesgevel, een stalen gevel met glas. In de ruimte tussen de vliesgevel en de gevelelementen komt een gaanderij. Sinds eind mei is het hele gebouw wind- en waterdicht en is de ruwbouw klaar. De werken in het gebouw kunnen starten.

19 VAN HOSPITAAL TOT a z GROENINGE 19 GENEESKUNDE EN ZIEKENVERPLEGING IN KORTRIJK De Sint-Niklaaskliniek (1958) De Sint-Niklaaskliniek opende haar deuren in 1958 en is de eerste campus die in naar de nieuwbouw a z Groeninge verhuist. Een levensduur van nauwelijks 50 jaar! In vorige bijdragen hebben we er reeds op gewezen dat vanaf 1362 het Sint-Niklaas hospitaal als passantenhuis bij de ingang van de stad Kortrijk vermeld wordt. Reeds in 1359 werden de bijgebouwen van het hospitaal tot kloosterruimten omgebouwd omdat het stadsbestuur van Kortrijk wenste de ziekenzorg aan religieuzen toe te vertrouwen. Sindsdien bleven op deze plaats onafgebroken zusters werkzaam als de stichting van de Congregatie der Zusters van Sint-Niklaas die leefden volgens de regel van Sint-Augustinus. Na de beeldenstorm in 1578 en de afschaffing van de gasthuizen (die overgingen naar de commissie der hospiciën ) beleefde de kloosterorde een nieuwe bloei na de Belgische onafhankelijkheid in In 1802 besloten de zusters een kostschool voor meisjes op te richten. Ze zwermden in 1856 uit naar Diksmuide, na de verdwijning van het Sint- Elooi s gasthuis te Kortrijk namen ze er van 1865 tot 1871 de zorg van de weeskinderen over en stichtten in 1866 een school te Zwevegem. Van 1805 tot 1901 hadden ze een school te Houtem, in 1893 stichtten ze een externaat in de Consciencestraat te Kortrijk, dat later naar de Wetstraat nu de Henri Nolfstraat werd overgebracht. Belangrijk voor de ziekenverpleging is de stichting van de eerste verpleegstersschool te Kortrijk in Dit instituut was niet alleen zeer belangrijk als opleidingscentrum voor verpleegkundigen, het deed ook de vraag ontstaan naar een eigen ziekenhuis, dat een praktisch oefenterrein zou bieden aan de studenten van de school. In 1954 werd de vleugel met de gebouwen van 1843 langs de Sint-Niklaasstraat gesloopt. Langs het binnenplein verdwenen de gebouwen van 1832 (op de plaats waar in 1362 het oude passantenhuis stond). In de tuin verdween het paviljoen van Op 16 juli 1955 legde Mgr. De Smedt de eerste steen van de nieuwe kliniek. Bij zijn aankomst op de Houtmarkt, uitte de bisschop, na een verkennende blik op de bouwwerken, de opmerking: op welke verdieping moet ik hier de eerste steen leggen?. De ijver van de zusters van Sint-Niklaas en van de aannemer hadden er immers voor gezorgd dat het gebouw al een heel stuk in zijn steigers was opgeschoten! Doch 1956 bracht onverwacht uitstel wegens het stilvallen van de bouw door het failliet gaan van de aannemer Cottyn uit Heule. Maar drie jaar later, op 12 april 1958, werd de voltooide kliniek ingewijd door Mgr. Vital Vangheluwe. Het eerste medisch team werd gevormd door volgende geneesheren: dr. Emile Van Maele, algemeen chirurg dr. Leon Himpe, orthopedist dr. Valère Ghèsquière, gynaecoloog dr. Bert Mertens, anesthesist dr. Arnold Haerens, hart- en longarts dr. Herman Devriendt, algemeen internist dr. Emile Duyck, kinderarts dr. Hustinx, radioloog dr. Marcel Bauwens, radiotherapeut en physiotherapeut dr. Egied Van Hoonacker, oogarts dr. Paul Daelemans, neus- keel- oorarts werd reeds in 1958 vervangen door dr. Aloïs Nelis die in de Sint-Niklaaskliniek werkzaam bleef tot De samenwerking van dit doktersteam was uitstekend en zij vormden een eerste Collegium Medicorum als overlegorgaan, een voorloper van de latere medische raad. De inrichtende macht herleidde zich tot één persoon: Moeder-Priorin, zuster Andrea, in de wereld Vanlersberghe Maria. In 1960 verliet dr. Hustinx onverwacht de streek en van 1960 tot 1969, wanneer dr. Ortwin Carton de dienst radiologie overnam, sprong dr. Herman Devriendt in als verantwoordelijke voor de dienst radiologie. In 1965 werd dr. Roger Ooghe als fysiotherapeut benoemd en werkte in de kliniek tot In 1968 werd dr. Piet Devos als dermatoloog benoemd en bleef zijn taak uitoefenen tot Fig. 1. Het wapenschild van het Sint-Niklaasinstituut: het wapen van de stad Kortrijk als hartschild, de drie gouden bezanten wijzen op Sint-Niklaas, patroon van het instituut, de schelp verwijst naar Sint- Augustinus, wiens regel door de religieuzen wordt gevolgd. De spreuk operibus credite (gelooft dan mijn daden) is ontleend aan Johannes X, 38. Omdat de Joden geen geloof hechtten aan zijn woorden en goddelijkheid, verwijst Christus hiermee naar zijn werken en daden die echt goddelijk zijn. Deze spreuk werd door de toenmalige geestelijk directeur A. Carpentier nogal vrij en schalks vertaald als: Je kan hier geopereerd worden op krediet!

20 20 VAN HOSPITAAL TOT a z GROENINGE Fig. 2. Officiële uitnodiging tot de inwijding van de nieuwe kliniek op 12 april Fig. 3. Zuster Cecile Ghesqière, de dynamische kracht achter de Sint-Niklaas kliniek Hetzelfde jaar werd dr. E. Bockaert als stomatoloog aangesteld. In 1973 werden dr. Jan Taveirne als pediater en dr. Marc De Moor als fysiotherapeut benoemd, in 1974 dr. Paul De Preter als orthopedist, in 1975 dr. Philippe Vandeputte als neus-keel-oorarts, in 1976 dr. Koen Geerinckx als gynaecoloog, en in 1977 dr. Gino Roels, anesthesist. In 1976 was dr. Alfred Lecluyse als algemeen chirurg benoemd maar verhuisde naar AZ St.Jan te Brugge in In 1975 verwierf de kliniek de erkenning van een dienst geriatrie-revalidatie in de dienst van inwendige ziekten. Vanaf de opening van de kliniek was dr. Herman Devriendt belast met het beleid en de uitvoering van het klinisch laboratorium, tot 1976, wanneer apotheker Frank Martens deze taak van hem overnam. In 1978 werd de kliniek, die toen 20 jaar bestond, onder de dynamische leiding van Zuster Cecile Ghesquière reeds uitgebreid. De nieuwe vleugel werd gebouwd op de plaats van de verpleegstersschool, die een nieuwe vesting had gevonden op de campus op het Hooghe. Samen met de uitbreiding van de kliniek werd ook het medisch korps uitgebreid met: dr. Stefaan Pollet, gastro-enteroloog vanaf 1979 tot 1987 dr. Luc Lastra vanaf 1978 dr. Johan Verbrugghe, chirurgie, vanaf 1981 dr. Francis Debroeck, uroloog ( ) dr. Dirk Vandevelde, radioloog, vanaf 1983 dr. Wim De Walsche, plastische chirurgie, vanaf dr. Dirk Devriendt, chirurgie, vanaf 1987 dr. Frank Kesteloot, oogarts, vanaf 1987 dr. Patrick Brabant, oogarts, vanaf 1987 dr. Johan Thys, gynecoloog, vanaf 1987 dr. Philippe Dejaeghere, cardioloog, vanaf 1987 dr. Philippe Compernolle, physiotherapeut, vanaf 1987 dr. François D Heygere, gastro-enteroloog vanaf 1988 dr. Philippe Vergauwe, gastro-enteroloog, vanaf 1991 dr. Ignace Billiet en dr. Johan Mattelaer als consulterend urologen sinds Na de pensionnering van dr. Himpe werd dr. Missine als orthopedist benoemd, maar deze verhuisde al snel naar Roeselaere. In zijn plaats kwam dr. Jan Van der Bauwhede, orthopedist, vanaf Nieuwe benoemingen: dr. Kathy Vierstraete, neus-keel-oorarts, vanaf dr. LucienTonnelier, gynaecoloog die later naar de kliniek Maria s Voorzienigheid verhuisde dr. Ivan Elegeert, cardioloog vanaf 1994 dr. Erwin Suys, dermatoloog vanaf 1994 dr. Patrick Dutré, anaesthesist, vanaf 1995 dr. Johan Budiharto, anesthesist sinds 1995 dr. Paul Debucquoy, pediater vanaf In 1986 begon dr. Herman Devriendt als internist met bijzondere bevoegdheid in de Fig. 4. De inkomsthaal na de verbouwing van de kliniek in 1978 Fig. 5. De nieuwe refter in de kelder werd geopend in 1978.

Immuunsuppressiva na niertransplantatie. Maarten Naesens UZ Leuven

Immuunsuppressiva na niertransplantatie. Maarten Naesens UZ Leuven Immuunsuppressiva na niertransplantatie Maarten Naesens UZ Leuven 2008 Immuunsuppressiva Afstoting - Voorkomen - Behandelen Nevenwerkingen - Direct - Indirect Afstoting Immuunsysteem natuurlijke afweer

Nadere informatie

SAMEN ME VAT A T T I T N I G

SAMEN ME VAT A T T I T N I G SAMENVATTING 186 Inleiding Het renine-angiotensine-aldosteron-systeem (RAAS) is een hormonaal systeem dat in belangrijke mate betrokken is bij de regulatie van bloeddruk en nierfunctie. Het RAAS is een

Nadere informatie

Een goede voorbereiding is het halve werk. Erik Vegt Nucleair geneeskundige Antoni van Leeuwenhoek AVL symposium 2014

Een goede voorbereiding is het halve werk. Erik Vegt Nucleair geneeskundige Antoni van Leeuwenhoek AVL symposium 2014 Een goede voorbereiding is het halve werk Erik Vegt Nucleair geneeskundige Antoni van Leeuwenhoek AVL symposium 2014 1. Werking van FDG PET en PET/CT 2. Nut van FDG PET 3. Voorbereiding van patiënten voor

Nadere informatie

Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie

Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie Annemie Rutten Medische Oncologie AZ St. Augustinus Maligne melanoma 10% van alle huidkankers, maar meest agressieve. Incidentie van maligne melanoma neemt

Nadere informatie

Aandeel van patiënten met invasieve borstkanker waarbij een ER, PR en/of HER2 statusbepaling werd uitgevoerd vóór enige systemische behandeling

Aandeel van patiënten met invasieve borstkanker waarbij een ER, PR en/of HER2 statusbepaling werd uitgevoerd vóór enige systemische behandeling Status bepaling: 99,4% Aandeel van patiënten met invasieve borstkanker waarbij een ER, PR en/of HER2 statusbepaling werd uitgevoerd vóór enige systemische behandeling Vóór het starten van de behandeling

Nadere informatie

De indicatoren over borstkanker, die in kader van het VIP²-project worden opgevolgd zijn:

De indicatoren over borstkanker, die in kader van het VIP²-project worden opgevolgd zijn: Indicatoren VIP²-project Oncologie In België is, net als in Europa, borstkanker de meest voorkomende oorzaak van overlijden door kanker bij vrouwen (20,6 % van alle overlijdens ingevolge kanker). In 2009

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/29755 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/29755 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/29755 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Moes, Dirk Jan Alie Roelof Title: Optimizing immunosuppression with mtor inhibitors

Nadere informatie

Peggy Roestenberg - The role of CTGF in diabetic nephropathy. Chapter 10. Samenvatting in het Nederlands

Peggy Roestenberg - The role of CTGF in diabetic nephropathy. Chapter 10. Samenvatting in het Nederlands Chapter 10 Samenvatting in het Nederlands Chapter 10 Peggy Roestenberg - The role of CTGF in diabetic nephropathy DIABETES MELLITUS Diabetes mellitus, in de volksmond beter bekend als suikerziekte of diabetes,

Nadere informatie

Levende Donor Niertransplantatie anno 2014. Nierziekte Nierfalen

Levende Donor Niertransplantatie anno 2014. Nierziekte Nierfalen Levende Donor Niertransplantatie anno 2014 NOODZAAK IN HET LICHT VAN HET ORGAANTEKORT? VOOR- EN NADELEN VANUIT DIVERSE PERSPECTIEVEN? Mark JF Helbert, MD., PhD. Nefroloog ZNA Middelheim Living donor advocate

Nadere informatie

Diabetes: kan een Pancreastransplantatie een oplossing bieden?

Diabetes: kan een Pancreastransplantatie een oplossing bieden? Diabetes: kan een Pancreastransplantatie een oplossing bieden? Daniel Jacobs-Tulleneers-Thevissen Oncologische, Thorax- en Transplantatieheelkunde, UZ Brussel Diabetes Research Center, Vrije Universiteit

Nadere informatie

Vlaams Indicatoren Project VIP²

Vlaams Indicatoren Project VIP² Vlaams Indicatoren Project VIP² Het initiatief voor het Vlaams Indicatoren Project VIP² gaat uit van de Vlaamse overheid, de Vlaamse vereniging van hoofdartsen en de ziekenhuiskoepels Zorgnet en Icuro.

Nadere informatie

Alles wat je altijd over darmkanker wou weten (maar niet durfde vragen)

Alles wat je altijd over darmkanker wou weten (maar niet durfde vragen) Alles wat je altijd over darmkanker wou weten (maar niet durfde vragen) Tim Rondou Gastroenteroloog Sint-Jozefkliniek Bornem-Willebroek Bijscholing 2013 vóórkomen ontstaan voorkómen en preventie symptomen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Chapter 8 Niertransplantatie is de optimale therapie voor patiënten met chronische nierinsufficiëntie. Niertransplantatie kan echter leiden tot zowel acute als chronische complicaties

Nadere informatie

Samenvat ting en Conclusies

Samenvat ting en Conclusies Samenvat ting en Conclusies Samenvatting en Conclusies 125 SAMENVAT TING EN CONCLUSIES In dit proefschrift werd de invloed van viscerale obesitas en daarmee samenhangende metabole ontregelingen, en het

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting 145 Nederlandse samenvatting De nieren hebben een belangrijke functie in het menselijk lichaam: ze zijn onder andere verantwoordelijk voor het zuiveren

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies Centraal in dit proefschrift staat de minimaal invasieve slokdarmresectie als behandeloptie voor het slokdarmcarcinoom. In hoofdstuk 2 en 3 belichten wij in twee overzichtsartikelen de in de literatuur

Nadere informatie

Risicovolle levende nierdonor: to do or not to do?

Risicovolle levende nierdonor: to do or not to do? Risicovolle levende nierdonor: to do or not to do? Kathleen De Greef, MD, PhD Hepatobiliaire, endocriene en transplantatieheelkunde Universitair Ziekenhuis Antwerpen Risicodonor 1: to do or not to do?

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting N EDERLANDSE SAMENVATTING Chapter 8 Nederlandse samenvatting 87 C HAPTER 8 In de prehistorie, toen er nog werd gejaagd met mes en speer, hing het leven af van een snelle reactie op eventuele verwondingen.

Nadere informatie

Oncologische zorg bij ouderen

Oncologische zorg bij ouderen Oncologische zorg bij ouderen Balanceren tussen over- en onderbehandeling Johanneke Portielje, HagaZiekenhuis Kring ouderenzorg AMC & partners 12 juni 2013 mamma carcinoom

Nadere informatie

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J J. Mamma aandoeningen nhoudsopgave 1 J 2 J 3 J 4 J 5 J 6 J 7 J 8 J 9 J 1 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J Screening: vrouwen jonger dan 4 jaar zonder genetisch risico... 1 Screening: vrouwen

Nadere informatie

Toelichting bij de resultaten van het Vlaams Indicatoren Project (VIP²)

Toelichting bij de resultaten van het Vlaams Indicatoren Project (VIP²) Toelichting bij de resultaten van het Vlaams Indicatoren Project (VIP²) Resultaten behandeling borstkanker Recent werden de resultaten van het Vlaams Indicatoren Project (VIP²) gepubliceerd met betrekking

Nadere informatie

Voorstellen. Winnie van El Verpleegkundig Specialist Diabeteszorg Universitair Medisch Centrum Groningen

Voorstellen. Winnie van El Verpleegkundig Specialist Diabeteszorg Universitair Medisch Centrum Groningen Voorstellen Winnie van El Verpleegkundig Specialist Diabeteszorg Universitair Medisch Centrum Groningen Niertransplantatie UMCG Niertransplantatie 8 centra NL * UMC 1 e jaar UMC vervolg 2 e lijn, periferie

Nadere informatie

MULTIPLE MYELOOM Doneer voor genezing

MULTIPLE MYELOOM Doneer voor genezing MULTIPLE MYELOOM Doneer voor genezing Luister en leer Marlies Van Hoef, MD, PhD, MBA Multiple Myeloom Ziekte van Kahler werd aanvankelijk gediagnostiseerd in 1848 Kwaardaardige abnormaliteit van plasmacellen;

Nadere informatie

Risk factors for renal function abnormalities

Risk factors for renal function abnormalities Risk factors for renal function abnormalities Nederlandse samenvatting Dit proefschrift probeert mogelijke risicofactoren voor progressief nierfunctieverlies te identificeren in een niet-diabetische populatie.

Nadere informatie

99,6% % 99,4% Het Vlaams Indicatorenproject: Behandeling van borstkanker Resultaten AZ Maria Middelares

99,6% % 99,4% Het Vlaams Indicatorenproject: Behandeling van borstkanker Resultaten AZ Maria Middelares Het Vlaams Indicatorenproject: Behandeling van borstkanker Resultaten Interpretatie grafieken In de grafieken wordt ons ziekenhuis voorgesteld door de rode stip. De horizontale grijze lijn verwijst naar

Nadere informatie

Project Kwaliteitsindicatoren Borstkanker 2007-2008

Project Kwaliteitsindicatoren Borstkanker 2007-2008 Project Kwaliteitsindicatoren 2007-2008 De borstkliniek: Iedere nieuwe diagnose van een borsttumor dient door de borstkliniek te worden geregistreerd bij het Nationaal Kankerregister. Het Project Kwaliteitsindicatoren

Nadere informatie

Kanker: klinisch beeld,

Kanker: klinisch beeld, Kanker: klinisch beeld, epidemiologie, biologie en pathofysiologie Prof. Patrick Schöffski, M.D., M.P.H. Dienst Algemene Medische Oncologie Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg Leuvens Kanker Instituut

Nadere informatie

Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog 28-02-2015

Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog 28-02-2015 Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog 28-02-2015 Huisartsensymposium Borstkanker 35% van kankers bij vrouwen 1989-1993 5 jaars overleving borstkanker: 77% inmiddels 5 jaars

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Het aantal mensen met een gestoorde nierfunctie is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Dit betekent dat er steeds meer mensen moeten dialyseren of een niertransplantatie moeten

Nadere informatie

MRI spoort prostaatkanker nauwkeurig op

MRI spoort prostaatkanker nauwkeurig op MRI spoort prostaatkanker nauwkeurig op Prostaatkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker bij mannen. Een op de zes mannen krijgt er last van. Maar het is ook een erg lastig op te sporen

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 101 Chapter 7 SAMENVATTING Maligne tumoren van de larynx en hypopharynx ( keelkanker ) zijn de zesde meest voorkomende type kankers van het hele lichaam, en de meest voorkomende

Nadere informatie

Gepersonaliseerde aanpak bij longkanker

Gepersonaliseerde aanpak bij longkanker Gepersonaliseerde aanpak bij longkanker Dr. André VERSTRAETEN Dr. Elke GOVAERTS Dienst longziekten Pneumo-oncologie - Longkanker is de belangrijkste oorzaak van kankergerelateerde mortaliteit in beide

Nadere informatie

Behandeling borstkanker

Behandeling borstkanker Behandeling borstkanker 1. Heelkunde (chirurgie) (operatie): - Borstsparend: betekent wegname van het gezwel met veiligheidsmarge van gezond weefsel rondom en wegname van de schildwachtklier (poortwachterklier

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/21978 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/21978 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/21978 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Goeij, Moniek Cornelia Maria de Title: Disease progression in pre-dialysis patients:

Nadere informatie

Vlaams Indicatorenproject VIP²: Kwaliteitsindicatoren Borstkanker

Vlaams Indicatorenproject VIP²: Kwaliteitsindicatoren Borstkanker Vlaams Indicatorenproject VIP²: Kwaliteitsindicatoren Borstkanker INDICATOR B1 Proportie van patiënten gediagnosticeerd met invasieve borstkanker bij wie een systeembehandeling voorafgegaan werd door ER/PR-

Nadere informatie

DUTCH SUMMARY NEDERLANDSE SAMENVATTING

DUTCH SUMMARY NEDERLANDSE SAMENVATTING DUTCH SUMMARY NEDERLANDSE SAMENVATTING Dutch Summary / Nederlandse Samenvatting Sinds de ontdekking van de ADAM eiwitfamilie, twee decennia geleden, heeft het ADAM onderzoek zich voornamelijk gericht op

Nadere informatie

Kwaliteitscontrole binnen de moleculaire diagnostiek van hematologische maligniteiten

Kwaliteitscontrole binnen de moleculaire diagnostiek van hematologische maligniteiten Radboud University Medical Centre Nijmegen Centre for Molecular Life Sciences Kwaliteitscontrole binnen de moleculaire diagnostiek van hematologische maligniteiten Bert van der Reijden, PhD Laboratorium

Nadere informatie

Chronische lymfatische leukemie Arnon Kater

Chronische lymfatische leukemie Arnon Kater Chronische lymfatische leukemie Arnon Kater http://www.lymmcare.nl/ CLL Epidemiologie Prognostische factoren Biologie en targeted therapy Huidige behandeling en studies CLL: epidemiologie CLL is de meest

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86 1 KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: BORSTKANKER Fase 1: validatie van de individuele resultaten Ziekenhuis 86 2 1. BESCHRIJVENDE STATISTIEK Tabel 1: Invasieve borstkanker en ductaal carcinoma in situ

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Sinds enkele decennia is de acute zorg voor brandwondenpatiënten verbeterd, hetgeen heeft geresulteerd in een reductie van de mortaliteit na verbranding, met name van patiënten

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 169 Nederlandse samenvatting Het aantal ouderen boven de 70 jaar is de laatste jaren toegenomen. Dit komt door een significante reductie van sterfte op alle leeftijden waardoor een toename van de gemiddelde

Nadere informatie

Heeft een transplantatie een invloed op mijn voedingspatroon?

Heeft een transplantatie een invloed op mijn voedingspatroon? Heeft een transplantatie een invloed op mijn voedingspatroon? Dr. Michel DE PAUW Hartcentrum UZ Gent 1 juli 2013 1 Waarom aandacht voor voeding na transplantatie? Meer kans voor infecties door een verminderde

Nadere informatie

Hypereosinofiel syndroom

Hypereosinofiel syndroom Hypereosinofiel syndroom R. Fijnheer Meander Medisch Centrum/UMCUtrecht HES Incidentie: 2-4 per 1.000.000 per jaar Man> vrouw Leeftijd: 30-70 erg in belangstelling: glivec, mepolizumab etc. Lastig voor

Nadere informatie

Scanmethoden bij neuro-endocriene tumoren en behandeling met PRRT

Scanmethoden bij neuro-endocriene tumoren en behandeling met PRRT Scanmethoden bij neuro-endocriene tumoren en behandeling met PRRT Presentatie van dr. Jaap Teunissen, nucleair geneeskundige Erasmus MC Informatiedag over NET van Stichting NET-groep op 21 april 2012 Thema

Nadere informatie

SPECT - CT. 10 december 2011 Alexandra De Waele

SPECT - CT. 10 december 2011 Alexandra De Waele SPECT - CT 10 december 2011 Alexandra De Waele Overzicht I. Principe SPECT-CT II. Praktisch bekeken III. Voorbeelden 1+1 = 3... als SPECT en CT elkaar vinden Functie versus morfologie Claude Monet Impression

Nadere informatie

Chapter 6. Nederlandse samenvatting

Chapter 6. Nederlandse samenvatting Chapter 6 Nederlandse samenvatting Chapter 6 122 Nederlandse samenvatting Het immuunsysteem Het immuunsysteem (of afweersysteem) beschermt het lichaam tegen lichaamsvreemde en ziekmakende organismen zoals

Nadere informatie

ONCOLOGIE- en MILESTONEDAGEN

ONCOLOGIE- en MILESTONEDAGEN NEDERLANDSE VERENIGING voor ONCOLOGIE ONCOLOGIE- en MILESTONEDAGEN De Oncologiedagen worden georganiseerd door: NVvO, NKI-AVL en ERASMUS MC 1. Larynx- en hypofarynxafwijkingen 09-05-1970 2. Hormonen en

Nadere informatie

INFORMATIEBLAD. Beste patiënt(e),

INFORMATIEBLAD. Beste patiënt(e), INFORMATIEBLAD Studie waar het nut van 6 chemotherapie kuren met CHOP en Rituximab gevolgd door een radiochemotherapie aan myeloablatieve dosis met toediening van autologe perifere stamcellen, vergeleken

Nadere informatie

Stadia chronische nierschade

Stadia chronische nierschade Factsheet Nieren en nierschade deel 3 Nierschade vraagt om continue alertheid en aandacht van de behandelaar Nierfunctie en eiwitverlies: voorspellers van complicaties Stadia chronische nierschade Nierschade

Nadere informatie

Levertransplantatie bij kinderen. 1- Evolutie LTx in Leuven (1989 2012) 2- Indicatie voor LTx in kinderen

Levertransplantatie bij kinderen. 1- Evolutie LTx in Leuven (1989 2012) 2- Indicatie voor LTx in kinderen Levertransplantatie bij kinderen Levertransplantatie (LTx) = voorkeursbehandeling voor acute en chronische end-stage leverziekte Pediatrische (Peds) LTx - Minder frequent en specifieke indicaties - Specifieke

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/18977 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/18977 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/18977 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Filali, Mariam el Title: Knowledge-based treatment in uveal melanoma Date: 2012-05-22

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Samenvatting 11 Samenvatting Bloedarmoede, vaak aangeduid als anemie, is een veelbesproken onderwerp in de medische literatuur. Clinici en onderzoekers buigen zich al vele jaren over de oorzaken en gevolgen

Nadere informatie

AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40

AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40 AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40 AZ Monica, campus Deurne Florent Pauwelslei 1 2100 Deurne T 03 320 50 00 F 03 320 56 00 Borstchirurgie: segmentectomie

Nadere informatie

1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström

1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström 1 Epidemiologie van multipel myeloom en de ziekte van Waldenström Dr. S.A.M. van de Schans, S. Oerlemans, MSc. en prof. dr. J.W.W. Coebergh Inleiding Epidemiologie is de wetenschap die eenvoudig gezegd

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/32551 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/32551 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/32551 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Krol, Charlotte Georgette Title: Pitfalls in the diagnosis and management of skeletal

Nadere informatie

Diabetes Mellitus en Nierfunctie

Diabetes Mellitus en Nierfunctie Dr. M.P. Brugts, internist endocrinoloog Diabetes Mellitus en Nierfunctie SYMPOSIUM Renale Fysiologie Primair: Regulatie water en electrolyten balans homeostase Handhaving intravasculaire volume Regulatie

Nadere informatie

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting 197 198 Samenvatting In het proefschrift worden diverse klinische aspecten van primaire PCI (Primaire Coronaire Interventie) voor de behandeling van een hartinfarct onderzocht.

Nadere informatie

Chemotherapie en nieuwe geneesmiddelen presentatie

Chemotherapie en nieuwe geneesmiddelen presentatie Chemotherapie en nieuwe geneesmiddelen presentatie Naam: prof dr M.J. van den Bent Functie: hoofd neuro-oncologie unit Daniel den Hoed Oncologisch Centrum Rotterdam Wat is chemotherapie? De behandeling

Nadere informatie

Uitleg over de interpretatie van de grafiek : De resultaten worden weergegeven via een trechtertechniek (= Funnel plot).

Uitleg over de interpretatie van de grafiek : De resultaten worden weergegeven via een trechtertechniek (= Funnel plot). Het H.-Hartziekenhuis scoort bij het Vlaams Indicatoren Project! Het initiatief voor het Vlaams Indicatoren Project (VIP²) gaat uit van de Vlaamse overheid, de Vlaamse vereniging van hoofdartsen en de

Nadere informatie

Het nefrotisch syndroom Oorzaken en gevolgen. prof. J. Wetzels Radboud UMC Nijmegen

Het nefrotisch syndroom Oorzaken en gevolgen. prof. J. Wetzels Radboud UMC Nijmegen Het Oorzaken en gevolgen prof. J. Wetzels Radboud UMC Nijmegen Opbouw presentatie 1. Hoe werken de nieren? 2. Het klachten en verschijnselen oorzaken behandeling bij volwassenen 3. Dr. Bouts: kinderen

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING ACHTERGROND Diabetes mellitus ofwel suikerziekte is een metabole ziekte waarbij de glucosehuishouding in het menselijk lichaam ontregeld raakt, doordat de patiënt onvoldoende insuline

Nadere informatie

IgA nefropathie. Joost van der Heijden, internist-nefroloog VU Medisch Centrum

IgA nefropathie. Joost van der Heijden, internist-nefroloog VU Medisch Centrum IgA nefropathie Joost van der Heijden, internist-nefroloog VU Medisch Centrum Presentatie - Geschiedenis - Epidemiologie - Het ziekteproces - De patiënt - Het diagnostische proces - De behandeling - De

Nadere informatie

Vlaams Indicatoren Project VIP²

Vlaams Indicatoren Project VIP² Vlaams Indicatoren Project VIP² Op initiatief van de Vlaamse Vereniging van Hoofdartsen, Icuro, Zorgnet Vlaanderen en de Vlaamse overheid, is het Vlaamse VIP 2 -indicatorenproject opgericht. Samen met

Nadere informatie

CHAPTER 10. Nederlandse samenvatting

CHAPTER 10. Nederlandse samenvatting CHAPTER 10 Nederlandse samenvatting Om uit te groeien tot een kwaadaardige tumor met uitzaaiïngen moeten kankercellen een aantal karakteristieken verwerven. Eén daarvan is het vermogen om angiogenese,

Nadere informatie

Zorgtraject voor chronische nierinsufficiëntie. Kom jij in aanmerking?

Zorgtraject voor chronische nierinsufficiëntie. Kom jij in aanmerking? Zorgtraject voor chronische nierinsufficiëntie Kom jij in aanmerking? ZORGTRAJECT VOOR CHRONISCHE NIERINSUFFICIËNTIE Heb je chronische nierinsufficiëntie? Dan kom je misschien in aanmerking voor een zorgtraject.

Nadere informatie

De unieke Maastro-behandeling van niet uitgezaaide longkanker

De unieke Maastro-behandeling van niet uitgezaaide longkanker De unieke Maastro-behandeling van niet uitgezaaide longkanker Deze folder is bedoeld voor onze patiënten en de mensen in hun omgeving. Wij willen u graag informeren over onze succesvolle behandelingsmethode

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 138 Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Een belangrijke functie van de nier is het uitscheiden van afvalstoffen via de urine. Grote hoeveelheden water en kleine stoffen

Nadere informatie

DIABETISCHE NEFROPATHIE

DIABETISCHE NEFROPATHIE DIABETISCHE NEFROPATHIE Onderdeel van de micro-angiopathie bij diabetes mellitus. Insuline-afhankelijke DM 30% vd ptn krijgt nefropathie Niet-insuline-dependente DM 5% vd ptn Pathogenese: Meerdere factoren

Nadere informatie

Samenvatting en adviezen uitgebreid

Samenvatting en adviezen uitgebreid Samenvatting en adviezen uitgebreid Doel De doelstelling van deze richtlijn is het bevorderen van de preventie en het ondersteunen van een zo goed mogelijke en gecoördineerde behandeling van patiënten

Nadere informatie

Een patiente met acute leukemie Bloed en beenmerg Acute leukemie Chronische leukemie

Een patiente met acute leukemie Bloed en beenmerg Acute leukemie Chronische leukemie Thema: Leukemie Een patiente met acute leukemie Bloed en beenmerg Acute leukemie Chronische leukemie Prof.dr. Hanneke C. Kluin-Nelemans Afdeling Hematologie Samenstelling van onstolbaar gemaakt bloed Bloedcellen

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/19745 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/19745 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/19745 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Faaij, Claudia Margaretha Johanna Maria Title: Cellular trafficking in haematological

Nadere informatie

NBVN. Jaarverslag 2012 Nederlandstalige Belgische Vereniging voor Nefrologie

NBVN. Jaarverslag 2012 Nederlandstalige Belgische Vereniging voor Nefrologie NBVN Jaarverslag 2012 Nederlandstalige Belgische Vereniging voor Nefrologie NBVN database & analyse De Commissie Registratie dankt alle dialysepatiënten en patiënten met een niertransplantaat voor hun

Nadere informatie

Samenvatting en conclusies

Samenvatting en conclusies en conclusies Samenvatting De behandeling van het myocard infarct (MI) is tegenwoordig gericht op verkorting van ischemie-tijd door herstel van de coronair flow ( open arterie theorie ). Hoewel vroegtijdige

Nadere informatie

Samenvatting. Chapter 8

Samenvatting. Chapter 8 Samenvatting Chapter 8 154 Het dopaminerge systeem is betrokken bij de controle over een heel scala aan fysiologische functies, variërend van motorische activiteit tot de productie van hormonen en het

Nadere informatie

GENETISCHE ONDERZOEKEN Art. 33bis pag. 1 officieuze coördinatie

GENETISCHE ONDERZOEKEN Art. 33bis pag. 1 officieuze coördinatie GENETISCHE ONDERZOEKEN Art. 33bis pag. 1 "Artikel 33bis. 1. Moleculaire Biologische testen op menselijk genetisch materiaal bij verworven aandoeningen." "K.B. 31.8.2009" (in werking 1.11.2009) "A." + "

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING 2 NEDERLANDSE SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN In gezonde personen is er een goede balans tussen cellen die delen en cellen die doodgaan. In sommige gevallen wordt deze balans verstoord en delen cellen

Nadere informatie

Technische onderzoeken bij het vaataccess

Technische onderzoeken bij het vaataccess Technische onderzoeken bij het vaataccess Dr Thiéry Chapelle Dienst hepatobiliaire, endocriene en transplantatie heelkunde Universitair ziekenhuis Antwerpen Wanneer technisch onderzoeken uitvoeren? 1.

Nadere informatie

Biologicals; nieuwe therapeutische opties

Biologicals; nieuwe therapeutische opties Biologicals; nieuwe therapeutische opties Lidwine Tick, internist hemato-oncoloog Veldhoven, 19 september 2013 "De wereld van Mab-jes, Nib-jes en Mus-sen". Anti-tumor behandeling Chirurgie Radiotherapie

Nadere informatie

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008)

KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008) KWALITEITSINDICATOREN VOOR ONCOLOGIE: INVASIEVE BORSTKANKER (2007-2008) Algemene informatie In dit rapport vindt U de resultaten van de kwaliteitsindicatoren voor borstkankertumoren van AZNikolaas. Hierbij

Nadere informatie

Beleidsdag ZOL 2 december 2005. Dr. Paul Bulens

Beleidsdag ZOL 2 december 2005. Dr. Paul Bulens Beleidsdag ZOL 2 december 2005 Dr. Paul Bulens Hasselt Genk vzw LOC Zorggroep oncologie St.-Trudo St.-Franciskus Zorgprogramma oncologie CAZ/VJZ Vesalius Diest Vzw LOC ZMK Zorgprogramma oncologie ZOL MZNL

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting In dit proefschrift worden diagnostische en therapeutische aspecten van acute leukemie bij kinderen beschreven, o.a. cyto-immunologische en farmacologische aspecten en allogene

Nadere informatie

BELGISCHE CARDIOLOGISCHE LIGA DIABETES. DanielFleck@Fotolia DUIDELIJKE ANTWOORDEN

BELGISCHE CARDIOLOGISCHE LIGA DIABETES. DanielFleck@Fotolia DUIDELIJKE ANTWOORDEN BELGISCHE CARDIOLOGISCHE LIGA DIABETES DanielFleck@Fotolia DUIDELIJKE ANTWOORDEN Globaal Cardiovasculair Risico Sommige gedragingen in ons dagelijks leven vergroten de kans dat we vroeg of laat problemen

Nadere informatie

Het syndroom van Klinefelter: Screening en opvolging van metabole afwijkingen. David Unuane Endocrinologie Klinefelter Kliniek

Het syndroom van Klinefelter: Screening en opvolging van metabole afwijkingen. David Unuane Endocrinologie Klinefelter Kliniek Het syndroom van Klinefelter: Screening en opvolging van metabole afwijkingen David Unuane Endocrinologie Klinefelter Kliniek Achtergrond Het Klinefelter syndroom(ks): Genetisch kenmerk extra X-chromosoom:

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Introductie tot atherosclerose Cardiovasculaire aandoeningen zijn nog steeds de meest voorkomende als alle vormen van cardiovasculaire aandoeningen konden worden verholpen bekendste

Nadere informatie

VUmc Basispresentatie

VUmc Basispresentatie Samenwerking waarover? Richtlijnen en zorgstandaarden Cardiovasculair risicomanagement (zorgstandaard) Samenwerking e en e lijn Prof dr Piet ter Wee Afdeling Nefrologie Hypertensie Diabetes mellitus (zorgstandaard)

Nadere informatie

Kwaliteitsindicatoren inzake borstkanker

Kwaliteitsindicatoren inzake borstkanker Kwaliteitsindicatoren inzake borstkanker Hieronder vindt u de resultaten van de Borstkliniek van az Sint-Blasius. De Borstkliniek werd opgestart in 2002 en behandelt jaarlijks ruim 200 nieuwe patiënten

Nadere informatie

PCA3. www.urologischcentrum.be

PCA3. www.urologischcentrum.be PCA3 www.urologischcentrum.be De PCA3 test, een eenvoudige urinetest die kan helpen bij de diagnose van prostaatkanker en de keuze van therapie. Over prostaatkanker Prostaatkanker is één van de meest voorkomende

Nadere informatie

Long lever beenmerg Opsporen van botmetastasen zeer cruciaal voor staging

Long lever beenmerg Opsporen van botmetastasen zeer cruciaal voor staging Inleiding myeloom incidentie (70-95%) osteolyse Long lever beenmerg Opsporen van botmetastasen zeer cruciaal voor staging niertumor melanoma (20-25%) (14-45%) Beeldvorming bij botmetastasen S. Pans Dienst

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 175

Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 175 Samenvatting Chapter 11 174 Samenvatting In dit hoofdstuk worden de studies die in dit proefschrift worden beschreven samengevat en bediscussieerd. Dit proefschrift richt zich op kankercel specifieke middelen,

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting nederlandse samenvatting Algemene inleiding Primair bot lymfoom is een zeldzame aandoening. Het is een extranodaal subtype van het grootcellig B non Hodgkin lymfoom, dat zich

Nadere informatie

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C C. Wervelkolom nhoudsopgave 1 C 2 C 3 C 4 C 5 C 6 C 7 C 8 C 9 C Congenitale aandoeningen... 1 Myelopathie (excl. trauma s van de wervelkolom)... 1 Mogelijke atlanto-axiale subluxatie... 1 Nekpijn... 1

Nadere informatie

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen

Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen Borst- en/of eierstokkanker: Erfelijk risico en genetisch testen In onze bevolking heeft iedere vrouw een risico van ongeveer 10% om in de loop van haar leven borstkanker te krijgen en 1,5% om eierstokkanker

Nadere informatie

Brachytherapie als minimaal invasieve curatieve therapie voor gelokaliseerd prostaatcarcinoom:

Brachytherapie als minimaal invasieve curatieve therapie voor gelokaliseerd prostaatcarcinoom: Brachytherapie als minimaal invasieve curatieve therapie voor gelokaliseerd prostaatcarcinoom: Resultaten na 3 jaar ervaring in AZ Damiaan Dienst Urologie P. Mattelaer D. Ponette J. Darras prostaatkanker

Nadere informatie

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C 10 C

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C 10 C C. Wervelkolom nhoudsopgave 1 C 2 C 3 C 4 C 5 C 6 C 7 C 8 C 9 C 1 C Congenitale aandoeningen... 1 Myelopathie (excl. trauma s van de wervelkolom)... 1 Mogelijke atlanto-axiale subluxatie... 1 Nekpijn...

Nadere informatie

Ontwikkelingen en behandelmogelijkheden bij de patiënt met oesofagus- of maagcarcinoom. 17-9-2015 dr. Marije Slingerland, internist-oncoloog

Ontwikkelingen en behandelmogelijkheden bij de patiënt met oesofagus- of maagcarcinoom. 17-9-2015 dr. Marije Slingerland, internist-oncoloog Ontwikkelingen en behandelmogelijkheden bij de patiënt met oesofagus- of maagcarcinoom 17-9-2015 dr. Marije Slingerland, internist-oncoloog Doelgerichte therapie bij het lokaal gevorderd en gemetastaseerd

Nadere informatie

Borstchirurgie: mastectomie met okselklieruitruiming

Borstchirurgie: mastectomie met okselklieruitruiming AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40 AZ Monica, campus Deurne Florent Pauwelslei 1 2100 Deurne T 03 320 50 00 F 03 320 56 00 Borstchirurgie: mastectomie

Nadere informatie

Bijwerkingen op de nier. Patricia van den Bemt Lareb Bijwerkingendag 20-11-2014

Bijwerkingen op de nier. Patricia van den Bemt Lareb Bijwerkingendag 20-11-2014 Bijwerkingen op de nier Patricia van den Bemt Lareb Bijwerkingendag 20-11-2014 Belangrijkste aandoeningen Acuut nierfalen Pre-renaal Renaal Post-renaal Nefrotisch syndroom Chronisch nierfalen Acuut nierfalen

Nadere informatie

nederlandse samenvatting

nederlandse samenvatting Nederlandse Samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING Inleiding Hartfalen is een syndroom, waarbij de pompfunctie van het hart achteruitgaat en dat onder andere gepaard kan gaan met klachten van kortademigheid

Nadere informatie