Aandachtspunten voor preventie van marginalisering van Antillianen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Aandachtspunten voor preventie van marginalisering van Antillianen"

Transcriptie

1 Aanvulling op Cahier Het kennisfundament t.b.v. de aanpak van criminele Marokkaanse jongeren Aandachtspunten voor preventie van marginalisering van Antillianen Eindredactie: D. Brons N. Hilhorst F. Willemsen Wetenschappelijk Onderzoeken Documentatiecentrum

2

3 Inhoud Inleiding 1 Deel IVa Aandachtspunten voor preventie van marginalisering van Antillianen 3 1 Inleiding 3 2 Jeugdige 4 3 Gezin 7 4 Omgeving 13 5 Leeftijdgenoten 15 Literatuur 17 Bijlage 1 Aangrijpingspunten voor preventie 21

4

5 Inleiding Nederlandse jongeren van Antilliaanse herkomst zijn, naast onder meer jongeren van Marokkaanse herkomst, relatief sterk vertegenwoordigd in de criminaliteitscijfers. Het relatief hoge aandeel van jongeren van Antilliaanse en Marokkaanse herkomst vormt een hardnekkig probleem en vaak wordt er gewezen op kenmerken als sociaal-economische achterstand van een deel van de populatie of op culturele factoren die samenhangen met dit probleem. Dat er sprake is van samenhang tussen criminaliteit en bovengenoemde kenmerken zegt echter nog niet veel over een causale relatie tussen beide. Of door het beïnvloeden van deze factoren de criminaliteit daalt, is ook niet a-priori evident. Een bredere kennis over oorzaken van criminaliteit is kortom noodzakelijk. Eind 2008 heeft het WODC het rapport Kennisfundament t.b.v. de aanpak van criminele Marokkaanse jongeren uitgebracht, dat beoogt bij te dragen aan de ontsluiting en verspreiding van kennis op dit terrein. Hierin werd onder andere aangegeven dat het rapport beschouwd moet worden als een groeidocument dat allereerst is samengesteld ten behoeve van de aanpak van criminele Marokkaanse jongeren, maar ook aangevuld kan worden ten behoeve van andere doelgroepen. In dit aanvullende document (Deel IVa) wordt door Marjolijn Distelbrink en Trees Pels van het Verwey-Jonker Instituut uitgebreid aandacht besteed aan de Antilliaanse doelgroep. Maar eerst zal kort worden ingegaan op wat er tot nu toe in het Kennisfundament aan de orde is gekomen. Om te streven naar een zo compleet mogelijk overzicht van verklaringen van jeugdcriminaliteit, bestaat het kennisfundament uit een vijftal delen. 1 Allereerst heeft het WODC verschillende wetenschappers gevraagd om vanuit uiteenlopende disciplines en vanuit eigen invalshoek zowel literatuur op het gebied van de bovengenoemde problematiek te verzamelen en te synthetiseren, en effectief gebleken aanpakken uit binnen- en buitenland te presenteren. Het gaat om zowel theoretische kennis als om effectief gebleken voorbeelden uit de praktijk. De bijdragen die zijn opgenomen in het kennisfundament zijn: Deel I Kennisfundament aanpak jongeren: Grenzen stellen Prof. Dr. Geert Vevaeke, buitengewoon hoogleraar Katholieke Universiteit Leuven, Leuvens Instituut voor Criminologie en Lic. Evy De Caluwé. Deel II Kennisfundament aanpak jongeren: Risicoreductie Interventies voor jongeren die antisociaal gedrag vertonen: Kenmerken, werkzame mechanismen en moderatoren van effectiviteit. Prof. Dr. Maja Deković, hoogleraar Universiteit Utrecht, Capaciteitsgroep Kinder- en Jeugdstudies en Dr. Jessica J. Asscher. Deel IIIA Kennisfundament aanpak jongeren: Gewetensvorming Gewetensvorming, jeugdcriminaliteit en etniciteit: Een researchsynthese. Prof. Dr. Corine de Ruiter, hoogleraar Forensische Psychologie aan de Universiteit Maastricht en Kim van Oorschouw. 1 Dit rapport is te downloaden op de website van het WODC, 1

6 Deel IIIB Kennisfundament aanpak jongeren: Binding Sociale binding, jeugdcriminaliteit en etniciteit: Een researchsynthese Prof. Dr. Corine de Ruiter, hoogleraar Forensische Psychologie aan de Universiteit Maastricht en Sanne Hillege. In de bovenstaande bijdragen ligt de nadruk op algemene (of generieke) theorieën, mechanismen en interventies en is er beperkte aandacht voor onderwerpen als etniciteit. Daarom is er aan het kennisfundament een vierde bijdrage toegevoegd die gaat over kenmerken van de Marokkaanse doelgroep die samenhangen met criminaliteit. Deel IV Aandachtspunten voor preventie van marginalisering van jongens van Marokkaanse afkomst Dr. Trees Pels van het Verwey-Jonker Instituut. Vervolgens is in dit rapport het rationele keuzemodel gepresenteerd waarmee de gegenereerde kennis in zijn geheel kan worden beschouwd. Dit model kan gemeentes helpen in het samenstellen van een integrale aanpak criminaliteit gepleegd door jongeren. Deel V Het rationele keuzemodel en het kennisfundament Drs. Frank Willemsen van het WODC. Het onderdeel dat we nu aan het fundament toevoegen gaat over Antilliaanse jongeren. Deel IVa Aandachtspunten voor preventie van marginalisering van Antillianen Dr. Marjolijn Distelbrink en Dr. Trees Pels van het Verwey-Jonker Instituut. Het kennisfundament is op initiatief van de Directie Justitieel Jeugdbeleid en het WODC samengesteld. Regelmatig worden de resultaten gepresenteerd aan beleidsmakers en professionals die te maken hebben met criminele Marokkaanse of Antilliaanse jongeren. 2

7 Deel IVa Aandachtspunten voor preventie van marginalisering van Antillianen Marjolijn Distelbrink Trees Pels Verwey-Jonker Instituut, Utrecht 1 Inleiding Ten behoeve van het kennisfundament aanpak Antillianen is aan het Verwey- Jonker Instituut gevraagd om de specifieke achtergronden van marginalisering bij deze doelgroep te belichten. Daartoe is gebruik gemaakt van de in Nederland beschikbare onderzoeksgegevens, zowel over marginaliserende jongeren als over de socialisatie en ontwikkeling van Antilliaanse jongeren in het algemeen. Een goed zicht op de bredere (pedagogische) context waarin jongeren opgroeien is immers van belang voor begrip van hun problemen en preventie ervan. In het navolgende ligt het accent echter wel op jongeren in de gevarenzone; de betreffende gegevens kunnen dus niet gegeneraliseerd worden naar de bredere populatie. De verschillende aandachtspunten worden elk beknopt beschreven, naar de vier niveaus waar zij analytisch het best onder zijn te groeperen: dat van het individu, gezin, bredere omgeving en peergroup. In de bijlage op pagina 25 staat per niveau vermeld welke aangrijpingspunten voor de aanpak van de jongeren (of hun gezin en bredere omgeving) voortvloeien uit de geschetste problemen en achtergronden. Naar analogie met het kennisfundament aanpak Marokkanen (Pels, 2008) wordt in deze tekst met name ingegaan op achtergronden van risicogedrag bij jongeren. Interventies richten zich doorgaans ook op deze leeftijdcategorie. Eén van de bijzonderheden voor de Antilliaanse groepering is echter dat het relatief hoge risico op crimineel gedrag en marginalisering niet beperkt is tot jongeren. Onderzoek laat zien dat ook de betrokkenheid bij crimineel gedrag van oudere leeftijdgroepen (tot 35/40 jaar) in deze groepering aanzienlijk hoger is dan gemiddeld (Blom et al., 2005; Jennissen & Blom, 2007). Bovendien is betrokkenheid bij criminaliteit bij Antillianen minder uitsluitend voorbehouden aan mannen. Ook vrouwen maken zich, veel vaker dan in de meeste andere etnische groepen, schuldig aan delicten. Anders dan bij de Marokkaanse groepering, waar vooral de tweede generatie de categorie is die zorgen baart, geldt tot slot bij de Antilliaanse groepering dat juist de eerste generatie sterk is oververtegenwoordigd in criminaliteitscijfers. Dit gegeven hangt samen met de grote instroom van een economisch zwakke nieuwe eerste generatie sinds halverwege de jaren 80 (bijv. Van Hulst, 1997, 2003). Uit een analyse van Rotterdamse cijfers blijkt overigens dat daar recent ook de criminaliteitscijfers onder de Antilliaanse tweede generatie stijgen (Van San, De Boom & Van Wijk, 2007). 3

8 2 Jeugdige Gebrek aan conventioneel kapitaal Onder Antilliaanse jeugdigen en jongvolwassenen doet zich een sterke tweedeling voor in achtergronden en kansen tussen de tweede generatie en de eerste generatie vaak relatief kort in Nederland. De tweede generatie, veelal afstammend van de oude eerste generatie, die zich gemiddeld kenmerkt door een goede opleiding en goede taalbeheersing, onderscheidt zich wat betreft kansen, opvattingen en gedragingen weinig van autochtone leeftijdgenoten (Dagevos & Gijsberts, 2007; Distelbrink & Hooghiemstra, 2005). De eerste generatie is het sterkst vertegenwoordigd in criminaliteitscijfers. Het gaat voor een belangrijk deel om (jonge) mannen en vrouwen die de afgelopen twee decennia naar Nederland zijn gemigreerd vanuit de hoop op positieverbetering; deels alleenstaand of met hun ouders, deels met kinderen. Veel van deze migranten ontbreekt het aan conventioneel kapitaal dat hen kan helpen om zich te ontwikkelen in Nederland en aansluiting te vinden bij onderwijs en werk. Ze hebben weinig opleiding, beheersen de Nederlandse taal maar in beperkte mate en zijn afkomstig uit lagere sociale klassen op de Antillen. Velen hebben weinig kennis van de Nederlandse samenleving (bijv. Steketee et al., 2003; Van Hulst, 1997). De gevolgen ervan zijn bekend: de schooluitval onder jonge Antillianen van de eerste generatie is hoog (Dagevos & Gijsberts, 2007), evenals de jeugdwerkloosheid (Dagevos, 2006). Niet alleen voor jongeren en jongvolwassenen zelf, maar ook voor hun kinderen kan het gebrek aan conventioneel kapitaal gevolgen hebben voor het missen van de aansluiting bij de samenleving. De zwakkere onderwijspositie, kennis van de Nederlandse samenleving en taalbeheersing van ouders van de (nieuwe) eerste generatie (Distelbrink & Hooghiemstra, 2005) kan een verklaring vormen voor de verslechterende prestaties in het basisonderwijs van Antilliaanse kinderen (Gijsberts & Herweijer, 2007). Gebrek aan bindingen Ook op andere terreinen dan onderwijs en arbeidsmarkt is niet zelden sprake van een gebrek aan bindingen bij jonge Antillianen. Uit onderzoek onder jonge recente migranten uit de Antillen blijkt dat zij vaak zonder ouders naar Nederland komen. Ze wonen tijdelijk bij familieleden die ze niet altijd even goed kennen, en die hen ook lang niet altijd structureel kunnen opvangen. De mobiliteit onder jongeren is dan ook hoog; velen verhuizen voortdurend van de ene naar de andere tijdelijke verblijfplaats. Hun huisvestingspositie is al met al verre van rooskleurig. Daarnaast wordt veel gependeld tussen Nederland en het herkomstland (bijv. Steketee et al., 2003). Uit onderzoek onder gemarginaliseerde jongeren komt naar voren dat velen van hen al vóór de migratie de binding met onderwijs en werk en met de mainstream cultuur zijn verloren. Een groot deel is afkomstig uit problematische wijken met veel criminaliteit en elementen van een armoedecultuur (Van Hulst & Bos, 1993; Van Wijk et al., 2003). Veel jongeren hebben ook na de migratie zowel in de wijdere Nederlandse samenleving als in de eigen familie en gemeenschap nauwelijks bronnen om op terug te vallen. Mede als gevolg van hun beperkte kansen op het vinden van regulier werk en een eigen woning is bovendien de schuldenproblematiek groot onder kansarme jongeren die kort in Nederland zijn (Bovenkerk, 2001). Niet zelden geldt voor jongeren die zonder hun ouders naar Nederland komen dat zij in het herkomstland al opgroeiden in problematische omstandigheden in hun leefomgeving 4

9 en/of gezin (Steketee e.a. 2003). Degenen die met justitie in aanraking komen in Nederland zijn vaak al op de Antillen hun criminele loopbaan gestart (bijv. Bovenkerk, 2000). Twee andere factoren verdienen nog aandacht vanuit het bindingsperspectief: de binding met een partner en de binding met Nederland. Op de laatste factor wordt verderop ingegaan. Wat betreft de eerste: in criminologisch onderzoek geldt gezinsvorming of het aangaan van een vaste relatie als een belangrijke factor die er toe kan bijdragen dat jongeren hun criminele loopbaan beëindigen. Bij (eerste generatie) Antillianen is deze protectieve factor maar in beperkte mate aanwezig. Veel Antilliaanse jongens zijn wel vader maar leven niet in gezinsverband met hun kinderen en/of hebben geen relatie meer met de moeder (bijv. Vedder, 1998; Van San et al., 2007). Dit zou mede een verklaring kunnen vormen voor het tot in de volwassenheid voortduren van criminele carrières. Voor jonge vrouwen, die de kinderen vaak alleen opvoeden, blijkt het moederschap overigens evenmin een factor die hen ervan weerhoudt zich in (drugsgerelateerde) criminaliteit te begeven, zo blijkt uit kwalitatief criminologisch onderzoek in Rotterdam (Van San et al., 2007). De binding aan en verantwoordelijkheid voor kinderen heeft kennelijk minder (positief) effect dan in andere groepen, ofwel: de criminele activiteit wordt er minder door geremd. Niet-conventionele normen en waarden Een groot deel van de Antillianen in Nederland komt in opvattingen en doelen sterk overeen met autochtone Nederlanders; van degenen die samenwonen heeft een aanzienlijk deel bovendien een autochtone partner (bijv. Distelbrink & Hooghiemstra, 2005). Anderzijds groeien veel jongeren op in een omgeving met waarden die in meerdere of mindere mate verschillen van de mainstream Nederlandse cultuur. In een deel van de gevallen gaat het om niet-conventionele normen en waarden die in potentie kunnen bijdragen aan het ontstaan van criminele carrières. In verschillende kwalitatieve onderzoeken onder gemarginaliseerde of kansarme groepen wordt bijvoorbeeld gewag gemaakt van een sterke gerichtheid op materiële rijkdom of luxe goederen, die jongeren en jongvolwassenen (waaronder moeders) gevoelig maakt voor onder andere drugscriminaliteit (Van Wijk et al., 2003; Van San et al., 2007). Veel jongeren steken zich in schulden om er een luxueuze levensstijl op na te kunnen houden, voor zichzelf of voor hun kinderen. Als uitweg uit hun problematische situatie is het snelle geld dat met drugs verdiend kan worden een aantrekkelijke optie. Een ander element dat in de literatuur naar voren komt is de mate waarin geweld onderdeel is van het gewone gedragsrepertoire. Antilliaanse criminele jongeren vallen op door hun vaak excessieve gebruik van geweld. Uit onderzoek van Kromhout en Vedder uit de jaren 90 (Kromhout & Vedder, 1996) blijkt dat Antilliaanse jongens agressief gedrag zoals vechten of de baas spelen positiever waarderen dan autochtoon-nederlandse kinderen. Opvoeding lijkt hierbij een rol te kunnen spelen. Zoals nog ter sprake komt, is strenge en fysieke straf een belangrijk controlemiddel in een deel van de gezinnen. Daarnaast kan de seksespecifieke opvoeding, die stoer gedrag bij jongens stimuleert, een deelverklaring vormen (Vedder, 1998). Normalisering van geweld wordt ook wel in verband gebracht met de straatcultuur of eercultuur die in sommige subgroepen in de volksklasse heerst en waarbij respect van leeftijdgenoten wordt verkregen door het gebruik van agressie (bijv. Bovenkerk, 2000; Van San, 1998). Van San (1998) heeft de werking van dit mechanisme uitgebreid beschreven in een kwalitatieve 5

10 studie onder jonge kansarme Antillianen. Velen van de door haar geïnterviewden hebben een mes op zak en zien het als normaal en geoorloofd om dit te gebruiken in reactie op beledigingen of als zij zich aangevallen voelen. Een blik kan al voldoende reden zijn om geweld te gebruiken; conflicten worden soms bewust opgezocht. Extra gevoelig liggen beledigingen van de moeder. Negatief zelfbeeld en juist sterke assertiviteit Veel jongeren en jongvolwassenen van Antilliaanse herkomst hebben volgens hulpverleners een negatief zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen. Tegelijkertijd zou in contact met hulpverleners juist sprake zijn van een te positief beeld van eigen kunnen en juist sterke assertiviteit, grenzend aan agressie (Van Hulst, 1997). Een negatief zelfbeeld en onderling wantrouwen worden door deskundigen onder andere in verband gebracht met het slavernijverleden (bijv. Ninsee, 2006). Zo wijst Van Hulst (1997, 2003) op het internaliseren van minderwaardigheidsgevoelens over de eigen huidskleur, taal en cultuur en de intergenerationele overdracht van inschikkelijkheid via de opvoeding. Overschatting wordt door deze auteur eveneens onder meer verklaard uit de opvoeding, die kinderen weinig zelfreflectie zou bijbrengen. Overigens doet van Hulst uitspraken over opvoeding op grond van ouder onderzoek en niet op grond van eigen onderzoek. In onderstaande gaan we hier uitgebreider op in. Assertief of zelfs agressief gedrag tegenover hulpverleners wordt door van Hulst onder andere toegeschreven aan historisch gegroeide boosheid over de eigen kansloze positie en de rol van Nederland daarin die bij een deel van de volksklasse heerst, en die onderdeel is van een bredere ambivalente houding ten aanzien van Nederland (zie verderop). Ook in enkele andere kwalitatieve onderzoeken wordt gesteld dat met name kansarme jongens zich snel aangevallen of negatief bejegend voelen in interactie met professionals, bijvoorbeeld in de strafketen (Van Wijk et al., 2003; Klooster et al., 1999). Strafbeleving De mate waarin jongeren zich laten afschrikken door straffen op regelovertredend gedrag is onder meer afhankelijk van de wijze waarop zij straffen waarderen. Bovenkerk (2000) meldt dat de politie als soft wordt gezien door gemarginaliseerde Antilliaanse jongeren. In een kleinschalig onderzoek onder jongeren die in aanraking zijn geweest met justitie wordt eveneens gemeld dat Antilliaanse jongeren veelal weinig onder de indruk zijn van Nederlandse straffen (Klooster et al., 1999; vgl. Nèt loke falta, 2001). Vooral de invloed van peers lijkt daarbij van belang. Juist tegenover leeftijdgenoten halen Antilliaanse gestraften openlijk de schouders op over de straffen die ze krijgen (Klooster et al., 1999). Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat ze straffen soms juist zwaar vinden, omdat ze vergrijpen waarvoor ze worden gestraft zelf deels als minder ernstig zien. Het uitzitten van een straf zonder dat daarbij aandacht is voor ontwikkeling van kansen wordt overigens door jongeren als negatief ervaren (ibid.). De kans dat ze daarbij nadien weer terugvallen in crimineel gedrag is aanzienlijk. 6

11 3 Gezin Pedagogisch eenzijdige benadering In de opvoeding kunnen allerlei aspecten van invloed zijn op ontwikkelingskansen van jongeren en daarmee op de kans op marginalisering, zoals hierboven al werd aangestipt. In de pedagogische literatuur gelden onder meer een strenge autoritaire opvoeding zonder warmte, een slechte ouder-kind relatie en inconsistentie als risicofactoren. Binnen de Nederlandse context kan onder andere een eenzijdige nadruk op conformiteit van invloed zijn op kansen, bijvoorbeeld doordat in de omgeving assertiviteit en zelfstandig denken wordt verwacht (bijv. Pels, 2000). Onderzoek naar opvoedingsdoelen laat zien dat zich binnen de Antilliaanse gemeenschap een sterke variatie voordoet tussen verschillende subgroepen van ouders in nadruk op conformiteit of autonomie. De nieuwe eerste generatie hecht meer aan gehoorzaamheid en minder aan zelfstandigheid van (bijna volwassen) kinderen, in vergelijking met de oude eerste generatie van voor 1990 (Distelbrink & Hooghiemstra, 2005). Een breed en recent beeld van de Antilliaanse opvoeding ontbreekt overigens (vgl. van der Hijden e.a. 2005). De beschikbare gegevens zijn deels oud en deels afkomstig uit kleinschalig onderzoek. Uit de gegevens komt naar voren dat met name de opvoeding in gezinnen van wat lager geschoolde ouders, afkomstig uit de Antilliaanse volksklasse, elementen in zich draagt die van belang kunnen zijn voor verminderde kansen van jongeren: een sterke nadruk op conformiteit en weinig aandacht voor autonomie, in combinatie met strenge fysieke straffen en weinig uitleg van regels (Van Hulst, 1997; Van Dijke, Van Hulst & Terpstra, 1990; Pool, Geense & Lucassen, 2005). Van Hulst (1997) vermeldt, gebaseerd op observaties van Römer onder volksklasse gezinnen op de Antillen uit 1981, dat kinderen op zeer jonge leeftijd worden verwend met aandacht, waarna een omslag plaatsvindt naar een sterke nadruk op gehoorzaamheid, afgedwongen met strenge fysieke disciplinering. In gezinnen zou weinig mét maar vooral tegen kinderen worden gepraat en zou voorts sprake zijn van inconsistente disciplinering; of kinderen voor een bepaald vergrijp of gedrag worden gestraft, hangt sterk af van de dag of de bui van opvoeders. De auteur verklaart de gevonden elementen in de opvoeding uit omstandigheden als armoede en kansloosheid. Elders brengt hij het kleinhouden en strenge disciplineren van kinderen ook in verband met de dominante verhoudingen in de periode van de slavernij en daarna (Van Hulst, 2003). De geschetste opvoeding zou zoals gezegd onder andere leiden tot een weinig ontwikkelde reflectie op de eigen vermogens bij kinderen en daarnaast tot beperkte communicatieve vaardigheden. Onderzoek van Van Dijke, Van Hulst en Terpstra (1990) onder laaggeschoolde Antilliaanse moeders in Nederland bevestigt het belang van discipline en gehoorzaamheid in de traditionele volksklasse opvoeding maar laat ook nuances zien op het bovengeschetste beeld. Voor de moeders die zij interviewden blijft het belang van conformiteit als centraal opvoedingsdoel onbetwist. Wel komt naar voren dat de ondervraagden langzamerhand meer ruimte geven aan openheid, een vertrouwensband en de eigen mening van kinderen (vgl. Daal, 2004) en aan alternatieven voor fysieke straf. Recent onderzoek onder een etnisch diverse groep laag- tot middelbaar opgeleide ouders in Rotterdam (Pool, Geense & Lucassen, 2005), bevestigt dat er sprake is van veranderingen. Antilliaanse ouders hebben evenals veel andere allochtone ouders een ontwikkeling hebben doorgemaakt waarin autoritatieve 7

12 controle naast autoritaire controle een plaats in de opvoeding heeft gekregen (vgl Pels, 2000; Distelbrink et al., 2005). De mate waarin verschilt van gezin tot gezin (zie ook Kook & Vedder, 1998). Wel lijkt in de opvoeding in Antilliaanse gezinnen de nadruk op fysieke straffen groter dan in qua opleiding en woonsituatie vergelijkbare Turkse en Marokkaanse gezinnen (Pool, Geense & Lucassen, 2005). Een deel van de Antilliaanse ouders in genoemd onderzoek laat de kinderen erg vrij en is de grip op hen kwijt. Pedagogisch vacuüm? Eenouderschap en tienermoederschap Een risicofactor die veel wordt genoemd in met name de criminologische literatuur over problemen bij Antilliaanse jongeren is het opgroeien in een eenoudergezin. Ruwweg de helft van de Antilliaanse kinderen in Nederland groeit op in een eenoudergezin (bijv. Distelbrink & Hooghiemstra, 2005). Contacten met vaders zijn, als zij niet inwonen, niet zelden beperkt (Van Dijke et al., 1990). Het veelvuldig voorkomen van eenouderschap heeft, evenals bij Creools-Surinaamse gezinnen, zijn wortels in een complex van factoren, waaronder de slavernij en ongunstige economische omstandigheden (bijv. Distelbrink, 2000; Ninsee, 2006). Negatieve gevolgen van het opgroeien in een eenoudergezin vinden blijkens internationale literatuur doorgaans hun oorzaak in een combinatie van factoren. Stress als gevolg van armoede en conflicten voor/rond of na de scheiding kunnen leiden tot een verminderde kwaliteit van de ouder-kind relatie en verminderde controle en ondersteuning. De grotere taaklast als alleenstaande ouder en het niet kunnen delen van opvoedingsverantwoordelijkheid kunnen de opvoeding verzwaren. Voorts kunnen pedagogische tekorten ontstaan doordat moeders de ontbrekende vader niet geheel kunnen vervangen, bijvoorbeeld als het om controle en overwicht op de kinderen gaat. Het toezicht kan daardoor minder zijn. Kinderen zelf hebben vaak vooral last van conflicten waarmee scheidingen gepaard gaan. Dit is één van de belangrijkste factoren die negatieve effecten van scheiding op kindontwikkeling verklaart. Daarnaast kan het beroep op kinderen door moeders te groot worden in gezinnen waar zij de ontbrekende vader vervangen (Distelbrink, 2000). Voor met name zonen kan het ontbreken van een positief mannelijk rolmodel risico s opleveren, zoals onder meer in criminologische literatuur veel wordt benadrukt. In hoeverre al dit soort factoren de opvoeding in Antilliaanse eenoudergezinnen daadwerkelijk verzwaren of onder druk zetten als gevolg van de gezinsstructuur is op grond van onderzoek niet te zeggen. Het is bekend dat veel jongeren die afglijden afkomstig zijn uit eenoudergezinnen (bijv. Van San, 1998). Of het eenouderschap daarbij een causale factor is, is echter nauwelijks onderzocht. Onderzoek onder Creools-Surinaamse gezinnen in Nederland (Distelbrink, 1998, 2000) maakt duidelijk dat eenouderschap in deze groepering gemiddeld geen sterk effect heeft op de opvoeding(sbeleving) en ontwikkelingskansen van kinderen, in vergelijking met bijvoorbeeld autochtonen. Verklaringen hiervoor zijn onder meer dat het eenoudergezin in Surinaamse kring minder wordt gestigmatiseerd omdat het nauwelijks een bijzondere gezinsvorm is te noemen in deze groepering. Voorts worden dochters impliciet voorbereid op het alleenstaand moederschap ook al geldt het niet als ideaal. Vrouwen zijn bovendien in zowel één- als tweeoudergezinnen de spil van het gezin (matrifocaliteit). Tot slot kunnen moeders in elk geval voor informele steun meer dan gemiddeld terugvallen op hun netwerk. Al deze elementen kunnen de eerder genoemde negatieve effecten van eenouderschap compenseren. Een laatste factor van belang is dat 8

13 uitwonende (stief)vaders bovendien in sommige gevallen een ondersteunende rol vervullen in de opvoeding; veel alleenstaande moeders delen de opvoeding voor een deel met een niet-inwonende lat-partner (Distelbrink, 1998). Onbekend is in hoeverre de genoemde fenomenen ook opgaan voor Antilliaanse eenoudergezinnen. Overeenkomstig met Surinaamse gezinnen en bijdragend aan het (blijvend) grote aandeel eenoudergezinnen is in elk geval de sterke moederschapsideologie in combinatie met matrifocaliteit, het gewend zijn aan en het voorbereiden van dochters op eenouderschap (Van Dijke et al., 1990). Daarnaast is er echter een aantal factoren dat de opvoeding in Antilliaanse eenoudergezinnen mogelijk verzwaart, en waardoor het aannemelijk is dat er wel degelijk problemen kunnen ontstaan als gevolg van het alleen opvoeden. Uit het al genoemde onderzoek van Van Dijke et al. komt naar voren dat vrouwen na de migratie vaak maar in zeer beperkte mate kunnen terugvallen op een ondersteunend netwerk (zie ook Van Hulst, 1997). Anders dan veel Surinaamse alleenstaande moeders zijn veel alleenstaande Antilliaanse moeders bovendien naar verhouding recent gemigreerd en missen zij het kapitaal om hun kinderen goed voor te bereiden op de Nederlandse maatschappij. Juist de opeenstapeling van dit soort factoren kan voor problemen zorgen. Veel gezinnen kampen voorts met grote financiële problemen (Van Dijke et al., 1990). Armoede is een belangrijke risicofactor die de opvoeding onder druk kan zetten. Een andere belangrijke risicofactor die juist in Antilliaanse kring het meest speelt is tienermoederschap. De kans tienermoeder te worden blijft, ondanks een daling de afgelopen jaren, beduidend hoger onder Antilliaanse meisjes dan onder andere allochtone groepen (bijv. Garssen, 2004; Garssen & Wageveld, 2007). Juist in jonge eenoudergezinnen is de kans groot dat er sprake is van een opeenstapeling van risicofactoren als armoede, weinig perspectief op inkomensverbetering door een gebrek aan diploma s, wonen in concentratiewijken, geen (lat-)partner om de opvoeding mee te delen, opvoedingsonzekerheid en isolement (bijv. Ninsee, 2006; Van Leeuwen, Oudijk & Stoele, 2000; Wijsen & Van Lee, 2006). Uit Amerikaans onderzoek naar opvoedingsgedrag en ontwikkeling van kinderen van tienermoeders komt een verhoogd risico op delinquent gedrag van kinderen van tienermoeders naar voren. Tienermoeders blijken hun kinderen onder andere minder (verbaal) te stimuleren en restrictiever en autoritairder te zijn dan andere moeders (Moore & Brooks-Gunn, 2002). Of alleenstaand moederschap en/of tienermoederschap de opvoeding verzwaart en tot negatieve uitkomsten leidt in vergelijking met tweeoudergezinnen, is zoals aangegeven niet onderzocht onder de Antilliaanse groepering in Nederland. Uit zelfrapportage van alleenstaande Antilliaanse moeders van probleemjongeren komt naar voren dat zij problemen met hun zonen deels wijten aan de afwezigheid van vaders, maar tegelijkertijd aangeven dat hun aanwezigheid ook weinig zou hebben uitgemaakt (Van San, 1998; vgl. Distelbrink, 2000 voor Creools-Surinaamse moeders). In het onderzoek van Van Dijke et al. (1990) en het kleinschalige onderzoek van Ostiana (2007) ervaart een deel van de alleenstaande moeders de opvoeding als zwaarder als gevolg van het ontbreken van een partner. Onderzoek van Wijsen en Van Lee onder o.a. Antilliaanse tienermoeders (2006) vestigt de aandacht op nog een andere factor die problematisch kan zijn en die verband houdt met het alleenstaand moederschap: de (tijdelijke) aanwezigheid van stiefvaders in het gezin en opvoedingsproblemen die daarmee samenhangen. Inzicht in de mate waarin dit probleem speelt en de wijze waarop dit van 9

14 invloed is op de ontwikkeling van probleemgedrag is niet te geven op grond van het voorhanden zijnde onderzoek. Van San (1998) maakt overigens wel melding van de problemen die de komst van stiefvaders in gezinnen met zich kunnen brengen; veel jongens accepteren hun gezag niet. Vedder (1995) roert tot slot nog een ander punt aan, dat van belang kan zijn in verband met de afwezigheid van vaders in gezinnen: het soms zeer onregelmatige contact met uitwonende vaders kan tot emotionele problemen bij kinderen leiden (vgl. Distelbrink, 2000 voor Surinaamse gezinnen). Naar de omvang van deze problematiek is evenmin onderzoek gedaan. Het is echter aannemelijk dat dit fenomeen een rol speelt in een deel van de gezinnen. Seksespecifieke opvoeding Het veelvuldig voorkomen van alleenstaand moederschap heeft in elk geval zijn weerslag op de sekse-specifieke socialisatie in Antilliaanse gezinnen. Naar analogie met Creools-Surinaamse gezinnen ( je diploma is je man, Distelbrink, 2000) wordt in de literatuur melding gemaakt van verschillen in de opvoeding van zonen en dochters, waarbij de eersten minder verantwoording krijgen bijgebracht en meer worden verwend (bijv. Van Hulst, 1997). Meisjes worden opgevoed met gezinsverantwoordelijkheid in het vooruitzicht; zij moeten zichzelf financieel kunnen redden, want op mannen kunnen ze niet bouwen. Een diploma is daarom van groot belang. Bovendien worden ze beschermder opgevoed dan jongens vanwege de kans dat zij zwanger raken (bijv. Van Dijke, Van Hulst & Terpstra, 1990; zie ook Daal, 2004; Vedder, 1995). Bij jongens daarentegen staat de toekomstige gezinsverantwoordelijkheid niet altijd even centraal (ibid.). Eerder worden zij aangesproken als vervangende vaderfiguur. Van hen wordt bijvoorbeeld verwacht dat ze (financieel) zorgen voor hun moeder of optreden als beschermer van haar eer (Vedder, 1998). Terwijl meisjes worden gewaarschuwd voor jongens, wordt in de opvoeding van jongens weinig aandacht besteed aan terughoudendheid in contacten met meisjes. Zij krijgen juist meer vrijheid, vanuit achterliggende noties over mannelijkheid, waarbij stoer mannelijk gedrag wordt gestimuleerd, al vanaf jonge leeftijd (bijv. Van Dijke, Van Hulst & Terpstra, 1990; Van San, 1998). Gebrek aan conventioneel kapitaal In veel gezinnen, met name gezinnen afkomstig uit de lagere klassen op de Antillen, geldt een gebrek aan conventioneel verbaal, sociaal, cultureel en informatie-kapitaal, dat in de eerste plaats repercussies heeft voor de ondersteuning van kinderen bij hun start in en gang door het onderwijs (zie bijv. Vedder, 1995). Ouders zijn hiertoe minder in staat. Tegenwoordig wordt sterk het belang van onderwijsondersteuning benadrukt. Deze krijgt in veel allochtone gezinnen vorm door nadruk op presteren en controle op huiswerk en vorderingen (Distelbrink & Pels, 2000). De moderne school verwacht echter meer steun en begeleiding van ouders. Mede vanwege de taalbarrière en onbekendheid met het onderwijs kan de relatie tussen Antilliaanse ouders en school afstandelijk zijn, zo komt uit het beperkte beschikbare onderzoek naar voren (bijv. Daal, 2004). Ouders zijn voorts vanuit de Antillen weinig gewend aan nieuwere onderwijsvormen. Uit onderzoek van Vedder op de Antillen in de jaren 80 (geciteerd in Vedder, 1995) blijkt dat het onderwijs er sterk is gericht op memoriseren en weinig stimulerend als het gaat om de ontwikkeling van de vorming van een eigen mening of kritisch en logisch denken. 10

15 Niet-conventionele normen en waarden In een deel van de Antilliaanse gezinnen gelden niet-conventionele normen en waarden die kunnen bijdragen aan het ontstaan of voortduren van crimineel gedrag. Zo wordt in sommige subgroepen crimineel gedrag meer of minder impliciet goedgekeurd. Met name voor expressieve delicten (geweldsdelicten begaan in reactie op beledigingen ) bestaat bij (volksklasse) ouders niet zelden begrip, zo komt uit het kwalitatieve criminologische onderzoek van Van San (1998) naar voren. Ook Nijsten e.a. (2002) wijzen erop dat geweldsdelicten naar verhouding veel worden gerelativeerd door Antilliaanse ouders van probleemkinderen. Overigens worden volgens Van San (1998; Van San et al., 2007) ook instrumentele delicten, zoals diefstallen, niet altijd expliciet afgekeurd door ouders. Luxegoederen worden bijvoorbeeld zonder vragen naar de herkomst aangenomen door moeders (ibid.). Op z n minst kan worden gesteld dat door ouders niet altijd even consistent wordt gereageerd op regelovertredend gedrag van hun kinderen. Dit geldt overigens niet alleen in gezinnen die recent zijn gemigreerd. Kleinschalig onderzoek onder al wat langer in Nederland verblijvende eerste generatie Antilliaanse ouders van jongeren met problemen laat zien dat ook onder deze categorie een houding bestaat waarbij uiteenlopende probleemgedragingen van kinderen weinig worden geproblematiseerd. Ouders zijn daarnaast geneigd de oorzaken ervan met name buiten het eigen gezin te zoeken (bijvoorbeeld bij peers ) (Ostiana, 2007). In een deel van de Antilliaanse gezinnen wordt crimineel gedrag niet alleen oogluikend toegelaten of vergoelijkt, maar begaan moeders ook zelf delicten. Met name moeders in een uitzichtloze situatie, met weinig sociale steun en veel schulden, zijn gevoelig voor personen in hun omgeving die hen snelle rijkdom voorspiegelen via drughandel (Van San et al., 2007). Opvoedingsonzekerheid Voor allochtone ouders van uiteenlopende herkomst vormt het vinden van de balans tussen wat zij van huis uit meekregen en wat de wijdere omgeving vraagt een grotere opgave dan voor autochtone ouders. Zij moeten bovendien opvoeden in een pedagogische context die in sommige opzichten als bedreigend wordt ervaren. In het algemeen blijken zij dan ook relatief veel te kampen met opvoedingsonzekerheid (Pels & Distelbrink, 2000; Pels & De Gruijter, 2005), en op vele fronten. Zowel op het vlak van steun, controle, toezicht en communicatie met kinderen leven naar verhouding veel vragen en twijfels. Uit Amsterdams onderzoek van de GGD blijkt dat Antilliaanse ouders met jonge kinderen nog meer dan ouders uit andere etnische groeperingen opvoedingsproblemen ervaren (Crok et al., 2004). Maar de vragen lijken evenals bij veel andere allochtone ouders vooral groot als het gaat om de puberteit. Antilliaanse ouders worstelen met vragen als hoe de kinderen te disciplineren in de vrije Nederlandse context, hoe ze onder controle te houden in een land waar je niet mag slaan en waar kinderen (in hun ogen) alles mogen (Pool, Geense & Lucassen, 2005; vgl. Van San, 1998). Ook de manier waarop een vertrouwensband met de kinderen kan worden opgebouwd en de seksuele opvoeding roepen voor sommige ouders vragen op (bijv. Daal, 2004). Daarbovenop moeten velen met andere allochtone ouders een antwoord vinden op het vraagstuk hoe de kinderen op te voeden in onveilige concentratiewijken, waar kinderen gemakkelijk in de greep kunnen komen van slechte invloeden van leeftijdgenoten en bovendien hun veiligheid in het geding is. Het ontbreken van sociale controle, in vergelijking 11

16 met het herkomstland, is daarbij in de ogen van ouders een belangrijke complicerende factor (Pool et al., 2005). Haperende interactie met de jeugdzorg Allochtone ouders lijken minder in staat tot adequate vroegsignalering van problemen en minder gemakkelijk de weg vinden naar de hulpverlening. Allochtone jongeren zijn mede hierdoor ondervertegenwoordigd in de vrijwillige hulpverlening en oververtegenwoordigd in de niet-vrijwillige, zwaardere hulpverlening (bijv. Goderie et al., 2004). Uit onderzoeken naar de vraag naar en het aanbod aan (vrijwillige) ondersteuning en hulp van gezinnen van niet-westerse komaf blijkt steevast een afstand tussen beide (Distelbrink et al., 2005; Nijsten et al., 2002; Mak & Pels, 2005; Pels, 2003; Pels & Distelbrink, 2000). Allochtone gezinnen en jongeren lijken, met andere woorden, pas in het zicht van de jeugdzorg te komen als de problemen al van ernstige aard zijn. In het voorportaal van de jeugdzorg slaagt men er onvoldoende in om problemen in een vroegtijdig stadium te onderkennen dan wel verhelpen. Dit is niet alleen nadelig voor de betreffende jongeren en hun gezinnen; de situatie heeft ook weer een negatief effect op het imago van de jeugdzorg en het gebruik ervan bij allochtonen: de hulp geldt als zeer ingrijpend. Van Antilliaanse ouders én jongeren is bekend dat zij niet gemakkelijk steun zoeken in formele kring (Van Hulst, 1997). Dit kan verklaren waarom Antilliaanse ouders met jonge kinderen volgens Amsterdams onderzoek van alle etnische groepen het minst behoefte uiten aan opvoedingsondersteuning, terwijl ze juist naar verhouding veel problemen in de opvoeding ervaren (Crok et al., 2004). De afstand en het wantrouwen ten aanzien van professionele hulpverleners is groot onder veel ouders en jongeren. Instellingen op hun beurt zijn vaak niet in staat een goed aanbod te doen, omdat vaak sprake is van (te) complexe problematiek op meer terreinen als Antilliaanse jongeren en/of hun ouders eenmaal terechtkomen bij professionele hulpverleners (Van Hulst, 1997; Van San et al., 2007). Onderzoek van Pool et al. (2005) maakt duidelijk dat veel ouders niet weten waar ze terecht kunnen voor steun bij de opvoeding. Uit het kleinschalige onderzoek van Ostiana (2007) komt naar voren dat Antilliaanse ouders moeilijk praten over opvoedingsproblemen, mede in verband met vooroordelen over hun opvoeding die ze menen te ervaren in contacten met instanties (vgl. Van Hulst, 1997). Daarnaast speelt schaamte over problemen tegenover buitenstaanders een rol (Daal, 2004). Bij hun geringe behoefte aan hulp bij de opvoeding kan ook meespelen dat moeders de oorzaken van problemen vaak buiten het gezin leggen, bijvoorbeeld bij slechte invloeden van leeftijdgenoten, en problemen deels relativeren (Ostiana, 2007). Als ze steun willen, gaat het bij voorkeur om praktische steun, financiële hulp of advies over bijvoorbeeld de schoolkeuze (ibid.; zie ook Daal, 2004). De voorkeur voor een combinatie van opvoedsteun met praktische hulp is ook voor tienermoeders van Antilliaanse herkomst bekend (Metz, 2008). Niet alleen bij contacten rond opvoedingsondersteuning of jeugdzorg, maar ook in bredere zin geldt in contacten met professionals dat taalproblemen afstand scheppen en o.a. tot problemen leiden bij diagnosticeren. Complicerend daarbij is dat bij veel professionals onvoldoende bewustzijn bestaat met betrekking tot de ernst van de taalproblematiek bij Antillianen (Van Hulst, 1997). 12

17 4 Omgeving Ambivalentie in relatie met Nederland De houding ten opzichte van Nederland is in de Antilliaanse gemeenschap op z n minst ambivalent te noemen. De moeizame verhouding tussen Nederland en de Antillen vormt daarbij een belangrijke achtergrond, die niet alleen voor probleemjongeren maar ook in bredere zin speelt in de Antilliaanse gemeenschap. Enerzijds is er een grote groep Antillianen (met name de oude eerste generatie en de tweede generatie) die in veel opzichten juist uitermate sterk op Nederland is gericht (bijv. Distelbrink & Hooghiemstra, 2005), anderzijds is er sprake van veel (potentiële) spanningen, met name onder Antillianen afkomstig uit de volksklasse. Deze hebben hun wortels in het koloniale verleden en het verzet daartegen op Curaçao in combinatie met de kansloosheid die veel Antillianen ervaren in relatie tot Nederland(ers) (zie bijv. Van Hulst, 1997; Nèt loke falta, 2001). De moeizame relatie uit zich onder andere in gevoelens van woede en ervaren achterstelling, discriminatie en gebrek aan respect van Nederlandse zijde. Deze gevoelens leven overigens deels breder dan alleen onder Antillianen afkomstig uit de volksklasse (ibid.) Recente als zeer discriminerend ervaren beleidsvoorstellen zoals de verwijsindex Antillianen of het willen terugsturen van criminele Antilliaanse jongeren naar de Antillen en de negatieve beeldvorming die over de Antilliaanse groepering bestaat onder Nederlanders (Gijsberts & Vervoort, 2007) kunnen dergelijke gevoelens versterken. Van Marokkaanse jongeren is bekend dat zij in reactie op ervaren negatieve beeldvorming gevoelsmatig afstand ontwikkelen tot de Nederlandse samenleving en op grond hiervan gemakkelijker regelovertredend gedrag kunnen legitimeren (Pels, 2003, 2005). Ook in Antilliaanse kring spelen dergelijke processen; met name onder kansarme jongeren, en niet alleen recent. Onderzoek uit de jaren 90 onder Antilliaanse jongeren met politiecontacten wijst uit dat zij diefstallen legitimeren door te verwijzen naar armoede en onderdrukking (door Nederland als kolonisator) en de hypocriete houding van justitie (Van San, 1998). Risico s concentratiewijken De meerderheid van allochtone gezinnen woont in grootstedelijke concentratiewijken waar veel problemen samenkomen. De meesten zouden deze wijken met hun overmaat aan sociale en economische problematiek overigens graag verlaten, maar kunnen zich dat financieel niet permitteren (Dominguez Martinez & Vreeswijk, 2002). Jongeren lopen er meer dan gemiddeld kans om in aanraking te komen met leeftijdgenoten die van het rechte pad gedwaald zijn en hen wegwijs kunnen maken aan de zelfkant van de maatschappij. Dit gegeven is uiterst relevant: relaties met (deviante) leeftijdgenoten hebben onafhankelijke effecten hebben op het ontstaan en aanhouden van probleemgedrag (Maugham, 2001). Antilliaanse ouders blijken evenals veel andere allochtone ouders moeite te hebben hun kinderen op het rechte pad te houden in concentratiewijken. Zij kennen veel invloed toe aan leeftijdgenoten die hun kinderen negatief beïnvloeden. Daarnaast maken veel ouders zich zorgen over de veiligheid van kinderen (Pool et al., 2005). Het opvoeden in onveilige wijken is overigens voor veel ouders niet nieuw. Veel recente migranten zijn afkomstig uit gevaarlijke buurten op Curaçao (bijv. Van Hulst, 1997). Het dragen van wapens, dat in sommige kringen gewoon is, wordt hiermee wel in verband gebracht (Van San et 13

18 al., 2007). De intergenerationele overdracht van (anticipatie op) geweld lijkt zo in stand te worden gehouden. Zwakke pedagogische infrastructuur De migratie naar Nederland van grote groepen Antillianen heeft geleid tot een verzwakte pedagogische infrastructuur rond het gezin. Allereerst wat betreft informele netwerken. Waar op de Antillen familieleden (met name oma s) belangrijke medeopvoeders waren en rond het kerngezin goed op kinderen werd gelet door de omgeving, kunnen ouders én jongeren in Nederland veel minder terugvallen op het eigen netwerk. De situatie van jongeren is al geschetst: velen van hen komen als alleenstaande naar Nederland en leiden een zwervend bestaan. Familieleden vormen voor hen maar in beperkte mate een steunbron waarop ze kunnen bouwen; bovendien zijn er minder bronnen in de omgeving die jongeren kunnen corrigeren. De werking van een op de Antillen belangrijk protectief mechanisme als schaamte wordt erdoor ondergraven (bijv. Nèt Loke Falta, 2001). Ook opvoeders hebben meer moeite jongeren op de rails te houden in Nederland als gevolg van het ontbreken van sociale controle en het afkalven van hun netwerken (bijv. Van Dijke et al., 1990). De eigen omgeving is niet alleen minder ondersteunend, maar kan opvoeders zelfs tegenwerken in een deel van de gemeenschap. Zo wijzen Van Wijk et al. (2003) erop dat in sommige wijken, families of gemeenschappen de betrokkenheid bij bijvoorbeeld drugshandel zo groot is, dat delicten in de wijdere omgeving rond het gezin minder snel dan voorheen worden afgekeurd. Het corrigerend vermogen van de eigen gemeenschap neemt daarmee af, als gevolg van de marginalisering van grote groepen Antillianen in bepaalde kringen. Het is als ouder moeilijk afkeuring van criminaliteit op kinderen over te brengen als een groot deel van de eigen familie zich hiermee bezighoudt. Van San et al. (2007) laten in een Rotterdams onderzoek zien hoe niet alleen jongeren, maar ook moeders in een zwakke economische positie via criminele familieleden en bekenden betrokken raken bij criminele activiteiten. Ook blijkt hoe succesvolle drugshandelaars nieuwe rolmodellen vormen in bepaalde gemeenschappen. De toegankelijkheid van de drugshandel is zeer groot in sommige subgroepen; jongeren hoeven weinig moeite te doen om ermee in aanraking te komen. Zoals eerder gezegd is dit een belangrijke risicofactor. Een probleem van geheel andere aard wat betreft de zwakke infrastructuur rond jongeren en gezinnen betreft de sterke tweedeling die zich in de Antilliaanse gemeenschap voordoet tussen de oude elite en de nieuwere, meer kansarme migranten afkomstig uit de volksklasse (Van Hulst, 1997; Dagevos & Gijsberts, 2007). Deze tweedeling bemoeilijkt in sommige gevallen het met succes inzetten van Antilliaanse sleutelpersonen bij ondersteuning aan gezinnen en jongeren. Als ze afkomstig zijn uit de elite, kan de ervaren afstand tot deze personen net zo groot zijn als de afstand die wordt gevoeld ten opzichte van Nederlandse professionals (Van San et al., 2007). Eerder wezen we al op de weinig hechte bredere pedagogische infrastructuur als gevolg van gebrek aan aansluiting tussen het gezin en andere instituties. Het allochtone gezin en de andere contexten waarin wordt opgevoed, of het nu het jongerenwerk is, de school of de justitiële keten, vormen vaak afzonderlijke eilandjes waartussen onvoldoende verbinding is. Wanneer de opvoeders met de rug naar elkaar toestaan kan een pedagogisch vacuüm het gevolg zijn. Recent groeit de aandacht voor de pedagogische verantwoordelijkheid van instituties 14

19 buiten het gezin, zoals de school, buurt, het jongerenwerk en instellingen in de justitiële keten, en voor hun onderlinge pedagogische afstemming. Over de al dan niet intentionele pedagogische functie van deze partijen, de specifieke kenmerken ervan en de onderlinge raakpunten en verschillen is nog weinig bekend. Wat we wel weten is dat er zich nogal wat pedagogische onmacht voordoet, bijvoorbeeld waar het de morele opvoeding betreft, omgaan met overmatige assertiviteit en agressie, met diversiteit en gebrek aan binding van jongeren aan school en maatschappij (bijv. Buijs & Van Steenis, 2007). Hoewel louter repressieve maatregelen weinig preventieve zoden aan de dijk zetten, is bekend dat gezagsdragers risicogroepen onder jongeren meer dan anderen met repressie confronteren (RMO, 1998); deze repressieve tendens is de laatste jaren zeker niet gematigd. Pedagogische professionalisering en ondersteuning van professionals (en vrijwillige eerstelijns werkers ) is dringend gewenst. Ecologische validiteit van interventies De haperende interactie met (het voorportaal van) de jeugdzorg kwam reeds in de vorige paragraaf aan de orde. Van de jongeren die terecht komen in de justitiële jeugdinrichtingen is bekend dat zij nauwelijks gebruik hebben gemaakt van het bestaande aanbod aan steun en hulp. Naast onbekendheid en wantrouwen aan de kant van het gezin speelt een gebrek aan sensitiviteit voor de klinische realiteit van het gezin mee (Pels, 2004). Onderzoek naar interacties tussen Antilliaanse gemarginaliseerde jongeren of jongvolwassenen en professionals laat zien dat onder meer taalproblemen en de onderliggende verwachting dat cliënten hun hulpvraag zelf kunnen formuleren en zich actief opstellen bij de oplossing ervan voor problemen en afhaken zorgen, naast bureaucratische hobbels (Van Hulst, 1997; Van San et al., 2007). Momenteel is er veel aandacht voor de effectiviteit van interventies, maar zolang de (culturele) context buiten beschouwing blijft is bereik en doeltreffendheid ervan niet gegarandeerd. Ook interventies die als veelbelovend of effectief te boek staan hoeven nog niet hun werkzaamheid bij etnische groepen te hebben bewezen; en als dat wel het geval is zijn ze meestal niet ecologisch gevalideerd in Nederland. Rekening houden met diversiteit behoort niet tot de standaard criteria om de effectiviteit van interventies aan af te meten (Pels et al., 2007). Zowel de werkzame mechanismen zelf als de inbedding van de interventie (benadering, taalproblematiek, werken aan vertrouwen etc.) moeten doordacht worden op geschiktheid voor verschillende doelgroepen (zie bv Breuk et al., 2007). Ook de relatie tussen interventies en hun uitvoeringscontext (voorzieningen) verdient veel meer aandacht in effectonderzoek dan deze tot op heden heeft gehad (Veen et al., 2007). 5 Leeftijdgenoten Grote invloed van peers Peers maken een wezenlijk onderdeel uit van de leefwereld van opgroeiende jongeren. Voor allochtone jongeren blijkt dit nog meer op te gaan. Zij moeten vaak zonder steun van hun ouders of vanuit wijdere informele kring hun weg in de Nederlandse samenleving vinden. Zij blijken zich dan ook relatief sterk te verlaten op de steun en voorbeelden van hun leeftijdgenoten (bijv. Pels & Nijsten, 2003). Voor Antilliaanse jongeren, met name jongens, geldt dit zeker. In het 15

20 voorgaande is al geschetst dat veel Antilliaanse jongeren buiten toezicht van ouders of andere familieleden en zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland verblijven. Dit in combinatie met hun beperkte kansen en gebrekkige binding aan de Nederlandse samenleving maakt jongeren gevoeliger voor invloeden van leeftijdgenoten dan leeftijdgenoten die in gezinsverband opgroeien. Ook jongens in gezinnen worden zoals gezegd tamelijk vrij gelaten, waardoor zij bevattelijker zijn voor de invloed van peers. De beperkte aandacht voor autonomie in de Antilliaanse opvoeding kan hieraan nog verder bijdragen; deze maakt jongeren extra gevoelig voor negatieve invloeden van leeftijdgenoten (Fuligni & Eccles, 1993). Zeker als jongeren opgroeien in wijken met weinig positieve rolmodellen en in kringen waar drughandel en andere criminele activiteiten tot het gewone gedragsrepertoire horen, kan de peergroup een zelfstandige negatieve invloed hebben op de kans dat jongeren marginaliseren. Groepsdynamiek Naast de hiervoor besproken in het individu, gezin en de omgeving gelegen mechanismen vormt de (socialisatie binnen de) peergroup een op zichzelf staande factor in het ontstaan van normafwijkend gedrag, zo komt uit epidemiologisch onderzoek onder Marokkaanse jongeren naar voren (Stevens et al., 2005). Al eerder is erop gewezen dat non-conventionele normen in subgroepen Antilliaanse jongeren en de nadruk op eer eraan bijdragen dat jongeren bijvoorbeeld gemakkelijk geweld gebruiken. Het spelen met politie geldt als statusverhogend onder leeftijdgenoten in bepaalde subgroepen (Bovenkerk, 2000). De al genoemde gevoelens van afstand tot de Nederlandse maatschappij vormen daarbij een belangrijke achtergrond. 16

Verschuivende machtsrelaties in allochtone gezinnen Trees Pels

Verschuivende machtsrelaties in allochtone gezinnen Trees Pels Huiselijk geweld: achtergronden Verschuivende machtsrelaties in allochtone gezinnen Trees Pels 29 mei 2008 Congres Huiselijk Geweld: Families onder Druk Amsterdam, De Meervaart Meeste plegers zijn mannen,

Nadere informatie

Opvoeden in andere culturen

Opvoeden in andere culturen Opvoeden in andere culturen Bevorderen en versterken: competenties vergroten Een betere leven DVD 1 Bevolkingsgroepen aantal Allochtoon3.287.706 Autochtoon13.198.081 Europese Unie (exclusief autochtoon)877.552

Nadere informatie

Workshop 3 e nationaal congres Opvoedingsondersteuning. Opvoedingsondersteuning. Kenniswerkplaats Tienplus

Workshop 3 e nationaal congres Opvoedingsondersteuning. Opvoedingsondersteuning. Kenniswerkplaats Tienplus Kenniswerkplaats Tienplus Laagdrempelige ondersteuning aan ouders met tieners in Amsterdam Pauline Naber, Hogeschool INHolland Marjan de Gruijter, Verwey-Jonker Instituut http://www.kenniswerkplaats-tienplus.nl/

Nadere informatie

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling Families onder druk Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen Drs. Ibrahim Yerden Probleemstelling Hoe gaan Marokkaanse en Turkse gezinsleden, zowel slachtoffers als plegers om met huiselijk

Nadere informatie

Opvoeden na partner geweld Trees Pels Katinka Lunneman Jodi Mak Susanne Tan Meta Flikweert Marjolijn Distelbrin Majone Steketee

Opvoeden na partner geweld Trees Pels Katinka Lunneman Jodi Mak Susanne Tan Meta Flikweert Marjolijn Distelbrin Majone Steketee Opvoeden na partner geweld Trees Pels Katinka Lunneman Jodi Mak Susanne Tan Meta Flikweert Marjolijn Distelbrin Majone Steketee Financiers: Gemeente Rotterdam Gemeente Amsterdam Gemeente Utrecht Gemeente

Nadere informatie

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s)

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s) A. Ouderfactoren: gegeven het feit dat de interventies van de gezinscoach en de nazorgwerker gericht zijn op gedragsverandering van de gezinsleden, is het zinvol om de factoren te herkennen die (mede)

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet?

Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet? Stijging criminaliteit meisjes Criminele meisjes: Specifieke zorg en aandacht of niet? Anne-Marie Slotboom Vrije Universiteit Amsterdam 1 BRISBANE 2010 - Steeds meer jonge meisjes tussen tien en veertien

Nadere informatie

Vraag 4 Wat vind jij de meest geschikte houding? Vergelijk je antwoord met dat van je medestudenten. Typ het antwoord in in het antwoordformulier.

Vraag 4 Wat vind jij de meest geschikte houding? Vergelijk je antwoord met dat van je medestudenten. Typ het antwoord in in het antwoordformulier. Open vragen bij Casus Marco Vraag 1 Bekijk scène 1 nogmaals. Wat was jouw eerste reactie op het gedrag van Marco in het gesprek met de medewerker van Bureau HALT? Wat roept zijn gedrag op aan gedachten,

Nadere informatie

kinderen toch blijven ondersteunen. Het maakt niet uit wat (Surinaamse vader, 3 kinderen)

kinderen toch blijven ondersteunen. Het maakt niet uit wat (Surinaamse vader, 3 kinderen) In opdracht van de Gemeente Amsterdam (Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling) Als ik mijn vader had gehad vanaf mijn jeugd, dan zou ik misschien anders zijn in het leven. (...) Wat ik allemaal wel niet

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Willem Huijnk - Wetenschappelijk onderzoeker

Nadere informatie

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II

maatschappijwetenschappen vwo 2015-II Opgave 2 Rondhangen Bij deze opgave horen de teksten 2 en 3 en tabel 1. Inleiding De Kamer ontvangt elk jaar een rapportage van de minister van Justitie over de voortgang van de aanpak van problematische

Nadere informatie

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Onderwijs Het aandeel in de bevolking van 15 tot 64 jaar dat het onderwijs reeds heeft verlaten en hun onderwijscarrière

Nadere informatie

Universiteit Opleiding Cursus Beschrijving Link. Vaardigheidsonderwijs 2e jaar

Universiteit Opleiding Cursus Beschrijving Link. Vaardigheidsonderwijs 2e jaar Overzicht bachelorcursussen Dit overzicht geeft een groot aantal bachelorcursussen weer die aandacht besteden cultuur en/of gender op het gebied van gezondheidszorg. Het overzicht betreft cursussen uit

Nadere informatie

Zie De Graaf e.a. 2005 voor een uitgebreide onderzoeksverantwoording van het onderzoek Seks onder je 25ste.

Zie De Graaf e.a. 2005 voor een uitgebreide onderzoeksverantwoording van het onderzoek Seks onder je 25ste. 6 Het is vies als twee jongens met elkaar vrijen Seksuele gezondheid van jonge allochtonen David Engelhard, Hanneke de Graaf, Jos Poelman, Bram Tuk Onderzoeksverantwoording De gemeten aspecten van de seksuele

Nadere informatie

Tijdig ingrijpen: werkzame ingrediënten voor interventies

Tijdig ingrijpen: werkzame ingrediënten voor interventies Infosheet Tijdig ingrijpen: werkzame ingrediënten voor interventies Tijdig ingrijpen betekent voorkomen dat een de fout ingaat. Wie wil dat niet? Dat is dan ook precies wat deze infosheet beoogt: inzicht

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2005 - II

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2005 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE MULTICULTURELE SAMENLEVING tekst 1 Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) werd opgeheven op 26 juli 1950. In maart en

Nadere informatie

Opvoedthema s in migrantengezinnen met tieners

Opvoedthema s in migrantengezinnen met tieners Opvoedthema s in migrantengezinnen met tieners Trees Pels en Marjolijn Distelbrink 2014 Inleiding Welke zijn de meest gestelde opvoedvragen door ouders van tieners uit migrantengezinnen? Deze vraag wordt

Nadere informatie

Kenniswerkplaats Tienplus

Kenniswerkplaats Tienplus Workshop Jeugd in Onderzoek Kenniswerkplaats Tienplus Laagdrempelige ondersteuning van ouders met tieners in Amsterdam http://www.kenniswerkplaats-tienplus.nl Triple P divers Marjolijn Distelbrink Verwey-Jonker

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 186 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan

Nadere informatie

Verbinden vanuit diversiteit

Verbinden vanuit diversiteit Verbinden vanuit diversiteit Krachtgericht sociaal werk in een context van armoede en culturele diversiteit Studievoormiddag 6 juni 2014 Het verhaal van Ahmed Een zoektocht met vele partners Partners De

Nadere informatie

Workshop: Coach je kind zet allochtone ouders in hun kracht.

Workshop: Coach je kind zet allochtone ouders in hun kracht. Vierde nationaal congres opvoedingsondersteuning Workshop: Coach je kind zet allochtone ouders in hun kracht. Ede,1 juni 2012 1 Opbouw workshop Coach je kind Kort voorstellen, warming up Presentatie van

Nadere informatie

Welkom. Pedagogische verwaarlozing anno 2013. Het Kind Eerst (juni 2013) www.hetkindeerst.nl

Welkom. Pedagogische verwaarlozing anno 2013. Het Kind Eerst (juni 2013) www.hetkindeerst.nl Welkom Pedagogische verwaarlozing anno 2013 Bron: Haren de Krant d.d. 22 april 2010 1 2 Het Kind Eerst (juni 2013) www.hetkindeerst.nl Vraagstelling n.a.v. twitterbericht d.d. 12-06-2013 van Chris Klomp

Nadere informatie

Wat is het effect van mentoring?

Wat is het effect van mentoring? Wat is het effect van mentoring? Februari 2016 HET IS AANNEMELIJK DAT MENTORING DE WERKLOOSHEID ONDER MIGRANTENJONGEREN KAN VERMINDEREN De werkloosheid onder jongeren van niet-westerse herkomst is veel

Nadere informatie

34 secondant #1 februari 2010. Scherper zicht op Rotterdamse wijkveiligheid

34 secondant #1 februari 2010. Scherper zicht op Rotterdamse wijkveiligheid 34 secondant #1 februari 2010 Scherper zicht op Rotterdamse wijkveiligheid De werkelijkheid achter de cijfers secondant #1 februari 2010 35 De wijk Oud-Charlois heeft meer dan gemiddeld te maken met problemen

Nadere informatie

Stimuleren van eigen kracht en sociale netwerken. Ervaringen uit het veld

Stimuleren van eigen kracht en sociale netwerken. Ervaringen uit het veld Stimuleren van eigen kracht en sociale netwerken Ervaringen uit het veld Overzicht programma Wie ben ik: - Philip Stein - masterstudent sociologie - afgerond A&O-psycholoog Programma: - half uur presentatie,

Nadere informatie

Ouderschap versterken

Ouderschap versterken Verwey-Jonker Instituut Ouderschap versterken Literatuurstudie over opvoeding in migrantengezinnen en de relatie met preventieve voorzieningen Trees Pels Anna Jansma Renske van der Gaag VER 12213 OMS 2870

Nadere informatie

SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH)

SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) Sinds de jaren zestig is het aandeel migranten in de Nederlandse bevolking aanzienlijk gegroeid. Van de totaal 16,3 miljoen inwoners in

Nadere informatie

Achtergrondinformatie. Man 2.0. Programma ter bevordering van emancipatie en participatie van sociaal geïsoleerde mannen

Achtergrondinformatie. Man 2.0. Programma ter bevordering van emancipatie en participatie van sociaal geïsoleerde mannen Achtergrondinformatie Man 2.0 Programma ter bevordering van emancipatie en participatie van sociaal geïsoleerde mannen April 2010 1 Inleiding Het is het Oranje Fonds gebleken dat veel maatschappelijke

Nadere informatie

Interculturele jeugd en opvoedhulp

Interculturele jeugd en opvoedhulp Interculturele jeugd en opvoedhulp Op zoek naar vertrouwen en doeltreffendheid Presentatie TriviumLindenhof 9/2012 1 Ary Scheffer. Mignon verlangend naar haar vaderland 1836 2 Cijfertjes Bij TriviumLindenhof

Nadere informatie

Culturele diversiteit en interculturele bemiddeling in de ziekenhuizen. Zohra Chbaral 1

Culturele diversiteit en interculturele bemiddeling in de ziekenhuizen. Zohra Chbaral 1 Culturele diversiteit en interculturele bemiddeling in de ziekenhuizen Zohra Chbaral 1 Vooreerst bedanken we de interculturele bemiddelaars, de coördinatoren interculturele bemiddeling die ons de gegevens

Nadere informatie

Jong spreekt Jong. Lectoraat grootstedelijke ontwikkeling Dick Lammers, Wouter Reith, Vincent Smit

Jong spreekt Jong. Lectoraat grootstedelijke ontwikkeling Dick Lammers, Wouter Reith, Vincent Smit Jong spreekt Jong Lectoraat grootstedelijke ontwikkeling Dick Lammers, Wouter Reith, Vincent Smit Programma 13.00 uur Inleiding; Vincent Smit 13.10 uur Jong spreekt jong; Dick Lammers en Wouter Reith Korte

Nadere informatie

Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties

Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties Arosa biedt veiligheid en bescherming bij geweld in relaties. Vrouwen, mannen en hun kinderen kunnen bij Arosa terecht voor opvang en begeleiding. Arosa

Nadere informatie

Informatie over de deelnemers

Informatie over de deelnemers Tot eind mei 2015 hebben in totaal 45558 mensen deelgenomen aan de twee Impliciete Associatie Testen (IATs) op Onderhuids.nl. Een enorm aantal dat nog steeds groeit. Ook via deze weg willen we jullie nogmaals

Nadere informatie

Migrantengezinnen in Nederland: Astrid Kamperman

Migrantengezinnen in Nederland: Astrid Kamperman Migrantengezinnen in Nederland: Een introductie ti Astrid Kamperman O3, Erasmus MC Migratiegeschiedenis NdI Ned. Indië/Molukken: 40 tot t60 er jaren Mediterranée: halverwege 50 er jaren Turkije en Marokko:

Nadere informatie

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, gedragsdeskundige Stefanie Meijs, senior gezinsmanager

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, gedragsdeskundige Stefanie Meijs, senior gezinsmanager Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, gedragsdeskundige Stefanie Meijs, senior gezinsmanager Jeugdbescherming Ieder kind veilig Intensief Systeemgericht Casemanagement

Nadere informatie

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Jeroen Nieuweboer Allochtonen in, en voelen zich minder thuis in Nederland dan allochtonen elders in Nederland. Marokkanen, Antillianen

Nadere informatie

Interculturele psychiatrie en jeugd-ggz

Interculturele psychiatrie en jeugd-ggz Interculturele psychiatrie en jeugd-ggz mr.dr. Lieke van Domburgh Onderzoeker Vumc, afd. Kinder- en Jeugdpsychiatrie Hoofd afdeling O&O Intermetzo prevalentie problemen: etniciteit en gender (Zwirs 2006)

Nadere informatie

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Bijlage 7: Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Visie opleidingen Pedagogiek Hogeschool van Amsterdam Wij dragen als gemeenschap en daarom ieder van ons als individu, gezamenlijk

Nadere informatie

Als het economisch tegenzit, worden zij hard getroffen. Ze zitten vaker dan gemiddeld in de bijstand.

Als het economisch tegenzit, worden zij hard getroffen. Ze zitten vaker dan gemiddeld in de bijstand. 1 Dank voor dit rapport. Mooi dat het Sociaal en Cultureel Planbureau dit jaar dieper ingaat op één onderwerp dat de aandacht verdient: de arbeidsmarktpositie van migrantengroepen. Als het economisch tegenzit,

Nadere informatie

Morele vorming in het voortgezet onderwijs Een peiling onder leidinggevenden en ouders

Morele vorming in het voortgezet onderwijs Een peiling onder leidinggevenden en ouders Morele vorming in het voortgezet onderwijs Een peiling onder leidinggevenden en ouders Auteurs: Drs. G. van der Meulen Referentie: WvdJ/SL 11.0426 Datum: maart 2007 Het lectoraat Morele vorming in het

Nadere informatie

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen

Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen FACTSHEET Jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in Groningen In deze factsheet worden trends en ontwikkelingen ten aanzien van de jeugdcriminaliteit en jeugdveiligheid in de provincie Groningen behandeld.

Nadere informatie

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n) Raadsinformatiebrief (openbaar) gemeente Maassluis Aan de leden van de gemeenteraad in Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010-593 1931 E gemeente@maassluis.nl I www.maassluis.nl ons kenmerk 2010-4748

Nadere informatie

Niet culturen maar mensen ontmoeten elkaar: Culturele diversiteit in het justitiële werkveld

Niet culturen maar mensen ontmoeten elkaar: Culturele diversiteit in het justitiële werkveld Niet culturen maar mensen ontmoeten elkaar: Culturele diversiteit in het justitiële werkveld 1 Stichting Pharos Expertisecentrum gezondheidsverschillen Gezondheid en kwaliteit van zorg voor iedereen Kaveh

Nadere informatie

In wat voor gezin worden kinderen geboren?

In wat voor gezin worden kinderen geboren? Bevolkingstrends 214 In wat voor gezin worden kinderen geboren? Suzanne Loozen Marina Pool Carel Harmsen juni 214 CBS Bevolkingstrends juni 214 1 Tot eind jaren zeventig werden vrijwel alle kinderen binnen

Nadere informatie

Onderwerpen. Sociale relaties en welzijn. Sociale kwetsbaarheid. Functies van sociale relaties. Vrouw, 64 jaar EENZAAMHEID BIJ OUDEREN

Onderwerpen. Sociale relaties en welzijn. Sociale kwetsbaarheid. Functies van sociale relaties. Vrouw, 64 jaar EENZAAMHEID BIJ OUDEREN EENZAAMHEID BIJ OUDEREN Vrouw, 64 jaar Ik ben helemaal geïsoleerd eigenlijk. Ik denk wel eens bij mezelf, ik kan gerust een week dood liggen in huis, maar de mensen merken niets. Dr. Anja Machielse Stichting

Nadere informatie

Informatie voor gezinnen over Jeugdbescherming

Informatie voor gezinnen over Jeugdbescherming Informatie voor gezinnen over Jeugdbescherming Wat is Jeugdbescherming? Jeugdbescherming heette vroeger Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam. Wij dragen bij aan de bescherming van kinderen en daardoor

Nadere informatie

24 uurshulp. Met Cardea kun je verder!

24 uurshulp. Met Cardea kun je verder! 24 uurshulp Met Cardea kun je verder! Met Cardea kun je verder! 24 UURSHULP De meeste kinderen en jongeren wonen thuis bij hun ouders totdat ze op zichzelf gaan wonen. Toch kunnen er omstandigheden zijn,

Nadere informatie

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ)

Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Actuarieel Risicotaxatie Instrument voor Jeugdbescherming (ARIJ) Mirte Forrer, Jeugdbescherming Regio Amsterdam Claudia van der Put, Universiteit van Amsterdam Jeugdbescherming Ieder kind veilig GGW FFPS

Nadere informatie

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf Artikelen Een terugblik op het ouderlijk gezin Arie de Graaf Driekwart van de kinderen die in de jaren zeventig zijn geboren, is opgegroeid bij twee ouders. Een op de zeven heeft een scheiding van de ouders

Nadere informatie

Triple P Divers: nog beter aansluiten bij migrantenouders

Triple P Divers: nog beter aansluiten bij migrantenouders Triple P Divers: nog beter aansluiten bij migrantenouders Voor wie? Deze brochure is bedoeld voor alle beroepskrachten die met Triple P werken of daar in de toekomst mee aan de slag willen gaan. Triple

Nadere informatie

Database wetenschappelijke onderzoeken & deskundigen

Database wetenschappelijke onderzoeken & deskundigen Database wetenschappelijke onderzoeken & deskundigen Februari 2012 Opvoeding Opdracht is uitgevoerd door Opvoeding Naar Hollands gebruik? Verschillen in gebruik van hulp bij opvoeding, onderwijs en gezondheid

Nadere informatie

Samenvatting. Vraagstelling. In het onderhavige onderzoek staan de volgende vragen centraal:

Samenvatting. Vraagstelling. In het onderhavige onderzoek staan de volgende vragen centraal: Samenvatting Naar schatting hebben jaarlijks ongeveer 50 à 60 duizend minderjarige kinderen te maken met een scheiding. Deze kinderen hebben gemiddeld vaker problemen dan kinderen van gehuwde of samenwonende

Nadere informatie

Interculturele Competenties:

Interculturele Competenties: Interculturele Competenties: Een vak apart W. Shadid Leiden, mei 2010 Interculturele Competenties 2 Inleiding Vooral in multiculturele samenlevingen wordt de laatste tijd veel nadruk gelegd op interculturele

Nadere informatie

Proefschrift Girigori.qxp_Layout 1 10/21/15 9:11 PM Page 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129

Proefschrift Girigori.qxp_Layout 1 10/21/15 9:11 PM Page 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129 Gedurende de geschiedenis hebben verschillende factoren zoals slavernij, migratie, de katholieke kerk en multinationals zoals de Shell raffinaderij de gezinsstructuren

Nadere informatie

Aanpak Marokkaanse risicogroepen 2010-2012. Inleiding

Aanpak Marokkaanse risicogroepen 2010-2012. Inleiding Aanpak Marokkaanse risicogroepen 2010-2012 Inleiding In deze notitie worden de hoofdlijnen van beleid voor in eerste instantie 2010 aangegeven. De aanpak richt zich, zoals IMAR 2006-2009, op Marokkaanse

Nadere informatie

Investeren in opvoeden en opgroeien loont!

Investeren in opvoeden en opgroeien loont! Investeren in opvoeden en opgroeien loont! Kosteneffectiviteit van de preventie van pedagogische, psychosociale en psychosomatische problematiek door de jeugdgezondheidszorg Investeren in opvoeden en opgroeien

Nadere informatie

Eenzame naasten. Onderwerpen. Contactarm. Eenzaamheid. Sociaal isolement. Sociale netwerken van ouderen

Eenzame naasten. Onderwerpen. Contactarm. Eenzaamheid. Sociaal isolement. Sociale netwerken van ouderen Eenzame naasten Dr. Anja Machielse Onderwerpen Begripsverkenning Oorzaken en gevolgen Sociale competenties Stappen in de aanpak Interventieprofielen Conclusies Eenzaamheid Het gevoel dat de aanwezige contacten

Nadere informatie

Delinquent gedrag bij jongeren met een licht verstandelijke beperking

Delinquent gedrag bij jongeren met een licht verstandelijke beperking DC 72 Delinquent gedrag bij jongeren met een licht verstandelijke beperking Dit thema is een bewerking van het krantenartikel uit NRC Handelsblad Vroeger een debiel, nu een delinquent. In dit artikel zegt

Nadere informatie

Effectief vroegtijdig ingrijpen: Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag.

Effectief vroegtijdig ingrijpen: Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag. Effectief vroegtijdig ingrijpen: Een verkennend onderzoek naar effectief vroegtijdig ingrijpen ter voorkoming van ernstig delinquent gedrag. Samenvatting De Top600 bestaat uit een groep van 600 jonge veelplegers

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Parenting Support in Community Settings: Parental needs and effectiveness of the Home-Start program J.J. Asscher Samenvatting (Dutch summary) Ouders spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen.

Nadere informatie

Echtscheiding en nieuw samengestelde gezinnen. Invloeden op ouderschap en kinderontwikkeling

Echtscheiding en nieuw samengestelde gezinnen. Invloeden op ouderschap en kinderontwikkeling Echtscheiding en nieuw samengestelde gezinnen Invloeden op ouderschap en kinderontwikkeling Cruciale vragen Verschillen in psychisch welbevinden ts. personen uit gescheiden en nietgescheiden gezinnen?

Nadere informatie

Signaleren: kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld. huiselijkgeweldwb.nl. 0900 126 26 26 5 cent per minuut

Signaleren: kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld. huiselijkgeweldwb.nl. 0900 126 26 26 5 cent per minuut Signaleren: kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld huiselijkgeweldwb.nl 0900 126 26 26 Signaleren: kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld Kinderen die getuige zijn van geweld tussen hun

Nadere informatie

Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie

Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie Agressiebehandeling in de forensische kinder- en jeugdpsychiatrie Prof. dr. Chijs van Nieuwenhuizen GGzE centrum kinder- en jeugd psychiatrie Universiteit van Tilburg, Tranzo http://www.youtube.com/watch?list=pl9efc

Nadere informatie

Het doel van deze studie is (Enige Jaren Communities That Care. Leren van een sociaal experiment)

Het doel van deze studie is (Enige Jaren Communities That Care. Leren van een sociaal experiment) 226 / SOME YEARS OF COMMUNITIES THAT CARE Samenvatting Het doel van deze studie is (Enige Jaren Communities That Care. Leren van een sociaal experiment) onderzoek van preventie van probleemgedragingen

Nadere informatie

WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER?

WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER? WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER? Amsterdam, november 2011 Auteur: Dr. Christine L. Carabain NCDO Telefoon (020) 5688 8764 Fax (020) 568 8787 E-mail: c.carabain@ncdo.nl 1 2 INHOUDSOPGAVE Samenvatting

Nadere informatie

Is een klas een veilige omgeving?

Is een klas een veilige omgeving? Is een klas een veilige omgeving? De klas als een vreemde sociale structuur Binnen de discussie dat een school een sociaal veilige omgeving en klimaat voor leerlingen moet bieden, zouden we eerst de vraag

Nadere informatie

Effectieve aanpak van risicojongeren. Achtergrond en toepassing van de Trainingen Kennisfundament

Effectieve aanpak van risicojongeren. Achtergrond en toepassing van de Trainingen Kennisfundament Effectieve aanpak van risicojongeren Achtergrond en toepassing van de Trainingen Kennisfundament Nicis institute - 2011 Effectieve aanpak van risicojongeren - Achtergrond en toepassing van de Trainingen

Nadere informatie

Database wetenschappelijke onderzoeken & deskundigen

Database wetenschappelijke onderzoeken & deskundigen Database wetenschappelijke onderzoeken & deskundigen Februari 2012 Overlast Opdracht is uitgevoerd door Overlast De rol van gezinsklimaat en discriminatie op probleemgedrag bij Nederlandse en Marokkaanse

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

5 Samenvatting en conclusies

5 Samenvatting en conclusies 5 Samenvatting en conclusies In 2008 werden in Nederland bijna 5,2 miljoen mensen het slachtoffer van criminaliteit (cbs 2008). De meeste van deze slachtoffers kregen te maken met diefstal of vernieling,

Nadere informatie

Coach je kind, theoretische onderbouwing

Coach je kind, theoretische onderbouwing Coach je kind, theoretische onderbouwing Methodiekhandleiding deel 2 Marjolijn Distelbrink (Verwey-Jonker Instituut) Trees Pels (Verwey-Jonker Instituut) Suzanne Tan (Verwey-Jonker Instituut) Wilma Aarts

Nadere informatie

aanpak 12-min Nieuwsbrief Aanpak 12-min juni 2010 In dit nummer Conferentie Zorg voor 12-min delictplegers; een stevige aanpak

aanpak 12-min Nieuwsbrief Aanpak 12-min juni 2010 In dit nummer Conferentie Zorg voor 12-min delictplegers; een stevige aanpak Nieuwsbrief Aanpak 12-min juni 2010 In dit nummer Conferentie Zorg voor 12-min delictplegers; een stevige aanpak Samenwerken voor 12-min delictplegers Delinquent gedrag door 12-minners belangrijke risicofactor

Nadere informatie

zeer jeugdige delinquenten in nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? theo doreleijers lieke van domburgh vumc amsterdam

zeer jeugdige delinquenten in nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? theo doreleijers lieke van domburgh vumc amsterdam zeer jeugdige delinquenten in nederland: een zorgwekkende ontwikkeling? theo doreleijers lieke van domburgh vumc amsterdam samenwerkingsverband vu medisch centrum amsterdam Prof. Dr Th. Doreleijers, kinder-

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting In deze studie is de relatie tussen gezinsfunctioneren en probleemgedrag van kinderen onderzocht. Er is veelvuldig onderzoek gedaan naar het ontstaan van probleem-gedrag van kinderen in de

Nadere informatie

Gezinnen in onbalans

Gezinnen in onbalans Verwey-Jonker Instituut Drs. Marjolein Goderie Dr. Majone Steketee Gezinnen in onbalans Onderzoek naar het bereiken van gezinnen in probleemsituaties SAMENVATTING November 2003 Verwey-Jonker Instituut

Nadere informatie

Aanpak Eergerelateerd Geweld. Jenny Van Eyma. 1. Eer

Aanpak Eergerelateerd Geweld. Jenny Van Eyma. 1. Eer Aanpak Eergerelateerd Geweld Jenny Van Eyma 1. Eer 1 Betekenis eer afhankelijk van o.a.: De tijdgeest: verschil vroeger, nu, toekomst Generatie (leeftijd) Sekse Klasse / SES Interpretatie en waardering

Nadere informatie

Kindspoor Fier Fryslân

Kindspoor Fier Fryslân Kindspoor Fier Fryslân Het kind centraal stellen Denken vanuit het perspectief van het kind Fier Fryslân is een expertise- en behandelcentrum op het terrein van geweld in afhankelijkheids- relaties 1 Wij

Nadere informatie

Actualisatie verdeelmodel jeugdzorg 2009

Actualisatie verdeelmodel jeugdzorg 2009 Aan: Van: Ashna Nakched Evert Pommer en Klarita Sadiraj Inlichtingen bij Evert Pommer e.pommer@scp.nl T 7947 kamer D-0608 Datum 24 januari 2010 Actualisatie verdeelmodel jeugdzorg 2009 Het ministerie van

Nadere informatie

Effectiever minimabeleid in Amersfoort

Effectiever minimabeleid in Amersfoort Effectiever minimabeleid in Amersfoort Trudi Nederland Marieke Wentink Marian van der Klein M.m.v. Marie-Christine van Dongen en Monique Stavenuiter Oktober 2007 Verwey- Jonker Instituut Samenvatting

Nadere informatie

Positief Opvoeden, Triple P in de transitie stelsel jeugd

Positief Opvoeden, Triple P in de transitie stelsel jeugd Positief Opvoeden, Triple P in de transitie stelsel jeugd Jacqueline van Rijn Jolyn Berns www.nji.nl Marion van Bommel Sandra Hollander Oktober 2013 Triple P Triple P is een evidence based opvoedondersteuningsprogramma,

Nadere informatie

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I Opgave 1 Veranderende opvattingen in het jeugdstrafrecht tegen de achtergrond van veranderingen in criminaliteitscijfers onder jongeren Bij deze opgave horen de teksten 1 tot en met uit het bronnenboekje.

Nadere informatie

Samenvatting. Probleemstelling, onderzoeksvragen en methode

Samenvatting. Probleemstelling, onderzoeksvragen en methode Op verzoek van de Directie Justitieel Jeugdbeleid (DJJ) van het ministerie van Justitie heeft het WODC een verkennend onderzoek verricht naar de relatie tussen vrijheidsbeneming en de emotionele verwerking

Nadere informatie

Afstand ter adoptie. Astrid Werdmuller

Afstand ter adoptie. Astrid Werdmuller Afstand ter adoptie Astrid Werdmuller 1 Disclosure belangen Astrid Werdmuller en Annette van Hulst (Potentiële) belangenverstrengeling: geen Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven:

Nadere informatie

Bijlage 1: HKA en ouders, een module van 3 bijeenkomsten

Bijlage 1: HKA en ouders, een module van 3 bijeenkomsten Bijlage 1: HKA en ouders, een module van 3 bijeenkomsten Doel Het doel van de verkorte module HKA en ouders is ouders beter toe te rusten bij het ondersteunen van de maatregel, opdat deze een grotere kans

Nadere informatie

Culturele diversiteit in opgroeien en opvoeden: feiten en cijfers

Culturele diversiteit in opgroeien en opvoeden: feiten en cijfers Culturele diversiteit in opgroeien en opvoeden: feiten en cijfers FACTSHEET Allochtone jeugdigen staan zowel in beleid als in de publieke discussie volop in de belangstelling. Terecht, want bijna een kwart

Nadere informatie

We merken dat migrantencliënten anders aankijken tegen een beperking. Hoe kunnen we daarmee omgaan?

We merken dat migrantencliënten anders aankijken tegen een beperking. Hoe kunnen we daarmee omgaan? We merken dat migrantencliënten anders aankijken tegen een beperking. Hoe kunnen we daarmee omgaan? Migranten kunnen anders tegen een beperking aankijken. Zij zien de beperking vaak als ziekte en houden

Nadere informatie

Samenvatting. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd:

Samenvatting. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: Samenvatting In Westerse landen vormen niet-westerse migranten een steeds groter deel van de bevolking. In Nederland vertegenwoordigen Surinaamse, Turkse en Marokkaanse migranten samen 6% van de bevolking.

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

Week tegen de kindermishandeling. Thema: conflictscheiding

Week tegen de kindermishandeling. Thema: conflictscheiding Week tegen de kindermishandeling Thema: conflictscheiding Welkom Cindy de Rijke Kompaan en De Bocht Ouderschapsbemiddelaar Peter Verbeeten Instituut voor Maatschappelijk werk medewerker kinderen en scheiden

Nadere informatie

De psychiatrische cliënt in beeld Terugkeer in de maatschappij Psychiatrisch stigma bekeken vanuit client, familie en samenleving Job van t Veer Wat is het psychiatrisch stigma? Psychiatrisch stigma Kennis

Nadere informatie

even VoorSTELLEN Met Cardea kun je verder!

even VoorSTELLEN Met Cardea kun je verder! even VoorSTELLEN Met Cardea kun je verder! Als we over cliënten praten, bedoelen we kinderen, jongeren en hun ouders. Als we over ouders praten, bedoelen we ook eenoudergezinnen, verzorgers, voogden en/of

Nadere informatie

De jeugd in Nederland, enkele cijfers

De jeugd in Nederland, enkele cijfers De jeugd in Nederland, enkele cijfers De jeugd in Nederland, enkele cijfers Factsheet ten behoeve van de Conferentie Operatie Jong 2005 Op weg naar meer samenhang in het jeugdbeleid 12 september 2005,

Nadere informatie

SAMENVATTING. Aanleiding

SAMENVATTING. Aanleiding SAMENVATTING Aanleiding Op verzoek van de staatssecretaris voor primair onderwijs en kinderopvang heeft de Inspectie van het Onderwijs in 2008 de kwaliteit van het basisonderwijs in de drie noordelijke

Nadere informatie

essie 'Zijn ze helemaal gek geworden?'

essie 'Zijn ze helemaal gek geworden?' Verslag themasessie essie 'Zijn ze helemaal gek geworden?' Over omvang en aard van psychische problemen, stoornissen en Licht Verstandelijke Beperking van Marokkaans-Nederlandse jeugdigen en de relatie

Nadere informatie

Homoseksuelen in Amsterdam

Homoseksuelen in Amsterdam Homoseksuelen in Amsterdam Projectnummer 9150 In opdracht van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Marlon Nieuwenhuis drs. Marcel Janssen dr. Willem Bosveld Oudezijds Voorburgwal 300 Postbus 658 1012

Nadere informatie

Zwanger, Bevallen, een Kind! Cursus voor alle aanstaande ouders

Zwanger, Bevallen, een Kind! Cursus voor alle aanstaande ouders Zwanger, Bevallen, een Kind! Cursus voor alle aanstaande ouders Aya Crébas Programma - Voorstellen, ZBK gezamenlijk project - Optimale preventie begint voor de geboorte - Geboortecultuur en nieuwe Nederlanders

Nadere informatie

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4162, pagina 596, 31 juli 1998 (datum)

V erschenen in: ESB, 83e jaargang, nr. 4162, pagina 596, 31 juli 1998 (datum) Emancipatie en opleidingskeuze A uteur(s): Grip, A. de (auteur) Vlasblom, J.D. (auteur) Werkzaam bij het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. (auteur) Een

Nadere informatie