RECHTSPRAAK, MEDIA EN SAMENLEVING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RECHTSPRAAK, MEDIA EN SAMENLEVING"

Transcriptie

1 NEDERLANDS JURISTENBLAD RECHTSPRAAK, MEDIA EN SAMENLEVING WRR: rechtspraak en transparantie Egbert Myjer: terug uit Straatsburg EHRM: over rechters in de media Zittingsduur: strijd tegen de klok P JAARGANG JANUARI

2 Lid voor de Nederlandse zetel in het Europees Comité tegen Foltering Straatsburg Op 19 december 2013 eindigt de tweede zittingstermijn van het huidige Nederlandse lid van het Comité tegen Foltering (CPT) in de Raad van Europa. De regering zal, op verzoek en ter advisering van de Nederlandse delegatie in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, een voorkeurslijst opstellen van drie kandidaten voor de Nederlandse zetel in het CPT en zoekt in dat verband naar drie voor deze functie geschikte kandidaten. Gestreefd wordt naar een lijst met kandidaten van beiderlei kunnen. Het Comité van Ministers van de Raad van Europa, waarvan Nederland lid is, kiest op basis van de voordracht van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa een lid voor de Nederlandse zetel. Kandidaten moeten voldoen aan de volgende eisen: mensenrechten samenwerking deskundigheid als jurist met specifieke affiniteit met mensenrechten voor de uitoefening van een onafhankelijke functie in een gezaghebbend internationaal monitoringsorgaan Rechten van de Mens, in het bijzonder artikel 3 en van het missies en plenaire vergadersessies Het doel is om de bescherming van gevangenen tegen foltering en versterken. Als vuistregel bezoekt het CPT eens in de vijf jaar iedere lidstaat. Het bezoekt bijvoorbeeld gevangenissen en psychiatrische inrichtingen om te zien hoe gevangenen en patiënten worden behandeld. Na elk bezoek stelt het Comité een rapport op met daarin de bevindingen en aanbevelingen. Naar aanleiding van dit rapport gaat het CPT in gesprek met de toegang tot gevangenissen en andere plaatsen van bewaring. Zij kunnen vrijelijk praten met personen die in de gevangenis of een psychiatrische inrichting zitten en met anderen die hen van informatie kunnen voorzien. De leden van het Comité, waarin elke lidstaat is vertegenwoordigd, zijn onafhankelijke en onpartijdige experts met verschillende achtergronden. Zij zijn bijvoorbeeld juristen, medici en specialisten in politiezaken. De zittingstermijn in het CPT bedraagt vier jaar. Een lid kan zich twee keer kandidaat stellen voor herverkiezing. Ministerie van Veiligheid en Justitie, ter attentie van prof. mr. M. Kuijer, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20301, 2500 EH s-gravenhage. Sollicitaties dienen te zijn ontvangen uiterlijk maandag 11 februari as. Er zullen meerdere kandidaten worden uitgenodigd voor een gesprek met een speciaal daartoe aangestelde selectiecommissie. Op basis van het advies van deze Zaken drie kandidaten, die in volgorde van voorkeur zullen worden voorgedragen aan de Nederlandse delegatie in de Parlementaire Assemblee. Als u de aandacht wilt vestigen op naar uw mening geschikte kandidaten, wordt u verzocht dit uiterlijk 11 februari as. te doen op bovengenoemd adres. Inlichtingen over de functie, het door de Parlementaire Assemblee geprefereerde format voor het curriculum vitae, de voordrachtsprocedure en de verkiezingsprocedure kunnen worden ingewonnen bij prof. mr. M. Kuijer, ministerie van

3 Inhoud Vooraf Prof. mr. T. Barkhuysen Naar één hoogste bestuursrechter Wetenschap Mr. H. M. Griffioen Prof. mr. J.E.J. Prins Rechtspraak en bekritiseerbaarheid Op zoek naar een hedendaagse interactie tussen rechtspraak en samenleving Interview Mr. F.E. Jensma Egbert Myjer, rechter, diplomaat en lobbyist tussen Straatsburg en Den Haag Dit ambt was het mooiste dat mij beroepshalve kon overkomen Om te beginnen zouden de ABRVS, CBB en CRVB moeten opgaan in een NIEUWE organisatie die LOSSTAAT van de Raad van State en liefst ook ONDERDEEL wordt van de rechterlijke macht Pagina NEDERLANDS JURISTENBLAD RECHTSPRAAK, MEDIA EN SAMENLEVING WRR: rechtspraak en transparantie Egbert Myjer: terug uit Straatsburg EHRM: over rechters in de media Zittingsduur: strijd tegen de klok 4P JAARGANG JANUARI 2013 Wetenschap Mr. S. Dijkstra De ruimte van de rechter in de relatie rechter - media onder het EVRM Essay S.E. Rap Msc/Ma Prof. dr. I. Weijers Strijd tegen de klok De zitting bij de Nederlandse, Franse en Duitse kinderrechter Rubrieken Rechtspraak Boeken Tijdschriften Wetgeving Nieuws Universitair nieuws Personalia Agenda 284 De discussie over het DRAAGVLAK waar de RECHTSPRAAK het van moet hebben, valt NIET te voeren ZONDER de vraag naar de mogelijkheid tot meer DISCUSSIE en KRITIEK Pagina 224 Wij zijn er NIET om naar eigen believen GAS te geven. We moeten ons uitspreken over FUNDAMENTELE rechten, NIET over WENSELIJKE rechten Pagina 231 In de visie van het EHRM zou de RECHTER de MEDIA überhaupt NIET moeten gebruiken om te REAGEREN op KRITIEK die hij krijgt Pagina 242 ELDERS trekt men niet alleen veel meer TIJD uit voor JEUGDSTRAFZAKEN, maar gaat het OOK nog eens om zaken die gemiddeld EENVOUDIGER van aard zijn dan de zaken die de Nederlandse KINDERRECHTER behandelt Pagina 245 Het Hof oordeelt dat het EU recht ertoe VERPLICHT dat het Parlement TWAALF MAAL in plenaire vergadering in STRAATSBURG bijeen komt Pagina 246 De bestuursrechter vindt het maken van ONDERSCHEID door COFFEESHOPS tussen in Nederland wonende en buitenlandse klanten ACCEPTABEL om drugstoerisme en daarmee gepaard gaande OVERLAST te bestrijden Pagina 278 Omslag: Parijs, oktober 2012, Nuit Blanche, kunstfestival Yoann MORIN- Shutterstock.com

4 NEDERLANDS JURISTENBLAD Opgericht in 1925 Eerste redacteur J.C. van Oven Erevoorzitter J.M. Polak Redacteuren Tom Barkhuysen, Ybo Buruma, Coen Drion, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins, Taru Spronken (vz.), Peter J. Wattel Medewerkers Chr.A. Alberdingk Thijm, technologie en recht, Barend Barentsen, sociaal recht (socialezekerheidsrecht), Alex F.M. Brenninkmeijer, alternatieve geschillen - beslechting, Wibren van der Burg, rechtsfilosofie en rechtstheorie, G.J.M. Corstens, Europees strafrecht, Eric Daalder, bestuursrecht, Caroline Forder, personen-, familie- en jeugdrecht, Janneke H. Gerards, rechten van de mens, Ivo Giesen, burgerlijke rechtsvordering en rechtspleging, Richard H. Happé, belastingrecht, Aart Hendriks, gezondheidsrecht, Marc Hertogh, rechts sociologie, Martijn W. Hesselink, rechtsvergelijking en Europees privaatrecht, P.F. van der Heijden, internationaal arbeidsrecht, C.J.H. Jansen, rechtsgeschiedenis, Harm-Jan de Kluiver, ondernemingsrecht, Willemien den Ouden, bestuursrecht, Theo de Roos, straf(proces)recht, Stefan Sagel, arbeidsrecht, Nico J. Schrijver, volkenrecht en het recht der intern. organisaties, Ben Schueler, omgevingsrecht, Thomas Spijkerboer, migratierecht, Elies Steyger, Europees recht, T.F.E. Tjong Tjin Tai, verbintenissenrecht, F.M.J. Verstijlen, zakenrecht, Dirk J.G. Visser, intellectuele eigendom, Inge C. van der Vlies, kunst en recht, Rein Wesseling, mededingingsrecht, Reinout Wibier, financieel recht, Willem J. Witteveen, staatsrecht Auteursaanwijzingen Zie Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen impliceert toestemming voor openbaarmaking en ver veelvoudiging t.b.v. de elektronische ontsluiting van het NJB. Logo Artikelen met dit logo zijn door externe peer reviewers beoordeeld. Citeerwijze NJB 2013/[publicatienr.], [afl.], [pag.] Redactiebureau Bezoekadres: Lange Voorhout 84, Den Haag, postadres: Postbus 30104, 2500 GC Den Haag, tel. (0172) , en Secretaris, nieuws- en informatie-redacteur Else Lohman Adjunct-secretaris Berber Goris Secretariaat Nel Andrea-Lemmers Vormgeving Colorscan bv, Voorhout, Uitgever Simon van der Linde Uitgeverij Kluwer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zie Abonnementenadministratie, productinformatie Kluwer Afdeling Klantcontacten, tel. (0570) Abonnementsprijs Inclusief toegang tot het besloten deel van en inclusief automatisch te ontvangen banden 298,- inclusief BTW en verzendkosten. Studenten 50% korting! Losse nummers 26,50. Abonnementen kunnen op elk gewenst moment worden aangegaan voor de duur van minimaal één jaar vanaf de eerste levering, vooraf gefactureerd voor de volledige periode, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen. Abonnementen kunnen schriftelijk tot drie maanden voor de aanvang van het nieuwe abonnementsjaar worden opgezegd; bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Gebruik persoonsgegevens Kluwer BV legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)over eenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Media advies/advertentiedeelname Maarten Schuttél Capital Media Services Staringstraat 11, 6521 AE Nijmegen Tel , ISSN NJB verschijnt iedere vrijdag, in juli en augustus driewekelijks. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van art. 16h t/m 16m Auteurswet j. Besluit van 29 december 2008, Stb. 2008, 583, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofd dorp (Postbus 3051, 2130 KB).

5 Vooraf 195 Naar één hoogste bestuursrechter 4 Het recente regeerakkoord biedt een kans om de inrichting van de top van de bestuursrechtspraak eindelijk goed te regelen. Na het steeds maar uitstellen van de derde fase van de herziening van de rechterlijke organisatie, leidde onder meer de Procolauitspraak van het EHRM tot wettelijke aanpassingen ten aanzien van de ABRvS vanwege de verwevenheid van advies en rechtspraak. Gekozen werd voor een oplossing die weliswaar voldeed aan de Straatsburgse minimumnormen, maar nog steeds geen echt einde maakte aan de in ieder geval voor niet insiders vreemde situatie dat burgers in beroep moeten tegen een besluit van de overheid bij een organisatie die tevens de belangrijkste adviseur is van diezelfde overheid. Tegelijk bleef de situatie in stand met maar liefst vier hoogste bestuursrechters: ABRvS, CBB, CRvB en Hoge Raad (belastingkamer). De daaruit voortvloeiende rechtseenheidsproblemen bij onder meer de uitleg van de Awb, internationale en Europese normen en gemeenschappelijke strafrechtelijke en civielrechtelijke concepten, werden pas na veel aarzelingen en alleen op informele wijze aangepakt. Dit via overleg tussen de betrokken instanties met alle transparantieproblemen vandien, hetgeen de Awb-wetgever in het licht van artikel 6 EVRM eerder nog afkeurde. De onlangs in werking getreden Wet aanpassing bestuursprocesrecht probeert hier een mouw aan te passen via de instelling van een gemeenschappelijke grote kamer en de figuur van de conclusie van een bestuursrechtelijke AG. Hoewel een stap voorwaarts is dat echter nog steeds niet ideaal. Immers de Hoge Raad doet niet mee en er bestaat geen mogelijkheid om de betrokken rechters te dwingen een kwestie aan de grote kamer voor te leggen. Kortom: ook nog steeds geen garantie voor rechtseenheid. Het regeerakkoord biedt een opstap om het nu wel goed te gaan regelen. Daarin staat immers dat de Raad van State wordt gesplitst in een adviserend en een rechtsprekend deel en dat dit laatste deel wordt samengevoegd met CRvB en CBB. Jammer genoeg is de reflex van een aantal bij dit dossier nauw betrokkenen om het regeerakkoord zo uit te leggen dat zo veel mogelijk bij het oude kan blijven. Daarin moet niet worden meegegaan. Er moet nu doorgepakt worden en er moet een toekomstbestendig en logisch systeem worden neergezet. Hoe zou dat er uit moeten zien? Om te beginnen zouden de ABRvS, CBB en CRvB moeten opgaan in een nieuwe organisatie die losstaat van de Raad van State en liefst ook onderdeel wordt van de rechterlijke macht. Geen overname van beide andere colleges door de ABRvS dus. Juist de band van de huidige ABRvS met die Raad zorgt immers voor veel discussie, met name rond de beeldvorming over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Bovendien leert de reorganisatiepraktijk dat een dergelijke aanpak tot minder bloedgroepenstrijd leidt in de nieuwe situatie. Daarmee zijn we er nog niet. Immers voor een serieus deel van de CRvB-zaken staat thans cassatieberoep open op de Hoge Raad en dat geldt ook voor een aantal zaken van het CBB. De vraag is hoe daarmee om te gaan en in het verlengde daarvan of ook zaken vanuit de voormalige ABRvS voor cassatie in aanmerking zouden moeten komen. Naar mijn mening zou er voor alle bestuursrechtelijke zaken een vorm van cassatieberoep bij een nieuw in te stellen bestuursrechtkamer bij de Hoge Raad moeten worden opengesteld. Dat zou ook recht doen aan de hiervoor gesignaleerde rechtseenheidsproblemen. Tegelijk moet worden geconstateerd dat een ongeclausuleerd cassatieberoep vanwege de daarmee gepaard gaande extra tijd onwenselijk zou zijn. Daarom zou gekozen moeten worden voor een snel werkend verlofstelsel: alleen die zaken waarin een belangrijke rechts(eenheids)vraag aan de orde is, zouden in behandeling moeten worden genomen bij de Hoge Raad. Eventueel zou een categorie zaken waarmee extra veel haast is gemoeid (zoals bouwzaken) uitgezonderd kunnen worden. Voor die zaken zou dan wel cassatie in het belang der wet mogelijk moeten zijn, zodat rechts(eenheids)vragen kunnen worden beantwoord zonder de uitspraak van de hoogste bestuursrechter aan te tasten. In deze constructie zouden we toe kunnen zonder een grote kamer en conclusies bij de nieuwe hoogste bestuursrechter. Overigens zou idealiter ook de Hoge Raad zijn zeer beperkte (wetgevings)adviesfunctie moeten opgeven. De volgende vraag is of de nieuwe organisatie al dan niet onder de vleugels moet komen van de Raad voor de Rechtspraak, zoals thans wel het geval is met het CBB en de CRvB maar niet met de ABRvS. Er bestaan goede argumenten die daartegen pleiten. Deze argumenten liggen in de sfeer van bureaucratie en handelingsvrijheid. Daartegenover staat het belang van de Raad voor de Rechtspraak als buffer tussen de rechtspraak en het financierende ministerie. Daarmee wordt bijgedragen aan de onafhankelijkheid van de rechter. Deze voors en tegens van een onderbrenging van de hoogste bestuursrechter bij de Raad voor de Rechtspraak moeten zorgvuldig worden afgewogen. Hoe dan ook is het van belang dat een adequate financiering van de nieuwe hoogste bestuursrechter gegarandeerd is. Bij het vormgeven van de nieuwe organisatie zou verder de efficiënte werkwijze van de ABRvS maatgevend moeten worden. Onder meer door de grote rol die de staf speelt bij het voorbereiden van uitspraken zijn de doorlooptijden daar namelijk heel goed. Tegelijk zou de uitgebreidere motivering van uitspraken van de CRvB en het CBB tot voorbeeld kunnen strekken. Gaat dit er nou allemaal van komen? Het is zeer te hopen, maar daarvoor is wel nodig dat vele betrokkenen om nog maar eens wat Haags jargon te gebruiken over hun schaduw heen springen en de opdracht in het regeerakkoord als een kans en niet als een bedreiging zien. Tom Barkhuysen Reageer op NJBlog.nl op het Vooraf. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

6 196 Wetenschap Rechtspraak en bekritiseerbaarheid Op zoek naar een hedendaagse interactie tussen rechtspraak en samenleving Henk Griffioen en Corien Prins 1 Een recente studie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over rechtspraak en transparantie, concludeert dat de rechtspraak zich zal dienen aan te passen aan het feit dat zij dichter op de huid wordt gezeten dan voorheen en intensiever door de samenleving wordt bevraagd. 2 Dit artikel schetst kort de in deel I van de WRR-studie 3 gepresenteerde denkrichtingen voor een meer hedendaagse interactie tussen rechters en de verschillende buitenwerelden waar zij mee te maken hebben. Het leidende thema daarbij is de roep om transparantie, en meer specifiek de vraag in welke mate de rechtspraak zich moet openstellen voor debat en kritiek. 1. Een rechterlijk protest Het manifest van Leeuwarden deed eind vorig jaar flink wat stof opwaaien. Een uniek rechterlijk protest, aldus een landelijk dagblad, waarmee de initiatiefnemers en vele sympathisanten aandacht vroegen voor de toenemende werkdruk en hun zorgen uitten over de kwaliteit van de rechtspraak. Behalve dat, bekritiseerden de rechters ook hun gerechtelijke bestuurders, die in hun ogen te zeer sturen op productiecijfers en andere managementindicatoren. Rechters die publiekelijk hun mening ventileren over het wel en wee van de rechtspraak: het past in een duidelijk waarneembare tendens van de afgelopen jaren. Alhoewel het overgrote deel van de rechters uitsluitend door het vonnis spreekt, deinst een groeiend aantal rechters er niet voor terug meer te doen dan dat door zich al dan niet welbewust publiekelijk uit te spreken over meer kwesties dan alleen de individuele geschillen die voorliggen. Uitingen van rechters in vak- en dagbladen zijn geen uitzondering en daarbij wordt kritiek op de eigen organisatie absoluut niet geschuwd. Een recente studie door Van Spanje en De Vreese op basis van een steekproef uit twintig jaar mediaberichtgeving over de rechtspraak, laat zelfs zien dat de belangrijkste bron van alle negatieve oordelen in de media over de rechtspraak, de rechterlijke macht zelf is. 4 De auteurs concluderen dat kritiek op rechters in de media van alle tijden is, maar dat kritiek van rechters zelf vrijwel uitsluitend vanaf 2007 voorkomt. Daarbij uiten rechters meer kritiek op de rechtspraak dan op anderen en als ze op anderen kritiek leveren, dan is dat vooral op de politiek. Hierbij gaat het zowel om beleid als om gehekelde bemoeienis van politici met de rechtsgang. Binnen de rechterlijke macht zijn de meningen verdeeld over het mediaoptreden van collega-rechters. Waar sommigen menen dat een rechter in de publiciteit gelijk staat aan een egel die de snelweg gaat oversteken: levensgevaarlijk, 5 stellen anderen dat zwijgen en niet meedoen aan het publieke debat het aanzien van de rechterlijke macht schaadt. 6 In ieder geval, zo blijkt uit survey-onderzoek onder rechters, meent een relatief groot deel van hen dat een wezenlijke participatie van rechters in het maatschappelijke debat wenselijk is. 7 Toch zal dat niet zonder een forse dosis onzekerheid en onwennigheid gaan. De rechterlijke macht is immers zonder meer een instituut met een gebruiksaanwijzing. Die bevat niet alleen rules of engagement binnen de trias, maar eigenlijk ook (soortgelijke) omgangsvormen voor de wederkerige verhouding tussen rechter en maatschappij. Het verbindende thema van alle onderdelen van die gebruiksaanwijzing is het principiële belang van rechterlijke onafhankelijkheid en daarmee een soort non-interventie door derden niet ongeclausuleerd, maar toch. De belangrijkste bron van alle negatieve oordelen in de media over de rechtspraak is de rechterlijke macht zelf 222 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 04

7 Natuurlijk, het is niet zo dat de rechtspraak ooit echt vanuit een isolement heeft kunnen of willen handelen. Veeleer gaat het erom dat de manier waarop zij zich tot de buitenwereld verhield door die buitenwereld min of meer als een vanzelfsprekendheid werd gezien. Maar het uitgangspunt van non-interventie staat steeds meer onder druk. Het toont zich in het mantra dat zich heeft gevormd als het over het gezag van de rechtspraak gaat: Gezag is geen automatisch gegeven, maar iets dat door rechters van dag tot dag verdiend moet worden. 8 In delen van de samenleving valt soms zelfs te vernemen dat het oordeel van de rechter toch niet meer dan een mening is. Onder invloed van deze ontwikkeling wordt de gebruiksaanwijzing van de rechtspraak duidelijk al enige tijd herschreven. Zo heeft de rechtspraak zich moeten aanpassen aan het feit dat zij op allerlei fronten intensiever wordt bevraagd: door de minister op productie, door de media op politieke kleur, door burgers op de juistheid van spraakmakende maar formeel definitieve strafvonnissen, en ga zo maar door. 9 Dat intensieve bevragen is het tegendeel van non-interventie. Het levert ongetwijfeld profijt op, 10 maar ook een onmiskenbare opschudding van en in de rechterlijke macht. Daarvan is het manifest van Leeuwarden slechts een exponent. In dit artikel worden, uitgaande van het feit dat de rechtspraak zowel dichter op de huid wordt gezeten als ook zelf nadrukkelijker het publieke debat opzoekt, enkele denkrichtingen geschetst voor een nieuwe dimensie in de omgang tussen rechters en de verschillende buitenwerelden waar zij mee te maken hebben. Het leidende thema daarbij is de roep om transparantie, en met name de vraag in welke mate de rechtspraak over speelruimte beschikt zich op te stellen als gesprekspartner met de buitenwereld en vanuit die houding ook meer zou moeten openstellen voor kritiek. Het werk van de rechtspraak is onmiskenbaar politieker en maatschappelijk relevanter geworden: rechters moeten bij tijd en wijle belangrijke knopen doorhakken 2. Speler in de publieke arena Zoals hiervoor geschetst, hoort de rechter traditioneel niet in de publieke arena thuis en is debat en publiekelijk leveren van kritiek vreemd aan het rechterlijk functioneren. Een rechter spreekt immers ideaaltypisch alleen door zijn vonnis en niet daarbuiten. Maar de rechtspraak is, of ze het nu wil of niet, wel degelijk een speler in de publieke arena geworden. De laatste jaren heeft ze daar, zoals hiervoor al geïllustreerd, zelf een actieve rol in vervuld. Maar er is nog een andere relevante ontwikkeling. Het werk van de rechtspraak is onmiskenbaar politieker en maatschappelijk relevanter geworden: rechters moeten bij tijd en wijle belangrijke knopen doorhakken. Bijvoorbeeld omdat de wetgever niet altijd uitgekristalliseerde en juridisch houdbare wetsvoorstellen de deur uit doet. Of omdat de wetgever de juridische grenzen opzoekt, waarna burgers bij de rechterlijke macht verhaal gaan halen. De groeiende rol van de rechter leidt tot meer aandacht voor zijn werk, zowel van (soms geïrriteerde) politici als van de samenleving. Die aandacht bestaat uit het beter volgen van het werk van de rechter, maar ook uit de wens tot het verkrijgen van inzicht in en het bespreekbaar maken van de overwegingen en afwegingen die achter het rechterlijk oordeel schuilgaan. In essentie gaat het zoals hiervoor al opgemerkt daarmee om de wens de rechtspraak te kunnen bevragen. Deze wens staat echter op gespannen voet met het traditionele zelfbegrip van de rechtspraak en ook het systeem van het recht zelf dat diverse grenzen stelt aan de mate waarin de rechtspraak kan worden bevraagd. Zo wordt door te zeggen dat het vonnis namens de rechter spreekt en het gegeven dat de rechter daarmee zelf liever buiten beeld blijft het gesprek (of debat) over de merites van de door de rechter gekozen oplossing in het individuele geval bij voorbaat onmogelijk. Immers, een van de gesprekspartners ontbreekt. De vraag is of de geschetste ontwikkelingen de groeiende maatschappelijke rol van de rechter en zijn toegenomen assertiviteit daarbij niet aanleiding moeten geven tot een opener houding ten overstaan van het debat over en de kritiek op het rechterlijk functioneren. Dat zou kunnen door te werken aan wat kan worden genoemd bekritiseerbaarheid, en wel als onderdeel van de aandacht voor transparantie. De inzet van de rechterlijke macht als reactie op gepercipieerde roep om transparantie heeft de afgelopen jaren vooral geleid tot een verhoogde inzet voor de doorzichtigheid en begrijpelijkheid van het rechterlijk werk. Er wordt geïnvesteerd in het beter motiveren van vonnissen, de bejegening in de Auteurs 1. Mr. H. M. Griffioen is staflid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), prof. mr. J.E.J. Prins was tot 1 januari 2013 raadslid van de WRR, zij is hoogleraar aan en decaan van de juridische faculteit van Tilburg University. Marijn Sax, red.), WRR-Verkenning nr. 26, Amsterdam University Press De Verkenning bevat behalve een hoofdbetoog door WRR-auteurs, ook diverse studies door derden vanuit de thematiek van transparantie en rechtspraak. Te downloaden via 3. Corien Prins, Henk Griffioen, Dennis Broeders m.m.v. Petra Jonkers, Meike Bokhorst, Marijn Sax, Naar een transparantere rechtspraak. Geen glans zonder wrijving, in: Broeders et al. 2013, p Joost van Spanje en Claes de Vreese, De rechtspraak in de media: drie negatieve trends, in: Broeders et al. 2013, p. 413 e.v. 5. J.W. Fokkens, Interview met NRC Handelsblad, 12 maart P.C. Kop, Waar zit de rechterlijke macht?, NJB 2012/1470, afl. 26, p Corien Prins, Jesse van der Mijl, Will Tiemeijer, Rechters aan het woord over transparantie, in: Broeders et al. 2013, p. 209 e.v. 8. Zie in meer detail: Meike Bokhorst, Willem Witteveen, Als gezag verdiend moet worden, in: Broeders et al. 2013, p. 127 e.v. 9. De opgevoerde actoren zijn inwisselbaar: productie kan bijvoorbeeld ook worden gezien als een belang dat belastingbetalers (burgers) aangaat. 10. Zie hierover de diverse bijdragen in de WRR-Verkenning. Noten 2. Speelruimte voor transparantere rechtspraak (Dennis Broeders, Corien Prins, Henk Griffioen, Petra Jonkers, Meike Bokhorst, NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

8 Wetenschap rechtszaal wordt minder formeel en meetbare prestaties zijn te downloaden via internet. Verder heeft de klassieke openbaarheid van zittingen en uitspraken inmiddels vele moderne pendanten gekregen. Maar de discussie over het draagvlak waar de rechtspraak het in de moderne samenleving van moet hebben, valt uiteindelijk niet te voeren zonder ook de vraag op tafel te leggen naar de mogelijkheid tot meer discussie en kritiek. Vanuit de hierna in kort bestek te bespreken overwegingen zou bekritiseerbaarheid als element van het bredere concept transparantie evenzeer op de agenda van de rechtspraak dienen te staan. Natuurlijk kan worden betoogd dat de samenleving nooit tevreden te stellen is en diverse van de later in deze bijdrage te presenteren suggesties op gespannen voet staan met klassieke en vertrouwde uitgangspunten en omgangsvormen, waarmee niet meegegaan zou moeten worden in de wensen van de samenleving. Tegelijkertijd, of de rechterlijke macht en anderen het nu willen of niet, de opvattingen in de samenleving spelen nu eenmaal mee in de beeldvorming en discussie en vallen als zodanig niet weg te redeneren. Zeker niet als (althans in de perceptie van de samenleving) de rechtspraak zelf het publieke debat blijkt op te zoeken. Ook in de context van de rechterlijke macht valt de scepticus kortom niet geheel meer weg te denken. Niet om mee te gaan met de stelling dat het oordeel van de rechter ook maar een mening is dan wel het finale karakter van het rechterlijk oordeel op de schop te nemen. Maar vanuit de hierna te bespreken vaststelling dat de mogelijkheid tot debat en ondervragen constitutief is voor gezag en de rechtspraak aan gezag kan winnen als burgers het gevoel krijgen dat het debat niet al bij voorbaat wordt afgeschermd. 3. Bekritiseerbaarheid als dimensie van transparantie De rechtspraak heeft al lange tijd een principieel openbaar karakter. Maar kennelijk is het soort openbaarheid waaraan de rechtspraak traditioneel inhoud geeft, iets anders dan de transparantie die nu wordt verlangd. Het volstaat niet meer om alleen de regels van het spel en de uitkomsten rechterlijke uitspraken daarvan in concrete gevallen openbaar te maken. Burgers willen ook betrokken worden bij de daaraan voorafgaande afweging: de rechtspraak moet kortom haar eigen denken inzichtelijk maken en in feite een meer communicatieve opstelling hebben. In die zin is de rechtspraak zo ongeveer de laatste in de rij die aan de opmars van transparantie in het openbaar bestuur wordt onderworpen. Van den Bos en Brenninkmeijer brachten de informatiezoekende burgers eerder nadrukkelijk in verband met vertrouwen: De burger als sense-maker is veelal de De rechtspraak kan aan gezag winnen als burgers het gevoel krijgen dat het debat niet al bij voorbaat wordt afgeschermd 224 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 04

9 burger die zich de vraag stelt of hij instituties wel of niet kan vertrouwen en die al dan niet actief op zoek zal gaan naar informatie over het vertrouwen dat hij kan stellen in de vertegenwoordigers van de instituties ( ). 11 Vanuit dit vertrouwen kan zelfs ook een negatief rechterlijk oordeel voor de samenleving acceptabel worden. Het transparantievraagstuk is dan ook nauw verbonden met de vraag naar gezag van het instituut rechtspraak en de vraag hoe zich dat verhoudt tot het inzichtelijk maken van het werken en denken van dit instituut. In Gadamer s Truth and Method wordt dit verband sterk gelegd. Hij analyseert de werking en verantwoording van gezag en belicht in dat verband ook de rol van kritiek, waarbij hij benadrukt dat gezag te maken heeft not with obedience but rather with knowledge. 12 Burgers schrijven gezag toe aan die personen en instanties waarvan ze denken dat deze beter dan zij zelf in staat zijn te oordelen en handelen op een bepaald onderwerp of terrein. Daarmee oordelen (beslissen) zij in zekere zin om hun toekomstig oordeel uit handen te geven. Maar omdat die opschorting van het eigen oordeel altijd voorwaardelijk is, wordt het juist essentieel geacht dat een instituut haar eigen denken inzichtelijk maakt en open staat voor kritiek. Gezagsdragers moeten steeds weer opnieuw bereid zijn de basis voor hun gezag namelijk het vertrouwen dat mensen op basis van kennis en rationele overwegingen in hen stellen te rechtvaardigen. De mogelijkheid om gezagsdragers te ondervragen en hun overwegingen na te gaan moet in deze visie altijd bestaan en is daarmee zelfs constitutief voor gezag. Hier is nog wel veel meer over te zeggen; een andere (meer juridische) visie zou gezag eerder verbinden met de distributie van bevoegdheden van (met name) de constitutie. 13 Wat echter wel duidelijk is, is dat er op zijn minst in theoretische zin goede gronden zijn om het kunnen uiten van kritiek bekritiseerbaarheid in contexten waarin gezag moet worden verdiend, te agenderen. 4. Speelruimte voor bekritiseerbaarheid Deze stap naar bekritiseerbaarheid is noch eenvoudig, noch vanzelfsprekend. Het gaat om het creëren van de voorwaarden om te kunnen worden bevraagd door buitenstaanders. Dat is misschien in letterlijke zin vragen om moeilijkheden, maar het kan wel degelijk leiden tot een juist meer houdbare positie temidden van de beroering die tegenwoordig vaak over de rechtspraak ontstaat. Ook kan het een inhoudelijk gemotiveerd weerwoord bieden tegen de opvatting dat het rechterlijk oordeel toch maar een mening is. Zoals gezegd blijft nu bij buitenstaanders die de rechtspraak kritisch adresseren de indruk hangen dat hun gesprekspartner achter de coulissen blijft. Bijvoorbeeld door de gestileerde en sobere vorm waarin vonnissen gegoten worden, als gevolg van de cultuur van argumentatie en van het uitgangspunt dat meerderheidsbeslissingen van rechters als unaniem worden gepresenteerd. Zeker in vonnissen met een rechtspolitiek karakter of belangrijke rechtsvormende werking blijft daarmee veel buiten beeld waar de buitenwereld op dat moment juist in geïnteresseerd is. Zo was er geen debat mogelijk over de vraag welke achterliggende overwegingen voor de Hoge Raad leidend waren om in de belangrijke rechtsvormende en op dat Zeker in vonnissen met een rechtspolitiek karakter of belangrijke rechtsvormende werking blijft veel buiten beeld waar de buitenwereld op dat moment juist in geïnteresseerd is moment ook politiek zeer gevoelige zaak over de poster met de tekst Stop het gezwel dat Islam heet 14 te volstaan met een in zeer korte bewoordingen gestelde verwijzing naar de wetsgeschiedenis van art. 137c Sr. inzake belediging. Dergelijke soberheid heeft misschien lang goede diensten bewezen als strategie om de rechter in de luwte te houden, maar dit kan in het tegendeel verkeren nu het steeds minder lijkt te worden geaccepteerd dat rechtspraak zich afzijdig houdt van het maatschappelijk debat. En een vorig jaar september in opdracht van de Raad voor de rechtspraak door de NSOB uitgevoerde studie laat zien dat die acceptatie wel degelijk tanende lijkt. 15 Tegelijk stuit het ontvankelijk maken voor kritiek ook op grenzen, die te maken hebben met de bijzonderheid van het instituut (en ambt) rechtspraak. In deel I van de WRR-Verkenning wordt vanuit een analyse van deze grenzen de speelruimte voor bekritiseerbaarheid verkend. Daarbij wordt telkens weer onderzocht wat een principiële (rechtsstatelijke) grens is, en wat daarentegen instrumenten en tradities zijn waar wel extra speelruimte voor bekritiseerbaarheid gevonden kan worden. Hoewel dit niet met chirurgische precisie valt aan te geven, is er bij elk potentieel beletsel een harde kern te herkennen, maar ook een zachte schil van minder essentiële gebruiken. Omgangsvormen, regels van non-interventie en andere tradities zijn als het ware het zachtere materiaal dat de harde kern van de rechtsstatelijkheid omhult. Kenmerkende delen van de zachte schil blijken soms te verwateren (zoals de sub judice-regel of de ongeschreven consensus rond benoemingen voor de Hoge Raad) of onderdeel te worden van een negatieve dynamiek (beschuldigingen van kastevorming ). Juist deze zachte schil (en derhalve niet de harde kern) biedt veelal speelruimte voor bekritiseerbaarheid. Overigens moet er voor worden gewaakt elementen die ogenschijnlijk slechts onderdeel van de zachte schil 11. K. van den Bos en A. Brenninkmeijer, Vertrouwen in wetgeving, de overheid en de rechtspraak. De mens als informatieverwerkend individu, NJB 2012/1216, afl. 21, p H.G. Gadamer, Truth and method, Lanham: Sheed & Ward 1989, p Zie echter M.A. Hajer, Authoritative Governance: Policy-making in the Age of Mediatization, Oxford University Press 2009, over de hedendaagse erosie van dit soort aan positie ontleend gezag. 14. HR 10 maart 2009, LJN BF0655, r.o Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, Reputaties gewogen. Beelden over de rechtspraak bij beslissers en publieke opinieleiders, i.o.v. Raad voor de rechtspraak, Den Haag NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

10 Wetenschap zijn, simpel te zien als een jas die de rechterlijke macht zomaar kan uittrekken gegeven een veranderde context. Sommige instrumenten en tradities blijken bijvoorbeeld dusdanig te zijn ingebed in de rechtscultuur de collectieve, historisch gegroeide rolopvatting van rechters dat kern en omhulsel moeilijk uit elkaar te trekken zijn. Dat gezegd zijnde, vallen er voor de rechtspraak nog genoeg speelruimtes voor bekritiseerbaarheid te verkennen. Wat onderstaand volgt, is een korte verkenning van enkele elementen die in het kader van een discussie over bekritiseerbaarheid zijn te agenderen. 4.1 Uitgebreide onderzoekbaarheid Een eerste element is de ruimte voor een uitgebreidere onderzoekbaarheid van de rechtspraak. Het gaat hierbij vooral om de beschikbaarheid onder meer ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek van data of kennis over praktijken van oordeelsvorming. Maar ook gaat het om interne onderzoekbaarheid, zoals inhoudelijke terugkoppeling tussen gerechten en daar werkende rechters. Het belang hiervan dient zich aan omdat het rechterlijk werk van zichzelf niet ruim voorzien is van feedback loops. Giard heeft dit laten zien aan de hand van een vergelijking met de medische wereld, niet toevallig een domein waar de wens tot transparantie al eerder zijn opwachting heeft gemaakt. Medische professionals kunnen tenminste nog nagaan of de gezondheid van de patiënt verbeterd is, terwijl rechters maar beperkt kunnen kennisnemen van de uiteindelijke consequenties van hun uitspraken, het contact met notoire recidivisten daargelaten. 16 Empirisch wetenschappelijk onderzoek op geaggregeerd niveau kan voorzien in leerzame feedback die op andere dingen ziet dan het rechtsgeleerd commentaar waar de rechtspraak altijd al op kan rekenen, én gaat bovendien verder dan het niveau van incidenten waar de media al druk mee in de weer zijn. Het gaat bij feedback vanuit de wetenschap veelal om patroonherkenning, wat van belang is nu daarmee juist de individuele casus kan worden overstegen. Alhoewel de rechtspraak zelf serieus werk maakt van het systematisch onderzoeken van uitspraken, 17 impliceert meer speelruimte voor bekritiseerbaarheid dat ook relatieve buitenstaanders waardevolle inzichten kunnen aandragen over en voor de rechtspraak. De ruimte voor onderzoekbaarheid opent wegen voor kritiek op de inhoud van het rechterlijk werk, waardoor het misschien een riskante onderneming lijkt in het licht van de onafhankelijkheid van de rechter. Maar anders dan de beheersmatige controle die onder meer door de Raad voor de rechtspraak wordt bewerkstelligd, gaat het hier om diffuse toetsing zonder dwang. Bovendien betreft het toetsing door een onbepaald publiek, dat meestal uit wetenschappers zal bestaan. Daarom kent de opening geboden door onderzoekbaarheid als zodanig weinig principiële grenzen. Zelfs voor onderzoekbaarheid binnen de raadkamer blijkt in de praktijk een oplossing te vinden. 18 Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat er wel effecten kunnen optreden die nopen tot een principiele discussie, namelijk een discussie over stroomlijning van het inhoudelijk oordeel van rechters. Het zichtbaar maken van patronen in de oordeelsvorming geeft immers onvermijdelijk een impuls tot het terugdringen van de (mogelijk) geconstateerde verscheidenheid, terwijl die verscheidenheid juist kan worden verdedigd vanuit de optiek van de autonome rechter die een oordeel vormt in het concrete geval. Daarmee komt ten aanzien van onderzoekbaarheid een spanningsveld in beeld dat kenmerkend is voor de hele discussie over rechtspraak en transparantie, namelijk die tussen de autonomie van de individuele rechter en de koers van het geheel van de rechterlijke macht. Het blijkt, zo luidt de analyse in de WRR-Verkenning, heel moeilijk om het collectief van de rechtspraak een profiel of een gezicht te geven, omdat de individuele rechter vanwege zijn onafhankelijkheid kan claimen voor het instituut rechtspraak te staan. Dit is in beginsel terecht, maar werkt improductief omdat het vooral de rechtspraak als geheel is die door de buitenwereld ter verantwoording wordt geroepen. 4.2 Communicatie anders dan door de tekst van de uitspraak Een tweede thema in de discussie over bekritiseerbaarheid is de speelruimte die rechters hebben en willen innemen als het gaat om communicatie, nu van hen steeds meer op dat vlak wordt gevraagd. De grote en schijnbaar onoverkomelijke hindernis die rechters kan beletten om buiten het vonnis om te communiceren, ligt in de eis van onpartijdigheid. Het EHRM stelt zonder omhaal van woorden dat the fact that judges who have been criticised are subject to a duty of discretion [ ] precludes them from replying. 19 Maar met de maatschappelijke dynamiek die gaandeweg rond de rechtspraak is ontstaan, gaat een dergelijke onverstoorbaarheid toch wel erg schuren. Men verwacht in de rechtszaal allang niet meer dat de rechter zich opstelt als an island unto himself, dus waarom zou die houding buiten de rechtszaal wel moeten prevaleren? Het verkennen van de speelruimte voor publieke communicatie is hoognodig, en deels al onderweg. De kerngedachte achter een gereserveerde publieke houding is onbetwist: nader commentaar schendt zoals opgemerkt mogelijk de fundamentele norm van rechterlijke onpartijdigheid. Met andere woorden, de inhoudelijke afwegingen in een zaak behoren tot de kern van de rechtsstatelijke positie van de autonome rechter. Net zo goed als een politicus zich niet met een lopende zaak dient te bemoeien geldt dat ook voor rechters onderling. Ook speelt hier de schaduw van het geheim van de raadkamer een rol. De tekst van de uitspraak is immers bij spannende (meervoudige) zaken de belichaming van een compromis waarvan we het verhaal niet mogen kennen. Het geeft daardoor geen pas als dat verhaal alsnog uit de doeken wordt gedaan. Bekritiseerbaarheid op het niveau van de individuele zaak kent kortom om goede redenen haar grenzen. Toch wil dit nog niet zeggen dat de mogelijkheden voor maatschappelijke communicatie met behoud van neutraliteit zijn uitgeput. Zo zou er niets aan in de weg moeten staan om echte misverstanden uit de weg te ruimen. Als bijvoorbeeld een journalist er blijk van geeft de onschuldpresumptie of het nemo tenetur-beginsel niet te doorgronden, dan kunnen daar prima zaakgerelateerde mededelingen over gedaan worden die niet tot de tekst van het vonnis te herleiden zijn, maar daar wel als fundament onder liggen. Het expliciteren van dat soort deep structures kan vaak nuttig zijn. Als het gaat om communicatie in het publieke 226 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 04

11 domein speelt prominent de vraag wie de communicatieve rechter een gezicht geeft. Met andere woorden, wie zou er namens de rechtspraak moeten spreken? Daarbij gelden de presidenten als een van de opties naast de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, de president van de Hoge Raad, de persrechter en de zittingsrechter zelf. Belangrijker echter dan de vraag wie het woordvoerderschap op zich neemt en of dat tot een beeldbepalend persoon ( een Benno Baksteen ) beperkt zou moeten blijven, is de houding en rolopvatting waarmee de rechtspraak zich in het debat mengt en soms ook, in het debat laat trekken. Breed gedeeld binnen de rechterlijke macht is de opvatting dat de rechtspraak een veel strategischer en proactiever houding zal moeten aannemen als het gaat om de positie en het gezag van het instituut. 20 Nog te vaak is er een onvoldoende besef dat in het publieke domein de discussie over de inhoud van de concrete rechtszaak al snel overgaat in een debat over het instituut zelf. Waar de speelruimte voor een communicatieve rechter op het niveau van de individuele zaak omwille van de onpartijdigheid duidelijke grenzen kent, is deze minder principieel begrensd op het niveau van het instituut. Ook de rechterlijke macht zelf is er in meerderheid van overtuigd dat hier nog vorderingen te maken zijn Opnieuw bezien van onaantastbaarheden Een lastig vraagstuk in de discussie over bekritiseerbaarheid is het belang van finaliteit. 22 Een essentiële en nogal basale reden dat bekritiseerbaarheid niet zonder meer past in het (zelf)beeld van rechters is dat de onafhankelijke en onpartijdige rechter als neutrale derde juist tot taak heeft om discussies en slepende onenigheden tot een afronding te brengen. De rechtsorde en de rechtspraak dragen daarom velerlei kenmerken in zich die gezien moeten worden in het licht van het schrikbeeld van een oneindige regressie of oneindige discussie. Het ziet er niet naar uit dat de maatschappelijke behoefte aan dergelijke neutrale geschillenbeslechting zal afnemen, maar tegelijkertijd blijkt het finale karakter de afsluitende functie van het rechterlijk oordeel steeds moeilijker te tolereren. Die finaliteit vormt bij uitstek een hindernis voor bekritiseerbaarheid. Het markeert een punt waarop de rechtspraak niet verder bevraagd kan worden. De nagalm van de serie rechterlijke dwalingen die aan het licht zijn gekomen (het meest recent de Peacock-zaak 23 ) maakt dat velen, ook binnen de juridische wereld, pleiten voor het zonder meer erkennen van fouten, ook als voorwaarde om gezag te behouden. 24 Maar om fouten te erkennen moeten ze eerst worden opgespoord, en dat gaat vaak niet zonder het afsluitende karakter van het rechterlijk oordeel te relativeren. Een essentiële les van die rechterlijke dwalingen is dat twijfel aan de deugdelijkheid van een definitieve uitspraak niet zomaar komt bovenborrelen, maar het een product is van niet-aflatend speurwerk van buitenstaanders, of dat nu (misdaad)journalisten zijn of wetenschappers die kritisch naar dossiers kijken. Twijfel is kortom het resultaat van de weigering om finaliteit voor lief te nemen. De spanning die dat oplevert zal voelbaar blijven, maar dat laat onverlet dat er manieren gevonden kunnen worden om zowel het belang van finaliteit als dat van bekritiseerbaarheid aan boord te nemen. In dit opzicht is het instrument strafrechtelijke herziening de voorbije jaren een belangrijk strijdtoneel gebleken. Hier laat zich goed zien welke zwaarwegende belangen er tegenover finaliteit kunnen staan. Er staat immers veel op het spel: van het voorkomen of anders redresseren van onterechte veroordelingen tot de kwestie of het belichten van fouten nu wel of juist niet bijdraagt aan Het ziet er niet naar uit dat de maatschappelijke behoefte aan neutrale geschillenbeslechting zal afnemen, maar tegelijkertijd blijkt het finale karakter van het rechterlijk oordeel steeds moeilijker te tolereren rechterlijk gezag. Maar zelfs met de recente versoepeling van de herzieningsregeling kent Nederland een zeer restrictieve achterdeur om definitieve rechterlijke oordelen nog aan te tasten. Het novum-begrip herbergt nog steeds de assumptie van onfeilbaarheid: een zaak kan alleen worden opengebroken vanwege omstandigheden die de rechter niet had kunnen kennen. De Hoge Raad omzeilt in zijn jurisprudentie over het novum-begrip deze onfeilbaarheid echter vakkundig, 25 en probeert zo ongeacht wettelijke beletselen tot een werkbare inzet van het herzieningsinstrument te komen. Er zal daarom wellicht een andere manier gevonden moeten worden om de rechter als sluitstuk te positioneren. En dat niet alleen als juridisch-technisch vraagstuk, maar ook als een kwestie van welke rolopvatting de rechter past nu zijn laatste woord in de dagelijkse praktijk minder makkelijk valt maar nog wel van wezenlijk belang is. De natuurlijke wijze (ook van persrechters) om een zaak toe te lichten is veelal nog steeds een soort opgeruimd staat netjes modus (vergelijk de houding van rechters zoals omschreven door Latour 26 ). De zaak is afgehandeld, en wat rest is een toelichting van 16. R.W.M. Giard, Dokteren aan het aan- 19. EHRM 24 februari 1997, De Haas en Gijsels België, klachtnr /92, Prins, Van der Mijl & Tiemeijer, Prins, Van der Mijl & Tiemeijer, Wij gebruiken dit woord hier in een andere betekenis dan gebruikelijk is in het bestuursprocesrecht. 23. HR 18 december 2012, LJN BW Vergelijk A-G. Knigge in zijn Vordering inzake Lucia de B. (herziening); HR , NJ 2009, 44, m.nt. P.A.M. Mevis. 25. Zie bijvoorbeeld H.F.M. Crombag, H. Israëls, P.J. van Koppen & W.A. Wagenaar, Twee nova: Ina Post en de Deventer moordzaak, NJB 2010/378, afl. 8, p B. Latour, The making of law. An ethnography of the Conseil d Etat, Cambridge: Polity 2010, p. 210 e.v. sprakelijkheidsrecht, Den Haag: BJU P. Neleman en P.J. Neijt, Toetsingscommissie civiele vonnissen, Raad voor de rechtspraak, Den Haag Prins, Van der Mijl & Tiemeijer 2013 (voetnoot 53, p. 253) NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

12 Wetenschap de beslissing. Maar vanuit transparantie redenerend begint het dan pas. 4.4 Navolgbare rechtsvorming Wellicht het belangrijkste onderdeel van het ontvankelijk maken van de rechtspraak voor kritiek, is het vergroten van de discursiviteit van vonnissen. Het is voor buitenstaanders moeilijk om iets te vinden van de gestileerde redeneringen die zijn vervat in uitspraken. Die omstandigheid mag misschien bevorderlijk lijken voor een ongestoord functioneren van de rechtspraak, maar ook hier is het effect tegenwoordig een andere. Men wendt zich af van de redengeving, maar niet van de uitkomst. Van de uitkomsten van spraakmakende zaken vindt iedereen immers wel iets. Bij een relatief ondoordringbare argumentatie blijft ook iets anders buiten beeld, namelijk de manier waarop de rechtspraak aansluiting houdt met maatschappelijke verschuivingen, in en door middel van de belangrijke rechtsvormende oordelen die met regelmaat worden gedaan. Maar ook wanneer het niet zozeer op de rechtsvormende, maar de geschillenbeslechtende taak van de rechter aankomt de kans om te trachten het negatief rechterlijk oordeel voor justitiabele en/of samenleving acceptabel te laten zijn: de tegenstander of verliezer te overtuigen. 27 Er is (uiteraard) sprake van een globale communicatie tussen de rechtspraak en samenleving, tussen de rechter en justitiabele. Toch het is al vaker gezegd het is veelal nagenoeg onnavolgbaar welke overwegingen voor de rechter aanleiding vormden tot een individueel oordeel of een eventuele koerswijziging ten aanzien van de toepassing van het recht. Maar er zijn tal van systeemkeuzes en wijzigingen van rolopvatting te bedenken die hierin verandering zouden kunnen brengen. Om te beginnen is er, met behoud van een model van collegiale besluitvorming, ruimte om via een meer discursieve motivering houvast te bieden voor maatschappelijke discussie en kritiek. Want hoe apodictischer de uitspraak, hoe minder handvatten er zijn voor buitenstaanders om er iets van te vinden. Dat met een minder kale redeneerstijl successen vallen te vieren laat in ieder geval PROMIS zien. Niettemin wordt ook binnen de rechterlijke macht de wens geuit om verdere stappen op dit pad te zetten. 28 Maar het gaat in dit verband soms niet alleen om het bieden van meer handvatten voor buitenstaanders over het waarom van het meebewegen met maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook dat de rechtspraak meebeweegt en dat rechters aanpassingen onder maatschappelijke druk doen. De discussie over strenger straffen laat zien dat het voor burgers niet altijd even zichtbaar is dat de rechtspraak wel degelijk meebeweegt. Zo is de strafrechter in de periode voor hetzelfde soort misdrijven ruim 10% zwaarder gaan straffen, 29 zonder dat dit tot een merkbaar ander sentiment over de strengheid van rechters heeft geleid. Pièce de résistance is hier toch weer wie er namens de rechtspraak expliciteert en uitlegt (en op welke manier) dat er strenger wordt gestraft dan voorheen, al dan niet met de toevoeging dat uit onderzoek blijkt dat burgerpanels die even rechter mogen spelen niet strenger straffen dan echte rechters. 30 De tweede optie bij meer speelruimte voor navolgbare rechtsvorming dissenting en concurring opinions is uitdagender. Binnen de Nederlandse rechterlijke macht zijn de meningen over de introductie hiervan verdeeld: zo 228 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 04

13 is slechts 24% van de door de wrr geënquêteerde rechters voorstander van de invoering op het niveau van de hoogste rechter. Toch is het beeld aanzienlijk genuanceerder wanneer met rechters nader inhoudelijk wordt gediscussieerd. 31 Daarbij toont een aantal prominente rechters, onder wie de president van de Hoge Raad Corstens, zich al langer voorstander van het openbaar maken van de individuele opvattingen van oordelende rechters. Natuurlijk zal deze stap naar bekritiseerbaarheid met de nodige spanning gepaard gaan. En zeker, individuele rechters zullen onderdeel van de publieke discussie worden. 32 Maar in landen waar met het systeem wordt gewerkt is het effect ook dat rechters én hun redeneringen voor het publiek kenbaar zijn. Het gevoelen is niet dat de rechterlijke oordeelsvorming tot de geheime binnenkamersfeer beperkt blijft. Daarbij levert het gematigde Nederlandse meerpartijenstelsel vermoedelijk een heel ander soort minderheidsstandpunten op dan in de vaak aangehaalde situatie van de Verenigde Staten: minder politiek, maar meer juridisch gemotiveerd. En zeker, niet valt te ontkennen dat de enkele mogelijkheid dat rechters met een minderheidsstandpunt naar buiten kunnen komen betekenis heeft voor de discussie in de raadkamer. Maar daarmee staat niet het geheim van de raadkamer en daarmee de vrije en ongehinderde discussie als zodanig op de tocht. Bovendien: bij het merendeel van de arresten zal consensus waarschijnlijk de praktijk blijven. Maar ook bij een systeem van minderheidsstandpunten komen grenzen in beeld. Bijvoorbeeld als discursieve openheid zal afdoen aan begripsmatige helderheid, zodat de discussie oneindig kan voortslepen. Een uitspraak voorzien van een minderheidsstandpunt kan immers wel hoog scoren op de maatstaf van bekritiseerbaarheid, maar tegelijkertijd tekortschieten op helderheid en begrijpelijkheid, zoals het voorbeeld van de Obamacare -uitspraak van het Amerikaanse Supreme Court in juni 2012 liet zien. 33 Die uitspraak is juist door de transparantie van het verschil van mening van individuele rechters een lappendeken van coalities en breekpunten over verschillende inhoudelijke onderdelen geworden, die uitermate moeilijk te doorgronden is. 34 Grenzen zullen er eveneens kunnen zijn vanuit de onverzettelijkheid die soms nodig is om daadwerkelijk de betekenisvolle rol van tegenwicht in de politieke orde te kunnen spelen. De rechtspraak is in de politieke dynamiek immers noch een windvaan noch een barometer. Maar deze grenzen zijn niet als principes in Twijfel is het resultaat van de weigering om finaliteit voor lief te nemen steen gebeiteld. Ze laten zich stellen afhankelijk van de context van de zaak en achterliggende belangen. 5. Conclusie De hier bepleite stap naar bekritiseerbaarheid is noch onomstreden noch eenvoudig. Bovendien gaat het niet om een simpele optelsom van de hiervoor besproken speelruimtes. De uitdaging zal zijn om gegeven de context op waarde te schatten welke grenzen van levensbelang zijn en welke door de tijd zijn ingehaald en wellicht verlaten kunnen worden. Zo zal op het niveau van lagere rechtspraak de aandacht eerder uit moeten gaan naar het benutten van de speelruimte voor onderzoekbaarheid en een meer communicatieve rechter, dan een zoektocht naar alternatieve manieren om de eindoordelende functie van de rechtspraak recht te doen of navolgbare rechtsvorming in te kleuren. Deze laatste twee zullen daarentegen juist wel geagendeerd moeten worden op het niveau van de hoogste rechters. Het debat over de ruimte voor bekritiseerbaarheid als onderdeel van het bredere concept transparantie kan zo is de centrale boodschap van dit betoog niet zomaar worden weggedacht. Zeker niet wanneer ook de vraag naar het gezag van het instituut rechtspraak in de hedendaagse samenleving meespeelt. De veranderende houding van de samenleving in het toekennen van gezag maakt dat debat noodzakelijk. In het voorgaande is een aantal opties gepresenteerd om bekritiseerbaarheid ruimte te geven. Die ruimte is gewenst, maar ook begrensd: uiteindelijk wordt de speelruimte voor bekritiseerbaarheid bepaald door de grenzen die aan de meegaandheid van de rechtspraak gesteld (moeten) worden. Soms zal er een echte principiële grens bereikt worden, maar in andere gevallen zal er ruimte voor verandering voorhanden zijn. Grenzen verleggen waar het kan en beter uitleggen waar ze wel gesteld moeten worden: dat zal voor de rechterlijke macht uiteindelijk een centrale opdracht in het transparantiedebat blijken te zijn. 27. Zie ook: Y. Buruma, Het waarom en Kroon, Uitermate effectief? Beelden en feiten over misdaad en straf, NJB 2012/1861, afl. 32, p W.A. Wagenaar, Strafrechtelijke oordelen van rechters en leken, Eindrapport i.o.v. Raad voor de rechtspraak, Den Haag, Prins, Van der Mijl & Tiemeijer, Alhoewel zoals door Drion voorgesteld ( De Hoge Raad en dissenting opinions, het sprookje van het Poldermodel, NJB 2005, p. 513) ook voor anonieme minderheidsstandpunten kan worden gekozen. 33. Supreme Court (VS) 28 juni 2012, opinions/11pdf/11-393c3a2.pdf 34. CNN had aanvankelijk zelfs de omgekeerde slotsom bericht. Zie nl/nieuws/2012/06/28/hof-keurt-zorgwetvan-obama-grotendeels-goed/ hoe van transparante rechtspraak, NJB 2013/137, afl. 3, p Prins, Van der Mijl & Tiemeijer, Zie F. van Tulder, De straffende rechter, NJB 2011/1225, afl. 24, p ; verder studies vermeld in F. van Tulder en R. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

14 197 Interview Egbert Myjer, rechter, diplomaat en lobbyist tussen Straatsburg en Den Haag Dit ambt was het mooiste dat mij beroepshalve kon overkomen Folkert Jensma 1 Egbert Myjer (1947) was tot november acht jaar lang de hoogste Nederlandse rechter in het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg. Myjer werd er benoemd in 2004 na een loopbaan als wetenschappelijk medewerker strafrecht in Leiden, rechter in Zutphen, advocaat-generaal in Den Haag, plaatsvervangend procureur-generaal (hoofdadvocaat-generaal) en hoogleraar in Amsterdam. Als student in Utrecht was hij betrokken bij de eerste wetswinkels. Als medewerker in Leiden was hij redacteur vanaf het eerste Bulletin van het Nederlands Juristencomité voor de Mensenrechten in 1976 tot zijn vertrek in 2004 naar Straatsburg. tijdens mijn studie ontdekte ik wat je met het recht zou kunnen doen. Eerlijk gezegd heeft Pas de studentenrevolutie van 1968 daar behoorlijk toe bijgedragen. Ik weet niet hoe ik zou zijn geworden zonder die abrupte bewustmaking. Hij koos voor strafrecht. Ik had weinig affiniteit met de hogere juridische technieken in het civiele recht; ik wilde met de mens in het recht bezig zijn. Hoe kun je iemand tot zijn recht laten komen. Het begrip mensenrechten ging pas echt spelen aan het eind van mijn studie. Mijn toenmalige hoogleraar strafrecht Toon Peters haalde me over om me te verdiepen in mensenrechten, voordat ik zou proberen om rechter te worden. In het NJCM bulletin schreef hij jarenlang commentaren over strafrecht en mensenrechten. De boodschap was vaak dat me dat niet fair genoeg kon gaan. Ik was toen nog vrij kritisch. Toen nog wel. En hoe zit dat nu? Ook nog wel, maar anders. Er zit nu 35 jaar extra levensen beroepservaring bij. Bovendien: schrijven over een zaak is veel gemakkelijker dan er daadwerkelijk over moeten beslissen. Wat voor rechter was hij in Zutphen? Ik probeerde steeds een verdachte zijn verhaal te laten doen en daarop te antwoorden. Het was nog de tijd waarin de behandeling van een zware strafzaak hooguit een dag in beslag nam. Het horen van getuigen was toen nog volkomen ongebruikelijk. Ik moet eerlijk toegeven dat ik in die tijd ook wel eens met verbazing aan een advocaat heb gevraagd of het nu echt nodig was de zaak aan te houden om een politieagent te horen? Vertrouwde hij de politie dan niet? Dan won mijn praktijkgevoel het van de theorie. Ik durfde soms ook wat verdergaande standpunten in te nemen omdat ik toch niet de laatste rechter was. Na mij zat altijd nog een gerechtshof en eventueel de Hoge Raad. Was de advocaat-generaal Myjer net zo eigenwijs als de rechter Myjer? Nee, ik ging namens de Staat het tegensprekelijke debat voeren. Dat zou ik als rechter nooit doen. Maar ik probeerde wel mijn magistratelijke rol te blijven vervullen. Ik bekeek de strafdossiers niet alleen met de blik van hoe kan ik de verdachte aanpakken, maar ook met wat pleit voor hem. Bovendien, als ik overtuigd was dat er voldoende was om een verdachte te veroordelen, eiste ik dezelfde straf die ik ook als rechter zou hebben opgelegd. Ik ergerde me er toen wel aan dat de rechters dan soms vrij automatisch een trapje-af -redenering volgden. Als het OM dit eist en de advocaat doet een tegenbod, dan gaan we wat onder de eis van het OM zitten. Juristen die zich met mensenrechten bezighouden willen de wereld verbeteren activisten in toga. Klopt dat en zou u zich zo willen typeren? 230 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 04

15 Een echte activist ben ik nooit geweest. En als ik het was, dan nog het meeste in de jaren zeventig toen ik als medewerker strafrecht in Leiden werkte. Als rechter en later bij het Openbaar Ministerie heb ik wel uitdrukkelijk gewezen op de eisen van het Verdrag en de jurisprudentie van het Europese Hof, ook als dat uit het oogpunt van het belang van de openbare orde wat minder goed uitkwam. Ik herinner me nog de woedende reactie van een recher-chechef toen ik een echte activist had losgelaten die verdacht was van het saboteren van treinrails bij een munitietransport. Er waren basale fouten gemaakt rond zijn vrijheidsberoving. Wat rechter Myjer doet, noem ik boekenwurmerij, zei hij in de pers. Het knipseltje hangt nog boven de boekenkast in mijn studeerkamer. Hoorde U in Straatsburg tot de activistische rechters? Nee, voor zover je daar bij Straatsburgse rechters al van zou kunnen spreken. Ik was ingehuurd om met mijn collega s te controleren of de lidstaten zich aan hun plechtige belofte hebben gehouden ik citeer nu even aan een ieder die ressorteert onder haar rechtsmacht de rechten en vrijheden te verzekeren die zijn vastgesteld in het Verdrag. Ik kan niet naar eigen believen de verplichtingen uit het Verdrag oprekken. Ook in je interpretatie ben je aan rechtsregels gebonden. Ik ben me constant bewust dat wat ik als Europese rechter zeg een impact kan hebben op pakweg de rechtspositie van mensen die verblijven in een van de 47 lidstaten. Je kunt je hier geen vrijblijvende uitspraak permitteren, behalve wellicht in een zogenaamde dissenting opinion. Dat maakte mij in elk geval wat voorzichtig. Ik kon heel streng zijn waar het gaat om duidelijke schendingen, helemaal waar het ging om de zogenaamde core rights, het recht op leven en het verbod op marteling of onmenselijke behandeling. Maar ik denk wel drie keer na voordat ik meega bij het openzetten van nieuwe deuren. En voor alle duidelijkheid: het is veel leuker om lekker gas te geven dan af en toe op de rem te staan. Wij zijn er niet om naar eigen believen gas te geven. We moeten ons uitspreken over fundamentele rechten, niet over wenselijke rechten. De sociale grondrechten zijn juist heel bewust door de lidstaten niet in het Verdrag opgenomen. Dan moeten wij niet zeggen dat we ze via de zijdeur van het verbod op een onmenselijke behandeling toch in het Verdrag lezen. Uitzonderingen daargelaten, waarin het gaat om basaal overleven. Dat is althans mijn taakopvatting. En tot nu toe ook die van het Hof. Zie bijvoorbeeld de uiterst belangrijke overweging 263 in het arrest-m.s.s. tegen België en Griekenland van 21 januari In die zaak had Griekenland er bij een asielzoeker zo n onmenselijk potje van gemaakt dat dat niet meer door de beugel kon. Ik vind dat we zuinig moeten zijn op wat we hebben en dat we niet alsmaar meer moeten brengen onder de vleugels van het Verdrag. Veel vakbroeders vinden dat veel te restrictief en lieten u dat ook weten. Vroeger schreef ik ook vakcommentaren. Ze zijn belangrijk om uitleg te geven en op de consequenties van een uitspraak te wijzen. En soms ook als kritische instantie, om vragen op te werpen. Ik probeer ze altijd Ik vind dat we zuinig moeten zijn op wat we hebben en dat we niet alsmaar meer moeten brengen onder de vleugels van het Verdrag te lezen. Maar laat ik vanuit mijn Straatsburgse ervaring een ding duidelijk maken: de praktijk heeft mij geleerd dat in onze beraadslagingen over een conceptuitspraak vrijwel altijd alle aspecten zijn afgewogen die ook in zo n vakcommentaar naar voren worden gebracht. Vaak zijn die commentaren ook verlanglijstjes voor een meer activistische toepassing. Bent u wijzer geworden in Straatsburg? Ik heb veel pregnanter dan ooit te voren gezien hoe belangrijk en nodig het Verdrag is. In de dossiers die je dagelijks te lezen krijgt zie je hoeveel er nog mis gaat in Europa en hoeveel er nog moet worden gedaan. Je ziet hoe zwakke groepen soms onder mensonterende omstandigheden moeten leven. Niet alleen gedetineerden, maar ook mensen die asiel komen zoeken. Hoe er gediscrimineerd wordt. Hoe corruptie de boel verziekt. Hoe in bepaalde landen het uiten van meningen wordt afgestraft. Hoe soms nationale rechters worden ontslagen of op non-actief gesteld omdat ze het hebben gedurfd recht te spreken. Ik zie trouwens ook her en der verbeteringen dankzij het Verdrag en onze rechtspraak. Landen vinden het niet leuk om voor schaamtevol gedrag op de vingers te worden getikt. In Nederland hebben we al lang geleerd te leven met het Verdrag. Waar er voor Nederland nu nog schendingen worden gevonden gaat dat even afgezien van bepaalde vreemdelingenzaken vaak om relatief kleine aanpassingen. In de nieuwe democratieën van Midden- en Oost- Europa en Turkije gaat het vaker om de meest fundamentele rechten. Maar ook daar wordt gaandeweg met het Verdrag rekening gehouden. Zouden we opnieuw voor zo n verdrag en zo n Hof (moeten) kiezen? We hebben in 1950 een systeem opgezet waarbij individuen bij een internationaal gerechtshof konden klagen dat het eigen land (of het land waar ze zich bevonden) hun fundamentele rechten had geschonden. Dat systeem is uniek. En ook zo succesvol geweest, dat het inderdaad de vraag is of alle lidstaten nu nog bereid zouden zijn eenzelfde systeem op te zetten. Het Hof kan effectiever en lastiger zijn dan de landen ooit hebben vermoed. Juist daarom moet je zuinig zijn op het Hof en voorkomen dat een lidstaat ooit zegt: ze kunnen me nog meer vertellen. Dan is er heel veel verloren. Wat hebt u over uzelf in Straatsburg geleerd? Dat het werken in een internationale omgeving, met Auteur 1. Mr. F.E. Jensma is redacteur en commentator bij NRC Handelsblad. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

16 Interview Meer dan ooit ben ik me bewust dat gebeurtenissen vanuit een historische context moeten worden bezien collega s uit zoveel verschillende rechtsculturen, alleen maar verrijkend kan zijn voor je eigen functioneren. Ik heb nog meer geleerd te relativeren. Meer dan ooit ben ik me bewust dat gebeurtenissen vanuit een historische context moeten worden bezien. Ik heb nog nooit zoveel contemporaine geschiedenisboeken gelezen als de laatste jaren. Ik ben in Straatsburg gelukkig geweest. Het mogen uitoefenen van dit ambt is het mooiste dat mij beroepshalve had kunnen overkomen.... en kon u Nederland nog begrijpen? Ik heb regelmatig Straatsburgse collega s moeten uitleggen hoe het mogelijk is dat het vanouds tolerante Nederland in relatief korte tijd een ander gezicht heeft laten zien. Voor zover daarop tenminste een antwoord mogelijk was. Nederland heeft altijd behoord tot de vrienden van het Hof. Toen op 29 mei 2010 Nederland het Hof de prestigieuze internationale Four Freedoms Award toekende, werd dat ook bij ons als een zeer belangrijk eerbetoon gezien. Vervolgens leek het erop dat het kabinet-rutte een andere koers ging varen ten opzichte van het Hof. Ik heb toen gelukkig kunnen ervaren waarom een Eerste Kamer met recht een chambre de reflection wordt genoemd. Juist daar heeft men bijna Senaat-breed bij herhaling duidelijk gemaakt dat Court-bashing verkeerd is. Gelukkig heeft minister Opstelten officieel en bij herhaling aangegeven het met de Senaat eens te zijn. En voor het overige is Nederland wat mij betreft nog steeds vrij voorbeeldig als het gaat om de manier waarop het het Verdrag en de uitleg van het Hof daarover in regelgeving implementeert. Bent u in uw Straatsburgse jaren juridisch inhoudelijk van mening veranderd? Ik ben hier pas echt gaan zien hoeveel vreemdelingenrecht te maken heeft met rechten van de mens. Ook al is bewust door de vaders van de Conventie nagelaten een recht op asiel op te nemen. En ook al herhalen wij uitdrukkelijk keer op keer dat landen vrij zijn om te reguleren of en zo ja welke vreemdelingen men wil toelaten en onder welke voorwaarden, feit blijft dat het Verdrag bescherming biedt aan een ieder die ressorteert onder de rechtsmacht van een lidstaat. Dat betekent dat een vreemdeling die zich in Nederland bevindt, zich kan beroepen op dezelfde rechten van de mens als een Nederlands ingezetene. Ik was specialist in het strafrecht en had voornamelijk over de strafrechtelijke aspecten van rechten van de mens geschreven. Ik werd hier pas goed met de neus op de feiten gedrukt dat sommige vreemdelingen ook personae miserabiles zijn. Vreemdelingen die vroeger naar Gerhard van Roon Hollandse Hoogte 232 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 04

17 Nederland zijn gehaald om ik gebruik even bewust die oude term als gastarbeider te werken, moeten ook hun familierechten kunnen uitoefenen. Vreemdelingen die hun huis en haard hebben opgegeven uit angst voor hun leven en dat van hun kinderen, mogen niet worden teruggestuurd als voldoende vaststaat dat ze een reëel en geïndividualiseerd gevaar lopen voor hun leven. Maar bent u nou van mening veranderd? Neen, niet echt. Wat wel voorkwam is dat ik in een enkel grensgeval in een Kamer een andere beslissing nam dan in de Grote Kamer (bijvoorbeeld in de zaak-sanoma tegen Nederland). Ik heb toen uitdrukkelijk uitgelegd dat ik als nationale rechter in hoger beroep niet in mijn eentje dwars ga liggen als alle andere rechters een tegengestelde mening hebben. Waarom schreef u zo weinig dissenting opinions? Is er een voorbeeld, waarvan je kan zeggen daarop staat uw handtekening? Misschien ben ik wel een heel harmonieus persoon, die altijd met de meerderheid meestemt. Maar als ik vind dat de collega s het bij het verkeerde eind hebben, stem ik tegen en maak ik gebruik van het recht aan te geven waarom. Overigens, als het 6-1 lijkt te worden in de Kamer, of 16-1 in de Grote Kamer doe je er niet onverstandig aan even bij jezelf na te gaan of jij je wellicht vergist. Ik heb in die acht jaren best wat dissenting opinions geschreven. Die schrijf je helemaal zelf. De stijl is veel losser dan in een arrest. Alleen het feit dat ik het zelf moet schrijven maakt al dat ik ze zo beknopt mogelijk maak. Ik weet dat er collega s zijn die er bijna beroemd mee zijn geworden. Mijn voorganger Martens schreef soms langere dissents dan het hele arrest. Bij hem was de inhoud altijd zeer relevant. Een aantal keren is zijn mening naderhand ook vaste rechtspraak geworden. Maar bij andere collega s die halve proefschriften schrijven als dissent denk ik soms: help. Dat leest niemand en gaat ten koste van ander werk dat je had kunnen doen. Niet alles wat een wenselijk recht is, is ook een fundamenteel recht Een van mijn typische dissents is rond het informele zigeunerhuwelijk. Daar heb ik ook willen waarschuwen dat niet alles wat een wenselijk recht is ook een fundamenteel recht is. En wij moeten alleen oordelen over fundamentele rechten. Ik zeg dat ook in mijn dissent bij het arrest-munoz Dias tegen Spanje (8 december 2009): However, the Court s jurisdiction cannot extend to the creation of rights not enumerated in the Convention, however expedient or even desirable such new rights might be. In interpreting the Convention in such a way, the Court may ultimately forfeit its credibility among the Contracting States as a court of law, thus undermining the unique system of international human rights protection of which it has been the linchpin until now. In guaranteeing the right to marry, Article 12 clearly leaves the modalities of the exercise of this right to domestic authority ( according to the national laws governing the exercise of this right ). Over het Hof wordt gezegd dat er topjuristen in zitten, maar ook dat nieuwe (of kleine) lidstaten moeite hebben om goede mensen te vinden. Klopt dat? In het Verdrag staat dat de rechters het hoogst mogelijk zedelijk aanzien moeten genieten en benoembaar moeten zijn in een hoge functie in de (eigen) rechterlijke macht ofwel rechtsgeleerden moeten zijn van erkende bekwaamheid. De lidstaten dienen een lijst in te leveren van drie personen die aan die kwaliteiten voldoen; de Parlementaire vergadering van de Raad van Europa bekijkt of het de lijst accepteert en zo ja, kiest een van de kandidaten. Kortom: de lidstaten hebben zelf het konijn in de hoge hoed gestopt. En geen land kan er in redelijkheid belang bij hebben bewust met de kwaliteit van de nationale rechter te knoeien. Een groot aantal van mijn collega s is van topkwaliteit; een paar rechters zitten wellicht wat onder de aanduiding top. Hoe kan dat? Het is te gemakkelijk om daar het onderscheid kleine-grote staten of oude-nieuwe staten op te plakken. Dat klopt ook niet. Om een gemakkelijk voorbeeld ter noemen: het Hof heeft zojuist de Luxemburger Dean Spielmann tot president gekozen, als vice-presidenten/kamervoorzitters zijn de rechters uit Andorra en Italië gekozen, en als de andere drie kamervoorzitters de rechters uit Letland, Liechtenstein en Monaco. Het percentage rechters uit ministaatjes is nu ineens toevalligerwijze wel heel groot, maar het geeft wel aan dat een heel kleine staat rechters kan hebben voorgedragen die het in de ogen van hun collega s zo goed doen dat ze tot president of kamervoorzitter zijn gekozen. De rechter namens Liechtenstein is overigens een Zwitser. Je hoeft niet per se een eigen landsman voor te dragen. Anderzijds moet ik toegeven dat we een tijd lang hebben gezien dat sommige nieuwe lidstaten die vroeger tot het Sovjetblok behoorden, kandidaten hebben willen voordragen die van na de Omwenteling zijn. De Berlijnse Muur viel in In de jaren negentig en de eerste jaren van 2000 werden nieuwe staten lid van de Raad van Europa en partij bij het Verdrag. Dat betekende dat we een tijdje ook rechters hebben gekregen die relatief jong waren. We hebben de afgelopen jaren meegemaakt dat rechters zwanger werden. In het verleden zou dat ondenkbaar zijn geweest. Zwangere Europese toprechters? Voor alle duidelijkheid: die jongere rechters zijn vaak van uiterst goede kwaliteit. Ik zelf had meer jaren nodig om zoveel levenservaring op te doen dat ik deze hoogste rechterlijke functie naar behoren kon vervullen. Ik ben zelf wel hoe langer hoe meer tot de ontdekking gekomen dat het van immens belang is dat uitzonderingen daargelaten iemand die hier wordt ge kozen duidelijk ervaring heeft in de eigen nationale rechtspraktijk. Een nationaal ervaren rechter pleegt meer te denken in termen van wat betekent mijn vandaag genomen beslissing voor zaken in de toekomst. Je wordt hier niet gekozen om je activistische aanleg maar om je vermogen een afgewogen rechterlijk oordeel te geven. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

18 Interview Zijn rechters uit voormalige Oostbloklanden inderdaad dwingender als het om mensenrechtenschendingen gaat? En spoort dat met de zuinigheid op het EVRM die met u wordt geassocieerd? In de voormalige Oostbloklanden komen of kwamen in elk geval tot voor kort zaken voor die je in het Westen niet of niet meer voor mogelijk zou houden. Politiegeweld, corruptie, onmenselijke toestanden in gevangenissen, intimidatie, muilkorven van de pers en noem maar op. Dat soort zaken hoort tot de corebusiness van ons vak. Dat moet als dat voldoende vaststaat streng worden aangepakt. Daarover zijn we het allemaal eens. Maar het is van belang om wel telkens blijven bezien of de klachten voldoende feitelijk onderbouwd zijn. En we moeten ook vertrouwen blijven geven aan nationale rechters en niet te snel denken dat onze oplossing beter is. Ik kan niet in het algemeen zeggen dat rechters uit voormalige Oostbloklanden dwingender zijn als het om Als we teveel deuren openzetten kan het ook behoorlijk gaan tochten mensenrechtenschendingen gaat. Wat ik wel merk is dat ik in vergelijking met die collega s soms minder behoefte voel om aan de nationale overheid te vertellen hoe het allemaal nog beter kan. Bovendien: als we teveel deuren openzetten kan het ook behoorlijk gaan tochten. Waar plaatst u zichzelf in het Hof zijn er stromingen, scheidingen, cultuurgroepen, activisten vs. afstandhouders? Er zijn geen echte stromingen. Maar je kunt zo langzamerhand wel voorspellen wie van de collega s een voorzichtige rijder is, en wie soms even goed gas wil geven. Ik ben echt niet iemand die voor elk wissewasje op de rem trapt; en soms zie ik alle aanleiding m even op de staart te trappen. Maar in het algemeen probeer ik een constante koers te volgen, waarbij ik me aan de gemiddelde snelheid houd. Er is even gesuggereerd in Nederland om advocaten die kansloze zaken indienen te straffen. Nog afgezien van de voorgestelde sanctie is dat echt een probleem? Iedere ingediende kansloze zaak is er een te veel. Dat kan ten koste gaan van zaken waarin het er echt op aankomt. Soms wordt een paar decimeters papier gedeponeerd. Zo n dossier moet van begin tot het eind moeten worden gelezen door een van onze juristen. Na een paar uur lezen is het antwoord dan vaak: onzinzaak, het is allemaal op nationaal niveau al door de rechter behoorlijk afgewogen. Wij zijn geen vierde instantie. Ik snap het wel: je weet nooit hoe een koe een haas vangt en soms verlangt een cliënt simpelweg dat alles op alles wordt gezet. Ik heb wel eens gemijmerd dat het goed zou zijn dat een advocaat die met een echt kansloze zaak komt getrakteerd wordt op wat wij vroeger een eigen geldje noemden. Dan moet hij maar geen toevoegingsgeld krijgen. Maar ik realiseer me dat dat bijna niet uitvoerbaar is. Is de lage drempel om te mogen klagen op termijn vol te houden? Straatsburg lijkt me eeuwig onderbezet en overvoerd. De lage drempel is een immens groot goed. Bekend is dat meer dan 95% van de klachten inderdaad niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Veel van die 95% zijn de bij voorbaat volledig kansloze zaken. Desondanks: zo lang we het nog een beetje kunnen volhouden, zouden we de lage drempel moeten volhouden. Sinds vorig jaar hebben we door nieuwe regelgeving een efficiencyslag kunnen uitvoeren. We zijn nu eindelijk weer wat aan het zakken in de voorraad. Maar het is nog veel te veel: zaken liggen op een antwoord te wachten. Daartussen zitten ook zaken waar de betreffende Staat druipt van de boter. Ondanks alle waarschuwingen hebben ze geen maatregelen genomen of verbeteringen ingevoerd. Je mocht hopen dat in dat opzicht de diverse lidstaten durven elkaar de maat te nemen. En niet zoiets hebben van: als ik jou hier niet op aanspreek, zal ik jou daar niet op aanspreken. Zo lang als de lidstaten zich bewust blijven dat zij op de eerste plaats een verantwoordelijkheid hebben ook om door het Hof geconstateerde feiten zo snel mogelijk te herstellen en klagers zuinig zijn op Straatsburg, en de rechters in Straatsburg ook de moed blijven houden te doen waarvoor ze zijn ingehuurd, moeten we die lage drempel maar blijven koesteren. Waarom gaan de meeste Nederlandse zaken in Straatsburg over vreemdelingenrecht? Zeilen kabinetten hier juridisch zo scherp aan de wind? Of hebben we voor vreemdelingen gewoon minder respect dan voor autochtonen? Straatsburg wordt met name op dit terrein inmenging in nationale bevoegdheden verweten. Het aantal vreemdelingenzaken is relatief groter geworden. Dat heeft ongetwijfeld ook te maken met het hoge niveau van de vreemdelingenadvocatuur. Zij kennen in Nederland onderling een geoliede informatievoorziening. Ik huil niet mee in het koor van degenen die zeggen dat er een te repressief overheidsbeleid wordt gevoerd. Wie de cijfers ziet over heel Europa en het percentage asielzoekers dat daadwerkelijk asiel krijgt in Nederland, ziet dat Nederland vergelijkenderwijs een groot aantal asielzoekers toelaat. En laten we wel wezen, er zijn ook heel veel economische vluchtelingen, die huis en haard hebben verkocht om hier een beter bestaan te vinden en die zich nu met alle middelen rechtens proberen te verzetten tegen een terugsturen naar het land van herkomst. Begrijpelijk, maar dat heeft minder met mensenrechten te maken. Maar er zijn ook nog steeds veel zaken die beter zouden kunnen en moeten. Soms zitten ook mensen die eenvoudigweg om praktische redenen niet kunnen worden teruggestuurd wel heel lang in vreemdelingenbewaring. Zo n vrijheidsbeneming moet wel een uiterst middel blijven. Ook zijn er bepaalde soorten zaken waarin Nederland in het verleden een strikter beleid heeft gevoerd dan andere Europese landen. Ik duid dan in het bijzonder op de zogenaamde I f-problematiek. Dat zijn zaken waarin de Staat heeft gesteld dat iemand geen asiel kan krijgen omdat er aanwijzingen zijn dat die persoon zich in het eigen land denk aan Afghanistan aan misdrijven tegen de menselijkheid heeft schuldig gemaakt. Vaak kunnen 234 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 04

19 die mensen niet terug naar het land van herkomst. Hun gezinsleden zitten dan al vaak jaren in Nederland, zijn vaak verwesterd en kunnen in redelijkheid niet meer terug naar het land van oorsprong. De zaak-salah Sheekh baarde de meeste opzien, vooral omdat de Raad van State onder druk kwam. De kritiek werd in een latere uitspraak (Colon vs. Nederland) nog eens herhaald de Raad zou niet écht een effective remedy bieden. Sterker, een beroep daar is bound to fail. U bent nu vrij om er wat over te zeggen is de Raad van State geloofwaardig in Europa? Ik ben stomverbaasd over de manier waarop in die zaak-colon is gedacht dat wij een kritische noot wilden kraken. Dat was absoluut niet het geval. In de zaak-salah Sheekh hadden wij aangegeven dat het niet nodig was dat die bewuste klager nog naar de Raad van State moest gaan. De jurisprudentielijn in vergelijkbare zaken was immers duidelijk. Ook dat was niet bedoeld als impliciete kritiek maar simpelweg een constatering. Ik heb indertijd onderschat hoe op nationaal niveau nauwkeurige lezertjes met dat ene zinnetje aan de haal zijn gegaan. Wat wel Ik heb indertijd onderschat hoe op nationaal niveau nauwkeurige lezertjes met dat ene zinnetje aan de haal zijn gegaan waar is, is dat er jarenlang een verschil in interpretatie is geweest tussen de vreemdelingenkamers van de rechtbanken en de vreemdelingenkamer van de Raad van State. Dat had ook te maken met het typische van het bestuursrecht: de rechter moet daar simpel gezegd marginaal toetsen: kon de overheid, gelet op alle omstandigheden, in redelijkheid tot de genomen beslissing komen? En in een aantal schrijnende vreemdelingenzaken was de eerstelijnsrechter een tijd lang eerder dan de Raad van State geneigd om het voor de vreemdeling ongunstige besluit van de overheid opzij te zetten. Wij hebben duidelijk aangegeven dat op zijn minst in zaken van leven en dood een marginale toetsing uit den boze is. Als er een reëel geïndividualiseerd risico is dat het leven van een vreemdeling bij terugzending naar het land van herkomst gevaar loopt, mag je hem niet uitzetten. Eigenlijk in lijn met uitspraken van de lagere vreemdelingenrechter. Daarna is ook de Raad van State dat soort zaken ruimer gaan interpreteren. En heel geloofwaardig. Klopt het dat BZ in de Sheekh-zaak van u de gebruikelijke hint kreeg om deze kwestie out of court te regelen, maar daar niet op in ging omdat men dacht dat niet-uitputting van nationale rechtsmiddelen een voldoende sterk argument was om de zaak op te kunnen winnen? Neen, de zaak is simpeler dan gedacht. We hadden een heleboel zaken met betrekking tot Somalië liggen. We hebben er toen een voorbeeldzaak uitgehaald die qua feiten het minst omstreden was. Dat was toevallig Salah Sheekh. We hebben onderschat dat in de nationale commentaren zoveel nadruk werd gelegd op de zogenaamde niet-uitputting van nationale rechtsmiddelen. Er zijn andere zaken geweest waarin we inderdaad aan de Nederlandse regering hebben gevraagd of die en die afhandeling niet een beetje erg formalistisch was. En, ere wie ere toekomt, als er werkelijk sprake leek van zo n situatie, kwam er meestal een mededeling van de regering dat men de zaak in der minne had geregeld. Voorkomen is dan beter dan wellicht veroordeeld worden. Hoe heeft u geopereerd in de golf van kritiek op Straatsburg die er onder het laatste kabinet los kwam? Mij wordt wel beschreven dat u overal uw gezicht liet zien en zo veel mogelijk het nut van het EVRM trachtte uit te dragen. U had ook in Frankrijk achter uw dossiers kunnen blijven zitten en het oproer laten uitwoeden. Dat het kabinet om ging zou na een bezoek van Opstelten aan Straatsburg zijn geweest en een lang gesprek met u. Een rechter spreekt via zijn vonnissen. Maar hier vond ik dat ik toch wat duidelijkheid moest geven. Gelukkig werd ik een aantal keren uitgenodigd om precies die onderwerpen te bespreken die ik graag aan de orde wilde stellen. Toen vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken in relatie tot het Hof het woord perifeer is gebruikt, hebben bijvoorbeeld Nederlandse leden van de parlementaire assemblee mij gevraagd of dat naar mijn oordeel klopte. Ik ben vrij duidelijk geweest in mijn ontkennend antwoord. De eerlijkheid gebiedt te melden dat de VVD zo dapper was mij enige tijd later te vragen het eerste exemplaar van een rapport Onbetwistbaar Recht? van de Teldersstichting in ontvangst te nemen. Ik heb daar toen zeer stevige kritiek geuit. Wat minister Opstelten betreft: de eerste kritiek was niet van hem gekomen. Hij heeft zich pas voor de eerste keer over het Hof geuit in het kabinetstandpunt van 3 oktober Wat in die brief staat is gebaseerd op feiten. Dat betekent niet dat ik het per se met alle door hem gelegde accenten eens ben, maar dat stuk bevat geen onjuiste of ongepaste opmerkingen. Hij heeft ook de woordvoering gedaan in de Eerste Kamer in het voorjaar dit jaar. Het is algemeen bekend dat Opstelten in 2011 een bezoek heeft gebracht aan Straatsburg. Hij is toen ook officieel bij het Hof op bezoek geweest. Wij hebben toen ook samen gepraat, ook over de echte feiten met betrekking tot het Hof. Ik kende hem al als een bestuurder die zich laat leiden door de echte feiten; dat heeft hij ook hier laten zien. Deze episode moet toch tamelijk onaangenaam zijn geweest voor u. Ik heb het eens aan iemand als volgt uitgelegd: stel je bent burgemeester van een grote stad. Je werkt je uit de naad om die stad zo goed mogelijk te besturen. Dat zal nooit tot ieders tevredenheid zijn. In de schaarse tijd die je hebt weet je eens per maand een ochtend ook nog de nieuwe honderdjarigen te bezoeken. Maar stel dat dan een instelling van wie je een correcte en neutrale verslaggeving verwacht zegt: die burgemeester legt zijn prioriteiten verkeert. Hij bezoekt voornamelijk honderdjarigen. Dan geloof je je oren niet. Helemaal als er mensen zijn die NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

20 Interview Ik ben hier pas echt gaan zien hoeveel vreemdelingenrecht te maken heeft met rechten van de mens dat nog geloven ook. Kritiek is best, maar dan gebaseerd op feiten. Dat stak mij behoorlijk. Als rechter, zeker in Nederland, profileerde u zich. Daarmee week u af van het beeld van de (straf)rechter als het spreekwoordelijke glas water, geurloos, reukloos en zonder smaak. Wat adviseert u een jonge strafrechter van vandaag te doen? Intussen is de mediadruk enorm toegenomen, de rechtspraak trekt meer vuur uit de politiek de marges zijn smaller. De rechterseed luidt onder meer: Ik zweer/beloof dat ik mijn ambt met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal uitoefenen en mij in deze uitoefening zal gedragen zoals een goed rechterlijk ambtenaar betaamt. Vroeger stond daar: een braaf rechterlijk ambetaar. Braaf in de zin van moedig. Tegenwoordig heb je ook allerlei internationale en nationale teksten over de kwaliteiten waaraan een rechter moet voldoen. Een heel belangrijke tekst is geschreven door het European Network of Judicial Councils (ENJC). In het ENJC Judicial Ethics Report staat onder meer; A judge should perfom his role with wisdom, loyalty, humanity, courage, seriousness and prudence, while having the capacity to listen, communicate and work. Mooier kan ik het niet zeggen. Wijsheid, humaniteit maar ook moed. Dat alles vanzelfsprekend binnen het systeem van de wet. Moed kan betekenen om bestand te zijn tegen druk van buitenaf, bestand tegen wat sommige media of politici beweren, ook beslissingen durven nemen die aan bepaalde groepen in de maatschappij onwelgevallig zijn. Waar dat nuttig is en ook kan binnen het systeem van de wet creatieve oplossingen bedenken, in lijn met de eisen van de moderne samenleving. Niet om het creatiefste jongetje te zijn uit de klas. Alleen als het zo uitkomt. Geeft u eens een voorbeeld? Goed, uit mijn Zutphense verleden: ik kreeg eens twee minderjarige ettertjes voor die waren gaan potenrammen. Tijdens de zitting bleek dat ze die anti-homohouding compleet van thuis hadden meegekregen. Vader verontschuldigde min of meer dat ze wat verder waren gegaan dan had gemogen, maar dat was het. Toen ik moest vonnis wijzen heb ik eerst vader aangepakt. Ik heb gezegd dat ik het betreurde dat in ons strafrecht geen mogelijkheid bestaat vaders straf te laten ondergaan voor verkeerde opvoeding. Maar dat het mede zijn schuld was dat de kinderen nu al een soort strafblad kregen. Er bestonden toen nog geen leerstraffen. Ik heb de reclassering een plan laten opmaken om met die twee jongens een leerproject te doen bij de Anne Frankstichting en ik heb ze een werkstuk laten maken over discriminatie. Daarbij heb ik ze via een termijnbetaling 500 gulden laten betalen aan de slachtoffers (een spijt-me-gesprek konden de slachtoffers niet aan). Dat alles als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke vrijheidsstraf. En ik heb ze verteld dat ze bij een eventuele recidive wat mij betreft onmiddellijk het gevang in zouden gaan, met alle negatieve gevolgen van dien. Maar dat ik ze niet nu al het slachtoffer wilde laten worden van de stommiteiten en vooroordelen van hun vader. Dat bedoel ik met creatief bezig zijn, binnen de grenzen van het recht. Kijk hoe je met een minimum aan leedtoevoeging een maximum aan resultaat kunt bereiken. Maar het mag nooit zo zijn dat een rechter, om Kloos te parafraseren, meent dat hij zijn taak moet vervullen als de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste interpretatiemethode. Je moet wel binnen het systeem blijven. 236 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 04

Tilburg University. Published in: Nederlands Juristenblad. Document version: Publisher final version (usually the publisher pdf)

Tilburg University. Published in: Nederlands Juristenblad. Document version: Publisher final version (usually the publisher pdf) Tilburg University Rechtspraak en bekritiseerbaarheid. Op zoek naar een hedendaagse interactie tussen rechtspraak en samenleving Griffioen, H.; Prins, Corien Published in: Nederlands Juristenblad Document

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Leiden, gevestigd te Leiden, verweerder. Zaaknummer: 2008/008 Rechter(s): mrs. Loeb, Lubberdink, Mollee Datum uitspraak: 20 juni 2008 Partijen: appellant tegen college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Bijzondere omstandigheden,

Nadere informatie

De bestuursrechter en de bestuurlijke lus

De bestuursrechter en de bestuurlijke lus De bestuursrechter en de bestuurlijke lus Prof. dr. A.J.C. de Moor-van Vugt 3-4-2014 pag. 1 Einde Afdeling bestuursrechtspraak? Regeerakkoord : De Raad van State wordt gesplitst in een rechtsprekend deel

Nadere informatie

Anders gezegd: DNZ past in een bredere trend, en de 2.0-pet past ons allemaal.

Anders gezegd: DNZ past in een bredere trend, en de 2.0-pet past ons allemaal. DNZ Ik kan mij voorstellen dat sommigen van u hier verwachten of hopen dat ik een heldere, afgebakende definitie ga geven van DNZ. Rond DNZ bestaat de nodige onduidelijkheid en onzekerheid, en een dergelijke

Nadere informatie

Zijne Excellentie mr. G.A. van der Steur Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

Zijne Excellentie mr. G.A. van der Steur Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG tot politieke keuze cassatierechter Den Haag, 4 april205 No. 25./4/ME/ds PRESIDENT VAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Zijne Excellentie mr. G.A. van der Steur Minister van Veiligheid en Justitie Postbus

Nadere informatie

COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013

COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013 COMMENTAAR OP HET WETSVOORSTEL BEVORDERING VAN MEDIATION IN HET BURGERLIJK RECHT VAN 25 APRIL 2013 9 MEI 2013 Herengracht 551 Contactpersoon: 1017 BW Amsterdam Ellen Soerjatin T 020 530 5200 E ellen.soerjatin@steklaw.com

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

Gezondheidsstrafrecht

Gezondheidsstrafrecht Gezondheidsstrafrecht Mr. dr. W.L.J.M Duijst Deventer 2014 Omslagontwerp: H2R creatievecommunicatie ISBN 978-90-13-12600-6 E-book 978-90-13-12601-3 NUR 824-410 2014, W.L.J.M. Duijst Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

Specialisatie loont?!

Specialisatie loont?! Specialisatie loont?! Tetty Havinga, Instituut voor rechtssociologie, Faculteit Rechtsgeleerdheid Presentatie Vereniging voor Auteursrecht 3 oktober 2014 Amsterdam Twee onderzoeken Opbouw presentatie Specialisatie

Nadere informatie

de Rechtspraak Raad voor de rechtspraak Ministerie van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 ER DEN HAAG

de Rechtspraak Raad voor de rechtspraak Ministerie van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 ER DEN HAAG Ministerie van Veiligheid en Justitie mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 ER DEN HAAG Directie Strategie en Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag correspondentieadres Postbus 90613 2509

Nadere informatie

Uit: Jurisprudentie Gemeente, 14 mei 2014 (JG. 2014/40)

Uit: Jurisprudentie Gemeente, 14 mei 2014 (JG. 2014/40) Uit: Jurisprudentie Gemeente, 14 mei 2014 (JG. 2014/40) Noot bij: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 14 mei 2014, 201303996/1/A3 en ECLI:NL:RVS:2014:1708 door: I.M. van der Heijden en E.E.

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE . > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat

Nadere informatie

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Halderberge. Datum: 24 mei 2013. Rapportnummer: 2013/057

Rapport. Rapport betreffende een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Halderberge. Datum: 24 mei 2013. Rapportnummer: 2013/057 Rapport Rapport betreffende een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Halderberge Datum: 24 mei 2013 Rapportnummer: 2013/057 2 Klacht Verzoeker, een advocaat, klaagt erover dat het

Nadere informatie

De eigendomskwestie KNAW. 9 januari 2014. Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur)

De eigendomskwestie KNAW. 9 januari 2014. Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur) De eigendomskwestie Dr. mr. H. van Meerten (disclaimer: standpunten komen voor rekening van de auteur) 9 januari 2014 KNAW Prof. Schoordijk, NJB 2010, 2049 Enige jaren geleden betoogde ik dat de privatisering

Nadere informatie

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst AAN: De Centrales van Overheidspersoneel, toegelaten tot het Sectoroverleg Rijkspersoneel De Voorzitter van het Sectoroverleg Rijkspersoneel Bijlagen 1 AAC/92.064

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

De Rechtbank te 's-gravenhage (nr. AWB 10/5062) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. 11 Oktober 2013 nr. 12/04012 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 10 juli 2012, nr. BK-11/00544,

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid van de behandeling van zaken betreffende personen- en familierecht MEMORIE VAN

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Recht en Criminaliteit in cyberspace

EUROPEES PARLEMENT. Recht en Criminaliteit in cyberspace EUROPEES PARLEMENT TIJDELIJKE COMMISSIE ECHELON-INTERCEPTIESYSTEEM SECRETARIAAT MEDEDELING TEN BEHOEVE VAN DE LEDEN De leden treffen als aanhangsel een document aan met de titel Recht en Criminaliteit

Nadere informatie

Wie kan klagen? Een persoon of organisatie die gebruik maakt of heeft gemaakt van de diensten van een regionale ondersteuningsstructuur (ROS).

Wie kan klagen? Een persoon of organisatie die gebruik maakt of heeft gemaakt van de diensten van een regionale ondersteuningsstructuur (ROS). KLACHTENREGELING ROS-COLLECTIEF Inleiding Indien personen of organisaties een klacht willen indienen die betrekking heeft op (medewerkers van) een regionale ondersteuningsstructuur (ROS), dan dient men

Nadere informatie

Tijd rijp voor verplichte scheidingsbemiddeling

Tijd rijp voor verplichte scheidingsbemiddeling Tijd rijp voor verplichte scheidingsbemiddeling Nieuwsbrief NGR 14.03.03 De Nederlandse Gezinsraad (NGR) constateert dat er een breed maatschappelijk draagvlak is voor verplichte scheidingsbemiddeling.

Nadere informatie

ZES VORMEN VAN GEZAG

ZES VORMEN VAN GEZAG ZES VORMEN VAN GEZAG OVER LEIDERSCHAP VAN DE ONDERNEMINGSRAAD Gezag is in de moderne maatschappelijke verhoudingen steeds minder vanzelfsprekend. Er is sprake van een verschuiving van verkregen gezag (op

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtsbestel

Nadere informatie

Ministerie van Veiligheid en Justitie

Ministerie van Veiligheid en Justitie anders in Ministerie van Veiligheid en Justitie Aan de Koning sector Straf- en sanctierecht Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www. rijksoverheid. nh/venj Contactpersoon Mr.

Nadere informatie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vaak gestelde vragen. over het Hof van Justitie van de Europese Unie Vaak gestelde vragen over het Hof van Justitie van de Europese Unie WAAROM EEN HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE (HVJ-EU)? Om Europa op te bouwen hebben een aantal staten (thans 28) onderling verdragen

Nadere informatie

Vereniging voor Arbeidsrecht

Vereniging voor Arbeidsrecht Vereniging voor Arbeidsrecht 7 maart 2013 Prof. dr. R.M. Beltzer 1 2 Een uitstervend ras? Te behandelen! 1. Het probleem: de krimpende markt en concurrentie 2. Iedereen een arbeidsovereenkomst? De elementen

Nadere informatie

Gehoord de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1

Gehoord de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1 De Minister van Verkeer en Waterstaat Ir. C.M.P.S. Eurlings Postbus 20906 2500 EX Den Haag datum 12 maart 2008 contactpersoon mw. mr. R.M. Driessen doorkiesnummer 070-361 9852 faxnummer 070-361 9746 e-mail

Nadere informatie

Ontslag na doorstart faillissement

Ontslag na doorstart faillissement Ontslag na doorstart faillissement december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden

Nadere informatie

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe,

Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, Edèlhoogachtbare Heer/Vrouwe, X Z (belanghebbende), \ beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 juli 2013. Bij brief van 11 oktober 2013 heeft de griffier mij

Nadere informatie

Ik heb de uitzending gezien en bovenstaande lijkt me een juiste weergave van uw optreden in het programma.

Ik heb de uitzending gezien en bovenstaande lijkt me een juiste weergave van uw optreden in het programma. Aan: Hekkelman Advocaten & Notarissen Postbus 1468 6501 BL Nijmegen Van: Drs. M. de Hond t.a.v. Prof. mr. M.J.A. van Mourik Geachte professor, In de uitzending van Netwerk van 13 november jl. heeft u,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258

Rapport. Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 Rapport Datum: 1 juli 1998 Rapportnummer: 1998/258 2 Klacht Op 10 oktober 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer D. te Heemstede, met een klacht over een gedraging van de Huurcommissie

Nadere informatie

Woord vooraf. Epe, februari 2015. 1 Marten Toonder, Soms verstout ik mij: de zelfkant, de vergelder, Amsterdam: De Bezige Bij 1985.

Woord vooraf. Epe, februari 2015. 1 Marten Toonder, Soms verstout ik mij: de zelfkant, de vergelder, Amsterdam: De Bezige Bij 1985. Woord vooraf De aanleiding om dit boek te schrijven zijn de colleges die ik in de afgelopen jaren in het verplichte vak over rechtsvinding heb gegeven aan juridische bachelorstudenten aan de Hogeschool

Nadere informatie

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Mr. P.H.A.M. Peters Hoff van Hollantlaan 5 Postbus 230 5240 AE Rosmalen Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Geachte heer Peters, Bij brief van 12 november

Nadere informatie

Casus 14 Argumenten op tafel!

Casus 14 Argumenten op tafel! Casus 14 Argumenten op tafel! Ondernemers proberen lastige besluiten op een gemakkelijke manier door de ondernemingsraad aanvaard te krijgen. Formuleer in algemene bewoordingen en vooral niet al te precies,

Nadere informatie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen ADVIES Rolnummer: LPL 98.039 DE BEDRIJFSCOMMISSIEKAMER VOOR DE OVERHEID VOOR LAGERE PUBLIEKRECHTELIJKE LICHAMEN, ADVISERENDE

Nadere informatie

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer.

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer. 3.8 Meningen van bevraagden ten aanzien van de verstekregeling 3.8.1 Verruiming mogelijkheden verdachte? Uit de verkregen reacties wordt duidelijk dat er uiteenlopende antwoorden zijn gegeven op de vraag

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN

ALGEMENE VOORWAARDEN ALGEMENE VOORWAARDEN 1. DEFINITIES In deze Algemene voorwaarden wordt verstaan onder: (a) W&P Waterman & Partners Executive Search, gevestigd te Uithoorn (b) Kandidaat Iedere natuurlijke persoon die door

Nadere informatie

TOEKOMST BESTUURS- RECHTSPRAAK: ONE PEAK OR TWIN PEAKS?

TOEKOMST BESTUURS- RECHTSPRAAK: ONE PEAK OR TWIN PEAKS? NEDERLANDS JURISTENBLAD TOEKOMST BESTUURS- RECHTSPRAAK: ONE PEAK OR TWIN PEAKS? Bestuursrechter als finale geschillenbeslechter Patiëntenrechten P. 593-660 JAARGANG 88 8 MAART 2013 10 10295516 AMBACHTELIJK

Nadere informatie

Ombudsman Verzekeringen. Raad van Toezicht Verzekeringen. Klachteninstituut Verzekeringen

Ombudsman Verzekeringen. Raad van Toezicht Verzekeringen. Klachteninstituut Verzekeringen Ombudsman Verzekeringen Raad van Toezicht Verzekeringen Klachteninstituut Verzekeringen Postbus 93560 2509 AN Den Haag Telefoon: (070) 333 8 999 Fax: (070) 333 8 900 Internet: www.klachteninstituut.nl

Nadere informatie

De gemeenteraad heeft mij verzocht de gemeenteraad in de bezwaarprocedure te vertegenwoordigen en hem waar nodig nader van advies te dienen.

De gemeenteraad heeft mij verzocht de gemeenteraad in de bezwaarprocedure te vertegenwoordigen en hem waar nodig nader van advies te dienen. PER FALK COURIER Aan de gemeenteraad van Boxmeer Postbus 450 5830 AL BOXMEER Nijmegen, 25 oktober 2006 Ons kenmerk : 20041655 TL/cb Inzake : Boxmeer/Windenergie Doorkiesnummer : 024-382 83 94 Direct faxnummer:

Nadere informatie

ProDemos Huis voor democratie en rechtsstaat

ProDemos Huis voor democratie en rechtsstaat Wat is rechtspraak? Nederland is een rechtsstaat. Een belangrijk onderdeel van een rechtsstaat is onafhankelijke rechtspraak. Iedereen heeft wel eens ruzie met een ander. Stel je hebt een conflict met

Nadere informatie

Schriftelijke vragen. Inleiding door vragenstelster.

Schriftelijke vragen. Inleiding door vragenstelster. Gemeenteraad Schriftelijke vragen Jaar 2014 Datum akkoord college van b&w van 2 december 2014 Publicatiedatum 5 december 2014 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw M.D.

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam Faculteit der Rechtsgeleerdheid Amsterdam Center for International Law Postbus 1030 1000 BA Amsterdam T 020 535 2637 Advies Luchtaanvallen IS(IS) Datum 24 september 2014 Opgemaakt door Prof. dr. P.A. Nollkaemper

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.minocw.nl

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2008-I

Eindexamen maatschappijleer vwo 2008-I Opgave 1 Tbs ter discussie 1 maximumscore 2 beveiliging van de samenleving Voorbeeld van juiste toelichting bij beveiliging van de samenleving: In de tekst staat dat er steeds minder mensen uitstromen

Nadere informatie

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Reglement Klachtencommissie Cliënten Mentaal Beter

Reglement Klachtencommissie Cliënten Mentaal Beter Reglement Klachtencommissie Cliënten Mentaal Beter INHOUDSOPGAVE Artikel 1 Begrippen Blz. 03 Artikel 2 Uitgangspunten Blz. 04 Artikel 3 De Klachtencommissie Blz. 05 Artikel 4 De werkwijze van de commissie

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie

VERSCHONINGSRECHT COHEN-ADVOCAAT

VERSCHONINGSRECHT COHEN-ADVOCAAT VERSCHONINGSRECHT COHEN-ADVOCAAT MR. M.M. (MAÏTE) OTTES, 28 MAART 2013 INHOUD Algemene beginselen Uitspraken HvJ EG, Akzo Nobel/Commissie, C-550/07 P Rechtbank Groningen, LJN: BV7149 Hoge Raad, LJN: BY6101

Nadere informatie

Bijlage. Onderwerp: analyse jurisprudentie compensatieplicht Wmo

Bijlage. Onderwerp: analyse jurisprudentie compensatieplicht Wmo Bijlage Onderwerp: analyse jurisprudentie compensatieplicht Wmo Aanleiding Tijdens het Algemeen Overleg van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op 28 juni 2012 heeft mevrouw

Nadere informatie

verklaring omtrent rechtmatigheid

verklaring omtrent rechtmatigheid POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Raad Nederlandse Detailhandel DATUM 17 juni

Nadere informatie

Uiteindelijk gaat het om het openbreken van macht

Uiteindelijk gaat het om het openbreken van macht Uiteindelijk gaat het om het openbreken van macht Als hoogleraar Publieke Innovatie aan de Universiteit Utrecht onderzoekt Albert Meijer vernieuwing in de publieke sector. Open Overheid en Open Data maken

Nadere informatie

Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045

Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045 Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045 Uitspraak van de Raad van Toezicht van de Nederlandse Vereniging

Nadere informatie

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE

PUBLIC RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 9 juli 2004 (14.07) (OR. en) 11091/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/001 (COD) LIMITE Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 9 juli 2004 (4.07) (OR. en) PUBLIC 09/04 Interinstitutioneel dossier: 2004/00 (COD) LIMITE JUSTCIV 99 COMPET 3 SOC 337 CODEC 874 OTA van: het voorzitterschap

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

Deze plannen hebben met een aantasting van de democratische rechtsstaat weinig te maken.

Deze plannen hebben met een aantasting van de democratische rechtsstaat weinig te maken. 197 Deze plannen hebben met een aantasting van de democratische rechtsstaat weinig te maken. E.J. Daalder* Minister Donner zette op 31 mei 2011 aan de Tweede Kamer zijn opvattingen uiteen over de wijze

Nadere informatie

Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap

Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap 10 Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap Kim van der Hoeven 1. Inleiding Ontwikkelingen in maatschappij en samenleving denk met name aan de

Nadere informatie

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Nederlands Instituut van Psychologen

Nadere informatie

Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris!

Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris! Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Daar is hij dan: de echtscheidingsnotaris! Prof. mr. A.J.M. Nuytinck Published in Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie (WPNR), 139,

Nadere informatie

mijn brieven van 17-1-2013 en 3-3-2014 uw brieven van 29-8-2013 en 10-9-2014 (commissie cassatie in het belang der wet) uw kenmerk: CW/HL/ig

mijn brieven van 17-1-2013 en 3-3-2014 uw brieven van 29-8-2013 en 10-9-2014 (commissie cassatie in het belang der wet) uw kenmerk: CW/HL/ig campuscontract.com De procureur-generaal bij de Hoge Raad Hans Talmon Mr. J.W. Fokkens Clara van Sparwoudestraat 120 Hoge Raad der Nederlanden 2612 RW Delft Postbus 20303 2500 EH DEN HAAG telefoon: 015-2138265

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ZORGINSTELLINGEN Per 7 juli 2015

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ZORGINSTELLINGEN Per 7 juli 2015 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ZORGINSTELLINGEN Per 7 juli 2015 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting: de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

1. de heer K, wonende te X, aan het adres X, hierna te noemen K

1. de heer K, wonende te X, aan het adres X, hierna te noemen K Mr. R. Menschaert 1 08/1914.01/pva Heden de en acht tweeduizend ten verzoeke van 1. de heer K, wonende te X, aan het adres X, hierna te noemen K te dezer zake woonplaats kiezende te 's-gravenhage aan het

Nadere informatie

REGLEMENT van De Ombudsman Zorgverzekeringen

REGLEMENT van De Ombudsman Zorgverzekeringen REGLEMENT van De Ombudsman Zorgverzekeringen Het Bestuur van de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen, op 24 januari 2008 in vergadering bijeen, stelt het navolgende reglement vast: Reglement

Nadere informatie

Gewetensbezwaarde ambtenaren

Gewetensbezwaarde ambtenaren Opgave 1 Gewetensbezwaarde ambtenaren Bij deze opgave horen de teksten 1 tot en met 3 uit het bronnenboekje. Inleiding Op 3 september 2012 ondertekenden diverse politieke partijen het zogenaamde Roze Stembusakkoord.

Nadere informatie

Gepubliceerd in Jurisprudentie Bestuursrecht 2011-132. ABRvS van 30 maart 2011, LJN: BP9590, zaaknr. 201007835/1/H3

Gepubliceerd in Jurisprudentie Bestuursrecht 2011-132. ABRvS van 30 maart 2011, LJN: BP9590, zaaknr. 201007835/1/H3 Gepubliceerd in Jurisprudentie Bestuursrecht 2011-132 ABRvS van 30 maart 2011, LJN: BP9590, zaaknr. 201007835/1/H3 http://www.rechtspraak.nl/ljn.asp?ljn=bp9590 Art.: art. 1a, lid 1, aanhef en sub d, Wob,

Nadere informatie

Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse

Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) De levensverzekeringsovereenkomst: een vreemde eend in de bijt van verzekeringsovereenkomsten Prof. mr. drs. M.L. Hendrikse Algemene opmerkingen (1) De wetgever

Nadere informatie

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden

CM01-025 Utrecht, 23 oktober 2001. Betreft: implementatie Richtlijn 2001/55 inzake tijdelijke bescherming van ontheemden Permanente commissie Secretariaat van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, telefoon 31 (30) 297 42 14/43 28 telefax 31 (30) 296 00 50 e-mail cie.meijers@forum.nl postbus 201, 3500 AE Utrecht/Nederland

Nadere informatie

BEÏNVLOEDINGSSTIJLEN. Tegenbewegende stijlen. Meebewegende stijlen. = duwen = trekken. evalueren aansporen en onder druk zetten

BEÏNVLOEDINGSSTIJLEN. Tegenbewegende stijlen. Meebewegende stijlen. = duwen = trekken. evalueren aansporen en onder druk zetten BEÏNVLOEDINGSSTIJLEN Er zijn verschillende beïnvloedingsstijlen te onderscheiden. De stijlen kunnen worden onderverdeeld in: TEGENBEWEGENDE STIJLEN MEEBEWEGENDE STIJLEN = duwen = trekken Tegenbewegende

Nadere informatie

Betreft: conceptwetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht in hoger beroep en cassatie

Betreft: conceptwetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht in hoger beroep en cassatie (7) ' 000 111111111111111111111111111111 (.0 1-.^1 21:a. Aan de Minister van Veiligheid en Justitie De heer mr. I.W. Opstelten Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Cr) LA) Den Haag, 27 juni 2014 Dossiernummer:

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Rijk en Politie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Rijk en Politie Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Rijk en Politie Rolnummer: RP98.041 DE BEDRIJFSCOMMISSIEKAMER VOOR RIJK EN POLITIE, ADVISERENDE NAAR AANLEIDING VAN EEN VERZOEK OM BEMIDDELING INZAKE EEN GESCHIL

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie begrotingscontrole

EUROPEES PARLEMENT. Commissie begrotingscontrole EUROPEES PARLEMENT 1999 Commissie begrotingscontrole 2004 29 juni 2001 PE 305.601/6-20 AMENDEMENTEN 6-20 ONTWERPADVIES - Theato aan de Commissie constitutionele zaken (PE 305.601) ALGEMENE HERZIENING VAN

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN

EUROPEES PARLEMENT. Commissie verzoekschriften MEDEDELING AAN DE LEDEN EUROPEES PARLEMENT 2004 Commissie verzoekschriften 2009 17.12.2009 MEDEDELING AAN DE LEDEN Betreft: Verzoekschrift 0930/2005, ingediend door Marc Stahl (Duitse nationaliteit), over de erkenning in Duitsland

Nadere informatie

Hoe beleven leerlingen de rechtsstaat? Workshop: rechtsstaat in de les; leerlingen activeren

Hoe beleven leerlingen de rechtsstaat? Workshop: rechtsstaat in de les; leerlingen activeren Hoe beleven leerlingen de rechtsstaat? Workshop: rechtsstaat in de les; leerlingen activeren Rollenspel Befje op Befje af Hoger Lager Dilemma s Hoe lossen we dit op? Opgepakt, wat dan? Rechtenteller Landenspel

Nadere informatie

1. Afbakening van en aanvulling op GRECO rapport

1. Afbakening van en aanvulling op GRECO rapport Minister van Justitie D.t.v. Mw. Mr. E.E. Weeda Postbus 20301 2500 EH Den Haag datum 2 februari 2004 contactpersoon R.C. Hartendorp doorkiesnummer 070-361 9788 e-mail R.Hartendorp@rvdr.drp.minjus.nl ons

Nadere informatie

Alternative Disposal of Criminal Cases by the Prosecutor: Comparing the Netherlands and South Africa A.M. Anderson

Alternative Disposal of Criminal Cases by the Prosecutor: Comparing the Netherlands and South Africa A.M. Anderson Alternative Disposal of Criminal Cases by the Prosecutor: Comparing the Netherlands and South Africa A.M. Anderson ALTERNATIVE DISPOSAL OF CRIMINAL CASES BY THE PROSECUTOR: COMPARING THE NETHERLANDS AND

Nadere informatie

Regeling Geschillen- en Bezwarencommissie Orionis Walcheren WSW

Regeling Geschillen- en Bezwarencommissie Orionis Walcheren WSW Regeling Geschillen- en Bezwarencommissie Orionis Walcheren WSW Het Algemeen Bestuur van Orionis Walcheren, hierna te noemen Orionis Walcheren, te Vlissingen gehoord de Ondernemingsraad gelet op de bepalingen

Nadere informatie

Gênant ACTUALITEITEN. Frederik van Nouhuys 1

Gênant ACTUALITEITEN. Frederik van Nouhuys 1 Gê n a n t Aanbestedingsrecht ACTUALITEITEN Gênant Frederik van Nouhuys 1 Eind vorig jaar is namens de Staatssecretaris van VWS een brief gestuurd aan de Europese Commissie omtrent de vraag of gemeentelijke

Nadere informatie

Uitwerking klantenparticipatie P-wet 2015

Uitwerking klantenparticipatie P-wet 2015 Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Uitwerking klantenparticipatie P-wet 2015 Programma Inkomen & armoedebestrijding BW-nummer Portefeuillehouder T. Tankir Samenvatting Op 23 september 2015 heeft de raad

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

College voor geschillen medezeggenschap defensie

College voor geschillen medezeggenschap defensie ADVIES Dossiernr: Advies van het College voor geschillen medezeggenschap defensie aan de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten naar aanleiding van een verzoek om advies inzake een tussen: de Commandant Maritieme

Nadere informatie

Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie DURVEN DELEN OP WEG NAAR EEN TOEGANKELIJKE WETENSCHAP

Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie DURVEN DELEN OP WEG NAAR EEN TOEGANKELIJKE WETENSCHAP Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie DURVEN DELEN OP WEG NAAR EEN TOEGANKELIJKE WETENSCHAP Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie!! " # "# $ -. #, '& ( )*(+ % & /%01 0.%2

Nadere informatie

Samenvatting. 1 Letterlijk: Ontzegging van de Bevoegdheid Motorrijtuigen te besturen.

Samenvatting. 1 Letterlijk: Ontzegging van de Bevoegdheid Motorrijtuigen te besturen. Op 24 juni 1998 is de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) gewijzigd. Deze wijziging komt voort uit de wens van de Tweede Kamer om te komen tot een strengere aanpak van gevaarlijk rijgedrag in het verkeer.

Nadere informatie

DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN

DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN www.rechtvoorjou.nl Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat? Maak de volgende oefeningen met behulp van de informatie op de website. Naam Leerling: Klas:. 3.0 a.

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989*

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* SKATTEMINISTERIET / HENRIKSEN ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* In zaak 173/88, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Højesteret, in het aldaar aanhangig

Nadere informatie

Reglement Klachtencommissie

Reglement Klachtencommissie Reglement Klachtencommissie Artikel 1: Begrippen In dit reglement wordt verstaan onder: Corporatie Woonstichting VechtHorst, werkzaam als toegelaten instelling in de zin van artikel 70 van de Woningwet;

Nadere informatie

1 Inleiding 9. 2 De fundamenten van het zorgstelsel 11. 3 De structuren in de zorg 25. 4 De aanspraak op zorg 31. 5 De financiering van de zorg 47

1 Inleiding 9. 2 De fundamenten van het zorgstelsel 11. 3 De structuren in de zorg 25. 4 De aanspraak op zorg 31. 5 De financiering van de zorg 47 Voorwoord Wie wil begrijpen hoe het Nederlandse zorgstelsel functioneert en op zoek gaat naar informatie, dreigt er al snel in te verdrinken. Waar te beginnen? Dat geldt ook voor de regels die op de zorg

Nadere informatie

>>>> Sfeerverslag Tweede Congres Modernisering Wetboek van Strafvordering >>>>>>>>>>>> Donderdag 15 oktober 2015 De Rijtuigenloods, Amersfoort

>>>> Sfeerverslag Tweede Congres Modernisering Wetboek van Strafvordering >>>>>>>>>>>> Donderdag 15 oktober 2015 De Rijtuigenloods, Amersfoort Ministerie van Veiligheid en Justitie >>>> Sfeerverslag Tweede Congres Modernisering Wetboek van Strafvordering >>>>>>>>>>>> Donderdag 15 oktober 2015 De Rijtuigenloods, Amersfoort Inleiding 15 oktober

Nadere informatie

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T

Rolnummer 4045. Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T Rolnummer 4045 Arrest nr. 200/2006 van 13 december 2006 A R R E S T In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van artikel 468, 3, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 21

Nadere informatie