Onderzoeksverslag. Slim managen & innovatief organiseren. Samenvatting. Henk W. Volberda Frans A.J. van den Bosch Justin J.P.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoeksverslag. Slim managen & innovatief organiseren. Samenvatting. Henk W. Volberda Frans A.J. van den Bosch Justin J.P."

Transcriptie

1 Slim managen & innovatief organiseren Henk W. Volberda Frans A.J. van den Bosch Justin J.P. Jansen 1 Onderzoeksverslag Samenvatting Innovatie leidt tot beduidend hogere resultaten Innovatieve organisaties behalen meer dan een 25 procent hogere rentabiliteit, een 20 procent hogere omzetgroei en een 10 procent hogere winstgroei dan niet-innovatieve organisaties. Sociale innovatie veel belangrijker dan R&D 25 procent van het innovatiesucces binnen Nederlandse organisaties wordt bepaald door R&D-investeringen, 75 procent door slim managen en innovatief organiseren. Innovatie loont. Maar het is maar de helft Niet alleen innoveren. Niet zonder meer focussen op efficiency. Maar beide. Dit is de moeilijkste uitdaging voor het hedendaagse management. Organisaties die innovatie én efficiency weten te verenigen binnen verschillende organisatieonderdelen behalen de beste financiële resultaten. Zelforganisatie en crossfunctionele teams zorgen voor creativiteit Hechte sociale netwerken tussen medewerkers en het opereren in gedecentraliseerde crossfunctionele teams scheppen ruimte, ambitie en enthousiasme. 1 Contactpersoon. Telefoonnummer: , 23

2 Visionair managementteam van doorslaggevend belang Het managementteam van organisaties speelt een cruciale rol in het innovatiesucces. Niet alleen door het uitdragen van een heldere en uitdagende visie, maar ook voor de stimulering van interne samenwerking en kennisuitwisseling. Talentontwikkeling en teambeloning leiden tot extra inzet, kennisuitwisseling en realisatie van gezamenlijke doelstellingen Arbeidsverhoudingen moeten gericht zijn op continue talentontwikkeling, teamwork en beloning op basis van teamprestaties om innovatieprocessen te versnellen. Zonder samenwerking met klanten, leveranciers en kennisinstellingen geen sterkte De meest innovatieve organisaties kennen hun sterke én zwakke punten. Sterke punten worden gekoesterd, zwakke punten worden aangevuld door samenwerking met andere ondernemingen en kennisinstellingen. Overheidsbeleid speelt een indirecte rol De overheid speelt geen directe rol bij het verhogen van de innovatiekracht. De overheid kan wel indirect de succesfactoren uit het onderzoek beïnvloeden (samenwerking tussen bedrijven, samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen). Bron: Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor Inleiding Innovatie wordt gezien als de belangrijkste uitdaging voor hedendaagse organisaties. Traditionele organisatievormen voldeden uitstekend in de betrekkelijk stabiele omgevingen van de afgelopen decennia. De mondialisering van markten, snelle technologische ontwikkelingen, kortere productlevenscycli en toenemende agressiviteit van concurrenten hebben de basisregels van de concurrentiestrijd in de 21 e eeuw ingrijpend gewijzigd. Deze verhevigde concurrentiekrachten dwingen bedrijven om sneller te innoveren dan voorheen. Het tegelijkertijd oog hebben voor innovatie én de dagelijkse werkzaamheden blijkt echter één van de grootste obstakels van het management te zijn. Binnen het Nederlandse Innovatie Debat wordt veel aandacht besteed aan het stimuleren van technologische innovaties. Nieuwe technologische kennis verkregen door R&D-investeringen verklaart echter slechts een deel van het innovatiesucces. Naast technologische innovatie blijken managementvaardigheden en organisatieprincipes doorslaggevend te zijn. De Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor , verspreid onder Nederlandse organisaties, heeft het afgelopen jaar verschillende management- en organisatiekenmerken in kaart gebracht die de innovatiekracht van ondernemingen bepalen. Door slim managen en innovatief organiseren kunnen ondernemingen competenties opbouwen die bijdragen aan succesvolle innovaties en daarmee aan de verbetering van de concurrentiepositie. 2. De innovatieparadox Toenemende wereldwijde concurrentie, fragmentatie van markten en convergentie van technologieën dwingen bedrijven continu strategisch te vernieuwen door stagnerende onderdelen te veranderen en nieuwe potenties te creëren door innovatieve combinaties van middelen (Guth en Ginsberg, 1990; Volberda e.a. 2001). Volgens Porter (1996) verbeteren herstructureringen, re-engineering en benchmarking vaak alleen de operationele effectiviteit, maar bieden geen strategisch voordeel. Eveneens stellen Hamel en Prahalad (1994) dat in plaats van meer van hetzelfde of probeer harder benaderingen ( How to be better ), bedrijven fundamenteel hun bestaande kernactiviteiten moeten herzien ( How to be different ). Elders pleit Hamel (2000) voor 2 De doelgroep van de Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 bestond uit algemeen directeuren en managementteamleden van Nederlandse ondernemingen met meer dan 25 fulltime medewerkers. De Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 is verspreid onder Nederlandse organisaties in sectoren uiteenlopend van de Industrie, Bouwnijverheid, Handel, Vervoer/Communicatie tot en met Zakelijke Dienstverlening. 24 Vanuit de organisaties hebben we 857 vragenlijsten ontvangen van algemeen directeuren. 25

3 strategie als revolutie; het creëren van nieuwe industrieën of het doorbreken van bestaande regels binnen de bedrijfstak. Ook Baden-Fuller en Stopford (1994) accentueren het belang van strategische innovaties die leiden tot verandering van de bestaande regels in het spel van de bedrijfstak. Bedrijven als Toyota, Benetton en Banc One wisten stapsgewijs dilemma s in hun bedrijfstak tussen kwaliteit en productiviteit, variëteit en efficiency, snelheid en lage kosten op te lossen. Markides (1997) spreekt in deze context over een fundamentele herbezinning op de vraag waar de organisatie mee bezig is. Kortom, niet een statische strategie, maar vernieuwende innovatiestrategieën en industrietransformaties zijn belangrijk (Volberda, 2003). De management- en organisatiekenmerken van succesvolle organisaties hebben weinig aandacht gekregen in het Nederlandse Innovatie Debat. De positie van Nederland in de Global Competitiveness Index van het World Economic Forum (WEF) is al jaren teleurstellend. Nederland is uit de top-10 gedegradeerd (zie figuur 1). In vergelijking tot koplopers in de ranglijst, zoals Finland en de Verenigde Staten, scoren Nederlandse organisaties voornamelijk slecht als het gaat om passie voor innovatie (ondernemingsinnovatie), vercommercialiseren van kennis (kennisabsorptie) en waardering van nieuwe technologieën. Tevens wordt het concurrentievermogen van Nederlandse organisaties in belangrijke mate beperkt door de grote regeldruk (bureaucratie en red tape ), verstarring van de arbeidsmarkt en gebrek aan hoogwaardige kenniswerkers. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor onze welvaartsstaat. Resultaten Global Competitivenesss Report: The Dutch Innovation Disease Positie 1 Volgens Castells en Himanen (2002) is het centrale kenmerk van het succesvolle Finse innovatiemodel de poging om een duidelijke innovatiefocus te combineren met de voortzetting van de welvaartsstaat. Innovatieve en productieve landen zoals Finland, maar ook Nederland in het recente verleden, scheppen zo de financiële mogelijkheden om de welvaartsstaat mogelijk te houden, terwijl die welvaartsstaat een geschikte sociale en institutionele context kan scheppen voor innovatieve organisaties. De primaire focus van overheid en bedrijven in Nederland op efficiëntie en exploitatie in plaats van innovatie en strategische vernieuwing zal niet resulteren in een fundamentele verbetering van onze innovatiekracht (Van den Bosch en Volberda, 2003). Ons eens zo succesvolle poldermodel is voornamelijk gebaseerd op een industriële economie, crosshiërarchisch management, traditionele organisatievormen en voornamelijk laaggeschoolde productiemedewerkers om zo productiviteit te vergroten. Niettemin moeten we ons realiseren dat lagelonenlanden veel beter in staat zijn op basis van arbeidskosten een duurzaam concurrentievoordeel te ontwikkelen. Op deze manier concentreren deze landen zich op efficiënte massaproductie op basis van geïmporteerde technologieën. En dat is geen aantrekkelijke toekomst voor hoog ontwikkelde economieën als Nederland. Lagelonenlanden concentreren zich niet alleen op efficiënte massaproductie, maar blijken steeds vaker westerse landen voorbij te streven als het gaat om de mate van kennisabsorptie en passie voor innovatie. Daardoor worden steeds meer activiteiten uitbesteed aan landen zoals India, China en Brazilië. In tabel 1 is een vergelijking opgenomen van Nederland met India op basis van de cijfers van het Global Competitiveness Report van het WEF. Hoewel India in de overall ranking op de 50 e plaats staat, scoort dit land vele malen beter Figuur 1 Lage kennisabsorptie bedrijven nr.4 Weinig passie voor innovatie bij management Lage waardering nieuwe technologieën Beperkte beschikbaarheid kenniswerkers nr.8 Veel bureaucratie en red-tape nr.11 nr.12 nr.12 nr Jaar Bron: Erasmus Strategic Renewal Centre Onderwerp Overall ranking WEF 2005 NL (11) India (50) Kennisabsorptie ondernemingen Technologische ontwikkeling Beschikbaarheid wetenschappers en engineers 36 1 Mate van bureaucratische red tape Prioriteitstelling aan ICT door overheid Tabel 1 Bron: Erasmus Strategic Renewal Centre 26 27

4 als het gaat om kennisabsorptie, passie voor innovatie en beschikbaarheid van kenniswerkers. Volgens het kabinet-balkenende II is de economische neergang van de Nederlandse economie niet het gevolg van cyclische economische invloeden, maar te wijten aan een gebrek aan innovatievermogen van de Nederlandse economie. Om deze kloof te overbruggen is, conform het Finse succesmodel, het Innovatieplatform opgericht, gebaseerd op een consensusmodel en representatie van de belangrijkste stakeholders (overheid, bedrijfsleven, sociale partners, onderzoeksinstellingen). Het argument is dat de Nederlandse economie zwak is in het toepassen van nieuwe kennis en het creëren van technologische innovaties. Wat in het Nederlandse Innovatie Debat evenwel opvalt, is de sterke gerichtheid op technologische innovatie en het negeren van wat Daft (1978) administratieve innovatie noemde. In het Innovatie Essay 2004 van EZ (Volberda en Van den Bosch, 2004) werd daarom gepleit voor meer aandacht voor de niet-technologische determinanten van innovatie, namelijk dynamische managementvaardigheden en innovatieve organisatieprincipes. In de aansluiting op de relevantie van deze niet-technologische determinanten van innovatie heeft de AWVN (2004) een Manifest Sociale Innovatie ontwikkeld bestaande uit 9 bouwstenen. Aanvullend is in de recentelijk afgeronde Taskforce Sociale Innovatie (2005) een vuist gemaakt voor vernieuwing van de arbeidsorganisatie en het maximaal benutten van competenties, gericht op het verbeteren van bedrijfsprestaties en ontplooiing van talent. Tevens wordt in de nota Vitalisering van de kenniseconomie van het Innovatieplatform Definities van Sociale innovatie (Wijffels en Grosveld, 2004: 23) opgemerkt dat: Innovatie niet alleen plaatsvindt in het laboratorium, maar vooral op de werkvloer. In dit kader wordt gewezen op plattere organisatiestructuren, vormen van interactief management, ruimte scheppen voor experimenteren, commitment van topmanagement en betrokkenheid van medewerkers. Het voorgestelde MTI SI beoogt daaraan een bijdrage te leveren (zie tabel 2). 3. Innovatiekracht en organisatieprestaties De Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 heeft de relatie tussen innovativiteit en verschillende organisatiemaatstaven in kaart gebracht. Verschillende studies hebben aangetoond dat organisaties met een hoge mate van innovatie bovengemiddelde prestaties behalen. Om het belang van innovatie voor Nederlandse organisaties te bepalen, hebben we de mate van innovativiteit in de afgelopen drie jaar gerelateerd aan prestaties. Zoals in tabel 3 is weergegeven 3, vertaalt de innovatiekracht van Nederlandse organisaties zich in hogere organisatieprestaties. Innovatieve organisaties behalen bijvoorbeeld een meer dan 25 procent hogere rentabiliteit in vergelijking tot niet-innovatieve organisaties. Daarnaast geeft de Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 weer dat de omzetgroei (+19%), winstgroei (+10%), groei van het marktaandeel (+13%) en de klanttevredenheid (+6%) van innovatieve organisaties significant hoger is dan van niet-innovatieve organisaties. Met andere woorden, de innovativiteit blijkt een cruciale factor te zijn bij het verbeteren van organisatieprestaties binnen het Nederlandse bedrijfsleven. Prestatiemaatstaf Innovatieve vs. niet-innovatieve Nederlandse organisaties Opvattingen van Sociale innovatie Daft (1978) Tushman & Nadler (1986) Henderson & Clark (1990) Innovation Essay EZ (Volberda & Van den Bosch, 2004) Jongkind e.a. (2004) AWVN (2004) Innovatieplatform (Wijffels en Grosfeld, 2004) Taskforce Sociale Innovatie (2005) Productiviteitsgroei door: Administrative innovation Systems innovation Architectural innovation Niet-technologische determinanten van innovatie Responsiviteit en organisatie-interne factoren Manifest Sociale Innovatie: 9 bouwstenen Platte organisatiestructuren, interactief management, ruimte scheppen, commitment topmanagement, betrokkenheid medewerkers Vernieuwing arbeidsorganisatie, benutten competenties, ontplooiing talent Rentabiliteit 27% hoger Omzetgroei 19% hoger Winstgroei 10% hoger Groei van marktaandeel 13% hoger Klanttevredenheid 6% hoger Tabel 3 Bron: Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 Tabel 2 Bron: Volberda (2005) 3 De weergegeven resultaten zijn afkomstig van een K-means clusteranalyse (innovatieve vs. niet-innovatieve organisaties) die de resultaten van beide groepen vergelijkt

5 4. Technologische vs. sociale innovatie Het Nederlandse Innovatie Debat is tot dusverre voornamelijk beperkt gebleven tot technologisch gerelateerde macrovariabelen, zoals het lage percentage investeringen in private R&D of het lage percentage bètawetenschappers. Eén van de redenen voor dit lage percentage private R&D-investeringen is de natuurlijke trend in Europa om bestaande, overlappende R&D-activiteiten te rationaliseren met het oog op efficiencydoelstellingen in het nieuwe geïntegreerde Europa (Soete, 2002). De netto effecten van deze migratie van R&Dactiviteiten voor Nederland zijn nog niet duidelijk (Erken e.a., 2003). Naast het signaleren van de zwakheden in technologische innovatie, wordt het Nederlandse Innovatie Debat gedomineerd door discussies over het selecteren van de meest belovende technologieën voor de toekomst. De centrale gedachte is dat wanneer een klein land wil innoveren het alleen in een paar kerntechnologieën zou moeten investeren, zoals nanotechnologie of biotechnologie. De Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 heeft de relatieve belangrijkheid van investeringen in R&D (technologische innovatie) en management, organisatie en arbeid (sociale innovatie) voor het innovatiesucces van het Nederlandse bedrijfsleven in kaart gebracht. Uit de analyse, die is uitgevoerd onder organisaties binnen industriële sectoren, komt naar voren dat technologische innovatie, veelal aangespoord door R&D- en ICT-investeringen, 25 procent van het uiteindelijke innovatiesucces bepaalt. Daartegenover staat dat sociale innovatie, bestaande uit management, organisatie en arbeidsaspecten, 75 procent van het uiteindelijke innovatiesucces bepaalt. Hoewel technologische innovatie binnen industriële organisaties leidt tot nieuwe kenniscreatie en ideeën voor productvernieuwing, moeten de nieuwe kennis en ideeën uiteindelijk omgezet worden in succesvolle nieuwe producten dienstenintroducties. Nederlandse organisaties moeten zorgdragen voor meer effectieve R&D-investeringen. 5. Sociale innovatie: flexibel organiseren, dynamisch managen en slim werken Vanzelfsprekend onderkennen we het belang van nieuwe technologische kennis (technologische innovatie). We zijn echter van mening dat flexibele organisatievormen, managementvaardigheden en hoogwaardige arbeidsvormen om deze kennis te herkennen, op te nemen en toe te passen voor commerciële doeleinden hoogst verwaarloosde determinanten van innovatie zijn (Cohen en Levinthal, 1990). Tushman en Nadler (1986: 74) stellen zelfs dat het voortdurend managen van innovatie en verandering de meest vitale en veeleisende uitdaging van bedrijven is. We definiëren sociale innovatie als het ontwikkelen van nieuwe managementvaardigheden (dynamisch managen), het hanteren van innovatieve organisatieprincipes (flexibel organiseren) en het realiseren van hoogwaardige arbeidsvormen (slimmer werken en talentontplooiing) om het concurrentievermogen en de productiviteit te verbeteren. Door middel van samenhangende sociale innovaties in management, organisatie en arbeid zijn ondernemingen beter in staat de bestaande kennisbasis aan te wenden om combinaties uit te voeren die nieuw zijn voor het bedrijf en de industrie (zie figuur 3). Sociale innovaties zijn dus innovaties die een meer significante impact hebben op de relatie tussen de technologieën en de kenniscomponenten dan op de technologie zelf (Henderson en Clark, 1990). Technologische innovatie Sociale innovatie Sociale versus Technologische innovatie Technologische kennis R&D- en ICT-investeringen Managementkennis Onderwijs en ervaring Fasen innovatie Typen innovatie Onderzoek en ontwikkeling Organisatie, management, arbeid Nieuwe kenniscreatie Technologische innovatie R&D, ICT, Technologie Kenniscreatie Verklaart 25% van het innovatiesucces Verwerven, integreren en toepassen van nieuwe kennis Verklaart 75% van het innovatiesucces Herkennen Verwerven Integreren en Toepassen van kennis Sociale innovatie Management, Organisatie, Arbeid Figuur 2 Bron: Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 Figuur 3 Bron: Volberda (2005) 30 31

6 Strategiewetenschappers die een evolutionair perspectief hanteren (Grant, 1996; Kogut en Zander, 1992; Nelson en Winter, 1982) beweren dat sociale innovaties beperkt blijven tot het toepassen en uitbreiden van bestaande vaardigheden en niet het voortdurend herscheppen van nieuwe vaardigheden inhouden. Ondernemingen zoals Microsoft, Nokia, Honda en Benetton zagen echter kans om voortdurend nieuwe vaardigheden en innovatieve organisatievormen te creëren in verscheidene concurrentieronden als gevolg van een uitgebreide absorptiecapaciteit en leervermogen van het management. Deze managementvaardigheden en organisatieprincipes openen vervolgens nieuwe bronnen van duurzame concurrentievoordelen. Voorbeelden van sociale innovaties kunnen worden gevonden bij Virgin, Dell, IKEA, Xerox en Southwest Airlines. Richard Branson s superieure ondernemerschap is gebaseerd op het begrijpen van toekomstige ontwikkelingen van markten en technologieën met behulp waarvan proactief nieuwe kansen kunnen worden gecreëerd om huidige of nieuwe klanten te bedienen (Virgin). Dell s vooruitziende blik van directe levering zonder intermediairs in de pcmarkt leidde tot een nieuw succesvol bedrijfsmodel. IKEA s vooruitstrevende idee van directe levering en zelfassemblage in de meubelindustrie betekende een einde van de doorsnee vier maanden levertijd in het lagere segment. Ook Xerox s visie van een papierloos bureau en Southwest Airlines notie van efficiency hebben vergaande gevolgen gehad voor respectievelijk de datacommunicatie en de luchtvaartindustrie. Deze succesvoorbeelden wijzen op het vermogen van het management om een beeld te schetsen op basis van de collectieve impact van diverse concurrentiekrachten. Het omvat een revolutionaire voorstelling van de toekomst in termen van nieuwe producten, diensten en nieuwe bedrijfsmodellen en het ontwikkelen van toereikende managementvaardigheden en een adequaat organisatieontwerp (Volberda en Baden-Fuller, 2003). Zo n revolutionaire zienswijze kan resulteren in de creatie van een nieuwe bedrijfstak of het doorbreken van bestaande regels binnen de bedrijfstak (Hamel, 2000). Andere illustraties van nieuwe managementvaardigheden zijn het lerend vermogen van Honda (het ontmoedigen van hiërarchie, het geven van verantwoordelijkheden aan jonge medewerkers en het ondersteunen van confrontatie) en de extreme innovatieve cultuur van 3M ( Thou shalt not kill new ideas for new products ). Het personeelsbestand van dergelijke innovatieve ondernemingen wordt niet vertegenwoordigd door traditionele productiewerkers die alleen maar zijn betrokken bij nauw begrensde productietaken of door informatiewerkers die kleine gegevensbrokjes verwerken, maar door de kenniswerker (vgl. Drucker, 1993; Nonaka en Takeuchi, 1995; Quinn, 1992). De kern van een softwarebedrijf als Microsoft, van een adviesbureau als McKinsey, IT-bedrijven als de Vision Web of een uitzendbureau als Randstad bestaat hoofdzakelijk uit zulke kenniswerkers. Wat zij doen is niet simpelweg ruwe grondstoffen omzetten in producten of gegevens in informatie. Ze beschikken over unieke vaardigheden om nieuwe producten en diensten te creëren. Vanwege hun waardevolle kennis (bijvoorbeeld technologische knowhow, inzicht in klantwensen, creativiteit) zijn ze betrokken bij een variëteit aan activiteiten, zoals productontwikkeling, productontwerp en marketingactiviteiten. Deze tendens wordt ondersteund door een groeiend aantal medewerkers in organisaties met een hoger opleidingsniveau. Op deze manier kan sociale innovatie de kwaliteit van arbeid verbeteren door medewerkers van meer taken, autoriteit en verantwoordelijkheid te voorzien. Het succes van sociale innovatie voor productiviteitsverhoging is in zeer belangrijke mate afhankelijk van de inzet van talenten van medewerkers. De arbeidsverhoudingen moeten er op gericht zijn dat medewerkers hun talenten graag willen en kunnen inzetten (Vaas, 2001). Dat vergt andere interne arbeidsverhoudingen en zorg en aandacht voor de gezondheid en ontwikkelingsmogelijkheden van de medewerkers. Als gevolg daarvan worden traditionele structuren minder levensvatbaar. Niet alleen omdat ze flexibiliteit ontberen, maar ook vanwege de veranderende professionele behoeften van potentiële kenniswerkers (Volberda, 2004). Naast nieuwe vormen van management, organisatiestructuren en arbeid binnen organisaties hebben flexibele vormen van organiseren tussen organisaties, zoals externe netwerken en strategische allianties met klanten en toeleveranciers, een hoge vlucht genomen. Strategische allianties kunnen diverse vormen aannemen. Voorbeelden daarvan zijn gemeenschappelijke productontwikkeling en gemeenschappelijke distributie (co-creatie), al of niet in de vorm van een joint venture (Prahalad en Ramaswamy, 2004). Zo kunnen organisaties in lerende kennisallianties hun klanten- en marktnetwerken benutten voor sociale innovatie. Het ontwerp van strategische regelgeving gericht op innovatie - ongeacht of dit kwaliteitsnormen op het gebied van milieu of arbeid betreft - vereist daarnaast dat innovatieve overheden deze regelgeving net voor andere landen 32 33

7 invoeren om aldus first-mover voordelen en een export potentieel voor innovatieve bedrijven te creëren. Onderzoek toont aan dat landen die vooroplopen in het implementeren van EU-regelingen in de financiële dienstverlening, bedrijven in deze sector prikkelden tot strategische en organisatorische vernieuwingen, wat heeft geresulteerd in first-mover voordelen en een internationaal concurrentievoordeel (Flier e.a., 2003). Strategische regelgevingen behoren daarom tot de minst dure middelen voor innovatie. Figuur 4 geeft het onderzoeksmodel weer van de Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor De volgende hoofdstukken behandelen achtereenvolgens de verschillende onderwerpen. Externe netwerken en kennisallianties De Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 heeft de organisatieaspecten in kaart gebracht die de innovatiekracht verder versterken. Op basis van regressieanalyses zijn drie overkoepelende aspecten van flexibel organiseren binnen innovatieve organisaties naar voren gekomen 4 : Flexibel organiseren Innovatiekracht van Nederlandse organisaties Hoge interne verandersnelheid +++ Zelforganisatie door gedecentraliseerde, hechte sociale netwerken ++ Balanceren van innovatie én efficiency +++ in verschillende organisatieonderdelen Tabel 4 Bron: Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 Flexibel organiseren Flexibel organiseren: hoge interne verandersnelheid Dynamisch managen Innovatiekracht Organisatieprestaties Het eerste organisatiekenmerk van succesvolle innovatieve organisaties is de Slim werken hoge interne verandersnelheid. Innovatieve ondernemingen monitoren veranderingen in alle aspecten van de omgeving (bijv. de snelheid van productverbeteringen Externe stakeholders en strategische regelgeving door concurrenten, veranderingen in consumentenbehoeften) Figuur 4 Bron: Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 en passen vervolgens interne processen aan zodat ze afgestemd zijn op deze externe verandersnelheden of ze zelfs evenaren. Organisaties die in het verleden 6. Flexibel organiseren aan meer concurrentie zijn blootgesteld, hebben waarschijnlijk meer vaardigheden Traditionele organisatievormen voldeden uitstekend in de betrekkelijk stabiele ontwikkeld om hun interne verandersnelheid te reguleren. Dit is in omgevingen van de afgelopen decennia. De mondialisering van markten, overeenstemming met het idee dat bedrijven vereiste variëteit moeten behouden snelle technologische ontwikkelingen, korte productlevenscycli en toenemende (Ashby, 1964). De interne variëteit van bedrijfsroutines en vaardigheden agressiviteit van concurrenten hebben de basisregels van de concurrentie- moet in overeenstemming zijn met de externe selectieomgeving. strijd in de 21 e eeuw ingrijpend gewijzigd (Volberda, 1998b). Deze verhevigde concurrentiekrachten dwingen bedrijven om sneller te innoveren dan voorheen Voorbeelden zijn bedrijven die consumentenbehoeften beter kunnen voor- (Volberda, 1997). spellen, maatwerk kunnen aanbieden en de concurrenten voorbijstreven in nieuwe productintroducties. Het Amerikaanse bedrijf 3M bijvoorbeeld probeert De strategie- en organisatieliteratuur geeft verschillende organisatievormen continu de innovatiebarrières te doorbreken door als formele doelstelling voor het managen van specifieke aspecten of elementen van zelfvernieuwende te formuleren dat 30 procent van de omzet moet bestaan uit nieuwe producten of innovatieve organisaties (Volberda, 1996, 2004). Voorbeelden van of producten die in de laatste vier jaar substantieel zijn gereviseerd, terwijl deze organisaties waarin onderdelen gemakkelijk kunnen worden toegevoegd 15 procent van het onderzoeksbudget vrij besteedbaar is. Andere grote organisaties of verwijderd (Ackoff, 1977), zijn bijvoorbeeld de platform organisatie die zoals Hewlett-Packard en Motorola hebben organisatiestructuren en nieuwe vormen blijft genereren door frequent hercombineren (Ciborra, 1996), het netwerk of flexibele cluster van bedrijven die gecoördineerd 4 De resultaten zijn verkregen aan de hand van verschillende regressieanalyses met innovatiesucces als afhankelijke worden door marktwerking in plaats van een verticale beheersketen (Miles en variabele. Naast bedrijfsgrootte, leeftijd en sector, blijken R&D-investeringen (ß =.24; p<.01; +++), Snow, 1986) of de virtuele onderneming (Davidow en Malone, 1982). interne verandersnelheid (ß =.42; p<.01; +++), decentralisatie en hechte sociale netwerken (ß =.10; p<.05; ++) en scheiding van exploratie en exploitatie in verschillende organisatieonderdelen (ß =.25; p<.01; +++) 34 significant gerelateerd te zijn met het succes van innovaties binnen Nederlandse organisaties. 35

8 innovatieve culturen ontwikkeld die meer gericht zijn op het succesvol opbouwen van nieuwe competenties. Net zoals 3M decentraliseren ze de besluitvorming naar het team- en divisieniveau en stimuleren ze nieuwe projecten. Tevens zoeken ze steeds naar nieuwe wegen om hun huidige technologieën te vervangen om het innovatieproces te versnellen. Dit vertaalt zich in het streven 70 procent van de verkoop te halen uit substantieel nieuwe of gemodificeerde producten. Verschillen in de verandersnelheid ontstaan rechtstreeks uit de combinatie van strategieën, structuren en processen (Lewin en Volberda, 1999). In dit verband richten innovatieve bedrijven zich niet alleen op winstdoelstellingen en marktaandeel, maar hanteren ze een meer evenwichtig intern-extern perspectief bestaande uit additionele maatstaven zoals de frequentie van nieuwe product- en dienstenintroducties en het aandeel van de omzet uit nieuwe ideeën. Uit studies over strategische vernieuwing in de financiële service sector (Volberda e.a., 2001a, 2001b) bleek dat Nederlandse financiële instellingen over het algemeen geloven dat ze de markt zouden moeten volgen en marktkrachten en signalen versterken ten bate van afdelingsmanagers. Topmanagers stellen eerder doelen gebaseerd op winst dan op interne processen zoals de snelheid van nieuwe productontwikkeling. Maar wat te doen wanneer het volgen van de markt niet genoeg is, of het topmanagement niet alles onder controle heeft? Zulke meer hypercompetitieve omgevingen vragen om een actievere houding, waarin de frontlinie en het middenmanagement de markt uitdagen en kennisintegratie organiseren. Flexibel organiseren: optimaliseren van zelforganisatie Zelforganisatie is het proces waarbij organisaties orde proberen te vinden, hoe complex de structuur van de organisatie ook is. In zelfvernieuwende organisaties is geleide zelforganisatie het primaire proces waarmee ze zich aanpassen aan veranderingen in een hypercompetitieve omgeving. Dit betekent echter niet dat individuen of afdelingen zomaar alle kanten uit kunnen gaan of alle regels kunnen breken, of dat managers ineens overbodig zijn. Het houdt in dat er afstand genomen wordt van de beheers-en-bevel filosofie van traditionele hiërarchische bureaucratische organisaties. Zelforganisatie vereist een vertrouwen in de lokale rationaliteit van individuen en afdelingen (bijv. diegene die het dichtst bij de klant staan, kennen de klanten het best, enz.), is in overeenstemming met het vaak gesteunde idee van het delegeren van besluitvorming naar het laagst mogelijke niveau en houdt het maximaliseren van vaardigheden in op elk niveau van de organisatie (Prahalad en Ramaswamy, 2003). Zelforganisatie houdt tevens in dat managers functioneren als stewards en hun managementrol richten op het uitdenken van de kritische waarden en het stellen van grensvoorwaarden die besluitvorming op lagere niveaus van de onderneming mogelijk maken en begeleiden (Hogg en Knippenberg, 2005; De Cremer en Knippenberg, 2005). De managers coachen en doceren de kritische waarden en faciliteren bottom-up processen. Nederlandse ondernemingen scoren redelijk op zelforganisatie. De bevindingen van het internationale onderzoeksproject Innovative Forms of Organizing suggereren dat traditionele hiërarchische structuren met duidelijke grenzen tussen de onderneming en de omgeving steeds meer vervangen worden door flexibele hybride structuren zoals netwerken, virtuele organisaties en allianties met veel meer permeabele grenzen tussen de onderneming en de omgeving (Pettigrew e.a., 2003). Dit wordt tevens bevestigd door de score van Nederlandse ondernemingen in het Global Competitiveness Report op de indicatoren Bereidheid om autoriteit te delegeren (6 e positie) en Professioneel Management (9 e positie). Toch staat de meerderheid van de Nederlandse organisaties qua organisatiestructuur en feitelijke decentralisatie van beslissingsbevoegdheden nog ver af van het prototype van een flexibele onderneming (Kraan e.a., 2003; Volberda, 2004; Volberda en Van den Bosch, 2005b). De beperkte responsiviteit van Nederlandse organisaties op marktprikkels en op prikkels om te innoveren wordt hierdoor in belangrijke mate verklaard. De organisatiestructuur en -cultuur in deze bedrijven maakt dat weerstanden tegen veranderingen en organisatie-inertie niet worden overwonnen. Topmanagement, management noch medewerkers durven de onzekerheid van een innovatie aan; posities in de organisatie en investeringen in machines en gebouwen verlammen de organisatie (Jongkind e.a., 2004). Voornamelijk door het verbeteren van die interne organisatie in de richting van zelforganisatie is daarom grote winst te behalen. Nederlandse organisaties kunnen zelforganisatie stimuleren door verantwoordelijkheden op lagere niveaus binnen organisaties te brengen. Dit betekent dat medewerkers meer vrijheid moeten krijgen bij het invullen van bepaalde randvoorwaarden en het behalen van de doelstellingen. Uit de Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 komt dan ook eenduidig naar voren dat decentralisatie in grote mate bijdraagt aan het innovatiesucces. Een belangrijke rol voor het management is het scheppen van randvoorwaarden en het stimuleren van hechte sociale netwerken tussen medewerkers. Deze hechte sociale netwerken creëren een collectieve ambitie die medewerkers enthousiast maakt om doelstellingen te halen

9 38 Flexibel organiseren: het balanceren van innovatie én efficiency Uit de Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 blijkt tevens dat succesvolle innovatieve organisaties zich voortdurend kunnen aanpassen aan verschillende omgevingskenmerken door het balanceren van innovatieactiviteiten en efficiencyverbeteringen. Levinthal en March (1993) betogen dat het op de lange termijn overleven van een organisatie afhangt van haar bekwaamheid om voldoende te exploiteren om de huidige levensvatbaarheid van de organisatie te verzekeren, maar tevens ruimte te scheppen voor exploratie en vernieuwing om de toekomstige levensvatbaarheid te verzekeren. De meeste bedrijven vertonen echter een voorkeur voor kortetermijnwinst en kostenverlagingen. Onderzoek toont aan dat in hevig competitieve omgevingen overexploitatie kan resulteren in een competentie fuik (Levitt en March, 1988; Levinthal en March, 1993). Onderzoek van het Erasmus Strategic Renewal Centre in de Europese financiële dienstverlening (Dijksterhuis, 2003; Flier e.a., 2003) laat zien dat de meeste Nederlandse ondernemingen zich richten op herstructurering, kostenverlaging en kortetermijnprestaties (exploitatie kuddegedrag); de passie voor innovatie en aandacht voor langetermijnresultaten ontbreekt vaak. Het resultaat is dat bedrijven kernrigiditeiten ontwikkelen samen met zeer gespecialiseerde activa en routines om de winst te vergroten ten koste van afnemende flexibiliteit (Volberda, 1996). Ook exploratie kan een disfunctioneel effect hebben. Overexploratie leidt tot instabiliteit als gevolg van overreageren op marktveranderingen en uitgebreide, geldverkwistende informatieverzameling. De organisatie overdrijft het belang van lokale veranderingen en wordt overgevoelig voor allerlei hypes en modetrends. Deze chronische vorm van exploratie vernietigt de identiteit en gemeenschappelijke waarden en normen van de organisatie. Het creëert een vicieuze cirkel die eindigt in een vernieuwingsvalkuil gekenmerkt door conflicten, onduidelijke verantwoordelijkheden, inadequate beheerssystemen, gebrek aan richting en collectieve ideologie en ten slotte chaos en inefficiency (Volberda, 2004). Overexploitatie van bestaande kansen evenals overexploratie van nieuwe kansen is dus disfunctioneel voor de onderneming en leidt tot een competentieof vernieuwingsvalkuil (Volberda, 1998a). Succesvolle innovatieve organisaties balanceren exploratie voor nieuwe kansen met exploitatie van bestaande routines (Jansen, 2005; Jansen, Van den Bosch en Volberda, 2005). Hoewel het gelijktijdig uitvoeren van innovatie- en efficiencyactiviteiten een moeilijke opgave blijkt te zijn voor organisaties, kunnen zij dit realiseren door innovatie- en vernieuwingsactiviteiten af te scheiden van activiteiten zoals efficiencyverbeteringen, productie en kostenverlaging. Op deze manier ontstaan minder wrijvingen binnen organisatieonderdelen en kunnen de verschillende bedrijfsonderdelen eenduidig worden aangestuurd met duidelijke doelstellingen, beloningssystemen en managementstijlen (Tushman & O Reilly, 1996). Het management speelt, binnen organisaties die innovatie- en efficiencyactiviteiten scheiden in verschillende organisaties, een cruciale rol. Enerzijds zal zij in staat moeten zijn strategische beslissingen te nemen tussen beide soorten activiteiten en anderzijds moet zij de samenwerking en horizontale integratie van verschillende innovatie- en efficiencyorganisatieonderdelen stimuleren. Op deze manier promoot het management lokale variatie en het beantwoorden van specifieke klantwensen zonder het gevaar dat organisatieonderdelen afzijdig worden en niet effectief bijdragen aan de collectieve doelstellingen van de gehele organisatie. 7. Dynamisch managen Naast organisatieprincipes voor flexibel organiseren wordt in de Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 aandacht besteed aan nieuwe managementvaardigheden en -rollen in turbulente omgevingen. Met andere woorden: hoe kan het management vaardigheden voor innovatie creëren? Dynamische vaardigheden stellen het management in staat om reactief te reageren of proactief in te spelen op verschillende eisen vanuit veranderende competitieve omgevingen. Ze zijn gebaseerd op dynamische modellen van concurrentie die suggereren dat het vermogen tot verandering een belangrijke bron van concurrentievoordeel vormt (vgl. Eisenhardt en Martin, 2000; Teece e.a., 1997). Deze vaardigheden bieden een korte reactietijd (snelheid) op een variëteit aan onvoorspelbare eventualiteiten en vraagveranderingen (Ittner en Kogut, 1995). Vele van deze vaardigheden zijn ontwikkeld in functionele gebieden zoals fabricage, leveranciersrelaties of humanresourcesmanagement. Maar de meer complexe vaardigheden hebben een bredere basis (Stalk e.a., 1992) en hebben betrekking op de gehele waardeketen, zoals snelle productontwikkeling of snelle product- en procesinnovatie. Uit de Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 komt naar voren dat succesvolle innovatieve organisaties worden gekenmerkt door 5 : 5 De resultaten zijn verkregen aan de hand van verschillende regressieanalyses met innovatiesucces als afhankelijke variabele. Naast bedrijfsgrootte, leeftijd en sector, blijken R&D-investeringen (ß =.12; p<.05; ++), absorptievermogen (ß =.17; p<.01; +++), visionair leiderschap (ß =.24; p<.01; +++) en crossfunctionele samenwerking en integratie (ß =.13; p<.05; ++) significant gerelateerd te zijn met het succes van innovaties binnen Nederlandse organisaties. 39

10 Innovatiekracht van Nederlandse Dynamisch managen organisaties Hoog kennisabsorptievermogen +++ Ondernemerschap door visionair leiderschap +++ Crossfunctionele interne samenwerking en integratie ++ Tabel 5 Bron: Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 Dynamisch managen: absorptievermogen Dynamische vaardigheden vragen tevens om een hoog absorptievermogen van het management (Cohen en Levinthal, 1990) voor het herkennen van de noodzaak van verandering. Het succesvol opnemen van signalen die voorbij de periferie van de onderneming liggen, is essentieel voor het ontwikkelen van vaardigheden (Van den Bosch e.a., 1999). Het vermogen van managers om de waarde van nieuwe, van buiten komende informatie te herkennen, te assimileren en toe te passen voor commerciële doelen, is cruciaal voor de ontwikkeling van dynamische vaardigheden. Absorptievermogen vraagt om doorlatende grenzen, het breed scannen van nieuwe, zachte informatie en het identificeren en effectief inzetten van die werknemers die functioneren als poortwachters en grensverleggers (Jansen e.a., 2005; Leonard-Barton, 1995). Liebeskind e.a. (1996) laten zien dat succesvolle biotechnologie firma s in staat waren om flexibele vaardigheden te realiseren voor het ontwikkelen van nieuwe producten omdat het management een hoog niveau van absorptievermogen had ontwikkeld; het management investeerde in brede sociale netwerken door middel van het organiseren van onderzoeksseminars en workshops en verlegde de enge organisatiegrenzen door het opzetten van diverse grensoverschrijdende joint-ventures en allianties. Dit absorptievermogen hielp om snel nieuwe kennis op te zuigen vanuit verschillende universiteiten en onderzoeksinstituten. Dynamisch managen: ondernemerschap door visionair leiderschap Managers moeten het vermogen hebben om nieuwe ideeën te identificeren en deze ook te ondersteunen in plaats van bestaande routines tot het uiterste te exploiteren. De experimenteerruimte van managers is beperkt als kennisvermeerdering puur en alleen is gebaseerd op routines. Ze werken als diep ingesleten groeven die managementactiviteiten kanaliseren. Door op deze routines te vertrouwen, concentreert het management zich op de eigen gespecialiseerde gebieden en wordt de noodzaak een eigen notie van het geheel - in verband met nieuwe activiteiten - te construeren vermeden. Op die manier verergeren routines de scheiding van functionele gebieden, belemmeren ze leerprocessen en beperken ze de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden door het opleggen van oude standpunten (Dougherty, 1992; Wielemaker e.a., 2003). Maar experimenteren, transformationeel leiderschap (Volberda e.a., 2001a) en brede denkkaders kunnen bijdragen aan een toenemende variëteit van dynamische vaardigheden. In dit verband zijn het stimuleren van ondernemerschap en corporate venturing binnen grote ondernemingen belangrijke mechanismen voor sociale innovatie (Burgers, Van den Bosch en Volberda, 2004). We kunnen op basis hiervan een visionaire leiderschapsvorm van vaardighedenontwikkeling onderscheiden. Een gedeelde en aantrekkelijke visie kan de ontwikkeling van vaardigheden tussen verschillende delen of subculturen van de onderneming faciliteren door het specificeren van een toekomstperspectief en brede, impliciete regels voor adequaat gedrag onder onbekende omstandigheden (De Leeuw en Volberda, 1996; Camerer en Vepsalainen, 1988). Deze vaardigheden verwijzen naar het vermogen om binnen de onderneming een gedeelde visie voort te brengen die leden een aantrekkelijke identiteit en een overtuigende interpretatie van de werkelijkheid biedt. Het doordringen van een organisatie met een collectieve ambitie en gezamenlijke waarden ontstaat in de loop der tijd en brengt een onderscheidende identiteit met zich mee voor betrokkenen. Gezien de tijd die het kost om dergelijke vaardigheden in een onderneming te ontwikkelen, zijn ze sterk padafhankelijk en moeilijk te veranderen. Deze crossculturele vaardigheden bepalen welke soorten kennis worden nagestreefd en onderhouden en welke vormen van vaardighedenopbouw getolereerd en aangemoedigd worden. Ze fungeren als een screening- en controlemechanisme van vaardigheden (Nonaka en Takeuchi, 1995). Visionair leiderschap ziet men in organisaties met een sterke kernidentiteit, waarin je een samenhangende verzameling overtuigingen, gedeelde waarden en een gemeenschappelijke taal aantreft. Iedere betrokkene identificeert zich er sterk mee en verklaart zich loyaal aan het instandhouden, verbreden en perfectioneren van de missie van de organisatie. Dat betekent dat je erop kan vertrouwen dat beslissingen worden genomen die in het belang van de onderneming zijn. De ondernemingswaarden van Hewlett-Packard als vertrouwen en respect voor individuen, compromisloze integriteit en teamwerk ( the HP 40 41

11 42 Way ) of 3M s elfde gebod Thou shalt not kill ideas for new products, tolerantie voor fouten en een sterke voorkeur voor een actiegerichte visie helpen deze ondernemingen om gemakkelijk dynamische vaardigheden te ontwikkelen. Dynamisch managen: crossfunctionele samenwerking en integratie Het ontwikkelen van dynamische vaardigheden is niet de exclusieve taak van de manager. Hoewel managers in veel situaties inderdaad dit proces domineren, participeert in principe ieder lid van de organisatie erin. Dat wil zeggen, vaardigheden ontwikkelen zich door de activiteiten van medewerkers op alle organisatieniveaus (Leonard-Barton, 1995: 28). Traditioneel wordt het identificeren en bouwen van vaardigheden gezien als een hiërarchisch proces waarbij de CEO en het topmanagement een centrale rol vervullen (zie Chandler, 1962; Schumpeter, 1934). Er is daarentegen, voortbordurend op het werk van Bower (1970) over het managen van strategische investeringsbeslissingen, een rijke hoeveelheid wetenschappelijke publicaties die suggereert dat vaardigheden juist van onderop ontwikkeld worden (bottom-up); het vereist het doen ontstaan, ontwikkelen en bevorderen van strategische initiatieven door het lagere management (zie Kimberly, 1979; Burgelman, 1983; Quinn, 1985). Deze studies kwamen tot de conclusie dat vaardigheden typisch voortkomen uit het autonome strategische gedrag van individuen of kleine groepen in lagere niveaus van de organisatie. Het zijn deze managers op uitvoeringsniveau (frontlinie managers) die de actuele kennis en expertise hebben en die dichter bij informatiebronnen staan die cruciaal zijn voor nieuwe vaardigheden. Prahalad en Ramaswamy (2003) benoemen deze vorm van innovatie als co-creatie. Verticale vaardighedenontwikkeling kan voortkomen van lagere, midden of hogere niveaus. Essentieel voor zowel top-down als bottom-up crosshiërarchische perspectieven op vaardighedenontwikkeling is dat managers moeten garanderen dat uiteindelijk alle niveaus erbij worden betrokken. Zo niet, dan zal de onderneming niet in staat zijn om ondernemingsbrede innovatieve vaardigheden te creëren. In plaats daarvan zal de onderneming lijden onder het juk van de business unit of de tirannie van het topmanagement en de daaruit voortkomende fragmentatie van vaardigheden. In tegenstelling tot verticale vaardighedenontwikkeling verwijst horizontale vaardighedenontwikkeling naar meer democratische en sterker op participatie gerichte vormen van vaardighedenontwikkeling in organisaties. Die kunnen expliciet ontworpen zijn (bijvoorbeeld teams, projecten of taakgroepen), maar kunnen ook voort- vloeien uit spontane interactieprocessen (Van Knippenberg e.a., 2000). Als illustratie van het verschil tussen horizontale en verticale vaardighedenontwikkeling zou men kunnen stellen dat de Tayloriaanse principes van financiële prikkels en staforganisatie crosshiërarchische vaardigheden zijn voor het bereiken van gestandaardiseerde productie tegen lagere kosten. Aan de andere kant kunnen we Toyota s principes van gedecentraliseerde zeggenschap en horizontale communicatie tussen functies, afnemers en leveranciers classificeren als crossfunctionele vaardigheden om snelheid en flexibiliteit te genereren. In veel huidige ondernemingen is de rol van managers verschoven van verticale coördinatie door middel van een hiërarchische beheersstructuur naar het voorzien in passende organisatorische ondersteuning voor horizontale kennisuitwisseling. Bij zulke interne netwerkorganisaties zoals de Rabobank of de R&D-groep van Shell is horizontale of zelfcoördinatie tussen experts efficiënter dan verticale coördinatie door managers (Janssen, Volberda en Asselbergs, 2003). Zo is de Shell R&D-site in Amsterdam van een gesloten hiërarchische organisatie met een sterke verticale aansturing en gescheiden expertisegebieden getransformeerd in een platte en open netwerkorganisatie gebaseerd op zelfsturende teams met overlappende kennisgebieden en horizontale kennisprocessen tussen interne, externe klant en kennisgebieden (Van den Bosch, Volberda en Heinhuis, 2003). Maar zelfcoördinatie over functionele en organisatorische grenzen heen komt niet van de grond zonder toestemming of actieve steun van managers (Liebeskind e.a., 1996). Zo was de herstructurering van de R&D-site van Shell Amsterdam essentieel om deze impliciete horizontale managementprocessen mogelijk te maken. Tevens was binnen Philips Kleisterlee s actieve ondersteuning van Tiger Teams tussen divisies een noodzakelijke voorwaarde om tot de opheffing van de Chinese muren binnen Philips te komen en de horizontale kennisuitwisseling tussen divisies te bevorderen. 8. Slim werken 6 De hierboven beschreven principes van flexibel organiseren, dynamische vaardigheden en nieuwe managementrollen hebben belangrijke gevolgen voor de invulling van de organisatie en de kwaliteit van de arbeid. Op basis van de gesignaleerde veranderingen in de concurrentieomgeving en achtereenvolgende herzieningen van rationaliteit heeft zich een nieuw arbeidsperspectief ontwikkeld. Aanvankelijk werd de nadruk gelegd op orde, 6 De auteurs zijn dr. Fietje Vaas van TNO Kwaliteit van Leven en prof. dr. Frans Leijnse van het Innovatieplatform en de Universiteit van Amsterdam erkentelijk voor hun bijdragen aan dit hoofdstuk. 43

12 stabiliteit en beheersing. Daarbij werd de beheersbaarheid van de organisatie overschat en werden tegelijk de zelfsturing van medewerkers en de invloed van onzekerheden vanuit de omgeving onderschat. Het gevolg is dat de arbeidstheorie overheerst is door rationeel denken, dat eerst een technisch en later een organisatorisch karakter droeg. Momenteel krijgen daarentegen veranderbaarheid, onbestendigheid, instabiliteit en lenigheid meer aandacht. Binnen de arbeidsorganisatie, waar standaard methoden, traditionele organisatiestructuren en stabiele carrièrepaden hoogtij vieren, werken routinematige reacties niet langer. Buiten de arbeidsorganisatie ontstaat een volslagen nieuwe en onbekende omgeving. Bovendien worden de spanningen tussen de complexiteit van de organisatie en de variabiliteit van de omgeving beter zichtbaar. De interne complexiteit van de arbeidsorganisatie, veroorzaakt door technisch en organisatorisch rationeel denken, heeft een negatief effect op haar flexibiliteit en beheersbaarheid. Deze laatste kenmerken zijn nu juist van vitaal belang. Veranderingen in arbeidsperspectieven Klassiek Modern Postmodern arbeidsperspectief arbeidsperspectief arbeidsperspectief Rationaliteitsconcept Technische Organisatorische Substantiële rationaliteit rationaliteit rationaliteit Omgevingsbenadering Gesloten Open Open/gesloten systeembenadering systeembenadering systeembenadering Organisatiebenadering Rationele Rationele/natuurlijke Natuurlijke systeembenadering systeembenadering systeembenadering Dominante metafoor Machine Organisme Brein en moderne arbeidsorganisaties waren gebaseerd op technologisch determinisme, opteren postmoderne organisaties voor technologische keuzeruimte die mogelijk is gemaakt door flexibele productiesystemen en veelzijdige informatiesystemen. In klassieke organisaties schreef de technologie de inrichting van de organisatie voor. In de postmoderne organisatie is de technologie juist kneedbaar en veranderbaar, waardoor de technologie ondergeschikt is aan de inrichting van de organisatie. Door middel van multi-purpose productiesystemen en multi-aanwendbare informatiesystemen is flexibel produceren technisch mogelijk. Deze veranderingen in de eenzijdige wijze van produceren en de bevrijdende rol van technologische ontwikkelingen hebben ook grote consequenties voor de postmoderne arbeidsorganisatie. Waren in klassieke en moderne arbeidsorganisaties taken sterk gedifferentieerd, afgebakend en ontvaardigd (simpel en monotoon), in postmoderne arbeidsorganisaties zijn de taken juist erg onafgebakend, breed en vereisen ze meerdere vaardigheden (multiskilled). Waren de klassieke en moderne arbeidsorganisatie gebaseerd op strakke arbeidsrelaties, de postmoderne organisatie ontwikkelt complexere en meer gefragmentariseerde relatievormen, zoals uitbesteden en netwerken. In de klassieke arbeidsorganisatie verzorgt het bedrijf de productiewerker van wieg tot graf (lifetime employment), in de postmoderne organisatie kiest de kenniswerker zijn eigen carrièrepaden en wisselt regelmatig van positie binnen of buiten het bedrijf. Uit de Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 blijkt dan ook dat de meest succesvolle, innovatieve organisaties de volgende aspecten van slimmer werken hebben geïmplementeerd: 7 Innovatiekracht van Nederlandse Slim werken organisaties 44 Figuur 5 Bron: Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 Een consequentie van deze verschuiving is dat rigide klassieke en planmatige moderne organisaties steeds meer worden vervangen door flexibele postmoderne arbeidsorganisaties (Clegg, 1990: 181; Lewin en Stephens, 1993). Waar klassieke en moderne organisaties waren gebaseerd op grootschalige productie (massaproductie), kiest de postmoderne organisatie veeleer voor flexibele specialisatie. Individuele ondernemingen specialiseren zich, maar het netwerk van ondernemingen is zeer flexibel (zie figuur 5). Waar klassieke Talentontwikkeling door diepe kennisbasis +++ Variëteit aan managementexpertise +++ Beloning op basis van teamprestatie + Tabel 6 Bron: Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor De resultaten zijn verkregen aan de hand van verschillende regressieanalyses met innovatiesucces als afhankelijke variabele. Naast bedrijfsgrootte, leeftijd en sector, blijken R&D-investeringen (ß =.12; p<.05; ++), diepe kennisbasis (ß =.31; p<.01; +++), variëteit aan activiteiten en skills (ß =.22; p<.01; +++) en beloning op basis van teamprestaties (ß =.07; p<.10; +) significant te zijn met het succes van innovaties binnen Nederlandse organisaties. 45

13 46 Slim werken: talentontwikkeling door diepe kennis Het personeelsbestand van dergelijke innovatieve ondernemingen wordt niet vertegenwoordigd door traditionele productiewerkers die alleen maar zijn betrokken bij nauw begrensde productietaken met een herhalend karakter of door informatiewerkers die kleine gegevensbrokjes verwerken, maar door de kenniswerker (vgl. Drucker, 1993; Nonaka en Takeuchi, 1995; Quinn, 1992). Wat kenniswerkers doen, is niet simpelweg ruwe grondstoffen omzetten in producten of gegevens in informatie. Ze beschikken over unieke vaardigheden om nieuwe producten en diensten te creëren. Vanwege hun waardevolle kennis (bijvoorbeeld technologische knowhow, inzicht in de klant, creativiteit) zijn ze betrokken bij een variëteit aan activiteiten, zoals productontwikkeling, productontwerp en marketingpresentatie. Deze tendens wordt ondersteund door een groeiend aantal medewerkers in organisaties met een hoger opleidingsniveau. Op deze manier kan sociale innovatie de kwaliteit van arbeid verbeteren door medewerkers van meer taken, autoriteit en verantwoordelijkheid te voorzien. Het succes van sociale innovatie voor productiviteitsverhoging is in zeer belangrijke mate afhankelijk van de inzet van talenten en competenties van medewerkers. Inzet van competenties veronderstelt niet alleen structurele ruimte om dat te doen, maar ook de fysieke en psychische gezondheid om dat te kunnen doen. De arbeidsverhoudingen moeten er op gericht zijn dat medewerkers hun talenten graag willen en kunnen inzetten (Vaas, 2001). Dat vergt andere interne arbeidsverhoudingen en zorg en aandacht voor de gezondheid en ontwikkelingsmogelijkheden van de medewerkers (De Looze e.a., 2003). Daarnaast blijken interne communicatie en een open en eerlijk communicatieklimaat in een onderneming cruciaal te zijn om betrokkenheid bij medewerkers te verhogen zodat veranderingen ook door hen geabsorbeerd worden (Smidts, Pruyn en Van Riel, 2001) en omgezet worden in gedrag. Betrokkenheid van medewerkers bij de eigen organisatie blijkt belangrijk te zijn om hen ook te motiveren tot slimmer werken. (H)erkenning van en instemming met het strategische belang van innovatief handelen voor de organisatie op medewerkerniveau is hiertoe nodig. Medewerkers moeten echter niet alleen het belang van veranderingen in werkwijzen begrijpen, maar ook serieus betrokken worden bij de invoering en het ontwerp van innovatieve manieren van werken. Als gevolg daarvan worden traditionele structuren minder levensvatbaar. Niet alleen omdat ze flexibiliteit ontberen, maar ook vanwege de veranderende professionele behoeften van potentiële kenniswerkers. Slim werken: variëteit aan managementexpertise In plaats van een beperkte en oppervlakkige expertise vragen dynamische vaardigheden juist om een brede en diepe kennisbasis (technologische, markt-, product- of distributiekennis) en een variëteit aan managementexpertise om met passende antwoorden te kunnen komen. Nieuwe producten zijn bijvoorbeeld vandaag de dag eerder wel dan niet afkomstig van innovatie op het snijvlak van verschillende specialisaties (Grant, 1996). De managementvaardigheid om kennisbases vanuit diverse kerntechnologieën te combineren, onderscheidt dikwijls innovatieve ondernemingen (Boynton en Victor, 1991). De diepte van een kennisbasis is nodig om complexe problemen op te lossen, maar de breedte van de kennisbasis is in het bijzonder van belang voor het creëren van nieuwe dynamische vaardigheden. Succesvolle innovatieve organisaties investeren in de kennisbasis van het management en dragen zorg voor een variëteit aan mensen en vaardigheden binnen het managementteam. Slim werken: beloning op basis van teamprestaties Eén van de instrumenten die innovatieve organisaties kunnen gebruiken om medewerkers te motiveren en te stimuleren om nieuwe producten en diensten succesvol te vermarkten, is het implementeren van groepsbeloning. Uit ons onderzoek blijkt dat beloning op basis van teamprestaties bijdraagt aan de innovatiekracht van Nederlandse organisaties. Groepsbeloning schept een afhankelijkheid in uitkomsten en stimuleert gedrag van medewerkers dat in relatie staat tot het succes van de groep. Medewerkers zijn daardoor eerder geneigd meer aandacht te geven aan groepsactiviteiten dan het individuele belang (Wageman, 1995). Veel innovaties leiden uiteindelijk niet tot succes omdat de betrokkenheid van medewerkers sterk afneemt naarmate de fasen in productontwikkeling komen te liggen bij andere medewerkers. Het (deels) implementeren van groepsbeloning gaat deze negatieve trend tegen en stimuleert medewerkers om kennis uit te wisselen, extra inzet te vertonen en gezamenlijke doelstellingen te realiseren (Siegel en Hambrick, 2005). 9. Externe netwerken en kennisallianties 8 Nederlandse organisaties kunnen naast de interne ontwikkeling van competenties ook een beroep doen op externe netwerken om competenties te genereren. De mate waarin organisaties in staat zijn om kennis te delen met interorganisationele relaties speelt dan ook een belangrijke rol in de verklaring waarom sommige ondernemingen snel kunnen leren in kennis- 8 De auteurs zijn prof. dr. Jelle Visser van AIAS, Universiteit van Amsterdam, erkentelijk voor zijn bijdrage aan dit hoofdstuk. 47

14 allianties (March & Simon, 1958; Uzzi & Lancaster, 2003) en daarmee innovatiever worden (Lane & Lubatkin, 1998; Van den Bosch, Van Wijk en Volberda, 2003). Uit de Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 blijkt dat externe samenwerking een zeer belangrijke rol speelt bij de slagingskans van innovaties 9. Niet alleen samenwerking met andere ondernemingen, maar ook met kennisinstellingen draagt bij aan de innovatiekracht van Nederlandse organisaties. Organisaties kunnen door samenwerking met derden en bundeling van krachten bepaalde producten en diensten ontwikkelen waartoe ze alleen niet in staat zouden zijn geweest. Daarnaast worden organisaties gestimuleerd om te veranderen en creatieve oplossingen te bedenken voor allerhande problemen door externe druk vanuit regelgeving en stakeholders. Bij sociale innovaties spelen ook de klanten van organisaties een wezenlijke rol. Voor een onderneming zijn daarom van groot belang de competenties op het gebied van voeling met de markt, relaties met klanten en samenwerking met wederverkopers (resellers) in het distributiekanaal. Day (1994) spreekt in dit verband van market sensing, customer linking en channel bonding. Bij succesvolle nieuwe producten en diensten gaat het lang niet altijd om superieure technologie. Vaak is het een kwestie van de bestaande technologie op een creatieve, nieuwe manier (slimmer) toe te passen en naar de markt te brengen zodat de waarde voor afnemers maximaal is. Het is belangrijk om deze competentie verder te ontwikkelen. Vooral ook omdat de resultaten hiervan vaak uniek zijn en veel minder makkelijk te kopiëren dan technologie op zich. Het recente succes van TomTom (auto navigatiesystemen) ligt niet zozeer in een uitzonderlijke technologie, maar in de toepassing van deze technologie en de marktbenadering waarbij men zich richt op de markt van alle (vooral bestaande) auto s en niet alleen op die van nieuwe auto s, zoals de concurrentie deed. Een ander voorbeeld is ING Direct. Hoewel iedere bank kan beschikken over dezelfde kennis op het gebied van informatietechnologie, was ING in staat om deze kennis om te zetten in concepten voor direct banking die zodanig aansloegen bij klanten, dat ze hiermee een leidende positie in de wereld heeft weten te verwerven. Naast voeling met klanten zijn alliantievaardigheden van groot belang voor de innovatiekracht. Deze vaardigheden worden ontwikkeld door vanuit het management expliciet aandacht te besteden aan organisationele mechanismen en routines voor het verwerven en verspreiden van alliantiekennis binnen de organisatie (Kale, Dyer, Singh, 2002). Organisaties die systematisch alliantievaardigheden hebben ontwikkeld door middel van evaluaties, codificatie, opleidingen en alliantiespecialisten kunnen sneller innoveren dan ondernemingen die daar niet in hebben geïnvesteerd (Draulans, De Man, Volberda, 2003). Tevens zijn vaardigheden nodig om op een slimme wijze het netwerk van bedrijven te ondersteunen met geavanceerde ICT-infrastructuren ( smart business network capabilities ). Hierbij gaat het om strategie en managementvaardigheden om enerzijds het netwerk van bedrijven te beïnvloeden en anderzijds om gebruik te kunnen maken van geavanceerde ICT-infrastructuren die veelal ontwikkeld zijn op open, internetgebaseerde standaarden (Konsynski & Tiwana, 2004; Vervest e.a., 2005). Ten slotte zijn vaardigheden nodig om op een open wijze in netwerken van bedrijven te innoveren ( open source vaardigheden ). Mede door het geavanceerd toepassen van ICT-infrastructuren ontstaan platformen (o.a. knowledge portals ) van vragers en aanbieders voor de uitwisseling van kennis. Hierbij is het mogelijk om de democratisering van innovaties te realiseren (Von Hippel, 2005). 10. Mobiliseren van externe stakeholders Zoals tot uitdrukking komt in de lage klassering van Nederland in het WEFrapport aangaande de reguleringsindicatoren, is een groot deel van de bestaande regelgeving niet ingericht op innovatie en productiviteitsgroei. In tegenstelling tot operationele regelgeving is strategische regelgeving gebaseerd op de centrale gedachte van less is more (minder is meer). Door haar strategische focus op productiviteitsgroei en het scheppen van een veeleisende competitieve context dwingt ze organisaties tot innovatie (Volberda en Van den Bosch, 2004, 2005a). De langetermijnresultaten van strategische regelgeving, gericht op het behalen en behouden van een duurzaam competitief voordeel, zijn minstens even belangrijk als de meer traditionele aspecten van regelgeving, zoals het verminderen van onzekerheden door processen te standaardiseren en het minimaliseren van negatieve kortetermijneffecten op werkgelegenheid De resultaten zijn verkregen aan de hand van verschillende regressieanalyses met innovatiesucces als afhankelijke variabele. Naast bedrijfsgrootte, leeftijd en sector, blijken R&D-investeringen (ß =.12; p<.05; ++) en externe samenwerking met ondernemingen en kennisinstellingen (ß =.31; p<.01; +++) significant gerelateerd te zijn met het succes van innovaties binnen Nederlandse organisaties. 49

15 De Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 heeft verschillende aspecten van de institutionele omgeving in kaart gebracht. In tabel 7 zijn de resultaten weergegeven 10. internationalisering, dwingt tot een meer faciliterende en ondernemende in plaats van vertegenwoordigende en regelende rol van nationale en brancheorganisaties (Schmidt e.a., 2003; Streeck e.a., 2005). 50 Innovatiekracht Mobiliseren van van Nederlandse externe stakeholders organisaties Overheidssteun in de vorm van subsidies -/+ Overheidssteun op het gebied van management en organisatie -/+ Druk vanuit stakeholders (klanten, leveranciers, overheid e.d.) +++ Tabel 7 Bron: Erasmus Concurrentie & Innovatie Monitor 2005 Het onderzoek impliceert dat directe overheidssteun in de vorm van subsidies en ondersteuning op het gebied van management en organisatie geen invloed heeft op de innovatiekracht van Nederlandse organisaties. De druk vanuit stakeholders, zoals klanten, leveranciers, sociale partners, maar ook de overheid in de vorm van strategische regelgeving, blijkt een grote rol te spelen bij stimuleren van innovatie. Tot de regelgeving of instituties die bedrijven prikkelen tot innovatie en het zoeken naar een duurzaam competitief voordeel (Ayres en Braithwaite, 1992; Visser, 2005), behoren een rijke omgeving van gelijkgezinde organisaties; een veelgeschakeerd onderwijs- en scholingsaanbod van brede, hoogwaardige en polyvalente vaardigheden en factoren als wederzijds vertrouwen (Streeck, 1992). Brancheorganisaties, vakbonden, maar ook scholings-, onderwijs- en onderzoeksinstanties kunnen hier als stakeholders gelden, evenals nationale en lokale overheden en publieke dienstverlening. In hoeverre de voorwaarden voor diversified quality production, die bijvoorbeeld hebben bijgedragen aan het exportsucces van de Duitse auto-industrie, model kunnen staan voor andere bedrijfstakken als de ICT of biotechnologie, of voor de dienstensectoren, is een vraag die gelet op de verschuiving in de productie- en werkgelegenheidsstructuur steeds dringender antwoord behoeft. We zien in het algemeen een verschuiving in de richting van decentralisatie in productiestructuur en arbeidsverhoudingen. Een verschuiving die, tezamen met processen van 10 De resultaten zijn verkregen aan de hand van de regressieanalyse met innovatiesucces als afhankelijke variabele. Naast bedrijfsgrootte, leeftijd en sector, blijken R&D-investeringen (ß =.12; p<.05; ++), overheidssteun in de vorm van subsidies(ß = -.03; p>.10; -/+), overheidssteun op het gebied van management en organisatie (ß = -.07; p>.10; -/+), druk vanuit stakeholders (ß =.40; p<.01; +++) en de mate van concurrentie (ß =.01; p>.10; -/+) verschillende significantieniveaus te vertonen met het succes van innovaties binnen Nederlandse organisaties. Evenals de regels voor de arbeidsmarkt en de eisen aan het sociale beleid kunnen ook milieuregels een strategische of opwaartse werking hebben. Dit zogeheten California-effect, verwijzend naar de strengere milieueisen die in deze deelstaat gelden ten aanzien van de CO 2 -uitstoot van auto s, is empirisch voor de Verenigde Staten vastgesteld (Vogel, 1995). Volgens het WEF-rapport daarentegen, zijn Nederlandse respondenten van mening dat het in acht nemen van de milieustandaard in Nederland niet rechtstreeks geassocieerd is met langetermijncompetitiviteit. Waarom dat niet zo wordt ervaren, zou aan de wijze van regelgeving kunnen liggen. De omslag naar de kenniseconomie heeft bij veel bedrijven nog geen ingang gevonden. In het management van innovaties is nog veel winst te behalen voor ondernemers en werknemers. Dat geldt ook voor de arbeidsverhoudingen (Van den Toren, 1996) - zowel in de inhoud als in het proces van arbeidsvoorwaardenvorming is vernieuwing gewenst (AWVN, 2005). Het bijeenbrengen van verschillende soorten kennis bij gebruikers, werknemers en ontwikkelaars van kennis is essentieel. Stakeholders als vakbonden en werkgeversorganisaties kunnen daarin een belangrijke rol spelen, evenals de institutionele infrastructuur voor scholing, arbeidsmarkt, sociaal beleid en arbeidsvoorwaardenvorming die zij alleen of met de overheid onderhouden. 11. Conclusie Het flexibel organiseren, dynamisch managen en slim werken in een context van externe samenwerking, stakeholders en strategische regelgeving zullen leiden tot een herijking van fundamentele bronnen van productiviteitsgroei en duurzaam concurrentievoordeel van de Nederlandse economie en betrokken organisaties. Samenvattend kunnen we ten aanzien van sociale innovatie het volgende concluderen. Sociale Innovatie 1. Maatschappelijke relevantie Gegeven de onderbenutting van bestaande kennis in Nederland, moeten investeringen in sociale innovatie een hoge prioriteit hebben. Door sociale innovatie zullen arbeidsorganisaties zich onderscheiden door een effectiever en efficiënter voortbrengings- en dienstverleningsproces, door slimmere 51

16 transacties met hun toeleveranciers, klanten en andere stakeholders en door hun vermogen om technologische innovaties maximaal te benutten. 2. Missie Nederland moet duurzaam terugkeren op een prominente plaats in de top-10 van meest innovatieve en productieve landen in de wereld zoals weergegeven in internationale ranglijsten, bijvoorbeeld die van de Global Competitiveness Index van het World Economic Forum. 3. Organisatie determinanten van sociale innovatie Creëer managementvaardigheden (brede kennisbasis, absorptievermogen, experimenteren, hogere-orde leren) en verschillende managementrollen (hiërarchie, teamvorming, gemeenschappelijke normen) om de absorptie van externe kennis en innovatie te verbeteren. Ontwikkel flexibele organisatievormen die de interne veranderingssnelheden verhogen, bijdragen aan zelforganisatie en een passie voor exploitatie én exploratie bevorderen. Bevorder slimmer werken waardoor medewerkers hun talenten kunnen ontwikkelen en inzetten. Dat vergt werkplekken die ruimte laten voor initiatieven van medewerkers en professionele autonomie, andere interne arbeidsverhoudingen en zorg en aandacht voor de ontwikkelingsmogelijkheden van medewerkers. 6. Monitoring en communicatie Creëer een publieke erkenning van de maatschappelijke relevantie van dynamisch managen, flexibel organiseren en slimmer werken voor innovatie en productiviteitsgroei. Ontwikkel een Nederlandse ranglijst Sociale Innovatie; zo n ranglijst zou bij kunnen dragen aan een gezamenlijke passie voor innovatie onder private én publieke ondernemingen. Ontwikkel geschikte evaluatie-instrumenten voor sociale innovaties. Organisaties in zowel de private als de publieke sector vragen om geschikte management-, organisatie- en arbeids- audits om hun innovatievermogen in beeld te brengen. Verbeter de rapportage over de vorderingen inzake sociale innovatie als onderdeel van modern corporate governance. Bevorder dat niet alleen de financiële indicatoren van kortetermijnprestaties in de jaarverslagen gerapporteerd worden, maar ook innovatie-indicatoren van langetermijnlevensvatbaarheid, zoals de omvang van nieuwe product- en dienstenintroducties als percentage van de omzet, introducties van nieuwe organisatievormen of investeringen in nieuwe vaardigheden. 4. Netwerk enablers van sociale innovatie Investeer in kennisallianties tussen bedrijven en kennisinstellingen. Versterk netwerken van toeleveranciers en afnemers/klanten om cocreatie van innovatie te versnellen. 5. Institutionele stakeholders Bevorder verspreiding van best practices en next practices op het gebied van sociale innovatie door netwerken van overheidsinstanties en sociale partners. Versterk wederzijds vertrouwen en betrokkenheid van sociale partners en nationale en internationale instituties bij sociale innovatie. Richt arbeidsverhoudingen en arbeidsvoorwaarden in op bevordering van slimmer werken, kennisbevordering en flexibel organiseren

17 Literatuur Ackoff, R. L. (1977) Towards Flexible Organizations: A Multidimensional Design, Omega 5(6): Aiginger, K. (2005) Towards a New European Model of a Reformed Welfare State: An Alternative to the United States Model, in: Commission for Europe of the United Nations, Geneva, Economic Survey of Europe, 05/01: Amit, R. en Schoemaker, P. J. H. (1993) Strategic Assets en Organizational Rent, Strategic Management Journal, 14: Anderson, P. (1999a) The Role of the Manager in a Self-organizing Enterprise. In J. H. Clippinger (Ed.), The Biology of Business: Decoding the Natural Laws of Enterprise, San Francisco: Jossey-Bass. Anderson, P. (1999b) Complexity Theory and Organization Science, Organization Science, 10(5): Ashby, W. R. (1964) An Introduction to Cybernetics, London: Methuen. Avdagic, S., M. Rhodes en J. Visser (2005) The Emergence and Evolutions of Social Pacts: A Provisional Framework for Comparative Analysis. European Governance Papers (EUROGOV), No. N eurogov/pdf/egp-newgov-n pdf. AWT (Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid) (2004) Tijd om te oogsten! Vernieuwingen in het innovatiebeleid. Advies 59. Ayres, I. en Braithwaite, J. (1992) Responsive regulation: transcending the deregulation debate, New York: Oxford University Press. Baden-Fuller, C. en Stopford, J. M. (1994) Rejuvenating the Mature Business, Boston, MA: Harvard Business School Press. Balkenende, J.P., Kaptein, M., Kimman, E. en Van der Toren, J.P. (2003), Onderneming en Maatschappij: Op zoek naar vertrouwen, Assen: Van Gorcum. Bamps, H. en Berckmans, P. (2005) Overheidsbeleid ter stimulering van organisatorie-innovatie in bedrijven: lessen uit het buitenland. Brussel: STV. Black, E.S. en Lynch, M. L. (2003) What s Driving the New Economy? The Benefits of Workplace Innovation, FRBSF Working Paper Boer, M. de, Van Den Bosch, F.A.J. en Volberda, H.W. (1999) Managing Organizational Knowledge Integration in the Emerging Multimedia Complex, Journal of Management Studies, 36(3): Boselie, P., J. Paauwe en Jansen, P.W.G. (2001) Human Resource Management en Performance: Lessons from the Netherlands, The International Journal of Human Resource Management, 7(12): Bower, J. L. (1970) Managing the Resource Allocation Process, Boston, MA: Harvard Business School Press. Boynton, A. C. and Victor, B. (1991) Beyond Flexibility: Building and Managing the Dynamically Stable Organization, California Management Review, 33(1): Brown, S. L. en Eisenhardt, K. M. (1998) Competing on the Edge: Strategy as Structured Chaos, Boston, MA: Harvard Business School Press. Burgelman, R. A. (1983) A Process Model of Internal Corporate Venturing in the Diversified Major Firm, Administrative Science Quarterly, 28(2): Burgers, J.H., Bosch, F.A.J. van den en Volberda, H.W. (2004) Corporate venturing en de concurrentieomgeving: Bestendiging of verstoring van de marktdynamiek? Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, 78(5): Camerer, C. en Vepsalainen, A. (1988) The Economic Efficiency of Corporate Culture, Strategic Management Journal, 9: Castells, M. en Himanen, P. (2002) The Information Society and the Welfare State: The Finnish Model, New York: Oxford University Press. Chandler, A. D., Jr. (1962) Strategy and Structure, Cambridge, MA: MIT Press

18 Child, J. (1972) Organizational Structure, Environment and Performance: The Role of Strategic Choice, Sociology, 6(1): Ciborra, C. U. (1996) The Platform Organization: Recombining Strategies, Structures, and Surprises, Organization Science, 7(2): Clegg, S.R. (1990) Modern Organizations - Organization Studies in the Postmodern World, London: Sage Publications. Clippinger, J. H. (1999) The Biology of Business: Decoding the Natural Laws of Enterprise, San Fransisco: Jossey-Bass. Cohen, W. M. en Levinthal, D. A. (1990) Absorptive Capacity: A New Perspective on Learning and Innovation, Administrative Science Quarterly, 35(1): Daft, R. L. (1978) A Dual-core Model of Organizational Innovation, Academy of Management Journal, 21(2): Day, George S. (1994) The Capabilities of Market-Driven Organizations, Journal of Marketing, 58(4): D Aveni, R. (1994) Hypercompetition: Managing the Dynamics of Strategic Maneuvering, New York: The Free Press. Davidow, W. H. en Malone, M. S. (1992) The Virtual Corporation, New York: Harper Collins. De Cremer, D., en Van Knippenberg, D. (in press) How do leaders promote cooperation? The effects of charisma and procedural fairness, Journal of Applied Psychology. De Leede J. e.a. (2002) Flexibele inzet van personeel in productiebedrijven: praktijkvoorbeelden, trends, effecten, instrumenten, Hoofddorp: TNO Arbeid. De Leeuw, A. C. J. en Volberda, H. W. (1996) On the Concept of Flexibility: A Dual Control Perspective, Omega, 24(2): De Looze, M.P., Van Rhijn J.W. en Tuinzaad, B. (2003) A participatory and integrative approach to improve productivity and ergonomics in assembly, Production Planning and Control, 14: De Sitter, L.U. (1998) Synergetisch Produceren, Assen: Van Gorcum. Dijksterhuis, M., Van Den Bosch, F.A.J. en Volberda, H.W. (1999) Where do New Organization Forms come from? Management Logics as a Source of Co-evolution, Organization Science, 10(5): Dijksterhuis, M. S. (2003) Intelligent Adaptation, Organizational Dynamics of Cognition and Action in the Changing Dutch and US Banking Industries, ERIM PhD Series Research in Management, ISBN , Erasmus University Rotterdam, September 18, Dougherty, D. (1992) Interpretative Barriers to Successful Product Innovation, Organization Science, 3: Draulans, J., Man, A.P. de, en Volberda, H.W. (2003) Building Alliance Capability: Management techniques for Superior Alliance Performance, Long Range Planning, 36: Drucker, P. (1993) Post-Capitalist Society, Oxford: Butterworh-Heinemann. Eisenhardt, K. M. en Martin, J.A. (2000) Dynamic Capabilities, What are They?, Strategic Management Journal, 21: Erken, H., Gilzing, V. en Roelandt, T. (2003) Trends in Research & Development bij Bedrijven, Holland Management Review, 20(89): Esping-Andersen, G., Gallie, D., Hemerijck, A.C. en Myles J. (2002) Why We Need a New Welfare State, Oxford: Oxford University Press. Europese Commissie (2002) Report of the High Level Group on Industrial Relations and Change in the European Union. Implementing the Lisbon Strategy, Brussels, European Commission, Directorate-General for Employment and Social Affairs, 2004 Fast, N. D. (1979) The Future of Industrial New Venture Departments, Industrial Marketing Management, 8: Flier, B., Van den Bosch, F. A. J. en Volberda, H. W. (2003) Co-evolution in Strategic Renewal Behaviour of British, Dutch and French Financial Incumbents: Interaction of Environmental Selection, Institutional Effects and Managerial Intentionality, Journal of Management Studies, 40(8):

19 Global Competitiveness Report (2005) Lopez-Claros, A., Porter, M. E., en K. Schwab. (Eds.), Palgrave Macmillan. Grant, R. (1996) Prospering in Dynamically-Competitive Environments: Organizational Capability as Knowledge Integration, Organization Science 7(4): Guth, W. D. en Ginsberg, A. (1990) Guest Editors Introduction: Corporate Entrepreneurship, Strategic Management Journal, 11(Special issue): Hamel, G. (2000) Leading the Revolution, Boston, MA: Harvard Business School Press. Hamel, G. en Prahalad C. K. (1994) Competing for the Future, Boston, MA: Harvard Business School Press. Henderson, R. M. en Clark, K. B. (1990) Architectural Innovation: The Reconfiguration of Existing, Administrative Science Quarterly, 35(1): Von Hippel, E. A., Democratizing Innovation, Cambridge: MIT Press, Hogg, M. A., en Knippenberg, D. van (in press) Social identity and leadership processes in groups. Advances in Experimental Social Psychology. Holland, J. H. (1999) Emergence: From Chaos to Order, Corpus Christi, TX: Helix Books. Ittner, C. D. en Kogut, B. (1995) How Control Systems Can Support Organizational Flexibility. In E. Bowman and B. Kogut (Eds.), Redesigning the Firm, New York: Oxford University Press. Jansen, J. J. P., Van den Bosch, F. A. J., en Volberda, H. W. (2005) Managing Potential and Realized Absorptive Capacity: How do Organizational Antecedents Matter? Academy of Management Journal, 48(6). Jansen, J.J.P., Van den Bosch, F. A. J., en Volberda, H. W. (2005) Exploratory Innovation, Exploitative Innovation, and Ambidexterity: The Impact of Environmental and Organizational Antecedents, Schmalenbach Business Review, 57: Jansen, J.J.P. (2005) Ambidextrous Organizations: A Multiple-Level Study of Absorptive Capacity, Exploratory and Exploitative Innovation and Performance, ERIM PhD Series in Research in Management, Erasmus University Rotterdam. Janssen, A., Volberda, H. W. en Asselbergs, C. (2003) Bouwen aan Duurzame Netwerkorganisaties: Een Aanzet tot het Verenigen van Exploitatie en Exploratie, M&O, 57(1): Jongkind, R., Oeij, P. en Vaas, F. (2003) Slimmer werken in gezonde en productieve banen, Hoofddorp: TNO Arbeid. Jongkind, R., Korver, T., Oeij, P. en Vaas, F. (2004) Organizational perspective on market driven efficiency improvement, in: Market regulation. Lessons from other disciplines. Ministerie van Economische Zaken. Kale, P., Dyer J.H. en Sing, H. Alliance capability, stock market response, and long-term alliance success: the role of the alliance function, Strategic Management Journal 23(8), Kenniseconomie Monitor 2003: Tijd om te Kiezen (2003) Nauta, F. and Van der Steenhoven, J., Stichting Nederland Kennisland. Kimberly, J. R. (1979) Issues in the Creation of Organizations: Initiation, Innovation, and Institutionalisation, Academy of Management Journal, 22: Kogut, B. en Zander, U. (1992) Knowledge of the Firm, Combinative Capabilities, and the Replication of Technology, Organization Science, 3(3): Konsynski, B. en Tiwana, A. (2004) The improvisation-efficiency paradox in inter-firm electronic networks: governance and architecture considerations, Journal of Information Technology, 19(4): , Lane, P. en Lubatkin, M. (1998) Relative Absorptive Capacity and Interorganizational learning, Strategic Management Journal, 19: Leonard-Barton, D. (1995) Wellsprings of Knowledge: Building and Sustaining the Sources of Innovation, Boston, MA: Harvard Business School Press

20 Lewin, A.Y., en Volberda, H.W. (1999) Prolegomena on Coevolution: A Framework for Research on Strategy and New Organizational Forms. Organization Science, 10(5): Levinthal, D. A. en March, J. G. (1993) The Myopia of Learning, Strategic Management Journal, 14 (Special issue): Levitt, B., en March, J. G. (1988) Organizational Learning. In W. R. Scott (Ed.), Annual Review of Sociology, xiv, Palo Alto, CA: Annual Reviews, pp Lewin, A. Y. en Stephens, C. U. (1993) Designing Postindustrial Organizations: Combining Theory and Practice, in G. P. Huber en W. H. Glick, Organizational Change and Redesign, New York: Oxford University Press, p Liebeskind, J. P., Lumerman Oliver, A., Zucker, L. en Brewer, M. (1996) Social Networks, Learning and Flexibility: Sourcing Scientific Knowledge in New Biotechnology Firms, Organization Science, 7(4): Manifest Sociale Innovatie; Negen bouwstenen (2004) AWVN. March, J.G. en Simon, H.A. (1958) Organizations, New York: Wiley. Markides, C. (1997) Strategic Innovation, Sloan Management Review, 38(3): Meer, M. van der, Visser, J., Wilthagen, T. en Van der Heijden, P.F. (2003) Weg van het Overleg? De Nederlandse overlegeconomie twintig jaar na Wassenaar, Amsterdam: Amsterdam University Press. Meer, M. van der, Visser, J. en Wilthagen, T. (2005) Adaptive and Reflexive Governance: The limits of organised decentralisation and state weakness. European Journal of Industrial Relations, 13(3). Miles, R. E. en Snow, C. C. (1986) Organizations: New Concepts for New Forms, California Management Review, 28(3): Miles, R. E. en Snow, C. C. (1994) Fit, Failure and the Hall of Fame, New York: The Free Press. Morgan, G. (1986) Images of Organizations, Englewood Cliffs, NJ: Prentice-Hall. North, D. C. (1990) Institutions, Institutional Change and Economic Performance, Cambridge: Cambridge University Press. Nelson, R. R. en Winter, S. G. (1982) An Evolutionary Theory of Economic Change, Cambridge, MA: Harvard University Press. Nonaka, I. en Takeuchi, H. (1995) The Knowledge-Creating Company, New York: Oxford University Press. NUTEK (1999) Flexibility Increases Productivity and Employment, Stockholm. Oeij, P., Jongkind, R. en Vaas F. (2005) Slimmer werken in de praktijk, voorbeelden van werken in productieve en gezonde banen, Hoofddorp: TNO Arbeid. Pettigrew, A. M., Whittington, R., Melin, L., Sanchez-Runde, C, Van den Bosch, F. A. J., Ruigrok, W. and Numagami, T. (2003) Innovative Forms of Organizing: International Perspectives, Londen: Sage. Prahalad, C. K. en Hamel, G. (1990) The Core Competence of the Corporation, Harvard Business Review, 68(3): Prahalad, C. K. en Ramaswamy. V. (2003) The New Frontier of Experience Innovation, MIT Sloan Management Review, 44(4): 12. Prahalad, C.K. en Ramaswamy, V. (2004) The Future of Competition: Co-Creating Unique Value with Customers, Boston: Harvard Business School Press. Porter, M. E. (1996) What is Strategy, Harvard Business Review, 74(6): Quinn, J. B. (1985) Managing Innovation: Controlled Chaos, Harvard Business Review, 63(3): Sapir, A., Aghion, Ph., Bertola, G., Hellwig, M., Pisani-Ferry, J., Rosati, D., Viñals, J. en Wallace, H. (2004) An Agenda for a Growing Europe. The Sapir Report. Oxford: Oxford University Press. Schmidt, D., van den Toren, J.P. en De Wal, M. (2003) Ondernemende brancheorganisaties: Balanceren tussen belangen. Assen, Neth.: Van Gorcum en VNO-NCW

De Innovatieparadox. 1. Bedrijven: efficiency en kuddegedrag. 2. Overheid: efficiency en bureaucratie

De Innovatieparadox. 1. Bedrijven: efficiency en kuddegedrag. 2. Overheid: efficiency en bureaucratie NL en innovatie top-10 De Innovatieparadox 1. Bedrijven: efficiency en kuddegedrag 2. Overheid: efficiency en bureaucratie Erasmus Strategic Renewal Center ErasmusStrategicRenewal.nl 3. Kennisinstellingen:

Nadere informatie

HNW 3.0 SLIMMER MANAGEN, ORGANISEREN EN WERKEN PROF. DR. HENK W. VOLBERDA. 2013 CONGRES Over Het Nieuwe Werken 19 november 2013

HNW 3.0 SLIMMER MANAGEN, ORGANISEREN EN WERKEN PROF. DR. HENK W. VOLBERDA. 2013 CONGRES Over Het Nieuwe Werken 19 november 2013 HNW 3.0 SLIMMER MANAGEN, ORGANISEREN EN WERKEN PROF. DR. HENK W. VOLBERDA ROTTERDAM SCHOOL OF MANAGEMENT, ERASMUS UNIVERSITEIT 2013 CONGRES Over Het Nieuwe Werken 19 november 2013 Influence Index M

Nadere informatie

Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE

Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE Bevindingen Erasmus Innovatiemonitor Zorg Eindhoven, 5 oktober 2012 TOP INSTITUTE INSCOPE

Nadere informatie

Innovatie3.0 SLIMMER MANAGEN, ORGANISEREN EN WERKEN PROF. DR. HENK W. VOLBERDA ROTTERDAM SCHOOL OF MANAGEMENT, ERASMUS UNIVERSITEIT

Innovatie3.0 SLIMMER MANAGEN, ORGANISEREN EN WERKEN PROF. DR. HENK W. VOLBERDA ROTTERDAM SCHOOL OF MANAGEMENT, ERASMUS UNIVERSITEIT Innovatie3.0 SLIMMER MANAGEN, ORGANISEREN EN WERKEN PROF. DR. HENK W. VOLBERDA ROTTERDAM SCHOOL OF MANAGEMENT, ERASMUS UNIVERSITEIT VNAB Marktdiner, Grand Hotel Huis ter Duin, 5 november 2015 Vandaag zijn

Nadere informatie

Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis

Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2009 Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis Rotterdam, 6 oktober 2009 INSCOPE: Research for Innovation heeft in opdracht

Nadere informatie

SOCIALE INNOVATIE: FOCUS OP ORGANISATIE, MANAGEMENT EN MENSEN

SOCIALE INNOVATIE: FOCUS OP ORGANISATIE, MANAGEMENT EN MENSEN SOCIALE INNOVATIE: FOCUS OP ORGANISATIE, MANAGEMENT EN MENSEN Dhian Sioe Lie zelfstandig organisatieadviseur *) Innovatie op de agenda! Innovatie is hot in Europa. Zonder innovatie verliest de Nederlandse

Nadere informatie

Nederlandse bedrijven laten kansen liggen om te innoveren en concurrentiekracht te versterken

Nederlandse bedrijven laten kansen liggen om te innoveren en concurrentiekracht te versterken Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2010-2011 Nederlandse bedrijven laten kansen liggen om te innoveren en concurrentiekracht te versterken Rotterdam, 9 maart 2011 - INSCOPE: Research for Innovation

Nadere informatie

Amsterdamse haven en innovatie

Amsterdamse haven en innovatie Amsterdamse haven en innovatie 26 september 2011, Hoge School van Amsterdam Haven Amsterdam is een bedrijf van de gemeente Amsterdam Oostelijke handelskade (huidige situatie) Oostelijke handelskade (oude

Nadere informatie

Monitoren van sociale innovatie: slimmer werken, dynamisch managen en flexibel organiseren

Monitoren van sociale innovatie: slimmer werken, dynamisch managen en flexibel organiseren Monitoren van sociale innovatie: slimmer werken, dynamisch managen en flexibel organiseren Henk Volberda, Justin Jansen, Michiel Tempelaar en Kevin Heij Steeds meer bedrijven en overheden zien in toenemende

Nadere informatie

ONDERZOEKSRAPPORT TOPSECTOREN

ONDERZOEKSRAPPORT TOPSECTOREN ONDERZOEKSRAPPORT TOPSECTOREN Sociale innovatie doorslaggevend voor succes topsectoren: Topsectorenbeleid te eenzijdig gericht op technologische innovatie De markt dwingt bedrijven steeds sneller te innoveren

Nadere informatie

DISRUPTIEVE TECHNOLOGIE. Hoe bedrijven hun businessmodel innoveren. Prof. dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management Erasmus University

DISRUPTIEVE TECHNOLOGIE. Hoe bedrijven hun businessmodel innoveren. Prof. dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management Erasmus University Strategie Summit Industrie 5 maart 2015 DISRUPTIEVE http://www.youtube.com/watch?v=- TasuCE64kk&feature=youtu.be&t=1m54s TECHNOLOGIE Hoe bedrijven hun businessmodel innoveren Prof. dr. Henk W. Volberda

Nadere informatie

Ruim baan voor de Nederlandse Innovatie Agenda

Ruim baan voor de Nederlandse Innovatie Agenda H03-Thema innovatie-volberda-vdbosch-def 27-01-2005 09:43 Pagina 41 THEMA: INNOVATIE Ruim baan voor de Nederlandse Innovatie Agenda NAAR NIEUWE MANAGEMENTVAARDIGHEDEN EN INNOVATIEVE ORGANISATIEPRINCIPES

Nadere informatie

Investeren in Sociale Innovatie

Investeren in Sociale Innovatie Investeren in Sociale Innovatie naar productiviteitsgroei en versterking van de Nederlandse concurrentiepositie natafelen Ingrediënten u meer aandacht voor innovatievermogen u kennisabsorptie en kennisbenutting

Nadere informatie

Flexibel werken en organiseren

Flexibel werken en organiseren Flexibel werken en organiseren Flexibel werken en organiseren Inhoud Inhoud Inleiding De kracht van flexibiliteit Differentiatie in ontwikkeling en doorstroom gebaseerd op organisatieverschillen Aspecten

Nadere informatie

RE-INVENTING BUSINESS

RE-INVENTING BUSINESS KVGO 21 mei 2014 http://www.youtube.com/watch?v=- TasuCE64kk&feature=youtu.be&t=1m54s RE-INVENTING BUSINESS Hoe bedrijven hun businessmodel innoveren Prof. dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management

Nadere informatie

World Economic Forum publiceert Global Information Technology Report 2010-2011

World Economic Forum publiceert Global Information Technology Report 2010-2011 PERSBERICHT World Economic Forum publiceert Global Information Technology Report 20-2011 Nederland zakt naar de 11e plaats op ranglijst van WEF Global Information Technology Report, en de opkomende economieën

Nadere informatie

Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2011 2012

Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2011 2012 Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2011 2012 SAMENVATTING: Na jaren van uitblijven van innovatie, investeren Nederlandse bedrijven meer (+2,6%) in radicale innovatie. De aanhoudende crisis in Europa

Nadere informatie

Meer hoogwaardig onderzoek naar Sociale Innovatie: Lancering Topinstituut INSCOPE

Meer hoogwaardig onderzoek naar Sociale Innovatie: Lancering Topinstituut INSCOPE Meer hoogwaardig onderzoek naar Sociale Innovatie: Lancering Topinstituut INSCOPE Samenvatting Op 3 juni a.s. zal een nieuw Topinstituut INSCOPE, Research for Innovation worden gelanceerd. In dit consortium

Nadere informatie

Het turbulente zorglandschap. Eigen antwoorden en creatieve oplossingen door sociale innovatie

Het turbulente zorglandschap. Eigen antwoorden en creatieve oplossingen door sociale innovatie Het turbulente zorglandschap Eigen antwoorden en creatieve oplossingen door sociale innovatie Harrie Leutscher: Raad van bestuur en ondernemingsraad zullen in dit turbulente zorglandschap de moed moeten

Nadere informatie

Sociale innovatie. Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties

Sociale innovatie. Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties Sociale innovatie Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties DATUM 1 maart 2014 CONTACT Steef de Vries MCC M 06 46 05 55 57 www.copertunity.nl info@copertunity.nl 2 1. Wat is sociale

Nadere informatie

Slimmer managen en organiseren kan productiviteit en innovatie in zorg verbeteren

Slimmer managen en organiseren kan productiviteit en innovatie in zorg verbeteren Slimmer managen en organiseren kan productiviteit en innovatie in zorg verbeteren 5 oktober 2012 - Op verzoek van ActiZ meet INSCOPE Research for Innovation de innovativiteit van Nederlandse zorgorganisaties.

Nadere informatie

Hoe komen we tot deze inzichten? In de vorige eeuw stonden bureaucratische organisatieprincipes centraal bij het inrichten van organisaties.

Hoe komen we tot deze inzichten? In de vorige eeuw stonden bureaucratische organisatieprincipes centraal bij het inrichten van organisaties. 1.1 Inleiding Waarom zouden we ons druk maken over sociale innovatie of wat anderen slimmer werken of slim managen noemen? Innovatie leidt tot beduidend hogere resultaten. Dit tonen Henk Volberda, Frans

Nadere informatie

Quick-scan flexibiliteit

Quick-scan flexibiliteit Quick-scan flexibiliteit Hieronder leggen we u enkele stellingen voor die betrekking hebben op de omstandigheden en de markt waarin uw onderneming, divisie of business unit (dit kunt u zien als uw organisatie

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Strategische vernieuwing

Strategische vernieuwing Strategische vernieuwing in grote Nederlandse ondernemingen Hoe vangt een koe een haas? Strategische Vernieuwing: Revitalisatie versus Transformatie in Multi-unit unit-ondernemingen Prof. dr. H.W. Volberda

Nadere informatie

Nederlandse bedrijven investeren meer in radicale innovatie.

Nederlandse bedrijven investeren meer in radicale innovatie. Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2011-2012 Nederlandse bedrijven investeren meer in radicale innovatie. Persbericht: Embargo tot vrijdag 23 november 2012, 00.00 uur! Na jaren van uitblijven van

Nadere informatie

Nameting Scan Mijn Bedrijf 2.0 2011-2012

Nameting Scan Mijn Bedrijf 2.0 2011-2012 Sociale innovatie De volgende vragen gaan over sociale innovatie en innovatief ondernemingsbeleid. Sociale Innovatie is een vernieuwing of een verbetering in de arbeidsorganisatie en in de arbeidsrelaties

Nadere informatie

Seminar Sociale Innovatie in de ingenieursbranche Productiviteit bij ingenieursbureaus Ir. Paul Oortwijn Directeur NLingenieurs Over NLingenieurs Branchevereniging van advies-, management- en ingenieursbureaus

Nadere informatie

Leiderschap in Turbulente Tijden

Leiderschap in Turbulente Tijden De Mindset van de Business Leader Leiderschap in Turbulente Tijden Onderzoek onder 175 strategische leiders Maart 2012 Inleiding.. 3 Respondenten 4 De toekomst 5 De managementagenda 7 Leiderschap en Ondernemerschap

Nadere informatie

QUINN-MODEL. CompetenZa info@competenza.nu www.competenza.nu

QUINN-MODEL. CompetenZa info@competenza.nu www.competenza.nu QUINN-MODEL In onze adviestrajecten en gesprekken met opdrachtgevers maken wij vaak gebruik van het zgn. Quinn-model. Een handig hulpmiddel om samen, met een zo objectief mogelijke blik, naar het bedrijf

Nadere informatie

Leiderschap bij organisatie verandering. Prof. dr. Janka Stoker Faculteit Economie en Bedrijfskunde Divosa, 22 mei 2015

Leiderschap bij organisatie verandering. Prof. dr. Janka Stoker Faculteit Economie en Bedrijfskunde Divosa, 22 mei 2015 1 1 Leiderschap bij organisatie verandering Prof. dr. Janka Stoker Faculteit Economie en Bedrijfskunde Divosa, 22 mei 2015 Het belang van leiderschap: overal om ons heen 2 Thema s 3 1. Wat is leiderschap?

Nadere informatie

Arnold Monshouwer. Business Club Bernisse

Arnold Monshouwer. Business Club Bernisse Arnold Monshouwer Business Club Bernisse Wie zijn wij? Waarom innoveren? Wat is innovatie? Hoe kom ik op ideeën? Hoe pak ik het aan? Agenda Even voorstellen 1. Beter, eerder en sneller innoveren 2. Onafhankelijk

Nadere informatie

Organisatie principes

Organisatie principes Organisatie principes Een overzicht van organisatie principes die als richtsnoer dienen bij het vormgeven van flexibele, innovatieve organisaties. Deze principes zijn gebaseerd op de Moderne Sociotechniek.

Nadere informatie

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI)

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het zelfbeoordelingsformulier Het doel van deze evaluatie is om u te helpen bij het bepalen van de belangrijkste aandachtsvelden van uw leidinggevende

Nadere informatie

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together

Gids voor werknemers. Rexel, Building the future together Gids voor werknemers Rexel, Building the future together Editorial Beste collega s, De wereld om ons heen verandert snel en biedt ons nieuwe uitdagingen en kansen. Aan ons de taak om effectievere oplossingen

Nadere informatie

2000 Volberda, H.W. (2000), "Blijvend Strategisch Vernieuwen: Het herschikken van de multi-unit onderneming," Bedrijfskunde, 72 (2), 20-29.

2000 Volberda, H.W. (2000), Blijvend Strategisch Vernieuwen: Het herschikken van de multi-unit onderneming, Bedrijfskunde, 72 (2), 20-29. MANAGEMENTARTIKELEN 2003 Volberda, H.W. & Bosch, F.A.J. van den (2003). Het managen van strategische vernieuwing: lessen uit de financiële dienstensector. Management Select, 19 (1): 34-43. Baaij, M., Bosch,

Nadere informatie

Waarde en winst door te winnen met cijfers en letters. Ingrid Walry

Waarde en winst door te winnen met cijfers en letters. Ingrid Walry Waarde en winst door te winnen met cijfers en letters Ingrid Walry reputatie retentievermogen klantenwaarde Innoveer in relatiekwaliteit met uw volledige omgeving r r erer- y klantenpartnerschap productleiderschap

Nadere informatie

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige

Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Test naam Marktgerichtheidsscan Datum 28-8-2012 Ingevuld door Guest Ingevuld voor Het team Team Guest-Team Context Overige Klantgerichtheid Selecteren van een klant Wanneer u hoog scoort op 'selecteren

Nadere informatie

Managementvoorkeuren

Managementvoorkeuren Toelichting bij de test Business Fit-ality Lange Dreef 11G 4131 NJ Vianen Tel: +31 (0)347 355 718 E-mail: info@businessfitality.nl www.businessfitality.nl Business Fit-ality Met welk type vraagstuk bent

Nadere informatie

Middelen Proces Producten / Diensten Klanten

Middelen Proces Producten / Diensten Klanten Systeemdenken De wereld waarin ondernemingen bestaan is bijzonder complex en gecompliceerd en door het gebruik van verschillende concepten kan de werkelijkheid nog enigszins beheersbaar worden gemaakt.

Nadere informatie

5 CRUCIALE COMPETENTIES VOOR EEN DUURZAAM HRM/L&D DIMITRI MAENHOUDT

5 CRUCIALE COMPETENTIES VOOR EEN DUURZAAM HRM/L&D DIMITRI MAENHOUDT 5 CRUCIALE COMPETENTIES VOOR EEN DUURZAAM HRM/L&D DIMITRI MAENHOUDT WAT BETEKENT DUURZAAM? Duurzaam betekent aansluiten op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in

Nadere informatie

Sociale innovatie: nu nog beter! Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2009-2010

Sociale innovatie: nu nog beter! Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2009-2010 Sociale innovatie: nu nog beter! Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2009-2010 December 2010 INSCOPE - Research for Innovation Rotterdam School of Management Erasmus University Rotterdam Postbus

Nadere informatie

Bantopa Terreinverkenning

Bantopa Terreinverkenning Bantopa Terreinverkenning Het verwerven en uitwerken van gezamenlijke inzichten Samenwerken als Kerncompetentie De complexiteit van producten, processen en services dwingen organisaties tot samenwerking

Nadere informatie

Praktijkboek Strategie Bruggen bouwen naar de toekomst Aimé Heene

Praktijkboek Strategie Bruggen bouwen naar de toekomst Aimé Heene Praktijkboek Strategie Bruggen bouwen naar de toekomst Aimé Heene Inhoud Woord vooraf Ontstaan en achtergronden van het 'Praktijkboek Strategie' 5 Doelstellingen en uitgangspunten 5 Het gebruik van de

Nadere informatie

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Resultaten onderzoek bij bedrijven (MKB) Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie? Woord vooraf Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie?

Nadere informatie

Nederland keldert in de mondiale concurrentie-index

Nederland keldert in de mondiale concurrentie-index Nederland keldert in de mondiale concurrentie-index Rotterdam, 8 september 2009 --- Het World Economic Forum (WEF) publiceert jaarlijks de concurrentiepositie van landen. Het Erasmus Strategic Renewal

Nadere informatie

Met onderscheidend en gemeenschappelijk beleefd organisatie DNA het beste toekomstperspectief. Verbeteren kan alleen van binnenuit.

Met onderscheidend en gemeenschappelijk beleefd organisatie DNA het beste toekomstperspectief. Verbeteren kan alleen van binnenuit. Met onderscheidend en gemeenschappelijk beleefd organisatie DNA het beste toekomstperspectief Verbeteren kan alleen van binnenuit. Onze visie, missie en strategie Visie: dat er in alle organisaties een

Nadere informatie

Iedereen sterk. Zo stimuleer je innovatief gedrag en eigenaarschap van medewerkers

Iedereen sterk. Zo stimuleer je innovatief gedrag en eigenaarschap van medewerkers Iedereen sterk Zo stimuleer je innovatief gedrag en eigenaarschap van medewerkers JANUARI 2016 Veranderen moet veranderen Verandering is in veel gevallen een top-down proces. Bestuur en management signaleren

Nadere informatie

De organisatie draait om het toedelen van

De organisatie draait om het toedelen van organisatie De organisatie draait om het toedelen van activiteiten en organiseren van de coordinatie Hoe organiseren we kerncompetenties and gedeelde activiteiten Wat is de rol van het centrum? Hoe stuurt

Nadere informatie

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl The Netherlands of 2040 www.nl2040.nl 1 Tijden veranderen 2 Tijden veranderen 3 Nieuwe CPB scenario studie Vraag Waarmee verdienen we ons brood in 2040? Aanpak Scenario s, geven inzicht in onzekerheid

Nadere informatie

beter leren, fijner werken, sneller groeien Performance Management workshop HR Live congres 28-10-2014 The Courseware Company Welkom!

beter leren, fijner werken, sneller groeien Performance Management workshop HR Live congres 28-10-2014 The Courseware Company Welkom! beter leren, fijner werken, sneller groeien Performance Management workshop HR Live congres 28-10-2014 The Courseware Company Welkom! Agenda Introductie Performance Management Stellingen Afsluiting Luciano

Nadere informatie

Uw eigen denken kan de oorzaak zijn van het probleem

Uw eigen denken kan de oorzaak zijn van het probleem Uw eigen denken kan de oorzaak zijn van het probleem Wat dienstverlenende organisaties kunnen leren van de manier waarop Toyota zijn auto s maakt. Wees bereid anders te denken Wij nodigen u uit om eens

Nadere informatie

Mintzberg Organisatiestructuren / modellen Geschreven door Chris Stapper op 17 mei 2012 00:00 Categorie: Strategische HRM

Mintzberg Organisatiestructuren / modellen Geschreven door Chris Stapper op 17 mei 2012 00:00 Categorie: Strategische HRM Mintzberg Organisatiestructuren / modellen Geschreven door Chris Stapper op 17 mei 2012 00:00 Categorie: Strategische HRM De Mintzberg organisatiestructuren, of eigenlijk de Mintzberg configuraties, zijn

Nadere informatie

de verwachting van de klant centraal.*

de verwachting van de klant centraal.* de verwachting van de klant centraal.* The road ahead for public service delivery Groeiende verwachtingen van klanten, bezuinigingen en demografische ontwikkelingen zijn mondiale trends die de omgeving

Nadere informatie

De kracht van een sociale organisatie

De kracht van een sociale organisatie De kracht van een sociale organisatie De toegevoegde waarde van zakelijke sociale oplossingen Maarten Verstraeten. www.netvlies.nl Prinsenkade 7 T 076 530 25 25 E mverstraeten@netvlies.nl 4811 VB Breda

Nadere informatie

Smart Industry. KvK Ondernemerspanel onderzoek

Smart Industry. KvK Ondernemerspanel onderzoek KvK Ondernemerspanel onderzoek Smart Industry Algemene gegevens: Start- en einddatum onderzoek: 02-07-2014 tot 22-07-2014 Aantal deelnemende ondernemers: 484 (doelgroep mkb-topsectoren) In dit document

Nadere informatie

Key success actors. De rol van middenmanagement bij strategische veranderingen. Onderzoek door Turner en de Rotterdam School of Management

Key success actors. De rol van middenmanagement bij strategische veranderingen. Onderzoek door Turner en de Rotterdam School of Management Key success actors De rol van middenmanagement bij strategische veranderingen Onderzoek door Turner en de Rotterdam School of Management 1 Key success actors De rol van middenmanagement bij strategische

Nadere informatie

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut.

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. ONDERZOEKSRAPPORT Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. Introductie In het Human Capital 2015 report dat het World

Nadere informatie

FLEXIBILITEITSAUDIT. een integrale management audit. Henk Volberda i.s.m. ERBS & GITP

FLEXIBILITEITSAUDIT. een integrale management audit. Henk Volberda i.s.m. ERBS & GITP FLEXIBILITEITSAUDIT een integrale management audit Henk Volberda i.s.m. ERBS & GITP Audit 1 AGENDA 4 Barrieres Omgeving & Management 2 5 Verandertrajecten Evaluatie 3 6 Conclusies FLEXIBILITEITSAUDIT een

Nadere informatie

ERASMUS INNOVATIEMONITOR ZORG

ERASMUS INNOVATIEMONITOR ZORG 2012 ERASMUS INNOVATIEMONITOR ZORG - 2012 - IN OPDRACHT VAN ACTIZ ORGANISATIE VAN ZORGONDERNEMERS Inhoudsopgave Achtergrond... 3 Aanleiding... 3 Afbakening sociale innovatie... 4 Onderzoeksopzet en respondenten...

Nadere informatie

Tot slot. Aanbevelingen. Inleiding. Naar een lerende economie Investeren in het verdienvermogen van Nederland synopsis van WRR - rapport 90

Tot slot. Aanbevelingen. Inleiding. Naar een lerende economie Investeren in het verdienvermogen van Nederland synopsis van WRR - rapport 90 Hoe ziet dat er on de praktijk uit? (per sector / organisatie / afdeling / functie) Natuurlijke hulpbronnen en mensen zullen schaars zijn en de beschikbaarheid van kapitaal is niet te voorspellen. Met

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch)

Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) Relatiemarketing is gericht op het ontwikkelen van winstgevende, lange termijn relaties met klanten in plaats van het realiseren van korte termijn transacties.

Nadere informatie

Professionele en persoonlijke groei?

Professionele en persoonlijke groei? + Professionele en persoonlijke groei? Samen naar meer resultaat, meer gemak en meer plezier! Han Oei Oei voor Groei - www.oeivoorgroei.nl info@oeivoorgroei.nl 0633794681 + Meer resultaat, meer gemak en

Nadere informatie

Onderzoeksrapport World Economic Forum: The Leveraging Entrepreneurial Ambition and Innovation Report 2014-2015

Onderzoeksrapport World Economic Forum: The Leveraging Entrepreneurial Ambition and Innovation Report 2014-2015 Ondernemerschap in Nederland blijft achter Hoge mondiale concurrentiepositie geen garantie voor een sterk ondernemerschapsklimaat Rotterdam, 21 januari 2015 Onlangs heeft het World Economic Forum (WEF)

Nadere informatie

Welkom. 2014: Innovatiekracht

Welkom. 2014: Innovatiekracht Welkom 2014: Innovatiekracht 2014: innovatiekracht Doel: Ambitieuze / resultaatgerichte ondernemers Ambitieuze / resultaatgerichte ondernemers Onderwerpen verschillende invalshoeken Interactie / begeleiding

Nadere informatie

Functieprofiel Young Expert

Functieprofiel Young Expert 1 Laatst gewijzigd: 20-7-2015 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1 Ervaringen opdoen... 3 1.1 Internationale ervaring in Ontwikkelingssamenwerkingsproject (OS)... 3 1.2 Nieuwe vaardigheden... 3 1.3 Intercultureel

Nadere informatie

Wij leggen rekenschap af over:

Wij leggen rekenschap af over: VRAGEN Het afleggen van rekenschap. ANTWOORDEN TOELICHTING / VOORBEELDEN VRAAG 1. Onze organisatie legt rekenschap af over onze effecten op de maatschappij, de economie en het milieu. Welke activiteiten

Nadere informatie

Verantwoording bij de zevende druk V Over de auteurs VII Inleiding 1

Verantwoording bij de zevende druk V Over de auteurs VII Inleiding 1 Inhoud Verantwoording bij de zevende druk V Over de auteurs VII Inleiding 1 1 Denken over organisatie en management 5 1.1 Introductie 6 1.2 Ontstaan van het vakgebied 7 1.3 Ontwikkeling van handel en ontstaan

Nadere informatie

SIKA S NORMEN EN WAARDEN

SIKA S NORMEN EN WAARDEN SIKA S NORMEN EN WAARDEN SIKA EEN WERElDlEIDER MEt NORMEN EN tradities Sinds de oprichting ruim 100 jaar geleden in zwitserland door de vooruitstrevende uitvinder Kaspar Winkler heeft Sika zich ontwikkeld

Nadere informatie

ScaleUp Dashboard 2015

ScaleUp Dashboard 2015 Rapportage ScaleUp Dashboard 2015 ScaleUp Dashboard 2015 Prof. dr. Justin Jansen Lotte de Vos Rotterdam School of Management Erasmus Centre for Entrepreneurship Conclusies Nederland staat aan de Europese

Nadere informatie

NIEUWE BUSINESS MODELLEN IN DE ACCOUNTANCY?

NIEUWE BUSINESS MODELLEN IN DE ACCOUNTANCY? Symposium NEMACC NBC Nieuwegein 3 juni 2015 NIEUWE BUSINESS MODELLEN IN DE ACCOUNTANCY? De toekomst van MKB Accountantskantoren Prof. dr. Henk W. Volberda Dr. Niels van der Weerdt Rotterdam School of Management

Nadere informatie

Business. IT in charge. Met resultaten CIO Survey en 9 CIO s aan het woord. Analytics

Business. IT in charge. Met resultaten CIO Survey en 9 CIO s aan het woord. Analytics Business Analytics IT in charge Met resultaten CIO Survey en 9 CIO s aan het woord Informatie is van en voor mensen CIO speelt belangrijke rol in nieuw spanningsveld Door Guus Pijpers Een van de eerste

Nadere informatie

ORDINA SAMEN SLIMMER WERKEN

ORDINA SAMEN SLIMMER WERKEN ORDINA SAMEN SLIMMER WERKEN VAN AGENDEREN NAAR DOEN Terwijl u dit leest, voltrekt zich een revolutie in het zakelijk landschap. Het Nieuwe Werken (HNW) staat volop in de aandacht. En niet zonder reden:

Nadere informatie

E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake

E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake Kijkt u eens om u heen, zit u ook met een computer, mobiele telefoon, misschien wel twee en mogelijk ook nog andere type computer zoals

Nadere informatie

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Balanced Scorecard Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 9 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3 2 DE

Nadere informatie

henk volberda 14 NR.4

henk volberda 14 NR.4 HET GESPREK MET henk volberda 14 NR.4 Henk Volberda is hoogleraar Strategisch Management en Ondernemingsbeleid aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Geen klassieke

Nadere informatie

DEFINITIES COMPETENTIES

DEFINITIES COMPETENTIES DEFINITIES COMPETENTIES A. MENSEN LEIDINGGEVEN A1 Sturen Geeft op een duidelijke manier richting aan een team, neemt de leiding op zich, zet mensen en middelen zodanig in dat doelen met succes worden bereikt.

Nadere informatie

VRAGENLIJST LERENDE ORGANISATIE (op basis van Nelson & Burns) 1

VRAGENLIJST LERENDE ORGANISATIE (op basis van Nelson & Burns) 1 VRAGENLIJST LERENDE ORGANISATIE (op basis van Nelson & Burns) 1 Onderstaande diagnostische vragenlijst bestaat uit 12 items. De score geeft weer in welke mate uw organisatie reactief, responsief, pro-actief

Nadere informatie

KRACHTENBUNDELING VOOR 2009 Corporate Identity BM-Support.org STICHTING BUSINESS MANAGEMENT SUPPORT STICHTING BUSINESS MANAGEMENT SUPPORT

KRACHTENBUNDELING VOOR 2009 Corporate Identity BM-Support.org STICHTING BUSINESS MANAGEMENT SUPPORT STICHTING BUSINESS MANAGEMENT SUPPORT STICHTING BUSINESS MANAGEMENT SUPPORT STICHTING BUSINESS MANAGEMENT SUPPORT OPEN BUSINESS INNOVATIE KRACHTENBUNDELING VOOR SUCCES OPEN BUSINESS INNOVATIE KRACHTENBUNDELING VOOR 2009 Corporate Identity

Nadere informatie

Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap

Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap 10 Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap Kim van der Hoeven 1. Inleiding Ontwikkelingen in maatschappij en samenleving denk met name aan de

Nadere informatie

?Hoe Zo! >> Werken bij de gemeente betekent je inzetten voor burgers en bedrijven. En daarbij geldt:

?Hoe Zo! >> Werken bij de gemeente betekent je inzetten voor burgers en bedrijven. En daarbij geldt: Wabo effectief ?Hoe Zo! >> Het toepassen van de Wabo is meer dan alleen de IT-structuur aanpassen, de procedures herzien en/of de processen opnieuw beschrijven en herinrichten. Het zijn de medewerkers

Nadere informatie

Exact Synergy Enterprise. Krachtiger Financieel Management

Exact Synergy Enterprise. Krachtiger Financieel Management Exact Synergy Enterprise Krachtiger Financieel Management 1 Inleiding Waar gaat het om? Makkelijke vragen zijn vaak het moeilijkst te beantwoorden. Als het hectische tijden zijn, moet u soms veel beslissingen

Nadere informatie

Het onbenutte potentieel van de werkvloer Duurzame ontwikkeling van lager opgeleiden

Het onbenutte potentieel van de werkvloer Duurzame ontwikkeling van lager opgeleiden Het onbenutte potentieel van de werkvloer Duurzame ontwikkeling van lager opgeleiden CONCEPT Organisatieparadigma Veranderstrategie Stijl van leidinggeven Opleiding Duurzame ontwikkeling lager opgeleiden

Nadere informatie

Sociale Innovatie Monitor Limburg 2012

Sociale Innovatie Monitor Limburg 2012 Network Social Innovation / NSI Sociale Innovatie Monitor Limburg 01 NSI- Network Social Innovation School of Business and Economics Maastricht University Uitgevoerd door het NSI in samenwerking met LWV

Nadere informatie

INNOVATIEVERMOGEN 1 SITUATIE

INNOVATIEVERMOGEN 1 SITUATIE INNOVATIEVERMOGEN prof. ir. drs. W.J. Vrakking 1 SITUATIE Wat is strategisch innoveren? Het innoveren van de strategie van uw bedrijf, afdeling. Het gaat dan om wat we wel aangeduid zien met het begrip

Nadere informatie

6 DIAGNOSTICEREN VAN PROCESSEN PPI-MODEL

6 DIAGNOSTICEREN VAN PROCESSEN PPI-MODEL 6 DIAGNOSTICEREN VAN PROCESSEN PPI-MODEL Inleiding Deel 2 van dit werkboek richt zich op het diagnosticeren en verbeteren van de individuele onderdelen van het Professional Performance Improvement model,

Nadere informatie

Tijd voor Het Nieuwe Leidinggeven! Lees in 2 minuten wat Het Nieuwe Leidinggeven is, wat het uw organisatie brengt en hoe het te ontwikkelen is.

Tijd voor Het Nieuwe Leidinggeven! Lees in 2 minuten wat Het Nieuwe Leidinggeven is, wat het uw organisatie brengt en hoe het te ontwikkelen is. Tijd voor Het Nieuwe Leidinggeven! Lees in 2 minuten wat Het Nieuwe Leidinggeven is, wat het uw organisatie brengt en hoe het te ontwikkelen is. De manier waarop we het werk organiseren en samenwerken

Nadere informatie

Tabel competentiereferentiesysteem

Tabel competentiereferentiesysteem Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling

Nadere informatie

NATIONALE COALITIE DIGITALE DUURZAAMHEID BEGINSELVERKLARING. CONCEPT 4 juni 2007 DE UITDAGING

NATIONALE COALITIE DIGITALE DUURZAAMHEID BEGINSELVERKLARING. CONCEPT 4 juni 2007 DE UITDAGING NATIONALE COALITIE DIGITALE DUURZAAMHEID BEGINSELVERKLARING CONCEPT 4 juni 2007 DE UITDAGING Versterking van de wetenschap en een betere benutting van de resultaten zijn een onmisbare basis, als Nederland

Nadere informatie

RE-INVENTING BUSINESS MODELS @ APG Ontwrichting pensioenmarkt onvermijdelijk?

RE-INVENTING BUSINESS MODELS @ APG Ontwrichting pensioenmarkt onvermijdelijk? APG Finance & Risk Conference Heerlen, 5 juni 2015 RE-INVENTING BUSINESS MODELS @ APG Ontwrichting pensioenmarkt onvermijdelijk? Henk Volberda Rotterdam School of Management Erasmus University Mark Boerenkamp

Nadere informatie

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst M200803 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Bedrijfsstrategieën in het MKB drs. M. Mooibroek Zoetermeer, juli 2008 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Ongeveer de helft van de MKB-ondernemers

Nadere informatie

Kinderopvang in transitie. Derk Loorbach, Zeist, 27-11-2014

Kinderopvang in transitie. Derk Loorbach, Zeist, 27-11-2014 Kinderopvang in transitie Derk Loorbach, Zeist, 27-11-2014 Conclusies Ingrijpende maatschappelijke verandering vraagt aanpassing Transities leiden tot onzekerheid, spanning en afbraak Omgaan met transities

Nadere informatie

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap

Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Management rapportage De Waarde van Ondernemerschap Resultaten onderzoek bij financieel adviseurs Hoe ondernemend en innovatief is uw organisatie? Woord vooraf Hoe ondernemend en innovatief zijn financieel

Nadere informatie

Opleidingsprogramma DoenDenken

Opleidingsprogramma DoenDenken 15-10-2015 Opleidingsprogramma DoenDenken Inleiding Het opleidingsprogramma DoenDenken is gericht op medewerkers die leren en innoveren in hun organisatie belangrijk vinden en zich daar zelf actief voor

Nadere informatie

( Verantwoord ) Beleidsvoerend Vermogen

( Verantwoord ) Beleidsvoerend Vermogen ( Verantwoord ) Beleidsvoerend Vermogen Herman Siebens SOK - Beveren-Waas 10 / 12 / 2010 Er verandert heel wat meer met minder! toenemende druk richting autonomie openheid naar de maatschappelijke omgeving

Nadere informatie

Transactieland Koppelzone concept

Transactieland Koppelzone concept Transactieland Koppelzone concept Vooraf Het koppelzone 1 concept is een bepaalde manier van samenwerken Het samenwerken wordt daarbij ondersteund door c.q. in die samenwerking wordt gebruik gemaakt van

Nadere informatie

Agenda. 19:00 19:10u Opening. 19:10 19:50u Waarom Slimmer Samenwerken? 19:50 20:10u Pauze

Agenda. 19:00 19:10u Opening. 19:10 19:50u Waarom Slimmer Samenwerken? 19:50 20:10u Pauze Innoveer jij mee? Peter van Baal Business Consultant Unified Communications Jan-Willem Beekmans Business Consultant Unified Communications April 2008 1 Agenda 19:00 19:10u Opening 19:10 19:50u Waarom Slimmer

Nadere informatie

BESTURINGSFILOSOFIE GEMEENTE GOOISE MEREN

BESTURINGSFILOSOFIE GEMEENTE GOOISE MEREN BESTURINGSFILOSOFIE GEMEENTE GOOISE MEREN Projectleider Afdeling Iris van Gils Kerngroep Visie/Missie Datum 28 november 2014 Planstatus Vastgesteld in de Fusieraad 24 november 2014 Opdrachtgever Stuurgroep

Nadere informatie

NIMA B EXAMEN BUSINESS MARKETING ONDERDEEL B1.1 23 JUNI 2015. VRAGEN EN ANTWOORDINDICATIES NIMA B BUSINESS MARKETING, ONDERDEEL 1 (case) 23 JUNI 2015

NIMA B EXAMEN BUSINESS MARKETING ONDERDEEL B1.1 23 JUNI 2015. VRAGEN EN ANTWOORDINDICATIES NIMA B BUSINESS MARKETING, ONDERDEEL 1 (case) 23 JUNI 2015 NIMA B EAMEN BUSINESS MARKETING VRAGEN EN ANTWOORDINDICATIES NIMA B BUSINESS MARKETING, ONDERDEEL 1 (case) 23 JUNI 2015 1 NIMA B EAMEN BUSINESS MARKETING Vragen bij de case: BlueSim: goed op weg? (totaal

Nadere informatie