Doelstelling 3 Je moet primaire en secundaire geslachtskenmerken kunnen noemen bij jongens en bij meisjes.

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Doelstelling 3 Je moet primaire en secundaire geslachtskenmerken kunnen noemen bij jongens en bij meisjes."

Transcriptie

1 Biologie Thema 2 Samenvatting Doelstelling 1 Je moet van de delen van het voortplantingsstelsel van een man de functies en kenmerken kunnen noemen. Teelballen (testes): produceren zaadcellen (spermacellen) en testosteron. Spermatogenese: de vorming van zaadcellen. Bijballen: opslag van zaadcellen. In het zure milieu van de bijballen zijn de zaadcellen bewegingloos. Balzak (scrotum): huidplooi waarin teelballen en bijballen liggen. De temperatuur in de balzak is ongeveer 2 C lager dan die in de buikholte. Zaadleiders: vervoeren zaadcellen. Zaadblaasjes: produceren basisch vocht dat de zaadcellen activeert. Prostaat: produceert vocht met voedingsstoffen voor de zaadcellen en sluit de urinebuis af bij een zaadlozing. Urinebuis: vervoert urine en sperma. Sperma bestaat uit zaadcellen met vocht uit de zaadblaasjes en uit de prostaat. Penis: brengt sperma in een vagina in. Eikel: gevoelig voor seksuele prikkels. Voorhuid: huidplooi om de eikel. Zwellichamen: bevat holten die zich met bloed kunnen vullen, waardoor de penis in erectie komt. Doelstelling 2 Je moet van de delen van het voortplantingsstelsel van een vrouw de functies en kenmerken kunnen noemen. Eierstokken (ovaria): produceren eicellen (oöcyten), oestrogenen en progesteron. Bij de geboorte zijn in de eierstokken reeds alle cellen aanwezig die zich tot eicel kunnen ontwikkelen. Oögenese: de rijping van eicellen in follikels. Eileiders: vervoeren eicellen. Baarmoeder (uterus): hierin vindt de ontwikkeling van een embryo plaats. De baarmoeder heeft een dikke gespierde wand, die met slijmvlies is bekleed. Vagina (schede): bij geslachtsgemeenschap (coïtus) komt hierin het sperma terecht; bij menstruatie wordt een deel van het baarmoederslijmvlies via de vagina verwijderd; bij de geboorte komt het kind via de vagina ter wereld. Clitoris (kittelaar): gevoelig voor seksuele prikkels. Kleine schaamlippen: klieren kunnen slijm produceren, waardoor de toegang tot de vagina glad wordt. Grote schaamlippen. Doelstelling 3 Je moet primaire en secundaire geslachtskenmerken kunnen noemen bij jongens en bij meisjes.

2 Primaire geslachtskenmerken zijn al bij de geboorte te zien. Bij jongens: o.a. balzak en penis. Bij meisjes: o.a. schaamlippen en vagina. Secundaire geslachtskenmerken ontstaan in de puberteit en zijn bij jongens oa een zwaardere stem, zwaardere spieren, baardgroei en haargroei rond de geslachtsorganen, in de oksels en vaak ook op de borst. Bij jongens ontstaan secundaire geslachtskenmerken onder invloed van testosteron Bij meisjes zijn secundaire geslachtskenmerken o.a. borstontwikkeling, haargroei rond de geslachtsorganen en in de oksels, een wijder bekken en een dikkere onderhuidse vetlaag. Bij meisjes ontstaan secundaire geslachtskenmerken onder invloed van oestrogenen. Doelstelling 4 Je moet verstrekte informatie hormoonklieren en hormoonklieren kunnen toepassen in beschreven situaties. Een hormoonklier is een klier die hormonen afgeeft aan het bloed. Geslachtshormonen: stoffen die via het bloed de werking van de voortplantingsorganen regelen. De hypofyse is een hormoonklier die de hormonen: FSH en LH afgeeft aan het bloed. Bij mannen: zaadcellen worden gevormd oiv FSH en testosteron; FSH heeft invloed op de vorming van zaadcellen Testosteron wordt onder invloed van LH gevormd in de cellen van Leydig en heeft invloed op de ontwikkeling van zaadcellen. De concentratie testosteron in het bloed wordt geregeld door terugkoppeling. Doelstelling 5 Je moet de processen tijdens de menstruatiecyclus kunnen beschrijven met de wijze waarop deze processen hormonaal worden geregeld. De (globaal) vierwekelijkse terugkeer van de menstruatie is de menstruatiecyclus. Aan het begin van de menstruatiecyclus: follikelrijping in de eierstokken. Na 14 dagen de ovulatie, weer 14 dagen later de menstruatie. (vanaf de puberteit tot aan de overgangsjaren of menopauze) Periode tot de ovulatie De hypofyse produceert FSH en LH. Onder invloed van FSH worden follikels groter en ontstaan er holten in, gevuld met vocht. Onder invloed van FSH en LH produceren cellen van de wand van de follikel oestrogenen (o.a. oestradiol en oestron). Onder invloed van oestrogenen wordt het baarmoederslijmvlies dikker en gaat het meer klieren bevatten. Oestrogenen stimuleren de hypofyse tot de secretie van meer LH en remmen de secretie van FSH. Halverwege de menstruatiecyclus: ovulatie. Onder invloed van LH neemt een rijpe follikel veel vocht op en barst open. Ovulatie: de rijpe eicel komt vrij. Vindt binnen 12 uur geen bevruchting plaats, dan gaat de eicel te gronde en worden de resten geresorbeerd.

3 Onder invloed van LH ontstaat het gele lichaam uit het in de eierstok achtergebleven follikelweefsel. Na de ovulatie. Onder invloed van LH blijft het gele lichaam in stand en produceert het oestrogenen en progesteron. Onder invloed van progesteron wordt het baarmoederslijmvlies nog dikker en gaat het voedingsstoffen voor het embryo afscheiden. Onder invloed van progesteron wordt de secretie van FSH en LH door de hypofyse geremd. Aan het eind van de menstruatiecyclus. Het gele lichaam begint af te sterven door gebrek aan LH, waardoor de secretie van progesteron daalt. Hierdoor treedt menstruatie op: een deel van het baarmoederslijmvlies wordt afgestoten (14 dagen na de ovulatie). De menstruatiecyclus begint opnieuw. Doelstelling 6 Je moet kunnen beschrijven welke veranderingen er na bevruchting optreden in de menstruatiecyclus. Geslachtsgemeenschap in de periode van 3 dagen voor de ovulatie tot een halve dag na de ovulatie kan leiden tot bevruchting. Een onbevruchte eicel blijft na de ovulatie slechts 12 uur in leven. Een zaadcel kan in het lichaam van een vrouw 3 dagen in leven blijven. Bevruchting: de kern van de eicel versmelt met de kern van een zaadcel. Als de kop van een zaadcel is binnengedrongen, ontstaat om de eicel een bevruchtingsmembraan. Dit is ondoordringbaar voor andere zaadcellen. Bevruchting door meerdere zaadcellen tegelijk levert geen levensvatbaar embryo op. Bevruchting vindt plaats in een eileider. Uit de zygote (bevruchte eicel) ontstaat een klompje cellen. Innesteling: het klompje cellen zet zich vast in het baarmoederslijmvlies (5 tot 7 dagen na de ovulatie). Zwangerschap. Het gele lichaam blijft ongeveer 3 maanden oiv van HCG in stand en blijft progesteron produceren. HCG wordt gevormd door het embryo en de placenta (tot drie maanden) Onder invloed van progesteron blijft het baarmoederslijmvlies dik en klierrijk. Er treedt geen menstruatie op. Onder invloed van progesteron progesteron wordt de secretie van FSH en LH door de hypofyse geremd. Er rijpen geen nieuwe follikels in de eierstokken en er vindt geen ovulatie plaats. Na ongeveer 3 maanden neemt de placenta de functie van het gele lichaam over. De placenta produceert HCG, oestrogenen en progesteron. Doelstelling 7 Je moet symptomen, besmettingswijzen en genezingsmogelijkheden kunnen noemen van seksueel overdraagbare aandoeningen. Gonorroe (druiper).

4 Symptomen: er komt slijm en etter uit de penis of vagina en het urineren kan pijn doen. Besmettingswijze: door bacteriën, via intiem lichamelijk contact met een besmette persoon. Genezingsmogelijkheden: door een tijdige behandeling met penicilline. Syfilis. Symptomen: aanvankelijk een zweertje aan de geslachtsorganen, mond, tong of anus, in een later stadium verlammingen en geestelijke achteruitgang. Besmettingswijze: door bacteriën, via intiem lichamelijk contact met een besmette persoon. Genezingsmogelijkheden: door een tijdige behandeling met penicilline. Chlamydia. Symptomen: vaak afwezig; soms een waterige afscheiding uit de urinebuis of vagina, of bloedverlies uit de vagina. Besmettingswijze: door bacteriën, via intiem lichamelijk contact met een besmette persoon. Genezingsmogelijkheden: door behandeling met penicilline. Aids: een aantasting van het afweersysteem tegen ziekteverwekkers. Symptomen: geen specifieke. Besmettingswijze: door het HIV, via het binnenkrijgen van bloed, sperma, vaginaal vocht, voorvocht of moedermelk van een besmette persoon (vooral door geslachtsgemeenschap of doordat meerdere druggebruikers dezelfde spuiten of naalden gebruiken). Genezingsmogelijkheden: geen. Doelstelling 8 Je moet methoden van anticonceptie kunnen beschrijven en hierbij de betrouwbaarheid kunnen aangeven. Geboorteregeling: een vrouw bepaalt (meestal samen met een man) of zij een kind wil of niet. Anticonceptie: de bevruchting wordt tegengegaan. Periodieke onthouding met temperatuurmeting: geen geslachtsgemeenschap in de vruchtbare periode rond de ovulatie. Iedere morgen neemt de vrouw op hetzelfde tijdstip (vóór het opstaan) haar lichaamstemperatuur op. Als de lichaamstemperatuur gemiddeld 0,3 C hoger wordt, heeft ovulatie plaatsgevonden. Erg onbetrouwbaar, omdat de lichaamstemperatuur ook hoger kan worden door bijv. een infectie. Coïtus interruptus: de man trekt zijn penis vlak voor de zaadlozing uit de vagina terug. Erg onbetrouwbaar, omdat in het voorvocht vóór de zaadlozing al zaadcellen kunnen voorkomen. De pil : wordt dagelijks ingenomen door de vrouw. De pil bevat hormonen waardoor geen ovulatie meer optreedt, de slijmprop in de baarmoederhals ondoordringbaar wordt voor zaadcellen en geen innesteling op kan treden. Zeer betrouwbaar.

5 Condoom: een hoesje van rubber wordt om de penis geschoven (een vrouwencondoom wordt in de vagina aangebracht). Een condoom biedt bescherming tegen het overbrengen van ziekteverwekkers (o.a. het HIV). Betrouwbaar. Pessarium: een rubber koepeltje dekt de baarmoedermond af. Een pessarium moet minstens 8 uur na de geslachtsgemeenschap op zijn plaats blijven zitten. Alleen betrouwbaar als het is ingesmeerd met een zaaddodend middel. Zaaddodende middelen (schuimtabletten, spuitbussen, pasta s): vormen een barrière voor zaadcellen. Onbetrouwbaar, maar ze verhogen wel de betrouwbaarheid van condoom of pessarium. Spiraaltje of ankertje: wordt in de baarmoeder aangebracht en kan gedurende een jaar of vijf zwangerschap verhinderen. Spiraaltjes met koperdraad zijn betrouwbaar. Spiraaltjes die langzaam hormonen afgeven zijn zeer betrouwbaar. Sterilisatie: de man of vrouw wordt onvruchtbaar gemaakt doordat zaadleiders of eileiders worden onderbroken. Na sterilisatie gaan alle seksuele functies normaal door. Een sterilisatie is soms niet meer ongedaan te maken. Zeer betrouwbaar. Doelstelling 9 Je moet de ontwikkeling van embryo, navelstreng en placenta kunnen beschrijven. In een eileider ontwikkelt een zygote zich tot een klompje cellen. De zygote ondergaat klievingsdelingen (delingen zonder groei). Hierdoor ontstaat een klompje cellen, gevuld met vocht. Het klompje cellen is even groot als de zygote. In het klompje cellen bevindt zich de embryoblast (embryonaalknop). De trofoblast (de buitenste cellaag) beschermt de embryoblast en zorgt voor de innesteling. Innesteling. Het klompje cellen komt 5 tot 7 dagen na de ovulatie in de baarmoeder aan. Rond het klompje cellen ontstaan in het baarmoederslijmvlies holten, waar het bloed van de moeder doorheen stroomt. De trofoblast vormt het chorion (het buitenste vruchtvlies). Via uitstulpingen (vlokken) van het chorion in de holten van het baarmoederslijmvlies neemt het embryo zuurstof en voedingsstoffen op. Uit de embryoblast ontstaan het embryo, de hechtsteel en het amnion (het binnenste vruchtvlies). De hechtsteel ontwikkelt zich tot navelstreng. Het amnion geeft aan de binnenkant vruchtwater af. Het amnion komt tegen het chorion aan te liggen. Het vruchtwater beschermt het embryo tegen schokken en tegen uitdroging. De eerste twee maanden van de zwangerschap worden in het embryo alle organen in aanleg gevormd.

6 Vanaf de derde maand wordt het embryo foetus genoemd. Uit de hechtsteel ontwikkelt zich de navelstreng met bloedvaten. Navelstrengslagaders (van de foetus naar de placenta): hierdoor stroomt bloed dat rijk is aan koolstofdioxide en andere afvalstoffen. Navelstrengader (van de placenta naar de foetus): hierdoor stroomt bloed dat rijk is aan zuurstof en voedingsstoffen. In de poortader en de onderste holle ader van de foetus mengt dit bloed zich met bloed dat arm is aan zuurstof en voedingsstoffen. In de placenta blijft het bloed van de moeder gescheiden van het bloed van het embryo. In de vlokken van het chorion bevinden zich bloedvaten van het embryo. Om de vlokken heen bevinden zich bloedruimten in het baarmoederslijmvlies. Door deze bloedruimten stroomt bloed van de moeder. In de placenta vindt uitwisseling van stoffen plaats door diffusie en actief transport. Tegenstroomprincipe: moederbloed en embryonaal bloed stromen in tegengestelde richting langs de vliezen in de placenta. Zuurstof en voedingsstoffen (o.a. glucose) gaan van het moederbloed naar het embryonaal bloed. Koolstofdioxide en andere afvalstoffen gaan van het embryonaal bloed naar het moederbloed. Ook ziekteverwekkers, sommige geneesmiddelen, alcohol, nicotine en drugs kunnen door de vliezen in de placenta heen. Doelstelling 10 Je moet kunnen beschrijven hoe tweelingen ontstaan en voorbeelden kunnen geven van verstoorde embryonale ontwikkeling. Eeneiige tweeling: het klompje cellen dat uit de zygote ontstaat splitst zich in tweeën. Bij de bevruchting zijn één eicel en één zaadcel betrokken. Afhankelijk van het tijdstip van de splitsing delen de individuen van een eeneiige tweeling gezamenlijke of aparte vruchtvliezen en gezamenlijke of aparte placenta s. Twee-eiige tweeling: bij een ovulatie komen twee eicellen vrij. Bij de bevruchting zijn twee eicellen en twee zaadcellen betrokken. Miskraam of (spontane) abortus: het embryo of de foetus wordt samen met een deel van het baarmoederslijmvlies afgestoten. Mogelijk oorzaken: o.a. onvoldoende progesteronproductie of een erfelijke afwijking waardoor het embryo niet levensvatbaar is. Buitenbaarmoederlijke zwangerschap: innesteling vindt plaats in een eileider, in de buikholte of in een eierstok. Oorzaken: meestal een vernauwing van een eileider, bijv. door een ontsteking. Gevolgen: vaak ernstige inwendige bloedingen. Het ingenestelde embryo wordt daarom operatief verwijderd. Bepaalde ziekteverwekkers of medicijnen kunnen afwijkingen bij het embryo veroorzaken. Het rodehondvirus kan bij het embryo blindheid of doofheid veroorzaken. Het medicijn DES heeft bij embryo s een verstoorde ontwikkeling van de geslachtsorganen veroorzaakt.

7 Doelstelling 11 Je moet oorzaken kunnen noemen van verminderde vruchtbaarheid en manieren kunnen beschrijven om ongewenste kinderloosheid op te heffen. Verminderde vruchtbaarheid. Bij mannen neemt zowel de hoeveelheid als de kwaliteit van het sperma af. Mogelijke oorzaken: strakke broeken, een zittende levenswijze. Bij vrouwen neemt de vruchtbaarheid af, doordat ze op steeds latere leeftijd hun eerste kind willen. Bepaalde stoffen in het milieu verminderen de vruchtbaarheid, doordat ze hormoonverstorend werken. De voeding en de gezondheidstoestand kunnen van invloed zijn op de vruchtbaarheid. Kunstmatige inseminatie (KI): kan zwangerschap veroorzaken als de man onvruchtbaar is. Bij een vrouw wordt sperma ingebracht van een andere (onbekende) man. Dit sperma is verkregen via een spermabank. In-vitrofertilisatie (IVF): kan zwangerschap veroorzaken als de vrouw onvruchtbaar is, bijv. door verstopping van de eileiders. Van de vrouw worden operatief rijpe eicellen weggehaald. In een voedingsmedium vinden bevruchting en de eerste ontwikkeling plaats. De grootste kans op een succesvolle zwangerschap wordt bereikt door twee klompjes cellen in de baarmoeder in te brengen (implanteren). Als slechts één klompje cellen beschikbaar is, wordt hieruit soms een eeneiige tweeling of meerling gemaakt (klonen). Preïmplantatiediagnostiek (PID): vóór de implantatie wordt aan de hand van één weggenomen cel bekeken, of het embryo bepaalde ernstige, onbehandelbare erfelijke aandoeningen bezit. Doelstelling 12 Je moet kunnen beschrijven hoe de geboorte plaatsvindt en welke veranderingen dan plaatsvinden bij moeder en kind. Ontsluiting. Onder invloed van het hormoon oxytocine uit de hypofyse beginnen de weeën (samentrekkingen van spieren in de baarmoederwand). Het onderste deel van de baarmoederwand en de baarmoederhals worden rond het hoofdje van de foetus getrokken (indaling). De opening in de baarmoederhals wordt groter, de vruchtvliezen breken en het vruchtwater vloeit weg. Uitdrijving. Door persweeën (krachtige weeën waarbij ook buikwandspieren zich samentrekken) komt het kind ter wereld. Doordat de navelstreng wordt afgeklemd en doorgeknipt, stijgt het koolstofdioxidegehalte van het bloed van de baby. Hierdoor komt de ademhaling op gang. Nageboorte. De placenta, de resten van de navelstreng en de vruchtvliezen worden uitgedreven.

8 De embryonale bloedsomloop bezit aanpassingen waardoor er weinig bloed door de longen stroomt. Een opening tussen rechter- en linkerboezem (ovale venster): hierdoor stroomt een gedeelte van het bloed meteen van de rechter- naar de linkerboezem. Een verbinding tussen de longslagader en de aorta (ductus arteriosis): het grootste gedeelte van het bloed dat door de rechterkamer wordt weggepompt, komt in de aorta terecht. Veranderingen in de bloedsomloop van een pasgeboren kind: de resten van de navelstrengslagaders en -aders verschrompelen en verdwijnen; het ovale venster wordt door een klep gesloten (deze klep vergroeit met de harttussenwand); de ductus arteriosis wordt nauwer, verschrompelt en verdwijnt. Lactatie. Onder invloed van het hormoon prolactine uit de hypofyse komt de productie van melk door de melkklieren op gang. Als reflex op het zuigen aan de tepel komt oxytocine vrij. Onder invloed van oxytocine wordt de melk naar buiten geperst. Doelstelling 13 Je moet de levensfasen van de mens kunnen noemen en hierbij kenmerken van groei, ontwikkeling en veroudering kunnen geven. Baby: van 0 tot 1/2 jaar. Sterke lichamelijke groei (groeispurt). Tijdens deze groei wordt de verhouding lichaamsoppervlak: inhoud kleiner. Hierdoor gaat er minder warmte verloren en is het zuurstofverbruik kleiner per kg lichaamsgewicht. Grove motorische ontwikkeling: bijv. zitten, staan, lopen. Fijne motorische ontwikkeling: bijv. met de voetjes spelen, blokjes oppakken. Sociale ontwikkeling: bijv. reageren op andere mensen. Peuter: van 11/2 tot 4 jaar. Grove motorische ontwikkeling: bijv. traplopen, tegen een bal schoppen. Fijne motorische ontwikkeling: bijv. een torentje bouwen, met een lepel eten. Sociale ontwikkeling: bijv. praten. Kleuter: van 4 tot 6 jaar. Grove motorische ontwikkeling: bijv. fietsen, klimmen. Fijne motorische ontwikkeling: bijv. tekenen, veters strikken. Sociale ontwikkeling: bijv. met andere kinderen spelen. Schoolkind: van 6 tot 12 jaar. Sterke geestelijke ontwikkeling: bijv. lezen, schrijven, rekenen. Puber: van 12 tot 16 jaar. Sterke lichamelijke groei (groeispurt), waarbij de verhoudingen tussen de verschillende lichaamsdelen veranderen. Sterke lichamelijke ontwikkeling: de voortplantingsorganen beginnen te functioneren en de secundaire geslachtskenmerken komen tot ontwikkeling. Geestelijke ontwikkeling: groei naar zelfstandigheid. Adolescent: van 16 tot 21 jaar. Geestelijke ontwikkeling: geheel zelfstandig worden. Volwassene: van 21 tot 65 jaar.

9 Bejaarde: boven 65 jaar. Veroudering: de werking van bepaalde organen verslechtert doordat het aantal lichaamscellen afneemt en cellen minder goed gaan functioneren. Er ontstaan ouderdomsziekten, bijv. hart- en vaatziekten, bepaalde vormen van kanker en aantasting van beenderen en gewrichten. Dementie: de achteruitgang van geestelijke vermogens.

Biologie Voortplanting en ontwikkeling Havo

Biologie Voortplanting en ontwikkeling Havo Biologie Voortplanting en ontwikkeling Havo D O C E N T : A. S E W S A H A I H E N R Y N. H A S S A N K H A N S C H O L E N G E M E E N S C H A P L E L Y D O R P ( HHS- S G L ) Boek: 4H Doelstellingen

Nadere informatie

Samenvatting Biologie voor Jou VMBO 3 Thema 3 Voortplanting

Samenvatting Biologie voor Jou VMBO 3 Thema 3 Voortplanting Samenvatting Biologie voor Jou VMBO 3 Thema 3 Voortplanting 3.1 Bevruchting = kernen van twee geslachtscellen smelten samen Mitose = gewone celdeling beide dochtercellen evenveel chromosomen als moedercel

Nadere informatie

Biologie Samenvatting H11+12

Biologie Samenvatting H11+12 Biologie Samenvatting H11+12 11.1 Puberteit Hoe noem je de verschillen tussen jongens en meisjes? Alle kenmerken waarin jongens en meisjes verschillen, heten geslachtskenmerken. Primaire geslachtskenmerken:

Nadere informatie

samenvatting doelstelling 1. doelstelling 3. doelstelling 2. doelstelling 4.

samenvatting doelstelling 1. doelstelling 3. doelstelling 2. doelstelling 4. Samenvatting doelstelling 1. Je moet primaire en secundaire geslachtskenmerken kunnen noemen bij jongens en bij meisjes. Geslachtskenmerken: kenmerken waaraan we het geslacht (man of vrouw) herkennen.

Nadere informatie

Geslachtelijke voortplanting: de kernen van twee geslachtscellen (eicel en zaadcel) versmelten. Dat het bevruchting. Ze vormen samen een nieuwe cel.

Geslachtelijke voortplanting: de kernen van twee geslachtscellen (eicel en zaadcel) versmelten. Dat het bevruchting. Ze vormen samen een nieuwe cel. Samenvatting Voortplanting en ontwikkeling Geslachtelijke voortplanting: de kernen van twee geslachtscellen (eicel en zaadcel) versmelten. Dat het bevruchting. Ze vormen samen een nieuwe cel. Geslachtscellen

Nadere informatie

thema 3 Voortplanting en ontwikkeling basisstof basisstof 1 Het voortplantingsstelsel van een man

thema 3 Voortplanting en ontwikkeling basisstof basisstof 1 Het voortplantingsstelsel van een man basisstof 1 Het voortplantingsstelsel van een man De voortplantingsorganen bij een man liggen in de balzak, de onderbuik en de penis. Balzak: hierin liggen twee teelballen en twee bijballen. Teelballen:

Nadere informatie

VOORTPLANTING BIJ DE MENS

VOORTPLANTING BIJ DE MENS VOORTPLANTING BIJ DE MENS 1 Vruchtbaarheid Alle levende wezens planten zich voort om niet uit te sterven. Mensen ook. Dat is één van de redenen waarom we voortplantingsorganen en seksuele gevoelens hebben.

Nadere informatie

Paragraaf 6.1 Primaire en secundaire geslachtskenmerken

Paragraaf 6.1 Primaire en secundaire geslachtskenmerken H6 Voortplanting Vragen en antwoorden Paragraaf 6.1 Primaire en secundaire geslachtskenmerken 1. Wat zijn geslachtskenmerken? Kenmerken waaraan we kunnen zien of iemand een man of een vrouw is. 2. Wat

Nadere informatie

Primaire geslachtskenmerken

Primaire geslachtskenmerken Puberteit Primaire geslachtskenmerken -Secundaire geslachtskenmerken -Puberteit -Hormonen -Hypofyse -Groeispurt Wat is het?: Geslachtskenmerken die je vanaf je geboorte hebt. Voorbeelden: Vagina en Penis

Nadere informatie

Voortplanting en ontwikkeling

Voortplanting en ontwikkeling Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Ivis Cambungo 11 June 2015 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/61033 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Bevruchting : het versmelten van de kern van een eicel + zaadcel - door bevruchting ontstaat een bevruchte eicel : nieuw individu

Bevruchting : het versmelten van de kern van een eicel + zaadcel - door bevruchting ontstaat een bevruchte eicel : nieuw individu Thema 3. Voortplanting en ontwikkeling 1. Voorplanting en bevruchting Voorplanting begint bij de bevruchting Bevruchting : het versmelten van de kern van een eicel + zaadcel - door bevruchting ontstaat

Nadere informatie

DEEL 3 THEMA 1 RELATIES EN SEKSUALITEIT BASISSTOF 1

DEEL 3 THEMA 1 RELATIES EN SEKSUALITEIT BASISSTOF 1 BASISSTOF 1 Puberteit: periode van ongeveer 12 tot 18 jaar waarin kinderen snel veranderen. In de puberteit verander je lichamelijk, geestelijk en sociaal. Pubers: kinderen in de puberteit. Geestelijke

Nadere informatie

Aantekeningen hoofdstuk 3 Voortplanting BBL

Aantekeningen hoofdstuk 3 Voortplanting BBL Aantekeningen hoofdstuk 3 Voortplanting BBL 3.1 Zwanger 1. Wanneer ben je vruchtbaar? Vruchtbaar zijn: de. van een jongen kunnen een.. van een meisje bevruchten. Jongens zodra ze. vormen. Meisjes zodra

Nadere informatie

Tussen de trofoblast en de kiemschijf wordt de navelstreng gevormd.

Tussen de trofoblast en de kiemschijf wordt de navelstreng gevormd. Biologie SE4 Hoofdstuk 6 Paragraaf 1 Tijdens de ovulatie komt een eicel vrij uit een van de beide ovaria. Deze eicel komt terecht in een eileider. Een van de zaadcellen die de tocht van de vagina naar

Nadere informatie

Voortplanting bij dieren

Voortplanting bij dieren Voortplanting bij dieren Opdracht 1 Geef aan of de beweringen juist of onjuist zijn: 1. De primaire geslachtskenmerken heb je vanaf je puberteit 2. Geslachtshormonen zorgen voor veranderingen in de puberteit

Nadere informatie

primaire geslachtkenmerken Geslachtskenmerken die al bij de geboorte aanwezig zijn

primaire geslachtkenmerken Geslachtskenmerken die al bij de geboorte aanwezig zijn Vragen bij paragraaf 2.2 en 2.3 Puberteit Periode waarin hormonale veranderingen zorgen voor ontwikkeling van kind tot volwassene hormonale stelsel Orgaanstelsel dat hormonen aanmaakt hormonen Signaalstofffen

Nadere informatie

Aantekeningen Hoofdstuk 3 Voortplanting 3 VMBO KGT

Aantekeningen Hoofdstuk 3 Voortplanting 3 VMBO KGT Aantekeningen Hoofdstuk 3 Voortplanting 3 VMBO KGT 3.1, zwanger en bevallen 1. Wanneer ben je vruchtbaar? Naam Functie 1 Eileider Hierin vindt de bevruchting plaats. Brengt de bevruchte eicel naar de baarmoeder.

Nadere informatie

Ontwikkelingsbiologie

Ontwikkelingsbiologie Ontwikkelingsbiologie In vitro fertilisatie Bij in vitro fertilisatie (IVF) worden eicellen buiten het lichaam bevrucht door spermacellen. Een bevruchte eicel ontwikkelt zich en wordt vervolgens meestal

Nadere informatie

HOOFDSTUK 6: VOORTPLANTING. 1: Embryonale ontwikkeling

HOOFDSTUK 6: VOORTPLANTING. 1: Embryonale ontwikkeling HOOFDSTUK 6: VOORTPLANTING 1: Embryonale ontwikkeling Bevruchting: - Tijdens de ovulatie komt een eicel vrij uit een van beide ovaria: de eicel omringd met cellen uit het ovarium komt in een eileider.

Nadere informatie

Voortplantingshormonen

Voortplantingshormonen Voortplantingshormonen De menstruatiecyclus bij de mens is een gebeurtenis waarbij verschillende processen tegelijkertijd en in onderlinge afhankelijkheid plaats vinden. De aanvang, het voortduren en het

Nadere informatie

Mannelijk voortplantingsorgaan:

Mannelijk voortplantingsorgaan: Aantekeningen hoofdstuk 3 Voortplanting BBL 3.1 Zwanger 1. Wanneer ben je vruchtbaar? Vruchtbaar zijn: de zaadcellen. van een jongen kunnen een eicellen.. van een meisje bevruchten. Jongens zodra ze sperma.

Nadere informatie

Voortplanting. Examen VMBO-GL en TL. biologie CSE GL en TL. Bij dit examen hoort een bijlage.

Voortplanting. Examen VMBO-GL en TL. biologie CSE GL en TL. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen VMBO-GL en TL Voortplanting biologie CSE GL en TL Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 29 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 36 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat

Nadere informatie

Begrippen Hoofdstuk 4

Begrippen Hoofdstuk 4 Begrippen Hoofdstuk 4 AIDS Anticonceptie Bevruchting Bevruchtingsmembraan Blastula Chlamydia Clitorus Diploïd Echoscopie Acquired Immuno Deficiency Syndrome; naam voor de latere stadia van een HIV-infectie,

Nadere informatie

auteurs ARTEUNIS BOS MARIANNE GOMMERS ONNO KALVERDA RUUD PASSIER THEO DE ROUW GERARD SMITS BEN WAAS RENÉ WESTRA

auteurs ARTEUNIS BOS MARIANNE GOMMERS ONNO KALVERDA RUUD PASSIER THEO DE ROUW GERARD SMITS BEN WAAS RENÉ WESTRA 4 HAVO biologie voor jou uitwerkingenboek BIOLOGIE VOOR DE BOVENBOUW havo auteurs ARTEUNIS BOS MARIANNE GOMMERS ONNO KALVERDA RUUD PASSIER THEO DE ROUW GERARD SMITS BEN WAAS RENÉ WESTRA VIJFDE DRUK MALMBERG

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Biologie voortplanting 6/29/2013. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Biologie voortplanting 6/29/2013. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Biologie voortplanting 6/29/2013 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating) en studenten van forum http://www.toelatingsexamen-geneeskunde.be

Nadere informatie

Kinderen groeien op tot volwassenen in verschillende fasen. Iedereen groeit. Maar ons lichaam maakt heel ons leven kleine of grote veranderingen mee.

Kinderen groeien op tot volwassenen in verschillende fasen. Iedereen groeit. Maar ons lichaam maakt heel ons leven kleine of grote veranderingen mee. Groei en ontwikkeling Kinderen groeien op tot volwassenen in verschillende fasen. Iedereen groeit tot maximaal tot hij of zij 18 jaar is. Maar ons lichaam maakt heel ons leven kleine of grote veranderingen

Nadere informatie

werkboek Bij deze lessen kan je ook Het Grote Voortplantingsspel gebruiken. ISBN

werkboek Bij deze lessen kan je ook Het Grote Voortplantingsspel gebruiken. ISBN go G ed el ge ez ke en ur en d do or werkboek Bij deze lessen kan je ook Het Grote Voortplantingsspel gebruiken. ISBN 978-90-301-2711-6 9 789030 127116 Puberteit 1 Duid met een boogje de periode aan en

Nadere informatie

De geslachtsontwikkeling, zoals het meestal gaat 1

De geslachtsontwikkeling, zoals het meestal gaat 1 De geslachtsontwikkeling, zoals het meestal gaat Je bent zo mooi anders dan ik, natuurlijk niet meer of minder maar zo mooi anders, ik zou je nooit Deze infobrochure heeft als doel om de ontwikkeling uit

Nadere informatie

Huiswerkopdrachten. over seks, SOA en anticonceptie. love-control.nl. Opdracht 1

Huiswerkopdrachten. over seks, SOA en anticonceptie. love-control.nl. Opdracht 1 Huiswerkopdrachten Opdracht 1 In de afbeelding worden onder andere enkele delen van het voortplantingsstelsel van de man weergegeven. Enkele organen zijn in de afbeelding aangegeven met letters. Deze organen

Nadere informatie

Bij in vitro fertilisatie (IVF) worden eicellen buiten het lichaam bevrucht door

Bij in vitro fertilisatie (IVF) worden eicellen buiten het lichaam bevrucht door Oefen- toets HAVO In vitro fertilisatie Bij in vitro fertilisatie (IVF) worden eicellen buiten het lichaam bevrucht door spermacellen. Een bevruchte eicel ontwikkelt zich en wordt vervolgens meestal in

Nadere informatie

Normale cyclus. Poli Gynaecologie

Normale cyclus. Poli Gynaecologie 00 Normale cyclus Poli Gynaecologie De inhoud van deze voorlichtingsfolder is samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Andere folders en brochures op het gebied

Nadere informatie

1 Bespreek de tekening tijdens de les 2 D 3 C 4 B 5C 6 A 7 C 8 B. Open vragen

1 Bespreek de tekening tijdens de les 2 D 3 C 4 B 5C 6 A 7 C 8 B. Open vragen ANTWOORDEN VOORTPLANTING EN SEKSUALITEIT Serie a Opdracht Anticonceptiepil 1,3,5 Schema samen doornemen! OPDRACHTEN 1 Bespreek de tekening tijdens de les 2 D 3 C 4 B 5C 6 A 7 C 8 B Open vragen 1 Bij sterilisatie

Nadere informatie

1: Jongens en meisjes

1: Jongens en meisjes 1: Jongens en meisjes - Pubertijd is de tijd waarin het lichaam volwassenen wordt en loopt van je 10 de tot 17 de. - De adolescentie is de tijd waarin een mens geestelijk volwassen wordt en loopt vanaf

Nadere informatie

Normale cyclus. Gynaecologie

Normale cyclus. Gynaecologie Normale cyclus Gynaecologie Inhoudsopgave In het kort 4 Wat is een normale cyclus? 4 Wat gebeurt er in een cyclus? 5 De rol van hormonen 5 De fasen van een cyclus 6 De rijping van de eiblaas (folliculaire

Nadere informatie

kleuter 4 6 jaar Veters strikken. Zijn vaak al zindelijk. (Maar er kunnen ook andere dingen genoemd worden)

kleuter 4 6 jaar Veters strikken. Zijn vaak al zindelijk. (Maar er kunnen ook andere dingen genoemd worden) NAKIJKBLAD Opdracht 1 Iedere levensfase heeft bepaalde kenmerken. Zet bij elke levensfase van wanneer tot wanneer hij ongeveer duurt. Zet er ook bij wat er in die levensfase gebeurt (kies steeds 2 dingen.)

Nadere informatie

normale cyclus patiënteninformatie

normale cyclus patiënteninformatie patiënteninformatie normale cyclus Bij vrouwen in de vruchtbare levensfase rijpt er elke maand in de eierstok een eiblaas waarin een eicel groeit. Als de eiblaas rijp is en openbarst komt de eicel vrij

Nadere informatie

normale cyclus patiënteninformatie Inleiding Wat is een normale cyclus

normale cyclus patiënteninformatie Inleiding Wat is een normale cyclus patiënteninformatie normale cyclus Inleiding Bij vrouwen in de vruchtbare levensfase rijpt er elke maand in de eierstok een eiblaas waarin een eicel groeit. Als de eiblaas rijp is en openbarst komt de

Nadere informatie

Ik wil anticonceptie gaan gebruiken. Poli Gynaecologie

Ik wil anticonceptie gaan gebruiken. Poli Gynaecologie 00 Ik wil anticonceptie gaan gebruiken Poli Gynaecologie Wat is anticonceptie? Een anticonceptiemiddel (of voorbehoedmiddel) voorkomt dat een zwangerschap ontstaat. Bijvoorbeeld door te voorkomen dat er

Nadere informatie

Normale cyclus. Patiënteninformatie Normale cyclus

Normale cyclus. Patiënteninformatie Normale cyclus Normale cyclus Patiënteninformatie Normale cyclus Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Wat is een normale cyclus 3 De cyclus zelf 4 Wat gebeurt er in een cyclus 5 De rol van hormonen 6 De rijping van de eiblaas

Nadere informatie

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie ALGEMENE INFORMATIE NORMALE CYCLUS. Versie 1.3. Datum Goedkeuring 07-01-2007 Verantwoording

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie ALGEMENE INFORMATIE NORMALE CYCLUS. Versie 1.3. Datum Goedkeuring 07-01-2007 Verantwoording Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie ALGEMENE INFORMATIE NORMALE CYCLUS Versie 1.3 Datum Goedkeuring 07-01-2007 Verantwoording NVOG In het kort Bij vrouwen in de vruchtbare levensfase

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Anticonceptie

PATIËNTEN INFORMATIE. Anticonceptie PATIËNTEN INFORMATIE Anticonceptie In het kort Een anticonceptiemiddel (voorbehoedmiddel) beschermt u tegen zwangerschap als u seks heeft en niet zwanger wilt worden. Anticonceptiemiddelen verschillen

Nadere informatie

Oefenopgaven voortplanting / hormonale regulatie De mannenpil

Oefenopgaven voortplanting / hormonale regulatie De mannenpil Oefenopgaven voortplanting / hormonale regulatie De mannenpil Uit Australië werd een verrassende doorbraak in het onderzoek naar de mannenpil gemeld. Een onderzoeksinstituut had 55 paren onderzocht die

Nadere informatie

Informatiefolder. Zwangerschap en kinderwens

Informatiefolder. Zwangerschap en kinderwens Informatiefolder en kinderwens Inhoudsopgave Algemeen 3 Kinderwens 3 Foliumzuur s- en ovulatietesten 5 Geneesmiddelen 6 Bostvoeding Medicatiebegeleiding Algemeen De vrouw maakt tijdens haar leven een aantal

Nadere informatie

contraceptie na de bevalling

contraceptie na de bevalling contraceptie na de bevalling Inleiding Na de bevalling is het een ideaal moment om even stil te staan bij uw contraceptie. Afhankelijk van uw keuze om al dan niet borstvoeding te geven is de keuze van

Nadere informatie

De leraar legt dit eerst uit, daarna maken de leerlingen deze vragen

De leraar legt dit eerst uit, daarna maken de leerlingen deze vragen ANTWOORDEN SEKSUALITEIT A3 Opdracht Anticonceptiepil 1,3,5 Test jezelf tijdens de les! De leraar legt dit eerst uit, daarna maken de leerlingen deze vragen OPDRACHTEN 1 tijdens de les 4 B 2 D 3 C 5 C 6

Nadere informatie

Sexhormonen. Michael Fouraux & François Verheijen

Sexhormonen. Michael Fouraux & François Verheijen Sexhormonen Michael Fouraux & François Verheijen Herhaling Endo I hypothalamus + - hypofyse + - klier hormoon Schildklier uit Endo I TRH + - TSH + - T4 & T3 Acties van hormoon Schildklier uit Endo I Endocrinologie

Nadere informatie

Anticonceptiemiddelen met oestrogeen en progestageen

Anticonceptiemiddelen met oestrogeen en progestageen Ik wil anticonceptie gaan gebruiken Samenvatting Een anticonceptiemiddel (voorbehoedmiddel) beschermt u tegen zwangerschap. Anticonceptiemiddelen verschillen in werking, gebruik, betrouwbaarheid en bijwerkingen.

Nadere informatie

Anticonceptie. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl

Anticonceptie. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl Anticonceptie Informatie voor patiënten F0713-3102 oktober 2015 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK Leidschendam 070 357 44

Nadere informatie

Anatomie en fysiologie 2

Anatomie en fysiologie 2 Anatomie en fysiologie 2 Voor de verloskunde is kennis van de bouw (anatomie) van de geslachtsorganen van zowel de vrouw als de man noodzakelijk. Daarmee begint dit hoofdstuk. Bovendien wordt de werking

Nadere informatie

Module: Verloskundige praktijk - h45. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Module: Verloskundige praktijk - h45. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd 26 July 2016 Licentie CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie Webadres http://maken.wikiwijs.nl/63274 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.

Nadere informatie

Inhoud. Hormonale methoden. Anticonceptiepil. Anticonceptiering. Anticonceptiepleister. Minipil. Prikpil. Hormoonstaafje.

Inhoud. Hormonale methoden. Anticonceptiepil. Anticonceptiering. Anticonceptiepleister. Minipil. Prikpil. Hormoonstaafje. Anti conceptie 1 Inhoud Hormonale methoden Anticonceptiepil Anticonceptiering Anticonceptiepleister Minipil Prikpil Hormoonstaafje Hormoonspiraal Inter-uteriene methoden Koperspiraal Hormoonspiraal Natuurlijke

Nadere informatie

ONVRUCHTBAARHEID BIJ MANNEN MET PRIMAIRE CILIAIRE DYSKINESIE Zijn er mogelijkheden?

ONVRUCHTBAARHEID BIJ MANNEN MET PRIMAIRE CILIAIRE DYSKINESIE Zijn er mogelijkheden? ONVRUCHTBAARHEID BIJ MANNEN MET PRIMAIRE CILIAIRE DYSKINESIE Zijn er mogelijkheden? Dr R.F.A. Weber, internist-endocrinoloog/androloog Andrologie Erasmus MC Rotterdam INLEIDING Onvruchtbaarheid kan een

Nadere informatie

OMSCHRIJVING LESSTOF

OMSCHRIJVING LESSTOF PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING KLAS 3 VAK : : Biologie METHODE : Biologie voor Jou KLAS: : 3 NIVEAU : KADER CONTACTUREN PER WEEK 3 X 50 MINUTEN PER WEEK STUDIEJAAR : 2017-2018 EINDCIJFER KLAS 3 MOET

Nadere informatie

OPDRACHT EMBRYONALE BLOEDSOMLOOP. Gebruik voor deze opdracht je Binas en basisstof 1 van je boek.

OPDRACHT EMBRYONALE BLOEDSOMLOOP. Gebruik voor deze opdracht je Binas en basisstof 1 van je boek. OPDRACHT EMBRYONALE BLOEDSOMLOOP Gebruik voor deze opdracht je Binas en basisstof 1 van je boek. Zeven organen van een normale bloedsomloop zijn: Hoofd longen hart lever darm nieren benen 1. Van de zeven

Nadere informatie

Anticonceptie, de verschillende methoden

Anticonceptie, de verschillende methoden Anticonceptie, de verschillende methoden Algemeen De keuze voor een bepaalde vorm van anticonceptie wordt gebaseerd op individuele omstandigheden en persoonlijke voorkeur. Iedere methode heeft namelijk

Nadere informatie

hartjes? Kojo, hoezo die hartjes? Cool hè! Love is in the air, lalala.

hartjes? Kojo, hoezo die hartjes? Cool hè! Love is in the air, lalala. hartjes? Kojo, hoezo die hartjes? Cool hè! Love is in the air, lalala. Deze school is echt niet normaal! Wat voor wrede marteling is het om op elke maandag tot het tiende uur op school te blijven?! Weet

Nadere informatie

zwanger worden en zijn

zwanger worden en zijn zwanger worden en zijn Inhoud 1 Het begin: de bevruchting 3 1.1 De eierstokken (ovaria) 3 1.2 De eisprong en de eicel 4 1.3 Het slijm van de baarmoederhals 4 1.4 De eileider 4 1.5 De bevruchting 5 1.6

Nadere informatie

Patientenvoorlichting Voortplantingsgeneeskunde (fertiliteit)

Patientenvoorlichting Voortplantingsgeneeskunde (fertiliteit) Patientenvoorlichting Voortplantingsgeneeskunde (fertiliteit) Zwanger worden en zijn Elke zwangerschap begint met het binnendringen van een zaadcel in een eicel: de bevruchting. Bij de bevruchting spelen

Nadere informatie

Morning-afterpil. Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies. Jouw gezondheid is onze zorg

Morning-afterpil. Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies. Jouw gezondheid is onze zorg Morning-afterpil Vraag je Alphega apotheek om meer informatie en advies Jouw gezondheid is onze zorg Inhoud De morning-afterpil 3 De menstruatiecyclus 8 Anticonceptie 12 Begrippenlijst 18 Morning-afterpil

Nadere informatie

Tweelingen in de groei

Tweelingen in de groei Tweelingen in de groei Henriëtte A. Delemarre-van de Waal Zoals bekend ontstaat een twee-eiige tweeling wanneer tegelijkertijd twee eicellen worden bevrucht door twee zaadcellen. Beide embryo s hebben

Nadere informatie

Zwanger worden en zijn

Zwanger worden en zijn Zwanger worden en zijn Patiënteninformatie Zwanger worden en zijn Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 Het begin: de bevruchting 2.1 De eierstokken (ovaria) 2.2 De eisprong en de eicel 2.3 Het slijm van de baarmoederhals

Nadere informatie

Theorieboek. Je hebt verschillende voorbehoedsmiddelen. De enne is betrouwbaarder dan de andere. Love

Theorieboek. Je hebt verschillende voorbehoedsmiddelen. De enne is betrouwbaarder dan de andere. Love 4f Voorbehoedsmiddelen Je hebt verschillende voorbehoedsmiddelen. De enne is betrouwbaarder dan de andere. Hier hebt je enkele voorbehoedsmiddelen: De condoom Het vrouwencondoom De pil De prikpil Het spiraaltje

Nadere informatie

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING TSG VMBO CURSUSJAAR 2015-2016 NIVEAU KADER

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING TSG VMBO CURSUSJAAR 2015-2016 NIVEAU KADER PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING TSG VMBO CURSUSJAAR 2015-2016 NIVEAU KADER VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- K Deel 1, 2, 3 en 4 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 4 x 50 uten per week P

Nadere informatie

INTRA-UTERIENE ANTICONCEPTIE

INTRA-UTERIENE ANTICONCEPTIE HALT aan vooroordelen! INTRA-UTERIENE ANTICONCEPTIE Anticonceptie in vorm INTRA-UTERIENE ANTICONCEPTIE Anticonceptie in vorm Het intra-uterien systeem (IUS), ook soms spiraaltje genoemd, is een klein,

Nadere informatie

zwanger worden en zijn

zwanger worden en zijn zwanger worden en zijn 2 Inhoud Inleiding 4 1 Het begin: de bevruchting 4 1.1 De eierstokken (ovaria) 4 1.2 De eisprong en de eicel 4 1.3 Het slijm van de baarmoederhals 5 1.4 De eileider 5 1.5 De bevruchting

Nadere informatie

Algemeen. Het hormoonstelsel. Soorten. Soorten. Hormoonklieren: hypofyse. Soorten 16-9-2014. Hebben invloed op:

Algemeen. Het hormoonstelsel. Soorten. Soorten. Hormoonklieren: hypofyse. Soorten 16-9-2014. Hebben invloed op: Het hormoonstelsel Lesstof Beauty Level Basics 2 Blz. 176-187 Algemeen Hebben invloed op: Lichamelijke en geestelijke processen Werken nauw samen met: Autonome zenuwstelsel Soorten 1. Hormonen/increten

Nadere informatie

Informatie voor patiënten. PCOS (polycysteus ovariumsyndroom)

Informatie voor patiënten. PCOS (polycysteus ovariumsyndroom) Informatie voor patiënten PCOS (polycysteus ovariumsyndroom) z PCOS is de afkorting van polycysteus ovariumsyndroom. Letterlijk betekent dit dat er meerdere (poly) vochtblaasjes (cysten) in de eierstok

Nadere informatie

vruchtbaarheidssparende behandeling

vruchtbaarheidssparende behandeling Nederlands Netwerk Fertiliteitspreservatie vruchtbaarheidssparende behandeling Invriezen Invriezen van van embryo s eicellena IVF informatie voor vrouwelijke patiënten vruchtbaarheidssparende behandeling

Nadere informatie

H.242440.1113. Buiten baarmoederlijke zwangerschap

H.242440.1113. Buiten baarmoederlijke zwangerschap H.242440.1113 Buiten baarmoederlijke zwangerschap In het kort Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap (extra uteriene graviditeit, EUG) is een zwangerschap buiten de baarmoederholte. Een dergelijke zwangerschap

Nadere informatie

Van eicel en zaadcel: de natuurlijke bevruchting

Van eicel en zaadcel: de natuurlijke bevruchting Van eicel en zaadcel: de natuurlijke bevruchting Hoe vindt bij de mens de bevruchting plaats? In grote lijnen kent iedereen wel het antwoord op die vraag. Maar weet u ook iets over de biochemische en anatomische

Nadere informatie

Werkvormen k Zag 2 beren over lichamelijkheid

Werkvormen k Zag 2 beren over lichamelijkheid Werkvormen k Zag 2 beren over lichamelijkheid Werkbladen over lichamelijke verandering (4.4) Onderbroekenspel Werkbladen over lichamelijke verschillen (4.3) Max en Maxima Werkbladen over man-vrouw verschillen

Nadere informatie

Oriënterend fertiliteitsonderzoek

Oriënterend fertiliteitsonderzoek Oriënterend fertiliteitsonderzoek Informatie voor patiënten F0186-3415 september 2013 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK Leidschendam

Nadere informatie

Zwanger worden en zijn

Zwanger worden en zijn Zwanger worden en zijn Elke zwangerschap begint met het binnendringen van een zaadcel in een eicel: de bevruchting. Bij de bevruchting spelen de eierstok, de eisprong, de eileider en het slijm van de baarmoederhals

Nadere informatie

Antwoord op veelvoorkomende vragen

Antwoord op veelvoorkomende vragen Antwoord op veelvoorkomende vragen De vragen Hoe werkt de pil? Welke soorten zijn er? Hoe betrouwbaar is de pil? Hoe kom ik aan de pil? Wat moet ik weten als ik de pil voor het eerst slik? Is de pilcontrole

Nadere informatie

Man en vrouw vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Man en vrouw vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 23 December 2016 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/63362 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken

Nadere informatie

Over het MEISJESLICHAAM op www.sense.info

Over het MEISJESLICHAAM op www.sense.info Over het MEISJESLICHAAM op www.sense.info Op Sense.info vind je allemaal informatie over seks, relaties en hulp bij problemen. Ga naar www.sense.info. In het menu zie je alle onderwerpen. -Klik op MEISJESLICHAAM

Nadere informatie

Man en vrouw vmbo-b34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Man en vrouw vmbo-b34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 12 July 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/73616 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein. Wikiwijsleermiddelenplein

Nadere informatie

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap Poli Gynaecologie

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap Poli Gynaecologie Buitenbaarmoederlijke zwangerschap Poli Gynaecologie 0 De inhoud van deze voorlichtingsfolder is samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Deze folder is zeer volledig

Nadere informatie

buitenbaarmoederlijke zwangerschap

buitenbaarmoederlijke zwangerschap buitenbaarmoederlijke zwangerschap Inhoud 1 In het kort 3 2 Wat is een buitenbaarmoederlijke zwangerschap (EUG) 3 3 Bij wie komt een EUG voor 3 4 Klachten 4 5 Onderzoek 4 6 Behandeling 5 6.1 Operatieve

Nadere informatie

Echoscopie in de gynaecologie en bij vruchtbaarheidsproblemen

Echoscopie in de gynaecologie en bij vruchtbaarheidsproblemen Echoscopie in de gynaecologie en bij vruchtbaarheidsproblemen Echoscopie in de gynaecologie en bij vruchtbaarheidsproblemen Deze folder geeft algemene informatie over echoscopie in het Kennemer Gasthuis

Nadere informatie

Geneesmiddelen bij zwangerschap en borstvoeding

Geneesmiddelen bij zwangerschap en borstvoeding Geneesmiddelen bij zwangerschap en borstvoeding Geneesmiddelen en zwangerschap Enige tientallen jaren geleden dacht men nog dat ongeboren kinderen in de baarmoeder goed beschermd waren tegen schadelijke

Nadere informatie

INFORMATIE IMPLANON NXT. 3 jaar onbezorgde anticonceptie. 3 jaar onbezorgde anticonceptie

INFORMATIE IMPLANON NXT. 3 jaar onbezorgde anticonceptie. 3 jaar onbezorgde anticonceptie INFORMATIE IMPLANON NXT Inhoud Introductie 3 Eigenschappen 4 Werking 6 Inbrengen 8 Het juiste startmoment 10 Menstruatie 13 Betrouwbaarheid 14 Introductie Je hebt gekozen voor IMPLANON NXT. Dit is een

Nadere informatie

INSTRUCTIEFOLDER: ANTICONCEPTIE TIGRINYA

INSTRUCTIEFOLDER: ANTICONCEPTIE TIGRINYA Hoe voorkom je een zwangerschap? Informatie over anticonceptiemiddelen die zwangerschap tegengaan. Deze folder is voor iedereen die wil weten hoe je een zwangerschap voorkomt. INSTRUCTIEFOLDER: ANTICONCEPTIE

Nadere informatie

Vruchtbaarheidsstoornissen. Als zwanger worden niet vanzelf gaat

Vruchtbaarheidsstoornissen. Als zwanger worden niet vanzelf gaat Vruchtbaarheidsstoornissen Als zwanger worden niet vanzelf gaat 2 U heeft besloten een oriënterend vruchtbaarheids (fertiliteits) onderzoek te laten verrichten. In deze folder vindt u informatie over het

Nadere informatie

Patientenvoorlichting Voortplantingsgeneeskunde (fertiliteit)

Patientenvoorlichting Voortplantingsgeneeskunde (fertiliteit) Patientenvoorlichting Voortplantingsgeneeskunde (fertiliteit) Vruchtbaarheids bevorderende operaties In het kort Operaties die de vruchtbaarheid bevorderen (fertiliteitbevorderende operaties) zijn operaties

Nadere informatie

H Echoscopie in de gynaecologie en bij vruchtbaarheidsproblemen

H Echoscopie in de gynaecologie en bij vruchtbaarheidsproblemen H.92043.0116 Echoscopie in de gynaecologie en bij vruchtbaarheidsproblemen Inleiding Deze folder geeft algemene informatie over echoscopie zoals gebruikt in de gynaecologie en bij vruchtbaarheidsonderzoek.

Nadere informatie

PATIËNTENINFORMATIE ECHOSCOPIE IN DE GYNAECOLOGIE EN BIJ VRUCHTBAARHEIDSPROBLEMEN

PATIËNTENINFORMATIE ECHOSCOPIE IN DE GYNAECOLOGIE EN BIJ VRUCHTBAARHEIDSPROBLEMEN PATIËNTENINFORMATIE ECHOSCOPIE IN DE GYNAECOLOGIE EN BIJ VRUCHTBAARHEIDSPROBLEMEN ECHOSCOPIE IN DE GYNAECOLOGIE EN BIJ VRUCHTBAARHEIDSPROBLEMEN Door middel van deze folder wil Maasstad Ziekenhuis u informeren

Nadere informatie

Drie jaar niet meer aan mijn anticonceptie denken.

Drie jaar niet meer aan mijn anticonceptie denken. I N F O R M A T I E Drie jaar niet meer aan mijn anticonceptie denken. 3 jaar onbezorgde anticonceptie Inhoud Introductie Introductie............................................ 3 Eigenschappen........................................

Nadere informatie

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap (EUG)

Buitenbaarmoederlijke zwangerschap (EUG) Buitenbaarmoederlijke zwangerschap (EUG) Inleiding Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap (=extra uteriene graviditeit, EUG) is een zwangerschap buiten de baarmoederholte. Een dergelijke zwangerschap bevindt

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Buitenbaarmoederlijke zwangerschap

Patiënteninformatie. Buitenbaarmoederlijke zwangerschap Buitenbaarmoederlijke zwangerschap Patiënteninformatie Buitenbaarmoederlijke zwangerschap Inhoudsopgave 1 In het kort 2 Wat is een buitenbaarmoederlijke zwangerschap (EUG) 3 Bij wie komt een EUG voor 4

Nadere informatie

Wat u moet weten. over Mirena. al 15 jaar betrouwbaar

Wat u moet weten. over Mirena. al 15 jaar betrouwbaar Wat u moet weten over Mirena al 15 jaar betrouwbaar Inhoud 1. Algemeen 3 1.1 Wat is Mirena? 3 1.2 Hoe ziet Mirena eruit? 3 1.3 Waar wordt Mirena voor gebruikt? 4 1.4 Hoe werkt Mirena? 4 1.5 Mirena als

Nadere informatie

PCOS. Wat is PCOS? Bij wie komt PCOS voor? Onderzoek

PCOS. Wat is PCOS? Bij wie komt PCOS voor? Onderzoek PCOS Wat is PCOS? PCOS staat voor Poly Cysteus Ovarium Syndroom. Letterlijk betekent dit dat er meerdere (poly) vochtblaasjes (cysten)in de eierstok (het ovarium) aanwezig zijn. In deze informatie leest

Nadere informatie

Noodanticonceptie wel

Noodanticonceptie wel Noodanticonceptie wel ellaone 30mg (ulipristalacetaat) is een noodanticonceptie geneesmiddel voor uitzonderlijk gebruik. Raadpleeg uw arts voor een reguliere anticonceptie. Neem één tablet zo spoedig mogelijk,

Nadere informatie

ZWANGERSCHAP PREVENTIE PROGRAMMA ISOTRETINOÏNE MYLAN 10 MG EN 20 MG. Handleiding voor de patiënt

ZWANGERSCHAP PREVENTIE PROGRAMMA ISOTRETINOÏNE MYLAN 10 MG EN 20 MG. Handleiding voor de patiënt ZPP - patiëntenhandleiding versie 05-2008 blz. 1 ZWANGERSCHAP PREVENTIE PROGRAMMA ISOTRETINOÏNE MYLAN 10 MG EN 20 MG Handleiding voor de patiënt Naam van de patiënt: Mylan B.V. Dieselweg 25 3752 LB Bunschoten

Nadere informatie

Sterilisatie bij de man (vasectomie)

Sterilisatie bij de man (vasectomie) Centrumlocatie Er zijn verschillende mogelijkheden om ongewenste zwangerschap te voorkomen, bijvoorbeeld de anticonceptiepil, het condoom, het spiraaltje of sterilisatie. In overleg met uw behandelend

Nadere informatie

Dermatologie. Lichen sclerosus. Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep

Dermatologie. Lichen sclerosus. Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep Dermatologie Lichen sclerosus Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep Wat is lichen sclerosus? Lichen sclerosus is een (goedaardige) huidaandoening,

Nadere informatie