GEMEENTE OLST-WIJHE PARTIEEL BESTEMMINGSPLAN WELSUM - VERLEGGING GASLEIDING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "GEMEENTE OLST-WIJHE PARTIEEL BESTEMMINGSPLAN WELSUM - VERLEGGING GASLEIDING"

Transcriptie

1 GEMEENTE OLST-WIJHE PARTIEEL BESTEMMINGSPLAN WELSUM - VERLEGGING GASLEIDING

2

3 Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding CODE /

4

5 GEMEENTE OLST-WIJHE / PARTIEEL BESTEMMINGSPLAN WELSUM - VERLEGGING GASLEIDING TOELICHTING INHOUDSOPGAVE blz 1. INLEIDING Aanleiding Ligging en begrenzing Vigerende plannen Leeswijzer 2 2. PLANBESCHRIJVING Huidige en nieuwe situatie Wijze van bestemmen 3 3. BELEID Nationaal beleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid 6 4. MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN Bodem Externe veiligheid Archeologie Water JURIDISCHE REGELING UITVOERBAARHEID Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid 13 BIJLAGEN Bijlage 1 Rapport Externe veiligheid Bijlage 2 Archeologisch onderzoek Bijlage 3 Voortoets Natura 2000 Bijlage 4 Natuurtoets Flora- en faunawet

6

7

8 blz Het deel van de leiding dat wordt verlegd (donkerblauw) zal als zodanig worden bestemd. Van het deel van de leiding dat komt te vervallen (lichtblauw), wordt de dubbelbestemming verwijderd Vigerende plannen Voor het plangebied van voorliggend bestemmingsplan vigeren drie bestemmingsplannen. Partiële herziening bestemmingsplan Uiterwaarden (vastgesteld 21 januari 2013); bestemmingsplan Buitengebied Olst-Wijhe (vastgesteld 21 mei 2012); bestemmingsplan Olst-West (vastgesteld 5 mei 2005) Leeswijzer Hoofdstuk 2 van de toelichting bevat de planbeschrijving, waarin eerst kort wordt ingegaan op de huidige situatie en vervolgens een beschrijving wordt gegeven van de toekomstige situatie. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een toelichting op de wijze van bestemmen. In hoofdstuk 3 komt het relevante beleid aan de orde. In hoofdstuk 4 wordt aandacht besteed aan de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 betreft de juridische toelichting. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt aandacht besteed aan de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Rho Adviseurs B.V. Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding Status: Ontwerp /

9

10 blz BELEID Nationaal beleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, vormt de nieuwe, overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar In de SVIR Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is de inhoud van een groot aantal beleidsstukken, waaronder de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit en diverse planologische kernbeslissingen, opgenomen. Deze structuurvisies en pkb s zijn vervangen door de SVIR. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto decentraal wat kan, centraal wat moet, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Alleen in de stedelijke regio s rond de mainports Amsterdam en Rotterdam maakt het Rijk afspraken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen, rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk los. Er is enkel nog sprake van een ladder voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de SER-ladder ), die is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. In het mobiliteitsbeleid komt de gebruiker centraal te staan en wordt de samenhang tussen de verschillende modaliteiten en tussen ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit versterkt. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Rho Adviseurs B.V. Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding Status: Ontwerp /

11 blz 5 In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen. Eén van deze onderwerpen is Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen. In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die hiervoor worden ingezet. Eén van de belangrijkste instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro zijn regels opgenomen ter bescherming van de nationale belangen. Het Barro is ook wel bekend als de AMvB Ruimte Structuurvisie buisleidingen Op 12 oktober 2012 is de Structuurvisie Buisleiding en vastgesteld. Dit is een visie waarmee het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Op basis van de hoofdlijnen uit de Structuurvisie Buisleidingen kunnen provincies en gemeenten het exacte buisleidingtracé bepalen. Uitgangspunt daarbij is zoveel mogelijk bundeling met bestaande buisleidingen(-stroken). Onderhavige gastransportleiding valt niet onder de werkingssfeer van de Structuurvisie Buisleidingen Provinciaal beleid Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (2009) In de Omgevingsvisie Overijssel (2009) wordt de visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel geschetst. De visie is daarbij gericht op Gekoppeld aan de Omgevingsvisie heeft de provincie een Omgevingsverordening (2009) opgesteld. In de Omgevingsverordening worden regels gesteld ten aanzien van het provinciaal belang. Actualisatie van beide documenten heeft inmiddels plaatsgevonden. Deze actualisatie heeft geen nieuwe gevolgen voor het plangebied, ten opzichte van de visie en verordening van Het plangebied ligt in de Groene omgeving. Met de Groene omgeving wordt het grondgebied buiten steden, dorpen en hoofdinfrastructuur bedoeld. In de Groene omgeving staat de volgende uitdaging centraal: "behoud en versterking van het landschap en het realiseren van de groenblauwe hoofdstructuur in combinatie met ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw en andere economische dragers." Voor ontwikkelingen in de groene omgeving geldt het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt. De principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn gebaseerd op de SER-ladder. De principes zijn als volgt samen te vatten: (her)benutting van bestaande bebouwing; combinatie van functies conform de gebiedskenmerken; uitbreiding in aansluiting op bestaande bebouwing, rekening houden met ontsluiting, conform de gebiedskenmerken. Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding Status: Ontwerp / Rho Adviseurs B.V.

12 blz In deze situatie gaat het om het om het verleggen van een ondergrondse aardgastransportleiding, hetgeen geen invloed heeft op de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Het verleggen van de leiding is dan ook niet in strijd met het provinciale beleid Gemeentelijk beleid Bestemmingsplannen De geldende bestemmingsplannen vormen een uitvoeringskader voor het gemeentelijk beleid ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Deze bestemmingsplannen voorzien weliswaar niet in het verleggen van planologisch geregelde leidingen, maar zijn niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening, mits aan alle planologische eisen kan worden voldaan en het plan niet in strijd is met de omgevingsaspecten. In het volgende hoofdstuk wordt hierop nader ingegaan Beleidsnota Integrale Veiligheid De Beleidsnota Integrale Veiligheid voorziet in een bundeling van de eerder opgestelde verschillende beleidsnota s die over het onderwerp veiligheid gaan. Met betrekking tot het onderwerp externe veiligheid wordt de in 2007 vastgestelde visie Externe Veiligheid Olst-Wijhe geëvalueerd. De visie is de basis geweest waarop is getoetst bij nieuwe ruimtelijke plannen en aanvragen om milieuvergunning. Hierbij wordt gestreefd naar een zo veilig mogelijke situatie die redelijkerwijs haalbaar is en waarbij tevens rekening wordt gehouden met de overige belangen zoals toekomstige economische ontwikkelingen. Daarnaast is de visie de basis geweest voor de implementatie van externe veiligheid in de verschillende werkvelden. De in 2007 bekende knelpunten zijn opgelost. Geconstateerd wordt in de beleidsnota dat het werken met een onderverdeling van gebieden en het daarbij behorende ambitieniveau goed en geen echte knelpunten heeft opgeleverd. Om die reden is gekozen voor een continuering van dit beleid. Rho Adviseurs B.V. Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding Status: Ontwerp /

13 blz 7 4. MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN Ter bescherming van de kwaliteit van de (leef)omgeving wordt naast specifieke (milieu)wetgeving de ruimtelijke ordening ingezet. In de volgende paragrafen worden de voor de verlegging van de gasleiding relevante milieu- en omgevingsaspecten behandeld Bodem Voor de aanleg van de leiding is grondverzet noodzakelijk, waardoor bodemonderzoek noodzakelijk is. Het doel hiervan is het verzamelen van relevante informatie met betrekking tot onder andere het voormalige en huidige gebruik. Zo worden potentieel verdachte activiteiten en/of bekende bodemverontreinigingen in beeld gebracht. De verzamelde informatie geeft aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten ter plaatse van het tracé. In het kader van de voorgenomen herinrichting van een aantal uiterwaarden langs de IJssel van Dieren tot Kampen is onder meer een bodemrapportage uitgevoerd ter plaatse van de Welsumerwaarden 1 ). Dit onderzoek heeft plaatsgevonden in de buurt van waar de leiding de IJsseldijk kruist en kan als referentie dienen voor het onderhavige gebied. Uit dat onderzoek kan worden afgeleid dat er geen bijzonderheden zijn aangetroffen en er geen bezwaren bestaan om de benodigde werkzaamheden uit te voeren. Tevens is in 2012 een Milieu Effect Rapport opgesteld voor het project IJsseluiterwaarden Olst 2 ). Dit project behelst de herinrichting en natuurontwikkeling van de Welsumer- en Fontmonderwaarden als onderdeel van het NURGprogramma (Nadere Uitwerking Rivieren Gebied van het ministerie EL&I). In dat rapport is onder meer geconcludeerd dat, doordat het overgrote deel van de vrijkomende grond schoon tot licht verontreinigd is, er geen complicaties worden verwacht bij een mogelijke toepassing van deze grond Externe veiligheid Besluit externe veiligheid buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. De regelgeving is vergelijkbaar met die van inrichting en (Bevi), maar aangepast met specifieke voor het transport van gevaarlijke stoffen geldende regels. Het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen is daarmee in lijn gebracht met het beleid voor inrichtingen en voor vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Met de AMvB is de regelgeving voor buisleidingen zoals vastgelegd in de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen en daarmee de Circulaire Zonering Hogedruk Aardgastransportleidingen (1984) vervallen. Ver- 1 ) Verkennend waterbodemonderzoek Welsumerwaarden, CSO Adviesbureau voor bodemonderzoek B.V., 24 februari ) IJsselwaarden Olst Milieueffectrapport, Royal Haskoning, 20 februari Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding Status: Ontwerp / Rho Adviseurs B.V.

14 blz antwoording van het groepsrisico is noodzakelijk als een bestemmingsplan een (beperkt) kwetsbaar object toelaat binnen het invloedsgebied van een buisleiding of als een nieuwe buisleiding wordt aangelegd met een invloedsgebied dat over bestaande al geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten valt. In bepaalde gevallen, zoals beschreven in het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb), kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. In het externe veiligheidsbeleid word t gewerkt met het zogenaamde plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico (PR) Als harde afstandseis voor externe veiligheid geldt een contour voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6), die wordt aangegeven als een vaste afstand of contour ten opzichte van de activiteit met gevaarlijke stoffen (risicobron). Binnen deze P R 10-6 contour mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig zijn of worden geprojecteerd. Groepsrisico (GR) Afhankelijk van de aard van de risicobron is er sprake van een bepaald invloedsgebied. Binnen dit invloedsgebied moet worden onderzocht hoe groot de kans per jaar is dat een groep van ten minste 10 (zich binnen dit invloedsgebied bevindend e) personen overlijdt ten gevolge van een ramp of zwaar ongeval met de betreffende risicobron. De uitkomst van dit onderzoek geeft de hoogte van het GR weer en wordt uitgedrukt in een curve, waarbij als norm voor het GR een oriëntatiewaarde is vastgesteld. De hoogte van het GR moet door middel van een bestuurlijke afweging worden verantwoord. Als binnen het invloedsgebied (beperkt) kwetsbare bestemmingen worden geprojecteerd, geldt ook voor de hiermee samenhangende toename van het GR een bestuurlijke verantwoordingsplicht. Bij het verantwoorden van het GR moeten de volgende aspecten worden betrokken en gemotiveerd: het aantal personen binnen het invloedsgebied; de hoogte van het GR en een eventuele toename daarvan; de mogelijkheden tot risicovermindering aan de risicobron; de alternatieven voor het ruimtelijk plan; de mogelijkheden om de omvang van een ramp of zwaar ongeval te beperken; de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied. Door DNV GL Oil & Gas is een rapport opgesteld waar een risicoanalyse wordt gepresenteerd waarin plaatsgebonden (PR) en groepsrisicoberekeningen (GR) zijn uitgevoerd voor de betreffende gastransportleiding 3 ). Uit de berekeningen wordt het volgende geconcludeerd: 3 ) QRA N Welsum, DNV GL Oil & Gas, 20 augustus 2014 Rho Adviseurs B.V. Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding Status: Ontwerp /

15 blz 9 Plaatsgebonden risico N Het plaatsgebonden risico van de verlegging van gastransportleiding N voldoet aan de door de Nederlandse overheid in het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen /1/ en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen /4/ gestelde voorwaarde dat het PR op een afstand van vier meter gemeten uit het hart van de leiding, die een ontwerpdruk van 40 bar heeft, niet hoger is dan 10-6 per jaar. In de huidige en de toekomstige situatie wordt er aan de door de Nederlandse overheid gestelde voorwaarde voldaan dat er zich geen kwetsbare objecten binnen de PR contour van 10-6 per jaar bevinden. Groepsrisico N Het groepsrisico nabij de voorgenomen leidingverlegging van de gastransportleiding N is zowel voor als na de verlegging kleiner dan de in het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen /1/ gestelde richtwaarde van F N2 < 10-2 per km per jaar, waar F de frequentie is van een ongeval met N of meer slachtoffers. De maximale overschrijdingsfactor van gastransportleiding N is zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie 0.0 (afgerond) en wordt gevonden bij 16 slachtoffers (N) en een frequentie (F) van per jaar. Het rapport is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting Archeologie Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is in 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg als onderdeel van de Monumentenwet in werking getreden. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. De gemeente Olst-Wijhe heeft op 4 oktober 2010 een archeologische verwachtingskaart vastgesteld. Deze maakt voor het grondgebied van de gemeente Olst- Wijhe duidelijk waar zich (mogelijke) archeologische resten kunnen bevinden. In het kader van de verlegging van de gasleiding is archeologisch onderzoek uitgevoerd 4 ). In dit onderzoek is geconcludeerd dat op de diepte waarop de leiding zal komen te liggen geen archeologische resten te verwachten zijn. Ter plaatse van het in- en uittredepunt en de in open ontgraving te leggen leiding kunnen eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen wel worden verstoord. Om die reden is onderzoek verricht waaruit blijkt dat zowel op basis van de landschappelijke- als bodemsituatie als op basis van het ontbreken van archeologische indicatoren het plangebied vrij kan worden gegeven wat betreft het aspect archeologie ten gunste van de aan te leggen gasleiding. Wel is de meldingsplicht op grond van artikel 53 van de Monumentenwet 1988 van kracht bij eventuele vondsten die alsnog worden aangetroffen bij de werkzaamheden. 4 ) Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleiding (N KW-030) Welsum, Antea Groep september 2014 Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding Status: Ontwerp / Rho Adviseurs B.V.

16 blz Het archeologische rapport is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting Water In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te 'toetsen op water', de zogenaamde Watertoets. De Watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Het plangebied ligt zowel in de regio van het waterschap Groot Salland (oostelijk van de IJssel) als van het waterschap Vallei en Veluwe (westelijk van de IJssel). Met name is de Keur van beide waterschappen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau is het in overleg met het waterschap opgestelde gemeentelijk Waterplan en het (verbreed) gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) van belang. Binnen het plangebied ligt een primaire en/of regionale waterkering die op de Legger van zowel het Waterschap Groot Salland als het Waterschap Vallei en Veluwe is opgenomen. De functie / stabiliteit van deze waterkering moet te allen tijde worden gegarandeerd. Binnen de Keur van de waterschappen worden eisen gesteld met betrekking tot werkzaamheden binnen de (buiten)beschermingszone van de waterkering. Voor werkzaamheden binnen de (buiten)beschermingszone van de waterkering is een Watervergunning op grond van de Keur noodzakelijk. Indien een Watervergunning noodzakelijk is, wordt deze (na eventueel nader overleg) aangevraagd bij het bevoegde waterschap Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft het Waterschap Groot Salland en het waterschap Vallei en Veluwe geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. Het Waterschap Vallei en Veluwe heeft per mail van 18 maart 2015 gereageerd op het plan. Daarbij is geconstateerd dat de kruising van de leiding met de waterkering vergunningplichtig is voor de Keur. De kruising met watergangen beperkt zich tot een zogenaamde C-categorie en daarmee niet vergunningplichtig. De vergunningenprocedure hiervoor is inmiddels in gang gezet. Waterschap Groot Salland heeft per mail van 18 februari 2015 een positief wateradvies afgegeven. Daarmee is de procedure in het kader van de watertoets goed doorlopen Ecologie Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op de natuurbescherming, rekening worden gehouden met de Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Rho Adviseurs B.V. Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding Status: Ontwerp /

17 blz Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Natuurbeschermingswet. Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met het rijksbeleid voor de Ecologisch Hoofdstructuur (EHS). De aanpassingen van de gasleiding liggen deels in het Natura 2000 gebied Rijntakken en tevens in de Overijsselse EHS Natuur. Op basis daarvan is een voortoets noodzakelijk om het effect van deze maatregels op de doelstellingen van het natura 2000 gebied en de EHS in beeld te brengen. Uit de voortoets, welke in bijlage 3 is opgenomen, blijkt dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn voor broed- en niet-broedvogelsoorten van Natura 2000 gebied Rijntakken als gevolg van de uitvoering en de verwijdering van de gasleiding. Cumulatieve effecten ten opzichte van de overige werkzaamheden in het gebied zijn niet te verwachten. In de voortoets wordt eveneens geconcludeerd dat er geen verdere toetsing aan de EHS benodigd is, omdat er geen areaal verloren gaat Soortenbescherming De soortenbescherming vindt primair plaats via de Flora- en faunawet. Op grond van deze wet mogen beschermde planten en dieren (en hun verblijfsplaatsen), die in de wet zijn aangewezen, niet verstoord worden. Voor soorten die vermeld staan op bijlage IV, zoals vleermuizen, van de Habitatrichtlijn en een aantal Rode Lijst soorten is een zware bescherming opgenomen. De verblijfplaatsen van beschermde soorten mogen volgens de Flora- en faunawet niet negatief worden beinvloed door bouwactiviteiten. Uit de natuurtoets die in bijlage 4 is opgenomen, blijkt dat de beschermende soorten van de Flora- en faunawet zijn ondervangen. Voor de werkzaamheden zijn geen risico s te verwachten, buiten het verstoren van broedvogels en lichtverstoring van vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen. Beide zijn via mitigerende maatregelen te voorkomen. Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding Status: Ontwerp / Rho Adviseurs B.V.

18 blz JURIDISCHE REGELING Verbeelding Het Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding gaat vergezeld van een verbeelding. Op deze verbeelding is het plangebied, zijnde de gasleiding met de bijbehorende belemmeringenstrook weergegeven. Het deel van de leiding dat verlegd is en waar geen gasleiding meer aanwezig is, maakt ook deel uit van het plangebied in die zin dat de bestemming hier niet meer geldt. Voor de nieuwe leiding vervangt het partieel bestemmingsplan de bestemming, zoals die gold voor de gasleidingen in de Partiële herziening bestemmingsplan Uiterwaarden, het bestemmingsplan Buitengebied Olst-Wijhe en het bestemmingsplan Olst-West. De nieuwe leiding is voorzien van de dubbelbestemming Leiding Gas. Regels Voor de dubbelbestemming Leiding - Gas is een integrale regeling opgenomen die nu geldt voor alle drie de bestemmingsplannen. De onderliggende bestemmingen uit de geldende bestemmingsplannen blijven onverkort van toepassing, de dubbelbestemming komt hier als het ware overheen te liggen en geldt daarmee naast de bestemmingen uit de andere bestemmingsplannen. De dubbelbestemmingen die van toepassing was op het verlegde tracé wordt in de regeling geschrapt. Deze regeling is gekoppeld aan de aanduiding leiding gas uitgesloten. Ook hier blijven de onderliggende bestemmingen onverkort van toepassing. Rho Adviseurs B.V. Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding Status: Ontwerp /

19 blz UITVOERBAARHEID Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een wijzigingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het plan doorloopt voorts de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen procedure op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (algemene voorbereidingsprocedure) en wordt zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen Economische uitvoerbaarheid De gemeente Olst-Wijhe en de ontwikkelende partij N.V. Nederlandse Gasunie hebben overeenstemming bereikt over het ontwikkelen van het plan. Wanneer met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. In dit geval is geen sprake van een bouwplan zoals gedefinieerd in het Besluit ruimtelijke ordening. Er is dan ook geen exploitatieplan noodzakelijk. === Partieel bestemmingsplan Welsum - Verlegging gasleiding Status: Ontwerp / Rho Adviseurs B.V.

20

21 BIJLAGE 1

22

23 QRA Welsum N N.V. Nederlandse Gasunie Report No.: , Rev. 0 Document No.: GCS 14.R Date:

24 Report title: QRA N Welsum Customer: N.V. Nederlandse Gasunie Contact person: H.J. Brink Date of issue: Project No.: Organisation unit: GIT GCS Report No.: , Rev. 0 Document No.: GCS 14.R DNV GL Oil & Gas GCS Energieweg AN Groningen Nederland Tel: Task and objective: Kwantitatieve risicoanalyse gastransportleiding N in verband met verlegging van de leiding. Prepared by: Verified by: Approved by: N.R. van der Werf Analyst M.T. Middel Senior consultant asset risk management R. van Elteren Head of section asset risk managent Unrestricted distribution (internal and external) Keywords: Unrestricted distribution within DNV GL Kwantitatieve risicoanalyse, gastransportleiding, Limited distribution within DNV GL after 3 years leidingverlegging No distribution (confidential) Secret Reference to part of this report which may lead to misinterpretation is not permissible. Rev. No. Date Reason for Issue Prepared by Verified by Approved by First issue N.R. van der Werf M.T. Middel R. van Elteren

25 INHOUDSGAVE 1 SAMENVATTING 1 2 INLEIDING UITGANGSPUNTEN Leidinggegevens Bevolkingsgevens 5 4 RESULTATEN Plaatsgebonden risico Resultaten PR berekeningen N huidige situatie Resultaten PR berekeningen N toekomstige situatie Conclusie plaatsgebonden risico Groepsrisico Procedure GR-berekening Resultaten groepsrisico N huidige situatie Resultaten groepsrisico N toekomstige situatie Conclusie groepsrisico 12 5 REFERENTIES APPENDIX A BEVOLKINGSDATA POPULATOR DNV GL Report No , Rev. 0 Page i

26 1 SAMENVATTING In dit rapport wordt een risicoanalyse gepresenteerd waarin plaatsgebonden (PR) en groepsrisicoberekeningen (GR) zijn uitgevoerd voor de gastransportleiding N van N.V. Nederlandse Gasunie. Deze risicoanalyse is uitgevoerd in verband met een verlegging van de leiding. De verlegging bevindt zich in de buurt van Welsum. De risicostudie in dit rapport is uitgevoerd conform de door de overheid gestelde richtlijnen voor het uitvoeren van risicoanalyse aan ondergronds gelegen hogedruk aardgastransportleidingen /1, 2, 3/. De analyse is uitgevoerd met het pakket CAROLA. CAROLA is een softwarepakket dat in opdracht van de Nederlandse overheid is ontwikkeld, specifiek ter bepaling van het plaatsgebonden risico groepsrisico van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen. De berekeningen zijn uitgevoerd met versie van CAROLA. Het gebruikte parameterbestand heeft versienummer 1.3. De bedrijfsspecifieke parameters van Gasunie zijn toegepast in de berekeningen. Uit de berekeningen wordt het volgende geconcludeerd: Plaatsgebonden risico N Het plaatsgebonden risico van de verlegging van gastransportleiding N voldoet aan de door de Nederlandse overheid in het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen /1/ en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen /4/ gestelde voorwaarde dat het PR op een afstand van vier meter gemeten uit het hart van de leiding, die een ontwerpdruk van 40 bar heeft, niet hoger is dan 10-6 per jaar. In de huidige en de toekomstige situatie wordt er aan de door de Nederlandse overheid gestelde voorwaarde voldaan dat er zich geen kwetsbare objecten binnen de PR contour van 10-6 per jaar bevinden. Groepsrisico N Het groepsrisico nabij de voorgenomen leidingverlegging van de gastransportleiding N is zowel voor als na de verlegging kleiner dan de in het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen /1/ gestelde richtwaarde van F N 2 < 10-2 per km per jaar, waar F de frequentie is van een ongeval met N of meer slachtoffers. De maximale overschrijdingsfactor van gastransportleiding N is zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie 0.0 (afgerond) en wordt gevonden bij 16 slachtoffers (N) en een frequentie (F) van per jaar. DNV GL Report No , Rev. 0 Page 1

27 2 INLEIDING In dit rapport wordt een risicoanalyse gepresenteerd waarin plaatsgebonden (PR) en groepsrisicoberekeningen (GR) zijn uitgevoerd voor de gastransportleiding N van N.V. Nederlandse Gasunie. Deze risicoanalyse is uitgevoerd in verband met een verlegging van de leiding. De verlegging bevindt zich in de buurt van Welsum. De risicostudie in dit rapport is uitgevoerd conform de door de overheid gestelde richtlijnen voor het uitvoeren van risicoanalyses aan ondergronds gelegen hogedruk aardgastransportleidingen /1, 2, 3/. De analyse is uitgevoerd met het pakket CAROLA. CAROLA is een softwarepakket dat in opdracht van de Nederlandse overheid is ontwikkeld, specifiek ter bepaling van het plaatsgebonden risico en groepsrisico van ondergrondse hogedruk aardgastransportleidingen. De berekeningen zijn uitgevoerd met versie van CAROLA. Het gebruikte parameterbestand heeft versienummer 1.3. De bedrijfsspecifieke parameters van Gasunie zijn toegepast in de berekeningen. DNV GL Report No , Rev. 0 Page 2

28 3 UITGANGSPUNTEN 3.1 Leidinggegevens In deze risicostudie is de geprojecteerde gastransportleiding N van N.V. Nederlandse Gasunie bestudeerd. De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van de door Gasunie verschafte leidinggegevens. Deze leidinggegevens zijn aangeleverd in de vorm van een Excel bestand met de naam: N coordinaten project Verlegging Welsum.xlsx op 14 augustus De leidingparameters die voor de in dit rapport gepresenteerde berekeningen van belang zijn, zijn weergegeven in Tabel 1. Tabel 1 Parameter Gevaarlijke stof [-] Diameter [mm] 212 N Aardgas Minimale wanddikte [mm] 5.5 Rekgrens [N mm -2 ] 235 Ontwerpdruk [barg] 40 Diepteligging huidig [m] 1.1 Diepteligging toekomstig [m] 1.0 De diepteligging van gastransportleiding N varieert over de lengte van de leiding. In de risicoberekeningen is deze variërende diepteligging ook toegepast. De typische diepteligging van de leidingen is ook opgenomen in Tabel 1, deze typische diepteligging geldt niet ter hoogte van de boring in de leidingen, welke zijn weergegeven in Figuur 2. Op deze locatie ligt de leiding op minimaal 2 meter diep, de waarde die in Carola als maximum gehanteerd wordt /2/. De ligging van de beschouwde leiding, in de huidige en toekomstige situatie, is weergegeven op een noord gerichte topografische kaart in Figuur 1. In de risicoberekeningen is gebruik gemaakt van de windroos van weerstation Deelen. Langs het tracé bevinden zich geen risicoverhogende objecten, welke meegenomen dienen te worden in de risicoanalyse. DNV GL Report No , Rev. 0 Page 3

29 Figuur 1 Ligging van gastransportleiding N De ligging van de leiding in de huidige situatie is weergegeven in het lichtblauw en de ligging in de toekomstige situatie in het donkerblauw. 1 Figuur 2 De boringen zijn weergegeven in het rood, p deze locaties ligt de leiding op minimaal 2 meter diep, de waarde die in Carola als maximum gehanteerd wordt /2/. 1 NB: de stationing van de leiding is omgedraaid om identieke plaatsgebonden risicocontouren te krijgen op de locaties waar niets verandert. CAROLA veroorzaakt soms een schijnbare wijziging, door een verschuivende interpolatie door de gewijzigde stationing in verband met een verlegging. DNV GL Report No , Rev. 0 Page 4

30 3.2 Bevolkingsgevens Voor de GR-berekeningen van gastransportleiding N is voor de bestaande bevolking gebruikt gemaakt van de bevolkingsgegevens van Populator (www.bridgis.nl/populator). Deze data is op 20 augustus 2014 opgevraagd bij Bridgis. De data bevat per adres onder meer de Rijksdriehoekscoördinaten, het aantal personen en de hoofdfunctie van het adres. De Populator data, uitgesplitst in verschillende groepen, is weergegeven in Appendix A. In Figuur 3 zijn de verschillende adressen rond de N weergeven als gekleurde punten. Groen gekleurde punten zijn adressen met als hoofdfunctie wonen. Blauw gekleurde adressen hebben de hoofdfunctie werken. Figuur 3 Bevolkingsgegevens rondom de N zoals aangeleverd door Populator. Groen gekleurde adressen zijn woningen, blauw gekleurde adressen zijn werklocaties. Het rode gebied geeft het invloedsgebied van de leiding na en voor de verlegging. DNV GL Report No , Rev. 0 Page 5

31 4 RESULTATEN In dit hoofdstuk worden de resultaten gepresenteerd van de uitgevoerde berekeningen en analyses voor gastransportleiding N Plaatsgebonden risico Voor gastransportleiding N is een plaatsgebonden risicoberekening uitgevoerd voor zowel de huidige als toekomstige situatie. De resultaten van deze berekeningen worden in deze paragraaf weergegeven Resultaten PR berekeningen N huidige situatie. Voor de gastransportleiding N is een plaatsgebonden risicoberekening voor de huidige situatie uitgevoerd. De resultaten van deze berekening zijn weergegeven in Figuur 4. De leiding is aangeven in lichtblauw. In dit figuur worden indien aanwezig de 10-6, 10-7, 10-8 per jaar PR-contouren weergegeven. Figuur 4 Ligging van gastransportleiding N (lichtblauw) in de huidige situatie. In het gele gebied verloopt het risico van minder dan 10-5 per jaar aan de binnenzijde naar 10-6 per jaar aan de buitenzijde, in het groene gebied van 10-6 naar 10-7 per jaar en in het blauwe gebied van 10-7 naar 10-8 per jaar. De 10-6 per jaar PR contour is ook uitvergroot weergegeven binnen het rode kader. DNV GL Report No , Rev. 0 Page 6

32 4.1.2 Resultaten PR berekeningen N toekomstige situatie Voor de gastransportleiding N is een plaatsgebonden risicoberekening voor de toekomstige situatie uitgevoerd. De resultaten van deze berekening zijn weergegeven in Figuur 5. De leiding is aangegeven in donkerblauw. In dit figuur worden indien aanwezig de 10-6, 10-7, 10-8 per jaar PRcontouren weergegeven. Figuur 5 Ligging van gastransportleiding N (donkerblauw) in de toekomstige situatie. In het gele gebied verloopt het risico van minder dan 10-5 per jaar aan de binnenzijde naar 10-6 per jaar aan de buitenzijde, in het groene gebied van 10-6 naar 10-7 per jaar en in het blauwe gebied van 10-7 naar 10-8 per jaar. De 10-6 per jaar PR contour is ook uitvergroot weergegeven binnen het rode kader. DNV GL Report No , Rev. 0 Page 7

33 4.1.3 Conclusie plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico van de verlegging van gastransportleiding N voldoet aan de door de Nederlandse overheid in het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen /1/ en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen /4/ gestelde voorwaarde dat het PR op een afstand van vier meter gemeten uit het hart van de leiding, die een ontwerpdruk van 40 bar heeft, niet hoger is dan 10-6 per jaar. In de huidige en de toekomstige situatie wordt er aan de door de Nederlandse overheid gestelde voorwaarde voldaan dat er zich geen kwetsbare objecten binnen de PR contour van 10-6 per jaar bevinden. DNV GL Report No , Rev. 0 Page 8

34 4.2 Groepsrisico Procedure GR-berekening Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers voorkomt. Het wordt in het Bevb /1/ gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar per kilometer buisleiding dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een buisleiding en een ongewoon voorval met die buisleiding". Het groepsrisico wordt berekend door rondom elk punt op de leiding een segment van een kilometer te kiezen, dat gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding wordt een FN-curve 2 berekend, welke wordt vergeleken met de oriëntatiewaarde 3 van het groepsrisico. Uit de maximale verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde volgt de overschrijdingsfactor 4. Vervolgens wordt voor alle punten op de leiding deze maximale overschrijdingsfactoren in een grafiek uiteengezet, waaruit het maximum voor de beschouwde leiding kan worden bepaald. Dit maximum wordt gerapporteerd als het groepsrisico. Als een buisleiding een totale lengte heeft van minder dan 1 km, dan wordt de FNcurve berekend voor de volledige buisleiding. De oriëntatiewaarde blijft ongewijzigd (F N 2 = 0.00 per km per jaar). 2 De handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico /3/ omschrijft: "Het groepsrisico wordt weergegeven als een curve in een grafiek met twee logaritmisch geschaalde assen, de zogenaamde FN-curve. Op de y-as wordt de cumulatieve frequentie F (per jaar) uitgezet en op de x-as het aantal te verwachten slachtoffers N. De curve geeft het verband tussen de omvang van de getroffen groep (N) en de kans (F) dat in één keer een groep van ten minste die omvang komt te overlijden". 3 Met de oriëntatiewaarde wordt in het Bevb /1/ bedoeld "de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar". 4 De overschrijdingsfactor is de maximale verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan één geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van één zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan één wordt de oriëntatiewaarde overschreden. DNV GL Report No , Rev. 0 Page 9

35 4.2.2 Resultaten groepsrisico N huidige situatie In deze paragraaf worden de resultaten van de GR-berekeningen weergegeven voor gastransportleiding N in de huidige situatie. Figuur 6 Overschrijding van het groepsrisico als functie van de stationing van de N Figuur 7 FN-curve van gastransportleiding N Omdat de buisleiding een totale lengte heeft van minder dan 1 km, is de FNcurve berekend over de volledige leiding. De oriëntatiewaarde blijft ongewijzigd (F N 2 = 0.0 per km per jaar). De maximale overschrijdingsfactor van gastransportleiding N in de huidige situatie bedraagt 0.0 (afgerond) met 16 slachtoffers (N) en een frequentie (F) van per jaar. 5 NB: de stationing van de leiding is omgedraaid om identieke plaatsgebonden risicocontouren te krijgen op de locaties waar niets verandert. CAROLA veroorzaakt soms een schijnbare wijziging, door een verschuivende interpolatie door de gewijzigde stationing in verband met een verlegging. DNV GL Report No , Rev. 0 Page 10

36 4.2.3 Resultaten groepsrisico N toekomstige situatie In deze paragraaf worden de resultaten van de GR-berekeningen weergegeven van gastransportleiding N in de toekomstige situatie. Figuur 8 Overschrijding van het groepsrisico als functie van de stationing van de N Figuur 9 FN-curve van gastransportleiding N Omdat de buisleiding een totale lengte heeft van minder dan 1 km, is de FNcurve berekend over de volledige leiding. De oriëntatiewaarde blijft ongewijzigd (F N 2 = 0.0 per km per jaar). De maximale overschrijdingsfactor van gastransportleiding N in de huidige situatie bedraagt 0.0 (afgerond) met 16 slachtoffers (N) en een frequentie (F) van per jaar. 6 NB: de stationing van de leiding is omgedraaid om identieke plaatsgebonden risicocontouren te krijgen op de locaties waar niets verandert. CAROLA veroorzaakt soms een schijnbare wijziging, door een verschuivende interpolatie door de gewijzigde stationing in verband met een verlegging. DNV GL Report No , Rev. 0 Page 11

37 4.2.4 Conclusie groepsrisico Het groepsrisico van gastransportleiding N is vergeleken met de oriëntatiewaarde voor buisleidingen, zijnde F N 2 < 10-2 per km per jaar waarbij F de frequentie is van een ongeval met N of meer slachtoffers. De verhouding tussen de oriëntatiewaarde en de FN-curve wordt gekenmerkt door de overschrijdingsfactor, die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd (overschrijdingsfactor < 1) dan wel wordt overschreden (overschrijdingsfactor > 1). Het groepsrisico nabij de voorgenomen leidingverlegging van de gastransportleiding N is zowel voor als na de verlegging kleiner dan de in het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen /1/ gestelde richtwaarde van F N 2 < 10-2 per km per jaar, waar F de frequentie is van een ongeval met N of meer slachtoffers. De maximale overschrijdingsfactor van gastransportleiding N is zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie 0.0 (afgerond) en wordt gevonden bij 16 slachtoffers (N) en een frequentie (F) van per jaar. DNV GL Report No , Rev. 0 Page 12

38 5 REFERENTIES /1/ Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen. Staatsblad 2010 nr. 686, 17 september /2/ Handleiding Risicoberekeningen Besluit externe veiligheid buisleidingen. RIVM. Versie 2.0, 1 juli /3/ Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico. I&M. Versie 1.0, november /4/ Regeling Externe Veiligheid Buisleidingen. Staatscourant 2013 nr , 3 december DNV GL Report No , Rev. 0 Page 13

39 APPENDIX A BEVOLKINGSDATA POPULATOR RDX RDY Aantal Werken type 1A Werken type 1B Werken type 1C Wonen DNV GL Report No , Rev. 0 Page 14

40 ABOUT DNV GL Driven by our purpose of safeguarding life, property and the environment, DNV GL enables organizations to advance the safety and sustainability of their business. We provide classification and technical assurance along with software and independent expert advisory services to the maritime, oil and gas, and energy industries. We also provide certification services to customers across a wide range of industries. Operating in more than 100 countries, our 16,000 professionals are dedicated to helping our customers make the world safer, smarter and greener.

41 BIJLAGE 2

42

43

44 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 Colofon Titel: Antea Group Archeologie 2014/73. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleiding (N KW-030) te Welsum Auteur(s): J. Tolsma, I. Vossen ISSN: Antea Group Postbus AA Heerenveen Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Archeologisch vooronderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren d.m.v. boringen, proefsleuven en/of veldkartering. Hoewel Antea Group de grootste zorgvuldigheid betracht bij het uitvoeren van het archeologisch onderzoek, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de situatie af te geven op basis van de resultaten van een archeologisch vooronderzoek. Antea Group aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek. 2 van 18 arch2.1

45 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 Inhoud blz. Administratieve gegevens... 4 Samenvatting Inleiding Bureauonderzoek Beschrijving onderzoekslocatie Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen Bekende waarden Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden Archeologische verwachting Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting Conclusies en advies voor vervolgonderzoek Veldonderzoek Doel- en vraagstelling Onderzoeksopzet en werkwijze Resultaten Bodemopbouw Archeologie Conclusies en advies Conclusies (Selectie)advies Literatuur en geraadpleegde bronnen Bijlagen 1 Archeologische perioden 2 AMZ-cyclus 3 Boorbeschrijvingen Kaarten ARCHIS IKAW, AMK-terreinen, Waarnemingen en Onderzoeken uit ARCHIS S1 Situatiekaart met locatie boringen 3 van 18

46 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 AG Projectnummer OM-nummer Provincie Overijssel Gemeente Olst-Wijhe Plaats Welsum Toponiem Welsum Administratieve gegevens Kaartblad 27G Coördinaten oost: / midden: / west: / Opdrachtgever Nederlandse Gasunie B.V. Uitvoerder Antea Group Datum uitvoering juni/augustus 2014 Projectteam J. Tolsma (projectleider, KNA-archeoloog) I. Vossen (senior KNA-archeoloog) Bevoegd gezag gemeente Olst-Wijhe Beheer documentatie Antea Group Vondstdepot n.v.t. Afbeelding 1. Locatie plangebied (Topografische Kaart 1: (niet op schaal), Topografische Dienst Kadaster, Emmen) 4 van 18 arch2.1

47 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 Samenvatting Ter plaatse van de IJsseldijk, ten noorden van Welsum, is de Nederlandse Gasunie N.V. voornemens om een bestaande gasleiding (N KW-030) te verleggen middels een gestuurde boring (HDD). Het plangebied ligt ter hoogte van de IJssel. Van west naar oost: een open ontgraving en uittredepunt ten westen van de IJsseldijk, een HDD ter plaatse van de uiterwaarden van de IJssel en de IJssel zelf en aan de oostzijde van de IJssel een intredepunt van de HDD. Op de diepte waarop de HDD-leiding zal komen te liggen (ongeveer 20 m-mv) zijn geen archeologische resten te verwachten. Ter plaatse van het in- en uittredepunt en de in open ontgraving te leggen leiding kunnen eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen wel worden verstoord. Bij het booronderzoek zijn diverse fluviatiele afzettingen aangeboord. Het gaat om afzettingen die kunnen worden toegeschreven aan de IJssel. Op komafzettingen lijken in het noorden van het onderzoeksgebied oeverafzettingen aanwezig, maar van de hierbij gebruikelijkefining-upsequence is geen sprake. Mogelijk is de oeverwal langs de IJssel hier in meer dan één fase gevormd of de afzettingen houden toch verband met een dijkdoorbraak (zie onder). Het hierboven liggende zandpakket kan in elk geval als overslaggrond worden bestempeld. Zowel op basis van de landschappelijke- als bodemsituatie (afwezigheid van duidelijke oeverwallen en aanwezigheid van overslaggronden) als op basis van het ontbreken van archeologische indicatoren adviseren wij het plangebied vrij te geven wat betreft het aspect archeologie ten gunste van de aan te leggen gasleiding. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 53 van de Monumentenwet 1988 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon ). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. 5 van 18

48 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 1 Inleiding In opdracht van de Nederlandse Gasunie B.V. heeft Antea Group in juni 2014 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op de gasleidinglocatie ten noorden van Welsum, gemeente Olst-Wijhe. Aanleiding: ter plaatse van de IJsseldijk, ten noorden van Welsum, is de Nederlandse Gasunie N.V. voornemens om een bestaande gasleiding (N KW-030) te verleggen middels een gestuurde boring (HDD). Het plangebied ligt ter hoogte van de IJssel. Van west naar oost zijn de volgende werkzaamheden voorzien: een open ontgraving en uittredepunt ten westen van de IJsseldijk, een HDD ter plaatse van de uiterwaarden van de IJssel en de IJssel zelf en aan de oostzijde van de IJssel een intredepunt van de HDD. Op de diepte waarop de HDD-leiding zal komen te liggen (ongeveer 20 m -mv) zijn geen archeologische resten te verwachten. Ter plaatse van het in- en uittredepunt en de in open ontgraving te leggen leiding kunnen eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen wel worden verstoord. Het onderzoek vindt plaats in het kader van een omgevingsvergunning. uittredepunt open ontgraving gestuurde boring intredepunt Afbeelding 2. Plangebied geprojecteerd op de archeologische beleidskaart van de gemeente Olst-Wijhe rode lijn: HDD; blauw: tracé in open ontgraving Typeonderzoek: bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen - verkennende en karterende fase (zie ook AMZ-cyclus: bijlage 2). Doel: het doel van het archeologisch onderzoek is het in beeld brengen van het aspect archeologie. Op basis hiervan worden adviezen opgesteld op welke wijze archeologie zo nodig kan worden ingepast in de gewenste ontwikkelingen. Het bureauonderzoek en veldonderzoek zijn uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie van 18 arch2.1

49 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 2 Bureauonderzoek Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Waar kunnen we wat verwachten? Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied. 2.1 Beschrijving onderzoekslocatie Begrenzing plangebied Het plangebied heeft een lengte van totaal 1300 meter. Een groot deel daarvan wordt aangelegd middels een gestuurde boring (HDD) onder de IJssel door. Aan de westelijke zijde van de IJssel vindt op een deel van het tracé een open ontgraving plaatst en bevindt zich het uittredepunt. Aan de oostzijde van de IJssel bevindt zich het intredepunt van de HDD. Begrenzing onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied omvat de nabije omgeving van het plangebied, waarbij een straal van circa 1 km rondom het plangebied als uitgangspunt is genomen. Huidig gebruik plangebied Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland en de rivier de IJssel. Consequenties toekomstig gebruik Als gevolg van de aanleg van de gasleiding in open ontgraving en ter plaatse van de in- en uittredepunten wordt de bodem verstoord. Het deel dat in open ontgraving plaatsvindt bedraagt ongeveer 160 meter. De breedte van de sleuf, incl. werkstrook bedraagt hier ca. 25 meter. De maximale ontgravingsdiepte bedraagt ca. 2,0 m -mv. Voor de in- en uittredepunten moet rekening gehouden met een oppervlakte van 100 à 150 m² en een verstoringsdiepte van ca. 2,5 m -mv. Als gevolg van de graafwerkzaamheden kunnen eventueel archeologische resten worden vernietigd. De bodemverstoring als gevolg van de gestuurde boring zal plaatsvinden onder het archeologisch niveau. Parallel aan den nieuwe leiding wordt ook een bestaande leiding verwijderd. Hierbij zal alleen de reeds verstoorde grond worden geroerd Landschappelijke situatie Het plangebied maakt deel uit van het IJsseldallandschap. Het IJsseldallandschap wordt gekenmerkt door laaggelegen komgebieden en rivieroverstromingsvlakten, gevormd door de rivier de IJssel (zie afbeelding 3). Ten oosten van het plangebied ligt de pleistocene stuwwal van de Veluwe. Het plangebied zelf ligt met het westelijk deel op de aaneengesloten oeverwal van de IJssel. Oostelijk ligt het intredepunt in de riviervlakte (zie afbeelding 3). 7 van 18

50

51 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 Over de datering van de Gelderse IJssel bestaat discussie. Voorheen werd ervan uitgegaan dat er rong het begin van de jaartelling een gedeeltelijke avulsie van de Rijn plaatsvond, al dan niet samenhangend met de aanleg van de zogenaamde Drususgracht in de vroeg-romeinse tijd. Recent onderzoek dateert deze avulsie veel later, in de 7 e eeuw na Chr. 3 Daarvoor was er mogelijk wel sprake van een rivierloop, maar dan van de benedenstroom van de Oude IJssel, in tegengestelde richting. Langs de hoofdgeul van de IJssel werd een langgerekte en grotendeels aaneengesloten oeverwal gevormd die bestond uit zavel en lichte klei. Hierop ligt het westelijk deel van het plangebied. Achter deze oeverwal bezonk zware klei, waardoor laaggelegen komgebieden werden gevormd. Naast de IJssel bleven ook de oorspronkelijke afwateringsbeken een rol spelen bij de afwatering van de IJsselvallei. Op de AHN (Afbeelding 4) is goed te zien dat het leidingtracé ten westen van de IJsseldijk relatief hoog is gelegen ten opzicht van het meer westelijk gelegen komgebied. Afbeelding 4. Uitsnede AHN voor het westelijk deel van het plangebied. Bodem en grondwater Bodemkundig bestaat het plangebied uit rivierkleigronden. Meer specifiek ten aanzien van de te ontgraven zones is de bodemsoort weergegeven in onderstaande afbeelding. De grondwatertrap in het westelijk deel van het plangebied bedraagt VI. VII voor, wat betekent dat de hoogste grondwaterstanddiepte (GHG, winter) zich tussen de 40 en 80 cm -mv bevindt en de laagste 3 Makaske et al., van 18

52 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 grondwaterstanddiepte (GLG, zomer) zich op een diepte van meer dan 120 cm -mv bevindt. De grondwatertrap bij het oostelijk intredepunt is niet bekend. Rd90A: kalkhoudende ooivaaggronden, zware zavel, lichte klei Rd90A: kalkhoudende ooivaaggronden, zware zavel, lichte klei Rd10A: kalkhoudende ooivaaggronden, lichte zavel Afbeelding 5. De bodemkaart van het plangebied en omgeving.(bron: Archis II/Alterra) Historische situatie en mogelijke verstoringen Korte bewoningsgeschiedenis De oeverwal van de IJssel, waar het westelijk deel van het plangebied op ligt, is ontstaan na het actief worden van de huidige IJssel, hoogstwaarschijnlijk vanaf de 7e eeuw na Chr. Vanaf deze periode is dus bewoning mogelijk. Over het algemeen zijn oeverwallen, vanwege hun zandige, goed doorlatende bodem, goede vruchtbaarheid en relatief hoge ligging, altijd geliefde plekken geweest om te wonen. De archeologische verwachting voor het westelijk deel van het plangebied is daarmee dan ook hoog. Het oostelijk deel van het plangebied, ter plaatse van het intredepunt ligt in de vlakte van de uiterwaarde en zal gezien de invloed van de rivier niet bewoond zijn geweest. Historische kaarten Het westelijk deel, waar de leidingaanleg in open ontgraving plaatsvindt, is in 1832 (minuutplan) in gebruik als bouwland en onbewoond. 4 Hetzelfde geldt voor de zone van het intredepunt. De situatie is onveranderd in 1900 (Bonnekaart 1900). 5 Op basis van recentere topografische kaarten uit de twintigste eeuw kan worden geconcludeerd dat de situatie sindsdien ongewijzigd is. Mogelijke verstoringen Mogelijke verstoringen kunnen hebben plaatsgevonden als gevolg van agrarisch gebruik. Aan het westelijke en oostelijke uiteinde van de leiding wordt verwacht dat de bodem (deels) is verstoord door een bestaande gasleiding die nog in de bodem ligt en thans wordt gerooid van 18 arch2.1

53 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie Bekende waarden Archeologische waarden Gegevens uit ARCHIS: AMK-terreinen In de omgeving van het plangebied ligt één terrein van archeologische waarde (zie tabel 1). Het betreft een laat-middeleeuwse havezate in Olst (Averbergen). AMK-nr Waarde Complex Van Tot hoge archeologische waarde Havezathe/ridderhofstad Middeleeuwen laat: nc Nieuwe tijd: Tabel 1. AMK-terreinen. Gegevens uit ARCHIS: archeologische waarnemingen In de omgeving van het plangebied zijn meerdere waarnemingen in ARCHIS geregisteerd (zie tabel 2). De waarnemingen dateren alle in de periode Romeinse tijd - nieuwe tijd. De meest dichtbijgelegen waarneming betreft waarnemingsnr Deze ligt op ongeveer 35 meter van het tracé (deel dat middels gestuurde boring wordt aangelegd). Het betreft een munt uit de midden-romeinse tijd, niet nader gedefinieerd. Op 350 meter ten zuidwesten van het tracé ligt waarnemingsnr Het betreft een depotvondst uit de laat-romeinse tijd, een gouden halsring. Waarnr Complex Begin Eind 1051 Depot: gouden halsring Romeinse tijd laat B: nc Romeinse tijd laat B: nc 1052 munt Romeinse tijd midden B: nc Romeinse tijd midden B: nc 2447 Nederzetting, diverse vondsten Middeleeuwen laat B: nc Nieuwe tijd: heden 2447 diverse vondsten Romeinse tijd: 12 vc nc Romeinse tijd: 12 vc nc 2448 m.n. aardewerk Middeleeuwen laat A: nc Romeinse tijd: 12 vc nc 4917 naald Middeleeuwen vroeg C: nc Middeleeuwen laat A: nc m.n. aardewerk Middeleeuwen laat A: nc Romeinse tijd: 12 vc nc Graf, onbepaald Nieuwe tijd C: heden Nieuwe tijd C: heden Nederzetting Middeleeuwen laat A: nc Nieuwe tijd: heden Havezathe/ridderhofstad Middeleeuwen laat A: nc Middeleeuwen laat B: nc Tabel 2. Archeologische waarnemingen uit ARCHIS. Gegevens uit ARCHIS: eerdere onderzoeken In de omgeving zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd, maar deze zijn niet representatief voor het plangebied Ondergrondse bouwhistorische waarden Op basis van de cultuurhistorische kaart van Overijssel 6 kan worden geconstateerd dat er verschillende monumenten langs de IJsseldijk liggen, maar niet ter plaatse van het plangebied van 18

54 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie Archeologische verwachting Bestaande verwachtingskaarten Gemeentelijke verwachtingskaart Op de beleidskaart van de gemeente Olst-Wijhe, is te zien dat het uittredepunt (westelijk) en het deel van de leiding dat in open ontgraving zal plaatsvinden ligt in een gebied met een hoge archeologische verwachting (oranje). Het intredepunt (oostelijk) ligt in een gebied met een lage archeologische verwachting (geel) en is niet onderzoeksplichtig. Voor het gebied rondom het uittredepunt en de zone met open ontgraving met de hoge archeologische verwachting geldt geen onderzoeksplicht bij een omvang onder de 2500 m², tenzij er een vondstmelding binnen 50 meter ligt. In dat geval geldt de ondergrens voor de onderzoeksplicht niet. Uitgaande van een lengte van 160 m en een verstoringsbreedte van 25 m (4000 m²) komt de omvang van de ingreep boven de ondergrens van 2500 m 2. Bovendien ligt op 35 m van de leiding (het deel waar een gestuurde boring plaatsvindt) een waarneming (vondstmelding). Voor het intredepunt geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen van meer dan 10 ha. Deze oppervlakte wordt niet gehaald Gespecificeerde archeologische verwachting De gespecificeerde verwachting is opgesteld voor dat deel van het plangebied waar een onderzoeksplicht voor geldt (westzijde). Datering De oeverwallen langs de IJssel (en dus eventuele bewoning daar op) zijn hoogstwaarschijnlijk (pas) vanaf de vroege middeleeuwen ontstaan (7e eeuw na Chr.). Op basis van historische kaarten wordt de kans op vindplaatsen uit de nieuwe tijd laag ingeschat. Complextype Nederzettingen, zoals woonboerderijen en/of erven. Ook losse vondsten, zoals depots kunnen worden verwacht. Deze zijn ook aangetroffen op korte afstand van het plangebied. Resten van agrarisch gebruik. Omvang Enkele honderden tot duizenden vierkante meters (nederzettingen) tot enkele vierkante meters of kleiner (losse vondsten) Diepteligging In principe vanaf onderzijde bouwvoor Locatie Gehele plangebied, aangezien het gehele plangebied op oeverwal ligt, waarvoor een hoge archeologische verwachting geldt. Uiterlijke kenmerken De te verwachten vindplaatsen zijn doorgaans te traceren aan de hand van aardewerkfragmenten. Voorts zijn ook fragmentjes verbrande leem, verbrand en onverbrand bot, steengruis, tefriet en dergelijke materialen die binnen een nederzettingslocatie kunnen worden gevonden. In het rivierengebied kenmerken nederzettingen zich vaak door de aanwezigheid van een archeologische laag, waarin voornoemde materiaalcategorieën zijn opgenomen. Resten van paalsporen, afval- en waterkuilen, greppels en andere perceleringen verkavelingrestanten bevinden zich onder deze laag. Naast nederzettingslocaties kunnen er ook grafvelden worden aangetroffen. Deze kunnen 12 van 18 arch2.1

55 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 voorkomen in de vorm van crematiegrafvelden of als inhumatiegrafvelden (begravingen). Organisch materiaal als hout, bot, zaden en pollen, kunnen door gunstige conserveringsomstandigheden goed bewaard zijn. Losse vondsten kunnen zich in meerdere hoedanigheden manifesteren. Te denken valt aan munten, andere metalen voorwerpen, aardewerk etc. Mogelijke verstoringen Mogelijke verstoringen kunnen hebben plaatsgevonden als gevolg van agrarisch gebruik. Aan het westelijke en oostelijke uiteinde van de leiding wordt verwacht dat de bodem (deels) is verstoord door een bestaande gasleiding die nog in de bodem ligt en thans wordt gerooid. 2.4 Conclusies en advies voor vervolgonderzoek Het westelijk deel van het plangebied heeft een hoge verwachtingswaarde. Op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek kunnen sporen en indicatoren vanaf de vroege middeleeuwen worden aangetroffen. Om dit te onderzoeken wordt geadviseerd een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uit te voeren. Gezien de geringe grootte van het plangebied adviseren wij om het verkennende booronderzoek direct te combineren met een karterend booronderzoek. Voor het verkennende en karterende veldonderzoek worden de boringen verricht met een Edelmanboor (ø 7 of 10 cm) of een gutsboor (ø 3 cm). Uitgaande van een lengte van ongeveer 160 meter voor de zone in open ontgraving, inclusief uittredepunt, worden hier 7 boringen gezet, om de 25 meter, tot maximaal 2,5 m -mv of tot 0,3 m in de ongeroerde grond. 13 van 18

56 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 3 Veldonderzoek 3.1 Doel- en vraagstelling Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting, zoals deze op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is opgesteld. Het uitgevoerde onderzoek betreft een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase. Een verkennend onderzoek heeft als doel het in kaart brengen van eventuele verstoringen in de bodem, het verkrijgen van enig inzicht in de bodemopbouw van het gebied en aldus het in kaart brengen van kansrijke en kansarme zones wat betreft archeologie. Het uitgevoerde onderzoek betreft tevens een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, karterende fase. Een karterend onderzoek heeft als doel het in kaart brengen van eventuele verstoringen in de bodem, het verkrijgen van enig inzicht in de bodemopbouw van het gebied en het bepalen van de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen. Het onderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen: Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Is er binnen het plangebied een vindplaats aanwezig en/of zijn er archeologische indicatoren aangetroffen die hierop kunnen wijzen? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats? Indien archeologische lagen aanwezig zijn; op welke diepte bevinden deze zich en wat is de maximale diepte? Waaruit bestaat of bestaan deze archeologische laag of lagen? In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen? Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van de bureaustudie? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan? 3.2 Onderzoeksopzet en werkwijze Datum uitvoering 12 augustus 2014 Veldteam Weersomstandigheden Boortype Ivo Vossen (senior KNA-archeoloog), Jaap Kuit (bodemkundige) half bewolkt, in de loop van de dag een zware bui. Edelman ø 10 cm, vanaf 1 m -mv gutsboor (ø 3 cm). elke 25 m over hart van het leidingtracé D1 Positionering boringen (boorgrid) Methode conform Leidraad SIKB 7 Oriëntatie grid t.o.v. geomorfologie/paleo- n.v.t. 7 Tol e.a van 18 arch2.1

57 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 landschap Wijze inmeten boringen Overige toegepaste methoden Wijze onderzoek / beschrijving boorkolom Verzamelwijze archeologische indicatoren Bemonstering Vondstzichtbaarheid aan oppervlak Omschrijving oppervlaktekartering GPS n.v.t. ABS/NEN 5104 versnijden/verbrokkelen boorkern n.v.t. geen: maïs en hoog gras n.v.t. 3.3 Resultaten Voor een overzicht van de boringen wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 3 en de situatiekaart in de kaartenbijlage. Er zijn in totaal 7 boringen gezet ten behoeve van het archeologisch onderzoek in het toekomstige tracé Bodemopbouw Opvallend is dat de bouwvoor, in dikte variërend van 30 tot 50 cm, in de meeste boringen bestaat uit zand, waar klei werd verwacht; in twee boringen uit sterk zandige klei. Onder de bouwvoor is in alle boringen een zandpakket aangetroffen. De dikte van dit zandpakket neemt af van 1,6 m in het zuidwesten (boring 1) tot 0,4 m in noordoosten (boring 7). Het gaat om overwegend matig fijn zand, maar de korrelgroottesortering is matig tot slecht. Naar het noordoosten toe bevat het zand meer bijmenging in de vorm van puin- en baksteenfragmentjes en kleibrokken. In boring 1 en 3 is het zand, gezien de scherpe overgang, hoogstwaarschijnlijk erosief afgezet op matig siltige klei. In boringen 4 tot en met 7 ligt onder het zand sterk tot zwak zandige klei. Afbeelding 5. Dwarsprofiel t.o.v. NAP, van zuidwest naar noordoost(horizontale afstand niet op schaal). Voor legenda: zie Bijlage 3 15 van 18

58 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 Bovenstaande bodemopbouw kan als volgt worden geïnterpreteerd. In vier boringen is onderin komklei aangeboord (matig siltige klei), waarop in het noorden zandige klei is aangetroffen. Deze (sterk) zandige klei zou kunnen worden geïnterpreteerd als oeverafzettingen, hoewel er geen sprake is van een mooie fining-upsequence. Mogelijk is de oeverwal langs de IJssel hier in meer dan één fase gevormd of de afzettingen houden verband met een dijkdoorbraak (zie onder). Het hierboven liggende zandpakket, dat in het zuiden direct op komafzettingen is gelegen, doet sterk denken een crevasse (zie ook Afbeelding 4). Het feit dat de zandige afzettingen niet zijn afgedekt door klei geeft echter aan dat deze afzettingen van na de dijkaanleg (vanaf de 13e eeuw) dateren. Na de dijkdoorbraak zal het gat in de dijk weer zijn gedicht, waarna geen kleiïge sedimenten meer binnendijks konden worden afgezet. Er is dus sprake geweest van een dijkdoorbraak, waardoor het zandpakket als overslaggrond kan worden bestempeld, en niet als crevasseafzettingen. Ongetwijfeld kunnen deze overslaggronden en de ten noordoosten van de onderzoekslocatie gelegen wiel met dezelfde dijkdoorbraak in verband gebracht worden Archeologie Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen, ook niet in de vorm van een vondst- of woonlaag. 16 van 18 arch2.1

59 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 4 Conclusies en advies 4.1 Conclusies Bij het booronderzoek zijn diverse fluviatiele afzettingen aangeboord. Het gaat om afzettingen die kunnen worden toegeschreven aan de IJssel. Op komafzettingen lijken in het noorden van het onderzoeksgebied oeverafzettingen aanwezig, maar van de hierbij gebruikelijkefining-upsequence is geen sprake. Mogelijk is de oeverwal langs de IJssel hier in meer dan één fase gevormd of de afzettingen houden toch verband met een dijkdoorbraak (zie onder). Het hierboven liggende zandpakket kan in elk geval als overslaggrond worden bestempeld. 4.2 (Selectie)advies Zowel op basis van de landschappelijke- en bodemsituatie (afwezigheid van duidelijke oeverwallen en aanwezigheid van overslaggronden) als op basis van het ontbreken van archeologische indicatoren adviseren wij het plangebied vrij te geven wat betreft het aspect archeologie ten gunste van de aan te leggen gasleiding. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 53 van de Monumentenwet 1988 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon ). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Antea Group Oosterhout/Heerenveen, september van 18

60 Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) gasleidng (N KW-030) te Welsum Projectnr september 2014, revisie 00 Literatuur en geraadpleegde bronnen Barends et. al., 1986:HetNederlandselandschap.Eenhistorisch-geografischebenadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Berendsen, H.J.A., 2004 (4 e druk):devormingvanhetland.inleidingindegeologieengeomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berendsen, H.J.A. & E. Stouthamer, 2001:PaleogeographicdevelopmentoftheRhine-Meusedelta,the Netherlands. Van Gorkum, Assen. Lohof, E. & E. Schrijer, 2006: Olst Een onderzoek in de IJsseluiterwaarden. Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven (ADC ArcheoProjecten Rapport 506). Makaske, B. et al., 2008: The age and origin of the Gelderse IJssel,NetherlandsJournalofGeosciences, Geologie en Mijnbouw 87-4, Tol, A., P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012:Leidraadinventariserendveldonderzoek.Deel:karterend booronderzoek. SIKB. Kaarten Bodemkaart van Nederland, 1:50000, STIBOKA, kaartblad 27G Grote Historische Atlas ( ), Wolters Noordhoff, Groningen Minuutplan ca (http://www.watwaswaar.nl) Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Topografisch-militaire kaarten 1879, 1900 ( Internet 18 van 18 arch2.1

61 Bijlage 1: Archeologische perioden

62 Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende hetpaleolithicum ( voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In hetmesolithicum ( voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, hetneolithicum ( voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze. Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van debronstijd ( voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In deijzertijd ( voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met deromeinsetijd(12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijncastella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over demiddeleeuwen ( na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen ( na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar. Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 heden wordt aangeduid alsnieuwetijd.

63 Bijlage 2: Archeologische Monumentenzorg (AMZ) schematisch overzicht AMZ verklarende woordenlijst AMZ

64

65 Schema Archeologische Monumentenzorg(AMZ) Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg(AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen. Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek(ivo) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek- overig(ivo-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven(ivo-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen. Inventariserend veldonderzoek(ivo)- Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek(ivo) - Karterende fase (STAP 2c of 2f) Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek(ivo) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd. Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak(PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen(PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek - proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden. De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.

66 Bijlage 3: Boorprofielen

67 Legenda (NEN 5104 en ASB) laaggrens (wordt bepaald voor de ondergrens van de beschreven laag) < 0,3 cm D 0,3 - < 3 cm E > 3 cm scherpe overgang overgang geleidelijk diffuse overgang amorfiteit veen (veraardheid)? zwak amorf niet tot zwak veraarde resten A matig amorf structuur nog sterk amorf sterk veraard, structuurloos gezeefd traject

68 Projectnr.: A Gasunie Welsum Bijlage 3: Profielbeschrijvingen met waarnemingen Boring: 1 Boring: 2 Boring: akker Klei, sterk zandig, zwak humeus, lichtbruin, bv, bovengrond erg droog Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, riet, licht bruingrijs, ro onderin akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, bv, bovengrond erg droog Zand, matig fijn, kleiïg, licht bruingrijs akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, bv, bovengrond erg droog Zand, matig fijn, kleiïg, licht bruingrijs, matig gesorteerd Zand, matig fijn, matig siltig, sporen schelpen, zwak roesthoudend, grijs, matig gesorteerd Zand, matig fijn, kleiïg, sporen schelpen, grijs, matig gesorteerd Zand, matig fijn, kleiïg, sporen schelpen, brokken klei, grijs, matig gesorteerd, so Klei, matig siltig, sporen schelpen, sporen planten, grijs 225 Klei, matig siltig, grijs 250 Boring: 4 Boring: 5 Boring: akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, bv, bovengrond erg droog Zand, matig fijn, kleiïg, zwak roesthoudend, licht bruingrijs, matig gesorteerd, ro onderin Klei, sterk zandig, sporen schelpen, sporen roest, licht bruingrijs Klei, zwak zandig, sporen schelpen, licht bruingrijs weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, bv Zand, matig fijn, kleiïg, zwak roesthoudend, resten puin, brokken klei, licht bruingrijs, matig gesorteerd, ro onderin Klei, sterk zandig, sporen schelpen, licht bruingrijs Klei, zwak zandig, licht bruingrijs Zand, matig grof, matig siltig, licht bruingrijs weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, bv Zand, matig fijn, kleiïg, zwak roesthoudend, resten puin, brokken klei, licht bruingrijs, matig gesorteerd, ro onderin, overslag? Klei, sterk zandig, sporen schelpen, licht bruingrijs Klei, sterk siltig, matig schelphoudend, licht bruingrijs Boring: 7 0 weiland 375 Klei, sterk zandig, zwak humeus, lichtbruin, bv Zand, matig fijn, kleiïg, zwak roesthoudend, resten puin, brokken klei, licht bruingrijs, matig gesorteerd, ro onderin, overslag? Klei, zwak zandig, sporen schelpen, licht bruingrijs Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, licht bruingrijs Schaal ABCDEDF

69 ! rtenbijlage

70 IKAW met monumenten (AMK), waarnemingen en onderzoeken / Legenda ONDERZOEKSMELDINGEN HUIZEN TOP10 ((c)tdn) WAARNEMINGEN MONUMENTEN archeologische waarde hoge archeologische waarde zeer hoge archeologische waarde zeer hoge arch waarde, beschermd IKAW zeer lage trefkans lage trefkans middelhoge trefkans hoge trefkans lage trefkans (water) middelhoge trefkans (water) hoge trefkans (water) water niet gekarteerd PROVINCIES Schaal 1: m N Archis /

71 !( 6!(!( !( 3!( 2!( 1!( Trace open ontgraving uittredepunt HDD!( Boringen! 0 80 m definitief IV NR DATUM WIJZIGING GET. OPDRACHTGEVER Nederlandse Gasunie PROJECTO MSCHRIJVING Verlegging gasleiding Welsum GIS SPECIALIST I. Vossen PROJECTLEIDER J. Tolsma DATUM SCHAAL 1:1.500 FOR MAAT A4 BLAD IN BLADEN 1 van 1 KAARTTITEL Locatie boringen STATUS definitief l WIJZ.NR 00 KAARTNU MMER S R:\ \ \Arc heologie\arcgis\mxd\ s1.mxd

RAAMCONTRACT GU PROJECTS QRA Amersfoort W-500-01, W-500-05 en W-500-22. N.V. Nederlandse Gasunie

RAAMCONTRACT GU PROJECTS QRA Amersfoort W-500-01, W-500-05 en W-500-22. N.V. Nederlandse Gasunie RAAMCONTRACT GU PROJECTS QRA Amersfoort W-500-01, W-500-05 en W-500-22 N.V. Nederlandse Gasunie Report No.: 74105429.041, Rev. 0 Document No.: GCS 14.R.54341 Date: 09-07-2014 Project name: Raamcontract

Nadere informatie

Kwantitatieve risicoanalyse gastransportleidingen N-558-36 en N-558-40 te Bathmen. N.V. Nederlandse Gasunie

Kwantitatieve risicoanalyse gastransportleidingen N-558-36 en N-558-40 te Bathmen. N.V. Nederlandse Gasunie Kwantitatieve risicoanalyse gastransportleidingen N-558-36 en N-558-40 te Bathmen N.V. Nederlandse Gasunie Report No.: 74105429, Rev. 0 Document No.: GCS 14.R.54520 Date: 03-11-2014 Report title: Kwantitatieve

Nadere informatie

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-533-19 Kromslootpark te Almere

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-533-19 Kromslootpark te Almere DNV KEMA Energy & Sustainability Rapport Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-533-19 Kromslootpark te Almere Groningen, 12 december 2012 74101463-GCS 12.R.53340 Kwantitatieve Risicoanalyse

Nadere informatie

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-520-01. i.v.m. verlegging van de leiding

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-520-01. i.v.m. verlegging van de leiding Rapport Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-520-01 i.v.m. verlegging van de leiding Groningen, 22 november 2013 74102436 - GCS 13.R.54017 Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-520-01

Nadere informatie

Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-501-01. i.v.m. aanpassing afsluiterschema W-501-01-KR-054 / W-501-01-KR-055 Waddinxveen

Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-501-01. i.v.m. aanpassing afsluiterschema W-501-01-KR-054 / W-501-01-KR-055 Waddinxveen Rapport Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-501-01 i.v.m. aanpassing afsluiterschema W-501-01-KR-054 / W-501-01-KR-055 Waddinxveen Groningen, 5 juli 2013 74102436- GCS 13.R.53792 Kwantitatieve

Nadere informatie

Landelijk gebied Grootstukkerweg, gasleiding

Landelijk gebied Grootstukkerweg, gasleiding Landelijk gebied Grootstukkerweg, gasleiding NL.IMRO.0037.OV1312-vs01 28 april 2014 Tekeningen en risocoanalyse 1 Tekening N-523-50-KR-031-A13 2 Tekening N-523-50-KR-031-B13 3 Tekening N-523-52-KR-001-A13

Nadere informatie

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding Z-517-17

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding Z-517-17 DNV KEMA Energy & Sustainability Rapport Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding Z-517-17 Groningen, 12 april 2013 74102436- GCS 13.R.53691 Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding Z-517-17

Nadere informatie

Kwantitatieve risicoanalyse gastransportleiding Z-500-01 te Maastricht. N.V. Nederlandse Gasunie

Kwantitatieve risicoanalyse gastransportleiding Z-500-01 te Maastricht. N.V. Nederlandse Gasunie Kwantitatieve risicoanalyse gastransportleiding Z-500-01 te Maastricht N.V. Nederlandse Gasunie Report No.: 74106856.067, Rev. 0 Date: 29-06-2015 Report title: Kwantitatieve risicoanalyse gastransportleiding

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-521-18

Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-521-18 Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-521-18 Groningen, 16 augustus 2012 74101761-GCS 12.R.53034 Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-521-18 Groningen, 14 augustus Auteur M.H.

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding 403190 & 403200

Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding 403190 & 403200 Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding 403190 & 403200 Groningen, 17 juli 2012 KEMA Nederland B.V., Arnhem, Nederland. Alle rechten voorbehouden. Het is verboden om dit document op enige manier

Nadere informatie

Kwantitatieve risicoanalyse gastransportleiding W-534-03 te Zwanenburg. N.V. Nederlandse Gasunie

Kwantitatieve risicoanalyse gastransportleiding W-534-03 te Zwanenburg. N.V. Nederlandse Gasunie Kwantitatieve risicoanalyse gastransportleiding W-534-03 te Zwanenburg N.V. Nederlandse Gasunie Report No.: 74106856.120, Rev. 0 Date: 27-10-2015 Report title: Kwantitatieve risicoanalyse gastransportleiding

Nadere informatie

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-521-06. knooppunt Kethelplein Schiedam

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-521-06. knooppunt Kethelplein Schiedam DNV KEMA Energy & Sustainability Rapport Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-521-06 knooppunt Kethelplein Schiedam Groningen, 21 december 2012 74101463-GCS 12.R.53415 Kwantitatieve Risicoanalyse

Nadere informatie

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding N-568-10

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding N-568-10 DNV KEMA Energy & Sustainability Rapport Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding N-568-10 Groningen, 14 september 2012 74101761-GCS 12.R.53074 Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding N-568-10

Nadere informatie

BIJLAGE 7 RISICOANALYSE EXTERNE VEILIGHEID KEMA

BIJLAGE 7 RISICOANALYSE EXTERNE VEILIGHEID KEMA BIJLAGE 7 RISICOANALYSE EXTERNE VEILIGHEID KEMA 24 april 2012 Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding Z-520-38 Groningen, 24 april 2012 74101109-GCS 12.R.52846 Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleidingen Z-529-25 en Z-529-26

Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleidingen Z-529-25 en Z-529-26 Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleidingen Z-529-25 en Z-529-26 Groningen, 19 maart 2012 KEMA Nederland B.V., Arnhem, Nederland. Alle rechten voorbehouden. Het is verboden om dit document op enige

Nadere informatie

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding Z-528-07

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding Z-528-07 DNV KEMA Energy & Sustainability Rapport Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding Z-528-07 Groningen, 16 november 2012 74101109- GCS 12.R.53286 Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding Z-528-07

Nadere informatie

Gevoeligheidsanalyse hotel NH Schiphol Airport nabij gastransportleidingen A-803, A-553 en A-554 gemeente Haarlemmermeer

Gevoeligheidsanalyse hotel NH Schiphol Airport nabij gastransportleidingen A-803, A-553 en A-554 gemeente Haarlemmermeer Gevoeligheidsanalyse hotel NH Schiphol Airport nabij gastransportleidingen A-803, A-553 en A-554 gemeente Haarlemmermeer Groningen, 2 augustus 2011 74100564-GCS 11-R.52204 Gevoeligheidsanalyse Hotel NH

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Zuivelhoeve toekomstige situatie. Door: Afdeling Beleid en Advies

Kwantitatieve Risicoanalyse Zuivelhoeve toekomstige situatie. Door: Afdeling Beleid en Advies Kwantitatieve Risicoanalyse Zuivelhoeve toekomstige situatie Door: Afdeling Beleid en Advies Samenvatting De Zuivelhoeve heeft het voornemen om haar activiteiten, die nu nog verspreidt over verschillende

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-509-06 Den Haag Transvaalkwartier

Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-509-06 Den Haag Transvaalkwartier DNV KEMA Energy & Sustainability Rapport Kwantitatieve Risicoanalyse Gastransportleiding W-509-06 Den Haag Transvaalkwartier Groepsrisico Haagse Markt o.b.v. een realistische set van saneringsmaatregelen

Nadere informatie

KWANTITATIEVE RISICOANALYSE Besluit externe veiligheid buisleidingen

KWANTITATIEVE RISICOANALYSE Besluit externe veiligheid buisleidingen KWANTITATIEVE RISICOANALYSE Besluit externe veiligheid buisleidingen Heizenschedijk 1 te Moergestel Gemeente Oisterwijk Opdrachtgever: Contactpersoon: BRO de heer J. Miellet Documentnummer: 20130525, C02

Nadere informatie

Zoetermeer. Innovatiefabriek. Kwantitatieve risicoanalyse. 090301.1778700 14-05-2013 concept. ir. R.A. Sips. ing. J. Lauf

Zoetermeer. Innovatiefabriek. Kwantitatieve risicoanalyse. 090301.1778700 14-05-2013 concept. ir. R.A. Sips. ing. J. Lauf Zoetermeer Innovatiefabriek Kwantitatieve risicoanalyse identificatie status projectnummer: datum: status: 090301.1778700 14-05-2013 concept opdrachtleider: ir. R.A. Sips auteur: ing. J. Lauf Adviesbureau

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Wezep, van Pallandtlaan. Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu

Kwantitatieve Risicoanalyse Wezep, van Pallandtlaan. Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu Kwantitatieve Risicoanalyse Wezep, van Pallandtlaan Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu Samenvatting Aan de Zuiderzeestraatweg in Wezep, gemeente Oldebroek, ligt een voormalige bedrijfslocatie, met daarachter

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Thomashuis Parallelweg 58 De Krim. Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu

Kwantitatieve Risicoanalyse Thomashuis Parallelweg 58 De Krim. Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu Kwantitatieve Risicoanalyse Thomashuis Parallelweg 58 De Krim Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu Samenvatting Onderhavige kwantitatieve risicoanalyse is uitgevoerd ten behoeve van bestemmingsplan Buitengebied

Nadere informatie

QRA t.b.v. nieuwbouw nabij gastransportleidingen in Barendrecht

QRA t.b.v. nieuwbouw nabij gastransportleidingen in Barendrecht QRA t.b.v. nieuwbouw nabij gastransportleidingen in Barendrecht Groningen, 4 oktober 2012 Kwantitatieve Risicoanalyse nieuwbouw nabij gastransportleidingen in Barendrecht Groningen, 4 oktober 2012 R.P.

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Hoofdweg Oostvoorne

Kwantitatieve Risicoanalyse Hoofdweg Oostvoorne Kwantitatieve Risicoanalyse Hoofdweg Oostvoorne status datum: status: 19-01-2011 definitief Opdrachtgever: gemeente Westvoorne Opdrachtleider RBOI: mw. drs. J.P. Zevenbergen-Herweijer Samenvatting In dit

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse QRA gasleiding W-553; Bestemmingsplan 'Vijfakkers-Noord' Gemeente Zuidplas

Kwantitatieve Risicoanalyse QRA gasleiding W-553; Bestemmingsplan 'Vijfakkers-Noord' Gemeente Zuidplas Kwantitatieve Risicoanalyse QRA gasleiding W-553; Bestemmingsplan 'Vijfakkers-Noord' Gemeente Zuidplas i Bestemmingsplan Vijfakkers-Noord Gemeente Zuidplas QRA gasleiding W-553 KuiperCompagnons Ruimtelijke

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Saaksum gemeente Zuidhorn

Kwantitatieve Risicoanalyse Saaksum gemeente Zuidhorn Kwantitatieve Risicoanalyse Saaksum gemeente Zuidhorn Door: W. Niessink Steunpunt Externe Veiligheid provincie Groningen Samenvatting Groepsrisicoberekening voor de hogedruk gasbuisleidingen van Gasunie

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Carola HO-Fort Hemeltje 18072011. Door: Peter van der Meiden Milieudienst Zuidoost-Utrecht 18 juli 2011

Kwantitatieve Risicoanalyse Carola HO-Fort Hemeltje 18072011. Door: Peter van der Meiden Milieudienst Zuidoost-Utrecht 18 juli 2011 Kwantitatieve Risicoanalyse Carola HO-Fort Hemeltje 18072011 Door: Peter van der Meiden Milieudienst Zuidoost-Utrecht 18 juli 2011 Samenvatting In het kader van het project de Nieuwe Hollandse Waterlinie

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Schutlandenweg, Hoogeveen. Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu

Kwantitatieve Risicoanalyse Schutlandenweg, Hoogeveen. Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu Kwantitatieve Risicoanalyse Schutlandenweg, Hoogeveen Door: Jeroen ter Avest - BJZ.nu Samenvatting Initiatiefnemer is voornemens de voormalige kantoorlocatie van De Nederlandsche Bank aan de Schutlandenweg

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Nijmegen Template Synthon nieuw. Door: Mark Geurts, MARN

Kwantitatieve Risicoanalyse Nijmegen Template Synthon nieuw. Door: Mark Geurts, MARN Kwantitatieve Risicoanalyse Nijmegen Template Synthon nieuw Door: Mark Geurts, MARN Samenvatting Risiconiveau buisleidingen Het plangebied ligt in de buurt van diverse hogedruk aardgastransportleiding.

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse De Veldkamp

Kwantitatieve Risicoanalyse De Veldkamp Kwantitatieve Risicoanalyse De Veldkamp 13 maart 2014 Gemeente Hengelo afdeling wijkzaken, beleid en advies B. Meijer Samenvatting Voor het bedrijventerrein De Veldkamp wordt een nieuw bestemmingsplan

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Rodenrijse Zoom. (ruimtelijke onderbouwingen Bosplaatstraat en uitwerkingsplan Waddenweg 124 ev)

Kwantitatieve Risicoanalyse Rodenrijse Zoom. (ruimtelijke onderbouwingen Bosplaatstraat en uitwerkingsplan Waddenweg 124 ev) Kwantitatieve Risicoanalyse Rodenrijse Zoom (ruimtelijke onderbouwingen Bosplaatstraat en uitwerkingsplan Waddenweg 124 ev) Samenvatting In dit rapport is zowel een plaatsgebonden risicoberekening als

Nadere informatie

Onderzoek externe veiligheid buisleidingen bestemmingsplan Morgenstond

Onderzoek externe veiligheid buisleidingen bestemmingsplan Morgenstond Onderzoek externe veiligheid buisleidingen bestemmingsplan Morgenstond Onderzoek externe veiligheid buisleidingen bestemmingsplan Morgenstond Onderzoek naar de externe veiligheid hoge druk aardgasleidingen

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse aargastransportleiding Stadslandgoed Barnewinkel

Kwantitatieve Risicoanalyse aargastransportleiding Stadslandgoed Barnewinkel Kwantitatieve Risicoanalyse aargastransportleiding Stadslandgoed Barnewinkel Projectbureau externe veiligheid regio Stedendriehoek Opgesteld door: Hansjurgen Heinen Gezien door: Liesbeth Spoelma Datum:

Nadere informatie

Carola risicoberekening 'Hoofdstraat 27 De Steeg

Carola risicoberekening 'Hoofdstraat 27 De Steeg Carola risicoberekening 'Hoofdstraat 27 De Steeg Omgevingsdienst Regio Arnhem Colofon: Rapportnummer: 141108107-1 Plaats en datum: Arnhem, Versie: 01 Opdrachtgever Gemeente Rheden Postbus 9110 6994 ZJ

Nadere informatie

Reimerswaal. Kwantitatieve risicoanalyse. Kwantitatieve risicoanalyse buisleidingen Gasunie t.b.v. bestemmingsplannen Kruiningen en Waarde 10-01-2012

Reimerswaal. Kwantitatieve risicoanalyse. Kwantitatieve risicoanalyse buisleidingen Gasunie t.b.v. bestemmingsplannen Kruiningen en Waarde 10-01-2012 Reimerswaal Kwantitatieve risicoanalyse Kwantitatieve risicoanalyse buisleidingen Gasunie t.b.v. bestemmingsplannen Kruiningen en Waarde identificatie planstatus projectnummer: datum: 0703.008776.00 0703.008772.00

Nadere informatie

Kwantitatieve risicoanalyses hogedrukaardgasleidingen Wassenaar

Kwantitatieve risicoanalyses hogedrukaardgasleidingen Wassenaar Kwantitatieve risicoanalyses hogedrukaardgasleidingen Wassenaar Rapport voor bestemmingsplannen Ammonslaantje-Maaldrift + Hofcamp door: G. Tweebeeke Bureau EV Haaglanden Juli 2012 Inhoud Samenvatting...

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse BP Schellingwoude incl ontwikkelingen. Door: SnMusc

Kwantitatieve Risicoanalyse BP Schellingwoude incl ontwikkelingen. Door: SnMusc Kwantitatieve Risicoanalyse BP Schellingwoude incl ontwikkelingen Door: SnMusc Inhoud Samenvatting... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 1 Inleiding... 3 2 Invoergegevens... 4 2.1 Interessegebied... 4

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Externe veiligheidsberekening buisleiding Baarn. Door: R Polman

Kwantitatieve Risicoanalyse Externe veiligheidsberekening buisleiding Baarn. Door: R Polman Kwantitatieve Risicoanalyse Externe veiligheidsberekening buisleiding Baarn Door: R Polman Samenvatting De Gasunie heeft per brief van mei 2011 aan de gemeente Baarn verzocht na te gaan of sprake is van

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Bestemmingsplan bedrijventerrein Noord en West. Door: Steunpunt Externe Veiligheid Drenthe

Kwantitatieve Risicoanalyse Bestemmingsplan bedrijventerrein Noord en West. Door: Steunpunt Externe Veiligheid Drenthe Kwantitatieve Risicoanalyse Bestemmingsplan bedrijventerrein Noord en West Door: Steunpunt Externe Veiligheid Drenthe Samenvatting Binnen het bestemmingsplan ligt één locatie niet buiten de 10-6 risicocontour.

Nadere informatie

Bijlage 3 Rapportage risicoanalyse buisleidingen

Bijlage 3 Rapportage risicoanalyse buisleidingen Bijlage 3 Rapportage risicoanalyse buisleidingen KWANTITATIEVE RISICOANALYSE Besluit externe veiligheid buisleidingen Gemeente Steenbergen Opdrachtgever: Contactpersoon: Gemeente Steenbergen Mevrouw M.

Nadere informatie

Hillegom. Ontwikkeling Pastoorslaan Hillegom. Kwalitatieve risicoanalyse. 25-10-2010 concept definitief 020104.14951.00. mw. mr. C.T.

Hillegom. Ontwikkeling Pastoorslaan Hillegom. Kwalitatieve risicoanalyse. 25-10-2010 concept definitief 020104.14951.00. mw. mr. C.T. Hillegom Ontwikkeling Pastoorslaan Hillegom Kwalitatieve risicoanalyse identificatie status datum: status: 25-10-2010 concept definitief projectnummer: 020104.14951.00 opdrachtleider: mw. mr. C.T. Ploeger

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Verantwoording groepsrisico, Kerkstraat/R. Koetsierstraat,Lemelerveld. Door: Gemeente Dalfsen, mei 2011

Kwantitatieve Risicoanalyse Verantwoording groepsrisico, Kerkstraat/R. Koetsierstraat,Lemelerveld. Door: Gemeente Dalfsen, mei 2011 Kwantitatieve Risicoanalyse Verantwoording groepsrisico, Kerkstraat/R. Koetsierstraat,Lemelerveld Door: Gemeente Dalfsen, mei 2011 Inhoudsopgave 2. Inleiding... 4 3. Invoergegevens... 5 3.1 Interessegebied...

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Haytinksdijk 1a Barchem

Kwantitatieve Risicoanalyse Haytinksdijk 1a Barchem Kwantitatieve Risicoanalyse Haytinksdijk 1a Barchem (behorende bij project DOS 2012-502867) Door: Projectbureau externe veiligheid Stedendriehoek Projectleider/auteur Projectmanager Projectdirecteur J.J.G.

Nadere informatie

Kwantitatieve risicoanalyse aardgasleiding Vecht en Zuilen. (toets t.b.v. inventarisatie Gasunie)

Kwantitatieve risicoanalyse aardgasleiding Vecht en Zuilen. (toets t.b.v. inventarisatie Gasunie) Kwantitatieve risicoanalyse aardgasleiding Vecht en Zuilen (toets t.b.v. inventarisatie Gasunie) Opsteller rapportage: J. van Berkel Organisatie: Stadsontwikkeling gemeente Utrecht Adres: Postbus 8406

Nadere informatie

Reimerswaal. grootschalige bedrijventerreinen. kwantitatieve risicoanalyse 0703.008581.00 20-01-2012. ing. B. van Vliet.

Reimerswaal. grootschalige bedrijventerreinen. kwantitatieve risicoanalyse 0703.008581.00 20-01-2012. ing. B. van Vliet. Reimerswaal grootschalige bedrijventerreinen kwantitatieve risicoanalyse identificatie planstatus projectnummer: datum: 0703.008581.00 20-01-2012 projectleider: opdrachtgever: ing. J.A. van Broekhoven

Nadere informatie

Kwantitatieve risicoanalyse realisatie Kreekrijk te Krommenie

Kwantitatieve risicoanalyse realisatie Kreekrijk te Krommenie Kwantitatieve risicoanalyse realisatie Kreekrijk te Krommenie Externe Veiligheid QRA Hogedruktransportleidingen Gemeente Zaanstad Definitief In opdracht van: VBM Ontwikkeling Postbus 374 1800 AJ ALKMAAR

Nadere informatie

Externe veiligheidsparagraaf. Bestemmingsplan Skoatterwald

Externe veiligheidsparagraaf. Bestemmingsplan Skoatterwald Externe veiligheidsparagraaf Bestemmingsplan Skoatterwald Toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: - het gebruik,

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse buisleiding N-533-20 Bestemmingsplan Gooisekant en de Uitgeverij

Kwantitatieve Risicoanalyse buisleiding N-533-20 Bestemmingsplan Gooisekant en de Uitgeverij Rapport Kwantitatieve Risicoanalyse buisleiding N-533-20 Bestemmingsplan Gooisekant en de Uitgeverij Auteur: Gert-Jan vd Bovenkamp Almere, augustus 2015. Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Invoergegevens... 4 2.1

Nadere informatie

Milieuonderzoeken Losplaatsweg Noordwijk te Noordwijk

Milieuonderzoeken Losplaatsweg Noordwijk te Noordwijk Milieuonderzoeken Losplaatsweg Noordwijk te Noordwijk Onderzoek externe veiligheid gasleiding Opdrachtgever Thunnissen Ontwikkeling BV Contactpersoon de heer M. Goesten Kenmerk R073255aa.00001.cvg Versie

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse woningbouw Nieuweroord aan de Hoogeveensche vaart 185

Kwantitatieve Risicoanalyse woningbouw Nieuweroord aan de Hoogeveensche vaart 185 Kwantitatieve Risicoanalyse woningbouw Nieuweroord aan de Hoogeveensche vaart 185 Door: Henk Zwiers Cluster R&B/Advies Gemeente Hoogeveen d.d. 13 april 2011 versie 01 Samenvatting Het gaat om een wijziging

Nadere informatie

QRA hogedruk aardgas buisleidingen

QRA hogedruk aardgas buisleidingen Auteur: N. den Haan Collegiale toets: L. Jansen Datum: 20-7-2011 QRA hogedruk aardgas buisleidingen Gemeente Woensdrecht t.b.v. bestemmingsplanwijziging Huijbergseweg 140 (theetuin) 2 Inhoudsopgave 1 Algemene

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse gasleiding W-517-04 Voorofsche Zoom Boskoop

Kwantitatieve Risicoanalyse gasleiding W-517-04 Voorofsche Zoom Boskoop Kwantitatieve Risicoanalyse gasleiding W-517-04 Voorofsche Zoom Boskoop Door: Omgevingsdienst Midden-Holland, R. Wegerif 5 augustus 2014 Samenvatting Deze risicostudie is uitgevoerd om de risico s in beeld

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse aardgasleidingen Lage Weide

Kwantitatieve Risicoanalyse aardgasleidingen Lage Weide Kwantitatieve Risicoanalyse aardgasleidingen Lage Weide Opsteller rapportage: J. van Berkel Organisatie: Stadsontwikkeling gemeente Utrecht Adres: Postbus 8406 3503 RK Utrecht Rapport datum: 6 april 2011

Nadere informatie

Risico-inventarisatie Uitbreidingslocatie Golfbaan Wageningen

Risico-inventarisatie Uitbreidingslocatie Golfbaan Wageningen Risico-inventarisatie Uitbreidingslocatie Golfbaan Wageningen Onderdeel: Externe Veiligheid Definitief Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 18 juli 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Leeswijzer... 5

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Externe veiligheid t.g.v. de aardgastransportleiding kern "Loon op Zand"

Kwantitatieve Risicoanalyse Externe veiligheid t.g.v. de aardgastransportleiding kern Loon op Zand Kwantitatieve Risicoanalyse Externe veiligheid t.g.v. de aardgastransportleiding kern "Loon op Zand" Door: Jan Kieboom 23 december 2010 Samenvatting Ten zuiden van de kern "Loon op Zand" is gelegen de

Nadere informatie

Planlocatie Nuland Oost te Nuland

Planlocatie Nuland Oost te Nuland Planlocatie Nuland Oost te Nuland Risico-inventarisatie Externe Veiligheid Definitief In opdracht van: Gemeente Maasdonk Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 31 januari 2011 Verantwoording Titel : Planlocatie

Nadere informatie

Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello

Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello Notitie Contactpersoon Maaike Teunissen Datum 20 juni 2012 Kenmerk N004-4638202MTU-evp-V01-NL Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello 1 Inleiding 1.1 Achtergrond en doel van het

Nadere informatie

memo betreft: Quickscan externe veiligheid woontoren Bètaplein Leiden (120728)

memo betreft: Quickscan externe veiligheid woontoren Bètaplein Leiden (120728) memo aan: van: Green Real Estate BV Bas Hermsen c.c.: datum: 12 juni 2015 betreft: Quickscan externe veiligheid woontoren Bètaplein Leiden (120728) 1. Aanleiding De ontwikkeling in het plangebied voorziet

Nadere informatie

Gemeente Tiel, maart 2013 Projectnummer: 74300265. Kwantitatieve risicoberekening aardgastransportleiding Gemeente Tiel, ontwikkelingen Tiel - Oost

Gemeente Tiel, maart 2013 Projectnummer: 74300265. Kwantitatieve risicoberekening aardgastransportleiding Gemeente Tiel, ontwikkelingen Tiel - Oost Gemeente Tiel, maart 2013 Projectnummer: 74300265 Kwantitatieve risicoberekening aardgastransportleiding Gemeente Tiel, ontwikkelingen Tiel - Oost Opdrachtgever Project Projectnummer : 74300265 Status

Nadere informatie

Madewater en Westmade te Monster externe veiligheid. Concept

Madewater en Westmade te Monster externe veiligheid. Concept Madewater en Westmade te Monster externe veiligheid Rapportnummer O 15571-1-RA-001 d.d. 8 april 2015 Madewater en Westmade te Monster externe veiligheid opdrachtgever Gemeente Westland (Gemeentekantoor

Nadere informatie

Risicoberekeningen spoor Den Bosch Stationskwartier Locatie F

Risicoberekeningen spoor Den Bosch Stationskwartier Locatie F Risicoberekeningen spoor Den Bosch Stationskwartier Locatie F Heijmans Vastgoed b.v. Maart 2012 Concept Risicoberekeningen spoor Den Bosch Stationskwartier Locatie F dossier : BA8595 registratienummer

Nadere informatie

Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Uitbreiding Feanwâlden De Bosk te Feanwâlden

Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Uitbreiding Feanwâlden De Bosk te Feanwâlden Advies Externe Veiligheid inzake bestemmingsplan Uitbreiding Feanwâlden De Bosk te Feanwâlden Algemeen toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig

Nadere informatie

Kapelle. QRA hogedruk aardgas buisleidingen. In opdracht van de provincie Zeeland

Kapelle. QRA hogedruk aardgas buisleidingen. In opdracht van de provincie Zeeland Kapelle QRA hogedruk aardgas buisleidingen In opdracht van de provincie Zeeland Auteur: Niels den Haan Collegiale toets: Kees Aarts Datum: 2012 Consequentieonderzoek Bevb, QRA Kapelle 2 Inhoudsopgave 1

Nadere informatie

Projectnummer: D01011.000636.0100. Opgesteld door: J.C. Pronk. Ons kenmerk: 076890706:A. Kopieën aan:

Projectnummer: D01011.000636.0100. Opgesteld door: J.C. Pronk. Ons kenmerk: 076890706:A. Kopieën aan: MEMO ARCADIS NEDERLAND BV Piet Mondriaanlaan 26 Postbus 220 3800 AE Amersfoort Tel 033 4771 000 Fax 033 4772 000 www.arcadis.nl Onderwerp: Risicoberekening aardgasleiding Steenakker Amersfoort, 6 januari

Nadere informatie

Externe Veiligheid bestemmingsplan Maanweg 31 Leusden

Externe Veiligheid bestemmingsplan Maanweg 31 Leusden Externe Veiligheid bestemmingsplan Maanweg 31 Leusden Opdrachtgever : Gemeente Leusden, dhr. P. van der Heijden Adviseur : Servicebureau Gemeenten Auteur : de heer R. Polman Projectnummer : SB G/POLR/537414

Nadere informatie

Herstructurering Biedermeier Mariaberg te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 19 december 2012 Referentie 20122015-04

Herstructurering Biedermeier Mariaberg te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 19 december 2012 Referentie 20122015-04 Herstructurering Biedermeier Mariaberg te Maastricht Quickscan externe veiligheid Datum 19 december 2012 Referentie 20122015-04 Referentie 20122015-04 Rapporttitel Herstructurering Biedermeier Mariaberg

Nadere informatie

Risico-inventarisatie Gebiedsontwikkeling Poelkampen Zandwinlocatie

Risico-inventarisatie Gebiedsontwikkeling Poelkampen Zandwinlocatie Risico-inventarisatie Gebiedsontwikkeling Poelkampen Zandwinlocatie Externe veiligheid Definitief In opdracht van: Vos Zand en Grind BV Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 20 juli 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding...

Nadere informatie

P.C.A. Kassenberg. Betreft : Risicoberekening gastransportleiding N-523-77-KR-018 t/m 021

P.C.A. Kassenberg. Betreft : Risicoberekening gastransportleiding N-523-77-KR-018 t/m 021 66912927-GCS 09.M.50268 09-10-01 FMB Notitie aan : A.J. Glas Gasunie van : F.M. den Blanken KEMA kopie : Registratuur KEMA Registratuur Gasunie P.C.A. Kassenberg Gasunie Betreft : Risicoberekening gastransportleiding

Nadere informatie

Dorado Beach. Externe Veiligheid. Definitief. Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 29 oktober 2013. GM-0115908, revisie 00

Dorado Beach. Externe Veiligheid. Definitief. Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 29 oktober 2013. GM-0115908, revisie 00 Dorado Beach Externe Veiligheid Definitief Grontmij Nederland B.V. Arnhem, 29 oktober 2013 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Leeswijzer... 5 2 Begrippenkader externe veiligheid... 6 2.1 Het begrip risico...

Nadere informatie

Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven)

Advies Archeologie Plangebied Smidsvuurke 5, (gemeente Veldhoven) Administratieve gegevens Advies Archeologie NAW-gegevens plan: Plan: Oppervlakteplangebied: RO-procedure: Smidsvuurke 5 te Veldhoven Realisatie van een woning. De totale oppervlakte van het plangebied/perceel

Nadere informatie

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Transport Autosnelweg A-73 in verband met uitbreiding Inter Chalet

DNV KEMA Energy & Sustainability. Rapport. Kwantitatieve Risicoanalyse Transport Autosnelweg A-73 in verband met uitbreiding Inter Chalet Rapport Kwantitatieve Risicoanalyse Transport Autosnelweg A-73 in verband met uitbreiding Inter Chalet Groningen, 15 oktober 2012 74101519- GCS 12.R.53203 Kwantitatieve Risicoanalyse Transport Autosnelweg

Nadere informatie

Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72. Datum: 29 januari 2015

Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72. Datum: 29 januari 2015 Opdrachtgever: PlanROS Contactpersoon: Dhr. S. Peters Uitgevoerd door: Contactpersoon: WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72 ing.

Nadere informatie

Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72

Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72 Opdrachtgever: BRO Contactpersoon: Dhr. R. Osinga Uitgevoerd door: Contactpersoon: WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer Tel. 043 407 09 71 Fax. 043 407 09 72 ing. J.L.M.M.

Nadere informatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Berekening sportweg 9 Doetinchem bestaande situatie. Door: Frans Geurts

Kwantitatieve Risicoanalyse Berekening sportweg 9 Doetinchem bestaande situatie. Door: Frans Geurts Kwantitatieve Risicoanalyse Berekening sportweg 9 Doetinchem bestaande situatie Door: Frans Geurts Samenvatting Dit betreft een standaard gegenereerd rapport met het programma Carola. Het onderdeel Samenvatting

Nadere informatie

Quickscan externe veiligheid Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel

Quickscan externe veiligheid Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel projectnr. 201716 revisie 00 november 2009 Auteur ing. S. M. O. Krutzen Opdrachtgever Gemeente Capelle aan den IJssel Afdeling Stedelijke Ontwikkeling Postbus

Nadere informatie

Risicoberekening vervoer gevaarlijke stoffen Randweg Zundert

Risicoberekening vervoer gevaarlijke stoffen Randweg Zundert Risicoberekening vervoer gevaarlijke stoffen projectnr. 196747 revisie 00 december 2010 Opdrachtgever Gemeente Zundert datum vrijgave beschrijving revisie 00 goedkeuring vrijgave December 2010 Menno de

Nadere informatie

Uitbreiding Brusselse Poort te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 2 september 2013 Referentie 20112645-13

Uitbreiding Brusselse Poort te Maastricht Quickscan externe veiligheid. Datum 2 september 2013 Referentie 20112645-13 Uitbreiding Brusselse Poort te Maastricht Quickscan externe veiligheid Datum 2 september 2013 Referentie 20112645-13 Referentie 20112645-13 Rapporttitel Uitbreiding Brusselse Poort te Maastricht Quickscan

Nadere informatie

Verantwoording groepsrisico Hogedruk aardgastransportleidingen. Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein 2013' d.d. 14 november 2012

Verantwoording groepsrisico Hogedruk aardgastransportleidingen. Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein 2013' d.d. 14 november 2012 Verantwoording groepsrisico Hogedruk aardgastransportleidingen Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein 2013' d.d. 14 november 2012 Inhoudsopgave 1 1 Aanleiding In en in de nabijheid van het bestemmingsplangebied

Nadere informatie

Notitie. : Aldi Oosterbroekweg Gronsveld. Datum : 1 juni 2015 : Externe veiligheid. 1 Inleiding

Notitie. : Aldi Oosterbroekweg Gronsveld. Datum : 1 juni 2015 : Externe veiligheid. 1 Inleiding Notitie Project Projectnummer : Aldi Oosterbroekweg Gronsveld : 15-170 EV Betreft : Externe veiligheid Behandeld door : Patricia Coenen 1 Inleiding Plangroep Heggen verzorgd de gedeeltelijke herbestemming

Nadere informatie

ADVIES. 1 Probleembeschrijving. 2 Actoren. 3 Oplossingsrichting. 3.1 Wet en regelgeving

ADVIES. 1 Probleembeschrijving. 2 Actoren. 3 Oplossingsrichting. 3.1 Wet en regelgeving ADVIES Aan : Carla Beekhuizen Behandeld door : jag / specialist Externe Veiligheid Datum : 31 oktober 2011 Ons kenmerk : 2011u00820 Onderwerp : Advies externe veiligheid plan kom Winterswijk Bijlagen :

Nadere informatie

Kwantitatieve risicoanalyse hogedruk aardgasleidingen Enschede. Door: Gemeente Enschede

Kwantitatieve risicoanalyse hogedruk aardgasleidingen Enschede. Door: Gemeente Enschede Kwantitatieve risicoanalyse hogedruk aardgasleidingen Enschede Door: Gemeente Enschede Samenvatting Huidige situatie juni 2013 Pagina 2 van 36 Inhoud Samenvatting... 2 1 Inleiding... 4 2 Normstelling externe

Nadere informatie

Onderstaand schema bevat de wijzigingen inzake plandeel Lindonk TOELICHTING

Onderstaand schema bevat de wijzigingen inzake plandeel Lindonk TOELICHTING Staat van wijzigingen van het ontwerp bestemmingsplan: 'Actualisatie BP Buitengebied, 1 e herziening Mattemburgh + Boerderij Lindonk', naar raadsvoorstel: De wijzigingen houden allereerst in dat de toelichting,

Nadere informatie

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen NL.IMRO.1730.ABdorpsstr74zuidlv-0301 Projectgebied Situatie Dorpsstraat 74 Zuidlaarderveen 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Huidige en beoogde

Nadere informatie

GEMEENTE PURMEREND. Verantwoording groepsrisico. Hogedruk aardgastransportleidingen Wheermolen

GEMEENTE PURMEREND. Verantwoording groepsrisico. Hogedruk aardgastransportleidingen Wheermolen GEMEENTE PURMEREND Verantwoording groepsrisico Hogedruk aardgastransportleidingen Wheermolen Inhoudsopgave 1 Aanleiding...2 2 Relevante wetgeving...2 2.2 Plaatsgebonden risico (PR)...2 2.3 Groepsrisico

Nadere informatie

Plattelandmuseum Roosendaalseweg 39 te Sint Willebrord Externe Veiligheid. Datum 27 juni 2012 Referentie 20121095-01 Uw referentie AM12173

Plattelandmuseum Roosendaalseweg 39 te Sint Willebrord Externe Veiligheid. Datum 27 juni 2012 Referentie 20121095-01 Uw referentie AM12173 Plattelandmuseum Roosendaalseweg 39 te Sint Willebrord Externe Veiligheid Datum 27 juni 2012 Referentie 20121095-01 Uw referentie AM12173 Referentie 20121095-01 Rapporttitel Plattelandmuseum Roosendaalseweg

Nadere informatie

Bijlage 3 Externe veiligheid

Bijlage 3 Externe veiligheid Bijlage 3 Externe veiligheid Buitengebied Oostflakkee 117 Notitie Aan : Van : ing. M.M.H.M. Braun Datum : 9 juli 2012 Kopie : Onze referentie : 9X0652C0/N00001/903870/Rott HASKONING NEDERLAND B.V. RUIMTE

Nadere informatie

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, van nr. IenM/BSK-2012/ Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, van nr. IenM/BSK-2012/ Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Besluit van houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes (Besluit externe veiligheid transportroutes) Op de voordracht

Nadere informatie

Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging

Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging Ruimtelijke Onderbouwing Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging Gemeente Tynaarlo September 2012 NL.IMRO.1730.ABYdermade3depunt-0301 Inhoudsopgave 2.1 Beschrijving van het projectgebied,

Nadere informatie

ACTUALISATIE ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID PASTOOR VAN DE MEIJDENSTRAAT RAPPORTAGE

ACTUALISATIE ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID PASTOOR VAN DE MEIJDENSTRAAT RAPPORTAGE ACTUALISATIE ONDERZOEK EXTERNE VEILIGHEID PASTOOR VAN DE GEMEENTE OISTERWIJK 19 februari 2014 077565769:A - Definitief D01071.000056.0100 Inhoud 1 Inleiding... 3 1.1 Aanleiding... 3 1.2 Doel... 3 1.3

Nadere informatie

Externe Veiligheid ontwikkeling Amefa-terrein Apeldoorn

Externe Veiligheid ontwikkeling Amefa-terrein Apeldoorn Notitie Contactpersoon George Rutten Datum 18 februari 2009 Kenmerk N003-4615698RTG-srb-V01-NL Externe Veiligheid ontwikkeling Amefa-terrein Apeldoorn 1 Inleiding In opdracht van BAM Woningbouw heeft Tauw

Nadere informatie

ADVIES. 1 Probleembeschrijving. 2 Actoren. 3 Oplossingsrichting

ADVIES. 1 Probleembeschrijving. 2 Actoren. 3 Oplossingsrichting ADVIES Aan : Carla Beekhuizen / gemeente Winterswijk Behandeld door : F. Th. Geurts / specialist Externe Veiligheid Datum : 28-06-2011 Ons kenmerk : 2011u000012 Onderwerp : Groepsrisicoberekening Dennendijk

Nadere informatie

Goirle, Vennerode. Onderzoek externe veiligheid. Auteur(s) drs. M. de Jonge. Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus 70 5120 AB Rijen

Goirle, Vennerode. Onderzoek externe veiligheid. Auteur(s) drs. M. de Jonge. Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus 70 5120 AB Rijen Goirle, Vennerode Onderzoek externe veiligheid projectnr. 183803 revisie 02 31 maart 2009 Auteur(s) drs. M. de Jonge Opdrachtgever Woonstichting Leyakkers Postbus 70 5120 AB Rijen datum vrijgave beschrijving

Nadere informatie

Memo. Notitie beoordeling externe veiligheid ten behoeve van Bestemmingsplan de Driehoek Ermelo

Memo. Notitie beoordeling externe veiligheid ten behoeve van Bestemmingsplan de Driehoek Ermelo Aan ODNV, Douwe Visser Van Tim Waanders Memo Notitie beoordeling externe veiligheid ten behoeve van Bestemmingsplan de Driehoek Ermelo Inleiding Gemeente Ermelo heeft de Omgevingsdienst Noord Veluwe (ODNV)

Nadere informatie

Memo. Inleiding. Beleidskader

Memo. Inleiding. Beleidskader Memo datum 13 maart 2013 aan Hester van Griensven Croonen Adviseurs van Roel Kouwen Antea Group kopie Jeroen Eskens Antea Group project Bestemmingsplan Gezondheidscentrum Labouréstraat, Beek projectnummer

Nadere informatie

GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL

GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL 131-034 GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL Uitwerkingsplan Het Leeuwse Veld fase 1 Kwantitatieve risicoanalyse 12 april 2013 INHOUD BLZ 1. INLEIDING... 3 2. WETTELIJK KADER... 5 2.1. Wetgeving... 5 2.2. Toetsing...

Nadere informatie

Controle: drs. ing. E.J. Scheer Paraaf:

Controle: drs. ing. E.J. Scheer Paraaf: Onderzoek externe veiligheid Woningbouw Weteringshoek te Rossum projectnummer RM090178 Opdrachtgever: Grekas B.V. Versienummer: 1.0 Datum: 9 december 2013 Auteur: drs. ing. M.L.W. Andela Controle: drs.

Nadere informatie

ZOETERMEER Rokkeveenseweg 182 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

ZOETERMEER Rokkeveenseweg 182 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ZOETERMEER Rokkeveenseweg 182 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING RBOI - Rotterdam bv Delftseplein 27b Postbus 150 3000 AD Rotterdam telefoon (010) 201 85 55 E-mail: info@rboi.nl Zoetermeer Rokkeveenseweg 182 RUIMTELIJKE

Nadere informatie