PAPIER. De witte kunst

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "PAPIER. De witte kunst"

Transcriptie

1 PAPIER De witte kunst

2 Inhoudsopgave Papier. 3 Geschiedenis van papier.. 4 Grondstoffen van papier.. 6 Papierproductie.. 20 Onderverdeling processen in de papierfabriek. 22 Papiervezel en hulpstofvoorbereiding 25 Papiermachine. 28 Papiersoorten. 33 Papierformaten 40 Papiereigenschappen. 42 Gebruik van papier.. 44 Druktechnische problemen 49 2

3 PAPIER Het instrument voor beschaving Inleiding Dit boek beschrijft papier in al zijn aspecten, beginnend bij de geschiedenis van papier. Het vertelt hoe papier wordt geproduceerd, wat voor soorten papier er bestaan en waar deze soorten papier voor worden gebruikt. Er wordt ook geschreven over de ecologische aspecten van papier en over alternatieven voor papier. Belang van papier De uitvinding van papier is van groot belang geweest voor de ontwikkeling van de mensheid. Het vasthouden van informatie, met name voor contractuele verplichtingen, was vitaal voor de ontwikkeling van de handel. Het besturen van een land of rijk was zoveel eenvoudiger, toen wetten en instructies op papier (of een andere informatiedrager) konden worden gezet en over het land verspreid konden worden. Zonder papier was de reformatie niet mogelijk geweest. Een van de centrale redenen waarom de reformatie lukte, was dat de Bijbel niet langer exclusief in de handen van de geestelijkheid bleef, maar ter beschikking gesteld werd aan het volk. Papier als informatiedrager voor opleiding en scholing maakte verdere ontwikkeling van de maatschappij en ook de nijverheid mogelijk. Er waren weliswaar alternatieven voor papier, maar geen enkel was zo goedkoop en in dergelijke grote hoeveelheid voorhanden. De Gutenberg Bijbel, een van de eerste gedrukte boeken Oude boeken in een bibliotheek 3

4 Geschiedenis van papier De geschiedenis van papier begon net na het begin van de Christelijke jaartelling. de papyrusplant Papyrus Het woord papier verwijst naar de papyrusplant. Deze plant groeit aan de waterkant van rivieren in het Midden-Oosten, zoals de Nijl. Het "papier" van de papyrusplant werd eerst door de Babyloniërs, daarna door de Egyptenaren (rond 3000 v. Chr.) en vervolgens door Grieken en Romeinen gebruikt om voornamelijk contractuele afspraken vast te leggen. Het papier uit de papyrusplant werd gemaakt door de stengel en de bladeren van de papyrusplant op elkaar te leggen en door het uitoefenen van druk met elkaar te verbinden. Dit was een vrij moeizaam en langdurig proces. De papyrusrepen werden met elkaar verbonden door er met hamers op te slaan. Daarbij kwam er sap uit de bladeren dat weer diende als lijm tussen de repen. Andere vroegere informatiedragers De oudste informatiedragers zijn de grottekeningen, die voornamelijk vertellen over het dagelijkse leven uit die tijd. De Sumer schreven met een spijkerschrift op de zachte kleitabletten rond 3200 v. Chr, ongeveer gelijktijdig met de Egyptaneren die speksteen gebruikten. Andere organische informatiedragers als papyrus waren leer, perkament, hout en schors. In de Romeinse Tijd werden ook wasbordjes gebruikt, waar de teksten ingekrast werden en zeker voor gebouwen werden de teksten in het steen gegraveerd (inscriptie). Bij de Chinezen zijn ook de materialen schelp, botten en ivoor bekend; bij de Indiërs werden bladeren van palmen gebruikt. Verder zijn nog als informatiedrager gebruikt: jade, ijzer, goud, zilver, tin, brons, bamboe en zijde. vroege papierproductie door de Chinezen Uitvinding van papier Papier uit plantaardige vezels werd uitgevonden door de Chinees Tsai Lun, die in 105 n. Chr. textielvezels en vezels uit de bast van de moerbeiboom in water vermengde en daaruit een vel papier schepte. De uitvinding van papier was een van de redenen voor de bloei van de China, omdat papier het bestuur van China vergemakkelijkte. Archeologische opgravingen hebben echter al papier aan het licht gebracht, dat gebruikt werd in de periode van 140 tot 87 v. Chr. 4

5 Verspreiding van de kennis van het papiermaken Vanuit China werd de kunst van het papiermaken rond 610 verbreid naar Korea en Japan. De Arabieren leerden de techniek van het papiermaken in de 8e eeuw van de Chinezen, naar verluidt door gevangenname van Chinezen met deze kennis door de Arabieren. De Arabieren verspreiden de kunst van het papiermaken tijdens hun veldtochten in Noord-Afrika en in Zuid-Europa. De eerste papierfabricage op Europees grondgebied was in 1144 in Xativa (bij Valencia) in Spanje. De eerste landen in Europa, dat niet onder controle van de Arabieren stond, met papierproductie waren Italië en Spanje in de 13e eeuw, hoewel het gebruik van papier in Europa al sinds 1100 bekend is. Er wordt melding gemaakt van een papierfabriek in Fabriano (bij Ascona) in Italië in Rond deze tijd werd ook het lijmen van papier met dierlijm in Italië uitgevonden. De Duitsers hadden hun eerste papiermolen in Daarna volgde de rest van Europa aan het einde van de 15e eeuw. In België was de eerste papierproductie in Huy (Hoei) in 1405 en in Nederland in Dordrecht in Papierproductie voor de mechanisatie van het papiermaken Locatiebepaling van papierproductie De locatie van papierproductie wordt bepaald door 2 factoren: De aanwezigheid van grondstoffen De aanwezigheid van kracht/energie De aanwezigheid van grondstoffen was, voor de uitvinding van het gebruik van vezels van bomen, afhankelijk van de beschikbaarheid van lompen. Deze lompen, afgedragen kleding, waren met name beschikbaar in stedelijke centra. De vezels die toendertijd voor papier werden gebruikt, waren van katoen. De aanwezigheid van kracht was noodzakelijk voor het maalproces dat de vezels moesten ondergaan. Hiervoor werden waterkrachtmolens of windmolens gebruikt. De papierindustrie was van de 17e eeuw tot de 19e eeuw in Nederland voornamelijk geconcentreerd op de Veluwe (aanwezigheid van waterkracht) en in de Zaanstreek (aanwezigheid van grondstoffen en windkracht). Waterkracht leverde op de Veluwe vanwege het geringe hoogteverschil niet de benodigde energie voor hoge kwaliteit papier, zodat op de Veluwe voornamelijk verpakkingspapier en in de Zaanstreek wit schrijfpapier werd geproduceerd. Verdere mechanisatie en ontwikkeling van de papierproductie Een belangrijke uitvinding was omstreeks 1670 de Hollander. Dit apparaat zorgde voor een verbetering van het maalproces van de vezel. Hierdoor konden niet alleen meer lompen als grondstof worden gebruikt, maar ook (oude) touwen en vissernetten. Dit vergrootte de beschikbaarheid van grondstoffen aanzienlijk. In 1744 werd de blekende werking van chloor ontdekt en aan het einde van de 18e eeuw werd dit toegepast om katoen, de grondstof voor papier, te bleken. De uitvinding van de papiermachine aan het begin van de 19e eeuw vergrootte de mechanisatie van 5

6 het papiermaken en daarbij de productiecapaciteit. Donkin in Engeland en Robert in Frankrijk ontwikkelden de eerste papiermachines. Mongolfier en Foudrinier ontwikkelden het concept verder; er werd een langzeefmachine ontwikkeld. De huidige langzeefpapiermachines hebben nog altijd een vergelijkbare opbouw, zodat deze papiermachines vaak ook met Foudriniers worden aangeduid. In 1806 werd er nog een belangrijke uitvinding gedaan namelijk het lijmen van papier, dat nodig is om het papier beter beschrijfbaar te maken, met aluin en aluminiumsulfaat. Dit proces verving grotendeels de oppervlaktelijming van papier met dierlijke lijm. Rond 1845 werd het mogelijk om, door hout met een draaiende slijpsteen te behandelen, vezels uit hout vrij te maken. Dit proces werd ontwikkeld door de Duitser Friedrich Gottlob Keller. De ontwikkeling van alternatieve vezelbronnen werd ingegeven door de schaarste aan lompen en door de tegelijkertijd stijgende behoefte aan papier. Papier gemaakt van houtslijp vergeelde echter sterk door de aanwezigheid van lignine, zodat men kwaliteitspapier nog steeds van lompen bleef maken. Aan het einde van de 19e eeuw werd in Scandinavië een bleekproces ontwikkeld, waardoor het lignine uit de houtslijp kon worden verwijderd. De vergeling van het papier werd hierdoor duidelijk minder, zodat katoenen vezels uit lompen, als grondstof van papier, voortaan had afgedaan. In de 20e eeuw werd de papiermachine verder verbeterd, waardoor papier met steeds hogere snelheid en kwaliteit kon worden geproduceerd. En verdere verbetering kwam door de toepassing van meet- en regeltechniek in papiermachines vanaf En verdere belangrijke ontwikkeling die rond 1985 begon is de ontwikkeling van bleekmethoden die zonder elementair chloor werken. De ECF-methoden die werkt met chloraat en chloordioxide en de TCF-techniek die geheel werkt zonder stoffen met chloor, maar met ozon, zuurstof en waterstofperoxide. Grondstoffen van papier Overzicht hulpstoffen Papier bestaat uit een mengsel van de volgende stoffen: Vezels Water Vulstof Retentiemiddel Kleurstoffen Opwitters Lijmmiddel Zetmelen Natvastmiddel Allerlei hulpstoffen, die eigenschappen van papier beïnvloeden Celstof, water en waterstofbruggen Het minste waaruit een papier moet bestaan, is celstof en water. Zonder water zouden de papiervezels zich niet goed met elkaar verbinden. De bindingen tussen de vezels worden verkregen door waterstofbruggen tussen de zuurrest- en hydroxylgroepen (basische OH-groep) op de cellulose, of door water dat voor een extra krachtoverbrenging tussen deze groepen zorgt. Alle overige stoffen helpen mee in het productieproces of modificeren eigenschappen van het papier. Vezels voor papier Verschillende soorten vezels kunnen voor het papiermaken worden gebruikt. De bekendste is de houtvezel. In de begintijd van papier werden plantaardige vezels gebruikt zoals linnen, hennep en katoen afkomstig uit lompen. Een beruchte vezel die ooit tot papier werd verwerkt, is de asbestvezel. 6

7 Tot in de zestiger jaren van de 20 e eeuw werd, ook in Nederland, nog asbestpapier geproduceerd. Dit heeft geleid tot vele kankergevallen bij de papiermakers die met asbest hebben gewerkt. Ook verschillende planten, zoals bamboe in China, maar ook riet, kunnen worden gebruikt. De inzet van riet voor de productie van papier is rond de negentiger jaren van de 20e eeuw in Nederland serieus onderzocht. Houtvezels Celstof, in de vorm van houtvezel, is de belangrijkste grondstof voor papier. Andere benamingen die voor celstof in gebruik zijn, zijn pulp of papierpulp, papiervezel en cellulose. Celstof als grondstof ontstaat na de volgende bewerkingen: Hout als grondstof verzamelen, meestal kaphout uit productiebossen, dunhout en zagerijresten. Zagen, ontbasten en soms chippen. Chippen is verkleinen van hout met messen, zodat het beter verwerkt kan worden. Ontsluiten van de vezels Bleken. Drogen en vormen tot celstofbalen. Deze laatste stap wordt alleen gedaan als het niet gaat om geïntegreerde productie van papier. Dat wil zeggen dat het papier niet op dezelfde plaats als de celstof geproduceerd wordt. Hout Zowel naaldhout als loofhout wordt gebruikt als grondstof voor celstof. Meestal wordt celstof van eucalyptus als aparte groep naast naald- en loofhout opgevat, vanwege de speciale vezels (relatief kort maar wel dik), hoewel het eigenlijk bij het loofhout hoort. In Nederland bestaat er geen celstofindustrie. Alle celstoffen voor de productie van fijnpapier worden geïmporteerd. Typische bomen die vezels voor de papierindustrie leveren, zijn: Fijnspar (vurenhout) Grove den (grenenhout) Berk Populier Beuk Eucalyptus In tegenstelling tot wat veel wordt gedacht, zijn vezels van tropisch hardhout nauwelijks geschikt voor de productie van papier. papiervezels bekeken onder een microscoop Ontsluiten van vezelgrondstoffen Er zijn twee hoofdvormen van ontsluiten: mechanisch of chemisch. Er bestaat echter ook een tussenvorm. Mechanisch onsloten pulp wordt wel houthoudend genoemd, chemisch ontsloten pulp houtvrij. Houthoudend is een misleidende term en slaat eigenlijk op de aanwezigheid van lignine. Hout bestaat behalve uit vezels ook uit lignine. Lignine zorgt voor de verbinding van de vezels in de boom en moet dus verwijderd of behandeld worden om celstof te kunnen maken. 7

8 Celstof, an sich, staat eigenlijk alleen voor chemisch ontsloten vezels; toch worden hier ook kort de mechanische ontsluitingsvormen behandeld. Mechanisch ontsluiten De eerste ontsluitingsvorm is houtslijp. Een boomstam wordt tegen een ronddraaiende slijpsteen gedrukt. Daarbij komt veel warmte vrij, zodat het hout met extra water gekoeld moet worden. De hoge temperatuur die ontstaat, verzwakt het lignine (de bindingsstof tussen de vezels), waardoor de vezel bij het slijpen vrijkomt. Een gedeelte van de vezels wordt bij dit proces verkort. houtslijper met drukverhoging De tweede ontsluitingsvorm is drukslijp. Dit is bijna hetzelfde als houtslijp, echter vindt het proces plaats onder hoge druk. Bij hogere druk kan de temperatuur ook hoger zijn, waardoor de ligninestructuur nog verder verzwakt wordt. De derde ontsluitingsvorm is thermoslijp. Dit proces loopt onder normale druk. Hierbij wordt de temperatuur in het proces geregeld. Er wordt warm hout in plaats van koud hout gebruikt. De vierde ontsluitingsvorm is RMP, refiner mechanical pulp. Hier wordt gebruik gemaakt van gechipt hout. Het hout wordt in een refiner geleid. Een refiner bestaat uit een of meer platen met messen erop. De platen draaien en drukken hierbij tegen een stilstaande plaat, waarbij de vezel bij contact met de platen en messen uit het hout wordt getrokken. De vijfde ontsluitingsvorm is CRMP, chemical refiner mechanical pulp. Dit is eigenlijk een tussenvorm tussen mechanisch en chemisch ontsluiten. Voordat de chips in de refiner geleid worden, worden ze eerst behandeld met sulfiet of bisulfiet. Hierdoor wordt een sterkere vezel verkregen, maar met een lager rendement, zodat er minder bruikbare vezels uit een boom overblijven. De zesde ontsluitingsvorm is TMP, thermo mechanical pulp. De chips worden eerst voorverwarmd, voordat ze in de refiner geleid worden. De zevende ontsluitingsvorm is CTMP, chemo thermo mechanical pulp. De chips worden behalve met warmte ook met sulfiet voorbehandeld. Deze pulp is de beste houthoudende, mechanisch ontsloten pulp. Deze laatste vorm wordt ook wel "semi-chemical" genoemd en is dus de overgang van mechanisch naar chemisch ontsluiten. 8

9 Chemisch ontsluiten Er zijn twee processen voor chemisch ontsluiten: het sulfietproces en het sulfaatproces. Sulfietproces Dit proces is uitgevonden in Met het sulfietproces wordt ongeveer 15% van de celstof geproduceerd. Voor de chemische reactie wordt gebruik gemaakt van zwaveligzuur (H 2 SO 3 ). Voor een voldoende hoge reactiesnelheid (tijdsduur waarin de reactie verloopt) wordt de temperatuur verhoogd tot ongeveer 120 C. Het lignine is normaal niet oplosbaar in water. Het bisulfiet-ion (HSO 3 - ), dat ontstaat uit zwaveligzuur, reageert met (sulfoneert) de lignine, waardoor de lignine oplosbaar in water wordt. Het zuur (H 3 O + ) hydrolyseert de lignine met hetzelfde resultaat. Het sulfietproces is een discontinu proces. Het rendement ligt ongeveer op 55%. Sulfaatproces Het sulfaatproces is sinds 1879 in gebruik. Dit proces is 7">alkalisch. De loog laat de houtstructuur zwellen, zodat de kookvloeistof in het hout kan indringen. Dit gebeurt bij een hoge temperatuur van 180 C. Doordat dit proces zo agressief is, is het ook geschikt voor moeilijke houtsoorten, zoals grenenhout. De chemische reacties zijn: NaOH Na + + OH - Na 2 S + H 2 O HS Na + + OH - HS - + H 2 O H 2 S + OH - De actieve substantie is het hydrosulfide-ion (HS - ), afkomstig van natriumsulfide (Na 2 S). In de kookvloeistof bevindt zich ook natronloog (NaOH) en soda (Na 2 CO 3 ). De naam van het sulfaatproces komt van de stof natriumsulfaat (Na 2 SO 4 ) dat bij het opwerken van de kookvloeistof tot natriumsulfide gereduceerd wordt. Het hydrosulfide-ion reageert met de methoxylgroepen (CH 3 O - ) van de lignine in het hout en vormt CH 3 SH, een stinkende mercaptaan. Dit mercaptaan zorgt voor de typische geur (of stank) van een pulpfabriek. Ook worden de ketens van lignine opengebroken met de hydroxide en hydrosulfideionen. Het eindproduct bevat nog altijd 3 tot 5% lignine. Behalve lignine worden ook de harsen met dit proces uit het hout verwijderd. Het sulfaatproces is een continu proces. Het rendement ligt bij 45 tot 50%, dat wil zeggen dat meer dan 50% van het hout niet voor de celstofproductie kan worden gebruikt en anderszins gebruikt moet worden, of afval wordt. Bleken Bleken wordt gedaan om de witheid te verhogen. Ook bij bleken gaat het om reducering of behandeling van de na de vezelontsluiting overgebleven lignine. Lignine veroorzaakt op termijn een bruine verkleuring bij blootstelling aan licht. Er bestaat lignine-verwijderende bleking (waarbij lignine uit de celstof gehaald wordt) en lignine-modificerende (waarbij de lignine chemisch wordt veranderd, zodat de negatieve eigenschappen van lignine niet meer optreden) bleking. Lignine-modificerende bleking Deze bleking is erop gericht om de resonerende groepen (resonantie in een molecuul veroorzaakt de bruinkleuring) van de lignine op te breken. Dit kan met oxidatieve en reductieve bleking. Oxidatieve bleking gebeurt met waterstofperoxide H 2 O 2 in een alkalisch milieu bij een temperatuur van 70 C. Omdat niet alle kleurveroorzakende groepen daarmee worden geëlimineerd, moet een reducerende bleking ondernomen worden. Deze bleking wordt gedaan met hydrosulfiet (S 2 O 4 - ) dat met zuurstof 9

10 reageert. Deze zuurstof moet van de lignine worden genomen, zodat ook deze groepen op de lignine niet meer kleuractief zijn. Om ervoor te zorgen dat de sulfiet niet met de zuurstof uit de lucht reageert, vindt de reactie zonder lucht (bijvoorbeeld met een stikstof-atmosfeer) plaats. Deze reactie verloopt in een neutraal milieu. Lignine-verwijderende bleking De blekingstappen zijn verschillende trappen van bleking en vervolgens wassen van de pulp. Vroeger werd hoofdzakelijk met chloor (Cl 2 ) gebleekt. Onder druk van de milieubewegingen zijn deze bleekprocessen door meer milieuvriendelijke processen vervangen. Het grootste probleem met chloorbleking is de vorming van chloorhoudende afbraakproducten. Tegenwoordig worden in het ECF-proces (elementair chloorvrij) hoofdzakelijk chloorbleekloog of hypochloriet (ClO - ) en chloordioxide (CLO 2 ) gebruikt. In het TCF-proces (totaal chloorvrij) worden de volgende stoffen toegepast: zuurstof (O 2 ), waterstofperoxide (H 2 O 2 ) en ozon (O 3 ). Bleken wordt in meerdere trappen uitgevoerd. Bijvoorbeeld C-E-H-D-E-D, wat wil zeggen chloor, extractie met natronloog, vervolgens hypochlorietbleking, chloordioxidebleking, extractie met natronloog, chloordioxide. Chloorbleking functioneert door reactie van de chloor met de lignine, waardoor de lignine oplosbaar wordt onder vorming van zoutzuur. Hypochloriet werkt door het openbreken van de kleurveroorzakende aromaat-ringen van de lignine. Chloordioxide is een sterke oxidator en ook bij deze bleking ontstaat zoutzuur. Ook de peroxidebleking werkt door oxidatie van de aromaatringen in het lignine. De werking van de zuurstof- of ozonbleking berust op oxidatie van de lignine (zoals bij chloor). De alkali-extractie (met natronloog) moet de zure afbraakproducten van lignine verwijderen. De milieuwinst van het TCF-proces ten opzichte van het ECF-proces is beperkt en discutabel. Weliswaar ontstaan minder chloorhoudende afvalproducten, maar het rendement van hout dat in celstof omgezet wordt, is lager, dus is er meer hout nodig voor een gelijke hoeveelheid celstof. Eenjarige planten en andere plantensoorten Het overgrote deel van de plantaardige vezels voor de papierindustrie is afkomstig van hout. Een klein deel is afkomstig van grassoorten zoals suikerriet, bamboe, stro en esparto, alsook van katoen, vlas (van lijnzaad), rijst en jute (kenaf). Het probleem van dergelijke grondstoffen is het onregelmatige aanbod. De oogst is geconcentreerd rond een deel van het jaar, zodat een continue papierproductie met dergelijke vezels slechts moeilijk te realiseren is. Grassoorten leveren korte vezels op in vergelijking met houtvezels, zodat de papieren gemaakt van grassoorten over het algemeen minder sterk zijn. Daarentegen is katoen (ook wel linters genoemd) een uitstekende vezelsoort; de vezel is lang, sterk, wit, goed bleekbaar en vergeelt niet zo sterk. Katoen wordt veelal ingezet voor de productie van kunstpapieren en bankbiljetten. Oud papier Oud papier is intussen de belangrijkste vezelbron voor de papier- en kartonindustrie. Maximaal 81% van het gebruikte papier kan worden gerecycled (bij de 19% zijn soorten als tissue- en toiletpapier) Oud papier wordt op grond van de verschillende kwaliteit (en dus prijs) onderverdeeld in de volgende klassen: A: Ondersoorten B: Middensoorten 10

11 C: Betere soorten D: kraftafvallen De verdeling kan overigens verschillen per land. De papierverwerkingsbedrijven leveren de betrouwbaarste papierafval. Dit betreft 52% van de totale hoeveelheid ingezameld papier en karton. 10% wordt ingezameld bij kantoorbedrijven. Oud papier wordt ook ingezameld bij de huishoudens (38%). Dit laatste levert over het algemeen een vrij lage kwaliteit oud papier, omdat het goede witte papier vermengd is met het wat minderwaardige karton. In 2005 werd volgens de The European Recovered Paper Council (ERPC) 56% van het gebruikte papier en karton weer ingezameld, hetgeen overeenkomt met 46,6 miljoen ton papier en karton. Recyclepercentages per jaar ,9% 49,4% 49,8% 52,1% 53,4% 53,6% 54,6% 56% De redenen voor het gebruik van oud papier als grondstof zijn als volgt: Beperking van huishoudelijk afval en daarmee afvalverwerkingskosten Er is minder energie nodig om oud papier als grondstof voor te bereiden in vergelijking met verse vezels. Er zijn minder bomen nodig om de gelijke hoeveelheid papier te maken en nog meer ecologische aspecten. De kostprijs van oud papier is lager dan de kostprijs van verse vezels. Papier/Water Water heeft een centrale rol in de papierproductie, zowel als onderdeel van papier als ook als medium tijdens de papierproductie. Water als grondstof van papier In papier bevindt zich 4% tot 10% water, afhankelijk van de papiersoort. Water als grondstof is niet alleen goedkoop, het zorgt er ook voor dat de papiervezels met elkaar worden verbonden. Papier zonder water zou als los zand uit elkaar vallen. waterstofbruggen Water functioneert als verbindingsmiddel tussen de papiervezels door de vezels met waterstofbruggen met elkaar te verbinden. Op de oppervlakte van de papiervezel bevinden zich groepen met -OH (hydroxyl) en -COOH (zuurrest). Deze groepen kunnen met water een waterstofbrug vormen en zorgen zo voor het overbruggen van de afstand tussen de onderlinge vezels. Het watergehalte kan op 2 manieren worden aangegeven: Absoluut vochtgehalte Relatief vochtgehalte 11

12 Absoluut vochtgehalte Het absolute vochtgehalte wordt bepaald door het papier volledig uit te drogen. Door het stuk papier voor en na het drogen te wegen, kan het percentage water in het papier bepaald worden. Het kan ook uitgedrukt worden als x gram water per gram papier. Relatief vocht Omdat het bepalen van het absolute vochtgehalte bewerkelijk is, wordt het vochtgehalte van papier vaak uitgedrukt in een relatief vochtgehalte, gemeten met een hygrometer. Dit is een afgeleide eenheid: men bepaalt namelijk niet het vochtgehalte van het papier, maar van de omgevingslucht van het papier. Die omgevingslucht bevat een bepaald percentage water. Papier is een materiaal dat water uit de lucht kan opnemen, maar ook afgeven. Aangenomen dat de vochtuitwisseling tussen het papier en de lucht in evenwicht is, kan men uit het relatieve vochtgehalte van de lucht dus het vochtgehalte van het papier vinden. Daartoe moet wel een correlatie tussen absoluut en relatief vochgehalte voor een bepaalde papiersoort worden gemaakt; de correlatie verschilt namelijk tussen de verschillenden papiersoorten. Indien het watergehalte van de papiersoort kopieerpapier 5% is (absoluut vochtgehalte), komt dit ongeveer overeen met een relatief vochtgehalte van 50% in de omgevingslucht, bij een standaardtemperatuur van 23 C. Als dit papier in een ruimte komt met een relatief vochtgehalte van 30% (dat is relatief droog), dan zal het papier water afgeven aan de omgevingslucht waardoor het absolute vochtgehalte in het papier zal dalen. Bij één vel papier zal zicht snel een evenwicht instellen, waarbij netto geen vocht meer wordt uitgewisseld tussen het papier en de omgevingslucht. Indien het een grote rol papier betreft, zal eerst het vochtgehalte aan de buitenkant van het papier omlaag gaan, door afgifte van water aan de omgevingslucht. Vocht van de binnenkant naar de rol zal door migratie het tekort aan water aan de buitenzijde aanvullen, wat ook weer deels afgegeven wordt aan de omgevingslucht. Op den duur zal ook hier een evenwicht ontstaan, waarbij netto geen vocht meer uitgewisseld wordt. Het instellen van een evenwicht kan met rollen tot meer dan een week duren.het is dus belangrijk om papier op temperatuur te laten komen en dit noemen wij acclimatiseren. Hoeveel tijd dit acclimatiseren neemt hangt af van zowel de inhoud van de pallet als van het temperatuurverschil, zie tabel. Hoeveelheid papier per pallet Temperatuurverschil papier-werkruimte 5ºC 7ºC 10ºC 15ºC 20ºC 25ºC 30ºC 35ºC ca 0,2 m ca 0,4 m ca 0,6 m ca 1,0 m ca 2,0 m

13 De conclusies zijn duidelijk Verwerk alleen geacclimatiseerd papier. Komt papier van buiten of uit een magazijn waar een andere temperatuur heerst, houdt dan rekening met de tijd die het acclimatiseren vergt. Open de verpakking voor het temperaturen en sluit de verpakking daarna weer goed af. Acclimatiseer het papier altijd in de gesloten verpakking! Wel de bandijzers losknippen. Dek uitgepakt papier in de drukkerij af met plastic hoezen die tot op de grond komen of wikkel het papier in rekfolie. Water als medium tijdens de papierproductie Het principe van papiermaken berust op het toevoegen en daarna weer verwijderen van water. Water dient als transportmiddel voor de vezels, maar maakt het ook mogelijk dat de papiervezels efficiënt kunnen worden gemalen. In de stofvoorbereiding vlak voor de papiermachine wordt de vezelmassa nog eens extra verdund, zodat de vezelconsistentie voor de stofoploop naar de papiermachine tussen 0,5% en 1% komt te liggen. Deze verdunning is nodig om het te vormen papier een goede doorzicht of egale vezelverdeling mee te geven. Hier volgt een overzicht van de waterkringloop in de papierfabriek in de procesonderdelen: Papiervezel- en hulpstofvoorbereiding en bladvorming. kringloop Vulstof en retentie In de papierindustrie wordt vulstof gebruikt om de eigenschappen van papier te verbeteren. Bovendien zijn vulstoffen goedkoper dan celstof, zodat het papier goedkoper gemaakt kan worden, wanneer het de papiermaker lukt om meer vulstoffen in het papier te binden. De meeste vulstoffen voor papier zijn van minerale oorsprong. Vulstoffen zorgen ervoor dat de bedrukbaarheid en schrijfbaarheid van papier verbeterd worden. Ook verhoogt een vulstof de opaciteit (dat is het tegenovergestelde van doorzichtigheid) van het papier. De retentie van vulstoffen in papier is belangrijk. De retentie is een maat voor het vasthouden van de mineralen in het papier, ten opzichte van de hoeveelheid mineralen die meespoelt bij de verwijdering van het water in de wordende papierbaan. Van nature zal een vulstof zich niet makkelijk 13

14 aan een papiervezel binden. Daarom wordt voor de binding in het papier een retentiemiddel gebruikt. Vulstoffen kunnen op 2 manieren worden geproduceerd. delven (meestal in dagbouw) en daarna verwijdering van de verontreinigingen chemisch produceren door het laten neerslaan van de pigmenten uit een oplossing van zouten. Verschillende vulstoffen krijt of calciumcarbonaat chinaklei of kaolien, een aluminiumsilicaat titaanwit of titaandioxide talk of magnesiumsilicaat Pigmenten, die meer ingezet worden in de coatings en maar zelden als vulstof: kiezelzuur of siliciumdioxide aluminiumoxide aluminiumhydroxide ijzeroxide magnesiumoxide blanc fixe of bariumsulfaat calciumsulfaat synthetische pigmenten, zoals polystyreenbolletjes zinkwit of zinkoxide zinksulfide calciumcarbonaat magnesiumoxide calsiumsulfaat talk kiezelzuur zinkoxide Kaoliën (chinaklei) titaandioxide Eigenschappen van vulstoffen poedervormig praktisch onoplosbaar in water makkelijk dispergeerbaar verhoogt de opaciteit maakt het eindproduct goedkoper verbetert bedrukbaarheid en schrijfbaarheid in papier matteert (vermindert glans) verbeteren van de verbinding tussen de verschillende lagen bij coaten 14

15 Retentiemiddel Er zijn verschillende retentiemiddelen, vroeger werd bijvoorbeeld aluin gebruikt. Een retentiemiddel wordt toegevoegd om de vulstof, die meestal een slechts licht geladen oppervlakte heeft, in het papier te binden. Het retentiemiddel is een relatief lang polymeer met sterke kationische groepen (meestal ammoniumgroepen). Tegenwoordig veel gebruikte retentiemiddelen zijn gebaseerd op polyacrylamide en polyethyleenimine. Het retentiemiddel vormt een soort brug tussen de vulstof en de vezel. Met een retentiemiddel kan het vulstofgehalte van papier aanmerkelijk verhoogd worden. Een retentiemiddel werkt ook als ontwateringsmiddel bij het papiermaakproces. Omdat papiermachines zo snel lopen, moet het water in minder dan 1 seconde worden verwijderd. Een retentiemiddel helpt hierbij door de vezels in korte tijd dicht bij elkaar te brengen. Een retentiemiddel werkt door: Ladingneutralisatie. De oppervlakte van een vezel en de meeste vulstoffen is negatief geladen, hierdoor stoten ze elkaar normaliter af. Omdat het retentiemiddel positief geladen is, zal deze de negatieve lading van de vezel/vulstof compenseren, zodat de vezels elkaar kunnen naderen Plaatselijke omlading. Het retentiemiddel is sterk positief geladen. Het zal bij een "reactie" met de vezel/vulstof, de vezel/vulstof plaatselijk positief omladen. De positieve lading zal een negatief geladen deeltje aantrekken, waardoor de vezels en vulstofffen elkaar sneller naderen. Brugvorming. Hierbij vormt de positieve lading van het retentiemiddel een brug tussen 2 vezels of een vezel en een vulstofdeeltje, die beide negatief geladen zijn. De retentie wordt bepaald met de volgende formule: R = retentie C o = consistentie in de stofoploop C z = consistentie in het zeefwatermengsel (dat wil zeggen consistentie in het uit de papierbaan verwijderde water) Dit is de totale retentie. Een andere belangrijke retentiebepaling is de bepaling van de vulstofretentie. Dit wordt bepaald met dezelfde formule als hierboven echter met de consistenties voor de vulstof. Papier/Kleuren en witheid De papiermassa, ook van wit papier, kan en wordt meestal aangekleurd. Verhogen van de witheid Nuanceren Een nuanceerkleurstof zorgt ervoor dat reflectie in het gele en rode gedeelte van het zichtbare spectrum wordt onderdrukt. Spectrum van zichtbaar licht van 400 tot 700 nanometer Doordat de kleurstof straling absorbeert, wordt de helderheid van het materiaal verminderd, in tegenstelling tot de werking van een opwitter, waarbij de helderheid juist wordt verhoogd. Voor het verhogen van de witheid wordt meestal een combinatie van nuanceerkleurstoffen en opwitters gebruikt. Blauwe en violette kleurstoffen worden het meest gebruikt voor de nuancering. 15

16 Een nadeel van het gebruik van kleurstoffen is dat het papier minder licht terugstraalt, oftewel het krijgt een grijzere, maar wel wittere kleurtoon. Dit wordt veroorzaakt door de zogenaamde substractieve kleurmenging, waarbij de kleur onderdrukt wordt (licht wordt geabsorbeerd), door het toevoegen van een kleurstof. Zie bijgaand plaatje (indien alle primaire kleuren worden samengevoegd, wordt zelfs helemaal geen licht teruggestraald; zie het zwarte driehoekje in het midden van de figuur). Opwitten Een (optische) witmaker (opwitter) wordt gebruikt om het papier witter te maken. Het effect van een opwitter is dat straling uit het onzichtbare ultraviolette deel van het spectrum wordt omgezet in zichtbaar blauw licht. Een blauwe toon in wit geeft een gevoel van verhoging van de witheid. Dit wordt bevestigd door de witheidsformules, die gebaseerd zijn op de menselijk waarneming, zoals de CIE-witheidsformule. De ISO-Brightness meet de witheid zelfs aan hand van de reflectiewaarde bij 457nm. Deze golflengte ligt in het blauwe gedeelte van het zichtbare spectrum. De opwitter zorgt ervoor dat er straling wordt toegevoegd aan de reflectie van het zichtbare licht. Het verhoogt de helderheid van het materiaal. De traditionele en meest gebruikte opwitters zijn stilbeensulfonzuren, echter in de laatste jaren zijn ook andere chemische stoffen met opwittend effect ontwikkeld. De werking van de opwitters is afhankelijk van het licht dat op het papier schijnt, maar ook van de gebruikte pigmenten/vulstoffen in het papier. Stoffen als titaandioxide, die juist ingezet worden om de witheid te verhogen, absorberen namelijk het ultraviolette licht dat door de opwitter in zichtbaar blauw licht wordt omgezet. Dus een combinatie van titaandioxide en opwitter werkt niet goed. Een combinatie van calciumcarbonaat als pigment/vulstof en opwitter werkt daarentegen weer heel goed. Calciumcarbonaat reflecteert in het zichtbare deel van het spectrum veel licht terug en absorbeert vrijwel geen ultraviolette licht, zodat alle beschikbare straling door de opwitter in zichtbaar licht kan worden omgezet. De stilbeensulfonzuren kunnen 2 (di), 4 (tetra) of 6 (hexa) sulfongroepen hebben. De witkracht van de hexastilbeensulfonzuren is hoog, maar daarvoor bindt het heel slecht aan de papiervezel. Bij de distilbeensulfonzuren is dat juist omgekeerd. Om een hoge opwitting te krijgen, kunnen distilbeensulfonzuren aan de papiermassa voor de papiermachine toegevoegd worden, terwijl hexastilbeensulfonzuren het beste samen met de zetmeellijm of polyvinylalcohol bij de oppervlaktebehandeling van het papier ingezet kunnen worden. Kleuren Vele papiersoorten, bijvoorbeeld papier voor brieven, worden speciaal aangekleurd. Het doel is hier het verkrijgen van een specifieke kleur. De mogelijke verschillende kleuren zijn vrijwel oneindig. Hier volgt een overzicht van de hoofdkleuren en ook bij welke frequentie deze kleur is aan te treffen: Kleur rood Oranje Geel Groen Cyaan Blauw Indigo Violet Golflengte 740 R 625 O 590 G 565 G B 450 I 430 V 380 in nanometers (nm) Omdat de celstof zelf varieert in kleur, worden dergelijke gekleurde papiersoorten meestal batchgewijs geproduceerd (in tegenstelling tot veel gebruikte papiersoorten, die in een continu proces 16

17 worden geproduceerd). Een batch met papiergrondstoffen wordt aangekleurd door het toevoegen van verschillende kleurstoffen. Dit proces is nauwelijks te automatiseren, zodat hoge mate van vakmanschap van de kleurmaker noodzakelijk is. Een goede beheersing van het papierproductieproces maakt ook een continue kleuring mogelijk (de kleur moet echter wel constant worden gehouden). Ook een kleuring bij de oppervlaktebehandeling met zetmeel in de lijmpers is mogelijk. Kleurstoffen zijn beschikbaar als pigmenten, voor een kleurstabiele kleuring, en als organische stoffen. De pigmenten zijn echter moeilijker aan de vezel te binden (alleen met een fixeermiddel) en ze zijn bovendien vrij duur. De organische kleurstoffen worden of direct aan de vezel gebonden of met een fixeermiddel (in het geval van negatief geladen moleculen). De meeste producenten van gekleurd papier proberen het aantal kleuren beperkt te houden, om de voorraad niet te groot te laten worden. Echter de markt voor gekleurde papieren wordt gedeeltelijk door de mode bepaald, zodat telkens weer nieuwe kleuren ontwikkeld en op de markt gebracht moeten worden. Lijm- en natvastmiddel Lijming Een lijmingsmiddel zorgt ervoor dat het papier waterafstotend wordt. Dit is belangrijk voor de beschrijfbaarheid en de bedrukbaarheid van het papier en dat het papier voor een nabehandeling zoals strijken/coaten beter voorbereid is. Lijmingsmiddelen kunnen aan de massa, dat wil zeggen in de stofvoorbereiding, of aan het oppervlakte, dat wil zeggen in de lijmpers, toegevoegd worden. De lijmingsmiddelen hebben over het algemeen een apolair deel en een polair geladen deel. Het polaire gedeelte zorgt voor de binding met de papiervezel; het apolaire deel zorgt voor de waterafstotende werking van het papier (dat nodig is voor een goede beschrijfbaarheid). De oudste lijming werd gedaan met dierlijke lijm, gemaakt van uitgekookte botten en huiden (meestal van schapen). Het papier werd voor een lijming gedoopt in een oplossing van deze kraakbeenlijm met aluminiumsulfaat (papiermakersaluin). Later werd de lijming met harslijmen ontwikkeld. Harsen ontstaan bij het verwerkingsproces van bomen tot celstof. Deze harssoort wordt ook wel colophoniumhars genoemd. Deze harsen lossen slecht op in water, hetgeen opgelost kan worden met verzepen van de hars. De hars is negatief geladen, evenals de celstofvezel. Papiermakersaluin (aluminiumsulfaat) wordt dan gebruikt om de hars aan de vezel te binden, doordat de aluminium een positief geladen brugdeeltje is. Deze lijming kan alleen plaats vinden bij een zuur productieproces. Bij een zuur productieproces kan geen calciumcarbonaat gebruikt worden als vulstof. Carbonaat met zuur reageert namelijk tot koolstofdioxide (CO 2 ) en water; het papier zou gaan borrelen! Papier dat in een zuur proces wordt gemaakt, kan alleen gevuld worden met calciumsulfaat en kaolien, waardoor het minder wit is dan papier gevuld met calciumcarbonaat. Bovendien is de houdbaarheid van zuur papier niet hoog, het vergeelt snel en het papier valt uit elkaar bij veroudering. Voor lijming van papier dat bij een neutraal proces wordt geproduceerd (dat met de witte vulstof calciumcarbonaat kan worden gevuld), moesten andere middelen gebruikt en ontwikkeld worden. De nu meest gebruikte, zogenaamde synthetische lijmmiddelen, zijn ASA (alkenyl succinic anhydride) en AKD (alkylketeendimeer). AKD is iets makkelijker dan ASA om het papier te lijmen. Het nadeel van AKD is dat het papier, in tegenstelling tot ASA en harslijm, nog niet volledig gelijmd is nadat het 17

18 productieproces afgesloten is. Volledige lijming bij het gebruik van AKD wordt pas tot 2 weken na de productie bereikt. De waterafstotende werking (lijming) wordt gemeten als Cobb-waarde. De Cobb-waarde wordt bepaald door het papier gedurende een vastgestelde tijd met water nat te maken. Na afloop van de tijd wordt de opgenomen hoeveelheid water gewogen. Is de opgenomen hoeveelheid water hoog dan is het papier vrijwel ongelijmd; de Cobb-waarde is hoog. Natvastmiddel Een natvastmiddel zorgt ervoor dat het papier in natte toestand zijn sterkte beter behoudt. Zonder natvastmiddel is de sterkte van papier in natte toestand slechts 3 tot 10% van de sterkte, wanneer het papier droog is. Dit is bijvoorbeeld belangrijk bij een papieren zakdoek, want na het snuiten mag het papier niet scheuren. Een natvastmiddel werkt doordat ze bij droging in de droogpartij van de papiermachine driedimensionale structuren laat ontstaan, die de vezels omvatten, ook bij de punten waar de vezels met elkaar in contact komen. Indien het papier nat wordt, zal deze drie-dimensionale structuur niet aangetast worden en wordt zo een bepaalde sterkte van het papier in natte toestand behouden. In een zuur proces werken natvastmiddelen op basis van ureumformaldehyde en melamineformaldehyde het best. In een neutraal productieproces werken middelen op basis van polyamide en polyamine het best. Ureumformaldehyde Zetmeel in de massa Zetmeel wordt toegevoegd in de massa omdat het de verbindingen tussen vezels kan verbeteren. Zetmeel is een polysaccharide, net als cellulose en daarom lijken beide stoffen veel op elkaar. Zetmeel kan door waterstofbruggen binden aan de celstofketens van cellulose. Een nog betere verbinding wordt bereikt wanneer de zetmeel gemodificeerd is met quarternaire ammoniumgroepen. Dit maakt de zetmeel kationisch (positief geladen) zodat het een sterkere binding kan aangaan met de negatief geladen oppervlakte van de celstofvezel. Kationisch zetmeel in de massa verbetert dus de onderlinge binding tussen de vezels. Zetmeel op de oppervlakte Zetmeel op de oppervlakte wordt aangebracht in de lijmpers in de droogpartij van de papiermachine. Zetmeel fungeert daar als een bindmiddel en zorgt ervoor dat de componenten in het papier beter aan het papier zijn gebonden. Daarnaast vermindert het de wateropname (en verbetert daarbij de beschrijfbaarheid van het papier). Zetmeel wordt voornamelijk gewonnen uit maïs, aardappel, tarwe en rijst. Zetmeel bestaat uit de stoffen amylopectine en amylose. 18

19 amylopectine amylose Door de zetmeellijm te mengen met andere stoffen, zoals pigmenten, kan de bewerking ook leiden tot het kleuren van papier, verbeterde drukeigenschappen (bijvoorbeeld voor inkjet-printers of offset-persen), verbeterde weerstand tegen verbranden, of een verbetering van de oppervlakte waardoor een behandeling met een coating na de papiermachine wordt vergemakkelijkt. Men kan oppervlaktezetmeel modificeren, zodat de eigenschappen van het zetmeel zich veranderen. Er bestaan: geoxydeerde zetmelen gefosfateerde zetmelen veretherde zetmelen kationische zetmelen Niet gemodificeerde zetmeel noemt men natief zetmeel. Natief zetmeel wordt het meest gebruikt (het is ook het goedkoopst). Natief zetmeel zonder behandeling is minder geschikt voor het oppervlakteverlijmen van het papier. De zetmeelketens zijn te lang en moeten worden verkort. Dit kan op twee manieren worden verkort. De eerste manier is het behandelen van de zetmeel met warmte, waardoor de zetmeelketens doorbroken worden. De tweede manier is wat vriendelijker en berust op de inwerking van een enzym. Het enzym amylase knipt de ketens door, waardoor het zetmeel gebruikt kan worden. Onder andere de viscositeit van het zetmeel wordt dan verlaagd, waardoor het beter toepasbaar is op de lijmpers. Het bepalen van de juiste zetmeelketenlengte is belangrijk. Te kort en het zetmeel wordt te diep in het papier gezogen, tevens is het zetmeel dan makkelijker oplosbaar in water (bij offset-drukprocessen, waarbij met water wordt gewerkt kan dit leiden tot stuiven van het papier). Is de zetmeelketen te lang, dan kan het opdragen van de zetmeel in de lijmpers door de te hoge viscositeit tot een probleem worden. 19

20 Papierproductie Papier is een massaproduct en wordt ook als zodanig geproduceerd. Papierfabrieken zijn groot, papiermachines zijn groot. Binnen de papierindustrie hebben vele fabrieken zich bij elkaar gesloten. Grote papierconcerns zijn onder andere International Paper, Georgia Pacific met hun basis in Noord- Amerika en Stora Enso en UPM Kymmene in Europa. Papierfabrieken kunnen afhankelijk van het type papier dat ze produceren verschillend zijn. Dat begint in de stofvoorbereiding. Indien oud papier of maagdelijke vezels als grondstof wordt gebruikt, wijkt de stofvoorbereiding af. De papiermachines voor tissue, karton of fijnpapier zijn niet hetzelfde. Hier wordt voornamelijk het productieproces voor fijnpapier en karton beschreven. De ontwikkeling van de papierfabriek De eerste papierfabrieken in Europa ontstonden in Italië en Spanje. De grondstof voor papier was voor de eerste papierfabriek vooral katoen uit lompen. Papiermaken was handwerk en er werden vellen papier gemaakt. Het productieproces van toen bestond uit: prepareren van de vezels Het preparen van de vezels werd gedaan door lompen (zoals oude kleren) te verscheuren in kleinere delen. Deze delen werden gekookt in een wateroplossing waar wat loog aan was toegevoegd, waardoor de lompen zacht werden. De vezels moesten daarna uit de rest van de lompen worden gehaald door het mechanisch te bewerken. Dit gebeurde in een hamerbak; dit is een bak moet grote houten hamers, die op de lompen stampten, aangedreven door waterkracht of windkracht. het scheppen van papier uit een bak De geprepareerde vezels werden in een bak gedaan en gemengd met water. Dit geheel werd goed geroerd, zodat de vezels goed verdeeld waren in het water. Een schepraam wordt dan door het mengsel gehaald. Dit is een raam waar een gaas ingespannen is, waarvan de openingen groot genoeg zijn om het water door te laten, maar de vezels terug te houden. het persen van papier in een pers De vellen papier werden vanaf het gaas op een stapel gelegd. Deze stapel bestaat uit papiervellen afgewisseld met een vochtopnemend materiaal. De stapel werd tussen een pers gebracht en de pers werd aangeschroefd. Water wordt daardoor uit het papiervel geperst en in het vochtopnemend materiaal getransporteerd. het drogen van papier Dit werd gedaan door vellen papier na het persen op te hangen op drooglijnen, buiten of op een droogzolder. Na verloop van tijd was dan het papier droog en klaar om verkocht en gebruikt te worden. In Nederland kan men op verschillende locaties bekijken hoe vroeger papier werd gemaakt: Papiermolen "De Schoolmeester" in Westzaan Papierfabriek "De Middelste Molen" in Loenen op de Veluwe De Papiermolen in het Nederlandse Openluchtmuseum in Arnhem Consolidatie Het papier dat het meest gebruikt wordt is een "commodity". Waar vroeger vele papierfabrieken zelfstandig waren, zijn veel papierfabrieken nu onderdeel van een concern. 20

21 De grootste papierfabrieken ter wereld en Europa zijn: Plaats Bedrijf Land Plaats Bedrijf Land Wereld 1 International Paper Europa USA 1 Stora Enso Finland 2 Georgia-Pacific USA 2 UPM-Kymmene Finland 3 Weyerhaeuser USA 3 SCA Zweden 4 Kimberly-Clark USA 4 Metsäliitto Finland 5 Stora Enso Finland 5 Anglo American (Mondi) UK 6 Procter & Gamble USA 6 Jefferson Smurfit (in 2005 gefuseerd met Kappa Packaging) Ierland 7 UPM-Kymmene USA 7 Worms & Cie Frankrijk 8 Nippon Unipac Japan 8 Norske Skog Noorwegen 9 Oji Paper Japan 9 Kappa Packaging (in 2005 gefuseerd met Jefferson Smurfit) 10 SCA Zweden 10 David S. Smith UK Nederland Het alternatief voor de grootschaligheid is het specialiseren in specialiteiten. Met specialiteiten zijn hogere marges te halen, waardoor het gebrek aan schaalgrootte kan worden gecompenseerd. Waar gaat het naar toe? Nieuwe papiermachines worden steeds sneller en groter. De grootste papiermachineproducten ter wereld zijn Voith uit Duitsland en Metso uit Finland. De papierfabriek Palm in Duitsland heeft bij Voith een papiermachine voor krantenpapier besteld dat ton papier per jaar produceert (stand aug 2007). Aan de andere kant worden telkens weer kleinere onrendabele papiermachines gesloten. Er bestaan nog maar weinig onafhankelijke papierproducenten en deze kunnen dan meestal alleen bestaan omdat ze specialiteitenpapier produceren, die een hogere marge opbrengen. De consolidatie in de papierindustrie zal verder doorgaan. Schaalgrootte is van groot belang in een industrie waar de marges laag zijn en waar de prijzen zo volatiel zijn. De papiervraag groeit nog steeds jaarlijks met ongeveer 2% Europawijd. Dit ondanks, of juist dankzij, automatisering en internet. Al jaren wordt het papierloze kantoor voorspeld, en dunne flexibele beeldschermen waarvan je de informatie kan lezen alsof het papier is. Alle voorspellingen zijn nog op niets uitgelopen. Ook in de nabije toekomst blijft papier zijn plaats houden en zal het gebruik verder doorgroeien. 21

22 Onderverdeling processen in de papierfabriek De hoofdprocessen bij de productie van papier zijn: Oudpapierbereiding Papiervezel- en hulpstofvoorbereiding Papiermachine Bladvorming Persen van papier Drogen van papier Nabehandeling van papier Schematisch overzicht Hier volgt een schematisch overzicht van de productie van fijnpapier: Oud papier Oud papier is intussen de belangrijkste grondstof van de papierindustrie geworden. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, kan een vezel niet oneindig worden gebruikt. Een vezel wordt na elke bewerking slechter en kan dan ook voor minderwaardiger papier/karton worden ingezet. Maagdelijke vezels worden voor hoogwaardig fijnpapier gebruikt. Het afval hiervan, vaak kantoorafval, is hoogwaardig oudpapier. Deze type van vezels kan bijvoorbeeld voor krantenpapier worden gebruikt. Krantenafval dan kan als oudpapier voor de productie van kartonsoorten worden ingezet. In totaal kan een vezel ongeveer 6 keer worden gebruikt, daarna is de kwaliteit van de vezel (het wordt telkens korter) dusdanig dat het alleen nog maar als afval kan worden ingezet. Door het verbranden van deze afval, kan de vezel nog energie geven dat benodigd is in het productieproces van papier. Oudpapierbereiding In een eerste fase bestaat uit het voorbereiden van het oudpapier voor het productieproces, d.w.z. 22

23 aanvoer, verwerken van balen, transport naar de pulper. De tweede fase bestaat uit het oplossen van het oud-papier in een pulper. Het oudpapier wordt met water vermengd en krachtige roerwerken zorgen ervoor dat het papier uit elkaar wordt geslagen. Ook in de pulper vindt de eerste grove reiniging plaats. Een kleine anecdote: het bedienen van de pulper wordt vaak als de minste arbeid gezien, die je kan doen binnen het papierproductieproces. Echter bij de oud-papiergebruikers is dit baantje heel gewild. In het oudpapier worden vaak munten gevonden, die ongewild mee worden gegeven door de huishoudens. Deze munten verzamelen zich in de pulper en kan het maandloon van een pulperbediende aardig omhoog krikken. Dan volgen allerlei bewerkingen die erop gericht zijn, onderdelen van het oud-papier, die niet in het productieproces kunnen worden gebruikt, te verwijderen. Verwijdering van niet-papier delen, zoals paperclips, nietjes, plastic en andere met het oud-papier weggegooide materiaal door onder andere zeven. Verwijdering van drukinkten door flotatie. Dispergeren van niet verwijderde verontreinigingen Verwerken van de verwijderde verontreinigingen Het regelen van de consistentie voor verdere verwerkingen van de grondstof in het papiermaakproces. Aan het einde van het proces wordt een hoogwaardige grondstof voor de papierproductie verkregen. De voorbereiding van de vezels is verschillend voor ontinkte grondstof, dan moeten extra handelingen worden uitgevoerd, in vergelijking met het productieproces wanneer inkt in de grondstof mag blijven. Ontinkten In de beginfase worden reeds verschillende chemicaliën toegevoegd en de ph wordt ingesteld (verhoogd), waarmee het latere proces van ontinkten wordt ondersteund. Het oudpapier wordt in een vervezeltrommel geleid. Een vervezeltrommel is een cylinder met een grote diameter (enkele meters) die continu vrij snel draait en 15 tot meer dan 20 meter lang is. Aan de trommel bevinden zich schotten die ervoor zorgen dat er veel turbulentie ontstaat. Ondersteund door de chemicaliën wordt zo het papier uit elkaar geslagen. Andere chemicaliën zorgen ervoor dat de drukinkt van de vezel wordt afgeweekt. Doordat de trommel onder een hoek is geplaatst, wordt de vezelmassa naar het andere uiteinde getransporteerd; de vezelmassa verblijft ongeveer 20 minuten in de trommel. Daarna wordt de stof met een dikstofreiniger gereinigd, waarbij de zware delen worden verwijderd. Ontinkten kan op verschillende manieren, maar hoofdzakelijk wordt het flotatieproces gebruikt. Dit heeft het voordeel dat ook fijne vezels en vulstoffen beschikbaar blijven voor het productieproces van papier. De volgende stappen worden in alle processen doorlopen: losweken van inkt van de vezels (door mechanische energie, warmte en chemicaliëninwerking) scheiden van inkt en vezels behandelen van het proceswater na het ontinktingsproces zodat het weer gebruikt kan worden in het ontinktingsproces (kringloop) behandelen van de afval (drukinkt) Chemicaliën die gebruikt worden voor de ontinkting zijn: Natronloog, met 2 gevolgen: de vezel zwelt, waardoor de drukinkt van de vezel springt. En de hoge ph zorgt voor de afbraak van oliën en harsen van sommige inkten Waterstofperoxide. Dit is een bleekmiddel. Waterglas zorgt voor het dispergeren van de vrijkomende inktdeeltjes DTPA (Diethyl-triamino-penta-natriumacetaat) is een complexvormer, dat metaalionen uit de 23

24 drukinkten verwijdert. Het scheiden van inkt en vezels gebeurt in een wasproces. De vezelstof wordt telkens verdund en vervolgens in een zeeftrommel of schroefpers wordt het water (met verontreinigingen) meermaals verwijderd. In een flotatieproces is het de bedoeling dat inkt aan opstijgende luchtbellen blijft hangen en naar de wateroppervlakte stijgt, alwaar de inkt als schuim van de oppervlakte wordt afgeveegd. Dit proces wordt ondersteund met een speciale zeep of tenside. De hoeveelheid lucht en de doorsnede van de bellen én de consistentie van de vezel/watermassa bepaalt hoe goed dit proces werkt. Het flotatieproces kan in meerdere stappen worden gedaan, waarbij hoeveelheid lucht en de diameter van de luchtbellen kan variëren. Vaak wordt het afgeschepte schuim nog eens nabehandeld, waarbij de vezels die in het schuim zaten, worden gescheiden van het reject. Reiniging De ontinkte stof dient verder te worden gereinigd. Dit gebeurt met: centrifugaalcleaners, zoals cyclonen drukzeven centrifuge (ook wel gyroclean). Deze processen worden uitgevoerd met dunstof, dat wil zeggen vezels in water met een consistentie van 1 tot 1,5%. In een volgende processtap is dikstof nodig, dat wil zeggen vezels in water met een consistentie van ongeveer 5%, zodat na de reiniging een indikkingsstap volgt. Indikking De volgende apparaten zijn in gebruik voor het indikken van dunstof: Schijvenindikker Zeefbandpers. Afhankelijk van het ontwerp van de fabriek zullen deze apparaten alleen of opeenvolgend op elkaar worden gebruikt. Schijvenindikker Een schijvenindikker is een bak met dunstof, waarbij schijven door de bak draaien. Deze schijven bestaan uit segmenten met zeefdoek (filterelementen). Binnen de segmenten heerst een onderdruk, waardoor de dunstof probeert in het segment te komen. De vezels in de dunstof blijven achter op het zeefdoek en het water in het segment wordt afgepompt. Als de schijf uit het water komt, is de oppervlakte van het zeefdoek vol met een laag vezels. Deze laag wordt afgespoten, waarbij de koek in een trechter valt. Deze stof wordt dan genoeg verdund, zodat dikstof is ontstaan, dat evengoed nog verpompt kan worden. Het segment dat verder draait, wordt nog gereinigd alvorens het opnieuw in de stof duikt. Zeefbandpers Een zeefbandpers kan je beschouwen als een klein natgedeelte van een papiermachine. De dunstof wordt tussen 2 zeefdoeken gespoten. Het water wordt dan verwijderd doordat het door het zeefdoek sijpelt (als gevolg van de zwaartekracht) of gedrukt wordt (er staat namelijk spanning op het doek). In het tweede gedeelte van de machine zijn er walzen, die op elkaar drukken (persnip). De dan dikker worden stof wordt daar nogeens uitgeperst en aan het einde valt de koek in een trog. In de trog bevindt zich een slakkenschroef die de koek kapot maakt en verder transporteert. Hier kan dikstof ontstaan met 25% tot 30% vaste stofgehalte (consistentie). De zo gewonnen stof zal naar de stofbereiding voor de papiermachine worden geleid. 24

25 Papiervezel- en hulpstofvoorbereiding Stofbereiding De stofvoorbereiding bestaat uit verschillende delen. Voor oudpapierbereiding kijk aldaar. De stofvoorbereiding kan in volgende deelprocessen worden onderverdeeld. pulperen of vermengen van de celstoffen met water dikstofreiniger zwellen van de vezels malen van de vezels mengen van verschillenden vezelstromen fijnstofreiniging met cyclonen en drukzeven laatste verdunning Daarna is de vezelmassa klaar voor de papiermachine. Bovenaanzicht van een pulper met zicht op de rotor Pulper Zowel oud-papier als ook celstofbalen worden met een pulper met water vermengd. Een pulper is een tank met een opening, waardoor het grondstofmateriaal kan worden geschoven. Op de bodem of aan de zijkant van de pulper zorgt een zeer krachtig roerwerk voor de benodigde turbulentie. De vezels in de balen of in het oud-papier worden in kleine mate door contact met het roerwerk, en in grote mate door de door het roerwerk opgewekte turbulenties en schuifkrachten in de watervezelmassa, losgemaakt van de overige vezels. Een pulper kan continu of batchgewijs worden bedreven. In beide gevallen wordt de vezelwatermassa door de pomp afgezogen waarbij een gatenplaat moet worden gepasseerd. De gatenplaat houdt de te grote delen tegen. De gatenplaat bevindt zich direct achter het roerwerk. Soms worden ook nog hulpstoffen toegevoegd, zoals natronloog, dat de ph van de massa hoger maakt. Hierdoor kan de vezel beter zwellen, dat wil zeggen water opennemen in de vezel, waardoor de diameter van de vezel toeneemt. Deze behandeling vermakkelijkt het prepareren van de vezel later in het productieproces. Zeker bij oud-papier wordt een touw of ijzerdraad in de pulper gelaten, waaromheen zich grove verontreinigingen draaien, zodat al in de pulper een grove reiniging wordt verkregen. Dikstofreiniger De dikstofreiniger is een apparaat, die voor de reiniging gebruik maakt van centrifugaalkrachten. Wanneer een vloeistof heel snel draait, zullen de lichte delen zich naar binnen bewegen en de zware delen naar buiten. Voorbeelden van zware delen is bijvoorbeeld zand, stukjes metaal en dergelijke. Lichte delen kunnen bijvoorbeeld stukjes plastic zijn. De dikstofreiniger heet zo omdat verderop in de stofvoorbereiding ook nog gebruikt wordt gemaakt van cyclonen of dunstofreinigers, waarbij het percentage vezels in water veel lager is. 25

26 De dikstofreiniger ziet er als volgt uit: aan de bovenzijde waar de stof wordt ingevoerd, is de dikstofreiniger het breedst. De vorm van de dikstofreiniger is een naar beneden dunner wordende ronde buis. De stof wordt door een pomp onder druk gezet en wordt tangentieel ingevoerd. Dat wil zeggen dat de stof haaks (in een hoek van 90 ) ten opzichte van de lijn van de buitenkant naar het middelpunt van de buis, wordt ingevoerd. Hierdoor zal de stof direct al een draaiing krijgen. Doordat de buis naar beneden steeds smaller wordt, zal de stof steeds sneller gaan draaien, waardoor de centrifugale krachten worden vergroot. Onderaan in de dikstofreiniger zal de stof stroom zich verdelen. Het buitenste gedeelte (met de zware delen), wordt onder aan in de dikstofreiniger verzameld en continu of periodiek als afval afgevoerd. Het normale en lichte deel van de de stroom zal in beweging omkeren en binnen de circulerende buitenste stroom (die naar beneden gaat), weer naar boven gaan. Bovenaan aangekomen zal de stroom in een buis naar het volgende procesdeel worden vervoerd. Helemaal in het midden kan zich een dunne buis bevinden, die de lichtste delen van de stroom separaat afvoert en behandelt. Refiner en maling Een refiner heeft tot doel de vezel te verbeteren. lange vezels worden verkort vezels worden aan de oppervlakte nuttig beschadigd, dat wil zeggen er worden fibrillen uit de vezel losgemaakt zodat de oppervlakte van de vezel wordt vergroot. Een refiner bestaat uit meerdere platen met messen erop. De papiermassa wordt tussen twee platen doorgeperst, waarbij één of beide platen draaien. De afstand tussen de platen wordt heel beperkt gehouden, zodat de messen de vezels raken. De refiner kan zo ingesteld worden, dat de messen de vezels meer doorsnijden (een snijdende maling) of juist meer fibrilleren (een fibrilerende maling). Naast de droogpartij verbruikt de refiner de meeste energie in het papierproductieproces. Deze energietoevoer zorgt er ook voor dat de temperatuur binnen de papiermassa wordt opgevoerd. Fibrileren Fibrillen zijn kleine dunne vezels die vanuit de grote celstofvezel worden losgemaakt (maar wel met de vezel zijn verbonden). Deze fibrillen vergroten het oppervlak van de celstofvezel. Dat is zinvol omdat hierdoor meer verbindingen met andere vezels kunnen worden gemaakt (met de waterstofbruggen). En dat is zinvol omdat daarmee de sterkte van het papier wordt verhoogd. Snijdende maling Grote lange vezels maken het doorzicht van het papier minder mooi (je ziet de grote vezel dan zitten in het papier), daarom kan het zinvol zijn om de vezel in meerdere delen te snijden. De snijdende maling zorgt daarvoor en zorgt dus voor een mooi egaal doorzicht van het papier. Dit egale doorzicht is een teken voor ook egaal verdeelde papiereigenschappen over de gehele breedte en lengte van het papierblad. Dunstofreiniging Dunstofreiniging wordt gedaan bij een consistentie van kleiner dan 1,2%, zodat de vezels door het vele water voldoende van elkaar gescheiden zijn. 26

27 dunstofreiniger Een dunstofreiniger, of cycloon, zorgt voor een scheiding op grond van gewicht. Lichte verontreinigingen, accept en zware verontreinigingen worden in dit proces van elkaar gescheiden. Dit proces werkt als volgt. Met een pomp wordt het vezel-watermengsel op hogere druk gebracht. Het mengsel wordt tangentieel in de cleaner ingevoerd, waardoor een draaibeweging wordt meegegeven. Het mengsel beweegt zich cirkelvorming naar beneden, waarbij de cleaner steeds smaller wordt en de snelheid dus sterk toeneemt. De spiraalbeweging zorgt voor een centrifugale kracht. Zwaardere deeltjes krijgen een grotere snelheid naar de buitenzijde van de cleaner, zodat de zwaardere deeltjes (zoals zand of metaaldeeltjes) zich aan de buitenkant van de stofstroom zullen bevinden. Lichtere deeltjes bewegen zich juist naar het midden. Als de stofstroom onder in de cleaner aankomt, wordt de bewegingsrichting omgedraaid, de zware deeltjes verzamelen zich echter onder in de cleaner. De opstijgende stofstroom in het midden van de cleaner wordt gescheiden in een reject lichte deeltjes (in het centrum) en het accept (rond het centrum). Het reject is ongeveer 10% van de totale toegevoerde vezelstroom. Hoe smaller de cleaner en hoe hoger het drukverschil over de cleaner, hoe groter de centrifugaalkracht en hoe effectiever de reiniging. Het nadeel daarvan echter is dat er meerdere cleaners nodig zijn (en dat kost geld). De dunstofreinigers worden meestal in batterijen aangelegd, dat wil zeggen meerdere cleaners naast elkaar, die de gezamenlijke stofstroom in parallelle kleine stromen opdelen. De eerste trap (batterij) zorgt voor de scheiding in accept en reject (het doel is dus het verkrijgen van een schone vezelstroom). Omdat het zware reject ook veel vezels bevat, die wel goed zijn, moeten er meerdere trappen van cleaners (in batterijvorm) worden gebruikt. De tweede, derde en soms zelfs vierde trap zorgen voor het terugwinnen van de goede vezels. De batterijen van de tweede trap bevatten minder cleaners dan de eerste trap (de tweede trap behandelt maar 10% van de hoeveelheid van de eerste trap); dit geldt ook voor de derde trap, et cetera. Drukstofzeven Drukstofzeven worden gebruikt om grove delen uit de papiermassa te verwijderen. Een drukstofzeef is een zeef met een gedefinieerde grootte van gaten of sleuven. Deze machine 27

28 werkt onder druk om ervoor te zorgen dat er voldoende papierstof per tijdseenheid kan worden gezeefd. De drukstofzeven worden in trappen opgesteld. De eerste trap is erop gericht een zo zuiver mogelijke papiermassa te verkrijgen. De tweede en derde trap zijn erop gericht de goede vezels uit het reject van de eerste trap te redden en weer terug te voeren in het productieproces. Het reject van de laatste trap is afval en bestaat bijvoorbeeld uit vezelknopen, stukjes plastic, bast en dergelijke. Papiermachine De moderne papiermachine is uitgevonden door de Fransman Robert in Op basis van zijn ontwerp ontwierp Foudrinier het prototype van de nu nog altijd meest gebruikte papiermachine, die dan ook met Foudriniers worden aangeduid. Men kan 2 uitersten van papiermachines onderscheiden: Langzeefmachine Rondzeefmachine Deze benaming heeft betrekking op de manier van bladvorming in het natte deel van de papiermachine. Ook combinaties van beide machines zijn mogelijkheid. Bij een combinatie wordt bijvoorbeeld een laag papier op het langzeefdeel van de papiermachine gemaakt en de volgende laag of lagen met een rondzeef op het langzeef toegevoegd. Het persdeel en droogdeel van beide typen papiermachines wijkt niet zo af. Papiermachines bestaan er in alle soorten en maten. De modernste papiermachines lopen met een snelheid van meer dan 2000 meter per minuut (120 km/h) en zijn meer dan 11 meter breed. De totale lengte van een dergelijke machine wordt dan wel 200 meter. De oudere papiermachines, die voor specialiteiten worden gebruikt zijn soms minder dan 2 meter breed en lopen langzamer dan 10 meter per minuut, zoals bijvoorbeeld een papiermachine, dat papier voor bankbiljetten maakt. Langzeefmachine Het kenmerk van de langzeefmachine is dat de verdunde papiermassa op of tussen de zeven wordt gespoten. Langzeefmachine Deze type machine kan men onderscheiden in verschillende types. Bij het eerste type komt de zich vormende papierbaan aan 1 kant in contact met een zeef. Bij het tweede type komt de papierbaan aan beide kanton in contact met een zeef. Een Gapformer of een Hybridformer zijn voorbeelden van het tweede type. Een tussenvorm is ook mogelijk en is meestal een gemodificeerde langzeefmachine van type 1, waar een bovendoek opgezet is. Met die bovendoek vindt ook ontwatering naar de bovenkant plaats. De langzeefmachine wordt typisch ingezet voor de productie van fijnpapier, zoals kopieerpapier. 28

29 Rondzeefmachine Bij een rondzeefmachine wordt de papiermassa meestal uit een bak met verdunde vezelstof geschept. Soms wordt ook de massa wordt op het rondzeef gespoten. Het water wordt verwijderd; afgezogen naar het binnenste van de cilinder en de papiermassa wordt met een vilt van de zeef afgenomen. Bij meerdere rondzeven worden de verschillende lagen met elkaar verbonden, door het zogenaamde koetsen. Een typische toepassing van een rondzeefmachine is de productie van hygiënepapieren zoals tissue, maar ook karton wordt vaak zo gemaakt. Weetjes Een van de meest gestelde vragen over het papiermaakproces is hoe een papiermachine wordt opgestart. Bij de opstart wordt eerst de vezelmassa op de natpartij voor de bladvorming gespoten. Aan het einde van de bladvorming valt de gevormde papierbaan in een kuip, waarvan de inhoud gecirculeerd kan worden. Een krachtige waterstraal snijdt een puntje af. Dat wil zeggen dat een reep papier van 5 tot 10 cm breed wordt afgescheiden van de rest van de gevormde papierbaan. Dit puntje wordt meestal met behulp van geperste lucht door de perspartij geblazen. Het puntje wordt daarna door de droogpartij geleid. Ook dit gebeurt weer met lucht of het puntje wordt tussen twee touwen, die aan de voorkant van de papiermachine rondom de cilinders lopen, geklemd. Als het puntje aan het einde van de papiermachine is gekomen, wordt de waterstraal naar de achterkant van de natpartij bewogen, waardoor het puntje steeds breder wordt, totdat de papierbaan de gehele breedte van de papiermachine bestrijkt. Dit is de simpelste versie. Men kan op verschillende plaatsen in de papiermachine ook een soort messen inbouwen, zodat ook op andere plaatsen in de papiermachine een puntje kan worden gesneden. Bladvorming De bladvorming bestaat uit de volgende onderdelen: een oploopkast een zeef waterverwijderingselementen Oploopkast Het doel van de oploopkast is om de vezelmassa egaal te verdelen over de breedte van de papiermachine. Voor de egaliteit is het noodzakelijk dat de celstofvezels ontknoopt zijn, zodat de vezels een egaal doorzicht geven (doorzicht is de formatie van het papier als je door het papier heenkijkt met een sterke lamp erachter). De egale verdeling is een uitdaging, er mogen bijvoorbeeld geen drukverschillen over de breedte ontstaan, ook de vezelmassa moet gelijkmatig over de breedte worden verdeeld. Zeef De functies van de zeef zijn: Water goed te verwijderen Hoge retentie van vezels Goede doorzicht Makkelijk aan te drijven (geen slippen) 29

30 zicht op de zeefpartij Waterverwijderingselementen Zuigbak Egoutteur Ontwateringsfoils Registerwals Bovendoek Simpele natpartij van een papiermachine Straal/zeef verhouding De straal/zeef verhouding is een quotiënt van de uitloopsnelheid uit de oploopkast en de snelheid van de zeef. Theoretisch ontstaat een vierkant papier, wanneer de straal/zeefverhouding 1 is. Dat wil zeggen dat de vezels random verdeeld zijn in alle richtingen. Is de straal/zeefverhouding groter dan 1, dan wordt de vezel in een langsrichting gestrekt. Gemiddeld zullen er meer vezels in de lengterichting dan in de breedterichting liggen, waardoor het papier zogenaamd "langsgeoriënteerd" is. Er zijn echter meer factoren die de oriëntatie van de vezel beïnvloeden, zodat ook papier met een straal/zeefverhouding van 1 min of meer langsgeoriënteerd is. Bovendien zal een papiermaker niet snel een straal/zeefverhouding van 1 instellen, omdat dan meestal het doorzicht van het papier er verschrikkelijk uitziet. 30

Papier - Algemene inleiding Papyrus en Japans papier door Wilma Papier, geschiedenis en fabricage door Bert. 21 april 2013 B OEKBINDERIJ PAPYRUS

Papier - Algemene inleiding Papyrus en Japans papier door Wilma Papier, geschiedenis en fabricage door Bert. 21 april 2013 B OEKBINDERIJ PAPYRUS Algemene inleiding Papyrus en Japans papier door Wilma Papier, geschiedenis en fabricage door Bert Algemene inleiding Papyrus en Japans papier door Wilma Papier Papier kort historisch overzicht 100 na

Nadere informatie

Winnen en bleken van papiergrondstoffen

Winnen en bleken van papiergrondstoffen 119 1 Winnen en bleken van papiergrondstoffen door M. Jennekens KNP Leykam 1. Inleiding 119 3 2. Naaldhout en loofhout 119 3 3. Winning van papiervezels 119 4 4. Secundaire vezelbron 119 5 5. Mechanische

Nadere informatie

Transfertoets blok 5. Krantenpapier VAPRO B

Transfertoets blok 5. Krantenpapier VAPRO B Transfertoets blok 5 Krantenpapier VAPRO B Versie: juni 2009 Werkwijze transfertoets Aan het einde van je VAPRO B opleiding dien je het totale productieproces van je bedrijf te overzien. Dit heb je onder

Nadere informatie

In dit werkboek vindt je vragen en opdrachten die over papier gaan. Daarnaast is het boek en werkboek een naslagwerk voor je functie als vormgever.

In dit werkboek vindt je vragen en opdrachten die over papier gaan. Daarnaast is het boek en werkboek een naslagwerk voor je functie als vormgever. Werkblad Papier Beste leerlingen In dit werkboek vindt je vragen en opdrachten die over papier gaan. Daarnaast is het boek en werkboek een naslagwerk voor je functie als vormgever. Als je vragen hebt beantwoord

Nadere informatie

Papier / karton. Utrecht HKU HKU

Papier / karton. Utrecht HKU HKU Papier / karton Utrecht HKU HKU Materialen Vandaag: Papier en karton 1. Papier en architectuur / interieur / kunst 2. Papier en culturen 3. Geschiedenis 4. Basismateriaal van papier 5. Productie van papier

Nadere informatie

Thema: Algemene kennis grafimedia. Papier

Thema: Algemene kennis grafimedia. Papier grafimedia Papier OPDRACHTKAART AK-02-01-01 Papierfabricage Voorkennis: geen Intro: Deze opdracht gaat over de grondstoffen van papier. En over de productie van papier. Elke papiersoort wordt gemaakt volgens

Nadere informatie

Papier / karton HKU. Materialen 20-03-2011. Utrecht HKU. Vandaag: Papier en karton. 1. Papier en architectuur / interieur / kunst

Papier / karton HKU. Materialen 20-03-2011. Utrecht HKU. Vandaag: Papier en karton. 1. Papier en architectuur / interieur / kunst Papier / karton Utrecht HKU HKU Vandaag: Papier en karton 1. Papier en architectuur / interieur / kunst 2. Papier en culturen 3. Geschiedenis 4. Basismateriaal van papier 5. Productie van papier 6. Papier

Nadere informatie

Langer plezier van karton en papier

Langer plezier van karton en papier Stichting Papier Recycling Nederland Langer plezier van karton en papier www.prn.nl Langer plezier van karton en papier Kranten, tijdschriften, folders, boeken, kopieer- en printpapier en catalogi, we

Nadere informatie

1 Papier? waar? technologische activiteiten. kleef hier enkele etiketten van papier die je in de keuken kan vinden

1 Papier? waar? technologische activiteiten. kleef hier enkele etiketten van papier die je in de keuken kan vinden Hoofdstuk 5 : Papierfabricage 1 Papier? waar? Papier is overal aanwezig. In het dagelijkse leven duikt het voortdurend op. Bij het ontbijt, bijvoorbeeld. Denk maar aan de doos met ontbijtgranen, de servetten,

Nadere informatie

Langer plezier van karton en papier

Langer plezier van karton en papier Langer plezier van karton en papier Stichting Papier Recycling Nederland PERSEN DROGEN GLADSTRIJKEN SNIJDEN BEDRUKKEN GEBRUIKEN KRANT KARTON RECLAME KRANT 1 6 5 2 VAN OUD NAAR NIEUW 3 4 PULP WEKEN ONTINKTEN

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen

Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen NaSk II Vmbo 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Water, zuren en basen NaSk II 1. Bouw van materie 2. Verbranding 3. Water, zuren en basen 4. Basis chemie voor beroep

Nadere informatie

Thema: Algemene kennis

Thema: Algemene kennis OPDRACHTKAART AK-02-02-01 Voorkennis: Papierfabricage Intro: We kennen verschillende papiersoorten. Wc-papier heeft andere eigenschappen dan offsetpapier. Er zijn honderden soorten papier in de handel.

Nadere informatie

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE

Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE Oefenopgaven CEMISCE INDUSTRIE havo OPGAVE 1 Een bereidingswijze van fosfor, P 4, kan men als volgt weergeven: Ca 3 (PO 4 ) 2 + SiO 2 + C P 4 + CO + CaSiO 3 01 Neem bovenstaande reactievergelijking over

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2006-I

Eindexamen scheikunde havo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Rood licht Maximumscore 1 1 edelgassen 2 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: De (negatieve) elektronen bewegen zich richting elektrode A dus is elektrode A de positieve elektrode.

Nadere informatie

Scheikundige begrippen

Scheikundige begrippen Scheikundige begrippen Door: Ruby Vreedenburgh, Jesse Bosman, Colana van Klink en Fleur Jansen Scheikunde begrippen 1 Chemische reactie Ruby Vreedenburgh Overal om ons heen vinden er chemische reacties

Nadere informatie

BUFFEROPLOSSINGEN. Inleiding

BUFFEROPLOSSINGEN. Inleiding BUFFEROPLOSSINGEN Inleiding Zowel in de analytische chemie als in de biochemie is het van belang de ph van een oplossing te regelen. Denk bijvoorbeeld aan een complexometrische titratie met behulp van

Nadere informatie

Verandering van papier geeft inspiratie

Verandering van papier geeft inspiratie Verandering van papier geeft inspiratie Eerste druk, 2014 2014 Cindy Rodermond-Snabilié isbn: 9789048430857 nur: 530 Uitgever: Free Musketeers, Zoetermeer www.freemusketeers.nl Hoewel aan de totstandkoming

Nadere informatie

Museum Vaassen Historie

Museum Vaassen Historie Museum Vaassen Historie 1591 Arnhem Jansz. van Aelst 1593 Apeldoorn Johan. van Steenbergen de Jonge (Later in het bezit van Andries en Lodewijk van Aelst zonen van Jansz.) 1597 Hattem Johan van der Schuur

Nadere informatie

ma di wo do vr za zo ma di wo do vr za zo ma di wo do vr za zo ma di wo do vr za zo ma di wo do vr za zo ma di wo do vr za zo ma di wo do vr za zo

ma di wo do vr za zo ma di wo do vr za zo ma di wo do vr za zo ma di wo do vr za zo ma di wo do vr za zo ma di wo do vr za zo ma di wo do vr za zo Agenda 0 / 0 januari februari maart 0 0 0 0 0 april mei juni 0 0 0 0 0 0 juli augustus september 0 0 0 0 0 0 oktober november december 0 0 0 0 0 0 Januari Februari Keep going No matter what art DO BETTER.

Nadere informatie

Kwaliteit betekent zonder zorgen

Kwaliteit betekent zonder zorgen Kwaliteit betekent zonder zorgen www.publicationpapers.sca.com Onze goede reputatie danken wij aan onze klanten Producten van de juiste kwaliteit, een eersteklas milieuprogramma dat in de gehele productie-keten

Nadere informatie

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO Gesloten vragen 1. Carolien wil de zuurgraad van een oplossing onderzoeken met twee verschillende zuur-baseindicatoren en neemt hierbij het volgende waar: I de oplossing

Nadere informatie

Communicatie kracht van Papier Gert Rieder. milieu consultant Antalis

Communicatie kracht van Papier Gert Rieder. milieu consultant Antalis Communicatie kracht van Papier Gert Rieder milieu consultant Antalis Welke communicatie variabelen staan ons bij papier ter beschikking? Touch Kleur Vorm Afmeting Design Afwerking Signaalfunctie Invloed

Nadere informatie

Elementen Thema 1 MAterialen. de kringloop tussen mens / dier en plant uiteggen mbv CO2 en O2

Elementen Thema 1 MAterialen. de kringloop tussen mens / dier en plant uiteggen mbv CO2 en O2 Toetstermen Hout (H1) Stofeigenschappen 5 soorten hout onderscheiden in kleur, structuur en toepasbaarheid 5 verschillende houtsoorten herkennen 5 verschillende houtsoorten - wisselw. mens, dier Gebruik

Nadere informatie

Zeg ook JA tegen afval scheiden.

Zeg ook JA tegen afval scheiden. Zeg ook JA tegen afval scheiden. Elkaar iets beloven. Voor een betere toekomst. Zonder het onnodig verbruiken en weggooien van grondstoffen. Om dat te kunnen realiseren moeten we met elkaar JA zeggen tegen

Nadere informatie

Digitaal printen binnen Grafimedia VMBO. Opdracht

Digitaal printen binnen Grafimedia VMBO. Opdracht Digitaal printen binnen Grafimedia VMBO Opdracht Opdrachtkaart DD-06-12-01 Voorkennis: Je hebt de opdrachten DR-06-01 t/m DR-06-11 afgerond Intro: Elke keer als je iets print op de digitale printer, dan

Nadere informatie

Hoofdstuk 2 Appendix A hoofdstuk 3 hoofdstuk 4 (hoofdstuk 5)

Hoofdstuk 2 Appendix A hoofdstuk 3 hoofdstuk 4 (hoofdstuk 5) Telecommunicatie beheerst steeds sterker de hedendaagse samenleving en kan niet meer worden weggedacht. De hoeveelheid informatie die de wereld rondgestuurd wordt, groeit elke dag. Het intensief gebruik

Nadere informatie

Campagneteksten glas en papier

Campagneteksten glas en papier Campagneteksten glas en papier Voor de glas-en-papier-campagne zijn twee uitgewerkte campagneteksten geschreven in de vorm van: DE MEEST GESTELDE VRAGEN OVER GLAS DE MEEST GESTELDE VRAGEN OVER PAPIER Deze

Nadere informatie

Papier. Technische ondersteuning SCA Publication Papers

Papier. Technische ondersteuning SCA Publication Papers Papier Technische ondersteuning SCA Publication Papers Grondstoffen Inleiding Deze handleiding wil de lezer wegwijs maken in de materialen en de technieken die gebruikt worden in een moderne papierfabriek

Nadere informatie

het groenste papier ter wereld spaart bomen spaart energie spaart water

het groenste papier ter wereld spaart bomen spaart energie spaart water het groenste papier ter wereld spaart bomen spaart energie spaart water 100%eco & north river écht duurzaam produceren 100%eco 100% betrouwbaar - 100% transparant Ons doel is een kleurrijk voetspoor op

Nadere informatie

HET GROENSTE PAPIER TER WERELD spaart bomen spaart energie spaart water

HET GROENSTE PAPIER TER WERELD spaart bomen spaart energie spaart water HET GROENSTE PAPIER TER WERELD spaart bomen spaart energie spaart water 100%eco & NORTH RIVER ÉCHT DUURZAAM PRODUCEREN 100%eco 100% betrouwbaar - 100% transparant Ons doel is een kleurrijk voetspoor op

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2001-I

Eindexamen scheikunde havo 2001-I Eindexamen scheikunde havo -I 4 Antwoordmodel Nieuw element (in de tekst staat:) deze atomen zijn eerst ontdaan van een aantal elektronen dus de nikkeldeeltjes zijn positief geladen Indien in een overigens

Nadere informatie

Aquarelverf wordt gemaakt van in water opgeloste Arabische gom, waarin de pigmenten zeer fijn gewreven zijn. Hoe fijner het pigment, hoe

Aquarelverf wordt gemaakt van in water opgeloste Arabische gom, waarin de pigmenten zeer fijn gewreven zijn. Hoe fijner het pigment, hoe Aquarelverf 36 36 Aquarelverf wordt gemaakt van in water opgeloste Arabische gom, waarin de pigmenten zeer fijn gewreven zijn. Hoe fijner het pigment, hoe transparanter de kleur. In principe kan met aquarelverf

Nadere informatie

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het HAVO. versie mei 2013

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het HAVO. versie mei 2013 ZUREN EN BASEN Samenvatting voor het HAVO versie mei 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Vooraf 2. Algemeen 3. Zuren 4. Basen 5. Het waterevenwicht 6. Definities ph en poh 7. ph BEREKENINGEN 7.1. Algemeen 7.2. Water

Nadere informatie

TECHNIEKBLAD 17. Zeoliet adsorptie

TECHNIEKBLAD 17. Zeoliet adsorptie 89 TECHNIEKBLAD 17 Zeoliet adsorptie Synoniemen, afkortingen en/of procesnamen n.v.t. Verwijderde componenten - KWS - Solventen - NH 3 Principeschema 90 Procesbeschrijving Zeoliet is een aluminiumsilicaat

Nadere informatie

Duurzame Verpakkingen. Drukinkt is een zeer belangrijke component van de totale verpakking!!

Duurzame Verpakkingen. Drukinkt is een zeer belangrijke component van de totale verpakking!! Duurzame Verpakkingen Drukinkt is een zeer belangrijke component van de totale verpakking!! Druktechnieken en inkten toegepast in verpakkingen OFFSET (VELLEN)OFFSET INKTEN voor absorberende substraten.

Nadere informatie

Voedingsleer. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Voedingsleer en het plantenrijk

Voedingsleer. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Voedingsleer en het plantenrijk Waar gaat deze kaart over? Deze kaart gaat over voedingsleer: over voedingsstoffen en de manier waarop ons lichaam met deze stoffen omgaat. Wat wordt er van je verwacht? Na het bestuderen van deze kaart

Nadere informatie

Bacteriën maken zwavel Vragen en opdrachten bij de poster

Bacteriën maken zwavel Vragen en opdrachten bij de poster Vragen en opdrachten bij de poster Bacteriën maken zwavel Vragen en opdrachten bij de poster 3 vwo Probleem: Zuur gas T1 Waterstofsulfide ontstaat bij de afbraak van zwavelhoudende organische stoffen.

Nadere informatie

4.A.1 Ketenanalyse Groenafval

4.A.1 Ketenanalyse Groenafval 4.A.1 Ketenanalyse Groenafval Prop Beplantingswerken v.o.f. Autorisatie Nummer/versie Datum Opsteller Goedgekeurd directie 01 22-01-2015 Naam: F. van Doorn Naam: A. Prop Datum: 22 januari 2015 Datum: 22

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2001-II

Eindexamen scheikunde havo 2001-II Eindexamen scheikunde havo 00-II 4 Antwoordmodel Energievoorziening in de ruimte et (uiteenvallen van de Pu-38 atomen) levert energie dus het is een exotherm proces. er komt energie vrij aantal protonen:

Nadere informatie

Gijs Jansen (CEO Alucha)

Gijs Jansen (CEO Alucha) Gijs Jansen (CEO Alucha) December 2012 INDEX Alucha Technologie Toepassingen in de papierindustrie Drankenkartons Mixed plastics Papierslib Conclusies ALUCA istorie: Ons doel: Referentie installatie: Opgericht

Nadere informatie

TENCATE TENTDOEK. Tips & Informatie. www.tencateoutdoorfabrics.com

TENCATE TENTDOEK. Tips & Informatie. www.tencateoutdoorfabrics.com TENCATE TENTDOEK Tips & Informatie www.tencateoutdoorfabrics.com Onbezorgd kamperen Jaar in, jaar uit Eindelijk weer naar buiten. De geur van het groen snuiven, de grassprieten tussen onze tenen voelen

Nadere informatie

Hygroscopische eigenschappen

Hygroscopische eigenschappen 2013/12 Hout Hygroscopische eigenschappen Hout en vocht Hout is een natuurproduct dat na droging en verwerking gevoelig blijft voor vocht. Dit betekent dat het kan uitzetten en krimpen. Gebeurt dit ongelijkmatig,

Nadere informatie

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007

LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007 LUMC SPECIALISTISCHE OPLEIDINGEN Tentamen Scheikunde voor operatieassistenten i.o. 2007 docent: drs. Ruben E. A. Musson Het gebruik van uitsluitend BINAS is toegestaan. 1. Welk van de volgende processen

Nadere informatie

SCHEIKUNDE. Hoofdstuk 9

SCHEIKUNDE. Hoofdstuk 9 SCHEIKUNDE Hoofdstuk 9 Par. 1 Elke chemische reactie heeft een energie-effect. De chemische energie voor én na de reactie is niet gelijk. Als de reactie warmer wordt is de chemische energie omgezet in

Nadere informatie

De productie van papier Van hout tot gestreken papier. sappi

De productie van papier Van hout tot gestreken papier. sappi De productie van papier Van hout tot gestreken papier sappi De productie van papier, de vijfde publicatie in een reeks technische brochures, verzorgd door Sappi Idea Exchange sappi idea exchange Sappi

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting Samenvatting Het tablet is om vele redenen een populaire toedieningsvorm van geneesmiddelen. Het gebruikersgemak en het gemak waarmee ze grootschalig kunnen worden geproduceerd zijn slechts twee van de

Nadere informatie

Alternatieve energieopwekking

Alternatieve energieopwekking Alternatieve energieopwekking Energie wordt al tientallen jaren opgewekt met een paar energiebronnen: Kolen Gas Olie Kernenergie De eerste drie vallen onder de fossiele brandstoffen. Fossiele brandstoffen

Nadere informatie

Oefentoets zuren en basen havo

Oefentoets zuren en basen havo Oefentoets zuren en basen havo Opgave 1 Melk en yoghurt Zweedse voedingswetenschappers hebben in 2014 bij meer dan 10000 mensen onderzocht of melk en melkproducten gezond zijn. Het doel van het onderzoek

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 20 mei 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 20 mei 13.30 16.30 uur Scheikunde 1 (nieuwe stijl) Examen VW Voorbereidend Wetenschappelijk nderwijs Tijdvak 1 Dinsdag 20 mei 13.30 16.30 uur 20 03 Voor dit examen zijn maximaal 65 punten te behalen; het examen bestaat uit 24

Nadere informatie

Moleculaire Gastronomie: Gluten

Moleculaire Gastronomie: Gluten Moleculaire Gastronomie: Gluten Het maken en analyseren van deeg met gluten Inleiding Moleculaire gastronomie heeft alles te maken met het ontdekken van nieuwe smaakcombinaties, experimenteren met structuren

Nadere informatie

Glaswol. Glaswol is gemaakt van gerecycled glas

Glaswol. Glaswol is gemaakt van gerecycled glas Glaswol Glaswol is een van de meeste gebruikte isolatiematerialen in Nederland. En dat is geen wonder. Het is niet duur, het isoleert uitstekend en kan makkelijk in smalle ruimtes worden gebruikt. Je propt

Nadere informatie

Kolenvergasser. Kolenvergasser 2009-02-01 hdefc.doc

Kolenvergasser. Kolenvergasser 2009-02-01 hdefc.doc Kolenvergasser 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 Beantwoord de vragen 1 t/m 3 aan de hand van het in bron 1 beschreven proces. Bron 1 De

Nadere informatie

Vloer POLILUX. Een industrieel beton heeft hoge mechanische eigenschappen, is gevlinderd, en vaak met kwarts toegevoegd.

Vloer POLILUX. Een industrieel beton heeft hoge mechanische eigenschappen, is gevlinderd, en vaak met kwarts toegevoegd. Vloer POLILUX Een industrieel beton heeft hoge mechanische eigenschappen, is gevlinderd, en vaak met kwarts toegevoegd. De POLILUX-methode verandert, dankzij onze technologie, u industriële betonvloer

Nadere informatie

Quiz 2015. Experimentenwedstrijd Antwoorden. Playful Science 9

Quiz 2015. Experimentenwedstrijd Antwoorden. Playful Science 9 Experimentenwedstrijd Antwoorden. Playful Science 9 1. De energie voor de samentrekking van skeletspieren wordt geleverd door ATP. Spieren hebben slechts een kleine hoeveelheid ATP in voorraad. Eenmaal

Nadere informatie

Het spel: Rad van Fortuin

Het spel: Rad van Fortuin Het spel: Rad van Fortuin Spelregels: - iedereen draait om beurt aan het rad. - als het rad stopt, moeten ze een vraag beantwoorden. Goed antwoord: krijgen ze de punten waar het rad is gestopt en mogen

Nadere informatie

ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO

ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO ZUUR-BASE BUFFERS Samenvatting voor het VWO versie december 2014 INHOUDSOPGAVE 1. Vooraf 2. Wat is een buffer? 3. Hoe werkt een buffer? 4. Geconjugeerd zuur/base-paar 5. De ph van een buffer De volgende

Nadere informatie

5 Kansen en knelpunten voor de houtsector en boseigenaren

5 Kansen en knelpunten voor de houtsector en boseigenaren 5 Kansen en knelpunten voor de houtsector en boseigenaren In dit hoofdstuk wordt de vergelijking van vraag en aanbod samengevat en gekeken welke kansen en knelpunten er gesignaleerd kunnen worden voor

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: SCHEIKUNDE 1,2 EXAMEN: 2001-I

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: SCHEIKUNDE 1,2 EXAMEN: 2001-I UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I VAK: SCHEIKUNDE 1,2 NIVEAU: VWO EXAMEN: 2001-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Nadere informatie

Bouwmaterialen door de eeuwen heen

Bouwmaterialen door de eeuwen heen Bouwmaterialen door de eeuwen heen 1. Kies bouwmaterialen voor jouw huis Stel dat jij op een dag de kans krijgt om zelf een huis te verbouwen of te bouwen. Welke materialen zou jij kiezen voor de constructie

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde havo 2004-I

Eindexamen scheikunde havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Rookmelder 1 aantal protonen: 93 aantal neutronen: 144 naam van element X: neptunium aantal protonen: 93 1 aantal neutronen: 241 verminderen met het genoemde aantal protonen en verminderen

Nadere informatie

Orange Nano InfiniClean. Met minder inspanning langer schoon. Orange Nano InfiniClean

Orange Nano InfiniClean. Met minder inspanning langer schoon. Orange Nano InfiniClean Orange Nano Met minder inspanning langer schoon Orange Nano reinigingsmiddelen, easy to clean en selfclean coatings maken oppervlakken minder vatbaar voor vervuiling en eenvoudiger te reinigen. Productlijnen

Nadere informatie

50pt. 25pt. Catalogus 2015. 12pt

50pt. 25pt. Catalogus 2015. 12pt Catalogus 2015 50pt + 8pt eco friendly eco friendly tree tree bag bag + eco friendl tree bag eco friendly Boomtas - pag 3 eco friendly Schapensleeves - pag 9 + eco friendly Boomtas eco friend ly tree bag

Nadere informatie

Wat is Hardmetaal? Wij produceren ons hardmetaal dus milieuvriendelijk!

Wat is Hardmetaal? Wij produceren ons hardmetaal dus milieuvriendelijk! Wat is Hardmetaal? Wat is Hardmetaal? Hardmetaal is een composiet wat bestaat uit een combinatie van harde, slijtvaste carbidedie zijn opgenomen in een bindmiddel. Hardmetaal ontstaat na een zorgvuldig

Nadere informatie

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal Antwoorden deel 1 Scheikunde Chemie overal Huiswerk 2. a. Zuivere berglucht is scheikundig gezien geen zuivere stof omdat er in lucht verschillende moleculen zitten (zuurstof, stikstof enz.) b. Niet vervuild

Nadere informatie

Duurzaamheid. De voordelen van blikverpakkingen

Duurzaamheid. De voordelen van blikverpakkingen Duurzaamheid De voordelen van blikverpakkingen Duurzaamheid Duurzaamheid is één van de belangrijke aandachtspunten van het bedrijfsleven. Deze brochure is een initiatief van EMPAC, de organisatie van de

Nadere informatie

Zonnestraling. Samenvatting. Elektromagnetisme

Zonnestraling. Samenvatting. Elektromagnetisme Zonnestraling Samenvatting De Zon zendt elektromagnetische straling uit. Hierbij verplaatst energie zich via elektromagnetische golven. De golflengte van de straling hangt samen met de energie-inhoud.

Nadere informatie

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Tandenstokerase - biochemie experiment -

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Tandenstokerase - biochemie experiment - Afsluitende les Leerlingenhandleiding Tandenstokerase - biochemie experiment - Introductie Een enzym is een eiwit dat chemische reacties versnelt of mogelijk maakt. Enzymen zijn onmisbaar voor een goede

Nadere informatie

De kwaliteit van Goshy Nutrition.Fundamentals. Goshy Nutrition.

De kwaliteit van Goshy Nutrition.Fundamentals. Goshy Nutrition. De kwaliteit van Goshy Nutrition.Fundamentals. Goshy Nutrition. Het grote aanbod aan supplementen maakt het voor de consument niet eenvoudig om een keuze te maken. Hoe weet je dat je een kwalitatief hoogwaardig

Nadere informatie

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen In onderstaande zelftest zijn de vragen gebundeld die als voorbeeldvragen zijn opgenomen in het bijhorend overzicht van de verwachte voorkennis chemie. 1. Elementaire chemie en chemisch rekenen 1.1 Grootheden

Nadere informatie

milieu KRANTJE GEREALISEERD DOOR PAPER CHAIN FORUM http://www.paperchainforum.org

milieu KRANTJE GEREALISEERD DOOR PAPER CHAIN FORUM http://www.paperchainforum.org Papier en milieu KRANTJE GEREALISEERD DOOR PAPER CHAIN FORUM http://www.paperchainforum.org Papier is overal aanwezig. In het dagelijkse leven duikt het voortdurend op. Bij het ontbijt, bijvoorbeeld. Denk

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II Ammoniak Ammoniak wordt bereid uit een mengsel van stikstof en waterstof in de molverhouding N 2 : H 2 = 1 : 3. Dit gasmengsel, ook wel synthesegas genoemd, wordt in de ammoniakfabriek gemaakt uit aardgas,

Nadere informatie

WWW.MMBTOOLS.NL INFO@MMBTOOLS.NL. Wat is Hardmetaal?

WWW.MMBTOOLS.NL INFO@MMBTOOLS.NL. Wat is Hardmetaal? WWW.MMBTOOLS.NL INFO@MMBTOOLS.NL Wat is Hardmetaal? MMB TOOLS 2015 Wat is Hardmetaal? Hardmetaal is een composiet wat bestaat uit een combinatie van harde, slijtvaste carbidedie zijn opgenomen in een bindmiddel.

Nadere informatie

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn.

Antwoorden. 3 Leg uit dat er in het zout twee soorten ijzerionen aanwezig moeten zijn. Antwoorden 1 Hoeveel protonen, elektronen en neutronen heeft een ion Fe 3+? 26 protonen, 23 elektronen, 30 neutronen 2 Geef de scheikundige namen van Fe 2 S 3 en FeCO 3. ijzer(iii)sulfide en ijzer(ii)carbonaat

Nadere informatie

Figuur 1 Een dobbelsteen en zijn spiegelbeeld, uitgeklapt om duidelijk weer te geven dat beide niet gelijk aan elkaar zijn.

Figuur 1 Een dobbelsteen en zijn spiegelbeeld, uitgeklapt om duidelijk weer te geven dat beide niet gelijk aan elkaar zijn. SAMENVATTING In dit hoofdstuk is het werk dat in het proefschrift beschreven is samengevat en op een dusdanige manier verwoord dat het voor chemici in zijn algemeenheid te volgen is. Eerst worden de begrippen

Nadere informatie

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.

10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte. 1 Materie en warmte Onderwerpen - Temperatuur en warmte. - Verschillende temperatuurschalen - Berekening hoeveelheid warmte t.o.v. bepaalde temperatuur. - Thermische geleidbaarheid van een stof. - Warmteweerstand

Nadere informatie

5.4 ph van oplossingen van zwakke zuren of zwakke basen

5.4 ph van oplossingen van zwakke zuren of zwakke basen Opmerking: We gaan ervan uit, dat bij het mengen van oplossingen geen volumecontractie optreedt. Bij verdunde oplossingen is die veronderstelling gerechtvaardigd. 5.4 ph van oplossingen van zwakke zuren

Nadere informatie

SE voorbeeldtoets 5HAVO antwoordmodel

SE voorbeeldtoets 5HAVO antwoordmodel SE voorbeeldtoets 5AV antwoordmodel Stikstof Zwaar stikstofgas bestaat uit stikstofmoleculen waarin uitsluitend stikstofatomen voorkomen met massagetal 15. 2p 1 oeveel protonen en hoeveel neutronen bevat

Nadere informatie

BEHANDELINGEN INTERIEUR

BEHANDELINGEN INTERIEUR Als u in contact wilt komen met het Meguiar s Detailing Center kunt u mailen naar: info@meguiarsdetailcenter.nl of neem direct contact op met Marcel 0615113744 of Randy 0651904248. Ook kunt u altijd bellen

Nadere informatie

Cellulomonas knipt! Aantonen van cellulose afbraak door Cellulomonas sp.

Cellulomonas knipt! Aantonen van cellulose afbraak door Cellulomonas sp. Aantonen van cellulose afbraak door Cellulomonas sp. Inleiding In de hout en papierindustrie ontstaat veel afval in de vorm van cellulose. Als men dit zou kunnen verwerken tot veevoer, wordt waardeloos

Nadere informatie

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen Scheikunde Hoofdstuk 2 Samenvatting Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen Fossiele brandstof Koolwaterstof Onvolledige verbranding Broeikaseffect Brandstof ontstaan door het afsterven van levende organismen,

Nadere informatie

Afsluitende les. leerlingenhandleiding. Tandenstokerase +

Afsluitende les. leerlingenhandleiding. Tandenstokerase + Afsluitende les leerlingenhandleiding Tandenstokerase + Leerlingenhandleiding Introductie Enzymen zijn onmisbaar voor een goede werking van het lichaam. Een enzym is een eiwit dat chemische reacties versnelt

Nadere informatie

lesbrief Papier maken middenbouw groep 5 en 6

lesbrief Papier maken middenbouw groep 5 en 6 lesbrief Papier maken middenbouw groep 5 en 6 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 1 2 Lessen... 2 2.1 Introductieles... 2 2.2 Papier maken... 3 2.3 Papier onderzoeken... 5 3 Aansluiting bij kerndoelen en methoden...

Nadere informatie

De waterconstante en de ph

De waterconstante en de ph EVENWICHTEN BIJ PROTOLYSEREACTIES De waterconstante en de ph Water is een amfotere stof, dat wil zeggen dat het zowel zure als basische eigenschappen heeft. In zuiver water treedt daarom een reactie van

Nadere informatie

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Alternatieve brandstoffen

Afsluitende les. Leerlingenhandleiding. Alternatieve brandstoffen Afsluitende les Leerlingenhandleiding Alternatieve brandstoffen Inleiding Deze chemie-verdiepingsmodule over alternatieve brandstoffen sluit aan op het Reizende DNA-lab Racen met wc-papier. Doel Het Reizende

Nadere informatie

Eindexamen vmbo gl/tl nask2 2011 - I

Eindexamen vmbo gl/tl nask2 2011 - I Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één scorepunt toegekend. Chemische geesten 1 B 2 maximumscore 1 zoutzuur Wanneer het antwoord 'waterstofchloride-oplossing' is gegeven,

Nadere informatie

Rekenen aan reacties (de mol)

Rekenen aan reacties (de mol) Rekenen aan reacties (de mol) 1. Reactievergelijkingen oefenen: Scheikunde Deze opgaven zijn bedoeld voor diegenen die moeite hebben met rekenen aan reacties 1. Reactievergelijkingen http://www.nassau-sg.nl/scheikunde/tutorials/deeltjes/deeltjes.html

Nadere informatie

De aardse atmosfeer. Robert Parson Associate Professor Department of Chemistry and Biochemistry University of Colorado

De aardse atmosfeer. Robert Parson Associate Professor Department of Chemistry and Biochemistry University of Colorado De aardse atmosfeer Robert Parson Associate Professor Department of Chemistry and Biochemistry University of Colorado Vertaling en tekstbewerking: Gjalt T.Prins Cdß, Universiteit Utrecht Inleiding De ozonlaag

Nadere informatie

5 VWO. H8 zuren en basen

5 VWO. H8 zuren en basen 5 VWO H8 zuren en basen Inleiding Opdracht 1, 20 min in tweetallen Nakijken; eventueel vragen stellen 8.2 Zure, neutrale en basische oplossingen 8.2 Zure, neutrale en Indicator (tabel 52A) Zuurgraad 0-14?

Nadere informatie

ASBEST Vragen Wat is asbest? Welke soorten asbest bestaan er? Waar wordt asbest gevonden? Hoe ontstaat asbest? Wat zijn asbestiforme mineralen? Bestaan er ook onschadelijke vormen van asbest? Wat

Nadere informatie

Houtaantasting onder water -stopt het ooit-

Houtaantasting onder water -stopt het ooit- Houtaantasting onder water - stopt het ooit - René Klaassen 17 januari 2012 7 de nationale houten heipalendag Inleiding-1, tekst Beste mensen, Op de nationale houten heipalendag is houtaantasting natuurlijk

Nadere informatie

Studentnummer: Schrijf je naam en studentnummer op elk vel. Omcirkel het juiste antwoord.

Studentnummer: Schrijf je naam en studentnummer op elk vel. Omcirkel het juiste antwoord. Naam: Studentnummer: FLP1 Tentamen 31 05 2013, 14:00 17:00h Dit tentamen bestaat uit 25 opgaven op 6 bladzijden. Schrijf je naam en studentnummer op elk vel. Omcirkel het juiste antwoord. Je mag boek,

Nadere informatie

Profielwerkstuk. PENTA College CSG Scala Rietvelden

Profielwerkstuk. PENTA College CSG Scala Rietvelden PENTA College CSG Scala Rietvelden Profielwerkstuk Kan je met olifantenpoep papier maken en kan je een winstgevende fabriek in Nederland ontwerpen waarin dit geproduceerd wordt Kan je met olifantenpoep

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde vwo

Examenprogramma scheikunde vwo Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen,

Nadere informatie

BIO BASED ECONOMY WERKT!

BIO BASED ECONOMY WERKT! Inhoudsstoffen uit uien Ui, meer dan voedingsbron alleen BIO BASED ECONOMY WERKT! GROene GRONDSTOFFEN Inhoudsstoffen GROene GRONDSTOFFEN Inhoudsstoffen uit uien Inleiding Uien zijn voor Nederland en zeker

Nadere informatie

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst.

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Duurzame biomassa Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Nuon Postbus 4190 9 DC Amsterdam, NL Spaklerweg 0 1096 BA Amsterdam, NL Tel: 0900-0808 www.nuon.nl Oktober 01 Het groene alternatief Biomassa

Nadere informatie

Zelf kaarsen maken: Basisbenodigdheden

Zelf kaarsen maken: Basisbenodigdheden Zelf kaarsen maken: Basisbenodigdheden HOE DE WAS SMELTEN Paraffine mag NOOIT boven een directe hittebron worden gesmolten en daarom is een au bain-marie' systeem een onmisbaar attribuut. U kunt een speciale

Nadere informatie

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal

Antwoorden deel 1. Scheikunde Chemie overal Antwoorden deel 1 Scheikunde Chemie overal Huiswerk 2. a. Zuivere berglucht is scheikundig gezien geen zuivere stof omdat er in lucht verschillende moleculen zitten (zuurstof, stikstof enz.) b. Niet vervuild

Nadere informatie

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2001-II

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2001-II Eindexamen scheikunde -2 vwo 200-II 4 Antwoordmodel Dizuren 6 0 + 4 2 2 6 0 4 + 4 2 6 0 voor de pijl en 6 0 4 na de pijl 2 2 voor de pijl en 2 na de pijl juiste coëfficiënten Indien de vergelijking 6 0

Nadere informatie

FSC-gecertificeerde producten van SCA

FSC-gecertificeerde producten van SCA FSC-gecertificeerde producten van SCA Wat is FSC? Forest Stewardship Council (FSC) is een onafhankelijke internationale organisatie die verantwoord bosbeheer stimuleert. FSC weegt de verschillende belangen

Nadere informatie