Preventie in de 21e eeuw

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Preventie in de 21e eeuw"

Transcriptie

1 Samen investeren in gezondheid Nederlands congres Volksgezondheid april 2004, De Doelen Rotterdam Preventie in de 21e eeuw

2 Algemene informatie Algemene informatie Nederlands Congres Volksgezondheid 2004 ORGANISATIE Het Nederlands Congres Volksgezondheid 2004 is een initiatief van het Fonds OGZ, NPHF, V&W, NVAG, ErasmusMC, NCOG, GGD Nederland, NIGZ, NSPOH en GGD Rotterdam e.o. en wordt ondersteund door ZonMw. Het congres is een bundeling van het Nederlands Public Health Congres 2004/12e V&W/NVAG congres, het Nationaal Congres Openbare Gezondheidszorg 2004 en het Nederlands Congres voor Openbare Gezondheidsregeling SAMENSTELLING ORGANISATIE COMITÉ Mevr. dr. M. Bakker (GGD Den Haag) Mevr. drs. M. Beckers (NCOG) Dhr. dr. E. van Beeck (ErasmusMC) Dhr. J. Drewes, arts (NVAG) Dhr. J. Huurman, sociaal geneeskundige (NPHF/NVAG) Dhr. dr. P. Kocken (GGD Rotterdam e.o.) Mevr. A. Koornstra (GGD Nederland) Mevr. ir. M. Langevoort (Fonds OGZ) Dhr. prof. dr. J. Mackenbach (ErasmusMC) Mevr. dr. H. van de Mheen (V&W) Dhr. mr. R. Schaafsma (Fonds OGZ) Mevr. ir. M. van der Waal (NPHF) ABSTRACTS BEOORDELINGSCOMMISSIE Mevr. dr. M. Bakker (GGD Den Haag) Dhr. J. Drewes, arts (NVAG) Mevr. dr. M. Janssens (ZonMW) Dhr. dr. H. de Koning (ErasmusMC) Dhr. prof. dr. J. Mackenbach (ErasmusMC) Mevr. dr. H. van de Mheen (V&W) Mevr. ir. F. van Oort (ErasmusMC) Mevr. dr. K. Stronks (V&W) Mevr. dr. P. Uniken Venema (GGD Nederland) Dhr. dr. T. Voorham (GGD Rotterdam e.o.) PLAATS De Doelen, Kruisstraat 2, Rotterdam. De Doelen ligt op loopafstand van het NS station Rotterdam Centraal. DATUM EN TIJD Woensdag 14 april uur: ontvangst en inschrijving 9.30 uur: opening 9.50 uur: plenair programma uur: aanvang deelsessies/workshops uur: uitreiking Volksgezondheidsprijs uur: borrel uur: buffet uur: speakers corner uur: feest Donderdag 15 april uur: ontvangst en inschrijving 9.30 uur: opening 9.50 uur: plenair programma uur: uitreiking Stimuleringsprijs OGZ uur: aanvang deelsessies/workshops uur afsluiting TOEGANG Deelname aan het congres kost 150,- voor 2 dagen en 100,- voor 1 dag. Studenten krijgen 50% korting. De prijzen zijn inclusief koffie/thee, lunch, borrel en avondprogramma op woensdagavond 14 april. Betaling kan middels het afgeven van een automatische incasso-opdracht aan de congresorganisatie. Het rekeningnummer dient op naam te staan van een bedrijf of instelling; geen particulier. Er worden in principe géén facturen verstuurd. Ook kunt u de deelnamekosten zelf overmaken op rekeningnummer van decongresbalie o.v.v. uw naam en NCVGZ04. ACCREDITATIE Accreditatie is verleend door het Accreditatiebureau Sociale Geneeskunde voor artsen voor arbeid en gezondheid, bedrijfsarts en artsen voor maatschappij en gezondheid, werkzaam in de jeugdgezondheidszorg, algemene gezondheidszorg en medische milieukunde en bij de Nederlandse Vereniging voor Preventie en Gezondheidsbevordering (NVPG). INSCHRIJVING Inschrijving kan via de internetsite U kunt indien nodig een inschrijfformulier verkrijgen via decongresbalie (tel ). Inschrijving vindt plaats in volgorde van ontvangst van inschrijfformulier. Na ontvangst van uw inschrijving zenden wij u een bevestiging en een routebeschrijving. Indien u onverhoopt verhinderd bent, dan is één van uw collega s van harte welkom. Wij vragen u dit te melden bij het organisatiebureau decongresbalie op telefoonnummer of per Bij annulering (na 1 april) brengen wij de volledige deelnemerskosten in rekening. INFORMATIE EN ORGANISATIE Voor praktische informatie kunt u contact opnemen met decongresbalie, Raadhuisplaza 23, 5473 CX Heeswijk- Dinther, tel , fax , Voor meer inhoudelijke informatie/ vragen verwijzen wij u naar of PROGRAMMA Het ochtend programma bestaat op beide congresdagen uit vier plenaire sessies. Het middagprogramma bestaat op beide congresdagen uit twee parallelsessies waarbij gekozen kan worden voor deelname aan een workshop óf bezoek aan vrije presentaties. Bij deelname aan een workshop kan er niet gewisseld worden van zaal. Bij bezoek van vrije presentaties is er de mogelijkheid om van zaal te wisselen. De presentatiesessies bestaan elk uit vier voordrachten van 10 minuten met aansluitend 7 minuten discussie. Tijdens de (lunch)pauzes kunnen de posters bekeken worden en kan de informatiemarkt bezocht worden. Een gedetailleerd programma vindt u op de volgende pagina s. VOLKSGEZONDHEIDSPRIJS 2003 Op 14 april zal de jury o.l.v. prof.dr. M. Donker bekendmaken wie de winnaar van de Volksgezondheidsprijs 2003 is. Deze prijs wordt jaarlijks toegekend aan een beginnend onderzoeker die zich op een bijzondere wijze verdienstelijk heeft gemaakt bij de wetenschappelijke bestudering van een maatschappelijk probleem. tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 2

3 Programma 14 april STIMULERINGSPRIJS 2004 Uit 104 inzendingen heeft de jury o.l.v. mr. W. Sorgdrager de winnaar van de Stimuleringsprijs 2004 gekozen. Op 15 april zal de winnaar bekend gemaakt worden en zal de prijs samen met het beeld de overlevering van Renée van Leusden worden uitgereikt. AVONDPROGRAMMA OP WOENSDAG 14 APRIL Het tweedaags congres is tot stand gekomen door succesvolle samenwerking tussen diverse organisaties. De organisatoren willen graag ook op feestelijke wijze het brede spectrum van volksgezondheid dichter bij elkaar brengen. De congresdeelnemers worden van harte uitgenodigd de feestelijke avond waaronder buffet, debatten en een temperamentvolle salsashow bij te wonen. Bij congresdeelname is het avondprogramma gratis toegankelijk. U dient zich wel voor het avondprogramma in te schrijven. ABSTRACTS Samenvattingen van de voordrachten vindt u na het programmaoverzicht gerangschikt naar de parallelsessie of de workshop waarin ze plaatsvinden. Daarna volgen in alfabetische volgorde (op naam van de eerste auteur) de abstracts van de posters. Programma Nederlands Congres Volksgezondheid APRIL Ontvangst en registratie Opening door de dagvoorzitters mr. J. Kohnstamm, Fonds OGZ en prof. dr. J. Mackenbach, ErasmusMC Emerging global challenges for public health, prof. M. McKee, London School of Hygiene and Tropical Medicine Bestrijding van (nieuwe) infectieziekten, prof. dr. A. Osterhaus, ErasmusMC Koffiepauze Gedragsgerichte interventies voor een betere volksgezondheid, prof. dr. G. Kok, Universiteit Maastricht Preventie in de 21e eeuw in de grote stad, prof. dr. M. Donker, GGD Rotterdam e.o Lunch/Poster- en Informatiemarkt Deelsessies/workshops INFECTIEZIEKTEN 1 Presentaties Voorzitter: dr. J. Richardus - Virtuele vragenlijsten: ervaringen met HIV-preventie onderzoek via het internet J. Mikolajczak - Beslissingsondersteuning bij een hivtest voor homoseksuele mannen K. Haks - Stijging in seksueel risicogedrag en SOA onder homoseksuele mannen: is er sprake van optimisme door de komst van effectieve anti-retrovirale middelen? I. Stolte - Effect van vaccineren van hoogrisicopatienten teggen influenza op contacten met de huisartspraktijk gedurende een influenza-epidemie M. Tacken GEZOND GEDRAG 1 Presentaties Voorzitter: prof. dr. H. Garretsen - De geschatte prevalentie van diabetes mellitus type II en 2020, bij drie toekomstscenario's ten aanzien van obesitas W. Bemelmans - Hervorming van het EU-beleid voor groenten en fruit levert gezondheid op J. Veerman - De invloed van denkbeelden over leeftijdgenoten die roken op het beginnen met roken door jongeren R. Spijkerman - Meervoudig risicogedrag; risico voor gezondheid of gebruik van zorg? W.Wendel - Vos JEUGD EN GEZONDHEID 1 Presentaties Voorzitter dr. H. de Koning - Prevalentie van borstvoeding in Nederland en het effect van invoering van het baby friendly hospital initiative C. Lanting - De ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een lespakket over orgaandonatie en registratie voor middelbare scholieren A. Reubsaet - De invloed van ouders, school en vrienden op het cannabisgebruik van jongeren C. Rademaker - Jonge harddruggebruikers in Amsterdam en hun contact met de hulpverlening E. van Geffen tsg jaargang 82 / 2003 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid V&W-NVAG/congres pagina 3

4 Programma 14 april GEZONDHEIDSVERSCHILLEN 1 Presentaties Voorzitter: prof. dr. S. Reijneveld SCREENING 1 Presentaties Voorzitter: prof. dr. G. Bonsel GROTE KWESTIES 1 Depressiepreventie Workshop Voorzitter: drs. E. Bohlmeijer Pauze - Discrepanties tussen persoonlijk inkomen en sociaal-economische status van de buurt: effecten op de gezondheid D. Deeg - Buurtwelstand en sterfte: een vergelijking tussen vijf landen F. van Lenthe - Tandenpoetsen op de basisschool: effectiviteit te reductie van sociaaleconomische gezondheidsverschillen in cariësincidentie C. Terstegge - Gezondheidswinst bij ouderen door preventie A. van den Berg Jeths - Trends in de incidentie van en sterfte aan baarmoederhalskanker in Nederland in de jaren J. van Dijck - Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker na wijziging: de eerste resultaten zijn gunstig L. Berkers - Determinanten van (non-)participatie in het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker T. Knops-Dullens - Tien jaar bevolkingsonderzoek naar borstkanker: verwachtingen en uitkomsten J. Fracheboud - Integrale aanpak van depressiepreventie - Preventie van depressie is tot nu toe onvoldoende geëxploreerd en toegepast. De workshop geeft inzicht van de wetenschappelijke onderbouwing van depressiepreventie. In de workshop staat aan het eind de vraag centraal hoe preventie van depressie onderdeel kan worden van een bredere public health benadering. - Trimbos Instituut Deelsessies/workshops INFECTIEZIEKTEN 2 Presentaties Voorzitter: dr. J. van Steenbergen - Comparative optimism in perceived risk of SARS and infectious diseases in general A. Aro - Perceptie van risico's van vaccinatie door ouders: waargenomen kwetsbaarheid en controle D. Timmermans - Kinkhoest in Nederland na de introductie van acellulaire booster voor vierjarigen S. de Greeff - Clusteranalyse van invasieve meningokokkenziekte: vergelijking van de resultaten uit een nieuwe statistische methode en veldobservaties C. Hoebe GEZOND GEDRAG 2 Workshop Voorzitters: dr. S. Kremer en dr. T. Visscher - Preventie van gewichtsstijging: Nederlands Researchprogramma Gewichtsbeheersing (NHS-NRG) - Het Nederlands Research Programma Gewichtsbeheersing is ontwikkeld in het kader van het top-down programma van de Nederlandse Hartstichting. Het doel is om de determinanten van gewichtsstijging te bestuderen en om geïntegreerde, multidisciplinaire preventie programma s uit te voeren en te evalueren. De eerste resultaten van het programma zullen worden gepresenteerd. - Universiteit Maastricht ARBEID, OUDEREN Presentaties Voorzitter: prof. dr. J. Groothoff - Attitudes, sociale norm en ervaren controle in relatie tot ziekteverzuim bij werknemers met astma en COPD C. Boot - Nek/schouder- en arm- en rugklachten in de relatie tot computergebruik, lichamelijk activiteit en psychosociale gezondheid A. Diepenmaat - In samenspraak: een evaluatie van een huisbezoekproject bij alleenstaande 55-plussers M. Kuilman - Een keer in de week is niet genoeg: effecten van meer bewegen voor ouderen (MBVO-gym) op kwaliteit van leven en zelfredzaamheid; een gerandomiseerde gecontroleerde studie M. Stiggelbout GEZONDHEIDSVERSCHILLEN 2 Presentaties Voorzitter prof. dr. N. Klazinga - Bruggen bouwen: effectevaluatie van de begeleiding van Turkse en Marokkaanse vrouwen met stressgerelateerde pijnklachten door allochtone zorgconsulenten in Rotterdamse huisartspraktijken E. Joosten-van Zwanenburg - Predictoren van emotionele en gedragsproblemen bij Marokkaanse jeugdigen in Nederland G. Stevens - Beliefs van Turkse en Marokkaanse immigranten in Nederland over stoppen met roken: implicaties voor preventieprogramma's V. Nierkens - Ethnische verschillen in zuigelingensterfte in relatie tot de mate van acculturatie J. Troe SCREENING 2 Presentaties Voorzitter: prof. dr. J. Habbema - Validatie van een beslismodel voor deelname aan preconceptionele dragerschapscreening voor cystic fibrosis en/of hemoglobinopathieën P. Lakeman - Evaluatie regionale publiekscampagne over erfelijk hoog cholesterol H. van den Nieuwenhoff - Het risico op overdiagnostiek bij screening op prostaatkanker A. Reedijk - PILOT Chlamydia : Screening op Chlamydia trachomatis via de GGD in 4 regio's in Nederland: studie-opzet, uitvoering, respons en non-respons J. van Bergen GROTE KWESTIES 2: VOLKSGEZONDHEID Presentaties Voorzitter: prof. dr. G. van der Wal - Nieuwe methode voor de kwantificering van ziektelast: de MIDAS studie M. Janssen - Prioriteren en evalueren in het kader van letselpreventie S. Mulder - Variatie in letselincidentie ten gevolge van ongevallen in tien Europese landen S. Polinder - Veranderingen in (onder)behandeling van hypercholesterolemie in Nederland in de periode W. Verschuren tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 4

5 Programma 15 april Uitreiking Volksgezondheidsprijs 2003 door prof. dr. M. Donker, juryvoorzitter Borrel AVONDPROGRAMMA Buffet Speakers Corner Feest met medewerking van de sprankelende band Perfume de Salsa 15 APRIL Ontvangst en registratie Opening door de dagvoorzitters mr. J. Kohnstamm en prof. dr. J. Mackenbach Demonstratie Heart Dance Award Langer gezond leven, ook een kwestie van gezond gedrag drs. J. Hoogervorst, Minister Volksgezondheid, Welzijn en Sport Een gezond beleid voor een langer leven prof. dr. P. Schnabel, Sociaal en Cultureel Planbureau Verkleining van gezondheidsverschillen, hoe doe je dat? prof. dr. J. Mackenbach, ErasmusMC Koffiepauze Gezondheidsachterstand: een individueel of een maatschappelijk probleem?, drs. J. Klijnsma, wethouder Welzijn, Volksgezondheid en Emancipatie Gemeente Den Haag Uitreiking Stimuleringsprijs OGZ 2004 door mr. W. Sorgdrager, juryvoorzitter Lunch/Poster- en Informatiemarkt Deelsessies/workshops INFECTIEZIEKTEN 3 Workshop Voorzitter: prof. dr. M. Donker - Infectieziektebestrijding, de uitdaging van de 21e eeuw - Doel van deze workshop is om enerzijds aan de hand van interessante cases te presenteren dat onderzoek, praktijk en beleid van infectieziektebestrijding onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Anderzijds om aan te geven dat het onderzoekscentrum waarin GGD en Universiteit met elkaar samenwerken, nieuwe kansen en uitdagingen biedt voor de toekomst. - GGD Rotterdam e.o. / ErasmusMC GEZOND GEDRAG 3 Workshop Voorzitter: drs. A. Oenema - Advies op maat: toepassingen en mogelijkheden in de 21e eeuw - Advies op maat is een veelbelovende voorlichtingsstrategie om mensen te motiveren en aan te zetten tot gedragsverandering. In deze workshop wordt een overzicht gegeven van het wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van advies op maat en de integratie van advies op maat in bestaande gezondheidszorg netwerken. - ErasmusMC / Universiteit van Maastricht / NIGZ JEUGD EN GEZONDHEID 2 Presentaties Voorzitter: drs. L. Jonkers-Kuiper - "Voorkomen is beter dan genezen! Voorkomen is beter dan genezen?": Aanbevelingen ten behoeve van de ontwikkeling van genotmiddelenvoorlichting op het basisonderwijs, op basis van onderzoek naar de gezonde school en genotmiddelen voor het basisonderwijs F. Goossens - Kwaliteitscriteria voor schoolse interventies gericht op collectieve gezondheidsbevordering en preventie: de schoolslag-checklist 1.2 N. Boot - Schoolgezondheidsbeleid ter vermindering van sociaal-economische gezondheidsverschillen M. Crone - Gecoördineerde gezondheidsbevordering in het onderwijs op maat: de schoolslagwerkwijze M. Leurs GEZONDHEIDSVERSCHILLEN 3 Workshop Voorzitter: dr. J. ten Dam - Lokaal Gezond - Het NIGZ Steunpunt Lokale Aanpak Gezondheidsverschillen (SLAG) ondersteunt gemeenten en GGD-en bij het vormgeven en uitvoeren van effectief gezondheidsbeleid dat gericht is op groepen met een achterstand in tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 5

6 Programma 15 april Pauze gezondheid. In de workshop willen we een viertal voorbeelden van deze ondersteuning ter discussie voorleggen. NIGZ LOKAAL GEZONDHEIDSBELEID 1 Workshop Voorzitter: mw. A. Koornstra - Versterking van de openbare gezondheidszorg: hoofdpunten uit de gemeentelijke beleidsnota s - Welke gezondheidswinst is er te behalen wanneer de lokale nota s gezondheids-beleid volgens planning uitgevoerd worden? Onder welke (doel)groepen wordt die winst vooral behaald? En waarmee wordt die winst behaald? Zit de versterking voornamelijk in structuren en samenwerking of in de uitvoering van gezondheidsbevorderende projecten en activiteiten? Vraagt u zich dit ook af, kom dan naar deze workshop over de hoofdpunten uit het gemeentelijk gezondheidsbeleid. - GGD Nederland Deelsessies/workshops INFECTIEZIEKTEN 4 Presentaties Voorzitter: prof. dr. H. Rengelink - Project VISI, een versterkte infrastructuur voor infectieziektebestrijding. Naar betere afstemming van kennis, logistiek en beleid J. Doosje - MRSA in de openbare gezondheidszorg: Midden-Holland ontwikkelt een transmuraal MRSA-protocol D. Beaujean - Landelijke vaccinatiecampagne hepatitis B risicogroepen: resultaten van het 1e jaar M. Heijnen - Het gebruik van oseltamivir bij influenza outbreaks in verpleeg- en verzorgingshuizen S. van der Plas GEZOND GEDRAG 4 Workshop Voorzitter: prof. dr. J. Brug - Bevordering van gezonde eetgewoonten in scholen - In deze workshop worden vier projecten gepresenteerd die tot doel hebben jongeren aan te moedigen tot gezond eten. In elk van deze projecten wordt GROTE KWESTIES 3 Preventie van hart- en vaatziekten workshop Voorzitters: dr. E. Ruland en dr. P. van Assema - Hartslag Limburg - Hartslag Limburg is een regionaal project gericht op de preventie van hart- en vaatziekten. In deze workshop wordt een korte inleiding gegeven over de opzet van het project. Vervolgens zullen 4 presentaties worden gegeven over deelprojecten, waarin nieuwe resultaten worden getoond. Afrondend wordt toegelicht en bediscussieerd wat de consequenties zijn voor de toekomst, voor het project als geheel en voor de onderliggende visie van een brede integrale aanpak op lokaal niveau. - GGD Zuidelijk Zuid-Limburg GEZOND GEDRAG 5 Presentaties Voorzitter: drs. H. Saan - Van Model naar Praktijk, JUMP-in; sport en bewegen voor kinderen gebruik gemaakt van een interventiemix gericht op zowel persoonlijke als omgevingsdeterminanten van voedselconsumptie van jongeren. - ErasmusMC / Universiteit van Maastricht / Stichting Voedingscentrum Nederland / Productschap Tuinbouw JEUGD EN GEZONDHEID 3 Presentaties Voorzitter: mr. N. Wytzes - Methodiek voor de ontwikkeling van JGZ-standaarden M. Wagenaar-Fischer - Rotterdamse jeugdgezondheidszorg en jeugdbeleid in de 21e eeuw: de RJM E. de Wilde - Jeugdige diabetici en Gezond Leven C. Dedding - De minimale interventie strategie in de jeugdgezondheidszorg ter preventie van overgewicht bij kinderen M. Dijkman OPLEIDING Workshop Voorzitter: drs. P. Kroon M. Jurg - Tot bewegen bewogen: veilig bewegen in de woonomgeving T. Alleman - Communities in beweging A. Vlasveld - Participatief Actiebegeleidend onderzoek: Wijkgezondheidswerk Eindhoven A. Wagemakers GEMEENTEN EN PREVENTIE Presentaties Voorzitter: dr. P. Uniken Venema - Allergeenarme woningen J. van der Boogaard - Onderbouwing van preventief gemeentelijk beleid: wat is de woon-, welzijns- en zorgopgave voor de periode tot 2010? J. Driessen - Preventie huiselijk geweld door gemeenten N. Assen - Gezond gedrag en lokaal beleid: het gebruik van juridische maatregelen ter bevordering van gezond gedrag R. van Hal - Kwaliteit ben je zelf - Wil je meer weten over competenties, wat je ermee kunt en wat je organisatie ermee kan? Vraag jij je ook wel eens af hoe je beter kunt leren en vooral hoe je beter van elkaar kunt leren? Kom dan naar deze workshop waar je meer hoort over competentiemanagement en waar deelnemers in een interactieve sessie van elkaar leren rondom een actueel public health thema. NSPOH LOKAAL GEZONDHEIDSBELEID 2 Workshop Voorzitter: drs. J. Krosse - Bestuurlijke regierol in het lokale gezondheidsbeleid: verantwoordelijkheid zonder zeggenschap? - Deze workshop gaat over de ervaren problematiek onder portefeuillehouders (volks-) gezondheid(szorg) betreffende hun door de wet opgelegde rol als regisseurs in de lokale openbare gezondheidszorg. De workshop zal ingaan op deze problematiek met oog op twee doelen. Het eerste doel is het beschrijven van de precieze omvang en aard van het probleem. Het tweede doel is een strategie te ontwikkelen voor het aanpakken van deze problematiek door middel van het Netwerk Gezonde Gemeenten. - Netwerk Gezonde Gemeenten tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 6

7 Programma 15 april GROTE KWESTIES 4 Opvoeding en gezondheid presentaties Voorzitter: drs. M. Beckers - Voorkomende ouders: vroegtijdig signaleren van psychische problemen bij ouders met een baby A. Vlaanderen - Preventie meisjesbesnijdenis; de praktijk G. Nienhuis - Ambassadeurs oudervoorlichting: bewustmaking van allochtone ouders G. Postma - Vroegsignalering in de Jeugdgezondheidszorg: ouders en verpleegkundigen over zorgwekkende opvoedingssituaties S. Detmar GEZOND GEDRAG 6 Workshop Voorzitter: drs. G. de Wit - Sport beweegt gezondheid De rol van sportverenigingen bij het bevorderen van de volksgezondheid - Tijdens deze workshop worden, naast een toelichting op het plan Sport Beweegt Gezondheid, enkele reeds lopende projecten kort toegelicht. Tijdens de workshop wordt per project steeds aangegeven wat de achtergronden, doelen, doelgroepen, looptijden en resultaten zijn. Tijdens de discussie zal met name ingegaan worden op de mogelijkheden van de aanwezige organisaties om deze projecten optimaal in te zetten ten behoeve van hun eigen beleidsdoelstellingen. - NOC*NSF KENNIS VOOR BELEID Presentaties Voorzitter: drs. H. Smid - Oordelen met de Preffi 2.0: resultaten van onderzoek naar de betrouwbaarheid en de bruikbaarheid van het instrument G. Molleman - Lokaal gezondheidsbeleid: een kwestie van kennis en mobilisatie van het netwerk? M. Hoeijmakers - GGD Kennisnet, kroniek van een kennismanagementsysteem M. Banning - Kwaliteit van bemoeizorg voor gemarginaliseerde verslaafden: structuur-, proces- en uitkomstindicatoren opgesteld met behulp van concept mapping D. Roeg AFSLUITING MET MYSTERY GUEST EN BORREL tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 7

8 Posters Posters (in alfabetische volgorde van de eerste auteur) Naar vraaggestuurde dieetzorg Aarsen, C.J.E. Kosten-effectiviteit van preventie van neonatale infectie door Groep B streptokokken Akker, M.E. van den Applaus voor jezelf: een lesmethode voor de bevordering van de sociaal-emotionele ontwikkeling van asielzoekerskinderen tussen 4 en 6 jaar Baan, J. Diversiteit richtlijnen bestrijding hoofdluis in de openbare gezondheidszorg: géén blijvende kopzorg! Beaujean, D.J.M.A. Behoefteonderzoek leerkrachten basisonderwijs: ASE-determinanten die samenhangen met gezondheidseducatie in de klas Bessems, K.M.H.H. De relatie tussen behoeften, bronnen en zorgvraag: een onderzoeksmodel Bilsen, P.M.A. van Werkgelegenheidsbeleid vanuit Europa, gezondheidseffecten in Nederland Broeder, L. den Melkvoeding in de eerste vier levensmaanden bij autochtone en allochtone zuigelingen Bulk-Bunschoten, A.M.W. Familiezorg in de Turkse cultuur Buren, L.P. van Gezondheidsenquête onder de Turkse en Marokkaanse bevolking van Rotterdam: een vergelijking van drie methoden Buren, L.P. van Voortgangsbewaking van het lokale gezondheidsbeleid Burg, M.P.C. van den Risicogedrag ten aanzien van tanderosie en het effect van een VMBO voorlichtingsproject Claus, L.M. Overgewicht en voedingsgewoonten in Nederland. Een studie naar verschillen tussen autochtonen en allochtonen in Nederland Cornelisse-Vermaat, J.R. De vraag naar gezondheid: verschillen tussen autochtonen en allochtonen in Nederland Cornelisse-Vermaat, J.R. Het geboortekoffer-systeem: infrastructuur voor informatie en communicatie in de JGZ Cuyvers, P.F. Het kidscreen project: Een Europese vragenlijst om kwaliteit van leven van kinderen en jongeren te meten Detmar, S.B. Sportschoolbezoekers over het gebruik van prestatieverhogende middelen in de sportschool Detmar, S.B. Agenda 22: werken aan de basis Detmers, H. Leerlingbemiddeling basis- en voortgezet onderwijs Dirkzwager, M. Monitoring van gezondheidsproblemen na rampen Dirkzwager, A.J.E. Veranderingen in de verdeling van sociaaldemografische kenmerken binnen sociaaleconomische groepen in de huisartsenpraktijk Duenk, E.N. Programmatische preconceptie advisering door de huisarts Elsinga, J. Een case-controle onderzoek naar acute respiratoire infecties in de eerste lijn Gageldonk-Lafeber, A.B. Determinanten van transities in zorggebruik door ouderen Geerlings, S.W. Primaire preventie van hemoglobinopathieën in immigranten populaties Giordano, P.C. Zicht op OGGZ Gooskens, I. Evaluatie van het Interne Visitatie model van het Academisch Medisch Centrum Graaff, S.C. de Geïntensiveerde meningokokkensurveillance na invoering van vaccinatie tegen meningokokken C in Nederland Greeff, S.C. de De ziektelast van ongevalsletsels Haagsma, J.A. Okido: Interventieprogramma over Overgewicht bij Kinderen in de Ontwikkeling Haare, I.van Samenwerken in acute situaties: ontwikkeling en implementatie van een richtlijn rond samenwerking van politie een GGz hulpverleners Herrmann, G. De implementatie van allochtone zorgadviseurs en Informatiecentra Zorg en Welzijn in vier stadsdelen van Amsterdam Hesselink, A.E. Unieke Noro-virus epidemie onder schoolkinderen na spelen in een recreatieve waterfontein Hoebe, C.J.P.A. Project Preventief Gezondheidsonderzoek bij ouderen Hoekstra, L.T.M. Het Kijk-en Vertelboek: educatiemateriaal voor peuters en kleuters met diabetes mellitus en hun ouders en hulpverleners Hosli, E. Risicogedrag adolescenten in de euregio Maas-Rijn Houben, A.W. Wetenschappelijke kwaliteit van het Gezondheidszorgonderzoek: verschillende disciplines, één epistemologie Juttmann, R.E. Stress-management training voor mensen met kanker: verkenning van effecten Kieviet-Stijnen, A. Prevalentie en incidentie van non-rhesus- D-zwangerschapsimmunisatie: resultaten uit de OPZI studie Koelewijn, J.M. A breastfeeding promotion and support program in the Netherlands: the randomized trial breastfeeding Step by Step Kools, E.J. De Thuisdokter Kraetzer, C. Ontwikkeling van screeningsinstrument om ondervoede klinische patiënten eerder te herkennen en te behandelen: de short nutritional assessment questionnaire (SNAQ) Kruizenga, H.M. Groninger Interventie Methodiek (GIM): terugdringen van overgewicht met wijkgerichte aanpak Kuilder, R. Etnische verschillen in zorggebruik: de samenhang tussen etniciteit, verwijsreden en diagnoses Lanting, L. Voedingsweek deelgemeente Hoogvliet Lee, G. van der Multiculturele traktatiekalender Lee, G. van der Gebruik van uitgaansdrugs in Volendamse uitgaansleven: ontnuchterend! Maalsté, N. Ziektelast ten gevolge van ongevallen in Nederland Meerding, W.J Optimalisering van de zorg bij diabetes en infecties: zorgonderzoek en zorgvernieuwing binnen een uniek samenwerkingsproject Muller, L.M.A.J. Signalering van psychosociale problemen bij middelbare scholieren in Volendam na de cafébrand Nooijen Kooij, G.A.M. van Belang van brandwondenregistratie en preventie Oen, I.M.M.H. Omvangschatting huiselijk geweld: een registratieproject in Haarlem Oosterlee, A. Informatiezoekgedrag en - gebruik van nationale beleidsmakers werkzaam op het terrein van de preventieve en openbare gezondheidszorg: analyse en aangrijpingspunten voor een vraaggestuurd informatieaanbod Peters, L.W.H. Een multimedia campagne gericht op de preventie van lage rugpijn: de potentiële gezondheidswinst Picavet, H.S.J. Hepatitis B - immunisaties van pasgeborenen van hepatitis B-geïnfecteerde moeders kan tijdiger en daarmee beter Ploeg, C.P.B. van der Ongerustheid bij ouders na foutpositieve neonatale gehoorscreening Ploeg, C.P.B. van der tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 8

9 Posters Determinanten van werkhervatting in het eerste jaar na ziekmelding Post, M. Frailty en het risico op opname in een verzorgings-/verpleeghuis onafhankelijk van het effect van chronische ziekten en functionele beperkingen Puts, M.T.E. 200 gram groenten, 2 stuks fruit! Vanzelfsprekend. Reinaerts, E.B.M. Gezonde leefgewoonten in Westerpark: Kwalitatief interventieonderzoek overgewicht Turkse en Marokkaanse vrouwen Riet, H. van 't Vraaggerichte en vraaggestuurde zorg: een eerste aanzet tot een typologie op basis van visies van deskundigen Rijckmans, M.J.N. Gezondheidsachterstand moet wijken: actieprogramma en ontwikkelingsevaluatie hand in hand Schmidt, M. Therapietrouw en -ontrouw in een multiculturele samenleving Schuster, J. Afstemmen van jeugdgezondheidszorg, jeugdbeleid en jeugdzorg: preventie van drugs en alcohol bij jongeren Serrée, B. Trends in incidentie en sterfte van tumoren, samenhang met gedrag en omgeving Siesling, S. Selectie van HIV-geïnfecteerde drugsgebruikers voor behandeling met een effectieve HIV-therapie lijkt gebaseerd op huidig drugsgebruik Smit, C. Vergelijking van drie meetinstrumenten van kwaliteit van leven voor public health monitoring Toet, J. GGZ-arbeidshulpverlening werkt: evaluatie van het zorgproces en de effecten van behandeling bij cliënten met arbeidsgerelateerde psychische klachten Verlaan, M.L. Evaluatieonderzoek van de 24-uur woonvoorzieningen voor Utrechtse dakloze druggebruikers Vermeulen, K.T. Foliumzuurgebruik bij zwangere vrouwen: Onderzoek naar determinanten van gedrag bij vrouwen met een verschillende etnische afkomst en sociaal-economische status Vree, F.M. van Risicofactoren voor zwangerschapsimmunisatie Vrijkotte, T.G.M. Seksueel gedrag en risico's bij Limburgse leerlingen van de vierde klas van het voortgezet onderwijs Waarbeek, H.L.G. ter JGZ-standaarden opsporing van visuele stoornissen 0-19 jaar, methodiek onderzoek scoliose en vroege opsporing congenitale hartafwijkingen Wagenaar, M.M. Gezonde start: lokale aanpak gezondheidsbevordering bij kinderen in achterstandssituaties Wal, T. van der Determinanten van preventie van gewichtstijging Wammes, B. Feasibility van een registratie van patiënten met een chronische nierinsufficiëntie Weijnen, Th.J.G. Victory Camp: een uniek zomerkamp voor tieners met overgewicht Wersch, C. van Lichamelijke activiteit en valongevallen bij ouderen Wijlhuizen, G.J. tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 9

10 14 april : sessie 1 SESSIE 1 PRESENTATIES: INFECTIEZIEKTEN 1 Voorzitter: dr. J. Richardus Virtuele vragenlijsten: ervaringen met HIV-preventie onderzoek via het Internet Mikolajczak J., H.J. Hospers, G. Kok Reshape Universiteit Maastricht, Maastricht Het gebruik van het Internet als medium om data te verzamelen die relevant zijn voor gedragswetenschappelijke doeleinden, is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Steeds vaker worden vragenlijsten uit traditioneel schriftelijk vragenlijstenonderzoek vertaald in elektronische versies die via het Internet hun weg naar de doelgroep moeten vinden. Twee recent uitgevoerde Internetstudies aan de Universiteit Maastricht richtten zich specifiek op de doelgroep mannen die seks hebben met mannen (MSM) en maakten gebruik van de website en chatbox van Chatboy.nl (www.chatboy.nl) om deze doelgroep te bereiken. Op deze manier werd in beide studies binnen een maand een grote groep respondenten bereikt. Voor het E-dating onderzoek, waarin de relatie tussen chatten, daten en seksueel gedrag centraal stond, vulden 5302 mannen een elektronische vragenlijst volledig in en ruim 4000 mannen deden dat voor een grootschalig determinantenonderzoek (HTO2003) over niet-testen op HIV. Naast het gemak waarmee data verzameld kunnen worden, draagt ook de anonimiteit van het medium en de mogelijkheid om vragen op maat aan te bieden bij aan de kracht van Internetonderzoek. Wanneer de steekproeven van beide Internetonderzoeken vergeleken worden met de steekproeven van schriftelijk vragenlijstenonderzoek bij dezelfde doelgroep, dan blijken beide typen steekproeven van elkaar te verschillen wat betreft demografische kenmerken en gedrag. Zo blijkt ondermeer dat via het Internet een substantiële groep mannen bereikt wordt die anders onderbelicht blijft, waaronder biseksuele mannen en mannen die hun coming-out nog niet hebben gehad. In deze presentatie zal dieper worden ingegaan op Internetonderzoek als methode om gedragswetenschappelijk onderzoek op te zetten en uit te voeren. Daarnaast zal op basis van een vergelijking tussen de bevindingen in beide Internetstudies en traditioneel pen-en-papier onderzoek bij dezelfde doelgroep, gepleit worden voor een aanvullende rol die beide typen van onderzoek op elkaar moeten hebben. Beslissingsondersteuning bij een hiv-test voor homoseksuele mannen Haks K., 1 W.S. Cremer, 1 J. Mikolajczak, 2 E.J.C. van Ameijden 1 1 GG&GD Utrecht 2 Faculteit der Psychologie, Universiteit Maastricht Sinds 1999 wordt in Nederland een actief hiv-test beleid gevoerd, maar nog steeds heeft ongeveer de helft van alle homoseksuele mannen zich nog nooit laten testen. Het is onbekend in welke mate er behoefte is aan ondersteuning bij het nemen van een beslissing om wel of niet te testen. Dit onderzoek richt zich vooral op de behoefte aan een computer tailored intervention. Daarnaast is onderzocht wat praktische wensen zijn ten aanzien van de hiv-test. Ter oriëntatie zijn er focus-group-gesprekken gehouden met kringleden waarin een aantal stellingen werden besproken. Hiermee is een vragenlijst ontwikkeld en deze is in juni 2003 verstuurd naar alle mannelijke leden van COC Midden- Nederland en COC Amsterdam (ruim 1800 vragenlijsten) en heeft in augustus/september 2003 vier weken op een homochatroom op internet gestaan. De respons op de schriftelijke vragenlijst was 52% en via internet hebben ruim 4000 mannen gereageerd. Een belangrijke uitkomst is dat van alle mannen die nog nooit op hiv zijn getest, gemiddeld 91% (schriftelijke vragenlijst: 81%; internetvragenlijst: 93%) gebruik zou maken van een internetsite die door het invullen van vragen zou komen tot een persoonlijk testadvies. Alle voorgestelde adviezen (een advies om wel/niet te testen, een inschatting van het gelopen risico, testlocaties in de buurt en gegevens over deze testlocaties, zoals openingstijden en wachttijd) worden belangrijk gevonden. Bij mannen die nooit zijn getest ligt het accent op een advies om wel of niet te testen en een inschatting van het gelopen risico en bij mannen die zich wel al eerder hebben laten testen op informatie over testlocaties in de buurt en gegevens over deze testlocaties. De belangrijkste uitkomst met betrekking tot de praktische kant van het testen is dat alle mannen het erg moeilijk vinden om een aantal dagen te wachten op de uitslag. Er is dus een groot draagvlak voor een computer tailored intervention en het direct krijgen van de testuitslag wordt erg belangrijk gevonden. Stijging in seksueel risicogedrag en SOA onder homoseksuele mannen: is er sprake van optimisme door de komst van effectieve anti-retrovirale middelen? Stolte I.G., 1 J.B.F. de Wit, 2 A van Eeden, 3 R.A. Coutinho, 1,4 N.H.T.M. Dukers 1 1 GG&GD Amsterdam, Cluster infectieziekten, HIV & SOA onderzoek 2 Afdeling Sociale en Organisatie Psychologie, Universiteit Utrecht 3 Jan van Goyenkliniek, Amsterdam 4 Afdeling Humane Retrovirologie, Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam Geslachtsziekten, zoals syfilis en gonorroe, zijn de laatste jaren stijgende, met name onder homoseksuele mannen. Dit duidt op een toename in seksueel risicogedrag, mogelijk gerelateerd aan optimisme door het beschikbaar komen van effectieve anti-retrovirale middelen (HAART) tegen HIV in Doel van dit project is onderzoeken of optimisme een rol speelt in de stijging van seksueel risicogedrag en geslachtsziekten onder homoseksuele mannen. De onderzoekspopulatie bestond uit HIV-negatieve homoseksuele mannen uit het Amsterdamse Jongerencohort (N=293, tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 10

11 14 april : sessie ) en HIV-geïnfecteerde homoseksuele mannen onder behandeling bij de Jan van Goyenkliniek (N=57, ). Associaties tussen HAART-gerelateerde percepties (b.v. verminderde HIV/AIDS dreiging sinds HAART, minder noodzaak voor condoomgebruik) en risicogedrag werden geanalyseerd met behulp van logistische regressie, gecorrigeerd voor herhaalde metingen. HIV-negatieve homoseksuele mannen bleken over het algemeen realistisch, en niet optimistisch. Ze vonden veilige seks nog steeds belangrijk, en over het algemeen vond men HIV en AIDS niet minder bedreigend sinds de introductie van HAART. Echter, hoe minder bedreigend mannen HIV en AIDS sinds HAART vonden, hoe groter de kans op onbeschermd anale seks met losse partners (OR: 1.3 [95%CI: ]). Onder HIV-geïnfecteerde mannen steeg onbeschermd anale seks met losse partners van 10,5% in 2000 tot 27,8% in 2003 (p<.01), en met vaste partners van 5,3% tot 10,7% (ns). Mannen met een positiever beeld van de eigen viral load, hadden ook een grotere kans op risicogedrag met vaste partners (OR: 5,8 [2,4-13,9]). De werkelijke viral load was juist niet geassocieerd met risicogedrag. De stijgingen in seksueel risicogedrag en geslachtsziekten onder homoseksuele mannen duiden erop dat huidige preventie tekort schiet. Onder HIV-negatieve mannen lijkt er sprake te zijn van een zeker optimisme (minder HIV/AIDS dreiging) wat risicogedrag veroorzaakt. Voor HIV-geïnfecteerde mannen kan het bespreekbaar maken van percepties die mannen hebben over hun viral load, naast het geven van de echte uitslagen, bijdragen aan preventie van risicogedrag en geslachtsziekten. Effect van vaccineren van hoogrisicopatiënten tegen influenza op contacten met de huisartspraktijk gedurende een influenza-epidemie Tacken M.A.J.B., 1 E. Hak, 2 D.H. de Bakker, 3 J.C.C. Braspenning 1 1 Centre for Quality of Care Research (WOK), UMC St Radboud, Nijmegen 2 Julius Centrum voor Huisartsgeneeskunde en Patiëntgebonden Onderzoek; UMC Utrecht 3 Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL), Utrecht Jaarlijks worden duizenden hoogrisicopatiënten gevaccineerd tegen influenza, de vaccinatiegraad ligt de laatste jaren rond 75%. In herhaalde studies is gebleken dat griepvaccinatie leidt tot minder sterfte en ziekenhuisopnames, maar leidt het ook tot minder contacten met de huisarts in een epidemische periode? De hoeveelheid contacten die hoogrisicopatiënten hebben met de huisartspraktijk in een epidemische periode zal immers ten gevolge van de vaccinatie kunnen dalen. Doel van deze studie was het vaststellen van het aantal contacten in de huisartspraktijk van hoogrisicopatiënten in een epidemische periode en de effectiviteit van het vaccineren op een afname van dit aantal contacten. Na detectie van alle hoogrisicopatiënten in de vaccinatiejaren 1999 en 2001 uit geautomatiseerde LINH-huisartsenpraktijken, werd per hoogrisicopatiënt het aantal contacten gedurende de epidemische periode met de huisartspraktijk in kaart gebracht. Met behulp van regressieanalysetechnieken werden verschillen tussen gevaccineerde en niet gevaccineerde hoogrisicopatiënten geanalyseerd. Hierbij werd met behulp van zogenaamde propensityscores door middel van restrictie en multivariate regressie-analyse gecorrigeerd voor confounding. De resultaten laten zien, dat er over het geheel genomen tijdens een influenza-epidemie geen reductie in het totaal aantal contacten in de eerste lijn kan worden vastgesteld als gevolg van het vaccineren. Uitzondering hierop vormt de groep hoogrisicopatiënten met een cardiovasculaire aandoening en de groep patiënten met diabetes mellitus. Gedurende een ernstige epidemie (zoals in ) wordt bij deze groepen patiënten een reductie in contacten waargenomen tijdens de epidemische periode. Per patiënten in een huisartspraktijk betekent dit gedurende een epidemie (in weken) een reductie van 10,4 contacten van cardiovasculaire patiënten of 6,1 contacten van mensen met diabetes. Naast de reeds bekende effecten op sterfte en ziekenhuisopname heeft de griepvaccinatie dus ook een beperkt effect op de omvang van het huisartsbezoek in de epidemische periode. Epidemieën, ernstig genoeg om een dergelijk effect aan te tonen, komen ongeveer om het jaar voor. PRESENTATIES: GEZOND GEDRAG 1 Voorzitter: prof. dr. H. Garretsen De geschatte prevalentie van diabetes mellitus type II in 2020, bij drie toekomstscenario s ten aanzien van obesitas Bemelmans W.J.E., 1 R.T. Hoogenveen, 1 T.L.S. Visscher, 1,2 W.M.M. Verschuren, 1 A.J. Schuit 1 1 Centrum voor Preventie en ZorgOnderzoek, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven 2 Afdeling Voeding en Gezondheid, Vrije Universiteit, Amsterdam Matig overgewicht (Quetelet index (QI) > 25 kg/m 2 ), maar met name obesitas (QI 30 kg/m 2 ) is een risicofactor voor het krijgen van diabetes mellitus type II (DM-II). Het toekomstperspectief voor de prevalentie van obesitas, en daarmee dus ook voor de prevalentie van DM-II, is ongunstig. Naar verwachting zal de stijgende trend uit het verleden zich verder voortzetten. Het kabinet stelt als doel in de nota preventiebeleid Langer gezond leven dat deze verwachte stijging in obesitas voorkómen wordt. Het RIVM schatte de effecten van drie toekomstscenario s ten aanzien van obesitas: a) een status quo-scenario waarbij de prevalentie gelijk blijft; b) een trend scenario, waarbij de trend uit het verleden is geëxtrapoleerd naar de toekomst; c) een Amerikaans scenario waarbij de Nederlandse prevalentie in 2020 gelijk is aan de huidige Amerikaanse situatie. De effecten zijn geschat met het Chronisch Ziekten Model van het RIVM. Dit is een dynamisch Markov type multi state transitie model, en het werd reeds toegepast binnen beleidsdocumenten, artikelen en VTV rapporten. In 2020 is bij de 20-plussers de prevalentie van obesitas 12% in het status quo scenario, 18% in het trend scenario (stijging met personen), en 30% in het Amerikaans scenario (stijging met personen). Ten opzichte van het status quo scenario is de prevalentie van DM-II 9% hoger in het trend- tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 11

12 14 april : sessie 1 scenario en 19% hoger in het Amerikaans scenario. Gedurende 20 jaren bedraagt het cumulatief aantal éxtra DM-II patiënten in het trendscenario en in het Amerikaans scenario. Ongeveer 25% van deze éxtra gevallen is jonger dan 50 jaar. Aangezien bij het modelleren de werkelijkheid wordt vereenvoudigd geven deze resultaten een indicatie van de omvang van de effecten, en zijn het geen harde getallen. Desalniettemin wordt geconcludeerd dat de winst van gezondheidsbeleid dat de verwachte gewichtsstijging voorkómt evident is, zeker aangezien DM-II slechts één van de met obesitas samenhangende gezondheidsproblemen is. Hervorming van het EU-beleid voor groenten en fruit levert gezondheid op Veerman J.L., J.J. Barendregt, J.P. Mackenbach Instituut voor Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC Achtergrond: Consumptie van groente en fruit kan hart- en vaatziekten en kanker voorkomen. Helaas voldoet minder dan de helft van de Nederlanders aan de WHO-norm van 400 gram groente en fruit per dag. Consumptie is lager onder sociaal-economisch zwakkere groepen. Gezondheidsbeleid is erop gericht groente- en fruitconsumptie te verhogen. Daarentegen is het landbouwbeleid van de Europese Unie (EU) erop gericht de prijs van landbouwproducten hoog te houden, om zo de inkomens van de boeren te steunen. Wanneer door groot aanbod de prijs onder het interventieniveau dreigt te zakken wordt er productie uit de markt genomen en grotendeels vernietigd. De kunstmatig hoge prijs heeft een drukkend effect op de groente- en fruitconsumptie, en is daarmee strijdig met het volksgezondheidsbelang. Doel: Het kwantificeren van de gezondheidsgevolgen voor de Nederlandse bevolking van het afschaffen van EU-prijs ondersteuning van groenten en fruit. Methoden: Het effect van het stoppen met prijsondersteuning wordt in scenario s weergegeven. Voor het schatten van de gezondheidseffecten van de consumptie van groenten en fruit gebruiken we een meerdimensionale levenstafel. Dit model berekent per leeftijd en geslacht de kansen op het ontstaan van coronaire hartziekte, beroerte, longkanker, darmkanker, maagkanker en slokdarmkanker, uitgaande van de situatie in het jaar Door het varieren van de consumptie kunnen ziektelast en sterfte voor de verschillende scenario s worden vergeleken. Voorlopige resultaten: De resultaten worden voornamelijk bepaald door de veronderstellingen over het economische effect van de voorgestelde maatregel. Een maximaal effect wordt berekend in een scenario waarin alle vrijgekomen groente en fruit wordt geconsumeerd. Door toegenomen consumptie zou dit op termijn jaarlijks ongeveer 125 sterfgevallen of 1660 levensjaren kunnen besparen. Conclusie: Afschaffing van EU subsidies voor het opkopen en vernietigen of verwerken van overschotten aan groente en fruit zou een bescheiden bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse volksgezondheid. De invloed van denkbeelden over leeftijdgenoten die roken op het beginnen met roken door jongeren Spijkerman R., 1 R.E.J.J.M. van den Eijnden, 1 S. Vitale, 1 R.C.M.E. Engels 2 1 Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving (IVO), Rotterdam 2 Sectie Orthopedagogiek: Gezin en Gedrag, Pedagogische Wetenschappen en Onderwijskunde, Katholieke Universiteit Nijmegen Sociaal psychologisch onderzoek heeft aangetoond dat het imago van rokers een belangrijke rol kan spelen bij het rookgedrag van jongeren. Uit internationaal onderzoek blijkt dat jongeren die relatief positieve denkbeelden hebben over leeftijdgenoten die roken, vaker met roken beginnen. In hoeverre deze bevindingen van toepassing zijn op Nederlandse jongeren is niet bekend. Ondanks het feit dat recente preventiemethoden zich al wel richten op het imago van rokende jongeren, is er nog geen gedegen onderzoek gedaan naar de theoretische achtergronden van dit proces. Het huidige onderzoek betreft de eerste Nederlandse studie naar dit onderwerp. Daarin staan drie onderzoeksvragen centraal: (1) Welke denkbeelden hebben adolescenten over leeftijdgenoten die dagelijks roken? (2) Zijn denkbeelden over leeftijdgenoten die roken gerelateerd aan toekomstig rookgedrag? (3) Hebben denkbeelden over leeftijdgenoten die roken een toegevoegde waarde als andere belangrijke sociaal-cognitieve factoren (theorie van gepland gedrag) worden meegenomen in de verklaring van toekomstig rookgedrag bij jongeren? Voor de beantwoording van deze vragen zijn op twee meetmomenten met een interval van 1 jaar, data verzameld onder 2024 Nederlandse scholieren van jaar (VMBO, HAVO en VWO). Uit de resultaten blijkt dat leeftijdgenoten die dagelijks roken over het algemeen gezien worden als een beetje sociaal, een beetje rebels, niet echt cool en niet echt aantrekkelijk. Logistische regressie analyses wijzen uit dat bepaalde aspecten van denkbeelden over rokers, toekomstig rookgedrag bij jongeren voorspellen. Zo is de kans dat jongeren gaan roken groter, naarmate rokende leeftijdgenoten meer worden gezien als jongeren die niet rebels zijn en wel cool. Ten slotte, blijken denkbeelden over leeftijdgenoten die roken toekomstig rookgedrag te verklaren, zelfs als andere sociaal-cognitieve factoren worden meegerekend. Theoretische en praktische implicaties van deze resultaten zullen worden bediscussieerd. tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 12

13 14 april : sessie 1 Meervoudig risicogedrag; risico voor gezondheid of gebruik van zorg? Droomers M., G.C.W. Wendel-Vos, A.J. Schuit, M.A.R. Tijhuis Centrum voor Preventie en ZorgOnderzoek, RIVM Mensen die zich ongezond gedragen, blijken er vaak meer dan één ongezonde gewoonte op na te houden. Zo nuttigen rokers ook vaker overmatig veel alcohol. Ongezond gedrag lijkt dus te clusteren in meervoudig risicogedrag. Daarnaast komt meervoudig risicogedrag vaker voor bij bepaalde bevolkingsgroepen. Deze studie heeft ten doel de relatie tussen meervoudig risicogedrag en gezondheid of het gebruik van de gezondheidszorg te beschrijven. De gebruikte gegevens zijn in 2000 en 2001 verzameld in het kader van de tweede Nationale Studie naar ziekten en verrichtingen in de huisartsenpraktijk. Tijdens een interview aan huis hebben respondenten van 21 jaar of ouder vragen beantwoord over hun leefstijl (roken, alcohol consumptie, lichaamsbeweging, groente en fruit consumptie, en het gebruik van drugs), gezondheid (ervaren gezondheid, acute klachten, chronische aandoeningen) en contacten met de gezondheidszorg. Mensen die meer ongezonde gedragingen rapporteren, zijn niet ongezonder dan mensen die zich gezonder gedragen. In tegendeel, gezonde mensen blijken zich vaker schuldig te maken aan meervoudig risicogedrag dan mensen met een minder goede gezondheid. Ook mensen die geen gebruik maken van zorgvoorzieningen of medicijnen blijken vaker meervoudig risicogedrag te rapporteren dan mensen die wel zorg gebruiken of medicijnen slikken. Dit geldt ook voor mensen die geen gebruik maken van preventieve zorg, zoals de tandarts of de griepvaccinatie. Ongezonde mensen en diegene die reeds gebruik maken van de gezondheidszorg lijken in mindere mate bereid gezondheidsrisico s te nemen en zich dus gezonder te gedragen. PRESENTATIES: JEUGD EN GEZONDHEID 1 Voorzitter: dr. H. de Koning Prevalentie van borstvoeding in Nederland en het effect van invoering van het Baby Friendly Hospital Initiative C.I. Lanting, 1 K. Herschderfer, 2 J.P. van Wouwe 3 1 arts-epidemioloog 2 verloskundige 3 kinderarts, Divisie Jeugd, TNO Preventie en Gezondheid UNICEF lanceerde in 1991 het Baby Friendly Hospital Initiative (BFHI) om het geven van borstvoeding te bevorderen. Het accent ligt op verbetering van begeleiding en ondersteuning in de zorg. Het BFHI beoogt instellingen te certificeren als deze aan internationale criteria voldoen ( Tien Vuistregels ). Het BFHI wordt in Nederland gecoördineerd door Zorg voor Borstvoeding, en richt zich op organisaties voor kraamzorg. Doel van het onderzoek is (1) het actualiseren van landelijke borstvoedingscijfers en (2) vast stellen of er een effect is van de invoering van BFHI. TNO-PG stelde een vragenlijst op, die van november tot april op consultatiebureaus uitgedeeld werd aan moeders van zuigelingen in de leeftijd 0-6 maanden. De vragenlijst informeerde naar het type melkvoeding, duur van borstvoedingsperiode, motivatie om te starten en te stoppen met borstvoeding en de achtergrond van moeder, kind en partner vragenlijsten zijn verstuurd, (63%) werden ingevuld teruggezonden. In de periode startte 78% van de moeders met het geven van borstvoeding. Een derde hiervan stopte in de 1 e maand; bij 3 maanden kreeg nog 1: 3 (33%) zuigelingen exclusief borstvoeding. Op de leeftijd van 6 maanden was dat 1: 6 (18%). Daarnaast krijgt 9-15% borst- en kunstvoeding gecombineerd. Er werd een stijgende trend gesignaleerd in het starten met borstvoeding en de duur van de borstvoedingsperiode. Het BFHI bleek een voordelig effect op het starten met borstvoeding te hebben (odds ratio 1,2; 95% betrouwbaarheidsinterval 1,0-1,4); niet op het doorgaan met borstvoeding. Op grond van de resultaten concluderen we dat: Tweederde van de moeders start met borstvoeding, 1:6 zuigelingen wordt op leeftijd van 6 maanden nog volledig met moedermelk gevoed. Een toenemend aantal moeders start met borstvoeding. Invoering van het BFHI in Nederland heeft een voordelig effect op het starten met borstvoeding. De ontwikkeling, implementatie en evaluatie van een lespakket over orgaandonatie en registratie voor middelbare scholieren Reubsaet A., 1 J. Brug, 1,2 J.P. van Hooff, 3 H.W. van den Borne 1 1 Universiteit Maastricht, Capaciteitsgroep Gezondheidsvoorlichting 2 Erasmus MC Rotterdam 3 Academisch ziekenhuis Maastricht In de afgelopen decennia is gebleken dat er een tekort is aan donororganen en weefsels door het groeiende aantal transplantaties. Hierdoor kent Nederland lange wachtlijsten voor een transplantatie. In 1998 heeft de Nederlandse overheid getracht dit probleem aan te pakken door de invoering van de Wet op Orgaandonatie. Echter, slechts 37% van de Nederlandse bevolking heeft een orgaandonatiekeuze laten vastleggen in het Donorregister. Het percentage 18-jarigen dat een keuze laat vastleggen, is zelfs nog lager (34%). Om het registreren van een orgaandonatiekeuze onder Nederlandse jongeren te stimuleren, is een lespakket ontwikkeld dat jongeren voorbereid op het nemen van een weloverwogen beslissing over orgaandonatie. In het kader hiervan zijn twee determinantenstudies en focusgroepinterviews uitgevoerd. Het lespakket bestaat uit drie onderdelen (video met groepsdiscussie, interactieve cd-rom met getailorde informatie, oefening met invullen van registratieformulier) welke afzonderlijk zijn getest in pilotstudy s. Het effect van het totale lespakket is getest in een post-test only RCT met 2868 scholieren. De resultaten van Multilevel analyses laten zien dat scholie- tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 13

14 14 april : sessie 1 ren die de lessen over orgaandonatie en registratie hebben gehad eerder een keuze zouden laten registreren en zich bovendien eerder zouden laten registreren als orgaandonor dan scholieren die niet met het lespakket hebben gewerkt. Verder hebben deze jongeren meer kennis over orgaandonatie, rapporteren zij minder negatieve uitkomstverwachtingen en meer sociale uitkomstverwachtingen en schatten zij hun eigeneffectiviteit met betrekking tot het invullen van een registratieformulier hoger in dan hun klasgenoten die niet met het lespakket hebben gewerkt. Geconcludeerd kan worden dat het lespakket effectief is in het voorbereiden van jongeren op het nemen van een beslissing over orgaandonatie. Om zoveel mogelijk jongeren voor te bereiden op het nemen van een beslissing is structurele inbedding in het onderwijscurriculum noodzakelijk. Op dit moment is het lespakket volledig overgenomen door NIGZ/Donorvoorlichting en zij zorgen voor de verspreiding ervan onder Nederlandse scholen. De invloed van ouders, school en vrienden op het cannabisgebruik van jongeren Rademaker, C., J. de Vreede, G. Kraaykamp, F.J.M. Feron, H.de Munter GGD Zuidelijk Zuid-Limburg en Katholieke Universiteit Nijmegen, faculteit sociologie In dit onderzoek wordt de invloed die ouders, school en vrienden hebben op cannabisgebruik van jongeren bestudeerd. Er is gebruik gemaakt van gegevens uit een Jongerenonderzoek dat in oktober 2001 door de Limburgse GGD en gezamenlijk werd uitgevoerd. Het betreft een schriftelijke enquête naar genotmiddelengebruik en risicogedrag van leerlingen uit de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs. Van de 87 middelbare scholen hebben er 85 medewerking verleend. In totaal zijn leerlingen ondervraagt. De invloed van ouders, school en vrienden op cannabisgebruik (in de afgelopen 4 weken) door jongeren is bestudeerd door middel van logistische regressie analyse waarbij rekening werd gehouden met achtergrondkenmerken (leeftijd, geslacht, etniciteit) en gelegenheidsfactoren (bijbaantje, uitgaan, lid van een vereniging) Met betrekking tot de invloed van ouders blijken zowel leerlingen uit een éénoudergezin/pleeggezin (OR:1.3;95%BI: ) als leerlingen met problemen thuis (OR:1.5; 95%BI: ) een groter risico te hebben op cannabisgebruik dan leerlingen uit een volledig gezin met biologische ouders en leerlingen die geen problemen thuis hebben. Vrienden: Leerlingen met vrienden die cannabis gebruiken lopen vergeleken met leerlingen zonder cannabisgebruikende vrienden een groter risico op cannabisgebruik ten opzichte van leerlingen die geen vrienden hebben die gebruiken (OR:22.2;95%BI: ). School: Alleen het opleidingsniveau heeft een significant effect; hoe hoger de opleiding des te kleiner het risico op cannabisgebruik (OR:0.90;95%BI: ). Verder blijkt dat jongens (OR:1.8;95%BI: ), Surinaamse /Antilliaanse leerlingen (OR:1.6; 95%BI: ),leerlingen die uitgaan (OR:3.0;95%BI: ) en diegenen met een bijbaantje (OR:1.2; ) een groter risico vertonen op cannabisgebruik terwijl leerlingen die lid zijn van een vereniging juist een kleiner risico hebben (OR:0.77;95%BI: ). Conclusies: De twee factoren die het meest van invloed zijn op het cannabisgebruik van jongeren zijn het hebben van vrienden die cannabis gebruiken en het frequent uitgaan. Bovenstaande resultaten kunnen worden gebruikt voor het ontwikkelen en bijstellen van preventieprogramma s en het identificeren van hoogrisico leerlingen. Jonge harddruggebruikers in Amsterdam en hun contact met de hulpverlening Van Geffen E.P., A. Krol, M. Prins GG&GD Amsterdam, Afdeling HIV en SOA onderzoek, cluster infectieziekten Uit eerder gerapporteerd onderzoek blijkt dat jong volwassen druggebruikers weinig contact hebben met de hulpverlening en daar ook weinig behoefte aan hebben. Daarnaast is de meeste informatie rond druggebruikers verzameld vanuit methadonprogramma's. Aangezien steeds meer jongeren voornamelijk cocaïne gebruiken, dreigt men het contact met de jongeren te verliezen. In de JODAM (Jonge druggebruikers Amsterdam) studie bestudeerden wij zorgvragen en gebruik van verschillende vormen van hulpverlening en determinanten ervoor. JODAM is gestart in juni Geïncludeerd zijn druggebruikers van 30 jaar of jonger die minstens drie keer in de week in de twee maanden voorafgaand aan het onderzoek cocaïne, heroïne of amfetamines en/of methadon gebruikten. De 192 druggebruikers met minimaal één bezoek tot november 2003, zijn gemiddeld 27 jaar oud, zijn voor één derde van niet West-Europese afkomst en gebruiken voornamelijk cocaïne (96%). Van hen heeft 97% ooit contact gehad met enige vorm van hulpverlening. Met de algemene hulpverlening (dagverblijf, nachtopvang, Streetcornerwork, algemene jeugdhulp, regelen geldzaken, hulp bij huisvesting) heeft 89% ooit contact gehad tegen 76% momenteel. Met de psychische hulpverlening (Crisisdienst, psychiatrisch ziekenhuis) 58% ooit en 10% momenteel, terwijl psycho-emotionele klachten, samengesteld aan de hand van de Addiction Severity Index, voorkomen bij 86% van de jongeren ooit en 70% van de jongeren de afgelopen 30 dagen. Ondanks dat 69% ooit hulpverlening heeft gehad voor hun harddruggebruik (methadonbehandeling, justitiële behandeling, afkickkliniek) heeft slechts 21% van hen hier momenteel contact mee. Toch geeft 75% aan behoefte te hebben aan contact met enige vorm van hulpverlening en met name hulp voor algemene zaken. Veel jongeren hebben contact gehad met de hulpverlening maar weinig momenteel ondanks de grote behoefte aan met name algemene hulpverlening. Onderzochte determinanten hebben geen invloed op het contactverlies. Ondanks veel psychische problemen is er weinig contact met psychische hulpverlening. Daarom is integratie van verslavingsklinieken en geestelijke zorg van groot belang. tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 14

15 14 april : sessie 1 PRESENTATIES: GEZONDHEIDSVERCHILLEN 1 Voorzitter: prof. dr. S. Reijneveld Discrepanties tussen persoonlijk inkomen en sociaal-economische status van de buurt: effecten op de gezondheid Deeg D.J.H. Longitudinal Aging Study Amsterdam, Instituut voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek, Vrije Universiteit Medisch Centrum, Amsterdam. Achtergrond. Omdat ouderen vaak al lang in hetzelfde huis wonen, maar de buurt waarin zij wonen kan veranderen, kan hun inkomen discrepantie vertonen met de sociaal-economische status van hun buurt. Het is de vraag hoe sociaal-economische gezondheidsverschillen uitpakken, als met deze discrepantie rekening wordt gehouden. Doel. In deze bijdrage wordt de gezondheid van discrepante met die van niet-discrepante ouderen vergeleken. Steekproef. Gebruik makend van de Longitudinal Aging Study Amsterdam, werden 2297 niet-geïnstitutionaliseerde ouderen in de leeftijd van jaar geclassificeerd op basis van persoonlijk inkomen en de sociaal-economische status van hun buurt zoals afgeleid uit de postcode. Vijf categorieën werden onderscheiden: gematched-laag (ML), gematched-midden (MM), en gematched-hoog (MH) (alle drie met overeenstemming tussen inkomen en buurtstatus), en discrepant-laag (DL, laag inkomen in hoge-status buurt) en discrepant-hoog (DH, hoog inkomen in lage-status buurt). Ter beschrijving van deze groepen werden verscheidene sociaal-demografische variabelen gebruikt; de gezondheid werd gemeten met zowel lichamelijke als psychische indicatoren. Resultaten. Van de 405 ouderen met een laag inkomen woonde 32% in een hoge-status buurt (DL); van de 312 ouderen met een hoog inkomen woonde 24% in een lage-status buurt (DH). De DL-categorie woonde overwegend in niet-stedelijke gebieden, terwijl de DH-categorie vooral in grotere steden woonde. De vijf categorieën verschilden voorts naar sekse, opleiding, burgerlijke staat, en woningbezit. In vergelijking met de ML-categorie had de DL-categorie minder lichamelijke en cognitieve beperkingen, een betere ervaren gezondheid, en minder depressieve symptomen. Daarentegen had de DH-categorie, in vergelijking met de MH-categorie, meer lichamelijke en cognitieve beperkingen en meer depressieve symptomen. Conclusies. De sociaal-economische status van de buurt heeft invloed op de gezondheid van ouderen, onafhankelijk van hun persoonlijke inkomen. Ouderen met een hoog inkomen vormen daardoor toch een kwetsbare groep als zij in een lage-status buurt wonen. Buurtwelstand en sterfte: een vergelijking tussen vijf landen Van Lenthe F.J., 1 G. Costa, 2 T. M. Kaupinnen, 3 C. Marinacci, 4 P. Martikainen, 3 E. Regidor, 5 M. Stafford, 6 T. Valkonen 3 1 Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus Medisch Centrum Rotterdam 2 Department of Public Health and Microbiology, Turin University, Turin, Italy 3 Population Research Unit, Department of Sociology, University of Helsinki, Finland 4 Epidemiology Unit, Piedmont Region, Turin, Italy 5 Department of Preventive Medicine and Public Health, Faculty of Medicine, Madrid, Spain 6 Department of Epidemiology and Public Health, University College London Medical School, London, United Kingdom Studies hebben aangetoond dat wonen in buurten met een lager ten opzichte van een hoger welstandsniveau is geassocieerd met een grotere risico op vroegtijdige sterfte, ook wanneer rekening is gehouden met de sociaal-economische positie van de buurtbewoners. Een van de mogelijkheden meer inzicht te krijgen in de verklaring van deze verschillen is te bestuderen of de relatie wordt gemodificeerd door de context van het land waarin deze wordt onderzocht. In deze studie is de associatie tussen het percentage werkloosheid in buurten en sterfte vergeleken in 5 populaties in verschillende Europese landen (Nederland, Groot- Brittannië, Finland, Italië en Spanje). Voor de studie waren gegevens beschikbaar van 2 prospectieve cohort studies (GLOBE (NL) en Whitehall II (GB) en drie studies met registratiegegevens van de bevolking (Helsinki, Turijn en Madrid). In elke studie is het percentage werkloosheid onder de potentiële beroepsbevolking bepaald op basis van bestaande registratiegegevens. Cox proportional hazard modellen, rekening houdend met de mogelijke correlatie in de uitkomstmaat tussen bewoners uit dezelfde buurten, zijn gebruikt om de associatie tussen werkloosheid in buurten en sterfte te bestuderen, waarbij is gecorrigeerd voor opleiding en beroepsniveau van de deelnemers. Bij mannen, en gecorrigeerd voor opleiding en beroepsstatus, was wonen in het kwartiel buurten met het hoogste vergeleken met het laagste percentage werkloosheid geassocieerd met een verhoogd risico op sterfte (14-59%), hoewel deze relatie in de Whitehall II studie niet statistisch significant was. Een zelfde patroon werd gevonden bij vrouwen, alhoewel de associaties niet statistisch significant waren in 2 van de 4 studies met gegevens van vrouwen. Wonen in buurten met een lager ten opzichte van een hoger welstandsniveau is geassocieerd met een hogere kans op vroegtijdige sterfte. Er is geen bewijs gevonden dat deze relatie wordt gemodificeerd door de context van het land. tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 15

16 14 april : sessie 1 Tandenpoetsen op de basisschool: effectiviteit ter reductie van sociaal-economische gezondheidsverschillen in cariesincidentie Terstegge C., C. Thijs, S. Schefman Universiteit Maastricht, Capaciteitsgroep Epidemiologie en GGD Noord- en Midden-Limburg Onderzoek naar het vóórkomen van cariës bij schoolkinderen in Midden-Limburg heeft aangetoond dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen kinderen met een verschillende sociaal-economische status (SES), en dat de de meeste gezondheidswinst verwacht kon worden van tandenpoetsen op school. Wij onderzochten de effectiviteit van een programma Tandenpoetsen op de basisschool ter preventie van caries in verschillende SESgroepen. In een groepsgerandomiseerde trial werden 18 basisscholen random toegewezen aan de interventie (435 kinderen, 90% follow-up) of gebruikelijke zorg (413 kinderen, 96% follow-up). Op de interventiescholen poetsten kinderen in groep 3 en 4 (6/7 jaar) gedurende drie jaar één keer per dag de tanden op school, en kregen driemaal per jaar poetsinstructie. In de interventie en controlegroepen vond een gebitsonderzoek plaats, aan het begin van, halverwege en na de interventieperiode. De primaire uitkomstmaat was het optreden van nieuwe caries in de eerste grote (blijvende) kiezen. Op basis van opleiding van de ouders werden de kinderen ingedeeld in een lage- (25%), midden- (37%) en hoge-sesgroep (38%). Bij de beginmeting was het percentage kinderen met caries in blijvende gebitselementen 17% in de lage-sesgroep, vergeleken met 9% and 10% in de midden- en hoge-sesgroepen. Een toename van onvoldoende naar voldoende poetsen (minstens tweemaal per dag) vond plaats bij 32% van de kinderen in de interventiegroep tegenover 15% in de controlegroep (odds ratio 2.7, 95% betrouwbaarheidsinterval ). Eenderde van alle kinderen kreeg in drie jaar tijd één of meer nieuwe caries. Hierin verschilde de interventiegroep en de controlegroep nauwelijks (relatief risico 0.94, 95% betrouwbaarheidsinterval ). Tandenpoetsen op de basisschool verhoogt dus wel het aantal keren tandenpoetsen per dag, maar is niet effectief ter preventie van caries. In de presenatie op het Nederlands Congres Volksgezondheid 2004 wordt nader ingegaan op de groepen waar de meeste winst valt te halen (lage SES-groep, onvoldoende poetsers). Gezondheidswinst bij ouderen door preventie Van den Berg Jeths A., N. Hoeymans Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Centrum VTV In opdracht van VWS is door het RIVM een toekomstverkenning opgesteld van de gezondheid van ouderen. Onderdeel daarvan is een verkenning van de gezondheidswinst door potentiële preventie-interventies. De theoretisch te behalen gezondheidswinst is berekend indien de sociaal-economische verschillen in roken en overgewicht zouden verdwijnen. Hiertoe is de prevalentie van roken en (ernstig) overgewicht van de 45-plussers met een HBO/WOopleiding, zoals deze geldt in 2000 toegepast op alle 45-plussers. Berekeningen met het Chronische Ziekten Model van het RIVM laten zien dat de daling van het percentage rokers relatief het grootste effect heeft op longkanker: de prevalentie is in 2020 bij mannen van 65 jaar en ouder ruim 10% lager en bij vrouwen ruim 17% lager vergeleken met een voortzetting van het huidige rookgedrag. In absolute zin is het effect het grootst bij COPD: ruim patiënten van 65 jaar en ouder minder in Daling van het percentage mensen met overgewicht geeft absoluut en relatief de grootste reductie bij diabetes mellitus. In 2020 zullen er bijna patiënten minder zijn vergeleken met een voortzetting van de huidige geslacht- en leeftijdspecifieke patronen van overgewicht. Door een goede toepassing van de NHG-standaard zouden nog plussers met hypertensie kunnen worden opgespoord. Met medicamenteuze behandeling van deze personen zouden jaarlijks 300 hartinfarcten en beroerten voorkomen kunnen worden. Er komen nog ouderen voor behandeling met een cholesterolverlager in aanmerking, waarmee de komende 10 jaar bijna coronaire events zijn te voorkomen. Aan de hand van gegevens over de werkzaamheid van valpreventieprogramma s en het dragen van heupbeschermers is geschat dat het jaarlijkse aantal heupfracturen met 10% kan afnemen. Het is wenselijk dat een rekenmodel wordt ontwikkeld om de gezondheidseffecten op lange termijn te schatten. De conclusie is dat er met preventie nog veel gezondheidswinst bij ouderen is te behalen. PRESENTATIES: SCREENING 1 Voorzitter: prof. dr. G. Bonsel Trends in de incidentie van en sterfte aan baarmoederhalskanker in Nederland in de jaren Van Dijck J.A.A.M., S. Siesling, namens de Commissie Gebruik van de Nederlandse Kankerregistratie, Integraal Kankercentrum Oost, Nijmegen en Integraal Kankercentrum Stedendriehoek Twente, Enschede Sinds enige jaren is er in Nederland een landelijk bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. De doelstelling is het opsporen en behandelen van voorstadia van invasieve baarmoederhalskanker. Indien het screeningsprogramma succesvol is, zouden incidentie en sterfte moeten dalen. Het doel van deze studie was recente trends in incidentie en sterfte van invasieve cervixkanker in Nederland te bestuderen. Van de Nederlandse KankerRegistratie (NKR) werden anonieme gegevens verkregen over patiënten met een invasief cervixcarcinoom met betrekking tot incidentie, stadium, morfologie en leeftijd bij diagnose in de jaren Gegevens over sterfte aan cervixcarcinoom uit dezelfde jaren waren afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Per jaar werden incidentie- en sterftecijfers berekend, tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 16

17 14 april : sessie 1 gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevoking (European Standardized Rate). Trends werden geanalyseerd met behulp van de Estimated Annual Percentage Change (EAPC), met bijbehorende p-waarde. De trends werden uitgesplitst naar leeftijd (0-29, en 60+ jaar), ziektestadium en morfologisch type (plaveiselcel-, adenocarcinoom en overige). De incidentie daalde in de onderzoeksperiode met 20% (EAPC=-1,7%; p=0,00) van 9,1 per vrouwjaren in 1989 naar 7,4 per vrouwjaren in Deze daling trad alleen op voor plaveiselcelcarcinomen. De daling bleek het grootst in de leeftijdscategorie 60 jaar en ouder (EAPC=-3,4%; p=0.00). Voor tumoren met figostadium 1 was de daling 1,4% per jaar (p=0,01) en voor figostadium 2 was die 4,1% per jaar (p=0,00). In de gehele periode daalde de sterfte met 32% (EAPC=-2,7%; p=0.00) van 3,3 naar 2,6 per vrouwjaren. Deze daling werd met name gezien in de leeftijdscategorie 60 jaar en ouder (EAPC=-3,9%, p=0,00). Uit de gegevens blijkt dat de incidentie van invasieve cervixkanker in de afgelopen 12 jaar is gedaald met circa 20%. Ook de sterfte is fors gedaald. Het is echter onduidelijk of deze trends zijn toe te schrijven aan het bevolkingsonderzoek. Het Integraal Kankercentrum Zuid, dat reeds sinds de zestiger jaren een regionale kankerregistratie voert, bescheef reeds vanaf de 70-er jaren een daling in de incidentie van invasieve cervixkanker. Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker na wijziging: de eerste resultaten zijn gunstig Berkers L.M. Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC, Rotterdam Achtergrond: In 1996 is het bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker gewijzigd. De wijzigingen betroffen: Uitbreiding van de leeftijdsrange van tot jaar Verlenging van het screeningsinterval van 3 naar 5 jaar Aanscherping van de criteria om een uitstrijkje, wat betreft vroege opsporing van baarmoederhalskanker, als afwijkend te beschouwen. Screening die niet in het kader van het bevolkingsonderzoek plaatsvond vergoedde het ziekenfonds niet meer. Wij onderzochten in hoeverre de met deze wijziging beoogde doelen: hogere deelname, minder screening buiten aanbevolen leeftijdsgrenzen en een lager percentage poitieve uitslagen gerealiseerd zijn. De verandering moest budgettair neutraal verlopen. We vergeleken we het bevolkingsonderzoek van 2001 met dat van 1994, het laatste jaar waarin nog nergens veranderingen waren doorgevoerd. Methode: We onderzochten een dataset die afkomstig is uit het centrale Pathologisch Anatomisch Landelijk Geautomatiseerd Archief (PALGA). PALGA bevat informatie over alle pathologische onderzoeken die in Nederland worden uitgevoerd. Daaraan toegevoegd zijn data van het CBS. Resultaten: In de nieuwe doelgroep is de dekking toegenomen van 62% naar 73 %. In de oude doelgroep is de dekking gedaald van 72% tot 75%.Het totaal aantal uitstrijken is afgenomen van tot Het aantal primaire uitstrijken (niet n.a.v. voorgaand onderzoek) met een te kort interval is sterk gedaald. Bij vrouwen beneden de 30 jaar zien we een sterke afname van het aantal uitstrijkjes. Het vernieuwde screeningsprogramma is, gecorrigeerd voor populatie omvang, kostenneutraal t.o.v. de situatie voor wijziging. Conclusies : Op basis van wat tot nu toe kan worden waargenomen, dit zijn alleen korte termijn indicatoren, verwachten we grotere effecten bij gelijkblijvende kosten. Het aantal uitstrijken is afgenomen terwijl de deelname aan screening is toegenomen. Determinanten van (non-)participatie in het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker Knops-Dullens T.M.P.L., N.K. de Vries, H. de Vries Capaciteitsgroep gezondheidsvoorlichting, Faculteit Gezondheidswetenschappen, Universiteit Maastricht Opkomstcijfers voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker blijven achter bij de gestelde target, waardoor de beschermingsgraad van vrouwen niet optimaal is. Het doel van deze studie was het analyseren van determinanten van (NON-)PARTICIPATIE. Participanten en non-participanten van het screeningsprogramma uit 2001 (n=200) in de leeftijd van 30 tot en met 60 jaar werden at random geselecteerd uit het bestand van het Integraal Kankercentrum Limburg. Een telefonische enquête, gebaseerd op het I-Change Model, werd ingezet om data te verzamelen. Verschillen tussen participanten en non-participanten werden geanalyseerd. Deelname werd gedefinieerd als ontvangst van een laboratorium uitslag in Non-participanten ervoeren significant meer affectieve nadelen van het bevolkingsonderzoek (p<0,005). Ze voelden zich onzekerder (p<0,005), hadden meer angst voor het maken van een uitstrijk (p<0,02), verwachtten meer last te krijgen van schaamtegevoelens tijdens het maken van een uitstrijk (p<0,02) en waren onzekerder (p<0,01) en angstiger (p<0,005) over de uitslag. Participanten ervoeren een significant positievere sociale invloed (p<0,005), hadden meer rolmodellen (p<0,001), spraken meer met anderen over het bevolkingsonderzoek (p<0,01) en percipieerden een meer positieve norm inzake deelname (p<0,001). De eigen effectiviteitsverwachting van participanten was significant hoger vergeleken met nonparticipanten (p<0,001). Dat vrouwen zelf een afspraak moeten maken met hun huisarts bleek veel moeilijker voor non-participanten dan voor participanten (p<0,001). Bovendien bestaan er nog steeds veel misconcepties over het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker bij zowel participanten als non-participanten. De afweging van voor- en nadelen van het bevolkingsonderzoek leidt bij non-participanten significant vaker tot ambivalentie dan bij participanten (p<0,001). Aangrijpingspunten om de opkomst te verhogen liggen op verschillende terreinen, zoals affectieve nadelen van screening, creëren van positieve sociale invloed, het optimaliseren van eigen effectiviteit. Maar ook op het gebied van facilitering, het tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 17

18 14 april : sessie 1 aanbieden van bijvoorbeeld inloopspreekuren op gevarieerde tijden, en met informatieverstrekking die beter op de persoon is toegesneden kan nog een hogere opkomst worden bereikt. 10 jaar bevolkingsonderzoek naar borstkanker: verwachtingen en uitkomsten Fracheboud J., 1 S.J. Otto, 1 A.L.M. Verbeek, 2 H.J. de Koning 1 namens het Landelijk Evaluatie Team voor bevolkingsonderzoek naar Borstkanker (LETB) 1 Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC, Rotterdam 2 Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek, UMC Nijmegen Het bevolkingsonderzoek naar borstkanker dat aan alle vrouwen van tweejaarlijks een mammografie aanbiedt, wordt jaarlijks geëvalueerd op effecten en kosten. Doel hiervan is om tijdig bij te kunnen sturen, mochten de resultaten niet voldoen aan de verwachtingen die vóór de landelijke implementatie zijn geschat met behulp van een uitgebreide kosten-effectiviteitsanalyse. Bij voldoende deelname van de uitgenodigde vrouwen en een hoge kwaliteit van het bevolkingsonderzoek zouden op termijn de borstkankersterfte in de vrouwelijke bevolking met 16% kunnen dalen en jaarlijks levens bespaard worden. Op basis van een beperkte set geaggregeerde gegevens van de regionale screeningsorganisaties, de integrale kankercentra en het CBS worden jaarlijks korte-termijnindicatoren zoals deelname, verwijsadviezen, opgespoorde borstkankers en intervalkankers met verwachtingscijfers vergeleken en het beloop van de borstkankerincidentie en -sterfte gevolgd. Vanaf begin was het deelnamepercentage hoger dan 75%. In 2000 waarin voor het eerst meer dan 1 miljoen vrouwen werden uitgenodigd was de opkomst 78,5%. In de periode werden van elke 1000 gescreende vrouwen gemiddeld 10 voor aanvullend onderzoek naar het ziekenhuis verwezen, 6-7 kregen weefselonderzoek en bij 4-5 werd borstkanker vastgesteld. Bij 1-2 van de overige 990 vrouwen wordt in de eerste twee jaar na het screeningsmammogram borstkanker gediagnosticeerd (intervalkanker). Door screening opgespoorde borstkankers zijn vaker klein en lymfkliernegatief dan borstkankers die niet naar aanleiding van een screeningsonderzoek worden gediagnosticeerd. Sinds 1997 daalt de borstkankersterfte in de voor screening relevante leeftijden significant. In 2000 was de borstkankersterfte 15,5% lager dan in een situatie zonder bevolkingsonderzoek verwacht zou kunnen worden. De resultaten van de eerste tien jaar bevolkingsonderzoek naar borstkanker komen goed overeen met de vooraf verwachte uitkomsten, zowel wat de korte-termijnindicatoren als de daling van de borstkankersterfte betreft. Het is aannemelijk dat het bevolkingsonderzoek wezenlijk aan deze daling bijdraagt, maar hoeveel precies is op dit moment nog niet bekend. WORKSHOP: GROTE KWESTIES 1: DEPRESSIEPREVENTIE Voorzitter: drs. E. Bohlmeijer Wetenschappelijke onderbouwing van depressiepreventie Cuijpers P., F. Smit, J. Blekman, H. Riper, E. Bohlmeijer Trimbos-instutuut, Utrecht Toelichting De ziektelast veroorzaakt door depressie is enorm. Het traditionele antwoord om deze ziektelast te verminderen is behandeling van bestaande stoornissen. Alleen behandeling van bestaande stoornissen is echter onvoldoende om de ziektelast nog verder te verminderen. Preventie van depressie is daarom een van de speerpunten van de nieuwe nota volksgezondheid van het ministerie van VWS. Preventie is het alternatief dat tot nu toe onvoldoende geëxploreerd en toegepast is. Het bestaande preventiewerk heeft weliswaar een belangrijke plaats verworven binnen de geestelijke gezondheidszorg, maar om daadwerkelijk de ziektelast te reduceren is een heroriëntatie nodig. In deze workshop wordt een overzicht gegeven van de wetenschappelijke onderbouwing en praktijkinnovatie van depressiepreventie. In de workshops staat mede de vraag centraal hoe preventie van depressie onderdeel kan worden van een bredere public health benadering. Presentatie (1) Overzicht onderzoek naar geïndiceerde preventie Pim Cuijpers Veel preventieve interventies zijn gericht op mensen met subklinische depressieve klachten die niet voldoen aan de criteria van een depressieve stoornis. Een belangrijk doel van deze interventies is om het ontstaan van depressieve stoornissen te voorkomen. Maar wat zijn die subklinische depressieve klachten nou eigenlijk? En wat weten we uit epidemiologisch onderzoek over het risico dat mensen met subklinische klachten hebben om een depressieve stoornis te ontwikkelen? In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een literatuurstudie waarbij studies verzameld zijn die onderzocht hebben hoe groot de kans is dat iemand met subklinische depressieve klachten een stoornis ontwikkelt. Een systematische literatuursearch leverde 20 studies op waarin op prospectieve wijze het ontstaan van depressieve stoornissen onderzocht was. Het ging om studies in de algemene bevolking, bij medische patiënten en bij hoogrisicogroepen. Het bleek dat de definitie van subklinische depressie zeer uiteen liep, wat betreft recency, wat betreft omschrijving en wat betreft het in- en uitsluiten van lifetime depressie. Wel bleek alle nagenoeg alle studies dat de kans om een depressieve stoornis te krijgen verhoogd was, maar hoeveel hing sterk af van de definitie. tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 18

19 14 april : sessie 1 Presentatie (2) Epidemiologische onderbouwing depressiepreventie Filip Smit Achtergrond. Depressie is een veel voorkomende stoornis met een zware ziektelast en aanzienlijke economische gevolgen. Bovendien is de instroom van nieuwe gevallen omvangrijk. Dit zijn redenen om aandacht te besteden aan depressiepreventie. Mogelijk is depressiepreventie kosteneffectief. Die kosteneffectiviteit moet echter vastgesteld worden in kostbare en tijdrovende studies. Daarom willen we al zoveel mogelijk van tevoren doorrekenen op welke wijze depressiepreventie het meest kosteneffectief is. Methode. Heranalyse van longitudinale epidemiologische data (LASA) naar het ontstaan van depressie en de corresponderende risicofactoren. Per risicofactor (en combinatie daarvan) konden maten berekend worden voor de potentiële gezondheidswinst in de populatie en de inspanningen (kosten) die nodig zijn om deze gezondheidswinst te realiseren. Resultaten. Een uit de vijf gevallen van depressie is een nieuw geval. Daarom is juist preventie belangrijk. Depressiepreventie is kosteneffectiever wanneer zij gericht is op ouderen met enkele depressieve symptomen, functionele beperkingen en met een klein sociaal netwerk, vooral wanneer zij bovendien vrouw zijn, een lage opleiding hebben of lijden aan een chronische lichamelijke ziekte. Conclusie. De geselecteerde hoogrisicogroepen kunnen gescreend worden op depressieve symptomen en blootstelling aan de genoemde risicofactoren. Deze aanpak zal volgens verwachting leiden tot een reductie van de incidentie en zal kosteneffectiever zijn dan concurrerende benaderingen. Trefwoorden: depressie, preventie, ouderen (55+), doelgroepselectie, kosteneffectiviteit Presentatie (3) Depressiepreventie binnen het kader van de public health. Judith Blekman en Ernst Bohlmeijer Een belangrijke conclusie is dat preventie van depressie sterk is ontwikkeld, zowel qua standaardisering van interventies en kwaliteit van interventies als qua wetenschappelijk onderbouwing en professionalisering van het vakgebied. Je zou kunnen zeggen: er zijn nu voor allerlei doelgroepen effectieve, gestandaardiseerde preventieve programma s beschikbaar die worden uitgevoerd door deskundige professionals. Toch zijn er nog vele uitdagingen. Misschien wel de grootste uitdaging voor preventie is het bereiken van meer mensen. Daarvoor zijn verschillende mogelijkheden. Preventie van depressie zal nadrukkelijker en systematischer ingebed moeten worden in de gezondheidszorg. Daarvoor zal in elke regio een infrastructuur ontwikkeld moeten worden waarbij relevante partners samenwerken aan thema s als vroegsignalering, laagdrempelige informatievoorziening, campagnes gericht op specifieke doelgroepen, sociale kaart en de uitvoering van veelzijdige programma s. In deze presentatie wordt deze benadering verder toegelicht. Presentatie (4) Preventie van depressie on line. Heleen Riper Subklinische depressies -wanneer vroegtijdig gesignaleerd en de juiste hulpverlening wordt geboden- zijn goed te beïnvloeden. Er zijn de laatste jaren vormen van psychologische hulp ontwikkeld die ouderen ondersteunen in het aanleren van vaardigheden om depressieve klachten te verhelpen of ernstige vormen van depressie te voorkomen. Het gaat daarbij om vaardigheden zoals het ontdekken en veranderen van negatieve gedachten, het beter organiseren en indelen van dagelijkse activiteiten en vaardigheden om beter met anderen om te gaan. In de put, uit de put 55+ is een groepscursus omgaan met depressie voor ouderen waarin zij deze vaardigheden aanleren. Deze cursus is ontwikkeld door het Trimbos-instituut, bewezen effectief en wordt door het merendeel van instellingen voor de Geestelijke Gezondheidszorg aangeboden. In vergelijk met andere doelgroepen zijn ouderen echter veel minder geneigd dan jongere volwassenen om hulp te zoeken voor hun psychische problemen. Hiervoor zijn verschillende redenen aan te wijzen. In vergelijking met jongere volwassenen is voor ouderen de drempel naar de psychische hulpverlening vaak te hoog (door angst voor stigma, vooroordelen en schaamte om over persoonlijke problemen te praten). Ook herkennen ouderen minder vaak hun klachten als depressie en worden zij met het verstrijken van de jaren minder mobiel. Het internet kan voor een deel van de ouderen met depressieve klachten een oplossing bieden. Alhoewel zij in vergelijking met jongere volwassenen minder vaak op het net te vinden zijn, heeft ongeveer 1 op 3 ouderen van jaar toegang tot het net en dit is voor ouderen boven de 65 jaar ongeveer 1 op 10. Dit percentage neemt de komende jaren sterk toe, omdat steeds meer ouderen internet gaan gebruiken (vanuit thuis de wereld verkennen). Daarnaast zijn de huidige jongere generaties de ouderen van morgen. Informatie en advies over gezondheidsvraagstukken scoren tevens ook onder ouderen hoog als het gaat om www-bezoek. Ouderen zijn niet alleen bezoekers van het world-wide-web maar ook steeds meer actief op het internet (zie bijvoorbeeld SeniorWeb). De verwachting is dat in het gebied Kenniswijk een toenemend deel van de ouderen (50+) internetgebruiker is of wordt. Door het Trimbos-instituut is een online interactieve cursus omgaan met depressie voor ouderen ontwikkeld. De reeds ontwikkelde groepscursus in de put, uit de put geldt hierbij als uitgangspunt. Het voordeel is dat deze cursus effectief is, dat wil zeggen dat na het volgen van deze cursus de klachten van ouderen zijn verminderd. De voordelen van een webcursus zijn dat via internet een groot aantal ouderen deel kunnen nemen, zij op een zelfgekozen tijdstip en in eigen tempo thuis aan de slag kunnen gaan en de drempel om deel te nemen lager is dan bijvoorbeeld bij deelname aan een groepscursus. Dit geldt met name voor die kwetsbare ouderen die om bovengenoemde redenen nu geen hulp ontvangen of vragen. Tevens biedt het gebruik van moderne communicatietechnologie een schat aan mogelijkheden om het cursusaanbod af te stemmen op de de oudere en individuele eindgebruiker en om informatie actueel te houden. In de presentatie worden de interventie getoond en de uitgangspunten toegelicht. tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 19

20 14 april : sessie 2 SESSIE 2 PRESENTATIES: INFECTIEZIEKTEN 2 Voorzitter: dr. J. van Steenbergen Comparative optimism in perceived risk of SARS and infectious diseases in general Aro A.R., 1,2 A.-M. Vartti, 1 A. Uutela, 1 A. Oenema, 2 J. Brug 2 1 National Public Health Institute, Helsinki, Finland 2 Department of Public Health, Erasmus MC, Rotterdam, The Netherlands. Perceived risk is known to be an important determinant of health behavior. However, people tend to be optimistic about their own disease risk, especially if they perceive to have control over it. So far this phenomenon has been studied in the context of chronic, life style-related diseases. The aim of this stud was to study comparative optimism and its associations with sociodemographic factors both in perceived risk of SARS and risk of infectious diseases in general. The data were gathered in Finland in June 2003 by an internet panel (n=308, age 17-66, 54% females), using the SARS Psychosocial Research Consortium survey, extended with questions on risk perception of and vulnerability to SARS, and infectious diseases in general. Comparative optimism was measured by rating ones own risk compared to that of others of the same age and gender, and living in Finland. Overall, 80% of the respondents estimated their risk of getting SARS negligible - women significantly (p<0.05) more often than men - and those with intermediate level of education more than others (p<0.05). 40% rated their risk negligible (34% of women, 47% men, p<0.05) when compared to that of their peers. Both personal and comparative risk of infectious diseases in general were considered negligible by 7-10%; the lowest educational group rated its personal risk lowest, but there was no difference in comparative risk perception between educational groups. Perceived risk of SARS was low. Nearly half, and men somewhat more than women, were comparatively optimistic about their risk of getting SARS, whereas very few were optimistic about their risk of infectious diseases in general. This differential risk perception of SARS and of infectious diseases in general has implications for both measurement of risk and on risk communication. Perceptie van risico s van vaccinatie door ouders: waargenomen kwetsbaarheid en controle Timmermans, D.R.M., 1 L. Henneman, 2 R.A. Hirasing, 1,2 G. Van der Wal 1 1 Afdeling Sociale Geneeskunde, EMGO instituut, VUmc 2 GGD Amsterdam, TNO Preventie In juni en september 2002 vond in Nederland een grootscheepse inentingscampagne plaats tegen Meningokokken C. In totaal zijn kinderen tot 18 jaar opgeroepen. Meningokokken C is in toenemende mate een veroorzaker van meningitis en sepsis (300 van 750 gevallen per jaar). Inzicht in hoe het publiek denkt over de risico s om de ziekte te krijgen en te voorkomen is van belang voor het handhaven van een hoge vaccinatiegraad. Tijdens de Amsterdamse inentingscampagne in september werden ouders hierover ondervraagd. Ouders van kinderen werden gevraagd mee te doen aan een interview bij de uitgang van de locatie waar ingeënt werd. Respons was 61% (dit zijn 1763 ouders). De schatting van het risico op infectieziekten door ouders was veel te hoog vergeleken met het objectieve risico en slechts 11% van de ouders wist dat bijwerkingen mogelijk zijn. Ouders werd gevraagd het risico op meningitis v r inenting van hun eigen kind en van een gemiddeld Amsterdams kind op een VAS schaal aan te geven. Ongeveer 20% van de ouders dacht dat het risico voor hun eigen kind lager was en ook 20% dacht dat het risico voor hun kind hoger was dan voor andere kinderen (de rest vond de risico s gelijk). Deze optimisten respectievelijk pessimisten verschilden ook in andere opzichten. Pessimisten rapporteerden meer zorgen voor de inenting en evalueerden de inentingscampagne positiever dan de andere ouders (p<.001). Ouders verschilden ook wat betreft de preventieve maatregelen die ze dachten te kunnen nemen. Ongeveer 8% vond dat een goede gezondheid preventief is en ongeveer 11% dacht de ziekte te kunnen voorkomen door alert te zijn op vroege symptomen (5% hadden andere redenen). Tegen de verwachting in bleek er geen relatie te zijn tussen waargenomen kwetsbaarheid en waargenomen controle. Concluderend: ouders verschillen in de mate waarin ze hun kind kwetsbaarder vinden voor infectieziekten en in de mate waarin ze het zelf denken te kunnen voorkomen. Vooral ouders die denken dat hun kind minder kwetsbaar dan gemiddeld is zouden meer aandacht moeten krijgen in de voorlichting omdat zij wellicht de eersten zullen zijn die hun kinderen niet meer laten inenten. Kinkhoest in Nederland na de introductie van een acellulaire booster voor vierjarigen De Greeff S.C., 1 J.F.P. Schellekens, 2 F.R. Mooi, 3 H.E. de Melker 1 1 Centrum voor Infectieziekten Epidemiologie, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu 2 Laboratorium voor Infectieziekten diagnostiek en Screening, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu 3 Laboratorium voor Toetsing van het Rijksvaccinatieprogramma, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu In werd met behulp van verschillende surveillancebronnen een epidemie van kinkhoest waargenomen, met name onder gevaccineerde kinderen. In de daarop volgende jaren werd een hogere kinkhoest-incidentie waargenomen vergeleken met de periode vóór 1996 en in 1999 werd weer een verheffing waargenomen. De hoge incidentie van kinkhoest in Nederland heeft er toe geleid dat een acellulaire boostervaccinatie op vierjarige leeftijd vanaf oktober 2001 is opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. tsg jaargang 82 / 2004 nummer 3 Nederlands Congres Volksgezondheid pagina 20

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN INFOKAART OUDEREN EN ROKEN Roken Roken is de risicofactor die de meeste sterfte en het meeste gezondheidsverlies met zich brengt en zodoende ook zorgt voor veel verlies aan kwaliteit van leven (1). Vijftien

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

NEDERLANDS CONGRES Volksgezondheid 2012 VOLKSGEZONDHEID. 11 en 12 april 2012 VU medisch centrum Amsterdam

NEDERLANDS CONGRES Volksgezondheid 2012 VOLKSGEZONDHEID. 11 en 12 april 2012 VU medisch centrum Amsterdam NEDERLANDS CONGRES Volksgezondheid 2012 S A M E N I N V E S T E R E N I N G E Z O N D H E I D VOLKSGEZONDHEID 2 0 11 en 12 april 2012 VU medisch centrum Amsterdam Volksgezondheidsprijs 2011 Fikse korting

Nadere informatie

Regionale VTV 2011. Levensverwachting en sterftecijfers. Referent: Drs. M.J.J.C. Poos, R.I.V.M.

Regionale VTV 2011. Levensverwachting en sterftecijfers. Referent: Drs. M.J.J.C. Poos, R.I.V.M. Regionale VTV 2011 Levensverwachting en sterftecijfers Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Levensverwachting en sterftecijfers Auteurs: Dr. M.A.M. Jacobs-van

Nadere informatie

oinleiding 1 c oovergewicht en ernstig overgewicht (obesitas) in Nederlandd

oinleiding 1 c oovergewicht en ernstig overgewicht (obesitas) in Nederlandd oinleiding 1 c Gewichtsstijging ontstaat wanneer de energie-inneming (via de voeding) hoger is dan het energieverbruik (door lichamelijke activiteit). De laatste decennia zijn er veranderingen opgetreden

Nadere informatie

Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009

Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009 Op weg naar de speerpuntennotitie lokaal gezondheidsbeleid Boxmeer 2009 2011: Speerpunten voor Boxmeer?? Esther Hendriks 24 september 2009 Op weg naar speerpuntennotitie? Wat doen/deden we al? Welke gezondheidsproblemen

Nadere informatie

E-health4Uth: extra contactmoment vanuit de Jeugdgezondheidszorg voor 15/16 jarigen

E-health4Uth: extra contactmoment vanuit de Jeugdgezondheidszorg voor 15/16 jarigen E-health4Uth: extra contactmoment vanuit de Jeugdgezondheidszorg voor 15/16 jarigen Effectevaluatie Door: Rienke Bannink (Erasmus MC) E-mail r.bannink@erasmusmc.nl i.s.m. Els van As (consortium Rivas-Careyn),

Nadere informatie

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 SAMENVATTING Dit proefschrift is gewijd aan Bouwen aan Gezondheid : een onderzoek naar de effectiviteit van een leefstijlinterventie voor werknemers in de bouwnijverheid met een verhoogd risico op hart

Nadere informatie

Regionale VTV 2011. Ziekten in de toekomst. Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Ziekten in de toekomst

Regionale VTV 2011. Ziekten in de toekomst. Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Ziekten in de toekomst Regionale VTV 2011 Ziekten in de toekomst Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Ziekten in de toekomst Auteurs: Dr. M.A.M. Jacobs-van der Bruggen, GGD Hart voor

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals

Nadere informatie

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78

Nadere informatie

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013 Samenvatting Twente Versie 2, oktober 2013 Twente varieert naar stad en platteland In Twente wonen 626.500 mensen waarvan de helft woont in één van de drie grote steden. Tot 2030 zal de Twentse bevolking

Nadere informatie

Lokaal gezondheidsbeleid 2016-2020. Workshop 18 februari 2016

Lokaal gezondheidsbeleid 2016-2020. Workshop 18 februari 2016 Lokaal gezondheidsbeleid 2016-2020 Workshop 18 februari 2016 Programma 9.30 uur Welkom Toelichting VTV 2014 en Kamerbrief VWS landelijk gezondheidsbeleid Concept Positieve Gezondheid Wat is integraal gezondheidsbeleid?

Nadere informatie

Gezond meedoen in Stein. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014

Gezond meedoen in Stein. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014 Gezond meedoen in Stein Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Dit is de samenvatting van het lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Een nieuwe kijk op gezondheid

Nadere informatie

2 E NATIONAAL CONGRES PRECONCEPTIEZORG

2 E NATIONAAL CONGRES PRECONCEPTIEZORG 2 E NATIONAAL CONGRES PRECONCEPTIEZORG 18 september 2009 10.00 16.30 uur NBC Nieuwegein INLEIDING Er wordt op veel plaatsen hard gewerkt aan de implementatie van preconceptiezorg: sinds het vorige congres

Nadere informatie

Factsheet. Meet the Needs. Onderzoek naar de behoefte aan leefstijlaanbod van mensen met een lage SES in Maastricht

Factsheet. Meet the Needs. Onderzoek naar de behoefte aan leefstijlaanbod van mensen met een lage SES in Maastricht Factsheet Meet the Needs Onderzoek naar de behoefte aan leefstijlaanbod van mensen met een lage SES in Maastricht ZIO, Zorg in Ontwikkeling Regio Maastricht-Heuvelland Maart 2013 Colofon: Onderzoeksteam

Nadere informatie

Gezond meedoen in Sittard-Geleen. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014

Gezond meedoen in Sittard-Geleen. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014 Gezond meedoen in Sittard-Geleen Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Dit is de samenvatting van het lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Een nieuwe kijk

Nadere informatie

De jeugd heeft de toekomst,

De jeugd heeft de toekomst, Datum 28-01-2014 1 De jeugd heeft de toekomst, maar minder voor de een dan voor de ander Greetje Timmerman, Hoogleraar Jeugdsociologie Rijksuniversiteit Groningen Datum 28-01-2014 2 Uitkomsten Gezond Opgroeien

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

Toekomstbestendige zorg in Noord-Brabant: Voorlopige resultaten. Dung Ngo MSc 15 december 2010

Toekomstbestendige zorg in Noord-Brabant: Voorlopige resultaten. Dung Ngo MSc 15 december 2010 Toekomstbestendige zorg in Noord-Brabant: Voorlopige resultaten Dung Ngo MSc 15 december 2010 Achtergrond van het onderzoek Levensverwachting in NL laatste jaren met >2 jaar toegenomen Echter, vergeleken

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 5: PREVENTIE Stefaan Demarest, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat

Nadere informatie

Opleiden voor Public Health. Prof dr Gerhard Zielhuis Epidemiologie, UMC St Radboud

Opleiden voor Public Health. Prof dr Gerhard Zielhuis Epidemiologie, UMC St Radboud Opleiden voor Public Health Prof dr Gerhard Zielhuis Epidemiologie, UMC St Radboud Public Health = alles wat we doen om de volksgezondheid te verbeteren Cellen > individuen -> maatschappij Preventie Effectiviteit

Nadere informatie

Jaarcijfers 2012. Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland. GGD Hollands Midden GGD Rotterdam-Rijnmond GGD Zuid-Holland-Zuid

Jaarcijfers 2012. Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland. GGD Hollands Midden GGD Rotterdam-Rijnmond GGD Zuid-Holland-Zuid Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland GGD Hollands Midden GGD Rotterdam-Rijnmond GGD Zuid-Holland-Zuid Juni 2013 Samenstelling: Hannelore Götz, arts Maatschappij en Gezondheid

Nadere informatie

Workshop. Investeren in kosteneffectieve interventies Van Wetenschap naar Beleid. 1 Nederlands Congres Volksgezondheid 11 april 2012 Amsterdam

Workshop. Investeren in kosteneffectieve interventies Van Wetenschap naar Beleid. 1 Nederlands Congres Volksgezondheid 11 april 2012 Amsterdam Workshop Investeren in kosteneffectieve interventies Van Wetenschap naar Beleid 1 Programma Welkom Heleen Hamberg, RIVM-VTV Presentatie: Wat zijn economische evaluaties? Paul van Gils, RIVM-PZO Presentatie:

Nadere informatie

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen

Ouderenmonitor 2011. Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen. Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen Ouderenmonitor 2011 Gezondheidsonderzoek 65-plussers regio Nijmegen Gezondheidsonderzoek kinderen 0-12 jaar regio Nijmegen De Ouderenmonitor is een onderzoek naar de lichamelijke, sociale en geestelijke

Nadere informatie

Invloed van aannames in modellen van kosteneffectiviteit onderzoek

Invloed van aannames in modellen van kosteneffectiviteit onderzoek Invloed van aannames in modellen van kosteneffectiviteit onderzoek Paul van Gils Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) Centrum Voeding, Preventie en Zorg Afdeling Kwaliteit van Zorg en Gezondheidseconomie

Nadere informatie

Rapport 260301008/2007

Rapport 260301008/2007 Rapport 260301008/2007 G.C.W. Wendel-Vos et al. Meervoudig ongezond gedrag in Nederland Een exploratie van risicogroepen en samenhang met omgeving, gezondheid en zorggebruik RIVM rapport 260301008/2007

Nadere informatie

Diversiteit en Gezondheid: Geslacht, SES, Etniciteit

Diversiteit en Gezondheid: Geslacht, SES, Etniciteit Diversiteit en Gezondheid: Geslacht, SES, Etniciteit Prof. Dr. Walter Devillé Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg UvA Vluchtelingen en Gezondheid OMGEVING POPULATIE KENMERKEN GEZONDHEIDS-

Nadere informatie

Kinderen in Centrum gezond en wel?

Kinderen in Centrum gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Centrum gezond en wel? 1 Wat valt op in Centrum? Voor Centrum zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van

Nadere informatie

Verslag regionale werkconferenties kiezen voor gezond leven

Verslag regionale werkconferenties kiezen voor gezond leven Verslag regionale werkconferenties kiezen voor gezond leven Aanleiding voor de werkconferenties Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) brengt in het najaar van 2006 een tweede Preventienota

Nadere informatie

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A Naast deze infokaart over hepatitis zijn er ook infokaarten beschikbaar over: infectieziekten algemeen, tuberculose, seksueel overdraagbare aandoeningen, jeugd en onveilig vrijen en jeugd en vaccinatie.

Nadere informatie

Bestrijding ongezonde leefstijl hard nodig om forse stijging diabetes, hart- en vaatziekten en nierfalen te voorkomen.

Bestrijding ongezonde leefstijl hard nodig om forse stijging diabetes, hart- en vaatziekten en nierfalen te voorkomen. Amersfoort, Bussum, Den Haag, 5 april 2007 Bestrijding ongezonde leefstijl hard nodig om forse stijging diabetes, hart- en vaatziekten en nierfalen te voorkomen. Oproep aan de leden van de vaste commissie

Nadere informatie

Academische werkplaats publieke Gezondheid (CEPHIR) en Infectieziektebestrijding

Academische werkplaats publieke Gezondheid (CEPHIR) en Infectieziektebestrijding Academische werkplaats publieke Gezondheid (CEPHIR) en Infectieziektebestrijding Een verkenning van de public health impact van 6 proefschriften 2006-2009 Chlamydia trachomatis Screening for Chlamydia

Nadere informatie

Samenvatting R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9

Samenvatting R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9 SAMENVATTING 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 134 Type 2 diabetes is een veel voorkomende ziekte die een grote impact heeft op zowel degene waarbij

Nadere informatie

Regionale VTV 2011. WPG / Ouderen. Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport WPG / Ouderen

Regionale VTV 2011. WPG / Ouderen. Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport WPG / Ouderen Regionale VTV 2011 WPG / Ouderen Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport WPG / Ouderen Auteurs: Drs. L. de Geus, GGD West-Brabant M. Spermon, GGD Brabant-Zuidoost

Nadere informatie

2e Themasessie Gezondheid. September 2014

2e Themasessie Gezondheid. September 2014 2e Themasessie Gezondheid September 2014 Welkom bij 2 e themasessie Aanleiding Doelstelling Wie aanwezig? Locatie en coproductie Interactie Aan tafels en Digital Voting System In de browser intikken: www.klm.presenterswall.com

Nadere informatie

Lokale Verkenning Gemeente Amersfoort 2011

Lokale Verkenning Gemeente Amersfoort 2011 Lokale Verkenning Gemeente Amersfoort 11 Met deze Lokale Verkenning biedt de GGD Midden-Nederland u inzicht in uw lokale gezondheidssituatie. U treft cijfers aan over gezondheidsspeerpunten en risicogroepen.

Nadere informatie

Nieuwe Influenza A (H1N1)

Nieuwe Influenza A (H1N1) Nieuwe Influenza A (H1N1) Overzicht 23 oktober 29, week 43 Samenvatting In de afgelopen week is het aantal ziekenhuisopnamen wegens een laboratoriumbevestigde infectie met Nieuwe Influenza A (H1N1) verdubbeld

Nadere informatie

Nieuwe Influenza A (H1N1)

Nieuwe Influenza A (H1N1) Nieuwe Influenza A (H1N1) Overzicht 6 november 29, week 45 Samenvatting In de afgelopen week is het aantal ziekenhuisopnamen wegens een laboratoriumbevestigde infectie met Nieuwe Influenza A (H1N1) wederom

Nadere informatie

ambitieakkoord stichting jongeren op gezond gewicht

ambitieakkoord stichting jongeren op gezond gewicht akkoord stichting jongeren op gezond gewicht De stichting Jongeren Op Gezond Gewicht en haar partners verbinden zich met dit akkoord gezamenlijk, elk vanuit de eigen verantwoordelijkheid, in de periode

Nadere informatie

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 22 894 Preventiebeleid voor de volksgezondheid Nr. 130 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

11 e TBV Congres Vrouw en werk

11 e TBV Congres Vrouw en werk 11 e TBV Congres Vrouw en werk Donderdag 21 november 2013 Media Plaza, Jaarbeurs Utrecht Thema vrouwen, gezondheid en arbeid uit verschillende invalshoeken: Arbeidsparticipatie en mobiliteit Verschillen

Nadere informatie

Regionale VTV 2011. Roken. Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Roken

Regionale VTV 2011. Roken. Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Roken Regionale VTV 2011 Roken Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Roken Auteurs: Drs. I.H.F. van Veggel, GGD Hart voor Brabant Dr. M.A.M. Jacobs-van der Bruggen,

Nadere informatie

Kinderen in Zuid gezond en wel?

Kinderen in Zuid gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in Zuid gezond en wel? 1 Wat valt op in Zuid? Voor Zuid zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

Kinkhoest is gevaarlijk voor zuigelingen en jonge kinderen

Kinkhoest is gevaarlijk voor zuigelingen en jonge kinderen Samenvatting Kinkhoest is gevaarlijk voor zuigelingen en jonge kinderen Kinkhoest is een gevaarlijke ziekte voor zuigelingen en jonge kinderen. Hoe jonger het kind is, des te vaker zich restverschijnselen

Nadere informatie

LANDELIJKE EN REGIONALE SCENARIO S VOOR TOEKOMST VAN ZORG EN GEZONDHEID

LANDELIJKE EN REGIONALE SCENARIO S VOOR TOEKOMST VAN ZORG EN GEZONDHEID LANDELIJKE EN REGIONALE SCENARIO S VOOR TOEKOMST VAN ZORG EN GEZONDHEID Momenteel zijn er veel veranderingen op het gebied van zorg en gezondheid. Het is daardoor moeilijk te voorspellen hoe dit veld er

Nadere informatie

Gezondheid en arbeidsparticipatie: determinanten, gevolgen en bouwstenen voor reïntegratie

Gezondheid en arbeidsparticipatie: determinanten, gevolgen en bouwstenen voor reïntegratie Gezondheid en arbeidsparticipatie: determinanten, gevolgen en bouwstenen voor reïntegratie Prof Dr Lex Burdorf Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC, Rotterdam Gezondheid van uitkeringsgerechtigden

Nadere informatie

Alcohol(voorlichting): een ander verhaal!

Alcohol(voorlichting): een ander verhaal! Alcohol(voorlichting): een ander verhaal! Resultaten van het evaluatieonderzoek in 2008/2009 Achtergrond De negen gemeenten van West-Friesland, de gemeente Schagen, organisaties in de preventieve gezondheidszorg,

Nadere informatie

risicocommunicatie, planning & mechanismen van gezondheidsgedragsverandering in een populatie met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten

risicocommunicatie, planning & mechanismen van gezondheidsgedragsverandering in een populatie met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten risicocommunicatie, planning & mechanismen van gezondheidsgedragsverandering in een populatie met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten Hart- en vaatziekten vormen een grote bedreiging voor de volksgezondheid.

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

OInleiding1c Psychische ongezondheid Psychische problemen Ervaren gezondheid Eenzaamheid

OInleiding1c Psychische ongezondheid Psychische problemen Ervaren gezondheid Eenzaamheid OInleiding 1 c Depressie is één van de belangrijkste psychische stoornissen waar met preventie gezondheidswinst is te behalen. Depressie is daarom als landelijk speerpunt gekozen. In deze factsheet zal

Nadere informatie

Nieuwe Influenza A (H1N1)

Nieuwe Influenza A (H1N1) Nieuwe Influenza A (H1N1) Overzicht 11 december 29, week 5 Samenvatting In de afgelopen week is het aantal ziekenhuisopnamen wegens een laboratoriumbevestigde infectie met Nieuwe Influenza A (H1N1) afgenomen

Nadere informatie

Kinderen in West gezond en wel?

Kinderen in West gezond en wel? GGD Amsterdam Uitkomsten Amsterdamse gezondheidsmonitor basisonderwijs 13-14 Kinderen in West gezond en wel? 1 Wat valt op in West? Voor West zijn de cijfers van de Jeugdgezondheidsmonitor van schooljaar

Nadere informatie

Sterfte aan hart- vaatziekten in dertig jaar gehalveerd Minder sterfte vooral door betere diagnostiek en behandeling

Sterfte aan hart- vaatziekten in dertig jaar gehalveerd Minder sterfte vooral door betere diagnostiek en behandeling Forse daling sterfte Trends in sterfte en ziekenhuisopnamen Meer ziekenhuisopnamen Sterfte neemt af 12 Meer kankerpatiënten Meer nieuwe gevallen, minder sterfte Grootste sterfte door longkanker Sterke

Nadere informatie

Monitoringrapport 2012

Monitoringrapport 2012 Monitoringrapport 2012 Humaan 12 immuundeficiëntievirus 217 (HIV) infectie in 6Nederland Nederlandse samenvatting Monitoring van HIV in Nederland Elk jaar rond 1 december, Wereld AIDS dag, publiceert de

Nadere informatie

Noord gezond en wel?

Noord gezond en wel? Factsheet Amsterdamse Gezondheidsmonitor 2012 gezond en wel? Meer dan twee derde van de inwoners van heeft een positief oordeel over de eigen gezondheid, zo blijkt uit de gegevens van de Amsterdamse Gezondheidsmonitor

Nadere informatie

Samenvatting. Vitamine D-tekort in een multi-etnische populatie; determinanten, prevalentie en consequenties

Samenvatting. Vitamine D-tekort in een multi-etnische populatie; determinanten, prevalentie en consequenties Samenvatting Vitamine D-tekort in een multi-etnische populatie; determinanten, prevalentie en consequenties Samenvatting 116 In de huid van het menselijk lichaam wordt, bij blootstelling aan zonlicht,

Nadere informatie

Niek Jaspers. Arts maatschappij en. gezondheid. Sociaal geriater

Niek Jaspers. Arts maatschappij en. gezondheid. Sociaal geriater Gezekerd klimmen met de jaren Niek Jaspers Arts maatschappij en gezondheid Sociaal geriater Themamiddag Public Health en senioren Inleiding Tendensen Demografie Huidige preventie en zorg Geriatrisch paradigma

Nadere informatie

Vitale Vaten. Ineke Sterk projectleider Vitale Vaten 4 oktober 2011

Vitale Vaten. Ineke Sterk projectleider Vitale Vaten 4 oktober 2011 Vitale Vaten Ineke Sterk projectleider Vitale Vaten 4 oktober 2011 Dé Gezonde regio: waar? Dé Gezonde regio: wie? Verleiden Opbouw presentatie Inleiding hart- en vaatziekten Project Vitale Vaten Gorinchem

Nadere informatie

De jeugdgezondheidszorg als bondgenoot bij preventie en begeleiding van jongeren en seks

De jeugdgezondheidszorg als bondgenoot bij preventie en begeleiding van jongeren en seks De jeugdgezondheidszorg als bondgenoot bij preventie en begeleiding van jongeren en seks Vanessa Peters, GGD Gelderland Midden Marinka de Feijter, GGD N-O Gelderland Ineke van der Vlugt, Rutgers WPF 1

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Brabant. Aangenaam kennis te maken

Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Brabant. Aangenaam kennis te maken Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Brabant Aangenaam kennis te maken Via dit overzicht laten wij u graag nader kennis maken met de medewerkers en activiteiten van de Academische Werkplaats Publieke

Nadere informatie

Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald

Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald PERSMEDEDELING VAN JO VANDEURZEN, VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN 4 oktober 2012 Risico op sterfte door hart- en vaatziekten in 10 jaar tijd met 25 procent gedaald De kans dat Vlamingen

Nadere informatie

Gezond meedoen in Nuth. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014

Gezond meedoen in Nuth. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014 Gezond meedoen in Nuth Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Dit is de samenvatting van het lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Een nieuwe kijk op gezondheid

Nadere informatie

Universiteit Opleiding Cursus Beschrijving Link. Vaardigheidsonderwijs 2e jaar

Universiteit Opleiding Cursus Beschrijving Link. Vaardigheidsonderwijs 2e jaar Overzicht bachelorcursussen Dit overzicht geeft een groot aantal bachelorcursussen weer die aandacht besteden cultuur en/of gender op het gebied van gezondheidszorg. Het overzicht betreft cursussen uit

Nadere informatie

7 Jeugd in de regio Gelre-IJssel

7 Jeugd in de regio Gelre-IJssel 7 Jeugd in de regio Gelre-IJssel In de preventienota Kiezen voor gezond leven zijn de rijksprioriteiten van het preventiebeleid voor de periode 007-010 aangegeven. De prioriteiten voor de komende vier

Nadere informatie

Vroeg opsporen en voorkomen achteruitgang chronische nierschade

Vroeg opsporen en voorkomen achteruitgang chronische nierschade Factsheet Nieren en nierschade deel 5 Vroeg opsporen en voorkomen achteruitgang chronische nierschade In Nederland hebben 1,7 miljoen mensen chronische nierschade. Dit is in veel gevallen het gevolg van

Nadere informatie

Leefstijl. 6.1 Inleiding. 6.2 Roken

Leefstijl. 6.1 Inleiding. 6.2 Roken Dit rapport is een uitgave van het NIVEL in 2004. De gegevens mogen met bronvermelding (H van Lindert, M Droomers, GP Westert.. Een kwestie van verschil: verschillen in zelfgerapporteerde leefstijl, gezondheid

Nadere informatie

CheckTeen 2011: Eet- en beweeggedrag van leerlingen in het voortgezet onderwijs in Zwolle

CheckTeen 2011: Eet- en beweeggedrag van leerlingen in het voortgezet onderwijs in Zwolle Onderzoekscentrum Preventie Overgewicht CheckTeen 2011: Eet- en beweeggedrag van leerlingen in het voortgezet onderwijs in ZWOLLE Een onderzoek naar het eet- en beweeggedrag van leerlingen van de 2 e klas

Nadere informatie

VoorZorg: ondersteuning bij zwangerschap, opvoeden en opgroeien. Klaas Kooijman, Nederlands Jeugdinstituut Congres Jeugdzo!

VoorZorg: ondersteuning bij zwangerschap, opvoeden en opgroeien. Klaas Kooijman, Nederlands Jeugdinstituut Congres Jeugdzo! VoorZorg: ondersteuning bij zwangerschap, opvoeden en opgroeien Klaas Kooijman, Nederlands Jeugdinstituut Congres Jeugdzo!, 7 november 2012 (VoorZorg =)Nurse-Family Partnership Goed onderzocht (3 trials),

Nadere informatie

Het PreventieConsult in de huisartsenpraktijk

Het PreventieConsult in de huisartsenpraktijk Het PreventieConsult in de huisartsenpraktijk Dé verbindingsschakel tussen 1 e lijn en publieke gezondheid Ton Drenthen, NHG Gerrit Vink, Agnes de Bruijn, Astmafonds NCVGZ 12 april 2012 Achtergrond Toenemende

Nadere informatie

Chapter 9. Nederlandse samenvatting (Dutch summary)

Chapter 9. Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Chapter 9 Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Samenvatting Samenvatting Depressie en angst klachten bij Nederlandse patiënten met een chronische nierziekte Het onderwerp van dit proefschrift is depressieve

Nadere informatie

Investeren in opvoeden en opgroeien loont!

Investeren in opvoeden en opgroeien loont! Investeren in opvoeden en opgroeien loont! Kosteneffectiviteit van de preventie van pedagogische, psychosociale en psychosomatische problematiek door de jeugdgezondheidszorg Investeren in opvoeden en opgroeien

Nadere informatie

NOTA LOKAAL GEZONDHEIDSBELEID DEURNE 2012-2015

NOTA LOKAAL GEZONDHEIDSBELEID DEURNE 2012-2015 NOTA LOKAAL GEZONDHEIDSBELEID DEURNE 2012-2015 Deurne, december 2011 Colofon: Portefeuillehouder: Samenstellers: J.P. Ragetlie R. Horbach, GGD Brabant-Zuidoost W. Evers, beleidsmedewerker zorg en volksgezondheid

Nadere informatie

Hepatitis B-vaccinatiebeleid voor drugsgebruikers. Nationale Hepatitis Dag 1 oktober 2015 Anouk de Gee

Hepatitis B-vaccinatiebeleid voor drugsgebruikers. Nationale Hepatitis Dag 1 oktober 2015 Anouk de Gee Hepatitis B-vaccinatiebeleid voor drugsgebruikers Nationale Hepatitis Dag 1 oktober 2015 Anouk de Gee Disclosure belangen spreker Voor deze bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven: Projectfinanciering

Nadere informatie

BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN

BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN APRIL 213 INHOUD Het doel van de thermometer is een eerste berichtgeving over de stand van zaken in 212 over seksuele gezondheid in Nederland. De thermometer bevat nieuwe gegevens van de soa-centra, aangiftecijfers,

Nadere informatie

JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR

JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR JEUGDGEZONDHEIDSZORG 4-19 JAAR EEN GEZONDE JEUGD HEEFT DE TOEKOMST Kinderen zijn lichamelijk, geestelijk en sociaal voortdurend in ontwikkeling. Bij de meeste kinderen gaat dit zonder al te grote problemen.

Nadere informatie

Wat werkt voor de oudere werknemers?

Wat werkt voor de oudere werknemers? Wat werkt voor de oudere werknemers? Hoe houdenwe mensenlangergezondaanhet werk Drs Wendy Koolhaas Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) Disciplinegroep Gezondheidswetenschappen, Sociale Geneeskunde

Nadere informatie

Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag PG/ZP-2.781.583 9 juli 2007

Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag PG/ZP-2.781.583 9 juli 2007 De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag 9 juli 2007 Onderwerp Bijlage(n) Uw brief Standpunt op advies Gezondheidsraad

Nadere informatie

Zorgketen c.q. Netwerkaanpak actieve leefstijl. Anneke Hiemstra en Marloes Aalbers, NISB

Zorgketen c.q. Netwerkaanpak actieve leefstijl. Anneke Hiemstra en Marloes Aalbers, NISB Zorgketen c.q. Netwerkaanpak actieve leefstijl Anneke Hiemstra en Marloes Aalbers, NISB Ketenaanpak / netwerkaanpak actieve leefstijl De oplossing om meer mensen met een hoog gezondheidsrisico in beweging

Nadere informatie

VOEDING, BEWEGEN EN GEWICHT

VOEDING, BEWEGEN EN GEWICHT IJsselland VOEDING, BEWEGEN EN GEWICHT Jongerenmonitor 2015 77% ontbijt dagelijks 10.3 jongeren School 13-14 jaar 15- jaar 76% een gezond gewicht 15% beweegt voldoende Genotmiddelen Psychosociale gezondheid

Nadere informatie

Gezondheid en sterfte naar onderwijsniveau

Gezondheid en sterfte naar onderwijsniveau Gezondheid en sterfte naar onderwijsniveau Den Haag, 28 maart 212 Jan-Willem Bruggink (Centraal Bureau voor de Statistiek) Seminar: De opleidingsgradiënt in de demografie Wat gaat er komen? Gezondheid,

Nadere informatie

Samenvatting. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd:

Samenvatting. De volgende onderzoeksvragen zijn geformuleerd: Samenvatting In Westerse landen vormen niet-westerse migranten een steeds groter deel van de bevolking. In Nederland vertegenwoordigen Surinaamse, Turkse en Marokkaanse migranten samen 6% van de bevolking.

Nadere informatie

Onderwerp: Verlengen nota Lokaal gezondheidsbeleid Wijk bij Duurstede 2008-2011

Onderwerp: Verlengen nota Lokaal gezondheidsbeleid Wijk bij Duurstede 2008-2011 Raadsvergadering, 31 januari 2012 Voorstel aan de Raad Onderwerp: Verlengen nota Lokaal gezondheidsbeleid Wijk bij Duurstede 2008-2011 Nr.: 483 Agendapunt: 11 Datum: 31 januari 2012 Onderdeel raadsprogramma:

Nadere informatie

Samen tegen eenzaamheid

Samen tegen eenzaamheid Samen tegen eenzaamheid Van 25 september tot en met 4 oktober is de Week tegen de Eenzaamheid. Het thema dit jaar is: Herken eenzaamheid en handel op tijd. Hoe eerder eenzaamheid wordt gesignaleerd en

Nadere informatie

(potentiële) belangenverstrengeling. Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of onderzoeksgeld. Nee

(potentiële) belangenverstrengeling. Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of onderzoeksgeld. Nee Disclosure belangen Marie-Louise Essink-Bot (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of onderzoeksgeld Honorarium of andere (financiële)

Nadere informatie

218 SAMENVATTING De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is de laatste jaren sterk toegenomen. In Nederland hebben 12.8% van de jongen

218 SAMENVATTING De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is de laatste jaren sterk toegenomen. In Nederland hebben 12.8% van de jongen Samenvatting 217 218 SAMENVATTING De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is de laatste jaren sterk toegenomen. In Nederland hebben 12.8% van de jongens en 14.8% van de meisjes overgewicht,

Nadere informatie

Omgevingsanalyse Urk 19-11-2013

Omgevingsanalyse Urk 19-11-2013 Omgevingsanalyse Urk 19-11-2013 Programma Onderdeel Tijd Presentatie omgevingsanalyse 18.00-18.45 Interactief deel in twee groepen 18.45-19.30 Plenaire terugkoppeling 19.30-19.45 Afsluiting 19.45-20.00

Nadere informatie

Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden

Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden Samenvatting Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden Nieuwe biotechnologische methoden, met name DNA-technieken, hebben de vaccinontwikkeling verbeterd en versneld. Met

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Beroerte. Aantal nieuwe patiënten met een beroerte. Definitie. Uitgave van de Nederlandse Hartstichting.

Feiten en cijfers. Beroerte. Aantal nieuwe patiënten met een beroerte. Definitie. Uitgave van de Nederlandse Hartstichting. Feiten en cijfers Uitgave van de Nederlandse Hartstichting November 211 Beroerte Definitie Beroerte (in het Engels Stroke ), ook wel aangeduid met cerebrovasculaire aandoeningen/accidenten/ziekte (CVA),

Nadere informatie

Overgewicht, obesitas, sedentair gedrag en afname van de lichamelijke

Overgewicht, obesitas, sedentair gedrag en afname van de lichamelijke SAMENVATTING 209 Preventie van diabetes en hart-en vaatziekten in de eerstelijns gezondheidzorg -- het Leefstijl Onderzoek West-Friesland -- Type 2 diabetes (suikerziekte) en hart-en vaatziekten zijn gezondheidsproblemen

Nadere informatie

Inhoud. 0 Etnische diversiteit in de medische praktijk: een introductie. Casuïstiek. herkomst voor zorgverlening door artsen... 8

Inhoud. 0 Etnische diversiteit in de medische praktijk: een introductie. Casuïstiek. herkomst voor zorgverlening door artsen... 8 XI 0 Etnische diversiteit in de medische praktijk: een introductie 0.1 Inleiding............................................................................. 2 0.2 Mensen van allochtone herkomst in Nederland......................................

Nadere informatie

Model plan-van-aanpak voor verbetering van het borstvoedingsbeleid met als uitgangspunt de Tien vuistregels voor het welslagen van de borstvoeding

Model plan-van-aanpak voor verbetering van het borstvoedingsbeleid met als uitgangspunt de Tien vuistregels voor het welslagen van de borstvoeding Model plan-van-aanpak voor verbetering van het borstvoedingsbeleid met als uitgangspunt de Tien vuistregels voor het welslagen van de borstvoeding Zorg voor borstvoeding certificering Postbus 2047 2930

Nadere informatie

Geen keurslijf, maar ruimte voor eigen keuzes. 2e Cardiovasculair Risicomanagement Congres. De nieuwe multidisciplinaire richtlijn

Geen keurslijf, maar ruimte voor eigen keuzes. 2e Cardiovasculair Risicomanagement Congres. De nieuwe multidisciplinaire richtlijn 2e Cardiovasculair Risicomanagement Congres De nieuwe multidisciplinaire richtlijn Woensdag 20 juni 2012, ReeHorst te Ede Geen keurslijf, maar ruimte voor eigen keuzes Platform Uitnodiging Geachte collega,

Nadere informatie

Hoe haalt een extra productieve werknemer gezond en werkend zijn pensioen?

Hoe haalt een extra productieve werknemer gezond en werkend zijn pensioen? Hoe haalt een extra productieve werknemer gezond en werkend zijn pensioen? Lex Burdorf hoogleraar determinanten van volksgezondheid Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg Erasmus MC Rotterdam Langer

Nadere informatie

DO NOT COPY. Chronische ziekten. Inhoud. De maatschappelijke opgave. Wat is er aan de hand? Wat doen we er aan? Rol overheid. Preventie in de zorg

DO NOT COPY. Chronische ziekten. Inhoud. De maatschappelijke opgave. Wat is er aan de hand? Wat doen we er aan? Rol overheid. Preventie in de zorg Chronische ziekten De maatschappelijke opgave Inhoud Wat is er aan de hand? Wat doen we er aan? Rol overheid Preventie in de zorg Aanpak diabetes 25 oktober 2007 Eric Koster Toename chronische aandoeningen

Nadere informatie