DEZE UITGAVE IS EEN INITIATIEF VAN DE SAMENWERKENDE OPLEIDINGEN TOT VERLOSKUNDIGE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DEZE UITGAVE IS EEN INITIATIEF VAN DE SAMENWERKENDE OPLEIDINGEN TOT VERLOSKUNDIGE"

Transcriptie

1 DEZE UITGAVE IS EEN INITIATIEF VAN DE SAMENWERKENDE OPLEIDINGEN TOT VERLOSKUNDIGE

2 Voorwoord Jaarindex: Verloskunde onderzoek in Nederland Aantal ingezonden onderzoeken per hoofdthema, Verdeling ingezonden onderzoeken per deelthema, 2014 Epidemiologie Organisatie Kwaliteit van de clientenzorg Binnen de verloskunde in Nederland vindt veel onderzoek plaats. Dit onderzoek wordt bij elkaar gebracht in de jaarindex Verloskunde onderzoek in Nederland. In deze 8e jaargang van de jaarindex, zijn 138 beschrijvingen van onderzoeksprojecten opgenomen. Dit is bijna 15% meer dan vorig jaar. In totaal, zijn er 37 nieuwe projecten toegevoegd. Daarmee geeft de jaarindex 2014 een breed beeld van het verloskundig onderzoek dat momenteel wordt uitgevoerd in Nederland. Wetenschappelijk onderzoek in de verloskunde is van groot belang. Een constante stroom van onderzoek is nodig om de zorg voor moeder en kind te blijven verbeteren. Die zorg is de basis voor de gezondheid van de huidige en toekomstige generaties in Nederland. Dit jaar heeft de jaarindex een iets andere opzet gekregen. De onderzoeken worden altijd ingedeeld aan de hand van een aantal aandachtsgebieden: (1) epidemiologie, (2) organisatie en (3) kwaliteit van de cliëntenzorg. Deze aandachtsgebieden hebben een aantal sub-gebieden met elk een eigen hoofdstuk in de jaarindex. Dit jaar wordt ieder hoofdstuk ingeleid door twee experts uit het betreffende aandachtsgebied. Dit multidisciplinair duo beschrijft wat er speelt in het aandachtsgebied en waar onderwerpen liggen die verder onderzoek nodig hebben. Daarmee wil de jaarindex ook een inspiratiebron zijn voor nieuw onderzoek. Het multidisciplinaire karakter van het veld is ook herkenbaar in veel onderzoeksprojecten. De Regionale Consortia, die met ondersteuning van ZonMw een start hebben gemaakt, spelen daarin een belangrijke rol. De gegevens van alle Regionale Consortia zijn opgenomen in deze jaarindex. Daarnaast hebben diverse onderzoeken van de consortia ook een plek gekregen in de jaarindex. Kennispoort Verloskunde Kennispoort Verloskunde richt zich op iedereen die professioneel betrokken is bij zwangerschap en geboorte. De meerderheid van de geregistreerde gebruikers van Kennispoort zijn actief als verloskundige (in opleiding), gynaecoloog (in opleiding), verpleegkundige, kraamhulp, verloskundig actieve huisartsen, kinderarts, of als docent dan wel onderzoeker aan onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Kennispoort Verloskunde is een initiatief van de Samenwerkende Opleidingen tot Verloskundige en werkt samen met professionele organisaties in de verloskundige zorg. Het platform Kennispoort Verloskunde wil onderzoek in de verloskunde zichtbaar maken, samenbrengen en stimuleren. De jaarindex Verloskunde Onderzoek in Nederland is één van de manieren om dit te realiseren, naast het Kennispoort Verloskunde congres, de website en de nieuwsbrief. In deze jaarindex is plek voor lopende projecten, projecten die binnen enkele maanden van start gaan en projecten die niet langer dan een jaar geleden zijn afgesloten. In alle gevallen gaat het om onderzoek dat raakt aan de verloskundige zorg in Nederland. De jaarindex is een dynamisch document dat voortdurend wordt uitgebreid en aangevuld. Alle onderzoeken uit de jaarindex zijn ook te vinden op de website van Kennispoort Verloskunde: Mocht u uw eigen onderzoek willen aanmelden of anderen willen attenderen op de mogelijkheid om zijn/haar onderzoek aan te melden dan wordt u van harte uitgenodigd. Aanmelden doet u via de website van Kennispoort Verloskunde, waar u alle benodigde informatie aantreft. Epidemiologie Kwaliteit van de clientenzorg Organisatie REDACTIECOMMISSIE 0 Arie Franx Universitair Medisch Centrum Utrecht Elies de Geus Academie Verloskunde Amsterdam Groningen Paul Heere Kennispoort Verloskunde Marianne Nieuwenhuijze Academie Verloskunde Maastricht Pien Offerhaus Koninklijke Nederlandse Organisatie Verloskunde Hanneke Torij Verloskunde Academie Rotterdam Gezondheid van de pasgeborene Maternale gezondheid Begeleiding en welbevinden Effectiviteit en doelmatigheid: interventies Effectiviteit en doelmatigheid: screening, diagnostiek en risicoselectie Gezondheidsbevordering en preventie Het verloskundige zorgsysteem Innovatie

3 4 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE 5 Inhoud Verloskunde onderzoek in Nederland 1 Epidemiologie Gezondheid van de pasgeborene PRegnancy and Infant DEvelopment (PRIDE) Study 10 Prognostic factors and models for perinatal asphyxia at birth 11 Amsterdam Born Children and their Development (ABCD) studie 12 Peilingen Melkvoeding van Zuigelingen 13 Glucose Monitoring met Senor; GlucoMOMS 14 Het KOALA-onderzoek: een geboortecohort-onderzoek naar allergie en astma en groei en gewoontevorming 15 EURAP - European Registry of Antiepileptic Drugs and Pregnancy 16 Generation R - Het onderzoek naar groei, ontwikkeling en gezondheid 17 FetaL Abdominal Markers Identified by Ultrasound to predict Neonatal Gastroschisis Outcome (FLAMINGO study) 18 Ontwenning bij pasgeborenen blootgesteld aan antidepressiva tijdens de zwangerschap: hoe specifiek zijn de symptomen? 19 De PROPELLOR-studie (Prevention of Preterm Labour in Low Risk Women) 20 Europese Fibronectine Studie - EuFis 21 Calprotectin, intestinal Fatty Acid Binding Protein, oral feeding, Near Infrared Spectroscopy and bile acids as possible prognostic factors for development of necrotising enterocolitis in high risk neonates: CALIFORNIA 22 After necrotizing enterocolitis in preterm infants: The time to reach full enteral feeding and its relation to intestinal recovery and 23 neurocognitive development: NaNEC. Late neonatal neurological outcome in infants with prenatally diagnosed duct dependent CHD and its relation with fetal and 24 neonatal cerebral perfusion; PANCAKE study Pinkeltje onderzoek naar ontwikkeling en groei van (matig) prematuren (Engels acroniem: LOLLIPOP) 25 pregnant: Nederlands register voor geneesmiddelengebruik tijdens de zwangerschap 26 Maternale gezondheid Optimalisering Eerstelijns verloskunde; de weg naar Practice-Based Evidence met VeCaS-AVM (Verloskundig Casusregistratie Systeem Academie Verloskunde Maastricht) 28 De identificatie van nieuwe markers voor vroeggeboorte gebaseerd op onderzoek bij Zwangere vrouwen met Aangeboren HARtAfwijkingen: ZAHARA 3 29 Severe acute maternal morbidity in primary care 30 PRELHUDE - PREterm Labour, Heart- and vascular Defects 31 SPiral Artery Remodeling studie (SPAR-studie) 32 Vasculair gerelateerde zwangerschapscomplicaties en het maternale risico op cardiovasculaire aandoeningen, deel van de Generation R study 33 Hyperemesis gravidarum: speelt cortisol een rol? 34 NethOSS - Netherlands Obstetric Surveillance System 35 Transfusion strategies in women during Major Obstetric Haemorrhage (TeMpOH-1) 36 De ontwikkeling van de Brabantse Integrale Geboortenzorg Vragenlijst (BINGO) 37 Cardiovasculair risico na een zwangerschap gecompliceerd door hypertensieve aandoeningen; Hyras, follow- up van Hyras, Hyprecare 38 Foetaal gender afhankelijke verschillen in de zwangerschap, onderdeel van de Generation R study 39 Chlamydia trachomatis en andere infectieziekten bij zwangere vrouwen en hun partners 40 Prophylactic radiological interventions to prevent major obstetric haemorrhage in patients at high risk of abnormally invasive placenta (TeMpOh-3) 41 Diagnose en behandeling van kanker tijdens de zwangerschap; wat zijn de maternale en neonatale uitkomsten? 42 2 Organisatie Het verloskundige zorgsysteem Landelijke evaluatie geboortecentra 45 Wat bevalt beter: thuis of (poli)klinisch? 46 Risicofactoren voor perinatale sterfte; met speciale aandacht voor regionale en etnische verschillen 47 Integrated Care System during labour (INCAS) 48 Determinanten en patronen van zorggebruik bij zwangeren in de eerste lijn 49 Samenwerken bevalt beter 50 Deliver: Data EersteLIjns VERloskunde 51 Veilige eerstelijns verloskunde 52 LOCoMOTive-studie; Local Obstetrical Collaboration Multidisciplinary On-site Teamtraining effectiveness 53 Analysis of the coordination of care during pregnancy and perinatal period 54 Registratie van verloskundigen 55 Organisatie van verloskundige zorg 56 Vroeg begonnen, veel gewonnen. Analyse van zwangere vrouwen met een late eerste prenatale controle (vanaf 12 weken) en de gevolgen van deze late controle op de uitkomst van de zwangerschap 57 Investigating the client perspective on- and the organization of-, Midwifery led care in the Netherlands 58 Building a framework explaining the determinants and effects of the perinatal group care model CenteringPregnancy 59 ReproQuestionnaire: kwaliteit van zorg vanuit het perspectief van de cliënt 60 Innovatie Implementatie van een nieuw model voor Shared care in VSV s 62 Implementatiestudie CenteringPregnancy 63 Healthy Pregnancy 4 All (HP4All): Monitoring en evaluatie van het progamma 64 Management of labour pain 65 Healthy Pregnancy 4 All (HP4All): programmatische preconceptiezorg 66 Healthy Pregnancy 4 All (HP4All): Antenatale Risicoselectie met het Risicosignaleringsinstrument R4U, zorgpaden en casuïstiekbespreking 67 Aanvalsplan Perinatale Sterfte Rotterdam, programma Klaar voor een Kind: De effecten van geboortecentrum Sophia in Rotterdam op perinatale uitkomsten en geboortezorg 68 Implementatie van een kosteneffectieve strategie om neonatale infectie door groep B-hemolytische streptokokken te voorkomen 69 Introduction of Audit generated Changes in perinatal care using Tailored implementation strategies. (ACTion-project) 70 Sectio IMPLEmentatie-studie (SIMPLE) 71 The impact of obstetric team training on management and outcome of the Big 4 causes of perinatal mortality in the Netherlands 72 Inventarisation of (interventions in) protocols that optimize a normal birth process in Europe 73 Toegankelijke en effectieve preconceptiezorg voor mensen met lage gezondheidsvaardigheden 74 Implementatie van de uitwendige versie bij stuitliggingen à terme 75 een persoonlijke zorggroep voor iedere zwangere 76 Arbeid en gezond zwanger - maak er werk van! 77 Monitoring en evaluatie van het programma Healthy Pregnancy 4 All-2 (HP4All-2): een sluitende aanpak door verloskundige- en jeugd(gezondheid)zorg 78 Healthy Pregnancy 4 All-2 (HP4All-2): kraamzorg 79 Healthy Pregnancy 4 All-2: zorg voor én na de geboorte, met de jeugdgezondheidszorg 80 Healthy Pregnancy 4 All-2: interconceptiezorg 81 Consortia MRNN 83 NVOG Consortium 84 Regionaal Consortium Zwangerschap en Geboorte Noord Nederland (ZeGNN) 85 Netwerk Geboortezorg Noordwest Nederland 86 Regionaal Consortium Zwangerschap en Geboorte Overijssel 87 Geboortezorg Consortium en Midden Nederland 88 Regionaal Verloskundig Consortium (RVC) Noordelijk Zuid-Holland 89 Regionaal Consortium Zwangerschap & Geboorte ZuidWest Nederland 90 Regionaal Consortium Oost Nederland Bevalt Goed 91 Regionaal Consortium Verloskunde Brabant 92 Verloskundig Consortium Limburg 93 Noordwest Nederland op één lijn: een kwalitatieve analyse naar succes- en faalfactoren in een regionaal netwerk 94

4 6 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE 7 3 Kwaliteit van de cliëntenzorg Begeleiding en welbevinden Counseling by midwives about prenatal tests for congenital abnormalities; tailoring to future parents needs 97 De rol van partners in de besluitvorming rondom plaats van bevalling en het gebruik van pijnreducerende methoden 98 On speaking terms: choices and decision-making during the perinatal period 99 Islam and client desision making on prenantal screening. Practice and theory in the Netherlands 100 Florence: Fear of childbirth in relation to preference for place and mode of giving birth 101 Effectiviteit en doelmatigheid / interventies Training Obstetrische Spoed Teams Interventie-studie (TOSTI) 103 INDEX: Costs and effects of induction of labour versus expectant management in women with impending post-term pregnancies: the weeks dilemma 104 The road to an integrated CenteringPregnancy. An effect evaluation 105 Inleiden van de bevalling met een Foley-katheter of orale misoprostol bij à terme vrouwen: PROBAATII-studie 106 Temporise or terminate pregnancy in women with severe preeclampsia at weeks. TOTEM study 107 APOSTEL III, Nifedipine versus atosiban in the treatment of threatened preterm labour 108 Assessment of Perinatal Outcome by use of Tocolysis in Early Labour (APOSTEL-IV study); nifedipine versus placebo in the treatment of preterm premature rupture of membranes 109 Tocolysis in External Cephalic Version: atosiban vs. fenoterol, a multi-centre trial. ECV with uterine relaxation 110 Remifentanil patient controlled analgesia versus epidural analgesia during labor. The RAVEL trial 111 Midtrimester preterm prelabour rupture of membranes (PPROM). Expectant management or Amnioninfusion for improving perinatal outcomes. (PPROMEXIL-III) 112 Behandeling van hoge angst voor de bevalling met haptotherapie 113 Stop or Go? Afbouw van antidepressiva in de zwangerschap: een pragmatische multicenter RCT 114 Laag moleculair gewicht heparine (LMWH) ter preventie van een recidief veneuze tromboembolie (VTE) tijdens de zwangerschap: een gerandomiseerde gecontroleerde studie met twee doseringen. Acroniem: Highlow-studie 115 De MOTHER-studie: behandeling van hyperemesis gravidarum met vroege sondevoeding 116 Verlengt een pessarium de zwangerschapsduur bij vrouwen die niet zijn bevallen na een opname vanwege dreigende partus prematurus: ApostelVI-studie 117 Pessarium of Cerclage ter preventie van partus prematurus bij zwangere vrouwen met een partus prematurus in de voorgeschiedenis en een verkorte cervixlengte: PC-studie 118 Pessarium of Progesteron ter Preventie van partus Prematurus bij vrouwen met een korte cervixlengte: QuadrupleP-studie 119 The Randomised Epidural Analgesia in Term Delivering women trial (TREAT) 120 Slimmer Zwanger - Nederland trial 121 Slimmer Zwanger - Rotterdam trial 122 Evaluatie van groepsbehandeling voor zwangeren met psychiatrische klachten (DAPPER-studie) 123 Folic Acid Clinical Trial: FACT Effect of folic acid supplementation in pregnancy on preeclampsia 124 BIG CHANGE (BOS supported implementation of guidelines on clinical hypertension and its management in gestation) 125 Continue begeleiding tijdens de baring, de COOL-studie (COntinous support during Labor) 126 The effects of the Mindfulness Based Childbirth and Parenting (MBCP) programme and the Fear of Childbirth Consultation (BC) programme in anxious pregnant women and their partners 127 The Dutch STRIDER (Sildenafil TheRapy In Dismal prognosis Early-onset fetal growth Restriction) 128 Restrictive versus massive fluid resuscitation strategy: influence on blood loss and hemostatic parameters in obstetric hemorrage (REFILL study) 129 Effectiviteit en doelmatigheid / screening, diagnostiek en risicoselectie Zwanger en te zwaar: thuis in de eerste lijn? 131 European uptake rates: factors that influence women s utilization of prenatal screening for Down s syndrome 132 IRIS-studie (IUGR risk selection study) 133 Study on Adequate identification of the term Fetus At Risk due to Intra uterine growth restriction: SAFARI-studie 134 Risk EStimation for PrEgnancy Complications to provide Tailored care (RESPECT-studie) 135 Markers of UncomPlicated Pregnancies In the 1st Trimester: MUPPIT-studie 136 Niet-invasieve prenatale testen: gevolgen voor de counseling, geïnformeerde besluitvorming en het prenatale screeningsbeleid (De ESPRIT-studie) 137 External validity and impact of first-trimester obstetric prediction rules in the Netherlands 138 POM: Preconceptioneel dragerschaponderzoek Op Maat 139 De (niet-)geïnformeerde beslissing van specifieke groepen zwangere vrouwen rondom deelname aan prenatale Downscreening en het structureel echoscopisch onderzoek (SEO) 140 De haalbaarheid, betrouwbaarheid en prognostische validiteit van een nieuw prenatale risico score kaart: de Rotterdam Reproductive Risk Reduction (R4U) 141 Mind2Care screen-en-advies instrument ter detectie en zorgtoeleiding van zwangeren met psychopathologie, psychosociale problematiek en middelengebruik 142 Omphalocele Outcome Prediction by Ultrasound Screening and omphalocele measurement (OOPUS) 143 Lower Uterine Segment study (LUS) 144 Joining forces against joint risks: structured care for vulnerable families in the Southwest Netherlands 145 Promises: Pregnancy Outcomes after Maternity Intervention for Stressful Emotions 146 De App gezond werken tijdens de zwangerschap 147 Failure to progress during the first stage of labor 148 Vroegdiagnostiek van galwegatresie met behulp van de ontlasting kleurenkaart en de ontlasting kleuren App 149 Meconium Aspiratie Controle studie (MAC studie) studie naar observatieduur bij pasgeborenen met meconiumhoudend vruchtwater 150 De (kosten) effectiviteit van een online interventie (MamaKits) voor zwangere vrouwen met stress, depressieve en/of angstklachten 151 Onderzoek naar depressieve en angstsymptomen in de zwanger schap en de invloed daarvan op zwangerschaps uitkomst en zorgconsumptie 152 Procesmonitoring prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE) TRIDENT study: Trial by Dutch laboratories for Evaluation of Non-Invasive Prenatal Testing (NIPT) 154 Het ontwikkelen en valideren van Perinatal Fear Beliefs Scale 155 Gezondheidsbevordering en preventie Programmatisch aanbod van Preconceptiezorg: het bereiken van (moeilijk bereikbare) wensouders in achterstandswijken van Rotterdam 157 Chlamydia trachomatis and other infectious diseases in pregnant women; perspectives of primary care midwives and pregnant women in the Netherlands 158 Lifestyle en Zwangerschap 159 Het FoliumzuurExtra-Onderzoek bij kinderwens en zwangerschap Noord-Nederland (FoliumzuurExtra) 160 Kom aan! Gezonde gewichtstoename voor zwangere vrouwen 161 Gewoon Gezond Zwanger: Maternale distress 162 Voorbereiden op de zwangerschap: begrijpelijke informatie voor iedereen 163 Lokaal afstemmen van preconceptiezorg. Rekening houden met aanstaande ouders en de mogelijkheden van zorgverleners 164 CenteringParenting: jeugdgezondheidszorg sámen met ouders 165 Integrale zwangerschapszorg in een groep met CenteringPregnancy 166 Perisur: ontwikkelen en implementeren van interventies om de perinatale morbiditeit en mortaliteit in Suriname terug te dringen 167 Ethische kwesties in de preconceptiezorg 168 Evaluatie Pilot Babybalance 169

5 Epidemiologie 1.1 Epidemiologie Gezondheid van de pasgeborene VOORWOORD 01 Op het gebied van perinatale epidemiologie en gezondheid van de pasgeborene wordt in Nederland veel en goed onderzoek verricht. Het in hoofdstuk 1.1 beschreven onderzoek beoogt vragen te beantwoorden als: is het voorspellen van complicaties zoals vroeggeboorte of asfyxie mogelijk? Wat is het effect van bepaalde maternale ziektes en medicijngebruik op de gezondheid van de foetus en pasgeborene? Welke sociaaleconomische, etnische en leefstijl factoren beïnvloeden de groei en ontwikkeling van de pasgeborene? Wat is bekend over meer specifieke perinatale aandoeningen op de ontwikkeling van het kind? Van een aantal studies is de inclusie afgerond. De inclusie van de studies over de volgende onderwerpen is afgerond: de predictieve waarde van fibronectinebepaling bij dreigende vroeggeboorte, de voorspellende waarde van zuurstofsaturatie in de darm en intestinal fatty acid binding proteins voor het voorspellen van necrotiserende enterocolitis bij prematuren en het voorspellen van het beloop bij gastroschizis (FLAMINGO-studie) zijn afgerond. De resultaten worden bewerkt. De eerst geïncludeerde kinderen van de grote cohortstudies the Amsterdam Born Children and their Development en de Generation R studie zijn inmiddels 11 en 12 jaar. Inzicht is verkregen in de etnische en sociaaleconomische verschillen in gezondheid en in de invloed van leefstijl op de gezondheid van kinderen. Het KOALA-onderzoek bestudeert determinanten die van invloed zijn op atopische aandoeningen, de groei en ontwikkeling bij het kind. De studie loopt inmiddels 13 jaar. De publicaties geven inzicht in de invloed van infecties, vaccinaties, darmflora, voeding, lichaamsbeweging, leefstijl, opvoeding en gewoontevorming op de aandoeningen. Van het Pinkeltje gezondheidsonderzoek over de groei en ontwikkeling van matig prematuren zijn meerdere publicaties verschenen. In het bijzonder de negatieve effecten van relatief milde prematuriteit op de groei en ontwikkeling zijn zeer relevant. Daarnaast wordt in de grote cohortonderzoeken keer op keer bevestigd dat een gezonde start voor het kind in utero begint. Onderzoek naar maternale aandoeningen zoals epilepsie en diabetes geven inzicht in de effecten van anti-epileptica op de foetus en het effect van strenge regulatie van de maternale bloedsuikers op de neonaat. Dit zijn langlopende follow-up studies waarvan de inclusies nog niet zijn gesloten. Behoudens de grote cohortstudies hebben de onderzoeken naar de effecten van perinatale aandoeningen een beperkte follow-up duur. Langere follow-up is nodig om nadelige effecten van perinatale aandoeningen op de gedrags- en psychische ontwikkeling van kinderen in kaart te brengen en interventie(studies) te plannen. Gezondheid van de pasgeborene 1.1 Maternale gezondheid 1.2 Een ander kennishiaat betreft de haalbaarheid en veiligheid van thuismonitoring van de a terme neonaat met een milde risicofactor. Voor screening en diagnostiek bij de pasgeborene is vaak een ziekenhuisopname nodig. Dat heeft impact op de ouder-kind binding, verloop van de borstvoeding, stress bij de neonaat en een potentieel negatief effect op de darmflora. Resumerend is het verheugend dat in Nederland nuttig gebruik gemaakt wordt van de goede infrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek. Marianne Prins, RM, MSc. Academie Verloskunde Amsterdam Groningen Afdeling Midwifery Science, VUmc, EMGO instituut afd. Midwifery Science, Amsterdam Dr. Floris Groenendaal Neonatoloog, WKZ/UMC, Utrecht

6 10 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE Goed onderzoek naar effecten bij moeder en kind begint vroeg in de zwangerschap. Perinatale asfyxie is een belangrijke oorzaak van perinatale sterfte en gezondheidsproblemen voor de pasgeborene. Vroege predictie en preventie van dit probleem is van groot belang om perinatale uitkomsten op de korte en lange termijn te verbeteren. EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE PRegnancy and Infant DEvelopment (PRIDE) Study Prognostic factors and models for perinatal asphyxia at birth Tot nu toe is er te weinig bekend over de oorzaken van aandoeningen die tijdens de zwangerschap ontstaan bij moeder en kind, zoals zwangerschapshypertensie, miskramen, aangeboren afwijkingen en ziekten op kinderleeftijd. Gepubliceerd epidemiologisch onderzoek op dit terrein kent vele beperkingen, met name vanwege het vaak retrospectieve karakter. In dit prospectieve cohortonderzoek worden vrouwen vanaf het eerste prenatale consult gevolgd tijdens en na de zwangerschap middels een serie van web-based vragenlijsten. Inclusie vindt plaats via verloskundigen, verloskundig-actieve huisartsen en gynaecologen. Bij een deel van de vrouwen zal ook vroeg in de zwangerschap bloed worden afgenomen voor genetisch onderzoek en biomonitoring en in deelstudies kunnen ook andere metingen ten aanzien van de gezondheid van moeder en kind verricht worden. Bovendien zal (na toestemming) informatie verzameld worden via medische dossiers, apotheekgegevens en koppeling met de PRN, zowel ten aanzien van determinanten als uitkomstmaten. Het primaire doel van de PRIDE Study is om factoren te identificeren waaraan een vrouw tijdens en voor de zwangerschap wordt blootgesteld en die van invloed zijn op de gezondheid van de moeder en/of haar (ongeboren) kind. Daarnaast is het evalueren van specifieke aspecten van de preconceptionele, prenatale en perinatale zorg in Nederland van belang. Binnen de PRIDE Study kunnen vele vraagstellingen worden onderzocht ten aanzien van de gezondheid van moeder en kind en de zorg rondom deze doelgroep. De resultaten van dit grootschalige onderzoek kunnen leiden tot primaire preventie en verbeterde voorlichting ten aanzien van een aantal oorzakelijke factoren, maar bijvoorbeeld ook tot de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en verbetertrajecten in de zorg rondom moeder en kind. Dr.ir. Nel Roeleveld, reproductie epidemioloog (Department for Health Evidence, Radboudumc) Dr. Iris van Rooij, epidemioloog (Department for Health Evidence, Radboudumc) Dr. Marleen van Gelder, projectcoördinator (Department for Health Evidence, Radboudumc) Dr. Marleen van Gelder Begindatum: juli 2011 Einddatum: - Looptijd: Inclusie van zwangere vrouwen t/m 2016; follow-up van kinderen in ieder geval t/m schoolleeftijd. Diverse afdelingen van het Radboudumc in Nijmegen, verloskundigen en gynaecologen in Nederland, ziekenhuizen en onderzoeksinstituten in binnen- en buitenland. Van Gelder MMHJ, Bretveld RW, Roeleveld N. Web-based questionnaires: the future in epidemiology? Am J Epidemiol 2010;172: Van Gelder MMHJ, Bretveld RW, Roukema J, Steenhoek M, van Drongelen J, Spaanderman MEA, van Rumpt D, Zielhuis GA, Verhaak CM, Roeleveld N. Rationale and design of the PRegnancy and Infant DEvelopment (PRIDE) Study. Paediatr Perinat Epidemiol 2013;27:34-43 Meer informatie: pridestudy.nl pregnancy, health, embryonic and fetal development, prenatal care, childbirth, postnatal development, childhood disorders, life style Perinatale sterfte is een belangrijke indicator voor de verloskundige zorg en perinatale asfyxie van het geboren kind is een van de belangrijkste oorzaken van perinatale sterfte en morbiditeit. Ofschoon sommige risicofactoren van asfyxie bekend zijn, blijft het voorspellen van perinatale asfyxie en het schatten van de korte en lange termijn effecten hiervan op de pasgeborene moeilijk. Dit heeft als consequentie dat we niet goed weten welke vrouwen een verhoogd risico hebben en wellicht in aanmerking komen voor preventieve maatregelen. Het beter in kaart brengen van de risicofactoren en de ontwikkeling van een prognostisch model zou ons hierbij kunnen helpen. Inzicht krijgen in de trend van perinatale asfyxie over de tijd. Inzicht krijgen in de risicofactoren van perinatale asfyxie, zowel antepartum als intrapartum. Inzicht krijgen in de trend van obstetrische interventies ter voorkoming van perinatale asfyxie over de tijd. Aandacht voor regionale verschillen. Het ontwikkelen van een prognostisch model voor het voorspellen van perinatale asfyxie. Wat is de trend in perinatale asfyxie in Nederland? Wat zijn de herhalingskansen van perinatale asfyxie? Wat zijn de risicofactoren voor perinatale asfyxie, antepartum en intrapartum? Wat zijn goede prognostische modellen om perinatale asfyxie te voorspellen? Wat is de toegevoegde waarde van prospectief verzamelde biomarkers, laboratorium en echografische resultaten op het ontwikkelde model? Vroege predictie en preventie van perinatale asfyxie is van groot belang om uitkomsten van de pasgeborene op de korte en lange termijn te verbeteren. De uitkomsten van het onderzoek zijn zowel maatschappelijk en beleidsmatig van belang evenals voor de patiënt. Dr. Anita C.J. Ravelli Prof.dr. Ameen Abu Hanna Prof.dr. Ben-Willem M. Mol (AMC) Sabine Ensing MD (AMC) Drs. S. (Sabine) Ensing Lopend onderzoek, gestart in juni 2012 Perinatale Registratie Nederland (PRN) perinatal asphyxia, perinatal mortality, obstetric interventions, term singletons, registry, trends

7 12 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE Gezondheidsverschillen ontstaan al vroeg in het leven. Belangrijk is te achterhalen welke factoren daarbij een grote rol spelen, zodat doelmatige interventies kunnen worden ontwikkeld en uiteindelijk gezondheidsverschillen kleiner worden. EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE Amsterdam Born Children and their Development (ABCD) studie Peilingen Melkvoeding van Zuigelingen Sinds een aantal jaar weten we dat de oorsprong van veel belangrijke gezondheidsproblemen bij kinderen (bijv. ADHD, overgewicht) en volwassenen (bijv. suikerziekte) vaak al in de zwangerschap en de eerste levensjaren ligt. Van enkele leefgewoonten is bekend dat ze de gezondheid van het kind kunnen beïnvloeden, maar van de meeste is weinig bekend. De ABCD-studie hoopt meer inzicht te krijgen in deze vroege factoren. De ABCD-studie bestaat uit meerdere fases. Fases I en II betroffen de zwangerschap, geboorte en groei in de eerste levensjaren. Ruim vrouwen hebben in 2003 tijdens hun zwangerschap een vragenlijst ingevuld en veelal bloed afgestaan voor analyse van de voedingsstatus. Vervolgens zijn de geboorte en groei- en ontwikkelingsgegevens van hun kinderen verzameld. In fase III zijn de gezondheid, ontwikkeling en opvoeding van de kinderen op 5-jarige leeftijd gemeten door middel van vragenlijsten en metingen op school (ABCD-consult). In 2015 zal fase IV van start gaan, waarbij we vragenlijsten zullen afnemen bij de dan 11-jarige kinderen, hun ouders en leerkracht. is te onderzoeken in welke mate de gezondheid van kinderen - bij de geboorte en op latere leeftijd - wordt beïnvloed door leefgewoonten en leefomstandigheden van hun moeder tijdens de zwangerschap. Speciale aandacht gaat daarbij uit naar verschillen in gezondheid tussen kinderen van verschillende etnische afkomst. Hoofdvraag is in hoeverre voeding, psychosociale stress, genotmiddelengebruik en leefomgeving vanaf de zwangerschap de gezondheid van het kind beïnvloeden. Hierbij wordt met name gekeken naar zwangerschapsuitkomstmaten en de uitkomsten; cardio-metabool risicoprofiel, voeding, cognitie en gedrag van het kind op latere leeftijd. Meer inzicht in factoren tijdens de zwangerschap die invloed hebben op de gezondheid van het kind is van belang om (aanstaande) ouders beter te kunnen voorlichten en begeleiden. Inzicht in de etnische verschillen maakt het mogelijk cultuurspecifieke interventies te ontwikkelen, waarmee we kunnen bijdragen aan het verminderen van de etnische ongelijkheid in gezondheid. Drs. Viyan Rashid (HvA) Drs. Marieke de Beer (VUmc/GGD) Drs. Margreet Harskamp-van Ginkel (GGD) MSc. Jessica Hrudey (AMC) MSc. Noekie van Lieshout (AMC) Dr. Hadi Zafarmand (AMC) De ABCD-studie loopt sinds 2003 en is een langlopend onderzoek. Het plan is de kinderen tenminste iedere vijf jaar te volgen tot in de jonge volwassenheid (2028). De verzameling van gegevens in fase 1 (zwangerschap), 2 (geboorte en zuigelingenperiode) en 3 (kleutertijd) is reeds afgerond. Aan de ABCD-studie (AMC) werken verschillende universiteiten, onderzoeksinstellingen en gezondheidscentra mee, zoals het VU medisch centrum, Universiteit Utrecht (IRAS), Universiteit van Amsterdam (UvA) en GGD Amsterdam. Borstvoeding is de optimale voeding gedurende de eerste zes levensmaanden. Advisering en ondersteuning van moeders die borstvoeding geven, is essentieel voor het succesvol starten met borstvoeding. stelling van het onderzoek is het vaststellen van het percentage moeders dat start met borstvoeding in Nederland, het percentage moeders dat na drie maanden nog uitsluitend borstvoeding geeft en het percentage moeders dat na zes maanden nog uitsluitend borstvoeding geeft. De percentages moeders die gemengde voeding (kunstvoeding en borstvoeding) en uitsluitend kunstvoeding geven zijn hieraan complementair. Percentages worden vergeleken met cijfers uit de vorige peilingen. Redenen om te starten/stoppen met borstvoeding worden uitgevraagd, relaties gelegd met kenmerken van moeders (o.a. roken en drinken in de zwangerschap) en kenmerken van de kraamzorg (duur, al dan niet gecertificeerd) worden gelegd. Uiteindelijk doel is dat meer moeders met plezier borstvoeding geven. Uit eerdere peilingen is naar voren gekomen dat goede begeleiding en ondersteuning daaraan bijdraagt. Prevalentie van borstvoeding is niet gerelateerd aan het type kraamzorg dat wordt ontvangen. Roken tijdens de zwangerschap verhoogt de perinatale morbiditeit en mortaliteit. De prevalentie van roken in de zwangerschap wordt algemeen gezien als een indicator voor de perinatale gezondheid van kinderen. Borstvoeding is de beste voeding als het gaat om de gezondheid van moeder en kind. De WHO adviseert uitsluitend borstvoeding te geven tot het kind de leeftijd van ongeveer zes maanden heeft bereikt en er daarna nog geruime tijd mee door te gaan in combinatie met geschikte vaste voeding. Kunstgevoede zuigelingen hebben, in vergelijking met degenen die borstvoeding krijgen, een groter risico op het krijgen van oor- en luchtweginfecties, diarree en allergieën en worden vaker in een ziekenhuis opgenomen. Ook op langere termijn biedt het geven van borstvoeding voordelen. Zo is er sterk bewijs dat borstvoeding beschermt tegen vetzucht en overgewicht. Borstvoeding bevordert behalve een gezonde groei ook een betere ontwikkeling. Naast de groei en cognitieve ontwikkeling blijken de motorische en visusontwikkeling gunstiger te verlopen bij borstgevoede zuigelingen. Ook draagt borstvoeding bij aan een lagere bloeddruk, een gunstiger totaal serum cholesterol en een kleinere kans op type 2 diabetes op oudere leeftijd. Dr. C.I. Lanting Dr. C.I. Lanting Dr. J.P. van Wouwe (TNO Child Health) Dr. C.I. Lanting Peilingen vinden op regelmatige basis plaats sinds Zowel regionaal als landelijk breastfeeding, demography, home delivery, infant feeding, infants, tobacco smoking, pregnancy Dr. Tanja G.M. Vrijkotte (Sociale geneeskunde, AMC) Drs. Arend van Deutekom (VUmc) Drs. Laetitia Smarius (De Bascule, VUmc) Drs. Adriëtte Oostvogels (AMC) Drs. Sanne de Laat (AMC) Zie voor de gehele publicatie lijst vanaf 2005: pregnancy, infant, child, development, developmental plasticity, fetal programming, cardio-metabolic risk, health, nutrition, cognition, behaviour, ethnicity, life style

8 14 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE Glucose Monitoring met Senor; GlucoMOMS Het KOALA-onderzoek: een geboortecohort-onderzoek naar allergie, astma, groei en gewoontevorming Diabetes mellitus is geassocieerd met slechtere perinatale uitkomst. Zelfs als vrouwen volgens de huidige richtlijnen gecontroleerd worden, hebben zij meer risico op zwangerschapscomplicaties dan normoglycemische vrouwen. Het Continue Glucose Monitoring Systeem (CGMS) is een relatief nieuwe techniek voor het verbeteren van de glycemische controle en biedt zo mogelijk ook verbetering van de zwangerschapsuitkomst. In deze multicentre randomised controlled trial worden zwangere vrouwen met diabetes mellitus type 1 of 2, of met een vroege diabetes gravidarum (allen met insuline behandeling), gerandomiseerd voor het aanvullend gebruik van de CGMS. Deze offline monitor zal elke zes weken gedurende een week gedragen worden. Aansluitend aan het dragen worden de metingen bekeken en de insuline therapie aangepast. De controlegroep krijgt standaard glycemische controle door middel van glucose dagcurves en HbA1c-controles. De primaire uitkomstmaat is de incidentie van macrosomie. Daarnaast wordt gekeken naar maternale en neonatale morbiditeit en naar kosten-effectiviteit. In dit onderzoek worden ruim kinderen gevolgd, intra-uterien en tijdens de vroege jeugd. Bij een deel van hen is biologisch materiaal verzameld (bloed van de zwangere en haar kind, ontlastingmonster en moedermelkmonster één maand postpartum, DNA). De gegevens worden verzameld met behulp van vragenlijsten die door de ouders worden ingevuld. In de eerste twee levensjaren staan vooral eczeem, wheezeklachten (piepen op de borst) en allergie (IgE-antistoffen tegen voedsel- en luchtwegallergenen) op de voorgrond- op schoolleeftijd vooral astma, luchtwegallergie en overgewicht. De eerste gepubliceerde resultaten hebben betrekking op de rol van borstvoeding, de leeftijd van introductie van bijvoeding, de samenstelling van moedermelk (immuunfactoren, vetzuren), de inname van vis en zuivel en biologische voeding door moeder en kind, de samenstelling van de darmflora, maagdarminfecties, antibiotica en vaccinaties. Naarmate het onderzoek vordert komen er meer resultaten naar voren over het tweede thema: groeien en gewoontevorming van eet- en beweeggedrag van kinderen. Vermindert het aanvullend gebruik van het continue glucose monitoring system het risisco op macrosomie in diabetische zwangerschappen, in vergelijking met standaardzorg? Het aantal patiënten met diabetes mellitus stijgt. Zo ook de incidentie van diabetes gravidarum. De zorg voor deze groep patienten tijdens de zwangerschap kan verbeterd worden. Met de komst van nieuwe technieken lijkt een verbetering binnen handbereik. Echter, de effectiviteit dient te worden bekeken alvorens deze kostbare methoden als standaard zorg worden ingezet. De primaire uitkomstmaat van deze studie, macrosomie, is een zeer relevante uitkomst. Recent onderzoek laat zien dat macrosome neonaten op latere kinderleeftijd grotere kans hebben op overgewicht en het ontwikkelen van diabetes mellitus. Prof.dr. B.W. Mol Prof.dr. A. Franx Dr. I.M. Evers Drs. D. van Munster Drs. D. van Munster Begindatum: juli 2011 Ten tijde van het verschijnen van deze Jaarindex moeten er nog ruim 70 vrouwen worden geincludeerd. De verwachte einddatum is juli Het onderzoeksconsortium Verloskunde, Gynaecologie, Fertiliteit, Neonatologie, Gynaecologische Oncologie en Urogynaecologie. Website: continuous Glucose Monitoring System, CGMS, diabetes mellitus, gestational diabetes, pregnancy Het opsporen van oorzaken in de vroegste jeugd (en intra-uteriene periode) van het ontstaan van allergie, astma en overgewicht, met aandacht voor de interactie tussen (genetische) aanleg en gedrags- en omgevingsfactoren. Centrale vraagstellingen in het onderzoek naar allergie en astma hebben betrekking op: 1. De hygiënehypothese: blootstelling aan micro-organismen beschermt tegen het ontstaan van voedsel- en luchtwegallergie door opwekking van tolerantie, met name in de darm, 2. De vetzuurhypothese: balans tussen omega-6 en omega-3 vetzuren in voeding van moeder en kind. In beide hypothesen spelen perinatale blootstelling en borstvoeding een rol en andere factoren en de interactie met erfelijke vatbaarheid. Aandachtspunt bij groei en gewoontevorming zijn de rol van opvoeding in het gezin en de omgeving bij de ontwikkeling van eet- en beweeggedrag van kinderen, en de gevolgen hiervan voor de gezondheid van het kind. Astma, allergie en overgewicht komen steeds vaker voor (verdrievoudiging in de afgelopen drie decennia), en deze stijging is waarschijnlijk het gevolg van leefstijl of omgevingsveranderingen vroeg in het leven. Kennis van deze factoren is de sleutel voor preventie. Dr. Carel Thijs Maastricht University/NUTRIM School for Nutrition, Toxicology and Metabolism/CAPHRI School for Public Health and Primary Care TNO Kwaliteit van Leven, Zeist/Leiden Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven Louis Bolk Instituut, Driebergen-Zeist zie: asthma, allergy, overweight, immunity, obesity, breastfeeding, human milk, gut microbiota, cytokines, fatty acids, rotavirus, norovirus, antibiotic, vaccination, feeding, eating, physical activity, habit formation Dr. Carel Thijs (Universiteit Maastricht)

9 16 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE EURAP staat voor een betere voorlichting en begeleiding van zwangeren met epilepsie en vrouwen die om een andere reden anti-epileptica gebruiken. Bert van der Heijden, hoogleraar kindergeneeskunde Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis: Generation R is dé studie die antwoord gaat geven op de vraag hoe interne en externe factoren de gezondheid van opgroeiende kinderen beïnvloeden en hoe dit, waar nodig, verbeterd kan worden. EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE EURAP - European Registry of Antiepileptic Drugs and Pregnancy Generation R Het onderzoek naar groei, ontwikkeling en gezondheid Het is al langer bekend dat expositie in utero met anti-epileptica gepaard gaat met een verhoogde kans op aangeboren afwijkingen bij het kind. Er is echter meer kennis nodig over de oorzaken en factoren die daarbij een rol spelen. Inclusie in de EURAP studie vindt bij voorkeur plaats voor de zestiende zwangerschapsweek, maar retrospectieve inclusie is ook mogelijk. De dataverzameling vindt plaats door middel van telefonische interviews. In totaal worden deelnemers vijf keer geïnterviewd. De vragen die worden gesteld gaan over het verloop van de zwangerschap, mogelijke epileptische aanvallen die doorgemaakt zijn, medicijnen die worden gebruikt, situatie rond de bevalling, het pasgeboren kind en de ontwikkeling en gezondheid van het kind in het eerste levensjaar. EURAP is een observationele studie. Door deelname verandert er niets aan de medicijnen die worden gebruikt. Evalueren van teratogene risico s van anti-epileptica (AED) Vaststellen van het type afwijkingen dat geassocieerd is met specifieke AED s Aantonen van dosis-effectrelaties Hoofdvraag van de EURAP-studie is wat de invloed van antiepileptica is op het ongeboren kind. Verder wordt er gekeken naar welke afwijkingen ontstaan bij de diverse middelen en wat het effect is van de verschillende doseringen van AED s die in Nederland voorgeschreven worden. De uitkomsten van dit onderzoek worden gebruikt voor verbetering van voorlichting en begeleiding van zwangere vrouwen met epilepsie, of vrouwen die om een andere reden anti-epileptica gebruiken. Bovendien kan de neuroloog een betere afweging maken bij het voorschrijven van verschillende anti-epileptica aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd. Dr. E.P. van Puijenbroek, arts klinisch farmacoloog Drs. Saskia Vorstenbosch, onderzoeksmedewerkers Drs. S. Vorstenbosch Prof.dr. E.P. van Puijenbroek https://www.lareb.nl/teratologie/eurap Het onderzoek is vanuit het UMC Utrecht gestart in EURAP betreft een observationele studie die de komende jaren gecontinueerd wordt vanwege de noodzaak tot continue monitoring van de effecten van (nieuwe) AED s. Deze studie wordt thans in veertig landen uitgevoerd, de Nederlandse registratie geschiedt sinds 2012 vanuit het Nederlands Bijwerking Centrum Lareb. Voor dit onderzoek wordt samengewerkt met epilepsiecentra Kempenhaeghe, Stichting Epilepsie Instellingen Nederland (SEIN), en de Werkgroep Prenatale Diagnostiek (WPD). Ook is de medewerking van diverse afdelingen van academische en algemene ziekenhuizen onmisbaar. epilepsy, pregnancy, teratology, development Generation R is een prospectief cohort onderzoek vanaf het vroege intra-uteriene leven tot de adolescentie van bijna kinderen geboren in Rotterdam tussen 2002 en Met behulp van preen postnatale centrumbezoeken, vragenlijsten en gegevens van reguliere zorginstanties (consultatiebureaus en GGD) beschikken wij over een zeer uitgebreide gegevensverzameling van de gezondheid, groei en ontwikkeling van het kind en de ouders. De gegevensverzameling is opgebouwd rond de volgende kernuitkomsten: De algemene doelstelling is het bestuderen van factoren van invloed op de groei, ontwikkeling en gezondheid. Hierbij gaat bijzondere aandacht uit naar het: 1. Beschrijven van de normale en abnormale groei, ontwikkeling en gezondheid 2. Identificeren van omgevingsgerelateerde en genetische factoren van invloed op de normale en abnormale groei, ontwikkeling en gezondheid 3. Bestuderen van etnische en sociaaleconomische gezondheidsverschillen Waarom ontwikkelt het ene kind zich optimaal en het andere kind niet? Generation R bestudeert de groei, ontwikkeling en gezondheid vanaf het vroege foetale leven tot de jong volwassenheid van kinderen die opgroeien in een grootstedelijke omgeving. Naast de andere, langer bestaande en recent geïnitieerde, geboortecohort onderzoeken ligt de unieke waarde van Generation R met name in: 1. Innovatieve en gedetailleerde meetmethoden 2. Uitgebreide biobank 3. Follow-up vanaf de vroege foetale fase 4. Onderzoek naar de fysieke en gedragsmatige groei en ontwikkeling 5. Multi-etnische, stedelijke onderzoeksgroep Resultaten uit Generation R zullen uiteindelijk moeten leiden tot betere strategieën voor de identificatie van risicogroepen en preventie gericht op de vroegste fase van het leven. Directoraat: Prof.dr. A. Hofman, afdelingshoofd, Epidemiologie Prof.dr. V.W.V. Jaddoe, directeur, Kindergeneeskunde-Epidemiologie Drs. J.Th.N. Lubbe, themadirecteur Gezondheidswetenschappen Prof.dr. C.M. van Duijn, hoogleraar genetische epidemiologie Prof.dr. A.J. van der Heijden, hoogleraar kindergeneeskunde Prof.dr. J.C. de Jongste, hoogleraar kinderlongziekten Prof.dr. J.M. Mackenbach, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg Prof.dr. H.A. Moll, onderzoeker kindergeneeskunde Prof.dr. H. Raat, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg Prof.dr. E.A.P. Steegers, hoogleraar verloskunde Prof.dr. H. Tiemeier, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Prof.dr. A.G. Uitterlinden, hoogleraar inwendige geneeskunde Prof.dr. F.C. Verhulst, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Prof.dr. M.H. van IJzendoorn, hoogleraar gezinspedagogiek Prof.dr. V.W.V. Jaddoe Erasmus MC Erasmus Universiteit Rotterdam Erasmus MC - Sophia Kinderziekenhuis GGD Rotterdam en omstreken TNO Nederlandse Organisatie voor toegepaste natuurwetenschappelijk onderzoek Begindatum: 2001 Einddatum: - Looptijd: follow-up van de kinderen tot jong volwassenheid Zie voor een overzicht van alle publicaties: pregnancy, health, child, development, growth

10 18 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE Prospectieve evaluatie van foetale echomarkers als voorspelling van uitkomst bij gastroschisis. Pathofysiologie van ontwenning bij pasgeborenen blootgesteld aan antidepressiva tijdens de zwangerschap. EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE FetaL Abdominal Markers Identified by Ultrasound to predict Neonatal Gastroschisis Outcome (FLAMINGO study) Ontwenning bij pasgeborenen blootgesteld aan antidepressiva tijdens de zwangerschap: hoe specifiek zijn de symptomen? Gastroschisis is een congenitaal buikwanddefect waardoor een gedeelte van de darmen naar buiten stulpt. De prevalentie van gastroschisis in Nederland is ongeveer 1,5 per geborenen en wordt tegenwoordig bijna altijd antenataal gediagnostiseerd. De overlevingskans van de pasgeborene met gastroschisis is uitstekend (90-95%), maar gaat regelmatig gepaard met morbiditeit (30%) en langdurige ziekenhuisopname. Het aantal intra-uteriene vruchtdoden is aanzienlijk (5-12,5%). Een mogelijke verklaring voor sterfte en morbiditeit is darmbeschadiging als gevolg van continue blootstelling aan amnionvocht en mechanische compressie van de darm ter hoogte van het buikwanddefect. Het antenataal identificeren van foetussen die een grotere kans hebben op darmschade kan mogelijk intra-uteriene sterfte en morbiditeit voorkomen door middel van intensievere foetale bewaking en eventueel vroegere beëindiging van de zwangerschap. Met deze prospectieve observationele multicenter studie, waarbij gestandaardiseerd echografisch en follow-up onderzoek zal worden verricht, hopen wij antenatale echografische parameters te identificeren die de neonatale uitkomst beter kunnen voorspellen. Identificatie van antenatale echografische kenmerken die een voorspellende waarde hebben op een ongunstige of gunstige neonatale en postnatale uitkomst van kinderen met gastroschisis. Mogelijk kunnen deze kenmerken in de toekomst het antenatale management beïnvloeden om zo de neonatale uitkomst te verbeteren. Zijn er antenatale (echografische) kenmerken die de prognose van kinderen met gastroschisis voorspellen? Als het mogelijk is om de conditie van de baby en zijn of haar darmen met echografisch onderzoek te voorspellen dan kan men gerichter per individuele zwangerschap: 1. ouders voorlichting geven over de prognose van hun kind 2. bepalen of het verstandig is de baby intensiever te controleren en zelfs eerder geboren te laten worden. Prof.dr. G.H.A. Visser Dr. G.T.R. Manten, gynaecoloog Dr. L.R. Pistorius, gynaecoloog Dr. C. Koopmans, neonatoloog Dr. W.L.M. Kramer, kinderchirurg Drs. C.C.M.M. Lap, arts-onderzoeker verloskunde Drs. C.C.M.M. Lap Begindatum: juli 2010 Einddatum: juli 2014 Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM/MUMC) Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) Universitair Medisch Centrum Nijmegen (UMCN) Universitair Medisch Centrum Rotterdam (Erasmus MC) VU Medisch Centrum Amsterdam (VUmc) Hospital de Braga (Portugal) gastroschisis, prenatal diagnosis, ultrasound, outcome Van alle pasgeborenen die tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan Selective Serotonin Reuptake Inhibitors (SSRI s) en Serotonin Noradrenalin Reuptake Inhibitors (SNRI s) ontwikkelt 30% het neonatale abstinentiesyndroom, ook wel ontwenning genoemd. Hierbij treden onrustsymptomen op, zoals slecht slapen, slecht drinken en tremoren. Deze symptomen treden echter ook op bij andere neonatale problemen, zoals infectie en prematuriteit. Het is van belang om onderscheid te kunnen maken tussen ontwenning of andere problematiek, aangezien dit een verschillende behandeling tot gevolg heeft. Daarnaast is de onderliggende pathofysiologie van ontwenning niet bekend. Verschillende studies laten een mogelijke relatie tussen ontwenning en serotonine zien. Ook is er een mogelijke relatie tussen cortisol en ontwenning. In deze prospectieve cohortstudie worden pasgeborenen door getrainde verpleegkundigen geobserveerd, waarbij zij gebruik maken van de Finnegan scorelijst, een veel gebruikte observatielijst voor ontwenning. Tijdens de eerste drie dagen na de geboorte, wordt er een keer per dag urine opgevangen door middel van PeeSpot-filters. Tevens wordt er eenmalig een plukje haar bij moeder en baby afgenomen, waarin het gemiddelde cortisollevel van de afgelopen maand gemeten wordt. Onderzoeken wat de specificiteit van de Finnegan scorelijst is bij het observeren van ontwenning bij pasgeborenen blootgesteld aan SSRI s/snri s tijdens de zwangerschap. De pathofysiologie van ontwenning onderzoeken. Welke factoren geven een verhoogde score op de Finnegan scorelijst? Zijn 5-HIAA (de belangrijkste metaboliet van serotonine) gemeten in urine en/of cortisol, gemeten in haar, gerelateerd aan ontwenning? Zijn het daarmee waardevolle markers voor het diagnosticeren van ontwenning? Door deze studie wordt duidelijk welke factoren een verhoogde score op de Finnegan-scorelijst kunnen veroorzaken. Daarnaast wordt de pathofysiologie van ontwenning onderzocht, waardoor ontwenning mogelijk eerder kan worden herkend, kan er beter onderscheid worden gemaakt tussen ontwenning en andere neonatale problematiek en kan er worden ingeschat hoe hoog het risico is dat een kind ontwenning ontwikkelt. Prof.dr. Adriaan Honig Dr. Koert Dolman Drs. Noera Kieviet Drs. N. Kieviet Dit onderzoek maakt onderdeel uit van het promotietraject van Drs. N. Kieviet. Dit promotietraject richt zich op ontwenning bij pasgeborenen blootgesteld aan antidepressiva tijdens de zwangerschap Begindatum: maart 2012 Einddatum: december 2015 antidepressive agents, newborn, psychotropic drugs, neonatal abstinence syndrome

11 20 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE Prevention of Preterm Birth. EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE De PROPELLOR-studie (Prevention of Preterm Labour in Low Risk Women) Europese Fibronectine Studie - EuFis Vroeggeboorte is de belangrijkste oorzaak van perinatale sterfte en morbiditeit in Nederland. Daarom is preventie van vroeggeboorte een belangrijk doel binnen de verloskunde. De meerderheid van de vroeggeboortes wordt echter niet voorzien tot het moment dat de vroeggeboorte moeilijk of niet meer te voorkomen is. Er zijn al bekende risicofactoren voor vroeggeboorte, maar er is veel ruimte voor verbetering in het screenen naar risicofactoren. Een betere risicoselectie kan resulteren in een tijdige interventie waardoor de zwangerschaps- en neonatale uitkomst wordt verbeterd. Het project betreft een observationele cohort studie onder nullipara zwangeren (vrouwen die nog niet eerder een kind hebben gebaard) van 18 jaar en ouder met een laagrisico zwangerschap die zich voor het eerst melden bij een verloskundige of een arts vòòr een zwangerschapstermijn van 24 weken. In deze studie worden prognostische factoren voor vroeggeboorte in een laagrisico populatie van nullipare zwangeren bestudeerd. Deze factoren zullen worden gerelateerd aan het optreden van vroeggeboorte en aan neonatale uitkomsten. Het project is uniek omdat het de factoren integreert op het gebied van public health en de factoren gerelateerd aan de partus en lichamelijke inspanning, klinische factoren en aan het beloop van de zwangerschap. De verzamelde data zullen worden gebruikt om een predictiemodel voor vroeggeboorte te ontwikkelen en te valideren. De hypothese voor deze studie is 1. dat het voorspellen van spontane vroeggeboorte sterk verbeterd kan worden; 2. dat het risico van vroeggeboorte verminderd wordt door medische interventies en interventies op het gebied van public health zoals het gebruik van progesteron, een pessarium of groepsconsulten. Met behulp van de verzamelde data wordt een predictiemodel voor spontane vroeggeboorte gemaakt. Hierdoor kan er in de toekomst een betere risicoselectie plaatsvinden en kunnen interventies worden uitgevoerd die de zwangerschapsuitkomsten verbeteren. Bij zwangeren die participeren aan de studie worden extra testen gedaan die kunnen bijdragen aan een vroegere opsporing van een (dreigende) vroeggeboorte. Dr. P.J. Hajenius Dr. M. Kok Prof.dr. J.A.M. van der Post Dr. P.J. Hajenius februari februari 2017 ZonMw, projectnummer: Er wordt samengewerkt met de regionale consortia Utrecht en Limburg aangezien deze consortia eveneens een onderzoek over risicoselectie en screening uitvoeren. premature birth, obstetric labor, premature, prognosis, prevention and control, risk factors Vroeggeboorte komt wereldwijd voor in ongeveer 5-13% van de zwangerschappen en is de voornaamste oorzaak van perinatale sterfte en neonatale morbiditeit. Indien er sprake is van een dreigende vroeggeboorte worden vrouwen behandeld met weeënremmers en corticosteroïden. Veel van deze vrouwen blijken echter niet op korte termijn te bevallen. Om onnodige opnames en overbehandeling te voorkomen is het van belang om goed te kunnen voorspellen welke vrouwen wel en welke niet op korte termijn gaan bevallen. Voor deze voorspelling worden verschillende testen gebruikt, maar het is nog onduidelijk wat de meest optimale strategie is. De kwantitatieve fibronectine test kan mogelijk bijdragen in de voorspelling van vroeggeboorte. In deze Europese multicenter cohort studie wordt bij 500 zwangere vrouwen met een amenorroeduur tussen de 24 en 34 weken en tekenen van dreigende vroeggeboorte naast de standaard diagnostiek ook een kwantitatieve fibronectine test afgenomen. De primaire uitkomstmaat is bevalling binnen 7 dagen na inclusie. Het evalueren van de toegevoegde waarde van een kwantitatieve fibronectine test om het optreden van vroeggeboorte te voorspellen bij vrouwen met een dreigende vroeggeboorte. Wat is de voorspellende waarde van de kwantitatieve fibronectine test, in combinatie met cervixlengte meting en/of het vaginaal toucher bij vrouwen met een dreigende vroeggeboorte? Een optimalisatie van de risicoselectie bij vrouwen met een dreigende vroeggeboorte kan leiden tot een betere selectie van vrouwen die wel of geen baat hebben bij een ziekenhuisopname en medicamenteuze therapie. Prof. B.W. Mol (AMC) Drs. M.M.C. Bruijn (AMC) en drs. E. Kamphuis (AMC) Drs. M.M.C. Bruijn/ drs. E. Kamphuis Begindatum: februari 2013 Einddatum: mei 2014 Voor dit onderzoek wordt samengewerkt met het Obs/Gyn Consortium en met verschillende centra in 5 Europese landen: Nederland: UMC Utrecht, UMCG Groningen, MMC Veldhoven Zwitserland: Frauenklinik Universitätsspital Basel, Hôpitaux Universitaires de Genève België: Universitait Ziekenhuis Antwerpen, Algemeen Ziekenhuis St. Jan- Brugge Oostenrijk: Medical University Vienna Duitsland: Klink für Geburtshilfe und Perinatalmedizin - Marburg preterm delivery, fibronectin, pregnancy, prediction

12 22 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE Vroege voorspelling van NEC in hoog risicogroep Inzicht verkrijgen in darmherstel na NEC. EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE Calprotectin, intestinal Fatty Acid Binding Protein, oral feeding, Near Infrared Spectroscopy and bile acids as possible prognostic factors for development of necrotising enterocolitis in high risk neonates: CALIFORNIA NIEUW IN JAARINDEX After necrotizing enterocolitis in preterm infants: The time to reach full enteral feeding and its relation to intestinal recovery and neurocognitive development: NaNEC. NIEUW IN JAARINDEX Necrotiserende enterocolitis is een ernstige gastrointestinale aandoening die een hoge morbiditeit en mortaliteit kent, en die met name voorkomt bij prematuur geboren kinderen. Tijdige voorspelling van het ontstaan van NEC in een hoog risico populatie van te vroeg geboren pasgeborenen is belangrijk: vroege herkenning leidt potentieel tot verhoogde alertheid en eerder adequaat ingrijpen. Het geeft bovendien meer inzicht in de factoren die voorspellend zijn voor het ontstaan van NEC. Bij 100 hoog risico prematuren <1200 gram hebben wij vanaf de geboorte frequent gegevens verzameld betreffende: darm- en hersen zuurstofsaturatie (Near-infrared Spectroscopy), biomarkers voor darmschade in de urine (intestinal fatty acid binding proteins )en faeces (galzouten) en het microbioom. Met deze gegevens wordt het in de toekomst misschien mogelijk in een vroeg stadium het ontstaan van NEC bij deze kwetsbare groep te herkennen. Necrotiserende enterocolitis is een ernstige darmziekte van voornamelijk prematuur geboren kinderen. Tijdens en enige tijd na NEC wordt niet enteraal gevoed, hetgeen een negatief effect heeft op de vaak gestoorde groei en ontwikkeling van de prematuur. Het is daarom belangrijk zo snel mogelijk te herstarten met enterale voeding. Het is echter niet duidelijk wanneer de darm is hersteld. Meer inzicht in het individuele herstel van de darm na NEC zou tot een adequater hervoedings-regime kunnen leiden, met dientengevolge betere groei en ontwikkeling van het kind. Dit hopen we te verkrijgen door bij 32 kinderen na NEC de darm zuurstofsaturatie te meten met behulp van near-infrared spectroscopy, en biomarkers te meten als maat voor darmschade (intestinal fatty acid binding proteins) en darmherstel (citrulline), en deze maten te relateren aan de tijd die het kost volledig enteraal gevoed te worden als surrogaat voor een herstelde darm, en aan groei en neurologisch ontwikkeling. Vroeg kunnen voorspellen van het ontstaan van NEC in een hoog risico populatie en pathofysiologisch begrip van dit ziektebeeld te vergroten. Voorpelt een lagere darm- en hersen zuurstofsaturatie, en een hogere IFABP concentratie in urine bij prematuur geboren kinderen <1200 gram het ontstaan van NEC, vergeleken met prematuren die geen NEC ontwikkelen? Vroege voorspelling van NEC geeft meer begrip over het waarschijnlijk multifactorieel ontstaansmechanisme van NEC en resulteert mogelijk in een meer adequaat en tijdig ingrijpen. Hierdoor kan in de toekomst de mortaliteit en ernstige morbiditeit die met deze darmziekte gepaard gaat mogelijk gereduceerd worden. Dr. J.B.F. Hulscher Prof. E. Heineman, Department of Surgery, UMCG Dr. E.M.W. Kooi, Department of Pediatrics, UMCG Prof. A.F. Bos, Department of Pediatrics, UMCG Dr. C.V. Hulzebos, Department of Pediatrics, UMCG Dr. R.H.J. Bandsma, department of pediatrics, UMCG Drs. G.J.F. van Zoonen, Department of Surgery, UMCG Dr. E.M.W. Kooi Inclusie: oktober januari 2014 Kinderchirurgie en neonatologie UMCG Nog te verschijnen necrotizing enterocolitis, near-infrared spectroscopy, intestinal fatty acid-binding protein, microbiome Inzicht krijgen in darmherstel na NEC. Is een lagere darm zuurstofsaturatie, hogere urine IFABPs en een lagere plasma citrulline geassocieerd met een langere duur tot volledig enterale voeding? En is een langere duur tot volledig enterale voeding geassocieerd met achterblijvende groei en ontwikkeling? Meer inzicht in beloop van darmherstel na NEC kan leiden tot meer adequate enterale hervoeding na NEC met dientengevolge betere groei en ontwikkeling voor deze kwetsbare groep prematuur geboren kinderen Dr. E.M.W. Kooi S. Kuik Dr. J.B.F. Hulscher Dr. J.L.M.Bruggink Prof.dr. A.F. Bos Dr. E.M.W. Kooi Beoogde startdatum: 1 november 2014 Neonatologie en kinderchirurgie UMCG Nog te verschijnen necrotizing enterocolitis, near-infrared spectroscopy, intestinal fatty acid binding proteins, citrulline, enteral nutrition, growth and development

13 24 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE Wanneer treedt hersenschade op bij pasgeborenen met een aangeboren ductus afhankelijke hartafwijking? Prematuren hebben meer achterstand in groei en ontwikkeling naarmate ze vroeger zijn geboren. Op populatieniveau is de invloed van een beetje te vroeg geboren het grootst omdat dat de meeste kinderen betreft. EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE Late neonatal neurological outcome in infants with prenatally diagnosed duct dependent CHD and its relation with fetal and neonatal cerebral perfusion; PANCAKE study NIEUW IN JAARINDEX Pinkeltje onderzoek naar ontwikkeling en groei van (matig) prematuren (Engels acroniem: LOLLIPOP) NIEUW IN JAARINDEX Kinderen geboren met een congenitale hartafwijking (CHD), groeien vaak op met een neurologische ontwikkelingsachterstand en daardoor mogelijk een verminderde kwaliteit van leven. Er is steeds meer bewijs dat de hersenschade die deze achterstand veroorzaakt niet alleen optreedt tijdens de correctieve chirurgie, maar al eerder in het neonatale en zelfs al foetale leven. Om hersenschade te kunnen voorkomen is het essentieel eerst te weten wanneer deze optreedt. Om meer inzicht te krijgen in de zuurstofvoorziening van de hersenen van foetussen en pasgeborenen met een ductus afhankelijke CHD, wordt bij 25 kinderen zowel foetaal als postnataal en peroperatief hersenperfusie ingeschat. Foetaal door middel van doppler metingen, neonataal en peroperatief door middel van near-infrared spectroscopy. Deze maten die een indruk geven van hersenperfusie worden gerelateerd aan neurologische uitkomst: de general movements, 12 weken postnataal. Kennis over de groei en ontwikkeling van met name matig prematuren ontbreekt vrijwel geheel, terwijl dit de grootste groep te vroeg geboren kinderen betreft. Het Pinkeltje-cohort is opgezet om kennis hierover te krijgen. Het cohort bestaat uit een landelijke populatie van 2517 kinderen waarvan 1819 prematuren. Van alle kinderen zijn gegevens beschikbaar over gezondheid, groei en ontwikkeling, op basis van dossiergegevens van het consultatiebureau (0-4 jaar), ziekenhuisdossiers en oudervragenlijsten op de leeftijd van 4 en 5 jaar. Daarnaast zijn 378 kinderen neuropsychologisch getest op de leeftijd van 7 jaar. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de afdelingen Neonatologie en Sociale Geneeskunde van het UMC Groningen in samenwerking met jeugdgezondheidszorg en NICU s. Inmiddels zijn twee proefschriften verdedigd die waren gebaseerd op deze gegevens, daarnaast zijn nog twee promovendi bezig. Meer inzicht krijgen in de timing van hersenschade bij pasgeborenen met een ductus afhankelijke aangeboren hartafwijking en de relatie tussen cerebrale perfusie (foetaal) en oxygenatie (neonataal) en neurologische uitkomst (general movements). Hoe relateren foetale cerebrale flow maten en neonatale oxygenatie maten aan neurologische ontwikkeling (general movements). Door meer inzicht te krijgen in het ontstaan van hersenschade bij kinderen met een congenitale hartafwijking is het misschien mogelijk deze schade in de toekomst te voorkomen en daarmee neurologische ontwikkeling en kwaliteit van leven bij deze patiënten te verbeteren. Dr. E.M.W. Kooi, kinderarts-neonatoloog Dr. E.M.W. Kooi Begindatum: 1 april 2014 Einddatum: 1 april 2017 Neonatologie, gynaecologie, cardiologie, thoraxchirurgie en kinder intensive care UMCG Nog te verschijnen congenital heart disease, prenatal ultrasonography, near-infrared spectroscopy Bepalen van de ontwikkeling en groei van matig (32-36 weken) en veel te vroeg (<32 weken) geboren kinderen, in vergelijking met à terme geborenen. Hoe is de ontwikkeling van (matig) prematuren? Hoe is de groei van matig prematuren? Wat is de invloed van sociaal-economische status op deze groei en ontwikkeling? Wat is de stabiliteit van ontwikkelingsachterstanden door de tijd? In hoeverre hebben prematuren meer luchtwegklachten dan à terme geborenen? Ongeveer 8% van de Nederlandse kinderen wordt te vroeg geboren. Dit betreft grotendeels matig prematuren. Kennis en instrumenten zoals aangepaste groeicurven om deze kinderen te kunnen volgen en begeleiden, ontbreekt. J.H. de Jonge, secretariaat Neonatologie Begin datum: 2005 Einddatum: 2017 Dertien jeugdgezondheidszorg instellingen en 5 NICU s Kerstjens JM. Development of moderately preterm-born children. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen, 2013 (proefschrift) Bocca-Tjeertes IFA. Growth of preterm-born children. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen, 2013 (proefschrift). D.d. eind 2014 zijn 19 PubMed publicaties verschenen die zijn gebaseerd op Pinkeltje (in het Engels LOLLIPOP), een publicatielijst is beschikbaar op aanvraag. M. Mebius, MDPhD student neonatologie UMCG Prof.dr. A.F. Bos, division of neonatology, UMCG Prof.dr. C.M. Bilardo, division of obstetrics and gynaecology, UMCG Prof.dr. R.M.F Berger, division of children s cardiac diseases Prof.dr. A.F. Bos Prof.dr. S.A. Reijneveld Dr. A.F. de Winter Dr. J.M. Kerstjens Dr. I.F.A. Bocca-Tjeertes M.R. Potijk MD J. Horman, BSc gestational age, infant, premature, developmental disabilities, body weight, body height, socioeconomic factors, longitudinal study

14 26 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE 26 Van de vrouwen van nu kunnen we veel leren voor 1.2 Epidemiologie Maternale gezondheid EPIDEMIOLOGIE GEZONDHEID VAN DE PASGEBORENE VOORWOORD toekomstige zwangerschappen. pregnant: Nederlands register voor geneesmiddelengebruik tijdens de zwangerschap. NIEUW IN JAARINDEX Maternale gezondheid krijgt een steeds prominentere plek op de nationale en internationale onderzoeksagenda. In deze jaarindex verschijnen dit jaar 16 onderzoeksprojecten op dit gebied. Het is goed om te zien dat er een mooie mix is tussen onderzoek uit de eerste en uit de tweede en derde lijn. Onderzoek heeft uitgewezen dat ongeveer 80% van de zwangere vrouwen op enig moment in de zwangerschap een geneesmiddel gebruikt (zowel recept plichtige als vrij verkrijgbare middelen). In de dagelijkse praktijk wordt u daarom geregeld geconfronteerd met de vraag of een geneesmiddel veilig gebruikt kan worden of wat de mogelijke effecten kunnen zijn indien een middel reeds gebruikt is. Zoals u zelf wellicht ervaren heeft, is er vaak beperkte kennis beschikbaar op het gebied van geneesmiddelengebruik en zwangerschap. In het zwangerschapsregister pregnant worden gegevens van zo veel mogelijk zwangere vrouwen verzameld. Zwangere vrouwen leveren zelf de gegevens aan door het periodiek invullen van digitale vragenlijsten. Gegevens uit onder andere de PRN zullen waar nodig ter aanvulling dienen. Om de zwangere vrouwen te attenderen op pregnant, wordt zorgverleners gevraagd om vrouwen uit te nodigen voor deelname. Het doel van pregnant is om de ervaringen met geneesmiddelengebruik door zwangere vrouwen op een gestructureerde wijze te registreren, zodat deze dagelijkse praktijkervaring inzicht geeft in de mogelijke effecten (zowel risico s als veiligheid) van geneesmiddelengebruik tijdens zwangerschap op zowel de gezondheid van moeder als (ongeboren) kind. Met behulp van pregnant komt er meer kennis beschikbaar over geneesmiddelengebruik tijdens zwangerschap en lactatie, wat van groot belang is in de dagelijkse praktijk van zwangerschapsbegeleiding. De uitkomsten van deze prospectieve naturalistische studie dienen ter verbetering van de voorlichting en begeleiding van zwangere vrouwen. De zorgverlener kan een betere afweging maken bij het voorschrijven van geneesmiddelen, terwijl de zwangere vrouw goed geïnformeerd kan worden over de mogelijke effecten. Omdat de Teratologie Informatie Service (TIS) het zwangerschapsregister kan raadplegen, kunnen de gedocumenteerde ervaringen direct ingezet worden bij het counselen van zorgverleners. Prof.dr. Eugene van Puijenbroek (Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb) Drs. Saskia Vorstenbosch (Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb) Drs. Saskia Vorstenbosch, projectcoördinator Begindatum: 1 april 2014 Deze observationele studie zal voor onbepaalde tijd voortgezet worden vanwege de noodzaak tot continue monitoring van de mogelijke effecten van geneesmiddelengebruik tijdens zwangerschap en lactatie. De ontwikkeling, validatie en implementatie van pregnant gebeurt in samenwerking met het RadboudUMC. Daarnaast wordt er samengewerkt met diverse verloskundige praktijken en ziekenhuizen in Nederland en de epilepsiecentra Kempenhaeghe en SEIN. registry, pregnancy, breastfeeding, teratology, medicine, maternal exposure, pregnancy outcome, embryonic and fetal development, postnatal development, congenital abnormalities Steeds nadrukkelijker groeit het besef dat een goede registratie van basisgegevens in de Landelijke Verloskunde Registratie van cruciaal belang is voor de kwaliteit van epidemiologisch onderzoek. De aandacht voor het belang van heldere, uniforme en complete registratie aan de bron, van landelijke partijen maar ook van een aantal regionale geboortezorg consortia, is zeer bemoedigend en zal de kwaliteit van toekomstig wetenschappelijk onderzoek bevorderen. Een belangrijk deel van het Nederlandse onderzoek in dit hoofdstuk behelst de relatie tussen hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap en cardiovasculaire aandoeningen op latere leeftijd. Dit is duidelijk een hot issue op dit moment, dat door verschillende onderzoeksgroepen op verschillende manieren wordt belicht. De Generation R study uit Rotterdam herbergt ook op dit gebied een schat aan informatie die nog steeds ontgonnen wordt. Ook door andere centra wordt gewerkt aan grote meerjarige projecten die meer inzicht moeten geven in de lange termijn risico s van vrouwen met hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap. Daarbij ligt het accent op pathogenese, risicofactoren en preventiestrategieën. Interessant is de vraag of het aanbieden van programma s voor cardiovasculair risicomanagement aan deze jonge, gezonde vrouwen kosteneffectief is. Daarnaast is er ruim aandacht voor een aantal ernstige maternale complicaties van de zwangerschap. Verschillende studies onderzoeken de behandeling van extreme fluxus postpartum, maligniteiten in de zwangerschap, perimortem sectio, vruchtwaterembolie, eclampsie en SAMM (severe acute maternal morbidity) in zijn algemeenheid. Naast het feit dat de structurele registratie van maternale sterfte door de auditcommissie moedersterfte van de NVOG niet meer weg te denken is uit het Nederlands verloskundig landschap, krijgt ook de structurele registratie van ernstige maternale morbiditeit steeds meer handen en voeten binnen de internationale samenwerking in de INOSS (International Network of Obstetric Surveillance Systems). Andere belangrijke onderwerpen die in dit hoofdstuk aan de orde komen zijn de relatie tussen congenitale hartafwijkingen en vroeggeboorte, de rol van cortisol bij hyperemesis gravidarum, en het nut van screening op chlamydia, gonorrhoea en trichomonas in de zwangerschap. Tenslotte richten twee onderzoeksgroepen zich op de fysiologische aspecten van de zwangerschap, namelijk de normale ontwikkeling van gewicht en bloeddruk in de zwangerschap en het perinataal welbevinden in relatie tot ziekteverzuim. Dr. Marrit Smit Klinisch verloskundige en onderzoeker, LUMC en docent PA-KV Dr. Joost Zwart Gynaecoloog, Deventer Ziekenhuis

15 28 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE Het verloskundige werkveld initieert de vraag, genereert de gegevens die onderzocht worden en kan met de uitkomsten van het onderzoek professioneel handelen optimaliseren. Identificatie van nieuwe markers voor vroeggeboorte. EPIDEMIOLOGIE MATERNALE GEZONDHEID EPIDEMIOLOGIE MATERNALE GEZONDHEID Optimalisering Eerstelijns verloskunde; de weg naar Practice-Based Evidence met VeCaS-AVM (Verloskundig Casusregistratie Systeem Academie Verloskunde Maastricht) De identificatie van nieuwe markers voor vroeggeboorte gebaseerd op onderzoek bij Zwangere vrouwen met Aangeboren HARtAfwijkingen: ZAHARA 3 Verloskundigen uit de eerste lijn signaleren twee knelpunten in hun zorgverlening en verwijsbeleid. Ten eerste is er momenteel veel onduidelijkheid over het normale verloop van de bloeddruk gedurende de zwangerschap. Ten tweede is er ook onduidelijkheid over het normale gewichtsverloop bij zwangere vrouwen uit de diverse BMI-klassen. Door het gebrek aan gegevens over dit fysiologisch verloop zijn afspraken over al dan niet verwijzen naar de tweede lijn gebaseerd op consensus en niet op evidence. Verloskundigen ervaren een toenemende behoefte aan onderbouwing van hun handelen. Hoewel er veel onderzoek gedaan is naar de pathologie van zwangerschap en baring, is er over de normale laagrisico populatie zwangeren nauwelijks iets bekend. Om deze vragen uit de praktijk te kunnen beantwoorden, zullen we gebruik moeten maken van de gegevens uit diezelfde praktijk. De prevalentie van vroeggeboorte is verhoogd bij zwangere vrouwen met een congenitale hartaandoening. De gemiddelde prevalentie is 16%, met excessen tot 30% in geval van een complete transpositie van de grote aderen of pulmonaire atresie met een ventriculair septum defect. Aangezien zwangeren met een congenitale hartaandoening uitgebreid medisch begeleid worden en een relatief hoge kans hebben op een vroeggeboorte, biedt niet-invasief onderzoek tijdens de zwangerschap en biobanking van lichaamsmateriaal bij deze groep patiënten de mogelijkheid prognostische testen en een rationele en effectieve behandeling te ontwikkelen. Dit biedt de mogelijkheid om op termijn vroeggeboorte te voorkomen. In het project zal gezocht worden naar een instrument, een databestand, om de gegevens uit de praktijk te gebruiken voor het onderbouwen van het handelen van diezelfde praktijk. Op lange termijn dragen de resultaten van dit project bij aan de optimalisering van het verloskundige werkveld, doordat practice based evidence binnen de verloskunde wordt gefaciliteerd. Het databestand kan antwoord bieden op tal van vragen vanuit het werkveld, nu en in de toekomst. De eerste onderzoeksvragen waar dit project zich op wil richten zijn: 1. Wat is het fysiologische verloop van (a) bloeddruk en (b) gewichtsverloop bij de Nederlandse laagrisico populatie zwangeren in de eerstelijns verloskunde? a. Wat zijn de grenswaarden voor fysiologisch bloeddrukverloop in de zwangerschap, baring en kraambed? b. Wat zijn de grenswaarden voor fysiologische gewichtstoename bij zwangeren van verschillend BMI? c. Bij welke BMI is er bij zwangeren sprake van een fysiologisch verloop van zwangerschap en baring? Momenteel registreren verloskundigen in de eerste lijn gegevens in een digitaal cliëntendossier. Een groot deel van de gegevens wordt niet gebruikt voor onderzoek. Voorbeelden hiervan zijn: de werksituatie van de zwangere en haar partner, opleiding, verloop zwangerschapsconsulten met bloeddruk, gewicht, urineonderzoek, ligging en groei foetus, contactmomenten tijdens de baring, gegevens over aantal weeën, verloop van de ontsluiting, verloop voeding in het kraambed, herstel kraamvrouw (fysiek en psychisch). Juist deze gegevens kunnen waardevolle inzichten bieden in het verloop van zwangerschap, baring en kraambed, mits deze gegevens eenduidig en betrouwbaar worden gerapporteerd. Prof. Raymond de Vries PhD Marianne J. Nieuwenhuijze RM MSc Hennie Wijnen RM PhD Ina Bastiaans RM MSc Bert Zeegers MD Luc Budé, psycholoog PhD Tjarda van Sliedregt RM PhD Emer Hageraats MD Hennie Wijnen RM PhD Begindatum: oktober doorlopend onderzoek Vijfentwintig verloskundige praktijken in Nederland Hogeschool Zuyd Academisch Ziekenhuis Maastricht Limbeek E, Wijnen H. VeCaS. Op weg naar Evidence based handelen in de eerste lijn. KNOV TvV Nov: 43. pregnancy, childbirth, homebirth, labor, delivery, antenatal, postnatal, puerperium, midwifery, community midwife, primary care, obstetric care system, referral and consultation, pregnancy outcome, neonate, infant, newborn, blood pressure, BMI, weight gain, humans, Netherlands, epidemiology, statistics 1. Het verkrijgen van vroege diagnostische en prognostische echografische markers voor vroeggeboorte van moeder, placenta en foetus en markers in bloed en urine van moeder bij en weken zwangerschap. 2. Het opzetten van een duurzame weefselbank van placenta, placentavaatbed en myometrium, gecombineerd met een goede complete klinische database. Het afgenomen weefsel wordt gebruikt om RNA- en eiwitprofielen in te onderzoeken. Het cardiale myometrium en het uterine myometrium bevatten een aantal overlappende cellulaire mechanismen, welke ontregeld kunnen zijn bij zwangere vrouwen met een congenitale hartaandoening die prematuur bevallen. Gedetailleerde kennis van de moleculaire gebeurtenissen in placenta en myometrium en de interacties tussen deze beide weefsels die de bevalling initiëren, is essentieel om zo goede prognostische testen en een rationele en effectieve behandeling te kunnen ontwikkelen. Dr. C. Ris-Stalpers (AMC) Dr. M.W.M.M. de Laat (AMC) Prof.dr B.J.M. Mulder (AMC) Prof.dr. J.A.M. van der Post (AMC) Prof.dr. C.M. Bilardo (UMCG) Dr. P.G. Pieper (UMCG) Dr. G.T. Sieswerda (UMCU) Dr. M.A. Oudijk (UMCU) Drs. K.Y. Heida (UMCU, obstetrie) Drs. M.A.M. Kampman (UMCG, cardiologie) Drs. M.A.M. Kampman Drs. K.Y. Heida Begindatum: medio 2011 Einddatum: medio 2015 Het ZAHARA 3-project is een samenwerkingsverband tussen het AMC, UMCG en UMCU waarbij in alle centra de afdelingen verloskunde/gynaecologie en cardiologie participeren. Balci A, Sollie KM, Mulder BJ, de Laat MW, Roos-Hesselink JW, van Dijk AP, Wajon EM, Vliegen HW, Drenthen W, Hillege HL, Aarnoudse JG, van Veldhuisen DJ, Pieper PG. Associations between cardiovascular parameters and uteroplacental Doppler (blood) flow patterns during pregnancy in women with congenital heart disease: Rationale and design of the Zwangerschap bij Aangeboren Hartafwijking (ZAHARA) II study. Am Heart J Feb;161(2): e1. de Laat, MW, Pieper PG, Oudijk MA, Mulder BJM, Christoffels VM, Afink GB, Postma AV, Ris-Stalpers C.The Clinical and Molecular Relations Between Idiopathic Preterm Labor and Maternal Congenital Heart Defects. Reproductive Sciences February : DOI: / premature birth, congenital heart disease, pregnancy, placenta

16 30 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE Vrouwen willen graag kiezen waar ze kunnen bevallen. Zonder objectieve, wetenschappelijke informatie over veiligheid, kunnen vrouwen niet goed kiezen waar en onder wiens leiding ze willen bevallen. Hart- en vaatziekten (-afwijkingen) als onderliggende oorzaak van vroeggeboorte. EPIDEMIOLOGIE MATERNALE GEZONDHEID EPIDEMIOLOGIE MATERNALE GEZONDHEID Severe acute maternal morbidity in primary care PRELHUDE - PREterm Labour, Heart- and vascular Defects Uit eerder onderzoek op basis van PRN-data is gebleken dat de incidentie van intrapartum en neonatale sterfte en ernstige neonatale morbiditeit niet verschilt tussen eerstelijns bevallingen die thuis versus poliklinisch zijn begonnen. Het is nog niet duidelijk of maternale uitkomsten verschillen. Data van de LEMMoN-studie worden gecombineerd met die van de PRN. De incidentie van ernstige maternale morbiditeit wordt vergeleken tussen: 1. bevallingen die in de eerste lijn thuis zijn begonnen versus in het ziekenhuis 2. bevallingen die in de eerste- versus de tweede lijn zijn begonnen bij vrouwen zonder verhoogd risico aan het begin van de baring Inzicht krijgen in de kans op ernstige maternale morbiditeit bij bevallingen die in de eerste lijn zijn begonnen. 1. Wat is de incidentie van ernstige maternale morbiditeit bij bevallingen die in de eerstelijn thuis versus poliklinisch zijn begonnen? 2. Wat is de incidentie van ernstige maternale morbiditeit bij bevallingen die in de eerste lijn versus in de tweede lijn zijn begonnen bij vrouwen zonder verhoogd risico aan het begin van de baring? Vrouwen zonder verhoogd risico aan het begin van de baring kunnen kiezen waar ze willen bevallen. Om een goede keuze te kunnen maken is het belangrijk dat zij informatie krijgen over de voor- en nadelen die gebaseerd is op wetenschappelijk onderzoek. Dr. A. de Jonge Prof.dr. J. van Roosmalen Dr. A. de Jonge J. Mesman MSc Dr. J. Zwart Dr. J. van Dillen, Prof.dr. S.E. Buitendijk Prof.dr. J. van Roosmalen Dr. A. de Jonge Begindatum: januari 2011 Einddatum: december 2014 Midwifery Science, AVAG en het EMGO+instituut, VUmc Afdeling Obstetrie en Gynaecologie, Leids Universitair Medisch Centrum De Jonge A, Mesman JAJM, Manniën J, Zwart JJ, van Dillen J, Van Roosmalen J. Severe adverse maternal outcomes among low risk women with planned home versus planned hospital births in the Netherlands: a nationwide cohort study.bmj, 346: f3263 (Published 13 June 2013). De Jonge A, Mesman JAJM, Manniën J, Zwart JJ, van Dillen J, Van Roosmalen J. Severe adverse maternal outcomes among low risk women with planned primary care versus planned secondary care births in the Netherlands: a nationwide cohort study. (nog te verschijnen) home childbirth, midwifery, pregnancy outcome, maternal welfare, pregnancy complications Vroeggeboorte is de belangrijkste oorzaak van neonatale mortaliteit en morbiditeit. Recent is duidelijk geworden dat maternale cardiovasculaire pathologie een risicofactor voor vroeggeboorte kan zijn. Bij onderzoek van de placenta en het placentavaatbed na een vroeggeboorte worden vaak vasculaire afwijkingen van onbekende oorzaak gevonden. Bovendien hebben zwangere vrouwen met een congenitale hartafwijking een verhoogd risico op een vroeggeboorte. Onderzoeksopzet: Vrouwen met dreigende vroeggeboorte tussen weken kunnen worden geïncludeerd in de studie. Bij deze vrouwen wordt maternaal bloed en navelstrengbloed verzameld tijdens de bevalling. Biopsieen afgenomen van de placenta en het myometrium (in geval van sectio caesarea) worden verricht na de bevalling. Onderzoeken of er subklinische congenitale hartaandoeningen voorkomen bij vrouwen die prematuur bevallen. De biosamples die tijdens en na de bevalling worden afgenomen, worden gebruikt om eventuele vasculaire afwijkingen in de placenta en het placentavaatbed vast te stellen; moleculair onderzoek van placenta, placentavaatbed en myometrium wordt vervolgens toegespitst op het zoeken naar de moleculaire basis van deze afwijkingen. Komen er subklinische congenitale hartaandoeningen en/of vaatafwijkingen in de placenta of het placentavaatbed voor bij vrouwen die prematuur bevallen door een onbekende oorzaak. Het vaststellen van een eventuele subklinische congenitale hartaandoening en de behandeling daarvan kan mogelijk een verbetering van de gezondheid van de vrouw op lange termijn opleveren. Moleculaire gegevens over de aard van de placentaire vaatafwijkingen kunnen bijdragen aan betere diagnostiek en prognose van een dreigende vroeggeboorte. Dr. C. Ris-Stalpers (AMC) Dr. M.W.M. de Laat (AMC) Prof.dr. B.J.M. Mulder (AMC) Prof.dr. J.A.M. van der Post (AMC) Prof.dr. C.M. Bilardo (UMCG) Dr. P.G. Pieper (UMCG) Dr. G.T. Sieswerda (UMCU) Dr. M.A. Oudijk (UMCU) Drs. K.Y. Heida (UMCU, obstetrie) Drs. M.A.M. Kampman (UMCG, cardiologie) Drs. K.Y. Heida Drs. MAM Kampman Begindatum: medio 2012 Einddatum: medio 2014 Het PRELHUDE-project is een samenwerkingsverband tussen het AMC, UMCG en UMCU waarbij in alle centra de afdelingen verloskunde/gynaecologie, cardiologie en pathologie participeren. premature birth, congenital heart disease, vascular diseases, pregnancy, placenta

17 32 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE Hypertensieve zwangerschapscomlicaties zoals preeclampsie zijn een eerste uiting van cardiovasculaire ziekten. De mogelijkheid om in een vroeg stadium vrouwen te identificeren die een verhoogd risico hebben op toekomstig cardiovasculair lijden biedt een unieke kans om secundaire preventie programma s te ontwikkelen. EPIDEMIOLOGIE MATERNALE GEZONDHEID EPIDEMIOLOGIE MATERNALE GEZONDHEID SPiral Artery Remodeling studie (SPAR-studie) Vasculair gerelateerde zwangerschapscomplicaties en het maternale risico op cardiovasculaire aandoeningen, deel van de Generation R study. In recente jaren is duidelijk geworden dat er een sterk verband bestaat tussen pre-eclampsie (PE), HELLP, IUGR en abruptio placentae enerzijds en cardiovasculaire ziekten op latere leeftijd anderzijds. Karakteristieke vasculaire pathologie van de spiraalarteriën in het placentavaatbed lijkt de basis te zijn van deze zwangerschapscomplicaties. Veelvoorkomende pathologische veranderingen, zoals atheromateuze laesies, defectieve remodelering en ontsteking, hebben opvallende overeenkomsten met vroege stadia van atherosclerose. Ook zien we dat deze vrouwen na de bevalling meer risico factoren voor cardiovasculaire ziekten hebben dan vrouwen met een normale zwangerschap. Bij een sectio worden een viertal biopten afgenomen van het placentavaatbed. Samen met de placenta worden deze middels een scoringssysteem beoordeeld op afwijkingen. Tevens wordt er maanden na de zwangerschap bloed afgenomen om onder andere lipidenspectrum, glucose en hscrp te bepalen. Zestig vrouwen met een PE, twintig met een IUGR en zestig vrouwen met een fysiologische zwangerschap die een sectio krijgen zullen worden geïncludeerd. Verschillende epidemiologische studies suggereren een associatie tussen vasculair gerelateerde zwangerschapscomplicaties, bestaande uit pre-eclampsie, pregnancy induced hypertension [PIH], het HELLP-syndroom en intra-uteriene groei restrictie, en een verhoogd risico op het ontwikkelen van cardiovasculair lijden in het latere leven. Verschillende risicofactoren zoals chronische hypertensie, verhoogd totaal cholesterol, verminderde insuline gevoeligheid en obesitas, zouden predisponerende factoren zijn voor zowel vasculair gerelateerde zwangerschapscomplicaties als cardiovasculair lijden. Tevens zijn er aanwijzingen dat een gezonde leefstijl invloed heeft op zowel vasculair gerelateerde zwangerschapscomplicaties als cardiovasculair lijden. Het is echter nog niet bekend of leefstijl ook de interactie tussen cardiovasculaire stress tijdens zwangerschap en de predispositie tot cardiovasculair lijden kan beïnvloeden. In dit prospectieve cohort onderzoek, Generation R, zijn circa zwangeren geïncludeerd welke worden gevolgd tot de jong volwassenheid van de kinderen. Zowel moeder als kind bezoeken het Generation R onderzoekscentrum en vullen regelmatig vragenlijsten in. Het onderzoeken van: de verschillen in veranderingen van de spiraal arteriën tussen normale en gecompliceerde PE/HELLP of IUGR zwangerschap de relatie tussen placenta(vaatbed) afwijkingen en het cardiovasculair risicoprofiel Er is een significant verschil in de afwijkingen die gevonden worden bij pathologisch onderzoek en tevens is er een verschil in cardiovasculair risicoprofiel van vrouwen met een gecompliceerde versus een ongecompliceerde zwangerschap. De nummer één doodsoorzaak bij vrouwen is hart- en vaatziekten. Nu duidelijk is geworden dat vrouwen met een PE/HELLP, IUGR of abruptio placentae een sterk verhoogd risico hebben op hart- en vaatziekten is het van groot belang om meer onderzoek te doen naar het verband tussen deze aandoeningen. De SPAR-studie kan ons meer etiologische informatie geven over de (abnormale) ontwikkeling van de spiraalarterie en de relatie tot hart- en vaatziekten. Prof.dr. Arie Franx Dr. Bas B. van Rijn Dr. Steven V. Koenen Drs. Jan H.W. Veerbeek Drs. Jan H.W. Veerbeek Begindatum: mei 2012 Einddatum: mei 2016 Afdeling Pathologie, UMCU Dr. P. Nikkels preeclampsia, intrauterine growth restriction, cardiovascular disease, vascular remodeling, atherosclerosis Onderzoeken of vasculair gerelateerde zwangerschapscomplicaties geassocieerd zijn met specifieke cardiovasculaire risicoprofielen 5 en 9 jaar na de zwangerschap. Tweede doel is om leefstijlfactoren te identificeren die onderliggend zijn aan deze associatie. 1. Welke gestationele maternale cardiovasculaire parameters, zoals bloeddruk, dopplers van de arteria uterina bij 20 en 32 weken zwangerschap en zwangerschapsgerelateerde vasculaire complicaties, zijn geassocieerd met cardiovasculaire risico profielen, inclusief de stijfheid van de arteria carotis communis, de intima-media dikte (IMT), linker ventrikel massa en retinale microvasculatuur, 5 en 9 jaar na de zwangerschap. 2. Welke maternale leefstijl gewoontes tijdens zwangerschap, zoals voeding en roken, zijn geassocieerd met gestationele maternale cardiovasculare parameters en vasculair gerelateerde zwangerschapscomplicaties. 3. Kunnen deze leefstijl gewoontes tijdens de zwangerschap gerelateerd zijn aan specifieke cardiovasculaire risicoprofielen 5 en 9 jaar na de zwangerschap. De verwachting is dat de resultaten de hypothese zullen ondersteunen dat de maternale constitutie een onderliggende oorzaak is van zowel vasculair gerelateerde zwangerschaps complicaties als toekomstig cardiovasculair lijden en dat leeftstijl factoren deze predispositie kunnen beïnvloeden. Kennis van de betrokken pathofysiologische determinanten is essentieel bij het counselen van de individuele patiënt en het ontwikkelen van preventieve strategieën om het risico of cardiovasculair lijden te verminderen. Prof.dr. E.A.P. Steegers, hoogleraar verloskunde Prof.dr. V.W.V. Jaddoe, hoogleraar pediatrische epidemiologie Drs. H.A.M. Benschop, arts-onderzoeker gynaecologie Dr. S. Schalekamp-Timmermans, post-doc gynaecologie Drs. H.A.M. Benschop, arts-onderzoeker gynaecologie Begindatum: 2001 Looptijd: follow-up vanaf de zwangerschap tot jong volwassenheid van de kinderen Erasmus MC, Erasmus Universiteit Rotterdam, Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis, GGD Rotterdam en omstreken, TNO Nederlandse Organisatie voor toegepaste natuurwetenschappelijk onderzoek. pre-eclampsia, pregnancy induced hypertension, small for gestational age, cardiovascular disease, lifestyle, risk factors, secondary prevention

18 34 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE Nieuwe onderzoeksmethode naar tot nog toe onbegrepen ziektebeeld. EPIDEMIOLOGIE MATERNALE GEZONDHEID EPIDEMIOLOGIE MATERNALE GEZONDHEID Hyperemesis gravidarum: speelt cortisol een rol? NethOSS Netherlands Obstetric Surveillance System De etiologie en pathogenese van hyperemesis gravidarum zijn nog niet bekend. De behandeling is gericht op het voorkomen van ernstige maternale en foetale complicaties, en bestaat vooral uit (intraveneuze) toediening van vocht eventueel aangevuld met vitamines. De vraagstelling in deze studie luidt of er een associatie bestaat tussen de hoogte van de cortisol spiegels, en de mate en ernst van het optreden van misselijkheid en braken en hyperemesis gravidarum. In een prospectief cohort onderzoek worden aan vrouwen in het eerste zwangerschapstrimester Index Nausea Vomiting and Retching (INVR) vragenlijsten uitgedeeld. De onderzoekspopulatie bestaat uit met patiënten met hyperemesis gravidarum en gezonde zwangeren. In het hoofdhaar wordt in de veertiende zwangerschapsweek het cortisolgehalte bepaald. Dit is een goede afspiegeling van de cortisol spiegel in het eerst zwangerschapstrimester. De doelstelling van deze studie is onderzoeken of hyperemesis gravidarum gepaard gaat met een lage waarde aan cortisol. 1. Is er een relatie tussen de hoogte van de cortisol spiegels in het eerste trimester van de zwangerschap (vijf tot dertien weken amenorroe) en het optreden van hyperemesis gravidarum? 2. Is er een relatie tussen cortisolspiegels gemeten in hoofdhaar en het voorkomen en de mate van ernst van misselijkheid en het braken? Hyperemesis gravidarum geeft aanleiding tot hoog ziekte verzuim, en legt druk op de (sociale) relaties. Patiënten met hyperemesis gravidarum lijden zowel psychisch als lichamelijk. Pas wanneer etiologie en pathogenese gekend zijn, kan een doeltreffende behandeling worden gezocht, en zal het begrip voor patiënten met deze aandoening toenemen. MPA-kv i.o Gea Vije-Renken Dr. E. Grijseel, Dr. R. Rijke, Hogeschool Rotterdam B.M.C. Akerboom, gynecologist Albert Schweitzer hospital Dordrecht MPA-kv i.o G.T. Vije-Renken MD PhD. E.F.C.van Rossum, internist-endocrinologist/associate professor Erasmus MC, Rotterdam, the Netherlands. V.L. Wester Erasmus MC, Rotterdam, the Netherlands MPA-klinisch verloskundige i.o. Gea Vije-Renken Juni 2013 werd gestart met includeren, in december 2013 zijn de laatste haarafnames verricht, waarna de analyse heeft plaatsgevonden. Het verwerken tot een publicatie is gaande. E.F.C. van Rossum MD PhD V.L. Wester Nog geen, volgt in april 2014 hyperemesis gravidarum, nausea and vomitting in pregnancy, haircortisollevels in first trimester of pregnancy NethOSS staat voor Netherlands Obstetric Surveillance System en is een registratie van ernstige maternale morbiditeit. Ernstige maternale morbiditeit compliceert ongeveer 0,71% van de zwangerschappen in Nederland. Bij het overgrote deel van deze patiënten blijkt er achteraf sprake van substandard care. Morbiditeit wordt daarom in toenemende mate gezien als een sensitieve marker voor de kwaliteit van de geleverde verloskundige zorg. De NethOSS-studie is een landelijke, prospectieve studie naar vrouwen die gedurende hun zwangerschap of kraambed eclampsie hartstilstand en/of een vruchtwaterembolie ontwikkelen. Naast het vaststellen van de incidentie van deze aandoeningen zal er worden gekeken naar mogelijke ontstaansfactoren en verschillen in management strategieën. Het bepalen van de incidenties van eclampsie, cardiac arrest en vruchtwater embolie gedurende de zwangerschap en/of in het kraambed in Nederland. Ook zal worden gekeken naar de mogelijke risicofactoren en verschillen in behandelstrategieën. 1. Wat is de incidentie van eclampsie cardiac arrest en vruchtwaterembolie in Nederland. 2. Zijn er risicofactoren en/of verschillen in management strategieën bij deze vormen van maternale morbiditeit. Met deze studie willen we meer inzicht krijgen in het voorkomen en de behandeling van deze ernstige aandoeningen in de zwangerschap. Daarnaast zijn wij benieuwd of de veranderingen in management van vrouwen met pre-eclampsie ook tot een lagere incidentie van eclampsie hebben geleid. Deze resultaten kunnen dan gebruikt worden voor een doeltreffendere risicoselectie en behandelingsstrategieën van vrouwen met hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap. Dr. K.W.M. Bloemenkamp, gynaecoloog-perinatoloog LUMC, Leiden Prof.dr. J. van Roosmalen, gynaecoloog LUMC, Leiden Prof. A. Franx, gynaecoloog-perinatoloog UMCU, Utrecht Dr. J.J. Zwart, gynaecoloog, Deventer ziekenhuis, Deventer Prof.dr. J.M.M. van Lith, gynaecoloog-perinatoloog LUMC, Leiden Drs. T.P. Schaap Drs. T.P. Schaap Begindatum: september 2013 Looptijd: 2 jaar Consortium Verloskunde eclampsia, maternal morbidity, perimortem caesarean section, amniotic fluid embolism

19 36 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE Het is merkwaardig dat anno 2014 er nog steeds weinig inzicht bestaat in klachten die algemeen voorkomen in de zwangerschap. Er is helemaal geen inzicht in het ontzwangeren : hoe lang duurt het voordat een zwangere na de bevalling weer in haar normale doen is en welke klachten komen tijdens deze herstelfase vaak voor? EPIDEMIOLOGIE MATERNALE GEZONDHEID EPIDEMIOLOGIE MATERNALE GEZONDHEID Transfusion strategies in women during Major Obstetric Haemorrhage (TeMpOH-1) De ontwikkeling van de Brabantse Integrale Geboortenzorg Vragenlijst (BINGO) NIEUW IN JAARINDEX Major obstetric haemorrhage (MOH) is de belangrijkste oorzaak van ernstige maternale morbiditeit. Jaarlijks zien we in Nederland meer dan 800 vrouwen met MOH. Hoewel massale transfusies bij MOH van levensbelang zijn, is het nog onduidelijk op welk moment en op welke manier de verschillende bloedcomponenten het beste kunnen worden toegediend. De CBO richtlijn Bloedtransfusie adviseert bij massaal bloedverlies om erytrocyten, plasma en trombocyten te transfunderen in een vaste verhouding, bijvoorbeeld 3:3:1. Dit advies is geformuleerd naar aanleiding van observationele studies, veelal in de traumatologie, die een overlevingsvoordeel hebben laten zien bij het toepassen van dergelijke transfusiestrategieën. Aan deze studies kleven echter belangrijke methodologische beperkingen. In deze landelijke, observationele studie zullen verschillende transfusiestrategieën met elkaar worden vergeleken, om te bepalen of het vroeg toedienen van plasma en/of trombocytentransfusies bij vrouwen met MOH de maternale mortaliteit en ernstige maternale morbiditeit vermindert. Het optimaliseren van het transfusiebeleid bij massaal bloedverlies rondom zwangerschap en geboorte. Leidt het vroeg toedienen van plasma en/of trombocyten bij vrouwen met major obstetric haemorrhage tot minder maternale mortaliteit en ernstige maternale morbiditeit dan het toedienen van deze componenten in een later stadium van de behandeling? Door het bepalen van het optimale moment om te starten met het corrigeren van stollingsproblemen bij major obstetric haemorrhage zou het optreden van maternale mortaliteit en ernstige maternale morbiditeit (arteriële embolisaties, peripartum uterusextirpaties en IC-opnames) voorkomen kunnen worden en zouden de juiste bloedproducten bij de juiste patiënten op de juiste momenten kunnen worden toegediend. Dr. J.G. van der Bom, klinisch epidemioloog LUMC, Leiden Dr. K.W.M. Bloemenkamp, gynaecoloog-perinatoloog LUMC, Leiden Prof.dr. J.J. Zwaginga, hematoloog en transfusiespecialist LUMC, Leiden Drs. D.D.C.A. Henriquez, gynaecoloog in opleiding LUMC, Leiden Drs. D.D.C.A. Henriquez april augustus 2014 De TeMpOH-1 studie is een samenwerkingsverband tussen het Leids Universitair Medisch Centrum, Stichting Sanquin Bloedvoorziening en het Consortium Verloskunde. (http://www.studies-obsgyn.nl/tempoh-1/). major obstetric haemorrhage, postpartum haemorrhage, massive transfusion, severe maternal morbidity Bingo betreft een weerslag van 25 jaar perinataal onderzoek naar welbevinden van moeder en kind. Op dit moment wordt binnen de happy studie (www.happystudie.nl) een cohort van 2275 vrouwen gevolgd van 12 weken zwangerschap tot 12 maanden postpartum Algemeen welbevinden in de zwangerschap en postpartum in kaart brengen, met name ontzwangeren. Er ontbreken nog veel fysiologische gegevens van een normale zwangerschap en herstelperiode na de bevalling. Het ziekteverzuim bij in de perinatale periode ligt tussen de 13-17% terwijl het landelijke gemiddelde voor non-childbearing vrouwen 4% bedraagt. Inzicht in factoren die hierbij een rol spelen en interventie is maatschappelijk zeer relevant. Prof.dr. VJM Pop Drs. Sophie Truijens, psycholoog Carola Boerekamp, verloskundige Prof.dr. VJM Pop Begindatum: 1 januari 2013 Einddatum: 31 december 2015 Truijens SE, Meems M, Kuppens SM, Broeren MA, Nabbe KC, Wijnen HA, Oei SG, van Son MJ, Pop VJ. The HAPPY study (Holistic Approach to Pregnancy and the first Postpartum Year): design of a large prospective cohort study. BMC Pregnancy Childbirth 2014; 14:312. Meems M, Den Oudsten B, Meems BJ, Pop V. Effectiveness of mechanical traction as a non-surgical treatment for carpal tunnel syndrome compared to care as usual: study protocol for a randomized controlled trial. Trials. 2014;15: / Meems M, Truijens S, Boerekamp C, Visser L, Pop V.: Prevalence and course of Carpal Tunnel Syndrome during pregnancy: a prospective study. BJOG 2014 submitted. Pop VJ, Pommer AM, Pop-Purceleanu M, Wijnen HA, Bergink V, Pouwer F. Development of the Tilburg Pregnancy Distress Scale: the TPDS. BMC Pregnancy Childbirth 2011;11:80. Truijens SE, Pommer AM, van Runnard Heimel PJ, Verhoeven CJ, Oei SG, Pop VJ. Development of the Pregnancy and Childbirth Questionnaire (PCQ): evaluating quality of care as perceived by women who recently gave birth. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol 2014;174: Truijens SE, Wijnen HA, Pommer AM, Oei SG, Pop VJ. Development of the Childbirth Perception Scale (CPS): perception of delivery and the first postpartum week. Arch Womens Ment Health 2014; 17(5): Victor JM Pop, Sophie EM Truijens, Viola Spek, Hennie A Wijnen, Maarten JM van Son, Veerle Bergink: A new concept of maternity blues: is there a subgroup of women with rapid cycling mood symptoms? J Affect Dis 2014, submitted. perinatal maternal and child wellbeing

20 38 JAARINDEX 2014 KENNISPOORT VERLOSKUNDE Foetaal geslacht als determinant bij risicobepaling placentair syndroom en de consequenties hiervan voor moeder en kind. EPIDEMIOLOGIE MATERNALE GEZONDHEID EPIDEMIOLOGIE MATERNALE GEZONDHEID Cardiovasculair risico na een zwangerschap gecompliceerd door hypertensieve aandoeningen; Hyras, follow- up van Hyras, Hyprecare NIEUW IN JAARINDEX Foetaal gender afhankelijke verschillen in de zwangerschap, onderdeel van de Generation R study NIEUW IN JAARINDEX Verschillende epidemiologische studies hebben een verband aangetoond tussen hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap, bestaande uit pregnancy induced hypertension (PIH), (pre-)eclampsie en het HELLP-syndroom, en verhoogd cardiovasculair risico later in het leven. In Nederland zijn hart- en vaatziekten doodsoorzaak nummer één bij vrouwen. Het is niet bekend of een hypertensieve aandoening in de zwangerschap een vroege uiting is van een predispositie voor hart- en vaatziekten, een falende stress test, of dat de aandoening zelf het risico op hart- en vaatziekten verhoogd. Hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap ontstaan bij relatief jonge, gezonde vrouwen waardoor dit een aanknopingspunt zou kunnen zijn voor preventieve interventies zoals leefstijlaanpassingen. Onderzoeken waardoor vrouwen na een zwangerschap gecompliceerd door hypertensieve aandoeningen een verhoogd cardiovasculair risico later in het leven hebben. Daarnaast willen we onderzoeken wat er mogelijk in de toekomst als zorg aangeboden dient te worden aan vrouwen die een hypertensieve zwangerschap hebben doorgemaakt. 1. Onderzoeken van cardiovasculaire risicofactoren en hartfalen na een zwangerschap gecompliceerd door hypertensieve aandoeningen vergeleken met vrouwen die geen hypertensieve aandoening hadden in de zwangerschap. 2. Onderzoeken of het ontwikkelen van hart- en vaatziekten later in het leven voorspeld kan worden vlak na of in de zwangerschap gecompliceerd door hypertensieve aandoeningen. 3. Berekenen van kosteneffectiviteit van post-partum screening op cardiovasculaire risicofactoren en daaruit volgende behandeling bij vrouwen met een doorgemaakte zwangerschap gecompliceerd door hypertensieve aandoeningen. 4. Onderzoeken of vrouwen die op de hoogte zijn van hun verhoogde risico op hart- en vaatziekten (na een doorgemaakte zwangerschap gecompliceerd door hypertensieve aandoeningen) preventief gedrag vertonen d.m.v. leefstijlaanpassingen. Hypertensieve aandoeningen in de zwangerschap komen veel voor, met een prevalentie van bijna 10%. Hierdoor is er een grote groep vrouwen die mogelijkerwijs baat heeft bij het verlagen van risicofactoren. Kennis van de pathofysiologie is essentieel bij het counselen van patiënten en bij het ontwikkelen van standaard zorg om het risico op hart- en vaatziekten te verminderen. Prof.dr. C.J.M. de Groot, hoogleraar verloskunde Prof.dr. W.J. Paulus, hoogleraar fysiologie Dr. W. Hermes, gynaecoloog i.o. Drs. S.V. Visser, gynaecoloog i.o. Drs. F. van Kesteren, arts-onderzoeker verloskunde en radiologie Drs. A. Bokslag, arts-onderzoeker verloskunde : Prof.dr. C.J.M. de Groot, hoogleraar verloskunde Juni 2008 start inclusie. Verwacht wordt dat de laatste inclusies in 2015 gedaan zullen worden. Nederlands Consortium Obstetrie en Gynaecologie ICaR-VU (institute for cardiovascular research), VUmc, Amsterdam, UMCU hypertensive disorder of pregnancy, pregnancy induced hypertension, pre-eclampsia, cardiovascular risk, prevention, lifestyle, risk factors, women s health Verschillende epidemiologische studies tonen een associatie aan tussen foetaal gender en zwangerschapsuitkomst, waarbij preterme pre-eclampsie en foetale groeirestrictie domineren bij vrouwelijke foetussen en a terme pre-eclampsie en spontane vroeggeboorte bij mannelijke foetussen. Deze zwangerschapscomplicaties vormen samen het placentair syndroom waarbij één of meerdere complicaties gelijktijdig kunnen optreden. Het placentair syndroom wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt door een suboptimale placentatie en is gerelateerd aan een verhoogd risico op cardiovasculair lijden in te toekomst. Het is echter niet bekend of er ook gender specifieke verschillen zijn in placentatie en adaptatie mechanismes van moeder en kind op de zwangerschap. In dit prospectieve cohort onderzoek, Generation R, zijn circa zwangeren geïncludeerd welke worden gevolgd tot de jonge volwassenheid van de kinderen. Zowel moeder als kind bezoeken het Generation R onderzoekscentrum en vullen regelmatig vragenlijsten in. Onderzoeken of verschillende fenotypes van het placentaire syndroom ten minste gedeeltelijk worden gemedieerd door foetaal gender specifieke verschillen in placentaire functies met als consequentie verschillende adaptatie mechanismes van zowel moeder als kind op de zwangerschap. 1. Zijn er foetaal gender afhankelijke verschillen in de frequentie van voorkomen van het placentaire syndroom en zijn verschillende fenotypes (vroege en late pre-eclampsia, wel of niet in combinatie met een foetale groeivertraging en/of spontane vroeggeboorte). 2. Zijn er foetaal gender afhankelijke verschillen in placentatie, gemeten aan de hand van 1e en 2e trimester placentaire biomarkers? 3. Zijn er foetaal gender afhankelijke verschillen in foetale adaptatie aan de zwangerschap, gemeten aan de hand van groei(patronen), pulsatiliteit index van de arteriae umbilicalis? 4. Zijn er foetaal gender afhankelijke verschillen in maternale adaptatie aan de zwangerschap, gemeten aan de hand van bloeddrukpatronen, pulsatiliteit index en notching van de arteriae uterina? De verwachting is dat de resultaten de hypothese zullen ondersteunen. Deze kennis kan bijdragen bij het counselen van de individuele patiënt waarbij het foetale geslacht als determinant kan worden meegenomen om het risico op het placentaire syndroom, en de consequenties hiervan voor moeder en kind, te verminderen. Prof.dr. E.A.P. Steegers, hoogleraar verloskunde Prof.dr. V.W.V. Jaddoe, hoogleraar pediatrische epidemiologie Drs. Z.A. Brown, arts-onderzoeker gynaecologie Dr. S. Schalekamp Timmermans, post-doc gynaecologie Drs. Z.A. Brown, arts-onderzoeker gynaecologie Begindatum: 2001 Looptijd: follow-up vanaf de zwangerschap tot jong volwassenheid van de kinderen. Samenwerking Erasmus MC, Erasmus Universiteit Rotterdam, Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis, GGD Rotterdam en omstreken, TNO Nederlandse Organisatie voor toegepaste natuurwetenschappelijk onderzoek. Brown et al. Fetal sex specific differences in human placentation: a prospective cohort study. Placenta. 2014;35: Brown et al. Sex specific differences in fetal growth: a populationbased prospective cohort study. (nog te verschijnen) Brown et al. Fetal sex dependency in maternal vascular adaptation. (nog te verschijnen) Schalekamp Timmermans et al. Fetal gender differences in cardiovascular development in utero. An explanation for future risk of cardiovascular disease? (nog te verschijnen) fetal sex, placental function, placental syndrome, fetal growth, cardiovascular disease

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities in Early Childhood Health The Generation R Study Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Sociaal-economische gezondheidsverschillen vormen een groot maatschappelijk

Nadere informatie

Stop or Go? TerugvalprevenDe training bij het begeleid aiouwen van anddepressiva in de zwangerschap.

Stop or Go? TerugvalprevenDe training bij het begeleid aiouwen van anddepressiva in de zwangerschap. Stop or Go? TerugvalprevenDe training bij het begeleid aiouwen van anddepressiva in de zwangerschap. Promovendi: Drs. Nina Molenaar, arts, Erasmus MC Marlies Brouwer, MSc, psycholoog, UU Projectleaders:

Nadere informatie

DEZE UITGAVE IS EEN INITIATIEF VAN DE SAMENWERKENDE OPLEIDINGEN TOT VERLOSKUNDIGE

DEZE UITGAVE IS EEN INITIATIEF VAN DE SAMENWERKENDE OPLEIDINGEN TOT VERLOSKUNDIGE DEZE UITGAVE IS EEN INITIATIEF VAN DE SAMENWERKENDE OPLEIDINGEN TOT VERLOSKUNDIGE Voorwoord Jaarindex: Verloskunde onderzoek in Nederland Dit is de zevende jaargang van de jaarindex Verloskunde onderzoek

Nadere informatie

Voorwoord. Jaarindex: Verloskunde onderzoek in Nederland

Voorwoord. Jaarindex: Verloskunde onderzoek in Nederland Voorwoord Jaarindex: Verloskunde onderzoek in Nederland Dit is de zesde jaargang van de jaarindex Verloskunde onderzoek in Nederland. Dit jaar is er een groot aantal nieuwe projecten toegevoegd: in totaal

Nadere informatie

Healthy Pregnancy 4 All vroege start, lang profijt. Adja Waelput. 8 juni 2015, UMCG

Healthy Pregnancy 4 All vroege start, lang profijt. Adja Waelput. 8 juni 2015, UMCG Healthy Pregnancy 4 All vroege start, lang profijt Adja Waelput 8 juni 2015, UMCG Gezond ouder worden gebeurt in de baarmoeder en die verschillen zijn er al vanaf de geboorte Perinatale sterfte 2000-2008

Nadere informatie

Grootstedelijke perinatale gezondheid Aanvalsplan Perinatale Sterfte Rotterdam

Grootstedelijke perinatale gezondheid Aanvalsplan Perinatale Sterfte Rotterdam Grootstedelijke perinatale gezondheid Aanvalsplan Perinatale Sterfte Rotterdam Eric A.P. Steegers, Verloskunde en Prenatale Geneeskunde, Erasmus MC, Rotterdam Rotterdam circa 9000 zwangeren per jaar 5000

Nadere informatie

IN ZWANG PROTOCOL: Preventie recidief spontane vroeggeboorte

IN ZWANG PROTOCOL: Preventie recidief spontane vroeggeboorte IN ZWANG PROTOCOL: Preventie recidief spontane vroeggeboorte DEFINITIE: Vroeggeboorte: bevalling bij amenorroeduur < 37 weken Bij een zwangerschapsduur van meer dan 35 weken wordt het risico van belangrijke

Nadere informatie

The Lancet Midwifery Series

The Lancet Midwifery Series The Lancet Midwifery Series Een artikelenreeks over de invloed van verloskundigenzorg op vrouwen en hun pasgeborenen, gezinnen, families en gemeenschappen Joke Klinkert, verloskundige, MPH, directeur EVAA

Nadere informatie

Verloskunde onderzoek in Nederland. Jaarindex 2011. Een jaaroverzicht van actueel en lopend onderzoek

Verloskunde onderzoek in Nederland. Jaarindex 2011. Een jaaroverzicht van actueel en lopend onderzoek Deze uitgave is een initiatief van de Samenwerkende Opleidingen Verloskunde Jaarindex 2011 Verloskunde onderzoek in Nederland Een jaaroverzicht van actueel en lopend onderzoek 3 Voorwoord Jaarindex: Verloskunde

Nadere informatie

Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial

Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial dr. T. Verbeek arts-epidemioloog Afd. Huisartsgeneeskunde en Epidemiologie 22 januari

Nadere informatie

Stop or Go? TerugvalprevenBe training bij het begeleid ahouwen van anbdepressiva in de zwangerschap.

Stop or Go? TerugvalprevenBe training bij het begeleid ahouwen van anbdepressiva in de zwangerschap. Stop or Go? TerugvalprevenBe training bij het begeleid ahouwen van anbdepressiva in de zwangerschap. Promovendi: Drs. Nina Molenaar, arts, Erasmus MC Marlies Brouwer, MSc, psycholoog, UU Projectleiders:

Nadere informatie

Tweede screening bij Rhc-negatieve vrouwen: Wat levert het op?

Tweede screening bij Rhc-negatieve vrouwen: Wat levert het op? Tweede screening bij Rhc-negatieve vrouwen: Wat levert het op? 1 INHOUD PSIE programma Antistoffen Ontstaan en Risico Achtergrond Rhc-screening Doel Rhc-screening Evaluatiestudie Rhc-screening Opzet Inclusies

Nadere informatie

Opzet. Methode. Inleiding. Resultaten. Conclusie. Martine Eskes, Adja Waelput, Sicco Scherjon, Klasien Bergman en Anita Ravelli

Opzet. Methode. Inleiding. Resultaten. Conclusie. Martine Eskes, Adja Waelput, Sicco Scherjon, Klasien Bergman en Anita Ravelli Martine Eskes, Adja Waelput, Sicco Scherjon, Klasien Bergman en Anita Ravelli Een kwart van de aterme perinatale sterfte betreft SGA (

Nadere informatie

Organisatie en uptakevan. naar downsyndroom en ernstige foetale afwijkingen. Marian Bakker

Organisatie en uptakevan. naar downsyndroom en ernstige foetale afwijkingen. Marian Bakker Organisatie en uptakevan de prenatale screening naar downsyndroom en ernstige foetale afwijkingen Marian Bakker Organisatie van de prenatale screening Ingevoerd in 2007 Niet gericht op preventie of behandeling,

Nadere informatie

Veel vrouwen gebruiken medicijnen tijdens hun zwangerschap. Van veel van deze medicijnen zijn de mogelijke teratogene effecten vaak nog niet goed beke

Veel vrouwen gebruiken medicijnen tijdens hun zwangerschap. Van veel van deze medicijnen zijn de mogelijke teratogene effecten vaak nog niet goed beke 107 Veel vrouwen gebruiken medicijnen tijdens hun zwangerschap. Van veel van deze medicijnen zijn de mogelijke teratogene effecten vaak nog niet goed bekend. Onderzoek naar welke medicijnen gebruikt worden

Nadere informatie

Healthy Pregnancy 4-All 2 Kraamzorg onderzoek

Healthy Pregnancy 4-All 2 Kraamzorg onderzoek Healthy Pregnancy 4-All 2 Kraamzorg onderzoek Dag van de kraamzorg 08-09-2015 drs. J Lagendijk, arts-onderzoeker Inhoud Sociale geneeskunde Het onderzoek Healthy Pregnancy 4 All 1 & 2 Het kraamzorg project

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF juni 2015

NIEUWSBRIEF juni 2015 NIEUWSBRIEF juni 2015 * ABCD-meetmoment * Groei-onderzoek * ABCD-GE study ABCD-update Nieuw meetmoment (Fase 4) Vanaf 1 maart zijn we gestart met het nieuwe meetmoment van Fase 4. Al meer dan 2000 gezinnen

Nadere informatie

Perinatale sterfte verschillen naar zorgregio s in Nederland

Perinatale sterfte verschillen naar zorgregio s in Nederland Perinatale sterfte verschillen naar zorgregio s in Nederland Anita CJ Ravelli, AMC afdeling Klinische Informatiekunde Mede namens: Martine Eskes, Jan Jaap HM Erwich, Hens AA Brouwers, Erna Kerkhof, Joris

Nadere informatie

Obesitas en zwangerschap, bevalling en kraambed

Obesitas en zwangerschap, bevalling en kraambed Obesitas en zwangerschap, bevalling en kraambed Algemene informatie Obesitas is een van de snelst groeiende gezondheidsproblemen in de Westerse wereld. Naarmate de mate van obesitas onder vrouwen toeneemt,

Nadere informatie

Obesitas. Oktober. Zorgpad Low risk B en High risk A

Obesitas. Oktober. Zorgpad Low risk B en High risk A Obesitas Zorgpad Low risk B en High risk A Oktober Dit document bevat mogelijk vertrouwelijke informatie van JIJWIJ. Het kopiëren en/of verspreiden van dit document zonder voorafgaande schriftelijke toestemming

Nadere informatie

ONDERZOEK. Verloskunde Academie Rotterdam

ONDERZOEK. Verloskunde Academie Rotterdam ONDERZOEK Verloskunde Academie Rotterdam Kennispoort 3 februari 2012 Hanneke Torij & Adja Waelput Inhoud Introductie en achtergrond Academische Werkplaats als organisatiestructuur / platform voor onderzoek

Nadere informatie

DIABETES GRAVIDARUM 13 APRIL 2011 I. VAN DER VEEN AIOS O&G UMCG

DIABETES GRAVIDARUM 13 APRIL 2011 I. VAN DER VEEN AIOS O&G UMCG DIABETES GRAVIDARUM 13 APRIL 2011 I. VAN DER VEEN AIOS O&G UMCG Inleiding Definitie Screenen vs diagnostiek 75 grams OGTT Zorgpaden UMCG/MZH Quiz Literatuurlijst Definitie Diabetes Gravidarum/Gestational

Nadere informatie

6 10 weken 10-13 weken 14-18 weken 18-20 weken 24 26 weken 27 32 weken 32 36 weken 37-40 weken 41 42 weken

6 10 weken 10-13 weken 14-18 weken 18-20 weken 24 26 weken 27 32 weken 32 36 weken 37-40 weken 41 42 weken Time task matrix zorgproces bij risico op dragerschap GBS 10 maart 2015 Alles in rood is specifiek voor zwangeren risicofactoren op GBS ziekte bij pasgeborene, alles in zwart is gebruikelijke zorg voor

Nadere informatie

Zwangerschap bij de psychiatrische patient. Cijfers telefoondienst TIS. TIS kenniscentrum. vragen/exposities SSRI s 20-11-2015

Zwangerschap bij de psychiatrische patient. Cijfers telefoondienst TIS. TIS kenniscentrum. vragen/exposities SSRI s 20-11-2015 Zwangerschap bij de psychiatrische patient Bernke te Winkel Wetenschappelijk medewerker Teratologie Informatie Service TIS kenniscentrum Cijfers telefoondienst TIS Informatie geven Website (en boek) -

Nadere informatie

NIPT Regionale bijeenkomst AMC

NIPT Regionale bijeenkomst AMC NIPT Regionale bijeenkomst AMC 28 maart 2014 Deskundigheidsbevordering NIPT i.v.m. counseling prenatale screening Marion van Hoorn perinatoloog & Lidewij Henneman senior onderzoeker Disclosure belangen

Nadere informatie

Zorgpaden voor niet-medische risicofactoren in de verloskundige zorg

Zorgpaden voor niet-medische risicofactoren in de verloskundige zorg Zorgpaden voor niet-medische risicofactoren in de verloskundige zorg Preconception Care and Risk Assessment during pregnancy Amber A. Vos arts-onderzoeker afdeling Verloskunde en Gynaecologie Erasmus MC

Nadere informatie

24 weken zwanger en dan? Kansen, onmogelijkheden, resultaten en toekomst

24 weken zwanger en dan? Kansen, onmogelijkheden, resultaten en toekomst 24 weken zwanger en dan? Kansen, onmogelijkheden, resultaten en toekomst Dr. J.J. Duvekot, gynaecoloog/perinatoloog Moeder en Kind Centrum subafdeling verloskunde en prenatale geneeskunde Erasmus MC, Rotterdam

Nadere informatie

chapter TWELVE Nederlandse samenvatting

chapter TWELVE Nederlandse samenvatting chapter TWELVE Nederlandse samenvatting NEDERLANDSE SAMENVATTING TWELVE Bacteriurie, de aanwezigheid van bacteriën in de urine, is een veel voorkomende bevinding bij vrouwen. Bacteriurie wordt onderverdeeld

Nadere informatie

Registratieformulier voor de gegevens rondom de zwangerschap en bevalling

Registratieformulier voor de gegevens rondom de zwangerschap en bevalling Registratieformulier voor de gegevens rondom de zwangerschap en bevalling Beste collega, Hierbij treft u het registratieformulier aan voor de gegevens rondom de zwangerschap en bevalling van uw patiënte.

Nadere informatie

Protocol Obesitas. 1.0 Definitie obesitas

Protocol Obesitas. 1.0 Definitie obesitas Protocol Obesitas 1.0 Definitie obesitas Obesitas is een abnormale gezondheidstoestand waarbij er een overschot aan vetweefsel is. De meest gebruikte definitie is gebaseerd op de Quetelet-index of Body

Nadere informatie

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift 153 SAMENVATTING Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift Angst en depressie zijn de meest voorkomende psychische stoornissen, de ziektelast is hoog en deze aandoeningen brengen hoge kosten met

Nadere informatie

CHAPTER 9. Nederlandse samenvatting

CHAPTER 9. Nederlandse samenvatting CHAPTER 9 Nederlandse samenvatting Chapter 9 138 Nederlandse samenvatting Dit proefschrift beoogt bij te dragen aan de kennis over prenataal zorggebruik van zwangere vrouwen die eerstelijns verloskundige

Nadere informatie

Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes Zwangerschapsdiabetes 11/2015 Dit document bevat mogelijk vertrouwelijke informatie van JIJWIJ. Het kopiëren en/of verspreiden van dit document zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van JIJWIJ

Nadere informatie

NVOG Voorlichtingsbrochure GEBRUIK VAN SSRI-MEDICATIE VOOR EN TIJDENS DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED

NVOG Voorlichtingsbrochure GEBRUIK VAN SSRI-MEDICATIE VOOR EN TIJDENS DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED NVOG Voorlichtingsbrochure GEBRUIK VAN SSRI-MEDICATIE VOOR EN TIJDENS DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED 1 GEBRUIK VAN SSRI-MEDICATIE VOOR EN TIJDENS DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED 1. Achtergrond 2.

Nadere informatie

Induction of Labor versus Expectant management in women with Preterm Prelabor Rupture of Membranes between 34 and 37 weeks

Induction of Labor versus Expectant management in women with Preterm Prelabor Rupture of Membranes between 34 and 37 weeks Induction of Labor versus Expectant management in women with Preterm Prelabor Rupture of Membranes between 34 and 37 weeks David van der Ham namens de PPROMEXIL projectgroep ISRCTN 29313500 ZonMW projectnummer:

Nadere informatie

Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer

Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer Depressie en angstklachten tijdens de zwangerschap komen regelmatig voor. Toch wordt dit onderwerp nog vaak als taboe ervaren en is niet duidelijk welke

Nadere informatie

Vrouwen die zwanger zijn van een meerling hebben een verhoogde kans op vroeggeboorte

Vrouwen die zwanger zijn van een meerling hebben een verhoogde kans op vroeggeboorte Samenvatting Vrouwen die zwanger zijn van een meerling hebben een verhoogde kans op vroeggeboorte in vergelijking met vrouwen die zwanger zijn van een eenling. Ongeveer 5-9% van de eenlingen wordt te vroeg

Nadere informatie

17/04/2013. 1. Epidemiologische studies. Children should not be treated as miniature men and women Abraham Jacobi

17/04/2013. 1. Epidemiologische studies. Children should not be treated as miniature men and women Abraham Jacobi Aanpak en interpretatie van een epidemiologische studie Aanpak en interpretatie van een epidemiologische studie Katia Verhamme, MD, PhD Epidemioloog OLV Ziekenhuis-Aalst Erasmus MC Rotterdam 20 april 2013

Nadere informatie

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk

Nadere informatie

Patiënten informatie over een studie naar zwangerschaps-complicaties bij vrouwen met het Polycysteus Ovarium Syndroom:

Patiënten informatie over een studie naar zwangerschaps-complicaties bij vrouwen met het Polycysteus Ovarium Syndroom: Patiënten informatie over een studie naar zwangerschaps-complicaties bij vrouwen met het Polycysteus Ovarium Syndroom: Geachte mevrouw, de C opper studie Uw behandelend arts heeft u geïnformeerd over de

Nadere informatie

Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed

Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed Auteur: dr. J.J. Duvekot namens de werkgroep SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed. 2012 NVOG Het

Nadere informatie

Richtlijn JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen

Richtlijn JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen Richtlijn JGZ-richtlijn Vroeg en/of small voor gestational age (SGA) geboren kinderen Inleiding Aanleiding In Nederland werden in 2008 in totaal 13.649 kinderen (7,7% van alle pasgeborenen) te vroeg (zwangerschapsduur

Nadere informatie

Verloskunde tussen 1975-2015?

Verloskunde tussen 1975-2015? 1975 Verloskunde tussen 1975-2015? J. J. (Hans) Duvekot, gynaecoloog/perinatoloog Afdeling Verloskunde Erasmus MC, Rotterdam! TV serie Swiebertje stopt! Microsoft opgericht! Vietnam oorlog eindigt! Hennie

Nadere informatie

Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed

Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed Gebruik van SSRI-medicatie voor en tijdens de zwangerschap en in het kraambed Bron: Nederlandse vereniging van Obstetrie en Gynaecologie Inhoud 1. Achtergrond 2. Als u zwanger wilt worden 3. Als u zwanger

Nadere informatie

Plasma volume expansie in ernstige hypertensieve aandoeningen van de zwangerschap

Plasma volume expansie in ernstige hypertensieve aandoeningen van de zwangerschap Samenvatting Plasma volume expansie in ernstige hypertensieve aandoeningen van de zwangerschap Samenvatting Dit proefschrift beschrijft het effect van plasma volume expansie in de behandeling van ernstige

Nadere informatie

SSRI-medicatie en zwangerschap BEHANDELING

SSRI-medicatie en zwangerschap BEHANDELING SSRI-medicatie en zwangerschap BEHANDELING SSRI-medicatie en zwangerschap Je huisarts of psychiater heeft je een SSRI voorgeschreven. SSRI staat voor selectieve serotonine heropnameremmer. Het zijn medicijnen

Nadere informatie

6 a 8 controles afhankelijk van professionele noodzaak en/of behoefte vrouw. -Er is aandacht gegeven aan medische en psychosociale.

6 a 8 controles afhankelijk van professionele noodzaak en/of behoefte vrouw. -Er is aandacht gegeven aan medische en psychosociale. Time task matrix zorgproces SSRI gebruik in de zwangerschap Versie 10 maart 2015 Alles in rood is specifiek voor gebruik SSRI, alles in zwart is gebruikelijke zorg voor iedere zwangere (voor de meest recente

Nadere informatie

Opleiden voor Public Health. Prof dr Gerhard Zielhuis Epidemiologie, UMC St Radboud

Opleiden voor Public Health. Prof dr Gerhard Zielhuis Epidemiologie, UMC St Radboud Opleiden voor Public Health Prof dr Gerhard Zielhuis Epidemiologie, UMC St Radboud Public Health = alles wat we doen om de volksgezondheid te verbeteren Cellen > individuen -> maatschappij Preventie Effectiviteit

Nadere informatie

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken 1 Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken Smoking Cessation in Cardiac Patients Esther Kers-Cappon Begeleiding door:

Nadere informatie

Literatuurstudie Overgewicht rondom de zwangerschap

Literatuurstudie Overgewicht rondom de zwangerschap Literatuurstudie Overgewicht rondom de zwangerschap Door: Simone Neele 1. Probleemstelling 1.1 Definitie Overgewicht wordt gedefinieerd aan de hand van de criteria van de World Health Organisation (WHO).

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Psychiatrie- Obstetrie- Paediatrie (POP)-poli. Informatie voor patiënten over de POP-poli van Tergooi.

Patiënteninformatie. Psychiatrie- Obstetrie- Paediatrie (POP)-poli. Informatie voor patiënten over de POP-poli van Tergooi. Patiënteninformatie Psychiatrie- Obstetrie- Paediatrie (POP)-poli Informatie voor patiënten over de POP-poli van Tergooi. Inhoudsopgave Pagina Inleiding 4 Psychiatrische aandoeningen en kinderwens of

Nadere informatie

Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte

Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte Deze brochure geeft informatie over de oorzaak, gevolgen en behandeling van vroegtijdige weeën, een dreigende vroeggeboorte en vroegtijdig gebroken vliezen.

Nadere informatie

Vraag het aan uw zorgverlener

Vraag het aan uw zorgverlener Een eenvoudig, veilig bloedonderzoek dat zeer gevoelige resultaten geeft Een geavanceerde niet-invasieve test voor de bepaling van foetale trisomie en evaluatie van het Y-chromosoom Vraag het aan uw zorgverlener

Nadere informatie

Angst voor de bevalling in een eerstelijns onderzoeksgroep. Kennispoort 2012, Anne-Marie Sluijs Klinisch verloskundige LUMC/psycholoog

Angst voor de bevalling in een eerstelijns onderzoeksgroep. Kennispoort 2012, Anne-Marie Sluijs Klinisch verloskundige LUMC/psycholoog Angst voor de bevalling in een eerstelijns onderzoeksgroep Kennispoort 2012, Anne-Marie Sluijs Klinisch verloskundige LUMC/psycholoog Indeling Angst voor de bevalling in Nederland Onderzoeksvragen Resultaten

Nadere informatie

Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte

Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte Vroegtijdige weeën en dreigende vroeggeboorte Inleiding In deze folder leest u meer over de oorzaak, gevolgen en behandeling van vroegtijdige weeën. Een zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken, maar een

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting 12 Samenvatting Hoofdstuk 1 is een algemene inleiding en beschrijft de achtergronden en het doel van dit proefschrift. Met het stijgen van de leeftijd nemen de incidentie en prevalentie van hart- en vaatziekten

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals

Nadere informatie

Kraamafdeling. Vroegtijdige weeën. gebroken vliezen en vroeggeboorte

Kraamafdeling. Vroegtijdige weeën. gebroken vliezen en vroeggeboorte Kraamafdeling Vroegtijdige weeën gebroken vliezen en vroeggeboorte In deze folder leest u over de oorzaak, gevolgen en behandeling van vroegtijdige weeën. Een zwangerschap duurt gemiddeld 40 weken, maar

Nadere informatie

Kennisgebieden. The happy decision. Zwangerschapsdiabetes en zwangeren met type 2 diabetes in 20 minuten 27-6-2016

Kennisgebieden. The happy decision. Zwangerschapsdiabetes en zwangeren met type 2 diabetes in 20 minuten 27-6-2016 Disclosure belangen spreker Zwangerschapsdiabetes en zwangeren met type 2 diabetes in 20 minuten Dr Harold de Valk, internist-endocrinoloog UMC Utrecht (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst

Nadere informatie

Regionaal Protocol Obesitas

Regionaal Protocol Obesitas Regionaal Protocol Obesitas Inleiding Obesitas is een snelgroeiend gezondheidsprobleem in de Westerse wereld. Momenteel varieert in Nederland de prevalentie obesitas tussen de 6.5% en 15.5%, afhankelijk

Nadere informatie

Gezonde start. Elk kind heeft recht op zo gezond mogelijke ouders. Prof. Dr. S.Pauline Verloove-Vanhorick Preventieve gezondheidszorg voor kinderen

Gezonde start. Elk kind heeft recht op zo gezond mogelijke ouders. Prof. Dr. S.Pauline Verloove-Vanhorick Preventieve gezondheidszorg voor kinderen Gezonde start Elk kind heeft recht op zo gezond mogelijke ouders Prof. Dr. S.Pauline Verloove-Vanhorick Preventieve gezondheidszorg voor kinderen Amersfoort, 20 november 2014 De trap des levens Anonymus,

Nadere informatie

Cephir Seminar Overgewicht bij kinderen: Resultaten uit de wetenschap en praktijk

Cephir Seminar Overgewicht bij kinderen: Resultaten uit de wetenschap en praktijk Cephir Seminar Overgewicht bij kinderen: Resultaten uit de wetenschap en praktijk 26 januari 2015 Opening Selma Bouthoorn: 3 Maart 15.30 uur (woe) Anne Wijtzes: 13 Mei 11.30 uur (woe) Programma van vandaag

Nadere informatie

Angst voor de pijn. Prof. dr. Arie Franx. Pre-eclampsia and cardiovascular disease. Kennispoort Verloskunde, 3 februari 2012

Angst voor de pijn. Prof. dr. Arie Franx. Pre-eclampsia and cardiovascular disease. Kennispoort Verloskunde, 3 februari 2012 Angst voor de pijn Pre-eclampsia and cardiovascular disease Kennispoort Verloskunde, 3 februari 2012 Prof. dr. Arie Franx Overdracht van 1 e naar 2 e lijn voor sedatie/pijnbestrijding Nederland 2001-2010,

Nadere informatie

Richtlijn Multidisciplinaire richtlijn Borstvoeding

Richtlijn Multidisciplinaire richtlijn Borstvoeding Richtlijn Multidisciplinaire richtlijn Borstvoeding Onderbouwing Conclusies Vaak is het door keuze van het juiste geneesmiddel mogelijk om borstvoeding veilig te handhaven 11. Niveau 4 Toelichting Indien

Nadere informatie

ALCOHOLGEBRUIK TIJDENS ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING

ALCOHOLGEBRUIK TIJDENS ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING ALCOHOLGEBRUIK TIJDENS ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) drinkt van alle vrouwen van 25 tot 45 jaar in Nederland naar schatting 80% wel eens alcohol. Cijfers

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nicotine en alcohol kunnen de placenta passeren en zo het risico op nadelige uitkomsten voor het ongeboren kind verhogen. Stoppen met roken en alcoholgebruik tijdens de zwangerschap lijkt vanzelfsprekend,

Nadere informatie

Disclosure belangen spreker. (potentiële) Belangenverstrengeling

Disclosure belangen spreker. (potentiële) Belangenverstrengeling Disclosure belangen spreker (potentiële) Belangenverstrengeling Geen Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of onderzoeksgeld Honorarium of andere (financiële) vergoeding

Nadere informatie

Chapter 10. Samenvatting

Chapter 10. Samenvatting Chapter 10 Samenvatting 1 Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrondinformatie van de relatie tussen intrauteriene groeivertraging, waarvan het lage geboortegewicht een uiting kan zijn, en de gevolgen in de

Nadere informatie

NIPT en de. TRIDENT studie. Overzicht. 24 maart 2014. -Prenatale screening (algemeen) -NIPT. 1. NIPT: korte inleiding 3/26/2014

NIPT en de. TRIDENT studie. Overzicht. 24 maart 2014. -Prenatale screening (algemeen) -NIPT. 1. NIPT: korte inleiding 3/26/2014 NIPT en de TRIDENT studie 24 maart 2014 Irene van Langen Klinisch geneticus UMCG Mede-onderzoeker TRIDENT Studie Overzicht -Prenatale screening (algemeen) -NIPT 1. NIPT: korte inleiding 2. NIPT in Nederland

Nadere informatie

2 E NATIONAAL CONGRES PRECONCEPTIEZORG

2 E NATIONAAL CONGRES PRECONCEPTIEZORG 2 E NATIONAAL CONGRES PRECONCEPTIEZORG 18 september 2009 10.00 16.30 uur NBC Nieuwegein INLEIDING Er wordt op veel plaatsen hard gewerkt aan de implementatie van preconceptiezorg: sinds het vorige congres

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm

Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm Inleiding Zwanger worden als je een chronische ontstekingsziekte van de darm (IBD = inflammatory Bowel disease) hebt zoals de ziekte van Crohn

Nadere informatie

Verloskunde onderzoek in Nederland. Jaarindex 2010. Een jaaroverzicht van actueel en lopend onderzoek

Verloskunde onderzoek in Nederland. Jaarindex 2010. Een jaaroverzicht van actueel en lopend onderzoek Deze uitgave is een initiatief van de Samenwerkende Opleidingen Verloskunde Jaarindex 2010 Verloskunde onderzoek in Nederland Een jaaroverzicht van actueel en lopend onderzoek 3 Voorwoord Jaarindex: Verloskunde

Nadere informatie

op het latere leven Anja Huizink Vrij Universiteit Amsterdam Radboud Universiteit Nijmegen

op het latere leven Anja Huizink Vrij Universiteit Amsterdam Radboud Universiteit Nijmegen De gevolgen van prenatale stress op het latere leven Anja Huizink Vrij Universiteit Amsterdam Radboud Universiteit Nijmegen De ontwikkeling begint prenataal Dierstudies: prenatale stress Programmerend

Nadere informatie

Inclusief levendgeboren kinderen, doodgeboren kinderen en afgebroken zwangerschappen.

Inclusief levendgeboren kinderen, doodgeboren kinderen en afgebroken zwangerschappen. Factsheet Aangeboren hartafwijkingen bij kinderen Cijfers en feiten Prevalentie Aangeboren hartafwijkingen betreffen aanlegstoornissen in de structuur van het hart en/of de grote vaten. De gemiddelde totale

Nadere informatie

Diabetes en zwangerschap.

Diabetes en zwangerschap. Diabetes en zwangerschap. Samenvatting van de lezing door dr. B.W. Mol, als gynaecoloog verbonden aan het Máxima Medisch Centrum te Eindhoven en Veldhoven, op dinsdag 24 oktober 2006 voor de DVN afd. Eindhoven.

Nadere informatie

Aangeboren hartafwijkingen, een prenatale diagnose. Lieke Rozendaal Kindercardioloog LUMC 20-01-2015

Aangeboren hartafwijkingen, een prenatale diagnose. Lieke Rozendaal Kindercardioloog LUMC 20-01-2015 Aangeboren hartafwijkingen, een prenatale diagnose Lieke Rozendaal Kindercardioloog LUMC 20-01-2015 20 januari 2015 Aangeboren hartafwijkingen (AHA) Zeldzaam: 6-8 op 1000 pasgeborenen Complexe hartafwijkingen:

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

SSRI-gebruik tijdens de zwangerschap

SSRI-gebruik tijdens de zwangerschap SSRI-gebruik tijdens de zwangerschap Afdeling gynaecologie mca.nl Inhoudsopgave Zwangerschap en depressie 3 Gevolgen van SSRI-gebruik tijdens de zwangerschap 3 Adviezen - zwangerschap 5 Adviezen - bevalling

Nadere informatie

Intra-uteriene groeivertraging. Afdeling Verloskunde/Gynaecologie

Intra-uteriene groeivertraging. Afdeling Verloskunde/Gynaecologie Intra-uteriene groeivertraging Afdeling Verloskunde/Gynaecologie Inleiding U krijgt deze folder omdat u zwanger bent van een kind dat in verhouding te klein is voor uw zwangerschapsduur. Een groeivertraging

Nadere informatie

VSV Preventie groep B streptokokken ziekte neonaat september 2011

VSV Preventie groep B streptokokken ziekte neonaat september 2011 VSV Preventie groep B streptokokken ziekte neonaat september 2011 1.0 EPIDEMIOLOGIE In Nederland is circa 20% van alle zwangeren draagster van GBS. Naar schatting zal gemiddeld 50% van alle kinderen, van

Nadere informatie

Samenvatting R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9

Samenvatting R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9 SAMENVATTING 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 134 Type 2 diabetes is een veel voorkomende ziekte die een grote impact heeft op zowel degene waarbij

Nadere informatie

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie VERLOSKUNDE PRENATALE SCREENING. Versie 1.5. Verantwoording

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie VERLOSKUNDE PRENATALE SCREENING. Versie 1.5. Verantwoording Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie VERLOSKUNDE PRENATALE SCREENING Versie 1.5 Datum Goedkeuring Verantwoording 01 03 2006 NVOG Inhoudsopgave Algemeen...1 Wat is prenatale screening?...1

Nadere informatie

Groep B streptokokken en zwangerschap

Groep B streptokokken en zwangerschap Patiënteninformatie Groep B streptokokken en zwangerschap Informatie over een infectie met groep B streptokokken bij zwangerschap Inhoudsopgave Pagina Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 4 Hoe vaak

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Zowel beleidsmakers en zorgverleners als het algemene publiek zijn zich meer en meer bewust van de essentiële rol van kwaliteitsmeting en - verbetering in het verlenen van

Nadere informatie

Werkafspraak SSRI in de zwangerschap oktober 2014

Werkafspraak SSRI in de zwangerschap oktober 2014 Werkafspraak SSRI in de zwangerschap oktober 2014 Doel: Praktische leidraad voor psychiaters, verloskundigen, gynaecologen, kinderartsen, ziekenhuisapothekers en andere disciplines betrokken bij adviseren

Nadere informatie

ALS Onderzoek. ALS biobank en database. ALS Onderzoek. Onderzoeksprojecten

ALS Onderzoek. ALS biobank en database. ALS Onderzoek. Onderzoeksprojecten ALS Onderzoek ALS Centrum Nederland doet onderzoek naar ALS, PLS en PSMA met als doel om zo snel mogelijk een behandeling voor deze ziektes te vinden. We verzamelen gegevens van zoveel mogelijk patiënten.

Nadere informatie

Kennislacunes NHG-Standaard Buikpijn bij kinderen

Kennislacunes NHG-Standaard Buikpijn bij kinderen Kennislacunes Buikpijn bij kinderen Kennislacunes 1. Prevalentie prikkelbare darm syndroom bij kinderen met chronische buikpijn (noot 5, 15). 2. Verschil in prognose van kinderen met prikkelbare darm syndroom

Nadere informatie

CHAPTER 12. Samenvatting

CHAPTER 12. Samenvatting CHAPTER 12 Samenvatting Samenvatting 177 In hoofdstuk 1 wordt een toegenomen overleving gerapporteerd van zeer vroeggeboren kinderen, gerelateerd aan enkele nieuwe interventies in de perinatologie. Uitkomsten

Nadere informatie

Echoscopie tijdens de zwangerschap ONDERZOEK

Echoscopie tijdens de zwangerschap ONDERZOEK Echoscopie tijdens de zwangerschap ONDERZOEK Echoscopie tijdens de zwangerschap Tijdens je zwangerschap kunnen we met een echo het kindje in je buik bekijken. Een echoscopie is een beeldvormende techniek

Nadere informatie

Diabetes. zwangerschap

Diabetes. zwangerschap Diabetes en zwangerschap Pre-zwangerschapsadvies Krijg ik een gezonde baby? De meeste vrouwen met diabetes kunnen een gezonde baby krijgen als hun diabetes goed onder controle wordt gehouden en ze in een

Nadere informatie

hoofdstuk één hoofdstuk twee

hoofdstuk één hoofdstuk twee Dit proefschrift beschrijft onderzoek naar hemolytische foetale bloedarmoede en foetale hydrops. Hemolytische foetale bloedarmoede ontstaat door afbraak van rode bloedcellen. Foetale hydrops betreft het

Nadere informatie

NVOG Voorlichtingsbrochure BENZODIAZEPINEN BIJ DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED

NVOG Voorlichtingsbrochure BENZODIAZEPINEN BIJ DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED NVOG Voorlichtingsbrochure BENZODIAZEPINEN BIJ DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED 1 BENZODIAZEPINEN BIJ DE ZWANGERSCHAP EN IN HET KRAAMBED 1. In het kort 2. Wat zijn benzodiazepinen? 3. Als u zwanger wilt

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING

SAMENVATTING SAMENVATTING HbA 1c ontstaat door de versuikering van hemoglobine, het belangrijkste bestanddeel van rode bloedcellen. In het bloed bindt een glucosemolecuul (niet-enzymatisch) met een aminozuur van de β-keten van

Nadere informatie

DIABETOgen Test. Diabetes mellitus Typ II. Risico s in kaart. Diabetes Mellitus

DIABETOgen Test. Diabetes mellitus Typ II. Risico s in kaart. Diabetes Mellitus DIABETOgen Test Diabetes mellitus Typ II Prof Dr. B. Weber Laboratoires Réunis Risico s in kaart De DIABETOgen test biedt u de mogelijkheid uw persoonlijk risico en predispositie op diabetes mellitus type

Nadere informatie

Zwangerschap en HBV. Greet Boland Nationaal Hepatitis Centrum, Amersfoort Afdeling Virologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht

Zwangerschap en HBV. Greet Boland Nationaal Hepatitis Centrum, Amersfoort Afdeling Virologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht Zwangerschap en HBV Greet Boland Nationaal Hepatitis Centrum, Amersfoort Afdeling Virologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht 1 Virale aandoeningen die verticaal overdraagbaar zijn HIV Hepatitis B

Nadere informatie