Corruptie Stand van zaken van de Nederlandse aanpak van corruptie in binnen- en buitenland

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Corruptie Stand van zaken van de Nederlandse aanpak van corruptie in binnen- en buitenland"

Transcriptie

1 ! Corruptie Stand van zaken van de Nederlandse aanpak van corruptie in binnen- en buitenland Donderdag 20 november 2014

2 Wellicht dat u ook geïnteresseerd bent in Basiscursus Fiscaal Strafrecht Dinsdag 25 november uur PO-punten: 5 349,- excl. BTW Tijdens deze basiscursus maakt u kennis met het fiscale strafrecht. De strafrechtelijke bepalingen uit de Algemene Wet Rijksbelastingen zullen worden besproken alsmede de algemene straf- en fiscaalrechtelijke leerstukken die daarmee verband houden. Naast de materiële en formele regels van het fiscale strafrecht wordt stilgestaan bij de verschillen en overeenkomsten tussen het fiscaal strafprocesrecht en (commune) strafprocesrecht. Studiedag Cybercrime Vrijdag 28 november uur PO-punten: 6 345,- excl. BTW Door de ontwikkelingen op het gebied van ICT is een nieuwe vorm van criminaliteit ontstaan. Tijdens deze studiedag krijgt u allereerst een korte introductie, waarbij de ontwikkeling van computercriminaliteit wordt besproken en een overzicht wordt gegeven van de meest voorkomende delicten en hoe zij worden gepleegd. Het juridisch kader wordt uiteen gezet met toepasselijk internationaal, Europees en nationaal recht. Hoe passen deze nieuwe vormen van criminaliteit in ons huidige (straf)rechtstelsel? Biedt de huidige wet- en regelgeving wel voldoende soelaas? Ook zal aandacht worden besteed aan toekomstige ontwikkelingen, waarbij het Wetsvoorstel versterking aanpak computercriminaliteit (Computercriminaliteit III) uitgebreid besproken zal worden. Handhaving van Sociale Zekerheidsfraude Donderdag 29 januari 2015 PO-punten: 6 325,- excl. BTW In het Regeerakkoord van het kabinet Rutte I is afgesproken om fraude met uitkeringen harder aan te pakken. Dit is verder uitgewerkt in het Handhavingprogramma Handhaving omvat een breed scala aan instrumenten die moeten voorkomen dat mensen onterecht een uitkering ontvangen, met als sluitstuk het opleggen van een sanctie bij overtreding van de regels. Op 1 januari 2013 trad de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving in werking. De bestuurlijke boete voor het niet of onjuist verstrekken van inlichtingen aan de uitvoeringsorganen wordt sindsdien gesanctioneerd met een bestuurlijke boete of met een vervolging door het Openbaar Ministerie. Bij de uitvoeringsorganen zijn toezichthouders dagelijks bezig met het uitvoeren van bestuurs- dan wel strafrechtelijke onderzoeken tegen vermeende fraudeurs. Tijdens deze cursus staan bovengenoemde ontwikkelingen centraal en komende de bevoegdheden van de toezichthouders sociale zekerheidswetgeving en opsporingsambtenaren uitgebreid aan bod. Cassatie in Strafzaken Vrijdag 13 maart 2014 PO-punten: 4 299,- excl. BTW Tijdens deze cursus wordt ingegaan op het procederen in feitelijke aanleg met het oog op cassatie en het herkennen van zwakke punten in een arrest. Wat zijn bovendien de voor- en nadelen van casseren? Vervolgens passeert de procedure in cassatie de revue. Deel 2 van de cursus beslaat de inhoudelijke kant van de zaak: de cassatieschriftuur. Ook wordt aandacht besteed aan de redelijke termijn in cassatie. Tot slot wordt stil gestaan bij recente ontwikkelingen. De cursus wordt afgesloten met het behandelen van een of meerdere casussen. Jurisprudentielunch Bijzonder Strafrecht (Amsterdam) Vrijdag 6 maart uur PO-punten: 2 125,- excl. BTW Tijdens deze bijeenkomsten komen de meest relevante uitspraken van dat kwartaal op het gebied van het (bijzonder) strafrecht aan bod. Van iedere uitspraak wordt de essentie en het belang voor de praktijk besproken. In twee uur tijd bent u volledig op de hoogte van de ontwikkelingen in de meest recente rechtspraak van het afgelopen kwartaal. Marktmisbruik Donderdag 16 april uur Privacyverweren in Strafzaken Donderdag 21 mei uur

3 !!!!! Corruptie Stand van zaken van de Nederlandse aanpak van corruptie in binnen- en buitenland De strafrechtelijke bestrijding van corruptie is afgelopen decennium sterk geïntensiveerd, zowel op internationaal als nationaal niveau. In dat kader is de Nederlandse wetgeving aangepast om gevallen van corruptie efficiënter op te kunnen sporen en harder aan te pakken. Niet alleen ondernemingen lopen verhoogde kans om met Justitie in aanraking te komen, ook de mogelijkheden om individuen (strenger) te bestraffen nemen toe. Tijdens deze cursus komen de ontwikkelingen op het gebied van corruptiebestrijding aan bod en de risico s die ondernemingen en individuen lopen in het kader van deze bestrijding. Programma Deel I Nederlandse Corruptiebepalingen Geschiedenis en totstandkoming van de Nederlandse corruptiebepalingen; Bespreking van corruptiebepalingen (o.a. de artikelen 177, 177a en 178 (actieve omkoping) en de artikelen 362, 363 en 364 (passieve omkoping) Wetboek van Strafrecht); Aangifteplicht van artikel 162 Wetboek van Strafvordering; Reikwijdte strafbepalingen; Rechtsmacht Nederland in het geval van buitenlandse corruptie; Criteria voor aansprakelijkheid rechtspersonen en feitelijk leidinggevers; Ketenverantwoordelijkheid: mogelijkheden tot het aansprakelijk stellen van de moederonderneming wanneer dochterondernemingen of andere geaffilieerde bedrijven zich schuldig maken aan omkoping; Voorkomen van aansprakelijkheid; intern anti-corruptiebeleid.

4 !! Deel II Opsporing & Vervolging: nationaal en internationaal! Hoe komt corruptie aan het licht: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, belastingdienst, accountants, klokkenluiders; Nederlands beleid inzake corruptie; Handhaving door het Openbaar Ministerie & De rol van de landelijk corruptieofficier van justitie; Besluitvormingsprocedure voor het selectieproces & invulling van het opportuniteitsbeginsel; Opsporing door de Rijksrecherche; Samenwerking met andere landen & Internationale rechtshulp; Europese & Internationale ontwikkelingen: EU-kaderbesluit inzake de bestrijding van corruptie in de privé-sector, FCPA en UK Bribery Act. Deel III Interactief Behandeling van een casus; Beantwoording van vragen; Discussie n.a.v. stellingen.!!!!!

5 ! Cursus Corruptie Stand van zaken van de Nederlandse aanpak van corruptie in binnen- en buitenland p. Wetsartikelen Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie in Nederland Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privé-sector Bribery Act 2010 The Foreign Corrupt Practices Act Requisitoir Zaak Oranje Juridisch kader Anti-corruptiebeleid in zes landen door D.J.P. van Omme en T.R. van Roomen, Tijdschrift voor Sanctierecht & Compliance, maart De strafbaarstelling van publieke en private corruptie: wat mag wel en wat mag niet? door T.R. van Roomen en E. Sikkema, DD 2012/75. Buitenlandse corruptie: een binnenlandse zaak De theorie en de weerbarstige praktijk van de aanpak van buitenlandse corruptie door Mr. J. van Zijl en mr. W.J. Veldhuis, Strafblad Anti-corruptie compliance: wat te doen als het mis gaat? door M.J.C. Somsen en R. van Staden ten Brink, Ondernemingsrecht 2013/4. Buitenlandse corruptie: Nederland, de FCPA en compliance in strafrechtelijke context door R-J Boswijk, Tijdschrift voor Compliance, maart De Britse Bribery Act 2010: relevant(ie) voor Nederlandse ondernemingen door R. van t Hullenaar, BB 2012/9. Britse Bribery Act: het einde van de facilitation payments? door M. Vermeij en E. Perez, NJB 2011/295. Omkoping: zero-tolerance rukt op door G. Dekker, accountant, maart Actualiteiten Casus Ruimte voor notities

6 !!! Wetsartikelen Artikel 177 Sr 1. Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft: 1. hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten; 2. hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn huidige of vroegere bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten. 2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een feit als in het eerste lid, onder 1, omschreven, begaat jegens een persoon in het vooruitzicht van een aanstelling als ambtenaar, indien de aanstelling als ambtenaar is gevolgd. 3. Ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1, 2 en 4, vermelde rechten kan worden uitgesproken. Artikel 177a Sr 1. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft: 1. hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen of na te laten; 2. hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn huidige of vroegere bediening, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, is gedaan of nagelaten. 2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een feit als in het eerste lid, onder 1, omschreven, begaat jegens een persoon in het vooruitzicht van een aanstelling als ambtenaar, indien de aanstelling van ambtenaar is gevolgd. 3. Ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1, 2 en 4, vermelde rechten kan worden uitgesproken. Artikel 178 Sr 1. Hij die een rechter een gift of belofte doet dan wel een dienst verleent of aanbiedt met het oogmerk invloed uit te oefenen op de beslissing van een aan diens oordeel onderworpen zaak, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie. 2. Indien die gift of belofte gedaan wordt dan wel die dienst verleend of aangeboden wordt met het oogmerk om een veroordeling in een strafzaak te verkrijgen, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie. 3. Ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1, 2 en 4, vermelde rechten kan worden uitgesproken.

7 Artikel 362 Sr!!! 1. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft de ambtenaar: 1. die een gift, belofte of dienst aanneemt, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem gedaan, verleend of aangeboden wordt teneinde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen of na te laten; 2. die een gift, belofte of dienst aanneemt, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem gedaan, verleend of aangeboden wordt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten; 3. die een gift, belofte of dienst vraagt teneinde hem te bewegen om, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn bediening iets te doen of na te laten; 4. die een gift, belofte of dienst vraagt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten. 2. Met dezelfde straf wordt gestraft, hij die in het vooruitzicht van een aanstelling als ambtenaar, indien de aanstelling als ambtenaar is gevolgd, een feit begaat als in het eerste lid, onder 1 en 3, omschreven. 3. Hij die een feit als omschreven in het eerste lid begaat in verband met zijn hoedanigheid van minister, staatssecretaris, commissaris van de Koning, gedeputeerde, burgemeester, wethouder of lid van een algemeen vertegenwoordigend orgaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie. Artikel 363 Sr 1. Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft de ambtenaar: 1. die een gift of belofte dan wel een dienst aanneemt, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem gedaan, verleend of aangeboden wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten; 2. die een gift of belofte dan wel een dienst aanneemt, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem gedaan, verleend of aangeboden wordt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten; 3. die een gift of belofte dan wel een dienst vraagt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten; 4. die een gift of belofte dan wel een dienst vraagt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten. 2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die in het vooruitzicht van een aanstelling als ambtenaar, indien de aanstelling als ambtenaar is gevolgd, een feit begaat als in het eerste lid, onder 1 en 3, omschreven. 3. Hij die een feit als omschreven in het eerste lid begaat in verband met zijn hoedanigheid van minister, staatssecretaris, commissaris van de Koning, gedeputeerde, burgemeester, wethouder of lid van een algemeen vertegenwoordigend orgaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.

8 Artikel 364 Sr!!! 1. De rechter die een gift, belofte of dienst aanneemt, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem gedaan, verleend of aangeboden wordt teneinde invloed uit te oefenen op de beslissing van een aan zijn oordeel onderworpen zaak, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie. 2. De rechter die een gift, belofte of dienst vraagt teneinde hem te bewegen om invloed uit te oefenen op de beslissing van een aan zijn oordeel onderworpen zaak, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie. 3. Indien de gift, belofte of dienst wordt aangenomen, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze gedaan, verleend of aangeboden wordt om een veroordeling in een strafzaak te verkrijgen, wordt de rechter gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie. 4. Indien de gift, belofte of dienst wordt gevraagd teneinde hem te bewegen om een veroordeling in een strafzaak te verkrijgen, wordt de rechter gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.

9 4/10/2014 wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie - BWBR Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie (Tekst geldend op: ) Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie Samenvatting Buitenlandse corruptie is het omkopen van een buitenlandse ambtenaar door een bedrijf of persoon. In deze aanwijzing wordt nader aangegeven wat de reikwijdte is van de strafbaarheidstellingen in relatie tot rechtsmacht in Nederland en met welke factoren rekening wordt gehouden bij het bepalen van de opportuniteit van de vervolging van op zichzelf strafbare gevallen van buitenlandse ambtelijke corruptie. De factoren hebben uiteraard ook betekenis voor de beoordeling van de opportuniteit van de aan de vervolging voorafgaande opsporingsactiviteiten. Tevens wordt in deze aanwijzing de besluitvormingsprocedure voor het selectieproces van de zaken beschreven. De aanwijzing ziet op zowel de omkopende partij (burgers en bedrijven) als de omgekochte partij (ambtenaren) van buitenlandse corruptie. De opsporing en vervolging van in Nederland gepleegde corruptie wordt behandeld in de Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie in Nederland. Achtergrond Corruptie is een fenomeen met vele verschijningsvormen. Corruptie vormt een ernstige aantasting van de integriteit van de overheid, met grote morele en politieke gevolgen. Bovendien leidt corruptie in het zakenleven tot grote economische schade en valse concurrentie. Voor een overheid die integer en transparant wil zijn is het zaak om zo krachtig mogelijk tegen corruptie op te treden. Het openbaar ministerie draagt vanuit een strafrechtelijke invalshoek bij aan de bestrijding van corruptie. In deze Aanwijzing worden factoren beschreven die bij de opsporing en vervolging van ambtelijke corruptie gepleegd in het buitenland relevant zijn. In het Wetboek van Strafrecht is in de artikelen 177, 177a en 178 het omkopen van ambtenaren en rechters strafbaar gesteld (actieve omkoping). De artikelen 362, 363 en 364 Sr stellen de ambtenaar of de rechter die zich heeft laten omkopen strafbaar (passieve omkoping). Het strafrechtelijk instrumentarium heeft een ruim werkingsgebied. Een ieder die een ambtenaar een gift, belofte of dienst aanbiedt met het doel hem te bewegen tot enig ambtelijk handelen of nalaten en elke ambtenaar die een gift, belofte of dienst aanvaardt, terwijl hij weet of moet vermoeden dat van hem een tegenprestatie wordt verwacht, kan onder de werking van de strafwet vallen 1. De wet geeft namelijk geen onderscheidend criterium voor strafwaardige en niet-strafwaardige giften. De wetgever heeft het stellen van grenzen overgelaten aan het openbaar ministerie, dat zelf door toepassing van het opportuniteitsbeginsel en/of door het afkondigen van richtlijnen, welke eenvoudiger dan de wet zijn aan te passen aan de maatschappelijke, steeds veranderende, werkelijkheid 2 sturend kan optreden. In dit verband heeft de minister van justitie ook nog overwogen dat een wettelijk onderscheid inzake strafwaardige en niet-strafwaardige giften het onwenselijke effect zou kunnen hebben dat situaties waarbij sprake is van relatief geringe voordelen voor ambtshandelingen die zeker als onwenselijk moeten worden beschouwd, per definitie buiten het bereik van de strafbepalingen zouden komen te vallen 3. Diverse internationale verdragen zijn gesloten met het oog op een betere bestrijding van fraude en corruptie, te weten de op 26 juli 1995 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (Trb. 1995, 289), het (eerste) Protocol bij deze Overeenkomst van 27 september 1996 (Trb. 1996, 330) en het op 17 december 1997 te Parijs tot stand gekomen OESO 4 -Verdrag inzake bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties (Trb. 1998, 54). Deze verdragen strekken tot onderlinge afstemming van de strafrechtelijke bepalingen inzake fraude en corruptie van de verschillende landen met het oog op een doeltreffende internationale samenwerking. Bij het OESO-verdrag is de invalshoek die van het internationale zakelijke transactieverkeer. In de preambule bij dit verdrag wordt expliciet overwogen dat in dat kader omkoping een wijdverbreid fenomeen is dat het overheidsfunctioneren en de economische ontwikkelingen ondermijnt en dat desastreus is voor de internationale concurrentie. Als gevolg van deze verdragen is de wetgeving op het terrein van de omkoping van ambtenaren en de ambtelijke corruptie in 2001 ingrijpend gewijzigd en is onder andere artikel 178a Wetboek van Strafrecht ingevoerd, waardoor het vanaf dat moment mogelijk was om (rechts)personen te vervolgen voor buitenlandse corruptie. In het buitenland gepleegde corruptie, kortheidshalve ook wel aangeduid als buitenlandse corruptie werd vanaf 1/6

10 4/10/2014 wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie - BWBR als volgt gedefinieerd: een ieder die in het buitenland een Nederlandse ambtenaar omkoopt kan in Nederland worden vervolgd;; hetzelfde geldt voor de Nederlander die in het buitenland een buitenlandse ambtenaar omkoopt (art. 178a Wetboek van Strafrecht). Strafbaarstelling en rechtsmacht Met de invoering van artikel 178a werd de Nederlandse rechtsmacht voor de in het buitenland gepleegde ambtelijke corruptie al aanmerkelijk uitgebreid. Met ingang van 1 april is de rechtsmacht nog verder verruimd, in die zin dat aan sub 9 (voorheen sub 10) van artikel 4 Wetboek van Strafrecht het begrip Nederlandse ambtenaar is toegevoegd. Dat betekent dat de Nederlandse strafwet sinds deze wijziging van toepassing is op de persoon, die in het buitenland, een Nederlander of een Nederlandse ambtenaar omkoopt. Met het begrip Nederlandse ambtenaar wordt in de corruptiewetgeving dus bedoeld: een ambtenaar in dienst van de Nederlandse staat. De uitbreiding van de rechtsmacht ligt hierin, dat nu de buitenlander die in het buitenland een buitenlander in dienst van de Nederlandse staat omkoopt, in Nederland vervolgd kan worden. De toelichting op deze wetswijziging luidt: De schending van de Nederlandse belangen is niet in de eerste plaats gelegen in het feit dat ene persoon met de Nederlandse nationaliteit (in het buitenland) is omgekocht, maar in het feit dat een persoon met een Nederlands-ambtelijke status aldaar is omgekocht. 6 Thans is de situatie aldus dat in Nederland kunnen worden vervolgd: de in het buitenland omgekochte Nederlandse ambtenaar (art. 6 sub 1 Sr);; de in het buitenland omgekochte persoon die in dienst is van een in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisatie (art. 6 sub 2 Sr);; een ieder die in het buitenland een Nederlander of Nederlandse ambtenaar heeft omgekocht (art 4 sub 9 Sr);; de Nederlander die in het buitenland een - al dan niet buitenlandse - ambtenaar omkoopt (art 5 lid 1 sub 1 Sr);; de Nederlandse ambtenaar of de persoon in openbare dienst van een in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisatie die zich in het buitenland schuldig maakt aan overtreding van art. 177 of art. 177a Sr (art 4 sub 10 Sr). De buitenlandse ambtenaar (niet in dienst van Nederland) die in het buitenland door een Nederlander wordt omgekocht, kan niet in Nederland worden vervolgd tenzij die ambtenaar in dienst is van een in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisatie. Rechtsmacht Ten aanzien van de vervolgbaarheid gelden (uiteraard) de reguliere regels van rechtsmacht als neergelegd in de artikelen 4 Sr e.v., met als algemene regel de eis van dubbele strafbaarheid. Echter voor een aantal varianten van buitenlandse corruptie heeft dit wel een nadere uitwerking gekregen: In art. 4 sub 9 Sr is expliciet bepaald dat een ieder, los van de nationaliteit, die de misdrijven van de artikelen 177 en 177a Sr pleegt in het buitenland maar jegens een Nederlandse ambtenaar 7, vervolgbaar is in Nederland mits in het land waar het feit is gepleegd dit eveneens strafbaar is gesteld. In art. 4 sub 10 Sr is expliciet bepaald dat een Nederlandse ambtenaar of persoon in openbare dienst van een in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisatie, onafhankelijk van zijn nationaliteit, die de misdrijven van de artikelen 177 en 177a Sr pleegt in het buitenland, vervolgbaar is in Nederland mits in het land waar het feit is gepleegd dit eveneens strafbaar is gesteld. Zo kan een buitenlandse medewerker van het in Nederland gezetelde Sierra Leone Tribunaal die onderzoek doet naar bewijs voor bepaalde strafbare feiten en hiertoe ambtenaren aldaar omkoopt om informatie of medewerking te krijgen, hier in Nederland worden vervolgd. In art. 5 is voorts een uitzondering gemaakt op het vereiste van dubbele strafbaarheid voor Nederlanders die zich schuldig hebben gemaakt aan overtreding van de artikelen 177, 177a en 178 Sr, maar alleen voor zover het betreft een misdrijf gericht tegen de rechtspleging van het Internationaal Strafhof als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van het op 17 juli 1998 te Rome tot stand gekomen Statuut van Rome inzake het Internationale Strafhof (Trb. 2000, 120). In deze gevallen is het niet relevant of het land waar het feit is gepleegd een soortgelijke strafbepaling heeft. Ten slotte is in art. 6 Sr bepaald dat Nederlandse ambtenaren en personen in openbare dienst van een in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisatie, (voor beide categorieën) onafhankelijk van hun feitelijke nationaliteit, vervolgbaar zijn voor de corruptiemisdrijven artikelen 362 tot en met 364a Sr waar ook gepleegd. Voor deze vorm van passieve corruptie is geen dubbele strafbaarheid vereist. Ten aanzien van de vervolgbaarheid van rechtspersonen geldt wat nationaliteit betreft (met name van belang voor het bepaalde in art. 5 Sr als hierboven vermeld) dat een rechtspersoon als Nederlander kan worden opgevat indien het een rechtspersoon betreft opgericht naar Nederlands recht en/of die in Nederland zijn/haar statutaire zetel 8 9 heeft. Dit laatste geldt volgens de wet in ieder geval voor alle Nederlandse rechtsvormen maar zal met name van 2/6

11 4/10/2014 wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie - BWBR belang zijn voor alle informele rechtspersonen en aan rechtspersonen gelijkgeschakelde samenwerkingsvormen alsmede voor erkende Europese samenwerkingsverbanden. De werkelijke zetel, bijv. de vestigingsplaats van de hoofdactiviteiten, is niet relevant voor de vraag van jurisdictie van art. 5 Sr. Opsporing Ten aanzien van corruptie - in zijn algemeenheid maar specifiek ook voor buitenlandse corruptie - geldt dat primair de Rijksrecherche is belast met de opsporing van dergelijke delicten. In verband met de bij deze dienst aanwezige expertise is in de Aanwijzing taken en inzet Rijksrecherche ten aanzien van deze gevallen van omkoping van ambtenaren een vooraanstaande rol toebedeeld aan de Rijksrecherche, ook in gevallen waarin Nederlandse burgers of rechtspersonen betrokken zijn bij ambtsmisdrijven gepleegd door buitenlandse ambtenaren. In de Aanwijzing Taken en Inzet Rijksrecherche is bepaald dat over de inzet van de Rijksrecherche wordt besloten door de Coördinatiecommissie Rijksrecherche (CCR). Signalen Er is een aantal bronnen waaruit informatie kan worden gehaald omtrent mogelijk verdachte situaties van omkoping van ambtenaren in het buitenland. Open bronnen als internationale pers en internet. Rechtshulpverzoeken van landen die een ambtenaar onderzoeken die zich schuldig heeft gemaakt aan het aannemen van steekpenningen van (vertegenwoordigers van) een Nederlandse onderneming. Zaken die door het secretariaat van de OESO periodiek worden gemeld aan de betrokken verdragspartijen. Dit betreft informatie die door de OECD Working group on Bribery is verzameld uit open bronnen en die signalen bevat van mogelijk gepleegde ambtelijke corruptie in relatie tot internationaal zakelijk verkeer. Meldingen van klokkenluiders. Meldingen gedaan door ambtenaren van de diplomatieke dienst. Aangiften al dan niet op basis van art. 162 van het Wetboek van Strafvordering. Opsporing van buitenlandse corruptie Evenals bij binnenlandse corruptie geldt ook voor de buitenlandse corruptie dat - afgezien van de buitenlandse opsporingsdienst - ook andere opsporingsinstanties dan de Rijksrecherche met het onderzoek kunnen worden belast. Zo kan het voor de hand liggen dat indien zo n omkopingsgeval wordt ontdekt in het kader van een lopend strafrechtelijk onderzoek met internationale aspecten (denk bijvoorbeeld aan een onderzoek dat is gericht tegen een zich met de export van XTC bezig houdende Nederlander, die een Tsjechische douanier omkoopt), het met dat onderzoek belaste team ook de omkopingszaak voor zijn rekening neemt. Ook door signalen die de belastingdienst heeft gekregen, dan wel door de betrokkenheid van Nederlandse bedrijven, is het goed denkbaar dat de FIOD/ECD een dergelijk onderzoek kan uitvoeren. Het kan echter ook zijn dat een geval van buitenlandse corruptie aan het licht komt zonder dat er sprake is van een lopend onderzoek (denk bijvoorbeeld aan het geval waarin een Nederlandse ondernemer ter verkrijging van een order een buitenlandse ambtenaar omkoopt). Aannemelijk is dat in zo n geval de Coördinatie Commissie Rijksrecherchezaken (CCR) de Rijksrecherche met het onderzoek belast, ondanks de omstandigheid dat het subject van onderzoek geen Nederlandse ambtenaar is, maar een Nederlandse burger of een Nederlands bedrijf. Bij de landelijk corruptieofficier van justitie kan informatie worden gedeponeerd over signalen van buitenlandse corruptie. De landelijk corruptieofficier van justitie houdt een overzicht bij van de voortgang van buitenlandse corruptie onderzoeken en overige opsporingsinspanningen op dit terrein. Internationale rechtshulp Bij de opsporing van buitenlandse corruptie zal men zich moeten realiseren dat de in het buitenland omgekochte buitenlandse ambtenaar in de regel niet in Nederland zal kunnen worden vervolgd. Derhalve zullen in die gevallen de op een strafvervolging gerichte inspanningen van de Nederlandse opsporingsinstanties zich (overwegend) richten op de rol van de hier wel te vervolgen omkoper, terwijl de buitenlandse ambtenaar voor rekening komt van een buitenlandse zusterdienst. Voor de samenwerking tussen de beide opsporingsinstanties gelden de gebruikelijke regels van internationale rechtshulp. Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen dat voor het bewijs van het strafbare handelen van de Nederlandse omkoper in het algemeen een buitenlands onderzoek noodzakelijk is. Het ligt in de rede dat daartoe een rechtshulpverzoek wordt gedaan aan dat betrokken land. Desgewenst kan via de landelijk corruptieofficier van justitie de Rijksrecherche om assistentie worden gevraagd. Vervolging 3/6

12 4/10/2014 wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie - BWBR Het vervolgend OM Gezien de complexiteit van de zaken die zich in dit kader kunnen voordoen is het noodzakelijk dat het OM garant staat voor voldoende expertise. Daarom is de portefeuille Buitenlandse corruptie belegd bij het Landelijk Parket. Alle mogelijke gevallen van buitenlandse corruptie dienen te worden gemeld bij de Landelijk Corruptieofficier van justitie. Deze zorgt ervoor dat de meldingen worden voorgelegd aan de Coördinatiecommissie Rijksrecherche (CCR). Mogelijk verdachte situaties worden door de Rijksrecherche geanalyseerd en waar mogelijk veredeld. Indien een zaak voldoende aanknopingspunten bevat om verder te worden onderzocht door de Rijksrecherche bepaalt de CCR vervolgens of een zaak wordt ingenomen en welk OM-onderdeel deze zaak voor zijn rekening zal nemen. Indien de CCR besluit dat een zaak niet in aanmerking komt voor vervolgonderzoek zal zij een gemotiveerd besluit hiertoe nemen dat in voorkomende gevallen aan de melder kan worden teruggerapporteerd. Zoals bij elke mogelijke Nederlandse strafzaak moet ook bij corruptie de opportuniteit van de vervolging van de omkoper en de omgekochte steeds per geval worden afgewogen. Vooropgesteld moet worden dat omkoping een ernstig misdrijf is, dat de integriteit van de overheid ernstig aantast en tot grote schade kan leiden. De Nederlandse overheid heeft zich, ook in internationaal verband, gecommitteerd aan een strenge aanpak van buitenlandse corruptie. Bij de beoordeling van de opportuniteit van de vervolging van buitenlandse corruptie dienen deze overwegingen zwaar te wegen en dient de grondhouding ten aanzien van vervolging dan ook positief te zijn. Daarbij dient de officier van justitie zich bij de opportuniteitsafweging te houden aan artikel 5 van de door Nederland geratificeerde OECD Convention on combating bribery of foreign public officials in international business transactions, en mag hij zich niet laten beïnvloeden door overwegingen van nationaal economisch belang, het mogelijke effect op relaties met een andere Staat of de identiteit van betrokken natuurlijke of rechtspersonen. Tegen die achtergrond kunnen bij de prioritering van zaken de volgende factoren worden meegewogen: Aanzienlijke omvang van de steekpenningen, in absolute zin of in relatieve zin (bijv. een aanzienlijk percentage van de contractsom) De betrokkenheid van invloedrijke (buitenlandse) ambtenaren of politici (in die zin dat bij betrokkenheid van dergelijke figuren gezien hun voorbeeldrol en/of machtspositie de omkoping ernstiger lijkt dan bij betrokkenheid van minder invloedrijke personen) De steekpenningen komen direct of indirect (bijv. als overheidsteun, krediet verzekering, subsidiering etc.) ten laste van de Nederlandse algemene middelen of ten laste van gelden bestemd voor internationale ontwikkelingshulp De schade voor het land waar de ambtenaar is omgekocht;; De mate waarin er sprake is van concurrentievervalsing (hoe hogere mate, hoe erger);; Recidive De mogelijkheden van verder onderzoek en kans op succesvolle vervolging Tegen vervolging pleit in ieder geval dat de verdachte in een ander betrokken land al is veroordeeld voor dezelfde feiten. Wanneer in het buitenland een strafrechtelijk onderzoek is aangevangen dient het Nederlandse OM contact op te nemen met de buitenlandse ambtsgenoten en te overleggen over de wijze van vervolging. In een eerder stadium verdient het aanbeveling zo vroeg mogelijk samenwerking te zoeken met andere betrokken landen. Dat kan via rechtshulp, maar ook kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een parallel onderzoek of een Joint Investigation Team (JIT), Strafrechtelijke aanpak van buitenlandse corruptie is meer maatwerk dan confectie en elk geval moet individueel worden beoordeeld. Zo kan het bijvoorbeeld zo zijn dat hoewel er geen sprake is van concurrentievervalsing, of het een kleine betaling betreft, vervolging toch opportuun is vanwege andere omstandigheden. Facilitation payments Het OESO-verdrag beschouwt geringe betalingen ter vergemakkelijking niet als betalingen om zakelijk of enig ander ongeoorloofd voordeel te verkrijgen of te behouden. Dit soort facilitation payments valt dan ook buiten het bereik van de verdragsrechtelijke verplichting tot strafbaarstelling van omkoping van buitenlandse ambtenaren. Volgens de gemeenschappelijke toelichting bij het verdrag zijn dergelijke betalingen die in sommige landen betaald worden om overheidsfunctionarissen aan te sporen hun taken uit te voeren, zoals het afgeven van vergunningen, in het desbetreffende andere land in het algemeen al strafbaar. Het werd door de opstellers van het verdrag niet nuttig geacht de aanpak van deze vorm van corruptie te ondersteunen door strafbaarstelling van facilitation payments door andere landen, hetgeen vanzelfsprekend ook de nodige inspanningen op het gebied van de opsporing en vervolging veronderstelt. Voor strafrechtelijke aansprakelijkheid op grond van de artikelen 177a en 177 van het Wetboek van Strafrecht is het 4/6

13 4/10/2014 wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie - BWBR niet van belang met welk verder gelegen doel tot omkoping van een ambtenaar wordt overgegaan. Strikt genomen zijn facilitation payments derhalve ook strafbaar. Het OM acht het evenwel niet opportuun een stringenter opsporings- en vervolgingsbeleid betreffende de aanpak van omkoping van buitenlandse ambtenaren te voeren dan waartoe het OESO-verdrag oproept. Dit betekent dat gedragingen die in termen van het OESO-verdrag zijn aan te merken als facilitation payments, niet zullen worden vervolgd. Naar aanleiding van de nieuwe Aanbeveling aangaande het OESO-Verdrag, aangenomen op 26 november 2009, is gekeken naar het huidige vervolgingsbeleid ten aanzien van deze facilitation payments. Dit heeft (vooralsnog) niet geleid tot wijzigingen. Hieronder zijn enkele factoren benoemd die een nadere invulling geven aan dit vervolgingsbeleid, waarmee kan worden vastgesteld of er inderdaad sprake is van gedragingen die in termen van het OESO-verdrag zijn aan te merken als facilitation payments. Daarbij kan het instellen van een opsporingsonderzoek nodig zijn ter beantwoording van de vraag ofdeze factoren een beslissing om niet te vervolgen indiceren het gaat om handelen of nalaten waartoe de betrokken ambtenaar reeds rechtens verplicht was. De betaling mag op geen enkele wijze een concurrentieverstorend effect hebben;; het gaat om, in absolute zin of relatieve zin, kleine bedragen;; het gaat om betalingen aan lagere ambtenaren;; de gift moet transparant in de administratie van de onderneming opgenomen worden, en mag niet verheimelijkt worden;; het initiatief tot de gift moet zijn uitgegaan van de buitenlandse ambtenaar. Bij het internationale bedrijfsleven mag er geen misverstand over bestaan dat het enkele inschakelen van een lokale agent / vertegenwoordiger / consultant, ook strafbaarheid kan opleveren. Het is een algemeen bekend feit dat dergelijke personen vaak worden gebruikt bij het betalen van steekpenningen in het buitenland. Van Nederlandse instellingen mag dan ook een kritische houding ten aanzien van de aard en omvang van de werkzaamheden van een dergelijk persoon worden verwacht. Bijvoorbeeld: er mag alleen worden afgegaan op adviezen van een persoon of instantie aan wie zodanig gezag valt toe te kennen dat in redelijkheid op de deugdelijkheid van dat advies mocht worden vertrouwd. In een mogelijk strafrechtelijk onderzoek zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan dit aspect voor de beoordeling van de strafbaarheid van een betaling. Tenslotte Ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel Per 1 april 2010 is voor artikel 177a Sr de geldboetecategorie verhoogd van de vierde naar de vijfde categorie 10. Tegenwoordig zijn dus de artikelen 177 en 177a Sr beide gesanctioneerd met een geldboete van de vijfde categorie en is de aanwijzing ontneming in volle omvang op deze feiten van toepassing. Het uitgangspunt is dat een ontnemingsvordering wordt ingediend wanneer het verkregen voordeel is geschat op een bedrag van minimaal 500. Voor een bedrijf dat door het betalen van steekpenningen in het buitenland bijvoorbeeld een aanbesteding weet binnen te halen kan de winst die daardoor behaald wordt als wederrechtelijk verkregen voordeel beschouwd worden. Artikel 36e Sr strekt immers tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat veroordeelde met de schending van een wettelijk voorschrift heeft verkregen. Aan de oplegging van de maatregel staat niet in de weg dat de veroordeelde eenzelfde voordeel had kunnen verkrijgen zonder zodanige schending (NJ 1993, 12). Gezien de complexiteit van deze zaken is het aan te bevelen van de expertise van het BOOM gebruik te maken. De aangifteplicht van art. 162 Sv Openbare colleges, ambtenaren en zelfstandige bestuursorganen kunnen in de uitoefening van hun functie kennis krijgen van misdrijven met de opsporing waarvan zij niet zijn belast. Voor een aantal van die misdrijven geldt dat die openbare colleges en ambtenaren daarvan aangifte moeten doen. Deze (bijzondere) aangifteplicht is geregeld in art. 162 Sv. De plicht tot het doen van aangifte geldt onder meer voor de misdrijven als omschreven in de artikelen 362, 363, 364 en 364a Sr (zie art. 162 lid 1 sub a Sv). Strikt genomen bestaat deze verplichting niet voor de omkopingsbepalingen van de artikelen 177, 177a, 178, 178a Sr, nu art. 162 Sv daar niet expliciet naar verwijst. Echter dit betreft de actieve variant van de passieve corruptie uit art. 362 e.v. Sr. Nu het niet vereist is voor het ontstaan van een aangifteplicht om te weten om welke ambtenaar het in concreto gaat, laat zich de situatie moeilijk voorstellen dat er wel kennis zou bestaan van een misdrijf als genoemd in art. 177 e.v. Sr, maar niet van art. 362 e.v. Sr. De voorwaarde van concrete strafrechtsmacht voor de bedoelde misdrijven, die de werkingssfeer zou beperken, wordt in artikel 162 Sv niet gesteld. Dit ligt ook niet in de rede, omdat een beoordeling hiervan niet van de 5/6

14 4/10/2014 wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie - BWBR aangifteplichtige kan worden verlangd. Voor hem geldt slechts de redelijke veronderstelling dat zich een van de bedoelde misdrijven heeft voorgedaan. In de gedragscode BZ wordt deze verplichting nader uitgewerkt voor ambassadepersoneel. Ambassademedewerkers die informatie krijgen over een oude of op handen zijnde omkopingszaak waarbij Nederlanders of in Nederland gevestigde bedrijven betrokken zijn, zijn verplicht deze informatie onverwijld te melden. Ambtenaren die in de uitoefening van hun functie kennis krijgen van bepaalde misdrijven -waaronder de omkoping van (buitenlandse) ambtenaren- zijn verplicht daarvan aangifte te doen. Artikel 162 geeft aan dat het alleen gaat over gevallen waarin de ambtenaar enige redelijke veronderstelling heeft dat er sprake is van omkoping. Daarenboven moet er een verband tussen de (veronderstelde) strafbare feiten en Nederland zijn. Wanneer er sprake is van mogelijke omkoping van een ambtenaar door een bedrijf moet het dus gaan om een bedrijf met banden in Nederland. Die banden kunnen overigens bestaan uit simpele zaken als: het bedrijf in kwestie maakt bijvoorbeeld gebruik van een in Nederland gevestigde bank en/of heeft een Nederlandse tussenpersoon. Tegen een ambtenaar die dergelijke plichten verzuimt zijn maatregelen mogelijk. Doel van het artikel is het bewaken van de integriteit van en vergroten van vertrouwen in de overheid (en dus niet dat van een integer bedrijfsleven). Aangenomen mag worden dat het hierbij geen verschil maakt of het om de Nederlandse of om een buitenlandse overheid gaat, zeker na de uitbreiding van de strafbaarheidstelling naar omkoping van buitenlandse ambtenaren middels art. 178a Sr. Colleges en overheidsinstanties kunnen daarnaast zelf aanvullend beleid voeren, behelzende dat vermoedens van dergelijke feiten als omkoping gemeld dienen te worden aan justitie, zie bijv. interne instructies van Ministerie van Buitenlandse Zaken of het Voorschrift informatieverstrekking Belastingdienst 11. De landelijk corruptieofficier van justitie Op het Landelijk Parket te Rotterdam is een officier van justitie aangewezen als landelijk corruptieofficier. Deze officier heeft specialistische deskundigheid op het terrein van de opsporing en vervolging van corruptiezaken. Hij draagt er zorg voor dat deze specialistische kennis ook voor andere leden van het openbaar ministerie toegankelijk is. De landelijk corruptieofficier verleent het lokale openbaar ministerie gevraagd en ongevraagd bijstand bij de opsporing en vervolging van corruptiezaken en heeft een coördinerende rol bij de aanpak van de door Nederlandse (recht)personen in het buitenland gepleegde corruptie. De landelijk corruptieofficier is ook verantwoordelijk voor projectvoorbereiding, screening van signalen, en onderzoek naar criminaliteitsbeeld, zoals dit gebeurt door de Rijksrecherche. In voorkomende gevallen geeft hij ook zelf leiding aan opsporingsonderzoeken naar gevallen van corruptie. Voorts heeft de landelijk corruptie-officier een initiërende rol bij het ontwikkelen of aanpassen van nieuwe wetgeving en relevant beleid. Overgangsrecht De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding Waar in deze aanwijzing vanaf nu over gift wordt gesproken wordt steeds bedoeld: gift, belofte of dienst. TK, , , nr. 3, blz. 4-5 TK, , , nr. 5, blz. 6 OESO = Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, in het Engels: OECD: Organization for Economic Co-operation and Development. Wet van 29 november 2009, Stb. 525;; i.w.tr. op 1 april 2010, Stb. 2010, 139 MvT, Kamerstukken II 2007/08, , nr. 3, p.4 Zoals eerder aangegeven ziet het begrip Nederlandse ambtenaar hier niet op de Nederlandse nationaliteit maar op het feit dat iemand in Nederlandse overheidsdienst is. Zie uitgebreid Asser s Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht, Vertegenwoordiging en Rechtspersoon: H. II, par. 4, en specifiek voor de NV en BV, H. III par. 4 nummer zie bijv. voor de NV en de BV art. 2:66 en 2:177 BW. Wet van 26 november 2009, Stb 525, i.w.t. op 1 april 2010, Stb. 2010, 139 Zie artt en van genoemd voorschrift. 6/6

15 4/10/2014 wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie in Nederland - BWBR Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie in Nederland (Tekst geldend op: ) Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie in Nederland Samenvatting Deze Aanwijzing schrijft voor met welke factoren rekening moet worden gehouden bij het bepalen van de opportuniteit van de opsporing en de vervolging van corruptie in Nederland, waaraan zich aan de omkopende zijde zowel natuurlijke als rechtspersonen schuldig kunnen maken en aan de omgekochte zijde alleen ambtenaren. De aanwijzing ziet op zowel de omkopende partij (burgers en bedrijven) als de omgekochte partij (ambtenaren). De opsporing en vervolging van in het buitenland gepleegde corruptie, waarvoor een wetswijziging in 2001 de Nederlandse rechtsmacht aanzienlijk heeft vergroot, vormt voorwerp van regeling in de Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie in het buitenland. Achtergrond Corruptie is een fenomeen met vele verschijningsvormen. Corruptie vormt een ernstige aantasting van de integriteit van de overheid, met grote morele en politieke gevolgen. Bovendien leidt corruptie in het zakenleven tot grote economische schade en valse concurrentie. Voor een overheid die integer en transparant wil zijn is het zaak om zo krachtig mogelijk tegen corruptie op te treden. In november 2005 is in de Nota corruptiepreventie van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken langs vijf lijnen geschetst op welke wijze het toenmalige kabinet de bestrijding van ambtelijke corruptie vorm wilde geven. Deze nota is in het huidige beleid nog steeds actueel. Het openbaar ministerie draagt vanuit een strafrechtelijke invalshoek bij aan de bestrijding van corruptie. In deze Aanwijzing worden factoren beschreven die bij de opsporing en vervolging van ambtelijke corruptie relevant zijn. In het Wetboek van Strafrecht is in de artikelen 177, 177a en 178 het omkopen van ambtenaren en rechters strafbaar gesteld (actieve omkoping). De artikelen 362, 363 en 364 Sr stellen de ambtenaar of de rechter die zich heeft laten omkopen strafbaar (passieve omkoping). Het strafrechtelijk instrumentarium heeft een ruim werkingsgebied. Een ieder die een ambtenaar een gift, belofte of dienst aanbiedt met het doel hem te bewegen tot enig ambtelijk handelen of nalaten en elke ambtenaar die een gift, belofte of dienst aanvaardt, terwijl hij weet of moet vermoeden dat van hem een tegenprestatie wordt verwacht, kan onder de werking van de strafwet vallen 1. De wet geeft namelijk geen onderscheidend criterium voor strafwaardige en niet-strafwaardige giften. De wetgever heeft het stellen van grenzen overgelaten aan het openbaar ministerie, dat zelf door toepassing van het opportuniteitsbeginsel en/of door het afkondigen van richtlijnen, welke eenvoudiger dan de wet zijn aan te passen aan de maatschappelijke, steeds veranderende, werkelijkheid 2 sturend kan optreden. In dit verband heeft de minister van justitie ook nog overwogen dat een wettelijk onderscheid inzake strafwaardige en niet-strafwaardige giften het onwenselijke effect zou kunnen hebben dat situaties waarbij sprake is van relatief geringe voordelen voor ambtshandelingen die zeker als onwenselijk moeten worden beschouwd, per definitie buiten het bereik van de strafbepalingen zouden komen te vallen 3. Ambtenaar In artikel 84 Sr is het begrip ambtenaar niet omschreven.slechts de omvang ervan is aldaar verwijd, door daaronder nog twee categorieën van personen te scharen: leden van algemeen vertegenwoordigende organen en scheidsrechters, terwijl als ambtenaar mede worden beschouwd allen die tot de gewapende macht behoren (waarmee is beoogd de lageren in rang zonder ambtelijke status, onder het begrip ambtenaar te brengen). In de jurisprudentie is de term ambtenaar aldus omschreven dat daaronder tevens is begrepen degene die onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangesteld in een functie waarvan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd 4. Die verruiming betekent dat corruptie niet altijd tot gevolg heeft dat de integriteit van de overheid als zodanig is aangetast. Dat zal per geval moeten worden vastgesteld. De onderhavige aanwijzing geeft een aantal aanknopingspunten aan de hand waarvan beoordeeld kan worden of strafrechtelijk optreden al dan niet geïndiceerd is;; niet alleen de waarde van de in het geding zijnde gift is daarbij relevant, ook andere omstandigheden kunnen hierbij een rol spelen. Opsporing Onderzoeken naar ambtelijke corruptie richten zich zowel op de omkoper, als op de omgekochte ambtenaar. Afhankelijk van de beschikbare informatie zal de opsporing ofwel van begin af aan op beide bij de corruptie 1/4

16 4/10/2014 wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie in Nederland - BWBR betrokken partijen zijn gericht, ofwel althans in aanvang op één van beide partijen. Bij corruptieonderzoeken behoort in de regel financiële recherche een vast onderdeel te zijn. Enerzijds ten behoeve van een eventuele ontnemingsprocedure, anderzijds omdat financieel onderzoek waardevolle gegevens kan opleveren voor de bewijsvoering in de corruptiezaak zelf. Hoewel het opsporen van gevallen van ambtelijke corruptie niet het exclusieve domein is van de Rijksrecherche, speelt de Rijksrecherche op dit terrein wel een vooraanstaande rol. Zo zal op grond van de Aanwijzing taken en inzet Rijksrecherche de Rijksrecherche vrijwel per definitie worden belast met onderzoeken naar gevallen van ambtelijke corruptie waarbij (leidinggevende) politieambtenaren, leden van de rechterlijke macht en vooraanstaande bestuurlijke ambtsdragers zijn betrokken. In dergelijke gevallen is inzet van de Rijksrecherche aangewezen, omdat bij inzet van het regiokorps al snel de vraag kan worden opgeworpen naar de onpartijdigheid van het onderzoek;; juist op het terrein van de ambtelijke corruptie moet dit soort discussies worden vermeden. Bovendien is op dit terrein een zekere bundeling van expertise wenselijk. Bij andere gevallen van ambtelijke corruptie zal ook door de reguliere politie met voldoende distantie het onderzoek kunnen worden verricht. (Denk bijvoorbeeld aan het door een slopersbedrijf omkopen van een gemeenteambtenaar, teneinde een met de milieuwetgeving strijdige milieuvergunning te verkrijgen). Uiteindelijk is het de Coördinatiecommissie Rijksrecherche (de CCR) die beslist over de daadwerkelijke inzet van de Rijksrecherche. Vervolging Hiervoor is reeds gesignaleerd dat de strafwet geen onderscheidend criterium geeft voor strafwaardige giften en niet-strafwaardige giften. Bij het bepalen van de opportuniteit van de vervolging van de omkoper en de omgekochte spelen verschillende factoren een rol. Zo kan een op het eerste gezicht relatief geringe gift leiden tot een ambtshandeling die naar maatschappelijke opvatting wel degelijk binnen het bereik van de strafbepaling behoort te vallen. Strafrechtelijke aanpak van ambtelijke corruptie is meer maatwerk dan confectie. Bij het nemen van de maat wordt in elk geval gelet op de volgende factoren: het initiatief tot de gift;; hoewel de wet geen verschil maakt tussen de ambtenaar die vraagt om een gift en de ambtenaar die een gift krijgt aangeboden, is in het eerste geval een vervolging van de ambtenaar meer opportuun dan in het tweede geval;; de waarde van de gift;; evenals in de wet wordt ook in deze aanwijzing geen harde in euro s uitgedrukte grens genoemd, enerzijds niet omdat het meermalen geven / accepteren van giften ter waarde van bijvoorbeeld 50 Euro vervolgingswaardig kan zijn 5, anderzijds niet omdat ook een betrekkelijk geringe eenmalige betaling kan leiden tot een ambtelijke gedraging die de zaak maatschappelijk gezien vervolgingswaardig maakt;; de mate waarin de betreffende ambtelijke organisatie aan het in de Ambtenarenwet voorgeschreven integriteitsbeleid voldoet;; de mate van (sociale) acceptatie van de gift;; het is sociaal gezien volstrekt geaccepteerd dat ambtenaren ter gelegenheid van bijvoorbeeld een ambtsjubileum of een afscheidsreceptie, cadeaus ontvangen;; de al dan niet strijdigheid met de heersende gedragscode;; veel organisaties hebben een integriteits- of gedragscode. Voor het nemen van de maat maakt het verschil of al dan niet in strijd met die code wordt gehandeld;; de mate van kenbaarheid aan de ambtenaar dat diens handelen verboden was;; het maakt verschil of in de ambtelijke organisatie te voren kenbaar is gemaakt wat wel en wat niet aanvaardbaar is op dit terrein;; de heimelijkheid van de gift;; is de gift heimelijk gegeven en geaccepteerd? Heeft de ambtenaar de gift intern gemeld? Is achteraf getracht de gift te maskeren?;; het al dan niet incidentele karakter van de gift;; is er sprake van een incident of een meer structurele / stelselmatige gang van zaken?;; de aard van de relatie tussen de gever en de ontvanger;; gaat het om een meer persoonlijke of een meer zakelijke relatie? Hierbij kan een zekere wederkerigheid in die relatie relevant zijn (nu eens betaalt de een, dan weer de ander);; de functie van de begiftigde ambtenaar, zowel qua niveau (is het een hoge ambtenaar of een lage ;; voor bestuurders en volksvertegenwoordigers gelden hogere straffen), als qua positie ten opzichte van collega s (gaat het bijvoorbeeld om een mentor van jonge collega s), als qua inhoud (beschikt iemand over veel vertrouwelijke gegevens, over een grote discretionaire bevoegdheid etc.);; de uitwerking op de overheid(sdienst);; gaat het om een geïsoleerd geval of straalt de omkopingszaak negatief af op het aanzien van de betreffende dienst of zelfs het aanzien van de gehele overheid?;; de mogelijkheid van een ander dan strafrechtelijk optreden;; heeft het bevoegd gezag reeds disciplinaire maatregelen jegens de betrokken ambtenaar getroffen en kan daarmee maatschappelijk gezien worden volstaan?;; 2/4

17 4/10/2014 wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie in Nederland - BWBR de gevolgen die het handelen van de ambtenaar heeft gehad;; is bijvoorbeeld (politie)informatie verstrekt waardoor levens in gevaar zijn gekomen of is tegen geringe betaling een kenteken nagetrokken. Uiteindelijk zal aan de hand van deze niet limitatieve opsomming van factoren van geval tot geval de opportuniteit van de vervolging worden bepaald. Tenslotte Ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel Per 1 april 2010 is voor artikel 177a Sr de geldboetecategorie verhoogd van de vierde naar de vijfde categorie 6. Tegenwoordig zijn dus de artikelen 177 en 177a Sr beide gesanctioneerd met een geldboete van de vijfde categorie en is de aanwijzing ontneming in volle omvang op deze feiten van toepassing. Het uitgangspunt is dat een ontnemingsvordering wordt ingediend wanneer het verkregen voordeel is geschat op een bedrag van minimaal 500. Ook aan de omkopende partij kan het wederrechtelijk verkregen voordeel worden ontnomen. Voor een bedrijf dat door het betalen van steekpenningen een aanbesteding weet binnen te halen kan de winst die daardoor behaald wordt als wederrechtelijk verkregen voordeel beschouwd worden. Artikel 36 e Sr strekt immers tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel dat veroordeelde met de schending van een wettelijk voorschrift heeft verkregen en aan de oplegging van de maatregel staat niet in de weg dat de veroordeelde eenzelfde voordeel had kunnen verkrijgen zonder zodanige schending (NJ 1993, 12). Gezien de complexiteit van deze zaken is het aan te bevelen van de expertise van het BOOM gebruik te maken. De aangifteplicht van art. 162 Sv Openbare colleges, ambtenaren en zelfstandige bestuursorganen kunnen in de uitoefening van hun functie kennis krijgen van misdrijven met de opsporing waarvan zij niet zijn belast. Voor een aantal van die misdrijven geldt dat die openbare colleges en ambtenaren daarvan aangifte moeten doen. Deze (bijzondere) aangifteplicht is geregeld in art. 162 Sv. De plicht tot het doen van aangifte geldt onder meer voor de misdrijven als omschreven in de artikelen 362, 363, 364 en 364a Sr (zie art. 162 lid 1 sub a Sv). Strikt genomen bestaat deze verplichting niet voor de omkopingsbepalingen van de artikelen 177, 177a, 178, 178a Sr, nu art. 162 Sv daar niet expliciet naar verwijst. In de praktijk zal het college of de ambtenaar die ontdekt dat iemand zich mogelijk heeft schuldig gemaakt aan omkoping van een ambtenaar, zich echter toch vrij snel geconfronteerd zien met de aangifteplicht van art. 162 Sv, indien er aanwijzingen zijn dat de omkoping succesvol is geweest;; de omstandigheid dat het betrokken college of de betrokken ambtenaar mogelijk niet weet welke concrete ambtenaar is omgekocht, lijkt voor art. 162 Sv niet relevant. In een aantal gevallen zal die verplichting ook bestaan op grond van art. 162 lid 1 sub c Sv;; daar is bepaald dat aangifte moet worden gedaan indien door het betreffende misdrijf inbreuk op of onrechtmatig gebruik is gemaakt van een regeling waarvan de uitvoering of de zorg voor de naleving aan het ontdekkende college of de ontdekkende ambtenaar is opgedragen. De landelijk corruptieofficier van justitie Op het Landelijk Parket te Rotterdam is een officier van justitie aangewezen als landelijk corruptieofficier. Deze officier heeft specialistische deskundigheid op het terrein van de opsporing en vervolging van corruptiezaken. Hij draagt er zorg voor dat deze specialistische kennis ook voor andere leden van het openbaar ministerie toegankelijk is. De landelijk corruptieofficier verleent het lokale openbaar ministerie gevraagd en ongevraagd bijstand aan de opsporing en vervolging van corruptiezaken. De landelijk corruptieofficier is ook verantwoordelijk voor projectvoorbereiding, screening van signalen, en onderzoek naar criminaliteitsbeeld, zoals dit gebeurt door de Rijksrecherche. In voorkomende gevallen geeft hij ook zelf leiding aan opsporingsonderzoeken naar gevallen van corruptie. Voorts heeft de landelijk corruptieofficier een initiërende rol bij het ontwikkelen of aanpassen van nieuwe wetgeving en relevant beleid. Overgangsrecht De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding Waar in deze aanwijzing vanaf nu over gift wordt gesproken wordt steeds bedoeld: gift, belofte of dienst. TK, , 26469, nr. 3, blz TK, , 26469, nr. 5, blz. 6. Zie onder meer: HR 13 oktober 2009, LJN BJ6793. Zie: Modelgedragscode Integriteit Sector Rijk, Staatscourant 24 maart 2006, nr /4

18 4/10/2014 wetten.nl - Wet- en regelgeving printen - Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie in Nederland - BWBR Wet van 26 november 2009, Stb 525, i.w.t. op 1 april 2010, Stb. 2010, /4

19 4/7/2014 EUR-Lex F NL 32003F0568 Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privé-sector Publicatieblad Nr. L 192 van 31/07/2003 blz Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de privé-sector DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 29, artikel 31, lid 1, onder e), en artikel 34, lid 2, onder b), Gezien het initiatief van het Koninkrijk Denemarken(1), Gezien het advies van het Europees Parlement(2), Overwegende hetgeen volgt: (1) Samen met de mondialisering is de grensoverschrijdende handel in goederen en diensten de laatste jaren toegenomen. Corruptie in de privé-sector van een lidstaat vormt derhalve niet alleen een nationaal, maar ook een grensoverschrijdend probleem dat het meest doeltreffend wordt bestreden door gemeenschappelijke maatregelen van de Europese Unie. (2) De Raad heeft op 27 september 1996 de akte tot vaststelling van een protocol bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen(3) aangenomen. Het protocol, dat op 17 oktober 2002 in werking is getreden, bevat definities en geharmoniseerde sancties voor corruptiedelicten. (3) De Raad heeft op 26 mei 1997 een overeenkomst(4) aangenomen ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn. (4) Voorts heeft de Raad op 22 december 1998 Gemeenschappelijk Optreden 98/742/JBZ inzake corruptie in de privé-sector(5) aangenomen. Bij de aanneming van het gemeenschappelijk optreden heeft de Raad verklaard overeen te zijn gekomen dat dit gemeenschappelijk optreden op het niveau van de Europese Unie een eerste stap is ter bestrijding van dergelijke corruptie en dat, in het licht van de beoordeling uit hoofde van artikel 8, lid 2, van het gemeenschappelijk optreden, in een later stadium verdere maatregelen zullen worden genomen. Een verslag over de omzetting door de lidstaten van het gemeenschappelijk optreden in het nationale recht is nog niet beschikbaar. (5) De Raad heeft op 13 juni 2002 Kaderbesluit 2002/584/JBZ betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten(6) aangenomen, waarin corruptie genoemd wordt onder de binnen de werkingssfeer van het Europees aanhoudingsbevel vallende delicten waarvan de dubbele strafbaarstelling niet vooraf behoeft te worden getoetst. (6) Volgens artikel 29 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is het doel van de Unie de burgers in een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid een hoog niveau van zekerheid te verschaffen en wordt deze doelstelling verwezenlijkt door het voorkomen en bestrijden van al dan niet georganiseerde criminaliteit, waaronder corruptie. (7) De Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999 heeft in punt 48 van zijn conclusies corruptie aangemerkt als een sector waarvoor het van bijzonder belang is minimumregels vast te stellen voor de definiëring van strafbare feiten in de lidstaten en voor de strafbaarstelling daarvan. (8) Op 21 november 1997 is tijdens een onderhandelingsconferentie een OESO-verdrag inzake de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties aangenomen;; voorts heeft de Raad van Europa een verdrag aangenomen inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie, dat op 27 januari 1999 voor ondertekening is opengesteld. Dit verdrag hangt samen met een overeenkomst betreffende de oprichting van de Groep van staten tegen corruptie (GRECO). Verder zijn er onderhandelingen begonnen over een VN-verdrag inzake de bestrijding van corruptie. 1/4

20 4/7/2014 EUR-Lex F NL (9) De lidstaten hechten er veel belang aan om corruptie in zowel de openbare als de privésector te bestrijden, aangezien zij van oordeel zijn dat corruptie zowel in de openbare als in de privé-sector een bedreiging vormt voor de rechtsstaat, de concurrentie in verband met de aankoop van goederen of commerciële diensten vervalst en een gezonde economische ontwikkeling in de weg staat. Tegen deze achtergrond zullen de lidstaten die de overeenkomst van de Europese Unie van 26 mei 1997 en het verdrag van de Raad van Europa van 27 januari 1999 nog niet hebben bekrachtigd, zich erop beraden hoe zij dit zo spoedig mogelijk kunnen doen. (10) Dit kaderbesluit beoogt met name te verzekeren dat zowel actieve als passieve corruptie in de privé-sector in alle lidstaten strafbaar is, dat ook rechtspersonen voor deze delicten aansprakelijk kunnen worden gesteld en dat de opgelegde straffen doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, HEEFT HET VOLGENDE KADERBESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 Definities In dit kaderbesluit wordt verstaan onder: - "rechtspersoon": ieder lichaam dat deze hoedanigheid krachtens het toepasselijke nationale recht bezit, met uitzondering van staten of andere overheidslichamen in de uitoefening van het openbaar gezag en publiekrechtelijke internationale organisaties;; - "plichtsverzuim": plichtsverzuim zoals omschreven in het nationale recht. Plichtsverzuim in dit kaderbesluit omvat ten minste deloyaal gedrag dat een inbreuk vormt op een wettelijke plicht of, naar gelang van het geval, een inbreuk op beroepsvoorschriften of -instructies die van toepassing zijn in het beroep van een persoon die, in welke hoedanigheid ook, leiding geeft aan of werkt voor een onderneming in de privé-sector. Artikel 2 Actieve en passieve corruptie in de privé-sector 1. De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de volgende opzettelijke gedragingen strafbaar worden gesteld wanneer zij plaatsvinden in het kader van zakelijke activiteiten: a) de gedraging waarbij, onmiddellijk of middellijk, aan een persoon die, in welke hoedanigheid dan ook, leiding geeft aan of werkt voor een onderneming in de privé-sector, een nietgerechtvaardigd voordeel, ongeacht de aard daarvan, voor die persoon zelf of voor een derde wordt beloofd, aangeboden of verstrekt, in ruil voor het verrichten of nalaten door die persoon van een handeling, waarbij die persoon zijn plicht verzuimt;; b) de gedraging waarbij een persoon die, in welke hoedanigheid dan ook, leiding geeft aan of werkt voor een onderneming in de privé-sector, onmiddellijk of middellijk een nietgerechtvaardigd voordeel, ongeacht de aard daarvan, voor zichzelf of voor een derde vraagt of aanneemt, dan wel ingaat op een desbetreffende toezegging, in ruil voor het verrichten of nalaten van een handeling, waarbij hij zijn plicht verzuimt. 2. Lid 1 is van toepassing op zakelijke activiteiten in al dan niet op winst gerichte entiteiten. 3. Een lidstaat kan verklaren dat hij de werkingssfeer van lid 1 zal beperken tot gedragingen die de concurrentie in verband met de aankoop van goederen of commerciële diensten vervalsen of zouden kunnen vervalsen. 4. De in lid 3 bedoelde verklaring wordt aan de Raad meegedeeld bij de aanneming van dit kaderbesluit en geldt vijf jaar vanaf 22 juli Dit artikel wordt tijdig vóór 22 juli 2010 door de Raad opnieuw bezien om te beoordelen of de verklaringen uit hoofde van lid 3 kunnen worden hernieuwd. Artikel 3 Uitlokking, medeplichtigheid, aanzetting De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat uitlokking van, medeplichtigheid aan en aanzetting tot de in artikel 2 bedoelde gedragingen strafbaar worden gesteld. Artikel 4 Sancties en andere strafmaatregelen 2/4

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2000 616 Wet van 13 december 2000 tot herziening van een aantal strafbepalingen betreffende ambtsmisdrijven in het Wetboek van Strafrecht alsmede

Nadere informatie

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken

32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid. Brief van de minister van Buitenlandse Zaken 32635 Strategie van Nederlands buitenlandbeleid Nr. 5 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 26 april 2012 Mede namens de Staatssecretaris

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag DGOBR Directie Organisatie- en Personeelsbeleid Rijk www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Ministerie van Justitie j1 Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Rechtshandhaving en Criminaliteitsbestrijding Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

In een glazen huis. Gedragscode politiek ambtsdragers gemeente Brummen

In een glazen huis. Gedragscode politiek ambtsdragers gemeente Brummen In een glazen huis Gedragscode politiek ambtsdragers gemeente Brummen Gedragscode politieke ambtsdragers gemeente Brummen Kenmerk : RD12.0134 Versiedatum : 13 februari 2012 Auteur/Afdeling : Raadsgriffie

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING. 1. Inleiding Implementatie van de richtlijn 2014/62/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij en ter vervanging

Nadere informatie

opleiding BOA Wetboek van Strafrecht

opleiding BOA Wetboek van Strafrecht Deze reader geeft een overzicht van de die zijn genoemd in de eindtermen, versie juni 2005. Eerste Boek. Algemene bepalingen Titel I. Omvang van de werking van de strafwet Artikel 1 1. Geen feit is strafbaar

Nadere informatie

Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer

Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie datum 1 juli 2014 Betreffende wetsvoorstel: 33685 Wijziging

Nadere informatie

De bedrijfscode van JNW makelaars.

De bedrijfscode van JNW makelaars. De bedrijfscode van JNW makelaars. Pagina Inleiding 2 1. Toepasselijkheid 2 2. Toezichthouder 2 3. Integer handelen 3 4. Onrechtmatig handelen 3 5. Nieuwe medewerkers 3 6. Cliëntenonderzoek 3 7. Betrokkenheid

Nadere informatie

CONCEPTWETSVOORSTEL VERSTERKING BESTRIJDING COMPUTERCRIMINALITEIT

CONCEPTWETSVOORSTEL VERSTERKING BESTRIJDING COMPUTERCRIMINALITEIT Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met ontoegankelijkmaking van gegevens op het internet, strafbaarstelling van het wederrechtelijk overnemen van gegevens

Nadere informatie

OMKOPING IN DE SCHIJNWERPERS

OMKOPING IN DE SCHIJNWERPERS De strafrechtelijke bestrijding van corruptie krijgt steeds meer aandacht, internationaal en nationaal. Diverse landen, waaronder Nederland, hebben in de afgelopen jaren hun wetgeving aangepast om gevallen

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

mr Jack Blom 13-09-2011 Functioneel Parket De juiste zaken goed doen

mr Jack Blom 13-09-2011 Functioneel Parket De juiste zaken goed doen mr Jack Blom 13-09-2011 Functioneel Parket De juiste zaken goed doen Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Indeling Inwerkingtreding Doel Vraag -Strafrechtelijk -Bestuursrechtelijk Conclusie Toekomst

Nadere informatie

Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ;

Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; Besluit 2013/D007 Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; gericht op de uitvoering van de werkzaamheden welke op grond van

Nadere informatie

Omkoping. Recente ontwikkelingen in NL en UK

Omkoping. Recente ontwikkelingen in NL en UK Omkoping Recente ontwikkelingen in NL en UK Sectie ondernemingsstrafrecht Marike Bakker: partner Léon de Jager: senior medewerker Charlotte Posthuma: Professional Support Lawyer Gespecialiseerd in economisch

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 374 Corruptiepreventie Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 31 mei 2007

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 208 Uitvoering van het op 20 december 2006 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1997 1998 Nr. 239 24 112 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 (wijziging van de regelingen van de invordering en inhouding van rijbewijzen en de bijkomende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 213 Uitvoering van het op 31 januari 1995 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de sluikhandel over zee, ter uitvoering van artikel

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking

Nadere informatie

Toelichting bij de gewijzigde voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand

Toelichting bij de gewijzigde voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand Toelichting bij de gewijzigde voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand Ter introductie Het is belangrijk dat ambtenaren die een vermoeden van een misstand hebben, deze op een laagdrempelige wijze kunnen

Nadere informatie

Wijziging Barp en Brvp 10 maart 2006

Wijziging Barp en Brvp 10 maart 2006 Onderdeel DGV/POL/OenL Inlichtingen A. Schukken T 070-426 7435 F 070-426 7440 1 van 5 Aan de korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen de korpsbeheerder van het Klpd de voorzitter van het college

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

ARTIKEL I. Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 54a komt te luiden: Artikel 54a

ARTIKEL I. Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 54a komt te luiden: Artikel 54a Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de verbetering en versterking van de opsporing en vervolging van computercriminaliteit (computercriminaliteit III)

Nadere informatie

1. Afbakening van en aanvulling op GRECO rapport

1. Afbakening van en aanvulling op GRECO rapport Minister van Justitie D.t.v. Mw. Mr. E.E. Weeda Postbus 20301 2500 EH Den Haag datum 2 februari 2004 contactpersoon R.C. Hartendorp doorkiesnummer 070-361 9788 e-mail R.Hartendorp@rvdr.drp.minjus.nl ons

Nadere informatie

Klokkenluidersregeling

Klokkenluidersregeling REGELING INZAKE HET OMGAAN MET EEN VERMOEDEN VAN EEN MISSTAND HOOFDSTUK 1. DEFINITIES Artikel 1. Definities In deze regeling worden de volgende definities gebruikt: betrokkene: degene die al dan niet in

Nadere informatie

Toelichting. Algemeen

Toelichting. Algemeen Toelichting Algemeen Op 1 januari 2013 zijn de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving en de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in werking getreden. Hierdoor wijzigt o.a. de

Nadere informatie

3 De nieuwe Wet Huis voor klokkenluiders en de rol van de ondernemingsraad

3 De nieuwe Wet Huis voor klokkenluiders en de rol van de ondernemingsraad Klokkenluiders en ondernemingsraad 3 De nieuwe Wet Huis voor klokkenluiders en de rol van de ondernemingsraad Alexander Briejer & Miranda Koevoets 1. Inleiding De klokkenluidersproblematiek heeft in literatuur

Nadere informatie

Gedragscode ICT-functionarissen Universiteit Twente

Gedragscode ICT-functionarissen Universiteit Twente Universitair Informatiemanagement Kenmerk: SB/UIM/12/1107/khv Datum: 13 december 2012 Gedragscode ICT-functionarissen Universiteit Twente Vanuit hun functie hebben ICT-functionarissen vaak verregaande

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties)

Nadere informatie

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1 DECREET van 15 september 1981, houdende vaststelling van regelen inzake het verlenen van vergunningen voor het uitoefenen van enig bedrijf of beroep (Decreet Vergunningen Bedrijven en Beroepen) (S.B. 1981

Nadere informatie

TOEZICHT OPSPORING. Jan Willem van Veenendaal MEC.

TOEZICHT OPSPORING. Jan Willem van Veenendaal MEC. TOEZICHT EN/OF OPSPORING Jan Willem van Veenendaal MEC. Rechtshandhavingsystemen Onderwerpen: Iets over Bestuursrechtelijke bevoegdheden De sfeerovergang Iets over Strafrechtelijke bevoegdheden Toezicht

Nadere informatie

opleiding BOA Wetgeving adhv eindtermen

opleiding BOA Wetgeving adhv eindtermen In de eindtermen (juni 2005) voor de opleiding BOA wordt verwezen naar een aantal artikelen van wetten. Deze wetten zijn: de Algemene wet op het Binnentreden (Awob) Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk Uw kenmerk 2014Z17589 Betreft

Nadere informatie

Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke. verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013

Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke. verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013 Beleidsregels WWB/IOAW/IOAZschriftelijke waarschuwing en verminderde verwijtbaarheid gemeente Tholen 2013 Burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen; Gelet op artikel 18a van de Wet werk en bijstand

Nadere informatie

ARRESTANTENVERZORGING. Juridische aspecten De politie Het strafproces Verzorging Ethiek

ARRESTANTENVERZORGING. Juridische aspecten De politie Het strafproces Verzorging Ethiek ARRESTANTENVERZORGING Juridische aspecten De politie Het strafproces Verzorging Ethiek januari 2013 Doel van het strafproces / strafvordering = het nemen van strafvorderlijke beslissingen Bestaat uit =

Nadere informatie

Datum 28 februari 2013 Onderwerp Beantwoording kamervragen over vervolgingen en veroordelingen wegens majesteitsschennis

Datum 28 februari 2013 Onderwerp Beantwoording kamervragen over vervolgingen en veroordelingen wegens majesteitsschennis 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

BNG Regeling melding (vermeende) misstand

BNG Regeling melding (vermeende) misstand Koninginnegracht 2 2514 AA Den Haag T 0703750750 www.bngbank.nl BNG Regeling melding (vermeende) misstand BNG Bank is een handelsnaam van N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, statutair gevestigd te Den Haag,

Nadere informatie

Beoogd effect Argumenten

Beoogd effect Argumenten Raadsvoorstel Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Zaaknummer: 1096711 Sliedrecht, 29 oktober 2013 Onderwerp: Drank- en Horecaverordening Gemeente Sliedrecht. Beslispunten 1. De bijgevoegde tekst van

Nadere informatie

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt.

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt. R e g i s t r a t i e k a m e r Minister van Justitie..'s-Gravenhage, 30 april 1999.. Onderwerp Wijziging van het Wetboek van Strafvordering Bij brief met bijlage van 9 maart 1999 (uw kenmerk: 750136/99/6)

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 199 Wet van 8 mei 2003 tot aanpassing van Boek 3 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Telecommunicatiewet en de Wet op de economische delicten

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

Informatie over deze regeling kunt u inwinnen bij de afdeling Openbare Ruimte en Verkeer, de heer

Informatie over deze regeling kunt u inwinnen bij de afdeling Openbare Ruimte en Verkeer, de heer Verordening op de kans- en de behendigheidsspelen vastgesteld door de gemeenteraad van s-hertogenbosch op 19 december 2006 goedgekeurd door Gedeputeerde Staten goedgekeurd door de Kroon medegedeeld aan

Nadere informatie

Speciale nieuwsbrief over personentoetsingen

Speciale nieuwsbrief over personentoetsingen Speciale nieuwsbrief over personentoetsingen Beste relatie, Hierbij ontvangt u de digitale nieuwsbrief van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Deze speciale nieuwsbrief over personentoetsingen is opgesteld

Nadere informatie

Gewijzigde Voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand 2013

Gewijzigde Voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand 2013 Gewijzigde Voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand 2013 Het bevoegd gezag van [GEMEENTE OF ORGANISATIE INVULLEN]; gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling

Nadere informatie

Klokkenluidersregeling Woonpartners Midden-Holland

Klokkenluidersregeling Woonpartners Midden-Holland Klokkenluidersregeling Woonpartners Midden-Holland Waddinxveen, 15 december 2014 Doc.nr.: 1412025 / # Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 1 Inleiding 3 1.1 Waarom een klokkenluidersregeling... 3 1.2 Definities...

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102 Rapport Rapport in het onderzoek naar klachten en signalen over het Meldpunt Internetoplichting, ondergebracht bij het regionale politiekorps Kennemerland. Datum: 13 juni 2012 Rapportnummer: 2012/102 2

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Cel voor Financiële Informatieverwerking Onderwerp Toelichtingsnota bestemd voor advocaten Datum 24 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document

Nadere informatie

Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO

Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO Regeling melden vermoeden van een misstand in de sector VO Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. bestuur: de natuurlijke persoon/personen of het orgaan

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 maart 2003 (OR. en) 6505/03 CRIMORG 11

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 6 maart 2003 (OR. en) 6505/03 CRIMORG 11 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 6 maart 2003 (OR. en) 6505/03 CRIMORG 11 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Initiatief van het Koninkrijk Denemarken met het oog op de aanneming van

Nadere informatie

Accountant moet op zijn tellen passen bij begeleiding inkeer van zijn cliënt

Accountant moet op zijn tellen passen bij begeleiding inkeer van zijn cliënt Accountant moet op zijn tellen passen bij begeleiding inkeer van zijn cliënt Het bankgeheim staat onder druk. Diverse staten, waaronder Zwitserland en Liechtenstein, verklaarden zich recent bereid om internationale

Nadere informatie

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving)

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Inleiding Op 24 november 2014 heeft de CRvB de eerste uitspraak gedaan over boetes

Nadere informatie

Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3. 1. Met de algemene zorg voor het statistiekwezen is belast het ABS.

Artikel 1. Artikel 2. Artikel 3. 1. Met de algemene zorg voor het statistiekwezen is belast het ABS. WET van 3 december 2002, houdende voorzieningen met betrekking tot het Statistiekwezen in Suriname (Statistiekwet 2002) (S.B. 2002 no. 97), zoals zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij S.B.

Nadere informatie

Versie: 1.0 Datum: 1 oktober 2011. Integriteitscode ICT

Versie: 1.0 Datum: 1 oktober 2011. Integriteitscode ICT Versie: 1.0 Datum: 1 oktober 2011 Integriteitscode ICT Toelichting Voor u ligt de 'Integriteitscode ICT van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). De integriteitscode bevat een overzicht van de huidige

Nadere informatie

BESCHIKKING INZAKE VERZOEK EX ARTIKEL 475 Jo 460 VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING

BESCHIKKING INZAKE VERZOEK EX ARTIKEL 475 Jo 460 VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING HET HOF VAN JUSTITIE VAN SURINAME BESCHIKKING INZAKE VERZOEK EX ARTIKEL 475 Jo 460 VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING Gelezen het namens [klager] ingediend verzoekschrift, welke ertoe strekt dat het Hof

Nadere informatie

Samenvatting - Ambtscriminaliteit aangegeven?

Samenvatting - Ambtscriminaliteit aangegeven? Samenvatting - Ambtscriminaliteit aangegeven? Een onderzoek naar het opvolgen van en kennis over de wettelijke verplichting tot aangifte van artikel 162 Sv misdrijven Edo de Vries Robbé, Agnes Cornelissens

Nadere informatie

opleiding BOA Besluit BOA

opleiding BOA Besluit BOA Deze reader geeft een overzicht van de die zijn genoemd, versie juni 2005. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 2 De buitengewoon opsporingsambtenaar die beschikt over: a. een titel van opsporingsbevoegdheid,

Nadere informatie

Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet Rotterdam 2015

Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet Rotterdam 2015 Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet Rotterdam 2015 De directeur van het cluster Werk en Inkomen, Gelezen het voorstel van 23 januari 2015; gelet op artikel 18a van de Participatiewet; besluit:

Nadere informatie

OM-tips voor Bibob. Waar moet ik op letten?

OM-tips voor Bibob. Waar moet ik op letten? OM-tips voor Bibob Waar moet ik op letten? Wat is een OM-tip? Het Openbaar Ministerie (OM) is een belangrijke partner in de uitvoering van de Wet Bibob. Het OM beschikt over waardevolle informatie over

Nadere informatie

CONVENANT TUSSEN BELASTINGDIENST

CONVENANT TUSSEN BELASTINGDIENST Centraal Justitieel Incassobureau Minisrerie van Veiligheid en Juseitie CONVENANT TUSSEN CENTRAAL JUSTITIEEL INCASSOBUREAU EN BELASTINGDIENST Datum 4 september 2013 Status Definitief DE ONDERGETEKENDEN:

Nadere informatie

Introductie tot de FIU-Nederland

Introductie tot de FIU-Nederland Introductie tot de FIU-Nederland H.M. Verbeek-Kusters EMPM Hoofd FIU - Nederland l 05-06-2012 Inhoud presentatie Witwassen Organisatie FIU-Nederland Van ongebruikelijk naar verdacht Wat is een ongebruikelijke

Nadere informatie

gelet op artikel 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;

gelet op artikel 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; Besluit van de deken in het arrondissement Oost-Brabant van 11 mei 2016 tot vaststelling van de beleidsregel handhaving Wwft 2016 in het arrondissement Oost- Brabant De deken van de orde in het arrondissement

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 21460 29 juli 2014 Reglement bescherming persoonsgegevens Kansspelautoriteit De raad van bestuur van de Kansspelautoriteit,

Nadere informatie

Camera-toezicht op de werkplek

Camera-toezicht op de werkplek Camera-toezicht op de werkplek december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden gesteld

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Regeling tegemoetkoming rechtskundige hulp politie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Regeling tegemoetkoming rechtskundige hulp politie STAATSCOURANT Nr. Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 1324 236 44december 2008 Regeling tegemoetkoming rechtskundige hulp politie 14 november 2008 Nr. 2008-0000539734 De

Nadere informatie

Beleidsregels Boete Participatiewet/Bbz, IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoek 2015 en volgende jaren.

Beleidsregels Boete Participatiewet/Bbz, IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoek 2015 en volgende jaren. Beleidsregels Boete Participatiewet/Bbz, IOAW en IOAZ Sociale Dienst Oost Achterhoek 2015 en volgende jaren. Artikel 1. Gebruikmaking van de wettelijke bevoegdheid. 1. Het college maakt gebruik van de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 574 Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de bestrijding van visstroperij en het vervallen van de akte, alsmede enkele andere wijzigingen

Nadere informatie

gezien het advies van de Algemene Raadscommissie van 20 november 2014;

gezien het advies van de Algemene Raadscommissie van 20 november 2014; Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Bergen 2015 De raad van de gemeente Bergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2014; gelet op artikel 8,

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 012 Wijziging van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie in verband met de verruiming van de kring van ambtenaren, belast met de opsporing

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 september 2000 (29.09) (OR. fr) 11702/00 LIMITE CATS 58 COPEN 63 JAI 97

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 27 september 2000 (29.09) (OR. fr) 11702/00 LIMITE CATS 58 COPEN 63 JAI 97 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 27 september 2000 (29.09) (OR. fr) 11702/00 LIMITE CATS 58 COPEN 63 JAI 97 NOTA van: het voorzitterschap aan: het Comité van artikel 36 nr. vorig doc.: 10597/00 COPEN

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2007 575 Wet van 20 december 2007, tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de jeugdzorg met het

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 070.00 ingediend door: hierna te noemen klager`, tegen: hierna te noemen 'verzekeraar. De Raad van Toezicht Verzekeringen heeft

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 258 Voorstel van wet van de leden Van Raak, Fokke, Schouw, Voortman, Segers, Ouwehand en Klein houdende de oprichting van een Huis voor klokkenluiders

Nadere informatie

Overleg- en aangifteplicht

Overleg- en aangifteplicht 1.e. Op 28 juli 1999 is de Wet bestrijding van seksueel misbruik en seksuele intimidatie in het onderwijs in werking getreden. Deze wet is een uitwerking van de voorstellen die de toenmalige staatssecretaris

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Nadere informatie

Plan van aanpak. Protocol. pilot camera s op. GGD/ Ambulances. in de Regio Haaglanden

Plan van aanpak. Protocol. pilot camera s op. GGD/ Ambulances. in de Regio Haaglanden Plan van aanpak en Protocol pilot camera s op GGD/ Ambulances in de Regio Haaglanden 1 Inhoudsopgave pag 1. Aanleiding 3 2. Doel en reikwijdte 3 3. Organisatie 4 4. Aanpak en planning 4 5. Financiering

Nadere informatie

KLOKKENLUIDERSREGLEMENT STICHTING TRIFOLIUM WOONDIENSTEN BOSKOOP

KLOKKENLUIDERSREGLEMENT STICHTING TRIFOLIUM WOONDIENSTEN BOSKOOP KLOKKENLUIDERSREGLEMENT STICHTING TRIFOLIUM WOONDIENSTEN BOSKOOP Inleiding/beleidslijn Trifolium verwacht dat haar medewerkers zich te allen tijde aan in- en externe regelgeving en afspraken zullen houden.

Nadere informatie

BESTUURSVERKLARING TEN BEHOEVE VAN DE ZORGINKOOP WIJKVERPLEGING 2016

BESTUURSVERKLARING TEN BEHOEVE VAN DE ZORGINKOOP WIJKVERPLEGING 2016 BESTUURSVERKLARING TEN BEHOEVE VAN DE ZORGINKOOP WIJKVERPLEGING 2016 Algemene gegevens Naam Zorgaanbieder Rechtsvorm inschrijvende organisatie KVK-nummer AGB-code Aanhef tekenbevoegde bestuurder Naam en

Nadere informatie

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling gemeente Heerhugowaard Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Gemeente Heerhugowaard Citeertitel

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Faillissementswet in verband met de invoering van de mogelijkheid van een civielrechtelijk bestuursverbod (Wet civielrechtelijk bestuursverbod) VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij

Nadere informatie

wet aangenomen, maar ratificatie nog niet bekendgemaakt

wet aangenomen, maar ratificatie nog niet bekendgemaakt Brussel, 23 Mei 2001 Bijna zes jaar nadat de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (de BFB-overeenkomst) werd opgesteld, werkt het ontbreken van

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r

R e g i s t r a t i e k a m e r R e g i s t r a t i e k a m e r..'s-gravenhage, 15 oktober 1998.. Onderwerp gegevensverstrekking door internet providers aan politie Op 28 augustus 1998 heeft er bij de Registratiekamer een bijeenkomst

Nadere informatie

Samenvatting. 1 Letterlijk: Ontzegging van de Bevoegdheid Motorrijtuigen te besturen.

Samenvatting. 1 Letterlijk: Ontzegging van de Bevoegdheid Motorrijtuigen te besturen. Op 24 juni 1998 is de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) gewijzigd. Deze wijziging komt voort uit de wens van de Tweede Kamer om te komen tot een strengere aanpak van gevaarlijk rijgedrag in het verkeer.

Nadere informatie

partijen zijn op de hoogte van de Richtlijn/Adviesregeling Arbeidsvoorwaarden Bestuurder kinderopvang van de NVTK (hierna: de Richtlijn).

partijen zijn op de hoogte van de Richtlijn/Adviesregeling Arbeidsvoorwaarden Bestuurder kinderopvang van de NVTK (hierna: de Richtlijn). MODEL ARBEIDSOVEREENKOMST BESTUURDER KINDEROPVANG DE ONDERGETEKENDEN: 1. [NAAM RECHTSPERSOON], gevestigd te [PLAATS], ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door [NAAM], in zijn/haar hoedanigheid van [FUNCTIE],

Nadere informatie

Wetboek van Strafrecht

Wetboek van Strafrecht Wetboek van Strafrecht Titel XIV. Misdrijven tegen de zeden Artikel 239 Met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft schennis van de eerbaarheid:

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Limburg-Noord op 14 juli 2008 heeft geweigerd de aangifte van diefstal van haar kat op te nemen. Beoordeling

Nadere informatie

Benelux... 121 Verdrag 27 juni 1962 aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom

Benelux... 121 Verdrag 27 juni 1962 aangaande de uitlevering en de rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom INHOUD Nationaal... 13 Artikelen 3-4 Strafwetboek (Wet 8 juni 1867)... 14 Wet 1 oktober 1833 op de uitleveringen... 15 Uitleveringswet 15 maart 1874... 17 Artikelen 6 14 Voorafgaande Titel Wetboek van

Nadere informatie

REGLEMENT 3.683.BD/BJZ PROTOCOL PROCESBESLUIT EN VERTEGENWOORDIGING IN RECHTE

REGLEMENT 3.683.BD/BJZ PROTOCOL PROCESBESLUIT EN VERTEGENWOORDIGING IN RECHTE 3.683.BD/BJZ PROTOCOL PROCESBESLUIT EN VERTEGENWOORDIGING IN RECHTE Vastgesteld bij collegebesluit van 19 juni 2007, nr. 6a. Datum bekendmaking: 27 juni 2007. Datum inwerkingtreding: 28 juni 2007. Gemeenteblad

Nadere informatie

b e s l u i t vast te stellen de hierna volgende Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Alkmaar.

b e s l u i t vast te stellen de hierna volgende Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Alkmaar. Raadsbesluit Nr. De raad van de gemeente Alkmaar; gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders, bijlage nr.; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i van de Wet werk en bijstand; gelet op het

Nadere informatie

Voorbeeld Incidentenregeling voor een Uitvoeringsorganisatie

Voorbeeld Incidentenregeling voor een Uitvoeringsorganisatie Voorbeeld Incidentenregeling voor een Uitvoeringsorganisatie Mei 2009 1 Incidentenregeling van Inleiding Deze Incidentenregeling geeft aan welke stappen gevolgd moeten worden

Nadere informatie

K l o k k e n l u i d e r s r e g e l i n g. Stichting Pensioenfonds PostN L

K l o k k e n l u i d e r s r e g e l i n g. Stichting Pensioenfonds PostN L K l o k k e n l u i d e r s r e g e l i n g Stichting Pensioenfonds PostN L Versie december 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Regelgeving 3 3 Samenhang interne regelingen 3 4 Inhoud Klokkenluidersregeling

Nadere informatie

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 TITEL I TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1 Deze wet regelt een

Nadere informatie