ECLI:NL:RBZWB:2015:181

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ECLI:NL:RBZWB:2015:181"

Transcriptie

1 ECLI:NL:RBZWB:2015:181 Instantie Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 02/ Rechtsgebieden Rechtbank Zeeland West Brabant Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig Inhoudsindicatie Na een overdosis antidepressiva ingenomen te hebben heeft verdachte zijn echtgenote om het leven gebracht en geprobeerd zijn zoon om het leven te brengen. Hij wordt veroordeeld voor doodslag op zijn echtgenote en poging tot moord op zijn zoon. Van voorbedachte raad ten aanzien van de dood van zijn echtgenote is geen sprake omdat verdachte heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Ten aanzien van de poging tot moord op zijn zoon heeft hij een kort moment van beraad en kalm en rustig overleg gehad. Hij beschouwde het doden van zijn zoon als de enige en beste oplossing om ook zijn zoon uit zijn lijden te verlossen. Vindplaatsen Rechtspraak.nl Uitspraak RECHTBANK ZEELAND WEST BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/ vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 januari 2015 in de strafzaak tegen [naam 1] geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] gedetineerd in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum te Vught raadsman mr. Visser, advocaat te Breda 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 december 2014, waarbij de officier van justitie, mr. Gudde, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging Verdachte staat terecht, ter zake dat: 1. hij op of omstreeks 31 maart 2014, te Oosterhout, opzettelijk en met voorbedachten rade zijn echtgenote [naam 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, de keel van die [naam 2] enige tijd dichtgeknepen gehouden en/of meermalen, althans éénmaal, met een hamer tegen het hoofd van die [naam 2] geslagen en/of meermalen, althans éénmaal, met een mes in het (boven)lichaam van die [naam 2] gestoken en/of gesneden, waardoor die [naam 2] ernstig(e) inwendig(e) letsel(s) heeft opgelopen en/of geen, althans verminderd zuurstof kon opnemen en/of veel bloed heeft verloren, tengevolge waarvan voornoemde [naam 2] is overleden; art 289 Wetboek van Strafrecht 1/9

2 subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 31 maart 2014, te Oosterhout, opzettelijk zijn echtgenote [naam 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet de keel van die [naam 2] enige tijd dichtgeknepen gehouden en/of meermalen, althans éénmaal, met een hamer tegen het hoofd van die [naam 2] geslagen en/of meermalen, althans éénmaal, met een mes in het (boven)lichaam van die [naam 2] gestoken en/of gesneden, waardoor die [naam 2] ernstig(e) inwendige letsel(s) heeft opgelopen en/of geen, althans verminderd zuurstof kon opnemen en/of veel bloed heeft verloren, tengevolge waarvan voornoemde [naam 2] is overleden; art 287 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 31 maart 2014, te Oosterhout, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade zijn zoon [naam 3] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met medeneming van een mes naar die [naam 3] is gegaan en/of (vervolgens) meermalen, althans éénmaal, met dat/een mes, althans met een scherp voorwerp in/tegen het bovenlichaam van die [naam 3] heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 289 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 31 maart 2014, te Oosterhout, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk zijn zoon [naam 3] van het leven te beroven, met dat opzet met medeneming van een mes naar die [naam 3] is gegaan en/of (vervolgens) meermalen, althans éénmaal, met dat/een mes, althans met een scherp voorwerp in/tegen het bovenlichaam van die [naam 3] heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 287 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 31 maart 2014, te Oosterhout, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn zoon [naam 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met medeneming van een mes naar die [naam 3] is gegaan en/of (vervolgens) meermalen, althans éénmaal, met dat/een mes, althans met een scherp voorwerp in/tegen het bovenlichaam van die [naam 3] heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 31 maart 2014 zijn echtgenote [naam 2] heeft gedood en heeft geprobeerd zijn zoon [naam 3] te doden. Zij baseert zich daarbij onder meer op de bekennende verklaring van verdachte, op het 112 gesprek dat verdachte voerde met de hulpdiensten en op het sectierapport. Daarnaast baseert de officier van justitie zich op de verklaring van [naam 3] en op de letselschaderapportage over [naam 3]. 2/9

3 Ten aanzien van de dood van [naam 2] is de officier van justitie van mening dat doodslag wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachte was in eerste instantie van plan om niet alleen zichzelf te doden maar ook [naam 2] en [naam 3] van het leven te beroven. Na een continue strijd in zijn hoofd die nacht heeft verdachte uiteindelijk het besluit genomen om alleen een eind aan zijn eigen leven te maken omdat het andere scenario te gruwelijk zou zijn. Met een gevoel van rust en verzoening heeft verdachte een overdosis clomipramine ingenomen. Toen zijn vrouw [naam 2] er achter kwam en de ambulance wilde bellen, ontstak verdachte in woeste razernij. Zij verstoorde zijn plan waarmee hij eindelijk rust had gevonden en dat kon hij niet toestaan. Onder deze omstandigheden, hoewel verdachte het plan uitgevoerd heeft dat hij al meerdere keren in zijn hoofd de revue heeft laten passeren, en daarvoor eerder ook al middelen had klaargelegd, kan naar de mening van de officier van justitie niet gesproken worden van doordachte handelingen maar van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling zodat verdachte dient te worden vrijgesproken van moord op [naam 2]. Nadat verdachte zijn vrouw had gedood, is hij naar beneden gelopen met het mes in zijn hand. Hij wist dat [naam 3] daar was en kon [naam 3] niet laten leven nu hij wist dat zijn vrouw [naam 2] dood was en hij zelf ook snel zou sterven door de overdosis aan medicatie. Verdachte heeft [naam 3] van achteren vastgepakt en hem meerdere keren in zijn rug gestoken. Door deze aaneenschakeling van handelingen en daarmee ook wilsbesluiten, is naar de mening van de officier van justitie sprake van voorbedachte raad en dus van een poging moord. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Daartoe is het volgende aangevoerd. In de ochtend van 31 maart 2014 heeft verdachte het besluit genomen zelf een eind aan zijn leven te maken. Nadat zijn vrouw [naam 2] kort na 7.00 uur uit bed en naar beneden was gegaan, heeft verdachte de pillen uit de tas van zijn vrouw gepakt. Hij heeft toen naar schatting 50 pillen ingenomen. Op dat moment had hij besloten om alleen zelfmoord te plegen en [naam 2] en [naam 3] niet om te brengen. Verdachte kreeg hierdoor een rustig gevoel. De daad was verricht dus het overlijden zou vanzelf volgen. Verdachte werd wakker omdat [naam 2] naar boven was gekomen. Toen zij hoorde dat verdachte de pillen had ingenomen, wilde zij de ambulance bellen. Verdachte kreeg hierdoor een angst of paniekaanval. Hij werd helemaal razend waarna hij de handelingen heeft gepleegd zoals verdachte ter zitting heeft bekend. Aangevoerd is dat er geen moment is geweest dat verdachte zich kon beraden. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat verdachte wel voldoende tijd heeft gehad om zich te beraden dan heeft de besluitvorming en uitvoering in een plotselinge hevige drift plaatsvonden. Er was slechts sprake van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering. De gelegenheid tot beraad is pas ontstaan tijdens de uitvoering van het besluit. Deze omstandigheden tezamen genomen moeten tot de conclusie leiden dat verdachte niet met voorbedachten rade heeft gehandeld, ook gelet op de bijwerkingen van de medicijnen. Verdachte heeft gehandeld in een waan die is veroorzaakt door een plotseling optredende intoxicatie waardoor er geen sprake kon zijn van kalm beraad en rust overleg. Evenmin was er gelegenheid om over de betekenis en de gevolgen van de voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven. Ook doodslag en de poging daartoe, dan wel de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel kunnen naar de opvatting van de verdediging niet bewezen verklaard worden. Volgens de verdediging heeft verdachte geen opzet gehad op het doden van zijn vrouw [naam 2] en zijn zoon [naam 3] omdat ten tijde van zijn handelen ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedraging en de mogelijke gevolgen heeft ontbroken. Naar de opvatting van de verdediging dient dit te leiden tot integrale vrijspraak. Voor het geval de rechtbank de verdediging hierin niet volgt, is ten aanzien van feit 2 subsidiair nog aangevoerd dat uit het dossier niet kan volgen dat verdachte geweldshandelingen heeft verricht die naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op het toebrengen van dodelijk letsel. Het meermalen steken met een mes in de rug levert niet zonder meer een aanmerkelijke kans op dat het slachtoffer dientengevolge zal overlijden. Van voorwaardelijk opzet hierop kan dan ook geen sprake zijn. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Op 31 maart 2014 kwam er om uur bij de Gemeenschappelijke Meldkamer van de politie een melding binnen van verdachte. Hij gaf aan dat hij zijn vrouw had neergestoken in de woning aan het [adres] te Oosterhout 1. Verbalisanten zijn meteen naar dit adres gegaan. Zij zijn de woning binnengegaan en in de met bloed besmeurde slaapkamer troffen zij een zwaar gewonde vrouw aan 2. Op het bed in de slaapkamer troffen zij een klauwhamer aan. Op het aanrecht in de keuken lag een mes waarvan het lemmet was afgebroken. In een andere slaapkamer werd [naam 3] aangetroffen 3. Hij had zes sneetjes bij zijn linker schouderblad. Zowel het vrouwelijke slachtoffer als verdachte werden per ambulance naar het ziekenhuis vervoerd. Uit tactisch onderzoek bleek dat het slachtoffer [naam 2] was genaamd 4. Om uur is zij overleden in het ziekenhuis. Bij sectie op haar lichaam zijn zes steekwonden aangetroffen met omgevende bloeduitstortingen en achterliggende steekkanalen 5. Boven en achter op het hoofd had zij meerdere onderhuidse bloeduitstortingen. Ook in de hals was sprake van huidbeschadigingen en uitgebreide blauwe onderhuidse bloeduitstortingen. Door de arts/patholoog is geconcludeerd dat de letsels aan de longen hebben geleid tot samenvallen van de longen hetgeen heeft geleid tot vermindering van het vermogen om zuurstof op te nemen. Het overlijden van [naam 2] wordt verklaard door verbloeding opgetreden ten gevolge van steekletsels. Verdachte heeft verklaard dat hij op zondagmiddag 30 maart 2014 een mes en een hamer heeft 3/9

4 klaargelegd in een mandje op zijn slaapkamer 6. Op maandagochtend, 31 maart 2014 ging zijn vrouw [naam 2] naar beneden. Haar handtas, met daarin de medicijnen voor verdachte, heeft zij op de slaapkamer laten staan. Verdachte heeft snel de medicijnen ingenomen om zodoende zichzelf te kunnen doden. Toen zijn vrouw weer boven kwam en bemerkte dat verdachte de medicijnen had ingenomen, heeft verdachte verhinderd dat zij een ambulance kon bellen. Hij heeft haar op bed gegooid en is op haar gaan zitten. Met zijn handen heeft hij haar keel dichtgeknepen gehouden. Hij is daarmee net zo lang doorgegaan tot ze helemaal stil was. Toen heeft hij zijn handen van haar afgenomen. Verdachte dacht dat ze dood was. Toen hij zag dat ze toch nog leefde heeft hij opnieuw geprobeerd zijn handen om haar keel te krijgen. Omdat ze zich verzette, heeft verdachte de hamer uit het mandje naast het bed gepakt. Met de hamer is hij haar op haar hoofd gaan slaan. Hij hoorde haar schreeuwen. Omdat zij niet ophield met schreeuwen heeft verdachte het mes gepakt waarmee hij haar heeft gestoken. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat vastgesteld kan worden dat verdachte op 31 maart 2014 zijn echtgenote [naam 2] heeft gedood. Verdachte is vervolgens naar beneden gerend omdat hij wist dat zijn zoon [naam 3] daar was en omdat hij het [naam 3] niet kon aandoen om verder te leven zonder zijn ouders 7. Hij heeft [naam 3] vastgepakt en omgedraaid waarna hij hem diverse malen heeft gestoken. [naam 3] heeft hierover verklaard dat hij beneden zat en dat hij zijn mama hoorde schreeuwen 8. Zijn papa kwam naar beneden. Hij had iets in zijn hand waarmee hij [naam 3] begon te steken. Door een forensisch arts zijn op de rug van [naam 3] letsels aangetroffen, zes kleine beschadigingen van de huid. Drie krassen en drie snijwonden 9. De rechtbank is op grond hiervan van oordeel dat vastgesteld kan worden dat verdachte op 31 maart 2014 heeft geprobeerd zijn zoon te doden. Moord of doodslag? Volgens vaste jurisprudentie moet voor een bewezenverklaring van het bestanddeel voorbedachte raad komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Op 5 december 2013 kreeg verdachte te horen dat hij zou worden ontslagen als vertegenwoordiger bij een uitgeverij. Kort daarop ontwikkelden zich bij verdachte ernstige depressieve klachten, zo ernstig dat hij daarmee naar zijn huisarts is gegaan. Verdachte raakte in paniek en dacht dat het nooit meer goed zou komen. Hij voelde zichzelf een slechte vader en echtgenoot. Eind januari 2014 was verdachte er zo ernstig aan toe dat hij besloot dat hij er niet meer wilde zijn. Hij heeft een overdosis slaappillen genomen en een zak over zijn hoofd getaped. In paniek heeft hij vervolgens de zak van zijn hoofd getrokken. Bij verdachte ontwikkelde zich het idee dat hij zijn vrouw en zijn zoontje niet zo kon achterlaten omdat zij dan zouden lijden om zijn dood. Daarom wilde hij zijn vrouw en zijn zoontje meenemen in zijn dood. Verdachte heeft dit ook kenbaar gemaakt bij zijn huisarts en daarna ook bij de GGZ. Verklaard is dat hij niet langer voor zichzelf instond. Veel mensen hebben op verdachte ingepraat dat hij zichzelf niets mocht aandoen omdat hij daarmee zijn vrouw en zijn zoontje veel verdriet zou aandoen. Verdachte zag dat zijn vrouw getekend was door zijn lijden. Ook zijn zoontje vroeg waarom hij niet meer kon lachen. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat ze al aan het lijden waren. Verdachte dacht dat ze ook zouden lijden als hij alleen uit het leven zou stappen. Als hij ze mee zou nemen in zijn dood, zouden ze niet meer lijden. Uiteindelijk werd medio maart 2014 door de psychiater besloten om verdachte clomipramine voor te schrijven. Omdat verdachte had aangegeven dat hij niet te vertrouwen was met de medicatie, werd het beheer van de voorraad van de medicatie bij zijn vrouw gelegd. Kort na het beginnen van deze medicatie kreeg verdachte erg veel last van de bijwerkingen. Zijn suïcidegedachten werden nog groter en ook zijn gedachten om zijn vrouw en zoontje mee te nemen werden groter. Op zondagmiddag, 30 maart 2014, ging het heel erg slecht met verdachte. Hij heeft een hamer en een mes mee naar boven genomen en in het mandje naast zijn bed gelegd. Die avond is hij om uur naar bed gegaan. Rond 3.00 uur werd hij wakker. Op een gegeven moment heeft hij de hamer gepakt en deze boven het hoofd van [naam 2] gehouden. Ter zitting heeft verdachte verklaard dat bij hem op dat moment de absurditeit van zijn handelen naar boven kwam waarna hij de hamer heeft teruggelegd in het mandje naast zijn bed. Gedurende de nacht heeft dit zich vele malen herhaald. Tot 7.00 uur is dit doorgegaan. [naam 2] is toen tegen hem aan komen liggen. Verdachte heeft verklaard dat hij toen dacht: [naam 2] is zo lief, ze is zo n goede moeder. [naam 3] is een goede lieve jongen. Zij moeten blijven. Verdachte heeft toen de beslissing genomen om alleen uit het leven te stappen. Toen [naam 2] uit bed is gestapt en naar beneden is gegaan om een kop thee voor [naam 3] te zetten, heeft verdachte alle clomipramine en slaappillen ingenomen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat het klaar was, het was goed zo. Hij kreeg rust. Hij werd wakker toen [naam 2] binnen kwam en haar handtas pakte. Toen zij vroeg waar de pillen waren en verdachte haar zei dat hij ze had ingenomen, pakte [naam 2] haar kleding waarna ze wilde weglopen. Bij verdachte ontstak een woeste razernij omdat hij gehinderd werd in zijn plan om dood te gaan waarna de hiervoor omschreven handelingen door verdachte zijn verricht. De rechtbank is van oordeel dat onder de hiervoor aangegeven omstandigheden niet gesproken kan worden van voorbedachte raad ten aanzien van het doden van [naam 2]. Verdachte heeft, ook die nacht nog, weliswaar het plan gehad om zijn vrouw en zijn zoontje mee te nemen in zijn dood, echter in de vroege ochtend heeft hij bewust besloten om alleen uit het leven te stappen. 4/9

5 Hiervoor heeft hij de overdosis antidepressiva genomen. Toen zijn vrouw dit bemerkte en wilde verhinderen dat verdachte dood zou gaan heeft verdachte in razernij zijn vrouw proberen te wurgen. Toen dit niet lukte heeft hij haar met de hamer op het hoofd geslagen en met een mes in haar rug gestoken. De rechtbank is van oordeel dat verdachte heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling zodat moord niet bewezenverklaard kan worden. Wel acht de rechtbank doodslag bewezen. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte heeft geprobeerd zijn zoon [naam 3] te vermoorden. Nadat verdachte zijn vrouw [naam 2] met een hamer op het hoofd had geslagen en haar met een mes had gestoken dacht hij dat ze dood was. Toen kwam bij hem ook de gedachte dat hij, nu zijn vrouw dood was en hij zelf stervende was, [naam 3] niet alleen achter kon laten zonder ouders 10. Met het mes in zijn handen is hij vervolgens naar beneden gegaan waar hij [naam 3] in zijn rug heeft gestoken. Onder deze omstandigheden kan niet anders geconcludeerd worden dan dat verdachte een kort moment heeft gehad van beraad en kalm en rustig overleg. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat door de aaneenschakeling van handelingen geen sprake is van een situatie waarbij bij verdachte elk inzicht in de draagwijdte van zijn handelingen ontbrak. Verdachte beschouwde het doden van zijn zoon als de enige en beste oplossing om ook [naam 3] uit zijn lijden te verlossen. Met die intentie is verdachte naar beneden gegaan om [naam 3] neer te steken. Anders dan de verdediging heeft betoogd, levert het meermalen steken in de rug, in de buurt van vitale organen, wel degelijk geweldshandelingen op die naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op het toebrengen van dodelijk letsel. Dat het letsel uiteindelijk beperkt is gebleven tot enkele krassen en snijwonden naar alle waarschijnlijkheid omdat de punt van het mes brak doet daaraan niet af. Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat verdachte, gelet op zijn geestestoestand, geen opzet kan hebben gehad op de aan hem ten laste gelegde feiten, volgt de rechtbank dit niet nader onderbouwde betoog niet gelet op hetgeen hierna ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte wordt overwogen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 1. subsidiair hij op of omstreeks 31 maart 2014, te Oosterhout, opzettelijk zijn echtgenote [naam 2] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet de keel van die [naam 2] enige tijd dichtgeknepen gehouden en/of meermalen althans éénmaal, met een hamer tegen het hoofd van die [naam 2] geslagen en/of meermalen althans éénmaal, met een mes in het (boven)lichaam van die [naam 2] gestoken en/of gesneden, waardoor die [naam 2] ernstig(e) inwendige letsel(s) heeft opgelopen en/of geen, althans verminderd zuurstof kon opnemen en/of veel bloed heeft verloren, ten gevolge waarvan voornoemde [naam 2] is overleden; 2. primair hij op of omstreeks 31 maart 2014, te Oosterhout, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade zijn zoon [naam 3] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met medeneming van een mes naar die [naam 3] is gegaan en/of (vervolgens) meermalen althans éénmaal, met dat/een mes althans met een scherp voorwerp in/tegen het bovenlichaam van die [naam 3] heeft gestoken/gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5 De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van de feiten Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. 5.2 De strafbaarheid van de verdachte Door de verdediging is aangevoerd dat, gelet op de psychische toestand van verdachte ten tijde van het plegen van de feiten, te weten een depressieve stoornis en een persoonlijkheidsstoornis, verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank overweegt hierbij het volgende. Vastgesteld dient te worden dat verdachte kort voordat het drama zich heeft afgespeeld een overdosis clomipramine heeft ingenomen. Door de deskundige Oosting, apotheker toxicoloog bij het Nederlands Forensisch Instituut is geconcludeerd dat de in het bloed van verdachte aangetoonde clomipramine in de gemeten concentratie het gedrag en bewustzijn kan hebben beïnvloed ten tijde van de monstername op 31 maart 2014 om uur. Of er in dit specifieke geval sprake was van het optreden van bijwerkingen en of er derhalve mogelijk sprake was van causaal verband tussen het plegen van de feiten en het gebruik van en/of de intoxicatie met clomipramine heeft deze deskundige op grond van het toxicologisch onderzoek niet kunnen aangeven. Ook ter zitting heeft deze deskundige geen uitspraak kunnen doen over het effect van de (overdosis) clomipramine ten tijde van het plegen van de feiten op 31 maart 2014 tussen en uur. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij de invloed van de overdosis pillen pas merkte toen hij op 31 5/9

6 maart 2014 om uur werd aangehouden door de verbalisanten in de tuin. Ook psychiater Kondakçi heeft geconcludeerd dat niet met zekerheid kan worden bevestigd of uitgesloten dat de intoxicatie ten tijde van het plegen van de feiten een rol heeft gespeeld. Middels psychiatrisch onderzoek is het feitelijk niet mogelijk om hierover een betrouwbare uitspraak te doen. Bij dergelijke zeer hoge doseringen clomipramine is niet goed te voorspellen wat de effecten en bijwerkingen zullen zijn op het bewustzijn en het gedrag. Wel is het aannemelijk te veronderstellen dat de onderliggende pathologie (ernstige depressieve en suïcidale toestand) en de persoonlijkheidsstoornis met obsessief compulsieve kenmerken een doorslaggevende rol hebben gespeeld en dat de bijwerkingen van de clomipramine en mogelijk ook de intoxicatie een toestand hebben veroorzaakt waarin verdachte gekomen is tot het tenlastegelegde. Zowel ter zitting als in zijn rapport van 22 september 2014 heeft psychiater Kondakçi aangegeven dat verdachte niet volledig realiteitsgestoord was. Evenmin was sprake van psychotische belevingen. Heftige gewetenswroegingen gekleurd met allerlei noodlotsgedachten maakten dat verdachte suïcide en homocide langere tijd heeft overwogen, ook in de periode dat hij geen clomipramine gebruikte. Geconcludeerd is dat de gedragskeuzen en gedragingen van verdachte ten tijde van het plegen van de feiten in zeer sterke mate werden beïnvloed en bepaald door de aspecten van de depressieve stoornis en de persoonlijkheidsstoornis. De bijwerkingen van de clomipramine hebben vermoedelijk het controleverlies versterkt. Op grond hiervan acht de psychiater verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar. Overwogen is om verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te beschouwen. Hiertoe is uiteindelijk niet geadviseerd omdat verdachte niet volledig in de keuzevrijheid lijkt te zijn beperkt. Tot eenzelfde conclusie is psycholoog Neissen gekomen. Nadat de echtgenote ontdekte dat verdachte de pillen had ingenomen raakte verdachte ernstig geagiteerd, uitend in een agressieve uitbarsting die hij zelf heeft omschreven als een razernij. Vermoedelijk speelde hierbij ook de obsessief compulsieve persoonlijkheidskenmerken een rol. Verdachte werd abrupt en onverwachts uit zijn door zichzelf gecreëerde gemoedsrust gehaald. Zijn echtgenote verstoorde zijn plan waar hij zich volkomen bij neer had gelegd. Dit was voor verdachte niet acceptabel. Psycholoog Neissen acht enige mate van toerekeningsvatbaarheid aanwezig nu sprake is geweest van een moment van wikken en wegen. Verdachte heeft nagedacht over de gruwelijkheid van zijn daad. Vanwege zijn gemoedstoestand heeft hij minder goed keuzes kunnen maken. Niet kan worden vastgesteld in welke exacte mate de intoxicatie van invloed is geweest op het handelen van verdachte. Wel dient, gelet op de hiervoor aangehaalde conclusies van de deskundigen, vastgesteld te worden dat verdachte op grond van de depressieve stoornis, de persoonlijkheidsstoornis en de bijwerkingen van de clomipramine sterk verminderd toerekeningsvatbaar is te achten ten tijde van het plegen van de feiten. De rechtbank is van oordeel dat verdachte, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, strafbaar is omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn volledige strafbaarheid uitsluit. 6 De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte een gevangenisstraf van vijf jaar op te leggen en de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) met de voorwaarden zoals aangegeven door de reclassering, te weten de verplichting dat verdachte zich zal melden bij de reclassering, dat hij zich dient te houden aan de aanwijzingen door of namens de reclassering, dat hij zijn medewerking zal te verlenen aan een klinische opname in een zorginstelling, dat hij, indien dat noodzakelijk is, medicatie inneemt, dat verdachte dient te verblijven op het adres van de zorginstelling en dat hij niet van verblijfplaats mag veranderen zonder uitdrukkelijke toestemming van de reclassering. Hierbij heeft de officier van justitie rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar is. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is primair van mening dat een tbs maatregel niet kan worden opgelegd omdat niet gebleken is dat sprake is van een gevaar voor de veiligheid van anderen, danwel de algemene veiligheid van personen en goederen. Een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis acht de verdediging meer op zijn plaats. Indien de rechtbank van oordeel mocht zijn dat wel een tbs maatregel opgelegd dient te worden, dan acht de verdediging een tbs met voorwaarden meer aangewezen. Verzocht is verdachte, naast een maatregel, geen gevangenisstraf op te leggen omdat dit vrijwel zeker zal leiden tot een daling van de motivatie bij verdachte om in behandeling te gaan waardoor de effectiviteit van de behandeling, ook op het gebied van veiligheidswaarborging, zeer wordt benadeeld. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Op 5 december 2013 heeft verdachte te horen gekregen dat hij zou worden ontslagen. Na deze mededeling is verdachte ernstig depressief geraakt, zo ernstig zelfs dat hij suïcidegedachten kreeg omdat hij geen uitweg meer zag. Eind januari 2014 heeft verdachte ook daadwerkelijk een suïcidepoging ondernomen. Deze suïcidegedachten heeft hij ook gedeeld met zijn omgeving. Hem werd telkens gezegd dat hij dit zijn vrouw [naam 2] en zijn zoontje [naam 3] niet kon aandoen. Uit liefde voor [naam 2] en [naam 3] besloot verdachte om hen mee te nemen in zijn dood zodat zij niet behoefden te lijden en alleen moesten achterblijven. Omdat verdachte zelf ook de wreedheid hiervan inzag, heeft hij hulp bij zijn huisarts en bij de GGZ gezocht, hierin gesteund door [naam 2]. In maart 2014 werd hem clomipramine voorgeschreven. Kort nadat verdachte 6/9

7 was begonnen met deze medicatie kreeg hij erg veel last van bijwerkingen. Hij reageerde paniekerig en hij kreeg angstaanvallen. Ook zijn suïcidale gedachten kwamen weer op de voorgrond te staan omdat hij geen uitweg meer zag. Ook [naam 2] en [naam 3] moesten mee. Uiteindelijk heeft dit geleid tot het drama dat zich op 31 maart 2014 heeft afgespeeld. Die ochtend heeft verdachte besloten om zelf uit het leven te stappen en [naam 2] en [naam 3] te laten leven. Nadat verdachte een overdosis clomipramine en oxazepam had ingenomen, kreeg hij rust, voor hem was het leven over. Hij verwachtte kort daarna te zullen sterven. Zijn plan werd verstoord toen [naam 2] de ambulance wilde bellen omdat zij het niet kon laten gebeuren dat verdachte zou overlijden. In razernij heeft hij vervolgens zijn vrouw op gruwelijke wijze gedood en geprobeerd [naam 3] te vermoorden. Moord en doodslag worden in ons strafrechtstelsel beschouwd als een van de ernstigste misdrijven. Het handelen van verdachte heeft voor de nabestaanden van [naam 2] onherstelbaar leed en verdriet gebracht. Dit blijkt ook uit de verklaringen ter zitting van de broers van [naam 2]. Het gebeuren op 31 maart 2014 heeft diepe wonden geslagen, wonden die nooit meer zullen helen en altijd pijn zullen blijven doen, voor de rest van hun leven. De dood van [naam 2] heeft een gat in het hart van de nabestaanden geslagen. [naam 3] die zijn mama moet missen en verder door het leven moet met de wetenschap dat zijn papa zijn mama heeft gedood en dat zijn papa ook geprobeerd heeft hem te doden. [naam 3] die abrupt uit zijn vertrouwde omgeving is weggerukt en nu een leven moet opbouwen binnen het gezin van zijn oom en tante. Ook voor de samenleving is het een schokkend en zeer ernstig feit. Het nemen van een leven van een ander is een zo ernstig strafbaar feit dat in beginsel alleen een langdurige gevangenisstraf in aanmerking komt. Bij de bepaling van de soort en de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de rapporten die zijn uitgebracht over verdachte. Hiervoor is al overwogen dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar is te achten. Uit de hiervoor al aangehaalde rapporten leidt de rechtbank af dat verdachte dicht tegen de volledige ontoerekeningsvatbaarheid aan zit. Hiermee houdt de rechtbank rekening. Door psychiater Kondakçi is aangegeven dat bij verdachte sprake is van een depressieve stoornis en een persoonlijkheidsstoornis met overwegend obsessief compulsieve kenmerken. Verder is sprake van een suïciderisico. Bij een poging daartoe kan gevaar voor derden volgens de psychiater niet uitgesloten worden. Verdachte heeft moeite om met tegenslag en verandering om te gaan. Hij is vrij rigide en zelfbepalend hetgeen hem kwetsbaar maakt voor veranderingen. Geadviseerd wordt een intensieve behandeling in een klinische zorgomgeving met een hoog beveiligings en zorgniveau van voldoende duur op te leggen als voorwaarde bij een tbs met voorwaarden. Ook psycholoog Neissen is tot die conclusie gekomen. Ook zij heeft aangegeven dat verdachte onverminderd suïcidaal blijft en niet uitgesloten kan worden dat hij bij een eventuele suïcidepoging anderen in gevaar brengt. Behandeling in een vrijwillig kader acht zij geen optie. Verdachte wil zich coöperatief opstellen en anderen niet meer in gevaar brengen. De vraag is echter in hoeverre verdachte intrinsiek gemotiveerd is voor behandeling gezien zijn intense schuldgevoel en volhardende instelling ten aanzien van het plegen van suïcide, aldus psycholoog Neissen. Beide deskundigen zijn van mening dat volstaan kan worden met een minder ingrijpende maatregel dan de tbs met dwangverpleging, namelijk de tbs met voorwaarden, om toekomstig gevaar voor derden en/of de maatschappij te voorkomen. Zij menen dat de bescherming van de maatschappij middels een dergelijke maatregel voldoende kan worden gewaarborgd. Namens de reclassering is aangegeven dat, mocht de rechtbank een tbs met voorwaarden overwegen, dit bij voorkeur zou dienen te geschieden onder de voorwaarden dat verdachte zich meldt bij de reclassering en zich zal houden aan de aanwijzingen die hem door de reclassering worden gegeven, ook als dat inhoudt dat verdachte verplicht wordt gesteld medicatie in te nemen. Verder dient als voorwaarde te worden gesteld dat verdachte zijn medewerking verleent aan een klinische opname. Aangegeven is dat de Forensisch Psychiatrische Kliniek van de GGZ Drenthe te Assen het wel aandurft met verdachte, ook zonder dwangmedicatie. De rechtbank stelt vast dat verdachte ernstig ziek is en nog steeds suïcidaal is. Behandeling van verdachte op korte termijn acht de rechtbank dan ook noodzakelijk. Een gevangenisstraf zoals gevorderd door de officier van justitie is daarom naar het oordeel van de rechtbank niet passend omdat verdachte dan gedurende lange tijd verstoken blijft van de dringend noodzakelijke en intensieve behandeling. Dit acht de rechtbank onwenselijk. Daarnaast vindt de rechtbank een tbs met daarbij de voorwaarden zoals hiervoor geformuleerd niet afdoende. De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van de maatschappij onvoldoende kan worden gegarandeerd bij een tbs met voorwaarden. Verdachte heeft ter zitting aangegeven dat hij niet durft te zeggen dat hij bereid is zich te zullen conformeren aan gemaakte afspraken. Voor het slagen van een tbs met voorwaarden is de bereidheid en motivatie van verdachte om aan de behandeling mee te werken echter noodzakelijk. Ter zitting is door de deskundigen nog aangevoerd dat, op het moment dat verdachte zich niet aan de voorwaarden houdt, alsnog om dwangverpleging kan worden verzocht, maar de rechtbank is van oordeel dat een eventuele schending van de voorwaarden een te groot veiligheidsrisico met zich brengt, zowel een risico ten aanzien van verdachte zelf alsook ten aanzien van de maatschappij en derden. Gelet hierop en gelet op de inhoud van de rapporten en de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat een tbs met dwangverpleging noodzakelijk is. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaraan stelt, te weten: 7/9

8 bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van de feiten een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens; op de gepleegde misdrijven is een gevangenisstraf van vier jaren of meer gesteld; de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist die maatregel. Hierbij merkt de rechtbank op dat, zoals hiervoor al aangegeven, verdachte nog steeds ernstig suïcidaal is. Het gevaar bestaat nog steeds dat verdachte bij een poging om zelfmoord te plegen, andere mensen meeneemt in zijn drang om dood te gaan. De rechtbank acht, gelet op de ernst van de problematiek en het gevaar dat verdachte voor zichzelf en anderen oplevert, dwangverpleging dan ook noodzakelijk. De rechtbank overweegt voorts dat de maatregel van terbeschikkingstelling zal worden opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan. 7 De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 37a, 37b, 45, 57, 287 en 289 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 8 De beslissing De rechtbank: Vrijspraak spreekt verdachte vrij van feit 1 primair; Bewezenverklaring verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1 subsidiair: doodslag; feit 2 primair: poging tot moord; verklaart verdachte strafbaar; Maatregel gelast de terbeschikkingstelling van verdachte, met verpleging van overheidswege. Dit vonnis is gewezen door mr. Hertsig, voorzitter, mr. Janssen en mr. Fleskens, rechters, in tegenwoordigheid van Van den Goorbergh, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 20 januari Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces verbaal, wordt tenzij anders vermeld bedoeld het eindproces verbaal met dossiernummer van politie Regio Zeeland West Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 354 (hierna te noemen proces verbaal 1) of van het eindproces verbaal met dossiernummer PL van politie Regio Zeeland West Brabant, Unit Forensisch Technisch Onderzoek, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 201 (hierna te noemen proces verbaal 2) Het proces verbaal van bevindingen, pagina 156 van voornoemd proces verbaal 1. Het proces verbaal van bevindingen, pagina 107 van voornoemd proces verbaal 1. Het proces verbaal van bevindingen, pagina 112 van voornoemd proces verbaal 1. Het proces verbaal sporenonderzoek, pagina 36 van voornoemd proces verbaal 2. Het deskundigenverslag van dr. B. Kubat van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 8 oktober De verklaring van verdachte ter zitting van 17 december De verklaring van verdachte ter zitting van 17 december Het proces verbaal van bevindingen met betrekking tot het studioverhoor, pagina 256 van 8/9

9 voornoemd proces verbaal Het geschrift, inhouden een rapport letselschade, paring 103 van voornoemd proces verbaal 2. De verklaring van verdachte ter zitting van 17 december /9

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ec Instantie Datum uitspraak 07-10-2015 Datum publicatie 07-10-2015 Rechtbank Oost-Brabant

Nadere informatie

ECLI:NL:RBBRE:2011:BR0777

ECLI:NL:RBBRE:2011:BR0777 ECLI:NL:RBBRE:2011:BR0777 Instantie Rechtbank Breda Datum uitspraak 01 02 2011 Datum publicatie 08 07 2011 Zaaknummer 02/801221 09 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU3998

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU3998 ECLI:NL:RBGRO:2011:BU3998 Instantie Rechtbank Groningen Datum uitspraak 10 11 2011 Datum publicatie 10 11 2011 Zaaknummer 18/670085 10 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11 ECLI:NL:GHSHE:2015:3566 Instantie: Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak: 16-09-2015 Datum publicatie: 17-09-2015 Zaaknummer: 20-002514-14 Rechtsgebieden: Materieel strafrecht Strafprocesrecht Bijzondere

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:2905

ECLI:NL:GHARL:2015:2905 ECLI:NL:GHARL:2015:2905 Instantie Datum uitspraak 22 04 2015 Datum publicatie 22 04 2015 Zaaknummer 21 004181 13 Rechtsgebieden Gerechtshof Arnhem Leeuwarden Strafrecht Bijzondere kenmerkenhoger beroep

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2004:AR8109

ECLI:NL:RBUTR:2004:AR8109 ECLI:NL:RBUTR:2004:AR8109 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 23 12 2004 Datum publicatie 23 12 2004 Zaaknummer 16/028249 04 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2005:AT7197

ECLI:NL:RBROT:2005:AT7197 ECLI:NL:RBROT:2005:AT7197 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 09 06 2005 Datum publicatie 09 06 2005 Zaaknummer 10/051154 04 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2007:BA2306

ECLI:NL:RBALK:2007:BA2306 ECLI:NL:RBALK:2007:BA2306 Instantie Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak 03 04 2007 Datum publicatie 04 04 2007 Zaaknummer Rechtsgebieden 14/810495 06, 14.810451 06 (ttzgev) Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2008:BD2506

ECLI:NL:RBROT:2008:BD2506 ECLI:NL:RBROT:2008:BD2506 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 22 05 2008 Datum publicatie 27 05 2008 Zaaknummer 10/701134 07 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2008:BC7045

ECLI:NL:RBROT:2008:BC7045 ECLI:NL:RBROT:2008:BC7045 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 18 03 2008 Datum publicatie 18 03 2008 Zaaknummer 10/711116 07 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2014:4603

ECLI:NL:RBMNE:2014:4603 ECLI:NL:RBMNE:2014:4603 Instantie Datum uitspraak 01-10-2014 Datum publicatie 01-10-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Rechtbank Midden-Nederland 16/661169-14 (P) Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2009:BH4550

ECLI:NL:RBROT:2009:BH4550 ECLI:NL:RBROT:2009:BH4550 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 02 03 2009 Datum publicatie 03 03 2009 Zaaknummer 10/710069 08 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2012:BW9677

ECLI:NL:GHARN:2012:BW9677 ECLI:NL:GHARN:2012:BW9677 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 28 06 2012 Datum publicatie 28 06 2012 Zaaknummer 21.002532 11 Formele relaties Rechtsgebieden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2011:BR0791,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2015:9246 Instantie Datum uitspraak 26-10-2015 Datum publicatie 27-10-2015 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer 15/810055-15 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:GHDHA:2015:2221 Instantie Gerechtshof Den Haag Datum uitspraak 18-08-2015 Datum publicatie 18-08-2015 Zaaknummer 22-002511-14 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkenhoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2012:BY2909

ECLI:NL:GHARN:2012:BY2909 ECLI:NL:GHARN:2012:BY2909 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 13 11 2012 Datum publicatie 13 11 2012 Zaaknummer 21 004435 11 Formele relaties Rechtsgebieden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALM:2011:BU2994,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR3963

ECLI:NL:GHSGR:2011:BR3963 ECLI:NL:GHSGR:2011:BR3963 Instantie Datum uitspraak 02 08 2011 Datum publicatie 03 08 2011 Gerechtshof 's Gravenhage Zaaknummer 22 006540 10 Formele relaties Rechtsgebieden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2010:BO7151,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6352

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6352 ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6352 Instantie Datum uitspraak 21 08 2009 Datum publicatie 28 08 2009 Rechtbank 's Gravenhage Zaaknummer 09 900411 09 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDOR:2007:BA7792

ECLI:NL:RBDOR:2007:BA7792 ECLI:NL:RBDOR:2007:BA7792 Instantie Rechtbank Dordrecht Datum uitspraak 21 06 2007 Datum publicatie 21 06 2007 Zaaknummer 11/500708 06 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2015:1805

ECLI:NL:RBNHO:2015:1805 ECLI:NL:RBNHO:2015:1805 Uitspraak Vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND, LOCATIE HAARLEM Strafrecht Datum uitspraak : 10 maart 2015 Parketnummer: 15/840083-08 (ontneming) Vonnis ex artikel 36e van het Wetboek

Nadere informatie

LJN: BX2217, Rechtbank Almelo, 08/710213-12 Print uitspraak. Datum uitspraak: 20-07-2012. Datum publicatie: 20-07-2012.

LJN: BX2217, Rechtbank Almelo, 08/710213-12 Print uitspraak. Datum uitspraak: 20-07-2012. Datum publicatie: 20-07-2012. LJN: BX2217, Rechtbank Almelo, 08/710213-12 Print uitspraak Datum uitspraak: 20-07-2012 Datum publicatie: 20-07-2012 Rechtsgebied: Soort procedure: Inhoudsindicatie: Vindplaats(en): Straf Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039 ECLI:NL:RBGEL:2013:4039 Uitspraak RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Meervoudige kamer Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/860948-13 Uitspraak d.d. 22 oktober 2013

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx LJN: BK6789, Gerechtshof 's-gravenhage, 22-000700-08 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 16-12-2009 16-12-2009 Straf Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Computercriminaliteit.

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:2577

ECLI:NL:GHARL:2015:2577 ECLI:NL:GHARL:2015:2577 Uitspraak Arrest GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Strafrecht Parketnummer: 21-008157-13 Datum uitspraak: 9 april 2015 Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALM:2011:BU2161

ECLI:NL:RBALM:2011:BU2161 ECLI:NL:RBALM:2011:BU2161 Instantie Rechtbank Almelo Datum uitspraak 28 10 2011 Datum publicatie 28 10 2011 Zaaknummer 08/700391 10 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2013:2840

ECLI:NL:RBOVE:2013:2840 ECLI:NL:RBOVE:2013:2840 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 21 11 2013 Datum publicatie 21 11 2013 Zaaknummer Rechtsgebieden 08.760144 13 (P) Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 oktober 2015.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 oktober 2015. ECLI:NL:RBROT:2015:7773 Instantie: Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak: 29-10-2015 Datum publicatie: 02-11-2015 Zaaknummer: 11/870399-12.ov Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW6164

ECLI:NL:RBHAA:2012:BW6164 ECLI:NL:RBHAA:2012:BW6164 Instantie Rechtbank Haarlem Datum uitspraak 21 05 2012 Datum publicatie 21 05 2012 Zaaknummer 15/800566 11 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

1 Partijen. Onderzoek van de zaak. In de zaak onder voormeld parketnummer van de officier van justitie in het arrondissement Breda tegen:

1 Partijen. Onderzoek van de zaak. In de zaak onder voormeld parketnummer van de officier van justitie in het arrondissement Breda tegen: LJN: AP8503, Rechtbank Breda, Parketnummer(s): 004106/04 Datum uitspraak: 07-07-2004 Datum publicatie: 07-07-2004 Rechtsgebied: Soort procedure: Inhoudsindicatie: Straf Eerste aanleg - meervoudig Verdachte

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSHE:2006:AZ3524

ECLI:NL:RBSHE:2006:AZ3524 ECLI:NL:RBSHE:2006:AZ3524 Instantie Datum uitspraak 04 12 2006 Datum publicatie 04 12 2006 Zaaknummer 01/825022 06 Rechtsgebieden Rechtbank 's Hertogenbosch Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg

Nadere informatie

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging TBS voor Dummies Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging Auteur: Miriam van der Mark, advocaat-generaal en lid van de Kerngroep Forum TBS Algemeen De terbeschikkingstelling

Nadere informatie

Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. ECLI:NL:GHARL:2015:7181 Instantie: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak: 25-09-2015 Datum publicatie: 25-09-2015 Zaaknummer: 21-004143-14 Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Hoger

Nadere informatie

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2356

ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2356 ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2356 Instantie Gerechtshof Leeuwarden Datum uitspraak 22-04-2011 Datum publicatie 27-04-2011 Zaaknummer 24-000037-11 Formele relaties Eerste aanleg: ECLI:NL:RBLEE:2010:BO9043, Meerdere

Nadere informatie

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. LJN: AU2469, Gerechtshof 's-gravenhage, 2200761204 Datum uitspraak: 12-09-2005 Datum publicatie: 12-09-2005 Rechtsgebied: Soort procedure: Inhoudsindicatie: Straf Hoger beroep Medeplegen van moord op pasgeboren

Nadere informatie

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken,

Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige kamer voor strafzaken, ECLI:NL:RBLIM:2013:5859 Uitspraak RECHTBANK Limburg Zittingsplaats Maastricht Strafrecht Parketnummer : 03/993017-11 Datum uitspraak : 17 september 2013 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Limburg, meervoudige

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDOR:2009:BI9964

ECLI:NL:RBDOR:2009:BI9964 ECLI:NL:RBDOR:2009:BI9964 Instantie Rechtbank Dordrecht Datum uitspraak 25 06 2009 Datum publicatie 25 06 2009 Zaaknummer 11 500610 08 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2007:BA3504 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 24-04-2007 Datum publicatie 24-04-2007 Zaaknummer 05/930269-06 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2013:6516

ECLI:NL:RBOBR:2013:6516 ECLI:NL:RBOBR:2013:6516 Instantie Datum uitspraak 29 11 2013 Datum publicatie 29 11 2013 Rechtbank Oost Brabant Zaaknummer 01/839436 12 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2010:BN9788

ECLI:NL:RBALK:2010:BN9788 ECLI:NL:RBALK:2010:BN9788 Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak: 07-10-2010 Datum publicatie: 08-10-2010 Zaaknummer: 14.810141-07 Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8884

ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8884 ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8884 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 21-10-2011 Datum publicatie 21-10-2011 Zaaknummer 06/940112-11 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2007:BR4162 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 17-04-2007 Datum publicatie 04-08-2011 Zaaknummer 13/527138-06 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2010:BO7119

ECLI:NL:GHARN:2010:BO7119 ECLI:NL:GHARN:2010:BO7119 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 13 12 2010 Datum publicatie 13 12 2010 Zaaknummer 21 003982 09 Formele relaties Rechtsgebieden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZUT:2009:BK0030,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2015:228

ECLI:NL:RBNNE:2015:228 ECLI:NL:RBNNE:2015:228 Instantie Datum uitspraak 21 01 2015 Datum publicatie 21 01 2015 Zaaknummer 18.730260 14 Rechtsgebieden Rechtbank Noord Nederland Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2014:3256

ECLI:NL:RBZWB:2014:3256 ECLI:NL:RBZWB:2014:3256 Instantie Datum uitspraak 19 05 2014 Datum publicatie 19 05 2014 Zaaknummer 02 800970 13 Rechtsgebieden Rechtbank Zeeland West Brabant Strafrecht Bijzondere kenmerkenop tegenspraak

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2014:7705

ECLI:NL:RBZWB:2014:7705 ECLI:NL:RBZWB:2014:7705 Instantie Datum uitspraak 18 11 2014 Datum publicatie 18 11 2014 Zaaknummer 02/800047 14 Rechtsgebieden Rechtbank Zeeland West Brabant Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg

Nadere informatie

LJN: BO9568, Rechtbank Arnhem, 05/800293-10 Print uitspraak

LJN: BO9568, Rechtbank Arnhem, 05/800293-10 Print uitspraak LJN: BO9568, Rechtbank Arnhem, 05/800293-10 Print uitspraak Datum uitspraak: 03-01-2011 Datum publicatie: 03-01-2011 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie: De

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO7066

ECLI:NL:RBUTR:2010:BO7066 ECLI:NL:RBUTR:2010:BO7066 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 13 12 2010 Datum publicatie 13 12 2010 Zaaknummer Rechtsgebieden 16/711261 10; 13/726344 07 (vordering na voorw. veroordeling) [P]

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC7360

ECLI:NL:GHSHE:2008:BC7360 ECLI:NL:GHSHE:2008:BC7360 Instantie Datum uitspraak 21 03 2008 Datum publicatie 21 03 2008 Zaaknummer 20 002022 06 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof 's Hertogenbosch Cassatie: ECLI:NL:HR:2010:BK4179,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGRO:2007:BB4075

ECLI:NL:RBGRO:2007:BB4075 ECLI:NL:RBGRO:2007:BB4075 Instantie Rechtbank Groningen Datum uitspraak 20 09 2007 Datum publicatie 24 09 2007 Zaaknummer 18/640852 06 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Hof Amsterdam 19 januari 2011, nr. 23-001234-09 VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 16 december 2008 in de

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGRO:2007:BC0127

ECLI:NL:RBGRO:2007:BC0127 ECLI:NL:RBGRO:2007:BC0127 Instantie Rechtbank Groningen Datum uitspraak 13 12 2007 Datum publicatie 13 12 2007 Zaaknummer 18/670363 07 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

LJN: BI0472, Rechtbank Groningen, 18/670051-09 (P) Print uitspraak

LJN: BI0472, Rechtbank Groningen, 18/670051-09 (P) Print uitspraak LJN: BI0472, Rechtbank Groningen, 18/670051-09 (P) Print uitspraak Datum uitspraak: 08-04-2009 Datum publicatie: 08-04-2009 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2015:644 Instantie Datum uitspraak 06-02-2015 Datum publicatie 06-02-2015 Rechtbank Midden-Nederland Zaaknummer 16.659733-14 (P Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg

Nadere informatie

pagina 1 van 7 ECLI:NL:RBOVE:2015:1405 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 20-03-2015 Datum publicatie 20-03-2015 Zaaknummer 08/955595-13 en 08/955368-14 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere

Nadere informatie

LJN: BM6944, Gerechtshof Leeuwarden, 24-000403-09 Print uitspraak

LJN: BM6944, Gerechtshof Leeuwarden, 24-000403-09 Print uitspraak Het LJN nummer is belangrijk om terug te zoeken voor derden. +++++ LJN: BM6944, Gerechtshof Leeuwarden, 24-000403-09 Print uitspraak Datum uitspraak: 04-06-2010 Datum publicatie: 07-06-2010 Rechtsgebied:

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:1157. 1 Geding in cassatie. 2 Beoordeling van het eerste middel. 3 Beoordeling van het derde middel. Uitspraak.

ECLI:NL:HR:2013:1157. 1 Geding in cassatie. 2 Beoordeling van het eerste middel. 3 Beoordeling van het derde middel. Uitspraak. ECLI:NL:HR:2013:1157 Uitspraak 12 november 2013 Strafkamer nr. 11/04366 P Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2007:BA4111

ECLI:NL:GHSHE:2007:BA4111 ECLI:NL:GHSHE:2007:BA4111 Instantie Datum uitspraak 26 04 2007 Datum publicatie 02 05 2007 Zaaknummer 20 001140 06 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof 's Hertogenbosch Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMAA:2006:AV3946,

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2010:BN7215

ECLI:NL:GHSHE:2010:BN7215 ECLI:NL:GHSHE:2010:BN7215 Gerechtshof s-hertogenbosch Datum uitspraak: 17-09-2010 Datum publicatie: 17-09-2010 Zaaknummer: 20-003936-09 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Hoger beroep Uitspraak

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSHE:2009:BR4492

ECLI:NL:RBSHE:2009:BR4492 ECLI:NL:RBSHE:2009:BR4492 Instantie Datum uitspraak 22 12 2009 Datum publicatie 11 08 2011 Zaaknummer 01/889027 09 Rechtsgebieden Rechtbank 's Hertogenbosch Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg

Nadere informatie

Uitspraak. RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/992025-09 [P]

Uitspraak. RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/992025-09 [P] LJN: BR0256, Rechtbank Utrecht, 16/992025-09 [P] Print uitspraak Datum uitspraak: 05-07-2011 Datum publicatie: 05-07-2011 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBALK:2008:BC4096

ECLI:NL:RBALK:2008:BC4096 ECLI:NL:RBALK:2008:BC4096 Instantie Rechtbank Alkmaar Datum uitspraak 12 02 2008 Datum publicatie 12 02 2008 Zaaknummer 810200 07 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

LJN: BN2676, Rechtbank Utrecht, 16-711618-09 [P] Print uitspraak

LJN: BN2676, Rechtbank Utrecht, 16-711618-09 [P] Print uitspraak LJN: BN2676, Rechtbank Utrecht, 16-711618-09 [P] Print uitspraak Datum uitspraak: 02-07-2010 Datum publicatie: 28-07-2010 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3415

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3415 ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3415 Instantie Datum uitspraak 02 08 2012 Datum publicatie 02 08 2012 Rechtbank 's Gravenhage Zaaknummer 09 711064 11 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGRO:2011:BP2252

ECLI:NL:RBGRO:2011:BP2252 ECLI:NL:RBGRO:2011:BP2252 Instantie Rechtbank Groningen Datum uitspraak 27 01 2011 Datum publicatie 27 01 2011 Zaaknummer 18/640784 10 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ECLI:NL:GHDHA:2015:80 Uitspraak Rolnummer: 22-002584-14 Parketnummers: 10-750263-13, 22-003524-12 (TUL) en 22-004272-11 (TUL) Datum uitspraak: 27 januari 2015 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOBR:2013:CA1028

ECLI:NL:RBOBR:2013:CA1028 ECLI:NL:RBOBR:2013:CA1028 Instantie Datum uitspraak 28 05 2013 Datum publicatie 28 05 2013 Rechtbank Oost Brabant Zaaknummer 01/839719 12 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

LJN: AV7271, Rechtbank Alkmaar, 14.810593-05 en 15.630200-05 (tul)

LJN: AV7271, Rechtbank Alkmaar, 14.810593-05 en 15.630200-05 (tul) LJN: AV7271, Rechtbank Alkmaar, 14.810593-05 en 15.630200-05 (tul) Datum uitspraak: 14-03-2006 Datum publicatie: 28-03-2006 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ9389

ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ9389 ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ9389 Instantie Datum uitspraak 05 10 2009 Datum publicatie 06 10 2009 Gerechtshof Amsterdam Zaaknummer 21 004112 08 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkenhoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV8479

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV8479 ECLI:NL:RBSHE:2012:BV8479 Instantie Rechtbank 's-hertogenbosch Datum uitspraak 14-03-2012 Datum publicatie 14-03-2012 Zaaknummer 01/889082-09 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

vonnis van de meervoudige strafkamer van 13 februari 2013

vonnis van de meervoudige strafkamer van 13 februari 2013 RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/800203-12 (P) vonnis van de meervoudige strafkamer van 13 februari 2013 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2012:BY5832

ECLI:NL:GHSHE:2012:BY5832 ECLI:NL:GHSHE:2012:BY5832 Instantie Datum uitspraak 12 12 2012 Datum publicatie 12 12 2012 Zaaknummer 20 003229 11 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof 's Hertogenbosch Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROE:2011:BR4339,

Nadere informatie

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats], wonende te [adres], [woonplaats].

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats], wonende te [adres], [woonplaats]. ECLI:NL:RBGEL:2015:6600 Instantie: Rechtbank Gelderland Datum uitspraak: 29-10-2015 Datum publicatie: 29-10-2015 Zaaknummer: 05/740120-15 Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMAA:2009:BH2772

ECLI:NL:RBMAA:2009:BH2772 ECLI:NL:RBMAA:2009:BH2772 Instantie Rechtbank Maastricht Datum uitspraak 13 02 2009 Datum publicatie 13 02 2009 Zaaknummer 03 702998 08 Formele relaties Rechtsgebieden Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ4802,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2015:5690

ECLI:NL:RBMNE:2015:5690 ECLI:NL:RBMNE:2015:5690 Instantie: Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak: 14-07-2015 Datum publicatie: 17-08-2015 Zaaknummer: 16-994267-14 (P) Rechtsgebieden: Strafrecht Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=bz...

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=bz... Page 1 of 5 LJN: BZ4987, Rechtbank Alkmaar, 15.740827-12 Datum 20-03-2013 uitspraak: Datum 20-03-2013 publicatie: Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:Niet-ontvankelijkheid

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROE:2006:AV4000

ECLI:NL:RBROE:2006:AV4000 ECLI:NL:RBROE:2006:AV4000 Instantie Rechtbank Roermond Datum uitspraak 06 03 2006 Datum publicatie 09 03 2006 Zaaknummer 04/610057 05 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2013:14050. 1 Tenlastelegging. Uitspraak. Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2013:14050. 1 Tenlastelegging. Uitspraak. Rechtbank Noord-Holland ECLI:NL:RBNHO:2013:14050 Rechtbank Noord-Holland Datum uitspraak: 24-12-2013 Datum publicatie: 25-06-2014 Zaaknummer: 15/740698-13 Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGRO:2012:BV9057

ECLI:NL:RBGRO:2012:BV9057 ECLI:NL:RBGRO:2012:BV9057 Instantie Rechtbank Groningen Datum uitspraak 15 03 2012 Datum publicatie 15 03 2012 Zaaknummer 18/670306 11 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2007:BA6257

ECLI:NL:GHARN:2007:BA6257 ECLI:NL:GHARN:2007:BA6257 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 17 04 2007 Datum publicatie 06 06 2007 Zaaknummer 24 002413 06 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkenhoger beroep Inhoudsindicatie

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9794

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9794 ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9794 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 08 05 2013 Datum publicatie 08 05 2013 Zaaknummer 09/711178 12 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZLY:2010:BN6886

ECLI:NL:RBZLY:2010:BN6886 ECLI:NL:RBZLY:2010:BN6886 Instantie Datum uitspraak 14 09 2010 Datum publicatie 14 09 2010 Rechtbank Zwolle Lelystad Zaaknummer 07.620480 09 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg

Nadere informatie

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 februari 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 februari 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte ECLI:NL:RBNNE:2014:830 RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Groningen parketnummer 18/850452-13 vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 februari 2014

Nadere informatie

ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7796

ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7796 ECLI:NL:GHSHE:2012:BX7796 Instantie Datum uitspraak 19 09 2012 Datum publicatie 19 09 2012 Zaaknummer 20 003457 11 Formele relaties Rechtsgebieden Gerechtshof 's Hertogenbosch Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMID:2011:BR5781,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI7429

ECLI:NL:RBZUT:2009:BI7429 ECLI:NL:RBZUT:2009:BI7429 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 11 06 2009 Datum publicatie 11 06 2009 Zaaknummer 06/460433 08 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=tru...

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=tru... LJN: BX6383, Rechtbank Breda, 700003-12 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 04-09-2012 04-09-2012 Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie: Aan verdachte is ten laste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZWB:2014:4279

ECLI:NL:RBZWB:2014:4279 ECLI:NL:RBZWB:2014:4279 Instantie Datum uitspraak 25 06 2014 Datum publicatie 25 06 2014 Zaaknummer 02 800231 14 Rechtsgebieden Rechtbank Zeeland West Brabant Strafrecht Bijzondere kenmerkenop tegenspraak

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2014:3112

ECLI:NL:RBROT:2014:3112 ECLI:NL:RBROT:2014:3112 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 17 04 2014 Datum publicatie 23 04 2014 Zaaknummer 10/700144 13 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARN:2012:BV7558

ECLI:NL:GHARN:2012:BV7558 ECLI:NL:GHARN:2012:BV7558 Instantie Gerechtshof Arnhem Datum uitspraak 02 03 2012 Datum publicatie 02 03 2012 Zaaknummer 21 004392 10 Formele relaties Rechtsgebieden Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2010:BO6488,

Nadere informatie

De Tolbert-zaak onder de loep: drugsstoornis, opzet en ontoerekenbaarheid.

De Tolbert-zaak onder de loep: drugsstoornis, opzet en ontoerekenbaarheid. T.I. Oei* en E.M.C. van Nielen** De Tolbert-zaak onder de loep: drugsstoornis, opzet en ontoerekenbaarheid. In de zaak die later is gaan heten de Tolbert-zaak bracht Avi C. in augustus 2005 de twee kinderen

Nadere informatie

LJN: BN2703, Rechtbank Utrecht, 16-711769-09 [P] Print uitspraak

LJN: BN2703, Rechtbank Utrecht, 16-711769-09 [P] Print uitspraak LJN: BN2703, Rechtbank Utrecht, 16-711769-09 [P] Print uitspraak Datum uitspraak: 02-07-2010 Datum publicatie: 28-07-2010 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

ECLI:NL:RBONE:2013:BZ3296 Instantie Datum uitspraak 05-03-2013 Datum publicatie 05-03-2013 Rechtbank Oost-Nederland Zaaknummer 07/651117-12 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg -

Nadere informatie

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ9366

ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ9366 ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ9366 Instantie Rechtbank Utrecht Datum uitspraak 06 10 2009 Datum publicatie 07 10 2009 Zaaknummer Rechtsgebieden 16/711783 08 [P] Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg meervoudig

Nadere informatie

ECLI:NL:RBLIM:2014:5144

ECLI:NL:RBLIM:2014:5144 ECLI:NL:RBLIM:2014:5144 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 10 06 2014 Datum publicatie 10 06 2014 Zaaknummer 03/659369 13 Formele relaties Rechtsgebieden Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2015:261,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZLY:2010:BM8126

ECLI:NL:RBZLY:2010:BM8126 ECLI:NL:RBZLY:2010:BM8126 Instantie Rechtbank Zwolle Lelystad Datum uitspraak 17 06 2010 Datum publicatie 17 06 2010 Zaaknummer 07/630346 09 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2015:3340

ECLI:NL:RBOVE:2015:3340 ECLI:NL:RBOVE:2015:3340 Instantie: Rechtbank Overijssel Datum uitspraak: 09-07-2015 Datum publicatie: 13-07-2015 Zaaknummer: 08.963556-14 (LP) Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2015:1683

ECLI:NL:RBOVE:2015:1683 2142015 ECLI:NL:RBOVE:2015:1683, Rechtbank Overijssel, 08/95293214 ECLI:NL:RBOVE:2015:1683 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 07042015 Datum publicatie 07042015 Zaaknummer 08/95293214 Rechtsgebieden

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2014:2715

ECLI:NL:RBROT:2014:2715 ECLI:NL:RBROT:2014:2715 Uitspraak Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak: 09-04-2014 Datum publicatie: 09-04-2014 Zaaknummer: 10/750175-11 Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2011:BP5381

ECLI:NL:RBARN:2011:BP5381 ECLI:NL:RBARN:2011:BP5381 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 23 02 2011 Datum publicatie 23 02 2011 Zaaknummer 05/701115 10 en 05/514384 08 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerkeneerste

Nadere informatie