Inkomen verklaard? Het inkomen van werknemers en zelfstandigen nader bekeken. Linda Moonen Centraal Bureau voor de Statistiek

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Inkomen verklaard? Het inkomen van werknemers en zelfstandigen nader bekeken. Linda Moonen Centraal Bureau voor de Statistiek"

Transcriptie

1 Inkomen verklaard? Het inkomen van werknemers en zelfstandigen nader bekeken Linda Moonen Centraal Bureau voor de Statistiek Samenvatting In dit artikel is onderzocht welke factoren van invloed zijn op de hoogte van het inkomen uit betaald werk. De resultaten tonen aan dat het inkomen van werknemers voor bijna 75 procent kan worden verklaard door de in het model opgenomen factoren. De wekelijkse arbeidsduur en op enige afstand het beroepsniveau leveren verreweg de grootste bijdrage aan de verklaring van het inkomen. Er bestaat een zeer sterke samenhang tussen beroeps- en opleidingsniveau. Omdat het beroepsniveau vanuit causaal perspectief deels te beschouwen is als een resultante van de genoten opleiding, speelt opleiding via deze indirecte weg eveneens een belangrijke rol in de verklaring van inkomen. De analyses voor de groep zelfstandigen geven een ander beeld: de totale verklaarde variantie bedraagt slechts 15 procent. Hiermee is de verklarende kracht van het regressiemodel voor zelfstandigen zeer beperkt, zeker in vergelijking met het model toegepast op werknemers. Ook voor zelfstandigen dragen de wekelijkse arbeidsduur en het beroepsniveau het meeste bij aan de verklaring van de hoogte van het inkomen. 1

2 1. Inleiding In dit artikel wordt de samenhang onderzocht tussen het inkomen van personen en verschillende kenmerken van de persoon. Uit eerder onderzoek blijken zowel demografische als sociaaleconomische kenmerken samen te hangen met de hoogte van het inkomen (Berends-Ballast, 1986). Vanuit de Inkomensstatistiek van het CBS zijn echter weinig gegevens beschikbaar die in dit opzicht relevant kunnen zijn. Zo zijn er geen gegevens beschikbaar over het hoogst behaalde opleidingsniveau, of over de positie op de arbeidsmarkt. Ook belangrijke baankenmerken, zoals de wekelijkse arbeidsduur, ontbreken in de Inkomensstatistiek. Door een koppeling van gegevens uit de Enquête Beroepsbevolking en de Inkomensstatistiek kunnen gegevens over opleidingsniveau en arbeidspositie wel gecombineerd worden met inkomensgegevens. Hierdoor is het mogelijk om de samenhang tussen het inkomen van personen en verschillende persoons- en arbeidskenmerken te onderzoeken. Het artikel is als volgt opgebouwd. In paragraaf 2 wordt de gehanteerde onderzoeksmethode toegelicht. Ook wordt ingegaan op de data die gebruikt is voor het onderzoek. Omwille van de grote verschillen tussen werknemers en zelfstandigen zijn voor beide groepen aparte analyses uitgevoerd. Paragrafen 3 en 4 beschrijven de resultaten afzonderlijk voor werknemers ( 3) en zelfstandigen ( 4). Paragraaf 5 bevat de conclusies van het onderzoek. 2. Onderzoeksmethode 2.1 Data Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van gegevens uit de Enquête Beroepsbevolking (EBB), verrijkt met gegevens uit de Inkomensstatistiek. De doelpopulatie omvat personen van 15 tot 65 jaar die betaald werk hebben van minimaal één uur per week en die een eigen inkomen hebben. In de EBB worden steekproefpersonen op vijf verschillende momenten geïnterviewd: een eerste, uitgebreide peiling en vier kortere vervolgpeilingen. In elke vervolgpeiling worden onder andere vragen gesteld over eventuele veranderingen in de arbeidssituatie die hebben plaatsgevonden. De in dit onderzoek uitgevoerde regressieanalyses beperken zich tot het gebruik van gegevens uit de eerste peiling (de unieke cases). Voor de overige analyses zijn de gegevens uit alle peilingen gebruikt. 2.2 Onderzoeksmethode Om de relatie tussen het inkomen en verschillende verklarende factoren te onderzoeken wordt gebruik gemaakt van multipele lineaire regressieanalyse. Omdat er over het algemeen geen lineair verband 2

3 bestaat tussen het inkomen en de verklarende factoren, wordt doorgaans een logaritmische transformatie op het inkomen toegepast. In dit onderzoek is de natuurlijke logaritme van het inkomen de te verklaren variabele. De verklarende variabelen (zie paragraaf 2.3) zijn allemaal als categoriale variabelen ingedeeld en worden als dummyvariabelen in het regressiemodel opgenomen. De regressievergelijking is dan gelijk aan ln( Y ) + D + K + + (1) = 1 1 k D k met ln(y) de natuurlijke logaritme van het inkomen Y, de constante, 1 k de regressiecoëfficiënten, D 1 D k de dummyvariabelen, de storingsterm. Het inkomen kan vervolgens bepaald worden met behulp van de formule Y = e * e 1 D 1 * K* e k * e. (2) k D Hierin is e gelijk aan het zogenaamde referentie-inkomen en de termen e i D i zijn de vermenigvuldigingsfactoren ten opzichte van het referentie-inkomen. Aan de hand van de uitkomsten van de regressieanalyse kan worden bepaald welke factoren een significante samenhang met het inkomen hebben 1. Om na te gaan welke factor de grootste bijdrage heeft aan de totale verklaarde variantie is gekozen voor het uitvoeren van forward stepwise regressieanalyses. 2.3 Verklarende variabelen In de analyses worden zowel persoons- als arbeidsgerelateerde achtergrondkenmerken meegenomen. Bij persoonskenmerken gaat het om de kenmerken geslacht, leeftijd, burgerlijke staat, positie in het huishouden, de aanwezigheid van minderjarige kinderen in het huishouden, etniciteit en opleidingsniveau. Tabel 1 geeft een overzicht van deze kenmerken en de gehanteerde klasseindelingen. 1 Eventuele interacties tussen de opgenomen factoren zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. 3

4 Tabel 1. Verklarende factoren en klasse-indelingen: persoonskenmerken Geslacht Leeftijd Burgerlijke staat Positie in het huishouden Minderjarige kinderen in het huishouden Etniciteit Mannen Vrouwen 15 tot 25 jaar 25 tot 35 jaar 35 tot 45 jaar 45 tot 55 jaar 55 tot 65 jaar Ongehuwd Gewhuwd / partnerschap Gescheiden Verweduwd Alleenstaande Alleenstaande ouder Lid van ouderpaar Lid van paar (geen ouder) Overig lid van het huishouden Geen minderjarige kinderen in het huishouden Wel minderjairge kinderen in het huishouden Autochtoon Westerse allochtoon, eerste generatie Westerse allochtoon, tweede generatie Niet-westerse allochtoon, eerste generatie Niet-westerse allochtoon, tweede generatie Opleidingsniveau Basisonderwijs Vmbo, mbo1, avo onderbouw Havo, vwo, mbo Hbo, wo bachelor Wo master, doctor De arbeidsgerelateerde kenmerken die in de modellen zijn opgenomen zijn de wekelijkse arbeidsduur in uren, het beroepsniveau, de bedrijfssector, de grootteklasse van het bedrijf en het aantal jaren ervaring in de huidige baan. De gehanteerde klasse-indelingen zijn voor sommige van deze factoren verschillend voor werknemers en zelfstandigen. Omdat de groep zelfstandigen beduidend kleiner is dan de groep werknemers, kunnen niet alle kenmerken even gedetailleerd worden opgenomen in de analyses voor zelfstandigen. Zo is er voor de indeling naar bedrijfssector bij werknemers een 10-deling gebruikt, tegenover een 4-deling bij zelfstandigen. De grootteklasse van het bedrijf is bij de analyses van zelfstandigen volledig buiten beschouwing gelaten omwille van de celvulling. 4

5 Bij de analyses voor werknemers is tevens een variabele opgenomen die aangeeft of de werknemer een vast of een flexibel dienstverband heeft 2 en een variabele die aangeeft of iemand al dan niet aanvullende werkzaamheden als zelfstandige heeft. Bij de analyses voor zelfstandigen is een variabele opgenomen die aangeeft tot welke categorie de zelfstandige behoort: zelfstandig ondernemer, meewerkende partner of overige zelfstandige. Onder deze laatste categorie vallen met name freelancers. Ook is er een variabele opgenomen die aangeeft of iemand naast het inkomen uit onderneming ook looninkomsten heeft. Deze laatste factor is opgenomen omdat personen die een eigen zaak beginnen daarnaast steeds vaker in loondienst blijven om bijvoorbeeld de financiële risico s van het opstarten van een onderneming te beperken (Folkeringa, 2008). Tabel 2 geeft een overzicht van alle arbeidsgerelateerde factoren en de bijbehorende klasse-indelingen. Tabel 2. Verklarende factoren en klasse-indelingen: arbeidskenmerken Arbeidskenmerken opgenomen bij analyses werknemers en zelfstandigen Beroepsniveau Elementaire beroepen Werkervaring Minder dan 1 jaar Lagere beroepen 1-5 jaar Middelbare beroepen 5-10 jaar Hogere beroepen jaar Wetenschappelijke beroepen 20 jaar of langer Arbeidskenmerken opgenomen bij analyses werknemers Arbeidskenmerken opgenomen bij analyses zelfstandigen Arbeidsduur werknemers 1-12 uur per week Arbeidsduur zelfstandigen 1-12 uur per week uur per week uur per week uur per week uur per week 35 uur of meer per week uur per week uur per week Bedrijfssector (SBI 2008) Landbouw, bosbouw en visserij 65 uur per week of meer Nijverheid (geen bouw) en energie Bouw Bedrijfssector (SBI 2008) Landbouw, bosbouw en visserij Handel, vervoer en horeca Nijverheid Informatie en communicatie Commerciële dienstverlening Financiële en verzekeringsactiviteiten Niet-commerciële dienstverlening Onroerendgoed activiteiten Zakelijke dienstverlening Soort zelfstandige Zelfstandige Overheid Meewerkende partner Cultuur, recreatie, overige diensten Overige zelfstandige Grootteklasse bedrijf 1-10 werknemers Looninkomsten Persoon heeft geen looninkomsten werknemers Persoon heeft ook looninkomsten 100 werknemers of meer Soort dienstverband Vast dienstverband Flexibel dienstverband Werkzaam als zelfstandige Persoon is niet werkzaam als zelfstandige Persoon is ook werkzaam als zelfstandige Er is sprake van een flexibel dienstverband indien het arbeidscontract van beperkte duur is en/of de werknemer is niet voor een vast overeengekomen aantal uren in dienst. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan uitzendkrachten, oproepkrachten of invalkrachten. 5

6 2.4 Inkomens van werknemers en zelfstandigen Omdat de inkomensverdelingen van werknemers en zelfstandigen erg van elkaar verschillen, worden voor deze groepen aparte analyses gedaan 3. Bij zelfstandigen kunnen zeer lage en zelfs negatieve inkomens voorkomen (verlies uit onderneming), maar ook uitschieters naar boven komen onder zelfstandigen veel vaker voor dan bij werknemers. Er is dus een veel grotere spreiding van de inkomens van zelfstandigen in vergelijking met de inkomens van werknemers. Naast de verschillen in inkomensverdeling tussen werknemers en zelfstandigen zijn ook de gehanteerde inkomensbegrippen voor beide groepen niet goed vergelijkbaar. Voor werknemers zijn de jaarlijkse inkomsten uit arbeid gebruikt; voor zelfstandigen wordt uitgegaan van de jaarlijkse inkomsten uit eigen onderneming. Het arbeidsinkomen van werknemers is een bruto-inkomen; het bestaat niet alleen uit loon of salaris, maar omvat ook de werkgevers- en werknemersbijdragen voor inkomensverzekeringen. Zelfstandig ondernemers zijn zelf verantwoordelijk om zich al dan niet tegen inkomensverlies te verzekeren, en een deel van hen bezuinigt hierop om een hoger besteedbaar inkomen te vergaren of meer in de onderneming te kunnen investeren (Leufkens, Lok en Otten, 2011; Van der Linden, Vroonhof en Folkeringa, 2009). Een ander verschil tussen de inkomens van werknemers en zelfstandigen is dat verwervingskosten 4 niet van het inkomen van werknemers worden afgetrokken. Dit in tegenstelling tot bij het inkomen van zelfstandigen: hierbij gaat het wel om het inkomen minus gemaakte kosten. 3. Inkomen van werknemers Werknemers verdienden in 2009 gemiddeld ruim 39 duizend euro per jaar. Er bestaan grote verschillen in gemiddeld inkomen wanneer gekeken wordt naar verschillende demografische en sociaaleconomische achtergrondkenmerken. De wekelijkse arbeidsduur speelt hierbij uiteraard een grote rol: hoe hoger het gewerkte aantal uren, hoe hoger ook het gemiddelde inkomen. Maar ook andere factoren spelen een rol bij de hoogte van het inkomen. Zo verdienen mannen gemiddeld bijna 50 duizend euro per jaar, terwijl het inkomen van vrouwen met bijna 28 duizend euro aanzienlijk lager ligt. Ook de indeling naar beroepsniveau laat forse verschillen zien: werknemers met een elementair beroep hebben een gemiddeld inkomen van nog geen 17 duizend euro, tegenover een gemiddeld 3 In dit artikel zijn werknemers gedefinieerd als personen die in de EBB aangeven werknemer te zijn én die volgens de Inkomensstatistiek inkomen uit arbeid hebben. Zelfstandigen zijn gedefinieerd als personen die in de EBB aangeven zelfstandige te zijn én die volgens de Inkomensstatistiek inkomen uit eigen onderneming hebben. 4 Verwervingskosten zijn kosten die specifiek en onvermijdelijk voor het verwerven van inkomen gemaakt moeten worden. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan kosten die worden gemaakt voor het woonwerkverkeer, of kosten voor kinderopvang. 6

7 inkomen van ruim 72 duizend euro bij werknemers met een wetenschappelijk beroep. In Tabel 3 zijn de gemiddelde inkomens van werknemers naar verschillende achtergrondkenmerken opgenomen. Tabel 3. Gemiddeld inkomen uit arbeid van werknemers naar achtergrondkenmerken, 2009* Totaal werknemers Werknemers; werkzame beroepsbevolking Voltijd werknemers met vast dienstverband Gemiddeld inkomen Gemiddeld inkomen Gemiddeld inkomen Aantal Standaardfout Aantal Standaardfout Aantal Standaardfout uit arbeid uit arbeid uit arbeid x x euro x x euro x x euro Totaal ,3 0, ,9 0, ,8 0,1 Geslacht Mannen ,8 0, ,9 0, ,3 0,1 Vrouwen ,6 0, ,9 0, ,8 0,2 Leeftijd 15 tot 25 jaar ,9 0, ,3 0, ,7 0,1 25 tot 35 jaar ,0 0, ,8 0, ,3 0,1 35 tot 45 jaar ,0 0, ,4 0, ,1 0,2 45 tot 55 jaar ,3 0, ,0 0, ,9 0,3 55 tot 65 jaar ,4 0, ,0 0, ,9 0,4 Opleidingsniveau Basisonderwijs ,0 0, ,9 0, ,7 0,2 Vmbo, mbo1, avo onderbouw ,8 0, ,5 0, ,7 0,1 Havo, vwo, mbo ,3 0, ,1 0, ,9 0,1 Hbo, wo bachelor ,5 0, ,0 0, ,8 0,2 Wo master, doctor ,9 0, ,2 0, ,2 0,6 Opleidingsniveau onbekend 48 37,6 1, ,8 1, ,8 1,6 Arbeidsduur 1-12 uur per week 636 5,3 0, uur per week ,6 0, ,6 0, uur per week ,2 0, ,2 0,1 35 uur per week of meer ,4 0, ,4 0, ,8 0,1 Beroepsniveau Elementaire beroepen ,8 0, ,6 0, ,8 0,2 Lagere beroepen ,1 0, ,9 0, ,4 0,1 Middelbare beroepen ,3 0, ,7 0, ,9 0,1 Hogere beroepen ,6 0, ,7 0, ,9 0,3 Wetenschappelijke beroepen ,8 0, ,8 0, ,7 0,5 Beroepsniveau onbekend ,1 0, ,0 0, ,5 1, * Voorlopige cijfers Door de mogelijke samenhang tussen de demografische en sociaaleconomische achtergrondkenmerken kunnen geen eenduidige conclusies uit de gemiddelde inkomens worden getrokken. Duidelijk is wel dat bijvoorbeeld mannen een hoger gemiddeld inkomen hebben dan vrouwen, maar de uitkomsten geven geen inzicht in de oorzaken van dit verschil. Het is bekend dat het inkomensverschil tussen mannen en vrouwen voor een deel wordt veroorzaakt door het verschil in arbeidsduur. Vrouwen werken veel vaker dan mannen in deeltijd, waardoor het inkomen van vrouwen lager ligt (Moonen, Otten en Pleijers, 2011). Echter, wanneer alleen voltijd werknemers met een vast dienstverband worden beschouwd, zien we dat het inkomensverschil tussen mannen en vrouwen weliswaar kleiner is geworden, maar toch nog ruim 11 duizend euro op jaarbasis bedraagt. Een deel van het verschil in inkomen tussen mannen en vrouwen hangt dus samen met de arbeidsduur, maar ook andere factoren spelen een rol. Vrouwen werken bijvoorbeeld vaker in lager betaalde sectoren en hebben daarom vaker lager betaalde functies dan mannen (SCP/CBS, 2011). Om een beter beeld te krijgen van de factoren die van invloed zijn op de hoogte van het inkomen zijn verschillende regressieanalyses uitgevoerd zoals beschreven in paragraaf 2. 7

8 Alvorens de factoren in beeld te brengen die de hoogte van het inkomen deels kunnen verklaren, is naar de onderlinge samenhang van deze factoren gekeken. De sterkste samenhang zien we tussen het opleidingsniveau en het beroepsniveau: de correlatiecoëfficiënt bedraagt bijna 0,7. Personen met een hoog opleidingsniveau werken vaak ook in de hogere beroepen en vice versa 5. Daarnaast heeft leeftijd een sterke samenhang met het aantal jaren werkervaring. De onderlinge samenhang tussen de factoren geven echter geen aanleiding om de factoren niet gelijktijdig in de regressieanalyses op te nemen. Ook de testen voor multicollineariteit wezen niet op problemen. In Tabel 4 worden de resultaten van de regressieanalyses voor werknemers gegeven. In een eerste analyse is de volledige groep werknemers bekeken. Daarnaast zijn ook analyses gedaan voor werknemers die deel uitmaken van de werkzame beroepsbevolking 6 en voor voltijd werknemers met een vast dienstverband. Tabel 4. Resultaten regressieanalyse voor werknemers, 2009* Totaal werknemers 1) Werknemers; werkzame beroepsbevolking Voltijd werknemers met vast dienstverband 2) Aantal waarnemingen R , , ,474 Opgenomen variabele Toename R 2 Opgenomen variabele Toename R 2 Opgenomen variabele Toename R Stap 1 Arbeidsduur 0,554 Arbeidsduur 0,346 Beroepsniveau 0,249 Stap 2 Beroepsniveau 0,102 Beroepsniveau 0,163 Leeftijd 0,115 Stap 3 Leeftijd 0,044 Leeftijd 0,065 Opleidingsniveau 0,034 Stap 4 Soort dienstverband 0,020 Soort dienstverband 0,032 Geslacht 0,027 Stap 5 Opleidingsniveau 0,010 Opleidingsniveau 0,013 Grootteklasse bedrijf 0,015 Stap 6 Grootteklasse bedrijf 0,005 Werkervaring 0,012 Werkervaring 0,011 Stap 7 Geslacht 0,003 Geslacht 0,007 Minderjarige kinderen 0,011 Stap 8 Burgerlijke staat 0,003 Grootteklasse bedrijf 0,007 Bedrijfssector 0,003 Stap 9 Positie in het huishouden 0,002 Minderjarige kinderen 0,003 Burgerlijke staat 0,002 Stap 10 Ook werkzaam als zelfstandige 0,001 Ook werkzaam als zelfstandige 0,001 Etniciteit 0,002 Stap 11 Etniciteit 0,000 Burgerlijke staat 0,001 Positie in het huishouden 0,002 Stap 12 Minderjarige kinderen 0,000 Positie in het huishouden 0,002 Ook werkzaam als zelfstandige 0,002 Stap 13 Bedrijfssector 0,000 Etniciteit 0,001 Stap 14 Bedrijfssector 0, * Voorlopige cijfers 1) In het model met alle werknemers is de variabele werkervaring niet meegenomen, omdat deze alleen bekend is voor de werkzame beroepsbevolking. 2) In het model met de voltijd werknemers met een vast dienstverband zijn de variabelen arbeidsduur en soort dienstverband niet meegenomen. Uit de resultaten voor de volledige groep werknemers blijkt dat met behulp van de in het model opgenomen factoren bijna 75 procent van het inkomen kan worden verklaard (R 2 = 0,744). De arbeidsgerelateerde kenmerken dragen beduidend meer bij aan de verklaring van het inkomen dan de persoonskenmerken. De wekelijkse arbeidsduur heeft verreweg de grootste bijdrage aan de verklaring van de hoogte van het inkomen: meer dan de helft van de verklaarde variantie is toe te schrijven aan de 5 De hoge correlatie tussen het opleidings- en het beroepsniveau hangt onder meer samen met het feit dat het beroepsniveau deels gebaseerd is op het opleidingsniveau. 6 De werkzame beroepsbevolking bestaat uit personen van 15 tot 65 jaar die betaald werk hebben van twaalf uur of meer per week. 8

9 wekelijkse arbeidsduur. Daarnaast levert ook het beroepsniveau een grote bijdrage: door toevoeging van deze factor aan het model stijgt de verklaarde variantie van 55 procent naar 65 procent. De leeftijd, het soort dienstverband en het opleidingsniveau hebben slechts een beperkt effect (een toename van de verklaarde variantie van minder dan 5 procent). Hierbij moet wel worden opgemerkt dat er een hoge correlatie bestaat tussen het opleidingsniveau en het beroepsniveau. Een deel van het effect van beroep vindt dan ook zijn oorsprong in onderliggende opleidingsverschillen. In de causale keten gaat het onderwijs immers vooraf aan het latere te bereiken beroepsniveau. Het effect van de overige factoren is minimaal, hoewel ze wel een significante bijdrage leveren aan de verklaring van het inkomen. De uitkomsten van de analyse voor de werkzame beroepsbevolking geeft hetzelfde beeld als bij de totale groep werknemers. Wederom speelt de wekelijkse arbeidsduur de grootste rol bij de verklaring van de hoogte van het inkomen. Ook het beroepsniveau, de leeftijd, het soort dienstverband en het opleidingsniveau spelen, net als bij de vorige analyse, een rol. Het aantal jaren werkervaring levert ook een (beperkte) bijdrage aan de verklaring van de hoogte van het inkomen. De bijdrage van de overige factoren is minimaal (maar wel significant). De totale verklaarde variantie ligt bij de groep werknemers binnen de werkzame beroepsbevolking lager dan bij de volledige groep werknemers (R 2 = 0,653). Omdat bij beide voorgaande analyses de arbeidsduur en het soort dienstverband een grote rol bleken te spelen bij de verklaring van het inkomen, is de analyse een derde keer uitgevoerd voor de groep voltijd werknemers met een vast dienstverband. Voltijd werknemers zijn hier afgebakend als werknemers die betaald werk hebben voor 35 uur per week of meer. De verklarende kracht van het model is voor deze groep beduidend kleiner: nog niet de helft van de variantie kan worden verklaard door de resterende factoren (R 2 = 0,474). Het beroepsniveau en de leeftijd verklaren het grootste deel van de variantie. Daarnaast spelen ook het opleidingsniveau, het geslacht, de grootteklasse van het bedrijf, de werkervaring en de aanwezigheid van minderjarige kinderen in het huishouden een bescheiden rol. Ook hier hebben alle factoren een significante bijdrage, toch levert de toevoeging van de factoren bedrijfssector, burgerlijke staat, etniciteit, positie in het huishouden en het al dan niet werkzaam zijn als zelfstandige weinig bij aan de additioneel verklaarde variantie. 4. Inkomen van zelfstandigen In 2009 bedroeg de winst uit onderneming van zelfstandigen gemiddeld 32 duizend euro. Ook hier zijn er aanzienlijke verschillen in gemiddelde winst wanneer wordt gekeken naar verschillende demografische en sociaaleconomische achtergrondkenmerken. Het inkomen van mannelijke 9

10 ondernemers ligt hoger dan dat van vrouwelijke ondernemers (36 duizend euro tegenover 24 duizend euro). Ook de verschillen in inkomen tussen de diverse beroepsniveaus is groot: zelfstandigen met een elementair beroepsniveau maken gemiddeld 26 duizend euro winst, terwijl zelfstandigen met een wetenschappelijk beroepsniveau bijna 70 duizend euro winst maken (zie Tabel 5). Merk op dat, door de kleinere groepen enerzijds en grotere spreiding van de inkomens anderzijds, de standaardfouten bij de gemiddelde inkomens van zelfstandigen groter zijn dan bij die van werknemers. Tabel 5. Gemiddeld inkomen uit onderneming van zelfstandigen naar kenmerken, 2009* Totaal zelfstandigen Voltijd zelfstandig ondernemers Gemiddeld inkomen Gemiddeld inkomen Aantal Standaardfout Aantal Standaardfout uit onderneming uit onderneming x x euro x x euro Totaal ,0 0, ,2 0,4 Geslacht Mannen ,0 0, ,8 0,4 Vrouwen ,0 0, ,9 0,7 Leeftijd 15 tot 25 jaar tot 35 jaar ,3 0, ,3 0,7 35 tot 45 jaar ,4 0, ,2 0,7 45 tot 55 jaar ,7 0, ,1 0,7 55 tot 65 jaar ,1 0, ,0 0,9 Opleidingsniveau Basisonderwijs 33 25,1 0, ,5 1,1 Vmbo, mbo1, avo onderbouw ,2 0, ,1 0,7 Havo, vwo, mbo ,4 0, ,0 0,4 Hbo, wo bachelor ,7 0, ,9 0,8 Wo master, doctor ,6 1, ,8 1,5 Opleidingsniveau onbekend Arbeidsduur 1-12 uur per week 23 12,0 1, uur per week 23 13,0 1, uur per week ,3 0, uur per week ,2 0, ,3 0, uur per week ,0 0, ,7 0,6 65 uur per week of meer 88 32,0 1, ,2 1,1 Beroepsniveau Elementaire beroepen 20 26,0 0, Lagere beroepen ,8 0, ,3 0,5 Middelbare beroepen ,1 0, ,1 0,4 Hogere beroepen ,0 0, ,0 0,7 Wetenschappelijke beroepen 71 69,4 1, ,3 2,1 Beroepsniveau onbekend * Voorlopige cijfers Uiteraard hangen ook hier de verschillende persoons- en werkgerelateerde kenmerken met elkaar samen. Evenals bij de groep werknemers is ook hier de correlatie tussen het opleidingsniveau en het beroepsniveau met = 0,65 verreweg het hoogst. Ook is er een sterke samenhang tussen de leeftijd en het aantal jaren werkervaring ( = 0,49). 10

11 Om de relatie tussen de verschillende persoons- en arbeidsgerelateerde kenmerken en het inkomen van zelfstandigen te onderzoeken zijn inkomenscijfers van 2008 en 2009 samengevoegd. Hiervoor zijn twee belangrijke redenen. Allereerst is de dynamiek onder zelfstandigen groter dan onder werknemers, waardoor de inkomens van zelfstandigen meer fluctueren. Door het samenvoegen van inkomensgegevens van meerdere jaren, worden de incidentele ondernemers buiten de analyses gelaten en worden de fluctuaties van het inkomen beperkt. Ten tweede zijn er momenteel nog geen definitieve inkomenscijfers over 2009 beschikbaar. Voor de groep zelfstandigen is het bekend dat de verschillen tussen voorlopige en definitieve cijfers doorgaans groter zijn dan voor werknemers, omdat zelfstandigen over het algemeen later belastingaangifte doen. Daardoor ligt het aandeel geschatte gegevens bij de voorlopige inkomenscijfers van zelfstandigen relatief hoog, waardoor het lastig is om hier gedetailleerde analyses op te doen. Voor het huidige onderzoek is het van minder groot belang om recente cijfers te gebruiken (de samenhang tussen het inkomen en de onderliggende factoren zullen naar alle waarschijnlijkheid niet veel verschillen van jaar op jaar), maar het is juist belangrijk om kwalitatief goede cijfers te gebruiken. Om het belang van de verschillende factoren afzonderlijk te onderzoeken zijn ook voor de zelfstandigen regressieanalyses uitgevoerd. Doordat er een logaritmische transformatie op de inkomens is uitgevoerd, zijn de negatieve inkomens bij deze analyses buiten beschouwing gelaten. Er zijn twee analyses gedaan: voor de totale groep zelfstandigen en voor voltijd werkende zelfstandig ondernemers (exclusief meewerkende gezinsleden en overige zelfstandigen zoals freelancers). Ook hier wordt voltijds gedefinieerd als een gemiddelde werkweek van 35 uur of meer. Naar deze laatste groep wordt gerefereerd als voltijd zelfstandig ondernemers. Tabel 6 geeft de resultaten van de regressieanalyses. Tabel 6. Resultaten regressieanalyse voor zelfstandigen, * Totaal zelfstandigen 1) Voltijd zelfstandig ondernemers 2) Aantal waarnemingen R ,151 0,097 Opgenomen variabele Toename R 2 Opgenomen variabele Toename R Stap 1 Arbeidsduur 0,061 Beroepsniveau 0,036 Stap 2 Beroepsniveau 0,035 Geslacht 0,024 Stap 3 Ook looninkomsten 0,024 Ook looninkomsten 0,022 Stap 4 Geslacht 0,013 Opleidingsniveau 0,007 Stap 5 Minderjarige kinderen 0,011 Minderjarige kinderen 0,007 Stap 6 Opleidingsniveau 0, * De cijfers over 2009 zijn voorlopige cijfers 1) In het model met alle zelfstandigen is de variabele werkervaring niet meegenomen, omdat deze alleen bekend is voor de werkzame beroepsbevolking. 2) In het model met de voltijd zelfstandig ondernemers zijn de variabelen arbeidsduur en soort zelfstandige niet meegenomen. 11

12 Slechts 15 procent van het inkomen van zelfstandigen kan verklaard worden door de in het model opgenomen factoren (R 2 = 0,151). Wanneer gekeken wordt naar de voltijd zelfstandig ondernemers presteert het model nog minder goed: minder dan 10 procent van het inkomen kan worden verklaard. Hiermee is de verklarende kracht van het regressiemodel voor zelfstandigen zeer beperkt, zeker in vergelijking met het model toegepast op werknemers. Voor de groep met alle zelfstandigen dragen de wekelijkse arbeidsduur en het beroepsniveau het meeste bij aan de verklaring van de hoogte van het inkomen. Ook speelt het een rol of iemand naast zijn of haar werkzaamheden als zelfstandige ook looninkomsten heeft. Daarnaast spelen ook het geslacht, de aanwezigheid van minderjarige kinderen in het huishouden en het opleidingsniveau een (beperkte) rol. De factoren leeftijd, burgerlijke staat, positie in het huishouden, etniciteit, bedrijfssector en het soort zelfstandige hebben geen invloed op de hoogte van het inkomen. Voor de groep voltijd zelfstandig ondernemers blijken dezelfde factoren een rol te spelen bij de hoogte van het inkomen. Het beroepsniveau levert ook hier de belangrijkste bijdrage, gevolgd door het geslacht en het al dan niet hebben van arbeidsinkomsten. Ook het opleidingsniveau en de aanwezigheid van minderjarige kinderen in het huishouden spelen een kleine rol. 5. Conclusies In dit artikel is onderzocht welke factoren van invloed zijn op de hoogte van het inkomen uit betaald werk. Hierbij zijn zowel demografische als sociaaleconomische factoren bekeken. Door de grote verschillen in inkomens tussen werknemers en zelfstandigen zijn voor deze groepen aparte analyses uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek tonen aan dat het inkomen van werknemers voor bijna 75 procent kan worden verklaard door de in het model opgenomen factoren. De wekelijkse arbeidsduur levert verreweg de grootste bijdrage aan de verklaring van het inkomen. Ook het beroepsniveau, de leeftijd, het soort dienstverband (vast of flexibel) en het opleidingsniveau spelen een beperkte rol. De invloed van de factoren grootteklasse van het bedrijf, geslacht, burgerlijke staat, positie in het huishouden, ook werkzaam als zelfstandige, etniciteit, de aanwezigheid van minderjarige kinderen in het huishouden en de bedrijfssector leveren een minimale (maar wel significante) bijdrage aan de verklaring van de hoogte van het inkomen. De analyses voor de groep zelfstandigen geven een ander beeld: de totale verklaarde variantie bedraagt slechts 15 procent. Ook hier dragen de wekelijkse arbeidsduur en het beroepsniveau het meeste bij aan de verklaring van de hoogte van het inkomen. Daarnaast spelen het hebben van andere arbeidsinkomsten, het geslacht, de aanwezigheid van minderjarige kinderen in het huishouden en het 12

13 opleidingsniveau een beperkte rol. De factoren leeftijd, burgerlijke staat, positie in het huishouden, etniciteit, bedrijfssector en het soort zelfstandige spelen geen rol bij het verklaren van de hoogte van het inkomen. Deze uitkomsten tonen aan dat er bij het verklaren van de hoogte van het inkomen van zelfstandigen andere factoren van belang zijn die niet in het model zijn opgenomen. Zo is bekend dat de inkomens van zelfstandigen veel meer fluctueren door ontwikkelingen op de markt, zoals conjuncturele ontwikkelingen en de opkomst van concurrenten (Van der Linden, Vroonhof en Folkeringa, 2009). Hierbij moet overigens wel worden opgemerkt dat de zelfstandigen met verlies uit onderneming buiten beschouwing zijn gebleven, wat tot een vertekening van de resultaten kan leiden. Het is echter niet waarschijnlijk dat dit de kleine verklarende kracht van het model veroorzaakt. De wekelijkse arbeidsduur blijkt de grootste determinant van het inkomen te zijn. Dat is zowel het geval bij werknemers als bij zelfstandigen. Des te hoger het aantal gewerkte uren, des te hoger ligt ook het inkomen. Om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien is een kleine deeltijdbaan vaak niet voldoende. Om ervoor te zorgen dat mensen zichzelf kunnen onderhouden, is het streven van de overheid naar een hoge arbeidsparticipatie alleen niet voldoende. Mensen moeten niet alleen actief zijn op de arbeidsmarkt, ze moeten ook een volwaardige baan hebben om zichzelf te kunnen onderhouden. Naast de wekelijkse arbeidsduur blijkt ook het beroepsniveau een grote rol te spelen. Uit alle analyses blijkt de rol van het beroepsniveau van groter belang dan het opleidingsniveau. Echter, de correlatie tussen deze factoren is hoog: een hoog opleidingsniveau ligt over het algemeen ten grondslag aan een hoog beroepsniveau. Bij het streven van de overheid naar het verwerven van een eigen inkomen en het daarmee kunnen voorzien in het eigen levensonderhoud, is de investering in kwalitatief goed en toegankelijk onderwijs dus zeker niet onbelangrijk. 13

14 Literatuur Berends-Ballast, H. (1986). Inkomensverschillen, een micro-data analyse. Supplement bij de sociaaleconomische maandstatistiek, vol. 1, Folkeringa, M. (2008). Inkomens van zelfstandigen en directeuren-grootaandeelhouders. EIM rapport M , Zoetermeer, juli Leufkens, K., R. Lok en F. Otten (2011). Het inkomen van flexwerkers en zelfstandigen zonder personeel. In: Sociaaleconomische trends, 2011(1). Moonen, L., F. Otten en A. Pleijers (2011). Inkomens en positie op de arbeidsmarkt. In: Sociaaleconomische trends, 2011(1). SCP/CBS (2011). Emancipatiemonitor SCP/CBS, Den Haag. Van der Linden, B., P. Vroonhof en M. Folkeringa (2009). Review inkomens van ondernemers. EIM rapport M200902, Zoetermeer, januari

Inkomen verklaard? Het inkomen van werknemers en zelfstandigen nader bekeken

Inkomen verklaard? Het inkomen van werknemers en zelfstandigen nader bekeken Inkomen verklaard? Het inkomen van werknemers en zelfstandigen nader bekeken Linda Moonen In dit artikel is onderzocht welke factoren van invloed zijn op de hoogte van het inkomen uit betaald werk. Hierbij

Nadere informatie

Sociaaleconomische trends

Sociaaleconomische trends Sociaaleconomische trends Statistisch kwartaalblad over arbeidsmarkt, sociale zekerheid en inkomen 2e kwartaal 2012 Centraal Bureau voor de Statistiek Verklaring van tekens. gegevens ontbreken * voorlopig

Nadere informatie

Van eenverdiener naar tweeverdiener: de nieuwe norm?

Van eenverdiener naar tweeverdiener: de nieuwe norm? Van verdiener naar tweeverdiener: de nieuwe norm? Lian Kösters en Linda Moonen Binnen de groep echtparen of samenwonenden tot 65 jaar is de laatste jaren met name het aantal tweeverdieners toegenomen.

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

Bijlage B3. Eerste treden op de arbeidsmarkt. Ans Merens

Bijlage B3. Eerste treden op de arbeidsmarkt. Ans Merens Bijlage B3 Eerste treden op de arbeidsmarkt Ans Merens Inhoud Figuur B3.1... 3 Figuur B3.2... 4 Tabel B3.1... 5 Figuur B3.3... 6 Figuur B3.4... 6 Figuur B3.5... 7 Tabel B3.2... 8 Figuur B3.6... 9 Figuur

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun s Karin Hagoort en Maaike Hersevoort In 24 verdienden samenwonende of gehuwde vrouwen van 25 tot 55 jaar ongeveer de helft van wat hun s verdienden. Naarmate het

Nadere informatie

Herintreders op de arbeidsmarkt

Herintreders op de arbeidsmarkt Herintreders op de arbeidsmarkt Sabine Lucassen Voor veel herintreders is het lang dat ze voor het laatst gewerkt hebben. Herintreders zijn vaak vrouwen in de leeftijd van 35 44 jaar en laag of middelbaar

Nadere informatie

Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen

Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen Jan-Willem Bruggink en Clemens Siermann Werkenden van 45 jaar of ouder zijn weinig mobiel op de arbeidsmarkt. Binnen deze groep neemt de mobiliteit af met het stijgen

Nadere informatie

Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann

Artikelen. Overwerken in Nederland. Ingrid Beckers en Clemens Siermann Overwerken in Nederland Ingrid Beckers en Clemens Siermann In 4 werkte 37 procent de werknemers in Nederland regelmatig over. Bijna een derde het overwerk is onbetaald. Overwerk komt het meeste voor onder

Nadere informatie

Jongeren en ouderen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt

Jongeren en ouderen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt Jongeren en ouderen zonder startkwalificatie op de arbeidsmarkt Harry Bierings en Robert de Vries Uit onderzoek blijkt dat jongeren van 15-24 jaar zonder startkwalificatie meer moeite hebben om een (vaste)

Nadere informatie

Artikelen. Organisatiegraad van werknemers, 2001. Jo van Cruchten en Rob Kuijpers

Artikelen. Organisatiegraad van werknemers, 2001. Jo van Cruchten en Rob Kuijpers Organisatiegraad van werknemers, 2001 Jo van Cruchten en Rob Kuijpers Een kwart van alle werknemers in de leeftijdscategorie 15 64 jaar met betaald werk voor tenminste twaalf uur per week was in 2001 lid

Nadere informatie

Artikelen. Inkomensverschillen op de werkvloer. Marion van den Brakel. Inkomensongelijkheid

Artikelen. Inkomensverschillen op de werkvloer. Marion van den Brakel. Inkomensongelijkheid Artikelen Inkomensverschillen op de werkvloer Marion van den Brakel De inkomensverschillen onder mensen met kleine banen tot twee dagen zijn veel groter dan bij de rest van de werkzame beroepsbevolking.

Nadere informatie

Vrouwen op de arbeidsmarkt

Vrouwen op de arbeidsmarkt op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna

Nadere informatie

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB

M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB M200413 Beperkte groei werkgelegenheid in het MKB A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Beperkte groei werkgelegenheid MKB in 1999-2002 De werkgelegenheid in het MKB is in 2002 met 3% toegenomen

Nadere informatie

Artikelen. Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst

Artikelen. Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst Artikelen Arbeidsparticipatie van vrouwen: een vergelijking naar opleidingsniveau, leeftijd en herkomst Martijn Souren en Jannes de Vries Onder laagopgeleide vrouwen is de bruto arbeidsparticipatie aanzienlijk

Nadere informatie

Inkomen uit werk en toch risico op armoede

Inkomen uit werk en toch risico op armoede Inkomen uit werk en toch risico op armoede Boukje Janssen en Wim Bos Nederland telde in ruim 210 duizend werkenden met een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Van hen is 57 procent werknemer, de rest

Nadere informatie

Werkzaam als zzp er. huishoudensprognose

Werkzaam als zzp er. huishoudensprognose Statistische trends Regionale Werkzaam als zzp er bevolkings- en als werknemer en huishoudensprognose 2016 2040 Analyse van regionale verschillen in vruchtbaarheid In samenwerking met Planbureau voor de

Nadere informatie

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders

De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders De verdeling van arbeid en zorg tussen vaders en moeders Marjolein Korvorst en Tanja Traag Het krijgen van kinderen dwingt ouders keuzes te maken over de combinatie van arbeid en zorg. In de meeste gezinnen

Nadere informatie

Langdurige werkloosheid in Nederland

Langdurige werkloosheid in Nederland Langdurige werkloosheid in Nederland Robert de Vries In 25 waren er 483 duizend werklozen. Hiervan waren er 23 duizend 42 procent langdurig werkloos. Langdurige werkloosheid komt vooral voor bij ouderen.

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

Meer of minder uren werken

Meer of minder uren werken Meer of minder uren werken Jannes de Vries Een op de zes mensen die minstens twaalf uur per week werken (de werkzame beroeps bevolking) wil meer of juist minder uur werken. Van hen heeft minder dan de

Nadere informatie

Het inkomen van flexwerkers en zelfstandigen zonder personeel

Het inkomen van flexwerkers en zelfstandigen zonder personeel Het inkomen van flexwerkers en zelfstandigen zonder personeel Kasper Leufkens, Reinder Lok en Ferdy Otten Van de werkzame beroepsbevolking hebben zelfstandigen met personeel in dienst gemiddeld het hoogste

Nadere informatie

Verandering van werkgever, beroep en lonen

Verandering van werkgever, beroep en lonen Sociaaleconomische trends 213 Verandering van werkgever, beroep en lonen Marian Driessen Jannes de Vries december 213, 1 CBS Centraal Bureau voor de Statistiek Sociaaleconomische trends, december 213,

Nadere informatie

Welke bijstandsontvangers willen aan het werk?

Welke bijstandsontvangers willen aan het werk? Welke bijstandsontvangers willen aan het werk? Maaike Hersevoort en Mariëtte Goedhuys Van alle bijstandsontvangers van 15 tot en met 64 jaar is het grootste deel alleenstaand. Het gaat daarbij voor een

Nadere informatie

Werktijden van de werkzame beroepsbevolking

Werktijden van de werkzame beroepsbevolking Werktijden van de werkzame beroepsbevolking Ingrid Beckers Ruim de helft van de werkzame beroepsbevolking werkte in 22 op onregelmatige tijden. Werken in de avonduren en op zaterdag komt het meeste voor.

Nadere informatie

Lonen van niet-westers allochtone vrouwen bij de overheid

Lonen van niet-westers allochtone vrouwen bij de overheid Lonen van niet-westers bij de overheid Karin Hagoort en Maartje Rienstra Over het algemeen verdienen minder dan en niet-westerse n minder dan autochtonen. Bij de overheid hebben autochtone gemiddeld het

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt

1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt 1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt 1.1 De beroepsbevolking in 1975 en 2003 11 1.2 De werkgelegenheid in 1975 en 2003 14 Halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw trok de gemiddelde Nederlandse

Nadere informatie

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen

Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Mantelzorgers maken weinig gebruik van verlofregelingen Martijn Souren Ongeveer 7 procent van de werknemers met een verleent zelf mantelzorg. Ze maken daar slechts in beperkte mate gebruik van aanvullende

Nadere informatie

M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt

M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt M200412 Opleidingsniveau in MKB stijgt A.M.J. te Peele Zoetermeer, 24 december 2004 Meer hoger opgeleiden in het MKB Het aandeel hoger opgeleiden in het MKB is de laatste jaren gestegen. Met name in de

Nadere informatie

Gebruik van kinderopvang

Gebruik van kinderopvang Gebruik van kinderopvang Saskia te Riele In zes van de tien gezinnen met kinderen onder de twaalf jaar hebben de ouders hun werk en de zorg voor hun kinderen zodanig georganiseerd dat er geen gebruik hoeft

Nadere informatie

Man-vrouwverschillen in de intensiteit van economische zelfstandigheid

Man-vrouwverschillen in de intensiteit van economische zelfstandigheid Man-vrouwverschillen in de intensiteit van economische zelfstandigheid Marion van den Brakel Werkende mannen zijn vaker economisch zelfstandig dan werkende vrouwen. In 2009 had 83 procent van de werkende

Nadere informatie

Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt

Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Tanja Traag Van alle jongeren die in 24 niet meer op school zaten, had 6 procent een startkwalificatie, wat inhoudt dat ze minimaal

Nadere informatie

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 Lian Kösters, Paul den Boer en Bob Lodder* Inleiding In dit artikel wordt de arbeidsparticipatie in Nederland tussen 1970

Nadere informatie

Ouders op de arbeidsmarkt

Ouders op de arbeidsmarkt Ouders op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Johan van der Valk De bruto arbeidsparticipatie van alleenstaande s is sinds 1996 sterk toegenomen. Wel is de arbeidsparticipatie van paren nog steeds een stuk

Nadere informatie

Managers zijn de meest tevreden werknemers

Managers zijn de meest tevreden werknemers Sociaaleconomische trends 2014 Managers zijn de meest tevreden werknemers Linda Moonen februari 2014, 02 CBS Sociaaleconomische trends, februari 2014, 02 1 Werknemers zijn over het algemeen tevreden met

Nadere informatie

9. Werknemers en bedrijfstakken

9. Werknemers en bedrijfstakken 9. Werknemers en bedrijfstakken Niet-westerse allochtonen hebben minder vaak een baan als werknemer vergeleken met autochtonen. De positie van de tweede generatie is gunstiger dan die van de eerste generatie.

Nadere informatie

Inkomen en de combinatie van arbeid en zorg

Inkomen en de combinatie van arbeid en zorg Inkomen en de combinatie van arbeid en zorg Jannes de Vries en Francis van der Mooren Voor het combineren van arbeid en zorg kunnen ouders gebruik maken van ouderschapsverlof en kinderopvang. Of werkende

Nadere informatie

Mantelzorgers op de arbeidsmarkt

Mantelzorgers op de arbeidsmarkt ers op de arbeidsmarkt Jannes de Vries en Francis van der Mooren Een op de tien 25- tot 65-jarigen verleent zorg aan hun partner, een kind of een ouder. Vrouwen en 45- tot 55-jarigen zorgen vaker voor

Nadere informatie

OP DIT ARTIKEL RUST EEN EMBARGO TOT DINSDAG 6 JUNI OM 2:00 UUR

OP DIT ARTIKEL RUST EEN EMBARGO TOT DINSDAG 6 JUNI OM 2:00 UUR OP DIT ARTIKEL RUST EEN EMBARGO TOT DINSDAG 6 JUNI OM 2:00 UUR Financiën van werkende twintigers en dertigers Harry Bierings, Jasper Menger en Kai Gidding De meeste twintigers staan voor het eerst financieel

Nadere informatie

BUS-H Samenloop werk en bijstand

BUS-H Samenloop werk en bijstand Rapport BUS-H Samenloop werk en bijstand Rianne Kraaijeveld-de Gelder Annemieke Redeman Jeremy Weidum 30 november 2016 samenvatting In opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Nadere informatie

Vrijwilligerswerk onder werkenden en niet-werkenden

Vrijwilligerswerk onder werkenden en niet-werkenden Vrijwilligerswerk onder werkenden en niet-werkenden Koos Arts en Saskia te Riele In 29 deed ruim 22 procent van de volwassenen vrijwilligerswerk voor een organisatie of vereniging. Niet-werkenden deden

Nadere informatie

Nog steeds fors sekseverschil in economische zelfstandigheid

Nog steeds fors sekseverschil in economische zelfstandigheid Nog steeds fors sekseverschil in economische zelfstandigheid Marion van den Brakel Centraal Bureau voor de Statistiek mhfs@cbs.nl (Het artikel is op persoonlijke titel geschreven en geeft niet noodzakelijkerwijs

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

werk, maar niet economisch 2004-2011 zelfstandig

werk, maar niet economisch 2004-2011 zelfstandig Sociaaleconomische Economische trends Trends 2013 Wel Werkloosheid werk, maar niet economisch 2004-2011 zelfstandig Stromen en duren Werkloosheidsduren op basis van de Enquête beroepsbevolking 2015 08

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

Werkloosheid. flexwerkers. Sociaal Economische Trends 2013 Sociaaleconomische trends

Werkloosheid. flexwerkers. Sociaal Economische Trends 2013 Sociaaleconomische trends Sociaal Economische Trends 2013 Sociaaleconomische trends Werkloosheid Inkomenspositie 2004-2011 van flexwerkers Stromen en duren Werkloosheidsduren op basis van de Enquête beroepsbevolking 2016 09 Wendy

Nadere informatie

Inkomsten uit werk en toch een. langdurig laag inkomen : kenmerken en verklaringen. Conclusie

Inkomsten uit werk en toch een. langdurig laag inkomen : kenmerken en verklaringen. Conclusie Opdrachtgever SZW Inkomsten uit werk en toch een langdurig laag inkomen : kenmerken en verklaringen Opdrachtnemer CBS, Centrum voor Beleidsstatistiek / L. Muller, C. van Weert, J. van den Tillaart, M.

Nadere informatie

Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers

Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers Sociaaleconomische trends 213 Verwachte baanvindduren werkloze 45-plussers Harry Bierings en Bart Loog juli 213, 2 CBS Centraal Bureau voor de Statistiek Sociaaleconomische trends, juli 213, 2 1 De afgelopen

Nadere informatie

Artikelen. Inkomens en positie op de arbeidsmarkt. Linda Moonen, Ferdy Otten en Astrid Pleijers

Artikelen. Inkomens en positie op de arbeidsmarkt. Linda Moonen, Ferdy Otten en Astrid Pleijers Artikelen Inkomens en positie op de arbeidsmarkt Linda Moonen, Ferdy Otten en Astrid Pleijers In 2008 was het persoonlijk van een werkende gemiddeld ruim 35 duizend euro. Dat is beduidend hoger dan het

Nadere informatie

Pensioenaanspraken in beeld

Pensioenaanspraken in beeld Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.

Nadere informatie

Economische zelfstandigheid van werkende mannen en vrouwen

Economische zelfstandigheid van werkende mannen en vrouwen Economische zelfstandigheid van werkende mannen en vrouwen Marion van den Brakel en Kasper Leufkens Werkende mannen zijn vaker economisch zelfstandig dan vrouwen. Dat geldt echter niet voor deeltijdwerkers.

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

Artikelen. Combinatie van zorg en werk: de invloed van baankenmerken. Saskia te Riele en Martijn Souren

Artikelen. Combinatie van zorg en werk: de invloed van baankenmerken. Saskia te Riele en Martijn Souren Artikelen Combinatie van zorg en werk: de invloed van baankenmerken Saskia te Riele en Martijn Souren Moeders met jonge kinderen werken in Nederland voornamelijk in deeltijd. Door minder uren te werken,

Nadere informatie

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk M201210 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk Arjan Ruis Zoetermeer, september 2012 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk De leeftijd van de ondernemer blijkt

Nadere informatie

Gelijk loon voor gelijk werk?

Gelijk loon voor gelijk werk? 12 1 Gelijk loon voor gelijk werk? Banen en lonen bij overheid en bedrijfsleven, 2010 Marleen Geerdinck Lydia Geijtenbeek Jamie Graham Nicol Sluiter Chantal Wagner Centraal Bureau voor de Statistiek Verklaring

Nadere informatie

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Ronald van Bekkum (UWV), Harry Bierings en Robert de Vries In arbeidsmarktbeleid en in statistieken van het CBS wordt een duidelijk onderscheid gemaakt

Nadere informatie

Artikelen. Tijdelijke en langdurige banen, A.W.F. Corpeleijn 1)

Artikelen. Tijdelijke en langdurige banen, A.W.F. Corpeleijn 1) Tijdelijke en langdurige banen, 2000 A.W.F. Corpeleijn 1) Veel bedrijven werken met een combinatie van vaste en losse krachten. Werknemers met tijdelijke contracten worden onder meer ingezet voor speciale

Nadere informatie

Artikelen. Minder dynamiek binnen de werkzame beroepsbevolking in Ingrid Beckers en Birgit van Gils

Artikelen. Minder dynamiek binnen de werkzame beroepsbevolking in Ingrid Beckers en Birgit van Gils Minder dynamiek binnen de werkzame beroepsbevolking in 23 Ingrid Beckers en Birgit van Gils In 23 vonden ruim 9 duizend mensen een nieuwe baan. Dat is 13 procent van de werkzame beroepsbevolking. Het aandeel

Nadere informatie

Artikelen. Banen, lonen en arbeidsduur van werknemers, Wilmie Weltens

Artikelen. Banen, lonen en arbeidsduur van werknemers, Wilmie Weltens Banen, lonen en arbeidsduur van werknemers, 2002 Wilmie Weltens Eind december 2002 hadden werknemers in Nederland in totaal ruim zeven miljoen banen. Ten opzichte van december 2001 betekent dit een stijging

Nadere informatie

Ouderschapsverlof. Ingrid Beckers en Clemens Siermann

Ouderschapsverlof. Ingrid Beckers en Clemens Siermann Ouderschapsverlof Ingrid Beckers en Clemens Siermann Ruim een kwart van de werknemers in Nederland die in 24 recht hadden op ouderschapsverlof, hebben daarvan gebruik gemaakt. nemen veel vaker ouderschapsverlof

Nadere informatie

Diversiteit binnen de loonverdeling

Diversiteit binnen de loonverdeling Diversiteit binnen de loonverdeling Osman Baydar en Karin Hagoort Doordat meer vrouwen en niet-westerse werken, wordt de arbeidsmarkt diverser. In de loonverdeling is deze diversiteit vooral terug te zien

Nadere informatie

Beroepsbevolking 2005

Beroepsbevolking 2005 Beroepsbevolking 2005 De veroudering van de beroepsbevolking is duidelijk zichtbaar in de veranderende leeftijdspiramide van de werkzame beroepsbevolking (figuur 1). In 1975 behoorde het grootste deel

Nadere informatie

Post-initieel onderwijs: jaarcijfers en ontwikkeling van de deelname

Post-initieel onderwijs: jaarcijfers en ontwikkeling van de deelname Post-initieel onderwijs: jaarcijfers en ontwikkeling van de deelname Max van Herpen In 22 werden in totaal 4,6 miljoen cursussen of opleidingen gevolgd die niet tot het reguliere voltijd onderwijs behoren.

Nadere informatie

De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2006

De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2006 Kantoor Den Haag Afdeling Concernbeleid Team Monitoring en Beleidsinformatie De arbeidsmarktpositie van werknemers in 2006 Een onderzoek naar de verschillen in beloning en mobiliteit tussen groepen werknemers

Nadere informatie

Artikelen. Hoge arbeidsdeelname, maar lage arbeidsduur. Ingrid Beckers en Hans Langenberg

Artikelen. Hoge arbeidsdeelname, maar lage arbeidsduur. Ingrid Beckers en Hans Langenberg Hoge arbeidsdeelname, maar lage arbeidsduur Ingrid Beckers en Hans Langenberg De arbeidsdeelname in Nederland is de afgelopen 25 toegenomen. Dit komt vooral doordat meer vrouwen zijn gaan werken. Zij doen

Nadere informatie

Aanbod van arbeid 2012

Aanbod van arbeid 2012 Bijlage B: Tabellen Auteurs Jan Dirk Vlasblom Edith Josten Marian de Voogd-Hamelink Bijlage B. Tabellen In deze bijlage zijn diverse tabellen opgenomen behorende bij het SCP-rapport Aanbod van Arbeid 2012

Nadere informatie

JONGE MOEDERS EN HUN WERK

JONGE MOEDERS EN HUN WERK AMSTERDAMS INSTITUUT VOOR ARBEIDSSTUDIES (AIAS) UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM JONGE MOEDERS EN HUN WERK Onderzoek op basis van de Loonwijzer Kea Tijdens, AIAS, Universiteit van Amsterdam Maarten van Klaveren,

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie

Locatie van banen, opleiding van niet werkend werkzoekenden, in- en uitstroom van uitkeringen

Locatie van banen, opleiding van niet werkend werkzoekenden, in- en uitstroom van uitkeringen Locatie van banen, opleiding van niet werkend werkzoekenden, in- en uitstroom van uitkeringen Gemeente Enschede 2002-2006 Centrum voor Beleidsstatistiek Frank van der Linden, Mariëtte Goedhuys-van der

Nadere informatie

Een leven lang leren: deelname aan opleidingen, informeel leren en ervaren resultaten

Een leven lang leren: deelname aan opleidingen, informeel leren en ervaren resultaten Sociaaleconomische trends 2014 Een leven lang leren: deelname aan opleidingen, informeel leren en ervaren resultaten Astrid Pleijers Paul de Winden September 2014, 01 CBS Sociaaleconomische trends, September

Nadere informatie

Arbeidsaanbod naar sociaaldemografische kenmerken

Arbeidsaanbod naar sociaaldemografische kenmerken CPB Memorandum Sector : Arbeidsmarkt en Welvaartsstaat Afdeling/Project : Arbeid Samensteller(s) : Rob Euwals, Daniël van Vuuren, Adri den Ouden, Janneke Rijn Nummer : 171 Datum : 12 december 26 Arbeidsaanbod

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders

Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders Levensfasen van kinderen en het arbeidspatroon van ouders Martine Mol De geboorte van een heeft grote invloed op het arbeidspatroon van de vrouw. Veel vrouwen gaan na de geboorte van het minder werken.

Nadere informatie

Baanvindduren, hoe snel vinden werklozen een baan?

Baanvindduren, hoe snel vinden werklozen een baan? Baanvindduren, hoe snel vinden werklozen een baan? Harry Bierings, Marcel Kerkhofs 1) en Robert de Vries Werklozen in 29 vonden doorgaans minder snel een baan dan werklozen in 28. Werd in 29 voor 65 procent

Nadere informatie

Artikelen. Meer ouderen aan het werk. Hendrika Lautenbach en Marc Cuijpers

Artikelen. Meer ouderen aan het werk. Hendrika Lautenbach en Marc Cuijpers Meer ouderen aan het werk Hendrika Lautenbach en Marc Cuijpers Het aantal werkzame 5-plussers is sinds 1992 bijna verdubbeld. Ouderen maken ook een steeds groter deel uit van de werkzame beroepsbevolking.

Nadere informatie

Verzorgende beroepen psychisch en fysiek zwaar belastend

Verzorgende beroepen psychisch en fysiek zwaar belastend Verzorgende beroepen psychisch en fysiek zwaar belastend Lian Kösters In 27 gaf ruim een derde van de werkzame beroepsbevolking aan regelmatig te maken te hebben met een psychisch hoge werkdruk. Iets minder

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S-GRAVENHAGE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S-GRAVENHAGE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S-GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40

Nadere informatie

Duiding Arbeidsmarktontwikkelingen juni 2017

Duiding Arbeidsmarktontwikkelingen juni 2017 Duiding Arbeidsmarktontwikkelingen juni 2017 Inhoudsopgave Samenvatting: in één oogopslag 2 1. Economie 3 1.1. Nederlandse economie groeit nog steeds verder 3 1.2. Minder verleende ontslagvergunningen

Nadere informatie

Aan het werk met re-integratieondersteuning

Aan het werk met re-integratieondersteuning Aan het werk met re-integratieondersteuning Vijfmeting, fase 3 29-11-2013 gepubliceerd op cbs.nl Inhoud Inleiding 5 1. Beschrijving van het onderzoek 6 1.1 Populatie 6 1.2 Onderzoeksmethode 7 1.3 Bronnen

Nadere informatie

Arbeid combineren met zorg: deeltijdwerk

Arbeid combineren met zorg: deeltijdwerk Arbeid combineren met zorg: deeltijdwerk Johan van der Valk De arbeidsdeelname van vrouwen hangt voornamelijk samen met leeftijd, opleidingsniveau en herkomstgroepering. Voor vrouwen van 25 tot 50 jaar

Nadere informatie

Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren

Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren Meeste werknemers tevreden met aantal werkuren Christianne Hupkens De meeste werknemers zijn tevreden met de omvang van hun dienstverband. Ruim zes op de tien werknemers tussen de 25 en 65 jaar wil niet

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt

Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt : een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt Harry Bierings en Robert de Vries Direct nadat zij school hadden verlaten, maar ook nog vier jaar daarna, hebben voortijdig naar verhouding vaak geen baan. Als

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding

Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding Gezondheidsbeleving en werkhervatting 35-minners (april 2010) Aanleiding Het is de vraag of het in alle gevallen reëel is om van werkgevers en de desbetreffende werknemers te verwachten dat zij (in het

Nadere informatie

leeftijd 2004-2011 minder economisch zelfstandig dan mannen

leeftijd 2004-2011 minder economisch zelfstandig dan mannen Sociaaleconomische Economische trends Trends 2014 2013 en Werkloosheid al op jonge leeftijd 2004-2011 minder economisch Stromen en duren zelfstandig dan mannen Werkloosheidsduren op basis van de Enquête

Nadere informatie

Deelname aan post-initieel onderwijs, 1995 2005

Deelname aan post-initieel onderwijs, 1995 2005 Deelname aan post-initieel onderwijs, 1995 2005 Max van Herpen De deelname aan opleidingen na het betreden van de arbeidsmarkt ligt in Nederland op een redelijk niveau. Hoger opgeleiden, jongeren, niet-westerse

Nadere informatie

Gezondheid en sterfte naar onderwijsniveau

Gezondheid en sterfte naar onderwijsniveau Gezondheid en sterfte naar onderwijsniveau Den Haag, 28 maart 212 Jan-Willem Bruggink (Centraal Bureau voor de Statistiek) Seminar: De opleidingsgradiënt in de demografie Wat gaat er komen? Gezondheid,

Nadere informatie

Sociaaleconomische trends

Sociaaleconomische trends Sociaaleconomische trends Statistisch kwartaalblad over arbeidsmarkt, sociale zekerheid en inkomen Themanummer: Werk en inkomen 1e kwartaal 2011 Centraal Bureau voor de Statistiek Den Haag/Heerlen 2011

Nadere informatie

Meerdere keren zonder werk

Meerdere keren zonder werk Meerdere keren zonder werk Antoinette van Poeijer Ontvangers van een - of bijstandsuikering en ers worden gestimuleerd (weer) aan de slag te gaan. In veel gevallen is dat succesvol. Er zijn echter ook

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

Totaalbeeld arbeidsmarkt: werkloosheid in februari 6 procent

Totaalbeeld arbeidsmarkt: werkloosheid in februari 6 procent Arbeidsmarkt in vogelvlucht Gemiddeld over de afgelopen vier maanden is er een licht stijgende trend in de werkloosheid. Het aantal banen van werknemers stijgt licht en het aantal openstaande vacatures

Nadere informatie

Bijlage 4: Werkenden met een laag inkomen

Bijlage 4: Werkenden met een laag inkomen Bijlage 4: Werkenden met een laag inkomen Dit overzicht gaat in op de inzichten die de cijfers van het CBS bieden op het punt van werkenden met een laag inkomen. Als eerste zal ingegaan worden op de ontwikkeling

Nadere informatie

ICT, kennis en economie 2012 Statistische bijlage

ICT, kennis en economie 2012 Statistische bijlage ICT, kennis en economie 2012 Statistische bijlage Deze bijlage bevat enkele tabellen met aanvullend cijfermateriaal behorend bij de publicatie ICT, kennis en economie 2012. De tabellen zijn per hoofdstuk

Nadere informatie

Vraaggestuurde re-integratie. Presentatie voor jaarbijeenkomst RVO, 1 maart 2010 Arjan Heyma en Maikel Volkerink, SEO Economisch Onderzoek

Vraaggestuurde re-integratie. Presentatie voor jaarbijeenkomst RVO, 1 maart 2010 Arjan Heyma en Maikel Volkerink, SEO Economisch Onderzoek Vraaggestuurde re-integratie Presentatie voor jaarbijeenkomst RVO, 1 maart 2010 Arjan Heyma en Maikel Volkerink, SEO Economisch Onderzoek Overzicht presentatie Probleemstelling Onderzoeksaanpak Uitgevoerde

Nadere informatie

Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt

Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht ruim zeven op de tien

Nadere informatie

Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen verder gestegen in februari

Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen verder gestegen in februari Februari 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen verder gestegen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Verleende ontslagvergunningen 7 Statistische bijlage 8 Toelichting NWW

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

BIJLAGEN. Wel of niet aan het werk. Achtergronden van het onbenut arbeidspotentieel onder werkenden, werklozen en arbeidsongeschikten

BIJLAGEN. Wel of niet aan het werk. Achtergronden van het onbenut arbeidspotentieel onder werkenden, werklozen en arbeidsongeschikten BIJLAGEN Wel of niet aan het werk Achtergronden van het onbenut arbeidspotentieel onder werkenden, werklozen en arbeidsongeschikten Patricia van Echtelt Stella Hof Bijlage A Multivariate analyses... 2

Nadere informatie