Hoe faalangst aanpakken?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoe faalangst aanpakken?"

Transcriptie

1 Scriptie Hoe faalangst aanpakken? Faalangst bij jongeren die de overstap maken naar het algemeen secundair onderwijs? Vanessa Vervaeck KORT Vanessa Vervaeck is sinds 2004 maatschappelijk assistent afstudeerrichting maatschappelijk werk. Ze liep haar tweedeen derdejaarstage in een Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) waar ze tieners begeleidde met faalangst. In haar scriptie onderzoekt Vervaeck hoe je faalangst kunt aanpakken bij leerlingen die de overstap maken naar het eerste jaar ASO. De eerste twee hoofdstukken beschrijven WAT faalangst is en WIE faalangst kan ontwikkelen. Hoofdstuk drie gaat over HOE faalangst aan te pakken. Het gaat hierbij om een integrale aanpak van faalangst, zowel op preventief als op curatief niveau. Vanwaar komt de keuze voor het onderwerp faalangst? Aan de basis van mijn keuze liggen drie persoonlijke redenen. Ten eerste kan het onderwerp faalangst gelinkt worden aan mijn stageervaringen. Tijdens mijn derdejaarsstage heb ik veel praktijkervaring opgedaan wat betreft de begeleiding van faalangstige leerlingen. De gesprekken met die leerlingen hadden als doel om de leerlingen met uitgesproken faalangst te begeleiden en om te detecteren of de leerlingen met een vermoeden van faalangst ook werkelijk faalangst hebben. Vooraleer ik die gesprekken kon voeren, heb ik me eerst verdiept in het onderwerp faalangst. Vanuit mijn eigen voorkennis, die tamelijk beperkt is, zou ik niet in staat geweest zijn om te bepalen of leerlingen met een vermoeden van faalangst nu wel of niet faalangstig zijn en zou ik ook niet in staat geweest zijn om de leerlingen met faalangst te begeleiden. Maar niet alleen mijn praktijkervaringen met faalangstigen hebben mijn persoonlijke interesse opgekrikt. Mijn interesse voor het onderwerp faalangst nam nog toe naar aanleiding van een artikel dat ik gelezen heb in de krant, Het Nieuwsblad. Het artikel had als titel: Faalangst is fel onderschat probleem 1. Het krantenartikel heeft me doen inzien dat faalangst een veel voorkomend probleem is dat in bepaalde gevallen gepaard KAN gaan met (extreem) zware gevolgen. Een derde motiverende factor is het feit dat een van mijn vriendinnen heel veel last heeft van faalangst. Zij studeert momenteel aan de universiteit en heeft een uitgesproken vorm van faalangst. Wanneer de examens eraan komen, merk ik hoe zwaar ze lijdt onder faalangst. Het is pijnlijk om te zien hoe iemand kan lijden onder faalangst en het is ook heel opvallend hoe weinig zelfvertrouwen faalangstigen hebben. Het feit dat ik in mijn persoonlijke levenssfeer vaak te maken krijg met faalangst was sterk motiverend om dit onderwerp te kiezen voor mijn scriptie. Hoofdstuk 1: Faalangst algemeen Hoofdstuk 1 begint met een korte beschrijving van angst in het algemeen. In het tweede deel belicht ik dan een aantal algemene aspecten van faalangst, die ik relevant vind in functie van mijn scriptie. Aangezien ik mijn stage gelopen heb in een Centrum voor LeerlingenBegeleiding (CLB) richt ik mij bij de beschrijving en de verklaring van faalangst vooral op faalangst binnen een schoolse context. Met andere woorden: die faalangst die voorkomt bij leerlingen. Socia-cahier nr. 2 februari 2005 [ 95 ]

2 1 Angst 1.1 Definitie Definitie volgens Ard Nieuwenbroek Angst is een overlevingsmechanisme dat in ieder levend wezen, mens en dier, aanwezig is. Angst waarschuwt ons voor gevaar, verhindert dat wij te grote risico s nemen en zorgt ervoor dat we in kritieke situaties snel kunnen handelen. 2 Definitie volgens Toon Gordebeke Angst is te omschrijven als een onprettige sensatie, een gevoel van beklemming en spanning, waarbij in je lichaam een aantal reacties optreden. Angst is een reactie op een (denkbeeldig) gevaar. 3 Opmerking Er bestaan nog talloze definities van angst, maar ik heb ervoor geopteerd om er twee uit te pikken en die naast elkaar te plaatsen. Ik heb niet echt een voorkeur voor één van beide definities, maar ik zou eerder kiezen voor een combinatie van de twee. Ard Nieuwenbroek spreekt over angst die waarschuwt voor gevaar, maar die formulering vind ik iets te eng. Toon Gordebeke heeft het over angst als reactie op een (denkbeeldig) gevaar. Het feit dat Gordebeke niet enkel spreekt over een reëel gevaar, maar ook over een denkbeeldig gevaar, vind ik persoonlijk veel realistischer en ruimer. Het vermelden van een denkbeeldig gevaar is zeker bruikbaar in het kader van faalangst, waar het individu in kwestie bang is voor een denkbeeldig gevaar en niet zozeer voor een reëel gevaar. Gordebeke vermeldt in zijn definitie van angst ook de lichamelijke reacties die optreden bij angst. Persoonlijk vind ik dat Nieuwenbroek dit aspect ook mocht opgenomen hebben in zijn definitie van angst. Hij vermeldt de lichamelijke reacties wel in zijn boeken, maar hij behandelt ze als een apart item en neemt ze niet rechtstreeks op in zijn definitie. De definitie van Nieuwenbroek als basis, aangevuld met de twee naar voren geschoven elementen uit de definitie van Gordebeke, zou volgens mij een goede en bruikbare definitie van angst opleveren. 1.2 Lichamelijke veranderingen bij angst Angst is een gevoel en zit in je hoofd, maar veroorzaakt ook lichamelijke reacties. 4 Angst vervult ons van kracht en energie, maar die kracht en energie kun je op verschillende manieren hanteren. Je kunt vechten of vluchten. 5 Wat doet een lichaam als het een grote krachtinspanning levert? Want daar gaat het om bij een vecht- of vluchtreactie. Wanneer je angstig bent, produceert je lichaam adrenaline en noradrenaline. Deze hormonen zorgen ervoor dat spieren optimaal presteren. [ ] Het bloed gaat sneller stromen en wordt naar de handen en de voeten gestuurd, [want] die moeten het werk doen. De hartslag neemt toe om de bloedcirculatie te verhogen. Ook het zuurstofgebruik gaat omhoog en daarmee de ademhaling. Omdat het lichaam meer energie verbruikt, neemt de temperatuur toe. [ ] Maar er gebeurt meer. Bloed en zuurstof gaan naar de spieren in vooral armen, handen en voeten. Omdat we niet over meer bloed en zuurstof gaan beschikken, moeten deze stoffen ergens vandaan komen. Gelukkig zijn in noodsituaties de keel, de maag en de darmen bereid een steentje in de energievoorziening bij te dragen. Het bloed trekt eruit weg. Iedereen die van de spanning weleens [sic] geen hap door zijn keel heeft kunnen krijgen, herkent dit. De darmen werken minder goed en onttrekken minder vocht aan het voedsel: de ontlasting wordt dunner. Maar ook vanonder het schedelvlak trekt het bloed richting vecht- en vluchtspieren: we worden bleek van schrik en ook ons denkvermogen blokkeert. [ ] Een vecht- of vluchtreactie is vaak nuttig en effectief. Vooral wanneer het gevaar zichtbaar en nabij is. Je kunt je energie ergens op richten, je kunt er iets mee doen: onverwacht komt de tram er aan en je springt opzij. Het lijkt er op dat in de loop van de geschiedenis de zaken waarvoor we bang zijn minder grijpbaar zijn geworden en dat maakt het moeilijker om goed gebruik te kunnen maken van de vecht- of vluchtreactie. Je kunt je voorstellen dat duizenden jaren geleden de mens bang was voor afgronden, wilde beesten, vijanden met speren en vuistbijlen. Allemaal levensgevaarlijke zaken, maar wel [ 96 ] Socia-cahier nr. 2 februari 2005

3 zichtbaar. Tegenwoordig ligt het anders. Als je bang bent voor een beer, klim je in een boom. Maar wat doe je als je bang bent voor het gat in de ozonlaag of de explosieve bevolkingsgroei? De angst is even reëel, maar het is veel moeilijker erop te reageren. Je kunt niet veel doen met een vecht- of vluchtreactie die je krijgt bij het zien van journaalbeelden. Hiermee komen we in de buurt van faalangst, [ ] Vormen van angst Angst Niet problematische angst Problematische angst Angst als levenstrek Angst als levenstrek Angst als toestand Faalangst Schema volgens Ard Nieuwenbroek en Jan Ruigrok. 7 Niet problematische angst We spreken van niet problematische angst wanneer een individu de angst weet te hanteren als een beschermende kracht. Problematische angst Problematische angst is die angst die je weerhoudt van taken die je best aankunt, die angst die je geluk in de weg staat of die angst die jou de baas is. 8 2 Faalangst 2.1 Definitie Faalangst is die vorm van angst die optreedt bij het leveren van te beoordelen (school)prestaties op cognitief, motorisch en/of sociaal gebied, waarbij de concentratie op een mogelijke mislukking de aanwezige kennis en vaardigheden blokkeert. 11 Angst als levenstrek Dit is een angst die mensen van bij de geboorte meegekregen hebben of van jongs af aan ontwikkeld hebben. Erfelijkheid kan dus een bepalende factor zijn, maar ook psychische stoornissen, traumatische ervaringen zoals mishandeling en psychische of lichamelijke verwaarlozing kunnen bepalende factoren zijn. Angst als trek is niet enkel binnen een bepaalde context, maar ook daarbuiten bijna constant aanwezig. 9 Angst als toestand Angst als toestand is een angst die niet altijd en overal aanwezig is, maar die enkel opduikt bij een bepaalde toestand Prevalentie Faalangst komt meer voor dan je zou denken. Omdat niemand er behoefte aan heeft om over zijn pijnlijke ervaringen te praten, denk je al gauw dat het nogal meevalt met faalangst, [ ]. Nochtans komt faalangst in veel gezinnen voor. Onderzoek leert dat in het basisonderwijs één op twaalf leerlingen in enige mate last hebben van faalangst. In het middelbaar onderwijs loopt dat aantal op tot één op de tien leerlingen. 12 Socia-cahier nr. 2 februari 2005 [ 97 ]

4 2.3 Positieve versus negatieve faalangst Positieve faalangst Deze vorm van faalangst zou je ook kunnen omschrijven als gezonde faalangst. Mensen met positieve faalangst kunnen zich ondanks hun zenuwen voor en tijdens het leveren van te beoordelen (school)prestaties toch volledig concentreren op de taak of opdracht. Zij kunnen vaak hun eigen capaciteiten goed inschatten en scoren meestal optimaal. 13 Mensen die positief faalangstig zijn, hebben geleerd: moeilijke, bedreigende situaties te zien als een uitdaging zichzelf te zien als iemand die moeilijke taken aankan vooral gericht te zijn op het behalen van succes en mislukken te zien als uitdaging en risico. De gevolgen van een mislukking worden niet zo zwaar opgenomen. 14 Negatieve faalangst Negatieve faalangst wordt ook vaak ongezonde faalangst genoemd. Mensen met negatieve faalangst zijn voor en tijdens het leveren van te beoordelen (school)prestaties meer met hun zenuwen en angsten bezig dan met hun taak of opdracht. De angst om te falen en te mislukken blokkeert hen in hun doen en laten. Ze kunnen meestal hun eigen mogelijkheden niet goed inschatten. Mensen met negatieve faalangst presteren dan ook vaak onder hun niveau. 15 Mensen die negatief faalangstig zijn, hebben geleerd: moeilijke, bedreigende situaties te zien als iets wat je moet vermijden of als een bron van mislukkingen zichzelf te zien als iemand die moeilijke taken niet aankan vooral gericht te zijn op het vermijden van mislukkingen. De gevolgen van mislukken worden gezien als bevestiging van hun onvermogen, met alle ontmoediging die daarbij hoort." 16 Opmerking Ik vind het het onderscheid tussen actieve en negatieve faalangst belangrijk. In het verdere verloop van mijn scriptie zal ik mij wel enkel richten op negatieve faalangst, met andere woorden: die faalangst die mensen blokkeert in het leveren van te beoordelen prestaties. 2.4 Soorten faalangst Faalangst kan in verschillende verschijningsvormen voorkomen. Naargelang de taak of de opdracht, die moet worden uitgevoerd, kunnen we spreken van cognitieve, sociale en motorische faalangst. Cognitieve faalangst Cognitieve faalangst heeft te maken met het schoolse leren: leerstof uit het hoofd leren, het begrijpen en toepassen van verworven kennis, teksten analyseren, samenhangen aantonen, reproduceren van kennis enzovoort. Als een persoon bang is om aan dergelijke cognitieve taken en opdrachten te beginnen uit angst voor een negatieve beoordeling ervan, spreken we van cognitieve faalangst. 17 Sociale faalangst Sociale faalangst vloeit voort uit de angst om afgewezen te worden op sociaal gedrag of om negatief beoordeeld te worden door groepen die belangrijk zijn voor een individu. Belangrijke groepen kunnen bijvoorbeeld zijn: de vriendengroep, de klasgenootjes, de ouders. 18 Ieder mens heeft een fundamentele behoefte om zich veilig te weten. Dat betekent voor sociale contacten en voor het functioneren in groepen dat je aanvaard en gerespecteerd wilt worden, dus dat je erbij wilt horen. [ ] Voor jongeren is het vervullen van deze behoefte een extra belangrijke taak, omdat zij hun eigenheid, hun identiteit opbouwen en afmeten door vergelijking en confrontatie met anderen, vooral leeftijdgenoten. 19 Motorische faalangst Motorische faalangst komt voor wanneer een persoon bang is om te mislukken bij het uitvoeren van lichamelijke handelingen en dus negatief beoordeeld zal worden door andere mensen. Deze angst kan bijvoorbeeld optreden tijdens de turnlessen, de lessen plastische opvoeding, tijdens de les schoonschrift 20 De voorbeelden zijn uit het leven van leerlingen gegrepen en tonen duidelijk aan dat het zowel om de grove motoriek als om de fijne motoriek kan gaan. 21 Opmerking Het is belangrijk om er rekening mee te houden dat deze drie soorten faalangst elkaar ook kunnen overlappen. Naast deze indeling [ 98 ] Socia-cahier nr. 2 februari 2005

5 zijn er ook nog andere mogelijk. Ik heb geopteerd voor de klassieke indeling, omdat ze het meest gebruikelijk en het duidelijkst is. 2.5 Actieve versus passieve faalangst Volgens Depreeuw kunnen we bij cognitieve faalangst ook nog een onderscheid maken tussen actieve en passieve faalangst. Dit onderscheid duidt de manier aan waarop faalangstigen met een taaksituatie of leersituatie omgaan Actieve faalangst Actief faalangstigen werken keihard en streven naar een zo goed mogelijk resultaat. Aangezien ze heel intensief bezig zijn met de voorbereiding van proefwerken, toetsen, spreekbeurten en andere cognitieve taken, komen ze meestal niet toe aan ontspanning, hobby s of sport. Inzichtelijk zijn ze niet erg sterk. Het aantonen van verbanden en samenhangen tussen verschillende delen van de leerstof kunnen ze niet omdat ze vooral zoveel mogelijk feiten en details instuderen. Ze nemen weinig tot geen afstand van de leerstof en steunen erg op hun geheugen. Het zijn dan ook echte perfectionisten. Bij ouders en leerkrachten zijn ze vaak geliefd omdat ze hun schooltaken erg serieus nemen en veel tijd investeren in het studeren en het maken van huistaken Passieve faalangst Passief faalangstigen hebben het idee dat hun inspanningen nergens toe leiden. Zij redeneren: Hoe meer ik studeer, hoe groter de teleurstelling. Of: Ik kan die taak of dat vak toch niet, waarom moet ik mij er dan nog voor inspannen? Die redenering heeft tot gevolg dat ze hun tijd gaan besteden aan dagdromen of opstandig gedrag. Ze werken slordig en bereiden zich oppervlakkig of zelfs niet voor. Het is dan ook niet verwonderlijk dat uitstelgedrag kenmerkend is voor passieve faalangst. 23 Opmerking Ik zie ook duidelijk een link tussen actieve en passieve faalangst en de vecht of vluchtreactie. 24 Actieve faalangstigen zijn bang, maar zij zullen hun energie die vrijkomt uit de angst gebruiken om te vechten. Zij zullen een toets voor de volgende dag voorbereiden tot in de puntjes. Passieve faalangstigen echter zijn ook bang, maar zij zullen de energie die vrijkomt uit hun angst gebruiken om te vluchten. In plaats van te studeren voor een toets zullen zij zich storten op hun hobby s of andere buitenschoolse activiteiten. 2.6 Ontstaan van faalangst In de literatuur rond faalangst, die ik gelezen heb, spreken de meeste auteurs over oorzaken van faalangst. Persoonlijk vind ik het woord oorzaak een gevaarlijke en zwaar beladen term. Ten eerste is het denken in oorzaak - gevolg meestal een lineair denken. Bij een problematiek als faalangst vind ik het aangewezen om circulair te denken: de omgeving beïnvloedt zeker de faalangstige, maar ook omgekeerd beïnvloedt de faalangstige diezelfde omgeving. Ten tweede is het vaak zo dat je niet DE oorzaak van faalangst kunt benoemen, omdat aan de basis van faalangst meestal een combinatie van oorzaken ligt. 25 Tenslotte loop je, tijdens het zoeken naar oorzaken, het gevaar dat je een schuldige gaat aanwijzen en dit is zinloos. 26 Ik spreek dus liever over risicofactoren of invloeden van faalangst die kunnen spelen bij het ontstaan van faalangst omdat de termen risicofactor en invloed minder zwaar beladen, minder beschuldigend en genuanceerder zijn. Bij het doornemen van literatuur van verschillende auteurs viel het me sterk op dat er weinig overeenstemming is wat betreft het ontstaan van faalangst. Elke auteur kiest zijn/haar eigen invalshoeken om faalangst te benaderen en legt zijn/haar eigen klemtonen. Ik heb geprobeerd een zo nauwkeurig en compleet mogelijke compilatie te maken van die verschillende invalshoeken Erfelijkheid Net als alle angst kan ook faalangst aangeboren zijn. De ene persoon heeft een grotere genetische aanleg tot het ontwikkelen van faalangst dan de andere. Maar het is niet omdat je een aanleg tot het ontwikkelen van faalangst hebt, dat je daarom ook zeker faalangst zult krijgen. Of je al of niet faalangst zult ontwikkelen, hangt dan vaak nog af van meerdere externe invloeden of risicofactoren die mee faalangst kunnen activeren. Omgekeerd geldt hetzelfde. Het is niet omdat je geboren bent zonder een genetische aanleg Socia-cahier nr. 2 februari 2005 [ 99 ]

6 tot het ontwikkelen van faalangst, dat je daarom geen kans hebt om faalangst alsnog te ontwikkelen. Ook hier kunnen nog tal van externe risicofactoren of invloeden (op macro-, meso-, en microniveau) spelen die er op hun beurt toch nog voor kunnen zorgen dat je faalangst ontwikkelt Culturele en maatschappelijke invloeden Culturele invloeden Cultuur bestaat uit alle afspraken die mensen in een bepaalde groep met elkaar maken over de manier waarop ze met elkaar omgaan. [ ] Alle geschreven en ongeschreven afspraken die in een cultuur bestaan, zeggen wat je moet doen om erbij te horen. Wie zich er niet aan houdt loopt het gevaar buitengesloten te worden, te falen als lid van de groep. [ ] Met andere woorden: onze cultuur houdt ons waarden en normen voor waar we onmogelijk aan kunnen voldoen. Het kan niet anders dan dat we regelmatig het gevoel krijgen te falen. Wanneer het voor mensen in hun eigen cultuur al zo moeilijk is om te voldoen aan de verwachtingen, kun je je voorstellen hoe moeilijk het is wanneer je door immigratie of vakantiereizen in een andere cultuur terechtkomt. 28 In het Westen hebben we een open cultuur. 29 Er is zoveel waar jongeren kunnen uit kiezen: een waaier aan consumptieproducten, vrijetijdsbesteding, studierichtingen, Juist doordat de jeugd nu veel meer mogelijkheden heeft dan vroeger, staat ze meer onder druk. [ ] In deze open cultuur leggen we veel meer verantwoordelijkheden op de frele [frêle] schouders van onze tieners. 30 Maatschappelijke invloeden Opzij opzij opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, wij hebben ongelofelijke haast. Want wij zijn haast te laat, opzij, opzij, opzij, wij hebben maar een paar minuten tijd. We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. We kunnen nu niet blijven, we kunnen nu niet langer blijven staan. 31 Dit fragment, uit een lied van Herman van Veen, beschrijft perfect hoe het er in onze hedendaagse maatschappij aan toe gaat. We leven in een prestatiegerichte maatschappij. 32 Het kan niet snel genoeg gaan. Onze maatschappij evolueert pijlsnel op alle vlakken. Om te kunnen evolueren, moeten er dagelijks prestaties worden geleverd. Iedereen in onze westerse maatschappij, groot en klein, voelt deze prestatiegerichtheid. Onze maatschappij legt een zware druk op de schouders van de mens. Niemand mag blijven stilstaan. Iedereen moet vooruit. Onze westerse maatschappij draagt studeren, werken en presteren hoog in het vaandel. Levenslang en levensbreed leren zijn de nieuwste leuzen die de prestatiegerichte maatschappij naar voren schuift en die wellicht voor iedereen bekend zijn. De westerse mens kan nooit voldoende gestudeerd hebben, want om mee te kunnen met de snel evoluerende maatschappij, moet iedereen zich voortdurend bijscholen. Een kind kan geen kind meer zijn in onze maatschappij. Er is geen tijd meer om te spelen. Kleuters moeten zo snel mogelijk naar school om te leren en te studeren. 33 Aangezien het ritme van onze westerse samenleving zo hoog ligt, is het dan ook niet verwonderlijk dat er mensen zijn die bezwijken onder dat snelle tempo. 34 Om de overgang te maken van beïnvloedende factoren op macroniveau naar beïnvloedende factoren op meso en microniveau, vind ik het heel gepast om Depreeuw te citeren: We leven in een meritocratie. Op maatschappelijk gebied tel je slechts mee in verhouding tot de geleverde prestaties. Deze maatschappelijke of macrowaarden vinden we grotendeels ook terug op het meso- (school en buurt) en het microniveau (klas, vriendengroep en gezin). Deze waarden worden echter ook op het individuele niveau geinterioriseerd en kunnen dan zelfs als onafhankelijk van hun socio culturele voedingsbodem beleefd worden. De leerling ervaart de behoefte aan presteren als iets van zichzelf en verzet zich tegen een duiding, als zou deze drang samenhangen met een druk van buiten uit. 35 [ 100 ] Socia-cahier nr. 2 februari 2005

7 2.6.3 Schoolse invloeden Onze Belgische onderwijsinstellingen hebben als voornaamste taak: het klaarstomen van mensen om te kunnen deelnemen aan onze prestatiegerichte maatschappij. Het abstracte ideaal van zo lang en zo veel mogelijk presteren dat onze samenleving voorhoudt, wordt dus met andere woorden geconcretiseerd in de scholen. Bij wijze van verduidelijking noem ik een aantal concrete schoolse aspecten die faalangst kunnen activeren: Competitieve schoolsfeer Als er op school sprake is van een sterk competitieve sfeer en als er daarbij nog een sterke gerichtheid is op het cognitieve aspect van het naar school gaan, dan kunnen leerlingen faalangst ontwikkelen. Binnen een klas waar een competitieve sfeer hangt, staan de leerlingen veel meer onder druk. Die druk zorgt ervoor dat leerlingen geneigd zijn om te denken dat je alleen wordt gewaardeerd door de leraar of lerares, als je goede resultaten haalt over gans de lijn. Gevoel van onveiligheid Het is van groot belang dat leerlingen zich veilig voelen in de school en de klas(groep). Indien er geen sprake is van een veilige schoolse context dan kan dat faalangst activeren. Leerlingen kunnen zich onveilig voelen wanneer de leerkracht niet ingaat op negatieve opmerkingen die leerlingen naar elkaar toe maken of wanneer de leerkracht elkaar uitlachen en pestgedrag tolereert of aan zich voorbij laat gaan. Ook als de leerkracht te groepsgericht te werk gaat en weinig persoonlijke aandacht schenkt aan de leerlingen, kan er een onveilig gevoel ontstaan bij sommige leerlingen. Die leerlingen zullen dan minder openlijk durven te spreken en zullen weinig tot geen vragen durven te stellen in de groep of aan de leerkracht. Nadruk op cijfers en fouten Een essentieel element is de wijze waarop de leraar de geleverde prestaties van de leerlingen beoordeelt. 36 Onze westerse maatschappij kan worden omschreven als een negatieve maatschappij. Het negatieve en datgene wat niet goed gaat, wordt in onze maatschappij nog al te vaak beklemtoond. Wij vinden het meer dan normaal om kritiek te geven op datgene wat niet goed of niet juist is en we verliezen het positieve en datgene wat wel goed gaat meestal uit het oog. We achten positief gedrag of positieve handelingen zodanig vanzelfsprekend dat we ze vergeten te benoemen. Die negatieve ingesteldheid van de westerse mens situeert zich niet alleen op macroniveau, maar komt ook tot uiting op mesoniveau (bijv. op school). Foutieve antwoorden bij toetsen en examens vallen sterk op omdat ze omcirkeld of onderstreept zijn met een rode pen. Boven of onder het blad prijkt een groot cijfer dat het resultaat van de toets weergeeft. Eventueel wordt een slecht cijfer nog eens beklemtoond door het in koeien van letters te schrijven, met een reuzengrote cirkel er rond en eventueel nog een woordje negatieve commentaar eronder. Een goed cijfer valt meestal niet zo heel erg op, omdat het zodanig vanzelfsprekend is dat leerlingen goed presteren. 37 Heel vaak krijgen leerlingen ook hun toetsen en huiswerken terug zonder dat er een woordje commentaar gegeven wordt. Terwijl dit eigenlijk net een heel belangrijk evaluatiemoment is om het zelfvertrouwen van de leerlingen op te krikken en het geloof in hun eigen kunnen te vergroten. Er wordt heel weinig besproken met de leerling wat er goed gaat en waaraan er nog wat extra aandacht moet worden besteed. Weinig structuur bij instructie, leerstof en toetsen Faalangstigen hebben nood aan structuur, houvast en voorspelbaarheid in de mate van het mogelijke. Ook de manier waarop de leerkracht instructies geeft bij het maken van toetsen en de wijze waarop hij de leerstof aanbiedt, gestructureerd of niet, kan een rol spelen bij de ontwikkeling van faalangst. Als de leerkracht chaotisch tewerk gaat en dus geen duidelijke structuur aanbrengt in de leerstof en de toetsen, kunnen de leerlingen al snel het gevoel krijgen dat ze het geheel niet meer kunnen overzien en dat ze niet meer kunnen volgen. Dit geeft paniekreacties tot gevolg en doet de onzekerheid en de angst bij de leerlingen toenemen Gezinsinvloeden Opvoeders zijn gedoemd te falen, zou je haast gaan denken [ ]. Een veilige, risicoloze opvoeding kweekt verweekte en zwakke volwassenen; terwijl een Spartaanse opvoe- Socia-cahier nr. 2 februari 2005 [ 101 ]

8 ding ertoe leidt dat volwassenen later steen en been klagen over hun ongelukkige jeugd. Opvoeders kunnen het blijkbaar niet foutloos doen. Dit is een klein beetje waar: opvoeders staan constant voor keuzes. En iedere keuze heeft voor en nadelen. [ ] Opvoeders geven hun kinderen ontelbare opdrachten, soms als vraag, soms als bevel. Kinderen vinden het (evenals volwassenen) prettig om aardig gevonden te worden en dus proberen ze regelmatig die opdrachten uit te voeren. Op zich lijkt dat niet moeilijk, je doet gewoon wat ze vragen. En vaak is het ook geen probleem om aan die opdrachten te voldoen: ruim je kamer op, doe boodschappen, [ ], maak je huiswerk, kam je haren en poets je tanden. Het zijn niet altijd leuke taken, maar achteraf kun je wel zeggen of je ze al dan niet hebt uitgevoerd. Jammer genoeg is het niet bij alle opdrachten even makkelijk voor een kind te controleren of ze uitgevoerd zijn. Wat moet je met opdrachten als: Doe je best, Schiet eens op, Flink zijn, hoor? Je kunt je als kind afvragen: wanneer heb ik mijn best gedaan, wanneer ben ik opgeschoten, wanneer ben ik flink? Veel kinderen geven zelf een invulling aan die vraag of krijgen die van hun opvoeders. Je doet je best wanneer je je diploma behaalt. Of: je bent flink als je niet huilt en zonder dichtgeknepen neus in het diepe springt. Naarmate een kind meer twijfelt over die antwoorden zal het zich onzekerder en faalangstiger voelen. Faalangstiger omdat het niet weet wanneer het aan de opdracht heeft voldaan en dus ook niet weet of het faalt of niet. 39 In de thuissituatie kan de sfeer en de houding van de ouders en andere familieleden faalangst bij kinderen aanwakkeren. Er zijn veel aspecten binnen het gezin die kunnen meespelen bij de ontwikkeling van faalangst. Ik heb ervoor gekozen om er een aantal aspecten uit te pikken die vaak voorkomen binnen gezinnen. dingen goed zijn, zijn ze goed. Meer woorden hoef je er niet aan vuil te maken. Als ouders het beste uit hun kind willen halen, dan moeten ze datgene dat slecht gaat bij hun kind verbeteren. Op een rapport zien ouders als eerste de onvoldoendes en niet de goede cijfers die erop staan. Een onvoldoende leidt meestal tot een grote teleurstelling bij de ouders. Iets niet kunnen, kan niet. In een dergelijk gezin is mislukken bijna onmogelijk. Er heerst dan ook een voortdurende druk om te presteren. 40 Verticale loyaliteit Loyaal zijn betekent: je valt elkaar hoe dan ook niet af. Dat wijst op een stevige onderlinge band. Zo n verbondenheid bestaat er in zeer sterke mate tussen kinderen en ouders. De Amerikaanse kinderpsycholoog Nagy noemt die band verticale loyaliteit. De term geeft aan dat het hier om opeenvolgende generaties gaat. Daarnaast staat de horizontale loyaliteit : de verbondenheid tussen broers en zussen, partners en vaak collega s. Verticale loyaliteit komt voort uit een fundamentele verbondenheid tussen kinderen en hun ouders. Kinderen beseffen instinctief dat zij hun bestaan aan hun ouders te danken hebben. De ouders hebben hun kinderen op de wereld gezet en weten zich daardoor verantwoordelijk voor hen. Deze verbondenheid leidt er in de kern toe dat kinderen voor hun ouders en ouders voor hun kinderen opkomen. Loyaliteit ligt kennelijk verankerd in de menselijke aard, in de genen, en is vrijwel onuitroeibaar. 41 Ook faalangst kan ontstaan door verticale loyaliteit van kinderen naar hun ouders toe. Als één van beide ouders of beide ouders faalangstig zijn, dan kan een kind, vanuit loyaliteit naar zijn ouders toe, faalangst ontwikkelen. Onbewust kunnen kinderen het idee krijgen dat ze hun ouders afvallen wanneer ze de faalangst van hun ouders niet overnemen. 42 Te hoge verwachtingen Ouders koesteren heel vaak hoge verwachtingen ten aanzien van hun kinderen. Ze willen het beste voor hun kinderen en staren zich dan ook vaak blind op de zaken die niet goed gaan bij hun kind. Over de dingen die goed zijn, wordt er vaak niet gepraat. Als Te weinig uitdaging Als wij als kind geen risico s hadden genomen, zouden wij nu nauwelijks kunnen gaan. 43 Kinderen die te weinig uitdagingen krijgen van thuis uit of die te veel beschermd worden [ 102 ] Socia-cahier nr. 2 februari 2005

9 door hun ouders, kunnen ook faalangst ontwikkelen. Voorbeelden van beschermend gedrag, kunnen zijn: kinderen die niet op een klimrek mogen klimmen omdat hun ouders bang zijn dat ze zouden vallen; kinderen die nooit alleen naar school mogen gaan per fiets, maar altijd door de ouders naar school gebracht worden omdat de ouders bang zijn dat ze omvergereden zouden worden Overbeschermde kinderen ervaren de wereld als een onveilige en gevaarlijke plek. 44 Om je te ontwikkelen heb je uitdagingen nodig. Als peuter en als kleuter moeten we zelf bepaalde grenzen overschrijden en bepaalde overwinningen behalen op onszelf en op de omgeving. De eerste stap, de eerste sprong, de eerste valpartij met de fiets Sommige kinderen zijn duidelijk ondernemender dan andere. De een heeft ook meer behoefte aan beweging dan de ander. Er zijn ook kinderen die meer op zoek zijn naar geborgenheid en veiligheid. Als ouders spelen we daarin een belangrijke rol. Wij kunnen veiligheid bieden en geborgenheid geven. Maar tegelijk moeten we onze kinderen ook af en toe eens durven en kunnen loslaten en hen zelf bepaalde angsten laten overwinnen zonder dat we ze echt pushen als ze er nog niet klaar voor zijn.[ ] Kinderen hebben behoefte aan grenzen die ze kunnen overschrijden. Het is belangrijk dat ze hun eigen weg kunnen, mogen en durven gaan en dit gaat duidelijk niet zonder vallen en opstaan. [ ] Bij het bereiken van een grens en het overschrijden ervan put het kind vertrouwen uit wat reeds werd bereikt. Een ervaring levert de moed voor nieuwe dingen, voor het loslaten van het bekende, voor andere uitdagingen en voor het verleggen van nieuwe grenzen. [ ] Hoewel elk kind uitdagingen nodig heeft en behoefte heeft aan vallen en opstaan, moet er steeds een vangnet zijn, een vorm van veiligheid. 45 Onevenwichtige situatie tussen vasthouden en loslaten Ook bestaat er een wederzijds biologische en daarvan afgeleide psychologische (symbiotische) afhankelijkheid tussen ouders en kinderen. 46 Een kind dat opgroeit in het lichaam van zijn moeder heeft met haar een sterk symbiotische relatie. Deze blijft veelal in de eerste maanden na de geboorte bestaan. In die eerste levensfase hebben moeder en kind bijvoorbeeld meestal dezelfde emoties. [ ] Deze symbiotische relatie is een voorwaarde voor het kind om zich later aan anderen te kunnen hechten. Er is een basisvertrouwen ontstaan. Vandaar kan het kind het vertrouwen ook gaan uitspreiden naar andere mensen, en het bijvoorbeeld ook gaan voelen bij de vader. 47 Bij een normale gezinsontwikkeling wordt de relatie tussen kind en ouders mettertijd losser. Stap voor stap moet het kind verder groeien naar zelfstandigheid. Het moet geleidelijk aan kunnen loskomen van zijn ouders. Die losmaking moet van twee kanten komen: het kind moet zich willen losmaken van zijn ouders en de ouders moeten hun kind willen loslaten. Als ouders hun kind te lang vasthouden, dan kan de zelfstandigheid van het kind in het gedrang komen. Maar ook als het kind te vroeg wordt losgelaten, kunnen er problemen ontstaan. Kinderen die in een dergelijke onevenwichtige symbiotische relatie zijn opgegroeid, kunnen later vaker last hebben van faalangst en dan voornamelijk van sociale faalangst Persoonlijke invloed Draagkracht Iedereen bezit een bepaalde graad van draagkracht. Deze bepaalt de veerkracht die iemand heeft bij een bepaalde belastende levensgebeurtenis, een belasting die zowel positief als negatief kan beleefd worden. 49 De draagkracht van een individu is niet constant in de tijd. Bepaalde situaties, ervaringen en gebeurtenissen kunnen deze doen toenemen of verminderen. Maar vast staat dat ieders draagkracht beperkt is. En wanneer de draaglast (= het aantal als negatief beleefde stressfactoren) de draagkracht te boven gaat, dan geraakt elk individu in de problemen. Dagelijks werken verschillende externe invloeden op macro-, meso en microniveau in op alle individuen. Die invloeden kunnen we ook omschrijven als stressfactoren die op ons inwerken. Het is van groot belang om die stressfactoren op een goede en constructieve manier te hanteren. In dit geval spreken we van coping. Elk individu bepaalt zelf of een ervaring (bijvoorbeeld naar school gaan en toetsen maken) beleefd wordt als een posi- Socia-cahier nr. 2 februari 2005 [ 103 ]

10 tieve of negatieve stressfactor. Dit toont duidelijk aan dat objectiviteit bijna niet ter sprake komt bij het begrijpen van menselijk gedrag, want tenslotte bepaalt het individu zelf wat hem of haar frustreert en waarom. Iedereen gaat op zijn of haar eigen manier om met die externe invloeden die faalangst kunnen activeren. Wanneer de draaglast (= het aantal als negatief beleefde stressfactoren) de draagkracht overstijgt, dan komt elk individu vroeg of laat in de problemen terecht. Een kind kan bijvoorbeeld veel verdragen en heeft een grote draagkracht. Het kan goed mee op school. De leerkrachten zijn veeleisend, maar het kind kan ermee leven. De ouders steunen het kind heel goed. Op het moment dat de ouders extreem veeleisend en streng worden, gaat het kind ten onder aan de externe stressfactoren. Het kind kan de extreme veeleisendheid van zijn ouders samen met de strenge eisen van de leerkrachten niet meer aan. Voor het kind in kwestie is zijn draagkracht overschreden. Het geraakt in de problemen en ontwikkelt bijvoorbeeld actieve faalangst. Een ander kind, dat in dezelfde klas van het vorige kind zit, heeft dezelfde stressfactoren op schools vlak en heeft ouders die ook extreem veeleisend en heel streng zijn, maar dit kind vindt dit totaal niet erg. Het tweede kind ziet de externe stressfactoren op schools vlak en binnen het gezin niet als iets bedreigends, maar wel als iets constructiefs. De veeleisendheid van zowel ouders als leerkrachten overstijgt zijn draagkracht nog niet en het komt dus niet in de problemen terecht. Met de vorige voorbeelden wil ik aantonen dat elk individu uniek is. Er kunnen heel veel externe stressfactoren inwerken op een individu, maar of die externe invloeden op hun beurt leiden tot de ontwikkeling van faalangst, zal sterk afhangen van hoe het individu zelf omgaat met die externe stressfactoren. 50 Opmerking Ik vind het heel belangrijk om er nogmaals op te wijzen dat je bij het zoeken naar een verklaring voor faalangst niet op zoek gaat naar de schuldige, de veroorzaker van het probleem. Het ontstaan van faalangst is niet de schuld van de maatschappij of de leerkrachten en ook niet van de ouders of van het kind zelf. Niemand van de vier bovengenoemde partijen treft schuld. Het is wel zo dat bepaalde partijen of alle vier de partijen een aandeel kunnen hebben in het ontstaan van faalangst. De term aandeel is, net zoals risicofactoren, minder zwaar beladen dan schuld of oorzaken. Het komt minder bedreigend en kwetsend over bij de betrokken partijen. Vooral ouders kunnen het moeilijk verdragen wanneer iemand hen zou verdenken van schuld aan de faalangst van hun kind. Als je ouders wilt inlichten over hun faalangstig kind en over hun eigen aandeel daarin, dan moet je dit in alle voorzichtigheid doen, zodat ze zich niet beschuldigd en aangevallen voelen. Diezelfde voorzichtige aanpak geldt ook voor andere mogelijke partijen die een aandeel kunnen hebben, zoals leerkrachten, klasgenootjes, broers, zussen 2.7 Signalen Hoe kunnen leerkrachten faalangst herkennen? In wat volgt zet ik een aantal mogelijke gedragskenmerken van faalangst op een rijtje. De gedragskenmerken kunnen voorkomen bij het dagelijks functioneren, tijdens een uitleg in de klasgroep, op school tijdens toetsen en huiswerken en in contacten met andere kinderen. Faalangstige kinderen hebben een grote behoefte aan positieve feedback op hun doen en laten, ook al denken ze negatief over zichzelf. Bij nieuwe opdrachten zijn ze vaak onzeker en weten ze niet hoe ze eraan moeten beginnen. Wanneer de leerkracht een vraag stelt, duiken faalangstigen weg achter anderen of doen ze alsof ze naarstig bezig zijn met iets, zodanig dat de leerkracht hen er niet zou uitpikken om de vraag te beantwoorden. Voor en tijdens een toets kunnen ze last hebben van overbeweeglijkheid. Ze kunnen nauwelijks stilzitten. Het kan ook zijn dat ze heel veel vragen stellen over wat er precies verwacht wordt. [ 104 ] Socia-cahier nr. 2 februari 2005

11 Bij het maken van toetsen starten ze vaak later dan de andere leerlingen of beginnen ze heel haastig aan de toets zonder de opgaven te lezen. Meestal beginnen ze met de moeilijkste opgave. Ze zijn ook vaak snel afgeleid door geluiden, bewegingen en andere prikkels in de omgeving. Op het einde van de toets raken ze soms in paniek wanneer ze alles nog eens herbekijken. Ze kunnen na afloop niet inschatten of ze het er goed of slecht vanaf gebracht hebben. Faalangstigen voelen zich vaak niet goed in het gezelschap van andere kinderen die populair zijn in de klas. Ze zoeken het liefst grote groepen op waar ze zich kunnen verbergen. Ze zijn zeer gevoelig voor kritiek. Soms zijn ze zelfs bang voor complimenten. Ze durven ook vaak geen nee zeggen wanneer iemand hen vraagt om iets te doen Hoe kunnen ouders faalangst herkennen? Ouders hebben dagelijks met hun kind te maken. Zij merken meestal als eersten dat er iets met hun kind aan de hand is. Maar voor faalangst gaat dat niet altijd op. De faalangst doet zich met name op school voor, omdat de angst gekoppeld is aan presteren en beoordeeld worden. Faalangstige kinderen praten thuis ook niet graag over hun faalangst, uit vrees voor onbegrip. 51 Ouders kunnen zich zorgen maken over de faalangstige gevoelens van hun kind, als: hun kind meermaals onder zijn of haar kunnen presteert of geblokkeerd raakt; hun kind sterk vermijdingsverdrag vertoont, met andere woorden: wanneer hun kind er alles aan doet om de bewuste situatie uit de weg te gaan; hun kind vaak last heeft van buikpijn of hoofdpijn voor het naar school gaat of als hun kind er zelfs slapeloze nachten van heeft; ze meerdere gedragskenmerken 52 herkennen, zoals vermeld in vorig punt Gevolgen van faalangst Negatief zelfbeeld Faalangstigen schatten zichzelf negatief in. Ze gebruiken graag de rode pen voor zichzelf en gaan altijd eerst op zoek naar wat er fout liep. Vaak hebben ze al heel wat kritiek geslikt en geloven ze dat ze inderdaad dom of lui zijn. Anderen vluchten bij elke uitdaging met dat kan ik toch niet. [ ] We beschrijven een aantal kenmerken van dit negatieve zelfbeeld. 54 Klemtoon op het negatieve Als een faalangstige leerling een examen, toets of huiswerk voor zich krijgt, dan kijkt hij of zij meteen naar die vragen die hij of zij niet kan oplossen. Deze concrete negatieve manier van denken bepaalt ook hoe hij indrukken van buitenaf selecteert. Het faalangstig kind hoort enkel de negatieve geluiden en vertelt alleen negatieve zaken aan anderen. Ook wanneer een kind met faalangst positieve en goed bedoelde opmerkingen krijgt, dan interpreteert het die opmerkingen op een negatieve manier. Succes en mislukking toeschrijven Wanneer faalangstige leerlingen een goed cijfer behalen op school of een ander succes behalen, dan kunnen ze dit niet geloven. Naar de buitenwereld gaan ze hun succes toeschrijven aan: geluk hebben, een te gemakkelijk proefwerk Ze schrijven het succes niet toe aan zichzelf, maar wel aan de omstandigheden buiten zichzelf. Wanneer zij echter een slecht cijfer of een andere mislukking behalen, dan schrijven ze het falen toe aan zichzelf. Ze vinden het normaal dat ze een slecht resultaat behalen. Uitspraken als: Ik ben nu eenmaal dom., Ik ben geen wiskundewonder, Ik kan dat toch niet., spreken ze heel vaak uit. Ze staan niet stil bij het feit dat het slechte cijfer misschien het gevolg is van een heel moeilijke toets of andere omstandigheden buiten zichzelf. 55 Tunneldenken Het leven van faalangstige kinderen wordt beheerst door gedachten aan de eerstvolgende taaksituatie die wordt beoordeeld. Dit beinvloedt de kwaliteit van het leven nadelig. We noemen dit ook wel tunneldenken. Er lijkt nauwelijks ruimte te zijn om aan iets anders te denken. Zeker niet aan iets leuks of Socia-cahier nr. 2 februari 2005 [ 105 ]

12 positiefs; ook niet als dat op een heel ander terrein ligt. 56 Ik ben de enige Kinderen met faalangst denken dat zij de enigen zijn op deze wereld die last hebben van faalangst. Faalangstigen zien niet dat er ook andere klasgenoten zijn die er last van hebben. Wanneer leerlingen faalangst hebben dan willen ze dit zoveel mogelijk verbergen naar de buitenwereld toe (ouders, leerkrachten, leeftijdsgenoten) en willen ze er ook niet over praten met anderen. Ze hebben het gevoel dat de omgeving hen toch niet zal begrijpen als ze hun probleem trachten te vertellen. 57 Negatieve gedachtegang Faalangstige kinderen komen vaak in een negatieve gedachtecirkel terecht. Als faalangstige kinderen denken dat ze de opdrachten eigenlijk niet aankunnen, raken ze geblokkeerd door de gedachte dat het wel moet mislukken en het resultaat is daardoor inderdaad onder hun kunnen. Zo worden ze bevestigd in hun idee: Zie je wel: ik kan dat nu eenmaal niet! De mislukking is het gevolg van hun eigen denkpatroon. Deze kinderen doen dus voortdurend ervaringen op waardoor zij mislukkingsgemotiveerd blijven Presteren onder je kunnen Faalangstige kinderen presteren bijna altijd onder hun werkelijke kunnen. Dit betekent niet hetzelfde als goede punten halen. Ondanks hun faalangst zijn er leerlingen die toch goed presteren. Maar hoewel ze goed presteren, blijven ze toch nog steeds onder hun kunnen presteren. Die leerlingen, die wel goed scoren, hebben meestal hoge streefniveaus waar ze naar hun eigen gevoel onder presteren. Het kan ook gebeuren dat je helemaal niets presteert. We spreken in dat geval van een black out. In je geheugen wordt het letterlijk helemaal zwart. Je kunt niet meer helder nadenken en je krijgt het gevoel alsof je alles vergeten bent. Er schiet je niets meer te binnen. Als het examen of de toets dan eindelijk voorbij is, komen de antwoorden weer terug naar boven in je geheugen. Alles wordt weer helder Lichamelijke ongemakken Faalangst brengt in de meeste gevallen ook lichamelijke klachten en reacties met zich mee. Faalangst zorgt voor een opeenhoping van spanning bij een individu. Die spanning kan op verschillende manieren uiterlijk tot uiting komen, zoals: zweten, hartkloppingen, versnelde ademhaling of diep zuchten, eventueel hyperventilatie, veel moeten plassen, een krampachtige houding, slecht slapen, overbeweeglijkheid: ergens aan friemelen of wiebelen op de stoel, niet stil kunnen zitten, spanningshoofdpijn, diarree, buikpijn, maagpijn, geen hap door de keel kunnen krijgen, overgeven, bleekheid, droge keel, beven, handen die trillen. Deze lichamelijke reacties kunnen, maar moeten niet noodzakelijk voorkomen bij faalangstigen. Meestal komen ze ook niet allemaal samen voor bij één individu. Sommige van die lichamelijke reacties zijn ook niet altijd even zichtbaar voor de omgeving. 60 Samengevat Faalangst is een complex en veelzijdig probleem. Faalangst kan op zichzelf staan, maar kan ook worden gezien binnen een ruimer geheel, namelijk angst. Faalangst is een vorm van angst die de kop opsteekt bij het leveren van (school)prestaties op cognitief, motorisch en/of sociaal gebied die beoordeeld zullen worden en waarbij de concentratie op een mogelijke mislukking de aanwezige kennis en vaardigheden blokkeert. Er bestaat positieve en negatieve faalangst. Positieve faalangst kun je vergelijken met gezonde faalangst. Negatieve faalangst is die faalangst die belemmerend werkt op het prestatievermogen van mensen. Naast die twee vormen van faalangst, zijn er ook nog drie soorten faalangst. Naargelang de taak die moet worden uitgevoerd, spreken we van [ 106 ] Socia-cahier nr. 2 februari 2005

13 cognitieve, sociale en motorische faalangst. Sommige auteurs maken bij cognitieve faalangst ook nog het onderscheid tussen passieve en actieve faalangstigen. Passieve faalangstigen ontvluchten hun schoolwerk uit angst om te falen. Actieve faalangstigen zijn ware perfectionisten en studeren tot in de details. zijn voor en tijdens die wedstrijd. Faalangst kan ook optreden tijdens het uitoefenen van een hobby. Een pianist die voor de eerste keer solo mag spelen tijdens een belangrijk concert, kan ook last hebben van faalangst. Verder zijn er ook mensen die in een discotheek niet met andere mensen durven praten uit schrik om negatief beoordeeld te worden. Faalangst kan tot ontwikkeling komen door een aantal invloeden of risicofactoren. Zo zijn er interne en externe invloeden die op een individu kunnen inwerken. De externe invloeden die kunnen spelen bij de ontwikkeling van faalangst kunnen zich zowel op macro-, meso en microniveau afspelen. Faalangst brengt ook ongetwijfeld gevolgen met zich mee voor de faalangstigen. Faalangstigen kunnen zowel last hebben van psychische (negatief zelfbeeld, negatieve gedachten) als fysieke gevolgen (zweten, beven, buikpijn ). Hoofdstuk 2: Doelgroep Wie kan faalangst krijgen? Zijn er groepen die vatbaarder zijn voor het ontwikkelen van faalangst? Zo ja, waarom zijn ze vatbaarder? 2 Concrete doelgroep 2.1 Wie? De concrete doelgroep waarvoor ik deze scriptie schrijf, zijn de leerlingen die de overstap maken van het lager onderwijs naar het eerste jaar van het algemeen secundair onderwijs. 2.2 Waarom? De algemene doelgroep van faalangstigen is te ruim, vandaar dat ik mij bij het schrijven van deze scriptie richt op een concreet afgebakende doelgroep. Ik koos voor die leerlingen die de overstap gemaakt hebben van het lager onderwijs naar het eerste jaar van het algemeen secundair onderwijs. Waarom ik nu precies die concrete doelgroep eruit gepikt heb, wordt duidelijk aan de hand van de twee volgende redenen. 1 Algemene doelgroep 1.1 Wie? De doelgroep van faalangst, met andere woorden: de groep mensen die te maken kan hebben met faalangst, is heel ruim. Iedereen, jong of oud, groot of klein, kan last hebben van faalangst. Faalangst is dus geen leeftijdsgebonden probleem. 61 Ik wil wel benadrukken dat niet iedereen faalangst heeft, maar wel dat iedereen, ongeacht zijn leeftijd, faalangst kan ontwikkelen of kan hebben. Het zal ervan afhangen hoe een individu omgaat met de negatieve stressfactoren, die op hem of haar inspelen Op welke levensterreinen? Faalangst wordt heel vaak gelieerd aan de schoolse context, maar faalangst is meer dan dat. Faalangst kan op elk levensterrein voorkomen. Iemand die een finalewedstrijd speelt met zijn basketbalclub, kan ook faalangstig Praktijkervaringen met die concrete doelgroep Ik heb mijn tweede en derdejaarsstage gelopen in een CLB, Centrum voor Leerlingenbegeleiding. Tijdens mijn derdejaarsstage heb ik mij, op vraag van mijn stagementor, voornamelijk toegespitst op de begeleiding van leerlingen met faalangst. Aangezien mijn stagementor in grote mate verantwoordelijk was voor de begeleiding van leerlingen uit het eerste en tweede jaar algemeen secundair onderwijs, heb ik ook vooral leerlingen uit deze groep begeleid. De faalangstige leerlingen die ik gezien heb, kwamen vooral uit het eerste jaar algemeen secundair onderwijs. Was dit puur toeval of was daar een onderliggende reden voor? Het antwoord op die vraag luidt: er is een onderliggende reden voor het grote aantal faalangstigen in het eerste jaar algemeen secundair. Die leerlingen bevinden zich namelijk in een risico overgangszone van hun schoolloopbaan. Socia-cahier nr. 2 februari 2005 [ 107 ]

14 Risico overgangsfase Ikzelf heb ook al de overgang van het lager onderwijs naar het eerste jaar secundair onderwijs achter de rug. Ik kan me die periode uit mijn eigen schoolloopbaan nog levendig herinneren. Ik heb die overstap van het lager onderwijs naar het algemeen secundair onderwijs ervaren als een grote en moeilijke stap. De overgang van het basisonderwijs naar het algemeen secundair onderwijs is een risico overgang tijdens de schoolloopbaan van een kind. Ik herinner me nog goed wat ik persoonlijk zo risicovol en moeilijk vond aan die overstap. In wat volgt, schrijf ik mijn persoonlijke bevindingen neer over de overstap van het lager onderwijs naar het eerste jaar van het algemeen secundair onderwijs. Waarom is die overstap zo risicovol? De secundaire school is meestal een veel grotere school dan de lagere school. Op het eerste zicht kom je als nieuwkomer op een secundaire school in een doolhof terecht. Het aanpassingsvermogen van leerlingen, die de overstap maken van hun vertrouwd schooltje naar de grote school, wordt danig op de proef gesteld. Je hoort ouders vaak ook zeggen tegen hun kind: Ja, ja, vanaf 1 september mag je naar de grote school! Ouders doen deze uitspraak meestal omdat ze heel fier zijn dat hun kind naar het secundair onderwijs mag, maar voor een lagere school kind komt die uitspraak nogal beangstigend over. Enerzijds zijn kinderen die de overstap maken van lager naar secundair onderwijs nieuwsgierig naar hun nieuwe school, maar anderzijds zijn ze ook bang omdat de nieuwe school nog zo onvoorspelbaar is. Het is ook best mogelijk dat de vertrouwde klasgenootjes van het lager onderwijs gesplitst worden omdat ze voor verschillende middelbare scholen kiezen. Misschien kiezen enkelen onder hen voor een gemeenschapsschool en andere voor een katholieke school. Of misschien gaan enkele in een andere stad naar de secundaire school en worden ze daarom gescheiden van hun vroegere klasgenootjes. Factoren genoeg die ervoor kunnen zorgen dat een leerling helemaal alleen, zonder vroegere klasgenootjes, op een nieuwe middelbare school terechtkomt. Die leerling wordt dan als het ware weggerukt uit zijn vertrouwde omgeving en klasgroep en moet zich weten te profileren binnen de nieuwe klasgroep. Kan het kind zich niet vinden in de nieuwe klasgroep of wordt het uitgesloten dan kan dit zware gevolgen met zich meebrengen voor de ontwikkeling en het zelfbeeld van het kind Daar waar de leerlingen in het lager onderwijs één of misschien twee leerkrachten hebben die alle vakken geven, verandert dit meestal drastisch bij de overstap naar de secundaire school, waar er voor elk vak of bijna elk vak een andere leerkracht vooraan staat. Meestal hebben die leerkrachten ook een eigen stijl van lesgeven en bieden ze vaak op een andere manier structuur aan in de leerstof. Die verscheidenheid tussen de verschillende leerkrachten weegt zwaar op het aanpassingsvermogen van de eerstejaarsleerlingen van het secundair onderwijs. Het duurt dan ook vaak een hele tijd vooraleer ze goed kunnen meedraaien in het nieuwe systeem van lesgeven. Vooral het feit dat de verschillende leerkrachten op hun eigen manier structuur aanbieden in hun leerstof is voor die leerlingen moeilijk. Een vaste structuur is voor leerlingen, en zeker voor faalangstige leerlingen, heel belangrijk en als die vaste structuur plots wegvalt in het secundair onderwijs, kunnen ze panikeren. De meeste leerlingen vinden hun weg wel terug in het nieuwe systeem, maar sommige blijven panikeren, die leerlingen lopen dan ook meer risico om mogelijks faalangst te ontwikkelen. Vertrouwde en veilige termen zoals taal, rekenen, catechese en wereldoriëntatie verdwijnen in het middelbaar onderwijs. Daar verandert de term taal in Nederlands. De term rekenen wordt wiskunde en catechese wordt godsdienst. Ook het vak wereldoriëntatie verdwijnt en wordt opgesplitst in aardrijkskunde, biologie, chemie enzovoort. De verandering en de verruiming van de vertrouwde termen zorgt ook voor een druk op het aanpassingsvermogen van leerlingen die de overstap maken van het lager naar het algemeen secundair onderwijs. Die wijziging duidt ook duidelijk de verandering aan van een kleinschalige schoolgemeenschap naar een grootschalige schoolgemeenschap. [ 108 ] Socia-cahier nr. 2 februari 2005

15 In het algemeen secundair onderwijs komen er ook een aantal nieuwe vakken bij zoals Engels, technologische opvoeding, geschiedenis, eventueel Latijn en economie. Het vakaanbod in het algemeen secundair onderwijs is uitgebreider en veel meer gedifferentieerd dan in het lager onderwijs. Dit heeft tot gevolg dat er ook sprake is van veel meer leerstof die de eerstejaarsleerlingen van het secundair onderwijs moeten verwerken. Opmerking Naast deze risico overgangszone van het lager onderwijs naar het eerste jaar van het algemeen secundair onderwijs zijn er nog andere risicozones tijdens de schoolloopbaan van een individu. In functie van deze scriptie vind ik het relevant om de andere gelijkaardige risico overgangsfasen op te sommen, maar aangezien ik mij richt tot een concrete doelgroep, vind ik het persoonlijk niet nodig om die andere risico overgangen even uitgebreid uit te werken zoals de overstap van het lager onderwijs naar het algemeen secundair onderwijs. Ter informatie zet ik nog even alle mogelijke risico overgangen die tijdens de schoolloopbaan opduiken op een rijtje: De overstap van de thuissituatie naar de kindercrèche. Dit is een mogelijke overstap, maar geen noodzakelijke overstap, want niet elk kind gaat naar een kindercrèche. De overstap van de thuissituatie of de kindercrèche naar het eerste kleuterklasje. De overstap van de derde kleuterklas naar het eerste leerjaar van het basisonderwijs. De overstap van het lager onderwijs naar het (algemeen) secundair onderwijs. De overstap van het (algemeen) secundair onderwijs naar de hogeschool of de universiteit. 2.3 De puberteit Nu duidelijk is tot welke doelgroep ik deze scriptie richt en waarom ik mij tot hen richt, is het aangewezen om die specifieke doelgroep van dichterbij te bekijken. Leerlingen die de overstap maken van het lager onderwijs naar het eerste jaar van het algemeen secundair onderwijs zijn normaal gezien 12 à 13 jaar. Maar het kan ook zijn dat er leerlingen in het eerste jaar van het algemeen secundair onderwijs zitten die ouder zijn. Dit kan zijn omdat die leerlingen bijvoorbeeld eens een jaar of meerdere jaren hebben overgezeten. En er kunnen ook leerlingen in het eerste jaar van het algemeen secundair zitten die jonger zijn dan 12 jaar. Die leerlingen hebben dan één of meerdere jaren van het kleuter of lager onderwijs mogen overslaan omdat ze heel vroeg schoolrijp waren of omdat ze bijvoorbeeld hoogbegaafd zijn. De groep leerlingen die overstappen van lager onderwijs naar algemeen secundair onderwijs valt dus niet onder een specifieke leeftijdscategorie. We kunnen de doelgroep niet verengen tot de 12 à 13 jarigen. Ik zou een marge nemen van een jaar langs de ene kant en een marge van twee jaar langs de andere kant, zodanig dat de doelgroep ruimer wordt. Concreet zal ik dus de groep van 11 tot 15-jarigen onder de loep nemen. Deze groep bevindt zich normaalgezien in de eerste periode van de puberteit. 63 Individuele, constitutionele en seksegebonden verschillen maken het steeds moeilijker de leeftijdsgrenzen aan te geven waarbinnen bepaalde ontwikkelingen zich voltrekken. Het moment waarop de puberteit zijn intrede doet, kan bijvoorbeeld tussen meisjes en jongens tot twee jaar toe verschillen. Desondanks is dit begin wel in zijn algemeenheid te karakteriseren. 64 Met het bovenstaande citaat wil ik aantonen dat ontwikkelingsfasen bij een kind, elkaar kunnen overlappen. Ontwikkelingsfasen zijn niet eenduidig en rechtlijnig af te bakenen. Het ontwikkelingsproces kan bij het ene individu veel sneller gaan dan bij het andere individu. Bijvoorbeeld: twee leerlingen zitten in dezelfde klas. Beiden zitten ze in het eerste jaar van het algemeen secundair onderwijs en beiden zijn twaalf jaar. Leerling 1 is een meisje en leerling 2 is een jongen. Het is goed mogelijk dat beiden in de puberteit zitten, maar het is ook mogelijk dat leerling 1 al volop in de eerste periode van de puberteit zit, terwijl leerling 2 nog ten volle in de prepuberteit zit. Ik beperk mij tot de bespreking van de eerste periode van de puberteit omdat de meeste leerlingen van het eerste jaar secundair on- Socia-cahier nr. 2 februari 2005 [ 109 ]

16 derwijs zich in deze fase bevinden. De uitzonderingen op de regel behandel ik niet binnen het bestek van deze scriptie Psychische ontwikkeling van de tiener De psychische puberteit kondigt zich aan, doordat het kind zichzelf en zijn omgeving uit het gezichtspunt van het eigen lot gaat beoordelen. Deze neus, deze haren, dit lichaam, man of vrouw te zijn, deze ouders, deze sociale omgeving: het staat het kind plotseling als confronterende realiteit voor ogen. Sommige aspecten van het uiterlijk zijn aan te pakken: haarspray, make up, kleding en voeding bieden enige speelruimte. Maar de onvermijdelijkheid van het eigen lichamelijke zijn, komt het kind als (nood)lot tegemoet en leidt tot zelfvoldane of wanhopige momenten bij de blik in de spiegel. 65 De jongere wordt geconfronteerd met zijn existentiële zijn en wil zich daarvan distantiëren. De puber wil zich losmaken van zijn ouders en sociale omgeving en wil de wijde wereld intrekken. In de fase waarin de puber op zoek is naar een eigen identiteit, is de tiener heel kwetsbaar. Enerzijds wil de puber zich losmaken van zijn omgeving en een eigen identiteit ontwikkelen. En anderzijds heeft de puber zijn omgeving nodig, want zijn identiteit wordt grotendeels gevormd door zijn omgeving. De puberteit is een levensfase waarin jongeren vallen en opstaan, maar er zijn ook jongeren die tijdens hun zoektocht naar een eigen ik vallen en niet kunnen opstaan. 66 Veel van de eigen onlust wordt afgereageerd op de directe omgeving. [ ] Redelijkheid is ver te zoeken en met het gebrek aan logica in hun verwijten willen de jongeren al helemaal niet geconfronteerd worden. Het gaat om de uiteenzetting, om het verzet als zodanig. Want net als de tweejarige in het nee zeggen zijn zelfbeleving sterkt, is nu ook verzet nodig om zichzelf daarin te kunnen vinden. Voorlopig heerst de onzekerheid: het kind kent zichzelf niet meer in zijn gedrag en zijn labiele gevoelsleven. [ ] Het ik dat leiding moet geven aan het zieleleven kan deze taak nog niet zelfstandig aan en het zieleleven schommelt heen en weer tussen uitersten. Enerzijds wordt het kind beheerst door zijn driftmatigheid, die tot snoepzucht of tv verslaving drijft, tot roekeloos crossen of tot andere vormen van ongerichte activiteit. Maar anderzijds slaat even later de impulsiviteit om in kritische distantie: de jongere hangt op de bank, baalt en schiet zijn kritische pijlen af op iedereen die in de buurt komt. Argumentatie waarbij het eigen gelijk vooropstaat, scherpt het verstand aan tot een wapen in de strijd omwille van de strijd. En daartussen golft het gevoelsleven heen en weer met zijn uitgelaten, euforische momenten en mistroostige buien, waarin de ziel als een leegte beleefd wordt. [ ] Pubers gaan zich ook meten met anderen wat betreft hun uiterlijk en hun vaardigheden. Meedoen met rages, thuiszijn [sic] op de computer, in de muziek, presteren bij sport, mobieltje op zak: het is allemaal van existentieel belang geworden Fysieke ontwikkeling van de tiener In de puberteit wordt het ontwikkelingsverschil tussen meisjes en jongens op lichamelijk vlak alsmaar duidelijker. Rond de leeftijd van 11 à 12 jaar maken meisjes nog een sterke lengtegroei door die veel van hun lichamelijke krachten vraagt. Het meisje is sneller moe, kan minder goed mee in sport en turnlessen. Ze is tot minder in staat en ze begrijpt niet waarom ze lichamelijk zo zwak is. De fase van de puberteit is dus voor meisjes een onevenwichtige fase die gepaard kan gaan met wisselende stemmingen en depressieve gevoelens. Daar waar meisjes in de puberteit juist een vermindering beleven in hun prestaties naar buiten toe, beleeft de jongen een verhoging van zijn prestatievermogen. Hij barst van levenslust en kracht. Die krachten moet hij kwijt kunnen. Dit kan hij doen op twee manieren: enerzijds kan hij kiezen voor een sportactiviteit en anderzijds kan hij zich ook schuldig maken aan allerhande baldadigheden. 68 De hormonale veranderingen gaan gepaard met humeurige buien, waaraan het kind is overgeleverd. Het reageert met nukkigheid en bokkigheid of met agressieve impulsen, waarbij het bijvoorbeeld zomaar iets kapotmaakt, terwijl het zelf eigenlijk niet begrijpt waarom. 69 [ 110 ] Socia-cahier nr. 2 februari 2005

17 Samengevat Faalangst is geen leeftijdsgebonden probleem. Iedereen kan in zijn leven faalangst ontwikkelen. Daarbij komt nog dat faalangst niet enkel optreedt binnen een schoolse context, maar dat het ook op andere levensterreinen kan opduiken. Deze scriptie richt zich tot faalangst binnen de schoolse context, met andere woorden: die faalangst die voorkomt bij leerlingen. Elke leerling kan gedurende zijn schoolloopbaan faalangst ontwikkelen. Of een leerling uiteindelijk faalangst ontwikkelt, zal afhangen van de manier waarop de betreffende leerling omgaat met de stressfactoren die hem of haar overkomen. Tijdens de schoolloopbaan van een kind/jongere zijn er een aantal risico overgangen die de kans op het ontwikkelen van faalangst vergroten. Eén van die risico overgangsfasen is de overstap van het lager onderwijs naar het (algemeen) secundair onderwijs. Er zijn verschillende redenen waarom die overstap zo risicovol is. De groep van leerlingen, die de overstap maken van het lager onderwijs naar het (algemeen) secundair onderwijs, bevinden zich meestal in de eerste periode van de puberteit. Wat betreft de psychische en fysieke ontwikkeling van de puber gebeurt er heel wat. Vandaar dat de puberteit dan ook een periode is waarin tieners, vooral psychisch, heel kwetsbaar zijn. Hoofdstuk 3 Hoe faalangst aanpakken? Bij de aanpak van faalangst is het eerst en vooral van groot belang om de term aanpak duidelijk te formuleren. Met aanpak bedoel ik een aanpak in de ruimste zin van het woord, dit wil zeggen een aanpak, zowel op preventief als op curatief niveau. Faalangst vraagt, net zoals andere problemen, een integrale aanpak. Ten tweede wil ik nog twee termen, die ik doorheen dit hoofdstuk zal hanteren, concretiseren. De betreffende termen zijn: de school en het CLB. Wanneer ik spreek over het CLB dan bedoel ik dat specifieke CLB, waar ik mijn tweede en derdejaarsstage gelopen heb. Wanneer ik spreek over de school, dan praat ik over een welbepaalde school die tot het werkgebied behoort van het CLB, waar ik stage liep. Tot het werkgebied van het CLB behoren meerdere scholen, maar ik richt mij in deze scriptie tot die school waarmee en waarvoor ik, als stagiaire CLB medewerker, het meeste gewerkt heb. In hoofdstuk drie belicht ik eerst de huidige aanpak van faalangst, zoals die door de school gebeurt. Daarna schets ik de huidige aanpak van faalangst, zoals die door het CLB wordt uitgevoerd. In dit hoofdstuk wil ik ook graag een aantal suggesties naar voren brengen omtrent de preventieve en curatieve aanpak vanuit het CLB en de school. Wat kunnen het CLB en de school, samen met de ouders, nog meer ondernemen om faalangst integraal aan te pakken? 1 Hoe pakt de school faalangst aan? De school waarmee ik het meest heb samengewerkt profileert zich naar de buitenwereld toe als een typische ASO school. De naam, standing en jarenlange traditie is het stokpaardje van de school. Ze staat garant voor het afleveren van cognitief hoog opgeleide leerlingen, die goede slaagkansen hebben in het hoger en universitair onderwijs. Het cognitieve aspect neemt dus de bovenhand binnen de schoolse sfeer. Goed presteren is belangrijk binnen de setting van de school. 1.1 Preventieve aanpak door school Over de huidige preventieve aanpak van faalangst door de school, kan ik heel kort zijn. Faalangst behoort niet tot de items waarrond de school preventief werkt. Misschien vindt de school de problematiek niet belangrijk genoeg. Of misschien heeft de school een gebrek aan middelen om faalangst preventief aan te pakken of misschien weet de school niet goed, wat ze kan ondernemen om faalangst te bestrijden Wat de reden ook mag zijn, het zou mooi zijn moest de school het item opnemen in haar preventiebeleid. 1.2 Curatieve aanpak door school Hoe zit het met de curatieve aanpak van de school? Wat doet de school met faalangstige leerlingen? Socia-cahier nr. 2 februari 2005 [ 111 ]

18 Wanneer een leerling last heeft van faalangst, dan wordt die leerling zelden begeleid door een interne medewerker van de school. De faalangstige leerling wordt door de directie of het leerlingensecretariaat aangemeld op het CLB. Na de aanmelding is het de bedoeling dat het CLB de betrokken leerling uitnodigt om naar het CLB te komen. De leerling is dan nog steeds vrij om te beslissen of hij/zij komt of niet. Soms neemt het hoofd van de school een aantal gesprekken op met faalangstige leerlingen, maar die gesprekken kunnen niet worden gelijkgesteld met een intensieve curatieve aanpak van faalangst. Ik vind persoonlijk dat het hoofd van de school niet de meest ideale gesprekspartner is voor leerlingen met faalangst. Ik denk dat de machtsafstand te groot is tussen leerlingen en de directeur of directrice, om een vertrouwensrelatie te kunnen opbouwen. faalangstige leerling in kwestie. De meeste faalangstige leerlingen die ik heb begeleid, waren leerlingen uit het eerste jaar van het secundair onderwijs. Om de individuele, curatieve aanpak vanuit het CLB te schetsen, gebruik ik één van mijn praktijkvoorbeelden. Ik heb die casus eruit gepikt, waar de begeleiding het langst geduurd heeft en waar mijn aanpak het meest tot zijn recht komt. Uit respect voor mijn cliënten en vanuit mijn beroepsgeheim, tracht ik zoveel mogelijk anonimiteit te waarborgen bij het uitschrijven van mijn praktijkervaringen. Vandaar dat ik geen voor en familienamen zal noemen van de betreffende leerlinge, noch van haar gezins of familieleden. Omdat ik de leerlinge wel vaak zal moeten vernoemen, heb ik ervoor gekozen om te spreken over leerling x. Ook plaatsnamen van de gemeente of stad waar de leerlinge, samen met haar ouders, woont, zal ik bewust niet vermelden. 2 Hoe pakt het CLB faalangst aan? 2.1 Preventieve aanpak door CLB Het CLB heeft een ruim preventiebeleid. Er wordt preventief gewerkt rond veel verschillende items, maar faalangst hoort daar niet bij. Elk jaar wordt er tijd en ruimte vrijgemaakt binnen het CLB om preventief te werken. Het onderwerp of probleem waarrond preventief gewerkt wordt, verandert jaarlijks of om de twee of meer jaren, afhankelijk van de grootte van het preventieproject. Tijdens mijn tweede en derdejaarsstage was er geen preventie rond faalangst lopende binnen het CLB. Door het schrijven van deze scriptie ben ik me ervan bewust geworden dat faalangst nochtans een heel interessant en belangrijk item is om preventief rond te werken. 2.2 Curatieve aanpak door CLB De huidige curatieve aanpak die het CLB hanteert, kan ik het best beschrijven vanuit mijn eigen praktijkervaringen. Gedurende mijn derdejaarsstage heb ik een tiental leerlingen met faalangst begeleid. Het was een heel aangename ervaring. Hoe meer ik mij erin specialiseerde, hoe beter ik mijn begeleiding en hulp kon afstemmen op de Exploratieve gegevens van de casussituatie Het eerste gesprek tussen x en mezelf, als stagiaire CLB medewerker, is er gekomen naar aanleiding van het zenuwachtige en het sterk afhankelijke gedrag van x in de klas. Het vermoeden van faalangst werd op de eerste klassenraad uitgesproken door een aantal leerkrachten en zo werd het CLB, ook aanwezig op de klassenraad, op de hoogte gebracht van het probleem. Leerkrachten en directie riepen op diezelfde klassenraad ook de hulp in van het CLB. Studiekeuze Leerling x is geboren in 1991 en zit sinds het begin van het schooljaar in het eerste leerjaar van het algemeen secundair onderwijs. Ze volgt de richting Latijn. De keuze om naar de Latijnse te gaan, was niet zozeer haar eigen keuze, maar eerder die van haar ouders. X zelf was liever naar een zuivere menswetenschappelijke richting gegaan. Maar beide ouders vonden dat ze zeker de eerste twee jaar van de humaniora Latijn moest volgen en dat ze na die twee jaar mocht kiezen of ze ermee wil doorgaan of niet. X houdt niet van Latijn. Ze doet het niet graag, vindt het saai en moeilijk. Daarnaast heeft x de indruk dat de juf Latijn een pik op haar heeft. Die negatieve gevoelens komen concreet tot uiting in de resultaten die ze behaalt voor Latijn. Ze studeert nochtans [ 112 ] Socia-cahier nr. 2 februari 2005

19 hard voor het vak Latijn, maar het brengt niets op. Ze wil haar ouders niet ontgoochelen omdat ze weet hoeveel belang ze hechten aan het vak Latijn. Maar welke inspanningen ze ook doet, het levert allemaal niets op. Resultaten Niet enkel de resultaten voor het vak Latijn zijn laag, ook op al de andere vakken scoort x niet zo goed. Ze behaalt meestal vijven en zessen en af en toe haalt ze voor bepaalde vakken ook de helft niet. Eén van die vakken waar ze regelmatig de helft niet haalt, is wiskunde. Ze huivert van het vak wiskunde en ze is ook bang voor dit vak. Negatief zelfbeeld Tijdens het gesprek viel het me heel sterk op dat x een heel negatief zelfbeeld heeft. X omschreef zichzelf als volgt: Ik ben verschrikkelijk stom. Ik ben veel te dom. Ik kan niets (goed doen). Ik ben lomp en zo onhandig. Ik kan geen Latijn en wiskunde. Ik zal zeker niet slagen op het einde van het jaar. Dergelijke uitspraken zijn slechts een selectie uit de vele negatieve uitspraken die x over zichzelf gaf. Voor mij werd het geleidelijk aan overduidelijk hoe negatief het zelfbeeld van x was. X gaf ook aan dat ze zichzelf uithongerde bij het behalen van slechte punten. Wanneer ze bijvoorbeeld voor de middag een toets terugkrijgt waarop ze niet goed gescoord heeft, dan hongert ze zich s middags uit en drinkt ze niets. Dit doet ze om zichzelf te straffen voor het behalen van slechte resultaten. Prestatiegerichte klas In de school waar x zit, zijn er vier Latijnse klassen in het eerste middelbaar. De klas van x staat bij de leerkrachten bekend als de sterkste en beste klas van de vier. Die klas wordt enorm graag gezien bij leerkrachten en directie. Het is dé modelklas. Ik heb de resultaten dagelijks werk van alle leerlingen uit die klas bekeken en ze zijn ronduit schitterend. De punten liggen extreem hoog. Het regent tienen, negens en achten. Zevens, zessen en vijven komen heel uitzonderlijk voor en bij geen enkele leerling is er sprake van resultaten onder de helft. Toch is er binnen die klas één leerlinge die daar niet aan voldoet. X is die ene leerlinge die achteraan de klas bengelt met haar minder goede resultaten. Een tien behaalt ze nooit, een negen één enkele keer. Een acht komt ook zelden voor. Af en toe behaalt ze wel eens een zeven. X behaalt voornamelijk vijven en zessen en regelmatig behaalt ze de helft niet. X vergelijkt zichzelf steeds met haar klas. Uitspraken als: Zie je wel dat ik dom ben. Ik ben de domste en de laatste van mijn klas., gebruikt ze meer dan eens. Lichamelijke klachten X heeft veel last van lichamelijke klachten. Vlak voor ze een toets moet maken, voelt ze haar hart bonzen in haar keel, wordt ze misselijk, beginnen haar handen te trillen, wordt ze bleek en kan ze aan niets meer denken behalve aan falen en ouders die boos zullen worden omwille van haar slechte punten. Maar ook de avond voor een toets of examen is x heel bang om te mislukken. Haar ademhaling versnelt met een hels tempo tot er uiteindelijk een soort hyperventilatie optreedt. Ze voelt hevige steken ter hoogte van haar hart, alsof er iemand voortdurend een mes in plant. Volledig onder de spanning zakt ze dan in elkaar en begint haar hoofd heen en weer en op en neer te bewegen. Zelf kan ze het onmogelijk stilhouden. Ook haar armen en benen beginnen dan in het rond te draaien zonder dat x zelf haar lichaam tot rust kan brengen. De bewegingen van x zou je kunnen vergelijken met spastische en ongecontroleerde bewegingen, zoals bij een epilepsie aanval. Een dergelijke paniek en angstaanval duurt ongeveer een tiental minuten en daarna komt x weer tot rust. Zelf weet ze achteraf niets van die aanval. Verschillende doktersonderzoeken hebben geen lichamelijke oorzaak aan het licht gebracht. Volgens de dokters gaat het om psychosomatische klachten. Dergelijke hevige aanvallen treden enkel op de avond voor een grote herhalingstoets of een examen van wiskunde of Latijn Curatieve aanpak van faalangst vanuit het CLB De twee belangrijkste zaken die me opvielen bij x, waren haar negatief zelfbeeld en haar lichamelijke klachten. Ik heb dan ook vooral rond die twee zaken gewerkt. Van een negatief naar een positiever zelfbeeld In het tweede gesprek (eerste gesprek = exploratie van de situatie) heb ik eerst en vooral aan x uitgelegd wat faalangst is, welke Socia-cahier nr. 2 februari 2005 [ 113 ]

20 soorten en vormen er zijn en hoe het ontstaat. Ik wilde haar inzicht in de problematiek van faalangst vergroten. Als een faalangstige weet wat die faalangst, die hij of zij heeft, precies inhoudt en welke risicofactoren er aan de basis kunnen liggen dan is dit al een stap in de goede richting. Daarnaast heb ik ook de nadruk gelegd op de hoge prevalentie van faalangst. Het is belangrijk om dit te vermelden omdat de faalangstige leerling in kwestie dan ook beseft dat hij of zij niet alleen is. Want veel faalangstigen denken dat zij de enigen zijn op de wereld die last hebben van faalangst. Het derde gesprek stond vooral in het teken van ontschuldiging. X voelt zich schuldig tegenover haar ouders omdat zij zoveel problemen en ongerustheid veroorzaakt bij haar ouders. Tijdens dit gesprek deed x ook heel veel negatieve uitspraken over zichzelf. Enkele voorbeelden van die uitspraken zijn: De juf Latijn haat mij. Ik ben stom, dom en lomp. De beste leerling van de klas kan alles beter dan ik. Enzovoort. Bij elk van die uitspraken ben ik telkens blijven stilstaan. Vragen zoals: Haat de juf Latijn je altijd? Schets eens een situatie uit de les Latijn waar de juf boos was op jou? Wat is volgens jou de reden van die boosheid? Enzovoort. Uiteindelijk bleek dat x in de les Latijn relatief veel vragen stelt en dat de juf op de duur, niet bij de eerste vragen, geïrriteerd raakt. Ik heb geprobeerd om dit ook aan x duidelijk te maken, namelijk dat de juf haar niet haat, maar dat de juf wel geïrriteerd kan raken door het stellen van veel vragen tijdens haar les. Misschien heeft de juf onderliggende persoonlijke problemen waardoor ze sneller geïrriteerd raakt. Toen x zei dat de beste leerling van de klas alles beter kan dan zij, heb ik ook daar hetzelfde gedaan zoals met de boosheid van de juf. Uiteindelijk bleek dat x veel beter is in turnen en plastische opvoeding. Door die uitspraken tot op het bot te analyseren kwamen x en ik tot de conclusie dat haar uitspraken veel te negatief en fatalistisch geformuleerd waren. Op het einde van het derde gesprek heb ik haar dan ook huiswerk meegegeven. Ik vroeg haar of ze al haar negatieve gedachten en uitspraken wilde opschrijven op een blad verdeeld in twee kolommen. Links moest ze alle negatieve gedachten schrijven en de rechterkolom moest ze open laten. Dat briefje moest ze dan meebrengen bij het volgende gesprek. Tijdens het vierde gesprek heb ik samen met x de negatieve gedachten, die ze had opgeschreven, overlopen. Het viel me al meteen op dat ze zelf al een aantal negatieve gedachten positiever geformuleerd had. De negatieve gedachten die ze nog niet zelf kon veranderen in meer positieve gedachten, hebben we samen besproken. Op het einde van dit gesprek heb ik gevraagd of x tegen het volgende gesprek opnieuw haar negatieve gedachten wilde opschrijven. Nu mocht ze wel al zoveel mogelijk positieve gedachten invullen in de rechterkolom. Het vijfde en zesde gesprek stond in het teken van de kerstexamens. Ik heb als het ware een peptalk gevoerd met x. We hebben elk vak samen overlopen. Eerst vroeg ik aan x hoe ze de examens zag zitten. Daarna heb ik haar gevraagd om elk vak te overlopen. Nu mocht ze enkel alle positieve aspecten met betrekking tot elk vak opnoemen. Negatieve gedachten kregen nu geen plaats meer. Bij sommige vakken ging het gemakkelijk en bij andere ging het dan weer wat moeilijker. Van een gespannen lichaam en geest, naar een ontspannen lichaam en geest Vlak voor de examens heb ik x nog één keer gezien. Dit gesprek stond in het teken van relaxatie. Ik heb x een aantal technieken aangeleerd om haar lichaam te ontspannen. Ik heb samen met x de buikademhaling geoefend. Ik vroeg x ook of ze een lied kende waar ze heel rustig van wordt. Ze had meteen een titel van een lied. Ik vertelde haar dat het heel ontspannend kan zijn om eens even de boeken dicht te doen en op bed te gaan liggen met op de achtergrond geen lawaai, behalve haar favoriete lied. De bedoeling was om te ontspannen en te proberen om aan niets te denken. Hetzelfde deed ik ook met een lied waar ze heel gelukkig en blij van wordt. Onmiddellijk gaf ze me ook een titel van een lied. Ik vertelde haar dat het soms ook eens goed kan zijn om de boeken dicht te doen en dat lied te beluisteren. De bedoeling is hier niet echt om te ontspannen, maar wel om te ventileren. Door zo luid mogelijk mee te zingen met het lied en te dansen, moet ze dan proberen al haar zorgen van zich af te gooien. [ 114 ] Socia-cahier nr. 2 februari 2005

INFOAVOND OVER FAALANGST MET ILSE DEWITTE

INFOAVOND OVER FAALANGST MET ILSE DEWITTE INFOAVOND OVER FAALANGST MET ILSE DEWITTE op 14 NOVEMBER 2006 IN OLV-college Ilse Dewitte overdonderde het publiek (meer dan 200 ouders en leerkrachten waren aanwezig!) al meteen met een onmogelijke opdracht.

Nadere informatie

1Wat is examenvrees eigenlijk?

1Wat is examenvrees eigenlijk? 8 1Wat is examenvrees eigenlijk? Lars is bang voor spinnen. Toen hij de foto op dit werkboek zag, kreeg hij kippenvel en ging hij anders ademhalen. Toen we Lars vroegen of de spin hem kon bijten, riep

Nadere informatie

Kinderen met weinig zelfvertrouwen gebruiken vaak de woorden nooit en altijd.

Kinderen met weinig zelfvertrouwen gebruiken vaak de woorden nooit en altijd. ZELFVERTROUWEN Zelfvertrouwen is het vertrouwen dat je in jezelf hebt. Zelfvertrouwen hoort bij ieder mens en het betekent dat je een reëel zelfbeeld hebt, waarin ruimte is voor sterke kanten, maar ook

Nadere informatie

7Omgaan met faalangst

7Omgaan met faalangst DC 7Omgaan met faalangst 1 Inleiding Faalangst kan jouw leerprestaties behoorlijk in de weg staan. In dit thema lees je iets over de oorzaken van faalangst en geven we je tips om ermee om te gaan. De inhoud

Nadere informatie

Faalangst. Faalangst algemeen begeleidleren.be 1/6

Faalangst. Faalangst algemeen begeleidleren.be 1/6 Faalangst Wat is angst? Angst hoort bij het leven en het is voor iedereen een bekend verschijnsel. Normale angst is voor kinderen meestal goed te hanteren. Angst heeft een beschermende functie, het houdt

Nadere informatie

Faalangst. Informatie en tips voor ouders en verzorgers

Faalangst. Informatie en tips voor ouders en verzorgers Faalangst Informatie en tips voor ouders en verzorgers Wat is faalangst? Faalangst is angst die optreedt in situaties waarin er bepaalde prestaties van uw kind worden verlangd. Het is de angst om niet

Nadere informatie

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind MEE Nederland Raad en daad voor iedereen met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Inhoudsopgave

Nadere informatie

1Help: faalangst! 1.1 Verkenningen

1Help: faalangst! 1.1 Verkenningen 11 1Help: faalangst! Karel heeft moeite met leren. Dat zal wel faalangst zijn! zegt iemand. Een gemakkelijk excuus, want Karel is wel erg snel klaar met zijn huiswerk. Ellen, die ook moeite heeft met leren,

Nadere informatie

DO'S EN DON'TS VOOR OUDERS

DO'S EN DON'TS VOOR OUDERS WWW.PESTWEB.NL DO'S EN DON'TS VOOR OUDERS Kinderen en jongeren willen je hulp, als je maar (niet)... Wat kinderen zeggen over pesten Kinderen gaan over het algemeen het liefst met hun probleem naar hun

Nadere informatie

Signaalkaart Jongeren

Signaalkaart Jongeren Signaalkaart Jongeren Naam: Mike de Boer Inhoudsopgave Inleiding... 3 Signaalkaart Mike... 5 Toelichting op de uitslag... 6 Pagina 2 van 8 Inleiding Op 14 maart 2014 heeft Mike de Boer de Signaalkaart

Nadere informatie

FAALANGST DE BAAS! TRAINING 1. faalangst. de baas! training. www.kinderpraktijklandsmeer.nl info@kinderpraktijklandsmeer.nl

FAALANGST DE BAAS! TRAINING 1. faalangst. de baas! training. www.kinderpraktijklandsmeer.nl info@kinderpraktijklandsmeer.nl FAALANGST DE BAAS! TRAINING 1 faalangst de baas! training www.kinderpraktijklandsmeer.nl info@kinderpraktijklandsmeer.nl 2 KINDERPRAKTIJK LANDSMEER FAALANGST DE BAAS! TRAINING 3 faalangst de Baas! training

Nadere informatie

Ontdek je kracht voor de leerkracht

Ontdek je kracht voor de leerkracht Handleiding les 1 Ontdek je kracht voor de leerkracht Voor je ligt de handleiding voor de cursus Ontdek je kracht voor kinderen van groep 7/8. Waarom deze cursus? Om kinderen te leren beter in balans te

Nadere informatie

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling 8 tips voor een goed gesprek met je leerling Edith Geurts voor Tijdschrift Kindermishandeling Het kan zijn dat je als leerkracht vermoedt dat een kind thuis in de knel zit. Bijvoorbeeld doordat je signalen

Nadere informatie

Inleiding 9 1 Faalangst/examenvrees, wat is dat eigenlijk? 13 2 Training of therapie/hulpverlening? 19 3 Faalangst/examenvrees van (t)huis uit 23

Inleiding 9 1 Faalangst/examenvrees, wat is dat eigenlijk? 13 2 Training of therapie/hulpverlening? 19 3 Faalangst/examenvrees van (t)huis uit 23 Inhoud Inleiding 9 1 Faalangst/examenvrees, wat is dat eigenlijk? 13 1.1 Soorten angst 14 1.2 Soorten faalangst/examenvrees 15 1.3 Waar komt faalangst/examenvrees vandaan en hoe denken faalangstige kinderen?

Nadere informatie

Handboek Faalangstreductie/Examenvreestraining 2015-2016

Handboek Faalangstreductie/Examenvreestraining 2015-2016 Handboek Faalangstreductie/Examenvreestraining 2015-2016 INHOUD 1. INLEIDING... 3 2. INFORMATIE FAALANGST... 3 3. SELECTIEPROCEDURE... 4 4. TRAINING... 5 5. ORGANISATIE... 5 Handboek Leerlingbegeleiding

Nadere informatie

E book Angst. Praktijk Meta Bosheuvel 5 5683 AS Best info@praktijkmeta.nl

E book Angst. Praktijk Meta Bosheuvel 5 5683 AS Best info@praktijkmeta.nl E book Angst Praktijk Meta Bosheuvel 5 5683 AS Best info@praktijkmeta.nl E-Book Angst Waarom zijn wij bang? Wat is precies de functie van angst? We hebben er allemaal bijna dagelijks mee te maken, maar

Nadere informatie

Caroline Penninga-de Lange Je kind in balans

Caroline Penninga-de Lange Je kind in balans Je kind in balans Caroline Penninga-de Lange Je kind in balans Op weg naar emotionele stabiliteit UITGEVERIJ BOEKENCENTRUM ZOETERMEER Van Caroline Penninga-de Lange verschenen eerder bij Uitgeverij Boekencentrum:

Nadere informatie

Achtergrond informatie:

Achtergrond informatie: Pestprotocol Inleiding Voor u ligt het pestprotocol van de Koningin Wilhelminaschool. Met behulp van dit protocol willen wij het pestgedrag binnen de school voorkomen en indien nodig aanpakken. In onze

Nadere informatie

Slecht. gehecht. Gedrag op school

Slecht. gehecht. Gedrag op school Hechting Zelfbeeld Team Over kinderen met hechtingsproblemen Max is geadopteerd. Als dreumes van twintig maanden kwam hij naar Nederland. Nu is hij een opvallende leerling in groep 4, de groep van juf

Nadere informatie

Veiligheid en welbevinden. Hoofdstuk 1

Veiligheid en welbevinden. Hoofdstuk 1 30 Veiligheid en welbevinden Kees (8) en Lennart (7) zitten in de klimboom. Kees geeft Lennart een speels duwtje en Lennart geeft een duwtje terug. Ze lachen allebei. Maar toch kijkt Lennart even om naar

Nadere informatie

Hoe je je voelt. hoofdstuk 10. Het zal je wel opgevallen zijn dat je op een dag een heleboel verschillende gevoelens hebt. Je kunt bijvoorbeeld:

Hoe je je voelt. hoofdstuk 10. Het zal je wel opgevallen zijn dat je op een dag een heleboel verschillende gevoelens hebt. Je kunt bijvoorbeeld: hoofdstuk 10 Hoe je je voelt Het zal je wel opgevallen zijn dat je op een dag een heleboel verschillende gevoelens hebt. Je kunt bijvoorbeeld: zenuwachtig wakker worden omdat je naar school moet, vrolijk

Nadere informatie

Lesmodule 4 fasen van. dementie. VOORBEELD LESMODULE: 4 fasen van dementie

Lesmodule 4 fasen van. dementie. VOORBEELD LESMODULE: 4 fasen van dementie Lesmodule 4 fasen van dementie Inhoudsopgave: 1. Wat is dementie? blz. 3 2. Twee basisprincipes over de werking van de hersenen blz. 4 3. Omschrijving van de vier fasen van ikbeleving bij dementie blz.

Nadere informatie

Onderzoek Stress. 5 Juni 2014. Over het 1V Jongerenpanel

Onderzoek Stress. 5 Juni 2014. Over het 1V Jongerenpanel Onderzoek Stress 5 Juni 2014 Over het onderzoek Aan dit online onderzoek, gehouden van 20 mei tot en met 5 juni 2014 in samenwerking met 7Days, deden 2.415 jongeren mee. Hiervan zijn er 949 scholier en

Nadere informatie

Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan

Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan Kwaliteit van leven Een hulpmiddel bij de voorbereiding van een zorgplan De zorg en begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking moet erop gericht zijn dat de persoon een optimale kwaliteit

Nadere informatie

VISIETEKST FAALANGST

VISIETEKST FAALANGST Gentsestraat 31 8870 Izegem tel. 051 30 42 25 fax 051 31 81 52 secretariaat.mdp@imksori.be www.msdepelichy.be VISIETEKST FAALANGST Eén op tien leerlingen lijdt aan een ernstige vorm van faalangst. Ze halen

Nadere informatie

LEEFREGELS EN IK-BEN OPVATTINGEN HERKENNEN

LEEFREGELS EN IK-BEN OPVATTINGEN HERKENNEN In deze huiswerkopdracht wordt uitgelegd wat leefregels en ik-ben-opvattingen zijn en het belang ervan bij het doorbreken van gewoontepatronen. Een voorbeeld van Marjolijn illustreert hoe leefregels en

Nadere informatie

Rijangst en angststoornissen

Rijangst en angststoornissen 1 Rijangst Veel mensen zijn bang wanneer ze in de auto zitten. De mate van de angst varieert sterk. Soms treedt de angst alleen maar op in zeer specifieke situaties, situaties die zich bijna nooit voordoen.

Nadere informatie

Toelichting bij de MZO screening voor ouders

Toelichting bij de MZO screening voor ouders Toelichting bij de MZO screening voor ouders 1 Copyright 2014 Bureau Perspectief Amsterdam Zie voor meer informatie www.motivatiezelfonderzoek.nl 2 De schalen van de MZO screening De MZO screening is gericht

Nadere informatie

Oefeningen om om te gaan met moeilijke momenten. Algemeen. Overzicht:

Oefeningen om om te gaan met moeilijke momenten. Algemeen. Overzicht: Oefeningen om om te gaan met moeilijke momenten Algemeen In dit document vind je een overzicht terug van oefeningen die je kan doen om de psychologische vaardigheden te versterken en de deelnemers te ondersteunen

Nadere informatie

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel

Verantwoording 1.1 Keuze van de titel 1 13 Verantwoording 1.1 Keuze van de titel Voor je ligt het handboek Training sociale vaardigheden. Dit boek is geschreven voor iedereen die te maken heeft met kinderen tussen de tien en vijftien jaar

Nadere informatie

Mijn kind heeft een LVB

Mijn kind heeft een LVB Mijn kind heeft een LVB Wat betekent een licht verstandelijke beperking nu precies? Informatie voor ouders van kinderen en jongeren met een licht verstandelijke beperking in de leeftijd van 6 tot 23 jaar

Nadere informatie

AMIGA4LIFE. Hooggevoelig, wat is dat? WWW.AMIGA4LIFE.NL T. 06-424 99985 @AMIGA4LIFECOACH VLAARDINGEN

AMIGA4LIFE. Hooggevoelig, wat is dat? WWW.AMIGA4LIFE.NL T. 06-424 99985 @AMIGA4LIFECOACH VLAARDINGEN AMIGA4LIFE Hooggevoelig, wat is dat? 7-10 jaar WWW.AMIGA4LIFE.NL T. 06-424 99985 @AMIGA4LIFECOACH VLAARDINGEN 1 voorlichtingsbrochure hooggevoeligheid - www.amiga4life.nl Ik heb een talent! Ik kan goed

Nadere informatie

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind MEE Utrecht, Gooi & Vecht Ondersteuning bij leven met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind

Nadere informatie

Instaptoets Entreeopleiding

Instaptoets Entreeopleiding Instaptoets Entreeopleiding Naam: Femke van Hattem Pagina 1 van 9 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Toelichting op de uitslag... 6 Pagina 2 van 9 Inleiding Op 10 juli 2013 heeft Femke van Hattem in het kader

Nadere informatie

Doelstellingen van PAD

Doelstellingen van PAD Beste ouders, We kozen er samen voor om voor onze school een aantal afspraken te maken rond weerbaarheid. Aan de hand van 5 pictogrammen willen we de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze leerlingen

Nadere informatie

Pestprotocol. Inleiding

Pestprotocol. Inleiding Pestprotocol Inleiding Definitie van pesten Pesten is het systematisch uitoefenen van psychische- en/of fysieke mishandeling door een kind of een groep kinderen van 1 kind dat niet in staat is zichzelf

Nadere informatie

Na de schok... Informatie voor leerkrachten

Na de schok... Informatie voor leerkrachten Na de schok... Informatie voor leerkrachten Niemand is echt voorbereid op een schokkende gebeurtenis en als het gebeurt heeft dat ingrijpende gevolgen. Als leerkrachten samen met kinderen een aangrijpende

Nadere informatie

Zelfbeeld. Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld.

Zelfbeeld. Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld. Zelfbeeld Het zelfvertrouwen wordt voor een groot deel bepaald door de ideeën die het kind over zichzelf heeft: het zelfbeeld. Een kind dat over het algemeen positief over zichzelf denkt, heeft meer zelfvertrouwen.

Nadere informatie

Preventie van werkdruk in de bouwsector. Werknemer

Preventie van werkdruk in de bouwsector. Werknemer Preventie van werkdruk in de bouwsector Werknemer Inhoud Wat is werkdruk/stress? Welke factoren bevorderen stress op het werk? Hoe herken ik stress-symptomen bij mezelf? Signalen van een te hoge werkdruk

Nadere informatie

Competenties De Fontein

Competenties De Fontein Competenties De Fontein We werken met de volgende 4 competenties: 1. Verantwoordelijkheid 2. Samenwerken 3. Organisatie en planning, zelfstandigheid 4. Motivatie - In klas 1 wordt gewerkt aan de volgende

Nadere informatie

Ouders gebruiken voor het temperament van hun kind(eren) spontaan woorden als

Ouders gebruiken voor het temperament van hun kind(eren) spontaan woorden als 1 Temperament van het kind en (adoptie)ouderschap Sara Casalin Ouders gebruiken voor het temperament van hun kind(eren) spontaan woorden als verlegen, blij, impulsief, zenuwachtig, druk, moeilijk, koppig,

Nadere informatie

Omgaan met spanningen

Omgaan met spanningen Omgaan met spanningen Inhoudsopgave Klik op het onderwerp om verder te lezen. Stimulerende spanning 1 Problematische spanning 1 Oorzaken van spanning 2 Spanningsklachten 2 De vicieuze cirkel 3 Overspannen

Nadere informatie

Faalangst WAT IS HET EN WAT KAN JE ER AAN DOEN?

Faalangst WAT IS HET EN WAT KAN JE ER AAN DOEN? Faalangst WAT IS HET EN WAT KAN JE ER AAN DOEN? Opzet Workshop 1 Testje 2 Achtergrond van faalangst 3 Tips en aanpak voor de dagelijkse praktijk 4 Faalangst en het staatsexamen 5 Rondvraag/conclusie 1

Nadere informatie

ZELFINVULLIJST DEPRESSIEVE SYMPTOMEN (INVENTORY OF DEPRESSIVE SYMPTOMATOLOGY: IDS-SR) 1 (In te vullen door patiënt)

ZELFINVULLIJST DEPRESSIEVE SYMPTOMEN (INVENTORY OF DEPRESSIVE SYMPTOMATOLOGY: IDS-SR) 1 (In te vullen door patiënt) ZELFINVULLIJST DEPRESSIEVE SYMPTOMEN (INVENTORY OF DEPRESSIVE SYMPTOMATOLOGY: IDS-SR) 1 (In te vullen door patiënt) Naam:.. Datum: - - Kruis bij elke vraag het antwoord aan dat de afgelopen zeven dagen

Nadere informatie

Deel 12/12. Ontdek die ene aanpak waarmee je al je problemen oplost

Deel 12/12. Ontdek die ene aanpak waarmee je al je problemen oplost Beantwoord eerst de volgende vragen: 1. Welke inzichten heb je gekregen n.a.v. het vorige deel en de oefeningen die je hebt gedaan? 2. Wat heb je er in de praktijk mee gedaan? 3. Wat was het effect op

Nadere informatie

25-9-2014. Door Machteld Muller & Linda Stoutjesdijk www.phorosadvies.nl 06-10508273/06-12987505

25-9-2014. Door Machteld Muller & Linda Stoutjesdijk www.phorosadvies.nl 06-10508273/06-12987505 Door Machteld Muller & Linda Stoutjesdijk www.phorosadvies.nl 06-10508273/06-12987505 Lichamelijk: pijn, fysieke beperkingen, afweging behandeling vs bijwerkingen Angst en onzekerheid: verloop ziekte,

Nadere informatie

HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL

HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL Stationsstraat 81 3370 Boutersem 016/73 34 29 www.godenotelaar.be email: directie.nobro@gmail.com bs.boutersem@gmail.com HET ANTI-PEST-BELEID VAN ONZE SCHOOL 1. Het standpunt van de school: Pesten is geen

Nadere informatie

Door Machteld Muller & Linda Stoutjesdijk www.phorosadvies.nl 06-10508273/06-12987505

Door Machteld Muller & Linda Stoutjesdijk www.phorosadvies.nl 06-10508273/06-12987505 Door Machteld Muller & Linda Stoutjesdijk www.phorosadvies.nl 06-10508273/06-12987505 Lichamelijk: pijn, fysieke beperkingen, afweging behandeling vs bijwerkingen Angst en onzekerheid: verloop ziekte,

Nadere informatie

Na de schok... Informatie voor ouders

Na de schok... Informatie voor ouders Na de schok... Informatie voor ouders Niemand is echt voorbereid op een schokkende gebeurtenis en als het gebeurt heeft dat voor iedereen ingrijpende gevolgen. Als kinderen samen met hun ouders een aangrijpende

Nadere informatie

STUDENTENGEZONDHEIDSCENTRUM

STUDENTENGEZONDHEIDSCENTRUM STUDENTENGEZONDHEIDSCENTRUM Hyperventilatie Hyperventilatie betekent een te snelle en/of een te diepe ademhaling. Wat is ademhalen? Door middel van de borstkas en de buikspieren ademen wij lucht in en

Nadere informatie

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden

attitudes zelfstandig leren kennis vaardigheden zelfstandig leren Leren leren is veel meer dan leren studeren, veel meer dan sneller lijstjes blokken of betere schema s maken. Zelfstandig leren houdt in: informatie kunnen verwerven, verwerken en toepassen

Nadere informatie

Ik ga je wat vertellen, je hoeft alleen maar te volgen wat ik zeg, mijn stem is nu het enige wat voor jou belangrijk is om te volgen.

Ik ga je wat vertellen, je hoeft alleen maar te volgen wat ik zeg, mijn stem is nu het enige wat voor jou belangrijk is om te volgen. Oefening 1: Nodig: 2 personen en een boom of een huisdier: Zoek een plek op bij een boom of in de buurt bij je paard of ander huisdier waar je even niet gestoord wordt en veilig even je ogen dicht kunt

Nadere informatie

ogen en oren open! Luister je wel?

ogen en oren open! Luister je wel? ogen en oren open! Luister je wel? 1 Verbale communicatie met jonge spelers Communiceren met jonge spelers is een vaardigheid die je van nature moet hebben. Je kunt het of je kunt het niet. Die uitspraak

Nadere informatie

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen 14 In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen einde, alleen een voortdurende kringloop van materie

Nadere informatie

Betrokken bij Buiten. Het puberbrein als basis. Welkom. 4 februari 2016 Anniek Verhagen anniek.verhagen@xs4all.nl

Betrokken bij Buiten. Het puberbrein als basis. Welkom. 4 februari 2016 Anniek Verhagen anniek.verhagen@xs4all.nl Betrokken bij Buiten Welkom Het puberbrein als basis 4 februari 2016 Anniek Verhagen anniek.verhagen@xs4all.nl Pubers Welk (puber)gedrag valt jou het meest op? We zijn allemaal puber geweest Leef je in!

Nadere informatie

Gespannen of angstig? Zelf aan de slag!

Gespannen of angstig? Zelf aan de slag! Gespannen of angstig? Zelf aan de slag! > Een individuele cursus voor volwassenen met angst- en spanningsklachten (Nieuwe, geheel herziene versie januari 2010) extreme angst op. Men wil het gevreesde object

Nadere informatie

Geluksgevoel hangt meer af van je mentale vermogen dan van wat je overkomt

Geluksgevoel hangt meer af van je mentale vermogen dan van wat je overkomt "Geluk is vooral een kwestie van de juiste levenshouding" Geluksgevoel hangt meer af van je mentale vermogen dan van wat je overkomt Ons geluk wordt voor een groot stuk, maar zeker niet alleen, bepaald

Nadere informatie

MEDISCH CENTRUM Hyperventilatie

MEDISCH CENTRUM Hyperventilatie MEDISCH CENTRUM Hyperventilatie Dit kan ook geen kwaad, maar kan wel leiden tot een aantal verschijnselen als: Benauwd gevoel, kortademigheid; krop in de keel; droge mond; strak gevoel rond de mond; prikkelingen

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

1Het begrip faalangst

1Het begrip faalangst 9 1Het begrip faalangst Ieder mens kent angst. Het is onmogelijk angst uit het leven te bannen. Angst is onlosmakelijk verbonden met het menszijn. Zonder angst is er geen leven. Er zijn momenten waarop

Nadere informatie

E-LEARNING. Beroepsoriëntatie 2014/2015. HEART4HAPPINESS Eva Hendrix s1081296

E-LEARNING. Beroepsoriëntatie 2014/2015. HEART4HAPPINESS Eva Hendrix s1081296 E-LEARNING Beroepsoriëntatie / HEARTHAPPINESS Eva Hendrix s896 Voorwoord De zoektocht naar geluk is zo oud als de mensheid zelf en heeft in de loop van de geschiedenis verschillende vormen aangenomen.

Nadere informatie

Leeratelier: Stress. Hoe kan ik hiermee omgaan?

Leeratelier: Stress. Hoe kan ik hiermee omgaan? Leeratelier: Stress Hoe kan ik hiermee omgaan? Doe de stress-test! Wat is stress? Hoe (examen)stress voorkomen en ermee omgaan? < 7: Ook jij hebt af en toe last van zenuwen tijdens de examenperiode, maar

Nadere informatie

Cognitieve gedragstherapie bij autisme

Cognitieve gedragstherapie bij autisme Cognitieve gedragstherapie bij autisme Caroline Schuurman, gz-psycholoog Centrum Autisme Rivierduinen Nieuwe ontwikkelingen in de behandeling van autisme bij volwassenen Utrecht, 14 juni 2011 CGT bij autisme

Nadere informatie

Het belang van evaluatieve feedback is het beste te illustreren met behulp van het zogenaamde Johari Window: bekend aan mijzelf.

Het belang van evaluatieve feedback is het beste te illustreren met behulp van het zogenaamde Johari Window: bekend aan mijzelf. EVALUATIEVE FEEDBACK 8 Zoals al eerder gesteld kan de term feedback twee betekenissen hebben. Naast een directe reactie op wat iemand communiceert, wordt er ook wel een evaluatie van iemands gedrag en

Nadere informatie

BURG. DE RUITERSCHOOL

BURG. DE RUITERSCHOOL BURG. DE RUITERSCHOOL Pestprotocol Een samenvatting van dit protocol hangt zichtbaar in de school. Dit protocol is vastgesteld op 14 maart 2013 Vastgesteld door team Burg. De Ruiterschool: 4 maart 2013

Nadere informatie

Jaargang 1, Nummer 2, juni 2010. Drukke kinderen

Jaargang 1, Nummer 2, juni 2010. Drukke kinderen Jaargang 1, Nummer 2, juni 2010 Drukke kinderen Jaargang 1, Nummer 2, juni 2010 Drukke kinderen Inhoud: Wat is druk gedrag? Oorzaken Positieve benadering Structuur Regels Omgaan met anderen Luisteren Steun

Nadere informatie

PERFECTIONISME. www.berenvanjouwweg.nl info@berenvanjouwweg.nl Boomstraat 127A, 5038 GP Tilburg, 06-154 08 602

PERFECTIONISME. www.berenvanjouwweg.nl info@berenvanjouwweg.nl Boomstraat 127A, 5038 GP Tilburg, 06-154 08 602 PERFECTIONISME overgenomen uit; Teaching gifted kids in the regular classroom. Susan Winebrenner, free spirit, 2001. Vertaald en aangepast door Marita van den Hout, 2011, Beren van jouw weg. Het zal u

Nadere informatie

Over ALS spreken. Inhoud. Wat is ALS? 1. Waardoor wordt ALS veroorzaakt? 1. Wat doet ALS met een patiënt? 1. Hoe kan je jouw vriend(in) bijstaan?

Over ALS spreken. Inhoud. Wat is ALS? 1. Waardoor wordt ALS veroorzaakt? 1. Wat doet ALS met een patiënt? 1. Hoe kan je jouw vriend(in) bijstaan? Inhoud Over ALS spreken Wat is ALS? 1 Waardoor wordt ALS veroorzaakt? 1 Wat doet ALS met een patiënt? 1 Hoe kan je jouw vriend(in) bijstaan? 2 voor vrienden Wanneer de vader of moeder van je vriend(in)

Nadere informatie

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel.

4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel. 4 communicatie Communicatie is het uitwisselen van informatie. Hierbij gaat het om alle informatie die je doorgeeft aan anderen en alle informatie die je van anderen krijgt. Als de informatie aankomt,

Nadere informatie

ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN

ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN ATTRIBUEREN OF TOESCHRIJVEN De meeste mensen, en dus ook leerlingen, praten niet alleen met anderen, maar voeren ook gesprekken met en in zichzelf. De manier waarop leerlingen over, tegen en in zichzelf

Nadere informatie

Leerlijn Sociaal-emotionele ontwikkeling

Leerlijn Sociaal-emotionele ontwikkeling Leerlijn 1.1. Emotioneel 1.2. Sociaal Stamlijn Niveau A Merkt zintuiglijke stimulatie op (aanraking, vibratie, smaken, muziek, licht) Uit lust- en onlustgevoelens Kijkt gericht enkele seconden naar een

Nadere informatie

ADHD. en kinderen (6-12 jaar)

ADHD. en kinderen (6-12 jaar) ADHD en kinderen (6-12 jaar) ADHD, DAAR BEN JE NIET BLIJ MEE Als je bij het buitenspelen een blauwe plek oploopt, dan zit je daar niet mee. Meestal is-ie na een paar dagen weer weg. Bij ADHD is dat anders,

Nadere informatie

EIGEN BLOED Over moeders die hun kind afstaan ter adoptie

EIGEN BLOED Over moeders die hun kind afstaan ter adoptie EIGEN BLOED Ik zie het koppie al, zegt de huisarts tegen de dertienjarige Henny Paniek Ze kwam bij hem vanwege buikpijn Dan gaat alles razendsnel Met een ambulance wordt Henny naar het ziekenhuis gebracht

Nadere informatie

Schoolkind. Kind op de basisschool. Een rustige ontwikkeling tussen driftige peuter en dwarse puber!?!

Schoolkind. Kind op de basisschool. Een rustige ontwikkeling tussen driftige peuter en dwarse puber!?! Schoolkind Oorspronkelijke tekst Hilde Breet Wilma Poot Illustraties Harmen van Straaten Uitgave: januari 1998 Herziene uitgave: maart 2010 Het is toegestaan deze folder in ongewijzigde vorm te multipliceren

Nadere informatie

INHOUD Verantwoording 1 De macht van de situatie 2 Koester je zeurende collega 19 3 De calculerende medewerker 4 Respect!

INHOUD Verantwoording 1 De macht van de situatie 2 Koester je zeurende collega 19 3 De calculerende medewerker 4 Respect! INHOUD Verantwoording 7 1 De macht van de situatie 11 We hebben de neiging te denken dat we zelf bepalen wat we doen, maar in werkelijkheid worden we ook gestuurd door allerlei omstandigheden. 2 Koester

Nadere informatie

Leerjaar 4, 8 jaar. Leerjaar 5, 9 Jaar

Leerjaar 4, 8 jaar. Leerjaar 5, 9 Jaar ARRANGEMENTKAART SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING / SOCIAAL GEDRAG SO- AFDELING Standaarden Rafael Leeftijd 5 6 7 8 9 10 11 12 Gevorderd 25% 5 5 6 6 7 7 8 9 Voldoende 75% 3 3 4 4 5 5 6 6 Minimum 90% 1 2

Nadere informatie

Faalangst en rekenen. Agenda. 22 februari 2012 13.30 16.00 uur. Berber Klein b.klein@vu.nl

Faalangst en rekenen. Agenda. 22 februari 2012 13.30 16.00 uur. Berber Klein b.klein@vu.nl Faalangst en rekenen 22 februari 2012 13.30 16.00 uur Berber Klein b.klein@vu.nl Agenda 1. Introductie 2. Wat is faalangst 3. (faal) angst bij rekenen 4. Oorzaken van angst bij rekenen 5. Gevolgen van

Nadere informatie

Omgaan met spanning. Faalangst: waar komt het vandaan en wat ermee te doen

Omgaan met spanning. Faalangst: waar komt het vandaan en wat ermee te doen Omgaan met spanning Inleiding: Iedereen krijgt in het leven te maken met spanning. Bij competitiesporten komt dit extra tot uiting: er is de druk om te presteren, de tegenstander om te verslaan, de reactie

Nadere informatie

Bereid de jongeren voor, rust ze toe en laat ze los voor bediening in hun gemeente, hun maatschappij en in de wereld in zijn geheel.

Bereid de jongeren voor, rust ze toe en laat ze los voor bediening in hun gemeente, hun maatschappij en in de wereld in zijn geheel. Tiener- en jeugdwerk 1 Timotheüs 4:12 Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geloof en in reinheid. Jeugd, jongeren,

Nadere informatie

Relaties. HDYO heeft meer informatie beschikbaar over de Ziekte van Huntington voor jongeren, ouders en professionals op onze website: www.hdyo.

Relaties. HDYO heeft meer informatie beschikbaar over de Ziekte van Huntington voor jongeren, ouders en professionals op onze website: www.hdyo. Relaties HDYO heeft meer informatie beschikbaar over de Ziekte van Huntington voor jongeren, ouders en professionals op onze website: www.hdyo.org Relaties kunnen een belangrijke rol spelen bij het omgaan

Nadere informatie

Dr. Greta Noordenbos, Klinische Psychologie, Universiteit Leiden

Dr. Greta Noordenbos, Klinische Psychologie, Universiteit Leiden Na een vlotgeschreven en informatief eerste hoofdstuk van Els Verheyen waarin de belangrijkste kenmerken, gevolgen en behandelingen van eetstoornissen worden behandeld, gaat Karolien Selhorst uitvoerig

Nadere informatie

therapieën [ therapie voor positieve gedragsverandering ]

therapieën [ therapie voor positieve gedragsverandering ] therapieën [ therapie voor positieve gedragsverandering ] In het noorden en oosten van Nederland behandelen en begeleiden wij kinderen, jongeren en volwassenen met een licht verstandelijke beperking. Therapieën

Nadere informatie

Voel je veilig of: je-mag-niet-pesten-protocol. CHR. BASISSCHOOL De Kraanvogel

Voel je veilig of: je-mag-niet-pesten-protocol. CHR. BASISSCHOOL De Kraanvogel Voel je veilig of: je-mag-niet-pesten-protocol CHR. BASISSCHOOL De Kraanvogel Inleiding Pesten is een wezenlijk en groot probleem. Pestgedrag is schadelijk tot zeer schadelijk voor kinderen, zowel voor

Nadere informatie

1 Voorwoord. Beste ouders. Beste leerlingen

1 Voorwoord. Beste ouders. Beste leerlingen 1 Voorwoord Beste ouders Beste leerlingen Dit is het antipestplan van WICO campus Sint-Jozef. Het draaiboek pesten is geschreven voor de leerlingen, ouders en medewerkers van de school. Het geeft het beleid

Nadere informatie

informatiebrochure Faalangstreductie training (frt) Examenvreesreductie training (evt) Sociale vaardigheid training (sova)

informatiebrochure Faalangstreductie training (frt) Examenvreesreductie training (evt) Sociale vaardigheid training (sova) informatiebrochure Faalangstreductie training (frt) Examenvreesreductie training (evt) Sociale vaardigheid training (sova) Faalangstreductie training (frt) Wat is faalangst? Het zal je maar gebeuren..

Nadere informatie

EIGENWAARDE EN ZELFVERTROUWEN

EIGENWAARDE EN ZELFVERTROUWEN EIGENWAARDE EN ZELFVERTROUWEN Henk Algra Als de kleine Katrien voor het eerst op de glijbaan durft kijkt ze eerst naar haar moeder en roept: "Kijk dan Mam!" De meeste ouders willen maar al te graag kijken

Nadere informatie

Do s and Don ts of Bilingual Education

Do s and Don ts of Bilingual Education Do s and Don ts of Bilingual Education Een korte handleiding Tweetalig Onderwijs voor Leerlingen Leraren Ouders Het tweetalig HAVO op Philips van Horne en tweetalig VWO op Het College komt mede tot stand

Nadere informatie

Hoe ontstaat hyperventilatie?

Hoe ontstaat hyperventilatie? Hyperventilatie Wat is hyperventilatie? Ademhalen is een handeling die ieder mens verricht zonder er bij na te denken. Het gaat vanzelf en volkomen onbewust. Ademhaling is de basis van onze gezondheid.

Nadere informatie

Je mag toch geen suiker? Dat dacht mijn oma. Na drie jaar... Had ze een hele vieze taart voor me gemaakt, terwijl de hele familie iets lekkers at.

Je mag toch geen suiker? Dat dacht mijn oma. Na drie jaar... Had ze een hele vieze taart voor me gemaakt, terwijl de hele familie iets lekkers at. ~1~ s n a l a b n i Happy A ls ouder van een kind met een chronische ziekte weet u vast als geen ander hoe moeilijk de balans is tussen goede zelfzorg en een prettig en gelukkig leven. Om er achter te

Nadere informatie

Zeven hulpbronnen van vertrouwen. Door: Carlos Estarippa

Zeven hulpbronnen van vertrouwen. Door: Carlos Estarippa Zeven hulpbronnen van vertrouwen Door: Carlos Estarippa Geïnspireerd door het boek van Bertie Hendriks Dagboek van de Ziel. De zeven levensfasen (Hendriks, 2013) wil ik in onderstaand artikel beschrijven

Nadere informatie

Beroepsmatige instelling Bij beroepsmatige instelling wordt gekeken naar wat u motiveert en welke doelstellingen u op werkgebied heeft.

Beroepsmatige instelling Bij beroepsmatige instelling wordt gekeken naar wat u motiveert en welke doelstellingen u op werkgebied heeft. Pagina 1 van 21 BIP-werkgerelateerde persoonlijkheidsvragenlijst Dit rapport geeft een overzicht van uw positie op de vier persoonlijkheidsdimensies die relevant zijn voor het functioneren in een werkomgeving:

Nadere informatie

28 Hoofdstuk 1. Time management. 29 1) Wat is time management? 30 2) Waarom heb je tijd tekort? 34 3) Het nut van time management

28 Hoofdstuk 1. Time management. 29 1) Wat is time management? 30 2) Waarom heb je tijd tekort? 34 3) Het nut van time management Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 4. Grenzen bewaken 28 Hoofdstuk 1. Time management 4 1) Het belang van grenzen bewaken 29 1) Wat is time management? 5 2) Bekende valkuilen 30 2) Waarom heb je tijd

Nadere informatie

Angstige leerlingen in de klas en het Vriendenprogramma. Drs. N.E. de Vries

Angstige leerlingen in de klas en het Vriendenprogramma. Drs. N.E. de Vries Angstige leerlingen in de klas en het Vriendenprogramma. Drs. N.E. de Vries Aandachtspunten in de klas Het Vriendenprogramma Onderdelen Vriendenprogramma in de klas Online programma s voor jongeren Aandachtspunten

Nadere informatie

Oefening buikademhaling

Oefening buikademhaling Omgaan met stress Oefening buikademhaling Adem langzaam in gedurende drie tellen (door je neus) Adem langzaam uit gedurende vijf tellen (door je mond) Leg je hand op je buik om te voelen of je buik beweegt:

Nadere informatie

Deel 10/12. Angst is de motor van ineffectief gedrag. ecourse; Moeiteloos leren leidinggeven

Deel 10/12. Angst is de motor van ineffectief gedrag. ecourse; Moeiteloos leren leidinggeven Beantwoord eerst de volgende vragen: 1. Welke inzichten heb je gekregen n.a.v. het vorige deel en de oefeningen die je hebt gedaan? 2. Wat heb je er in de praktijk mee gedaan? 3. Wat was het effect op

Nadere informatie

Gezondheidsonderzoek op school

Gezondheidsonderzoek op school Gezondheidsonderzoek op school Kinderen rond de leeftijd van 10/11 jaar Deze vragenlijst maakt deel uit van het gezondheidsonderzoek van kinderen van 10/11 jaar op de basisschool. Het onderzoek wordt uitgevoerd

Nadere informatie

Hoofdstuk 9 Oefeningen

Hoofdstuk 9 Oefeningen Hodstuk 9 De eerste stap in werken aan jezelf is ook meteen de belangrijkste stap: Het durven onderkennen van je innerlijke conflicten en dat je daardoor je emoties nog niet voor je kan laten werken. De

Nadere informatie

14-7-2012. Carol Dweck. Wat is Intelligentie?

14-7-2012. Carol Dweck. Wat is Intelligentie? Carol Dweck Wat is Intelligentie? 1 Wat is Intelligentie? Wat is Intelligentie? Meervoudige Intelligentie - Gardner 2 Voorlopige conclusie In aanleg aanwezig potentieel (50% erfelijk bepaald) Domeinspecifiek

Nadere informatie

Vergroot je zelfvertrouwen

Vergroot je zelfvertrouwen Vergroot je zelfvertrouwen Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1. De basis van zelfvertrouwen 4 1) Basisvertrouwen en zelfvertrouwen 5 2) Het belang van zelfvertrouwen 8 Hoofdstuk 2. Te weinig zelfvertrouwen

Nadere informatie