Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland"

Transcriptie

1

2 Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland

3 Haalbaarheidsonderzoek naar Klimaatcompensatie in de eigen Regio CO 2 -compensatie in Nederland d.m.v. de aanplant van landschapselementen in het landelijke gebied Maart 2013 Tomek de Ponti, Peter Smits & Gerard Titulaer Met bijdragen van Alterra (WUR) & Motivaction

4 Dankwoord Verschillende personen en organisaties hebben in de loop van de haalbaarheidsstudie hun expertise gedeeld. Deze staan achterin het rapport genoemd. De auteurs willen allen die hebben bijgedragen daar hartelijk voor bedanken. Colofon Tomek de Ponti & Gerard Titulaer, Stichting Landwaard Peter Smits, Triple E Met bijdragen van Alterra (WUR) & Motivaction Haalbaarheidsonderzoek naar Klimaatcompensatie in de eigen Regio. CO 2 -compensatie in Nederland d.m.v. de aanplant van landschapselementen in het landelijke gebied Oosterhout (Gld.), Gebiedscoöperatie Oregional. In samenwerking met Stichting Landwaard, Alterra (Wageningen UR), Motivaction en Triple E. Maart 2013 Gebiedscoöperatie Oregional Oosterhoutsestraat PG Oosterhout (Gld.) Tel Dit project werd financieel mede mogelijk gemaakt door het Programma voor Plattelands-ontwikkeling voor Nederland (POP) via de regeling Samenwerking bij Innovatieprojecten, openstelling Nieuwe Uitdagingen 2010, van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). Het POP wordt deels gefinancierd uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)( De ontvangen financiering valt onder as 1 van het POP: Verbetering van het concurrentievermogen van de land- en bosbouwsector. In Nederland is de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) de beheersautoriteit voor het POP. Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland

5 Inhoud Samenvatting... 1 Summary in English... 5 Inleiding... 7 Doelstellingen... 8 Betrokken organisaties & Financiering... 8 Strekking van de resultaten van dit haalbaarheidsonderzoek: wat is/zijn kansrijke opties?... 9 Wet- en regelgeving Kyoto Protocol en ETS-systeem Reductie broeikasgasemissie in het buitenland Vrijwillige compensatie door sectoren CO 2 prestatieladder Conclusie Technische haalbaarheid van het systeem Bomenrij van Essen Haag van Meidoorn Benodigde tijd voordat aanplant voldoende hout oplevert voor biomassa-installatie Vorm van energie-opwekking Belangrijke kanttekening i.r.t. CO 2 -compensatie en toekomstige landgebruik Back-office van het systeem: internetportal, transacties e.d Financiële haalbaarheid van het systeem Kosten van het onderhoud en oogsten Bomenrij van Essen Haag van Meidoorn Transport Energiebehoefte centrale t.b.v. de verwarming van een blok van circa 40 woningen Gemeenschappelijk Landbouwbeleid NSW Landgoed Berekeningen voor het pilot-gebied Ooijpolder-Duffelt in lijn met het landschapsontwikkelingsplan Scenario M1 alles in eigen beheer, alle inkomstenbronnen Scenario M3 biomassa-installatie in eigen beheer, geen beheersvergoeding, wel vergoeding voor aanleg Scenario M4 inzet loonwerker met groot materieel, verder als scenario Berekeningen bij gebruik van een groot aandeel bomen i.p.v. struweel in het agrarische landschap Scenario E1 alles in eigen beheer, alle inkomstenbronnen Scenario E2 scenario zonder eigen biomassa-installatie; de houtsnippers worden verkocht aan derden Scenario E3 biomassa-installatie in eigen beheer, geen beheersvergoeding, wel subsidie voor aanleg Scenario E4 inzet loonwerker met groot materieel, verder als scenario E Conclusies m.b.t. de financiële haalbaarheid... 26

6 Marktverkenning voor regionaal gerealiseerde klimaatcompensatie De markt voor regionale CO 2 -compensatie onder consumenten Definities van de doelgroepen Toepassingen van het Mentality-model Conclusies: doelgroepen en markpotentieel De markt voor regionale CO 2 -compensatie onder bedrijven en instellingen Peiling uitgevoerd op op VNO-NCW bijeenkomst in de regio Telefonische enquête onder MVO ondernemers in de regio No nett loss doelstelling van bedrijven De markt bij gemeenten in de regio Klimaatfondsen Conclusies Betrokkenheid belanghebbenden Agrarische ondernemers Bewoners, aannemers, woningbouw-verenigingen en gemeenten Conclusies Geraadpleegde experts / gesproken personen... 43

7 Samenvatting De bewustwording onder consumenten en bedrijven over klimaatverandering leidt ertoe dat men steeds meer bereid is om een bijdrage te leveren aan de oplossing van het probleem. Consumenten doen dit o.a. al vrijwillig door bijvoorbeeld vliegreizen te compenseren via organisaties als Trees for All (voorheen Trees for Travel). Bedrijven zijn deels verplicht en deels vrijwillig actief op de CO 2 - compensatiemarkt. Momenteel vinden de klimaatcompensatieprojecten vrijwel uitsluitend plaats buiten Nederland. Daarmee worden compensatie-doelstellingen gerealiseerd, maar de impact op bewustwording en educatie is minder direct en minder groot. Immers, het is niet mogelijk om met eigen ogen te zien wat compensatie betekent en hoeveel bos aangeplant moet worden om de eigen uitstoot te compenseren. Een andere belangrijke ontwikkeling is dat de overheid zich steeds verder terugtrekt uit het publieke domein, met als gevolg dat de financiering voor natuur, biodiversiteit en landschap ook steeds meer onder druk staat. Om deze reden dienen nieuwe modaliteiten gevonden te worden om deze waardevolle publieke goederen anderszins te financieren. Wanneer deze nieuwe modaliteiten individuele burgers betrekken bij de eigen leefomgeving en bewust maken van het verband tussen het eigen handelen en het behoud van flora, fauna en ecosystemen, dan ontstaat er tegelijkertijd een sterker draagvlak in de samenleving voor het financieren van natuur, biodiversiteit en landschap. Deze ontwikkelingen bieden de mogelijkheid om tot een innovatieve combinatie te komen die bijdraagt aan de oplossing van het klimaatprobleem, aan het behoud en herstel van ecologische stapstenen in de vorm van kleine landschapselementen en aan een aantrekkelijker landschap: het in de eigen regio compenseren van je CO 2 -uitstoot. Doel van het voorgestelde project is om de haalbaarheid van een dergelijk concept te onderzoeken. Het voorgestelde concept ziet er als volgt uit: Burgers en bedrijven compenseren hun CO 2 -uitstoot door de aanleg van kleine landschapselementen te financieren. In de toekomst kan ook een directe link gelegd worden met regionaal geproduceerd voedsel, door het onvermijdelijke deel van de uitstoot van de voedselproductie direct in het landschap te compenseren. De aanleg hiervan leidt tot nieuwe ecologische stapstenen in het (agrarische) landschap. Op termijn vindt er snoei van de landschapselementen plaats, rekening houdend met de CO 2 - binding waarvoor het compensatiesysteem garant staat. Lokale opwekking van duurzame energie op basis van dit snoeihout. Het haalbaarheidsonderzoek heeft een goed inzicht gegeven in de mogelijkheden en biedt handvatten om te besluiten al dan niet het hele concept of delen daarvan verder uit te diepen. Het resultaat kan echter nog niet beschouwd worden als een business case dat zo te implementeren is. Door de kansrijke opties in een vervolg verder uit te diepen en door te rekenen kan een goed gefundeerde business case ontwikkeld worden. Vanuit de wet- en regelgeving is het mogelijk om de uitstoot van CO 2 en andere broeikasgassen in de eigen regio te compenseren door regionaal klimaatcompensatie-projecten op te zetten. Dit betreft compensatie voor de vrijwillige markt. Wel zijn er wat meningsverschillen over hoe regionale compensatie gecommuniceerd dient te worden. Het samenwerkingsverband kan juridisch gezien dus de aanplant van landschapselementen en bosjes in het agrarische landschap mede financieren door de uitgifte van CO 2 -certificaten. Feitelijk is dit ook wat Staatsbosbeheer via het Nationaal Bosfonds doet. 1

8 Technisch gezien is het ook mogelijk om het voorgestelde systeem te realiseren en is er een methodiek voorhanden om in de uitgifte van CO 2 -certificaten rekening te houden met de snoei die plaatsvindt voor onderhoud en het opwekken van duurzame energie. Uit het marktonderzoek dat onder consumenten is gehouden komt naar voren dat er een markt is voor regionale CO 2 -compensatie. Aandachtspunt is nog wel dat het marktonderzoek alleen kon kijken naar de interesse en intenties van consumenten. Nu bekend is bij welke doelgroepen die marktpotentie ligt dient met aanvullend marktonderzoek verder gekeken te worden of die intenties ook vertaald worden in daadwerkelijke acties. Uit de marktverkenning onder bedrijven en gemeenten in de regio zijn al een paar bedrijven gekomen die concreet hebben aangegeven in gesprek te willen gaan over het regionaal compenseren van hun uitstoot. Wel is het zo dat de steekproef relatief klein was. Er zal dus onder meer bedrijven de interesse gepeild moeten worden. Samenwerking met het Energiefonds Regio Nijmegen biedt ook aanvullende mogelijkheden voor het bereiken van bedrijven en instellingen in de regio. Er is een goede basis gelegd voor het creëren van draagvlak in de regio en er zijn, ondanks de tegenslag van het voorlopig niet doorgaan van de bouw van de beoogde woonwijk, verschillende aanknopingspunten om het snoeihout te verwaarden. Wel is het zo dat wanneer het niet mogelijk zal blijken zelf in eigen beheer energie op te wekken, danwel het snoeihout direct te verkopen aan een bedrijf/instelling met een warmtevraag, het snoeihout via gangbare kanalen moet worden afgezet waarbij het in het slechtste geval zelfs een kostenpost kan worden. In de meeste scenario s is het aandeel van houtsnippers in de totale baten echter gering. Wanneer er op termijn een wijk in de regio wordt gebouwd waar men een biomassa-installatie wil plaatsen, dan biedt dit kansen om de verbinding van burgers met hun omgeving, omliggende landschap, natuur en lokale biodiversiteit te versterken. De financiële haalbaarheid van het concept is de minst gunstige uitkomst van het onderzoek. Er zijn wel scenario s die een goed positief saldo geven. Echter, dat betreft scenario s waarin CO 2 - compensatiegelden geen doorslaggevende rol spelen. Slechts in één geval (scenario E2) maken de inkomsten uit CO 2 -compensatie het verschil uit tussen een negatief en een positief saldo. En dat positieve saldo is dermate klein dat met de onzekerheden en aannames in bepaalde berekeningen het geen verzekerd succes geeft. Sowieso is gebleken dat zonder beheersvergoeding en grondvergoeding voor de landschapselementen het concept financieel niet dekkend te krijgen is. Met andere woorden, bij de huidige prijzen en stand van kennis en technologie lijkt het dat ook met inkomsten uit CO 2 -compensatiegelden en met het in eigen beheer opweken van duurzame energie, het landschap zichzelf momenteel nog niet kan financieren. Er liggen wel mogelijkheden voor de toekomst, wanneer energieprijzen naar verwachting zullen stijgen. De agrarische ondernemers in het gebied zijn, als belangrijke belanghebbenden, betrokken geweest bij alle stappen in het haalbaarheidsonderzoek en hebben daar ook een wezenlijke bijdrage aan geleverd. Gezien de uitkomsten van de financiële haalbaarheid en de omstandigheden en ontwikkelingen in het gebied, hebben de agrarische ondernemers besloten voorlopig geen vervolgactiviteiten te zullen ontplooien om met het concept aan de slag te gaan. Wel heeft een aantal ondernemers interesse in het verkennen van de mogelijkheden voor het verwaarden van het snoeihout van bestaande landschapselementen. Als eventueel alternatief zou de financiering van het landschap losgekoppeld kunnen worden van de regionale CO 2 -compensatie. Die compensatie zal de facto op veel plaatsen nog wel plaatsvinden doordat er vanuit andere financieringsbronnen nog wel landschapselementen aangeplant worden, al staat die financering 2

9 steeds meer onder druk. Het is echter de vraag of het lonend is met de huidige stand van zaken om die CO 2 -compensatie te formaliseren in de vorm van de uitgifte van CO 2 -certificaten. Een regionaal CO 2 -compensatiesysteem zou wel op een andere manier dan via de aanplant van landschapselementen vormgegeven kunnen worden in het landelijke gebied. Dit analoog aan ontwikkelingen die bij compensatieprojecten in ontwikkelingslanden de laatste jaren sterk terrein wint, namelijk het voorkomen van toekomstige uitstoot door energiebesparing en de opwek van duurzame energie. In het landelijke gebied in Nederland zouden CO 2 -gelden kunnen worden ingezet om energiebesparende maatregelen te financieren op agrarische bedrijven en op andere locaties in het buitengebied. Ook zou het realiseren van nieuwe duurzame energie-opwekking op bijvoorbeeld agrarische bedrijven gefinancierd kunnen worden vanuit deze gelden. Hierbij kan gedacht worden aan o.a. zonne-energie en kleinschalige windenergie. Kleinschalige windenergie heeft het voordeel dat het niet of veel minder leidt tot verstoring van het landschap en dus veel minder zal leiden tot aantasting van het landschap en weerstand vanuit de bevolking. Een dergelijk systeem zou als een revolverend fonds opgezet kunnen worden. Alhoewel realisatie van het concept op de korte termijn niet haalbaar lijkt bieden de uitkomsten van het haalbaarheidsonderzoek wel de basis om in de toekomst bij veranderde omstandigheden (m.n. de energieprijzen), nieuwe inzichten en technologische ontwikkelingen een goede afweging te maken om alsnog het concept op te pakken en verder uit te werken richting een business case. Het idee om het landschap zichzelf te laten financieren via een regionaal CO 2 -compensatiesysteem en het verwaarden van vrijkomend snoeihout blijft een innovatief en welkom concept om de financiering van het landschap, die onder druk staat, toekomstbestendig te maken. 3

10 4

11 Carbon Offsetting in Europe by locally Financing new Hedgerows and Trees in Agricultural Landscapes Feasibility Study for The Netherlands Summary in English With the growing public awareness on climate change increasingly more consumers and companies are willing to pay for offsetting the greenhouse gas emissions they have caused. Currently, the vast majority of compensation schemes are realised in developing countries. While such schemes do offset the greenhouse gas emissions, their contribution to public awareness and their educational value are limited. If one cannot see with ones own eyes how many trees need to be planted to offset one s greenhouse gas emissions, the whole concept remains more abstract and less convincing. Simultaneously, public spending on nature, biodiversity and rural landscapes is increasingly under pressure. For this reason new avenues are being sought to finance these valuable public goods. If these new approaches involve the general public in the protection and development of their own local environment and make them aware of the relation between their own actions and nature conservation, environmental protection and biodiversity conservation, then public support for government spendings for nature, biodiversity and rural landscapes will also increase. Both above-mentioned developments triggered the development of a novel concept that brings together climate protection, the creation of ecologcial stepping stones in agricultural landscapes that connect nature conservation areas, and the development of more attractive and diverse rural landscapes: offsetting greenhouse gas emissions by the establishment of new hedgerows and by planting trees in agricultural landscapes. The objective of the current project was to study the feasibility of this concept. The concept is to function as follows: Consumers and companies / organisations offset their greenhouse gas emissions by locally financing the creation of new hedgerows and tree planting in agricultural landscapes. In the future a direct link can also be made with food production, by offsetting that part of the greenhouse gas emissions related to food production that can not be avoided even in lowemission production systems. Thus new ecologcial stepping stones in agricultural landscapes are created that connect nature conservation areas. With time the hedgerows will be trimmed and trees pruned, taking into account that the amount of CO 2 for which CO 2 -certificates have been released will remain present. The ensuing woody material is being used as a source of locally produced renewable energy. The outcomes of the feasibility study provide good insights into the potential of the proposed concept. Within the scope of, and available resources for, the feasibility study it was, however, not possible to go into as much detail as to develop a real business case. The outcomes can be used to decide whether or not to develop a particular business case. From the point of view of rules and regulations that apply in the Netherlands it is possible to develop and implement the proposed concept. This applies primarily to voluntary carbon offsetting markets. This is in fact also what the State Forestry Service in the Netherlands (Staatsbosbeheer) is already doing through its National Forest Fund (Nationaal Bosfonds). As for how the offsetting should from a legal point of view be communicated some dispute still exists. 5

12 From a technical point of view no obstacles exist to implement the proposed concept. It is pretty straightforward to devise and apply a methodology by which hedgerows can be trimmed and trees pruned in such a way that the carbon for which CO 2 -certificates have been released is covered. Market research among consumers highlights a clear interest in offsetting one s greenhouse gas emissions by locally investing in the creation of new hedgerows and tree planting in agricultural landscapes. The research has given insights into the intentions and interest of consumers. Future market resarch should investigate to what extent the intentions will translate into actual consumer expenditures to offset their carbon emissions. Market research among companies and organisations in the research area has yielded several companies that showed serious interest in offsetting their emissions through the proposed scheme and that showed interest in a one-on-one follow-up. The sample size was limited however, so future market research should address this. Collaboration with the regional Energy Fund of the City of Nijmegen (Energiefonds Regio Nijmegen) also offers scope for reaching potential customers. Under current market conditions, the financial feasibility of the concept is the least promising. There are only a few scenarios that show a positive financial balance. Moreover, in those scenarios the income from the carbon offsetting scheme plays a minor role in making the concept financially sound. None of the scenarios can be made financially sound without making use of government subsidies for nature conservation and landscape development. That is, even with the additional income from the local carbon offsetting scheme, nature and biodiversity conservation and the development and maintenance of attractive landscapes in rural areas still heavily relies on public spending. Only with expected future energy price increases will the concept become financially feasible and self-relient. In the meantime an alternative local carbon offsetting scheme may prove to be more promising. A local revolving fund could be set up to finance energy saving measures and small installations for renewable energy in rural areas, such as solar panels and small wind turbines for home consumption and farms / small businesses. Although the originally proposed concept is not financially feasible under current price conditions, the feasibility study does provide the insights to re-evaluate the potential of the concept in the future under changing energy prices. At such a time, the study can be used as the basis for futher developing the concept into a business case. 6

13 Inleiding De toenemde bewustwording onder consumenten over klimaatverandering leidt ertoe dat steeds meer consumenten bereid zijn om een bijdrage te leveren aan de oplossing van het probleem. Mensen die van het vliegtuig gebruik maken voor vakantie of zakelijke reizen, compenseren in toenemende mate hun reis via bijvoorbeeld Trees for All en vergelijkbare initiatieven. Tevens groeit het aantal huiseigenaren dat investeert in duurzame energie (bijv. zonne-energie) of duurzame energie afneemt van energiebedrijven. Tegelijkertijd is er ook een trend zichtbaar naar het (her)waarderen van de eigen omgeving, waarin het platteland een belangrijke plaats inneemt. Dit vindt o.a. uiting in de groei in de afzet van streekproducten en van recreatie en zakelijke bijeenkomsten op agrarische bedrijven met een neventak. Deze ontwikkelingen bieden mogelijkheden om tot een innovatieve combinatie te komen die bijdraagt aan een oplossing van het klimaatprobleem, aan het aantrekkelijker maken van het landelijk gebied en een nieuwe ecomische impuls geeft aan de plattelandseconomie. Naar onze verwachting is er zeker een markt voor het in de eigen regio compenseren van je CO 2 - uitstoot. Compensatie in de eigen omgeving spreekt mensen aan vanuit de herwaardering van de eigen omgeving, de betrouwbaarheid en makkelijkere controleerbaarheid van het systeem en het feit dat mensen met eigen ogen tijdens een fietstocht door het prachtige landschap kunnen zien welke aanplant er door hun bijdrage is gerealiseerd. Voorbeelden van twee bestaande CO 2 -compensatiesystemen: Trees for All en Greenseat Bron: en www. greenseat.nl. 7

14 Doelstellingen Via een haalbaarheidsonderzoek inzicht verschaffen in de haalbaarheid van het realiseren van het voorgestelde systeem, bestaande uit de aanleg van landschapselementen (bomen, struiken e.d.), gefinancierd via een CO 2 -compensatiesysteem, waarvan het snoeihout gebruikt wordt in het van duurzame energie voorzien van een woonwijk. Toelichting op het functioneren van het nieuw te ontwikkelen initiatief: a) Opzet van een local-for-local regionaal CO 2 -compensatiesysteem op vrijwillige basis. Qua mechanisme vergelijkbaar met Trees for All, met dat verschil dat de compensatie in de eigen regio plaatsvindt. b) Boeren of andere (plattelands)ondernemers verfraaien het landschap door het aanplanten van landschapselementen (bomen en struiken). c) Boeren of andere (plattelands)ondernemers onderhouden het landschap en de landschapselementen. Op termijn zal er ook (selectieve) kap plaatsvinden. In beide gevallen natuurlijk rekening houdend met het niet teniet doen van de CO 2 -binding waarvoor reizigers of anderen die hun uitstoot willen compenseren hebben betaald. D.w.z. dat de natuurlijke aanwas minstens even groot dient te zijn als dat wat bij het onderhoud wordt gesnoeid. d) Opwekking van duurzame energie op basis van snoeihout en op termijn ook (selectieve) kap, waardoor een woonwijk van energie wordt voorzien. Betrokken organisaties & Financiering De coöperatie Oregional heeft deze haalbaarheidsstudie i.s.m. een aantal agrarisch ondernemers in haar werkgebied geïnitieerd. Samen vormen zij het samenwerkingsverband dat het haalbaarheidsonderzoek heeft opgezet en begeleid. Oregional (www.oregional.nl) is in maart 2010 opgericht door boeren in de regio Nijmegen-Kleve en in samenwerking met Stichting Landwaard. Het doel van de coöperatie is op een duurzame en economische wijze grensoverschrijdend de regionale afzet van producten en diensten bevorderen onder het merk Oregional. Wezenlijk voor de gebiedscoöperatie zijn eerlijke prijzen voor de deelnemende boeren en de betrokkenheid van consumenten en burgers. Naast de afzet van producten aan ondermeer zorginstellingen, horeca, scholen, cateraars en consumenten, richt de gebiedscoöperatie Oregional zich nadrukkelijk op de ontwikkeling en promotie van (toeristische) activiteiten op en rond agrarische bedrijven. Grondstoffen voor Oregional zijn de agrarische producten die in de regio geproduceerd worden (groente, fruit, vlees, zuivel, eieren etc.). Kerngroepleden van het samenwerkingsverband en mede-initiatiefnemers van deze haalbaarheidsstudie zijn de agrarische ondernemers Joep Bless en Geert Kroes. Zij zijn ook verbonden met de lokale agrarische natuurvereniging De Ploegdriever die actief is in de Ooijpolder- Duffelt en een project heeft opgezet voor het ontwikkelen van groen-blauwe diensten in het gebied, waaronder ecologische verbindingszones en stapstenen. De projectleiding van het haalbaarheidsonderzoek is uitgevoerd door Stichting Landwaard (www.landwaard.eu). Landwaard staat voor een aantrekkelijk, duurzaam en economisch gezond platteland, waarin agrariërs toekomstgericht kunnen ondernemen en waarbij de waarden van het land en de kwaliteit van leven voor bewoners van Stad en Land centraal staan. Om aan deze missie gestalte te geven organiseert Landwaard verschillende activiteiten zoals het Streekgala en het 8

15 Wandelfestijn over Boerenland en voert zij projecten uit in haar werkgebied op het gebied van regionale voedselproductie en ketens en op het gebied van recreatie en toerisme. Meer informatie is te vinden op Het samenwerkingsverband heeft de volgende partijen ingehuurd om delen van de haalbaarheidsstudie uit te voeren en bij te dragen aan het schrijven van dit rapport: Stichting Landwaard (www.landwaard.eu) voor de algehele projectleiding en inhoudelijke inbreng op alle aspecten van het haalbaarheidsonderzoek. Projectleider en penvoerder: Dhr. Tomek de Ponti. Eindverantwoordelijke: Dhr. Gerard Titulaer (voorzitter). Landwaard heeft in dit rapport de hoofstukken Inleiding, Betrokkenheid belanghebbenden en Conclusies geschreven en samen met Alterra de hoofdstukken Technische haalbaarheid van het systeem en Financiële haalbaarheid van het systeem. Daarnaast heeft Landwaard in samenspraak en samenwerking met Oregional de eindredactie van het rapport verzorgd. Alterra, onderdeel van Wageningen UR (www.wageningenur.nl/nl/expertises- Dienstverlening/Onderzoeksinstituten/alterra.htm), voor technische en financiële berekeningen. Projectleider bij Alterra was Dhr. Raymond Schrijver. Alterra heeft in dit rapport samen met Landwaard de hoofdstukken Technische haalbaarheid van het systeem en Financiële haalbaarheid van het systeem geschreven. Triple E (www.tripleee.nl) voor aspecten van de wet- en regelgeving, marktverkenning onder m.n. bedrijven en instellingen en financiële verdienmodellen. Projectleider: Dhr. Peter Smits. Triple E heeft in dit rapport het hoodstuk Wet- en regelgeving geschreven, in het hoofdstuk Marktverkenning voor regionaal gerealiseerde klimaatcompensatie het deelhoofdstuk De markt voor regionale CO 2 -compensatie onder bedrijven en instellingen en in het hoofdstuk Financiële haalbaarheid van het systeem de onderdelen Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en NSWlandgoed. Marktonderzoeksbureau Motivaction (http://motivaction.nl) voor de marktverkenning onder consumenten. Motivaction is een fullservice onderzoeksbureau dat voor zijn opdrachtgevers kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksspecialismen combineert met kennis van organisaties en de omgeving waarin deze actief zijn. Betrokken medewerkers: Dhr. Jasper Visscher en Dhr. Roel Schoemaker. Het deelhoofdstuk De markt voor regionale CO 2 -compensatie onder consumenten in het hoofdstuk Marktverkenning voor regionaal gerealiseerde klimaatcompensatie is gebaseerd op het marktonderzoek en de rapportage van Motivaction. Het haalbaarheidsonderzoek is financieel mogelijk gemaakt door het Programma voor Plattelandsontwikkeling (POP) van de Europese Unie. Het POP wordt deels gefinancierd uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (http://ec.europa.eu/agriculture/index_nl.htm). Het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is de beheersautoriteit voor het POP, vanuit het programma Samenwerking bij Innovatieprojecten. Strekking van de resultaten van dit haalbaarheidsonderzoek: wat is/zijn kansrijke opties? De voor het voorgestelde systeem relevante technologie, kennis en prijzen zijn continu in ontwikkeling. In dit haalbaarheidsonderzoek is beoogd de potentie van het voorgestelde systeem zo nauwkeurig mogelijk als binnen kaders van dit onderzoek mogelijk was in kaart te brengen en door te rekenen. Het resultaat kan nog niet beschouwd worden als een business case dat zo te 9

16 implementeren is. Wel kan goed afgeleid worden welke opties kansrijk zijn en welke minder kansrijk. Door de kansrijke opties in een vervolg verder uit te diepen en door te berekenen kan een goed gefundeerde business case ontwikkeld worden. 10

17 Wet- en regelgeving Kyoto Protocol en ETS-systeem Het European Union Emissions Trading System maakt deel uit van het Europese klimaatbeleid. Het systeem heeft betrekking op ongeveer energiecentrales en industriële fabrieken in 30 landen. Het ETS helpt EU-lidstaten met de naleving van hun verplichtingen van het Kyoto Protocol. De Europese richtlijn vermeldt de bedrijfssectoren en activiteiten die verplicht zijn om aan CO 2 - emissiehandel deel te nemen. In Europa zijn dat meer dan bedrijven, in Nederland ongeveer 400 bedrijven. Voorbeelden van bedrijfsactiviteiten waarvoor CO 2 -emissiehandel verplicht is: elektriciteit productiebedrijven productie en verwerking van ferro-metalen (papier)pulp maken uit hout en vezelhoudende materialen glasbedrijven die meer glas smelten dan 20 ton per dag olieraffinaderijen cokesfabrieken In de regio Arnhem-Nijmegen zijn er maar 19 bedrijven die vallen onder het Europese handelssysteem voor emissies (ETS). De overige bedrijven, instanties en burgers zijn vrij om CO 2 te compenseren op de wijze die ze zelf willen. Wel is het zo dat de Nederlandse regering in de afspraken rond het Kyoto Protocol een deel van deze vrijwillige compensatie, als ook de aanleg van nieuwe bossen in kader van de EHS, alvast heeft ingecalculeerd ter grootte van 20 miljoen ton per jaar. Dat betekent wellicht dat vrijwillige compensatie via het planten van bomen of de aanleg van bossen geen extra zoden aan de dijk zet voor de Nederlandse Kyoto-verplichtingen, maar dat neemt niet weg dat deze bossen en bomen wel CO 2 opnemen en dus gewoon daadwerkelijk bijdragen aan het vastleggen van CO 2 en een bijdrage leveren aan het verminderen van de opwarming van de aarde door het broeikaseffect. Deze analyse is mede afkomstig van de CO 2 - deskundige Joost Cozijnsen 1. Minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wilde het voor de burger makkelijker maken om CO 2 van gevlogen kilometers ook in Nederland zelf te compenseren om op deze manier de schade aan de natuur en klimaat te beperken. Volgens de Kyoto-regels is het nu alleen mogelijk om vliegkilometers te compenseren via bomenprojecten in landen zonder reductiedoelstelling zoals Ethiopië en Mozambique. Verburg vond dat een beetje krom. "We laten daarmee onbedoeld kansen liggen", aldus de minister. De minister wilde dat het mogelijk wordt vliegkilometers in eigen land direct in natuur om te zetten bijvoorbeeld door een boom te planten in eigen stad of buurt of via een bijdrage aan verfraaiing van het landschap. "Daar doe je niet alleen het milieu, maar ook je omgeving een plezier mee. Groen zorgt voor schone frisse lucht, je bent minder ziek, stress verdwijnt en bomen hebben ook nog eens een belangrijke functie voor andere plant- en diersoorten." Volgens de minister kunnen burgers meer verbonden raken met hun eigen omgeving als ze zelf een stukje natuur of landschap creëren. In haar toespraak op de Vakantiebeurs wees ze er op dat er verschillende manieren zijn waarop mensen persoonlijk verantwoordelijkheid kunnen nemen voor natuur en landschap. Sinds de uitspraken van de minister zijn echter op dit gebied geen vorderingen gemaakt

18 Mooie boerderij in de Ooijpolder-Duffelt en landschapselementen in de vorm van bomen langs de weg. Reductie broeikasgasemissie in het buitenland Nederland heeft afgesproken 13 miljard kg reductie per jaar in het buitenland te realiseren via de zogenaamde Kyoto-mechanismen. Met deze mechanismen kunnen Nederlandse bedrijven en het Kabinet emissierechten ('credits') kopen in het buitenland. Een credit komt overeen met 1 ton broeikasgasemissiereductie. De 13 miljard kg CO 2 -equivalenten reductie per jaar komt overeen met de aankoop van 13 miljoen credits per jaar in het buitenland. Er zijn twee soorten 'credits': credits die zijn verdiend met Joint Implementation (JI) en credits die zijn verdiend met het Clean Development Mechanism (CDM). JI: Joint Implementation is alleen mogelijk tussen geïndustrialiseerde landen onderling. Credits die zijn verdiend met JI worden emission reduction units (ERU's) genoemd. In de praktijk worden ERU's verdiend door reducties te behalen in Centraal- en Oost-Europese landen. Een voorbeeld: Nederland financiert en ondersteunt de bouw van een windmolenpark in Roemenië. Als daardoor de bouw van een kolencentrale wordt vermeden mag Nederland de verminderde uitstoot meetellen voor de eigen Kyoto-verplichting. CDM: Bij het Clean Development Mechanism gaat het om afspraken tussen geïndustrialiseerde landen en ontwikkelingslanden die zelf geen emissiereductiedoelstelling hebben. Credits die zijn verdiend met CDM, worden CER's genoemd (Certified Emission Reductions). Nederland kan CER's op dezelfde manier verdienen als ERU's, met het verschil dat CER's worden verdiend door het opzetten van emissiereducerende projecten in ontwikkelingslanden. Dit betekent dat het in de praktijk niet mogelijk is net over de grens bij Duitse Oregional partners Nederlandse CO 2 te compenseren. 12

19 Vrijwillige compensatie door sectoren Er bestaat een hardnekkig idee dat compensatie voor CO 2 alleen in het buitenland kan plaatsvinden. Dit is ook het officiële standpunt zoals dat door de overheid wordt verwoord. Dit kwam ook naar voren in telefonische gesprekken die zijn gevoerd met Agentschap NL en het Bosklimaatfonds van het Nationaal Groenfonds. Dit betekent in de praktijk dat de insteek is dat bedrijven niet zouden mogen claimen dat ze hun uitstoot compenseren, maar dat ze in het kader van MVO de aanplant van bomen financieren en dit ook als zodanig communiceren in hun marketing e.d. Strikt genomen geldt de eis dat compensatie voor CO 2 alleen in het buitenland kan plaatsvinden echter alleen voor de ETS-bedrijven. Personen, organisaties en bedrijven kunnen ook vrijwillig deelnemen aan emissiehandel. Dat kan met een hele sector tegelijk, zoals bijvoorbeeld voor Nederlandse salpeterzuurfabrikanten, die lachgas uitstoten. Ook bedrijven die niet onder het systeem vallen en personen kunnen vrijwillig emissierechten aankopen. Zij doen dit om hun CO 2 - uitstoot te compenseren, bijvoorbeeld in het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze kopen de rechten dan op de markt en leveren ze in bij de Emissieautoriteit. Daardoor worden deze rechten uit de markt genomen en kunnen bedrijven ze niet meer kopen en moeten ze op een andere manier CO 2 uitstoot verminderen. Belangrijk daarbij is om te realiseren dat voor de vrijwillige markt CO 2 compensatie juridisch gezien geen beschermd begrip is. Men kan dus juridisch gezien niet aanvechten wanneer er door individuen of instanties/bedrijven vrijwillige compensatie wordt gerealiseerd binnen Nederland. Als een individu of instelling/bedrijf haar uitstoot (deels) wil compenseren door bijvoorbeeld in Nederland bos aan te laten planten, dan kan dat gewoon. Er kan dan technisch/theoretisch gezien wel dubbeltelling plaatsvinden doordat de Nederlandse overheid dat stuk bos ook meeneemt in het nakomen van haar verplichtingen richting Kyoto. Een dergelijke eventuele dubbeltelling neemt niet weg dat zonder die actie/bijdrage van een burger/instantie/bedrijf dat stuk bos niet zou zijn aangeplant. In die zin is het dus wel degelijk additioneel. Bovendien is het dan ook gewoon het persoonlijke doel van die persoon/instantie/bedrijf om zijn/haar uitstoot te compenseren in de vorm van bosaanplant binnen Nederland. Dat wordt dan gerealiseerd. Zolang alle betrokkenen er maar transparant over communiceren, hoe het in elkaar zit en dat de overheid jouw stuk bos ook meeneemt in het nakomen van haar verplichtingen, is er dus geen probleem. Het Nationaal Bossenfonds, een initiatief van Staatsbosbeheer, Trees for All en Nationale Boomfeestdag, werft ondermeer fondsen via dit principe. CO 2 prestatieladder De CO 2 -presatieladder is een instrument om bedrijven die deelnemen aan aanbestedingen door overheden te stimuleren tot CO 2 -bewust handelen. Het kan gaan om energiebesparing maar ook CO 2 -compensatie speelt een rol. Een goede score levert extra punten op in de aanbesteding en vergroot de kansen op het krijgen van opdrachten. De Prestatieladder is oorspronkelijk ontwikkeld door ProRail maar inmiddels zijn er meerdere bedrijven die hem via het internet aanbieden in combinatie met vaststelling van de CO 2 -footprint van een bedrijf. Dit gaat ook gepaard aan certificering van de uitstoot, maar als er sprake is van compensatie van de CO 2 -uitstoot, ook vastlegging van de compensatie in de vorm van CO 2 -certificaten. Grote bedrijven met veel uitstoot zoals energiecentrales moeten, zoals gezegd, wel op de verplichte markt opereren. Die mogen niet binnen NL danwel EU uitstootrechten kopen ( compenseren ). Conclusie Er wordt in de regio ruim 8 miljoen ton CO 2 uitgestoten per jaar. De helft wordt geproduceerd door ETS-bedrijven die direct vallen onder het Kyoto Protocol. Daar liggen op dit moment geen 13

20 mogelijkheden om die in de eigen regio te compenseren. De andere helft van de uitstoot wordt veroorzaakt door burgers en bedrijven die geen officiële verplichtingen hebben. Wel hebben een deel van de bedrijven en burgers een morele druk en ook de wil om wat aan CO 2 reductie en compensatie te doen. Bedrijven die meedoen aan aanbestedingen bij de overheid hebben bovendien baat bij reductie en compensatie van CO 2. Voor deze vrijwillige markt kan het samenwerkingsverband CO 2 -compensatie aanbieden in de vorm van aanplant van landschapselementen en bosjes. Juridisch gezien kan klimaatcompensatie in de eigen regio dus. 14

21 Technische haalbaarheid van het systeem Het bleek uiteindelijk redelijk eenvoudig om in de berekeningen voor CO 2 -vastlegging aan de ene kant en snoei en opwekking van biomassa-energie aan de andere kant een scheiding te maken om te voorkomen dat in CO 2 -certificaten vastgelegde CO 2 -binding door de snoei en opwekking van biomasse-energie teniet gedaan zou worden. Dit is in de rekenmodule die door Alterra is ontwikkeld meegenomen. Kern van de gebruikte systematiek is dat productie van hout en vastlegging van CO 2 apart is berekend voor stamhout dat blijft staan en voor (kleinere) takken die worden gesnoeid. Bomenrij van Essen Er is voor de essen uitgegaan van een omlooptijd (periode dat bomen groeien voordat ze worden geveld) van 30 jaar, een plantafstand van 8 m, en er is gerekend met een breedte van de bomenrij van 5 m. Belangrijk op te merken bij de omlooptijd is dat volgens de internationaal gehanteerde methodiek van CO 2 -compensatie de boom na 30 jaar weliswaar wordt geveld, maar dat het uitgangspunt is dat herplant plaatvindt. Het is dit mechanisme van altijd weer herplanten na het vellen van bomen dat ervoor zorgt dat die hoeveelheid CO 2 waarvoor CO 2 -certificaten zijn uitgegeven permanent uit de atmosfeer blijft. Daarom mag die hoeveelheid in de eerste omloop vastgelegde CO 2 ook op de compensatiemarkt worden gebracht, ook al vindt er periodieke kap plaats. De CO 2 -uitstoot t.g.v. het gebruik van machines en transport is in dit haalbaarheidsonderzoek niet in mindering gebracht op de hoeveelheid CO 2 waarvoor CO 2 -certificaten zijn uitgegeven. Naar schatting zou de mindering in de orde van grootte van 10-15% liggen. Voorbeeld van een biomassacentrale. Bron: De bomen worden op termijn wel breder dan 5 meter, maar de grond rondom de bomen kan voor een groot deel redelijk gebruikt worden omdat de bomen worden opgesnoeid. Geschat wordt dat er in de bomenrijen van es over een periode van 30 jaar gemiddeld 9,7 ton CO 2 per km per jaar wordt vastgelegd in hout, waarvan 4,1 ton in takken en 5,6 ton in stamhout. Dit komt bij een aangenomen breedte van 5 m overeen met gemiddeld 19,3 ton CO 2 per hectare per jaar vastgelegd in hout, waarvan 8,2 ton in takken en 11,1 ton in stamhout. Een CO 2 -vastlegging van 19,3 ton CO 2 per hectare per jaar lijkt heel erg hoog voor Nederlandse begrippen, aangezien dat voor bos in Nederland met ondergroei ongeveer 8 ton per hectare per jaar is. Dit grote verschil komt doordat we te maken hebben met lijnvormige elementen. In een lijnvormig element in een agrarisch landschap wordt slechts een kleine oppervlakte wegegnomen uit het landbouwareaal. De kronen van de vegetatie, met name die van bomen, zijn wel wat breder dan dat areaal. 15

22 Ook is de groei van de bomen optimaler doordat bomen in lijnvormige elementen veel minder concurrentie voor licht, nutriënten en water ondervinden. Hierdoor ontstaat bij omrekening van CO 2 - vastlegging per boom, naar CO 2 -vastlegging per kilometer, naar CO 2 -vastlegging per hectare een getal per hectare dat onwaarschijnlijk lijkt onder Nederlandse omstandigheden. Desalniettemin is voor de CO 2 -vastlegging per boom uitgegaan van standaard kengetallen voor Nederland. Het getal klopt dus voor lijnelementen. Mocht in hetzelfde landschap een niet-lijnvormig landschapselement aangelegd worden (bijv. van 100 bij 100m), dan zou met andere waarden gerekend moeten worden. Voor een agrarisch ondernemer die bomen plaatst langs de randen van zijn perceel is het niet relevant wat de CO 2 -vastlegging per hectare zou zijn wanneer het een blokvormig oppervlakteelement zou zijn. Wel is het voor een agrarisch ondernemer relevant hoeveel land feitelijk onproductief en hoe groot de opbrengstreductie op het perceel is t.g.v. het uit productie nemen van een lijnvormig oppervlakte alsmede t.g.v. een lagere productie op het deel van het perceel grenzend aan de bomenrij. En voor die ondernemer is het relevant hoeveel CO 2 er op dat deel land wordt vastgelegd. Want voor een boer geldt uiteindelijk hoeveel de financiële opbrengsten uit de CO 2 - certificaten voor dat lijnelement en hoeveel hem/haar dat kost in termen van lasten door o.a. lagere gewasopbrengsten en het uit productie nemen van een deel van het land. Figuur 1. Schematische weergave van de vastlegging van CO 2 door bomen met op de horizontale as de jaren en op de verticale as de hoeveelheid vastgelegde CO 2. Dit ter illustratie van de de internationaal gehanteerde methodiek van CO 2 - compensatie waarin bomen na x jaar (in dit fictieve voorbeeld 31 jaar) weliswaar worden geveld, maar opnieuw aangeplant moeten worden. De cyclus blijft zich elke 31 jaar herhalen. De hoeveelheid CO 2 die na 31 uit de atmosfeer is opgenomen (in dit fictieve voorbeeld 350) mag op de compensatiemarkt worden gebracht. Alles wat in de opvolgende cycli wordt vastgelegd is grosso modo gelijk aan de hoeveelheid waarvoor in de 1 e cyclus van 31 jaar CO 2 -certificaten zijn uitgebracht en mag derhalve niet nogmaals op de markt worden gebracht. Bron: Trees for All. Van de essen komt naar schatting gemiddeld 5,3 ton droge stof (ds) per km per jaar vrij (10,5 ton ds per ha per jaar bij aangenomen 5 meter breedte). Bij de eerste snoeibeurten zijn het relatief kleine hoeveelheden van 2 ton ds per km in jaar 5, 4 ton ds per km in jaar 10, 7 ton ds per km in jaar 15 en 10 ton ds per km in jaar 20 en 25. In jaar 30 komt naar schatting 33 ton ds takhout vrij en 91 ton ds aan stamhout. De hoeveelheid aanplant die nodig is om (op termijn) voldoende snoeihout te produceren om de energieopwekking efficiënt te laten plaatsvinden voor een biomassa-installatie van 500kW bedraagt voor bomenrijen met essen 20 hectare, wat overeen komt met een bomenrij van ongeveer 40 km. 16

23 Haag van Meidoorn Voor de meidoornhagen is uitgegaan van een breedte van 3 meter, waarbinnen drie rijen meidoorns geplant worden. De omlooptijd (periode dat bomen groeien voordat ze worden geveld) is wederom 30 jaar. De vastlegging van CO 2 in een haag van meidoorns (3 m breed) bedraagt naar schatting 14 ton CO 2 per hectare per jaar. Daarvan wordt 11,6 ton CO 2 afgevoerd bij het vijfjaarlijks onderhoud en 2,7 ton CO 2 is vastgelegd in de blijvende stoven. Van de meiddoornhagen komt naar schatting iedere vijf jaar omgerekend 6,4 ton ds per hectare/jr aan chips vrij. De hoeveelheid aanplant die nodig is om (op termijn) voldoende snoeihout te produceren om de energieopwekking efficient te laten plaatsvinden voor een biomassa-installatie van 500kW bedraagt voor meidoornhagen zo n 14 hectare wat overeen komt ongeveer 28 km haag. Benodigde tijd voordat aanplant voldoende hout oplevert voor biomassa-installatie Wanneer alle aanplant gelijktijdig zou plaatsvinden zou het lang duren voordat er voldoende snoeihout zou zijn om de energieopwekking efficiënt te laten plaatsvinden voor een biomassainstallatie van 500kW. Bij de aanplant van essen in bomenrijen bijvoorbeeld pas ergens rond de 25 jaar. Om die reden zou het beter zijn om de aanplant verspreid over meerdere jaren in tranches te laten plaatsvinden. Vanuit het dekken van de investeringskosten om het CO 2 -compensatiesysteem (online portal voor klanten en back-office) op te zetten zou het daarentegen nodig zijn zo rond de 20km houtwal per jaar aan te leggen. Deze tegenstelling is een praktisch probleem dat in een later stadium nog opgelost zou moeten worden. Vorm van energie-opwekking Verbranding van biomassa blijft vooralsnog de meest toegepaste vorm van energie-opwekking. Pyrolyse zou een interessant alternatief zijn, aangezien het meer opties biedt voor het verwaarden van de energie. Aangezien de ontwikkeling rond pyrolyse minder ver is dan verbranding en pyrolyse nauwelijks nog wordt toegepast voor biomassa is in deze studie met verbrandingskachels gerekend. Belangrijke kanttekening i.r.t. CO 2 -compensatie en toekomstige landgebruik Aanname en uitgangspunt van de systematiek van CO 2 -compensatie is dat het areaal blijvend onder de vegetatie met bijbehorende CO 2 -vastlegging komt te staan. Kap kan wel plaatsvinden, maar de vegetatie moet dan weer de kans krijgen om terug te groeien naar de oorspronkelijke staat van voor de kap, zodat wederom dezelfde hoeveelheid of meer CO 2 uit de atmosfeer gebonden wordt. Aangezien in de praktijk het niet altijd lukt om het gehele areaal blijvend onder contractueel vastgelegde vegetatie te houden, wordt in de systematiek van CO 2 -compensatie vaak voor het aantal CO 2 -certificaten een reductie van 25% toegepast. Dat wil zeggen dat van de 100% van het areaal dat is aangeplant 25% niet wordt verwaard in de markt voor vrijwillige CO 2 -compensatie. Op deze wijze is er altijd een veiligheidsmarge. Echter, in de praktijk van agrarische ondernemers kan het permanent aanleggen van landschapselementen, i.t.t. aanleg voor bijvoorbeeld een looptijd van 30 jaar, een barrière vormen. Mocht het voorgestelde systeem in de praktijk worden gebracht dan dient hier nader naar gekeken te worden. 17

24 Back-office van het systeem: internetportal, transacties e.d. Met Trees for All is overleg geweest over het mogelijk samenwerken. Trees for All heeft jarenlange ervaring met het opzetten van CO 2 -compensatieprojecten door de aanplant van bomen, het in de markt zetten van het product en het goed organiseren van de hele back-office zoals de internetportal en het goed verwerken van alle transacties. Het voorgestelde systeem voor klimaatcompensatie in de regio en Trees for All zouden elkaar goed kunnen versterken in elkaars activiteiten. 18

25 Financiële haalbaarheid van het systeem Kosten van het onderhoud en oogsten Bij het onderhoud van zowel de bomenrijen van es als de hagen van meidoorn dient gezaagd en versnipperd te worden. Er is van uitgegaan dat dit in eigen beheer gebeurd. Voor het versnipperen is daarvoor een versnipperaar achter de trekker nodig en een opvangwagen voor houtchips. Beide kosten in aanschaf rond De kosten voor die machines zijn verwerkt in de totale kosten. Voor arbeid is een tarief gerekend van 26,90 per uur conform CAO. Bij inzet eigen arbeid zou met een lager tarief gerekend kunnen worden. Het tarief voor de inzet van werktuigen bedraagt circa 23 per uur. Het grootste deel van de totale kosten van het systeem zitten in arbeid en machinegebruik. Van dat deel maakt arbeid ongeveer drie kwart en machinegebruik ongeveer één kwart uit. Bomenrij van Essen De kosten voor het onderhoud van de essen bestaan uit iedere 5 jaar opsnoeien (5 takken per keer) en versnipperen van takken. In jaar 30 worden de bomen geveld, waarbij het takhout wordt versnipperd. Om het stamhout te versnipperen is zwaar materieel nodig dat redelijkerwijs niet zelf aangeschaft kan worden. Kosten voor het versnipperen van stamhout zijn daarom niet opgenomen. Het dikkere hout wordt apart verkocht als stamhout. De kosten voor het onderhoud van de bomenrijen bedragen gemiddeld naar schatting 440 per km per jaar, of 880 per ha per jaar, gemiddeld over 30 jaar. Deze kosten bestaan uit vijfjaarlijks ca. 400 per km voor snoeien en 750 voor het versnipperen. Daarnaast zijn in jaar 30 de kosten voor het vellen 2100 per km en voor het versnipperen daarbij 5350 per km. Indien ervoor gekozen wordt om zwaar en gespecialiseerd materieel van een loonwerker te gebruiken, kunnen de kosten aanzienlijk worden teruggebracht, met naar schatting 30% voor afzetten en versnipperen totaal. Deze reductie is lager dan bij een meidoornhaag, doordat je bij een bomenrij van essen alleen een loonwerker met een harvester kan laten komen voor het vellen van de bomen na 30 jaar. Gezien hoe je in de jaren ervoor de bomen moet snoeien kun je dat niet met een grote harvester doen. Om een loonwerker kosteneffectief in te zetten moet je echter wel grote arealen tegelijk laten vellen. Haag van Meidoorn Het onderhoud van de meidoornhaag bestaat uit het iedere vijf jaar op kniehoogte afzetten, en versnipperen van het vrijkomende hout. De kosten voor het afzetten zijn iedere vijf jaar ca per km (ca per ha), en voor het versnipperen 2400 per km (ca per ha). De kosten voor versnipperen zijn relatief hoog doordat er uitgegaan is van handmatig invoeren van de takken. Indien ervoor gekozen wordt om zwaar en gespecialiseerd materieel van een loonwerker te gebruiken, kunnen de kosten aanzienlijk worden teruggebracht, met naar schatting 50% voor afzetten en versnipperen totaal. Ook hier geldt dat om een loonwerker kosteneffectief in te zetten moeten er wel grote arealen tegelijk te vellen zijn. 19

26 Transport Er wordt uitgegaan van transport met eigen materieel (trekker en opvangwagen voor chips van 6 m 3 ). De kosten voor transport zijn afhankelijk van de ladingsgraad van de wagens. Bij een volle wagen zijn de kosten naar schatting 2,25 per ton verse chips per kilometer enkele rijafstand. Uitgaand van een dubbele rijafstand (heen en terug rijden) komen de kosten per ton verse chips op 4,50 per kilometer, of 9 per ton ds per kilometer. Energiebehoefte centrale t.b.v. de verwarming van een blok van circa 40 woningen Per woning in Nederland is de warmtebehoefte gemiddeld 50 GJ. Bij een energieinhoud van circa 17 GJ / ton ds van hout betekent dit grofweg een behoefte van 3 ton ds uit hout per woning per jaar. Als voorbeeld voor de manier van rekenen nemen we hier een bomenrij van essen. Bij een ds opbrengst bij essen van gemiddeld 10,5 ton/ha/jr. komt dat neer op een equivalent van 0,3 ha essen per woning. In totaal is voor 40 woningen dan 12 ha. essen nodig. Omgerekend is dat een bomenrij van rond de 24 km. Landschapselementen in de Ooijpolder-Duffelt Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Er is een nieuw Gemeenschappelijk Landbouwbeleid op komst. De besluiten zijn nog niet genomen maar de contouren van dat beleid worden steeds duidelijker. Er is een streven naar vergroening van het GLB en meer doelgerichte uitkeringen. Het huidige streven is om subsidie te verstrekken als ten minste 7% van de landbouwgrond in ecologische beheer is. Agrarische landschapselementen zoals houtwallen zouden daar heel goed invulling aan kunnen geven. Dit zou gaan betekenen dat circa 30% van het budget dat nu aan directe inkomenssteun wordt besteed (Pijler 1) in betalingen voor vergroening wordt omgezet. Er zijn partijen en landen in de EU die verder willen gaan in de vergroening van Pijler 1 en meer geld willen overhevelen naar Pijler 2, de 20

27 plattelandsontwikkeling Voor de toekomst van het landschap en de biologische landbouw in de regio biedt deze vergroening van de GLB dus kansen. Mocht de 7%-norm doorgang vinden, dan is het des te belangrijker een goede en financieel haalbare invulling van die 7% van het bedrijfsareaal te vinden. In onderstaande scenario s is op een paar plekken rekening gehouden met de 7%-norm door te verkennen wat de uitkomsten van scenario s zijn als de grondprijs niet wordt meeberekend. Of deze redenering opgaat is niet zeker, maar als scenario verkenning is dit wel nuttig. NSW-landgoed Een interessante optie voor ondernemers die een deel van hun land willen omzetten in natuur is de NSW-regeling. De NSW is een belastingwet en biedt eigenaren, vruchtgebruikers en erfpachters van een landgoed belastingvoordelen. De NSW is geen subsidieregeling; er worden in het kader van de NSW geen bijdragen in beheer en onderhoud verstrekt. De belangrijkste voorwaarden zijn dat het landgoed aaneengesloten minstens 5 hectare groot is en voor minstens 30% bestaat uit houtopstanden (bos) of natuurterreinen. Ook moet het deels worden opengesteld voor publiek. De voordelen zijn vrijstelling van successierechten en overdrachtsbelasting en gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de OZB en vennootschapsbelasting. Voor agrariërs die een deel van hun land beplanten met bos of houtwallen kan dit een aantrekkelijke optie zijn die het overwegen waard is. Ook de nieuwe landgoedregeling, waarbij iemand in ruil voor omzetting van 5-10 hectare landbouwgrond in bos of natuur een woning mag bouwen, kan aantrekkelijk zijn in combinatie met de NSW-status en CO 2 -compensatie. Deze mogelijkheid is niet in de scenario s meegenomen. Berekeningen voor het pilot-gebied Ooijpolder-Duffelt in lijn met het landschapsontwikkelingsplan In de Ooijpolder-Duffelt wordt een groot deel van de aanplant i.h.k.v. het landschapsontwikkelingsplan (LOP) in de vorm van struweel aangeplant. Het struweel bestaat uit verschillende soorten met een groot aandeel meidoorn en met veel soorten die qua groeikenmerken verglijkbaar zijn met meidoorn. De berekeningen hebben daarom plaatsgevonden a.d.h.v. het modelsoort meidoorn. Er is gerekend met een biomassa-installatie van 500kW waarmee in de jaarlijkse warmtevraag van 40 woningen voorzien kan worden. Voor de kosten van de arbeid is uitgegaan van het voor 2012 geldende CAO-tarief van 27,99/uur. Bij uitvoering van werkzaamheden in eigen beheer door agrarische ondernemers zou men er zelf voor kunnen kiezen met een andere intern tarief te rekenen. Dit zou in sommige gevallen het verschil tussen een negatief en een positief saldo uit kunnen maken. In de berekeningen is uitgegaan van een prijs voor meidoorn-houtsnippers gebaseerd op de energieinhoud van het hout van meidoorns. In de praktijk ligt de marktprijs momenteel aanzienlijk lager, zeker in de regio Nijmegen-Arnhem waar bij het laten ophalen van de meidoorn-houtsnippers zelfs betaald moet worden in de orde van grootte van 5 tot 15. Wanneer er echter direct aan een bedrijf /instelling in de regio met een warmtevraag en de wens om regionale duurzame energie op te wekken geleverd wordt is het gezien de waarde op basis van de energie-inhoud van de struweel/meidoorn snippers mogelijk wel haalbaar een goede prijs af te spreken. Aangezien de baten/kosten gerelateerd aan de handel in houtsnippers in de berekeningen maar een heel klein onderdeel uitmaken is er met één marktprijs voor meidoorn-houtsnippers gerekend. De uitkomsten van de verschillende doorgerekende scenario s zijn samengevat in Tabel 1 en worden in de hierop volgende tekst nader besproken. 21

28 Tabel 1. Samenvatting van de uitkomsten van de verschillende doorgerekende scenario s voor de modelsoorten meidoorn en es. Soort Scenario Saldo per ha./jaar CO 2 - compensatiegelden Code Omschrijving positief negatief (% van totale baten) Meidoorn M1 Alles in eigen beheer, alle inkomstenbronnen % M2 Geen eigen biomassa-installatie, houtsnippers % worden verkocht, verder als M1 M3 Geen beheersvergoeding, wel vergoeding voor % aanleg, verder als M1 M4 Inzet loonwerker met groot materieel, verder als M3 +/ % Es E1 Alles in eigen beheer, alle inkomstenbronnen % E2 Geen eigen biomassa-installatie, houtsnippers 62 16% worden verkocht, verder als E1 E3 Geen beheersvergoeding, wel vergoeding voor % aanleg, verder als E1 E4 Inzet loonwerker met groot materieel, verder als E % Scenario M1 Alles in eigen beheer, alle inkomstenbronnen a) Maximale prijs voor CO 2 -compensatie kan uit de markt gehaald worden, 30/ton CO 2. Dit is gebaseerd op wat momenteel grofweg de prijs per ton is zoals nu in systemen met Nederlandse aanplant wordt gehanteerd waarin men per boom i.p.v. per ton vastlegging betaalt. Omgerekend naar Euro per ton vastgelegde CO 2 komt dat uit op grofweg 30/ton CO 2. b) Het onderhoud wordt in eigen beheer, met eigen machines en eigen arbeid, uitgevoerd. c) Het snoeihout wordt in eigen beheer omgezet in energie. Het samenwerkingsverband ontvangt daardoor een betere prijs dan wanneer het hout door derden wordt verstookt. d) Er wordt uitgegaan van de huidige gasprijs van 0,55/m 3. e) Ondernemers ontvangen een beheers- en grondvergoeding van 195 per 100m struweel per jaar zoals in het LOP overeengekomen. Er dient opgemerkt te worden dat het deel grondvergoeding hierin hoger ligt dan gemiddeld in Nederland. f) De kosten voor plantmateriaal en de arbeidskosten voor aanleg van het struweel zijn gedekt door het LOP. g) De afstand waarover de houtsnippers vervoerd moeten worden naar de biomassa-installatie is beperkt tot 10km. h) De grondprijs (grondrente van 2% per jaar) is bij de kosten meeberekend. Het benodigde aantal hectares om de biomassa-installatie van voldoende hout te voorzien is 13,7 ha. Het saldo voor dit scenario komt uit op ,- positief. Omgerekend per ha. komt dat neer op een positief saldo van 1933,-. Bijna twee derde van de inkomsten (baten) komen uit de beheersvergoeding en een derde uit uitgespaarde aardgaskosten. Het aandeel van de CO 2 - compensatiegelden van de totale baten is slechts 4%. Scenario M2 scenario zonder eigen biomassa-installatie; houtsnippers worden verkocht aan derden Voor dit scenario zijn alle condities zoals bij Scenario M1, met dat verschil dat de houtsnippers worden verkocht. Het saldo voor dit scenario komt uit op 1010,- per ha. per jaar positief. Wederom zijn de veruit de grootste inkomsten uit de beheersvergoeding. 22

29 Scenario M3 biomassa-installatie in eigen beheer, geen beheersvergoeding, wel vergoeding voor aanleg Voor dit scenario zijn alle condities zoals bij Scenario M1, met dat verschil dat er geen beheersvergoeding is. Het saldo voor dit scenario komt is omgerekend per ha. 1967,- negatief. Dit heeft m.n. te maken met de relatief hoge kosten per ha. voor het onderhouden / oogsten van het struweel t.o.v. de houtopbrengst per ha. In dit geval is het aandeel van de CO 2 certificaten in de totale inkomsten (baten) 10%. Wanneer de kosten van de grond niet worden meegerekend, uitgaande van de nieuwe contouren van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie (GLB) waarin mogelijk 7% van het bedrijfsareaal onder natuur moet zijn, dan is het saldo nog steeds 1167,- per ha. per jaar negatief. Wanneer er dus in het geheel geen subsidie wordt uitgekeerd, dus ook geen subsidie voor de aanleg, zoals in de zogenaamde witte gebieden, dan is het saldo nog negatiever. Wanneer de houtsnippers verkocht zouden worden i.p.v. in eigen beheer energie op te wekken dan is het saldo nog veel negatiever. Wanneer uitgegaan wordt voor een uurtarief voor arbeid bij de uitvoering van werkzaamheden in eigen beheer door agrarische ondernemers zelf en gebruik maken van de gemiddelde beloning per uur in de landbouwsector zoals berekend door het Landbouweconomisch Instituut (LEI-WUR), namelijk 16,-per uur, dan zijn de saldi per hectare nog steeds sterk negatief in dit scenario. Alleen wanneer de energieprijs in de toekomst verdubbeld dan is dit scenario rendabel te krijgen (quitte spelen) en kan het landschap zichzelf financieel in stand houden. Scenario M4 inzet loonwerker met groot materieel, verder als scenario 3 Voor dit scenario zijn alle condities zoals bij Scenario M3, met dat verschil dat het vijfjaarlijks afzetten (snoeien) en versnipperen van het struweel met zwaar en gespecialiseerd materieel wordt uitgevoerd door een loonwerker. Hiervoor zijn geen exacte doorberekeningen gemaakt, maar naar inschatting zou dit de kosten voor arbeid en machines met grofweg de helft reduceren. Voorwaarde is wel dat een veel groter gebied dan in deze studie meegenomen bediend zou moeten worden door de loonwerker, wil het kosteneffectief zijn. Ondanks de lagere kosten is het saldo nog steeds negatief, rond de 700 negatief voor energie-opwekking in eigen beheer en rond de 1600 wanneer de houtsnippers worden verkocht. Berekeningen bij gebruik van een groot aandeel bomen i.p.v. struweel in het agrarische landschap Er zijn ook berekeningen uitgevoerd voor een andere soortsamenstelling dan in het landschapsontwikkelingsplan zoals dat nu in de Ooijpolder geldt, een soortsamenstelling waarin i.p.v. meidoorn en andere struweelsoorten vooral veel bomen aanwezig zijn. Hiervoor zijn berekeningen uitgevoerd a.d.h.v. het modelsoort es. Er is vanuit gegaan dat deze als rijvormige elementen in het landschap staan aan perceelsranden. In de berekeningen is op basis van ervaringen in oost- Nederland uitgegaan van een prijs voor de houtsnippers van 25 per ton (vers), of 40 per ton (franco afnemer, droog 30%). Overige aannames e.d. zijn zoals hierboven voor struweel is toegelicht. 23

30 Voorbeeld van de inzet van een loonwerker met groot materieel. Foto s: Goa Schnütgen/Thres Nissing Scenario E1 Alles in eigen beheer, alle inkomstenbronnen a) Maximale prijs voor CO 2 -compensatie kan uit de markt gehaald worden, 30/ton CO 2. Dit is gebaseerd op wat momenteel grofweg de prijs per ton is zoals nu in systemen met Nederlandse aanplant wordt gehanteerd waarin men per boom i.p.v. per ton vastlegging betaalt. Omgerekend naar Euro per ton vastgelegde CO 2 komt dat uit op grofweg 30/ton CO 2. b) Het onderhoud wordt in eigen beheer, met eigen machines en eigen arbeid, uitgevoerd. c) Het snoeihout wordt in eigen beheer omgezet in energie. Het samenwerkingsverband ontvangt daardoor een betere prijs dan wanneer het hout door derden wordt verstookt. d) Er wordt uitgegaan van de huidige gasprijs van 0,55/m 3. e) Ondernemers ontvangen een beheers- en grondvergoeding van omgerekend 1027 per ha. (oppervlakte bomenrij volgens rekensystematiek Groen-Blauwe diensten) per jaar. Er dient opgemerkt te worden dat het deel grondvergoeding hierin hoger ligt dan gemiddeld in Nederland. 24

31 f) Het is aangenomen dat de kosten voor plantmateriaal en de arbeidskosten voor aanleg van het struweel ook zijn gedekt zoals ook in het LOP voor de Ooijpolder. g) De afstand waarover de houtsnippers vervoerd moeten worden naar de biomassa-installatie is beperkt tot 10km. h) De grondprijs (grondrente van 2% per jaar) is bij de kosten meeberekend. Het benodigde aantal hectares om de biomassa-installatie van voldoende hout te voorzien is 19,9 ha. Het saldo voor dit scenario komt uit op ,- positief. Omgerekend per ha. komt dat neer op een positief saldo van 697,-. Grofweg de helft van de inkomsten (baten) komt uit uitgespaarde aardgaskosten en een derde uit de beheersvergoeding. Het aandeel van de CO 2 -compensatiegelden van de totale baten is slechts 10%. Scenario E2 scenario zonder eigen biomassa-installatie; de houtsnippers worden verkocht aan derden Voor dit scenario zijn alle condities zoals bij Scenario E1, met dat verschil dat de houtsnippers worden verkocht. Het saldo voor dit scenario komt uit op 62,- per ha. per jaar positief. Wederom zijn de veruit de grootste inkomsten uit de beheersvergoeding, bijna 60%. Het aandeel van de CO 2 - compensatiegelden van de totale baten is 16%. Als er geen CO 2 -certificaten worden verkocht is het systeem niet rendabel met een negatief saldo van 227 per ha. per jaar. Scenario E3 biomassa-installatie in eigen beheer, geen beheersvergoeding, wel subsidie voor aanleg Voor dit scenario zijn alle condities zoals bij Scenario E1, met dat verschil dat er geen beheersvergoeding is. Het saldo voor dit scenario is 6594,- negatief, oftwel 331,- verlies per ha. per jaar. Dit heeft m.n. te maken met de relatief hoge kosten per ha. voor het onderhouden / oogsten van het struweel (ongeveer 50% van de totale kosten) als ook de grondprijs (idem.) t.o.v. de houtopbrengst per ha. Wanneer de kosten van de grond niet worden meegerekend, uitgaande van de nieuwe contouren van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie (GLB) waarin mogelijk 7% van het bedrijfsareaal onder natuur moet zijn, dan is het saldo positief met 469,- per ha. per jaar. Wanneer de houtsnippers verkocht zouden worden i.p.v. in eigen beheer energie op te wekken en de grondprijs wordt ook meegerekend, dan is het saldo negatief met 965,- per ha. per jaar. Wanneer uitgegaan wordt voor een uurtarief voor arbeid bij de uitvoering van werkzaamheden in eigen beheer door agrarische ondernemers zelf en gebruik maken van de gemiddelde beloning per uur in de landbouwsector zoals berekend door het Landbouweconomisch Instituut (LEI-WUR), namelijk 16,-per uur, dan zijn de saldi per hectare nog steeds negatief in dit scenario. Wel is dan het saldo nog slechts 126,- per ha. per jaar negatief. Kijkend naar de toekomst, dan zou de energieprijs met 25% moeten toenemen om dit scenario rendabel te krijgen (quitte spelen). Scenario E4 inzet loonwerker met groot materieel, verder als scenario E3 Voor dit scenario zijn alle condities zoals bij Scenario E3, met dat verschil dat de oogst aan het einde van de looptijd met gespecialiseerd groot materieel wordt uitgevoerd door een loonwerker (zie verder toelichting hierboven). Hiervoor zijn geen exacte doorberekeningen gemaakt, maar naar 25

32 inschatting zou dit de kosten voor arbeid en machines bij het vellen en versnipperen van de bomen in jaar 30 met grofweg 30% reduceren. Voorwaarde is wel dat een veel groter gebied dan in deze studie meegenomen bediend zou moeten worden door de loonwerker, wil het kosteneffectief zijn. Ondanks de lagere kosten is het saldo nog steeds negatief, 207 per ha. per jaar voor energie-opwekking in eigen beheer en 841 per ha. per jaar wanneer de houtsnippers worden verkocht. Conclusies m.b.t. de financiële haalbaarheid Het blijkt dus overduidelijk dat ook met de inkomsten uit CO 2 -compensatiegelden en met het in eigen beheer opweken van duurzame energie, het landschap zich momenteel nog niet zelf kan financieren. Zonder beheersvergoeding en grondvergoeding is het concept financieel niet dekkend te krijgen. Alleen wanneer de energieprijs significant stijgt zijn scenario s E3 en M3 rendabel te krijgen (quitte spelen). Voor landschapselementen zoals een bomenrij van essen moet de energieprijs hiervoor met 25% stijgen; voor meidoornhagen e.d. moet die verdubbelen. In de doorberekende scenario s is het aandeel van CO 2 -compensatiegelden aan de totale baten (inkomsten) aan de lage kant, met 4-16% voor de scenario s met een positief saldo en 10-15% voor de scenario s met een negatief saldo. De CO 2 -compensatiegelden maken dan ook in slechts één scenario (E2) het verschil uit tussen een negatief en een positief saldo. In de andere scenario s met een positief saldo, die zonder CO 2 -gelden ook financieel rond te krijgen zijn, is het de vraag of bedrijven, instellingen en particulieren geneigd zullen zijn om hun CO 2 -uitstoot te compenseren in een systeem dat zonder die bijdrage ook gefinancierd en dus gerealiseerd kan worden. 26

33 Marktverkenning voor regionaal gerealiseerde klimaatcompensatie De markt voor regionale CO 2 -compensatie onder consumenten Marktonderzoeksbureau Motivaction heeft op verzoek van Oregional de markt voor regionale CO 2 - compensatie onder consumenten onderzocht op basis van eerdere marktonderzoeken. De resultaten van die onderzoek worden hieronder gepresenteerd. Definities van de doelgroepen De doelgroep voor CO 2 -klimaatcompensatie. : heeft een hoge mate van milieubewustzijn en kennis van het begrip duurzaamheid. laat duurzaamheid meewegen in keuzes bij het kopen van voedselproducten. ziet het nut van duurzaamheidsmaatregelen in en heeft deze zelf ook wel eens uitgevoerd. is bereid geld te geven aan (internationale) klimaatcompensatieprojecten. heeft interesse voor duurzame energie. ziet een belangrijke rol als burger voor een duurzaam platteland. De doelgroep voor de Oregional-producten. : laat duurzaamheid meewegen in keuzes bij het kopen van voedselproducten. ziet nut van gebruik lokaal geproduceerde producten en levensmiddelen als vorm van klimaatcompensatie. heeft wel eens lokaal geproduceerde producten en levensmiddelen gebruikt als vorm van klimaatcompensatie. heeft voorkeur voor lokaal/regionale geproduceerde producten. De laatste doelgroep is ook bepaald, aangezien een van de vragen ook was in hoeverre er overlap is tussen doelgroepen voor klimaatcompensatie en voor regionaal voedsel. Toepassingen van het Mentality-model Motivaction maakt bij het bepalen van het marktpotentieel voor klimaatcompensatie en de Oregional-productenlijn gebruik van het Mentality-model. Mentality is de naam van het waarden- en leefstijlmodel dat Motivaction op eigen initiatief en in samenwerking met buitenlandse partnerbureaus sinds 1997 uitvoert. In de afgelopen eeuw is de invloed van sociale en demografische kenmerken op de opvattingen en het gedrag van mensen sterk verminderd. Afkomst, sociale klasse, opleiding, leeftijd, geslacht en woonplaats bepaalden grotendeels hoe mensen in het leven stonden en welke keuzes zij maakten. Door de individualisering en democratisering van de samenleving hebben deze factoren aan betekenis verloren. Waarden van de burger zijn hiermee een belangrijke verklarende factor geworden bij de keuzes die mensen maken, naast de bekende sociaaleconomische kenmerken als inkomen, levensfase en leeftijd. Waarden en leefstijlen vormen de sleutel die toegang geeft tot de belevingswereld van de hedendaagse Nederlanders. Ze maken inzichtelijk waarom mensen ambiëren wat ze ambiëren, kopen wat ze kopen, zien wat ze zien en waarom zij zich over bepaalde maatschappelijke thema s zorgen maken. Met Mentality wordt het mogelijk om tot een specifiekere beschrijving van de doelgroep te komen waarbij naast sociaaldemografische aspecten tevens waardenoriëntatie en leefstijlaspecten worden meegenomen. Het model onderscheidt acht doelgroepen in de Nederlandse samenleving, elk met andere waarden en als gevolg daarvan elk met andere woonwensen. 27

34 Toepassingen van het Mentality-model: Bepaling van doelgroepen voor producten, woonwijken, tijdschriften, et cetera. Inzicht in waardenoriëntatie en wensen van de bestaande klantenkring, huidige bewoners of de achterban van een maatschappelijke organisatie (kerk, vakbond, et cetera). Een op de verschillende groepen in de samenleving (Mentality-milieus) toegesneden marketingen communicatiestrategie. Figuur 2. Het toegepaste Mentality-model. Figuur 3. Beschrijving van de verschillende Mentality-milieus. 28

35 Conclusies: doelgroepen en markpotentieel De doelgroep voor de klimaatcompensatie bestaat uit postmaterialisten, kosmopolieten, nieuwe conservatieven en traditionele burgerij (Figuur 4). Vooral de postmaterialisten en kosmopolieten laten een zeer sterk duurzaamheidspatroon zien. Deze groepen hebben een hoge mate van bewustzijn over duurzaamheidsproblematiek, zijn actiebereid en passen hun consumptiegedrag bewust aan. Ook hebben zij een hoog verantwoordelijkheidsgevoel als burger voor het duurzame landschap, hebben zij veel interesse in duurzame energie en zijn zij het meest bereid financieel bij te dragen aan internationale klimaatcompensatieprojecten. De doelgroep voor de Oregional-productenlijn omvat dezelfde milieus. Een markt voor de Oregional producenten is er ook vooral onder de postmaterialisten, kosmopolieten, nieuwe conservatieven en traditionele burgerij. De postmaterialisten en kosmopolieten hebben vooral interesse voor de meerwaarde (biologisch, fair trade, milieu- en diervriendelijk, et cetera) van de producten, terwijl de nieuwe conservatieven en traditionele burgerij vooral waardeert dat het producten zijn die uit de buurt komen en staan voor authentiek, ambachtelijk en onbewerkt. Onder de doelgroep in heel Nederland is de interesse voor klimaat compenserende maatregelen bij 75% aanwezig (ruime definitie)(figuur 5). Interesse in lokale producten is er bij een kleiner deel van de doelgroep (niet grafisch weergegeven). Binnen de regio waarin het samenwerkingsverband actief is is onder de doelgroep in de interesse voor klimaat compenserende maatregelen ook bij huishoudens aanwezig (ruime definitie) (Figuur 6). Interesse in lokale producten is er bij een kleiner aantal huishoudens (niet grafisch weergegeven). Belangrijk hierbij is echter op te merken dat deze getallen een interesse en intentie van consumenten / burgers vertegenwoordigen. Of en vooral in welke mate men ook overgaat tot het daardwerkelijke in de regio compenseren van de eigen uitstoot kan hier niet direct uit worden vertaald. Dat zal uit de praktijk moeten blijken. Figuur 4. Doelgroepen regionale CO 2 -klimaatcompensatie en Oregional-producten. 29

36 Figuur 5. Doelgroepen en marktpotentieel voor regionale CO 2 -klimaatcompensatie op nationaal niveau. Figuur 6. Doelgroepen en marktpotentieel voor regionale CO 2 -klimaatcompensatie in de SAN regio. 30

Uitwegen voor de moeilijke situatie van NL (industriële) WKK

Uitwegen voor de moeilijke situatie van NL (industriële) WKK Uitwegen voor de moeilijke situatie van NL (industriële) WKK Kees den Blanken Cogen Nederland Driebergen, Dinsdag 3 juni 2014 Kees.denblanken@cogen.nl Renewables genereren alle stroom (in Nederland in

Nadere informatie

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond.

Opgave 2 Geef een korte uitleg van elk van de volgende concepten: De Yield-to-Maturity of a coupon bond. Opgaven in Nederlands. Alle opgaven hebben gelijk gewicht. Opgave 1 Gegeven is een kasstroom x = (x 0, x 1,, x n ). Veronderstel dat de contante waarde van deze kasstroom gegeven wordt door P. De bijbehorende

Nadere informatie

INTENTIEVERKLARING BETER ZICHT OP KLIMAATCOMPENSATIE

INTENTIEVERKLARING BETER ZICHT OP KLIMAATCOMPENSATIE INTENTIEVERKLARING BETER ZICHT OP KLIMAATCOMPENSATIE KLIMAATCOMPENSATIE In de afgelopen jaren heeft het fenomeen klimaatcompensatie een vaste positie verworven in de strijd tegen klimaatverandering ten

Nadere informatie

Echt duurzaam hoeft niet duur te zijn!

Echt duurzaam hoeft niet duur te zijn! Echt duurzaam hoeft niet duur te zijn! Roadmap DURABILIT Drivers and barriers Refurbishment, hergebruik en grondstoffen Footprint reductie door hergebruik Value matrix Succesfactoren Discussie DURABILIT

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Workshop J De kracht van een klimaatfonds. 05 april 2011

Workshop J De kracht van een klimaatfonds. 05 april 2011 Workshop J De kracht van een klimaatfonds 05 april 2011 Presentatie Ad Phernambucq Zeeuws Klimaatfonds: Klimaatneutraal met Zeeuwse Projecten Nationaal Energie- en klimaatbeleid Doelstelling: Duurzame

Nadere informatie

Emissie inventaris 2013. Visser Assen. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

Emissie inventaris 2013. Visser Assen. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris 2013 Visser Assen Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Datum Versie Opsteller Gezien juni 2014 Definitief S.G. Jonker R. van der Veen AMK Inventis Advies en Opleiding 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris Netters infra De emissie inventaris van: 2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: AMK Inventis Stef Jonker Datum: april 2014 Concept Versie 1 Maart 2014 Pagina

Nadere informatie

P. DE BOORDER & ZOON B.V.

P. DE BOORDER & ZOON B.V. Footprint 2013 Wapeningscentrale P. DE BOORDER & ZOON B.V. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Datum Versie Opsteller Gezien 31 maart 2014 Definitief Dhr. S.G. Jonker Dhr. K. De Boorder 2 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Tijdelijke duurzame energie

Tijdelijke duurzame energie Tijdelijke duurzame energie Tijdelijk Uitgewerkte businesscases voor windenergie, zonne-energie en biomassa Anders Bestemmen Tijdelijke duurzame energie Inleiding In het Corporate Innovatieprogramma van

Nadere informatie

Groene energie? Vergroenen met GvO s of Carbon Credits?

Groene energie? Vergroenen met GvO s of Carbon Credits? Groene energie? Vergroenen met GvO s of Carbon Credits? Een organisatie die MVO hoog ik het vaandel heeft, people planet en profit dus, wil groene stroom. En het kan vaak al voor de prijs van grijze stroom,

Nadere informatie

De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2015 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2015 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2015 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 AMK Inventis Stef Jonker Januari 2016 Definitief 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 De organisatie...

Nadere informatie

Milieucriteria voor het maatschappelijk verantwoord inkopen van. Gas. Versie 26 januari 2016

Milieucriteria voor het maatschappelijk verantwoord inkopen van. Gas. Versie 26 januari 2016 Milieucriteria voor het maatschappelijk verantwoord inkopen van Gas 1. Scope/afbakening De productgroep Gas omvat alle gas die van het openbare gasnet en via transport over de weg betrokken wordt door

Nadere informatie

De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2010

De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2010 De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2010 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 AMK Inventis Stef Jonker Oktober 2012 Definitief (aangepast op ) 1 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding...

Nadere informatie

LIFE+ Arnoud Heeres, LIFE Unit, Europese Commissie. 2013 LIFE+ Presentatie Nederland

LIFE+ Arnoud Heeres, LIFE Unit, Europese Commissie. 2013 LIFE+ Presentatie Nederland LIFE+ Arnoud Heeres, LIFE Unit, Europese Commissie 1 Profiel: Programma Manager - Desk Officer voor LIFE Natuur LIFE Natuur Unit (E3) DG Milieu Europese Commissie 2 Taken: Programma Manager - Desk Officer

Nadere informatie

ETS 4.1 Beveiliging & ETS app concept

ETS 4.1 Beveiliging & ETS app concept ETS 4.1 Beveiliging & ETS app concept 7 juni 2012 KNX Professionals bijeenkomst Nieuwegein Annemieke van Dorland KNX trainingscentrum ABB Ede (in collaboration with KNX Association) 12/06/12 Folie 1 ETS

Nadere informatie

Rapportage 2014 Swietelsky Rail Benelux B.V.

Rapportage 2014 Swietelsky Rail Benelux B.V. Rapportage 2014 Swietelsky Rail Benelux B.V. Energieverbruik en CO 2 emissies juni 2015 Opgesteld door: M. Kelger Rapportage 2014 Energieverbruik en CO2 emissies Inhoud 1 Inleiding... 2 2 Energieverbruik

Nadere informatie

Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling

Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling Duurzaamheid in Agrologistiek; CO2 labeling Chris E. Dutilh Stichting DuVo/Unilever Benelux Conferentie Winst uit Agrologistiek Monster, 16 februari 2009 Doelstelling DuVo-studie In beeld brengen of, en

Nadere informatie

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014 Carbon footprint Op basis van de diverse soorten CO 2 -emissies is de totale CO 2 -emissie van Den Ouden Groep berekend. 9,8 38,6 51,6 Diesel personenwagens Diesel combo's en busjes Hybride personen wagens

Nadere informatie

CHROMA STANDAARDREEKS

CHROMA STANDAARDREEKS CHROMA STANDAARDREEKS Chroma-onderzoeken Een chroma geeft een beeld over de kwaliteit van bijvoorbeeld een bodem of compost. Een chroma bestaat uit 4 zones. Uit elke zone is een bepaald kwaliteitsaspect

Nadere informatie

Footprint 2014. Rollecate Groep. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

Footprint 2014. Rollecate Groep. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Footprint 2014 Rollecate Groep Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Datum Versie Opsteller Gezien Handtekening Juni 2015 Definitief Dhr. S.G. Jonker Dhr. R. van t Hull AMK Inventis Advies en Opleiding

Nadere informatie

Regionaal Energie Convenant 2014-2016

Regionaal Energie Convenant 2014-2016 Regionaal Energie Convenant 2014-2016 Mede mogelijk gemaakt met steun van: Regio Rivierenland Provincie Gelderland RCT-Rivierenland Pagina 1 Ondertekenaars, hier tezamen genoemd: partijen 1. Hebben het

Nadere informatie

Монгол page 1 and 2, Nederlands blz 3 en 4 English page 5 and 6. Jaarverslag / Auditor s report 2011

Монгол page 1 and 2, Nederlands blz 3 en 4 English page 5 and 6. Jaarverslag / Auditor s report 2011 Монгол page 1 and 2, Nederlands blz 3 en 4 English page 5 and 6 Jaarverslag / Auditor s report 2011 1 2 Het bestuur van de NGO All for Children heeft op 26 mei 2012 het volgende jaarverslag vastgesteld

Nadere informatie

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14

Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 QUICK GUIDE C Het beheren van mijn Tungsten Network Portal account NL 1 Manage my Tungsten Network Portal account EN 14 Version 0.9 (June 2014) Per May 2014 OB10 has changed its name to Tungsten Network

Nadere informatie

Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant

Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant Innovative SUMP-Process in Northeast-Brabant #polis14 Northeast-Brabant: a region in the Province of Noord-Brabant Innovative Poly SUMP 20 Municipalities Province Rijkswaterstaat Several companies Schools

Nadere informatie

1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 2. Wat betekent Nederland?

1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 2. Wat betekent Nederland? First part of the Inburgering examination - the KNS-test Of course, the questions in this exam you will hear in Dutch and you have to answer in Dutch. Solutions and English version on last page 1. In welk

Nadere informatie

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages

The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages The Dutch mortgage market at a cross road? The problematic relationship between supply of and demand for residential mortgages 22/03/2013 Housing market in crisis House prices down Number of transactions

Nadere informatie

Rapportage 2013 Swietelsky Rail Benelux B.V.

Rapportage 2013 Swietelsky Rail Benelux B.V. Rapportage 2013 Swietelsky Rail Benelux B.V. Energieverbruik en CO2 emissies juni 2014 Opgesteld door: M. Kelger Rapportage 2013 Energieverbruik en CO 2 emissies Inhoud 1 Inleiding... 2 2 Energieverbruik

Nadere informatie

Houtige biomassaketen

Houtige biomassaketen Houtige biomassaketen 27 januari 2016, Gilze Rijen Schakelevent RVO: Is houtige biomassateelt voor kleinschalige warmte-opwekking interessant? Ton.van.Korven@zlto.nl Eigen duurzame energieketen Biomassaproductie/Biomassa

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Publieke perceptie en wetgeving

Publieke perceptie en wetgeving Publieke perceptie en wetgeving Erik Lysen Utrecht Centrum voor Energie-onderzoek (UCE) Nationaal Symposium Schoon Fossiel Den Haag, 23 november 2005 Inhoud Internationale verdragen Publieke acceptatie

Nadere informatie

De emissie inventaris van: 2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

De emissie inventaris van: 2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 De emissie inventaris van: 2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: Stef Jonker Datum: 26 januari 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 De organisatie... 4 2.1 Verantwoordelijke...

Nadere informatie

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu Beleggen in de toekomst de kansen van beleggen in klimaat en milieu Angst voor de gevolgen? Stijging van de zeespiegel Hollandse Delta, 6 miljoen Randstedelingen op de vlucht. Bedreiging van het Eco-systeem

Nadere informatie

Cleantech Markt Nederland 2008

Cleantech Markt Nederland 2008 Cleantech Markt Nederland 2008 Baken Adviesgroep November 2008 Laurens van Graafeiland 06 285 65 175 1 Definitie en drivers van cleantech 1.1. Inleiding Cleantech is een nieuwe markt. Sinds 2000 heeft

Nadere informatie

Ervaringen met GRI en CO2-Prestatieladder. 14 december 2011

Ervaringen met GRI en CO2-Prestatieladder. 14 december 2011 Ervaringen met GRI en CO2-Prestatieladder 14 december 2011 Overzicht presentatie Intro VGG Communicatie en organisatie GRI en Jaarbeeld CO2 en Prestatieladder Transparantiebenchmark Aanbestedingen Slide

Nadere informatie

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014

Process Mining and audit support within financial services. KPMG IT Advisory 18 June 2014 Process Mining and audit support within financial services KPMG IT Advisory 18 June 2014 Agenda INTRODUCTION APPROACH 3 CASE STUDIES LEASONS LEARNED 1 APPROACH Process Mining Approach Five step program

Nadere informatie

Voorkom pijnlijke verrassingen Nieuwe Controleaanpak Belastingdienst. Presentator: Remko Geveke

Voorkom pijnlijke verrassingen Nieuwe Controleaanpak Belastingdienst. Presentator: Remko Geveke Voorkom pijnlijke verrassingen Nieuwe Controleaanpak Belastingdienst Presentator: Remko Geveke Start webinar: 08:30 uur Agenda Nieuwe Controleaanpak Belastingdienst Verticaal Toezicht vs. Horizontaal Toezicht

Nadere informatie

2015-1 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

2015-1 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris Netters infra De emissie inventaris van: 2015-1 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: AMK Inventis Stef Jonker Datum: juli 2015 Versie 3 juli 2015 Pagina 1 van

Nadere informatie

Klimaatcompensatie investeren in een schone toekomst

Klimaatcompensatie investeren in een schone toekomst Klimaatcompensatie investeren in een schone toekomst Van warme douche, autorit en vliegvakantie tot het verwarmen van ons huis: alles wat we in ons dagelijks leven doen, leidt tot uitstoot van broeikasgassen.

Nadere informatie

Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid. Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer

Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid. Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer Draagvlak bij burgers voor duurzaamheid Corjan Brink, Theo Aalbers, Kees Vringer Samenvatting Burgers verwachten dat de overheid het voortouw neemt bij het aanpakken van duurzaamheidsproblemen. In deze

Nadere informatie

Noordlease. Opgemaakt door Danielle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 9

Noordlease. Opgemaakt door Danielle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 9 1 van 9 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Danielle de Bruin Noordlease Periode: 1 januari t/m 31 december 014 Datum: 7 maart 015 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht T. 030-36175

Nadere informatie

Document: Energiemanagementplan

Document: Energiemanagementplan Energiemanagementplan Certificering op CO2-prestatieladder CO 2 -prestatieladder Niveau 3 Auteur(s): De heer W. de Vries De heer H. Kosse 26 juni 2014 Definitief rapport Inhoudsopgave: blz. 1. Inleiding

Nadere informatie

Klimaatneutrale bedrijfsvoering

Klimaatneutrale bedrijfsvoering ... September 2015 Klimaatneutrale bedrijfsvoering een trede verder met duurzaambeleid? Jan-Willem Beukers Eneco Energy Trade Opsomming Duurzaambeleid... Duurzame strategie sinds 2007 Transformatie van

Nadere informatie

Climate-Proofing Rural Areas. Bijeenkomst hotspots en consortium 6 oktober 2009

Climate-Proofing Rural Areas. Bijeenkomst hotspots en consortium 6 oktober 2009 Climate-Proofing Rural Areas Bijeenkomst hotspots en consortium 6 oktober 2009 Vandaag Het consortium De problematiek Het onderzoeksvoorstel De werkpakketten Relaties met vragen uit de hotspots Wie wij

Nadere informatie

Parkstad Limburg Energy Transition Implementation Program PALET 3.0. Discussie en vragen

Parkstad Limburg Energy Transition Implementation Program PALET 3.0. Discussie en vragen Parkstad Limburg Energy Transition Implementation Program PALET 3.0 Discussie en vragen Ambition Document 1.0 2.0 Potention Research Parkstad Limburg Energy Transition (PALET 3.0) Basic principles PALET

Nadere informatie

Carbon Footprint 2014

Carbon Footprint 2014 Carbon Footprint 2014 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Projectnummer: 550613 Versie: 1.1 Datum: 19-6-2015 Status: Defintief Adres Kievitsweg 13 9843 HA, Grijpskerk Contact Tel. 0594-280 123 E-mail: info@oosterhofholman.nl

Nadere informatie

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland

Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland Bijlage 2: Informatie met betrekking tot goede praktijkvoorbeelden in Londen, het Verenigd Koninkrijk en Queensland 1. Londen In Londen kunnen gebruikers van een scootmobiel contact opnemen met een dienst

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Green Deals gesloten voor stimuleren groene economische groei

Green Deals gesloten voor stimuleren groene economische groei Green Deals gesloten voor stimuleren groene economische groei Burgers, bedrijven, milieu-organisaties en overheden hebben vandaag op initiatief van minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en

Nadere informatie

Erdi Holding B.V. Opgemaakt door Frank van der Tang. Periode: 1 januari t/m 30 juni 2015. 1 van 10. Datum: 2 december 2015

Erdi Holding B.V. Opgemaakt door Frank van der Tang. Periode: 1 januari t/m 30 juni 2015. 1 van 10. Datum: 2 december 2015 1 van 10 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Frank van der Tang Erdi Holding B.V. Periode: 1 januari t/m 30 juni 015 Datum: december 015 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht T.

Nadere informatie

Rapportage 2015 S1 Swietelsky Rail Benelux B.V.

Rapportage 2015 S1 Swietelsky Rail Benelux B.V. Rapportage 2015 S1 Swietelsky Rail Benelux B.V. Energieverbruik en CO 2 emissies december 2015 Opgesteld door: E. Goudvis Rapportage 2015 S1 Energieverbruik en CO2 emissies Inhoud 1 Inleiding... 2 2 Energieverbruik

Nadere informatie

Gebiedscoöperatie Oregional. Gerard Titulaer Stichting Streekgala

Gebiedscoöperatie Oregional. Gerard Titulaer Stichting Streekgala Gerard Titulaer Stichting Streekgala Achtergrond/aanleiding: - Ontwikkelingen in de landbouw, maatschappij, vraag vanuit de markt, ontwikkelingen in de keten - Project Grenzeloos Vermarkten - Gangbare

Nadere informatie

Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs

Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs Duurzaam leiderschap Over de wereld, de mens en onderwijs Elena Cavagnaro, lector in service studies MLI & SEN 2013 09 06 1 9/6/2013 Agenda Even voorstellen Wereldbeelden Welk beeld hebben we van de wereld

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016 www.iuscommune.eu Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to attend the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers, which will take place on Thursday 16 June 2016. During this

Nadere informatie

Alcohol policy in Belgium: recent developments

Alcohol policy in Belgium: recent developments 1 Alcohol policy in Belgium: recent developments Kurt Doms, Head Drug Unit DG Health Care FPS Health, Food Chain Safety and Environment www.health.belgium.be/drugs Meeting Alcohol Policy Network 26th November

Nadere informatie

Aannemingsbedrijf Van Zuijlen BV

Aannemingsbedrijf Van Zuijlen BV Aannemingsbedrijf Van Zuijlen BV 3.A.1-2 1 e halfjaar 2015 Opgesteld volgens de eisen van ISO 14064-1 en het Greenhouse Gas Protocol Conform niveau 3 op de CO2- prestatieladder 3.0 Inhoudsopgave 1 Inleiding

Nadere informatie

Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is.

Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is. Energieverbruik binnen de voedingen drankensector. Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is. Deze whitepaper licht toe waarom het voor organisaties binnen de belangrijk is om inzicht te hebben

Nadere informatie

Workflow en screenshots Status4Sure

Workflow en screenshots Status4Sure Workflow en screenshots Status4Sure Inleiding Het Status4Sure systeem is een ICT oplossing waarmee de transportopdrachten papierloos door het gehele proces gaan. De status kan gevolgd worden door de logistieke

Nadere informatie

Wat is CO 2? Waarom CO 2? Waarom Milieubarometer i.p.v. CO 2? Waarom CO 2 -footprint? Inhoud. Cursus CO 2 -footprint

Wat is CO 2? Waarom CO 2? Waarom Milieubarometer i.p.v. CO 2? Waarom CO 2 -footprint? Inhoud. Cursus CO 2 -footprint Inhoud Cursus CO 2 -footprint Hoe maak je de footprint en wat heb je eraan? 27 mei 2013 Voor de Werkgroep Monitoren van MPZ Wat is CO 2 en waarom hebben we het daar over? CO 2 -footprint t.o.v. Milieubarometer

Nadere informatie

Biobrandstoffen voor trucks Duurzaamheid en beschikbaarheid

Biobrandstoffen voor trucks Duurzaamheid en beschikbaarheid Biobrandstoffen voor trucks Duurzaamheid en beschikbaarheid 18/03/2015 Wouter Bakker Intro 2 ECOFYS 18/03/2015 Wouter Bakker Waarom bio-energie? > Renewable and sustainable Regrows Reduces greenhouse gas

Nadere informatie

Ketenanalyse stalen buispalen 2013

Ketenanalyse stalen buispalen 2013 Ketenanalyse stalen buispalen Genemuiden Versie 1.0 definitief \1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Leeswijzer 3 De -prestatieladder 4.1 Scopes 4. Niveaus en invalshoeken 5 3 Beschrijving van de waardeketen

Nadere informatie

Carbon footprint 2011

Carbon footprint 2011 PAGINA i van 12 Carbon footprint 2011 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2011_1.2 Versie: 1.2 Status: Definitief Uitgegeven

Nadere informatie

Sustainable Tourism Duurzaam Toerisme. dr. Anja de Groene lector duurzaamheid en water Hogeschool Zeeland

Sustainable Tourism Duurzaam Toerisme. dr. Anja de Groene lector duurzaamheid en water Hogeschool Zeeland Sustainable Tourism Duurzaam Toerisme dr. Anja de Groene lector duurzaamheid en water Hogeschool Zeeland Programma 15.15 uur: Inleiding duurzaam toerisme door Dr. Anja de Groene 15.35 uur: Cradle to Cradle

Nadere informatie

Legrand Nederland B.V.

Legrand Nederland B.V. 1 van 9 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Marieke Megens Legrand Nederland B.V. Periode: 1 januari t/m 31 december 014 Datum: 11 februari 015 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht

Nadere informatie

Script. Good health starts with good food. That s true for people as much as it is for animals.

Script. Good health starts with good food. That s true for people as much as it is for animals. Script Good health starts with good food. That s true for people as much as it is for animals. Livestock and fish health influence human health, since animal protein is an indispensable part of our food

Nadere informatie

Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam"

Ketenanalyse Afval in project Nobelweg te Amsterdam Ketenanalyse Afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 4.A.1_2 Ketenanalyse afval in project "Nobelweg te Amsterdam" 1/16 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1. Wat is een ketenanalyse 3 1.2. Activiteiten Van

Nadere informatie

Business as an engine for change.

Business as an engine for change. Business as an engine for change. In the end, the success of our efforts will be measured against how we answered what we have found to be the fundamental question: how do we love all the children, of

Nadere informatie

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M.

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. (Bert) Vrijhoef Take home messages: Voor toekomstbestendige chronische zorg zijn innovaties

Nadere informatie

CO2 impact kringloopbedrijven

CO2 impact kringloopbedrijven CO2 impact kringloopbedrijven CO2 besparing gerealiseerd in 2014 door Stichting Aktief Dhr. G. Berndsen Gildenstraat 43 7005 bl Doetinchem Tel. 0314330980 g.berndsen@aktief-groep.nl Samenvatting Met 1

Nadere informatie

> Inzet: CO 2 reductie en eerlijke carbonhandel

> Inzet: CO 2 reductie en eerlijke carbonhandel > Ketenaanpak en -verantwoordelijkheid > Inzet: CO 2 reductie en eerlijke carbonhandel > Doel: boeren ondersteunen bij de impact van klimaatverandering en ontbossing tegen te gaan. Ons klimaat verandert

Nadere informatie

Kleine inzichten leiden tot grote opbrengsten

Kleine inzichten leiden tot grote opbrengsten Kleine inzichten leiden tot grote opbrengsten Kleine inzichten leiden vaak tot grote veranderingen. Dat geldt zeker wanneer u besluit klimaatneutraal te gaan ondernemen. Kleine inzichten over reductie

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015

3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 3.A.1-2 Emissie inventaris rapport 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 10 2 Beschrijving van de organisatie 10 3 Verantwoordelijke 11 4 Basisjaar en rapportage 11 5 Afbakening 11 6 Directe

Nadere informatie

Akkoord Bespreken Naam Datum

Akkoord Bespreken Naam Datum Reg. nr.: 1310125 Afdeling: Ruimtelijke Ontwikkeling Onderwerp Biomassaplein Samenvatting De gemeenten Boxtel, Schijndel, Sint-Michielsgestel, Vught, Best en mogelijk Oisterwijk willen samen een biomassaplein

Nadere informatie

Ctrl Ketenoptimalisatie Slimme automatisering en kostenreductie

Ctrl Ketenoptimalisatie Slimme automatisering en kostenreductie Ctrl Ketenoptimalisatie Slimme automatisering en kostenreductie 1 Ctrl - Ketenoptimalisatie Technische hype cycles 2 Ctrl - Ketenoptimalisatie Technologische trends en veranderingen Big data & internet

Nadere informatie

Legrand Nederland B.V.

Legrand Nederland B.V. 1 van 10 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Marieke Megens Legrand Nederland B.V. Periode: 1 januari t/m 31 december 013 Datum: 14 maart 014 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht

Nadere informatie

Marketing & Communications DNS.be 2010 & 2011. 28 april 2011

Marketing & Communications DNS.be 2010 & 2011. 28 april 2011 Marketing & Communications DNS.be 2010 & 2011 28 april 2011 CENTR Marketing Workshop April 2011 - Helsinki 2 Agenda Campaign 2010: Goal Campaign Results & Learnings Market research: Goal Outcome Learnings

Nadere informatie

Rapport analyse afschrijvingskosten Gemeente Oostzaan. Oostzaan, 22 april 2013

Rapport analyse afschrijvingskosten Gemeente Oostzaan. Oostzaan, 22 april 2013 Rapport analyse afschrijvingskosten Gemeente Oostzaan Oostzaan, 22 april 2013 1. Situatieschets De gemeente Oostzaan is permanent bezig met het verbeteren en optimaliseren van haar bedrijfsvoering. Het

Nadere informatie

04/11/2013. Sluitersnelheid: 1/50 sec = 0.02 sec. Frameduur= 2 x sluitersnelheid= 2/50 = 1/25 = 0.04 sec. Framerate= 1/0.

04/11/2013. Sluitersnelheid: 1/50 sec = 0.02 sec. Frameduur= 2 x sluitersnelheid= 2/50 = 1/25 = 0.04 sec. Framerate= 1/0. Onderwerpen: Scherpstelling - Focusering Sluitersnelheid en framerate Sluitersnelheid en belichting Driedimensionale Arthrokinematische Mobilisatie Cursus Klinische Video/Foto-Analyse Avond 3: Scherpte

Nadere informatie

Aim of this presentation. Give inside information about our commercial comparison website and our role in the Dutch and Spanish energy market

Aim of this presentation. Give inside information about our commercial comparison website and our role in the Dutch and Spanish energy market Aim of this presentation Give inside information about our commercial comparison website and our role in the Dutch and Spanish energy market Energieleveranciers.nl (Energysuppliers.nl) Founded in 2004

Nadere informatie

Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa

Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa Jennie van der Kolk, Alterra Helmond, 22-02-13 Nico Verdoes, Livestock Research Inhoud presentatie Wetenschapswinkel

Nadere informatie

Periodieke rapportage 2014

Periodieke rapportage 2014 Periodieke rapportage 2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Basisgegevens 4 1.1 Beschrijving van de organisatie 4 1.2 Verantwoordelijkheden 4 1.3 Basisjaar 4 1.4 Rapportageperiode 4 1.5 Verificatie 4 2. Afbakening

Nadere informatie

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst.

Duurzame biomassa. Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Duurzame biomassa Een goede stap op weg naar een groene toekomst. Nuon Postbus 4190 9 DC Amsterdam, NL Spaklerweg 0 1096 BA Amsterdam, NL Tel: 0900-0808 www.nuon.nl Oktober 01 Het groene alternatief Biomassa

Nadere informatie

Hesselink Koffie. Opgemaakt door Daniëlle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 10. Datum: 15 december 2014

Hesselink Koffie. Opgemaakt door Daniëlle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 10. Datum: 15 december 2014 1 van 10 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Daniëlle de Bruin Hesselink Koffie Periode: 1 januari t/m 31 december 014 Datum: 15 december 014 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht

Nadere informatie

JM Vrij beheer b.v. Emissie inventarisatie rapport 2014. AH Vrij Groen, Grond en Infra Vrij Materieel

JM Vrij beheer b.v. Emissie inventarisatie rapport 2014. AH Vrij Groen, Grond en Infra Vrij Materieel JM Vrij beheer b.v. AH Vrij Groen, Grond en Infra Vrij Materieel Emissie inventarisatie rapport 2014 Conform niveau 3 op de 3.0 Document Inhoudsopgave 1 Inleiding en verantwoording 3 2 Organisatie en afbakening

Nadere informatie

1 van 13. Periode: 1 juli t/m 31 december 2013

1 van 13. Periode: 1 juli t/m 31 december 2013 1 van 13 Periodieke rapportage: H2 2013 Periode: 1 juli t/m 31 december 2013 2 van 13 Inhoud Naam 7.3 ISO 14064-1 Periodieke rapportage Inleiding p 1 Basisgegevens Beschrijving van de organisatie a 2.1

Nadere informatie

Wat is het Agroconvenant?

Wat is het Agroconvenant? Wat is het Agroconvenant? Nationale doelen Agroconvenant: 200 PJ Biomassa, 12 PJ Windenergie 2 %/jr Efficiencyverbetering 30 % Reductie broeikasgasemissies Gebaseerd op ambitieuze Schoon & Zuinig doelen,

Nadere informatie

I.S.T.C. Intelligent Saving Temperature Controler

I.S.T.C. Intelligent Saving Temperature Controler MATEN & INFORMATIE I.S.T.C. Intelligent Saving Temperature Controler Deze unieke modulerende zender, als enige ter wereld, verlaagt het energieverbruik aanzienlijk. Het werkt in combinatie met de energy

Nadere informatie

INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW)

INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW) INFORMATIEBIJEENKOMST ESFRI ROADMAP 2016 HANS CHANG (KNAW) EN LEO LE DUC (OCW) 14 november 2014 2 PROGRAMMA ESFRI Roadmap, wat is het en waar doen we het voor? Roadmap 2016 Verschillen met vorige Schets

Nadere informatie

De rol van biomassa in de energietransitie.

De rol van biomassa in de energietransitie. De rol van biomassa in de energietransitie. Bert de Vries Plaatsvervangend directeur-generaal Energie, Telecom en Mededinging, Ministerie van Economische Zaken Inhoud 1. Energieakkoord 2. Energietransitie

Nadere informatie

Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet.

Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet. Settings for the C100BRS4 MAC Address Spoofing with cable Internet. General: Please use the latest firmware for the router. The firmware is available on http://www.conceptronic.net! Use Firmware version

Nadere informatie

De houding van Nederlandse boeren t.o.v. nieuwe agroforestry systemen

De houding van Nederlandse boeren t.o.v. nieuwe agroforestry systemen De houding van Nederlandse boeren t.o.v. nieuwe agroforestry systemen Problemen in de Nederlandse landbouw Overproductie Grondwater vervuiling Eutrofiering van open water Lage biodiversiteit Afnemende

Nadere informatie

Enterprise Architectuur. een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente?

Enterprise Architectuur. een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente? Enterprise Architectuur een duur begrip, maar wat kan het betekenen voor mijn gemeente? Wie zijn we? > Frederik Baert Director Professional Services ICT @frederikbaert feb@ferranti.be Werkt aan een Master

Nadere informatie

Aan elke zakelijke besteding is een bepaalde CO2 uitstoot gekoppeld. De Visa Greencard Corporate berekent en compenseert deze uitstoot volledig.

Aan elke zakelijke besteding is een bepaalde CO2 uitstoot gekoppeld. De Visa Greencard Corporate berekent en compenseert deze uitstoot volledig. Visa Greencard Corporate De zakelijke creditcard die alle gemakken van een Visa creditcard combineert met het duurzame effect van een automatische CO2 compensatie bij elke uitgave. Aan elke zakelijke besteding

Nadere informatie

1 e half jaar 2015. Carbon Footprint. J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening BV.

1 e half jaar 2015. Carbon Footprint. J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Carbon Footprint 1 e half jaar 2015 J.M. de Wit Groenvoorziening BV Pagina 1 van 13 Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening B.V. Bedrijfsgegevens Bedrijf: J.M. de Wit Groenvoorziening BV Bezoekadres:

Nadere informatie

De Toekomst van Aardgas: Een schaakspel op meerdere borden

De Toekomst van Aardgas: Een schaakspel op meerdere borden De Toekomst van Aardgas: Een schaakspel op meerdere borden Symposium De Gassamenstelling van de toekomst, 28 mei 2015, Regardz De Eenhoorn, Amersfoort Aad Correljé TU Delft TBM Economics of Infrastructures

Nadere informatie

Procedure 07 CO 2 -prestatieladder. 24 februari 2013 (FKO)

Procedure 07 CO 2 -prestatieladder. 24 februari 2013 (FKO) Procedure 07 CO 2 -prestatieladder 24 februari 2013 (FKO) Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Stuurcyclus Energiemanagement 4 2. Methodiek voor de emissie inventaris 6 Procedure 07 CO 2-prestatieladder 2 Inleiding

Nadere informatie

2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 De emissie inventaris van: 2014 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: AMK Inventis Stef Jonker Datum: september 2015 Definitief Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 2 De organisatie...

Nadere informatie

Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol?

Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol? Het nieuwe Europese klimaatplan voor 2030: behoudt de EU haar voortrekkersrol? Dr. Jos Delbeke, DG Klimaat Actie, Europese Commissie, Universiteit Hasselt, 25/2/2014 Overzicht 1. Klimaat en energie: waar

Nadere informatie

16% Energie van eigen bodem. 17 januari 2013

16% Energie van eigen bodem. 17 januari 2013 16% Energie van eigen bodem 17 januari 2013 Inhoud Klimaatverandering Energie in Nederland Duurzame doelen Wind in ontwikkeling Northsea Nearshore Wind Klimaatverandering Conclusie van het IPCC (AR4, 2007)

Nadere informatie